Issuu on Google+

Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 1

vakblad pharos – kennis- en adviescentrum migranten, vluchtelingen en gezondheid

Dagelijkse gevolgen van besnijdenis Weerbaarheidstrainingen voor kwetsbare kinderen Somatisch onverklaarde klachten van Turkse vrouwen

1.13

Meer kennis over dementie noodzakelijk ‘Er zijn mensen die meteen denken dat iemand gek is geworden’


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 2

vakblad pharos – kennis en adviescentrum

1.13

3 pharos-nieuws 5 dementie en mantelzorg Zorgen voor je ouders is een manier van leven is de titel van een onderzoek onder mantelzorgers van ouderen met dementie. Projectleider Nies van Grondelle sprak met Turkse, Marokkaanse en Surinaamse mantelzorgers. Hoe ervaren zij hun mantelzorgtaken en wat kunnen zorgprofessionals bijdragen aan ondersteuning?

8 gevolgen van besnijdenis De openlijke strijd tegen vrouwelijke genitale verminking heeft taboes doorbroken. Steeds meer vrouwen durven erover te praten. Daarom komt er ook meer zicht op de problemen als gevolg van besnijdenis. Journaliste Somajeh Ghaeminia besteedt aandacht aan enkele proefprojecten voor besneden vrouwen met klachten.

Foto omslag: Amaury Miller/hh Het aantal oudere migranten met dementie zal de komende jaren flink stijgen: van 13.750 in 2010 tot 30.750 in 2020.

14 turkse vrouwen over hun onverklaarde klachten Onder migrantengroepen komen somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (solk) vaker voor. De behandeling verloopt meestal moeizaam en heeft weinig succes. Medisch antropologe Merlijn van Schayk sprak met een tiental Turkse vrouwen over hun klachten en ontdekte de wereld die erachter schuil gaat. Samen met Karen Hosper van Pharos schreef ze er een artikel over.

5

16 pharos-project in de etalage Bestaande obesitasinterventies zijn vooral gericht op autochtone jongeren en missen een directe aansluiting met jongeren met een migrantenachtergrond. Daarom heeft Pharos de bestaande obesitas interventie Kids Power cultuursensitiever gemaakt. Shobha Kamisetti en Joanna Kruzycka geven de stand van zaken weer.

8

17 good practice 10 weerbaarheidstrainingen voor kinderen die pas in nederland zijn Kinderen die nieuw aankomen in Nederland vormen een kwetsbare groep. Ze zijn vaak onvoldoende weerbaar en kunnen daarom eerder te maken krijgen met pesten en misbruik. Weerbaarheidstrainingen kunnen kinderen steviger in hun schoenen laten staan. Pharos-medewerker Bram Tuk onderzocht of deze trainingen geschikt zijn voor deze specifieke groep kinderen.

12 impressies uit de gezondheidszorg in noord-marokko Eind 2012 vertrok een groep huisartsen, praktijkondersteuners, tolken en Pharos-medewerkers naar Noordoost-Marokko. Doel was om meer inzicht te krijgen in de gezondheidszorg in Marokko. Manon Stockmann en Hester van Bommel, beiden werkzaam bij Pharos, beschrijven enkele opvallende verschillen en overeenkomsten tussen de zorg in Nederland en Marokko.

Met het programma ‘Klaar voor een kind’ wil de Gemeente Rotterdam de babysterfte in de stad in tien jaar tijd terugbrengen naar het landelijke gemiddelde. ‘Een kick om iets voor die vrouwen te hebben betekend.’

18 academisch kwartier

10

20 informatie- en adviespunt 20 kortom 22 boeken uitgelicht 12 23 pharos trainingen 24 uitgaven pharos

14

|2 | phaxx

nummer 1.13


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 3

aanpak kindermishandeling en weerbaarheid nieuwkomers- en asielzoekersjeugd

illustratie: studio casper klaasse

Jaarlijks komen er duizenden kinderen naar Nederland; naast asielzoekerskinderen zijn dat voor een aanzienlijk deel kinderen uit Midden- en Oost-Europa. Deze nieuwkomers zijn de eerste jaren na aankomst kwetsbaar voor pesten, grensoverschrijdend gedrag en ander vormen van kindermishandeling. Er zijn veel aangrijpingspunten om kindermishandeling te voorkomen en te stoppen. Tijdig signaleren, in gesprek gaan en sociale omstandigheden verbeteren kunnen al tot snelle verbeteringen leiden. Ook het ondersteunen van ouders bij opvoeden, het informeren over rechten/plichten en het weerbaar maken van kinderen kan helpen. Dit vraagt een actieve en effectieve aanpak van iedereen die met jonge nieuwkomers te maken heeft. Dat is nog niet vanzelfsprekend. In dit kader heeft Pharos een aantal activiteiten ontwikkeld:  Op basis van de in Utrecht intensief gebruikte weerbaarheidstraining voor basisscholen 'Kom op voor jezelf' heeft Pharos de publicatie Weerbaarheidstrainingen voor kinderen die nieuw in Nederland zijn gemaakt. Deze is bedoeld voor weerbaarheidstrainers die een training voor asielzoekerskinderen, kinderen uit Midden- en Oost-Europa en/of andere nieuwkomers (gaan) uitvoeren. Managers, leerkrachten en deelnemers van zorgteams kunnen het boekje gebruiken als zij weerbaarheidstrainingen willen laten geven in het eerste-opvangonderwijs en op asielzoekersscholen. De publicatie is digitaal beschikbaar op de Pharos-website, www.pharos.nl. Zie ook het artikel van Bram Tuk in dit nummer.  Pharos heeft de introductie van de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld

foto: goedele monnens

>>> pharos-nieuws gezondheidsverschillen: kunnen we er wat aan doen?

Sociaaleconomische gezondheidsverschillen (segv’s) zijn terug op de landelijke politieke agenda. De verwachting is dat het ministerie van vws dit onderwerp mee zal nemen in het Nationaal Programma Preventie, dat eind maart naar de Tweede Kamer gaat. De gezondheidsverschillen nemen niet af. Laagopgeleiden hebben zo’n zestien minder gezonde levensjaren dan hoogopgeleiden en leven zo’n zeven jaar korter. Het is niet voor het eerst dat er nagedacht wordt over landelijk beleid rondom de sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Vanaf de negentiger jaren is er regelmatig aandacht voor geweest in dit land. Maar de laatste jaren was het onderwerp van de politieke agenda verdwenen. Lokaal echter niet! Daar bleven veel zorgverleners in krachtwijken, al dan niet gesteund door hun gemeente, inspirerende initiatieven nemen om met wijkbewoners na te gaan hoe zij hun gezondheid zelf konden verbeteren. Voor een deel met aantoonbaar effect. Overgewicht liep in sommige wijken terug, voedingsgewoonten van een deel van de bewoners verbeterden, mensen gingen meer bewegen en kregen zelf meer grip op hun gezondheid. Ook uit het buitenland (onder andere de vs, Engeland, België en Canada) kennen we succesvolle en effectieve interventies voor deze groepen, bijvoorbeeld rondom de preventie van diabetes. Professionals horen we nogal eens zeggen dat er geen interventies zijn die effectief zijn voor groepen met een lage ses (sociaaleconomische status). Dat klopt dus niet. We zouden er nog veel meer willen hebben, maar er is al aardig wat bekend over wat de werkzame elementen zijn. Een van de kenmerken van succes blijkt: intensief samen met bewoners/patiënten nagaan wat in hùn situatie werkt, wat hen helpt de regie over hun gezondheid meer in eigen hand te krijgen. Het gaat hierbij dus niet om ‘one size fits all’- interventies, maar

gemonitord en beschreven. Organisaties als coa, pga en eerste-opvangscholen zijn geadviseerd hoe zij de meldcode kunnen implementeren. Op eerste-opvangscholen wordt vaak met eigen protocollen gewerkt en spelen zorgteams een belangrijke rol. De implementatie van de meldcode vraagt echter nog aandacht. De Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld op scholen met asielzoekers en nieuwkomers is digitaal te vinden op www.pharos.nl.  Pharos biedt trainingen aan rond dit onderwerp. Dit voorjaar zal bijvoorbeeld de training

interventies afgestemd op de persoonlijke en collectieve omstandigheden van mensen. Een dergelijke aanpak vraagt extra tijd en aandacht van professionals. Zaken die ook in de financiering meegenomen moeten worden. Populatiegerichte bekostiging zou daarin een enorme stimulans zijn. We weten allemaal dat een deel van de verschillen veroorzaakt worden door andere zaken dan we in de gezondheidszorg kunnen tackelen. Zaken als: opleiding, werk, woonomstandigheden en de impact van migratie. Daarom is in veel wijken voor een brede, intersectorale aanpak gekozen. Stimuleren om een opleiding te doen, werk te vinden en schulden te saneren, gaan daar hand in hand met gezondheidsbevorderende activiteiten. Om deze brede aanpakken duurzaam te laten zijn, is het belangrijk dat gemeenten en verzekeraars samen hiervoor goede voorwaarden creëren. We kunnen de gezondheidsverschillen in ons land niet helemaal terugdringen, maar we kunnen er wel iets aan doen, is gebleken. Hoe meer we ons laten inspireren door de succesvolle lokale aanpakken en deze op brede schaal inzetten, des te meer zal dat lonen. Monica van Berkum Directeur Pharos

‘Kindermishandeling bespreekbaar maken met migrantenouders' worden gegeven. Kinderpostzegels en Skanfonds financieren deze activiteiten.

allochtoon en kanker in de huisartsenpraktijk

Allochtone patiënten hebben door culturele verschillen dikwijls andere opvattingen over ziekte, gezondheid en gezondheidszorg. Binnen veel culturen wordt het

nummer 1.13 p h a x x

|3 |


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 4

>>> pharos-nieuws opzet van de trainingen zal gebruik worden gemaakt van elementen uit reeds ontwikkelde methodieken van nfk (Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties), Borstkankervereniging Nederland, kwf Kankerbestrijding, nigz, Stiom, stichting Mammarosa en Stichting Allochtonen en Kanker.

niet gek maar dement als de rest van de familie. Soms wordt er helemaal niet over gepraat uit angst voor roddels. Al gauw ontstaat het beeld dat iemand ‘gek’ is en dat wil de familie kost wat het kost vermijden. Door dit vermijdende gedrag ligt isolement op de loer. Zowel voor de patiënt zelf als de familie. Gelukkig dat kennis over dementie ook steeds meer migrantengroepen bereikt. Door kennis ontstaat immers het begrip dat omgaan met de dementerende iets lichter maakt. Broodnodig. Want het is al zwaar genoeg. Claudia Biegel Hoofdredacteur Phaxx

werkboek psychosociale begeleiding bij hervestigde vluchtelingen

foto: eelco gorter

Het aantal ouderen met dementie zal de komende jaren flink stijgen. De kans op dementie wordt groter naarmate de leeftijd vordert. Dit geldt zowel voor ouderen met een migranten achtergrond als autochtone ouderen. Binnen migrantengroepen is er echter minder bekend over dementie als ziekte. Dat iemand niet ‘gek’ is maar dement, is nog lang niet overal doorgedrongen. Dit maakt het omgaan met dementie binnen deze groepen extra moeizaam. Senior projectleider bij Pharos, Nies van Grondelle, sprak in het kader van haar project met Turkse, Marokkaanse en Surinaamse mantelzorgers van dementerende familieleden. In haar artikel in deze Phaxx Je bent twee maal kind en eenmaal volwassen doet zij verslag van haar bevindingen. Zelf werd ik vooral getroffen door wat ik las over de enorme inzet van deze mantelzorgers en hun wens om de patiënt zolang mogelijk thuis te verplegen. Zelfs als ze hierbij tegen hun eigen grenzen aanlopen. Dit laatste mede door onbekendheid met mogelijkheden tot ondersteuning zoals bijvoorbeeld de Alzheimer theehuizen die op verschillende plaatsen in Nederland zijn gestart. Door onwetendheid over de ziekte kunnen schaamtegevoelens welig tieren. Zowel bij de patiënt

+

kanker bespreekbaar maken in marokkaanse en turkse gemeenschap

● bijvoorbeeld niet wenselijk geacht openlijk te spreken over ernstige ziekten. Dit komt voort uit het idee dat je mensen met een zeer ernstige ziekte niet wilt belasten door erover te praten. Dit maakt het werk voor huisartsen in wijken met grote migrantengroepen lastig. Goede communicatie over het onderwerp draagt uiteindelijk bij aan meer vertrouwen en een beter ervaren zorg. Samen met kwf Kankerbestrijding zal Pharos materiaal ontwikkelen om huisartsen in hun communicatie met migranten en patiënten met lage gezondheidsvaardigheden te ondersteunen. Het project ‘Allochtoon en Kanker in de Huisartsenpraktijk’ zal resulteren in een dvd en een aantal internetfilmpjes. De aanpak en inhoud zullen onder andere bepaald worden via een expertmeeting en focusgroepgesprekken. Tips en adviezen rondom communicatie met migranten zijn al te vinden op www.huisartsmigrant.nl.



|4 | phaxx

nummer 1.13

Kanker is vooral bij veel Marokkanen en Turken nog een taboeonderwerp. De ervaring leert dat voorlichting via sleutelpersonen een effectieve manier is om gevoelige onderwerpen bespreekbaar te maken. Voorlichting blijkt doeltreffend als deze verdeeld is over meerdere bijeenkomsten, en in een kleine kring van mensen die elkaar kennen, door dezelfde persoon, gegeven wordt. Met financiële steun van kwf Kankerbestrijding gaat Pharos een training ontwikkelen om sleutelpersonen hiervoor op te leiden. Het project ‘Meer dan 100 soorten kanker’ heeft tot doel om migrantenorganisaties te laten beschikken over goed opgeleide peers (mensen met vergelijkbare achtergrond, in dit geval migranten) die informatie en advies geven over kanker en over een lange periode inzetbaar zijn. Ook zullen migrantenorganisaties en reguliere patiëntenorganisaties meer gaan samenwerken op het gebied van informatieverstrekking over kanker. Pharos is verantwoordelijk voor de coördinatie en enkele inhoudelijke aspecten (inventarisatie, inhoud voorlichtingen en training). Bij de

Sinds juli 2011 gaan hervestigde vluchtelingen (voorheen: uitgenodigde vluchtelingen) meteen na aankomst naar de gemeente waar ze komen te wonen. Een nieuwe start maken in een nieuw land is geen sinecure. Regelmatig worden begeleiders van VluchtelingenWerk geconfronteerd met psychosocialeen opvoedingsproblemen van deze vluchtelingen. Pharos schreef in opdracht van VluchtelingenWerk Nederland de publicatie Gun ons de tijd… Werkboek psychosociale begeleiding bij hervestigde vluchtelingen. Hervestiging heeft tot doel vluchtelingen te helpen van wie het leven, de veiligheid of de mensenrechten in gevaar zijn in de landen waarnaar ze in eerste instantie gevlucht zijn. Hervestiging is ook een duurzame oplossing, omdat landen elkaar zo helpen om de lasten van de opvang van vluchtelingen te verdelen. Het merendeel van mensen die hun land ontvluchten wordt immers opgevangen in de buurlanden. Sinds 2010 komen hervestigde vluchtelingen meteen na aankomst in Nederland in hun nieuwe woonplaats terecht. Voorheen werden deze vluchtelingen een tijd lang in de centrale opvang van het coa opgevangen. Tegenwoordig is het meestal de verantwoordelijkheid van de lokale begeleiders van VluchtingenWerk om hervestigde vluchtelingen op te vangen en te begeleiden zodra ze in hun gemeente arriveren. Dit werkboek is bedoeld voor begeleiders van hervestigde vluchtelingen die tijdens hun werk met deze vluchtelingen geconfronteerd worden met psychosociale problemen. Gun ons de tijd… Werkboek psychosociale begeleiding bij hervestigde vluchtelingen Evert Bloemen, Erick Vloeberghs, 2013. Gratis te downloaden via www.pharos.nl


26-02-2013

16:19

Pagina 5

foto: arie kievit/hh

Phaxx 1/2013 nw

n i e s v a n g r o n d e l l e – Eind 2012 heeft Pharos onderzoek gedaan naar de situatie van migrantenmantelzorgers die zich inzetten voor familie of vrienden met dementie. Hoe ervaren zij hun mantelzorgtaken en hoe kunnen zorgprofessionals en organisaties hen ondersteunen?

