Issuu on Google+

13 e jaargang | 25/06/2011 | nr. 3

Va k b l a d v o o r h e t p r i m a i r o n d e r w i j s

Nieuw: Plein Primair in de restyle Ook onze vernieuwde site is online: www.pleinprimair.nl

Henk Keesenberg

Informatie over Passend onderwijs dringend gewenst Gaat het infopunt door?

Co de Custer

Omvang speciaal onderwijs gaat krimpen

Gevolgen van Passend onderwijs nieuwe stijl

Jeroen Dijsselbloem

Geen blauwdruk vanuit Den Haag

Kritiek op overhaaste invoering Passend onderwijs

Gastcolumn Rob Godfried

Bent u zo'n excellente leerkracht?

>>


Redactioneel

Nieuw: Plein Primair

Snel en actueel, selectief en verdiepend Het bijzondere van een snelle tijd is dat de aandacht van mensen korter is. Films zijn sneller geworden, presentatoren praten sneller, computer werken snel, reizen willen we het liefst in steeds minder tijd. Het is de vraag of de I-pad niet definitief het einde heeft ingeluid van het gedrukte woord op papier. Al deze overwegingen zijn voorbij gekomen toen we als redactie samen met de uitgever nadachten over de toekomst van Plein Primair. Het blad wordt gewaardeerd, maar toch steeds klinkt de vraag naar het digitale. Is dat niet de toekomst? Moet je niet helemaal over naar de digitale nieuwsgaring? Als blad dat over actuele onderwijsontwikkelingen wil schrijven, is zelfs maandelijks verschijnen hollen achter de nieuwsfeiten aan. Omdat de nieuwsgaring tegenwoordig meer en meer via het internet verloopt, hebben we besloten dat Plein Primair nieuwe stijl meer moet gaan inspelen op deze digitale kant. Het blad verschijnt voortaan zes, in plaats van tien, keer per jaar. De vernieuwde website gaat een belangrijkere rol spelen en gaat de actualiteit bedienen. Het blad verschijnt voortaan zes, De website voorziet in nieuws en interactie met de lezers. De website gaat dagelijks actueel nieuws in plaats van tien, keer per jaar. brengen. Dit gebeurt door middel van berichten maar ook door filmpjes, geluid en afbeeldingen. Regelmatig zullen we de abonnees een e-brief De vernieuwde website gaat een sturen met actueel nieuws. Daarnaast treft u op de website rss-feeds, polls, links en een weblog van de belangrijkere rol spelen en gaat de redactie aan.

actualiteit bedienen.

Tegelijkertijd onderkennen we te midden van die snelheid van het nieuws een hang naar selectie en duiding. De omloopsnelheid van het nieuws op internet is groot, het aanbod is gigantisch en groeit nog met de dag, maar als je ‘stil’ wilt staan bij onderdelen van het geheel, als je verdieping en betrouwbare duiding zoekt, is dat moeilijk te vinden. Daarom blijft Plein Primair zes keer per jaar verschijnen in bladvorm en blijft het blad draaien om de duiding, de opinie, achtergrond en het interview. Plein Primair is één van de weinige onafhankelijke onderwijsvakbladen die lezers informeert over de actualiteit en duiding geeft aan de actuele ontwikkelingen in de wereld van het primair onderwijs. Deze kracht gaan we versterken en blijft behouden in de nieuwe opzet van Plein Primair. In deze uitgave kijken we met meer dan gemiddelde aandacht naar de deining die Passend onderwijs in het afgelopen half jaar heeft veroorzaakt. Veel is nog onzeker, veel moet worden uitgewerkt. Plein Primair probeert aan de hand van het PvdA-kamerlid Jeroen Dijsselbloem, onderwijsadviseur Co de Custer en de coördinator van het Infopunt Passend Onderwijs wat meer duidelijkheid te scheppen in de toekomst van Passend onderwijs. www.pleinprimair.nl

2

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Inhoud

Kort nieuws . . . . . . . . . . . . . . 7 Infopunt Passend Onderwijs . . . . . 9

Informatie over Passend onderwijs dringend gewenst

PvdA’er Jeroen Dijsselbloem

Geen blauwdruk vanuit Den Haag

In beeld . . . . . . . . . . . . . . . 12

In deze bijdrage spreekt Jeroen Dijsselbloem zich uit voor een niet al te overhaaste invoering van Passend onderwijs. “We zijn buitengewoon ongeduldig. We voeren ingrijpende veranderingen door in zeer korte tijd.”

Column De kwestie . . . . . . . . . 14

- Amerikaanse onderwijsvernieuwing - Verband tussen onderwijs en ADHD - Verbinden, inspireren en legitimeren

Scholen moeten elk jaar de slechtste 5% van hun leraren ontslaan

4

Nieuws . . . . . . . . . . . . . . . 18 - Een goed schoolgebouw verbetert de leerprestaties - Beoordeel je collega - Onderzoek Leraar 24

Soundbytes . . . . . . . . . . . . . 20

Onderwijsadviseur Co de Custer

Gastcolumn . . . . . . . . . . . . . 24

Een bonus voor excellente leerkrachten. Daar zit iets in, maar wat?

Omvang speciaal onderwijs gaat krimpen Wat zijn de gevolgen van Passend onderwijs nieuwe stijl? Onderwijsadviseur Co de Custer is er van overtuigd dat de scholen voor speciaal onderwijs een wat ruimhartiger toelatingsbeleid zullen gaan voeren.

Nieuws . . . . . . . . . . . . . . . 25 - Zijn de actieplannen van de minister wel haalbaar? - Nog steeds actie tegen bezuinigingen

15

Agenda . . . . . . . . . . . . . . . 28 Nieuws . . . . . . . . . . . . . . . 31

Kanttekening bij wetsvoorstel Passend onderwijs

Colofon . . . . . . . . . . . . . . . 31

Zorg voor kwaliteit

Kwaliteitszorg is eigenlijk een logische handeling De kwaliteit van vandaag is niet die van gisteren en die van morgen zal weer anders zijn, net zoals de kwaliteit van de ene school verschilt van die van de andere school.

22

MEER ACTUELE INFORMATIE OP WWW.PLEINPRIMAIR.NL

Vroeg vreemde talenonderwijs

Good policy should not be built to go fast Er is nog weinig landelijk vastgelegd rondom vroeg vreemde talenonderwijs, toch onderkent ook minister Van Bijsterveldt het belang er van: “Je zou kunnen zeggen dat het met taal is zoals met ballet, of turnen: hoe meer je beweegt, hoe leniger je wordt.”

26 3

2 7 / 0 1 / 2 0 1 1 | n r. 1


Dijssel bloem

PvdA’er Dijsselbloem over Passend onderwijs

Geen blauwdruk vanuit Den Haag Draagvlak moet je kweken, creëren en je moet er aan werken, aldus de onderwijsspecialist van de PvdA, Jeroen Dijsselbloem. In deze bijdrage aan Plein Primair spreekt hij zich uit voor een niet al te overhaaste invoering van Passend onderwijs. “We zijn buitengewoon ongeduldig. We voeren ingrijpende veranderingen door in zeer korte tijd. Maar er dreigen”, aldus Dijsselbloem, “zaken goed mis te gaan.” Hij wijst in de eerste plaats naar de bezuinigingen die nu toch weer drijfveer voor de operatie Passend onderwijs dreigen te worden. Dat is enorm riskant, weet de parlementariër met name uit het onderzoek naar de invoering van onderwijsvernieuwingen in het voortgezet onderwijs onder zijn regie.

4

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Dijssel bloem

Jeroen Dijsselbloem (PvdA) heeft naam gemaakt als voorzitter van de Parlementaire Onderzoekscommissie naar onderwijsvernieuwingen. Toen bleek dat onderwijsvernieuwingen soms te hard gaan en dat de politiek te weinig oog en oor heeft voor de uitvoering van vernieuwings- en veranderingsbeleid. Inmiddels zit hij als woordvoerder onderwijs in de oppositiebanken in de Tweede Kamer en probeert hij het beleid van het kabinet, ook vanuit de wijze lessen uit het recente verleden, bij te sturen. Toen in januari van dit jaar de bezuinigingsplannen op Passend onderwijs in de Kamer aan de orde waren, nam ook de PvdA een stevig aandeel in een felle oppositie tegen deze - toch wel erg bruuske - bezuinigingen. Die ingrepen zijn inmiddels uitgesteld en het is de vraag of de veranderde verhoudingen in de Eerste Kamer nog voor meer uitstel, of wellicht zelfs tot afstel, kunnen leiden.

Zijn er afspraken gemaakt? “Je hebt nu wel een situatie waarin we invloed kunnen uitoefenen, als het gaat over Passend onderwijs”, meent Jeroen Dijsselbloem in zijn kamer in het gebouw van de Tweede Kamer. “De SGP is voor haar doen inhoudelijk kritisch geweest op dit onderwerp in de debatten. We hebben gezamenlijk de motie Van der Staaij-Cohen ingediend. Die motie zei: ‘Neem er meer tijd voor, stel het uit en smeer het uit’. Die motie is uitgevoerd, maar daarmee is het probleem nog niet van tafel. Ik hoop dat de SGP bij haar kritiek blijft. Dat wil zeggen, dat de SGP vindt dat deze bezuiniging niet te rechtvaardigen is. Dat is nog onduidelijk. Het is ook niet duidelijk of er overleg is geweest met de SGP, toen het kabinet besloot om de bezuinigingen uit te stellen. En of er zoiets is afgesproken: als jullie het uitstellen, dan steunen wij verdere invoering en verdere bezuinigingen.” “De pijn van de ingrijpende bezuinigingen die het kabinet heeft voorgesteld, komt in belangrijke mate terecht bij het speciaal onderwijs. Omdat de middelen voor de zorg voor leerlingen in afgeslankte vorm terecht komen bij nieuwe samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs, is een belangrijk gevolg dat een aanzienlijk deel van de ambulant begeleiders zal moeten verdwijnen. In de voorstellen van minister Van Bijsterveldt hadden de bezuinigingen vrijwel onmiddellijk moeten ingaan.” Dijsselbloem maakt nog eens duidelijk waarom die snelle ingrepen van tafel moesten. “Dat betekende dat per 2010 6000 ambulante begeleiders ontslag zou moeten worden aangezegd, zonder dat er enig zicht zou zijn op een nieuwe functie voor deze mensen in de nieuwe samenwerkingsverbanden. Die nieuwe samenwerkingsverbanden zijn er immers nog niet, het nieuwe stelsel is er nog niet en er is geen nieuwe wetgeving, etc. Toch moesten die mensen maar wel alvast worden ontslagen. Het is nu theoretisch mogelijk, om de samenwerkingsverbanden in de benen te trekken en de overgang te regelen voor een deel van deze mensen van het speciaal onderwijs naar de nieuwe samenwerkingsverbanden.”

Klaar met schaalvergroting Het kabinet heeft voorstellen gedaan voor de vorming van grotere samenwerkingsverbanden in het primair onderwijs. In het voorgezet onderwijs is de schaal van de verbanden al groot genoeg om de nieuwe taken in het kader van Passend onderwijs op zich te nemen. Dijsselbloem waarschuwt met name ook hier weer voor de grote tijdsdruk. “De minister heeft bedacht, dat er nieuwe samenwerkingsverbanden in het leven geroepen moeten worden, die vooral voor het primair onderwijs veel groter zijn dan de huidige samenwerkingsverbanden. Het is gewoon een ‘top-down’ blauwdruk.” Het PvdA-kamerlid herinnert er nog maar even aan, dat je bij die vorming van nieuwe verbanden een aantal kanttekeningen kunt plaatsen. “Ik dacht dat we ondertussen wel klaar waren met de schaalvergrotingen in het onderwijs. Maar dit wordt echt een hele forse schaalvergroting. Je krijgt te maken met samenwerkingsverbanden die soms wel

5

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3

80 schoolbesturen omvatten, die vervolgens nog eens honderden scholen onder zich hebben.” “Een ander punt van kritiek draait om vraag waarom je samenwerkingsverbanden die op elkaar ingespeeld zijn en waar vertrouwen is ontstaan, die goed draaien, weer overhoop moet halen? In de derde plaats kun je je afvragen wat het voor ouders betekent? Er komt dan wel een zorgplicht, maar die komt dé facto te liggen op het niveau van het samenwerkingsverband. Je meldt als ouder je kind aan bij een school en die kan zeggen: ‘Prima, ik geef deze aanmelding door aan het samenwerkingsverband, want ik kan er even niks mee.’ Het samenwerkingsverband is dan verplicht om het kind een plek aan te bieden. Maar als het samenwerkingsverband straks een gebied van honderden vierkante kilometer beslaat, ben je als ouder volstrekt machteloos. Voor het zelfde geld wordt je kind op een school 50 km verderop geplaatst en dat heb je dan maar te accepteren. Want de positie van de ouders wordt in de voorstellen van de minister, en dat is één van mijn belangrijkste kritiekpunten, echt helemaal uitgekleed.“

“Ik dacht dat we ondertussen wel klaar waren met de schaalvergroting in het onderwijs.”

Bezuinigingen als drijfveer Door alle rumoer die rond de voorstellen voor Passend onderwijs is ontstaan, lijkt het wel of de gedachte achter de voorstellen ook onder kritiek staat. Ook Dijsselbloem beaamt nog maar eens ten overvloede dat het daar niet in zit. “Dat heb ik ook altijd verdedigd. Daar ligt het punt niet. Afgezien van de SP is er Kamerbreed steun voor de gedachte achter Passend onderwijs. Het draait erom dat scholen samenwerken. Geef hen de middelen, maar geef hen ook de plicht om voor alle kinderen een plek te bieden met adequate begeleiding. Voor die hoofdlijn van Passend onderwijs bestaat brede steun.” Maar er dreigen, stelt Dijsselbloem, twee zaken goed mis te gaan. Hij wijst in de eerste plaats naar de bezuinigin-


Dijssel bloem

gen die nu toch weer drijfveer voor de operatie Passend onderwijs dreigen te worden, terwijl uit het onderzoek naar onderwijsvernieuwingen onder zijn regie gebleken is, dat het doorvoeren van een grote stelselwijziging en tegelijkertijd zo fors bezuinigen enorm riskant is. “Het is ‘killing’ voor de motivatie van de onderwijsorganisaties. Het draagvlak was al kwetsbaar. Ik ken veel leraren die aangeven dat ze niet zitten te wachten op Passend onderwijs of op nog meer kinderen met problemen in hun klas, maar het draagvlak was groeiende. Nu krijg je de kinderen, maar niet het geld erbij. Althans veel minder dan verwacht. Een tweede grote kwetsbaarheid is, dat je dit soort stelselherzieningen, die soms onvermijdelijk zijn - ik ben er sowieso geen groot fan van - buitengewoon zorgvuldig moet invoeren. Je moet dat zeker niet doen met een blauwdruk vanuit Den Haag en zeggen: ‘en volgend jaar moet u zo gaan werken’!”

