{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

1 JAAR NA JORDY JONGEREN NEMEN ZELF HET WOORD

stamp media .be/pid mag jg 6 - n r 20


INHOUD VOOROORDELEN 3 HET ABC VAN DE JEUGDZORG

4

LEVEN IN EN NA EEN PLEEGGEZIN

6

WAT NU, MINISTER VANDEURZEN?

8

DE JUISTE INSTELLING

9

SIGARET, IEMAND?

11

VAN HET KASTJE NAAR DE MUUR

11

BV'S MET EXPERTISE

12

BEGELEID ZELFSTANDIG WONEN

13

TIPS 'N TRICKS

13

EEN DAG IN EEN LEEFGROEP

14

ELINE BERGMANS ZIT MET VRAGEN

15

VOOR JORDY

16

ALLEMAAL BIJZONDER, ALLEMAAL GEWOON “Dat is dan een uitzondering.” Zo klonk het al te vaak uit de mond van Jo Vandeurzen, de minister van Welzijn - ook dat van jongeren. Tegenover hem zaten Aiko en Roberto, twee ervaringsdes­ kundigen als het gaat over leven in een pleeggezin of een instelling. Zij weten dat uitzonderingen de regel zijn. Zij weten wat beter kan en hoe het beter moet. Met achttien waren ze hier op onze tijdelijke redactie in Mechelen. Acht jongeren van StampMedia, tien van Cachet. Werelden die spontaan in elkaar klikten. Allemaal bijzonder, allemaal gewoon. Een week lang brainstormen, vragen en antwoorden zoeken, de straat op, bekende en onbekende Vlamingen interviewen, zelf schrijven in plaats van omschreven te worden - of afgeschreven. Het is precies een jaar nadat we Jordy verloren. Hij moest voorgoed verdwijnen om eindelijk weer zichtbaar te worden. Jeugdwerkers sloegen mea culpa, de hulpsector keek in de spiegel, beleids­makers van verzorgingsstaat België schoten wakker. Deze week keken we naar wat er in de praktijk waargemaakt is van die beloftes. En hoeveel uitzonderingen er nog nodig zullen zijn om de regels te veranderen. Voor we weer iemand kwijtraken. Johan Faes, hoofdredacteur

COLOFON REDACTIE Aiko Wijnant • Anouk Torbeyns • Brenton Van herp • Brian Aerts • Céline Van De Maele • Elodie Kona • Eveline Meylemans • Fien De Winter • Helena Verheye • Iliass El Mhassani • Jordy Wuyts • Jules Schevernels • Leïla Adib • Margot Delaet • Roberto De Neuter • Samim Shafayi • Steven Mathieu • Yannick De Lentdecker WERKTEN MEE Bert Roymans (StampMedia) • Shana Dave (Cachet vzw) • Marijn Sillis (StampMedia) GASTHOOFDREDACTEUR Johan Faes (De Standaard) LAY-OUT Lien Van Deuren (lienvandeuren.be) COVER Samim Shafayi (foto's) • Céline Van De Maele (idee) Lien Van Deuren (uitwerking) V.U. Fried Aernouts - Prekersstraat 25 • 2000 Antwerpen

2

MEEWERKEN AAN DIT MAGAZINE? DAT KAN! Ben je tussen 16 en 26 jaar en heb je zin om mee te werken aan de volgende editie van dit magazine? Wil je eerst een kijkje komen nemen of deelnemen aan onze gratis workshops? Of wil je gewoon wat meer informatie over StampMedia? MAIL: marijn@stampmedia.be MEER INFO: www.stampmedia.be Deze editie werd gemaakt in samenwerking met Cachet vzw. Cachet is een organisatie voor en door jongeren met ervaringen in jeugdhulp. Cachet gaat met deze ervaringen positief aan de slag in het streven naar een betere jeugdhulp en een zorgzame samenleving


wat hebt ge dan misdaan? verder? ah ok, gij studeerlttdat dan? ocmw ofzo? Amai, wie betaa oei, zijt gij dan mishandeld door uw ouders? of hebt ge geen ouders meer?

zijt gij dan van dat zottenhuis weggelopen ofzo dat ge nu al alleen woont?

hebt gij mij ne

velo gepikt ?

VOOROORDELEN Er zijn heel veel vooroordelen over jongeren uit de jeugdzorg, die heel vaak niet kloppen of maar op een minderheid van toepassing zijn. Wij namen de proef op de som en gingen jongeren op straat aan de tand voelen met 3 vragen. 1 WAAR DENK JE AAN BIJ HET WOORD ‘JEUGDZORG’? 2 WAT DENK JE VAN JONGEREN DIE IN EEN INSTELLING ZITTEN? 3 HOE ZELFSTANDIG BEN JE ZELF AL?

BRENTON VAN HERP + ILIASS EL MHASSANI FOTO'S: JORDY WUYTS

MIGUEL - 18 JAAR

HELENE + JORDY - 17 JAAR

1. Mensen die zorgen voor de jeugd.

1. Het woord jeugdzorg zegt me niet echt veel.

2. Jongeren die iets fout hebben gedaan of die iets hebben meegemaakt en die weg van hun problemen opgroeien.

2. Ze worden er naartoe gestuurd door hun ouders of gaan even­ tueel vrijwillig, maar dat is maar de kleine minderheid.

3. Ik kan wel voor mezelf zorgen, maar niet echt voor lange tijd.

3. We doen niet veel in het huishouden, enkel de kleine dingen zoals de was ophangen en stofzuigen.

SARAH JANE - 19 JAAR

RIAN - 15 JAAR

1. Begeleiding voor jongeren als het thuis niet goed gaat.

1. Ik heb geen enkel idee . 2. Een plek waar kinderen naartoe gaan die problemen thuis hebben of in aanraking zijn gekomen met de politie.

2. Dat het jongeren zijn die thuis niet meer terechtkunnen. 3. Ik ben vrij zelfstandig, ik zit op kot en dat eist wel wat zelfstandigheid.

3. Zoals elke tiener, een beetje werken hier en daar thuis, maar meer ook niet.

ANTJE - 22 JAAR

JANA - 18 JAAR

1. Jongeren met problemen die allerhande zorg krijgen.

1. Het helpen van de jeugd, ze opvangen.

2. Jongeren die problemen hebben met drugs of alcoholgebruik of andere dingen en daardoor thuis niet meer terecht kunnen.

2. Jongeren die geëxperimenteerd hebben met verslavende middelen en daar dan naartoe moeten.

3. Helemaal niet, ik heb twee jaar op kot gezeten maar dat was echt mijn ding niet.

3. Als ik morgen alleen zou moeten gaan wonen, zou dat echt een ramp worden.

3


HET ABC

van de jeugd­zorg

A-DOCUMENT

BZW

CRISISOPVANG

Een formulier om jongeren en gezinnen aan te melden voor integrale jeugdhulp dat een team van hulpverleners invult aan de hand van de vraag van de cliënt en zijn omgeving.

Begeleid zelfstandig wonen heet nu ‘Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen’ (CBAW). Dat is een stap naar volledig zelfstandig wonen. De jongere krijgt hierbij een aan­ tal uren begeleiding per week.

