Issuu on Google+


De roos


De roos _

Geert De Kockere Met prenten van Johan Devrome


Een beetje liefde, alstublieft.


De winkelier trok zijn wenkbrauwen op. Een beetje liefde? Ja, zei het jongetje, een beetje liefde. Heeft u dat? En waarvoor moet ze dienen? vroeg de winkelier. Voor m’n moeder, zei het jongetje. Voor je moeder? Ja, zei het jongetje, ze klaagt dat ze te weinig liefde krijgt. Zozo, zei de winkelier. En kan je vader haar dan niet wat meer liefde geven? Nee, zei het jongetje. Hij is dood. O, zei de winkelier ge­schrokken. Dat is erg. Ja, zei het jongetje, dat is erg. En nu moet jij haar die liefde geven? vroeg de winkelier. Ja, zei het jonge­tje. En mijn liefde is op. Ik begrijp het, zei de winkelier. Hij verliet de winkel en kwam even later met een roos terug. En zeg aan je moeder dat er veel liefde in zit, zei de winkelier. Maar of dat genoeg is, weet ik niet.


Alsjeblieft, zei het jongetje. Een roos! riep de moeder. Voor mij? Ja, zei het jongetje. Helemaal voor jou. Dank je wel, zei de moe足der. Dat is lief van je. Waar heb je die vandaan? Gekregen, zei het jongetje. Met heel veel liefde erin. O, zei de moeder en ze keek diep in de roos. Het is een mooie roos, zei ze. Het is een rode roos, zei het jongetje. Met heel veel liefde erin. Ja, dat zie ik, zei de moeder. Ze is heel mooi. Ja, zei het jongetje, ze is heel rood. Ik zet ze in een vaas, zei de moeder. Ze haalde een vaas, vulde die met water en zette de roos erin. Een mooie roos in een vaas, dacht de moeder. Een rode roos in een vaas, dacht het jongetje. Heel veel liefde in een vaas, dachten de moeder en het jongetje.


De roos is verwelkt! riep het jongetje. Dat heb ik gezien, zei de moeder. Wat nu? vroeg het jongetje. We moeten ze weggooien, zei de moeder. Weggooien? Ja, zei de moeder. Anders gaat ze rotten. Dat stinkt. En de liefde? vroeg het jongetje. Is de liefde ook verwelkt? Nee, zei de moe足der. De liefde is eruit. Beetje bij beetje heb ik de liefde eruit gehaald. Telkens als ik naar de roos keek. O, zei het jongetje. Dan is het niets. Gooi ze maar weg. Het was om de liefde te doen, niet om de roos. Ja, zei de moeder. Ja, zei het jongetje.


Waarom laat je de vaas staan? vroeg het jongetje. Ze is toch leeg, de roos

is weg? Ja, zei de moeder. De roos is weg. Maar mis足schien komt er wel een

nieuwe. Zomaar? vroeg het jongetje. Nee, zei de moeder. Niet zomaar. Hoe

dan? vroeg het jongetje. Ie足mand moet die me geven, zei de moeder. Wie

dan? vroeg het jongetje. Iemand die me graag ziet. O, zei het jongetje. Ja,

zei de moeder.


Zo, zei de winkelier. Ben je daar weer? Ja, zei het jongetje. Hoe gaat het met je moeder? Goed, zei het jongetje. Heeft u nog wat liefde voor mij? Voor jou? vroeg de winke­lier. Nee, voor m’n moeder, zei het jongetje. O, zei de winkelier. Dat moet ik even nakijken. Hij verdween uit de winkel en kwam terug met een roos. Een rode roos. Zo, zei de winkelier. Je hebt geluk. Ik had nog wat liefde staan. Alsjeblieft. En doe de groeten aan je moeder. Dat zal ik doen, zei het jongetje. En hij hupte de winkel uit. Met een rode roos in zijn hand en de groeten in zijn hoofd.


Met de groeten van de winkelier, zei het jongetje. En hij gaf een rode roos

aan de moeder. Van de winkelier? vroeg de moeder verbaasd. Ja, zei het

jongetje. Maar die verkoopt toch geen rozen? zei de moeder. Toch is ze

van hem, zei het jongetje. O, zei de moeder. Ja, zei het jongetje. Heeft hij

je die roos zomaar gegeven? vroeg de moeder. Ja, zei het jongetje. Met de

groeten en heel veel liefde erin. Zei hij dat? vroeg de moeder. Zoiets, zei het

jongetje. O, zei de moeder weer. En ze zette de roos in de lege vaas.


Bedankt voor de roos, zei de moeder, toen ze in de winkel stond. Het is een

mooie roos. Graag gedaan, zei de winkelier. U heeft een lieve zoon. Ja, zei

de moeder verlegen. Ja, zei ook de winkelier. En hij bloosde een beetje. Dat

was tenminste wat de moeder dacht.


Het was jaren later. De bel in de winkel rinkelde. Achter de toonbank verscheen een jongen. Heeft u ook rozen? vroeg de dame die net de winkel was binnengekomen. Alleen in de tuin, zei de jongen. Rode rozen. Maar die zijn niet te koop. Ze zijn voor speciale gelegenheden. Ben ik dan geen speciale gelegenheid? vroeg de dame. Ik zal het m’n vader vragen, zei de jongen. Even later kwam de vader de winkel binnen. Nee mevrouw, zei hij. Het spijt me, maar de rozen in de tuin zijn niet te koop. Ze zijn van m’n vrouw. Het geeft niet, zei de dame. U heeft anders wel een lieve zoon. Ja, zei de winkelier. Maar ook die is van m’n vrouw...


Ee n pr od u c ti e v a n

P

I

G M A L I ON

CIP-gegevens: Koninklijke Bibliotheek Albert I Tekst: Geert De Kockere Prenten: Johan Devrome Productie en concept: vzw Pigmalion, http://www.pigmalion.be Druk: Oranje, Sint-Baafs-Vijve Gezet uit de Chaparral Display Gedrukt op Munken Pure Š 2003 Uitgeverij De Eenhoorn bvba, Vlasstraat 17, B-8710 Wielsbeke, http://www.eenhoorn.be D/2003/6048/246 NUR 370 ISBN 90-5838-183-8 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.


Een beetje liefde alstublieft. De winkelier trok zijn wenkbrauwen op. Een beetje liefde? Ja, zei het jongetje, een beetje liefde. Heeft u dat?

Een poÍtisch boek over een jongetje dat op zoek is naar wat liefde voor z’n moeder. Boordevol rood. Rood van rozen. Rood van liefde.

M edaillon M edaillon is een uitgave van De Eenhoorn in een productie van Pigmalion. M M


De roos