Page 1

Oefeningen voor de klas

Rugpraten Kinderen gaan in tweetallen met de rug tegen elkaar aan zitten. Ze praten 1 minuut met elkaar over de afgelopen vakantie (weekend). Ze weten niet dat het een minuut duurt. Vervolgens draaien ze zich naar elkaar toe, en praten verder. -Wie vond de eerste keer het fijnste? -Welke duurde het langste? -Waarom vond je de eerste of tweede keer het fijnste?

Centreren Waar stopt de ademhaling? Sluit je ogen en voel waar hij stopt, hoe diep je komt. Leg hier je vuist. Kijk naar de andere kinderen. Nu denk je aan iets heel plezierigs. Kijk hoe diep je ademhaling komt. Maak een vuist, leg hem op je buik: Krachtcentrum. Nu denk je aan iets vervelends, en voel wat er met je ademhaling gebeurt.

Rots en waterhouding fysiek Twee kinderen gaan met elkaar de Rotshouding oefenen. A maakt een waterhand, legt die op de heupen van B en maakt contact. Vervolgens ga je rustig duwen om te voelen of de ander stevig staat. Dan ga je naar de andere kant en vervolgens tegen de schouders, de voor- en de achterkant.

Sorry zeggen Je botst tegen iemand op en je zegt sorry: met je ogen, je mond, je intonatie en houding. Doen we allemaal, de klas let op of al deze onderdelen kloppen.

Balans ‘Pak de handen of polsen van je partner goed vast, breng je lichaam naar achteren, adem wat uit en zet je adem vast in je buik. Zet je gewicht goed in en bouw langzaam kracht op vanuit je basis, eerst de helft van je kracht en dan steeds meer tot voluit. Probeer zo met elkaar in balans te komen.’ Op het moment dat de leraar ‘los’ roept, laten de leerlingen elkaar los. Wie niet in zijn basis stond, met het lichaamszwaartepunt tussen beide voeten in, zal onherroepelijk vallen. Hier is een mooi parallel te trekken tussen meelopen, geen eigen mening (durven) hebben. Vervolgens partners laten wisselen. -Variatie 1:Gedoseerd weerstand bieden Net als de balans oefening, maar trek nu je partner een stuk naar achteren, waarbij hij gedoseerde weerstand biedt, ofwel hij maakt het moeilijk voor je maar niet té moeilijk. Zorg ervoor dat de kracht door je benen, voeten en buik wordt geleverd en dat je schouders en armen ontspannen blijven. -Variatie 2: Competitie Balansoefening, de partners proberen elkaar over de lijn te trekken. Blijf wijzen op de voetstand in deze fysieke basisstand, laag centrum en ontspannen schouders. Aantal partnerwissels. Eventueel kan een toernooi gehouden worden.


Rugzakje Ieder kind krijgt een briefje op zijn rug. De andere kinderen schrijven hierop een kwaliteit van de ander. Je ziet dus niet wat de anderen er op schrijven. Aan het einde van het spel, heeft iedereen een ‘rugzakje’ met kwaliteiten. Laat kinderen vertellen hoe het is om zoveel fijne dingen over jezelf te horen, hoe het is om positieve dingen over een ander te schrijven. Let op de kinderen, die iets vervelends bij de ander er op schrijven. Gebruik dit om te laten vertellen hoe vervelend het is: • •

Als kinderen zich niet aan afspraken houden Als kinderen het verschil tussen positief en negatief niet weten

Samen hetzelfde Groepjes maken van 4 of 6 kinderen. Ze verzamelen zoveel mogelijk dezelfde kenmerken, en zetten dat op papier. Niet alleen uiterlijk, maar ook andere kenmerken zoals muziekkeuze, sport, etc. Hoe is het groepje ontstaan? Heb je iets over de ander geleerd, wat je nog niet wist? As er iemand die de leiding had? Wie bleef er op de achtergrond?

Veilingspelletje Bijgaand een lijst met eigenschappen of kenmerken van iemand. Ieder zoekt een vriend of vriendin als partner. Belangrijk voor de veiligheid. Vervolgens krijgt iedereen de tijd om zijn vriend of vriendin te verkopen.

Chinees boksen Opstelling: tweetallen Ga tegenover elkaar staan, ongeveer een meter uit elkaar. Voeten schouderbreedte, knieën los en ademhaling onder in de buik. De handen op schouderhoogte en open. Concentratie vasthouden. Door tegen elkaars handen te slaan probeer je de ander uit zijn evenwicht te brengen. Een stapje maken is een strafpunt. Je mag ook de handen terugtrekken, waardoor de ander voorover kukelt.

Elkaar opvangen Tweetallen. Een kind gaat in de verdedigingshouding staan, met zijn handen geopend op schouderhoogte. De ander gaat met gesloten voeten staan, ook de handen op schouderhoogte. Degene die in de verdedigingshouding staat, vangt de ander op met zijn handen en laat de ander verder doorzakken. -Wie kan dit uitvoeren? -Wie vangt de ander op? -Wie is betrouwbaar?

Chinees Boksen Spoky Chinese Sticky Hands Handen tegen elkaar alsof er klittenband aan zit, En proberen de ander van de plaats te duwen: je duwt de ander weg als je voelt dat de ander niet gecentreerd is


Zwaan,kleef aan Een kind gat in het midden van de kring staan. hij roept een andere speler bij zich, die een uiterlijk kenmerk hetzelfde heeft. Deze kleeft aan en roept een andere speler bij zich, ook weer met een uiterlijk kenmerk hetzelfde. Dit is een ander kenmerk dan het eerste. Doorgaan tot alle kinderen aan de ketting zitten.

