Issuu on Google+

PPP-NIEUWSBRIEF Februari 2008/2

Inleiding Het teweegbrengen van verandering in de geestelijke gezondheidszorg lijkt soms wel op onze winters. Je weet dat het winter is en je wacht op sneeuw, koude en ijs dat er maar niet komt. Als zorgprogramma gaan we, ondanks dat het juiste weer er nog niet overal is, toch door. Niet in de laatste plaats door het grote aantal medewerkers dat zich de laatste maanden aan ons gezamenlijk programma heeft aangesloten. Dat enthousiasme hebben we dit jaar hard nodig om het zorgprogramma uit te rollen over de belanghebbende organisaties. In deze uitgave van de Nieuwsbrief van het Zorgprogramma Psychotische stoornissen doen wij gestand aan onze belofte dat er een opleiding komt toegespitst op hulpverleners die zich met de doelgroep van het zorgprogramma bezig houden. U kunt de data dus al reserveren.

Opleiding Zorgprogramma Psychotische Stoornissen van start Vooraankondiging Vorig jaar hebben we tijdens de kick-off bijeenkomsten al aangegeven dat we een opleiding aan het ontwikkelen waren om iedereen goed op de hoogte te brengen omtrent de laatste stand van zaken rond psychotische stoornissen. Nu is het zover! De Opleiding Zorgprogramma Psychotische stoornissen wordt vanaf 14 mei 2008 in vier middagen gegeven in het UMCG. Centraal staan het element “Kennis”. Bij de presentatie van de onderwerpen zal een bijdrage worden geleverd door ervaren docenten, cliënten en naastbetrokkenen. Één programmadocent zal de rode draad bewaken. Elke college levert vragen op voor de uiteindelijke toets op middag 4. De opleiding is bedoeld voor alle medewerkers van het UCP en van Lentis die werken met en voor mensen met een psychotische stoornis. Accreditatie wordt aangevraagd. In hoofdlijnen ziet het programma er als volgt uit:

U leest de maandelijkse nieuwsbrief van de Provinciale Programmagroep Psychotische stoornissen (kortweg: PPP). De programmagroep is een samenwerkingsverband tussen Lentis/Linis en het UCP. Deze samenwerking heeft als doel een gezamenlijk zorgprogramma te implementeren en te komen tot een cliëntvolgsysteem voor mensen met een psychotische stoornis. Programma Psychotische Stoornissen Programmaleider: Rob Versteden Voorzitter Provinciale Programmagroep: Rikus Knegtering Secretariaat: Marja Hillenga Leden van de Provinciale Programmagroep Psychotische stoornissen: Wim Bloemers Agnes Glastra Sarwar Joanroy Anita Jonkers Anneke van der Krieke Astrid Kuster Anne Miedema Pieter Jan Mulder Janneke Nieuwland Nynke van der Ploeg Hanneke Pool Inge Rinzema Harald Schneider Ellen Siegert Gosse Venema E-mail: Programma Psychose/GGZGRN ppp@lentis.nl PPP archief

Op 14 mei 2008 komen het begrip “zorgprogrammering” en “de laatste inzichten” op het gebied van psychotische stoornissen aan bod. Veertien dagen (28 mei 2008) later verschuift het focus naar de prognose en is er een bijdrage vanuit ervaringsdeskundigheid. Ook zal vanuit de Familievereniging Lentis/Ypsilon de naastbetrokkene voor het voetlicht worden gebracht.

Redactie: V.Oldenbarneveltlaan 15a 9716 EA Groningen 050-5751369


18 juni, de derde middag, staat geheel in het teken van de VERWIJZERTJES interventies. Interventies n.a.v. de sociale gevolgen van de stoornis maar ook op de stoornis zelf. De laatste middag (23 juni) komen de consequenties voor de organisatie aan de orde. Ook zal SAMENWERKING er een demonstratie zijn van het Registratie- en Volgsysteem Lentis Psychotische Stoornissen (RVPS). Opnieuw ook zal er een Linis presentatie zijn vanuit de naastbetrokkenen, dit keer gericht op UMCG oplossingen. Aan het eind van deze middag is het mogelijk om een toets af te Universitair Centrum Psychiatrie Rob Giel Onderzoekcentrum leggen om uw kennis te meten. Door het meedoen aan de toets kunt u door het zorgprogramma worden gecertificeerd. Volgende maand zal het definitieve programma worden rondgestuurd met de mogelijkheid om u in te schrijven.

