Issuu on Google+


In dit nummer: • • • • • • • • • • • • •

Editoriaal Interview Servais Verherstraeten Opinie De tweejarige master... Nieuwe politiek in de Politici Lounge Placebo Live @ Sportpaleis Koken met Polstok Extended Boekklassieker: Animal Farm Bouazza versus Komrij (500) Days of Summer Proffen op de rooster: Jan Van den Bulck 10 studentikoze dilemma’s Foto’s van de Nederlandstalige fuif

3 4 8 9 11 12 13 16 17 18 19 20 21

Polstok is: Hoofdredactie

Polstok is een werkgroep van Politika VZW. Parkstraat 45, 3000 Leuven. Tel: 016/32 30 89 Info: polstok@politika.be VU: Frank Damen & Filip Van Der Elst

Frank Damen Filip Van Der Elst

Redactie Kirsten Van Camp Ruben Degraeve An Lens

Freelance

Wouter De Tavernier

Cover

Silke Laenen

Layout

Frank Damen

Ruben Godecharle Carmen Van Oers Kaatje Michiels


—3—

E

Editoriaal ditoriaal

Een straf, een kans. Een dooddoener, een opportuniteit. Hoe dicht extremen bij elkaar kunnen liggen, ondervond de Polstokredactie sinds de release van het vorige nummer aan den penne. Dat een bepaald artikel voor blauwe plekken tussen sommige knieën en enkels zou zorgen, hadden we kunnen vermoeden. Dat we bij deze online zijn, niet. Dat we tot op heden nog niet weten of deze evolutie definitief zal zijn, ook niet. Inderdaad, dames en heren, lezers en lezeressen, studenten en studentinnen, wat jullie nu aanschouwen is - in alle bescheidenheid - een stukje geschiedenis. Voor de eerste keer ooit is uw teergeliefd studentenblad online te bekijken. Vormelijk zijn er geen veranderingen, en ook inhoudelijk hebben we weer een gevarieerd aanbod, zoals hiernaast te zien is. Maar er is meer (in ‘t verschiet)! Eén van dees zal Polstok inspanningen leveren om interactiever te worden. We denken aan een website, we denken aan vanalles. Als het ervan kan komen, zal er informatie te vinden zijn in volgend nummer! Ideeën hieromtrent kunnen ook van jullie komen → polstok@politika.be. (We verwelkomen trouwens nog steeds schrijvers. Voel je je geroepen? → polstok@politika.be) Veel succes met de aankomende examens, veel leesplezier, en tot in februari! Frank Damen


IngeZOOMd

—4—

Studentikoze Nonsens Politika Cultuur

INTERVIEW MET SERVAIS VERHERSTRAETEN

“ Politici beseffen dat vaak enkel door vertrouwelijke gesprekken buiten de media vooruitgang kan worden geboekt ” Interviews afnemen in het parlement, het is een ervaring apart. Eer we Servais Verherstraeten eindelijk gevonden hadden in het kluwen van kantoren en vergaderzalen van het federale parlement, werd deze sympathieke CD&V-fractieleider van de ene naar de andere commissie gestuurd om afwezigheden op te vangen. Ondertussen deed hij zijn beklag over afwezige parlementsleden, hield hij een korte maar bondige koffieklets met Herman De Croo in de lift, en nam hij gelukkig ook nog uitgebreid de tijd om aandachtig te antwoorden op wat wij hem te vragen hadden. Polstok: Nog niet zo lang geleden werd Herman Van Rompuy tot eerste president van Europa benoemd. Wat vindt U van de Britse strategie om het moddergooiende kleine kind te spelen om toch een belangrijke nieuwe post vast te krijgen? SERVAIS VERHERSTRAETEN: Ach, dat behoort tot de politieke strategie: veel eisen om toch zeker iéts binnen te halen. Bovendien zijn het volgens mij niet de politici die verantwoordelijk zijn, maar wel de Britse

media, met hun vaak sensationele berichtgeving. De Belgische media zijn daar opgesprongen, maar Herman is gelukkig erg rustig gebleven. Maar het is normaal dat het in werking treden van het Verdrag van Lissabon en de benoeming van Van Rompuy niet van een leien dakje is gegaan. Hoe groter de EU wordt, hoe trager alles verloopt. Neem nu dat Verdrag van Lissabon: alle landen moesten hiervoor een beetje van hun macht overdragen aan Europa, en dat doen vooral grotere landen, waaronder het VK, niet graag. In de EU is het erg lastig om tot beslissingen te komen: tenslotte moet je met 27 een een consensus weten te bereiken. Het democratisch besluitvormingsproces loopt in de EU dus erg traag: je moet met veel omwegen je doel bereiken. Het is echter heel duidelijk dat we met de EU vooruitgang moéten boeken. Een klein land als België is gebaat bij een sterkere EU, en moet daarvoor aan één zeel trekken met andere kleine landen. De kleine lidstaten hebben, zeker wat de recente hervormingen betreft, een sturende rol binnen de


—5— Unie. Polstok: Britten hebben het vaak over “you Europeans”. Heeft het VK nog wel een plaats binnen de Europese Unie? SV: Naast de Oost-Europese landen zijn ook de Britten meer eurosceptisch ingesteld. Dat heeft volgens mij drie redenen: om te beginnen is het een groot land, een van de grootste van de EU, en die denken altijd iets meer aan zichzelf. Daarnaast is het VK ook erg atlantisch: het is meer naar de VS en minder naar de EU gericht. Ten derde hebben de Britten niet de traditionele sociale zekerheid die in de rest van Europa wel terug te vinden is. Nu het duidelijk is dat we naar een sterke Europese sociale zekerheid proberen te gaan, is het normaal dat de Britten zich daar meer tegen zullen verzetten. Polstok: Yves Leterme was “welkom” als premier, maar al meteen werd hij genadeloos aangepakt in de Kamer. Zegt dit iets over de huidige mentaliteit in de politiek? SV: Dat is niets nieuws onder de zon. In feite is 800 000 stemmen halen een politiek misdrijf. Reeds vanaf dag één zag Leterme zijn populariteit afkalven, en ook nu is men erg gefocust op zijn persoon. Ik vind dat mensen in België te snel, door politiek en media, heilig of des duivels worden verklaard. We moeten daar meer gematigd in worden. Yves heeft in het verleden fouten gemaakt, maar niemand is perfect. In mijn ogen moeten we hem nu de kans gunnen om de problemen van dit land op te lossen. Polstok: Gelooft U zelf dat Leterme “has what it takes” om alles op te lossen? SV: Ik geloof daar zeker en vast in. Het probleem van de voorbije jaren was dat dit land te maken heeft gekregen met een cocktail van crisissen: een sociaal-economische, budgettaire en communautaire