Een tijdelijke noodopvang van maximum twee weken voor jongeren die zich in een crisis­ situatie bevinden. Tijdens deze opvang zal de situatie geëvalu­ eerd worden en gepaste hulpver­ lening worden opgestart.

HANDELINGSPLAN

INDIVIDUELE BEGELEIDER (IB)

JO-LIJN

KAMERTRAINING

Een individueel begeleidings­ plan opgesteld door jongeren en hun hulpverleners, dat de aard en de doelen van de hulp­ verlening omschrijft.

Jongeren die in een leefgroep verblijven, krijgen van de voorziening een IB toegewezen. Hij houdt zich individueel bezig met de jongere en zorgt ervoor dat de doelen in het persoon­ lijke handelingsplan van de jongeren worden nagestreefd.

De luisterlijn van de Jeugd­ zorg, waar je bij terecht kan als je een klacht hebt over een hulpverlening die georgani­ seerd is door Jeugdzorg. JO-lijn voert dan een onafhankelijk onderzoek naar de klacht.

De voorbereiding op het alleen wonen. Jongeren die aan hun kamertraining zijn begonnen, leren zelfstandig te wonen onder supervisie van de mede­ werkers van de voorziening.

PARTICIPATIERECHT

RECHTSTREEKS TOEGANKELIJKE (RT) JEUGDHULP

SOCIALE DIENST GERECHTELIJKE JEUGDHULP

TIME-OUT

ILLUSTRATIE: CÉLINE VAN DE MAELE + ILIASS EL MHASSANI • TEKST: FIEN DE WINTER + EVELINE MEYLEMANS

Het recht van kinderen en jongeren om zelf te kunnen deelnemen aan beslissingen over hun individueel hulp­ verleningstraject.

4

Jeugdhulp die de jongere of ouder kan aanvragen zonder zich eerst via de intersectorale toegangspoort aan te melden.

Helpt de jeugdrechter te bepalen welke vorm van hulp­ verlening het best aangewezen is voor een jongere.

Een plaats of project waar de jongere voor een bepaalde duur terecht kan omdat het in de huidige situatie even te moeilijk is.


DECREET INTEGRALE JEUGDHULP

ERVARINGSWERKER

FAMILIEGROEPSPLAN

GEMEENSCHAPSINSTELLING

Iemand die zijn persoonlijke ervaringen functioneel inzet in de jeugdhulp.

Familie, vrienden en anderen uit de sociale omgeving van de jongere kunnen samen zo’n plan opstellen. Daarin staat welke hulp aangeboden wordt en door wie. Zo kan iedereen in de directe omgeving van de jon­ gere helpen aan een oplossing.

jongeren die een MOF hebben gepleegd of in een heel moei­­ lijke leefsituatie verkeren, kunnen vanaf 12 jaar (meestal 14) door een jeugdrechter in een gemeen­schapsinstelling geplaatst worden.

LEEFGROEP

MOF

NRT JEUGDHULP

OOOC

Een groep van verschillende jongeren die uit een proble­ matische thuissituatie komen en worden ondergebracht in een voorziening. Zij leven samen onder leiding van een opvoeder.

Minderjarigen kunnen niet strafrechtelijk verantwoor­d­elijk worden gesteld voor hun daden. Daarom worden hun misstappen 'misdrijf omschreven feiten' (MOF) genoemd.

Via de intersectorale toegangs­ poort kan een jongere toegang krijgen tot Niet-Rechtstreeks Toegankelijke Jeugdhulp. Die hulp is vaak meer ingrijpend en duurder dan Rechtstreeks Toegankelijke Jeugdhulp. Een voorbeeld van NRT Jeugdhulp hiervan is plaatsing in residen­ tiële voorzieningen.

Het Observatie-, Oriëntatieen Onthaalcentrum is het centrum waar de jongere tijdelijk (maximaal 4 maanden) kan verblijven. Daar wordt gezocht of de jongere kan terugkeren naar huis of nood heeft aan verdere begeleiding op maat.

UITHANDENGEVING

VOS

WACHTLIJST

ZORGBOERDERIJEN

In uitzonderlijke gevallen kunnen jongeren vanaf 16 jaar die een ernstig feit pleegden of al eerder maatregelen opgelegd kregen, door de jeugdrechter doorverwezen worden.

De afkorting van een ‘Veront­ rustende Opvoedings- of Leef­ situatie’. Dit is de benaming die door de hulpverlening aan een situatie gegeven wordt waarna gezocht kan worden naar de gepaste hulpverlening.

Veel jongeren die zich aan­ melden bij de hulpverlening, kunnen er niet onmiddellijk terecht. Zij worden dan op een wachtlijst geplaatst.

Een voorbeeld van een Time-Out project: jongeren helpen gedurende een bepaalde periode op een boerderij.

Is in werking sinds 1 maart 2014. Dit decreet hertekende het hulpverleningslandschap: alle verschillende vormen van jeugdhulp worden nu intersec­ toraal georganiseerd.

5


LEVEN IN EN NA EEN PLEEGGEZIN Van mijn 8ste tot mijn 16e verbleef ik bij een pleeg­ gezin in Vlaams-Brabant. Het leven van een pleegkind is niet evident, al zeker niet als je er pas op die leeftijd in belandt. Als achtjarige ben je vooral blij dat je een dak boven je hoofd hebt en dat er iemand is om voor je te zorgen. Maar naarmate de pubertijd nadert, word je jezelf bewuster van je woon- en leefwereld en begin je dingen in vraag te stellen. In die periode ging er geen dag voorbij zonder dat mijn pleegma en ik ruzie maakten. Het was een mirakel als we dat een keertje oversloegen. Ik had ook constant het gevoel dat mijn pleegzus, die even oud was als mij, werd voorgetrokken. In mijn ogen kreeg ze de mooiste spullen, mocht ze meer en ging de meeste aandacht naar haar. Na een tijdje voelde ik mij niet meer thuis bij mijn pleegouders, ik was toch máár het pleegkindje, dacht ik altijd. Op een dag ontplofte de boel en zei ik het ergste wat een pleegkind kan zeggen in die situatie: “Je kan me toch niets maken want je bent mijn echte moeder niet.” Ik weet nog exact waar ik stond en wat ik zag. Ik keek haar niet eens aan. Later had ik er spijt van dat ik dat gezegd had - het was niet respectvol om zo te praten tegen iemand die er alles voor doet om voor je te zorgen. Op mijn 16e stierf mijn echte moeder. Wat me nog meer deed nadenken over mijn plaats in het pleeggezin. Ik voelde me er niet goed bij, wou weg. Toen heb ik de maatschappelijk werkster van pleegzorg opgebeld en gevraagd om terug naar een leefgroep te mogen. Een half jaar later heb ik mijn pleeggezin dan ingeruild voor een leefgroep. Drie maanden later kreeg ik kamertraining om uiteindelijk alleen te kunnen gaan wonen.