‘je bent tweemaal kind en eenmaal volwassen’ Dementie doet groot beroep op mantelzorger et aantal oudere migranten met dementie zal de komende jaren flink stijgen. Van 13.750 in 2010 tot 30.750 in 2020 (zie kader Achtergrondcijfers). Van alle ouderen met dementie krijgt 70 procent thuis verzorging. Bij migranten ligt dit percentage hoger, namelijk 99 procent. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het verzorgen van iemand met dementie een zware belasting is. Zo’n 82 procent van de mantelzorgers voelt zich overbelast of loopt risico op overbelasting. Zorg bij dementie betekent 24 uur

h

per dag, 7 dagen per week zorg verlenen. Zorg die, hoewel geleidelijk, in zwaarte toeneemt. De belasting van mantelzorgers met een migrantenachtergrond is doorgaans groter dan van autochtonen. Een aantal factoren zijn hiervoor verantwoordelijk zoals onbekendheid met dementie, hoge eisen uit de omgeving en beperkt gebruik van zorg- en welzijnsvoorzieningen. In het onderzoek van Pharos zijn focusgroepgesprekken gehouden met Turkse, Marokkaanse en creools-Surinaamse mantelzorgers (zie kader Het on- 



Dagverzorging kan dienen als bron van informatie en lotgenotencontact. nb: De personen afgebeeld op deze foto zijn geen dementiepatiënten.

nummer 1.13 p h a x x

|5 |


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 6

‘je bent tweemaal kind en eenmaal volwassen’ derzoek). Onbekendheid met dementie blijkt onder alle drie deze groepen een veelvoorkomend verschijnsel.

telzorgers maakt echter wel gebruik van verschillende vormen van professionele hulp, bijvoorbeeld de thuiszorg, dagverzorging of een verzorgingshuis. Dat ouderen ‘kindsi’ (kinds) kunnen worden is meer algemeen geaccepteerd. Surinaamse deelneemsters omschreven dit als volgt: ‘Je bent in je leven tweemaal kind en eenmaal volwassen.’ Als professionele zorg noodzakelijk wordt, zeggen de Turkse en Marokkaanse mantelzorgers daarentegen dat thuiszorg voor hen (bijna) de enige optie is. Zorg aan huis werkt zowel voor de patiënt als de mantelzorger geruststellend. Omdat de mantelzorger in de buurt blijft, houdt deze de controle en het zicht op wat er thuis gebeurt. De Surinaamse mantelzorgers stellen op hun beurt dat ouderen het vaak vervelend vinden als er een vreemde in huis komt. Zij maken daarom liever gebruik van dagverzorging. Intramurale opname stuit binnen de Turkse en Marokkaanse gemeenschap op grote bezwaren. De ervaringen hiermee zijn niet goed. De zorg zou onder de maat zijn, niet passend en de zorgverleners zouden te weinig aandacht en tijd besteden aan patiënten. Dit beeld bijstellen is niet gemakkelijk. Toch zien enkele Surinaamse en Marokkaanse mantelzorgers een kentering in de meningsvorming over intramurale zorg. Het zou langzamerhand meer geaccepteerd worden. Ook omdat het zorgaanbod tegenwoordig beter aansluit bij de behoeften van migranten.



‘Er zijn mensen die denken dat iemand gek geworden is. Geestelijk niet meer in orde is (…). Zij denken niet dat iemand ziek is en vergeetachtig, maar bestempelen diegene als gek.’ (Marokkaanse mantelzorger)

Deze onbekendheid heeft onder andere tot gevolg dat de gang naar de huisarts niet zo vanzelfsprekend is. Ook niet als zich problemen voordoen. En als dit wel gebeurt, gaat het consult meestal over fysieke klachten en niet over het veranderende gedrag. Hierdoor valt de diagnose dementie pas in een laat stadium. Met als gevolg dat ook de ondersteuning pas laat kan starten.

negatieve reacties Een groot aantal mantelzorgers uit de focusgroepen stuit op negatieve reacties wanneer professionele hulp wordt ingeschakeld. ‘Toen mijn vader in de dagzorg werd opgenomen, hebben sommige mensen het contact verbroken. Zo erg was het (…). Sommige familieleden van mij zijn, toen mijn vader overleed, met opzet mij niet komen condoleren, omdat ik ervoor gezorgd had dat mijn vader in een verzorgingshuis geplaatst werd.’ (Turkse mantelzorger)

Ook de patiënt zelf kan het inschakelen van professionele hulp als negatief ervaren. ‘Ik adviseerde hem om gebruik te maken van verschillende doctoren en een psycholoog, maar hij weigerde iedere keer (…). Ik ben niet gek, zei hij, ik ga niet naar een gekkendokter.’ (Turkse mantelzorger)

De meeste Turkse en Marokkaanse respondenten menen dat je tot het uiterste moet gaan alvorens hulp ‘van buiten’ in te schakelen. Voor een aantal ligt de grens zelfs bij: ‘Als ik dood ben.’ Bovendien denken veel mantelzorgers dat goed doen in dit leven leidt tot beloning in het hiernamaals.

Veel mantelzorgers spreken niet openlijk met de zieke over wat er met hem aan de hand is. Dit heeft voorna-

foto: peter hilz/hh

tot het uiterste

schaamte en isolement

‘Mijn geloof, maar ook de cultuur van het Zuidoosten van Turkije verwacht dit van mij. Wij kennen niet het fenomeen dat wij onze ouders in een bejaardenhuis plaatsen. Ouders blijven tot de dood bij ons, je dient zorg te verlenen. Natuurlijk zul je hierdoor vermoeid raken (…). Als je echt geduld hebt zal Allah jou hiervoor belonen.’ (Turkse mantelzorger)

Aan de andere kant leeft onder mantelzorgers ook het idee dat je verplicht bent hulp in te schakelen zodra je ziet dat het mis gaat. Bijvoorbeeld wanneer de zieke 24 uur per dag zorg en verpleging nodig heeft. Enkele mantelzorgers stellen dat er ook vanuit het geloof een grens is. ‘Het geloof zegt wel: zorg voor je ouders en je familie. Maar uit mijn eigen ervaring kan ik zeggen: als je het niet aankan, kijkt God naar jouw intenties. Bij mij kon mijn lichaam het niet langer aan.’ (Marokkaanse mantelzorger)

Evenals de Turkse en Marokkaanse mantelzorgers zien de Surinaamse deelnemers van de focusgroep het als hun plicht om voor familieleden te zorgen als zij lijden aan dementie. Ruim de helft van de Surinaamse man-

|6 | phaxx

nummer 1.13

Meer kennis over dementie kan ertoe bijdragen dat mantelzorgers makkelijker ondersteuning vinden


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 7

achtergrondcijfers

Totaal aantal mensen met dementie Niet-westers allochtoon Turkse Nederlanders Marokkaanse Nederlanders Surinaamse Nederlanders

2010 235.000 13.750 2.800 2.534 4.387

2020 292.000 30.750 6.276 5.990 8.338

Bron: M. Willemse & N. van Wezel, Dementie bij oudere migranten. Denkbeeld, oktober 2011.

het onderzoek Zorgen voor je ouders is een manier van leven is een onderzoek onder mantelzorgers van Turkse, Marokkaanse en creools-Surinaamse ouderen met dementie. De tien Turkse en twaalf Marokkaanse mantelzorgers waren verdeeld in twee focusgroepen per etnische groep, een in de Nederlandse taal en een in de eigen taal. In de drie Surinaamse groepen (met acht deelnemers in totaal) werd Nederlands gesproken. De topiclijst is afgestemd met het lopende onderzoek naar het voorlichtingsprogramma ‘Weten over vergeten’ van Alzheimer Nederland, uitgevoerd door Nienke van Wezel. De uitkomsten van het Pharos-onderzoek zullen daarin worden verwerkt. Zorgen voor je ouders is een manier van leven. Een kwalitatief onderzoek onder mantelzorgers van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse ouderen met dementie M.M. Hootzen, N. Rozema & N.J. van Grondelle – Pharos, 2012. Dit onderzoek is te downloaden via www.pharos.nl.

Onbekendheid met dementie heeft tot gevolg dat de gang naar de huisarts niet vanzelfsprekend is melijk te maken met schaamte bij de patiënt zelf. Hij herkent of erkent de ziekte niet en om frustraties te voorkomen en hem niet te kwetsen wordt erover gezwegen. Het gevaar bestaat dan wel dat zowel de dementerende oudere als de mantelzorger in een isolement raakt. Zeker wanneer het gezin niet met anderen spreekt over de dementie en niet verklaart waarom iemand zich ineens ‘vreemd’ of ‘gek’ gedraagt. Zonder uitleg over wat er aan de hand is, ontstaan er al gauw roddels in de gemeenschap. Plus schaamte bij de familie voor het onverklaarde gedrag van de patiënt. Het is niet zozeer dat men zich schaamt over de dementerende oudere zelf. Het gaat eerder over de lastige situaties die ontstaan door het veranderde gedrag van de oudere, variërend van het stelen van koekjes tot agressie. Meer kennis en informatie over dementie kan ertoe bijdragen dat mantelzorgers makkelijker over de ziekte praten, zowel met anderen als met de patiënt zelf. Op deze manier ontstaat er meer begrip in bredere kring. Met alle positieve gevolgen voor het acceptatieproces van de dementerende van dien.

cultuursensitieve zorg 

Zo’n 82 procent van de mantelzorgers voelt zich overbelast of loopt risico op overbelasting.

Voor professionele zorgverleners zoals de huisarts, thuiszorgverleners of de ouderenadviseur is het belangrijk om na te gaan welke opvattingen er binnen een familie heersen over dementie. Zijn de familieleden

bekend met de ziekte? Willen en kunnen ze er in alle openheid over praten? Professionele dementiezorg kan een welkome verlichting bieden mits deze goed is afgestemd op de behoefte van de dementerende en zijn familie. Ook hier is cultuursensitieve zorg geëigend. Hoe ervaren patiënt en familie de (beginnende) dementie? Welke positie neemt de mantelzorger in? Een grote familie betekent niet automatisch dat de zorg gelijkelijk over alle familieleden wordt verdeeld. En: binnen één cultuur bestaan verschillende opvattingen, ga dus na wat deze specifieke familie vindt. Zoals hiervoor al opgemerkt, willen de meeste migrantenmantelzorgers een actieve rol houden en betrokken blijven bij de zorg. Ook als er professionele hulp is ingeschakeld. Dit geldt zowel voor thuis- als intramurale zorg. Vrijwel alle mantelzorgers benoemen dat als essentiële voorwaarde om ‘anderen’ toe te laten. Deze insteek vraagt afstemming, inleving en tijd om aan elkaar te wennen. Met als resultaat: meer vertrouwen, minder spanning en last but not least betere zorg.

meer kennis cruciaal Meer kennis over dementie binnen de verschillende migrantengemeenschappen in Nederland is wenselijk voor alle betrokkenen. Het kan immers vroegsignalering bevorderen en daarmee tijdige behandeling van de patiënt en ondersteuning van de mantelzorgers. Daarnaast kan meer kennis het steunend vermogen van de migrantengemeenschappen vergroten. Dat wil zeggen: meer begrip kweken en angst reduceren. Informatie blijkt voor de meeste mantelzorgers de basis voor acceptatie en bespreekbaarheid van dementie. Naarmate de ziekte vordert, ontstaat er een groeiende behoefte aan advies over omgaan met de dementerende oudere. Daarnaast ook aan informatie over het ziekteverloop op langere termijn. Kennis is dus cruciaal, in alle stadia van de ziekte. Hier dient breed op ingezet te worden. Zo kunnen professionele zorgverleners uit de eerste lijn (huisarts, thuiszorg, ouderenadviseur, etc.) patiënten en mantelzorgers basisinformatie geven en wijzen op speciale voorlichtingsbijeenkomsten. Ook zelforganisaties, moskeeën of het ouderenwerk kunnen voorlichtingsbijeenkomsten organiseren. Speciale voorlichtingsprogramma’s over migranten en dementie zijn verkrijgbaar bij organisaties als Alzheimer Nederland, noom (Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten) en Pluspunt Rotterdam. Ook de dagverzorging kan dienen als bron van informatie en daarnaast lotgenotencontact bieden. Veel Surinaamse mantelzorgers maken gebruik van het internet. Marokkaanse mantelzorgers zouden juist graag een ‘fysieke hulpplek’ hebben waar ze terecht kunnen voor informatie en ondersteuning. Een mogelijkheid daartoe vormen de Alzheimer theehuizen die inmiddels op zes plaatsen in Nederland zijn gestart, of de mantelzorgsteunpunten. Door langs verschillende kanalen informatie aan te bieden, zullen migranten meer bekend raken met dementie. Dat zal de openheid over dementie en support aan mantelzorgers bevorderen. Nies van Grondelle is senior projectleider bij Pharos.

nummer 1.13 p h a x x

|7 |


26-02-2013

16:19

Pagina 8

foto: evelyne jacq/hh

Phaxx 1/2013 nw

GGD Nederland, FS AN en Pharos zetten volgende stap

spreekuren voor besneden vrouwen van start s o m a j e h g h a e m i n i a – De openlijke strijd tegen vrouwelijke genitale verminking (meisjesbesnijdenis) heeft het taboe om hierover te spreken doorbroken. Veel vrouwen durven nu ook te vertellen over de dagelijkse gevolgen van hun besnijdenis. Hulp vragen is echter vaak een stap te ver. ggd Nederland en fsan (Federatie Somalische Associaties Nederland) zetten samen met Pharos een volgende stap naar passende zorg voor besneden vrouwen.

ls verloskundige heeft de uit Somalië gevluchte Khadija Ali (43) de meest ingewikkelde bevallingen begeleid van vrouwen die als meisje zijn besneden. ‘Die vrouwen moesten heftige ingrepen ondergaan, vaak in situaties waar geen goede medische zorg was.’ Maar ook na hun bevallingen kampen veel vrouwen tot op hoge leeftijd met ernstige problemen als gevolg van de besnijdenis: infecties, vergroeiingen, problemen met plassen, en seksuologische en psychische klachten. Ali is ruim acht jaar als getrainde ‘sleutelpersoon’ actief binnen de Somalische gemeenschap in Nederland. Ze geeft voorlichting over vrouwelijke genitale verminking (vgv) en sprak erover met honderden vrouwen. ‘Veel vrouwen durven geen hulp te zoeken voor hun klachten, omdat ze zich schamen of omdat ze bang zijn een mannelijke arts te treffen. Zij hebben echt specifie-

a

|8 | phaxx

nummer 1.13

ke zorg nodig.’ Khadija Ali heeft zelf als meisje geluk gehad met de kennis die haar moeder – eveneens verloskundige – had over de consequenties van meisjesbesnijdenis. ‘Zij wist wat voor ellende een besnijdenis teweegbrengt. Maar onder druk van de gemeenschap heeft ze mij wel laten besnijden. Het bleef gelukkig heel klein en symbolisch. Hier in Nederland vraag ik de vrouwen naar hun klachten en leg ik ze voor: wil je dit jouw dochter ook aandoen?’



