Issuu on Google+

De pijlers van een nieuwe toekomst jaarverslag 2009

federatie van partners voor werk


De pijlers van een nieuwe toekomst jaarverslag 2009

federatie van partners voor werk


inhoud

inhoud

p 3

voorwoord

p 4

De federatie

p 6

organisaties en instanties waar Federgon vertegenwoordigd is

p 7

De socio-economische dossiers in 2009

p 8

onderzoeken en publicaties in 2009

p 12

economisch verslag

p 14

De Federgonsectoren in 2009

p 40

aanpakken

krachtDaDig

3

jaarverslag 2009

uitDagingen


voorwoord

De pijlers van een nieuwe toekomst

het jaar 2009 zal in de herinnering voortleven als dat van de economische crisis. Deze crisis was al ingezet in 2008 en teisterde alle sectoren van het bedrijfsleven. ook de ondernemingen aangesloten bij Federgon kregen er mee af te rekenen, hoewel sommige meer dan andere. in deze moeilijke omstandigheden, en geconfronteerd met een vaak aanzienlijke terugval van hun activiteiten, hebben de leden van Federgon meer dan ooit blijk moeten geven van flexibiliteit en creativiteit. De crisismaatregelen van de regering hebben hierbij een belangrijke rol gespeeld en de ondernemingen geholpen om de moeilijkheden het hoofd te bieden.

jaarverslag 2009

4

vanzelfsprekend heeft de economische crisis ook een impact gehad op de werkgelegenheid. De arbeidsmarkt kreeg het zwaar te verduren. vele werkzoekenden, uitzendkrachten of ontslagen werknemers wendden zich tot onze leden om opnieuw werk te vinden. hun verwachtingen ten aanzien van onze leden waren groot. in de context van een zwakke arbeidsmarkt was het een uitdaging voor

onze bedrijven en hun medewerkers deze verwachtingen in te lossen. nooit droegen de leden van Federgon beter hun titel van ‘partners voor werk’. toch heeft de crisis de structurele veranderingen waar de arbeidsmarkt mee af te rekenen heeft niet gewijzigd. Denken we maar aan de vele knelpuntfuncties die, ondanks de toenemende werkloosheid, vacant gebleven zijn. Denken we maar aan de allochtonen, de oudere werknemers en de jongeren, voor wie het meer dan ooit moeilijk is om een plaats op de arbeidsmarkt te veroveren of te behouden. De veroudering van de bevolking, de evolutie in de industrie en de economische veranderingen, vereisen nog steeds structurele maatregelen voor de arbeidsmarkt. nieuwe en omvangrijke hervormingen zijn thans onvermijdelijk als België en de gewesten hun sociaal model wensen te behouden. het is met deze gegevens in het achterhoofd dat Federgon haar memoranda voor de regionale verkiezingen van juni 2009 heeft uitgewerkt en toegelicht, onder het motto ˝meer mensen aan het

werk zetten en houden via een ambitieus arbeidsmarktmodel˝. Federgon pleit hierin voor grote en ambitieuze hervormingen van de arbeidsmarkt. De bedrijven aangesloten bij Federgon - partners voor werk, zijn de pijlers van een nieuwe toekomst voor de arbeidsmarkt. Door transities in ieders beroepsleven te vergemakkelijken en in vertrouwen te laten verlopen, door de professionele mobiliteit te verbeteren, en door de competenties van werknemers en werkzoekenden te verruimen, dragen ze bij tot het beter afstemmen van de arbeidsmarkt op de uitdagingen waar deze voor staat. onze leden zijn partners van de ondernemingen, partners van de werkzoekenden en de werknemers, maar ook partners van de overheden, die hier en nu de enorme verantwoordelijkheid dragen de noodzakelijke aanpassingen van de arbeidsmarkt vorm te geven en te begeleiden. om dit doel te bereiken kunnen deze overheden het zich niet veroorloven een andere weg te volgen dan méér partnerschap met de privé-actoren. Buitenlandse voorbeelden


nooit Droegen De leDen van

FeDergon

Beter hun titel van ‘partners voor werk’.

eigenlijk kunnen we de huidige periode vergelijken met het bouwen van een brug. aan de ene kant van deze brug in opbouw vinden we 2009 en de jaren voordien. 2010 betekende immers het einde van de lissabon-strategie. De resultaten van ons land zijn bedroevend. Zo goed als geen enkele doelstelling werd gehaald en de indicatoren zijn onvoldoende gestegen. België en zijn gewesten zijn er niet in geslaagd de noodzakelijke hervormingen tot een goed einde te brengen. België

en zijn deelstaten moeten dringend actie ondernemen. het is hoog tijd om de uitdagingen krachtdadig aan te pakken en daadwerkelijk te bouwen aan de brug naar de overkant. in het kader van de nieuwe strategie ˝eu 2020˝, is europa op dit ogenblik immers volop bezig met het vooropstellen van nieuwe, ambitieuze doelstellingen voor het jaar 2020. alle beschikbare krachten in de samenleving en alle competenties die voorhanden zijn moeten nu gebundeld worden om, resoluut en tezamen, te werken aan de brug waarmee deze doelstellingen kunnen worden bereikt. Federgon, en de bedrijven die de federatie vertegenwoordigt, willen blijk geven van dit soort voluntarisme. Ze zijn vastbesloten bij te dragen tot het verwezenlijken van een nieuwe strategie die streeft naar groei en werkgelegenheid, in europa, in België, en in elk van zijn gewesten.

herwig muyldermans algemeen directeur

annemie verschetse voorzitter

5

jaarverslag 2009

van publiek – private samenwerking en van het inzetten door de overheid van privé-actoren voor de begeleiding van werkzoekenden, maken de toegevoegde waarde van dit soort samenwerking overduidelijk. Dit is ook gebleken uit het onderzoek dat in 2009 door hiva kuleuven in opdracht van Federgon werd uitgevoerd.


De federatie

als federatie van partners voor werk vertegenwoordigt Federgon de ondernemingen die actief zijn in de sectoren die verband houden met arbeidsbemiddeling en andere hr-dienstverlening, in de ruime zin van het woord. Federgon telt dus in haar rangen de bureaus voor recruitment, search & selection, de outplacementbedrijven, de uitzendkantoren, de projectsourcingbureaus, de opleidingsverstrekkers, de interim management providers en de dienstenchequebedrijven.

Organisatie De zeven sectoren die door Federgon vertegenwoordigd worden (uitzendarbeid recruitment, search & selection - outplacement - interim management – opleiding - projectsourcing – dienstencheques) vormen evenveel sectorale commissies. elke sectorale commissie heeft een zekere autonomie en kan dus een eigen strategie bepalen voor de eigen dossiers en prioriteiten.

Raad van Beheer Annemie Verschetse voorzitter (konvert interim) Johan De Meyer Rudi Hendrickx Eggerik Dockx Philippe Melis Herman Nijns Marleen Smekens Marc Theuns François Van Vyve Christophe Velge

voorzitter van de commissie opleiding (kluwer opleidingen) voorzitter a.i. van de commissie interim management (pma) voorzitter van de commissie projectsourcing (talent planet) voorzitter van de commissie Diensten aan particulieren (tempo-team) lid van de raad (randstad Belgium) voorzitter van de commissie recruitment, search & selection (mentorprise) lid van de raad (ment associates) voorzitter van de commissie outplacement (galilei – randstad) voorzitter van de commissie uitzendarbeid (axis)

Secretariaat – contactpersonen

jaarverslag 2009

6

Herwig Muyldermans

algemeen Directeur

Ann Cattelain Paul Verschueren Arnaud Le Grelle Sébastien Delfosse Ingrid Geboors

Directeur van de juridische Dienst Directeur van de economische Dienst Directeur wallonië – Brussel Directeur communicatie en pr verantwoordelijke secretariaat

Ledenlijst De ledenlijst van Federgon is ter beschikking op de website www.federgon.be.


organisaties en instanties waar Federgon vertegenwoordigd is

Werkgeversorganisaties • • • • • • •

verbond van Belgische ondernemingen (vBo) vlaams economisch verbond (vev - voka) union wallonne des entreprises (uwe) Brussels entreprises commerce and industry (Beci) international confederation of private employment agencies (ciett) en eurociett european confederation of search and selection associations (ecssa) european Federation for services to individuals (eFsi)

Paritaire instanties • paritair comité voor de uitzendarbeid • paritair subcomité voor de erkende ondernemingen die buurtwerken of –diensten leveren • sociaal Fonds voor de uitzendkrachten • vzw vormingsfonds voor de uitzendkrachten • Fonds voor Bestaanszekerheid voor de erkende ondernemingen die buurtwerken of –diensten leveren • vormingsfonds voor de erkende ondernemingen die buurtwerken of –diensten leveren • commissie van goede Diensten voor de sector uitzendarbeid • vzw preventie en interim • commissie voor de private arbeidsbemiddeling (vlaanderen) • commission consultative de concertation en matière de placement (région wallonne) • erkenningscommissie voor de privé tewerkstellingsagentschappen (Brussel) • aanvullend nationaal paritair comité voor de Bedienden (anpcB) • nationale arbeidsraad (nar) • sociaal - economische raad van vlaanderen (serv) • conseil economique et social de la région wallonne (cesrw) • economische en sociale raad voor het Brussels hoofdstedelijk gewest • conseil economique et social de la communauté Française • rijksdienst voor arbeidsvoorziening (rva) • vlaamse Dienst voor arbeidsbemiddeling (vDaB) • Brusselse gewestelijke Dienst voor arbeidsbemiddeling (actiris) • institut Bruxellois Francophone pour la formation professionnelle (Bruxelles Formation) • Brussels nederlandstalig comité voor tewerkstelling en opleiding • chambre de concertation de la commission consultative et de concertation en matière de placement (wallonië) • overlegplatform werkgelegenheid (Brussel) • commission consultative Formation emploi enseignement (Brussel) • territoriaal pact voor de werkgelegenheid in het Brussels hoofdstedelijk gewest • commission conjointe chèques formation et création d’entreprises (wallonië) • praktijkcommissie syntra vlaanderen • adviescommissie voor de erkenningen van dienstenondernemingen • commissie opleidingsfonds Dienstencheques

7

jaarverslag 2009

om haar opdracht m.b.t. het verdedigen van de belangen van haar leden zo goed mogelijk in te vullen, is Federgon vertegenwoordigd in heel wat organisaties en instanties.


