Judo - Randori

Page 1

OfficiĂŤle uitgave van Judo Magazine BV Jaargang 40, nummer 274, April 2019

Thema-nummer

Judo - Randori Over judosport in Nederland

-1-



Judo Magazine is een uitgave van Judo Magazine BV Bakenessergracht 30 2011 JW Haarlem info@s-coolpictures.nl. Tel. 06-15007280. Productie Judo Magazine BV Hoofdredacteur Robbert van der Geest Fotografie Robbert van der Geest Bob Willingham Sponsor S-Cool Pictures BV Vormgeving Plan B Creatieve Communicatie Nauerna 37b 1566 PD Assendelft The Netherlands 0031 (0)75 3030036 info@planb.nl Druk Drukwerkdeal Foto omslag: Europees kampioen Ben Sonnemans in actie tijdens de EK 1997 in Oostende. Foto: Bob Willingham

Inhoud Hoofdstuk 1......................... 4 Ontwikkeling judosport in Nederland Hoofdstuk 2......................... 8 Judo - Randori Hoofdstuk 3.......................11 Professionele medewerkers Hoofdstuk 4.......................14 Van Toernooi naar Competitie

H

et is lang geleden dat ik mij tot u als lezer heb mogen richten. In december 2000 zegde de JBN de samenwerking met Judo Magazine BV op en daarmee kwam een einde aan een periode van 12 jaar waarin ik het bondsblad voor de JBN mocht maken. Gedane zaken nemen geen keer. Waarom ik nu na bijna 20 jaar het oude logo tevoorschijn heb gehaald en deze korte verhandeling over de judosport in Nederland heb geschreven, is omdat ik mij oprecht zorgen maak over de toekomst van onze zo dierbare sport. Tijden veranderen en de belangstelling en interesses van het publiek veranderen mee. Twintig jaar geleden viel bijvoorbeeld niet te voorzien dat we anno 2019 een groot deel van de dag in de weer zouden zijn met onze mobiele telefoon. De opmars van internet en social media zorgen daarnaast voor een constante stroom aan informatie waarbij oude media hopeloos achter blijven. Een bondsblad zoals Judo Magazine zou nu niet meer kunnen. Alhoewel, een blad met achtergrondverhalen, human interest en een beetje geschiedenis zou wellicht toch nog een geĂŻnteresseerde doelgroep kunnen bedienen. Vraag is dan gelijk; welke doelgroep? Het Nederlands judo maakt vanuit JBN perspectief namelijk moeilijke tijden door. Het aantal leden loopt schrikbarend terug en het merendeel is bovendien 12 jaar of jonger. Judo is steeds meer een kindersport. De judosport is uit de gratie bij vooral jong volwassenen die tegenwoordig kiezen voor andere vrijetijdsbestedingen. Wat kunnen we daar aan doen? In dit blad leest u een analyse van hoe het zover heeft kunnen komen en een aanzet tot mogelijke oplossingen. De aanleiding om deze verhandeling te schrijven is de uitnodiging van de NVJJL een workshop te verzorgen (zondag 14 april 2019, Wijk bij Duurstede). Die uitnodiging heb ik graag aangenomen en van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn kijk op het Nederlandse judo op papier te zetten. Het is mijn persoonlijke visie en vanzelfsprekend hoeft u het daarmee niet eens te zijn. Mocht u na het lezen de behoefte hebben daar met mij over in contact te treden dan kan dat. Mijn contactgegevens vindt u in het colofon hiernaast.

-3-


Hoofdstuk 1

Ontwikkeling judosport in Nederland 1939. Oprichtingsjaar JBN. Jiu-Jitsu (Judo) is dan nog een mysterieuze, exotische vechtmethode uit Japan. Kleine man kan grote man verslaan. 1950–1960. Judo ontwikkelt zich steeds meer los van Jiu-Jitsu tot een wedstrijdsport. 1964. Anton Geesink wordt Olympisch kampioen – Judo groeit uit tot mondiale Olympische wedstrijdsport. Judoscholen schieten als paddenstoelen uit de grond. 1970–2019. Judo ontwikkelt zich vooral als pedagogische activiteit gericht op kinderen. 2004–2019. Oud-wereldkampioen Ruben Houkes en compagnon Ziggy Tabacznik spelen in op deze ontwikkeling en lanceren los van de JBN, Schooljudo®. In 2019 actief op meer dan 400 scholen in Nederland. Inmiddels werkt Schooljudo® samen met de IJF (International Judo Federation) om het schooljudo internationaal te promoten. 1990-2000. JBN is de grootste Nederlandse vechtsportorganisatie met bijna 60.000 leden. 2000-2019. Het ledental van de JBN loopt gestaag terug. Voorjaar 2019 heeft de JBN nog slechts 38.000 leden waarvan het merendeel 12 jaar of jonger. Deelname aan wedstrijden loopt sterk terug. Diverse kampioenschappen zijn geschrapt door gebrek aan deelname.