Werd in Somalië be-

snijdenis gezien als iets om trots op te zijn, in Nederland is het abnormaal.

proefprojecten De zorg voor besneden vrouwen is nu, na jarenlange urgente aandacht voor preventie, meer in beeld geko-

‘Veel vrouwen durven geen hulp te zoeken, omdat ze bang zijn een mannelijke arts te treffen’


foto: evelyne jacq/hh

Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 9

men. Dat was hard nodig, merken sleutelfiguren als Khadija Ali. Want praten over het voorkómen van meisjesbesnijdenis bij dochters, bracht bij veel vrouwen herinneringen boven aan de traumatische ervaring van hun eigen besnijdenis. En in het verlengde daarvan de problemen die ze nog altijd daarvan ondervinden. Verder speelt de migratie een rol. Werd in het land van herkomst besneden zijn gezien als iets om trots op te zijn, in Nederland is het abnormaal. Dat conflict draagt bij aan psychische problemen. Daarom werkt een aantal ggd’en onder coördinatie van ggd Nederland samen met fsan de komende tweeënhalf jaar aan een aantal proefprojecten voor besneden vrouwen met klachten. Doel is om deze vrouwen via speciaal opgezette spreekuren naar de juiste zorg toe te leiden. Pharos zal de ervaringen met en resultaten van de spreekuren monitoren. Door fsan getrainde sleutelpersonen uit de risicogemeenschappen gaan besneden vrouwen met klachten wijzen op de spreekuren. Speciaal opgeleide hulpverleners staan daar klaar om te achterhalen hoe de vrouwen het best geholpen kunnen worden en zullen hen vervolgens doorverwijzen naar de juiste specialist. ‘De hulpverlener die het spreekuur verzorgt, moet voldoende kennis hebben van meisjesbesnijdenis, van interculturele gesprekstechnieken en van de sociale kaart’, licht projectleider Tosca Hummeling van ggd Nederland toe. ‘Om uit te vinden hoe we de vrouwen het best kunnen helpen, worden in de proefperiode verschillende werkwijzen uitgeprobeerd. Daarbij zorgen we voor voldoende tijd om met de vrouwen te praten’, aldus Hummeling. ‘Soms zullen meerdere gesprekken nodig zijn.’ De bedoeling is dat na tweeënhalf jaar de zorg voor besneden vrouwen organisatorisch en financieel wordt opgenomen in het reguliere zorgaanbod en dat de vrouwen de weg naar deze zorg dan zelf weten te vinden.

‘Meisjesbesnijdenis is niet alleen een probleem van vrouwen maar van de hele gemeenschap’ vgv in nederland In Nederland wonen bijna 70.000 vrouwen die afkomstig zijn uit een land waar vgv voorkomt. Niet al deze vrouwen zijn besneden. Het percentage besneden vrouwen varieert ook in de landen van herkomst. Degelijk onderbouwd en compleet onderzoek naar de kwantitatieve omvang van vgv ontbrak. In 2012 heeft Pharos in samenwerking met het Erasmus Medisch Centrum en met subsidie van het ministerie van vws onderzoek uitgevoerd naar de situatie van vgv in Nederland. Hoeveel meisjes en vrouwen wonen in Nederland die mogelijk besneden zijn en hoe groot is de kans dat meisjes in Nederland besneden worden? De resultaten van dit onderzoek zijn onlangs in Leiden gepresenteerd op 6 februari, Zero Tolerance Day 2013. Zie ook de rubriek Academisch Kwartier (p. 19) onder Verslag bijeenkomsten. Female Genital Mutilation in the Netherlands. Prevalence, incidence and determinants M. Exterkate – Ministerie van vws/Pharos, 2013. Het rapport is te downloaden via www.pharos.nl.

In Den Haag en Tilburg zijn al spreekuren van start gegaan. De andere regio’s zijn bezig met de voorbereidingen. Er wordt bijvoorbeeld uitgezocht hoe men de huisartsen bij dit project kan betrekken. ‘In Den Haag wordt de huisarts op de hoogte gesteld als een vrouw het spreekuur heeft bezocht’, vertelt Hummeling. ‘Als de verpleegkundige daar merkt dat een huisarts weinig kennis heeft van meisjesbesnijdenis, komt ze in actie en biedt ze de arts extra informatie aan of organiseert ze een bijeenkomst over dit onderwerp.’

aandacht voor zorg Pharos is al meer dan twintig jaar actief met activiteiten op het gebied van vgv. In 2005 is Pharos aangewezen als het nationale Focal point meisjesbesnijdenis. ‘Vanaf die tijd zorgen we onder andere voor informatievoorziening en deskundigheidsbevordering bij professionals. Toch is het zo dat te weinig hulpverleners genoeg afweten van meisjesbesnijdenis’, vertelt Marjan Groefsema, programmamanager vgv bij Pharos. ‘Met inzet op preventie is al veel bereikt. De laatste jaren besteden we meer aandacht aan de zorg aan vrouwen die als meisje besneden zijn.’ Daarnaast stimuleert Pharos opleidingen in de (psychosociale) zorg om structureel aandacht te besteden aan meisjesbesnijdenis. Zo heeft de opleiding Verpleegkunde van de Hogeschool Utrecht meisjesbesnijdenis al opgenomen in het curriculum. ‘We zullen dit uitbreiden naar artsenopleidingen en opleidingen voor psychosociale en seksuologische hulpverlening’, aldus Groefsema. In samenwerking met fsan, zelforganisaties en ggd Nederland onderzoekt Pharos hoe de vrouwen die besneden zijn beter kunnen worden bereikt. Naast de inzet van de sleutelpersonen kijken de organisaties naar het ontwikkelen van nieuwe laagdrempelige folders en spotjes op de lokale radio en televisie. ‘En we oriënteren ons ook op digitale informatievoorziening zoals websites’, voegt Groefsema toe.

gemeenschap onmisbaar Niet alleen de vrouwen, ook de mannen moeten worden voorgelicht, benadrukt Zahra Naleie, senior programmamanager vgv bij fsan. Sinds 2006 staat ze aan het hoofd van een succesvol preventieprogramma. ‘Meisjesbesnijdenis is niet alleen een vrouwenprobleem, maar een probleem van de hele gemeenschap. Ook als het gaat om nazorg. De man heeft een belangrijke rol in het gezin, ook hij moet goede informatie hebben. Daarom trainen wij mannelijke sleutelfiguren die in gesprek gaan met de mannen in de Afrikaanse gemeenschappen.’ De gemeenschappen zelf zijn er klaar voor, denkt Naleie. ‘Vijftien jaar geleden was het onderwerp meisjesbesnijdenis nog een taboe. Door intensieve campagnes, kennisvergroting van het onderwerp en samenwerking met vooral de ggd’en in verschillende steden, asielzoekerscentra en Pharos is veel bereikt. Erover praten is een begin. We zijn toe aan de volgende stap: vrouwen bewust maken van het feit dat veel klachten samenhangen met de besnijdenis en ervoor zorgen dat ze tevreden zijn over de hulp die ze krijgen.’ Somajeh Ghaeminia is journalist en tekstschrijver.

nummer 1.13 p h a x x

|9 |


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 10

Ondersteuning voor kinderen die pa s in Nederland zijn

nieuw Ên weerbaar in nederland b r a m t u k – Kinderen die nieuw aankomen in Nederland, vormen de eerste jaren een kwetsbare groep. Ze leren meestal snel Nederlands, maar heimwee, het wennen aan Nederland en het missen van vriendjes en familieleden maken hen kwetsbaar. Ze zijn vaak onvoldoende weerbaar en kunnen daardoor eerder te maken krijgen met pesten en misbruik. Weer-

foto: rozing h/h

baarheidstrainingen kunnen kinderen steviger maken. Maar zijn die trainingen wel geschikt voor deze groep kinderen?

p de Nederlandse basisscholen zitten ieder jaar ongeveer 10.000 leerlingen die nieuw zijn in Nederland. Het gaat met name om asielzoekerskinderen, kinderen uit Oost- en Midden-Europese landen, of kinderen die in het kader van gezinsvorming of gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen. Hoewel deze kinderen over het algemeen veerkrachtig en sociaal zijn, blijkt uit onderzoek dat zij in vergelijking met andere kinderen in Nederland minder sterk in hun schoenen staan. Dat maakt hen extra kwetsbaar voor pesten en misbruik. Bovendien levert het bestaan in Nederland hun ouders vaak veel stress op. Bijvoorbeeld omdat ze in de asielproce-

o

|1 0 | phaxx

nummer 1.13

dure zitten of moeten wennen aan allerlei nieuwe omstandigheden. Kinderen van gestreste ouders lopen meer kans op mishandeling dan andere kinderen. De vraag is wat we hiertegen kunnen doen.

kom op voor jezelf Met een weerbaarheidsprogramma of weerbaarheidstraining leren kinderen voor zichzelf opkomen en bedreigende situaties het hoofd te bieden. Kinderen worden weerbaarder tegen sociale druk, pestgedrag en (seksueel) misbruik door volwassenen en andere kinderen. Een van de bekendste en meest effectieve weerbaar-



Weerbaarheidstrainingen leren kinderen voor zichzelf opkomen en bedreigende situaties het hoofd te bieden.


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 11

heidstrainingen zijn de Marietje Kessels Projecten, ontwikkeld in Tilburg. Door groepsgesprekken, fysieke (zelfverdedigings)oefeningen, rollenspellen en opdrachten leren kinderen situaties van machtsmisbruik te herkennen en zich weerbaar op te stellen. Een variant van de Marietje Kessels Projecten, ‘Kom op voor jezelf’, is de weerbaarheidstraining die door gg&gd Utrecht wordt aangeboden. In deze training leren kinderen op een passende manier voor zichzelf op te komen met respect voor de ander. De lessen worden onder schooltijd gegeven aan leerlingen van groep 7 of 8 van de basisschool. De meisjes en jongens worden in twee groepen gesplitst. Bij de lessen is een leerkracht van de school aanwezig. In alle lessen en lesonderdelen zitten drie aspecten: denken én voelen én handelen. De lesonderdelen bestaan uit groepsgesprekken, fysieke (zelfverdedigings)oefeningen, rollenspellen, vertrouwens- en samenwerkingsspelletjes en een (huis)werkschrift. Ongeveer halverwege de training is er een ouderavond en de training wordt afgesloten met een examenles.

de pilot Hoewel ‘Kom op voor jezelf’ al langere tijd wordt gegeven op Utrechtse basisscholen, was niet bekend of de training ook bruikbaar is voor jonge nieuwkomers. Het gaat hier om kinderen die beperkt Nederlands spreken en verschillende culturele achtergronden hebben. Daarom is de training uitgeprobeerd op taalschool Het Mozaïek in Utrecht in een klas met kinderen die maximaal twee jaar in Nederland zijn. De bedoeling was om na te gaan of deze nieuwkomers in vergelijking met andere leerlingen even veel baat hebben bij deze weerbaarheidstraining. Een tweede vraag luidde: zijn er aanpassingen nodig en zo ja, welke? Op basis van observaties en evaluaties met de trainers en leerkrachten kwamen de volgende leerpunten naar voren: • Tijdens de lessen bleek dat er onderwerpen zijn waar nieuwkomers minder vanaf weten. Bijvoorbeeld dat

weerbaarheidstrainingen voor kinderen Weerbaarheidstrainingen voor kinderen die nieuw in Nederland zijn B. Tuk – Pharos, 2012. Deze publicatie is te downloaden via www.pharos.nl. Pharos heeft, gefinancierd door Kinderpostzegels en Skanfonds, een aantal projecten uitgevoerd en beschreven die als doel hebben de kans op kindermishandeling van asielzoekerskinderen te verkleinen. Dit boekje over weerbaarheidstrainingen voor jonge nieuwkomers maakt hier deel van uit. Het is gebaseerd op de uitvoering van de weerbaarheidstraining ‘Kom op voor jezelf’ op de taalschool Het Mozaïek in Utrecht door twee trainers van de gg&gd Utrecht in het schooljaar 2011-2012. Deze publicatie biedt weerbaarheidsdocenten veel achtergrondinformatie en praktische tips voor trainingen aan nieuwkomers. De beschrijving van de lessen met bijvoorbeeld de reacties van de kinderen maken de beschrijving compleet. Medewerkers van scholen met nieuwkomers kunnen de publicatie gebruiken als zij een training voorbereiden of aanwezig zijn bij deze trainingen.

