Page 1

Sportinfo Jaargang 10 - nummer 2 - december 2012

Nieuwsbrief voor sportverenigingen in Leiden

Directeur Sportbedrijf Bert Paauw met pensioen

Kritisch, maar met een passie voor sport Sport is zijn passie, van politiek geniet hij en atletiek loopt als een soort rode draad door zijn leven. Maar bovenal heeft hij de drive zich in te zetten voor dingen waar mensen beter van worden. Voor sport bijvoorbeeld. Bij het Sportbedrijf Leiden zat hij daarvoor op de juiste plek. Wij spraken met Bert Paauw, directeur van het Sportbedrijf. In februari 2013 gaat hij met pensioen wij kijken terug op negen jaar directeurschap.

Bert heeft een uitgesproken passie voor sport. Na een voetbalperiode bij Rijnsburgse Boys, kwam hij als 18 jarige in aanraking met atletiek. Daar leerde hij echt van sport te houden. Atletiek loopt dan ook als een rode draad door zijn leven. Hij was bestuurder en trainer bij AV Holland, later werd hij technisch directeur van de Atletiek Unie en als chef d’équipe maakte hij drie olympische spelen mee. Toch staat hij ondanks die passie heel realistisch in de sportwereld. Mede omdat hij jarenlang journalist is geweest heeft hij altijd een kritische invalshoek. Dat moet ook vindt Bert. Je moet als directeur van een bedrijf als het Sportbedrijf, waar je naast de medewerkers te maken hebt met zowel de politiek als de sportverenigingen, alert zijn. Warm Toen Bert op 1 februari 2004 bij het Sportbedrijf binnenkwam werd hij warm welkom geheten. “Dat had ik ook wel verwacht, want er was een breed draagvlak voor mijn aanstelling.” Bert trof daar zeer gemotiveerde mensen aan. “Iedereen was heel goed bezig,” omschrijft hij, “maar allemaal nogal op hun eigen werk gericht. Logisch want er was veel gebeurd de afgelopen jaren en voordat ik kwam hadden ze al een half jaar geen directeur gehad. Het hing dus een beetje als los zand aan elkaar. Kortom ik denk dat ik mag zeggen: ze waren wel aan enige leiding toe.” Daarnaast ontmoette hij de Leidse sportwereld. Ook daar werd hij warm geaccepteerd. Men kende hem vanuit zijn Leidse periode als bestuurder van AV Holland

en als journalist. Op zijn eerste rondgang langs de accommodaties schrok Bert wel. “Sommige daarvan waren in een erbarmelijke staat. De kleedkamers van een aantal accommodaties heb ik wel eens ‘veredelde varkenshokken’ genoemd.” Uitvoerend Bert nam zich voor de luiken van het Sportbedrijf eens flink open te zetten. “Naar buiten kijken is noodzake­ lijk”, vindt hij. “Kijken wat er gebeurt bij anderen en die andere ook naar binnen laten kijken. Het Stadhuis bijvoorbeeld is zo’n andere. We hebben dan wel het voordeel dat we buiten het Stadhuis zitten, maar we moeten ons laagdrempelig opstellen en ons er niet tegen

Inhoud 1 Kritisch, maar met een passie voor sport 3 Column Bert Paauw

  ■

  ■

4 Eerste Leidse Sportcongres krijgt in 2013 vervolg 5 Bruggetjes

  ■

6 Sluiting sportzaal Broekplein

  ■

7 Wel winnen hé

  ■

7 Sportstad Leiden

  ■

Sportbedrijf

  ■


Column Bert Paauw

Dat was het dan! afzetten.” Daar zijn de medewerkers van het Sportbedrijf, volgens Bert, goed in meegegaan. “We hebben de contacten met alle voor ons belangrijke afdelingen, zoals ruimtelijke ordening, onderwijs, vastgoed en de beleidsmedewerkers die sport in hun portefeuille hebben, goed aangetrokken. Die contacten zijn belang­ rijk. Wij zijn een uitvoerende instelling. Beleid wordt elders bepaald, maar wij weten wat er leeft in de sportwereld. Vragen over accommodaties komen bij ons terecht. Zie ons maar als de ogen en oren van het beleid en de politiek.” Of Bert in zijn opzet geslaagd is vindt hij zelf wat moeilijk te beantwoorden, maar hij heeft er wel een positief gevoel bij. “Ik ben van het begin in allerlei over­ leggen en werkgroepen gaan zitten en heb ook gestimuleerd dat de teamleiders van de buiten- en binnen-accommodaties dat deden. ‘Kennen en gekend worden’ is mijn motto. Ik zie mezelf niet als een directeur die zich alleen bezighoudt met financiën en personeel, maar ook als een schakel naar de ambtelijke organisatie en een boegbeeld naar de sportwereld. Het Sportbedrijf is er om de klanten te bedienen. En die klanten, dat zijn de sportverenigingen.” Veel gebeurd Er is de afgelopen negen jaar onder zijn directeurschap veel gebeurd. Mede door

