Issuu on Google+

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool

Stichting OPOA –Edith Stein

Inhoudsopgave

Opbouw van het document.................................................................................. 2 1. Algemene gegevens ........................................................................................... 1.1 Administratieve gegevens penvoerende instantie ................................................ 1.2 Administratieve gegevens van alle partners, weergegeven per partner: ................... 1.3 Volume en kenmerken van het aantal ‘studenten’ ...............................................

3 3 4 5

2. Gegevens ten behoeve van de beoordeling van het gerealiseerde niveau ....................... 6 2.1 Overzicht van de producten waarop de lerarenopleiding haar oordeel bepaalt .......... 6 2.2 Namenlijst van de afgestudeerden ................................................................... 7 3. Gegevens ten behoeve van de beoordeling van de samenwerkingsovereenkomst ............ 11 3.1 Onderwerp 1: Programma ............................................................................. 11 3.1.1 Relatie tussen doelstellingen en programma ................................................ 11 3.1.2 Samenhang programma .......................................................................... 14 3.1.3 Instroom ............................................................................................ 15 3.1.4 Afstemming vormgeving en inhoud van het programma ................................... 16 3.1.5 Beoordeling en toetsing ......................................................................... 18 3.2 Onderwerp 2: Inzet van personeel .................................................................. 19 3.2.1 Kwantiteit personeel ............................................................................. 19 3.2.2 Kwaliteit personeel ............................................................................... 20 3.3 Onderwerp 3: Voorzieningen ......................................................................... 22 3.3.1 Studiebegeleiding ................................................................................. 22 3.4 Onderwerp 4: Interne kwaliteitszorg ............................................................... 23 3.4.1 Evaluatie resultaten .............................................................................. 23 3.4.2 Maatregelen tot verbetering .................................................................... 24 3.4.3 Betrekken van medewerkers, studenten, alumni en beroepenveld ..................... 25 4. Condities voor continuïteit ................................................................................. 26 4.1 Eerste ontwikkelingen Opleiden in de School .................................................... 26 4.2 Samenwerkingspartners dieptepilots ............................................................... 26 4.3 Twents Educatief Partnerschap ...................................................................... 28 4.4 Convenant opleidingsschool .......................................................................... 28 4.5 Ambities ................................................................................................... 28 Lijst Bijlagen ...................................................................................................... 30

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 1 van 30


Opbouw van het document

In onderstaand document wordt aan de hand van het Toetsingskader Opleidingsschool van de NVAO nader uitgewerkt hoe Opleiden in de School (OidS) in partnerschap met de schoolbesturen en de Hogeschool Edith Stein/Onderwijscentrum Twente (hierna Hogeschool Edith Stein) inhoudelijk en organisatorisch opgezet is. Deze uitwerking vindt plaats aan de hand van de onderwerpen van het toetsingskader. Deel 1 bevat de algemene gegevens van de deelnemende partners en deel 2 geeft informatie over het gerealiseerde niveau op basis van producten waarop de lerarenopleiding haar oordeel bepaalt over de eindkwalificaties van de student en een namenlijst van afgestudeerde studenten aan De Opleidingsschool. In deel 3 wordt De Opleidingsschool langs het Toetsingskader opleidingsschool van de NVAO gelegd. Tot slot geven we in deel 4 zicht op onze ambities door het benoemen van condities voor continuĂŻteit. De bijlagen bestaan uit verplichte bijlagen en beleids- en verantwoordingsdocumenten die aanvullende informatie verstrekken. De bijlagen die zijn toegevoegd aan dit document bestaan uit 3 delen, te weten: - Bijlage I : verplichte bijlagen; - Bijlage II : bijlagen per deelnemende partner; - Bijlage III: overige bijlagen. Hierbij zijn ook de tekstfragmenten over het traject Opleiden in de School uit het recente visitatierapport van Hogeschool Edith Stein opgenomen (bijlage III a). Het aanvraagdossier inclusief bijlagen is te vinden op bijgevoegde dvd Aanvraagdossier Toetsing Opleidingsschool (bijlage III c).

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 2 van 30


1. Algemene gegevens 1.1 Administratieve gegevens penvoerende instantie Naam instelling

Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo

Postadres, postcode, plaats

Brugstraat 2, 7606 XG Almelo

Bezoekadres, postcode, plaats

Brugstraat 2, 7606 XG Almelo

BRIN-nummer

Hieronder per school aangegeven

Status inspectie

Hieronder per school aangegeven

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail)

G.C. Meijerink stafmedewerker 0546-540911 g.meijerink@opoa.nl 1021.63.847, OPOA Almelo

Bankrekeningnummer, tenaamstelling en plaats Handtekening

Naam instelling

OBS Roets

Bezoekadres, postcode, plaats

Apollolaan 1a, 7604 EH Almelo

BRIN-nummer

14MC

Status inspectie/accreditatie

Goed

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail

B. Halfwerk, directeur. 0546-456439. info@obsroets.nl

Naam instelling

OBS De Stapvoorde

Bezoekadres, postcode, plaats

De Kolibrie 24, 7609 GP Almelo

BRIN-nummer

15HV

Status inspectie/accreditatie

Goed

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail

C. Bolscher, directeur. 0546-456733. info@de-stapvoorde.nl

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 3 van 30


Naam instelling

SBAO De Oosters

Bezoekadres, postcode, plaats

Winkelsteeg 6, 7607 AT Almelo

BRIN-nummer

15UI

Status inspectie/accreditatie

Goed

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail

Drs. L.W.M. Huisman, directeur. 0546-813085. directie@deoosteres.nl

Naam instelling

OBS De Weier

Bezoekadres, postcode, plaats

Vissedijk 35c, 7602 CP Almelo

BRIN-nummer

14XW

Status inspectie/accreditatie

Goed

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail

A. Sattler, directeur. 0546-491218

1.2 Administratieve gegevens van alle partners, weergegeven per partner: Naam instelling

Hogeschool Edith Stein / Onderwijscentrum Twente

Postadres, postcode, plaats

Postbus 568 7556 CW Hengelo (Ov)

Bezoekadres, postcode, plaats BRIN-nummer

M.A. de Ruytersstraat 3 7550 AN Hengelo 074-8516100 34808

Status inspectie/accreditatie

Geaccrediteerd 22 mei 2007

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail) College van Bestuur

Mevr. E.M. Suasso de Lima de Prado T: 074-8516113 / 06 29113997 E: suasso@edith.nl Dhr. drs. H. Mulders

Directeur

Mevr. drs. M.R. Ketz

Handtekening

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 4 van 30


1.3 Volume en kenmerken van het aantal ‘studenten’

De Opleidingsschool levert die gegevens waaruit blijkt dat zij voldoet aan de criteria die door het ministerie van OCW aan „volume en kenmerken van het aantal „studenten‟ zijn gesteld in de onderstaande overzichten‟. In te vullen voor het geheel van de deelnemende scholen PO, VO en BVE in De Opleidingsschool 200920102011Prognose 2010 2011 2012 Aantal „studenten‟ van een universitaire lerarenopleiding (masteropleiding) van 60 ECTS en waarvan 40% van het curriculum op de werkplek verzorgd.

-

Aantal „studenten‟ van een door een hogeschool verzorgde lerarenopleidingen (bachelor of master) waarvan minimaal 40% van het curriculum op de werkplek verzorgd. Aantal „studenten‟ van een lerarenopleiding in de vorm van een kopopleiding (volgend op een hbo- of wo-vakbachelor) en waarvan minimaal 50% (= 30 ECTS) van het nog te volgen curriculum op de werkplek verzorgd. Aantal „studenten‟ van de universitaire masteropleidingen van 120 ECTS die mede voorbereiden op de bevoegdheid voor het geven van onderwijs in het voorbereidend hoger onderwijs, en waarvan minimaal 25% (= 30 ECTS) van het curriculum op de werkplek verzorgd. Aantal „studenten‟ van universitaire bacheloropleidingen dat een educatieve minor volgt gericht op het behalen van een bevoegdheid voor de theoretische leerweg in het vmbo en de eerste drie leerjaren Havo/VWO en waarvan minimaal 15 ECTS op de werkplek verzorgd. Aantal „studenten‟ dat op basis van een geschiktheidverklaring als leraar is benoemd of aangesteld (zij-instromers). Voor hen gelden de afspraken die in de wettelijk vereiste scholings- en begeleidingsovereenkomst zijn opgenomen.

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

-

40

-

40

40

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

April 2009 Pagina 5 van 30


2. Gegevens ten behoeve van de beoordeling van het gerealiseerde niveau 2.1 Overzicht van de producten waarop de lerarenopleiding haar oordeel bepaalt Overzicht van de producten waarop de lerarenopleiding haar oordeel bepaalt over de eindkwalificaties van de student. Dit kan gaan over scripties, portfolio’s, andere vormen van toetsing. In ieder geval gaat het om een geheel van (eind)producten per student. Per product worden de te beoordelen competenties opgegeven. De opleiding heeft een vastgesteld, gedragen en uitgewerkt toetsbeleid. Belangrijk in dit kader is de inzet van authentiek toetsen: op of nabij de werkplek worden de competenties in samenhang beoordeeld. Het toetsbeleid is gebaseerd op de opleidingsdoelen en de visie op opleiden en leren in de (opleidings)school. De toetsen zijn gericht op het bepalen van het ontwikkelingsniveau van de te ontwikkelen competenties. Hiertoe worden in het toetsplan en in de verschillende toetsen en beoordelingskaders aangegeven welke competenties getoetst worden met welke specifieke toets. Het modulaire curriculum heeft gedurende de ontwikkeling van het traject Opleiden in de School plaats gemaakt voor een competentiegericht curriculum. Dit betekent voor de eindkwalificatie dat er dat twee varianten in afstudeerproducten te vinden zijn. De producten die vanuit De Opleidingsschool worden aangeboden maken onderdeel uit van de leerlijn onderzoeksvaardigheden. In onderstaand schema is de leerlijn „onderzoeksvaardigheden‟ samengevat. Onderzoeks Activiteiten Soort onderzoek

BS 2 Niveau 1-2 Literatuurstudie

Probleemstelling

Gegeven onderzoeks-thema (GOE bs 1 en 2) Eigen onderzoeksvraag formuleren Van Strien/ Verhoeven Literatuurstudie: zoeken en toepassen. Schriftelijk

Methode Onderzoeksvaardigheid Verslaglegging Uitvoering (mate van begeleiding) Micro (klas) of meso (school)? Credits

BS 5 Niveau 3 Ontwerp gericht onderzoek Eigen onderzoeksvraag formuleren, gerelateerd aan GOE bs 4 of 5

BS 7 Niveau 4 Ontwerpgericht onderzoek (SOT) Eigen vraag formuleren in overleg met stageschool

OGO/ Verhoeven

OGO/ Verhoeven

BS 8 Niveau 4+/ 5 Ontwerpgericht onderzoek Eigen onderzoeksvraag formuleren op het terrein van de Vakleeftijdsspecialisatie OGO/ Verhoeven

