Page 1

PB- PP B- 3/1751 BELGIE(N) - BELGIQUE

Afgiftekantoor GENT X afgiftedatum april 2014 Erk. P911123

PLANKGAZ voer voor

theaterjongeren

In deze editie van Plankgaz: ‘Theater op leven en dood’. Met onder andere: kan je leven van theater? – de vloek van Macbeth – figuren die tot leven komen – dood aan het repertoire? – sterven op scène – levensbelangrijke theaterteksten – een uitneembare Plankton-kalender en een hond die Plankton heet. Plankgaz / jaargang 2014 nr.1 / april 2014

v.u. en afzender: Rob Van Genechten, Zirkstraat 36, 2000 Antwerpen

DOOD aan het REPERTOiRE Het lijkt alsof er een tendens is in jongerentheater om zelf meer en meer eigen teksten te schrijven. We gaan steeds vaker

samen creëren en nemen zelf het initiatief om op eigen houtje een voorstelling op touw te zetten. Is het repertoiretheater dan dood?

Zijn Shakespeare of Tsjechov plots niet meer interessant?

EIGEN ZIEL Als we ons oor te luister leggen bij jongeren die zelf theater maken, zijn ze het bijna unaniem eens waarom. De term ‘creatief’ komt telkens terug. Creëren blijkt vele jongeren te boeien. “Je kiest zelf het onderwerp, het personage en het verhaal. Op die manier kan je je maximaal uitleven. Je hebt nooit het probleem de rol te krijgen die je absoluut niet wou. Je hoeft ook niet te gehoorzamen aan een strenge regisseur.” Zo vertelden enkele jongeren van Theater Flanel. Het samen creëren werkt ook groepsversterkend. Als we samen een voorstelling in elkaar boksen, steken we er vaak een stukje van onze eigen ziel in. We geven ons bloot voor ons publiek, vaak leeftijdsgenoten. Intensief samenwerken zorgt weliswaar vaak voor enige spanning, maar meestal komt een groep er sterker uit. Je leert samenwerken, luisteren, beslissingen nemen en bovenal samen plezier maken.

BRECHT VS. STANISLAWSKI Elisa geeft workshops aan jongeren van veertien tot achttien jaar. In haar workshops vertrekt ze vanuit improvisatie. Op die manier probeert ze te verhinderen dat de acteurs overdreven en onnatuurlijk gaan spelen. Dat blijkt niet zo vanzelfsprekend. Ze laat hen iets persoonlijks vertellen om terug te keren naar hun eigen gevoelens en om eerlijkheid te vinden in het spel. Stap voor stap gaan ze te werk. “Alvorens je een stuk van Bertholt Brecht kunt spelen, vind ik dat je een Stanislawski moet kunnen. Het Stanislawskiaans theater vertrekt vanuit het gevoel van de acteur zelf, wat ervoor zorgt dat je niet fake

overkomt op een podium. En hoe kan je dat beter oefenen dan door het stuk te creëren vanuit jezelf? We trappen al te snel in de val van ‘iemand anders te spelen’. We nemen een ander stemmetje, loopje of een woede, die we zelf niet ervaren. Dat klopt niet vind ik, je moet je eigen woede tonen vanuit de persoon die jij bent. Die woede moet je in je personage leggen. Misschien snap je nu wat ze bedoelen met: ‘Op het podium geef ik mijn ziel bloot.’ En pas dan kan je beginnen aan het boeiende en prachtige repertoire dat het theaterlandschap ons te bieden heeft.” Aldus Elisa.

WEG TABOE Zo volgt jongerentheater een tendens, die ook al te zien was binnen professioneel theater. Als we echter terug gaan naar de jaren 1950 is er nog helemaal geen sprake van eigen creaties. Het klassieke repertoire stond hoog aangeschreven en werd aan de conservatoria als norm gebruikt. Dit was zeker en vast te wijten aan de strikte maatschappij waarin er geleefd werd. Vele onderwerpen waren taboe en men durfde minder. In de jaren 1980 waren er duidelijke veranderingen. De focus verschoof langzaam van de pure tekst naar een bredere basis om van te vertrekken. Wat de acteurs wilden vertellen, begon belangrijker te worden. Die evolutie is steeds verder gegaan. Vandaag is de term theater extreem ruim te interpreteren. Denk maar aan het experimenteel theater van Jan Fabre of Benjamin Verdonck. Waar het zal stoppen is voor jou een vraag en eveneens voor ons, maar we kunnen deze creatieve ontwikkeling alleen maar toejuichen. Fiene

---

Nieuwsgierig naar meer? Teksten van Brecht, Fabre en Verdonck kan je gratis uitlengen in onze theaterbib: www.theaterbib.be.

Woord Voorwoord

Theater kan extreme gevoelens oproepen. Altijd zo geweest. Dat gaat van ‘Ik sterf nog liever dan dat ik in mijn ondergoed dat podium op kruip!’ of ‘Ik ga dood van de zenuwen!’ of ‘Ik verveelde me dood tijdens die voorstelling …’. Theater maakt iets wakker, dat is duidelijk. Meer zelfs, het lijkt een zaak van leven of dood. Dat gaan wij in dit nummer verder uitspitten. Kan je vandaag de dag nog leven van ‘het theater’? Is repertoire dood? Dromen jongeren van een eigen sterfscène? Ga je nu echt dood als je Mac Beth speelt? (Of uitspreekt … het gerelateerde artikel luidop lezen, wordt ten zeerste afgeraden!) Hoe laat je figuren(theater) leven? Je leest het hier allemaal. In elk geval: wij hopen dat dit nummer je boeit voor dood. Amen en uit. Lieselot

“Zoals het er nu voorstaat, leeft het repertoire wel weer een beetje, maar is het ook een beetje dood” Theaterrecensent Wouter Hillaert

Wil jij weten wat Wouter Hillaert hiermee bedoelt? Bekijk dan de lezing die hij bracht in HETPALEIS naar aanleiding van hun opvoeringen van ‘De Meeuw’ van Tsjechov, op www.deburen.eu/nl/nieuwsopinie/detail/repertoire-leeft-of-ishet-dood.