2

de vasthoudendheid en goed onderbouw­ de argumentatie richting de politiek zijn er extra middelen voor onderhoud vrijgekomen en konden er inhaalslagen gemaakt worden gericht op kleedkamers en dergelijke. Het was ook de tijd van de kunstgras­velden. Diverse voetbalclubs kregen ze en korfbalverenigingen De Danaïden en KZ Leiden ook. “Vooral dat laatste is een geweldig voorbeeld waar een goede samenwerking toe kan leiden”, vindt Bert. “Bij de velden aan de Montgomerystraat was behoefte aan kunstgras. Door het aanleggen van die velden losten we in één klap vier verenigingsproblemen op. Door de mogelijkheden die door het kunst­gras ontstonden besloten de korfbalverenigingen De Danaïden en KZ Leiden te fuseren. American Football vond er zijn plekje en handbalvereniging Saturnus, die weg moest van haar stek achter de Vijf Meihal, kreeg daar ook een plaats.” Een van de hoogtepunten was wel de realisering van de tafeltennishal voor Scylla. Bert had contact met Gerard Bakker (prominent lid van Scylla) over de accommodatie waar Scylla trainde. Die was op zijn zachts gezegd niet goed. “Daar waren we het wel over eens, maar toch kon dat niet zo maar opgelost worden. Daar hebben we gezamenlijk hard aan gewerkt. De politiek moest

overtuigd worden, het moest worden opgenomen in de sportnota, daarna moest alles op papier gezet worden en werd er een route besproken. Uiteindelijk duurde het zes jaar, maar er staat nu een prachtige tafeltennishal die aan internationale normen voldoet. Van 6 naar 14 tafels, dat gaf enorme nieuwe impulsen.” Gelukkig Erg gelukkig bij zijn afscheid is Bert over zijn betrokkenheid bij de renovatie van de atletiekbaan in de Leidse Hout. Hij kan en wil er niet omheen: atletiek zit hem aan het hart gebakken. “Daar ben ik na een voetbalperiode bij Rijnsburgse Boys eigenlijk echt van sport gaan houden. Ik vind het dan ook, na een voorbereiding van een aantal jaren, geweldig dat de atletiekbaan in de Leidse Hout een nieuw uiterlijk krijgt. Van een 6- naar een 8-laans rondbaan. Het hele midden­ terrein wordt opnieuw ingericht. En er wordt voldaan aan de internationale normen. In oktober 2012 ging de eerste schep de grond in en juni volgend jaar kan de Gouden Spike op een schitterend complex gehouden worden. Een goede bijdrage aan de toekomst voor de atletiek in Leiden. Ik ben een gelukkig mens dat ik daar een flinke bijdrage aan heb kunnen leveren.”

Dat was het dan. Na negen jaar leiding te hebben gegeven aan het Sportbedrijf Leiden is het over. Pensioen. Ik moet nog erg wennen aan het idee. Ben altijd een druk baasje geweest, met door de jaren heen verschillende banen. Het is niet zo dat ik heb uitgezien naar mijn pensioen maar ik vind het ook niet erg. Er breekt een nieuwe episode in mijn leven aan die ongetwijfeld ook weer boeiende ervaringen met zich meebrengt. Wel mooi dat ik mijn (officiële) arbeid­ zame leven heb kunnen afsluiten met de baan van directeur Sportbedrijf Leiden. De eerste keer dat de gedachte aan die baan door mijn hoofd ging was tijdens de periode 1988 – 1992 toen ik als lid van de Leidse gemeenteraad bemoeienis had met sportzaken in de Sleutelstad. Eigenlijk vond ik dat ik als raadslid maar weinig kon bijdragen aan de gemeentelijke sport en recreatie. Er werd in de raad uitgebreid gepraat over van alles en nog wat maar ik had destijds niet de indruk dat sport hoog op de politieke agenda stond. Samen met sportkenners uit enkele andere fracties, onder wie Piet Biegstraaten en Laila Driessen, werd het vuurtje rond de sport nog wel eens opgepookt maar het was toch de almachtige wethouder Dick Tesselaar die wikte en beschikte. In de jaren negentig verdween een baan in de Leidse sportsector voor mij uit beeld toen ik als fanatieke ‘atletieker’ een droombaan als technisch directeur bij de Atletiekunie in de wacht sleepte.

Dat betekende veel topsport met grote toernooien, waarbij ik onder meer drie Olympische Spelen van binnenuit meemaakte, maar het betekende ook veel accommodatiezaken omdat ik tevens verantwoordelijk was voor de wedstrijd­ sport in de breedte. Nogal wat atletiek­ verenigingen in den lande riepen de hulp in van de bond bij contacten met gemeenten over adequate accommodaties of de organisatie van evenementen. Na de afsluiting van mijn periode bij de Atletiekunie zette ik in 2001 de stap naar de sportsector bij de gemeentelijke overheid, eerst in Amstelveen, vanaf 2004 in Leiden. Alles wat mij in mijn Leidse raadsperiode door het hoofd was gegaan (“als ik de kans krijg wil ik proberen full time iets te betekenen voor de Leidse sport”) kwam plotseling binnen bereik. Ik moet natuurlijk niet overdrijven maar in zekere zin heb ik de afgelopen negen jaar mijn ziel en zaligheid gegooid in de baan van directeur Sportbedrijf Leiden. Natuurlijk ben je in die functie druk met het uitvoeren van een ver­ antwoord financieel en personeelsbeleid terwijl je daarnaast veel dagelijkse contacten hebt met ambtelijke collega’s en met “de politiek”, in het bijzonder met de wethouder van sportzaken. Maar ik heb het toch altijd als mijn voornaamste taak gezien om binnen de bestaande mogelijkheden zo goed mogelijk de Leidse sportwereld te ondersteunen.

Zelf ben ik ook ooit bestuurslid en trainer/ coach van een Leidse sportvereniging geweest (de toenmalige vereniging AV Holland) hetgeen het mij makkelijk maakte mij te verplaatsen in de gedachte­ gang en problemen van sportbestuurders. Vrijwilligers die vaak onnoemelijk veel tijd steken in hun ‘cluppie’ waarbij de klus er in de loop der jaren niet makkelijker op is geworden. Natuurlijk kon lang niet alles worden gehonoreerd en zijn er op het bureau aan de Smaragdlaan af en toe pittige gesprekken gevoerd. Gelukkig is dat wel altijd in een sfeer van wederzijds respect gebeurd. Het zit er dus op. Ik kijk met voldoening terug op de afgelopen negen jaar. Het Sportbedrijf Leiden is een waardevolle instelling waar zo’n honderd medewerkers met een mengeling van ervaring en enthousiasme de sportgemeenschap terzijde staan. Ik hoop dat dat naar de toekomst toe op de juiste waarde wordt geschat. Veranderingen, zeker ook in een tijd van bezuinigingen, zijn onontkoombaar maar ik wil toch graag afsluiten met een licht geheven vinger: “sportwereld, politiek en Sportbedrijf, let op uw saeck.”

