Issuu on Google+

Voorwoord Diksmuide 8-1-2010 Beste clubleden. Het onvoorspelbare jaar 2009 is voorbij. Het bestuur wenst U en Uw familie en Uw dieren een voorspoedig en gezond nieuw jaar toe. We hopen dat U ondanks de probleempjes in de fokkerij, verder aan de fokkersweg bouwt. Het hoofddoel moet dieren houden zijn en niet dieren vermeerderen ten koste van andere dingen. Voorkom dat U een slaaf van uw fokkerij wordt en door het noodzakelijke werk aan de dieren er sleur en ongemak ontstaat. Dat is meestal dan ook fataal na enkele jaren. Beleef plezier aan uw dieren, laat de kerk in het midden staan en zoek de gulden middenweg.

In januari 2010 nemen we in clubverband deel aan de Belgische kampioenschappen voor neerhofdieren te Ranst in de provincie Antwerpen. We zorgen voor een gratis vervoerlijn van de dieren heen en terug. Het was duidelijk een vol programma die veel offers moest opbrengen van de bestuursleden en hun omgeving. Dit alles ten bate van de clubleden en de clubwerking. Vergeet zeker die mensen niet die voor al die activiteiten instonden en er hun vrije tijd instaken! Voor 2010 staan er opnieuw vele activiteiten op stapel. Indien we ondanks het kleine groepje bestuursleden en de ouderdom, dezelfde gedrevenheid en dynamiek kunnen blijven behouden, moet het 23ste jaar opnieuw een goed clubjaar worden.

Ons programma 2009 zag er zo uit: Wilfried Lombary Op 24-25 januari was er onze eigen 21ste wedstrijdtentoonstelling, deze maal te Roeselare in het kader van het Land-en Tuinbouwsalon. Lidkaarten en het fokkersboek (repertorium) verdelen en bezorgen. Voetringen verdelen, tatoeëren van konijnen en ringen van de cavia’s. Het eigen mooie clubtijdschrift «Pluim en Pels Kroniek» verscheen 4 maal stipt op tijd. Op 23 mei was er de jaarlijkse ledenvergadering in de dorpszaal de «Kring» te Keiem-Diksmuide. Dit samen met een digitale voordracht met de titel : «Brahma en Brahmakrielen in hun verschillende kleurslagen» door onze voorzitter W. Lombary. Op 13-14 juni waren we aanwezig met een levende promotiestand en een hanenkraaiing op het open boerderijweekend «Schone Schaapjes» te Staden. Op 4 juli was er de kampioenenviering-barbecue-neerhofdierenquiz te Keiem-Diksmuide. Op 5 juli waren we met een levende promotiestand aanwezig op de open «Landbouwfeesten» te Nieuwpoort. Op zaterdag 8 augustus was er te Edewalle de jaarlijkse jongdierendag. Op 12-13 september waren we aanwezig met een levende promotiestand ter gelegenheid van de tweejaarlijkse «AgroMarkt» te Gistel. Op 16-17-18 oktober was er de samenwerking met het kunstgebeuren «Buren bij kunstenaars» en kon men het dierenbestand van W. Lombary en de vele kunstwerken van zeven artiesten bewonderen. Op 3-4 november lieten we onze tweede proef van ons clubkampioenschap doorgaan ter gelegenheid van de tentoonstelling te Halluin (Fr.). We zorgden voor een gratis vervoerlijn voor de dieren heen en terug. Op 20 december was er de speciale werkvergadering met het tentoonstellingscomité en belangstellenden.

Pluim & Pels 1


Inhoud

Sportrasfokkersvereniging “Pluim en Pels Diksmuide” v.z.w. doelstellingen en bestuur 2010. - Voorzitter:

Lombary Wilfried, Dwarsstraat 8, 8600 Leke, tel. 051 50 15 05

Voorwoord

1

- Penningmeester: Dely Maurits, Staatsbaan 27b, 8610 Kortemark, tel. 051 56 82 22

Clubnieuws

3

- Hulpsecretaris:

In memoriam

8

Vraag en aanbod

8

Het broeden van watervogeleieren is niet zo gemakkelijk

9

Nostalgie

11

De Wyandotte is nog steeds een veel gefokt ras

12

De Limburgse kraagduif

14

Onze liefhebberij in de maand maart

16

Vraag en antwoord

19

Verslyppe Joël, Doorenstraat 19, 8610 Kortemark, tel. 0474 93 02 06

- Materiaalmeester: Verslyppe Joël, Doorenstraat 19 - Clubafgevaardigde bij het West-Vlaams verbond voor kleinvee en of neerhofdieren: W. Lombary - Ringenverdeler:

Dely Maurits, Staatsbaan 27b, 8610 Kortemark, tel. 051 56 82 22

- Tatoeëerder:

Verslyppe Joël, Doorenstraat 19, 8610 Kortemark, tel. 0474 93 02 06

- Webmaster:

Ligneel Pedro, Zegestraat 37A, 8650 Houthulst, tel. 051 63 77 16

- Tijdschrift “Pluim en Pels Kroniek”: W. Lombary - Zetel vereniging:

Dwarsstraat 8, 8600 Leke-Diksmuide, clubrekeningnummer 979-3637504-09

In de statuten lezen wij dat de club beoogt:

Ons adres op internet: NIEUWE WEBSITE: www.pluimenpelsdiksmuide.net NIEUW E-MAILADRES: info@pluimenpelsdiksmuide.net

- de studie van alle problemen die verband houden met kleinvee - de selectie van raspluimvee, rasduiven, raskonijnen, parkwatervogels, cavia’s - het bewaren en opnieuw in de belangstelling brengen van bedreigde rassen - de verdediging van de belangen van de leden en fokkers - het bevorderen van de sportfokkerij in de meest ruime zin, met speciale aandacht voor de eigen Belgische rassen - een vereniging te zijn zonder winstoogmerk

Lidgeld 2010

De artikels die verschijnen in “Pluim en Pels Kroniek” zijn op verantwoordelijkheid van de steller. Ze drukken niet noodzakelijker wijze de mening van de uitgevers uit. Overname van artikels is niet toegelaten, tenzij met voorafgaandelijke schriftelijke toelating van de uitgevers en auteurs.

Pluim & Pels 2

- Fokkend lid met inbegrip van ons clubtijdschrift “Pluim en Pels Kroniek”: 15 euro - Fokkend lid met inbegrip van ons clubtijdschrift, de fokkerskaart, het repertorium, het tijdschrift “Het Vlaams Neerhof” en de ringen-tatoedienst: 27 euro - Tweede of volgende lid in een gezin (zelfde adres): 10 euro


CLUBNIEUWS

Tatoeage Voor het merken van konijnen en het ringen van cavia’s kunnen de leden nog altijd terecht bij Joël Verslyppe te Kortemark. Deze dienst staat open van 10 februari tot eind augustus 2010. Men kan laten merken na afspraak met Joël op clubactiviteiten of hij komt aan huis. Maak ook hier tijdig een afspraak zodat alles vlot kan verlopen. De prijs per te tatoeëren konijn bedraagt 0,25 euro, inclusief de merkkaart. Indien hij bij de fokker thuis moet komen merken wordt een vergoeding van 0,12 euro per kilometer aangerekend. Men kan ook de dieren bij Joël thuis laten merken. Zijn nummer is 0474930206. Bestel uw tatoekaarten en caviaringen uiterlijk tegen 25 februari.

Bestellen voetringen Voor het bestellen van voetringen kan men terecht bij Maurits Dely, Staatsbaan, 27b, te Kortemark, tel. 051/568222. Bestel tijdig en vergeet niet dat er tussen uw bestelling en het leveren van de ringen al vlug 14 dagen tijd nodig is. Hij doet zijn bestelling naar het V.I.V. eens per week en dat op de maandagavond. Bestellen na maandagmiddag doet u eigenlijk een week verliezen. De ringendienst staat in principe open van 1 januari tot eind augustus 2010. Vergeet ook niet dat er op het einde van de zomer steeds ringmaten uitgeput zijn en dat Maurits ook enkele weken per jaar op reis gaat. Verlof Maurits! Dit jaar is het alvast de eerste keer van 28 mei tot 11 juni! Hebben is de boodschap, men kan maar beter op zekerheid spelen.