kinderen slachtoffer kunnen worden van seksueel misbruik. • Omdat deze leerlingen in vergelijking tot veel Nederlandse kinderen kwetsbaarder zijn, is het – ook volgens de betrokken leerkrachten – des te belangrijker dat zij leren praten over onderwerpen als kindermishandeling en seksuele intimidatie. • De leerlingen gingen, op een enkel moment na, met veel interesse in op de vaste onderwerpen. Ook de fysieke oefeningen sloegen erg aan. Het hoogtepunt was het doorslaan van een plankje tijdens de examenles. • Een weerbaarheidstraining als ‘Kom op voor jezelf’ vraagt een behoorlijke beheersing van het Nederlands. Maar een eenvoudiger variant maken draagt het risico in zich dat het ten koste gaat van de effectiviteit. • Trainers en leerkrachten zullen intensiever dan al gebruikelijk bij dit soort trainingen moeten samenwerken om te zorgen dat de leerlingen alle onderdelen goed begrijpen. En dat de training vergelijkbare effecten heeft als bij andere kinderen die dergelijke trainingen volgen. Leerkrachten kunnen bijvoorbeeld onderwerpen voorbespreken zodat kinderen zich nieuwe termen alvast eigen kunnen maken. • Weerbaarheidstrainingen gaan uit van de betrokkenheid van ouders in de vorm van aanwezigheid bij een informatieavond en het examen. In Utrecht ging dat niet goed genoeg. Bij de evaluatie zijn aanbevelingen gedaan om de opkomst de volgende keer te verbeteren: doe extra je best om ouders te betrekken, en begin daar al mee voordat de training begint. Zorg er bijvoorbeeld voor dat ouders een beeld hebben van een weerbaarheidstraining door plaatjes van een vorige training in een folder of schoolgids op te nemen. • Bespreek vooral ook met de leerlingen hoe de training thuis ‘valt’ en stimuleer ze om er thuis over te vertellen. Door daarnaar te blijven vragen, krijgen trainers en leerkrachten een beeld van de betrokkenheid van de ouders.

beheersing taal doorslaggevend De belangrijkste les uit de pilot is dat het draagvlak op de school erg belangrijk is. Dat houdt veel meer in dan tijd en lokalen beschikbaar stellen. Vertrouwen hebben in elkaar, leerkrachten die enthousiast aan de training meedoen en feedback geven zijn belangrijke aspecten. Op scholen voor nieuwkomers hebben de medewerkers veel aandacht voor de sociaal-emotionele achtergronden van de leerlingen, waardoor goede samenwerking tussen trainers en leerkrachten in potentie mogelijk is. De verwachting bij dit soort trainingen met veel fysieke oefeningen is vaak dat ze goed bruikbaar zijn voor kinderen die nog beperkt Nederlands spreken. Die verwachting bleek onterecht. Ondanks de nadruk op nonverbale elementen, was er extra tijd nodig om de lessen goed te kunnen begrijpen. Trainers en leerkrachten waren daar heel duidelijk over. Een stevige beheersing van de taal bleek ook voor deze training noodzakelijk. Samengevat zijn weerbaarheidstrainingen zoals ‘Kom op voor jezelf’ zeker bruikbaar voor nieuwkomers, mits zij voldoende Nederlands spreken. Bram Tuk is senior adviseur/preventiefunctionaris bij Pharos.

nummer 1.13 p h a x x

|1 1 |


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 12

h e s t e r v a n b o m m e l , m a n o n s t o c k m a n n – Zorgverleners geven dikwijls aan moeite te hebben met het verlenen van adequate zorg aan Marokkaanse Nederlanders met aandoeningen als diabetes of kanker, of met psychiatrische problemen. Op zoek naar meer achtergrondinformatie en advies om het zorgaanbod beter op hen te laten aansluiten, vertrok eind 2012 een groep huisartsen, praktijkondersteuners, tolken en medewerkers van Pharos naar Noordoost-Marokko.

impressies gezondheidszorg in noord-marokko O vereenkomsten en verschillen met de Nederlandse zorg oel van de studiereis was enerzijds om zorgverleners bewust te maken van de invloed van cultuur op ziekte en gezondheid. Anderzijds was de reis bedoeld om nader zicht te krijgen op de overeenkomsten en verschillen in de gezondheidszorg in Marokko en Nederland. Centraal stond omgaan met diabetes, kanker en psychiatrische problematiek. Tijdens conferenties, workshops en werkbezoeken aan gezondheidszorginstellingen vonden vele gesprekken plaats tussen Marokkaanse en Nederlandse zorgverleners. Dit leverde niet alleen kennis op over de genoemde aandoeningen maar ook meer zicht op de gezondheidssituatie en leefwijze in Noordoost-Marokko, het Rifgebergte. Uit dit gebied komt ruim 79 procent van de Marokkaanse Nederlanders. Marokko kent drie soorten gezondheidszorginstellingen: (1) door de overheid gefinancierde zorg, (2) privaat gefinancierde zorg, en (3) speciale instellingen waarmee Nederlandse zorgverzekeraars samenwerken. Vanwege de beperkte lengte van dit artikel beschrijven we maar enkele verschillen en overeenkomsten met de zorg in Nederland. Deze zijn uit de praktijk verkregen en slechts gebaseerd op de door ons bezochte, door de overheid gefinancierde zorginstellingen in Noordoost-Marokko.

d

overeenkomsten Mensen overtuigen van het belang van een gezonde leefstijl is in Marokko niet makkelijker dan in Nederland. ‘Ik doe het huishouden, dat is toch al bewegen’, is een vaak gehoorde uitspraak. Ook al speelt er geen taalprobleem, elkaar verstaan is iets anders dan elkaar begrijpen. Veel diabetespatiënten kampen met overgewicht, met name de vrouwen. Artsen werkzaam in Marokkaanse gezondheidscentra proberen hun patiënten duidelijk te maken dat ze hun eetgewoonten en beweegpatroon moeten aanpassen. In de praktijk blijkt dit vaak lastig voor de patiënten. Een van de artsen geeft aan dat groepsvoorlichting georganiseerd door intermediairs die eenzelfde sociaaleconomische status hebben als de patiënten, beter werkt dan voorlichting door een arts. Effectief blijkt ook

|1 2 | phaxx

nummer 1.13

het verstrekken van medicijnen in het gezondheidscentrum: ‘Je moet patiënten laten inzien dat ze wat krijgen als ze op controle komen, bijvoorbeeld gratis medicatie, dan komen ze wel.’

therapietrouw De diabeteszorg blijkt in Marokko niet wezenlijk anders georganiseerd te zijn dan in Nederland. Patiënten gaan eerst naar een arts, bijvoorbeeld in een gezond-

De diabeteszorg in Marokko is niet wezenlijk anders georganiseerd dan in Nederland enkele cijfers uit de praktijk • Marokko heeft ongeveer 37 miljoen inwoners. Daarvan wonen 23 miljoen mensen in steden en 14 miljoen op het platteland. • De gezondheidszorg in Marokko is verdeeld in de publieke en private sector. Mensen die een ziektekostenverzekering hebben kunnen gebruikmaken van de privé-instellingen. Mensen die geen verzekering hebben maken gebruik van de overheidsinstellingen, de zogenoemde staatsziekenhuizen/zorginstellingen. Zorg is voor lang niet iedereen goed bereikbaar: 27 procent van de bevolking moet meer dan 20 km reizen naar de dichtstbijzijnde instelling. • In 2012 is de Ramed (Régime d'assistance médicale) ingevoerd, een zorgverzekering voor de allerarmsten. Zij krijgen hiermee gratis medicatie en zorg in overheidsinstellingen. Mensen zonder verzekering moeten de medicijnen zelf betalen. Ongeveer 8,5 miljoen inwoners van Marokko komen voor de Ramed in aanmerking. • In het Rifgebied is 67 procent van de vrouwen en 45 procent van de mannen analfabeet en gaat 35 procent van de meisjes naar school. • Naar schatting 2 miljoen mensen hebben diabetes in Marokko, waarvan naar schatting 35 procent zorg krijgt. • Een van de speerpunten van het Marokkaanse gezondheidsbeleid is het streven om 50 procent van de diabetespatiënten in zorg te krijgen. • 61 procent van het medicijnbudget van een gemiddeld lokaal gezondheidscentrum wordt besteed aan medicatie voor diabetes. • De levensverwachting van Marokkanen is gestegen van 47 jaar in 1962 naar 71 jaar in 2010.


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:19

Pagina 13

foto’s: hester van bommel

artsen en verpleegkundigen zelfs op huisbezoek om op die manier alle kinderen te vaccineren. De gegevens van de kinderen worden, net als in Nederland, bijgehouden in een groeiboekje en -curve.

verschillen Tijdens het werkbezoek aan diverse lokale gezondheidscentra viel op dat er nauwelijks aandacht wordt besteed aan psychosomatiek. De artsen richten zich voornamelijk op het somatische aspect en er is weinig tijd om in te gaan op ervaringen van patiënten in de privésfeer. Artsen in een lokaal gezondheidscentrum zien gemiddeld zo’n honderd patiënten per dag. Binnen deze setting vallen er nog meer aspecten op, zoals het grote tekort aan medicatie, en tekorten aan medisch personeel en middelen zoals oordopjes voor een thermometer. Alleen van chronisch zieken zijn er patiëntendossiers. Andere patiënten nemen een eigen schrift mee, waarin de arts de diagnose of medicatie opschrijft. Ook zijn er nauwelijks computers beschikbaar in de centra. Alles gebeurt met pen en papier.

taboe op kanker

Artsen schatten dat 90 procent van de kankerpatiënten niet weet welke ziekte hij heeft

Patiënten nemen een eigen schrift mee, waarin de arts de diagnose of medicatie opschrijft. Alles gebeurt met pen en papier. (onder) Artsen in een lokaal gezondheidscentrum zien gemiddeld zo’n honderd patiënten per dag.



heidscentrum, en zo nodig naar een specialist. Tot slot volgt registratie in het landelijke diabetesregister; een groot ‘logboek’ waarin met de hand wordt bijgehouden wie er diabetes heeft. Eens per maand komen patiënten naar het gezondheidscentrum voor hun medicatie. Elke zes maanden vindt er een controle plaats. Desgevraagd blijkt therapieontrouw ook in Marokko een bekend verschijnsel te zijn. Dit wordt deels ‘opgelost’ door onverzekerden na de controles gratis medicijnen te geven. Of de medicatie daadwerkelijk (en volgens de voorschriften) wordt ingenomen, trekken de Marokkaanse artsen sterk in twijfel.

moeder- en kindzorg De moeder- en kindzorg is in veel lokale gezondheidscentra goed georganiseerd en krijgt veel aandacht omdat het een landelijk speerpunt is. De kinderen worden bijna allemaal gevaccineerd volgens een vast programma. In een van de centra die buiten de stad ligt, gaan de

Alhoewel er nog steeds een taboe rust op de ziekte kanker komen er steeds meer oncologiecentra in Marokko. Zo ook in het Rifgebied. Voor mensen die van ver komen, zijn er bij de oncologiecentra logeerhuizen met aparte mannen- en vrouwenafdelingen. Deze ontwikkeling wordt gesteund door de vrouw van de Koning, die beschermvrouwe is van de kankerbestrijding. Zowel Marokkaanse artsen als familieleden van patiënten vragen zich steeds vaker af of de patiënt in kwestie niet moet weten wat hem mankeert. De artsen die wij spraken konden geen aantallen geven maar schatten dat 90 procent van de kankerpatiënten niet weet welke ziekte hij heeft. Er wordt bij kankerpatiënten veelal in bedekte termen over de ziekte gesproken, zoals ‘het is een nare ziekte’ of ‘u heeft een ontsteking’. Ondertussen is de discussie gaande of de patiënt het recht moet hebben om te weten wat hij mankeert. Zodat hij onder andere tijdig en bewust afscheid kan nemen van zijn naasten. Aan de andere kant speelt de vraag of het niet beter is om met zo min mogelijk zorgen verder te leven. Ook de familie weet soms niet dat een familielid ernstig ziek is. Als de patiënt dan plotseling overlijdt, kan dit zeer ingrijpend zijn.

palliatieve zorg Palliatieve zorg staat nog in de kinderschoenen in Noordoost-Marokko. Artsen moeten in de praktijk uitvinden hoe het werkt, aangezien er nog geen scholing bestaat. Vanuit de islam leeft de opvatting dat God het leven heeft gegeven en ook het leven neemt. Vanuit dat perspectief is het niet aan de arts of patiënt om over het einde te beslissen. Thuiszorg, hospices of verpleeghuizen bestaan als zodanig niet in Marokko. Palliatieve zorg wordt vooral gegeven door iemands naasten en familie, soms met verlichtende pijnmedicatie verstrekt door een arts. Hester van Bommel is onderzoeker en projectmedewerker bij Pharos. Manon Stockmann is programmamanager bij Pharos.

nummer 1.13 p h a x x

|1 3 |


26-02-2013

16:20

Pagina 14

foto: peter hilz/hh

Phaxx 1/2013 nw

‘In Nederland hou je alle s binnen en word je ziek’

turkse vrouwen over hun onverklaarde klachten m e r l i j n v a n s c h a y k , k a r e n h o s p e r – Bij migrantengroepen komen Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (solk) vaker voor dan bij autochtone Nederlanders. De behandeling verloopt meestal moeizaam. Medisch antropologe Merlijn van Schayk sprak met een tiental Turkse vrouwen over hun klachten en ontdekte de wereld die erachter schuilgaat.

urkse Nederlanders ervaren hun gezondheid gemiddeld als slechter dan autochtone Nederlanders. Ze komen vaker bij de huisarts met lichamelijke klachten waarvoor geen medische oorzaak wordt gevonden. Uit onderzoek is bekend dat migranten in groten getale te kampen hebben met deze zogenoemde SOLK-problematiek. Dit geldt meer voor vrouwen dan voor mannen. De behandeling van deze klachten is een moeizaam proces. Vaak zonder veel resultaat, wat frustrerend is voor zowel arts als patiënt. Overigens bestaat dit fenomeen niet alleen in Nederland maar in meerdere landen. De verklaring voor deze klachten wordt met name gezocht in het leven als migrant en de migratiegeschiedenis. Een combinatie van deze factoren leidt dikwijls tot een verhoogde mate van emotionele stress. Een manier om deze stress te uiten is somatisatie: dat wil zeggen psychische overbelasting die zich manifesteert in lichamelijke

t

|1 4 | phaxx

nummer 1.13

klachten. Somatisatie is een algemeen bekend verschijnsel. Minder bekend is hoe patiënten zelf tegen hun medisch onverklaarbare klachten aankijken. Opmerkelijk, want juist door meer te weten te komen over de patiënt en diens belevingswereld, zouden interventies wel eens succesvoller kunnen verlopen.

