Issuu on Google+

HORIZON 2020 VERSUS FP7

PAPER OVER DE VERSCHILLEN TUSSEN HORIZON 2020 EN VOORGANGER FP 7

Oktober 2013 Roy Pennings, PNO Consultants

PNO Consultants, Postbus 75759, 1118 ZX Luchthaven-Schiphol, +31 (0)20 655 60 90 www.pnoconsultants.nl


HORIZON 2020 VERSUS FP7 VERSCHILLEN MAKEN H2020 KANSRIJK Op 1 januari 2014 gaat het Europese onderzoeks- en innovatiesubsidieprogramma Horizon 2020 (H2020) van start. Een analyse van de verschillen met voorganger FP7 leert dat H2020 er qua eenvoud, snelheid, vormvrijheid en met marktpotentie als kernbegrip, mag zijn. In dit inleidende artikel treft u een overzicht aan van de belangrijkste verschillen tussen H2020 en FP7. In een serie van vijf korte vervolgartikelen zal vanaf volgende week elk verschil nader worden toegelicht. Die artikelen geven u in de eerste plaats inzicht in de specifieke kenmerken die verantwoordelijk zijn voor het verwachte succes van H2020. Maar belangrijker nog: het helpt u bepalen of en hoe u H2020 kunt inzetten voor uw innovatieplannen en –projecten. 70 Miljard Europese Euro’s voor innovatie Horizon 2020 omvat een budget van iets meer dan 70 miljard euro. De Europese Commissie (EC) moet dit budget via subsidies in zeven jaar tijd besteden aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën, die een bijdrage moeten leveren aan de Europese gemeenschap en die de concurrentiekracht van het Europese bedrijfsleven wereldwijd moeten versterken. H2020 is de opvolger van het ‘7th Framework Programme’ (FP7). De belangrijkste drijfveer bij de ontwikkeling van H2020 is dat de Europese leiders zich zorgen maken over het innovatieniveau in Europa. Volgens hen is R&D de beste manier om de economische recessie te overwinnen en kan het leiden tot het oplossen van grote problemen op gebieden als energievoorraden, klimaatverandering, zorg, enzovoort. (In dit verband verwijzen wij u naar het artikel elders in deze Subsidieflits, waarin het verband wordt gelegd tussen innovatie en Nederlands concurrentiepositie op de wereldranglijst). De realiteit is echter dat Europa’s jaarlijkse R&D-uitgaven 0,8% van het Bruto Binnenlands Product lager zijn dan die van de VS en 1,5% lager dan Japan. Landen zoals Brazilië en India ontwikkelen zich op dit gebied eveneens sneller dan Europa. Met dit beeld op het netvlies werd circa vier jaar geleden gestart met de voorbereidingen voor de ontwikkeling van H2020. Op dat moment was voorganger FP7 nog maar halverwege. Uit de evaluatierondes van FP7 kwam als belangrijkste kritiek naar voren dat het moeilijk was om de juiste bestedingsdoelen van dit belastinggeld te bepalen, en dat gebruikmaking van de FP7 subsidies eenvoudiger moest. Daarnaast was het noodzakelijk om de enorme bureaucratie rondom het aanvragen en rapporteren sterk te verminderen. Reden voor de Commissie om haar primaire subsidiekaderprogramma volledig en langs de volgende lijnen te hervormen:

FP7

H2020

kennis georiënteerd

→ resultaat gericht

verdieping van kennis

→ verbreding van kennis

gericht op universiteiten en onderzoeksinstellingen → gericht op bedrijven complexe administratie

→ vereenvoudigde administratie

specifieke programma regeling

→ één coherente set regels


HORIZON 2020 VERSUS FP7 FOCUS OP MARKTPOTENTIE Eén van de meest in het oog springende verschillen met FP7 is misschien wel de veel nadrukkelijker focus van H2020 op marktpotentie. Toen de voorbereidingen voor de ontwikkeling van H2020 circa vier jaar geleden startten, was FP7 nog maar halverwege. Een uitstekend moment om te bepalen of door FP7 gesubsidieerd onderzoek daadwerkelijk positieve effecten had op het leven van de Europese burger. Uit die tussentijdse evaluatie bleek dat het omzetten van fundamenteel onderzoek in concrete producten en diensten, die door bedrijven konden worden geproduceerd en verkocht, problematisch was. Dit was en is geen diskwalificatie van het onderzoek zelf, maar wijst eerder naar de beruchte innovatiekloof, en de moeite die het bedrijven kost om hun innovatie daar overheen te tillen. Met andere woorden: deze innovatiekloof weerhoudt goede ideeën en excellent onderzoek ervan om te worden omgezet in concrete en bruikbare toepassingen. FP7 heeft weliswaar geleid tot een significante verdieping van onze collectieve onderzoekskennis, maar is er tegelijkertijd onvoldoende in geslaagd om de Europese belastingbetaler duidelijk te maken dat met dat belastinggeld de gemiddelde levensstandaard is verhoogd, de werkgelegenheid is toegenomen en de economische vooruitzichten zijn verbeterd.