crisis.Dat leidde onvermijdelijk tot een politieke instabiliteit waar niemand echt iets aan gedaan zou kunnen hebben. Nu liggen de kaarten anders, wat Leterme meer kansen kan bieden. Je mag ook niet vergeten dat de zaken nu anders aangepakt worden dan in de jaren ’70 en ’80. Toen had men er geen problemen mee om de budgetten te laten ontsporen, nu trachten we dat onder controle te houden, wat dan weer ten koste gaat van andere prioriteiten. Polstok: Over naar een ander heet hoefijzer: Brussel-Halle-Vilvoorde! Kunt U voor de politieke leek eens in enkele zinnen het wat en waarom van BHV uitleggen? SV: Uit angst voor verfransing van Vlaanderen, meerbepaald de rand rond Brussel, werd er in het verleden een politieke afspraak gemaakt: in Vlaanderen spreekt men Nederlands, in Wallonië Frans en Brussel is tweetalig. De Walen kregen wel enkele tijdelijke uitzonderingsmaatregelen als compensatie, maar intussen hebben die uitzonderingsmaatregelen een min of meer definitief karakter gekregen, en eigenlijk kan dat niet: op die manier krijgen de Franstalige partijen bij elke verkiezing 60.000 stemmen vanuit Vlaanderen. Polstok: Denkt U dat de CD&V qua strategisch communiceren in de fout is gegaan door in de bewuste verkiezingscampagne van Leterme straffe uitspraken als “vijf minuten politieke moed” omtrent het BHVdossier te gebruiken? SV: Dat is nu eenmaal de normale gang van zaken als je in de oppositie zit: je moet de dingen scherper formuleren om de zaken in beweging te zetten. Toen bijvoorbeeld de VLD in de oppositie zat en Verhofstadt op het politieke toneel verscheen, gebruikte ook hij erg straffe taal, óók op communautair vlak. Er was veel moed nodig om te doen wat wij in die verkiezings-


—6— campagne hebben gedaan: we hebben laten aanvoelen dat het ons menens is. En ook niet helemaal zonder resultaat: het Franstalige “non” van twee jaar geleden is intussen al een “ouis, mais” geworden, waar de “mais” slaat op enkele compensaties voor de Franstaligen . Ik spreek me daar liever niet over uit, want het is nu de taak van Jean-Luc Dehaene om zich daarover te buigen. De rol van Dehaene als ontmijner is erg belangrijk: men zou het Leterme niet gunnen, niet van Franstalige en niet van Nederlandstalige kant. Hij zou teveel tegenkanting krijgen. Maar ook voor Dehaene houdt deze opdracht een zeker risico in, vergeet dat niet! Polstok: Jean-Luc Dehaene is naast ontmijner in het communautaire dossier ook al voorzitter van de Raad van Bestuur van Dexia, hij zit het financieel controlepaneel van de UEFA voor én hij is Europees parlementslid. Hoe kan een mens in godsnaam al deze jobs doen, laat staan goed doen? SV: Brussel-Halle-Vilvoorde is geen voltijdse opdracht, net zo min als zijn functie bij Dexia en de UEFA. Voor BHV moet hij vooral contacten leggen en het terrein verkennen. We denken niet dat hij hiervoor tijd te weinig zal hebben. Polstok: Wat ziet U, naast BHV, als de belangrijkste problemen van dit land waarvoor oplossingen gezocht moeten worden? SV: Zoals ik al gezegd heb, hebben we de voorbije jaren te maken gehad met een crisis die een cocktail van drie elementen is: economisch, sociaal en communautair. België flirt met haar limieten, de zaken gaan onvoldoende vooruit. Neem nu de arbeidsmarkt: die is volledig anders in Wallonië en Vlaanderen, en wordt dus best ook apart behandeld. Het komt er, zeker in tijden van crisis, op aan van de schaarse middelen efficiënt te investeren. Een grote

staatshervorming is dus aan de orde. Polstok: Het ziet er naar uit dat de scherpe kantjes van het Vlaams Belang eraf gaan. De partij lijkt de ambitie te hebben tot regeringsdeelname. Zit dat er ooit in volgens U, en wordt het dus tijd om het cordon sanitaire te herbekijken? SV: Volgens mij beweegt er niet zó veel, het gaat hier vooral om een mediatiek offensief: Filip Dewinter blijft aan het hoofd en de nieuwe visietekst is volgens mij eerder cosmetica. Het VB ondergaat nu de politieke wetten die onvermijdelijk zijn na een nederlaag: interne strubbelingen komen dan veel sneller aan de oppervlakte. Aan de rechtse zijde van het politieke spectrum voeren drie politieke partijen die strijden voor de stem van de Vlaams-orthodoxe kiezer - VB, N-VA en LDD - voor een erg hevige strijd, en als je dan niet scherp genoeg bent in je communicatie, verlies je. Ze kunnen zich dus geen al te grote stijlaanpassingen permitteren. Maar ik spreek me liever niet teveel uit over de strategie die het Vlaams Belang zou moeten volgen, dat is hun zaak. Voor mij verandert er alvast niet veel aan die partij: het blijft een partij waar ik nooit mee een coalitie zou kunnen aangaan, en daar heb ik zeker geen cordon sanitaire voor nodig. Polstok: Kunnen we nu spreken van een regeringsploeg die meer gelegitimeerd is dan de vorige (Yves Leterme met 800.000 stemmen vs Van Rompuy, premier tegen wil en dank) ? Hoe staat U persoonlijk tegenover nieuwe verkiezingen? SV: Je mag niet vergeten dat het altijd dezelfde meerderheid is gebleven behoudens het vertrek van N-VA die geen deel uitmaakte van de regering maar ze wel steunden. Er is dus wel degelijk sprake van continuïteit. De enige wissels die er zijn geweest, waren personele wissels, zoals het aanstellen van een nieuwe premier,


—7—

“ In feite is 800.000 stemmen halen een politiek misdrijf ” onder consensus van de meerderheid. Die wissels zijn er gekomen door bijzondere omstandigheden, maar we zijn altijd dezelfde lijn blijven volgen.

dia om te gaan en beseffen dat vaak enkel door vertrouwelijke gesprekken, buiten de camera en media, vooruitgang kan worden geboekt.