© Jordy Wuyts

“Intussen woon ik drieënhalf jaar alleen. Met mijn pleegouders is alles uitgepraat. We hebben regelmatig contact, en we begrijpen elkaar beter dan vroeger”

Intussen woon ik drieënhalf jaar alleen. Met mijn pleegouders is alles uitgepraat. We hebben regelmatig contact, en we begrijpen elkaar beter dan vroeger. Blij! LEÏLA

PLEEGOUDERS VERTELLEN Ludo en Marie zijn al een twaalftal jaar pleegouders in het Leuvense. Zij vertellen over ‘de andere kant’ van het verhaal. Waarom zijn jullie er indertijd mee begonnen? “Het leek ons een goed idee om een kind in huis te nemen dat nood had aan een gezin, het normen en waarden mee te geven. Met een solide basis wordt het leven toch net iets makkelijker na je 18de. We hadden wel niet verwacht dat het zo zwaar zou zijn. We kregen veel te verduren van de biologische ouders én van de consulent. Bezoekregelingen liepen stroef en dat was zowel voor ons als voor de pleegdochter heel zwaar.”

6

Hoe is de procedure om een pleegkind in huis te halen? “Eerst zijn er een viertal infomomenten. Ze proberen ook je ideaalbeeld bij te stellen zodat we niet voor verrassingen zouden komen te staan. Daarna hebben we nog twee jaar gewacht vooraleer de pleegdochter bij ons in het gezin kwam. Ze was toen acht jaar.”

Hoe was jullie pleegkind toen ze bij jullie terechtkwam? “Ze dacht dat ouders letterlijk alles doen voor hun kinderen. Ze knipte in haar vingers voor een chocomelk. Natuurlijk wist ze op dat moment niet beter. Ze had een ander beeld over wat een gezin was. Gaandeweg raakte dat bijgesteld en groeiden we meer naar elkaar toe.”

“Heel veel ups tussen de downs”

Welke impact had haar komst op jullie kinderen? “Voortaan moesten we als ouders onze aandacht verdelen. Dat hadden ze niet verwacht. Vooral de puberteit was niet echt een makkelijke periode. Al waren er ook heel veel ups tussen de sporadische downs.”


"IK HEB BEGRIP VOOR ALLE SITUATIES" Ria Hubrecht (57) is ‘pleegzorgbegeleidster’, zoals dat heet. Hoe kijkt de professional naar de jeugdzorg? “Ik doe het selectieproces van kandidaat-pleeg­ouders en ik begeleid pleeggezinnen.” Hubrecht werkt onder­tussen 34 jaar als pleegzorgbegeleidster. Zeventien jaar lang ving de maatschappelijk werkster zelf een meisje op. “Omdat ik ervan overtuigd ben dat dat belangrijk is. Omdat je heel veel opsteekt in een gezin, je leert er wat je later nodig hebt.” Hoe kijkt u naar de pleegzorg? “Het is voor elk kind het beste om bij de eigen ouders op te groeien, in een sfeer die elk kind verdient. Maar als de ouders dat niet kunnen bieden, om welke reden dan ook, dan is een pleeg-

gezin een mooi alternatief. Als ik zie hoe jongeren nieuwe opportuniteiten krijgen, ondersteun ik dat graag. Al blijven er situaties waar het moeilijk gaat. En ook daar kan ik begrip voor opbrengen, want iedereen heeft zijn eigen rugzak.” Wat als een kind doorverwezen wordt naar een instelling? “Persoonlijk vind ik dat altijd een beetje een verlies. Voor iedereen. Al hangt het er vanaf op welke manier het gebeurt. Als het pleegkind zelf beslist om te stoppen, kunnen we samen een nieuwe stap zetten.”

Wat kan volgens u beter in de pleegzorg? “Bij de voorbereiding met kandidaat-pleegouders moeten we nog meer de eigen kinderen in het gezin betrekken. Het zou ook goed zijn als er meer personeel zou zijn om, waar mogelijk, de relatie van het kind met de eigen ouders te versterken.” Is een pleeggezin geschikt voor iedereen? “Sommige kinderen hebben er niet zo’n goed gevoel bij, omdat je heel dicht op elkaar leeft. Ze hebben meer nood aan afstand, willen zich niet echt binden. Dat moet je respecteren. Zo’n kind kan je eerder een kans geven in een leefgroep.”

“Vandaag ben ik 32 en aan de slag in een revalidatieziekenhuis. Elke dag daar maakt me dankbaar dat ik mijn armen, benen en verstand nog heb. Ik kan nog alles bereiken wat ik maar wil” Begin jaren 80 trouwde mijn moeder met een bandiet die in de gevangenis zat. Maar ze bedroog hem en raakte zwanger van mij. Als ze geen abortus pleegde, zou haar man ons allebei vermoorden, zwoer hij. Waarop ze besloot om mij na de geboorte achter te laten in het ziekenhuis en zelf weg te vluchten van dat monster dat ons geen leven gunde. Op bevel van de jeugdrechter werd ik in een weeshuis geplaatst, maar de verpleegster die mij verzorgde, kreeg het niet over haar hart om me te laten gaan en nam me mee naar huis. Zij werd mijn pleegmoeder, bijna vier jaar lang heeft ze voor mij gezorgd alsof ik haar eigen kind was. Ze wou me zelfs adopteren. Alles werd in gang gezet, ik kreeg een nieuwe naam, werd gedoopt, het papierwerk was bijna afgerond. Toen dook plots mijn moeder weer op - niemand had verwacht dat zij me weer bij zich wilde hebben en dat ze daar alles voor zou overhebben. Uiteindelijk kreeg ze het hoederecht over mij: ineens had ik nieuwe ouders. Al hadden die het beste met me voor, mijn (natuurlijke) moeder wist niet hoe ze met mij moest omgaan. Ze heeft me wel nooit verboden om contact te houden met mijn pleeggezin. In de jaren die volgden, ging ik elke school­ vakantie naar hen toe - ik voelde me er meer thuis dan bij mijn eigen moeder. Waren er spanningen, dan streek mijn papa (officieel stiefpapa) de plooien glad, en keerde de rust tussen mij en mijn moeder weer. Maar toen ik 13 was, overleed hij plots aan een hartinfarct. Nadien werd ik van de ene voorziening naar de andere gestuurd - nergens werd ik begrepen. Ik ben in het systeem gebleven tot ik mijn diploma bakker/chocolatier op zak had. Zo snel als kon, ben ik dan beginnen werken. Ondertussen heb ik al verschillende beroeps­­ervaringen gehad. Vandaag ben ik 32 en aan de slag als onthaal­medewerker in een revalidatieziekenhuis. Elke dag daar maakt me dankbaar dat ik mijn armen, benen en verstand nog heb. Ik kan nog altijd alles bereiken wat ik maar wil in dit leven. STEVEN

© Jordy Wuyts

7


JO VANDEURZEN, MINISTER VAN WELZIJN, OOK DAT VAN JONGEREN

“ Iemand die op straat belandt, dat kunnen we niet aanvaarden” In juni kondigde Vlaams minister Jo Vandeurzen (CD&V) aan dat hij 25 miljoen euro extra vrijmaakt voor jeugdhulp. Roberto De Neuter (19) en Aiko Wijnant (18) weten wat er allemaal kan misgaan in de pleegzorg en bij instellingen. Een gesprek tussen de beleidsmaker en zij die het beleid ondergaan. De zon schijnt ambitieus en weerkaatst fel in de glimmende ramen van het Ellipsgebouw in Brussel. Aiko en Roberto, twee jonge gasten die een groot deel van hun jeugd in een pleeggezin of een instelling hebben doorgebracht, zijn op weg naar het kabinet van de minister van Welzijn, Volks­ gezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen. “Het is gek,” zegt Roberto, “ik ben hier zo vaak gepasseerd zonder te beseffen dat de persoon die mijn leven bepaalt, hier zetelt.” Ze worden hartelijk ontvangen. De woorden zijn er niet minder hartig om.