Vraag naar clubleden die willen toetreden tot onze bestuursploeg en/of ons tentoonstellingscomité Net als in het verleden doen we opnieuw een oproep. We vragen personen die door hun manuele en of spirituele inbreng onze bestuursploeg of ons comité willen komen versterken. We hebben net zoals andere verenigingen en instellingen nood aan hulp en medewerking om een groot geheel draaiende te houden. Zonder de vrijwilligers is er immers geen tentoonstelling of clubwerking mogelijk. Vele handen en hersens kunnen het werk soms lichter maken. Het voortbestaan van de tentoonstelling en het clubgebeuren hangt nu éénmaal af van het aantal vrijwilligers en bestuursleden!!!

Beste leden, zeg later niet dat we het niet aangekondigd hebben. We vragen al jaren naar versterking en hulp en die komt er eigenlijk niet. We zouden minstens nog 2 mensen meer in ons bestuur moeten hebben en zeker 4 of 5 mensen in ons T.T. Comité. Kandidaten laten het zo vlug als mogelijk weten aan een bestuurslid. Zeker voor de datum van de Algemene Ledenvergadering. Dank van harte bij voorbaat. Wetenschappers zochten naar het oorzakelijk verband tussen het beoefenen van vrijwilligerswerk (o.a. bestuursleden) en het geluksgevoel. Het verrassende antwoord luidt dat geven of dienen de chemie in onze hersenen beïnvloedt. Zo maken weldoeners vaak gewag van een euforisch gevoel, dat psychologen betitelen als “Helpers High.” Daarbij zou een liefdadige activiteit endorfines opwekken. Deze laatste produceren een milde vorm van sensaties die men anders krijgt door het gebruik van morfine en heroïne. Vrijwilligerswerk vermindert ook de stresshormonen die het gevoel van ongelukkig zijn veroorzaken. In een experiment werd aan volwassenen gevraagd om baby’s te masseren, met de onderliggende gedachte dat de proefpersonen in dit geval geen uitzicht hadden op een dankjewel, laat staan een beloning. Toch werd na afloop vastgesteld dat het niveau van de stresshormonen in hun hersenen spectaculair gedaald was. Slotconclusie dienen en of geven is niet enkel gunstig voor de goede of nobele zaak, het is ook goed voor uzelf. Voor het tegengaan van stress en depressies is het allicht rendabeler dat wat de arts u kan voorschrijven. En geef toe: een beetje high kunnen worden zonder uw toevlucht te moeten nemen tot illegale praktijken is mooi meegenomen in onze moderne leefomgeving. Dus kom met velen toetreden bij onze bestuursgroep, het maakt van u een gelukkiger mens.

Aanvraag fokkerskaart en repertorium (fokkersboek) 2010 In het fokkersboek van vorig jaar is een formulier geplaatst voor het aanvragen van de fokkerskaart en repertorium 2010. Zie ook op site van het Vlaams Verbond onder de rubriek “formulieren”. Leden van vorig jaar hebben ook al een formulier ontvangen. Vul het zorgvuldig in, want die gegevens komen in het fokkersboek 2010. Is uw formulier fout ingevuld, dan staat het ook verkeerd in het fokkersboek. Melding van het Vlaams Interprovinciaal Verbond! Er worden geen fokkers meer opgenomen in het repertorium die geen

Pluim & Pels 3


aanvraagformulier hebben opgestuurd. Stuur het formulier voor 15 februari terug naar ons adres: Dwarsstraat, 8, Diksmuide 8600. Aanvragers na die datum ontvangen in eerste instantie geen fokkersboek en betalen â‚Ź5 administratiekosten er bovenop aan het Vlaams Verbond voor de fokkerskaart en het repertorium.

Vraag naar clubleden die enkele fokkers willen ontvangen voor een hokbezoek We vragen of er onder ons ledenbestand fokkers zijn die in clubverband enkele fokkers willen ontvangen (1 uur) om eens hun dieren en hokken te laten zien. Jaarlijks hebben we in clubverband fokkers uit het buitenland of andere streken op bezoek. Om die fokkers een aangename dag te laten doorbrengen moeten we kunnen instaan voor een goed en mooi programma. Dat de dieren centraal staan is een zekerheid. Dus clubleden die wat willen laten zien zijn we zeer dankbaar. U kan er je club een dienst mee bewijzen ten bate van de liefhebberij. Kandidaten laten het zo rap als mogelijk weten aan Maurits Dely of een bestuurslid. Maar ook voor een mogelijk hokbezoek van enkele clubleden zoeken we kandidaten om ons eens te ontvangen.

Tweede proef voor ons clubkampioenschap 2009 te Halluin (Fr)

geschreven dieren van clubleden. De sporthal aldaar was een prima lokatie om er dieren te exposeren. Er was wel weinig parkeergelegenheid in de dichte omgeving. Onze clubleden behaalden prachtige resultaten en hielden de clubkleuren hoog in het vaandel. De prachtige kiestafel was een opsteker van formaat. We liepen er niet bij voor spek en bonen. We danken dan ook onze leden voor hun deelname en inzet. Hier volgen hun uitslagen: Lecointre Norbert Japanse kwartel

Diamantduif Lemonduif Austr. Kuifduif Virginische boomkwartel Senegaltortel Lachduif

De samenwerking met de verenigingen uit Wevelgem en Halluin verliep op wieltjes. Onze inbreng bestond uit 209 in-

Wilfried Lombary, clubkampioen sierduiven 2009 Pluim & Pels 4

Norbert Lecointre, clubkampioen parkvogels 2009

1 x 96 1 x 95 1 x 94 1 x 92 1 x 95 2 x 94 1 x 93 1 x 96 1 x 95 1 x 95 1 x 94 1 x 96 1 x 95 1 x 94 1 x 95 1 x 94 1 x 93 1 x 92 2 x 91


Maurice Dely, clubkampioen watervogels 2009 Verslyppe Joel Hollandse kwaker

Hollandse kriel Java kriel

Sebright

Dely Maurits Semois eend

Brabants hoen Landerwijn DaniĂŤl Marans

Delrue Johan Araucana

Joel Verslyppe, clubkampioen krielhoenders 2009 2 x 94 3 x 93 1 x 91 2 x Afw. 1 x 90 1 x 96 1 x 95 2 x 94 1 x 93 1 x 92 1 x 95 2 x 94 1 x 93 1 x 92 2 x 95 2 x 94 1 x 93 1 x 92 1 x 94 2 x 90 1 x 91 1 x 96 1 x 95 1 x 92 2 x 91 2 x 90 1x0 1 x 96 1 x 95 1 x 94

Orpington

Reuzenvlinder Roels Johan Brabants hoen

Vandenbussche Marc Izegems hoen Parelgrijs van Halle Desmet Freddy Livorno Brahma kriel

1 x 91 2 x 95 1 x 94 1 x 93 3 x 92 1 x 91 1 x Afw. 1x0 1 x 94 1x0 2 x 95 2 x 94 2 x 93 1 x 91 2 x 90 1x0 4 x 94 3 x 93 1 x 92 5 x 94 1 x 93 1x0 2 x 94 1 x 93 1 x 92 1 x 96 1 x 93 2 x 92 1 x 91 1x0

Pluim & Pels 5


Vileyn Guy Izegems hoen

Lombary Wilfried Libanonduif

Vandermeulen Marc Texanduif Veel groen en ruimte

Vandenbussche Klaas Pauwstaart

Vergote Rita Figurita duif

Rotsduif

1 x 93 3 x 92 1 x 91 2x0 2 x 96 2 x 95 10 x 94 2 x 93 1 x Afw. 1 x 96 3 x 95 8 x 94 7 x 93 7 x 92 3 x 91 1x0 1 x 94 3 x 93 6 x 92 2 x 91 2 x Afw. 1 x 96 1 x 95 4 x 94 1 x 93 2 x 92 1 x 91 1 x 96 1 x 95 1 x 93 1 x 90

Er waren 1001 dieren ingeschreven. Wilfried Lombary showde de mooiste duif (Super Grand Prix) van de tentoonstelling. DaniĂŤl Landerwijn die voor het eerst exposeerde werd winnaar bij de franse hoenderrassen, zowaar een dikke proďŹ ciat. Rita Vergote showde de mooiste meeuwduif. Misschien is die samenwerking tussen de onderlinge clubs voor herhaling vatbaar.