RTD-DOELEN 'SMARTER' MAKEN Om het momentum voor een innovatie-gedreven economie te benutten, besloot de Commissie te kijken naar het eerdere FP5 – een van de voorlopers van FP7 - waar een eerste aanzet werd gegeven tot het centraal stellen van maatschappelijke problematiek in onderzoek in plaats van ‘wetenschappelijke nieuwsgierigheid’! Dit heeft geleid tot een nieuwe focus van H2020, die in een green paper van de Commissie, waarin om input van alle belanghebbenden werd gevraagd, zijn officiële start vond. Een en ander leidde tot de zogenaamde Europe 2020 Strategy. Hierin benadrukte de Commissie dat groei uitsluitend kan worden bereikt door RTDdoelen (Research & Technological Development) ‘smarter’ te maken door middel van effectievere investeringen in onderwijs, onderzoek en innovatie. Om dit tastbaar te maken, publiceerde de Commissie het zogenaamde Innovation Union Flagship Initiative, waarin werd ingezet op banengroei, een groenere samenleving, verbetering van de levenskwaliteit en het behouden van onze concurrentiekracht op de 1 wereldmarkt. Aan dit document werden al snel zes strategische pijlers (flagships) gekoppeld, die elk een onderdeel van het streven naar een toekomstbestendig Europa en het bepalen van concrete technologie- en subsidieprioriteiten vertegenwoordigden. Over de gehele linie kan echter worden geconcludeerd dat H2020 vooral is gericht op duurzaamheidsthema’s en het bereiken van een economie waarin CO2-uitstoot tot een 2 minimum is beperkt.

1

De zeven pijlers zijn: Innovatie Unie, Duurzaam Europa, Bedrijvenbeleid voor globalisering, Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen, Digitale agenda voor Europa, Jeugd in Beweging, Europees platform tegen armoede. 2 Uit interne documenten van de Europese Commissie van januari 2013 blijkt dat 60% van het H2020 budget zal worden gealloceerd voor duurzaamheidsthema’s en 35% voor klimaatgerelateerde projecten.

PNO Consultants, Postbus 75759, 1118 ZX Luchthaven-Schiphol, +31 (0)20 655 60 90 www.pnoconsultants.nl


HORIZON 2020 VERSUS FP7 BANEN, GROENE GROEI EN SOCIALE VOORSPOED Praktisch gezien betekent een en ander dat Horizon 2020 gaat waar FP7 niet durfde te komen. De Europese Commissie bevestigde in zijn officiële voorstel in 2011 opnieuw dat H2020 niet langer beperkt zal zijn tot 3 onderzoek. Het omzetten van onderzoek in levensechte demonstraties van producten en diensten, en de financiële ondersteuning voor het vermarkten daarvan, kwamen daardoor nu centraal te staan. Of, zoals het motto van de Innovation Union luidt: verander ideeën in banen, groene groei en sociale voorspoed. Welbeschouwd is H2020 dus een uitnodiging voor elke organisatie om vooral ook voor marktgerichte innovatie een beroep te doen op dit programma.

3

Hieronder werd ook begrepen toegepast onderzoek dat niet leidt tot praktisch gebruik, als gevolg van het niet kunnen overbruggen door bedrijven van de innovatiekloof – een probleem waarvoor FP7 geen oplossing bood. Onder zowel FP7 als H2020 zal in fundamenteel onderzoek blijven worden voorzien door de European Research Council (ERC).

