Page 1

T E H R VIE N! E L L VA magazine over ervaringen de Cultuur Loper in Maas en Meierij


4


INLEIDING Kun je passie meten? Jazeker. Pak een liniaal en stel het formaat van dit magazine vast. Vermenigvuldig de lengte en breedte met het aantal pagina’s. De uitkomst: 2.004,8 vierkante centimeter hartstocht. Veel hè? Vinden wij ook. Alle verhalen in dit magazine hebben hun eigen klank en kleur. Maar wat de schrijvers – veelal leerkrachten – delen, is gedrevenheid. Het vuur waarmee ze zich voor cultuureducatie inzetten, vonkt ervanaf. Dat we je dit magazine in de zomer van 2017 voorleggen, is geen toeval. Het markeert het einde van de eerste beleidsperiode van De Cultuur Loper (2013-2016) en het begin van de tweede (2017-2020), waarvoor onlangs subsidie is toegekend. Zo’n kantelpunt nodigt uit tot terugblikken. Veel verhalen laten de successen en resultaten zien. Terecht. Tegelijkertijd zou het de geloofwaardigheid van dit magazine ondermijnen als het louter triomfen zou beschrijven. De praktijk is immers weerbarstig. Gelukkig hadden alle betrokkenen de moed om ook kleine en grotere tegenslagen te noemen. Struikelblokken, miscommunicatie, verkeerde keuzes: ze waren vaak een aanslag op het geduld en optimisme, maar achteraf bezien een bron van inzicht. Fouten maken is een onmisbaar onderdeel van leren. Als intermediairs zetten we samen met de school stappen. Dat valt niet altijd mee. Want het gaat voetje voor voetje oftewel: heel langzaam. Alle neuzen dezelfde kant op zien te krijgen – en dat blijven herhalen. Activiteiten uitproberen, aanpassen, bijstellen en opnieuw proberen. Soms zakt de moed in de schoenen, soms lukt het de blik van die schoenen los te maken en om ons heen te kijken. Dat doet goed: we zien wat we allemaal al bereikt hebben. Wij leerden dat we vooral ook moeten loslaten, want de school is aan zet. Aan wilskracht zal het niet liggen, leren de terugblikken in dit magazine. Hoe we de schrijvers vonden? Allen namen deel aan de tweejaarlijkse studiedag over cultuureducatie op 26 mei 2016, georganiseerd door de samenwerkende marktplaatsen Maas en Meierij. Centraal die dag stonden de gedragsindicatoren uit het traject van De Cultuur Loper. We hopen dat de verhalen je steunen en dat ze stof voor gesprek met collega’s vormen. Zo komen we steeds verder, een belofte die al in de naam zit: De Cultuur Loper. Stapje vooruit – of twee. Tijdelijk eentje achteruit. Of opzij. In balans of struikelend. Maar in beweging. De stap zetten, dat is wat telt. Namens de samenwerkende marktplaatsen cultuureducatie Maas en Meierij Kristel van Lieshout en Marlou Vrijsen 5


OP REIS MET PARELS EN BEREN Marionne Lommen

Directeur obs De Ieme, Veghel ‘Het speellokaal is helemaal afgeplakt met plastic. Na een uur komen de kinderen het lokaal uit. Onder de verf. En heel erg enthousiast.’ Zomaar een dinsdagochtend op basisschool De Ieme in Veghel. Voor het derde jaar zijn wij Voorloperschool. Met het team hebben we al enkele fases doorlopen die in een verandertraject onvermijdelijk zijn. Van super-enthousiast beginnen naar grote frustraties oplopen, naar langzaamaan zicht op een uiteindelijke vorm krijgen. Drie jaar geleden betraden wij het pad van De CultuurLoper. Door Plein23, marktplaats cultuureducatie in Veghel, werden we hier enthousiast voor gemaakt. Al jaren organiseerden we ateliers, die we een van onze pareltjes noemden. Maar als we diep in ons hart keken, wisten we dat de parels hun glans aan het verliezen waren. Een paar keer per jaar organiseerden we een heleboel activiteiten en hadden de kinderen een geweldige ochtend. Met creatieve ontwikkeling had het niet veel te maken, maar ouders vonden het geweldig – want kinderen maakten de meest fantastische dingen. Zo kruisten twee ontwikkelingen elkaar wonderwel: ons verlangen naar meer diepgang in de ateliers én de CultuurLoper. ‘Op de grond liggen vellen papier en er staan bakken verf. In bakken ligt kosteloos materiaal klaar. Verfschorten liggen op een grote hoop.’

6


Zonder exact te weten wat we zouden gaan doen, durfden we in het diepe te springen. We hadden al een enthousiaste en opgeleide ICC’er, Judith, en we kwamen samen om onze ambitie helder te krijgen: wat willen we onze kinderen nu eigenlijk meegeven? We wilden onze ateliers hun glans weer teruggeven. Maar hoe?

Comfortzone

Heel toevallig kwamen Wieteke en Mignon van Artisjok & Olijfje op ons pad – zij maken creatieve programma’s voor kinderen van nul tot twaalf. Wieteke en Mignon verzorgden een eerste workshop met het team. Wow... wat waren we enthousiast! Want zij raakten precies datgene waar wij naar op zoek waren: samen het creatieve proces induiken en dan kijken wat eruit komt. We besloten een jaar samen te gaan werken. In dat jaar hadden we fantastische teambijeenkomsten, waar we behoorlijk buiten onze eigen comfortzone gingen. Want om het creatieve proces bij kinderen aan te wakkeren, moesten we hier zelf ook in duiken. Toen ontstond er een periode die je als chaos zou kunnen omschrijven. Niet als zichtbare chaos, maar chaos in de hoofden van de collega’s: HELP! We zagen collectief beren op onze weg en wilden eigenlijk terug naar het oude. Nu, zo’n drie jaar later, bestaat de werkgroep ICC uit drie personen (twee ICC’ers en directie) en sluiten er nog twee Pabo-studenten aan. Dit jaar gaan de ateliers hun oude glans heroveren. Met een nieuwe naam: KUNSTUUR. En met een nieuwe ambitie… Hoe gaan we dit volgen in ons portfolio? ‘Om 9 uur komen de kinderen binnen. Van kleuter tot bovenbouwer. Sanne vertelt het verhaal van ‘De Stip’. Daarna gaat het over pointillisme. En bekijken ze schilderijen. En gaan ze zelf aan de slag. Met alle materialen wordt er geschilderd. Met hun lijf wordt er geschilderd. Dat is kunst en cultuureducatie: met heel je lijf ervaren hoe het is.’

7


WÁT

HÛH, ZIJN WIJ GEWORDEN? Dana Schröder

ICC’er Theresiaschool, Berlicum En dan opeens krijg je van je marktplaatshouder te horen dat je een Voorloperschool bent geworden. Hûh, wát zijn wij geworden? En wat is DCL en CMK? Er komt meteen een stormvloed aan vragen in mij op. De belangrijkste: wat is de bedoeling van Voorloperschool zijn? Wat kunnen wij er als school mee? Daarna hebben de directeur en ik een ambitiegesprek met Kunstbalie gehad. Wat willen wij? Vooral onze directeur is aan het woord geweest. Ik had totaal geen idee waar wij als team naartoe zouden willen. Nadat dit is besproken en in een verslag is vastgelegd, is het mijn taak om mijn team hierover te informeren. De informatie wordt wisselend ontvangen. Veel collega’s denken dat dit er allemaal bijkomt, bovenop het toch al drukke programma dat we hebben en dat af moet. Wanneer ik uitleg dat de cultuuractiviteiten lesstof vervangend zijn, komt er wat rust binnen het team. There we go, het traject in. Heel langzaamaan wordt het mij steeds duidelijker wat we ermee kunnen. Ons cultureel programma staat jaarlijks in een activiteitenplan omschreven, zodat de directeur en de cultuurcoördinator kunnen zien wat er dat schooljaar aan culturele activiteiten gedaan wordt. Buiten deze activiteiten om heeft onze school steevast na de kerstvakantie een thema centraal staan waarin alle groepen zo’n drie weken met culturele activiteiten bezig zijn.