Johan Delrue, clubkampioen groothoenders 2009

Konijnen Kampioen Vandenbussche Marc Niet toegekend

40 p

Krielen Kampioen Verslyppe Joel Niet toegekend

70 p

Groothoenders Kampioen Delrue Johan Vice-kampioen Roels Johan

79 p 62 p

Cavia Niet toegekend De kampioenen ontvangen hun diploma en hun geldbedrag op de Algemene ledenvergadering.

Clubkampioenen 2009 Duiven Kampioen Lombary Wilfried Vice-kampioen Vandermeulen Marc Vergote Rita

76 p 71 p 71 p

Parkvogels Kampioen Lecointre Norbert Niet toegekend

83 p

Watervogels Kampioen Dely Maurits Niet toegekend

55 p

Pluim & Pels 6

Onze 22ste Wedstrijdtentoonstelling zal doorgaan te Roeselare in het laatste weekend van januari 2011 in samenwerking met het Landbouwsalon. Verleden jaar waren er 37 000 bezoekers ! Ons clubrekeningnummer voor het buitenland : IBAN BE 5297936750409 en ons BIC-nummer ARS PBE 22


Clubdeelname aan de Belgische kampioenschappen te Ranst in januari 2010 Voor de trip naar Ranst zorgden we voor gratis vervoer van de dieren heen en terug. Met 3167 dieren was er veel te zien en te horen. De locatie viel uitermate mee qua ruimte, parking en verlichting. Het was een niet meer gebruikte legerbasis (nu paardenhuisvesting) die erg geschikt leek om er dieren te exposeren. Mede door het aanwezige randgebeuren en de vele publiciteit en media-aandacht kon men vele bezoekers aantrekken. Het is naar de buitenwereld toe een groot succes geworden. Onze clubleden behaalden verdienstelijke uitslagen. Mooiste uitslag was voor ouderdomsdeken Maurits Dely die met een Semois eend het tweede mooiste dier showde in de categorie « eenden Belgisch ras ». Proficiat. Verder gehaalden enkele leden de kampioentitel per ras. Met name Wilfried Lombary (Libanonduif), Maurits Dely(Semois eend), Norbert Lecointre (Goudfazant, Australische kuifduif), Baele Steven (Witkuiffazant, Lemonduif, Rotsduif, Birmatortel) en De Bock Willy (Brakelkriel). Ook voor die leden een dikke proficiat.

Hoge onderscheiding in Spanje

Marc Vandenbussche, clubkampioen konijnen 2009

Verslag werkvergadering tentoonstellingscomité en belangstellenden Op zondag 20 december 2009 was er de belangrijke vergadering in verband met het nog verder inrichten van een tentoonstelling. Het weer was uitermate slecht want het sneeuwde en het was spiegelglad. Eigenlijk geen weer om een hond door te jagen! Toch waagden het enkele echte clubfanaten om de gladde verplaatsing te maken naar Keiem. Waren aanwezig: W. Lombary, J. Verslyppe, M.Dely, J.Roels, N. De Rycke, F. Naert, N. Lecointre, E. Ingelbrecht en echtgenote. Verontschuldigd: G. Pockelé, M. Vandenbussche, F. Desmet, R.Vergote, P. Ligneel. Afwezig: T. Laloo, J.Delrue, V. Verstraete, M. Vandamme. Van andere traditionele helpers zoals E. Carrein, J. Pruvost, A. Vandewalle, H. Verdonck, N. Pattyn, N Debaecke, F. Vanderper weten we nog niets. Tijdens de vergadering bleek dat de aanwezigen het begrip en de noodzaak van een nieuwe tentoonstelling wilden ondersteunen. Het gegeven van een nieuwe tentoonstelling kwam naar voor door het bepalen van de dagen en of tijdspanne van hun hulp of bijdrage. Er waren vier mogelijkheden om te organiseren. In de volgorde van voorkeur: ofwel opnieuw samenwerken met het Landbouwsalon te Roeselare, opnieuw in de “Boterhalle” te Diksmuide, in de sportzaal van een technische school te Ieper of samenwerken met een andere club. Het bestuur koos achteraf voor de samenwerking met de Landbouwbeurs te Roeselare. Er werden ook foto’s genomen van de clubkampioenen 2009. Bedankt alvast voor de aanwezigen en de steun om in dergelijk slecht weer de vergadering bij te wonen. Zonder hun aanwezigheid was er dit jaar geen clubtentoonstelling.

Onze voorzitter Wilfried Lombary is opnieuw in de prijzen gevallen. In navolging van enkele buurlanden viel de eer en het genoegen hem nu te beurt in Spanje. Na de keuring in het Asturische dorp Benia de Onis (het Spaans kampioenschap voor het Asturiërhoen) werd hij op de grootse prijsuitdeling (vele honderden aanwezigen) op de zondag overladen met erelintjes, oorkondes en streekprodukten. Zijn aankomst aldaar was op de woensdag, de inkorving was op donderdag, keuring op vrijdag, zaterdagvoormiddag figurant in een promotiefilmpje van de toeristische dienst, zaterdagnamiddag een tv-debat over het Asturiërhoen samen met de hercreator van het ras de wetenschapper-veearts Rafael Eugenio Marcos. En tenslotte op de zondagnamiddag de prijsuitdeling. Daar viel hij van de ene positieve verrassing in de andere. In het bijzijn van een twintigtal prominente personen uit de regio en Spanje werd hij vervolgens tot Ridder geslegen in een Confrérie van de Gamonedakaas. Die mensen huldigen om de drie jaar een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor Asturië. De toeristische dienst van Asturië in hoofde van de Minister spelde hem het erelint en medaille op en benoemde hem tot Toeristisch Ambassadeur van Asturië buiten Spanje. Als geschenk was er een gratis reis (all inn) en verblijf voor twee personen gedurende een volle week. Vervolgens schonk de gemeente Onis hem de titel van ereburger en 16 kg streekprodukten. Het was nog niet gedaan want de Spaanse pluimveefederatie liet door de voorzitter van de inrichtende club van de show een prachtige tinnen schaal met inscriptie overhandigen voor de hulp om het Asturiërhoen te helpen fokken, veredelen en verspreiden in Europa. Toen hij vijf jaar geleden voor het eerst over het ras hoorde en ermee begon te fokken kon hij natuurlijk niet weten dat het zo een vaart ging nemen. Het was niet de bedoeling om er later zoveel eerbetoon voor te krijgen. Het was hoe dan ook een opsteker van formaat, die niet vlug zal vergeten worden. Zou het dan toch waar zijn dat een profeet nooit geeerd word in eigen land, club of naaste omgeving ?

Pluim & Pels 7


Jongdierendag te Edewalle

Schone schaapjes te Staden

Onze jongdierenkeuring zal dit jaar opnieuw doorgaan in zaal ‘Edewalhof ‘ te Edewalle-Handzame. Datum is zaterdag 14 augustus. Op die dag is er ook opnieuw een rommelmarkt in de straat. Vorig jaar kregen we daardoor veel meer bezoekers en belangstelling. Die rommelmarkt geeft een meerwaarde aan onze aktiviteit.

Op 12-13 juni nemen we opnieuw deel met een levende promotiestand aan deze manifestatie. We zullen ook daar een hanenkraaiwedstrijd inrichten.

Hoevefeesten te Nieuwpoort Op zondag 4 juli nemen we opnieuw deel met een levende promotiestand aan de «Hoevefeesten» te Nieuwpoort. We zullen er ook een hanenkraaiwedstrijd organiseren.