Groepswerk

Systematisch ontwerpen Literatuurstudie Product/ schriftelijk Individueel

Systematisch ontwerpen Literatuurstudie Product/ schriftelijk Individueel/ groep

Systematisch ontwerpen Literatuurstudie Product en schriftelijk Individueel

Micro

Micro

Meso

Micro/ Meso

3

3

10

10

In beroepssituatie 5 (fase werkplekbekwaam) wordt gewerkt volgens de methode ontwerpgericht onderzoek. Studenten analyseren een probleem en ontwerpen vervolgens een product. Dit ontwerp wordt toegepast in de praktijk, geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Studenten formuleren zelf een onderzoeksvraag. Deze vraag komt voort uit de praktijk van hun stageklas, het onderzoek wordt dus individueel uitgevoerd. In de OWP‟s van beroepsituatie 5 worden studenten voorbereid op het kiezen van juiste onderzoeksinstrumenten (observaties, interviews, enquêtes). Studenten hebben in beroepssituatie 1 geleerd om zelfstandig te zoeken naar relevante literatuur. Studenten selecteren zelf de onderzoeksinstrumenten waarmee ze willen werken en verantwoorden deze keuze. De Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 6 van 30


vakdocent beoordeelt deze keuze. Versnellers starten in beroepssituatie 5 met het vooronderzoek van hun Schoolontwikkelingsthema. In overleg met De Opleidingsschool werken de studenten in groepjes aan dit onderzoek. (Vooronderzoek SOT) Beroepssituatie 7 is voor de reguliere studenten een ontwerpgericht onderzoek dat op mesoniveau wordt uitgevoerd. In overleg met de (stage)school (vervolg SOT) wordt gekozen voor een onderzoek dat de studenten individueel of als groep uitvoeren. Er is een duidelijk verband wat betreft de vorm van het onderzoek met beroepssituatie 5, het onderzoek wordt alleen op een ander niveau uitgevoerd. Daarnaast worden de criteria aangescherpt (theoretische onderbouwing, criteria ontwerp, etc.). Studenten zoeken zelfstandig naar betrouwbare, relevante en up-to-date literatuur waarmee ze hun onderzoek onderbouwen en geven een verantwoording voor de keuzes die zij daarin maken. Ze selecteren zelf de onderzoeksinstrumenten en geven hiervoor een onderbouwing. De prestatie in beroepssituatie 8 heeft een duidelijke verbinding met de specialisatierichting van de student. Een van de vakken uit de leeftijd- en vakspecialisatie wordt getoetst door middel van een prestatie in de vorm van een ontwerpgericht onderzoek. Studenten formuleren zelfstandig een onderzoeksvraag die leidt tot een ontwerpgericht onderzoek. Het onderzoek kan worden uitgevoerd op micro- of mesoniveau. Hoewel het onderzoek duidelijk gekoppeld is aan de context, is het de bedoeling dat studenten door middel van dit onderzoek laten zien dat zij specialist zijn en op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen/vernieuwingen op hun vakgebied. Het onderzoek houdt rekening met recente ontwikkelingen en wordt ondersteund door up-to-date literatuur. Studenten zoeken zelfstandig naar literatuur en selecteren recente, relevante en betrouwbare artikelen uit vaktijdschriften en boeken om hun onderzoek te ondersteunen. Ze kunnen deze keuzes beargumenteren. Eindkwalificaties 1. Meesterstuk, behorend bij het modulaire curriculum. In de studiehandleiding LIO-stage & Meesterstuk is aangegeven op welke wijze en op basis van welke criteria getoetst wordt. Daartoe is een concreet beoordelingskader uitgewerkt (bijlage III b3 en bijlage III b1); 2. Ontwerponderzoek aansluitend bij de onderszoeksleerlijn van het competentiegerichte curriculum. In het beoordelingskader BS8, de toelichting op de criteria voor ontwerponderzoek en de beoordelingsprocedures BS8 is aangegeven op welke wijze en op basis van welke criteria getoetst wordt (bijlage III b2). Tussentijdse deelkwalificaties 3. Schoolontwikkelingsthema. Een specifiek binnen het concept opleidingsschool ontwikkelde toetsvorm is het Schoolontwikkelingsthema (SOT). Een ontwerponderzoek waaraan studenten in de fase werkplekbekwaam van hun opleiding werken. Dit onderzoek wordt door een groepje van 3 tot 5 studenten gezamenlijk uitgevoerd. Het onderzoeksthema wordt geleverd door de school. Studenten op de lijst die nog niet aan de eindkwalificaties voldoen kunnen het behaalde niveau op basis van deze deelkwalificatie zichtbaar maken. In het beoordelingskader BS7 is aangegeven op welke wijze en op basis van welke criteria getoetst wordt (bijlage III b4). 2.2 Namenlijst van de afgestudeerden Namenlijst van de afgestudeerden of indien dit er nog niet minstens 10 zijn, aangevuld met de studenten die het verst staan in hun opleiding. Er moet een lijst zijn van minstens 20 namen waaruit de referentengroep er 10 kan selecteren. Het gaat om studenten die minstens een voldoende gehaald hebben voor de eindkwalificaties of tussentijdse deelkwalificaties. Van iedere afgestudeerde of student worden de volgende gegevens in tabelvorm verstrekt: naam en per schooljaar het aantal ECTS dat werd afgelegd binnen De Opleidingsschool. Studentenoverzicht en (afstudeer-)producten typerend voor het werken in De Opleidingsschool Een aantal studenten hieronder genoemd hebben hun opleiding vanaf pabo1 in het traject Opleiden in de School doorlopen. Dit betekent dat deze studenten 2 volle dagen (40%) per week op de Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 7 van 30


werkplek aan hun portfolio hebben gewerkt met daar bovenop een aantal stageweken per studiejaar. Daarnaast zijn een aantal studenten geplaatst op de Academische Scholen. Zij zijn niet allen vanaf het begin van hun opleiding binnen de Opleidingsschool opgeleid. Aangezien binnen De Opleidingschool niet met een binnen- en buitenschoolscurriculum wordt gewerkt geven we in het schema in hoofdstuk 3.1.5 van dit dossier een indicatie van het aantal te behalen ECTS op de werkplek. In onderstaande tabel staan studieproducten genoemd die min of meer typerend zijn voor het werken in De Opleidingsschool. Tijdens het werken aan deze producten worden studenten zowel door de IOB als de instituutsopleider begeleid. Daarnaast vindt begeleiding door vakinhoudelijk experts van het opleidingsinstituut plaats. Tijdens het bezoek aan de opleidingsschool kunnen ook andere studieopbrengsten van studenten in hun portfolio bekeken worden teruggaand tot studiejaar 2007- 2008. Studieproducten van voor die tijd zullen voor zover mogelijk door de studenten worden aangeleverd. Gegevens

Studenten

1.

Naam: LIO-stage: Meesterstuk: Datum einde studie:

Bas Slot De Stapvoorde Didactische werkvormen juni 2006

2.

Naam: LIO-stage: Schoolontw.thema: Meesterstuk: Datum einde studie:

Annelies Pijnappel Buiten OidS Zaakvakken + groep 4 aansluiten bij meerbegaafdheid De Stapvoorde elders 19 juni 2007

3.

Naam: LIO-stage: Meesterstuk: Datum einde studie:

Ilse Voorhorst De Stapvoorde Groepsoverstijgend werken 30 augustus 2007

4.

Naam: LIO-stage: Actieonderzoek: Datum einde studie:

Jessica Spoler Roets Van aanbod naar vraaggestuurd leren 20 november 2007

5.

Naam: LIO-stage: Schoolontw. thema:

Corien Eyhuisen Buiten OidS Zaakvakken + , groep 4 aansluiten bij meerbegaafdheid De Stapvoorde Elders 29 augustus 2007

Meesterstuk: Datum einde studie: 6.

7.

Naam: LIO-stage: Schoolontw.thema: Meesterstuk: Datum einde studie:

Karen Jongman Buiten OidS Zaakvakken + , groep 4 aansluiten bij meerbegaafdheid De Stapvoorde Elders 21 december 2007

Naam: LIO-stage: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Ilonka Vollenbroek De Oosteres Verleden, heden, ik in de toekomst 27 mei 2008

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 8 van 30


8.

Naam: LIO-stage: stage Werkplek bekwaam Onderzoek: Datum einde studie:

Karen Meijran SBO buiten stichting De Stapvoorde 2007 Binnen SBO 28 mei 2008

9.

Naam: LIO-stage: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Tom van de Riet Roets Motivatie en betrokkenheid 25 juni 2008

10.

Naam: LIO-stage: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Ellen Lubbers elders De Stapvoorde 2007 Zaakvakken + 15 oktober 2008

11.

Naam: LIO-stage: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek:

Sabine Poelarends De Oosteres Handleiding digitaal bord Hoe kunnen kinderen van verschillend cognitief niveau samenwerken in het verwerken van opdrachten binnen natuuronderwijs Gepland mei/juni 2009

Datum einde studie: 12.

Datum einde studie:

Marleen Kappert De Stapvoorde Elders binnen OidS Hoe kan het spellingonderwijs op de Stapvoorde verbeterd worden? En (hoe) kan coĂśperatief leren hier een rol bijspelen? " Gepland mei/juni 2009

Naam: Stage LIO: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek: Datum einde studie: Naam: LIO-stage: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Stefanie Timmerhuis De Weier m.b.t. aardrijkskunde vormgeven aan rijke leeromgeing Aardrijk Gepland juni 2009 Christel van Veen De Weier Natuuronderwijs Doorlopende leerlijn tekenen in de bovenbouw Gepland juni 2009

15.

Naam: Stage-werkplekbekwaam: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Jules Navis De Stapvoorde Handleiding Digibord Elders binnen OidS Gepland juni 2009

16.

Naam: Stage werkplekbekwaam: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Laura Tempel De Stapvoorde Handleiding Digibord Elders binnen OidS Gepland juni 2009

17.

Naam: LIO-stage: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Sandra van Vemden Roets Werken met digibord (Stapvoorde) Binnen academische school Gepland juni 2009

13.

14.

Naam: LIO-stage: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek:

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 9 van 30


18.

Naam: Stage werkplekbekwaam: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Patrick Theijink De Stapvoorde Software-ondersteuning bij spelling n.v.t. 2009/2010

19.

Naam: Stage werkplekbekwaam: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Jesse Zuidinga De Stapvoorde Software-ondersteuning bij spelling n.v.t. 2009/2010

20.

Naam: Stage werkplekbekwaam: Schoolontw. thema: Ontwerponderzoek: Datum einde studie:

Sonja Dijkstra De Stapvoorde Software-ondersteuning bij spelling n.v.t. 2009/2010

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 10 van 30


3. Gegevens ten behoeve van de beoordeling van de samenwerkingsovereenkomst Kwaliteit van de samenwerkingsovereenkomst Op basis van de voorwaarden aan opleidingsscholen van het ministerie van OCW en de geformuleerde kwaliteitscriteria van de NVAO wordt hieronder de basis voor de samenwerking tussen Hogeschool Edith Stein en de schoolbesturen Stichting Openbaar Onderwijs Almelo (OPOA) en Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs Centraal Twente (VCPOct) beschreven. Dit is de basis voor de kwalitatieve en kwantitatieve borging van Opleiden in de School. In de afgelopen jaren heeft OPOA gewerkt aan borging van de kwaliteit van Opleiden in de School. Vanaf 2006 heeft OPOA het opleiden in de school verbonden aan de dieptepilot Academische opleidingsschool. Hiervoor is het aanvraagdossier verdiepingsslag Academische school samengesteld en voorgelegd aan Senter Novem. De aanvraag van de opleidingsschool ligt onder deze aanvraag. 3.1 Onderwerp 1: Programma 3.1.1 Relatie tussen doelstellingen en programma Het programma is een adequate concretisering van de eindkwalificaties, qua niveau, oriëntatie en domeinspecifieke eisen. De eindkwalificaties zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen) van het programma. De inhoud van het programma biedt studenten de mogelijkheid om de geformuleerde eindkwalificaties te bereiken. De Opleidingsschool heeft een geëxpliciteerde visie op Opleiden in de School geconcretiseerd in een opleidingsplan. Het programma dat door De Opleidingsschool is uitgewerkt stelt de studenten in staat om de eindkwalificaties te bereiken. Bij de ontwikkeling van het concept opleidingsschool binnen de regio Twente hebben we ons gebaseerd op de definitie van Winfried Roelofs: De Opleidingsschool is een samenwerkingsverband tussen een schoolbestuur en een opleidingsinstituut gericht op gezamenlijke en wederzijdse professionalisering van personeel van onderwijs en opleiding. Dit op basis van werkplekleren, ten dienste van schoolontwikkeling en ter verbetering van de opleiding. In onderstaand model van W. Roelofs1 schetst Roelofs de ontwikkeling van stageschool naar kennisnetwerk.