 Vrouwen hebben vaker dan mannen te kampen met Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten.

migratiestress Binnen het betreffende onderzoek zijn semigestructureerde interviews gehouden met een tiental Turkse vrouwen. Allen kampen al jaren met medisch onverklaarbare klachten zoals pijn in nek, hoofd of buik. In de gesprekken geven de vrouwen aan dat zij zich onder druk voelen staan. Als belangrijkste stressoren noemen

Interventies succesvoller door meer kennis over patiënten en hun belevingswereld


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 15

ze: de komst naar Nederland, de omstandigheden waaronder dit verliep en de gevolgen die dit had voor hun leven. Hun migratiegeschiedenis staat in het teken van teleurstellingen. Familierelaties veranderden en een groot aantal vrouwen verloor het eigen sociale netwerk. Sommige huwelijken werden heel snel gesloten, met als gevolg dat de vrouwen binnen korte tijd de overstap maakten van Turkije naar Nederland. Alle vrouwen benadrukken dan ook hun gevoel van eenzaamheid. ‘In Turkije zijn anderen belangrijk, belangrijker dan jij bent. Vrouwen eten en drinken altijd met andere vrouwen. Dan praten ze en houden ze dingen niet binnen. Maar dat is erg moeilijk in Nederland Je kunt niet zo vaak gaan eten en drinken met anderen, daarom hou je alles binnen en word je ziek.’

foto: peter hilz/hh

Ondanks dat de Turkse gemeenschap in het oog van buitenstaanders een hechte indruk maakt, beleven de vrouwen dit niet zo. De sociale controle is sterk. Daarnaast heerst er grote angst voor roddel en het schaden van de familie-eer. Een andere bron van stress vormt het verlies van de eigen identiteit. Door hun komst naar Nederland veranderde de rol van een aantal vrouwen. Zonder familie of sociaal netwerk werden zij erg afhankelijk van hun schoonfamilie. Eigen dromen en ideeën voor de toekomst konden niet meer worden waargemaakt. Hun afhankelijkheid van onder andere de schoonfamilie zorgde ervoor dat zij het gevoel kregen geen controle meer te hebben over hun leven.

louter lichamelijk Alle betrokken vrouwen hebben zicht op de stressoren in hun leven. Het leggen van verbindingen tussen de lichamelijke klachten en de ervaren spanning is voor een gedeelte van de vrouwen echter moeilijk. Deze vrouwen er-

Binnen de Turkse gemeenschap rust een taboe op psychische of psychiatrische klachten wat is solk? Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (solk) is de term die gehanteerd wordt om lichamelijke klachten aan te duiden die langer dan enkele weken aanhouden. Het gaat om klachten waarvoor na adequaat medisch onderzoek geen somatische aandoening gevonden wordt die voldoende verklaring biedt. solk is trouwens niet per se gerelateerd aan migranten. Ook autochtone Nederlanders uit lagere sociaaleconomische klassen vertonen eenzelfde gedragspatroon.

over het onderzoek Voor het onderzoek zijn in totaal tien Turkse vrouwen geïnterviewd, van wie zeven van de eerste generatie en drie van de tweede generatie. Sommige vrouwen zijn twee of drie keer geïnterviewd om hun levensverhalen diepgaander in kaart te brengen. Meer informatie over solk en het uitgevoerde onderzoek is te vinden in het artikel Medically unexplained physical complaints among Turkish migrant women: exploring their illness experience and the underlying causes of their distress, M. van Schayk & K. Hosper – Pharos, 2012. Dit artikel is te downloaden via www.pharos.nl.

varen de oorzaken van hun klachten als louter lichamelijk. Dat psychische klachten lichamelijke gevolgen kunnen hebben, begrijpen ze vaak niet. Hun manier van kijken naar gezondheid en ziekte valt goed te verklaren op grond van een aantal onderliggende factoren. Binnen de Turkse gemeenschap rust een taboe op psychische of psychiatrische klachten. Stigmatisatie en roddel liggen al gauw op de loer. Met als bijkomende angst het schenden van de familie-eer. Kortom, het uiten van geestelijke nood is voor veel vrouwen niet acceptabel. Een lichamelijke ziekte wordt als een ‘echte’ ziekte gezien. Niet iets waarvoor iemand zich hoeft te schamen. Sterker nog, ziek zijn roept steun en hulpvaardigheid vanuit de omgeving op. Medicatie is het ultieme bewijs naar de buitenwereld toe dat er echt iets schort en de patiënt niet gek is. Een andere achterliggende factor is dat veel Turkse vrouwen in Nederland afkomstig zijn uit plattelandsgebieden. Geestelijke gezondheidszorg was daar afwezig of onderontwikkeld. Voor huwelijksproblemen, mentale of godsdienstige kwesties ging men naar een traditionele genezer of imam. Door het gebrek aan kennis van het Nederlands en het Nederlandse gezondheidszorgsysteem, en de geïsoleerde positie waarin veel vrouwen zich bevinden, is dit beeld van de gezondheidszorg nauwelijks veranderd. Veel vrouwen hanteren nog steeds het uitgangspunt dat je alleen naar de dokter gaat voor je lichamelijke klachten. ‘Ik kan niet begrijpen dat wat ik heb geestelijk is. Ik begin soms te trillen en mijn hart gaat sneller kloppen, mijn benen trillen. Ze hebben een hartfilmpje gemaakt en een longfoto, maar het is nog steeds een mysterie. Ze hebben niets kunnen vinden. Geestelijk is voor mij als ik me boos of opgewonden voel. Zoals het woord eigenlijk al zegt heeft het met denken te maken. Met te veel denken. De huisarts zegt dat ik bang ben door grote dingen die in mijn leven gebeurd zijn. Ik persoonlijk geloof in een lichamelijke oorzaak.’

tijd en vertrouwen Deze verhalen van de vrouwen geven aan hoe belangrijk het is om de sociale achtergrondsituatie te betrekken bij de behandeling van solk-problematiek. Voor zorgverleners kan juist deze context helpen om de belangrijkste stressoren te achterhalen en zodoende aangrijpingspunten voor behandeling te vinden. Om het hele verhaal van de vrouwen boven tafel te krijgen zijn echter tijd en vertrouwen nodig. Essentieel voor het opbouwen van een vertrouwensband is interesse tonen in wie de patiënt is en waar zij vandaan komt. Met name het verlies van het sociale netwerk en de eigen identiteit kwamen uit de interviews naar voren als belangrijke stressoren. Deze zouden dan ook moeten dienen als uitgangspunt voor interventies. Want zo lang deze factoren in het leven van de vrouwen niet worden aangepakt, zullen hun onverklaarde lichamelijk klachten aanhouden. Merlijn van Schayk is freelancer en medisch antropologe. Zij voerde dit onderzoek uit in het kader van haar afstuderen aan de Universiteit van Nijmegen. De literatuurstudie verrichtte ze aan de University of Berkeley in de Verenigde Staten. Meer informatie over het onderzoek: mvanschayk@ gmail.com. Karen Hosper is projectleider bij Pharos.

nummer 1.13 p h a x x

|1 5 |


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 16

>>> pharos project in de etalage

cultuursensitief obesitas aanpakken shobha kamisetti, joanna kruzycka – Overgewicht komt twee keer zo vaak voor bij kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst dan bij autochtone kinderen. Van de Turkse jongens en meisjes is volgens tno 32 procent te zwaar, van de Marokkaanse kinderen 27 procent en van de autochtone kinderen 14 procent (cijfers uit 2010). Hoewel

tussen het eten van chips of fruit. Een jongen at drie keer per dag kip met rijst en had er geen idee van hoeveel calorieën hij daardoor binnenkreeg. Opvallend was dat alle jongeren aangaven te willen afvallen maar zich niet realiseerden welke gevolgen dit zou hebben. Afvallen betekende voor veel jongeren het volgen van een kortlopend crashdieet en niet een langetermijnverandering in eetgewoonten. Uit de gesprekken bleek voorts dat zowel ouders als kinderen minder affiniteit hadden met bewegen. Moeders hielden hun kinderen liever binnen uit angst voor gevaren van de straatcultuur, zoals hangjongeren of criminaliteit. Over sportscholen of sportverenigingen was vaak weinig bekend en bovendien vormde de afstand daarheen een belangrijk struikelblok.

overgewicht meer voorkomt bij migrantenkinderen,

cultuursensitieve bril bestaan er tot nu toe geen cultuursensitieve interventies. Samen met oefentherapeuten van abCesar in Utrecht is Pharos begonnen de bestaande obesitasinterventie Kids Power cultuursensitief te maken.

vergewicht en zeker obesitas kunnen tot ernstige gezondheidsproblemen leiden. Behalve de lichamelijke gezondheidsrisico’s zijn ook de psychosociale gevolgen van overgewicht ingrijpend. Er valt belangrijke gezondheidswinst te behalen door overgewicht al jong tegen te gaan. Bestaande obesitasinterventies zijn allemaal gericht op autochtone jongeren en missen een directe aansluiting met jongeren met een migrantenachtergrond. Samen met abCesar, gevestigd in Gezondheidscentrum Kanaleneiland, is Pharos daarom begonnen met het doorontwikkelen van de obesitas interventie Kids Power. Doel is om deze interventie geschikt te maken voor Turkse en Marokkaanse jongeren van 12 tot 19 jaar.

o

Gezien de belangrijke rol van voedsel bij obesitas en het gebrek aan kennis hierover bij de doelgroep, is het belangrijk om hier goed bij stil te staan. Maar dan wel met oog voor de bestaande eetcultuur. Dat betekent samen met ouders en kinderen nagaan wat er thuis wordt gegeten en wat de dikmakers zijn. Daarna kan dan worden gezocht naar gezonde vervangers. Essentieel is om die vervangers te vinden binnen de van huis uit bekende keuken én te letten op de prijs. Mensen met een smalle beurs kunnen geen dure reformartikelen aanschaffen. In het verlengde hiervan hebben adviezen over bewegen alleen nut als tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de houding ten aanzien van bewegen binnen de doelgroep. Voor menig autochtoon kind is het misschien vanzelfsprekend om met de fiets naar school te gaan, maar dit geldt niet voor alle kinderen in Nederland. En laat het huishoudboekje toe dat kinderen een sportschool bezoeken en hoe komen ze daar? De voornaamste conclusie op grond van de ervaringen tot nu toe, is dat een bestaande interventie als Kids Power goed kan werken voor migrantenjongeren. Mits ernaar is gekeken door een cultuursensitieve bril.

chips of fruit? Zowel met professionals van het gezondheidscentrum, als met Turkse en Marokkaanse jongeren en hun ouders zijn gesprekken gevoerd. Veel Marokkaanse en Turkse jongeren bleken niet te ontbijten. Na een paar uur op school speelde de trek behoorlijk op en werd die gedempt met patat, kebab of iets anders met een hoog vetgehalte. Dat betekende dat er extra aandacht moest komen voor het ontbijt. Waarom is ontbijten zo belangrijk? Hoe maak je een gezond ontbijt klaar? Ook de relatie tussen vet eten en overgewicht was niet vanzelfsprekend bekend. Zo vroeg een meisje of er verschil bestond

|1 6 | phaxx

nummer 1.13

project in het kort Naam Cultuursensitieve interventie overgewicht Aanleiding Overgewicht komt twee keer zo vaak voor bij kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst  Projectleider Shobha Kamisetti, Pharos  Projectmedewerker Joanna Kruzycka, Pharos  Samenwerkingspartner abCesar  Looptijd Oktober 2012 – mei 2013  Meer informatie Shobha Kamisetti, s.kamisetti@pharos.nl  


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 17

>>> good practice

zwangerschapsvoorlichting in de huiskamer i n e k e w e s t b r o e k – Met het programma ‘Klaar voor een kind’ wil de Gemeente Rotterdam de babysterfte in de stad in tien jaar tijd terugbrengen naar het landelijke gemiddelde. Onderdeel van het door de ggd Rotterdam-Rijnmond en Erasmus mc georganiseerde programma vormt de voorlichting door acht vrouwen aan stadgenotes van verschillende etnische achtergronden. ‘Een kick om iets voor die vrouwen te hebben betekend.’

en voeren zo nodig individuele gesprekken, om tijdig door te kunnen verwijzen. De adviezen worden gegeven aan de hand van een memoryspel dat de kennis test en uitnodigt tot het stellen van vragen en het uitwisselen van ervaringen. Ook oma’s en tantes doen mee. ‘Binnen veel migrantenculturen hebben oudere vrouwen gezag’, zegt Fadua El Bouazzoui. ‘Daarom is het belangrijk dat zij de juiste kennis doorgeven. Traditionele gewoonten kunnen zij doorbreken, als ze overtuigd zijn van de gevaren ervan. Een voorbeeld is het geven van honing aan baby’s, terwijl dit een bacterie bevat waarvan baby’s dodelijk ziek kunnen worden.’ De vertrouwelijke, open huiskamersfeer maakt dat vrouwen hun vragen durven stellen, merkt El Bouazzoui: ‘Veel migrantenvrouwen vinden het moeilijk om over onderwerpen zoals miskramen te praten. Dat houd je voor jezelf, is de gedachte. Maar tijdens de bijeenkomsten wordt het toch bespreekbaar en krijgen zij tips over een gezonde zwangerschap.’

‘magic’

oliumzuur slikken moet? Wist ik niet... Haal ik gelijk in huis!’ Voorlichtster Fadua El Bouazzoui is blij met dit soort reacties: ‘Vrouwen zetten onze adviezen gelijk om in daden. Precies onze bedoeling.’ In Rotterdam sterven gemiddeld meer baby’s en maakt één op de zes een slechte start: te vroeg geboren, te licht, of een aangeboren afwijking. Om deze cijfers te reduceren startte de Gemeente Rotterdam in 2009 het programma ‘Klaar voor een kind’, gecoördineerd door het Erasmus mc en de ggd Rotterdam-Rijnmond. Vrouwen uit de doelgroep (onder andere van Marokkaanse en Antilliaanse afkomst) werden geworven en opgeleid tot Voorlichter Perinatale Gezondheid. Zij geven nu voorlichtingsbijeenkomsten aan vrouwen uit hun omgeving, die zwanger zijn of dit willen worden.