PNO Consultants, Postbus 75759, 1118 ZX Luchthaven-Schiphol, +31 (0)20 655 60 90 www.pnoconsultants.nl


HORIZON 2020 VERSUS FP7 ONDERZOEK IN DIENST VAN MAATSCHAPPIJ Horizon 2020 kan gerust worden gezien als een breuk met het verleden. Zoals in het artikel van vorige week is aangegeven, heeft voorganger FP7 wel geleid tot een aanmerkelijke verdieping van onze collectieve onderzoekskennis, maar heeft het in de ogen van velen onvoldoende de aansluiting op de maatschappelijke problematieken duidelijk kunnen maken. De echte uitdaging lag voor H2020 dan ook in het daadwerkelijk veranderen van de focus – zonder daarmee de academische onderzoekswereld van zich te vervreemden. Dat dit leidt tot een verbreding van kennis in plaats van tot een verdieping, komt het beste naar voren in de eerste van de drie onderzoeksprioriteiten van Horizon 2020: Maatschappelijke Uitdagingen. De nieuwe benadering van de Europese Commissie komt bij de pijler Maatschappelijke Uitdagingen waarschijnlijk het best tot uiting op de website van de Innovation Union Flagship Initiative: “Innovatie voorziet in reële voordelen voor ons als burger, consument en werkende. Het versnelt en verbetert de manier waarop we nieuwe producten, bedrijfsprocessen en diensten bedenken, ontwikkelen, produceren en gebruiken. Het is niet alleen essentieel voor het creëren van werkgelegenheid, het realiseren van een groenere samenleving en de verbetering van de kwaliteit van leven, maar zorgt ook voor het behoud van onze concurrentiekracht op de wereldmarkt.” Hieruit spreekt de behoefte van de Commissie om te komen tot een praktische aanpak met tastbare, meetbare en commerciële resultaten. Deze aanpak van Maatschappelijke Uitdagingen houdt, anders dan bij FP7, daarom ook in dat verwacht wordt dat de Commissie de voorkeur geeft aan een bottom-up benadering, door zich te beperken tot het definiëren van het probleem en het gewenste resultaat. In tegenstelling tot bij FP7 zullen ‘calls for proposals’ (uitnodigingen om een subsidieaanvraag in te dienen) onder deze pijler geen rigide omschrijving van de te gebruiken technologie voor het bereiken van het gewenste resultaat bevatten. Het laat in feite de aanvrager dus vrij in diens benadering van het probleem. Onderwerpen waarvoor binnen deze pijler de komende jaren H2020-subsidie beschikbaar zal worden gesteld, zullen vallen binnen een van de volgende, met elkaar verbonden, focusgebieden:           

duurzame voedselveiligheid; blauwe groei’: de potentie van de oceanen toegankelijk maken; 'smart' steden en gemeenschappen; persoonlijker gezondheidszorg; CO2-arme energie concurrerend maken; energie-efficiency; afval: hergebruik ruwe materialen; groei en mobiliteit; waterinnovatie: waardevergroting voor Europa; de crisis overwinnen: nieuwe ideeën, strategieën en bestuursstructuren voor Europa; veerkracht bij rampen: bescherming samenleving, inclusief aanpassen aan klimaatverandering.

Voor deze onderwerpen zal gedurende de looptijd van H2020 een subsidiebudget van in totaal ruim 31 miljard euro (38% van het totale budget) beschikbaar komen.

PNO Consultants, Postbus 75759, 1118 ZX Luchthaven-Schiphol, +31 (0)20 655 60 90 www.pnoconsultants.nl


HORIZON 2020 VERSUS FP7 Uitmuntende wetenschap Fundamenteel onderzoek blijft echter zeer belangrijk! De Europese Commissie en de European Research Council zien ook nu fundamenteel onderzoek als de bron en aanjager van innovatie. Om hieraan ruimte te bieden moet ook flink worden ge誰nvesteerd in het trainen van nieuw onderzoekstalent. Daarom is in totaal 24,6 miljard euro gereserveerd voor de H2020-pijler Uitmuntende Wetenschap. Deze pijler komt eigenlijk het meest overeen met voorgaande FP7 programma, in die zin dat deze pijler uitsluitend is gericht op het bereiken van wetenschappelijke excellentie door middel van fundamenteel onderzoek.

