__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Nova Terra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013

nova terra / speciale editie / kennis voor krachtige buurten / juni 2013

1 voorwoord 2 kennis voor krachtige buurten 4 een nieuwe levensfase, een nieuw woonmilieu 9 het is goed wonen in de amsterdamse gentrificationwijken –

maar voor hoe lang nog? 14 waterbedeffecten moet je niet overschatten 20 brede herhuisvesting: van zware problematiek naar stille muizen 23 betrek jongeren bij gedwongen verhuizing 27 hoe plan je de geleefde stad? 32 woon je fijner tussen gelijkgestemden? 38 branding heeft een toegevoegde waarde, ook in moeilijke wijken 43 gemeente en corporatie hebben verschillend doel bij buurtinterventies 50 best persons: professionals die het verschil maken 55 collectieve zelfredzaamheid is geen wonderolie 59 inzet van bewoners maakt het verschil in haagse regentessekwartier


Inhoud

4

23

38

43

50

55

59

Nova Terra, speciale editie, juni 2013

Onafhankelijk tijdschrift over vernieuwend ruimtegebruik en aanverwante zaken.

Losse nummers: € 21,50. Redactieadres Platform31

Eduard Herkes Postbus 30833 2500 GV Den Haag Telefoon 070 302 84 84 Fax 070 361 74 22 E-mail:

eduard.herkes@platform31.nl Bezoekadres: Koningin Julianaplein 10 (7 e verdieping, ingang hal

Centraal Station Den Haag)

voorwoord

1

Website: www.platform31.nl

Adriaan Visser

Thea Dukes

kennis voor krachtige buurten

32 woon je fijner tussen gelijkgestemden?

Secretariaat: Helen van Kan Redactie speciale editie

Kennis voor Krachtige Buurten Mies van Niekerk,

Frank Wassenberg en Ronald van Kempen

Eduard Herkes (eindredacteur) Uitgever

Platform31 Vormgeving en opmaak

Katja Hilberg Ontwerpers ISSN-nummer: 1570-0402

2

Mies van Niekerk, Frank Wassenberg en Ronald van Kempen

een nieuwe levensfase, een nieuw woonmilieu

4

Wouter van Gent en Sako Musterd

het is goed wonen in de amsterdamse gentrificationwijken – maar voor hoe lang nog?

9

Lex Veldboer en Reinout Kleinhans

waterbedeffecten moet je niet overschatten

27

hoe plan je de geleefde stad?

2595 AA Den Haag

Wenda Doff en André Ouwehand

branding heeft een toegevoegde waarde, ook in moeilijke wijken

38

Eva Bosch, Bart Sleutjes en André Ouwehand

gemeente en corporatie hebben verschillend doel bij buurtinterventies 43

Annalies Teernstra

best persons: professionals die het verschil maken

14

50

Hanneke Posthumus, Gideon Bolt en Reinout Kleinhans

Ton van der Pennen

brede herhuisvesting: van zware problematiek naar stille muizen

20

Wenda Doff

23 betrek jongeren bij gedwongen verhuizing Kirsten Visser, Gideon Bolt en Ronald van Kempen

collectieve zelfredzaamheid is geen wonderolie

55

Reinout Kleinhans en Gideon Bolt

inzet van bewoners maakt het verschil in haagse regentessekwartier

59

Miriam van de Kamp

(Foto omslag David Rozing / Hollandse Hoogte)


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 1

Voorwoord

Adriaan Visser (algemeen directeur Platform31)

Leefbaarheid, veiligheid, vertrouwen en sociale cohesie in buurt en wijk zijn essentieel voor het functioneren van de stad. Waar het goed

Kennis voor Krachtige Buurten is een mooi initiatief om kennis te

wonen, goed werken en goed leven is; de drie thema’s van Platform31.

gebruiken om hiermee buurten en wijken beter, mooier, vitaler en

Twaalf artikelen handelen over uiteenlopende onderwerpen, zoals

aantrekkelijker, kortom krachtiger te maken. Het sluit aan bij de

effecten van herstructurering, het voorkomen van verplaatsing van

strategische vraagstukken en uitdagingen binnen de stedelijke

problemen, veranderingen van huishoudens en woonwensen, functies

praktijk.

van woonmilieus, ‘branding’ en leefstijlen in de wijk, kwaliteit en onderhoud van goedkope koopwoningen, de effecten van wijkaanpak

Centraal in deze speciale uitgave van het tijdschrift Nova Terra staan

op langere termijn en over de vraag wat mensen zelf bijdragen aan

enkele van de resultaten van een onderzoeksprogramma dat het NICIS

sociale stijging en wijkverbetering. Dit kunnen we met recht Kennis

Institute – inmiddels Platform31 – heeft opgezet en in samenwerking

voor Krachtige Buurten noemen!

met een groot aantal stedelijke partijen en universiteiten uitvoert. Het programma koppelt stedelijke problematiek en academische

Ik hoop dat deze publicatie u inspireert en nieuwe inzichten biedt

kennis over die problemen en draagt zo bij aan oplossingen die werken.

voor uw eigen stedelijke opgaven.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 2

Het onderzoeksprogramma heet Kennis voor Krachtige Steden, de

Kennis voor Krachtige Buurten

focus in deze Nova Terra is echter geheel gericht op buurten en wijken als bindend element. Met als opzet om kennis te gebruiken om buurten en wijken beter, mooier, vitaler en aantrekkelijker, kortom krachtiger te maken.

netelige kwesties

Mies van Niekerk (Platform31),

onderwijs, zorg, welzijn, integratie, woning-

Frank Wassenberg (Platform31) en

markt, wijken, veiligheid en bestuur. Deze

Ronald van Kempen (Universiteit Utrecht)

vijftig projecten winnen aan kracht als ze

makers willen antwoorden en liefst snel.

onderling verbonden worden. Dat kan op

Doorgaans zijn de vragen van professionals

Het onderzoeksprogramma Kennis voor

thema. Iets dergelijks gebeurt voor de econo-

praktisch van aard: ‘Wat moet ik doen?’, of:

Krachtige Steden is groot en uniek. Nooit eer-

misch georiënteerde onderzoeksprojecten en

‘Hoe doe ik dat?’. Wetenschappers zijn meer

der werkten academici en stedelijke beleids-

de projecten gericht op bestuurlijke samen-

gericht op de vraag: ‘Waarom gebeurt er

makers zo nadrukkelijk samen. En nooit

werking. Deze Nova Terra is geheel gericht

iets?’ Soms zijn vragen ingewikkeld en ant-

eerder gebeurde die samenwerking op zo’n

op buurten en wijken als bindend element,

woorden moeilijk te geven. In Kennis voor

grote schaal. Vijftig projecten werden en

onder de noemer ‘Kennis voor Krachtige

Krachtige Steden is getracht om onderzoek,

worden uitgevoerd die beogen steden sterker

Buurten’.

te maken – projecten die zowel wetenschap-

Onderzoekers stellen vragen en beleids-

beleid en praktijk bij elkaar te brengen en ervoor te zorgen dat er bruikbare antwoorden

pelijk als beleidsmatig relevant zijn. Dat was

Kennis voor Krachtige Buurten is een mooi

komen. Dat laat onverlet dat de wetenschap-

de ambitie vooraf, en dat hebben de meeste

streven om kennis te gebruiken om buurten

pers soms hun eigen gang gaan. Dat leidt

projecten ook waargemaakt.

en wijken beter, mooier, vitaler en aantrekke-

ertoe dat het onderzoek ook beschouwingen

In deze Nova Terra presenteren we de resulta-

lijker, kortom krachtiger te maken. Dat streven

kan opleveren, waarmee de praktijk op dit

ten van dit onderzoeksprogramma dat het

hebben wij, en daarom brengen we deze

moment misschien niet zoveel kan. Maar

NICIS Institute (nu Platform31) destijds heeft

bundel uit. Binnen het onderzoeksprogramma

mogelijk is die kennis toch van belang:

opgezet en samen met een groot aantal

ontwikkelt een flink aantal onderzoekers

vergelijk de reacties op Isaac Newtons appel

stedelijke partijen en onderzoeksinstellingen

brede kennis over buurten. We hebben hen

die van de boom viel. Pas jaren later zou het

heeft uitgevoerd, en nog uitvoert. Doel was

gevraagd om deze kennis compact en toe-

belang van de zwaartekracht onderkend

om stedelijke problemen en academische

gankelijk op te schrijven. Alle artikelen in

worden.

kennis over die problemen te koppelen en zo

deze bundel zijn gebaseerd op groter onder-

bij te dragen aan oplossingen die werken.

zoek, waarvan de resultaten zijn (of worden)

Onderzoekers zijn echter wel degelijk in

Het programma loopt van 2007 tot en met

neergelegd in uitgebreide rapporten,

staat om oplossingen aan te dragen voor

2014; een deel van de projecten is inmiddels

Nederlandse en Engelstalige tijdschriften en

netelige kwesties die in de praktijk spelen.

voltooid en veel resultaten zijn al bekend.

proefschriften. Voor alle toelichting verwijzen

Maar die wetenschappers doen dat lang niet

we naar dat achtergrondmateriaal.

altijd uit zichzelf. Juist de interactie met de

De vijftig projecten beslaan een breed scala

Resultaten zijn per project terug te vinden op

stedelijke professionals in het programma

aan maatschappelijke vraagstukken op de

de site van Platform31.

Kennis voor Krachtige Steden heeft de onder-

terreinen van economie, arbeidsmarkt,

zoekers geholpen om hun blik meer oplos-


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 3

singsgericht te maken. De artikelen in deze

Hoe zorg je ervoor dat wijkverbetering

Dat komt tot uiting in termen als: van

bundel getuigen daarvan.

bijdraagt aan positieverbetering van de

top-down naar bottom-up, van sturing naar

bewoners?

uitnodiging, en van regelen naar faciliteren. Veranderende werkwijzen zien we terug in

nomen, gebundeld in drie thema’s:

bevolking in beweging

wijkvernieuwing. Belangrijke actoren als

– Wijkdynamiek: veranderende buurten

gemeenten en woningcorporaties blijken

en wijken – Bevolkingsdynamiek en sociale mobiliteit: veranderende bewoners – Actoren en processen: veranderende werkwijzen in de wijk

De volgende artikelen in deze Nova Terra

gaan over bewonersdynamiek. Mensen

soms heel verschillend te denken over wijk-

verhuizen, worden ouder, ontwikkelen zich,

vernieuwing. Waar doe je wat en waarom

krijgen een baan of raken die kwijt, vormen

daar? Wie beslist dat eigenlijk? En wie voert

huishoudens of ontbinden die weer, en

het uit? In vergelijkbare situaties opereren

krijgen kinderen, die op enig moment weer

sommige professionals beter dan andere

het huis uit gaan. Crisis of niet: het leven

en zijn zij degenen die het verschil maken.

wijken in beweging

gaat door.

Ligt dat aan de werkwijze, of misschien aan

Herstructurering van wijken beoogt een

de personen zelf? En wat is precies zo’n ‘best

over veranderende buurten en wijken.

betere wijk met betere kansen voor de bewo-

person’ en onder welke omstandigheden

Veranderingen vinden deels autonoom

ners. Worden bewoners er uiteindelijk beter

bereiken zij het meest?

plaats, door geboortes of door veroudering

van als hun huis wordt gesloopt? En geldt dit

Veranderende werkwijzen hebben ook

van de zittende bevolking of de bebouwing.

ook voor specifieke groepen, zoals bijvoor-

betrekking op de bewoner. In de jaren zeven-

Invloeden kunnen ook van buiten komen

beeld jongeren? Planners plannen de wijk, of

tig was het al heel wat als burgers inspraak

wanneer nieuwe mensen de buurt in trekken.

‘herplannen’ deze bij wijkvernieuwing, maar

kregen en konden reageren op planvoor­

De toenemende populariteit van de stad leidt

het is maar de vraag hoe bewoners zo’n

stellen. Gaandeweg werd hun rol groter en

tot een toename van ‘nieuwe stedelingen’,

geplande wijk beleven. Wat zijn verschillen

konden ze meedenken over alternatieve

kansrijk en goed opgeleid, en die wonen

tussen de geplande wijk en de geleefde wijk,

ideeën. Momenteel geven overheden meer

graag in bepaalde typen buurten, vaak

en hoe overbrug je verschillen? Is er meer

ruimte aan initiatieven van burgers en

centraal in de stad. De vraag is of de zittende

aandacht nodig voor de publieke ruimte –

marktpartijen. Hoe ontwikkel je dergelijke

bewoners dan de dupe worden van deze

zeker nu momenteel investeringen in vast-

burgerkracht of buurtkracht? Wat is dan de

instroom, bijvoorbeeld omdat sociale contac-

goed op een laag pitje staan?

rol voor gemeente en woningcorporaties?

ten veranderen, voorzieningen een andere

De sociale diversiteit in de samenleving

Wanneer worden bewoners actief en ver-

signatuur krijgen of omdat woningen duurder

neemt toe en de vraag rijst wat voor conse-

schillen kansrijke en kansarme bewoners?

worden. Gentrification (de instroom van

quenties dat heeft voor woonvoorkeuren.

beter bemiddelde groepen) kan leiden tot

Wonen we graag te midden van ‘ons soort

In deze Nova Terra worden veel vragen

verdringing van oorspronkelijke bewoners,

mensen’ of juist niet? Hoe belangrijk zijn

geadresseerd. We pretenderen niet alle ant-

maar kan ook zorgen voor een beter woon­

gelijke buren? Moeten we wel streven naar

woorden te kunnen geven. Maar we hebben

klimaat.

sociale menging als mensen liever tussen

de auteurs wel gevraagd zich te richten op

Buurten veranderen ook door beleid.

gelijkgestemden wonen? En als menging

vragen uit de stedelijke praktijk. We hopen

Stedelijke herstructurering brengt wijken in

gewenst is, op welk schaalniveau dan?

met deze bundel artikelen over allerlei

beweging. Sloop, nieuwbouw en renovatie

Verschillen tussen leefstijlen worden ook

aspecten die met de buurt te maken hebben,

verbeteren de wijk in ieder geval fysiek, maar

gebruikt in de gebiedsontwikkeling.

in ieder geval een aantal vragen te beant-

het is nog maar de vraag wie er (kunnen)

Projectontwikkelaars maken een buurt voor

woorden.

blijven en wie er de buurt moeten verlaten.

dynamische stedelingen, voor terugtredende

Dat laatste hoeft niet altijd erg te zijn: een

senioren, voor milieubewuste landgenoten,

Een volledig overzicht van alle onderzoeks-

woning in een andere buurt kan een lang

voor jonge gezinnen of met een Mediterraan,

projecten binnen het programma Kennis

gekoesterde wens zijn, een nieuw leven kan

groen, waterrijk of hoogstedelijk karakter.

voor Krachtige Steden is te vinden op: http://

worden opgebouwd.

Verkoopt dit beter, wonen mensen er tevre-

www.platform31.nl/wat-we-doen/onderzoek

De auteurs van deze artikelen behandelen

dener en leidt dit tot mooiere wijken?

De artikelen over wijkdynamiek gaan

vragen als: Hoe veranderen wijken als de bevolking verandert? Wonen alleenstaanden

veranderende werkwijzen

liever ergens anders dan gezinnen? Hoe ver-

anderen woonwensen als mensen meer geld

verandert ook de wijze waarop actoren in de

gaan verdienen? Of juist minder, zoals nu?

stedelijke praktijk samenwerken. De huidige

Wat is het effect van de crisis op woonvoor-

economische omstandigheden versnellen

keuren, leefgedrag en de openbare ruimte?

een proces dat al vóór de crisis zichtbaar was.

Naast dynamiek in wijken en in bevolking,

Y

In deze Nova Terra zijn twaalf artikelen opge-


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 4

De meeste Nederlanders brengen hun leven door in steden en voorsteden. Volwassenwording, ‘single’ zijn, relatievorming, en ouderschap vinden hier plaats. De overgang tussen deze verschillende levensfasen gaat vaak gepaard met een verhuizing. Het is dan ook opmerkelijk dat stedelijk beleid hoge verhuismobiliteit dikwijls problematisch acht, en streeft naar stabiele stadsbuurten. Verhuismobiliteit is dikwijls geen negatief proces, maar een logisch gevolg van levensfasedynamiek.

Een nieuwe levensfase, een nieuw woonmilieu Een echte opvoedbuurt is IJburg nog niet. Het heeft weliswaar te maken gehad met een instroom van jonge koppels en gezinnen, maar kent nog geen uitstroom van starters en empty-nesters (Foto: David Rozing / Hollandse Hoogte)

Wouter van Gent en Sako Musterd (Universiteit van Amsterdam,

dynamiek in de jaren tussen 2000 en 2007. Het stuk eindigt met een

Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR))

reflectie over de functie van de buurt.

Wat is het verband tussen buurtkenmerken en verhuismobiliteit?

databewerking en operationalisering

Veel verhuisbewegingen zijn te verklaren als een aanpassing aan de

Onze buurttypologie is gebaseerd op gegevens uit het Sociaal

juiste vorm van stedelijkheid na een verandering in huishouden.

Statistisch Bestand (SSB) van het CBS. We gebruiken gegevens op

Veel stadsbuurten werken als een roltrap waar huishoudens instromen,

individueel niveau over de huishoudsamenstelling, positie binnen

meer gaan verdienen en dan weer verder gaan en elders woonmilieus

het huishouden, leeftijd van de kinderen, buurt en gemeente.

versterken (Teernstra, 2012). Het blijvend ‘matchen’ van het huishouden aan de buurt en het goed laten functioneren van de buurt, vereist

Een verhuizing is geoperationaliseerd als een verandering van adres

een bepaalde mate van fluïditeit. In dit artikel wordt een typologie

en buurt tussen twee meetjaren. Verhuizingen binnen de buurt zijn

gepresenteerd van buurten die een functie hebben voor bepaalde

buiten beschouwing gelaten. Elke verhuizing is vervolgens gekoppeld

huishoudens in verschillende levensfases. Deze typologie is gebaseerd

aan een huishoudtype, onderscheiden op basis van een verandering

op empirische analyse van verhuizingen in en uit buurten gekoppeld

in huishoudstatus binnen de twee meetmomenten. De belangrijkste

aan huishoudtransities; we richten ons op Amsterdam en bekijken de

huishoudtypen zijn:


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 5

– Uithuisgaanden (starters): ‘nieuwe’ huishoudens; vooral kinderen die het ouderlijk huis verlaten. – Alleenstaanden: mensen die op beide meetmomenten alleenstaand zonder kinderen zijn.

Op basis van de verhuisstromen kunnen we nu buurten aanwijzen waar deze transities vaker voorkomen dan elders in de stad. Dit leidt tot een overlappende typologie van buurten: 1 Startbuurten Bovengemiddelde instroom van uithuisgaande kinderen van buiten de gemeente en bovengemiddelde uitstroom

– Nieuw koppel: een alleenstaande die samen met een ander een

van alleenstaanden en nieuwgevormde stellen zonder kinderen

koppel zonder kinderen is gaan vormen.

naar andere buurten in de gemeente.

– Nieuw gezin: de overgang van alleenstaand of koppel zonder kinderen naar een gezin

2 S charrelbuurten Bovengemiddelde instroom van alleenstaanden van elders in gemeente en bovengemiddelde uitstroom van

– Stabiel eenoudergezin: alleenstaand met kinderen op beide

nieuwgevormde stellen zonder kinderen.

meetmomenten – Nieuw eenoudergezin: overgang van gezin of alleenstaand

3 Hokbuurten Bovengemiddelde instroom van nieuwgevormde stellen zonder kinderen van elders in de gemeente en boven­

zonder kinderen naar alleenstaand met kinderen.

gemiddelde uitstroom van nieuwgevormde gezinnen.

– Empty-nester: overgang van gezin naar koppel zonder kinderen.

4 Opvoedbuurten Bovengemiddelde instroom van nieuwgevormde gezinnen van elders in de gemeente en bovengemiddelde

De typen zijn geaggregeerd naar buurtniveau, waarbij we voor elk

uitstroom van starters en ‘empty-nest’ koppels.

jaar tellingen maken van verhuistypen in vier verhuisstromen in buurten: in- en uitstroom van binnen de gemeente, en in- en uitstroom

5 Vluchtbuurten (met kinderen) Bovengemiddelde instroom van

buiten de gemeente. Om privacy-redenen zijn de acht jaren aan

nieuwgevormde eenoudergezinnen van binnen de gemeente en

verhuistypes opgeteld per buurt.

bovengemiddelde uitstroom van ‘stabiele’ eenoudergezinnen.

De onderstaande analyses combineren bovengemiddelde in- en uit-

1 Startbuurten

stroom van verhuistypen; bovengemiddeld is gedefinieerd als meer

dan een halve standaarddeviatie boven het buurtgemiddelde in de

standigheid. ‘Starters’ zijn de grootste groep instromers van buiten

Het ouderlijk huis verlaten is de eerste stap naar volwassen zelf-

gemeente.

de gemeente. Relatief weinig starters verlaten de stad. Figuur 1 laat

Onze casus is de gemeente Amsterdam. Amsterdam maakt een

zien welke buurten een specifieke functie hebben als ‘Startbuurt’,

gestage groei in inwoneraantal door, mede veroorzaakt door de

met een bovengemiddelde instroom van starters van buiten de

toename van studenten en alleenstaanden die voor opleiding en

gemeente. Ze kennen ook een bovengemiddelde uitstroom van

werk naar de stad trekken (of daar blijven). De stad kent steeds meer

alleenstaanden en nieuwgevormde stellen. Deze buurten lijken een

hogere middeninkomens en door verkoop en nieuwbouw van woningen

toegankelijke woningvoorraad te hebben voor de jonge starters.

zijn veel buurten toegankelijker geworden voor deze inkomens.

Dit type kent twee subtypen. Ten eerste buurten (zoals Houthavens,

In Amsterdam vonden in de periode 2000 –  2 007 bijna 800.000 ver-

De Omval) met relatief veel studentwoningen en weinig andere

huizingen plaats.

woningen. Ten tweede buurten die zowel veel kleine woningen en jongerenwoningen kennen, maar ook andere functies hebben (b.v.

buurttypologie

Jordaan, Oude Pijp). Het is opvallend dat starters een woonplek

weten te bemachtigen in deze aantrekkelijke buurten met stijgende

Welke typen buurten kunnen nu op basis van mobiliteit ten

gevolge van huishoudtransities worden onderscheiden? Hieronder

woningprijzen en lange wachttijden.

bespreken we ter illustratie vijf typen buurten, die gevormd zijn door vijf typen transities. De eerste vier typen kunnen als opeenvolgend gezien worden. De transities betreffen: 1 het ouderlijk huis verlaten (starter) 2 van alleenstaande naar samenwonen (nieuw koppel) 3 het krijgen van de eerste kinderen (nieuw gezin) 4 het verlaten van de kinderen uit het ouderlijk huis (‘empty-nester’) 5 scheidingen, met kinderen

‘Starters’ zijn de grootste groep instromers van buiten de gemeente

Startbuurten, Amsterdam 2000 – 2007

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 6

Scharrelbuurten zijn het woondomein van alleenstaande volwassenen

Scharrelbuurten, Amsterdam 2000 – 2007

Hokbuurten, Amsterdam 2000 – 2007

2 Scharrelbuurten

3 Hokbuurten

Scharrelbuurten zijn het woondomein van alleenstaande volwas-

Voordat men een gezin sticht, is het voor veel jonge huishoudens

senen en kennen een bovengemiddelde instroom van alleenstaanden

gebruikelijk om samen te wonen zonder kinderen. Samenwonen

van binnen de stad en een bovengemiddelde uitstroom van nieuwge-

hoeft niet tot kinderen te leiden, maar als dat wel gebeurt, verandert

vormde koppels. Figuur 2 laat zien dat deze buurten een aaneenge-

de houding ten aanzien van de woning en buurt (Boterman, 2012).

sloten gebied vormen in en rond het centrum. Het beslaat de

17 de-eeuwse binnenstad, buurten gekenmerkt door de revolutiebouw van de 19 de eeuw, en de Rivierenbuurt. Dit gebied wordt gekenmerkt

Hokbuurten zijn buurten die voldoen aan de eisen van nieuwgevormde koppels zonder kinderen, maar niet aan die van huishoudens die net kinderen hebben gekregen (‘nieuwe gezinnen’). De aanname is dat

door relatief kleine woningen en de nabijheid van bedrijvigheid,

koppels dezelfde voorkeuren hebben als alleenstaanden (dichtbij

horeca en winkels. Opvallende ‘gaten’ zijn de duurdere en meer

stedelijke voorzieningen in het centrum), maar dat men meer woon-

exclusieve Vondelparkbuurt, Apollobuurt en Willemsparkbuurt in

ruimte wenst. Ook zullen pasgevormde koppels, wanneer beide part-

het zuiden. De hogere prijs en de grootte van de woningen maken

ners werken, vaak meer te besteden hebben dan alleenstaanden.

deze buurten minder toegankelijk voor alleenstaanden. Andere ‘gaten’

Figuur 3 laat de buurten zien met bovengemiddelde instroom van

in het centrum zijn de door sociale woningbouw gedomineerde

nieuwgevormde koppels van binnen de stad en bovengemiddelde

Diamantbuurt, de IJselbuurt, de Oostelijke Eilanden en de Dapperbuurt.

uitstroom van nieuwe gezinnen. De meeste van die buurten zijn ook

Hier speelt de (beperkte) toegankelijkheid van sociale huurwoningen

‘scharrelbuurten’. Echter, veel hokbuurten zijn ook in meer perifere

waarschijnlijk een rol.

woongebieden te vinden waar woonruimte relatief goedkoop is in vergelijking met het stadscentrum.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 7

Opvoedbuurten, Amsterdam 2000 – 2007

In Amsterdam zijn er geen buurten gevonden die functioneren voor alle typen huishoudens Vluchtbuurten (eenoudergezinnen), Amsterdam 2000 –  2007

buurten in stadsdeel Noord. Nieuwgebouwde buurten zoals het 4 Opvoedbuurten

Meer (nieuwe) gezinnen vertrekken uit de gemeente dan dat er

Oostelijk Havengebied en IJburg maken echter geen deel uit van dit type. Nog niet. Weliswaar hebben ze te maken gehad met een instroom

instromen. Toch wordt ook door huishoudens met kinderen vaak

van jonge koppels en gezinnen, maar kennen nog geen uitstroom van

intern verhuisd. Dit betreft onder andere de migrantenhuishoudens.

starters en empty-nesters.

Zij zijn minder snel geneigd de gemeente te verlaten voor de ‘suburbs’. Maar er is ook een groeiende groep middenklasse gezinshuishoudens

5 Vluchtbuurten

(Boterman, 2012). Veel buurten waar een bovengemiddelde instroom

van nieuwe en jonge gezinnen plaatsvindt en een uitstroom van

fasen. Maar scheidingen, relatiecrises en onverwachte tegenspoed

De typen hierboven volgen de logica van opeenvolgende levens­

‘empty-nesters’ en starters, bevinden zich in de naoorlogse periferie

hebben vaak ook huishoudentransities en urgente verhuizingen tot

(Figuur 4).

gevolg, waarbij dikwijls financiële en ruimtelijke beperkingen een rol spelen. Er is dan vaak een acute noodzaak om een andere woning te

Het is opvallend dat twee buurten nabij het centrum als opvoedbuurt

vinden. De bestemmingsbuurt, de ‘vluchtbuurt’, moet dus een toe-

oplichten: de exclusieve Apollobuurt en de middenklassebuurt

gankelijke woningvoorraad hebben, die snel beschikbaar is, alsmede

Watergraafsmeer. Deze buurten hebben een woningvoorraad, voor-

een betaalbare huur. Het ligt er verder aan of er minderjarige kinderen

zieningen en publieke ruimte die het opvoeden van kinderen in de stad

in het huishouden blijven (woonruimte en buurtkenmerken). In vlucht-

aantrekkelijk maakt, maar zijn relatief duur. ‘Goedkopere’ alternatieven

buurten zijn de instroom van nieuwe eenoudergezinnen van binnen

voor hen zijn Betondorp, en enkele tuindorpen en nieuwgebouwde

de stad en de uitstroom van stabiele eenoudergezinnen bovengemid-

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 8

deld. Deze buurten bevinden zich vooral in de periferie, maar niet

Door de economische situatie, waarbij veel onzekerheid bestaat over

noodzakelijk in opvoedbuurten.

werkgelegenheid, hypotheekrenteaftrek en financiële positie, blijkt de woningmarkt slecht te functioneren. Die crisis lijkt er echter ook

conclusie

voor te zorgen dat gemeentebesturen nu wél met zorg kijken naar de

lage doorstroomcijfers, die verhinderen dat huishoudens hun eigen

Verschillende huishoudtypen hebben verschillende oriëntaties op

plekken in de stedelijke ruimte. Een verandering van het ene naar het

huishoudsituatie aanpassen aan een andere woonsituatie. Het opspo-

andere huishoudtype gaat daarom vaak gepaard met een verhuizing

ren van knelpunten die doorstroming belemmeren, lijkt veel winst te

om de veranderde huishoudpositie opnieuw in overeenstemming te

kunnen opleveren. In een stad als Amsterdam, met ongeveer 400.000

brengen met de woonomgeving. Bepaalde buurten hebben een

woningen, impliceert elk procentpunt extra doorstroming dat elk jaar

bepaalde functie voor bepaalde typen huishoudens (zie ook Robson

4.000 huishoudens extra aan een passende woning en een passend

e.a., 2008). Beschikbaar woningaanbod is hierbij van belang, maar ook

woonmilieu kunnen worden geholpen. Een analyse van het functio-

bijvoorbeeld stedelijkheid, ligging, nabijheid van (school) voorzienin-

neren van buurten met specifieke kenmerken, voor typen huishoudens

gen, architectuur, functiemenging, dichtheden, afstand tot werk en

met specifieke kenmerken, en dit alles in een dynamisch perspectief,

eerdere ‘ruimtelijke ervaringen’. Nu is het niet zo dat elke buurt maar

kan hier veel winst opleveren. Tal van uitdagingen liggen hier nog op

één functie heeft, voor één type huishouden; buurten kunnen functio-

de onderzoeker te wachten, zoals het vaststellen van de invloed van

neren voor diverse typen huishoudens tegelijk; daarom zien we over-

demografische veranderingen op de verhouding tussen leefstijltypen

lap tussen de diverse getoonde kaarten. Opvallend is wel dat er in

en woonmilieutypen en het functioneren van woonmilieus.

