Issuu on Google+

28-02-2012

16:41

Pagina 1

1 12

Phaxx 1_2012

k wa rta a l b l a d ph a r o s – m i g r a n t e n , v lu c h t e l i n g e n e n g e zo n d h e i d

Huisarts en diversiteit: een vak apart Asielzoekerskinderen krijgen smaaklessen De opmars van het Culturele Interview Zoektocht naar oplossing tolkenkwestie gaat door


28-02-2012

16:41

Pagina 2

1 12

Phaxx 1_2012

Foto omslag: Goedele Monnens Asielzoekerskinderen maken kennis met gezonde en betaalbare voeding.

kwartaalblad pharos – migranten, vluchtelingen en gezondheid

3 Kortom

15 Asielzoekers gebaat bij preventieactiviteiten

5 Diversiteit in de huisartsenpraktijk Huisarts zijn in een wijk met veel migranten doet een beroep op flexibiliteit, creativiteit en kunde. Journaliste Veronique Huijbregts interviewde drie van deze artsen. Welke knelpunten ervaren ze en welke extra ondersteuningsmogelijkheden staan hun ter beschikking?

Ondanks hun veerkracht ontwikkelen relatief veel asielzoekers na verloop van tijd milde tot ernstige psychische klachten. Om deze reden bieden sommige asielzoekerscentra in Nederland preventieactiviteiten aan. Pharos-onderzoeker Merlijn van Schayk bracht de verschillende preventieactiviteiten in kaart en beschreef de randvoorwaarden voor het opzetten hiervan.

5

17 Onderzoek 8 Asielzoekerskinderen leren gezond eten Asielzoekerskinderen in Nederland eten te vet en krijgen te weinig vitamines binnen. Daarom is Pharos gestart met het project Gezonde en betaalbare voeding voor asielzoekerskinderen. Projectleider Hester van Bommel doet verslag. ‘Wat direct opviel was het enthousiasme van zowel kinderen, ouders als leerkrachten.’

Charles Agyemang, epidemioloog bij het Amsterdams Medisch Centrum, vergeleek de gezondheidstoestand van Afrikaanse en Zuid-Aziatische migranten in Nederland en Engeland. Opvallend genoeg scoort de Engelse groep beter dan de Nederlandse. In een interview met Claudia Biegel verklaart hij waarom dit zo is.

8

20 Informatie- en Adviespunt 10 Culturele Interview kweekt begrip Patiënten voelen zich beter op hun gemak door begrip voor hun leefwereld en culturele achtergrond. Het Culturele Interview biedt daartoe de mogelijkheid. Op welke wijze wordt hier in Nederland gebruik van gemaakt? In opdracht van Pharos deed psychologe Blanchefleur Piksen onderzoek naar de ervaringen van hulpverleners en patiënten.

13 Noodzaak gezondheidsbeleid migrantenjeugd Ook andere Europese landen besteden aandacht aan de gezondheid van jonge migranten. Gezondheid en welzijn zijn immers onlosmakelijk verbonden met succes op school en de arbeidsmarkt. Cultureel antropologe Anne Wijers bekeek het gezondheidsbeleid in Engeland, Duitsland en Zweden.

20 Pharos-nieuws 10 21 Tolken Het stopzetten van financiering van tolken is een omstreden besluit, schrijft Pharos-directeur Monica van Berkum in haar column. Vele professionals en organisaties toonden reeds aan dat het contraproductief zal werken en meer geld zal kosten dan opleveren. Pharos zal, in overleg met andere organisaties, monitoren en zichtbaar maken welke oplossingen gehanteerd worden door organisaties en professionals.

13 22 Signaleringen

24 Pharos-producten en -diensten 15 |2 | phaxx

nummer 1 – 2012


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 3

kortom

Kort nieuws van langs de zijlijn. Berichten voor deze rubriek kunt u zenden aan de redactie.

Ook bevat het handvatten voor de communicatie met patiënten die minder goed kunnen lezen. Op deze manier kunnen huisartsen, doktersassistenten en praktijkondersteuners laaggeletterde patiënten de extra ondersteuning bieden die zij nodig hebben. De Toolkit Laaggeletterdheid is tot stand gekomen in samenwerking met Pharos, Stichting Lezen & Schrijven, Gezondheidsinstituut nigz, Stichting Expertisecentrum Educatieve Televisie (etv) en het Nederlands Huisartsen Genootschap. Meer informatie: http://lhv.artsennet.nl.

toolkit l aaggeletterdheid in de huisartsenpraktijk

Voor patiënten is de huisarts het eerste aanspreekpunt in de gezondheidszorg. Goede communicatie over en weer is erg belangrijk. Daarom heeft de Landelijke Huisartsen Vereniging (lhv) het initiatief genomen een toolkit voor huisartsen te ontwikkelen om laaggeletterdheid sneller te kunnen herkennen. Anderhalf miljoen mensen in Nederland kunnen niet goed lezen en schrijven. Twee derde hiervan is autochtoon, een derde allochtoon. Laaggeletterden zijn vaker ziek, maken langduriger gebruik van de zorg en gebruiken hun medicijnen niet zelden verkeerd. Daarnaast hebben zij vaker psychische problemen en last van aandoeningen als astma, chronische

bronchitis, kanker en hart- en vaatziekten. Laaggeletterdheid kost de gezondheidszorg jaarlijks 61 miljoen euro. De Toolkit Laaggeletterdheid biedt huisartsenpraktijken een checklist om laaggeletterdheid te herkennen.

zorg in eigen kring

De film Zorg in Eigen Kring is gemaakt voor en door mantelzorgers uit migrantengroepen. In de film komen vier mantelzorgers uit verschillende culturen aan het woord. Ze vertellen over wat ze hebben meegemaakt en waar zij hun inspiratie en steun vonden en nog steeds vinden. De film kan gebruikt worden om het thema migranten en mantelzorg bespreekbaar te maken voor groepen migranten, hulpverleners en anderen. Er wordt Nederlands gesproken met een voice-over in het Engels, Turks of Arabisch. De dvd kost € 15 exclusief verzendkosten en is te bestellen bij PuntP Preventie, tel.: 020 5901330 of e-mail: preventie@puntp.nl.

de moderne huisarts: antropoloog en speurder Het is niet niets, een huisartsenpraktijk in een wijk met tientallen nationaliteiten, culturen en diverse religies. Algemene medische kennis alleen is lang niet genoeg om je hier staande te houden. Onder verschillende nationaliteiten komen namelijk ook specifieke aandoeningen voor, zoals sikkelcelanemie. Daarnaast kunnen medicijnen anders uitwerken per groep of subgroep. Extra medische kennis is dus nodig. En niet alleen dat: inzicht in cultuurpatronen, communicatiestijlen en religieuze achtergronden is ook een must. De kans is namelijk groot dat je patiënten niet of onvoldoende bereikt als je op de oer-Hollandse manier werkt. En dat betekent miscommunicatie. Met als gevolg dat mensen vaker dan nodig terugkomen op het spreekuur, hun medicijnen niet goed innemen en meer van dergelijk leed. Kortom, de huisarts in een multietnische wijk moet naast arts ook antropoloog zijn. De grote wereldgodsdiensten dienen bekende kost te zijn inclusief de daarbij horende do’s en don’ts . Dat asielzoekers en vluchtelingen specifieke problematiek met zich mee kunnen brengen mag geen geheim zijn. En dat sommige patiënten geen documenten hebben en daardoor verzekeringstechnisch in een apart vakje zitten, dient eveneens direct een belletje te doen rinkelen. Heb je dit allemaal onder de knie, min of meer in ieder geval, dan staat de volgende uitdaging alweer te wachten. Het communiceren met laaggeletterden, mensen die niet

of nauwelijks kunnen lezen en schrijven. Bij hen hoef je niet aan te komen met ingewikkelde procedures of aanwijzingen. Alles moet zo simpel mogelijk en het liefst visueel. Maar dat is het moeilijkste niet eens. Moeilijker is om ze te herkennen. Want deze mensen verbergen hun laaggeletterdheid het liefst en zijn daar heel bedreven in. Een aangeboren speurneus is dus ook een welkom attribuut in de moderne huisartsenpraktijk. Een wonder bijna dat er artsen zijn die al deze competenties in huis hebben, niet horendol zijn geworden en hun werk zelfs met plezier uitoefenen. Toch bestaan ze. In deze editie van Phaxx vertellen enkele huisartsen over hun werk in de zogenaamde ‘prachtwijken’. Waarom ze juist in deze wijken willen werken en wat hun drijft. Mooie verhalen vol passie en levenslust. Gauw lezen dus... Claudia Biegel Hoofdredacteur Phaxx

foto: charo soccodato-magán smit

een vader is meer dan 100 meesters

Betrokken vaderschap wordt steeds vanzelfsprekender. De Kenniswerkplaats Tienplus (een samenwerkingsverband van onderzoekers, praktijkprofessionals en de gemeente Amsterdam) inventariseerde initiatieven gericht op vaderschap. Ook inter viewden zij Antilliaanse, Marokkaanse,

nummer 1 – 2012 p h a x x

|3 |


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 4

kortom  Turkse en Surinaamse vaders over de invulling en beleving van hun vaderschap. In het rapport Een vader is meer dan 100 meesters vertellen 64 Amsterdamse vaders hoe ze hun vaderschap beleven en invullen. Zij blijken het vooral belangrijk te vinden hun kinderen voor te bereiden op de toekomst, zodat zij succesvol kunnen deelnemen aan de samenleving. Ze zouden de opvoeding anders willen aanpakken dan hun eigen vader. Veel vaders spreken bovendien de wens uit dat instellingen voor zorg en welzijn zich, naast moeders, meer op vaders richten. Daarnaast

slimmer zwanger: online coachingprogramma

De babysterfte ligt in achterstandswijken twee tot soms vier keer hoger dan het landelijk gemiddelde. Voor het Rotterdamse Erasmus mc was dit reden om het persoonlijke coachingprogramma Slimmer Zwanger te lanceren. Het programma is bestemd voor alle vrouwen én mannen met een kinderwens. Ongezonde voedings- en leefstijlgewoonten van aanstaande ouders dragen bij aan een lagere kans op zwangerschap, een hogere kans op aangeboren aandoeningen en meer problemen rond de bevalling. Met het coachingprogramma Slimmer Zwanger (www.slimmerzwanger.nl) wil het Erasmus

vinden ze het belangrijk dat er een plek is waar ze ervaringen kunnen uitwisselen met andere vaders, bijvoorbeeld in laagdrempelige buurtvoorzieningen, vadercentra of opvoedbureaus. Naast interviews bevat het rapport ook aan-

als meiden geen uitweg meer zien

Al jaren scoren meiden van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst veel hoger in de statistieken dan hun leeftijdgenoten als het gaat om suïcidaal gedrag ofwel zelfmoordpogingen. Belangrijk is dat deze meiden op tijd worden doorverwezen naar de juiste hulp. De publicatie Als meiden geen uitweg meer zien. Tien vragen over suïcidaal gedrag onder meiden van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst geeft praktische adviezen aan professionals en vrijwilligers die met jongeren werken. ‘Ik kende een meisje dat dit deed. Ze werd dagelijks mishandeld door haar vader om niks. Die vader was echt niet honderd procent. Hij stopte haar hoofd in de wc-pot met chloor en sloeg haar. Ze liep weg van huis, slikte allerlei pillen en op een dag sprong ze voor de trein.’ Op de internetfora van www.marokko.nl, www.hababam.nl en www.indianfeelings.nl staan regelmatig dit soort verhalen. Soms willen die meisjes echt dood, maar vaker willen ze gewoon niet meer op deze manier verder en doen ze een zelfmoordpoging in een schreeuw om aandacht. movisie heeft een praktische gids samengesteld voor professionals en vrijwilligers die werken met

|4 | phaxx

nummer 1 – 2012

deze meiden. Bijvoorbeeld in het jeugd- en jongerenwerk, bij de Jongeren Informatie Punten, in het maatschappelijk werk, opbouwwerk, onderwijs, jongerenorganisaties en jongerenverenigingen. De publicatie beantwoordt belangrijke vragen als ‘Hoe herken je suïcidaal gedrag?’ en ‘Wat kun je als professional of vrijwilliger doen om de meiden te helpen?’ Naast deze gids is er ook een website ontwikkeld voor multiculturele meiden die het leven (soms) niet zien zitten: www.jestaatnietalleen.nl. De publicatie Als meiden geen uitweg meer zien is gratis te downloaden van www.movisie.nl of op deze website te bestellen voor € 6,50.