PNO Consultants, Postbus 75759, 1118 ZX Luchthaven-Schiphol, +31 (0)20 655 60 90 www.pnoconsultants.nl


HORIZON 2020 VERSUS FP7 BEDRIJFSLEVEN AAN BOD Horizon 2020 is ‘gebouwd’ op drie strategische pijlers – met elk een specifieke focus. De pijler Industrieel Leiderschap lijkt in zoverre op FP7 dat er behalve het gewenste resultaat ook de daartoe te gebruiken technologie in grote lijnen wordt voorgeschreven. De reden hiervoor is dat de Commissie vier kerngebieden heeft gedefinieerd, waarin Europese bedrijven en onderzoekers wereldwijd bepalend zullen moeten zijn. De gedachte daarachter is dat marktleiderschap naar verwachting leidt tot een toename van private investeringen in R&D en de groei van start-ups. De basis voor de nieuwe ‘calls for proposals’ (uitnodigingen om een subsidieaanvraag in te dienen) wordt gevormd door de roadmaps uit de FP7 Coördinatie Actie-projecten; meerjarige roadmaps van relevante Europese Technologie Platforms (ETP) en adviezen van de Key Enabling Technologies (KET) High Level Group. Via de door het bedrijfsleven aangestuurde ETP’s worden korte en lange termijn-agenda’s en roadmaps voor onderzoek en innovatie opgesteld, die als aanjager moeten dienen voor actie op zowel Europese als nationale schaal. Een vergelijking met het Nederlandse topsectorenbeleid dringt zich hier op. In onderstaande tabel ziet u een overzicht van de ETP’s die de commissie helpen bij het bepalen van de subsidieprioriteiten (bron: Europese Commissie). Bio-based economy

Energy

Environment

ICT

· · · · · · ·

· · · · · · ·

·

· · · · · · · · · ·

EATIP ETPGAH Food for Life Forestbased Plants FABRE TP TP Organics

Biofuels EU PV TP TPWind RHC SmartGrids SNETP ZEP

WssTP

Production and processes ARTEMIS · EUROP · ETP4HPC · ENIAC · EPoSS · ISI · Net!Works · NEM · NESSI Photonics 21

ECTP ESTEP EuMaT FTC SusChem Nanomedicine ETP-SMR Manufuture

Transport · · · · ·

ACARE ERRAC ERTRAC Logistics Waterborne

Cross ETP Initiatives · ·

Nanofutures Industrial Safety

Bij het bepalen van die prioriteiten gaat de voorkeur uit naar onderwerpen die zowel betrekking hebben op specifieke ambities van de pijler Industrieel Leiderschap als de technologie-gerelateerde behoeften, die behoren bij de pijler Maatschappelijke Uitdagingen (zie Subsidieflits 19 september). In subsidieaanvragen zal dus zeer duidelijk moeten worden gemaakt hoe de resultaten van het betreffende onderzoek zullen worden omgezet in concrete en meetbare producten en diensten, die bovendien bijdragen aan het oplossen van de Uitdagingen en/of het verbeteren van Europa’s concurrentiekracht. Deze trend is overigens al ingezet in de laatste calls onder FP7. Begrippen als: “duurzaamheid, intellectueel eigendom, standaardisatie, commercialisering, exploitatie, business modellen, efficiënt gebruik van grondstoffen, marktpotentieel, toegevoegde waarde, business plan, spin-off, Technology Transfer, levenscyclus, recycling” zullen het goed doen in subsidieaanvragen onder beide programma’s! NOG MEER BETROKKENHEID VAN BEDRIJFSLEVEN VIA JTI´S EN PPP´S Tussentijdse evaluaties hebben ertoe geleid dat ook binnen FP7 verbeteringen zijn doorgevoerd om de betrokkenheid van het bedrijfsleven te vergroten in de strijd tegen de economische recessie. Zo zijn er drie

PNO Consultants, Postbus 75759, 1118 ZX Luchthaven-Schiphol, +31 (0)20 655 60 90 www.pnoconsultants.nl