Amsterdam geen buurten gevonden zijn die functioneren voor alle

Daarnaast is het de vraag wat de invloed van recente veranderingen

typen huishoudens.

in de woningmarkt door privatiseringen, liberalisering, veranderde eigendomsverhoudingen, nieuwe regelgeving met betrekking tot uiteenlopende typen huishoudens. Dit is een ingekorte en aangepaste versie van het artikel ‘Een stadsgeografie van het leven’ verschenen in Tijdschrift voor de Volkshuisvesting ( jaargang 18, nummer 3). Literatuur

– Boterman, W. R., (2012) Residential practices of middle classes in the field of parenthood Academische Proefschrift, Universiteit van Amsterdam.

– Robson, B., Lymperopoulou, K., Rae, A. (2008) People on the move: exploring the

functional roles of deprived neighbourhoods. Environment and Planning A, 40(11),

p. 2693-2714.

– Teernstra, Annalies (2012), De buurt als roltrap. Tijdschrift voor de Volkshuisvesting, 18 (2), p. 50-55.

De bevindingen hebben implicaties voor beleid dat gericht is op het ontwikkelen van levensloopbestendige buurten. Die bestaan feitelijk niet. Maar de bevindingen geven ook aanleiding om vraagtekens te zetten bij het idee dat verhuismobiliteit gezien moet worden als een negatief verschijnsel. Verhuizingen zijn noodzakelijk om een nieuwe aanpassing te realiseren wanneer de nieuwe leefstijl, die is ontstaan na een bepaalde transitie, niet meer past bij het actuele woonmilieu. Dat dient niet noodzakelijk negatief geduid te worden, zelfs niet als de verhuismobiliteit zeer aanzienlijk is. Sommige leefstijltransities en nieuw gevormde leefstijlen gaan simpelweg gepaard met hoge mobiliteit.

Y

Sommige leefstijl­ transities en nieuw gevormde leefstijlen gaan simpelweg gepaard met hoge mobiliteit

hypotheken en huren etc. is op het functioneren van buurten voor


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 9

Wat gebeurt er als in stadswijken met veel goedkope huurwoningen het aandeel koopwoningen toeneemt? Dalen of stijgen dan de scores voor buurtvertrouwen? Onderzoek laat zien dat in Amsterdam gentrification een positief effect heeft op de tevredenheid met de buurt, het thuisgevoel en de toekomstverwachting over de wijk. Maar de gunstige resultaten van de Amsterdamse aanpak voor woningdifferentiatie staan wel onder toenemende druk.

Het is goed wonen in de Amsterdamse gentriďŹ cationwijken – maar voor hoe lang nog? De Amsterdamse Kinkerstraat; de Kinkerkbuurt is bij uitstek een buurt waar gentrificationprocessen plaatsvinden (Foto Thomas Schlijper /Hollandse Hoogte)

Lex Veldboer (Universiteit van Amsterdam

buurten van de stad. Inmiddels is het tij voor

corporaties doseerden dit proces door de

Faculteit der Maatschappij- en

veel van deze gebieden gekeerd. Veel pro-

splitsing van particuliere huurappartemen-

Gedragswetenschappen) en

bleemwijken zijn in de afgelopen twintig jaar

ten en verkoop van sociale huurwoningen

Reinout Kleinhans (OTB, TU Delft)

getransformeerd tot gewilde locaties.

mondjesmaat en zeer geleidelijk toe te

Bewoners van huurwoningen kregen nieuwe

staan. Zo veranderden de voormalige achter-

Negentiende-eeuwse buurten golden in de

buren die veel geld neerlegden voor koop-

standsbuurten in populaire wijken met een

jaren zestig en zeventig als de achterstands-

appartementen. De lokale overheid en de

mix van woningtypen en bewoners.

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 10

Toenemende woningdifferentiatie en toenemende etnische diversiteit hebben allebei een zelfstandige impact op buurtvertrouwen

verschil buurtvertrouwen verschil buurtvertrouwen 2001 2009 verschil buurtvertrouwen 2001 2009 verschil buurtvertrouwen 2001 2009 kleinbuurtvertrouwen negatief verschil 2001 - 2009

klein negatief klein positief negatief matig positief klein positief negatief matig positief klein positief middel positief matig positief klein positief middel positief matig positief groot positief middel positief matig positief groot positief middel positief groot positief middel positief groot positief groot positief

klein positief 2001 - 2009 negatief Aandeel koopwoningen 2001 – 2009

Klein negatief Klein positief

Matig positief

Middel positief Groot positief

In Amsterdam-Zuidoost is door stedelijke vernieuwing het aandeel koop sterk gestegen (bron: Veldboer, Bergstra & Kleinhans, 2011)

Velen twijfelen of deze woningdifferentiatie

onderzoekers die de effecten van inkomens-

vallen of relatief arme wijk door de komst

bijdraagt aan een hogere wijkwaardering.

diversiteit op vertrouwen in de buurt en

van groepen met bovengemiddeld cultureel

Een veel gehoorde aanname is dat in deze

tussen buren bestuderen. Het werk van de

of economisch kapitaal. Het leidt tot waarde-

vernieuwde wijken gemakkelijk spanningen

politicoloog Robert Putnam is hiervan een

veranderingen van bestaande woningen c.q.

en fricties kunnen ontstaan tussen haves en

bekend voorbeeld. Hij stelde dat ‘generally

veranderingen in de eigendomsvorm (vaak in

have-nots (o.a. Buys, 2008).

speaking, people who live in neighbourhoods

de vorm van omzettingen van particuliere

of greater economic inequality tend to

huur naar koop). Case studies in

sombere buitenlandse ervaringen

withdraw from social and civic life’ (Putnam,

Angelsaksische landen naar gentrification-

2007: 157). Inkomensdiverse wijken scoren

wijken tonen regelmatig elementen van

echo van de internationale literatuur over

volgens hem lager op vrijwilligerswerk en op

sociale spanningen (vgl. Butler & Rose, 2003).

woningdifferentiatie en sociale menging.

vertrouwen in buurtleiders dan inkomens­

In arme stadswijken die populair worden

Veel studies wijzen op toegenomen spannin-

homogene wijken.

bij de middenklasse, zou sprake zijn van

Die sombere beschouwingen zijn een

schurende leefstijlen en van klassen die

gen en vermijdingsgedrag tussen inkomensgroepen als gevolg van woningdifferentiatie.

Een tweede lijn is het onderzoek naar gen­

elkaar angstvallig ontwijken. Kern van de

Het onderzoek hiernaar heeft zich ontwik-

trification. Gentrification is het proces van

bevindingen is dat deze buurten na hun ‘ont-

keld langs twee lijnen. Allereerst zijn er

statusopwaardering van een voorheen ver-

dekking’ in snel tempo worden overgenomen


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 11

door bemiddelde groepen, zoals hoogopgeleide tweeverdieners, en uiteindelijk ‘door-

positief omslagproces

onderzoek Om de effecten van toenemende woning-

slaan’ naar dure wijken waar geen plaats

differentiatie te onderzoeken hebben we

Onze analyse toont aan dat tussen 2001 en 2009 in Amsterdamse wijken die rond de

meer is voor lage inkomens. Tijdens dit proces

gebruik gemaakt van data uit de enquête

eeuwwisseling een relatief ‘eenzijdige’ goed-

van ‘vervanging van klassen’ is er veel

Wonen in Amsterdam (WiA). Deze enquête

kope woningvoorraad kenden, een toenemend

onvrede. Een toegenomen tevredenheid over

wordt tweejaarlijks afgenomen door de

buurtvertrouwen ontstaat naarmate het

meer veiligheid en meer voorzieningen zou

Dienst Onderzoek en Statistiek (O&S) van

koopaanbod zich verruimt. De toename in

daar weinig aan af doen. Lage inkomens,

de gemeente Amsterdam. We gebruiken

buurtvertrouwen geldt zowel voor vooroor-

vaak ouderen met een lange woonduur, zien

data uit de jaren 2001 en 2009. In deze

logse gentrificationgebieden als voor naoor-

hun oude buurt verdwijnen. Ze voelen zich

jaren zijn respectievelijk 17.346 en 18.166

logse stedelijke vernieuwingswijken.

‘opgejaagd’ en als minder bekeken. De

Amsterdammers boven de 18 jaar onder-

bemiddelde nieuwkomers etaleren op hun

vraagd over hun woning en over de fysieke

Een serie kaarten van Amsterdam laat per

beurt distinctiedrang en zouden heimelijk

en sociale aspecten van hun leefomgeving.

gebied de trends zien in het aandeel koop-

verlangen naar veiligheid en homogeniteit.

woningen, het buurtvertrouwen en het aan-

Deze sentimenten zouden tijdens het gen-

De verkoop van particuliere en sociale huur-

deel niet-westerse allochtonen. Allereerst

trificationproces een laag buurtvertrouwen

woningen, en de nieuwbouw van koopwo-

komt daaruit naar voren dat rond het

verklaren.

ningen zijn de belangrijkste instrumenten

Amsterdamse centrum zich een ring vormt

voor veranderingen in de woningvoorraad.

van negentiende-eeuwse wijken waar in de

Sommige Nederlandse auteurs onderschrij-

Daarom gebruiken wij de groei in het aandeel

periode 2001 – 2009 het aandeel koopwonin-

ven het sombere beeld dat Engelse en

koopwoningen tussen 2001 en 2009 als

gen middelmatig tot sterk is toegenomen.

Amerikaanse onderzoekers schetsen en voor-

indicatie voor een toenemende woningdiffe-

Daarnaast is in Amsterdam-Zuidoost door

spellen voor ons land in veranderende stads-

rentiatie in (voormalige) aandachtsgebieden.

stedelijke vernieuwing het aandeel koop

wijken een soortgelijke tweedeling tussen

Buurtvertrouwen is door ons geoperationali-

sterk gestegen.

kansarmen en kansrijken. Anderen veronder-

seerd als de optelsom van vijf items: tevreden-

stellen een relatieve vanzelfsprekendheid

heid over de buurt, de mate waarin men zich

Op de tweede kaart is de trend in het buurt-

van klassenmenging vanwege de sterkere

er thuis voelt, de verwachting hoe de buurt

vertrouwen te zien. De uitschieters met de

verzorgingsstaat, overheidsregulering van de

zich zal ontwikkelen, de perceptie van de

meeste groei in het buurtvertrouwen zijn de

woningmarkt en het al langer naast elkaar

sociale omgang in de buurt en het oordeel

wijken waar zich nu een proces van gentrifi-

bestaan van huur- en koopwoningen. Maar

over de betrokkenheid van bewoners bij de

cation of stedelijke vernieuwing voltrekt,

hoe zit het nu echt? We verkennen deze vraag

buurt. Deze operationalisering van buurt-

zoals de Kinkerbuurt, de Baarsjes, Bos &

voor Amsterdam, een stad die een sterke aan-

vertrouwen baseren we onder andere op

Lommer (Amsterdam-West), de Indische

trekkingskracht heeft op hogeropgeleiden.

Van Oirschot e.a. (2011).

buurt (Amsterdam-Oost) en de Bijlmer (Amsterdam-Zuidoost).

Hierdoor vinden in veel oude stadswijken gentrificationprocessen plaats. Weet Amsterdam die grote druk goed op te vangen of niet?

Lage inkomens,vaak verschil buurtvertrouwen ouderen met een lange verschil buurtvertrouwen woonduur, zien hun 2001 - 2009 verschil buurtvertrouwen 2001 - 2009 oude buurt verdwijnen verschil buurtvertrouwen 2001 2009 kleinbuurtvertrouwen negatief verschil 2001 - 2009

klein negatief klein positief negatief matig positief klein positief negatief matig positief klein positief middel positief matig positief klein positief middel positief matig positief groot positief middel positief matig positief groot positief middel positief

klein positief 2001 - 2009 negatief Aandeel niet-westerse allochtonen 2001 – 2009

Klein negatief Klein positief (bron: Veldboer, Bergstra & Kleinhans, 2011)

Matig positief

Middel positief Groot positief

Y


2001 - 2009 verschil buurtvertrouwen 2001 2009 klein negatief verschil buurtvertrouwen 2001 - 2009

NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 12

klein negatief klein positief negatief matig positief klein positief negatief matig positief klein positief middel positief matig positief klein positief middel positief matig positief groot positief middel positief matig positief groot positief middel positief groot positief middel positief groot positief groot positief

klein positief 2001 - 2009 negatief Verschil buurtvertrouwen 2001 – 2009

Klein negatief Klein positief

Matig positief

Middel positief Groot positief

(bron: Veldboer, Bergstra & Kleinhans, 2011)

In Amsterdam-Zuidoost is door stedelijke vernieuwing het aandeel koop sterk gestegen woningvoorraad leidt dus niet tot onvrede of

Kaart 3 illustreert dat het aandeel niet-­ westerse allochtonen in negentiende-eeuwse

Men zou kunnen denken dat een positieve

ongemak. Dat dit volgens onze gegevens geldt

gentrificationwijken in deze periode een

invloed van een groeiend aandeel koop­

voor gentrificationwijken is relatief verras-

lichte verschuiving naar boven of beneden

woningen op het buurtvertrouwen slechts

send. Ook in Nederland is immers een veel-

heeft doorgemaakt. Wijken waar wel een

een afgeleide is van verschuivingen in de

voorkomende verwachting dat gentrification

sterke groei heeft plaatsgevonden, liggen

etnische samenstelling. Simpel gezegd: meer

zal leiden tot schurende leefstijlen. Hoe komt

met name in Nieuw-West en Noord. Juist in

koop, is minder niet-westerse allochtonen, is

het dat in Amsterdam het buurtvertrouwen

deze gebieden zien we – na controle op

meer buurtvertrouwen. Maar toenemende

juist groeit in dit soort gebieden? Kent

andere variabelen – dat de stijging van het

woningdifferentiatie (positief effect) en

Amsterdam een afwijkend model voor de

aandeel niet-westerse allochtonen een

toenemende etnische diversiteit (negatief

opwaardering van wijken?

negatief effect heeft op het buurtvertrouwen.

effect) blijken allebei een zelfstandige impact op buurtvertrouwen te hebben.

In 1991 lanceerden Van Weesep en Wiegersma

Uit een nadere analyse blijkt dat de stijging

Ongeacht de veranderingen in het aandeel

op basis van onderzoek in de Jordaan de term

in buurtvertrouwen in de negentiende-

niet-westerse allochtonen zagen we stads-

‘milde gentrification’ voor de ontwikkelingen

eeuwse gentrificationwijken en in sommige

breed een klein positief effect van meer

in de hoofdstad. Het belangrijkste kenmerk

stedelijke vernieuwingswijken sterk wordt

koopwoningen. Bovendien blijkt het aandeel

was volgens hen een laag tempo. De toename

bepaald door individuele kenmerken van

niet-westerse allochtonen niet of nauwelijks

van koopwoningen verliep zeer gradueel, met

kopers, zoals het gemiddeld hogere oplei-

te dalen in stedelijke vernieuwingsgebieden

minder dan een procent per jaar. Een tweede

dingsniveau. Naast individuele kenmerken

en gentrificationwijken.

kenmerk was de vrijwillige uitstroom van

doen ook de buurtkenmerken ertoe. De ver-

lage inkomens die grotendeels uit eigen

schuivende balans tussen huur- en koop­

milde gentrification als verklaring?

beweging vertrokken naar ruimere woningen

woningen heeft een bescheiden, maar

in buitenwijken of groeikernen. In de van huur

duidelijk positief effect op buurtvertrouwen.

samenleven in wijken met een gemengde

Het feit dat verschillende sociale klassen

naar koop omgezette woningen vestigden


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 13

bijvoorbeeld pas afgestudeerde studenten –

naamde ‘natural gentrifiers’. Het derde

niet meer de vanzelfsprekende opvolgers

kenmerk was een relatief stabiele mix van

van vertrekkende huurders. Veel vaker zijn

woningtypen. In 1991 telde de Jordaan naast

de kopers stijgers van buiten de wijk met

koopwoningen nog een grote voorraad

veel economisch kapitaal. Door de groeiende

betaalbare huurwoningen. Dat is nu nog

populariteit neemt de binnenwijkse door-

steeds het geval.

stromingskans af voor lagere inkomens, maar ook voor startende middeninkomens.

De bevindingen van Van Weesep en

Voor hen zit de buurt op slot.

Wiegersma keren terug in latere studies naar

De geleidelijke groei van het aandeel koop (‘pand voor pand’) voorkomt een schokeffect

Amsterdamse gentrificationwijken, zoals

Wat nog steeds klopt, is het lage tempo van

De Pijp, Westerpark en Oud-West. De jongste

gentrification. De geleidelijke groei van het

gentrificationwijken zijn onder meer de

aandeel koop (‘pand voor pand’) voorkomt

met een laag inkomen. Een andere landelijke

Kinkerbuurt-Noord en de Oosterparkbuurt.

een schokeffect. Ook draagt de toename

maatregel, de aanpak van scheefwoners (het

Wij hebben deze wijken nader verkend. Beide

van koopwoningen vooralsnog bij aan een

plan om huurders van sociale huurwoningen

buurten kennen sinds 2001 een matige en

gemengde woningvoorraad. De beleids­

met een relatief hoog inkomen meer te laten

geleidelijke toename van koopwoningen. In

ambitie dat in gentrificationgebieden alleen

betalen voor hun woning), zou mogelijk een

de Kinkerbuurt-Noord is de WOZ-waarde iets

de ‘overmaat’ aan goedkope particuliere en

kleine pleister op de wonde zijn. Als deze

sterker toegenomen dan in de Oosterpark­

sociale huurwoningen wordt omgezet in

maatregel ertoe leidt dat gegoede scheef­

buurt, maar het ontloopt elkaar niet veel. Het

koopwoningen, opdat inkomensmenging

woners gaan verhuizen, kan dit de bereik-

aandeel allochtonen daalt in beide buurten

bijdraagt aan een ongedeelde stad, wekt

baarheid van populaire wijken voor lage

zeer licht, al is het absolute aandeel duidelijk

nog steeds vertrouwen onder de bewoners.

inkomens weer iets vergroten (mits de vrij­

hoger in de Oosterparkbuurt.

Het model van Van Weesep en Wiegersma

komende woningen niet verkocht worden).

staat dus op twee van de drie punten nog

Maar onverlet blijft dat het spannend zal

In de twee buurten hebben we interviews

overeind. Het is daarom passender om de

worden of de gemeente Amsterdam de

afgenomen onder ‘kenners’, zoals onder­

gentrification in Amsterdam als ‘semi-mild’

woningdifferentiatie op het gewenste peil

zoekers, en ‘spelers’, zoals professionals en

te betitelen. Vooralsnog draagt ook deze

kan stabiliseren in gentrificationwijken. De

politici. In elke buurt zijn twaalf sleutel­

tussenvorm bij aan een toenemend buurt-

huidige grote tevredenheid onder bewoners,

figuren bevraagd aan de hand van semige-

vertrouwen.

die zo sterk afwijkt van de internationale

structureerde vragenlijsten. Thema’s waren

trend, staat onder toenemende druk.

de ontwikkeling van de buurt, de toename

verdere woningdifferentiatie?

van koopwoningen, de toekomstverwacht­

ingen, de sociale verhoudingen en de in- en

stadsbestuur vast aan een relatief evenredige

uitstroom in de buurt. Naast deze interviews

verdeling van de woningvoorraad in de

hebben we literatuur en beleidsstukken

negentiende-eeuwse ring. Alle groepen

bestudeerd over de twee buurten.

hebben volgens het stadsbestuur een ‘right

Vooralsnog houdt het Amsterdamse

to the city’. Het stadsbestuur (2009) heeft als Uit deze case studies komt naar voren dat in

beleid geformuleerd dat in populaire wijken

beide wijken het milde gentrification-model

aan de rand van het centrum, de betaalbare

deels spaak is gaan lopen. Van een milde

woningvoorraad mag dalen tot rond de

aflossing, zoals beschreven door Van Weesep

50 procent in 2020. Veel buurten naderen

en Wiegersma, is hier nauwelijks sprake.

door gentrification deze percentages nu al.

In deze buurten vertrekken de zittende huur-

Een verdere afname dreigt door de invoering

ders niet langer vrijwillig. Ze willen het liefst

van hogere huren voor sociale huurwoningen

doorstromen naar een andere woning in hun

op gewilde locaties. De huurverhoging in

opgeknapte buurt, maar dat is door de lange

populaire wijken – gebaseerd op de zoge-

wachtlijsten nauwelijks haalbaar. Bij de kopers

naamde ‘Donnerpunten’ – leidt tot veel

ziet de aflossing er ook anders uit. Door de

onrust onder bewoners met een smalle

prijsstijgingen zijn ‘natural gentrifiers’ –

beurs. Het betekent ook dat een groter deel

sociale stijgers uit de wijk met veel cultureel

van de woningvoorraad van deze buurten

kapitaal, maar geen hoog inkomen, zoals

onbereikbaar wordt voor nieuwe huurders

Literatuur

– Butler, T. with G. Rose (2003), London calling. The middle classes and the remaking of inner London. Oxford/ New York: Berg.

– Buys, A. (2008), Tekenen van vertrouwen. Op zoek naar risico’s en kansen vanuit het perspectief van orde en

veiligheid in woonwijken. Amsterdam: RIGO Research & Advies.

– Gemeente Amsterdam, Dienst Wonen (2009), Wonen in de metropool.

– Oirschot, L. van, J. Slot & E. van Oirschot (2011),

Voorspellers van buurtvertrouwen in de buurt.

Sociale Cohesie in Amsterdam. Mens & Maatschappij, 1, pp. 66-87.

– Putnam, R.D. (2007), E Pluribus Unum: Diversity and Community in the Twenty-first Century. The 2006 Johan Skytte Prize Lecture. Scandinavian Political Studies, 30 (2), 137-174.

– Veldboer, L., Bergstra, M & R. Kleinhans (2011), Meer

inkomensdiversiteit, meer buurtvertrouwen? Sociale

tectoniek of vreedzame co-existentie in Amsterdamse

gentrification-wijken. Weesep, J. van & M. Wiegersma (1991), Gentrification in the Netherlands: behind the

scenes. In Weesep, J. van & S. Musterd, S. (eds.), Urban housing for the better-off: gentrification in Europe. pp 98-111. Utrecht: Stedelijke netwerken werkstuk.

Y

zich sociale stijgers uit de buurt, de zoge-


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 14

Waterbedeffecten moet je niet overschatten Stedelijke herstructurering is één van de bekendste voorbeelden van gebiedsgericht beleid. Het is echter de vraag of met het aanpakken van problemen in de ene wijk die problemen zich niet simpelweg verplaatsen naar een andere wijk. Dit veelgenoemde gevaar wordt ook wel aangeduid als het waterbedeffect. Lang was onduidelijk of dit gevaar reëel was. Recent onderzoek vertelt een geruststellend verhaal.

Bewoners van de Rotterdamse ontvangstbuurten zijn negatiever over de ontwikkeling van hun buurt, omdat zij een sterkere achteruitgang van de bevolkingssamenstelling ervaren (Foto: Arie Kievit / Hollandse Hoogte)

Hanneke Posthumus, Gideon Bolt (Universiteit Utrecht,

discussies over herstructurering spelen waterbedeffecten echter

Faculteit Geowetenschappen) en

een prominente rol. Een waterbedeffect is het effect van een beleids-

Reinout Kleinhans (OTB, TU Delft)

maatregel op een ander gebied dan waarvoor de beleidsmaatregel bedoeld is. In de context van herstructurering gaat het dan om de

In de afgelopen jaren zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd naar de

gevolgen van herhuisvesting van bewoners van sloopwoningen

effecten van stedelijke herstructurering. Veel onderzoek op dit terrein

(herhuisvestingsurgenten) op buurten waar zij terechtkomen.

richtte zich op de effecten in de aangepakte wijken. In de actuele


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 15

De term waterbedeffect werd in het kader van stedelijke herstructure-

buurten binnen de wijk direct relateren aan de selectieve instroom

ring voor het eerst gebruikt door Ouwehand e.a. (1999, p. 100) in hun

vanuit de geherstructureerde delen van de wijk. Het gaat in dit

evaluatierapport over de vernieuwing van de Bijlmermeer: ‘In hoofd-

onderzoek echter slechts om indrukken die niet nader onderbouwd

lijnen constateren we dat de leefbaarheid in de al aangepakte delen

worden door cijfers of ander bewijsmateriaal. Ook Leidelmeijer e.a.

van de Bijlmer wel is toegenomen. … Maar de verbetering werkt ook

(2009) vinden geen systematische verplaatsing van leefbaarheids-

als een waterbed: waar je gaat zitten gaat het omlaag om elders weer

problemen vanuit aandachtswijken naar andere gebieden, maar in

omhoog te komen. De verbeterde buurten gaan erop vooruit, maar de

verschillende steden vinden zij wel aanwijzingen voor waterbed­

nog niet aangepakte flats zijn erop achteruit gegaan’ (Ouwehand

effecten op beperkte schaal. Een belangrijk nadeel van hun rapport is

e.a., 1999, p. 100).

echter dat zij leefbaarheid niet op een directe manier kunnen meten.

Sinds de publicatie van dit rapport is er veel interesse in de verhuis-

Vanuit de constatering dat de bestaande kennis tekort schiet, startte

stromen vanuit herstructureringsbuurten naar andere buurten,

eind 2009 een grootschalig onderzoek naar waterbedeffecten, alsmede

mogelijke overlast van recent gevestigde herhuisvestingsurgenten of

enkele andere (mogelijke) bijwerkingen van herstructurering. Hier gaan

andere vestigers en effecten daarvan op de zogenaamde ‘ontvangst-

wij in op een aantal van de kernbevindingen uit dit onderzoek dat is

wijken’. Over dit soort effecten is echter maar zeer weinig bekend.

uitgevoerd in Rotterdam, Den Haag, Groningen, Breda en Ede

Slob e.a. (2008) vonden voor Leiden, Den Haag en Utrecht dat de

(Bijwerkingen van herstructureringsoperaties; Posthumus e.a. 2012).

ervaren leefbaarheid in buurten waar relatief veel herhuisvestings­ urgenten terechtkomen zich ongunstig ontwikkelt. Maar op basis

spreidingspatronen

van hun onderzoek is niet vast te stellen of er een causale relatie ligt

met de instroom in deze wijken. Verder constateren Van Bergeijk e.a.

zijn van de herconcentratie van gedwongen verhuisden in andere

(2008) in vijf van hun zes onderzoekswijken dat professionals en ver-

buurten, is het allereerst relevant om de spreidingspatronen van die

tegenwoordigers van bewonersorganisaties de neergang in bepaalde

verhuisden in kaart te brengen. Dit hebben we gedaan door na te

De vertrekbuurt blijkt zelf regelmatig een aanzienlijk deel van de urgenten op te vangen

Figuur 1: Spreidingspatroon van herhuisvestingsurgenten uit Zuidwijk in Rotterdam (Bron: Posthumus e.a., 2012)

Omdat waterbedeffecten van herstructurering het resultaat zouden

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 16

Figuur 2: Spreidingspatroon van herhuisvestingsurgenten uit Geeren-Noord in Breda (Bron: Posthumus e.a., 2012)

In Rotterdam en Den Haag verhuist men vaak naar één specifieke nabijgelegen buurt

gaan van en naar welke buurt herhuisvestingsurgenten zijn verhuisd.

behoorlijk aantal verschillende buurten. Daarnaast blijkt dat in elk

Hieruit blijkt om te beginnen dat de vertrekbuurt zelf regelmatig een

van de steden herhuisvestingsurgenten vooral naar nabijgelegen

aanzienlijk deel van de urgenten opvangt. Wel zijn er grote verschillen

buurten verhuizen. In Rotterdam en Den Haag verhuist men vaak

tussen steden en herstructureringsbuurten. Terwijl in Den Haag 15%,

naar één specifieke nabijgelegen buurt. Illustratief hiervoor is het

in Ede 18%, in Groningen 16% en in Breda 33% van de gedwongen ver-

spreidingspatroon van herhuisvestingsurgenten uit Zuidwijk in

huisden dit doet, verhuist in Rotterdam gemiddeld 43% binnen de

Rotterdam waar men vaak naar de nabijgelegen buurt Carnisse ver-

buurt. Dit heeft te maken met het feit dat Rotterdamse buurten in de

huist (Figuur 1). In de andere 3 steden zijn er meestal meerdere nabij

regel groter zijn dan de buurten in andere steden. Niettemin zien we

gelegen buurten waar veel herhuisvestingsurgenten terecht komen.

ook in andere steden soms buurten waar meer dan 40 procent van de

Exemplarisch is het beeld van de spreidingspatronen dat we in

urgenten binnen de buurt verhuist, zoals Paddepoel-Zuid in

Geeren-Noord in Breda zien (Figuur 2).

