Page 1

Meerwaarde uit samenwerking Strategisch Plan 2011 t/m 2014 van de Plant Sciences Group


STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4


Inhoud A. SAMENVATTING

2

B. INLEIDING

6

1. WAT KOMT ER OP ONS AF?

8 9 10 10 11

1.1 Mondiaal 1.2 Europees 1.3 Nationaal 1.4 Intern

2. WAAR STAAN WIJ? 2.1 SWOT-analyse 2.2 Wat zijn onze kernactiviteiten? 2.3 Wat is ons werkgebied? 2.4 Wie zijn onze concurrenten en wat onderscheidt ons van hen? 2.5 Wie zijn onze opdrachtgevers? 2.6 Wat is onze markt? 2.7 Hoe zijn we georganiseerd?

3. WAAR WILLEN WIJ NAARTOE? 3.1 Ambitie 3.2 Kernwaarden 3.3 Toekomstbeeld 3.4 Keuzes 3.4.1 Kwaliteit 3.4.2 Productiviteit 3.4.3 Maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie 3.4.4 Flexibiliteit en veerkracht 3.5 Medezeggenschap 3.6 Huisvesting 3.7 Borging Strategisch Plan

BIJLAGEN

12 13 15 15 16 17 18 18 20 21 21 22 23 24 25 28 34 37 37 38 39


A.

Samenvatting

DE PLANT SCIENCES GROUP HEEFT DE KENNIS EN FACILITEITEN IN HUIS OM DE MOGELIJKHEDEN VAN PLANTEN MAXIMAAL TE BENUTTEN EN TE EXPLOITEREN. DAARMEE WERKEN WIJ AAN DE KWALITEIT VAN LEVEN.


D

e wereld staat voor grote veranderingen. Door een sterke toename van de wereldbevolking in de komende 40 jaar en een stijgend welvaartsniveau neemt de vraag naar voedsel, grondstoffen en energie sterk toe. In het verleden hebben we

gezien hoe dit kan resulteren in milieuschade en nadelige effecten op ons klimaat. De grote uitdaging is dan ook om aan de groeiende consumptievraag te voldoen zonder het milieu onherstelbare schade te berokkenen. Planten bieden daartoe een onuitputtelijke bron van mogelijkheden: ze dienen als voedsel, grondstof en energiebron. De Plant Sciences Group (PSG) heeft de kennis en faciliteiten in huis om de mogelijkheden van planten maximaal te benutten en te exploiteren. Daarmee werkt PSG aan de kwaliteit van leven. De kracht van PSG ligt in de interactie tussen fundamenteel, strategisch en toegepast onderzoek. We richten ons daarbij op drie markten: het ontwikkelen van kennis (onderzoek), het overdragen van kennis (onderwijs) en het laten doorstromen van kennis naar de praktijk (kennisoverdracht). PSG bestaat uit twee onderdelen met elk een eigen identiteit: ऄ

Het Departement Plantenwetenschappen van Wageningen University dat zich richt op fundamenteel onderzoek en onderwijs in de plantenwetenschappen

ऄ

De DLO-instituten Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) en Plant Research International (PRI) die strategisch en toegepast onderzoek in samenwerking met de praktijk verrichten

Samenwerking tussen deze onderdelen biedt meerwaarde voor zowel onderwijs als onderzoek. Wij werken in een wereld die constant in beweging is. Daarom willen we veranderingen vroegtijdig herkennen en proberen we onze organisatie hierop continu aan te passen. Om adequaat op uitdagingen in te kunnen spelen, is het goed de zwaktes en sterktes van onze organisatie te benoemen en op basis hiervan een heldere strategie te formuleren. In onze strategie benoemen we ook wie onze partners en concurrenten zijn en hoe we flexibel kunnen inspelen op vragen uit het onderzoek en onderwijs. Om de goede strategische positie van PSG te bestendigen en te versterken is op basis van diverse analyses een aantal thema’s gekozen, waarop wij gericht zullen investeren. We willen actief werken aan een toename van het aantal studenten bij de BSc- en MSc-

A . S A M EN VAT T I N G

4


opleiding Plantenwetenschappen en aan de inbreng van PSG in de MSc-opleidingen Plantenbiotechnologie en Biologische Landbouw. Ook willen we de BSc-opleiding Biologie vergroten. Daarnaast zullen wij actief investeren in vier onderzoeksthema’s. Van drie van deze thema’s verwachten we dat ze onze marktpositie in onderwijs, onderzoek en kennisdoorstroming naar de praktijk zullen versterken. Het betreft de thema’s: 1.

Duurzame productie en klimaatverandering

2.

Gezondheid

3.

Groene grondstoffen

Bepalend voor de keuze van de thema’s is de mate waarin de onderwerpen wetenschappelijk, maatschappelijk en economisch relevant zijn. Naast deze thema’s richten we ons op het verbindende thema: 4.

Systeembiologie

PSG hanteert vijf kernwaarden: kwaliteit, klantgericht en onafhankelijk, ondernemend, samenwerken en maatschappelijk betrokken. Vanuit deze kernwaarden bedienen we een breed scala aan opdrachtgevers en zijn wij een aantrekkelijke onderwijsinstelling voor BSc-, MSc- en PhD-studenten, zowel nationaal als internationaal. Diverse onderdelen van PSG bevinden zich sinds 2009 voor een belangrijk deel in één gebouw. Hierdoor is een optimale afstemming mogelijk tussen personeel, faciliteiten en onderzoek en onderwijs. Dit draagt bij aan een goede marktpositie. We willen deze positie verder versterken door – bij een teruglopende overheidsfinanciering – meer opdrachten te verwerven bij andere opdrachtgevers. Onze grootste kracht is ons personeel en via gericht personeelsmanagement zorgen wij voor versterking van de individuele kwaliteiten van de medewerkers. Door te sturen op kosten verwachten wij de komende jaren een gezond bedrijfseconomisch rendement te kunnen behalen. PSG legt hiermee de basis om ook in de toekomst in de eigen ontwikkeling te kunnen blijven investeren. Wij zijn ervan overtuigd dat we met de keuzes zoals verwoord in dit Strategisch Plan, onze ambities waar kunnen maken en de Plant Sciences Group een gezonde en duurzame toekomst tegemoet kan zien.

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

5


A . S A M EN VAT T I N G

6


B.

Inleiding

ONZE AMBITIES KUNNEN WAARGEMAAKT WORDEN WANNEER ER ZOWEL BINNEN ALS BUITEN DE PSG NIEUWE SAMENWERKINGSVERBANDEN TOT STAND KOMEN DIE LEIDEN TOT INNOVATIEF ONDERZOEK EN VERNIEUWEND ONDERWIJS: MEERWAARDE UIT SAMENWERKING.


D

e wereld staat voor grote veranderingen. Door een sterke toename van de wereldbevolking in de komende 40 jaar en een stijgend welvaartsniveau neemt de vraag naar voedsel, grondstoffen en energie sterk toe. Bovendien heeft

ons menselijk handelen invloed op het klimaat. Wij staan voor de uitdaging om aan de toenemende consumptievraag te voldoen zonder het milieu onherstelbare schade te berokkenen. Planten bieden daartoe een onuitputtelijke bron van mogelijkheden: ze dienen als voeding, grondstof en energiebron. De Plant Sciences Group (PSG) heeft de kennis en faciliteiten in huis om de mogelijkheden van planten maximaal te benutten en te exploiteren. Daarmee werkt PSG aan de kwaliteit van leven. In dit Strategisch Plan verwoordt PSG haar ambities voor de jaren 2011 t/m 2014. Ambities die waargemaakt kunnen worden, wanneer er zowel binnen als buiten PSG nieuwe samenwerkingsverbanden tot stand komen die leiden tot innovatief onderzoek en vernieuwend onderwijs. Ons motto is daarom: meerwaarde uit samenwerking.

