Issuu on Google+

Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerk-

GEKLEURD VRIJWILLIGERSWERK

plaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk Methodiekbeschrijving Leerwerk-






                           

     

                                      


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Inhoudsopgave Inleiding

Dag 3: Vinden en Binden van Vrijwilligers (5xB)

Aanleiding

.

15

.

.

.

.

.

4

1. De nieuwe vrijwilliger .

.

.

.

15

Interculturalisatie

.

.

.

.

4

Stap voor stap .

.

.

.

.

16

Leerwerkplaats gekleurd vrijwilligerswerk

.

5

Leeswijzer

.

6

Dag 4: Communicatie .

.

.

.

.

17

1. De kracht van het woord ligt in het luisteren .

17

2. Aannames en feiten .

Aan de slag!

.

.

.

.

.

Verkennen van de lokale situatie

Voor je aan de slag gaat‌

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

7

8

.

.

.

18

3. kernboodschappen formuleren

.

.

18

4. Bent u een wereldburger?

.

.

.

18

Stap voor stap .

.

.

.

.

18

.

.

.

.

20

9 Dag 5: Stappenplan

Dag 1: lokaal vrijwilligerswerk

.

1. Alle neuzen dezelfde kant op Achtergrondinformatie .

.

.

.

10

1. Kleurenschijf Vrijwilligerswerk

.

.

20

.

.

10

2. Werven van vrijwilligers

.

.

20

.

.

10

.

21

.

Aan de slag met de wervingscirkel

2. Huidige activiteiten in kaart

.

.

.

11

3. Sterkten en Zwakten .

.

.

.

21

3. Ambities

Stap voor stap .

.

.

.

21

Implementatie van de Voornemens

.

.

.

22

.

.

.

.

.

11

Stap voor stap .

.

.

.

.

12

Dag 2: Imago en identiteit

.

.

.

.

.

13

Veranderen gaat niet vanzelf

.

.

.

22

.

.

.

.

13

Veranderen

.

.

.

22

1. Imago en identiteit

.

.

.

.

13

Stap voor stap .

.

.

.

.

14

Een sprookje

.

.

.

2


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlagen

.

.

.

.

.

.

23

Bijlage I: Voorbeeldpresentatie Bijlage II: Evaluatieschema ambities Bijlage III: Voorbeeld Programma Bijlage IV: Imago en identiteit Bijlage V: Voorbeeld Programma Bijlage VI: Casus ’t Winkeltje Bijlage VII: Casus Kaaspop in Edam Bijlage VIII: Voorbeeldpresentatie Bijlage IX: Voorbeeld Programma Bijlage X: Do-Re-Mi methode Bijlage XI: Schrijven voor mensen met een andere moedertaal Bijlage XII: Test aannames Bijlage XIII: Kernboodschap van je organisatie formuleren Bijlage XIV: Bent u een wereldburger? Vragen en antwoorden Bijlage XV: Voorbeeld Programma Bijlage XVI: Stappenplan Gekleurd Vrijwilligerswerk Bijlage XVII: Kleurenschijf vrijwilligersbeleid Bijlage XVIII: De wervingscirkel Bijlage XIX: Voorbeeld Programma

3


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Inleiding Aanleiding

Interculturalisatie

In Noord-Holland zijn met name de vier grootste migrantengroepen -

Interculturalisatie is een proces waarbij een instelling of een

Turken, Marokkanen, Antillianen en Surinamers - ondervertegenwoordigd

vrijwilligersorganisatie zich tot doel stelt te veranderen naar een

in algemene vrijwilligersorganisaties. Er is extra vrijwilligerspotentieel

multiculturele instelling. In een dergelijke organisatie is de dienstverlening

noodzakelijk, doordat er een grotere druk komt op vrijwilligers en

afgestemd op de etnisch-culturele diversiteit van haar klanten; culturele

mantelzorgers in de nabije toekomst. Hieraan liggen een aantal

diversiteit wordt gezien als een meerwaarde.

maatschappelijke redenen ten grondslag zoals de te verwachten

Al enige jaren worden er initiatieven genomen om vrijwilligersorganisaties

vergrijzing en het langer doorwerken van burgers in bedrijven. Een

te interculturaliseren door middel van cursussen, instroomprojecten voor

gemeenschappelijke inzet die erop gericht is om de participatie van deze

allochtone medewerkers, conferenties, enzovoorts. Steeds meer dringt het

(groepen) burgers te stimuleren, verdient dan ook de aandacht.

besef door, dat interculturalisatie een integraal veranderingsproces betreft, dat zowel doorklinkt in de structuur als de cultuur van een organisatie, op

Veel allochtonen zijn vanwege hun etniciteit en de daarmee

alle niveaus.

samenhangende cultuur niet of onvoldoende bekend met onbetaald werk. Daarom zijn zij ook niet gewend om vrijwilligerswerk te doen, en als ze het

PRIMO nh is nauw betrokken bij interculturalisatie. Zij ontwikkelt

doen, noemen ze het veelal niet zo. Ze zijn daarentegen wel actief in de

instrumenten en methodieken voor het werkveld en faciliteert

mantelzorg of andere vormen van informele zorg, gericht op familie en/of

kennisontwikkeling over dit thema, onder andere door middel van thema-

buren, veelal uit de eigen achterban.

en netwerkbijeenkomsten, maar ook door interessante publicaties. In Noord-Holland is PRIMO nh enkele jaren actief betrokken geweest bij het landelijk project Stap 2 over het interculturaliseren van het vrijwilligerswerk. Dit project is in 2005 geĂŤindigd. Naar aanleiding van dit project kan gesteld worden dat het interculturaliseren van vrijwilligersorganisaties om extra inspanningen vraagt, vooral op praktisch uitvoerend niveau. In navolging op dit project heeft PRIMO nh vanaf 2007 een nieuw traject 4


Gekleurd Vrijwilligerswerk

ingezet rond dit thema, op een wijze die concreet is en dicht bij de praktijk

Met de Leerwerkplaats gekleurd vrijwilligerswerk werd het volgende

staat. De doelstelling van het traject is de deelnemende vrijwilligersorga-

nagestreefd:

nisaties meer bewust te maken over de toegankelijk van hun organisatie

Het stimuleren en ondersteunen van interculturalisatie vanuit de

voor allochtone vrijwilligers en de deelnemende allochtone (zelf)orga-

praktijk: lokale partijen inspireren elkaar en maken gebruik van elkaars

nisaties meer te informeren over de lokale vrijwilligersorganisaties en het

mogelijkheden, deskundigheden, specifieke expertise en netwerken.

vrijwilligerswerk in Nederland. Om deze uitgangspunten te realiseren heeft

Het vormen van een lokale leergroep met een mix van (autochtone/ 1

PRIMO nh een serie van vijf op maat gemaakte bijeenkomsten onder de

allochtone) vrijwilligersorganisaties en het stimuleren van lokale

noemer ‘Leerwerkplaats gekleurd vrijwilligerswerk’ gerealiseerd.

(interculturele) samenwerking op gemeenschappelijke thema’s. •

Leerwerkplaats gekleurd vrijwilligerswerk

Het realiseren van informele ontmoetingen tussen vrijwilligers van deze organisaties.

De ‘Leerwerkplaats gekleurd vrijwilligerswerk’ biedt een veilige plek waar

Inzicht krijgen in ambities en wensen van deelnemende organisaties.

vrijwilligers van verschillende organisaties elkaar ontmoeten, elkaar en de

Het verbeteren van de toegankelijkheid van de deelnemende

organisaties beter leren kennen en met elkaar leren en werken. Dit alles om uiteindelijk te komen tot een breder kader, waarbinnen

vrijwilligersorganisaties voor allochtone vrijwilligers en vice versa. •

Het overdragen van kennis en bruikbare methoden en instrumenten

interculturalisatie van de vrijwilligersorganisaties plaats kan vinden.

aan vrijwilligerscentrales/ lokale steunpunten vrijwilligerswerk om zich

In de ‘Leerwerkplaats gekleurd vrijwilligerswerk’ wordt duidelijk wat

als intermediair en ondersteuner beter te positioneren in hun

basisvoorwaarden zijn voor een succesvolle aanpak bij het inkleuren van

multiculturele omgeving.

vrijwilligersorganisaties. Het project bestaat uit een mix van theorie en praktijk. In vijf informele ontmoetingen worden nieuwe en bestaande instrumenten gepresenteerd en wordt er gewerkt aan het stap voor stap toepassen ervan. PRIMO nh wil hiermee een positieve bijdrage leveren aan het interculturaliseren van het vrijwilligerswerk in Noord-Holland.

1

vrijwilligersorganisaties zijn (professionele) organisaties met vrijwilligers

5


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Leeswijzer Deze methodiekbeschrijving zet helder uiteen welke methodiek gehanteerd is en biedt organisaties die in de toekomst aan de slag willen met interculturalisatie van de eigen organisatie een handvat om op voort te borduren. Om tot bovengenoemde doelstellingen te komen, is in het programma ‘Leerwerkplaats gekleurd vrijwilligerswerk’ gebruik gemaakt van verschillende methodieken. Dit rapport geeft een beschrijving van de methodieken die kunnen worden ingezet op het gebied van interculturalisatie van het vrijwilligersbeleid.

6


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Aan de slag! De methodiek Gekleurd Vrijwilligerswerk is ontwikkeld voor steunpunten

In een serie van 5 bijeenkomsten komen onderstaande onderwerpen aan

vrijwilligerswerk die aan de slag gaan met interculturalisatie. Met behulp

de orde.

van deze methodiek kan het steunpunt de bemiddelende rol tussen de verschillende partijen vervullen. Het steunpunt vrijwilligerswerk vergroot

Stappen Methodiek

hierdoor het eigen netwerk en kan beter inspelen op de vraag vanuit samenleving, organisaties en overheid om de lokale omgeving met een passend aanbod te kunnen ondersteunen.

1. Verkenning lokale situatie - Omgeving - Aanbod vrijwilligerscentrale - Ambities

Om tot samenwerking te komen met alle lokale partijen en de vragen rond de interculturalisatie van vrijwilligerswerk aan te pakken, worden in deze

2. Imago en identiteit

methodiekbeschrijving vijf thema’s doorlopen, te weten: 1. Verkenning van de lokale situatie 2. Organisatorische aspecten, waaronder ambities, imago en identiteit 3. Beschrijving wervingsmethodiek 4. Leren communiceren 5. Opstellen van een stappenplan

3. Vinden en binden van vrijwilligers - 5xB 4. Communicatie - Do-Re-Mi - Aannames en feiten - Formuleren kernboodschap - Wereldburgers

Deze methode heeft zichzelf bewezen in het ‘Leerwerktraject Gekleurd Vrijwilligerswerk’ en is tevens in een aangepaste versie in negen andere gemeenten - waar steunpunten met interculturalisatie aan de slag zijn gegaan - met positieve ervaringen ingezet.