In memoriam We ontvingen het droevig bericht van overlijden van ex- konijnenkeurmeester René Wijns. René (1922-2010) heeft zeer vele jaren bij ons de konijnen gekeurd op onze tentoonstellingen. Hij was een “heer” in de wereld van de neerhofdieren en was een man die vele “petten” droeg in de georganiseerde liefhebberij. Naast supporter van “Den Beerschot” was hij ook een fervent duivenmelker en inzender op de vluchtcompetities. Hij droeg “Pluim en Pels Diksmuide” diep in het hart. We wensen zijn vrouw en dochter en zijn omgeving veel sterkte toe in het verlies van deze unieke man die veel voor anderen heeft mogen betekenen. Tenslotte zijn we dankbaar voor alles wat hij voor onze vereniging gedaan heeft.

Vraag en aanbod Te koop: •

1-2 geelgoudfazant bij Hubert Verdonck, Kuiperstraat, 23, Reningelst, 057/339443.

Goudbrakels bij Pedro Vanmarcke, Maria’s Lindestraat, 80, Rumbeke, 051/221426.

2-2 Rotsduif, 1-1 Figuritaduif, 1-1 Libanonduif, 1-1 Oosterse tortel bij Wilfried Lombary 051/501505.

0-2 Semoiseend bij Maurits Dely, Staatsbaan, 27b, Kortemark, 051/568222. Witkopduif Houten nestkastjes en voederbakken voor vogels en konijnen bij Noël Debaecke, Kasteelstraat, 97, Zwevezele.

Deze rubriek is gratis voor de clubleden

Pluim & Pels 8


Het broeden van watervogeleieren is niet zo gemakkelijk Het is niet omdat een kuiken uit het ei is geraakt, dat de broedmethode die gebruikt werd ook de goede was. Met de volgende voorbeelden kan dit aangetoond worden. Stel dat tien bevruchte kippeneieren bebroed werden bij een temperatuur die twee graden te laag was of bij een vochtigheidsgraad die veel te hoog was. Dan is het, ondanks de verkeerde temperatuur of vochtigheid toch mogelijk dat uit één van de tien eieren een kuiken uitpikt. Ook als je er in slaagt een ei van een soort waarvan je nog nooit eerder eieren in de machine hebt gelegd, succesvol uit te broeden. Het is mogelijk dat dit je enkel met dat ene ei lukt, net zoals het lukte bij dat ene ei van die tien kippeneieren. Maar hoe kan je weten of een ei op de juiste manier bebroed werd? Hiervoor moet je het pas uitgekomen kuiken goed bekijken. Ook de manier waarop het uitkomstproces verlopen is, kan je aanwijzingen geven. Een ‘normaal’ kuiken komt op tijd en zonder hulp uit. Het is echter niet gemakkelijk om uit te leggen hoe zo een kuiken er precies moet uitzien. Wel kan er wat uitleg gegeven worden over problemen die zich bij het uitkomstproces kunnen voordoen. De volgende vier problemen komen het vaakst voor. Voor het oplossen van andere uitkomst- of broedproblemen en voor het zoeken naar andere oorzaken kan men verder in het artikel terecht. 1. Nadat het kuiken de eischaal rondom heeft aangepikt, ondervindt het moeilijkheden om uit de schaal te geraken en na uitkomst ziet het er kleverig uit. Wel, controleer in dit geval de vochtigheidsgraad in de uitkomstkast. Doorgaans is een laag vochtigheidspercentage de oorzaak. Het kuiken begint dan uit te drogen, wordt kleverig en kan zich moeilijk in het ei keren. Om die eischaal rondom te kunnen openbreken, moet het zich vrij in het ei kunnen bewegen. Hetzelfde probleem kan zich voordoen bij een te lage vochtigheidsgraad tijden het broedproces. 2. Na de uitkomst ziet het kuiken er opgeblazen uit of lijkt groter dan het ei. Misschien is de vochtigheidsgraad tijdens het broedproces te hoog geweest en heeft het kuiken te weinig vocht verloren. Vergeet niet dat op het moment dat de eischaal volledig doorprikt is, de maximale hoeveelheid vocht vereist is opdat het kuiken zou kunnen uitkomen. Dat ongeacht of het tijdens het broedproces te veel of te weinig gewicht heeft verloren! 3. Het kuiken komt te vroeg uit. Dit kan simpelweg te wijten zijn aan een te hoge broedtemperatuur. Ben je evenwel van mening dat de temperatuur juist was, controleer dan de thermometer. 4. Het kuiken pikt te laat aan en komt te laat uit. Dit is meestal te wijten aan een te lage broedtemperatuur. In dit geval zal het wat hulp nodig hebben bij het uitkomen. Maar waarom komt een kuiken niet uit of sterft een embryo af? Die vragen stellen we meer dan eens. Want kuikens sterven soms ook nadat ze pas uitgekomen zijn. Maar soms is het afsterven na enkele weken ook gelegen aan het broeden. Trek echter geen voorbarige conclusies

Pluim & Pels 9


en onderzoek alles grondig voordat je besluit dat het ‘dit’ of ‘dat’ was die de oorzaak was. Klare of onbevruchte eieren Als een ei, na een week in de broedmachine gelegen te hebben geen enkel teken van leven van ontwikkeling vertoont, dan is de kans groot dat het onbevrucht is. Het ei kan echter toch bevrucht zijn geweest. Als het namelijk tijdens de eerste twee broeddagen veel afgekoeld is, dan kan de ‘kiemcelmassa’ in het begin van het broedproces afsterven. Bij het schouwen is er dan geen spoor van enige ontwikkeling te zien omdat de kiemcelmassa op dat moment nog veel te klein is. Het ei hoeft niet per se in de broedmachine afgekoeld zijn, de afkoeling kan ook bij de ouders gebeurd zijn. Het vrouwtje kan het ei bijvoorbeeld één of twee dagen bebroed hebben en het nadien in de steek gelaten hebben. Als je zo een ei dan in het nest ziet liggen zou je denken dat het vers is, maar dat is niet zo. Dus als je bij het schouwen van een ei op de zevende dag geen ontwikkeling ziet, dan kan je bijna zeker zijn dat het ei niet bevrucht is. Vroegtijdig afsterven Als het embryo-in-wording reeds tijdens de eerste dagen van het broedproces afsterft, dan is bij het schouwen een rode ring in het ei te zien. Gewoonlijk is dit te wijten aan ofwel een te lage broedtemperatuur ofwel een grote afkoeling. Het embryo kan echter ook tijdens de eerste broeddagen afsterven als het ei te lang bewaard wordt voor het bebroed wordt. Laattijdig afsterven Als het embryo na ongeveer 40% van de broedtijd afsterft, dan is dit waarschijnlijk te wijten aan een verkeerde broedtemperatuur of een niet correcte kering van het ei. Maar het kan ook een bacteriële infectie of verwantschap van het kweekpaar zijn. Ten gevolge van een bacteriële besmetting kan het embryo afsterven in het begin van het broeden of kan het kuiken juist voor of nog verscheidene dagen na de uitkomst sterven. De juiste oorzaak kan je te weten komen nadat de dierenarts een autopsie heeft verricht. Bestaat het kweekpaar uit twee verwante vogels, dan zijn de embryo’s te zwak en kunnen ze halfweg het broedproces afsterven. Het is wel aan te raden om alle mogelijkheden te onderzoeken voordat je om het even welke conclusie trekt. Er kan altijd iets over het hoofd gezien zijn. Dood in de dop Dit komt het meest voor en betekent dat het kuiken al ademde, maar voor het uitkomen gestorven is. Ter informatie het kuiken begint reeds te ademen zodra het met zijn bekje in de luchtkamer zit, dus nog voor het de eischaal heeft aangepikt. ‘Dood in de dop’ kan ondermeer te wijten zijn aan een onjuiste broedtemperatuur, een onjuiste vochtigheidsgraad, een niet correcte kering van het ei of een infectieziekte. Het opsporen van broedfouten via eliminatie Als je het ei opgestuurd hebt voor een post-mortem analyse en je hebt de uitslag ontvangen, dan kan je via eliminatie of uitsluiting eventuele broedfouten opsporen. Ga hierbij als volgt te werk: - Als de analyse aangetoond heeft dat er een infectieziekte in het spel was, dan zal je moeten controleren of al het ma-

