Page 1

Nagelezen door:

de mentor St.-Jorisstraat 71 8000 Brugge tel. 050 33 32 68 Opleidingscoรถrdinator: ines.vandamme@howest.be Stagecoรถrdinator: chantal.vermote@howest.be

datum 2/05

handtekening

de lector

Lesvoorbereiding LO Stageschool: Basisschool Spermalie

Student: Pieter Callewaert

Klas: groep 1

Jaar en opleiding: 3 Baso Lo & Bwr

Mentor: Linseele Stijn en Sam Verhaeghe

Opleidingsonderdeel : Alternatieve Stage

Datum: 2/05/2013

Vaklector: Brunet D.

Uur: 15:25-16:15

Pedagoog: Depoorter E.

LESONDERWERP Voorbereidende oefeningen van verspringen en speelse vormen van verspringen

SITUERING IN LEERPLAN 4.1.1.2.4.2. Vrije sprongen (p 18)

LEERPLANDOELEN 1. Motorische competentie: Lo 1.11: Lln kunnen verspringen met aanloop en afstoot met 1 voet. 2. Gezonde en veilige levenstijl: LO 2.3: Lln ervaren bewegen als aangenaam. 3. Zelfconcept en het sociaal functioneren: LO 3.3: kunnen, onder begeleiding, samen en naast elkaar spelen zonder elkaar te hinderen of te belemmeren.

BEGINSITUATIE - Aantal lln: 13 leerlingen - Locatie/accomodatie: Turnzaal basisschool Spermalie - Schatting effectieve lestijd: 40 min - Beginsituatie van de leerlingen: Het is de eerste les rond verspringen voor de leerlingen. 2 weken geleden hadden ze wel al een les rond hoogspringen en dieptesprong. Alle leerlingen kunnen een sprong maken met aanloop en afstoot op een voet.


LESDOELSTELLINGEN Bewegingsgebonden doelen: -

Motorisch: Lln springen actief tijdens verschillende spelvormen. Cognitief: De lln springen weg van de tikkers. De lln passen de aandachtspunten voor het verspringen actief toe.

-

Dynamisch-affectief: De leerlingen tonen bewegingsvreugde in het spel.

LESSTRUCTUUR Opwarming: A. hoepel lopen B. hoepel vrij Kern: 1. slotentikker 2. om het verst 3. teamsprong Slot: A. Extra: sprongtikker B. Benen kruipen


Doelstellingen

Leeractiviteiten

Didactisch handelen

Inleiding: De kinderen kleden zich om.

T

Organisatie

10’ De lk verzamelt de lln op de gele lijn en stelt 2’ zichzelf kort voor. Hij vertelt wat de les van vandaag inhoudt: we gaan vandaag een leuke les uitvoeren met als thema verspringen. Maar om die goed te kunnen springen gaan we eerst onze spieren goed moeten opwarmen. De lk legt de algemene afspraken uit en vertelt daarna wat de opwarming inhoudt.

Opwarming: A. Hoepellopen. De lln warmen hun spieren op in een spelvorm. De lln lopen actief en gericht rond in de zaal. De lln springen gericht zodat de tikker geen

De lln lopen vrij rond in de zaal. Er wordt een leerling aangeduid als tikker. Als je getikt bent ga je in één van de hoepels zitten. (één lln per hoepel)

Gebruikte didactische werkvorm/organisatievorm: Klassikale werkvorm Organisatie en instructie: De lk plaatst de lln op de luisterbank. Hij geeft eerst enkele algemene afspraken mee. Daarna legt hij de eerste oefening uit. Na de laatste opwarmingsoefening verzamelen de lln aan het sportraam om naar de instructies te luisteren.

2’

Afspraken: B. Hoepel vrij. Alle leerlingen staan in een hoepel. De hoepels zijn opgesteld in een grote cirkel. De hoepels liggen ongeveer anderhalve meter van elkaar. Er wordt een leerling aangeduid die in het centrum van de cirkel gaat staan. Op fluitsignaal mag de centrale leerling proberen om in een hoepel te gaan staan. De andere leerlingen proberen dit te verhinderen door van hoepel naar hoepel te springen.

5’ Algemeen: - Er wordt niet geslaan, geduwd of getrokken - Start - en stopsignaal: fluitsignaal. - Veiligheid: Als de leerkracht praat, moeten de leerlingen stil zijn zodat ze de uitleg goed kunnen verstaan. Er wordt niet geduwd, getrokken of geslaan.

2e keer zijn er 2 hoepels vrij en

3


Doelstellingen

Leeractiviteiten

Didactisch handelen

T

Organisatie

worden de hoepels verder uit elkaar geplaatst. Kern: 1. Slotentikker. De lln lopen gericht en actief maximaal weg van hun tegenstander door te veranderen van zone via een vertesprong.

A. Het veld is verdeeld in zones. De tikkers trachten de lopers te tikken terwijl die rondlopen in het veld en springen over de verboden zones. Als je getikt bent spring je van hoepel naar hoepel met beide voeten samen aan de zijkant van de zaal alvorens weer mee te doen. B. Variant: iedereen mag maar steeds met 1 voet contact hebben + springen met loopsprongen van de ene hoepel naar de andere. ( + sloten worden breder gemaakt) .