8


BreinBreien

Ik merk dat dit het beste loopt als leerkrachten van tevoren ideetjes van mij aangereikt krijgen, zodat ze kunnen opstarten. Zelf activiteiten bedenken/organiseren vinden mijn collega’s lastig. Vrolijke voetnoot: dat gaat wel ieder jaar steeds beter. Ook mijn collega’s groeien in het traject mee. Wij vinden het vooral belangrijk dat onze leerlingen zelf aangeven wat ze willen leren. De school heeft ervoor gekozen om het creatief denkproces bij leerlingen te vergroten. We willen onze leerlingen meer ontdekkend en onderzoekend laten leren, waarbij onze manier van lesgeven van kennisoverdracht naar kennisconstructie dient te kantelen. We zijn het traject BreinBreien ingegaan om dit voor elkaar te krijgen. Op de eerste bijeenkomst [mei 2016] werd helder dat niet alle collega’s hetzelfde in dit traject staan. Daarbij komen nog de totaal onvoorziene huiswerkopdrachten. Ook ik (ICC’er) wist hier niets van. Ik probeer mijn collega’s zo goed mogelijk te helpen om de opdrachten uit te voeren. Met een kanttekening: omdat ik het zelf lastig vind, vind ik het moeilijk om ze goed te begeleiden. Ik heb nog geen helder beeld in mijn hoofd hoe het er uiteindelijk uit moet komen te zien. Dit proces, waarvan we als team pas in het beginstadium zitten, heeft tijd nodig. Zelf zou ik graag wat meer begeleiding/feedback willen hebben bij het invullen/ bijhouden van De Cultuur Loper. Dat mis ik. Ondanks dat het een fijn instrument is, kijk ik er nu niet of nauwelijks op.

9


10


11


T WINTIG JAAR VALLEN EN

OPSTAAN Lotte Timmermans

Freelance Allround Dansdocent Wanneer ik in mijn basisschooljaren viel, was er maar één manier om weer op te staan. Die was voor alle kinderen hetzelfde. Deze manier van opstaan moest ook volgens het heiligverklaarde voorbeeld. Het werd je letterlijk en bij herhaling voorgedaan. Je hoefde niets zelf uit te zoeken en te ontdekken. Begrippen als ‘onderzoekend’, ‘creërend’ en ‘reflecterend vermogen’ waren totaal vreemd. Bij mij thuis waren deze termen evenmin vertrouwd. Toch werd ik wel degelijk gestimuleerd om ze te ontwikkelen en te beproeven. Thuis mocht ik namelijk vallen. Zelf leren op staan, nog een keer vallen en weer op een andere manier opstaan. Samen vallen. Op een tegelvloer vallen. Op het tapijt vallen. Samen opstaan, alleen opstaan, op z’n kop staan. Andersom vallen, opstaan. Drie keer vallen, vier keer opstaan. Het maakte niets uit: alles kon en mocht. Ik stond altijd weer op.

Oude school

Dat heeft me uiteindelijk ontwikkeld tot wie ik nu ben; een gepassioneerde danser, docent en dansdocent. Nu kwam ik toevallig twintig jaar later weer op mijn basisschool terecht voor een klein dansproject. “Gelukkig”, dacht ik. “Er is iets veranderd op mijn oude school.” Ik kon me namelijk niet herinneren dat ik ooit op die basisschool had gedanst – behalve thuisbedachte creaties die ik tijdens de maandviering mocht laten zien.

12


Ik heb een paar dansworkshops aan een aantal kleutergroepen mogen geven. Het waren vooral korte, creatieve dansopdrachten gekoppeld aan een thema. Kinderen mochten helemaal opgaan in hun eigen fantasie en improviseerden er daardoor op los. Prachtig om te zien! Dat vonden hun juffen en meesters ook. “Ik wist helemaal niet dat danslessen ook zo kunnen zijn”, “Wat gaaf! Ik zie kinderen helemaal opbloeien” en “Ik dacht dat je gewoon een dansje aan zou leren en ze die na moesten dansen.” Ojee, daar is dat heilige voorbeeld weer, dacht ik. Maar die uitspraak van de jonge juf is me sindsdien wel altijd bijgebleven. Mede door mijn opleiding aan de Fontys Academie voor Danseducatie in Tilburg is het geven van dit soort lessen of workshops aan kinderen voor mij heel vanzelfsprekend. Maar ik besef dat dit voor een ander nog totaal onbekend kan zijn. Met de nadruk op nog, want ik heb er vertrouwen in dat De Cultuur Loper daar snel verandering in brengt. Dan leren eindelijk alle kinderen op school dat ze mogen vallen en opstaan, op alle verzinbare manieren – en niet alleen volgens het voorbeeld.

13


KLEI KLEI KLEUTERTJE… Ingrid Linschooten

ICC’er Bernadetteschool, Veghel Al een aantal jaren ben ik op de Bernadetteschool in Veghel coördinator kunst en cultuur. Daarnaast geef ik handvaardigheid en techniek. Een geweldige combinatie, is mijn ervaring. Ik bruis ook altijd van de ideeën die met kunst en cultuur te maken hebben. Toch is er kanttekening. Want kunst en cultuur is ‘mijn ding’, maar het blijft lastig om alle leerkrachten mee te krijgen. Niet iedereen deelt mijn overtuiging dat out of the box denken het probleemoplossend vermogen van kinderen versterkt. Maar wat vooral bij collega’s speelt, is een gevoel van tijdgebrek. Want ze willen wel, maar alle andere zaken gaan voor. Gelukkig hebben we de afgelopen twee jaar ervaren dat het aanbieden van ‘hapklare brokken’ met hulp van kunstenaars het meeste resultaat oplevert. Dat inzicht danken we aan overleg met Dorian en Susanne, van Plein23, marktplaats voor cultuureducatie in Veghel. Ik mis alleen nog de doorlopende lijn. Als gevolg van de mobiliteit van leerkrachten in school en buiten de school is die lijn nog brokkelig.

Vies

Tijd voor een vrolijke terugblik: een jeugdervaring die ik met een uitgevoerd project kan verbinden. Als kind kreeg ik van mijn ouders veel ruimte om van alles te ontdekken. We woonden in een nieuwbouwwijk met huizen in aanbouw om ons

14


heen. Hekken ontbraken, waardoor we ideale speelmogelijkheden hadden. Stapels kozijnen die beschutting gaven nadat je erin was geklommen. Steigers waar je een touw aan kon hangen, zodat je een schommel had. Hutten bouwen et cetera. Daaromheen was veel weiland met sloten. Er was van alles te vinden en te beleven: gras, zand, modder, beestjes. Nu was er afgelopen jaar een leerkracht bij de kleinste kleuters en die wilde kinderen klei laten ervaren. Prima, we werken samen met Ine van Grunsven als kunstenaar via Phoenix Cultuur en zij stelde voor om klei bij een steenfabriek te halen – een halve kuub. In eerste instantie zou ik het mee gaan halen [hoe?] en zouden we het op school neerleggen [waar?]. Ik zag enorme beren op de weg, in praktisch zin. Na herhaald overleg werd besloten dat Phoenix Cultuur uit Veghel het met een busje op zou halen. Vervolgens zou het op plastic in het kleilokaal aan de Noordkade worden neergelegd. Dat is ook gebeurd en de kinderen hebben genoten. Er waren bakken water om schoon te maken en handdoeken. Kinderen liepen in hun ondergoed en waren vies van top tot teen. Dit is ervaren! Echt geweldig, maar niet te realiseren in een klaslokaal. Achteraf bleken de beren, die ik op de weg had zien sjokken, ook geen hallucinatie: kleien in een klaslokaal op omgekeerde tafeltjes had nooit zo’n succes kunnen worden. Eén zekerheid: dit vergeten kinderen nooit meer! Zo kan ik nog uren doorgaan, maar wat telt is dit: beleven, ontdekken en ervaren zijn de meest leerzame bezigheden, waar kinderen heel veel aan hebben. Nu en in de toekomst.

