Issuu on Google+

Voorwoord Keurmeesters, we moeten ze eren en bewonderen. Het zijn ook maar mensen en dierenfanaten die behoren tot een korps. Net zoals in een mand appelen zijn er goede en minder goede en mooie en minder mooie appels en keurmeesters. In een leger zijn ook niet alle soldaten en gezagdragers van eenzelfde mening en overtuiging. De ene heeft al meer kennis, grinta en uitstraling dan de andere. Keurmeesters! Zoals in vroeger dagen Napoleon heen en weer ijsberend acht schrijvers tegelijk dicteerde, zo marcheert hij drie passen voorwaarts en drie passen terug. Dit terwijl hij in korte afgebeten zinnen zijn visie en verwachtingen dicteert aan de bijschrijver. Als een veldheer met brede borst en vierkante schouders, gedecoreerd met allerhande eremetaal, overziet hij zijn speelterrein en neemt daarbij de houding aan van een veldmaarschalk. In zijn hand is het beroemde keurstokje een willoos en dood instrument, dat meebeweegt als een goed gedresseerde balletfiguur. Soms wordt het plotsklaps hoog opgegeven om er mee een ferme klap in de linkerhandpalm te meppen. Niet te hard natuurlijk, maar wel zo om te laten horen en zien ik ben daar. Soms wordt het stokje ook in een liefkozende beweging langs de onderkin gestreken of haalt hij het in langzame bewegingen langs zijn nek en hals onder het rechteroor. Deze laatste in onderbewustheid verrichte handelingen verraden het gemis aan strelingen van niet aanwezige hofdames, die hem eigenlijk zouden moeten omringen. Want hij heeft wel de houding van een admiraal, maar voelt zich eerder als een keizer. Hij is een god in het diepst van zijn gedachten. En zoals in een ver verleden Nero eens zijn duim naar beneden richtte en daarmee de dood aan de christenen bewerkstelligde, zo gebruikt hij zijn keurstokje om daarmee in opwaartse of omlaagwaartse richting leven of dood, triomf of de soeppot aan te geven. Zijn tenue is een witte jas, krakend van het stijfsel en blinkend door de biotex. Zijn gezag ontleent hij aan de bruinzwarte vegen en plekken op de kraakheldere achterslippen van zijn jas. Die man is niet bang van wat kippenpoep of eendenpoep aan zijn vingers, dat bewijzen de vegen op zijn billen. Zijn diep peinzende blik en altijd gefronste wenkbrauwen laten een immense concentratie zien, waar menig schaakspeler jaloers van zou zijn. Zijn beslissing is dan ook onherroepelijker dan het mes van een chirurg en zijn uitspraak feillozer dan die van de nieuwe paus Franciskus.

hoofd, veelal ten onrechte aangezien als uiting van werkdrift, worden in wezen veroorzaakt door de peristaltische beweging dezer overbelaste ingewanden. Daardoor kan de beoordeling door één en dezelfde keurmeester op een andere dag ook volledig anders zijn. Voor een buitenstaander kan dat raar lijken en kan men de indruk onttrekken dat keuren van dieren gewoon geschiedt volgens het aloude systeem van knopen aftellen. Zo van ja, neen, ja , neen! De werkelijke oorzaak is veel ernstiger en berust op twee mogelijkheden: of de arbiter was onzeker en dus geen specialist of de man of vrouw was die dag niet in staat om te keuren. Misschien was hij ziek (griepaanval) en zat daardoor onder de pillen. Maar er zijn op heden weinig pillen die de rijvaardigheid niet beïnvloeden. En ik dacht zo, dat keuren toch iets meer is dan het vrij automatisch handelen bij het autorijden. Maar nood breekt wet en ik denk wat wij bij zulke gevallen ook maar van die stelregel moeten uitgaan. De inzender moet dan maar die misstap zien als offer aan het geheel. Een offer ten bate van onze liefhebberij, want ook nu nog gaat de zon gratis en voor niets op. Daarom beste clubleden en lezers, wanneer u zo een keurmeester aantreft, omring hem dan met veel liefdevol begrip. Kus hem dan op zijn bezwete voorhoofd en dien hem de absolutie toe. In een iets minder extreem geval is een schouderklopje en een tas verse koffie of een frisse pint ook al goed. Wilfried Lombary

Van binnen echter ter hoogte van zijn maagstreek is een immer zwiepende beweging van zijn middenrif de oorzaak van een misselijkmakend gevoel van onmacht, onzekerheid, radeloze angst. Net gelijk een fluitketel, van buiten glimmend en stoom afblazend uit een schijnbaar onuitputtelijke bron van energie. En van binnen kokend en borrelend met bruisende ingewanden als een pas ontkurkte fles spuitwater. De parelende zweetdruppels op het hoge voor-

Pluim & Pels 1


Inhoud

Sportrasfokkersvereniging “Pluim en Pels Diksmuide” v.z.w. doelstellingen en bestuur 2013. - Voorzitter:

Voorwoord

1

Clubnieuws

3

Algemene ledenvergadering en voordracht

4

Jongdierenkeuring

5

Viering 25 jarig bestaan

6

De angora

7

Lombary Wilfried, Dwarsstraat 8, 8600 Leke, tel. 051 50 15 05

- Penningmeester: Dely Maurits, Staatsbaan 27b, 8610 Kortemark, tel. 051 56 82 22 GSM 0477 95 88 66 - Hulpsecretaris:

Verslyppe Joël, Doorenstraat 19, 8610 Kortemark, tel. 0474 93 02 06

- Bestuurslid:

Verscheure Efrem, Gentweg 25, 8600 Diksmuide Naert Frans, Gravestraat 1, 8647 Lo, tel. 058 62 65 38

- Materiaalmeester: Verslyppe Joël, Doorenstraat 19

Tips van de dierenarts

10

Tips voor beginnende duivenfokkers

11

Het broedproces

14

Opfok en voeding van kuikens

15

Ons adres op internet:

- Clubafgevaardigde bij het West-Vlaams verbond voor kleinvee en of neerhofdieren: W. Lombary - Ringenverdeler:

Dely Maurits, Staatsbaan 27b, 8610 Kortemark, tel. 051 56 82 22, GSM 0477 95 88 66

- Tatoeëerder:

Verslyppe Joël, Doorenstraat 19, 8610 Kortemark, tel. 0474 93 02 06

- Webmaster:

Ligneel Pedro, Zegestraat 37A, 8650 Houthulst, tel. 051 63 77 16

- Tijdschrift “Pluim en Pels Kroniek”: W. Lombary - Zetel vereniging:

NIEUWE WEBSITE: www.pluimenpelsdiksmuide.net NIEUW E-MAILADRES: info@pluimenpelsdiksmuide.net

Dwarsstraat 8, 8600 Leke-Diksmuide, clubrekeningnummer 979-3637504-09 IBAN BE 52979363750409 BIC-nummer ARS PBE 22

In de statuten lezen wij dat de club beoogt: - de studie van alle problemen die verband houden met kleinvee - de selectie van raspluimvee, rasduiven, raskonijnen, parkwatervogels, cavia’s - het bewaren en opnieuw in de belangstelling brengen van bedreigde rassen - de verdediging van de belangen van de leden en fokkers - het bevorderen van de sportfokkerij in de meest ruime zin, met speciale aandacht voor de eigen Belgische rassen - een vereniging te zijn zonder winstoogmerk

Lidgeld 2013

De artikels die verschijnen in “Pluim en Pels Kroniek” zijn op verantwoordelijkheid van de steller. Ze drukken niet noodzakelijker wijze de mening van de uitgevers uit. Overname van artikels is niet toegelaten, tenzij met voorafgaandelijke schriftelijke toelating van de uitgevers en auteurs.