‘f

huiskamersfeer

Meer informatie: www.klaarvoor eenkind.nl www.voorlichters gezondheid.nl

Als gastvrouw bij ‘tupperwareparty-achtige’ huisbezoeken, of tijdens bijeenkomsten in buurthuizen en vrouwenclubs, vertellen zij over risicofactoren rond zwangerschap. Zij wijzen op de noodzaak van foliumzuur ter voorkoming van een open ruggetje en adviseren om direct na een positieve zwangerschapstest de verloskundige te bezoeken. Zij signaleren problemen

El Bouazzoui ondersteunt de vrouwen met tips en adviezen. ‘Sommige vrouwen,’ merkt zij, ‘roepen geen medische hulp in als zij denken dat er iets mis is, omdat ze bang zijn dat zij verloskundigen of gynaecologen voor niets lastigvallen. Dat kan fataal aflopen. Ik druk ze op het hart bij twijfel toch altijd te bellen.’ Dit soort informatie geven deelneemsters door aan andere vrouwen, die meekomen naar volgende bijeenkomsten. ‘In zo’n groep ontstaat een gevoel alsof iedereen elkaar al jaren kent’, constateert El Bouazzoui. ‘We noemen dat magic. Een kick om iets voor die vrouwen te hebben betekend.’ Volgens Danielle van Veen (Erasmus mc) is het nog te vroeg om te constateren of het babysterftecijfer in Rotterdam als gevolg van het project is gedaald: ‘In april worden de eerste voorlopige resultaten gepresenteerd.’ De voorlichtingen lijken in ieder geval aan te slaan. In vijftien maanden werden 3000 vrouwen bereikt. In Schiedam zijn ook al voorlichtsters aan het werk. Hoewel het voorlichtingsonderdeel in Rotterdam officieel is afgerond, blijkt de behoefte zo groot dat de voorlichtsters doorgaan vanuit de Stichting Voorlichters Gezondheid. ‘We kunnen er nog niet van leven,’ zegt El Bouazzoui, ‘maar dat hebben we ervoor over.’ Iets voor anderen betekenen is altijd haar hartenwens geweest: ‘Mijn broer is arts, mijn zus is apothekersassistente. Ik had leuk werk als commercieel medewerker bij de kpn, maar ik wilde toch hetzelfde als mijn familie. Ik was erg blij toen een vriendin mij op het spoor zette om deze opleiding te volgen.’ Ineke Westbroek is journaliste en tekstschrijver.

nummer 1.13 p h a x x

|1 7 |


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 18

>>> academisch kwartier Nieuws uit de Academische Werkplaats Migranten en Gezondheid(szorg). Met het oog op onderzoek (column van Walter Devillé), bespreking van boeken of onderzoeksrapporten en verslagen van bijeenkomsten. Meer informatie over de Academische Werkplaats: www.pharos.nl.

uit de academische werkplaats

chronische stress slijpt paden in de hersenen Pijn in het hele lichaam, duizeligheid, misselijkheid, moeheid – vervelende klachten waar veel mensen regelmatig last van hebben. Wanneer deze klachten lang bestaan, mensen er vaak mee naar de dokter komen en er toch geen ziekte wordt gevonden, spreken we van Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (solk). Huisartsen vinden het vaak moeilijk om patiënten met solk goed te helpen. En patiënten met solk zijn nogal eens ontevreden over hun artsen. Onderzoekers houden zich bezig met de vraag waardoor solk worden veroorzaakt en welke behandeling of benadering het beste helpt. Chronische stress lijkt een belangrijke oorzaak

››

van solk en dat verklaart waarom ook veel migranten hier last van hebben. Tijdens de laatste bijeenkomst van de Academische Werkplaats (december jongstleden) werd solk vanuit verschillende kanten belicht. Eerst hield prof. dr. Henriette van der Horst een inleiding. Zij is hoogleraar huisartsgeneeskunde aan de VU, waar een speciale polikliniek voor mensen met solk is. Daarna volgden drie presentaties over specifieke interventies, respectievelijk door Sandra Bijl, huisarts in Rotterdam; Marijke Lutjenhuis, huisarts in Den Haag; en Dorine van Ravensberg, programmaleider Kwaliteit en Doelmatigheid van het npi (Nederlands Paramedisch Instituut). Opvallend was dat de gepresenteerde solk-interventies een heel eigen insteek hadden maar allemaal hun kern vonden in het patiëntgericht werken. In een aantal interventies stond de brede klachtexploratie centraal. In de andere: empowerment van de patiënt op het gebied van bewegen of door te (leren) kiezen voor iets wat je zelf graag doet. Nog niet alle interventies zijn onderzocht op hun effectiviteit. Wel is er inzicht in de contactfrequentie, welke afnam na de interventies. De wisselwerking tussen wetenschap en praktijk bleek opnieuw een extra

dimensie toe te voegen. Terwijl er vanuit onderzoek weinig reden lijkt om voor migranten specifieke interventies te ontwikkelen, komt uit de praktijk een ander beeld naar voren. Daar speelt dat migranten toch vaak specifieke problemen hebben die tot chronisch stress leiden. En dat de huisarts daar wel degelijk rekening mee moet houden, met name bij de vragen die hij stelt. Wetenschappers en hulpverleners waren het erover eens dat in de behandeling het accent moet liggen op het doorbreken van de factoren die de klachten in stand houden. En niet zozeer op het vinden van een oorzaak voor de klachten. Mensen activeren, hun gevoel van eigenwaarde verhogen – vooral bij vrouwelijke migranten – blijkt het best te werken om klachten te verminderen en mensen weer meer energie te geven. Gewapend met deze kennis uit onderzoek en praktijk kan Pharos verder werken aan het ontwikkelen van een effectieve en toepasbare aanpak voor migrantenpatiënten met solk bij de huisarts. Karen Hosper, Maria van den Muijsenbergh Coördinatoren Academische Werkplaats

Meer informatie over solk in artikel op p. 14 van deze Phaxx

een blik op onderzoek

migratie als natuurlijk experiment Wanneer we onderzoek doen naar oorzaken van ziekten dan willen we als epidemiologen graag groepen mensen vergelijken die onderling verschillen. Althans in de mate dat ze blootgesteld zijn aan factoren die tot ziekte kunnen leiden. Die factoren kunnen persoonskenmerken zijn zoals genetisch materiaal maar ook externe factoren zoals leefstijlfactoren en omgevingsfactoren. Kortom: de bekende discussie over het belang van ‘nature’ en ‘nurture’ als oorzaken van ziekte en sterfte. Bevolkingsgroepen in aparte delen van de wereld verschillen in blootstelling aan mixen van risicofactoren. Een paar decennia terug leek het allemaal eenvoudig: het armere deel van de wereld had te maken met infectieziekten. Het rijkere gedeelte met chronische ziekten. In de loop der tijd kreeg het armere gedeelte echter te maken met een epidemiologische transitie van infectie naar chronische ziekten. Migranten migreren vanuit een gebied met een lokale blootstelling aan factoren naar een nieuw gebied. Daar worden ze blootgesteld aan andere mixen aan factoren. Ze migreren als het ware van een hogere blootstelling aan risicofactoren voor infectieziekten naar een hogere blootstelling aan risicofactoren voor chroni-

››

|1 8 | phaxx

nummer 1.13

sche ziekten. Een transitie in een hogere versnelling. Regelmatig heeft men het over het ‘healthy migrant effect’. Migranten zijn in het begin gezonder dan de lokale bevolking. Als verklaring hiervoor geldt dat het juist gezondere, sterkere en meer ondernemende mensen zijn die migreren. Tegelijkertijd groeit het voorkomen van bepaalde chronische ziekten zoals diabetes of kanker toe naar het niveau in de lokale bevolking naarmate migranten langer in het gastland verblijven. Misschien is er ook een andere verklaring voor het ‘healthy migrant effect’, de ‘Hispanic paradox’ (in de us: lage ses, toch gezonder) of de ‘Moroccan paradox’ (lage ses, minder cardiovasculaire risico’s) [eigen definitie]. Namelijk: de snellere transitie in blootstelling. Risico’s op infectieziekten verdwijnen bijna bij aankomst in het gastland en chronische ziekten nemen maar langzaam toe. Vandaar een tijdelijke (?) gezondheidswinst ten opzichte van de lokale bevolking! Deze hypothese wordt verder uitgewerkt in het proefschrift van Melina Arnold*. Longitudinale prospectieve studies waarbij een groep migranten wordt gevolgd vóór migratie tot een hele tijd na het migreren zou veel kunnen leren over blootstelling aan risicofactoren

die leiden toe ziektes en het relatieve belang van ‘nature’ en ‘nurture’. Maar wie gaat dat betalen? Walter Devillé Bijzonder hoogleraar Vluchtelingen en Gezondheid, Universiteit van Amsterdam/Pharos

* Arnold, M. (2012). Ethnic heterogeneity of cancer in Europe. Proefschrift Erasmus University Rotterdam.


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 19

boekbespreking

een arts van de wereld Deze tweede herziene versie van het leerboek Een arts van de wereld biedt een schat aan onderwijsmateriaal gericht op toenemende etnische en culturele diversiteit onder patiënten. Het eerste hoofdstuk geeft een overzicht van de gebruikte terminologie. Zo wordt het verschil tussen etniciteit en cultuur, migrant en allochtoon belicht. Je vindt er feiten en cijfers over migranten in Nederland inclusief de groeiende groep van westerse migranten. Het wordt daardoor des te meer duidelijk dat ‘de’ allochtoon niet bestaat. Aan de hand van casuïstiek geeft het boek inzicht in de culturele competenties die artsen volgens het raamplan van de medische opleiding (2009) moeten bezitten. Artsen dienen zich bewust te zijn van de manier waarop etnische herkomst van de patiënt een rol speelt bij ziekte en gezondheidszorg. Dit boek reikt handvatten aan om de zorg af te stemmen op verschillende etnische groepen. In 22 hoofdstukken zijn de medische verhalen opgeschreven van mensen uit dertien verschillende landen. Zij hebben verschillende (migratie)achtergronden, zoals een eerste generatie gastarbeider, een Afrikaanse vluchteling of een echtpaar uit Armenië zonder verblijfsvergun-

››

Een arts van de wereld. Etnische diversiteit in de medische praktijk J. Suurmond, C. Seeleman, K. Stronks & M.L. Essink-Bot – Bohn Stafleu van Loghum, Houten, 2012 (tweede, herziene druk), 220 p., € 44,99, isbn 978-90-313-9146-2.

ning. De verhalen gaan over medische aandoeningen en psychische problemen maar ook over het migrantenbestaan. Ze zijn zo opge-

schreven dat ze gebruikt kunnen worden als lesmateriaal voor toekomstige artsen. Ook voor ervaren artsen, andere zorgprofessionals en voor patiënten bieden de verhalen veel waardevolle informatie. Wie meer wil weten over vitamine D-gebrek, diabetes, sikkelcelziekte of hoge bloeddruk kan met dit boek uit de voeten, al is de kennis niet erg diepgaand. Terecht wordt er veel aandacht besteed aan het verhaal van de patiënt. Hoe beleeft die zijn ziekte en hoe haalbaar zijn de adviezen van de dokter? Naast medische informatie staat het boek vol goede adviezen op het gebied van communicatie. Met een open en respectvolle houding en wat extra tijd kun je alle cultuurverschillen overbruggen en wederzijds begrip bereiken tussen zorgverlener en patiënt. Dit is een zeer belangrijk onderdeel van goede gezondheidszorg. De opzet van het boek, met patiëntenverhalen als uitgangspunt, maakt het heel geschikt voor onderwijsdoelen, maar wat minder geschikt om iets op te zoeken. Ook leidt deze opzet tot wat overlap en versnipperde informatie. Maar dat is dan ook het enige minpuntje. Het is een prachtig boek, dat een aanwinst is voor iedereen die te maken heeft met gezondheidszorg aan verschillende etnische groepen in Nederland. Marga Vintges Arts en senior onderzoeker bij Pharos

verslag bijeenkomsten

zero tolerance day tegen vrouwelijke genitale verminking 2013: 10-jarig jubileum Het Platform 6/2 organiseert elk jaar op 6 februari een conferentie om in Nederland meer bekendheid te geven aan Vrouwelijke Genitale Verminking (vgv )en discussie te voeren over de wijze waarop vgv bestreden kan worden. De conferentie stond dit jaar in het teken van 10 jaar Zero Tolerance Day tegen Vrouwelijke Genitale Verminking, waarbij zowel de aanpak in Nederland als daarbuiten werd belicht. Primeur vormde het onderzoek van Pharos naar vgv in Nederland, dat is uitgevoerd met subsidie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (vws). Resultaten van dit onderzoek zijn op de conferentie voor het eerst gepresenteerd. Jaarlijks blijken veertig tot vijftig meisjes het risico te lopen om besneden te worden, vooral als het herkomstland wordt bezocht. Zonder de beleidsmaatregelen van de afgelopen jaren zou dat aantal waarschijnlijk hoger zijn. Tachtig procent van de meisjes in Nederland die het risico loopt besneden te worden is afkomstig uit

››

Somalië en Egypte. Verder blijken in Nederland naar schatting dertigduizend vrouwen te wonen die besneden zijn. Tachtig procent van deze vrouwen komt uit Somalië, Egypte, Ethiopië/Eritrea en de Koerdische autonome regio in Irak. Het merendeel is tussen de 20 en 49 jaar oud. Aangezien vgv medische en psychosociale klachten kan veroorzaken, vormen besneden vrouwen een belangrijke doelgroep voor de gezondheidszorg. Het onderzoeksrapport geeft goed onderbouwde schattingen over aantallen in Nederland woonachtige vrouwen en meisjes die besneden zijn of het risico lopen op een besnijdenis. Uit het onderzoek blijkt dat het overheidsbeleid, een combinatie van voorlichting, preventie en strafbaarheid, heeft gewerkt. Zonder dat beleid zouden de aantallen hoger komen te liggen. Om in de toekomst niet opnieuw met hogere aantallen geconfronteerd te worden, blijft voortzetting en borging van het beleid noodzakelijk. Vooral vanwege de onomkeerbaarheid van vgv en de gevolgen voor de gezondheid van deze vrouwen. Daarom intensiveert Pharos, in samenwerking met andere organisaties, haar activiteiten gericht op medische en psychosociale zorg voor vrouwen die besneden zijn. Platform 6/2 bestaat uit de volgende organisa-

ties: Defence for Children, fsan (Federatie Somalische Associaties Nederland), Pharos en Vluchtelingen-Organisaties Nederland (von). Fatiha Laouikili Communicatiemedewerker bij Pharos

Meer informatie over vgv en de activiteiten van Pharos in het kader van dit thema vindt u in de brochure Focal Point meisjesbesnijdenis. De brochure is gratis te downloaden via www.pharos.nl

nummer 1.13 p h a x x

|1 9 |


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 20

>>> informatie- en adviespunt pharos Kort nieuws van langs de zijlijn. Berichten voor deze rubriek kunt u zenden aan de redactie.

een intercultureel huwelijk Bij het Informatie- en adviespunt komt een mail binnen van Bureau Jeugdzorg. Het gaat om meldingen over onrust in een gezin waarin de moeder uit Senegal komt en de vader een Nederlander is. De meldingen gaan over fysiek en verbaal geweld tussen de ouders. De ouders hebben een tweeling van 16 jaar. De kinderen zijn regelmatig getuige van het geweld tussen de ouders.

