Page 1


Colofon

HOGESCHOOL GENT Faculteit School of Arts: KASK - Koninklijk Conservatorium J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent

Van Hees tuin- en landschapsarchitectuur Lage Gouwe 214, 2801 LM Gouda, Nederland Telefoon: +31 0182 523003 Fax: 0182 584131 www.vhtl.nl

Stagerapport 2: Projecten visie Projectbenaming: De Vest

Pieter Uyttersprot Academiejaar: 2012 - 2013

2de zittijd


Inhoudsopgave Inleiding Deel 1

Tussentijd

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Tussentijd als begrip Oorzaak van de Tussentijd Coalitie van de Tussentijd 3.1 Rol van de gemeente 3.2 Rol van de ontwerper/ondernemer 3.3 Rol van de terrein-eigenaar Tussentijdmentaliteit Werkwijze 5.1 Inventarisatie 5.2 Ontwikkelend beheer Ruimte voor experimenten Kracht van de Tussentijd Ontwerpen in de Tussentijd 8.1 Ontwerpopgave 8.2 Ontwerpmethodiek 8.3 Ontwerpmiddelen 8.4 Ontwerppresentatie

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8

Pagina

1

Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina

2 4 5 6 9 10 10 13 13 16 17 19 25 25 25 26 27


Casestudy: De Vest

Hoofdstuk 1

Situering 1.1 Macro 1.2 Meso 1.3 Micro Analyse 2.1 Historische analyse 2.2 Functionele analyse 2.3 Karakter en sfeer Bespreking van de deelgebieden 3.1 Bolwerk 3B Koningshof 3C Kleischuur 3D Speelwinkel 3D Erasmusplein

Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina Pagina

29 29 29 35 37 37 37 39 41 41 43 45 47 50

Visie op de vraagstelling

Pagina

52

Bibliografie

Pagina

53

Lijst met afbeeldingen

Pagina

55

Bijlagen

Pagina

57

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Inhoudsopgave

Deel 2


Inleiding

0

1

0. INLEIDING Dit stagerapport gaat over het gebruik van de Tussentijd bij lopende projecten. Ik heb stage gevolgd bij het bureau van Hees landschapsen tuinarchitectuur in Gouda. Tijdens mijn stageperiode heb ik gewerkt aan het project ‘De Vest’. Dat is een onderzoek over de Tussentijd van de omgeving rond de gelijknamige straat ‘Vest’ in Gouda. Het onderzoek werd opgestart naar aanleiding van een lopend project in de binnenstad van Gouda, namelijk het Koningshof. Binnen het projectgebied ligt een rijksmonument, de kleischuur. Dat is een historisch gebouw dat oorspronkelijk een onderdeel van een plateelfabriek was. Het gebouw ligt er verlaten en onverzorgd bij. Er werden verschillende voorstellen gedaan om het gebouw een nieuwe functie te geven en uiteindelijk werd besloten om er een restaurant en havenkantoor in onder te brengen. Aan mijn stagebureau werd gevraagd om tijdelijke inrichtingen voor te stellen voor de buitenruimte rond de kleischuur die het gebied een meerwaarde zouden geven in de periode tussen de oude en nieuwe inrichting, de zogenaamde Tussentijd. Thijs van Hees, directeur van het bureau, besloot het onderzoek uit te breiden met tal van andere locaties die rond dezelfde straat liggen als de kleischuur. Zo ontstond het project ‘De Vest’. Dat onderwerp wekte mijn interesse en dus besloot ik er mijn ‘Project en Visie‘ over te schrijven. Vooraleer ik de specifieke locaties en de bedachte ideeën bespreek, wil ik eerst een duidelijk beeld scheppen van het concept ‘Tussentijd’.

Wat is juist die Tussentijd? Hoe is het principe ontstaan? Wat was de aanleiding ervoor? Wie zijn de verschillende actoren die deelnemen aan het bedenken, ontwerpen en gebruiken ervan? En wat is het uiteindelijke doel? Om die aspecten te bespreken zal ik gebruik maken van verschillende voorbeelden uit binnen- en buitenland.

Geschreven tekst Overgenomen tekst


Alvorens de term Tussentijd uit te leggen, is het nuttig eerst te kijken waar die zich situeert. Landschappen veranderen continu. We spreken niet alleen over landschappen als het gaat om de groene natuur, ook in steden hebben we het over landschappen. Dat blijkt uit de wetenschappelijke definitie. Het landschap is het zintuigelijke en hoofdzakelijk visueel waarneembare gedeelte van het aardoppervlak dat zich uitstrekt hetzij tot aan de gezichtseinder, hetzij tot aan de ultieme skyline. Het wordt als een mogelijkerwijs gedifferentieerd en dynamisch geheel waargenomen. De componenten ervan zijn zowel van endogene als van exogene oorsprong en bestaan uit elementen van zowel biotische als abiotische aard, de waarneming is afhankelijk van het tijdstip, de standplaats en de wijze van waarneming en de perceptie van de observator. (Derde Vlaamse Wetenschappelijke Congres voor Groenvoorziening, 1980 in ANTROP,1989)

De mens heeft een grote invloed op het landschap. Het grootste deel van de landschappen heeft zelfs zijn huidig beeld volledig door de mens gekregen. De grootste invloed is te zien in de steden. Daar zien we eigelijk een constante verandering van het landschap. Stadsdelen verouderen en vernieuwingsprojecten doen hun intrede. In dat geval kunnen we dus spreken van een tijdelijk landschap. Het is een voorlopig landschap dat ontstaat als gevolg van tijdelijk ruimtegebruik en dat relatief kortstondig bestaat binnen de ritmiek(en) van een tijdreeks of een tijdcyclus. Het is daardoor een landschap van korte duur en veranderende configuratie. (Bomas, B., 2011)

Bomas onderscheidt in zijn paper zes verschillende types tijdelijke landschappen. Deze indeling maakt gebruik van het verschil tussen lineaire tijd en cyclische tijd en het verschil tussen een plotselinge verandering (disconuïteit) in het ruimtegebruik tegenover een geleidelijke verandering (continuïteit) van het ruimtegebruik. Het landschap van het tussentijds gebruik is een discontinuïteit in de hoofdontwikkeling. TYPE TIJDVERLOOP Cyclisch Lineair

1

TIJDELIJK LANDSCHAP Cyclisch landschap

Continu

Discontinu

Successielandschap Voorloperlandschap Wandelend landschap Tussentijds landschap Evenementieel landschap

Het markeert een korte tot lange pauze. Tussentijds of tijdelijk gebruik is de meeste populaire vorm van het tijdelijke landschap. Dat pauzelandschap komt in vele gedaantes voor, van tijdelijke natuur, stadslandbouw tot experimentele flexibele architectuur. Tussentijdse landschappen zijn gepland of ongepland en kennen een natuur/landbouwkarakter of zijn meer gericht op openbare ruimte en cultuur. (Bomas, B., 2011) Er is dus een periode waarbij de locaties eigenlijk functieloos zijn. Die periode tussen oud en nieuw kunnen we zien als ‘pauzes’ in het proces van stedelijke vernieuwing. Sabrina Lindeman noemt de landschappen tijdens die periode van stilstand pauzelandschappen.

TUSSENTIJD ALS BEGRIP

1. TUSSENTIJD ALS BEGRIP

2


TUSSENTIJD ALS BEGRIP

1

3

Pauzelandschappen zijn plekken waar de wereld in wording is, waar een stortvloed aan scenario’s mogelijk is. Het zijn plaatsen die zwanger zijn van mogelijkheden en daarmee een welkome afwisseling vormen voor de gestolde stad, waar functies duidelijk zijn en gebouwen gevuld, waar -met andere woorden- de status-quo regeert. Pauzelandschappen vormen een onoverkomelijk onderdeel van de altijd voortgaande productie van de stad, maar onttrekken zich tegelijkertijd aan de economische en functionele machinerie van het stedelijke leven. Oorspronkelijke claims en bestemmingen zijn hier weggevallen, waardoor ruimte ontstaat voor zaken die elders in de stad onmogelijk zijn. (Lindeman, S., 2006) De Tussentijd is de term die men gebruikt om de periode tussen nieuw en oud, de duur van deze pauze aan te duiden. De Tussentijd is de tijdspanne die aanbreekt na de beëindiging van de oorspronkelijke functie van een terrein of gebouw en die duurt tot de (al dan niet beoogde, al dan niet succesvolle) herontwikkeling. De Tussentijd is daarmee een autonome en eindige eenheid in ruimte en tijd. (Dzokic et al., 2010) De volgende afbeelding (fig.1) helpt om de eenheid voor te stellen. De donkere staven stellen aanwezige, actieve functies op een bepaalde locatie voor, over een bepaalde tijd. We merken op dat het oranje gedeelte, wat de tijd voorstelt waarin terreinen er ongebruikt bijliggen, veel ruimte inneemt. Een periode die gebruikt kan worden voor verschillende initiatieven.

Fig. 1: Tussentijd, een autonoom tijdvak. Stealth Unlimited, 2005

De tussentijd zal in de toekomst in belang toenemen. Het is normaal gezien een periode waarbij een gebied er verwaarloosd bij ligt. Veelal zijn de gebieden gekenmerkt door de aanwezigheid van afval en bouwmaterialen die er meerdere jaren ongebruikt bijliggen. Die ‘periode van niets’ komt in onze huidige maatschappij steeds meer voor en duurt steeds langer. De economische crisis is een oozaak van het opkomen van het in bruik nemen van de Tussentijd.


De oorzaak van de nieuwe manier van denken kunnen we vinden in de economische crisis. De crisis in de bouwsector in Nederland is er heel voelbaar. Bouwprojecten worden gepauzeerd, firma’s gaan failliet en dus blijven de terreinen er ongebruikt bijliggen. Zowel architecten als landschapsarchitecten vallen zonder werk. Tijdens mijn stageperiode werd ik daar verschillende keren mee geconfronteerd.

‘tumbleweed’ zou kunnen voorbijrollen. Naar mijn mening kon men de financiele middelen beter anders gebruiken, maar de uitgevoerde werken zijn nu niet meer terug te draaien. Een aanpassing in het huidige bouwproces zou dat helemaal kunnen veranderen. Tijdelijke inrichtingen zouden een oplossing kunnen bieden om de plek in afwachting van het voltooien van het project aangenamer en nuttiger te maken.

Door de recessie bevindt een groeiend deel van de gebouwde omgeving zich in een ‘staat van tussentijd’. Oude functies zijn er verdwenen en definitieve nieuwe functies zijn nog niet in zicht. De tussentijd wordt meer en meer geboortegrond voor nieuw en onverwacht gebruik. (Schutten, 2011)

Het zijn niet alleen vernieuwingsprocessen die onderbroken worden, maar volledig nieuwe bouwprojecten worden ook stilgelegd. Een voorbeeld daarvan ontdekte ik toen ik tijdens mijn stage een bezoek bracht aan één van onze lopende projecten: het herzien van de beplanting van de openbare ruimte in Almere Poort. Men heeft daar een geheel nieuwe stad opgetrokken, maar als gevolg van de crisis zijn veel van de geplande bouwwerken onafgewerkt. De openbare ruimte rond het nieuwe station is daarvan een tekenend voorbeeld. Het bouwproces daar is stilgelegd nadat men eerst, zoals mijn stagementor Thijs van Hees het zo mooi verwoordde: ‘De grond vol goud heeft gestoken.’ De oppervlakte is verhard met kleiklinkers, er liggen stroken blauwe hardsteen, de zitmuur ligt klaar en de plantvakken zijn afgeboord met cortenstaal. Ondanks die investeringen is het nog steeds een onaangename, ongezellige plek waar zo een bol

Fig. 2: Een nieuwe plek in het niets.

We kunnen de ontwikkelingen ten gevolge van de economische crisis ook op een positieve manier bekijken. Het principe van de Tussentijd had zonder de crisis waarschijnlijk nooit een kans gekregen. Gemeentes worden nu gedwongen om te luisteren naar andere, meer onconventionële ideëen en visies. Wat ontstond als een idee om lelijke en ongebruikte plekken opnieuw leven in te blazen zorgde voor een heel nieuwe kijk op de manier waarop projecten verlopen en nieuwe ideëen die

2

OORZAAK VAN DE TUSSENTIJD

2. OORZAAK VAN DE TUSSENTIJD

4


COALITIE VAN DE TUSSENTIJD

3

5

inspelen op bestaande functies en potenties. De sociale omstandigheden spelen ook een prominente rol binnen het proces van vernieuwing. De invloed van deze crisis zal niet verdwijnen eenmaal ze voorbij is. (...)Waar sommigen nog geloven dat het ooit wel weer goed komt met de bouwproductie en dat we straks op de oude, grote voet verder kunnen, menen anderen dat we op een totaal nieuwe manier zullen moeten gaan werken omdat met de huidige crisis ook de tijden voorgoed veranderd zijn. Tussentijd is min of meer een permanente staat van zijn aan het worden; voor veel leegstaande gebouwen zal binnen de gangbare huurprijzen en functies immers nooit meer een nieuwe huurder gevonden worden. Met de toenemende leegstand bevinden we ons momenteel niet alleen ruimtelijk gezien in de tussentijd maar ook economisch. Daardoor is de creatieve ondernemer min of meer noodgedwongen naast opdrachtnemer ook steeds vaker initiator van zijn eigen projecten. (...)(Schutten, 2011) De Tussentijd kan er dus niet enkel voor zorgen dat leegstaande gebieden een tijdelijke functie krijgen, maar ook werk bieden aan ontwerpbureau’s die anders geen nieuwe opdrachten krijgen.

3. COALITIE VAN DE TUSSENTIJD Een interessant gevolg en belangrijk aspect van de Tussentijd is de samenwerking tussen verschillende actoren. Zodra de Tussentijd geactiveerd wordt, ontstaat een coalitie van ondernemers. Iedereen in de coalitie heeft als doelstelling op één of andere manier meerwaarde in of uit de Tussentijd te ontwikkelen door die te exploiteren. De (al dan niet vrijwillige) participanten kunnen zijn: de oveheid (op verschillende niveaus), organisaties uit de samenleving (NGO’s, buurt- en wijkorganisaties e.d.) en private partijen (corporaties, ontwikkelaars, beleggers, ondernemers en individuen). De coalitie kent twee essentieel verschillende grondvormen: a. De reactieve coalitie die ontstaat wanneer één van de coalitiepartners eenzijdig tot het activeren van de Tussentijd overgaat en daarmee ook de andere coalitiepartners tot actie dwingt. b. De proactieve coalitie die ontstaat wanneer een zo breed mogelijke coalitie in onderling overleg en met brede participatie tot het activeren van de Tussentijd overgaat en daarmee de betrokken en (nog) mogelijk te betrekken coalitiepartners tot een proactieve respons brengt. (Dzokic et al., 2010) Hieronder bespreek ik de naar mijn mening drie belangrijkste actoren die een rol spelen bij het ontwikkelen van tussentijdse projecten.


met tijdelijke ondernemingen.