KENNISCENTRA Kenniscentrum Schizofrenie Kenniscentrum Rehabilitatie

Gebruik van antipsychotica In onze vorige Nieuwsbrief stond een artikel over de toename in het gebruik van antipsychotica. Er kwamen enkele vragen op ons af hierover. Vooral de opvallende stijging van het gebruik van antipsychotica bij (hoog)bejaarden viel menigeen op. Het toeval wilde dat kort daarna De Volkskrant aandacht schonk aan een dissertatie handelend over het gebruik van antipsychotica, en in het bijzonder haloperidol. Wij vonden het de moeite waard dit verhaal, als mogelijk antwoord op die vragen, aan u voor te leggen. Gedragsproblemen bij dementerende bejaarden leiden te vaak tot versuffende medicatie, zegt promovendus

CLIËNTEN, PATIËNTEN EN NAASTBETROKKENEN Psychoseplein Ypsilon Anoiksis labyrint/in perspectief Tien sleutelfactoren voor herstel Stichting Recovery Nederland Meer weten over psychosen en schizofrenie? Kinderen van ouders met psychiatrische problemen

ALGEMENE INFO Vader zwalkt door het verpleeghuis met zijn druppeltjes Haldol. Dementerende ouderen zijn vaak depressief en bang. Medicatie Netwerk Vroege Psychose kan dan helpen. Maar dan niet zomaar voor altijd. Het lijkt Pandora aanvankelijk goed nieuws, dat het onaangepaste gedrag van haar vader met een medicijn valt op te lossen, schrijft journaliste Stella Braam in haar boek “Ik heb Alzheimer.” De voortschrijdende ONDERZOEK EN WETENSCHAP dementie heeft hem geagiteerd, onrustig en agressief gemaakt. Maar de 'wonderdruppels' die hij in het verpleeghuis krijgt, vellen medscape de oude man. Antipsychotica als Risperdal en Haldol maken hem Richtlijn schizofrenie suf; hij zigzagt door het huis en praat met dikke tong. Zijn verbijsterde dochter spreekt van de 'druppelkamikaze'. Het boek ZORGPROGRAMMA is drie jaar oud (de vader van Stella Braam is vorig jaar PSYCHOTISCHE STOORNISSEN overleden) maar de boodschap heeft niet aan kracht ingeboet, Klik hier voor het rapport zegt Raymond Koopmans, hoogleraar Verpleeghuisgeneeskunde aan het UMC Sint Radboud in Nijmegen. Braam legde een praktijk Registratie- en Volgsysteem bloot die in veel verpleeghuizen voorkomt: demente bewoners Psychotische Stoornissen krijgen psychofarmaca vanwege hun onbegrepen gedrag, terwijl die medicijnen soms forse bijwerkingen hebben.

Hoeveel dementerenden probleemgedrag vertonen en hoe vaak zij medicijnen krijgen, was onbekend. Verpleeghuisarts Sytse Zuidema deed daarom onderzoek onder 1322 bewoners op 59 verpleeghuisafdelingen. Vrijdag promoveert hij op zijn studie bij Koopmans. Zuidema komt tot schrikbarende getallen. Ruim 80


procent van de dementerenden heeft last van probleemgedrag, en ruim tweederde krijgt medicijnen om dat gedrag te beïnvloeden. De promovendus vindt dat artsen met het voorschrijven van die medicijnen, en dan vooral met de antipsychotica, terughoudender moeten zijn. Gedragsproblemen vormen hét dilemma in de zorg aan dementerenden, zegt Koopmans. Hun gedrag maakt mantelzorgers overspannen en dat is dé reden voor opname in een verpleeghuis, waar dat gedrag ook een zware belasting is voor het personeel. De meeste dementerenden vertonen uiteenlopende symptomen. Ze zijn bijvoorbeeld rusteloos, hebben wanen of hallucinaties, vervallen in doelloos herhaalgedrag, ze vloeken, zijn (verbaal) agressief of zijn juist depressief of apathisch. Zowel de ernst van de dementie als het geslacht zijn belangrijke voorspellers voor gedragsproblemen, constateert Zuidema. Fysiek agressief gedrag en apathie komen vaker voor bij mannen, angst en depressie vaker bij vrouwen. Voor agressie, apathie en angst geldt dat de problemen heftiger worden naarmate de achteruitgang groter is. Andere symptomen, zoals depressieve gevoelens, komen in het eindstadium van dementie juist minder voor. De mate van probleemgedrag verschilt enorm per afdeling. De problematiek blijkt dus niet alleen afhankelijk van de ziekte maar ook van de omgeving waarin de dementerende verkeert. Welke omgevingskenmerken van invloed zijn, blijft onduidelijk. Opmerkelijk genoeg komen op volle afdelingen niet meer gedragsproblemen voor. Ook de omvang van het personeelsbestand maakt niet uit; op afdelingen met meer verzorgenden zijn de bewoners wel minder apathisch, omdat er mogelijk meer met ze wordt ondernomen. Om het probleemgedrag te beïnvloeden, krijgt 37 procent een antipsychoticum, 27 procent een antidepressivum, 16 procent een angstremmer en 15 procent een slaapmiddel. Het voorschrijven van antidepressiva is een goede zaak, meent Zuidema. Depressies bij verpleeghuisbewoners worden nog onvoldoende behandeld. Maar over antipsychotica is hij kritisch. Bij wanen en hallucinaties werken die medicijnen goed, maar ze worden ook veelvuldig voorgeschreven om onrust en agressie bij dementerenden tegen te gaan. Het effect daarvan is slechts bij 20 procent merkbaar, maar de bijwerkingen zijn fors: sufheid, stijve spieren (meer kans op vallen) en een iets hoger risico op een beroerte. Zuidema vond tussen afdelingen grote verschillen in het gebruik van antipsychotica, variërend van 7 tot 66 procent. De reden van het voorschrijven onderzocht hij niet. Het is deels onmacht van het personeel, denkt hij. Versuffing kan soms een uitkomst betekenen in de omgang met dementerenden van wie het gedrag moeilijk te hanteren is. Toch mag niet het beeld ontstaan, zegt hij, dat bewoners van verpleeghuizen worden gedrogeerd. Dan ga je voorbij aan het drama dat de dementie voor sommigen kan zijn. Zuidema vindt dat verpleeghuisartsen het gebruik van psychofarmaca periodiek moeten controleren. Omdat de dementie voortschrijdt, kunnen gedragsproblemen uit zichzelf overgaan. Zijn advies: regelmatig met de medicijnen proberen te stoppen.

