Issuu on Google+

y c a v i r p p www.stam

media.be/p

idmag

1


Privacy is (bijna) dood Bijna waren wij het vergeten. Bijna hadden we er, zonder het echt te beseffen, afstand van genomen. Terwijl het toch een bijzonder fundamenteel mensenrecht is, die privacy van ons. Het was de ondertussen wereldberoemde Edward Snowden die ons opnieuw deed nadenken over het belang van onze privacy. In juni van dit jaar onthulde Snowden dat de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA ons nogal intensief aan het bespieden was. De NSA maakte daarvoor gebruik van PRISM, een programma dat toegang verschaft tot de gegevens die opgeslagen worden op de servers van Google en Facebook. Tot uw en mijn gegevens, dus. Sinds de onthullingen van Snowden is de wereld verdeeld in twee kampen. Aan de ene kant is er het Amerikaanse kamp. In dat kamp is men doorgaans van oordeel dat Snowden een verrader is, en dat de NSA alleen maar zijn job heeft gedaan. Een veiligheidsdienst moet terroristen en andere criminelen opsporen. Als dat

INHOUD P. 03 - Genekt door de kat P. 04 - 05 - Privédetectives zijn geen privacydieven P. 06 - Overheid maakt misbruik van angstgevoelens van het volk P. 08 - 09 - Kies zelf wie je bent P. 10 - Camera’s bieden geen garantie P. 11 - Nooit meer verstoppen tijdens het shoppen P. 12 - 13 - Een bordkartonnen samenleving

makkelijker lukt met behulp van de gegevens van Google en Facebook, dan moeten ze die gegevens vooral gebruiken. Schending van de privacy van miljoenen brave burgers? Ach. Als het inderdaad brave burgers zijn, dan hebben ze toch niks te verbergen? Maar er is dus ook een tweede kamp. Het is een kamp waar, sinds kort, ook de schrijver John Lanchester toe hoort. Lanchester werd in augustus gebeld door de hoofdredacteur van The Guardian, met de vraag of hij een wat ruimer stuk wilde schrijven over de onthullingen van Snowden. Lanchester aarzelde, in de eerste plaats omdat hij zich wel kon vinden in de argumenten van het eerste kamp. “Democratische staten hebben spionnen nodig”, zo was zijn overtuiging, want “we hebben wel degelijk vijanden, en die zijn dodelijk serieus.” Lanchester aarzelde dus, maar ging uiteindelijk toch op de uitnodiging in. Het duurde niet lang of hij liep over naar het tweede kamp. “In wezen”, zo besefte de schrijver al snel, “kan de staat alles over jou te weten komen, inclusief

Colofon Werkten mee aan dit tijdschrift: Nick Baelemans, Ditte Bervoets, Jef Cauwenberghs, Ilse Cox, Thomas Cruysberghs, Linde De Ceuster, Nina D’Hollander, Pieter De Vleeschouwer, Karen François, Liesbeth Knaeps, Lara Meyers, Fatima-Zahra Naimi, Cornelius Noll, Laura Sear, Adriaan Standaert, Miek Thieren, Niels Timmermans, Ruben Van Campenhout, Elien Van Wynsberghe, Thomas Verstrepen

P. 13 - Wat weet het internet van… P. 14 - De ‘Data Protection Regulation’ van de EU P. 15 - Tips voor een veiliger digitaal leven

2

V.U. Stefan Kolgen

– dankzij het vermogen om jouw zoekopdrachten te bekijken – wat je denkt.”Is dat erg? Ja, dat is erg. Hoe erg? Lanchester geeft een wel zeer sprekend voorbeeld: “Google weet niet alleen al lang dat je homo bent voordat je het aan je moeder vertelt, het bedrijf weet het ook al lang voordat jij het zelf weet. En nu weet de veiligheidsdienst het dus ook.” Overheden en bedrijven die zo goed als alles over ons weten, en ons altijd en overal in de gaten houden. Is dit de wereld waarin we vandaag leven? En is dit de wereld die we willen? Onze redactie heeft zich vijf dagen lang over deze vragen gebogen. Hun antwoorden vindt u in dit – al zeggen we het zelf – alweer zeer lezenswaardig Print is Dood Magazine. Jeroen de Preter, Gasthoofdredacteur