Groningen en Heuvel in Breda. ontvangst- versus controlebuurten Hoewel gedwongen verhuisden regelmatig een andere woning in

hun oude buurt betrekken, verhuist de meerderheid in de regel naar

centreren op één bepaalde plek, kent iedere stad wel buurten waar zij

Hoewel bewoners uit sloopwoningen zich niet massaal hercon-

andere buurten in de stad. Men verhuist in alle steden naar een

relatief vaak terecht komen. Om vast te kunnen stellen of er in deze


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 17

Verhuizen vanuit een herstructureringsbuurt naar een andere buurt heeft effect op

de zogenaamde ‘ontvangstwijken’ wordt vaak gedacht; toch is hierover maar weinig bekend (Foto Marcel van den Bergh / Hollandse Hoogte)

buurten sprake is van waterbedeffecten hebben we in elk van de steden

in de buurt; een bewonersgroep die in de regel nu eenmaal negatiever

twee van deze buurten geselecteerd (ontvangstbuurten) voor ver-

is. Alleen in Rotterdam is men, ook als rekening wordt gehouden met

volgonderzoek. Ook hebben we in iedere stad een buurt geselecteerd

de achtergrondkenmerken van de respondenten, in beide ontvangst-

die qua bevolkingssamenstelling en woningvoorraad op de ontvangst-

buurten consequent negatiever dan in de controlebuurt. In geen van

buurten leek, maar die niet te maken had gehad met een grote instroom van herhuisvestingsurgenten. In deze buurten hebben we vragenlijsten uitgezet over de ervaren buurtontwikkelingen en hebben we de antwoorden van bewoners van ontvangst- en controlebuurten met elkaar vergeleken. De gedachte hierachter was dat als er sprake was van een waterbedeffect, bewoners van ontvangstwijken ten opzichte van bewoners van controlebuurten: - negatievere buurtontwikkelingen ervaren; - een grotere instroom van nieuwkomers, in het bijzonder herhuisvestingsurgenten ervaren; - negatievere gevolgen van nieuwkomers ervaren; - een lager cijfer aan hun buurt geven.

Rotterdam is de enige stad waar we indicaties vinden voor de aanwezigheid van een waterbedeffect van herstructurering de andere steden zien we dat bewoners van ontvangstbuurten zo

Uit tabel 1 blijkt dat dit in vrijwel alle steden niet systematisch het

vaak een achteruitgang van de buurt, een grote instroom van nieuw-

geval is. In het Groningse Selwerd is men over de gehele linie wel

komers (waaronder herhuisvestingsurgenten) en een negatief effect

negatiever dan in de controlebuurt, maar blijken de verschillen toe te

van nieuwkomers ervaren.

schrijven aan het grotere aandeel bewoners met een lange woonduur

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 18

Tabel 1: Vergelijking ontvangst- en controlebuurten (subjectieve oordelen)

Buurt is

(Heel) veel

Veel herhuisv.

Negatief effect

verslechterd

nieuwkomers

urgenten

nieuwkomers

Heusdenhout

20%

20%

7%

10%

7,42

Brabantpark

35%

43%

22%

28%

6,69

Tuinzigt 1

38%

38%

5%

28%

6,19

Buurtcijfer

Breda (n=448)

Den Haag (n=372) Schilderswijk-West

28%

40%

20%

45%

5,42

Geuzenkwartier

20%

32%

3%

9%

7,55

28%

25%

6%

8%

6,86

Oud-Scheveningen 1

Ede (n=537) Bloemenbuurt

24%

15%

3%

13%

7,16

Elskamp

26%

32%

9%

17%

6,87

23%

30%

6%

20%

6,99

Velden en Beken 1

Groningen (n=339) Paddepoel-Zuid

24%

53%

13%

16%

6,35

Selwerd

47%

43%

33%

42%

6,90

36%

72%

5%

35%

6,80

Vinkhuizen-Noord 1

Rotterdam (n=350) Vreewijk

52%

60%

40%

43%

6,59

Oosterflank

49%

58%

22%

48%

6,88

24%

49%

8%

24%

6,98

De Esch 1

(Bron: Posthumus e.a., 2012) 1

Controlebuurt

waterbedeffecten in rotterdam

Een eerste verklaring ligt in het hoge aantal herhuisvestingsurgenten

dat in de Rotterdamse ontvangstbuurten terecht is gekomen. Vooral

Rotterdam is de enige stad waar we indicaties vinden voor de aan-

wezigheid van een waterbedeffect van herstructurering. Hoe is dit te

in de ontvangstbuurt Vreewijk is dit aantal hoger dan elders: de 182

verklaren?

herhuisvestingsurgenten die zich tussen 2007 en 2009 in de buurt vestigden, vormden bijna een kwart van alle nieuwe bewoners in de sociale huursector.

Urgenten verspreiden zich over een behoorlijk aantal verschillende buurten

Ten tweede blijkt uit onze analyse (zie Posthumus e.a., 2012) dat bewoners van de Rotterdamse ontvangstbuurten negatiever over de ontwikkeling van hun buurt zijn, omdat zij een sterkere achteruitgang van de bevolkingssamenstelling ervaren. Het idee dat de bevolkingssamenstelling verslechtert, blijkt samen te hangen met het beeld dat er veel herhuisvestingsurgenten in de buurt komen wonen. Dit laat


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 19

dus zien dat men een negatief beeld heeft van de invloed van nieuw-

kunnen buurtkeuzes die later tot conflicten leiden in zekere mate

komers uit sloopwoningen. Uit de analyses blijkt echter net zo goed

worden voorkomen. Omdat herhuisvestingsurgenten vaak al contact

een verband met verschillende andere ervaren veranderingen, zoals

hebben met een woonconsulent, is het relatief eenvoudig om deze

de ervaring dat veel ouderen zijn vertrokken, dat nieuwe bewoners

informatie aan hen over te brengen. Een andere manier waarop

van allochtone herkomst zijn, dat zij niet goed zijn opgeleid en dat zij

woonconsulenten conflicten tussen zittende bewoners en herhuis-

werkloos zijn.

vestingsurgenten kunnen aanpakken, is door ook na hun verhuizing contact met herhuisvestingsurgenten te onderhouden. Omdat het begeleidingsproces nu stopt bij de verhuizing, worden conflicten

Rotterdamse ontvangstbuurten blijkt één van de belangrijkste redenen

die na de verhuizing ontstaan vaak pas ontdekt als zij escaleren.

voor de onvrede over nieuwkomers te liggen in het contact dat zij

Door nazorg te bieden kunnen dergelijke conflicten in de kiem

met hun nieuwe buren hebben: dit is niet zo goed als met de oude

worden gesmoord.

buren. Dit speelt vooral in Vreewijk. Professionals geven aan dat dit komt doordat er in Vreewijk sprake is van een zeer hechte gemeenschap die bewoners graag willen behouden. Het gevolg hiervan is dat zij wantrouwiger zijn ten opzichte van nieuwkomers dan wat gebruikelijk is in andere buurten. tot slot

Door nazorg te bieden kunnen conflicten in de kiem worden gesmoord

In dit artikel zijn we ingegaan op de vraag hoe groot het risico op

waterbedeffecten van stedelijke herstructurering is. Uit de hiervoor geschetste resultaten blijkt dat dit risico meevalt. Om te beginnen zijn er niet zoveel buurten waar sprake is van een substantiële instroom van herhuisvestingsurgenten. Urgenten verspreiden zich over een behoorlijk aantal verschillende buurten. Uiteraard zijn er in elke stad wel wat buurten die te maken hebben met een relatief grote instroom van urgenten. De ontwikkeling die bewoners van deze buurten ervaren, is echter niet systematisch negatiever dan de ontwikkelingen die bewoners in soortgelijke buurten ervaren waar weinig instroom is geweest. Alleen in Rotterdam is dit wel het geval. De negatieve ervaringen van bewoners van ontvangstbuurten in Rotterdam blijken echter maar zeer ten dele toe te schrijven aan de invloed van de instroom van herhuisvestingsurgenten. Het is meer het gevoel dat de bevolkingssamenstelling verslechtert dat ten grondslag ligt aan de negatieve buurtontwikkelingen die zij ervaren. De ervaring dat herhuisvestingsurgenten in de buurt komen wonen, is slechts een van de vele ontwikkelingen die hieraan ten grondslag ligt. Ons onderzoek suggereert dat het nuttiger is om beleid te ontwikkelen dat conflicten tussen allerlei groepen nieuwkomers en zittende bewoners voorkomt, dan de nadruk te leggen op de instroom van herhuisvestingsurgenten. Hierbij kunnen woonconsulenten een belangrijke rol spelen. Door bijvoorbeeld woningzoekenden goed te informeren over het type buurten waar zij naar toe kunnen verhuizen,

Literatuur

– Bergeijk, E. van, Kokx, A., Bolt, G., Kempen, R. van (2008) Helpt herstructurering? Effecten van stedelijke herstructurering op wijken en bewoners. Delft: Eburon.

– Leidelmeijer, K., Schulenberg, R. & Bogaerts, A. (2009) Waterbedeffecten van het wijkenbeleid. Amsterdam: RIGO.

– Ouwehand, A., Kramer, R., Kwekkeboom, W. & Leferink, R. (1999) De vernieuwing halverwege. Evaluatie vernieuwing Bijlmermeer 1992 – 1999. Amsterdam: Projectbureau Vernieuwing Bijlmermeer.

– Posthumus, H., R. Kleinhans en G. Bolt (2012), Bijwerkingen van herstructureringsoperaties – Verhuizingen, waterbedeffecten en veranderingen in de woningvoorraad. Delft: Eburon.

– Slob, A., Bolt, G. & Van Kempen, R. (2008) Na de sloop. Waterbedeffecten van gebiedsgericht stedelijk beleid. Den Haag: NICIS Institute.

Y

Uit de vervolginterviews die zijn gehouden met bewoners van de


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 20

Brede herhuisvesting: van zware problematiek naar stille muizen Brede herhuisvesting – de extra aandacht voor sociale problematiek bovenop begeleiding bij het woonkeuzeproces – is onder meer geïntroduceerd om negatieve verplaatsingseffecten van herstructurering te voorkomen. Dat doel wordt niet bereikt. Wel is het een probaat middel om verborgen problematiek onder bewoners op te sporen, zoals vereenzaming en vervuiling. Bewoners waarderen de extra aandacht en maken geen probleem van de schending van hun privacy door frontlijnmedewerkers. Een wijkagent in gesprek met een huurder die weigert zijn huis op te ruimen (Foto Martijn Beekman / Hollandse Hoogte)

Wenda Doff (OTB, TU Delft)

waterbedeffecten wordt brede herhuisves-

wijk Driesprong. In Pendrecht is een convenant

ting ook als middel gezien om negatieve

opgesteld met de twee grootste welzijns-

Sinds enkele jaren zijn woningcorporaties

verplaatsingseffecten als gevolg van her-

organisaties. Zij zijn echter niet direct

in toenemende mate betrokken bij of zelfs

structurering te voorkomen of te verminderen.

betrokken bij het proces, dat in feite wordt

initiatiefnemer van zogenoemde achter-de-

Met de notie dat ‘voorkomen beter is dan

uitgevoerd door één persoon: de woon-

voordeurprojecten. Hierbij wordt een huis-

genezen’ worden vooraf aan de verhuizing

consulent. In Nieuw Crooswijk maken de

bezoek gebruikt om in kaart te brengen

middels een huisbezoek problemen van

welzijnsorganisaties samen met de woning-

welke problemen binnen een huishouden

huishoudens opgespoord om daar vervolgens

corporatie deel uit van een team – het sociaal

leven om daar vervolgens oplossingen voor

oplossingen voor te vinden, opdat problemen

team – dat periodiek overlegt over de voort-

te vinden (Cornelissen & Brandsen, 2007).

niet meeverhuizen.

gang van de aanpak en begeleiding van huishoudens. In Driesprong is de begeleiding

Binnen de stedelijke vernieuwing zien we dat terug bij de herhuisvesting. Het huisbezoek

In drie wijken hebben wij onderzocht in hoe-

door de woningcorporatie en de gemeente

dat in het kader van de aanstaande herstruc-

verre brede herhuisvesting kan bijdragen aan

uitbesteed aan een derde partij. Het gaat om

turering plaatsvindt, wordt gebruikt om

de preventie van waterbedeffecten (zie ook

het traject Zorg Op Maat (ZOM), uitgevoerd

naast woonwensen allerlei andere zaken aan

de bijdrage van Posthumus, Bolt, Kleinhans).

door Stichting Maatschappelijke Opvang

het licht te brengen waarmee het huishouden

Het onderzoek is een deelonderzoek van het

(SMO). Aan de hand van interviews met

worstelt en daar passende begeleiding bij te

project ‘Waterbedeffecten van stedelijke

betrokken professionals (10) en bewoners (8)

geven of te zoeken. Woningcorporaties zoeken

herstructurering: over verhuizers, ontvangst-

is nagegaan wat de meerwaarde is van

daarbij samenwerking met lokale sociale

wijken en het aanbod sociale huurwoningen’.

begeleidingstrajecten voor de individuele

partners die een eventuele hulpvraag verder

Het gaat om de herhuisvesting van (een deel

herhuisvestingskandidaten en hun omgeving.

oppakken. Dit fenomeen wordt brede her-

van) de bewoners van de Rotterdamse wijken

huisvesting genoemd. Sinds de discussie over

Pendrecht en Nieuw Crooswijk en de Bredase


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 21

minder grootschalig

Ook in Breda komt het beeld van de profes-

‘Natuurlijk ken je de mensen die het grootste

sionals over probleemhuishoudens in

amok maken of de probleemgezinnen, die

woont een aantal zware probleemhuishou-

Driesprong redelijk overeen met datgene wat

ken je wel. Maar soms kom je ineens bij

dens. De angst is dat deze bij de gedwongen

daadwerkelijk is geconstateerd. Vooraf had

iemand binnen, dat je denkt: “Hé, iets klopt

verhuizing hun problemen meenemen; dat is

de corporatie een inschatting gemaakt dat

er hier niet”. Vaak is dat niet aan de buiten-

het zogenoemde waterbedeffect. In Pendrecht,

ongeveer de helft van de uit te plaatsen huis-

kant te zien, want die mensen gaan gewoon

Nieuw Crooswijk en Driesprong was de

houdens behoefte zou hebben aan Zorg Op

hun boodschapje doen (…). Als die mensen

beeldvorming over de problematiek in die

Maat. Uit de inventarisatie bleek dat er van

geen lekkage hebben of ze veroorzaken verder

In bijna alle te herstructureren wijken

buurten een directe aanleiding om brede

de 143 huishoudens 58 waren die problemen

geen overlast, dan zijn dat de stille muizen,

herhuisvesting in te voeren. De daadwerkelijk

kenden (41%). Bij 29 huishoudens was al een

zeg maar. Maar die kom je nu wel tegen,

sociale problematiek bleek echter minder

vorm van hulp of begeleiding aanwezig,

want je moet daar op huisbezoek. Dan kom

grootschalig dan de beeldvorming vooraf deed

bij de andere helft van de geïndiceerde huis-

je toch rare situaties tegen.

vermoeden. Ook het beeld dat veel bewoners

houdens dus niet.

met problemen niet bekend zouden zijn bij instanties, moest worden bijgesteld. Al met

Professionals zijn zich bewust van het

al is er weinig sprake van situaties waarin de

beperkte effect van de extra begeleiding bij

corporatie via de huisbezoeken de eerste

het oplossen van overlast. Zo stelt de woon-

probleemvinder is, terwijl dit in de landelijke

consulent van Nieuw Crooswijk:

discussie wel is aangeduid als belangrijke

‘Eigenlijk is het zo dat een gezin dat hier

meerwaarde van de achter-de-voordeur­

overlast veroorzaakt, ook voor overlast zorgt

benadering (zie bijvoorbeeld Cornelissen &

in een andere wijk. Dat los je niet op door

Brandsen, 2007; Kleinhans & Slob, 2008).

verhuizen. Ik denk wel dat het zin heeft om voor mensen die bijvoorbeeld financiële of

De woonconsulent in Pendrecht zegt hierover:

psychische problemen hebben, een instantie

‘Uit de gesprekken bleek dat iedereen eigen-

in te schakelen. Dat soort dingen heeft wel

lijk al ergens bekend was of actief was. Dat

effect, denk ik. Maar gezinnen die overlast

was gewoon verbazend… Dat wil niet zeggen

veroorzaken, nee. Uiteindelijk ben ik bang

dat er niks aan de hand was. Maar als er iets

dat die groep overlast blijft geven.’

Professionals zijn zich bewust van het beperkte effect van de extra begeleiding bij het oplossen van overlast Ik heb vorig jaar een man gehad, een keurige man, verdiende een goed salaris. Als je de

niet goed gaat met de kinderen, maar ze lopen wel bij het schoolmaatschappelijk

Of de locatiemanager van SMO:

foto’s van zijn woning van binnen ziet, ga je

werk en de moeder heeft goed contact met

‘Hopelijk is het zo dat we voldoende grip

over je nek. En die wilde mij dus niet thuis

de school, dan moet je dat zo laten. Dat is een

krijgen op dat proces om te zorgen dat die

hebben. Maar uiteindelijk heb ik hem wel

traject wat loopt, daar blijf je van af.’

persoon daar niet meer overlast geeft, maar

zover gekregen dat nu de GGD bij hem over

ik ben ervan overtuigd dat dat niet in één

de vloer is en dat daarmee afspraken zijn

Net als in Pendrecht is ook in Nieuw Crooswijk

keer lukt. Het zit toch wel in bepaalde mate

gemaakt. Hij is naar Kralingen verhuisd en

de ervaring dat de meeste huishoudens met

(…) in de mens zelf, in de structuur, hoe hij

vanuit Kralingen komt het zorgnetwerk met

een of ander probleem reeds bekend zijn

leeft, zijn omstandigheden. Het is een illusie

een constante begeleiding (...). Door deze

bij de instanties. De woonconsulent merkt

dat hij het in een andere wijk opeens niet

actie ontmoet je ze dus wel en kan hun leven

hierover op:

meer doet…’.

uiteindelijk wel wat beter worden. Want vaak zijn ze zelf niet gelukkig in hun situatie.

‘Mensen met een huurachterstand, die ken je. Dat zijn de mensen waar je heel vaak

stille muizen

Ik denk dat het dan wel fijn is voor jezelf als

afspraken mee hebt om in de schuldsanering

je daar vanaf geholpen wordt.’

te komen of wat dan ook. Die zijn al bekend.

aanwijsbare problematiek dus meestal

Volgens de professionals is de duidelijk

Of kinderen die problemen hebben. Die komen

allang bekend bij instanties, maar dat geldt

De professional springt op zulke situaties in

we dan weer via de GGD tegen. Gezinnen

niet voor de meer subtiele, verborgen proble-

door afspraken en begeleiding af te dwingen

waar de thuissituatie verstoord is, door huise-

men die mensen voor de buitenwereld goed

bij de bewoners.

lijk geweld of drugs- of drankproblemen.

kunnen verbergen, zoals vereenzaming en

Die gezinnen zijn negen van de tien keer wel

vervuiling. Het betreffen de zogenoemde

bekend.’

Ook de manager van SMO in Breda stelt:

stille muizen. De volgende anekdote van de

‘Kijk, de ernstige overlastgevers en problemen

woonconsulent in Nieuw Crooswijk verwoordt

zullen al bekend zijn bij andere organisaties,

dat treffend:

denk ik. (…) Het is net die groep daaronder,

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 22

denk ik, die je heel goed met ZOM bereikt.

voor het eerst te horen dat zij recht hebben

of te verminderen. Dat lijkt te hoog gegrepen.

Eigenlijk een soort verborgen ellende of

op bepaalde voorzieningen of toeslagen en

Huishoudens die met grote problemen

verborgen armoede, dat soort dingen. ZOM is

dat zij bepaalde kosten als aftrekpost kunnen

kampen, zijn bijna altijd al bekend bij de

op de eerste plaats een uitstekend middel

opvoeren. Op de vraag of dit hun financiële

sociale partners en bovendien is de breed

om bij mensen te komen die we anders nooit

situatie heeft verbeterd, antwoorden de

gedragen opvatting dat echte problemen

zouden bereiken.’

meesten echter ontkennend, aangezien zij

(zware overlast, schulden, psychische proble-

vaak een hogere huur hebben na de

men) niet zomaar zullen verdwijnen. Dat wil echter niet zeggen dat brede herhuis-

Voor problemen op het gebied van zorg is het

vesting geen toegevoegde waarde heeft. De

waarschijnlijk zo dat de hulpvraag ook wel

professionals denken vooral de zogenoemde

was opgepakt zonder inmenging van de

stille muizen te bereiken, bewoners van wie

woningcorporatie. Het volgende verhaal

je normaal nooit iets hoort, maar die wel een

maakt dat duidelijk. Een respondent in Breda

steuntje in de rug kunnen gebruiken. Vooral

vertelt dat hij voor de verhuizing hulp van

als hun leven op de kop gezet wordt door een

een thuiszorgorganisatie had en dat hij dat

verplichte verhuizing.

nu krijgt via ZOM. Wat dat betreft is er voor hem niet veel veranderd:

Het huisbezoek wordt door alle geïnterviewde

Respondent: ‘Ja, dat heb ik gewoon nodig,

respondenten zeer gewaardeerd. Dit onder-

want anders wordt het een puinhoop hier zo.’

schrijft de opvatting van de SEV (Cornelissen

meerwaarde volgens bewoners

& Brandsen, 2010), die stelt dat bewoners Interviewer: ‘Maar hoe had u dat daarvoor

(en professionals) verheugd zijn over de

huisbezoek meestal zeer op prijs. Zij zijn

dan opgelost? Zonder Zorg op Maat?’

‘terugkeer naar de menselijke maat’. Zelfs bij

vooral te spreken over de betrokkenheid van

Respondent: ‘Dat had ik toen ook al, die zes

gedwongen herhuisvesting, waar bij een

de woonconsulent en over de aandacht die er

uur. (…) Thuiszorg van Markenlanden.’

huisbezoek minder sprake is van vrijwilligheid,

De geïnterviewde bewoners stellen het

is voor meer zaken dan alleen huisvesting.

geven bewoners aan dat zij de persoonlijke

Bewoners die via Zorg Op Maat begeleiding

Nog minder valt te verwachten als het gaat

krijgen, waarderen de ondersteuning bij

om sociale stijging of het oplossen van struc-

zaken die niet direct voortvloeien uit de ver-

turele problemen binnen het huishouden.

huizing. Een keer in de week komt de woon-

Een voorbeeld is een gezin (alleenstaande

begeleider langs die met de bewoner de post

moeder) dat al bekend was bij SoZaWe (res-

doorneemt en eens per maand alle papieren

pondent heeft een uitkering) en reclassering.

invult. Bewoners leren door de begeleiding

De respondent herinnert zich dat zij met de

hun zaken op orde te brengen, zo laat het

woonconsulent heeft gepraat over de proble-

volgende citaat zien:

men van haar zoon, maar helaas heeft dat

Respondent: ‘Die mensen die vullen de papie-

niet kunnen voorkomen dat hij nu in de

ren in, ze kijken je post na, ze doen alles en

gevangenis zit. Zijzelf is wel begonnen met

eh, ze zeggen gewoon: “Dat kan weg, dat kan

werken, zo staat ook in het overzicht van de

weg en dat moeten we regelen’ en ja, die

woonconsulent vermeld. Dat heeft echter

mensen die weten het gewoon allemaal. (…)

niets met het huisbezoek en geboden bege-

Mij interesseert het niks. Als ik rekeningen

leiding te maken, zo stelt zij: ‘Nee, nee, nee,

binnen krijg dan pak ik ze op en denk: “Oh,

dat heeft niks daarmee te maken. Ik wou

bekijk het”. (…) En zij zeggen dan, dat moet

gewoon gaan werken want, ja, je kleine is

betaald worden, dat moet betaald worden,

groot geworden en ik wou niet niksen’.

en dat ook. Want dat zijn ze je nou al gewoon aan het leren.’

conclusie

Voor veel bewoners is het de eerste keer dat

Sinds de discussie over waterbedeffecten

wordt brede herhuisvesting ook als middel

zij zaken als Bijzondere Bijstand aanvragen

gezien om negatieve verplaatsingseffecten

en belastingaangifte doen. Zo krijgen zij vaak

als gevolg van herstructurering te voorkomen

aandacht waarderen. Literatuur

– Cornelissen, E. & Brandsen, T. (2007), Handreiking

Achter de Voordeur. Een verkennend onderzoek naar

zeven grootstedelijke ‘Achter de Voordeur’-projecten. Rotterdam: Stichting Experimenten Volkshuisvesting (SEV).

– Brandsen, T. & Collignon, L. (2010), Achter de voordeur. Methodiek. Rotterdam: Stichting Experimenten Volkshuisvesting (SEV).

– Doff, W. & Kleinhans, R.J. (2012), Voorkomen is beter

dan genezen. De betekenis van brede herhuisvesting bij de preventie van waterbedeffecten. Delft: Onderzoeksinstituut OTB.

– Kleinhans, R. & Slob, A. (2008), Herhuisvesting en het waterbed: probleem opgelost of verplaatst? In: Ouwehand, A., Van Kempen, R., Kleinhans,

R. & H. Visscher (Eds.), Van wijken weten. Beleid en praktijk in de stedelijke vernieuwing, pp. 116-127. Amsterdam: IOS Press.

– Posthumus, H., Kleinhans, R.J. & Bolt, G. (2012), Bijwerkingen van herstructureringsoperaties.

Verhuizingen, waterbedeffecten en veranderingen in de woningvoorraad. Delft: Eburon.

Y

Bewoners leren door de begeleiding hun zaken op orde te brengen

verhuizing.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 23

Betrek jongeren bij gedwongen verhuizing Gedwongen verhuizing vanwege sloop is een ingrijpende gebeurtenis. Er is echter weinig bekend over hoe jongeren dit ervaren. Voor hen betekent een gedwongen verhuizing een kans op een betere woning, maar ook veel onzekerheid vanwege het moeten achterlaten van vrienden. Om herstructurering zo soepel mogelijk te laten verlopen moeten we jongeren betrekken bij het proces. Jongeren blijken flexibel en zijn in staat nieuwe vrienden te maken en nieuwe activiteiten op te pakken (Foto Martijn Beekman / Hollandse Hoogte)

Kirsten Visser, Gideon Bolt en Ronald van Kempen (Universiteit

de meest ingrijpende vorm, namelijk sloop. De veronderstelling achter

Utrecht, Faculteit Geowetenschappen)

deze aanpak is dat door middel van sloop van sociale huurwoningen en de nieuwbouw van duurdere alternatieven een ‘betere’ sociale mix

Veel Nederlandse steden hebben te maken met leefbaarheidsproble-

wordt gecreëerd. Wittebrood & Permentier (2011) hebben laten zien

men in buurten. Als remedie hiertegen zetten beleidsmakers vaak in

dat herstructureringsbuurten er gemiddeld genomen inderdaad op

op stedelijke herstructurering. Hoewel stedelijke herstructurering

vooruit gaan wat betreft de leefbaarheid. Voor een complete evaluatie

verschillende vormen kent – zoals het renoveren van woningen en

van het herstructureringsbeleid is het niet alleen nodig om te kijken

het opknappen van de openbare ruimte – kijken we in dit artikel naar

naar de ontwikkeling van de herstructureringsbuurten zelf, maar

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 24

Biedt gedwongen verhuizing mogelijkheden voor stijging of heeft het juist een negatief effect? Eén op de vier verhuisden gaf aan door de verhuizing vrienden te zijn kwijtgeraakt, één

op de drie sportenden is daarmee na de verhuizing opgehouden en bijna de helft is met andere vrijetijdsactiviteiten gestopt (Foto Olivier Middendorp / Hollandse Hoogte)

ook naar de gevolgen voor huishoudens die gedwongen zijn om te

bestaande kennis

verhuizen. Zo zou gedwongen verhuizen leiden tot een verbetering

in de woonsituatie, maar ook tot een ontwrichting van sociale

verhuizing op de onderwijs-, arbeids-, woon-, en vrijetijdscarrière en

netwerken (Kleinhans, 2003; Posthumus e.a., 2012).

sociale contacten van jongeren kunnen we twee belangrijke tendensen

In de bestaande literatuur naar de effecten van een (gedwongen)

ontdekken. In bestaand onderzoek is echter alleen maar gekeken naar volwassen, we weten weinig over de effecten van gedwongen verhuizingen op

Enerzijds wijzen auteurs op de negatieve gevolgen van een – al dan

jongeren. Dit is een grote tekortkoming aangezien het juist jongeren

niet gedwongen – verhuizing op verschillende aspecten van het leven

zijn die het meest te maken krijgen met de effecten van de herstruc-

van jongeren. Zo toont Susan Clampet-Lundquist (2007) aan dat een

turering. Zij maken immers veelvuldig gebruik van de buurt en zij zijn

gedwongen verhuizing een negatief effect heeft op de vrijetijdscarrière

wellicht meer dan wie dan ook aangewezen op de buurt voor hun

en sociale contacten van jongeren: de jongeren verloren vriendschap-

sociale netwerk. Daarom richten we ons in dit onderzoek op de effecten

pen in de oude buurt, er werden minder activiteiten georganiseerd

van stedelijke herstructurering op jongeren. We kijken specifiek naar

in de nieuwe buurt en het was lastig nieuwe mensen te leren kennen.

de vier stijgingsroutes (onderwijs, arbeidsmarkt, woningmarkt en

In de Nederlandse context tonen Vermeij en Dronkers (2001) aan dat

vrije tijd/sociale contacten) die de VROM-raad (2006) in het rapport

vrijwillig verhuizen een negatief effect kan hebben op de school­

Stad en Stijging heeft onderscheiden. Biedt gedwongen verhuizing

carrières van jongeren. Mavo-scholieren die verhuisden en van school

mogelijkheden voor stijging op deze vier gebieden of heeft het juist

wisselden, hadden een grotere kans om af te stromen naar een lager

een negatief effect?

onderwijsniveau.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 25

In ander onderzoek wordt echter verondersteld dat een gedwongen

Ook ten aanzien van de buurt leek er op voorhand veel ruimte voor

verhuizing ook een positief effect kan hebben op de stijgingsroutes

vooruitgang, aangezien vrijwel alle sloopwoningen zich in één van de

van jongeren. Ten eerste kan het de mogelijkheid bieden naar een

15 achterstandsbuurten van Utrecht  1 bevonden. Toch blijkt 60 procent

betere woning en buurt te verhuizen (Kleinhans, 2003). Ten tweede

van de gedwongen verhuisden naar dezelfde of een andere achter-

wordt in veel Amerikaans onderzoek ervan uitgegaan dat het verhuizen

standsbuurt te zijn verhuisd (tegenover 40 procent van de overige

naar een betere buurt ook betekent dat jongeren in contact komen

verhuisde jongeren). Wanneer we kijken naar de tevredenheid met de

met betere rolmodellen die een positief effect kunnen hebben op

nieuwe buurt blijkt dat iets minder dan de helft van de gedwongen

onderwijs- en arbeidscarrières (Popkin e.a., 2004). Of dit ook het

verhuisden de buurt na hun verhuizing beter vindt. Daarentegen vindt

geval is in de Nederlandse context is echter de vraag. Hier hebben we

ruim een kwart de buurt (veel) slechter. Bij de gedwongen verhuisde

te maken met veel lagere concentraties van armoede, is er minder

jongeren die naar een achterstandsbuurt zijn verhuisd, ligt dat aandeel

sprake van sociale isolatie van kansarmen en is de afstand tot midden-

overigens hoger  2. Het lijkt er dus op dat de jongeren er ten aanzien

klassebuurten kleiner.

van de buurt er gemiddeld gesproken minder op vooruit zijn gegaan dan ten aanzien van hun woning.

onderzoeksaanpak

In ons onderzoek richtten we ons op de vraag hoe een gedwongen

Hoewel er ten aanzien van de buurt en vooral de woning gemiddeld

verhuizing van invloed is op jongeren tussen de 12 en 21 jaar (Bolt e.a.

vooruitgang is geboekt, is het beeld niet alleen positief. Voor veel van

2011). Hiervoor hebben we onderzoek gedaan onder jongeren in een

de jongeren kwam de sloopbeslissing vaak als een verrassing.

aantal Utrechtse herstructureringsbuurten. De onderzoeksgroep

Onduidelijkheid vanuit de woningcorporatie (Wordt er gesloopt?

bestaat uit een groep jongeren die tussen 1998 en 2009 gedwongen

Wanneer wordt er dan gesloopt?) en het geruchtencircuit bij bewoners

zijn verhuisd en een controlegroep bestaande uit jongeren uit

rond de sloop hebben vaak geleid tot veel onzekerheid en stress.

dezelfde buurten maar die niet gedwongen waren te verhuizen.

