__MAIN_TEXT__

Page 200

Column

Makkers staakt uw wild geraas Sylvia Witte

Nog nagloeiend van een heerlijke zomervakantie in de Pyreneeën vind ik bij thuiskomst mijn facebook-tijdlijn vol pro- en anti-sinterklaasberichten. Het is augustus 2015. De VN heeft Nederland op zijn vingers getikt. Het land is te klein. Mijn vriendenkring splijt zich in twee kampen, terwijl ondertussen de winkels zich geruisloos vullen met de eerste pepernoten. Buiten is het nog broeierig warm. De in nostalgie verhulde Spanjaard laat zich in opdracht van Unilever dit jaar vroeger zien dan ooit. Sinterklaas, hij komt er aan! Het is 1968 wanneer ik als het enige gekleurde adoptiekind uit de wijde omtrek met een geassimileerd Oostenrijks knickerbockertje door de straten van mijn dorp wandel. Hoewel ik de overeenkomst zelf nog niet gezien had, zag mijn omgeving het wel: ‘Kijk een échte Piet!’ Mijn nieuwe ooms, tantes, nichten, maar ook klasgenoten, de juffrouw en gewone voorbijgangers blijken allemaal even opmerkzaam en hetzelfde gevoel voor humor te hebben. Met het schaamrood onder mijn pigment worstelde ik me vanaf dat moment door menig decembermaand heen. Meestal teruglachend om mijn geraaktheid te verbergen. Rond mijn twaalfde zocht ik het tegen beter weten in hogerop en bood ik mezelf aan op school als Sinterklaas. Nadat iedereen was uitgelachen, ontstond er een heuse discussie. Het is dan 1974 om precies te zijn, wanneer voornamelijk grote mensen elkaar in de haren vliegen. Sommigen dreigden het feest te boycotten, anderen vonden het wel een grappig idee. Mijn ouders probeerden me van gedachten te laten veranderen. Hoe het precies is afgelopen weet ik niet meer, wel mocht ik ineens dé Sinterklaas worden op pakjesavond.

Zo kon het gebeuren dat ik op 3 december in een rode mantel werd gehesen. Trots als een pauw bekeek ik mezelf in de spiegel. Ik vond mijn mantel prachtig, mijn mijter waanzinnig en de baard enorm lijkend. Toen het eenmaal zo ver was, en we de bomvolle aula betraden waar al onze ouders bijeengekomen waren, begon de pianist driftig een sinterklaasliedje te spelen. Sommige pietjes waren het podium al opgesprongen om flink wat strooigoed naar de hoofden van onze ouders te gooien. Een paar pietjes mikten tot ons aller vreugd gericht en redelijk doeltreffend. Kennelijk ging er ook een therapeutische werking vanuit. En toen kwam ik. Deels verblind door het licht en half struikelend over mijn mantel kwam ik het podium op. De ouders in de zaal brulden van het lachen. De rotvader van Woutertje plaste bijna in zijn broek. Heel even dacht ik dat mijn mijter scheef zat of mijn baard was afgezakt. Terwijl de mensen naar adem hapten, fluisterde een klasgenootje troostend: “Trek het je niet aan, ze hebben gewoon nog nooit een échte zwarte Klaas gezien.’ Ter hoogte van die opmerking raakte mijn aversie voor het sinterklaasfeest dieper geworteld. Op mijn dertiende verzon ik anti-sinterklaasliedjes; en toen ik eenmaal meerderjarig was, nam het gevoel nog serieuzere vormen aan. Quincy Gario bestond nog niet, Mandela leefde nog en Gordon zat nog diep in de kast toen ik in een kraakpand voor het eerst iets over de slavernij hoorde. Ik leerde dat VOC-schepen Afrikaanse landen afstroopten naar nieuwe grondstoffen

200

Profile for PIET

Piet magazine  

Een handboek voor een moderne sinterklaasviering

Piet magazine  

Een handboek voor een moderne sinterklaasviering

Advertisement