Hoogleraar Koopmans, zelf ook verpleeghuisarts, vertelt over de ontreddering die kan voorkomen bij dementerende bewoners die zich er permanent van bewust zijn dat ze de greep op de realiteit verliezen. Hun lijden is soms zo invoelbaar dat ik soms besluit om hun emoties te dempen. Soms vraagt de familie er zelf om, zegt Zuidema, omdat vader of moeder alleen maar vloekt, tiert en de kinderen overal de schuld van geeft. Daarom zijn verpleeghuizen die meer psychofarmaca gebruiken niet meteen slechter, onderstreept Koopmans. Sommige huizen hebben bovendien veel ingewikkelde bewoners, weet hij.


Bovendien moeten artsen blijven zoeken naar alternatieven voor de pillen, zegt hij. Ze moeten kijken en luisteren naar bewoners, analyseren waar hun gedrag vandaan komt en nietmedicamenteuze oplossingen bedenken, van muziektherapie tot snoezelen. Investeren in het personeel is van wezenlijk belang, zegt Zuidema. 'Verzorgenden moeten leren omgaan met probleemgedrag. Ze moeten ook beseffen dat hun manier van doen invloed kan hebben op het gedrag van de bewoners.' Op zijn eigen afdeling overlegt Zuidema met het personeel over het gedrag van bewoners. 'We kijken waar iemand bijvoorbeeld onrustig van wordt, en het team draagt zelf oplossingen aan. Misschien de bedtijden eens veranderen? Het zijn geen revolutionaire interventies maar ze werken wel.’ Bron: De Volkskrant

Commentaar van de redactie Gedragsproblemen in de zorg voor ouderen leiden vaak tot ernstige last van familie en verplegend personeel. Met name wanneer ouderen, vaak horende bij hun dementie, vreemde overtuigingen krijgen (wanen), of hallucinaties, kan dit reden zijn om antipsychotica voor te schrijven. Een andere reden om antipsychotica voor te schrijven kan slaan of schelden zijn. Ook dit laatste komt vaak voor bij ouderen met een dementie. Psychotische ervaringen bij ouderen kunnen veel verschillende redenen hebben. Soms spelen een urineweg infectie, eenzaamheid of gebrek aan prikkels een rol. Ook kan de psychose het gevolg zijn van beschadiging van de hersenen. Of antipsychotica in dit soort situaties erg effectief zijn, is omstreden. Gevaar is dat de algemene remming die kan optreden als succes wordt gezien. Niet zelden wordt simpelweg vergeten te kijken met welk doel antipsychotica werden gestart, en of dit doel wel werd gehaald. Kortom, meer nog dan bij jongeren, dient bij ouderen waarbij antipsychotica worden voorgeschreven, goed te worden nagedacht over het doel ervan en wanneer er wordt gekeken of dit doel is gehaald. Belangrijkste motto: baat het niet, dan schaadt het altijd. Nog even als extraatje. Als bij ouderen voor het eerst psychotische stoornissen optreden is het altijd van belang naar lichamelijke oorzaken te kijken. Niet zelden zijn er geneesmiddelen (antiparkinson middelen) die psychosen kunnen veroorzaken. Bij sommige vormen van vroege dementie kunnen psychosen op de voorgrond staan (preseniele dementie of dementie van Pick). Soms maken dan antipsychotica de psychose juist erger in deze doelgroep. Kortom, behandelen van psychosen bij ouderen is diagnostisch en therapeutisch een uitdaging. Bij mensen die een bekende psychotische stoornis hebben, zoals schizofrenie, kan bij het ouder worden een aanpassing van de dosis nodig zijn, die past bij de normale veroudering van het brein. Het is dan ook van belang bij ouderen die antipsychotica gebruiken regelmatig te bezien of het middel nog nodig is, dan wel of de dosering moet worden aangepast aan de hogere leeftijd of aan het feit dat meerdere geneesmiddelen tegelijk worden geslikt.


