Page 1

Rutger Kopland 75 jaar * Wreed geluk. Claus, Vlaanderen en de liefde documentaire * W.H. Auden: ‘The music must always play’ * Jan Eijkelboom een hommage * Bits of Poetry digitale poëzie * LIRA-dag van de literaire vertaling * de favoriete dichters van Martin Mooij en Tatjana Daan * C. Buddingh’-prijs * Brockway Prize * Poëzie en beeldende kunst * Poëzietheater en meer

Entree: naar eigen waardering / 010 - 282 27 77


Meer dan 700 gedenkwaardige festivalvoordrachten van bijna 200 dichters uit de hele wereld. Een unieke 15 cd-box met boek in gelimiteerde oplage. winkelprijs â‚Ź 59,festivalprijs â‚Ź 49,-


Inhoud p

3

p

4

p

8

Voorwoord Ahmed Aboutaleb burgemeester van Rotterdam Poetry International zet al veertig jaar de toon directeur Bas Kwakman

Voorwoord

De dichters

p 11

Muziek

p 12

De keuze van Martin Mooij festivaldirecteur van 1970 - 1996

p 14

De keuze van Tatjana Daan festivaldirecteur van 1997 - 2003

Het Poetry International Festival bestaat veertig jaar. Ruim duizend dichters uit de hele wereld hebben hun poëzie in Rotterdam voorgelezen. Poëzie die in meerdere talen is vertaald en is verschenen in tijdschriften, bloemlezingen, bundels en op websites. Alle grote dichters, onder wie acht Nobelprijswinnaars, hebben het festival een of meerdere keren be­ zocht. Tijdens de jubileumeditie in juni zullen weer duizenden poëzie­ liefhebbers, dichters en schrijvers samenkomen voor ontmoeting, ont­ dekking en verdieping. Poëzie richt de blik op de essentie. Die is er altijd, de dichter/kunstenaar moet haar alleen wel zelf veroveren. Rutger Kopland heeft dit mooi verwoord in zijn gedicht ‘David’, over de beeldhouwer Michelangelo: ‘Beelden werden niet gemaakt, ze moesten worden / bevrijd uit het mar­ mer, alsof ze er al waren / altijd al.’ Zoals de beeldhouwer steen weghakt, zo schrappen dichters woorden.

p 15

De klank van de dichter

p 16

‘Ze kwamen om een dichter te zien’ unieke selectie festivalvoordrachten op cd

p 18

Tastende taal Rutger Kopland 75 jaar

p 20

Poetry International Web

p 22

Wreed geluk. Claus, Vlaanderen en de liefde documentaire van John Albert Jansen

p 24

W.H. Auden: ‘The music must always play’

p 28

Het gedicht als kameleon LIRA-dag van de literaire vertaling

p 30

‘Ik was er bij en ik was er niet’ Een hommage aan dichter en vertaler Jan Eijkelboom

p 31

Matthew Sweeney over ‘De slang’

Zelf ben ik opgegroeid met gedichten. Veertig jaar geleden bracht een onderwijzer mij gevoel voor poëzie bij. Een aantal gedichten uit die tijd is in mijn geheugen gegrift. Zij gaven mij de kracht om onder barre omstandigheden het bijzondere te zien. En nog steeds is de betekenis relevant. Zoals de dichter kinderen die van hun ouders niet naar school mogen, vergelijkt met soldaten die zonder wapens naar het front moeten.

p 32

Valzhyna Mort over ‘De tranenfabriek’

p 33

Umberto Fiori over ‘Bouwput’

p 34

Luke Davies over ‘Childhood Terror’

p 35

L.F. Rosen over ‘Aan mijn vertaler’

p 36

‘The War Works Hard’

Kinderen leren geen gedichten maken op school. Kinderen leren lezen. Kinderen gaan, net als gedichten, hun eigen weg. Hakken zij over veer­ tig jaar de beelden uit het marmer? Of kun je beter spreken van assem­ bleren, het samenvoegen van materialen uit het persoonlijke, publieke en maatschappelijke om er een geheel eigen betekenis aan te geven? Wie zal het zeggen? Wat we wel weten, is dat dichters chroniqueurs van hun tijd zijn. Dat zij zelfs met strikt persoonlijke observaties in de samen­ leving een gevoelige snaar kunnen raken. Bijzondere vertellers, dat zijn dichters.

p 39

Geert Buelens in gesprek met Dunya Mikhail en Brian Turner

Een festival als Poetry International houdt de vinger aan de pols en zal dat de komende veertig jaar nog zeker doen. Ik wens de organisatie, de dichters, schrijvers en het publiek een mooie jubileumeditie toe.

A Dictionary - Poëzie en beeldende kunst De te schrappen woorden schrappen

p 40

‘Language in art’ en ‘Taal in kunst’

p 43

Bits of Poetry digitale poëzie Poëzietheater Dichter aan de Maas Rotterdams voorprogramma

p 44

C. Buddingh’-prijs 2009

p 47

‘Kijk, het heeft gewaaid’ dichterswerk in uitvoering op de slotavond

p 48

Poetry in the Afternoon & Poetry Talks

p 50

Arrangementen blijf slapen, budget of luxe Algemene informatie Colofon

Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam

p 51

3

Programmaoverzicht


Poetry International zet al veertig jaar de toon

Bas Kwakman © Hella Koffeman

zaterdag 13 juni, 20:00 uur

grote zaal

Na veertig jaar mag het wel eens, vindt directeur Bas Kwakman. Ervoor uitkomen hoe groot het belang van het Poetry International Festival is voor de poëzie in de hele wereld. ‘Want het festival hoeft niet meer zo bescheiden te zijn. Vanaf de eerste keer in 1970 was het meteen een voorbeeld voor festivals wereldwijd. Toen is de norm gesteld, daar zijn we nooit meer onder gedoken en dat is bijzonder.’ TEKST HELMUT DE HOOGH

Zes jaar is Kwakman nu directeur. En als hij andere poëzie­ festivals bezoekt, wordt hij telkens aangenaam geconfronteerd met de status van Poetry International Festival. ‘Of ik nu in Medellín in Colombia kom, in Macedonië of in Londen, overal merk ik dat Poetry het festival is waaraan zij refereren. Als een dichter bij Poetry International is uitgenodigd, kun­ nen zij hem of haar ook programmeren. Overigens maakt dit onze verantwoordelijkheid soms wel zwaar. Omdat we weten: andere festivals volgen ons.’ Kwakman denkt daarbij aan het Poetry World Slampionship dat hij in 2004 introduceerde. Dat was het wereldkampioenschap poetry slam, waarbij slamdichters een wedstrijd met elkaar aangaan, beoordeeld door jury en publiek. ‘Er volgden poetry slams op andere festivals, maar wij zijn er na drie jaar mee zijn gestopt. We dachten: het verandert en verbetert niet. Kwaliteit blijft bepalend, ondanks het grote succes bij het publiek. We zijn op tijd gestopt, op andere festivals zie je nu ook de belangstelling inzakken.’

Kwakman is daarvan sprake als digitale middelen worden benut om een meer waarde te geven aan poëzie. Werk van de dichter Tonnus Oosterhoff vindt hij een goed voorbeeld. ‘De dichter twijfelt tussen twee woorden. Elk woord verandert het hele gedicht. In een boek ziet de lezer alleen de uiteinde­ lijke keuze van de dichter, maar met digitale middelen kun je het woord omdraaien en zo ook het andere woord laten zien. De dichter geeft aan: eigenlijk wilde ik allebei de woorden op deze ene plaats. Dat biedt iets extra’s.’ De moeilijkheid is vol­ gens Kwakman om tussen alle troep en trucs de mooie dingen te vinden. Tijdens Poetry International Festival laten literatuurweten­ schapper Yra van Dijk en filmprogrammeur Jan Baeke hun persoonlijke keuze zien. Zij vertellen wat de nieuwe mogelijk­ heden zijn en hoe goede digitale poëzie is te vinden. De kans is groot dat deze keuze om digitale poëzie te belichten door andere festivals wordt overgenomen. Die internationaal toon­ aangevende rol van Poetry International is in Nederland veel minder bekend. Kwakman steekt de hand in eigen boezem en streeft naar grotere zichtbaarheid: ‘Laat maar zien dat je zo belangrijk bent. Op onze internationale website tonen we dat het hele jaar aan.’

Met de nodige zorgvuldigheid introduceert Kwakman dan ook nieuwe ontwikkelingen en programma’s. Juist omdat iedereen meekijkt, moet het wel goed zijn. Dat geldt ook voor het programma rond digitale poëzie dat tijdens deze veer­ tigste editie wordt geïntroduceerd. Digitale poëzie? Volgens

4


Tussen de 3500 en 4000 mensen bezoeken elke dag de site Poetry International Web die in 2000 werd geïntroduceerd, precies evenveel bezoekers als tijdens een heel festival. Kwak­ man: ‘Het is een kwartaalmagazine waarin verschillende landen poëzie laten zien, zo mogelijk met audio en video. We werken daarvoor met redacteuren in vijfenveertig landen die worden ondersteund door literaire organisaties ter plekke, bij­ voorbeeld in Zimbabwe, Colombia, China, Australië of Japan. De selectie van medewerkers is streng, omdat we zeker willen weten dat hun keuze in het topsegment zit. Poetry International Web betekent een gigantische uitbreiding van ons netwerk van dichters, vertalers en festivals. Door die leidende positie op internet is dat netwerk verdriedubbeld.’

werd voor het eerst voorgelezen in Het Park (bij de Euromast) tijdens de openingsdag. Deze gebeurtenis, ‘Poetry Park’, sloeg enorm aan en groeide uit tot het grote Dunya Festival. Kwakman: ‘Nog steeds opent de naam Martin Mooij deuren voor me. Het was een periode waarin poëzie ook politiek belangrijk was: de dichter als revolutionair die we soms met ons geld uit de gevangenis konden halen. Toen Tatjana Daan hem in 1996 opvolgde, was er een duidelijke accentverschui­ ving. Haar ging het meer om de kwaliteit van de poëzie en minder om politiek. Dat kwam niet alleen door de directeur, ook de tijd was veranderd. Ik vond het een hele goede zet om het festival uit de Doelen te halen. In de Schouwburg zat ze minder in het keurslijf van haar voorganger.’ Met Daan kwamen ook het Poetry Kinderfestival, de Gedichtendag en de verkiezing van de Dichter des Vaderlands. Kwakman: ‘Toen ik in 2003 aantrad, had ik niet die neiging om een andere ruimte te zoeken. Ik nam mijn favoriete festival over. Ik wilde niet veranderen, maar wilde wat toen al sterk was goed door de toekomst loodsen. Wel nodigde ik een aan­ tal andere dichters uit dan Daan, zoals Kees Ouwens of F. van Dixhoorn.’ Met zijn achtergrond in de beeldende kunst introduceerde Kwakman het project Poetry & Art, waarin kunst veel meer was dan decoratie en zelfs het spreekgestoelte van de dichters bereikte. Over dit bijzondere project brengt Poetry Inter­ national dit jaar het bij voorbaat gedenkwaardige boekwerk ‘Language in art’ en ‘Taal in kunst’ uit (pag. 40), volgens Kwakman ‘een kunstwerk op zich’ waarin onder meer de zestig

Vanwege het jubileum staan de voormalig directeuren Martin Mooij (pag. 12) en Tatjana Daan (pag. 14) in de schijnwerpers. Hen is gevraagd voor het komende festival drie dichters uit te nodigen die representatief zijn voor hun periode. Mooij koos voor Kazuko Shiraishi (Japan), Bei Dao (China) en Maura Dooley (Engeland) en Daan selecteerde Umberto Fiori (Italië, pag. 33), Gert Vlok Nel (Zuid­Afrika) en Jacques Roubaud (Frankrijk). Kwakman: ‘Het is te danken aan de persoon Martin Mooij dat het festival vanaf het eerste begin de wereldtop aan zich wist te binden. In die begintijd kwamen al Pablo Neruda, Octavio Paz, Allen Ginsberg en Zbigniew Herbert. Mede dank zij zijn goede relaties met dichters als Campert, Lucebert, Claus, Buddingh’ en Schierbeek floreerde het festival.’ In 1977

Dichters van het eerste Poetry International Festival in 1970. Met o.a. Eugène Guillevic, Zbigniew Herbert, Sir Eric White, Lars Gustafsson en Ernst Jandl © Wim Consenheim.

5


deelnemende kunstenaars van de voorgaande drie jaar zijn opgenomen. Kwakman waarschuwt voor de neiging van bestuurders en subsidiegevers om wat populair is bij het publiek op elk festival te willen. ‘Waarom overal Ali B? Poetry staat voor goede in­ ternationale poëzie, voor de schoonheid van de taal. Of voor de situatie in landen waar de dichters vandaan komen en die in de poëzie naar boven komt. Het is goed dat je als festival bij je profiel blijft, zodat het publiek iets te kiezen heeft. Dat publiek heeft er niets aan als we op GDMW, Wintertuin, Winternachten of Crossing Border zouden gaan lijken, hoe graag ik zelf die andere festivals ook bezoek.’ Voor de komende jaren is Kwakman helder in zijn keuze voor Poetry International. ‘Ik wil de toonaangevende rol van het festival behouden, maar die wel zichtbaarder maken. Zicht­ baarheid, de digitale ontwikkeling en archivering heb ik tot hoofddoelen gemaakt.’ De eerder genoemde website Poetry International Web speelt daarin een hoofdrol als belangrijkste poëziemedium in de wereld, dat geldt evenzeer voor de ont­ sluiting van het enorme archief van Poetry International.’ Kwakman: ‘Het is uniek dat veertig jaar lang alle festivaldich­ ters zijn opgenomen op geluidsbanden door Radio Nederland Wereldomroep. Die banden worden nu gedigitaliseerd en via internet ontsloten voor de hele wereld.’ Van elke dichter zullen tien gedichten te horen zijn in de eigen taal. Luisteraars horen

de originele klank, terwijl ze op het scherm de Engelse verta­ ling kunnen lezen. We werken samen met LyrikLine in Berlijn en The Poetry Archives in Londen van Poet Laureate Andrew Motion. Daar hebben ze zelfs nog een opname die Edison maakte van Walt Whitman, een van de eerste grote Ameri­ kaanse dichters. Wij willen al die informatie bij elkaar bren­ gen. Wie poëzie zoekt begint bij ons. Vervolgens kun je kiezen: wil je lezen in een van de tachtig talen, wil je het horen, wil je de dichter zien of wil je kijken wanneer de dichter optreedt, zodat je erbij kunt zijn? Het is nog een droom. Maar we zijn met de drie organisaties bij elkaar geweest en het is niet onhaalbaar.’ Een prachtige indruk van het enorme archief van Poetry In­ ternational is te vinden op de jubileum uitgave en cd­box Ze kwamen om een dichter te zien met zo’n tweehonderd dichters­ stemmen op vijftien cd’s (pag. 16). Kwakman: ‘Er is op zondag een programma dat geheel in het teken staat van de klank van de dichter met speciale aandacht voor de voordragende dichter, de meerwaarde van poëzie hóren, de kracht en de mogelijkheden van de voordracht. Tijdens het programma is er ook een rol weggelegd voor de acteurs die de vertalingen inspraken.’ Een andere uitgave die het jubileum opsiert is Kijk, het heeft gewaaid, een bloemlezing samengesteld door voormalig pro­ grammeur Janita Monna. Zij was op zoek naar gedichten die

Roberto Juarroz tijdens Poetry International Festival 1993 © Pieter Vandermeer

6


zijn ontstaan naar aanleiding van het festival. Kwakman: ‘De komst naar dit festival is immers voor menig dichter een zodanige ervaring dat het letterlijk poëzie oplevert. En als die niet vertaald wordt, blijft die poëzie voor eeuwig verborgen in exotische talen.’ Monna vond vele mooie gedichten en selec­ teerde er veertig. De titel van het boekje ontleende ze aan een van de beroemdste gedichten van Gerrit Kouwenaar. De bloemlezing Kijk, het heeft gewaaid wordt gepresenteerd tijdens de gelijknamige feestelijke slotavond van het festival, samen met de pennenvruchten van enkele deelnemende dichters naar aanleiding van hun festivalbezoek. Deze jubileumeditie van Poetry International kent vele hoog­ tepunten, zo benadrukt Kwakman. Grote dichters als Henrik Nordbrandt, Gerrit Kouwenaar en Jacques Roubaud worden tijdens het festival geflankeerd door jonge dichttalenten als Valzhyna Mort en Luke Davies. Hun voordrachten tijdens de internationale poëzieprogramma’s worden afgewisseld met muziek van gerenommeerde solisten. De 75e verjaardag van Rutger Kopland wordt gevierd (pag. 18), er zijn hommages aan W.H. Auden en aan dichter en vertaler Jan Eijkelboom (pag. 24 en 30), de C. Buddingh’­prijs voor het beste poëzie­ debuut wordt uitgereikt (pag. 44), festivaldichters Brian Turner en Dunya Mikhail spreken met elkaar over de impact van de oorlogen in het Midden­Oosten op hun werk (pag. 36) en er is de première van de documentaire ‘Wreed geluk’ over de dichter Hugo Claus (pag. 22). Behalve in Rotterdam zal die documentaire ook in Antwerpen te zien zijn, waar drie dagen lang een hommage wordt gebracht aan het jarige Poetry. Het hele festival wordt live gestreamd via internet, zodat de mensen in Antwerpen op groot scherm mee kunnen kijken. Trouwens, de hele wereld kan meekijken. Een vijftal kunstenaars uit verschillende disciplines reageert met nieuw werk op een tekst van Duchamp (pag. 39). Al op de vrijdag voor het festival is er een Rotterdams voorprogramma met dichters uit de stad. Arie van der Ent, Manuel Kneepkens en stadsdichter Jana Beranová presenteren er vijftien dichters met nieuw werk. En er is weer poëzietheater.

De Kift © Erik Christenhusz

Het grote jubileumfeest om veertig jaar Poetry International te vieren begint meteen op de openingsavond. Kwakman: ‘In aanwezigheid van Koningin Beatrix wordt het een wer velend feest dat je meeneemt en verrast. De opening geeft alvast een voorproefje van wat er later in de week aan mooie poëzie uit alle werelddelen te horen zal zijn. Daarnaast is poëzie uitgangspunt voor optredens van diverse bevriende kunstinstellingen die hun verbondenheid met poëzie laten zien. De Kift vertolkt gedichten van dichters die op het festival hebben gestaan, Scapino danst Äffi, een solo op muziek van Johnny Cash, er is percussie van Slagwerkgroep Den Haag en Heavy Industries uit Korea brengt digitale poëzie. Alles in een doorlopende, feestelijke voorstelling.’