15


IK WEET NOG Erni van Aerts

Docent beeldende vorming, cultuuronderwijs FHKE Pabo Veghel Ik weet nog hoe bijzonder ik het vond dat ik als elfjarige onder leiding van Jan Kuhr – docent bij Centrum voor de Kunsten Eindhoven [CKE] – in de klas naar reproducties van Van Gogh en Seurat mocht kijken. We onderzochten hoe verschillend beide kunstenaars te werk gingen. Kijken en onderzoeken… Ik weet nog hoe geweldig het om was tijdens zijn les in de klas een beeldje van klei te maken. De uitdagende opdracht: maak een mensfiguur die kan zitten. Hoe dat lukte. Hoe de mensfiguur zat, en ik mocht opstaan. Zijn uitnodiging: laat andere klassen en leerkrachten zien wat voor moois je gemaakt hebt. Ik weet nog hoe Jan Kuhr losjes met me in gesprek ging over later-als-ik-grootzou-zijn. Dat deden de leerkrachten niet. Ik weet nog hoe bijzonder de balletvoorstelling in de Eindhovense schouwburg was die we klassikaal bezochten. Scapino danste ‘Het meisje met de zwavelstokjes’. Het programma plakte ik in mijn fotoalbum. Dat je met dans en muziek zo ontroerend een verhaal kon vertellen! Ik weet nog hoe ik na de lagere school naar het Jeugdatelier van Jan Kuhr mocht en we helemaal zelf een tentoonstelling van ons werk mochten inrichten. De liefde voor kunst en kunstzinnige vorming is sinds zijn lessen altijd gebleven.

16


Onstuitbaar

Nu ben ik 62. Al mijn leven lang bezig om de betekenis van kunstzinnige vorming voor leerlingen uit te dragen. Binnen Fontys Hogeschool Kind en Educatie [FHKE] – waar ik als docent beeldende vorming en cultuureducatie werk – vinden we cultuuronderwijs belangrijk. Natuurlijk zouden we er nog meer in willen bereiken dan we nu doen. Maar wat telt, is het onstuitbare proces: blijven proberen, zoeken, veroveren, heruitvinden. Dat gaat hand in hand met het onderzoek hoe we cultuur breder onder de aandacht kunnen krijgen. Niet alleen als verantwoordelijkheid van de kunstzinnige vakken; ook mens- en maatschappijvakken en taal, rekenen en wiskunde kunnen we met cultuur verbinden. Gedachten delen helpt. Samen met onze stagescholen maken we studenten bewust van de betekenis van cultuuronderwijs. Pas als we het samen waardevol vinden, kunnen we cultuuronderwijs realiseren, het gaat niet vanzelf. Zo hebben we onlangs hebben een ambitiegesprek gevoerd op FHKE Pabo Veghel. De deelnemers waren collega’s van verschillende vak-/vormingsgebieden, basisscholen, marktplaatshouders uit Maas en Meierij en Kunstbalie. Aan de orde kwam de vraag wat we studenten die op onze Pabo afstuderen willen meegeven – aanleiding was een toevallig gesprek met Dian Langenhuijzen, toentertijd marktplaatshouder in Bernheze, op die fantastische cultuurdag in de Kersouwe. Dat ambitiegesprek sterkte me in de overtuiging dat cultuur beklijvende ervaringen kan opleveren. Onder één conditie: dat we het in samenwerking kansen geven. Dat weet ik nog altijd… Doen!

17


18


19


CURIOSIT Y IS THE WICK IN THE CANDLE OF LEARNING* Toos Michon

sectordirecteur (tweetalig) vwo/havo Elde College, Schijndel De nieuwsgierigheid van leerlingen opwekken. Dat is de essentie van onderwijs. Op die manier stellen jongeren zichzelf en anderen vragen, checken ze of een bewering wel klopt, gaan ze op onderzoek uit en durven ze dingen uit te proberen. Dat reikt aanzienlijk verder dan wetenschap, techniek of taalvaardigheid. Want is creativiteit niet de basis van het ontdekkend leren? Elk schooljaar organiseert het Elde College de zogeheten Eldeweek: drie aaneengesloten lentedagen waarop brugklassers (tweetalig) vwo/havo zich onderdompelen in cultuur. Geen museumbezoek of achteroverleunen in een zaal, maar zelf doen en maken staan centraal. Tijdens de activiteiten, die zo veel mogelijk aansluiten op de leef- en gedachtewereld van jongeren, blijkt telkens weer dat leerlingen niet ‘op slot’ zitten. Sleutelwoord: verwondering. Vakdocenten die binnen hun eigen vakgebied de nieuwsgierigheid van leerlingen willen prikkelen, verzorgen een deel van het programma. Maar het echte spektakel vindt tijdens de afsluitende workshopdag plaats. Voor die gelegenheid toveren we de school en het binnenterrein om tot een levendig festivalgebied, waar diverse activiteiten plaatsvinden.

20


Energie

Wie nietsvermoedend zou binnenstappen, zou zich op de filmset van ‘Everybody Dance Now in Schijndel’ wanen. Inclusief een spectaculaire workshop hiphop, urban sports zoals BMX’en en stuntsteppen op een street parcours. Daar verderop? Dat zijn de workshops graffiti, freerun en breakdance, waar de energie vanaf spat. Mijn favoriet zijn de animatiefilmpjes. Met beperkte middelen – klei, lego, stiften, alles wat in het lokaal voorhanden is en natuurlijk een camera – knutselen de brugklassers prachtige filmpjes met vaak een verrassende en originele wending in elkaar. Meer dan een voetnoot: we passen het aanbod van workshops jaarlijks aan. Zo blijven we inspelen op de belangstelling van de leerlingen. Van elke culturele dag maken docenten een foto/film die een impressie van de activiteiten biedt. De drie dagen vol verwondering worden afgesloten met een presentatie waarin de leerlingen laten zien wat ze bedacht, gemaakt en ingestudeerd hebben. Het is geweldig om daarbij aanwezig te zijn. Je ziet de energie, de trots en het enthousiasme van de leerlingen. Op slag wordt ook duidelijk hoe belangrijk het is om zo vaak mogelijk die nieuwsgierigheid en energie wakker te maken in ons onderwijs. Daar gaan we voor! “Nieuwsgierigheid is de lont in de kaars van het leren” (William Arthur Ward, Amerikaanse schrijver, 1921-1994)