Rob Beurse

Sportbedrijf

3


Column Bert Paauw

Dat was het dan! afzetten.” Daar zijn de medewerkers van het Sportbedrijf, volgens Bert, goed in meegegaan. “We hebben de contacten met alle voor ons belangrijke afdelingen, zoals ruimtelijke ordening, onderwijs, vastgoed en de beleidsmedewerkers die sport in hun portefeuille hebben, goed aangetrokken. Die contacten zijn belang­ rijk. Wij zijn een uitvoerende instelling. Beleid wordt elders bepaald, maar wij weten wat er leeft in de sportwereld. Vragen over accommodaties komen bij ons terecht. Zie ons maar als de ogen en oren van het beleid en de politiek.” Of Bert in zijn opzet geslaagd is vindt hij zelf wat moeilijk te beantwoorden, maar hij heeft er wel een positief gevoel bij. “Ik ben van het begin in allerlei over­ leggen en werkgroepen gaan zitten en heb ook gestimuleerd dat de teamleiders van de buiten- en binnen-accommodaties dat deden. ‘Kennen en gekend worden’ is mijn motto. Ik zie mezelf niet als een directeur die zich alleen bezighoudt met financiën en personeel, maar ook als een schakel naar de ambtelijke organisatie en een boegbeeld naar de sportwereld. Het Sportbedrijf is er om de klanten te bedienen. En die klanten, dat zijn de sportverenigingen.” Veel gebeurd Er is de afgelopen negen jaar onder zijn directeurschap veel gebeurd. Mede door

2

de vasthoudendheid en goed onderbouw­ de argumentatie richting de politiek zijn er extra middelen voor onderhoud vrijgekomen en konden er inhaalslagen gemaakt worden gericht op kleedkamers en dergelijke. Het was ook de tijd van de kunstgras­velden. Diverse voetbalclubs kregen ze en korfbalverenigingen De Danaïden en KZ Leiden ook. “Vooral dat laatste is een geweldig voorbeeld waar een goede samenwerking toe kan leiden”, vindt Bert. “Bij de velden aan de Montgomerystraat was behoefte aan kunstgras. Door het aanleggen van die velden losten we in één klap vier verenigingsproblemen op. Door de mogelijkheden die door het kunst­gras ontstonden besloten de korfbalverenigingen De Danaïden en KZ Leiden te fuseren. American Football vond er zijn plekje en handbalvereniging Saturnus, die weg moest van haar stek achter de Vijf Meihal, kreeg daar ook een plaats.” Een van de hoogtepunten was wel de realisering van de tafeltennishal voor Scylla. Bert had contact met Gerard Bakker (prominent lid van Scylla) over de accommodatie waar Scylla trainde. Die was op zijn zachts gezegd niet goed. “Daar waren we het wel over eens, maar toch kon dat niet zo maar opgelost worden. Daar hebben we gezamenlijk hard aan gewerkt. De politiek moest

overtuigd worden, het moest worden opgenomen in de sportnota, daarna moest alles op papier gezet worden en werd er een route besproken. Uiteindelijk duurde het zes jaar, maar er staat nu een prachtige tafeltennishal die aan internationale normen voldoet. Van 6 naar 14 tafels, dat gaf enorme nieuwe impulsen.” Gelukkig Erg gelukkig bij zijn afscheid is Bert over zijn betrokkenheid bij de renovatie van de atletiekbaan in de Leidse Hout. Hij kan en wil er niet omheen: atletiek zit hem aan het hart gebakken. “Daar ben ik na een voetbalperiode bij Rijnsburgse Boys eigenlijk echt van sport gaan houden. Ik vind het dan ook, na een voorbereiding van een aantal jaren, geweldig dat de atletiekbaan in de Leidse Hout een nieuw uiterlijk krijgt. Van een 6- naar een 8-laans rondbaan. Het hele midden­ terrein wordt opnieuw ingericht. En er wordt voldaan aan de internationale normen. In oktober 2012 ging de eerste schep de grond in en juni volgend jaar kan de Gouden Spike op een schitterend complex gehouden worden. Een goede bijdrage aan de toekomst voor de atletiek in Leiden. Ik ben een gelukkig mens dat ik daar een flinke bijdrage aan heb kunnen leveren.”

Dat was het dan. Na negen jaar leiding te hebben gegeven aan het Sportbedrijf Leiden is het over. Pensioen. Ik moet nog erg wennen aan het idee. Ben altijd een druk baasje geweest, met door de jaren heen verschillende banen. Het is niet zo dat ik heb uitgezien naar mijn pensioen maar ik vind het ook niet erg. Er breekt een nieuwe episode in mijn leven aan die ongetwijfeld ook weer boeiende ervaringen met zich meebrengt. Wel mooi dat ik mijn (officiële) arbeid­ zame leven heb kunnen afsluiten met de baan van directeur Sportbedrijf Leiden. De eerste keer dat de gedachte aan die baan door mijn hoofd ging was tijdens de periode 1988 – 1992 toen ik als lid van de Leidse gemeenteraad bemoeienis had met sportzaken in de Sleutelstad. Eigenlijk vond ik dat ik als raadslid maar weinig kon bijdragen aan de gemeentelijke sport en recreatie. Er werd in de raad uitgebreid gepraat over van alles en nog wat maar ik had destijds niet de indruk dat sport hoog op de politieke agenda stond. Samen met sportkenners uit enkele andere fracties, onder wie Piet Biegstraaten en Laila Driessen, werd het vuurtje rond de sport nog wel eens opgepookt maar het was toch de almachtige wethouder Dick Tesselaar die wikte en beschikte. In de jaren negentig verdween een baan in de Leidse sportsector voor mij uit beeld toen ik als fanatieke ‘atletieker’ een droombaan als technisch directeur bij de Atletiekunie in de wacht sleepte.