De socio-economische dossiers in 2009

een duidelijke richting

Diensten van algemeen economisch belang en concurrentie Federgon heeft in 2009 heel wat demarches verricht in het kader van het europese dossier van de diensten van algemeen economisch belang. Dit begrip omvat alle activiteiten van commerciële dienstverlening, waarbij er taken van algemeen belang worden uitgevoerd en waarvoor er door de overheden specifieke verplichtingen inzake openbare dienstverlening zijn voorgeschreven.

jaarverslag 2009

8

vele domeinen waarop de leden van Federgon actief zijn vallen onder dit begrip, of zouden er onder kunnen vallen. meer in het bijzonder vermelden we volgende diensten waar actoren uit de openbare sector en uit de privé-sector elkaar mogelijk ontmoeten: - de diensten voor arbeidsbemiddeling, - de begeleiding van werkzoekenden, - opleidingsactiviteiten, - loopbaanbegeleiding, - de pwa-diensten, het systeem iDess en de gesubsidieerde gezinshulp, …

het is van essentieel belang dat deze vormen van dienstverlening als diensten van algemeen economisch belang bestempeld worden. Dit impliceert immers voor de overheid de verplichting om voor deze vormen van dienstverlening toe te zien op het naleven van de concurrentieregels tussen publieke en privé-actoren. omgekeerd zijn de ˝diensten van algemeen niet-economisch belang˝ uitgesloten inzake concurrentieregels. gaat het om diensten van algemeen economisch belang, dan moeten de mechanismen inzake financiering en subsidieverlening onderzocht worden, om er zeker van te zijn dat ze geen aanleiding geven tot concurrentievervalsing. Federgon pleit al lang voor de strikte toepassing van het principe van de gelijke behandeling tussen actoren die dezelfde diensten verlenen, of ze nu tot de publieke of tot de privé-sector behoren. De verschillende overheden in België, alsook de bevoegde overheidsdiensten, moeten dus dringend nagaan of de bestaande systemen

stroken met het europees recht m.b.t. de diensten van algemeen economisch belang.

Nieuwe decreten inzake arbeids­ bemiddeling in het Waalse Gewest en in de Duitstalige Gemeenschap De eerste regelgevingen m.b.t. arbeidsbemiddeling, ter omzetting van de Dienstenrichtlijn, werden van kracht op 28 december 2009 en 1 januari 2010. het ging respectievelijk om de reglementering in het waalse gewest en in de Duitstalige gemeenschap. ter herinnering: de Dienstenrichtlijn is van toepassing op de dienstverlening m.b.t. arbeidsbemiddeling, meer in het bijzonder outplacement en recruitment. uitzendarbeid valt niet onder deze richtlijn. Federgon heeft positief meegewerkt aan de goedkeuring van deze nieuwe reglementeringen, die de erkenningsregels inzake arbeidsbemiddeling, en de verplichtingen die er uit voort-


nu, in 2010, wacht Federgon nog op de omzetting van de richtlijn in het vlaamse gewest en in het Brussels hoofdstedelijk gewest. omdat de termijn die vooropgesteld was voor de omzetting – namelijk 28 december 2009 – al voorbij is, hoopt Federgon dat de twee gewesten hun reglementeringen inzake arbeidsbemiddeling zo snel mogelijk zullen aanpassen. De federatie rekent erop dat de wijzigingen zullen resulteren in een tastbare administratieve vereenvoudiging, zodat er een dynamische markt van arbeidsbemiddeling tot stand kan komen.

Uitzendarbeid in de openbare sector De demarches van Federgon met het oog op het toelaten van uitzendarbeid in de openbare sector werden in 2009 voortgezet. voor Federgon gaat het immers om een zeer belangrijk dossier, dat al jaren een prominente plaats inneemt in de eisenbundel van de federatie, maar dat tot op heden nog niet tot een goed einde werd gebracht. in 2010 zal Federgon haar contacten in regeringskringen verder aanspreken en blijven pleiten voor het openstellen van de openbare sector voor uitzendarbeid. België is immers, samen met spanje, één van de laatste landen van europa waar uitzendarbeid in de openbare sector verboden is. Federgon onderstreept dat de europese richtlijn betreffende uitzendarbeid, die in 2008 werd goedgekeurd, de lidstaten oproept om de beperkingen en de verbodsbepalingen inzake uitzendarbeid te onderzoeken en te schrappen. De federatie vraagt dat de regering deze richtlijn zou omzetten en de verregaande beperkingen inzake uitzendarbeid in de overheidsdiensten, zou schrappen.

Besprekingen m.b.t. het actualiseren van de wetgeving op uitzendarbeid in de nationale arbeidsraad hadden in 2009 besprekingen plaats met de bedoeling de reglementering betreffende uitzendarbeid te actualiseren. Dit is nodig omdat het wetgevend kader dat uitzendarbeid regelt dateert uit 1976 en geen rekening houdt met de evolutie die de arbeidsmarkt sindsdien onderging. na verscheidene maanden van besprekingen en veelbelovende vooruitgang op een aantal punten, waaronder het invoeren van een nieuw motief ‘instroom’, moesten de onderhandelingen echter in juli 2009 worden opgeschort. reden: een vraag van de werknemersorganisaties die een aanzienlijke beperking van de flexibiliteit zou impliceren, terwijl de economische crisis net méér flexibiliteit in de bedrijven vereiste. Deze moeilijke context in acht genomen, gaven de onderhandelaars er de voorkeur aan de discussie enkele maanden op te schorten, in afwachting van een verbetering van het economische klimaat.

9

jaarverslag 2009

vloeien, vereenvoudigen. hoewel het waalse gewest de juiste weg koos door een soepel systeem van registratie in te voeren voor de activiteiten die geen uitzendarbeid zijn, betreurt Federgon wel dat de administratieve verplichtingen zwaar blijven en sterk lijken op deze in de vroegere reglementering. De Duitstalige gemeenschap van haar kant heeft de verplichtingen aanzienlijk vereenvoudigd.


Federgon heeft van deze periode van opschorting gebruik gemaakt om het hele dossier een nieuw elan te geven door een nieuw perspectief te schetsen van uitzendarbeid op lange termijn. De onderhandelingen zijn begin 2010 opnieuw opgestart. Federgon wenst snel te komen tot een akkoord dat constructief is voor alle partijen.

Sectorale akkoorden in de paritaire comités uitzendarbeid en diensten­ cheques in uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2009-2010 voerde Federgon onderhandelingen in paritair comité 322 voor de uitzendkrachten en in paritair comité 322.01 voor de dienstenchequewerknemers. op 16 juni 2009 werd er een sectoraal akkoord gesloten inzake uitzendarbeid. wegens de bijzonder slechte economische situatie beslisten de sociale partners de duur van dit akkoord tot één jaar te beperken. inhoudelijk lag de nadruk op de eindejaarspremie, de toepassing van de ecocheques in de sector en het voortzetten van de inspanningen inzake vorming en tewerkstelling van risicogroepen.

jaarverslag 2009

10

een tweede akkoord werd bereikt op 14 juli 2009 in de sector van de dienstencheques. Dit akkoord werd gesloten voor de duur van het interprofessioneel akkoord (2009-2010) en heeft voornamelijk betrekking op het verhogen van de verplaatsingskosten van de werknemers en het verbeteren van hun loon – en arbeidsvoorwaarden.

Workshop van de Internationale Arbeidsorganisatie over de Conventie nr. 181 betreffende de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling De internationale arbeidsorganisatie organiseerde in oktober 2009 een workshop ter aanmoediging van de ratificering van de conventie nr. 181 betreffende de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling. Deze conventie werd al door België en de gewesten geratificeerd. Federgon nam deel aan deze workshop, waar drie partijen vertegenwoordigd waren, namelijk de staten, de werknemers – en de werkgeversorganisaties. De federatie stipte in de besluiten volgende punten aan: • de positieve bijdrage van de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling tot een betere werking van de arbeidsmarkt, door het vergemakkelijken van de transities, het helpen terugdringen van zwartwerk, en hun inbreng bij de invulling van het nationale werkgelegenheidsbeleid; • het reguleren van de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling moet gebeuren op een redelijke, objectieve en niet-discriminerende manier. De regeringen worden dus opgeroepen om onverantwoorde beperkingen die deze bureaus verhinderen hun rol te spelen, te identificeren, te wijzigen en zo nodig te laten schrappen; • de samenwerking tussen de overheidsdiensten voor werkgelegenheid en de privé-agentschappen moet worden aangemoedigd en verder uitgebouwd, om de professionele mobiliteit en de transities op de arbeidsmarkt vlotter te laten verlopen.

Federgon vindt de resultaten van deze workshop heel positief, want ze onderstrepen de belangrijke rol van de particuliere bureaus in de werking van een moderne arbeidsmarkt, en beogen het versterken van deze rol.

Het Waalse Gewest steunt de Waalse bedrijven via Interim Management Financiële problemen van ondernemingen gaan vaak gepaard met problemen inzake het management op diverse terreinen (productiegebonden, commercieel, strategisch,…). Daarom heeft de waalse regering op 22 december 2009 beslist om ten behoeve van deze bedrijven een ondersteunende maatregel in te voeren via interim management. Deze maatregel is bedoeld om de herstructurering en de reorganisatie van waalse ondernemingen te faciliteren, via opdrachten uitgevoerd door interim managers, geselecteerd door gespecialiseerde bureaus voor interim management. Deze opdrachten worden ingevuld vóór of op hetzelfde ogenblik als de financiële overheidstussenkomst die het bedrijf moet ondersteunen bij het opnieuw opstarten van zijn activiteiten. voor Federgon vormt deze beslissing van de waalse regering een belangrijke erkenning van de toegevoegde waarde van interim management voor de ondernemingen.

Federgon pleit voor een opleidings­ beleid dat de markt van de opleidings­ verstrekkers opentrekt De markt van de opleidingsverstrekkers vertoont op dit ogenblik een gebrek aan transparantie, meer in het bijzonder


De socio-economische dossiers 2009

Nieuwe maatregelen m.b.t. outplacement bij herstructureringen De federale regering nam in 2009 een aantal maatregelen als reactie op de economische crisis en de vele herstructureringen die hieruit resulteerden. eén van deze maatregelen voorziet in een verruiming van het toepassingsgebied van outplacement in geval van collectief ontslag: ondernemingen met meer dan 20 werknemers die moeten herstructureren, en waar dit gepaard gaat met collectief ontslag, moeten een tewerkstellingscel oprichten om de ontslagen werknemers te begeleiden en hen onder meer een outplacement aan te bieden, ongeacht hun leeftijd (zowel de 45-plussers als de werknemers jonger dan 45 jaar). De nieuwe regels hebben tevens de incentives inzake outplacement verruimd: gedeeltelijke terugbetaling van de outplacementkosten, vermindering van werkgevers – en werknemersbij-

dragen. Federgon verheugde zich over deze maatregelen die andermaal de belangrijke rol van outplacement bij ontslagregelingen aantoont.

CERTO: certificering van outplacement in Vlaanderen einde 2009 hebben de vDaB en Federgon een akkoord gesloten over de oprichting van een certificeringsorganisme voor de sector outplacement. Dit organisme, dat de naam certo kreeg, past in een publiek - private samenwerking tussen de vDaB en Federgon. De oprichting ervan is het gevolg van de goedkeuring door minister muyters (in augustus 2009) van het standpunt van de vlaamse sociale partners in de serv, waarin onder meer werd gepleit voor meer zelfregulering van de sector outplacement. De bedoeling van het certificeringsorganisme is om zowel aan de werknemers als aan de bedrijven te waarborgen dat de diensten die door een outplacementbureau worden aangeboden aan een aantal kwalitatieve normen beantwoorden. om daartoe te komen zal dit organisme een aantal instrumenten uitwerken, zoals een gedragscode voor de outplace-

mentbureaus, tevredenheidsenquêtes, een klachtenprocedure en opleidingen voor de outplacementconsulenten.