Gasthoofdredacteur: Jeroen De Preter EINDREDACTIE fotografie: Vincent Tillieux Eindredactie tekst: Jeroen De Preter en Han Zinzen LAYOUT: Miek Thieren Eindredactie layout: Chris Lauwerys Illustratie cover: Adriaan Standaert


genekt door de kat

Stel, u bent een pas afgestudeerde jongeman. U wordt uitgenodigd op sollicitatiegesprek, maar hebt het al na twee afstandelijke minuten begrepen. Dit wordt niks. En inderdaad. “Uw profiel past niet bij de vacature”, zo wordt u verteld. “Eén van onze medewerkers heeft gemerkt dat u uw Farmville-boerderij onzorgvuldig onderhoudt. Ons bedrijf staat nogal op punctualiteit en we vrezen dat uw virtuele onvermogen ook iets zegt over uw gedrag op de werkvloer. Op Facebook staat u bovendien op de foto met een kat. Onze statistieken wijzen uit dat hondenmensen assertiever in het leven staan dan katten-

mensen.” Orwelliaanse fictie, of realiteit? Te vrezen valt: het laatste. Om niet te zeggen dat zulke praktijken ondertussen dagelijkse kost geworden zijn. Onze privacy staat onder druk, en niet zo’n klein beetje. De VS en het VK doen alles om het digitale verkeer te onderscheppen. Álles, zelfs dat foute filmpje dat u gisteren heeft bekeken, is traceerbaar.
Vingerafdrukken en medische gegevens op uw paspoort: de EU werkt eraan. Winkelen bij Colruyt? Men houdt er precies bij wanneer u diepvries-pizza of maandverband koopt, met de bedoeling u straks een gepersonaliseerde kortingsbon te sturen.

Ik moet iets bekennen: ik ben ook een kattenmens. Het gebeurt dat ik mijn virtuele aardappeltjes vergeet te rooien. Al te weinig besef ik dat ik hierdoor een job kan mislopen. Al te weinig beseffen wij allemaal hoeveel geheimen we wel hebben en hoe slordig we daar mee omspringen.
Bij thuiskomst draait u uw deur op dubbelslot, u wil niet dat de hele wereld de situatie in uw woonkamer kan meevolgen. Want iederéén heeft iets te verbergen. En dus is privacy van essentieel belang. In elk geval een stuk belangrijker dan een gepersonaliseerde kortingsbon. Laura Sear en Thomas Cruysberghs

Illustratie: Karen François

Dagelijks mailen, bellen, sms’en en twitteren we erop los. Zonder veel zorgen en zonder veel nadenken. Waarom zouden we ook? Wij hebben toch niets te verbergen? Wel, dat valt nog te bezien.

3


Privédetectives zijn geen privacy-dieven

FOTO: Liesbeth Knaeps

Al elf jaar lang is Frank Vangenechten privédetective. Dankzij de sociale media en de grote vrijgevigheid die we daar op het vlak van ons privéleven aan de dag leggen, is zijn job een stuk eenvoudiger worden. “Maar vergis je niet. Het echte werk gebeurt toch nog altijd in de wereld daarbuiten.”

4

Wie privédetective zegt, denkt als vanzelf aan mannen in lange jassen. Koele kikkers met eindeloos veel geduld, halve schurken ook die het niet altijd even nauw nemen met de wet. Frank Vangenechten kent de clichés. “Bij het woord privédetective denken mensen aan mysterieuze mannen die telefoons afluisteren en mensen

beroven van elke vorm van privacy. Niets is minder waar. Wij zijn geen privacy-dieven. Wij proberen zoveel mogelijk aan de goede kant van de privacy-grens te blijven.” License to stalk Detective word je niet zomaar. Kandidaten moeten een strenge opleiding volgen, worden grondig gescreend en moeten aan een aantal eisen voldoen. Dan alleen

kan je een licentie met het statuut privédetective krijgen. Die licentie is echter geen toegangspasje dat je vlotjes voorbij de grens van de privacywetten loodst. “Met de licentie kunnen we mensen in het openbaar fotograferen en filmen. Maar daarnaast beperkt ze ook wel onze mogelijkheden. We worden streng gecontroleerd en elke misstap kan ons zuur opbreken. De honger naar resultaat is echter groot en soms overtreden we de


Binnen de wet Maar wat mag en wat mag niet? Mensen schaduwen, een techniek die detectives vaak gebruiken, is dankzij hun licentie perfect legaal. “U begeeft zich op openbaar terrein en wij ‘toevallig’ ook. Dat mensen niet graag gevolgd worden, hebben we al gemerkt. Zo zijn we al eens afgedreigd geweest door een crimineel. Daarom doen we geen opdrachten meer in het criminele milieu.” Volgens Vangenechten voelen mensen redelijk snel aan dat hun privacy geschonden is, zelfs al is dat wettelijk helemaal niet zo. “Als ik u een week lang intensief volg zonder dat u dat doorhebt en ik leg u daarna een verslag voor van wat u allemaal gedaan hebt, dan zal u waarschijnlijk vinden dat ik uw privacy geschonden heb. Omdat ik u zo intensief schaduw ken ik al snel uw gewoontes. Mensen zijn echte gewoontedieren die daar niet graag op betrapt worden. Dat lijkt op een overtreding van de privacywet maar de praktijk is perfect legaal. Ik zie toch gewoon wat elke andere persoon ook ziet?” Buiten de wet Wat mag dan niet? Onderzoek naar etnische afkomst en gezondheidstoestand mag niet, net als fotograferen op privéterrein. Verborgen camera’s kunnen enkel als er een vermoeden van diefstal is of als de camera een specifieke plek viseert, bijvoorbeeld de kassa. Afluisterapparatuur plaatsen of telefoongesprekken aftappen is illegaal. Vangenechten vindt het hele afluisterschandaal van de NSA dan ook een brug te ver. “Het is triest dat bondgenoten elkaar afluisteren. Er moeten maatregelen genomen