A . I N LEID IN G

8


1. Wat komt er

op ons af?

VOEDSELZEKERHEID, KLIMAATVERANDERING, ENERGIESCHAARSTE, GLOBALISERING, GEZONDHEID EN DE ECONOMISCHE CRISIS ZIJN GROTE MAATSCHAPPELIJKE PROBLEMEN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE FOCUS IN ONS WERK.


1.1 Mondiaal Voedselzekerheid, klimaatverandering, energieschaarste, globalisering, gezondheid en de economische crisis zijn grote maatschappelijke problemen, die van invloed zijn op de focus in ons werk. Volgens de Food and Agriculture Organisation van de Verenigde Naties groeit de wereldbevolking in de komende 40 jaar van zes naar negen miljard mensen. Bovendien stijgt het welvaartsniveau. Hierdoor stijgt zowel de vraag naar voedsel als naar groene grondstoffen voor producten en energie. De grote uitdaging is hoe we ervoor kunnen zorgen dat er voldoende voedsel en energie is voor de wereldbevolking, zonder de natuurlijke hulpbronnen uit te putten en het milieu onherstelbare schade toe te brengen. Hiervoor moeten nieuwe, duurzame vormen van productie worden ontwikkeld. Door de toegenomen communicatie- en vervoersmogelijkheden en het wegnemen van handelsbarrières vindt er bovendien een wereldwijde economische, politieke en culturele integratie plaats. EÊn van de gevolgen daarvan is dat productie steeds meer verschuift naar plaatsen waar dit vanuit kostenoogpunt het voordeligst is. Deze ontwikkeling heeft invloed op de sectoren waarvoor we werken. Verplaatsing van productie betekent verplaatsing naar andere omstandigheden, en dat betekent vraag naar uitgangsmateriaal en gewassen die zich op andere locaties goed kunnen ontwikkelen. Een ander gevolg van intensivering van handelsstromen en klimaatverandering is een toename van infectieziekten die via plant en dier worden verspreid. Dit is een potentieel risico voor de volksgezondheid.

Wetenschappelijk gezien verandert er de komende jaren veel. Zijn er de afgelopen decennia vooral doorbraken gerealiseerd op het gebied van genomics en nanotechnologie, te verwachten valt dat de komende jaren doorbraken voortvloeien uit het vertalen van de grote hoeveelheden verzamelde genetische informatie. Dat betekent dat bio-informatica verder in belang zal toenemen en dat systeembiologie en synthetische biologie de wetenschap sterk gaan beĂŻnvloeden. Binnen deze wetenschappelijke ontwikkelingen is basale biologische kennis en vertaling van kennis naar hogere aggregatieniveaus uitermate belangrijk.

1 . WAT K O M T ER OP ONS AF ?

10


EUROPA Gezondheid

MONDIAAL

Kaderprogramma 8

Voedselzekerheid

Regionalisering

NATIONAAL Verandering in kennislandschap

Gezondheid Klimaatverandering Energieschaarste

PLANT SCIENCES GROUP

Grondstofschaarste Globalisering Economische crisis Technologieontwikkeling

Toename publiek-private samenwerking Regionalisering

INTERN Strategisch Plan Wageningen UR 2011-2014 in ontwikkeling

Harde knip MSc - BSc Andere overheid

1.2 Europees EU-subsidies worden steeds vaker regionaal weggezet via programma’s als Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, Interreg en Euregio. In het Europese beleid is gezondheid een belangrijk item. In dit kader is er ondermeer veel aandacht voor de relatie tussen voeding en gezondheid. Het nieuwe Kaderprogramma 8 (KP8), dat naar verwachting in 2013 start, wordt voorbereid. Daarbij is het van belang kansen voor PSG te creëren en te identificeren. Voor KP8 verandert mogelijk de systematiek, waarbij landen thema’s adopteren en daarmee ook de coördinatie krijgen over EU-gelden voor zo’n thema.

1.3 Nationaal Publiek-private financiering van onderzoek blijkt voor de overheid een belangrijke keuze te zijn om private partijen optimaal van kennis te laten profiteren. Hierdoor is bij grote programma’s co-financiering steeds vaker een voorwaarde voor subsidies. Een deel van de middelen moet afkomstig zijn van private partijen. Op 1 januari 2012 komt er in Nederland een ‘harde knip’ tussen MSc en BSc. Dit betekent dat een student eerst de BSc moet hebben afgerond voordat hij/zij aan de MSc mag beginnen. Met deze knip zoekt Nederland internationaal aansluiting. De knip zal mogelijk

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

11


leiden tot een lager aantal studenten dat instroomt in de MSc. Niet alleen op Europees niveau maar ook nationaal is er een tendens naar regionalisering. De invloed van stadsregio’s als bestuurlijke entiteit groeit. Dat geldt ook voor regionale innovatiefondsen dan wel regionaal opgezette samenwerkingsverbanden die innovaties stimuleren. Met het aantreden van het nieuwe kabinet Rutte-Verhagen en de door dit kabinet aangekondigde noodzakelijke bezuinigingsmaatregelen als gevolg van de kredietcrisis, is de discussie over vermindering van het aantal ambtenaren en verlaging van de overheidsuitgaven voor innovatie en onderzoek op de politieke agenda gezet. Ook gaat een groot deel van de middelen van PSG uit het nieuwe Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie komen, wat mogelijk tot gevolg kan hebben dat er minder middelen voor ons structurele overheidsgefinancierde onderzoek beschikbaar zullen zijn.

1.4 Intern Wageningen UR werkt aan een nieuw strategisch plan dat voor 1 januari 2012 moet worden vastgesteld. Er is een duidelijk verband tussen het Strategisch Plan van Wageningen UR en dat van PSG.

1 . WAT K O M T ER OP ONS AF ?

12


2. Waar staan wij?

ONZE KERNACTIVITEITEN ZIJN FUNDAMENTEEL WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS EN ONDERZOEK, STRATEGISCH EN TOEGEPAST WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK EN DOORSTROMING VAN KENNIS NAAR DE PRAKTIJK.


2.1 SWOT-analyse WAAR ZIJN WE GOED IN?

Zeer goede tot excellente wetenschappelijke kwaliteit van ons onderwijs en onderzoek

Uitstekende (nieuwe) accommodaties en faciliteiten

Zeer sterke, internationaal erkende expertise op specifieke gebieden: agronomie, biointeracties, veredeling, genomics, plantproductiesystemen en biostatistiek

Expertise van gen tot (eco)systeem en van fundamenteel tot toegepast onderzoek

Kritische massa om grote projecten en complexe problemen aan te pakken

Het vermogen om kennis te vertalen naar de praktijk

Bedrijfsvoering ‘in control’

WAAR MOETEN WE BETER IN WORDEN?

Ingangen creëren bij het nieuwe Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en bij nieuwe financiers

Marktgerichtheid en klantgerichtheid

Zelf onze markt bepalen

Unieke boegbeeldfunctie krijgen op meer werkvelden

Benutting van mogelijkheden voor synergie binnen PSG. Het potentieel om kennis door te laten stromen naar de praktijk wordt nog niet volledig benut. Bovendien kan het praktijkonderzoek nog beter gebruikmaken van onze fundamentele en strategische kennis

Aanboren van nieuwe wegen om de toegevoegde waarde van ons onderzoek voor het internationale bedrijfsleven en EU-directoraten duidelijk te maken

De individuele kwaliteit van medewerkers (DLO en WU) beter laten aansluiten bij het gewenste niveau binnen de eigen groep

Scheppen van organisatorische randvoorwaarden voor het stimuleren van talent om ondermeer meer vrouwen in leidinggevende posities te krijgen

WAAR LIGGEN KANSEN?