mc een bijdrage leveren aan de verandering van ongezonde gewoontes. De zelftest van het programma kan worden gebruikt door verloskundigen, gynaecologen, huisartsen en andere zorgverleners, om op een snelle en eenvoudige manier verbeterpunten in de voeding en leefstijl op te sporen. Deelnemers kunnen zichzelf screenen via de website, zowel op de mobiele telefoon als de computer. Afhankelijk van de aanwezige risicofactoren wordt een individueel coachingprogramma bepaald. Vervolgens ontvangt men periodiek boodschappen (tips, weetjes, recepten) via de mobiele telefoon door middel van sms en e-mail.

bevelingen over hoe lokaal beleid vaderschap kan versterken. Het rapport Een vader is meer dan 100 meesters. Vaderschap versterken in Amsterdam is gratis te downloaden van de website van het Verwey-Jonker Instituut: www.verwey-jonker.nl.

keurmerk etnische diversiteit voor emma kinderziekenhuis

Het Emma Kinderziekenhuis amc in Amsterdam heeft het keurmerk Etnische Diversiteit gekregen. Binnen het ziekenhuis heeft een onderzoek plaatsgevonden in het kader van het project Keurmerk Etnische Diversiteit in opdracht van zorgverzekeraar Agis. Uit het onderzoek, uitgevoerd door Pacemaker in Global Health, bleek dat er in het ziekenhuis veel initiatieven zijn om de kwaliteit van de zorg aan allochtone patiënten te verbeteren en toegankelijker te maken. Op het gebied van onderzoek zijn er bijvoorbeeld verschillende activiteiten gericht op diabetes en sikkelcelziekte. Aandoeningen die relatief vaker bij allochtone groeperingen voorkomen. Aandacht voor de zorgverlening aan allochtonen maakt bovendien structureel deel uit van de opleidingen voor artsen en verpleegkundigen. Leerling-verpleegkundigen volgen de minor Global Health in de hboopleiding Verpleegkunde. Voor artsen is de specifieke aandacht voor allochtonen in de opleiding geïntegreerd in het onderdeel Mensenrechten en Gezondheidszorg en Global Health. Het gaat dan om specifieke medische kennis, achtergronden en ziektebeleving. Bovendien kunnen artsen gebruikmaken van de ruime mogelijkheid tot stages en coassistentschappen in het buitenland.


28-02-2012

16:42

Pagina 5

foto: david rozing/hh

Phaxx 1_2012



Bieden van goede zorg aan verschillende culturen en nationaliteiten vereist flexibiliteit.

aandacht voor diversiteit in de huisartsenpraktijk Een kwe stie van effe ctiviteit Het werk als huisarts in een achterstandswijk met veel migrantenpatiënten is geen doorsnee baan. De levensomstandigheden van deze patiënten en taal- en cultuurverschillen doen een groot beroep op flexibiliteit, creativiteit en kunde. Hoe ervaren artsen het werken in deze wijken en welke ondersteuningsmogelijkheden staan hun ter beschikking?

veronique huijbregts r werken ongeveer 9.500 huisartsen in Nederland. Van hen zijn er 843 in een van de 227 zogenaamde achterstandswijken gevestigd. In zo’n wijk heeft gemiddeld 46 procent van de patiënten een migrantenachter-

e

grond. Patiënten kunnen uit wel dertig tot veertig verschillende landen komen. Maar ook elders in Nederland hebben huisartsen te maken met een toenemend etnisch en cultureel diverse populatie. Het bieden van kwalitatief goede zorg aan al deze mensen uit verschillende culturen en nationaliteiten vraagt specifieke des-

kundigheid en stelt voorwaarden aan de praktijkvoering (zie de Pharos-publicatie Migratie en gezondheid – Feiten en cijfers 2011). In de zorgverlening aan migranten bestaan nog altijd diverse knelpunten, stelt huisarts en Pharos-medewerker Maria van den Muijsenbergh. In veel protocollen 

nummer 1 – 2012 p h a x x

|5 |


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 6

aandacht voor diversiteit in de huisartsenpraktijk ‘Houd je geen rekening met verschillen, dan wordt de zorg minder effectief en daardoor duurder’

foto: bert verhoeff h/h

 waarmee huisartsen werken, ontbreekt bijvoorbeeld specifieke informatie over deze patiënten. ‘Pas je zo’n standaard toch toe, dan loopt de zorg niet goed’, aldus Van den Muijsenbergh. Steeds meer protocollen en richtlijnen worden aangepast, maar dat kost tijd en de benodigde wetenschappelijke kennis is niet altijd voorhanden. Ook aan de toepassing van kennis over allerlei etnische, genetische en culturele verschillen mankeert vaak wat, ten koste van de doeltreffendheid van zorg en preventie. Van den Muijsenbergh noemt als voorbeeld de landelijke borstkankerscreening. Turkse en Marokkaanse vrouwen maken daar veel minder gebruik van dan autochtone vrouwen. ‘Als je de poster voor deze campagne ziet, een vrouw met blote schouders en de tekst ‘Laat je borsten zien’, dan begrijp je dat deze campagne bij hen niet aanslaat.’

extra ondersteuning Om de zorg van de huisarts beter te laten aansluiten bij de etnische diversiteit in de bevolking zijn de afgelopen decennia meerdere initiatieven ontwikkeld. Voor-



‘leren denken op het niveau van de patiënt’ Barbara Benard is huisarts in de Utrechtse wijk Hoograven. Haar Marokkaanse patiënten willen niet meer bij haar weg. In de masterclass Huisarts in achterstandswijk leerde ze dat opleidingsniveau belangrijker is dan taalniveau. ‘Van de patiënten is zo’n 30 procent allochtoon. Alles bij elkaar komen hier misschien wel dertig nationaliteiten. Voordat ik hier werkte had ik nauwelijks ervaring met migranten, maar het wordt steeds leuker naarmate mensen me beter leren kennen. Als je eenmaal iets goeds gedaan hebt, bouw je veel vertrouwen op en kom je sprongen verder. Nu willen Marokkaanse patiënten hier zelfs liever niet weg als ze gaan verhuizen. Lastig vind ik wel dat mensen soms te veel van me verwachten. Ik kan er ook niet altijd achter komen wat er precies dwars zit. En het lukt slecht om een link te leggen tussen lichamelijke klachten en stress in hun leven. Ik heb me daar een beetje bij neergelegd. We hebben het over de lichamelijke klachten én over de problemen, zonder die twee per se aan elkaar te koppelen. Tijdens de masterclass vertelde een inleider dat veel niet-westerse mensen via omwegen tot de kern van de zaak komen. Ze praten

|6 | phaxx

nummer 1 – 2012

eerst over koetjes en kalfjes. Veel tijd hoeft die indirectere manier niet te kosten, is mijn ervaring. Vragen: ‘Hoe gaat het met u? Nog naar Marokko geweest?’ is al genoeg. Je krijgt meteen een prettiger sfeer. Ik ben ook meer op het niveau van de patiënt gaan denken. Daarbij hielp het inzicht dat het opleidingsniveau van patiënten belangrijker is dan het taalniveau. Daar kan ik wat mee. Bijvoorbeeld: de dochter van een Marokkaanse vrouw met diabetes vertelde me dat haar moeder tweemaal per dag een hele berg at. Zij kon haar moeder niet duidelijk maken dat ze beter vaker kleine beetjes kon nemen. Ik bedacht me dat de moeder wellicht niet het verschil begreep tussen de woorden vaak en veel. Dat kon ik de dochter uitleggen. We hebben afgesproken dat de moeder nu gaat proberen drie keer per dag te eten. Ik heb ook geleerd dat sommige medicijnen bij bepaalde mensen veel bijwerkingen geven. Daardoor ben ik andere medicijnen gaan voorschrijven. Maar het belangrijkste vind ik dat je in de masterclass met veertien ervaren huisartsen zit. Je kunt van elkaar leren. Iedereen brengt casuïstiek in. Het gaat vooral om bewustwording, want niet voor elk probleem is een pasklaar antwoord te vinden.’

Turkse en Marokkaanse vrouwen maken min-

der gebruik van borstkankerscreening.

beelden zijn trainingen interculturele communicatie en gesprekstechnieken, en het inzetten van praktijkondersteuners, zorgconsulenten of voorlichters in eigen taal en cultuur. Onlangs zijn er twee nieuwe initiatieven bijgekomen ter ondersteuning van huisartsen. De website www.huisarts-migrant.nl, opgezet door Pharos, de Landelijke Huisartsen Vereniging (lhv) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (nhg). Deze site biedt antwoorden op tal van specifieke vragen. Bijvoorbeeld: Wanneer is het ramadan? Hoe zit het met meisjesbesnijdenis? Wat zijn gewoonten en rituelen bij overlijden? Al deze gegevens zijn nu met een paar muisklikken te vinden. Hoofdredacteur Van den Muijsenbergh denkt dat de site er niet eerder is gekomen omdat in de zorg culturele verschillen, communicatie en de attitude van de hulpverlener jarenlang centraal hebben gestaan. Deze aspecten zijn nog altijd belangrijk; de site biedt er ook kort en bondig informatie over. Maar er is ook veel feitelijke, praktische informatie die relevant is voor de zorg. Die kreeg voorheen weinig aandacht. Bovendien levert wetenschappelijk onderzoek nieuwe informatie op.


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 7

‘ook migranten vinden hun gezondheid belangrijk’

foto: bert verhoeff h/h

Greetje Velema is al twintig jaar huisarts in de Schilderswijk in Den Haag. Wat komt zij zoal tegen in haar praktijk en heeft ze iets gehad aan de masterclass Huisarts in achterstandswijk? ‘De Schilderswijk is een uitgesproken achterstandswijk, met meer dan 90 procent allochtonen. Ik werk er al meer dan twintig jaar met veel plezier. Lastig blijf ik vinden dat veel migranten zo slecht Nederlands spreken dat je niet goed over hun klachten kunt praten. Bovendien hebben ze vaak geringe gezondheidsvaardigheden. Sommige mensen kunnen bij wijze van spreken geen thermometer aflezen. Verder hebben migranten vaak veel problemen aan hun hoofd. Bijvoorbeeld huurachterstand, gokschulden of grote problemen in de familie. Daardoor besteden ze minder aandacht aan het ziek zijn, wat ze in onze ogen therapieontrouw maakt. Maar natuurlijk vinden ze hun gezondheid net zo be-

langrijk als ieder ander. Ik vind het schokkend dat de gezondheid van mensen die hooguit lagere school hebben zo veel slechter is dan die van mensen met meer scholing. Dat scheelt twintig jaar in gezonde levensverwachting. En negen levensjaren. In de masterclass heb ik veel opgestoken over communicatie. Het is goed om je steeds opnieuw te realiseren dat je dingen echt heel simpel moet uitleggen en niet te veel informatie ineens moet geven. Het is belangrijk om daarmee te oefenen. Dat gebeurt niet in je medische opleiding. Je leest er evenmin over in de gewone medische tijdschriften, al wonen er inmiddels ruim een miljoen allochtonen in ons land. Bij het thema chronische ziekten kregen we een vragenlijst om de beleving van de patiënt te peilen. Een aantal ervan stellen we nu bij bloeddrukcontroles. Mensen voelen zich nu beter begrepen, individueler behandeld. Dat is goed voor de therapietrouw, verwacht ik.’

wordt de zorg minder effectief, en daardoor duurder. Dan komen kinderen met astma bijvoorbeeld vaker in het ziekenhuis terecht of wordt borstkanker pas in een laat stadium ontdekt. Rekening houden met diversiteit is wezenlijk voor de kwaliteit van zorg.’ Veronique Huijbregts is journalist en tekstschrijver.