Dat betekende veel topsport met grote toernooien, waarbij ik onder meer drie Olympische Spelen van binnenuit meemaakte, maar het betekende ook veel accommodatiezaken omdat ik tevens verantwoordelijk was voor de wedstrijd­ sport in de breedte. Nogal wat atletiek­ verenigingen in den lande riepen de hulp in van de bond bij contacten met gemeenten over adequate accommodaties of de organisatie van evenementen. Na de afsluiting van mijn periode bij de Atletiekunie zette ik in 2001 de stap naar de sportsector bij de gemeentelijke overheid, eerst in Amstelveen, vanaf 2004 in Leiden. Alles wat mij in mijn Leidse raadsperiode door het hoofd was gegaan (“als ik de kans krijg wil ik proberen full time iets te betekenen voor de Leidse sport”) kwam plotseling binnen bereik. Ik moet natuurlijk niet overdrijven maar in zekere zin heb ik de afgelopen negen jaar mijn ziel en zaligheid gegooid in de baan van directeur Sportbedrijf Leiden. Natuurlijk ben je in die functie druk met het uitvoeren van een ver­ antwoord financieel en personeelsbeleid terwijl je daarnaast veel dagelijkse contacten hebt met ambtelijke collega’s en met “de politiek”, in het bijzonder met de wethouder van sportzaken. Maar ik heb het toch altijd als mijn voornaamste taak gezien om binnen de bestaande mogelijkheden zo goed mogelijk de Leidse sportwereld te ondersteunen.

Zelf ben ik ook ooit bestuurslid en trainer/ coach van een Leidse sportvereniging geweest (de toenmalige vereniging AV Holland) hetgeen het mij makkelijk maakte mij te verplaatsen in de gedachte­ gang en problemen van sportbestuurders. Vrijwilligers die vaak onnoemelijk veel tijd steken in hun ‘cluppie’ waarbij de klus er in de loop der jaren niet makkelijker op is geworden. Natuurlijk kon lang niet alles worden gehonoreerd en zijn er op het bureau aan de Smaragdlaan af en toe pittige gesprekken gevoerd. Gelukkig is dat wel altijd in een sfeer van wederzijds respect gebeurd. Het zit er dus op. Ik kijk met voldoening terug op de afgelopen negen jaar. Het Sportbedrijf Leiden is een waardevolle instelling waar zo’n honderd medewerkers met een mengeling van ervaring en enthousiasme de sportgemeenschap terzijde staan. Ik hoop dat dat naar de toekomst toe op de juiste waarde wordt geschat. Veranderingen, zeker ook in een tijd van bezuinigingen, zijn onontkoombaar maar ik wil toch graag afsluiten met een licht geheven vinger: “sportwereld, politiek en Sportbedrijf, let op uw saeck.”

Rob Beurse

Sportbedrijf

3


Bruggetjes Eigenlijk is het een unieke gebeurtenis dat er een directeur van het Sportbedrijf vertrekt omdat hij de pensioen gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Ik loop al wat jaren mee en in die 34 jaar heb ik precies zes interim-directeuren meegemaakt en dit is eigenlijk pas de tweede die op ‘normale’ wijze het Sportbedrijf verlaat. Voor de historici onder u, de vorige die op 65 jarige leeftijd met pensioen ging was de heer Philipsen in 1979, toen we nog Sportstichting heette. Het scheelde overigens niet veel of het had heel anders gelopen, dan was Bert de kortst zittende directeur geworden. Nog maar een paar maanden in dienst was Bert in beeld om wethouder in zijn woonplaats Hilversum te worden, dat was een van de functies die hij toen nog ambieerde. Maar het kwam er niet van, de plaatselijke politieke crisis werd bezworen en Bert bleef in Leiden.

Eerste Leidse Sportcongres krijgt in 2013 vervolg Woensdag 10 oktober was er het eerste Leidse Sportcongres voor sport­verenigingen in het ROC gebouw aan de Lammenschansweg. Zo’n 80 deelnemers kregen presentaties en workshops voorgeschoteld en konden zo kennis opdoen die ten goede komt aan het besturen van hun vereniging. Avondvoorzitter Eduard Klasen (LUMC) opende de avond, gevolgd door wethouder Sport Frank de Wit en nadat Peter Blangé zijn visie gaf op het Leidse sportklimaat gingen de deelnemers aan de slag in de workshops. Begin 2012 ontvingen alle Leidse sportver­ enigingen een enquête. Daarin werd hen gevraagd welke behoeften zij hadden op het gebied van verenigingsondersteuning. De uitkomst van die enquête is gebruikt om de inhoud van de workshops tijdens het Sportcongres vast te stellen. De deelnemers aan het congres konden in twee rondes deelnemen aan workshops over de volgende onderwerpen: • Het werven van vrijwilligers. • De aansprakelijkheid als sportbestuurder. • Waar een vereniging aan moet denken als er plannen zijn om met andere verenigingen samen te gaan.

4

• Hoe een vereniging komt aan sponsors en fondsen om deze overeind te houden of verder te helpen. Na twee workshoprondes vatte de avondvoorzitter de avond samen en opende directeur Sportbedrijf Bert Paauw de nieuwe sportsite www.sportstadleiden.nl,

(meer hierover elders in deze Sportinfo). De avond werd afgesloten met een borrel waar de deelnemers zich positief uitlieten over het congres en waarin meteen al gevraagd werd of dit initiatief volgend jaar een vervolg zou krijgen. Inmiddels heeft het organisatiecomité, bestaande uit Topsport Leiden, Leiden beweegt beweeg mee, de Leidse Sportfederatie en Sportbedrijf Leiden besloten dat het Sportcongres in 2013 voor de tweede keer georganiseerd wordt. Over de plaats en datum hoort u zeker meer!