5. Stappenplan - Stappenplan interculturalisatie - Kleurenschijf vrijwilligerswerk - Wervingscirkel

7


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Verkennen van de lokale situatie De samenleving waarin vrijwilligersorganisaties werken, is zeer divers en

Naast een zorgvuldig(e) implementatie(plan) van nieuwe methoden en

multicultureel. Daarom is ook de doelgroep van organisaties zeer kleurrijk.

werkwijzen is continuering en het onderhouden van netwerkrelaties van

Dit staat vaak in contrast tot het eigen vrijwilligersbestand. Met

essentieel belang.

bijvoorbeeld de vergrijzing in het verschiet vormen allochtone vrijwilligers een interessante nieuwe doelgroep, maar hoe kunnen zij worden geworven en behouden? Dit vergt inzet van de organisaties. Hoe groot

TIP

deze inzet moet zijn, hangt af van de omgeving waarin de

In grote steden voelt men eerder de invloed die de veranderende

vrijwilligersorganisaties zich bevinden. Een eerste stap om met

samenleving heeft op de organisatie. Dat er iets moet gebeuren, is

interculturalisatie aan de slag te gaan, is dan ook het verkennen van de

daardoor vaak eerder duidelijk. Er kan meer aandacht worden

lokale situatie en het onderzoeken van mogelijke samenwerkingspartners.

besteed aan de positieve en negatieve ervaringen die er al zijn. De motivatie van organisaties om mee te doen, kan door deze

De vraag naar goede ondersteuning bij de inkleuring van vrijwillige inzet is

ervaringen worden be誰nvloed.

erg belangrijk. Door de huidige knelpunten in beeld te brengen, komen de kansen voor een goed ondersteuningsaanbod in zicht. Duidelijk wordt op welke gebieden ondersteuning gewenst is, waar belemmeringen liggen en op welke vragen een antwoord gevonden moet worden. Daarnaast wordt

TIP

in beeld gebracht welke meerwaarde en expertise de nieuwe groep

In kleine dorpen is er vaak al contact tussen bestaande

vrijwilligers kan hebben. Door dit alles te verkennen kan de

allochtonenorganisaties en de lokale vrijwilligersorganisaties.

vrijwilligerscentrale beter aansluiten bij de eisen die de multiculturele

Hierdoor is de drempel voor samenwerking snel genomen

samenleving aan vrijwilligerswerk stelt. Het is goed daarbij voor ogen te

Daarentegen kan er tijdens het proces overbelasting en

houden dat interculturalisatie een langlopend proces is: om verandering

overvraging van de organisaties plaatsvinden. Bepaal in overleg

teweeg te brengen moet er voldoende draagvlak zijn in de lokale

op welke punten samenwerking mogelijk is.

omgeving. Deze methodiekbeschrijving brengt het proces slechts op gang. 8


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Voordat je aan de slag gaat… •

Bepaal met wie je wilt samenwerken en welke deelnemers je wilt uitnodigen.

Stel de onderwerpen van het programma vast.

Organiseer het programma telkens bij een andere deelnemende organisatie en laat telkens de ontvangende organisatie een presentatie geven over wat zij doet.

Maak vooraf een deelnemersmap (de inhoud kan voor iedereen anders zijn, afhankelijk wat in de regio speelt).

9


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Dag 1: lokaal vrijwilligerswerk 1. Alle neuzen dezelfde kant op

in de genoemde gemeenschappen. Daarom start het project

Gekleurd vrijwilligerswerk start met een helder beeld van de huidige, lokale

‘Leerwerkplaats gekleurd vrijwilligerswerk’ met begripsbepaling.

situatie. De eerste stap heeft dan ook als doel om een overzicht van de belangrijke cijfers over allochtonen en vrijwilligerswerk in de gemeente/

De term vrijwilligerswerk schiet, door het woord ‘werk’, voor zowel

regio te genereren. Achterhaal hoeveel allochtonen er wonen in de

autochtone als allochtone vrijwilligers, zijn doel voorbij. Pascale Klein

gemeente, van welke afkomst zij zijn en welke leeftijd en opleiding e.d. zij

Hegeman (2004) heeft het begrip ‘vrijwillige inzet’ geïntroduceerd. In

hebben. Kijk ook naar hoeveel mensen er in totaal vrijwilligerswerk doen,

navolging op deze definitie heeft Ineke Aufderhaar in haar scriptie

enzovoorts.

‘Vrijwillige inzet bij wijze van spreken’ onderzoek gedaan naar de wijze waarop groeperingen met een andere culturele achtergrond aankijken

HULPMIDDEL I

tegen het begrip ‘vrijwillige inzet’. Zij stelt dat veel activiteiten die in

Bijlage I bevat een voorbeeldpresentatie die met gegevens van de

Nederland vrijwillige inzet worden genoemd dat voor leden van etnische

lokale situatie ingevuld kan worden en tijdens bijeenkomsten kan

minderheden niet zijn. Daardoor bestaat de indruk dat allochtonen in ons

worden gebruikt om te informeren over het lokale vrijwilligerswerk.

land geen vrijwilligerswerk zouden verrichten, ‘Maar’, betoogt Aufderhaar, ‘voor wie goed kijkt, is niets minder waar. Allochtonen staan allemaal waar nodig - klaar voor familie, vrienden en in feite voor alle leden van hun

Achtergrondinformatie

gemeenschap.’ De inhoud van het begrip vrijwillige inzet wordt door

Leden van etnische groeperingen in ons land zijn nog steeds

Aufderhaar aangescherpt tot: ‘Alle verschillende manieren waarop mensen

ondervertegenwoordigd in het vrijwilligerswerk. Omdat de indruk bestaat

in Nederland activiteiten verrichten die (ook) ten goede komen aan

dat dit te maken heeft met de manier waarop de begrippen

anderen, met wie men in eerste instantie geen directe emotionele binding

vrijwilligerswerk en vrijwillige inzet door allochtonen worden gedefinieerd,

heeft, die niet in het primaire levensonderhoud voorzien en in de vrije tijd

zal eerst moeten worden toegelicht welke betekenis de begrippen hebben

worden verricht’. Desalniettemin kan uit de scriptie geconcludeerd worden dat allochtonen nauwelijks de gelegenheid hebben om actief te zijn binnen

10


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Nederlandse vrijwilligersorganisaties. Het is een luxe die zij zich veelal niet kunnen veroorloven.

HULPMIDDEL II Bijlage

II

bevat

het

Evaluatieschema

Leerplaats

Gekleurd

Vrijwilligerswerk. Door dit schema stapsgewijs in te vullen, te

2. Huidige activiteiten in kaart

bespreken en aan te scherpen, worden ambities en huidige

Nadat het begrippenkader duidelijk is, kan men de eerste bijeenkomst

blokkades ge誰nventariseerd.

gebruiken om het huidige aanbod aan activiteiten van de deelnemende organisatie in kaart te brengen. Op deze manier kan tijdens verdere stappen in deze methodiek op een meer gestructureerde manier bekeken

Er kunnen meerdere belemmeringen benoemd worden voor allochtonen

worden wat al wordt ondernomen en wat er nog meer mogelijk is.

om actief te zijn bij vrijwilligersorganisaties. Het is noodzaak helder te hebben welke belemmeringen dit zijn en wat ervoor nodig is om deze

TIP Inventariseer eventueel folders. Hier worden de activiteiten vaak al benoemd.

belemmeringen weg te nemen. Mogelijke belemmeringen kunnen zijn: onbekendheid vrijwilligerswerk; sociaaleconomische integratie; conservatisme vrijwilligerscentrales; niet-effectieve werving; vooroordelen; culturele kortsluiting en wederzijdse beeldvorming. Daartegenover staat de motivatie van de toekomstige allochtone

3. Ambities Om daadwerkelijk aan de slag te gaan om de nieuwe doelgroep vrijwilligers te activeren, is het noodzakelijk vast te stellen wat de ambities van de vrijwilligersorganisaties zijn. Zowel op de korte termijn, alsook de doelstellingen die men in de toekomst graag wil bereiken. Inventariseer, met behulp van het evaluatieschema in bijlage II, welke ambities er zijn

vrijwilliger; wat zou voor hem/haar een motivatie kunnen zijn om aan de slag te gaan als vrijwilliger? Hierbij zijn vele voorbeelden te noemen. Te denken valt aan: oefenen Nederlandse taal; contacten Nederlanders/ sociaal netwerk uitbreiden; gewoonten/ omgangsvormen leren kennen; (werk)ervaring buiten eigen kring; nuttig voelen in de samenleving; zorgen en verdriet vergeten; veilig buitenshuis actief; opstap naar betaald werk; kennis opdoen; educatie.

voor interculturalisatie van vrijwilligerswerk. Een dergelijke inventarisatie dient vervolgens als uitgangspunt om het vrijwilligerswerk in te kleuren.

11


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Stap voor stap: Organiseer een bijeenkomst voor vrijwilligersorganisaties; stel het

programma samen (zie hulpmiddel III), maak een deelnemersmap, nodig deelnemers uit, regel locatie, enzovoorts.

HULPMIDDEL III Bijlage III bevat een voorbeeldprogramma

Maak een presentatie met een overzicht van de belangrijke cijfers over

allochtonen en vrijwilligerswerk in de gemeente/regio. Gebruik hiervoor eventueel de bijgeleverde presentatie als voorbeeld (zie hulpmiddel I). •

Stuur het evaluatieschema (zie hulpmiddel II) vooraf naar de

TIP

deelnemers. Laat hen het huidige aanbod aan activiteiten in kaart

Naast het benoemen van de ambities en het wegnemen van de

brengen.

blokkades om de ambities te bereiken, zijn er verschillende punten

De bijeenkomst:

waar een organisaties altijd aan kan en zou moeten werken:

o

Houd een kennismakingsrondje

Investeren in kennismaking en ontmoeting.

o

Geef toelichting op het hoe en waarom

Netwerken en samenwerken.

o

Geef de presentatie

Vinden en binden van vrijwilligers.

o

Bespreek het evaluatieschema van alle organisaties. Is het

Onder de loep nemen van aanbod en activiteiten.

compleet? Hebben we alles benoemd en behandeld? Blik kort terug op de bijeenkomst en sluit af.

TIP

TIP

Meer informatie op:

Laat - voor de andere 4 bijeenkomsten - telkens één van de

www.movisie.nl/staptwee

deelnemende organisaties haar locatie beschikbaar stellen om de

www.vrijwilligerswerk.nl

bijeenkomst te houden. Zo zien de deelnemers de omgeving

www.forum.nl

waarin de ander actief is en wordt de tijdsinvestering voor de

www.primo-nh.nl

organisatie verdeeld over meerdere personen.

12


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Dag 2: Imago en identiteit

TIP Gebruik bovenstaand sprookje als inleiding in de bijeenkomst.