Pluim & Pels 2

- Fokkend lid met inbegrip van ons clubtijdschrift “Pluim en Pels Kroniek”: 15 euro - Fokkend lid met inbegrip van ons clubtijdschrift, de fokkerskaart, het repertorium, het tijdschrift “Het Vlaams Neerhof” en de ringen-tatoedienst: 27 euro - Tweede of volgende lid in een gezin (zelfde adres): 10 euro


CLUBNIEUWS

Vergadering Tentoonstellingscomité op zaterdag 16 maart 2013 te Vladslo

Deelname ‘Schone Schaapjes’ te Staden op 18-19 en 20 mei 2013

Aanwezig: Georges Manhout, Freddy Desmet, Joeri Vanoverbeke, Frans Naert, Serge Vermeylen, Claude Vermeylen, Noel De Rycke, Maurits Dely, Wilfried Lombary, Joel Verslyppe, Johan Roels, Norbert Lecointre. Verontschuldigd: Pedro Ligneel, Rita Vergote.

Net als in het verleden nemen we opnieuw deel met een levende promotiestand en het organiseren van een hanenkraaiing. We vragen aan de leden hanen voor deelname aan dit grootste gegeven. Inlichtingen en aantal hanen opgeven aan J. Verslyppe, uiterlijk tegen 10 mei. Zonder hanen kunnen we immers geen kraaiing laten doorgaan.

Weinig belangstelling voor de bijzondere vergadering met het oog op het verder zetten van onze tentoonstelling. Het is meer dan duidelijk dat onze tentoonstelling geen ‘must’ is voor onze leden. Als voorbeeld, meer dan de helft van ons ledenbestand bezoekt onze eigen show zelfs niet. Zelfs de verloning voor hun medewerking is blijkbaar niet belangrijk, zie hun afwezigheid. Maar de ‘echte’ doorzetters wensen het blijkbaar wel en willen er dan ook mee doorgaan. Het werd een boeiende en meer dan vruchtbare vergadering waar enkele nieuwe ideeën en opmerkingen uit de bus kwamen. Bijsturen en verbeteren is in de huidige tijd meer dan noodzakelijk. Jonge mensen en beginnende fokkers Joeri Vanoverbeke en Serge Vermeylen wensen in ons Comité te stappen. Daarvoor onze gemeende dank. Achteraf werd besloten om de 24ste tentoonstelling te laten doorgaan. De nieuwe datum voor onze tentoonstelling zal nu 21-22 december zijn. Het bestuur dankt de aanwezigen voor hun medewerking.

Deelname ‘Hoevefeesten’ te Nieuwpoort op zondag 7 juli 2013 Net als in het verleden nemen we opnieuw deel met een levende promotiestand en het organiseren van een hanenkraaiing. We vragen aan de leden hanen voor deelname aan dit landbouwgegeven. Voor fijnproevers en bewonderaars is er die dag ook een proef voor de ‘Miss Kust’ verkiezing. Inlichtingen en aantal hanen opgeven aan J. Verslyppe, uiterlijk tegen 1 juli. Zonder hanen kunnen we immers geen kraaiwedstrijd laten doorgaan. Vervoerslijn dieren en busreis naar Zuidlaren in januari 2014 Indien er voldoende belangstelling blijkt van de leden zouden we een vervoerslijn voor het inkorven van de dieren inrichten. De terugtocht van de dieren zou dan met de bus kunnen gebeuren, dit net als twee jaar geleden. Alles zal afhangen van de interesse van onze clubleden.

Proficiat We willen clublid Willy De Bock feliciteren met het behalen van de Europese titel bij de brakelkrielen zilver en de titel van Europameister bij de grote brakels zilver en de brakelkrielen zilver op de Europashow in het verre Leipzig. We zullen hem dan ook als meer dan verdienstelijk lid huldigen ter gelegenheid van onze jubileumviering in Vladslo.

Pluim & Pels 3


Uitnodiging voor de Algemene Ledenvergadering en voordracht te Vladslo-Diksmuide Op zaterdag 11 mei 2013 is er de traditionele jaarlijkse ledenvergadering. Deze keer opnieuw in de dorpszaal “De Zwaan” , Vladsloplein, 10, te Vladslo-Diksmuide. Wij nodigen alle clubleden en belangstellenden uit tot deelname aan deze belangrijke vergadering en de daarop volgende voordracht. Het programma: Om 14u Ledenvergadering met o.a. de uitbetaling voor de clubkampioenen 2012. Voor liefhebbers die gelden of naturaprijzen mogen ontvangen is het noodzakelijk om er aanwezig te zijn. Anders vervalt eveneens zoals in het verleden de clubgift. Jaarverslag van de clubwerking 2012 Huldigen clubkampioenen 2013. Het nemen van de traditionele groepsfoto van de aanwezigen en de clubkampioenen. Voorstelling nieuwe leden van het tentoonstellingscomité en of bestuursleden. Planning clubactiviteiten 2013 en hulp van de werkende leden op die activiteiten. Verslag vergadering Tentoonstellingscomité van maart 2013. Tentoonstelling 2013 in december te Diksmuide Antwoorden schriftelijke vraagstelling leden. Rondvraag en allerlei. Het is ook de gelegenheid om Uw mening en goede raad en hulp naar voor te brengen ten bate van de clubwerking. Het is de dag van de bruikbare ideeën en goede voornemens om de vereniging draaiende te houden of te optimaliseren. Een specifiek dierendiscussiepunt waar ieder zijn/haar eigen idee naar voren kan brengen of toetsen kan aan de orde komen. Het is er de plaats en moment voor. Men kan er ook broedeieren te koop aanbieden en of ruilen.

Pluim & Pels 4

Om 15u digitale voordracht: Oorspronkelijke of wilde duivensoorten Duivenexpert, topfokker, groene jongen, begenadigd spreker en verteller Armand Cleynen uit Tienen, komt ons over het wel en wee van deze liefhebberij onderhouden en bijsturen. Het is één van de beteren in Europa van onze huidige duivenfokkers. Armand is ook een Aviornisman van het allereerste uur. Het gamma van oorspronkelijke duiven is zeer groot. Van de kleine Diamantduif tot de Kroonduif en van graaneters naar zaadeters en vruchteneters. Het kweken van meerdere soorten is erg delicaat en absoluut niet vanzelfsprekend. Maar toch is het noodzakelijk om via fokprogramma’s te proberen om bepaalde populaties op peil te houden. Maar ook de huisvesting en voeding moet aangepast zijn wil men nafok bekomen. In de loop der jaren zijn er bij Armand 86 soorten aanwezig geweest, waarvan er slechts met 67 succesvol kon gefokt worden. Momenteel heeft hij nog 35 verschillende soorten bij hem thuis. Hij noemt ze ‘gewone’ soorten omdat ze niet onder de CITESwetgeving vallen. Fazantachtigen en Raadsheren fokt hij ook met veel kennis en liefde. En natuurlijk kan men veel vragen stellen, het is het moment voor echt duivenoverleg. Armand zet zich al jarenlang in met hart en ziel en tijd en geduld om de hobby te promoten. Toegang gratis, iedereen welkom. Tijdens de voordracht is er gratis koffie en na de voordracht gratis boterkoeken en een gratis tombola. Dergelijke bijeenkomsten van kwekers uit alle diergroepen zijn belangrijk, want we kunnen allemaal iets opsteken van elkaar. Het zijn allemaal dierenfanaten samen en het is de gelegenheid om persoonlijk kennis te maken met de bestuursleden en andere clubleden. Deze clubdag bieden we gratis aan, ondanks de financiële last voor onze clubkas. Aan kennis verwerven en behouden hangt nu eenmaal een prijskaartje. We verwachten dan ook vele, liefst allemaal onze clubleden op de vergadering en voordracht. Lid of geen lid, iedereen is meer dan welkom.