-4-


Maatschappelijke positie van de judosport Jiu-Jitsu (Judo) heeft zich vanaf de introductie in Nederland vooral ontwikkeld als een commerciële activiteit. Wie wil leren vechten kiest anno 2019 eerder voor full contact sporten als MMA, kickboksen, Krav Maga etc. dan voor het ‘zachte’ judo. Het meedoen aan toernooien en kampioenschappen levert de judoleraar commercieel niets op. Judoleraren hebben daarom geen direct belang om hun leden op te geven bij de JBN. Het meedoen aan een judotoernooi of kampioenschap levert bovendien een geringe sportervaring op en is voor de meeste deelnemers niet leuk. De huidige judoregels en de wijze waarop toernooien worden georganiseerd maken het voor beginnende en recreatieve judoka’s niet aantrekkelijk om mee te doen. De JBN heeft als belangenbehartigende organisatie van de judosport vooralsnog geen succesvol beleid om de belangstelling voor judo als wedstrijdsport te vergroten. Anders dan bij voorbeeld bij het hockey of voetbal waar de laatste jaren echt ingrijpende maatregelen zijn genomen. Zie: https://nos.nl/artikel/2270400-voetbal-en-hockeywereld-twijfelen-over-nut-van-selectie-bij-jonge-kinderen.html

-5-


Bestaansrecht van Judo De belangstelling voor Jiu Jitsu (Judo) zal in enige vorm altijd blijven bestaan. Zolang Judo zijn Olympische status behoudt zal topjudo mondiaal gezien belangrijk blijven. Het Anton Geesink effect is anno 2019 nihil. Jeugd kiest niet voor Judo omdat Henk Grol kampioen is. De IJF heeft de laatste jaren de judoregels meerdere malen ingrijpend aangepast om het wedstrijdjudo aantrekkelijker te maken. De IJF zoekt naar wegen om het ‘echte’ Judo te stimuleren ten koste van het uitsluitend fysiek gerichte krachtjudo.

Wat is ‘echt’ Judo? Grondlegger Jigoro Kano vond Randori samen met Kata de belangrijkste oefenvormen van zijn Kodokan Judo. ‘Echt’ Judo is met name te ervaren tijdens Randori. Randori is een tweestrijd waarbij judoka’s elkaar d.m.v. een judotechniek op de mat proberen te werpen. In het grondgevecht probeert men elkaar onder controle te houden of tot opgave te dwingen d.m.v. toegestane technieken. Judo (Randori) is een spel van balans verstoren bij de tegenstander om daar zelf gebruik van te maken. Bij Randori ligt de nadruk op het vermijden van blessures. Judoka’s hebben naar elkaar toe een zorgplicht. -6-


Judo biedt de mogelijkheid tot echt vechten zonder de tegenstander opzettelijk te beschadigen. Het werpen van de tegenstander met een goed uitgevoerde judotechniek geeft grote voldoening. Judo (Randori) is op zichzelf daarom een leuke activiteit. Judo is een beschaafde vechtsport, een unique selling point (USP) in vergelijking met andere vechtsporten.

Primaire doel van judoles en judotraining. Het aanleren of verbeteren van judovaardigheden. Het bekwamen in het judospel. Tijdens de les of training komt dit tot uiting tijdens oefenpartijtjes ofwel Randori.