Polstok: Welke persoonlijke ambities koestert U nog? SV: Het is niet simpel om in de politiek aan loopbaanplanning te doen. De job die ik nu doe is voor de buitenwereld eigenlijk pas interessant in tijden van crisis, want dan is het aan mij om te communiceren, maar toch heb ik ook een zekere invloed achter de schermen. Daarnaast probeer ik onze 23 fractieleden in de mate van het mogelijke te stroomlijnen en vorm ik een brug tussen regering en een fractie. Het is een job waar ik erg veel voldoening uit haal, maar wel geen die ik tien jaar kan blijven doen. Wat er daarna gebeurt, zien we nog wel. Ik ben alleszins nog lang niet uitgekeken op politiek: dat is een kinderdroom die is uitgekomen.

Polstok: Voor welke politicus/politica heeft U veel respect? Van buiten uw partij? SV: Ik heb minstens evenveel respect voor mensen die in de lokale politiek schitterend werk leveren dan voor nationale iconen. Om dan toch enkele namen te noemen: politici als Willy Claes en de dit jaar overleden Karel Van Miert heb ik altijd absolute toppers gevonden. Maar ook bijvoorbeeld een Jean-Marie Dedecker respecteer ik: het is tot nog toe de enige BV die écht geslaagd is in de politiek, hoewel hij nu wel geconfronteerd zal worden met de te snelle groei van zijn partij. Ik zie politiek een beetje als voetbal: soms speel je tegen elkaar, soms met elkaar, maar je moet altijd de bal proberen spelen en professioneel met elkaar om kunnen gaan. Het gaat er geregeld nogal scherp aan toe, maar dat moet je kunnen kaderen.

Polstok: U spreekt over uw invloed achter de schermen. Is dat in de politieke wereld zo van belang? SV: Tegenwoordig volgen de media de politiek op de voet, nog meer dan vroeger. Ze beïnvloeden het proces op een niet te onderschatten wijze. Als je nu voor de Kamer praat, praat je voor de camera, want dankzij Villa Politica is zowat alles wat er in het parlement gebeurt rechtstreeks op televisie te volgen. Dat heeft als gevolg dat politici moeten leren met camera’s en me-

Polstok: En zo zou elke politicus erover mogen denken. Hartelijk dank voor dit interview! Interview: Frank Damen Tekst: Filip Van Der Elst


—8—

OPINIE Eerste stap naar wereldvrede gezet

Juicht nu allen want ons leed is voorbij. Van Quickenborne heeft er voor kunnen zorgen dat vanaf volgende zomer iedereen die de klantendienst van telecomoperatoren belt binnen de 2,5 minuut een fysiek persoon aan de telefoon krijgt. Met de nadruk op ‘een fysiek persoon’, niet de vriendelijke deerne die is om de twee minuten vriendelijk in het oor fluistert dat we dadelijk worden verder geholpen. Moest het werken, het zou de wereld een stuk mooier maken en het aantal echtscheidingen met een kwart doen dalen. Want laat ons daar eerlijk over zijn: een half uur luisteren naar een computerversie van Für Elise geeft een mens de drang om iemand pijn te doen. Belgacom daarentegen kan daar niet mee lachen. De tijdspanne van 2,5 minuut zou onrealistisch zijn en ze zijn op hun tenen getrapt dat ze niet werden gecontacteerd tijdens het opstellen van de nieuwe richtlijnen. Kijk, dat begrijp ik dus niet. Het is misschien niet evident iedereen binnen de 2,5 minuut verder te helpen, maar zo ver was Quickie ook al wel. Iedereen die buiten deze tijdspanne valt mag zijn gegevens achter laten op de voicemail en wordt binnen de 24 uur terug gebeld. Dat vind ik mooi bedacht. (En het creëert jobs, en dat is iets wat dezer dagen altijd punten scoort.) De beller is even van zijn frustratie verlost en krijgt de tijd om wat te kalmeren, de gebelde telecommedewerker wordt niet overspoeld door klachten van mensen die al drie kwartier aan de telefoon hangen. En dat hoeft morgen nog niet eens te lukken, nee, ze krijgen tijd om te oefenen tot de zomer. Nu we het toch over Belgacom hebben, het is duidelijk dat de nieuwe service nog niet voor morgen zal zijn. Ik heb zonet nog een half uur naar muzak geluisterd om dan naar een werknemer te moeten luisteren die overduidelijk zijn weekend vult met het uitpluizen van de jobat, vacature en databank van vdab. Zonder al te veel succes. Als het nieuwe systeem voor meer controle en structuur kan zorgen, wordt deze arme drommel met minder boze klanten geconfronteerd wat op zijn beurt bijdraagt aan een grotere levensvreugde wat een depressie en zelfmoord ontwijkt. Ik vind dat een mooi plan.

Dat ze niet hebben gevraagd wat Belgacom daar van vindt, dat was misschien niet zo slim. Al hadden ze waarschijnlijk al een klein vermoeden van hun reactie. Toch lijkt mij dit niets meer dan het verbeteren van de service en het efficiënter maken van de werkwijze. De mens verzet zich constant tegen verandering en dat wordt nog maar eens duidelijk. Ik vind dat doodjammer, want als ik nog één keer te horen krijg dat al onze operatoren momenteel in bezet zijn, vallen er gewonden. Carmen Van Oers


1=2

—9—

Politika

Cultuur IngeZOOMd Studentikoze Nonsens

?