worden. Elio Di Rupo vraagt nu bijvoorbeeld om bij meetings gsm’s in een andere kamer te laten. Elk telefoontoestel kan namelijk als spy-phone gebruikt worden.” Toch heeft Vangenechten een winkel waar hij verborgen opname- en afluisterapparatuur verkoopt. “Wij verkopen inderdaad spionagespullen. Het is niet onze verantwoordelijkheid wat de klant daarmee doet”, verweert hij zich. Sociale media en detectives Met de komst van sociale media is het beroep een stuk eenvoudiger geworden. “Het is tegenwoordig routine geworden om iemand even te googelen en zijn Facebook-profiel te bekijken. Als iemand zijn account afgeschermd heeft gaan we daar niet verder op in. Wij zijn geen hackers! Mensen met een open profiel zijn natuurlijk een zegen. Wat iemand leuk vindt, foto’s en statusupdates zeggen ontzettend veel over die persoon. Op een uurtje tijd weten we al een stuk meer over onze cliënt. Maar vergis je niet. Het echte werk gebeurt toch nog altijd in de wereld daarbuiten”, verklaart Vangenechten. Niet enkel de sociale media spelen privédetectives in de kaart. Ook met het gebruik van de nieuwste smartphones is het gemakkelijk om iemand te volgen. “Via Find my iPhone heb je iemand binnen een paar seconden gevonden”, legt Vangenechten uit. Tot slot nog een vraag voor wie aan paranoia begint te lijden: hoe kan je aan het alziend oog van de privédetective ontsnappen? “Koop een eenvoudige gsm en als je denkt geschaduwd te worden, sla dan drie keer rechts af. Als mensen dat doen, weten we dat ze ons door hebben en stoppen we onmiddellijk.” Jef Cauwenberghs en Elien Van Wynsberghe

Illustratie: Karen François

grens wel eens. Maar de informatie die we verzamelen tijdens zo’n overtreding gebruiken we niet in onze rapportering. Ze is immers niet rechtsgeldig.”

5


“Overheid maakt misbruik van de angstgevoelens van het volk” Ooit was privacy onbestaande, vandaag is het een mensenrecht. Een mensenrecht dat echter zwaar onder druk staat. Jos Dumortier, professor privacy- en ICT-recht aan de KU Leuven, over het verleden, het nu en de toekomst van een van onze basisbehoeften. In den beginne was er geen privacy. Of toch niet iets dat op onze huidige notie van privacy lijkt. In de Middeleeuwen bijvoorbeeld was bijna alles nog openbaar. Badhuizen waren gemengd, de liefde bedrijven en bevallen werd in het bijzijn van de kinderen gedaan. Toen mensen begonnen met eigen huizen te bouwen en per gezin gingen samenwonen, ontstonden de voorlopers van de wetgeving rond privacy. Zo had je bijvoorbeeld de wet tegen huisvredebreuk, die bepaalt dat een huis niet zomaar mag binnengedrongen worden. Ook was er aan het eind van de negentiende eeuw al het briefgeheim. Sinds de jaren dertig werd ook het telefoonverkeer beschermd. Keerpunt De Tweede Wereldoorlog zorgde voor een keerpunt in ons denken over privacy. “Door de ervaring van de Tweede Wereldoorlog was de bevolking bang geworden voor de

6

inmenging van de overheid”, legt professor Jos Dumortier uit. Meer specifiek ontstond er de angst voor totalitaire regimes. De bevolking trok lessen uit de fascistische regimes in Europa en werd zich zo meer bewust van het belang van privacy. Na de Tweede Wereldoorlog werd privacy dan ook een onderdeel in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.” (zie kader) In de Belgische Grondwet is, opmerkelijk genoeg, nog maar sinds 1992 een bepaling opgenomen over de privacy van de burger. De privacywet kwam vanuit Amerika overwaaien, waar ze al in 1879 in de Bill of Rights uiteen gezet werd. Concreet ging het over ‘The Right to be left alone’. Dat was de eerste juridische definitie van het recht op privacy, waar dieper ingegaan werd op de bescherming van het privéleven van het individu. “De Amerikaanse notie van privacy”, zegt Dumortier, “komt in de wetgeving meer voor als bescherming tegen inmenging van de media. In Europa is het meer ingevoerd vanuit een politiek standpunt, meer

