Issuu on Google+

SABR. Het hebben van shabr neemt in de islâm een belangrijke plaats in. Volgens een overlevering is sabr de helft van het geloof. Het woord sabr wordt in de Qur‟ân ongeveer negentig keer genoemd. De relatie van sabr met îmân (geloof) is als relatie van het hoofd met het lichaam: iemand zonder sabr heeft geen îmân. Het belang van sabr blijkt onder meer uit volgende verzen: “Allâh houdt van degenen die geduldig volharden.” (Q Âl-‟Imrân 3:146) “En weest geduldig en volhardend. Want Allâh is met degenen die geduldig volharden.” (Q Al-Anfâl8:46). Wat is sabr? Het woord sabr is een Arabisch woord en komt van een wortel die „vastbinden, weerhouden, stoppen‟ betekent. In spirituele zin betekent het „zich weerhouden, geduld hebben, verdragen‟. De beste omschrijving van het woord sabr in het Nederlands is wellicht „geduldige volharding‟, maar een goede vertaling bestaat eigenlijk niet en daarom is er hier voor gekozen om het Arabische woord te gebruiken. „Amr ibn „Utmân al-Makkî zei: “Sabr is het dicht bij Allâh blijven en rustig de beproeving die Hij ons zendt aanvaarden, zonder klagen of droefheid.” Dit betekent echter niet, dat we alles gevoelloos moeten ondergaan. Dit is onmogelijk en behoort niet tot de menselijke natuur. Er bestaan twee soorten van klagen. Het eerste type is klagen bij Allâh, wat niet tegengesteld is aan sabr, zoals sommige profeten hebben laten zien. Bijvoorbeeld door Ya‟qûb (Jakob) a.s toen hij zei: “Hij zei: „Ik klaag slechts over mijn smart en verdriet bij Allâh.” (Q Yûsuf 12:86) En de Qur‟ân verteld over Ayyûb (Job): “En Ayyûb, toen hij zijn Heer aanriep: tegenspoed heeft mij getroffen.” (Q Al-„Anbiyâ‟ 21:83) Mûsâ a.s bad: “O Allâh, alle lof zij U en alleen bij U klagen wij. U bent de Enige bij Wie we hulp zoeken en in Wie we ons vertrouwen stellen en er is geen macht dan bij Uw hulp.” Het tweede type klacht is het klagen bij mensen, met onze woorden of door onze houding en ons gedrag. Dit is wel in tegenspraak met shabr. Met andere woorden: klagen bij Allâh is heel goed mogelijk, zolang het maar niet uit opstandigheid gebeurt en zolang we hulp bij Hem blijven zoeken om de problemen het hoofd te kunnen bieden. Tegengestelde krachten In de mens zijn twee krachten aan het werk: een drijvende kracht, die iemand aanzet bepaalde dingen te doen, en een weerhoudende kracht, die iemand van andere zaken afhoudt. Sabr gebruikt voornamelijk de drijvende kracht om ons goede dingen te laten doen en de weerhoudende kracht om ons van daden af te houden die schadelijk voor onszelf of anderen kunnen zijn.