Jongdierenkeuring te Edewalle Op zaterdag 24 augustus 2013 wordt de jaarlijkse jongdierendag met inbegrip van de eerste proef voor ons clubkampioenschap 2013 ingericht. Deze activiteit gaat opnieuw door in de dorpszaal “Edewalhof”, P. Vanhoutestraat, 10a, te EdewalleHandzame. Deze zaal is gelegen naast de kerk en daardoor zeer goed te vinden. We kunnen er zoals in het verleden gebruik maken van de nodige accommodatie en de ruime parking. We kunnen die dag opnieuw rekenen op de kennis van topkeurmeesters, hetzij Flor Dickens, Luc Aerts, Wilfried Lombary en Mon Ruyters. Men kan inkorven van 10u tot 13 u. Ieder clublid kan er zijn geringde of gemerkte jonge dieren gratis laten nazien door de aanwezige keurmeesters. Clubleden mogen zoveel als gewenst dieren laten keuren waarvan de 7 beste puntenaantallen in aanmerking komen voor de totaaloptelling van de punten per diergroep van die kweker. Op onze tentoonstelling van Diksmuide in december is de 2de proef voor het clubkampioenschap. Hier moeten het niet noodzakelijk jonge dieren (7 stuks noodzakelijk) zijn en ook niet dezelfde als in Edewalle. Dus de twee totalen worden opgeteld met als doel een eindtotaal te bekomen. De exposant met de meeste punten wordt onze clubkampioen 2013 in die diergroep. In iedere groep wordt ook een 2de kampioen gelauwerd. Denk eraan dat er per diergroep in beide proeven minstens 7 dieren moeten aanwezig zijn van een exposant. De clubkampioenen 2013 ontvangen 10 euro. De 2de kampioenen ontvangen 5 euro. De overhandiging van die schenkingen en de viering van de kampioenen gebeurt op een latere datum. Voor iedere ambitieuze fokker of exposant moet het een eer zijn om clubkampioen te worden van de vereniging “Pluim en Pels Diksmuide” vzw. Voor de rubriek “Ten huize van…” kan geput worden uit de clubkampioenen. Op die dag kunnen de leden er ook gratis dieren verkopen-ruilen, indien ze vooraf en uiterlijk tegen 15 augustus het aantal en de soort van dieren laten weten aan Joel Verslyppe, Doornstraat, Kortemark en dit telefonisch tussen op 0475/891169 . De deelname en het aantal dieren en soort voor de keuring moet ook tegen die datum bij Joel opgegeven worden.

ZONDER DIE VOORINSCHRIJVING WORDEN ER GEEN DIEREN MEER TOEGELATEN OM ORGANISATORISCHE REDENEN. Wie eerst komt met zijn dieren, komt eerst aan de beurt. Na de keuring mag men zijn dieren direct wegnemen om de andere exposanten de kans te geven hun dieren in te korven. De te koop of te ruilen dieren kunnen natuurlijk in de kooien blijven tot het einde van de activiteit. Na het afwerken van de vooraf ingeschreven dieren vertrekken de keurmeesters huiswaarts. De keuring begint vanaf 10u en is doorlopend tot het einde van de te keuren dieren. Dat zal vermoedelijk rond 16 uur zijn. De jongdierenkeuring is zeker de leerrijkste dag van het fokjaar en dit zowel voor de beginnende als voor de meer ervaren liefhebber. De exposanten kunnen in het bijzijn van de keurmeester veel bijleren. Opfrissing van de kennis en gewoonten is voor iedereen goed. Rust roest! De uiteindelijke keuring is afgelopen al het laatste vooraf ingeschreven dier is nagezien. Voor de bestuursleden en bereidwillige helpers volgt dan het afbreken, kuisen, laden, vervoeren, lossen en stapelen van het materiaal te Eernegem. Clubleden en of anderen die wensen mee te helpen aan het opzetten, keuring en afbraak van de kooien zijn natuurlijk van harte welkom. Denk aan de ouderdom van de bestuursleden! Deze voor onze clubkas dure aangelegenheid bieden wij gratis aan te bate van de leden. Van de ingeschreven exposanten wordt dan ook verwacht, dat ze die dag ook daadwerkelijk aanwezig zijn, zodat alles vlot kan verlopen. Men kan natuurlijk ook eens komen kijken naar de keuring en de dieren. Hoe meer volk, hoe beter! Ook dit jaar bieden we de leden de mogelijkheid aan om hun dieren er te laten tatoeëren en ringen. Voor konijnen en cavia’s vooraf J. Verslyppe contacteren 0474/930206 of 051/698823.

Pluim & Pels 5


Uitnodiging ZATERDAG 6 JULI 2013 VIERING 25 JARIG BESTAAN VERENIGING- GEMENGD BUFFET Viering bestuursleden en huldiging verdienstelijke personen. Plaats van het gebeuren is de dorpszaal “De Zwaan”, Vladsloplein, 10, te Vladslo-Diksmuide. Programma: Om 19u aperitief Om 19u30 korte toespraak door een bestuurslid Om 19u45 stipt aanvang van het Gemengd buffet Om 22u15 de beroemde en beruchte neerhofdierenquiz Om 23u huldiging van de bestuursleden Huldiging verdienstelijke personen (Lecointere N., Vandenbussche M., W. De Bock) Gezellig samenzijn Het menu van het Gemengd buffet is als volgt: Aperitief Gekookte ham met asperges Gerookte boerenham Gebakken rosbief Gebakken kippen- onderbout Gesmoorde zalmfilet Gerookte zalm Gerookte heilbot Tomaat met grijze garnalen Verse groenten, vers fruit Sausjes, pastasalade, aardappelsalade en brood Koffie en gebak Het geheel is in handen van Meester-Traiteur Danny Soenen Dit alles voor de uitzonderlijke lage prijs van 20 euro voor de volwassenen, 10 euro voor de –12 jarigen en gratis voor de –5 jarigen. Het is de bedoeling er een gezellig samenzijn van te maken en natuurlijk zijn ook de niet te huldigen en sympathisanten meer dan welkom. Breng ook eens vrienden en familie mee, hoe meer volk hoe meer leute! Dat maakt de sfeer en de viering maar grootser en aangenamer. We betalen uit de clubkas een flink deel van de kostprijs voor dit buffet, want de eigenlijke kostprijs is natuurlijk veel hoger. Voor het buffet moet men zich vooraf inschrijven en betalen bij M. Dely, tel. 051/568222 of bij één van de bestuursleden. Ons rekeningnummer is 979-3637504-09. Denk eraan, men is maar ingeschreven na de betaling. Er is ruimte voor 250 personen. De afsluitingsdatum van de inschrijving is 25 juni 2013 Na die datum worden er om organisatorische redenen geen inschrijvingen meer aangenomen. Het moet een echte feestdag worden door de grote feestzaal. We zouden er eigenlijk alle clubleden moeten kunnen begroeten. Er is voor elk wat wils en feestvieren doet men niet alleen. We houden er nog steeds aan om verdienstelijke leden-exposanten in de kijker en of bloemetjes te zetten. Het is een blijk van grenzeloze en gemeende waardering voor hun volharding en fokkunst. Mooie dieren kweken blijft nog altijd een KUNST. Deze avond wordt ingericht door het clubbestuur en vrijwilligers. Pluim & Pels 6