© Aiko Wijnant

8

Het is een jaar geleden dat Jordy Brouillard eenzaam in een tentje stierf van ontbering. Na een woelig verleden in de jeugdzorg stond hij op zijn achttiende op straat. Er kwam toen heel wat kritiek. JO VANDEURZEN: “Kritiek zou ik het niet noemen. Eerder een groot gevoel van onmacht en frustratie. Er werd niet met de vinger gewezen naar de hulpverleners. De vraag was eerder: hoe kan zoiets nog gebeuren in onze samen­leving? Na dat niet mis te verstane alarmsignaal hebben we met de hele sector nagedacht over wat beter kan om zulke drama’s in de toekomst te vermijden.” Wat ligt er concreet op tafel? “We geven de jeugdhulp een bijkomende injectie van 25 miljoen euro. Met die extra middelen willen we een aantal maatregelen nemen. Zo blijkt uit het jaarverslag van 2016 dat in totaal 100.000 jongeren in contact komen met de jeugdzorg. De wachtlijsten groeien aan. Daarom willen we meer inzetten op het aanbod: de capaciteit van voorzieningen vergroten en meer hulpverleners aan de slag krijgen.”


DE JUISTE INSTELLING

“Daarnaast gaat er meer aandacht naar het verbreden van de instap. Het eerste aanspreekpunt voor gezinnen moet herkenbaarder en toegankelijker zijn, voor zowel de ouders als de jongeren. Hierin spelen de Huizen van het Kind, de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) een voorname rol.” “Tot slot zal er ook geld gaan naar de rechtstreeks toegankelijke hulp: in eerste instantie doen veel jongeren beroep op het CLB, maar als dat ontoereikend blijkt te zijn, moet er vlot kunnen worden overgeschakeld op meer gepaste hulp. Die hulp moet toegankelijk en beschikbaar zijn in elke regio en we zien dat daar duidelijk problemen zijn met capaciteit. Ons algemeen streven is om meer continuïteit te brengen in de jeugdhulp.” Wat met de leeftijdsgrens van achttien jaar? Velen onder ons zijn nog niet rijp genoeg om al op eigen benen te staan. Het voelt vaak alsof we aan ons lot worden overgelaten. “In België ben je juridisch gezien volwassen op je achttiende. In theorie kan je op die leeftijd zeggen: ik ga mijn eigen weg.” Maar dat die persoon juridisch volwassen is, betekent nog niet dat hij of zij effectief klaar is om zelfstandig in het leven te staan. “Natuurlijk is de theorie niet altijd toepasbaar in de praktijk. Na achttien jaar is er nog hulp en nazorg mogelijk, maar de jongere moet die dan wel aanvaarden. Met de kapitaalinjectie van 25 miljoen euro trachten we ook die hulpverlening toegankelijker te maken.” Langs de ene kant word je tot je achttiende echt als een kind behandeld. Alles wordt voor jou geregeld. Je leven wordt geleefd. Terwijl je langs de andere kant op je achttiende verjaardag wordt geacht alle belangrijke beslissingen te nemen. Dat contrast is toch veel te groot? “U zou een goeie minister zijn. (lacht) Uw opmerking is terecht. Nochtans zijn er voorzieningen waar jongeren op hun zestiende al een gesprek kunnen hebben over de toekomst. Samen met een begeleider stippelen ze een traject uit. Eigenlijk zouden alle instellingen in Vlaanderen zo’n gesprek moeten hebben met jongeren op die leeftijd.” We vragen ons af of zulke gesprekken iets uithalen. Zoals gezegd: voor je achttiende word je geleefd. Zo mag je zelf niet altijd kiezen wat je studeert. “Elke voorziening bepaalt hoe ze haar pedagogisch project invult. Er zijn wel systemen van bemiddeling waar jongeren beroep op kunnen doen als ze niet akkoord gaan met de opgelegde studierichting, bijvoorbeeld. Daarnaast weet ik niet of ze echt geleefd worden, maar jongeren hebben natuurlijk wel nood aan een bepaalde structuur.”

“100.000 jongeren komen in contact met jeugdzorg. De wachtlijsten groeien aan. Daarom willen we inzetten op het aanbod: de capaciteit van voorzieningen vergroten en meer hulpverleners aan de slag krijgen”

“Het is niet altijd jouw schuld als het thuis niet lukt” Shana was 15 toen ze een aanvraag indiende om van huis weg te mogen. Het begin van een zoektocht naar een eigen plek. “Na vier maanden in een OOOC (Onthaal Oriëntatie en Observatie Centrum) kon ik in een instelling terecht. Op mijn 17de ben ik dan begeleid zelfstandig gaan wonen, een jaar later heb ik gekozen om de begeleiding stop te zetten.” Hoe was het leven in een instelling? “Het voelde onnatuurlijk dat er een dagelijks logboek van ons werd bij­gehouden. Daar werd in genoteerd hoe de dag verlopen was: emotioneel, contacten met de familie... Ik besefte wel dat ik geen echte thuis had, vooral tijdens sluitings­weekenden wanneer iedereen verplicht de instelling moest verlaten. Begeleiders gingen actief op zoek naar een netwerk (familie, vrienden) waar we konden verblijven. Voor mij was het pijnlijk om te zien dat ik nauwelijks of geen netwerk had waar ik terechtkon. Wekelijks had ik gesprekken met de individuele begeleider. Ik heb toen vooral geleerd hoe ik over moeilijke situaties kan spreken.” Wat is je bijgebleven van die ervaringen? “De instellingen op zich vond ik niet het zwaarste, het was het gevoel geen thuis te hebben en mijn familie te moeten achterlaten. Achteraf bekeken ben ik heel blij dat ik daar kon verblijven. Mijn voorziening was veiliger dan de thuissituatie waar ik inzat en uiteindelijk heb ik kansen kunnen grijpen. Ik ben fier over waar ik nu sta.” Heb je nog tips voor jongeren in gelijkaardige situaties? “Wat ik zeker wil meegeven: het is niet altijd jouw schuld als het thuis niet lukt. Je mag jezelf niet straffen. En durf de kansen te grijpen die mensen je bieden. Je moet de uitdaging aangaan, je netwerk vergroten en zo je eigen grenzen proberen te verleggen. De sterke punten filteren uit je eigen verhaal en daarop verder bouwen.” ELODIE KONA

© Celine Van De Maele

9


Een studierichting is meer dan een structuur. Het is uitermate belangrijk voor je toekomst. Als je die dan niet zelf mag kiezen... “Dat iemand anders jouw studierichting kiest, is niet het meest ideale scenario. In het beste geval komen we samen tot een compromis. Je kan het ons ook niet kwalijk nemen dat we erover waken dat de jongere geen onrealistische keuze maakt. Ik kan me wel situaties inbeelden waar dat het geval zou zijn. Dan is het logisch dat we samen kijken naar een alternatief.”