© Veerle Nys © Koen Broos

To be or not to be

joUw STERFSCène Sommigen gaan letterlijk dood op scène (zie het artikel hieronder). Van ons hoeven jullie dat zo letterlijk niet te

© Jef Depaepe

nemen.

Maar we waren wel benieuwd naar jullie antwoord op deze vraag: ‘Zie jij een sterfscène zitten en waarom (niet)? De jongeren van toneelkring Harlekijn beantwoordden deze vraag doodserieus. Wat denk jij? Tiny

Jouw theaterfoto’s hier? Stuur ze op naar

- Mateo -

redactie@plankton.be.

“Ja en nee, is leuk, het doodvallen maar ik kan niet stilliggen.”

Dit zijn de theaterfoto’s van: - ‘De vinger en de mond’ van Theatherling © Veerle Nys

- Simon -

“Ja, ik z wel ee ou dat prober ns willen en mij een omdat dit ‘do ervarin odleuke’ g lijkt.”

- ‘De Bremerstadsmuzikanten’ van ‘De Jongsleerende © Koen Broos

- Jana -

- Tine -

per jkt me su e ”Ja, het li nd e rv e een st om eens el e v t e M . te spelen …” e ti o n em mimiek e

“Nee, ik w il niet sterven op scène omdat dat niet leuk is. Ster ven is ontzettend jammer.”

- Jasmien -

- ‘Midzomernachtsdroom’ en ‘Jungle Book” van Jeugdtheater Scherven © Jef Depaepe

- Morgane -

PLANKGAZ - voer voor theaterjongeren

© Jef Depaepe

© Koen Broos

© Veerle Nys

“Nee, doodgaan is niet leuk, want dan kan je niet meer meespelen.”

- Harietteda-n in

dat ik “Nee, om schieten. ou z de lach en er iets do k e z u Ik zo lt a v r het op waardoo .” n e b d o t do dat ik nie

Als het doek definitief v

Voor sommige performers bestaat er geen mooiere dood dan sterven op scène. Voor sommigen bleef dat echter niet bij een droom …

Ongetwijfeld is Molière de bekendste theatermaker die stief op scène. Hij speelde de titelrol in zijn eigen stuk ‘De ingebeelde zieke’ met zoveel inspanning, dat hij stuiptrekkingen kreeg. Dat werd vlak na afloop van het stuk gevolgd door een ernstige hoestaanval. Nog voor zijn vrouw hem kon bereiken, stierf hij. De grootste pechvogel is de goochelaar Joseph W. ‘Amazing Joe’ Burrus. Hij liet zich voor een goochelact vastketenen, in een kist van plexiglas plaatsen, en die kist liet hij zo’n kleine twee meter onder de grond begraven onder zeven ton beton. Het was niet dat hij zich niet op tijd kon bevrijden. De kist kon het gewicht niet dragen. Hij had deze echter zelf ontworpen. De best getimede definitieve sterfscène was die van operazanger Richard Versalle. Tijdens de première van ‘The Makropulos Case’ in de Metropolitan Opera, kreeg hij een hartaanval terwijl hij op een bewegende ladder stond. Vlak nadat hij deze woorden zong: “Too bad you can live only so long.” Lieselot

---

Beetje luguber? Wikipedia houdt een lijst bij van performers die stierven tijdens hun act: en.wikipedia.org/wiki/List_of_entertainers_who_died_ during_a_performance.

a

l t . ..

- Hanne -

“Ik zou krab ben aan mijn n eus!”

“Ja, het lijkt me echt leuk om zo een scène te spelen. Als ik dat zou doen, wil ik het wel zo geloofwaardig mogelijk spelen. Het publiek meenemen in de emoties van het personage, maakt een toneelstuk geslaagd. Kortom: sterven op scène zou een unieke ervaring zijn.”


Volgens het internet zingt Koen Wauters die zin vol overtuiging in het gelijknamige nummer van Clouseau. Waarna hij er ook nog aan toevoegt dat dat hem de ideale manier lijkt om het tijdelijke voor het eeuwige te ruilen. Beste Koen, dat lijkt me een al te romantisch idee. Zelf hou ik het liever bij het figuurlijke sterven op de planken, dat kan je me vast wel vergeven. Want van dat figuurlijk sterven op de planken weet ik meer af dan me lief is. Zo net voor een première of voorstelling heb ik het liefst zo weinig gezeur aan mijn hoofd. Een hartslag die verwoede pogingen doet om mij langs mijn hersenpan in de steek te laten, is dan al meer dan genoeg. Al verdienen ook alle worstcasescenario’s die mijn gedachten een bezoekje brengen een eervolle vermelding. Ook van sterven rond de planken weet ik aardig wat af en die vorm is zo mogelijk nog erger. Dan sterf je niet één keertje voor een première of opvoering, maar wel in beetjes. Een beetje bij de deadline voor affiches en flyers, een beetje bij zoeken naar decor, een beetje na de traditioneel rampzalige generale … Een beetje veel te veel eigenlijk. Op theatervlak dan maar de pijp aan Maarten geven en mij toeleggen op pakweg kleuren wiezen, dat zou een oplossing kunnen zijn. Ach, al die beetjes die ik sterf, ben ik na een paar weken alweer vergeten. En dan begint het hele spelletje – met veel goesting – helemaal opnieuw. Jens

Deus ex machina Goed nieuws! Vanaf nu hoef je niet meer stiekem je medespelers te imiteren wanneer

de regisseur je aanwijzingen geeft in theater­ chinees.