Gemeenten zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte. Zo zijn ze bevoegd voor het vaststellen van bestemmingsplannen die de mogelijkheden voor het gebruik van de ruimte bepalen. (Xplorelab, 2012)

Denk maar aan de straatkunstenaar Banksy die met zijn graffiti-kunstwerken diverse politieke onderwerpen aansnijdt. Graffiti zorgde voor veel overlast in sommige buurten. Enkele gemeenten besloten in plaats van tegen te werken bepaalde muren beschikbaar te stellen voor graffitikunsternaars. Zo blijven de lelijke tags en vulgaire uitspraken uit en komen er in de plaats knappe staaltjes spuitwerk. Bovendien werkt het zelfregulariserende. De artiesten zorgen zelf voor hun werken als die deels besmeurd worden en zo worden ze tegelijkertijd onderhouden. De burger heeft in die gevallen zelf de verantwoordelijkheid genomen. De 250 meter lange muur langs de spoorlijn tussen station Antwerpen-Centraal en Antwerpen Berchem is een voorbeeld van zo’n project.

Zoals reeds gezegd zorgt de crisis ervoor dat de gemeenten zich moeten verdiepen in de Tussentijd en een rol moeten spelen bij het versterken en financieren van dergelijke projecten. Het artikel ‘Overheid betaalt 630.000 euro voor leegstand gebouwen’, dat recent in het Laatste Nieuws stond, is daar een bewijs van. Het artikel vindt u terug in de bijlage. Gemeenten zoeken tegenwoordig ook de oplossing voor tot stilstand gekomen bouwprojecten in organische gebiedsontwikkeling, een ontwikkelmethode waarbij het gaat om kleine stappen, ruimte voor experiment, het meenemen van bestaande kwaliteiten van een plek, eigen initiatief en meer verantwoordelijkheid voor de burger. De met de mond beleden openheid voor initiatief van onderaf blijkt echter maar al te vaak stranden in controledrang bij wethouders, regeldrang bij ambtenaren en valse verhuurhoop bij eigenaren. (Schutten I., 2011) Ondernemers kunnen de hulp van de gemeente gebruiken. Sommige tijdelijke ondernemingen leunen dicht aan bij het illegale, het gemeentelijk bestuur kan dan helpen via wet- en regelgevingen. Een voorbeeld vinden we in de problematiek rond graffiti, een tijdelijke ingreep die een bepaalde plek kan opfleuren en waarmee men ook duidelijk een mening naar voor kan schuiven tegenover de maatschappij, wat vaker gebeurt

Fig. 3: graffiti-kunstwerk; Aanklacht tegen het verwijderen van street art Banksy

3

COALITIE VAN DE TUSSENTIJD

3.1 Rol van de gemeente

6


COALITIE VAN DE TUSSENTIJD

3

7

De mogelijke taken voor de gemeenten om het beleid rond de Tussentijd te verbeteren en veel andere elementen zijn vastgelegd in de ‘Grondwet van de Tussentijd’, ie werd opgesteld door Stealth Unlimited en Iris de Kievith. Het is een creative gedachteoefening en legt dus, voorlopig toch, geen wettelijke verplichtingen op. Gretig wordt door ontwikkelaars en stadsbesturen gebruik gemaakt van het potentieel van de Tussentijd-plekken om veranderingen in een wijk of stadsdeel te forceren. Het denken over een Grondwet voor de Tussentijd past in de huidige ontwikkelingen waarin Tussentijd-gebieden zelf onderwerp van studie worden. De gedachte een grondwet te creëren voor de Tussentijd-gebieden prikkelt om meerdere redenen. Ten eerste is het een oefening waarin de status en functie van de Tussentijd kritisch bekeken wordt en ten tweede voorziet de oefening in een wens de wildgroei van reglementen te ordenen teneinde interventies in de Tussentijd eenvoudiger te realiseren. Als de Tussentijd zich op of in privaat eigendom afspeelt, maar een bijzondere publieke waarde kan ontwikkelen, dienen de lokale autoriteiten als moderator, gespreksleider, van toegang tot de Tussentijd op te treden en daarmee het burgerschap, een gegarandeerd recht voor iedereen die al ondernemend toetreedt tot de Tussentijd, daarvan te bevorderen. Lokale autoriteiten kunnen de toegang tot de Tussentijd op een aantal manieren bevorderen. 1. Door exploitatie van de Tussentijd financieel te ondersteunen of door als garantsteller op te treden in de onderhandelingen met betrokken coalitiepartners.

Fig. 4: Manier 2, Weergeven beschikbare braakliggende terreinen in Berlijn

2. Door mediation, hulp bij het vinden van geschikte locaties voor Tussentijdse exploitatie (een datapool van beschikbare terreinen of gebouwen), hulp bij conflictmanagement of door het stroomlijnen of vereenvoudigen van procedures. (Bomas, B., 2011) In Berlijn is men met zo’n initiatief al van start gegaan. Een gemeentelijk loket is opengesteld voor ideeën voor de vele braakliggende terreinen in de wijk MarzahnHellersdorf in Berlijn. Omdat veel sociale voorzieningen zoals scholen op andere plekken gebouwd worden, ontstaan steeds meer lege gebieden midden in de wijk. Bewoners of verenigingen die ruimte nodig hebben voor hun goede idee krijgen van de gemeente de kans dat op een braakliggend terrein uit te proberen. Het gemeentelijk coördinatiepunt heeft de gebieden aangegeven op een kaart en in de ‘braakliggendeterreinen-pool’ is de omschrijving te vinden zoals oppervlakte en bereikbaarheid en termijn.


3. Door actief op te treden als initiator of organisator van Tussentijdse exploitatie of door aan anderen, bijvoorbeeld ondernemers, onafhankelijke of publieke organen, de opdracht daarvoor te verstrekken. 4. Door in de samenwerking Tussentijdse ondernemers als volwaardige partners te benaderen Dat kan bijvoorbeeld door een publiekprivate samenwerking onder de conditie van wederzijds voordeel aan te gaan, waarin Tussentijdse ondernemers kosteloos de mogelijkheden tot exploitatie wordt geboden in ruil voor het onderhoud van een gebied of terrein gedurende de Tussentijd. 5. Door actief aan acquisitie (poging om iemand iets te laten doen) te doen door het uitzetten van strategieën om innovatieve voorstellen te verzamelen en de interesse voor Tussentijdse exploitatiemogelijkheden te vergroten. Dat kan bijvoorbeeld door een oproep of competitie voor ideeën voor Tussentijdse exploitatie. Zoals bij het later besproken voorbeeld ‘Kaffee Plastiek’, waar het de ondernemer zelf is die de vraag naar ideeën doet. 6. Door tussentijdse exploitatie te tolereren wanneer de benodigde toestemming niet of nog niet verleend is.

7. Door in duidelijke richtlijnen aan te geven welke vormen van Tussentijdse exploitatie wel of niet zijn toegestaan in welke Tussentijden.

3

8. Door niet slechts één partij, bijvoorbeeld de eigenaar van de grond of opstallen, te belasten met de aansprakelijkheid in geval van ongevallen of schade gedurende de Tussentijd, maar te zorgen dat binnen de coalitie een aansprakelijkheidsverklaring opgesteld wordt. (Bomas, B., 2011) De acht verschillende punten kunnen als handige leidraad dienen voor gemeenten om tussentijds gebruik te promoten en ondertussen ook braakliggende terrein en verlaten gebouwen in de Tussentijd een functie geven. De openbare ruimte ziet er beter uit en dat komt ook hun imago ten goede. Wat zijn de belemmeringen die gemeenten hebben om deze punten om te zetten in hun beleid? Sabrina Lindeman en Iris Schutten beschreven ze in hun publicatie ‘De ontwikkelingskracht van tijdelijk gebruik’. 1. Ambitieniveau De stapsgewijze cashflow-planning sluit niet aan op het hoge ambitieniveau van betrokken partijen als gemeenten e.d. Ze hebben ondanks hun ‘organische’ ambities toch vaak grotere en veelal meer bemiddelde doelgroepen voor ogen dan waarvan in de eerste ontwikkelingsfase sprake is. 2. Financiële rekenmethodes De invloed op de beeldvorming en de mogelijk katalyserende werking worden niet meegewogen als ‘winst’ bij eventuele overdracht en verhuur, die daardoor lager zou kunnen zijn dan alleen de boekwaarde.

COALITIE VAN DE TUSSENTIJD

Een kaart van de beschikbare gebieden vindt u terug in de bijlage. Op het internetadres: “http://www.neulandberlin.org/flaechen.html” kan u zelfs van enkele gebieden afbeeldingen bekijken.

8


COALITIE VAN DE TUSSENTIJD

3

9

3 Wet- en regelgeving Huidige bestemmingsplannen, bestemmingsplanwijzigingen, omgevings-en gebruikersvergunningen zijn te trage en inflexibele instrumenten om nieuwe programma’s te valideren en te kunnen inspelen op de improviserende manier van ontwikkelen. 4 Valse hoop op verhuur/verkoop Betrokken beleggers/eigenaren van vastgoed blijven hopen op lucratiever exploitanten en willen tussentijdinitiatieven daarom geen garanties voor langere of permanente gebruiksduur geven, waardoor investeringen in tussentijdse projecten te risicovol worden gemaakt. 5 Waardedaling Voor beleggers kan tijdelijke verhuur tot gevolg hebben dat de (taxatie)waarde van het gebouw daalt, met gevolgen voor de winsten-verliesrekening, balans en financiering. 6 Gebrek aan vertrouwen De tijdelijke gebruiker heeft tot nu toe geen status als ontwikkelaar en wordt daardoor vaak de toegang tot leegstaand vastgoed ontzegd. Daarentegen is de traditionele projectontwikkelaar een officiële medespeler van de gemeente, ook als het helemaal misgaat, dat is bij hem part of the game. Tijdelijk experimenteren betekent dan ook dat projecten kunnen/mogen mislukken. (Lindeman S. & Schutten I., 2011)

3.2. Rol van de ontwerper/ondernemer Klaus Overmeyer, landschapsarchitect uit Berlijn, is samen met Philippe Oswalt de initiator van het Europees onderzoek ‘Urban Catalysts’ over tijdelijkheid in stedelijke woonwijken. Die ontwikkelen nieuwe modellen voor het ontwerp en gebruik van ruimten in transformatie. Hij omschrijft de ontwerper/ondernemer als ‘Space pioneer’. Zij ontdekken sites en herontwikkelen ze. Ze passen zich goed aan aan de bestaande omgeving en maken ten volste gebruik van de beschikbare middelen. (...)Het zijn de designers, architecten en representanten van de nieuwe maakindustrie die hierin met interdisciplinaire en informeel georganiseerde activiteiten het voortouw nemen. Zij ruilen daarvoor hun rol als opdrachtnemer in voor die van innovatieve initiator en oefenen zo buiten de grote partijen om invloed op stedelijke ontwikkeling. In het vacuüm van opdrogende opdrachten signaleren zij vragen, mogelijkheden en/of oplossingen die door de gevestigde partijen nog niet als potenties en/of problemen herkend waren. (Lindeman, S. en Schutten, I.) De ontwerper kan vanuit zichzelf een project opstarten en zo de aandacht vestigen op de potenties die een bepaald gebied biedt. Een tussentijds project wordt zelden door één individu of individuen met dezelfde opleiding ontwikkeld. Het laboratorium van de Tussentijd, een groep mensen die alternatieve concepten voor stedelijke transformatiegebieden (zoals duurzame invullingen van tijdelijke tussenruimtes) onderzocht en ontwikkelde, is daarvan een duidelijk voorbeeld. In het laboratorium voor de Tussentijd zetelde namelijk een multidisciplinair team van architecten, ingenieurs, kunstenaars, stedenbouwkundigen en zo verder.


3.3 Rol van de terrein-eigenaar Veelal zijn braakliggende terreinen of verlaten gebouwen niet in het bezit van de overheid. De terreineigenaars vormen de sleutel tot de toegang tot de Tussentijd. Ze spelen vooral een rol in het vergemakkelijken van tijdelijke projecten. Tijdelijk gebruik is ondoenbaar zonder contractueel akkoord, of ten minste tolerantie van de terreineigenaars. Vele eigenaars denken dat ze nooit meer tijdelijke gebruikers nooit meer zullen kwijtraken. De algemene bepalingen voor een aantal sites in Berlijn hebben echter een aanzienlijke verandering ondergaan. Eigenaars van langdurige leegstaande terreinen zijn meestal blij om iemand te vinden die hun terrein in gebruik wil nemen. Ze zien ook steeds meer de voordelen van tijdelijk gebruik. Het gaat immers vandalisme en verval tegenmoet. Ze geven een nieuwe identiteit aan de plek en zorgen voor publieke herkenning. Nieuwe netwerken zorgen voor interesse voor de toekomstige vaste huurders. (Bomas, B., 2011)

De bestaande voorbeelden zullen ervoor zorgen dat terreineigenaars de positieve effecten van tijdelijk gebruik zullen inzien en dus hopelijk makkelijker toegang zullen verlenen of zelfs ontwerpers zullen benaderen om hun terrein in gebruik te nemen of er interessante initiatieven voor uit te werken.

4. TUSSENTIJDMENTALITEIT Bij het ontwikkelen van gebieden in Tussentijd kunnen we spreken van het ontstaan van een nieuwe mentaliteit, namelijk een tussentijdmentaliteit. Die mentaliteit is interdisciplinair, ontsluit, ontregelt, gaat niet uit van een bestaand eindbeeld, maar werkt met informele en flexibele planprocessen en zoekt naar een opensourceaanpak van architectuur en stedelijke ontwikkeling. Langzamerhand realiseert men zich dat het eindbeeld binnen de stedelijke ontwikkeling niet langer centraal kan staan. Gaandeweg verschuift de aandacht naar ‘de weg er naar toe’, naar het ‘ondertussen’. Een ondertussen met ruimte voor onverwachte kansen en innovatieve impulsen ten aanzien van ruimtelijke ontwikkeling. (Schutten, 2011) De tussentijdmentaliteit past goed bij de huidige gedachtegang die heerst binnen de landschaps- en tuinarchitectuur. Binnen ons vakgebied wordt ons aangeleerd dat we moeten gebruikmaken van de bestaande potenties van een gebied en dat we de zogenaamde ‘geest van de plek’ moeten gebruiken en versterken. Landschap is veranderlijk, de natuur is steeds onvoorspelbaar en biedt geen vast eindbeeld. Je kan toewerken naar een bepaald eindbeeld, maar elke plant groeit anders. De gebruikte planten moeten de tijd krijgen om te ontwikkelen en dat duurt meerdere jaren. In de bouwsector daarentegen, is men gewend dat het eindbeeld meteen na de constructie bereikt wordt. Landschaps- en tuinarchitecten zullen dus een belangrijk deel uitmaken van dat interdisciplenair team van ontwerpers. Een voorbeeld vinden we in OostVlaanderen, meerbepaald in Aalst, onder de naam ‘Fabriek Plastiek’.