Ondanks de crisis hebben de projectsourcingbureaus moeite om nieuwe medewerkers te vinden terwijl er in 2009 heel wat hoogopgeleide werknemers hun baan hebben verloren of bedreigd zagen, heeft de sector projectsourcing nog steeds af te rekenen met grote moeilijkheden om de werknemers te vinden die nodig zijn voor het uitvoeren van projecten. projectsourcingbureaus laten hun gespecialiseerde werknemers projecten, of delen van projecten, van klanten uitvoeren. De bedrijven die actief zijn in projectsourcing zoeken dus werknemers die gekwalificeerd en gespecialiseerd zijn in uiteenlopende domeinen. De sector stelt vast dat werknemers met de geschikte kwalificaties, actief in andere sectoren, daar hun werk kwijt raken of dreigen kwijt te raken. De sector stelt ook vast dat vele ‘oudere’ werknemers (50+) moeilijk werk vinden, terwijl ze in de sector projectsourcing ingezet zouden kunnen worden. Deze paradox kan gedeeltelijk worden verklaard door het feit dat de sector in ons land nog te weinig bekend is, hoewel een aantal bedrijven er al meer dan 30 jaar actief is. Daarom heeft Federgon beslist de aandacht te vestigen op de kansen en mogelijkheden die de sector projectsourcing te bieden heeft. er werd een sensibiliseringscampagne opgestart naar de verschillende universiteiten en hogescholen, met de jonge gediplomeerden of de bijna-gediplomeerden als doelgroep.

11

jaarverslag 2009

m.b.t. de wisselwerking tussen de verschillende soorten actoren (publieke, semi-publieke en private). Federgon heeft in 2009 haar demarches voor het opentrekken van de markt voortgezet, opdat er een vrije keuze zou komen wat de actor betreft en de private actoren een rol zouden kunnen spelen. in dit dossier heeft Federgon onder meer gepleit voor gelijke behandeling van de verschillende publieke en private actoren, niet enkel qua subsidiëring maar ook qua fiscaliteit. voor Federgon is het opentrekken van de markt slechts mogelijk als de opdracht van de federale en regionale overheden t.a.v. de privé-sector duidelijker en transparanter wordt.


onderzoeken en publicaties in 2009

van theorie naar praktijk

De regionale memoranda in het kader van de regionale verkiezingen van 7 juni 2009 heeft Federgon heel wat demarches gedaan bij de politieke verantwoordelijken in de verschillende gewesten, om de prioriteiten van de federatie inzake werkgelegenheidsbeleid onder de aandacht te brengen. onder het motto ˝meer mensen aan het werk zetten en houden via een ambitieus arbeidsmarktmodel˝, heeft Federgon drie memoranda opgesteld waarin voor ieder gewest voorstellen werden geformuleerd om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren. eén van de prioriteiten die door Federgon werden vooropgesteld, had betrekking op het inzetten van privé-actoren voor de begeleiding van werkzoekenden. Daarom werd er bij elk regionaal memorandum een nota met aanbevelingen gevoegd, opgesteld door prof. ludo struyven en liesbeth van parys (hiva - kuleuven), op grond van een onderzoek dat ze uitvoerden in opdracht van Federgon (zie hieronder).

jaarverslag 2009

12


onderzoeken en publicaties in 2009

Een vergelijkend onderzoek over tendering in heel wat van onze buurlanden maakt de openbare sector al lang gebruik van externe actoren voor de begeleiding van werkzoekenden. Dit is het geval in nederland, Frankrijk, het verenigd koninkrijk, Duitsland en Denemarken. Bij ons hebben de drie gewestelijke overheidsdiensten – vDaB, actiris en Forem – in de loop van de legislatuur 2004-2009 dit voorbeeld gevolgd en een aantal marktspelers betrokken bij de begeleiding van de werkzoekenden. Federgon wenste een evaluatie van het systeem, en bestelde daartoe een omvangrijk vergelijkend onderzoek, dat werd uitgevoerd door prof. ludo struyven en liesbeth van parys van het hiva (hoger instituut voor de arbeid van de kuleuven). na een analyse van het systeem in onze buurlanden (Frankrijk, nederland en Duitsland), en een vergelijkend onderzoek van deze ervaringen en de ervaringen inzake tendering in ons land, formuleerden de twee onderzoekers een aantal belangrijke aanbevelingen om de begeleiding van de werkzoekenden in België te verbeteren via het efficiënter inzetten van de privé-actoren. De resultaten van dit onderzoek werden voorgesteld tijdens een studienamiddag en er werden verschillende verslagen gepubliceerd. De diverse documenten en presentaties m.b.t. dit onderzoek kunnen geraadpleegd worden op de website van Federgon (www.federgon.be, rubriek publicaties).

Leaflets over Interim Management om interim management te promoten bij de bedrijven en bij het grote publiek, publiceerde Federgon in 2009 twee leaflets: ˝interim management is value for money˝ en ˝interim management in crisistijd˝. Deze leaflets liggen in het verlengde van het ask-onderzoek en brengen de sterktepunten van interim management onder de aandacht, met gevallen uit de praktijk ter illustratie.

Nieuwe gidsen voor de kandidaat en de klant inzake recruitment, search & selection naar aanleiding van de vijftiende verjaardag van hun federatie gaven de bureaus voor recruitment, search & selection in december 2009 het startsein van de nieuwe communicatiecampagne ‘even stilstaan Bij…’. er werd een nieuwe gids voor de kandidaten (‘even stilstaan Bij talent’), alsook een gids voor de klanten (‘even stilstaan Bij service’) gepubliceerd en ter beschikking van de leden gesteld, alsook gedragscodes en bladwijzers om promotie te voeren, dit alles in een nieuwe lay-out.

13

jaarverslag 2009

het is de bedoeling om met deze communicatie-instrumenten kandidaten en ondernemingen te herinneren aan de regels inzake professionalisme en deontologie waar de recruterings- en selectiebureaus aangesloten bij Federgon zich toe verbonden hebben.


titel

tekst

economisch verslag

jaarverslag 2009

14


voorwoord

“crisissen bieden kansen en opportuniteiten.” het is een cliché dat in de loop van 2009 nooit ver weg was. meestal is het een manier om te verhullen dat de zaken niet goed gaan. en 2009 wás voor de meeste bedrijven een zeer moeilijk jaar … maar gelukkig zit er ook een grond van waarheid in het cliché. reeds begin 2008 was het duidelijk dat de economie het moeilijk zou krijgen na de zomer. een lichte recessie was niet uit te sluiten en de meeste bedrijven waren hiervoor op hun hoede. het verklaart mee de snelle en alerte reactie van de Federgon-sectoren op de echte explosie die er kwam in september 2008. we kunnen begin 2010 niet anders dan concluderen dat de bedrijven blijk hebben gegeven van bijzonder veel realiteitszin en aanpassingsvermogen. Ze hebben enerzijds de capaciteit laten terugplooien op de economische situatie maar er is steeds gepoogd om het potentieel en de competenties te vrijwaren voor de toekomst. Bedrijven hebben getoond dat een strategie van diversificatie mee kan helpen om te overbruggen, hierbij niet enkel gedreven door de onmiddellijke noodzaak, maar vooral ook door het langetermijnperspectief niet uit het oog te verliezen. De nu opgebouwde expertise en inzichten zullen bijzonder zinvol blijken als brug naar een aantrekkende arbeidsmarkt waarin bedrijven-opdrachtgevers nog meer het belang zullen onderkennen van human resources en talentmanagement. kortom, de veerkracht die werd getoond was niet enkel noodzakelijk om te overleven maar werd eveneens gestimuleerd vanuit een bewustzijn dat er een noodzaak was tot aanpassing en verandering aan de behoeften van morgen. De diversificatiestrategie die tal van Federgon-leden reeds sedert jaren voeren, heeft ook nu haar nut getoond. outplacement en particuliere huishoudhulp waren in 2009 groeisectoren die compenserend werkten ten aanzien van de bemiddelingsactiviteiten. De voorbije, zeer moeilijke periode, heeft zeker sporen nagelaten, maar niet enkel negatieve, integendeel. meer dan ooit hebben de Federgon-leden zichzelf in vraag gesteld en (gedeeltelijk) heruitgevonden, en dit om klaar te staan met een dienstverlening die een antwoord biedt op de vragen van de arbeidsmarkt van morgen.

paul verschueren Directeur economische dienst

jaarverslag 2009

15


10 redenen om 2009 nooit meer te vergeten …

2009 is in vele opzichten een recordjaar. een jaar om nooit te vergeten, een jaar voor de geschiedenisboeken … wij zouden hier tientallen oorzaken kunnen geven om het uitzonderlijk karakter te beschrijven, maar we houden het bij een selectie van een tiental, waarvan wij denken dat ze meest relevant zijn voor onze sectoren. 1. Wereldwijd kende de economische activiteit de belangrijkste terugval sedert de tweede wereldoorlog. De wereldeconomie kende een terugval met -2,2% in 2009. we kunnen evenwel niet voorbijgaan aan de vaststelling dat de opkomende economieën, met china en india voorop, opmerkelijk beter presteerden (+2,1%) dan de traditionele economieën van de eurozone, de vs en japan (-3,2%). De Belgische economie kende een terugval van het BBp met -3%. onze economie was in recessie tot en met het tweede kwartaal van 2009 en de eerste tekenen van een voorzichtig herstel tekenden zich af vanaf het derde kwartaal. 2. De wereldhandel krijgt de zwaarste klap in 65 jaar De wereldhandel, gedefinieerd als het totaal volume van wereldwijde inen uitvoer, viel terug met -12%.

jaarverslag 2009

16

in België verminderde het volume van de invoer met 13,5%, terwijl dat van de uitvoer met 13,7% terugliep. hierdoor daalde de “dekkingsgraad”

licht, met 0,2% ten opzichte 2008. De handelsbalans sloot af met een tekort van ongeveer 2,5 miljard euro. 3. Financieel hamsteren het gebrek aan vertrouwen van gezinnen omwille van de economische crisis wordt op een treffende wijze geillustreerd via de toegenomen spaarquote. in 2009 spaarden de gezinnen 20,1% van hun bruto-inkomen. Dit is een toename met 3,4%-punt ten opzichte van 2008. extra sparen moet worden beschouwd als een voorzorgsmaatregel van gezinnen die twijfelen om te besteden en dit ondanks de toename van de lonen als gevolg van de sterke inflatie in 2008. De gezinsconsumptie, traditioneel één van de motoren van onze economie, droeg in 2009 met -1,7% negatief bij tot het BBp. 4. De overheid stimuleert door te spenderen Dat de Belgische economie slechts met -3% is afgenomen in 2009 is in belangrijke mate het gevolg van de overheid die – keynes achterna – niet getwijfeld heeft om geld te blijven besteden. De toename van de publieke consumptie bedroeg +1,7% op jaarbasis, de toename van de publieke investeringen zelfs +7,4%. alle andere componenten die samen het Bruto Binnenlands product vormen, waren negatief in 2009. 5. Bedrijven onder extreme druk in deze woelige economische con-

text had het gros van de bedrijven een zwaar jaar te verduren. De productiviteit per eenheid viel terug met -2,4% en de bezettingsgraad van het productieapparaat bereikte in het eerste trimester van 2009 met 70,1% zijn laagste peil sedert 1980. hoewel de bezettingsgraad sedertdien toeneemt, blijft het niveau te laag om een krachtig herstel van de bedrijfsinvesteringen te verwachten, en dit ondanks de extreem lage rente. 6. Het aantal faillissementen stijgt tot bijna 10.000 9.515 bedrijven gingen in de loop van 2009 in faling. Dit is een toename met +11,7% ten opzichte van 2008. het aantal faillissementen lag proportioneel hoger in de industrie (+21%), de bouwsector (+16%) en de horeca (+13,1%). volgens ramingen van de rva zouden ongeveer 24.000 banen verloren zijn gegaan als gevolg van deze faillissementen. 7. Een sterke terugval van de werk­ gelegenheid in de marktsectoren De binnenlandse werkgelegenheid nam in 2009 af met -23.000 eenheden. in totaal waren 4.515.000 personen aan het werk. Deze evolutie verbergt belangrijke categoriële verschillen. • in de loontrekkende werkgelegenheid noteren we een achteruitgang in de conjunctuurgevoelige bedrijfstakken met -52.000. het gaat hier over de industrie, bouw, handel, de financiële en de dien-