Meer informatie over de masterclasses vindt u op de website www.huisarts-migrant.nl

‘De gezondheid van laaggeletterden is slechter, dat scheelt twintig jaar in gezonde levensverwachting’ Het tweede nieuwe initiatief betreft de masterclass Huisarts in achterstandswijk. Tobzorg of topzorg! (Pharos, lhv en nhg). Insteek van deze cursus is dat artsen goed leren aansluiten bij de beleving, vaardigheden en het taalniveau van de patiënt in de spreekkamer. De verschillen daarin kunnen groot zijn. Waar de ene patiënt alles over zijn ziekte op internet opzoekt, begrijpt de andere niet wat zijn arts uitlegt over het innemen van medicijnen.

diversiteit ‘Er komen veel huisartsen op de masterclasses af’, vertelt Guus Busser. Hij is zelf arts en een van de cursusbegeleiders. ‘Zij krijgen onder meer informatie en oefeningen over laaggeletterdheid, het bevorderen van therapietrouw en zelfmanagement, somatisatie, communicatie bij palliatieve zorg en omgaan met seksualiteit en huiselijk geweld.’ Busser benadrukt dat het niet alleen om zorg aan migranten gaat, maar om diversiteit in de breedste zin. Dus zowel etnische diversiteit, als die van sekse, seksuele voorkeur en sociaaleconomische status. ‘Houd je geen rekening met deze verschillen, dan

‘een eyeopener, dat laaggeletterden niet abstract denken’ Linda Barbier is huisarts in de Schilderswijk in Den Haag. Zij vertelt over haar praktijk en het belang van indirect communiceren. ‘Bij stervensbegeleiding bij allochtonen liep ik steeds tegen dezelfde vragen aan. Hoe breng je slecht nieuws? Hoe praat je over doodgaan? De ‘Hollandse’ manier, waarbij je meteen met de deur in huis valt, sluit bij veel migranten niet aan. Ik heb wel eens gemerkt dat ik daarna niet meer welkom was. Daardoor verloopt de ziekte ongunstiger dan nodig. In de masterclass leren we dat we hierover indirecter moeten communiceren. Dat hebben we met rollenspellen geoefend. De informatie over de gevolgen van laaggeletterdheid was voor mij echt een eyeopener. Ik had vaak gemerkt dat mensen met precies dezelfde vraag bij me terugkwamen. Al had ik het nog zo simpel uitgelegd met pictogrammen en eenvoudige woorden. Maar mensen die laaggeletterd zijn, hebben niet abstract leren denken. Die betrekken de informatie van een pictogram niet op zichzelf. Nu ik dat

weet, wijs ik organen op het lichaam zelf aan, niet op een plaatje. ‘Hier zit de lever. Daar zit de gal. Daar zit nu een steen in.’ Ik merk dat mensen nu veel tevredener bij mij vertrekken en ook niet meer zo snel met dezelfde vraag terugkomen. Dat levert tijdwinst op. Het is nog wel zoeken hoor. Want je moet het niet doen bij mensen die een redelijke opleiding hebben. Die vinden dit juist infantiliserend. Ik maak veel leuke dingen mee met deze patiëntengroep. Ze vragen bijvoorbeeld altijd hoe ik het maak. Maar bepaalde zaken sluiten niet aan. Ze zijn bijvoorbeeld niet vertrouwd met het idee van lichaamsbeweging. Dat je hart sneller gaat kloppen en dat je gaat zweten als je beweegt, vinden ze eng. Die ideeën kun je niet makkelijk veranderen, en dan kun je wel eens gefrustreerd raken. Dan heeft die Turkse mevrouw met diabetes nog steeds te hoge bloedsuikerwaarden en is ze nog altijd veel te zwaar. Ik vind het een uitdaging om mijn verwachtingspatroon aan te passen en mijn doelen klein te houden.’

nummer 1 – 2012 p h a x x

|7 |


28-02-2012

16:42

Pagina 8

foto: goedele monnens

Phaxx 1_2012

gezonde voeding voor asielzoekerskinderen Kinderen in a sielzoekerscentra worden te dik Uit diverse onderzoeken blijkt dat asielzoekerskinderen in Nederland soms te vet eten en te weinig vitamines en mineralen binnenkrijgen. Kinderen die op jonge leeftijd ongezond eten, kunnen daar hun leven lang negatieve gezondheidseffecten van ondervinden. Daarom is Pharos begin 2011 gestart met het project Gezonde en betaalbare voeding voor asielzoekerskinderen.

eel kinderen en ouders in asielzoekerscentra blijken er een minder gezonde leefstijl op na te houden. Onderzoek door de toenmalige Medische Opvang Asielzoekers toonde aan dat asielzoekers over het algemeen weinig bekend zijn met Nederlandse voedingsmiddelen. Hun maaltijd bestaat voornamelijk uit kant-en-klaarproducten. Ook eten ze veel snacks en tussendoortjes. Daarnaast wisselt het zuivelgebruik sterk en komt er weinig groente op tafel. In 2007 onderzocht Annette Stellinga-Boelen de voedingsgewoonten in drie asielzoekerscentra in het noorden van het

v

|8 | phaxx

nummer 1 – 2012

land. De meeste kinderen aten te veel vet. Veertien procent was te dik en zeven procent veel te dik. Deze percentages liggen boven het landelijk gemiddelde. Een van de belangrijkste constateringen van Stellinga-Boelen betreft het feit dat deze kinderen pas in Nederland te dik zijn geworden. Het onderzoek Kind in het centrum van Karin Kloosterboer (2009) laat eveneens zien dat kinderen in asielzoekerscentra

hester van bommel



Asielzoekerskinderen leren verschillende

smaken proeven.

niet gezond eten. Als oorzaken noemt zij: het geringe budget van ouders en de beperkte kookfaciliteiten. Bovendien hebben veel ouders moeite met het klaarmaken van Nederlands voedsel. Naar aanleiding van deze onderzoeksgegevens is Pharos gestart met het project Gezonde en betaalbare voeding voor asiel-

Kinderen en ouders genoten van het bezig zijn met voeding, smaak en het proeven van diverse producten


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 9

zoekerskinderen. Doel van dit project is om asielzoekerskinderen en hun ouders op een leuke en aansprekende wijze kennis te laten maken met gezonde en betaalbare voeding. Zodat zij op langere termijn in staat zijn tot het maken van gezonde voedselkeuzes.

een behoorlijk aantal kilo’s vlees bereidde. Zij kwam uit een berggebied in het Midden-Oosten waar het erg koud kon zijn. Zonder die hoeveelheden vlees zou je het daar niet overleven. Het was niet in haar opgekomen dat zo veel vlees in Nederland overbodig was. Dat je voor dat geld beter groente en fruit kon kopen.

enthousiasme Als methode is gekozen voor het op maat maken van het lespakket Smaaklessen (zie het gelijknamige kader). Dit is een in het onderwijs veel gebruikte interventie. De methode is bedoeld voor leerlingen van de basisschool, hun ouders en de leerkrachten. De aangepaste versie van Smaaklessen is gebruikt in het asielzoekerscentrum (azc) in Crailo. Om zowel ouders als kinderen te bereiken is een tweesporenbeleid gevolgd. Enerzijds kregen de asielzoekerskinderen les in gezonde voeding en leerden zij verschillende smaken proeven. Anderzijds werden hun ouders betrokken bij een aantal lessen op school en kregen zij een kookworkshop over betaalbare en gezonde voeding. Wat tijdens de lessen direct opviel, was

beperkingen Het bestaande materiaal van de interventie leent zich slechts ten dele voor asielzoekerskinderen. Het eerste knelpunt is dat de talige elementen van Smaaklessen voor veel kinderen te moeilijk zijn. De leerkracht raadde aan meer visueel materiaal te gebruiken. Met behulp van ondersteunend visueel materiaal, in combinatie met een digitaal schoolbord, begrijpen kinderen alles beter en beklijft de informatie meer. Ook ben je zo minder afhankelijk van het niveau van taalbeheersing. Daarnaast laat het materiaal meestal typisch Nederlandse producten zien, zoals beschuit of haring. Meer diversiteit in de getoonde voedingsmiddelen zou een goede zaak zijn. Bijvoorbeeld: exotisch fruit,

Met ondersteunend visueel materiaal, in combinatie met digitaal schoolbord, begrijpen kinderen alles veel beter het enthousiasme van zowel kinderen, ouders als leerkrachten. Kinderen en ouders genoten van het bezig zijn met voeding, smaak en het proeven van diverse producten. Tijdens het project werd al gauw duidelijk dat het ouders ontbrak aan kennis over gezond eten. Veel ouders hadden er bijvoorbeeld geen idee van dat het onnodig was om zeven eetlepels olie te gebruiken. Dat één lepel voldeed. Daarnaast werden er vaak aardappels gegeten in plaats van verschillende groentesoorten. Dat dit te eenzijdig was en leidde tot te weinig variëteit in vitamines en mineralen, had men nog nooit gehoord. Een moeder vertelde dat ze per week

smaaklessen Smaaklessen is een lesprogramma van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Het is opgezet en theoretisch onderbouwd in een samenwerking tussen Wageningen Universiteit en het Voedingscentrum. Het lespakket is gratis op te vragen bij het Steunpunt Smaaklessen (www.smaaklessen.nl).

diverse soorten kruiden, of andere soorten brood. Dit maakt de lessen interactiever en aantrekkelijker. Ook het lerende element zal hierdoor toenemen. Een ander knelpunt in de methode is dat voor elk groepsniveau, 1-2, 3-4, 5-6 en 7-8, een aparte lesmodule bestaat. Op de azc-school zaten echter meerdere groepen bij elkaar in de klas. De grote leeftijdsverschillen, maakten het soms lastig om klassikaal de juiste les te selecteren. Dit kan worden ondervangen, met name bij de groepen 5-8, door de nadruk te leggen op het visuele aspect en minder op taal. Opmerkelijk waren voorts het lage kennisniveau van de asielzoekerskinderen en hun beperkte concentratievermogen. Hiermee dient optimaal rekening te worden gehouden bij het behandelen van de lesstof. Het kennisniveau ten aanzien van gezonde voeding was gemiddeld twee groepen lager dan die van Nederlandse basisschoolleerlingen. Ook de korte spanningsboog van de kinderen is een punt van aandacht. De onzekere en vaak onrustige situatie in een azc en de achterliggende vlucht hebben duidelijk invloed op het concentratievermogen. De lessen zouden daarom beter opgeknipt kunnen worden in korte delen. Of ze zouden geïntegreerd

receptenboek smaakelijk! Het boek smaakelijk! is voor en door de kinderen van het azc Crailo gemaakt. Het is het resultaat van een jaar lang bezig zijn met smaak. Wat vind je lekker en wat is gezond? Het boekje is goed te combineren met de smaaklessen zelf. smaakelijk! is voor € 7,50 te bestellen via www.pharos.nl.

kunnen worden in andere lessen, bijvoorbeeld biologie of Nederlands. Voor leerkrachten in asielzoekersscholen heeft Pharos op basis van de ervaringen met dit project een informatiefolder gemaakt (zie het kader met tips). Deze biedt handvatten om Smaaklessen aan te passen aan de bijzondere situatie van asielzoekerskinderen.

tips voor aanpassing smaaklessen • Gebruik meer visueel materiaal. Bijvoorbeeld filmpjes over het proces van melk maken, de melkfabriek, of cacaobonen. • Maak de werkbladen digitaal (voor het digitale schoolbord), zodat ze klassikaal besproken kunnen worden. • Voeg opdrachten toe waarbij kinderen een smaak of product aan de leerkracht en elkaar laten proeven. • Betrek ouders meer bij het project en organiseer voor hen een kookworkshop over betaalbare en gezonde voeding. Deze tips zijn beschreven in de Informatiefolder Smaaklessen, die begin 2012 verschijnt, bestellen via www.pharos.nl. Hester van Bommel is onderzoeker en projectleider bij Pharos. Meer informatie over het project: h.bommel@pharos.nl De literatuur gebruikt in dit artikel is op te vragen bij de redactie.