‘Cour’, ‘jardin’, ‘open doekje’ … wij leggen het je telkens netjes uit. Vandaag: ‘Italiaantje / à l’Italienne’. Wat voor een beest is dit nu weer? De term ‘Italiaantje’ of ‘à l’Italienne’ houdt in dat de acteurs hun tekst repeteren door ze te brengen zoals Italianen spreken. Zij spreken snel en automatisch. Zo wordt getest of de acteurs hun rol wel degelijk vloeiend kunnen uitbrengen. ‘Théatre à l’Italienne’ is iets helemaal anders. Dat is een soort theater­ gebouw. Zo, nu kan je weer opscheppen bij je theatervrienden! Liza

Achttien jonge theatermakers

en -spelers

over dé toneeltekst die hun passie voor toneel aanwakkerde, die ze ooit zelf willen spelen of die ze gewoonweg

de allerbeste vinden: het leverde een eigenzinnige mix op van achttien heel diverse theaterstukken, van klassiek

repertoire tot experimenteel theater,

Shakespeare tot Müller, van Sarah Kane tot Abke Haring. Hieronder lees je over de teksten van Lara, Martijn en Pieter. De andere 15 kan je nalezen op www.theaterbib.be/jongemakers. van

Lara Taveirne: “ ‘Mouchette’ van Arne Sierens. Ik heb het nooit opgevoerd gezien. En het hoeft niet eens. Met berekend weinig woorden zet Sierens een diepmenselijk verhaal neer. Langs scheeflopende zinnen kunnen we binnenkijken in de ziel van zijn personages. Onder de tekst voel je de vele jaren. En nog meer: de vele pogingen om het leven te ontstijgen. Dat we het leven niet altijd hoeven te ontstijgen om schoonheid en zelfs poëzie te vinden. Dat heb ik geleerd door het lezen van Mouchette. Het heeft niet alleen mijn visie op theater veranderd, het heeft vooral mijn beeld op de werkelijkheid veranderd. Een omhelzing van het leven, dat is het. Het leven zoals het zich afspeelt in de superbazaar, op de bus of in de wasserette. Het echte leven. En lachen dat ik moet doen als ik het lees. Echt gieren van het lachen soms. Omwille van de herkenbaarheid. En tegelijk wil ik huilen. Ook omwille van de herkenbaarheid. Want wat zijn we een stelletje ploeteraars. We. Dat is ik en jullie samen. De mens. Met zijn geschiedenis, zijn kleine tragedies, complexe genenpalet en zijn niet aflatende, vernietigende verlangens altijd.” Lara Taveirne is regisseur en auteur.

Martijn Gielen: “Peter Verhelst betekent in het Vlaamse schrijverslandschap heel veel voor mij. Hij heeft een taal die zeer eigen is en die ik bij weinig andere schrijvers terugvind; zo direct en dan toch weer vervreemdend. Zijn Red Rubber Balls is een parel die ik als maker graag ter hand neem. Het is een theatertekst waar je ongelooflijk weinig mee kan, maar aan de andere kant net immens veel. Hij laat veel plaats voor open plekken. Als maker moet je zelf je weg weten te vinden. Je mag heel ver weggaan van het origineel of net heel dicht bij zijn regieaanwijzingen blijven. Ondanks de troebele omgeving die hij schetst, blijft zijn taal heel helder en puur. Hij produceert zinnen die je vastgrijpen en je even alle richtingen doen opgaan. Bovendien hebben we een grote liefde voor het lichaam gemeen. Bij Verhelst zijn dat mannen en vrouwen zonder meer. Hij puurt energie uit de schoonheid van een doodgewoon lichaam. En dat is net wat theater zo mooi maakt: een lichaam op scène dat beweegt, ritmisch snel of tergend traag. Zo laat je de toeschouwers anders ademen en laat je hen nieuwe werelden ontdekken.” Martijn Gielen studeert Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen aan de Universiteit Antwerpen en liep stage bij Theater Zuidpool. Hij werkt momenteel aan een eigen voorstelling.

Pieter Delfosse: “Sinds ik ‘Angels in America’ enkele jaren geleden voor het eerst las, voel ik zo ongeveer om de twee maanden de noodzaak om het te herlezen. Of althans een deel ervan. Dan wil ik Roy Cohen zijn laatste woorden nogmaals horen uitspreken of wil ik Harper in de koelkast zien kruipen om te dromen over de ozonlaag. Wanneer een stuk zo aan je blijft kleven, dan ben je er duidelijk nog niet klaar mee. Dan zit er iets in de tekst dat niet te benoemen valt, iets dat niet door taal te vatten valt en er net daarom voor zorgt dat we er eindeloos over kunnen blijven spreken. Dit stuk over de AIDS-epidemie in de jaren ‘80 is vandaag misschien nog relevanter dan ooit tevoren: naast de hoop interessante thema’s die de verschillende personages aandragen, is de hoofdrol in dit stuk weggelegd voor de fantasie en verbeelding. Ook in onze wereld vandaag, waarin ons vooruitgangsdenken steeds meer wordt verstoord door de pijnlijke zweren die werden achtergelaten, is verbeelding de belangrijkste voorwaarde voor groei en verandering. Iedere minuut waarmee je als schrijver of maker je voorstelling langer maakt, staat gelijk aan een gunst die je van je publiek vraagt. Angels in America duurt zes uur en is elke minuut waardig. Pieter Delfosse is lid van het gezelschap D°eFFeKt. Hij aan Toneelacademie Maastricht en is ook scenarist.

studeert momenteel

---

Zin in meer? Laat ons weten wat jouw lievelingstekst is: lieselot@plankton.be of www.facebook.com/planktontheaterjongeren. In de theaterbib kan je ook de teksten uitlenen om zelf te lezen.

© Koen Broos

S erven op de planken

De teksten van hun leven


Dat een mens een andere mens speelt, is nog aannemelijk, maar dat een dood object leven krijgt ingeblazen? Daar komt een hoop fantasie bij kijken. In de historische evolutie van

LIEVEbeestHEERTJES’ door Theater Foesiemauw © Bart Van der Moeren

GEBOEID door een plastieken pOtje figurentheater zijn de gebruikte figuren bovendien steeds minder op mensen gaan lijken

– denken we maar aan

de traditionele marionetten versus de

Theater FROEFROE. Voor Paul Contryn, scenograaf en poppenmaker van de derde generatie, zijn zelfs een lint, een blad papier of grotesken van

een schaduw genoeg om de fantasie in gang te zetten.