De onzekerheid leidt ook tot dilemma’s bij bijvoorbeeld de schoolkeuze.

Ten tijde van de verhuizing woonde 85 procent van de jongeren bij

Gedwongen verhuisde jongeren zijn dan ook veel minder vaak positief

de ouders. Tussen juni en december 2009 hebben we 336 enquêtes

over de verhuizing dan de overige verhuisden. Jongeren die veel

en 29 diepte-interviews afgenomen onder de jongeren.

vrienden hadden in de buurt waren vaak negatief over de verhuizing. Dit waren vooral jongeren die nog bij de ouders woonden, met een

woning en buurt

laag opleidingsniveau en van niet-westerse afkomst.

Betekent een gedwongen verhuizing een stap omhoog op de

woningladder? En hoe ervaren jongeren dit? Een grote meerderheid

sociale contacten en vrije tijd

van de gedwongen verhuisden vindt dat zij er qua woning op vooruit

is gegaan. Op zich is dit begrijpelijk, zij verhuisden namelijk uit de

sociale contacten, zien we dat het effect van een gedwongen verhui-

slechtste woningen die als eerste op de nominatie stonden om te

zing hierop overwegend negatief is. Althans op korte termijn. Eén op

worden gesloopt. Als belangrijkste verschillen met de sloopwoning

de vier verhuisden gaf aan door de verhuizing vrienden te zijn kwijt-

noemen jongeren de grootte van de woning (eigen kamer) en de

geraakt, één op de drie sportenden is daarmee na de verhuizing opge-

Slechts weinig gedwongen verhuisden hebben de stap gemaakt naar een koopwoning

Wanneer we kijken daar de tweede stijgingsroute, vrije tijd en

houden en bijna de helft is met andere vrijetijdsactiviteiten gestopt. Vooral jongeren die meer dan de helft van de vrienden in de buurt hadden, gaven aan dat ze vrienden waren kwijtgeraakt. Er zijn echter nauwelijks verschillen tussen de gedwongen en de overige verhuisden. Dat veel jongeren vrienden zijn kwijtgeraakt en zijn gestopt met activiteiten is opmerkelijk, omdat de meeste jongeren maar over een korte afstand zijn verhuisd (gemiddeld 2,3 km)  3. Zelfs een verhuizing

naar een woning een paar straten verderop wordt door veel jongeren als ingrijpend ervaren. Ze komen hun vrienden niet meer spontaan tegen op straat, maar moeten nu afspraken maken om elkaar te zien.

betere kwaliteit. Slechts weinig gedwongen verhuisden hebben de stap gemaakt naar een koopwoning. Wel zijn er veel verhuizingen van

Toch moet het effect van de verhuizing niet worden overdreven.

flats naar eengezinshuizen. Ondanks allerlei regels die ertoe zouden

Nogal wat jongeren blijken gestopt met vrijetijdsactiviteiten om

moeten leiden dat men in min of meer gelijkwaardige woningen

redenen die los staan van de verhuizing en hoewel er op korte termijn

terecht komt, zijn veel gezinnen dus in staat geweest om een derge-

sprake is van verstoring van het sociale netwerk, lijkt dat op langere

lijke verhuisbeweging te maken. Uit de interviews met de jongeren

termijn vaak mee te vallen. De meeste jongeren zijn goed in staat

bleek ook dat zo’n verhuizing als een duidelijke vooruitgang wordt

nieuwe activiteiten op te pakken en vrienden te maken in de nieuwe

gezien.

buurt. Dit beeld wordt ook bevestigd door het feit dat een (gedwongen)

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 26

verhuizing geen invloed blijkt te hebben op de mate waarin de jonge-

gedwongen verhuizing. Op de andere stijgingsroutes (arbeidsmarkt,

ren hun vrienden ontmoeten op straat in de huidige situatie.

onderwijs en vrije tijd) is er geen winst geboekt. Op het gebied van vrije tijd en sociale contacten blijkt gedwongen verhuizen op korte

school en arbeidscarrière

termijn zelfs een negatief effect te hebben, maar gelukkig blijken

jongeren flexibel en zijn ze na een tijdje in staat nieuwe vrienden te

In tegenstelling tot wat is aangetoond door Vermeij en Dronkers

(2001), komen uit onze gegevens geen aanwijzingen naar voren dat

maken en nieuwe activiteiten op te pakken.

er een negatief effect is van verhuismobiliteit op de school- en arbeidscarrière van jongeren. Wanneer we met jongeren terugkijken

Kortom, vooral van sociale stijging op de woningmarkt kan het

op hun schoolcarrière tot nu toe blijkt dat de jongeren die tussen hun

meeste worden verwacht. Toch zijn hier nog verbeteringen mogelijk.

De woonsituatie van de meeste jongeren is verbeterd als gevolg van de gedwongen verhuizing te halen of op het hbo of een universiteit terecht te komen dan jongeren die niet zijn verhuisd. Ook op het gebied van de arbeidscarrière is er geen effect: er is geen verschil in inactiviteit op de arbeidsmarkt tussen de verhuisden en niet-verhuisden. De gekozen onderzoeksaanpak in deze studie kent echter twee belangrijke beperkingen, die de afwezigheid van een effect deels kunnen verklaren. In de eerste plaats is dat de keuze voor een vrij brede leeftijdscategorie (12 – 21 jaar). Het gevolg daarvan is dat een groot deel van de gedwongen verhuisden pas verhuisd is op het moment dat ze al een startkwalificatie hebben kunnen behalen. Een tweede beperking is dat het alleen mogelijk was om jongeren te volgen die binnen Utrecht, en dus over een relatief korte afstand, verhuisd zijn. Dit betekent ook dat er maar weinig jongeren van school zijn veranderd. Tot slot blijkt dat de buurt waarin jongeren opgroeien weinig effect heeft op de kansen op de onderwijs- en arbeidsmarkt. Jongeren die voor de verhuizing in een achterstandsbuurt woonden, doen het niet slechter qua school en werk dan jongeren die in een betere buurt opgroeiden. Het zijn veel meer de kenmerken van de ouders (en overige familieleden) dan die van de buurt die bepalend zijn voor de sociale stijging van de jongeren.

Ten eerste moet de tijd van onzekerheid rond de sloopbeslissing zo kort mogelijk duren. Wees duidelijk over het tijdstip van sloop en maak duidelijk wat de mogelijkheden zijn die de sloopurgenten hebben voor het verkrijgen van alternatieve woonruimte. Betrek niet alleen de ouders, maar ook de jongeren hierbij. Ten tweede is het van belang dat sloopurgenten begeleid worden in hun keuze. Het is zeer goed mogelijk dat zij terecht komen in een (naar eigen zeggen) goede woning en buurt, maar niet iedereen lijkt een gelijke kans daarop te maken. Allochtonen en laag opgeleide jongeren hebben een grotere kans om (weer) in een achterstandsbuurt terecht te komen, hetgeen weer negatief doorwerkt in hun waardering van de nieuwe buurt. Dit betekent dat een goede voorlichting over de mogelijkheden aan zowel de ouders als de jongeren zeer belangrijk is. Literatuur

– Bolt, G., P. Hooimeijer, R. van Kempen, A. Kokx en D. Zwanenberg (2011) Jongeren, sloop en sociale stijging – Effecten van gedwongen verhuizingen op de woon-, onderwijs-, arbeids- en vrijetijdscarrières van jongeren. Delft: Eburon.

– Clampet-Lundquist, S. (2007) No more ‘Bois Ball. The Effect of Relocation from

Public Housing of Adolescents. Journal of Adolescent Research, 22(3), pp.298-323.

– Kleinhans, R.J. (2003) Displaced but still moving upwards in the housing career?

Implications of forced residential relocation in the Netherlands, Housing Studies 18(4), pp.473-499.

– Popkin, S.J., B. Katz, M.K. Cunningham, K.D. Brown, J. Gustafson en M.A. Turner (2004) A Decade of HOPE VI: Research Findings and Policy Challenges. The Urban Institute, Washington DC.

– Posthumus, H., R. Kleinhans en G. Bolt (2012), Bijwerkingen van herstructurerings­

operaties – Verhuizingen, waterbedeffecten en veranderingen in de woningvoorraad. Delft, Eburon.

– Vermeij, A, en J. Dronkers (2001) Niet-verhuizen beter voor de kinderen? Het effect van schoolverandering op de verdere schoolloopbaan, Pedagogiek 21(1).

– VROM-raad (2006), Stad en stijging: sociale stijging als leidraad voor stedelijke vernieuwing. Den Haag: VROM-raad.

– Wittebrood, K. en M. Permentier (2011), Wonen, wijken en interventies – Krachtwijken in perspectief. Den Haag: SCP.

Noten

1 Op basis van indicatoren van sociaal-economische achterstand zijn 15 buurten in

Utrecht onderscheiden (zie Bolt e.a., 2011). Van de totale Utrechtse bevolking woont 21 procent in zo’n achterstandsbuurt.

2 Van de gedwongen verhuisden jongeren die naar een achterstandsbuurt zijn verhuisd

conclusie

Wat is er, op basis van dit onderzoek, nu te zeggen over de mogelijk-

heid door herstructurering tot sociale stijging te komen? Ten eerste is de woonsituatie van de meeste jongeren verbeterd als gevolg van de

vindt 30 procent de nieuwe buurt slechter en 36 procent juist beter. Bij jongeren die naar een andere buurt zijn verhuisd gaat het om respectievelijk 20 en 60 procent.

3 De gemiddelde verhuisafstand van jongeren die niet vanwege sloop zijn verhuisd is 3,4 km.

Y

12e en 17 e verhuisd zijn, geen lagere kans hebben een startkwalificatie


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 27

Hoe plan je de geleefde stad? De ‘geplande’ en de ‘geleefde’ stad lijken soms nauwelijks met elkaar verbonden. Waar stedenbouwkundigen lijnen uitzetten binnen een grootschalig plangebied, speelt het dagelijks leven van de bewoners zich op verschillende schaalniveaus af en hechten zij betekenis aan plekken die in het ontwikkelingsplan soms eerder een sluitpost zijn. Een multifocaal perspectief op de publieke ruimte en een prominentere plaats daarvan in het beleid kunnen verschillen tussen beide soorten steden overbruggen.

Amsterdam Nieuw-West begin jaren zestig, toen net gerealiseerd als onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan (Foto Kees Scherer / Maria Austria Instituut)

Thea Dukes (Universiteit van Amsterdam,

een nadere beschouwing van de fysiek-ruimte-

lijk naar voren (zie Nio c.s., 2009; Reinders en

Faculteit der Maatschappij- en Gedrags-

lijke vernieuwing en de sociaal-ruimtelijke

Bosch, 2012; SEV/Platform 31, 2012).

wetenschappen)

dynamiek in Amsterdam Nieuw-West; de

verschillende perspectieven op de ruimte De geplande en de geleefde stad kunnen zeer sterk van elkaar verschillen. Dat blijkt bij

afgelopen jaren een van de grootste her-

De geplande stad benadert ruimte in een

structureringsgebieden in Nederland (zie

plangebied vanuit een sterk stedenbouw-

kaders I en II) 2. Maar ook in andere recente onderzoeken komen deze verschillen duide-

kundige invalshoek. Plannen richten zich op de (her-)ontwikkeling van nieuwe of

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 28

Hoogstedelijk Stedelijk / incl. mening functies Centrum / hoogstedelijk centrum Stadstraat Tuinstadt Suburbaan Parkwonen Wilde wonen / volkstuin Buitenplaats, landgoed Bedrijventerrein / reservering Zorg en educatie Illustratie 1: Amsterdam Nieuw-West: Leefmilieus, wensbeeld 2015 Bron: Bureau Parkstad, 2004 (p.38)

amsterdam nieuw-west als geplande stad

De Amsterdamse Westelijke Tuinsteden 1 zijn gebouwd tussen

Een grootschalige vernieuwingsoperatie moest soelaas bieden. In 1999 werd daartoe Bureau Parkstad opgericht, bestaande uit

1950 en 1970. De oorspronkelijke bouw bestond overwegend uit

bestuurders van de centrale stad en de betrokken stadsdelen. Hun

relatief kleine sociale huurwoningen (portiek-etageflats), in handen

ontwikkelingsplan uit 2001, ‘Richting Parkstad 2015’ (Bureau Parkstad,

van woningcorporaties.

2004), beoogde onder meer een grotere differentiatie van de woningvoorraad, waarbij het aandeel sociale huur zou worden teruggebracht

Vanaf medio jaren tachtig groeide de instroom van kansarme, veelal

naar 45 procent en het aandeel koopwoningen en ‘dure huur’ fors

Turkse en Marokkaanse bewoners, terwijl kansrijke bewoners het

zou worden verhoogd (Van der Kooij, 2006). Het wensbeeld voor het

gebied in steeds grotere getale verlieten. De aard van de woningvoor-

plangebied in 2015 (illustratie 1) toont tien zogenoemde leefmilieus:

raad (eenzijdig en klein) was daar debet aan. Er ontstond een concen-

de ‘ruimtelijke zichtbare optelsom’ van leefstijlen, leefomgeving,

tratie van sociaal-economische en leefbaarheidsproblemen, het

economische – en sociale voorzieningen.

draagvlak voor voorzieningen nam af en het toenemende slechte imago bezorgde het gebied een steeds zwakkere positie op de woningmarkt.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 29

bestaande gebieden en zijn geformuleerd binnen kaders van een hoger schaalniveau, zoals een nationale Nota Ruimtelijke Ordening of een regionale of stadsbrede Woonvisie. Het accent ligt op planvorming en planvormingsprocessen, waarbij men zich van

De geleefde stad is de stad zoals die in het dagelijks gebruik wordt geleefd en beleefd

een geheel eigen jargon bedient (met termen als ruimtelijke structuur, leefomgeving, leefmilieus, etc.). Het ruimtelijke beeld van

de mismatch tussen geplande en

geheel afwezig waren: de plannen zijn (in

een ‘plangebied’ is doorgaans abstract (zie

geleefde stad

uiteenlopende fases) binnen de vernieuwings-

illustratie 1).

Volgens Nio c.s. (2009) leggen steden-

gebieden wel afgestemd met bewoners,

bouwkundigen, planners en politici bij stede-

maar het vernieuwingsproject was al met al

De geleefde stad is de stad zoals die in het

lijke vernieuwing veelal de nadruk op

sterk top-down van karakter.

dagelijks gebruik wordt geleefd en beleefd

beïnvloeding van de sociale dynamiek in het

door bewoners en gebruikers. Het gaat over

plangebied, in termen van bevolkingssamen-

Omgekeerd lijken de kaders van plangebied

de ruimte waar mensen wonen, werken en

stelling, omgangsvormen en gedrag. Dit

en vernieuwingsgebieden in Amsterdam

recreëren; de schaalniveaus waarop zij zich

gebeurt vanuit een groter kader (stedelijke,

Nieuw-West als geleefde stad niet altijd

bewegen; de plekken waar zij elkaar ontmoe-

regionale woningmarkt) en over een langere

relevant voor sociaal-ruimtelijke patronen en

ten; de binding die zij al dan niet voelen met

tijdsperiode. Dit is ook het geval in

betekenisgeving van de bewoners. Dat komt

die plekken en met elkaar. Er wordt vooral

Amsterdam Nieuw-West; daar vormen gede-

enerzijds door de omvang van Nieuw-West

gekeken naar verschillen tussen bevolkings-

finieerde leefmilieus (het ‘wensbeeld’) het

en de vernieuwingsgebieden daarbinnen

groepen. Deze invalshoek is sociaal-cultureel

vertrekpunt, vooral in relatie tot nieuwe,

met 5.000 tot 10.000 bewoners. Anderzijds

en ruimtelijk van aard; in termen van weten-

‘gewenste’ bewoners. De sociale en culturele

voltrekt het dagelijkse leven van de bewoners

schappelijke disciplines vooral sociologisch

dynamiek, die zich voordoet als gevolg van de

zich op een eigen wijze, op verschillende

en sociaal-geografisch (zie illustratie 2).

komst van nieuwe groepen bewoners en het

plekken en (ook) op andere schaalniveaus

inkrimpen en uitdijen van de leefwerelden

dan die uit de geplande stad; mogelijk zullen

Nio c.s. (2009, p.12) wijzen op het belang van

van oude en nieuwe groepen, blijft daarbij

zij het wel ervaren wanneer vernieuwings-

verbinding tussen de twee ‘steden’, aan de

onderbelicht. Hoe de verschillende groepen

gebieden onderling ruimtelijk niet goed zijn

hand van het onderscheid van Herbert Gans

in Amsterdam Nieuw-West zich precies ver-

verbonden. Hierbij dient opgemerkt worden

(1993, oorspronkelijk 1968) tussen de ‘poten-

houden tot de ‘potentiële’ omgeving blijft

dat een ruimtelijk ontwikkelingsplan uit

tiële’ en de ‘effectieve’ omgeving, toegepast

daarmee buiten het gezichtsveld.

2001 en een studie over het gebruik van de

op de publieke ruimte: ‘Een door planners

publieke ruimte uit 2009 op het eerste

ontworpen en aangelegd park is slechts een

Het ontwikkelingsplan uit 2001, met ruimte-

gezicht weinig met elkaar van doen lijken te

potentiële omgeving. Het zijn de sociale

lijke beelden en aparte ‘planproducten,’

hebben. Toch is dat niet het geval; zij verwijzen

posities en culturele achtergronden van

voert de lezer mee naar een overzichtelijk

immers naar hetzelfde gebied. Bovendien

mensen die het (al of niet) gaan gebruiken,

geordende wereld maar zingt hem daarbij

illustreren zij het wezenlijk verschillende

die bepalen in hoeverre en op welke wijze

tegelijkertijd los van de realiteit. Bewoners

perspectief op de ruimte daarbinnen, alsook

het ook een effectieve omgeving zal zijn’.

zijn nagenoeg onzichtbaar en het jargon ver-

de mismatch die zich voordoet tussen de

sterkt een gevoel van vervreemding. In inter-

geplande en de geleefde stad.

Om een dergelijke verbinding te kunnen

views in Amsterdam Nieuw-West is gevraagd

realiseren, moet men zich eerst rekenschap

naar de plaats van ‘sociale cohesie’ en ‘buurt-

geven van het verschil in perspectief op de

beleving’ bij de stedelijke vernieuwing;

ruimte. Vanuit dat bewustzijn kunnen ver-

begrippen die uitdrukking geven aan gevoe-

stad beter met elkaar verbinden, dan vormt

schillende perspectieven al in een vroegtijdig

lens van bewoners; van verbondenheid met

de publieke ruimte een belangrijke schakel.

stadium in een stedelijk ontwerp worden

anderen en plaats. Verrassend genoeg bleken

Dat vereist dan wel een bepaalde benadering

verdisconteerd. Dit lijkt vanzelfsprekend, zo

deze noch het vertrekpunt, noch de doelstel-

van die ruimte.

niet triviaal. Toch blijkt het niet de praktijk.

ling van het beleid; differentiatie van de

publieke ruimte als verbindende schakel Wil je de geplande stad en de geleefde

woningvoorraad en het aantrekken van

Vanuit de wijze waarop (verschillende groe-

nieuwe bewoners stonden nadrukkelijk

pen) bewoners zich bewegen, pleiten Nio c.s.

voorop (Dukes, 2013). Overigens betekent dat

(2009) ervoor om bij de vernieuwing van

niet dat bewoners in het vernieuwingsproces

het publieke domein te vertrekken vanuit de

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 30

De geleefde stad gaat over publieke ruimten; de geplande stad houdt zich daarmee vaak te weinig bezig amsterdam nieuw-west als geleefde stad

Illustratie 2: Publieke domeinen (Bron: Nio et al., 2009, p.137)

zieningen, anderzijds op de publieke ruimte in de vorm van winkel-

De ‘Atlas Westelijke Tuinsteden Amsterdam: de geplande en de

straten, pleinen, parken en hoven. Verschillende groepen

geleefde stad’ uit 2009, geeft een beeld van het gebied als geleefde

(‘oorspronkelijke stedelingen’, ‘immigranten’ en ‘nieuwe stedelingen’)

stad. De auteurs, Ivan Nio, Arnold Reijndorp en Wouter Veldhuis,

bleken op hun eigen wijze vorm te geven aan het alledaags gebruik

onderzochten de sociaal-ruimtelijke praktijken van bewoners; wat ze

van de publieke ruimte. De kaart met publieke domeinen (illustratie

deden en vooral ook waar. Bovendien onderzochten zij ook hoe de

2), die de overlappende stedelijke praktijken van deze verschillende

beleving van verschillende ruimten was en welke veranderingen zich

groepen weergeeft, levert een totaal ander soort beeld op dan dat

op dat gebied voordeden. Zij richtten zich daarbij enerzijds op voor-

van de leefmilieus in de geplande stad.

concentratiepunten van drukte in het gebied

Nio c.s. (2009) is er in Amsterdam Nieuw-

worden gezien; ‘een kwestie van verkeers-

zelf en voorzieningen en ruimten meer te

West een aantal plekken (pleinen, straten,

stromen, van schoon-heel-veilig’. Het ontwik-

benaderen als een verzameling plekken met

parken, voorzieningen) waar uiteenlopende

kelingsplan van Amsterdam Nieuw-West lijkt

specifieke tijd-, plaats- en groepsgebonden

bewonersgroepen een ruimte tot een

dat niet te bevestigen; bij de ruimtelijke ver-

betekenissen. Optimalisering van dergelijke

‘publieke plek’ maken en waar een vorm van

nieuwing was wel degelijk aandacht voor die

ruimten kan bovendien de verbondenheid

publieke vertrouwdheid kan ontstaan; een

publieke ruimte. Wel deed zich een ander

tussen bewoners en met het gebied verster-

vertrouwde omgang met vreemden.

probleem voor: het plangebied van deze, qua omvang ‘18de stad van Nederland’, was met

ken. Dat moge dan wel geen vertrekpunt of doelstelling van beleid zijn binnen de stede-

Reinders en Bosch (2012, p.60) stellen dat

zo’n 61.600 woningen en 138.000 inwoners

lijke vernieuwing; voor de stad als geheel is

dergelijke (publieke) ruimten in beleid vaak

(anno 2011) enorm. Dat bemoeilijkte de aan-

het wel degelijk van groot belang. Volgens

louter als een ontwerp- en beheervraagstuk

sturing van een samenhangend programma.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 31

panden tijdelijk voor andere doeleinden

sociale, economische, fysieke en beheermatige

in kleinere vernieuwingsgebieden, waar de

worden gebruikt (wonen in plaats van

aspecten van een publieke ruimte. Hoe van-

betrokken partijen (overheid, corporaties,

werken bijvoorbeeld, of andersom).

zelfsprekend dat ook moge klinken, een

bouwprocespartijen, bewoners) zich in

Tot slot heeft de grootschalige wijze van

dergelijk perspectief op de ruimte blijkt op

wisselende samenstelling over zo’n 15 ver-

(beleids-)denken en werken door de crisis

dit moment nog geen praktijk. Multifocaal

nieuwingsplannen, 45 uitwerkingsplannen

noodgedwongen plaatsgemaakt voor een

kijken zou bij ontwerp en uitvoering van

en 60 bouwplannen bogen. Dat had gevolgen

gedeelde regie en kleinschaliger verbete-

stedelijke vernieuwing een vanzelfsprekend

voor zowel de uitkomst per vernieuwings­

ringsinitiatieven. Dat biedt de mogelijkheid

vertrekpunt moeten zijn. Wellicht kan dan op

gebied, als de samenhang tussen de deel-

tot maatwerk op een laag schaalniveau

termijn die gedroomde stad worden gereali-

plannen. De publieke ruimte, die een

(huishoudens, individuen). Hierbij kun je

seerd waarin wensbeelden ook in de geleefde

verbindende schakel had kunnen vormen

denken aan (collectief) particulier opdracht-

stad betekenis krijgen.

tussen de optelsom van deelplannen, bleef

geverschap in woningbouw of -verbetering.

uiteindelijk vaak liggen. Dat is de kwaliteit van de publieke ruimte in het plangebied als

hoe plan je de geleefde stad?

geheel niet ten goede gekomen (Van der Kooij,

2006).

betekenis van) publieke ruimten; de

De geleefde stad gaat over (gebruik en

geplande stad houdt zich daarmee vaak te Terwijl de publieke ruimte een verbindende

weinig bezig. Wil je bruggen slaan tussen de

schakel tussen de geplande en de geleefde

twee steden, dan is een prominentere plaats

stad zou kunnen vormen, komt dit in de

in het beleid voor (gebruik en betekenis van)

praktijk niet altijd uit de verf.

de publieke ruimte cruciaal. De leefstijlen die deel uitmaken van de leefmilieus uit de

kansen door de crisis

geplande stad, bieden wellicht een aan­

knopingspunt voor verbinding. In aansluiting

Het ontwikkelingsplan uit 2001 is inmid-

dels door de realiteit achterhaald. Het is crisis,

daarop, oppert Meeuwisse (2008, p.129) om

het plan staat in de ijskast en de gedachte

de stad ‘anders te lezen’ en bij het ontwerp-

grootinvesteerders (de corporaties) zien van

proces meer aandacht te hebben voor patro-

die investeringen af. Toch biedt diezelfde

nen van activiteit; de menselijke ervaring in

crisis ook kansen om de geplande en de

een ruimte, ook in zintuiglijke zin (kijken,

geleefde stad beter te verbinden.

luisteren, ruiken en voelen en de betekenis daarvan).

De eerste kans is evident: de aandacht,

Multifocaal kijken zou een vanzelfsprekend vertrekpunt moeten zijn Literatuur

– Bureau Parkstad (2004), Richting ParkStad 2015: Ontwikkelingsplan voor de vernieuwing van

Amsterdam Nieuw-West. Uitgebreide samenvatting. Amsterdam: Bureau Parkstad.

– Dukes, T. (2013, te verschijnen) Visies op stedelijke herstructurering en verschillen naar actoren.

Deelrapportage Amsterdam. Den Haag/Amsterdam: NICIS project. UvA rapport.