8. 3.404 bijkomende voltijds bruggepensioneerden ondanks het generatiepact en de groeiende oppositie tegen het stelsel van vervroegde uittreding wegens brugpensioen, blijft het aantal bruggepensioneerden toenemen. op 31/12/2009 waren er 116.848 voltijds bruggepensioneerden met vrijstelling van inschrijving als werkzoekende. Dit is ruim 3.404 meer dan een jaar voordien. niets laat veronderstellen dat de tendens in 2010 zal worden omgekeerd, wel integendeel. 9. Spectaculaire toename van de tijdelijke werkloosheid … maar beperkte toename van de werkloosheid. het gebruik van de maatregelen rond tijdelijke werkloosheid nam in de loop van 2009 fors toe. uitgedrukt in voltijds equivalenten waren er op jaarbasis 60.566 tijdelijke werklozen (+87% tegenover 2008). De regering heeft als crisismaatregel voorzien in de uitbreiding van het stelsel naar tijdelijke werknemers, uitzendkrachten

én bedienden en tevens in de verhoging van de uitkeringen. hierdoor bedroeg de budgettaire meerkost zelfs 144,5%. in 2009 kregen ruim 210.000 mensen een vergoeding voor gemiddeld 7,4 dagen per maand. De uitbreiding van de tijdelijke werkloosheid gaf bedrijven ruimte om te overbruggen en aldus ontslagen te vermijden. het gevolg is dat de toename van de werkloosheid relatief beperkt is gebleven. in totaal waren er 30.275 uitkeringsgerechtigde voltijds werklozen extra. hiermee komt het totaal aantal in 2009 op gemiddeld 434.120, of een stijging met 7,5%. De geharmoniseerde werkloosheidsgraad bedroeg 7,9% van de beroepsbevolking, wat een toename is met +0,9%-punt op jaarbasis. België scoort hiermee in europees opzicht vrij behoorlijk. 10. De overheidsbegroting komt onder zware druk De massale injectie van overheidsmiddelen in de economie via de crisismaatregelen en de ondersteuningsmaatregelen ten voordele van de financiële sector hebben samen met de “normale” gevolgen van de economische crisis (dalende inkomsten en stijgende uitgaven via de automatische stabilisatoren) gezorgd voor een begrotingstekort van 6% van het BBp. De schuldgraad liep hiermee op tot 97,8% van het BBp en zal in 2010 wellicht boven de 100% oplopen.

De budgettaire context bepaalt het kader en de bewegingsruimte waarbinnen de overheid beleid kan voeren. het verstevigen van de concurrentiekracht van de Belgische economie is zonder meer cruciaal in het licht van de gezondmaking van de overheidsfinanciën die toenemend onder druk komen door belangrijke maatschappelijke dossiers als de veroudering van de bevolking, de betaalbaarheid van de pensioenen, de financiering van de sociale zekerheid, … het is duidelijk dat de economische conjunctuur in 2009 allesbehalve gunstig was voor de meerderheid van de bedrijven. toch zijn sommige sectoren zwaarder getroffen dan andere, en zijn sommige Federgon-sectoren er zelfs op vooruitgegaan. hierna overlopen we de evolutie per hoofdactiviteit.

Bronnen • rva, jaarverslag 2009 • nationale Bank van België, verslag 2009 - economische en financiële ontwikkeling • hoge raad voor de werkgelegenheid: advies betreffende de weerslag van de crisis op de arbeidsmarkt (2009)

Alle cijfers in volgende delen hebben enkel betrekking op de activiteiten van de Federgon-leden, behalve voor uitzendarbeid waar de volledige sector wordt in kaart gebracht. De representativiteit van de Federgon-leden op de uitzendmarkt bedraagt 96%.

17

jaarverslag 2009

stensector. De tewerkstelling in de overheid en het onderwijs daarentegen bleef ook in 2009 verder groeien met +7.000 eenheden. De belangrijkste toename (+17.000 eenheden) vinden we terug in de overige niet-marktdiensten. het gaat hier voornamelijk over de sector van de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening. • het aantal zelfstandigen nam toe met + 4.000.


uitzendarbeid … een historisch slecht jaar

De uitzendactiviteit in tijden van crisis 2009 was een uitzonderlijk jaar. De gevolgen van de economische crisis vertaalden zich razendsnel naar de uitzendsector. reeds in het najaar van 2008, met het uitbarsten van de financiële crisis, werd snel duidelijk dat de uitzendactiviteit zware klappen zou krijgen. het aantal gepresteerde uren traditioneel de beste maatstaf voor het meten van de uitzendactiviteit - kreeg een historische klap en viel op jaarbasis terug met -22,18%. Deze terugval komt bovenop de achteruitgang van -3,4% in 2008. in totaal werden 140,8 miljoen uren uitzendarbeid gepresteerd in 2009, tegenover 181 miljoen in 2008. het geaggregeerd omzetcijfer kende een terugval met -21,46% en kwam uit op 3,281 miljard €. De uitzendsector valt hiermee terug op het niveau van 2003-2004.

jaarverslag 2009

18

Figuur 2 toont treffend de relatie aan tussen uitzendarbeid en economische groei. De omslagpunten van de uitzendactiviteiten vallen nagenoeg perfect samen met de omslagpunten in de conjunctuur. De amplitude is weliswaar zeer verschillend. tegenover een terugval van de economische groei met -3% van het BBp staat een terugval van de uitzendactiviteit met -22,18%. er is met andere woorden sprake van een hyperreactie. het samenvallen van de omslagpunten toont meteen het economisch belang aan van uitzendarbeid. via uitzendarbeid kunnen bedrijven hun personeelscapaciteit perfect mee laten fluctueren met de evolutie van de vraag naar hun producten en diensten. vooral voor bedrijven die opereren in een concurrentiële internationale omgeving is deze flexibiliteit van uitzonderlijk belang.

Groei op jaarbasis (rechterschaal) Aantal gepresteerde uren uitzendarbeid (in miljoen) (linkerschaal)

200

40%

180

30%

160 20%

140

140,80

120

10%

100 0%

80 60

-10%

40 -20%

20

-22,18%

0

-30% ‘85 ‘86 ‘87 ‘88 ‘89 ‘90 ‘91 ‘92 ‘93 ‘94 ‘95 ‘96 ‘97 ‘98 ‘99 ‘00 ‘01 ‘02 ‘03 ‘04 ‘05 ‘06 ‘07 ‘08 ‘09

Figuur 1: Evolutie gepresteerde uren uitzendarbeid

BBP (linkerschaal) Uitzendarbeid (rechterschaal)

6%

30%

5% 4% 3%

20% 10%

2% 1% 0%

0% -10%

-1% -2% -3% -4% -5% 1/96 4/96 3/97 2/98 1/99 4/99 3/00 2/01 1/02 4/02 3/03 2/04 1/05 4/05 3/06 2/07 1/08 4/08 3/09

Figuur 2: BBP en uitzendarbeid

-20% -30% -40%


Tijdelijke werkloosheid (fysieke eenheden) - Evolutie op jaarbasis (linkerschaal)

De overcapaciteit die voortvloeide uit de drastische terugval van de productie vertaalde zich evenzeer in een toegenomen gebruik van het stelsel van de economische werkloosheid dat in het kader van de crisismaatregelen zelfs nog werd uitgebreid door de overheid. De evolutie van uitzendarbeid en tijdelijke werkloosheid lijken wel elkaars spiegelbeeld en reflecteren beide – logischerwijze op tegengestelde wijze – deze overcapaciteit (figuur 3).

Uitzendarbeid - evolutie op 1 jaar - rechterschaal

120% 100%

30% 20%

80% 60%

10%

40%

0%

20%

-10%

0% -20% -20% -40% -60%

-30% -40%

1/01 7/01 1/02 7/02 1/03 7/03 1/04 7/04 1/05 7/05 1/06 7/06 1/07 7/07 1/08 7/08 1/09 7/09

Figuur 3: Tijdelijke werkloosheid en uitzendarbeid

Uitzendarbeid is een uitstekende voorlopende indicator van de economische groei.

19

jaarverslag 2009

sommige waarnemers verwarren het feit dat uitzendarbeid een voorlopende indicator is van de economische ontwikkeling met het idee dat uitzendarbeid zou voorlopen op de economische ontwikkeling. het laatste is niet het geval zoals duidelijk blijkt uit figuur 2. het misverstand is gegroeid doordat de cijfers over de ontwikkeling van de uitzendactiviteit met minder dan een maand vertraging beschikbaar zijn, terwijl de eerste flashramingen van de economische groei beschikbaar zijn twee maanden na het einde van het kwartaal.


uitzendarbeid … een historisch slecht jaar

Het dieptepunt werd bereikt in het tweede kwartaal 2009 het absolute dieptepunt van de uitzendactiviteit werd bereikt in het tweede kwartaal. op jaarbasis daalde het aantal gepresteerde uren met -28,4%. De slechtste maand was mei, met een globale terugval van -30,2%. het was meteen het vijfde opeenvolgende kwartaal met een negatieve groei van de activiteit. indien we het niveau van de activiteit per kwartaal vergelijken met de activiteit 8 kwartalen (of 2 jaar) geleden, dus vóór het uitbreken van de crisis, dan wordt bevestigd dat in Q2 het dieptepunt van de crisis werd bereikt. er is sprake van een (zeer) licht herstel vanaf Q3, niet toevallig trouwens het kwartaal dat de Belgische economie technisch uit de recessie kwam.