Contryn is scenograaf bij het Mechelse figurentheater DE MAAN en heeft in zijn lange carrière zowat elk materiaal in zijn handen gehad. We spreken met hem voor de première van ‘Peter en de wolf’, een voorstelling van Willem Verheyden waarin Contryn als manipulator op de scène staat. “Er moeten nog konijnen in hoeden gestoken worden en duiven in mouwen.” Of hoe ook de magie van figurentheater mensenwerk is. Contryn is de derde generatie in een geslacht van poppentheatermakers. Vader Jef Contryn gaat bij de radio werken, waar hij luister­ spelen voor volwassenen en kinderen maakt. Zoon Louis zegt de draadpoppen vaarwel en legt zich toe op handpoppen en zoekt naar andere vormen van manipulatie. In de derde generatie wor­ den mogelijkheden en materiaal van het figurentheater uitgebreid. “Mijn vader kon ik niet overtreffen. Dus legde ik me toe op andere materialen en effecten. Ik ben bijvoorbeeld altijd al gefascineerd geweest door beweging: hoe beweegt een tijger, hoe kan je een tijgerfiguur maken die kan springen, kronkelen, sluipen, het hoofd rechten, springen, toehappen … Het is fijn wanneer je een figuur zo kan laten bewegen dat je niet meer hoeft te vertellen hoe hij naderbij sluipt, maar je het gewoon kan laten zien. Wanneer de vertelkracht in de figuur schuilt, niet in de taal.”

DE POPPEN AAN HET DANSEN Wie dat denkspoor in zijn uiterste consequenties volgt, komt uit bij dans, een genre waar Contryn en Willem Verheyden de jongste jaren met DE MAAN erg op inzetten. Een van de sierlijkste producties was misschien wel ‘Sneeuwwitje’. De personages waren figuren van minimalistisch schuimrubber – niet meer dan vederlichte moesjes in een vorm. Groeit het aandeel van de verbeelding naarmate de figuren eenvoudiger en abstracter worden? “Ik denk dat abstracte figuren de verbeelding sterker prikkelen dan concrete.” In ‘Peter en de wolf’ werkt hij met vrij herkenbare poppen: een jongetje, een opa, een kat, een wolf. Maar voor het verhaal van start gaat introduceert hij elk personage met behulp van de eenvoudigste en oudste figuur die bestaat: het schaduwspel met de handen. Het zijn twee vormen van figuren, de ene meer concreet en de andere eerder abstract, die elk een andere fantasie oproepen. Sowieso schept het gebruik van figuren een afstand, die enkel door inzet van verbeelding kan overbrugd worden. “Als acteur, als mens sta je voor een publiek van mensen – dat schept een band, je spreekt tot je publiek op eenzelfde niveau. Als je een pop gebruikt, moet de kijker een mentale afstand overbruggen, moet hij een sprong maken van object naar levend wezen. Dat is het wonder van de animatie: het publiek weet zeer goed dat het een pop ziet, maar besluit collectief te geloven dat het om een levend personage gaat.”

PLANKGAZ - voer voor theaterjongeren

Het is met andere woorden de afstand die de verbeelding doet stromen, het gebrek aan gelijkenis: net omdat een figuur niet lijkt op een mens, worden we gedwongen onze verbeelding te doen werken.

INSPIRATIE Wie creëert, moet zichzelf natuurlijk ook blijven voeden. Waaruit haalt Paul Contryn zijn inspiratie, hoe voedt hij zijn eigen verbeelding? “Ik ging vroeger veel naar dansvoorstellingen, uit fascinatie voor de beweging, maar beeldende kunsten inspireren me evenzeer. Ik vind het ook boeiend wat mensen met video doen, maar uiteindelijk liggen mijn ‘roots’ in het grafische. Ik kijk gewoon rond, en soms raak ik totaal geboeid door een onnozel plastieken potje dat ik in

een supermarkt heb gezien. Welke vorm het heeft, hoe het licht erop valt, zelfs zoiets kan me inspireren. Ik werk nogal vanuit de buik – ik probeer m’n poppen ook altijd te ontwerpen zonder er te veel bij na te denken. Ze moeten onmiddellijk aanspreken, een gevoel oproepen, want het publiek kijkt ook intuïtief.” Bij elke nieuwe productie vertrekt Contryn van nul en probeert hij zich af te vragen waar de productie om vraagt. Maar zelfs als je van de ene tak op de andere springt, ben je uiteindelijk op alle takken geweest – en wat is dan de boom? Misschien is dat de over­ koepelende zoektocht naar beweging, de levensadem van elke figuur. “Hoe laat je beweging ontstaan, welke voorwerpen zijn soepel genoeg om te bewegen? Soms schuilt de soepelheid niet in het materiaal, maar in de verbeelding die aan het werk gaat. Een kopje en een schoteltje kunnen samen een figuur vormen, een mannetje dat stapt, ligt of rechtstaat naargelang ik kop en schoteltje tegenover elkaar beweeg. Tussen het kopje en het schoteltje is er niets, maar het publiek maakt een verbintenis in zijn gedachten, ziet daar een nekje, denkt daar een nekje.”

… GEEFT JE VLEUGELS! Paul Contryn heeft voor ‘Peter en de wolf’ een draaiend staketsel ontworpen met veelarmige uitsteeksels waarop zachte pluchen bollen rusten – het lijkt wel een pluchen sterrenstelsel. Uit de grote en kleine ‘planeten’ zullen straks poppen tevoorschijn komen. Hij staat alleen op scène, hij manipuleert scenografie en personages, de vertelstem van Bruno Vanden Broecke en Prokofievs heerlijke muziek doen de rest. Voor onze ogen voltrekt zich echter nog een ingrijpender magie: de man zelf lijkt wel een gedaanteverwisseling ondergaan te hebben. Op scène staat een Paul Contryn die lichter, jonger en speelser is dan daarnet, die danst over de scène om de figuren met hem te laten dansen. De verbeelding geeft blijkbaar niet enkel poppen, maar ook mensen vleugels. Gastauteur: Evelyne Coussens

---

• Meer over figurentheater De Maan: www.demaan.be. • Wist je dat? Naast een jongerenwerking (Plankton dus), heeft OPENDOEK ook een werking voor figurentheater. Deze kreeg onlangs een volledig nieuwe naam –­ ‘Zwier’ –, huisstijl en logo inclusief. Je kan de werking op de voet volgen via www.facebook.com/zwierfigurentheater. • Dit artikel is een ingekorte versie van wat in de special van OP&doek van januari 2013 is verschenen. Je kan de volledige versie nalezen op www.opendoek-vzw.be, klik op ‘magazine’ en dan op ‘special’.