4

TUSSENTIJDMENTALITEIT

Daardoor ontstaat een samenwerkende groep mensen met een uitgebreide kennis op verschillende vlakken. Landschapsarchitecten maken een belangrijk deel uit van die groep. Het werken met bestaande situaties, gebruikmaken van beplanting, structuur brengen en ga zo maar door, zijn allerlei vaardigheden waar vanaf de start van de opleiding op gehamerd wordt.

10


TUSSENTIJDMENTALITEIT

4

11

Aan de Pierre Corneliskaai in Aalst staan de gebouwen van de oude Tupperwarefabriek al enkele jaren leeg. Projectontwikkelaars Revive en Matexi kochten de gebouwen aan om er een nieuw stadsdeel te ontwikkelen. De ontwikkelaars wilden de gebouwen niet zomaar laten leegstaan tot de realisatie daarvan kan beginnen. Daarom gingen ze in Aalst op zoek naar socioculturele verenigingen met nood aan ruimte en zin om mee te werken. Onder de noemer ‘Fabriek Plastiek’ -een verwijzing naar de oude Tupperwarefabriek- vinden sinds het voorjaar van 2013 in de gebouwen heel wat activiteiten plaats. De activiteiten zijn een uitnodiging voor de buurt om deel uit te maken van het project. Vandaag gaan de ontwikkelaars nog een stap verder: ze vragen de buurt en bij uitbreiding heel Aalst om mee op zoek te gaan naar een nieuwe naam voor het stadsdeel.

Mieke Vanhuyse van Revive en Sven De Bondt van Matexi zijn verheugd met het resultaat van de wedstrijd die ze lanceerden om een naam te vinden voor het nieuwe stadsdeel. “We hebben meer dan 140 inzendingen ontvangen. Dat hadden we niet verwacht. Het toont aan dat we een goede verbinding hebben met de buurt. Dat is uiteindelijk ook de reden voor de tijdelijke invulling”, zegt Mieke Vanhuyse. Sven De Bondt vult aan: “De site heeft een oppervlakte van 37000 vierkante meter. De ontwikkeling zal dus impact hebben op de wijk. We willen hier niet zomaar neerstrijken, een project realiseren en dan weggaan. We willen ons integreren in de wijk en we willen dat het nieuwe stadsdeel zich ook integreert in de wijk. En ja, dan mag het iets meer zijn. We hebben stad Aalst en heel wat Aalsterse organisaties gevraagd om mee te werken aan Fabriek Plastiek en we zijn uitermate tevreden met hun enthousiasme en het resultaat.” (Woltjes, 2009)

Uit de getuigenissen blijkt dat de nieuwe manier van denken bij sommige bedrijven al geïntegreerd is. Door interactie met omwonenden maken ze deel uit van het vernieuwingsproces en kunnen ze ook hun meningen en ideeën delen. De activiteiten zorgen voor verbondenheid en zoals hierboven vermeld een integratie van het nieuwe met het oude. De normaal leegstaande gebouwen worden, in afwachting van een nieuwe invulling, gebruikt en kunnen zelfs geld opleveren. Door de verschillende gebeurtenissen voorkomt men ook dat de leegstaande panden verloederen en dat criminaliteit er de bovenhand neemt.

Fig. 5 : Rommelmarkt fabriek plastiek http://blog.thuisindestad.be/fabriekplastiek

De Aalsterse organisaties die voor de tijdelijke invulling de hoofden bij elkaar hebben gestoken, zijn Parol, Uit de Marge, de jeugddienst van de stad, het JAC en


De uitvalsbasis voor de tijdelijke invulling is Kaffee Plastiek, dat begin april de deuren opende. Vzw Parol, in de buurt gevestigd om het sociaal weefsel te versterken, organiseert het buurtcafĂŠ. Bewoners uit de omgeving kunnen er terecht voor een babbel, kop koffie of kom soep. Er worden een aantal activiteiten georganiseerd waar de buurt, en bij uitbreiding iedereen die zin geeft, aan kan deelnemen.

Vanaf de opstart van een project rekening houden met de Tussentijd is, zorgt ervoor dat deze optimaal benut kan worden. (...)In plaats van de tussentijd af te sluiten, te negeren of te voorkomen, biedt het verruimen van de tussentijd -langer en meer ruimte voor in eerste instantie ongeplande zaken- nieuwe perspectieven voor transformatie, mits zij ontsloten en vrijgegeven wordt. Vaak houden corporatie, gemeente en ontwikkelaar elkaar nu nog een te optimistische planning voor, tegen beter weten in. Daarmee wordt gebruik van de tussentijd ontmoedigd of onmogelijk gemaakt, terwijl het achteraf -als het allemaal drie keer zo lang heeft geduurd als geplandwordt betreurd dat men niet meteen vanaf het begin op de tussentijd heeft ingespeeld. Binnen de huidige, lineaire wijze van stadsontwikkeling is weinig ruimte voor dergelijke input. (Woltjes, 2009)

Waar de ontwikkelaars aanvankelijk zelf op zoek gingen naar initiatieven die in de gebouwen konden plaatsvinden, komen de vragen nu vanzelf bij hen. De bal is aan het rollen. Het kunstcollectief Aart vroeg om een fototentoonstelling te houden. Steven Vijverman neemt innemende beelden van verlaten sites en wilde een selectie van die beelden aan het grote publiek tonen. De verlaten fabrieksgebouwen bleken daarvoor het perfecte decor. (Woltjes, 2009) Het in gebruik nemen van zulke locaties zorgt voor een unieke en interessante omgeving. Deze laatste paragraaf duidt er op dat dit soort initiatieven werken, geaccepteerd en zelfs versterkt worden door de buurtbewoners.

Fig. 6: Expositie met ideeĂŤn voor tijdelijk gebruik, Haarlem

4

TUSSENTIJDMENTALITEIT

Makadam. Samen werkten ze een aantal activiteiten op maat van de buurt uit. De gebouwen liggen op Rechteroever, een stadsdeel dat op zoek is naar nieuwe impulsen. De tijdelijke invulling moet het buurtleven van Rechteroever alle ruimte geven om zich te versterken. Er gaat extra aandacht naar de jeugd in de buurt, met sport- en cultuuractiviteiten. Zo is er concreet een DOEloods, waar de kinderen en jongeren alles zelf doen. Wat ze doen, bepalen ze zelf. Een step-piste, een BMXparcours, een palettenkamp of een graffitiwall. Alles kan, maar de jongeren moeten het zelf doen.

12


5

5. WERKWIJZE 5.1 Inventarisatie Om een duidelijk beeld te krijgen van de noden van de mensen en de potenties of beperkingen die een bepaald gebied heeft, is een grondige inventarisatie nodig. Veelal wordt die inventarisatie bij nieuwe projecten vergeten en zet men iets nieuws neer zonder rekening te houden met het bestaande.

WERKWIJZE

In Nederland in Den Haag is er een grootschalig vernieuwingsproject aan de gang in de wijk Transvaal, een multi-etnische, oude arbeidersbuurt. Een volledige wijk wordt gesloopt en geherstructureerd en daarbij zou de geschiedenis en eigenheid van het gebied volledig verloren kunnen gaan. TOP en Optrek zijn twee organisaties die aan het werk gaan met de Tussentijd om zo de transformatie van de wijk te onderzoeken en zichtbaar te maken voor een breder publiek. Het behoud van de identiteit van de wijk is daarbij van zeer groot belang.

13

TOP (Tijdelijke Ondernemers Plaats) is een onafhankelijk orgaan in de wijk en bestaat uit een gemengde coalitie van gemeente, investeerders, onderzoekers, creatieven, de Kamer van Koophandel en ondernemers. TOP inventariseert de noodzakelijke ingrediënten om het tussentijds ondernemen van de grond te krijgen en brengt ze in kaart onder de noemers Tijd, Ondernemers en Plaats. Een specifieke koppeling tussen die ingrediënten, de TOPformule, leidt tot een intrigerende en succesvolle uitwerking van ondernemen in de tussentijd. TOP koppelt plannen van ondernemers aan vacante ruimtes, maar onderzoekt zelf ook leegstaande ruimtes op hun potentie

voor geschikte activiteiten en ondernemingen. TOP werkt in twee richtingen: enerzijds worden plannen van ondernemers gekoppeld aan vacante ruimtes terwijl anderzijds leegstaande ruimtes worden onderzocht op hun potentie voor geschikte activiteiten en ondernemingen. De locatie van de werkplekken is van tijdelijke aard en verschuift, afhankelijk van het sloopproces in de wijk. (Kroese, V. en Seghers, A., 2008)

Fig. 7: Kaart van Transvaal met hoofdkantoor en werkplekken TOP. Mogelijk actiegebied Hoofdkantoor TOP Blijvende bebouwing Flexibele plek

Die werkwijze toont aan dat men meer vanuit de locatie zelf werkt. Men richt hun werkruimte op in het gebied zelf zodat men de sfeer van de plek kan voelen en erop kan inspelen bij het ontwikkelen van ideeën. Men werkt vanuit het gebied zelf en men vertrekt niet enkel van een plattegrond, foto’s of een impressie via Google Streetview. TOP zorgt er ook voor dat hun werkwijze voortgezet wordt in de kleine ondernemingen die ze helpen opstarten.


OpTrek is een tijdelijke organisatie van kunstenaars die zich in de zomer van 2002 in de Haagse wijk Transvaal gevestigd heeft. Ze gaan aan het werk met de informatie die ze in de wijk vezamelen en bedenken passende kunstinitiatieven zoals OpTv en Hotel Transvaal.

2010)

Het project illustreert al dat de omwonende een invloed hebben bij tijdelijke projecten. Ze werken er aan mee en dragen ze voor een deel op hun schouders. Hotel Transvaal is een veel grootschaliger project.

Fig. 8: OpTrek, project Optv

In plaats van tussenruimtes ‘af te schrijven’, ontwierp voormalig architectenbureau RAL2005 in opdracht van OpTrek het idee voor Hotel Transvaal om tijdens het transformatieproces te komen tot een herwaardering van dat deel van de stad. Sinds de zomer van 2006 heeft OpTrek (Sabrina Lindemann) samen met Stichting Hotel Transvaal het idee verder ontwikkeld tot een concept dat nu bekend staat als Hotel Transvaal. Op 24 juni 2007 opende het hotel haar deuren voor het publiek. In slooppanden en nog niet verkochte nieuwbouwwoningen waren door winkeliers uit de buurt en kunstenaars hotelkamers ingericht op bijzondere wijze. Het aanbod van kamers was heel gevarieerd qua aankleding, luxe en prijsniveau, zodat er voor een ieder een plek was. Wanneer woningen verkocht of slooppanden afgebroken werden, verhuisden de hotelkamers.

WERKWIJZE

OpTv is een videoprogramma, samengesteld voor de wijk Transvaal in Den Haag, dat voor ingrijpende veranderingen staat als gevolg van de uitgebreide stedenbouwkundige vernieuwingsplannen van de gemeente. Het draait op een scherm aan de gevel van Mobiel projectbureau OpTrek, totdat het gesloopt wordt. OpTV combineert hoge cultuur met lage cultuur, activisme met overheidspropaganda, en nodigt buurtbewoners uit om met eigen materiaal een bijdrage te doen. Zo zijn er uit de Prelinger archieven oude Amerikaanse voorlichtingsfilms aan het programma toegevoegd, om een beeld te geven van de retoriek die in de jaren vijftig gebruikt werd om stedelijke vernieuwingsplannen te promoten. Daarnaast zijn er bijdrages van kunstenaars, en video’s uit de buurt zelf, zoals dat van een trouwfeest, een barbecue in het Zuiderpark, of de opvoedkundige video ‘Sociale Veiligheid in Transvaal’ die Stichting Boog in opdracht van Politie Haaglanden maakte. Verder zijn er interviews met de bewoners van Transvaal, en sfeervolle foto’s van het leven op straat. (Schutten, I. & Lindemann, S.,

5

14


WERKWIJZE

5

15

Fig. 9: De Tentkamer- Clara Palli Monguilod

Fig. 10: De Paleiskamer - Sanja Medic

Fig. 11: De Rasterkamer - Kevin van Braak

Fig. 12: De Viltkamer - Anna J. van Stuijvenberg


Doordat de kamers van Hotel Transvaal niet gehuisvest waren in één gebouw maar verspreid over de hele wijk en de bestaande voorzieningen tevens ook de voorzieningen van het hotel waren kreeg de hele wijk de status van hotel. Hotel Transvaal was het grootste hotel van de wereld omdat de straten van de wijk tevens de gangen van het hotel waren. Bewoners van Transvaal waren vanzelfsprekend de gastheren en -vrouwen van het hotel. Gastvrijheid stond er dan ook op de eerste plaats. Hotel Transvaal, verblijf in de Tussentijd, draagt een visie uit voor lokaal en landelijk herstructureringsbeleid, want Transvaal is niet uniek. Overal in Nederland gaan wijken op de schop. Daarmee verdwijnt wellicht de verpaupering, maar ook een geschiedenis en sociale structuren. Hotel Transvaal vult het vacuüm in de tussenfase, waardeert ze op, zoekt aanknopingspunten om het verleden met de toekomst te verbinden en laat zien dat gebieden in transformatie wel degelijk potentie hebben. Hotel Transvaal was nieuwe publieke ruimte. (Schutten, I. & Lindemann, S., 2010)

Het project is niet alleen een goed voorbeeld van de werkwijze om op basis van inventarisatie een efficiënte koppeling te maken tussen de bestaande situaties locaties, zoals de kamers, en de locale economie, maar ook van enkele doelen die men wil bereiken via tussentijdse initiatieven. Ze willen namelijk de geest van de plek vastleggen en versterken zodat de wijk zijn eigen identiteit behoudt en geen vooraf ontworpen sjabloon wordt dat terug te vinden is op verschillende locaties in het land. Een periode van niets omtoveren tot een periode van iets. Bovendien de betrokkenheid van de bewoners versterken zodat projecten een voedingsbodem hebben in het gebied. Maar over de doelen van het gebruik van de Tussentijd komt er later meer.