Leverancier stageplaatsen

Mede opleider

IPB-partnerschap

Kennisnetwerk primair onderwijs

Het model toont de ontwikkeling van partners in de vorm van leverancier en afnemer tot een educatief partnerschap vanuit gezamenlijke opleidingsverantwoordelijkheid naar uiteindelijk een kennisnetwerk. 1

Roelofs (2003), Authentiek opleiden in scholen

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 11 van 30


In 2001 startte Opleiden in de School op basis van mede-opleidersschap. Inmiddels is een niveau bereikt waarin het educatief partnerschap Opleiden in de School gebruikt om onderwijs te vernieuwen en een kennisnetwerk op te bouwen en te onderhouden. Dit is terug te vinden in het personeelsbeleid en scholingsbeleid van betrokken partners en in de systematische vernieuwing in het werken met kinderen en studenten. De Opleidingsschool werkt met een competentiemodel dat inzicht geeft in de kwaliteiten die het beroep van leerkracht vraagt. Een verbeelding hiervan is te vinden in de „competentiecirkel‟. Een competentie is een „beroepskwaliteit‟ waarbij kennis, vaardigheden en persoonlijkheidskenmerken zijn geïntegreerd. De zes competenties brengen samen het beroepsveld van een leraar primair onderwijs in beeld. Op de opleidingsscholen ontwikkelen zowel studenten als zittende leraren zich langs deze competenties. De zevende competentie, reflectie ligt in dit model in het hart van de competentiecirkel. Op de opleidingsscholen worden studenten begeleid bij de sturing van hun eigen professionele ontwikkeling. In het toetsplan van de hogeschool zijn de eindkwalificaties op basis van het competentiemodel gedefinieerd en per opleidingsfase gespecificeerd. Een kernachtige beschrijving van elke competentie is in onderstaand overzicht weergegeven. Interpersoonlijk competent Pedagogisch competent (Vak)didactisch competent Organisatorisch competent Competent in het samenwerken met collega‟s Competent in het samenwerken in en met de omgeving

De leraar geeft op een goede manier leiding, schept een vriendelijke en coöperatieve sfeer, brengt een open communicatie tot stand. De leraar creëert een veilige leeromgeving in zijn groep en zijn lessen. De leraar ontwerpt een krachtige leeromgeving in zijn groep en zijn lessen. De leraar zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke, taakgerichte sfeer in zijn klas. De leraar levert zijn bijdrage aan een goed pedagogisch en didactisch klimaat op zijn school, aan goede onderlinge samenwerking en aan een goede schoolorganisatie. De leraar levert in het belang van de kinderen zijn bijdrage aan een goede samenwerking met mensen en instellingen in de omgeving van de school.

Met ingang van 2005/2006 heeft de Hogeschool Edith Stein gekozen voor het zogenaamde majorminor model. Door toepassing van dit model is er meer differentiatie en specialisatie in de opleiding, terwijl wel voor de brede bevoegdheid (4-12 jaar) wordt opgeleid. De majorfase is opgebouwd uit acht beroepssituaties en loopt door in alle opleidingsfasen, dus van opleidingsbekwaam tot en met startbekwaam. De minorfase behelst een vak- en leeftijdsspecialisatie met een omvang van 60 ECTS en een variatie aan loopbaanminoren met een omvang van 30 ECTS. Op basis van de ervaringen met Opleiden in de School is het huidige toetsbeleid ontwikkeld. Dit toetsbeleid is de basis voor het opleidingsplan en is per opleidingsfase uitgewerkt in een toetsplan (toetsboek). Het competentiegericht leren vraagt een meer werkplekgerelateerd toetsingskader. Hiermee is in de eerste pilotfase van Opleiden in de School veel ervaring opgedaan, wat geleid heeft tot een op authentiek toetsing gebaseerd toetsbeleid voor alle studenten. Authentiek toetsen betekent dat de student in beroepssituaties, oftewel in levensechte situaties, wordt getoetst. Deze toetsing is betekenisvol, omdat de werkplek uitgangspunt vormt. De keuze voor authentieke toetsen heeft niet alleen gevolgen voor de plaats en de wijze van toetsen, maar ook voor de begeleiding van de Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 12 van 30


student richting de toetsen en voor de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen en afnemen van de toetsen. Bij competentiegericht opleiden is integratie van effectief handelen, reflectie met behulp van concepten en reflectie op beroepsidentiteit typerend. Dit heeft als consequentie dat we deze elementen ook in samenhang met elkaar moeten toetsen. Binnen het competentiemodel zijn drie beoordelingsdimensies te onderscheiden: - Effectief handelen: effectief werkgedrag in beroepssituaties; - Reflectie op concepten: het beslisgedrag, het handelen en de effecten daarvan aan de hand van een conceptueel referentiekader; - Reflectie op beroepsidentiteit: het inkleuren van het beslisproces en het handelen op grond van een persoonlijke, cultureel-maatschappelijke en identiteitsgebonden ontwikkeling tot professional. Voor het opdoen van ervaring en het verzamelen van bewijs van competenties is de werkplek essentieel. Hogeschool Edith Stein hanteert vijf toetsvormen. Deze worden nader beschreven onder facet 1.5 Beoordeling en toetsing. De ruime stagemogelijkheden in de school maken het voor de student mogelijk in groepen te oefenen passend bij de eigen leervragen. In samenwerking met de interne opleider (basis)school werken studenten aan een plan van aanpak. Door de leervragen van studenten leren zowel studenten als mentoren. De inbreng van de student kan voor de school en de mentor leiden tot een kennismaking met en introductie van nieuwe theorieën en ideeën. Het verwoorden van de eigen praktijkkennis door mentoren helpt studenten om te zien hoe kennis wordt geconcretiseerd in de praktijkcontext. Lectoraat Rich media & teacher learning Vanuit dit lectoraat wordt onder andere naar de betekenis van kennisexplicitering door mentoren in de opleidingsscholen promotieonderzoek gedaan. Dit lectoraat heeft haar opdracht verbonden aan OidS waar het gaat om kennisontwikkeling door professionals. De eerste projecten die in dit kader werden opgezet waren vooral gericht op het leren van studenten. Daarnaast wordt nu ook ingezet op het borgen van kennisontwikkeling van ervaren leraren met behulp van rich media. Dit gebeurt in een promotietraject waarbij onderzoek plaats vindt in de academische scholen van OPOA. In de komende vier jaar wil het lectoraat deze twee lijnen met elkaar verbinden door een ontwerponderzoek te starten naar de inrichting van een digitale omgeving voor kennisdeling (DOK) binnen het project Opleiden in de School. Studenten, leraren basisonderwijs, lerarenopleider en externe deskundigen vormen gezamenlijk de gemeenschap die vorm en inhoud geeft aan deze digitale omgeving. Sterke punten  Werkplekgerelateerd toetsingkader ontwikkeld vanuit samenwerking OidS;  Competentiegericht curriculum waarbij elke student zijn/haar eigen leertraject kan vormgeven via de vertaling van de leerdoelen van de programmaonderdelen in persoonlijke leerdoelen op de opleidingschool;  Kennisontwikkeling door sterke verbinding school – instituut – student;  (promotie-)Onderzoek vanuit lectoraat binnen opleidingsschool en academische school;  Ontwikkelen digitale omgeving voor kennisdeling (DOK) onder verantwoordelijkheid lectoraat Rich media & teacher learning;  Leerkrachten en studenten zijn gezamenlijk betrokken bij het doen van onderzoek in de school. Lopende verbeteracties:  Blijvend afstemmen van het curriculum op de actualiteit en wensen/eisen van studenten en werkveld om te borgen dat de opleiding interessant blijft en dat de studenten blijvend afstuderen met de eindkwalificaties van een beginnende leraar primair onderwijs;  Uitbreiding aantal scholen dat bijdraagt aan de digitale omgeving voor kennisdeling. Nog te starten verbeteracties: ≠ Geen Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: goed. Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 13 van 30


3.1.2 Samenhang programma Studenten volgen een inhoudelijk samenhangend studieprogramma. De Opleidingsschool heeft een samenhangend programma waarbinnen het gedeelte van het curriculum dat in de school wordt verworven en het gedeelte van het curriculum dat in de lerarenopleiding wordt verworven een geïntegreerd geheel vormen. De individuele trajecten zijn verankerd in een inhoudelijk samenhangend programma. In de zelfevaluatie van 2006 wordt de volgende ambitie verwoord: Leidend voor de vormgeving van het programma van de opleiding is de visie van de hogeschool op leren en opleiden. Zoals eerder aangegeven staan hierbij twee uitgangspunten centraal: ▪ Betrokkenheid en zelfsturend vermogen vanuit de sociaalconstructivistische visie op leren; ▪ Beroepsgerichte competentieontwikkeling. De hogeschool borgt deze uitgangspunten door van een aanbodgerichte vorm van onderwijs om te schakelen op een meer vraaggestuurde invulling. De vernieuwingen uiten zich onder andere in: intensievere samenwerking met basisscholen in het opleiden, grotere samenhang in de opleiding voor studenten, werken met competenties, werken vanuit leervragen, authentiekere toetsing, betere reflectie, meer aandacht voor (toegepast) onderzoek en ICT in het onderwijsproces, meer rekening houden met de verschillende beginniveaus van studenten en meer studentsturing 2. Studenten in het traject opleidingsschool volgen een programma waarin direct vanaf het eerste studiejaar twee dagen per week het leren voor een groot deel in de authentieke situatie (op de werkplek) plaatsvindt. Het curriculum van Hogeschool Edith Stein is gebaseerd op de competentiegerichte eindkwalificaties van SBL en in een samenhangend programma rond kenmerkende beroepssituaties opgebouwd. Daarnaast werken studenten in de minorfase aan hun leeftijd- en vakspecialisatie en aan een onderscheidend profiel. Binnen het traject opleidingsschool tonen studenten hun competenties door te werken aan een persoonlijk portfolio. De bewijzen van competent handelen worden steeds meer zelfsturend verzameld, van duidelijk beschreven opdrachten vanuit de Hogeschool Edith Stein in de fase opleidingsbekwaam naar steeds meer context specifieke invulling van de bewijsvoering met behulp van het procesmodel voor professioneel handelen in een specifieke taakomgeving van Roelofs 3. De elementen „professionele basis (kennis, vaardigheden, opvattingen en persoonlijke eigenschappen) inschatten, afwegen en beslissen, handelen en gevolgen‟ worden in samenhang bij de reflectie op handelen ingezet.