PLANKTON geeft drie FOTOSHOOTS weg

Naar aanleiding van het nieuwe initiatief ‘de T-visite’ schreven wij een wedstrijd uit. Jullie moesten een groepsfoto mét theepot insturen. Veertien groepen namen deel. Vier Planktonfotografen kozen er op deskundige wijze de drie leukste en mooiste foto’s uit. Synfra Kidz uit Lokeren, Jeugdatelier Rostune uit Sijsele en Inspinazie XS (+12) uit Leuven winnen een exclusieve professionele fotoreportage van hun groep, met alles erop en eraan: kostuums en rekwisieten, thee en koekjes ... een professionele fotograaf en een stevige dosis verbeelding en glamour. Plankton houdt hen daarbij de hele tijd gezelschap – gezellig! Deze groepen winnen een fotoshoot voor de hele groep:

r op e e m lees kton.be plan

Huh? T-visite?

Plankton wil alles te weten komen over jou en je groep en trekt daarom de baan op. Het gaat zo: jullie nodigen ons uit voor een visite: tijdens een repetitie, vergadering, activiteit ... Wij komen naar jullie toe en willen alles over jullie te weten komen. Zo leren we jullie groep beter kennen én krijgen we beter zicht op jongerengroepen vandaag. We vertellen – nu we er dan toch zijn – jullie meteen ook wat meer over de werking van Plankton.

T-visite aanvragen? Simpel: stuur een mailtje naar lieselot@plankton.be.

© Edphotography

Inspinazie XS (+12) uit Leuven

Jouw theaterfoto’s hier? Stuur ze op naar

redactie@plankton.be.

Synfra Kidz uit Lokeren

Deze foto’s, ingestuurd voor de T-visite-wedstrijd, haalden het jammer genoeg net niet. Toch bedankt voor jullie soms heel creatieve groepsbeelden!

Jeugdatelier Rostune uit Sijsele

Over een HOND die PLANKTON heet

Een tijd geleden ontvingen wij een op zijn minst gezegd merkwaardige e-mail. “Twee jaar en wat maanden geleden kochten mijn vrouw en ik onze eerste hond, een Berner Senne die wij de naam Plankton gaven. Voor ons een fantastische huis­genoot die zo belangrijk voor ons was dat wij ook onze BVBA naar deze hond gingen vernoemen.“ Een hond die Plankton heet, dat is op zich al speciaal. Je zaak naar je hond vernoemen, ook, maar zo zullen er nog wel zijn. Echt merkwaardig werd het pas in de volgende zin. “Een jaar en wat maanden geleden nemen wij een firma over waar wij ook gaan wonen en op onze brievenbus is één sticker geplakt die half afgescheurd is. Het enige zichtbare is ‘PLANKTON’ en na enig opzoekwerk brengt mij dat op jullie site. […]” Bizar, toch? Toeval of niet? Jan en zijn vrouw menen dat het zo moest zijn. Wat denk jij? We bezorgden Jan en zijn vrouw op hun verzoek ook een nieuwe Plankton-sticker. Ze wilden namelijk de brievenbus vervangen, maar dan zouden ze die sticker ook kwijt zijn. Nu hebben ze én een firma én een brievenbus die naar hun hond genoemd is. En natuurlijk ook een beetje naar ons, stiekem! Lieselot - met dank aan Jan, zijn vrouw en hun hond Plankton

- Cauci Tens uit Kalken - EJA uit Essen - Nut en Vermaakadee uit Mariakerke - Darmika uit Laarne - Tejater De Orchidee uit Tielen - Theater Sprankel uit Zutendaal - Inspinazie XS -12 uit Leuven


OP WATER EN BROOD? Kan een kunstenaar in België leven van de kunst? Kan hij een inkomen krijgen als hij ziek is, heeft hij een pensioen? Een ding is zeker: de loopbaan van een kunstenaar is versplinterd en maakt samen met het kunstenlandschap een grote evolutie door.

Voor kunstenaars is het moeilijk om een volledige loopbaan te vullen met kunst maken. Het is al niet gemakkelijk om betaald te krijgen voor het spelen van theater. Maar wie betaalt je dan ook nog eens voor het creatieproces? Die periodes waarin nog niet meteen een product te zien is, zijn nochtans essentieel als voedingsbodem voor nieuwe creaties. Dit brengt echter niet rechtstreeks geld in het laatje en stuit daarom vaak op onbegrip van omstaanders. Wie echter relevante en boeiende kunst wil maken, heeft nood aan tijd om te onderzoeken, om te falen.

HET KUNSTENAARSSTATUUT

Je kan als kunstenaar ook beslissen om als zelfstandige te werken. Dan werk je voor jezelf, en niet onder een werkgever, en geniet je dus ook niet van de sociale bescherming van een werknemer. Dit is vooral voordelig als je veel opdrachten hebt of zelfstandige in bijberoep bent en dus niet in je hoofdberoep met kunst bezig bent. Vele kunstenaars hebben naast hun werk als kunstenaar dan ook een andere job. Sommige doen dit om financiële redenen, maar het kan ook een bewuste keuze zijn om niet voltijds met kunst bezig te zijn.

KUNSTENAAR, INFORMEER U!