De tweejarige master: waarom onze faculteit ‘achter’ lijkt te zijn in het beleidsproces Wouter De Tavernier

Vrijwel meteen na de invoering van de bachelor-master structuur ter vervanging van de oude kandidaturen en licenties, besloten de wetenschappen en enkele richtingen binnen humane wetenschappen – ondermeer psychologie – van een vierjarige naar een vijfjarige opleiding te gaan. Daar hier een redelijke consensus over bestond, is dit proces min of meer probleemloos verlopen. Sindsdien echter laait binnen de overige richtingen van humane wetenschappen de discussie hoog op om ook van een éénjarige naar een tweejarige master te gaan – een discussie die verre van zuiver verloopt. Hierin spant de faculteit Letteren, het zwarte gat van het K.U.Leuven spaarboekje, de kroon. Het decreet voorziet de clausule dat men een bepaalde nood moet aantonen om de masteropleidingen te verlengen. En die is er ontegensprekelijk: de decaan hoopt er zijn acute geldgebrek op te lossen door elke student nog een jaartje langer bij te houden, nog eens extra hard te wringen zodat er zeker geen geld meer in zijn zakken zit. Of dat het een inhoudelijke meerwaarde zou zijn voor de diploma’s vraagt hij zich zelfs niet af, net zo min als of het een meerwaarde zou bieden op de arbeidsmarkt. Aan onze faculteit is er wél een inhoudelijke discussie over het al dan niet verlengen van de masterprogramma’s. De debatten zijn er sterker en oprechter dan in welke andere faculteit ook binnen de K.U.Leuven, of toch op z’n minst in vergelijking met de andere universiteiten. De beslissing over de duur van een masteropleiding wordt immers op Vlaams niveau genomen: Leuven kan dus niet beslissen een bepaalde master op één jaar te houden, terwijl alle andere Vlaamse universiteiten het equivalent van die opleiding twee jaar maken. En laat nu net daar het probleem zitten. Binnen onze faculteit is er een redelijke tendens tot volgend idee: de masters van communicatiewetenschappen en politieke wetenschappen blijven één jaar, sociologie mag er een jaartje aan toevoegen. Dit geheel in tegenstelling tot de andere Vlaamse universiteiten, die alledrie de richtingen van een tweejarige master willen voorzien – terwijl de universiteiten van Brussel en Antwerpen zelfs niet over de middelen beschikken om zo’n programma daadwerkelijk zelfstandig in te voeren. Dat enkel Leuven grondig nadenkt over de nood en de consequenties van een tweejarige master mag blijken uit enkele treffende gesprekken met Gentse studenten. Tijdens de paasvakantie van 2008 was er een overleg tussen de onderwijsverantwoordelijken van de


— 10 — faculteiten sociale wetenschappen van Gent en Leuven rond deze kwestie. De Gentse delegatie bleek nauwelijks op de hoogte te zijn van de discussie, noch van eventuele problemen die dat met zich meebracht. Ze sloegen er enkel in hun faculteit naar de mond te praten door – zonder sterke argumentatie – te zeggen dat ze een tweejarige master wilden. Nóg schrijnender werd het toen ik dit jaar praatte met een Gentse student derde bachelor politieke wetenschappen. Die jongen was er rotsvast van overtuigd dat hij het jaar nadien een tweejarige master in de internationale politiek ging volgen aan zijn faculteit – terwijl dat helemaal niet mogelijk is, daar dat enkel zou kunnen als de master vergelijkende en internationale politiek in Leuven ook uit twee jaar zou bestaan. Maar zijn faculteit communiceerde op zo’n manier over de discussie dat het leek alsof dat tweejarige programma al ingevoerd zou zijn. En die faculteiten die het debat nauwelijks inhoudelijk voeren, denken hun ideeën te moeten opleggen aan de Leuvense faculteit sociale wetenschappen. Na een interfacultair overleg met de decanen van de Vlaamse faculteiten sociale wetenschappen – onze decaan stuurde prof. Hooghe, die zelfs de discussie binnen de faculteit nauwelijks volgt – vond diezelfde prof. Hooghe het nodig om aan de volledige aula van onze eerste bachelor mede te delen dat ze allicht allemaal een tweejarige master zullen moeten studeren. Hij stelde daar eveneens vast dat ‘onze faculteit beleidsmatig toch achter leek te zijn op de andere faculteiten sociale wetenschappen’. Dit hoeft niet te verbazen als je weet dat die andere faculteiten het meest essentiële deel van het beleidsproces hebben overgeslagen: de interne discussie over de wenselijkheid en de consequenties. Als die faculteiten het vervolgens nodig zouden vinden tweejarige masters in politieke en communicatiewetenschappen door onze strot te duwen, kan ik mij enkel aansluiten bij de woorden van onze krico: ‘Over mijn lijk!’

Polstok zoekt! - Schrijvers (m/v) - Layouters (m/v) Scherpe opinie over de proffen? Zin om enkele keren per semester een cultuurartikel uit je pen te schudden? Of ben je gewoon journalist in spe? Wij geven iedereen een spreekgestoelte... Mail als de bliksem naar polstok@politika.be!


— 11 — Nieuwe politiek in de Politici Lounge Twee stellingen die op een café worden afgevuurd per half uur, politici met naamkaartjes en drankjes binnen handbereik. Dat is de Politici Lounge, het nieuwe debatconcept van Politika dat op 3 december doorging. Dit keer verhuisde het gebeuren naar de gezellige Kodobar in de Frederik Lintstraat. Het verschil met vorige keer? Een écht lounge café, én enkele grotere namen. Immers, onder de kopstukken waren Mohamed Ridouani (Leuvens schepen), Geert Lambert (voorzitter SLP) en Jean-Jacques De Gucht. Laatstgenoemde haakte helaas vijf dagen op voorhand af, zodat Geert Lambert duidelijk de spotlight op zich kreeg in de avond. Enigszins terecht: vanaf het moment van aankomst (iets later, want hij kwam rechtstreeks van de Senaat gereden) stortte hij zich op de oppositie en op het toegevloeide publiek. Er mochten ook veel jongerenvoorzitters het gesprek live aanknopen met de geïnteresseerden en niet in het minst met hun mede-politici. Ook een boon voor Tie Roefs (Groen!), die Hermes Sanctorum verving. Deze pittige, bewogen dame begaf zich vanaf moment één in de vuurlinie aan de tafel om te discussiëren over hernieuwbare en duurzame energie, de huidige politieke constellatie en de oplossingen voor de vergrijzing, onder hevig artillerievuur van LDD en Vlaams Belang. De studenten die aan dezelfde tafel zaten keken toe en smulden. De vertegenwoordiger van PvdA had duidelijk liever deelgenomen aan een debat waar men hem aan het woord liet, want deze nieuwe politieke setting was duidelijk niet aan hem besteed (“Wat is dat hier mannen, ik ga voetbal zien.”). Niet alleen Groen! En SLP met Lambert en Eline Joukes kwamen sterk voor de dag, het moet ook gezegd dat Wouter Vermeersch (LDD) punten scoorde met zijn op kennis gebaseerde pleidooi van de vlaktaks. Het hoeft niet gezegd dat dit zeer boeiende discussies opleverde. Het voordeel van het loungegebeuren is dat het contact met de toeschouwers persoonlijker en intenser is; het heeft meteen een heel andere sfeer mee. De afwezigheid van een moderator zorgt er voor dat je als politicus haar op je tanden moet hebben om je punt in enkele zinnen duidelijk te maken. Het debatgebeuren leek te werken, want zelfs lang na de laatste stelling (collectieve CD&V-bashing in “Het vertrek van Herman Van Rompuy: goed voor de EU, slecht voor België?”) bleven de politici hangen en doordiscussiëren. Pas omstreeks half twaalf gingen de eersten naar huis toe. En for the record: de tsjeven deden om 2 uur het licht uit. Bedankt, Maarten Gerard en Pieter Marechal.