Taakomgeving: uit te voeren taken in …

1. Basis • • • •

kennis vaardigheden opvattingen persoonsgebonden eigenschappen

3. Werkgedrag

4. Gevolgen • leerproces •

2. Beslisproces een specifieke context (school, klas, leerling, omgeving)

Roelofs, Interpretatief procesmodel voor competent handelen in een specifieke taakomgeving. Roelofs & Sanders (2002)

2 3

Zelfevaluatie rapport 2006 Roelofs & Sanders (2002), Interpretatief procesmodel voor competent handelen in een specifieke taakomgeving.

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 14 van 30


De opbouw van het curriculum rondom beroepssituaties waarborgt dat studenten de gelegenheid hebben de verbinding tussen theorie en praktijk te leggen. Het opleidingstraject in de school kent voldoende diepgang door verbindingen met de theorie. Dit wordt bereikt door intensieve samenwerking tussen student en mentor en de begeleiding bij die samenwerking van de interne opleider school (IOB) en de instituutsopleider. IOB en instituutsopleider komen met regelmaat samen in de school en op het instituut om de ontwikkelingen van alle betrokken partijen te bespreken en verder in gang te zetten. De ervaringen uit de praktijk worden ingezet bij het verder ontwikkelen van het curriculum en toetsinstrumenten in de praktijk. Het opleidingstraject in de lerarenopleiding sluit daardoor steeds beter aan bij de praktijkervaringen in de school. De plaatsing van studenten in de school is zodanig georganiseerd dat studenten in de majorfase ervaring opdoen met alle leeftijdsgroepen (onderbouw, middenbouw, bovenbouw). Plaatsing gebeurt in overleg met interne opleider (basis-)school en studenten. Hierdoor wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de individuele wensen en leervragen van de student binnen de mogelijkheden van de school. De variatie in onderwijssituaties geeft studenten de kans een beeld te vormen van het beroep in de volle breedte. Dit stelt studenten in de gelegenheid een weloverwogen specialisatiekeus te maken bij de start van de minorfase. Sterke punten  Borging van samenhang in het nieuwe curriculum via de beroepssituaties;  Aansluiting van major-minor structuur en competentiegerichte curriculum;  Doorlopende lijn in begeleiding op het instituut en op de werkplek. Lopende verbeteracties:  Portfolio-opdrachten major fase meer formuleren volgens het model van E. Roelofs, zodat de studenten meer gebruik kan maken van het kenmerkende van de werkplek (contextspecifieke invloed). Nog te starten verbeteracties: ≠ Intensieve samenwerking vakdocenten in het aansluiten op leervragen van studenten. Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: goed

3.1.3 Instroom Het programma sluit qua vorm en inhoud aan bij de kwalificaties van de instromende studenten. De afstemming tussen de instroomkwalificaties van de studenten en het te volgen programma is transparant. Verleende vrijstellingen moeten inhoudelijk worden verantwoord. De rol van EVC wordt hierbij beschreven. De selectie van studenten voor De Opleidingsschool is zorgvuldig en transparant. Het studietraject Opleiden in de School werkt met studenten uit diverse opleidingsvarianten, te weten: voltijd vierjarig, voltijd versneld en incidenteel deeltijd of duaal. Op dit moment zijn alleen studenten uit de voltijd variant op opleidingsscholen geplaatst. Op basis van de ervaringen en gesprekken met scholen is vanuit het decanaat een inschrijving- en intakeprocedure ontworpen die studenten in staat stelt een passend traject te kiezen. Hierbij wordt rekening gehouden met de EVCS van studenten. Hogeschool Edith Stein heeft een erkend EVC-bureau. In de toekomst is de wens meer en meer op basis van assessment studenten in geschikte opleidingstrajecten te plaatsten. Opleiden in de School is een traject voor studenten met diverse instroomkwalificaties:  Studenten vwo en hbo (propedeuse of afgeronde studie) en havisten met gemiddeld het cijfer 7+ worden uitgenodigd voor het versnelde traject.  Studenten met een afgeronde mbo-opleiding onderwijsassistent en een positief advies na de mbo aansluitminor worden uitgenodigd voor het versnelde traject.  Studenten die instromen in het TwenteTop-programma doorlopen een eigen traject dat anders is dan dat van de studenten in het reguliere programma. Zij volgen het TwenteTop-programma vanaf week 1 van de bacheloropleiding, lopen stage aan een van de aangesloten academische basisscholen resp. opleidingsscholen en maken deel uit van de kenniskring van de lectoraten. Hierover zijn specifiek afspraken gemaakt met de schoolbesturen.

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 15 van 30


Het TwenteTop-programma bestaat uit 3 hoofdonderdelen die volgtijdelijk worden doorlopen. De komende 4 jaar wordt de Bachelors-fase ingevuld (fase 1) en voor de jaren daarna worden de vervolgfasen 2 en 3 uitgewerkt. Afgestudeerde excellente bachelors zullen in die vervolgfasen instromen.4 Bij aanmelding eerstejaars kunnen studenten tijdens een voorlichtingsbijeenkomst een voorkeur aangeven voor het drie- dan wel vierjarige opleidingstraject opleidingsschool. Deeltijd-flexibel studenten kunnen op basis van het intake-assessment en eigen voorkeur geplaatst worden binnen het traject opleidingsschool. Tijdens de intakefase wordt bepaald welke studenten op welke school geplaatst gaan worden. Dit vraagt van scholen dat zij een keuze maken voor het bieden van opleidingsfaciliteiten aan een bepaald traject. Binnen de dieptepiloot VCPOct is afgelopen jaar in pilotvorm gewerkt met een vierjarig traject opleidingsschool. Op basis van een positieve evaluatie en de bevindingen vanuit een extern zogenaamd trackingsonderzoek door de universiteit wordt dit aanbod nu structureel gemaakt. Feedback van studenten die aanleiding geeft tot verbetering gaat met name over de studiebelasting door het grotere accent op de stage. De onderwijswerkgroep van Edith Stein is in overleg met de projectleider Opleiden in de School om dit in het opleidingsplan aan te passen. Na de eerste beroepssituatie wordt in oktober op de school een gesprek gepland („definitieve selectie‟) met de student, IOB en instituutsopleider. Op basis van bevindingen van alle betrokkenen en het selectie-instrument) wordt vastgesteld of de student geschikt blijkt voor het vierjarig- of versnelde traject. Uit het gesprek kan bijvoorbeeld blijken dat beter voor plaatsing in het vierjarig traject gekozen kan worden, al dan niet binnen het concept opleidingsschool. Plaatsing van studenten in de afstudeerfase vindt plaats in samenspraak of middels een plaatsing en selectieprocedure van de scholen dan wel schoolbesturen. VCPOct organiseert met een eigen opleidingscoördinator de plaatsing van alle studenten voor alle scholen van het bestuur. OPOA streeft naar het inzetten van een eigen opleidingscoördinator die zich bezig houdt met plaatsing van alle studenten binnen het bestuur en het begeleiden van startende leerkrachten. Sterke punten  Opleiden in de School is een traject voor studenten met diverse instroomkwalificaties;  Aansluitminor mbo-opleiding onderwijsassistent;  Heldere plaatsingsstrategie voor ouderejaars in samenwerking met veld en opleiding. Lopende verbeteracties:  Scholen maken keuze voor versneld- dan wel vierjarig traject;  Invoeren van de aangescherpte intakeprocedure voor eerstejaars studenten;  Plaatsen van de studenten uit de topklas in academische- en opleidingsscholen;  Herinvoeren van instrument „definitieve selectie‟ voor studenten in het versnelde traject na eerste beroepssituatie. Nog te starten verbeteracties: ≠ Op basis van assessment studenten in geschikte opleidingstrajecten plaatsten. Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: voldoende

3.1.4 Afstemming vormgeving en inhoud van het programma Het didactische concept is in lijn met de doelstellingen. De werkvormen sluiten aan bij het didactische concept. De scholen en de lerarenopleiding(en) hanteren in functie van het traject in De Opleidingsschool een didactisch concept waarmee alle partners instemmen. Het is de kunst de lerenden hun kracht te laten ontdekken en dit te spiegelen aan de externe maat, de competentieprofielen. (Roelofs, 2003) 5 4 5

Projectvoorstel Twente Topprogramma 2009 Authentiek opleiden in scholen, W. Roelofs. KPC groep. 2003

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 16 van 30


Basis van de didactische visie is: “leren op de werkplek en werken op de leerplek!” Leren op de werkplek gaat om leren door te doen, leren door het opzoeken van informatie, leren van collega‟s en leren van anderen. Het gezamenlijk beeld van werkplekleren is geformuleerd in de volgende uitspraak: “Studenten leren door te handelen in plaats van om te handelen” De didactiek voor het werken in het traject opleidingsschool is gebaseerd op een adaptieve en constructivistische visie op onderwijs en leren. Onderstaande aannames worden gehanteerd bij de begeleiding van studenten: - Leren is doelgericht; - Leren is cumulatief; - Leren vraagt een actieve houding; - Leren is een sociaal proces; - Leren is context gebonden. Uitgangspunt is dat leraren in opleiding de ruimte krijgen om hun competentieontwikkeling zelf ter hand te nemen en richting te geven. Van belang bij dit proces is het behoud van de eigenheid naast het zich leerbaar opstellen. De mate van competent handelen wordt vastgesteld in de authentieke beroepscontext. Dit vraagt tijd en ruimte voor de student voor systematische reflectie op de effectiviteit van eigen leren(POP) en ruimte om eigen kunnen en eigen grenzen te verkennen en te verruimen. Belangrijk is het besef dat leren op de werkplek meer is dan het werken vanuit traditionele modellen en meer is dan vakdidactische en pedagogische vaardigheden. Bij werkplekleren gaat het om praktijkonderzoek, via samenwerkend leren, erkennen als belangrijke bron om (on)mogelijkheden te ontdekken en creativiteit te verrijken. Dit vraagt zelfsturing van de student. Voor het leren op de werkplek betekent dit:  Observeren en oefenen van pedagogische en didactische vaardigheden;  Uitvoeren van aan stage gerelateerde opdrachten (portfolio);  Actieve deelname aan Onderwijswerkplaats–bijeenkomsten (OWP) in de school;  Zelfsturing en reflectiegesprekken met IOB en instituutsopleider;  Feedbackgesprekken met IOB en mentor;  Gezamenlijk voorbereiden, uitvoeren, observeren en bespreken van de lessen;  Luisteren naar en het analyseren van elkaars persoonlijke onderwijsverhalen (intervisie);  Formuleren van eigen leervragen met daaraan gekoppeld het kiezen van inhouden om te oefenen in de groep;  Vormgeven aan Schoolontwikkelingsthema‟s. In het proces van begeleiden op de werkplek wordt het onderscheid tussen de rol van interne opleider (basis)school en mentor steeds duidelijker. De interne opleider is vooral gericht op de begeleiding van de student in de organisatie van de school en in relatie met collega‟s. De mentor begeleidt vanuit zijn kennis van de klas en het lesprogramma. Sterke punten  Sterke verbinding tussen het beroepsprofiel, de visie op opleiden en leren en de daarop gebaseerde didactische werkvormen en studieactiviteiten in de beroepspraktijk;  Goed georganiseerde systematische op de effectiviteit van eigen leren(pop) en ruimte om eigen kunnen en eigen grenzen te verkennen en te verruimen. Lopende verbeteracties:  Herziening rolbeschrijving met name op de rolverschillen tussen mentor en interne opleider;  Begeleiden van de mentor bij de taak door interne opleider;  Aanscherpen van de afspraken tussen opleidingsinstituut en school over de begeleiding van de Schoolontwikkelingsthema‟s. Nog te starten verbeteracties: ≠ Geen Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: goed