Pluim & Pels 10


teriaal dat bij het broeden gebruikt werd proper en ontsmet was en of de nestgelegenheden proper waren. - Ging het niet om een infectieziekte, dan kunnen de dagelijkse aantekeningen die je gemaakt hebt, je helpen. Komen er noteringen van de broedtemperatuur geen grote afwijkingen voor, dan mag je de temperatuur als oorzaak al uitsluiten. Of je zou voor een bepaalde vogelsoort een onjuiste temperatuur moeten ingesteld hebben. Ken je iemand die er in geslaagd is eieren van die soort op dezelfde temperatuur uit te broeden, dan ben je zeker dat die juist was. Voor de meeste eieren van watervogels is de temperatuur 37,5°C of 99,5°F. Controleer ook nog eens je thermometer. - Heb je in de loop van het broedproces de eieren op geregelde tijdstippen gewogen of de grootte van hun luchtkamer gecontroleerd, dan heb je voor elk ei aantekeningen bijgehouden en weet je al meer over de vochtigheid. De techniek van gewichtsverlies na te zien is een leidraad. - Heb je een infectieziekte, de temperatuur en ook de vochtigheidsgraad als oorzaken van een foutieve afloop geëlimineerd, dan kan je nazien of de keerinrichting wel goed gewerkt heeft. Vind je geen enkele oorzaak voor de ‘dood in de dop’ van een kuiken, bedenk dan: dat als het ei voortkwam van slecht gevoede of te verwante ouders, het kuiken misschien te zwak geweest is om zich uit het ei te werken. Maar ook dat het ei te bruut gemanipuleerd werd en daardoor het embryo zo verzwakt kan zijn geweest. Het is hoe dan ook belangrijk om aantekeningen te maken tijdens het broedproces, want broeden van watervogeleieren is veel moeilijker dan het broeden van kippeneieren! Alain Hennache

Nostalgie Ik weet nog goed hoe ik vroeger langs de korenvelden heb gelopen. Dit gebeurde meestal op de zondagmiddag. De zondags rust werd in die dagen nog sterk gehandhaafd en ik verveelde me dan als kind wel een beetje veel. Bij deze wandelingen genoot ik van de bloemen langs de rand van het korenveld. De rode klaproos, de blauwe korenbloemen, de paarse wikke, de sterk ruikende kamille en nog veel meer soorten bloemen. Een bont geheel maar wel een stukje nostalgie wat ik wel eens mis. Later is dit stukje grond door een trekker diep geploegd iets heel bijzonders toen en kwam er nog een pot met begraven oorlogsgeld naar boven. Maïs werd er niet veel verbouwd in die dagen. Dit werd meestal geïmporteerd. Rogge, boekweit en tarwe werd in kleine hoeveelheden gezaaid en geoogst, omdat dat alleen voor brood werd gebruikt. Er werd toen nog zelf brood gebakken. Dit gebeurde in het kleine bakhuisje dat naast de boerderij stond. De kleine beetjes koren werden meestal met de dorsvlegel gedorst. Dit in tegenstelling met de haver en de gerst. Deze werden verbouwd voor het veevoer, dus daar was meer van nodig. Ik vond het altijd een prachtig gezicht, die wuivende korenvelden in de wind. In de herfst werden ze met de hand gemaaid. Twee man maaide het koren met de pik en de zicht en legde de bundels opzij neer. Daar kwam weer twee man achteraan om de bundels te knopen. Deze bundels werden later op de dag weer schuin omhoog tegen elkaar gezet om ze te laten drogen. Als het veld helemaal was gemaaid en korenschoven droog genoeg waren, werden ze met paard en wagen opgehaald. Thuis gekomen werden ze dan boven in de hooiberg opgeslagen, met de aren naar de binnenkant. Dan werd het land omgeploegd en werden er knollen gezaaid. Dit moest voor 10 augustus gebeuren, voor Sint-Laurens. De oudere boertjes zeiden altijd: Wie knollen wil eten, mag Sint-Laurens niet vergeten. Als de herfst bijna voorbij was, kwam de loonwerker met de dorstkast langs. De machine werd met een grote band aan het poly van de trekker verbonden. Om slijtage van de machine te voorkomen werd de bovenkant van de machine gemaakt van vrouwelijk essenhout. Dit hout is het hardste hout dat in ons land groeit. Het koren werd van boven uit de hooiberg in de dorskast gegooid. Het koren en het onkruidzaad kwamen keurig gesorteerd aan de achterkant eruit. Het lange stro kwam er aan de zijkant eruit. Dit lange stro werd gebruikt om de bieten en de aardappelenkuilen af te dekken. De bovenkant van de kuil werd zo lang mogelijk open gehouden voor ventilatie. Als de vorst intrad werd hij alsnog afgedekt. Wat een werk om aan voer voor de beesten te komen. Dan hebben wij het een stukje makkelijker. Wij halen gewoon een zakje voer bij de meelboer voor een paar eurootjes. De prachtige korenvelden, de maaiers, de prachtige bloemen, de dorsers en de trekker met zijn poly zijn verdwenen, maar mijn herinneringen niet. Martin Zwanenburg

Pluim & Pels 11


De Wyandotte is nog steeds een veel gefokt ras Door de jaren heen is de Wyandotte een zeer populair ras geweest. Aanvankelijk werden ze gehouden voor de productie van de eieren. Boerderijen waar grote hoeveelheden witte Wyandottes rondscharrelden, waren in het begin van de vorige eeuw regelmatig te zien. In die tijd fokte men de grote Wyandotte vooral in wit en zilver. Als productiekip heeft ze het echter moeten afleggen tegen de batterijkip, die in de loop der jaren ontstaan is door het kruisen van diverse rassen. Waarschijnlijk stamt de huidige Wyandotte af van een kruising tussen zilverlaken Hollandse hoenders, Cochins en Maleiers. Dit “mengsel” zou de voorloper zijn van onze huidige Wyandotte. Ze kregen vervolgens steeds andere namen zoals Sebrigt Cochin, American Cochin, Exelsiors, Eureka’s en Ambrights. Men fokte in die tijd door met zilvergezoomde hoenders die voorzien waren van een rozekam en in het vroege begin ook nog voetbevedering hadden. In het jaar 1883 werden die kippen door de ‘American Poultry Association’ erkend als zelfstandig ras. De naam Wyandotte kwam van een kustvaartuig die dezelfde naam droeg. Het zijn in feite de liefhebbers en exposanten die het ras in stand hebben weten te houden. Ook mensen die graag een sierlijke kip in hun achtertuin willen hebben, kiezen dikwijls voor dat ras. De ronde vormen spreken zeer tot de verbeelding. Men ervaart het ras als een gezellige kip die vreedzaam zijn kostje bijeen scharrelt. Maar meer en meer fokt men nu echter de krielvorm in de onderlinge kleurslagen. De Wyandotte is een echt typedier, waarmee bedoeld wordt dat de vorm erg belangrijk is. Uitgangspunt hierbij is de cirkel waar de vorm in moet passen. Zo kan men zien of een dier te lang of te kort in de rug is en of de borst te diep of te ondiep is. De verticale middenlijn van de cirkel moet in het verlengde van de poten liggen. In regel moet het dier evenveel lichaam voor als achter de poten hebben. De kop moet overeenstemmen met de ronde vormen. De kam is een bespikkelde rozenkam waarvan de kamdoorn rust op de nek. De rode langwerpige oren liggen dicht tegen de kop samen met de mooi afgeronde kinlellen. Aan een ideale Wyandotte zitten geen hoeken uitgenomen de staartopbouw. Die moet de vorm hebben van een omgekeerde V, dus met een duidelijk hoekpunt boven in de staart. De verlengde sterke staartstuurveren moeten worden ondersteund door naar boven gerichte staartsteunveren. Zijn die stevig genoeg dan zal de staart een goede omgekeerde V vertonen. Aan kleurslagen geen gebrek (28) er is voor elk wat wils. Men kan ze indelen in drie groepen hetzij de gezoomde, de getekende en de enkelkleurige. De gezoomde ziet men het meest op de tentoonstellingen. Toch valt het niet mee om goede gezoomden te fokken. Ze missen meestal de nodige rondingen door de hardere veerstructuur, de wat langere veer en de geringe donsontwikkeling. Ook de grondkleur van de veren is moeilijk zonder kleurspatten te fokken. De mooie zoming komt er alleen als de veer breed genoeg is. Zilverzwartgezoomd kan soms het ideale beeld laten zien, wat staat voor een volkomen wit vlak met een kevergroen glanzende zoom. Goudblauwgezoomd is zeer moeilijk te fokken door het feit dat blauw niet constant is. Het blauw varieert van zeer donkerblauw tot bijna gebroken wit.