Anoiksis Risico op psychose goed te voorspellen Het risico dat jongeren lopen om psychotisch te worden, is bijna tot 80 procent nauwkeurig te voorspellen. Naast erfelijke factoren die al bekend waren, hebben onderzoekers ontdekt dat er meerdere voorspellers zijn. In totaal zijn ruim driehonderd jongeren onderzocht van gemiddeld 16 jaar oud. Degenen die twee of drie van vijf bepaalde gedragingen vertoonden, bleken later vaak psychotisch te worden. Het gaat om gedrag als veel alleen op de kamer zitten, drugsgebruik, vreemde gedachten over zichzelf en paranoia. Ook de combinatie van onverklaarbaar dalende schoolcijfers en een familiegeschiedenis van psychoses is een risicofactor. Het hangt van de combinatie van gedragingen af hoe voorspelbaar het risico op psychose is, maar dit kan oplopen tot 80 procent. Bij twee of meer voorspellers is snel ingrijpen nodig, vinden de onderzoekers. Op die manier kan het ontstaan van een psychotische stoornis nog worden voorkomen. Bron: www.anoiksis.nl

Ypsilon Gefinancierd door liefde Symposium over verslaving en schizofrenie Dubbele diagnose, schizofrenie en verslaving, is een zeer groot probleem in de GGz. Instellingen lijken niet te weten welke zorg ze moeten bieden en familieleden zien hun leven beheerst door de zieke verslaafde. De Stichting Federatie Familieleden van Psychiatrische Patiënten Noord-Brabant organiseerde in september 2007 een symposium over dit onderwerp. Jan van Kouwen van Ypsilon was erbij. Schizofrenie en verslaving ontwikkelen zich in het begin langzaam, vertelden familieleden die te maken hebben met dubbele diagnose aan Annemarie Schrijnemakers, “coördinator familie”, van GGz Westelijk Noord-Brabant. Maar de incidenten volgen steeds sneller op elkaar en de kwaliteit van het leven in het gezin wordt aangetast. De ziekte gaat het familieleven volledig beheersen. Ongewild wordt de ziekte door de liefde gefinancierd. Dan komt de periode waarin met tranen in de ogen onvriendelijke besluiten moeten worden genomen. Het zieke familielid wordt buiten de deur gezet terwijl men het contact niet wil verliezen. De tijd van ups en downs, van loslaten en weer oppakken, in en uit de instellingen duurt vele jaren. Ouders zeggen kennis en kracht te krijgen als ze actief bij de behandelingen betrokken zijn. De kinderen in het gezin die niet verslaafd zijn, krijgen vaak te weinig aandacht en voelen zich


achtergesteld. Maar al te vaak realiseren ouders zich dit te laat, met verdriet en schuldgevoel als resultaat. In de gespreksgroepen worden heel wat emoties losgemaakt. Toekomstverwachtingen worden bijgesteld en men probeert weer grip op het leven te krijgen. Behandelingen in de Dubbele Diagnosekliniek in Halsteren vinden zowel in de kliniek plaats als daarbuiten (ambulant). De familie is voor de behandelaars heel belangrijk. Hun informatie geeft een goed inzicht van het netwerk van de patiënt. Het zorgprogramma is een stap-voor-stap behandeling met altijd de vraag wat er gebeurt in het brein van het zieke familielid. Psychiater en behandelcoördinator Dirk Steenssens vertelt dat een dubbel diagnosecomplex ontstaat uit een machtssituatie waarbij biologische driften, bijv. honger of seks, een rol spelen. Essentiële driften lijden schade en functioneren niet goed meer. Een verslaving gijzelt als het ware de hersenen en wacht op beloning. Extreem verslavingsgedrag ontstaat vermoedelijk in de eerste drie of vier levensjaren, in combinatie met genetische factoren. Beeldvorming, imago en geld zijn de zwakke plekken van waaruit bevrediging wordt verkregen. Drugs grijpen juist daar in. Steenssens merkt verder op dat bij jongeren van 12, 13 jaar de “neurotransmitters”, die de signaaloverdracht in de hersenen regelen, in ontwikkeling zijn. Deze neurotransmitters zijn kwetsbaar en bij stagnatie ontstaat blijvende schade aan de hersenen. Wat kunnen we hiertegen doen: • Anticiperen op signalen die op jongere leeftijd zichtbaar zijn. • Individueel met de patiënt aan de slag gaan. • Erkennen dat sociale hiërarchie grote invloed heeft op het systeem. • Door positieve bekrachtiging de weg naar herstel zoeken, beloning van beschaafd gedrag versterkt de sociale positie van het individu. Verslaafd aan de verslaafde Ellen Ebbe sprak namen de Landelijke Stichting Ouders van Drugsverslaafden (LSOVD). Deze Stichting wil ouders weerbaar maken en hun belangen behartigen. Ebben: “Heel realistisch is de uitdrukking ‘verslaafd aan de verslaafde’: ouders zijn als het ware zorgverslaafd geworden. Ze kunnen er maar moeilijk van loskomen, omdat de liefde juist op dat punt het grote probleem is. Ze willen hun zieke familielid helpen, ondersteunen en niet in de afgrond zien vallen.” Op de lange weg die ouders en verslaafde familieleden hebben af te leggen, liggen veel obstakels als bij schizofrenie. Ook bij verslaving gaat het zieke familielid het gezinsleven beheersen en bij iedere terugslag waait de hoop verder weg. Een verslaafde legt de verantwoordelijkheid buiten zichzelf, altijd hebben anderen het gedaan. In de gespreksgroepen van de LSOVD praten familieleden, net als bij Ypsilon over hun ervaringen en leren hun eigen leven te leiden, ondanks alle dramatiek. Bron: Ypsilon Nieuwsbrief december 2007

De LSOVD is een landelijke vrijwilligersorganisatie die zich inzet voor ouders en andere familieleden van druggebruikers. Doel is hun belangen te behartigen en hun weerbaarheid te vergroten d.m.v. zelfhulp. De LSOVD maakt deel uit van de Vereniging Landelijke Platform GGz en werkt daarin o.m. samen met de patiëntenorganisaties NP/CF en de NOV. Men heeft samen richtlijnen opgesteld over hoe instellingen moeten omgaan met familieleden en naastbetrokkenen van psychiatrische patiënten.