Seiryoku Zenyo mutual benefit

Jita kyoei maximum eďŹƒciency -7-


Hoofdstuk 2 Judo - Randori

R

eeds op pagina 2 van het allereerste bondsorgaan van den Nederlandsche Jiu-Jitsu en Judo-bond in november 1946 wordt al gemeld dat helaas vele beoefenaren van de Jiu-Jitsu- en judosport geen lid zijn van den NJJB. Het bestuur roept iedere beoefenaar op lid te worden met als adagium; het zal u duidelijk zijn dat een bond met veel leden meer kan doen dan een kleine bond. U ziet, niets nieuws onder de zon. Van 1989 tot en met 2000 verzorgde ik het bondsblad van de JBN. In die 12 jaar was ik in ‘93/’94 daarnaast ook PR en promotiefunctionaris van de JBN. Judoleraar werd ik op het CIOS (1973-1976); behaalde de onderwijsakte J (gymnastiek); trainde in 1978 een half jaar in Japan. Daarna heb ik 10 jaar gewerkt als Psychologisch Motorisch Therapeut bij het PPI in Am-8-


sterdam. Heb 25 jaar judoles gegeven bij Kenamju en bij diverse andere clubs. Ben in 1990 begonnen met het organiseren van Europacup-wedstrijden voor Kenamju waarvan er uiteindelijk 23 zijn gerealiseerd met een gemiddeld aantal toeschouwers van tussen de 1500 en 2000. Nadat de JBN in 2000 met mij de samenwerking opzegde ben ik zelfstandig ondernemer geworden (S-Cool Pictures BV) en doe dat tot op heden. De ruime afstand in directe betrokkenheid en tijd heeft mij inmiddels een andere kijk op onze sport opgeleverd. Mijn visie komt dan ook voort uit de overtuiging dat judosport meer kan zijn dan alleen een pedagogisch middel of Olympische wedstrijdsport. Het resultaat van eindeloze gesprekken met judoliefhebbers en veel nadenken. Mijn doel is niet anders dan een debat op gang brengen om de mogelijkheden van de judosport opnieuw onder de aandacht te brengen en instrumenten aan te reiken om Judo weer populair te maken. Judo (Randori) is op zichzelf een leuke activiteit. Voor mij persoonlijk vond ik het doen van Randori het leukste dat er was. Winnen was ook belangrijk maar toch ontleende ik meer voldoening aan het ‘zwiepen’ van een goede tegenstander dan aan een lelijk gewonnen partij. Ik was ook meer onder de indruk van judoka’s die dát konden dan van dubbel gespierde krachtpatsers. Het wedstrijdjudo ontwikkelde zich vanaf de jaren 80 echter steeds meer tot een fysieke sport waarbij kracht en atletisch vermogen de bovenhand kregen. Om op topniveau voor de medailles mee te kunnen doen, moesten de atletische kwaliteiten van de judoka’s sterk worden verbeterd. Met goed judo alléén word je sindsdien al lang geen kampioen meer. Aan de onderkant van de piramide werd -Judo als Pedagogisch Spel- (Drs. Kuis 1974) steeds belangrijker. Wedstrijdjudo leverde de judoleraar die met het lesgeven zijn brood moest verdienen, niet direct wat op. Natuurlijk, sportieve successen, beetje -9-


reclame, aanzien, maar dat is het wel ongeveer. Wedstrijd- en topjudo kostte toen en ook nu alleen maar geld. De Judoleraren pasten zich aan en gingen zich steeds meer richten op de vraag uit de markt; Judo als pedagogisch middel. En, het is waar, judo biedt vele mogelijkheden om met name kinderen in hun ontwikkeling te helpen. Alle kernwaarden die centraal staan bij het Schooljudo® kunnen d.m.v. judo ook daadwerkelijk worden aangeleerd of verbeterd. Vanzelfsprekend ook dat lichamelijk opvoeders de pedagogische potentie van judo in grote getale omarmden. De JBN heeft in die ontwikkelingen zeker een bijdrage geleverd maar daarin toch nooit een bepalende en controlerende rol kunnen spelen. De JBN is primair ook geen opleidingsinstituut, de JBN is een sportbond met als één van haar subtaken het opleiden van gekwalificeerde judoleraren. De JBN-statuten vermelden dat iedere bij de JBN aangesloten club verplicht is zijn leden bij de bond op te geven. Op papier ziet dat er best goed uit maar in de praktijk gebeurt dat natuurlijk niet. Waarom zouden judoleraren ook? Een kindje van vijf dat 2 of 3 jaar aan judo doet, hoeft echt geen lid te zijn van de JBN. Waarvoor? Wat is de meerwaarde? Die is er niet en dus gebeurt het ook niet. Zoals we hierboven hebben gelezen levert de JBN al vanaf het begin van haar oprichting strijd met de judoleraren die hun leden niet opgeven. In 80 jaar is dat nooit gelukt en dat gaat ook nooit gebeuren. Geen Kyu-gradenregistratie, geen Club Centraal, geen Brown Paper sessies, geen goedkope lidmaatschappen, en geen De JBN komt naar u toe, het is allemaal tot mislukken gedoemd. De JBN is een vereniging die zich ten doel stelt de judosport in Nederland te promoten. Dat zou opnieuw bovenaan een wit papier moeten worden geschreven. Vraag daarna is hoe de JBN dit wil realiseren? Op dit moment stelt het bestuur hiertoe meerjarenbeleidsplannen en een jaarplan op waarin valt te lezen welke doelen wor-10-