Slagwerkgroep Den Haag (videostill)

Äffi - Scapinoballet Rotterdam © Hans Gerritsen

7


Mourid Barghouti

Bei Dao

Luke Davies

Maura Dooley

Arjen Duinker

Umberto Fiori

Tua Forsstrรถm

Rutger Kopland

Gerrit Kouwenaar

Dunya Mikhail

Valzhyna Mort

Gert Vlok Nel

Henrik Nordbrandt

Sigitas Parulskis

Vera Pavlova

L.F. Rosen

Jacques Roubaud

Kazuko Shiraishi

Piotr Sommer

Matthew Sweeney

George Szirtes

Brian Turner

Nachoem M. Wijnberg

Yang Lian

8


De dichters Mourid Barghouti (Palestina, 1944)

Tua Forsström (Finland, 1947)

leefde dertig jaar in ballingschap in Egypte, Libanon, Jordanië, Koeweit en Hongarije. De jaren van ballingschap hebben een stempel op zijn poëzie gedrukt: Barghouti heeft een afkeer van retoriek en mooie woorden. Naar eigen zeggen schreef hij zijn bundel Trottoirgedichten uit 1980 met een camera, visueel, concreet zonder abstracte woorden. Zijn weerzin tegen re­ toriek is ook zichtbaar in de bundel Middernacht uit 2005. De bundel bevat aangrijpende treurdichten, bijtende ironie en galgenhumor.

is de belangrijkste dichteres van Zweedstalig Finland. Haar werk bestaat uit kleine, delicate dichtbundels. De gedichten van Tua Forsström zijn vlot leesbaar, eenvoudig van zegging en weemoedig van toon. Haar bundel Na een nacht tussen de paarden (2000) vormt een doorlopende dialoog met de Russische regisseur Andrei Tarkovski. Het dichter­ik spiegelt haar een­ zaamheid en verdriet aan diens fi lms over getourmenteerde kunstenaars en relativeert op die manier haar eigen problemen.

ma 15 juni, 21:30 u

vr 19 juni, 20:00 u

kleine zaal

grote zaal

Bei Dao (Volksrepubliek China / Verenigde Staten, 1949)

Rutger Kopland (Nederland, 1934)

geldt als boegbeeld van de eerste generatie dichters uit de Volksrepubliek China die zich onttrokken aan de orthodoxie van de staatsliteratuur. Sinds 1989 leeft hij in de Verenigde Staten in ballingschap. De Australische sino­ loog Simon Patton heeft over dit werk opgemerkt dat de tekst tot aandacht dwingt, al tart hij ons begrip. Dat is een essentieel kenmerk van Bei Dao’s internationaal befaamde dichtkunst. Zijn gedichten zijn in vele talen vertaald.

is wellicht een van de meest geliefde dichters in het Nederlandse taalgebied. In 1988 ontving hij Nederlands’ belangrijkste literaire onderscheiding: de P.C. Hooftprijs. Veel besprekers van zijn omvangrijke oeuvre onderscheiden drie fasen: een anekdotische, een ‘strenge’ en een ‘wijze’ periode. Hij schrijft, zoals Herman de Coninck opmerkte, ‘gedichten waar je heel gemakkelijk inkomt, maar niet meer uit geraakt.’ Zijn poëzie werd in vele talen vertaald.

do 18 juni, 20:00 u, De keuze van Martin Mooij grote zaal / do 18 juni, 16:00 u, Poetry in the Afternoon tuin Café Floor

do 18 juni, 21:30 u, Rutger Kopland 75 jaar

Gerrit Kouwenaar (Nederland, 1923)

Luke Davies (Australië, 1962)

wordt gerekend tot de belangrijkste Nederlandse dichters van na de Tweede Wereldoorlog. Zijn oeuvre beslaat, naast bijna achthonderd pagina’s ge­ dichten, romans en (toneel)vertalingen. Kenmerkend voor Kouwenaars poëzie is dat zijn gedichten zich nadrukkelijk presenteren als ‘dingen van taal’. Zijn poëzie is van woorden gemaakt, niet van gedachten of gevoelens. In 2008 verscheen Kouwenaars’ laatste bundel Vallende stilte; een keuze uit eigen werk.

is een bekroond dichter, scenarioschrijver, toneelschrijver en romancier. Zijn poëzie omvat de taal en populaire cultuur van de eenentwintigste eeuw en wordt gewaardeerd om de humor en heldere toon. Zijn werk is echter allerminst eenvoudig te noemen: met wetenschappelijke theorieën, persoon­ lijke ervaringen en verwijzingen naar mystici, weet Davies bij zijn lezers het eigen bewustzijn of dat van het poëtisch subject te benadrukken. do 18 juni, 21:30 u tuin Café Floor

grote zaal

vr 19 juni, 20:00 u

grote zaal

kleine zaal / di 16 juni, 16:00 u Poetry in the Afternoon

Dunya Mikhail (Irak / Verenigde Staten, 1965) schrijft over de oorlogen die haar een groot deel van haar leven omgaven: de Irak­Iran­oorlog, en de Eerste en Tweede Golfoorlog. Haar poëzie kenmerkt zich door een eenvoudige taal. Met haar gedichten zet zij echter de lezer telkens op het verkeerde been om dan terloops in een paar woorden de gru­ welijke waarheid te vertellen. Dat realiseerden zich uiteindelijk ook de autoriteiten in Irak, voor wie ze in 1996 op de vlucht ging. Mikhail stu­ deerde in Bagdad en de Verenigde Staten, waar ze nog steeds woont en werkt.

Maura Dooley (Groot-Brittannië, 1957) groeide als Ierse op in het Engelse Bristol en York en woont en werkt tegen­ woordig in Londen. Dooley zoekt met haar poëzie naar dieper gelegen werkelijkheden en onderstromen in de menselijke ervaring. Gebruikmakend van de zichtbare, soms zelfs wetenschappelijke werkelijkheid probeert ze (individuele) ondergesneeuwde gedachten en herinneringen te verwoorden en in te passen in het collectieve geheugen. Haar poëzie werd meermalen bekroond. do 18 juni, 20:00 u, De keuze van Martin Mooij

wo 17 juni, 20:00 u, ‘The War Works Hard’ 19:15 u, Poetry Talk foyer

grote zaal / vr 19 juni,

grote zaal

Valzhyna Mort (Wit-Rusland, 1981)

Arjen Duinker (Nederland, 1956) schrijft poëzie die getuigt van tomeloze energie en levenskracht. De dingen waaruit de wereld bestaat, spelen in Duinkers poëzie een grote rol. De dich­ ter bekijkt ze, besnuffelt ze met veel plezier aan alle kanten en spreekt ze desgewenst ook toe. Zijn poëzie bestaat veelal uit korte en krachtige regels, die Duinker op andere momenten voorziet van vraag­ of uitroeptekens. Daar­ naast drijven Duinkers teksten regelmatig op herhalingen en opsommingen.

werd geboren in Minsk, toen nog onderdeel van de Sovjet­Unie. Ze schrijft met een rauwe eerlijkheid over het duistere Oost­Europa van na de val van de Sovjet­Unie, maar haar gedichten worden ook gekenmerkt door be­ schrijvingen van geluk. Met het schrijven in het Wit­Russisch stelt ze een daad ter behoud van de identiteit en taal van haar vaderland. Het Wit­ Russisch leeft weer op na pogingen van de regering om de taal in het Russisch te laten opgaan. Mort woont tegenwoordig in de Verenigde Staten.

di 16 juni, 21:30 u

do 18 juni, 21:30 u

kleine zaal

kleine zaal / vr 19 juni, 19:15 u, Poetry Talk

foyer

Umberto Fiori (Italië, 1949)

Gert Vlok Nel (Zuid-Afrika, 1963)

schrijft sinds zijn twaalfde gedichten, maar publiceerde pas tegen zijn dertigste voor het eerst in een literair tijdschrift. Door zijn optredens met de rockgroep ‘Stormy Six’ en directe communicatie met het publiek wilde hij poëzie schrijven met ‘normale woorden’, hetgeen aanvankelijk door critici niet werd gewaardeerd. Fiori doceert hedendaagse Italiaanse letterkunde aan de universiteit van Milaan. Dit jaar verschenen zijn bundel Voi en een cd met gezongen teksten op muziek van Luciano Margorani.

is een buitenbeentje in de poëzie van zijn land. Hij publiceerde slechts één bundel, waarmee hij op slag beroemd werd. Om te lewe is onnatuurlik (1993) bevat een reeks even persoonlijke als pijnlijke gedichten en werd bekroond met de Ingrid Jonker­prijs. Naast die bundel gaf hij de cd Om beaufort wes se beautiful woorde te vergeet uit met gedichten en chansons.

di 16 juni, 20:00 u, De keuze van Tatjana Daan

di 16 juni, 20:00 u, De keuze van Tatjana Daan

grote zaal

9

grote zaal


Henrik Nordbrandt (Denemarken, 1945)

Piotr Sommer (Polen, 1948)

studeerde Chinees, Turks en Arabisch aan de Universiteit van Kopenhagen, maar hij leeft al sinds zijn debuut in 1966 van de pen. Onder de nuchtere, humoristische vorm en de woordspelletjes horen we een ondertoon van ernst en melancholie, die ook als hij z’n eigen werk voordraagt duidelijk aanwezig is. In zijn poëzie ligt vaak een machteloosheid besloten, veroorzaakt door afscheid en afwezigheid van geliefden. Naast de poëzie in talloze bun­ dels, gaf hij krimi’s, kinderboeken en essays uit en zelfs een Turks kookboek.

publiceerde diverse dichtbundels, enkele bloemlezingen, jeugdpoëzie en vertalingen van werk van hedendaagse dichters als Seamus Heaney. Zijn eigen poëzie kenmerkt zich door een tedere omgang met het leven van alledag en de vermijding van routine, in bijvoorbeeld gesprekken met familie of vrienden. Sommer concretiseert gebeurtenissen en koppelt die aan een bijzondere aandacht voor de muzikaliteit van het gedicht.

vr 19 juni, 20:00 u

di 16 juni, 21:30 u

grote zaal

Matthew Sweeney (Ierland, 1952)

Sigitas Parulskis (Litouwen, 1965)

vindt zijn inspiratie in de rijke traditie van Ierse verhalenvertellers. Een typisch Sweeney­gedicht ontwikkelt zich – in een koele, narratieve stijl – vanuit een vertrouwde situatie, maar onderweg verandert het in een ongewoon, mysterieus verhaal zonder einde of duidelijke clue. Sweeney schrijft behalve poëzie ook jeugdpoëzie en jeugdromans. Zijn laatste bun­ del, Black Moon, verscheen in 2007.

is dichter, proza­ hoorspel­ en toneelschrijver, vertaler, essayist en criticus. In zijn dichtwerk, waarbij hij meestal de vrije versvorm hanteert, komen vaak beelden uit zijn kindertijd op het platteland voor, waarbij hij het ‘heilige’ ontmythologiseert en het ‘lagere’ poëtiseert. De ervaringen die hij opdeed als parachutist voor het Sovjetleger gebruikte hij als uitgangspunt voor zijn beste roman Trys sekundės dangaus (Drie hemelseconden). Parulskis is tegenwoordig verbonden aan de Universiteit van Vilnius als docent Creatief Schrijven. di 16 juni, 21:30 u

vr 19 juni, 20:00 u

kwam in 1956, na de Hongaarse opstand, als vluchteling naar Groot­Brit­ tannië. Hij schrijft zijn eigen gedichten in het Engels, maar is ook een be­ kend vertaler van Hongaarse poëzie. Szirtes gebruikt in zijn eigen poëzie vaak vaste vormen zoals het sonnet of de sestina en beschreef zijn gedichten eens als gebouwen. Zijn laatste bundel, The Burning of the Books and Other Poems, verscheen in 2009.

Vera Pavlova (Rusland, 1963) was leerlinge aan het Schnittke muziekcollege, zong in een kerkkoor, studeerde af als muziekhistorica en brak door met onthullende gedichten die menig lezer met verdrongen herinneringen, verzwegen ervaringen en latente verlangens confronteerden. Zij beheerst alle registers van het Russisch en zet moeiteloos buiten­ en binnenrijmen in om haar immer ver­ rassende boodschap over te brengen, op papier, op toneel of middels nieuwe media zoals sms. kleine zaal / vr 19 juni, 19:15 u, Poetry Talk

vr 19 juni, 20:00 u

studeerde letterkunde aan de Universiteit van Oregon en nam na het behalen van z’n mastertitel dienst in het Amerikaanse leger. Een jaar lang was hij gestationeerd in Irak en in die periode schreef hij de gedichten die werden opgenomen in zijn debuutbundel Here, Bullet uit 2005. De ge­ dichten in deze opmerkelijke bundel doen verslag van Turners ervaringen als soldaat en doen dat met lyrische kracht, medeleven, gevoel en eloquentie.

L.F. Rosen (Nederland, 1953)

wo 17 juni, 20:00 u, ‘The War Works Hard’

debuteerde in 1989 met De simulatie van de schepping. Zijn poëzie kent een gelaagdheid, die te danken is aan duistere verbanden tussen regels en tussen strofes, en de verwijzingen naar andere literatuur en historische figuren. Hoewel zijn taal zich ontwikkelde van een anekdotische naar een abstracte vorm, is zijn werk verhalend gebleven. Die zoektocht naar de smalle scheidslijn tussen poëzie en proza is in zijn meest recente bundel Het leven van uit 2009 duidelijk te herkennen. Wijnberg ontving voor zijn poëzie diverse prijzen.

Jacques Roubaud (Frankrijk, 1932) wordt momenteel gerekend tot de groten van de Franse literatuur. Hij noemde zich ooit ‘vervaardiger van wiskunde en poëzie’. Hij is dichter, ver­ taler, essayist en onvermoeibaar verdediger van de moderne poëzie. Uit zijn werk spreekt een fascinatie voor logica; op een verrassende manier past hij in zijn gedichten ‘wiskundige strategieën’ toe. Roubaud maakt deel uit van de ‘Werkplaats voor Potentiële Literatuur’ (OULIPO). Het oeuvre van Jacques Roubaud bestaat naast poëzie uit talloze vertalingen.

ma 15 juni, 21:30 u

kleine zaal

Yang Lian (Volksrepubliek China, 1955)

grote zaal

werd geboren in Zwitserland en groeide op in Beijing. In de jaren zeventig verhuisde hij naar het platteland waar hij begon met schrijven. Na zijn terugkomst in Beijing maakte Yang Lian deel uit van een groep jonge ondergrondse dichters. Zijn gedichten werden invloedrijk in zowel China als daarbuiten. Yang Lian leeft sinds het studentenprotest op het Tiananmen­ plein in 1989 in ballingschap. Tegenwoordig woont hij in Londen.

Kazuko Shiraishi (Japan, 1931) werd geboren in Vancouver, Canada. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog keerden haar ouders met haar terug naar Japan. Shiraishi begon al vroeg met schrijven en debuteerde in 1951. Als een van de eerste Japanse dichters schreef ze surrealistische poëzie, en liet zich daarvoor vaak inspireren door jazz. Haar werk werd in vele talen vertaald en ze geniet wereldwijd faam, onder meer dankzij haar memorabele optredens. Shiraishi ontving een keizerlijke onderscheiding en leeft tegenwoordig in Tokio. do 18 juni, 20:00 u, De keuze van Martin Mooij 19:15 u, Poetry Talk foyer

grote zaal

Nachoem M. Wijnberg (Nederland, 1961)

kleine zaal

di 16 juni, 20:00 u, De keuze van Tatjana Daan

kleine zaal / di 16 juni, 19:15 u, Poetry Talk foyer

Brian Turner (Verenigde Staten, 1967)

foyer

debuteerde in 1994 met de bundel Adel, die hem een nominatie opleverde voor de C. Buddingh’­prijs. Vele bundels volgden, waarvan de jongste Droomvlees is getiteld. Rosen is een aards en herfstig dichter die zelden zijn stem verheft, maar zich in broeierige regels vooruit denkt. Een weemoedig dichter, maar eentje met een prettig scherpe kant. In 2005 ontving hij een van de Gedichtendagprijzen voor zijn gedicht ‘Het bed’. do 18 juni, 21:30 u

kleine zaal

George Szirtes (Hongarije / Groot-Brittannië, 1948)

kleine zaal

vr 19 juni, 20:00 u

kleine zaal

ma 15 juni, 21:30 u kleine zaal / do 18 juni, 16:00 u, Poetry in the Afternoon tuin Café Floor

Kijk op www.poetry.nl voor meer informatie over dichters en muzikanten en links naar hun websites.

grote zaal / do 18 juni,

10


Muziek Pierre Bastien

Jozef van Wissem

De jubileumeditie van het Poetry International Festival presenteert de relatie tussen poëzie en muziek zo direct mogelijk. Voordrachten van de dichters worden afgewisseld met optredens van vermaarde solisten die de klank van de dichter scharen aan de unieke klank van hun instrument. Tijdens de speciale jubileumprogramma’s spelen ensembles die opvallen door de relatie die zij hebben met taal in het algemeen en poëzie in het bijzonder. De solisten zijn Pierre Bastien, Jozef van Wissem, Liza Ferschtman, Martin Tervoort en Wolter Wierbos. De ensembles zijn De Kift, Slagwerkgroep Den Haag, Meindert Velthuis en Rita Knuistingh Neven en Dichters Dansen Niet.

Pierre Bastien di 16 juni, 20:00 u, De keuze van Tatjana Daan

Liza Ferschtman

grote zaal

vr 19 juni, 21:30 u, Kijk, het heeft gewaaid

grote zaal

Wolter Wierbos, trombonist en instant composer, speelt op wereldniveau met uiteenlopende musici en speelde mee op meer dan honderd cd’s en lp’s. Vorig jaar verscheen zijn tweede solo cd. Speciaal voor het slotprogramma krijgt hij een instant compositie opdracht met de titel van het programma als thema: Kijk, het heeft gewaaid. Na afloop speelt hij op uitnodiging van Poetry International samen met Dichters Dansen Niet en bassist Ali Haurand.

Slagwerkgroep Den Haag

De Franse musicus/componist Pierre Bastien ont wikkelde zijn eigen muzikale universum met zijn mechanisch orkest Mecanium. Hij deelt met festivaldichter Jacques Roubaud de fascinatie voor mechaniek en mathemathiek in relatie tot taal. Evenals festivaldichter Jacques Roubaud is hij verbonden aan OULIPO, Ouvroir de Litérature potentielle (Werkplaats voor potentiële literatuur), een los verband van Franstalige schrijvers en wiskundigen. Bastiens Mecanium speelt tijdens de inloop.

za 13 juni, 20:00 u, Opening

Jozef van Wissem

za 13 juni, 20:00 u, Opening grote zaal / aansluitend concert 22:00 u kleine zaal

wo 17 juni, 20:00 u, ‘The War Works Hard’

grote zaal

De Nederlandse minimalistische componist en luitspeler Jozef van Wissem is bekend om zijn ongebruikelijke aanpak van Renaissance en Barok muziek, waarin hij gebruik maakt van omkeringen, palindromes en ‘cut-up’ technieken. Hij woont en werkt in New York. Wolter Wierbos

Wolter Wierbos

Liza Ferschtman do 18 juni, 21:30 u

kleine zaal

grote zaal

Slagwerkgroep Den Haag speelt op de openingsavond I Delayed People’s Flights by Walking Slowly into Narrow Hallways, een compositie van Mayke Nas en Wouter Snoei voor vier spelers, vier stoelen, vier versterkte schoolborden en interactieve elektronica op basis van een tekst van Peter Handke.

De Kift

De Kift brengt al twintig jaar punk, fanfare, rock en pop waarbij gebruik wordt gemaakt van literaire teksten: Jan Arends, E.M. Remarque, Lucebert. Tijdens de opening presenteert de band in ‘draagbare bezetting’ gedichten van dichters die eerder op het festival te zien waren. Na afloop treden ze in volle fanfarepunkbemanning op in de kleine zaal.

Meindert Velthuis en Rita Knuistingh Neven

De jonge violiste Liza Ferschtman wordt algemeen erkend als een van de toonaangevende musici van haar generatie. Ze is een veelgevraagd soliste en speelde onder andere met het Koninklijk Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en de Prague Philharmonia. Ze kreeg in 2006 de Nederlandse Muziekprijs. Tijdens het festival speelt zij onder andere stukken van de eigenzinnige componist Eugène Ysaye.

di 16 juni, 21:30 u, W.H. Auden: ‘The music must always play’ grote zaal

Martin Tervoort

Dichters Dansen Niet

De Rotterdamse bariton en countertenor Meindert Velthuis en pianiste Rita Knuistingh Neven vertolken tijdens het programma rond de dichter W.H. Auden drie liederen van Hans Werner Henze die gebaseerd zijn op gedichten van Auden.