8’ Alle lln worden verzameld aan de gele lijn. De leerkracht legt het spel uit. De lln mogen niet tussen de sloten komen, want die zit vol met krokodillen. Als de leerlingen geraakt zijn door een tikker of door een krokodil dan moeten ze van hoepel tot hoepel springen aan de zijkant. Nadien mogen ze terug meedoen aan het spel. De leerling die nooit in de hoepels moet wint het spel. De lk demonstreert hoe de leerlingen over de sloot kunnen springen. De lk duidt een tikker aan en verduidelijkt dat de lln binnen de gele lijnen moeten blijven. Aandachtspunten: Aanloop nemen voor de sprong. Een knie hoog andere been blijft laag. Armen mee inzetten. Differentiatie: Leerlingen die steeds getikt worden, springen over de sloot waar het niet breed is.

4


Doelstellingen

Leeractiviteiten

Didactisch handelen

T

Organisatie

2. Om het verst: De lln springen actief zo ver mogelijk in verschillende bewegingsvormen.

A. De leerlingen staan aan de gele lijn en springen in zo weinig mogelijk sprongen naar de overkant (met voeten samen)

De lln passen de aandachtspunten voor de vertesprong actief toe.

2 X (probeer je vorige poging te verbeteren)

De lk demonstreert de oefening en laat de leerlingen de oefening uitvoeren op fluitsignaal. Als iedereen aan de overkant van de gele lijn is legt de leerkracht steeds de volgende oefening uit. De aandachtspunten worden oefening voor oefening opgebouwd.

7’

Aandachtspunten: B. Loopsprongen (een voet raakt de grond) Aandacht voor de knie – inzet. 2X (Probeer je vorige poging te verbeteren) C.lln worden opgesteld in rijen, aanloop tot aan de kegel, afstoot op één voet en zo ver mogelijk springen.

Aanloop nemen voor de sprong. Een knie hoog andere been blijft laag. Armen mee inzetten. Differentiatie: De oefeningen kunnen op het eigen niveau uitgevoerd worden. Voor Daria bv nog steeds afstoot met 2 voeten samen. De ballonnen worden van hoog naar laag geplaatst.

2X D. Zelfde maar probeer de balonnen te raken in de lucht. 3 X (Balonnen worden steeds hoger gehangen) 3. Teamsprong: 7’ De lln springen actief zo ver mogelijk na aanloop en afstoot in de hoepel. De lln passen de aandachtspunten voor

A. De lln worden verdeeld in groepen van 2 of 3 leerlingen. Ze krijgen per duo een hoepel. De eerste leerling springt vanaf de gele lijn zo ver mogelijk. De andere leerling legt daar de hoepel. Nu is het aan de andere

De lk verzamelt de lln aan de gele lijn en heeft hen per duo een hoepel. De lk legt het spel uit en demonstreert samen met een andere lln. Op fluitsignaal start het spel.

5


Doelstellingen

Leeractiviteiten

de vertesprong correct toe in een spelvorm.

leerling om te springen (na aanloop en met 1 voet in de hoepel). Het eerste team waarvan een leerling de gele lijn al springend raakt wint het spel. Na elke sprong moeten beide leerlingen terug naar de gele lijn springen en die aantikken alvorens opnieuw gesprongen kan worden.

Didactisch handelen

T

Organisatie

B. Zelfde maar in het terugkeren moet men steeds met beide voeten samen springen tot aan de gele lijn. - Slot:

5’

A .EXTRA (Sprongtikker) De lln lopen actief en explosief weg van de tikkers.

De tikkers krijgen een partijvestje aan. De getikten gaan in pomphouding staan. Als iemand over je springt dan mag je opnieuw meedoen met het spel.

De lk verzamelt de lln bij zich. Hij legt het spel uit en geeft 2 partijvestjes aan de tikkers. Als de muziek stopt lopen de lln zo snel mogelijk naar de lk.

B. Slot: Sprongraden. 5’ De lln komen tot rust

De leerkracht verzamelt de leerlingen in een rij. Een leerling gaat voor de rij liggen met de ogen toe. De leerlingen mogen achtereenvolgens over die persoon springen. De liggende persoon mag op het einde raden hoeveel leerlingen er in de hoepel sprongen. C. omkleden

De lk laat de lln liggen op de grond. De lk legt het spel uit en laat de lln spelen.

10’

6


ZAALOPSTELLING:

MATERIAALLIJST: 2 Partijvestjes 12 hoepels Fluitje 8 kegels 3 ballonnen 4 toversnoeren Cd met muziek

BIBLIOGRAFIE: Leerplan lo basisonderwijs Lichamelijke opvoeding in het buitgewoon lager onderwijs – Mattias Defevere Atletiek voor jongeren van 7 tot 11 jaar Ellen Van Caeneghem Verspringen in het basisonderwijs Cursus atletiek – Brunet Dave

Lesvoorbereiding groep 1  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you