‘De Bremerstadsmuzikanten’ van De Jongstleerende © Koen Broos

PLANKGAZ - voer voor theaterjongeren

Een organisatie als Het Kunstenloket kan kunstenaars uit tal van disciplines advies geven over contracten, statuut, rechten en dergelijke meer. Want hoewel het kunstenaarsstatuut bestaat, is het niet bij iedereen even gekend of is niet compleet duidelijk wat dit statuut inhoudt. Hun website (kunstenloket.be) is alvast een site om te onthouden. Onlangs nog deed Het Kunstenloket nog een bevraging bij kunstenaars om een beeld te krijgen van wie kunstenaar is en op basis waarvan kunstenaars zich als professioneel beschouwen. Ook belangrijk in de verspreiding van informatie zijn de kunstensteunpunten. Voor theater kan je terecht bij VTi-Steunpunt voor de podiumkunsten die via infodagen en vaste infomomenten (onder de noemer First Aid) kunstenaars wegwijs maken in het administratieve doolhof waar velen zich in verliezen. Ook OPENDOEK kan je een hoop nuttige info verschaffen.

FLEXIBILITEIT TROEF Kunstenaars werken tegenwoordig in verschillende disciplines en verschillende organisaties en doen daarbuiten ook werk in andere sectoren buiten de kunsten. Het is als kunstenaar belangrijk om tegenwoordig flexibel te zijn, maar toch moet je ervoor zorgen dat je enige zekerheid hebt en opbouwt. Hoewel dit alles negatief kan klinken, heeft dit flexibele systeem als voordeel dat kunstenaars de kans hebben om creatiever te zijn en om niet telkens met dezelfde organisaties te hoeven werken. Dit maakt het Belgische kunstenlandschap rijk en gevarieerd. De tijd dat je bij een gezelschap vast in dienst bent en daar voor de rest van je dagen blijft, is lang vervlogen. Het is de taak van de sector, de steunpunten en de overheid om te zien dat er een balans mogelijk is tussen flexibiliteit en zekerheid. Zo blijft het voor zowel de organisatie als de individuele kunstenaar leefbaar en boeiend, want zonder kunstenaars is er immers geen kunst. Eline

***

Interessante bronnen: • De ins en outs van podiumland: een veldanalyse, Joris Janssens (red.), 2011 • Survival in de podiumjungle: een veldanalyse, Joris Janssens en Dries Morees, VTi-Steunpunt in de podiumkunsten, 200 • Metamorfose in podiumland, VTi-Steunpunt in de podiumkunsten, 2007 • Verslag studiedag ‘Wie is kunstenaar?’: www.kunstenloket.be/nieuws/verslag-resultaten-bevraging studiedag-wie-kunstenaar-online • www.kunstenloket.be • www.vti.be • www.opendoek-vzw.be

Wil jij ondervinden hoe het is om als een soort gevangene, op water en brood (en doorgaans ook iets meer) theater te maken? Dan ben jij geknipt voor de 24-uren theateruit­ daging ‘De Opsluiting’ van Plankton en Fameus. Drie jongerengroepen doorstonden dit jaar al deze creatieve ontbering. Lees meer in je Plankton-kalender, midden in deze Plankgaz, of hou plankton.be en facebook.com/planktontheaterjongeren in de gaten.

DE OPSLUITING

Om het voor kunstenaars makkelijker te maken en om ze te beschermen werd in 2003 het kunstenaarsstatuut gecreëerd. De naam zorgt voor enige verwarring, want het kunstenaarsstatuut is geen apart statuut (zoals het bediendenstatuut, arbeidersstatuut of werklozenstatuut). Het zorgt ervoor dat kunstenaars die een artistieke prestatie leveren dezelfde sociale bescherming genieten als een werknemer (zoals ziekteverzekering en pensioen), zonder door de opdrachtgever als werknemer te zijn aangenomen. Bovendien houdt dit statuut ook in dat je onder bepaalde voorwaarden ook je volle uitkering behoudt wanneer je niet aan het werk bent. Zo kunnen kunstenaars de gaten in hun loopbaan vullen en hebben ze meer tijd om te creëren en te zoeken naar nieuwe opdrachten, zonder constante financiële druk.


Achter de tekst: Eugène Ionesco (1909 – 1994) was een Frans toneelschrijver van Roemeense afkomst. Hij staat bekend als een belangrijke figuur in het absurde theater: een toneelgenre dat de nadruk legt op de vreemde, onlogische kantjes van het leven. Ionesco wilde met zijn absurde toneelstukken aantonen dat mensen elkaar nooit echt kunnen begrijpen en dat de dood de mens steeds boven het hoofd hangt. Gelukkig was zijn werk ook erg grappig, wat zijn nogal deprimerende boodschap makkelijker verteerbaar maakt. Het verhaal gaat dat Ionesco tijdens zijn jeugd een bijzondere ervaring meemaakte die verklaart waarom hij zulke vreemde stukken schreef. Op wandel in een Frans stadje voelde hij zich plotseling, zonder aanwijsbare reden, erg gelukkig worden. Toen dat gevoel weer verdween, merkte hij hoe betekenisloos en saai het gewone leven is. Dat gevoel wilde hij verwoorden in zijn toneelstukken. Het eerste toneelstuk dat Ionesco schreef, heette “De Kale Zangeres”. Dat stuk werd pas in 1948 geschreven. Dat komt omdat Ionesco eigenlijk begonnen is als dichter en pas op latere leeftijd voor het toneel begon te schrijven. Zijn bekendste toneelstuk verscheen in 1959. Het heette “Neushoorn” en gaat over een dorp waar de mensen één voor één in (wat dacht je) neushoorns veranderen. Absurd, inderdaad!

iONESCO Nicolas

De VLOEK van MACBETH

Ook bekende mensen kregen te maken met de vloek van Macbeth. Abraham Lincoln las op 9 april 1865 sommige passages luidop voor aan vrienden – die over de moord op Duncan ­­– en binnen de week werd hij zelf vermoord. Een cameraman kwam op de eerste draaidag bijna om het leven, in de verfilming van het stuk door Roman Polanski. Gelukkig zijn er twee manieren om jezelf van deze vloek te verlossen. De eerste is heel simpel, je citeert een stukje uit Hamlet, hoofdstuk 1, scene 4: “Angels and ministers of grace, defend us!”. De tweede manier is iets vreemder. Je moet de kamer verlaten, de deur sluiten, driemaal rond je eigen as draaien, eens goed vloeken en dan op de deur kloppen en vragen of je weer binnen mag. Simpel bijgeloof, zeg je? Durf jij de proef op de som te nemen en het uit te proberen? Misschien toch voor de zekerheid maar gewoon verwijzen naar ‘het Schotse stuk’ of kortweg ‘dat stuk’, zoals de Engelsen – en naar het schijnt Shakespeare zelf ook – dat doen … Brecht