Slagwerkgroep Den Haag

do 18 juni, 21:30 u, Rutger Kopland 75 jaar

De Kift

grote zaal

Martin Tervoort componeert en is uitvoerend musicus (basklarinet, saxen) in het grensgebied tussen jazz, geïmproviseerde en moderne muziek. Tien jaar geleden maakte hij samen met Rutger Kopland de cd Geluiden uit het Noorden. Tijdens het festivalprogramma Rutger Kopland 75 jaar presenteren ze samen de opvolger van dit project, Aan het grensland. Geluiden uit het Noorden 2.

11

vr 19 juni, 22:30 u, slotfeest

grote zaal

Dichters Dansen Niet, het collectief rond dichter Serge van Duijnhoven en DJ/producer Fred De Backer, sluit op 19 juni de veertigste editie van Poetry International Festival af met een bijzonder optreden. Samen met jazzimprovisator Wolter Wierbos en de legendarische bassist Ali Haurand, oprichter van het European Jazz Ensemble en bassist in de band van Jacques Brel, zal Dichters Dansen Niet het tegendeel bewijzen.


Oud-directeur Martin Mooij (edities 1970-1996)

donderdag 18 juni, 20:00 uur

grote zaal

Hij is de man die Poetry International wereldwijd op de kaart heeft gezet, vanaf het prille begin in 1970 tot aan zijn afscheid in 1996. Oud­directeur Martin Mooij nodigt voor de jubileumeditie de dichters Kazuko Shiraishi, Bei Dao en Maura Dooley uit. TEKST HELMUT DE HOOGH

bezoekers en er ging van alles mis. De organisatie kon het niet aan, dacht er zelfs over het af te gelasten. Maar in de pauze zorgde Simon Vinkenoog met een vriend voor muziek en kwa­ men dichters en publiek in een betere stemming. We besloten in de foyer te blijven. Daar waren geen stoelen, maar iedereen heeft immers een kont en daar kun je ook op zitten…’ En ineens werd het festival door de dichters overgenomen. Dichters en bezoekers niet meer gescheiden, maar naast en tussen elkaar. Zij zagen het als hun festival en dat werd het ook, zelfs buiten de Doelen en op straat. Mooij: ‘Vasko Popa ging naar de Joegoslavische arbeiders, Ernst Jandl las spontaan voor op een metroperron. Zelf heb ik eens voor een verkeersopstopping gezorgd toen met een tram bij elke halte werd voorgelezen door dichters. Dat mocht daarna niet meer. Twee Engelse dichters lazen vanaf een politieboot met een megafoon gedichten op de rivier.’ In 1977 werd op de eerste dag van het festival voorgelezen bij het enige Rotterdamse standbeeld van de dichter Hendrik Tollens in Het Park (bij de Euromast). Daaruit ontstond Poetry Park, dat zou uitgroeien tot het succesvolle Dunya Festival. In 1988 werd Poetry International een zelfstandige stichting met Mooij als directeur. Vanaf dat moment ontstond er ook een interessante samenwerking met het Rotterdamse vuilophaalbedrijf ROTEB, dat op zijn huis­ vuil­ en andere wagens dichtregels liet plaatsen.

Sinds halverwege de jaren vijftig werkte Mooij voor De Arbeiderspers. Boeken verkopen, toen nog met als doel meer mensen tot lezen te brengen. Over andere boeken, vooral Duitstalige, publiceerde hij in de NRC en in de Vlaamse Vooruit (nu De Morgen). Tot Adriaan van der Staay naar Rotterdam kwam om als directeur van de Rotterdamse Kunststichting vanaf 1967 meer kunst en cultuur te brengen in de arbeidersstad. Zijn oog was gevallen op een stuk van Mooij over de deplorabele toestand van het literaire klimaat in de Maasstad. Anna Blaman was overleden, Alfred Kossmann naar Amsterdam verhuisd, Cornelis Bastiaan Vaandrager zat in Drenthe. Bob den Uyl moest nog bekend worden, terwijl Jules Deelder en Rien Vroegindeweij nog maar net hun eerste sporen aan het verdienen waren. Mooij was in 1969 nog maar net aangenomen bij de sectie letteren van de Kunststichting toen Van der Staay hem vroeg een paar dagen met hem naar Londen te gaan. Naar Poetry International. Die naam hebben ze daarna maar gejat. Mooij: ‘In Londen verbaasde Adriaan zich er over dat ik al internationale dichters kende en vroeg of ik zo’n festival in Rotterdam van de grond kon krijgen. Ik heb ja gezegd, hoewel ik niet wist hoe ik zoiets moest doen.’ In wachten had men in Rotterdam weinig zin. Besloten werd dat het eerste festival al in juni 1970 moest plaatsvinden in de Doelen. Mooij: ‘Ik had berekend dat het 35.000 gulden zou kosten. Maar dat had Adriaan niet. Hij kon mij 5.000 beloven. Ik moest de rest maar bij elkaar schooien.’ Dat binnenhalen van sponsorgelden ging hem tot zijn eigen verbazing goed af. Hij vertelt over lucratieve contacten met een Rotary Club, de televisie, met het Holland Festival en vooral met het Goethe­ Instituut. Het benodigde geld kwam er, hoewel haast niemand in het festival leek te geloven. Mooij: ‘Eigenlijk had niemand er vertrouwen in, behalve Adriaan. Het festival kwam er, een beetje op een anarcho ma­ nier. Het leek erop dat er haast evenveel dichters waren als

Gezegd wordt dat het de tijd was van de politieke dichters. Mooij: ‘Dat is maar voor een deel waar. Velen hadden hun ervaringen opgedaan in oorlog en onderdrukking. Zij werden politiek gemaakt, vaak door de omstandigheden. Maar het ging om de dichtkunst, het protest kwam erbij. Je vraagt je immers vanzelf af wat er gebeurt in een land als Zuid­Afrika of toen ook in Griekenland en Spanje, waar dichters werden vastgezet. Maar vaak vond je in de poëzie daar nauwelijks iets over. Af en toe konden wij iemand uit de gevangenis halen. Ik was daar aanvankelijk nogal naïef in. Oud­burgemeester

12


André van der Louw zei mij de eerste keer: “Heb jij nog nooit geld in een paspoort gestopt?”’ Mooij vertelt graag over zijn belevenissen. Over Vasko Popa bijvoorbeeld, in de tijd van Tito ook senator, die hem naar een klooster meenam waar de beste brandewijn werd gestookt. Velen hebben bij Mooij en zijn vrouw thuis gelogeerd. Met sommigen gingen zij ook op reis. Vanaf 1979 kon aan een

wat een stoel kostte. Dat kon ik niet, ik wist altijd wel aan het nodige geld te komen.’ Voor de jubileumeditie nodigt Mooij Kazuko Shiraishi uit, die met haar boek Seasons of sacred lust en haar verschijning dertig jaar geleden menig man het hoofd op hol bracht. Mooij: ‘Zij was zo gevierd destijds. En nog steeds weet zij hoe zij een pu­ bliek moet bespelen.’ Ook nodigt hij Bei Dao uit, de Chinese

Martin Mooij met Kazuko Shiraishi tijdens het Poetry International Festival 1994 © Pieter Vandermeer

gevangen dichter waar ook ter wereld een ‘eregeld’ worden toegekend, met daarbij ook de uitnodiging naar Rotterdam te komen zodra dat voor haar of hem mogelijk was. Dat is tot en met 1996 zestien maal gebeurd. Twee dichters zijn in gevangen­ schap omgekomen. Mooij: ‘Nog steeds proberen we mensen te helpen, nu bijvoorbeeld een jonge dichter en schrijver uit Atjeh, die tijdens de tsunami alles verloren heeft: zijn ouders, zijn zusje, zijn hele hebben en houden.’

dichter die nu in de Verenigde Staten woont. En Maura Dooley. ‘Ook zij logeerde soms bij ons. Een mooie dichter, zij was ook enige jaren de organisator van het festival in Londen dat zij weer tot leven bracht.’ Na zijn pensionering richtte hij samen met Remco Campert de organisatie Poets of All Nations (PAN) op. Verschillende organisaties – in Zuid­Afrika, Indonesië, Israël, Mexico – vroegen om zijn hulp bij hun nieuwe festivals. Dat gebeurde ook dichter bij huis: in Antwerpen, Berlijn, Dresden. Het fes­ tival in Bremen viert vlak na Poetry het tienjarig bestaan. Veel dank zegt hij sinds de oprichting van Poetry verschuldigd te zijn aan Cees Buddingh’ en Bob den Uyl, daarna vooral aan Geertjan Lubberhuizen, Remco Campert, Bert Schierbeek en door de jaren heen tot op de huidige dag: Adriaan van der Staay.

Warme herinneringen heeft hij ook aan ‘Yehuda Amichai, Zbigniew Herbert, Allen Ginsberg, Adrian Mitchell, Adrian Henri, Peter Rühmhorf, ga zo maar door. Ik ben vooral ook geïnteresseerd in de dichter als persoon. Ik wil weten waar de poëzie vandaan komt’. Een groot verschil met de huidige tijd vindt Mooij de grotere vrijheid die hij had. ‘Ik heb aan het eind nog meegemaakt dat ik op het stadhuis precies moest uitleggen

13


Oud-directeur Tatjana Daan (edities 1997-2003)

dinsdag 16 juni, 20:00 uur

grote zaal

Een nieuw gezicht, een nieuwe visie. Tatjana Daan greep de taak om als opvolger van Martin Mooij het festival de eenentwintigste eeuw in te leiden met veel liefde aan. Voor de jubileumeditie nodigt zij de dichters Umberto Fiori, Gert Vlok Nel en Jacques Roubaud uit. TEKST HELMUT DE HOOGH

Daan was coördinator van de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA) en programmeerde voor Stichting Perdu toen zij in 1996 de nieuwe directeur werd. Mooij organiseerde zijn laatste festival en nam toen na 27 jaar afscheid.

internationale seminars rondom de vertaling en verbreiding van poëzie. Daar is poetryinternational.org uit voortgekomen, de internationale website waar Poetry International het hele jaar actief is en samenwerkt met dichters en poëziekenners uit de hele wereld. En die dagelijks duizenden bezoekers trekt.’

Daan: ‘Toen ik kwam ging het niet goed met het festival. De subsidie van OC&W dreigde om die reden te worden in­ getrokken. Er kwamen weinig bezoekers, er was nauwelijks nog persbelangstelling. Het festival was in zichzelf gekeerd ge­ raakt en dobberde voort op de glorie van de beginjaren. De dichters hadden het er onveranderd naar hun zin, maar voor hun gehoor werd het meer en meer een onderonsje van vaak dezelfde dichters, nogal plichtmatig achter elkaar gepro­ grammeerd in urenlange zittingen. Versnipperde aandacht door activiteiten die met poëzie niets van doen hadden – Story International – dreigde de hoofdzaak te verwateren. Toen ik aantrad moest ik onmiddellijk en ingrijpend hervormen an­ ders had het festival zijn huidige leeftijd niet gehaald.’

De liefde voor de dichtkunst stond bij Daan in al haar beslis­ singen voorop. ‘We nodigden alleen dichters uit waar we als doorgewinterde poëzielezers persoonlijk een grote belangstel­ ling voor hadden. Maar de vernieuwde opzet van het festival was een noodzaak. De poëzie was een in Nederland zo goed als onzichtbare kunstvorm geworden, waarvan alleen selecte clubjes of individuen nog weet hadden. Het was zaak de poëzie weer zichtbaar te maken. Onze introductie van de Gedichten­ dag en de Dichter des Vaderlands heeft daaraan enorm bij­ gedragen.’ Echt genieten deed Daan vooral tijdens de jaarlijkse festivalweek: ‘Die unieke sfeer in het team, de ontmoetingen met de dichters, één lang hoogtepunt.’

‘Vorm en inhoud van het festival hebben we drastisch ver­ anderd. Het festival kreeg een sterke, op zichzelf staande structuur, waarop nog tijden verder kan worden gebouwd. Op een nieuwe locatie, de Rotterdamse Schouwburg, hebben we er weer echt een publieksfestival van gemaakt, met een geva­ rieerde, dubbele programmering, veel nieuwe namen, aandacht voor nieuwe ontwikkelingen, interviews, discussies, lezingen, achtergronden, historie. Aanvullend kwamen er theaterpro­ jecten met Peter Sonneveld, exposities, film. Een levendig programma dus, waar een intensieve redactie achter zat, en dat bovendien door een intensieve publicitaire campagne en een informatief festivalmagazine wereldkundig werd gemaakt.’

Ook Daan nodigt drie dichters uit voor het festival. Maar er waren er veel meer die haar hebben geraakt. ‘Ik denk aan zes groten: Izet Saraljic´, Jaime Sabines, Dane Zajc, Angel Gonzalez, Slavko Mihalic´, Hone Tuwhare. Toen ik mijn jubi­ leumselectie maakte, kwam ik erachter dat ze inmiddels zijn overleden. Ik kies hen om ze te eren.’ Wel uitgenodigd zijn Umberto Fiori, ‘met zijn straatgedichten waarin niets gebeurt en die toch werelden opensplijten.’ Ook komt Gert Vlok Nel, ‘die door zijn optreden op het festival in Nederland bekend­ heid kreeg. Zijn zeldzame gedichten worden op een zeldzame manier gezongen.’ En Jacques Roubaud. ‘Streng, virtuoos en diep ontroerend. De top van de poëzie in Frankrijk, waar ik inmiddels vijf jaar woon.’

Ook de functie van Poetry International als platform voor professionals werd uitgebreid. Daan: ‘We hebben het festival op internationaal niveau gemaakt tot een belangrijke ontmoe­ tingsplek voor dichters, uitgevers, tijdschriftredacteuren en iedereen die zich wereldwijd professioneel met poëzie bezig houdt. Alle voorgedragen gedichten, publiciteit en documen­ tatie kwamen ook in het Engels beschikbaar. Er kwamen

Tegenwoordig vertaalt Daan Franse literatuur, ‘op het moment een keuze uit de liefdesverhalen van Stendhal. Door mijn ver­ taalwerk is mijn respect voor de vertalers die voor het festival werken alleen maar toegenomen. Ik hou het voorlopig bij proza. Dat is al moeilijk genoeg!’

14


C. Buddingh’ draagt voor uit eigen werk tijdens Poetry Park © onbekend

De klank van de dichter ‘Luister: het zeggen van dit vers is zo / dat het doormiddel van uw oor uw ziel / moet aandoen’ (Albert Verwey, ‘De zegger van verzen’)

zondag 14 juni, 20:00 uur

Er zijn dichters die maar beter niet zelf hun gedichten voor­ lezen. Anderen zijn groot geworden door hun optredens. Er zijn talloze dichters die, nadat zij eenmaal de stap naar het podium hebben genomen, wereldwijd in de armen werden ge­ sloten. De voordracht kan een gedicht maken of breken, ver­ helderen of verhullen, het kan betekenis verlenen maar ook ontnemen. In de gunstigste zin is de voordracht de best denk­ bare introductie op het werk van een dichter en een onver­ getelijke ervaring voor het publiek. Al veertig jaar nodigt Poetry International dichters uit om op het podium van een Rotterdams theater poëzie voor te lezen. De dichter, die tijdens het schrijven meestal een papieren einddoel voor ogen heeft, wordt daarbij uitgedaagd om naast pen en geest zijn stem en houding in te zetten. In die veertig

grote zaal

jaar zijn alle varianten voordrachten langsgekomen, maar wat overheerst is toch de herinnering aan al die prachtige en bij­ zondere stemmen. De elektrificerende voordracht van Joseph Brodsky bijvoorbeeld, de machtige poëzie van Pablo Neruda die hij voorlas alsof het een boodschappenbriefje betrof, het magistrale orakelen van Lucebert of de bloedstollende dy­ namiek van Antjie Krog. Al deze stemmen zijn terug te vinden op de cd­box Ze kwamen om een dichter te zien, die op 14 juni wordt gepresenteerd (pag. 16). Poetry International brengt deze avond een gevarieerde ode aan de klank van de dichter, met optredens van dichters, zangers en acteurs, interviews, beel­ den geluidsfragmenten onder leiding van schrijver en dichter Kees ’t Hart.

15


Poetry International viert jubileum met unieke cd-box

‘Ze kwamen om een dichter te zien’ Twee jaar werkte ze eraan om zo’n tweehonderd dichtersstemmen bijeen te brengen op vijftien cd’s. Actrice en dichter Ineke Holzhaus stelde Ze kwamen om een dichter te zien samen. Een unieke cd­box die het enorme audio­archief van Poetry International voor publiek ontsluit en die speciaal ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van het Poetry International Festival in een gelimiteerde oplage wordt uitgegeven. TEKST JANITA MONNA

Sinds in 1970 het eerste Poetry International Festival werd gehouden, was ook Radio Nederland Wereldomroep erbij. Om verslag te doen, maar vooral om opnames te maken van de voorlezende dichters. Vrijwel alle programma’s werden door de Wereldomroep opgenomen op band: het optreden van Pablo Neruda in 1971, dat van Joseph Brodsky enkele jaren later, de voordrachten van een jonge Lucebert en Neeltje Maria Min. Het geluidsarchief van Poetry International – aanvankelijk werden de opnames gemaakt op viersporenrecorders, halver­ wege de jaren negentig werd overgeschakeld naar DAT en weer later naar cd – ligt opgeslagen in het gebouw van de Wereld­ omroep in Hilversum. Ineke Holzhaus was er de afgelopen tijd regelmatig te vinden: ‘Het plan was er al lang’, zo vertelt ze. ‘Dankzij Ilonka Verdurmen, een van de regisseurs van het fes­ tival, zijn we daadwerkelijk begonnen.’ Het werd een omvangrijk project, waarbij de nodige tegenslagen overwonnen moesten worden. ‘De banden in Hilversum staan weliswaar keurig in een kast, maar niet van iedere band is beschreven wat er op te vinden is. Ik had op basis van oude programmaboeken en de Poetry jaarboeken met daarin alle vertalingen een voorlopige selectie gemaakt van materiaal dat ik graag wilde opnemen. Lang niet altijd bleek de bewuste dichter of het gedicht ook op band te staan. En er zijn dingen zoekgeraakt. De band met de stem van Octavio Paz is nergens meer te vinden. Al staat daar tegenover dat het verloren ge­ waande materiaal van Pablo Neruda gelukkig is teruggevonden.’ Ineke Holzhaus is vanaf begin jaren tachtig nauw bij het Poetry

Tadeusz Rózewicz en Gennadi Ajgi, Poetry International Festival in 1990 © Jet Mast

International Festival betrokken geweest. Ieder jaar las zij, aan­ vankelijk alleen, later samen met de Vlaamse Leen Vermeiren, de Nederlandse vertalingen van de buitenlandse dichters voor. Gedurende een week, soms langer, bracht ze per avond zo’n zes verschillende dichtersstemmen: ‘Een krankzinnig soort concen­ tratie vergde dat. Het was verbijsterend om te merken dat ik me, nu, jaren later, van al die voordrachten nog zoveel herin­ nerde. Zat ik die banden te beluisteren en dan wist ik “O ja, nu maakt ie een verspreking”. En van sommige dichters had ik hele gedichten nog compleet in m’n hoofd, ‘Oma’ bijvoorbeeld,

16


in IJsland. En ik keek naar poëzie over het dichten zelf.’ Veel landen en taal­ gebieden zijn vertegenwoordigd op Ze kwamen om een dichter te zien (de titel le­ verde de Poolse dichter Tadeusz Rózewicz), maar, zo bleek, niet ieder land heeft een even lange traditie op het festival. Holzhaus: ‘Op de cd met dichters uit Italië en Griekenland zijn de Italianen in de meerderheid. Er zijn nu eenmaal in veertig jaar tijd minder Grieken op het festival geweest.’ Er waren momenten dat ook de stem van de dichter mede de keuze bepaalde: ‘Antjie Krog leest zo spectaculair, die wilde ik graag meer ruimte geven. Ter wijl David Malouf, een heel bijzondere Australische dichter, een wat raspend stemgeluid heeft dat niet echt prettig is om naar te luisteren. Van hem koos ik daarom maar een gedicht. En van de Spaanse Rafael Alberti vond ik een mooie opname terug waarop hij haast zingend een theatrale voordracht brengt van een gedicht over een smeken­ de bedelaar. Erg geestig.’