>> vraag De vraag van Bureau Jeugdzorg is hoe meer rust te krijgen binnen dit gezin. De medewerker van het I&A-punt neemt telefonisch contact op met Bureau Jeugdzorg. Het blijkt dat de kinderen (een jongen en een meisje) vrijwel dagelijks getuige zijn van het geweld. Vaak zijn de verschillen in ideeën rondom de opvoeding van de kinderen de aanleiding voor verbaal geweld, wat zich daarna soms omzet in fysiek geweld tussen de ouders. Vader en moeder denken duidelijk anders over de opvoeding van de kinderen. Vader vindt vooral dat de kinderen op dezelfde manier opgevoed moeten worden; er is voor hem geen significant verschil tussen de opvoeding van een meisje of van een jongen. Moeder daarentegen vindt dat de zoon zijn eigen keuzes mag maken (bijvoorbeeld over wel of niet naar school gaan en hoe laat thuis komen ’s avonds). Maar haar dochter mag van haar na het avondeten niet meer weg, en niet zelf beslissen of ze naar school gaat of niet. Ook moet zij een deel van de huishoudelijke taken op zich nemen en haar moeder en broer bedienen als een van hen daar om vraagt. Het gevolg van deze verschillen in opvoedingsstijl is dat beide kinderen de mazen zoeken in het net. De zoon spijbelt regelmatig van school en de dochter speelt de ouders tegen elkaar uit. Vaak gebruiken de kinderen deze verschillen in ideeën rondom regels om hun zin te krijgen. Ze zeggen bijvoorbeeld vaak: ‘Maar van papa/mama mag het wel.’ Vervolgens krijgen de ouders hier weer onenigheid over. Er is een onveilige, ongezonde situatie ontstaan thuis. Wat nu?

spreken op de verschillen in het bijzijn van de kinderen. De medewerker I&A-punt stelt een verwijzing van de ouders voor naar een relatietherapeut die ervaring heeft met interculturele huwelijken. Het doel van de therapie is om van beide kanten een beter inzicht te krijgen in de ideeën over opvoeding. Vanuit dit inzicht kan dan begrip ontstaan, waarna de ouders afspraken kunnen maken over hoe het probleem gezamenlijk aan te pakken. Beide partijen zullen wat water bij de wijn moeten doen, en mede leidend is de visie over opvoeden en opgroeien in het land waar men woont. Je hoeft je dan niet te conformeren aan gewoonten die volledig indruisen tegen jouw ideeën van ethiek en opvoeding, maar je kunt wel met je partner en kind in gesprek gaan over wat acceptabel is binnen jouw grenzen. De ouders staan open voor deze interventie en zullen op korte termijn een afspraak hebben met de relatietherapeut. Ondertussen is er vast met beide kinderen afgesproken dat er niet gespijbeld wordt, en dat als de ene ouder iets zegt, de ander het (in ieder geval in het bijzijn van de kinderen) hiermee eens is.

onderzoek verhuizingen asielzoekerskinderen Asielzoekerskinderen moeten zeer vaak verhuizen. Dat is schadelijk voor hun ontwikkeling, onnodig en in strijd met het Kinderrechtenverdrag. Dit valt te lezen in Ontheemd. De verhuizingen van asielzoekerskinderen in Nederland. Ontheemd is het resultaat van nieuw onderzoek naar de verhuizingen van asielzoekerskinderen, in opdracht van de Werkgroep Kind in azc. Daaruit blijkt dat asielzoekerskinderen zeer vaak moeten verhuizen: gemiddeld één keer per jaar. Steeds opnieuw moeten zij hun vertrouwde omgeving, hun vrienden, school, onderwijzers en sportclubs achterlaten. De vele verhuizingen zijn aantoonbaar schadelijk voor de ontwikkeling en de psychische gezondheid van asielzoekerskinderen en zijn daarmee in strijd met het Internationale Kinderrechtenverdrag. Veel kinderen krijgen depressieve klachten, gedragsproblemen en ontwikkelingsachterstanden. Ze raken achter op school, willen zich niet meer aan nieuwe mensen hechten en maken liever geen nieuwe vrienden. De Werkgroep Kind in azc roept de Nederlandse regering op een einde te maken aan het vele verhuizen van asielzoekerskinderen. Ze dringt erop aan om gezinnen met kinderen op één plek op te vangen vanaf het moment van binnenkomst in Nederland tot aan het vertrek naar een reguliere woning of de terugkeer naar het land van herkomst. Ontheemd. De verhuizingen van asielzoekerskinderen in Nederland, Werkgroep Kind in azc, januari 2013. Te downloaden via www.kind-in-azc.nl.

+

Bereikbaarheid U kunt uw vragen stellen aan het I&A-punt via de mail (adviespunt@pharos.nl) of het webformulier op www.pharos.nl. Dit kan 7 dagen per week en 24 uur per dag.

Wie beantwoordt uw vraag? Charo SoccodatoMagán Smit heeft bij verschillende GBI’s gewerkt. Zij werkt ruim negen jaar bij Pharos, waarvan de laatste vier jaar op het I&A punt.

Het is bekend dat ouders met een verschillende culturele achtergrond anders aan kunnen kijken tegen onder andere de opvoeding van de kinderen. Als ouders daarover met elkaar in gesprek blijven, en één lijn trekken tegenover de kinderen, is er niet zo veel aan de hand. In dit geval hebben de kinderen last van de situatie die ontstaat door verschil van opvatting over opvoeding van hun ouders en vooral van het feit dat de ouders elkaar aan-

|2 0 | phaxx

nummer 1.13

foto: goedele monnens

>>

advies

sek suele beleving jongeren cultureel bepaald Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse en Surinaamse jongeren tussen de 11 en 22 jaar geven een andere betekenis aan hun ervaringen met seksualiteit, seks en liefde dan autochtone jongeren. Dat blijkt uit het onderzoek

+


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 21

>>> kortom Laveren tussen autonomie en loyaliteit. Seksuele ontwikkeling en beleving van allochtone jongeren van Rutgers wpf. Veel jongeren worstelen in hun puberteit met het vinden van hun weg op het vlak van seksualiteit en liefde. Daarin verschillen migranten niet van autochtone jongeren. Jongeren met een migrantenachtergrond voelen zich echter meer dan autochtone jongeren verbonden met hun ouders en de leefregels die ze van thuis meekrijgen. Autochtone jongeren krijgen van huis uit vooral mee dat ieder individu, ook jongeren, recht hebben op het maken van eigen keuzes, en dat seks oké is als je eraan toe bent. Migranten krijgen vaak een hele andere boodschap mee. Seksualiteit wordt meer in het volwassen leven geplaatst, als iets waar je als jongere niet mee bezig zou moeten zijn. Of seks wordt gekoppeld aan risico’s. Van seks komen kinderen en dan gaat je loopbaan eraan, krijgen meisjes én jongens te horen. Meisjes krijgen ook vaak als leefregel mee dat ze hun goede naam en die van hun familie niet op het spel mogen zetten en dat ze hun eigenwaarde moeten behouden door niet te ‘gemakkelijk’ te zijn. Het onderzoek belicht zes manieren van denken die (migranten)jongeren meekrijgen en gaat in op hoe zij daarmee omgaan. Het onderzoek Laveren tussen autonomie en loyaliteit is verricht in opdracht van Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Seksualiteit (fwos). Het rapport is te downloaden via www.rutgerswpf.nl.

l ager opgeleiden meer k ans op psychische stoornis Jaarlijks ontwikkelen naar schatting 191.400 mensen voor het eerst een psychische aandoening, zoals een angststoornis, stemmingsstoornis of middelenstoornis. Jongeren, lager opgeleiden en mensen met een lager inkomen lopen een verhoogd risico. Dat blijkt uit de eerste resultaten van de tweede meting van nemesis-2: de Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. nemesis-2 is een onderzoek naar de psychische gezondheid van volwassenen van 18-64 jaar in de algemene bevolking. In de meting is onderzocht hoe vaak in een periode van drie jaar psychische stoornissen voor het eerst ontstaan. Uit de eerste resultaten blijkt dat 8,9 procent van de respondenten in die periode voor het eerst een psychische stoornis kreeg. Dat zijn jaarlijks naar schatting 191.400 mensen. Angststoornissen en stemmingsstoornissen komen het vaakst voor, gevolgd door middelenstoornissen. Vrouwen, jongere respondenten, lager opgeleiden, mensen met een lager inkomen, mensen die een scheiding of het

+

erfelijke risico’s neef-nichthuwelijken Het Erfocentrum heeft de folder Een gezonde baby. Kinderen uit familiehuwelijken uitgebracht. Klaas Dolsma, directeur van het Erfocentrum: ‘Artsen denken vaak dat de risico’s door familiehuwelijken taboeonderwerp zijn bij migranten. Maar veel stellen blijken dit thema juist te willen bespreken. Deze folder helpt daarbij.’ Als man en vrouw gemeenschappelijke voorouders hebben, lopen zij meer risico op een ziek kind. Twee verwante echtgenoten kunnen namelijk, zonder dat zij het weten, drager zijn van dezelfde ziekte. Als dat zo is, hebben zij een veel grotere kans (25 procent) op een ziek kind. Door de komst van migrantengroepen naar Nederland komen huwelijken tussen verwanten vaker voor dan voorheen. Het gaat meestal om huwelijken tussen (achter)neef en (achter)nicht. In deze nieuwe folder, geschreven voor Turkse en Marokkaanse Nederlanders, komen in begrijpelijke taal de mogelijke erfelijke risico's van neef-nichthuwelijken aan de orde. Ook staan er verwijzingen in voor paren met een kinderwens die meer wil-

+

overlijden van hun partner meemaken, mensen die hun werk verliezen en mensen die een beduidende inkomensdaling meemaken, hebben een grotere kans op een stemmingsstoornis zoals depressie. Een middelenstoornis komt vaker voor bij mannen, jongeren, lager opgeleiden, mensen met een lager inkomen en mensen die een scheiding of het overlijden van hun partner meemaken. De invloed van eerdere stoornissen op het latere ontstaan van andere psychische problematiek is ook onderzocht. Zowel een eerdere angststoornis als een middelenstoornis voorspelde het latere ontstaan van een stemmingsstoornis. De uitkomsten zijn van belang voor het ontwikkelen van effectieve preventie- en interventieactiviteiten gericht op het verminderen van de last die psychische aandoeningen met zich meebrengen voor de persoon zelf, voor haar of zijn familieleden en vrienden, voor

len weten over het risico dat hun toekomstige kinderen hebben op een erfelijke aandoening. Deze folder is door het Erfocentrum ontwikkeld in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam (vu), het VU medisch centrum (VUmc) en csg (Centre for Society and the Life Sciences). Er zijn tevens nieuwe webteksten ontwikkeld met een animatie waarin duidelijk wordt hoe erfelijke ziektes worden doorgegeven. De folder is te downloaden via www.erfelijkheid.nl/familiehuwelijken of te bestellen via e-mail: info@erfocentrum.nl.

de samenleving en voor het zorgsysteem. R. de Graaf, M. ten Have, M. Tuithof & S. van Dorsselaer, Incidentie van psychische aandoeningen. Opzet en eerste resultaten van de tweede meting van de studie nemesis-2. Trimbos-instituut, Utrecht, 2012. Het rapport is te downloaden via www.trimbos.nl.

migranten hebben taalproblemen in apotheek Turkse en Chinese ouderen hebben de meeste problemen in de apotheek, vooral vanwege taalbarrières. Dat blijkt uit een onderzoek onder 186 ouderen met een migrantenachtergrond dat is uitgevoerd door het Instituut voor Verantwoord Medicijnengebruik (ivm), onderzoeksinstituut nivel en het Farmaceutisch Bureau Amsterdam (fba). Studenten interviewden voor het onderzoek bijna 200 Amsterdamse ouderen met een Chinese, Turkse en Surinaamse achtergrond. De gemiddelde leeftijd was 66 jaar. Drieënnegentig procent ging nog zelf naar de apotheek, meestal vier tot zes keer per jaar. Turkse ouderen bezoeken de apotheek het vaakst, tussen de zeven en twaalf keer per jaar. De taalproblemen bij de apotheek zijn voor Chinese ouderen het grootst, omdat zij de apothekers meestal niet kunnen verstaan en de etiketten, bijsluiters en andere voorlichtingsmaterialen niet kunnen lezen.

+

nummer 1.13 p h a x x

|2 1 |


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 22

>>> boeken uitgelicht Divers gestuurd. Advies tot verankering van maatwerk in zorg voor jeugd R. Gilsing, M. de Gruijter & T. Pels – Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, 2012, 40 p. isbn 978-90-5830-527-5  In deze publicatie is onderzocht hoe er in de (preventieve) zorg voor de jeugd structurele aandacht voor diversiteit kan komen. Migrantengezinnen worden ondanks de decennia lange inspanningen voor interculturalisering nog steeds minder goed bereikt en bediend dan andere gezinnen. Dit is te wijten aan gebrek aan sturing, zowel in instellingen als door de overheid. Als financiering en aandacht verdwijnen, gaan ook de – met veel moeite opgebouwde – structuren en expertise verloren. Van verankering van diversiteitsbeleid is vaak nauwelijks sprake. In de meeste instellingen ontbreekt een (doordachte) visie op diversiteit en is er geen systematische aandacht voor diversiteit in personeelsbeleid, aanbod, werkwijzen en (zelf)monitoring. Ook gemeenten zijn amper bezig met de vraag hoe te sturen op diversiteitsbeleid; ze laten dit vraagstuk doorgaans aan instellingen over. Dit advies richt zich op deze impasse, die alleen doorbroken kan worden als overheid en instellingen hun verantwoordelijkheid nemen voor het bedienen van álle doelgroepen. De auteurs doen aanbevelingen om systeemverantwoordelijkheid te bevorderen via wet- en regelgeving. Daardoor zullen gemeenten en instellingen sterker kunnen sturen op maatwerk in de zorg voor de jeugd.