nummer 1 – 2012 p h a x x

|9 |


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 10

het culturele interview in nederland Patiënten erkend door aandacht voor hun achtergrond Er is weinig bekend over het gebruik van het Culturele Interview in Nederland. Hoe beoordelen hulpverleners het Culturele Interview? En belangrijker nog, hoe ervaren patiënten het? Onlangs werd in opdracht van Pharos een exploratief onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het Culturele Interview in de geestelijke gezondheidszorg. Dit artikel is gebaseerd op deze studie.

foto: peter van beek/hh

blanchefleur piksen

et Culturele Interview (zie kader) is een lijst met vragen, bedoeld om informatie over de cultuur en achtergrond van patiënten te verzamelen. Het is niet zozeer de bedoeling om het interview te gebruiken als rigide vragenlijst, maar veeleer als richtlijn. De vragen dienen om te komen tot een diagnose waarbij cultuur en context van de patiënt (en van de hulpverlener) worden betrokken bij de beeldvorming over zijn gezondheidsproblemen. Kortom, het Culturele Interview helpt om het zorgaanbod aan te passen aan de persoon en zijn context.

h

|1 0 | phaxx

nummer 1 – 2012

Desgevraagd blijken hulpverleners het Culturele Interview vooral te waarderen als het contact met de cliënt lastig is. Als dat goed is en er sprake is van eenduidige problematiek, menen hulpverleners het minder hard nodig te hebben. Bovendien vindt men het soms veelgevraagd om patiënten te laten reflecteren op hun leven. Daarom is het belangrijk de interviewvragen duidelijk uit te leggen en te werken met voorbeelden. Ondanks genoemde bezwaren zijn hulpverleners ervan overtuigd dat het Culturele Interview bijdraagt aan de opbouw van de relatie. Hierdoor krijgt de behandeling meer kans van slagen. Ook pa-



Mensen voelen zich beter op gemak door

begrip voor hun achtergrond. Bijvoorbeeld voor hun geloof.

tiënten menen dat het Culturele Interview bijdraagt aan een prettige kennismaking en een goede opbouw van de relatie met hun behandelaar. Het interview heeft niet alleen een positief effect op de relatie, maar ook op de inhoud van de behandeling. De toegevoegde informatie leidt namelijk tot een indicatiestelling en behandeling die beter aansluiten bij de patiënt. Op hun beurt waarderen patiënten het dat zij in het Culturele Inter-


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 11

view hun verhaal kwijt kunnen. Zij voelen zich beter op hun gemak door het begrip voor hun achtergrond. Een patiënte vertelde bijvoorbeeld het prettig te vinden dat ze tijdens het interview over haar islamitische geloof kon spreken en dat dit leidde tot een vervolggesprek met een imam.

zwakke punten Natuurlijk is het niet alles goud wat er blinkt. Het Culturele Interview heeft niet alleen plussen maar ook minnen. Volgens hulpverleners zijn de vragen soms wat ‘rigide’ of ‘star’, zodat ze aanpassing vereisen in het gesprek. Een ander punt van kritiek luidt dat de mogelijkheden van het interview onderbenut blijven vanwege het gebrek aan structurele inbedding. Het wordt soms gebruikt om ‘rekening te willen houden’ met het culturele aspect, terwijl een ‘gedegen vertaling’ naar de behandeling uitblijft. Kortom, terwijl hulpverleners ervan overtuigd zijn dat het Culturele Interview kan leiden tot een betere indicatiestelling en behandeling, blijkt tegelijk dat er te weinig gebruik van wordt gemaakt. Dit komt vooral omdat handvatten ontbreken om de uitkomsten te integreren in de behandeling. Zo zouden hulpverleners graag zien dat de uitkomsten standaard worden ingebracht tijdens diagnostiek-, indicatie- en behandelplanbesprekingen. Iets wat nu vaak niet gebeurt. Ook de patiënten zelf dragen kritiekpunten aan. Ten eerste ervaart ongeveer de helft van de respondenten de onderwerpen als emotioneel zwaar. Als tweede kritiekpunt wordt genoemd dat het doel van het interview niet altijd helder is. Hierdoor krijgen zij vragen voorgeschoteld die hen

het culturele interview in nederland In Nederland hebben psychiater Hans Rohlof en collega’s van ggz-instelling Centrum ’45 het Culturele Interview ontwikkeld. De vragenlijst is primair bedoeld om informatie over de cultuur en achtergrond van patiënten te verzamelen. Dit om beter inzicht te krijgen in hun leefwereld en culturele achtergrond. Simon Groen, cultureel antropoloog en werkzaam bij ggz-instelling De Evenaar, ontwikkelde op basis van het oorspronkelijke interview een beknopte versie (Groen 2006). De afname ervan kost minder tijd, maar levert toch voldoende informatie op. De belangrijkste gespreksthema’s zijn:

verbazen. Een duidelijke uitleg en introductie zijn dus onontbeerlijk.

De onderzoeksinformatie is verzameld door middel van observatie, interviews en analyse van patiëntendossiers. De interviews zijn afgenomen met sleutelinformanten bij zestien Nederlandse ggz-instellingen. Daarnaast is de toepassing van het Culturele In-

genomen worden in het behandelplan, waardoor de ‘meerwaarde’ van het Culturele Interview stijgt.

verbeterpunten Op grond van het onderzoek vallen er een aantal concrete verbeterpunten aan te wijzen. Zo ontbreken onderwerpen als discriminatie van de bevolkingsgroep waartoe een patiënt behoort in het herkomstland, en zijn of haar loopbaan (opleiding/werk) aldaar, in de lijst. De belangrijkste aanbeveling is echter dat de uitkomsten van het Culturele Interview ‘een volwassen plek’ dienen te krijgen in de behandeling. Zowel in de diagnostiek- als de behandelfase. Dit kan bevorderd worden door het verslag en het deelplan naar aanleiding van het Culturele Interview te laten bestaan uit kernpunten en niet uit (te)veel informatie, zoals nu. Deze kernpunten kunnen mee-

over het onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd als een kleinschalige, exploratieve pilotstudie waarin de volgende vragen centraal stonden: 1 Op welke wijze wordt er in het veld gebruikgemaakt van het Culturele Interview? 2 Wat zijn de ervaringen met het Culturele Interview van hulpverleners en patiënten binnen de geestelijke gezondheidszorg?

1 Identiteit: taal, etnische en sociale identificatie, betrokkenheid land van herkomst, uitsluiting en discriminatie, kernwaarden. 2 Verklaringen voor klachten: naam ziekte, klachten, hulpzoekgedrag. 3. Psychosociale omgeving: sociale steun, sociale stressoren, acculturatiestrategie. 4 Hulpverleningsrelatie: verwachtingen, interpretatie van symptonen, communicatie en taalvaardigheid, verschillen in etniciteit, status, gender en leeftijd. 5 Observatie en reflectie: invloed aanwezigheid verwanten of tolk, contactgroei, stemming en (nonverbale) reacties, impact verhaal patiënt en reactie hulpverlener.

terview onderzocht bij De Evenaar – Centrum voor Transculturele Psychiatrie NoordNederland, onderdeel van ggz Drenthe. Elf keer is de afname van het Culturele Interview in De Evenaar geobserveerd, waarbij de patiënten ook een aantal vragen over het interview hebben beantwoord. Daarnaast zijn tien andere patiënten en acht hulpverleners van De Evenaar geïnterviewd met open en gesloten vragen en met behulp van stellingen. Tot slot zijn tien patiëntendossiers doorgenomen en is tien maal het team geobserveerd tijdens een behandelplanbespreking. De verzamelde informatie is zowel kwantitatief als op inhoud geanalyseerd.

Blanchefleur Piksen werkt als psycholoog bij de organisatie Fier Fryslan.

Dit artikel is een verkorte versie van een hoofdstuk uit het boek Het Culturele Interview. In gesprek met de hulpvrager over cultuur en context. Deel 1: Praktijkervaringen, onder redactie van Rob van Dijk, Huub Beijers & Simon Groen. Deze uitgave van Pharos zal in het voorjaar van 2012 verschijnen. Het biedt een rijkdom aan informatie over de toepassingsmogelijkheden van het Culturele Interview in verschillende domeinen van de gezondheidszorg. Naast dit meer praktische handboek verschijnt tegelijkertijd: Het Culturele Interview. In gesprek met de hulpvrager over cultuur en context. Deel 2: Beschouwingen. In dit beschouwende deel wordt het Culturele Interview in een breder perspectief geplaatst en de lezer uitgenodigd tot reflectie. Voor meer informatie over beide uitgaven: zie www.pharos.nl .

nummer 1 – 2012 p h a x x

|1 1 |


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 12

>>> good practice thema’s zijn: regels en grenzen, pubers, en opvoeden in twee culturen.

‘laat oma thuis’ opvoeders in actie in rotterdam

werving ‘Het werven van vrijwilligers voor Ouders in Actie kan lastig zijn. In ieder geval zijn we afgestapt van alle schriftelijke wervingsvormen. Mondeling gaat natuurlijk het beste. Met name via zelforganisaties, de moskee of de kerk.’ Zo organiseerde een van de vrijwilligers bijeenkomsten na het vrijdaggebed in de moskee. Mannen én vrouwen kwamen erop af en praatten daar ter plekke samen over de opvoeding van de kinderen. Een Kaapverdiaanse ‘Ouder in Actie’ organiseerde op dezelfde wijze bijeenkomsten in de kerk. Ze had direct een groep van dertig belangstellenden bij elkaar. ‘Ik ga in het begin altijd een paar keer kijken en geef feedback. Een belangrijke leidraad is ‘laat oma thuis’, ook al klinkt het misschien wat negatief. Maar het is in ieder geval duidelijk. Oma staat voor: eigen Opvattingen, Meningen en Adviezen. Niet doen dus. Soms zeggen vrijwilligers zelf: ‘Nu ben ik aan het adviseren. Dat moet ik niet doen.’ Mensen pikken dit heel goed op. Het is fantastisch om te zien hoe zo’n gemêleerde groep met ouders vanuit allerlei culturen aan de praat raakt over opvoedingszaken. En het werkt. De ouders leren echt van elkaar. De opvoedingsspanning vermindert.’

Het programma Opvoeders in Actie van Stichting de Meeuw in Rotterdam is vijf jaar geleden ontwikkeld met als doel meer aandacht te besteden aan dagelijkse opvoedingsvragen. Over verschillende opvoedthema’s, meer dan dertig inmiddels, is veelsoortig materiaal ontwikkeld. Bij elk thema zijn er achtergrondinformatie, flyers, tips voor ouders en stapvoor-stap werkvormen beschikbaar. Alles in eenvoudige taal en op cd beschikbaar. Ondertussen is het programma uitgegroeid tot een good practice bij uitstek, waarover trainer en procesbegeleider Nicoline Hoos vol enthousiasme kan vertellen.