Een mooi bruggetje naar Leiden. Hoewel hij een geboren en getogen Rijnsburger is, was het toch de stad Leiden waar Bert helemaal tot ontplooiing kwam. Hij ging hier naar school, was werkzaam bij de sportredactie van het Leidsch Dagblad en heeft zelfs enkele jaren in de gemeenteraad gezeten. In die tijd maakte hij furore als atleet op de 400 meter horden. Het verdere verloop van zijn carrière staat elders in deze Sportinfo dus dat laat ik even aan mij voorbij gaan. Leiden was hierdoor een groot aantal jaar uit beeld, totdat Bert in 2004 weer terugkeerde op het Leidse nest als directeur Sportbedrijf Leiden.

Weer een bruggetje, nu naar het Sportbedrijf Leiden. Zoals gezegd, de start was hectisch na, voor het Sportbedrijf, onrustige periodes qua directeurschap. En waar houdt een directeur zich dan mee bezig? Begin eerst maar met het bijeen­ rapen van de restanten van de fusies bij voetbalverenigingen, geef maar even aan waarop kan of moet worden bezuinigd, hoor het personeel aan dat er een functieschaaltje bij wil, spoor debiteuren aan om te betalen, beantwoord vragen van raadsleden, informeer en adviseer de wethouder en dergelijke. En nog een bruggetje. In zijn negen jaar Sportbedrijf hebben vier wethouders sport in hun portefeuille gehad, van Ruud Hessing, Raymond Keur, Marc Witteman naar Frank de Wit. Wethouders met verschillende politieke achtergronden die ieder hun eigen benadering en beleving van de sport hadden. Als je dan negen jaar de revue laat passeren laat die duidelijk zien dat Bert een bruggenbouwer bij uitstek is. Het

gemeentelijk apparaat heeft hij veel input gegeven aan de binnenkort (of inmiddels al uitgebrachte) sportnota en vooral niet te vergeten het hele proces van een mogelijke verzelfstandiging van het Sportbedrijf. Maar ook voor de Leidse sport, de Leidse sportverenigingen stond de deur altijd open en problemen werden door Bert ‘pragmatisch’ aangepakt. Tastbaar bewijs van zijn inspanningen voor de Leidse sport zijn er genoeg. Aanleg kunstgrasvelden op Kikkerpolder II, Morskwartier II en sportpark Noord, herinrichting Boshuizerkade en Montgomerystraat, compleet met nieuwbouw club- en kleedaccommodaties, nieuwbouw Scylla en aanbouw Vijf Meihal. Excuus als ik er nog één vergeten ben. Is dan alles hosanna? Nee, als atletieker pur sang laat Bert een atletiekbaan achter die veranderd is in een complete modder­ poel. Maar dat gaat goed komen, volgend jaar zullen de wedstrijden om de Gouden Spike worden gehouden op een compleet gerenoveerde atletiekbaan met rondom acht lanen. Schrijf die ook nog maar op je conto, Bert. Ben ik nu door mijn bruggetjes heen? Nee, je moet het echte voor het laatst bewaren. Het gedoe omtrent parkeren voor personeel van het Diaconessenhuis in het Houtkwartier werd door het beschikbaar stellen van de parkeerplaats op Kikkerpolder II opgelost, alleen moest de verbinding naar de wijk drastisch ingekort worden. Dat was nog niet zo eenvoudig, want daar waren maar liefst twee bruggetjes voor nodig , maar dan echte.. Ruud Marchand

Sportbedrijf

5


Bruggetjes Eigenlijk is het een unieke gebeurtenis dat er een directeur van het Sportbedrijf vertrekt omdat hij de pensioen gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Ik loop al wat jaren mee en in die 34 jaar heb ik precies zes interim-directeuren meegemaakt en dit is eigenlijk pas de tweede die op ‘normale’ wijze het Sportbedrijf verlaat. Voor de historici onder u, de vorige die op 65 jarige leeftijd met pensioen ging was de heer Philipsen in 1979, toen we nog Sportstichting heette. Het scheelde overigens niet veel of het had heel anders gelopen, dan was Bert de kortst zittende directeur geworden. Nog maar een paar maanden in dienst was Bert in beeld om wethouder in zijn woonplaats Hilversum te worden, dat was een van de functies die hij toen nog ambieerde. Maar het kwam er niet van, de plaatselijke politieke crisis werd bezworen en Bert bleef in Leiden.

Eerste Leidse Sportcongres krijgt in 2013 vervolg Woensdag 10 oktober was er het eerste Leidse Sportcongres voor sport­verenigingen in het ROC gebouw aan de Lammenschansweg. Zo’n 80 deelnemers kregen presentaties en workshops voorgeschoteld en konden zo kennis opdoen die ten goede komt aan het besturen van hun vereniging. Avondvoorzitter Eduard Klasen (LUMC) opende de avond, gevolgd door wethouder Sport Frank de Wit en nadat Peter Blangé zijn visie gaf op het Leidse sportklimaat gingen de deelnemers aan de slag in de workshops. Begin 2012 ontvingen alle Leidse sportver­ enigingen een enquête. Daarin werd hen gevraagd welke behoeften zij hadden op het gebied van verenigingsondersteuning. De uitkomst van die enquête is gebruikt om de inhoud van de workshops tijdens het Sportcongres vast te stellen. De deelnemers aan het congres konden in twee rondes deelnemen aan workshops over de volgende onderwerpen: • Het werven van vrijwilligers. • De aansprakelijkheid als sportbestuurder. • Waar een vereniging aan moet denken als er plannen zijn om met andere verenigingen samen te gaan.