Cochrane Onderwerp Muziektherapie bij schizofrenie of aanverwante psychotische stoornissen. Achtergrond Muziektherapie is een psychotherapeutische methode welke muzikale interactie gebruikt als een middel voor communicatie en expressie. Het doel van de therapie is om mensen met ernstige psychische ziekten te helpen om relaties te ontwikkelen en om samen met hen onderwerpen op te pakken wat niet lukt met woorden alleen. Doelen Dit review beoordeelt het effect van muziektherapie of muziektherapie toegevoegd aan standaard zorg vergeleken met placebo, standaard zorg of geen behandeling bij mensen met ernstige psychische ziekten zoals schizofrenie. Selectiewijze en aantal onderzoeken Alle gerandomiseerde effectiviteitsonderzoeken die muziektherapie vergeleken met standaard zorg of andere psychosociale interventies bij schizofrenie. De auteurs selecteerden de enige vier gerandomiseerde onderzoeken uit 34 onderzoeken. Er bleken geen publicaties te vinden over onderzoeken waarin muziektherapie vergeleken werd met placebotherapie of met geen behandeling. De toegepaste randomisatieprocedure was adequaat. De beoordelaars en de patiënten waren echter niet geblindeerd voor de interventie. Dit kan de uitkomst van muziektherapie in gunstige zin beïnvloed hebben. Resultaten Een positief effect van muziektherapie werd gevonden op de ‘globale gemoedstoestand’, de ‘mentale gemoedstoestand’ (gebaseerd op 1 gerandomiseerd onderzoek), de negatieve symptomen (volgens de Scale for the Assessment of Negative Symptoms, gebaseerd op 3 gerandomiseerde onderzoeken) en het sociale functioneren (gebaseerd op 1 onderzoek met meer dan 20 therapiesessies). Deze resultaten zijn gevonden na een relatief korte periode met de interventie (1 - 3 maanden), bij patiënten die in de kliniek opgenomen waren. Het lijkt belangrijk te zijn dat een voldoende groot aantal therapiesessies wordt gegeven: minimaal 20. Dit zijn belangrijke bevindingen die mogelijk van betekenis zijn voor de zorg voor mensen met schizofrenie. Conclusie Muziektherapie als een aanvulling op de standaard zorg kan mensen met schizofrenie helpen om hun algehele toestand te verbeteren en kan ook de mentale staat en het sociaal functioneren verbeteren als er voldoende aantal sessies muziektherapie gegeven wordt. Actieve participatie is van belang wil muziektherapie succesvol zijn, maar muzikale vaardigheden zijn niet vereist. Vervolgonderzoek zou moet kijken naar de relatie tussen dosis en effect en de lange termijn effecten van muziektherapie. Cochrane-auteurs Gold C, Heldal TO, Dahle T, Wigram T. Music therapy for schizophrenia or schizophrenia-like illnesses. Cochrane Database of Systematic Reviews 2005, Issue 2.

Deze Cochrane over muziektherapie werd verzorgd door Anita Jonkers, lid van de PPP


Relevante internetsites http://kenvak.hszuyd.nl/ http://www.musictherapyworld.net/ http://musictherapyworld.net/modules/archive/dissertations/pdfs/script ie_GU_14-1-05.pdf http://www.cbo.nl/product/richtlijnen/folder20021023121843/rl_schizo _2005.pdf?