Een sprookje Er was eens een man die een nieuw pak nodig had. Hij ging naar een kleermaker en liet een goedkoop pak maken. Maar toen het pak klaar was, paste het van geen kanten. Hij klaagde dat het jasje te lang was aan de achterkant, de rechtermouw was te lang, één van de pijpen van de broek was te kort en er misten drie knopen. “Geen probleem”, zei de kleermaker, “krom je rug tot een bochel, hou je arm gebogen, loop met een lam been en stop je vingers in de knoopsgaten.” De man had geen keuze, hij kromde en forceerde zijn lichaam in een rare houding om in het pak te passen. Hij voelde zich behoorlijk afgezet door de kleermaker, maar verliet het atelier. Hij had pas een paar straten gelopen toen een vreemdeling hem aansprak.“Wie heeft dat pak voor je gemaakt?” vroeg de

1. Imago en identiteit Voordat men begint met werven moet de organisatie intern op orde zijn. Als je vrijwilligers trekt met mooie verhalen over je organisatie, die niet overeenstemmen met de werkelijkheid, haken vrijwilligers snel af. Voor het werven van vrijwilligers is het belangrijk om te weten welke indruk het publiek heeft van je organisatie. Er zijn organisaties die erg populair zijn en die een goede naam hebben. Voor zo’n organisatie is het makkelijker om vrijwilligers te werven dan voor organisaties met een oubollig of slecht imago. Voor vrijwilligers is het veel aantrekkelijker om te kunnen vertellen dat ze bij een organisatie werken die bekend is en een goed imago heeft.

vreemdeling. “Ik ben zelf op zoek naar een nieuw pak.” Verbaasd, maar blij met het compliment wees de man de vreemdeling de weg naar de kleermakerszaak. “Dank je wel”, zei de vreemdeling, terwijl hij snel die richting uit liep. “Ik denk dat ik daar snel ga kijken voor mijn pak. Hij moet

Om dit voor elkaar te krijgen kunnen een aantal casussen behandeld worden om in de organisatie te werken aan het eigen imago. Twee casussen zijn te vinden in de bijlagen VI en VII.

wel een geniaal kleermaker zijn dat hij zo’n mismaakte als jij kan kleden!”

Grappig? Misschien, maar het is wel wat de meeste instellingen en

HULPMIDDEL IV

organisatie van hun nieuwe klanten, vrijwilligers en personeel vragen: pas

Bijlage IV bevat een voorbeeld dat te maken heeft met imago. Dit

je aan, of de bestaande structuur nu goed is of niet. Kortom: de organisatie

voorbeeld kan gebruikt worden om de openingspresentatie vorm

werkt organisatiegericht en niet vrijwilligersgericht.

te geven.

13


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Stap voor stap: •

verleden

Organiseer de derde bijeenkomst voor de deelnemende vrijwilligersorganisaties: stel het programma samen (zie hulpmiddel V), maak een deelnemersmap, nodig deelnemers uit, regel locatie enzovoorts.

Laat de deelnemers informatiemateriaal meenemen dat is bedoeld

is

Wat de organisatie?

voor nieuwe vrijwilligers. •

Maak een presentatie over imago met behulp van de informatie uit dit hoofdstuk.

De bijeenkomst: •

(Presentatie organisatie bij wie de bijeenkomst wordt gehouden,

• • •

alle externe uitingen

imago

welke mensen? wat doen ze? hoe praten ze?

omgeving

over eigen organisatie). •

Geef de presentatie.

Gebruik de twee casussen ’t Winkeltje en Kaaspop om interactief aan de slag te gaan met het onderwerp imago van de eigen organisatie.

Geef commentaar op het meegenomen infomateriaal voor nieuwe

HULPMIDDEL VI

vrijwilligers of laat de deelnemers zelf reageren op het materiaal

Bijlage VI: casus ‘t Winkeltje

van anderen.

HULPMIDDEL V

HULPMIDDEL VII

Bijlage V bevat een voorbeeldprogramma

Bijlage VII: casus Kaaspop

14


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Dag 3: Vinden en Binden van Vrijwilligers (5xB) 1. De nieuwe vrijwilliger

gaan en de methode 5xB. Als leidraad kan de presentatie in bijlage VIII

Vrijwilligers die jarenlang hetzelfde vrijwilligerswerk blijven doen, zijn

gebruikt worden.

steeds meer een zeldzaamheid. De nieuwe vrijwilliger wil best iets doen, maar meestal niet jaar in jaar uit. En liefst niet steeds hetzelfde werk. De

HULPMIDDEL VIII

vrijwilliger van tegenwoordig heeft zijn eigen pakket aan eisen en wensen

Bijlage VIII bevat een voorbeeldpresentatie die tijdens

en past het liefst de werktijden aan zijn eigen drukke leven aan. Een

bijeenkomsten kan worden gebruikt om te informeren over

verandering in benadering van vinden en binden van vrijwilligers is

maatschappelijke trends, motieven van vrijwilligers om aan de

noodzakelijk. Deze benadering is van toepassing op de benadering van de

slag te gaan en de methode 5xB.

allochtone vrijwilliger, maar kan ook in een breder perspectief gezien worden in de veranderende maatschappij. Hoe ga je om met deze nieuwe vrijwilligers? Waar vind je ze? Hoe behoud je ze? Het boek 5xB bevat een bundeling van de belangrijkste hulpmiddelen en

Tijdens de presentatie:

instrumenten voor het vinden en binden van vrijwilligers. Het 5xB-concept

2

vrijwilligerswerk;

biedt een structureel plan van aanpak voor het succesvol vinden en binden van voldoende vrijwilligers. Hierbij kunnen de vrijwilligersorganisaties hun

leert men per ‘B’ wat de belangrijke aspecten zijn en wat dat voor de organisatie betekent;

eigen specifieke vragen en knelpunten herleiden tot één van de 5 B’s. Via deze methode kunnen vrijwilligersorganisaties hun eigen organisatie

krijgen de deelnemers informatie over trends en motieven in het

worden tips gegeven waarmee iedereen in de praktijk aan de slag kan;

doorlichten. •

leren de deelnemers van de ervaringen van hun collega’s.

De tweede bijeenkomst kan gebruikt worden om een presentatie te geven over maatschappelijke trends, motieven van vrijwilligers om aan de slag te 2

Te bestellen bij MOVISIE, bestelnummer 372

15


Gekleurd Vrijwilligerswerk

TIP

Maak een presentatie over maatschappelijke trends, motieven van vrijwilligers om aan de slag te gaan en de methode 5xB. Gebruik

PRIMO nh biedt een korte en praktische cursus aan om aan de

hiervoor eventueel de bijgeleverde presentatie als voorbeeld (zie

slag te gaan met het werven en behouden van vrijwilligers voor uw

hulpmiddel VIII).

organisatie en activiteiten volgens de methode van 5xB.

De cursus bestaat uit 2 dagdelen van 2 uur met een tussenperiode van twee weken. De data worden in onderling overleg bepaald.

Laat alle deelnemers een vrijwilligersvacature meenemen om deze met de methode van 5xB ernaast kritisch te bekijken.

Laat alle deelnemers het informatiepakket – dat zij aan nieuwe (potentiële) vrijwilligers meegeven – meenemen, om deze met de methode van 5xB ernaast kritisch te bekijken.

HULPMIDDEL IX

De bijeenkomst: o

Bijlage IX bevat een voorbeeldprogramma,

Stap voor stap: •

Schaf de instructie 5xB aan en maak deze eigen.

Organiseer de tweede bijeenkomst voor de deelnemende

(Presentatie organisatie bij wie de bijeenkomst wordt gehouden, over eigen organisatie).

o

Geef de presentatie.

o

Bespreek het meegebrachte materiaal van alle organisaties.

Blik kort terug op de bijeenkomst en sluit af.

vrijwilligersorganisaties; stel het programma samen, maak een deelnemersmap, nodig deelnemers uit, regel locatie enzovoorts.

16


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Dag 4: Communicatie TIP 1. De kracht van het woord ligt in het luisteren Wij spreken over allochtonen, maar wie bedoelen we daarmee eigenlijk? Het gaat om een heel kleurenpallet van mensen en culturen, maar als

Nog enkele tips: •

Verpak je boodschap in een positieve toon en selecteer.

Allochtonen vinden het niet prettig om als allochtoon

organisatie kan je onderzoeken hoe je mensen in de stad, buurt of wijk

aangesproken te worden en zeker niet als slachtoffer of

bereikt. Komt wellicht niet iedereen naar onze activiteiten? Hebben we misschien helemaal geen vrijwilligers van allochtone afkomst? Enzovoorts.

probleemgeval. •

Zoek naar de overeenkomsten en niet naar de verschillen. Vermijd zinnen als ‘wij Nederlanders….”

Het is dus van belang om goed om je heen te kijken en je af te vragen: wie is het die ik graag zou willen bereiken met mijn communicatie en waarom? En dan tenslotte: hoe? De benadering die hiervoor gebruikt kan worden is de Do-Re-Mi methode.

HULPMIDDEL X

Benadruk eerder de dingen die de doelgroep aanspreken, geef tastbare voorbeelden, weetjes, verhalen en ervaringen van landgenoten. Wees terughoudend met beschrijvingen van bekend veronderstelde situaties uit heden of verleden. Die zijn niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Bijlage X bevat de Do-Re-Mi methode

HULPMIDDEL XI Bijlage XI bevat 10 tips voor het aanschrijven van mensen met een andere moedertaal

17


Gekleurd Vrijwilligerswerk

2. Aannames en feiten

4. Bent u een wereldburger?

In veel gevallen worden uitgangspunten gebaseerd op aannames. Bij het

Om de communicatie goed op een bepaalde doelgroep af te kunnen

kritisch bekijken van de communicatie van de eigen organisatie moet men

stemmen, is het een goede eigenschap als je jezelf weet te verplaatsen in

hiervan bewust zijn. Om dit aan den lijve te ondervinden kan een simpele

de doelgroep. Een eerste aanzet om dit te doen, kan gegeven worden met

techniek worden toegepast.

behulp van het vragenformulier ‘Bent u een wereldburger?’ .

3

HULPMIDDEL XII

HULPMIDDEL XIV

Bijlage XII bevat een kort testje dat zorgt voor bewustwording van

Bijlage XIV bevat een vragenlijst om jezelf te leren verplaatsen in

het maken van aannames. Het gaat erom aan te tonen dat je

een andere doelgroep

bepaalde aannames maakt, die niet altijd kloppen

Stap voor stap: 3. Kernboodschappen formuleren

Organiseer de tweede bijeenkomst voor de deelnemende

Voordat je daadwerkelijk publiciteit gaat maken, moet je komen tot een

vrijwilligersorganisaties; stel het programma samen, maak een

kernachtige, aantrekkelijke boodschap over de eigen organisatie. Dit kan

deelnemersmap, nodig deelnemers uit, regel locatie enzovoorts.

eenvoudig worden gedaan aan de hand van een kleine werkvorm.

Maakt een presentatie over communicatie. Gebruik hiervoor eventueel de bijgeleverde Do-re-mi-methode als voorbeeld (zie hulpmiddel X).

HULPMIDDEL XIII

De bijeenkomst: o

Bijlage XIII bevat een werkmethode om de kernboodschap van de

(Presentatie organisatie bij wie de bijeenkomst wordt gehouden, over eigen organisatie).

organisatie te formuleren o

3

Geef de presentatie.

Frank R. Oomkes, Training als beroep, Boom 1994

18


Gekleurd Vrijwilligerswerk

o

Gebruik het testje (zie hulpmiddel XII) om het begrip aannames te concretiseren. Verdeel hiervoor de groep in tweetallen. Deze vorm zorgt gelijk voor een interactieve afwisseling in het programma.

o

Gebruik de werkvorm (zie hulpmiddel XIII) om de kernboodschappen van de eigen organisatie te formuleren.

•

Blik kort terug op de bijeenkomst en sluit af.

HULPMIDDEL XV Bijlage XV bevat een voorbeeldprogramma

19


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Dag 5: Stappenplan In de eerste vier bijeenkomsten heeft men handvatten gekregen om aan

HULPMIDDEL XVII

de slag te gaan met interculturalisatie. De organisatie heeft helder waar ze staat; welke doelen zij beoogt te behalen in de toekomst en hoe deze aan te pakken. Nu al deze randvoorwaardelijke thema’s de revue zijn gepasseerd, is het zaak om een plan van aanpak op te stellen en daadwerkelijk aan de slag te gaan. Als hulpmiddel kan de kleurenschijf vrijwilligersbeleid gebruikt worden. Deze kan een organisatie voor de eigen organisatie invullen.