Met de vorming van het nieuwe Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is het waarschijnlijk dat de rijksoverheid met een economische bril naar de groene economie gaat kijken. Als dit doorvertaald wordt naar alle innovatiegelden,

2 . WA A R S TA A N WIJ ?

14


kan dat ook betekenen dat b.v. NWO meer opschuift naar land- en tuinbouw ऄ

Inzetten van bestaande expertise in andere kennisvelden: pharma, chemie, medisch en nanotechnologie

Vergroting van het marktaandeel onderzoek in opdracht van het internationale bedrijfsleven

Inspelen op de extra investering van de overheid in innovatie en duurzaamheid als gevolg van de kredietcrisis

De gestegen vraag vanuit het bedrijfsleven en de maatschappij naar kennis die op verschillende aggregatieniveaus – van gen tot ecosysteem – combineert

Gezamenlijke huisvesting van PSG-groepen in Radix benutten voor meer samenwerking en daardoor meerwaarde creëren

WAT ZIJN BEDREIGINGEN?

De innovatiemiddelen van de rijksoverheid, inclusief NWO, worden gecentraliseerd bij het nieuwe Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Deze ontwikkeling vergroot onze afhankelijkheid van één krachtige speler. Het kan bovendien niet alleen gevolgen hebben voor de omvang van de subsidies, maar ook voor de subsidievoorwaarden. Het maakt het van groot belang dat de Plant Sciences Group goed in beeld komt bij dit nieuwe ministerie

Verlaging van de programmafinanciering. Het regeerakkoord van het kabinet RutteVerhagen impliceert kortingen op DLO- en universitair onderzoek

Structuurveranderingen in de tuinbouwsector waardoor minder collectieve onderzoeksopdrachten via het Productschap Tuinbouw lopen. Bovendien wordt mogelijk het innovatiefonds afgebouwd, waardoor bedrijven mogelijk zelf onderzoek moeten gaan financieren

Het aflopen van grote subsidieprogramma’s (ondermeer CBSG, TTIG1, Transforum, Klimaat voor Ruimte)

Onze kostenstructuur en tarieven voor activiteiten voor opkomende economieën en ontwikkelingslanden. Wij zijn duurder en onze tarieven staan ondanks de toegevoegde waarde die wij kunnen leveren, niet goed in verhouding tot die van onze concurrenten in die landen

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

15


2.2 Wat zijn onze kernactiviteiten? ऄ

Fundamenteel wetenschappelijk onderwijs en onderzoek

Strategisch en toegepast wetenschappelijk onderzoek

Doorstroming van kennis naar de praktijk

2.3 Wat is ons werkgebied? ऄ

Binnen PSG werken verschillende groepen aan diverse aggregatieniveaus in relatie tot planten: van gen tot de interacties tussen cellen en van planten tot eco- en productiesystemen

Binnen het Wageningen UR-domein gezonde voeding en leefomgeving heeft PSG zich tot 2009 – vanuit een brede kennis van planten – specifiek gericht op de ontwikkeling en het vermarkten van actuele kennis en innovatieve producten voor een duurzame productie, groene grondstoffen en gezondheid en welzijn

2 . WA A R S TA A N WIJ ?

16


2.4 Wie zijn onze concurrenten en wat onderscheidt ons van hen? ऄ

Concurrenten zijn andere (inter)nationale onderzoeksinstituten en universiteiten op het gebied van plantenkundig onderzoek, maar ook R&D-afdelingen van bedrijven en instellingen. Bij toegepast onderzoek en kennisvalorisatie zijn adviesbureaus regelmatig concurrenten

ऄ

Wat ons onderscheidt is de combinatie van interactie tussen fundamenteel, strategisch en toegepast wetenschappelijk onderzoek, het werken aan verschillende aggregatieniveaus (van gen tot ecologisch en productiesysteem) en de integratie van kennis van andere organisatieonderdelen binnen Wageningen UR. Wetenschappelijke doorbraken kunnen we snel naar de praktijk en het onderwijs brengen

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

17


2.5 Wie zijn onze opdrachtgevers? Wij zijn zowel regionaal, nationaal als internationaal actief. Opdrachtgevers zijn ondermeer KNAW, STW, NWO, lokale, nationale en internationale overheden, non-gouvernementele organisaties, belangenorganisaties, productschappen, primair bedrijfsleven en industrie. De onderzoeksomzet van PSG is uit de volgende bronnen opgebouwd:

OMZET PPO / PRI 2009 ( X €1000) 5696

35301

563

LNV VIA RAAD VAN BESTUUR LNV OVERIG RIJKSOVERHEID NIET-LNV

325

ONDERZOEKSSTIMULERINGSFONDSEN

3476

LAGERE OVERHEDEN EN PUBLIEKE SECTOR

PRODUCT- EN BEDRIJFSSCHAPPEN

2737

NEDERLANDS BEDRIJFSLEVEN

11137

1413

1154

1028

12148

6835

INTERNATIONAAL BEDRIJFSLEVEN EU OVERIGE INTERNATIONALE ORGANISATIES ONDERZOEKSORGANISATIES OVERIGE ORGANISATIES

OMZET DPW 2009 ( X €1000) 2091

7997

1168 606

TWEEDE GELDSTROOM (NWO) RIJKSOVERHEID OVERIG NEDERLANDSE OVERHEID BEDRIJFSLEVEN

1

EU

1160

COLLECTEBUSFONDSEN

3909 2798

BUIT. OVERHEID & PUBLIEKE SECTOR

2437 3175

WU DLO OVERIGE

OMZET 2009 ( X € MILJOEN) 25

82

PRO / PRI DPW

2 . WA A R S TA A N WIJ ?

18


2.6 Wat is onze markt? De thuismarkt van PSG is Nederland, maar we hebben de onverminderde ambitie om de internationale omzet te vergroten (Europa, mondiaal)

2.7 Hoe zijn we georganiseerd?

Op 1 januari 2010 zijn de instituten Praktijkonderzoek Plant & Omgeving en Plant Research International juridisch samengevoegd tot één instituut: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving/Plant Research International. Dit instituut omvat acht business units die zich bezighouden met strategisch (PRI) en toegepast (PPO) wetenschappelijk onderzoek voor de overheid en het bedrijfsleven. Binnen het contractonderzoek van PSG worden onderzoeks- en kennistransferopdrachten uitgevoerd

Binnen het Departement Plantenwetenschappen (DPW) houden 17 leerstoelgroepen de noodzakelijke fundamentele kennis op het gebied van plantenwetenschappen op een hoog wetenschappelijk niveau. Ze leveren een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de wetenschap, nationaal en internationaal. Aan opdrachtgevers biedt het departement handvatten voor visievorming op maatschappelijke vraagstukken. DPW draagt bovendien bij aan diverse opleidingen van Wageningen University, onder meer Plantenwetenschappen, Biologie, Plantenbiotechnologie en Biologische Landbouw

Binnen PSG werken het Departement Plantenwetenschappen van Wageningen University en het contractresearch-instituut samen. Het contractresearch-instituut profileert zich naar buiten onder twee afzonderlijke merknamen: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving en Plant Research International

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

19


ऄ

PSG legt op basis van de vraag van de opdrachtgever verbindingen tussen de verschillende typen onderzoek en de verschillende disciplines binnen en buiten Wageningen UR. Dat doen we door gezamenlijke kansen te definiĂŤren en op projectniveau groepen te laten samenwerken

2 . WA A R S TA A N WIJ ?

20


3. Waar willen wij

naartoe?