HORIZON 2020 VERSUS FP7 Joint Technology Initiatives (JTI’s) en drie Public Private Partnerships (PPP’s) opgericht die innovatie nog meer benaderen vanuit de marktvraag. JTI’s hanteren hierbij hun eigen subsidie- en managementregels terwijl de PPP’s de ‘standaard’ FP7-regels voor deelname, selectie en project- en fondsenmanagement volgen. Evaluatie van beide modellen leverde overall een positief beeld op: de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de verschillende PPP-projecten was groot (55%; MKB’s ontvingen meer dan 20% van de publieke gelden). Maar ook hier bleken de innovatiekloof en andere niet-technologische barrières moeilijk te overwinnen. Onder H2020 worden de JTI’s en de PPP’s in ieder geval voortgezet. Dit geldt specifiek voor de thema’s transport, brandstofcellen, waterstof en life sciences (voorheen IMI). De JTI’s Eniac en Artemis (beide ICTgeoriënteerd) worden samengevoegd in een nieuwe nano-electronica-JTI. De drie startende/lopende PPP’s in H2020 zijn: EFFRA (voortzetting van het eerdere ‘factories of the future’ PPP), Energy Efficient Buildings PPP en SPIRE (duurzame proces industrie). Tot slot mag het European Institute of Innovation & Technology (EIT) niet onvermeld blijven. Dit nieuwe EUinstituut is opgericht in 2011 om door het integreren van hoger onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven de cyclus idee-laboratorium-markt te versnellen. Hiertoe heeft het EIT in verschillende lidstaten zogenaamde Knowledge Innovation Centres (KIC’s) opgezet. Daar werken de drie onderdelen van de kennisdriehoek nu samen. Als zodanig levert het EIT een belangrijke bijdrage aan de realisatie van de Europe 2020 Strategie. …EN HET MKB DAN? Zoekt u nog naar een vervolg op het FP7-MKB-programma? Dan kunt u stoppen met zoeken! In een eigen evaluatie heeft de Commissie vastgesteld dat dit programma méér de onderzoeksinstellingen ten goede kwam dan dat de MKB-onderzoeksbehoefte groot was. In plaats daarvan, en om de doorlooptijden van MKBaanvragen te verkorten, heeft de Commissie een instrument binnen het reguliere H2020-programma bedacht dat speciaal is bedoeld voor het MKB. Het resultaat is een verkorting met 100 dagen ten opzichte van de huidige praktijk! Overall zal 20% van het Horizon 2020-budget terecht komen bij in projecten participerende MKB’s. Laten we maar eens kijken of de Commissie haar belofte, om te komen tot een MKB-deelname aan H2020 van 15%, kan waarmaken. FP7 heeft deze 15% nauwelijks gehaald, en men vermoedt zelfs dat sommige cijfers zijn ‘afgerond’ ten einde openlijke kritiek van de lidstaten en het Europese Rekenhof te voorkomen.

PNO Consultants, Postbus 75759, 1118 ZX Luchthaven-Schiphol, +31 (0)20 655 60 90 www.pnoconsultants.nl


HORIZON 2020 VERSUS FP7 EENVOUDIGER ADMINISTRATIE! Uit de evaluatierondes van FP7 kwam als belangrijkste kritiek naar voren dat het moeilijk was om de juiste bestedingsdoelen van dit belastinggeld te bepalen, en dat gebruikmaking van deze subsidie eenvoudiger moest. Daarnaast was het noodzakelijk om de enorme bureaucratie rondom het aanvragen en rapporteren sterk te verminderen. Deze bureaucratie was berucht – ze dreef de meest enthousiaste onderzoeker tot wanhoop en ontmoedigde anderen om überhaupt tot aanvragen over te gaan. Gehoor gevend aan stevige kritiek op de top-zwaarte van FP7 als het gaat om regels en formaliteiten beloofde de Commissie dat onder H2020 een significante vereenvoudiging van aanvraag- en rapportagevereisten zou worden doorgevoerd. Dit moet de betrokkenheid van het bedrijfsleven nog verder bevorderen – speciaal dat van het MKB. Onderzoeken onder belanghebbenden die hebben geleid tot de opzet van H2020 hebben aangetoond dat het MKB grote moeite heeft met het dragen van de administratiekosten, die zijn verbonden aan het aanvragen van subsidie en het uitvoeren van het gesubsidieerde project. Uit interne cijfers van PNO komt naar voren dat de gemiddelde voorbereidingskosten – uitgedrukt in tijd en inzet van de 1 projectdeelnemers - van een FP7-aanvraag circa 100.000 euro bedragen. Bij een gemiddelde EU-slaagkans van zo’n 15% leveren sommige loterijen een beter resultaat… Overigens, iedereen die op dit moment nog deelneemt aan een FP7-project zal zich moeten houden aan de vigerende FP7-rapportagevereisten totdat het project is afgerond. FP7 zal er dus tot 2019 zijn! Maar wat wordt eigenlijk bedoeld met vereenvoudiging? De EC werd geconfronteerd met twee uitdagingen: het vereenvoudigen van de wijze waarop het subsidieproces wordt georganiseerd (structurele vereenvoudiging) en het vereenvoudigen en versnellen van de inspanning en tijd van iedereen die bij de daadwerkelijke projectimplementatie is betrokken. Structurele vereenvoudiging is bereikt door het integreren van alle regels en vereisten voor onderzoeksgerelateerde programma’s in één set regels, genaamd H2020. Dit betekent dat het onderzoeksprogramma zelf, het Competitiveness & Innovation Programma (CIP), de PPP’s, de EIT en de European Atomic Energy Community (EURATOM) allen hetzelfde regime volgen. De Commissie is ervan overtuigd dat, zolang de regels de totale R&D-cyclus omvatten en betrekking hebben op alle onderzoeksprogramma’s en R&D-subsidie-instanties, aanvragers sneller zullen deelnemen. Door gebruik van de eerder beschreven drie pijlers-aanpak moet het bovendien voor iedereen een stuk eenvoudiger worden om het voor hem/haar relevante subsidieprogramma te identificeren. Uitzonderingen op bovenstaande zijn het nieuwe COSME-programma en het voortgezette omgevings-georiënteerde LIFE+-programma. Deze programma’s zullen weliswaar vergelijkbare regels hanteren als H2020, evenals vereenvoudigde aanvraag- en rapportagevereisten, maar blijven officieel separate programma’s. COSME-projecten ondersteunen de ontwikkeling van aantrekkelijke werkomgeving en de versterking van concurrentiekracht. De belangrijkste link met H2020 is de integratie van leningen met equity-instrumenten. Vooral het onderzoeksveld heeft hoge verwachtingen van de vereenvoudigingen op het gebied van projectmanagement. Onder FP7 was iedereen bezig met het berekenen van individuele personeelskosten, het bijhouden van uurstaten ten behoeve van externe audits of het toerekenen van verschillende subsidievergoedingen naar de verschillende deelnemende organisaties op basis van hun specifieke bijdrage aan het project. De berekening van indirecte kosten (ook wel overhead) werd nog bemoeilijkt door het door aanvragers en externe auditors verschillend interpreteren van de door de Commissie bepaalde regels.