– Kooij, E. van der (2006), Stedelijke vernieuwing als leerproces. Amsterdam: EFL Stichting.

energie, tijd en middelen van alle partijen

Om dergelijke leefstijlen en patronen van

– Meeuwisse, M. (2008), De stad anders ‘lezen’

(gemeente, corporaties, bewoners) gaan,

activiteit te kunnen verdisconteren in beleid,

noodgedwongen of niet, naar het functione-

is inzicht nodig in de vermogens en capaci-

– Nio, I., Reijndorp, A. en Veldhuis, W. (2009), Atlas

ren van het bestaande, waaronder een goed

teiten van potentiële gebruikers, zowel

gebruik van de publieke ruimten.

economisch (inkomen), cultureel (opleiding,

Een tweede kans ligt in de stagnatie op de

voorkeuren) als sociaal (netwerken) (SEV,

woningmarkt. Er wordt minder verhuisd,

2012). Los van cijfers over de bevolkings­

ook in Amsterdam Nieuw-West; mensen voor

samenstelling, geldt dit inzicht ook voor de

wie de wijk aanvankelijk als doorgangswijk

sociaal-culturele aspecten van de bewoners

functioneerde, blijven langer zitten en lijken

(lokale gewoonten, verschillen in omgangs-

bereid meer te investeren in hun directe

vormen en woonculturen tussen groepen)

(sociale) omgeving. Beleidsmakers kunnen

en de symbolische aspecten van de stad (de

daarop inspelen. Nieuwbouwprojecten

manier waarop bewoners thuis maken, zich

worden uitgesteld en kantoorgebouwen

binden en identificeren met de wijk en ande-

staan leeg; daarin schuilen kansen voor

ren die daar wonen) (Reinders & Bosch, 2012).

(tijdelijk) ander onconventioneel gebruik dat inspeelt op de behoeften vanuit de geleefde

SEV (2012) bepleit multifocaal kijken; een

stad. Zo kunnen braakliggende terreinen

multidisciplinaire wijze van werken, om meer

tijdelijk functioneren als volkstuinen en lege

grip te krijgen op het subtiele samenspel van

Y

Daarom werd het plangebied onderverdeeld

In Rooilijn, 41, 2, pp 124-129.

Westelijke Tuinsteden Amsterdam: De geplande en de geleefde stad. Amsterdam: SUN – Trancity.

– Reinders, L. & E. Bosch (2012), Thuis in de stad: binding, identiteit en publieke ruimte in Zaanstad. Den Haag: Nicis Institute/Platform 31.

– SEV/Platform 31 (2012), Nieuwe perspectieven voor publieke ruimten.

Noten

1 Hiertoe behoren Slotermeer, Geuzenveld, De Kolenkit­ buurt, Slotervaart, Overtoomse Veld en Osdorp. Sinds 2010 vallen deze wijken, behalve de Kolenkitbuurt, onder één stadsdeel, Amsterdam Nieuw-West.

2 Deze informatie is gebaseerd op deskresearch en

interviews, ontleend aan het onderzoek: ‘Visies op

stedelijke herstructurering en verschillen naar actoren’ dat is uitgevoerd in Amsterdam, Den Haag en Tilburg, tussen 2009 – 2011, in het kader van het NICIS project ‘Veranderende huishoudens en de ‘functie’ van woonmilieus’.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 32

Leefbaarheidsproblemen, manifest of latent, zijn de belangrijkste aanleiding voor woningcorporaties om huurders te sorteren op leefstijl. Corporaties hopen daarmee op een betere sociale omgang tussen buren, minder overlast en conflicten en meer woonplezier. Is deze hoop gerechtvaardigd? Onderzoek in Dordrecht en Zoetermeer leidt tot gemengde conclusies. De bewoners zijn zeer tevreden met de toewijzing op leefstijl, maar hun woonwaardering hangt nauwelijks samen met het wonen tussen ‘gelijke mensen’.

Woon je fijner tussen gelijkgestemden? Een straat in Wielwijk, Dordrecht: je moet van sociale contacten houden, anders zul je je er niet op je plek voelen (Foto André Ouwehand)

Wenda Doff en André Ouwehand (OTB, TU Delft)

weer meer sturen op de bevolkingssamenstelling, ook op verzoek van zittende bewoners die stellen dat zij ‘er maar van alles indouwen’.

Nederland kent een lange traditie van eisen stellen (ook op het sociaal-

Woningcorporaties zoeken steeds vaker naar andere manieren van

culturele vlak) aan kandidaat-bewoners bij woningtoewijzing.

woonruimteverdeling die meer informatie geven over de kwaliteiten

Woninginspectrices en verhuurconsulenten namen vanaf het prille

en sfeer van de buurt en proberen bij te dragen aan een betere match

begin van de woningcorporaties tot in de jaren zeventig nieuwe

tussen zittende en nieuwe bewoners, onder andere op basis van

huurders de maat, inspecteerden hun woningen en bewaakten de

leefstijl.

samenstelling van portieken, flats en buurtjes. Het resultaat was weinig transparant en leidde ook deels tot discriminatie. Het aanbodmodel maakte vanaf de jaren negentig nagenoeg een

discussie Het gebruik van leefstijlen bij de woonruimteverdeling roept echter

einde aan deze praktijk: keuzevrijheid en transparantie stonden

veel discussie op. Willen woningcorporaties mensen uitsluiten door

voortaan voorop. De discussie over ‘sturen of loslaten’ is echter nooit

‘selectie aan de poort’? Mogen zij wel ingaan op de trend van ‘soort

verdwenen en vooral in de laatste jaren willen woningcorporaties

bij soort’ die past in het maatschappelijk debat waarin onvrede over


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 33

de multiculturele samenleving dominant is? Moeten zij zich wel

Beide corporaties werkten samen met SmartAgent Company (SAC).

bemoeien met hoe mensen leven? Het debat wordt bemoeilijkt

Woonbron hanteert de originele indeling van SAC in zes woonbele-

omdat partijen heel verschillende zaken onder leefstijl rangschikken.

vingsgroepen (ongebondenen, samenlevers, verankerden, stille luxe,

Van screening op drugsverleden, voorrang verlenen of uitsluiten op

terugtreders en dynamisch individualisten) en Vestia de huidige vier

basis van inkomen – bijvoorbeeld de Rotterdamwet – tot en met het

belevingswerelden (de gele, groene, blauwe en rode leefstijl; zie kader)

hanteren van leefstijl als passendheidscriterium.

De kandidaat-huurder vult bij intake een korte vragenlijst in waarmee

In onze twee cases is uitsluiten niet aan de orde. Iedereen is welkom

de leefstijl wordt bepaald. Het gaat daarbij om vragen naar attitudes

in de wijk, er is geen ‘ongewenste’ leefstijl. De corporatie beslist echter

en niet naar feitelijk gedrag, zoals consumptieve bestedingen of de

wel in welk portiek, welke flat of straat in de wijk iemand een woning

krant die men leest. Tegelijkertijd is het aanbod waarop woning­

krijgt aangeboden. De corporaties willen het bij elkaar plaatsen van

zoekenden reageren opgedeeld naar leefstijl. Hoewel de uiteindelijke

botsende leefstijlen voorkomen en het bijeen wonen van passende

toepassing op bepaalde punten verschilt (zie kader), streven beide

leefstijlen bevorderen. Wij richten ons niet op ideologische aspecten,

corporaties naar portieken, flats, wooncomplexen of straten met

maar op de empirische vraag of toewijzing op basis van leefstijl een

bij elkaar passende leefstijlen en proberen zij het samenwonen van

hogere woonwaardering oplevert.

botsende leefstijlen te voorkomen. Alle aspirant-bewoners hebben evenveel kans op een nieuwe woning; het maakt niet uit hoe zij de

leefstijltoewijzing in dordrecht en palenstein

vragenlijst invullen en welke kleur zij (blijken te) zijn.

Y

Van alle leefstijlinitiatieven in woonruimteverdeling, lopen het

POL-model (Passend via Optie middels Loten) van Woonbron (2004) en EigenStijl Wonen van Vestia (2006) het langst. Hoewel in beide gevallen leefbaarheidsproblemen een rol speelden, zien we ook verschillen. Woonbron Dordrecht (toen: Woondrecht) vond dat het regionale aanbodmodel alleen uitging van de keuzevrijheid van de woningzoekenden. Zij ontving klachten van zittende bewoners over nieuwe bewoners die niet zouden passen en ontwikkelde een nieuw woonruimteverdelingssysteem waarbij passendheid in het portiek centraal zou staan. Vestia zocht daarentegen naar oplossingen voor de acute leefbaarheidsproblemen in de hoogbouwflats in de wijk Palenstein, de slechtste wijk van Zoetermeer. Als alternatief voor sloop stelde Vestia renovatie voor, gekoppeld aan intensief beheer

Het lijkt er in elk geval op dat leefstijlen niet een vast gegeven zijn, maar gedurende de jaren kunnen veranderen

én een experiment met leefstijltoewijzing.

omschrijving leefstijlen

Ze houden graag de touwtjes in eigen hand.

de buurt te ondernemen. Een ontspannen en

Rust, netheid en veiligheid vindt men

gezellige levendigheid. Zij vinden belangrijk:

die het liefst wonen tussen mensen uit alle

belangrijk. Mensen met de blauwe leefstijl

gezelligheid, gezin en andere mensen.

lagen van de bevolking en tussen verschil-

wonen graag een beetje op zichzelf waarbij

lende culturen. Ze bemoeien zich relatief

de zaken goed geregeld zijn. Ze wonen het

Mensen met de groene leefstijl zijn mensen

weinig met elkaar. Het zijn mensen met een

liefst tussen ‘gelijkgestemden’.

die een rustig leven leiden en zich voorname-

vrije geest die vrijheid en onafhankelijkheid

Zij vinden belangrijk: rust, privacy en

lijk bewegen in een kleine kring van familie,

erg belangrijk vinden. Voor mensen met de

anonimiteit.

vrienden en/of buren waarmee ze intensieve

Mensen met de rode leefstijl zijn mensen

contacten hebben. Mensen met een groene

rode leefstijl is er meer dan alleen werk, het gezin of de buurt. Zij vinden belangrijk:

Mensen met de gele leefstijl hechten veel

leefstijl doen graag dingen met mensen die

vrijheid, onafhankelijkheid, zelfontplooiing

waarde aan goede, gezellige en sociale contac-

ze kennen.

en genieten.

ten in de buurt waar ze wonen. Ze hebben

Zij vinden belangrijk: prettig leven, zekerheid,

een open instelling, voelen zich erg betrokken

gericht op een kleine kring vrienden en

Mensen met de blauwe leefstijl zijn mensen

bij anderen en zijn altijd bereid om een ander

familie.

die niet zozeer behoefte hebben om allerlei

te helpen. Mensen met de gele leefstijl hou-

dingen met andere bewoners te doen.

den ervan op straat te zijn en activiteiten in

(Bron: Vestia leefstijlenbrochure)


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 34

verschillen toepassing leefstijl in

vindt in Palenstein plaats op het niveau

– Andere factoren naast leefstijl

dordrecht en zoetermeer

van de flat, in Dordrecht op het niveau van

In Palenstein is leefstijl het enige en alles

– Omvang en doelstelling

in totaal 850 clusters, soms een portiek,

bepalende criterium bij de matching. In

in andere gevallen een rijtje woningen.

het POL-model zijn er ook andere factoren

Woonbron gebruikt het POL-model voor bijna al haar huurwoningen in Dordrecht,

– Vast of dynamisch systeem

die de segmentatie van zowel het aanbod

in Zoetermeer-Palenstein gaat het om

Het systeem in Dordrecht is dynamisch

als de vraag bepalen. De woningclusters

drie hoogbouwflats. In Palenstein zet

opgezet. Bij elke nieuwe verhuring past

krijgen naast de dominante leefstijl ook

Vestia aanvankelijk in op ontvlechting van

de corporatie de portiekgegevens aan en

een status toegewezen, lopend van mager

leefstijlen: drie flats en drie woonstijlen.

één keer in de drie jaar ververst ze alle

tot vitaal, die medebepalend is voor de

Twee woonstijlen betreffen een van de

gegevens op basis van de huurdersenquête

matching. Kandidaat-huurders labelt

kleuren – rood en blauw – en de woonstijl

waar de leefstijlbepaling deel van uit-

Woonbron-Dordrecht niet alleen op basis

van de grootste flat betreft een menging

maakt. In Palenstein gaat men uit van de

van leefstijl, maar ook aan de hand van de

van geel en groen. In het POL-model is

onveranderlijkheid van de leefstijl die een

inschatting van de woonmakelaar of de

ontmenging geen doelstelling: sommige

huurder heeft. Vestia heeft wel eenmalig

nieuwe bewoner overlast zal geven door

niet-overeenkomende leefstijlen passen

de kleursamenstelling van een flat veran-

haar/zijn dagritme, woonverleden of

prima bij elkaar, terwijl andere vermeden

derd als reactie op een achterblijvende

huisdier en andere punten.

dienen te worden. De leefstijlsegmentering

vraag van ‘blauwe’ kandidaat-huurders.

Tabel 1: Het vertrouwen in het instrument Dordrecht (POL) en Palenstein (ESW) (%) Door het verhuren volgens leefstijl…

Helemaal

Mee oneens

Helemaal mee

mee eens

oneens

Mee eens

POL

ESW

POL

ESW

POL

ESW

POL

ESW

passen buren beter bij elkaar

19

14

55

57

21

25

5

4

ontstaan minder conflicten tussen buren

14

10

56

61

25

24

6

4

neemt de leefbaarheid van de buurt toe

14

8

60

69

21

20

6

3

neemt het woongenot toe

14

10

58

66

23

19

5

4

de effecten van leefstijltoewijzing

woont 63% passend, 13% woont ‘botsend’ en voor 23% is het onbekend

of men passend dan wel botsend woont. In Palenstein is ontvlechting

Wij hebben in beide cases een enquête onder bewoners gehouden

waarin ook de leefstijlvragen van SAC zijn opgenomen waarmee de

van leefstijlen een expliciete doelstelling. Toch woont bijna de helft

leefstijl van bewoners (opnieuw) is vastgesteld. Zo hebben we kunnen

van de respondenten (49%) niet-passend (en 41% passend). Ook van

bepalen in welke mate de leefstijltoewijzing heeft geresulteerd in

de bewoners die na invoering van EigenStijl Wonen in Palenstein zijn

een segmentatie van bewoners naar leefstijl. Vervolgens is de vraag

komen wonen, woont meer dan de helft (53%) niet-passend (en 47%

in hoeverre passende bewoners de woning en woonomgeving hoger

passend). In de onderzoeksrapportage gaan we in op mogelijke ver-

waarderen dan degenen die qua leefstijl niet passen. Hiervoor zijn

klaringen hiervoor. Het lijkt er in elk geval op dat leefstijlen niet een

vragen gesteld over de algemene waardering van de woning en buurt,

vast gegeven zijn, maar gedurende de jaren kunnen veranderen.

of bewoners zich thuis voelen, of zij tevreden zijn met de buren en in welke mate zij overlast van buren ervaren. We bespreken de uitkomsten

bewoners enthousiast over leefstijltoewijzing

van deze ‘routes’ waarlangs het passend wonen van invloed zou

kunnen zijn op de woonwaardering. Tot slot hebben we bewoners

leefstijltoewijzing. Zowel in Dordrecht als in Palenstein blijken bewo-

gevraagd wat zij zelf vinden van het instrument.

ners een groot vertrouwen in het instrument te hebben (zie tabel 1).

We legden de bewoners stellingen voor over de effecten van de

Beperkte ontvlechting

In Palenstein is ook gevraagd wat het effect is geweest op de leef-

Hoewel uitsortering in Dordrecht niet het nadrukkelijke doel is,

baarheid van de diverse (beheer)maatregelen. Bewoners oordelen

heeft het POL-model dat wel in stevige mate opgeleverd. In totaal

het positiefst over de invloed van de renovatie, dat levert ook het


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 35

Passend wonen heeft geen invloed op de waardering van de buren en het contact dat zij onderling hebben In Dordrecht blijkt dat passend wonenden vaak tevreden zijn over de woning (Foto André Ouwehand)

meest direct zichtbare effect, en zetten de leefstijltoewijzing op de

De leefstijlen hebben inderdaad verschillende voorkeuren voor

derde plaats. Figuur 1 laat ook zien dat de meeste bewoners er vooral

homogeniteit/diversiteit in hun woonomgeving. De rode leefstijl in

ook over te spreken zijn dàt er maatregelen worden genomen: alle

Palenstein heeft duidelijk een sterkere voorkeur voor diversiteit dan

genoemde maatregelen worden ruim gesteund.

de andere kleurgroepen. De rode leefstijl voelt zich echter niet méér thuis in de rode flat dan in de andere kleur flats. De niet-passende

Maar in hoeverre is er een verband tussen woonwaardering en het al dan niet passend wonen?

bewoners in Palenstein voelen zich zelfs meer thuis dan de passend wonenden (figuur 2). 2 Ook in Dordrecht voelen passende bewoners zich niet meer thuis dan anderen.

woonwaardering In Dordrecht blijkt dat passend wonenden vaker (zeer) tevreden zijn over de woning. Botsend wonenden zijn vaker ontevreden. De tevreden-

Burencontact en verschil naar leefstijl Overeenkomstig de theorie zien we dat leefstijlen substantieel

heid over de buurt laat echter een wisselend beeld zien: de botsend

verschillen in de wijze waarop zij met hun buren (willen) omgaan.

wonenden zijn vaker tevreden én ontevreden, en minder neutraal.

Niet alleen heeft bijvoorbeeld de gele leefstijl in Palenstein, overeen-

In Palenstein zijn de bewoners overwegend (zeer) tevreden over hun

komstig de uitgangspunten van SAC, een grotere voorkeur voor contact

woning, maar er is nauwelijks verschil tussen passend en botsend

met hun buren, zij gaan in werkelijkheid ook vaker op de koffie of

wonenden. Opvallend genoeg zijn de botsend wonenden meer tevre-

visite bij buren (figuur 2).

den over de buurt dan de passend wonenden. We zien dat ook in Dordrecht voor de groepsgeoriënteerde leefstijlen Thuisvoelen

samenlevers, stille luxe en verankerden. Dat contact is bij sommige

De veronderstelling is dat overeenkomende leefstijlen gelijke

groepen hoger als men passend woont. Passend wonen heeft echter

voorkeuren hebben voor de diversiteit of homogeniteit van de bevol-

geen invloed op de waardering van de buren en het contact dat zij

kingssamenstelling van hun flat of portiek. Als ze bij elkaar wonen,

onderling hebben (dit is alleen onderzocht in Dordrecht).

zullen bewoners zich meer herkennen in hun buren en zich meer thuis voelen.

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 36

Leefstijltoewijzing Renovatie Leefregels in de flat Leefregels buiten rond de flats

0

20

40

60

80

100

40

60

80

100

Figuur 1: Het gewicht van de vier maatregelen voor de leefbaarheid (%)

Helemaal mee eens Mee eens Mee oneens Helemaal mee oneens Ken project niet

In deze flat voel ik mij helemaal thuis ’s Avonds voel ik mij altijd veilig in deze flat In deze flat gaat men op een prettige manier met elkaar om Meestal voel ik mij een vreemde in deze flat* Ik voel mij erg gehecht aan deze flat

0

20

F iguur 2: Het aandeel dat het (helemaal) eens is met voorgelegde stellingen over de flat (Palenstein) * Dit is een negatief geformuleerde stelling

Passend wonend Niet-passend wonend

Samenhang met overlast De samenhang met overlast is het meest dominante onderwerp in

een bescheiden bijdrage, maar toch zinvol? Op basis van onze twee cases concluderen we dat het passend

het leefstijldebat: Klopt de veronderstelling dat gelijksoortige leef-

wonen qua leefstijl niet op overtuigende wijze bijdraagt aan een

stijlen overeenkomende opvattingen, tolerantieniveaus en aanspreek-

hogere woonwaardering. Bewoners met verschillende leefstijlen,

vormen hebben ten aanzien van het woongedrag en daardoor ook

zo blijkt uit ons onderzoek, hebben verschillende voorkeuren, alleen

minder overlast hebben van buren en minder conflicten?

leiden die verschillende voorkeuren niet tot heel grote verschillen

Het blijkt dat de onderscheiden leefstijlen noch verschillen in de mate

in waardering tussen passend en niet-passend wonenden.

waarin zij zich verantwoordelijk voelen voor de leefbaarheid in de

Toch hebben bewoners zelf een groot vertrouwen in leefstijltoewijzing.

flat, noch in de mate waarin zij daadwerkelijk ingrijpen bij overlast

Dat geeft aan dat zij zich zorgen maken over nieuwe buren en buurt-

(alleen onderzocht in Palenstein). In Palenstein ervaren passende

bewoners. Een minder anoniem woonruimteverdelingssysteem dat

bewoners niet minder overlast dan niet-passende bewoners.

naar bewoners uitdraagt de matching serieus te nemen, geeft

In Dordrecht zien we wel dat bewoners van wie de leefstijl past bij

bewoners een gevoel van controle. Dit gevoel ondersteunt leefstijl-

de dominante leefstijl van het portiek iets minder overlast van de

toewijzing. Dat gevoel van controle kan de corporatie echter ook

buren ervaren.

vergroten door het geven van informatie en de keuze bij de bewoner te laten. In Palenstein is het een gewaardeerd aanvullend instrument gebleken in de wijkvernieuwing. Het duidelijk toegenomen woon-


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 37

Groeten

Praatje maken

Op de koffie

Op verjaardag

Klusjes doen

Sleutel bewaren

Post, planten verzorgen

0

20

40

60

80

100

Figuur 3: Het aandeel dat ten minste met één buur de betreffende vorm van contact heeft per leefstijl (Palenstein)

Geel Groen Blauw Rood Totaal

door middel van het geven van informatie over de heersende mores

renovatie, vervolgens aan de ingestelde leefregels en dan aan leef-

in de buurt/de flat, op basis waarvan bewoners vervolgens zelf kiezen.

stijltoewijzing. Literatuur

aanbevelingen

De uitkomsten van ons onderzoek resulteren in ten minste vier aanbevelingen voor de praktijk. Het feit dat een behoorlijk aantal

bewoners niet-passend woont, terwijl zij op basis van leefstijl zijn

teerd. Het pleit ook voor het verder volgen van de effecten van leefstijltoewijzing op basis van onafhankelijk onderzoek, ook op langere termijn. Voor de woonwaardering is ten derde de kritieke grens van schoon, heel en veilig wonen belangrijker dan of men past qua leefstijl. Tot slot: Als woningcorporaties willen inspelen op verschillen in voorkeur in woonstijlen tussen huurders, kunnen zij dat ook doen

en beheer Den Haag/Delft: Platform Corpovenista. Verkrijgbaar via: http://www.otb.tudelft.nl/onderzoek/publicaties/rapporten/

Ouwehand, A., W. Doff & C. Adriaanse (2011) Voorkeur voor een leefstijl? Een onderzoek

naar leefstijlmethodieken in het woondomein. Den Haag/Delft: Platform Corpovenista.

Verkrijgbaar via: http://www.otb.tudelft.nl/onderzoek/publicaties/rapporten/

toegewezen, pleit ten eerste voor een dynamisch systeem waarin een in het verleden gemeten leefstijl niet als vaste waarde wordt gehan-

Doff, W. & A. Ouwehand (2012) Soort bij Soort, Leefstijlen in woonruimteverdeling

Noten 1

Opgemerkt moet worden dat passend wonenden niet altijd naast ook passend wonenden hoeven te wonen, aangezien de segmentatie nog niet overal sterk gerealiseerd is.

Y

genot in Palenstein relateren bewoners echter allereerst aan de


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 38

Branding heeft een toegevoegde waarde, ook in moeilijke wijken

Branding – het voorzien van een woningcomplex, buurt of wijk van een merk met kernwaarden – is populair bij professionals in gebiedsontwikkeling. Het geeft hen een beeld van de klant Le Medi in Rotterdam heeft als kernwaarden

‘mediterraan’, ‘intercultureel’, ‘stedelijk’, ‘zelfbewust’ en ‘symbool’ (Foto André Ouwehand)

en van het te ontwikkelen product en het versterkt de samenwerking tussen professionals. Bewoners van ‘gebrande’ nieuwbouwbuurten in Rotterdam en Maastricht herkennen en waarderen vaak het gebrande concept van hun woonomgeving en dit speelt ook een, bescheiden, rol in hun beslissing om hier te komen wonen.

Eva Bosch, Bart Sleutjes en André Ouwehand

aandacht in de Nederlandse gebiedsontwikke-

de architectuur, voorzieningen in en om de

(OTB, TU Delft)

ling. Ontwikkelende partijen zien dat woning-

woning en de manier van samenleven tussen

zoekenden behoefte hebben aan een

buurtgenoten. Branding is een methode

Sinds het einde van de vorige eeuw krijgen

woonomgeving met een ‘eigen’ sfeer. Die sfeer

waarmee ontwikkelende partijen zo’n ‘eigen’

voorkeuren van de woonconsument meer

wordt sterk bepaald door de uitstraling van

sfeer willen creëren. Het is een manier van


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 39

planning, inrichting en beheer van stedelijke

‘Branding’ is een interactief proces gedurende

(Poptahof, Delft) of ‘distinctie’, ‘parkwijk’,

ruimte waarbij ‘symbolische verbeelding’

het gehele traject van een gebiedsontwikke-

‘voorkomend’, ‘compositie’ en ‘kordaat’

centraal staat. Branding kent aan de buurt of

ling. Het belangrijkste productiemoment van

(Mariahoeve, Den Haag).

wijk een unieke identiteit toe die gebaseerd

een ‘brand’ is vaak een discussieavond of

is op zowel het verleden als de toekomstige

middag(en) over de wijk met stakeholders en

Maar werkt branding echt? Leidt het tot

mogelijkheden (Reinders 2010; Reijndorp

bewoners. Onder leiding van in ‘branding’

andere resultaten dan ‘gewone gebieds­

2010) en die de woonomgeving meerwaarde

gespecialiseerde consultants halen de aan-

ontwikkeling’, en tot een hogere waardering

verleent ten opzichte van concurrenten.

wezigen verhalen op over de waarden die zij

van de woning en woonomgeving onder

Professionals passen de methode vooral toe

kenmerkend vinden voor de wijk. Sommige

bewoners? Deze vragen stonden centraal in

in transformatieprocessen van gebieden die

hiervan dienen bewaard te blijven, terwijl

ons onderzoek naar de huidige praktijk van

gekenmerkt worden door een negatief imago

andere juist moeten veranderen. De branding-

en een verlies van traditie en lokale identiteit

consultant vat deze verhalen samen tot een

hebben we negen gebrande projecten

(Reinders 2010).

aantal kernwaarden. Deze omschrijven vaak

geïnventariseerd in zeven gemeenten. Hieruit

branding in gebiedsontwikkeling 1. In totaal

de gewenste (omgangs)cultuur van de

zijn twee cases geselecteerd (zie de kaders),

De belangrijkste doelstelling van branding in

toekomstige bewoners, blijvers en nieuw­

waar we uitgebreid de effecten van branding

gebiedsontwikkeling is het realiseren van

komers. Deze termen moeten ook vertaald

onderzochten. In dit artikel lichten we er vier

een woonbuurt met een bepaald profiel, dat

kunnen worden in het programma en stede-

punten uit: het ontwikkelingsproces, het

overeenkomt met de ‘zachte’ woonwensen

bouwkundig en architectonisch plan van de

gebouwde eindresultaat, het aantrekken van

van een specifieke groep woonconsumenten.

nieuwe buurt. Andere termen betreffen meer

de beoogde doelgroep en de waardering van

Daarnaast zetten partijen ‘branding’ in als

direct de gewenste ruimtelijke structuur van

het project door de uiteindelijke bewoners.

procesinstrument. De interactieve werkwijze

de buurt. Voorbeelden van kernwaarden die

Hoewel het om slechts twee intensief onder-

om tot kernwaarden te komen bevordert

gebruikt zijn in recente herstructurerings-

zochte cases gaat, kunnen we hieruit lessen

de communicatie tussen de verschillende

projecten zijn ‘variatie’, ‘ruimdenkend’,

formuleren voor de praktijk.

partijen in het ontwikkeltraject, inclusief de

‘diaspora’, ‘hof’, ‘betrokken’ en ‘waakzaam’

bewoners. Ook kan de methode bij wijkvernieuwing voor zittende bewoners bijdragen aan een lokale identiteit die de lokale gemeenschap versterkt (Kavaratzis 2004). En branding kan, vooral door slogans en een logo, de marketing van woningen en vastgoed ondersteunen.

Maar werkt branding echt? Leidt het tot andere resultaten dan ‘gewone gebiedsontwikkeling’?

le medi

SmartAgent Company onderzocht daarna de leefstijl – de psycho­

logische en culturele oriëntaties – van mensen die interesse hadden

Le Medi is een nieuwbouwproject in de Rotterdamse wijk

Bospolder-Tussendijken, gelegen in de Vogelaarwijk Delfshaven.

om op deze locatie een middeldure woning te kopen. Het bureau

Het project is gerealiseerd in 2008 en bestaat uit 93 woningen rond

hanteert een eigen leefstijltypologie waarbij het vier leefstijlen

een afsluitbaar binnenplein. Het project is ontwikkeld naar een idee

onderscheidt en deze met kleuren benoemt. Het zag voor Le Medi de

van A. Hassani Idrissi om woningen in Arabische stijl te bouwen om

‘rode’, stedelijk georiënteerde, leefstijlgroep als doelgroep en toetste

de Arabische cultuur op een positieve manier onder de aandacht te

het concept en het ontwerp van Geurst & Schulze architecten bij de

brengen. De corporaties WoonbronMaasoevers (nu Woonbron) en

beoogde kopers, middels surveys en panelgesprekken op verschillende

De Combinatie (nu Havensteder) en ontwikkelende bouwer ERA

momenten in het ontwikkelingstraject. In ons onderzoek spraken we

Contour werkten het plan uit en verdiepten zich tijdens een excursie

veel betrokken professionals. Middels een survey onder alle huis­

naar Marokko in de Arabische architectuur. Een brandingsessie

houdens in Le Medi (respons 40%) en diepte-interviews (met 16 huis-

onder leiding van Real Time Branding resulteerde in de kernwaarden

houdens) onderzochten we de woonwaardering.