WIJ WILLEN DE KWALITEITEN VAN PLANTEN BENUTTEN EN DAARMEE AANTOONBAAR BIJDRAGEN AAN OPLOSSINGEN VOOR DE GROTE MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN OP GEBIED VAN VOEDSEL, GRONDSTOFFEN EN ENERGIE. WIJ WILLEN ONZE KENNIS OVER PLANTEN EN FACILITEITEN INZETTEN OM DE INNOVATIEKRACHT VAN ONZE OPDRACHTGEVERS TE VERGROTEN. DAARMEE WERKEN WIJ AAN HET VERBETEREN VAN DE KWALITEIT VAN LEVEN.


3.1 Ambitie Binnen de missie van Wageningen UR ‘To explore the potential of nature to improve the quality of life’ is het de ambitie van PSG ‘om de kwaliteiten van planten te benutten en daarmee aantoonbaar bij te dragen aan oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen op het gebied van voedsel, grondstoffen en energie. Wij willen onze kennis over planten en onze faciliteiten inzetten om de innovatiekracht van onze opdrachtgevers te vergroten. Daarmee werken wij aan het verbeteren van de kwaliteit van leven.’

3.2 Kernwaarden De volgende vijf kernwaarden zijn leidend voor onze manier van werken: ऄ

Kwaliteit: het uitgangspunt is dat – voor welke markt we ook werken – de wetenschappelijke kwaliteit van ons onderwijs en onderzoek voorop staat. Wij zoeken voortdurend naar verbetering van onze wetenschappelijke kwaliteit. We geven hiervoor ruimte aan persoonlijk talent en individuele ontplooiing van onze medewerkers. Als individu en als organisatie tonen we ons een betrouwbare en transparante samenwerkingspartner

Klantgericht en onafhankelijk: we nemen als wetenschappelijke instelling een klantgerichte maar onafhankelijke positie in. Dat betekent dat we in nauwe afstemming de vraag van de opdrachtgever zo goed mogelijk in kaart brengen, maar in de beantwoording de wetenschappelijk objectieve standaarden niet verloochenen

Ondernemend: we zijn steeds alert op kansen in de markt en in staat creatief en flexibel de krachten te bundelen

Samenwerken: in samenwerking ligt onze kracht en meerwaarde. Samenwerking maakt ons sterk en onderscheidt ons van andere organisaties. Wij zoeken samenwerking zowel binnen als buiten de Plant Sciences Group. Daarbij blijven de verschillende vakgebieden van de individuele PSG-eenheden in brede projecten en samenwerkingsverbanden voldoende herkenbaar

Maatschappelijk betrokken: we willen impact in de samenleving met ons

3 . WA A R WILLEN WIJ NAART OE?

22


onderzoek en onderwijs. Wat we doen moet aantoonbaar bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van leven, oplossingen aandragen voor maatschappelijke opgaven en de innovatiekracht van opdrachtgevers verbeteren. Dit betekent ook dat het voor de buitenwereld zichtbaar moet zijn wat we doen en wat de resultaten zijn

‘We pleiten  voor  het  formuleren  van  een  missie  waarin  de  kernwaarden   van  PSG  terugkeren  en  waarin  ruimte  wordt  gelaten  voor  de   verschillende  visies  die  binnen  de  organisaties  heersen’    OR  PSG

3.3 Toekomstbeeld In 2050 is de wereldeconomie verdrievoudigd als gevolg van de groei van de bevolking van zes naar negen miljard mensen en de sterke toename van de koopkracht. De vraag naar voedsel, groen en energie zijn in dezelfde mate toegenomen. Duurzaamheid is steeds meer geïntegreerd in de mondiale handelspolitiek. Duurzaam kopen door consumenten en overheden wordt vanzelfsprekender. Consumenten gaan voor gemak, gezond, duurzaam en authentiek. De overheid stelt kaders, handhaaft wetten en stimuleert vernieuwing, duurzaam produceren en duurzaam consumeren. Schaalvergroting is verder doorgezet. Consumentgestuurde productie in ketens en netwerken zijn in 2050 aan de orde van de dag. De beschikbaarheid en kwaliteit van arbeid is schaars. Op weg naar 2050 vormen de toenemende schaarsten aan voedsel, grondstoffen, grond, energie, water en arbeid een belangrijke uitdaging. De groei van de wereldeconomie kan alleen stabiel en vreedzaam plaatsvinden als drie grote vraagstukken worden opgelost: armoede, klimaat en biodiversiteit. Dit is niet alleen een opgave voor overheden maar ook voor bedrijven. (De eigenschappen van) planten spelen een belangrijke rol in het bijdragen aan oplossingen voor de problematiek rondom biodiversiteit, klimaat en duurzaamheid. In 2050 worden in het licht van geschetste problematiek de eigenschappen van planten volop benut. Planten zijn niet alleen een voedingsbron maar hebben ook andere functionaliteiten. Ze dragen bij aan de gezondheid van mens en dier, de ontwikkeling van groene grondstoffen en de beperking van negatieve klimaateffecten wereldwijd. PSG heeft hieraan belangrijke bijdragen geleverd, ondermeer dankzij samenwerking binnen en buiten PSG. We zijn in 2050 internationaal vermaard vanwege ons onderzoek op het

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

23


gebied van de systeem- en synthetische biologie. De weg naar 2050 heeft ook een aantal crises gekend (voedsel, handel, financieel, politiek), waarvan we het tijdstip nu nog niet kennen, maar die mogelijk een negatief effect zullen hebben op investeringen in onderzoek op ons gebied. PSG heeft zijn organisatie zo ingericht via flexibel personeelsbeleid, bedrijfsvoering en strategische allianties dat het voldoende op de crises kan anticiperen.

3.4 Keuzes Vanuit de omgevingsanalyse, SWOT-analyse en missie worden hieronder de belangrijkste keuzes verwoord. Als kapstok worden de criteria uit het Standard Evaluation Protocol van Wageningen University en DLO gebruikt. Dit is het evaluatieprotocol voor visitaties van Wageningen University en de DLO-instituten. ऄ

Kwaliteit: versterking van excellent onderzoek en onderwijs en vergroting van de kwaliteit van individuele medewerkers

Productiviteit: nog meer meerwaarde halen uit samenwerking en meer kansen bieden aan (jong) wetenschappelijk talent

Maatschappelijke en wetenschappelijk relevantie: extra focus op de drie maatschappelijke thema’s ‘Duurzame productie en klimaatverandering’, ‘Groene grondstoffen’ en ‘Gezondheid’ en het wetenschappelijke thema ‘Systeembiologie’ en gericht beleid om kennis voor het bedrijfsleven tot waarde te brengen

Flexibiliteit en veerkracht: vergroten van de instroom van BSc- en MSc-studenten Plantenwetenschappen, vergroten omzet buiten het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie/Productschap Tuinbouw en extra lobby voor meer overheidsfinanciering voor fundamenteel onderzoek

Vanuit de omgevings- en SWOT-analyse stelt PSG zich doelen voor de komende jaren, gegroepeerd langs de vier lijnen van kwaliteit, productiviteit, maatschappelijke relevantie en flexibiliteit. Het zijn extra accenten die we leggen binnen de activiteiten die we al verrichten.

3 . WA A R WILLEN WIJ NAART OE?