5

5.2 Ontwikkelend beheer Iris Schutten beschrijft een nieuw soort werkwijze bij het ontwikkelen van vernieuwingsprojecten, het zogenaamde ontwikkelend beheer. We zouden gebruik kunnen maken van een werkwijze genaamd ‘ontwikkelend beheer’. De fasen van ontwikkeling en beheer zijn momenteel twee gescheiden werelden. De ontwikkelaars denken vaak in termen als ‘nieuw’ en ‘anders’ en beginnen met een schone lei, grote investeringen en een lange planhorizon en afschrijvingstermijn. Beheerders zijn vooral bezig met de consolidatie van het bestaande en zijn gewend te werken met een relatief snelle uitvoering en maximale kostenbeparing. Binnen woningbouwcorporaties hebben beide disciplines veelal hun eigen afdeling, organisatie, beleid en directie. Het laten samensmelten van ontwikkeling en beheer zou een derde weg kunnen zijn. Wie kiest voor ontwikkelend beheer, gaat ervan uit dat

WERKWIJZE

Ze werden vervolgens opnieuw op een andere locatie ingericht. De kamers bevonden zich niet in een gebouw maar waren verspreid over de hele wijk Transvaal. Het hotel maakte gebruik van het overschot aan lege ruimtes dat ontstaat door de afbraak en de nieuwbouw in Transvaal. Hotel Transvaal maakte gebruik van de bestaande voorzieningen in de wijk. Het ontbijt, de lunch, het diner en verschillende klussen van het hotel werden verzorgd door de ondernemers en bewoners uit de wijk. De gast ontvingen bij de receptie een plattegrond zodat hij zelf de weg kon vinden naar de Turkse bakker, de kapper, het internetcafé of het Marokkaanse visrestaurant.

16


RUIMTE VOOR EXPERIMENTEN

6

17

een wijk nooit af is; dat zij na oplevering niet langzaamaan devalueert -stilstand is immers achteruitgang- maar zich voortdurend blijft versterken, aanpassen en vernieuwen. Van een definitief masterplan of eindbeeld is dan geen sprake meer. Dat evolueert mee met de wijk, de straat of het gebouw en de mensen die er wonen, werken of recreëren. Een stadsdeel, wijk, straat of gebouw krijgt zo de kans om zichzelf steeds opnieuw uit te vinden en te herschrijven, waardoor stedelijkheid in gelaagde variëteit kan ontstaan. Bij de Nieuw Blauwen, een portiekflat in zelfbeheer in Rotterdam, heeft men die tactiek bewust toegepast. Door een donkere zolder om te bouwen tot een aantal prachtige ateliers heeft men ingespeeld op gegroeide behoeften, terwijl het gebouw daardoor na verloop van tijd ook meer waard werd. Ook op wijkniveau biedt zo’n aanpak kansen. De Tussentijd verandert dan van negatief bijeffect in een voorwaarde en een kans voor stedelijke transformatie. (Schutten, I.)

Fig. 13: wat werkt blijft, wat niet werkt verdwijnt. Mislukte ijsbaan wordt zeepkistenparcours, www.nuhier.net

6. RUIMTE VOOR EXPERIMENTEN Zoals eerder vermeld biedt de Tussentijd de kans om te experimenteren met allerlei initiatieven en tijdelijke inrichtingen, zeker gezien hun tijdelijke aard, meestal lage kost en veelal herbruikbare materialen. Ester van de Wiel, van wie ik de lezing ‘Innovatief landschap - Nieuwe normen’ heb bijgewoond, illustreert dat perfect met haar project ‘Nu Hier’. ‘Nu Hier’ handelt over één braakliggend terrein in het centrum van Rotterdam, gelegen aan de Schoterbosstraat in de Agniesebuurt. Mevrouw van de Wiel kreeg de vraag om een programmering te ontwikkelen van woningbouwstichting PWS. Ester van de Wiel is ontwerper en curator van publieke ruimte. Ze onderzoekt, ontwerpt en test de publieke ruimte in samenwerking met zowel professionals als amateurs die een raakvlak hebben met de publieke ruimte zoals architecten, landschappers, boeren, verzamelaars, kunstenaars en ecologen.Op het oorspronkelijk gebied waren er enkel wat sporen te vinden van consumeren van snoep, snacks, drank en drugs. Twee gymschoenen toonden een verband met de aanliggende fitnessschool. Veel gebouwen staan met hun achterkant naar het terrein gericht. De verkeerroulatie laat het terrein links liggen. Alleen fietsers en voetgangers kunnen de wegen rondom het terrein gebruiken als verbindingsroute. Ze boden lokale clubs uit de buurt de kans zich deze plek toe te eigenen en te gebruiken voor hun gezamenlijke liefhebberij. Dit zorgt voor een betrokken vorm van beheer en voor meervoudig gebruik. De openbare ruimte is in NuHier benaderd als een omgeving voor allerlei activiteiten, zoals koken, tuinieren, sporten, studeren, enz. NuHier werkt met een eenvoudig doch slagvaardig principe: wat werkt blijft, wat niet werkt verdwijnt. (Nu Hier, 2008)


6

Fig. 14: Tijdelijke plantbakken met éénjarigen, www.nuhier.net

Vanuit NU HIER wordt er nu al een tijdje geen activiteiten georganiseerd om te zien of het landje ook zonder bemoeienis functioneert. Het zijn individuele bewoners die enthousiast doorgaan. (Nu Hier, 2008) Fig. 15: Buitencinema, www.nuhier.net

RUIMTE VOOR EXPERIMENTEN

Nu Hier begon met het graven van een ijsbaan zodat kinderen in de omgeving een veilige plek hadden om te kunnen schaatsen. Toen dat plan onuitvoerbaar bleek, creëerde men in plaats daarvan een zeepkistenparcours waarbij de kinderen, mits wat hulp, zelf hun voertuig konden bouwen. De aanwezigheid van een kokschool en tal van mensen die geïnteresseerd waren in moestuinieren maakte dat men besloot om een tijdelijke moestuin aan te leggen. De timmerschool zorgde voor de constructie van de plantbakken en vrijwilligers maakten paden uit materialen die er nutteloos bijlagen in het gemeentedepot. Er werd zelfs een overdekte tafel gemaakt. Behalve tijdelijke constructies werden ook tal van initiatieven opgezet. Met gebruik van een projector was het heel eenvoudig een bioscoopavond te organiseren. Een ander mooi initiatief was het tijdelijk verplanten van gebruikte kerstbomen. Zo werden ze niet zomaar ergerns gedumpt en zijn ze jaar na jaar herbruikbaar. Iedereen blijft wel verantwoordelijk voor zijn eigen boom. Het project is een mooi voorbeeld van de samenwerking tussen verschillende lokale instellingen (in deze situatie vooral scholen), onder de impuls van de initiator, die op die manier iets kunnen betekenen voor elkaar. Een volledig overzicht van de evolutie van het terrein kan u terugvinden in de bijlage. Ook zonder bemoeienissen van hoger hand gaat het project verder.

18


KRACHT VAN DE TUSSENTIJD

7

19

7. KRACHT VAN DE TUSSENTIJD Er zijn verschillende doelen die men met werken in de Tussentijd wil bewerkstelligen, naast het in eerste instantie gebruiken van de ‘pauzelandschappen’. Enkele doelen kwamen in de voorgaande hoofdstukken reeds aanbod. Voor de duidelijkheid zijn ze in dit hoofdstuk opgesomd. Voorbeeldprojecten die ik uitzonderlijk mooi vind heb ik hier ook in verwerkt. Innovatiekracht Tijdelijk (ruimte)gebruik kan een aanjager zijn voor vernieuwing. Tijdelijkheid kan een belangrijke tool zijn om te kunnen experimenteren in een gebied. Denk daarbij aan nieuwe vormen van programma, financiering, collectiviteit, beheer en inrichting van de openbare ruimte, communicatietechnologie, zoals experimenten met nieuwe organisatievormen, een andere manieren van werken, energieopwekkingen verbruik, groenvoorzieningen, waterbergingen en mobiliteit. Beeldvorming Tijdelijk (ruimte)gebruik kan het imago van een gebied positief beïnvloeden en nieuwe denkrichtingen en ontwikkelingen mogelijk maken door alle aanwezige kwaliteiten uit te vergroten. (Lindeman S. en Schutten I.) Men kan met tijdelijk gebruik ook een gebied in de kijker zetten en het een stuk geschiedenis geven. Men hoopt de plek op de kaart te zetten en als interessante locatie te integreren in het bewustzijn van de stad. Daarvoor keren we terug naar Almere waar kunstenaar Marinus Boezem een kathedraal maakte door het strategisch inplanten van Italiaanse populieren, Populus nigra ‘Italica’. Op het ogenblik van de creatie van de kathedraal was zelfs nog

geen aanvang gemaakt met de bouw van de stad. De kunstenaar haalde zijn inspiratie uit de gotische bouwstijl. Het geeft een heel mooi beeld vanuit de lucht, maar ook de beleving tussen de bomen is leuk en nodigt uit om er te verblijven. De kathedraal van Boezem is nu onderdeel van het culturele leven van Almere. Regelmatig worden er trouwceremonies en spontane muziekoptredens georganiseerd en in de zomer is het een geliefde plek om te picknicken. ‘De gotische kathedraal is een fantastische bouwwijze geweest. Er zit ook zo veel tijd in. Niet alleen de periode die de bouw in beslag nam, maar ook de cultuur en de bouwstijl die zo lang hebben stand gehouden. Voor mij is de plattegrond van de kathedraal dus een soort metafoor van die tijd die ik naar deze tijd haal om er nieuwe hedendaagse acties op uit te voeren. Almere moest binnen een paar jaar gebouwd worden. Gewoonlijk groeit een stad, maar Almere werd gemaakt, en ook nog eens op land dat aan de zee is onttrokken. Toen dacht ik: een stad zonder geschiedenis heeft een kathedraal nodig. In de Middeleeuwen duurde het gemiddeld honderd jaar om er een te bouwen. En zó kwam ik op het idee om juist in de Flevopolder, in de rulle woestijn die het toen nog was een kathedraal neer te zetten, te laten groeien, van bomen. Populieren doen er ongeveer dertig jaar over om tot wasdom te komen. In 1987, bijna tien jaar nadat ik het idee had gelanceerd, konden de bomen geplant worden. In 2006 zijn de populieren ongeveer dertig meter, dan blijven ze nog een paar jaar zo en dan sterven ze langzaam af. Daarna is de Groene Kathedraal alleen nog een herinnering, een verhaal, een beeld dat je overal mee naar toe kunt nemen. Pas als zij niet meer te zien is en als mensen tegen elkaar zeggen: ‘Vroeger stond hier een kathedraal’, dan is Almere een stad met een eigen geschiedenis. (Boezem, M.)


KRACHT VAN DE TUSSENTIJD

7

Fig. 17: Kathedraal Marinus Boezem vanuit de lucht

20


Slagkracht Tijdelijk (ruimte)gebruik kan vaak per direct beginnen. Met weinig middelen, hands on, en improviserend heeft het de mogelijkheid om snel in te spelen op de veranderende maatschappij. De benodigde investeringen zijn vaak gering in vergelijking met grote projecten en relatief snel terugverdiend, het effect kan op redelijk korte termijn behaald worden, waardoor andere ontwikkelingen gestimuleerd kunnen worden.

7

KRACHT VAN DE TUSSENTIJD

Katalyserende werking Tijdelijk (ruimte)gebruik versterkt doorgaans de dynamiek en leefkwaliteit in een gebied. Dat heeft vaak een positieve aantrekkingskracht op nieuwe publieksgroepen, maar kan ook zittende bewoners en/of ondernemers vasthouden. Het biedt een voedingsbodem voor nieuwe (interdisciplinaire) netwerken. Tussentijd-initiatieven laten zien naar welke vormen van gebruik en programma’s vraag is in deze tijd. Er is her en der zelfs ondernemingslust te vinden; tijdelijke gebruikers die willen doorgroeien naar een langere of meer permanente situatie. Ook stimuleert tijdelijk (ruimte)gebruik ondernemerschap in eengebied. Het geeft (startende) ondernemers de ruimte om een bedrijf te beginnen en om te kunnen experimenteren met de bedrijfsvoering. Er ontstaat een ondernemingsklimaat dat weer aantrekkelijk kan zijn voor andere ondernemers.

21

Fig. 18: Beleving in de Kathedraal Marinus Boezem

Kennisvergaring Tijdelijk (ruimte)gebruik genereert informatie over een gebied en zijn gebruikers. Die informatie kan interessant zijn voor verschillende belanghebbenden, zoals bijvoorbeeld een projectontwikkelaar, toekomstige gebruikers of de gemeente. Die partijen kunnen daardoor doelgerichter investeren en specifiekere beslissingen nemen; maatwerk is daardoor mogelijk.


Daarvan bestaat een voorbeeld in de Verenigde Staten. De zogenaamde ‘Community Gardens’. Een netwerk van gemeenschapstuinen die ontstonden op vrijgekomen bouwgrond. De overheid wou op een bepaald ogenblik de stukken grond terug vrijmaken, maar het volk liet dat, met een beetje hulp, niet gebeuren. In de Lower East Side in Manhatten, een wijk die altijd de armste immigranten opnam, woonden in de jaren zeventig vooral Hispanics, spaanstalige immigranten. Als gevolg van de belastingscrisis ontstond er een overvloed aan braakliggende stukken grond, die vervolgens aan de stad vervielen en als niemandsland aantrekkelijk werden voor drugsgebruik en prostitutie. Tussen de bewoonde huizen raakten steeds meer stukken grond in onbruik en die veranderden langzaamaan in vuilstortplaatsen. In 1973 richtten enkele lokale kunstenaressen de ‘Green Guerillas’ op en creëerden de eerste ‘Community garden’ (gemeenschapstuin) door een braakliggend stuk grond in de stad in bezit te nemen en te beplanten. Het doel was enerzijds een plek in de buurt creëren waar wijkbewoners elkaar konden ontmoeten en konden recreëren,

, maar anderzijds ging het er ook om de wijk voor de bewoners op te waarderen. De uiteindelijk meer dan tachtig gemeenschapstuinen van de Lower East Side worden nog steeds door groepen vrijwilligers uit de buurt beheerd. Vanaf het eind van de jaren zeventig, toen hier ook een gentrificatieproces (dat is een opwaardering van een buurt of stadsdeel op sociaal, cultureel en economisch gebied) op gang kwam, probeerde de stad de beweging in te kaderen, de stukken grond terug te vorderen en de tuinen te ontruimen om de terreinen weer in de onroerendgoedcyclus te kunnen opnemen en meer woonruimte te kunnen creëren voor de nieuwe welgestelde groepen die naar de wijk trokken. Maar het verzet tegen het opruimen van de tuinen groeide, mede dankzij de bemoeienis van actrice Bette Midler die met haar ‘New York Restauration Project’ verspreid over de hele stad

Fig. 19: Toegang van Community garden

7

KRACHTS VAN DE TUSSENTIJD

Waardestijging Tijdelijk (ruimte)gebruik kan leiden tot verschillende soorten waardecreatie. Door activiteiten die voortvloeien uit tijdelijk (ruimte)gebruik kan een verbetering van de dynamiek en leefbaarheid in het gebied optreden, waardoor bijvoorbeeld culturele en maatschappelijke waarde ontstaat en de identiteit van een plek versterkt wordt. De indirecte waardestijging is lastig te meten ten opzichte van bijvoorbeeld de stijging van de waarde van vastgoed. Het kan ook een verbetering betekenen van de verhuurbaarheid en verkoopbaarheid voor vastgoedeigenaren. (Lindeman S. en Schutten I.)