Bij opvoedparty’s komt de koektrommel op tafel.

foto: flickr



claudia biegel pvoeders in Actie bestaat uit een aantal deelprogramma’s waaronder Ouders in Actie en de Opvoedparty. ‘Het programma Ouders in Actie wordt uitgevoerd door enthousiaste ouders die als vrijwilliger met andere ouders tijdens groepsbijeenkomsten in gesprek gaan over opvoeding,’ vertelt Nicoline Hoos. ‘Het gaat in essentie om het bevorderen van de dialoog. Niet om mensen te overtuigen, of normen op te leggen over goed of fout. Behalve als het geweld betreft, dat keuren we in alle gevallen af.’ Alle vrijwilligers ontvangen training en ondersteuning vanuit De Meeuw. Maar uiteindelijk gaan ze zelfstandig aan de slag. ‘Wij vliegen als het ware in en uit’, aldus Hoos. ‘De ouders met wie wij werken doorlopen een heel traject bestaande uit

o

|1 2 | phaxx

nummer 1 – 2012

een intakegesprek, training, stage en verdiepingsbijeenkomsten. In principe zijn alle ouders welkom als vrijwilliger. Als zij tenminste de autoritatieve opvoedingsstijl onderschrijven. Dit betekent: zowel aandacht en liefde geven als duidelijke grenzen stellen. Ook moeten ze Nederlands spreken, maar als ze willen, kunnen ze de bijeenkomsten in de eigen taal geven.’ Opvoedparty’s zijn gesprekken over opvoeden bij mensen thuis, begeleid door een beroepskracht. ‘De party’s zijn heel kleinschalig en intiem: de koekjestrommel op tafel en een stuk of tien gasten.’ Zowel Opvoeders in Actie als Opvoedparty’s zijn laagdrempelige activiteiten die erop gericht zijn ouders elkaar te laten ontmoeten en in een goede en veilige sfeer te praten over een opvoedingsvraagstuk. Dit kan van alles zijn. Ouders kiezen zelf waarover ze het willen hebben. Top-

do’s en dont’s Een belangrijke ‘do’ volgens Hoos is het opbouwen en onderhouden van de persoonlijke band met de vrijwilligers. Niet alleen contact zoeken over het werk maar ook daarbuiten belangstelling tonen. Hoe gaat het ermee en met de kinderen? Net een stapje verder zetten dan nodig is, bijvoorbeeld meedenken over scholingsmogelijkheden – ook als dit niets met het project te maken heeft. ‘Daarbij moet je een lange adem hebben en veel geduld. Ik denk met name aan afspraken maken en nakomen. Zit ik ergens punctueel op tijd klaar, komt de rest van het gezelschap een uur later. Maar met zo veel enthousiasme en inzet dat we er tegen twaalven nog zitten.’ ‘Qua dont’s zou ik erop willen wijzen niet te vergeten dat je werkt met vrijwilligers. Laat ze niet het werk doen van betaalde krachten. Vooral in tijden van bezuinigingen is het van belang hier zeer alert op te zijn. Je moet heel flexibel zijn als je met vrijwilligers werkt. En de grenzen bewaken: mensen niet overvragen én je eigen grenzen in de gaten houden.’


28-02-2012

16:42

Pagina 13

foto: stuart freedman/hh

Phaxx 1_2012

gezondheidsbeleid voor migrantenjeugd in europa Geen twijfel aan noodzaak, maar aanpak verschilt Tussen jongeren uit verschillende migrantengroepen en hun autochtone leeftijdsgenoten bestaan gezondheidsverschillen. Zowel in Nederland als in de rest van Europa. Welk beleid zetten andere Europese landen in om deze verschillen aan te pakken?

uropa huisvest meer dan dertig miljoen mensen die buiten de eu geboren zijn. Internationale migratie is een gemeenschappelijke werkelijkheid, ook al verschillen de kenmerken van de migratiestromen per land. Immigratie en integratie betekenen zowel kansen als uitdagingen voor Europese landen, omdat de populatie meer heterogeen en mobieler wordt. De toegenomen culturele en etnische diversiteit stelt ook nieuwe eisen aan de toegankelijkheid en kwaliteit van de gezondheidszorg. Vanuit het perspectief van Europese integratie is met name de gezondheid van jongere

e

anne wijers, bram tuk

migranten van groot belang. Het gaat om een steeds groter deel van de Europese bevolking en de manier waarop deze jeugd zich opgenomen voelt in de samenleving is essentieel voor de toekomt. Gezondheid en welzijn zijn noodzakelijke elementen om scholing en arbeidsparticipatie mogelijk te maken. De omstandigheden waarin mensen geboren worden, opgroeien, leven en werken, zijn van invloed op hun gezondheid. Daarnaast spelen ook andere factoren, zoals biologische, een rol. Dit betekent dat er gezondheidsverschillen bestaan tussen mensen, afhankelijk van onder andere hun sociale en economische



Engeland besteedt speciale aandacht aan

psychologische welzijn van migrantenkinderen en -jongeren.

omstandigheden. Een betere sociaaleconomische positie in de maatschappij staat doorgaans garant voor een betere gezondheid.

gezondheidsverschillen Uit de Pharos-publicatie Migratie en Gezondheid 2011 – Feiten en Cijfers komt naar voren dat vrouwen met een migratieachtergrond een grotere kans hebben een kind te verliezen aan perinatale en zuigelin- 

nummer 1 – 2012 p h a x x

|1 3 |


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 14

gezondheidsbeleid voor migrantenjeugd in europa gensterfte dan anderen. Overgewicht, psychosociale en gedragsproblemen, soa’s en tienerzwangerschappen komen relatief vaak voor onder migrantenjeugd. Migrantenjongeren maken minder gebruik van cjg’s (Centra voor Jeugd en Gezin) en de geestelijke gezondheidszorg dan hun autochtone leeftijdsgenoten. Dit zijn voorbeelden van verschillen tussen de gezondheid en toegankelijkheid van de zorg tussen autochtone Nederlanders en migranten. Een vergelijkbaar beeld komt naar voren bij bestudering van dit thema in het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Duitsland. Ook al betreft het in deze landen andere bevolkingsgroepen en is er, net zoals in Nederland overigens, een grote verscheidenheid tussen de verschillende etnische groepen onderling, gezondheidsverschillen zijn er. Obesitas, en perinatale- en zuigelingensterfte gelden in alle landen als gezondheidsproblemen die meer voorkomen bij sommige groepen migranten. In Zweden vindt perinatale sterfte met name



overzicht van de positie van minderheden binnen de gezondheidszorg. Hierin worden onder andere vermeld welke maatregelen er zijn genomen ter verbetering van de zorg voor bme-groepen. Groot-Brittannië besteedt onder meer speciale aandacht aan het psychologische welzijn van migrantenkinderen en -jongeren. Het nationale programma Psychological Well-being of Children and Young People richt zich vooral op de toegankelijkheid van lokale gezondheidsdiensten voor bme-jeugd. Een van de manieren om de toegang te vergroten is het trainen en opleiden van personeel afkomstig uit deze groepen zelf.

zweden Zweden heeft pas vanaf de jaren negentig te maken met grootschalige immigratie vanuit niet-westerse landen, met name door de komst van asielzoekers en vluchtelingen. In 2003 is er een nieuw nationaal gezondheidsbeleid vastgesteld. Het scheppen van een gezonde omgeving en gezonde omstandigheden voor opgroei-

Een betere sociaaleconomische positie in de maatschappij staat doorgaans voor een betere gezondheid bij vrouwen plaats die afkomstig zijn uit Zuidelijk Afrika; in Duitsland bij Turkse vrouwen. En in het Verenigd Koninkrijk treft zuigelingensterfte vooral Caraïbische en Pakistaanse moeders.

verenigd koninkrijk In het Verenigd Koninkrijk heeft de overheid een brede, actieve en sturende rol om de gezondheid van migranten te verbeteren. De nadruk ligt hier op het tegengaan van discriminatie binnen de gezondheidszorg. Het gezondheidsbeleid richt zich dan ook vooral op inwoners met een Black and Minority Ethnic (bme) afkomst. Dit is een categorisering gebaseerd op etniciteit in plaats van op geboorteland, zoals in Nederland. Een beperking van deze classificatiemethode is dat er geen zicht is op verschillen tussen oudkomers en nieuwkomers. De specifieke behoeftes van nieuwkomers kunnen hierdoor in het nauw komen. Het overheidsbeleid is erop gericht de gezondheidsvoorzieningen voor bmegroepen te verbeteren. Sinds 2000 (de Race Relations Act) zijn alle instituten en ministeries verplicht om in al hun activiteiten alert te zijn op ongelijkheid en deze tegen te gaan. Vanaf 2002 publiceert het ministerie van Volksgezondheid om de drie jaar de Race Equality Scheme. Dit is een

|1 4 | phaxx

nummer 1 – 2012

ende kinderen en jongeren is een van de prioriteiten van dit centraal gecoördineerde beleid. De doelgroep wordt gevormd door nieuwe migranten tijdens de eerste twee tot vijf jaar van hun verblijf in Zweden. Mogelijk nadeel is dat migranten die al langer in Zweden zijn, buiten de boot vallen wat betreft speciale aandacht voor hun gezondheidssituatie. Betere informatie over de toegang, rechten en verantwoordelijkheden, en het bevorderen van samenwerking tussen verschillende organisaties vormen de kern van de Zweedse aanpak. Om alles goed te laten verlopen wordt medisch en ander personeel speciaal getraind. Voorlichters in Eigen Taal en Cultuur spelen een belangrijke rol.

betering van gezondheid en toegang tot de gezondheidszorg. Bijvoorbeeld door middel van taalvaardigheden, opleiding, werk, sport, media, maatschappelijk middenveld en onderzoek. Van 2003 tot 2006 is een landelijke enquête uitgevoerd naar de gezondheid van kinderen en jongeren. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn verschillende initiatieven ontwikkeld met speciale aandacht voor migrantenjeugd. Met name als het gaat om preventie, bevorderen van lichaamsbeweging en gezonde voeding. Duitsland schuwt de categoriale aanpak niet. Zo kunnen Turkse ouders gratis en in het Turks bellen naar een informatienummer over de noodzaak van vaccinaties voor hun kinderen.

best practices Opvallende uitkomst van de vergelijking tussen deze Europese landen is het verschil in ontwikkelingsstadia van het gezondheidsbeleid gericht op migranten. Terwijl dit in Duitsland nog in de kinderschoenen staat, is het in het Verenigd Koninkrijk al jaren structureel verankerd. Zweden springt eruit door de proactieve benadering gericht op recente nieuwkomers. Daarnaast zien we dat Zweden en Duitsland een categoriale aanpak hanteren, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland of Groot-Brittannië. Nadruk op de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren is iets wat alle onderzochte landen hoog in het vaandel dragen. De meest prangende vraag die na dit onderzoek overblijft, is natuurlijk die naar de effecten van de verschillende benaderingswijzen. In het kader van deze eerste inventarisatie is daar nog geen antwoord op te geven. Vervolgonderzoek zou daarom zeer zijn aan te bevelen. De gezondheid van migranten en hun kinderen dient op de onderzoeksagenda te blijven en Europese uitwisseling is noodzakelijk om via best practices elkaar te inspireren en nieuwe inzichten voor de toekomst te bieden.

duitsland Pas vrij recent zijn in Duitsland beleidsinitiatieven ontwikkeld op het gebied van gezondheid van migranten. De aanpak van gezondheidsverschillen en de gezondheid van migranten zijn onderdeel geworden van de integratiestrategie. In 2007 werd het eerste nationale integratiebeleid ontwikkeld met als onderdeel ver-

Anne Wijers is cultureel antropoloog en doorliep een traineeship bij Pharos. Bram Tuk is senior adviseur bij Pharos. Dit artikel is gebaseerd op een uitgebreide analyse van gezondheidscijfers en gezondheidsbeleid in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Duitsland.