“We geven instellingen de vrijheid het zorgaanbod te vertalen en te toetsen aan hun eigen visie. We willen geen overheid zijn die alles tot in detail reguleert. Wij geloven in wederzijds vertrouwen”

Er zijn instellingen die in het weekend sluiten waardoor sommige jongeren de facto op straat belanden. Hoe komt dat? “Op straat belanden zou sowieso niet mogen. Er moet altijd gekeken worden of er geen alternatieven zijn om die jongeren op te vangen. In zulke gevallen gaat het, denk ik, om internaten en is het wel op voorhand geweten dat de jongeren er in de week naartoe kunnen en in het weekend geacht worden naar huis te gaan.” Maar wat als er geen thuis is? Hoe komt het dat jongeren van wie bekend is dat ze niet naar huis kunnen, terechtkomen in een voorziening die in het weekend sluit? “Dat zouden we situatie per situatie moeten bekijken. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat die jongeren in het weekend op straat belanden. Dat kunnen we niet aanvaarden. Ik durf er toch vanuit te gaan dat wanneer een jongere aangeeft dat hij of zij niet naar huis kan, er samen met de voorziening wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn en er wordt gezocht naar een alternatief. Dat lijkt me de enige juiste gang van zaken.” Toch gebeurt het niet. Dat kan toch niet in een verzorgingsstaat? “Zoals gezegd: dat moeten we dan individueel bekijken met de jongere in kwestie. Laat ons ook niet vergeten dat er heel veel instellingen zijn die wel goed werk leveren.” Roberto: Ik heb in heel wat instellingen gezeten en er zijn er inderdaad die goed werk leveren, maar in mijn ervaring is het toch eerder fiftyfifty. Hoe komt het dat er zoveel kwaliteits­verschil is tussen de voorzie­ ningen. Bestaat er dan niet zoiets als een gouden standaard? “Het klopt dat er geen draaiboek is voor alle instellingen en voor elke specifieke situatie. Vanuit de Vlaamse overheid bieden we wetenschappelijke literatuur aan. We hebben handboeken die de vele kwaliteits­ aspecten behandelen binnen een instelling. Maar uiteindelijk geven we instellingen de vrijheid dat aanbod te vertalen en te toetsen aan hun eigen visie. We willen geen overheid zijn die alles tot in detail reguleert. Wij geloven in wederzijds vertrouwen. Als er inspectiediensten langskomen, controleren we uiteraard of de instelling voldoende nadenkt over kwaliteit en zo nodig actie onderneemt.” Als ze al langskomen. In al die jaren hebben wij nauwelijks inspectie­ diensten gezien in de voorzieningen. (Vandeurzen twijfelt) “De inspecties gebeuren door een andere afdeling van het departement dan de financiering en de erkenning. Dat is een bewuste keuze. Wij willen dat de inspecteurs onafhankelijk blijven. Elke voorziening in Vlaanderen wordt één keer om de drie jaar bezocht door een inspecteur.”

10

Om de drie jaar is toch veel te weinig? Als ze al eens langskomen, checken ze vaak enkel de infrastructuur in plaats van de zorgverlening. “De algemene inspectie gebeurt om de drie jaar. Daarnaast worden er heel wat inspecties gedaan nadat er klachten werden ingediend of als er incidenten plaatsvinden. De laatste jaren bevraagt de inspectie de jongeren zelf. Een positieve trend, lijkt me. Daarnaast ben ik er zeker van dat niet enkel de infrastructuur wordt gecontroleerd. Ook de kwaliteit van de hulpverlening wordt gecheckt.” Roberto: Ik ben opgegroeid in Clemenceau in Anderlecht, een kwetsbare buurt. Is er een manier waarop jullie de jeugd daar meer kunnen aanspreken? Met andere woorden: werkt hulpverlening ook preventief ? “Iets wat we met die kapitaalinjectie en die meer rechtstreekse toegankelijke hulpverlening willen bereiken, is dat we meer kunnen samenwerken met sociale diensten zoals het OCMW, Huizen van het Kind, Jeugdwerk en lokale overheden. Omdat we ook echt geloven dat we op die manier veel meer aansluiting kunnen vinden met de leefwereld van jongeren. Als jongeren dan signalen geven, kunnen we sneller op de bal spelen.” Roberto: In mijn wijk is er echt niks. De oudere jongeren nemen de kleintjes onder hun vleugels en moeten op eigen houtje en met eigen middelen activiteiten organiseren om de jeugd op het rechte pad te houden. Dat is toch een opdracht van de staat: jeugdhuizen en sportclubs oprichten? “Welzijn gaat vooral over hulpverlening, maar uiteraard zit welzijn ook in het onderwijs, in het jeugdwerk, in de arbeidsmarkt … Als de lokale overheid geen voeling heeft met kwetsbare kinderen, jongeren of volwassenen, en ze iedereen met problemen meteen doorverwijst naar de professionele hulpverlening, dan zal het altijd een vicieuze cirkel blijven. Mensen in de speelpleinwerking moeten ook voor een stuk de competenties hebben om signalen op te vangen. We moeten met z’n allen aandacht hebben voor de kwetsbaarste mensen in de samenleving. Health is in all policies.”

“Dat iemand anders jouw studierichting kiest, is niet het meest ideale scenario. Maar je kan het ons ook niet kwalijk nemen dat we erover waken dat de jongere geen onrealistische keuze maakt” MARGOT DELAET + ANOUK TORBEYNS ROBERTO DE NEUTER + AIKO WIJNANT


si·ga·ret (de; v(m); meervoud: sigaretten)

rolletje tabak in een papieren omhulsel, bedoeld om gerookt te worden

EVEN UITBLAZEN Ook al neemt het een serieuze hap uit een al krap budget, toch roken er best wel wat jongeren uit de jeugdzorg. Wat betekent die sigaret voor hen? En nee, dit is geen pleidooi om er nog één op te steken. "RUST " "EEN MOMENT VOOR JEZELF" "ONTSNAPPING " "UITBLAZEN " "VRIJHEID" "STRESS WEG"

© Helena Verheye

DE JUISTE INSTELLING?