‘mediterraan’, ‘intercultureel’, ‘stedelijk’, ‘zelfbewust’ en ‘symbool’.

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 40

malberg

zij voor branding. De ontwikkelende partijen namen samen met

Malberg is een wijk met ongeveer 5.500 inwoners, gebouwd in de jaren ’60 in het noordwesten van Maastricht. De gemeente, ontwik-

enkele bewoners deel aan brandingmiddagen georganiseerd door Real Time Branding, die resulteerden in zes kernwaarden: ‘sjiek’,

kelaar AM Wonen en de corporaties Servatius en Woonpunt startten

‘groen’, ‘parochiaal’, ‘discreet’, ‘gezagsgetrouw’ en ‘keuzevrijheid’.

in 2003 een wijkvernieuwingsprogramma. Onderdeel hiervan was de

Het bureau beschreef en verbeeldde de kernwaarden in een zogenaamd

sloop van 830 huurwoningen en de nieuwbouw van 1.050 woningen

brandbook. Ook in Malberg spraken we veel professionals van de

(huur en koop) en enkele nieuwe wijkvoorzieningen. De corporaties

verschillende ontwikkelende partijen. In twee huurcomplexen, die

en de gemeente constateerden dat eerdere herstructureringsprojec-

voornamelijk uit sociale huurwoningen bestaan, en een middelduur

ten in de wijk niet aansloten bij de wensen van bewoners. Daarnaast

koopwoningenbuurtje onderzochten we het ontwikkelproces en de

constateerden zij dat de in Maastricht gangbare vorm van stadsver-

woonwaardering onder bewoners. De survey, gehouden onder in

nieuwing, met een nadruk op moderne architectuur en mediterrane

totaal 229 huishoudens, had in alle drie de deelprojecten een respons

allure (voorbeeld: de wijk Céramique) niet paste bij het meer volkse

van ongeveer 30%. Hiernaast zijn groepsinterviews gehouden met

karakter van Malberg. Om meer consumentgericht, en aansluitend bij

14 bewoners.

het karakter van de wijk en de bestaande bewoners, te werken kozen

effecten van branding op het samenwer-

leidende rol, terwijl vooral architecten en

miteit en gemeenschappelijkheid). De huizen

kingsproces

stedenbouwkundigen meer belang hechtten

hebben witte gevels, alleen de woningen aan

aan stedenbouwkundige uitgangspunten.

de rand van het buurtje hebben rode gevels

inzet van de methoden. Le Medi is één bouw-

Ook nam in Malberg, mede door personeels-

om het wijkje eenheid te laten uitstralen.

project met een overzichtelijk aantal betrok-

wijzigingen en gewijzigde omstandigheden,

De ontwikkelaar, AM Wonen, hechtte sterk

kenen. De inzet van branding, van conceptfase

de betrokkenheid van professionals bij het

aan de branding. In de twee onderzochte huur-

tot aan realisatie, zorgde hier voor een

brand in de loop der jaren af.

appartementencomplexen van de corporaties,

De twee cases verschillen in schaal en

inhoudelijke focus die alle partijen waardeer-

komen de kernwaarden echter nauwelijks

den. Malberg is een veel grootschaliger wijk-

effecten van branding op het gebouwde

naar voren. Bouwende partijen lijken meer

vernieuwingsproces met verschillende

eindresultaat

noodzaak te zien voor sociaal-cultureel

deelprojecten en veel betrokken partijen.

Branding heeft duidelijk invloed gehad op

gericht ontwikkelen in de koopsector dan

Branding is daar als leidraad gebruikt voor de

het gebouwde eindresultaat waar deze werk-

in de huursector.

gebiedsvisie en het ontwerp en de marketing

wijze werd getrokken door een enthousiaste

Professionals in Malberg constateerden dat

van de deelprojecten, maar niet voor alle

partij die gedurende het gehele proces een

in het langdurige proces van wijkvernieuwing

deelprojecten in gelijke mate. De professionals

stevige positie in de besluitvorming had.

de aandacht voor branding na verloop van

in zowel Le Medi als Malberg die vanaf het

In Le Medi is op basis van een origineel idee

tijd wegebde, zeker toen de economische

begin betrokken zijn geweest, hebben de

een breed gedragen brand voor het complex

crisis noopte tot snel verkoopbare woningen.

methode ervaren als een versterking van het

en een gezamenlijk idee van de doelgroep

Enkele deelprojecten zijn afgeblazen en

samenwerkingsproces. De sessies en het

ontwikkeld. Le Medi zou iconisch en mediter-

andere, zijn vervangen door meer sobere

brandbook zorgden ervoor dat de ‘neuzen

raan zonnig zijn en gericht op hogeropgeleide

bebouwing waarin de kernwaarden minder

dezelfde kant op stonden’, ondanks verschil-

stadsgerichte mensen met allerlei nationali-

tot uiting komen.

lende belangen van stakeholders. In beide

teiten. ERA Contour bewaakte het brand door

projecten namen de ontwikkelaars hierin een

het benoemen van absoluut te realiseren

Branding heeft duidelijk invloed gehad op het gebouwde eindresultaat

concrete stedenbouwkundige en architecto-

marketing en de beoogde doelgroep De professionals stelden dat branding

nische ‘essenties’ voor het project.

helpt om een woonproduct gerichter en

Malberg moest volgens het brand voor elk wat

daarmee beter op de markt te zetten. In onze

wils worden, met een groen en traditioneel

case studies omschreven de ontwikkelende

karakter. In het bestudeerde koopproject in

partijen de beoogde toekomstige bewoners

de wijk, Sportkwartier-Zuid, zien we de

in sociaal-culturele termen (onder andere

benoemde kernwaarden duidelijk terug.

leefstijlen) en sociaal-demografische

Hier kwamen eengezinswoningen met speel-

kenmerken, (huishoudensvorm en leeftijd)

pleintjes en een collectieve, ‘parochiale’

maar uiteraard waren ook andere typen

uitstraling (d.w.z. met een zekere dorpse inti-

consumenten vrij om de woningen te kopen


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 41

dan wel te huren. De uiteindelijke bewoners-

eenduidig te sturen: in Le Medi zijn inderdaad

waar het brand gericht was op bijzonderheid

samenstelling voldoet vrij goed aan de

stadsgeoriënteerde huishoudens aangetrok-

en icoonwerking, waarderen de bewoners

beoogde sociaal-demografische samenstel-

ken, maar bleek de samenstelling naar

het project als mooi, uniek en speciaal (94%

ling, maar dat komt waarschijnlijk meer door

leefstijl meer gemêleerd dan gedacht.

van de geënquêteerde bewoners is (zeer)

het programma dan door de branding. Het is immers logisch dat de eengezinswoningen

positief over de architectuur van het complex). waardering van woonproduct

Dit was ook voor velen belangrijk voor de

vooral gezinnen aantrokken (gewenst in

Zowel in Le Medi als het koopproject in

koopbeslissing (56% noemt specifiek het

Malberg), en dat duurdere woningen in

Malberg zijn er woonomgevingen gerealiseerd

mediterrane thema als koopreden). In het

Bospolder en Malberg huishoudens met

waarvan de geënquêteerde en geïnterviewde

Malbergse koopproject waarderen bewoners

hogere inkomens aantrokken. Door het

bewoners het brand herkennen en waarderen.

de ‘parochiale’ elementen in de architectuur

mixen van verschillende typen woningen in

Hoewel zij locatie in de stad en de prijs-

en de groene woonomgeving (de helft van de

dezelfde straat in het Malbergse koopproject,

kwaliteitverhouding als belangrijkste koop-

respondenten noemt beide zaken als koop-

ontstond daar de gewenste sociale diversiteit.

redenen noemen, speelden vaak ook

reden). Bewoners van dit project zien hun

De sociaal-culturele samenstelling lijkt niet

brand-gerelateerde zaken een rol. In Le Medi,

buurt ook wel als ‘sjiek’, maar dat vinden ze

Malberg is wat ‘brand’ betreft voor elk wat wils geworden met een groen en traditioneel karakter (Foto Bart Sleutjes)

Door het mixen van verschillende typen woningen in dezelfde straat ontstond daar de gewenste sociale diversiteit

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 42

niet van de hele wijk Malberg. De rest van de

aanbevelingen

wijk is dan ook minder ‘sjiek’ vormgegeven.

– Branding is niet een eenmalige actie,

Vooral in de huurprojecten in Malberg is het brand nauwelijks uitgewerkt en vinden bewoners hun woonomgeving ook niet speciaal.

maar vraagt om bewaking en aandacht tijdens het gehele ontwikkelingsproces. – Bij langdurige projecten is het belangrijk om de branding te herijken tijdens het proces. In de loop der jaren verandert niet

meerwaarde, maar niet overschatten

alleen de vraag naar woningen, maar

veranderen ook de betrokkenen zelf en

Deze meerwaarde zit vooral in de ideeën­

daarmee de affiniteit bij het brand. – De functionele woonvoorkeuren en finan-

vormende functie in het ontwikkelingsproces

ciële mogelijkheden van de doelgroep

en het vergroten van de eensgezindheid van

dienen duidelijk en herhaaldelijk in kaart

partijen. Waar enthousiaste opdrachtgevers

te worden gebracht. Toets aan de hand

een brand gedurende het hele ontwikkel­

daarvan de kernwaarden van het project

proces als leidraad namen, kwamen er boven-

en pas ze zo nodig aan.

dien onderscheidende woonomgevingen tot stand waarvan de bewoners dit brand herkennen en waarderen. Toch moet de waarde van branding voor het aantrekken van specifieke doelgroepen niet worden overschat. Prijs-kwaliteitverhouding en locatie spelen nog altijd de belangrijkste rol bij de koopbeslissing. Bij huurders gaat het vooral om beschikbaarheid. Veelzeggend

Branding is niet een eenmalige actie, maar vraagt om bewaking en aandacht

is ook dat door de crisis op de woningmarkt bij nog te realiseren projecten in Malberg de beoogde kernwaarden terzijde zijn geschoven ten faveure van snelle verkoopbaarheid. Het aantrekken van bewoners draait in die marktsituatie, kortom, meer om een gunstige prijs-kwaliteitverhouding dan om symboliek.

Literatuurlijst

– Bosch, Eva, Bart Sleutjes & André Ouwehand (2012) Stijl van leven, stijl van bouwen, ‘Branding’ en leef­ stijlen in gebiedsontwikkeling. Den Haag/Delft:

Platform Corpovenista. Verkrijgbaar via: http://www. otb.tudelft.nl/onderzoek/publicaties/rapporten/

– Karavatzis, M. (2004) ‘From city marketing to city branding: Towards a theoretical framework for developing city brands’. In: Place Branding 1 (1), p. 58-73

– Reinders, L. (2010) Branding en de culturele politiek van stedelijke vernieuwing. In: A. Reijndorp &

L. Reinders (red.) De alledaagse en de geplande stad: over identiteit, plek en thuis (p. 81-97). Amsterdam: SUN Trancity

– Reijndorp, A. (2010) Ruimte voor Plaats. Beelden en betekenissen. In: A. Reijndorp & L. Reinders (red.),

De alledaagse en de geplande stad: over identiteit, plek en thuis (p. 9-25). Amsterdam: SUN Trancity Notes

1 Ons onderzoek (Bosch et al. 2012) maakte deel uit van het project ‘‘Branding’ en leefstijlen in de wijk’, dat

het Onderzoeksinstituut OTB (TU Delft) heeft uitgevoerd in een onderzoeksconsortium samen met

NICIS-Institute, Platform Corpovenista, de gemeen-

ten Den Haag, Leeuwarden, Maastricht en Rotterdam, woningcorporatie Vestia en ERA-Contour.

Y

We concluderen dat branding een toege-

voegde waarde heeft, ook in moeilijke wijken.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 43

Gemeente en corporatie hebben verschillend doel bij buurtinterventies In veel buurten met een neergaande ontwikkeling proberen gemeenten en corporaties opwaardering te genereren. Vaak wordt verondersteld dat zij hierbij dezelfde doelen nastreven. Er zijn echter wel degelijk verschillen in doelstellingen en motieven van gemeenten en corporaties bij buurtinterventies. Dit heeft zijn weerslag op de ontwikkeling van de buurt en de mate waarin doelstellingen kunnen worden bereikt.

Amsterdam Ligging onderzoeksbuurten Oostparkbuurt Transvaalbuurt Overig

Annalies Teernstra (Universiteit van Amsterdam,

met veel cultureel en economisch kapitaal vooroorlogse, vervallen

Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR))

buurten instroomden en zorgden voor fysieke en sociaal-economische opwaardering. Hoewel gentrification van buurten nog steeds spontaan

Veel stedelijke buurten zijn in de afgelopen decennia veranderd van

plaatsvindt als gevolg van toegenomen populariteit, hebben overheden

vervallen gebieden met een lage sociaal-economische status naar

in de afgelopen jaren een steeds belangrijkere rol gespeeld in dit

gewaardeerde woonlocaties. Dit proces van gentrification werd

opwaarderingsproces. Door bijvoorbeeld differentiatie van de

aanvankelijk als een spontaan proces gezien, waarbij huishoudens

woningvoorraad in buurten met relatief goedkope woningen proberen

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 44

overheden huishoudens met hogere inkomens aan te trekken.

of zelfs conflicterende ideeën kunnen hebben over buurtinterventies.

Dit proces wordt in de literatuur ook wel aangeduid als state-led

Dit heeft consequenties voor de effectiviteit van deze interventies.

gentrification. Dit artikel richt zich op buurten waar gemeenten en woningcorporaties Er is echter weinig aandacht voor de achterliggende motieven en

op verschillende manieren opwaardering proberen te genereren.

de manier waarop overheden opwaardering proberen te genereren.

Het doel is te achterhalen op basis van welke doelstellingen en

In Nederland is daarnaast een belangrijke rol weggelegd voor

motieven zij interveniëren en in hoeverre deze onderling variëren.

woningcorporaties. De overheid en woningcorporaties worden vaak

Het onderzoek is gebaseerd op drie buurten: Oosterparkbuurt en

als één actor beschouwd, die dezelfde doelen nastreven. Er is weinig

Transvaalbuurt in Amsterdam en Rustenburg in Den Haag.

oog voor differentiatie tussen deze actoren, terwijl zij verschillende

Den Haag Ligging onderzoeksbuurten Rustenburg Overig

Ook in Nederland wordt vaak verondersteld dat achterstandsbuurten gebaat zijn bij sociaaleconomische menging


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 45

Tabel 1. Enkele kenmerken van de buurten

Transvaalbuurt

Oosterparkbuurt

Amsterdam

Rustenburg

Den Haag

Aantal inwoners (2011)

9,248

10,257

790,000

5,870

495,085

Woningvoorraad (2011, in %) Sociale huurwoningen 67

61

47

15

33

Particuliere huurwoningen

15

17

25

20

19

Koopwoningen

18

22

28

63

45

Bouwperiode (%) <1945

78.9

45

43.1

42

96

1946 –  1 990

8.6

38

37.6

35

3

>1990

12.5

17

19.3

23

1

Woningwaarde 1 (euro) 1999

162,704

185,625

198,173

65,223

113,957

2009

199,325

234,776

293,499

114,824

207,362

Verandering 1999 –  2 009

+22%

+27%

+48%

+76%

+82%

Inkomen 2 (euro) 1999

12,475

13,320

15,354

14,584

16,074

2008

16,127

17,628

19,964

18,113

20,091

Verandering 1999 –  2 008

+29%

+32%

+30%

+24%

+25%

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Kadaster, Gemeente Den Haag en Dienst Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam. 1

2

Dit betreffen transactiewaarden van verkochte woningen.

Dit betreft het gestandaardiseerd huishoudinkomen uit werk, uitkeringen en pensioenen.

veranderingen in stedelijk beleid

buurten op te waarderen door het bevorderen van een sociaal-econo-

mische mix.

Tot eind jaren tachtig was het volkshuisvestingsbeleid in

Nederland voornamelijk gericht op betaalbare woonruimte voor lagere inkomens. In de jaren negentig is state-led gentrification in veel

Vaak worden doelstellingen van overheid en corporaties in buurtver-

landen een beleidsdoel geworden: steeds vaker proberen overheden

nieuwing in één adem genoemd, terwijl dit niet vanzelfsprekend is.

buurten sociaal-economisch op te waarderen door het aantrekken van

Door de herziening van het corporatiebestel in de jaren negentig van de

hogere inkomens. Eén van de verklaringen hiervoor is een verandering

vorige eeuw zijn woningcorporaties zowel marktpartij als uitvoerders

in de relatie tussen overheid en markt door liberaliserings- en privati-

van een publieke taak geworden (Boelhouwer, 2002). Om hun publieke

seringsprocessen (Smith, 2002). Dit zorgde voor toenemende druk op

taak te kunnen uitvoeren (huisvesting voor lagere inkomens) moeten

overheden om via gentrification belastinginkomsten te genereren.

zij winst behalen uit marktactiviteiten als het verkopen van huur­

Daarnaast wordt state-led gentrification ook als poging gezien om de

woningen. Door deze dubbele rol kunnen zij andere belangen hebben

stad te ‘heroveren’ voor de middenklasse. Deze veronderstellingen zijn

in buurten dan gemeenten. Bovendien zijn er verschillen tussen

echter sterk gebaseerd op de Amerikaanse context. Volgens verschil-

corporaties in de manier waarop zij buurtvernieuwing aanpakken, die

lende West-Europese onderzoeken zijn argumenten voor state-led

onder andere samenhangen met de kwaliteit van het bezit, lokale

gentrification voornamelijk gebaseerd op de veronderstelling dat het

woningmarktomstandigheden en financiële mogelijkheden (Jansen

tot beter leefbare en minder gesegregeerde buurten leidt (Uitermark

e.a., 2012). Onderlinge verschillen in doelstellingen in opwaardering

e.a., 2007). Ook in Nederland wordt vaak verondersteld dat achter-

van buurten kunnen invloed hebben op de haalbaarheid van deze

standsbuurten gebaat zijn bij sociaal-economische menging. Door

doelstellingen en daarmee op de ontwikkeling van buurten.

middel van het Grotestedenbeleid bijvoorbeeld, probeert de overheid

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 46

De ene corporatie voert meer marktactiviteiten uit dan andere, afhankelijk van de financiële positie en bedrijfscultuur

Dakopbouwen in de Haagse wijk Rustenburg. Eigenaar-bewoners werden door subsidies en aanschrijfbeleid gestimuleerd om hun woning te renoveren en te vergroten (Foto Annalies Teernstra)

het onderzoek

de Oosterparkbuurt gesloopt en vervangen door sociale huurwoningen.

In de Transvaalbuurt is de vooroorlogse woningvoorraad grotendeels

Voor dit onderzoek zijn 25 betrokkenen bij de vernieuwing van drie

onderzoeksbuurten geïnterviewd. De respondenten zijn of waren

behouden gebleven. Eind jaren negentig hadden beide buurten een

werkzaam bij de gemeente Amsterdam, de gemeente Den Haag of bij

relatief laag gemiddeld inkomen en woningwaarde.

een van de woningcorporaties. De interviews gingen in op de ontwikkeling van de buurt, op de doelstellingen en motieven om in de buurt te

Rustenburg ligt in de tweede ring rondom het centrum van Den Haag

interveniëren en op het verloop van het vernieuwingsproces. Daarnaast

en is vrijwel geheel vooroorlogs gebouwd. Het merendeel van de

zijn beleidsdocumenten over buurtvernieuwing geanalyseerd.

woningvoorraad bestaat uit koopwoningen. Eind jaren negentig lag het gemiddelde inkomen en woningwaarde aanzienlijk onder het

Ongeveer tweederde van de vooroorlogse Transvaalbuurt en Oosterparkbuurt bestaat uit sociale huurwoningen. Tijdens de stadsvernieuwing in de jaren tachtig is een deel van de woningvoorraad in

Haagse gemiddelde.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 47

neergaande spiraal

raad aan te pakken, waardoor de gemeente haar doelstellingen niet

altijd kon behalen.

Eind jaren negentig constateerden de gemeenten Amsterdam en

Den Haag een neergaande ontwikkeling in de buurten. De problemen kwamen overeen: men veronderstelde dat de eenzijdige woningvoor-

In de Transvaalbuurt groeide het besef dat alleen fysieke interventies

raad, bestaande uit kleine en goedkope woningen, voor selectieve

onvoldoende waren. Vooral veiligheid kreeg toenemende aandacht,

migratiebewegingen zorgde. Zo vertelt een gebiedsmanager over de

gezien de aanwezigheid van (drugs)criminaliteit. In 2007 werd de

Transvaalbuurt: ‘Wat er toen is gebeurd, is dat steeds meer kansarme

Transvaalbuurt benoemd tot Vogelaarwijk en kreeg de vernieuwing

gezinnen, allochtone gezinnen, zich zijn gaan vestigen. […] De buurt

een nieuwe impuls. Opmerkelijk is een verschuiving in doelstellingen:

krijgt dan toch een wat minder goed imago. Als er wat vrijkomt, dan

de focus verschoof van sociaal-economische differentiatie naar sociale

zijn er geen enorme wachtlijsten van kansrijkere mensen om zich er

stijging en participatie van zittende bewoners, door interventies op

te vestigen.’ Volgens de respondenten was er bovendien veel verhuis-

sociaal-economisch gebied. Ook veiligheid kreeg nog steeds veel aan-

mobiliteit, weinig sociale cohesie, achterstallig onderhoud en stond

dacht en sociaal-economische differentiatie vond nog steeds plaats.

de leefbaarheid onder druk. Bij niet-ingrijpen zouden deze ontwikke-

Hoewel deze doelstellingen een vertaling zijn van doelstellingen van

lingen worden voortgezet.

het rijk, waren deze interventies volgens de respondenten noodzakelijk voor opwaardering van de buurt.

De oplossingen werden in alle drie buurten gezocht in het aantrekken en binden van huishoudens met hogere inkomens. Dit zou de leefbaarheid verbeteren en de woningmarktpositie versterken. De buurten moesten uiteindelijk naar het ‘stedelijk gemiddelde’ gebracht worden. Deze doelstellingen zijn niet buurtspecifiek, maar een vertaling van doelstellingen geformuleerd door het rijk als voorwaarden voor subsidies uit het Grotestedenbeleid, waarmee de interventies (grotendeels) zijn gefinancierd. Met andere woorden: voor zowel het rijk als voor de gemeenten lijkt een sociaal-economisch gemengde buurt op het stedelijk gemiddelde de oplossing voor het tegengaan van neergang.

De doelstellingen om te interveniëren verschillen tussen gemeenten en woningcorporaties, maar ook tussen corporaties onderling

gemeente als regisseur

De doelstellingen moesten worden gerealiseerd door fysieke

verschillen tussen gemeente en corporaties

interventies in de woningvoorraad en de openbare ruimte. Pleinen en

straten werden heringericht om de aantrekkelijkheid van de buurt te

en woningcorporaties, maar ook tussen corporaties onderling.

vergroten. De woningvoorraad moest worden gerenoveerd maar

Een eerste verschil tussen gemeenten en woningcorporaties is dat

vooral gedifferentieerd naar grootte, prijsklasse en eigendom. Hoewel

woningcorporaties niet altijd op hetzelfde moment de urgentie

deze doelstellingen overeenkomen in de buurten, verschilt de manier

voelden om de buurten op te waarderen als de gemeenten. Zo gaven

waarop ze gerealiseerd werden. In Rustenburg is de woningvoorraad

de woningcorporaties in Amsterdam prioriteit aan andere buurten

grotendeels particulier eigendom. Daarom kregen eigenaar-bewoners

dan de Transvaal- en Oosterparkbuurt, omdat deze een kwalitatief

De doelstellingen om te interveniëren verschillen tussen gemeenten

een centrale rol: door subsidies en aanschrijfbeleid werden zij

slechtere woningvoorraad hadden. Na verloop van tijd hebben de

gestimuleerd om hun woning te renoveren en te vergroten.

corporaties de woningvoorraad in de Transvaal- en de Oosterparkbuurt

Daarnaast stimuleerde de gemeente de woningcorporaties om de

echter aangepakt. In Rustenburg hebben twee van de drie corporaties

sociale huurvoorraad te verbeteren. Dit is slechts in beperkte mate

hun woningvoorraad gerenoveerd. De corporaties beperken zich hier

gelukt (zie volgende paragraaf). De gemeente heeft dus een regisse-

verder tot hun publieke taak, omdat zij volgens de Haagse prestatie-

rende rol: men is afhankelijk van de investeringsbereidheid van

afspraken hun huurwoningen aan de laagste inkomens moeten

eigenaar-bewoners en woningcorporaties.

verhuren. Differentiatie wordt alleen toegepast in buurten met veel corporatiebezit. Men veronderstelt dat buurten met veel koopwonin-

In de Transvaal- en Oosterparkbuurt was een centrale rol weggelegd

gen, zoals Rustenburg, de instroom van lage inkomens aankunnen:

voor woningcorporaties. Zij werden gestimuleerd om variatie in de

‘Rustenburg [is] voor ons wel béter Den Haag. […] Dat kunnen die

woningvoorraad aan te brengen door bijvoorbeeld verkoop van sociale

wijken wel hebben, want daaromheen zit koop en duurdere huur’.

huurwoningen en enkele sloop-nieuwbouwprojecten. Ook hier was de

Er is dus een verschil in perceptie van de buurten: voor de gemeente

gemeente afhankelijk van de investeringsbereidheid van corporaties.

is Rustenburg een zwakkere buurt waar gedifferentieerd moet

Niet alle corporaties waren in eerste instantie bereid de woningvoor-

worden, terwijl het voor corporaties juist een sterkere buurt is.

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 48

Een tweede verschil tussen gemeenten en corporaties is dat gemeenten zich op de gehele buurt focussen, terwijl woningcorporaties vooral gericht zijn op het eigen bezit. Daarnaast zijn interventies van corporaties niet altijd gebaseerd op verbetering van de buurt, maar spelen financiële motieven ook een belangrijke rol. Sinds de financiële verzelfstandiging moeten corporaties inkomsten genereren door activiteiten als verkoop van huurwoningen en nieuwbouw. Op stedelijk niveau bepalen corporaties strategisch waar verkocht en getransformeerd wordt en opbrengsten komen niet noodzakelijk in de buurt terecht. Hoewel het gevoerde beleid dus niet altijd gericht is op verbetering van de buurt, heeft het wel degelijk effect op de buurt. Hier zijn wel verschillen waarneembaar tussen corporaties: de ene corporatie voert meer marktactiviteiten uit dan andere, afhankelijk van de financiële positie en bedrijfscultuur. De corporaties zien woningdifferentiatie echter ook als middel om problemen te verdunnen. Zo vertelt een gebiedsbeheerder van een corporatie: ‘Het zijn niet altijd slechte woningen, maar met name te veel kansarme mensen bij elkaar die grote problemen veroorzaken.’ Deze marktactiviteiten zijn voor corporaties dus twee vliegen in één klap. verschillen tussen corporaties

Ook tussen woningcorporaties zijn er verschillen in doelstellingen

en gedrag. Dit komt vooral tot uitdrukking in de Vogelaarwijk Transvaalbuurt. Naast interventies in de woningvoorraad investeren corporaties in veiligheid, buurteconomie en sociale stijging, maar niet allemaal in dezelfde mate en op dezelfde manier. Hierbij speelt ten eerste het belang van de corporatie in de buurt een rol. De corporatie met het grootste bezit investeert het meest: ‘We kijken ook wel strategisch naar ons bezit: waar moeten we investeren en waar niet. […] We kijken heel duidelijk van waar kunnen we het verschil maken.’ De corporaties met weinig bezit houden zich meer op de achtergrond. Ten tweede zijn er ideologische verschillen tussen corporaties: ze heb-

conclusies

ben verschillende visies op hun maatschappelijke taak, wat zich ver-

taalt in verschillende typen interventies. Zo focust de ene corporatie

in buurtvernieuwing tonen zowel overeenkomsten als verschillen.

De doelstellingen en motieven van gemeenten en corporaties

vooral op sociale stijging van bewoners, omdat deze bewoners het

Een overeenkomst is dat het aantrekken van hogere inkomens als

beter zouden moeten krijgen. Andere corporaties focussen vooral op

oplossing wordt gezien voor een neergaande buurtontwikkeling.

differentiatie en buurteconomie, om de woningmarktpositie te ver-

Vaak verwijzen corporaties en gemeenten hierbij naar het succes van

sterken. Een gebiedsmanager vertelt hierover: ‘Het was een confron-

de Amsterdamse wijk De Pijp, die in de afgelopen decennia veranderd

tatie met de rol van een corporatie. Want als je de kansen ziet van

is in een gewilde woonlocatie. Dit komt echter meer door toegenomen

kinderen die wel of geen goed onderwijs hebben, iedereen snapt dat.

populariteit, dan door investeringen van corporaties en gemeente.