Overgewicht, soa’s en tienerzwangerschappen komen relatief vaak voor onder migrantenjeugd


28-02-2012

16:42

Pagina 15

foto: klaas fopma/hh

Phaxx 1_2012

podium voor preventie A sielzoekers gebaat bij activering en psycho-educatie Ondanks de veerkracht van veel asielzoekers, ontwikkelt ongeveer tien procent na verloop van tijd milde tot ernstige psychische klachten. Veel asielzoekerscentra in Nederland bieden op preventie gerichte activiteiten aan. Dit aanbod is echter versnipperd en overzicht ontbreekt. Pharos heeft in een verkennend onderzoek de verschillende preventieactiviteiten in kaart gebracht.

erschillende onderzoeken tonen aan dat asielzoekers hun gezondheid als slecht beschouwen en klachten ondervinden op sociaal, psychisch en somatisch gebied. Bijna een op de drie asielzoekers kampt met aan trauma gerelateerde klachten als gevolg van wat zij in het land van herkomst of tijdens de vlucht doormaakten (Bloemen & Zwaan 2011, Gerritsen e.a. 2006, Steel e.a. 2009). Vooral ptss (posttraumatische stressstoornis) en depressie komen veel voor (De Jong e.a. 2001, Fazel e.a. 2005). Onderzoek wijst ook op de negatieve invloed van postmigratiefactoren zoals de asielprocedure en de moeilijke leefom-

v

merlijn van schayk

standigheden in de asielzoekerscentra (Laban e.a. 2005). Uit eerder onderzoek van Laban (2004) blijkt dat de psychische klachten van asielzoekers die langere tijd in Nederland verblijven, ernstiger zijn dan die van recent gearriveerden.

ervaringskennis Preventie is een kerntaak van de gezondheidszorg. Het helpt het herstel, de instandhouding en de bevordering van de gezondheid. Preventie van psychische problematiek betreft het verminderen van risicofactoren voor het ontwikkelen van psychische problemen. Het huidige preventieaanbod voor asielzoekers ligt voor-



Bij opzetten van activiteiten is het een vereiste

rekening te houden met de dynamiek van een azc. De continue toestroom en uitstroom van mensen.

namelijk in handen van de geestelijke gezondheidszorg en Stichting de Vrolijkheid (zie kader). Het aanbod richt zich op: een zinvolle dagbesteding, leren omgaan met de veranderde leefsituatie, kracht vinden om vorm te geven aan een nieuwe identiteit, kennis over het Nederlandse zorgsysteem en doorbreking van het sociaal isolement. Uit het onderzoek van Pharos kwam naar voren dat de preventieactiviteiten in de centra versnipperd zijn en ad hoc. Waar asielzoekers in het ene centrum kun- 

nummer 1 – 2012 p h a x x

|1 5 |


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 16

podium voor preventie nen kiezen uit verschillende activiteiten, staat er in het andere nauwelijks of geen psychosociale preventie op het programma. Op zoek naar de effecten van dit type preventie, werd al gauw duidelijk dat effectevaluaties ontbraken. Wel was er een schat aan ervaringskennis aanwezig. Met behulp van interviews hebben we deze kennis toegankelijk gemaakt. Zo is het in ieder geval mogelijk om zicht te krijgen op de randvoorwaarden waaraan preventie moet voldoen wil het succes hebben. In totaal spraken we met 28 respondenten. Allen zijn het erover eens dat asielzoekers baat hebben bij preventieprogramma’s die zijn gericht op activering, psycho-educatie en empowerment. Asielzoekers die hieraan deelnemen kunnen beter omgaan met stressoren of lichamelijke stressgerelateerde klachten en leggen gemakkelijker sociale contacten. Zo meldt een praktijkondersteuner van het Gezondheidscentrum Asielzoekers (gc a) dat de deelneemsters aan een creatieve vrouwengroep 

Nederlandse medisch systeem. Hierdoor nemen klachten en bezorgdheid af.’ Als voorbeeld van een preventiemethode die goed werkt, gooide vooral de vooren-doormethode hoge ogen. Voor-en-door staat voor het betrekken van mensen uit de eigen groep bij gezondheidsbevorderende activiteiten.

geleerde lessen Uit de inventarisatie van preventieactiviteiten en de afgenomen interviews kunnen een aantal lessen worden getrokken. Het gaat hierbij over randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor het opzetten van psychosociale preventieactiviteiten. Ten eerste is het van belang rekening te houden met de dynamiek van een azc. Ontwikkelingen in de asielprocedure, en toestroom en uitstroom van asielzoekers zijn allemaal factoren die hun weerslag hebben op het dagelijks leven van asielzoekers. Deze ongestructureerdheid en onvoorspelbaarheid hebben vanzelfsprekend ook gevolgen voor de preventieactiviteiten. Het kan gebeuren

‘Waar asielzoekers in het ene centrum kunnen kiezen, bestaat er in het andere nauwelijks of geen aanbod’ minder klachten hebben en hierdoor niet of minder een beroep doen op het gc a. Een trainer van het ggz-programma Mind-Spring (zie kader) vertelt: ‘Deelnemers worden rustiger, krijgen meer zelfvertrouwen en herkennen zich in andere deelnemers die met dezelfde problemen kampen. Daarnaast geeft de cursus invulling aan het gebrek aan kennis op het gebied van psychische problematiek en het

mind-spring Mind-Spring is een preventieprogramma gebaseerd op de voor-en-doormethode. Speciaal opgeleide asielzoekers en vluchtelingen geven psycho-educatie en psychosociale ondersteuning aan andere asielzoekers en vluchtelingen. De educatie vindt plaats in de eigen taal, en houdt rekening met cultuur en gewoonten. De getrainde asielzoeker of vluchteling werkt samen met en wordt gecoacht door een hulpverlener uit de ggz. In 2011 werd MindSpring in negentien azc’s gegeven. Naar verwachting zullen in 2012 op vijf nieuwe locaties programma’s worden opgestart. Voor meer informatie zie: www.mindspring.org.

|1 6 | phaxx

nummer 1 – 2012

dat deelnemers niet komen opdagen, of, zoals de coördinator van een muziek ensemble vertelt: ‘Een van je bandleden plotseling vlak voor een optreden wegvalt.’ Continuïteit in aanbod en structuur is daarom een vereiste. Dit betekent: een structureel aanbod, met een vaste ruimte en vaste gezichten. Voorts is samenwerking tussen de verschillende betrokken organisaties (ketenpartners) essentieel. Daar waar de samenwerking goed is, lopen de programma’s ook goed. Waar de samenwerking slecht is of niet aanwezig, lopen programma’s slecht. De rol van het gc a en vooral van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (coa) lijkt hierbij doorslaggevend. Verschillende coördinatoren van preventieprogramma’s wijzen erop dat deze twee ketenpartners dagelijks in contact zijn met de bewoners, zien wat er speelt en de mogelijkheid hebben om aan te geven wie er kwetsbaar zijn. Tot slot blijkt dat spanningen in het leven van asielzoekers vaak structureel zijn. Dit kan ook invloed hebben op de toepasbaarheid van het geleerde binnen preventieprogramma’s. Zo ondervond de coördinator van een vrouwengroep gericht op

stichting de vrolijkheid Stichting de Vrolijkheid is een multiculturele netwerkorganisatie van mensen afkomstig uit de meest uiteenlopende disciplines en achtergronden. Door middel van een creatief aanbod in asielzoekerscentra probeert de Vrolijkheid een bijdrage te leveren aan het verwerken van meegemaakte ervaringen en asielzoekers(kinderen) een kans te geven om hun talenten te ontdekken. Hierbij staat het vertrouwen op eigen kracht centraal. Voor meer informatie zie www.vrolijkheid.nl.

ontspanning dat de dagelijkse spanningen zo groot waren dat het niet lukte om het geleerde in praktijk te brengen.

hoe verder? In het huidige asiel- en opvangbeleid heeft de preventie van psychische problemen geen duidelijke plek. Het aanbod is versnipperd en berust op willekeur. Waar in het ene centrum preventie ruim vertegenwoordigd is, bestaat in het andere centrum nauwelijks aanbod. Daarom is het noodzakelijk om preventie in te bedden in bestaand beleid. Alleen dan kan preventie bijdragen aan het gestelde doel: asielzoekers sociaalpsychisch stabieler of sterker uit de procedure te laten komen. Kortom, het gaat om gezondheidswinst, waardoor het inburgeren of een eventuele terugkeer soepeler zullen verlopen. Merlijn van Schayk is onderzoeker en projectmedewerker bij Pharos. De literatuur gebruikt in dit artikel is op te vragen bij de redactie. Het preventieonderzoek Tijdens het onderzoek is gekeken naar het preventieaanbod vanaf 2000, zowel naar lopende als niet meer lopende programma’s. Na een inventarisatie zijn met 28 betrokken medewerkers interviews gehouden met behulp van een vragenlijst. In totaal zijn 23 preventieprogramma’s voor volwassen asielzoekers beschreven, inclusief de lessen die hieruit kunnen worden getrokken. Het onderzoeksrapport Podium voor Preventie. Een overzicht voor psychosociale preventie voor asielzoekers is gratis te downloaden via www.pharos.nl/programma/gezondheid_asielzoekers.

‘Deelnemers worden rustiger, krijgen zelfvertrouwen en herkennen zich in andere deelnemers’


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 17

>>> onderzoek migratie en gezondheid

creoolse surinamers en ghanezen zijn niet over een kam te scheren Epidemioloog Charles Agyemang kwam min of meer toevallig terecht in het onderzoeksveld etnische verschillen in de gezondheidszorg. Maar toen zijn interesse eenmaal was gewekt, schreef hij er zijn proefschrift over en voegde daaraan een lange lijst publicaties toe.

claudia biegel Uw onderzoek naar kwaliteit van behandeling bij hoge bloeddruk toont aan dat migranten in Engeland beter af zijn dan in Nederland, kunt u dat uitleggen?

Ten eerste is het Engelse gezondheidssysteem helemaal gratis. Je hebt geen verzekering nodig. Dus de drempel is lager. Verder wijzen de medische richtlijnen voor bloeddruk expliciet op etnische verschillen. Dat werkt. Engelse artsen weten waarop ze moeten letten bij behandeling van verschillende groepen migranten. Zo weigeren Afrikaanse mannen vaak bloeddrukverlagers te nemen. Ze zijn bang dat deze het seksuele functioneren aantasten. Hierover wordt in de Uk uitgebreid voorlichting gegeven. U vond ook dat diabetes meer voorkwam bij Nederlandse dan bij Engelse Hindostanen. Hoe valt dit te verklaren?

Precies weten we het niet. Wat in ieder geval opvalt, is dat de Engelse diabetes richtlijn specifiek aandacht besteedt aan etnische groepen. In Nederland gebeurt dit niet. Dat de kansen op diabetes verhogen na migratie, is bekend. Dat geldt trouwens niet alleen voor diabetes. In het algemeen verslechtert de gezondheid na migratie. Je ziet bijvoorbeeld ook meer overgewicht en hoge bloeddruk. Maar dat de gezondheid zich na migratie per land verschillend ontwikkelt, is minder bekend. Dit betekent dat ook factoren ná de migratie van invloed zijn. Daarop kun je sturen en dat is alleen al economisch gezien pure winst. Gezondheid is economische winst?

Natuurlijk. Wanneer mensen gezond zijn, kunnen ze bijdragen aan de samenleving. Ziek zijn is duur en bovendien slecht voor

de integratie. Groepen mensen raken in een isolement, er ontstaan sociale problemen. Je creëert als het ware een tijdbom. Daarom is het belangrijk op de hoogte te zijn van de gezondheid binnen verschillende groepen. Dat is nu niet zo. Neem als voorbeeld de Ghanezen hier in Amsterdam Zuidoost. Voor het Academisch Medisch Centrum (amc) zijn ze een van de grootste patiëntengroepen. Toch was er bijna niets bekend over hun achtergronden. Men ging ervan uit dat Creoolse Surinamers en Ghanezen over een kam zijn te scheren. Maar dat klopt niet. Het zijn bevolkingsgroepen vanuit twee verschillende continenten. In 2010 heb ik samen met andere collega’s onderzoek naar Ghanezen gedaan. Hoewel de meesten goed gezond waren, kwamen overgewicht, hoge bloeddruk en depressie veel voor. Verder bleken Ghanezen pas naar de dokter te gaan als ze echt heel ziek waren. Dat is duurder dan wanneer ze eerder zouden gaan. Het is dus economisch rationeel om ervoor te zorgen dat voorzieningen toegankelijker worden. Waarom zoeken Ghanezen pas zo laat hulp?

Een van de oorzaken is een fundamenteel wantrouwen tegen de Nederlandse gezondheidszorg. Veel Ghanezen denken dat huisartsen hun geen dure medicijnen willen voorschrijven. Het is in zulke situaties altijd moeilijk vast te stellen waar die beeldvorming vandaan komt. Waarschijnlijk heeft het veel te maken met communicatie. Daarnaast met onbekendheid. Zowel met de Nederlandse taal als het gezondheidssysteem en de manier van zorg verlenen. Voorlichting zou de negatieve beeldvorming kunnen bijsturen. Dat moet wel gericht gebeuren. Dat wil zeggen via de eigen netwerken zoals bijvoorbeeld de kerken.

Welk advies zou je de Nederlandse gezondheidszorg geven?

Nederland is een multi-etnische samenleving geworden. Dat betekent dat er oog moet zijn voor de gezondheid van alle groepen in de samenleving. Een gezonde bevolking is economische winst. Omdat veel migranten in een achterstandssituatie verkeren, zullen hun gezondheidsbehoeftes anders zijn dan die van de doorsnee autochtoon. Dit geldt trouwens ook voor autochtonen in een achterstandssituatie. Zorg afstemmen op die specifieke behoeftes is een groeiende noodzaak. Het kan niet zo zijn dat de gezondheidszorg alleen goed functioneert voor de autochtone middenklasse.