22


vijftig stukken grond aankocht om ze als Community garden in stand te kunnen houden. Dat was een overwinning voor de lokale gemeenschappen, doordat tuinen bewaard bleven die anders voor woningbouw hadden moeten wijken. Hoewel de gentrificatie van de Lower East Side intussen gewoon is doorgegaan, bezit deze wijk dankzij de gemeenschapstuinen nog steeds een habitus van het verzet en van de actieve immigrantencultuur. Het analytische begrip ‘habitus van de plek’ maakt interpretaaties mogelijk waarmee de uitwerking van tijdelijke en permanente veranderingen in de stedelijke ruimte kan worden beoordeeld, niet alleen in materieel, maar ook in symbolisch opzicht, aangezien het symbolische een even grote invloed op bruikbaarheid kan hebben als het materiële. Symbolische toegankelijkheidsbeperkingen zijn bijvoorbeeld zeer sterke instrumenten, minstens zo sterk als muren of hekken. De tuinen getuigen nog steeds van hun tijdelijkheid en hun verzet tegen de oprikkende onroerendgoedmarkt, een visueel symbool.(...) (Lindeman S. en Schutten I.)

KRACHT VAN DE TUSSENTIJD

7

23

Ecologie Graag vul ik dit punt zelf aan bij de lijst. Het is enkel van toepassing bij projecten waarbij eenjarigen of ander plantmateriaal gebruikt wordt, maar het is absoluut van belang. Zeker bekeken vanuit het standpunt van een landschaparchitect.

Fig. 20: Impressie van de hedendaagse community gardens in New York

Het tijdelijke landschap doet zich voor als gebeurtenis in de stedelijke dynamiek. Dat verschilt van de meer klassieke en permanente groenstructuren in de stad. Singels, parken en lanen zijn ontworpen met het oog op een langdurig bestaan en min of meer voorspelbaar gebruik.


De aandacht voor deze pioniersoorten konden we ook al ontdekken in het bermbesluit. Daarbij wordt onder andere het maaibeheer van de bermen aangepast om die soorten en het bijhorende ecosysteem een volwaardige kans te bieden om zich te ontwikkelen.

Fig. 51: Weide met ĂŠĂŠnjarigen

Wat de zeven aspecten laten zien is dat hun doel niet enkel bij de opleuking of maskering van een kale periode an sich ligt, maar dat zij een veel constructievere bijdrage leveren dan de gedachte aan de transformatie van een gebouw, straat, wijk of stad. Naast de korte termijn door tijdelijke invulling wordt ook een vernieuwend perspectief op de uiteindelijke ontwikkeling van de plek naar buiten gebracht.

7

KRACHTS VAN DE TUSSENTIJD

Het tijdelijke landschap onderscheidt zich daarvan als een veel veranderlijker, zwermachtige en meer schuivende groenstructuur. Beide landschappen vullen elkaar aan. In de meer permanente groenstructuur kan zich een stabiel ecosysteem ontwikkelen, in het tijdelijke landschap worden condities geschapen voor pioniersoorten en ecologische successie. In de permanente groenstructuur vindt het klassieke parkgebruik een plek en is er ruimte voor bijvoorbeeld kostbare watersystemen. (Bomas, B., 2011)

24


ONTWERPEN IN DE TUSSENTIJD

8

25

8. ONTWERPEN IN DE TUSSENTIJD Maar hoe gaan we nu net aan het werk met braakliggende terreinen en gebouwen? Landschapsarchitect Bart Bomas beschrijft in zijn paper ’Pauzelandschappen’ tien tactieken die bruikbaar zijn als men ontwerpt in het tijdelijk landschap en dus ook in de Tussentijd. De tactieken kunnen gebruikt worden als leidraad en als referentie bij het uitwerken van een Tussentijdse oplossing voor een bepaald gebied.

verplaatsbare en dat wat het landschap weer achterlaat, zijn onderdeel van de ontwerpopgave. Een tijdelijk landschap kan worden ontworpen in wijkende en blijvende elementen en dat sporen van de tussentijd als permanente relicten worden opgenomen in het stedelijk weefsel.

Bij landschapsarchitectuur spelen zowel ruimte als tijd een rol. Bij het ontwerpen van het tijdelijke landschap ligt de nadruk dan op de factor tijd. Dat zal doorwerken in de ontwerpopgave, ontwerpmethodiek, de ontwerpmiddelen en de ontwerppresentatie. Per onderdeel levert het een set tactieken op voor de tijdelijkheid. Die tactieken vinden we telkens terug bij projecten in de Tussentijd.

Tactiek 3: Verbinden en activeren van partijen Het bij elkaar brengen van verschillende partijen behoort tot de ontwerpgave. Het tijdelijke landschap is een begeleider van ruimtelijke verandering. Daardoor markeert het een overgangssituatie en moet het -alleen al voor financiering- op een bijzondere manier vroegere gebruikers, projectontwikkelaars, overheden en toekomstige ruimtegebruikers met elkaar in verband brengen. Soms is het tijdelijke landschap een wegbereider voor een plan, soms is het een acticistische kritiek op planvorming. In elk geval is het tijdelijke landschap een onverwacht, verrassend verschijnsel. Die inzet zal het ontwerp beïnvloeden.

8.1 Ontwerpopgave

8.2 Ontwerpmethodiek

Tactiek 1: Tijddiepte zichtbaar en tijd beleefbaar maken De ontwerpopgave bestaat uit het creëren van een landschap dat kortstondig kan bestaan en de tijdelijkheid als kwaliteit versterkt. Het spel met de historisce context en het toekomstige ruimtegebruik bij een tijdelijk landschap maakt een tijddiepte zichtbaar. Daarnaast is het een uitdaging om in versterkte mate de ritmiek van het landschap te stapelen. Het ontwerp geeft zich rekenschap van de tijddiepte van de plek in zijn context en maakt een geconcentreerde tijdservaring mogelijk. Tactiek 2: Opbouw, bestaansduur en afbouw als opgave Behalve een opbouw en groei moet ook de (mogelijkheid) van ontmanteling worden mee-ontworpen. Het flexibele, mobiele, veranderlijke, aanpasbare,

Tactiek 4: Ruimte veroveren, placemaking Vanwege de korte bestaansduur heeft een tijdelijk landschap vaak het karakter van een herovering van de ruimte. Het is nodig om de plek als het ware opnieuw in cultuur te brengen. Het gaat immers vaak om braakliggende terreinen, verlaten fabriekshallen en andere plekken die niet bedoeld zijn om te bewonen. De ontwerper wordt uitgedaagd om een aantal condities te scheppen waardoor weer (voor even) een herbergzame ruimte kan bestaan voor een bepaald gebruik. Het heroveren van de plek is een fysieke actie; markeren, begrenzen, toegankeelijk (en veilig) maken. In landschapsarchitectonische zin betekent dat aandacht voor het oppervlak, de beplanting, massa en ruimte, routes en plekken en de fysieke relaties met de ruimtelijke context.


Tactiek 5: Staffage en improvisatie Op het gebeurteniskarakter van het landschap ligt ook sterker de nadruk dan normaal. De ontwerper zal zich rekenschap moeten geven van de veranderingen die in de tijd plaatsvinden. Het tijdelijke vraagt om een ontwerp van ritmiek. Die ‘choreografie van de ruimte’ vereist een analyse van alle stromen op locatie en gedurende het tijdelijke gebruik. Het is tevens een voortdurend inspelen op veranderingen, improviseren. Het kunstenaarscollectief Observatorium noemt dat staffage, het (ver)plaatsen van de decorstukken voor een toneelvoorstelling. Tactiek 6: Zwermen maken Het zijn meestal plekken en slechts zelden grotere structuren zoals een wegtracé. Om een kleine plek tot een landschap te maken is het nodig om op te schalen. Een belangrijke ontwerpuitdaging is om van een plek een groep te maken, van een locatie een zwerm of archipel. Zaragozza laat bijvoorbeeld zien dat een reeks van honderden verspreide kleinschalige, tijdelijke plekken samen een landschappelijke laag aan de stad kunnen toevoegen. Dat zwermontwerp is het op vele plekken laten opduiken van het tijdelijke landschap en het groeperen door onderlinge verwijzingen. Tactiek 7: Bricolage Een ontwerp voor het tijdelijke landschap bevat een bepaalde tactische ontwerphouding. Het is een houding die toegespitst is op dat wat voorhanden is.

De ontwerper moet instinctief tewerk gaan in het zoeken naar sporen van de lokale geschiedenis. Het is ook een kwestie van uitproberen, experimenteren, knutselen. De investeringen zijn immers beperkt, de tijd is kort en het landschap is voorlopig en improvisorisch in zijn aard. Die houding wordt bricolage genoemd.

8

8.3 Ontwerpmiddelen

Tactiek 8: flexibele materialen Bij pauzelandschap past een ontwerptaal die werkt met veranderlijke landschapsvormen en een roerende inventaris. Denk aan beweeglijk zand, verplaatsvare boomcontainers, vlonders, wisselende pioniersvegetaties, hergebruikte bouwmaterialen, tijdelijke constructies. Ze onderstrepen in hun vormentaal en verweerbaarheid het tijdelijke. Inspiratie kan worden opgedaan bij dynamische landschappen die onder sterke invloed staan ven erosie, sedimentatie of een wisselend klimaat zoals kusten, stuifzanden, rivieren en beken. • Snelgroeiende bomen: wilg, els, berk, populier, griend • Ruigte en struweel: braam, vlier, meidoorn, buddleja, bamboe, vogelkers, lijsterbes • Pioniers: riet, lisdodde, miscanthus, bloemweide, zuring en brandnetel, kamille, klaproos, helm en biestarwegras, duindoorn, sintjanskruid, wilgenroosje • Landbouwgewassen: tarwe, groentes • Hopen bouwmateriaal, stuifzand, stuifscherm, klimraster, vlonder, houtsnippers, knuppelpad, microreliëf, gravel en grind, gras • Flexibele architectuur, tijdelijke objecten of broeikassen, verplaatsbaar meubilair, potten of boomcontainers, vlaggen, grafische markeringen en muurschilderingen, paden in plaats van wegen (Bomas, B., 2011)

ONTWERPEN IN DE TUSSENTIJD

Daarnaast is het een mentale of symbolische actie. De voorheen ontoegankelijke plek wordt weer deel van de dagelijkse beleving van de stad. Privaat eigendom wordt even publiek bezit.

26


ONTWERPEN IN DE TUSSENTIJD

8

27

Bij dat laatste puntje haal ik er graag het werk van Buromarsille bij. Onder de noemer ‘Crate’ maakt hij een serie van tijdelijke zit-, lig-, en speelelementen die overal geplaatst kunnen worden. De constructie wordt bij verschillende projecten telkens aangepast aan de noden van de mensen. Het is een constructie die tegen een stootje kan en gemaakt uit simpele, duurzame materialen. Ze passen perfect binnen het plaatje van de Tussentijd.

Fig. 21: Tijdelijke zitbank - Buro Marsille

8.4 Ontwerppresentatie Tactiek 9: beeldenreeksen en dynamische cartografie Het tijdelijke landschap is beweeglijk en veranderlijk. Een eindbeeld bestaat per definitie slechts korte tijd, of is helemaal niet te definiëren. Dit vraagt om toegesneden middelen om het ontwerp te presenteren. Film en animatie lenen zich als presentatiemiddelen veter dan statische beelden voor het zichtbaar maken van reeksen kaarten en beelden om de ontwikkeling in de tijd weer te geven. Een temporele cartografie is nog geen gemeengoed in de praktijk van stedenbouw en landschapsarchitectuur, maar dit kan wel een verrijking zijn. Tactiek 10: Script Omdat het ontwerp een proces is wat in gang wordt gezet of zichtbaar wordt gemaakt, is een beschrijving nodig hoe de natuurlijke en culturele processen bespeeld worden. Het ontwerp is een choreografie en daar hoort een scenario of script, draaiboek of stripverhaal bij. De opbouw van een script voo een tijdelijk landschap bestaat volgens Fritschy en Van Lingen net als bij een filmscript uit een storyline, aktes en scènes. De storyline met aktes geeft houvast en is de rode draad. De scènes zijn improvisaties op het hoofdthema (Fritschy en Van Lingen, 2011). Het script voor een tijdelijk landschap beschrijft de groei en verandering van het landschap en de interventies die daarbij nodig zijn. De storyline vertelt van herovering van de ruimte, via opbouw en groei naar afbouw en demobilisatie. (Bomas, B., 2011)


1

CASESTUDY: DE VEST

1.2 Meso

Nu we een duidelijk beeld hebben van de Tussentijd en alles errond kan ik overschakelen op het project waar het allemaal mee begon: Project ‘De Vest’. In de volgende pagina’s bespreek ik de verschillende locaties van de Vest met telkens een tijdelijke invulling als resultaat. Deze zijn geïnspireerd door de vele voorbeelden die ik gezien heb en mijn werkzaamheden tijdens mijn stage.

Het gebied ligt grotendeels in het historische centrum van Gouda. Het centrum is omgeven door drie singels: de Kattensingel, de Fluwelensingen en de Turfsingel. Langs deze singels liggen de wegen die toegang bieden tot de stad.

1. SITUERING 1.1 Macro

SITUERING

Het projectgebied is gesitueerd in Nederland, Gouda gelegen in de provincie Zuid-Holland. Aangeduid op de kaart als oranje zone. Gouda, gelegen ter hoogte van de rode bol, is een middelgrote stad omgeven door verscheidene grote steden als Utrecht en Rotterdam. De stad is bereikbaar via de E25 die Rotterdam en Utrecht verbindt. De stad ligt bij de samenvloeiing van de rivieren de Hollandse Ijssel en de Gouwe. Beide rivieren speelden een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de stad. De rol en sfeer van handelstad via deze rivieren is spijtig genoeg niet meer te herkennen in de moderne samenleving. Wel duiken er plannen op om van Gouda terug een havenstad te maken.

29

Gouda is tevens één van de grootste steden gelegen in het Groene Hart, groene zone. Het wordt voornamelijk gekenmerkt door zijn landelijkheid. Er zijn voornamelijk weiden en hooilanden door de hele natte bodem en de ermee gepaard gaande polders die aanwezig zijn. Landbouw, natuur en recreatie zijn de voornaamste functies van het gebied.