4

• Hoe een vereniging komt aan sponsors en fondsen om deze overeind te houden of verder te helpen. Na twee workshoprondes vatte de avondvoorzitter de avond samen en opende directeur Sportbedrijf Bert Paauw de nieuwe sportsite www.sportstadleiden.nl,

(meer hierover elders in deze Sportinfo). De avond werd afgesloten met een borrel waar de deelnemers zich positief uitlieten over het congres en waarin meteen al gevraagd werd of dit initiatief volgend jaar een vervolg zou krijgen. Inmiddels heeft het organisatiecomité, bestaande uit Topsport Leiden, Leiden beweegt beweeg mee, de Leidse Sportfederatie en Sportbedrijf Leiden besloten dat het Sportcongres in 2013 voor de tweede keer georganiseerd wordt. Over de plaats en datum hoort u zeker meer!

Een mooi bruggetje naar Leiden. Hoewel hij een geboren en getogen Rijnsburger is, was het toch de stad Leiden waar Bert helemaal tot ontplooiing kwam. Hij ging hier naar school, was werkzaam bij de sportredactie van het Leidsch Dagblad en heeft zelfs enkele jaren in de gemeenteraad gezeten. In die tijd maakte hij furore als atleet op de 400 meter horden. Het verdere verloop van zijn carrière staat elders in deze Sportinfo dus dat laat ik even aan mij voorbij gaan. Leiden was hierdoor een groot aantal jaar uit beeld, totdat Bert in 2004 weer terugkeerde op het Leidse nest als directeur Sportbedrijf Leiden.

Weer een bruggetje, nu naar het Sportbedrijf Leiden. Zoals gezegd, de start was hectisch na, voor het Sportbedrijf, onrustige periodes qua directeurschap. En waar houdt een directeur zich dan mee bezig? Begin eerst maar met het bijeen­ rapen van de restanten van de fusies bij voetbalverenigingen, geef maar even aan waarop kan of moet worden bezuinigd, hoor het personeel aan dat er een functieschaaltje bij wil, spoor debiteuren aan om te betalen, beantwoord vragen van raadsleden, informeer en adviseer de wethouder en dergelijke. En nog een bruggetje. In zijn negen jaar Sportbedrijf hebben vier wethouders sport in hun portefeuille gehad, van Ruud Hessing, Raymond Keur, Marc Witteman naar Frank de Wit. Wethouders met verschillende politieke achtergronden die ieder hun eigen benadering en beleving van de sport hadden. Als je dan negen jaar de revue laat passeren laat die duidelijk zien dat Bert een bruggenbouwer bij uitstek is. Het

gemeentelijk apparaat heeft hij veel input gegeven aan de binnenkort (of inmiddels al uitgebrachte) sportnota en vooral niet te vergeten het hele proces van een mogelijke verzelfstandiging van het Sportbedrijf. Maar ook voor de Leidse sport, de Leidse sportverenigingen stond de deur altijd open en problemen werden door Bert ‘pragmatisch’ aangepakt. Tastbaar bewijs van zijn inspanningen voor de Leidse sport zijn er genoeg. Aanleg kunstgrasvelden op Kikkerpolder II, Morskwartier II en sportpark Noord, herinrichting Boshuizerkade en Montgomerystraat, compleet met nieuwbouw club- en kleedaccommodaties, nieuwbouw Scylla en aanbouw Vijf Meihal. Excuus als ik er nog één vergeten ben. Is dan alles hosanna? Nee, als atletieker pur sang laat Bert een atletiekbaan achter die veranderd is in een complete modder­ poel. Maar dat gaat goed komen, volgend jaar zullen de wedstrijden om de Gouden Spike worden gehouden op een compleet gerenoveerde atletiekbaan met rondom acht lanen. Schrijf die ook nog maar op je conto, Bert. Ben ik nu door mijn bruggetjes heen? Nee, je moet het echte voor het laatst bewaren. Het gedoe omtrent parkeren voor personeel van het Diaconessenhuis in het Houtkwartier werd door het beschikbaar stellen van de parkeerplaats op Kikkerpolder II opgelost, alleen moest de verbinding naar de wijk drastisch ingekort worden. Dat was nog niet zo eenvoudig, want daar waren maar liefst twee bruggetjes voor nodig , maar dan echte.. Ruud Marchand

Sportbedrijf

5


Achter de schermen

Sluiting sportzaal Broekplein Tijdens het herstellen van een lekkage in een toilet van sportzaal Broekplein ontdekte de loodgieter een plaatje dat mogelijk asbest kon bevatten. Zo’n plaatje werd ook in vier andere toiletten ontdekt. Een onderzoek door de hele accommodatie bracht aan het licht dat er bij het ringenstel in de zaal aan het plafond ook zulke plaatjes zijn geplaatst. Uit voorzorg werd de gehele accommoda­ tie gesloten. Om te kijken hoe groot het gevaar op de aanwezigheid van asbest in de lucht is werden luchtmetingen gedaan. Uit die metingen bleek dat de sportzaal voorlopig gesloten moest worden. De turnhal kan wel gewoon gebruikt worden. Voor Marja van Tilburg, die verantwoorde­ lijk is voor de verhuurregistratie van het Sportbedrijf Leiden, brak een spannende tijd aan. De gebruikers van de sportzaal konden voor een langere periode geen gebruik maken van de sportzaal, dus er moesten op heel korte termijn alternatieve locaties gevonden worden. Maar waar vind je die midden in het seizoen? Er zijn heel wat telefoontjes gepleegd, e-mails verzonden, gesprekken gehouden en bezoeken afgelegd om voor alle gebruikers een vervangende sportruimte te kunnen regelen. Maar het is gelukt! Voor de scholen die overdag van de sportzaal gebruikmaken heeft Marja oplossingen gevonden die variëren van de gymles verplaatsen naar de turnhal of de squashbanen bij de 3 Octoberhal tot het gebruik kunnen maken van zwembad De Zijl. Het was echter moelijker om vervangende sportzalen te vinden voor de verenigingen. Gelukkig heeft Marja goede contacten met Green Real Estate, de eigenaar van het nieuwe scholencomplex van het Da Vinci College in het Lammenschanspark. In dat