In 2010 heeft het amc in opdracht van de ggd Amsterdam onderzoek gedaan naar de gezondheid van Ghanezen in Amsterdam Zuidoost. 221 Ghanezen tussen de 18 en 60 jaar zijn geïnterviewd over hun gezondheid en lichamelijk onderzocht. Meer dan de helft van de Ghanezen bleek een te hoge bloeddruk te hebben. In heel Zuidoost bedroeg dit 27%. Ook overgewicht kwam meer dan gemiddeld voor, vooral bij vrouwen. Verschillende oorzaken kunnen bijdragen aan overgewicht. Met name voedingsgewoonten spelen een rol. In het algemeen bevat de Ghanese keuken minder vet dan de Nederlandse, worden er veel groentes gegeten en gebruikt men minder suiker. Daar staat tegenover dat etenstijden fluctueren en er weinig fruit wordt gegeten. Roken vormt geen serieus binnen de Ghanese gemeenschap. Het aantal rokende Ghanezen bedraagt 1%. Dit geldt zowel voor mannen als vrouwen.

nummer 1 – 2012 p h a x x

|1 7 |


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 18

>>> academisch kwartier Nieuws uit de Academische Werkplaats Migranten en Gezondheid(szorg). Met het oog op onderzoek (column van Walter Devillé), bespreking van boeken of onderzoeksrapporten en verslagen van bijeenkomsten. Meer informatie over de Academische Werkplaats: www.pharos.nl.

uit de academische werkplaats

aandacht voor oudere migranten in nederland



Het aantal niet-westerse allochtone ouderen van 65 jaar en ouder stijgt van ruim 70.000 nu naar ruim 520.000 in 2050. In de komende vijf jaar groeit het aantal 55plus-migranten tot 360.000 personen. Om een beeld te krijgen van de gezondheid, de zorgbehoefte en het zorggebruik van deze groeiende groep heeft Pharos de bestaande kennis gebundeld in de nieuwe publicatie Migratie en Gezondheid op een rij, feiten en cijfers (2012). Een algemene conclusie is dat de ervaren en

de fysieke gezondheid van oudere migranten gemiddeld slechter is dan die van autochtone ouderen. Aandoeningen als depressie, diabetes, hoge bloeddruk en gewrichtsproblemen komen vaker voor bij oudere migranten dan bij autochtone leeftijdsgenoten. Een ouderdomsverschijnsel als dementie zal volgens gegevens van de stichting Alzheimer Nederland (2010) met de vergrijzing duidelijk toenemen. Het aantal migranten met dementie zal vijf keer zo snel stijgen als het aantal autochtonen met dementie. Bij migranten is dementie vaak moeilijker vast te stellen. De problemen worden minder snel erkend en eerder gezien als onderdeel van het ouder worden. Tegelijkertijd maken oudere migranten minder gebruik van bepaalde zorg- en welzijnsvoorzieningen zoals de thuiszorg. Vaak spelen onbekendheid, te ingewikkelde procedures en taal- en culturele barrières een rol bij de verminderde toegankelijkheid. Ook zijn er vaak andere verwachtingen of wensen ten aanzien van de zorg. Doordat oudere migranten het Nederlands vaak slecht beheersen zijn zij gewend om hun kinderen in te schakelen die de

taal wel goed spreken. Echter, voor de tweede en derde generatie zal het op den duur steeds minder vanzelfsprekend worden om naast werk en gezin de (schoon)ouders te verzorgen en hen te helpen. Alle reden om de komende jaren aandacht te besteden aan deze groeiende groep migranten voor wie de zorgvoorzieningen nog lang niet optimaal toegankelijk zijn. Binnen Pharos is het nieuwe programma Ouderen gestart dat zich richt op toegankelijke en betere zorg voor oudere migranten. De Academische Werkplaats Migranten en Gezondheid(szorg) besteedt aandacht aan ouderen tijdens een minisymposium dat voorjaar 2012 plaatsvindt met als thema: Gezondheid en zorggebruik van oudere migranten in Nederland. Op dit symposium hopen we door kennisuitwisseling tussen onderzoek en praktijk helder te krijgen waar de prioriteiten liggen voor nieuw onderzoek en voor ondersteuning van de praktijk. Karen Hosper, Maria van den Muijsenbergh Coördinatoren Academische Werkplaats

een blik op onderzoek

participatie in de geestelijke gezondheidszorg



Er is al jaren aandacht voor participatie in de gezondheidszorg, vooral ook van de zogenaamde kwetsbare groepen in de maatschappij. Organisaties als de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg, de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, Zorgbelang Nederland en ZonMw hebben hier al verschillende activiteiten, workshops, onderzoeken en rapporten aan gewijd. In december promoveerde Cláudia Susana Soares de Freitas* op het thema participatie van cliënten in de geestelijke gezondheidszorg aan het ercomer instituut van de Universiteit Utrecht. Ze vergeleek de situatie onder Kaapverdianen in Nederland en onder interne migranten in Brazilië. Nederland en Brazilië hebben beide veel aandacht voor participatie van cliënten in de gezondheidszorg als een recht en hebben hier een wettelijk kader voor gecreëerd. Maar het maatschappelijk kader is heel verschillend: in Brazilië heeft participatie een politieke betekenis via herverdeling van politieke macht en controle naar de burgers toe. Nederland combineert marktwerking in de zorg met een democratische benadering. Beide landen ondervinden volgens Soares de Freitas moeilijkheden om voldoende mogelijkheden tot participatie te scheppen. Wel wordt erkend dat niet iedereen op dezelfde

|1 8 | phaxx

nummer 1 – 2012

manier is uitgerust om zijn stem te laten horen en dat er speciale inspanningen nodig zijn om iedereen te laten participeren. De belangrijkste conclusie van haar onderzoek is dat het bevorderen van de betrokkenheid van deze patiënten of cliënten een proactieve benadering vereist. Daarbij moet erkend worden dat gemarginaliseerde groepen vertrouwen en kracht dienen op te bouwen. En dat ze het gevoel moeten krijgen dat ze recht hebben om betrokken te worden in de gezondheidszorg. Succesfactoren voor participatie van psychiatrisch patiënten liggen zowel aan de vraagzijde als aan de kant van de zorgsector zelf. Zowel individuele als collectieve motivatie spelen een rol bij de patiënten. Individueel willen zij hun sociale integratie verbeteren, betaald werk vinden, het stigma als patiënt in de ggz afschudden en beter gebruikmaken van de ggz. Gezamenlijk willen ze erkenning van hun problemen en een grotere sociale rechtvaardigheid als patiëntengroep. Ze willen allerlei vormen van discriminatie tegengaan en hun leefomstandigheden verbeteren. Maar dit vraagt dat de zorgsector hun problemen en context erkennen, en dat deze mensen proactief en voortdurend benaderd worden om ze erbij te betrekken. Niet elke cliënt in de ggz is immers even goed op de hoogte van alle rechten op en mogelijkhe-

den tot participatie, en even goed toegerust om gebruik te maken van de bestaande mogelijkheden. Veel organisaties zijn zich hiervan bewust, maar hebben behoefte aan werkzame strategieën van aanpak. Walter Devillé Bijzonder hoogleraar Vluchtelingen en Gezondheid, Universiteit van Amsterdam/Pharos

* C.S. Soares de Freitas, Participation in mental health care by ethnic minority users: case studies from the Netherlands and Brazil. ercomer, Faculty of Social and Behavioral Sciences, University Utrecht, 2011.


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 19

Alzheimer Nederland (2010). Factsheet Cijfers en feiten over dementie en Allochtonen. Draak, M. van den & Klerk, M. de (2011). Oudere migranten. Kennis en kennislacunes. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Pharos (2012). Migratie en gezondheid op een rij. Feiten en cijfers: 2012 Schellingerhout, R. (2004). Gezondheid en welzijn van allochtone ouderen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

boekbespreking

werkboek eergerelateerd geweld - het organiseren van een lokale ketensamenwerking eergerelateerd geweld



Eergerelateerd geweld is een thema waar de overheid moeilijk vat op krijgt. Op basis van ervaringen in Rotterdam is het Werkboek Eergerelateerd Geweld - Het organiseren van een lokale ketensamenwerking eergerelateerd geweld gepubliceerd. Het is bedoeld voor managers, ketenregisseurs en directieleden van profit- en non-profitorganisaties die met dit thema te maken krijgen. Tevens is het zo geschreven dat het in opleidingen gebruikt kan worden. Het boek bestaat uit vijf modules. De eerste module beschrijft wat eergerelateerd geweld is en achtergronden ervan. Het begrip eer wordt onder een vergrootglas gelegd. De auteurs slagen er goed in om belangrijke begrippen als eer, respect en sociale uitsluiting van exotisme te ontdoen. Met voorbeelden als de collectieve buitensluiting van voorma-

lige nsb’ers na de Tweede Wereldoorlog, maar ook met uitleg over actuele nieuwsfeiten. Aan eergerelateerd geweld liggen volgens de auteurs logische en universele redeneringen over schuld en verantwoording ten grondslag. Paradoxaal is dat hoe helder de uitleg ook, het je als lezer soms moeite kost om echt vat te krijgen op de vele complexe aspecten van eergerelateerd geweld. De auteurs stellen voor om termen als ‘collectivistische cultuur’ en ‘groepscultuur’ te vervangen door ‘familiecultuur’. De uitleg over de totstandkoming van huwelijken in migrantenfamilies is helder. Het is noodzakelijke kennis om iets van de conflicten te begrijpen. Opvallend is dat de dominante en onveranderlijke rol van de mannen in de gemeenschap (het patriarchaat) als oorzaak van eergerelateerd geweld gerelativeerd wordt. Breder kijken naar bijvoorbeeld sociale overlevingsmechanismen van groepen als oorzaak geeft volgens de auteurs meer houvast. De modules: Landelijk beleid, Implementatie van ketengericht samenwerken, en Ketenaanpak Rotterdam, vormen de kern van het boek. Deze hoofdstukken zijn geschreven vanuit de invalshoeken organisatiekunde en bedrijfskunde, met een grote nadruk op ketensamenwerking. Essentieel blijkt de organisatieoverstijgende ketenregisseur met vergaande bevoegdheden over de grenzen van organisaties heen. De laatste module gaat over casuïstiek en reflectie. Daarin staan bijvoorbeeld adviezen over de gewenste samenstelling van het personeel van Advies- en Steunpunten Huiselijk Geweld en benodigde competenties. Het is met 350 bladzijden een lijvig werk-