Buitengewoon ongeduldig Jeroen Dijsselbloem zucht over het regelmatig terugkerend gegeven, dat mensen soms zo weinig leren van de lessen uit het verleden. “Laten we nou de paar lessen die we hebben geleerd van de grote onderwijsveranderingen proberen vast te houden.” De PvdA’er, die inmiddels gerekend kan worden tot de mensen met een lange parlementaire ervaring (11 jaar, red.), weet inmiddels wel hoe belangrijk het is dat je voor grote veranderingen in de samenleving een stevig draagvlak hebt. Draagvlak moet je kweken, creëren en je moet er aan werken, meent hij. Voor hem heeft de onvrede die je niet alleen in de Nederlandse, maar ook in de Europese samenlevingen tegenkomt, veel te maken met het functioneren van de overheid. “Eén van de meest kwetsbare dingen van het functioneren van de publieke sector is, dat ze de tijd niet meer krijgt zich te verbeteren. Mensen zijn niet tegen de overheid. Veel mensen willen gewoon dat de overheid garant staat voor een goede publieke sector, dat er goede zorg is, goed openbaar vervoer en goed onderwijs. Maar als je vervolgens kijkt hoe de overheid, en daarmee ook de politiek, omgaat met de publieke sector. Niets krijgt de tijd om zich te verbeteren. We zijn buitengewoon ongeduldig. We voeren ingrijpende veranderingen door in zeer korte tijd. Althans, de politiek doet er vaak lang over en vervolgens moet de publieke sector, in dit geval het onderwijs, het in een razend tempo doorvoeren. Meestal met te weinig middelen en soms zelfs met een bezuiniging. Parallel daaraan concluderen we het liefst al naar een jaar dat het allemaal niet goed genoeg is, om de volgende grote stelselwijziging er achteraan te jagen.”

6

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Actueel

pleinprimair.nl

pleinprimair.nl

Home

Actueel

Kennismaking

Abonneren

Verklaring voor

Innovatiebrigade

gedragsprobleem bij jongens

De Innovatiebrigade, een initiatief van InnovatieImpuls Onderwijs, wil schoolleiders en leraren inspireren het onderwijs beter, leuker en slimmer te maken. Waar droom je van? Wat zou echt een verschil uitmaken? Waar loop je met je school tegenaan? Wat geeft jou inspiratie? Scholen die nieuwsgierig zijn, en die graag zelf aan de slag willen, kunnen een middaglang (belangeloos) worden ondersteund door een team van experts, schoolleiders, leraren en onderwijsadviseurs. Deze brigade trekt er op uit om op scholen (po en vo) een innovatie beweging te starten met respect voor de unieke situatie van elke school, aansluitend bij de ontwikkelvragen van de school en het team/ ouders/ eventueel leerlingen. Doel van dit initiatief is, dat scholen stappen verder komen in het denken over hun innovatieplannen. Het initiatief wordt uitgevoerd door het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) en Stichting Nederland Kennisland. www.innovatieimpulsonderwijs.nl

Ruim 80% van de leerkrachten in het basisonderwijs is vrouw, en deze (getalsmatige) dominantie van de juffen zou leiden tot vervrouwelijking van het onderwijs. Met als gevolg, dat samenwerken, taalvaardigheid en communicatie prioriteiten zijn geworden. Jongens zouden daarmee in het nadeel zijn, omdat dit zou botsen met het natuurlijke gedrag van jongens, niet met het natuurlijke gedrag van meisjes. Dit nadeel vertaalt zich in gedragsproblemen waarvoor de juf als verklaring wordt aangedragen. Marjolein Rietveld, docent bij de Lerarenopleiding Basisonderwijs (Pabo Almere) van Windesheim Flevoland heeft, samen met onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam, onderzocht hoe het zit met de feminisering van het onderwijs. In het onderzoek is een koppeling gemaakt tussen gedragsproblemen van leerlingen en het geslacht van hun leerkracht, om na te gaan of jongens inderdaad een nadeel ondervinden van een juf. De resultaten bevestigen dat jongens vaker en ernstiger probleemgedrag vertonen dan meisjes. Maar jongens vertonen evenveel gedragsproblemen bij de juf als bij de meester. Dat geldt trouwens ook voor meisjes. Opvallend in het onderzoek is de betrokkenheid van ouders. Ouders hebben het gedrag van hun eigen kinderen beoordeeld aan de hand van meer dan 100 vragen. De ouders wisten bij het geven van deze beoordelingen niet dat leerlingen van juffen en meesters met elkaar vergeleken zouden worden. Ook volgens de ouders blijkt de aanwezigheid van de juf, in vergelijking tot de meester, niet te leiden tot een verandering in de aard of de ernst van gedragsproblemen van hun kinderen. Het maakt niet uit of de beoordeling door de moeder of vader is gedaan.

Een smartphone, wat is dat? Uit het onderzoek van de Nationale Academie voor Media & Maatschappij blijkt dat Nederlandse scholen zich geen raad weten met het gebruik van mobieltjes binnen de school, met alle gevolgen van dien. Dat blijkt uit een kwalitatief onderzoek dat is uitgevoerd in de periode januari tot mei 2011 op 120 Nederlandse scholen, waaronder 42 basisscholen en 78 middelbare scholen. Het onderzoek bestond uit individuele gesprekken met 149 directieleden en/of onderwijzend personeel en 40 groepsgesprekken met 360 leerlingen. Tien van deze groepsgesprekken vonden plaats op basisscholen. De leeftijd van de leerlingen lag tussen de 10 en 16 jaar oud. Uit het onderzoek kwam naar voren dat het probleem al begint bij de ‘naïviteit’ van het Nederlandse onderwijs; men is vaak niet voldoende op de hoogte van de mogelijkheden van de huidige mobieltjes en smartphones. Scholen blijken nauwelijks tot geen afspraken te hebben gemaakt over het gebruik van mobieltjes binnen de school. Als er al afspraken zijn gemaakt, dan zijn deze niet eenduidig en worden ze niet consequent door het schoolteam gehandhaafd. Hoog tijd dat scholen beleid ontwikkelen dat aansluit bij de huidige tijdgeest. Ook basisscholen moeten aan de bak omdat de gemiddelde leeftijd waarop kinderen een eerste mobiele telefoon gaan gebruiken, blijft dalen. www.mediaenmaatschappij.nl MEER NIEUWS OP WWW.PLEINPRIMAIR.NL >>

7

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Actueel

pleinprimair.nl

pleinprimair.nl

Home

Actueel

Kennismaking

Abonneren

Veilig twitteren

Cultuureducatie

Onlangs kwam naar buiten dat veel mensen in het onderwijs minder op de hoogte zijn van de social-media dan de leerlingen. De Nationale Academie voor Media & Maatschappij publiceerde recentelijk vijftien tips voor veilig twitteren voor leerlingen. Wij geven u hieronder de belangrijkste mee:

Visie op cultuureducatie is belangrijk. Om scholen te helpen die visie te ontwikkelen, stelt de regeling ‘Versterking cultuureducatie in het primair onderwijs 2011-2012’ geld beschikbaar voor cultuureducatie. De stimuleringsregeling is bedoeld voor het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Het is de bedoeling om cultuureducatie in samenhang met andere leergebieden in het onderwijsprogramma te brengen. Binnen de regeling is aandacht voor deskundigheidsbevordering van het personeel en deelname aan een netwerk van scholen en culturele instellingen. De regeling is een voortzetting van de 'Regeling versterking cultuureducatie in het primair onderwijs 2008-2011’. www.cultuurplein.nl

1. Bedenk al bij het aanmaken van je Twitter-account af hoe je op Twitter wilt heten. Dat bepaalt namelijk hoe je gevonden zult worden. Gebruik zo min mogelijk privégegevens zoals adressen, telefoonnummers, foto’s e.d. 2. Kies een ingewikkeld wachtwoord dat uit letters, cijfers en een leesteken bestaat 3. Als je op een openbare (b.v. school)computer twittert, log dan altijd helemaal uit zodat een ander niet jouw Twitter-account kan gebruiken 4. Besef goed dat al jouw tweets en retweets openbaar zijn - dus voor iedereen zichtbaar! Een Direct Message (DM) is dat niet. Die is persoonlijk. Alleen de geadresseerde kan hem lezen 5. Check regelmatig je followers. Omdat veel bedrijven scannen op trefwoorden, zul je zien dat als je bijvoorbeeld twittert met een plaatsnaam erin, je opeens een makelaar uit dat dorp of die stad als follower krijgt. Wil je een follower niet? Verwijder hem door te klikken op Block 6. Als je hashtags # gebruikt, weet dan dat iedereen via deze hashtags een tweet van jou kunnen zien en kunnen doorklikken naar jou 7. Als je foto’s in jouw openbare tweets en retweets gebruikt zijn ook deze voor iedereen te zien en aan te klikken én te versturen en verder te gebruiken Op www.mediaenmaatschappij.nl staan nog veel meer tips en informatie over social-media en het gebruik er van.

8

25 7/06 1 / 2 0 1 1 | n r. 3 1

100 jaar Annie M.G. Schmidt Dit jaar staat in het teken van Annie M.G.Schmidt. Op 20 mei was het 100 jaar geleden dat Annie M.G. Schmidt werd geboren. En wie jarig is (geweest), trakteert. Ter gelegenheid van die honderdste geboortedag van Annie M.G Schmidt heeft het Annie-M.G.-comité de bakkersleerlingen van het ROC van Amsterdam gevraagd om tweeduizend koeken te bakken. Met als resultaat heerlijke gevulde koeken. Op de feestdag zelf deelden de bakkersleerlingen van het ROCvA deze zelfgebakken koeken uit op het Spui in Amsterdam. Elke maand staat bij Uitgeverij Querido een boek van Annie centraal. En rondom dat boek worden activiteiten en kortingsacties in de boekhandel georganiseerd en zijn allerlei materialen te bestellen of te downloaden. Verder is er een maandelijkse prijsvraag. Voor dit ‘eeuwfeest’ is een verhalenboek verschenen: 100 x Annie, met 100 verhalen, versjes, fragmenten en veel meer moois dat Annie M. G. Schmidt voor kinderen schreef. Met favorieten als Pluk, Otje, Jip en Janneke, Minoes en Floddertje. Maar ook met Kroezebetje, de Graaf van Weet-ik-veel, een varkentje in Vught en een beer uit Breukelen.


Passend onderwijs

Gaat het Infopunt door?

Informatie over Passend onderwijs dringend gewenst Er zijn collega’s in het onderwijs die de term Passend onderwijs met enige schroom uitspreken. Het onderwijsveld is dringend toe aan duidelijkheid over de vormgeving in de onderwijspraktijk. Per week komen er op het Infopunt Passend Onderwijs zo’n 50 verzoeken binnen om nadere informatie over de invoering. Coördinator van het Infopunt Henk Keesenberg weet nog niet of en op welke wijze het infopunt verder mag. In een gesprek met Keesenberg over veel gestelde vragen lost de mist rond het onderwerp al een beetje op. Hij reageert op de angst van leraren dat ze er bakken met kinderen met gedragsproblemen bij zouden krijgen. “Als je morgen alle speciaal onderwijs zou opheffen – je moet dat natuurlijk nooit doen – dan krijgt iedere basisschool in Nederland er slechts zeven kinderen bij!”

Het Infopunt Passend Onderwijs dat sinds 2006 actief is, heeft te maken gekregen met een periode van relatieve rust. Even was het wachten op een nieuw kabinet en op duidelijkheid over de koers van de nieuwe minister en toen weer was het wachten op het uitwoeden van de golven van protest tegen de forse voorgestelde bezuinigingen. Nu de bezuinigingen zijn uitgesteld, maar niet afgesteld en er weer actie wordt ondernomen richting de vorming van nieuwe samenwerkingsverbanden Passend onderwijs, kan het infopunt zich weer opmaken voor actieve vormen van informatievoorziening.

Minder labelen De minister is met haar ambtenaren nog stevig aan het werk geweest om nog voor de zomervakantie met een brief te komen over Passend onderwijs. Op de valreep gaat ook de Tweede Kamer nog voor het zomerreces met de minister in gesprek over de toekomst van Passend onderwijs. In het onderwijsveld is nog veel onduidelijk en de behoefte aan informatie is groot. Henk Keesenberg merkt dat wel aan het grote aantal verzoeken (circa 50 per week) uit het land om toch vooral eens op te komen draven en uitleg te geven over wat scholen en besturen in het kader van Passend onderwijs te wachten staat. Toch is het op het moment dat deze bijdrage geschreven werd onduidelijk of het infopunt eigenlijk wel verder kan met zo’n voorlichtende functie. Als het aan de PO-Raad ligt, de plaats van waaruit de voorlichting nu plaatsvindt, moet dat zeker gebeuren. Niet alleen scholen en schoolbesturen

9

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Passend onderwijs komen met hun vragen naar het infopunt, maar ook ouders, studenten, gemeenteambtenaren en wethouders trekken bij Keesenberg aan de bel om te horen hoe het nou precies zit. De onzekerheid over de vorm waarin Passend onderwijs gestalte gaat of moet gaan krijgen, is groot. Er zijn zelfs mensen die zich afvragen of het allemaal wel doorgaat. Keesenberg herinnert deze vragenstellers nog maar eens aan het Kameroverleg over Passend onderwijs van februari van dit jaar. “We hebben op dit moment toch een parlement dat Kamerbreed volmondig ‘ja’ zegt tegen Passend onderwijs. Mensen, die wellicht denken, dat voorstellen rond de invoering van Passend onderwijs in de Eerste Kamer kunnen sneuvelen, zou ik aanraden om daar toch niet al te zeer vanuit te gaan. Eigenlijk zegt iedereen wel ‘ja’ tegen de stelselwijziging. In de voorstellen voor de stelselwijziging zitten er een paar die goed zijn. Dan gaat het om het minder labellen van kinderen, meer uitgaan van wat kinderen kunnen, in plaats van uitgaan van wat ze niet kunnen, de verantwoordelijkheid zo laag mogelijk leggen, budgetteren…bijna iedereen is het over die punten eigenlijk wel eens. Dat is anders als het gaat over de voorgestelde bezuinigingen. Dat vind ik toch een wat ander verhaal.”

“Als je morgen alle speciaal onderwijs zou opheffen – je moet dat natuurlijk nooit doen – dan krijgt iedere basisschool in Nederland er slechts zeven kinderen bij.”

Onderop en bovenaf Belangrijk onderdeel van de voorstellen van minister Van Bijsterveldt is de vorming van nieuwe samenwerkingsverbanden Passend onderwijs. In een aantal regio’s herinneren besturen zich nog wel de regionale samenwerkingsverbanden die enkele jaren geleden zijn gevormd en door toenmalig staatssecretaris Dijksma in één keer werden geschrapt. Het grote verschil tussen de voorstellen toen en de huidige voorstellen is het van onderop en bovenaf. “Toen overheerste de gedachte dat samenwerkingsverbanden toch vooral organisch en dus meer van onderop gevormd moesten worden. Nu is het de bedoeling dat de minister een Algemene Maatregel van Bestuur aan de Kamer voorlegt waarin de besturen kunnen lezen wie hun vrienden en vriendinnen zijn. Het CDA heeft daarop gevraagd of het toch niet wat organischer kan. Ik vind dat het departement een ongelooflijk goede zet gedaan heeft door zelf de regie te pakken en het veld in te gaan om gesprekken te voeren. In de maanden mei en juni zijn er zo’n 80 gesprekken in het primair onderwijs gevoerd onder leiding van deskundige ambtenaren en dat verdient mijns inziens echt een pluim. Afgezien van het gedoe in het begin omdat het allemaal wat in de snelkookpan ging, hoor ik nu veel waardering voor die aanpak. Er is goed geluisterd en men kon zijn ei kwijt. Nu gaat het er natuurlijk om

wat eruit komt. Die vraag wordt mij dus nu met grote regelmaat gesteld. De klemmende vraag is natuurlijk: en bij wie gaan wij horen?”