‘Midzomernachtsdroom’ van Jeugdtheater Scherven © Jef Depaepe

Al eeuwen gebeuren er verschrikkelijke dingen tijdens de opvoering van dit meesterwerk. Een gebroken teen en neerstortende decor­ elementen zijn maar kleinigheidjes. In 1672 bijvoorbeeld, in Amsterdam, was de dolk waarmee Macbeth Duncan vermoordt, per ongeluk verwisseld voor een echte. De acteur die Duncan speelde, werd echt vermoord voor de ogen van het publiek. In 1703, op de premièreavond van het stuk in Londen, kreeg Engeland één van de meest geweldige stormen ooit over zich. In 1926 werd een Britse actrice bijna gewurgd op scene tijdens een opvoering van het stuk. In 1942 stierven drie acteurs van dezelfde cast tijdens de opvoeringen en pleegde de scenograaf zelfmoord. In 1948 besliste de actrice die lady Macbeth vertolkte, om de slaapwandelscène met haar ogen dicht te spelen. Ze donderde het podium af, 4,5 meter diep. In 1971 werd een productie geplaagd door twee branden en zeven overvallen. In 2001 speelde de Cambridge Shakespeare Company het stuk. Macduff kreeg een rugletsel, Lady Macbeth stootte haar hoofd, Ross brak een teen, en twee bomen vielen om en vernielden de set.

what would Shakespeare do?

© Nicolas Legendre

Shakespeare heeft veel meesterwerken geschreven, waarvan Macbeth één van de grootste is. Even bekend als het stuk is de reputatie ervan: naar men zegt rust er een vloek op. Twee verhalen doen daarover de ronde. Sommigen geloven dat het ongeluk brengt als je de naam uitspreekt in een theatergebouw. Anderen geloven dat het stuk vervloekt is, en dus ook iedereen die het brengt. De legende vertelt dat Shakespeare ‘echte’ heksenbezweringen gebruikte. Hij had daarvoor geen toestemming gevraagd en daarom vervloekten heksen het stuk voor eeuwig …


Volwassenen niet toegelaten

Een extraatje voor jouw productie met De Upgrade

Vier jongerenduo’s kiezen elk één voorstelling die hen geraakt heeft. Die vier producties worden hernomen op een festival in november 2014. Als gekozen groep krijg je een budget ter beschikking dat je kan inzetten om je productie te upgraden, bv. op locatie spelen, adembenemende kostuums, live muziek … De vier groepen kunnen elkaar al leren kennen op de workshopdag die aan het festival voorafgaat. Groepen of individuen uit provincie Antwerpen kunnen deelnemen met een stuk dat ten laatste wordt gespeeld op 30/9. De Upgrade wordt georganiseerd door vier jonge wolven, Martijn, Tunke, Eva en Bart, met ondersteuning van Plankton. De Upgrade is een initiatief van Plankton en OPENDOEK Antwerpen.

Een uitverkochte zaal genoot van een avond die volledig gereserveerd was voor tieners en jonge twintigers. Het jonge publiek was heel enthousiast en ik kan je verzekeren: er werd wat afgelachen. De zaal bestond vooral uit vrienden, vriendinnen, klasgenoten en eventuele liefjes van de, eveneens jeugdige, acteurs. Ze verzorgden namelijk zelf de kaartenverkoop voor de speciale avond. Het bestuur wist van niets. Na de voorstelling werd er getrakteerd met een spetterende afterparty. De sfeer zat onmiddellijk goed en het feest duurde ongetwijfeld tot in de vroege uurtjes. De voorstelling ‘Schmetterling’ zelf paste volledig in het thema. Het stuk gaat over opgroeien, volwassen worden en de belangrijkste stappen in het leven van jongeren. Heel herkenbaar voor alle toe­­schouwers. Verklaart dat het succes van deze extra volwassenenniet-toegelaten-voorstelling? Of is het gewoon een supertof idee? Het is in ieder geval het proberen waard! Anke

Beter ieTS dan HELEMAAL NIEts De groep Jetodi uit Diest bestond 25 jaar en bracht haar eigen nachtmerrie op scène. Je wil als groep iets bijzonders brengen voor dit jubileum. Maar de regisseur haakt af, de zaal ligt vast, maar er is geen decor, er zijn geen kostuums, er is niets. Alleen een lege scène en … wat rommel in de coulissen. Wat doet dat met een groep? Hopelijk is die nachtmerrie geen waarheid geworden!

Elke theatergroep die binnen een straal van 20 km rond Antwerpen is gevestigd, mag deelnemen aan amateurTONEELhuis 2014-2015. De festivalweek staat in 2015 gepland tijdens de tweede week van de paasvakantie. Meer info en voorwaarden: www.plankton.be.

Internationaal schitteren op Spots op west 2015

Een professioneel podium bij het amateurTONEELhuis PLANKGAZ - voer voor theaterjongeren

Meedoen met dit project is méér dan een eventuele selectie om in het voorjaar van 2015 op het podium van de Bourla te staan. Elke theatergroep die er in het seizoen 2014-2015 voor kiest om één van de geselecteerde Toneelhuisrepertoirestukken op te voeren, wordt immers een seizoen lang theatraal in de watten gelegd door Toneelhuis. Deelnemende groe­ pen kunnen aanspraak maken op technische en/ of inhoudelijke ondersteuning van hun voorstelling en op fikse kortingen op toegangstickets van Toneelhuisvoorstellingen. Daar­ naast staan ook repertoireavonden, masterclasses en een rondleiding in de Bourlaschouwburg op de planning.