Ter illustratie van de werking van muziektherapie en de activiteiten van een muziektherapeut hebben we Martijn Aerts gevraagd een bijdrage te schrijven. Martijn is muziektherapeut verbonden aan het psychosecluster van GGz Drenthe. Muziektherapie is een therapievorm waarbij muziek het (nonverbale) middel is om mensen te helpen met problemen op emotioneel, sociaal, gedragsmatig of cognitief gebied. Binnen het psychosecluster wordt muziektherapie voornamelijk ingezet om contact te krijgen met de cliënt en zijn belevingswereld. Muziektherapie is niet afhankelijk van communicatie door middel van taal. Dit maakt dat het een belangrijke plek inneemt in het behandelaanbod, het geeft een extra ingang voor behandeling. Vanuit mijn ervaring kan de aantrekkingskracht van muziek een belangrijke impuls zijn voor de cliënt om weer (of meer) contact te maken met zichzelf en zijn omgeving. Muziektherapie maakt door een persoonsgericht aanbod de mogelijkheid beschikbaar voor de cliënt om zich te uiten, plezier en ontspanning te ervaren. Laagdrempelige (bijv.receptieve) werkvormen maken dat een cliënt al kort na de crisis kan starten met deze therapievorm. Het is mijn insteek om te starten vanuit de mogelijkheden van de cliënt, ik kijk welk aanbod past, wat de draagkracht is en waar wensen en affiniteit op het gebied van muziek ligt. Vaak is dit al een ingang om contact te krijgen met elkaar. Van daaruit wordt er gekeken naar de mogelijkheden op het gebied van actieve muziektherapie (bijv. verkennen van een nieuw instrument, een eenvoudige muzikale spelvorm, improvisatie, zang). Dit geeft mensen de mogelijkheid om zichzelf in de muzikale beweging/ beleving te ervaren, samenspel te maken en emoties te uiten. Het is belangrijk om te weten dat zowel het bekende instrumentarium (gitaar, piano, drum, harp, etc) als (de) meer specialistische muziektherapie-instrumenten bespeeld kunnen worden zonder eerdere ervaring op muziekgebied. Muziek maakt het mogelijk om op een heel eenvoudige wijze te kunnen communiceren. Vanuit mijn praktijk en de reacties van mijn cliënten zou ik het volgende kunnen stellen: Emoties kleuren onze (de) beleving van de wereld om ons heen. Na een psychose en/of door de medicatie om deze te behandelen, raken cliënten soms contact met hun emoties kwijt. Muziek kan hierin een manier zijn om deze weer te ervaren en soms tijdelijk terug te vinden. Het luisteren, spelen of zingen, kan de aanwezigheid van stemmen naar de achtergrond drukken en op die manier ontspannend werken (bovendien is het een middel dat een gevoel van controle terug kan geven op die stemmen). Het zelfde geldt voor ritme, harmonie en structuur. De vaste vorm en

Muziektherapie


de wetmatigheden van muziek geven houvast. Plezier ervaren, iets kunnen doen wat lukt en wat als zinvol wordt ervaren, wordt mijn inziens ook als waardevol ervaren. Hieronder middels een casus een korte beschrijving van hoe een muziektherapeutisch proces eruit kan zien vlak na de acute fase van psychose. Meneer K is een 39 jarige man, met de diagnose schizofrenie. Hij verblijft op de besloten afdeling van het psychosecluster, na een toename van psychotische symptomen. Hij verblijft vooral op zijn kamer en mijdt contact met de medecliënten. De verpleegkundigen merken dat hij snel uit contact raakt in een gesprek. Hij raakt de draad kwijt en gaat ‘aan de haal’ met een woord en maakt hier een eigen verhaal van. Hij ervaart hier een hoop angstige en achterdochtige gevoelens bij. Meneer spreekt dan op een zachte, zenuwachtige manier. Hij heeft last van stemmen, deze zeggen allerlei nare dingen tegen hem, al kan hij niet beschrijven wat ze precies zeggen. Er wordt een verwijzing gedaan richting muziektherapie (MT). De muziektherapeut, komt langs op de afdeling om kennis te maken. Meneer heeft in het verleden affiniteit met muziek gehad, hij bezat een aantal gitaren en keyboards. Hij heeft een voorliefde voor rockmuziek, maar ook voor klassieke componisten zoals Bach en Beethoven. Na een aantal bezoeken durft hij het aan om mee te gaan naar de muziektherapieruimte. De eerste sessie bestaat vooral uit het laten zien van de verschillende instrumenten en aanwezige muziek. Hij toont interesse voor de gitaar en ontdekt wat nieuwe muziek die hij als rustgevend ervaart. Samen met de MT wordt er een selectie gemaakt en op CD gezet. Hij gebruikt deze muziek om te luisteren op zijn kamer op de momenten dat hij het moeilijk heeft. Een instrument, de oceandrum (een grote, vlakke trommel gevuld met kleine stalen korreltjes) heeft een bijzondere aantrekkingskracht op hem. Hij kan er minuten lang mee op schoot zitten, terwijl hij de kogeltjes van de ene naar de andere zijde laat rollen (het geeft het geluid van de branding). Dit zou de vaste start worden voor de muziektherapie, hij vindt het prettig omdat dit ‘zijn hoofd rustig maakt’ Meneer blijkt in staat om simpele liedjes te spelen op de gitaar, al raakt hij steeds het ritme kwijt en speelt hij nauwelijks hoorbaar. De muziektherapeut ondersteunt met begeleidende percussie en gitaar. Hiermee lukt het om een lied van begin tot einde te spelen. Meneer merkt op dat hij plezier ervaart bij het muziek maken, bij navraag blijkt dat het de aanwezigheid van stemmen naar de achtergrond drukt. De weken die hierop volgen maakt hij samen met de MT een aantal liedjes met als onderwerp de dingen die hem angstig maken. Deze liedjes hebben titels als ’naar buiten’ en ‘ik wil rust’. Met name het samen zingen vindt hij erg waardevol, dit emotioneert hem zichtbaar. Meneer brengt ideeën in voor liedjes die hij zou willen horen of uitvoeren en neemt hierin initiatief.

In de patiëntbespreking komt naar voren dat hij minder angstig lijkt en vaker deelneemt aan gesprekken in de woonkamer. Muziektherapie blijkt een belangrijke prikkel voor hem om van de afdeling te gaan, daarnaast lijkt hij meer zelfvertrouwen te krijgen.