Bijlage XVII bevat de kleurenschijf vrijwilligersbeleid. Deze kleurenschijf is opgebouwd uit 11 onderdelen waar een organisatie zich in meer of mindere mate op moet richten bij het opstellen van gekleurd vrijwilligersbeleid. Aan alle parten van de schijf moet aandacht worden besteed. Afhankelijk van de huidige situatie van de organisatie zal het ene onderdeel meer aandacht behoeven dan het andere. Per onderdeel zijn enkele vragen als

1. Kleurenschijf Vrijwilligerswerk

uitgangspunt genomen om in kaart te brengen welke koers er gevaren zal worden.

De kleurenschijf vrijwilligerswerk biedt een scala aan vragen die een organisatie moet beantwoorden om het inkleuren van het vrijwilligerswerk daadwerkelijk vorm te gaan geven. Per onderwerp zijn een aantal vragen

2. Werven van vrijwilligers

geformuleerd die kunnen helpen om een bepaald thema vorm te geven.

Veel organisaties hebben problemen met het werven van vrijwilligers. Ze

De kleurenschijf kan verder uitgewerkt worden in het stappenplan dat te

hebben tenslotte geen baan te bieden met salaris, maar een vorm van

vinden is in bijlage XVI.

vrijetijdsbesteding. In eerste instantie lijkt het voor de organisaties of ze meer vragen dan ze te bieden hebben: van potentiële vrijwilligers wordt

HULPMIDDEL XVI

gevraagd of zij zich voor een aantal uur per week willen vastleggen of een

Bijlage XVI bevat het stappenplan interculturalisatie.

aantal taken willen uitvoeren. Wat het oplevert, wordt pas later duidelijk. Daarom is het belangrijk om in de werving de nadruk te leggen op de opbrengsten voor de vrijwilligers. Probeer je in te leven in de doelgroep die je voor ogen hebt: wat zijn mogelijke motieven van potentiële vrijwilligers

20


Gekleurd Vrijwilligerswerk

uit deze doelgroep om bij een lokale omroep te gaan werken? Wat spreekt

hen aan? Wat vinden zij interessant? Wat zien zij als een uitdaging? Pas

Waar is de organisatie zwak in? Mogelijk antwoord: weinig tijd om te werven, weinig kennis van de doelgroep.

als je als organisatie daar goed op in kan spelen, zal het mogelijk zijn nieuwe mensen te werven voor het vrijwilligerswerk.

De verschillende stappen die door middel van de kleurenschijf vrijwilligerswerk zijn opgesteld kunnen via het schema ‘Stramien voor

Aan de slag met de wervingscirkel

sterke/ zwakte analyse’ worden ingedeeld naar zwakke en sterke

Bij de wervingscirkel is het van belang je niet te snel te laten leiden door

eigenschapen, zodat men prioriteiten kan stellen.

geldgebrek. Durf creatief te zijn. Het principe van de cirkel is dat je van doel naar organisatie de cirkel doorloopt. Met die cirkel kun je stap voor stap een wervingsactie voorbereiden.

Stap voor stap: •

vrijwilligersorganisaties; stel het programma samen, maak een

HULPMIDDEL XVIII Bijlage XIII bevat de wervingscirkel, vergezeld van de uitleg hoe deze te gebruiken.

deelnemersmap, nodig deelnemers uit, regel locatie enz. •

onderscheid worden gemaakt in interne en externe factoren. De vragen

Gebruik de wervingscirkel om actief aan de slag te gaan met een wervingsplan

die centraal staan zijn:

vrijwilligers, vrijwilligers zijn betrokken bij de buurt.

Gebruik de kleurenschijf om de organisaties een stappenplan te laten genereren

de zwakke en sterke kanten van een organisatie zijn. Hierbij kan

personeelsbeleid of eigen netwerk, of veel goodwill, draagvlak bij

(Presentatie organisatie bij wie de bijeenkomst wordt gehouden, over eigen organisatie).

Wanneer men weet wat men wil, kan als laatste nog bekeken worden wat

Waar is de organisatie sterk in? Mogelijk antwoord: goed

De bijeenkomst: •

3. Sterkten en zwakten

Organiseer de vijfde bijeenkomst voor de deelnemende

• •

Bepaald sterkten en zwakten van de eigen organisatie

Blik kort terug op de bijeenkomst en sluit af.

HULPMIDDEL XIX Bijlage XIX bevat een voorbeeldprogramma.

21


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Implementatie van de voornemens Veranderen gaat niet vanzelf

Veranderen

De methodiek ‘Gekleurd Vrijwilligerswerk’ leidt organisaties door een serie

Enkele vragen die als eerste beantwoord moeten worden zijn: is voor

van bijeenkomsten die bruikbaar materiaal en goede informatie oplevert

verandering ook brede steun binnen de organisatie? Hoe ga ik het

om mee aan de slag te gaan in de eigen organisatie. Maar veranderen

veranderingsproces aanpakken? Hoe ga ik om met weerstanden tegen

vraagt meer. Veranderen kost tijd, energie, een goede wil en overtuiging.

verandering of extra werk? Wat kan ik zelf en wie heb ik voor andere

Het besef dat je moet investeren is hierbij essentieel. Veranderen vereist

klussen nodig? Het is verstandig om een echt veranderingstraject uit te

draagvlak. Met andere woorden: als er binnen de organisatie weinig tot

zetten.

geen steun is voor de veranderingsplannen, zal het moeilijk worden om de nieuwe doelen te bereiken. Hoe nu verder?

Maak een plan voor de inzet van het veranderingstraject en geef hierin aan:

Even wat zaken op een rijtje:

op welke onderdelen acties zijn gewenst;

Er is nu informatiemateriaal beschikbaar over gekleurd

wat er heel concreet moet gebeuren;

vrijwilligerswerk.

wie wat zal verzorgen en welke partijen daarbij nodig zijn;

Het besef is er dat een aantal zaken anders aangepakt moet worden.

wanneer de acties worden uitgevoerd;

Er is een hoop extra werk te doen terwijl het gewone werk ook moet

wat de kosten zijn.

doorgaan.

hoe het bestuur actief wordt betrokken, zodat zij het proces steunt

22


Bijlage I: Voorbeeldpresentatie

“Ze willen niet”

Intercultureel vrijwilligerswerk, feiten en cijfers

Meten is weten?

• “Allochtonen doen geen vrijwilligerswerk”

• Definitie / begrip vrijwilligerswerk

• “Onze organisatie heeft die mensen toch niets te bieden”

• Verschillen in verdeling over categorieën

• “De deur staat toch altijd al open…?”

1

2

Definitie: is dit een vrijwilliger?

Definitie

• Raul helpt mee in de sportkantine waar zijn zoon voetbalt • Henna doet klussen voor drie oudere dames uit haar straat • Fatma leest voor op school • Mo gaat mee naar het ziekenhuis om uit te leggen wat de dokter zegt • Sara is lid van een organisatie en zet koffie tijdens de koffie-ochtend

• Vrijwilligerswerk is werk dat onbetaald en onverplicht in enig georganiseerd verband wordt gedaan voor een ander of de samenleving

4

3

Wie doet er vrijwilligerswerk?

• Vrijwillige inzet: formeel vrijwilligerswerk, kleinschalig burgerinitiatief, informele hulpverlening, burenhulp, mantelzorg…

5

• • • • •

Leeftijd Opleiding Werksituatie Inkomen Sekse

6


Bijlage I: Voorbeeldpresentatie

Leeftijden

Vrijwilligerswerk Nederland telt circa vier miljoen vrijwilligers en 225.000 verenigingen en stichtingen. Wekelijks besteden vrijwilligers gemiddeld vijf uur aan vrijwilligerswerk. Onder de vrijwilligers zijn iets meer vrouwen dan mannen. De meeste vrijwilligers zijn in de leeftijdsgroep van 35 tot 55 jaar. 7

Onderzoek Regioplan

Werk?

Als we kijken naar de participatie van verschillende leeftijdsgroepen over de afgelopen jaren, dan blijkt dat mensen in de leeftijd 35 tot en met 44 jaar relatief het vaakst als vrijwilliger actief zijn. De 45- tot 54-jarigen vormen een goede tweede. Onder 25- tot 34-jarigen en bij 75 jaar en ouder vindt men het minst vaak vrijwilligers. De percentages blijven over de afgelopen jaren min of meer constant. Een uitzondering daarom vormt de groep 18- tot 24-jarigen, daar treden grote schommelingen op.

Vrijwilligerswerk (% ja) Mantelzorg (% ja)

Autochtonen (n=245) 43

76

65

• Arbeidsgehandicapten juist minder • Deeltijdwerkers doen meer

8

9

Verschillen en overeenkomsten

Regioplan onderzoek

Tabel 1: Deelname aan vrijwilligerswerk en mantelzorg Allochtonen (n=632) 22

• Werklozen doen iets vaker vww

• Verschil: opleidingsniveau, werksituatie en sociaal-economische situatie van de ‘groep’ • Verschil: aard van het vrijwilligerswerk

Bron: enquête Regioplan, gewogen voor leeftijd

10

11

12


Bijlage I: Voorbeeldpresentatie

Belemmeringen (Regioplan) • • • • •

Onbekendheid vrijwilligerswerk Sociaal-economische integratie Conservatisme vrijwilligersorganisaties Niet-effectieve werving Culturele kortsluiting en wederzijdse beeldvorming

Waar kan een organisatie aan werken?

Motivatie • Oefenen Nederlands • Contacten Nederlanders / sociaal netwerk uitbreiden • Gewoonten/omgangsvormen leren kennen • (Werk)ervaring buiten eigen kring • Nuttig voelen in de samenleving • Zorgen en verdriet vergeten • Veilig buitenshuis actief

13

Investeren in kennismaking en ontmoeting

Netwerken en samenwerken

Vinden en binden

Aanbod / activiteiten

14

15

Tips voor intercultureel vrijwilligerswerk:

Aanbod en activiteiten Gezamenlijk invullen van ideeën

Meer informatie?

• Zo min mogelijk regels/bureaucratie • Soepele verbindingen, o.a. tussen georganiseerd vww en informele groepen • Fysieke en mentale ruimte om elkaar te ontmoeten • Werken met bruggenbouwers • Diversiteit in: bestuur, training, samenwerking en communicatie

16

17

• • • •

www.Civiq.nl/staptwee www.vrijwilligerswerk.nl www.forum.nl www.primo-nh.nl

18


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage II: Evaluatieschema Ambities Naam organisatie: Ambities

Huidige blokkades

Wat op te lossen?

Hoe te bereiken?

Welke extra actie is gewenst?

Wat is daarvoor nodig?

24


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage III: Voorbeeld Programma

00.50 uur

Globale kennismaking van personen en organisaties met een inventarisatie van ambities en blokkades (gespreksleiding …………….…) (op flaps schrijven door ………………..) - wat wil je bereikt hebben na de laatste bijeenkomst? - wat zijn nu blokkades? - wat hoop je op te lossen? - hoe denk je dat te bereiken?