21


DE TOON IS GEZET Fieke Barten

Marktplaatshouder Curioso, Sint-Oedenrode Terwijl ik richting obs De Springplank in Sint-Oedenrode loop, hoor ik een kakafonie van rare geluiden. Is dit een workshop muziek?! Ja. In het kader van De Cultuur Loper krijgen de leerkrachten workshops/deskundigheidsbevordering van Emiel Scholsberg van Best Music Education Centre (BMEC). Een jaar eerder hebben de leerlingen elke maandag les van een muziekdocent van BMEC gehad. Dat was uitstekend bevallen. Erg leuk om te zien hoe de kinderen samen een ‘band’ vormden en met een arsenaal aan instrumenten eenvoudige maar leuke, eigentijdse muziekstukjes speelden. De concentratie én het plezier spatten ervan af! In de verantwoording voor De Cultuur Loper schreef de school: “Het doel van de muzieklessen is om kinderen de muziek breed te laten beleven en dit thematisch in de school in te zetten met de onderliggende gedachte dat muziek een positieve invloed heeft op de intelligentie en de sociale vaardigheden van kinderen. Onze ambitie is dat we als school uitstralen dat muziek bij onze school hoort.” In gesprek met de ICC’er en de directeur werd al snel duidelijk dat er nu met name op de leerkrachten kon worden ingezet: “Niet alle leerkrachten zijn muzikaal onderlegd. Het is belangrijk om hen deskundiger te maken op het gebied van muziek, zodat ze zich competent voelen en de muziek gaan omarmen. Dat is van belang om meer recht te doen aan de muziekbeleving van de kinderen in de school.”

22


Gezichten

Zo ontstond het plan om Emiel te vragen de leerkrachten een aantal workshops te geven waarbij zij volop gingen experimenteren met muziek en konden ervaren dat je – met eenvoudige middelen, technieken en vooral plezier – muziek met alle leerlingen kunt maken. Ik stap obs De Springplank binnen. Loop naar de aula. In een halve cirkel zitten en staan de leerkrachten bij uiteenlopende instrumenten. De workshop is net begonnen! In een mum van tijd zie ik op de gezichten van de teamleden dezelfde concentratie en het plezier dat ik eerder bij de leerlingen heb gezien. Ook na afloop van de workshop zijn en blijven de leerkrachten erg enthousiast. De toon is gezet – in de goede zin van het woord. Want de leerkrachten stappen voortaan makkelijker de instrumentheek in om daadwerkelijk met de leerlingen aan de slag te gaan. Ze voelen zich ook minder onzeker bij het geven van muziekles en zijn enthousiaster geworden. Ze zien immers dat de kinderen enorm genieten van de muzieklessen-nieuwe-stijl. Bovendien zien de leerkrachten dat experimenteren mag en dat kinderen daar juist veel van opsteken. De instrumentheek waar de school nu over beschikt, wordt volop gebruikt. Tijdens maar ook na school! Ook bezoeken professionele muziekdocenten de klassen. Samen met de leerkrachten stellen zij lessenreeksen samen die goede muzieklessen opleveren. In een woord: trots!

23


24


25


VAN AARZELING NAAR GEESTDRIFT Els Raaijmakers

ICC’er bs Fonkel, Den Dungen Openlijke bekentenis: in het begin sprak deelname aan De Cultuur Loper niet iedereen in het team aan. Talloze andere zaken vergden al de aandacht. Kunst en cultuur kwamen op school wel aan bod, maar hadden geen prioriteit. Na de studiedag ‘WAKKER’ van IDKR8 is iedereen zich evenwel meer bewust geworden van de deelname. Wat ook meer in het licht is komen te staan: het belang van het ontwikkelen van lessen aan de hand van gedragsindicatoren met een prioriteit voor het onderzoekend en creërend vermogen. In daaropvolgende bijeenkomsten vertelden leerkrachten elkaar regelmatig over de positieve ervaringen in hun klas. Het bewustwordingsproces is zeker in gang gezet. Waar de kiem van mijn betrokkenheid ligt? In mijn eigen jeugd. Op de basisschool vond ik creatieve vakken erg leuk. Later op de middelbare school kon ik dankzij theaterbezoek van dansvoorstellingen, toneel, drama, muziek en film genieten. Dat heb ik erg gewaardeerd. Ik gunde toekomstige leerlingen hetzelfde. Het is heerlijk om hun verwondering en kijkplezier te zien. Ook het aanwakkeren van hun onderzoekend en creërend vermogen biedt veel mogelijkheden binnen de totale ontwikkeling van de leerlingen.

Jeroen Bosch-jaar 2016

Als voorloperschool hebben we in 2015-2016 een teamscholing van IDKR8 ge-

26


had. Bij de aanmelding stelden we dat we tevreden zouden wanneer leerkrachten na afloop de componenten creĂŤren, onderzoeken en reflecteren bewust zouden ervaren en dat naar hun gedrag zouden kunnen vertalen. We zijn tevreden! De teamscholing heeft nog altijd invloed op ons dagelijks denken en handelen, blijkt uit onder meer overlegsituaties en lesvoorbereidingen. Bovendien groeit het enthousiasme en krijgen leerlingen steeds meer de gelegenheid om te onderzoeken, te creĂŤren en te reflecteren. Illustratief is het festival dat het team en de leerlingen in 2014 hebben opgezet. Voor dit festival, dat de opening van onze nieuwe fusieschool omlijstte, vonden leerlingen inspiratie in de kick-off van SNENS, aanbieder van kunsteducatie projecten. Het Jeroen Bosch-jaar, leidde tot bezoek aan het Noordbrabants Museum, een drieluik in de school, een workshop met een museummedewerker, de hutkoffer van Jeroen voor de kleuters, enkele workshops van een kunstenaar voor de kleuters. De bovenbouwleerlingen gaan jaarlijks naar het Rijksmuseum. Voor hen is er wekelijks een crea-ochtend met verschillende disciplines. Voor alle klassen is er een voorstelling en zijn er workshops, gegeven door philharmonie zuidnederland. Tijdens de lessen geven de leerkrachten meer creatieve opdrachten, waardoor de leerlingen meer mogelijkheden krijgen om zich op verschillende manieren op allerlei gebied te uiten. Kortom: er is veel teweeggebracht binnen het team en de leerlingen. Iets dat blijft voortleven en zich verder ontwikkelt.

27


DE

ALLES-

KUNNER Lobke Meekes en Marcelle Hilgers

IDKR8 Innovatie onderwijs Ze lobbyt zich suf omdat ze erin gelooft. Omdat ze niet alleen verstand van onderwijs maar ook van cultuureducatie heeft. En, niet te vergeten, omdat zij begrijpt wat deze twee samen voor ‘de leerling van de toekomst’ kunnen betekenen. We hebben het over de interne cultuurcoördinator (ICC’er) waarvan er op iedere school wel een rondloopt. In de paar uur die zij hiervoor krijgt, wordt zij geacht vol enthousiasme aanjager van Cultuureducatie met Kwaliteit binnen de school. Wordt er van haar verwacht dat zij affiniteit met kunst en cultuur heeft, dat ze een creatief rolmodel is voor haar team en haar directeur achter zijn/haar broek zit om de kwaliteit te bewaken. Op de regionale studiedag Cultuureducatie 3M, enkele maanden terug, is het druk. Er zijn directeuren, leerkrachten, ICC’ers en cultuuraanbieders. Ik spreek met Marja (fictieve naam), ICC’er op een grote school in Brabant. Ze goochelt met rollen. Glimlachend: “Ik ben lobbyist, netwerker, inspirator, kartrekker, projectleider, vertrouwenspersoon, boekhouder, ervaringsdeskundige en bruggenbouwer.” Allemaal naast haar uren voor de klas. Als zij cultuureducatie op haar school in werking wil krijgen, moet ze eerst antwoord op een vraag krijgen: “Betekent cultuureducatie vooral je kunstvakken verdiepen en verbeteren? Of: is cultuureducatie vakoverstijgend en maakt het deel uit van je onderwijsvisie en hoe je kinderen het meest prikkelt tot leren? Of iets ertussenin?”