De Goudse binnenstad is een typische Hollandse grachtenstad. Evenals andere steden in de Hollandse Delta, is de opbouw van de stadsplattegrond van Gouda met name bepaald door de waterhuishouding en de bodemgesteldheid, namelijk veen. De ontginning van dit veenpakket heeft geleid tot smalle, diepe kavels; Door de geringe draagkracht van de bodem(slappe bodemgestelheid) bleef de bouwhoogte van bebouwing over het algemeen beperkt. Het huidige beeld van de binnenstad en haar randen is de resultante van een ontwikkelingsgeschiedenis gedurende een tijdspanne van ruim 800 jaar. De stadsplattegrond van de binnenstad en haar randen lijkt op een ui, waarvan de rokken de verschillende stedelijke uitbreidingen vertegenwoordigen; hoe verder de schil verwijderd is van het stadshart hoe recenter de stedelijke uitbreiding. Het huidige stadsbeeld is een collage van bouwstijlen, die ondanks hun diversiteit een grote mate van samenhang vertonen. De bebouwing in de goudse binnenstad kenmerkt zich door ‘eenheid in verscheidenheid’. De eenheid wordt hierbij gevormd door een gemeenschappelijk idioom, waarin de bouwhoogte, het verticale karakter, de klassieke gevelopbouw, de kaprichting, de parcellering, het materiaalgebruik en de kleine schaal kenmerkend zijn. (Stedebouwkundige visie Gouda, 2005)


Fig.: Kaart Nederland op macroschaal

N

1

0 km Fig. 22: Situering Gouda macroschaal

20 km

SITUERING

Gouda

30


SITUERING

1

31

Fig. 23: Topografische kaart 1/25000 Legenda


rt

aa K

M

o

es


SITUERING

1

33

Fig. 24: Stadsplattegrond 1/7500 Legenda


rt

aa K

ro

ic

M


1

1.3 Micro Projectnaam ‘De Vest’ is de straat aangeduid in het zwart waarrond de verscheidene onderzochte locaties van het project gelegen zijn. De Vest is gelegen ten zuidwesten van het centrum en loopt parallel aan de Turfsingel en de Raam.

SITUERING

Bepalend voor de stadsplattegrond zijn de lange lijnen van de Raam en de Vest, met daartussen smalle straten in de richting van de prestedelijke ontwateringssloten, loodrecht op de Gouwe. Deze richting is ook terug te vinden in de perceelsgrenzen. De raamgracht is gedempt in 1960-1961. In de stadsvernieuwingsperiode die daarna volgde, is er een schaalsprong gemaakt die nu niet meer gewaardeerd wordt. Hierdoor heeft dit deel van de stad veel van zijn sobere schoonheid en karakteristiek verloren. Doordat met het dempen van de gracht het straatprofiel is ‘verbreed’, zijn er bij recentere ingrepen panden toegevoegd met een grotere bouwhoogte dan hier van oorsprong aanwezig was. Langs de Vest is de sfeer van voormalige bedrijvigheid nog enigszins aanwezig, door de oude bedrijfsgebouwen en pakhuizen, de in onbruik geraakte kades en bedrijfserven en de historische schepen in het Binnenhaven Museum. Deze schepen bevinden zich over de hele Turfsingel. (Stedebouwkundige

35

visie Gouda, 2005)

De Vest komt heel informeel over, als een soort achtergebied van de stad. We kunnen het gebied beschrijven als een ‘non-place’, e en plek waar mensen liever van wegblijven. Ondanks de vele toeristen die in Gouda rondlopen lopen er -ondanks de velemogelijkheden die het gebied heeftweinig rond in dit deel van de stad . Mensen mijden de Vest en zo wordt het gebied meer en meer

Fig. 25: Zicht op de Turfsingel

verwaarloosd, zoals al aangehaald in vorige hoofdstukken. Het imago van een te vermijden plek bereikte een hoogtepunt in 2001 toen Mariëlla de Geus, een jonge vrouw, er vermoord en verkracht werd. Momenteel is er een monument aanwezig om haar dood te herdenken. Andere artikels verwijzen naar vandalen die het gebied teisteren. Door nieuw leven te blazen in de gebieden worden mensen er opnieuw in betrokken en de sociale controle zorgt er voor dat de situatie stilaan weer verbetert. Er zijn tal van vernieuwingsprojecten aan de gang, maar deze liggen voorlopig stil. Ontwerpen in de Tussentijd biedt een oplossing in deze periode van onzekerheid. Hier heb ik vijf gebieden besproken waarbij de Tussentijd van toepassing is, namelijk: 1. Bolwerk, 2. Het koningshof, 3. Kleischuur,

4. De speelwinkel, 5. Erasmusplein


1 1

2

3

Ra

am

Tu

Ve

st

rfs

in

ge

l

SITUERING

5

4

Fig. 26: Beeld van de Vest en omgeving vanuit de lucht

36


ANALYSE VAN HET GEBIED

2

37

2. ANALYSE VAN HET GEBIED 2.1 Historische analyse In het centrum van Gouda kan je inspelen op de cultuurhistorie, een belangrijk element bij het ontwikkelen van tijdelijke inrichtingen. De kaart van Blaeu uit 1649 geeft een goed beeld van de Vest in de zeventiende eeuw. (volledige kaart aanwezig in bijlage) De Vest was toen nog echt een verhoogde muur die diende om het stadscentrum te beschermen tegen aanvallen. Het verloop van de Vest is grotendeels hetzelfde gebleven, maar de wachtposten zijn verdwenen en in plaats van een veerpont is er nu een brug aanwezig (rood).

Fig. 27: Snede uit de kaart van Blaeu (1649)

Op de locatie van het huidige koningshof lagen destijds moestuinen, zoals de naam al doet vermoeden. De structuur en het verloop van de wegen zijn grotendeels hetzelfde gebleven. Het grootste verschil tussen toen en nu is zoals vernoemd het deels dempen van de Turfsingel geweest. Daardoor vormt het verloop van de muur niet meer de grens met het water, maar zijn er bouwwerken verschenen aan de andere kant van de Vest.

2.2 Functionele analyse

In de stad Gouda zijn twee verschillende routes belangrijk: die over het land en die over het water. De stedenbouwkundige kaart met de hiĂŤrarchie van de wegen toont dat de wandelwegen langs de singels aan de binnenkant van het historisch centrum laag staan in de orde, het zijn namelijk singelkades. Voor vervoer zijn ze niet van belang waardoor de straten met onder andere de Vest eerder rustig zijn en toegankelijk voor recreatieve wandelaars, fietsers en mensen die op een rustige plaats willen verblijven. Parken en plantsoenen zijn ook aangeduid op de kaart. We merken dat geen van beide aanwezig zijn langs de Vest en Turfsingel terwijl er bij de andere singels een groot aantal aanwezig is. Het verblijfsgebied richt zich eerder naar het centrum. Water heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontstaansgeschiedenis van Gouda. De Hollandse Ijssel en de Gouwe vormden de levensaders van de stad. Zo ontstond er een een uitgebreid stelsel van waterlopen. De waterstructuur is nog steeds duidelijk te herkennen in de plattegrond van de binnenstad. Het singelstelsel dat de stad omringt , is nog steeds geheel gaaf en intact. De singels vormen een duidelijke ruimtelijke afbakening van de binnenstad. Voor de (plezier)scheepvaart vormen de singels een belangrijke vaarroute. (Stedebouwkundige visie Gouda, 2005)


Fig. 28: HiĂŤrarchie van de wegen

Primaire ontsluitingsweg (boven regionaal) Secundaire ontsluitingsweg (regionaal) tertiare ontsluitingsweg (lokaal)

2

verbindende singelroute (lokaal) verbindende straten (lokaal) singelkade (lokaal) overige straten en stegen (lokaal) verblijfsgebied

Fig. 29: HiĂŤrarchie van de waterwegen

Rivier: Hollandse Ijssel Gouwe en Haven singels en verbindingssloten grachten (symeterisch) grachten (assymetrisch) overige afweteringssloten gedemt

ANALYSE VAN HET GEBIED

park/plantsoen

38


ANALYSE VAN HET GEBIED

2

39

2C. Karakter en sfeer Als we de verschillende profielen van de singels bekijken, bemerken we een groot verschil met de singel gelegen aan de Vest, namelijk de Turfsingel. Hier ligt geen drukke autoweg langs het water en het profiel van de straat is smaller. Ook de bebouwing verschilt van de andere singels. Deze bebouwing heeft inmiddels plaats gemaakt voor grootschalige formele woonblokken. In deze situatie echter wordt de onbescheidenheid van de bebouwing gecompenseerd door de lange rij bomen die tussen de woongebouwen en het water is geplant. Ook de Vestzijde verschilt van de andere binnenzijden. Hier staan van oudsher meer ambachtelijke panden, bedrijfsgebouwen en pakhuizen, die lager zijn en met hun achterzijden grenzen aan het water. Gedeelten van deze zijde van de singel hadden een functie als laad- en loskade.

Fig. 30 : Schetsprofiel van het huidige straatbeeld aan de Vest

Men heeft de binnenstad van Gouda opgedeeld in een twaalftal invloedssferen. Ze komen voort uit de fysieke ruimte en functionele kenmerken van een gebied. Anderzijds zijn de invloedssferen bepaald vanuit het

beleid; als ontwikkelingsrichtingen om de herkenbaarheid en de aantrekkingskracht van het stadscentrum te versterken. (Stedebouwkundige visie Gouda, 2005)

De Vest valt onder invloed van het Havenkwartier, dat richtinggevend is voor de ontwikkelingsambities in het desbetreffend gebied. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen het unieke karakter en de specifieke sfeer van het gebied verder versterken. In de publicatie ‘Stedenbouwkundige visie voor Gouda en haar randen’ noemt de gemeente vijftien ambities voor de verschillende invloedssferen in Gouda, waarvan er dertien van toepassing zijn op het Havenkwartier. 1. Gouda in de Deltametropool: waterstad en knooppunt 4. Terugbrengen stad naar de rivier 5. Doorvaarbaar maken van de binnenstad; levend water 6. Versterken identiteit Gouda Waterstad (in brede zin) 7. Versterken karakteristiek singels 8. Versterken eigen identiteit van de schil rond de binnenstad 9. Versterken van de relaties tussen de schil en de binnenstad 10. Bij nieuwe ingrepen: respecteren historische kavelmaat 11. Bij nieuwe ingrepen: relaties leggen tussen gebouw - kavel- openbare ruimte 12. Stimuleren eigentijds bouwen, in een historische context 13. Niet woonfuncties in plint en woonfuncties op verdieping 14. Meer ruimte bieden voor het cultuurtoeristisch aanbod in de binnenstad 15. Stimuleren hoogwaardig binnenstedelijk (woon) milieu (autoluw)


Fig. 31: Invloedssferen Gouda

Voor het Havenkwartier worden de ambities omgezet in de volgende specifieke stappen om de situatie te verbeteren. Ter verbetering van het woon- en verblijfsklimaat voor inwoners en toeristen gaat Gouda in het ‘Havenkwartier’ de potenties van de stadsgrachten verder ontwikkelen.

2

In het Projectprogramma Cultureel en Havenkwartier (concept 2003) is één van de doelen het verlengen van de verblijfsduur van toeristen door het creëren van een aantrekkelijk en concurrerend cultuurtoeristisch aanbod van culturele evenementen, ambachtelijke vormen van bedrijvigheid en de ontwikkeling van een hotel. Daarnaast is het van belang dat de Gouwenaars zelf en de bezoekers uit de regio hun verblijfsduur in de binnenstad, met name ’s avonds, verlengen. Bezoekers van het winkelcentrum, de schouwburg of de bioscoop moeten gestimuleerd worden om na afloop van het winkelen c.q. de voorstelling nog even wat te gaan drinken in één van de horecagelegenheden. Dit komt niet alleen de levendigheid op straat ten goede, maar ook de sociale veiligheid. (Stedebouwkundige visie Gouda,

ANALYSE VAN HET GEBIED

Vest

In de eerste plaats gebeurt dit door de Haven vanuit het zuiden vanaf de Hollandsche IJssel weer open te stellen voor de recreatievaart. Na realisatie van de zuidwestelijke randweg betekent dit het weer in gebruik stellen van de Havensluis en een beweegbare brug in de Nieuwe Veerstal en het weer beweegbaar maken van de Uiterste Brug. In de tweede plaats wordt het Havenkwartier verder ontwikkeld door ruimte te creëren voor exploitatie van het toeristische en culturele en cultuurhistorische aanbod en het openleggen van gedempt water, zoals het Nonnenwater en de Raam. Immers, evenals groen, kan water de natuurlijke belevingswaarde van de uiterst compacte binnenstad sterk verbeteren.

2005)

Nu we een duidelijk beeld hebben van wat de Vest en omgeving zijn, waren en wat de Goudse gemeente wil, kunnen we overschakelen op de specifieke locaties samen met de tussentijdse oplossing die ik er zou willen toepassen.

40


GE

B

B

GO

UW

E NIE

L GE SIN EN B BOLWERK B

G

UW

58+

EN

RE

M

EY

NS

BR

UG

64+ 180+ 50+

58+

10+

LW

ER

K

op

lp

BO

58+

58+

30+

POTTERSBRUG

De naam bolwerk komt van de aanwezigheid van de vroegere verdedigingswerken, te zien op figuur 27, de kaart van Bleau. Voor het Bolwerk heeft stedenbouwkundige Els Bet al in 2009 een ontwerp opgemaakt (fig. 33). Dat plan is al deels uitgevoerd, maar de constructie van het gebouw aan de Kattensingel (geel) is nog niet in het zicht en ligt er momenteel braak bij. (fig.34) Het gebied bevindt zich dus al een hele tijd in de Tussentijd. Het is een daarom typisch voorbeeld van een gebied in Tussentijd. Bouwmaterialen liggen er ongebruikt bij, mensen lopen voorbij de plek ondanks de schoonheid ervan en als een belangrijke toegang van de Goudse binnenstad. Een duidelijk beeld van hoe het er uiteindelijk uit zal zien is wel al bekend (fig. 32).

ste

60+

B

la

ats

bu

s

58+

F

PIN

KS

TE

RG

EM

EE

NT

E

60+

70+

50+ 58+ 60+ 60+

58+

HO

0+

GE

GO

GO

UW

E

58+

UW

0+

E

50+ 0+

o la pste de lp n la en a lo ts ss en

H 60+ 0+

GO

UW

E

58+ 58+

B

B

0+

58+

C

B

B

60+

NO

NN

EN

W

AT

B

ER

B B

B

0+

28+ B

SINT MARIAWAL

B

30+ 35+ 33+ 28+

35+

B

B

B

E

TURFSINGEL

B

TURFSINGEL

B

B

B

B

B

33+ B

B B

B

B B

A

B

ST

VE

RL

O

N RE

KO

B

B B

B B

B

B B

B

D

B

B

RA AM

B

B

B

B

B

B

GOUDA BOLWERK

RENVOOI

B

KLIMOP

B

DEK OP PARKEERGARAGE 58+

HO

IJF

CH PS

n

B

BANK 4M. (KONINGSHOF)

C

AFVALCONTAINERS

HELLINGBAAN

B

ONTWERP OPENBARE RUIMTE DEFINITIEF ONTWERP CONCEPT

BANKJE VOOR MARIELLE DE GEUS

E

HEK KV-STATION

STRAATVERLICHTING WATERKANT

F

FIETSBEUGELS

73

BOOM (BESTAAND)

STRAATVERLICHTING BEBOUWING

G

KEERMUUR

schaal

GRONDSPOTS

H

KEERMUUR

1/500

HERGEBRUIK BESTAANDE VERLICHTING

J

WIP

formaat

K

WIPKIPPEN

HAAG

B

B

PLANKAART

Fig. 32: Impressie nieuw project Bolwerk - http://img5.imageshack.us/ img5/3476/dsc02844k.jpg

Fig. 33: Ontwerpplan Bolwerk - Els Bet B

B B

projectnummer

A2 datum

B

B

B

onderwerp 2

D

BOLDER OP SLOOF

G

BOOM (NIEUW) B

BANK 15,6 M. (GRIJSEN 'PLANE')

RIJWEG (KEPERVARBAND)

PLEIN (HALFSTEENSVERBAND)B

0+

WONING/BERGING

A

INGANG PARKEERGARAGE T

STOEP (ELLEBOOGVERBAND)

o la pste de lp n la en a lo ts ss e

30+ INGANG

S VE

WATER

SINT MARIAWAL

BEBOUWING

SC

BESPREKING DEELGEBIEDEN

AV

180+

72+

DE

41

EH

E

10+

Situatie

UW

B

GO 58+

TT

3.1 Bolwerk

LA

B

KA

3

3. BESPREKING DEELGEBIEDEN

16/12/2009

B

B B Els B Bet Stedebouwkundige Noordeinde 144 2514 GP Den Haag t 070 350 35 35 B f 070 392 20 90 e bureau@elsbet.nl i www.elsbet.nl

B


de stad wil binnentreden. De aanwezigheid van het nieuwe hotel werken we in de hand door het plaatsen van een eetkraam. Binnen de populieren zijn er los enkele tijdelijke picknicktafels geplaatst. Zo is er voor de bezoekers de mogelijkheid om iets te eten aan het hotel. LA

B B

B

UW

L

B

GE SIN EN

58+ G

TT

B

GO

E

GO

UW

58+

E

180+ RE

KA

B BOLWERK

GE

3

M

10+

EY

NS

72+

BR

UG

64+ 180+ 50+

58+

10+

op LW

ER

K

Fig. 34: Overzicht braakliggend terrein Bolwerk.