Zorgboek Schizofrenie Voor wie Dit boek is allereerst gemaakt voor mensen met schizofrenie. Dat wil zeggen mensen die blijvende schade hebben opgelopen na hun eerste psychose en mogelijk al meerdere psychosen hebben meegemaakt. Daarnaast is het boek gemaakt voor familie: op hun schouders komt immers ook veel zorg terecht. Door de brede opzet van het boek kunnen veel hulpverleners er gebruik van maken. Niet uitzichtloos Schizofrenie geldt als een ernstige aandoening. Dat is het ook, maar geen uitzichtloze aandoening. Het boek benadrukt dat mensen met schizofrenie veel kunnen leren en zo een leven kunnen opbouwen dat ze de moeite waard vinden. Sterker nog: waarvan ze kunnen genieten. Informatie Om met schizofrenie een evenwichtig bestaan te kunnen opbouwen heb je veel praktische informatie nodig. Die informatie wil dit boek geven. Leidraad is: wat kun je doen om zelf en met behulp van anderen (familie, hulpverleners) maximaal gebruik te maken van je mogelijkheden. Inhoud 1. Leven met schizofrenie (wat heb je aan dit boek, schizofrenie in het kort, een kwetsbaar “ik”, nooit meer de oude, je krijgt hulp). 2. Je psychose bestrijden (medicijnen tegen psychose, een goed medicijn kiezen, overzicht van medicijnen, omgaan met medicijnen, bijwerkingen..etc.). 3. Herstel en evenwicht (een toekomstplan maken, wonen, samenwerken, dagbesteding). 4. Crisis (als het mis gaat, opname). 5. Bijzondere onderwerpen (stress, verslaving, cognitieve gedragstherapie, ECT-behandeling). 6. Rechten en regels (patiëntenrecht, gedwongen opname, andere regelingen). 7. Hulp en steun (organisaties die je kunnen helpen, overzicht van de hulpverlening). 8. Informatie voor familieleden (omgaan met iemand die schizofrenie heeft, omgaan met verslaving, omgaan met opname, samenwerking met de hulpverlening).

KOPP Kinderen van ouders met psychiatrische problemen De site van KOPP bestaat uit een forum vol informatie en ervaringen van kinderen van ouders met psychiatrische problemen. Het bijzondere aan dit forum is dat er ook aandacht besteed wordt aan volwassenen die een ouder hebben met psychiatrische problemen.De initiatiefneemster en de leden van het forum zijn ervaringsdeskundigen. Dit zijn dus geen professionele dienstverleners, maar mensen die uit eigen ervaring weten waar ze over praten. Het Forum zal een positieve bijdrage leveren aan lotgenotencontact.

Informatie: www.kopp.lotgenootje.nl

Het zorgboek Schizofrenie is te koop bij alle openbare apotheken in Nederland. De prijs bedraagt € 18,50. ISBN 90 7224 888 0


Congressen 1.

5 maart 2008 Bejegening in de psychiatrie te Rotterdam Deze dag gaat over vragen als: • Hoe bejegen je “ongemotiveerde” patiënten? • Hoe verhouden bejegening en attitude zich tot elkaar? • Hoe bejegen je “de beruchte patiënt”? • Wat zijn de gevolgen van beeldvorming op de bejegening? • Hoe ga je om met patiënten die zich niet kunnen of willen aanpassen? • Bejegening bij drugsverslaving en drugsmisbruik • Wat kunnen we leren van fouten en incidenten? • Hoe ga je om met onenigheid of zelfs splitsing binnen het team? • Hoe bied je structuur zonder af te glijden in repressie? • Hoe spreek je patiënten aan op hun gedrag? Meer informatie: http://www.signalsymposia.com/bejegening_in_de_psychiatrie.php

Groepen Liberman module vrije tijd Geachte Medewerker, Er zijn nog een aantal plaatsen beschikbaar voor cliënten die belangstelling hebben om mee te doen aan de Liberman module: "Omgaan met vrije tijd” ”. In tegenstelling tot de eerste twee modules gaat het bij 'Omgaan met vrije tijd' niet over de ziekte of over de symptomen van mensen met psychiatrische problematiek, maar over het gezonde deel van hun leven. Ieder mens heeft immers vrije tijd en kan plezier beleven aan het goed besteden van deze tijd. De module richt zich dus op het op het vinden en behouden van een plezierige en zinvolle dagbesteding. Algemene informatie over de cursus voor cliënten : Iedereen heeft vrije tijd. Dus waarom zou u er geen plezier aan beleven, of u nu een psychiatrische aandoening/probleem hebt of niet. Het kan dan lastig zijn zelf de draad weer op te pakken en te verzinnen wat je met je vrije tijd wilt gaan doen. U kunt zich bijvoorbeeld afvragen: Welke mogelijkheden zijn er voor mij om bijvoorbeeld iets aan schilderen of tekenen te doen? Hoe kan ik me aansluiten bij een sportvereniging? Waar kan ik terecht voor fitness, ik heb maar een beperkt budget! Hoe krijg ik contact met andere cursisten? Zijn dit vragen die u bezig houden dan is de module “Omgaan met vrije tijd” wellicht iets voor u. De trainers van de Liberman modules gaan ervan uit dat mensen veel kunnen leren. Door een aantal vaardigheden te oefenen lukt het vaak beter om een goede invulling te vinden voor de vrije tijd. Voor wie? De training is ontwikkeld voor mensen die moeite hebben of hebben gekregen met het invullen van hun vrije tijd.