Dekkend netwerk De vraag die ook met enige regelmaat langskomt, is de vraag naar de schaalvergroting die in de voorstellen van de minister aan de orde is. Zo op het oog lijkt een dergelijke beweging enigszins in strijd met de schaalverkleining die bijvoorbeeld in het hoger beroepsonderwijs wordt voorgesteld. “Er vindt natuurlijk wel een stelselwijziging plaats. Samenwerkingsverbanden zullen in de nabije toekomst leerlingen die de cluster 3 en 4-scholen bezoeken, zelf bekostigen. Als ik nu een klein samenwerkingsverband heb en er klopt bij mij een gezin aan met drie tyltylkinderen (kinderen met een lichamelijke en meervoudige beperking, red.) dan kost mij dat, als die kinderen tien jaar op mijn scholen zitten, een enorme bak met geld. Dat toeval verzacht je natuurlijk wat als je de schaal wat groter maakt. Die wat grotere schaal maakt het ook wat gemakkelijker om tot een verevening te komen, zodat iedereen over evenveel zorgmiddelen kan beschikken. Je zou kunnen zeggen als je een dekkend netwerk van voorzieningen wilt creëren waarbij je èn lichte zorg èn zwaardere en zware zorg wil bieden, dan heb je toch een zekere schaal nodig om het ook waar te kunnen maken. Ik kan me dus de argumenten om aan een grotere schaal te denken heel goed voorstellen. Aan de andere kant weet je ook dat hoe grootschaliger, hoe minder effect dat heeft op daadwerkelijke goeddraaiende netwerken die vooral wijk, stads, subregionaal georganiseerd zijn. Ik zeg dan, dat je dat vooral gewoon in stand moet houden en verder door moet zetten. Wat goed loopt, moet je nooit weggooien. Dat kan natuurlijk ook.” Alles draait om de ruimte die goed draaiende netwerken zullen krijgen en nemen om toch vooral eigen accenten te leggen binnen de grenzen van grotere samenwerkingsverbanden. Op die centrale plek in de regio worden de middelen verdeeld en wordt de hoofdstroom van de aanpak, de ontwikkeling bepaald. “Er zullen regio’s zijn waarin het beleid erop gericht zal zijn om te komen tot een zo krachtig mogelijk regulier onderwijs. Als men die visie heeft, zullen de middelen ook worden ingezet op schoolontwikkeling in het regulier onderwijs. Tegelijkertijd zijn er in het samenwerkingsverband ook kinderen die het beste af zijn in het speciaal onderwijs, dus moet er ook voor gezorgd worden dat er daar kwaliteit geboden kan worden.”

Eropaf Henk Keesenberg ziet de kansen die de stelselwijziging biedt, maar realiseert zich tegelijkertijd dat er al vele jaren lang wordt gewerkt aan vormen van Passend onderwijs. Hij herinnert zich Weer Samen Naar School dat begin jaren ’90 van de vorige eeuw van start ging en stelt vast dat de inspectie nog steeds van mening is dat er in de praktijk van de klas nog veel te verbeteren valt. “We zijn er al lang mee bezig en het zal ook nog wel enige tijd duren voordat we de verbetering die ons voor ogen staat hebben bereikt. Structuren kunnen mensen helpen doelstellingen te bereiken, maar het succes staat of valt bij de inzet van de mensen zelf.” Keesenberg toont zich geïnspireerd door publicaties van Jos van der Lans onder de titel Eropaf. “Van der Lans roept op tot - in zijn geval sociaal werk – dat gebiedsgericht georganiseerd, herkenbaar aanwezig, activerend is en gericht is op ‘eigen kracht’. Georiënteerd op de leefwereld van mensen. Mensen moeten er weer op af, leraren moeten bijvoorbeeld weer op huisbezoek, in persoonlijk contact, antibureaucratisch aan het werk in directe interactie.”

Bakken met gedragsproblemen De angst bestaat in het speciaal onderwijs dat het veel kleiner zal gaan worden. Keesenberg deelt die angst niet zo. “Toen we begonnen met Weer Samen Naar School met de omvorming van LOM/MLK toen bestond die angst ook. Ik stel vast dat in het (voortgezet) speciaal onderwijs, van 2003 tot nu, een groei plaatsgevonden heeft van 60.000 naar 87.000, maar dat het

10

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


LOM/MLK bij WSNS in een periode van zo’n 15 jaar kleiner geworden is. Ik weet nog als de dag van gisteren dat er enorm geijverd werd voor een werkgelegenheidsgarantie voor LOM en MLK-leraren. Die zouden massaal op straat komen te staan. Op die regeling is vrijwel nergens een beroep gedaan. Dus als het al gaat gebeuren, dan zal het langzaam gaan.” Keesenberg begrijpt de angsten van mensen wel rond een dergelijke stelselwijziging, maar niet altijd zijn angsten van mensen reëel te noemen. “Er zijn ook collega’s die vrezen dat ze bakken met kinderen met gedragsproblemen in de klas krijgen. Maar dan maar even heel scherp: Als je morgen alle speciaal onderwijs zou opheffen – je moet dat natuurlijk nooit doen – dan krijgt iedere basisschool in Nederland er slechts zeven kinderen bij. Een gemiddelde basisschool telt 220 leerlingen en daar komen er dus zeven bij en dat zijn dan kinderen uit de verschillende soorten speciaal onderwijs.”

We hebben op dit moment toch een parlement dat Kamerbreed volmondig ‘ja’ zegt tegen Passend onderwijs.”

Maar voor Keesenberg is het duidelijk: als het speciaal onderwijs kleiner wordt en dat zal wel gaan gebeuren, zal het toch heel geleidelijk gaan. “Er zijn besturen in het speciaal onderwijs”, aldus Henk Keesenberg, “die dat een voordeel vinden. Die gaan ervan uit dat het speciaal onderwijs kleiner wordt, gespecialiseerder, flexibeler en breder en dat heeft alles in zich van een kwaliteitsimpuls.”

11

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


In beeld

In beeld

Tip 1 Amerikaanse onderwijsvernieuwing

Wat viel Plein Primair op in de afgelopen weken op het internet. Websites die informatie bieden, inspiratie opleveren of handige tools aanreiken. Filmpjes waarin een idee wordt geopperd, kennis wordt overgedragen of een kritisch geluid wordt geuit. Plein Primair gaat steeds op zoek naar websites, filmpjes of boeken die ons om welke reden dan ook aanspreken. De links zijn ook te vinden op onze nieuwe website.

advertentie

Nu .! â‚Ź 59 p.p

1001 SCHOOLREIZEN BIJ STAYOKAY De 29 hostels van Stayokay liggen op de leukste plekjes in de duinen, in het bos en in de stad. Stayokay biedt volpension arrangementen, zaalruimte en educatieve programma’s, van fun, sportief tot cultureel en veldwerk.

Najaars Schoolarrangement 59 euro p.p.* Inclusief: 2x overnachting, 2x ontbijt, 2x lunchpakket, 2x diner en zaalhuur voor een bonte avond. * Geldig voor een verblijf in september en oktober 2011. Op basis van beschikbaarheid. Te boeken in de hostels in de groene omgeving en in kust en water onder vermelding van Najaars Schoolarrangement .

Boek nu via 020 639 29 29 of mail naar bookingoffice@stayokay.com 12

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


In beeld

Tip 2

Tip 3

Verband tussen onderwijs en ADHD

Verbinden, inspireren en legitimeren

Tip 1:

Tip 3:

Amerikaanse onderwijsvernieuwing

Verbinden, inspireren en legitimeren

Elke week spreekt President Obama van de Verenigde Staten een filmpje in. In mei deed hij dat over het versterken van het onderwijs in zijn land. Hij pleit voor het belonen van onderwijsvernieuwingen die niet vanuit de overheid worden opgelegd, maar die voortkomen uit directeuren, leraren en ouders. Niet van de top down maar van de bottom up.

Het doel van de website www.hetkind.org, een initiatief van het NIVOZ, is om een visie op onderwijs te delen en om een ontmoetingsplek te bieden voor informatie kennis en praktijk uitwisseling voor goed onderwijs. Op de website tref je filmpjes en artikelen aan vanuit de gedeelde visie. Een voorbeeld. Er staat een artikel over onderwijshervormingen in Finland, waar gewerkt wordt vanuit het principe: Teach less, learn more. Waar onderwijshervormingen in de rest van de wereld zich in het algemeen richten op zaken als de focus op kernvakken, standaardisering, kwaliteit van onderwijs verbeteren door scholen en docenten af te rekenen op resultaten en allerlei controlemechanismen te ontwikkelen, ligt bij Finland de focus op het professionaliseren van het onderwijs. Bij het artikel staat een link naar een toespraak van de Finse onderwijskenner Pasi Sahlberg waarin hij verteld over de succesfactoren van het Finse onderwijs.

Zoek op: Weekly Address: Replacing "No Child Left Behind" This Year Webadres: http://www.youtube.com/ watch?v=HNWyp9TPVYI

Tip 2: Verband tussen onderwijs en ADHD In een geanimeerd filmpje verteld Sir Ken Robinson over de link tussen drie verontrustende trends in Amerika die ook deels herkenbaar zijn in Nederland. Webadres: http://www.ted.com/talks/lang/eng/ken_robinson_changing_education_paradigms.html

13

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Scholen moeten elk jaar

de slechtste 5%

van hun leraren ontslaan

Dit voorstel deed PVV-kamerlid Harm Beertema onlangs

De Kwestie

“De

Het is als met veel voorstellen van de PVV: op het eerste gezicht klinkt het logisch en denk je ‘ja, waarom eigenlijk niet’. Maar steevast als je wat langer nadenkt, lijkt het antwoord toch niet zo voor de hand te liggen. Zullen we, om niet in dezelfde val te trappen van ‘oppervlakkig en slecht beredeneerd’, even wat om de kwestie heenlopen? Waarom heeft Beertema het over 5% slechtste leraren? Als we vinden dat slechte leraren niet in het onderwijs thuishoren, moeten ze er dan niet allemaal zonder pardon uit? Of maakt het voor kinderen uit of ze van een slechte leraar les krijgen, of van de slechtste leraar les krijgen? Overigens zou het zo maar kunnen zijn dat er op een school 10% hele slechte leraren zitten. Ontslaan we dan toch alleen maar de slechtste 5% in de wetenschap, dat er na de ontslechte docenten zijn slaggolf toch weer 5% slechtste leraren blijven zitten?

makkelijk te identificeren:

Laten we het ook nog maar eens hebben over ‘goed’ en ‘slecht’. Beertema doet of eigenlijk iedereen op een school wel weet wie die slechtste 5% zijn. “De slechte docenten zijn makkelijk te identificeren: iedereen kent ze”, zegt Beertema. Als je niet uitkijkt, wordt de exercitie die Beertema voorstelt een vrij goedkoop volksgericht. Het is de vraag of we niet eerder geneigd zijn iemand die we onsympathiek vinden aan te wijzen als ‘slechte leraar’, dan iemand die wellicht ook ‘slecht lesgeeft’ maar sympathiek op ons overkomt. Beertema zal, gezien zijn achtergrond, iemand die ‘slecht les geeft’ snel de deur willen wijzen. Maar draait het in het onderwijs louter en alleen om lesgeven? Wat te doen met de professor die een uiterst begaafd onderzoeker en wetenschapper is, maar in de overdracht naar zijn studenten jammerlijk faalt? Wat moeten we met de uiterst bekwame pedagoog die trefzeker omgaat met de ontwikkeling van kinderen, maar voor de klas slechts een schamel betoog afsteekt? Wegen we de vele kwaliteiten die in het onderwijs worden

iedereen kent ze.”

14

verlangd evenzwaar mee in de beoordeling van ‘slechtste leraar’ of hebben we het echt alleen over lesgeven? Een vraag die achter al deze vragen ligt, is de vraag naar ‘goed onderwijs’. Beter Onderwijs Nederland, waar Beertema vandaan komt, zweert bij klassikaal onderwijs dat in hoge mate draait om de instructie, de lessen van de leraar. Vele onderwijsdeskundigen in binnen- en buitenland wijzen op de gedateerde vormgeving van ons klassikale, leerstofgerichte onderwijs, die stamt uit het industriële tijdperk. Als het gaat over nieuwe en meer actuele vormen van onderwijs wordt al snel aangedrongen op het wetenschappelijk bewijs dat die nieuwe vormen effectief zijn. Het is opvallend dat die al lang bestaande vormen van onderwijs zich niet steeds opnieuw moeten bewijzen. Ook daar past de vraag naar effectiviteit, naar de invloed op de ontwikkeling van jonge mensen. Maar van het traditionele onderwijs wordt te gemakkelijk aangenomen dat ‘onderwijs zo hoort’ en dat het dus ‘goed’ is. De kwestie die Beertema aansnijdt, is bijzonder gecompliceerd. Als je de vraag ook mag beschouwen als de opmaat voor een stevige discussie over goed onderwijs in deze tijd, dan is de inzet van Beertema te waarderen. Eerlijk gezegd ben ik bang dat de motieven niet zo edel zijn. Net als de motieven van die vader van de cheerleaderaanvoerster van de Andrews Highschool in Texas. Hij vond dat je pas toegelaten kunt worden tot het cheerleadersteam als je een proeve van hoge fysieke bekwaamheid (spagaten en salto’s) kunt afleggen. Callie Smartt was een populaire eerstejaars cheerleader. Het feit dat ze aan hersenverlamming leed en zich in een rolstoel moest verplaatsen, deed niets af aan het enthousiasme waartoe ze spelers en supporters tijdens sportwedstrijden aanmoedigde. De vader van de aanvoerster leidde het verzet tegen Callies opname in het team. Ook hier draait het om de vraag ‘wie is een goede cheerleader’? De vader van de aanvoerster verwijst naar de gebruikelijke wijze waarop cheerleaders de aanhangers aanvuren. De goede verstaander heeft slechts een half woord nodig!

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


S amenwerkingsverbanden

De gevolgen van Passend onderwijs nieuwe stijl

Omvang speciaal onderwijs gaat krimpen Plein Primair kijkt naar de gevolgen van de invoering van Passend onderwijs. In deze bijdrage komt onderwijsadviseur Co de Custer aan het woord. Hij denkt dat de scholen voor speciaal basisonderwijs een wat ruimhartiger toelatingsbeleid zullen gaan voeren. “Ik verwacht eigenlijk dat het speciaal onderwijs ingrijpend in omvang zal teruggaan. Dat kan niet anders.” De Custer blikt vooruit naar de vorming van veel grotere samenwerkingsverbanden in het primair onderwijs. “Een samenwerkingsverband primair onderwijs van de omvang die nu wordt voorgesteld is, als eenheid van beleid, volgens mij niet te doen. Het betekent dat je uitkomt bij de primaire functie van een samenwerkingsverband. Primair gaat het dan toch om het verdelen van de middelen.”

“En ik vind het een hele goede zet om de schoolbesturen mee verantwoordelijk maken voor de speciale zorg.”