bepaald vanuit het inzicht dat het in een democratie belangrijk is dat mensen zich autonoom kunnen ontwikkelen.” Digitalisering Privacy komt de laatste jaren steeds meer in het gedrang. De digitalisering, die begin jaren tachtig begint, stelt overheden en bedrijven in staat om sneller en op grotere schaal gegevens over de bevolking te verzamelen. Dat die bevolking nauwelijks protesteert, heeft volgens professor Dumortier te maken met angstgevoelens bij de bevolking. “De overheid maakt daar misbruik van, aldus Dumortier. “Iedereen zomaar afluisteren omdat men zoekt naar terroristen, is een stap te ver.” Dat de privacy vandaag onder druk staat, wil volgens Dumortier niet zeggen dat de nood eraan aan het verdwijnen is. “Mensen zijn zich niet bewust van de gevaren, maar ik denk dat ze toch nog veel belang hechten aan privacy.” Ditte Bervoets en Wouter Kesteloot


19de eeuw --- Families slapen in dezelfde kamer en wassen zich in publieke badhuizen

1831 --- Briefgeheim in Belgische grondwet

1868 --- Privacy in Amerikaanse wetgeving

1930 --- Bescherming telefoonverkeer

1940 - 1945 --- Keerpunt door WO II. Angst voor inmenging van totalitaire regimes

1950 --- Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens met recht op privacy

1980 --- Begin digitalisering

1992 --- Privacywet in Belgische grondwet

1998 --- Google wordt opgericht, de internetgigant die onze gegevens makkelijk kan bemachtigen

2004 --- Ontstaan van sociale netwerksite Facebook

2011 --- Na 11 september zet terrorismebestrijding de privacybescherming onder druk

2013 --- Op 5 juli onthult Edward Snowden onthult geheime spionageprogramma’s van de NSA Ditte Bervoets en Wouter Kesteloot

In 1950 werd privacy opgenomen in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat alle burgerrechten samenbracht. Volgens het EVRM heeft ieder individu recht op respect voor zijn privéleven, gezinsleven, woning en correspondentie. Er mag ingegrepen worden in de privacy van een persoon mits er voldaan wordt aan enkele voorwaarden: het moet in de wetgeving staan, het moet noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid én het moet proportioneel blijven. “Van onschuldige mensen alle internetverkeer opslaan, in de hoop dat men iemand vindt die een misdrijf gepleegd heeft, dat gaat te ver”, beklemtoont Jos Dumortier.

FOTO: Karen François

Privacy volgens het EVRM

7


8

FOTO: Adriaan Standaert


Kies zelf wie je bent Privacy is... zelf kunnen beslissen wat je van jezelf toont en wat niet. Dat blijkt online een stuk moeilijker dan offline. Maar geen nood: inzicht helpt je je online-identiteit te beschermen. Of er zelf een te creëren. Problemen met online rolgedrag
 Iedereen verbergt op elk moment een deel van zichzelf, dat leert ons de rollentheorie uit de sociologie. Afhankelijk van de context zal je een ander deel van jezelf tonen. Zo zal je op café met vrienden een andere houding aannemen dan aan tafel bij je grootouders. Opgroeien is leren welk gedrag waar past, waar we welk stukje van onze identiteit willen uitdragen. Op die manier zorgen we voor afscherming, voor privacy.

 Ook online vertolken we verschillende rollen. Op Facebook lach je met de foto’s van die laatste openluchtfuif en op het forum van de plaatselijke jeugdraad geef je jouw mening op het beleid in je gemeente. Beide acties doe je vanuit een andere betrokkenheid en het idee dat je voor een ander soort publiek spreekt. Het probleem van internet is dat zoekmachines als Google dat verschil vernietigen. Ze doorbreken de afscherming die je offline wel zelf controleert. Iedereen kent het voorbeeld van de gênante foto of opinie die opduikt op het sollicitatiegesprek. Je kan niet ontkennen dat jij die geplaatst hebt. Het was alleen nooit de bedoeling dat die gegevens in deze context gebruikt zouden worden.

 Behalve een grotere onverschilligheid tegenover context is er online ook een grote onverschilligheid tegenover tijd. Iets dat je online