Een keuze uit veertig jaar Poetry International Festival

winkelprijs € 59,festivalprijs € 49,-

‘ D a t v a n z i j n

w a s

p i j n l i j k ,

d i c h t e r s ,

d e

s t e m m e n

w e e r

g o e d e

v r i e n d e n

s o m s ,

Bij het beluisteren van al het materiaal viel het Holzhaus op dat het Poetry In­ ternational Festival, de dichters en het publiek, in de loop der jaren ernstiger zijn geworden: ‘Er was vroeger een los­ sere sfeer, alles lag minder vast. Zo’n ge­ dicht als van Alberti, vind ik typerend voor het vroegere Poetry. Of een Herman de Coninck, die een lekker vet aangezet erotisch gedicht leest.’ Op de laatste cd van Ze kwamen om een dichter te zien zijn de Nederlanders en Vlamingen op­ genomen. Die cd is ook een hommage geworden aan alle dichters die een belang­ rijke rol speelden in het Poetry Inter­ national Festival: C. Buddingh’, Lucebert, Herman de Coninck, Eddy van Vliet, Jan Eijkelboom. ‘Dat was pijnlijk, de stemmen weer te horen van dichters, goede vrien­ den soms, die allemaal zijn overleden.’ Ramsey Nasr, die in 2004 in Rotterdam te gast was, kreeg het laatste woord op de cd: ‘Het leek me toepasselijk om met zijn voordacht te besluiten. Zijn verkie­ zing tot Dichter des Vaderlands is een belofte voor de toekomst.’

t e

h o r e n

d i e

a l l e m a a l

o v e r l e d e n .’

van Peter Kantor zou ik zo weer kunnen voorlezen.’ Natuurlijk speelde haar persoonlijke voor­ keur een rol bij de selectie van dichters en gedichten. Een enkele dichter liet ze voorgaan op een andere, Gennadi Ajgi uit Rusland, Ljerka Mifka uit Kroatië, bijvoorbeeld, omdat zij zo’n indrukwek­ kende voordracht had, of Laurence Vielle uit Wallonië. Maar haar smaak was niet richtinggevend: ‘Ik heb een indeling ge­ maakt naar taalgebieden. Daarna heb ik gekeken wie van de dichters uit dat taalgebied ooit op Poetry International waren en niet mochten ontbreken. Bij de selectie van de specifieke gedichten heb ik gezocht naar gedichten over ‘het landschap’, dus bij een IJslandse dichteres koos ik een gedicht over de lange nachten

Ineke Holzhaus met Leo Vroman, links Leen Vermeiren, 1993 © Pieter Vandermeer

17


Rutger Kopland 75 jaar

Tastende taal donderdag 18 juni, 21:30 uur

grote zaal

Rutger Kopland viert zijn 75e verjaardag op Poetry International tijdens een feestelijke avond met bijdragen van Nederlandse en internationale dichters. Kopland zelf draagt met saxofonist en klarinettist Martin Tervoort gedichten voor uit Aan het grensland. Geluiden uit het Noorden 2 dat deze avond wordt gepresenteerd. Na afloop wordt de documentaire Rutger Kopland, De taal van het verlangen vertoond. TEKST MISCHA ANDRIESSEN

Het staat er alleen als je het opmerkt. Poëzierecensent Janita Monna schreef naar aanleiding van Rutger Koplands jongste bundel Toen ik dit zag de volg­ ende prachtig ongrijpbare zinnen: ‘Rutger Kopland heeft een dichtersleven lang gekeken naar het raadsel om hem heen. Zijn oeuvre is wel te lezen als een continu onderzoek naar dat wat zich niet laat kennen en laat zien…’ Het laat zich niet kennen, maar wel zien. Of zoals Kop­ land zelf vrij naar Oscar Wilde schreef: je leest: dit uitzicht is het geval en: het geheim van de wereld is het zichtbare

nooit alles over weten en evenmin alles begrijpen. En we zouden dat waarschijn­ lijk zonder veel moeite kunnen verdra­ gen als die wereld niet zo veel van zichzelf liet zien. Wezenlijk in Koplands poëzie is dat hij het mysterie niet zoekt in meta­ fysica. Hij zoekt het mysterie überhaupt niet. Het is domweg het geval. Het is er. In de meest alledaagse dingen. Gezien vanuit zijn werkplek in de schuur, waar Kopland naast zijn schrijfgerei een ‘in­ spiratieplankje’ heeft, met daarop onder meer boeken van Fernando Pessoa, Esther Jansma en Martin Reints. Zodat hij af en toe een van die bundels ter hand kan nemen en tegen zichzelf kan zeggen: ja, zo hoort een gedicht te zijn.

niet het onzichtbare Uit: Aan het Grensland III

Dat staat er bijna achteloos. De ver wij­ zing naar het eigen werk (de bundel Dit uitzicht) en het even raken aan die raad­ selachtige openingszin uit Ludwig Witt­ gensteins Tractatus Logico-Philosophicus: ‘De wereld is alles, wat het geval is.’ Die wereld kennen we niet en hoe we ons ook zullen inspannen, we leren hem nooit helemaal kennen. We zullen er

Vanaf zijn debuut Onder het vee uit 1966 heeft Kopland gedichten geschreven die juist wat nabij is in beeld willen bren­ gen. De onlangs overleden dichter en criticus Rein Bloem zei het zo: ‘Kopland maakt zijn lezers deelgenoot van wat zich moeilijk onder woorden laat bren­ gen door een tastend taalgebruik en het gebruik van voor iedereen herkenbare elementen uit de werkelijkheid. Tegelijk laat hij de complexiteit zien van die wer­ kelijkheid.’

18

Ze zegt dat is de wind en ze wijst naar het wuivende gras en van een lichte plek op de weg zegt ze dit is de zon Uit: Wandeling met B

ze stond daar in haar tuin met een oude vruchtboom die nog een beetje gebloeid had er was een grazig weiland er stroomde een vredige beek de wereld was nog als toen ik denk dat ik zag wat ik voelde Uit: Boerderij

Tussen beide citaten zit een tijdspanne van meer dan veertig jaar en meteen valt de consistentie op, de consistentie van de eigen stem. Die herkenbaarheid is wel eens het onderwerp van spot geweest, ook bij Kopland zelf. In de aankondiging van een optreden op de Nacht van de Poëzie vertelde hij dat zijn vrouw als zij zijn nieuwe gedichten las soms zei: ‘Het is wel weer heel erg Kopland.’


Het is die herkenbare eigenheid die Kopland zowel erkenning bij de critici als veel trouwe lezers opleverde. Hij won belangrijke prijzen als de P.C. Hooftprijs en de VSB Poëzieprijs. Bij de eerste verkiezing voor de Dichter des Vader­ lands kreeg Kopland van het publiek de meeste stemmen. Tenminste twee van zijn gedichten genieten grote bekendheid. ‘Weggaan’ uit Het orgeltje van Yesterday en ‘Jonge sla’ uit Alles op de fiets. Het eer­ ste wordt vaak geciteerd in overlijdens­ advertenties. Van het tweede werd een eigenwijze versie gemaakt door Ingmar Heytze. Zijn ‘Warme stront’ is zowel een parodie als een hommage, zoals Kopland ooit Nijhoffs ‘De moeder de vrouw’ be­ werkte tot het gedicht ‘De moeder het water’ en zich in het gelijknamige opstel over de totstandkoming van het gedicht kritisch over Nijhoff uitliet:

‘Jonge sla’ is Koplands eigen evergreen. Hoe de onopgesmukte en ogenschijnlijk eenvoudige taal van Kopland vertalers toch hoofdbrekens bezorgde, beschreef hij in het boek Jonge sla in het Oosten. Dat levert een fascinerende worsteling op met taal. Zie het artikel over Kopland Het gedicht als kameleon op pagina 28. Is Kopland een heel Nederlandse dichter? Daar valt veel voor te zeggen. De nuch­ terheid, de neiging geen twee woorden te zeggen als een volstaat. Een manier van kijken naar het landschap die ver­ raadt dat het heft elk moment in de hand genomen kan worden en het land naar eigen goeddunken aangepast. In een en­ kel gedicht is Kopland kritisch, soms zelfs politiek geëngageerd waar het de slechte behandeling van dieren aangaat, zoals in de gedichten ‘Een zeug vertelt’ en ‘Vischotters’.

Ik had ‘De moeder de vrouw’ natuurlijk al veel vaker gelezen, het gedicht behoort nu eenmaal tot de groep evergreens die je geregeld tegenkomt, van je schooltijd af, maar ik heb het nooit een overtuigend gedicht gevonden, ik bedoel een gedicht waarvan je zegt: zo moet het en niet anders. En ik denk het nog.

Vischotters. Aten visch die ze niet mochten eten. Woonden in oevers [waarin ze niet mochten wonen. Droegen een pels [die ze niet mochten dragen. Waren wie ze niet mochten zijn.

Uit: De moeder het water

Uit: Vischotters

Naast de wrange boodschap toont dit gedicht twee typische trekken van Kop­ lands werk: de ingehouden woede en droge, hier zelfs stekelige humor. Is ook dat uitgesproken Nederlands? Misschien wel. Het kan zijn dat het zijn aantrek­ kelijkheid in het buitenland heeft ver­ groot. Het kan ook zijn dat hij de volks­ aard met gemak overstijgt. In elk geval is het werk van Kopland veel vertaald. Er verschenen bloemlezingen in Engeland, Finland, Frank rijk, Ierland, Israël, Italië, Noorwegen, Polen en de Verenigde Staten. Recent kwam daar een uitgebreide se­ lectie van vertalingen in het Duits bij. Een van de redenen dat Kopland zijn vijfenzeventigste verjaardag op Poetry International viert, is het belang dat hij hecht aan internationale uitwisselingen en de mogelijkheid het eigen werk in an­ dere talen terug te horen. Dat die buiten­ landse aandacht hem wellicht ook tot een kanshebber voor het winnen van de Nobelprijs maakt – Ilja Leonard Pfeijffer suggereerde ooit dat Kopland voor de functie van Dichter des Vaderlands had bedankt omdat het zijn kansen op de allerhoogste onderscheiding zou verklei­ nen – ja, waarom niet?

Rutger Kopland tijdens Poetry International Festival 1993 © Pieter Vandermeer

19


www.poetry international.org For seven years, Poetry International has collaborated with partners worldwideon a monthly poetry web magazine (PIW), which features news, essays, interviews and discussion, but, ďŹ rst and foremost, hundreds of poems by acclaimed modern poets from over seventy countries worldwide, both in the original language and in English translation. These form part of an extensive archive containing text, images, audio and video. Rotterdam

20


Our partners worldwide are: Belgium Flemish Literature Fund www.fondsvoordeletteren.be Colombia Corporation of Art and Poetry Prometeo www.festivaldepoesiademedellin.org Germany literaturWERKstatt berlin / lyrikline.org www.literaturwerkstatt.org www.lyrikline.org Ireland The Munster Literature Centre www.munsterlit.ie Israel The Poetry Place www.poetryplace.org Japan Makoto Ooka / Shuntaro Tanikawa Netherlands Foundation for the Production and Translation of Dutch Literature www.nlpvf.nl Portugal General Directorate for Books and Libraries www.iplb.pt United Kingdom The Poetry Society www.poetrysociety.org.uk

The editors: Australia Michael Brennan Belgium Tom van de Voorde China Simon Patton and Yu Jian Colombia Fernando Rendón & Gloria Chvatal Croatia Miloš Ðurdevic´ Germany Heiko Strunk India Arundhathi Subramaniam Ireland Patrick Cotter Israel Lisa Katz Japan Yasuhiro Yotsumoto Morocco Norddine Zouitni Netherlands Thomas Möhlmann Portugal Luis Miguel Queirós South Africa Liesl Jobson, Charl-Pierre Naudé, Vonani Bila, Pravasan Pillay United Kingdom The Poetry Society, guest editors

Rotterdam staff: Director Bas Kwakman Project Manager Madea Le Noble Webmaster Jan Willem van Hemert Central Editor Sarah Ream

Granted by: Ministry of Education, Culture and Science www.minocw.nl City of Rotterdam, Department of Culture www.dkc.rotterdam.nl Hivos-NCDO Culture Fund www.hivosncdocultuurfonds.nl Australia Council for the Arts www.australiacouncil.gov.au Sanders Family Foundation

21


Documentaire Wreed geluk. Claus, Vlaanderen en de liefde

‘In zijn gedichten geeft hij zich het meest bloot’ dinsdag 16 juni, 20:00 uur

kleine zaal première

‘Zijn leven was nooit harmonieus.’ Regisseur John Albert Jansen maakte een documentaire over de dichter Hugo Claus, die afgelopen maand tachtig jaar geworden zou zijn. Geen conventioneel portret, maar een associatieve reis door het Vlaanderen van Claus, met zijn gedichten als gids. ‘Zo kom je het dichtst bij hem.’ TEKST NICOLE SANTÉ

Wreed geluk. Claus, Vlaanderen en de liefde is de titel die John Albert Jansen gaf aan zijn film, die de eerste moet zijn van een reeks dichtersportretten ge­ maakt voor Poetry International. ‘Claus’ leven was nooit harmonieus’, legt de re­ gisseur uit. ‘Een van de dingen die ik ontdekte tijdens de research, en waar ik me over verbaasde, was het feit dat Claus van zijn tweede tot en met zijn twaalfde levensjaar in het nonneninstituut heeft gezeten. Dat heeft hem gevormd.’ ‘De nonnen hebben hem gekraakt’, vertelt Odo Claus, Hugo’s jongere broer, in de film. Hij schetst, naast kunstenaars Roger Raveel en Pjeroo Roobjee, en schrij­ vers Jef Geeraerts en Guido Lauwaert, een mooi persoonlijk beeld van de on­ grijpbare alleskunner. ‘De film gaat niet over de prozaschrijver, de toneelschrijver, de filmer of de pu­ blieke figuur. Het gaat alleen over de poë­ zie. Ik vind van al zijn werk zijn poëzie

J o h n v a n

A l b e r t d e

J a n s e n :

k a n s e l

v i n d

i k

verreweg het sterkst. Daarin geeft hij zich­ zelf het meest bloot, kom je het dichtst bij zijn ziel. Zijn levenshouding was in wezen dat van “niemand zal mij kennen”. Hij was voortdurend aan het fabuleren, loog alles bij elkaar. Van elke gebeur­ tenis die hij meemaakte waren minstens tien versies.’ Voor een duidelijke lijn in het veelom­ vattende wezen van Claus legde John Albert Jansen zich nog een paar restric­ ties op. ‘Ik wilde uitgaan van de poëtische en filmische kracht van de gedichten. Binnen al zijn gedichten koos ik voor het werk dat hij zelf voorleest, omdat ik zijn stem wilde gebruiken als een muzikale lijn door de film heen. Maar ik wilde hem niet zien lezen, behalve heel in het begin om hem neer te zetten. Dat lezen van de kansel vind ik per definitie a­ poëtisch. Aan de hand van die muzikale stem ben ik op zoek gegaan naar beel­ den, landschappen en personages en naar

‘ D a t p e r

l e z e n d e f i n i t i e

a - p o ë t i s c h . ’

22

Odo Claus in Wreed geluk (still)

een vorm om die zo mooi mogelijk op elkaar te laten inwerken. Het moeilijkst vond ik het ritme en de compositie van de poëzie om te zetten in film. Dat was het grote gevecht in de montage.’ In de film introduceert Jansen de hoofd­ personen, allen oude companen van Claus uit het Vlaamse land. ‘Ik wilde hem niet in zijn Amsterdamse periode, met Kitty Courbois en Sylvia Kristel. Of met Nederlandse schrijvers als Cees Nooteboom en Harry Mulisch, die hem ook niet echt hebben gekend. Ik wilde laten zien waar hij in geworteld is, dat Vlaamse land. Daarom koos is ik voor echt oude vrienden. Zoals de schilder Roger Raveel, die samen met Claus tot de grootste kunstenaars van de vorige


eeuw hoorde. Ze kenden elkaar al vanaf 1946 en Claus schreef een van zijn eerste gedichten aan het sterfbed van Raveels moeder. Dat zijn de verhalen die me in­ teresseren, dicht op de huid van Claus.’ Bijzonder is de medewerking van kun­ stenaar Jef Geeraerts, die vlak voor John Albert Jansen hem benaderde, zijn vrouw was verloren. ‘Ik heb hem toen als per­ sonage laten liggen, maar later wilde hij toch graag meedoen. In de film vertelt hij uitgebreid over de liefde voor zijn vrouw. Het was niet de bedoeling dat het zo prominent gebracht zou worden, maar het drong zich op, zoals meer tij­ dens het maken van de film. En het is heel mooi, zoals hij zonder enig voorbe­ houd vertelt. Ik denk dat het voor hem ook troostrijk was.’ Wat zich ook opdrong was de jonge, populaire Vlaamse band Absynthe Mind­ ed. ‘Ik hoorde dat zij een gedicht van Claus hadden omgezet in een popsong. Dat vond ik bijzonder, dat zo’n jongen van 23 zich laat inspireren door die poëzie. Hoewel het wel zo is dat Claus’ gedichten niet braaf en stoffig zijn. “Je ruikt de kut in zijn gedichten”, zoals de schrijver Guido Lauwaert het in de film verwoordt. Het werk van Claus was voor veel mensen een provocatie en een bevrij­ ding. Kijk bijvoorbeeld naar De Oostakkerse gedichten. Die zijn geschreven in 1955, toen het katholicisme als een loden deken over het land lag. De manier waar­ op hij daar schrijft over een vrouw was ongekend in die tijd.’

H e t e n

w e r k e e n

v a n

C l a u s

b e v r i j d i n g .

Jansens favoriete Claus­gedicht (hij leest het werk al vanaf zijn tienerjaren) is ‘Ik schrijf je neer’. ‘Omdat het zo’n mooie combinatie is van afstand en overgave. Claus was nooit romantisch. Als hij toch iets lyrisch schreef, haalde hij dat ook altijd weer onderuit.’ De contradictie be­ heerste het leven van Claus. ‘De liefde en

Hugo Claus draagt voor tijdens het Poetry International Festival in 1993 © Pieter Vandermeer

w a s ‘ J e

v o o r

r u i k t

v e e l d e

k u t

m e n s e n i n

z i j n

e e n

g e d i c h t e n . ’

het lijden liggen dicht bij elkaar. Daarom ook mijn filmtitel Wreed geluk. Hij is be­ schadigd door zijn lange verblijf in het nonneninternaat. Daar heeft hij zichzelf leren spelen, jongleren met woorden en omstandigheden. Tragisch vind ik het niet. Hij heeft zijn beschadiging op een fantastische manier weten te sublimeren.’

23

p r o v o c a t i e

Wreed Geluk. Claus, Vlaanderen en de liefde is mede mogelijk gemaakt door het Vlaams Nederlands Huis deBuren, De Nederlandse Taalunie, Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties, SNS Reaalfonds, RTV Rijnmond en het Ministerie van OC&W.