15

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


S amenwerkingsverbanden

“Op het punt van financiën zullen grote verrekeningen moeten plaatsvinden. Dat kan zeker voor pijn zorgen.”

De start van een nieuw kabinet is aan het onderwijs zeker niet ongemerkt voorbij gegaan. De aangekondigde bezuinigingen vooral op Passend onderwijs hebben grote onrust veroorzaakt. Vriend en vijand zijn het er wel over eens, dat de middelen voor speciale onderwijszorg en grote administratieve last waren uitgegroeid tot ‘te groot en te veel’. Maar de snelle en rigoureuze ingrepen die dit kabinet voor ogen had, waren evenzeer ‘te groot en te veel en veel te snel’.Onder druk van een heftige oppositie in de Kamer en geholpen door een te krappe meerderheid, liet de minister weten de bezuinigingen uit te stellen. Co de Custer, zelf in vele onderwijsfuncties in het primair onderwijs groot geworden en nu alweer enige jaren werkzaam als onderwijsadviseur van met name schoolbesturen en samenwerkingsverbanden in het primair onderwijs, reageert op de ontwikkelingen op het speelterrein van Passend onderwijs.

Aan de rem trekken “Ik neem twee bewegingen waar als gevolg van die ontwikkelingen rond de invoering van Passend onderwijs”, opent Co de Custer zijn verhaal. “Er zijn plekken waar men nu aan de rem trekt en eigenlijk wel blij is met het uitstel van de bezuinigingen. Er is een jaar bijgekomen, dus kunnen we, zeggen die besturen, wat rustiger kijken hoe we het gaan inrichten en ontwikkelen. Daar is, zou je kunnen zeggen, de vertrager van toepassing. In de andere samenwerkingsverbanden is men over het algemeen wat eigenwijzer. Daar zeggen

ze: ‘Het is mooi dat dit is gebeurd, maar we hebben een koers ingezet en we gaan voort.’ Je ziet dat vooral bij samenwerkingsverbanden die inhoudelijk aan de slag zijn gegaan. Die zijn niet van plan om die ontwikkeling te vertragen, die verbanden willen gewoon door. Zelf keek ik heel genuanceerd naar die aangekondigde bezuinigingen, maar vond wel dat het tempo veel te hoog lag. Vooral op het speciaal onderwijs werd een enorme druk gelegd en daar was ook meteen sprake van onrust en ik zag dat veel minder aan de kant van het regulier onderwijs.” De Custer is van mening, dat, afgezien van de bezuinigingen, de aangekondigde ingrepen nog zo slecht niet zijn. “Als je kijkt naar hoe het nu geregeld is rondom die zorg voor kinderen en hoe het straks geregeld kan zijn, zie ik een enorme kans om een aantal zaken, waar we nu heel erg last van hebben, te verbeteren. En ik vind het een hele goede zet om de schoolbesturen mee verantwoordelijk te maken voor de speciale zorg, zodat ze ook invloed kunnen uitoefenen op de kwaliteit ervan.”

Meer speciaal basisonderwijs Co de Custer stelt niet alleen vast dat het gewicht van de aangekondigde ingrepen bij het speciaal onderwijs komt te liggen, maar dat je je ook kunt afvragen hoe de positie van het speciaal onderwijs in het nieuwe bestel zal zijn. “In de gebieden waar ik nu werk, speelt het speciaal onderwijs nog maar zijdelings een rol bij de ontwikkelingen die zich in de regio voltrekken. Ik zie ze nog zelden aan de bestuurstafel. In de samenwerkingsverbanden heeft men over het algemeen het speciaal basisonderwijs onder zijn hoede en in die scholen zitten ook rugzakleerlingen. Je ziet dat men zich nu in eerste instantie richt op de vraag wat in dat nieuwe bestel de opdracht wordt voor de speciale basisscholen. Dat is natuurlijk per definitie een wat goedkopere voorziening die men dichter bij de hand heeft en waar men al bestuurlijk zeggenschap over heeft. In de gebieden waar het speciaal basisonderwijs al stappen heeft gezet in de afgelopen jaren, zie je dat over zorgleerlingen wat ruimere opvattingen ontwikkeld zijn, ook over de opvang van leerlingen voor het speciaal onderwijs. Die winst heeft de rugzakleerling in het speciaal basisonderwijs opgeleverd.” Veel aandacht bij de ontwikkeling van Passend onderwijs gaat uit naar gedraggestoorde leerlingen. “Daar gaan de meeste vragen over”, stelt De Custer vast. “Dus waar er sprake is van de eerste gesprekken van schoolbesturen met partners in het speciaal onderwijs gaat het bijna altijd over het onderwijs in REC 4-clusters (voor kinderen met psychiatrische of gedragsstoornissen, red.). Eerlijk gezegd verwacht ik dat met name in de hoek van het speciaal onderwijs in REC3-scholen (voor kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking of chronische ziekte,

16

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


S amenwerkingsverbanden red.), dus in de opvang van zeer moeilijk lerende kinderen, de scholen voor speciaal basisonderwijs wat ruimhartelijker zullen worden in hun opvang. De combinatie speciaal basisonderwijs en zeer moeilijk opvoedbare kinderen is altijd een lastige gebleken. Maar onder de juiste condities kan het natuurlijk wel. Ik verwacht dat het speciaal onderwijs ingrijpend in omvang zal teruggaan. Dat kan niet anders.”

Coalities en schaalvergroting De Custer werkt veel en regelmatig voor samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs. Het kabinet heeft voorgesteld de regio’s die samenwerkingsverbanden bestrijken, met name in het primair onderwijs, aanzienlijk uit te breiden. “Een samenwerkingsverband primair onderwijs van de omvang die nu wordt voorgesteld, als eenheid van beleid, is volgens mij niet meer te doen. Het betekent, volgens mij, dat je uitkomt bij de primaire functie van een samenwerkingsverband. Primair gaat het dan toch om het verdelen van de middelen. De regio-indeling moet ervoor zorgen dat alle kinderen een plek krijgen, ergens thuishoren. Ik ben er voorstander van dat schoolbesturen hun eigen verantwoordelijkheid nemen en met de eigen scholen werken aan de vormgeving van de zorgplicht. Dat moet je wel op een hoger niveau met elkaar afstemmen, maar ga er daarbij alsjeblieft niet van uit dat we allemaal gelijk moeten zijn, want dat zijn we niet. Ik verwacht dus, dat door de schaalvergroting schoolbesturen meer teruggeworpen zullen worden op hun eigen verantwoordelijkheid voor de inrichting van Passend onderwijs. Ze gaan dus ook coalities sluiten met schoolbesturen waar ze inhoudelijk mee kunnen samenwerken. De intensiteit van de samenwerking bepalen de besturen in principe zelf en kan per samenwerkingsverband verschillen. Dat hangt ook samen met de heersende cultuur en de visie op samenwerken.” Toch zal de vorming van nieuwe verbanden niet helemaal zonder slag of stoot plaatsvinden. “Er moet”, aldus Co de Custer, “nogal wat herschikt, herzien en heen en weer geschoven worden. Er komen nu samenwerkingsverbanden bij elkaar met ingrijpend verschillende deelnamepercentages en die moeten samen verder met een gelijk budget. Op het punt van financiën zullen grote verrekeningen moeten plaatsvinden. Dat kan zeker voor pijn zorgen.”

Bedreiging Die ongelijksoortigheid tussen de verbanden beschouwt De Custer als een mogelijke bedreiging van de samenwerking, maar ook als een kans. “Je kunt je eigen beleid en keuzes die je tot nu toe gemaakt hebt als samenwerkingsverband weer eens tegen het licht houden. Je kunt je afvragen of je nog wel tevreden bent met wat er is opgebouwd en of het voldoet aan de nieuw vraag die straks gaat komen. Je kunt je afvragen of er zaken zijn die je om die reden misschien moet opheffen of moet onderbrengen in de basisbekostiging. Wordt het bijvoorbeeld niet eens tijd om met de dyslexieklassen te stoppen en dit niet meer door het samenwerkingsverband te laten betalen?”

Overgang po-vo De samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs blijven gescheiden maar gaan qua omvang meer op elkaar lijken. Toch verwacht De Custer niet direct dat dat er ook toe zal leiden dat de afstemming van het primair en voortgezet onderwijs op het terrein van de zorgleerlingen beter zal gaan verlopen. “Die overgang blijft een punt van zorg. Als het gaat om de aansluiting tussen het primair en voortgezet onderwijs, dan probeert het voortgezet onderwijs bij de intake van nieuwe advertentie

17

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3

leerlingen toch altijd de inschatting te maken of deze leerling het doel - een diploma aan het eind - gaat bereiken. Op dat moment speelt de vraag of er rondom die leerling extra zorgen zijn die een risico vormen. Als dat het geval is, wordt het voortgezet onderwijs alert en dan gaan er allerlei toeters en bellen rinkelen. De school moet bereid zijn om extra energie in die leerling te stoppen om het doel te bereiken. Het gaat dan om de vraag of die extra energie ook op te brengen is. Wat ook een heel belangrijke overweging is, is de vraag of die inzet van invloed is op het imago van de school. Ik zie dat bij het voortgezet onderwijs dat imago veel zwaarder wegen, dan bij scholen voor primair onderwijs. Men is zich in het voortgezet onderwijs veel bewuster van het beeld dat men naar buiten brengt als er sprake is van een groter aantal zorgleerlingen dan op andere scholen.”


Nieuws

Een goed schoolgebouw verbetert de leerprestaties De kwaliteit van veel schoolgebouwen is erbarmelijk te noemen en holt achteruit. Ondertussen besteden gemeenten jaarlijks 380 miljoen euro, bestemd voor onderwijshuisvesting, aan andere zaken. “Stel scholen in staat hun verantwoordelijkheid te nemen wat betreft huisvesting. De nadruk ligt nu sterk op opbrengstgericht werken, maar dan moet je ook iets doen aan het binnenklimaat. Een goed schoolgebouw draagt bij aan de verbetering van leerprestaties”, aldus Kete Kervezee, voorzitter PO-Raad. Een aanzienlijk deel van het geld voor onderwijshuisvesting wordt niet gebruikt voor schoolgebouwen. Gemeenten besteden bijna 400 miljoen euro per jaar ten onrechte niet aan de huisvesting van scholen. Hierdoor loopt de kwaliteit van de schoolgebouwen onnodig zienderogen achteruit. De PO-Raad, VO-raad en AVS stellen voor dat het totale bedrag voor onderwijshuisvesting daar ook daadwerkelijk voor wordt

gebruikt. Volgens de drie partijen kan het geld efficiënter worden ingezet, zodat een forse kwaliteitsimpuls mogelijk is zonder dat dit extra geld kost. In Nederland zijn er naar schatting 11.000 schoolgebouwen voor primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. De gemiddelde leeftijd van de gebouwen ligt tussen de 30 en 35 jaar. Dat betekent dat de gebouwen gedateerd zijn als het gaat om arbeidsomstandigheden, veiligheid, binnenmilieu, duurzaamheid, energieverbruik, ict-voorzieningen, et cetera. Bovendien zijn deze gebouwen vaak niet ingericht voor de hedendaagse inzichten van het geven van onderwijs. Op dit moment bouwen we in Nederland maximaal 150 nieuwe schoolgebouwen per jaar. Met het huidige tempo duurt het 75 jaar voordat het gehele scholenbestand is vernieuwd. Hierdoor gaat de gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen verder oplopen. Daarmee worden de achterstanden qua functionaliteit en duurzaamheid steeds groter, terwijl dat niet nodig is. Scholen worden – anders dan in andere sectoren – nauwelijks gerenoveerd. Een levensverlengende renovatie kost naar schatting de helft van nieuwbouw. Hierdoor kan het grootschalig renoveren van oude

gebouwen – veel sneller dan nieuwbouw zorgen voor een betere situatie. Gemeenten ontvangen jaarlijks als onderdeel van hun bekostiging een bedrag van 1,5 miljard euro voor onderwijshuisvesting. Hiervan wordt jaarlijks een aanzienlijk deel niet aan schoolgebouwen uitgegeven, maar aan andere gemeentelijke taken. Dit bedrag is de afgelopen jaren toegenomen tot bijna 400 miljoen euro in 2010. Nu gemeenten minder geld uitgeven aan onderwijshuisvesting dan zij ervoor van het rijk ontvangen, bestaat het gevaar dat het niet uitgegeven bedrag wordt herverdeeld over andere gemeentelijke taken, of als dekking voor bezuinigingen wordt gebruikt. PO-Raad, VO-raad en AVS willen dat dit geld daadwerkelijk beschikbaar komt voor onderwijshuisvesting. De organisaties willen het bedrag van bijna 400 miljoen euro jaarlijks inzetten voor de renovatie van schoolgebouwen. Daarmee kunnen per jaar ongeveer 300 schoolgebouwen aanzienlijk worden verbeterd, zodat achterstanden worden ingelopen en de levensduur van het gebouw wordt verlengd. Een kwaliteitsimpuls aan de huisvesting van scholen heeft bovendien een positief effect op de kwaliteit van het onderwijs, stellen de organisaties.

Beoordeel je collega Leraren en schooldirecteuren moeten collega's van andere scholen gaan beoordelen, zo meldt onder andere dagblad Trouw. Staatssecretaris Halbe Zijlstra denkt zo het opleidingsniveau van de leraren op te kunnen krikken. Dit staat in de plannen die de staatssecretaris naar de Tweede Kamer stuurde. Leraren moeten collega’s op andere scholen gaan beoordelen op hun manier van lesgeven. Om elkaar goed te kunnen beoordelen, krijgen de leraren en schoolleiders een training van de onderwijsinspectie. Bij 'verontrustende' signalen grijpt de inspectie in. Zijlstra is van plan gedeeltes van de oordelen openbaar te maken via internet. Hij verwacht niet dat het programma leraren te zwaar belast, omdat ze maar een of twee keer per jaar bezoek van collega's krijgen. Het kabinet wil, samen met de onderwijsinspectie, landelijk een programma opzetten waarbij docenten collega’s van andere scholen gaan beoordelen. De maatregel moet ervoor zorgen dat leraren kwalitatief beter

onderwijs gaan geven. Staatssecretaris Halbe Zijlstra van Onderwijs (VVD) wil met deze maatregel het opleidingsniveau van leraren verbeteren. Dit maakte de staatssecretaris bekend in het Actieplan Leraar 2020, dat op 25 mei jl. naar de Tweede Kamer is gestuurd. Samen leren "Goede leraren zijn cruciaal voor hoge prestaties van leerlingen. Ik wil daarom stimuleren dat leraren zich continu blijven ontwikkelen," aldus de staatssecretaris. Docenten kunnen dat volgens Zijlstra doen door 'samen te leren'. De bewindsman neemt het voornemen heel serieus: "Het is

18

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3

niet de bedoeling dat collega’s even gaan koffiedrinken en dan commentaar uiten op de keur van de krijtjes in het klaslokaal. Nee, leraren hebben een beroepseer en zullen elkaar dus streng beoordelen." De oordelen over hun collega’s gaan rechtstreeks naar de onderwijsinspectie. De inspectie gaat docenten ook trainen om hun niveau te verbeteren. Zo moeten leraren zich vanaf 2012 in een beroepsregister laten registreren als ‘bekwame leraar’, waarmee ze zichzelf direct verplichten om nascholing te volgen. Voor de verdere professionalisering van het onderwijs en verbetering van de lerarenopleiding is 150 miljoen euro beschikbaar.