28


Het antwoord moet zowel van directeur en bestuur als van collega-leerkrachten komen. Marja kan deze vragen onmogelijk in haar eentje beantwoorden. De vragen van Marja komen op de studiedag vaak terug. In onze rol die dag als externe trainer en adviseur CMK herkennen wij dit ‘zoeken’ in de dagelijkse praktijk.

Blij

Het doet Marja goed te zien dat er op deze studiedag zoveel directeuren aanwezig zijn. Voor haar vragen lijkt steeds meer gehoor te komen. Maar er zijn deze dag ook andere partijen aanwezig: de cultuuraanbieders, waaronder theatermakers, kunstvakdocenten, musea en bibliotheken. Zij demonstreren hoe je met culturele competenties en indicatoren een creatief proces in gang zet en begeleidt. Al tijdens de muziekworkshop van Rob realiseert Marja zich hoe dit haar collega’s tot in de klas kan helpen bij CMK. Ze is blij dat ook haar directeur deze ervaring vandaag opdoet. Want het aanhaken van haar collega’s is vers één, maar de betrokkenheid van directeur en schoolbestuur zijn onmisbaar. Zij moeten ervoor zorgen dat CMK in de onderwijsvisie verankerd raakt. Alleen zij kunnen de middelen vrijmaken om Rob in te huren om het team verder te professionaliseren. Aan het einde van de dag neemt Johan (fictieve naam) het woord. Als directeur van Marja’s school spreekt hij zijn collega-directeuren toe: “Wij hebben een taak. Wij directeuren moeten onze ICC’ers ondersteunen vanuit een heldere visie en de kansen pakken die cultuureducatie ons biedt. We zijn niet klaar met het inzetten van een creatief project, nee, we moeten dit grondig aanpakken. Deze verandering heeft tijd nodig. Tijd en veel aandacht. Ik heb vandaag gevoeld dat mijn rol belangrijk is in dit geheel en wil jullie vragen om dit samen met mij op te pakken. Dit is niet alleen de taak van onze gewaardeerde ICC’ers, maar ook van ons! Hier liggen grote kansen voor ons onderwijs.”

29


DE SPIEGEL LIEGT NIET Anton Hellings

ICC’ers ebc Icarus, Schijndel Medio 2005 kreeg ik de gelegenheid om de Marktplaats Cultuureducatie Schijndel op te gaan zetten. Een boeiend en dynamisch proces. Opdracht: verbindingen tussen gemeente, schoolbestuur en [de werkvloer van] basisscholen leggen. Op dat moment had ik ruim 25 jaar ervaring als groepsleerkracht. Ik zei tegen mezelf: hier ligt een mooie kans om bovenschools mee te denken en te werken aan een kwaliteitsimpuls voor het Schijndelse cultuuronderwijs. Ik had inmiddels een scholing achter de rug om niet geheel onvoorbereid deze culturele kar te gaan trekken. Alle seinen stonden op groen. Gedurende het proces kreeg ik veel bijval van enthousiaste schooldirecties en spande ik me in om het fundament voor een ‘cultuurloket’ verder te leggen. Ook de contacten met cultuuraanbieders en (gelijkgestemde) collega’s waren inspirerend. Toch moest ik steeds vaker hardop tegen mezelf zeggen: “Je doet het voor de kinderen. Dus hop, achter je bureau…” Kort gezegd begon ik mijn werk als groepsleerkracht te missen. De spiegel liegt niet, dus na acht jaar kon ik gelukkig met mijn directeur geregeld krijgen dat ik weer voor de klas kon. Als ICC’er van onze school ben ik weer volop bezig met De Cultuur Loper – het bloed kruipt toch waar het niet kan gaan. In 2013 waren we als voorloperschool gestart, waarbij ik veel gelijkenissen met het marktplaatsproces zag. Weliswaar op kleinere schaal, binnen je eigen team, maar toch: weer die verdomde valkuil,

30


die ik zo vaak tegenkwam. Eén woord, acht letters: werkdruk! Op die momenten word je als ICC’er wel even onder vuur genomen en besef je dat een groepsleerkracht wel heel veel op zich af voelt komen vanuit de diverse vakgebieden. Toch is de positieve cultuurboodschap uiteindelijk de sterkste troef in de strijd tegen de weerstand die er – bij een getalsmatig kleinere groep – nu eenmaal leeft.

Drie smaakmakers

Als je dan terugkijkt op projecten die we met de hele school doorlopen hebben, dan winnen de warme herinneringen. Voorbeeld: een grote culturele dag in 2014, met workshops over alle kunstdisciplines verspreid. Samen met vakdocenten, ouders en vrijwilligers maakten we er een groot succes van. Het leidde zelfs tot een ander cultuurbeleid op onze school. Oké, we hadden meer financiële armslag dankzij subsidie vanuit de CMK-regeling. Maar tóch: iedereen beproefde het vernieuwde concept dat drie smaakmakers kent. Ten eerste: kinderen zelf laten ontdekken wat ze goed kunnen. Velen die cognitief moeilijk(er) hebben, komen in de creatieve vakken vaak sterk naar voren. Als tweede: het vakoverstijgende karakter. Vanuit alle vakgebieden zijn er links naar het gekozen kunst- en cultuurthema mogelijk. Zo worden de activiteiten echt betekenisvol! Tot slot: het groepsoverstijgende organisatiepatroon. Kinderen kunnen in de vorm van ateliers inschrijven, zodat iedereen gemotiveerd is. Bovendien wekken heterogene groepen saamhorigheid op. Het afgelopen jaar hebben we een dansweek georganiseerd, onder leiding van een dansdocent. Wel een nieuw thema: ‘Iedereen is van de wereld’, maar met dezelfde drie smaakmakers! Zo krijgt De Cultuur Loper steeds meer een gezicht binnen onze school en kan ik mezelf weer recht in de spiegel aankijken…

31


32


33


NIET BANR HGOOGTE VOO

Marijke Ornek

ICC’er bs De Vlieger, Volkel Cultuur geeft vleugels. Ook op basisschool De Vlieger in Volkel! Om die reden zoeken we met De Cultuur Loper de hoogte op. Zij biedt elke school een mooie kans om cultuureducatie op een hoger plan te tillen en meer kleur aan het onderwijs te geven. Op De Vlieger investeerden we al veel in cultuureducatie, maar het activiteitenprogramma ontbrak het aan samenhang en lijn. Onder de vlag van De Cultuur Loper ontstond een goed fundament voor onze visie. Zo zouden we bij het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn gerichter keuzes kunnen maken. Een euvel vond ik wel dat de ontwikkeling van De Cultuur Loper erg traag verliep. Soms voelde het als mosterd na de maaltijd. Of nog erger: dat zelfs stappen opnieuw moesten worden uitgevoerd. Wellicht is dat inherent aan het Voorloperschool zijn. The good news: als Voorloperschool hebben we de ruimte gekregen om het cultureel programma eigenhandig in te richten, passend bij de leerling, team, omgeving van de school en de mogelijkheden. Binnen de doorlopende leerlijn komen de kinderen van De Vlieger zo veel mogelijk in aanraking met erfgoed en kunst in de

34


omgeving van de school, op straat, ontmoetingscentrum, harmonie, musea, kerk, heemkunde, verenigingen etc. Voor Volkel hebben we erfgoedprojecten op maat gemaakt, die aansluiten bij geschiedenis aardrijkskunde, taal en de creatieve vakken. Cultuureducatie is bij ons immers geen vrolijk aanhangsel, maar ingebed in het onderwijs. In de onderbouw sluiten de lessen aan bij de thema’s en veilig leren lezen. Vanaf groep 5 hebben de lessen een relatie met de tijdvakken. De lokale verhalen leiden kinderen naar instellingen, musea, plaatsen van herinnering, monumenten of ooggetuigenverslagen. Door zelf doen en onderzoeken krijgt het verhaal van vroeger meer betekenis voor kinderen.