Sommige mensen hebben heel veel sabr als het aankomt op dingen die goed voor ze zijn, maar zijn zwak met betrekking tot het aflaten van schadelijke zaken. We zien dan dat iemand genoeg sabr heeft om de rituele „ibâdât (daden van aanbidding als salât, vasten, hajj) te volbrengen, maar dat hij te weinig sabr heeft om zijn grillen en verlangens te weerstaan, waardoor hij geneigd zal zijn harâm (verboden) daden te plegen. Hij kan het opbrengen om de hele nacht in aanbidding door te brengen, maar heeft de sabr en kracht niet om zijn blikken neer te slaan en niet naar vreemde vrouwen te kijken. Andersom hebben sommigen veel sabr die ze van verboden zaken afhoudt, maar missen ze de sabr om Allâhs geboden en de „ibâdât uit te voeren. Misschien heeft zo iemand geen moeite met het neerslaan van de blikken, maar mist de volharding mensen het goede te bevelen en het slechte te verbieden en wordt daardoor zo zwak en hulpeloos, dat hij het niet kan opbrengen om tegen ongeloof en afgodendienst te strijden. Vaak zullen mensen in een van de twee gevallen sabr missen, en soms kunnen mensen in geen van beide gevallen geduldig volharden. Vormen van sabr Een „âlim (geleerde) heeft gezegd: “Sabr hebben betekent, dat iemands gezonde verstand en religieuze motieven sterker zijn dan zijn grillen en verlangens.” Iedere mens heeft een natuurlijke neiging om zijn verlangens te volgen, maar het gezond verstand en religieuze beweegredenen moeten die neigingen beperken. De twee krachten zijn in gevecht: soms winnen het verstand en het geloof het, soms de lusten en verlangens. Afhankelijk van de situatie heeft sabr vele namen. Als sabr betekent, dat iemand zijn sexuele verlangens bedwingt noemen we het eer en het tegenovergestelde ontucht. Het in bedwang houden van de maag heet zelfbeheersing en het tegengestelde is vraatzucht. Geheimen bewaren heet discretie, het tegengestelde noemen we loslippigheid of roddel. Tevredenheid met dat wat genoeg is om de noden te bevredigen wordt gematigdheid genoemd en het tegenovergestelde hebzucht. Iemand die zijn woede beheerst heet verdraagzaam, zijn tegenpool noemen we heethoofdig. Afzien van haast heet elegantie en bestendigheid, het tegenovergestelde is impulsiviteit en gejacht. We noemen het moed als iemand de beheersing opbrengt om niet weg te vluchten, en het tegenovergestelde lafheid. We noemen het soms vergevingsgezindheid en zijn tegenovergestelde noemen we wraaklust. En vrijgevigheid als we afzien van gierigheid. Het tegengaan van luiheid en hulpeloosheid heet dynamiek en initiatief. Afzien van anderen de schuld geven noemen we ridderlijkheid. Zoveel omstandigheden en evenveel benamingen voor wat we allemaal sabr kunnen noemen. En al deze vormen zijn goede islamitische eigenschappen en ze maken duidelijk dat de islâm in zijn geheel is gebaseerd op sabr. Een haalbaar ideaal Niet iedereen is van nature even geduldig aangelegd. Toch kan iedereen deze goede eigenschap verwerven door te doen alsof hij al sabr bezit, totdat het uiteindelijk een


tweede natuur voor hem wordt. Want de Profeet s.a.w zei: “Als iemand probeert sabr te hebben, dan zal Allâh hem helpen sabr te krijgen.” Iemand kan proberen zijn sexuele verlangens te beheersen en zijn blikken neer te slaan totdat het zijn tweede natuur is geworden. Hetzelfde geldt voor eigenschappen als bijvoorbeeld standvastigheid, vrijgevigheid en moed: misschien hebben we hier wat moeite mee, maar als we het oprecht proberen, dan zal het ons uiteindelijk makkelijk vallen. Mate van sabr Er zijn verschillende soorten sabr: vrijwillige en onvrijwillige. We kunnen vrijwillig hard lichamelijk werk verrichten of we moeten een zware ziekte verduren: iets waar we niet voor gekozen hebben. We kunnen ervoor kiezen af te zien van dingen die ons door de šarî‟ah zijn verboden, maar moeten een onvrijwillige scheiding van een geliefd iemand verdragen. Vrijwillig gekozen sabr is van meer waarde dan onvrijwillige, omdat deze moeilijker te verwezelijken is. Daarom was de sabr die Yûsuf a.s had toen hij de vrouw van al‟Azîz niet gehoorzaamde van een hogere orde dan zijn geduld toen zijn broers hem in de put gooiden, hem van zijn geliefde vader scheidden en hem als slaaf verkochten. Dit soort sabr is de sabr van de profeten als Ibrâhîm, Nûh, „Îsâ en Muhammad s.a.w. Hun sabr en volharding lag in het oproepen van de mensen tot Allâh en in hun strijd tegen de vijanden van Allâh . Sabr is het grootst als de geloofsovertuiging sterk is. Het is dan makkelijk op te brengen om ons te beheersen en ons doen en laten in goede banen te leiden: we weten immers dat het onze Schepper en Heer is die het van ons vraagt. Zonder geloofsovertuiging is het moeilijker sabr te hebben en valt iemand al snel ten prooi aan Šaythân. Zijn gedachten en daden zullen daardoor vaker op dunyâ (het aardse, tijdelijke leven) dan op âkirah (het hiernamaals) gericht zijn. Sommigen laten de islâm los of keren zich zelfs tegen de islâm. Anderen zien het nut niet in van gehoorzaamheid aan Allâh en vertrouwen op Zijn Vergeving of menen dat het voldoende is om berouw te tonen op hun sterfbed. Deze mensen zijn de slaaf van hun eigen nukken en grillen geworden. De meeste muslims bevinden zich in een tussenvorm: soms is de overtuiging sterk, de sabr groot en de daden goed. Soms is de overtuiging zwak, de sabr klein en de daden slecht. Geloof voedt sabr en maakt het sterk. Het stelt ons in staat om de grootste moeilijkheden en verleidingen het hoofd te bieden. Het maakt dat we geduchte soldaten van Ar-Rahmân worden in de strijd tegen de soldaten van Šaythân. Degene die de soldaten van Šaythân overwint heeft Šaythân zelf overwonnen. Sabr bij het dienen van Allâh In onze „ibâdah aan Allâh speelt sabr een grote rol. Het betekent, dat we de voorgeschreven rituele „ibâdât regelmatig, consequent, oprecht en met kennis volbrengen. Zonder regelmaat is „ibâdah zonder waarde. En zelfs als we het regelmatig doen, dan liggen er twee gevaren op de loer.