24


3.4.1 Kwaliteit

EXCELLENT ONDERZOEK EN ONDERWIJS

De positie van PSG in de samenleving en de wetenschappelijke wereld staat of valt mede met de kwaliteit van ons onderzoek. Topmedewerkers moeten bijdragen aan het realiseren van de ambitie van Wageningen UR om tot de top 3 van de Europese universiteiten op ons vakgebied te gaan behoren. De individuele kwaliteit van de PSG-onderzoekers en -docenten is hierbij van doorslaggevende betekenis. Wageningen UR heeft verschillende stappen gezet om de individuele kwaliteit van het wetenschappelijk personeel nog verder te vergroten: het loopbaanbeleid voor het wetenschappelijke personeel van Wageningen University (Tenure Track), het Talent Development-programma (Wageningen UR-breed) en het in ontwikkeling zijnde toptalentprogramma voor DLO. Binnen PSG zijn instrumenten (werkinstructies DLO en verfijning functiecompetentieprofielen) ontwikkeld om de kwaliteit van de R&O-gesprekken te verbeteren. Uitgangspunt is dat het helder is wat leidinggevende en medewerker van elkaar verwachten. DOELEN

Vanaf 2014 PSG-breed jaarlijks minimaal tien ‘high impact’ publicaties

Stijging van onderwijsbonussen met 50 procent in de periode 2009-2015

Visitatiescore van DLO in 2011: gemiddeld zeer goed

Visitatiescore Departement Plantenwetenschappen in de periode 2009-2015: gemiddeld zeer goed

Aantoonbaar verbeterde individuele kwaliteit van medewerkers

Tenminste 50 procent van de senior DLO-onderzoekers en alle onderzoekers van de leerstoelen zijn lid van een onderzoeksschool

DLO-onderzoekers versterken het universitaire plantenonderwijs

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

25


Op 1 januari 2015 zijn er bij het Departement Plantenwetenschappen minimaal 40 PSG-onderzoekers ingestroomd in Tenure Track

Aandacht voor het behoud van kwaliteit in het onderwijs

Alle DLO-onderzoekers en de stafmedewerkers voldoen aan de werkinstructies voor de betreffende functies binnen de doelen van de business unit of stafafdeling ‘We zouden  ook  bij  PPO  en  PRI  moeten  investeren  in  het  publiceren   van  onderzoeksresultaten  in  internationale  wetenschappelijke   tijdschriften  met  een  hoge  impactfactor’       BUSINESS  UNIT  AGROSYSTEEMKUNDE

ACTIES

Met alle PSG-medewerkers (uitgezonderd gastmedewerkers en aio’s) worden R&Ogesprekken gevoerd

R&O-gesprekken en het functioneren van medewerkers vormen een vast onderdeel van de managementgesprekken tussen de directie van PSG en het lijnmanagement

Bewust belonen door de PSG-directie

Actief monitoren op de bovenstaande doelstellingen in de managementgesprekken en de vergaderingen van het managementteam en departementsoverleg

3.4.2 Productiviteit

MEERWAARDE UIT SAMENWERKING

Met de nieuwbouw van het Radixgebouw op het campusterrein van Wageningen UR zijn de meeste PSG-groepen onder één dak gekomen. Dit is een belangrijke motor voor het 3 . WA A R WILLEN WIJ NAART OE?

26


versterken van de onderlinge samenwerking binnen PSG en tussen PSG en de andere Sciences Groups van Wageningen UR. Daarnaast willen we ook de samenwerking met andere internationale universiteiten en kennisinstellingen versterken.

‘Samenwerking zou  zwaar  moeten  wegen  in  de  KB-­toekenning’   BUSINESS  UNIT  AGV

µ+RXGLQWHUYLHZVPHWPHGHZHUNHUVRYHULQKRXG±SUR¿HOVWXNNHQRSGH PSG-­website of  in  een  PSG-­magazine’   LEERSTOELGROEP  PLANTENCELBIOLOGIE

µ)DFLOLWHHUÀH[LEHOZHUNHQHQYLGHRFRQIHUHQFLQJ¶ BUSINESS UNIT  WAGENINGEN  UR  GLASTUINBOUW

‘Creëer een  bulletin  board  voor  carpoolen/personeelsuitwisseling’   BUSINESS  UNIT  BIOINTERACTIES  &  PLANTGEZONDHEID

DOELEN

Meerwaarde creëren in onderwijs en onderzoek door onderlinge samenwerking tussen groepen binnen en buiten PSG

Samenwerking verbeteren met nationale en internationale universiteiten

ACTIES

Administratieve belemmeringen voor samenwerking in kaart brengen en oplossingen zoeken die barrières wegnemen

Investeren in vroegtijdige uitwisseling van contacten en kansrijke projecten. We investeren vanuit de directie PSG in business unit- en leerstoelgroepoverstijgende projecten en programma’s (>k€250)

Blijven investeren in vormen van uitwisseling van kennis en ervaring, ondermeer via de PSG Plant Seminars

De directie stimuleert communicatie over het signaleren van kansen voor bijdragen aan de op Wageningen UR-niveau geïdentificeerde strategische gebieden

Clustering van leerstoelgroepen dan wel onderzoek naar het verder samenvoegen van leerstoelgroepen en business units

Investeren in samenwerking met internationale universiteiten en kennisinstellingen

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

27


µ1HHP¿QDQFLsOHEDUULqUHVYRRUVDPHQZHUNLQJWXVVHQ'/2HQ'3: weg’  LEERSTOELGROEP  ENTOMOLOGIE ‘Samenwerking  kan  onder  meer  verbeterd  worden  via:   LQFHQWLYHVIRQGVHQVSHFL¿HNYRRUKHWXLWZHUNHQYDQ samenwerkingsprojecten   5DGL[&DIp¶  LEERSTOELGROEP  BIOSYSTEMATIEK

KANSEN VOOR JONG, WETENSCHAPPELIJK TALENT

Voor PSG is het van levensbelang dat er jong, wetenschappelijk talent binnenkomt en behouden blijft voor de organisatie. Het is een grote uitdaging talent aan te trekken en vervolgens vast te houden voor de wetenschap, maar ook door te laten stromen naar hogere functies. De positie van vrouwen vraagt daarbij extra aandacht.

DOEL

Binden en boeien van (jong) talent

ACTIES

De directie investeert in het verder uitbouwen van het interne Young PSG-programma tot een volwaardig loopbaanbeleid voor jong talent

Investeren in toename NWO-beurzen voor jonge wetenschappers

Jonge stafmedewerkers kansen bieden om door te groeien

Aantrekken van internationaal talent

Het aantal post docs verhogen: we streven naar een verhouding post doc/PhD van 1:3 à 1:4

Aanstellen van vrouwelijke leidinggevenden (percentage van het totaal aantal leidinggevenden binnen PSG laten stijgen van 12 procent in 2009 naar 20 procent in 2014)

Aandacht voor potentials in managementgesprekken

Ontwikkeling van speciaal beleid voor jonge, vrouwelijke potentials

µ(HQEHWHUHRQGHUVWHXQLQJYDQ3K'¶VGRRUSRVWGRFVLVZHQVHOLMN(HQ YHUKRXGLQJSRVWGRFRSWRW3K'VWXGHQWHQLVRSWLPDDO¶ LEERSTOELGROEP PLANTENFYSIOLOGIE

3 . WA A R WILLEN WIJ NAART OE?

28


3.4.3 Maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie We richten ons op vier thema’s. Het betreffen drie samenhangende, maatschappelijke thema’s: 1.

Duurzame productie en klimaatverandering

2.

Groene grondstoffen

3.

Gezondheid

En daarnaast op het verbindende wetenschappelijke thema: 4.

Systeembiologie

Voor deze thema’s stellen we ons een aantal doelen. Deze zijn hierna per thema uitgewerkt. Een toelichting op de thema’s is te vinden in bijlage 1.

‘There  is  a  gap  between  molecular  research  and  whole  plant/crop   level  –  the  missing  link  for  PSG  falls  between  attributes  [health,  quality,   FKHPLFDOV@RU VXE FHOOXODUOHYHO>JHQH@Äş>SODQWFURS@Äş>SURGXFWLRQ TXDOLW\@ÄşSURGXFWLRQV\VWHPV7KLVLVDQDUHDWKDWQHHGVWREH strengthened  where  PSG  could  be  unique  in  the  world’ LEERSTOELGROEP  PLANTAARDIGE  PRODUCTIE  SYSTEMEN

Focus op de drie maatschappelijke onderzoeksthema’s Het percentage omzet ten opzichte van de totale onderzoeksomzet (WU en DLO) van PSG bedraagt voor de drie thema’s ‘Duurzame productie en klimaatverandering’, ‘Groene grondstoffen’ en ‘Gezondheid’ respectievelijk 30, 15 en 15 procent. Hierna wordt per onderzoeksthema de focus beschreven. Vervolgens wordt aangegeven welke acties we in gang gaan zetten.