Pluim & Pels 12


Geelwitgezoomd is eveneens zeer moeilijk om evenwicht te krijgen tussen de geelachtige grondkleur en de roomkleurige omzoming. Bij de getekende ziet men het meest de zwartcolumbia kleurslag. Het halsbehang moet hier een groenglanzende zwarte tekening hebben met daar omheen een witte zoom. De groene vleugelpennen moeten een volledig zwarte binnenvaan hebben. De staartpennen zijn zwart en nodig om het contrast vast te houden. Fokt men dieren met een mooi wit grondvlak dan zal de tekening vervagen. Dieren met te veel pigment laten een minder heldere kleur zien. Bij meerzomig patrijs zijn er grote verschillen tussen de haan en de hen. De hanen zijn bijzonder mooi getekend in de hals- en het zadelbehang. De rug en schouderbevedering is karmijnrood en de borst, broek en dijen groenglanzend zwart. De staart is zwart met veel groene glans. Meerzomig patrijs is er ook in een zilverkleur en roodpatrijs. Blauwgetekende dieren zien we weinig, maar gestreepte des te meer. Het gestreept kleurslag wordt mooi door heldere witte en zwarte strepen die alle even breed moeten zijn. De strepen moeten in elkaar overlopen. De gelijkmatigheid en het contrast van de tekening bepalen de hoogte van het predikaat op een show. De streping die niet helemaal doorloopt tot aan de wortel van de veer en slappe staartstuurveren zijn gekende problemen bij dit kleurslag. Bij roodporselein tracht men dieren te fokken met een roodbruine veer die aan het eind een zwarte band heeft, die op zich weer een witte stip insluit. Bij zwartbont gaat het om een zwarte veer met aan het eind een witte toep. Zalmkleur is een bruinroze kleur die nog aan belangstelling moet winnen. De enkelkleurige (wit, zwart, blauw, buff en rood) ziet men ook nog veel op de shows. Sommige witte dieren zijn tot in de perfectie gefokt. Dan houdt in dat men bij die kleurslag iets strenger mag selecteren. Bij die kleurslag is de bevedering soms te donsrijk en de bevedering niet vrij van enkele kleurspatjes. Bij de zwarte kleurslag treft men ook mooie typedieren aan, maar dieren met een mooie gele snavel fokken blijkt moeilijk. Blauwe dieren fokken zonder roest- en bruinrode aanslag en kleurspatten is uitermate moeilijk. Die zijn niet fokzuiver, men moet er veel fokken om er enkele bruikbare te kunnen bekomen. Buff is best te verkrijgen (nieuwe zeemlap) met dieren die wat kleur betreft zo dicht als mogelijk bij elkaar liggen. Rode Wyandotten zien we bijna nooit meer, hier moet de kleur diep glanzend rood zijn met zo min als mogelijk zwart in de veren. De krielvorm is niet Amerikaans maar een Europese creatie. Duitsland en Engeland hebben een eigen fokrichting. De Engelse dieren hebben prachtige koppen en de Duitse zijn ronder en groter. De Belgische, Franse en Nederlandse richting is het resultaat van kruisingen tussen de Duitse en Engelse dieren. P.S.: In België is er een speciaalclub met name “Belgian Wyandotte Club”. bunzing Randy Mullham

Pluim & Pels 13


De Limburgse kraagduif Limburgse kraagduiven zag men enkele jaren geleden op iedere tentoonstelling in Belgisch-Limburg. Op de grote shows in de andere provincies waren ze ook af en toe te zien. Maar ondanks het originele karakter van het ras lijkt de belangstelling meer en meer weg te ebben. Is de heropflakkering van het ras nu al weer voorbij? En waardoor komt het, wat kan de reden zijn? De kraagduif is een eeuwenoud eenkleurig Europees ras. De eerste literatuur over kraagduiven in Europa dateert van 1750, maar waarschijnlijk werden ze al veel eerder gekweekt. Ze kwamen voor in 5 kleurslagen: wit, zwart,blauw, rood en geel. Rond 1900 bleek dit ras uitgestorven te zijn. Dat het echt wel een Europees ras is, blijkt uit de oude binnen- en buitenlandse rasbeschrijvingen die altijd vrij goed met elkaar overeenstemden. In Engeland werden ze ‘Old Jacks’ genoemd, in Duitsland ‘Kragentauben’ en in Frankrijk ‘Nonnains’. De Limburgse duivenkeurmeester Ivo Hanssens kon niet weerstaan aan de nostalgie en wou het ras terugfokken. Rond 1975 werden de eerste fundamenten van zijn geesteskind, de Limburgse kraagduif dus, gelegd. Meer dan 20 rassen werden ingekruist om het gewenste lichte type te bekomen. Enkele rassen hebben duidelijk hun stempel gedrukt: éénkleurige Komorner tuimelaars, Hongaarse Erlauer tuimelaars en boerencapucijnen. In de eerste jaren werden er 700 jongen per jaar gekweekt waarvan er slechts enkele voor verdere kweek overbleven. In 1993 werd de Limburgse kraagduif erkend in België, het is op heden het enige land waar het ras erkend is. De naam bestaat uit twee delen: de term ‘kraagduif’ is om evidente redenen gekozen. Het voorvoegsel ‘Limburgse’ werd gekozen om de Belgische provincie Limburg ook en duivenras te geven. Naast de Gentse kropper, de Leuvense Signoor, de Antwerpse Smierel, Luikse Meeuw, Gentse meeuw bestaat er nu ook een Limburgse soort. Officiëel is dit het laatste of nieuwste Belgisch duivenras, maar in feite is het een hercreatie van een ras dat al veel vroeger bestond. Kenmerkend voor het ras is de opgerichte houding. Hun brede volle kap en kraagstructuur is typisch voor deze temperamentvolle en vrij kleine structuurduif. Een klein bekje, goudgele ogen en zeer kleine neuswratten passen mooi op het rondovale kopje. De borst is tamelijk breed, nogal hoog gedragen en goed gevormd. De rug is tamelijk breed tussen de schouders en versmalt naar de staart toe. De vleugels raken bijna het uiteinde van de staart en rusten hierop, waardoor sprake is van een goede rugbedekking. De kap steekt boven het achterhoofd uit. De kraag loopt ononderbroken op een vloeiende, elegante wijze van op de borst tot boven in de kap. De voorkanten van de kraag raken elkaar bijna, zodat alleen de bovenkant van de bek en de ogen en het voorhoofd zichtbaar blijven. Het duivenras is in vier kleuren erkend: geel, rood, wit en zwart. Het zijn goede en betrouwbare broeders en voedsters. In tegenstelling tot de kweek, baart de selectie wel enige zorgen. Slechts een klein aantal jongen kunnen de selectiecriteria weerstaan. Grootte, kleur, bekvorm en oogkleur zijn de voornaamste criteria. De witte kleurslag blijkt het grote zorgenkind te zijn. Zwartbonte jongen krijgen op latere leeftijd een wit verenkleed. Volgens de herschepper Ivo ziet de toekomst van het ras er niet goed uit. Door de selectienorm voor het ras haken fokkers langzaam maar zeker af. Een nieuwe impuls kan de Limburgse Kraagduif zeker gebruiken. Kan de creatie van een blauwe kraagduif een volgende stap zijn?

Heb je interesse voor dit ras, aarzel niet contact op te nemen met de in Hasselt wonende Ivo Hanssen, die je graag op de goede weg helpt. Tel. 011/823991.

Bert Driessen

Pluim & Pels 14


Pluim & Pels 15


Onze liefhebberij in de maand maart Maart is de maand van nieuw leven want de natuur ondanks het soms natte of koude weer komt vol energie. Ook in de kippenhokken heeft het nieuwe leven zijn intrede weer gedaan. Fokkers van grote rassen hebben volop kuikens en de broedmachines zitten vol met eieren. Het is nu de tijd om eieren van de krielen te verzamelen om te gaan uitbroeden. Problemen zijn er in deze tijd ook volop omdat kuikens kunnen sneuvelen als de broedeieren besmet waren. Het gebeurt maar al te dikwijls dat hele broedsels verloren gaan als men geen voorzorgsmaatregelen heeft genomen. Kuikens zijn vooral in de eerste 10 dagen erg bevattelijk voor bepaalde ziekten waarvan longontsteking wel de belangrijkste is. Ziekten die overgebracht worden door besmette eieren spelen een grote rol, paratyphus en pullorum zijn wel de bekendste. Longontsteking bij kuikens kan meerdere oorzaken hebben, maar meestal is de huisvesting de boosdoener. Tocht, temperatuurschommelingen of gewoon verkleumen is meestal de oorzaak. Omdat er geen één kuiken gelijk is, moet men waken dat de opfokruimte absoluut tochtvrij is. Chabo’s, Sebrights en krulvederige rassen hebben meer warmte nodig. Ook het donskleed speelt een rol, hoe voller het dons bij een kuiken, hoe beter. Bezuinigen op de warmtebron is vragen om moeilijkheden en geeft verliezen. Warmteplaten zijn ideaal omdat ze een grote oppervlakte verwarmen. Een koude scharrelruimte in de eerste dagen is af te raden. Maak het niet te warm want dan kunnen de longen ook ontstoken worden. Ervaren fokkers zien aan het gedrag van de kuikens of de temperatuur juist is. Kruipen de kuikens op een hoopje onder de verwarmingsbron dan is het te koud. Lopen of liggen ze in een grote kring onder de lamp dan is de temperatuur goed. Kruipen ze in de verste hoeken van de opfokruimte dan is het te warm. Hoe kan men zien of het kuiken een longontsteking heeft opgelopen? Wel het diertje snakt constant naar lucht en dit gapen kan gepaard gaan met een rochelend geluid. Verricht men sectie op zo een kuiken dan ziet men dat de longen bijna zwart zijn of veel schuim hebben in de bronchiën. Met de moderne antibiotica heeft men de ziekte spoedig onder de knie. Wacht dus niet te lang om hulp van een dierenarts te vragen. Natuurbroed kan ook, maar alle broedse hennen zijn niet geschikt om te broeden. Zware voetbevedering leidt tot eieren breken en een krappe bevedering is ook niet goed. De hen moet absoluut parasietvrij zijn want anders verlaat ze het nest veel te vroeg. Behandel ze ruim voordien verschillende keren een insectenpoeder of spray zodat de neten zeker dood zijn. Leg nooit teveel eieren onder een kloek, ze moet ze goed kunnen bedekken. Liefst een oneven getal eieren volgens oude legenden en volksgeloof. Zet ze op een rustige plaats, donker en koel. Het nest kan men maken door een omgekeerde graszode in een nestbak te doen. Een graszode is beter dan stro omwille van de luchtvochtigheid en de ventilatie. De eerste dagen kan men de kloek kalk- of gipseieren geven tot ze goed vast blijft zitten. Zorg ervoor dat ze dicht bij haar nest eten en water ter beschikking heeft want soms vergeten ze te eten of drinken.

Pluim & Pels 16


Onder de kunstmoeder is het goed als de temperatuur op de kuikenhoogte ongeveer 33°C is. Na een week laat men de temperatuur zakken tot 30°C en en week later zo verder tot 20°C. Na zeven tot acht weken kan men de kuikens aan de buitentemperatuur leren wennen. Een gezond kuiken is donzig en actief en de cloaca is klein en droog. De snavel is dicht en ze mogen geen spreidstand laten zien. Vertroetel ze niet te veel want dat is tegen hun natuur, laat ze dier zijn! De eerste dagen als het darmstelsel nog niet op gang is heeft het kuiken meer nood aan warmte dan aan voedsel. Als ze honger hebben zullen ze er zelf naar gaan zoeken. Als bodemstrooisel kan men best een oude doek of schaafkrullen verstrekken. Geen zand want dat pikken ze op en dat kan hun maag overhoop halen. Na 14 dagen kan men fijn vogelgrit geven om de spijsvertering te bevorderen. Coccidiose is een gevreesde opfokziekte bij kuikens. Dunne darmcoccidiose komt het meest voor, maar na 3 tot 10 weken is het soms ook blindedarmcoccidiose. We zien dan meestal bloed in de ontlasting en dat is de reden waarom de kopjes bleek worden. Ze worden dan lusteloos, laten hun vleugels hangen en de bevedering wordt ruw. De eetlust neemt af en ze vermageren met de dood tot gevolg. Coccidiose treedt op bij overbevolking, slechte ventilatie en vochtige bodembedekking. Vermijd die problemen door te zorgen voor een optimale verluchting in het hok, droog strooisel en niet te veel dieren op een vierkante meter. Breng de drinkbakken op een zodanige hoogte dat de kuikens het niet kunnen vervuilen. Zet nooit kuikens op oud strooisel of in een hok met een ongekuiste bodem. Opfok op roosters beperkt het mestcontact en werkt preventief. Komt het uiteindelijk toch tot een besmetting dan is een in de handel te verkrijgen anti-coccidiosemiddel afdoende. Geef ze tijdens de behandeling ook een vitaminestoot (Vit. A) omdat de darmflora is aangetast. Plaats nooit of nooit verse kuikens op een bodem waar al vroegere kuikens hebben verbleven. Vervangen van het bodemstrooisel en de bodemontsmetting (Dettol) zijn meer dan noodzakelijk. Ontsmet steeds uw schoeisel want dat voorkomt het verslepen van oöcysten van het ene hok naar het andere. Het merkwaardige aan oöcysten is dat ze tot 1,5 jaar in de bodem kunnen leven in een soort van sluimertoestand. Stijgt de temperatuur en ze worden opgepikt dan gaan ze zich vermeerderen en de darmvliezen beschadigen, diarree treedt dan ook zeer snel op. Als de zon in maart schijnt is het hoog tijd om de lege hokken die u hebt klaar staan voor de jonge dieren nog eens grondig schoon te maken. Die lege hokken waren al gekuist op het einde van het fokseizoen en zijn nu uitgewinterd door de vorst. Neem hiervoor een hogedrukreiniger of een oude schrobber met kokend sodawater. Dit is een stokoud middel maar het werkt goed. Daarna ontsmetten met Halamid of Dettol dat u aan het water toevoegt. Dan alles laten opdrogen en daarna goed ventileren en na een week zijn de hokken klaar om de jonge dieren te huisvesten. Bij de konijnen hebben de meeste fokkers al jongen in de nesten in maart. Toch zijn er ook fokkers die pas starten met de kweek in maart. Kweekt men toch in de volle winterperiode is het best om gebruik te maken van nestkasten. Dit heeft het voordeel dat de jongen meer beschutting hebben en minder gemakkelijk uit het nest geraken. Ook in maart en april kan men door de sterk wisselende temperaturen in buitenhokken de nestkasten nog gebruiken. Het konijn is een holbewoner