Van veel kastjes naar nog meer muren Yannick verhuisde twaalf keer van instelling naar instelling. Of het was de leeftijdscategorie waar hij niet meer in paste, of de maximale opnameduur was bereikt. "Het was best moeilijk om elke keer te maken te krijgen met nieuwe mensen en regels, vooral omdat ik wist dat ik ze na een bepaalde periode toch zou moeten vergeten als ik vertrok, zowel de mensen als de regels. Maar ik probeerde me zo goed mogelijk aan te passen aan de nieuwe omgeving - ik had ook geen andere keuze." "Mijn ervaring met jeugdzorg gaat ver terug. Normaal heb je ou­ ders en een redelijk stabiele kring van vrienden en mensen die je vertrouwt. Op wie je kan terugvallen als je het moeilijk hebt. Van wie je weet dat ze er zullen zijn voor een lange tijd. Je leert wat vertrouwen betekent: 100 procent geloven in de eerlijkheid van iemand, omdat je hem of haar ook echt kent. Dat heb ik nooit gehad. Wanneer ik weer ergens terechtkwam, werd ik bijna gedwongen om die mensen in mijn hart toe te laten. Want als je het moeilijk hebt in de jeugdzorg heb je niet zomaar toegang tot ‘vrienden’. De andere jongeren in je leefgroep zitten er immers ook voor een reden, en vaak interesseert het de anderen niet eens wat je voelt. Sommigen proberen er wel voor je te zijn, op hen kan je toch een beetje terugvallen."

"Vanaf het moment dat je verhuist, vaak naar een plek ver uit de buurt, verdwijnt het contact. Je probeert het nog wel te onderhouden via sociale media, maar de kans dat je die 'vrienden' ooit nog ziet, wordt kleiner naarmate je langer weg bent. En dan begint het opnieuw: contact maken. Vertrouwen? Voor mij is dat je verhaal doen aan iemand en hopen dat die dat voor de rest van je opname zal respecteren. Dat is niet altijd zo. Elke keer dat vertrouwen geschonden wordt, wordt het moeilijker om het een volgende keer weer op te brengen."

“Vertrouwen? Voor mij is dat je verhaal doen aan iemand en hopen dat die dat voor de rest van je opname zal respecteren” "Vaak wist ik niet hoelang ik in een bepaalde voorziening zou zitten. Dat maakt het ontzettend moeilijk om te weten hoeveel vertrouwen je kan stellen in de personen daar. Want hoelang is dat vertrouwen relevant? Door de lange periode in de jeugdzorg heb ik het nu heel moeilijk om op een juiste manier contact te leggen. Hoe gedraag je je tegen iemand nieuw? Je wil dat die persoon weet waar je vandaan komt, maar je wil hem of haar ook niet overweldigen. Wat is de gepaste afstand? Vaak heb ik de neiging te snel te veel van mezelf vrij te geven. Heb ik iemand graag en wordt dat gevoel beantwoord, denk ik, dan gebeurt het dat ik beklemmend overkom. Want ik wil niet dat die persoon weggaat, het is net zo leuk. Maar het effect is natuurlijk averechts. " "Een vast netwerk, dat heb ik gemist in de jeugdzorg. Mensen die niet weggaan als jij verhuist en bij wie je je goed kan blijven voelen. Dát is de juiste instelling." YANNICK

11


MUZIKANT RONNY MOSUSE BLIKT TERUG EN VOORUIT “Niet jongeren maar begeleiders hebben advies nodig” Muzikant Ronny Mosuse bracht zijn jeugd door in een pleeggezin. “We moeten het taboe doorbreken.” “Mijn pleegouders hebben heel hard hun best gedaan om een liefdevol en warm nest te creëren”, vertelt Ronny Mosuse. “Maar we botsten voortdurend op de slechte werking van de bijzondere jeugdzorg. Een voorbeeld: er was heel weinig psychologische bijstand. Zowel voor mij als voor mijn pleegouders. Het naar mijn pleegouders gebracht en weggehaald worden, verliep altijd heel stuntelig. Het is dus een dubbel verhaal.” Je hebt ondertussen al vaker over je jeugd verteld. Reageren mensen vandaag anders dan vroeger? “Ik kan dat niet vergelijken. Als kind heb ik het nooit aan de grote klok gehangen. Pas als volwassene heb ik erover verteld. Vroeger was een normaal gezin de norm en als kind wil je daar uiteraard aan voldoen. Je wil niet anders zijn. Maar als volwassene vind ik het belangrijk om het taboe rond jeugdzorg mee te helpen doorbreken.” Heeft dat pleegzorgverleden je gevormd? “Je jeugd maakt je altijd tot wie je bent. Ik had op heel jonge leeftijd al een bepaald wereldbeeld. Vanaf het moment dat ik in een pleeggezin zat, was ik minder naïef dan de andere kinderen. Je bent je op andere vlakken bewust van de wereld. Dat draag je mee voor de rest van je leven.”

Had je als kind met veel mensen een vertrouwensband? “Nee, ik had niet echt een netwerk waarin ik terecht kon. Het was heel moeilijk om een band op te bouwen met iemand. Dat werkt namelijk alleen als je de zekerheid hebt dat iemand lang voor je zal zorgen. Daarom ben ik ambassadeur geworden van SOS kinderdorpen. Zij brengen kinderen samen bij ‘SOS-ouders’. Te vergelijken met pleegouders, dus. Het verschil zit erin dat zij daarvoor opgeleid worden. En dat ze de belofte moeten afleggen dat ze voor de kinderen zullen zorgen tot ze op eigen benen kunnen staan. Dat is heel belangrijk om echte vertrouwenspersonen te vinden.” Heb je nog advies voor de jongeren die nu in dezelfde situatie zitten? “Vind ik moeilijk. Er wordt al zo veel verlangd van die kinderen. Ze weten goed genoeg hoe moeilijk en penibel het is. Ik zou eerder tips geven aan de begeleiders. In mijn tijd werd er niet naar ons en de ouders geluisterd, alles kwam van bovenuit. Dus mijn raad: luister veel meer naar het kind. Het is heel belangrijk dat de omgeving en de begeleiders zich elke dag opnieuw de vraag stellen hoe het nu eigenlijk met het kind gaat. Dus nee, aan de jongeren zou ik niet te veel advies geven. Ze zijn al survivors genoeg.” BRENTON VAN HERP + YANNICK DE LENTDECKER

© Marie Mosuse

KOMIEK BERT GABRIËLS NEEMT HET SERIEUS “Ook jongeren in de bijzondere jeugdzorg verdienen een voogd” In een interview liet Bert Gabriëls ooit optekenen: “Als ik vrije tijd heb, zou ik misschien wel een werking voor bijzondere jeugdzorg oprichten.” Tussen 2004 en 2010 was de jurist en stand-upcomedian voogd voor niet-begeleide minderjarigen. Bert Gabriëls is erg begaan met het thema jeugdzorg. Tijdens zijn passage bij de ngo Vluchtelingenwerk had hij advies gegeven over de nieuwe voogdijwet. Zes jaar lang testte hij die zelf in de praktijk uit en ontfermde hij zich over een tiental niet-begeleide minderjarige vluchtelingen, die hier toekomen zonder ouders en in de jeugdzorg belanden. Als voogd moet je de jongere niet zelf in huis nemen, maar ervoor zorgen dat hij of zij ergens goed terechtkomt.