De Angora Men kan alleen al over de geschiedenis van het ras een boek schrijven en men moet al driehonderd jaar terug gaan. De naam Angora is vernoemd naar de Turkse hoofdstad die nu Ankara wordt genoemd. Deze plaats heeft niets met de herkomst te maken, uit dit gebied kwam wel de langharige geit, de Angorageit. Deze naam werd overgenomen bij andere dieren met een lange beharing. Katten met lang haar noemt men in de volksmond ook Angorakatten, ,vakmensen spreken van Perzen. Het langharig konijn is definitief het Angorakonijn. Het ras is een mutatie van het normaalharige konijn en dit berust op een recessieve factor. Alle Angora’s zijn fokzuiver voor deze eigenschap. Over de geschiedenis van dit ras is veel geschreven, o.a. in het boek van Friedrich Joppich ‘Das Kaninchen.’ Ook Frits Schaedtler geeft in zijn boek ‘Konijnen’ veel informatie. Uit alle publicaties en onderzoekingen blijkt dat het zowel in Engeland als Frankrijk een zeer oud ras is. Het staat vast dat omstreeks 1500 in Engeland Angora’s voor de wol werden gefokt. De Engelse koning Hendrik V||| (1509-1547) legde heffingen op bij de uitvoer van Angorawol. Koning George | (1714-1727) gaf de uitvoer van Angora’s vrij, terwijl de uitvoer van wol was verboden. In de twintiger jaren werden er veel Angora’s vanuit Engeland ingevoerd. In 1928 werden er 120 stuks ingezonden op de grote Nederlandse tentoonstelling Ornithopilia en gekeurd door de vermaarde Britse specialist Dr. B. Mac Dongall en Frits Schaedtler. In Duitsland was dominee F. Ch. Mayers de gangmaker. In 1787 waren er al dieren uit Engeland naar Duitsland gehaald. In dat land is de Angora van groot belang geweest, men fokte re massaal voor de wol. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog fokte het leger met 25 000 dieren. Het leger gebruikte de wol voor warme kledij. Later in de oorlog werd nog met veel meer dieren gefokt omdat men de inkruising met andere rassen de langhaarfactor inbracht. In Duitsland wordt er nog altijd veel onderzoek gedaan met Angora’s en men verbeterd er nog altijd de wolproductie. De bakermat van het ras ligt in Engeland en als sportras met het mooie sneeuwbaltype en de fijne wol is dit land ook nu nog toonaangevend. In Duitsland fokt men het dier groter om meer wol te bekomen. Bovendien stellen de Duitsers minder eisen aan de wolkwaliteit. Tot ver in de zestiger jaren domineerden de Engelse importen in België, Frankrijk en Nederland. Men fokt nu in bijna alle landen ter wereld Angora’s, maar bovenal in China. De geslachte dieren worden ingevroren en uitgevoerd want men eet daar erg weinig vlees van konijnen. Volgens CBS wordt er jaarlijks 900 000 kg konijnenvlees uit China ingevoerd. Vroeger noemde men dit konijn ook het ‘Zijdekonijn’, de beharing moest vooral lang en fijn zijn. In de standaard van 1893 eiste men in Engeland een minimum haarlengte van 22 cm, onze standaard geeft nu als minimum 8 cm aan. Topdieren van toen hadden een haarlengte van 30-40 cm. Het uiterlijk van de pels is dus heel anders geworden. Type en bouw Onder invloed van de Duitse import is er veel water bij de wijn gedaan. In de standaard van 1969 wordt er sterk de nadruk gelegd op het ‘sneeuwbaltype.’ De huidige standaard noemt het type enigszins gedrongen met goede brede schouders en achterpartij. Het ligt tussen het Franse en Engelse type. De kop moet praktisch onzichtbaar zijn. De beharing De grote waarde schuilt in de isolerende waarde. Angorawol is in vergelijking met de beste schapenwol tienmaal zo warm. Bovendien is het viermaal lichter dan schapenwol. Een aparte eigenschap is dat bij het dragen de wol dikwijls statisch wordt. Men adviseert het dragen van de wol bij reuma en dergelijke aandoeningen. De beharing van de dieren moet zeer dicht zijn, men moet geen huid zien. De buik moet eveneens dichtbehaard zijn. Duitse onderzoekers geven aan dat er per cm2 ongeveer 1600 haren moeten staan. De beharing is opgebouwd uit drie haarvormen. Wolwaren De onderwol vormt het belangrijke deel en omvat meer dan 90% van het totaalaantal haren. Deze haren zijn fijn, zijdeachtig zacht en gegolfd over de gehele lengte. Men beoordeelt dit door een plukje haar uit te trekken.

Pluim & Pels 7


Grovere bijhaar De Duitsers noemen dit grannenflaum-haar. Vrij vertaald zou men dit grannendonshaar moeten noemen omdat de naam bijhaar erg vaag is. Deze haren zijn iets minder fijn en geven stevigheid aan de wolharen. Het aantal is beperkt en schommelt om de 4%. Deze haren zijn minder sterk gegolfd en het dikkere bovenstuk van het haar is recht. Grannenhaar Dit is niet gegolfd en is ongeveer vijfmaal dikker dan het wolhaar. Ze mogen dan slechts beperkt aanwezig zijn, het maximum aantal is 5%. Door scherpe selectie heeft men bij sommige dieren het aantal teruggebracht tot 3%. De grannenharen zijn duidelijk zichtbaar en steken boven de vacht uit. Ze voorkomen het klitten en vervilten van de pels. Franse Angora’s hebben over het algemeen veel grannen. De warmte-isolerende werking van de grannenharen is beduidend minder dan van de volharen. Vroeger werden bij sportfokkers de dieren niet geschoren. Men kamde de dieren dagelijks en verkreeg daarbij wol. Aanvullend plukte men de wol als deze rijp was, als ze begon los te komen. Men kon het vergelijken met het trimmen van de vacht van o.a. ruwharige hondenrassen. Nu scheert men de dieren op gepaste tijdstippen. Voedsters produceren meer wol dan de rammen. Temperamentvolle rammen produceren beduidend minder wol dan zeer rustige rammen. Onze sportfokkers hechten de meeste waarde aan de kwaliteit van de vacht en de haarlengte, dus de showwaarde. Bij de scheermethode is het moeilijk om een mooie haarlengte te bekomen. Het is de kunst om door selectie de pelsdichtheid te verbeteren. Dit door een pels met veel onderwol te fokken en daarnaast te selecteren op minder klitvorming en vervilten. De dieren in een optimale tentoonstellingsconditie te brengen vraagt veel zorg, ervaring en veel kennis. Veel moeilijker is het om de dieren lang in showconditie te houden. De pels wordt dan rijp, het dier gaat ruien en er ontstaan kale plekken, meestal in de hals. Met de combinatie van scheren, plukken en kammen, gepaard aan veel kennis en zorg, zien we vaak de beste resultaten. Naast de gewenste haarstructuur speelt de beharing aan de benen, de wangen, het voorhoofd en de oorpluimen een grote rol. Deze beharing moet optimaal zijn voor een tentoonstellingsdier. In de nutfok hecht men daar geen waarde aan. Dieren met de mooie rijke beharing op alle lichaamsdelen kunnen op warme tijdstippen problemen krijgen omdat het lichaam minder afkoelt. Dus koel en fris huisvesten in die periode is gewenst. Kleuren De hoofdkleur is wit, de andere kleuren spelen een mindere rol. Alle erkende kleuren zijn bekroningwaardig ook de witte met rode en blauwe ogen. Door pigmentverlies als gevolg van de lange beharing vertonen ze naar de haarwortel toe een lichtere kleur. Op de snuit en de oren en in mindere mate op de staart is hij het meest gekleurd. Ook de zwakkere grondkleur moet zichtbaar zijn. Zware fouten Bij keuringen staat bij zware fouten: te fijne of te lange kop, te korte beharing, te grove beharing, veel viltvorming, ontbreken van bakkebaarden, oorpluimen en voorhoofdsbeharing, normale beharing op de benen, gebrek aan elasticiteit van de beharing, veel roest bij gekleurde dieren, sterk verwaarloosde pels, te veel harde grannen, alle zware fouten welke gelden voor alle andere rassen. Fokken Het beste tijdstip voor het dekken is één tot twee dagen na het scheren. De voedsters zijn dan altijd dekrijp. Na 31 dagen werpen de voedsters, ze hebben dan nog een geringe haarlengte en kunnen niet genoeg haar plukken voor de bouw van het nest. Men ondervangt dit door haar van 5 cm van het scheren te bewaren en zorgt hiermede voor een nestvulling. Het bijhouden van Angora’s vraagt tijd en vooral nauwkeurige inzet. Men moet de dieren dagelijks bijhouden voor een mooie showconditie, dus dagelijks kammen en borstelen. Op tentoonstellingen zien we regelmatig dieren met klitten in de vacht, zoals in de broek en de achterbenen. Houd niet teveel dieren zodat de verzorging niet een last wordt in plaats van een lust. Plaats de dieren zeker op gaasroosters met een gaaswijdte van 15 tot 20 mm. Men moet zeker selecteren op dieren met goed behaarde voetzolen om kale plekken of verwonde voorpoten te voorkomen. De praktijk leert ons dat veel vrouwen over deze eigenschap beschikken en er de tijd voor nemen. Mannen kunnen het ook maar het zijn uitzonderingen. De Dwergangora’s zijn nog een jong ras die wel degelijk een toekomst heeft. Ze zijn goedkoper om te houden en vragen minder tijd in hun onderhoud. Ze hebben ook minder last van de voetzolen. Coenraad Gelein

Pluim & Pels 8


Pluim & Pels 9


Tips van de dierenarts Aan het begin van het fokseizoen zal iedere bewuste zelfzekere fokker zijn hoenderachtigen en watervogels, proberen zijn dieren in een zo optimaal mogelijke conditie te krijgen. Dit houdt onder andere in dat de dieren ontwormd moeten worden. Over de belangrijke soorten wormen die bij onze vogels voorkomen gaat dit stukje. Worminfecties worden het grootste deel veroorzaakt door de zgn. nematonen (rondwormen) , veel minder vaak zien we infecties veroorzaakt door cestoden (lintwormen) of trematoden (zingwormen). We zullen nu de belangrijkste soorten op een rijtje zetten, met daarbij wat informatie over hun voorkomen, symptomen enz. Syngamus trachea (gaapworm) , komt voor bij fazanten, parelhoenders, ruigpoothoenders, eenden, ganzen, kip en kalkoen. Symptomen: benauwdheidverschijnselen, gapen, kopschudden, vermageren en sterfte. Bij sectie zijn de rode wormen te vinden in de luchtpijp. De ontwikkelingscyclus kan zowel zonder als met tussengastheer (regenworm) zijn. Ascaridia galli (grote spoelworm) , komt voor bij parelhoen, kip, kalkoen en de duif. Symptomen: conditieverlies, langzame vermagering, bleek worden en uiteindelijk sterfte. Bij sectie zijn de 5-10 cm lange wormen te vinden in de dunne darm, waar ze een ontsteking veroorzaken. Heterakis gillinae en isolongae (kleine spoelworm) , komt voor bij fazant, kip, kalkoen, patrijs, kwartel, parelhoen en eend. Deze parasiet is vooral van betekenis als transportgastheer van Histomomasis, de verwekker van de vooral bij fazanten en kalkoenen gevreesde ‘Blackhead’ of zwartkopziekte. Capillaria ssp (haarwormsoorten), komt voor bij fazant, kip, kalkoen, patrijs, kwartel, parelhoen en eend. Symptomen: sommige soorten veroorzaken een hevige ontsteking van krop en slokdarm. Andere soorten veroorzaken vooral problemen in de dunne darm. Dit gaat gepaard met bloedverlies, vermagering en sterfte. Amidostomum anseris (maagworm) , komt voor bij de gans en de eend. Symptomen: vooral jonge dieren kunnen zeer ernstig ziek zijn, sufheid, bloedverlies en sterfte. Bij sectie vinden we ernstige ontstekingsverschijnselen met weefselverval op de overgang van kliermaag en spiermaag. Dat alles is een onvolledig overzicht, maar het geeft de belangrijkste soorten aan die een bedreiging vormen voor een gezonde populatie. Omdat onze vogels zijn gehuisvest op een beperkte oppervlakte onder niet-natuurlijke omstandigheden, kan de infectiedruk behoorlijk oplopen. Het is aan ons om door een aantal maatregelen die infectiedruk zo laag als mogelijk te houden. Dat kan op volgende manieren: hygiëne (bestrijding van regenworm) quarantaine voor nieuwe aangekochte dieren, minstens 4 weken waarbij 2 x ontwormd moet worden. routinematig alle dieren regelmatig ontwormen jonge dieren tijdens opfok minstens 1 x ontwormen voeding volgens voorschrift ruigpoothoenders minstens 4 x per jaar een drinkwaterkuur met romidazode ter bestrijding van histomoniasis Voor het ontwormen van onze dieren staan gelukkig een aantal goede middelen ter beschikking: Fenbendazole door het voer gemengd, kan ook in de legtijd gegeven worden. Mebendazole door het voer gemengd, mag men niet geven in de legtijd. Levamisole, kan door het water gegeven worden. Voor de juiste dosering en duur van toediening van deze middelen, kunt u zich het best wenden tot je dierenarts. Dit omdat iedere vogelsoort een andere dosering nodig heeft. Voorkom veel ongemakken en mislukkingen in je fokkerij door tijdig te ontwormen. Staartwippen duidt eerder op ademhalingsproblemen. Voor bacteriële besmettingen is een behandeling met antibiotica noodzakelijk. Soms is een labonderzoek noodzakelijk om bepaalde bacteriën op te sporen. Succesvol fokken met sierpluimvee in het algemeen en vooral fazantachtigen is niet hetzelfde als een sierkip kweken. Hoewel we in de Benelux en de bijna professionele aanpak van verzorging en huisvesting op een zeer hoog peil staan is opletten nog steeds de boodschap. De bereidheid tot ziektebestrijding en het bestuderen van veel vakliteratuur is nodig. Het reproductievermogen van onze dieren is nog niet optimaal t.o.v. het bedrijfspluimvee. Om die reden doe ik al jaren

Pluim & Pels 10


literatuuronderzoek hieromtrent. Het resultaat hiervan is dat ik al jaren in successie voeders gebruik, die gemaakt zijn op basis van die literatuur en mijn eigen ervaringen, getoetst aan de praktijk van mijn kwekerij. De essentiële verschillen met de andere op de markt zijnde voeders zijn het eiwitgehalte, het energiegehalte, het ruwe celstofgehalte en de vitaminen. Tevens kan ik door een zeer goede samenwerking met de voederfabrikant, steeds voeders veranderen indien dit aanleiding zou geven. Door het jarenlang beoordelen van o.a. gestorven dieren met voedingsoorzaken is mij gebleken dat de darmwerking van deze dieren niet optimaal was. Dit heeft geresulteerd in het verhogen van het ruwe celstofgehalte van het fazantenvoer tot een minimum van 7,5%. Het aantal zieke dieren met als oorzaak voeding liep daarna sterk terug. Het verenpak werd er ook veel beter van! Het feit dat het eiwitgehalte van het normale fazantenvoer gebaseerd is op ervaringen met het bedrijfspluimvee is niet goed. De bestudering van de voedingsgewoonten van fazantachtigen in hun oorspronkelijk biotoop, heeft mij doen besluiten een voeder te maken met een ruw eiwitgehalte van 22-27%, dit in tegenstelling met het gebruikelijke van 14-16%. Dit heeft geleid tot een grote toename van de eiproductie van de hennen bij soorten als de Mikado, Hume, Glans, Koper en Vuurrug enz. t.o.z. van de andere jaren. Het energiegehalte van het voer stem ik af op het gewicht van de dieren. Zijn ze door mooi najaarsweer in een te vette conditie, dan verlaag ik het energiegehalte. Is de winter zeer streng, dan verhoog ik dit weer in het voorjaar. Over de vitaminisering kan ik alleen zeggen dat het afwijkt van het normaal gebruikelijke. We moeten af van de standaardmatige voedingsbehoeften voor onze fazantachtigen willen we voor een succesvolle nafok zorgen. Drs. J. Baay

Tips voor beginnende duivenfokkers

Het duivenjaar kent drie belangrijke periodes, t.w. het fokseizoen, de ruiperiode en de rustperiode. In al deze periodes dient de dieren een ander soort voer verstrekt te worden. Na het leggen van de eieren wordt het eiwitrijke voeder wat verminderd, dus minder erwten, bonen en wikken in hun rantsoen. Voor het uitkomen van de eieren wordt echter het aandeel van deze bestanddelen weer wat opgevoerd en het percentage gerst weer verminderd. In de ruiperiode als de dieren een geheel volledig nieuw verenpak aangemeten krijgen, moet weer een zeer eiwitrijk voeder verstrekt worden. Daarin moeten voorkomen groene erwten, tarwe, bonen, wikken, maïs, gepelde haver, soffloepitten en paddy. In de rustperiode wordt weer meer gerst gevoerd, terwijl ze in de zeer koude periode wat meer maïs moeten hebben vanwege het vetgehalte dat in die graansoort zit. De hoeveelheid voer die men verstrekt is een kwestie van observeren. Als men bemerkt dat na enige tijd nog gerst in de voederbak aanwezig is, dan is dat een teken dat te veel is gevoerd. Gerst is een graanproduct dat door duiven niet graag gegeten wordt. Niet vanwege de smaak, maar doordat gerst nogal stekelig is, wat irritatie van de keel kan geven. Als duiven ‘graag’ blijven eten is de voederbak leeg, dus ook de gerst. Zorg ervoor dat je iedere dag met een droge drinkfontein start. Dus fontein s’avonds wegnemen, laten drogen en s’morgens terug plaatsen. Meerdere fonteinen in gebruik nemen is nog gemakkelijker. Ten slotte de mineralen. Duiven die om wat voor reden ook een vrije uitvlucht wordt onthouden, kunnen dus niet bij de noodzakelijke mineralen. Neem eens de tijd en bekijk de duiven die in de tuin scharrelen, ze pikken steentjes, zaden en andere voedingselementen van op de bodem. Dat komen vastzittende duiven nu net tekort. Steentjes die opgenomen worden in de spiermaag voor de voedselverwerking dienen ook om zaden en sporen aan te vullen. Dus je moet altijd voldoende goed grit en roodsteen verstrekken en niet vergeten gemalen houtskool. Ook kan men Rodivit geven waar zeewier in verwerkt is. Je duiven nemen daarvan naar behoefte op, vooral als ze jongen hebben. Aan te bevelen is ook een bak met gewone tuinaarde in het hok te plaatsen, ze zullen er graag in scharrelen. Voor iedere sierduivenfokker is de kweekperiode de mooiste tijd van het jaar. Bij aanschaf van een of meer fokkoppels in het najaar, doe je er goed aan de koppels te scheiden. De dieren kunnen dan tot rust komen en krachten verzamelen om goed te ruien. De meest geschikte tijd om te koppelen is half februari tot begin maart. Natuurlijk kan hiervan afgeweken worden, want vaak gaan de eerste legsels verloren door het wisselvallige klimaat. Het mooiste is wel dat rond de eerste lentedag de jongen geboren worden. De temperaturen zijn dan gewoonlijk niet zo koud meer en de zon wint al aan kracht. Uit de praktijk is bekend dat later geboren jongen beter gedijen en vaak wat zwieriger en vitaler zijn dan vroeg in de tijd geboren jongen. De doffers zet men altijd in het hok, waarin zich ook de broedhokken bevinden. U moet hun keus laten om zelf hun broedhok te kiezen. De sterkste onder hen zullen vrijwel altijd de bovenste broedafdelingen in bezit nemen. Dat geeft

Pluim & Pels 11


minder kans op vechtpartijen en kapot getrapte eieren. Voor het koppelen sluit je de doffer en duivin op in een broedhok vergezeld van een bakje voer en vers drinkwater. Als de koppeling heeft plaatsgevonden houdt je ze nog een paar dagen vast in het broedhok. Op die manier leren ze elkaar goed kennen. Daarna laat je de koppels gelijktijdig los in het hok. Ze kunnen dan de weg naar hun broedbak zoeken en verdedigen. Elk koppel krijgt een broedschotel. Een tip: neem een dubbel blad van een krant, knip de hoeken ruim weg, spreid de krant vanuit het midden in de schotel uit zodat ze de vorm van de schotel aanneemt. Sla de rest om de rand heen en plak de uiteinden aan de onderkant vast. Zo krijg je een mooi toekomstig nest. Er zijn drie voordelen: ten eerste luiswerend vanwege de drukinkt, het papier houdt de warmte goed tegen en het is hygiÍnisch. Je kunt het papier snel verwisselen en de schotel blijft proper. Men kan als nestmateriaal tevens ook nog tabakstelen verstrekken of fijne takjes of grof stro. Na de paring zal het over het algemeen 7 tot 10 dagen duren voordat het eerste eitje gelegd wordt. Dat gebeurd tegen de avond, het tweede eitje wordt twee dagen later gelegd in de namiddag. Daarna begint het broeden. Zeventien tot achttien dagen wisselen de partners elkaar af. Overdag is het de duiver en s’nachts de duivin. Voordat het jong het ei verlaat is het al 24 uur bezig geweest om met zijn eitandje dat zich boven op het snaveltje bevindt, zich te bevrijden uit het ei. Dat is voor het jong een enorme klus, maar hij moet het alleen doen. Als de jongen eenmaal geboren zijn liggen ze hulpeloos, nat en blind in het nest, maar daarna gaat het snel. Zodra ze na verloop van enige tijd droog zijn, steken ze het kopje bedelend op naar het ouderdier, die dat gebaar beantwoordt met voorzichtig het snaveltje in de hare te nemen en de jongen de zgn. duivenmelk te geven. Die substantie scheiden de ouderdieren uit hun krop. De jongen groeien dan waarlijk als kool, want in twee dagen tijd verdubbelt hun gewicht. De duivenmelk wordt ongeveer 7 dagen verstrekt door de ouders, die daarna geleidelijk overgaan op het voeren van graan. Het is eigenlijk overbodig om het nogmaals te vermelden, maar de duiven hebben zeker in die tijd alles nodig om hun jongen optimaal groot te brengen. Dus kweekvoer, mineralen, grit en altijd vers drinkwater. Tussen dag 7 en dag 10 moeten de jongen voorzien worden van een vaste voetring, die je via je vereniging kan bestellen. Na 10 dagen zitten ze bijna volledig in de stoppels. Als ze een leeftijd van 5 weken bereikt hebben, zijn ze nagenoeg volgroeid. Door regelmatig de ouderdieren wat voer in het broedhok te verstrekken, kunnen de jonge dieren mee-eten en dat hebben ze vlug in de gaten. Wanneer ze een leeftijd van 5 weken bereikt hebben wordt het tijd ze over te brengen naar een aparte afdeling, waar ze samen kunnen opgroeien met andere jongen. Voldoende voer en drinkwater is dan zeer belangrijk. Soms moet men ze de drinkfontein aanwijzen door ze eens met hun snavel in het water te houden. EÊn keer is voldoende, want ze leren snel. Voor de begindagen kan men ook een open schaaltje verstrekken zo zien ze beter het water. Als de jonge duiven afgezonderd zijn, kunt u ze ook beter observeren, wat betreft hun algemene ontwikkeling. De eerste selectie kan al plaatsvinden op type, uitmonstering en kleur. Jonge duiven hebben dan echter nog niet de juiste kleur, ze zijn nog wat vaal en glansloos. Eerst nadat ze volledig uitgeruid zijn zult u bemerken dat hun kleuren veel sprekender zijn. Niet alle sierduivenrassen zijn in hun eerste jaar al volgroeid. Bent u van het selecteren niet helemaal zeker van je zaak, vraag dan advies van een ervaren fokker. Intussen heeft de hele cyclus zich herhaald en hebben de oudervogels weer opnieuw een legsel onder hun hoede gekregen. Ze wijden zich opnieuw aan het grootbrengen van een nieuwe ronde jongen. Dit kan 3 tot 4 maal per jaar herhaald worden. Meer ronden kweken is voor sierduiven die ook voorzien zijn voor de tentoonstellingen uit den boze. Een vaste vuistregel moet zijn: na de langste dag afbouwen, d.w.z. legsels na die datum niet meer uitbroeden, broedhokken sluiten en de koppels scheiden. Zo krijgen de ouderdieren hun broodnodige rustperiode en kunnen ze goed kruien. Later geboren jongen ruien dit seizoen toch niet meer uit en zijn waardeloos voor de komende tentoonstellingen. Denk eraan dat er volgend jaar opnieuw een fokseizoen komt en dat in onze hobby veel geduld nodig is en dat een schone zaak is. Uiteindelijk wint de aanhouder altijd! J. Dewit

Pluim & Pels 12


Pluim & Pels 13


Het broedproces Voor men met het eigenlijke broeden begint is het van groot belang te weten wat er tijdens het broedproces gebeurt en van welke samenstelling een ei is. Pas als men inzicht in deze materie heeft, kan men in een later stadium de juiste beslissingen trekken. Voor een optimaal broedresultaat is dat van doorslaggevende betekenis. De schaal van een ei, de bescherming van de biologisch zeer interessante inhoud, bestaat uit calciumcarbonaat. Deze schaal moet aan een aantal belangrijke voorwaarden voldoen: deze moet sterk zijn maar tegelijkertijd ook poreus. De inhoud van de schaal is grofweg in twee categorieën op te splitsen: de dooier en het eiwit. De dooier heeft een veel grotere voedingswaarde dan het eiwit, hetgeen mag blijken uit het volgende overzicht van de samenstelling. Dooiers bevatten 16,1% eiwit, 31,7% vet, 0,3% koolhydraten en verreweg het grootste deel (50,9 %) bestaat uit water. De dooier maakt 31% van het gewicht van het ei uit. Het wit van het ei bevat ongeveer 12,8% eiwit, o,7% koolhydraten en 0,3% vet. Het heeft dus een veel geringere voedingwaarde dan de dooier. Die voedingswaarde is daarom van groot belang, omdat het zich ontwikkelende embryo en in een later stadium het kuiken, zich daarmee moet ontwikkelen. Die ontwikkeling begint, hoe raar het ook moge klinken, al op het moment dat het ei in de hen tot ontwikkeling komt. Dat ei heeft er dan al een tiental uren opzitten op het moment dat het ei gelegd wordt. Na een broedduur van 15 uur lijkt de kiemcel al op een embryo, hoewel dat alleen zichtbaar wordt wanneer het ei opengebroken wordt. Op hetzelfde moment beginnen zich in het embryo al de bloedvaten, de wervelkolom, de kop en de ogen te vormen. Het in verhouding met de rest van het lichaampje grote oog, tekent zich tijdens het schouwen af als een klein zwart puntje met daar omheen een wat matter zwart. Een aantal uren later zal zich vanuit het niets het hart gaan vormen. Na een broedduur van ongeveer drie dagen komt er voor het eerst leven in het ei, het hart begint te kloppen. Dat is tijdens het schouwen al zeer duidelijk te zien. De donkere kern, voorstellende het oog, de kop en de romp van het embryo beweegt al ritmisch op en neer in het ei. Vanaf dat moment gaat de natuur wat meer aandacht besteden aan de details. De vleugels, pootjes, het lamsvlies en de neus van het kuiken in aanbouw worden gevormd. Even daarna volgen de inwendige organen en de tong. Op dat moment, na vijf dagen ongeveer bepaalt de natuur tevens het geslacht van het zich ontwikkelende embryo. We kunnen het geslacht van buitenaf nog niet zien. Na een week is het eigenlijk het moment aangebroken dat het embryo qua compleetheid van de belangrijkste lichaamsfuncties voldoet. Alleen moeten al die delen nog verder ontwikkelen en groeien. Op dit moment realiseer je niet dat het embryo niet meer weegt dan een halve gram! In de resterende weken van het broedproces besteedt de natuur aandacht aan de vervolmaking van het embryo. De spieren beginnen zich te ontwikkelen, de beenderen worden harder en hier en daar breken de eerste donsschachtjes door. Het embryo neemt dan ook ongeveer veertig keer in gewicht toe. Door de steeds beter wordende lichaamsfuncties kan het kuiken al eens trappen en bewegen. Menige liefhebber zal tijdens het schouwen bemerkt hebben dat het kuiken behoorlijk tekeer kan gaan in het ei. En niet allen tijdens het schouwen, maar het kan ook in de machine het ei soms heen en weer doen bewegen. Dat vind ik persoonlijk het mooiste moment van het broeden, want het bewijst dat er wel degelijk een levend kuiken in het ei zit. Op de 19de dag maakt het kuiken zich gereed voor de meest kritische fase van het broedproces: het uitkomen. Het kuiken richt zich met zijn snavel naar de luchtkamer, doet ondertussen nog een aantal spieroefeningen, doorbreekt het vlies van de luchtkamer en prikt een dag voordat het van plan is uit te komen een klein gaatje in de eierschaal en neemt de rest van de dooierzak op. Dit alles heeft veel energie gekost en de laatste dag besteedt het kuiken dan ook voornamelijk aan het tot rust komen. Daarnaast besteedt het die laatste twee dagen aan het oefenen van de longspieren. Op het moment dat hij met zijn snavel de luchtkamer bereikte, ging het kuiken over op ademhaling via de longen. Nu het wat gemakkelijker kan ademen, komt het snel op krachten en het door de fokker langverwachte moment van uitkippen is aangebroken. Waarom vertellen we jullie dit, terwijl niemand de ontwikkeling van het embryo op enigerlei wijze kan beïnvloeden? De afstelling van de machine op temperatuur en luchtvochtigheid is vooral tijdens de uitkomstperiode van belang. Dat belang kan niet worden overgebracht op iemand die geen flauwe notie heeft van wat er zich binnen in zo een ei afspeelt. Zeker tijdens het uitkomen moeten er soms wat zaken worden gedaan, die het kuiken moeten helpen. Men moet dus zeker weten of die handelingen bevorderlijk ofwel funest zijn voor uitkomende kuikens. Wanneer de kuikens uitgekomen zijn, laat ze minstens in de machine tot ze volledig opgedroogd zijn, voor je ze in een opfokbak van 35°C stopt. Hou al die tijd de machine gesloten. Tijdens de daarop volgende dagen kan de temperatuur langzaam worden teruggebracht met één graad per dag tot 30°C. Tot en met de tweede maand wordt de temperatuur langzaam verlaagd naar 20°C. Vergeet niet bij de pasgeboren kuikens een laag schaaltje met water te zetten, want de kleintjes kunnen behoorlijk uitgedroogd zijn door hun inspanningen en dorst hebben. Wilfried Lombary

Pluim & Pels 14


Opfok en voeding van kuikens Om tot de erfelijke bepaalde lichaamsgrootte te kunnen uitgroeien en voor het verkrijgen van een goede conditie, is bij kuikens de voeding van groot belang. Dikwijls worden juist in die periode voedingsfouten gemaakt, die later niet of op zeer beperkte schaal te herstellen zijn. De tijd van het voeren van enkel kuikenzaad ligt ver achter ons, want het moderne voer waarborgt een optimale groei en het vermogen om een goede weerstand tegen ziekten te kunnen opbouwen. Het opfokken van kuikens gebeurt zowel met als zonder kloek. Voor het opfokken van kuikens met kloek bestaan drie manieren van huisvesten: Binnenshuis met een ruimte, bestemd voor één kloek met haar kuikens. Als bodembedekking zijn houtkrullen geschikt. Is de bodem bedekt met zand dan kunnen de kuikens van dat zand te veel eten, waardoor spijsverteringsstoornissen en zelfs sterfte kunnen optreden. Verder betekent een verontreinigde zandbodem kans op navelinfecties, waardoor uitval kan ontstaan. Er behoeft als de kloek de kuikens goed verzorgt geen verwarmingsbron aanwezig te zijn. Alleen bij erg lage temperaturen (binnen vriezen) zou ruimteverwarming wenselijk kunnen zijn. Bij de lage omgevingstemperaturen zijn de kuikens namelijk weinig actief. Ze nemen dan te weinig voedsel op en kunnen daardoor helemaal wegkwijnen. Het is niet noodzakelijk om ze bij te verlichten. Buitenhuis in speciale opfokhokjes met uitloop in een ren. De kloek zit daarbij in een hokje met draad of spijlen ervoor, waardoor alleen de kuikens in het rennetje kunnen komen. Verplaats het hokje met ren regelmatig naar een vers stuk gras. Het strooisel in het hokje moet regelmatig vernieuwd worden. Vrije uitloop in de tuin en ’s avonds opsluiten van kloek en kuikens. De kans op verlies van kuikens door de roof van kleine roofdieren, infecties, ondervoeding en natregenen van de kuikens is hierbij bijzonder groot. Bij het opfokken zonder kloek kunnen drie methoden worden onderscheiden: De eerste paar weken worden de kuikens in een vitrine gehouden. Dat is een kist voorzien van een glazen voorruit. In de achterkant bevinden zich ventilatiegaten. Deze vitrines met afmetingen van 60-100 cm lang en ongeveer 40 cm breed en hoog kunnen naast en op elkaar gestapeld worden. Op de bodem wordt geribbeld karton of grof papier gelegd of houtkrullen. De verwarming gebeurd met een thermostatisch geregelde Elsteinstraler, een infraroodlamp of een spiraalverwarmer. De verwarming kan ook met behulp van een dimmer geregeld worden. Na enkele weken worden de kuikens in een ruimte op de grond geplaatst. Het voordeel van deze huisvesting is het krijgen van een goed overzicht en gemakkelijke controle op de kuikens. En een goede benutting van de ruimte. Een nadeel is dat de vitrine gelijkmatig verwarmd wordt en dat de kuikens daardoor geen kans krijgen zich op een wat koelere plaats terug te trekken. Het schoonmaken en ontsmetten van die vitrines kost ook wat tijd. Opfokken in een ruimte op de grond binnen een ring van karton. De bodembedekking bestaat uit houtkrullen en de verwarming is als boven omschreven. Door het optrekken van de lamp kan de temperatuur onder de lamp verlaagd worden. Door toepassing van warmteplaten. Zowel de hoogte als de temperatuur onder de platen is meestal te regelen in drie standen. Voeding Een goede voeding is een essentieel onderdeel van de kuikenopfok. In de praktijk worden de termen ruw eiwit en verteerbaar ruw eiwit als maatstaaf voor de voederwaarde van een voer gehanteerd. De termen ruw eiwit en verteerbaar eiwit zeggen echter niets over de kwaliteit van het eiwit. De kwaliteit daarvan wordt bepaald door de hoeveelheid verteerbare aminozuren. Deze zijn bepalend voor de aanzet van vlees en de vorming van de veren. Het is goed mogelijk dat een voer met een laag eiwitgehalte en een goede aminozuursamenstelling een betere groei geeft, dan een voer met een hoog eiwitgehalte en een slechte aminozuursamenstelling. Het voeren van kuikenzaad met daarin millet en gebroken granen is totaal ontoereikend om een goede groei en skeletontwikkeling te waarborgen. Het aminozuurgehalte van een graan/zaadmengsel is namelijk zo laag, dat een opgelopen groeiachterstand later niet meer ingehaald kan worden. Zaden en granen zijn arm aan het aminozuur lysine, waardoor het lage gehalte benutbaar eiwit verklaard wordt. Verder zijn ze arm aan de vitamines choline en riboflavine en de mineralen calcium, fosfor en jodium. De vitamines D en B12 komen ook niet in zaden en granen voor, terwijl het gehalte vitamine A en caroteen sterk kan variëren. Mochten de kuikens uitloop naar buiten hebben en veel dierlijk voedsel kunnen vinden dan zou dat een aanvulling op het graan/zaadmengsel kunnen zijn. We doen er echter verstandig aan de kuikens een compleet samengesteld voer te geven. De aminozuurbehoefte neemt af naarmate het kuiken ouder wordt. Er moet daarom gestart worden met een opfokvoer met een hoog gehalte aan verteerbare aminozuren, dat halverwege de opfokperiode, dus tussen 6 en 10 weken, vervangen kan worden

Pluim & Pels 15


door een voer met een lager gehalte. Zoals ook voor andere soorten pluimveevoer geldt, zou alleen verpakt voer met datumaanduiding gebruikt mogen worden. Daarop moeten tevens de gehalten aan vitamines A, D en E vermeld zijn. Veelal is dit voer geperst tot korrels van 1,5-2 mm, hoewel het ook in kruimel of meelvorm verkrijgbaar is. Belangrijk is dat de kuikens het water en het voer zo snel als mogelijk weten te vinden. Een kuiken sterft eerder aan watergebrek dan aan voedergebrek. Immers het heeft nog wat reservevoer in de dooierzak meegekregen. We plaatsen de water-voederbakjes in een kring rond de warmtebron en wel zodanig dat voer en water hierdoor niet direct verwarmd worden. Zie erop toe dat alle kuikens meteen gaan drinken. Achterblijvers moeten daarbij geholpen worden door ze even met het snaveltje in het water te houden. Wanneer de kuikens door het water kunnen lopen en er mest en strooisel in komt, begint het water te stinken. De wateropname wordt dan minder en er wordt minder voer opgenomen en de groei vertraagd. Het verdient dan ook als aanbeveling om het water iedere dag te verversen. De eerste dagen kan het voer op een kuikenplaat of op papier worden verstrekt. Omdat het voer op deze wijze van voederen met mest wordt verontreinigd, moeten de kuikens na enkele dagen al uit een voerbakje gaan eten. Probeer voervermorsing tegen te gaan door de voerbakjes tot de helft te vullen. Ook kan men een stuk gaas met een gaaswijdte van enkele centimeters in de voerbak leggen om zo het voermorsen te voorkomen. Succes gewenst met de kleintjes. J.P. Holsheimer

Pluim & Pels 16


Pluim en pels kroniek april 2013