— 12 — Placebo Live @ Sportpaleis

Filip Van Der Elst

Verslag en setlist Placebo in Sportpaleis op 6 december: sober en zeer strak Met Muse en Placebo brachten dit jaar twee bands van een gelijkaardig allooi een nieuwe plaat uit. Vooral “Battle For The Sun”, die van laatstgenoemde band, wist ons bijzonder te bekoren. Niet verwonderlijk, want ze was het resultaat van een interne restyling: met een nieuwe drummer zijn Brian Molko en co een nieuwe weg met een nieuwe sound ingeslagen, een geslaagd experiment. Maar kunnen ze dat live ook overbrengen? Terwijl Muse een maand geleden het Sportpaleis vanaf seconde één wist in te pakken, was het nu de beurt aan Placebo. Niet bepaald hun eerste concert op Belgische bodem dit jaar: naast een showcase in het Koninklijk Circus headlineden ze ook Werchter én Pukkelpop. Ondanks een quasi identieke setlist vonden we de band niet in herhaling vallen, en zagen we een sober, doch zeer strak optreden met fantastische schijven. Anderhalf uur kwaliteit, daar kunnen wij niet over klagen. Supportact Silversun Pickups is zeker geen onbekende naam: in 2006 wierpen ze hoge ogen met debuutalbum “Carnavas”, drie jaar later staan ze er opnieuw met opvolger “Swoon”. Dit viertal excelleert in lang uitgesponnen gitaarriffs, overgoten met de zeer intense, soms wat schreeuwerige zang van Brian Aubert. In het Sportpaleis kampten ze echter met het probleem waar wel meerdere voorprogramma’s last van hebben: een verre van optimaal geluid. De bass van Nikki Monninger stond te luid en de zang ging ietwat verloren in het distortiongeluid van de gitaren. Ondanks dit hielden de Silversun Pickups zich moeiteloos staande, onder meer dankzij het enthousiasme van drummer Christopher Guanlao, en hun geweldige doorbraakhit “Lazy Eye” als afsluiter maakte nog zeer veel goed. “Er onmiddellijk invliegen”, moet Molko gedacht hebben, en dus ging Placebo bijzonder hevig van start: steviger openen dan met recente hitsingle “For What It’s Worth” is moeilijk, en bij “Ashtray Heart” werd reeds duchtig meegeklapt door een net niet uitverkocht Sportpaleis. Het Brits-Zweeds-Amerikaanse collectief wisselde perfect af tussen het iets tragere werk, zoals het magistrale “Battle For The Sun”, “Follow The Cops Back Home” en “Happy You’re Gone”, en de opzwepende sfeerbrengers zoals oude knaller “Every You Every Me” en “Breathe Underwater”. De toegevoegde waarde van nieuwe drummer Steve Forrest werd al snel duidelijk, bijvoorbeeld bij “Speak In Tongues”, een van onze favorieten van de nieuwe CD, en het beukende “The Never-Ending Why”, songs waarin we een verbluffend staaltje drumwerk mochten aanschouwen.


— 13 — Leverde Muse nog een visueel spektakel af om U tegen te zeggen, dan ging het er bij Placebo een pak soberder aan toe. Toch waren de visuals op de schermen de moeite waard, en bassist Stefan Olsdal verzorgde ook wel een beetje het visuele spektakel door in een geweldig glitterpakje het beste van zichzelf te geven. We hebben weliswaar ook onze puntjes van kritiek. Zo was de sfeer in het Sportpaleis nogal lauwtjes: hier en daar hadden we verwacht dat de zaal meer uit haar dak zou gaan dan het geval was. Misschien ligt het aan Brian Molko, die zich zoals gewoonlijk nauwelijks aan bindteksten waagde en soms nogal apathisch aan z’n micro leek te staan? Hoewel, en het spijt ons dat we opnieuw de vergelijking met Muse trekken, ook Matthew Bellamy is niet meteen de grootste babbeltrut on stage, en hij kreeg de zaal wel moeiteloos aan het springen. Daarnaast valt er natuurlijk wel wat te zeggen over de setlist: iets teveel nieuw werk en te weinig oude toppers. Zo hadden ze “Julien” en “Devil In The Details” perfect achterwege kunnen laten. Langs de andere kant heeft Placebo ervoor gekozen om een totaal nieuwe weg in te slaan, en dan is het logisch dat de nadruk op het nieuwe werk ligt. Een keuze die we moeten respecteren. Onze laatste twijfels over dit optreden werden weggenomen met een geweldige bisronde van twee keer drie nummers: met het briljante duo “Special K” en “The Bitter End”, en het onvermijdelijke “Infra-Red” kregen we alles waar we naar verlangden. Bovendien kregen we met “Trigger Happy” een meeslepend nieuw nummer te horen. De nogal vreemde keuze voor “Taste In Men” als afsluiter, een die ze ook al op Werchter en Pukkelpop maakten, vergeven we Placebo dan ook met alle plezier.

“Wij, vakmensen, zoeken steeds naar verantwoorde contrasten… En dat zijn zeker geen frietjes met bruine suiker zoals sommige Limburgers denken”

Ruben Godecharle

Koken met Polstok Extended!