Ten eerste lopen we het risico onze oprechtheid te verliezen, als onze bedoeling niet is Allâh te behagen en nader tot Hem te komen. Dus moeten we onze „ibâdah beschermen door zeker te zijn van onze oprechtheid ten opzichte van Allâh. Ten tweede moeten we ons ervan verzekeren, dat onze „ibâdah altijd in overeenstemming is met de sunnah van Rasûlullâh s.a.w en er nooit van afwijkt. Dit vereist een hoge mate van volharding (=sabr). Sabr in het afzien van slechte daden Deze soort sabr kunnen we verwerven door de angst voor de straf na een slechte daad of door hayâ‟ (verlegenheid/schaamte/schroom) tegenover Allâh, omdat we zijn zegeningen voor verkeerde dingen gebruiken. Het gevoel van hayâ‟ kunnen we vergroten door meer over Allâh en Zijn namen en eigenschappen te leren. Het hebben van hayâ‟ is een heel waardevolle eigenschap en afzien van slechte dingen vanuit hayâ‟ is beter dan vanuit angst, omdat het aantoont dat iemand Allâh en Zijn almacht indachtig is, terwijl iemand die zich door angst laat motiveren slechts aan de bestraffing denkt. Een bang iemand is alleen bezig met het ontwijken van straf, terwijl een verlegen en beschroomd iemand zijn gedachten en daarmee zijn doen en laten volledig op Allâh en zijn Grootsheid richt. Beide personen hebben îmân (echt geloof), maar iemand met hayâ‟ heeft bovendien de hogere kwaliteit van ihsân: hij is zich bewust dat Allâh hem en al zijn handelingen ziet en hij gedraagt zich alsof hij Allâh kan zien, wat hem vervult van gevoelens van schroom. Het is uitermate belangrijk voor een gelovige om zich verre te houden van slechte daden, omdat hij zijn îmân moet beschermen. Want slechte daden ver-minderen of vernietigen îmân. Sabr bij tegenslag We kunnen sabr verkrijgen in moeilijke tijden door: 1.Belofte aan de beloning die voor ons ligt. Hoe meer we geloven in de beloning die ons wacht, des te makkelijker wordt het geduld te hebben. Zonder hoop op beloning zouden we geen enkel doel in dit leven of het hiernamaals bereiken. De mens houdt van nature van direkte voldoening, maar verstand en rijpheid laten ons denken aan het resultaat op lange termijn, wat onze sabr versterkt in het uithouden van welke omstandigheid dan ook, gekozen of niet. 2. De hoop op een tijd van verlossing. Deze hoop geeft op zich al een mate van direkte verlichting. 3. De gedachte aan Allâh‟s ontelbare zegeningen. Als we beseffen dat we Zijn gunsten nooit kunnen tellen, wordt het eenvoudiger om sabr te hebben bij tegenslag, omdat de problemen als een druppel lijken vergeleken met de oceaan van Allâh‟s zegeningen en gunsten. 4. De gedachte aan voorbije gunsten van Allâh. Hierdoor herinneren we Zijn zorg en zal onze hoop en verwachtingen op tijden van gemak versterken. Bron: Patience and Gratitude, Ibn Qayyim al-Jawziyyah (1292-1350 n. Chr.)


Sabr