W.H. Auden: ‘The music must always play’ Met Benno Barnard, Matthew Sweeney, Luke Davies, Maura Dooley en George Szirtes (o.v.)

dinsdag 16 juni, 21:30 uur

grote zaal

De oorlog, het leven, de liefde: W.H. Auden, bekend om zijn virtuoze beheersing van rijm en metrum, schrok niet terug voor de grote thema’s. Anders dan zijn modernistische tijdgenoten gaf hij in zijn strak gecomponeerde oeuvre een beeld van wat er in de wereld gebeurde, zowel op politiek gebied als in zijn eigen leven. Een leven dat samenviel met alle verwoestingen en omwentelingen van de twintigste eeuw. TEKST VICTOR SCHIFERLI

Dit voorjaar verscheen Nee, Plato, nee, een tweetalige uitgave van zijn poëzie, samengesteld en vertaald door de dichters Benno Barnard, Huub Beurskens en Wiel Kusters. Zij hebben de poëzie van Auden om­ gezet in rijmend en metrisch Nederlands en voorzien van een commen­ taar bij elk gedicht, een biografie en een bibliografie. Benno Barnard schreef een persoonlijk nawoord waarin hij ingaat op zijn liefde voor Auden, of eigenlijk twee Audens: de jonge, politiek geëngageerde dich­ ter, en de oudere, mopperende conservatief. De eerste wordt in de lite­ ratuurgeschiedenis vaker geprezen, maar Barnard heeft bewondering voor zowel de jonge als de oude Auden, want allebei zijn ze moralist en bezeten van de pure vorm. In zijn poëzie neemt Auden (1907­1973) evenzeer stelling tegen de op­ komst van de nazi’s als tegen moderne dichtkunst, zoals in een van zijn befaamde, provocerende uitspraken: ‘Oorlog is, net als het vrije vers, een teken van slechte manieren.’ Anders dan zijn tijdgenoten Pound en Eliot, die vaak duistere poëzie schreven en er in politiek opzicht juist conservatieve opvattingen op na hielden, stond Auden bekend om zijn politieke vooruitstrevenheid, zijn kraakheldere boodschap en perfecte beheersing van rijm en metrum. In een periode waarin het modernisme zegevierde, gaf dat de vormvaste Auden, die geen blad voor de mond nam, in de Engelstalige poëzie een imago van enfant terrible. Anders dan het prototype van de ouderwetse dichter verbleef hij niet in een ivoren toren, maar hielp tijdens de Spaanse burgeroorlog als ambulancechauffeur en maakte in Azië een verslag van de strijd tussen China en Japan. Toen de capitulatie van nazi­Duitsland een feit was, bezocht hij als officier van de Amerikaanse inlichtingendienst gebombardeerde Duitse steden. Bij alle vooruitstrevende standpunten die hij in zijn werk verkondigt is Auden bovenal een dichter die het zoekt in de beperking van de vorm.

24

DE STERREN In de sterren zie ik geschreven staan: Loop, wat ons betreft, rustig naar de maan – Maar op aarde is van mens of beest Afstand het minste wat je vreest. En welke passie van onze kant Krijgt een ster die in liefde voor ons ontbrandt? Nooit worden wij even affectief, Dus heb ik maar liever actiever lief. Heel mijn bewondering ten spijt Voor sterren in hun ijzigheid, Niet denk ik, nu ik ze weer zie: Wat miste ik toch die of die. En waren de sterren uitgedoofd, Ik keek naar de leegte boven mijn hoofd En vond die duisternis subliem, Al kostte dat wel wat tijd misschien.

W.H. Auden (Vertaling: Benno Barnard)


W.D. Auden, St Mark’s Place, New York, 3 maart 1960 © Richard Avedon Foundation

In zijn werk is de invloed terug te vinden van de IJslandse sa­ ga’s, van het werk van Dante, Shakespeare en Goethe. Hij ver­ rijkte bovendien de Engelse taal met vele klassiek geworden dichtregels. Vaak gaan ze over de liefde, bezien vanuit het standpunt van de achtergeblevene, bijvoorbeeld: ‘If equal af­ fection cannot be, / Let the more loving one be me’, (‘Nooit worden wij even affectief / Dus heb ik maar actiever lief’), of de veelgeciteerde regel ‘For poetry makes nothing happen’ (‘Want poëzie laat niets gebeuren’).

De muzikaliteit in dat nog steeds actuele werk vormt het uitgangspunt in een avond over de poëzie, de vertalingen en de impact van het werk van W.H. Auden. Festivaldichters als Matthew Sweeney, Maura Dooley, George Szirtes en Luke Davies raakten geïnspireerd door het werk van Auden en delen het resultaat daarvan met het publiek. Er wordt gesproken over de muziek in het werk, maar het werk wordt ook in muziek ten gehore gebracht door Meindert Velthuis en Rita Knuistingh Neven. Geluidsfragmenten en fragmenten uit onder meer de beroemde jaren dertig film Night Mail tonen aan hoezeer voor Auden zijn gedichten waren verbonden met muziek. Niet voor niets schreef hij ook libretti en teksten voor hymnen, en niet voor niets noteerde hij ooit: ‘The music must always play.’

Vele jaren na publicatie werd Audens gedicht ‘Begrafenisblues’ opeens wereldberoemd, doordat het, met een brok in de keel, werd voorgelezen in de film Four Weddings And A Funeral: ‘I thought that love would last forever. I was wrong’, (‘Ik dacht dat de liefde eeuwig duren zou: mooi niet’). Het leidde tot een hernieuwde interesse in Audens werk, dat niets van zijn glans heeft verloren.

Na afloop van het programma wordt de film The Auden Landscape vertoont in de kleine zaal. Aanvang 22:45 uur.

25


26


27

(drawing) Kamiel Verschuren, 1995 charcoal, 50x70cm


LIRA-dag van de literaire vertaling

Het gedicht als kameleon Of een dichter in zijn eigen taal even goed is als in die van zijn vertaler is voor iemand die de originele taal niet kent lastig te beoordelen. Toch zou het Poetry International Festival zonder vertalers en vertalingen geen reden van bestaan hebben. Jaarlijks krijgen gedichten geschreven in de meest uitheemse talen ook een stem in het Nederlands. Voor buitenlandse gasten worden de gedichten daarnaast in het Engels vertaald. Op 17 juni staat Poetry International geheel in het teken van de literaire vertaling. TEKST JANITA MONNA

Het is een van de klassiekers in de Nederlandse poëzie. Het is helder van taal, het ontroert en zelfs de milde ironie is voor vrijwel iedere lezer te begrijpen. Het gaat over het gedicht ‘Jonge sla’ van Rutger Kopland.

(1997). ‘Het was fascinerend’, schrijft Kopland, ‘om te zien hoe dat gedichtje zich als een kameleon moest vermommen om in die verschillende culturen een gedicht te worden, een metafoor in een telkens anders gekleurde huid.’ Over het vertalen van poëzie bestaan veel verschillende opvat­ tingen. De een vindt dat een vertaler zo dicht mogelijk bij het origineel moet blijven, van een ander mag een vertaler vrijer te werk gaan in de herschepping van het werk. Kopland schrijft: ‘(…) vertalen van gedichten is dichten, formuleringen bedenken waardoor de schrijver en de lezer iets voelen en denken waarvan zij niet wisten dat ze dat konden voelen en denken.’

Alles kan ik verdragen, het verdorren van bonen, stervende bloemen, het hoekje aardappelen kan ik met droge ogen zien rooien, daar ben ik werkelijk hard in. Maar jonge sla in september, net geplant, slap nog, in vochtige bedjes, nee.

Dichter, prozaïst en essayist Bernlef, die ook veel poëzie ver­ taalde, komt bij die opvatting in de buurt. In zijn bundeling poëzievertalingen Alfabet op de rug gezien (1995) vertelt hij over zijn kennismaking met het werk van de Zweedse dichter Tomas Tranströmer: ‘Ik kwam binnen in een wereld die ik zowel kende als niet kende. (…) Natuurlijk had ik die gedichten zelf moeten schrijven! Maar Tranströmer had dat al gedaan. Het enige wat ik aan deze deplorabele toestand kon doen was zijn gedichten in het Nederlands vertalen.’ Toch is het in sommige gevallen juist dát wat je treft in het origineel lastig te vangen in je eigen taal, zo laat hij doorschemeren in zijn toelichting op de door hem gemaakte vertalingen van de Amerikaan Richard Wilbur. En van een klankrijk en sterk ritmisch gedicht is naar zijn idee moeilijker een goed Nederlands gedicht te maken dan van poëzie waarin beeldspraak het meest belangrijk is. Hij haalt ter illustratie een anekdote aan van een Amerikaanse dich­ ter die een Engelse vertaling van Paul van Ostaijen las en zich af vroeg wat er nou zo groot was aan deze poëzie.

Kopland vertrok met het gedicht richting Oost­Europa. Bij zijn afscheid van de Rijksuniversiteit Groningen in 1995 werd hem gevraagd of hij over zijn poëzie wilde doceren aan enkele midden­ en oost­Europese universiteiten met een vakgroep Nederlands. De dichter stemde toe. Hij reisde naar Sint­ Petersburg, naar Tartu in Estland, naar Polen, Hongarije en Slowakije. Aan studenten uit verschillende landen en culturen legde hij zijn ‘Jonge sla’ ter vertaling voor. Maar het in het Nederlands ogenschijnlijk zo eenvoudige gedicht, bleek nog niet zo makkelijk naar het Russisch, Pools of Hongaars over te zetten. Bij het ‘hoekje aardappelen’ bijvoorbeeld, konden de Petersburgse studenten zich niks voorstellen. Zij kenden de enorme aardappelvelden in de kolchozen. Hoe vind je ver­ volgens een goede equivalent voor ‘hoekje aardappelen’ in het Russisch? Ook de titel zorgde voor problemen. ‘Jong’ bleek lang niet altijd een adjectief dat voor groente gebruikt kan worden. In het Hongaars kwam er iets als ‘zwakke sla’ te staan. En de figuurlijk bedoelde regel ‘daar ben ik werkelijk hard in’, vertaalde een Slowaak met ‘daar ben ik een kei in’, wat in het Nederlands weer een heel andere connotatie heeft. Over deze en andere vertaalproblemen en de discussies die Kopland daarover met de studenten had, hield hij een dagboek bij. Zijn aantekeningen werden uitgegeven in Jonge sla in het Oosten

Vertaalster Barber van der Pol, die onder meer een Neder­ landse versie van Cervantes’ Don Quichot liet verschijnen, heeft een nuchtere kijk. Volgens haar kan een vertaler die een werk heeft doorgrond en verwerkt, er een herschepping van maken: ‘Het kan een fiasco worden, maar nooit een ramp, die macht heeft een vertaler niet. Het origineel blijft bestaan, gereed voor andere interpretaties.’ Zo bezien bestaan er geen onvertaalbare werken, hoogstens makkelijker en moeilijker vertaalbare.

28


Het juiste woord woensdag 17 juni, 20:00 uur

kleine zaal

Drie vertalers is gevraagd om naar aanleiding van een gedicht dat ze vertaalden een korte lezing te houden over de problemen die ze tegenkwamen en de oplossingen die ze daarvoor vonden. Maghiel van Crevel spreekt over een van zijn vertalingen van de Chinese dich­ter Bei Dao. Karol Lesman en Tsead Bruinja, die gezamenlijk het werk van de Poolse Piotr Sommer vertaalden, zullen een van zijn gedichten bespreken en Lisette Keustermans laat zien hoe zij samen met Miriam Van hee te werk ging bij het maken van de Neder­­­landse vertalingen van de gedichten van Tua Forsström.

Jan Eijkelboom: ‘Ik was er bij en ik was er niet’ woensdag 17 juni, 21:30 uur

grote zaal

Zie het artikel op de volgende pagina.

Brockway Workshop en Brockway Prize woensdag 17 juni, 21:30 uur

kleine zaal

Holland

Reischl & Goecke

di. 6 t/m vr. 9 oktober 2009, Rotterdamse Schouwburg

wo. 10 t/m vr. 12 februari, vr. 16 en za. 17 april 2010, Rotterdamse Schouwburg

de vaste choreografen van Scapino vr. 5 februari 2010, Theater aan de Schie, Schiedam

Ed Wubbe vr. 2 oktober 2009, Theater aan de Schie, Schiedam

za. 31 oktober 2009, Schouwburg Kunstmin, Dordrecht

De Notenkraker

ballet noir van Marco Goecke do. 17 t/m zo. 20 december 2009, Rotterdamse Schouwburg

TWOOLS 12

di. 1 t/m vr. 4 juni 2010 Rotterdamse Schouwburg

Voor de derde maal organiseert het Nederlands Literair Productie- en Vertalingen Fonds de Brockway Workshop. Vier dagen lang bui­gen vertalers naar het Frans zich over de poëzie van Nachoem M. Wijnberg. De eerste Brockway Workshop vond plaats in 2005 en was gewijd aan het werk van Gerrit Kouwenaar, de tweede in 2007 aan de poëzie van Anneke Brassinga. In een speciaal programma delen de vertalers van de derde Brockway Workshop hun ervaringen met het publiek. Dan wordt ook de derde Brockway Prize uitgereikt aan een poëzie­vertaler naar het Frans.

Presentatie Tirade 428, Vertalersnummer. woensdag 17 juni, 16:00 uur

tuin Café Floor

‘Translatio!’ Het zou een toverspreuk van Harry Potter kunnen zijn. Een zwaai met een toverstok en het boek is vertaald. Bekender is de term als de eerste trap in de renaissancistische riedel translatio – imitatio – aemulatio; vertalen, navolgen en overtreffen. Waar de vertaling in vergleden tijden een stap naar meesterschap was, biedt de vertaler ons nu een venster op de wereld. Tirade vroeg 26 ver­ talers het hemd van het lijf, omdat vertalers helden, tovenaars, ambassadeurs zijn, en presenteert het resultaat daarvan op de LIRAdag van de literaire vertaling. In het programma spreekt Jeroen van Kan met enkele vertalers over hun vak, de literatuur uit hun doeltaal en het Nederlands vertaalklimaat.

POEZIJA woensdag 17 juni, 19:00 uur

foyer

De redacteuren van het Kroatische poëzietijdschrift POEZIJA presenteren in een speciale Engelstalige uitgave ‘een panorama van Kroatische poëzie van 1998-2009’. POEZIJA publiceert werk van zowel Kroatische dichters als van grootheden uit de we­reldliteratuur en slaat bruggen tussen de verschillende literaire we­relden die eens verscheurd werden door de burgeroorlog. Het tijdschrift is zo een belangrijk medium geworden voor interculturele uitwisseling in de Balkan.’ Een gesprek met Ervin Jahic´, hoofd­redacteur van het tijdschrift en de overige redacteuren Ivan Herceg en Tomica Bajsic´, onder leiding van Damir Šodan.

Vertaalworkshops tuin Café Floor

Voor dichters van het festival worden twee vertaalworkshops ge­ orga­niseerd; een gewijd aan de poëzie van L.F. Rosen, de ander aan het werk van de Litouwse dichter Sigitas Parulskis. Gedurende vier festivalocht­enden vertalen de deelnemers werk van deze dichters naar hun eigen taal. De re­sultaten van beide vertaalworkshops hoort u tijdens Poetry in the Afternoon.

9/10 2000

seizoen

vrijdag 19 juni, 16.00 uur

Informatie: 010 - 414 24 14 Voor ons volledige seizoen, de Scapinokrant SpitZ, het Scapino Danskanaal en onze nieuwsbrief kijk op

www.scapinoballet.nl


‘Ik was er bij en ik was er niet’

te vinden. Daarbij hebben de gedichten soms wel iets van jour­ nalistieke notities, van vlugge schetsen bedoeld om later uit te werken. Maar in hun schijnbare terloopsheid leverden die no­ tities vooral rake poëzie op. In 2001 verscheen Het krijgsbedrijf, waarin hij zijn ervaringen uit de jaren veertig optekende, toen hij als militair betrokken was bij de politionele acties in Indonesië. Eijkelboom was al ere­ burger van Dordrecht voor hij in 2001 de eerste stadsdichter werd. De titel van zijn debuutbundel is aangebracht op het Da­ miatebolwerk in de stad. Voor zijn werk werd hij onderschei­ den met de Anna Blamanprijs, de Jan Campertprijs en de Her­ man Gorterprijs. In 2001 ontving Eijkelboom voor het gedicht ‘Rafels’ een van de Gedichtendagprijzen.

Jan Eijkelboom (1926-2008) woensdag 17 juni, 21:30 uur

grote zaal

Helemaal gerust was hij er niet op, toen in 2002 zijn eigen poëzie onderwerp was van een van de jaarlijkse vertaalworkshops van het Poetry International Festival. ‘Ik ben nu toch een beetje bang dat mij iets afgenomen wordt, terwijl ik altijd heb geroepen dat een goede vertaling iets toe kan voegen aan een gedicht’, zo zei hij in een interview met NRC Handelsblad.

Dat onstuitbare Houden ze zich aan elkaar overeind? Hoe dan dat onstuitbare te duiden van hoe zij voortgaan, voetje voor voetje weliswaar, maar vastberaden.

TEKST JANITA MONNA

Al wordt dat weer gelogenstraft door haar verdwaalde halve lach waarnaast zijn fonkelnieuw gebit het zonlicht evenaart.

Jan Eijkelboom gaf zelf als vertaler John Donne, W.B. Yeats, Derek Walcott, Philip Larkin en vele anderen in het Neder­ lands een stem. Het beroemde epos van Nobelprijswinnaar Derek Walcott vertaalde hij op zijn kenmerkende wijze regel voor regel. Hij begon aan Omeros zonder te weten waar het zou ein­ digen. Tussentijds werden stukken van zijn vertaling naar buiten gebracht: iedere maand werd een deel opgevoerd door het RO Theater. Voor iemand die vertaalwerk eens typeerde als ‘in hoge mate een vorm van kannibalisme’, moet het een vreemde gewaarwording zijn geweest om te zien hoe anderen nu zíjn poëzie vertaalden. Hoe men zich zijn heldere regels, licht weemoedig en tegelijk monter van toon, eigen maakte. Als dichter debuteerde Eijkelboom pas laat: hij was de vijftig al gepasseerd toen Wat blijft komt nooit meer terug (1979) ver­ scheen. Er volgde een heel oeuvre, dat in 2002, ter gelegenheid van zijn 75e verzameld werd onder de nuchtere titel Tot zover. Zijn onderwerpen vond Eijkelboom in herinneringen –‘Een herinnerde zomer is altijd mooier dan de zomer waarin je leeft’ – in zijn woonplaats Dordrecht en het omringende landschap – veel rivieren zijn er in zijn poëzie te vinden – en in wat hij zomaar zag op straat.

Hij heeft nog alles voor haar over: haar tasje bungelt aan zijn reusachtige hand.

Voor hij zich geheel aan het vertalen en schrijven van poëzie zette, was hij lange tijd journalist. Hij schreef onder andere voor Vrij Nederland, Het Vrije Volk en De Dordtenaar. De journalist Eijkelboom is nooit helemaal uit de poëzie ver­ dwenen. In zijn gedichten blijft hij liefst dichtbij de werkelijk­ heid – ‘Gelukkig maakt wie niets verzinnen kan veel mee’, is een van zijn bekende regels. Opvallend zijn ook de veranderingen die hij aanbracht als bleek dat iets niet meer klopte. Zo wijzig­ de hij ‘vuilgeel licht’ in het gedicht ‘Pieter de Roovere’ in ‘karig licht’, toen hij het betreffende schilderij van Albert Cuijp na een schoonmaakbeurt opnieuw zag. En vreemde beelden, ge­ zocht taalgebruik en neologismen zijn in zijn werk nauwelijks

Jan Eijkelboom in 1992 © Tineke de Lange

Het veertigste Poetry International Festival brengt een hom­ mage aan Jan Eijkelboom. Roelien Eijkelboom leest haar keuze uit zijn gedichten voor en laat zien hoe die verschillende ge­ dichten een weerspiegeling zijn van verschillende perioden uit zijn leven. In dit programma eert Poetry International met voordrachten en gesprekken, beelden en muziek niet alleen de persoon Jan Eijkelboom, maar vooral ook de man die als dich­ ter en vertaler de Nederlandse literatuur verrijkte.