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 17 van 30


3.1.5 Beoordeling en toetsing Door de beoordelingen, toetsingen en examens wordt adequaat getoetst of de studenten de leerdoelen van (onderdelen van) het programma hebben gerealiseerd. De Opleidingsschool hanteert duidelijke afspraken over de rol, de taken en de verantwoordelijkheden van elk van de partners bij beoordeling en toetsing. Iedere student heeft volstrekte helderheid over wat die afspraken in de praktijk van de opleiding betekenen. In bijna alle toetsvormen speelt de authentieke situatie een belangrijke rol. 1. Toets van het handelen Toetsen van het handelen zijn in principe alle vormen van beoordeling ten aanzien van het praktische handelen. Deze vinden zoveel mogelijk plaats in authentieke situaties (stageschool); ze zijn ook mogelijk in gesimuleerde situaties. Beoordelaars zijn stagebegeleider(s) van de school, de interne opleider, de student en een opleider. De beoordelingscriteria zijn per opleidingsfase geformuleerd. Groot Bezoek als laatste beoordeling van het handelen na beroepssituaties drie en zes. Beoordelaars zijn de interne opleider (basis)school en de instituutsopleider (bijlage III b5). 2. Portfolio Het portfolio is een verzameling van beoordeelde bewijzen in een digitale omgeving. In iedere beroepssituatie worden bepaalde kernen beoordeeld door middel van portfolioopdrachten. Hiermee toont de student een bepaald niveau aan van handelen, van conceptuele reflectie én van reflectie op beroepsidentiteit. Dit betekent dat de student bewijzen aanlevert voor de mate waarin hij/zij een competentie beheerst. De student kiest uit een bepaalde groep verantwoordelijke deskundigen zijn/haar beoordelaar(s). Deze eenmaal gekozen deskundige blijft beoordelaar tot de opdracht is afgerond. Onderdeel van de beoordeling is de feedback van stagebegeleider(s) (mentor en IOB) van de school. 3. Prestatie Een prestatie is een open en complexe leertaak waar studenten gedurende langere tijd samen aan werken. Deze opdracht heeft een onderzoeksmatig karakter. Voor De Opleidingsschool valt het uitwerken van een Schoolontwikkelingsthema onder deze toetsvorm. Beoordelen gebeurt door betrokken begeleiders uit de school en de vakdocenten van het opleidingsinstituut. 4. Voortgangsgesprek Het voortgangsgesprek is een gesprek tussen opleider en student. Centraal in het gesprek staan de mate van zelfsturing en reflectie van de student. Zij bespreken de studieresultaten, de voortgang in de stage, de relatie tussen „theorie‟ en „praktijk‟ en de beroepsidentiteit van de student. Dit gesprek vindt plaats op basis van het portfolio en het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) van de student. De resultaten van het gesprek verwerkt de student in haar POP. De instituutsopleider beoordeelt of het bijgestelde POP een afspiegeling is van het gesprek. Het POP is leidend voor de stageplanning op de school in gesprek met de IOB en mentor. 5. Theorietoets Dit is een theoretische, schriftelijke toets waarin concepten, die kenmerkend zijn voor deze beroepssituatie, getoetst worden. De concepten hebben betrekking op de beroepssituatie. 6. Beoordelaars zijn vakinhoudelijk deskundigen van het opleidingsinstituut. Voor alle toetsing geldt dat de eindverantwoordelijkheid van de beoordeling bij Hogeschool Edith Stein ligt omdat zij ook het diploma uitreikt. In de studiegids Studeren aan Hogeschool Edith Stein/OCT 08/09 is een schematisch overzicht opgenomen van het toetsplan en de toekenning van de studiepunten per opleidingsfase. Aangezien ons toetsbeleid is gebaseerd op de verbinding tussen theorie en praktijk in authentieke situaties wordt een groot deel van de bewijslast voor competent handelen verworven in de praktijk. Het gaat hier minstens om 40% (96 ECTS) van het totaal te behalen studiepunten (240 ECTS). In onderstaand schema een overzicht van het te behalen aantal credits in de praktijk.

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 18 van 30


Opl.fase

totaal

* ** ***

SOT

handelen 14 13 8 8 43

Portfolio onderzoek prestatie (major en leeftijdvakminor) 22 16 3 (SOT) 26* 6 (SOT) 22* 12** 86 12 9 > 30*** > 96 ECTS te behalen op de werkplek

vrije ECTS

2

Te behalen in de leeftijd- en vakspecialisatie. In combinatie met één portfolio startbekwaam (5 ECTS) totaal voor afstudeeronderzoek 17 ECTS. De portfolioresultaten worden door docenten van het opleidingsinstituut finaal beoordeeld In een groot deel van de opdrachten is feedback van begeleiders uit de school als voorwaarde opgenomen. Er vindt overleg plaats dit binnen de portfolio-opdrachten explicieter aan te geven. Nu is het zo dat ruim een derde van portfolio studiepunten (dus 30 van de 86 ECTS) voor de leeftijd-vakspecialisatie in de praktijk wordt behaald. Schoolontwikkelingsthema.

Sterke punten  Uitwerking van de koppeling tussen opleidingsdoelen, visie op opleiden en leren en de visie op toetsing (authentiek toetsen);  Werkplek als belangrijke factor bij het aantonen van competenties;  Inzet van onderzoeks-LIO van de academische scholen. Lopende verbeteracties:  Explicieter aangeven waar en hoe de beoordeling vanuit de praktijk in het eindoordeel van de portfolio-opdrachten betrokken is. Nog te starten verbeteracties: ≠ Explicieter maken van de 40% - 60% verhouding ECTS. Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: voldoende

3.2 Onderwerp 2: Inzet van personeel 3.2.1 Kwantiteit personeel Er wordt voldoende personeel ingezet om de opleiding met de gewenste kwaliteit te verzorgen. De Opleidingsschool zet voldoende personeel in om de studenten op te leiden, te begeleiden en te beoordelen. Vanuit het opleidingsinstituut zijn in het totaal 20 instituutsopleiders betrokken bij het opleidingstraject Opleiden in de School (bijlage II b), waarvan 4 bij scholen van VCPOct en drie bij de scholen van OPOA. VCPOct zet voor haar 10 scholen zes IOB‟s in en OPOA heeft per school één IOB, dus een totaal van vier (bijlage II a). Daarnaast zijn op alle scholen leraren vanuit hun rol als mentor betrokken bij de begeleiding en beoordeling van studenten. In het opleidingstraject Opleiden in de School worden studenten begeleid en beoordeeld door een interne opleider (basis)school en een instituutsopleider. De interne opleider is minimaal 1,5 dag (0,3 fte) per week beschikbaar voor de begeleiding van 10 studenten plus begeleiding en scholing van de mentoren. Dit is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De instituutsopleider begeleidt en beoordeelt zowel op de werkplek als binnen het instituut. Op de school begeleidt en beoordeelt de opleider samen met IOB de student individueel of in kleine leergroepjes en wordt tijd besteed aan de begeleiding en deskundigheidsbevordering van mentoren Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 19 van 30


(0,1 fte bij 10 studenten). Daarnaast begeleidt de instituutsopleider de student op het instituut in tutorgroepen. Voor de begeleiding en beoordeling van de Schoolontwikkelingsthema‟s zijn vakinhoudelijke experts beschikbaar. Sterke punten  Reserveren van voldoende formatie voor individuele begeleiding van studenten en innovatie in De Opleidingsschool;  Afstemmen van formatieplanning op organisatiebeleid op kort en middellange termijn;  Naast gefaciliteerde medewerkers in de scholen zijn de meeste medewerkers als mentor actief betrokken. Lopende verbeteracties:  Afstemmen formatiebeleid op de ambities van de organisaties op langere termijn;  Aanscherpen van de afspraken over inhoudelijke begeleiding vanuit het opleidingsinstituut van de Schoolontwikkelingsthema‟s;  Hervatten van mogelijkheid om gastlessen door vakdocenten in de school te organiseren. Nog te starten verbeteracties: ≠ Aanpassen van de terminologie aan landelijk gehanteerde begrippen (VELON): IOB wordt schoolopleider, opleider wordt instituutsopleider; ≠ Versterken van de inzet van vakdocenten in de scholen. Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: goed

3.2.2 Kwaliteit personeel Het personeel is gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het programma. Het personeel dat wordt ingezet voor De Opleidingsschool is deskundig in het opleiden, begeleiden en beoordelen van de studenten. De Opleidingsschool heeft een visie op professionalisering uitgeschreven en heeft afspraken over de borging van de kwaliteit van alle personeel dat betrokken is bij De Opleidingsschool. Vanaf de start van Opleiden in de School in 2001 is gewerkt aan ontwikkeling van het concept en deskundigheid van betrokkenen binnen de werkgroep opleidingsschool (WOS). Inmiddels bestaat deze werkgroep uit drie opleidingsteams samengesteld op basis van regionale spreiding of op grond van bestuurlijke verbondenheid. De groep is samengesteld uit interne opleiders (basis)school en instituutsopleiders. De werkgroep opleidingsschool heeft tot doel een permanente beïnvloeding van praktijk-theorie en opleidingstheorie te bewerkstelligen. Een startgroep, samengesteld uit schoolopleiders en projectleider OidS, neemt gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het invullen van de WOS-dagen. (5x per jaar) De volgende indeling van de WOS-dag wordt gehanteerd: • Agenda per opleidingsteam op basis van actuele ontwikkelingen. De „startgroep‟ stelt deze agenda samen waarna deze met teamspecifieke toelichting door de voorzitters van de teams wordt verspreid via de mailinglijst. Als agendapunt wordt ook de studievoortgang van de studenten besproken. • Aanbod in workshops op basis van verbinding praktijk-theorie en opleidingstheorie. Dit aanbod komt zowel vanuit kenmerkende kwaliteiten/ontwikkelingen binnen de opleidingsscholen als vanuit portfolio-opdrachten voortkomend uit het curriculum. • Werken in teams naar aanleiding van aanbod en de betekenis voor: ○ rol als opleider in de school; ○ rol opleider in het instituut; ○ curriculum. Het gaat om de transfer van kennis naar de eigen praktijk: de specifieke context van de school en de begeleiding van de student bij eigen leervragen en ontwikkeldoelen op het aangeboden thema.  Werken in ontwikkelgroepen: Er is sprake van structurele en incidentele ontwikkelgroepen: Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 20 van 30


Structurele ontwikkelgroepen nemen een taak op zich voor een jaar (of langer). Dit zijn: - Ontwikkelgroep Onderwijswerkplaats (OWP) op de school - Ontwikkelgroep Keurmerk - Ontwikkelgroep stage-evaluatie; indicatoren bij de fases van de competenties (onder leiding van de Onderwijswerkgroep van Edith Stein) o Incidentele ontwikkelgroepen nemen een taak voor een of twee werkgroepbijeenkomsten. Dit kan (eventueel jaarlijks terugkerend) een één- of tweemalig functionerende groep zijn: - Ontwikkelgroep jaaragenda; - Ontwikkelgroep SOT; - Ontwikkelgroep stageplaatsing. o