60+

BO

B

Het deel van het project dat wel al uitgevoerd is, is het hotel (groen) en 1700 wooneenheden (rood). De lichtfabriek (blauw) zal na restauratie dienst doen als restaurant voor het hotel.

Tussentijdse oplossing

58+

30+

POTTERSBRUG

58+ 58+

F

st

el

pl

aa

ts

bu

s

60+

70+

50+ 58+ 60+ 60+

58+

HO

0+

GE

GO

Het idee is om de contouren van het toekomstige gebouw op te vullen met populieren om zo het volume van het gebouw al uit te zetten. Waar de ondergrond verhard is, worden de populieren vervangen door een oranje streep verf. Buiten het populierenbouwsel maken we gebruik van een bloemengrasland terwijl er binnen grasland beoogd is waar men kan verblijven tussen de bomen. Dat zorgt al voor een veel aantrekkelijker beeld wanneer men B

0+

50+ 0+ H 60+ 0+ 58+

Fig. 35: Voorstellen tijdelijke ingrepen

BOLWERK

UW

58+

42


3

3.2 Koningshof Situatie Bij het Koningshof doet zich hetzelfde verhaal voor als bij het bolwerk. Project Koningshof bevat de constructie van een aantal woningen/woningblokken. Voorlopig is maar een deel van de gebouwen gebouwd terwijl de rest van het project stilstaat. Vandaag bestaat de rest van de bouwgrond uit een tijdelijke parking voor bewoners en werkvolk en enkele groene zones waar men gras heeft ingezaaid. Verder is er nog een watertoren die geregistreerd staat als monument. Zoals bij de historische analyse al aangehaald werd, waren hier vroeger moestuinen die de bestaande perceelstructuur volgden. De windmolen, de Korenbloem, werd vernietigd door brand in 1949 en is niet meer heropgebouwd.

Fig. 37: Koningshof http://golda.jaapbuis.nl/exposities/koningshof.html

KONINGSHOF

Tussentijdse oplossing

43

Fig. 36: Omgeving Koningshof http://golda.jaapbuis.nl/exposities/koningshof.html

De inrichting van moestuinen zorgt voor een link met de geschiedenis van de plek en geeft nieuwe en al aanwezige bewoners ook de mogelijkheid om een tuintje aan te leggen. De structuur volgt de bestaande wegenis en is gericht naar het aanwezige monument. De nieuwe verharding bestaat uit houten paletten. Er zijn twee verschillende soorten tuintjes: de gewone moestuinen op de bredere groenstrook die de historische structuur van de kavels volgen. De smallere stroken doen dienst als een bloementuin, waar bewoners zelf hun bloemen kunnen kweken. Beide tuinen worden afgeboord met een haag zodat er één geheel beeld wordt gecreëerd naar de omgeving. En verhoogde bakken die kunnen gebruikt worden door mindervaliden of men kan de kinderen van het buurthuis per groep een bak toezeggen.


Verharding uit paletten Moestuinbak Moestuin Bloemen Moestuin Groenten Watertoren Fig. 38: Schetsontwerp Koningshof

Bestaande verharding

KONINGSHOF

3

44


3

3.3 Kleischuur Situatie De kleischuur (rood), een monument, is een overblijfsel van de oude plateelfabriek die zich hier vroeger situeerde. Het aardewerk dat er geproduceerd werd is nog steeds gekend als het ‘Gouds plateel’. De schuur lag aan het water zodat men van de oever klei kon winnen. Het oude gebouw ligt er bouwvallig bij. Er zijn verschillende voorstellen gedaan om er een nieuwe functie aan toe te kennen zoals een havenwacht, woningen, een plek voor watersportfaciliteiten en zo verder. Niet zo lang geleden is het gebouw echter opgekocht en er zal een horecafunctie aan toegekend worden. Het project zou in de zomer van 2014 uitgevoerd worden, de buitenruimte kan een voorloper zijn voor de nieuwe veranderingen. De buitenruimte aan de kleischuur bestaat momenteel uit een diversiteit aan verhardingen die niet meer liggen hoe het hoort en een slordige grasstrook waar nog enkele bomen staan.

Fig. 39: Zicht vanaf de kleischuur

KLEISCHUUR

Tussentijdse oplossing

45

Een restaurant met deze oppervlakte moet voorzien zijn van tien parkeerplaatsen voor het cliënteel. In plaats van de gewone saaie witte strepen te schilderen zou ik gebruik maken van de geschiedenis van de plek als plateelfabriek. Het Gouds plateel kreeg elk jaar een bepaald teken zodat men de authenticiteit van het voorwerp steeds kan nagaan. Die tekens heb ik gebruikt voor de parkeerplaatsen, samengaand met de typische bonte kleuren in hun aardewerk. In afwachting op de inrichting van het restaurant, samengaand met de buitenruimte, zou het bevorderlijk zijn voor de plek dat

Fig. 40: Zicht naar de kleischuur


Fig. 41: Schetsontwerp Kleischuur

Uitvergroting parkeerplaatsen

3

KLEISCHUUR

men er al kan gezellig zitten en picknicken bij het water. Een belangrijk element daarbij zijn de bezoekers die zich via de verschillende Goudse wateren verplaatsen. De rand aan het water moet verhard blijven zodat mensen vanuit het water makkelijk aan wal kunnen komen. De aanwezige grasstrook (geel) wordt bezaaid met tarwe (Triticum aestivum) en daartussen de pioniersoorten de bleke klaproos (Papaver dubium) en de wilde korenbloem (Centaurea cyanus). De beplanting kan ook gebruikt worden aan de andere kant van de Vest, waar ook twee grasstroken liggen. Die beplanting, die we veelal enkel in landbouwgebied vinden, vormt een mooi contrast met de gehele vernieuwing van de wijk en verwijst naar de korenmolens die er vroeger waren en er nu nog steeds zijn. Op enkele plekken zijn zitplaatsen gemaakt. Er zijn twee zeilen gespannen tussen de bomen zodat er ook plekken aanwezig zijn waar men kan schuilen. Aan elke zitplek wordt een ladder vastgemaakt aan de oever zodat mensen die minder te been zijn ook makkelijk kunnen opstappen. Als herinnering aan de plateelfabriek worden de bomen versierd met touwen waaraan oude kopjes, borden, vazen en zo verder worden aangehangen. Op die manier springt de plek nog meer in het oog en lokt ze veel nieuwsgierige mensen.

46


SPEELWINKEL

3

47

3.4 Speelwinkel Situatie Dit deel valt nog binnen het vernieuwingsproject van het Koningshof. De reden waarom ik de verdeling maak is de aard van de ondergrond en de aanwezigheid van de speelwinkel. Men had op het gebied het bouwzand voor de constructie van de woningen aangevoerd. Toen het duidelijk werd dat het project stilgelegd werd en zich in de Tussentijd bevond, besloot men het zand af te dekken met folie en op die folie gras te zaaien. Daardoor kunnen er bijvoorbeeld geen graafwerken plaatsvinden aangezien die de folie zouden beschadigen. De speelwinkel is een buurthuis waar men activiteiten, cursussen zoals fietslessen voor vrouwen en bijeenkomsten kan houden. Daarnaast zit de kinderopvang ook in het gebouw. Voor de kinderen zijn er tal van activiteiten en ze kunnen er zelfs een week op kamp blijven. Het buurthuis heeft enkel een overdekt speelplaatsje als buitenruimte. De braakliggende terreinen vormen nu al deels een tijdelijke speelplek voor de kinderen die in het buurthuis verblijven, maar die situatie is niet optimaal aangezien de hele ondergrond bedekt ligt met hondenpoep, een probleem waar we langsheen de gehele Vest op stuiten. Een bestaand pad uit halfverharding dat paralel langs het buurthuis loopt verbindt de Vest met de Raam.

Fig. 42: Zicht op het gebied vanaf de Raam

Tussentijdse oplossing De oplossing bestaat uit twee verschillende delen. De ruimte langsheen het buurthuis wordt een plaats waar de kinderen van de speelwinkel zich kunnen uitleven. Op de site van het buurthuis kan je tal van activiteiten bekijken. EĂŠn van die activiteiten is het bouwen van hutjes uit

Fig. 43: Zicht op het gebied van op de Vest


paletten (fig.44). De tijdelijke inrichting die ik er zou toepassen is een kinderdorp, dus een dorp gemaakt voor en door kinderen. De verschillende bouwwerken worden, zoals op het schetsontwerp (fig.45), ingericht langs het bestaande pad. Het gebouw wordt verbonden met het kinderdorp door de overdekte speelplaats door te trekken tot in het kinderdorp. Dat zorgt niet enkel voor een visuele verbinding, maar ook voor een nieuwe toegang tot het dorp vanuit het gebouw zelf. De aanwezige afsluiting kan weggenomen worden. Tussen het gebouw en het dorp is er een licht hoogteverschil. Dat wordt opgevangen door opgestapelde paletten die dienen als trappen.

3

Fig. 44: vakantieproject speelwinkel 2012

Het dorp kan bestaan uit woningen, winkeltjes en zelfs een gemeentehuis. De kinderen kunnen bovendien hun eigen markt houden met groenten die ze kweken in hun moestuintje. Het dorp zorgt ervoor dat het braakliggend terrein een leuke invulling krijgt. De kinderen hebben zo het plezier van het bouwen van een stadje dat niet meteen afgebroken moet worden en later nog steeds gebruikt kan worden als speelplaats tot wanneer men de bouwwerken voortzet. Het is niet de bedoeling dat de stad afgesloten wordt. Andere kinderen kunnen er in spelen en toevallige passanten kunnen wandelen door de kinderstad.

SPEELWINKEL

Fig. 45: Schetsontwerp Speelwinkel

48


SPEELWINKEL

3

49

Het tweede deel is het stuk grond dat grenst aan de Vest (zie fig.45). Om het probleem van de hondenpoep voor een deel op te vangen zou ik het gebied willen inrichten als hondenuitlaatplaats. Op de kaart (fig.46) zien we dat de uitlaatplaatsen (groen) in dit deel van de stad minimaal zijn. De nieuwe uitlaatplaats, aangeduid in oranje, zou al een grote verbetering zijn, en dat op een plek waar heel veel mensen wonen. Door de nieuwe projecten komen daar nog veel wooneenheden bij en zullen extra uitlaatplaatsen welkom zijn. De hondenuitlaatplaats is een simpel grasveld omheind met een tijdelijk hek zodat honden binnen het gebied blijven. Op de site zijn tevens tal van bouwmaterialen aanwezig die niet gebruikt worden. Die kunnen tijdelijk gebruikt worden op de uitlaatplaats als hindernissen voor de honden. Zo kan een grote rioolbuis gebruikt worden als tunnel, om over te lopen of als springobstakel. Kegels kunnen een slalomparcours worden en ga zo maar door. Het terrein kan eventueel zelfs gebruikt worden door het buurthuis om er een soort hondenschool op te richten. Tussen het kinderdorp en de hondenuitlaatplaats wordt bufferzone gehouden zodat men niet verplicht wordt om van het ene naar het andere te wandelen. De strook wordt ingezaaid met een bloemenmengsel. Het veld met de eenjarigen is goed voor de ecologie. De kinderen kunnen er bovendien veel over de insecten en bloemen leren. De looplijn van de moestuinen kan doorgetrokken worden en zo verbonden worden met het aanwezige wandelpad.

Fig. 46: OfficiĂŤle hondenuitlatplaatsen in Gouda http://www.gouda.nl/gemeente/Wonen/Natuur_en_Milieu/Hondenpoep/Hondenuitlaatplaatsen

Op het parkeerterrein kan de looplijn benadrukt worden door een strook verf die de saaie parkeerruimte wat kleur geeft. Verder kunnen er op de voornamelijk lege tijdelijke parkeerzone tal van activiteiten plaatsvinden, zoals basketbal door het plaatsen van een basketbalring , een voetbalveld door het plaatsen van vier palen en zelfs een reuzenganzenbord, zoals te zien is op figuur 45.


3.5 Erasmusplein

3

Situatie

Fig. 47: Overzicht Erasmusplein

Fig. 48: Zicht van het Erasmusplein langs de Turfsingel

Momenteel bevinden zich enkele organisaties in het gebouw: Studio de Gonz, een plaats waar beginnende bands kunnen optreden, het jeugdtheaterhuis en Kunstpuntgouda. Gouda wil het gebouw tot een werkelijk cultuurhuis maken. De werken om het gebouw te vernieuwen zijn al aan de gang. Het gebouw moet het centrum van de culturele instellingen worden. De bestaande instellingen zullen worden versterkt en andere culturele instellingen kunnen zich ook aan het gebouw binden. Een impressie van het vernieuwingsproject is te zien op figuur 49. De buitenruimte kan niet achterblijven en het cultuurhuis geeft vele kansen om die te verbinden met de binnenruimte en zo weer leven te brengen op deze plek.