30


Matthew Sweeney over ‘De slang’ vr 19 juni, 20:00 uur

kleine zaal

© Tineke de Lange

TEKST JANITA MONNA

U was eerder te gast op het Poetry International Festival. Wat herinnert u zich vooral?

kon mooi voorlezen. En ik luister graag naar Jo Shapcott, John Hartely en de Amerikaanse Sharon Olds.

Aan beide keren bewaar ik goede herinneringen. Een Neder­ landse dichter was verbaasd over mijn interactie met het pu­ bliek. Verder herinner ik me een Sloveense dichter die boos de zaal verliet omdat hij slechte poëzie hoorde, terwijl in voormalig Joegoslavië een oorlog gaande was.

Was er een specifieke aanleiding voor dit gedicht?

‘De slang’ schreef ik in Toscane. Ik probeerde over een verbro­ ken relatie heen te komen. Dit was het tweede van vier ‘break­ up’­gedichten die later zijn verschenen in Black Moon.

Welke dichters leest u graag?

Wat is volgens u een goede vertaling?

Ik probeer zoveel mogelijk te lezen, dode dichters, levende, En­ gelstalige en in vertaling. Ik kan niet goed kiezen, er is te veel. Ik heb zelf bloemlezingen gemaakt met heel diverse stemmen.

Een goede vertaling doet zich voor als een nieuw gedicht. Er blijkt begrip uit en er staan natuurlijk geen fouten in. Ik voel me zeker over de Duitse vertalingen van mijn werk, verschenen in Rosa Milch (Berlin Verlag, 2008). Ik beheers Duits en kon de teksten dus samen met mijn vertaler doorvlooien. Ik heb ook vertrouwen in de vertalingen van Peter Nijmeijer in Het IJshotel (Atlas, 2008). We hebben er veel over gepraat, hij stelde allerlei vragen en hij heeft een goede reputatie.

Het festival wijdt een avond aan de klank van de dichter. Zijn er ook dichters naar wie u graag luistert?

De ene dichter is een betere voorlezer dan de andere. De voor­ drachten van Seamus Heaney zijn altijd goed, net als die van Michael Longley. Ook wijlen mijn vriend Michael Donaghy

De slang Hij stuurde haar een slang met de instructie haar niet te bijten. Het pakje was een lange kartonnen koker met gaatjes erin. De slang was geel en zwart, met rode vierkantjes en ruitjes die goed pasten bij haar gele kat, haar zwarte schildpad en de rode bloemen van de cactussen, die de voelsprieten waren van haar flat. De kat hield zich wijselijk verre van die koudbloedige kronkelaar, die glibberige, tongzwaaiende danser die haar bazin van kamer naar kamer volgde, als een wiegelende ambassadeur. Dat hij haar niet zou bijten, wist ze niet, en ze kreunde wanhopig wanneer hij over haar voeten gleed, maar naarmate dat vaker gebeurde en ze soms wakker werd met dat beest op haar borst of om haar nek gewonden, begon ze hem te aanvaarden, van hem te houden en vroeg thuis te komen omdat ze haar huisdieren, zei ze, te eten moest geven. Hij stuurde haar een tweede slang met de instructie haar te bijten. Matthew Sweeney (Vertaling: Maarten Elzinga)

31


Valzhyna Mort over ‘De tranenfabriek’ do 18 juni, 21:30 uur kleine zaal vr 19 juni, 19:30 uur, Poetry Talk foyer TEKST JANITA MONNA

U bent dit jaar voor het eerst op het Poetry International Festival, waar kijkt u naar uit?

De stad, de voordrachten, de mensen, iets geks (hoop ik). Welke dichters leest u graag?

Paul Celan, T.S. Eliot, Marina Tsvetajeva, W.H. Auden, Federico García Lorca, Joseph Brodsky, Seamus Heaney, Rafal Wojaczek, George Seferis, Nicanor Parra, Anne Carson, Yusef Komunyakaa, Jack Gilbert, Carolyn Forché, Tomas Tranströmer, Anna Swirszczynka, Zbigniew Herbert, Franz Wright, Geoffrey Brock, Vera Pavlova... Het festival wijdt een avond aan de klank van de dichter. Zijn er ook dichters naar wie u graag luistert?

Alle poëzie zou hardop gelezen moeten worden, gefluisterd of op wat voor manier ook. Voordrachten van Ilja Kaminski halen me uit mijn goed bewaakte comfort­zone en maken me kwetsbaar en menselijk. Kaminsky’s stem is als een race­ paard, je probeert er als luisteraar op te blijven zitten en raakt buiten adem. Was er een specifieke aanleiding voor dit gedicht?

Alles staat erin. Wat is volgens u een goede vertaling?

Veel dingen. Bewustwording van de poëzie van het gedicht gaat aan het vertalen vooraf. Die bewustwording gaat voorbij begrip en is meer iets als ‘verlichting’. Hoe kun je die vertalen? Een goede vertaling doet recht aan het gedicht, aan de woord­ keus, de syntaxis, de muziek, dieper liggende betekenissen, mythologie. Alleen, dat is niet genoeg. Een goede vertaling wordt op een zeker moment zelf een gedicht; het is niet de reflectie van het kind in de spiegel, maar die van zijn zusje, er is een nieuw kind geboren. Eigenlijk komt poëzie vertalen op hetzelfde neer als poëzie schrijven.

De tranenfabriek en opnieuw werden volgens de jaarrapporten de hoogste productiecijfers gehaald door de tranenfabriek. terwijl het ministerie van transport zich afbeulde terwijl het ministerie van hartsaangelegenheden een aanval kreeg van hysterie, werkte de tranenfabriek dag en nacht en vestigde ze zelfs op feestdagen productierecords. op het moment dat de centra voor voedselverwerking de zoveelste catastrofe probeerden te overleven, schakelde de tranenfabriek over op een economisch rendabel hergebruik van afval uit het verleden – hoofdzakelijk persoonlijke herinneringen. de foto’s van de arbeiders van het jaar werden als voorbeeld aan de tranenmuur gehangen. ik ben invalide door het werk in de heldhaftige tranenfabriek, mijn ogen zijn dof van de staar, mijn kaken zijn gebroken. ik word betaald met de producten die ik maak. en ben gelukkig met wat ik heb. Valzhyna Mort (Vertaling: Roel Schuyt)

32


Umberto Fiori over ‘Bouwput’ di 16 juni, 20:00 uur, De keuze van Tatjana Daan

grote zaal

© Pieter Vandermeer

TEKST JANITA MONNA

U was eerder te gast op het Poetry International Festival. Wat herinnert u zich vooral?

loos door de stad. Tot op een dag de gebouwen naar mij toe kwamen, als een visioen haast. Tussen twee huizen, aan het einde van een straat, leek het daglicht helderder, alsof de he­ mel naar beneden gevallen was. Ik keek naar beneden door een gat in een plank en zag de aarde, ik rook de modder, de wor­ tels. Zo mooi en vreselijk. Ik keek naar die stille krater, dat enorme theater vol wind en zonlicht en voelde dat ik moest zeggen dat het was.

Ik was er in 2000 en had de indruk op een belangrijk, geves­ tigd, serieus literair evenement te zijn. Maar alles was zo mak­ kelijk en familiair, ik voelde me thuis. De avond met Griekse dichters raakte me, evenals het programma over Eugenio Montale. En ik herinner me een wandeling met Antonella Anedda, ’s avonds, door een weinig poëtisch deel van de stad. Plotseling waren we omringd door een menigte dronken voet­ balfans. Stel dat ze me gevraagd hadden naar mijn favoriete voetbalelftal, wat zou ik hebben geantwoord?

Wat is volgens u een goede vertaling?

Poëzie vertalen is verschrikkelijk moeilijk, misschien onmoge­ lijk. Maar we moeten het doen en we doen het. Een goede vertaling is er een die ik niet kan beoordelen omdat ik geen toegang heb tot het origineel.

Welke dichters leest u graag?

Als leraar lees ik jaarlijks Dante, Petrarca, Leopardi en ieder jaar ontdek ik iets nieuws. Camillo Sbarbaro, Eugenio Montale en Sandro Penna zijn mijn favoriete twintigste eeuwse Italiaanse dichters. Verder Baudelaire, gevolgd door Coleridge, Goethe, Hölderlin, Rilke, Eliot, Benn. En Kafka, technisch gezien mis­ schien geen dichter, maar zijn werk heeft alles te maken met poëzie.

Bouwput Hefkranen zwieren door de lucht en op de grond krioelen de sirenes, maar deze bouwput die ze tussen de huizen graven is net de drooggevallen bedding van een rivier.

Het festival wijdt een avond aan de klank van de dichter. Zijn er ook dichters naar wie u graag luistert?

Daar doe ik graag aan mee: de relatie tussen tekst en stem vind ik, ook als zanger, erg interessant. De stem is cruciaal in mijn werk. Ik schrijf misschien zelfs ‘met de stem’. In onze traditie is die dimensie, onder invloed van Mallarmé’s idee van ‘pure poëzie’ verdwenen: moderne Italiaanse poëzie heeft geen stem. Italiaanse dichters dragen hun werk wel voor maar de stem is vaak ‘toegevoegd’ aan het werk, is niet betrokken in het ont­ staansproces. Dat heeft soms rare effecten: Ungaretti’s gedich­ ten – sober en streng op de pagina – klinken als grommen en huilen in zijn over­empatische voordrachten. Pasolini’s hobo­ achtige stem geeft een vreemd zoete, vertrouwelijke smaak aan de epische plechtigheid van een gedicht als Le ceneri di Gramsci. Ik luister het liefst naar Franco Loi en Raffaello Baldini. Zij schrijven in dialect en hun werk heeft wortels in de orale traditie.

Het bouwterrein is in zijn geheel gezien vanaf de zesde, zevende verdieping net een grote uitgewerkte krater. ’t Is angstwekkend om te zien hoeveel licht, hoeveel wind hij bevat.

Was er een specifieke aanleiding voor dit gedicht?

Maandenlang zal men in dit oneindige theater de afmetingen horen brullen. Daarna zullen cement en glas de leegte van het podium bedekken, en aan het hek van een balkon – wie wil er nu nog kijken? – zal een handdoek wapperen.

Ik schreef begin jaren tachtig, een moeilijke periode in mijn leven. Ik voelde me compleet verloren, zwief hele dagen doel­

Umberto Fiori (Vertaling: Ike Cialona)

33


Luke Davies over ‘Childhood Terror’ do 18 juni, 21:30 uur kleine zaal di 16 juni, 16:00 uur, Poetry in the Afternoon tuin Café Floor

© Francine McDougall / Carla Choy

TEKST JANITA MONNA

U bent dit jaar voor het eerst op het Poetry International Festival, waar kijkt u naar uit?

Wat is volgens u een goede vertaling?

Die is gemaakt met liefde en enthousiasme, door iemand die in twee talen de psychische textuur en temperatuur kan benade­ ren, en het effect van het gedicht kan overbrengen. Letterlijke vertalingen kunnen leiden tot linguïstische chaos en komedie, vrije vertalingen tot iets wat ver van het origineel af staat. Ie­ mand, ik weet niet meer wie, maakte ooit deze vergelijking: je neemt een olifant en je hoopt dat er na de vertaling iets uitkomt als een neushoorn. Een olifant kun je nooit maken, maar van een afstand komt een neushoorn best in de buurt. Precies gelijk zijn ze niet, maar je hebt tenminste geen konijn of flamingo gemaakt.

Het ontdekken van nieuwe poëzie en van een nieuwe stad. Ik ben erg nieuwsgierig naar Rotterdam. Welke dichters leest u graag?

Dat verandert steeds, maar constanten zijn Rilke, Apollinaire, T.S. Eliot, Yeats, Wallace Stevens. De laatste jaren heb ik me ook ondergedompeld in John Berryman, vooral in zijn Dream Songs. En langzaam dring ik door in het dichte, moeilijke, maar mooie werk van de Amerikaanse dichter Richard Hugo. Het festival wijdt een avond aan de klank van de dichter. Zijn er ook dichters naar wie u graag luistert?

Op www.lyrikline.org kun je naar enorm veel dichters luiste­ ren. Ik beluister er wel eens poëzie in een taal die ik niet begrijp, dan let ik op de muzikaliteit. Verder heb ik een zwak voor oude opnames van Robert Frost. Die krassende, nasale, en tegelijk rijke en soort van heerlijk bezwerende New England stem.

Childhood Terror

Was er een specifieke aanleiding voor dit gedicht?

At Minnamurra Avenue. The bush. The creek. My father and I. We went to the edge of the falls for revenge, to find my attacker the magpie.

Het is een atypisch gedicht, maar het heeft veel lezers geraakt. Het verschijnt in Australië zelfs als kinderboek! De illustrator Inari Kiuru heeft er een verhaal omheen gemaakt, waarbij de menselijke karakters in honden zijn veranderd. Maar het ge­ dicht is een herschepping van een jeugdherinnering: ik was negen en werd aangevallen door een ekster. Nogal trauma­ tisch. Later nam mijn vader me mee naar het bos om stenen in de bomen te gooien. Het gedicht gaat uiteindelijk over het be­ grijpen van ouderlijke liefde.

The afternoon grey, the black bird gone, my sobbing subsiding. Dad held my hand, hurled rocks into the empty trees, screamed at the black bush, “Go away!” I loved him for pretending. Luke Davies

34


L.F. Rosen over ‘Aan mijn vertaler’ do 18 juni, 21:30 uur

kleine zaal

© Jan van der Waal

TEKST JANITA MONNA

U was eerder te gast op het Poetry International Festival. Wat herinnert u zich vooral?

Wat is volgens u een goede vertaling?

Zoals Karel van het Reve al zei: ‘Ik ben al blij als een vertaler vertaalt wat er staat’. Dus een goede vertaling is een vertaling die het origineel, in woord en toon, het dichtst benaderd. Punt. Een vertaler met dichterlijke neigingen is een ramp voor de au­ teur in het bijzonder, en de mensheid in het algemeen.

Het is alweer een tijdje geleden dat ik op Poetry was. Maar er is een voorval dat mij altijd is bijgebleven. Het betrof hier geen dichter, maar een vertaler – de onvolprezen August Willem­ sen. Hij trad die avond op om, naar ik meen, zijn vertalingen van de gedichten van de al even onvolprezen Ferreira Gullar toe te lichten. August had, zoals menigeen zal weten, een drankprobleem. En hij was die dag dan ook al vroeg dronken. Velen zullen gedacht hebben: wat moet dat worden vanavond? Maar toen het moment daar was, voltrok zich voor onze ogen een wonder. Zelden heb ik iemand die zo dronken was, zo helder horen spreken. Alsof het woord de regie van de drank overnam. De poëzie maakt nuchtere mensen dronken, en dron­ ken mensen weer nuchter. Kennelijk.

Aan mijn vertaler Voor Craig Raine

Welke dichters leest u graag?

Het festival wijdt een avond aan de klank van de dichter. Zijn er ook dichters naar wie u graag luistert?

Hier en daar ontbreekt een knoop, een kraag, staat een naad op barsten, heeft de schaar maar net het vlees ge­ mist en mis ik ook het zwarte zoomwerk van de komma’s en de punten bij door mij met nadruk uitgekozen woorden.

Persoonlijk ben ik van mening dat men gedichten bij voorkeur dient te lezen. Een voorlezende dichter zit al gauw in de weg. Zijn stem kan echter wel onvermoede accenten in de tekst aan­ brengen. Om die reden luister ik graag naar Gerrit Komrij en Mustafa Stitou.

Hoewel zijn handen van opwinding trilden toen hij zijn naalden in mijn zinnen stak, heeft hij aan mijn vragen niet getornd. Rafels blijven rafels, ook in elke andere taal.

In de toptien van mijn favoriete dichters staan helaas geen Nederlanders. De topvijf, in willekeurige volgorde: Herbert, Pessoa, Larkin, Tranströmer, Zagajewski.

Was er een specifieke aanleiding voor dit gedicht?

In vreemde kleren ben ik ontwaakt. Maar het staat mij, al stond mijn eigen pak mij ook en lijkt het of daarin een ietwat eigen­ zinniger heerschap stak.

De directe aanleiding voor dit gedicht was de vertaling (of lie­ ver hervertaling) van een aantal gedichten van mij door Craig Raine voor zijn blad Areté. Dichters zijn niet altijd de beste vertalers, zo bleek weer eens. Ik herkende mijn eigen gedichten nauwelijks meer. Zo was hij tekeergegaan. Alsof mijn gedich­ ten hem tot geheel nieuwe, eigen gedichten hadden geïnspi­ reerd. Dat het desondanks goede gedichten bleven, schrijf ik dan maar mede op het conto van het origineel.