1

Referentie: STREP-aanvraag binnen een Cooporation samenwerking (FP7) met twaalf partners. Voor andere samenwerkingen variëren de bedragen tussen 50.000 en 100.000 euro, maar bij zogenaamde geïntegreerde projecten met grotere consortia (twintig partners of meer) kunnen deze kosten nog oplopen.

PNO Consultants, Postbus 75759, 1118 ZX Luchthaven-Schiphol, +31 (0)20 655 60 90 www.pnoconsultants.nl


HORIZON 2020 VERSUS FP7 ÉÉN PROJECT – ÉÉN TARIEF Voor H2020 heeft de Europese Commissie gekozen voor een radicaal andere benadering dan bij voorganger FP7, door gebruik te maken van het ‘één project-één tarief’ principe. Als het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd onderzoeksgeoriënteerd is of is gericht op netwerken, ontvangen alle projectpartners 100% vergoeding voor de in aanmerking komende directe kosten. Als een project voornamelijk betrekking heeft op de demonstratie van een nieuwe technologie dan ontvangen de partners 70% vergoeding. De nieuwe regel om de indirecte kosten te berekenen is zelfs nog eenvoudiger: elke consortiumpartner ontvangt een forfait van 20% bovenop de directe in aanmerking komende kosten. Deze race is overigens nog niet helemaal gelopen. Vooral het onderzoeksveld heeft nog grote bezwaren tegen deze herziene tariefstructuur. In vergelijking met FP7 zal H2020 leiden tot een vermindering van subsidie voor academici (de vergoeding voor hun relatief hoge indirecte kosten wordt afgetopt op 25%, terwijl zij de kosten voor hun interne EU-subsidieorganisatie juist zien stijgen) en een toename van subsidie voor het bedrijfsleven (dat binnen FP7 niet meer dan 50 tot 70% van de kosten vergoed kreeg). Er is dan ook zwaar gelobbyd bij het Europese Parlement om het systeem weer terug te brengen naar FP7-structuur, maar de Commissie is standvastig gebleken. Iets waar niemand bezwaar tegen kan hebben is de afgenomen noodzaak voor zogenaamde certificaten tijdens projectrapportages. Zulke certificaten hoeven nog maar eenmaal te worden gepresenteerd, en wel aan het eind van een project, en alleen door de projectpartners die meer dan 325.000 euro ontvangen (voorheen was dit 375.000 euro).

PNO Consultants, Postbus 75759, 1118 ZX Luchthaven-Schiphol, +31 (0)20 655 60 90 www.pnoconsultants.nl


Horizon 2020 versus fp7 door roy pennings pno consultants