“Tussen je geboorte en je 25 is een periode waarin je veel verkeerd kunt doen”, zegt Gabriëls. Dat meer dan een derde van zijn pupillen opgenomen moesten worden vanwege psychische problemen, doet de jurist concluderen dat het niet aan de jongeren maar aan het systeem ligt. “Voor die groep heeft het niet zoveel met karakter te maken”, aldus Gabriëls. “Ze zijn kwetsbaar en de omkadering is lamentabel. Als voogd kan je er mee voor zorgen dat iemand niet in de goot of in de psychiatrie belandt.” “De gespecialiseerde zorg is vaak van korte duur en bouwt niet verder op vorige ervaringen”, zegt Gabriëls. “Ook in het onderwijs doen ze drie, vier scholen na elkaar aan, waardoor ze met geen enkele leerkracht een vertrouwensband opbouwen. De jongeren krijgen veel begeleiding, maar omdat die begeleiders elkaar niet kennen, wordt er geen vooruitgang geboekt. Problemen worden niet ten gronde opgelost. Als voogd kan je die continuïteit in betrokkenheid wel bieden, omdat je het gehele traject kent.” De jurist vindt dan ook dat het voogdijsysteem uitgebreid zou moeten worden naar de bijzondere jeugdzorg. Nu geldt het enkel voor jongeren die geen ouders hebben en voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen. “Zodra een minderjarige of een gezin aangeeft dat het niet gaat, moet een voogd aangeduid worden”, zegt Gabriëls. “Dat moet van mij zelfs niet zo officieel of financieel geregeld worden.” In theorie stopt de voogdij als de jongeren achttien zijn. “Maar in de praktijk gaat het anders”, zegt Gabriëls. “Ik heb het meeste gedaan voor mijn gasten toen ik geen voogd meer was. Na hun achttien begint het pas echt.”

© Jordy Wuyts

12

HELENA VERHEYE + ILLIAS EL MHASSANI


DE AANZET Begeleid GEEFT Zelfstandig VOORZET Wonen Drie jaar geleden kwamen Cachet en De Aanzet samen rond één centrale vraag: ‘Op welke manier kunnen we de jeugdhulpverlening verbeteren?’ Er volgde een publicatie, ‘Sur Ma Route’, met aanbevelingen voor de overheid. In samenwerking met het Sociaal Huis in Mechelen werd hun advies in de praktijk omgezet. Een toonbeeld voor andere regio’s. Jongeren die door omstandigheden niet meer in hun thuisomgeving kunnen verblijven, worden door hulpverleners van De Aanzet begeleid om uiteindelijk helemaal zelfstandig te gaan wonen. “Geld, onderdak en alledaagse activiteiten zijn aspecten die in de loop van de begeleiding vaak aan bod komen. Daarom is financiële ondersteuning, hulp bij de daginvulling en de zoektocht naar een woonst een belangrijke taak voor de hulpverlener.” Aan het woord is Filip Steeman, supervisor bij De Aanzet - Begeleid Zelfstandig Wonen van jeugdzorg Emmaüs. Door de jaren heen is er veel veranderd in de jeugdhulp. Vroeger deden begeleiders alles met de jongere, van samen een woonst zoeken tot naar het OCMW gaan. Maar wat als er een eind kwam aan de begeleiding? Pakten begeleiders niet te veel over van de jongeren zodat een aantal leerkansen verloren gingen? “Tijdens uitvoerige brainstormsessies met sociale partners kwam ook onze huidige netwerkstrategie, die we nu al een vijftal jaar toepassen, op tafel. Als een jongere geen begeleiding meer geniet, dan is er toch nog een netwerk van familie en/of vrienden om hem of haar verder te ondersteunen indien nodig”, legt Filip uit. In plaats van op pad te gaan met de jongere, werd hij aangespoord om een netwerk op te bouwen. Schijnbaar een kleine stap, en toch algauw een mijlpaal in de jeugdhulp. PARTNERS De Aanzet werkt nauw samen met andere instanties waaronder de VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddelingen en Beroepsopleiding) en het OCMW (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn). “Scholen zijn ook een belangrijke speler als het aankomt op de begeleiding en de dagplanning van de jongere”, zegt Filip. Elke dienst die betrokken kan worden in een traject voor zelfstandig wonen, komt in aanmerking voor een partnerschap. “De professionele netwerken kennen ons en onze doelstellingen. Als een jongere met vragen zit, kunnen wij hen doorverwijzen naar contact­personen bij diverse organisaties”, zegt Filip. Maar niet alleen het profes­sionele netwerk kan de jongere ondersteunen. Problemen moeten in eerste instantie opgevangen worden door het persoonlijk netwerk. Iedereen die deel uitmaakt van zijn of haar leefwereld krijgt een plaats in de begeleiding - op voorwaarde dat zij dit zelf zien zitten. ELODIE KONA

KINDEREN VAN DE REKENING Onder begeleiding alleen gaan wonen betekent een beperkt budget. Hoe overleef je als jongvolwassene met zo weinig geld? Twee jongeren getuigen. “Ik krijg wekelijks 40 euro om inkopen te doen en 45 euro zakgeld. Daar gaat sowieso al iets af voor onder meer belwaarde”, zegt Brian. Yannick moet het met minder doen. “Ik krijg 10 euro om inkopen te doen en 6 euro zakgeld. Maar ik krijg wel eten van de grootkeuken. Verder koop ik met die 10 euro zaken als cornflakes, melk en suiker. Al het geld dat ik van die 10 euro niet opgebruik, moet ik teruggeven. Dus zuinig inkopen doen en sparen zit er niet in, want die centen ben ik toch kwijt.” Hun zakgeld gaat naar allerlei dingen. “Een deel van het geld spaar ik op om af en toe een game te kopen”, zegt Brian. “Verder ga ik ermee naar de cinema, op café of doe ik andere dingen met vrienden.” “Ik rook dus het meeste gaat naar tabak”, zegt Yannick. “Ik rol ze wel zelf, dat is goedkoper. Met zes euro valt er helemaal niet veel te doen. Daarom kan ik af en toe niet mee als vrienden iets gepland hebben. Gelukkig willen ze me meestal wel voorschieten.” Voor hobby’s is er weinig geld over. Brian: “In het begin was het moeilijk om zoveel mogelijk te doen met dat beperkt budget. Ondertussen weet ik het zo te regelen dat ik geregeld met vrienden weg kan. Voor andere dingen is er helaas niets over. Vroeger deed ik aan muurklimmen, maar dat was jammer genoeg te duur.” Soms is het geld nog sneller op dan verwacht. “Ooit had ik een heel stresserende week, waardoor mijn tabak al na een paar dagen op was”, zegt Yannick. “De rest van de week had ik dus nog meer stress.” Nu kan hij er mee lachen.