L.F. Rosen

35


‘The War Works Hard’ Geert Buelens in gesprek met Dunya Mikhail en Brian Turner

woensdag 17 juni, 20:00 uur

grote zaal

De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog kennen we uit de gedichten van de War Poets, zoals Siegfried Sassoon en Wilfred Owen. In de oorlogen die daarop volgden, speelden de media een steeds snellere rol: radio, bioscoopjournaal, 24 uur per dag nieuws op tv met live beelden en nu dan twitter en sms. Moderne dichters die ten strijde trekken of zich aan het front bevinden en daarover schrijven, zoals ooit Sassoon en Owen, zijn een zeldzaamheid. Maar ze zijn er wel. TEKST VICTOR SCHIFERLI

Brian Turner Een opvallend debuut in Amerika was de verschijning van de bundel Here, Bullet’ (2005) van Brian Turner. Deze dichter, die enkele belangrijke literaire prijzen in de wacht sleepte, deed een master in poëzie aan de Universiteit van Oregon voor­ dat hij zich bij het leger meldde. Hij was zeven jaar soldaat en diende in twee oorlogen: Bosnië en Irak. Bijna alle gedichten uit zijn bundel schreef hij in zijn periode in Irak. In het voorjaar en de zomer van 2004 was de eenheid van Turner belast met het bewaken van konvooien die elke dag door Bagdad reden. Als hij mocht rusten na een missie, pakte hij een zaklantaarn met rood licht (om zijn slapende collega’s niet te storen) en maakte notities of aanzetten tot gedichten. Hij beschrijft niet alleen zijn eigen ervaringen, maar probeert ‘ E r

z i j n

o v e r

d e

n i e t

minkt of invalide terug naar Amerika met de levende herin­ nering aan alle verschrikkingen nog in zich. Ik had geluk. Er zijn talloze verhalen die nog zouden moeten worden verteld. Er moet nog veel worden gezegd. In het slotgedicht staat de regel “Ik heb geen woorden om te spreken over de oorlog”, misschien zou een alternatieve regel kunnen luiden: “Er zijn niet genoeg woorden om over de oorlog te spreken”.’ Dunya Mikhail De Iraakse dichteres Dunya Mikhail was redacteur van de literaire bijlage van The Baghdad Observer voordat ze eind jaren negentig naar Amerika vluchtte, omdat ze op Saddam Husseins lijst van gezochte personen stond. Ze schreef haar eerste gedichten toen ze tiener was, aan het begin van de oorlog

g e n o e g

o o r l o g

t e

te kijken door de ogen van de lokale bevolking: tijdens patrouil­ les zag hij vrouwen in dikke zwarte gewaden in de hitte aan het werk om zout te winnen. Hij sprak met zijn tolk, die tij­ dens de oorlog met Iran was opgepakt en daarna twaalf jaar in Teheran had vastgezeten. Maar ook verplaatste hij zich in een zelfmoordterrorist die de volle markt in Mosul oploopt: ‘he is obliterated at the epicenter, / he is everywhere, he is of all things, / his touch is the air taken in.’ In een interview zei Turner: ‘Ik had het gevoel dat ik het be­ schrijven van alles wat ik had gezien, verschuldigd was aan de­genen die de oorlog op een veel verwoestender wijze hadden meegemaakt. Sommige mensen waren hun huizen kwijt, an­ deren hun familie, sommige van mijn vrienden gingen ver­

w o o r d e n

o m

s p r e k e n ’

tussen Iran en Irak. Haar laatste bundel The War Works Hard staat voor een groot gedeelte in het teken van de recente oor­ log. Zo wijdde ze onder meer een gedicht aan Lynndie England en de gruwelen in de Abu Graib-gevangenis. Ze hekelt de ma­ nier waarop de regering van George W. Bush haar vaderland in chaos stortte, maar ze heeft ook de jaren van Saddam Hussein gekend. Subversief, ironisch en satirisch, zo wordt haar poëzie genoemd. In het titelgedicht van haar bundel somt ze de voordelen van oorlog op: er is weer werkgelegenheid omdat er nieuwe huizen moeten worden gebouwd voor wezen, makers van doods­­kisten doen weer zaken: ‘The war works with unparalleled diligence!’ Voor Mikhail is het schrijven over de oorlog niet een methode


‘ G e d i c h t e n d e

w o n d

z i j n

z i e n

z o a l s

o p

e e n

om te verwerken, zegt ze: ‘Integendeel, het houdt de wond juist voor altijd open. Gedichten zijn zoals röntgen­foto’s. Ze laten je de wond zien op een manier die je kunt begrijpen.’ Het is interessant te zien hoe de gebeurte­ nissen in de levens van beide dichters leid­ den tot een identificatie met de vijand: Dunya Mikhail is verre van positief over acties van de VS, maar woont er inmid­ dels wel, schrijft ook in het Engels en geeft les in Arabische taal­ en letterkun­ de. En Brian Turner, op zijn beurt, ver­ diepte zich in de Irakese cultuur wat zijn visie op de Iraki en Arabische cultuur veranderde. Hij was geïnteresseerd in de mensen die hij, bij wijze van spreken, in het vizier van zijn geweer had. Zo staan zij beiden aan een kant van het

r ö n t g e n f o t o ’ s . m a n i e r

d i e

j e

Z e

l a t e n

k u n t

b e g r i j p e n . ’

conflict, de een als soldaat die zijn orders opvolgde, de ander als vluchteling voor het geweld – zij het dat van de verdreven Saddam Hussein, en niet de brandhaard die na de Amerikaanse invasie van 2003 ontstond. Poëzie blijkt een brug te kunnen vormen, voor zover ze niet wordt ingezet als propagandawapen maar als middel om te laten zien wat oorlog in de levens van zowel daders als slachtoffers veroor­ zaakt: verlies, onzekerheid, verwoesting – alles teruggebracht tot een menselijke en daarom des te indringender schaal.

Over de dichters van de Grote Oorlog, dat overigens tegelijk verscheen met Het lijf in het slijk geplant, een bloemlezing met tweehonderd gedichten uit de Eerste We­ reldoorlog van dichters van veertig ver­ schillende nationaliteiten. Mikhail en Turner dragen hun gedichten voor. Buelens spreekt met beide dichters over de evolutie van oorlogspoëzie als genre. Ook vraagt hij of de Amerikaanse dichter zich bewust verhoudt tot de An­ gelsaksische traditie in dat opzicht en hoe dat met een Irakese traditie zit. Daar­ naast is er aandacht voor de impact van de media op het genre. Vroeger werd het gedicht nog wel eens als propaganda ge­ bruikt, vandaag ligt die functie bij an­ dere media en laten de oorlogsdichters andere dingen zien.

Geert Buelens, zelf dichter, essayist en hoogleraar, gaat met beide dichters in gesprek. Begin april werd Buelens nog bekroond met de ABN Amro Bank Prijs voor het Beste Non­Fictie Boek 2008. Het ging om zijn boek Europa! Europa!

ESTER NAOMI PERQUIN

j e

Uitgeverij Van Oorschot feliciteert Rutger Kopland met zijn 75ste verjaardag. Rutger Kopland leest in Aan het grensland zijn gedichten voor, Martin Tervoort musiceert naar aanleiding van deze gedichten.

NAMENS DE ANDER Rut g e R

3

Ko plan d

/

MaR t i n

t e Rvoo Rt

cd + tekstboekje ¤ 16,–

4

lucy b. en c. w. van der hoogt-prijs 2009 ‘Met haar tweede bundel bewijst Perquin het gelijk van de jury’s die haar debuut bekroonden.’ Arie van den Berg, nrc Handelsblad 37

uitgeveRij van ooRschot

4www.vanoorschot.nl


The Binary (het Binarium) verwijst naar het binaire idioom van de computer waarin alles is teruggebracht tot twee waarden: 1 of 0, true (waar) of false (niet waar). Binnen de machinetaal worden deze begrippen neutraal gebruikt, ze hebben geen gevoelswaarde. True en false vormen de basisprincipes voor een logisch proces dat zich stapsgewijs voltrekt. Buiten die wiskundige context worden true en false wel als polariteit binnen een emotioneel verhit spanningsveld begrepen. Daar kunnen ze als onverzoenlijke morele oordelen worden opgevat. The Binary is een poging om de speelruimte tussen rationaliteit en irrationaliteit op aanstekelijke wijze te stofferen, met verlichting als doel. Arnold Schalks

38


A Dictionary: kunst en poëzie naar Marcel Duchamps De witte doos

De te schrappen woorden schrappen Met Elisabeth Tonnard, William Engelen, Paul Bogaers, Arnold Schalks en Anneke Auer

In 1966 werd onder de titel The White Box / À l’ infinitif in facsimile een aantal teksten, tekeningen en schetsen uitgegeven die Marcel Duchamp maakte naar aanleiding van zijn fameuze werk The Bride Stripped Bare by Her Bachelors, Even. In een van die teksten schrijft Duchamp op gebiedende toon zijn wensdromen over een nieuw soort woordenboek neer: TEKST MISCHA ANDRIESSEN

-van een taal waarvan ieder woord in het Frans (of iets anders) vertaald zou worden met meer dan een woord, zonodig een hele zin-

klinkt de furieuze haast van de avant­ gardist door die geen geduld heeft met de traditie en zijn wensen liefst vandaag nog en zonder voorbehoud ingewil ligd ziet:

-van een taal die je in zijn elementen zou kunnen vertalen naar bekende talen maar waarvan de elementen omgekeerd geen vertaling zouden kunnen geven van Franse (of andere) woorden, of van Franse of andere zinnen.

Een woordenboek kopen en de te schrappen woorden schrappen. Tekenen voor: herzien en gecorrigeerd [...]

-Dit woordenboek samenstellen met systeemkaartjes -een manier vinden om deze kaartjes te rangschikken (alfabetische volgorde, maar welk alfabet) Alfabet– of liever enkele elementaire tekens, zoals de punt, de lijn, de cirkel, enz. (nakijken) die variëren al naar gelang de plaats, enz. Hier komt de behoefte aan een stringen­ te ordening – Duchamp was behalve kunstenaar ook bibliothecaris – samen met het verlangen het bestaande te kun­ nen veranderen. In sommige geboden

Afstand doen van overbodige woorden. De taal uitbenen of tenminste aftrainen. Hoe Duchamp het nieuw te maken woordenboek voor zich ziet, lijkt sterk op de beroepspraktijk van de dichter. Ook die ziet veel overtolligs in de taal. Ook die zoekt nieuwe ordeningen, ver­ werpt oude betekenissen en kent nieuwe betekenissen toe. Een woordenboek is in de dagdroom van Duchamp echter niet langer een boek met woorden, met uitsluitend woorden. gebruikmaken van close-up-filmbeelden van delen van voorwerpen van grote omvang, om fotografische registraties te krijgen die niet meer lijken op de foto van iets. […]

-Een manier vinden om al deze films zo

39

te rangschikken dat ze als in een woordenboek terug te vinden zijn. […] Duchamps woordenboek is een multi­ mediaal project avant la lettre. Voor Poetry International is het daarom een prachtige aanleiding om musici, dich­ ters, vormgevers, beeldend kunstenaars en architecten te vragen om op Duchamps tekst te reageren. Zonder aan die reactie op voorhand eisen te stellen. De uitein­ delijke presentatievorm vloeit voort uit de reacties en is dus evenmin van te voren vastgelegd. Vijf kunstenaars namen de uit­ daging aan om de grenzen van de eigen discipline te negeren en naar een taal van nieuwe vormen en onverwachte verban­ den op zoek te gaan. Om een vertaling te vinden voor de ideeën van Duchamp. Het werk dat William Engelen, Paul Bogaers, Anneke Auer, Arnold Schalks en Elisabeth Tonnard presenteren in het kader van A Dictionary is de gehele festivalweek te zien in de foyer van de Rotterdamse Schouwburg. De beeldende kunst tijdens het festival is onderwerp van gesprek tijdens de eerste Poetry Talk. ma 15 juni, 19:00 u

kleine zaal


Language in art Taal in kunst Het is een van de uitgaven die het jubileum van het Poetry International Festival zo bijzonder maakt: ‘Language in art’ en ‘Taal in kunst’ geeft een indruk van drie jaar ‘Poetry&Art’ tijdens het festival en is een kunstwerk op zich. Een collectors item. TEKST HELMUT DE HOOGH

Een boekwerk met een bijzondere opzet: tweetalig ontworpen, gedrukt en gebonden, met een apart deel voor beeld. Aan het eind van het proces wordt het gesneden en uitgegeven als twee afzonderlijke boeken. Vooral de complete, ongesneden editie – Nederlands, Engels en beeld ineen – zal een gewild verzamel­ object zijn. In deze bijzondere vorm verslaat ‘Language in art’ en ‘Taal in kunst’ wat zo’n zestig kunstenaars tijdens de festi­ vals in 2004, 2005 en 2006 hebben laten zien. Bovendien is er nieuw werk opgenomen waarin poëzie en beeld opnieuw een bijzondere relatie met elkaar aangaan.

kunstwerk zou kunnen functioneren. Dat gaat heel ver, bij­ voorbeeld over de kwaliteit van de koffie. Maar het dwingt ook tot nadenken over de toekomst van het festival.’ Wellicht ligt de toekomst van NewCanvas©Poetry&Art buit­ en het Poetry International Festival. Verschuren ziet het al voor zich: een grootstedelijk evenement dat zich volledig richt op de A a n b e v e l i n g s t a d

NewCanvas©Poetry&Art is bij uitstek het resultaat van de festivalambities van directeur Bas Kwakman. Zijn achtergrond in de beeldende kunst maakt de combinatie van kunst en poëzie tot een vanzelfsprekend onderdeel van het festival. Om zijn ideeën in praktijk te brengen, trok Kwakman de Rotterdamse kunstenaar Kamiel Verschuren aan, nu ook de samensteller van het imposante boek. Zoals Kwakman hoopte, zocht en vond Verschuren steeds weer bijzondere en intense versmeltingen van poëzie en beeldende kunst. Versmeltingen die veel verder gin­ gen dan het plaatje bij de tekst. Maar Verschuren wilde meer; meer dan de directeur aanvankelijk voor ogen stond.

a a n

R o t t e r d a m :

d e L a a t

N e w C a n v a s © P o e t r y & A r t u i t g r o e i e n z e l f s t a n d i g

t o t

e e n

f e s t i v a l .

productie van beeldende kunst in de stad. Een manifestatie die blijvend ingrijpt in de stad, die in de stad investeert en zich openstelt voor haar inwoners. Een waarin er zoveel mogelijk budget is voor artistieke projecten en weinig of geen voor over­ head of publiciteit. Verschuren: ‘Het zou niet nodig zijn om publiek te trekken; het publiek ís al in de stad en komt vanzelf als het goed is.’

‘Het gedicht, de dichter, een lampje en de vertaling,’ was Kwak mans antwoord, toen Verschuren hem vroeg wat nu toch de kern van het festival was. ‘Dan moet ik daar ingrijpen, an­ ders is de positie van beeldende kunst in het festival niet vol­ waardig.’ Maar Kwakman vond dat de inbreng van de beel­ dende kunst tijdens de optredens van de dichters minimaal moest zijn. De discussies tussen de twee liepen soms hoog op, maar dat kon niet voorkomen dat Verschuren uiteindelijk wel ingreep op de performance van de dichter, zonder dat het diens optreden verstoorde. Verschuren: ‘Eigenlijk gaat het boek over hoe een festival als

Kwakman komt via een andere weg tot dezelfde conclusie. Volgens hem ontgroeit NewCanvas©Poetry&Art zijn festival en zou het beter op eigen benen staan. Vandaar zijn aanbeve­ ling aan de stad Rotterdam die de bijzondere uitgave vergezelt: Ondersteun het opzetten van een New Canvas©Poetry&Art biënnale. ‘Language in art’ en ‘Beeld in taal’ wordt tijdens het festival gepresenteerd en is ook onder werp van gesprek tijdens de eerste Poetry Talk. ma 15 juni, 19:00 u kleine zaal

40


Fotoshoot voor posterbeeld Restoration of the daily life Franck Bragigand, Spit and -F productions - NewCanvas©Poetry&Art, 2004-2005-2006

Festival t-shirt Tracy MacKenna & Edwin Janssen - NewCanvas©Poetry&Art 2006

The Material Unity Joseph Kosuth - NewCanvas©Poetry&Art 2006 (text fragment: The Archaeology of Knowledge, by Michel Foucault)

Installation Language Laboratory Kamiel Verschuren - NewCanvas©Poetry&Art 2007

41


Puur inhoud

Lees De Groene Amsterdammer 13 weken voor 18 euro Bel 020-5245555 of ga naar onze website

www.groene.nl


Bits of Poetry Mapping the shifting landscape of digital poetry maandag 15 juni, 20:00 uur

kleine zaal

Waar vind je het? En vooral: wat moet je ervan vinden? Digitale poëzie is een spannend poëtisch genre dat voor het eerst op het Poetry International Festival wordt gepresenteerd. Hoe nieuw digitale poëzie eigenlijk is, zoekt dichter en filmkenner Jan Baeke uit in een inleiding over de voorgeschiedenis van het genre: van Marinetti tot de Ciné­poèmes. En wat maakt het nou zo an­ ders dan ‘gewone’ poëzie? Aan de hand van een persoonlijke bloemlezing laat literatuurwetenschapper en literair recensent Yra van Dijk de ongekende mogelijkheden van het genre zien. Ze kiest daarbij voor werken van voornamelijk Nederlandse dichters die de verschillende aspecten en verschijningsvormen van digitale poëzie illustreren, zoals de temporaliteit in het werk van Tonnus Oosterhoff, de multi­medialiteit van Rozalie Hirs en de meerstemmigheid in het werk van Jan Baeke. Na Bits of Poetry kunt u nog de hele week terecht in het labora­ torium in de kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg om het genre zelf verder te onderzoeken. U vindt er internationale werken van de Russische Olia Lialina, Brian Kim Stefans (VS), Noah Wardrip­Fruin (VS), Aya Karpinska (VS) en Mark Na­ pier (VS), maar ook werken van Nederlandse bodem die voort­ komen uit Poezie op het scherm, het samenwerkingsproject tussen het Fonds voor de Letteren, Waag Society en het Fonds BKVB. Bits of Poetry wordt volledig in het Engels gepresenteerd.

Brian Kim Stefans, the dreamlife of letters From: Electronic literature collection, volume one http://collection.eliterature.org/1/works/stefans__the_dreamlife_of_letters.html

‘In de tijd dat ik het gedicht zei’

Dichter aan de Maas Rotterdams Voorprogramma vrijdag 12 juni, 20:00 uur

Poëzietheater

kleine zaal

Een oude traditie wordt in ere hersteld: op de vooravond van het veertigste Poetry International geven Rotterdamse dichters op speciale wijze vorm aan de band tussen stad en festival. Op initiatief van uitgeverij Douane bent u getuige van een vloot­ schouw van de actuele Rotterdamse dichtkunst en de presentatie van het boekje Dichter aan de Maas, met ongepubliceerde gedichten van de vijftien optredende dichters. Natuurlijk is stadsdichter Jana Beranová er om haar derde stadsgedicht voor te dragen. De avond wordt gepresenteerd door Manuel Kneep­ kens en Arie van der Ent van de dichterlijke actie Poetry+, die met deze avond en de bundel Dichter aan de Maas zijn eerste vervolg krijgt.

Regisseur Peter Sonneveld, van Bonheur Theaterbedrijf Rotter­ dam, brengt ook dit jaar voor de programma’s en in de pauzes poëzietheater met acteurs van de ArtEZ Academie voor theater uit Arnhem. Sonneveld koos aan de hand van de selectie die Ineke Holzhaus maakte voor de cd­box Ze kwamen om een dichter te zien, veertig gedichten, een uit elk van de veertig festival­ jaren. Tijdens het festival vormen de acteurs gezamenlijk een levende poëziejukebox, waarbij het publiek steeds het jaar kan kiezen. Zo hoort u gedichten uit veertig jaar wereldpoëzie, gedichten zoals die ooit tijdens het Poetry International Fes­ tival op het podium van De Doelen of op het toneel van de Rotterdamse Schouwburg hebben geklonken.

43


De C. Buddingh’-prijs 2009 donderdag 18 juni, 20:00 uur

kleine zaal

© Bob Bronshoff

© Keke Keukelaar

De C. Buddingh’­prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie is de jaarlijkse prijs voor het beste poëzie­ debuut van het voorgaande jaar. De jury van 2009 – Wim Brands, Hugo Brems en Janita Monna – nomineerde de bundels van Mischa Andriessen, Martijn Benders, Johanna Geels en Tom Van de Voorde. Op 18 juni treden zij op in een speciaal programma, waarin ook de winnaar bekend wordt gemaakt.

Mischa Andriessen

Martijn Benders

(1970) probeert in zijn debuut vooral een sfeer te creëren, waarin tijd en mogelijkheden eindeloos rekbaar lijken. Hij hoopt dat zijn gedichten in eerste instantie op een primair niveau aanspreken. De diepere lagen, die ook wel zijn aangebracht, zijn van later zorg.

(1971) woont en werkt in Istanboel en Karavanserai is zijn debuut­ bundel. Momenteel werkt hij aan een tweede Nederlandstalige bundel, Salvia, en aan een Engelstalige bundel samen met de New Yorkse kunstenaar Joshua Ray Stephens.

Amici

Elf

D denkt dat hij mensenkennis heeft. Hij weet dat soort dingen, geloof hem nou maar, hij herkent zulk volk van grote afstand. In de tuin, nauwelijks zichtbaar achter een vergeten kruiwagen, staan twee jongens te roken. ‘Die voeren iets in hun schild’, bromt D. Ik geloof hem. Hij heeft per slot van rekening twee weken in een chique modewinkel gewerkt, waar dit soort jongens de deur plat loopt. Achterdocht is een competentie. D komt hogerop.