Nieuws

Onderzoek Leraar 24 Tijdens het symposium Onderwijs Research Dagen (ORD) in Maastricht werden de resultaten gepresenteerd van onderzoek naar Leraar24 dat werd uitgevoerd door het Ruud de Moor Centrum. Onderzocht is wat het effect van de materialen is, die door Leraar24 werden ontwikkelt en aangeboden, op de professionalisering van leraren. Op Leraar24 worden met korte video's en inhoudelijke dossiers verschillende professionaliseringsaspecten belicht. In het onderzoek van Leraar24 zijn belangrijke vragen hoe dit initiatief een bijdrage kan leveren aan de professionalisering van leraren en welke houding leraren tegenover professionalisering innemen. In het rapport valt te lezen dat wil Leraar24 een beklijvend effect hebben op de professionalisering van de Nederlandse onderwijsgevenden, “dan is een eerste voorwaarde dat de naamsbekendheid van Leraar24 zodanig is dat ook een behoorlijk percentage weet dat zij gebruik kunnen maken van de multimediale database.”

Volgens het rapport is het materiaal op Leraar24 is buitengewoon gemakkelijke stof, waaraan zich de vraag laat koppelen of Leraar24.nl niet ook inhoudelijk meer ingewikkelde onderwerpen aan de orde zou moeten stellen. Wat betreft verschillen tussen groepen docenten zijn de aantallen responsies in het algemeen nog te gering. Alleen lijken leraren in het primair onderwijs nog iets positiever te oordelen dan leraren in het voortgezet onderwijs. Ook de gemiddeld hoge tijdsbesteding die leraren rapporteren, lijkt hun positieve beoordeling van het materiaal op Leraar24.nl te ondersteunen en bevestigen de eerder reeds vermoede onderschatting van de tijdsduur die naar voren komt uit rapportages op basis van bezoekstatistieken. Op de eerste plaats valt te concluderen dat leraren die de moeite hebben genomen om zich te verdiepen in een dossier of om een video te bekijken, in het algemeen zeer positief zijn over wat zij op Leraar24. nl aantreffen. Er zijn uiteraard houtsnijdende redeneringen denkbaar die deze positieve beoordeling relativeren. De groep

die hier aan het woord is, is zonder twijfel onderhevig aan zelfselectie: in potentie negatieve oordelaars zijn eerder afgehaakt. In het oordeel over de cognitieve waarde lijkt zich ook een volgorde af te tekenen: het persoonlijk profijt ligt hoger dan het schoolprofijt en het leerlingprofijt heeft de laagste waarde. De vraag die zich opdringt is of Leraar24 niet wat meer uitdaging zou moeten bevatten. Niet in de zin uiteraard, dat de geboden ondersteuning wel wat minder kan, integendeel met name op het laatste punt lijken er nog verbeteringen mogelijk. Een grotere uitdaging zou meer gezocht moeten worden door inhoudelijk wat complexere onderwerpen aan de orde te stellen.

MEER ACTUELE INFORMATIE OP WWW.PLEINPRIMAIR.NL

advertentie

Starten met onderwijsvernieuwing?

Volg de Master Leren en Innoveren

Haal meer uit jezelf met de opleidingen van Magistrum Start 3e leergang: september 2011

Opleidingen

Kom naar onze voorlichting! Voor data en meer informatie:

› Oriëntatie op Leiderschap › Opleiding Middenmanager PO/VO (MPO/MVO) › Opleiding Directeur PO (DPO) › Opleiding Directeur van Buiten (DVB) › Opleiding Directeur Brede School (DBS) › Master Educational Leadership (MEL) (voor PO, VO en MBO)

www.lereneninnoveren.nl

Meer informatie Download de brochure of bezoek een voorlichtingsbijeenkomst. Zie voor data: www.magistrum.nl.

Deze opleiding voldoet aan de eisen van de lerarenbeurs.

Magistrum Leiderschapsontwikkeling

G_AdvPleinPrimair_juni2011.indd 1

19

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3

26-05-2011 18:15:34


Sound bytes

Soundbytes “Scholen moeten het gebruik van mobieltjes met internet in de klas juist stimuleren, in plaats van verbieden. Bovendien zouden docenten zichzelf meer moeten bekwamen op het terrein van Twitter, Hyves en Facebook.” Van: Ton Duif, voorzitter AVS, in reactie op onderzoek van de Nationale Academie voor Media & Maatschappij

Arjannew (moeder van een kind met rubinstein-taybi syndroom) Doodsbang voor bezuinigingen op #PGB. Dan valt zorgvuldig opgebouwd succesvol onderwijs rondom dochter (6) in duigen. Fingers crossed... 31 Mei Celikm010 (Metin Çelik, Kamerlid PvdA) Het stapelen en doorlopende leerlijnen moeten keihard geborgd worden. Leerling moet centraal staan. Aansluiting van A naar B moet veel beter 18 Mei BarackObama (President VS) We need to reward education reforms that are driven not by Washington, but by principals and teachers and parents. 21 Mei

“Lies, damned lies and statistics.” Van: Mark Twain iNerdGlasses Twitter and Facebook is the worst thing that has ever happened to my education, social life, and motivation to get work done. 31 Mei VOSABB Na bezuiniging #passendonderwijs wil kabinet nu ook #pgb's schrappen. Zorgleerlingen dus dubbel geraakt. Dit mag niet! 31 Mei

#

MarkBJager Werken in het onderwijs en zeggen dat professionaliseren onzin is...het komt echt voor. #tjongejonge het zal de leraar van je kind zijn. 31 Mei

“If we will teach less, we’ll learn more. This is a very difficult thing to accept for a traditional educator, becasue  we have been raised to think that if somebody is not learning something we have to teach more,  that the problem is there is not enough learning or teaching time so we had to give more things to be learned.” Van: Pasi Sahlberg, Finse ‘School Improvement Activist’ Mathijsterbork (Leraar van het Jaar PO) Vanavond weer een bijeenkomst van de #lerarenkamer in #Utrecht. Leuk! Altijd leuk om te praten over #passie en #vakmanschap #onderwijs 12 Mei Elkeaarnink (VO-leerling) Ik snap niet hoe mijn ouders verkering met elkaar kregen zonder hyves twitter mobiel of msn 30 Mei TonElias (Kamerlid VVD) Ongelooflijk zwak van Pechtold dat hij boze onderwijsgevenden niet in hun gezicht durfde te zeggen dat D66 ook vóór prestatiebeloning is! 23 Mei

# Een hashtag geeft het onderwerp of onderwerpen aan van een twitter. Deze woorden maken het makkelijker om op een bepaalde term te zoeken en tweets hierover te vinden. @ De schrijver van de tweet richt zich tot die persoon in de tweet. Retweet Iemand heeft een bericht op twitter gelezen en brengt dat onder de aandacht door het zelf ook op twitter te plaatsen

20

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Kom koe…

Column De Directeur Door: Henk van der Pas

Lang geleden werkte er een jonge leerkracht op een basisschool in het wonderschone Noord-Brabant. Met een openingszin als dit verwacht u natuurlijk een spookje. Dat is niet zo. Dit verhaal is echt gebeurd. De enige overeenkomst met een sprookje is dat er een moraal bij dit verhaal hoort. Verder is het compleet uit het leven gegrepen en komen er geen wereldvreemde wezens in voor. Die jonge leerkracht, dat was ik. Net van de opleiding, leerkracht van groep 6-7 en twee dagen ambulant vanwege directiewerkzaamheden. Ik had het geluk dat ik met mijn beste vriend mocht samenwerken.

Voor dierendag hadden we een bijzonder idee. Wij dachten dat een behoorlijk aantal kinderen nog nooit een koe van dichtbij hadden gezien. Vandaar dat we op zoek gingen naar een koe die een dagje in de wei op bezoek zou kunnen komen. Een van de ouders had net buiten de villawijk een boerderij. Hij had honderden koeien en wilde met plezier aan ons plan meewerken. Of we de koe meteen kwamen halen? Vol goede moed fietste ik naar de boerderij. Ik vroeg me nog wel af hoe de koe vervoerd zou moeten worden, maar daar had de boer vast goed over nagedacht.

De school waar het verhaal zich afspeelde was een onder architectuur gebouwde school in een villawijk. U kunt zich voorstellen dat de kinderen op deze school bijna alles hadden wat hun hartje begeerde. Het kroost werd keurig op de achterbank van een Volvo, Saab of BMW van de ene naar de andere activiteit gereden. Inmiddels hadden ze tijdens vakanties al een behoorlijk deel van de wereld gezien. Ouders waren welbespraakt, intelligent en zorgden ervoor dat de kinderen niets tekort kwamen. Ik schets natuurlijk een voor dit verhaal functioneel, maar generalistisch beeld.

“Daar staat hij”, zei de boer en wees daarbij naar een enorm beest met een tuigje om het hoofd. Aan het tuigje zat een touw van ca. 1 meter vast. “Breng haar vanavond maar terug,” riep hij me nog toe terwijl hij op een tractor wegreed. Enigszins onzeker pakte ik het touw beet. Zo dicht mogelijk bij de kop om vooral controle over de koe uit te kunnen oefenen. Tenslotte werd van me verwacht dat ik door de villawijk met een koe ging lopen. Dan is het wel wat slordig als het beest op hol slaat of een andere weg kiest.

Op het schoolplein lag een schuin aflopend veldje. Het was het restant van een groot grasveld waar noodvoorzieningen op gezet waren. Er was geen bestemming voor dit veldje en daar wilden we wat aan doen. Het leek ons leuk om er een hek omheen te zetten en daar een aantal kippen, ganzen en geiten te houden. De groepen konden dan om de beurt de dieren verzorgen. Helemaal enthousiast van het idee regelden we de benodigde toestemming en materialen. Op een zondag hebben we het hekwerk in elkaar geknutseld. De eerste bewoners werden met veel enthousiasme door de kinderen begroet. Al snel waren we aan elkaar gewend en hoorde het bij de school.

21

Het waren moeizame eerste meters. De koe wilde me absoluut niet volgen. Ze was opstandig, tegendraads en vertikte het om soepel mee te werken. Totdat ik het touw uit pure wanhoop aan het uiteinde vast pakte. Wat bleek, ze ging keurig achter mij aanlopen. Mijn moeizame poging om te controleren bleek een tegengestelde uitwerking te hebben. Pas toen ik de koe ruimte gaf wilde ze achter mij aanlopen. De moraal van dit verhaal: Geef ruimte en je zult zien dat je de weg mag bepalen. Dat werkt bij koeien maar mijn ervaring is dat het ook bij mensen werkt. De dierendag was een groot succes. Uiteindelijk is de koe ook nog veilig thuis gekomen.

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Kwaliteitszorg

Zorg voor kwaliteit

Kwaliteitszorg is eigenlijk een logische handeling Een bijdrage over kwaliteit en kwaliteitszorg in het onderwijs. Op 30% van de scholen is kwaliteitszorg in een ver gevorderd stadium. Op slechts 7% van de scholen wordt er nog weinig aan gedaan. De collegiale visitatie rukt op. Visitaties worden soms georganiseerd als voorbereiding op inspectiebezoek, maar kunnen daar ook volledig los van staan. In de praktijk blijkt, dat niet alleen de bezochte school er wat aan heeft, maar dat ook de leden van de visitatiecommissie steevast gemotiveerd en verrijkt naar huis terugkeren. Het gaat om een intense vorm van collegiaal leren en ‘het onderwijs wordt teruggegeven aan zijn rechtmatige eigenaars: de leerkrachten.’

Wat opvalt zodra je in organisaties de vraag stelt hoe het met de kwaliteitszorg gesteld is, is de vaak wat afwijzende reacties. Als je doorvraagt, blijkt dat veel mensen zich moeilijk een beeld kunnen vormen bij een begrip als ‘kwaliteitszorg’. Mensen met een bestuurlijke achtergrond herkennen het begrip en weten ook vrijwel meteen dat het om een taak gaat die in ieder geval ook bij besturen is ondergebracht. In het Handboek Kwaliteit dat door het Platform Kwaliteit is samengesteld, kom je in de indeling in hoofdstukken de kernvragen tegen die bij kwaliteitszorg aan de orde zijn: • Doen we de goede dingen? • Doen we de dingen goed? • Hoe weten we dat? • Vinden anderen dat ook? • Wat doen we met die kennis en informatie?

De kwaliteit van vandaag is niet die van gisteren en die van morgen zal weer anders zijn.

Niet statisch Kwaliteit en kwaliteitszorg is iets waarover betrokkenen in een school (bestuur, schoolleiding, personeel, leerlingen en ouders) steeds met elkaar in gesprek blijven en waarover zij het in dialoog, in vraag en antwoord, eens worden. De kwaliteit is niet statisch, maar verandert voortdurend. De kwaliteit van vandaag is niet die van gisteren en die van morgen zal weer anders zijn, net zoals de kwaliteit van de ene school verschilt van die van de andere school. Kwaliteitszorg is het geheel van activiteiten dat je met elkaar onderneemt om de kwaliteit van het onderwijs, de school te onderzoeken, te borgen of te verbeteren, en openbaar te maken. Je doet dat of onderwerpt je eraan om het erover te hebben met elkaar en het onderwijs beter te maken, om verantwoording af te leggen, om op tijd zwakke plekken op te sporen. Als je al deze logische stappen overziet, dan wordt kwaliteitszorg eigenlijk een logische handeling die hoort bij het werk van alledag in het onderwijs.

Intern of extern Er is sprake van interne kwaliteitszorg wanneer de actie wordt ondernomen door de school zelf. Wanneer de school dit systematisch aanpakt, heeft zij de doelen en activiteiten op het gebied van kwaliteitszorg misschien wel vastgelegd in een kwaliteitsbeleidsplan. Hierin worden dan ook de onderscheiden rollen die alle betrokkenen in het kwaliteitszorgproces spelen, omschreven. De meeste activiteiten die de school onderneemt, zullen het karakter hebben van zelfevaluatie, een proces van kritisch naar zichzelf (laten) kijken door direct betrokkenen. Dat kijken naar jezelf kan aan kracht winnen wanneer de school aan personen van buiten de school vraagt feedback te geven op specifieke onderwerpen die het schoolleven, de organisatie van het onderwijs betreffen. Er zijn meerdere vormen denkbaar: • ad-hoc georganiseerde feedback door kritische vrienden • een door meerdere scholen onderling georganiseerde collegiale visitatie • een mengvorm van de beide voorgaande (review of assessment) • een volledig externe visitatie (bijvoorbeeld ISO-certificering)

22

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Kwaliteitszorg

Omdat het initiatief steeds bij de school of het bestuur zelf ligt, kun je deze vormen scharen onder interne Kwaliteitszorg. Je kunt van externe kwaliteitszorg spreken wanneer het initiatief voor de activiteiten ligt bij personen of instellingen buiten de school. Met name kun je hier natuurlijk denken aan de Inspectie van het Onderwijs.