den gesteld. Ondanks al die plannen en beleidsnota’s wordt er in Nederland steeds minder aan judosport gedaan. Let wel; niet aan judo als pedagogische activiteit, daar gaat het namelijk prima mee. Daar heeft de JBN qua ledenaantallen echter niets aan. Als judo alleen nog als pedagogisch middel aantrekkelijk is, dan is dat zo. Wanneer de animo voor wedstrijdjudo nog verder afneemt dan zal de JBN haar bestaansrecht kunnen verliezen. Is dat erg? Niet echt. Wanneer judosport als activiteit niet meer aantrekkelijk is zullen er steeds minder judoka’s komen. Al die potentiele judoka’s gaan heus wel wat anders doen. Iets wat leuker is dan judoën. In maatschappelijke zin niet erg dus.

Hoofdstuk 3

Professionele medewerkers

D

aarnaast is het JBN bestuur de afgelopen 20 jaar steeds meer afhankelijk geworden van professionele medewerkers van het bondsbureau onder leiding van een professionele directeur. Het beleid van de JBN wordt daardoor ook steeds meer bepaald door de inbreng van deze professionele medewerkers. Nadeel hiervan is dat deze medewerkers vooral bezig zijn om hun baan te behouden. Of hun dagelijkse inzet allemaal even zinvol is voor de judosport valt te betwijfelen. Om de paar jaar treedt er bij de JBN ook een nieuwe directeur in dienst die vol elan maar vaak niet gehinderd door enige kennis van de judosport of historisch besef aan de slag gaat. In de afgelopen 20 jaar heeft de JBN zo een 7-tal directeuren versleten die gemiddeld 3 jaar in dienst waren. In die 20 jaar is het ledental met bijna 20.000 gedaald. Zoiets geeft toch te denken. Bestuursleden weten ook niet hoe het verder moet en leunen -11-


daardoor steeds vaker op de professionals van het bondsbureau. Heel begrijpelijk maar niet echt een gewenste ontwikkeling. De JBN zou gediend zijn met een bestuur dat teruggrijpt op de uitgangspunten waarvoor zij is opgericht: het promoten van de judosport. Elk volk krijgt de leiders die het verdient. Met andere woorden de judowereld heeft deze situatie aan zichzelf te wijten. Nederland is een van de weinige landen waar de judosport zich voor een belangrijk deel via commerciÍle sportscholen heeft ontwikkeld. Geld verdienen stond vanaf het begin voor veel judoleraren op de eerste plaats. Veel judoscholen, vroeger en nu, hebben duizenden judoka’s opgeleid waarvan de meeste nooit hebben deelgenomen aan regionale, nationale laat staan internationale judowedstrijden. Van de ruim 700 aangesloten clubs bij de JBN zijn er hooguit 60 of 70 die zich vertegenwoordigd weten bij grote toernooien en/of kampioenschappen. Ook hier geldt weer dat het meedoen aan judowedstrijden blijkbaar niet leuk genoeg is. Daar bevindt zich volgens mij ook een mogelijke oplossing. Judoleraren zouden naast alle pedagogisch gerichte lessen ook weer gewoon judoles moeten gaan geven. Leren hoe je judotechnieken kunt toepassen in een judopartij ofwel Randori. Ik durf de bewering wel aan dat er tegenwoordig veel judoleraren zijn die zelf niet echt aan wedstrijdjudo hebben gedaan. Dan kom je al snel uit bij pedagogisch judo, kata, zeker bewegen, tuimeljudo etc. Allemaal niets mis mee, vooral mee door blijven gaan, maar primair zou je als judoleraar je leerlingen het judospel moeten willen bijbrengen. En dat heet Randori. Randori is niet eenvoudig. Je hebt een bepaalde instelling nodig om goed Randori te kunnen maken. Wil je alleen maar niet worden geworpen, zal je het niet leren. Je moet proberen die ander te werpen waardoor er spel ontstaat. Essentieel daarbij is de zorgplicht die Tori heeft voor Uke. Vallen is niet erg, mits je geleerd hebt hoe je moet valbreken en wanneer Tori er voor zorgt dat je goed terecht komt. Dat is allemaal prima te leren en -12-