Strobogrammatica van de slaapwandelaar: gek die aan de spiegel ontsnapte. Zelfs in de slaap nog wachtende, vol op de binaire tast – de schwalbe die zijn schaduw op de muur maakt is het wolfnummer. Elf is de herkomst van de gekloonde zoon in de oude orde van het familiale: wortelvarianten die hem opnemen of hij nooit weg was. Uitdrukkingsloos neemt hij zijn plaats in, tussen vader (licht) en moeder (donker) en begint te fluiten. Jaren later is zijn gezicht nog steeds vooral een vlek op de bank. (Uit: Karavanserai, Nieuw Amsterdam Uitgevers)

(Uit: Uitzien met D, De Bezige Bij)

44


© Pieter de Boever

© C.T van der Waal

Johanna Geels

Tom Van de Voorde

(1968) ziet dichten als een organisch proces. Woorden die aan­ groeien tot zinnen, bij wildgroei worden teruggesnoeid, het botten en knotten tot er een gedicht overblijft. Soms vallen ze echter kant en klaar binnen, als een Iglomaaltijd. Bronnen van inspiratie: kijken, verbazing, Maria en de kosmos.

(1974) kwam via een omweg langs de plastische kunsten, bij de poëzie terecht. Hij vertaalt Amerikaanse poëzie en schreef essays over Californië, Arcadia, de Eeuwige Jeugd en Madonna. Zijn poëziedebuut Vliesgevels filter bestaat uit abstracte obser vaties van het landschap, waarbij wiskunde en lyriek hand in hand gaan.

Met stomheid. Ik herinner mij hondenpoten op kapotte eierschalen en dat ik mij afvroeg wat eerst was.

Een vogel kan niet praten weten wij nu.

als de uitvloei van een curve op een lijn gaat lijken door luiken dubbelzijdig kort de keren dat een tak naar binnen wuift langs openstaande ramen twijgen waaien als dwars gebinte dat tot hinder is lang en breed gevleugeld kruinen uit elkaar gaan hangen bevlogen zal het dan wigvormig openbreken een baken vormen waar de stam geen scheuren kent maar treurt om het afhangende beginsel van een bomenrij

(Uit: Tuig, Uitgeverij Atlas)

(Uit: Vliesgevels filter, PoëzieCentrum)

De wanorde in de huizen naast mij of de mensen die daar leefden in hun afgetrapte dag en nachtpyjama’s. De zuigende keldervloeren of het meisje op haar knieën, biddend voor nieuwe vogeltjes. Wat zegt een vogeltje dan. Wat zegt een vogeltje dan.

45


New windows Other views Het Hivos-NCDO Cultuurfonds feliciteert Poetry International met haar 40-jarig jubileum. Het festival biedt dichters uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika de mogelijkheid hun werk aan een breed publiek te presenteren. En daarom ondersteunt het Hivos-NCDO Cultuurfonds dit festival al meer dan tien jaar. Dit jaar organiseert Poetry International, op 17 juni vanaf 20.15 uur, in samenwerking met het HivosNCDO Cultuurfonds een speciaal programma over de oorlog in Irak met onder meer de Irakese dichteres Dunya Mikhail. Ook steunt het Hivos-NCDO Cultuurfonds de domeinen Indonesie, Colombia, Iran, Zuid-Afrika, Zimbabwe en India van het Poetry International web. http://international.poetryinternationalweb.org IdeeëN eN perspectIeveN Het Hivos-NCDO Cultuurfonds steunt kunstenaars en culturele initiatieven in niet-westerse landen. Met het tonen van hun werk aan het Nederlandse publiek wil het fonds ruimte geven aan andere zienswijzen op de dagelijkse werkelijkheid in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. cultuur eN creatIvIteIt Het Hivos-NCDO Cultuurfonds wil een klimaat creëren waarin ideeën gelijkwaardig uitgewisseld kunnen worden. Want zonder verbeelding is er geen visie op de toekomst en geen zicht op verandering.

Het Hivos-NCDO Cultuurfonds beschouwt cultuur en creativiteit als een belangrijke kracht achter duurzame ontwikkeling. MOderN WereldBurGerscHap Kunst en cultuur dragen bij aan het leggen van een fundament voor modern wereldburgerschap. Met het tonen van culturele activiteiten en het werk van kunstenaars uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië wil het fonds de betrokkenheid van het Nederlandse publiek bij vraagstukken over internationale samenwerking vergroten. www.hivosncdocultuurfonds.nl


Dichterswerk in uitvoering

‘Kijk, het heeft gewaaid’ vrijdag 19 juni, 21.30 uur

Tijdens een poëziefestival als het Poetry In­ ternational Festival komen dichters uit ver­ schillende werelddelen bijeen in een voor hen vreemde stad. Het zijn weken die gevuld zijn met ongewone gebeurtenissen en ont­ moetingen met collega’s en hun poëzie, die dichters soms aanzetten tot het schrijven van nieuw werk. De bloemlezing Kijk, het heeft gewaaid, die tijdens deze feestelijke slotavond gepresen­ teerd wordt ter ere van het festivaljubileum, is daarvan het tastbare bewijs. Het titelge­ dicht werd begin jaren negentig geschreven naar aanleiding van het contact tussen twee dichters tijdens het festival: Remco Campert en Gerrit Kouwenaar. Terwijl ze op zoek wa­ ren naar wat rust en ruimte belandden de dichters op een plein waar de bladeren prachtig in het midden bijeengewaaid war­ en. Kouwenaar verwerkte de uitspraak van Campert in zijn gedicht. Kijk, het heeft gewaaid laat zien hoe het festival zelf dichters als Seamus Heaney, Breyten Breytenbach,

grote zaal

Joseph Brodsky, Allen Ginsberg en Lucebert in de afgelopen veertig jaar inspireerde tot het schrijven van nieuwe poëzie. Janita Monna, voormalig programmeur, maakte een keus uit de opgespoorde gedichten en voorzag ze van verhelderend commentaar en bijzondere anekdotes. Ter afsluiting van het veertigste Poetry In­ ternational Festival wordt gekeken naar hoe literatuurfestivals in het algemeen en dit fes­ tival in het bijzonder van invloed zijn op het ontstaan en het beklijven van poëzie. Ook dit jaar zal blijken of het horen van de klank van een vreemde taal invloed heeft op het schrijven van poëzie, of contact met andere dichters, andere culturen en ander werk het schrijfproces verandert, en of gedichten be­ tekenis verliezen of juist krijgen in vertaling. Niets daarvan valt vooraf te voorspellen, niets daarvan is volledig uitgewerkt, maar vast staat dat de avond voor verrassingen zal zorgen en inzicht verschaft in ‘dichterswerk in uitvoering’.

Remco Campert (links) en Lucebert tijdens Poetry International Festival in 1989 © Jet Mast

47

Kijk, het heeft gewaaid verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers en is met ingang van het festival verkrijgbaar voor € 18,95


Poetry in the Afternoon & Poetry Talks Poetry in the Afternoon 16:00 uur

tuin Café Floor / Poetry Talks 19:15 uur

Iedere werkdag in de namiddag en in de vooravond wordt in gesprekken, discussies, interviews en presentaties verdieping geboden op de verschillende festivalprogramma’s en wordt discussiemateriaal aangereikt. In de Poetry Talk en tijdens Poetry in the Afternoon leren we de dichter achter het werk kennen, worden verbanden gelegd tussen beeldende kunst en literatuur en krijgen we zicht op de rol van literaire tijdschriften in het vertaaldebat en de verspreiding van poëzie.

maandag 15 juni Poetry in the Afternoon: Onno Blom spreekt met Gerrit Komrij, dichter, oud-Dichter des Vaderlands, oprichter van de Poëzieclub en initiatiefnemer van de Turing Prijs voor het beste nieuwe gedicht, over de stand van zaken van de actuele Nederlandse poëzie. Hoe kunnen prijzen, wedstrijden, festivals en educatieve programma’s de aandacht voor de poëzie bevorderen? Wordt er nog wel voldoende poëzie gelezen en uitgegeven? www.school­derpoezie.nl

Dit is Veenman.

www.veenmandrukkers.nl

foyer

Poetry Talk: Presentatie van de neerslag van wat NewCanvas­ ©Poetry&Art in drie succesvolle manifestaties tijdens voorgaande festivals te bieden had. Tijdens deze manifestaties koppelden kunstenaars van internationaal aanzien taal en beeld aan een. De resultaten daarvan zijn opgenomen in het boek ‘Language in art’ en ‘Taal in kunst’, dat tijdens het festival uitkomt. Dan ook aan­ dacht voor A Dictionary, waarin op het komende festival beeldende kunst reageert met poëzie, geïnspireerd door The White Box van Marcel Duchamp (pag. 39 en 40).

dinsdag 16 juni Poetry in the Afternoon: Luke Davies wordt geïnterviewd door Michael Brennan, dichter en redacteur van het Australische do­ mein van Poetry International Web. Poetry Talk: George Szirtes wordt geïnterviewd door Judith Palmer, directeur van The Poetry Society in Londen, die het Britse domein van het Poetry International Web beheert.


woensdag 17 juni

vrijdag 19 juni

Poetry in the Afternoon: Presentatie van Tirade Nr. 428. Literair Vertalen (zie p. 29). Poetry Talk: Presentatie van het Kroatische poëzietijdschrift POEZIJA (zie p. 29).

Poetry in the Afternoon: De resultaten van de vertaalworkshops (zie p. 29) worden gepresenteerd. Poetry Talk: Waarom kies je er als dichteres voor om in een ander land te wonen en te werken dan het land waarin je geboren en opgegroeid bent, het land waarvan je houdt, het land dat in je gedichten bestaat en dat als voertaal je moedertaal heeft? Dich­ teressen Dunya Mikhail, Valzhyna Mort en Vera Pavlova spre­ken daarover met de Amerikaanse poëziecriticus, redacteur en dichter Don Share, senior redacteur van Poetry Mag­azine, een uitgave van de Poetry Foundation in Chicago. Samen met redacteur Christian Wiman verzorgt hij regelmatig podcasts via de website van de stichting www.poetryfoundation.org.

donderdag 18 juni Poetry in the Afternoon: In juni 2009 is het twintig jaar geleden dat het studentenprotest tegen het communistisch regime op het Tiananmenplein in Peking meedogenloos werd neergeslagen. De beelden van ‘unknown tank man’ staan wereldwijd in het collectieve geheugen gegrift. Hoeveel impact had die ge­beurtenis op het schrijven en verschijnen van Chinese poëzie in het alge­ meen? En hoezeer beïnvloedde het het werk van Bei Dao, die sinds de opstand in ballingschap leeft en werkt. En dat van Yang Lian, die in Peking opgroeide maar tijdens het protest in het buitenland was? Deze vragen worden hen voorgelegd door Maghiel van Crevel, hoogleraar in de Chinese taal- en letterkunde. Poetry Talk: Kazuko Shiraishi wordt geïnterviewd door Yasuhiro Yotsumoto, dichter en redacteur van het Japanse domein van Poetry International Web.

Gratis de special van Passionate Magazine over Hans Verhagen of de dvd EXITing bij een jaarabonnement op Passionate Magazine! Altijd op de hoogte gehouden willen worden van de trends in de literatuur? Neem dan nu een jaarabonnement voor € 35,00 op Passionate Magazine en ontvang de dvd EXITing over schrijver en dichter C.B. Vaandrager of de special van Passionate Magazine over dichter, journalist en kunstenaar Hans Verhagen (incl. dvd Ontdrifting, gemaakt in opdracht van GDMW festival 2003) gratis.

Ja, ik neem een abonnement op Passionate Magazine.

Laat maar zitten. Ik betaal liever eenmalig € 30,00

Ik kies voor een jaarabonnement en ontvang

(met een kortingspas € 25,00) voor een jaarabonnement

6 nummers voor € 35,00 (met een kortingspas € 25,00)

en ontvang geen welkomstgeschenk.

en ontvang als welkomstgeschenk:

Ik kies een proefabonnement en ontvang 3 nummers voor € 20,00.

Passionate Magazine Hans Verhagen - special dvd EXITing

Naam

Adres

Postcode

Woonplaats

Telefoonnummer

E-mail

Geboortedatum

Stuur de bon op naar: Passionate Magazine, Antwoordnummer 5233, 3000 VB, Rotterdam (een postzegel is niet nodig) www.passionatemagazine.nl


Praktische informatie

Arrangementen Prijs € 29,50 p.p., gedeelde kamers

Festivallocatie Rotterdamse Schouwburg Schouwburgplein 25 3012 CL Rotterdam T +31 (0)10 411 81 10 Entree: naar eigen waardering Voor het tweede jaar hanteert Poetry International Festival het principe van entree naar eigen waardering. Voor alle programma’s geldt: u bepaalt – achteraf – wat u betaalt. Laat uw waardering blijken met een bedrag naar keuze in de dropbox bij de entree van de schouwburg. U kunt ook een eenmalige machtiging afgeven. Openbaar vervoer De Rotterdamse Schouwburg ligt op 5 minuten lopen van het Centraal Station. Parkeren Parkeergarage Schouwburgplein. Festivalbezoekers parkeren voordelig door hun parkeerkaart te ‘activeren’, in de foyer van de schouwburg. Op vrijdagavond en in het weekend kan de wachttijd voor parkeergarages oplopen tot een half uur of meer. Meer praktische informatie: www.rotterdamseschouwburg.nl Festivalbureau Poetry International Eendrachtsplein 4, 3012 LA Rotterdam T + 31 (0)10 282 27 77 F + 31 (0)10 444 43 05 info@poetry.nl / www.poetry.nl www.poetryinternational.org directie Bas Kwakman programmering Sascha van der Aa, Lauranne Cox (stage), Correen Dekker, Jan Willem van Hemert (muziek), Liesbeth Huijer, Bas Kwakman productie Marjolijn Abel, Marije de Kieviet, Katja Nootenboom, Marc Oudshoff vertalingen: coördinatie, redactie, projectie Loesje Derkx, Rosa van Ederen, Liesbeth Huijer, Marloes van Luijk communicatie Jan Coerwinkel, Jeannine Julen (stage) financiën Ed van Steenbergen, Katja Nootenboom Poetry International Web projectleider Madea Le Noble webmaster Jan Willem van Hemert redacteur Sarah Ream

Budget: Hostel Room Na een heerlijke avond Poetry ga je met vrienden lekker bijslapen in Hostel ROOM. Je slaapt er voor een prikkie op een perfecte locatie in de mooiste buurt van Rotterdam, het prachtige Scheepvaartkwartier. Een mooie uitvalsbasis om Rotterdam te ontdekken. In de relaxte, huiselijke en Hollandse sfeer voel je je in no time thuis. Dus de volgende dag uitgeslapen weer naar Poetry of lekker de stad in: Kunsthal, Boijmans Van Beuningen, picknick aan de Maas en, het is paradetijd. Speciaal voor Poetry International heeft ROOM een uniek arrangement samen gesteld: je overnacht in één van de wegdroomkamers (2 of 4 persoonskamer). Een welkomstkoffie, de linnenset, een heerlijk Hollands ontbijtje, late check out en gratis wifi krijg je kado. Poetry stopt er nog een gratis festival bloemlezing bij (normaal € 18,95) en bovendien krijg je aantrekkelijke kortingen op andere festivaluitgaven. Neem contact op met Hostel ROOM Rotterdam en vraag naar het Poetry Arrangement Hostel ROOM Rotterdam Van Vollenhovenstraat 62 / T 010 282 72 77 www.roomrotterdam.nl Prijs € 62,50 p.p. (op basis van 2 personen). Meerprijs één persoonskamer: € 25 per nacht.

Luxe: Bilderberg Parkhotel Het Bilderberg Parkhotel en Poetry International Festival hebben een speciaal arrangement voor u samengesteld. U overnacht in een comfortabele kamer en maakt gebruik van het uitgebreide Bilderberg ontbijtbuffet. Met de Rotterdam Welcome Card, krijgt u korting op meer dan 100 attracties in Rotterdam. Dus ook hier combineert u het Poetry International Festival eenvoudig met een bezoek aan Boijmans Van Beuningen, het Nederlands Architectuurinstituut, de Kunsthal of de Euromast. Het ligt allemaal op loopafstand van het hotel. De bloemlezing van het festival krijgt u er gratis bij en u profiteert van kortingen op diverse Poetry International festivaluitgaven. Dit arrangement is boekbaar van 13 tot en met 19 juni 2009, op basis van beschikbaarheid. Neem contact op Bilderberg Parkhotel en vraag naar het Poetry Arrangement Bilderberg Parkhotel Westersingel 70 / T 010 436 30 41 parkhotel.reservation@bilderberg.nl www.parkhotelrotterdam.nl

50

Sponsors en subsidiënten Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Gemeente Rotterdam, Dienst Kunst en Cultuur Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds Hivos NCDO Cultuurfonds Stichting Dioraphte Stichting Lira Fonds Van Beuningen Peterich Fonds Centrum Beeldende Kunst Roteb Selexyz Donner Uitgeverij De Arbeiderspers Fonds voor de Letteren Met dank aan Ambassade van Denemarken (Den Haag), Ambassade van de Republiek Polen (Den Haag), BGS, Bonheur Theaterbedrijf Rotterdam, Café Floor, Gemeente Archief Rotterdam, Kunstgebouw Zuid Holland, Uitgeverij Douane, Uitgeverij Hoogland & van Klaveren, Uitgeverij Van Oorschot, Uitgeverij Wagner & Van Santen, Rotterdamse Schouwburg, Scapinoballet Rotterdam, School der Poëzie Met bijzondere dank aan Jan Baeke, Jana Beranová, Theo Bijvoet, Tsead Bruinja, Geert Buelens, Maghiel van Crevel, Tatjana Daan, Yra van Dijk, Roelien Eijkelboom, Arie van der Ent, Ruud Gielens, Kees ’t Hart, Menno Hartman, Hester van der Hoeven, Ineke Holzhaus, Ineke van de Hoofdakker, Suzanne Holtzer, John Albert Jansen, Hans Keller, Manuel Kneepkens, Angela Kok, Peter Kroon, Pien van der Linden, Ove Lucas, Hanneke Marttin, Erik Menkveld, Thomas Möhlmann, Janita Monna, Martin Mooij, Arjen Nollens, Daphne Plaschkens, Jasper Peterich, Arlette Schellenbach, Victor Schifferli, Rob Schouten, Jan Sleumer, Peter Sonneveld, Ilonka Verdurmen, Kamiel Verschuren, Christine Wagner, Ine Waltuch en alle vrijwilligers International partners Poetry International Web The Poetry Society, London, UK Flemish Literature Fund (Vlaams Fonds voorde Letteren), Berchem, Belgium Corporación de Arte y Poesía Prometeo, Medellín, Colombia LiteraturWERKstatt, Berlin, Germany The Munster Literature Centre, Cork City, Ireland Poetry Place, Jerusalem, Israel The General Directorate for Books and Libraries, Lisbon, Portugal Kijk voor een volledig overzicht op

www.poetry.nl

Colofon Redactie: Jan Coerwinkel, Helmut de Hoogh, Michelle Wilderom Teksten: Mischa Andriessen, Jan Coerwinkel, Correen Dekker, Helmut de Hoogh, Bas Kwakman, Madea Le Noble, Janita Monna, Nicole Santé, Victor Schiferli Vormgeving en coverdesign: Floor Houben Fotografi e: fotografen staan zoveel mogelijk bij de foto’s vermeld. Van enkele foto’s heeft de redactie de makers niet kunnen achterhalen. Speciale dank gaat uit naar de festivalfotografen Pieter Vandermeer en Tineke de Lange.

Een uitgave van Stichting Poetry International © 2009


www.poetry.nl www.poetryinternational.org

Poetry International Festivalmagazine  

Voor het 40-jarig jubileum van het Poetry International Festival wordt er flink uitgepakt. Deze extra dikke jubileumeditie van het festivalm...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you