2015 wordt een speciale editie, want dan gaat Spots op West internationaal. In nauwe samenwerking met AITA/IATA asbl, de Internationale Associatie voor Amateurtheater, komen theatergroepen uit de hele wereld naar de Westhoek. In 2015 geven we bovendien extra aandacht aan jongeren en staat alles in het teken van het thema ‘On the run’. Inschrijven met je groep kan vanaf 11 juli 2014. Meer info op www.spotsopwest.org.

colofon

Een (nieuwe) uitdaging voor jouw groep!

Meer info en voorwaarden: www.plankton.be

Werkten mee aan dit nummer: Fiene Lambrigts, Tiny Deschamps, Lieselot Deckers, Jens Lamote, Liza Verstraete, Nicolas Legendre, Eline Van de Voorde, Brecht Vandendriessche & Anke Verschueren. Gastredacteur: Evelyne Coussens Coördinatie: Lieselot Deckers Coverbeeld: ‘Woordeloos’ Jongerentheater Joker (Landjuweelfestival 2013) © Katleen Clé Plankgaz is gedrukt op gerecycleerd papier.

Saar en Marianne (samen het theatergezelschap Moeder Eik) werken in Venezuela aan een theaterproject, samen met een groep jongeren met een moeilijke thuissituatie. Twee jaar voorbereiding ging aan het project vooraf. Alles regelen, contacten leggen, geld bij elkaar krijgen, een prospectiereis … De plaatselijke universiteit, het ministerie van Cultuur van Venezuela en het nationale theatergezelschap stapten allemaal mee in het verhaal. Eind januari vertrokken ze dan eindelijk, om er met de jongens van het Don Bosco-instituut in de stad Mérida in zes maanden een voorstelling te maken. Op 3 mei was normaal gezien de première voorzien. Maar wegens de aanhoudende protesten (tegen het wanbeleid, schaarste aan goederen, groeiende onveiligheid …) en de onrust die daarmee gepaard gaat, werden de jongens naar huis gestuurd. Het project lag stil. Toen besloten Marianne en Saar om zelf naar de jongens toe te trekken. Het theater­project werd een filmproject, waar ze mogelijks nog meer zin in hebben. Of hoe je een droom via kronkelende wegen tot realiteit maakt …

Pv

Lieselot

t

---

Je kan de avonturen van Saar en Marianne op de voet volgen via deburen.eu en moedereik.wordpress.com/category/blog/.

Toneelhuis jongerengroepen

In 2013 stond SPI (lees ‘spaai’), de toneelgroep van het SintPaulusinstituut in Herzele op de grote scène van de Bourla met hun ‘Romeo en Julia’. De acteurs en actrices zijn leerlingen van de school tussen de 12 en 18 jaar oud. Zij waren één van de amateurgezelschappen die in het kader van het amateurTONEELHUISproject een seizoen lang rond het repertoire van het Toneelhuis werkten, én ook één van de vier die uiteindelijk geselecteerd werden om er hun productie te spelen. Al die extra repetities voor één extra voorstelling? Jonas, Helena, Wout en Sofie vinden alvast echt de moeite waard, Sommigen offerden er zelfs hun Italiëreis voor op. Ze staken het stuk in een modern jasje. Zo moesten ze gaan nadenken wat ze zouden doen met de ‘lijken’ na de sterfscènes en waarover families vandaag zouden ruzie maken (ze vonden hun inspiratie in een tv-programma rond buren­ruzies). In het gebouw kwamen ze al eens Gilda De Bal, Vic De Wachter of Marie Vinck tegen, en die zeggen gewoon ‘Goeiedag’. Ook dit jaar werden uit veertien deelnemende groepen, vier geselecteerd om hun voorstelling in april in de Bourla te spelen. Onder hen Theater Milla, een groep van jonge twintigers. Zij brengen er ‘Reynaert’, hun bewerking van Reynaert de Vos. Diezelfde groep werd ook geselecteerd voor het Oujda-festival in Marokko. Speelt jouw groep in 2015 in de Bourla? Ontdek alle info in het artikeltje in de kantlijn! Lieselot

---

Info en tickets voor editie 2014: www.toneelhuis.be.

--Opmerkelijk verhaal vanuit jouw jongerengroep, dat je wel eens in Plankgaz wil zien verschijnen? Laat horen, via lieselot@plankton.be!

contact

Plankton - OPENDOEK Zirkstraat 36 2000 Antwerpen T: 03 206 75 84 lieselot@plankton.be

een initiatief van

v.u. en afzender: Rob Van Genechten, Zirkstraat 36, 2000 Antwerpen - lay-out en concept: zap all people - www.zap.be

Een extra voorstelling spelen, waar volwassenen niet toegelaten zijn en het publiek enkel bestaat uit jongeren. Een goed idee, denk je? Tejater De Orchidee uit Tielen testte het uit met hun productie ‘Schmetterling’ en Plankton was erbij om de sfeer op te snuiven.

Meer info en voorwaarden: www.plankton.be Maak/speel jij een nieuwe prachtige/uitdagende/meeslepende/ … act/productie/ monoloog/interventie/ …? Schrijf je in voor The Upgrade en maak kans op een extra portie waw-factor.

SAAr en Marianne Gaan hUn theaterdrOOm achterna in VENEZUELA

IederEEn PLANKTON

Festivalfun op het Landjuweelfestival

Is jouw productie té bijzonder om er na de voorstellingenreeks mee op te houden? Grijp dan je kans om hem te laten zien aan theaterminnend Vlaanderen en schrijf je in voor het Landjuweelfestival (herfstvakantie 2014).Naast een professionele zaal en ondersteuning winnen de geselecteerden er voor de hele groep een spetterend zesdaags theaterbad. Hoe werkt het? Stel je kandidaat bij Lieselot via lieselot@ plankton.be. Je krijgt bezoek van ‘de Siamezen’: een stafmedewerker en een jongere komen jullie voorstelling bijwonen en voeren nadien een gesprek met de groep. Voorstellingen moeten spe­ len vóór 15 mei.

Plankton plankgaz april2014 04 issuu  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you