Onbegrensd

In samenwerking met de lokale harmonie en vakdocenten zijn we ook druk in de weer om een leerlijn voor muziek op te zetten. Vorig schooljaar zijn we al gestart met muziekprojecten waarin het zelf ervaren, beleven en onderzoeken de grondtoon is. Tijdens ateliers in de bovenbouw leren kinderen onder meer zelf een rap schrijven, zingen, een choreografie ontwikkelen en een instrument bespelen. Het einde van een workshopperiode? Licht uit, volgspot aan: de presentatie! Veel projectuitwerking rust op de cultuurcoördinator. Dat is minder belastend voor de leerkracht. Mogelijk nadelig gevolg: de vervaging van eigenaarschap. Om de betrokkenheid te behouden en te bevorderen, hebben we onder meer activiteiten voor het team bedacht. Zo is onder meer de werkgroep muziekonderwijs in het leven geroepen. Zij heeft besloten om de muziekscholing voor alle teamleden tijdens studiedagen te laten plaatsvinden. Voor de komende tijd staat vernieuwing van ateliers op stapel. Het gaat om lessen op het gebied van dans, drama, beeldend en muziek. Daaropvolgend komt mediakunst aan de beurt. Als cultuurcoördinator ervaar ik de ontwikkelingen als zeer prettig. Ze zijn inspirerend en gedeeld. Bovendien stimuleren ze de ontvankelijkheid voor vernieuwingen en voor onbegrensd denken. Dat is wat we hard nodig hebben in deze snel veranderde samenleving. Hoe die er precies uit zal gaan zien, is nog de vraag. Maar één ding is heel zeker: creativiteit zal daarin een belangrijke rol spelen.

35


DROMENEN NAJAG

Rianne van Uden

ICC’er bs Kienehoef, Sint-Oedenrode Sinds drie jaar is basisschool Kienehoef in Sint-Oedenrode een volgschool in het CMK-traject. We begonnen voortvarend met de Cultuur Loper. Er werd een interessant en verhelderend ambitiegesprek gevoerd met de directeur, de marktplaatshouder, de medewerker van Kunstbalie en de ICC’er. Uit dit gesprek bleek dat de neuzen dezelfde kant op stonden. Prachtige dromen werden gedeeld over leerlingen met rugzakken vol culturele bagage. Bij de daaropvolgende teambijeenkomst bleek dat ook de leerkrachten erg positief dachten over extra aandacht voor cultuureducatie. In alle openheid: het is voor een ICC’er ontzettend prettig om te ervaren dat het team achter de gemaakte keuzes staat. Het is immers regelmatig lastig om draagvlak te creëren. Leerkrachten hebben vaak het idee dat cultuureducatie erbij komt, terwijl cultuureducatie ook in plaats van zou kunnen zijn.

Voorwaarts

In beginsel konden we aan de slag. Leerkracht onderschreven het belang van cultuureducatie en hadden de wil uitgesproken om het in hun andere vakken te integreren. Kortom, er was voldoende draagvlak. Toch heeft het ontwikkelproces pakweg een jaar stilgelegen. Oorzaak: problemen met de subsidiëring van het traject. Het gevolg was dat de plannen wat wegzakten in ons geheugen en de stap voorwaarts uitbleef. Toch hebben we de schooljaren op grandioze wijze cultureel geopend. Ook zijn de kinderen gedurende het schooljaar met de vele culturele disciplines in aanraking gekomen.

36


Nu er weer zekerheid is over het traject stoffen we onze ambities en doelen weer af. We zijn klaar voor de volgende stap van de Cultuur Loper: het ontwikkelen van een meerjarenvisie, waardoor er een lijn in ons culturele aanbod ontstaat. Inmiddels heeft onze school een nieuwe directrice, waardoor de meerjarenvisie een iets andere klank en kleur krijgt. Maar onze droom is ongewijzigd: we willen dat een leerling van basisschool Kienehoef aan het einde van groep 8 een rijkgevulde rugzak vol culturele bagage heeft, waarbij hij zich met zelfvertrouwen en trots aan anderen durft te presenteren. We hebben er zin in om onze droom na te jagen!

37


38


39


VAN PUUR NAAR MEER CULTUUR Astrid Kwaspen

Locatieleider bs De Beemd, Schijndel Als kind ben ik opgegroeid in een fijn, klein Brabants dorp. In die jaren ging veel energie in carnaval zitten. Hele straten en families bouwden carnavalswagens, knutselden decors voor voorstellingen en schreven liederen en muziek. Heerlijk! Verder herinner ik me van de basisschooljaren een bezoek aan een oorlogsmuseum. Andere uitstapjes stonden hoofdzakelijk in het teken van sport en spel. De lessen geschiedenis en de creatieve vakken zijn me niet zo goed bij gebleven – wellicht is dat veelzeggend. Na de Pabo in Culemborg kwam ik voor de klas. Een openbaring: ik werd met uiteenlopende culturen geconfronteerd. Van Aziatisch en Arabisch tot Turks en Nederlands. Het intrigeerde me: ik kwam in aanraking met andere rituelen, feesten, eetgewoontes, muziek, kleding. Om een wij-gevoel te creëren, organiseerden we markten. Zo konden kinderen zich aan elkaar presenteren. Toen viel het mij op dat de ‘Nederlandse kinderen’ minder bedreven waren in het vertellen over vieringen, rituelen, familiegeschiedenissen, tradities of kleding. Voor hen was alles vanzelfsprekend – terwijl het dat niet was! Het moedigde mij aan om veel energie te steken in het ontdekken van je leefomgeving.

Dansweek

Na acht jaar kwam ik op een heel ander schooltje terecht. Cultuur en natuur stonden er erg hoog in het vaandel. Voor elk schooljaar werkten enthousiaste team-

40


leden vier cultuur- en/of natuurthema’s uit. Iedereen wist waar ie aan toe was. Naar mijn mening zit daar al een groot deel van het succes: eigenaarschap bij het team, tijdig plannen en ondersteuning organiseren. Zo wordt het veel meer een onderdeel van je curriculum en geen loszandproject. Opnieuw acht jaar later ging ik als locatieleider op basisschool De Beemd in Schijndel aan de slag – mijn huidige functie. Daar lag al een goed beleidsplan voor cultuuronderwijs. Een bevlogen cultuurcoördinator trok er de kar. Als voorloperschool kregen we de uitgelezen kans om onze huidige inspanningen en dromen te evalueren. Oogmerk: schoolbreed een doorgaande lijn in cultuureducatie realiseren. Elk jaar wilden we inzetten op een bepaalde discipline en oog houden voor de directe leefomgeving. Wat dat vergde? In ieder geval verscherpte aandacht en tijd. Want alle vaste uitstapjes en projecten werden keurig ingeroosterd, maar nieuwe ideeën verlangden extra motivatie. Onder tijdsdruk sneuvelden zij vaak als eerste. In dat besef hebben we afgelopen jaar de keuze gemaakt om één week volledig in het teken van één discipline te zetten. Van woord naar daad: met de hulp van een inspirerende vakdocent, thema’s waar elke groep uit kon putten, lesvoorbereidingen en stut en steun van ouders werd onze dansweek een groot succes. Leerlingen die dansen niet zagen zitten, raakten laaiend enthousiast. Dankzij de vakdocent lieten zelfs teamleden hun aarzeling varen. Ze dansten! De explosie van energie bracht ons tot ver buiten ons postcodegebied: de dansweek werd een Caraïbische, Aziatische, Chinese en Europese beleving! De dansweek heeft me extra scherp laten zien waarin het succes versleuteld ligt: in eigenaarschap, beleving en enthousiasme, maar vooral in het onderschrijven van de belangrijkheid van cultuureducatie.