Door de samenwerking binnen de WOS is er sprake van permanente wederzijdse professionalisering. Vanuit genoemde samenwerking is een cursusaanbod ontwikkeld voor zowel interne opleiders basisonderwijs als instituutsopleiders. Deze scholing vindt plaats op basis van een ontwikkeld competentieprofiel voor interne opleiders basisonderwijs gebaseerd op het SBL-model. Alle interne opleiders (basis)school hebben deze scholing gevolgd en in veel gevallen is op elke school een geschoolde mede-IOB aanwezig. Naast geschoolde interne opleiders beschikken de scholen, betrokken bij de dieptepilots ook over geschoolde mentoren. De scholing is gericht op begeleidingsvaardigheden zodat op leervragen gerichte, efficiënte begeleidingsgesprekken gevoerd kunnen worden. De scholing maakt onderdeel uit van het IPB van de scholen. Veel instituutsopleiders hebben deze scholing eveneens gevolgd. Streven is dat elke nieuwe instituutsopleider bij of voor aanvang van het opleiderschap binnen De Opleidingsschool heeft deelgenomen aan de scholing. Dit wordt opgenomen in het professionaliseringsbeleid van Hogeschool Edith Stein en is sinds 2006 onderdeel van het functioneringsgesprek. Naast de scholing Interne Opleider hebben de opleiders, betrokken bij het begeleiden van studenten in de LIO-fase, tijdens 5 interne studiedagen een scholing gevolgd over ontwerponderzoek van dr. Ellen van den Berg, lector aan de HES. Sterke punten  Er is structurele samenwerking tussen opleiding en werkveld in de vorm van de werkgroep opleidingsschool (WOS);  Visie op professionalisering OidS is vastgelegd in een opleidingsplan;  In het IPB van alle betrokken partners is expliciete aandacht voor de integratie van de opleiding in de beroepspraktijk en vice versa;  Voortdurende aandacht voor professionalisering van IOB, opleiders en mentoren;  Bij OPOA zijn bijna alle leerkrachten geschoold in de mentortaak;  Een aantal teamleden uit de academische school is geschoold in onderzoeksvaardigheden ontwerponderzoek, passend bij de leerlijn onderzoeksvaardigheden;  Een van de leerkrachten volgt de master opleiding Leren en Innoveren. Lopende verbeteracties:  Competentieprofiel interne opleiders basisonderwijs vervangen door competentieprofiel schoolopleiders (VELON);  Alle betrokken mentoren volgen mentorencursus 1 en mogelijk, in vervolg daarop de verdiepte mentorencursus;  OPOA streeft naar het inzetten van een eigen opleidingscoördinator die zich bezig houdt met plaatsing van alle studenten binnen het bestuur en het begeleiden van startende leerkrachten;  Beschrijven van de taken en rollen binnen opleidingsschool en academische school in het IPB OPOA. Nog te starten verbeteracties: ≠ Professionalisering instituutsopleiders opnemen in professionaliseringsbeleid van de Hogeschool Edith Stein. Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: goed.

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 21 van 30


3.3 Onderwerp 3: Voorzieningen 3.3.1 Studiebegeleiding De studiebegeleiding en de informatievoorziening aan studenten zijn adequaat met het oog op studievoortgang. De studiebegeleiding en de informatievoorziening aan studenten sluiten aan bij de behoefte van studenten. De Opleidingsschool zorgt ervoor dat de begeleiding vanuit de school en vanuit de lerarenopleiding op elkaar is afgestemd, transparant is voor studenten en andere betrokkenen en aansluit bij de specifieke behoeften van de studenten binnen dit traject. De Opleidingsschool heeft de rollen van alle betrokken partners bij Opleiden in de School beschreven (bijlage III b6). Interne opleiders en instituutsopleiders houden zich bezig met de individuele begeleiding van de studievoortgang van elke student, zowel wat betreft de theorie en de praktijk, als de persoonlijke ontwikkeling van de student. De student geeft zelf sturing aan eigen competentieontwikkeling door het werken met een persoonlijk ontwikkelplan (POP). Hierin beschrijft de student de eigen leerdoelen. Begeleiders op de werkplek (IOB en mentor) en de instituutsopleider maken op basis hiervan afspraken over de begeleiding. De vorderingen van de student zijn voor student en instituutsopleider zichtbaar via het digitaal dossier van de student. Instituutsopleider, interne schoolopleider en studenten onderhouden hierover contact en plannen studievoortgangoverleg zowel op de school als op het instituut. Op de WOS-dagen vindt gezamenlijk overleg plaats over de studievoortgang van de studenten binnen Opleiden in de School. Het beleid van De Opleidingsschool is erop gericht de samenwerking tussen de partners op het gebied van begeleiden en beoordelen van studenten verder te intensiveren. Voor het komende studiejaar betekent dit dat de bestaande portfolio-opdrachten meer ruimte gaan bieden aan de specifieke invloed van de werkplek. Dit vraagt nauwere verbinding tussen praktijktheorie en opleidingstheorie. Dit is een opdracht aan de WOS door de WOS uitgesproken op de laatste bijeenkomst van 26 maart jl. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de behoefte van zowel studenten als begeleiders in de scholen meer ruimte te hebben (met name in de opdrachten voor de majorfase) voor de specifieke situatie van de school en van de groep. Informatie over portfolio-opdrachten is voor alle betrokkenen te vinden op de Elektronische leeromgeving van Hogeschool Edith Stein. Ook de beoordelingscriteria staan hierin vermeld. Studenten en begeleiders gebruiken deze bij het ontwerpen van de taak. Daarnaast richt het begeleiders en studenten op begeleidingsvragen. Beoordeling van portfolio-opdrachten vindt deels in de praktijk en deels op het opleidingsinstituut plaats. Eindbeoordeling voor portfolioopdrachten ligt bij de opleidingsdocent. Sterke punten  Nadruk op meer zelfsturing leidt tot leerkrachten die de verantwoordelijkheid nemen voor hun verdere ontwikkeling;  Door samenwerking tussen de partners is de begeleiden en beoordelen van studenten verder geïntensiveerd;  Elektronische leeromgeving in dienst van studievoortgang en studiebegeleiding. Lopende verbeteracties:  Versterken samenwerking met stage- en opleidingsscholen op het gebied van de begeleiding en beoordeling van studenten door in portfolio-opdrachten meer ruimte te bieden aan de specifieke invloed van de werkplek. Hiermee wordt de nauwe verbinding tussen praktijktheorie en opleidingstheorie sterker. Nog te starten verbeteracties: ≠ Geen Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: goed

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 22 van 30


3.4 Onderwerp 4: Interne kwaliteitszorg 3.4.1 Evaluatie resultaten De opleiding wordt periodiek geëvalueerd, mede aan de hand van toetsbare streefdoelen. De Opleidingsschool hanteert een kwaliteitszorgplan dat waarborgt dat de streefdoelen van de opleiding gerealiseerd worden en op regelmatige tijdstippen geëvalueerd worden. De Opleidingsschool sluit aan bij de bestaande kwaliteitszorgsystemen van de betrokken partners. OPOA organiseert:  Stuurgroepoverleg; directie OPOA, Edith Stein en ROC;  Beleidsgroepoverleg; stafleden van betrokken partners;  Onderzoeks- en innovatieoverleg; kartrekkers en projectleider OPOA;  IOB-overleg;  Per school innovatie teamoverleg; schoolopleiders, instituutsopleiders, stagebegeleiders ROC, schooldirectie, kartrekker en onderzoeks-LIO. Al deze overleggroepen hebben als taak de zowel de afstemming en aansluiting alsmede de voortgang en kwaliteit te bewaken (bijlage II a). Daar waar De Opleidingsschool een onderdeel is van Hogeschool Edith Stein, steunt deze daarbij op het reeds bestaande en beproefde kwaliteitszorgsysteem. Hiermee wordt niet alleen het kwaliteitszorgsysteem sec verstaan, maar het geheel van de bedrijfsvoering van de organisatie. Dat het systeem beproefd is, blijkt uit het behalen van de accreditatie op 22 mei 2007. In het Instellingsplan van het opleidingsinstituut zijn de missie en de visie van de hogeschool vertaald in doelstellingen en ambities, zoveel mogelijk in de vorm van toetsbare doelstellingen met bijbehorende indicatoren. Zo zijn ten aanzien van „Opleiden in de School‟ de volgende doelstellingen geformuleerd: - Op 1-10-2010 is het aantal opleidingsscholen 50 (1-10-2008: 33); - Op 1-10-2008 hebben wij een kwaliteitsborgingsysteem voor opleidingsscholen ontwikkeld en ingevoerd. Deze doelstelling zijn in het kader van TSE verder geoperationaliseerd naar de volgende activiteiten: - Ontwikkeling van trajecten met de scholen zodat deze het opleidingsschoolconcept succesvol kunnen implementeren en één kwaliteitssysteem voor opleidingsscholen; - Strategieontwikkeling voor uitbreiding van het aantal opleidingsscholen in overleg met het onderwijsveld. Ten behoeve van de opleidingschool hebben sinds de start van het concept, naast de reguliere evaluaties, aanvullende evaluaties plaatsgevonden: - Evaluatie afronding pilotfase 2004; - Bijdrage aan onderzoek validiteit van instrument Zelf-Evaluatiekader Opleidingschool (ZEK) juni 2008; - Evaluatie SOT mei 2008. Ten behoeve van de opleidingschool hebben sinds de start van het concept, naast de reguliere evaluaties, aanvullende evaluaties plaatsgevonden: - Evaluatie afronding pilotfase 2004; - Bijdrage aan onderzoek validiteit van instrument ZEK juni 2008; - Evaluatie SOT mei 2008. Sterke punten  Gezamenlijk uitvoeren van evaluatie en uitwerken van actiepunten (ZEK);  Visie opleidingsschool verankerd in beleid en strategie van opleidingsinstituut en betrokken scholen waarbij niet alleen gekeken wordt naar opleidingsschool in primair onderwijs, maar ook waar mogelijk verbanden gelegd worden met ontwikkelingen op het gebied van Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 23 van 30


opleidingscholen in VO- en BVE-sector; Onderdeel van hogeschoolbreed kwaliteitszorgsysteem; Waar nodig aanvullende evaluaties die waar mogelijk aansluiten bij evaluatiewens school en opleidingsinstituut;  OPOA organiseert structurele kwaliteitsbewaking door de inzet van overleggroepen. Lopende verbeteracties:  Het verzamelen en aggregeren van geïnventariseerde verbeteracties op opleidingsschoolniveau op basis van ZEK-evaluatie.  Ontwikkelen van een cyclisch beleidsplan Nog te starten verbeteracties: ≠ Geen Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: voldoende.  