ERASMUSPLEIN

Het Erasmusplein is het enige deelproject dat niet rechtstreeks met de Vest verbonden is. Het gebied ligt namelijk net aan de overkant van de Turfsingel. Het brugje, waar vroeger de veerpont lag, verbindt de Veerstraat met de Vlamingsstraat. Dat is een belangrijke looplijn die de omgeving verbindt met de binnenstad. Er lopen veel mensen langs de plek, maar een mogelijkheid om er te verblijven is er niet. Begrijpelijk, want er is momenteel ook niets te beleven. Het grootste deel van de ruimte wordt ingenomen door een parking. Aan de Turfsingel was vroeger een gebouw aanwezig dat recentelijk gesloopt werd. Het grondvlak van dat gebouw werd deels verhard. Door die sloop vinden we weer dat de plek verbonden is met het water. Veruit het belangrijkste gebouw dat we op de plek vinden is het cultuurhuis, de vroeger Garenspinnerij.

50


Om de relatie met het water te versterken zou ik een vlot te water laten. Dat verwijst dan ook naar de vroegere veerpont die aanwezig was, waar de straatnaam ‘Veerstaat’ ons onder andere op wijst. Het vlot kan gebruikt worden als deel van het podium, maar kan ook voor kinderen een speelobject zijn waarbij ze de overkant van de oever moeten bereiken. ‘s Nachts enkele vuurtonnen vastmaken op het vlot kan een uniek beeld opleveren op de Turfsingel en vele nieuwsgierige mensen naar het stadsdeel lokken.

3

Fig. 49: Impressie vernieuwingsproject Cultuurhuis.

ERASMUSPLEIN

Tussentijdse oplossing

51

Het idee van een buitenpodium is al in omloop, maar is tot op heden nog niet uitgevoerd. Een voorlopig podium geeft al de mogelijkheid om op de plek opvoeringen of tentoonstellingen te houden. De basis van het podium is de grond waar vroeger het gebouw stond (bruin), doorgetrokken tot aan het water. De indeling van het podium gebeurt met oude olievaten die geverfd worden. Het is de bedoeling dat ze het beeld krijgen van een garenklos met kleurrijk garen, om de link met het gebouw van de Garenspinnerij te maken. De geverfde vaten kunnen gebruikt worden als decor, zitgelegenheid, vuurvat en tafel. De vaten worden verder gezet aan de andere kant van de straat, als plaats voor de toeschouwers. Ze zorgen ook voor zit- en picknickgelegenheid in een uniek decor voor voorbijgangers of gebruikers van het cultuurhuis.

Fig. 50: Schetsontwerp Erasmusplein


Na het schrijven van dit werkstuk heb ik in eerste instantie opgemerkt dat de gedachtegang van Tussentijd heel gelijklopend is met die van de opleiding landschaps- en tuinarchitectuur. Het werken met de bestaande waarden van de plek, onnodige ingrepen vermijden en het ontwerp aanpassen als iets onmogelijk blijkt in plaats van in te grijpen op de locatie om zo het reeds bestaande ontwerp toch uit te voeren. We vertrekken bovendien vanuit de noden van de mensen die aanwezig zijn. Als het ontwerp bestaat uit een programma dat aangepast is aan de noden en de structuur in het ontwerp is duidelijk, dan is het ontwerp grotendeels geslaagd. De vormgeving is een element dat lager in de rangorde staat en bepaalt zeker niet het succes van een ontwerp, al kan het daar wel bij helpen. De identiteit van de plek of ‘Genius loci’ proberen we te ontdekken en te gebruiken in een ontwerp. Zo krijgt een plek betekenis en voorkomt men dat ontwerpers gaan werken met sjablonen die ze op verschillende locaties leggen om dan tot de vaststelling te komen dat alles op elkaar begint te lijken. Tussentijds ruimtegebruik is ook een oogopener voor alle ontwerpers die enkel met ‘design’ of dure materialen willen werken. Door het gebruik van simpele materialen kan men voorwerpen of constructies maken die even goed en soms zelfs beter werken. Om het met een veelgebruikt zinnetje van mijn stagementor, Thijs van Hees, te zeggen ‘Keep it simpel’. Aan die voorwaarden heb ik mij zo goed mogelijk proberen houden bij de ontworpen tijdelijke inrichtingen aan de Vest. Het in gebruik nemen van braakliggende terreinen en leegstaande gebouwen zorgt enkel voor voordelen.

Mensen komen terug naar bepaalde gebieden waardoor de angst voor bepaalde plaatsen verdwijnt. Lelijke plekken worden mooie plekken met karakter. Tijdelijke natuur vult de gekende beplantingen en bomenrijen aan zodat ook de ecologie hieraan voordeel heeft. De mensen die het project ontwikkelen hebben zelf het beste zicht op het ontstaan van Tussentijd en kunnen daar samen met ontwerpers, kunstenaars en anderen op anticiperen en op die locaties experimenteren. Een samenwerking tussen verschillende actoren zorgt voor het beste resultaat, waarbij de gemeenten een essentiële rol spelen. Rekening houden met Tussentijd is de boodschap. Want uiteindelijk is alles tijdelijk, zelfs de meest prestigieuze projecten bestaan niet voor eeuwig.

0

VISIE OP DE VRAAGSTELLING

VISIE OP DE VRAAGSTELLING

52


0

BIBLIOGRAFIE Literatuur Schutten, I. & Lindemann, S.(2010). Stedelijke transformatie in de tussentijd: hotel transvaal als impuls voor de wijk. (1ste druk).Den Haag:SUN trancity. OD205 stedenbouw onderzoek en landschap bv.(2005). Stedenbouwkundige Visie voor de binnenstad en haar randen.Gouda. Schutten,I. (2011). De Tussentijd Dzokic A. & Neelen M. (2010). Grondwet van de Tussentijd.(1ste druk). Den Haag: SUN trancity Xplorelab - Provincie Zuid-Holland. (2012). Tijdelijk anders bestemmen. Van Damme, S. (2008). Landschap en Natuur.

Tijdschriftartikelen Rogiers, H. (2013, april-mei-juni). Het mag iets meer zijn. Publieke ruimte, 1, nr. 6, pp. 41-43.

Elektronisch tijdschriftartikelen Bomas, B. (2013). Pauzelandschap en stadsontwikkeling. Ruimte, vaksblad van de Vlaamse vereniging voor ruimte en planning, nr. 17, pp. 70-75. geraadpleegd op 21 juli via http://www.bvr.nl/images/stories/nieuws/130419_BB_Artikel_Ruimte_DEF.pdf Schutten, I. (2012). Tussentijd biedt ruimte voor innovatie. Ruimtevolk jaarboek 2012 Nieuw eigenaarschap in de ruimtelijke ordening, nr. 6, pp. 2831. geraadpleegd op 19 juli via http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-jaarboek-2012/

BIBLIOGRAFIE

Internetbron

53

Nu Hier. (2008). Geraadpleegd op 8 juli 2013 via http://nuhier.mmmmx.net/home/. Woltjes, C. (2009) Grondwet voor de Tussentijd. Geraadpleegd op 11 juli via http://www.archined.nl/en/news/mei/grondwet-voorde-tussentijd/ Klaus Overmeyer - Space pioneers. (????). Geraadpleegd op 15 juli via http://aarch.dk/fileadmin/grupper/institut_ii/PDF/space_pioneers.pdf Gebruik de lege ruimte - Plannen voor de tussentijd in Spoorzone Delft. (2011-2012). Geraadpleegd op 15 juli via http://www.gebruikdelegeruimte.nl/downloads/Plannen%20voor%20de%20tussentijd.pdfper/institut_ii/PDF/space_pioneers.pdf Bomas, B. - Pauzelandschappen, Over tijdelijk landschap en stedelijke ontwikkeling. (2011). Geraadpleegd op 15 juli via http://www. plandag.net/download/Bomas_120411_BB_Paper_Plandag_Pauzelandschappen.pdf Boezem, M. De groene kathedraal. (1987). Geraadpleegd op 16 juli via http://www.buitenbeeldinbeeld.nl/Flevoland/Kathedraal. htm


BIBLIOGRAFIE

0

54


0

LIJST MET AFBEELDINGEN 1: Schutten, I. & Lindemann, S. (2010). Tussentijd, een autonoom tijdvak. 2: Uyttersprot, U. (2013). Almere poort. 3: Banksy. (2008). Street Art. Geraadpleegd op 10 juli via http://www.streetartutopia.com/?p=89 4: Neuland. (2003) Openstellen beschikbare braakliggende terreinen. Geraadpleegd op 10 juli via http://www.neuland-berlin.org/downloads.html 5: Fabriek plastiek. (2013). Rommelmarkt in leegstaand pand. Geraadpleegd op 9 juli 2013 via http://www.aalst.tv/artikel/cultuur/fabriek-plastiek-opent-haar-deuren 6: Keller, E. (2013). expositie met ideeĂŤn voor tijdelijk gebruik, Haarlem. Geraadpleegd op 12 juli via http://atelierelizabethkeller.nl/portfolio/tussentijds-ruimtegebruik/ 7: TOP. (2010). Kaart Transvaal, verlaten gebouw als hoofkantoor tijdelijk in gebruik. Geraadpleegd op 10 juli via http:// www.thebeach.nu/1172/nl/interact

LIJST MET AFBEELDINGEN

8: OpTv. (2005). Tijdelijke tv op wand van verlaten pand. Geraadpleegd op 16 juli via http://www.archined.nl/nieuws/ blindengeleidehond/

55

9,10,11,12: (2007). Verschillende kamers hotel transvaal. Geraadpleegd op 16 juli via http://www.optrektransvaal.nl/nl/ projecten/116.html 13,14,15,16: Nu Hier. (2010). Activiteiten. Geraadpleegd op 9 juli 2013 via http://nuhier.mmmmx.net/home/ 17,18: Boezem, M. (2006). Kathedraal. Geraadpleegd op 16 juli via http://www.depaviljoens.nl/page/286 19,20: (2010). Community gardens, New York. Geraadpleegd op 16 juli via http://www.healthylivingnyc.com/article/171 51: (2007). Ingezaaid veld. Geraadpleegd op 23 juli via http://natuurbelevingessen.wordpress.com/2012/12/28/homepagina/ 21: Marsille, G. (2008). Tijdelijjke zitbank. Geraadpleegd op 18 juli via http://www.healthylivingnyc.com/article/171 22,35,38,41,45.50:(2013). Schetsontwerpen uitgewerkt op kaart. Geraadpleegd in juli via https://maps.google.be/ 23: Wolters-Noordhoff Atlasprodukties (2008). Topografische kaarten Zuid-Nederland. 24: Gemeente Gouda (2005). Stadsplattegrond. 25,26,34,36,39,40,42,43,47,48:Uyttersprot, U. (2013). Eigen foto’s van de Vest. Geraadpleegd in juli via https://maps. google.be/ 27,28,29,30,31,37: OD205 stedenbouw onderzoek en landschap. (2005). Diverse typekaarten. Stedenbouwkundige visie voor de binnenstad van Gouda en haar randen


0

LIJST MET AFBEELDINGEN

32: Bet, E. (2009). Impressie bolwerk. Geraadpleegd op 23 juli via http://www.forumgouda.nl/index.php/topic/9-binnenstad-eo-bolwerk-hotel-woningen-bedrijfsruimte/page-12 33: Bet, E. (2009). Ontwerpplan het bolwerk, Gouda. Geraadpleegd op 23 juli via http://www.elsbet.nl/openbare%20 ruimte_frameset.html 44: Buurthuis de speelwinkel. (2012). Kindervakantieweek. Geraadpleegd op 24 juli via http://www.despeelwinkel.nl/ fotoboek.php?cat_id=16&subcat_id=44&navpagina=1#thumbs 46: Gemeente Gouda. (2012). Cultuurhuis de garenspinnerij. Geraadpleegd op 24 juli via http://www.gouda.nl/gemeente/content.jsp?objectid=goudaintern:122532 51: Galanti, J. (2011). Zaragossa estonoesunsolar. Geraadpleegd op 28 juli via http://cdnimg.visualizeus.com/thumbs/ e3/e2/e3e2d149745150141ffd15f0c64776f4_i.jpg

56


0

BIJLAGEN 1. Artikel Overheid betaalt 630.000 euro voor leegstand gebouwen 14/07/13 - 08u29 Bron: Belga De federale regering betaalde de voorbije vijf jaar 630.000 euro krotbelasting. 64 federale overheidsgebouwen staan leeg. Volgens Kamerlid Ben Weyts (NVA), die de cijfers opvroeg bij Servais Verherstraeten (CD&V), staatssecretaris voor de Regie der Gebouwen, is dat pure geldverspilling. Dat schrijft Het Nieuwsblad op Zondag. Weyts haalt het voorbeeld aan van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Louis Pasteur in Ukkel. “Een enorm groot en mooi gebouw”, zegt hij. “Acht verdiepingen hoog in een prachtig domein in een van de duurste gemeenten van het land.” Zeven jaar al staat het leeg, en sinds 2012 moet er krotbelasting betaald worden. Dat bedrag loopt op tot 108.240 euro. Weyts stipt aan dat daarnaast nog driehonderd oude rijkswachtwoningen leegstaan. “Blijkbaar heeft de federale overheid geld te veel. Enerzijds derft de overheid inkomsten omdat de gebouwen niet gebruikt worden, anderzijds omdat ze niet verkocht raken. Daar bovenop komt nog eens de krotbelasting (aan het gewest waarin het betrokken gebouw staat, nvdr.).”

BIJLAGEN

Amper twee van de leegstaande gebouwen worden op dit moment gerenoveerd. Vaak weet men niet welke bestemming men aan die panden wil geven.

57


2. Impressie vernieuwingsproject Koningshof

0

BIJLAGEN

Fig.6: Impressie Koningshof - http://www.qasa.nl/koningshof-gouda-2656/

58


59 Fig. : 18/12/2009 ijsbaan gegraven en gevuld met water

Fig. : 10/12/2009 gemaaid, bouwterreinhek open en bouwbord geplaatst

Fig. : 12/05/2009 Braakliggend terrein start

BIJLAGEN

0 3. Verloop project ‘Nu Hier’


BIJLAGEN

Fig. : 18/12/2009 Georganiseerde activiteit; cultuurborrel

Fig. : 13/01/2011 Fruitbomen geplant, boomstammen gebracht, kerstbomenkwekerij aangelegd, houtsnippers verspreid en crossbaan gemodeleerd.

Fig. : 28/04/2010 Leerlingen van het Zadkinecollege plaatsen moestuinbakken

0

60


BIJLAGEN

0

61

4. Gebieden van Neuland


BIJLAGEN

0

62


BIJLAGEN

0

63

5. Kaart van Blaeu


Tijdelijkheid als vaste waarde - Pieter Uyttersprot  

Bachelorproef Hogent 2013