41


ZWAAN- N KLEEF-AA L E T X O B IN Ghislaine de Brouwer

Directeur Brede Scholen, Boxtel

Maruška Lestrade

Wethouder Cultuur, Boxtel Voor Maruška Lestrade, wethouder voor onder meer cultuur in de gemeente Boxtel, zijn nut en noodzaak van kunst- en cultuureducatie glashelder: “Het bevordert het vermogen van kinderen om zich aan te passen aan veranderingen. Dat is belangrijk in deze tijd van transities. Creatieve capaciteiten zijn onder meer van belang voor de kenniseconomie – denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van nieuwe producten – maar ook voor de omgang met een totaal nieuwe wereld. Het is zinvol dat kinderen op een andere manier leren kijken. Dat bereidt ze voor op de toekomst.” Ghislaine de Brouwer, directeur van de stichting Brede Scholen Boxtel vult aan: “Experimenteren en durven loslaten zijn kernwoorden bij kunst en cultuureducatie. Door te leren vertrouwen op eigen inventiviteit ‘bouwen’ kinderen creatieve hersenen.” De gemeente Boxtel levert een grote financiële bijdrage aan de Cultuureducatie met Kwaliteit-regeling. De uitvoering hiervan – in Brabant De Cultuur Loper genaamd – ligt in handen van marktplaats CultuurBox, dat deel uitmaakt van de Stichting Brede Scholen Boxtel (BSB). Dit is een bewuste keuze van de gemeente omdat de BSB een neutrale partner is die ten dienste van het complete onderwijs in Boxtel staat. Ghislaine over de werkwijze van de BSB: “Er wordt gewerkt volgens de zogenoemde drietrapsraket. De eerste trap is de eerste kennismaking

42


inschools; tijdens de tweede trap vindt verdieping naschools plaats; de derde trap behelst specialisatie bij een (lokale) aanbieder.” Deze aanbieders hebben veelal de cursus ‘Grondstof’ gevolgd. Zo voldoen zij aan de competenties die in De Cultuur Loper beschreven zijn.

Elf scholen

Wethouder Lestrade is enthousiast over het zwaan-kleef-aan-effect: “Eerst wilden vier, toen vijf, daarna acht scholen in Boxtel Cultuur Loper school zijn. Inmiddels zijn het er elf – van de dertien. Van belang daarbij is dat het eigenaarschap van dit proces bij de scholen ligt. CultuurBox is ondersteunend en proces bewakend is. De ontwikkeling van aanbod gestuurd naar vraaggericht onderwijs is een van uitgangspunten. Dat sluit aan bij de werkwijze van de BSB.” Het opleiden van gecertificeerde ICC’ers is een conditie van de gemeente. Daar wordt inmiddels hard aan gewerkt, wat de kwaliteit van het cultuuronderwijs in Boxtel verhoogt. Een van de succesfactoren van het traject is de goede samenwerking binnen het Boxtelse netwerk. De lijnen zijn kort, de diverse partners weten elkaar te vinden en zijn overtuigd van elkaars goede intenties. Alle betrokken partijen streven ernaar om het kind in Boxtel centraal te stellen en cultuureducatie in te zetten. Oogmerk: kinderen op een volwaardige, leuke en leerzame manier op weg naar volwassenheid helpen.

43


BUITEN DE PATRONEN

BREIEN Ton van Malsen

Directeur Theresiaschool, Berlicum De cultuuromslag die op de Theresiaschool in Berlicum gaat plaatsvinden – van aanbodgericht naar vraaggestuurd – past uitstekend bij ons gedachtegoed: we willen geen kant-en-klare projecten meer leveren, maar juist aan het kind een belangrijke rol in het onderwijsaanbod toekennen. Uitgangspunt zijn wereldoriënterende thema’s, waarbij cultuur een vanzelfsprekend onderdeel van het curriculum is. Als scholing hebben wij al drie studiedagen vanuit de visie ‘21th century skills’ gehad. Ook hebben we met het voltallige team een studiedag ervaren met ‘Wakker’. Een vervolgstap is de cursus ‘Breinbreien’, die drie competenties in hun voortdurende samenspel aanspreekt en ontwikkelt. Het gaat om onderzoekend, creërend en reflecterend vermogen. Dankzij ‘BreinBreien’ leren en ervaren leerkrachten wat een creatief brein en dito proces is. De leerkracht ontdekt en ontwikkelt dit eerst bij zichzelf. Vervolgens leert hij/zij hoe je een creatief proces bij kinderen van groep 1 tot en met 8 begeleidt. Zinvol? Absoluut. Een creatief brein levert een sterker ontwikkeld cultureel bewustzijn op. Dat stelt kinderen beter in staat om op verschillende manieren vorm en betekenis te geven aan de wereld waarin ze leven. Binnen cultuureducatie leren ze anders naar de wereld te kijken, nieuwe vragen te stellen en met verschillende antwoorden te komen.

44


Oogst

Wie creativiteit zaait, zal oogsten. Wat het ‘culturele veld’ zoal oplevert: • vaardigheden die van pas komen in een lerend proces binnen de leerarrangementen; • extra aandacht voor enkele van onze kernwaarden, zoals verwonderen, onderzoeken, reflecteren, creëren; • de lef van het team om met verschillende materialen, technieken en begrippen te experimenteren; • de keuze van het team om verschillende bronnen te verzamelen, te selecteren en kritisch te gebruiken. Het sluit niet alleen aan bij wat we de leerlingen willen meegeven, maar ook bij datgene waar ons eigen team voor wil staan: • reflectie en verwondering, motivatie, onderzoekend en ontdekkend vermogen; • cultuur als onderdeel van het geheel! • Leerstof in aanbod het moet gedeelte ( tussen-/ kerndoelen), in de verwerking is sprake van keuzemogelijkheden voor de leerlingen, zij kunnen vanuit interesse diepgang creëren in een onderwerp. • een beeld hebben van de ontwikkeling die het creatieve brein van kinderen maakt Een belangrijk facet binnen de ontwikkeling van cultuur – overigens niet anders dan bij andere vernieuwingen – is de acceptatie en erkenning van weerstand, maar óók de wil en kracht om weer verder gaan. Ze sluiten elkaar niet uit: weerstand tegen een studiedag of workshopgever versus enthousiasme voor het creatieve proces en een geslaakte zucht van verlichting – eindelijk andere competenties. De paradox: weerstand is nodig om verder te komen! Dat geldt ook voor onze school. De opdrachten worden geanalyseerd en gewogen, in sommige gevallen kiezen collega’s ervoor om op ‘oude en vertrouwde’ concepten terug te vallen. Het is evenwel juist de kunst om aan de juiste knoppen te draaien. Kom maar op met de uitdagingen: de omgeving is niet statisch, maar verandert steeds, net zoals wij steeds dienen te veranderen!