3.4.2 Maatregelen tot verbetering De uitkomsten van deze evaluatie vormen de basis voor aantoonbare verbetermaatregelen die bijdragen aan de realisatie van de streefdoelen. De Opleidingsschool geeft aantoonbaar opvolging aan de resultaten van de regelmatige evaluaties. De Opleidingsschool borgt maatregelen tot verbetering door verbeteracties direct te bespreken en in te zetten tijden de WOS-dagen. Zo is bijvoorbeeld op een WOS-dag voor de ontwikkeling van de ELO geconstateerd dat naast het informeren van de interne opleiders ook ICT-medewerkers van de scholen betrokken zouden moeten zijn bij deze ontwikkeling. Daartoe zijn deze medewerkers bij de eerstvolgende WOS-dag met succes uitgenodigd. Elke WOS-dag wordt afgesloten met een evaluatie welke leidt tot het bepalen van thema‟s voor het programma voor de volgende WOS-dag. Daarnaast wordt in het driehoeksoverleg (overleg interne opleider (basis)school, instituutsopleider en directeur school) de voortgang van het traject en eventuele scholingsvragen van de betreffende school besproken. De Opleidingsschool kenmerkt zich door zowel op formele als informele wijze hard te werken aan verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. De Opleidingsschool heeft ambitie en innovatiekracht en hecht aan kwaliteit. Het opzetten, uitvoeren en monitoren van hogeschoolbrede verbeteractiviteiten die onder de verantwoordelijkheid, het aandachtsgebied van het opleidingsinstituut vallen vindt binnen Hogeschool Edith Stein plaats via een verbeteractielijst. Sterke punten  WOS-dag als aanjager voor verbetering;  Verbeteracties die volgen uit lopende zaken en/of evaluaties worden direct meegenomen in de WOS-dagen;  Organisatie opleidingsschool is in projectvorm gegoten met duidelijke doelen en te behalen resultaten;  Innovatiekracht van de hogeschool, zowel van beneden af als door eenheid van sturing. Lopende verbeteracties:  Planmatiger en meer resultaatgericht monitoren van projectresultaten mede aan de hand van de PDCA-cyclus zowel op het niveau van de totale organisatie van het project (bijvoorbeeld door het opstellen van een jaarplan) als op het niveau van concrete verbeteractiviteiten. Nog te starten verbeteracties: ≠ Geen Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: goed

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 24 van 30


3.4.3 Betrekken van medewerkers, studenten, alumni en beroepenveld Bij de interne kwaliteitszorg zijn medewerkers, studenten, alumni en het afnemende beroepenveld van de opleiding actief betrokken. De medewerkers en studenten van De Opleidingsschool alsook het beroepenveld zijn actief betrokken bij de interne kwaliteitszorg van De Opleidingsschool. De Opleidingsschool beschouwt de stakeholders van de opleiding niet alleen als bronnen van evaluatieresultaten, maar ook als gesprekspartners die rechtstreeks betrokken dienen te worden bij kwaliteitszorg. Daarom is er sprake van zowel kwantitatieve onderzoeken als kwaliteitsgesprekken. Betrokkenheid van medewerkers die verbonden zijn aan De Opleidingsschool is vooral geborgd in de WOS-dag. Specifiek ten aanzien van de kwaliteitszorg van De Opleidingsschool is binnen de WOSgroep een ontwikkelgroep bezig geweest met het nadenken over kwaliteitscriteria voor een keurmerk voor het partnerschap. Naast de WOS-dagen worden bovengenoemde medewerkers en ook mentoren in staat gesteld hun mening te geven tijdens functioneringsgesprekken, teamoverleg en driehoeksoverleg, zowel in de scholen als in het opleidingsinstituut. Voorts zijn medewerkers (bij het opleidingsinstituut ook de studenten, bij de scholen ook de ouders) vertegenwoordigd in de betreffende medezeggenschapsraden (MR). De MR is pro-actief betrokken bij besluitvorming. Studenten worden betrokken bij evaluaties op het opleidingsinstituut, met name in de vorm van kwaliteitspanels. Een werkroep bestaande uit projectleiders dieptepilots opleiden in de school, academische school, medewerker Edith Stein en medewerker ROC richt zich op de verbetering van de aansluiting van MBO-onderwijsassistenten naar HBO-PABO. Op basis hiervan is en aansluitminor ROC ontwikkeld. De Opleidingsschool betrekt het werkveld bij het onderwijs binnen het traject opleidingsschool door overleg met onder andere de Raad van Advies TSE, Raad van Advies PO en TEP. De raden bestaan uit bestuursmanagers, bovenschoolse directeuren en directeuren uit het primair en/of voortgezet onderwijs. Daarnaast wordt, op basis van geconstateerde behoefte, een directeurenberaad opleidingsschool opgezet om afstemming op directieniveau te bewerkstelligen. Daarbij zijn niet alleen de directeuren van OPOA en VCPO betrokken, maar ook directeuren van andere besturen waar het concept van Opleiden in de School wordt toegepast. Sterke punten  Betrokkenheid van WOS bij interne kwaliteitszorg;  Betrokkenheid van medewerkers bij traject (o.a. driehoeksoverleg);  Ontwikkeling van een aansluitminor ROC vanuit samenwerking beroepenveld en instituten;  Korte lijnen door directe relaties tussen werkveld en hogeschool. Lopende verbeteracties:  Opzetten van een regiegroep van directeuren ten aanzien traject opleidingsschool om op tactisch en strategisch niveau tot afstemming en beleid te komen;  Toewerken naar het vastleggen van afspraken in een convenant tussen besturen en de hogeschool (aanvragen van bekostiging opleidingsschool is hierin een eerste stap). Nog te starten verbeteracties: ≠ Gericht alumnibeleid op alumni opleidingsschool. Oordeel Het oordeel van de opleiding over dit facet is: goed

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 25 van 30


4. Condities voor continuïteit 4.1 Eerste ontwikkelingen Opleiden in de School Het werkveld heeft een belangrijke rol gespeeld bij de gedachtevorming en ontwikkeling van het concept Opleiden in de School. Het visiedocument opleidingsscholen 2004 van de Hogeschool Edith Stein zegt over de eerste fase van versterking van de samenwerking met het werkveld het volgende: “Het project opleidingsscholen sluit goed aan bij het beleid van de landelijke overheid. Dit beleid is steeds meer gericht op het centraal stellen van de school in de educatieve infrastructuur, op het sterker inzetten op de rol van de school/het schoolbestuur als vragende partij (zie de nota‟s Maatwerk van OC&W). Binnen het concept opleidingsscholen liggen kansen voor het bevorderen van deze ontwikkeling. Het gaat daarbij om de relatie tussen de kwaliteit van de school, het integrale personeelsbeleid en het opleiden in brede zin (van klassenassistent tot directeur). Bestuurlijk committent is dus heel belangrijk. Vanuit hun visie op IPB kunnen besturen kiezen voor het mede vormgeven aan het concept opleidingsscholen door onder meer informatie hiervoor beschikbaar te stellen aan De Opleidingsschool. Lopende het project is dan ook jaarlijks een samenwerkingsovereenkomst met de besturen van de betrokken opleidingsscholen afgesloten. Deze besturen hebben gezamenlijk met de hogeschool begin 2003 het Twents Educatief Partnerschap (TEP) opgericht met als doel te onderzoeken wat schoolbesturen en opleiding in bredere zin voor elkaar kunnen betekenen. Door het werken aan een vorm van educatief partnerschap willen hogeschool en basisonderwijs kansen creëren om de ontwikkeling van de basisschool, de ontwikkeling van de hogeschool, en de professionele ontwikkeling van studenten en leerkrachten te verbinden. Dit heeft onder meer geleid tot het ondertekenen van een arbeidsmarktconvenant in het kader van een subsidieregeling van OC&W, uitgevoerd door SBO. Dit convenant is in december 2003 ondertekend door negen schoolbesturen uit de regio, Hogeschool Edith Stein/OCT en de twee ROC‟s (NB sinds 2004 één ROC) uit de regio.” 6 De samenwerking met tussen instituut en scholen door Opleiden in de School is in de loop der jaren versterkt. In het jaarplan 2009 van de Hogeschool Edith Stein is daarover het volgende opgenomen: “Het primair onderwijs maakt eveneens een ontwikkeling door. Waren scholen een aantal jaren geleden nog een opleidingsplaats voor stagiaires in directe aansturing vanuit de hogeschool, nu zijn zij in toenemende mate mede-opleider. Dit vraagt een revisie en bestendiging van de relatie en het maken van nieuwe afspraken met het primair onderwijs, maar ook met het voortgezet onderwijs. Het plaatsingsbeleid ten aanzien van LIO-stagiaires werd in het najaar van 2008 met de scholen geëvalueerd en bijgesteld. Met het werkveld wordt tevens al meerdere jaren samengewerkt op het gebied van de academische scholen en de opleidingsscholen in het primair onderwijs. In 2009 staat een evaluatie van het beleid en de uitvoering hiervan gepland, waarbij in het verlengde van de evaluatie mogelijk nieuwe afspraken gemaakt kunnen worden over de doorontwikkeling van de samenwerking met deze scholen. Ten aanzien van de betrokkenheid van scholen bij lectoraten zullen in 2009 bovendien concrete afspraken gemaakt worden.” De landelijke ambitie, zoals beschreven in de kwaliteitsagenda voor het opleiden van leraren 20082011 „Krachtig meesterschap‟, om Opleiden in de School structureel te verankeren in het onderwijsbestel brengt de samenwerkingsrelatie tussen scholen en lerarenopleiding naar een volgend niveau van gezamenlijke opleidingsverantwoordelijkheid. 4.2 Samenwerkingspartners dieptepilots Tijdens de startfase van de (breedte)pilot Opleiden in de School (2001-2003) werd duidelijk dat de besturen een belangrijke rol hebben. “Als besturen het niet dragen dan mislukt de samenwerking”, was een van de conclusies. De eerste drie jaar is er gewerkt met een stuurgroep. Hierin zaten de directeuren van de vier en later de zes (basis)scholen, management Edith Stein en projectleider Edith Stein. Gezien de positieve ervaringen kwamen er verzoeken van andere besturen om met een 6

Visiedocument opleidingsscholen 2004

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 26 van 30


van hun basisscholen te kunnen starten als opleidingsschool. Ook het ROC zocht naar samenwerking met als doel het realiseren van opleidingsscholen voor het opleiden van onderwijsassistenten. Zo ontstond in 2003 het Twents Educatief Partnerschap (TEP). In 2007 is een vervolg gegeven aan de pilotfase door twee schoolbesturen van TEP, te weten Stichting Openbaar Onderwijs Almelo (OPOA) en Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs Centraal Twente (VCPOct) in de vorm van een diepte- en onderzoekspilot de (academische) opleidingsschool (2005-2008) gevolgd door een overbruggingsjaar voor beide pilots (2008-2009). De Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo Stichting Openbaar Onderwijs Almelo heeft als kerntaak het leveren en verzorgen van goed openbaar onderwijs verspreid over de gemeente Almelo. De Stichting streeft hierbij naar scholen met een zo breed mogelijk onderwijsaanbod en stimuleert de scholen tot een eigen en open identiteit. De medewerkers vervullen een bepalende rol bij het realiseren van de gestelde doelen. Vanuit dit bewustzijn streeft de Stichting naar een zo goed mogelijke vervulling van haar werkgeversrol waarbij de nadruk ligt op ontwikkeling en welbevinden van haar medewerkers. Ook de rol van het stafbureau en de algemeen directeur is constant in ontwikkeling, steeds meer ligt het accent op faciliteren, dienstverlenen, voorwaarden scheppen en initiëren. Dit is zichtbaar in o.a. het ontwikkelen en stimuleren van scholen tot opleidingsschool en academische school. Binnen het schoolbestuur zijn vier scholen actief als opleidingsschool en drie scholen kenmerken zich als academische school. Het gaat om scholen met een „open mind‟ voor ontwikkeling, scholen waar het experiment niet geschuwd wordt en waar fouten als leermoment worden gezien. De voortdurende focus op het verbeteren van de leerresultaten middels onderzoek en opleiding leidt tot kwaliteitsverbetering. Tevens zullen opleidingsscholen en academische scholen lokaal en/of regionaal gaan functioneren als centra voor innovatie en kenniscreatie. De pijler opleiden binnen de academische basisschool richt zich op het opleiden op de werkplek van aanstaande leraren en professionele ontwikkeling van zittende leraren. Binnen de scholen van OPOA worden stagiaires van zowel pabo als ROC op de werkplek opgeleid. Stichting voor Christelijk Primair onderwijs centraal Twente (VCPOct) Basisscholen vallend onder de Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs Centraal Twente willen jonge mensen met talent voor een baan in het (basis-)onderwijs de kans bieden bij hen het beroep van onderwijsgevende te leren. Het eigen personeel en de afzonderlijke schoolorganisaties zijn bereid en in staat dit op een transparante manier te realiseren in constructieve samenwerking met ROC en pabo via een afgestemde opleidingsinfrastructuur. Deze zorgt voor een afstemming tussen opleiding, stichting en basisschool. Een basisschool die zich ontwikkelt tot opleidingsschool werkt en voldoet uiteindelijk aan een 7-tal criteria die maatgevend zijn voor verantwoord opleiden van aspirant leraren en geeft tevens vorm en inhoud aan scholing van zittend personeel, mede in overeenstemming met de wet BIO. Het proces van Opleiden in de School zorgt ervoor dat de werkplek een zodanige meerwaarde heeft, in stand houdt en zich kan „bewijzen‟, dat tevens sprake is van een moderne arbeidsorganisatie die realistisch investeert in eigen en komend onderwijspersoneel. Het opleidingspotentieel is zodanig groot dat er meer leerkrachten worden opgeleid dan uitsluitend voor de eigen „vervangingsbehoefte‟. Karakteristieken van het opleidingsproces en het resultaat ervan komen tot uitdrukking in de term Kenniscentrum Leren De OpleidingsSchool (KLOS). Hiermee wordt beoogd een proces van kennisontwikkeling en kennisdeling te typeren en „draaiende‟ te houden. Deze kennisdeling is gericht op collega‟s en a.s. collega‟s (dus: studenten). Qua thema‟s gaat het om de praktijk van de ontwikkelings- en vakgebieden van de basisschool en om daaraan gekoppelde thema‟s. Om de instroom van studenten naar de pabo te vergroten wordt tevens bijgedragen aan het scholingstraject van de ROC-afdeling onderwijsassistenten: deze studenten worden mede via de methodiek werkplekleren intensief begeleid op de werkplek basisschool vanuit de verwachting dat de student kan „doorstromen‟ naar de pabo. In dat traject vindt niet alleen intensieve en adequate begeleiding plaats, maar wordt er tevens inhoudelijk ondersteuning geboden bij de eventueel aanwezige taal-, lees- en rekendeficiënties van studenten bij hun overstap naar de pabo.