levert een schat aan oefenstof op dat tijdens de les of training kan worden gebruikt. Wanneer judoleraren zich deze boodschap zouden aantrekken, geef ik de judosport nog een goede kans om weer in de gunst van sportief Nederland te komen. Enige reden: omdat het dan leuk is om te doen. De NVJJL en de JBN zouden seminars kunnen organiseren waar deze boodschap verder wordt uitgedragen. Er zijn nog genoeg judoleraren die, beter dan ik, hier fantastische lessen en workshops voor kunnen maken. Het gaat er om dat deze visie breder gaat worden gedragen en dat judoleraren weer plezier krijgen in het aanleren van judosport. Iedere judoleraar krijgt kinderen binnen die zeer geschikt zijn om tot een wedstrijdjudoka te kunnen uitgroeien. Kinderen die het mooi vinden om te stoeien en wedstrijdjes te maken. Deze kinderen kiezen naar verloop van tijd te vaak voor een sport met meer spelplezier en uitdaging. Een zichzelf respecterende judoleraar zou deze kinderen echter de kans moeten bieden zich als judoka te kunnen ontwikkelen. Judoleraren die in Japan zijn geweest verbazen zich vaak over de Japanse judotraining. Die bestaat namelijk voor het grootste deel uit Randori. Het principe is dat iedereen met iedereen kan judoĂŤn en dat er open en actief wordt geprobeerd de tegenstander op de mat te werpen. Dat is namelijk het spel Judo. Japan heeft overigens ook geleerd van onze westerse manieren van lesgeven. Methodisch aanleren van technieken, speelse bewegingsvormen voor de jeugd, ook Japan verandert in dat opzicht. Niet in de laatste plaats door de inbreng van enkele enthousiaste Nederlandse leraren. Het enige verschil is dat de judolessen in Japan tot doel hebben Randori te maken. In Nederland hebben we het probleem dat steeds meer mensen een blauwe, bruine of zwarte band dragen maar eigenlijk nooit echt goed Randori hebben leren maken. Alsof een voetballer prima heeft geleerd hoe hij de bal hoog moet houden maar nooit een wedstrijdje speelt. -13-


Hoofdstuk 4

Van Toernooi naar Competitie.

O

m die reden heb ik al jaren geleden bedacht dat het doen aan judo ook zou moeten betekenen dat je meedoet aan judowedstrijdjes. Altijd bij jou in de buurt en niet langer dan maximaal 1,5 uur. In die tijd moet je dan minimaal 5 á 6 partijtjes doen. Onder toezicht van een waarnemer die zorgt dat de judo-etiquette wordt nageleefd. Na afloop moeten de judoka’s zelf aangeven wie de winnaar is. De waarnemer heeft de vrijheid om in te grijpen of te helpen bij het bepalen van de juiste winnaar. Alle wedstrijdresultaten worden verwerkt in een groot schema dat aan het einde van een toernooicyclus een eindstand oplevert. Dit idee heb ik diverse malen onder de aandacht van JBN bestuursleden gebracht maar altijd zonder resultaat. Uiteindelijk heb ik er in 2016 een filmpje over gemaakt en dit op internet geplaatst. Van Toernooi naar Competitie https://www.youtube. com/watch?v=6EX66jMdq2Y Naar aanleiding daarvan ben ik door de JBN gevraagd daarover tijdens de Nationale Budodag 2017 een presentatie te geven. Samen met Richard de Bijl (8e Dan) heb ik dat gedaan. De JBN heeft vervolgens contact met mij opgenomen om te komen tot een samenwerking. Dit is helaas mislukt omdat de JBN slechts geïnteresseerd bleek in het format om daar nieuwe leden mee binnen te halen. Mij ging het er veel meer om de judosport opnieuw te definiëren. Een debat te starten onder betrokkenen om de judosport nieuw leven in te blazen. Met als uiteindelijk doel in iedere stad of streek een judocompetitie te hebben waar beginnende en recreatieve judoka’s aan kunnen meedoen. Volgens een uniform systeem waarvan de uitslagen op het internet -14-