Risicogericht Het toezicht van de Inspectie is risicogericht. Dat wil zeggen: scholen met risico's, zoals minder goede leerresultaten, krijgen meer toezicht. In 2010 is het risicogerichte toezicht geëvalueerd. Daaruit blijkt onder meer dat de risicoanalyse er goed in slaagt risicovolle scholen te detecteren, dat het risicogerichte toezicht heeft geleid tot een vermindering van de toezichtlast van en dat besturen actiever betrokken zijn bij de borging en verbetering van de kwaliteit van hun scholen. Die vorm van toezicht door de inspectie lijkt dus effectief. Steeds vaker besluiten besturen en scholen de kwaliteitszorg en de eigen verantwoordelijkheid voor het ‘zorgen voor kwaliteit’ een impuls te geven door vormen van collegiale visitatie te organiseren. Collegiale visitaties hebben zonder meer toekomst. Door de jaren heen is de werkwijze steeds professioneler geworden en zowel de opdrachtgevende school als de opdrachtnemer – de visitatiecommissie – heeft er veel baat bij. In de jaren ’90 is deze vorm van eigen toezicht in beeld gekomen en sindsdien heeft het fenomeen vaart gekregen. Overal in het land zijn kringen van scholen die in eigen beheer een succesvol systeem van collegiale visitatie in stand houden. Hoe zien die collegiale visitaties er in grote lijnen uit? In deze vorm van toezicht wordt een school bezocht door een groep collega-scholen: de visitatiecommissie. De school bereidt zich bijvoorbeeld voor door een zelfevaluatie op te stellen en door het voorleggen van enkele gerichte vragen die de school bezighouden. De commissie onderzoekt documenten, spreekt met betrokkenen, bezoekt de praktijk van het onderwijs en geeft de school adviezen. Visitaties kunnen opgezet worden als voorbereiding op inspectiebezoek, maar kunnen daar ook volledig los van staan en over heel andere zaken gaan waar de school mee zit. In de praktijk blijkt steeds weer, dat niet alleen de bezochte school er wat aan heeft – ook de leden van de visitatiecommissie gaan steevast gemotiveerd en verrijkt naar huis. Het gaat om een intense vorm van collegiaal leren en ‘het onderwijs wordt teruggegeven aan zijn rechtmatige eigenaars: de leerkrachten’. De normen die gehanteerd worden bij het beoordelen van de kwaliteit van een school lopen uiteen. ‘De een zal de kwaliteit van een school gelijkstellen aan hoge cijfers die door leerlingen worden behaald, de ander zal eerder letten op de pedagogische competenties van leraren. De normen waarmee een ieder de kwaliteit van een school beoordeelt, hangen onder meer af van de relatie die men tot de school heeft. ‘Leerlingen, ouders, leraren, onderzoekers en beleidsmakers hebben eigen perspectieven op de kwaliteit van scholen en wijzen verschillende kenmerken aan als relevant voor de kwaliteit’, aldus een rapport van de Onderwijsraad in 2005.

Het gaat om de output De Onderwijsraad geeft aan dat een scherpe afbakening van het begrip schoolkwaliteit niet gewenst is en vat het begrip daarom breed op. Wel sluit de Onderwijsraad aan bij prof. A.D. de Groot die stelt dat ‘kwaliteit moet blijken’ (De Groot, 1983). Het gaat er, in de woorden van De Groot, ‘niet om hoe mooi we het onderwijs geven, maar om wat het uithaalt, om wat leerlingen ervan meenemen.’ Dit betekent dat voor het beoordelen van de kwaliteit van een school in de eerste plaats de resultaten van belang zijn die met het onderwijs worden bereikt (output). De Onderwijsraad stelt dat uit deze resultaten de doeltreffendheid van een school blijkt. Hiermee wordt bedoeld de mate waarin een school erin is geslaagd de doelstelling van het onderwijs te bereiken. Voor een deel zijn deze doelstellingen wettelijk vastgelegd en voor een deel kan een school zelf doelstellingen formuleren.

Het gaat om de input Naast doeltreffendheid noemt de Onderwijsraad ook doelmatigheid en toegevoegde waarde als belangrijke kenmerken van een school. Doelmatigheid verwijst naar de mate waarin een school erin slaagt zoveel mogelijk leerlingen zonder doublures en/ of schoolwisselingen naar de eindstreep te brengen. Met toegevoegde waarde wordt gedoeld op de resultaten die leerlingen behalen, dankzij de school die zij bezoeken. De onderwijskwaliteit kan ook omschreven worden in termen van input, proces en output. De input heeft bijvoorbeeld betrekking op de instroom van leerlingen. Het proces betreft bijvoorbeeld het functioneren van de leerkracht in de klas en de wijze waarop het onderwijs vorm krijgt. De output verwijst naar de bereikte

23

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3

Het gaat er, in de woorden van De Groot, ‘niet om hoe mooi we het onderwijs geven, maar om wat het uithaalt, om wat leerlingen ervan meenemen.’ resultaten bij de leerlingen op het vlak van kennis, vaardigheden en attitudes. Tegelijkertijd is het goed hier op te merken dat output of opbrengsten voor het gemak weleens verengd worden tot de toetscijfers over de vakken lezen, taal en rekenen. De Onderwijsraad wijst wel op uitkomsten die gaan over de wettelijk vastgelegde doelstellingen van het onderwijs, maar dat men het begrip toch vooral breed op moet vatten. Het is daarom goed bij welke beoordeling van kwaliteit ook zuiver aan te geven naar welke aspecten van het onderwijs de aandacht uitgaat, waarom naar dat aspect wordt gekeken en normen voor beoordeling worden gehanteerd. Onderzoek laat zien dat veel scholen zelf met vormen van kwaliteitszorg in de weer zijn. Vier groepen van scholen blijken onderscheiden te zijn. De eerste groep beslaat 7% van de Nederlandse basisscholen en daar is kwaliteitszorg nog nauwelijks aan de orde. Daartegen over staat een groep van 30% waar de kwaliteitszorg in een vergevorderd stadium is. De resterende twee groepen vallen daar tussen. Deze vier groepen onderscheiden zich sterk van elkaar op zaken als: managementvisie, de visie op en deskundigheid van leerkrachten wat kwaliteitszorg betreft, de planmatigheid van de kwaliteitszorg, de rol van de omgeving en deelname aan scholennetwerken en geschiktheid van gebruikte kwaliteitszorginstrumenten.

Kwaliteitszorg doet er toe Wat betreft de relatie tussen kwaliteitszorg en het functioneren van leerlingen wordt geconcludeerd dat de typen van kwaliteitszorg er toe lijken te doen. Of je als leerling nu in een school zit met nauwelijks of juist een vergevorderde kwaliteitszorg, er zijn verbanden tussen typen kwaliteitszorg en het cognitief en sociaal functioneren van leerlingen. Multilevel analyses tonen echter aan dat vooral de visie van de school op kwaliteitszorg en het gehanteerde managementconcept het meeste gewicht in de schaal legt’ (universiteit Groningen).


Een bonus voor excellente leerkrachten.

Daar zit iets in, maar wat?

Gastcolumn Door: Rob Godfried

De regering heeft bedacht dat excellente leraren extra beloond moeten worden. Bent u zo’n excellente leerkracht? Vet kans van wel, want 80% van u denkt: “Mwa, dat zou best eens kunnen.” Zo blijkt uit een onderzoek dat door de VU is verricht. Eindelijk een echte beloning voor al die werkers die hun stinkende best doen. Nou, nee. Die bonus is bedoeld voor de 5% meest excellente leraren. Dus 95% van u kan er sowieso naar fluiten. Het is trouwens de bedoeling dat u er excellent van wórdt. Het is namelijk om de kwaliteit van het onderwijs te doen. Een stimuleringsmiddel zogezegd. We moeten weer tot de top 5 van kennislanden geraken. Nederland topkennisland! Zou trouwens wel mooi zijn als het zou lukken: Nederland weer in de top 5 door een bonus voor de beste 5%. Ik zie mogelijkheden voor een hoop sectoren: Nederland zorgland, Nederland kinderopvangland, Nederland schoonland. De beste zorg, de beste kinderopvang en brandschone straten. Ik zie alle verpleegkundigen zoete woorden spreken en koek uitdelen onder het zachtjes aanleggen van een drukverband, gezellig-opgeruimde kinderwerkers in de opvang de hele dag met de kinderen spelen dat het een

24

lieve lust is, de straatvegers met de lippen langs de stoep gaan om de kleinste stofjes weg te blazen, allemaal voor die bonus. We doen een gedachte-experiment. Wat zou er gebeuren als we in onze klas voor een 10 een beloning uit zouden loven? Maar alleen voor de beste vijf 10-en? Wat zou er gebeuren met de kinderen die nooit een 10 halen? Met de kinderen die wel een 10 halen, maar net te laat (de beloningen zijn al vergeven)? Wie bepaalt trouwens wie een bonus mag hebben? Ik hoor het beoordelingsgesprek met de veel meer verdienende manager al: “Dus jij denkt dat je bij de top 5 hoort? Wat staat daarover in je portfolio? Ja, ziet er goed uit, maar ik weet niet of dat aan de criteria voldoet die de bonuscommissie heeft opgesteld. Want het moet wel objectief meetbaar zijn. Het geld is trouwens op, de commissie moest ook betaald worden. Het wachten is op de volgende tranche. Tot die tijd moet je maar goed je best blijven doen.” Alle leraren excellent. Dat zit erin.

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Nieuws

Zijn de actieplannen van de minister wel haalbaar? Op 23 mei presenteerde minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra hun actieplannen. Ze geven daarin aan toe te willen naar een ambitieuze leercultuur en hogere prestaties van alle leerlingen. Met de actieplannen voor het basisonderwijs (Basis voor Presteren), voortgezet onderwijs (Beter Presteren) en leraren voor alle onderwijssectoren (Leraar 2020 – Een krachtig beroep!) zetten de bewindspersonen in op opbrengstgericht werken, bevorderen van excellentie en meer aandacht voor hoogbegaafdheid. De minister en staatsecretaris willen dat in 2015 60% van de basisscholen en 50% van de middelbare scholen opbrengstgericht werken. Nu is dat nog ca. 30% in het basisonderwijs en ca. 20% in het voortgezet onderwijs. Om opbrengstgericht werken te bevorderen, krijgt het primair onderwijs naast de verplichte landelijke eindtoets vanaf 2013 de wettelijke verplichting een leerlingvolgsysteem te gebruiken. Ook treden deze kabinetsperiode de referentieniveaus en de verscherpte exameneisen in werking. “De toegevoegde waarde, de leerwinst van een school, wordt belangrijker voor de beoordeling van de inspectie.” “Leraren en schoolleiders zijn cruciaal voor hoge prestaties van leerlingen. Ik streef daarom naar een verhoging van het opleidingsniveau van leraren en wil stimuleren dat leraren zich continu ontwikkelen”, aldus Zijlstra. “Het aantal masteropgeleide leraren moet substantieel omhoog.” In de actieplannen staat dat er 150 miljoen beschikbaar voor verdere professionalisering van zittende leraren, schoolleiders, middenmanagement en voor de kwaliteitsverbetering van de lerarenopleidingen. Om de kwaliteit van leraren te waarborgen, registreren leraren in het basis-, voortgezet en beroepsonderwijs zich als bekwame leraar

in een beroepsregister. Met de inschrijving verplichten zij zich tot nascholing. Ook gaan scholen structureel gebruik maken van peer review. Daarbij kijken leraren en schoolleiders bij andere scholen en spreken elkaar aan op de kwaliteit en de verbetering daarvan. Volgens de minister biedt de overheid met de actieplannen meer helderheid over ‘wat’ van scholen wordt verwacht. “Scholen krijgen meer ruimte om in te vullen ‘hoe’ ze aan de verwachtingen gaan voldoen. Door onnodige belemmeringen in wet en regelgeving weg te nemen en bureaucratische lasten te verminderen, kunnen scholen zich richten op hun kerntaak: goed onderwijs verzorgen.” De PO-Raad steunt de ambitie van de actieplannen wel, maar waarschuwen: “Doordat OCW de regie voor de uitvoering sterk naar zich toe trekt, voelen de scholen zich veel minder eigenaar van de gewenste kwaliteitsslag. Hierdoor worden de ambities waarschijnlijk onvoldoende gerealiseerd.” De PO-Raad sprak in mei 2010 ook al de ambitie uit dat het aantal zeer zwakke scholen fors afneemt, taal- en rekenresultaten stijgen en excellente leerlingen sterker uitgedaagd worden. De kwaliteit van het onderwijs moet daartoe omhoog en extra professionalisering en scholing binnen alle

geledingen in het onderwijs zijn daarvoor essentieel. Dat zowel de minister als de staatssecretaris dit als speerpunten aangeven, is wat de PO-Raad betreft positief. “De plannen zijn op sommige gebieden echter zo gedetailleerd, dat dit contraproductief dreigt te worden.” Op het vlak van personeelsbeleid gaat het ministerie te vaak op de stoel van de werkgever zitten, vindt de PO-Raad. “Goed personeelsbeleid is van groot belang, maar dit is bij uitstek de verantwoordelijkheid van de werkgever. Dit strookt niet met de reeks aan concrete maatregelen die in het actieplan Leraar 2020 worden voorgesteld, bijvoorbeeld op het gebied van de prestatiebeloning.” Ook is de Raad niet te spreken over de financiële onderbouwing van de plannen. Zo vindt de Raad bijvoorbeeld de verdeling tussen primair en voortgezet onderwijs nog onduidelijk. En wijzen ze er op dat deze plannen bovenop de verhoging van de werkdruk komen, die de invoering van Passend onderwijs met zich mee brengt. En bovenop de bezuinigingen die het afgelopen jaar aan het onderwijsveld zijn opgelegd en in de nabije toekomst op het veld afkomen. De PO-Raad ziet dan ook een probleem met de uitvoering van de plannen en het behalen van de ambities.

Nog steeds actie tegen bezuinigingen Op 1 juni verscheen een aankondiging van vakbond CNV Onderwijs dat zij actie blijven voeren tegen de aangekondigde bezuinigingen in het Passend onderwijs. Tijdens de algemene vergadering namen de leden van de bond unaniem een motie aan waarin staat dat acties - en zelfs stakingen - niet uitgesloten worden. De onderwijsbonden waren van plan vorige maand te staken, maar die actie werd afgeblazen toen Minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) in april bekendmaakte dat de bezuinigingen met een jaar worden uitgesteld en minder snel worden doorgevoerd. ''Ondanks dat we in gesprek zijn met de minister over de bezuinigingen, bestaat er bij onze achterban veel vrees dat er kennis en expertise verloren gaat door deze maatregelen’’, aldus voorzitter Michel Rog. Begin dit jaar was er een grote demonstratie waar meer dan 10.000 mensen uit het onderwijs hun ongenoegen kwamen uiten. ''Dat onbegrip en die woede leven nog steeds’’, zegt Rog. Volgens hem snappen veel mensen niet waarom er wel geld vanuit het ministerie naar bijvoorbeeld prestatiebeloning en gratis schoolboeken gaat en er tegelijkertijd wordt bezuinigd op Passend onderwijs. Passend onderwijs is voor kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs die extra aandacht nodig hebben door bijvoorbeeld een ziekte.

25

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Vreemde talenonderwijs

Waar staat vroeg vreemde talenonderwijs op dit moment?