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 27 van 30


4.3 Twents Educatief Partnerschap Samenwerking tussen scholen en hun educatieve partners is een onderwijskundige uitdaging. Het is een prima kans om werkveld, opleidingen (hogescholen, ROC‟s, universiteiten), onderzoeksinstellingen en onderwijsadviesbureaus optimaal op elkaar te betrekken (Roelofs, 2003) 7. De missies van Hogeschool Edith Stein, Stichting Openbaar Onderwijs Almelo (OPOA) en Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs centraal Twente (VCPOct) sluiten aan en zijn sturend bij de doelstellingen van het Twents Educatief Partnerschap om Opleiden in de School in te zetten ter bevordering van de professionele ontwikkeling van studenten en leerkrachten en te verbinden met de ontwikkeling van de basisschool en de hogeschool om zodoende te bouwen aan een intern en regionaal kennisnetwerk. Opleiden in de School in de regio Twente heeft een succesvolle ontwikkeling doorgemaakt met opbrengst voor alle betrokken: ▪ Versterking van de relatie met basisscholen en besturen; ▪ Aanbod aan studenten om versneld de opleiding te volgen: - Vwo- en hbo student gemotiveerd houden voor het beroep; - Mbo-studenten passend aansluiting op vooropleiding; - Ontwikkelen van een vierjarig traject naast een versneld traject. ▪ Betekenisvol en samenwerkend leren op de leerwerkplek; ▪ Aansluiting bij schoolontwikkeling doordat IPB en „opleiden in school‟ in elkaars verlengde liggen; ▪ Deskundigheidsbevordering instituutsopleider, interne opleider basisonderwijs (IOB) en mentoren; ▪ Toekenning van twee dieptepilots: opleidingsschool (VCPOct) en academische school (OPOA); ▪ Ontwikkelen competentiegericht curriculum in afstemming en samenwerking met het werkveld ▪ Doorontwikkelen competentiegericht curriculum voor alle studenten: - Groter accent op „authentiek toetsen‟; - Intensivering van contact met de basisscholen. 4.4 Convenant opleidingsschool Op basis van de voorwaarden aan opleidingsscholen van het ministerie van OC&W en de geformuleerde kwaliteitscriteria van de NVAO is een convenant voor het Twents Educatief Partnerschap opgesteld om de samenwerking tussen Hogeschool Edith Stein en de schoolbesturen Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs Centraal Twente (VCPOct) en Stichting Openbaar Onderwijs Almelo (OPOA) kwalitatief en kwantitatief te borgen. Bij deze samenwerking zijn tien scholen van het VCPOct betrokken en vier van OPOA, waarvan bij laatst genoemd bestuur drie scholen zich ontwikkeld hebben tot academische basisschool. Het convenant is gebaseerd op (bijlage I): a. Een gezamenlijk opleidingsplan en bevat afspraken over: b. Rollen, taken en verantwoordelijkheden van elke van de partners bij de uitvoering van het opleidingsplan en bij de beoordeling van de resultaten van diegenen die worden opgeleid; c. De borging van de kwaliteit van het personeel dat betrokken is bij de opleidingsschool; d. De ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst en de gevolgen daarvan voor de betrokken studenten indien een of meer van de partners een primaire taak onvoldoende blijkt te hebben geborgd; e. Financiële afspraken. 4.5 Ambities Op dit moment is er sprake van drieëndertig scholen vanuit 13 verschillende schoolbesturen die samenwerken in een werkgroep Opleiden in de School (WOS) en gezamenlijk opleidingsplaats bieden aan ongeveer 225 studenten (bijlage III b8). Het gaat om studenten in alle fasen van de opleiding. De positieve opbrengst van Opleiden in de School heeft er toe geleid dat binnen het Twents Educatief Partnerschap is vastgesteld toe te willen groeien naar uitbreiding van het aantal scholen

7

Authentiek opleiden in scholen, W. Roelofs. KPC groep. 2003

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 28 van 30


binnen het concept opleidingsschool tot 50 scholen in 2010. Bij dit aantal scholen gaat het om ongeveer 350 studenten die kunnen worden opgeleid volgens het concept Opleiden in de School. Daarmee wordt het volgende beoogd: ▪ Betere afstemming van de opleiding op de wensen en vragen van het onderwijsveld; ▪ Versterken van het opleidingsaanbod aan studenten. Zowel voor versnellende studenten, topklas-studenten, vierjaar voltijdstudenten en deeltijd flexibel studenten; ▪ Een educatief partnerschap waarin kennisontwikkeling, kennisuitwisseling en kennisbenutting regiobreed gedeeld worden. Door inzet van studenten, collega‟s basisonderwijs, docenten, lectoren en kenniskring wordt de binding groter; ▪ Een centrum voor onderwijsberoepen in Twente dat uitmunt in opleiden van studenten; ▪ Versterking van het IPB: - IPB personeel PO: mogelijkheden voor leraren om IOB of opleidingscoördinator te worden; - IPB personeel Hogeschool Edith Stein: mogelijkheden om in de basisschool studenten op te leiden en mentoren op te scholen en te begeleiden. ▪ Versterken van de innovatiekracht van de scholen; ▪ Door directe betrokkenheid bij het leren op de werkplek worden scholen sterker in hun vraagarticulatie naar de opleiding. Om gezamenlijke ontwikkelingen betreffende Opleiden in de School te continueren en te garanderen wordt door betrokken schoolbesturen gedacht aan een “consortium”. Middels deze constructie kan gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de opleidingsinfrastructuur in de regio gerealiseerd worden. Alle relevante stakeholders zullen bestuurlijk vertegenwoordigd zijn. Aansluiting bij het Twents Educatief Partnerschap (TEP) lijkt voor de hand te liggen en hiermee de aansluiting bij de arbeidsmarkt in de regio. Deze ontwikkeling past bij de in TEP reeds eerder verkende ambities en afspraken. Vanuit het consortium wordt een strategisch beleidsplan geformuleerd, hierin worden de doelen voor de komende 4 jaren bepaald en tevens de routebeschrijving om deze doelen te realiseren. Deze doelen zullen zeker ook kwantitatief van aard zijn. Hierbij gaat het om doelen voor zowel opleidingsscholen als academische scholen. Laatstgenoemden zullen in samenwerking met de lectoraten van Hogeschool Edith Stein school- c.q. bestuursoverstijgend onderzoek gaan doen. Onderzoek kan ook geïnitieerd worden vanuit de niet academische basisscholen. VCPO en OPOA kunnen als kwartiermakers functioneren. De overige besturen kunnen aansluiten en gebruik maken van ontwikkelde structuren met ruimte voor school- of bestuurseigen invulling. Door schooloverstijgende samenwerking kan onder andere formatie ingezet worden voor een interne opleider en kunnen ook kleine scholen voldoen aan het minimum aantal op te leiden studenten. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid ook voor kleine schoolbesturen te participeren binnen het concept opleidingsschool.

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

April 2009 Pagina 29 van 30


Lijst Bijlagen Bijlage I a.

b.

Verplichte bijlage: samenwerkingsovereenkomst waarvan deel uitmaken: Een opleidingsplan, waarin: - Visie rond Opleiden in de School; - Kwaliteitszorg en –borging; - Onderwijskundige structuur.

Behorend bij

In het convenant zijn opgenomen: - Afspraken over de borging van de kwaliteit van het personeel dat betrokken is bij De Opleidingsschool; - Afspraken over de ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst en de gevolgen daarvan voor de betrokken studenten indien een of meer van de partners de primaire taak onvoldoende blijkt te hebben geborgd; - Financiële afspraken.

Hoofdstuk 4.4

Bijlage II a.

Per deelnemende partner OPOA Overzicht met namen van de personeelsleden die betrokken zijn bij De Opleidingsschool, met vermelding van de functies in De Opleidingsschool en percentage aanstelling. Afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden van elk van de partners.

b.

Hogeschool Edith Stein Overzicht met namen van de personeelsleden die betrokken zijn bij De Opleidingsschool, met vermelding van de functies in De Opleidingsschool en percentage aanstelling. Afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden van elk van de partners.

Bijlage III a.

Overige bijlagen Weergave van alle tekstfragmenten over het traject Opleiden in de School uit een recent visitatierapport.

b.

Relevante beleids- en verantwoordingsdocumenten van de partners waaruit hun engagement en ambities blijken met betrekking tot De Opleidingsschool: 1. Beoordelingskader meesterstuk eindversie 15 september 2006 2. Beoordelingskader BS8, de toelichting op de criteria voor ontwerponderzoek en de beoordelingsprocedures BS8 3. Beoordelingskader LIO-stage 4. Beoordelingskader BS7 5. Procedure Groot Bezoek 6. Bijlage rolbeschrijving 7. Eerdere samenwerkingsovereenkomst 8. Betrokken besturen en scholen

c.

Dvd Aanvraagdossier Toetsing Opleidingsschool

Aanvraagdossier toetsing Opleidingsschool Twente Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo – Edith Stein

Hoofdstuk 4.4

Hoofdstuk 3.2.1

Hoofdstuk 3.2.1

Toelichting

Hoofdstuk 2.1 Hoofdstuk 2.1 Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk

2.1 2.1 3.1.5 3.1 4.1 4.5

Toelichting

April 2009 Pagina 30 van 30


oids aanvraag