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

29


Duurzame productie en klimaatverandering THEMA 1

FOCUS DUURZAME PRODUCTIE

ऄ ऄ ऄ ऄ ऄ

Het ontwikkelen van methoden om de inefficiëntie uit de huidige productiesystemen en -ketens te halen Efficiënter produceren: met minder input en milieuschade tot dezelfde productie komen De effectiviteit van de agroproductie vergroten Het benutten van variatie en productie aangepast aan lokale omstandigheden Ontwikkeling van plantaardige productiesystemen in aquatische milieus (riet, microalgen, zeewier)

FOCUS KLIMAATVERANDERING

CO2 -reductie via CO2 -fixatie door planten en micro-organismen

Innovatieve teeltsystemen voor vernatte, verdroogde of zilte gebieden

‘Precisielandbouw, zilte  productiesystemen,  zoete  aquatische   SURGXFWLHV\VWHPHQHQ]RUJODQGERXZ]RXGHQH[WUDDDQGDFKWPRHWHQ krijgen’    BUSINESS  UNIT  AGROSYSTEEMKUNDE ‘We  zouden  ons  meer  moeten  richten  op  het  voorspellen  van   de  gevolgen  van  de  aanpassing  van  productiesystemen  op  de   plantgezondheid  en  het  begeleiden  van  de  veranderingen  in  de  teelten   met  als  doel  plantgezondheid  te  waarborgen’   BUSINESS  UNIT  BIOINTERACTIES  EN  PLANTGEZONDHEID

‘Integrated Pest  Management,  een  ecologische  benadering  van   de  landbouw,  alsmede  insecten  als  voedsel  voor  mens  en  dier  zijn   kansrijke  onderwerpen’    LEERSTOELGROEP  ENTOMOLOGIE

3 . WA A R WILLEN WIJ NAART OE?

30


THEMA 2

Groene grondstoffen

FOCUS

Het maximaal benutten van planten als toepassing voor voedsel, materialen, energie en chemie. Bij energie richten we ons primair op energie uit restproducten en niet via aparte teelt. Deze keuze maken we, omdat specifieke teelt van gewassen voor energieproductie een te grote claim legt op de beschikbare landbouwruimte, waardoor de voedselproductie in het gedrang komt

Integraal ontwerpen van gesloten systemen. Hierbij richten we ons op technologische innovaties en transities om te komen tot gesloten kringlopen, beperking van emissies en terugwinning van grond- en hulpstoffen (zoet water, fosfaat, eiwitten, energie) uit rest- en afvalstromen die verderop in de keten en bij de consumenten ontstaan

‘Binnen Biobased  zou  de  focus  moeten  liggen  op  ‘renewable  resources’   voor  gebruik  in  de  energie-­  en  chemische  sectoren’   BUSINESS  UNIT  BIOSCIENCE

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

31


THEMA 3

Gezondheid

FOCUS

Onderzoek naar gezondheidsbevorderende inhoudsstoffen (voor mens en dier) in planten en gezondheidsbevorderende micro-organismen

Residuvrije teelt

Onderzoek naar het voorkomen en bestrijden van infectieziekten van mens en dier die door insecten en andere ziekteverwekkers worden overgebracht

‘Gezondheid is  een  belangrijk  thema,  omdat  dit  een  belangrijke  rol   VSHHOWLQGHVDPHQOHYLQJ36*PRHW]LFKZHOKHHOKHOGHUSRVLWLRQHUHQ WHQRS]LFKWHYDQZDW$)6*GRHWRSKHWJHELHGYDQJH]RQGKHLG:DW is  de  PSG-­bijdrage  op  het  gebied  van  gezondheid?  AFSG  onderzoekt   welke  stoffen  een  gezondheidbevorderend  effect  hebben,  PSG  werkt   aan  planten  die  deze  stoffen  bevatten’   ORLANDO  DE  PONTI,  RAAD  VAN  ADVIES

ACTIES BIJ DE DRIE MAATSCHAPPELIJKE THEMA’S

Per thema wordt een nieuw groot onderzoeksprogramma opgezet

De afdeling Business Development verleent ondersteuning bij het opzetten van grote programma’s

De thema’s in het onderwijs komen herkenbaar terug

De directie stelt strategiemiddelen beschikbaar (jaarlijks in totaal € 25.000,-) voor de uitwerking van de beste ideeën (PSG Business Challenge)

In de externe communicatie worden de thema’s herkenbaar naar voren gebracht. Dit is onderdeel van de communicatiestrategie

PSG mengt zich nadrukkelijk in het publieke debat als het om deze drie thema’s gaat

3 . WA A R WILLEN WIJ NAART OE?

32


Focus op één wetenschappelijk thema

THEMA 4

Systeembiologie

FOCUS

De nieuwste benaderingen en apparatuur benutten voor een sterk geïntegreerde aanpak van belangrijke en complexe vragen in de systeembiologie van planten met een nadruk op het verbinden van verschillende aggregatieniveaus

ACTIES

Versterking van de theoretische aspecten van plantensysteembiologie. Hiermee zijn we complementair aan het onderzoek van de leerstoelgroep Systeembiologie van het Departement Agrotechnologie en Voeding dat zich primair richt op voeding

Verbinding van verschillende aggregatieniveaus, waardoor inzichten op genniveau bijdragen aan antwoorden op het niveau van organisme, gewas en ecosysteem

Deelname in het op te richten Wageningen Centrum voor Systeembiologie (WCSB) en bijdragen aan het succes ervan

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

33


Tot waarde brengen van kennis voor het bedrijfsleven Wij willen onze kennis zo goed mogelijk vermarkten. Het is een manier om kennis te delen, inkomsten te genereren en weer nieuwe opdrachten te verwerven. Voorwaarde voor het realiseren van deze ambitie is een slagvaardige en ondernemende organisatie die vanuit een heldere visie en vanuit het Strategisch Plan optimaal gebruik maakt van de financiële mogelijkheden die de markt biedt. Daarvoor is het van levensbelang dat we kansen om kennis te vermarkten in beeld krijgen en scherp in het vizier krijgen op welke gebieden het economisch interessant is intellectueel eigendom vast te leggen. PSG wil aantoonbaar impact hebben in de samenleving. Vanuit deze uitgangspunten stellen we ons de volgende prioriteiten: DOELEN

Een heldere Intellectual Property (IP)-strategie

Verbeterde kennisdoorstroming

We maken de geformuleerde ambities aantoonbaar waar

ACTIES

Ontwikkelen en formuleren van een duidelijk beleid voor kennisdoorstroming

Concretiseren van de doelstellingen voor de IP-portfolio en deze in samenhang brengen met de inzet van tijd en middelen vanuit de afdeling Business Development

Kennis beschikbaar maken voor ontwikkelingslanden zonder IP-belemmeringen

Blijven investeren in de training en coaching van ondernemende medewerkers en via professionalisering van de R&O-gesprekken nog beter sturen op resultaten

Intensiveren van de samenwerking met Wageningen Business School (WBS): minimaal 25 PSG-medewerkers leveren jaarlijks bijdragen aan cursussen van Wageningen Business School (WBS) of Groene Kennis Coöperatie (GKC)

3 . WA A R WILLEN WIJ NAART OE?