Polstok neemt je op de volgende bladzijde mee naar het Noorden van de Kempen. Je kent ze vast wel, de gevreesde boerenkempen waar enkel barbaren rondlopen die vaak ofwel teveel in het glas gekeken hebben ofwel teveel in het moeras hebben gedwaald. Pas echter op! Zoals de schoolmeester ons leert: er zijn altijd uitzonderingen op de regel, anders is die regel geen regel! Dus, gingen wij, dappere redacteuren, op zoek naar die uitzondering. Ergens in het noordelijkste deel van het noorden van Turnhout, omringd door bossen, vonden we onze uitzondering: Paul Andriesen, een chef-kok uit de echte authentieke Kempen.


— 14 — Koken met Polstok Extended (vervolg) POLSTOK: Waarom bent u kok geworden? Ik ben er zo eentje waar men het in sprookjes over heeft. Ik heb namelijk van mijn hobby mijn beroep kunnen maken. Nu goed, het is niet zonder bloed, zweet en tranen gegaan, maar anders kan je nooit groeien in het leven, hé! (lacht). POLSTOK: Telkens opnieuw verbaast u je klanten met uw creaties, waar haalt u die inspiratie vandaan? Welnu, veel draait rond koken in mijn leven. Logisch, anders kan je jezelf geen kok noemen. Als ik iets zie, heb ik onmiddellijk de neiging om te denken hoe je dat zou kunnen koken of waarmee het zou smaken. De jacht en de paddenstoelenpluk hebben me altijd al begeesterd en als ik de kans krijg, probeer ik nog wat passende wijnen te vinden bij bepaalde gerechten. Je moet wel niet denken dat alles in mijn leven rond koken draait, ik heb ook nog andere passies (knipoogt). POLSTOK: Wat vindt u van het vegetarisme? Dat heeft me nooit kunnen bekoren, het heeft vooral te maken met een houding, een filosofie. Dit neemt niet weg dat ik niet vegetarisch kan koken! In mijn zaak stonden nooit vegetarische gerechten op de kaart, maar ik heb er wel veel geserveerd in mijn restaurant. Voor die klanten creëerde ik dan leuke combinaties met pittige soepen en pasta’s, champignons, risotto, eieren en zelfgemaakte mini loempia’s. De wereldkeuken is immers een belangrijke inspiratiebron voor vegetarische menu’s. Dus in dat opzicht zou je de vegetarische keuken wel als een verrijking kunnen zien voor het koken in het algemeen. POLSTOK: De moleculaire keuken, iets voor u? Het is interessant maar niet echt aan mij besteed, laat dat maar over aan Ferran Adrià Acosta, de chef-kok van El Bulli. Eigenlijk draait in zijn keuken alles rond chemie…en dat is niet echt iets nieuws. Neem nu bijvoorbeeld een klassieke mayonaise, die maak je eenvoudigweg door het vermengen en bewerken van een eidooier, mosterd, azijn en olie….. Dat is trouwens ook niets anders dan ‘chemie’. Door de moleculaire keuken komt er wel meer kennis over speciale manieren van koken, bijvoorbeeld met explosieve smaken werken. POLSTOK: Houdt u van light producten ? Light… Alles is tegenwoordig light. Mensen eten light, drinken light, ze leven gewoonweg light. Nee, geef mij maar goede ambachtelijke dingen. Oké, het is vetter, ik geef het toe, maar ter compensatie eet ik daarnaast altijd lekkere groenten en fruit. Neem nu wafels bijvoorbeeld. Als je een echte ambachtelijke wafel eet, dan heb je genoeg na een drietal -of wacht, jullie zijn studenten, ja, daar kan ik tegenwoordig niet meer een aantal aan geven, want wat jullie kunnen eten en drinken is legendarisch. Als je light wafels eet, ga je er veel meer van eten en is het resultaat meestal toch hetzelfde. Mijn motto: eet goed én gezond! POLSTOK: Wat vindt u van de culinaire mediatisering? Dit is een echte hype sinds de laatste twee jaar. Aanvankelijk was ik niet zo blij met de serie ‘Mijn Restaurant’, het leek alsof het allemaal een makkie was. Geloof me, een goed


— 15 — restaurant uitbouwen is een levenswerk! De serie ‘Beste Hobbykok’ kan ik wel appreciëren, hoewel ik weet dat de chefs zoals Peter Goossens en anderen marionetten zijn in de handen van de media. Persoonlijk houd ik meer van de culinaire BBC-reeksen (Jerry Rocks, Rick Stein’s). De ‘diversiteit’ inzake koken is een goede zaak voor de burgers, de eetculturen worden in vraag gesteld, men leert mensen op restaurant gaan, mensen worden meer ‘open minded’ en toleranter. Tevens wordt in het daglicht gesteld dat koken een zwaar beroep is. POLSTOK: Bent u vertrouwd met de studentenstad der studentensteden, Leuven? Hoewel ikzelf op de PIVA gestudeerd heb, hou ik toch wel van Leuven. Ik kende er het restaurant ‘de Nachtuil’, we gingen er in ons studentenleven regelmatig uit, ik bewaar mooie herinneringen aan jouw studentenstad! POLSTOK: Wat eet u vanavond? Het hoeft voor mij niet allemaal te ingewikkeld of exotisch te zijn. Ik ga voor een naturel kwaliteitsvolle, aan het spit gebraden kip zonder vetstof en een appelmoes zonder suiker, op basis van een kwaliteitsvolle appel, met een frisse Belgische pint! POLSTOK: Heeft u tips de kokende student op kot? Ik kan de eenpansgerechtjes zoals stoofpotjes of wok aanbevelen, dat bespaart je alvast een afwas! Of de klassieker: Een spaghetti:

Ingrediënten: Spaghetti, Parmezaanse kaas, pijnboompitten, pesto op basis van basilicum.