En dat je daarop investeert: geweldig, maar moet een corporatie dat

Gemeenten en corporaties willen dit ook in de onderzoeksbuurten

doen? Ja, woningcorporatie [x] doet dat. […] Wij doen dat niet.’

realiseren. Dat buurten een eigen functie en dynamiek hebben wordt niet altijd onderkend 1. Hoewel in de Oosterparkbuurt inderdaad milde gentrification plaatsvindt 2, blijft dit proces in de Transvaalbuurt

en Rustenburg (vooralsnog) uit. Een respondent van de gemeente Den Haag realiseert zich dan ook dat het effectiever is om de functie van Rustenburg als betaalbare startersbuurt te versterken, dan ‘een nieuwe Pijp’ te realiseren. Een aanbeveling is daarom om de functie en dynamiek van de buurt in acht te nemen bij het formuleren van interventies.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 49

Marktactiviteiten van woningcorporaties hebben niet altijd verbetering van de buurt tot doel Renovatie van het Krugerplein in Amsterdam (Foto Annalies Teernstra)

Ook kwamen verschillen in doelstellingen van gemeente en corporaties naar voren. Hierbij speelt de gevoelde urgentie om te interveniëren een rol: niet alle partijen voelen de urgentie om te interveniëren, waardoor ze niet op hetzelfde moment bereid of in staat waren om te investeren. Ten tweede hebben gemeenten en corporaties andere belangen en prioriteiten. Voor corporaties spelen tevens financiële motieven een rol. Marktactiviteiten van woningcorporaties hebben

Literatuur –

Boelhouwer, P. (2002) Trends in Dutch housing policy and the shifting position of

Jansen, K., H. Karssenberg & S. Slijkerman (2012), De Omslag. Stipo/Platform

Lees, L. T. Slater, E. Wyly (2008), Gentrification. New York, Routledge.

Uitermark, J.,J.W. Duyvendak, R. Kleinhans (2007) Gentrification as a governmental

niet altijd verbetering van de buurt tot doel en de inkomsten hieruit stromen niet noodzakelijk terug naar de buurt, terwijl deze activiteiten wel degelijk effect hebben op de buurt. Ten derde verschillen doelstellingen en strategieën tussen corporaties door verschillen in visies op hun maatschappelijke rol. De verschillen in doelstellingen en motieven hebben hun weerslag op buurtontwikkeling en de mate

the social rented sector, Urban Studies, 39, 219-235. Corpovenista.

Smith, N. (2002), New globalism, new urbanism: gentrification as global urban strategy. Antipode ,34, 427-450.

strategy: social control and social cohesion in Hoogvliet, Rotterdam. Environment and Planning A, 39, 125-141

Notes 1

Zie ook de bijdrage van Van Gent en Musterd in dit nummer, waarin wordt aange-

2

Zie de bijdrage van Veldboer en Kleinhans in dit nummer, waarin het proces van

toond dat buurten een bepaalde functie hebben voor bepaalde typen huishoudens. milde gentrification in onder andere de Oosterparkbuurt verder wordt beschreven.

waarin doelstellingen kunnen worden bereikt. Een betere afstemming Y

zou de effectiviteit van interventies ten goede komen.


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 50

Best Persons: professionals die het verschil maken Buiten de lijntjes kleuren, creatief omgaan met regels en voorschriften en goed naar de bewoners kunnen luisteren. Het zijn slechts enkele kwaliteiten van professionals die het verschil maken: de best persons.

Een wijkagent biedt een vuurtje aan een jongere naast het Cruijff Court in de Rotterdamse probleemwijk Kralinger Esch. Een cruciaal punt in de communicatie is het opbouwen van een vertrouwensrelatie met de bewoners (Foto David Rozing / Hollandse Hoogte)

Ton van der Pennen (OTB, TU Delft)

tiviteit van de maatregelen bepaald kunnen

persoonlijke inspanningen. Met ons onder-

worden. Ook de cruciale rol van professionele

zoek wilden we in deze kennisleemte voorzien.

De problematiek in achterstandswijken is

organisaties en samenwerkingsverbanden is

complex en hardnekkig. Het is een terug-

onderwerp van veel onderzoek. Hierbij is

We volgden in ons onderzoek circa veertig

kerende vraag of iets aan de achterliggende

echter minder aandacht voor de manier

professionals, die betrokken zijn bij de

oorzaken gedaan kan worden, welke investe-

waarop afzonderlijke professionals hun

stedelijke vernieuwing (Van de Brink e.a. 2012).

ringen het meest gepast zijn en hoe de effec-

bijdrage leveren en de betekenis van hun

Ze waren geselecteerd uit uiteenlopende


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 51

domeinen, zoals de zorg, de media, het

gaat het niet alleen om objectieve inzichten

De professionals om wie het hier gaat hebben

bestuur, het jongerenwerk, welzijn, cultuur,

of professionele vaardigheden, maar juist

de ruimte gekregen in het beleidsnetwerk

kunst en de politie, en ze waren opgevallen.

ook om subjectieve idealen en waarden die

rond de stedelijke vernieuwing en hebben

Ze maakten het verschil, zoals werd gezegd.

een complexe uitvoeringspraktijk richting

deze ruimte naar eigen inzicht ingevuld.

geven. De bijzondere situaties hebben

Zo laten hun verhalen zich lezen. Het zijn

Ons onderzoek naar het doen het laten van

betrekking op de achterstandswijken waar

mensen die bij de vernieuwing van een achter-

uitvoerende professionals komt niet uit de

persoonlijke slagkracht van doorslaggevende

standswijk op een onorthodoxe wijze hun

lucht vallen. Het past in een wetenschappe-

betekenis wordt gevonden. Het gaat niet om

inbreng leveren. Zij hebben met elkaar

lijk traditie die met Lipskyâ&#x20AC;&#x2122;s Street level

praktijken die in allerlei omstandigheden het

gemeen dat ze in hun dagelijks werk op een

Bureaucracy (1980) is gestart en sluit aan bij

beste zijn (best practices), maar om personen

complexe en weerbarstige sociale realiteit

een actueel bestuurlijk debat. Het is hierbij

die het in specifieke situaties bijzonder goed

stuiten en ervaren dat deze zich niet laat

de vraag hoe professionals in bijzondere

doen (best persons).

vangen met gangbare denkkaders en richt­

situaties kunnen worden ingezet. Daarbij

lijnen. Hun aanpak wordt daarom in belang-

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 52

rijke mate gestuurd door de logica van de

is een kenmerkende houding voor de best

gebruik en/of psychiatrische problematiek?

alledaagse leefwereld van bewoners. Ze zoe-

persons. Luisteren heeft te maken met

Moet er iets aan woningonderhoud gedaan

ken naar kansen voor bewoners en werken

oprechte belangstelling, maar ook met je

worden? Zijn er aanwijzingen voor fraude

samen in vitale coalities. Ze leveren daarmee

kunnen inleven in anderen en de juiste vragen

met een uitkering? Zijn de ouders in staat tot

een bijdrage aan de transformatie van pro-

stellen. Om goed te kunnen luisteren, moet

opvoeden? Spelen schulden of huurachter-

bleemwijken naar leefbare wijken.

je geduld opbrengen. Luisteren vraagt aan-

stand wellicht een rol? Ze hebben een

dacht en het uitstellen van je oordeel. Het is

holistische benadering van de problematiek,

Hoe verschillend hun beleidsdomein ook

de meest directe manier om dichter bij de

benaderen die niet primair vanuit hun

was, deze professionals lieten allemaal een

leefwereld en het perspectief van de bewoners

professionele specialisme. Elk van deze vragen

aantal onderscheiden rollen zien: ontdek-

te komen.

leidt tot ingrepen die op de kortst mogelijke

kingsreiziger, alledaagse doener, frontlinie-

termijn gedaan moeten worden.

werker, sociaal ondernemer,

Ze herkennen de marginale positie van

grensoverschrijder en bruggenbouwer.

mensen voor wie zij zich inzetten, bijvoorbeeld

In deze rollen komen hun kwaliteiten tot uit-

omdat ze zelf uit een arm gezin komen. Maar

drukking en worden in dit artikel verkend.

positieve ervaringen spelen evengoed een

en organisaties een vooruitgeschoven positie

de frontliniewerker Best persons nemen vanuit de instituties

rol, bijvoorbeeld de herinnering aan een

in als frontliniewerker, waarbij ze dicht bij de

de ontdekkingsreiziger

onbezorgde jeugd waarin ze de kans kregen

bewoners gaan staan. Ze hebben het vermo-

Eén van de meest kenmerkende eigen-

om allerlei ontdekkingen te doen. Die kans

gen om naar hen te luisteren, ook wanneer ze

schappen van de best persons uit ons onder-

willen ze ook aan de jongeren in hun werk-

met een harde boodschap bij wijkbewoners

zoek is dat ze zich onttrekken aan de

veld geven. Mede daarom gaan ze vaak een

in huis komen. Een cruciaal punt in hun com-

heersende probleemdefinities. Ze zijn boven-

persoonlijke relatie aan met specifieke

municatie is dat ze een vertrouwensrelatie

dien niet zo snel geïmponeerd door de uit-

groepen, zoals etnische minderheden of

weten op te bouwen met de bewoners. Dat is

komsten van gangbare dataverzamelingen.

een bepaald soort jongeren.

lang niet altijd gemakkelijk, gegeven bijvoorbeeld het wantrouwen dat bepaalde jonge-

Ze gaan liever met wijkbewoners zelf in gesprek om langs die weg lokale kennis te

de alledaagse doener

ren jegens de politie koesteren. In gevallen

ontwikkelen. Deze bijzondere professionals

waar de afstand tussen bewoners en profes-

gaan als het ware op ontdekkingsreis en

hoge mate van bevlogenheid. Ze letten bij

sionals haast onoverbrugbaar is, wordt een

proberen de sociale werkelijkheid te begrijpen

hun werk niet op kantooruren. Een carrière-

intermediair ingeschakeld. Extra aan het

vanuit het perspectief van de bewoners.

perspectief binnen de organisatie is ook niet

reguliere politiewerk is voor politieman en

Overigens leidt die kennis niet alleen tot

hun eerste drijfveer. Maar bevlogenheid

frontliniewerker Hans het inzetten van de

Alledaagse doeners vallen op door een

andere inzichten, maar ook tot andere priori-

alleen is niet genoeg. Vroeg of laat moet hun

zogenoemde rolmodellen bij de ordehand­

teiten bij het aanpakken van de problematiek

energie ook een zichtbaar resultaat opleveren.

having in het publieke domein (zie kader).

en tot het inzetten van andere middelen.

Het bereiken van hun doel heeft een zeker

Als een regisseur ‘cast’ hij geschikte ‘modellen’

pragmatisme in zich, dat echter niet verward

uit de plaatselijke voetbalverenigingen, de

Om dat soort lokale kennis te verwerven,

mag worden met kortetermijndenken; het

moskee, de belangen- en zelforganisaties.

moeten professionals afstand nemen van

gaat om effectieve strategieën die worden

Vertrouwenspersonen worden ingezet om

denkwijzen van hun manager of van uit-

gevolgd. Voor het adequaat en efficiënt

de communicatie tussen (psycho)medische

gangspunten die ze tijdens hun opleiding

oplossen van problemen is het van belang

organisaties te verbeteren. Zaken worden aan

meekregen. ‘Niet aan de kant staan, maar

om veel aandacht te hebben voor een goede

de orde gesteld rond seksualiteit, familiale

erop afgaan’, ‘je oor daar te luisteren leggen’

probleemdefinitie. Je moet de zaken handig

eer of geloofsbeleving, waar verschillende

aanpakken, met invloedrijke figuren in

interpretaties aan worden gegeven.

Luisteren vraagt aandacht en het uitstellen van je oordeel

contact blijven, af en toe je doelen bijstellen en onverwachte kansen met beide handen

In zulke gevallen fungeren de best persons

aangrijpen.

als bemiddelaar tussen de leefwereld en de systeemwereld. De systeemwereld staat voor

De probleemoriëntatie van de alledaagse

de logica van de bureaucratie (instituties) en

doener is dus gericht op het vinden van

de leefwereld voor die van het alledaagse, het

oplossingen. Zo maken ze tijdens hun contact

niet-zakelijke leven. In achterstandswijken

met jongeren of bij een huisbezoek meteen

hebben mensen vaak minder ervaring met

een lijst van knelpunten. Is er sprake van

bureaucratische procedures, voelen zich

bedreiging of geweld? Gaat het om drugs­

machteloos tegenover organisaties of


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 53

Tegen het vigerende beleid in treedt Hans liever preventief dan repressief op

Hans werkt al zo’n dertig jaar bij de politie Haaglanden. Begonnen op

preventief dan repressief op. Zijn strategie is om rolmodellen in te

het politiebureau in de Schilderswijk in Den Haag, is hij in 2006 via

zetten bij de handhaving van de openbare orde. Zo stapt hij met zijn

een omzwerving in andere gebieden die beslist niet bekend staan

rolmodellen, inmiddels zo’n 800, bij de jaarlijkse oud- en nieuwjaars-

als ‘rustige’ woongebieden, terechtgekomen op het politiebureau

feesten op groepjes jongeren af en spreekt ze aan op hun gedrag.

Beresteinlaan in de Haagse wijk Morgenstond. Hij is zeer betrokken

De aanzienlijke schade die deze feesten doorgaans tot gevolg hadden,

bij de buurt en is er veelvuldig op straat te vinden. En soms is de

is tot een enkel incident teruggebracht. (Zie ook: www.bestpersons.eu)

buurt het toneel van dreiging en conflict. Een bekend fenomeen zijn de hangjongeren. Tegen het vigerende beleid in treedt Hans hier liever

wantrouwen ze. Een pendelaar, zoals een

het eens tegenzit. Het zijn voortrekkers die

een ander werkveld en biedt zo een andere

best person, tussen beide werelden is dan

zich gedurende vele jaren voor een bepaalde

invalshoek dan een traditionele aanpak.

hard nodig.

zaak en aanpak inzetten. Het spreekt voor

Hans zet, zoals gezegd, zijn rolmodellen in om

zich dat deze houding een zware wissel op

de openbare orde te handhaven. De waarde

henzelf trekt. Ze krijgen niet alleen te maken

van de inzet van rolmodellen als aanspreek-

met weerstand en tegenwerking vanuit de

punt voor (allochtone) jongeren, heeft zich in

projecten als sociaal ondernemer opgezet

institutionele wereld, maar soms ook met

de welzijnspraktijk bewezen en wordt door

(Leadbeater, 1997), waarmee hun initiatieven

argwaan of zelfs verzet in de wijken waar ze

Hans in de politiewereld geïntroduceerd.

een zekere herkenbaarheid en robuustheid

werken. Persoonlijke kwaliteiten als bevlogen-

Het wantrouwen dat er veelal bij jongeren

kregen. Om hun ambities te bereiken moesten

heid en enthousiasme zijn hun kracht, maar

bestaat tegenover de politie als repressieve

ongebaande paden worden bewandeld. In het

deze kwaliteiten kunnen juist ook een valkuil

institutie wordt doorbroken. Om ambities te

geval van politieman Hans legden het rijk, de

zijn. Mensen die bereid zijn om tot het

realiseren en doelen te bereiken is creativiteit

gemeenten en de politie de nadruk op meer

uiterste te gaan, lopen het risico dat zij op

nodig: om regels aan situaties aan te passen

repressie (‘tough on crime’), terwijl Hans met

een zeker moment opbranden.

en om domeinen en professionele grenzen te

de sociaal ondernemer Verschillende best persons hebben hun

zijn rolmodellen inzette met een preventief

overschrijden.

perspectief bij ordehandhaving.

de grensoverschrijder

Sociaal ondernemers tillen ambitieuze

een verschuiving van het ene werkveld naar

projecten van de grond en bouwen die voort-

het andere tot stand; een grensoverschrijding

der dan grensoverschrijders. In die betekenis

durend uit. Ze beschouwen eventuele weer-

dus. Een uitvoeringspraktijk die bekend is in

zijn best persons ‘boundary spanners’ (Richter

stand of kritiek doorgaans als een uitdaging.

een bepaald domein en daar zijn waarde

et al., 2006). Ze weten verbindingen te leggen

Ze laten zich niet gauw uit het veld slaan als

heeft bewezen, wordt getransformeerd naar

tussen personen, initiatieven of domeinen

Bijna alle gevolgde professionals brengen

de bruggenbouwer Bruggenbouwers gaan nog een stap ver-

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 54

die normaal gesproken ver uit elkaar liggen.

nemer’ zetten zij projecten op, waarbij ze vaak

Veel bureaucratische organisaties zijn inge-

met enige wrijving een eigen weg moeten

richt op arbeidsdeling en professionele

zoeken in de regelgeving, procedures en

specialisatie. Daarvoor wordt de complexe

cultuur van hun professionele organisatie.

realiteit als het ware in afzonderlijke domei-

Best persons brengen vaak ook een verschui-

nen opgedeeld, zoals zorg, wonen, religie,

ving aan van het ene werkveld naar het

welzijn en onderwijs. In een doorsneewijk

andere werkveld om een maatschappelijk

heeft deze specialisatie ongetwijfeld zin,

probleem aan te pakken. Als frontliniewerker

maar dat geldt veel minder voor de wijken

pendelen zij hiervoor tussen de leefwereld

waar problemen door elkaar lopen. Hoewel

en de systeemwereld.

iedereen erkent dat samenwerking nodig is, gaat dat in de praktijk gepaard met allerlei

Best Persons voegen zich als het ware in een

misverstanden en irritaties. Juist dan kunnen

‘tegenstroom’ (Van der Lans 2008) – een

bruggenbouwers een oplossing bieden.

tegenstroom tegen verdergaande bureau­

Literatuur

– Brink, G. van den, M. van Hulst, L. de Graaf, &

T. van der Pennen (2012). Best Persons en hun betekenis

voor de Nederlandse achterstandswijk. Den Haag: Boom/Lemma.

– Lans, J. van der (2008), De herovering van de werkvloer. Amsterdam: Augustus.

– Leadbeater, C. (1997), The Rise of the Social Entrepreneur. London: Demos.

– Richter, A., M. West & R. van Dick (2006), Boundary spanners’ identification, intergroup contact, and effective intergroup relations. Academy of

Management Journal, 49(6), pp. 1252-1269.

– Schön, D. (1983), The Reflective Practitioner. New York: Basic Books.

cratisering en rationalisering, waarin gesteld Bruggenbouwers zijn initiatiefrijk in net-

wordt dat professionals juist voluit de kans

werkvorming en werken als zodanig in teams

en ruimte moet worden geboden om zich als

en organisaties, en vormen zo vitale coalities

persoon te verbinden met hun werk. Schön

in en om de wijken (Hendriks & Tops, 2005).

(1983) spreekt in dit verband over de ruimte

Hierbij gaat het om het smeden van sterke

geven aan reflectief professionalisme; de

banden. We hebben kunnen waarnemen dat

professional hoort en ziet hoe de sociale

er verbindingen worden gelegd tussen de

werkelijkheid door bewoners wordt ingevuld

verschillende talen of zienswijzen, die binnen

en vertaalt dat naar zijn uitvoeringspraktijk.

professionele disciplines nu eenmaal bestaan. Bruggenbouwers kennen de straat-

Het mag niet zo begrepen worden dat de

taal, maar ook de taal van het stadhuis.

kwaliteiten die in dit artikel de revue zijn

Ze weten bijvoorbeeld hoe de politie over

gepasseerd, in één persoon gebundeld zijn.

het gedrag van een groep jongens denkt,

De context waarin best persons opereren en

maar ook hoe zorgverleners hen zien.

waar hun kwaliteiten tot wasdom komen, zijn verschillend. Iedere wijksituatie en

ter afsluiting

bestuurlijke en politieke verhouding vraagt

om specifiek handelen, om bijzondere

In de termen die wij gebruiken om de

kwaliteiten van best persons te duiden wordt

professionals. Ofwel: vraag niet om een

met ‘alledaagse doener’, het praktische

receptenlijstje. Laat de verhalen van de

handelen van deze personen tot uitdrukking

best persons inspirerend zijn om de sociale

gebracht; de gerichtheid om oplossingen te

werkelijkheid ook buiten de lijntjes te

vinden voor zich aandienende problemen.

willen inkleuren.

Maar ook hun strategische vermogen om gepaste samenwerkingsverbanden te smeden,

Een eerdere versie van dit artikel (‘Er op af’ –

als bruggenbouwer, is voor deze bijzondere

professionals die opvallen) is met Eva Bosch

professionals van belang. Als ‘sociaal onder-

als paper gepresenteerd op het seminar Kennis Utrecht, 27 september 2012.

Y

Best Persons voegen zich als het ware in een ‘tegenstroom’

voor Krachtige Buurten. Nicis/Platform 31,


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 55

Collectieve zelfredzaamheid is geen wonderolie Buurtkracht is ‘in’. Mede door de crisis, bezuinigingen en wijzigende opvattingen over sociale ondersteuning staan nieuwe vormen van zelfredzaamheid en collectieve initiatieven in de schijnwerpers. Actieve collectieve inzet en eigentijdse sociale controle komen echter vaak moeizaam van de grond. Bewoners komen pas in actie als ze zich voldoende gesteund weten door medebewoners, maar ook door professionals. Investeren in collectieve zelfredzaamheid wordt pas succesvol als de buurt een zeker basisniveau van schoon, heel en veilig heeft.

Verbroedering in de Haagse Schilderswijk: het effect van evenementen is moeilijk meetbaar en toch zorgt het wel voor de ‘onderstutting’ van de onderlinge bekendheid in de buurt (Foto Arie Kievit / Hollandse Hoogte)

Reinout Kleinhans (OTB, TU Delft) en

sociale samenhang daarin speelt. We hanteren de term collectieve

Gideon Bolt (Universiteit Utrecht, Faculteit Geowetenschappen)

zelfredzaamheid: sociale samenhang tussen buurtbewoners en hun bereidheid om zich in te zetten voor gedeelde (buurt)belangen. Wij

Overheid, woningcorporaties en andere instellingen trekken zich

hebben dit onderzocht in zes wijken in Amsterdam, Rotterdam en

gewild of ongewild terug uit de frontlinies van buurten, hopend dat

Dordrecht (Kleinhans & Bolt, 2010). De conclusies uit de statistische

buurtbewoners zich organiseren om de ontstane leemten op te vul-

analyses en 120 interviews met bewoners en professionals zijn opval-

len. De vraag is in hoeverre buurtbewoners dat doen en welke rol

lend eenduidig: belangrijke onderdelen van collectieve zelfredzaam-

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 56

Groeiende publieke familiariteit mondt uit in collectieve zelfredzaamheid Pas als bewoners zich mede-eigenaar voelen van de publieke ruimte, zullen ze

anderen aanspreken op ongewenst gedrag, activiteiten ondernemen en relaties aangaan (Foto Frank Wassenberg)

heid, zoals sociale controle en actieve inzet, komen vaak moeizaam van de grond. Bewoners komen pas in actie als ze zich voldoende

achilleshiel Een prettig functionerende, maar niet benauwende sociale con-

gesteund weten door andere bewoners. En dit vergt een zeker basis-

trole is één van de hoogste treden van collectieve zelfredzaamheid,

niveau van schoon, heel en veilig.

vanuit de optiek van de zogenaamde participatieladder, die oploopt van informeren en consulteren naar gezamenlijk besluiten en uitein-

Het doel van dit artikel is om te illustreren hoe collectieve zelfred-

delijk uitkomt bij volledige zelfbeschikking van burgers. Voor de

zaamheid in buurten ‘werkt’ en onderhouden kan worden.

‘trede’ van een goed functionerende sociale controle moet naast enige mate van sociale samenhang aan een aantal basisvoorwaarden

basisprincipes van collectieve zelfredzaamheid Het belangrijkste mechanisme waarlangs collectieve zelfredzaam-

voldaan zijn. De achilleshiel van informele sociale controle is de angst voor een afwijzende, agressieve of zelfs gewelddadige reactie.

heid tot stand komt, is de mate van publieke familiariteit. Naarmate

Iedereen die met een ongewenste situatie te maken krijgt, maakt

er meer vluchtige, maar neutrale of positieve sociale interacties

onbewust of bewust een risico-inschatting voor het aanspreken van

plaatsvinden, neemt de kans op onderlinge bekendheid en sociale

de overlastgever. Op deze risico-inschatting zijn zeer uiteenlopende

samenhang toe en de kans op wantrouwen af. Een intensiever en

factoren van invloed: de publieke familiariteit, de aard van de ervaren

‘gewaagder’ uitvloeisel van publieke familiariteit is informele sociale

overlast, (on)gedeelde normen en opvattingen over het omgaan met

controle, waarbij individuele bewoners elkaar of passanten aanspre-

elkaar en de openbare ruimte, het gedrag van de ‘overlastgever(s)’,

ken op overtreding van bepaalde situationele normen (zie Blokland,

karaktereigenschappen en communicatieve vaardigheden van

2008). Met andere woorden: groeiende publieke familiariteit mondt

degene die de risico-inschatting maakt, berichtgeving in de media en,

uit in collectieve zelfredzaamheid.

last but not least, uiteenlopende omgevingsfactoren. Vuil, overlast en

In de interviews gaven bewoners aan dat ze eigenlijk pas bereid zijn

onveiligheid ondergraven collectieve zelfredzaamheid, omdat hier-

om zelf in actie te komen (tweede element van collectieve zelfred-

van het signaal uitgaat dat bewoners noch instituties zich nog

zaamheid) als ze de aangesprokene kennen of zich voldoende

bekommeren om het lot van de buurt. Dit kan tot een self-fulfilling

gesteund weten door andere bewoners, het vertrouwen hebben dat

prophecy leiden: bewoners vertrouwen er niet meer op dat er mensen

andere bewoners in een vergelijkbare situatie ook zouden ingrijpen,

in actie komen en voelen zich daardoor ook niet gesteund om dat zelf

en zich veilig voelen in de buurt. Dit zijn allemaal facetten van sociale

te doen.

samenhang (eerste element van collectieve zelfredzaamheid).


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 57

invloed op buurtontwikkeling

samen dingen doen

Het werkt ook andersom. Collectieve zelfredzaamheid kan posi-

De mate waarin bewoners elkaar (oppervlakkig) kennen, is cruci-

tieve consequenties hebben voor de ontwikkeling van de buurt.

aal voor de mate waarin actieve inzet en informele sociale controle

Tastbare, concrete voorbeelden zijn gezamenlijke bewonersinitiatie-

tot stand komen. Georganiseerde activiteiten waardoor buurtbewo-

ven om pleintjes en speelplaatsen te verfraaien en activiteiten te

ners elkaar (beter) leren kennen, spelen daarin een niet te verwaarlo-

organiseren die het leefklimaat direct ten goede komen. Minder tast-

zen rol. In debatten is wel eens neerbuigend gesproken over effecten

baar, maar niet minder belangrijke baten zijn een gevoel van veilig-

van buurtbarbecues en vergelijkbare sociale initiatieven. Wij kwamen

heid (‘ogen op straat’), minder ervaren overlast en criminaliteit, een

zeer uiteenlopende dingen tegen, zoals straatspeeldagen, plantjes-

gevoel van eigenaarschap over pleinen, speelplaatsen en andere

markten, aanleg van geveltuintjes, schoonmaakacties, inrichting van

openbare ruimtes, minder onderling wantrouwen, gevoel van thuis

speelplekken, lampionoptochten en ouderinitiatieven om blanke kin-

zijn in de buurt en voorkomen dat kinderen narigheid gaan uithalen.

deren collectief op een zwarte school in te schrijven.