01.45 uur

Korte pauze

02.00 uur

PowerPoint presentatie over multicultureel vrijwilligerswerk (door ……………) - rol van allochtonen in vrijwilligerswerk - huidige gegevens en ontwikkelingen in het vrijwilligerswerk - de thema’s vinden en binden, netwerken, aanbod organisaties

Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk ……………………..... Locatie: ……………………………………………………………..

1e Bijeenkomst Datum:….. /………../………. Kleurrijk van start, samen eten en verkennen ambities en blokkades Doel: 1. Het verkrijgen van inzicht in ambities en de blokkades van de deelnemende organisaties 2. Het overbrengen van informatie over recente ontwikkelingen in vrijwilligerswerk 00.00 uur

Inloop en drankje

00.15 uur

Welkomstwoord door ……………..., daarna eten

00.45 uur

Presentatie van het programma voor de volgende 4 bijeenkomsten Bijeenkomst 1: Verkennen van ambities en blokkades Bijeenkomst 2: Zicht krijgen op imago en identiteit van de organisaties Bijeenkomst 3: Vinden en binden van vrijwilligers Bijeenkomst 4: Resultaten, en zicht krijgen op nadere wensen

Discussie over wonen in een multiculturele samenleving (door ………………) Plenair bespreken van de uitkomsten van de casus Opvallende kwesties verder uitdiepen in gesprek Zo mogelijk conclusies trekken 03.00 uur

Plenaire afsluiting en korte evaluatie

03.15 uur

Einde bijeenkomst

25


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage IV: Imago en Identiteit Imago (van wat? van organisaties!) Definities: 1. Het publieke beeld dat van je organisatie bestaat. 2. De buitenkant van je organisatie. 3. De huisstijl van je organisatie. Voorbeeld: Lonsdale Kledingmerk oorspronkelijk gericht op sport (boksen). Eind jaren ‘70 door Paul Weller van The Jam gedragen T-shirts. Ook gedragen door Muhamed Ali, de legendarische bokser en Mike Tyson. Wordt door zowel linkse als rechtse jongeren gedragen. Wordt in Nederland gedragen door gabbers met extreem rechtse opvattingen. Lonsdale is zelf niet blij met dit verschijnsel en heeft dit beeld proberen te corrigeren, onder andere door het uitbrengen van een t-shirt met de tekst “Lonsdale loves all colours�.

Identiteit (van de persoon, van de organisatie) Definities: 1. Kenmerken die het mogelijk maken te identificeren door de persoonskenmerken te toetsen zoals genen, vingerafdrukken, bloedtest, irisscan, geboortedatum, plaats, land, enzovoorts (persoon). 2. De eigenheid die kenmerkend is voor je organisatie (echtheidskenmerken). 3. De kenmerken van de organisatie die terugkomen in de visie, het beleid, de doelgroepen, het aanbod van activiteiten, partners, cultuur, religie, leeftijd, man/vrouw, enzovoorts.

26


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage V: Voorbeeld Programma Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk ……………………..... Locatie: …………………………………………………………….. e

2 Bijeenkomst ….. /………../………. Voor wie, met wie en … hoe doen we dat?

03.00 uur

Plenaire afsluiting en korte evaluatie van de avond en toelichting huiswerk (Gewenste veranderingen formuleren en stappenplan maken) (gespreksleider ………………)

03.15 uur

Einde bijeenkomst

Datum:

Doel 1. Zicht krijgen op imago en identiteit van de organisaties 2. Kennisoverdracht over belang van imago 3. Het formuleren van gewenste veranderingen 00.00 uur

Inloop en drankje

00.15 uur

Welkomstwoord door ……………... , daarna samen eten

00.45 uur

Korte terugblik op 1 avond (door ……………….) e “met wie heb je het over je bevindingen van de 1 bijeenkomst gehad binnen je organisatie?

01.15 uur

Presentatie over imago (door ……………..) “Sprookje” “Imago en Identiteit”

01.30 uur

Pauze

01.45 uur

Rollenspel ’t Winkeltje (discussieleider ………………)

02.15 uur

Casus Kaaspop Welke stappen zetten we? Samen met de deelnemers een stappenplan invullen (gespreksleider ………………)

e

27


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage VI: Casus ’t Winkeltje In Witdijk zit een winkel. Het is een echte buurtsuper. De buurtsuper

Wat kan er anders?

bestaat al tientallen jaren. De wijk is de laatste jaren veranderd. Er wonen

Aanbod van producten

nu mensen uit verschillende culturen en verschillende sociale lagen van de

Presentatie

bevolking. Er zijn natuurlijk ook andere winkels in de buurt. En of het aan

Betrokkenheid bij de buurt

de kleine kruideniers ligt, of aan iets anders, het gaat niet zo heel erg

Reclame

goed. De verkoop loopt wat terug. Het is minder vanzelfsprekend voor de

Personeel

Service

buurtbewoners om bij het Winkeltje boodschappen te doen. Wat nu?

Waar zou het Winkeltje aan kunnen werken om het tij te keren? Hoe zou het Winkeltje kunnen veranderen?

Stap 1 - Het probleem: Wat zou er nu mis kunnen zitten?

Stap 2 - Inventarisatie: Welke onderdelen van de bedrijfsvoering zouden anders kunnen?

Denk ook aan: •

Welk segment van de markt ga je benaderen?

Wat voor concurrentie heb je eigenlijk?

Weet je wat de markt wil?

Zou je kunnen samenwerken?

Ken je voorbeelden van succes verhalen?

Stap 3 - Per onderdeel: Wat zou er anders kunnen? Wat is het voordeel van zo’n verandering? Zit er ook een nadeel aan?

Stap 4 - En hoe zit dat bij onze eigen organisatie?

Totale tijd: 45 minuten

28


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage VII: Casus Kaaspop in Edam •

nieuw publiek (waaronder allochtonen)

De deelnemers werken de casus uit. Het doel is inzicht te ontwikkelen in

nieuwe allochtone vrijwilligers

waar keuzes toe kunnen leiden.

nieuw beleid wat betreft programmering

Kaaspop in Edam

Het huidige programma:

Dit is jaarlijks terugkerend muziekfestival in Edam. Kaaspop is de opvolger

twee podia op verschillende locaties;

van de Edammer Muziekdag, een organisatie die tussen 2000 en 2005

een podium met professionele bands

een podium met regionale amateurbands

diversen namelijk:

geen specifiek aanbod voor allochtonen

jaarlijks meerdere muziekevenementen organiseerde. Kaaspop stelt zich ten doel een jaarlijks muziekfestival te bieden voor muziekliefhebbers in Edam-Volendam en de regio. Het geschat aantal bezoekers in 2006 bedroeg 2000 mensen in verschillende leeftijdscategorieën. Kaaspop is een vrijwilligersorganisatie zonder betaalde krachten. Men beoogt om jaarlijks een groots opgezet muziekprogramma te bieden voor een groot publiek. In 2007 wil men vanwege 650 jaar Stad Edam met een extra groot programma 3000 bezoekers trekken. Kaaspop is een vrijwilligersorganisatie met 40 vrijwilligers. Het aantal gekleurde vrijwilligers (met een niet-westerse achtergrond) bestaat nu uit twee of drie personen. Bij een van de initiatiefnemers van Kaaspop is de wens aanwezig om het aantal allochtone vrijwilligers uit te breiden tot bijvoorbeeld tien personen. Daarmee is in zijn ogen de organisatie een reëler afspiegeling van de bewoners(groepen) in Edam. Dit onderwerp is toch tot op heden nog niet in het bestuur van de

De huidige bezoekers, enkele cijfers in 2006 •

80 % afkomstig uit Edam

10 % afkomstig uit Volendam

10 % afkomstig uit regio

Bezoekers waren: •

5 % kinderen tussen 4 – 12 jaar

10 % tieners tussen 13- 15 jaar

30% jongeren tussen 16 – 24 jaar

55% volwassenen tussen 25 – 75 jaar

organisatie aan de orde geweest. Wel is in het verleden veel aandacht besteed aan wereldmuziek in het programma. Echter, men heeft niet heel

Vragen voor de deelnemers:

specifiek benoemt welke doelstelling men wilde bereiken ten aanzien van: 29


Gekleurd Vrijwilligerswerk

1. Welke tips kan je Kaaspop geven om meer allochtone vrijwilligers te werven en te behouden? 2. Welke tips kan je Kaaspop geven om het programma aantrekkelijker te maken voor diverse publieksgroepen waaronder allochtonen? 3. Welke tips kan je Kaaspop geven om meer allochtone bezoekers te trekken?

30


Bijlage VIII: Voorbeeldpresentatie

Motieven om vrijwilligerswerk te doen

Maatschappelijke trends • • • • • • •

terugtredende overheid (bv WMO) vergrijzing maatschappij individualisering concurrentie vrije tijdsbesteding ‘zap’gedrag eigenbelang interesse bedrijfsleven

• • • • • •

73% leuk om te doen 48% omdat ik gevraagd ben 37% omdat het gaat om mensen als ik 32% sociale contacten 31% verbreedt levenservaring 27% dingen doen waar ik goed in ben

PRIMO nh

Vanzelfsprekend Traditie Continuïteit Gericht op doel van de organisatie Verbondenheid aan de organisatie

PRIMO nh

25% voel mij verwant met anderen 24% religieuze, morele, politieke principes 23% zien van resultaten 21% opdoen vaardigheden 18% actief en gezond blijven 14% omdat het spannend en uitdagend is

PRIMO nh

Traditionele vrijwilliger • • • • •

• • • • • •

PRIMO nh

Moderne vrijwilliger • • • • •

Afgebakende klussen Vraagt om flexibiliteit in de uitvoering Persoonlijke interesse Vrijwilligerswerk als ruil Weinig verbondenheid met de organisatie

PRIMO nh

Methode 5 X B! • elke organisatie en vrijwilliger heeft er mee te maken • • • • •

binnenhalen begeleiden belonen behouden beëindigen

PRIMO nh


Bijlage VIII: Voorbeeldpresentatie

Binnenhalen

Begeleiden

• Waarom zou iemand vrijwilliger bij onze organisatie willen worden? • Welke kwaliteiten vraag ik? • Past wat de organisatie wil bij wat de vrijwilliger wil? • Welke communicatiekanalen kan ik gebruiken?

• welke ‘oefenruimte’ bied ik mijn nieuwe vrijwilliger? • voor welke scholing of aanpassingen moet ik zorgen? • bij wie kan mijn vrijwilliger terecht? • is er wet -en regel van toepassing? • wat doen we met de ervaringen van de vrijwilliger?

PRIMO nh

Behouden • zijn het werk en de organisatie nog interessant voor de vrijwilliger? • past de organisatie zich aan de vrijwilliger aan? • welke vrijwilligers ’loopbaan’ kan ik bieden? • wat mist de vrijwilliger?

PRIMO nh

Belonen • wat wil de vrijwilliger terug? • wat heb ik de vrijwilliger te bieden? • hoe zit het met onkosten, reiskosten, verzekering? • wanneer is en blijft de vrijwilliger tevreden?

PRIMO nh

PRIMO nh

Beëindigen

Belangrijk!

• Waarom moet/wil de vrijwilliger stoppen? • Is er 1 aanleiding of een reeks van zaken? • Hoe wil de vrijwilliger stoppen? • Hoe worden zaken overgedragen? • Wat kan de organisatie nog voor de vrijwilliger doen?

• Bedenk per B wat je kan /moet doen • Ben flexibel als het kan • Treed af van de gebaande paden: wees creatief • Vrijwilligerswerk is maatwerk

PRIMO nh

PRIMO nh


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage IX: Voorbeeld Programma Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk ……………………..... Locatie: …………………………………………………………….. e

3 Bijeenkomst Datum: ….. /………../………. Kleurrijk werven en behouden van vrijwilligers Doel: 1. Kennisoverdracht Vinden en Binden van vrijwilligers 2. Meer bewustwording over eigen praktijk rond dit onderwerp 00.00 uur

Welkomstwoord door ……………... , daarna samen eten

00.45 uur

Presentatie 5 x B! (door ……………..) Binnenhalen, begeleiden, belonen, behouden en

beëindigen 01.45 uur

Quickscan Vinden en Binden (door …………….) Interactief behandelen, ter plekke op onderdelen invullen

02.15 uur

Concrete samenwerkingsafspraken

02.45 uur

Plenaire afsluiting en korte evaluatie

03.00 uur

Einde bijeenkomst

32


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage X: Do-Re-Mi Methode Do elgroep

Vinden: •

Hoe staan ze tegenover het onderwerp: geïnteresseerd, onverschillig, afkeurend, positief?

Hebben ze vooroordelen over het onderwerp of tegenover u als schrijver of uw organisatie?

boodschap Kunnen: •

Kunnen de lezers lange teksten en ingewikkelde schema’s lezen?

Re sultaat

Mi ddelen

Hoeveel abstractie kunnen ze aan?

Kernwoorden hierbij zijn: informatie verzamelen over de doelgroep, Doelgroep

anderen vragen, doelgroep zelf vragen, feedback vragen etc.

Wat is precies je doelgroep? Wat weet je van de doelgroep? Resultaat Vragen die je kunt stellen zijn:

Waarom wil ik deze doelgroep bereiken wat wil ik van hen? Wil ik dat

Wat weten, willen, vinden of kunnen de lezers?

meedoen aan activiteiten, wil ik dat zij zich melden als vrijwilliger? Wil ik met hen samenwerken, wil ik dat ze kennis hebben van iets? Formuleer

Weten:

het resultaat dat je wilt bereiken.

Wat weten ze al van het onderwerp?

Welke opleiding hebben ze?

Willen: •

Middelen Media

Welke informatie willen ze: hoofdlijnen of achtergronden, feiten of

Hoe bereik ik de doelgroep?

meningen?

Leest de doelgroep de krant, lezen ze wijkkranten, zondagsbladen, kijken

Hoe willen ze aangesproken worden?

ze televisie en zo ja naar welke programma’s?

33


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Zoek uit via welke media je allochtone doelgroepen kunt bereiken

Vertrouwen

Breng het mediagedrag van de verschillende groepen in je werkgebied in

Uit ervaring blijkt dat als je het vertrouwen wilt winnen voor je organisatie

kaart. Als de mediakanalen bekend zijn, kun je boodschappen gericht

bij groepen uit andere (sub)culturen vooral mondelinge communicatie van

verspreiden. Allochtonen van de eerste generatie, en zeker vrouwen van

belang is:

boven de 40 jaar, bereik je moeilijk via de klassieke media, maar je kunt ze indirect bereiken, via de kinderen en/of allochtone sleutelfiguren.

Ga in gesprek Deze vorm van communicatie sluit nauw aan bij de verbale cultuur van

Probeer vooral de lokale media in je werkingsgebied te inventariseren:

bepaalde etnische groepen. Ook kan er via persoonlijk contact

lokale radio en tv, nieuwsbrieven van zelforganisaties en

rechtstreeks aan een vertrouwensrelatie gewerkt worden. Partijen kunnen

integratiediensten, de streekkrant, de stadskrant, websites‌

door interactie elkaar vragen stellen, problemen aankaarten en

Volgens veldwerkers worden plaatselijke kranten door allochtonen vaak

oplossingen zoeken.

gelezen vanwege de vacatures en woonadvertenties.

Nadeel van deze vorm is dat het erg arbeidsintensief is en je maar een

Als er over sommige groepen weinig bekend is, ga dan af op je eigen

beperkt aantal mensen kunt bereiken, een ander nadeel kan de

ervaringen. Of vraag het gewoon aan je allochtone buren en wijkgenoten

taalbarrière zijn.

en de allochtone organisaties in je werkingsgebied.

Je kunt ook personen uit de doelgroep zelf inschakelen om contacten voor je te leggen.

Zie ook de media niet over het hoofd. Internet wordt hoe langer hoe meer

Je kunt de relatie met etnische groepen aanhalen door een netwerk van

gebruikt door allochtone jongeren en intermediairs. Digitaliseer het

(allochtone) tussenpersonen te mobiliseren. Medewerkers van

informatiemateriaal van je organisatie en maak je website bij allochtonen

zelforganisaties; Jeugdwerkers; Centra voor basiseducatie; religieuze

bekend via portaalsites en via de lokale en allochtone media. Heeft je

instellingen; opbouwwerk; vluchtelingenwerk, enzovoorts. Dat gaat niet

organisatie een nieuwsbrief of een tijdschrift, stem je publicatie dan meer

vanzelf. Je moet de contacten met de intermediairs onderhouden,

af op allochtone lezers.

volledige en duidelijke informatie geven, en zorgen dat de intermediairs ook altijd bij je terecht kunnen.

34


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage XI: Schrijven voor mensen met een andere moedertaal 10 tips voor eenvoudig taalgebruik

Ga uit van de positie van de allochtone lezer en zoek raakvlakken met hun leven.

Spreek de lezer persoonlijk aan, dat vergroot de betrokkenheid.

Overstelp de lezer niet met overbodige informatie. Bepaal wat de doelgroep aan informatie nodig heeft en schrap de bijzaken.

Zorg voor een logische opbouw en duidelijke structuur, die ook visueel goed zichtbaar is.

Schrijf in correct Nederlands. Korte, enkelvoudige zinnen met een concreet onderwerp, actieve werkwoordvormen in de tegenwoordige tijd lezen het makkelijkst.

Gebruik geen typisch Nederlandse spreekwoorden of uitdrukkingen. Ook grapjes kunnen misschien verkeerd geïnterpreteerd worden.

Gebruik niet teveel nuances, synoniemen of vakjargon en schrijf afkortingen altijd minstens een keer voluit.

Als je toch een moeilijke of nieuwe term moet gebruiken, omschrijf deze dan en illustreer het met een concreet voorbeeld.

Ondersteun de tekst met beelden; goed gekozen beeldmateriaal en een mooie lay-out versterken de schriftelijke boodschap.

Publiceer pas als de tekst vooraf getest is door de doelgroep.

35


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage XII: Test aannames Verdeel de groep in tweetallen. Deze koppels mogen elkaars woonsituatie niet kennen.

Opdracht (10 minuten) •

Persoon A vraag persoon B in 5 minuten een kamer uit haar huis te beschrijven

Persoon B luistert, stelt vragen en mag alleen maar ‘mentale beelden’ vormen van wat A hierover vertelt. Zij zet niets op papier!

Pas na deze 5 minuten maakt persoon B een tekening van de kamer van persoon A

Bespreek de uitkomsten: wat klopte, wat klopte niet en wat is de oorzaak van dat verschil?

Rollen omkeren

Plenair: Hoe is de kwaliteit van het resultaat en hoe kwam dit tot stand? Welk aannames waren onjuist?

Het gaat om het aantonen dat je bepaalde aannames maakt, die niet altijd kloppen.

36


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage XIII: Kernboodschap van je organisatie formuleren Doel: komen tot een kernachtige, aantrekkelijke boodschap over je organisatie die je kunt gebruiken in je publiciteit. 1. Lees de doelstelling van je organisatie goed. Probeer in eigen woorden en veel korter de kern van deze doelstelling weer te geven. Denk aan: • Wat is de kern • Kijk door de ogen van de doelgroep (wat heb ik er aan?) • Concreet en actief • ‘Kill your darlings’ 2. Klap het bovenste deel (de doelstelling of missie) weg. Geef door aan je buurman/vrouw. Probeer zo kort mogelijk in één of twee zinnen een kernboodschap te formuleren 3. Geef door aan je buurman/vrouw. Kan het nog korter, kernachtiger of leuker? Deze kernboodschap kun je, wanneer je er tevreden over bent, gebruiken in al je communicatie. Hij bevordert de herkenbaarheid, wekt de nieuwsgierigheid en trekt de aandacht. Hij past op een pen of T-shirt maar ook in een advertentie of folder. Wanneer je niet tevreden bent, kun je deze oefening nog eens herhalen in eigen kring met een aantal creatieve geesten. Laat je inspireren door mooie zinnen of citaten. Je kunt op deze manier ook op zoek gaan naar een beeld, symbool, plaatje of foto dat bij je kernboodschap en de sfeer van je organisatie past.

37


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage XIV: Bent u een wereldburger?

(2)

Late etensgasten – U werkt in Zuid-Amerika. U hebt een plaatselijke collega met zijn gezin bij u te eten gevraagd. Het diner is om zeven uur klaar, maar uw gasten arriveren pas om negen uur. Het eten is aangebrand en ziet er vreselijk uit. A) U zegt niets en bedient uw gasten, na het verwijderen van de verbrande korstjes en andere camouflerende maatregelen. (B) U bent geïrriteerd en legt uw gasten uit waarom het eten is aangebrand: u had hen eigenlijk om zeven uur verwacht. (C) U biedt een drankje aan en stelt voor met z’n allen naar uw favoriete restaurant te gaan. U vertelt hun dat u het eten verknoeid heeft en dat het u spijt.

(3)

De ongetrouwde chef (V) – Als jonge vrouwelijke deskundige in een ontwikkelingsproject in een Afrikaans land geeft u uw ondergeschikten regelmatig opdrachten. Alles gaat goed tot één van hen ergens uit opmaakt dat u niet getrouwd bent. Daarna worden uw opdrachten niet meer uitgevoerd, of met grote tegenzin. (A) Dit is idioot. U houdt hen meer in de gaten, en vertelt hun nog preciezer hoe ze uw opdrachten moeten uitvoeren. (B) U ergert u aan dit seksistische gedrag, maar zorgt dat uw opdrachten van nu af aan openlijk worden bevestigd door de (mannelijke) teamleider. (C) U probeert van uw ondergeschikten te weten te komen waarom ze uw opdrachten niet of met tegenzin uitvoeren; misschien doet u iets verkeerd. (D) Misschien is ongetrouwd zijn een probleem. U doet dus een ring om en zet een foto van een vriend neer, duidelijk te zien voor uw ondergeschikten.

Vragen en antwoorden Inleiding Bent u bereid nieuwe dingen te proberen? Bestelt u onbekende gerechten in buitenlandse restaurants? Gaat u met vakantie waar niemand komt? Vindt u het boeiend met vreemdelingen om te gaan? Kunt u loskomen van uw eigen normen en waarden en respect opbrengen voor die van andere volkeren? Kortom: bent u een wereldburger? Bent u een wereldburger?