achterlaat, zal daar binnen dertig jaar nog steeds staan. Alleen denk jij er op dat moment misschien niet meer op die manier over, of erger nog, verandert de norm in de maatschappij over je gedrag en heb je ook opeens iets fouts gedaan. Zo was roken vijftig jaar geleden ‘hip’, terwijl er vandaag meer en meer stemmen opgaan die de ziekteverzekering van rokers in vraag stellen. Het is zeer goed denkbaar dat roken binnen dertig jaar ook echt verboden zal zijn. Om de absurditeit te vermijden dat je dan gestraft zou worden voor iets dat je nu online achterlaat, wordt momenteel door de Europese Commissie gepleit voor ‘het recht om vergeten te worden’, en je sporen online te kunnen wissen. “Want”, zegt socioloog Ben Caudron daarover, “in de analoge wereld kunnen we vallen en opstaan, maar in de virtuele wereld blijven we momenteel vallen.” Effect op offline leven
 In de online-wereld wordt nauwelijks of geen rekening gehouden met de schotten tussen de verschillende rollen die we spelen. Daar spelen allerhande marketingbedrijven, potentiële werkgevers, maar ook mensen met minder goede bedoelingen gretig op in. Bovendien wordt op basis van enkele gegevens een beeld gevormd van je gehele identiteit. Toch kan die interpretatie een effect hebben op je offline identiteit: die stageplek krijg je bijvoor-

beeld niet toegewezen door een te weinig genuanceerde kritiek die je jaren geleden op een blog schreef.

 Oplossingen
 Samengevat komt het erop neer dat we niet langer in de hand hebben wat er online met onze identiteit gebeurt. Socioloog Ben Caudron ziet de oplossing in scholing. Bewustmaking. Internetgebruikers moeten inzage krijgen in wie waar welke data van ons opslaat en hoe dat vrijwel altijd gebeurt met de bedoeling daar winst mee te genereren. “Als we dat beseffen”, zegt Caudron, “en op die manier ook doorhebben hoe de media werken, zullen we vanzelf veel voorzichtiger omspringen met het vrijgeven van data.” Misschien is er ook nog een tweede, assertievere oplossing om aan die slachtofferrol te ontkomen. Steeds meer mensen lijken erin te slagen om het internet voor hén te laten werken. Ze gebruiken het om van zichzelf een merk te maken en beheren bewust hun digitale identiteit. Als we weten dat er zoveel mensen en instanties geïnteresseerd zijn in wie we zijn, kunnen we maar beter zorgen dat we enkel datgene tonen wat wij willen. ‘Haal voordeel uit wie je bent’, is de slogan van een Amerikaanse campagne die mensen tot personal branding wil aanzetten. Daar is echter meer voor nodig dan alleen de bewustmaking die Caudron voorstelt. Naast kennis over de technologische capaciteiten van internet en de werking van de media is dan ook kennis over de zonet geschetste sociologische/psychologische kant van het verhaal vereist. Anders gezegd: zou het niet mooi zijn als we het rollenspel dat ons leven is even goed online als offline leerden beheersen? 


 Linde De Ceuster

9


Camera’s bieden geen garantie 1.

2.

In 2004 besliste het Antwerpse stadsbestuur om in de strijd tegen de criminaliteit veiligheidscamera’s in te zetten. Vandaag hangen er al meer dan honderd, en bijna allemaal in dezelfde wijken. Terecht? De eerste kaart vertelt meteen veel. Alleen in Antwerpse wijken ‘met een reputatie’ vind je vandaag veiligheidscamera’s. Het merendeel hangt ten noorden van het Stadspark, en ook op het Kiel en in Deurne-Noord waken camera’s over de veiligheid van burgers. Of ze daar op hun plaats hangen, valt nog te bezien. De criminaliteitskaart die StampMedia samenstelde, laat zien dat er in andere, minder gestigmatiseerde buurten in oktober 2013 soms meer criminele feiten werden geregistreerd. Wat onmiddellijk opvalt, is de hoge concentratie van camera’s in de stationsbuurt en Antwerpen-Noord. Vooral in de oostelijke helft van dit cluster, de wijk rond de nochtans beruchte Handelsstraat, staan nogal wat camera’s zonder werk. De wijk was in oktober 2013 immers nagenoeg misdaadvrij. Tegelijk noteerden we nogal wat criminele feiten tussen de onderste helft van de Leien en de Schelde (Theaterbuurt, St. Andries en Zuid), een gebied waar geen enkele camera te vinden is. De kaarten tonen ook heel duidelijk aan dat het plaatsen van camera’s geen garantie biedt op een wereld zonder criminaliteit. Nergens in Antwerpen staan er zoveel camera’s als in de Stationsbuurt, nergens werden er in oktober 2013 meer criminele feiten gesignaleerd.

De eerste kaart toont alle camera’s in Antwerpen, de tweede geeft een overzicht van alle aangegeven criminele feiten in oktober 2013 volgens de site van de politie.

10

Fatima-Zahra Naimi


Nooit meer verstoppen tijdens het shoppen Je kan tegenwoordig geen winkel meer binnenstappen of je wordt geconfronteerd met bewakingscamera’s. Maar heb je er al eens over nagedacht wie deze beelden te zien krijgt, en waar ze terecht komen? De ene beschouwt ze als een inbreuk op de privacy, de ander krijgt er een gevoel van veiligheid door. Maar of je nu voor- of tegenstander bent, het gebruik ervan is erg streng gereglementeerd. Daarvoor hebben we, sinds 21 maart 2007, de camerawet. De camerawet is in de Grondwet opgenomen en bepaalt in grote mate wat er met camerabeelden van winkels mag gebeuren. Zo bepaalt de wet dat de klant niet stiekem gefilmd mag worden. De klant moet daarvoor zijn toestemming geven, al moet je het woord toestemming hier niet te letterlijk nemen. In de praktijk volstaat een pictogram bij de ingang van de winkel. Als je een winkel met zo’n pictogram bent binnengestapt, heb je automatisch jouw toestemming gegeven om gefilmd te worden. Privacy van derden Betekent dit dat die beelden van dat ogenblik voor alles mogen worden gebruikt? Zeer zeker niet. Elke burger heeft recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Waar we zijn en wat we doen, is in principe een privéaangelegenheid en mag dus niet zomaar aan iedereen worden getoond. Beelden die gemaakt zijn door bewakingscamera’s mogen volgens de wet enkel bekeken worden door de verantwoordelijke, in dit geval

de winkeluitbater. Uitzonderingen kunnen pas toegestaan worden na een gemotiveerd verzoek. Het is de winkeluitbater die dan moet uitmaken of jouw argumenten sterk genoeg zijn. Bij een negatief antwoord kan je best contact opnemen met de politie. Zij hebben de bevoegdheid om jou alsnog de betreffende beelden te tonen en zo nodig derden onherkenbaar te maken. Bewijsmateriaal Ook de politie mag dus de beelden gebruiken, zij het alleen in bepaalde gevallen. Fons Bastiaenssens, woordvoerder van de Antwerpse politie: “Als er sprake is van een misdrijf, schade of verstoring van de orde mogen de politiediensten of de gerechtelijke overheden de beelden opvragen en bekijken. Ze kunnen immers als bewijsvoering dienen in een onderzoek.” Geregistreerde beelden die uiteindelijk niets opleveren, neemt de politie niet in beslag. Deze moeten na een maand vernietigd worden. Beelden die kunnen dienen om een misdrijf aan te tonen, schade te bewijzen of om een dader, getuige of slachtoffer te identificeren, mogen langer bewaard worden.

Procedure Beelden vrijgeven aan de media mag enkel na toestemming van het parket. Soms gebeurt het dat derden hierbij duidelijk herkenbaar zijn. Denk aan de beelden die gemaakt werden vlak voor de moord op Joe Van Holsbeeck. De camerabeelden waarop verschillende voorbijgangers duidelijk herkenbaar zijn, vind je nog steeds op het internet. Hoogstwaarschijnlijk was de politie op zoek naar mensen die konden getuigen over de moord. Eva Wiertz, woordvoerder van de Privacycommissie, is op dat vlak zeer duidelijk. “De media mogen enkel op eigen houtje camerabeelden publiceren als ze derden onherkenbaar maken. Doen ze dat niet, dan overtreden ze de privacywet.” Nina D’Hollander

11


“Een bordkartonnen samenleving” In de straten van Antwerpen kan je vandaag 96 bewakingscamera’s vinden. 24 uur op 24, 7 dagen op 7 houden deze camera’s passanten in de gaten. En dat heeft niet alleen voordelen. “Als je voortdurend gecontroleerd wordt, handel je juist omdat je gecontroleerd wordt, niet omdat je zelf de verantwoordelijkheid opneemt”, zegt prof. Walter Weyns. Met het cameratoezicht wil de stad Antwerpen in de eerste plaats criminaliteit opsporen en voorkomen. Politie Antwerpen is verantwoordelijk voor de verwerking van deze strategisch geplaatste camera’s. Het stadsbestuur geeft een flink bedrag uit aan deze veiligheidsmaatregel. Maar wat is nu daadwerkelijk de meerwaarde van deze peperdure, 360 graden draaiende, technologische hoogstandjes? Zin en onzin Eén ding staat als een paal boven water: bewakingscamera’s registreren op regelmatige basis criminele feiten. In Mechelen bijvoorbeeld, worden er wekelijks veertig gestolen auto’s op camera’s geregistreerd. Af en toe kunnen de beelden een opzoekingsbericht vergemakkelijken. Het afschrikeffect van camera’s zorgt ook voor een procentuele daling van vandalisme, sluikstorten en geweldpoging. Wat verder van ons weg, in Nieuw-Zeeland, werd de identiteit van een lottowinnaar onlangs achterhaald via een bewakingscamera. Geweldig voor deze man natuurlijk, maar wat als de beelden in de verkeerde handen zouden vallen?
Over het gebruik van de veiligheidscamera’s in Antwerpen en omliggende 12

gemeentes is er een groeiend ongenoegen. Het lijkt wel dat het doel van de camera’s tegenwoordig het registreren is van futiliteiten als hondenpoep, luide hangjongeren of misgooide blikjes op straat, om vervolgens een GAS-boete in de bus van deze niets vermoedende burgers te steken. De FOD Binnenlandse Zaken voerde bovendien een onderzoek uit naar de verschuiving van criminaliteit als gevolg van de camerabewaking. In de zone buiten het oog van de camera’s neemt het aantal misdrijven toe met negen procent. De onderzoekers stelden ook vast dat de camera’s nauwelijks een preventief effect hebben. In de gecontroleerde zones, daalt het aantal misdrijven met slechts twee procent. Verschraalde maatschappij Ook op sociaal psychologisch vlak heeft zo’n camerabewaking heel wat gevolgen. Professor Walter Weyns, hoofddocent aan het departement Sociologie van de Universiteit Antwerpen, waarschuwt dat de toename van het cameratoezicht leidt tot wat hij ‘een bordkartonnen samenleving’ noemt. Weyns: “In een publieke ruimte kan men alles

verwachten: hangjongeren, muzikanten, bedelaars. Het is de plek bij uitstek waar het sociale leven zich afspeelt. In een door camera’s bewaakte en dus ‘gesecuriseerde’ ruimte zal iedereen zich verplicht voelen zich te gedragen zoals het hoort en zullen de uitzonderingen uit de groep gehaald worden. Er zal een soort van verschraalde maatschappij ontstaan, een bordkartonnen samenleving.” “Als je voortdurend gecontroleerd wordt, handel je juist omdat je gecontroleerd wordt en niet omdat je zelf de verantwoordelijkheid hiervoor opneemt.” Daardoor, zegt Weyns, krijg je vandaag een nieuw soort burger. “De burger zoals we die ons voorstelden in een ideale democratische situatie, het ideaalbeeld van de Verlichting, was iemand die zijn verantwoordelijkheden opnam en actief deelnam aan het publieke leven. Hij is niet enkel gericht op zichzelf maar gericht op het overeind houden van de samenleving. Nu krijg je een burger die zich angstig in het publieke domein begeeft, met in het achterhoofd de vraag of hij niets verkeerd doet.” Professor Weyns heeft alle begrip voor het gebruik van deze geavanceerde technologie om het gevoel


Wat weet het internet over Han Zinzen?

Illusie van veiligheid De vraag blijft dus of deze peperdure maatregel effectief zijn doel bereikt. Bewakingscamera’s geven ons een illusie van veiligheid en het akelige gevoel van een derde die ons nauwlettend in de gaten houdt. We offeren onze publieke ruimte op en laten elke vorm van verantwoordelijkheidszin in de handen van de overheid. Geeft dit een veiliger gevoel? Laura Sear en Lara Meyers

Han Zinzen, hoofdredacteur van StampMedia, gaat ervan uit dat er bitter weinig over hem te vinden valt op het internet. Enkel “wat ik er zelf bewust op heb gezet”, zegt hij. Is dat zo? Welke informatie vinden we terug door wat rond te surfen op het net? De buit na enkele uren zoeken:

• Zijn adres, telefoonnummer en gsm-nummer • Zijn leeftijd

• Hij is de zoon van voormalig VRT-journalist Walter Zinzen • Hij heeft een broer

• Hij heeft een vriendin

• Hij heeft een Netlogpagina die 780 keer bekeken is. • We vonden een strandfoto van een vakantie in Tazacorte, La Palma in 2011

• Hij is fan van Triggerfinger (getuige daarvan een foto op Flickr, waar hij een T-shirt van de band draagt)

• Hij hield op 4 november 2012 een kaas- en wijnavond • Hij zocht op 7 juli 2013 een babysit

Eerste reactie van Han, wanneer we hem onze lijst met informatie voorleggen: “Jezus Christ!”. Toch is hij niet echt verrast. De intieme informatie blijft al bij al ook beperkt, wat bewijst dat het goed afschermen van je profielen op sociale media helpt om je privacy te beschermen. Ilse Cox en Niels Timmermans

FOTO: Liesbeth Knaeps

van veiligheid en leefbaarheid te bewaken. Tegelijk stelt hij vragen bij een overheid die zich al te zeer in de rol van controleur wentelt. “Wie gaat de controleur controleren? Voor je het weet, verplicht men de overheid in de positie van de bewaker. Dit is niet de beste manier om het sociaal weefsel tot iets levends te maken.”

13


De ‘Data Protection Regulation’ van de EU

 Sinds de NSA-onthullingen van afgelopen zomer zijn de Europese initiatieven voor een vernieuwde online gegevensbescherming in een stroomversnelling geraakt. Maar na twee jaar onderhandelen en ongeveer vierduizend amendementen lijkt een akkoord over uniforme en efficiënte Europese regels veraf. De belangen zijn dan ook groot en soms tegenstrijdig. Toen bleek dat onder andere de telefoon van de Duitse bondskanselier Merkel afgetapt werd, waren de Europese leiders terecht diep verontwaardigd. Toch is het onzeker of net zij het nieuwe voorstel nog voor de Europese verkiezingen van 2014 willen aannemen. Meldingsplicht

 Onlangs stemde het Europees Parlement over de nieuwe ‘Data Protection Regulation’ of Databeschermingsregelgeving. Slechts een aantal van de doelstellingen, die in de media al op voorhand als ‘behaalde overwinning’ werden toegejuicht, zijn ook effectief bereikt. Een daarvan is de meldingsplicht voor bedrijven die te maken krijgen met een datalek. Ondanks behoorlijk wat verzet zal men in alle EU-lidstaten de nieuwe regels over online profiling moeten gehoorzamen. Als bedrijven toch zomaar data doorgeven aan Amerikaanse geheime diensten, riskeren ze miljardensancties.



14

Compromis Maar geen overwinning zonder compromis, in dit voorstel onder de vorm van zogeheten pseudonieme data. Dat zijn persoonsgegevens die ‘niet herleidbaar’ zijn tot een specifieke burger. Enkel aanvullende informatie die apart bewaard wordt, kan de betrokken persoon identificeren. Op die categorie zal de algemeen geldende privacybescherming niet van toepassing zijn. Dat betekent onder meer dat de verplichte voorafgaande toestemming tot de verkoop van je persoonlijke gegevens aan derden wegvalt. Probleem daarbij is dat men over zulke enorme hoeveelheden informatie beschikt dat die bijna onvermijdelijk opnieuw kunnen worden gekoppeld aan hun eigenaar.

 Big Data = Big Money Het is dus allerminst vanzelfsprekend om een akkoord te bereiken over deze kwestie. Omdat er momenteel enkel een richtlijn uit 1995 van toepassing is, heeft elke lidstaat haar eigen privacyregeling. De servers van Facebook staan bijvoorbeeld in Ierland, omdat men daar veel

lakser omspringt met privacy dan in pakweg het strenge Duitsland. Als er een uniforme Europese regeling komt, blijft er voor Facebook weinig reden over om haar servers in Ierland te houden. Anderzijds is Big Data synoniem met Big Money. De verzamelde data van EU-burgers waren in 2011 al 315 miljard euro waard. In 2020 zou dat bedrag volgens prognoses zelfs stijgen tot 1.000 miljard euro.

 Europa moet zich dus in een spreidstand manoeuvreren. De kunst bestaat erin een wetgeving te vormen die de burger beschermt en zo zijn vertrouwen in de datasector kan herstellen, zonder de verdere groei van deze branche onmogelijk te maken.

 Cornelius Noll


Tips voor een veiliger digitaal leven

--- Gebruik een gevarieerd wachtwoord. De naam van je huisdier of je lief maakt het voor jou gemakkelijk om het wachtwoord te onthouden, maar het kost hackers weinig moeite om je account te kraken. Probeer daarom hoofdletters, kleine letters, cijfers, leestekens en symbolen met elkaar af te wisselen. Behandel delicate informatie met zorg. Wil je de inhoud van e-mailberichten of documenten effectief geheim houden, codeer ze. --- Het kan heel verleidelijk zijn om op advertenties te klikken. Maar van zodra je erop klikt, zit jouw IP-adres in het systeem van de bedrijven en kunnen ze deze

informatie gebruiken om meer of gerichtere publiciteit aan te bieden. Uit die klik leiden ze namelijk een blijk van interesse voor hun product en mogelijke andere producten af. --- Via MyPermissions.com kan je als gebruiker nagaan welke toelatingen je via sociale mediawebsites als Facebook, Twitter en Instagram hebt gegeven om jouw informatie te gebruiken. Een pagina liken of een spelletje spelen, kan betekenen dat je de gelinkte bedrijven toestaat in jouw naam verzoeken te sturen naar je Facebookvrienden of nieuwsbrieven te verzenden naar je mailbox.

--- The Onion Router (TOR) is een internetbrowser zoals Google Chrome of Mozilla Firefox, alleen maakt deze browser een omweg via andere TOR-gebruikers in zijn zoekopdrachten. Hierdoor kan het surfgedrag niet aan één bepaalde locatie verbonden worden. Het nadeel aan deze browser is dat je hem niet voor alles kan gebruiken. YouTube-video’s bekijken lukt bijvoorbeeld niet, omdat Java en Flash als onveilig beschouwd worden. Pieter De Vleeschouwer

Illustratie: Liesbeth Knaeps

Hoe beveilig ik persoonlijke informatie? De meest efficiënte manier is geen internet of gsm gebruiken. Maar zoiets is in onze samenleving natuurlijk ondenkbaar geworden. Daarom, gratis en voor niks, een reeks tips voor een bewuster en veiliger digitaal leven.

15


16

FOTO: Liesbeth Knaeps


PIDMAG - nr. 5 jaargang 2