34


Meten van de impact van PSG: jaarlijks brengen we een rapport uit waarin het effect van ons werk op de innovatiekracht van onze opdrachtgevers, de bijdrage aan de kwaliteit van leven en de bijdragen van PSG aan het oplossen van de grote maatschappelijke vraagstukken zijn verwoord

3.4.4 Flexibiliteit en veerkracht

Meer BSc- en MSc-studenten Plantenwetenschappen en een betere positie bij andere plantgerelateerde opleidingen Eén van de kerntaken van PSG is het geven van universitair onderwijs. Met onze kennis op het gebied van plantenwetenschappen leveren we bijdragen aan diverse opleidingen van Wageningen University, waaronder de BSc- en MSc-opleiding Plantenwetenschappen, de BSc- en MSc-opleiding Biologie maar ook de MSc-opleidingen Biologische Landbouw en Plantenbiotechnologie. De opleiding die het dichtst tegen ons werkgebied aanligt is Plantenwetenschappen. Het lukt ons steeds beter om eerstejaars studenten aan te trekken, maar het is nog een kleine studie. We stellen ons daarom de volgende doelen en acties.

DOELEN

Een jaarlijkse instroom van 40 BSc- en 100 MSc-studenten Plantenwetenschappen

Versterking van onze positie in de BSc- en MSc-opleidingen Biologie en de MScopleidingen Plantenbiotechnologie en Biologische Landbouw

Extra inzet op long distance learning

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

35


µ+HW36*PDQDJHPHQWPRHW]LFKQLHWH[FOXVLHIULFKWHQRSGHRSOHLGLQJ 3ODQWHQZHWHQVFKDSSHQ$QGHUHRQGHUZLMVSURJUDPPD¶V]RDOV%LRORJLH zijn van  groot  belang  voor  PSG’    LEERSTOELGROEP  CROP  AND  WEED  ECOLOGY   ONDERDEEL  VAN  CENTRE  FOR  CROP  SYSTEMS  ANALYSIS

ACTIES

Voor 1 juli 2011 een nieuwe naam voor de studie Plantenwetenschappen

Inzet van boegbeelden uit onderzoek en onderwijs op voorlichtingsdagen

Elk jaar drie voorstellen voor nieuwe aansprekende minors voor BSc- en MScstudenten Biologie en twee voor MSc-studenten Plant Biotechnology en Organic Agriculture

Omzet vergroten bij het (internationale) bedrijfsleven en overheden We hebben al langer de ambitie om ons werkterrein uit te breiden via activiteiten voor het (internationale) bedrijfsleven en andere financiers dan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en het Productschap Tuinbouw. Hierin zijn we nog onvoldoende geslaagd. Vanuit de ambitie om de innovatiekracht van opdrachtgevers te verbeteren blijft deze doelstelling staan. Eén van onze zwaktes is dat het voor bedrijven soms niet duidelijk is welke toegevoegde waarde wij ze kunnen leveren. We zullen daarom duidelijk moeten maken in projecten wat men aan ons kan verdienen. We stellen ons daarom de volgende doelen en acties.

DOELEN

De voor inflatie gecorrigeerde omzet handhaven op het niveau van 31 december 2009

3 . WA A R WILLEN WIJ NAART OE?

36


ऄ

Consolideren en waar mogelijk het rendement verbeteren

Âľ2Q]HOHHIWLMGVRSERXZLVPLVVFKLHQQLHWXQLHNPDDUZHO]RUJZHNNHQG Tegenwoordig  horen  we  tijdens  gesprekken  buiten  dit  instituut  te  vaak   dat  we  ‘toch  maar  oud  zijn’    of  dat  we  ‘de  laatste  20  jaar  niet  meer   YHUQLHXZG]LMQÂś.RUWRPKHWLPDJRGDWMHJUDDJ]RXZLOOHQYHUPLMGHQDOV LQVWLWXXW:HUDNHQODQJ]DDPDDQRXGHQPRHWHQXLWNLMNHQRPQLHWHHQ heleboel  ‘boten’  te  missen  zoals:  aansluiting  met  nieuwe  werkwijzen   (digitalisering  van  het  onderzoek  en  de  werkomgeving)  of  nieuwe   impulsen  in  creativiteit’    BUSINESS  UNIT  BIOINTERACTIES  EN  PLANTGEZONDHEID

ACTIES

ऄ

Inzetten op het vergroten van de omzet uit de derdenmarkt, de regionale en internationale markt en bij andere ministeries: ऄ

Regionaal richten op beïnvloeding van de innovatieagenda’s

ऄ

Internationaal primair richten op Europa en secundair op AziĂŤ, Afrika en Zuid-Amerika

ऄ

Inzetten op het vergroten van de omzet uit fondsen

ऄ

Inzetten op meer R&D-ruimte voor business units en leerstoelgroepen

ऄ

Meer ruimte voor onderzoekers voor het opbouwen van relaties met bedrijven. De afdeling Business Development vervult een aanjaag- en makelaarsrol

ऄ

Minimaal ĂŠĂŠn keer per jaar een participatie in een groot consortium starten (omzet minimaal 2 mEuro per jaar)

ऄ

Vergroten van de financiĂŤle middelen voor strategische expertise (tweede en derde geldstroom)

ऄ

Imago-onderzoek om gericht aan imagoverbetering te kunnen werken

ऄ

Nieuwe communicatiestrategie om voor de buitenwereld duidelijker te maken wie we zijn, wat we doen en wat de resultaten van ons onderzoek zijn. Zichtbare rol in het maatschappelijk debat

ऄ

Samenwerking met internationale kennisinstellingen en universiteiten versterken, relatie versterken met multinationals

ऄ

Onderzoek naar het starten van onderzoek en onderwijs rond ĂŠĂŠn wereldgewas

ऄ

Versterking van de relatie met regiobestuurders op directieniveau

ऄ

Bij de afdeling Business Development meer knowhow ontwikkelen op het gebied van fondsenwerving

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

37


ऄ

Lobbyen voor meer overheidsfinanciering voor fundamenteel onderzoek

‘Het  is  essentieel  om  te  onderzoeken  hoe  PSG  de  aansluiting  kan   YHUEHWHUHQELMGHZHUHOGJHZDVVHQ JUDDQULMVWPDwVNDWRHQVRMD :H blijven  te  veel  steken  bij  de  kleinere  Nederlandse  gewassen’   BUSINESS  UNIT  BIOINTERACTIES  EN  PLANTGEZONDHEID

3.5 Medezeggenschap De relatie met de Ondernemingsraad krijgt in de planperiode bijzondere aandacht. Gezocht wordt naar manieren om de samenwerking tussen directie en OR verder te optimaliseren, waarbij recht wordt gedaan aan ieders rol. Vertrouwen, transparantie en efficiĂŤnte werkprocessen zijn sleutelbegrippen.

3.6 Huisvesting Voor het goed functioneren van medewerkers is het van essentieel belang dat zij over een goede werkplek en -omgeving beschikken. Sinds medio 2009 zijn de meeste PSGgroepen overgegaan naar het nieuwe Radixgebouw. De Ondernemingsraad heeft in de zomer van 2010 een huisvestingsenquĂŞte uitgezet. De resultaten van deze enquĂŞte en de tweejaarlijkse Medewerkersmonitor zullen worden benut voor verdere verbetering van de werkomgeving van de medewerkers.

3 . WA A R WILLEN WIJ NAART OE?

38


3.7 Borging Strategisch Plan Om de doelen in het Strategisch Plan te realiseren worden per doelstelling duo’s aangewezen, die de verantwoordelijkheid dragen voor de voortgang en terugrapportage van de doelstellingen. De directie is samen met het managementteam en het departementsoverleg verantwoordelijk voor de uitvoering van het plan. Jaarlijks wordt de voortgang geÍvalueerd en waar nodig bijgestuurd.