Pluim & Pels 17


en op deze manier benadert men de natuurlijke omstandigheden zo goed als mogelijk. Het werpen van de jongen kan hier ongestoord plaatsvinden en het dier voelt zich in de donkere ruimte beschut. Men kan het nest ook gemakkelijk controleren zonder de voedster uit het hok te moeten halen. Doe niet al te veel stro of hooi in de nestkast, want dat doet de voedster zelf wel. Ongeveer een week voor het werpen begint de voedster een nest te maken. De laatste week maakt ze daarom alleen de mesthoek schoon. De ene voedster zal ruimschoots op tijd me stro gaan slepen en haar plukken, terwijl de andere hiermee wacht tot het laatste moment. Het werpen gaat gewoonlijk erg vlot, binnen enkele minuten zijn alle jongen er. Controle na de geboorte is noodzakelijk om eventuele dode jongen en andere verontreinigingen uit het nest te kunnen verwijderen. Na die controle wordt het nest absoluut met rust gelaten. De jongen worden met gesloten ogen geboren en deze gaan open omstreeks de 9de dag. Het is raadzaam en dit geldt zowel voor konijnen, cavia’s en muizen meerdere voedsters gelijktijdig drachtig te hebben om indien nodig jongen te overleggen. Als je meerdere zeugen bij elkaar hebt, dan zogen ze hun eigen jongen even graag als die van de anderen. Het overleggen kan alleen de eerste 9 dagen, daarna wordt de kans steeds groter dat de moeder de jongen niet meer accepteert. Voor de fokadministratie kan men bijvoorbeeld de te overleggen jongen met een gekleurde viltstift in het oor merken. De mooiste tijd om konijnen te kweken is wel tegen maart wanneer de winterse problemen zichzelf hebben opgelost. Veel succes gewenst dit seizoen met de opfok van de jonge dieren. Ronny Ieperman

Pluim & Pels 18


Vraag en antwoord Kunnen bij het broeden pleegouders worden gebruikt bij onze park- en watervogels? Dat kan als je niet beschikt over een broedmachine of als de machine vol zit of kapot is. Als de vogel zelf niet tot broeden overgaat waardoor de eieren te oud dreigen te worden. Bij soorten waar men de kuikens moeilijk aan het eten krijgt, de pleegmoeders kunnen het bijbrengen. Bij te schuwe en onrustige exemplaren die anders de eieren toch breken. Volgende tips zijn zeker bruikbaar. Veel groen en ruimte Kalkoenen voor eieren van pauw, fazant en gans. Als ze broeds zijn kunnen ze verplaatst worden met hun nest. Gedomesticeerde gans voor eieren van wilde ganzen en grote tamme eenden. Nadeel is dat ze meestal niet verplaatsbaar zijn en ze broeden erg vroeg in het voorjaar. Grote kippen voor eieren van eend of gans, kalkoen, pauw en grote fazantensoorten. Nest kan verplaatst worden. Krielkip voor eieren van parelhoen, kleine fazanten, patrijzen, talingen en kleine eenden. Is in nest verplaatsbaar. Lachduif voor eieren van wilde duiven, is met de broedschaal verplaatsbaar. Muscuseend voor eieren van ganzen en grote eenden. Niet of moeilijk verplaatsbaar, erg trouwe broeders. Tamme eenden voor eieren van andere eenden. Niet erg betrouwbaar. Wilde – of parkeenden voor eieren van wilde- of tamme soorten. Niet verplaatsbaar, moeten achteraf met de kuikens gevat worden. Fazant voor eieren van andere soorten fazanten. Niet verplaatsbaar, geen verschillende eieren onder 1 broedsel leggen. Kwakers voor eieren van wilde soorten en talingen. Moeilijk verplaatsbaar, maar erg trouwe broeders. Als het nest zich in een bak, ton of kist bevindt, dan is het meestal ook verplaatsbaar. Pleegouders moeten rustige dieren zijn. Ze moeten al enkele dagen trouw aan het broeden zijn. Ze mogen geen ongedierte bezitten en geen kalkpoten hebben, want dat kunnen ze overbrengen op de kuikens. Als regel geldt dat de grootte van de pleegouder in verhouding staat met de grootte van de aan haar toevertrouwde eieren. Daardoor vormt het draaien van de eieren geen probleem en kunnen de eieren niet kapot getrapt worden.

Waardoor kunnen windeieren ontstaan en wat kun je er aan doen? Windeieren zijn eieren zonder kalkschaal. Leggende hennen kunnen soms spontaan een windei leggen. Dat komt soms door het verstoren van het normale ritme zoals het verplaatsen van omgeving of deelname aan een tentoonstelling. Soms zijn er echter ook geen aanwijsbare reden. Het ei wordt te vroeg gelegd, wat meestal éénmalig is. Wanneer hennen onder normale omstandigheden windeieren blijven leggen is er iets anders aan de hand. De oorzaken zijn meestal: kalkgebrek, infectieuze bronchitis, libellenziekte of vitamine D3 gebrek. Kippen die vrijuit lopen hebben zelden gebrek aan kalk. Kippen die binnen zitten moeten we van kalk voorzien. In het huidige voer zijn grondstoffen in de vorm van kalk toegevoegd. Voor hanen is dat voldoende, maar voor leggende hennen meestal niet. Een leggende hen heeft veel kalk nodig om het ei steeds weer van een schaal te voorzien. Dus grit en gebroken schelpen steeds onbeperkt verstrekken. Grit helpt ook de maag bij het vermalen van het voedsel. Jonge dieren hebben ook extra kalk nodig voor de opbouw van het skelet. Hennen die geen kalk krijgen zullen regelmatig windeieren leggen. Infectieuze bronchitis wordt door een virus veroorzaakt en kan beschadiging aan de eileider veroorzaken. De ziekte kan dieren op alle leeftijden treffen en is een ziekte die alleen bij de kip voorkomt. Het begint met een luchtwegenaandoening waarbij ademhalingsmoeilijkheden optreden. Een typische hoest met af en toe een hoge schreeuw zijn kenmerken. Ze verplaatsen zich opvallend rechtop zoals pinguïns. De dieren zijn echt ziek en 25% sterft. Herstelde dieren kunnen een blijvende beschadiging van de eileider hebben en kunnen geen ei meer leggen. Exemplaren met minder beschadiging leggen wel nog eieren maar in de vorm van geribbeld of krom. Bij niet volledige afsluiting van de eileider kunnen windeieren worden gelegd.

Pluim & Pels 19


Libellenziekte is een parasitaire aandoening, welke veroorzaakt wordt door een klein eirond zuigwormpje. Dit wormpje houdt zich op in de eileider van leggende kippen. Ze leggen er hun eitjes welke via de cloaca met de mest naar buiten komen. Voor de rijping van de eitjes en de ontwikkeling van het larfje zijn twee tussengasten nodig. Eerst de slak en vervolgens de libel. Wordt een besmette libel door een kip opgepikt, dan komen de larfjes in het maagdarmkanaal vrij. Via de cloaca verplaatsen ze zich naar de eileider om daar tot volwassen wormpjes uit te groeien. Die wormpjes maar ook de eitjes prikkelen de wand van de eileider, waardoor de dieren zeer veel persen en ook de pingüinhouding aannemen. Daardoor word het ei voor dat het voorzien is van een schaal al gelegd. In erge gevallen komt er een eileider- en of buikvliesontsteking van. Vitamine D3 gebrek is de grootste veroorzaker van windeieren. Vitaminen werken als katalysator of smeermiddel. Vitamine zorgt ervoor dat het grit die de kip opneemt in bruikbare kalkvorm wordt omgezet en vervolgens via de bloedbaan afzet daar waar het nodig is. Buitenlopende kippen hebben normaal gezien geen gebrek, want ze maken het zelf aan onder invloed van direct zonlicht. Door ultraviolet licht (zonlicht) worden sterinen (soort vetten) omgezet tot vitamine D3. Dieren die niet in het zonlicht of achter glas zitten, kunnen dat niet en zijn afhankelijk van de vitamine D3 in het voer. Geef indien nodig het product ‘Davitamon’ die in water oplosbaar is en die in de apotheek verkrijgbaar is. Het resultaat is verbluffend. Men moet het wel dagelijks aanmaken want het oxydeert snel onder invloed van te hoge temperaturen en veel licht. Wanneer het probleem van de windeieren opgelost is kunt u stoppen met het geven van het product.

Pluim & Pels 20


Pluim en Pels kroniek maart 2010