45


D I E H C S AF VAN T S G N A VAL Marja Schippers

Adjunct-directeur bs De Regenboog, Schijndel

Cor van Casteren

Congiërge bs De Regenboog, Schijndel Bij overdracht van kennis of vaardigheden is het handig als je het zelf weet en/of kan. Willen we kinderen iets leren, dan moeten we het dus zelf wel weten. Willen we kinderen leren dat vallen en opstaan oké is, dan moeten we dat zelf ook kunnen, willen, durven en doen! Toch is er een ‘maar’. In het leven – en zeker op scholen – is vallen onverbrekelijk verbonden met een waarschuwing: “Pas op dat je niet valt!” Als het ondanks alle voorzorgsmaatregelen en waarschuwingen dan toch gebeurt, is er een klassieke reactie: troosten, pleister erop, kusje erop, compassie. Toch kan vallen ons zo veel brengen. Fysiek en zeker mentaal. Ons cultuureducatieproject was er één waarbij voor velen (lees: de meesten) een grote kans van vallen aanwezig was. Door de mand vallen omdat je niet ritmisch (genoeg) denkt te zijn, te weinig creativiteit denkt te hebben of denkt dat je optreden een drama wordt (mooi meegenomen). Maar als je echt door de mand valt en dus buiten de mand belandt, dan zie je pas nieuwe dingen. Ja, wij werden op een positieve manier uitgenodigd om onze comfortzone te verlaten en ons eigen ik beter te leren kennen. En jazeker, het was af en toe vallen. Maar het viel vooral…méé. Het bleek ook dat als je viel, collega’s vooral wilden helpen, bij-vallen, omdat het fijn is om iemand te kunnen helpen en inspireren. De winst van samen vallen en samenvallen is ook dat je bij elkaar komt.

46


Rare dingen

Als je binnen de lijntjes kleurt, kan er niet veel misgaan. Maar dan gebeurt er ook niet zo bijster veel. En dat is jammer, want de wereld ontwikkelde zich – zo leert de geschiedenis – vooral beter en mooier door mensen die buiten de gebaande paden gingen wandelen. Die ‘out of the box’ durfden te denken, die ‘rare’ dingen gingen doen, die ‘anders’ waren. Die vooral ook geen angst hadden om te vallen. Zij vertrouwden erop of wisten dat er genoeg ‘gewone ‘mensen zijn om hen op te vangen. Ons cultuuravontuur was een stap in de richting van loskomen van de oude, ingebakken gewoonte om zo min mogelijk proberen te vallen. Het markeerde ook het begin van een reis naar een manier om creativiteit in kinderen er-te-laten-zijn en te stimuleren. Het kan zomaar zorgen voor een mooiere wereld. Vrolijke bijkomstigheid van al onze inspanningen is een klas die er kleurrijker, lichter, muzikaler en gezelliger uit gaat zien. Kortom: het cultuureducatieproject is ons uitstekend be-vallen. Er is niemand af-gevallen (wat sommigen in fysieke zin wel hadden gehoopt); er is niemand in slaap of buiten de boot gevallen; wie binnen kwam vallen kon moeiteloos invallen; niemand en iedereen viel op; soms kwam er iets uit de lucht vallen. Gelukkig vielen velen uit hun rol en ik geloof dat we er met z’n allen voor zijn gevallen. Wij, veel gevallen vrouwen en een enkele gevallen man, durfden zelfs naar beelden van onszelf te kijken. Sterker nog: we keken er met plezier en trots naar. Wie had dat gedacht?

47


EEN KLA S PROEFKONIJNE N? Bram Relouw

Consulent kunsteducatie - coach De Cultuur Loper bij Kunstbalie, Tilburg In veel klaslokalen hangt een bordje. Daarop staat: ‘Fouten maken mag.’ Dat is mooi, maar hoeveel ruimte is daarvoor? Leerkrachten, directies, intermediairs en cultuuraanbieders willen allemaal kwaliteitsslagen maken in de culturele programma’s van scholen. De startvraag bij het ambitiegesprek: “Wat willen we onze leerlingen in acht jaar cultuureducatie meegeven?” Antwoorden die veelvuldig klinken: “Niet meer achtentwintig dezelfde werkjes”, “Meer creativiteit”, “Ruimte voor eigen inbreng van de leerling” en “Een open blik.” Ik vraag door: “Wat vraagt dit van het team?” Dan valt opvallend vaak dat ene woord: “Loslaten.” Loslaten is een competentie die voor veel leerkrachten best nieuw is. Er zal dus bijgeleerd moeten worden. Waar hou je vast en waar laat je los? Dat is nog niet zo eenvoudig. Door leerlingen bij cultuureducatie alleen maar ‘los’ te laten, ontstaat meestal niet-constructieve chaos. In scholingstrajecten met het team en externe trainers wordt ‘loslaten’ verder onderzocht en genuanceerd. Hoe geef je als leerkracht vorm aan je nieuwe rol als procesbegeleider? Hoe geef je gekaderde lesopdrachten waarbinnen toch ruimte voor ieders eigen inbreng is? En: hoe geef je leerlingen ruimte om te experimenteren?

48


Kwetsbaar

Ik ben ervan overtuigd dat leren zonder fouten te maken niet mogelijk is. Van onverwachte situaties, chaos, mislukkingen en puinruimen leer ik verreweg het meest. Ook triggeren ze reflectie: wat is er opeens aan de hand? Wat kan ik nu het beste doen? Wat ging hier mis? Waarom voel ik me zo opgelaten? Sommige antwoorden komen meteen, andere pas na een paar dagen. Maar zonder uitzondering zijn ze de motoren van mijn leerproces. “Maar ik kan mijn leerlingen toch niet als proefkonijnen bij mijn leerproces gebruiken?’, verzucht een leerkracht tijdens een training creativiteitsbevordering. Interessante opmerking! In hoeverre is experimenteren (en dus fouten maken) toelaatbaar als je voor je klas staat? Wat helpt, is ruimte maken voor het experiment. Door duidelijke afspraken vooraf worden teleurstellingen voorkomen: “Vandaag zou ik graag iets nieuws proberen. Zullen we samen eens kijken of het werkt?” Ik heb zelf vaak ondervonden dat door deze kwetsbare houding opeens ruimte ontstaat waarin heel veel kan. Ook denk ik dat een les of opdracht die in de ogen van de leerkracht is ‘mislukt’ heel waardevol kan zijn – ook voor de leerlingen. De enige conditie: bekijk samen wat er ‘mis’ ging, bij elkaar maar ook bij jezelf. Vraag door: “Hoe kunnen we er samen voor zorgen dat dit de volgende keer anders gaat?” Met zo’n gesprek en de uitwerking ervan in volgende lessen worden flexibiliteit, creativiteit en een open blik als vanzelf aangesproken. Zo worden proefkonijnen actieve, betrokken leerlingen.

49


50


51


COLOFON Samenwerkende marktplaatsen Maas en Meierij bestaan uit: CultuurBox Curioso Kunst & Co

Gerry Roche Fieke Barten Janneke van Summeren, Marijke de Korte, Tim Ruterink Plaza Cultura Dian Langenhuijzen, Kristel van Lieshout Plein23 Dorian Verkuijlen, Susanne Dumoulin CUBE Henri Elbers Cultuureducatie Schijndel Marlou Vrijsen Muzelinck Henri Elbers Vormgeving en fotografie Yell & Yonkers Tekstredactie Eric Alink Met speciale dank aan alle columnschrijvers en Kunstbalie Datum: zomer 2017

52


Vier het vallen!  

Een magazine vol praktijk verhalen over 4 jaar Cultuureducatie met Kwaliteit in de Maas en Meierij regio. Succes en triomfen maar vooral ook...

Advertisement