Ethnic heterogeneity of cancer in Europe. Lessons from registry-based studies in migrants M. Arnold – Proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam, 2012, 207 p. isbn 978-94-6169-318-1

kanker te verklaren. Zo laat een aantal studies zien dat er etnische verschillen bestaan in de draaglast van kanker. Niet-westerse migranten in Europa zijn vatbaarder voor infectiegerelateerde vormen van kanker. Maar zij hebben een lager risico op vormen van kanker gerelateerd aan een westerse levensstijl, zoals darm-, borst- en prostaatkanker. De bijdrage van omgevings- en gedragsdeterminanten bij de ontwikkeling van verschillende vormen van kanker wordt tegenwoordig groter geschat dan eerder gedacht. Persoonlijke levensstijlkeuzes zijn belangrijke indicatoren voor het ontstaan van kanker en de belangrijkste sleutel tot de preventie van de ziekte. Het aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van kanker in een jaar stijgt nog steeds, ondanks een daling in de mortaliteit de afgelopen twee tot drie decennia in bijna alle Westerse landen. Maar dit is grotendeels te wijten aan de vergrijzing. Het kan mogelijk ook toegeschreven worden aan de nog niet optimale uitvoering van (effectieve) preventieprogramma’s en aanhoudende hiaten in de kennis over kanker. Studies onder migranten hebben het potentieel om de kennis over de oorzaken van kanker te verfijnen en deze kennis in gerichte preventiestrategieën te vertalen. Daarnaast vereist een groeiend aantal oudere allochtonen in de West-Europese samenlevingen een heroverweging van de huidige praktijk: namelijk een meer op migranten toegespitste en migrantgevoelige gezondheidszorg.

nivel Overzichtsstudies – Preventie kan effectiever! Deelnamebereidheid en deelnametrouw aan preventieprogramma’s in de zorg

 Migratie kan vanuit epidemiologisch oog-

J. Korevaar, M. Nielen, P. Verhaak et al. – nivel, Utrecht, 2012, 81 p. isbn 978-94-61221-66-7

punt gezien worden als een grootschalig, natuurlijk experiment. Een experiment met het potentieel om ons te leren over de kracht van kankerpreventie en om oorzaken van

 Bestaande preventieprogramma’s, zoals de griepprik, het uitstrijkje, de borstkankerscreening of leefstijlprogramma’s heb-

|2 2 | phaxx

nummer 1.13

ben geen optimaal effect. De onderzoekers pleiten voor een maatschappelijk debat over preventie. Mag de overheid ingrijpen in de leefstijl van mensen? Mag de zorgverzekeraar mensen die ongezond leven een hogere premie laten betalen? Preventie kan een grote bijdrage leveren aan een gezonder Nederland. Maar slechts een deel van de doelgroep wordt met preventieprogramma’s bereikt en veel mensen haken af. Lastig is ook dat het (onzekere) resultaat pas zichtbaar wordt op de langere termijn. Terwijl de inspanning geleverd moet worden op een moment dat iemand nog nergens last van heeft. Zorgverleners blijken wel in te zijn voor preventie, maar zijn huiverig door de onzekere financiering en het wisselende beleid. Maar zodra de overheid en zorgverzekeraars die continuïteit bieden, lijken veel huisartsen en andere zorgverleners bereid zich in te spannen voor preventieprogramma’s.

Samenwerken in diversiteit. Een handreiking voor de gemeente als regisseur E. Gerritsma, J. Goedee & R. Ramsaran – forum, Utrecht, 2012, 68 p. isbn 978-90-5714-177-5  Integratiebeleid heeft de laatste tijd een verschuiving ondergaan van het specifiek benaderen van bepaalde groepen naar een generieke aanpak voor alle burgers. Toch zijn er thema’s of problemen die zich in versterkte mate bij specifieke groepen voordoen. De onevenredig hoge werkloosheid onder migrantenjongeren bijvoorbeeld. Bovendien is deze groep oververtegenwoordigd in justitiële jeugdinstellingen en worden deze jongeren niet voldoende bereikt met preventieve en ‘lichtere’ vormen van jeugdzorg. Voor het beleidsmatig ‘inbouwen’ van diversiteit in denken en doen, is een goede samenwerking essentieel. De handreiking Samenwerken in diversiteit is vooral bestemd voor gemeenteambtenaren die betrokken zijn bij het organiseren van ‘samenwerken aan diversiteit’.


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 23

>>> pharos trainingen meet en greet trainer marjan mensinga

Veel tbc cliënten hebben een migrantenachtergrond. Bovendien is er vaak sprake van een taalbarrière en zijn hun gezondheidsvaardigheden beperkt. Zij hebben weinig jaren school gehad en zijn veelal laaggeletterd. Pharos heeft voor medewerkers in de tbc bestrijding van ggd Hart voor Brabant en ggd West Brabant twee trainingsdagen verzorgd over cultuursensitieve hulpverlening. Vooraf voerde trainer Marjan Mensinga een intakegesprek. Hieruit kwamen veel vragen naar voren over Somalische cliënten. In de training is daarom extra aandacht besteed aan deze groep. Deze op maat gemaakte training bood een afwisselend programma met veel ruimte voor eigen casuïstiekbespreking en uitwisseling van ervaringen. Voor een aantal zeer ervaren deelnemers was het een prettige opfrisser. Voor anderen bevatte deze training veel nieuwe informatie en bruikbare tips. Beoordeling De studiedag krijgt een goede boordeling. Met een gemiddeld cijfer van een 7,9 en 7,6. Deelnemers over de studiedag ‘Leuk, prettig en open, blijft verfrissend, aantal goede tips gehoord.’ ‘Het verschil in naar een dokter gaan in Nederland of elders, was voor mij een eyeopener.’ ‘Er zijn handvatten aangereikt om allochtonen beter te kunnen begrijpen.’ ‘Ik kreeg veel namen en adressen voor verwijzingen.’

Omdat ik zelf werk als sociaal psychiatrisch verpleegkundige en veel migrantencliënten zie, kan ik mijn praktijkervaring inbrengen tijdens trainingen. Juist die wisselwerking tussen theorie en praktijk maakt het extra boeiend. Ik wil met name overbrengen hoe belangrijk het is om als

hulpverlener open te staan voor cliënten en belangstelling te tonen. Iemand uitnodigen om te praten. Kennis van de achtergronden van mensen is belangrijk natuurlijk, maar in de eerste plaats komt de vertrouwensband die je probeert op te bouwen. Wat ik altijd een erg leuk onderdeel vind van trainingen is de uitwisseling. Daar leer ik zelf van en daarnaast hoop ik iets te kunnen meegeven. De komende tijd ga ik me vooral bezighouden met het trainen van wijkverpleegkundigen. Dat is zo’n essentiële beroepsgroep. Zij komen achter de voordeur en hebben daardoor beter zicht op wat er echt speelt bij cliënten. Daarnaast verzorg ik trainingen voor doktersassistenten en verpleegkundigen. Bij alle trainingen hanteer ik het uitgangspunt dat je als professionele zorgverlener in staat moet zijn om met iedereen om te gaan. Ongeacht herkomst, religie of opleiding.

Selectie opdrachtgevers Avans Plus, post hbo onderwijs • Centrum 45, traumabehandeling en traumaonderzoek • Cogis, Kenniscentrum vervolging, oorlog en geweld • gc a, Gezondheidszorg Asielzoekers • ggd Hart van Brabant afdeling gezondheidsbevordering • ggd Nederland • Hogeschool Arnhem Nijmegen, Sport en Bewegen • Hogeschool Utrecht, Faculteit gezondheid • kncv Tuberculosefonds • Koninklijke Visio, Expertisecentrum voor blinden en slechtzienden • Lize landelijk inspraakorgaan Zuid-Europese landen • nhg, Nederlands Huisartsen Genootschap • nidos • nvda Nederlandse vereniging voor doktersassistenten • tno • Trajectum, geïndiceerde jeugdgezondheidszorg • v&vn, Beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden

trainingsagenda open inschrijving eerste helft 2013 21 maart 2013 28 maart 2013 3 en 10 april 2013 4 en 11 april 2013 30 mei en 6 juni 2013

19 juni 2013

Cultuursensitief werken in de wijk: Voor verpleegkundigen van project Zichtbare Schakel Werken met migrantengezinnen. Voor medewerkers Centra Jeugd en Gezin Bespreekbaar maken van kindermishandeling met migrantenouders (tweedaagse training) Heb ik het goed uitgelegd? Effectief communiceren met migranten met lage scholing en beperkt Nederlands (training van twee dagdelen) Cultuursensitieve zorg: communicatie rond zorg en ziektebeleving (tweedaagse training) NIEUW! Cultuursensitieve leefstijladvisering: motiveren tot gedragsverandering

Heeft u specifieke wensen voor uw organisatie of team? Pharos verzorgt graag incompany trainingen passend bij uw wensen en organisatie. Meer informatie en inschrijving: www.pharos.nl

colofon Phaxx is een uitgave van Pharos – kennis- en adviescentrum Jaargang 20, nummer 1/2013 Redactieadres Postbus 13318 3507 lh Utrecht Telefoon 030 234 98 00 Fax 030 236 45 60 E-mail phaxxredactie@pharos.nl Abonnementen Wilt u een abonnement?

Ga naar www.pharos.nl, bel: 030 234 98 00 of e-mail: bestel@pharos.nl. Abonnementsprijs € 18,–. Losse nummers: € 5,– Verschijnt 4 keer per jaar. Hoofdredacteur Claudia Biegel Redactie Naïma Abouri, Marjan Mensinga, Clemy de Rooy Eindredactionele medewerking Nel van Beelen Aan dit nummer werkten verder mee Hester van

Bommel, Walter Devillé, Somajeh Ghaeminia, Eelco Gorter, Nies van Grondelle, Karen Hosper, Shoba Kamisetti, Joanna Kruzycka, Marian Moons, Maria van den Muijsenbergh, Merlijn van Schayk, Simone Schoonings, Charo Soccodato-Magán Smit, Manon Stockmann, Bram Tuk, Marga Vintges, Philip van der Walt, Ineke Westbroek Vormgeving Studio Casper Klaasse

Druk ADMercurius, Almere Redactiebepalingen De redactie is verantwoordelijk voor de samenstelling van het blad en beslist over plaatsing van ingezonden kopij. De imhoud geeft niet per se de opvatting van Pharos weer. Voor overname van artikelen kunt u contact opnemen met de redactie. issn 0929-9300

nummer 1.13 p h a x x

|2 3 |

foto: eelco gorter

cultuursensitieve hulpverlening tbc


Phaxx 1/2013 nw

26-02-2013

16:20

Pagina 24

>>> publicaties pharos vrouwelijke genitale verminking in nederland

het culturele interview – in gesprek met de hulpvrager over cultuur en context

ⓦ Tien jaar geleden is het Culturele Interview

geïntroduceerd in de geestelijke gezondheidszorg. Inmiddels wordt het op vele plaatsen toegepast, niet alleen in de ggz, maar ook in de jeugdzorg, de maatschappelijke opvang, huisartsenpraktijk en in het (medisch) onderwijs. De ervaringen met het Culturele Interview zijn posi-

weerbaarheidstraining voor kinderen die nieuw zijn in nederland

Kinderen die nieuw zijn in Nederland zijn kwetsbaar. Zij hebben bijvoorbeeld vaker te maken met kindermishandeling en huiselijk geweld dan andere kinderen. Door trainingen kunnen deze kinderen leren zich mentaal en fysiek weerbaarder op te stellen. Deze trainingen kunnen het best worden gegeven op scholen. Weerbaarheidstraining voor kinderen die nieuw zijn in Nederland biedt weerbaarheidsdocenten en leerkrachten achtergrondinformatie en praktische tips voor trainingen op de basisschool. Gratis te downloaden als pdf via www.pharos.nl

Jaarlijks blijken 40 tot 50 meisjes het risico te lopen om besneden te worden, vooral als het herkomstland wordt bezocht. Zonder de beleidsmaatregelen van de afgelopen jaren zou het aantal waarschijnlijk hoger zijn. Dit onderzoeksrapport geeft goed onderbouwde schattingen over aantallen in Nederland woonachtige vrouwen en meisjes die besneden zijn of het risico lopen op een besnijdenis. Uit het onderzoek blijkt dat het overheidsbeleid, een combinatie van voorlichting, preventie en strafbaarheid heeft gewerkt. Zonder dat beleid zouden de aantallen hoger komen te liggen. Om in de toekomst niet opnieuw met hogere aantallen geconfronteerd te worden, blijft voortzetting en borging van het beleid noodzakelijk, vooral vanwege de onomkeerbaarheid van vgv en de gevolgen voor de gezondheid van deze vrouwen. Het onderzoek is in beknopte versie in het

tief. Het biedt niet alleen inzicht in de achtergrond van de patiënt maar is ook relevant voor diagnostiek en behandeling. Bovendien heeft het een positieve uitwerking op de behandelrelatie. Het Culturele Interview - In gesprek met de hulpvrager over cultuur en context Rob van Dijk, Huub Beijers, Simon Groen (red.) Deel 1 – praktijkervaringen, 2012, isbn 987-9075955-77-4, 261 pagina’s, bestelnummer 9P2012.04, € 25,– Deel 2 – beschouwingen (70 p.) 2012, isbn 98790-75955-78-1, 73 pagina’s, bestelnummer 9P2012.05, € 10,–

oudere migranten in feiten en cijfers

ⓦ Het aantal 65-plussers in Nederland zal de komende jaren oplopen van zestien procent (2010) naar vijfentwintig procent van de bevolking (2050). Het aantal ouderen met een migrantenachtergrond stijgt mee. Hoewel veel oudere migranten een terugkeerwens koesteren, voegt slechts een klein deel de daad bij het woord. De meesten blijven in Nederland. Een uitdaging voor beleidsmakers en zorgprofessionals om hun aanbod te laten aansluiten bij de diversiteit aan plussers. Veel zorg- en welzijnsorganisaties houden in hun aanbod al rekening met migrantenouderen. Migratie en gezondheid 2012 – Feiten en cijfers biedt een overzicht van de gezondheidstoestand en het welbevinden van ouderen met een migrantenachtergrond, hun zorggebruik en wensen of behoeften. Ook komen goede initiatieven aan de orde |2 4 | phaxx

nummer 1.13

Nederlands en als volledig onderzoeksrapport in het Engels gratis te downloaden via www.pharos.nl

die zijn ontwikkeld om de diverse ouderenpopulatie een fijne oude dag te bezorgen. isbn 978-90-75955-79-8, 109 pagina’s, bestelnummer 9P2012.07, € 15,–

folders over hulp bij psychische klachten

ⓦ De folders voor asielzoekers over hulp bij psychische klachten zijn volledig herzien en herdrukt. Het gaat om vier folders. Onderwerpen zijn: waar hulp te vinden, wat te doen bij langdurige stressklachten, bij concentratieproblemen, nachtmerries, angst en somberheid of bij klachten die met meisjesbesnijdenis te maken hebben. De folders zijn tweetalig. Een deel is in het Nederlands en het andere deel in: Arabisch, Sorani, Engels, Frans, Farsi en Somali. De folders zijn gratis te downloaden via www.pharos.nl onder brochures.

Alle publicaties zijn te bestellen via www.pharos.nl


Phaxx 1/2013