10% Op 1 jaar Op 2 jaar

1,0% 0% -0,3% -3,6% -10%

-10,4% -14,5%

-20% -24,3%

-22,5%

-23,6%

-26,2%

-25,2%

-25,8%

-28,4%

-30% Q1/08

Q2/08

Q3/08

Q4/08

Q1/09

Q2/09

Q3/09

Q4/09

Figuur 4: Groeiprofiel uitzendarbeid

De sectorale structuur en de crisis

jaarverslag 2009

20

De sector biedt behoorlijk weerstand De snelheid en de diepte van de crisis vormden een uitdaging voor de bedrijven uit de sector. het snel aanpassen aan de drastische inkrimping van de activiteit was noodzakelijk voor het vrijwaren van de toekomst. Deze aanpassing gebeurde snel en efficiënt en ging slechts in uitzonderlijke gevallen gepaard met diepgaande herstructureringen. het aantal (in minstens één van de gewesten erkende) uitzendbedrijven bleef nagenoeg constant (140 in 2009 vs. 141 in 2008). ook het aantal agentschappen werd zoveel als mogelijk gevrijwaard. netto daalde het aantal agentschappen met -3,9% en bleven er aldus 1.234 actief. het aantal medewerkers viel terug met -13,7%, hetzij een afname van het vast personeelsbestand van 6.482 in 2008 tot 5.593 in 2009. Deze terugval is aanzienlijk kleiner dan de terugval van de activiteit. nogal wat uitzendkantoren hebben bijkomend gebruik gemaakt van maatregelen als arbeidsduurver-

korting en loopbaanonderbreking voor de eigen medewerkers. globaal genomen hebben de meeste bedrijven zich snel en soepel aangepast aan de economische krimp en daardoor hebben ze behoorlijk vlot weerstand kunnen bieden aan deze uitzonderlijke periode. Aantal vaste werknemers (rechterschaal) Aantal agentschappen (linkerschaal)

1.400

7.000 1.234

1.200

5.593

6.000

1.000

5.000

800

4.000

600

3.000

400

2.000

200

1.000

0

0 ‘90

‘92

‘94

‘96

‘98

Figuur 5: Agentschappen en vaste medewerkers

‘00

‘02

‘04

‘06

‘08

‘09


Sterke terugval van de penetratiegraad De snelle krimp van de uitzendactiviteit heeft tevens een sterk neerwaarts effect gehad op de penetratiegraad, gedefinieerd als de verhouding van het aantal voltijds equivalente uitzendkrachten en de loontrekkende beroepsbevolking. De penetratiegraad daalde op één jaar tijd van 2,47% tot 1,93%, een verlies van exact 0,54%-punt. De verklaring is gedeeltelijk van technische aard. er is het verschil in dynamiek tussen uitzendarbeid, die quasi ‘on time’ reageert op de economische evolutie, en de loontrekkende werkgelegenheid die reageert met een vertraging van twee tot drie kwartalen. het gevolg is dat de penetratiegraad vrij sterk stijgt in perioden van upswing en vrij sterk daalt in perioden van downturn. De ongewoon sterke daling van de penetratiegraad in 2009 houdt uiteraard verband met de snelheid en de diepte van de economische crisis.

Vlaanderen Wallonië Brussel

80% 70%

66,7%

67,2%

66,7%

66,4%

65,5%

64,7%

-23,13% 60% 50% 40% 30%

24,4%

24,79%

25,1%

24,6%

25,3%

25,4%

8,9%

8,9%

8,2%

8,2%

9,1%

9,9%

‘05

‘06

‘07

‘08

-22,09%

20% 10%

-15,62%

0% ‘04

‘09

Figuur 6: Regionale evolutie

Penetratiegraad van uitzendarbeid (rechterschaal) Loontrekkende tewerkstelling (index 1/1996 = 100) zonder uitzendarbeid (linkerschaal)

118

3,0%

116 2,5% 114 2,0%

112 110

1,5% 108 1,0%

106 104

0,5% 102

21

0%

100 1/96

1/97

1/98

1/99

1/00

1/01

Figuur 7: Penetratiegraad en werkgelegenheid

1/02

1/03

1/04

1/05

1/06

1/07

1/08

1/09

jaarverslag 2009

De regionale evolutie De uitzendsector reageert in vlaanderen en wallonië meestal op een gelijkaardige wijze op schommelingen van de conjunctuur. Dit houdt verband met de erg vergelijkbare samenstelling van de uitzendkrachtenpopulatie en klantenportefeuille. De activiteit in vlaanderen nam af met -23,13%, en in wallonië werden -22,09% minder uren gepresteerd. het Brussels hoofdstedelijk gewest, met zijn gerichtheid op de tertiaire en quartaire sector, deed het relatief beter met een verlies van -15,62% in activiteiten. Dit heeft alles te maken met de bediendentewerkstelling die traditioneel met vertraging reageert op evoluties in de economische activiteit.


uitzendarbeid … een historisch slecht jaar

De uitzendkrachten en de crisis

Aantal studenten (linkerschaal) Aantal uitzendkrachten (linkerschaal)

72.000 uitzendkrachten minder aan de slag1 De zware terugval van de activiteiten in 2009 heeft uiteraard ook gevolgen gehad voor het aantal uitzendkrachten dat in dienst was. naast de 326.103 “reguliere” uitzendkrachten tellen we 161.411 jobstudenten2. Dit betekent op jaarbasis een daling van het aantal reguliere uitzendkrachten met -14,8%, terwijl het aantal studenten dat in de loop van 2009 aan het werk was als uitzendkracht verminderde met -9%. het aantal voltijds equivalenten volgt de evolutie van de activiteit en loopt terug met -22%.

Aantal VTE (rechterschaal)

600.000

120.000

100.000

500.000

161.411 80.000

400.000

71.759 300.000

60.000 326.103

200.000

40.000

100.000

20.000

0

0 ‘85

‘87

‘89

‘91

‘93

‘95

‘97

‘99

‘01

‘03

‘05

‘07

‘09

Figuur 8: Aantal uitzendkrachten, studenten en voltijds equivalenten

Arbeiders Bedienden

100% 90%

Opmars van het bediendesegment zet zich verder het uitzonderlijke karakter van de crisis die we beleven, zorgt ervoor dat tendensen en ontwikkelingen zich versterkt manifesteren. Dit is ook het geval voor de samenstelling van de uitzendkrachten naar statuut. het mag dan wel wat uitdagend overkomen om in tijden van maatschappelijke discussie over het eenheidsstatuut dit punt in de verf te zetten, de onderlinge evolutie is alleszins veelbetekenend voor de uitzendsector.

80% 70%

63,1%

62,1%

61,7%

61,7%

61,1%

60%

57,1%

-27,79%

50% -13,76%

40% 30%

36,9%

37,9%

38,3%

38,3%

38,9%

‘04

‘05

‘06

‘07

‘08

42,9%

20% 10% 0% ‘09

Figuur 9: Evolutie en aandeel van de segmenten

22 1

jaarverslag 2009

2

het gaat over 56.504 klassieke uitzendkrachten en 16.121 jobstudenten. jobstudenten-uitzendkrachten werken in het voordelige rsZ-statuut gedurende maximum 23 werkdagen tijdens de zomervakantie en gedurende maximaal 23 dagen in de rest van het jaar.


Deze ontwikkeling in 2009 heeft zeer zeker een conjuncturele component. het is de verwachting dat de beide aandelen opnieuw verder uit mekaar zullen groeien naarmate de economie opnieuw aantrekt, maar wellicht niet (nooit?) meer zover als voor de crisis. en daarmee komen we bij de structurele component. Figuur 10 toont de evolutie van de volledige activiteit en de beide segmenten. om een correcte vergelijking te kunnen maken werd gewerkt met een indexwaarde met januari 1995 als basis 100. uit de grafiek is af te leiden dat in de laatste 15 jaar uitzendarbeid in het bediendesegment opvallend sterker gegroeid is dan uitzendarbeid in het arbeiderssegment. vooral de laatste 5 jaar neemt het verschil toe. De laatste twee jaar is dit vooral zichtbaar omdat de terugval in het bediendesegment duidelijk minder sterk is dan in het arbeiderssegment.

De oorzaken voor deze evolutie houden verband met: • de aanvankelijk aanzienlijk lagere penetratie van uitzendarbeid in het bediendesegment; • het proces van tertiairisering van onze economie; • de wijze waarop de uitzendsector zich in toenemende mate profileert in deze sectoren via gespecialiseerde business units; • een toenemende maatschappelijke acceptatie van uitzendarbeid die zorgt voor een breder bereik bij bediendeprofielen; • de mogelijkheid van zuivere plaatsing door uitzendkantoren sedert het wegvallen van de beschottenregeling heeft deze evolutie ondersteund; • de toenemende aanwezigheid in een aantal groeisectoren als logistiek en distributie waar traditioneel meer wordt gewerkt met het bediendestatuut versterkt de vastgestelde tendens.

Bedienden Arbeiders Totaal

400 350 300 250 200 150 100 50

23

0 1/95

1/97

1/99

1/01

1/03

Figuur 10: Langetermijn evolutie segmenten uitzendactiviteit

1/05

1/07

1/09

jaarverslag 2009

wat is er aan de hand? enerzijds is er de vaststelling dat de terugval van de uitzendactiviteit in 2009 zich in ongelijke mate voordeed in het arbeidersen bediendesegment met een terugval van respectievelijk -27,79% en -13,76% in gepresteerde uren. het gevolg hiervan is dat het aandeel van de bedienden op één jaar tijd oploopt van 38,9% tot 42,9% en dat het aandeel van de arbeiders daalt tot van 61,1% tot 57,1%.


uitzendarbeid … een historisch slecht jaar

Uitzendkrachten worden ouder een maatschappelijk bijzonder relevante ontwikkeling houdt verband met de leeftijdsstructuur van de uitzendkrachten. het is algemeen bekend dat jongeren gemakkelijk de weg vinden naar uitzendarbeid, hetzij als student, schoolverlater, voor het opdoen van eerste werkervaringen, enz. minder bekend is dat zowel het aantal als het aandeel ouderen stelselmatig toeneemt. 12,4% van de uitzendkrachten in 2009 was ouder dan 45 jaar, tegenover minder dan 6% in 1998. in absolute cijfers nam hun aantal in deze periode toe van ruim 16.000 tot ruim 40.000. Belangrijker is de groep van de 50-plussers. in het kader van het verhogen van de werkzaamheidsgraad bij de ouderen is de groeiende groep 50-plussers binnen de uitzendkrachtenpopulatie een bemoedigend signaal voor de beleidsmakers. in 2009 bedroeg ze 6,6% van de volledige groep of bijna 21.500 individuen. De groep handhaaft zich ook in deze tijden van crisis.