Wiegen A staat met de voeten tegen elkaar, armen ontspannen langs het lichaam, adem in de buik verzameld. B staat terzijde van A in een sterke schredestand en legt een hand tegen de schouder en een hand op de pols van A. A laat zich opzij vallen en B vangt A op. Daarna zet hij A weer bijna rechtop terug en laat hem vervolgens weer naar zich toe vallen. -Variatie 1: plank op vuist Nu staat B recht vóór A. Deze steekt een open vuist uit de B omvat. B staat wederom in sterke schredestand. A laat zich nu als een sterke plank naar voren vallen en B vangt hem met zijn vuist op.

Zwakke plekken van de rots Hoe sterk de rots ook is,zijn onverzettelijkheid heeft zeker ook zwakke plekken. Opdracht: Kijk eens waar de rots met een minimum aan kracht uit balans kunt krijgen. Een duwtje haaks op de lijn tussen de voeten is vaak voldoende.

De waterhouding in een conversatie Een leerling staat op de mat. Dit is zíjn mat. Een ander wil graag bij hem op de mat komen staan en bedenkt daar een aantal redenen voor. Er mag alleen worden gespróken en de waterhouding wordt gebruikt. Dit betekent werkelijk communiceren.

De rotshouding in een conversatie Degene die op de mat wil komen gebruikt de rotshouding en is dan ook zeer dwingend in houding en taalgebruik. De matbezitter probeert hem aanvankelijk als water te woord te staan, maar zal ook rots moeten worden. Nu is het belangrijk om rustig en resoluut te blijven.

Hanenkamp Er worden 2-tallen gemaakt. Elk 2-tal pakt elkaar vast met één hand en gaat op één been staan. Met trekken, duwen en hinken probeert de ene haan de balans van de andere te verstoren. Twee voeten op de grond is een punt voor de ander.

De ijzeren vinger Dezelfde voetstand als bij chinees worstelen. Beide spelers houden elkaar weer met één hand vast. Dit keer wordt de wijsvinger vrijgehouden. Doel is met deze vinger een van de knieën van de partner te raken. Geraakt is 1 punt. Verlies van balans levert geen puntenverlies op. Deze oefening vraagt veel energie. Variatie: voeten mogen verplaatst worden. Souplesse en wendbaarheid kunnen ingezet worden.

Rots of water? Dubbele kringopstelling. Deze oefening moet strak geïnstrueerd worden om hilariteit en slap geklets te voorkomen. Eerlijkheid en openhartigheid zijn van groot belang. A en B zitten tegenover elkaar. A mag niets zeggen. B heeft eerst het woord. B vertelt wat voor een vriend A is, een rotsvriend of een watervriend. Vervolgens geeft B een advies aan A. Daarna geeft hij A een compliment.


Daarna de beurt wisselen.

Puttrekker Met een groep van ongeveer 6 personen om een mat staan, handen vast en proberen een ander een stap op de mat te laten zetten. Val in de put levert een strafpunt op.

Oprichten met ademkracht Drietallen van ongeveer dezelfde lengte. Twee leerlingen leggen de handen op de schouder van de middelste. Deze gaat met rechte rug door de knieën, niet te diep. Met een explosieve beweging en uitademing met kiai komt hij in één keer overeind.

Adem hoog, adem laag B gaat staan met de adem hoog vastgezet. A duwt B tegen de schouder en zal merken dat B vrij gemakkelijk uit balans te duwen is. B gaat nu stevig staan met de adem ontspannen, laag in de buik. A zal merken dat B nu veel sterker staat.

Elkaar proberen op te tillen Er worden 4-tallen gemaakt: 2 leerlingen actief en 2 leerlingen observeren. Tracht je tegenstander op te tillen zodat beide benen van de grond zijn. Degene die dat lukt, wint, blijft staan en krijgt de volgende tegenstander.

Grensoverschrijding en toepassing confrontatieregels A loopt op B toe. B zegt stop, maar A provoceert B door nog een stap te zetten. B voelt hoe de borst, of buik samentrekt. B geeft nu heel duidelijk aan dat A te ver gaat. Dat doet hij als volgt: hij gaat stevig staan, maakt zichzelf breder, kin omhoog, kijkt de ander aan en zegt wat hij wil dat de ander doet.

Hulp bieden Hetzelfde als de vorige oefening, maar B wordt nu bijgestaan door een ander leerling. Zij gaan schouder aan schouder staan en zeggen duidelijk stop, beide heffen een hand op schouder hoogte. De opgeheven hand blijft staan totdat A de aftocht blaast.

Oogcontact maken Tweetallen Ga tegenover elkaar zitten op maximaal 1 meter oogafstand. Kijk elkaar 1 minuut aan. Er mag niet worden gesproken, kijk elkaar gewoon aan en bewaar je rust. Kijk naar de ogen, maar ook wat je nog meer ziet als je naar de ogen kijkt. Na 1 minuut bespreken hoe het was. Je kunt variëren met: Boze ogen Blije ogen Enz. Als deze oefening wat lastig is: Oogcontact maken met aandacht in het centrum. Houd tijdens het kijken je aandacht in je buik verzameld. Span het heel lichtjes aan en houd beide handen gevouwen op je buik, of leg je vuist op je buik. Het ballen van je vuist gaat samen met het licht aanspannen van het lichaamscentrum. Je kunt je vuist ook aanspannen


tijdens een moeilijk gesprek: deze vuist kun je ook in je broekzak steken, zodat niemand dit ziet. Oogcontact staand: Partner wissel Dezelfde oefening maar nu staand uitgevoerd. Eventueel kan een punten systeem ingevoerd worden: wie lacht of het hoofd wegdraait krijgt een strafpunt.

onderwijsdag rotswater oefeningen  

Onderwijsdag presentatie rots en water oefeningen voor in de klas

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you