Good policy should not be built to go fast Op 12 mei j.l. vond in Utrecht de conferentie ‘Vroeg vreemde talenonderwijs (vvto) in opmars’ plaats. Doel van de dag was het informeren en enthousiasmeren van lokale, regionale en landelijke beleidsmakers, bestuurders en opleiders. Het merendeel van de deelnemers bestond echter collega’s die al jaren bevlogen bezig zijn met vvto. Op 500 scholen wordt op dit moment vroeg Engels gegeven aan leerlingen. In de tien jaar dat er actief gewerkt wordt aan dit vroeg vreemde talenonderwijs is dat nog een beperkte groep als je na gaat dat er ongeveer 7000 basisscholen zijn. Dus waar staat vvto momenteel en waar gaat het naar toe?

Er zijn veel organisaties bezig met vvto. Sinds 2008 coördineert het Platform vvto de ontwikkelingen rond het vroeg vreemdetalenonderwijs in Nederland. Het Europees Platform speelt daarbij een belangrijke rol, net als vvto-pionier EarlyBird. Het Europees platform is door het ministerie aangewezen om het internationaliseren van het Nederlandse basisonderwijs te coördineren en te stimuleren. Maar er is niks vastgelegd. Er is geen kwaliteitsstandaard en geen centraal beleid. Er mag vanuit de richtlijnen van de overheid niet meer dan 15% van de lestijd aan Engels worden besteed. Op gemeentelijk niveau wordt wel het een en ander geïnitieerd. De gemeenten Den Haag en Amsterdam zetten zich in voor de internationalisering van het onderwijs, maar voelen belemmeringen vanuit het landelijke beleid. Hun klacht is dat de landelijke overheid zich alleen maar focust op taal en rekenen en weinig ruimte biedt voor vvto. De gemeenten willen dat de Europese richtlijnen worden gevolgd, dat ze grensoverschrijdend te werk mogen gaan.

Hoe eerder je begint met het leren van een vreemde taal, hoe taliger je wordt.

Geen eiland Je zou van het ministerie verwachten dat ze in deze tijd hoog in zetten op vroeg Engels, om toch ook vooral de boot van de grensoverschrijdende kenniseconomie niet te missen. Maar de

overheid is van mening dat het veld het prima doet en laat het bij die constatering. Minister Van Bijsterveldt sprak de bezoekers van de conferentie ‘VVTO in opmars’ toe. Ook zij onderstreepte het belang van het spreken van meerdere talen: “Want Nederland is geen eiland. Als we mee willen blijven doen in de top van landen met het beste onderwijs, als we willen dat onze economie sterk en gezond blijft, en als we willen dat mensen zich kunnen handhaven en ontplooien in een multi-etnische samenleving en op een internationale arbeidsmarkt - dan moet iedereen meerdere talen spreken.” Ook onderkent ze dat vroege aandacht voor Engels goed is: “Je zou kunnen zeggen dat het met taal is zoals met ballet, of turnen: hoe meer je beweegt, hoe leniger je wordt. Hoe eerder je begint met het leren van een vreemde taal, hoe taliger je wordt. “ Ze onderstreepte in haar bijdrage het advies van de Onderwijsraad, waarin wordt aangegeven dat veel volwassen Nederlanders hun taalbeheersing te hoog inschatten en zelfs dat Europese bedrijven internationale omzet verliezen door een gebrek aan taalbeheersing van hun medewerkers (onderzoek van Onna & Hansen 2007 en ELAN 2005). “Met andere woorden”, zei de minister, “als we kinderen vroeg een vreemde taal aanbieden, komen ze verder in hun beheersing van die taal. Iemand die zes jaar Engels heeft gehad is nou eenmaal verder gevorderd dan iemand die maar drie jaar Engels heeft gehad.”

Verschil in niveau en kwaliteit Met vroeg Engels is een schuchter begin gemaakt in de jaren negentig. Pas in de laatste jaren is sprake van een groeiversnelling: 500 scholen (opgave Europees Platform) in augustus 2010. Voorzichtige extrapolatie van recente groeipercentages maken schattingen van ruim 700 in augustus 2011 en dan meer dan 1000 het jaar daarop realistisch. Dat betekent dat momenteel duizenden leerkrachten les in het Engels geven aan tienduizenden leerlingen in de onder- en middenbouw, en dat deze leerlingen met een flinke Engelse taalvaardigheid en internationaal bewustzijn de basisschool verlaten. Deze groei heeft zich redelijk spontaan voltrokken en is maar in beperkte mate gericht geweest. Er zijn daardoor aanzienlijke verschillen tussen de programma’s Engels ontstaan. Het Platform vvto Nederland wil door middel van een op 12 mei j.l. gepresenteerde startnotitie een aanzet doen tot een meer eenduidige beschrijving van eindtermen. Wat kan – en doet – een leerling aan het eind van groep 8? Wat kan een school voor voortgezet onderwijs verwachten aan Engelse vaardigheid van een instromer in het vmbo of het gymnasium? Vvto Engels is volgens het platform zo groot geworden dat er behoefte is aan een meer dan een globale indicatie van doelen. Dat is niet alleen van belang voor de leerling en en de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn. Ook opleidingen, uitgevers en instellingen voor nascholing en begeleiding kunnen met heldere kaders gericht aan de slag om de nieuwe en ervaren scholen te ondersteunen en te begeleiden. Op dit moment zijn er dus verre van optimale omstandigheden. Er zijn geen landelijk vastgelegde eindtermen, er is nauwelijks sprake van een doorlopende leerlijn

26

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Vreemde talenonderwijs

vroeg beginnen aan een vreemde taal juist goed is voor de beheersing van de Nederlandse taal. Ans van Berkel, taalkundige verbonden aan de Vrije Universiteit, omschreef vvto zelfs als een prachtige kans voor dyslectische kinderen, als je maar niet te vroeg met schrijven begint. “Als je via spreken en luisteren met Engelse woordenschat aan de slag gaat, ervaren ook dyslectische kinderen, hoe leuk taal is.” Ook de minister had vernomen dat wetenschappers aangeven dat vvto goed is voor taalzwakke leerlingen. “Dat is een razend interessante hypothese natuurlijk. Een van mijn speerpunten is dat de taal- (en reken-)prestaties van leerlingen in alle sectoren in het onderwijs omhoog moeten. Taal is de basis van de onderwijscarrière van iedere leerling. Die basis moet op orde zijn, want een taalachterstand belemmert leerlingen om optimaal te presteren bij andere vakken. Op mijn verzoek onderzoekt de Rijksuniversiteit Groningen daarom nu samen met de Universiteit Utrecht wat de invloed van vreemde talen onderwijs is op de beheersing van het Nederlands. Als uit dit onderzoek zou blijken dat vvto inderdaad een positieve invloed heeft op de taalprestaties van leerlingen in den brede - en daardoor indirect ook nog eens op de prestaties bij andere vakken - dan ligt er een stevig gefundeerd verhaal om het huidige vroeg vreemdetalenbeleid verder uit te bouwen.”

Minister Van Bijsterveldt: "Taal is de basis van de onderwijscarrière van iedere leerling."

Pas in 2013

van het primair naar het voortgezet onderwijs en de positie van het Engels op de meeste pabo’s is zeer kwetsbaar. Startmoment, lestijd, ervaring: Drie verschillen in de uitvoering van een niet vastgelegd programma, die voor logische verschillen in uitstroomniveau zorgen. Wat stelt het Platform in de startnotitie voor? Rick de Graaff, voorzitter Platform vvto, zei in zijn toespraak op de conferentie het volgende: “ Wij stellen voor om de referentieniveaus die nu gelden voor het eind van de tweede klas voortgezet onderwijs te hanteren als richtlijn voor de eindtermen vvto. Cito heeft daar zijn huidige voortgangstoetsen op gebaseerd. Deze referentieniveaus zijn ontwikkeld met het reguliere Eibo-programma (Engels in het basisonderwijs in groep 7 en 8, red.) als uitgangspunt. Met vvto kun je hogere instroomniveaus verwachten. Leerlingen komen dan binnen in het voortgezet onderwijs met een voorsprong van twee jaar. Dat is een gegeven waarmee brugklasdocenten Engels terdege rekening moeten gaan houden.”

Niet eens goed Nederlands Om dat niveau te halen, moet er vroeg begonnen worden met het vreemde talen onderwijs. Rondom dat ‘vroeg beginnen’ heersen in het veld en bij beleidsmakers nog wel wat vooroordelen. “Ze spreken niet eens goed Nederlands, dan ga je ze toch geen Engels leren?” Diverse sprekers op de conferentiedag gaven echter aan dat het

27

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3

Met het onderzoek schuift de minister echter een echt fundament en gericht overheidsbeleid op dit punt voor zich uit. Want de onderzoeksresultaten worden pas in 2013 bekend. Tot die tijd moet het veld het zelf doen en blijft er een gebrek aan een breder wettelijk kader en beleid. Minister van Bijsterveldt zei hierover: “We moeten niet te snel willen gaan. Maar: laten we wel ambitieus zijn. Want, zoals men in het Engels zegt: "Good policy should not be built to go fast. It should be built to go far." Waar sommigen op meer hadden gehoopt, was het Europees platform zeer tevreden over de dag en de woorden van de minister. In hun reactie zeggen ze: “De minister heeft heel duidelijk aangegeven dat ze vvto belangrijk vindt en dat ze dat verder uit wil bouwen. We zijn blij dat de minister haar beleid baseert op onderzoek. Het is dan ook te begrijpen dat ze de resultaten van het lopende onderzoek wil afwachten. We er alle vertrouwen in dat de resultaten in 2013 haar alle aanleiding zullen geven om haar beloftes in te lossen.”


Agenda

Agenda Eerste Kindermediaweek

Een stevige basis: vierdaagse training voor contact- en vertrouwenspersonen in het onderwijs

3 tot 10 september 2011 Dit jaar wordt voor het eerst de Kindermediaweek georganiseerd. In deze week aandacht voor de impact van kindermedia, met attentie voor de aantrekkelijke en goede kanten. De nieuwe themaweek wordt voortaan in de eerste week na de zomervakantie gehouden. Het aanbod van kindermedia is groot. Publieke en commerciële kinderzenders leveren met elkaar 320 uur kindertelevisie. Daarnaast heeft bijna elk net een webportal, en veel programma’s hebben individuele websites. De uitreiking van de prijzen, behorend bij deze themaweek, vindt tijdens een feestelijke bijeenkomst in Hilversum plaats. Kinderen bepalen zelf de criteria voor deze onderscheidingen. Door middel van een groot online onderzoek, dat dit voorjaar onder kinderen is gehouden, wordt bepaald welke criteria ten grondslag liggen aan een succesvolle productie. Daarna mogen de kinderen stemmen op de media die aan de gekozen criteria voldoen. Het onderwijs en de kinderopvang ontvangen een promotiepakket om zelf aan de slag te gaan en hun kinderen mediasmart te maken door bewust te kiezen. www.mediasmarties.nl

6 en 7 september 2011 27 en 28 september 2011

Startconferentie 'Eerst kiezen dan delen'

Remedial Touch III, vakbeurs voor Remedial Teaching

Het Project Preventie Seksuele Intimidatie in het onderwijs (PPSI) verzorgt een extra vierdaagse training ‘Een stevige basis’, bedoeld voor interne en externe vertrouwenspersonen in het basisonderwijs, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. De training zorgt voor een stevige basis bij het uitoefenen van de vertrouwensfunctie op school. In deze training komen alle aspecten van het vertrouwenswerk aan bod: taken en bevoegdheden van de vertrouwenspersoon, het wettelijke kader, de begeleiding van de klager, gesprekstechnieken, het geven van voorlichting en vormgeven aan preventie. Deelnemers beschikken na afloop over voldoende kennis en vaardigheden om klagers professioneel op te vangen en klachten zorgvuldig te behandelen. De vierdaagse training bestaat uit twee blokken van twee achtereenvolgende dagen: (inclusief overnachting) en vindt plaats in Woudschoten, Zeist www.ppsi.nl

6 september 2011 13 september 2011 Met de invoering van Lumpsum in het primair onderwijs hebben besturen en scholen meer zeggenschap gekregen over de wijze waarop ze hun middelen inzetten. Bij het grootste deel van de besturen en scholen heeft dit geleid tot veranderingen in de verdeling en besteding van het geld. Daarnaast was er volop aandacht aan de meer beheersmatige kanten van financieel management. Die goed te begrijpen aandacht is echter vaak ten koste gegaan van de aandacht voor een optimale koppeling tussen (onderwijskundig) beleid en financieel beleid. Het evaluatierapport Lumpsum heeft dit nog eens duidelijk gemaakt. Juist daarom start de PO-Raad met een meerjarig project waarin het versterken van die koppeling centraal staat. We hopen u te ontmoeten op een van de startconferenties. Deelname is kostenloos. De conferentie biedt een goede voorproef van wat het project u te bieden heeft en geeft u een kans om, door een boeiende combinatie van workshops en lezing, alvast kennis te nemen van belangrijke achtergronden en handige tips. www.poraad.nl

Op dinsdag 13 september vindt voor de 3e keer de landelijke vakbeurs voor remedial teaching plaats in het NBC te Nieuwegein, onder de naam RT Touch III. Op de beursvloer van deze grootste beurs voor remedial teaching kunt u zich breed (laten) informeren over materialen, methodes en diensten, praktische kennis verwerven en inspiratie op doen, of de geest scherpen. Eén dag om in één keer ‘bij’ te zijn op uw vakgebied. Deze derde editie van RT-Touch staat mede in het teken van het 20-jarig bestaan van de LBRT. Zo wordt stilgestaan bij het verleden, het heden en de toekomst van remedial teaching. www.digitaalinschrijven.nl

Themadag Science 21 en 28 september 2011 Niet ieder kind zal de nieuwe Albert Einstein of Nobelprijswinnaar worden. Wel is het belangrijk om in de kinderopvang en het onderwijs jonge kinderen kennis te laten maken met Wetenschap en Techniek. Misschien worden er wel verborgen talenten ontdekt? Op 21 en 28 september organiseert de CED groep organiseert de Themadag Science. Op die dag krijgen basisschoolleerkrachten van de onderbouw en peda-

28

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Agenda

Agenda

Agenda gogisch medewerkers van kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en de buitenschoolse opvang, de mogelijkheid om deel te nemen aan een aantrekkelijke themadag Science. Na een verrassende inleiding kunnen de deelnemers verschillende workshops bijwonen, die allen zo praktisch zijn, dat elementen ervan daags erna in de eigen groep uitgeprobeerd kunnen worden. De themadag Science wordt op 21 september georganiseerd in de omgeving van Rotterdam en op 28 september in de omgeving Utrecht. www.bredeschool.nl

Bendecafé van het Innovatorsnetwerk 28 september en 23 november 2011 SBO en Stichting Nederland Kennisland organiseren samen het bendecafé van het Innovatorsnetwerk voor primair en voortgezet onderwijs. Doelstelling van het innovatorsnetwerk is bewustwording, netwerkvorming en kennisvorming. Tijdens het Bendecafé gaan we aan de slag met belemmeringen die scholen ondervinden bij innovatie. Ieder bendecafé bestaat uit een solution salon, een inspiratiesessie en een denktank. De aanmeldingen voor de startbijeenkomst van het innovatorsnetwerk stroomden de afgelopen weken binnen! Tijdens de Bendecafés gaan we op zoek naar succesvolle manieren om scholen te verbeteren, we leren van en met elkaar en formuleert de denktank aanbevelingen op het gebied van innovatie. Vanuit het innovatorsnetwerk zal, na elk Bendecafé, een Innovatiebrigade op bezoek gaan bij een vijftal po- en vo-scholen. Om te horen wat er speelt, om inspiratie te bieden en om scholen te ondersteunen bij het realiseren van gewenste vernieuwingen. De Bendecafés vinden plaats in de Winkel van Sinkel in Utrecht. Doelgroep voor de bijeenkomsten bestaat uit leraren, bestuurders en andere medewerkers van scholen. www.innovatieimpulsonderwijs.nl

Jaarcongres Finance in het Onderwijs 4 oktober 2011

Wanhopige jongeren - Omgaan met zelfverwonding en suïcide bij scholieren 6 oktober 2011 Er is een nieuwe trend op Youtube. Films en foto’s van automutilatie dienen als voorbeeld voor jongeren. Zelfverwonding komt veel voor bij jongeren en kan zelfs leiden tot suïcidepogingen. Tussen de 14 en 24 procent van de tieners verwondt zichzelf. Wat zijn de kenmerken, achtergronden en risicofactoren? Wanneer leidt zelfverwonding tot een suïcidepoging? Wat kunt u doen aan preventie? Op donderdag 6 oktober organiseert Medilex de studiebijeenkomst ‘Wanhopige jongeren’. Onder leiding van de dagvoorzitter worden onder meer de volgende onderwerpen behandeld: Wat is het verschil tussen zelfverwonding en een suïcidepoging? Wat is de verantwoordelijkheid van de school? Vertrouwelijkheid en zwijgplicht – hoe ver mag u gaan? Naast de praktische informatie van deskundige sprekers, krijgt u in de middag een gesprekstraining. Aan de hand van eigen casussen uit de praktijk gaat u zelf gesprekken oefenen. www.medilex.nl

Landelijke Studiedag Talendocenten Levende Talen - ''Spraakmakend" 4 november 2011 Een jaarlijks door Levende Talen georganiseerde dag voor talendocenten, managers en beleidsmakers binnen het talenonderwijs. Datum: vrijdag 4 november in de Jaarbeurs te Utrecht. Met de opening door een bekende schrijver, 60 workshops voor en door talendocenten, cabaret, prijsuitreikingen, stands met educatieve exposanten. www.levendetalen.nl

Dé Onderwijsdagen 2011

Op dinsdag 4 oktober wordt in Congrescentrum Triavium te Nijmegen, het congres ‘Met minder financiering meer kwaliteit van onderwijs’ gehouden. In de onderwijssector wordt de broekriem steeds strakker aangetrokken. Toch wordt van onderwijsinstellingen verwacht dat men met minder middelen de kwaliteit van het onderwijs verbetert. De laatste jaren is er nogal wat kritiek op het vermogensbeheer van onderwijsinstellingen geweest. In de praktijk blijkt dat veel scholen onvoldoende inzicht hebben in hun inkomsten en uitgaven. Jaarcijfers komen op deze manier voor veel schoolbesturen als een onaangename verrassing. De oorzaak ligt vaak in de personele baten en lasten. In 2009 concludeerde de Commissie Don uit onderzoek dat scholen structureel te weinig -van het geld dat daarvoor bedoeld is- uitgeven aan onderwijs. Volgens de commissie ligt de kern van het probleem in het financiële beleid dat in alle sectoren voor verbetering vatbaar is. Tijdens het congres ‘Finance in het onderwijs’ bespreken we de actuele ontwikkelingen op financieel gebied en blikken vooruit. www.financeinhetonderwijs.nl

8 en 9 november 2011 Trends en ontwikkelingen rond ICT in onderwijs tijdens Dé Onderwijsdagen 2011. In twee dagen tijd krijgt u inzicht in de resultaten en trends op het gebied van ICT binnen het hele onderwijsveld. Heeft u een idee, project, onderwijstoepassing of onderzoek op het gebied van ICT-innovatie in het onderwijs? Presenteer deze dan in één van de open sessies tijdens Dé Onderwijsdagen. Het programma biedt u, net als voorgaande jaren, de kans uw opgedane kennis en ervaring met anderen te delen. Bovendien krijgt u als spreker gratis toegang tot Dé Onderwijsdagen! De Call for Proposals is opengesteld voor alle onderwijsinstellingen uit het primair tot en met het hoger onderwijs. De uiterste inzenddatum voor voorstellen is 28 augustus aanstaande. Daarna bepaalt een online publieke stemming welke voorstellen een plaats in het programma krijgen. www.deonderwijsdagen.nl

Gearceerde items zijn nieuw in de agenda

29

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Agenda

Agenda RT Touch t: h ig tl o sp e d in st Bijeenkom spotrkdag of congres in de

n conferentie, we n Plein Primair steeds ee va da en air.nl o.v.v. agendatip. ag de in we dan naar info@pleinprim il Voortaan zetten ma e, ori eg cat ze de or een dag voor lights. Heeft u een tip vo ching organiseren. ng van de dag? en wat is de bedoeli we deze landelijke dag voor en over Remedial Tea directeuren, Wie is de doelgroep ool dat r sch r kee s, maar ook voo al weer de derde

onderwij “Het is r de Truus Bogaard, LBRT: primair als voortgezet aal bij te brengen ove al Teachers, zowel in edi Rem in een dag weer helem r rs voo me d lne oel dee de om is De dag is bed dag de ten. De bedoeling van beleidsmakers en studen vak.” het nen bin ontwikkelingen zonder vindt. presentaties 18 minuten durende de dag die je zelf bij n ne bin n nte pu 2 rth spreading). Dat zijn wo eas ik er weer erg (Id kijk Noem 1 of en k ing Oo . -lez ert r ga kijken zijn de TED idee over RT introduce naa een , er ma zek f the zel ik iningen en een rs tra aar , “W ijke spreke ied hun methoden denkers en voortreffel e aanbieders op RT geb rijk ang bel waarin vooraanstaande alle ar wa ige beursvloer te lopen, uit om over de levend n.” zie n producten late bedoeling daar van? een dag zo certificaat, wat is de en workshops, kun je n ee en ng tva on inspirerende lezingen de t me zetten. Als een te En . Deelnemers om t dag de caa tifi op eend dat in een cer , te zien en te ervaren gem ren ben ho te heb eel wij zov dat is r, “Er al teache sionalisering als remedi veel doen aan je profes kennis over het vak.” van ing pel dom der bevestiging van die on

advertentie

Master Special Educational Needs Onderwijs: speciaal voor iedereen Wilt u optimaal kunnen inspelen op verschillen tussen leerlingen? En wilt u zich verder ontwikkelen als professional? Kies dan voor de master SEN! U kunt kiezen uit vier uitstroomprofielen: Onderwijs en zorg, Onderwijs en leerproblemen, Onderwijs en gedragsproblemen, Begeleiden en innoveren.

Laat u voorlichten!

Amsterdam (VU) 7 juni 19.00 Amsterdam (VU) 23 augustus 19.00uur uur Zwolle 8 juni 19.00 Utrecht 23 augustus 19.30uur uur Leeuwarden 9 juni 19.00 Haarlem/Den Haag/Rotterdam/Amstelveen 24 augustus 17.00uur uur Utrecht 9 juni 19.30 Zwolle 24 augustus 19.00uur uur Haarlem/Den juni 17.00 Leeuwarden Haag/Rotterdam/Amstelveen 2515 augustus 19.00uur uur

Kijk voor meer informatie op www.windesheim.nl/masters of www.oso-windesheim.nl.

30

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3


Nieuws

Kanttekeningen bij wetsvoorstel Passend onderwijs Recent heeft de Evaluatiecommissie Passend Onderwijs (ECPO) het Wetsvoorstel Passend Onderwijs dat de Minister van Onderwijs met haar brief aan de Tweede Kamer van 31 januari 2011 heeft gepresenteerd van een aantal aanbevelingen voorzien. Dat is na een periode van relatieve rust op het front van Passend onderwijs weer beweging. Wat moet je als Evaluatiecommissie in een periode met afgeblazen bezuinigingen waarin het onderwijsveld, dat bij moet komen van forse aangekondigde bezuinigingen, even weinig beleidsontwikkeling laat zien? land beter op zal maken. De minister zal, aldus de ECPO, met name aan deze procesgang moeten sleutelen.

De ECPO merkt in de inleiding van haar advies op dat het wetsvoorstel na een lange periode van relatieve onduidelijkheid meer zicht biedt op de koers die het kabinet bij de ontwikkeling van Passend onderwijs wil gaan varen. Ze noemt dat een pluspunt. Na nog enkele positieve kanttekeningen vervolgt het advies met de opsomming van aardig wat knelpunten. Een belangrijk eerste knelpunt is dat ook in een stelsel waarin scholen een zorgplicht hebben procedures om tot een plaatsing te komen toch nog vele weken in beslag kunnen nemen. ‘Het wetsvoorstel biedt op het gebied van toelating en plaatsing te veel ruimte voor een (te) lange procesgang, waardoor een leerling onverantwoord lang van onderwijsverstoken kan blijven.’ Daarmee reikt de ECPO een punt van forse kritiek aan, want je mag toch verwachten dat de invoering van een nieuwe wet nuttig en nodig is en per saldo het er voor de burgers van een

Verdeling zorgmiddelen In het Wetsvoorstel is de vorming van nieuwe samenwerkingsverbanden voorzien. Je kunt ook dat onderdeel een belangrijk element van de nieuwe Wet noemen. De bestaande samenwerkingsverbanden voor het primair onderwijs moeten worden omgezet in samenwerkingsverbanden Passend onderwijs. De verbanden krijgen een andere samenstelling omdat naast de scholen voor regulier onderwijs en speciaal basisonderwijs ook de scholen en vestigingen van de scholen voor speciaal onderwijs van de clusters 3 en 4 gaan deelnemen. Deze ingrijpende operatie wordt op dit moment door het ministerie voorbereid. Besturen van scholen moeten, als de regio bekend is, afspraken maken over de wijze waarop zij Passend onderwijs gaan realiseren. Belangrijk is natuurlijk dat de nieuwe verbanden afspraken moeten gaan maken over de verdeling en besteding van de aan het samenwerkingsverband toegekende zorgmiddelen en over de toewijzing van extra ondersteuning aan zorgleerlingen in het regulier onderwijs. Cruciaal in deze nieuwe samenwerking zijn de richtlijnen die opgesteld moeten worden over de plaatsing van leerlingen in het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs van de clusters 3 en 4. Ook de ECPO stelt vast dat nu in de voorstellen weer veel grotere regio’s in beeld komen die eerder zijn voorgesteld en ook weer van tafel gehaald zijn. Dat schoolbesturen zich zo nu en dan afvragen achter welke voorstellen je nu moet aanlopen, is niet verwonderlijk. Maar uit alle regiobij-

eenkomsten is inmiddels al wel gebleken dat het in ieder geval deze minister ernst is met deze schaalvergroting en dat, als het aan dit kabinet, deze ook gericht zal worden doorgevoerd. De ECPO plaatst bij de voorstellen een aantal kanttekeningen maar voornaam lijken de kanttekeningen te zijn die gaan over de ontbrekende samenhang tussen de verbanden primair en voortgezet onderwijs en de vrijheid van verbanden in de keuze van procedures en criteria voor de verwijzing naar het speciaal onderwijs. Hier treedt de overheid toch wel erg ver naar achteren om het onderwijs de ruimte van een eigen invulling te laten. ‘Dat kan tot forse (met rechtsongelijkheid gepaard gaande) regionale verschillen leiden.’, constateert de ECPO. Grote vrijheid Over de kern van het nieuwe stelsel dat de minister voor ogen staat lijkt in het onderwijs wel grote overeenstemming te bestaan. ‘Het is een goede zaak dat de regeling van de toekenning van speciale onderwijszorg fors wordt vereenvoudigd.’ Met deze opmerking in het advies verwoordt de commissie een overtuiging die velen in het onderwijs delen. De voorgestelde verandering van ‘zeer gecompliceerd naar een grote vrijheid om de zorg te regelen’ doet bijna weldadig aan. Ook hier weer waarschuwt de ECPO nog maar eens dat zo’n grote vrijheid ook schaduwkanten heeft. ‘Elk samenwerkingsverband kan in alle vrijheid eigen procedures en criteria vaststellen, stelt de ECPO, maar het betekent ook dat ‘op een groot aantal plaatsen energie besteed gaat worden aan het opnieuw uitvinden van het wiel.’ Bovendien kunnen de verschillen tussen verbanden groot zijn. De commissie wijst in dit verband op het feit dat de wet ouders onvoldoende rechtszekerheid biedt.

Colofon Plein Primair is een uitgave van Uitgeverij School BV / Meppel en AT Consult, Stationsweg 44a, 7941 HE Meppel, tel.: 0522-246162; fax 0522-246462 Redactieadres: Postbus 543, 4100 AM Culemborg, tel.: 0345-510161, fax 0345-510249, e-mail: redactie@pleinprimair.nl, www.pleinprimair.nl Redactionele medewerkers: Cocky de Valk, Henk van der Pas, Rob Godfried Eindredactie: Anneke Sliedrecht Hoofdredactie: Aat Sliedrecht Ten Brink Abonnementenadministratie: Postbus 41, 7940 AA Meppel. Tel. 0522-855175, e-mail: abonnementen@tenbrink-meppel.nl, Nederland normaal tarief € 51,00, Studentenabonnement € 43,50, België € 54,70, Buitenland overig € 71,00, Plein Primair + taalkatern 6 x PP + inlogcode website + 3 x taalkatern € 67,75, België € 67,75, Buitenland overig € 83,85, 3x Plein Primair + taalkatern, € 31,50. Een abonnement kan ieder moment ingaan en schriftelijk tot uiterlijk twee maanden vóór beëindiging van het jaarabonnement worden opgezegd. Bij niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch verlengd. Adreswijziging schriftelijk drie weken van tevoren zenden aan de abonnementenadministratie, onder vermelding van het betreffende tijdschrift, oud en nieuw adres, beide met postcode en abonnementsnummer. Nadat u zich heeft geabonneerd, ontvangt u een acceptgirokaart met daarop de abonnementsprijs. Losse nummers kunnen à € 4,50 (incl. verzendkosten) uitsluitend schriftelijk worden besteld bij de abonnementenadministratie ‘Plein Primair’, o.v.v. het editienummer en de jaargang. Advertentie-exploitatie: Recent B.V., Postbus 17229, 1001 JE Amsterdam, tel: 020-3308998, fax: 020- 4204005, email: info@recent.nl, Basisontwerp/Vormgeving /opmaak & lithografie: FIZZ reclame + communicatie Druk: Drukkerij Ten Brink, © 2011. Het verlenen van toestemming voor publicatie in dit tijdschrift houdt in dat de auteur de uitgever, met uitsluiting van ieder ander, onherroepelijk machtigt bij of krachtens de Auteurswet door derden verschuldigde vergoeding voor copiëren te innen of daartoe in en buiten rechte op te treden en dat de auteur ermee instemt dat de uitgever deze volmacht overdraagt aan de door auteurs- en uitgeversvertegenwoordigers bestuurde Stichting Reprorecht tot welke overdracht de uitgever zich enerzijds verbindt en dat deze Stichting aan de te innen gelden een in overeenstemming met haar statuten en reglementen bepaalde bestemming geeft. ISSN 1389-2371

31

2 5 / 0 6 / 2 0 1 1 | n r. 3



Plein Primair nr 3