Aandeel 50+ (linkerschaal)

Aantal 50+ (rechterschaal)

Aandeel 45+ (linkerschaal)

Aantal 45+ (rechterschaal)

16% 14%

45.000

41.225

12%

40.393

34.485

23.757

8%

24.557

16.194

17.385

30.000

26.392

24.500

24.790

21.443

21.472

21.495

18.257

17.312

40.000 35.000

30.195

10%

6%

50.000

47.061

25.000 20.000 15.000

4% 10.000

24

2%

5.000

0%

0 ‘98

‘99

‘00

‘01

‘02

jaarverslag 2009

Figuur 11: Leeftijd van de uitzendkrachten

‘03

‘04

‘05

‘06

‘07

‘08

‘09


De uitzendsector in Europa

• spanje kreeg af te rekenen met een extreme krimp van de uitzendactiviteiten. in de loop van 2009 bedroeg de terugval zelfs méér dan 50% op jaarbasis. • Frankrijk kende een diepere terugval dan België als gevolg van de zware malaise in de automotive-sector en de bouwsector, maar kent sedert het najaar een begin van herstel. • Duitsland presteert relatief goed, met een kleiner dan gemiddelde terugval. Deze is toe te schrijven aan de combinatie van de veerkracht die de Duitse economie toonde het voorbije jaar en de groeimarge die de sector nog heeft. • nederland presteerde tot het najaar opvallend gelijklopend met België, maar kan het pril herstel dat in Frankrijk, Duitsland en België werd ingezet voorlopig niet imiteren.

• De nieuwe economieën in oosteuropa doen het met uitzondering van polen behoorlijk slecht. De ontwikkeling van de uitzendsector staat in de meeste oost-europese landen in de kinderschoenen en is sterk gericht op traditionele industrieën, die het bijzonder zwaar te verduren kregen.

België

Frankrijk

Nederland

Spanje

Italië

Duitsland

15% 5% -5% -15% -25% -35% -45%

25 -55% 01/08

03/08

05/08

07/08

09/08

11/08

01/09

03/09

Figuur 12: Uitzendarbeid in Europa, evolutie van aantal gewerkte uren

05/09

07/09

09/09

11/09

01/10

jaarverslag 2009

volgens de informatie die door de europese confederatie van de private arbeidsbemiddelaars (eurociett) wordt verzameld in de verschillende europese landen is de omzet met gemiddeld 25% gedaald, weliswaar met belangrijke nationale verschillen.


outplacement … sterke stijging

2009 was een sleuteljaar

jaarverslag 2009

26

15.577

16.000

De combinatie van de economische crisis, die gepaard ging met een forse toename van het aantal collectieve en individuele ontslagen, én de wijziging van de outplacementreglementering, die outplacementbegeleiding openstelde voor een ruimer doelpubliek, heeft gezorgd voor een sterke toename van het aantal begeleidingen. in 2009 konden 15.557 personen beroep doen op een begeleiding. Dit is een toename met 51% ten opzichte van een jaar eerder en bijna een verviervoudiging op 6 jaar tijd. het aantal opdrachtgevers wordt geschat op 4.600.

14.000

De outplacementmarkt is sterk gereguleerd

• Verplicht outplacement bij her­ structurering van bedrijven: een specifieke reglementering regelt outplacement bij herstructureringen. in dat geval moet outplacement aan alle werknemers worden aangeboden, ongeacht hun leeftijd en hun anciënniteit (met uitzondering van de werknemers met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, waarvoor een vrijwillig outplacement wordt voorzien).

Wettelijk kader outplacement kan worden gedefinieerd als “een geheel van begeleidingsdiensten en consultancy, verstrekt door een dienstverlener, namelijk het outplacementbureau, individueel of in groep, voor rekening van een werkgever, om een werknemer de mogelijkheid te bieden zelf zo snel mogelijk opnieuw werk te vinden bij een nieuwe werkgever of een beroepsactiviteit als zelfstandige op te starten”. in functie van de specifieke omstandigheden valt outplacement onder een specifieke regelgeving: • Outplacement op vrijwillige basis: het is de cao 51 die de regels voorschrijft m.b.t. outplacement dat door een werkgever vrijwillig wordt aangeboden aan een ontslagen werknemer. • Verplicht outplacement: de cao 82 bis voert een verplicht outplacement in voor ontslagen werknemers van 45 jaar en ouder, die bij de betrokken werkgever één jaar anciënniteit tellen.

12.000 10.314 10.000 8.067 8.000 6.000 4.290

4.670

4.148

4.000

2.877

2.000 0 ‘03

‘04

‘05

‘06

‘07

‘08

‘09

Figuur 13: Evolutie opgestarte begeleidingen

in vele opzichten is de outplacementmarkt in België uniek. Dit was reeds vastgesteld via uitgebreid onderzoek3. Zowel inzake methodieken en

inhoud als doelgroepen is de reglementering sterk sturend. het overzicht in de figuur vertrekt vanuit de aard van het ontslag. is het individueel of is het collectief? van een collectief ontslag is sprake bij ontslag van minstens 10 werknemers in een bedrijf met méér dan 20 en minder dan 100 werknemers. in een bedrijf met minstens 100 werknemers spreekt met van een collectief ontslag indien minstens 10% van de werknemers betrokken zijn. in alle andere gevallen waarbij sprake is van gelijktijdig ontslag van meerdere werknemers die niet aan deze definitie voldoet, spreken we van een meervoudig ontslag.

Soorten outplacement

Individueel ontslag Individueel op CAO 51 CAO 82 bis

Collectief ontslag Verplichting TWC eventuele tussenkomst SIF in Vlaanderen

Meervoudig ontslag Geen verplichting TWC CAO 51 CAO 82 bis (evt. SIF)

Figuur 14: Soorten outplacement

3

De cuyper p., peeters a.,sanders D., struyven l., lamberts m.(2008) van werk naar werk : de markt van het outplacement. onderzoek in opdracht van viona. leuven: hiva


een tweede vaststelling is dat de verplichte tewerkstellingscellen na collectief ontslag in 2009 reeds goed zijn voor bijna 30% van de opgestarte begeleidingen. collectieve outplacements bij meervoudig ontslag (dus zonder verplichte tewerkstellingscel) zijn goed voor 12% van de begeleidingen. ook hier is de cao 82 bis de norm. collectief cao 82 bis 9,7%

individueel cao 51 7,1%

collectief cao 51 2,8%

collectief ontslag met verplichte twc 28,6%

Figuur 15: Begeleidingen volgens type outplacement

individueel cao 82 bis 51,7%

27

jaarverslag 2009

Individueel outplacement blijft dominant ook in 2009 blijft het aandeel van de individuele begeleidingen dominant. nagenoeg 60% van de opgestarte outplacements kwam er na een individueel ontslag. Dit lijkt misschien verrassend, maar dit heeft te maken met de uitbreiding van het individueel recht op outplacement. individuele ontslagen halen bovendien niet de pers, collectieve ontslagen worden sterk gemediatiseerd wat de perceptie enigszins vertekent. een opmerkelijke vaststelling is dat de cao 82 bis meer en meer de norm lijkt te worden op de markt. Bijna 52% van alle opgestarte begeleidingen in 2009 gebeurde volgens cao 82 bis. het aantal individuele begeleidingen in het kader van de cao 51 blijft vrij constant, maar het aandeel daalt tot 7,1%.


outplacement … sterke stijging

Plaatsingsgraden onder druk hoewel outplacement niet kan gereduceerd worden tot een zuiver plaatsingsinstrument, is het logisch dat in het kader van het activeringsbeleid met meer dan gewone aandacht wordt gekeken naar de plaatsingsgraad. De plaatsingsgraad wordt hierbij gedefinieerd als het aantal beëindigde outplacements die uitmonden in een nieuwe tewerkstelling binnen de voorziene outplacementperiode, ten opzichte van alle beëindigde outplacements.

• De globale plaatsingsgraad in 2009 bedroeg 63%. • De variatie volgens het type outplacement is beperkt. • er is een duidelijk verschil in plaatsingsgraad tussen het eerste (68,7%) en het tweede semester (58,6%). hiervoor zijn drie belangrijke oorzaken aan te geven: 1. het effect van de economische crisis laat zich uiteraard ook voelen op de vacaturemarkt, waardoor plaatsing moeilijker wordt en gemiddeld ook langer duurt. 2. De uitbreiding van verplicht outplacement naar nieuwe groepen van soms minder gemotiveerde werknemers. 3. De voorziene duurtijd van de begeleiding is soms te kort voor kandidaten die het eerst even wat rustiger willen aandoen na het ontslag. • De gemiddelde duurtijd van alle beëindigde outplacementbegeleidingen situeert zich rond de 7,5 maanden. De begeleidingen die uitmonden in een tewerkstelling duren gemiddeld net geen vijf maanden.

100% S1 83,8% 80%

60%

S1 69,5% S2 58,2%

S1 62,5% S2 60,4%

S1 68,7% S2 56,4%

S2 58,6%

40%

20%

28

0%

jaarverslag 2009

Individueel

Collectief ontslag met verplichte TWC

Figuur 16: Plaatsingsgraad per semester

Meervoudig ontslag zonder TWC

Totaal


Segmentering van de outplacement­ markt Het aandeel van de categorie ­45­jarigen neemt toe: traditioneel gold outplacement als een instrument dat vooral werd ingezet voor oudere werknemers. vandaag zien we dat 25% van alle kandidaten die met een outplacement starten jonger zijn dan 45 jaar. een belangrijke motor in deze evolutie zijn de verplichte tewerkstellingscellen. Het aandeel van kandidaten dat uit uitvoerende functies komt neemt toe: • er is sprake van een democratiseringstendens door de uitbreiding van het verplichte outplacement. 42% van de opgestarte kandidaten komen uit het arbeidersstatuut, 44% uit het bediendestatuut en 14% uit een kaderfunctie. • er is een duidelijk patroon in de relatie tussen het type outplacement en de professionele categorie waartoe de kandidaat behoort. - verplichte tewerkstellingscellen halen een ruim bereik van arbeiders. - individuele begeleidingen binnen cao 51 blijven in hoofdzaak een aangelegenheid voor kadermedewerkers.

eveneens te noteren is het belangrijk aantal begeleidingen in vlaanderen dat gebeurt middels een tussenkomst van het sociaal interventiefonds (siF; het vroegere herplaatsingsfonds), nl. 1.423 in 2009. het sociaal interventiefonds kan worden ingeschakeld indien het bedrijf kan aantonen niet over voldoende middelen te beschikken om de outplacementbegeleiding te betalen. het is geen vorm van outplacement, wel een financieringsinstrument.