Liberman module Omgaan met vrije tijd Bij voldoende deelnemers start deze cursus op: • • •

Dinsdag 18 maart 2008 10.00 – 12.00 uur Locatie Hereweg 80, 1e etage


De training werkt alleen als iemand zélf iets wilt leren op dit vlak. U moet daarnaast ingeschreven staan bij Lentis (voorheen GGz Groningen) en een hoofdbehandelaar hebben. Een andere voorwaarde is dat u kunt samenwerken met mede deelnemers in een groep. Praktische informatie. • De module duurt ongeveer 30 weken, iedere week op een vaste dag gegeven in 2 uur. • De tijden worden in overleg met de cursisten gewijzigd als dat nodig is in verband met de excursies. • De training vindt plaats in een groep van maximaal 10 personen en wordt geleid door twee trainers. • Aanmelding gaat altijd in overleg met uw behandelaar of zorgcoördinator. Dit is ook noodzakelijk om de cursus financieel vergoed te krijgen. Meer inhoudelijke informatie over de training kunt u verkrijgen bij: Mw. J. Stunnenberg, tel.: (050) 5223223 Aanmelding : Eddy Hofman, tel.: 050-5751367 E-mail: en.hofman@lentis.nl

Geen paniek Welnis preventie organiseert de cursus “Geen Paniek” waarin men leert om te gaan met angst of paniekklachten. Wanneer: 5 maart 2008 Waar: Welnis Preventie, gebouw PsyQ, Hereweg 76 Groningen Informatie: Marina Lasta, Welnis Preventie, tel: 050-5223298 of www.welnis.nl

Uitnodiging voor twee herstelgerichte herstelgerichte themamiddagen •

"Persoonlijke ontplooiing en Herstel" op 25 maart 2008 in de kantine van De Wissel, J. van Oldenbarneveltlaan 15a te Groningen, 13.30 – 15.30 uur Leren: Wat betekent het om na langdurige ziekte of met blijvende beperking een passend cursus of deeltijd opleiding te kiezen, te vinden en te behouden? Sprekers: Janine Struurwold, coördinator studiemaatjesproject ervaringsdeskundige: effect van leren op persoonlijk herstel

"Persoonlijke ontplooiing en Herstel" op 22 april 2008 in de kantine van De Wissel, J. van Oldenbarneveltlaan 15a te Groningen, 13.30 – 15.30 uur Werken: Wat betekent het om na langdurige ziekte of met blijvende beperkingen een passende activiteit in de vorm van (vrijwilligers) werk of (deeltijd) werk te vinden en te behouden? Sprekers: Trajectbegeleider van Lentis Ervaringsdeskundige werkend op de Hanzehogeschool

Interactie staat altijd centraal tijdens deze themamiddagen! U ontvangt informatie over de rol van herstel bij het verkrijgen en behouden van leren/werken en hebt de gelegenheid om vragen te stellen aan de sprekers. Verder wordt u meegenomen in een ervaringsverhaal m.b.t. de invloed van het leren/hebben van werk op het persoonlijk herstelproces.


Herstel kan in dit kader gezien worden als “ iets” dat mensen zelf doen, een zoektocht naar hoe om te gaan met psychiatrische beperkingen of lichamelijke aandoeningen. Herstellen is daarmee iets anders dan genezen. De middag staat onder leiding van het Zorgprogramma Psychotische Stoornissen en wordt geleid door een ervaringsdeskundige en trainer verbonden aan Lentis. De bijeenkomst is bedoeld voor mensen met ervaring in de GGz’s, familieleden en andere belangstellenden. De bijeenkomsten zijn gratis en de koffie staat klaar. U kunt zich mondeling, telefonisch of per e-mail opgeven bij het secretariaat van het Zorgprogramma Psychotische Stoornissen, tel: 050-5751369 e-mail: ppp@lentis.nl

Oproep Sinds 1 januari 2008 geldt een verplicht eigen risico van € 150 in de zorgverzekering Dit betekent dat u ieder jaar € 150 zelf moet betalen voor zorg die in het basispakket zit. Ook houdt dit in dat de vaak noodzakelijke medicatie die mensen met een psychotische stoornis nodig hebben betaald moet worden door cliënten zelf, wat problemen kan geven bij cliënten met beperkte financiële middelen. Hopelijk is dit geen aanleiding om met medicatie te stoppen, wat ernstige ontregeling kan veroorzaken. Voor mensen die nu al een zorgtoeslag krijgen, wordt automatisch in de tweede helft van 2008 de eigen bijdrage gedeeltelijk gecompenseerd De Provinciale Programmagroep Psychotische Stoornissen (PPP) wil graag op de hoogte gehouden worden van de gevolgen voor patiënten met betrekking tot deze nieuwe wetgeving. Hebt u negatieve ervaringen met de invoering van de eigen bijdrage meldt dit dan bij: ppp@lentis.nl


012 Februari 2008