Bereiding: •  kook de spaghetti in licht gezouten water beetgaar (al dente) en laat uitdruipen •  meng de pesto en de pijnboompitten (experimenteer met het contrast krokant - zacht) •  bestrooi overvloedig met geraspte Parmezaanse kaas POLSTOK: Verklapt u ons nu tot slot nog een van de knepen van uw vak? Oei, een goede kok verklapt zijn geheimen niet, maar ik zal het volgende met je meegeven: wij, vakmensen, zoeken steeds naar verantwoorde contrasten… En dit zijn zeker geen frietjes met bruine suiker zoals sommige Limburgers denken (lacht). Onthoud goed: ‘Er is nog nooit een kok gevonden, die kan koken naar ieders monden!’ Dank u wel voor uw gezouten en gebakken mening! Ruben Godecharle


Cultuur

— 16 —

IngeZOOMd Studentikoze Nonsens Politika

Boekklassieker: Animal Farm

An Lens

Als ik met nostalgie terug denk aan mijn middelbare school dan mijmer ik niet alleen over speeltijden, wekelijkse tests en schoolfuiven. Nee, ik beeld mij onmiddellijk een aantal leerkrachten in. Eén van die leerkrachten was ‘die van Engels’. Een norse vrouw die steeds gesierd werd door een rode neus. Op een dag moesten we het boek ‘Animal Farm’ van George Orwell lezen en bespreken. Er werd gretig van mijn exemplaar afgeschreven wat uiteindelijk resulteerde in een preek, een uur straf voor de hele klas en een wrange smaak bij het horen van de titel. Nu vijf jaar later werd het tijd voor een herkansing. Dat Animal Farm een klassieker is, hoef ik niemand uit te leggen. Iedereen kent de citaten ‘four legs good, two legs bad’ en ‘all animals are equal, but some animals are more equal than others’. Maar waarover gaat het boek nu juist weer? Iets met de Russen en het communisme? Iets met varkens en koeien? Allemaal correct. De dieren op Manor Farm zijn slaven van de agressieve Mr. Jones. Hij heeft geen respect voor hen en denkt alleen aan zijn eigen welzijn. Op een dag krijgt Old Major, een oud varken op de boerderij, een droom. Hij droomt van een wereld waar Mr. Jones van de troon gestoten wordt door de dieren zelf en hij brengt de beesten de geest van de revolutie bij. Na de dood van Old Major duiken er twee kopfiguren op: Snowball en Napoleon. Zij revolteren, jagen Mr. Jones weg en toveren de boerderij om tot Animal Farm. Al snel blijkt dat de twee varkens elkaar niet kunnen luchten en Snowball wordt door Napoleon weggejaagd. Van dan af gaat het van slecht naar slechter op de boerderij. De dieren worden gehersenspoeld, de wetten worden aangepast en niet langer alle dieren zijn mekaars gelijke. Nu, de politieke wetenschappers onder ons hebben deze plot ondertussen al helemaal onderzocht en zijn natuurlijk tot de juiste conclusie gekomen dat de personages in dit boek eigenlijk staan voor bestaande wereldleiders uit de oorlogsjaren. Het boek werd inderdaad geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog en werd gepubliceerd in 1945. Als we de geschiedkundige in ons laten spreken dan zien we dat Mr. Jones een persiflage is van Tsaar Nicolaas II, dat Old Major de verpersoonlijking is van Karl Marx en dat Snowball en Napoleon ook gekend zijn als Leon Trotski en Jozef Stalin. Eigenlijk wisten we dat allemaal wel. Maar de vraag die nog steeds onopgelost blijft, is: ‘Is dat boek nu verdomme de moeite waard of kan ik beter nog de hele dag Facebookspelletjes spelen?’. Het verlossende antwoord is zoals vaak dubbel: ja en nee. Het is een absolute aanrader voor iedereen met zelfs maar een minieme interesse in politiek, WOII, het communisme of ‘klassiekers met weinig pagina’s’. Het is een absolute afrader voor mensen die het in Keulen horen donderen bij de bovengenoemde namen of mensen die een hekel hebben aan sprekende dieren. Conclusie: Een aanrader voor iedereen aan zijn net iets intellectuelere vrienden wil tonen dat hij ook een klassieker heeft gelezen, maar er eigenlijk amper tijd aan wou besteden.


— 17 — Bouazza versus Komrij: literair verantwoord geklaag

Carmen Van Oers

Nu ben ik boos, ik omhels je bundelt de briefwisseling tussen Hafid Bouazza en Gerrit Komrij die eerder gepubliceerd werd in NRC Handelsblad. De schrijvers onderhouden elkaar over wereldproblemen, theekransjes en de ondraaglijke zwaarte van het leven. Het is duidelijk dat beide schrijvers een eigen verfijnde schrijfstijl hebben en dat over elke brief diep is nagedacht. Hoe spontaan de reacties ook over mogen komen, de opbouw en structuur verraden de kennis en kunde. Dat is prachtig om te lezen, maar ook erg vermoeiend. Het is makkelijk verdwalen tussen alle metaforen en de uitgebreide vocabulaire. Vaak dringt de betekenis van de ene brief pas door als het uitgelegd wordt in de brief die daar op volgt. “Wat vertelt de wereld u? Dat ze mij met rust moet laten!” Deze quote van Bouazza vat de sfeer van het ganse boek samen. Het zit tjokvol frustratie, teleurstelling en woede. Woede die vaak versleten wordt voor ironie, en vice versa. Want dat heb je met ouderwetse brieven: gemoedstoestanden kunnen al eens verkeerd geïnterpreteerd worden en dat is bij twee schrijvers niet anders. Dit zorgt ervoor dat het vuur al eens hoog durft oplaaien en een discussie niet uit de weg wordt gegaan. Het is niet verwonderlijk dat de schrijfsels van Bouazza vaak gitzwart zijn. Het leven van een schrijver is hard. Wie een goede schrijver wil worden, wordt bijna gedwongen met gebogen schouders door het leven te gaan. Ook Komrij kan terug kijken op de nodige zwarte periodes. Schrijver zijn, het is weinigen gegeven en zij die het zijn blijken niet bijster gelukkig. Men zou bijna over verbitterde mensen spreken, moest het geen mooie bijdrage leveren aan de literatuur. Want laat ons daar duidelijk over zijn: Nu ben ik boos, ik omhels je wordt gekenmerkt door virtuoos taalgebruik en, vergeef mij professor De Meyer, maar dat kan in de dagen van de msntaal en smscultuur al eens een verademing zijn. Hoe de schrijvers ook klagen op de wereld, de laatste twee brieven tonen aan dat het grootste probleem opnieuw zit in dat wat alle mensen eeuwig blijft kwellen: de liefde. Meer bepaald de verloren liefde en de onvermijdelijke eenzaamheid, de dualiteit van het genot en het grote verdriet dat die eenzaamheid met zich meebrengt. En iedereen weet dat beide extremen prominent aanwezig zijn bij schrijvers. Om het samen te vatten met de woorden van Komrij: het nadeel van de aarde is dat je te maken krijgt met de mensen die er op rond lopen.