Kader 13,8%

Totaal

Collectief CAO 82 bis

6%

52,3%

31,6%

54%

35%

62,8%

Individueel CAO 51 0%

8,6%

61,7%

11%

Individueel CAO 82 bis

20%

Arbeider

61,5%

39,1%

6,6%

Bediende 42,1%

32,4%

Collectief CAO 51

Collectief en ontslag met verplichte TWC

44,1%

35,6%

40%

60%

80%

1,5%

100%

Figuur 17: Kandidaten in outplacement volgens professionele categorie

De outplacementmarkt ontwikkelt zich vooral in Brussel en Vlaanderen, die samen goed zijn voor 87% van de begeleidingen: de oorzaak voor deze niet-evenredige ontwikkeling moet worden gezocht bij de ‘cellules de reconversion’4 in wallonië, die grotendeels werken buiten het kader van de reguliere outplacementmarkt. een reconversiecel wordt opgericht in geval van sluiting van een onderneming of collectief ontslag na de onderhandeling van het sociaal plan en dit op vraag van de syndicale organisaties. De reconversiecel is in de eerste plaats een onthaalplatform dat zich in de nabijheid van de woonplaats van de ontslagen werknemers bevindt. het is ook een team dat bestaat uit adviseurs inzake loopbaanbegeleiding van de Forem en sociale begeleiders aangesteld door de vakbondsorganisaties. in het waals gewest voorziet

29

het kB van 9 maart 2006 de gelijkstelling van de reconversiecel met een tewerkstellingscel. (http:// www.restructurations.be/restructuration/nl/content/content/website/homepage/measure/workcells/ regionalspecifications/wallonia.html)

jaarverslag 2009

4


projectsourcing: de schade bleef beperkt

het leidt geen twijfel dat de actuele en toekomstige ontwikkelingen in onze economie en op onze arbeidsmarkt een positief effect (zullen) hebben op het gebruik van projectsourcingformules. De vraag naar project professionals zal in de toekomst enkel toenemen. De motieven hiervoor houden verband met de nood aan het flexibel kunnen inzetten van professionals met specifieke competenties om snel en soepel projecten te realiseren. het werken als projectmedewerker zal ook steeds meer deel uitmaken van een bewuste stap in de loopbaan, waarbij men de gelegenheid krijgt om in diverse bedrijven en sectoren zijn competenties in te zetten en aan te scherpen in nieuwe en uitdagende projecten en teams. Terugval van de activiteiten op niveau van 2007… De globale terugval van de activiteiten bedroeg -9,64% in 2009. in totaal werden 5,88 miljoen uren gefactureerd voor een totale geaggregeerde omzet van 290 miljoen € (-7,64%). Daarmee valt de activiteit terug op het niveau van 2007. op 31/12 werkten 3.857 project professionals bij de Federgon-bedrijven. hun gemiddeld scholingsniveau is hoog (30% master, 46% bachelor). 2 op drie is jonger dan 40 jaar.

hoewel er reeds een duidelijke vertraging was van de groei, volgde de echte terugval met enige maanden vertraging op het uitbreken van de financieeleconomische crisis, wat niet ongewoon is voor projectgebonden activiteiten. Zij reageren later in de conjunctuurcyclus. opvallend is wel dat de terugval van de activiteiten vrij plots en stevig was (april 2009) en doorheen de rest van het jaar gemiddeld op een niveau van -12% bleef hangen.

314.103.841

-7,64%

290.098.084

‘08

‘09

Figuur 18: Evolutie omzet

10% 6,1%

5%

5,4% 5,7% 3,3%

2,2%

2,6%

1,1%

0% -1,1%

-1,5%

-5%

-1,9%

-2,4% -2% -2,6% -5,3%

-7,7%

-8,4%

-10%

-10,6%

-15%

30

05/09

07/09

-20% 01/08

jaarverslag 2009

-14,4%

-10,8% -11,8% -12,1% -12,4% -12,8% -13,9%

03/08

05/08

07/08

09/08

Figuur 19: Jaar-op-jaarevolutie projectsourcing

11/08

01/09

03/09

09/09

11/09


steeds meer stelt Federgon vast dat projectsourcing, dat oorspronkelijk vooral werd toegepast voor ict- en engineeringprojecten een steeds ruimere toepassing kent in bedrijven. De verdeling van de activiteiten van de leden-bedrijven in 2009 wordt weergegeven in Figuur 20. Deze evolutie hangt uiteraard samen met de klantenportfolio. De overgrote meerderheid van de klanten situeert zich in de conjunctuurgebonden sectoren. De industrie blijft de grootste afnemer, hoewel het aandeel met -5%-punten is gedaald ten opzichte van 2008, gevolgd door de dienstverlening aan bedrijven en de energiesector. De terugval van de industrie in de portefeuille wordt vooral verklaard door het wegvallen van projecten in de automotive-sector en de metaalverwerkende en technologische nijverheid.

Finance 7,3%

andere 6,3%

ict 18%

office + call center 29,3%

engineering 39,1%

Figuur 20: Verdeling projectsourcingactiviteiten

andere 2,9% openbaar bestuur 3,4% transport en distributie 3,5% Bouw 3,7%

telecom 2,8% horeca 0,1%

industrie 44%

FinanciĂŤle activeiten 9,6%

energie 13,6%

Figuur 21: Opdrachtgevers naar sector

Diensten aan bedrijven 16,4%

31

jaarverslag 2009

‌ maar verschillend naargelang het activiteitsdomein. Deze globale evolutie toont wel opmerkelijke verschillen naargelang het activiteitsdomein. Zo is de terugval een stuk scherper in engineering (-15,5%) en office (-9%). De Federgon-leden die actief waren in ict en Finance konden in 2009, ondanks de economische crisis, een lichte groei laten optekenen.


interim management: een jaar om snel te vergeten

interim management is net als projectsourcing een instrument waarvan een opdrachtgever gebruik maakt om externe expertise te kunnen inzetten waarover hij zelf niet (meer) beschikt. een interim manager is een ervaren deskundige die werkt als zelfstandige en zijn expertise ten dienste stelt van ondernemingen. hij/zij neemt dus taken met verantwoordelijkheid op bij klanten/bedrijven, voor een beperkte periode en in het kader van duidelijk afgelijnde opdrachten. Verschuiving in het type van opdrachten interim management kan in verschillende situaties en om verschillende redenen worden ingezet, al heeft de gewijzigde conjunctuur in 2009 een grote invloed gehad op de inhoud van de interim managementopdrachten. vandaag is de klemtoon verschoven van innovatie- naar verbeterings- of veranderingsmanagement. Doet de economie het goed, dan worden in bedrijven veel nieuwe projecten opgestart. Dit soort opdrachten is nu vrijwel allemaal “on hold” gezet5. tegelijkertijd stellen we een toename vast van de vraag naar managers die de efficiëntie en de financiële gezondheid van bedrijven kunnen versterken. het mag niet verbazen dat er vooral veel vraag is naar interim managers die bedrijven door een overgangsperiode kunnen helpen, en die interne herschikkingen annex saneringen in goede banen kunnen leiden (bvb. productieherschikkingen, maatregelen inzake kostenbeheersing en/of operationele efficiëntie). herstructureren maakt ook deel uit van het ondernemen.

Sterke krimp van de activiteiten De activiteit van de interim management providers van Federgon had zwaar te lijden onder de economische crisis. op jaarbasis was er een sterke terugval van alle parameters. • De gegenereerde omzet op jaarbasis daalde met -23,8% tot 43,7 miljoen €. hiermee bleef de activiteit aanzienlijk boven het niveau van 2007. 2008 was met een groei van ruim 33% immers een sterk jaar geweest. • het aantal beëindigde opdrachten in de loop van 2009 bedroeg 384, hetzij -28,5% op jaarbasis. omdat tegelijkertijd het aantal nieuw gestarte opdrachten sterk terugviel, is het aantal lopende opdrachten op het einde van 2009 zelfs 39% lager dan eind 2008. • ook het aantal interim managers in opdracht krimpte met -26% tot 658.

jaarverslag 2009

-23,8%

50.000.000

43.735.204

42.994.034

40.000.000

30.000.000

20.000.000

10.000.000

0 ‘07

‘08

‘09

Figuur 22: Omzetevolutie interim management

in de loop van 2009 werden 651 opdrachtgevers geregistreerd, waarvan een kleine 10% gevestigd waren in het buitenland.

hr Directie 9,2%

logistiek en productie 7,7%

algemene Directie 3,7% andere 9,8%

sales & marketing 24%

32 wij verwijzen voor meer info naar de leaflet ‘interim management in crisistijd’ op www.federgon.be.

57.372.316

De gemiddelde duur van de opdrachten bedroeg 107 werkdagen (~ 5 maanden). het aandeel van de opdrachten in sales & marketing nam toe (+3%-punt), terwijl het aandeel van de opdrachten in logistiek & productie daalde met 5%-punt.

ict 3,4%

5

60.000.000

Figuur 23: Functionele opsplitsing opdrachten

Finance & administration 42,2%


Diensten aan particulieren … het succes van de dienstencheques blijft verderduren.

Het aantal uren dat werd gepresteerd door huishoudhulpen via dienstencheques blijft toenemen. De oorspronkelijke doelstelling van de federale regering in 2004 om via dienstencheques 25.000 tewerkstellingen te realiseren werd inmiddels ruimschoots overschreden. het totaal aantal werknemers dat in de loop van 2009 werd tewerkgesteld kwam wellicht uit op om en bij de 120.000. De Federgon-leden, private commerciële spelers, zagen het voorbije jaar de activiteit toenemen met 13,2% gepresteerde uren. in totaal werden nagenoeg 25 miljoen uren gepresteerd. De dienstencheque-activiteiten van de Federgon-leden verdubbelden op drie jaar tijd. De groei is vergelijkbaar met de globale groei van de sector, maar manifesteert zich vooral in de tweede jaarhelft. wellicht heeft de prijsverhoging van de dienstencheques in het begin van 2009 gezorgd voor een matiging van de groei.

24.462.955

25.000.000 21.603.793

20.000.000

+13,2%

17.341.839

15.000.000 11.656.256

10.000.000

5.000.000

0 ‘06

‘07

‘08

‘09

Figuur 24: Evolutie van het aantal gepresteerde uren via dienstencheques (bij Federgon-leden)

De gevolgen van de economische crisis lijken alleszins zeer beperkt. volgens cijfers van de rva zette de groei van de sector zich in 2009 verder. • 2.499 bedrijven hadden eind 2009 een erkenning als dienstenchequebedrijf. • gemiddeld werden ruim 6,55 miljoen cheques per maand aangekocht in 2009 (door de prijsverhoging begin 2009 was er – met uitzondering van Brussel – in alle gewesten een daling van het aantal aangekochte cheques per maand). Brussel 16,4%

wallonië 22,7% vlaanderen 60,9%

33

Figuur 25: Regionale verdeling activiteit (bij Federgon-leden)

jaarverslag 2009

het aandeel van de Federgon-leden in de totale sectorale activiteit (op basis van het aantal terugbetaalde cheques) bedraagt 31%. Figuur 25 toont de regionale verdeling van de activiteiten. tegenover de vorige jaren is er een geleidelijke toename van de activiteiten in Brussel. Dit sluit aan bij de globale sectorale trend die de voorbije twee jaar een inhaalbeweging laat zien in het Brussels hoofdstedelijk gewest.


De groei van de bedrijvigheid was het gevolg van een toename van het aantal klanten. De Federgonbedrijven bedienden in 2009 samen 160.587 huisgezinnen, hetzij een toename met +9,6% ten opzichte van 2008. het aantal actieve gebruikers bedroeg 665.884. in 2008 bedroeg de penetratie 12,8% van de privéhuishoudens. met andere woorden: in 2008 maakte 1 op de 8 huisgezinnen in België gebruik van dienstencheques.

180.000 160.587

160.000

146.461

140.000

+9,6%

126.915

120.000 100.000

88.394

80.000 60.000 40.000 20.000 0 ‘06

‘07

‘08

‘09

Figuur 26: Evolutie aantal huisgezinnen-klanten (bij Federgon-leden)

De toename van de activiteit zorgde voor een uitbreiding van de capaciteit onder de vorm van een toename van het aantal werknemers. op 31/12/2009 bedroeg het aantal dienstenchequewerknemers bij de Federgonbedrijven om en bij de 32.000, goed voor een toename met +12,8% ten opzichte van een jaar eerder.