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

39


Bijlage 1: Toelichting op de onderzoeksthema’s Onderzoekthema 1. Duurzame productie en klimaatverandering DUURZAME PRODUCTIE

Nederland stond wereldwijd voorop in het maximaliseren van de productie op minimaal grondgebruik, waarbij kostenefficiëntie (met name arbeid), beheersing en bestrijding van ziekten en plagen en de kwaliteit en exporteerbaarheid van de producten leidend was. Door de sterk toenemende wereldbevolking in de komende 40 jaar zal de huidige manier van agroproductie niet meer afdoende zijn om aan de groeiende vraag naar voedsel, producten en energie te voldoen. Op de huidige manier doorgaan zou leiden tot een nog grotere aanslag op de natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit. Om aan deze toenemende vraag te voldoen, maar het milieu niet onherstelbaar aan te tasten, is het de uitdaging ervoor te zorgen dat we zo produceren en consumeren dat de toekomst van nieuwe generaties niet in het gedrang komt. Kennisvragen over kwantiteit, kwaliteit en veiligheid van de productie als gevolg van globalisering komen steeds meer te liggen bij de primaire producenten, de leveranciers van het uitgangsmateriaal, de verwerkende bedrijven en de individuele sectoren en dan vooral de dominante spelers hierin (ketenregisseurs). Bedrijven en sectoren voor de plantaardige en dierlijke productie oriënteren zich steeds internationaler, mede omdat hun groeimarkten ook elders komen te liggen (China, ZuidAmerika, Rusland, Afrika etc.). Het type kennisvragen dat deze bedrijven hebben, verandert hiermee ook, al was het alleen maar omdat andere productieomstandigheden (gebrek aan water, competitieve claims op grond- en hulpstoffen), voedselveiligheidsrisico’s of ziekten relevant worden en daarmee de aard van het risico verandert. Daarom zal de vraag naar innovaties in alle schakels van de productieketens toenemen: hoe kunnen we een bijdrage

BI JLA G EN

40


leveren aan het vergroten van de ‘output’ (opbrengst per vierkante meter landbouwgrond) met een minimum aan ‘input’ (materialen, grondstoffen en energie)? Binnen Wageningen UR is het programma Agroproductie 21e eeuw als een van de speerpunten voor de komende jaren benoemd. KLIMAATVERANDERING

We hebben als gevolg van de door menselijk handelen geproduceerde broeikasgassen te maken met veranderingen in het gemiddelde weertype en klimaat. Broeikasgassen (onder meer CO2 ) komen vrij bij energieopwekking uit fossiele brandstoffen. Een stijging van de zeespiegel, aantasting van ecosystemen, zoetwatertekorten, verzilting, neerslagtoename, afname landbouwproductiviteit in gebieden waar droogte optreedt en toename van de landproductiviteit waar juist meer regen valt, zijn het gevolg. De ontwikkelingslanden hebben het meest te lijden onder de klimaatverandering, maar ook in Nederland zullen de gevolgen zichtbaar zijn. Klimaatverandering zal alle sectoren van de samenleving en de economie beïnvloeden. Tegelijkertijd biedt het de mogelijkheid voor grote innovaties zoals de integratie van klimaatopgaven in het stedelijk gebied, het verhogen van mogelijkheden voor landgebruik met respect voor natuurlijke bronnen, het verminderen van broeikasgassen en het vergroten van de adaptieve capaciteit van de landbouw, natuurlijke bronnen en water. Planten zijn de grootste CO2 -binders op de wereld en spelen daarom een cruciale rol bij het verminderen van de hoeveelheid broeikasgassen. Ook bieden planten voldoende mogelijkheden om zich aan te passen aan de negatieve gevolgen van klimaatverandering (vernatting, verdroging etc).

Onderzoekthema 2: Groene grondstoffen Het kabinet Balkenende besloot eind 2007 om de op groene grondstoffen gebaseerde biobased economy te gaan ontwikkelen. De biobased economy is een economie waarin bedrijven – nationaal en internationaal – transportbrandstoffen, chemicaliën, materialen en energie (elektriciteit en warmte) vervaardigen uit biomassa. Duurzaamheidswinst is te behalen door slimme, volledige benutting van beschikbare grondstoffen en neven- en reststromen. Voor de teelt in Nederland moet gezocht worden naar gewassen met een hoge STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

41


toegevoegde waarde, zoals planten voor fijnchemicaliën (de plant als fabriek, groene chemie). Dergelijke planten kunnen alleen ontwikkeld worden op basis van een gedegen kennis van de metabolische routes. Wageningen UR heeft ‘Biobased Economy’ als speerpunt benoemd. Daarbij worden de volgende vragen beantwoord: ऄ

Hoe kan een op groene grondstoffen gebaseerde economie met duurzame agroproductiesystemen er over 10 tot 25 jaar uitzien?

Welke ontwikkelingen zijn nodig om deze situatie(s) te bereiken en welke sociaaleconomische spelers zijn daarvoor verantwoordelijk?

Het specifieke Biobased Economy-programma van Wageningen UR richt zich daarom op het ontwerpen van duurzame gewassen en productiewijzen en -systemen voor voedsel en veevoer en biobrandstoffen en grondstoffen voor industriële verwerking, die de kwaliteit van leven en milieu voor ons en voor toekomstige generaties garandeert.

Onderzoekthema 3: Gezondheid Er ligt een belangrijke relatie tussen voeding van mensen en dieren en hun gezondheid. De aandacht van de life scienceswetenschap richt zich nu op de functionaliteit van de (menselijke) genen. Verwacht wordt dat de komende vijf à tien jaar het inzicht in de factoren die de gezondheid bepalen, enorm zal groeien. Steeds vaker zullen individuele voedingsadviezen worden gegeven op basis van individuele genoomanalyses. Dit vraagt een enorme toename van de kennis over een gezonde teelt van planten als belangrijke voedselbron voor mens en dier. Bovendien vraagt het om kennis van inhoudsstoffen/eiwitten met een gezondheidsbevorderend (flavonoïden, antioxidantia) dan wel allergieveroorzakend effect. Daarbij spelen kennis van biodiversiteit, stofwisselingsroutes en veredelingstechnieken een belangrijke rol. Daarnaast zijn infectieziekten niet langer alleen een probleem in de tropen maar in toenemende mate ook in Nederland, zoals de ziekte van Lyme en blauwtong. Dit heeft ondermeer te maken met de intensivering van handelsstromen en met klimaatverandering. Ook de intensieve veeteelt kent ernstige problemen met ziekten. Er komen bovendien steeds vaker exoten Nederland binnen, die zich buiten of in kassen kunnen vestigen en potentieel verschillende ernstige infectieziekten kunnen overdragen.

BI JLA G EN

42


Wetenschappelijk onderzoekthema: Systeembiologie Vanuit wetenschappelijke relevantie willen we een sterke positie verwerven op het gebied van systeembiologie. De essentie van systeembiologie is integratie van theoretische modellen en experimenten. Hiermee is kwantitatief te achterhalen hoe moleculen, cellen, organellen, organen en organismen in tijd en ruimte samenwerken om biologische processen gecontroleerd te laten verlopen. Een verbeterd begrip van biologische regelsystemen zal ons in staat stellen om productie accuraat te voorspellen en veredeling gericht te sturen. Op de lange termijn zal deze vorm van systeembiologie daarmee een groot maatschappelijk en economisch effect hebben.

STRATEGISCH PL AN PSG 2 0 1 1 T/ M 2 0 1 4

43


DE PLANT SCIENCES GROUP , ONDERDEEL VAN WAGENINGEN UR IS EEN SAMENWERKING VAN Wageningen University, Plantenwetenschappen Plant Research International Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) BEZOEKADRES Droevendaalsesteeg 1, 6708 PB Wageningen POSTADRES Postbus 16, 6700 AA Wageningen

PSG Strategisch Plan  

PSG Strategisch Plan

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you