Vragen

Reageer op de probleemsituaties hieronder en ontdek in hoeverre u om kunt gaan met verwarrende en frustrerende nieuwe ervaringen. Beantwoordt elke vraag eerlijk, zoals u denkt dat u in werkelijkheid in eerste impuls zou reageren. Kies slechts één antwoord op elke vraag. Als u vals speelt, bederft u het effect van de oefening. Bekijk vervolgens de antwoorden. Aan het eind vindt u ‘Puntentotalen en commentaar’, dat iets zegt over uw wereldburgerschap. (1)

Het groeten van ouderen – In een Aziatisch land nodigt iemand u uit in zijn ouderlijk huis. Samen met hem gaat u de volle kamer in. Wie groet u het eerst? (A) U groet eerst de vrouwen, beginnend met de oudste aanwezige. (B) U begroet van oud naar jong, ongeacht of het vrouwen of mannen zijn. (C) U begint met de oudste man, dan de oudste vrouw, dan de andere mannen van oud naar jong, en ten slotte de vrouwen van oud naar jong.

38


Gekleurd Vrijwilligerswerk

(4)

Het cadeau – U werkt in Schotland en wordt na een jaar overgeplaatst. Schotse collega’s en hun vrienden en vriendinnen vragen u mee te gaan eten. Dan blijkt u de eregast te zijn: het restaurant is versierd, er is muziek en wijn. Iemand die u nog nooit ontmoet hebt geeft u een prachtige Schotse kilt als afscheidscadeau. (A) U bedankt hem hartelijk, en bedankt alle aanwezigen voor het geweldige feest. U vertelt hoe prettig het was met hen samen te werken en hoe jammer u het vindt weg te gaan. (B) U bedankt hem hartelijk, maar zegt dat u zo’n groot cadeau niet kunt aannemen en dat men in uw land geen geschenken aan vreemden geeft. (C) U bedankt hem hartelijk. U neemt u voor later bij één van uw Schotse collega’s uit te vissen wie u dat cadeau gaf en waarom.

(5)

Praten met een vreemde – In een vreemde stad stapt u in een bus, gaat zitten, en de persoon naast u (iemand van hetzelfde geslacht) begroet u met een glimlach. (A) U glimlacht ook en zegt hallo in de taal van het land. U probeert een gesprekje te voeren, hoewel uw woordenschat erg beperkt is. (B) U glimlacht en knikt als groet, hopend dat de ander niet met u wil praten. (C) U kijkt weg, omdat u geen zin hebt met de ander te praten. (D) U glimlacht terug, maar laat het initiatief bij de ander. Als deze wil praten, antwoordt u, hoe onhandig dan ook.

(6)

De verbitterde buitenlander – U praat op een feestje met een buitenlander die sinds enkele maanden in Nederland woont. U vraagt hoe dat hem bevalt. Hij aarzelt, en vraagt of u een eerlijk antwoord wilt. ‘Natuurlijk’, zegt u. Hij overspoelt u met negatieve opmerkingen over het gedrag en de waarden van uw landgenoten. (A) U zegt hem dat hij zich wel heel onverdraagzaam afreageert. (B) U luistert, stelt vragen en probeert te begrijpen hoe hij tot deze scherpe uitspraken komt. U vraagt hem regelmatig hoe mensen uit zijn land onder deze omstandigheden gereageerd zouden hebben.

(C) U zegt dat hij de gebruiken en waarden van uw land niet goed genoeg kent. U legt uit hoe hij deze moet opvatten, zodat hij zich beter kan aanpassen. (7)

Fotograferen – U wilt in Afrika een kind fotograferen. Juist als u wilt afdrukken, komt er een oude man aangerend die tegen u begint te schreeuwen. (A) U aarzelt en besluit het kind niet te fotograferen. U zoekt iemand anders om op de foto te zetten. (B) U denkt dat de oude man niet wil dat u deze foto neemt. U verontschuldigt u en stopt uw toestel weg. (C) U wacht tot de oude man u niet meer kan zien, en neemt de foto alsnog.

(8)

Ten dans gevraagd – Op een feestje thuis bij iemand uit uw gastland, zit u te kijken naar mensen die een plaatselijke dans uitvoeren. Plotseling neemt uw gastheer u bij de hand, en nodigt u uit mee te doen. (A) U staat aarzelend op, probeert onbeholpen een paar passen om uw gastheer een plezier te doen, maar gaat snel weer zitten. (B) U weigert, maar op een aardige manier, want u wilt niet voor gek staan. (C) U staat op, blij mee te doen. Hoewel u niet erg goed danst, probeert u alle passen na te doen, en blijft staan voor de volgende dans.

39


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bent u een wereldburger?

Antwoorden

(3)

De ongetrouwde chef (V) (A) Niet slim. Deze weerstand doorbreken gaat veel energie kosten. Voor veel Afrikaanse mannen is het onaanvaardbaar opdrachten van een vrouw te krijgen, vooral als ze jong is. Blank zijn helpt, maar ongetrouwd zijn verlaagt het respect voor u. (B) Uw ergernis is onterecht: de term ‘seksistisch’ kan buiten een bepaald cultureel kader niet gebruikt worden. U heeft het probleem wel begrepen. Uw oplossing is ingewikkeld, maar werkt wel. (C) Verstandig: buitenlanders doen constant dingen fout. (D) Goed idee! Zo kwetst u niemand. Het enige probleem is dat u dit toneelspel vol zult moeten houden.

(4)

Het cadeau (A) Prima reactie. Het cadeau was erg aardig bedoeld, en het hele feest laat zien hoe men u waardeert. (B) Kom nou toch. Deze vriend van uw collega’s wil dat u met plezier aan Schotland terugdenkt en dan beledigt u hem door zijn cadeau te weigeren. Leg maar eens nÃet uit hoe het thuis gebeurt. (C) Uw eerste reactie is juist. Vraag echter liever niet aan Schotse collega’s wie het was; uw bevreemding kon wel eens ondankbaar overkomen. Zoiets kunt u beter aan eigen landgenoten vragen.

(5)

Praten met een vreemde (A) U scoort hoog in initiatief nemen. U beantwoordt niet alleen de begroeting van een vreemde, maar begint ook een praatje in de taal van het land. (B) Dit is de normale reactie, maar u toont weinig initiatief. Als u zo bang bent de taal van het land te spreken, moet u daar vlug wat aan doen. Ook in het buitenland moet u communiceren, of u gaat slecht functioneren. (C) Uw reactie is beledigend. Knik op zijn minst terug of glimlach. Om het te redden in het buitenland moet u meer moed tonen. Een veilige oplossing, maar u toont weinig initiatief.

Uw uitkomsten hebben alleen betekenis als u de vragen eerlijk beantwoord heeft. Dat betekent: dat u die antwoorden gekozen heeft die dicht lagen wat u in werkelijkheid in eerste impuls gedaan zou hebben, in plaats van de antwoorden die na enig nadenken het verstandigst leken. Als u ‘verstandig’, maar niet eerlijk geantwoord hebt, ga dan terug en verander uw antwoorden. Dit is geen psychologische test, maar een trainingshulpmiddel. De antwoorden laten zien op welke gebieden u zich verder kunt ontwikkelen. Als u het met de antwoorden niet eens bent, heeft u in ieder geval stof voor discussie. (1)

Het groeten van ouderen (A) Heel hoffelijk, in Nederland. Met de oudsten beginnen is wél goed. (B) De mannen gaan voor, maar zo maakt u weinig fouten. (C) Prima. Eerst de oudste man, dan de oudste vrouw, dan de mannen van oud naar jong en dan de vrouwen in dezelfde volgorde.

(2)

Late eetgasten (A) U wordt niet boos en toont improvisatietalent. Aangebrand eten is echter geen goede reactie op een misverstand. Heeft u duidelijk gezegd hoe laat u uw gasten verwachtte? Wist u dat het in dit land beleefd is later te komen dan de afgesproken tijd? In Zuid-Amerika eet men later op de avond. (B) U past uw eigen criteria toe in onbekende omstandigheden. Deze houding, en uw ergernis, bedreigen de verhoudingen met mensen uit uw gastland. Uw uitleg leidt misschien tot een reactie waaruit u iets leert over de locale tijdhantering en dinertijd. (C) Goed zo. De volgende ochtend kunt u anderen vragen naar de etenstijden in dit land. In veel landen is het niet vreemd om mensen uit te nodigen voor een maal in een geliefd restaurant.

40


Gekleurd Vrijwilligerswerk

(6)

De verbitterde buitenlander (A) Weet u nog hoe u zich voelde na een paar moeilijke maanden in een vreemd land? Eerst begrijpen, dan pas prediken (als u die behoefte niet kunt onderdrukken). (B) Zo leert u iets over zijn cultuur en de uwe. Misschien bent u de eerste die niet-defensief reageert. Misschien heeft hij dat stoom afblazen wel hard nodig. (C) U had hem eerst moeten laten uitpraten, daar had u ook iets van opgestoken. Weet u wel hoe vreemd uw gebruiken op buitenlanders overkomen? Maar misschien kunt u wel wat nuttige informatie overbrengen, als u zijn cultuur tenminste goed kent.

7)

Fotograferen (A) Goed dat u de woede van de oude man serieus nam. Ga na, voor u meer foto’s neemt, of men er bezwaar tegen heeft gefotografeerd te worden. (B) De beste reactie. U heeft de zaak goed door als u het misverstand wijt aan uw eigen onkunde van plaatselijke gewoonten. (C) In sommige culturen is mensen fotograferen taboe; dat staat gelijk aan het gevangen nemen van hun ziel. De woede van de oude man had u moeten waarschuwen.

(8)

Ten dans gevraagd (A) U hebt het in ieder geval geprobeerd. Jammer dat u het zo gauw opgaf. Het zou beter geweest zijn mee te doen, en nog wat passen uit te proberen. Het had nog leuk kunnen worden! (B) U staat niet voor gek, maar zo maakt u niet veel vrienden. U reageert vrij normaal, maar toont een gebrek aan initiatief. (C) U toont initiatief en zelfvertrouwen. U beseft dat er van u verwacht wordt dat u het probeert, en u doet dat zo goed mogelijk.

Epiloog Waarschijnlijk bent u tegen een flink aantal verschillen in normen, waarden en gewoonten aangelopen, en heeft u zich vaak afgevraagd of u uw eigen waarden moest volgen of die van mensen uit andere culturen. Op zich blijft dat natuurlijk een probleem. Van belang is hoe u zichzelf hierin ziet: als bestaande statische organisatie met eigen waarden en normen of als organisatie die zich, al is het uit beleefdheid, enigszins zal moeten aanpassen. Van belang is of u 4 wilt leren over de andere cultuur.

4

Bewerking van: D.S. Hoopes en P. Ventura (red.), Intercultural sourcebook: cross-cultural training methodologies, SIETAR, Intercultural Network Inc., LaGrange Park (Ill.) 1979; uitgebreid door F.R. Oomkes. Ingekort door MCSReij Frank R. Oomkes Training als beroep, deel 3, Oefeningen in interculturele vaardigheid, Boom 1994

41


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage XV: Voorbeeld Programma Programma Workshop Interculturele communicatie Maak een plan 1.

inleiding aan de hand van vragen (op flap)

wat gaan we communiceren

Met welke communicatie hebben jullie in de organisatie te maken?

aan wie,

Welke vormen van communicatie van de organisatie vind je sterk,

waarom en

welke zouden beter kunnen?

wanneer en

Wie is er verantwoordelijk voor de communicatie? Is er een

waar

redactie?

hoe?

4.

10 tips voor schrijven

5.

Ben ik een wereldburger?

Maken jullie wel eens een planning of plan voor communicatie?

Hebben jullie wel eens een speciale gerichte communicatieactiviteit, bijvoorbeeld om een nieuwe doelgroep te bereiken of gekoppeld aan een activiteit of feestelijke gebeurtenis?

2.

Do-re-mi van communicatie leer je doelgroep kennen

3.

Aannames in communicatie

42


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage XVI: Stappenplan Gekleurd Vrijwilligerswerk Onderwerp

kunnen we daar iets mee in het kader van interculturalisatie?

is het voor ons een actiepunt?

wat verbeteren en hoe?

wanneer?

wie?

Visie/missie Staat er in onze missie iets over interculturalisatie of diversiteit? Beleid Hebben we interculturalisatie in ons beleid opgenomen? Doelgroepen Op wie richten we ons? Willen we dat blijven doen? Welke andere doelgroepen en subgroepen zouden we nog meer kunnen bereiken? Activiteiten Wat voor activiteiten organiseren we? Hoe zijn die georganiseerd? Partners Met wie werkt u samen? Zou u andere partners weten?

43


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Vrijwilligers Wat voor vrijwilligers heeft u? Kent u hun achtergrond? Besteed u aandacht aan gerichte werving? Personeel Wat voor personeel heeft u? Kent u hun achtergrond? Werft u gericht? FinanciĂŤn Hoe veel kost het om mee te doen? Is dat een belemmering voor bepaalde groepen? Accommodatie Hoe ziet uw accommodatie er uit? In welke wijk zit u? PR/communicatie Op welke manier communiceert u? Weet u ook andere kanalen te bedenken?

44


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage XVII: Kleurenschijf vrijwilligersbeleid

45


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage XVIII: De wervingscirkel •

Wat wil je bereiken?

• Hoe ga je het

organisatie

doel

Dan de vraag: hoe ga ik mijn doelgroep benaderen? Welk middel kan ik gebruiken? Ten slotte: Wie doet het, wanneer en hoeveel mag het kosten? Dus: hoe organiseer ik de wervingsactie?

Wie wil je bereiken?

organiseren?

Stap 1: Werven met en voor een doel Werven doe je niet zomaar. Je komt mensen tekort, of je denkt meer m iddel/ activiteit

doelgroep

mensen te kunnen gebruiken. De mensen die je gaat werven wil je voor bepaalde taken inzetten of je wilt dat ze per week op vaste tijden inzetbaar zijn. Voordat je van start gaat om willekeurig advertenties te plaatsen of posters

boodschap

USP's

op te hangen, is het belangrijk om goed te bedenken waarvoor en hoe

Welke weg volg je?

lang je mensen nodig hebt. Wanneer ben je tevreden? Formuleer eerst het Wat wil je vertellen?

doel van je wervingscampagne. Zo’n doel van een campagne zou

Wat heb je te bieden?

bijvoorbeeld als volgt kunnen luiden: “Ik wil minstens vijf mensen vinden met bestuurs- en media-ervaring die bereid zijn minimaal twee dagdelen

Gebruik van de wervingscirkel: • • • •

per maand vrij te maken om het huidige bestuur te versterken”.

Je begint met het doel: Wat wil ik bereiken met de werving? Wat stel ik mij ten doel? Vervolgens denk je na over de doelgroep: Wie wil ik bereiken? En je bedenkt: Wat zijn mijn Unique Selling Points? Wat maakt mijn organisatie aantrekkelijk voor juist deze doelgroep? Daarna komt de boodschap: Wat wil ik overbrengen? Wat heb ik hen te bieden?

46


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Checklist voor het maken van een wervingsdoel -

Hoeveel mensen zijn er nodig?

Stap 3: Wat zijn je Unique Selling Points (USP’s)?

-

Welk werk moeten ze gaan doen?

Je USP’s zijn die zaken waarin jullie organisatie aantrekkelijker is dan je

-

Welke functie-eisen zijn er?

concurrenten (andere organisaties, maar ook indirecte concurrenten zoals

-

Wat moeten ze kunnen?

voetbal op TV). Denk aan kosten, mensen, activiteiten, betrokkenheid,

-

Hoeveel tijd per week moeten ze beschikbaar zijn?

maatschappelijk belang, actualiteit, beleidsdoelstelling. Wat heeft jullie

-

Gaat het om een tijdelijke functie of is het voor langere tijd?

organisatie je relatie te bieden, welk ‘probleem’ los je voor hun op?

Stap 2: De doelgroep: Wie wil je bereiken?

Stap 4: Wat is je boodschap, wat heb je te bieden?

Voordat je op zoek gaat naar de doelgroep buiten je organisatie, is het

Wat is je wervingsboodschap? De boodschap is de vertaling van je

goed om eerst te onderzoeken welk type vrijwilliger nu in de organisatie

doelstelling, via je Unique Selling Points naar de doelgroep. Essentieel bij

werkt en deze vervolgens te waarderen. Vrijwilligersorganisaties die in

elke werving is dat je bij het formuleren van de boodschap als het ware op

nood zitten, hebben vaak de neiging om blij te zijn met iedereen die zich

de stoel van de doelgroep gaat zitten: even de wereld vanuit diens ogen

als vrijwilliger meldt. Hoe kieskeurig kun je zijn? Toch blijkt vaak dat een

bekijken. Probeer te achterhalen welke woordkeus hen aanspreekt, of

beetje kieskeuriger zijn in de werving eerder méér resultaat oplevert dan

welke normen en waarden in je doelgroep heersen. Wanneer zou het voor

minder.

die persoon bijvoorbeeld interessant zijn actief te worden in een landelijk

Bij het nadenken over je doelgroep moet je jezelf twee vragen stellen. De

bestuur? Een voorbeeld: In plaats van ‘Het bestuur vraagt...' kan het veel

eerste vraag is: Wat voor vrijwilligers wil ik hebben? Wie is mijn

aansprekender zijn om het perspectief van de doelgroep te nemen: 'U

doelgroep? Daarvoor is het goed om eerst een goed profiel te maken van

zoekt een...' Dan benadruk je vanzelf al meer de opbrengstenkant.

het type vrijwilliger dat je zoekt. De tweede vraag is: waar zitten die mensen? Waar haal je de informatie over je doelgroep vandaan?

Pas dan kun je de juiste invalshoek en overtuigingskracht vinden om de ontvanger aan te zetten tot actie. Je kijkt dus naar de doelgroep en naar de informatie die de doelgroep zal aanspreken.

47


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Stap 5: Kanalen en middelen Wij zoeken:

Bent U op zoek naar:

Bestuursleden voor de lokale omroep Gelderland

- een nieuwe uitdaging; - veel contacten met mensen op allerlei plaatsen; - werk dat aansluit bij uw ervaring in de media?

Het bestuur vergadert drie keer per maand. De programma;s worden door de verschillende werkgroepen gemaakt

Wij bieden u een interessante bestuursfunctie bij de lokale omroep aan!

Een boodschap moet ook nog verzonden worden. En op zo’n manier dat het werkelijk binnenkomt bij de doelgroep. Daarvoor heb je een middel nodig en een kanaal. Een middel is dat wat de informatie draagt (bijvoorbeeld een poster, een folder, een sticker, of bijvoorbeeld dat wat je zegt in een gesprek). Een kanaal is de weg waarlangs die informatie gaat. (Die folder kan liggen in een dokterswachtkamer, huis aan huis worden verspreid, op aanvraag verzonden, enz.).

Wie leest wat? De plek waar je middelen neerlegt, en ook het middel zelf, bepaalt voor een deel het resultaat. In een wachtkamer vind je andere mensen dan bij

Of misschien zelfs zo: U dacht dat de medezeggenschapsraad saai is?

een sportclub of school. Door goed te bedenken wat jouw doelgroep ziet, hoort, leest en waar je doelgroep komt, kun je de aantrekkelijke plekken

• lustrumfeest houden • cabaretje zoeken • conflict oplossen • burgemeester ontvangen • subsidie binnenhalen • training timemanagement volgen • trouwe vrijwilliger bedanken • nieuwe leden werven Wij weten wel beter!

Ook interesse?

vinden.

Hoe weet je nu wat jouw doelgroep bereikt? Een manier om dat te achterhalen is om voor bepaalde doelgroep het volgende schema in te vullen. Nog beter is het iemand van die doelgroep

Kortom: het bedenken van een boodschap is een creatief proces waarbij je

zelf te laten invullen. Dit kun je te weten komen tijdens het interview dat je

moet kijken door de ogen van je doelgroep

afneemt met iemand uit je doelgroep.

48


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Een voorbeeld De doelgroep is mannen in de VUT.

De doelgroep Leest: krant, blad, direct mail

Stap 6: de concrete organisatie

Middel

geschikt voor

Huis aan huisblad

advertentie, artikel,

Regionaal dagblad

brief

Plannen is vooruitzien. Elke keer dat de wervingscirkel doorlopen wordt, passeer je ook het segment ‘organisatie’. Het gaat hier in eerste instantie om de organisatie van de werving zelf: alle praktische randvoorwaarden om de uitvoering

De kampioen

soepel te laten verlopen. Luistert/ziet:

Regionale omroep

interview, persbericht,

radio, tv, billboard,

Kabelkrant

poster

De planning bijvoorbeeld:

posters Doet: vrije tijd, werk, studie,

Bibliotheek

poster, lezing,

Wanneer moet het materiaal klaar zijn?

Buurthuis

neerleggen van folders

Wanneer is het een goede tijd om een mailing de deur uit te doen?

Wie gaat schrijven, voorbeelden zoeken?

Etc.

vakantie lid/aanhanger/fan: vereniging, kerk, partij, bekendheid

ANBO

lezing, artikel in

Hervormde kerk

verenigingsblad,

Bridgevereniging

folder, mogelijkheid samenwerking

Ontmoet: buurt, vrienden

Laat andere

mond-tot-

Hoeveel kan en wil je eraan uitgeven?

vrijwilligers weten dat

mondreclame

Wie gaat je kosten betalen?

je bezig bent met

stimuleren met

werven

materiaal voor huidige vrijwilligers

Geïnteresseerd in: politiek, reizen, techniek, kinderen

En de kosten:

Ouderenissues

in tekst hierbij aansluiten

Bij het doorlopen van de cirkel is dit het moment waarop je expliciet stilstaat bij de praktische haalbaarheid van je plannen en de investeringen die het kost om die ideeën te realiseren. Dit is ook het moment waarop je eventueel je wervingsactie op onderdelen moet bijstellen.

49


Gekleurd Vrijwilligerswerk

Bijlage XIX: Voorbeeld Programma Leerwerkplaats Gekleurd Vrijwilligerswerk ……………………..... Locatie: …………………………………………………………….. e

4 Bijeenkomst Datum: ….. /………../………. Slotprogramma over bevindingen en behoeften Doel: 1. zicht krijgen op resultaten van de deelnemers 2. zicht krijgen op nadere wensen van de deelnemers 00.00 uur

Opening en gezamenlijke lunch

01.00 uur

Wervingscirkel

01.30 uur

Kleurenschijf en stappenplan

01.45 uur

Concrete afspraken evalueren

02.15 uur

Traject en resultaten evalueren

02.45 uur

Evaluatieformulier invullen

03.00 uur

Einde

50


Gekleurd Vrijwillilgerswerk Methodieken, 2009