TIPS ‘N TRICKS SLIM JE GELD BESTEDEN

Vergelijk altijd de prijs van producten. Durf te onderhandelen met de verantwoordelijke van de hobbyclub. Wie weet kan je er goedkoper terecht. Van zodra je 18 wordt, ben je verplicht je aan te sluiten bij een mutualiteit. Dat kost geld, maar je haalt er wel voordelen uit. Vraag huursubsidies aan. Je kan tot 150 euro van de overheid ontvangen. Vraag bij het OCMW eenmalig een installatiepremie aan. Daarmee kan je je woning inrichten. Doe inkopen tijdens de solden, altijd leuk om de mode te volgen zonder je broek te scheuren. Doe navraag naar een verhoogde tegemoetkoming. Sommige jongeren genieten korting. Er zijn heel wat fondsen. Voor jongeren die willen studeren, bijvoorbeeld. BRENTON VAN HERP

© Samim Shafayi

13


EEN DAG IN HET LEVEN VAN YANNICK

Ik: Zit je op de bus? Sulleke: Jaaaa, ik sta aan de halte! We will meet! Sulleke: Deze keer niet te laat hé! Ik wil geen stempel meer in mijn agenda!

14

DE BEGELEIDING MAAKT MIJ EN DE ANDERE JONGEREN IN DE GANG WAKKER. EEN NIEUWE DAG.

DE ONTBIJTTAFEL DEEL IK STRAKS MET ANDERE MEISJES EN JONGENS EN DE BEGELEIDER DIE OP PERMANENTIE STAAT.

IK HEB EEN GOEIE VRIENDIN DIE ALTIJD DE ZELFDE BUS NEEMT ALS IK. ZE SMST ME.

SAMEN MET ANDERE JONGEREN NEEM IK NÉT OP TIJD DE BUS NAAR SCHOOL.

IK HOOR ANDEREN PRATEN OVER DE LEUKE WEEKENDS THUIS MET VRIENDEN EN FAMILIE.

IKZELF DROOM VAN EEN ANDER LEVEN... ALS PRINS IN EEN KASTEEL MISSCHIEN?

SOMS VOEL IK ME ALLEEN OP SCHOOL. DE ANDERE VINDEN ME RAAR OMDAT IK IN EEN LEEFGROEP ZIT.

HET IS NIET ALTIJD MAKKELIJK OM BIJ DE LES TE BLIJVEN. MIJN GEDACHTEN DWALEN AF NAAR HET GESPREK MET MIJN BEGELEIDER VAN DEZE AVOND.

MIJN KLASGENOTEN GAAN NOG EVEN NAAR HET PARK NA SCHOOL. IK MOET HELAAS SNEL NAAR DE LEEFGROEP WANT HET UUR DAT IK MOET AANKOMEN, STAAT VAST.

NA SCHOOL IS ER EEN KAMERMOMENT, WE MAKEN ONS HUISWERK EN NADIEN MOGEN WE ONTSPANNEN IN ONZE GEZAMENLIJKE WOONKAMER.

OM 18 UUR ETEN WE. DE AFWAS IS VANDAAG VOOR MIJ SAMEN MET LIAM.

NOG EEN SMS’JE STUREN VOOR IK MIJN GSM MOET AFGEVEN AAN DE AVOND BEGELEIDING.


ELINE BERGMANS, JOURNALISTE MET VRAGEN

"HOE IS HET MOGELIJK DAT EEN 19-JARIGE ALLEEN IN EEN TENTJE STERFT?" “Jordy was aanvankelijk een klein berichtje in het nieuws”, zegt Eline Bergmans. De journaliste bij De Standaard besloot een reconstructie te maken van zijn laatste weken, tot aan dat veel te bittere einde. Ze blijft met vragen zitten. “Hoe kan het dat in België, een rijk en welvarend land, een jongen van 19 in een tentje sterft?”, zegt Eline. “Ik schrijf vaak over de jeugdzorg, en net door zulke concrete verhalen krijg je er een beter beeld van.” Denk je dat er veel fout gaat in de jeugdzorg? “Er zijn zoveel richtlijnen dat ze soms de ondersteuning van kwetsbare jongeren in de weg staan. Enkele begeleiders in de instelling waar Jordy verbleef, zijn om die reden opgestapt. De dood van Jordy maakte ook pijnlijk duidelijk hoe belangrijk begeleiding blijft als jongeren op hun achttiende de deur dicht trekken. Dat gezegd zijnde was het ook niet makkelijk om Jordy te helpen. Uit de reconstructie bleek dat er vanuit verschillende hoeken handen werden uitgestoken. Toch slaagde hij er niet in zijn leven op de rails te krijgen. Ik denk dat hij het best geholpen zou zijn met begeleid wonen, maar dat wekte veel weerzin op bij hemzelf. Hij droomde van een gewoon leven.” Als je ziet wat hij naar zijn ex-begeleider stuurde, dan is er toch niet goed ingegrepen? “Dat is zo. Anderzijds ging hij enkele maanden voor hij stierf bijvoorbeeld bij het OCMW in Gent aankloppen. Daar werd hem gezegd dat hij recht had op een leefloon. Omdat hij nooit de officiële aanvraag indiende, kwam dat geld niet tot bij hem. Waarschijnlijk was de papiermolen een te groot obstakel. Als hij niet meteen hulp kreeg, trok hij verder. Dat komt blijkbaar vaker voor, terwijl dat soort hulp toch bedoeld is voor de meest kwetsbaren. Dat moet beter.”

© Jules Schevernels

Had je een doel met je reconstructie? “Proberen te begrijpen hoe het mogelijk is dat een 19-jarige in een tentje sterft en hoe we dat als maatschappij hadden kunnen voorkomen. Voor mijn artikel belde ik naar het parket om een detail te verifiëren. Ze vroegen mij wat mijn conclusie was, wie er schuld droeg. Maar zo simpel is het niet. Als het zo simpel was, zou er ook een simpele oplossing zijn.” U interviewde ook de directeur van de instelling. “Hij benadrukte dat ze alles gedaan hebben, maar dat hun middelen in de eerste plaats gaan naar de jongeren in de instelling. Dat kan wel zo zijn, maar dan moeten er meer middelen worden vrijgemaakt. Jordy kon nog niet op eigen benen staan. Hij verdiende die nazorg. Vanaf de eerste seconde van zijn leven tot de laatste was zijn pad bezaaid met uitdagingen. Als maatschappij moet je zeggen: ja, we gaan voor u zorgen, en daarop gaan we niet besparen.” Na het verhaal van Jordy werden er veel beloftes gemaakt. Zijn die nageleefd? “Vandeurzen wil de jeugdhulp uitbreiden om nieuwe Jordy’s te voorkomen, maar het is de vraag of daar voldoende middelen voor zijn. Hij beloofde laagdrempelige ontmoetingshuizen, maar ook daar is geld voor nodig. Ik vind het goed dat jullie hem interviewen. Ik wil het zelf ook doen - nu kan ik jullie interview gebruiken ter voorbereiding.” BRIAN AERTS + JULES SCHEVERNELS

© Helena Verheye

15


ROBERTO DE NEUTER

Profile for StampMedia

PIDMAG nr. 20 - jaargang 6  

1 jaar na Jordy. Jongeren nemen zelf het woord. Zo heet de 20ste PIDMAG. Samen met Cachet vzw, door en voor jongeren uit de jeugdzorg, werkt...

PIDMAG nr. 20 - jaargang 6  

1 jaar na Jordy. Jongeren nemen zelf het woord. Zo heet de 20ste PIDMAG. Samen met Cachet vzw, door en voor jongeren uit de jeugdzorg, werkt...

Profile for pidmag
Advertisement