De vooruitgang wordt geboekt op zaken waar bewoners zelf direct

Naast de kritiek dat effecten van zulke initiatieven kleinschalig,

invloed op kunnen uitoefenen.

moeilijk meetbaar of helemaal niet inzichtelijk te maken zijn, stellen

Van de genoemde baten gaat een belangrijk signaal uit: bewoners

critici dat het vooral gaat om activiteiten van bewoners die elkaar

kunnen zich mede door eigen toedoen thuis voelen in en trots zijn op

toch al kennen, of bewoners die dermate geëquipeerd zijn dat ze

de buurt, dat het ze iets kan schelen hoe het met de buurt gaat en dat

geen professionele ondersteuning nodig hebben.

verbeteringen binnen handbereik liggen. Dit is een krachtige buffer

Wij erkennen de vraagtekens die geplaatst kunnen worden bij het

tegen processen van buurtverval.

overbruggende karakter van zulke initiatieven. Tegelijkertijd zorgen ze voor de ‘onderstutting’ van de onderlinge bekendheid in de buurt.

exclusiviteit en reikwijdte

Deze onderstutting kan door verhuizingen en andere veranderingen

snel verdwijnen. Professionals kunnen bij de hierboven genoemde

Wij plaatsen ook kanttekeningen bij de reikwijdte van collectieve

zelfredzaamheid en het overbruggend karakter van bewonersinitia-

activiteiten relatief eenvoudig praktische zaken faciliteren die de

tieven. Oftewel: welke groepen ‘vallen’ binnen de collectieve zelfred-

kans op succes verhogen, zoals een beloningssysteem en het gebruik

zaamheid in een buurt, welke erbuiten? Om met het overbruggend

om niet van een gezamenlijke ruimte in een buurthuis of andere

karakter van initiatieven te beginnen: vaak worden activiteiten geor-

buurtfaciliteit.

ganiseerd door een specifieke groep bewoners. Hetzelfde geldt voor deelnemers aan de activiteiten. Daarmee worden de banden binnen

de gangmakers en de ‘tweede ring’

een groep bewoners versterkt, maar dat kan een uitsluitende werking

hebben op ‘nieuwkomers’ die wellicht belangstelling hebben.

individuen; de zogenaamde gangmakers. Dit zijn de bewoners die het

Collectieve zelfredzaamheid is geen wonderolie; de reikwijdte is

initiatief, de organisatie en de administratie op zich nemen en ande-

beperkt. Zelfs in buurten waar de collectieve zelfredzaamheid goed

ren op sleeptouw nemen. Waardering van hun vrijwillige inzet is cru-

ontwikkeld is, kunnen bewoners lang niet altijd voorkomen dat er

ciaal. Dat neemt niet weg dat gangmakers in de weg kunnen lopen

zaken gebeuren die op massale weerzin en verzet stuiten, zoals de

bij bewuste pogingen van professionals om meer en andere bewo-

vestiging van een coffeeshop. Externe (beleids)ontwikkelingen,

ners actief te betrekken bij bepaalde buurtaangelegenheden. Veel

vooral op hogere schaalniveaus dan de buurt zelf, zijn lastig te

bewoners willen best actief bijdragen of meedoen, maar vinden de

bestrijden via collectieve zelfredzaamheid. De oplossing voor

inhoud of vorm waarin gangmakers de participatie gieten, niet altijd

Niet iedereen heeft zin in een buurtbarbecue, geveltuin of lampion­ optocht

Veel initiatieven komen tot stand door de inzet van één of enkele

prettig of praktisch. Niet iedereen heeft zin in een buurtbarbecue, geveltuin of lampionoptocht. Ook Miriam van de Kamp laat in haar bijdrage zien hoe verschillende groepen bewoners verschillend vorm geven aan hun betrokkenheid. Die verschillen moeten (h)erkend worden. Een eenzijdige focus van de overheid op gangmakers maakt dat de ‘tweede ring’ van betrokken bewoners zich niet erkend en gesteund voelt en hun initiatieven en inzet onzichtbaar blijven. Het idee dat succesvolle actieve bewoners geen ondersteuning nodig

bepaalde leefbaarheidsproblemen moet op zijn minst gedeeltelijk

zouden hebben of wensen, wordt door ons onderzoek echter gelo-

binnen de invloedssfeer van bewoners liggen. Dat impliceert ook dat

genstraft. Geïnterviewde gangmakers, maar ook bewoners uit de

de oorzaak voor ervaren problemen grotendeels in de buurt zelf te

‘tweede ring’ gaven vaak aan gebaat te zijn bij alerte, maar beschei-

vinden moet zijn. Meer structurele en exogene oorzaken van buurt-

den opererende professionals die helpen bij het leggen van contacten

verval zullen in veel gevallen een brug te ver zijn om door bewoners

met formele instanties (zie ook de bijdrage van Miriam van de Kamp

effectief aangepakt te kunnen worden.

alsmede Van den Brink e.a., 2012), maar ook met bewoners uit ver-

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 58

schillende etnische groepen. Het gaat niet alleen om geld. Belangrijk

Het vergroten van het gevoel van (mede-)eigenaarschap draagt wel

is dat zowel gangmakers als de ‘onzichtbare betrokkenen’ hun weg

het risico van ‘zachte’ uitsluitingspraktijken in zich. Dit is te prefere-

kunnen vinden binnen instanties en dat die zich coöperatief opstel-

ren boven een situatie waarin niemand zich verbonden voelt met of

len, al staat de bewonerslogica regelmatig op gespannen voet met de

thuis voelt in de openbare ruimte. In de woorden van Uitermark en

institutionele logica (zie ook WRR, 2005).

Duyendak (2006): ‘Het idee dat bewoners zelf initiatieven zullen nemen als de overheid hun maar de ruimte laat, is naïef: zeker in ach-

Zelfredzaamheid is juist in kwetsbare buurten niet hetzelfde als ‘zoek het maar zelf uit’

terstandswijken geldt dat actief ruimte moet worden gecreëerd […] De heemding van een voorheen gure publieke ruimte is de sleutel tot het realiseren van andere doelen, zoals normhandhaving, burgerschap en sociale cohesie. Pas als bewoners zich mede-eigenaar voelen van de publieke ruimte, zullen ze anderen aanspreken op ongewenst gedrag, activiteiten ondernemen en relaties aangaan’ (ibid., p. 23). Het creëren van gevel- en bloementuintjes, speelplaatsen en andere inrichtingen door buurtbewoners is de meest tastbare strategie om dat te doen.

de basis is schoon, heel en veilig

conclusies en aanbevelingen

Dit onderzoek heeft het sterke verband tussen wanorde (sociaal

Wij begonnen dit artikel met de constatering dat overheden en

en fysiek) en collectieve redzaamheid opnieuw aangetoond (zie ook

andere instituties volop zoeken naar eigentijdse vormen van burger-

Blokland, 2008; Keizer e.a., 2010). Een bepaald basisniveau op de trits

schap, zelfredzaamheid en collectieve initiatieven in stadsbuurten. In

schoon, heel en veilig is misschien wel de meest cruciale randvoor-

de ijver van deze zoektocht is het gevaar levensgroot dat de meest

waarde voor collectieve zelfredzaamheid. Eerder beschreven wij dat

cruciale voorwaarde voor collectieve zelfredzaamheid veronacht-

vervuiling, overlast en onveiligheid (het potentieel voor) de collec-

zaamd wordt: een zeker basisniveau van schoon, heel en veilig.

tieve zelfredzaamheid direct ondermijnen, mede omdat het dan

Hieronder formuleren we enkele aanbevelingen, waarmee zowel dit

steeds meer lijkt dat niemand zich echt om de buurt bekommert. Het

basisniveau als de collectieve zelfredzaamheid gestimuleerd kunnen

gevaar van een self-fulfilling prophecy ligt dan op de loer. In buurten

worden:

waar (te)veel problemen zijn, vinden bewoners het risico van actieve

– Moedig gezamenlijke bewonersinitiatieven en activiteiten aan en

sociale controle te groot. Bovendien voelen ze zich niet gesteund en denken dat hun initiatieven en goed gedrag een druppel op de gloeiende plaat vormen.

faciliteer ze op bescheiden wijze – Ondersteun de gangmakers, maar steek ook energie in de ‘tweede ring’

Het waarborgen van een basisniveau van schoon, heel en veilig is pri-

– Behoud of intensiveer een slimme inzet op schoon, heel en veilig

mair een taak van gemeenten, woningcorporaties en politie.

– Zet in op eigenaarschap in de openbare ruimte

Daardoor kunnen zij eerder als een geloofwaardige partner voor Tot slot: het ‘maken’ en bestendigen van collectieve zelfredzaamheid

zaamheid. Bewoners zijn sneller geneigd om in hun buurt en in con-

is primair een aangelegenheid voor bewoners. Het is echter naïef om

tacten in de buurt te investeren, wanneer zij er vertrouwen in hebben

te veronderstellen dat ze dit altijd zonder ondersteuning kunnen.

dat het wel goed komt met de buurt; een punt dat ook Miriam van de

Zelfredzaamheid is juist in kwetsbare buurten niet hetzelfde als ‘zoek

Kamp maakt. Het doel is ook niet om bewoners allerlei zaken uit han-

het maar zelf uit’.

den te nemen, maar om optimale condities te creëren waaronder zij met succes de schouders kunnen zetten onder de leefbaarheid en sociale samenhang. Juist als een overheid veel van buurtbewoners vraagt (‘verantwoordelijkheid nemen’) moet zij zelf een smetteloos blazoen hebben op haar eigen verantwoordelijkheden. eigenaarschap

In de onderzoeksbuurten waar de ergste vervuiling, overlast en

onveiligheid opgelost waren, leken bewoners behoefte te hebben aan verfraaiing en informele toe-eigening van pleintjes, speelplekken en plantsoenen. Op de plekken waar dit handen en voeten kreeg, zagen wij een versterking van de sociale samenhang, informele sociale controle en het gevoel van thuis zijn in en verbondenheid met de buurt.

Literatuur

– Blokland, T. (2008). Oog voor elkaar. Veiligheidsbeleving en sociale controle in de grote stad. Amsterdam: Amsterdam University Press.

– Brink, G., Hulst, M. van, Graaf, L. de & T. van der Pennen (2012). Best persons en hun betekenis voor de Nederlandse achterstandswijk. Den Haag: Boom Lemma.

– Keizer, K., Lindenberg, S. & Steg, L. (2008). The spreading of disorder. Science, 322, 12 December 2008, pp. 1681-1685.

– Kleinhans, R. & Bolt, G. (2010). Vertrouwen houden in de buurt. Verval, opleving en collectieve zelfredzaamheid in stadsbuurten. Delft/Den Haag: Onderzoeksinstituut OTB / Nicis Institute.

– Uitermark, J. & Duyvendak, J.W. (2006). Ruimte maken voor straatburgerschap. Essay Mensen Maken de Stad. Rotterdam: Project Sociale Integratie.

– Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2005). Vertrouwen in de buurt. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Y

bewoners optreden ten behoeve van een sterkere collectieve zelfred-


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 59

Inzet van bewoners maakt het verschil in Haagse Regentessekwartier

Door bezuinigingen en het afromen van de gelden van woningcorporaties zijn gemeenten op zoek naar nieuwe partijen en coalities om te kunnen blijven investeren in de stad. Bewonersinitiatieven zouden in dat kader een belangrijke rol kunnen gaan spelen. Het Haagse Regentessekwartier laat zien dat de inzet van bewoners bij de revitalisering essentieel is.

Emma’s Hof is een voorbeeld van hoe het wèl kan:

middenin de buurt is een open stadstuin gecreëerd (Foto Nelleke Mineur)

Miriam van de Kamp (Universiteit Leiden/

en achterstanden in de meest problematische

Jane Jacobs en Charles Landry, twee spraak-

Campus Den Haag, Centre for Modern Urban

wijken aan te pakken. Sloop en nieuwbouw

makende wetenschappers over de stad,

Studies)

of juist renovatie moeten zorgen voor betere

concluderen dat er geen grote veranderingen

woningen en een aantrekkelijke fysieke

nodig zijn om een wijk nieuw leven in te

Op landelijk en op stedelijk niveau zijn de

uitstraling. Inzet op welzijn en veiligheid

blazen. Zij kennen vooral veel waarde toe aan

afgelopen jaren plannen gemaakt om verval

beoogt een prettiger leefklimaat te creëren.

kleinschalige initiatieven van betrokken

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 60

Een goed voorbeeld is van Landry’s constatering dat het verbazingwekkend is hoe

gewone mensen soms het onverwachte waarmaken, is de realisatie van een stadstuin, Emma’s Hof, tussen 2007 en 2011 (Foto Inge van Mill / Hollandse Hoogte)

Regentessekwartier, te belichten en aan te

het haagse regentessekwartier

met de mensen, de gebouwen als het dage-

geven hoe zij zich verhouden tot gemeentelijk

lijkse leven, kan tot allerlei projecten leiden

beleid en in hoeverre zij kunnen bijdragen

casussen in het onderzoek Revitalisering van

die gericht zijn op de verbetering van het

aan een leefbare buurt. Het Regentesse­

stadsbuurten dat wordt uitgevoerd binnen

leefklimaat.

kwartier is met zijn grote particuliere

een onderzoeksproject over sociale mobiliteit

In beleid en onderzoek is er tot nu toe relatief

woningvoorraad geen achterstandswijk, maar

van individuen, groepen en buurten. De wijk is

weinig aandacht voor deze bewonersinitia-

zit na een mindere periode met grootstede-

een duidelijk voorbeeld van een vooroorlogse

tieven, terwijl gemeenten zich steeds meer

lijke problemen weer in de lift. Het bestuderen

stadsbuurt die na een periode van verval weer

beraden op waar zij op moeten inzetten en

van bewonersinitiatieven in zo’n verande-

aan populariteit heeft gewonnen, zoals we

wat zij kunnen loslaten. Het doel van dit

ringsproces is relevant om meer te leren over

dat ook in andere grote Nederlandse steden

artikel is om een aantal van deze initiatieven

het ontstaan en de werking daarvan.

zien.

bewoners. Hun binding met de buurt, zowel

binnen een buurt, in dit geval het Haagse

Het Regentessekwartier is een van de


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 61

Veel buitenstaanders bestempelden het Regentessekwartier in de jaren tachtig als achterstandswijk ringen gaande en er deden zich problemen

bewoners initiatieven om de buurt aantrekke-

van ruimtelijke en sociale aard in de wijk die

voor die typerend waren voor de grote stad,

lijker te maken en trekt de buurt steeds meer

ontstond tussen 1880 en 1910. Veel gezinnen

maar niet zoveel om de term achterstandswijk

nieuwe eigenaar-bewoners. Liefde voor een

verlieten de wijk, terwijl huisjesmelkers en

te rechtvaardigen. Om te voorkomen dat de

oud huis, lage huizenprijzen en de gunstige

drugsdealers hun plek innamen. De groten-

moeilijkheden zich zouden opstapelen, koos

ligging ten opzichte van het centrum en het

deels particuliere woningen en de openbare

de gemeente eind jaren tachtig voor behoed-

strand spelen hierbij een belangrijke rol.

ruimte raakten vervuild en vervallen. Veel

zame stadsvernieuwing. De allerslechtste

buitenstaanders bestempelden het

panden uit de sociale huursector werden

Regentessekwartier daardoor in die tijd als

gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

achterstandswijk. Op ambtelijk niveau zag

Daarnaast stimuleerde men particuliere

vernieuwing richtten bewoners in 1980 uit

men dat anders. Er waren duidelijk verande-

woningverbetering. Vanaf die tijd ontplooien

onvrede met de staat waarin de wijk ver-

In de jaren tachtig ontstonden er problemen

bewonersinitiatieven in de wijk Al voor het besluit tot behoedzame stadsY


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 62

‘Het gevoel serieus genomen te worden is de factor voor het slagen van een project’ De allerslechtste panden uit de sociale huursector zijn gesloopt en vervangen door nieuwbouw (Foto Miriam van de Kamp)

keerde en met het gemeentelijk beleid de

voor zichzelf wel wat in een faciliterende rol,

BOM ReVa was vooral in de periode 1992 – 2002

bewonersorganisatie Regentesse-Valkenbos­

in plaats van een uitvoerende. Voor de

actief en droeg sterk bij aan het opknappen

kwartier (BoReVa) op. Het voorkomen van de

oprichting van de Buurtontwikkelings­

van de buurt. De sleutel voor het succes van

uitvoering van gemeentelijke sloopplannen

maatschappij Regentesse-Valkenboskwartier

dit initiatief lijkt te hebben gelegen in het

en een beter onderhouden publieke ruimte

(BOM ReVa) verleende zij daarom een start-

gezamenlijk optrekken van een aantal organi-

vormde een gezamenlijk doel. Protest tegen

subsidie van 250.000 gulden. Daarna moest

saties en de klik tussen een aantal mensen

het voorbestaan van de gasfabriek en de

men door het verlenen van diensten in de

op invloedrijke posities. Zo had de voorman

vuilnisbelt in de wijk leidde er mede toe dat

wijk het geld gaan verdienen om andere

van de BOM, Arie Schagen, goed contact met

beide in de jaren negentig gesloten werden.

buurtprojecten te financieren. De BOM richtte

wethouder Peter Noordanus, die openstond

zich vooral op fysiek beheer: de buurt schoon,

voor ongebruikelijke samenwerking met

De gemeentelijke plannen voor de aanpak

heel en veilig houden. Vanuit de gemeente-

creatieve individuen en daardoor gemakkelijk

van de publieke ruimte en de herontwikkeling

lijke banenpool en via de Melkertregeling

viel in te schakelen (zie Hendriks 2002).

van bepaalde panden lieten volgens de

zette zij veegploegen en een klussendienst

Daarnaast was ook het ambtelijk apparaat

bewonersorganisatie echter te lang op zich

op. Daarnaast stond de organisatie op de

positief en wilde het zich voor de plannen

wachten. Moe geworden van het eindeloos

bres voor behoud van het pand van voormalig

inzetten.

vergaderen daarover besloot BoReVa in 1992

zwembad De Regentes en de transformatie

een bedrijf op te zetten om een aantal pro-

daarvan tot een theater. Ook richtte zij zich

In tegenstelling tot BOM ReVa is de bewoners-

blemen zelf aan te pakken. De gemeente zag

op de herinrichting van pleinen in de wijk.

organisatie nog altijd actief. Bestuursleden


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 63

ervaren wel dat de korte lijnen die zij vroeger

was voor de aankoop van de grond, de sloop

er een groep bewoners die niet over deze

hadden met gemeenteambtenaren langzaam

van het vervallen pand en het ontwerp en de

professionele bagage beschikt, maar die de

zijn verdwenen. Zij zien dit met lede ogen

aanleg van de stadstuin. Op 14 juni 2011

barricaden opgaan – samen met de stedelijke

aan: ‘Het gevoel serieus genomen te worden

opende wethouder Marnix Norder de tuin

professionals – als gemeentelijke plannen in

is de factor voor het slagen van een project.

officieel.

hun ogen de buurt niet verder helpen of als ingrijpen noodzakelijk is, maar de politiek

Hoe de gemeente reageert en antwoordt op

niet snel genoeg in actie komt.

vragen en problemen is belangrijk.’ Voor een

Veel bewoners benadrukken hoe bijzonder

groeiende groep bewoners staat de bewoners-

zij het vinden dat het project daadwerkelijk

organisatie verder van hen af. Zij voelen zich

gerealiseerd is, en op initiatief van bewoners

De actieve rol van bewoners en de aanwezig-

niet aangesproken door een organisatie die

uit de Galileïstraat – niet door de bewoners-

heid van een groot aantal ingezetenen met

volgens hen vooral de problemen in de buurt

organisatie, het stadsdeel of de gemeente.

professionele kennis over stedelijke ontwik-

benoemt om zo subsidies veilig te stellen of

Eén van hen zei heel treffend: ‘Ik vraag me

kelingen lijkt te zijn verbonden met de

richten zich meer op activiteiten in hun eigen

weleens af of de wijk wel de juiste ingang is

omvangrijke particuliere vooroorlogse

straat dan op wijkniveau.

voor verbetering. Wat is de juiste schaal voor

woningvoorraad in het Regentessekwartier.

participatie, om dingen te organiseren?

Voor de renovatie en het onderhoud van deze

Een bewonersinitiatief op straatniveau, dat

Emma’s Hof is een voorbeeld van hoe het wèl

panden was (en is) de gemeente afhankelijk

ook een goed voorbeeld is van Landry’s

kan. Daar wordt middenin de buurt een open

van de eigenaren. Zij kan dat alleen stimuleren

constatering dat het verbazingwekkend is

stadstuin gecreëerd. Vijftien tot twintig

en sturen op de (her)inrichting en kwaliteit

hoe gewone mensen soms het onverwachte

mensen uit de straat zetten zich daar vrijwillig

van de openbare ruimte. Doordat veel bewo-

waarmaken, is de realisatie van een stads-

voor in, geven het power.’ Het bewoners­

ners eigenaar zijn, hebben zij geïnvesteerd in

tuin, Emma’s Hof, tussen 2007 en 2011. Uit

initiatief zorgt ook nu de tuin is gerealiseerd

hun huis en derhalve belang bij een leefbare

ergernis over een vervallen en leegstaand

voor een blijvende betrokkenheid. Een groep

buurt. Zij zullen daardoor eerder bereid zijn

gebouw in hun achtertuin en een gebrek

vrijwilligers zorgt voor het beheer van de

om in actie te komen als het slechter dreigt

aan groen in de buurt werd het plan daar-

tuin, de zogeheten groengroep, terwijl de

te gaan met de buurt. Het opvallend hoge

voor geboren op een straatfeest van de

onderhoudskosten worden betaald uit

aantal stedelijke professionals lijkt verband te

Galileïstraat. Zes buurtgenoten vormden een

donaties van de Vrienden van Emma’s Hof.

initiatiefgroep, verzamelden ruim 290 hand-

houden met de wat mindere naam die de wijk een tijd had in combinatie met de centraal

tekeningen voor hun plan en presenteerden

hart voor de buurt

gelegen vooroorlogse woningen. De dubieuze

dat aan de gemeente (Wesselink 2010).

reputatie schrok deze groep bewoners niet

Onvrede met de bestaande situatie is de

belangrijkste reden voor bewoners om in

af. Zij wisten daar beroepshalve doorheen te

Wethouder Marnix Norder en het stadsdeel

actie te komen, zo ook in het Regentesse­

prikken en zagen het Regentessekwartier als

Segbroek reageerden enthousiast en stelden

kwartier. Verbetering van die situatie vormt

een wijk in opkomst.

540.000 euro beschikbaar. De in 2009 opge-

een gezamenlijk doel en creëert daarmee

richte stichting Stadstuin Emma’s Hof was

onderlinge verbondenheid. Volgens Jacobs

De casus van het Regentessekwartier toont

daarnaast zeer succesvol in het aanvragen

(1993) is dat laatste een voorwaarde om een

dat in een buurt verschillende initiatieven,

van gelden bij onder andere het Europees

buurt levendig en aantrekkelijk te maken;

geleid door steeds andere bewoners, naast

Fonds voor Regionale Ontwikkeling,

er moet een substantiële groep mensen zijn

elkaar kunnen bestaan. Een initiatief kan de

Fonds 1818 en de Koninklijke Nederlandse

die zich persoonlijk verbonden voelt met de

banden van een specifieke groep bewoners

Heidemaatschappij. De initiatiefnemers

buurt. Kleinhans en Bolt laten in hun bijdrage

versterken. Kleinhans en Bolt waarschuwen

slaagden erin om het bedrag van een kleine

aan dit nummer zien dat er daarbinnen

elders in dit nummer dat het ook een uitslui-

1,5 miljoen euro bij elkaar te krijgen dat nodig

gangmakers moeten zijn die het initiatief

tende werking kan hebben. In het

Wat is de juiste schaal voor participatie, om dingen te organiseren?

nemen en dragen. Dat is in het Regentesse­

Regentessekwartier lijkt eerder sprake te zijn

kwartier ook het geval, maar wat de situatie

van diverse benaderingen voor het verbeteren

hier bijzonder maakt is dat er redelijk wat

van de buurt dan dat mensen niet welkom

stedelijke professionals wonen – mensen die

zijn. Bij allen komt het voort uit hart hebben

zich in hun werk bezighouden met ruimtelijke

voor de buurt. De verschillende initiatieven

ontwikkeling of welzijn op buurt- of stads­

zorgen samen voor ontmoetingen tussen

niveau. Zij nemen het voortouw bij bewoners-

bewoners en het opknappen van (een deel

initiatieven in de buurt en weten door hun

van de) buurt en dragen daarmee bij aan de

achtergrond de juiste wegen te bewandelen

leefbaarheid daarvan.

om deze van de grond te krijgen. Daarnaast is

Y


NovaTerra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013 / 64

bewonersinitiatieven en revitalisering

initiatieven en het zorg dragen voor een

schone, hele en veilige omgeving tot grotere

liere woningvoorraad, zoals het Regentesse­

fysieke ingrepen, zoals in veel naoorlogse

kwartier, is de inzet van bewoners bij de

Nederlandse stadsbuurten het geval is

revitalisering essentieel. De belichte initia-

geweest. In alle gevallen zijn voor het omgaan

tieven in deze wijk laten zien dat bewoners

met en stimuleren van bewonersinitiatieven

een belangrijke bijdrage kunnen leveren

het beste de volgende spelregels te hanteren:

aan het opnieuw tot leven wekken van een

– waardeer de vrijwillige inzet van bewoners

vooroorlogse stadsbuurt. De belangrijkste

voor de leefbaarheid van hun buurt.

factoren voor succes en realisatie van een

– neem bewonersinitiatieven serieus.

bewonersinitiatief lijken te zijn: een hoog

– sta open voor ongebruikelijke vormen van

aandeel eigenaar-bewoners die een direct

samenwerking om te werken aan leefbare

belang hebben bij verbetering van hun buurt,

buurten.

alsook de kennis en het netwerk om dat te

– bied in ondersteuningsprogramma’s

bereiken. Daarnaast is het van belang dat er

ruimte voor verschillende soorten

een gezamenlijk doel is, dat er een klik is

bewonersinitiatieven; geen enkele buurt

tussen mensen op relevante posities en dat

is hetzelfde en ook bewoners verschillen.

bewoners in het gehele traject stuurlui blijven, maar wel wind in de zeilen krijgen door waardering en ondersteuning van andere partijen, zoals de gemeente of een corporatie. Na verloop van tijd bestaat overigens wel het gevaar dat bewoners zich minder betrokken of aangesproken voelen door een initiatief en dat het daardoor kracht

Literatuurlijst

– Hendriks, F. en P. Tops (2002) Het sloeg in als een bom. Vitaal stadbestuur en modern burgerschap in een Haagse stadsbuurt, Pijnenburg.

– Jacobs, J. (1993) The death and life of great American Cities, Modern Library.

– Landry, Ch. (2000) The Creative City. A toolkit for Urban Innovators, Comedia.

– Wesselink, K. (2010) ‘Vertrouwen groeit aan de

verliest. Zij lijken daarnaast eerder warm

keukentafel. Verrassend gelukt: een groene

te lopen voor hun straat dan voor de wijk

periodiek van KNHM 11, 12-15.

waarin zij wonen.

Sta open voor ongebruikelijke vormen van samenwerking Het ontstaan van bewonersinitiatieven in wijken als het Regentessekwartier betekent niet dat er op buurtniveau geen rol meer zou zijn voor de gemeente. Bewoners en gemeente kunnen het beste samen optrekken en elkaar aanvullen. De betrokkenheid van bewoners is nodig om aanzetten tot verandering te omarmen en deze te laten beklijven. De rol voor de gemeente in een revitaliseringsproces varieert, afhankelijk van de woningvoorraad, van het ondersteunen van

ontmoetingsplek’, Werkplaats voor de leefomgeving,

Y

In een wijk met een overheersend particu-


Naast onderzoek over wijken en buurten levert Platform31 nog twee belangrijke instrumenten voor de praktijk: de Wijkengids met lessen en ervaringen, en de kennisbank en -netwerk Wat Werkt in de Wijk.

waarom de wijkengids?

wat werkt in de wijk?

Met een druk op een knop lanceerde minister Spies (BZK) op

Veel professionals werken aan een betere wijk en stad. Soms met

4 april 2012 de online Wijkengids.

veel, soms met minder succes. Er is bij alle partijen behoefte om de

De wijkengids ondersteunt bij het vormgeven van de persoonlijke en

inzet beter te richten. Waarop moeten we de schaarse middelen

professionele betrokkenheid bij de wijk waarin iedereen werkt, woont

inzetten? Wat werkt? En hoe effectief is dat? In de eerste plaats leven

of beleidsmatig of bestuurlijk verantwoordelijk is. In de wijkengids

die vragen bij de wijkprofessionals zelf, die graag betere resultaten

zijn de belangrijkste lessen uit de publicaties die de afgelopen jaren

boeken. Ook de organisaties stellen die vraag steeds meer. Ze liggen

zijn verschenen over de wijkenaanpak gebundeld. Het gaat dan niet

intern en extern immers onder een vergrootglas en dienen hun uitga-

alleen om wat effectief is gebleken uit verschillende onderzoeken,

ven helder te verantwoorden. Kortom: er is momentum om te werken

maar ook wat volgens de praktijk waardevol is. In de wijkengids is

aan ‘Wat werkt in de wijk’.

beschikbare informatie verzameld en samengevat tot lessen. De gids is niet bedoeld om voor te schrijven hoe het moet en evenmin om

Het Platform31-netwerk biedt een instrument aan - Wat werkt in de

experimenten en vernieuwing in de kiem te smoren. De gids is bedoeld

wijk (WWW) – dat uitgaat van een perspectief op een andere wijk­

om handvatten te bieden aan alle betrokkenen die met vragen zitten

professionaliteit: één die systematisch en onderbouwd uitgaat van

over verschillende thema’s rondom wijkenaanpak en snel en op

‘wat werkt’ en waarin praktijk, beleid en wetenschap met elkaar

hoofdlijnen willen zien wat de beschikbare inzichten zijn. In de door-

verbonden worden. Het biedt direct toepasbare kennis over de

ontwikkeling van de Wijkengids in 2013 streven we naar een

effectiviteit van wijkinterventies. WWW is een actief partnernetwerk

‘Wijkipedia’ waarin alle betrokkenen bij wijkgericht werken zelf hun

gecombineerd met een interactieve kennisbank rond het thema

eigen ervaringen en inzichten kunnen toevoegen.

maatschappelijke effectiviteit in de wijk.

www.wijkengids.nl

www.watwerktindewijk.nl


Nova Terra / Speciale editie / Kennis voor Krachtige Buurten / juni 2013

nova terra / speciale editie / kennis voor krachtige buurten / juni 2013

1 voorwoord 2 kennis voor krachtige buurten 4 een nieuwe levensfase, een nieuw woonmilieu 9 het is goed wonen in de amsterdamse gentrificationwijken â&#x20AC;&#x201C;

maar voor hoe lang nog? 14 waterbedeffecten moet je niet overschatten 20 brede herhuisvesting: van zware problematiek naar stille muizen 23 betrek jongeren bij gedwongen verhuizing 27 hoe plan je de geleefde stad? 32 woon je fijner tussen gelijkgestemden? 38 branding heeft een toegevoegde waarde, ook in moeilijke wijken 43 gemeente en corporatie hebben verschillend doel bij buurtinterventies 50 best persons: professionals die het verschil maken 55 collectieve zelfredzaamheid is geen wonderolie 59 inzet van bewoners maakt het verschil in haagse regentessekwartier

Profile for Platform31

Nova Terra - juni 2013  

Kennis voor Krachtige Buurten

Nova Terra - juni 2013  

Kennis voor Krachtige Buurten

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded