Page 1

1060

ÉDITION/EDITIE N° 02

FACES

Buurt Correspondent de Quartier | 29.01.2016 ARTIKELS/ARTICLES 02 Het leeft in Sint-Gillis 04 Cafés De Pauw 04 La librairie TIPI: une librairie a-TIPI-que 06 Het leeft in Sint-Gillis (2) 07 Que signifie Noël pour vous 08 Once upon a time... 10 Tour du monde met dobbelstenen en pionnen

© CENDRA SMITH

10 25 november 11 Selon moi, c’est la plus belle avenue de Saint-Gilles 12 Twenty four hours on Parvis; a day in the life of a square-dweller 14 Het leeft in Sint-Gillis (3)

UMAN: ‘IK HOOP DAT WE WEER SOLIDAIR WORDEN.’

14 The red umbrella 15 A walk in the park 15 In memory of Lorenzo Orlandini

Sint-Gillis trekt sinds jaar en dag schilders, acteurs en muzikanten aan. Zanger en DJ Original Uman is één van hen. Hij groeide op in Matongé in Elsene, maar heeft zijn hart intussen verloren aan Sint-Gillis. “De sfeer is hier bijzonder, dit is het hart van Brussel.”

Afrikaanse vrienden raakte hij gefascineerd door “zwarte muziek” zoals reggae en hiphop. De uitbater van de muziekwinkel L’Arlequin die destijds in Elsene gevestigd was, dompelde Uman helemaal onder in de wereld van de reggaemuziek. De bal ging aan het rollen en Uman startte een soundsysteem en werkt hierbij samen met soundsysteem ‘Selecta Killa’.

Ik ontmoet Original Uman in de bar la Licorne; een inspirerende, gezellige bar waar expo’s, jazzconcerten, feestjes en kerstmarkten worden georganiseerd. De barvrouw is van l’Ardèche, een streek in het zuiden van Frankrijk. Aangename, rustige muziek weerklinkt doorheen dit café. [Vorstsesteenweeg 61 in Laag Sint-Gillis, vlakbij Hallepoort]

Daarnaast studeerde hij ook schilderkunst aan de Ecole des Beaux Arts. In L’Arlequin hangt een permanente collectie van zijn werken. Op instagram vind je recente werken onder de naam #umanplastic. (Vervolg pagina 2)

Manuel Istace liep school in de Charles Jansensschool in Matongé. Door zijn vele

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 1

“Het is een linkse gemeente, waar je nergens een gevoel van onveiligheid hebt. “

© MYRTHE BROUWER

NEL COUSSEMENT

18/01/2016 21:50:40


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

Uman noemt Sint-Gillis het hart van Brussel. “Het is een linkse gemeente, waar je nergens een gevoel van onveiligheid hebt. Je hebt hoog Sint-Gillis waar de mensen een redelijk hoge levensstandaard hebben, maar ook in laag Sint-Gillis probeert men de levensstandaard te verhogen.” Dit door projecten gecoördineerd door Pianofabriek, de bibliotheek en wijkwerkingen. De organisatie CEMôme organiseert ook huiswerkbegeleiding in veel scholen. Net als thuis van talloze artiesten is deze gemeente ook een doolhof van restaurantjes. Voor het eten van een hapje geeft Uman toch de voorkeur aan Sale Pepe Rosmarino in de Berckmansstraat, maar ook aan La Braise aan het Voorplein van SintGillis. Uman woont erg graag in Sint-Gillis. “De sfeer onder de mensen is bijzonder. Weinigen denken hier enkel in termen van eigenbelang. Ik hoop dat dit zo mag blijven. Toch is het hier evengoed ‘Bobo-land’.” ‘Bobo’ wordt in Sint-Gillis gebruikt om iemand aan te duiden die bourgeois-bohème is. De Franse zanger Renaud zingt sarcastisch dat Bobo’s ‘er trots op zijn dat ze veel belasting betalen en dat hun kinderen op hun zesde De Kleine Prins hebben gelezen.

2

“Elke maatschappij of groep van mensen telt sterke en zwakke individuen. Iedereen is nodig om een perfect geheel te maken.”

Umans muziek is politiek gekleurd, maar evengoed zingt hij over liefde en grappige dingen. In het lied “Sans frontières” bijvoorbeeld uit hij zijn begrip voor mensen die moeten vluchten voor geweld. Uman is enigszins ongerust over wat nog zal komen: “We leven in een onderdrukkend systeem dat mensen niet als mens bekijkt. Het systeem maakt zich enkel zorgen over winst. Hedendaagse politici hollen het sociaal beleid uit. Ik ben bang hoe de toekomst er voor mijn kinderen zal uitzien, ja zelfs voor mezelf. Als ik oud en eenzaam ben, zal de maatschappij dan nog voor mij zorgen? Of zal ze me laten sterven? Ik hoop dat we weer solidair worden. Elke maatschappij of groep van mensen telt sterke en zwakke individuen. Iedereen is nodig om een perfect geheel te maken. Maar tegenwoordig zijn zelfs de zwakkeren bereid om de zwakkeren op te eten. Dan is het respect voor het wezen van de mens zoek. //

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 2

HET LEEFT IN SINT-GILLIS

jongeren als het mooi weer is. Zelfs al regent het dan blijven de mensen toestromen. Uit Brussel of daarbuiten. Altijd lijkt het er te bruisen! Ach, hoe is het toch mogelijk dat er plaatsen zijn die vol leven zitten en andere niet? Waarom trekken bepaalde buurten aan en stoten andere af?

FLIP CUIJPERS

De vroege middagzon schijnt zacht in Sint-Gillis. Er staat een zachte zomerbries en de hemel kleurt lichtblauw, cumulus fractus wolken drijven bedaard voorbij. Vanaf Brussel Airport stijgt een vliegtuig op, de wind in de rug, scheert over de stad en klimt richting het zuiden om vervolgens met veel kabaal af te buigen, richting oost. Het geluid dooft uit. Ik zit op de nok van het dak, vier verdiepingen hoog, met een been aan beide kant, en kijk om me heen. In de verte is de grote gouden koepel van het Paleis van Justitie nog net te zien, de enorme glazen Zuidtoren iets dichterbij, eenzaam en alleen de hemel in, daarachter het gegil van mensen in kermisattracties dat zich mengt met het gepiep van treinen die over de vele wissels bij het naastgelegen station rijden. Naast mij wuift de grote laurierboom van de buren zacht op en neer. Een frietlucht stijgt langzaam op, ik buig wat voorover om de weeïge geur op te snuiven en zie hier en daar plukjes groen in de achtertuinen, vele zijn volgebouwd met bakstenen achterhuizen en gebouwtjes van ruim een eeuw geleden, oude werkplaatsen voor zilversmeden of ateliers voor het weven van Brussels textiel. Hoe is het toch mogelijk? Hoe kan het toch dat SintGillis meer leven bevat dan andere gemeentes, gaat er door mijn hoofd. In de weekeinden een markt vol groenten en specerijen, in de herfst een grote openluchtbioscoop, de terrasjes vol

A timeless way of building ‘De menselijke maat bij het bouwen is verloren gegaan,’ zegt architect Christopher Alexander in zijn A Timeless Way of Building (1979), een bijbel van een boek. ‘En sinds de industriële revolutie zorgt een verlies aan bouwkennis in onze maatschappij voor huizen, wijken, steden zonder leven en bezieling.’ Voor duizenden jaren is er met de menselijke maat gebouwd en de gemeenschap, hoe klein of groot ook, bezat zelf de kennis van het bouwen. Bij de bouw van een huis kwamen familie, vrienden, buren elkaar helpen, vaak zonder gebruik van een plan of tekening. In elke vroegere leefgemeenschap, waar ook ter wereld, bezat een gemeenschapslid in minder of meerdere mate puzzelstukjes die moesten leiden tot de grote puzzel: het beoogde bouwwerk. Veelvuldig gebruik van bepaalde krachtige puzzelstukken schiep pleinen, kathedralen, tempels en huizen die zo typisch zijn voor die groep mensen dat er grote overeenkomsten ontstonden in hun bouwwerken. Je kunt bijvoorbeeld spreken over een typisch Zwitserse chalet, een Japanse tempel of een huis uit de Brabantse gotische periode. En deze harmonie in bouwstijl van een regio, van een stad of groep steden, werd bewaard doordat de mensen aldaar hun weten deelden bij het gezamenlijk bouwen. Diepe kennis gaven ze daarmee door aan de nieuwe generatie en ging zo niet verloren.

© CENDRA SMITH

18/01/2016 21:50:42


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

Door het bij elkaar brengen van passende puzzelstukjes, Alexander noemt ze patronen (patterns), kreeg je een individueel gebouw, een wijk of een stad met een centrale kwaliteit, een kernkwaliteit, één die zorgt voor leven en bezieling. ‘Een kwaliteit waar wij als mensen constant naar zoeken. Je voelt je thuis op plaatsen waar de centrale kwaliteit aanwezig is, je bent er levendig, het meest verbonden met het leven. Daar woon je graag, werk je met plezier, wil je niet meer weg.’ Nu werd er in de regio niet altijd precies hetzelfde gebouwd. Dit hing af van de situatie ter plaatse en van de functie van het bouwwerk. Men keek naar de hoeveelheid beschikbare grond, het soort grond, of er alleen een gezin in moest komen wonen of met haar een hele kudde aan schapen, koeien en pluimvee. Een huis met een stal op een berghelling vroeg om andere patronen dan een molenaarshuis

omdat hij vindt dat er te veel architecten zijn die niet meer in dienst staan van de maatschappij. ‘Ze denken dat ze kunstenaars zijn, maar dat is niet zo, ze horen af te hangen van de bouwkundige wensen uit de samenleving. Velen denken kunst te maken, dat ze iets creëren, uit het niets, en vergeten dat ze iets ontwerpen moeten, voor iemand, voor de gebruiker, voor de bewoner.’ Vaak praten ze met niemand anders dan met alleen hun vakgenoten, vaak blijven ze in hun specialistische ivoren toren zitten, en gaan vervolgens prat op hun artistieke kwaliteiten. Maar de kunstenaar die zegt dat hij kunstenaar is, is geen kunstenaar. Om weer leven in de brouwerij te brengen, is het volgens Alexander uitermate belangrijk om de gebruikers van de architectuur niet langs de zijlijn te laten staan en een valse vorm van participatie te bieden, maar ze mogelijkheden te geven om hun eigen individuele of gemeenschappelijke architectuur te ontwerpen en te bouwen. Om de verloren kennis weer terug de maatschappij in te laten sijpelen, staat er geschreven: ‘leer de oude patronen, neem het in je op, vergeet ze en ga aan de slag. En de weg van de Tao is ingeslagen.’

Vier verdiepingen In zijn andere boek, A Pattern Language (1977), een must voor iedere bouwmeester en gemeentebestuur en milieuactiegroep, geeft Alexander 253 voorbeelden van patronen die zorgen voor leven en bezieling. Het zijn deze stelregels die maken dat steden en dorpen, gebouwen en zelfs individuele kamers in het bezit zijn van de centrale kwaliteit, en waar het bruist van de energie.

© ELLA MARTENS

aan de oever van een rivier, een huis in bosrijke omgeving had weer andere eigenschappen nodig dan een in het open korenveld. En zo kwam het dat ieder bouwwerk een andere verzameling karakteristieken had en daarmee geen kopie was van een ander. Het waren geen precieze na-aperijen maar juist verschillend per locatie.

Patronen die maken dat een omgeving vol leven zit zie ik ook in de gemeente Sint-Gillis. Zo staat er bij Four-Story Limit dat gebouwen niet hoger mogen worden gebouwd dan vier verdiepingen, zowel woningen als kantoren. Dit om te voorkomen

dat mensen gek worden. ‘Hoge gebouwen leiden helemaal niet tot verlaging van de woonkosten, ze realiseren echter geforceerde isolatie,’ en een van de bewijsstukken die Alexander aanhaalt, een Brits onderzoek, geeft aan dat er zelfs een directe correlatie bestaat tussen het aantal gevallen met psychische aandoeningen en de hoogte van een appartement: ‘hoe hoger de mens boven de grond woont en daarmee verder van de maatschappij staat, hoe groter de kans is dat hij zal lijden aan een psychische stoornis. Eenzaam en alleen, hoog in een toren wonen, kan bij kinderen leiden tot antisociaal gedrag, slapeloosheid, psychopathische persoonlijkheidsstoornis.’ Kinderen groeien op voor galg en rad. Hoe zit dit in Saint-Gilles? Als ik later die middag de straten omhoog loop, vanaf het Zuidstation naar Chaussée de Waterloo, met naast mij twee frisse fietsers die de hellingen op ploeteren, hun vuisten ballen naar blinde automobilisten die meer met hun telefoongesprek bezig zijn dan met autorijden, zie ik overwegend oude woonhuizen van drie à vier verdiepingen, een enkele keer is het vijf of zes. Deze vorm van lage architectuur straalt menselijkheid uit en komt niet kil en onpersoonlijk over. Mensen houden hier voeling met de aarde en lopen gemakkelijk naar buiten om met hun buren te praten. Vanaf hun woonkamer zien ze ieder detail van de straat: de winkels, de voorbijgangers, hun gezichten. En dat draagt bij aan het succes van de gemeente. Dat er nog zo veel oude gebouwen staan, opgericht volgens de menselijke maat, maakt dat de gemeente zo levendig is! Een aantal gebouwen, vooral uit de laatste decennia, die hier uitzondering op zijn. Zo tellen de twee grijspaarse plastieke Playmobiltorens aan de Jacques Francksquare, een zielloos en lelijk echtpaar, niet ver van de oude stadspoort, wel liefst 18 verdiepingen. Als ratten zitten de families er in de val. Gebouwd begin jaren 70, in een tijd dat architectuur functioneel en rationeel en onpersoonlijk moest zijn, zijn ze ideale voedingsbodems voor het ontstaan van psychopaten. (Vervolg pagina 6)

3

© CENDRA SMITH

Maar de gezamenlijke kennis van het bouwen is de laatste eeuw verloren gegaan, de patronen die zorgen voor een huis of wijk met leven zijn niet meer gekend door de maatschappij, ze zijn uiteindelijk achtergebleven bij een klein en select groepje die zich specialiseren in het ontwerp van huizen en wijken: de architect. Met de specialisatie van de bouwkunde en het toe-eigenen van de bouwkundige kennis door de architect is een bekwaamheid bij de gewone burger verdwenen. En met het verlies kregen we woningen en buurten zonder de centrale kwaliteit. Alexander, zelf wars van veel van zijn vakidioten, benadrukt dit

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 3

18/01/2016 21:50:47


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

CAFÉS DE PAUW

On the wall, a youth portrait of Mr. De Pauw, former owner of this Café, and also some very old instruments like complicated coffee processor, big blender, golden grinders. For the last 10 years, Madam Youcef Souhayla​ has been the proud owner of Cafés De Pauw. The Syrian couple with two children enjoys a happy life in Saint-Gilles. Her husband tells me about the history of the Café and the business of coffee, from the bean till the sip. He goes on explaining how the café is working with different organisations from all over the world that buy coffee and tea locally,

KHUSHBOO BHAGAT

It is a very clean and quiet place. I see two children playing together, they just come back from school. Their mother says to me: “Bonjour! Voulez -vous prendre un café ou un thé? ”,

video ‘Cafés De Pauw’ (by Placeontape Films)

I quickly reply, “Oui, un thé s’il -vous -plaît! ”

4

Then, with a smile, she asks: “Vous êtes indienne? J’ai un thé spécial d’Inde.”

© KHUSHBOO BHAGAT

I love walking in streets full of shops and do window shopping. That day, there was a heavy rain, I was looking for a café to rest a bit and have a hot tea. On my way, I entered in Cafés De Pauw ​on Chaussée de Waterloo towards Porte de Hal.

© KHUSHBOO BHAGAT

“En tant que torréfacteur depuis 1937, la maison De Pauw est devenue maître dans l’art de la composition des différents arômes de cafés. Vous y trouverez des cafés aux saveurs inimitables, venus des quatre coins du monde. Depuis peu, le magasin propose également un large assortiment de thés (de Ceylan, d’Indonésie, infusions de plantes, de fruits,...) qui valent également le détour. Le tout dans un cadre simple mais qui a gardé une certaine authenticité.” - quoted from Youtube

We start talking together, and her husband joins us as well.

LA LIBRAIRIE TIPI: UNE LIBRAIRIE A-TIPI-QUE… VINCENT HENIN

La librairie TIPI est entièrement dédiée à la photographie et au livre d’art auto-produit. L’ouvrage professionnel jusque dans ses plus petites finitions, rare ou à tirage limité est conçu, produit et distribué bien souvent par l’auteur lui-même. Un objet qui ravira tout qui aime l’art, le monde du livre ou de la photo, ou les trois à la fois ! À deux pas de la barrière de Saint Gilles se trouve cette magnifique librairie créée et tenue depuis deux ans et demi par un passionné, Andrea. Car la passion, celle du livre et de la photographie en particulier, est bien ce qu’il faut avoir pour rentrer dans ce lieu. Non qu’il soit ardu d’y pénétrer, au contraire, l’atmosphère y est sereine mais il faut être sensible à l’art et le bonheur qu’il procure afin de profiter pleinement de cet écrin. On s’y sent comme dans une bibliothèque oùles montres se seraient subitement arrêtées le temps d’un souffle de lecture ou de la contemplation d’un bouquin.

© VINCENT HENIN

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 4

La qualité, non la quantité, est le maître mot. “L’artistephotographe, l’éventuel écrivain et moi-même avons le même but. On recherche l’esthétique, l’ouvrage bien fait et bien fini. Pas la production de masse”, explique Andrea. Ce dernier ne se contente pas que de vendre des livres,

18/01/2016 21:50:52


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

using special boats that sail across the oceans to bring the best beans and tea to their shop. They do the processing at the café itself and they sell their coffee to happy customers.

“Dedicated to their work, they made everything possible.”

Andrea apprécie le travail des papetiers, des pros du papier et de ses propriétés, métier assez répandu en France et qui reprend progressivement ses lettres de noblesse chez nous. “Tout est fait pour que le lecteur vive une expérience unique avec l’ouvrage, aussi bien avec les yeux qu’au travers du touché. Le côté lisse ou au contraire, la rugosité du papier procurent des sensations diverses. Comme son interaction avec la lumière...”, ajoute Andrea. Des fauteuils invitent d’ailleurs les amoureux du livre d’art bien fait à s’asseoir un instant et à savourer le

5

“Hungry man, reach for the book. It is a weapon.” Bertold Brecht

© VINCENT HENIN

lui-même, photographe et versé dans le graphisme, prodigue également des conseils à des artistes mal avisés ou naïfs. “Bien souvent, l’idée et l’oeuvre sont remarquables mais la manière de les présenter ne les met pas en valeur”. L’amateur de passage ou l’habitué du magasin est aussi invité à donner son avis. “Celui-ci est communiqué à l’auteur, quand c’est possible, afin de l’aider à améliorer sans cesse la manière de montrer ses travaux et de les promouvoir”.

© KHUSHBOO BHAGAT

It was so nice to learn something new from this couple. I spent an amazing time in a brave new world... the one of coffee. //

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 5

18/01/2016 21:50:59


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

moment, celui du partage avec les Lumières, de la rencontre et de la communion avec l’art.

Et depuis peu, tous les livres commandés en ligne via le site (Tipi-bookshop.be) arrivent à domicile avec des cookies délicieux. Si vous hésitiez encore à passer à la librairie ou à visiter le site internet, ce dernier argument devrait vous convaincre! Qu’attendez-vous? Soyez a-TIPI-ques ! //

6

HET LEEFT IN SINT-GILLIS

(Vervolg van pagina 2) FLIP CUIJPERS

Brasserie Verschueren Bij een ander patroon, Street Cafe, beweert Christopher Alexander: ‘de meest humane steden zijn altijd vol met cafés met terrasjes, en zij geven gelegenheid aan de drang van mensen om zich te begeven in het sociale straatleven zonder zich actief in het gewoel te mengen, want ze kunnen rustig zitten en met een drankje of hapje voor hun neus kijken naar het voorbijgaande leven. Straatcafés zorgen zelfs voor de sociale lijm van de gemeenschap.’ Mensen kiezen hun stamcafé, hun bodega, als een uitgelezen plek om elkaar te ontmoeten, en het feit dat Le Parvis, la frontière entre le Bas et le Haut, vol zit met cafés en bars die de lokale bevolking kunnen trakteren, zowel binnen als buiten op het terras, en waar de mensen langs kunnen lopen zonder gestoord te worden door rondrazend autoverkeer, maakt het dat de buurt eromheen zeer aangenaam is. Mensen komen er graag, ongeacht het seizoen. En als ik op het Voorplein kom, ligt het er levendig bij. Kantoorklerken en arbeiders komen er uit

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 6

© VINCENT HENIN

Vous trouverez tout cela chez TIPI: le temps et la quiétude mariés à l’art de la photographie et autres formes d’art dans un voyage que seuls les livres bien réalisés et conçus par des experts passionnés peuvent procurer ! Et n’hésitez pas à demander conseil à Andrea qui se fera un plaisir de vous aider à trouver l’ouvrage qui vous touche et vous plaît. Ou comment voir la relation au livre et à l’art d’une autre manière.

Tipi-bookshop.be Photography and self-produced art books Rue de l’Hôtel des Monnaies 186, 1060 Saint- Gilles

het ondergrondse metrostation en mengen zich met toeristen op zoek naar een geschikt café, drie straatmuzikanten met contrabas en viool en accordeon vermaken de mensen op het terras. Ja, het mag gezegd worden: het is er gezellig! Plots begint het te regenen, niet hard en hevig, nee het miezert eerder, en door de wazig mist van kleine druppels, die zo langzaam uit de hemel vallen alsof het sneeuwvlokken zijn, haasten de mensen zich om een schuilplaats te vinden. Recht tegenover de eclectische kerk, opgericht ter ere van de heilige Egidius, waar de alcoholisten, blikjes bier in de hand, op de trappen onder het rondboogportaal van de Sint-Gilliskerk zitten, bij het begin van Rue du Fort, is er Brasserie Verschueren uit 1880 met de vierkante artdecolampen aan het plafond, eiken lambrisering, spiegels, okergele geometrische vloertegels en groene glas-in-loodramen. Ik ga er snel naar binnen. Glazen klinken, uit de chromen zwanenhals van de tap achter de houten toog stroomt bier, en het gedempte licht maakt dat Spaanse cafébezoekers in de hoek zich naar elkaar buigen alsof ze elkaar iets intiems willen vertellen. Hier, in dit beroemde, beruchte café, waar tijdens de donkere dagen van WO II het Belgische verzet samenkwam om snode plannen tegen de bezetter te beramen, neem ik plaats aan de enige houten tafel die nog vrij is. Ik zit met mijn rug naar het raam, links van me schermt een oude man met grijswit haar, ingevallen jukbeenderen en ijsblauwe felle ogen, wat in de lucht en bij ieder woord komen druppels speeksel mee die zich mengen met zijn zoetbruine Orval voor hem op tafel. Boven mij, over de gehele breedte van het plafond, hangt geelzwart plakband dat de drinkgelegenheid in tweeën splijt en, zo is mij

eerder verteld, een overblijfsel is van een tijdperk waarin de roker binnen nog een sigaret kon opsteken. Terwijl ik het caféleven in me opneem wacht ik op mijn disgenoot. Frank Schlömer, journalist en medeoprichter van de krant De Morgen, komt vijf minuten later binnen. Zijn ogen staan helder, en getooid in een felrode sjaal, zwart overhemd met donkerpaarse strepen, donkerblauwe katoenen broek en felrode suède schoenen schuift hij bij me aan tafel. De sjaal gaat af, vers Zinnebir, bier waar half Brussel trots op is, komt op tafel. Frank neemt een slok, proeft even en begint te vertellen. ‘De plek waar we nu zitten was 30 jaar geleden van geen betekenis. Ik kwam in Sint-Gillis wonen, bovenaan, in een groot en mooi huis, vlak tegenover de gevangenis. Je kunt het je nu niet indenken maar komen deed je hier niet graag. Goor was het hier, smerig onaantrekkelijk, onkuis. En Parvis een plein vol dronkaards en clochards om snel over te lopen. Nu zijn het plein en straten eromheen niet langer een donkere en gure plek, en de stedelingen, toeristen en dagjesmensen komen er graag voor het terras met de vele cafés en eetgelegenheden. Kijk maar om je heen! Het leven bloeit er zelf weer.’ Ik vraag Frank: ‘Hoe komt deze verandering van leven? Wat maakt het dat de gemeente weer aantrekkelijk is geworden?’ ‘Dan moeten we terug gaan naar een aantal decennia geleden,’ antwoordt Frank, ‘toen er een nieuw gemeentebestuur werd gekozen. Uit de socialistische partij. Niet dat er een andere politieke stroming aan de macht kwam, het schepencollege is altijd al socialistisch geweest. Flip, je moest eens weten! Lenin stond hier nog op het balkon, bij Maison du Peuple!

18/01/2016 21:51:02


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

De enige plek in gans het land waar hij de menigte heeft aangesproken! Nee, het was dus niet dat er een kentering kwam in politieke voorkeur maar met de aanstelling van de nieuwe burgermeester, en hij zit er nog, zijn er zowaar wel een aantal zaken veranderd. Ten goede weliswaar want vanaf halverwege de jaren tachtig zijn de kwaliteiten van deze gemeente versterkt en benadrukt!’ ‘Hoe dan,’ vraag ik. ‘Sint-Gillis werd meer en meer aangemerkt als artistiek centrum van Brussel, er is actief beleid gevoerd om het kunstzinnige karakter te promoten en culturele activiteiten te ontplooien. Voorbeelden uit het verleden genoeg!’ ‘Ja!,’ roep ik opgewonden. ‘Noem een Victor Horta of Dillens!’ ‘En Paul Delvaux en Jean Robie!,’ gaat Frank met schitterende ogen verder. ‘Dat trekt dus kunstenaars aan hè, die zich hier graag willen vestigen. Uit België, maar ook uit Frankrijk, Nederland of andere windstreken.’ (Vervolg p.14)

© CENDRA SMITH

QUE SIGNIFIE NOËL POUR VOUS ? CENDRA SMITH

Noël approche, comme en attestent les décorations récemment installées par la municipalité. Mais, finalement, que reste-t-il de cette fête traditionnelle ? En cette fin d’année 2015 fort particulière pour les bruxellois, qui portent encore en eux les griffures psychologiques de l’alerte niveau « Cat », par un dimanche maraîcher bruineux, je me mets en quête de découvrir ce que signifie Noël pour les SaintGillois. Etonnamment, je reçois des témoignages plutôt positifs et même si pour certains comme Pierre, 60 ans, Noël ne signifie “rien”, beaucoup me parlent de partage, de famille, de convivialité. Je choisis de poser la même question à des personnes d’âge différent que j’intercepte à proximité du Pianofabriek. « Que signifie Noël pour vous ? », voici leurs réponses : « Alors d’abord, pour nous ce n’est pas Noël mais Saint-Nicolas », corrige Arnaud, 42 ans « et c’est une fête pour les enfants ». © CENDRA SMITH

« Noël ?.... C’est une fête de famille, on mange un bon dîner, c’est une réunion de famille, quoi !!! » me dit Alice, 80 ans avec un énorme sourire et un fort accent bruxellois. Mario, 21 ans, et François, 63 ans, confirment brièvement « C’est une fête de famille ». « Bonheur, joie, enfants, parents !!... On adore ! » me crie à la volée Andrea, 20 ans, pressée de continuer son « after » avec sa bande d’amis qui s’éloigne déjà.

Pour Sandra, 34 ans, Noël c’est « la magie des enfants ». Luisa, 37 ans, qui l’accompagne, me dit franchement : « c’est une fête commerciale, mais c’est aussi un moment en famille ».

7

Alors que je m’apprête à quitter les lieux, je suis attirée par l’aura d’une brunette qui porte une cagette en carton remplie de courses. A ma question, Clémence, 31 ans, répond : « Pour moi Noël, c’est

« Noël pour un Italien ça veut tout dire. Nous avons un proverbe qui dit : toutes les fêtes tu les fais où tu veux, mais Noël, tu le fêtes avec les tiens », me répond Michel, 63 ans, d’un air très solennel. Evelyne, 36 ans me surprend avec une réponse utopiste : « C’est l’esprit de famille et l’espoir qu’il y aura un jour la paix dans le monde ». « Navidad, es compartir, estar en familia, y nada más », me dit Fernando, 45 ans, après que je lui aie traduit la question en espagnol. « Noël, c’est célébrer la naissance de Jésus, et pour les enfants (n.d.l.r. : âgés d’environ 7-8 ans), si vous leur demandez, ce sera la même chose », me dit Daniella, 35 ans. J’interroge donc Alex, qui me dit : « Noël c’est un moment oùon se retrouve en famille pour partager un repas ensemble » ; et Joa ajoute « Noël, ce n’est pas les cadeaux, c’est se retrouver avec les gens qu’on aime, en un jour particulier ». Au sortir du magasin bio, Yannick, 39 ans, me donne une réponse astronomique « Noël arrive après le 21 décembre, donc pour moi Noël signifie le retour de la lumière, au sens premier du terme. Je déteste le 21 juin parce que c’est le moment oùles jours commencent à raccourcir ; par contre j’adore

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 7

le 21 décembre parce que la lumière revient ».

© CENDRA SMITH

un moment de retrouvailles, de partage en famille, mais c’est aussi un moment de générosité, même vis-à-vis d’inconnus. C’est l’occasion de donner, même à des gens qu’on ne connaît pas. A Noël, je réfléchis souvent à ma situation car je sais que j’ai une famille, un toit. Je me dis que c’est un moment qui devrait être chaleureux, autour d’un sapin, alors que certains sont seuls et n’ont pas la chance que j’ai ». //

18/01/2016 21:51:07


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

ONCE UPON A TIME... SAMRUDDHI SACHIN PALAYE

Old pictures taken from: “Sint-Gillis in oude prentkaarten - J. Dubreucq” These monuments and buildings have seen 150 odd years of rain, wind and bright sunshine, yet they have not lost their richness and are timeless master pieces.

Jef Lambeauxlaan met zicht op het gemeentehuis - Avenue Jef Lambeaux avec vue sur la maison communale

8

© SAMRUDDHI SACHIN PALAYE

Munthof - Hôtel des Monnaies

Het gemeentehuis - La maison communale

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 8

18/01/2016 21:51:21


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

The legacy of royals and some powerful prayers; some heard, some answered, some in the process of being so.

Sint-Gillis Voorplein - Parvis de Saint-Gilles

© SAMRUDDHI SACHIN PALAYE

9

De Waterdraagster op het Bareel van Sint-Gillis - La Porteuse d’eau de la Barrière de Saint-Gilles

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 9

18/01/2016 21:51:28


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

TOUR DU MONDE MET DOBBELSTENEN EN PIONNEN

ELISE VAN BRUYSSEL

Monopoly, Carcassone en Trivial Pursuit kennen we allemaal. Maar had u al gehoord van Puluc, Bagh Chal en Mu Torere? Liefhebbers van gezelschapspelen hebben ze misschien al leren kennen op de ‘spellekesmomenten’ in enkele café’s in Sint-Gillis. Let’s Play Together, een vzw die mensen wil samenbrengen via gezelschapsspelen, haalt tweewekelijks de spellendoos boven. Op dinsdagavond vindt u hen in Potemkine aan Hallepoort. Op zondagnamiddagen zijn families welkom in de Bar du Matin.

25 NOVEMBER LAURA VAN DE VLIET

10

Mijn man en ik wonen sinds een jaar in Sint-Gillis, Brussel. Ik werd eraan herinnerd toen de bomen in de straat langzaam kaal werden. Dit had ik reeds eerder gezien. Al 4 seizoenen in de grootstad en soms heb ik het gevoel nog steeds geen echte voet aan grond te hebben. Of toch wel? Het was vooral mijn man die een verhuis naar Brussel wel zag zitten. Neen, dat klopt niet. Het was vooral mijn man die de aanzet gaf tot de verhuis. Ik zag het zelf best zitten. We droomden er immers al langer van om in een ‘metropool’ te wonen ergens in het buitenland. Onder het motto ‘oefening baart kunst’ leek een verhuis naar Brussel dan ook een goede eerste stap naar een metropool. Dichterbij een grootstad kom je in België niet. Want zeg nu zelf, vergeleken met Brussel is zelfs Antwerpen parking. En ook het buitenland kwam dichterbij dan gedacht want als je verhuist naar Brussel ben je toch een beetje migrant in eigen land. Ongelooflijk wat er allemaal verandert als je naar een ander gewest verkast. Zo kan je je in Brussel niet meer aansluiten bij de Vlaamse Watermaatschappij, wel bij Vivaqua. Of de documenten ook in het Nederlands konden worden opgestuurd, mailde ik, want aan de telefoon was dat toch geen enkel probleem. Telenet bleek eveneens nog niet te zijn doorgedrongen tot dit stukje Brussel. Dan maar de Waalse variant, want die wisten zich hier wel te vestigen. Hier was het telefonisch enkel in het Frans of Engels te doen, dus documenten in het Nederlands, bleken deze keer echt “wishful thinking”. En het was eerlijk gezegd toch even slikken toen de gemeente van Sint-Gillis een aparte dienst voor

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 10

© ELISE VAN BRUYSSEL

Ter gelegenheid van de Week van de Afvalvermindering organiseerde het Ecohuis op zaterdag 28 november een atelier ‘jeux recup’. Nicolas en Anton van Let’s Play Together laten enkele SintGillisenaren kennismaken met traditionele spelen uit alle hoeken van de wereld. Het concept is eenvoudig: eerst enkele spelen uittesten en dan je favoriete spel

Nederlandstalige aangelegenheden bleek te hebben. Wat Nederlandstalige aangelegdenheden waren, vroeg ik me af. Want voor een Vlaming is alles een Nederlandstalige aangelegenheid. Nu, een jaar later en wijzer, heb ik veel geleerd. Ik weet nu dat het niet helpt je druk te maken als je niet in het Nederlands te woord wordt gestaan. Omdat er nu eenmaal weinig Vlamingen kiezen voor het avontuur dat Brussel heet, is Nederlands hier niet de voertaal. Toen ik laatst naar de notaris belde in verband met een openbare verkoop, sprak ik dus Nederlands terwijl zij me in het Frans antwoordde. En dat ging prima zo. Ik leerde dat registratierechten in het Frans ‘droits d’enregistrement’ heten en daar ben ik blij om. En als ik dan op de markt mijn kip met appelmoes bij een echt West-Vlaams kippenkraam kan kopen, dan voel ik me net op vakantie. Mijn internet werkt prima evenals mijn wateraansluiting. Nederlandstalige aangelegenheden bestaan. Zo is er een echte Nederlandstalige bibliotheek, die me herinnert aan de bibliotheek uit mijn jeugd. Er is het Nederlandstalig cultureel centrum Pianofabriek met een gezellige bar en een heuse Nederlandstalige nieuwjaarsreceptie. Maar er zijn ook Italiaanse aangelegenheden. Nog nooit at ik zo’n lekker pasta, pizza of aperitivo. En dat op 100 m van de deur. Dat ik meer thuis ben in de buurt dan ik denk, weet ik wanneer Momo van de pizzeria op de hoek vrolijk zijn hand op steekt als ik voorbij wandel. Er zijn Spaanse en Portugese aangeledenheden, getuige de tapas- en wijnbars en de lekkere pasteis de Belem. Sint-Gillis lijkt wel een smeltkroes van culturen. Portugezen, Spanjaarden en Italianen die jaren geleden van de trein uit het zuiden stapten en bleven plakken. En zo vergaat het ook mijn man en ik. Uitgestapt in het eerste station met de trein vanuit Gent en blijven plakken. //

zelf knutselen en meenemen naar huis. Met vijf deelnemers is de opkomst wat aan de lage kant, maar dat wijten de organisatoren aan het slechte weer en, oh ja, de terreurdreiging. Ergens de afgelopen uren is Brussel, en dus ook SintGillis, van nummer 3 naar nummer 4 gestegen. Het valt op dat de meeste gezelschapspelen heel eenvoudig zijn. Een spelbord en enkele pionnen. De meeste spelen hebben zelfs geen dobbelsteen. “Veel traditionele spelen gaan al eeuwen mee”, legt Nicolas uit. “Ze mogen niet te complex zijn. Je moet ze kunnen spelen met een minimum aan materiaal. Enkele steentjes en wat strepen in het zand, meer heb je niet nodig om bijvoorbeeld Seega te spelen, een traditioneel Oost-Afrikaans spel dat nog altijd erg populair is in Somalië.” Nicolas is gebeten door de microbe van gezelschapspelen. Hij is niet alleen animator bij Let’s Play Together, maar volgt ook de opleiding ‘Science et Technique du jeu’ aan de hogeschool Henri Spaek in Elsene. “Er zijn maar weinig mensen die niet graag gezelschapsspelen spelen. Het is wel belangrijk dat je het juiste spel vindt dat bij jou past. Bij elke persoonlijkheid past een ander type spel.” Zelf is Nicolas fan van heel eenvoudige gezelschapspelen waarbij logisch denken belangrijk is. “Weinig spelregels, niet te veel materiaal en uren plezier, daar gaat het om.” Na drie uur spelen en knutselen trekken de deelnemers huiswaarts met hun zelfgemaakte spellen. Puluc, een bordspel uit Guatemala, is de winnaar van de voormiddag. Drie van de vijf dames nemen hun eigen Puluc-spel mee. In een plastic zakje. Het regent nog steeds. //

“Veel traditionele spelen gaan al eeuwen mee. Ze mogen niet te complex zijn. Je moet ze kunnen spelen met een minimum aan materiaal”

18/01/2016 21:51:31


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

“PULUC” SPELREGELS

Materiaal:

• spelbord • 10 pionnen (2 x 5 pionnen) • 4 platte stokjes (langs 1 kant gekleurd)

• 0 gekleurde kanten: 1 stap • 1 gekleurde kant: 2 stappen • 2 gekleurde kanten: 3 stappen • 3 gekleurde kanten: 4 stappen • 4 gekleurde kanten: 5 stappen

Doel van het spel: Aan de overkant van het spelbord geraken met zo veel mogelijk eigen pionnen. Voorbereiding: Elke speler heeft 5 pionnen. Hij zet deze pionnen aan zijn kant van het spelbord. Verloop: De eerste speler gooit met de platte stokjes. Je telt het aantal stokjes dat met de gekleurde kant omhoog ligt. Je mag met 1 pion een aantal stappen vooruit zetten.

Als je met je pion op een vakje komt waar je tegenstander staat, ‘vang’ je de tegenstander. Je zet jouw pion op die van hem. Jij bent nu de baas over deze pion. Opgepast, je tegenstander kan de pion terug ‘heroveren’, door met een andere pion op hetzelfde vakje te gaan staan. Hij mag dan zijn pion op de jouwe zetten. Einde: Het spel eindigt wanneer 1 persoon al zijn pionnen aan de overkant heeft gezet. // © ELISE VAN BRUYSSEL

SELON MOI, C’EST LA PLUS BELLE AVENUE DE SAINT-GILLES CENDRA SMITH

-Mes livres je les achète avenue Jean Volders. Tu vois oùelle se trouve cette avenue ? Moi, perplexe: -Euh, non pas du tout. -Bon, je ne vais pas te dire comment y accéder, tu connais mon sens de l’orientation (je souris). Comment t’expliquer ? En fait, c’est un axe central de Saint-Gilles, je suis sûre que tu connais. -Ah voilà: c’est l’avenue oùse trouve la superbe brasserie Art Nouveau qui fait l’angle. (elle mime des motifs Art Nouveau dans les airs avec sa main droite). Dans la rue perpendiculaire, il y a toute une série de splendides maisons Art Nouveau. Elles ont été rénovées récemment. Les portes sont particulièrement travaillées, magnifiques. -Non, je ne vois pas.

Je garde mon air incrédule. -Ah sympa ! -Et puis il y a aussi un pressing bio et un magasin solidaire sur le même trottoir, mais plus bas. -Ah oui, il y a pas mal de magasins de ce genre-là à Saint-Gilles, c’est une commune super dynamique et assez « bobo » en fait. -Oui, tu as raison En tout cas, cette avenue, je l’adore ! Certains immeubles me font penser aux immeubles haussmanniens. Et puis, les vitrines sont toutes plus originales les unes que les autres:

11

-Ah oui certainement, je trouve que c’est comme un petit village. Elle grouille de vie, cette avenue, parce qu’on y trouve tout ce dont on a besoin. Selon moi, c’est la plus belle avenue de Saint-Gilles. J’aime l’enthousiasme de Rocío, quand elle me parle de quelque chose qui la passionne. Par une fin d’après-midi morose, je décide donc de m’attarder Avenue Jean Volders, d’explorer, d’observer, de sentir les vibrations... Les vitrines sont attrayantes, effectivement, il s’en dégage une atmosphère particulière. Malheureusement ou heureusement, ce jour-là les clients sont rares. Les commerçants vaquent à leurs occupations, se livrant à l’objectif avec plus ou moins de pudeur. //

-Mais siii, il y a aussi un petit snack qui fait des sandwichs ronds avec un trou au milieu. -Des béégeulz (ndlr: bagles) ??? -Oui, voilà, me répond-elle, en souriant. Elle enchaîne en posant sa main sur mon bras : -Elle fait aussi des cupcakes à tomber par terre! -Ah ben il faudra qu’on y aille, un midi par exemple, au lieu d’aller à la friterie. -Ok. Sinon, quand tu descends l’avenue, sur la gauche, tu as un petit cordonnier qui fait aussi les clés... Pratique, il n’y en a pas beaucoup dans le quartier.

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 11

© CENDRA SMITH

certaines sont très anciennes, d’autres hyper modernes, il y en a des sombres, des lumineuses, des sobres, des sophistiquées et puis tu as les vitrines engagées, les vitrines d’artisans. Il en reste encore quelques-uns. -Donc ça vaut la peine d’aller s’y promener.

© CENDRA SMITH

18/01/2016 21:51:37


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

TWENTY FOUR HOURS ON PARVIS; A DAY IN THE LIFE OF A SQUARE-DWELLER MYRTHE BROUWER

A surprisingly beautiful December morning. It is 8 o’clock on the dot and I find myself on the steps of the Sint-Gilliskerk. Its bells drowsily chime the hour. I fish a spoon out of my heavy tote-bag. Two books, a fully charged camera, an extra scarf, three pens, lots of notepaper. “Am I prepared enough?” I wonder, as I’m ladling

yoghurt-with-oats from a small green tupperware container. A fibre-filled start to my Parvis adventure. Armed with thirty euros and the soft cover version of Georges Perec’s ‘Un homme qui dort’ I will spend 24 hours on Parvis Saint-Gilles. Perec’s ‘homme’ may be slumbering, but I am about to prove that this square never sleeps. I survey

het Voorplein as it is stirring into morning life, opening shutters, soaping down doorways, stacking apples. Alors, my bum is getting cold. Let my quest begin. On y va!

12

© BIANCA FANTA

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 12

18/01/2016 21:51:38


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

I walk around Parvis for a couple of hours. Taking in the sun, photographing the graffitied walls of the old Aegidium theatre, doing some vitrine-shopping. Mouthwatering cakes, shimmering jewels, artful woodwork coyly inviting me in from behind the shop windows. At last I cave and step inside Les Yeux Gourmands. The librairie smells of sanded wood. Technically not on Parvis, but this bookshop is a great place to waste 1/24th of my time. Just before I leave I buy a postcard; “Voor mijn moeder, voor Kerst”, I tell the man behind the counter. My stomach and nose then lead me to Moroccan snack-resto Atlas for an omelet and pastilla lunch. A full belly later I turn into Le Louvre for a coffee and a couple of chapters of Perec. Life as a Parvis clochard is pretty good. 2pm - Attention! I almost failed! Chin on scarf, little paperback in hand and I nearly nodded off to sleep. It’s all Perec’s fault; C’est d’abord seulement une espèce de lassitude, de fatigue, comme si tu t’apercevais soudain que depuis très longtemps, tu es la proie d’un malaise insidieux, engourdissant, à peine douloureux et pourtant insupportable. This guy is going through some heavy stuff. Wandering the streets of Paris (only one letter away from Parvis!) he ponders life and slowly withdraws from the world. I’d better go do something fun before I draw away from this worldly experience myself. I decide on Jacques Franck for the cultural portion of my adventure. Maybe I’ll buy some profiteroles at Patisserie De Weerdt on the way. Yum. 5pm - We are all alone...

10pm - ...are we? I’m hungry again. Eating has become an important motivation during these 24 hours. I stand in front of Brasserie L’Union. Its orange lights illuminate the cobblestones. It looks busy. Steam clouding the windows and loud chatter emanating from the half

© MYRTHE BROUWER

open door. But there’s vegetarian lasagne inside. My favourite. I weigh my chances and decide to ‘pardonnez-moi’ my way through the congregation of smokers hugging scarfs and jackets outside. A sigh of relief as I spot the last empty seat in the back of the room. Perfect for the lone lasagna ranger. I feel a little forlorn as I dip a hunk of bread into the melty emmenthaler. Everyone seems to be having an absolutely excellent time. Hard not to here, it’s a vivacious place. But me and my late dinner are the only ones not engaged in deep philosophical discussions or doubling over with laughter. Besides, though I’m more than halfway through my quest,

© MYRTHE BROUWER

There are so many people at Maison du Peuple - name well chosen. After Jacques Franck’s photo exhibition on the inhabitants of Saint Gilles I’m in a café again. “Een koffie en een croissant, alstublieft”. Notebook in front of me, but mostly just observing. In the corner beside the bar sits a student, huddled over an Apple Mac, desperately typing. Two tables over a family of four digs into a late lunch. Crumbs on chins, ketchup on the placemat. Then there is the hipster, the loveydovey couple, the grey bearded man, the girl with dreads and the guy without any hair on his face. The gentleman across from me is stirring slow figure eights in his cup of coffee. Chin in hand he is staring

out the window. I see the deep lines on his forehead and his eyes which seem to be following leaves falling out of a yellow tree. He has time to consider the seasons. Time to contemplate how beautifully the late light disappears behind the Parvis buildings and how spookily our breaths crystallise as we walk the cold streets. This is my fourth coffee today, and I feel jittery. I would like to talk to this man, ask him something. But he gets up, leaving a few euros on a saucer, and pushes through the door into the outside. Too late. I stir my coffee in slow circles and watch the leaves falling from the yellow tree.

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 13

I have just Georges Perec to talk to, and he’s hardly the cheerful type. Before I get a chance to feel much more self pity I hear someone call my name. A friend! Lovely proof that you’ll always run into someone on Parvis. I’m spared from despondency and ennui for at least another couple of hours. We share my lasagna, discuss philosophy and double over with laughter. Batteries: recharged. 2am - Zin in Zinnebir From here on things get exciting. But also a little blurry. My day has been a discovery so far. Food, people, trees, books. And I find myself discovering even now, long past midnight. My dinner-date and I picked up some international company since L’Union and are now a cheerful gaggle of explorers. Café Verschuren is full, as it always is, so we move one bar down. No idea what it’s called, but it’s atmospherically lit by blue halogen lights and adorned with gokkasten left right and centre. The beer is cheap and the company good;. We discuss Christmas, maps and the joy of getting lost. Then the group splits up and half of us end up wandering the streets around Parvis for an hour. One by one our numbers dwindle until at the end of the evening only three brave soldiers remain. It is 5 o’clock. We have left the cafés and bars behind. Inside a Parvis living room we sit munching banana chips from a paper bag. Some of the night sounds echo in the street - amicable yelling, techno beats thumping, the square is still alive. But we are inside, warm, content. And there is still Zinnebir. It’s not long before I find myself dancing to Kate Bush and Blondie with a large cat in my arms. The cat is perfectly happy to be twirled around while I bounce up and down and sing along to the lyrics of Atomic.

13

Sure, it’s late, but I don’t quite make it to the 24h mark. At 6.30 I close my own front door behind me and slump down on the sofa. I have almost finished my book. Too tired to read much I open the little paperback on one of the last pages. C’est un jour comme celui-ci, un peu plus tard, un peu plus tôt, que tout recommence, que tout commence, que tout continue. How right you are Georges...With nothing else on my mind I fall asleep. Finally. While a little way away a December morning on het Voorplein begins and the Saint-Gilles church bells lazily chime the hour.//

© MYRTHE BROUWER

9am - Wandering

18/01/2016 21:51:43


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

HET LEEFT IN SINT-GILLIS

(Vervolg van pagina 6) FLIP CUIJPERS

Het ambachtelijk bedrijf

14

Vaak vergeten, niet bekend of stomweg over het hoofd gezien is de waarde van eenmanszaakjes of familiebedrijfjes voor de buurt. Niet de anonieme grote ketens, de dertien in het dozijn franchisestores, of de hypermarkt waarvan de eigenaar nooit aanwezig is en in een ver weg land aan het rentenieren is, brengen de winkelstraat tot leven. ‘Integendeel,’ zegt Alexander bij Individually Owned Shops, ‘juist kleine winkeltjes, ambachtelijke speciaalzaakjes, wijkwinkels waarin de hele familie meehelpt om hun klanten met liefde en toewijding te helpen, zelfs de klant bij naam en toenaam kent, zorgen voor een persoonlijke band met hun omgeving en maken het dat het verdiende geld ook terugvloeit in diezelfde gemeenschap.’ Het is vanwege de hoge huurprijs en het ondoordringbare woud van regelgeving dat het vele winkeleigenaren onmogelijk wordt gemaakt om te beginnen. En als een durfal al begint dan houdt hij het nog geen jaar vol. Leegstand is het gevolg. En leegstand zie ik om de hoek van Brasserie Verschueren, in Chaussée de Waterloo en Rue de Fort, winkelstraten waar het voor artisanale, kleine winkeltjes en eenmansbedrijven bijna onmogelijk is om te overleven. Winkelramen zijn dichtgeplakt, deuren dichtgetimmerd. En juist in deze straten loopt het vol als er markt is want als de weg is vrijgemaakt en de auto geweerd, net als in de binnenstad van Brussel, komen de mensen vanzelf, zelfs met de gehele familie, en is er een sfeer van rust en gemoedelijkheid waarin de bezoeker alle tijd neemt, en met een gerust hart alle marktkraampjes en winkels afgaat en met de koopman een praatje maakt zonder zich om de 5 minuten druk te maken of de parkeermeter afloopt. Op marktdagen zeggen de mensen liever naar Heilige-Gillis te komen dan dat ze naar andere Brusselse gemeenten gaan om inkopen te doen in onpersoonlijke shopping malls naar Amerikaans model, megagedrochten voor de duizenden.

Op het dak van de wereld De glazen zijn leeg, de dorst nog niet gestild, en samen bestellen we nog een De la Senne, en aan de muurkant, achter de rug van Frank Schlömer, zit nu een drietal bobos met heftige handgebaren

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 14

hun ideeën uit te wisselen alsof ieder de Waarheid heeft gevonden en de andere mee wilt nemen in zijn tocht naar de zoete bron. De barman brengt ons nieuwe ammunitie. ‘Een andere belangrijke factor’, vervolgt Frank. ‘Is de komst van de Eurocraten halverwege de jaren ‘80. Zij kwamen hier werken voor het Europees Parlement, Europese Raad of een andere instantie en brachten zo geld in het laatje. Ze kochten en renoveerden de mooie oude huizen in het bovenste gedeelte van Saint-Gilles. ‘Maar wat nog belangrijker is ...’, Frank dempt op dit moment zijn toon en terwijl hij de woorden uitspreekt strijkt hij zacht met zijn wijsvinger over de houten tafel en kijkt met een scheef oog naar de buren alsof hij mij een geheim wil verklappen. Mij alleen. ‘Een zeer belangrijke factor is de voetbalploeg Royale Union Saint-Gilloise. Onze trots uit 1897 en elf maal landskampioen!’ ‘Een voetbalploeg?’ ‘Dat is juist’, gaat Frank met opgeheven hoofd verder. ‘Union is altijd een team geweest van werkenden. Voor arbeiders en horeca-eigenaren en handwerklieden, een equipe voor de hardwerkende middenklasser. Geen ploeg waar de rijken apart staan van de armen, zoals Anderlecht. Geen ploeg waar niemand naar omkijkt. Neen, het is er één voor de hele gemeente, één voor iedereen! De burgemeester kom je er tegen of de eigenaar van dit café. En dat, moet je weten, zorgt voor binding.’ We heffen het glas en borrelen nog wat na. Sport, geld en kunst, denk ik. Dat is nog eens een wonderlijke drie-eenheid! Mogelijk omdat het onmogelijk lijkt? Het afscheid komt, l’addition s’il vous plaît!, het ga je goed, tot de volgende! Ik loop vlug naar huis, tussen het politiekantoor en kerk naar beneden, want weldra zal de duisternis invallen. Le Bas Saint-Gilles is mijn doel, richting de buurt met een heel alfabet aan immigranten en gelukzoekers, nieuwelingen die vroeger per trein het Zuidstation binnen reden en in de straten eromheen hun eerste betrekking vonden. En waar nu de Congolezen luidkeels hun co-voiturage naar Parijs proberen vol te krijgen en iedere dag de dwerg voor de Delhaize om een aalmoes vraagt. De buurt waar trieste addicten naar een euro vragen om zich met vuur in het hart naar de drugsdealertjes op de Chaussée de Forest te haasten (och hemel, ik kan weer spuiten!), alwaar Au Bon Coeur 3 de lekkerste les petits os van het land serveert, en waar zo af en toe, en altijd op onverwachte momenten, een paar ogen zo groen als zuiver smaragd je kortstondig vanonder een sluier aankijken. Beneden, daar moet ik zijn! Daar waar het water toestroomt, het vuil in de straatgoten blijft liggen en iedere dag een straatveger met zijn gele bolderkar en bezemsteel het trottoir veegt, en het achterlijke autoverkeer als dolle honden rondjes blijven rijden. Zenuwslopend. Bijna thuis! Eerst nog langs het witte neoclassicistisch huis met de blauwe houten rolluiken, Ici Collin staat al jaren leeg, het open

kelderraam verspreidt een doodse lucht over de hele straat (is er dan geen leegstandswet?), zelfs straatkatten vermijden het als de stinkende pest. Het lijkt wel alsof er een aantal lijken in de kast zijn gestopt. Voor de nieuwe bewoner. Mocht hij er ooit komen! Dat de buurt nog niet is geïnfecteerd met een dodelijke ziekte is mij een wonder. Bij thuiskomst klim ik via het klapraampje in de trappenhal het dak weer op. De zon is net onder en kleurt de onderkant van de wolkjes roze, daarboven is het donkerblauw en als je je ogen dichtknijpt zie je de eerste sterren opkomen. Langzaam komt uit het oosten een donkergrijze lucht opzetten, in de verte somtijds een bliksemflits. Om me heen kijk ik, en draai me om, half liggend op de dakpannen, om alles in mij op te nemen, voor nu, voor later. Als ik me op de ramen van de omringende woningen richt zie ik het leven van de bewoners zich afspelen, een jonge vrouw, haar borsten bloot, doet haar badkamergordijn dicht, in het appartement ernaast wordt tv gekeken, Portugese klanken komen door de open ramen, en bij een van de buren staat een vrouw van midden veertig in de woonkamer, aan de muur hangt een goedkope prent met bloemen en een waterval. De vrouw trekt een donkere mantel over haar turquoise jurk, bindt over haar hoofd een zwarte hoofddoek, knielt en bidt naar de muur, richting Mekka. Tegelijkertijd kijkt haar puberzoon in zijn boxershort op de bank tv, zijn mayonaisetieten hangen tot aan zijn dikke pens. Ik recht mijn rug, draai me om, naar de eclectische toren van het gemeentehuis van Sint-Gillis, hoger op en verlicht, de donkere wolken stapelen zich op de achtergrond op. Vleermuisjes zoeven pijlsnel door de lucht. Er gaat onweer komen weet ik, op deze broeierige avond. Nog heel even blijf ik, hier op het dak van de wereld. Gelach uit een kamer, twee geliefden omarmen elkaar en de liefde verlaat de slaapkamer door het raam en vult traag en teder de hele buurt. En dan, vlak voordat ik van de rode dakpannen naar beneden glijd om naar binnen te gaan, haal ik diep adem en weet ik het zeker: Het leeft! Het leeft in Saint-Gilles! //

THE RED UMBRELLA

LORENZO ORLANDINI & SPOONINMYBRAIN

© LORENZO ORLANDINI

18/01/2016 21:51:45


1060 FACES | BUURT CORRESPONDENT DE QUARTIER

Rood is de kleur van regen

A WALK IN THE PARK ELLA MARTENS

Rood is de kleur van regen, het tikken op de stof Haar glimlach raakt me, tussen spaken gestoken kaarten tekens repeteren ratelend gedachten als de schakels tandwielen vol draaiende blikken die roodgekleurde lippen ontwijken verhalen smeren de fietsketting die wacht op de volgende klim.

In de zomer is het Park Van Vorst van iedereen. Op mooie herfstdagen durft het ook nog weleens gebeuren, maar eind september zijn de buurtbewoners er al uit gezeefd. Ze blijven als residu achter, residerend residu. Hoe guurder het weer, des te specifieker de parkgangers. Verliefde koppels overleven, net als hun paar jaar oudere evenknie: jonge ouders met buggy’s en wankelende peuters. Maar ook zij verdwijnen vaak naarmate de dagen korter worden. De wind legt – naast de bomen – ook de doorwinterde bewoners van Sint-Gillis bloot. De meest volhardende zijn de baasjes. Baasjes van grote, kleine, harige, kale, dominante of zachtaardige honden. Het eerste baasje dat we tegenkomen is Filip. Hij is op wandel met Ali G. Filip komt uit Zagreb en woont sinds iets langer dan een jaar in Sint-Gillis. “Zoals wij allemaal, ben ik buitenlander.” Helaas, mijn krakkemikkige Frans verraadt geen exotische afkomst, maar een Belgisch-Vlaams gebrek aan tweetaligheid waar ik niet zo trots op ben. Ali G is een vrolijke, speelse basenji met een jasje aan. Basenji’s zijn verwant aan de faraohonden, lees ik later op het net. Kindvriendelijkheid: drie hondenbeentjes, heeft beweging nodig: vier hondenbeentjes. Dat verklaart waarom Filip Ali G drie keer per dag naar het park meeneemt. Het jasje is een tip van Filips mama. “Vroeger durfde Ali G als het koud is wel eens in huis plassen, maar het jasje houdt dat tegen volgens mijn mama. Ik weet het, het ziet er niet uit, maar ach, als het helpt.” Wanneer ik vraag of ik een foto van baasje en hondje mag nemen, reageert baasje verlegen. Hondje

loopt net naar de camera toe. Ik complimenteer Filip nog met de keuze van de naam van zijn hond en neem afscheid. Het miezelen is slinks in hardere regen veranderd, die pas bij het weggaan opvalt. Het volgende baasje dat we zien is, druk aan het telefoneren. Met de gsm in haar ene hand en twee druk trekkende honden in de andere, hoor ik dat ze zich ergert. “Ik wist het, je staat aan het foute park. Ik ben onderaan het park, bij de tram. Ik had het je nog gezegd!” Wanneer ze zuchtend de telefoon in haar jaszak stopt, spreek ik haar voorzichtig aan. Letizia blijkt op wandel met CJ en Yoko, een bulldog en een husky. “Mijn vriend komt ook nog met andere vrienden en andere honden. We proberen toch drie keer per week met ze naar het park te gaan. Maar ze staan aan het foute park. Alweer,” lacht Letizia. De honden lijken er zin in te hebben, ze springen over elkaars leiband en vinden ons gesprek niet zo leuk. “Waarom de bulldog CJ heet? Dat zijn de initialen van mijn vriend, hij heeft de naam gekozen”. Soms is het leven heerlijk eenvoudig. Yoko is - in tegenstelling tot wat ik dacht - niet genoemd naar de vrouw van John Lennon. Wel naar een of ander Japans mangafiguurtje. Ze lijken er wel tevreden mee, CJ en Yoko. Ik neem afscheid en zie ze naar een auto lopen. Even later rijdt Letizia weg, op zoek naar het andere park. Twee paar hondenogen kijken me vanuit de koffer nog na.

15

De regen is harder geworden en we beslissen huiswaarts te keren. Zelf heb ik geen hond, maar voor walks in the park wil ik wel vaker dat ik ook een baasje was. Het zou geen Ali G worden, ook geen CJ of Yoko, maar mij zou je ook wel meerdere keren spotten in het mooie Park van Vorst. //

For Lorenzo © LORENZO ORLANDINI

The sky opens for those who have wings. You took snapshots of life, eye for detail, you captured the daily palette of colour, you painted the souls of our streets, you intensified that decisive moment onto a standstill celluloid. Digits and pixels remain as our recollections of your tender smile, your gentle voice your amazing ideas, your mindful eye; as the world continues to plough through its worries, as your family wonders why time has stopped, as your friends recollect your presence, as your colleagues recognise your absence, we know you’ll be seeing still the beauty in the detail life in splashes of colour, you’ll wear that laurel wreath touching the sun as you brighten our day. 18/11/2015

© LORENZO ORLANDINI

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 15

© LORENZO ORLANDINI

In memory of Lorenzo Orlandini (1971-2015)

18/01/2016 21:51:49


‘1060 FACES’ is the result of the project ‘Buurt Correspondent de Quartier’, a collaboration of the Community Center Pianofabriek, the Dutchspeaking public library of Sint-Gillis and the Local Cultural Policy of Sint-Gillis. The project’s participants portrayed this neighbourhood and

COLOPHON PARTICIPANTS Anne Bocquien, Bérengère Guccione, Bianca Fanta, Cendra Smith, Elise Van Bruyssel, Elke Gutiérrez, Ella Martens, Flip Cuijpers, Francesca D’Angelo, Khushboo Bhagat, Laura Van de Vliet, Lorenzo Orlandini, Myrthe Brouwer, Nel Coussement, Samruddhi Sachin Palaye, Vincent Henin COORDINATORS Germana De Bock, Merel Dekleermaeker, Philip Meersman, Tessa Goossens

its inhabitants with a camera and a ballpoint. The street was the focal point, streets on which many protagonists talk and walk boldly everyday, all in their own voice and language. The camera registered or sketched the corresponding story.

GRAPHIC DESIGN Bianca Fanta, Myrthe Brouwer, Samruddhi Sachin Palaye, Vincent Henin SPECIAL THANKS Bart Eeckhout, Bram Bresseleers, Dirk Elst, Elke Van Der Kelen, Filip Naudts, Filip Rogiers, Frank Schlömer, Geert Steendam, Heleen Debruyne, Hugo Boutsen, Marc Tiefentalen, Marie Alpuerto, Max Pinckers, Nathalie Carpentier, Tom Goffa, Willem Stevens, Yves Joris

INFO

www.pianofabriek.be www.1060faces.be Vind ons op / Retrouvez-nous sur / Find us on: Buurt Correspondent de Quartier Do you want to be part of this project? Contact us at: philip.meersman@pianofabriek.be gdebock@stgilles.irisnet.be

Newspaper_BuurtCorr_de_quartier-January2016_VH2.indd 16

V.U. / E.R.: Willem Stevens / na-an. 1060@stgilles.irisnet.be

www.sint-gillis.bibliotheek.be

18/01/2016 21:51:50

1060 Faces  
1060 Faces  

1060 Faces a project by Buurtcorrespondent de Quartier

Advertisement