6

scholencomplex is een grote sportzaal die in de avonduren en de weekenden niet gebruikt wordt. Green Real Estate had begrip voor de situatie en stelde de sportzaal voor de gedupeerde verenigingen beschikbaar gedurende de tijd dat de sportzaal Broekplein gesloten zou zijn. Bijna alle verenigingen maken nu gebruik van deze sportzaal. Alleen voor de badminton­ vereniging moest een andere oplossing

gezocht worden omdat de juiste belijning ontbrak. Maar ook dat is Marja gelukt. Ze kon een deel van de badmintonners onderbrengen in de sporthal van het Rijnlands Revalidatie Centrum en een deel in de Terweegenhal in Sassenheim. Marja heeft deze periode als stressvol ervaren, maar ze kijkt tevreden terug op de manier waarop alles is opgelost. Ze voelt zich daarbij erg gesteund door de betrokken verenigingen door hun positieve opstelling en medewerking in het zoeken en vinden van alternatieven. Inmiddels zijn er allerlei processen in gang gezet om het asbest te verwijderen. Dit kan nog enige tijd in beslag nemen vanwege procedures rondom vergunningen en aanbesteding.

Wel winnen hé! U kent ze wel die leiders, trainers en ouders binnen uw vereniging waarvan u denkt: “Kan dat nou niet een beetje minder?” Niks mis met hun inzet, ze steken uren in de club en zonder hen zou het een stuk lastiger zijn, maar toch … Bent u op zoek naar dé manier om dit met hen bespreek­ baar te maken? Dat komt dan mooi uit, want bij de toneel­ voorstelling ‘Wel Winnen Hé!’ wordt positief coachen van alle kanten belicht. De eerste toneelvoorstelling was op 12 november 2012 in de Stadsgehoorzaal en werd zeer positief ervaren. Humor, zelfspot en acteurs die de zaal regelmatig op het verkeerde been zetten. Op woensdag 20 maart 2013 is er weer een voorstelling in de Stadsgehoorzaal in Leiden. Dan kunt u het allemaal zelf komen bekijken. Na afloop kunt een afspraak maken met de organisatie die u verder helpt. Meer informatie is te krijgen via Sportbedrijf Leiden bij Rik van der Geest en Joke Augustinus of via de site: www.veiligsportklimaat.nl/theatervoorstellingen

Sportstad Leiden Sinds 10 oktober 2012 heeft Leiden een eigen sportverenigingssite: www.sportstadleiden.nl. Deze site is speciaal voor de 140 sport­ verenigingen die Leiden rijk is. Op deze site is alles digitaal op één plek te vinden. Dat maakt onder meer het besturen van een vereniging wat makkelijker. Zo staan bijvoorbeeld álle sportaccommodaties op de site, kunt u vinden bij wie u moet zijn als u stagiair(e)s nodig heeft en kunt u vinden wat er in de Sportnota staat. Ook kunt u vinden hoe u uw kader kunt laten trainen op het gebied van EHBO en AED. Zoals gezegd is de site vóór de sport­ verenigingen en de beheerders horen dan ook graag wat u nog mist op de site. Zij kunnen het gevraagde onderwerp er dan snel bijzetten. U kunt voor uw suggesties het contactformulier op de site gebruiken.

Sportbedrijf

7


Achter de schermen

Sluiting sportzaal Broekplein Tijdens het herstellen van een lekkage in een toilet van sportzaal Broekplein ontdekte de loodgieter een plaatje dat mogelijk asbest kon bevatten. Zo’n plaatje werd ook in vier andere toiletten ontdekt. Een onderzoek door de hele accommodatie bracht aan het licht dat er bij het ringenstel in de zaal aan het plafond ook zulke plaatjes zijn geplaatst. Uit voorzorg werd de gehele accommoda­ tie gesloten. Om te kijken hoe groot het gevaar op de aanwezigheid van asbest in de lucht is werden luchtmetingen gedaan. Uit die metingen bleek dat de sportzaal voorlopig gesloten moest worden. De turnhal kan wel gewoon gebruikt worden. Voor Marja van Tilburg, die verantwoorde­ lijk is voor de verhuurregistratie van het Sportbedrijf Leiden, brak een spannende tijd aan. De gebruikers van de sportzaal konden voor een langere periode geen gebruik maken van de sportzaal, dus er moesten op heel korte termijn alternatieve locaties gevonden worden. Maar waar vind je die midden in het seizoen? Er zijn heel wat telefoontjes gepleegd, e-mails verzonden, gesprekken gehouden en bezoeken afgelegd om voor alle gebruikers een vervangende sportruimte te kunnen regelen. Maar het is gelukt! Voor de scholen die overdag van de sportzaal gebruikmaken heeft Marja oplossingen gevonden die variëren van de gymles verplaatsen naar de turnhal of de squashbanen bij de 3 Octoberhal tot het gebruik kunnen maken van zwembad De Zijl. Het was echter moelijker om vervangende sportzalen te vinden voor de verenigingen. Gelukkig heeft Marja goede contacten met Green Real Estate, de eigenaar van het nieuwe scholencomplex van het Da Vinci College in het Lammenschanspark. In dat