— 18 — (500) Days of Summer

An Lens

Eén gouden tip voor alle mannen ter wereld: als je wil scoren bij de vrouw van je wildste fantasieën, stel dan voor om samen naar (500) Days Of Summer te kijken. Eindelijk eens een romantische komedie die het genre een nieuw leven inblaast. En de soundtrack, die mag er ook zijn!

This is not a love story. This is a story about love. Deze woorden beschrijven perfect deze nieuwe prent van regisseur Marc Webb. De film brengt het verhaal van Tom Hansen (Joseph Gordon-Levitt, dieje ene van 3rd Rock From The Sun) en Summer Finn (Zooey Deschanel, de die van Yes Man) en volgt deze twee personages 500 dagen lang. Tom is smoorverliefd op de sympathieke Summer, hij denkt zijn ware gevonden te hebben. Alleen spijtig dat zij niet in ware liefde gelooft. (500) Days Of Summer geeft in vier seizoenen weer hoe het voelt om verliefd te zijn, van iemand te houden en iemand enorm te haten. Aan deze film kunnen waarschijnlijk veel woorden vuilgemaakt worden, maar het enige dat wij kunnen zeggen is: kijken die handel. De personages, de camera, het verhaal, de kleine dingen: alles is tiptop in orde en zo realistisch dat het pijn doet. Deze film is echt een intense rollercoasterrit waar je niet anders kan dan meeleven met de personages en bij jezelf. Tel daar nog eens een fantastische soundtrack bij (The Smiths, The Temper Trap, Wolfmother, Regina Spektor, Simon & Garfunkel, Carla Bruni en many, many more) en je hebt het recept voor een fantastische filmavond mét – als je het goed speelt – een hoop geflirt en wie weet meer ten gevolg. (500) Days Of Summer is (nog) niet beloond met prijzen, maar is ondertussen al wel genomineerd voor o.a. een Spirit Award, een prestigieuze prijs voor de betere onafhankelijke film. Ook op het Sundance Filmfestival liet de film een blijvende indruk na. Zij hadden het volgende te zeggen: The freshness of Marc Webb’s love-me/love-me-not love story is epitomized by its perfectly framed tag lines... Boy meets Girl—Boy falls in love—Girl doesn’t. What else can you say about a postmodern love story? (...) For a new generation of storytellers, 500 Days of Summer is destined to be a template for the future of romantic inspiration. En om eerlijk te zijn: wij kunnen het niet beter verwoorden. Eindelijk eens een film waarover geen echtelijke twisten uitgevochten moeten worden en waar beide geslachten van kunnen houden.


— 19 —

Studentikoze Nonsens Politika Cultuur IngeZOOMd

Proffen op de rooster: Jan Van Den Bulck 1. Vertel ons je grootste angst die je kan overkomen in een overvolle aula. (Of eentje dat al is gebeurd) Op een keer vroeg ik een paar “onschuldige” vrijwilligers in 1BA om een theorie te illustreren. Een bisser stak onmiddellijk zijn hand op. Ik kon aan zijn gezicht zien dat hij het een geweldige mop vond om mijn demonstratie te laten mislukken. Hij wist immers wat ik wou aantonen. Ik aarzelde even, maar besloot toen toch maar om hem naar voor te laten komen. De principes die ik wou illustreren bleken zo sterk dat het de bisser was die uiteindelijk voor aap stond, niet ik. De les: heb vertrouwen in theorieën, als ze goed zijn, zijn ze goed!

2. Heb je een leuke, specifieke herinnering aan je studententijd. Een soort anekdote? Tijdens de les sociologie van professor Dobbelaere viel (met medeweten van de studenten) de Marxistisch Leninistische studentenvereniging binnen die een atoomaanval wou simuleren. Zoals afgesproken doken we allemaal onder onze bank. Karel Dobbelaere was echter niet akkoord met de gang van zaken en bleef ijskoud verder lesgeven. Wat hij zei, leek nogal belangrijk, zodat ik uiteindelijk, onder de bank zittend, toch maar notities begon te nemen in mijn cursustekst die nog op de bank lag. Ik vermoed dat Dobbelaere vanop zijn plaats alleen maar schrijvende handen zag.

3. Waar krijg jij zoal de bonkers van? Bureaucratie. Een grote handicap als je aan de KULeuven werkt.

4. Wat ligt er onder je bed? Een zaklamp. Nuttig bij stroomonderbrekingen, plaspauzes, huilende kinderen… en omdat het een Maglite is, bestaat ook de kans dat er ooit per ongeluk een inbreker met zijn hoofd tegen loopt.

5. Wat zullen je laatste woorden zijn voor je sterft? Als ik aan de KULeuven blijf, is de kans groot dat op mijn grafsteen zal moeten staan “hij had veel plannen” of “hij heeft veel vergaderd”. Mijn laatste woorden zullen wellicht zijn: “Is het al zo laat?” Kaatje Michiels


— 20 —

Studentikoze Nonsens Politika Cultuur IngeZOOMd

10 studentikoze dilemma’s: kiezen verplicht 1. Cantus zonder bier of fuif zonder muziek? 2. Professor Laeremans in een string of professor

Hooghe in een satijnen nachtkleedje?

3. Jupiler of stella? 4. Waikiki Beach of sletten en travestieten avond? 5. Mondeling examen met een bloedneus of

schriftelijk examen met een vulpen die uitloopt?

6. In het bijzijn van de hele aula van de trap vallen of

in het bijzijn van je professoren een gigantische

kater?

7. 10 herexamens of geen sociaal leven? 8. Op kot met je aartsvijand of 3 uur op de trein

als pendelstudent?

9. Politika Kaffee of Lido? 10. Om 8 uur ’s morgens les of tot 9 uur ’s avonds les? Kaatje Michiels

Volgende keer: een invulverhaal...


— 21 —

Foto’s van de Nederlandstalige Fuif!


Polstok en de voltallige Politika-kring wensen iedereen een zalig kerstfeest, een gelukkig nieuwjaar, en een succesvolle examenperiode!



Polstok Decembernummer 09-10