35.000

31.804

30.000

28.198

+12,8%

26.355

25.000 20.511

20.000 15.000 10.000

34

5.000 0

jaarverslag 2009

‘06

‘07

‘08

‘09

Figuur 27: Evolutie aantal dienstenchequemedewerkers (bij Federgon-leden)


opleiding: groeiend bewustzijn?

eén van de marktonderscheidende kenmerken van de Federgon-leden is het maatwerk. Federgon schat dat meer dan 2/3e van haar opleidingsbedrijven de overgrote meerderheid (80100%) van de opleidingen ‘in company’ afwerken.

Management en HR-beheer Communicatie

in de sector van de voortgezette beroepsopleiding, waarin de private opleidingsbedrijven hoofdzakelijk opereren, stellen we in 2009 een achteruitgang vast van de omzet met -11,6%. globaal genomen presteert de sector hiermee beter dan de verwachtingen. Federgon schat het geaggregeerd omzetcijfer voor de private opleidingsbedrijven op 75,1 miljoen €. het aantal medewerkers bedroeg 300, het aantal trainers en docenten nog eens ruim 2.000. het is nodig hierbij aan te geven dat de private actoren vooral actief zijn in welbepaalde opleidingsdomeinen, waarvan management, hr, communicatie en commerciële trainingen de belangrijkste zijn.6

67,6% 58,8%

Commerciële opleidingen

50%

Cultuur en welzijn

41,2%

Veiligheid en milieu

35,3%

Logistiek en kwaliteit

32,4%

Informatica

29,4%

Economie en administratie

29,4%

Talen Wetenschap en techniek

20,6% 14,7%

Figuur 28: Opleidingsdomeinen

35 6

De figuur geeft het aandeel weer van de opleidingsdomeinen waarin de private opleidingsoperatoren actief zijn. het spreekt voor zich dat de meeste onder hen meerdere domeinen aanbieden. Dit is niet het geval voor bijv. taalopleidingen.

jaarverslag 2009

traditioneel geldt dat in tijden van crisis sterk wordt gesnoeid in kosten voor opleiding van medewerkers. aangezien het gaat over een “out-ofthe-pocket”-kost is het voor organisaties dikwijls een makkelijke en pijnloze ingreep om te snoeien in deze uitgaven. steeds meer groeit echter het besef dat opleiding en vorming in de kennis- en netwerkeconomie van vandaag en morgen essentieel zijn om als organisatie het verschil te kunnen maken.


interessant is eveneens het verloop van de activiteiten jaar-op-jaar. De figuur 29 geeft aan dat de opleidingsmarkt in 2008 vrij goed stand hield ondanks het uitbreken van de economische crisis. Zelfs in het vierde kwartaal was er nog sprake van een groei met nagenoeg +4,7%. Dit heeft veel te maken met de wijze waarop de opleidingsmarkt functioneert. eens budgetten voor opleiding zijn vastgelegd via inschrijvingen, is er een relatieve crisisbestendigheid. het vooruitzicht van een economisch moeilijk jaar zorgt daarentegen (meestal) voor aangepaste jaarbudgetten.

40% 33,2% 30%

20%

17,4% 13,7% -11,6%

10%

4,7%

2,9%

0%

Dat 2009 een ander beeld laat zien is niet onverwacht: een onverhoopt eerste kwartaal met een uitlopende groei van 2008 werd gevolgd door een zware terugval in Q2 van bijna 20% op jaarbasis. het traditioneel zwakke zomerseizoen werd goed doorsparteld, maar Q4 viel opnieuw tegen.

-10%

-7,2%

-20%

-18,7%

-19,5%

-30% Q1/08

Q2/08

Q3/08

Q4/08

Q1/09

Q2/09

Q3/09

Q4/09

Figuur 29: Jaar-op-jaar evolutie private opleidingsmarkt

opvallend is de nervositeit op de markt. een aantal opleidingen doet het opvallend goed. eén ervan is leadershiptraining. sterk leiderschap in tijden van crisis, de relatie is duidelijk … in het algemeen scoren opleidingen met een onmiddellijke toegevoegde waarde goed. er is duidelijk een groeiend bewustzijn bij bedrijven dat blijvend investeren in opleiding noodzakelijk blijft, ook in moeilijke economische tijden. privé 87%

jaarverslag 2009

36

private opleiders hebben een aanbod naar alle bedrijfsniveaus, maar de helft van de opgeleide cursisten heeft een functie in het hoger of middel management. 87% van de opdrachtgevers zijn private bedrijven uit hoofdzakelijk de industrie, diensten, handel en distributie en financiële sector.

publiek 13%

Figuur 30: Opdrachtgevers naar sector

industrie

27%

Diensten

21%

handel & Distributie

14%

Financiën

7%

overige

6%

non-profit

5%

Bouw

3%

transport

1%


recruitment, search & selection beleeft loodzwaar jaar

het hoeft niet te verwonderen dat in een arbeidsmarkt die in de loop van 2009 steeds meer de gevolgen van de crisis aan den lijve ondervond de dienstverlening sterk te lijden had. toch zijn er belangrijke verschillen naargelang het type van diensten.

Geaggregeerde omzet

recruitment, search & selection hr consultancy assessment coaching (*) op basis van absolute getallen

6.513

5.465

5.230

6.593

5.493

4.461

4.531 3.900

‘02

‘03

‘04

‘05

‘06

‘07

‘08

‘09

Figuur 31: Evolutie aantal bemiddelingen

2008

2009

∆ 2009/2008

165 mio €

118 mio €

­28,4%

aandeel in omzet

aandeel in omzet

∆ 2009/2008 (*)

67,9%

61,8%

-34,8%

9,0%

14,4%

14,2%

20,6%

18,8%

-34,4%

2,5%

5,0%

43,3%

37

jaarverslag 2009

De bureaus die gespecialiseerd zijn in recruitment, search & selection hebben een loodzwaar jaar achter de rug. Deze bedrijven zijn een belangrijke speler in het segment van de arbeidsmarkt dat zich vooral richt op hogergeschoolde kandidaten voor functies van een gemiddeld hoger niveau. Dit segment van de arbeidsmarkt gedijt traditioneel goed wanneer er een voldoende dynamiek is op de arbeidsmarkt. Deze dynamiek is het gevolg van vertrouwen bij de bedrijven die aanwervingsbeslissingen nemen en bij individuen die professioneel mobiel willen zijn.


recruitment, search & selection beleeft loodzwaar jaar.

het globale omzetcijfer kende een terugval met -28,4% tot 118 miljoen â‚Ź. vooral recruitment, search & selection en assessment, samen goed voor 88% van de sectorale activiteit, kenden beide een terugval met ruim -34%. hr consultancy en vooral coaching deden het meer dan behoorlijk. uit een onderzoek dat werd gedaan door Federgon bij haar leden onthouden we dat het dieptepunt van de activiteit zich situeerde in het derde kwartaal van 2009. vooral de opdrachtgevers uit de secundaire sector lieten het massaal afweten. De publieke sector en de zorgsector daarentegen bleven verder aanwerven. hierbij dient wel te worden gepreciseerd dat deze laatste slechts goed is voor een 10% van de totale activiteit.

jaarverslag 2009

38

De zware krimp van de activiteiten had uiteraard ook gevolgen voor de eigen personeelsbezetting. het aantal medewerkers binnen de sector kwam uit op 1.433.

Tendensen en ontwikkelingen het aantal Ên het niveau van de kandidaten dat zich aanbood bij de bureaus is toegenomen, de verwachtingen naar loon- en arbeidsvoorwaarden worden gemiddeld licht neerwaarts bijgesteld. De markt van de opdrachtgevers reageert eerder nerveus. er is sprake van een druk op de tarieven en een tendens tot insourcing. meer fundamenteel lijkt er een consensus te bestaan bij de bedrijven dat de crisis de tendens tot diversificatie zal versterken. verdere specialisatie moet de bedrijven in de sector toekomstgericht ademruimte geven. een consolidatiebeweging lijkt onvermijdelijk. Radiografie van de bemiddelingen in 2009 • De top 3 van de bemiddelingen volgens functietype: sales, marketing & communicatie

25,2%

techniek & productie

16,2%

Finance, legal, banking & insurance

13,7%


• De sectoren die een beroep deden op rss-bureaus

Healthcare ICT/Telecom/Internet Energie/Elektriciteit/Milieu en veiligheid Logistiek/Handel/Distributie/Transport Financiën en verzekeringen

2,8% 6,3% 6,8% 7,6% 9,5%

Publieke sector/Overheid/Social profit

11,3%

Bouw

11,4%

Diensten aan bedrijven

15,3%

Industrie (metaal en machinebouw)/ ...

29%

Figuur 32: Opdrachtgevers naar sector

• De leeftijdsverdeling van de bemiddelde kandidaten

- 50 werknemers

29,4%

50 - 250 werknemers

38,0%

+ 250 werknemers

32,6%

+ 55 jaar 1,7%

- 25 jaar 12,1%

45 - 54 jaar 11,8%

35 - 44 jaar 32,8%

Figuur 33: Leeftijdsverdeling bemiddelde kandidaten

25 - 34 jaar 41,5%

39

jaarverslag 2009

• De opdrachtgevers naar grootte


De Federgonsectoren in 2009

2009

Omzetcijfer

Vaste medewerkers

Kerncijfers •

Recruitment, Search & Selection

118 miljoen € ( -28,4%)

1.433 (-11,1%)

• •

Outplacement

-

-

• •

Opleiding

75,1 miljoen € (-11,6%)

300 vaste medewerkers 2.000 trainers

Diensten aan Particulieren

507,5 miljoen €

31.804 (+12,8%)

Interim Management

43,7 miljoen € (-23,8%)

-

Projectsourcing

290 miljoen € (-7,6%)

400 interne medewerkers 3.857 projectmedewerkers

Uitzendarbeid (*)

3,281 miljard € (-21,5%)

5.593 vaste medewerkers

Aantal leden (31­12­2009)

4.461 plaatsingen 38,2% gerealiseerd in assessment, hr consultancy en coaching

130

15.577 opgestarte begeleidingen (+51%) globale plaatsingsgraad 63% 58,8% begeleidingen na individueel ontslag 90% begeleidingen in cao 82 bis

35

-

42

24,4 miljoen uren (+13,2%) 160.587 klanten (+9,6%)

57

658 interim managers 651 opdrachtgevers

17

5,9 miljoen gefactureerde uren

42

140,8 miljoen gepresteerde uren (-22,18%) 326.103 uitzendkrachten 161.411 jobstudenten

76

• • • •

• •

40

jaarverslag 2009

(*) De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de activiteiten van de leden van Federgon. voor uitzendarbeid daarentegen gaat het over de cijfers van de volledige sector. De representativiteitsgraad van de Federgon-leden bedraagt hier 96%.


Havenlaan 86C/302 1000 BRUSSEL Tel: 02/203.38.03 Fax: 02/203.42.68 E-mail: info@federgon.be www.federgon.be

federatie van partners voor werk


Jaarverslag 2009