zijn terug te vinden. Vanwege accommodatie en de noodzakelijk hulp van vrijwilligers, kan dit alleen op clubniveau worden georganiseerd. Alles staat of valt bij het enthousiasme van clubs en vooral de judoleraren. Mijn initiatief werd in district Zuid Holland door een aantal clubs actief opgepakt met als belangrijkste promotor Richard de Bijl (Chitari Sport Spijkenisse). Inmiddels zijn ze in de regio Rijnmond al aan hun tweede seizoen bezig en het lijkt er op dat het format met wat aanpassingen een serieuze kans van slagen heeft. Want, dat is wat ik tot zover heb geleerd; zonder de medewerking van de clubs en de judoleraren wordt het in alle gevallen niets. Wanneer judoleraren en clubs niet gemobiliseerd kunnen worden om dit verder op te zetten, sterft dit initiatief hoogstwaarschijnlijk een zachte dood. Mijn idee is inmiddels door de JBN gekaapt. Ondanks dat de JBN schriftelijk erkent dat het format mijn geestlijk eigendom is, heeft het bestuur besloten er exclusief een JBN activiteit van te maken. Wel bood de JBN mij nog aan het format gratis uit te rollen en de zeggenschap over de verdere ontwikkeling ervan aan haar over te dragen. Ter bevestiging van de afspraken diende ik een contract te ondertekenen dat het best valt te omschrijven als een wurgcontract. Geen verdere samenwerking met de JBN dus. De JBN voelt zich desondanks blijkbaar moreel en juridisch niet gebonden om het hele concept zich toe te eigenen en het zelf uit te rollen. Ik durf nu al te voorspellen dat dit waarschijnlijk niets gaat worden omdat de JBN niet de goede analyse maakt over de huidige status van de judosport. De JBN zou de belangenbehartiger van de judosport dienen te zijn. Al vanaf het begin van haar oprichting voert de JBN echter een beleid dat leden en clubs vooral moeten doen wat de JBN voorschrijft. De organisatiestructuur van de JBN met het twee keer per jaar verantwoording afleggen aan de leden via de bondsraad, moet er voor zorgen dat de JBN de juiste koers blijft varen. -15-


In de praktijk betekent dat tegenwoordig meestal dat als het bestuur, en met name de directeur, met een goed verhaal komt de bondsraad, soms met wat tegensputteren, uiteindelijk het gevoerde beleid accordeert. De directeur is de professional en die zal het dus wel weten. Mij gaat het hier beslist niet om de persoon maar uitsluitend over het tekortschieten van deze structuur. Illustratief hiervoor is ook de brief van mij aan alle bondsraadsleden inzake het afketsen van de samenwerking met de JBN i.z. het Randori-project. Welgeteld drie reacties mocht ik ontvangen met de toezegging er op terug te komen. Daarna nooit meer wat gehoord. De JBN gaat gewoon aan de haal met mijn concept en iedereen vindt het blijkbaar prima. Te veel gedoe, over tot de orde van de dag. Ander voorbeeld. De JBN heeft het topjudo naar Papendal verhuisd en daarmee direct het clubjudo om zeep geholpen. Verschillende prominenten in de judosport, waaronder Olympisch kampioen Mark Huizinga, toch niet de minste, hebben opgeroepen om dat vooral niet te doen omdat daarmee de rivaliteit tussen clubs zou verdwijnen. Daarmee ook alle inzet, trainingsfaciliteiten, financiĂŤle ondersteuning et cetera van de clubs. Geen goede ontwikkeling voor de toekomst van het Nederlandse wedstrijdjudo. De JBN heeft zich in dit geval blijkbaar laten leiden door de wensen van het NOC*NSF. De JBN beweert hierin echter een eigen keuze te hebben gemaakt. Als dat al zo is, dan is dat in het minste geval toch een sterk beĂŻnvloedde keuze waarin niet echt een visie op langere termijn doorklinkt. Ik vraag mij oprecht af uit welke clubs over enkele jaren de kampioenen van de toekomst gaan komen? Ook hier heeft de bondsraad mee ingestemd omdat bestuur en directie dit nu eenmaal het beste leek. Het contact met de judosport op clubniveau lijkt de JBN ook op dit gebied te verliezen. Judo ontwikkelt zich volgens de principes van de markt. Judoleraren leveren waar vraag naar is en de JBN heeft daar maar zeer beperkt invloed op. Het bestuur van de JBN zit er bij en kijkt er -16-