6

scholencomplex is een grote sportzaal die in de avonduren en de weekenden niet gebruikt wordt. Green Real Estate had begrip voor de situatie en stelde de sportzaal voor de gedupeerde verenigingen beschikbaar gedurende de tijd dat de sportzaal Broekplein gesloten zou zijn. Bijna alle verenigingen maken nu gebruik van deze sportzaal. Alleen voor de badminton­ vereniging moest een andere oplossing

gezocht worden omdat de juiste belijning ontbrak. Maar ook dat is Marja gelukt. Ze kon een deel van de badmintonners onderbrengen in de sporthal van het Rijnlands Revalidatie Centrum en een deel in de Terweegenhal in Sassenheim. Marja heeft deze periode als stressvol ervaren, maar ze kijkt tevreden terug op de manier waarop alles is opgelost. Ze voelt zich daarbij erg gesteund door de betrokken verenigingen door hun positieve opstelling en medewerking in het zoeken en vinden van alternatieven. Inmiddels zijn er allerlei processen in gang gezet om het asbest te verwijderen. Dit kan nog enige tijd in beslag nemen vanwege procedures rondom vergunningen en aanbesteding.

Wel winnen hé! U kent ze wel die leiders, trainers en ouders binnen uw vereniging waarvan u denkt: “Kan dat nou niet een beetje minder?” Niks mis met hun inzet, ze steken uren in de club en zonder hen zou het een stuk lastiger zijn, maar toch … Bent u op zoek naar dé manier om dit met hen bespreek­ baar te maken? Dat komt dan mooi uit, want bij de toneel­ voorstelling ‘Wel Winnen Hé!’ wordt positief coachen van alle kanten belicht. De eerste toneelvoorstelling was op 12 november 2012 in de Stadsgehoorzaal en werd zeer positief ervaren. Humor, zelfspot en acteurs die de zaal regelmatig op het verkeerde been zetten. Op woensdag 20 maart 2013 is er weer een voorstelling in de Stadsgehoorzaal in Leiden. Dan kunt u het allemaal zelf komen bekijken. Na afloop kunt een afspraak maken met de organisatie die u verder helpt. Meer informatie is te krijgen via Sportbedrijf Leiden bij Rik van der Geest en Joke Augustinus of via de site: www.veiligsportklimaat.nl/theatervoorstellingen

Sportstad Leiden Sinds 10 oktober 2012 heeft Leiden een eigen sportverenigingssite: www.sportstadleiden.nl. Deze site is speciaal voor de 140 sport­ verenigingen die Leiden rijk is. Op deze site is alles digitaal op één plek te vinden. Dat maakt onder meer het besturen van een vereniging wat makkelijker. Zo staan bijvoorbeeld álle sportaccommodaties op de site, kunt u vinden bij wie u moet zijn als u stagiair(e)s nodig heeft en kunt u vinden wat er in de Sportnota staat. Ook kunt u vinden hoe u uw kader kunt laten trainen op het gebied van EHBO en AED. Zoals gezegd is de site vóór de sport­ verenigingen en de beheerders horen dan ook graag wat u nog mist op de site. Zij kunnen het gevraagde onderwerp er dan snel bijzetten. U kunt voor uw suggesties het contactformulier op de site gebruiken.

Sportbedrijf

7


Sportinfo Medewerkers Sportbedrijf Leiden Directeur Vacature

Secretaresse

Mw. M.C. van Dijk ☎ 071 - 516 38 01 ✉ m.vandijk@sportbedrijfleiden.nl

Stafmedewerker

Dhr. C.R. Marchand ☎ 071 - 516 38 07 ✉ r.marchand@sportbedrijfleiden.nl

Teamleider binnensportaccommodaties (zwembaden / sporthallen) Dhr. H.A. de Boer ☎ 071 - 516 38 10 ✉ h.deboer@sportbedrijfleiden.nl

Verhuurregistratie & Sport-O-Theek (sportvelden / tennis-, squash- en atletiekbanen) Dhr. T. van der Reijden ☎ 071 - 516 38 02 ✉ t.vanderreijden@sportbedrijfleiden.nl Mw. A.J.Y. Kamerling ☎ 071 - 516 38 02 ✉ y.kamerling@sportbedrijfleiden.nl

Verhuurregistratie (sporthallen / sportzalen / zwembaden) Mw. M. van Tilburg ☎ 071 - 516 38 03 ✉ m.v.tilburg@sportbedrijfleiden.nl Dhr. K.B. Vogel ☎ 071 - 516 38 03 ✉ k.vogel@sportbedrijfleiden.nl

Bouwkundige/technisch beheerder

Combinatiefunctionaris & frontdesk Olympisch steunpunt

Dhr. R. van Es ☎ 071 - 516 38 12 ✉ m.p.van.es2@leiden.nl

Mw. S. van Hoore ☎ 071 - 516 38 14 ✉ s.vanhoore@sportbedrijfleiden.nl

Teamleider buitensportaccommodaties

Financiële administratie

(sportvelden / atletiekbaan / tennisbanen) Dhr. R.C. Wagner ☎ 071 - 516 38 09 ✉ r.c.wagner@sportbedrijfleiden.nl

Coördinator Schoolsport & Schoolzwemmen

Mw. J.M.E. Augustinus ☎ 071 - 516 38 05 ✉ j.augustinus@sportbedrijfleiden.nl

Sportstimulering

Dhr. R. van der Geest ☎ 071 - 516 38 04 ✉ r.vandergeest@sportbedrijfleiden.nl

Mw. C.M.J. Elstgeest ☎ 071 - 516 38 13 ✉ c.elstgeest@sportbedrijfleiden.nl

Algemeen adres

Sportbedrijf Leiden Smaragdlaan 99 - 2332 JP Leiden ☎ 071 - 516 38 00  071 - 516 38 21 ✉ info@sportbedrijfleiden.nl  www.sportbedrijfleiden.nl

Sportinfo december 2012  

Informatie bulletin voor de Leidse sportverenigingen.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you