naar. Heeft geen controle over de markt. Komt zo af en toe met wat ballonnetjes om het tij te keren. Nu weer met accountmanagers die clubs gaan bezoeken met als doel dat zij hun leden gaan opgeven. De JBN maakt ook een ronde langs alle districten om te vragen of zij wat voor de clubs kan doen, het wordt allemaal niets. Waarom niet? Omdat de kern is dat wedstrijdjudo in de huidige vorm niet echt leuk is om te doen. Het bewijs daarvan is dat het aantal leden drastisch terugloopt. Het merendeel van de leden bovendien 12 jaar of jonger is; Judo in Nederland daardoor vooral een pedagogische activiteit is voor kinderen en judo daardoor als sport steeds meer terrein verliest. De JBN heeft op al deze ontwikkelingen geen antwoord. Het bondsbureau verzint van alles en nog wat maar mist de essentie van wat er aan de hand is. Judospecialisten maken steeds minder deel uit van de organisatiestructuur van de JBN. Zoals sportmarketeer Frank van de Wall Bake ooit stelde: in het bedrijfsleven word je gekozen op basis van competentie, in de sport op basis van bereidwilligheid. Dit leidt er toe dat steeds meer goedwillende maar niet noodzakelijk deskundige vrijwilligers doorstromen naar de top van de organisatie. Maar ook met meer Judospecialisten in het bestuur en bondsraad zou het helaas niet plotsklaps allemaal de goede kant uit gaan. In de eerste jaren van de JBN vochten de grondleggers elkaar de tent uit waardoor er binnen enkele jaren meerdere bonden ontstonden. Voor amateurs, voor Katholieken en nog een paar andere bloedgroepen. Dit leidde uiteindelijk tot een noodzakelijk fusie met als resultaat onze huidige JBN. De sleutel om verdere terugloop van de judosport een halt toe te roepen ligt daarom toch in handen van de judoleraren. De JBN zou daarom meer samenwerking met de NVJJL moeten zoeken om gezamenlijk de Nederlandse judoleraren weer op het juiste spoor te krijgen. Helaas hebben judoleraren nogal vaak de eigenschap hun eigen kijk op de wereld als uniek en superieur te achten. Moet iets -17-


te maken hebben met de Japanse sempai-kohei verhoudingen waar de sensei op de top van de hiÍrarchische piramide zit. Dus makkelijk is het allemaal niet. Toch geloof ik dat als de judowereld zich meer zou richten op de kernactiviteit het nog wel de goede kant op kan gaan. Wanneer judoleraren, in navolging van Jigoro Kano, Randori weer belangrijk maken in hun judo-onderwijs dan biedt judosport genoeg uitdagingen en plezier om daaraan te doen. Wanneer beginnende en recreatieve judoka’s daarnaast de mogelijkheid hebben om in een Randori-competitie hun vaardigheden te testen en te verbeteren, kan judosport weer een populaire activiteit worden. Zeker in een samenleving waarin fatsoensnormen onder druk staan, is judosport een uitstekende manier om met respect voor de tegenstander op de mat, voluit te strijden. Wie goed Randori heeft geleerd begrijpt Kata bovendien veel beter. Haarlem, april 2019 Robbert van der Geest (4e Dan)

-18-


Specialist in schoolfotografie voor het middelbaar onderwijs.


Judo kun je alleen leren door het te doen


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.