Werkboek Eergerelateerd Geweld. Het organiseren van een lokale ketensamenwerking eergerelateerd geweld. R. Ermers, J. Goedee, M. Albrecht & R. de Jong, Boom|Lemma, Den Haag, 2010 350 p, € 35,00, isbn 978 90 5931 576 1

boek. Het is ook een technisch boek, met als doel een weerbarstige praktijk beheersbaar te maken. Of dat helemaal lukt wordt niet duidelijk, maar dit boek draagt zeker bij aan het grip krijgen op eergerelateerd geweld. Bram Tuk Senior adviseur Pharos

verslag bijeenkomsten

gezondheid van migranten: uitdagingen en verplichtingen



Manon Stockmann, programmamanager Somatische zorg bij Pharos, nam onlangs deel aan de conferentie Migrant Health: Challenges and Obligations in Windsor, Engeland. Deze conferentie werd van 2527 januari georganiseerd door de organisatie Cumberland Lodge, om de voortuitgang in het Verenigd Koninkrijk op het gebied van ‘migrant health’ te reviewen en aanbevelingen te formuleren voor de toekomst. Centrale thema’s op deze conferentie waren: monitoring migrant health, policy and legal frameworks, affecting migrants’ health en migrant-sensitive health systems. De sprekers over deze onderwerpen kwamen onder ande-

re van het Britse Department of Health, de who, de Health Protection Agency, en de universiteiten van Glasgow en Manchester. Zowel beleidsmakers, onderzoekers als uitvoerders hielden presentaties. Opvallend vond ik de vele overeenkomsten in vragen die leven in het werkveld, de geschetste problematiek (Groot-Brittannië heeft ongeveer hetzelfde percentage migranten als Nederland), de sfeer in het politieke debat en de organisatie van de eerste lijn (de General Practicioner als poortwachter). Twee presentaties die met name voor het programma Somatische zorg van Pharos relevant zijn licht ik eruit: • De Universiteit van Glasgow doet onderzoek naar toegankelijkheid van de huisartsenzorg. Huisartsen worden hierover geïnterviewd en de ervaringen en meningen van migranten worden in focusgroepen bespro-

ken. Ook ons bekende zaken werden door patiënten genoemd: zij spraken hun verbazing/ongenoegen uit over de arts die naar de computer kijkt in plaats van de patiënt te onderzoeken, en over de huisarts die aan de patiënt vraagt wat deze zelf denkt dat de klacht zou kunnen zijn. • De Migrant Health Guide is de Engelse variant van de website Huisarts-migrant.nl. De presentatie over deze website leverde niet alleen nadere informatie op, maar ook contact met de mensen achter de site. Afgesproken is te leren van elkaars ervaringen en ideeën over de verdere ontwikkeling van beide websites met elkaar te delen. Voor website Huisarts-migrant zie www.huisarts-migrant.nl Manon Stockmann Programmamanager Somatische zorg Pharos

nummer 1 – 2012 p h a x x

|1 9 |


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 20

>>> informatie- en adviespunt pharos

onnodig wachten Een verpleegkundige mailt het Informatie- en adviespunt van Pharos over de volgende casus. Zij gaat wekelijks langs bij een Algerijns gezin. De heer des huizes heeft een wond onder aan de rug die verzorgd moet worden. Elke keer dat de verpleegkundige zich meldt, verdwijnt de man samen met een aantal andere heren naar boven om een rituele wassing (woedoe) uit te voeren. De verpleegkundige krijgt thee aangeboden en zit dan, samen met de echtgenote van de man, 20 minuten tot een half uur te wachten. Vervolgens wordt zij naar boven geroepen, waar de patiënt op de wondverzorging wacht. De mannen blijven bij de verzorging aanwezig, terwijl de echtgenote in de woonkamer blijft.

De verpleegkundige geeft aan dat zij het lastig vindt om te wachten tot meneer klaar is voor de verzorging. Ook voelt ze zich niet op haar gemak, omdat er meerdere mannen, die voor haar geen duidelijke functie hebben, bij de verzorging aanwezig zijn. Tot slot vindt zij dat de verzorging van de wond helemaal niet boven hoeft plaats te vinden, maar prima in de woonkamer kan gebeuren. Zij vraagt Pharos om advies.

>> advies Allereerst is het belangrijk dat de verpleegkundige begrijpt welke functie een rituele wassing heeft . De woedoe, ofwel de kleine wassing, wordt uitgevoerd als men in contact is geweest met overledenen, maar ook met bloed, ontlasting, urine, pus of andere lichaamseigen stoffen. Voor- en nadat men een wondverzorging ondergaat, is het gebruikelijk deze kleine wassing uit te voeren. Uiteraard kan dit gedaan worden zonder dat de verpleegkundige in huis aanwezig is. Omdat zij meerdere patiënten op een dag moet verzorgen, is het logisch dat zij tijdsdruk ervaart. De oplossing hiervoor kan zijn dat zij ongeveer een half uur voordat ze arriveert, de patiënt laat weten dat zij er aankomt. Deze kan dan alvast zijn rituele wassing uitvoeren, en de verpleegkundige kan aan de slag zodra ze bij de patiënt arriveert. Ik raad haar aan de patiënt uit te leggen waarom zij het liever op deze manier doet. In dit gesprek zou zij ook kunnen vragen waarom al die mannen steeds aanwezig zijn bij de wondverzorging en waarom juist de echtgenote ontbreekt. Ik adviseer haar wel deze vraag slechts te stellen als de aanwezigheid van de mannen haar hindert bij de uitvoering van haar taak, of omdat zij oprecht benieuwd is. Zij kan er ook voor kiezen om deze vraag een keer aan de echtgenote te stellen tijdens het gezamenlijk wachten totdat de patiënt klaar is voor de verzorging.

|2 0 | phaxx

nummer 1 – 2012

Het feit dat de verzorging in de slaapkamer plaatsvindt in plaats van in de woonkamer is niet vreemd. Immers, dit zie je ook vaak als er bijvoorbeeld een fysiotherapeut aan huis komt om oefeningen te doen met een patiënt. De ervaring leert dat als men belangstellend vragen stelt, de ander vaak zeer bereid is om deze te beantwoorden. En dit is niet cultuurgebonden. De verpleegkundige wacht het volgende bezoek af om het gesprek met de patiënt en zijn echtgenote aan te gaan. Zij zal dan ook afspreken dat zij hen voortaan een half uur van te voren belt.

Het protect vroegsignaleringsinstrument leidt tot opsporing van slachtoffers van martelingen en andere onmenselijke behandelingen en helpt bij een vlotte doorverwijzing naar adequate zorg. Het instrument is ontwikkeld door het protectproject, bestaande uit een aantal organisaties in Europa, waaronder Pharos. Aan de hand van een korte vragenlijst kunnen psychische klachten geïdentificeerd worden. Het protect instrument met handleiding en achtergrondinformatie, is gemaakt door experts op medisch-psychiatrisch gebied in samenwerking met asieljuristen en –opvangmedewerkers. Naast verwijzing kan protect van belang zijn om te pleiten voor aanpassingen in de asielprocedure, met name het gehoor. Ook kan het gebruikt worden om aanpassingen in de opvangvoorzieningen te bewerkstelligen. protect bestaat enerzijds uit een boekje waarin naast de vragenlijst het Europees juridisch kader met betrekking tot asiel en de wetenschappelijke verantwoording opgenomen is. Daarnaast: de verkorte werkversie. Deze bestaat uit de vragenlijst en de beantwoording van veelgestelde vragen (faq’s). Het protect vroegsignaleringsinstrument kan ook door leken gebruikt worden, maar een korte training vooraf wordt sterk aangeraden. Beide documenten zijn te downloaden op www.pharos.nl via gezondheid asielzoekers en vroegsignalering asiel. Vragen over dit project? Neem contact op met Erick Vloeberghs (e.vloeberghs@pharos.nl) of Evert Bloemen (e.bloemen@pharos.nl).

Charo Soccodato-Magán Smit, Mirjam Schouten Informatie- en adviespunt Pharos

Bereikbaarheid Informatie- en adviespunt en Lampion Telefonisch zijn wij bereikbaar op dinsdag en donderdag van 10.00 tot 14.00 uur. U kunt uw vragen ook stellen via een formulier op www.pharos.nl of via e-mail: adviespunt@pharos.nl. Deze vragen worden op de eerstvolgende dinsdag of donderdag beantwoord.

Wie krijgt u aan de lijn? Charo Soccodato-Magán Smit heeft bij verschillende gezondheidsbevorderende instituten gewerkt. Zij werkt ruim zes jaar bij Pharos, waarvan de laatste twee jaar op het Informatie- en adviespunt. Mirjam Schouten heeft lange tijd gewerkt als medewerkster gezondheidsbevordering in asielzoekerscentra. Daar hield zij zich bezig met preventieve activiteiten en voorlichting.

foto: goedele monnens

>> vraag

vroegtijdige signalering van trauma’s in de asielprocedure

de rol en positie van de migrant als klant in de zorg

Begin november organiseerden Pharos en de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (rvz) hun jaarlijkse conferentie over de rol en positie van de migrant als klant in de zorg. Met het thema ‘Het heft in eigen handen’


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 21

>>> pharos-nieuws

nieuwe brochure met algemene informatie over pharos

De brochure met algemene informatie over Pharos is volledig herzien. Te lezen valt waar Pharos voor in te schakelen is en hoe Pharos daarbij te werk gaat. Aan de hand van voorbeelden uit de Pharos-praktijk geeft de brochure een beeld van de brede inzetbaarheid van het kenniscentrum. Een greep uit de beschreven werkzaamheden: 1) Pharos adviseerde een organisatie binnen de fysiotherapeutische zorg over het in gebruik nemen van een vragenlijst die ook laaggeletterde patiënten zelfstandig kunnen invullen. 2) Een adviestraject voor de Centra voor Jeugd en Gezin mondde uit in een praktische handreiking om de migrantenjeugd en hun ouders beter te bereiken. 3) Pharos biedt masterclasses aan voor huisartsen in achterstandswijken. Deze nascholingen zijn tot stand

tolken

De Tweede Kamer heeft eind december besloten om de collectieve financiering van tolken per 1 januari 2012 te stoppen. De meerderheid in de kamer en de minister vinden dat patiënten zelf verantwoordelijk zijn voor het beheersen van de Nederlandse taal. Het belang van het machtig zijn van de Nederlandse taal wordt breed onderstreept. Ook als randvoorwaarde voor goede gezondheid. Toch is het stopzetten van financiering van tolken een omstreden besluit. Door vele professionals en organisaties, waaronder Pharos, is aangetoond dat deze maatregel contraproductief is en meer geld zal kosten dan opleveren. Omstreden ook, omdat het implicaties heeft voor een van de meest fundamentele uitgangspunten in ons stelsel: kwaliteit en veiligheid van zorg voor alle burgers. Zonder aanzien des persoons en ongeacht achtergrond. Verwacht wordt dat de maatregel zal leiden tot het minder inzetten van tolken, ook daar waar dat eigenlijk nodig is. Uit vele onderzoeken weten we dat het niet inzetten van tolken aanzienlijke risico’s met zich meebrengt bij diagnose en behandeling. De belangrijkste organisaties in de gezondheidszorg hebben daarom gepleit voor een oplossing voor het tolkenvraagstuk. Zij achten dit nodig vanuit het oogpunt van kwaliteit, financiën en ethisch perspectief. Die is er nog niet gekomen. Organisaties en professionals zijn nu allemaal hun individuele oplossingen aan het zoeken. Sommige organisaties laten patiënten zelf betalen voor een tolk; andere nemen de kosten voor eigen rekening. Diverse organisaties zetten meer informele tolken in. Vaak kinderen. Over de consequenties van

gekomen in samenwerking met de lhv en het nhg. De brochure is via www.pharos.nl (uitgeverij/ brochures) te downloaden of als papieren versie te bestellen.

zero tolerance day 2012

De jaarlijkse internationale dag in het teken van de strijd tegen meisjesbesnijdenis werd zoals gebruikelijk op 6 februari georganiseerd. Dit keer in Den Haag met als thema: ‘Community approach’– het bouwen van bruggen tussen gemeenschappen in Nederland, Europa en Afrika. Worden er al bruggen gebouwd ten behoeve van de uitbanning

foto: goedele monnens

wilden de organisatoren in kaart brengen welke successen er al zijn geboekt, maar vooral ook de nadruk leggen op wat patiënten/cliënten zelf kunnen doen om de zorg goed te laten aansluiten bij hun wensen en behoeften. Onder de vele aanwezigen waren vertegenwoordigers van zorgverzekeraars, zorgaanbieders, ambtenaren, patiënten- en cliëntenorganisaties, kenniscentra, VluchtelingenWerk, Wmo-raden, en docenten en studenten. Op verschillende momenten bleek dat de inzet van digitale media een belangrijk instrument kan zijn voor de bevordering van zelfmanagement. Voorbeelden zijn instructiefilmpjes van patiënten voor patiënten op YouTube, het groeiende gebruik van e-health en bijdragen van patiënten in een wiki voor het opstellen van informatiefolders. In Eindhoven wordt de inzet van ict getest bij een groep Turkse senioren en hun mantelzorgers. Veel tips, aanbevelingen en good practices kwamen voorbij, zoals het belang van cultuursensitief management en aandacht hiervoor tijdens opleidingen. Op de website www.pharos.nl staat een link naar de verslagen van alle presentaties, interviews en workshops.

dit laatste is in verschillende onderzoeken uitvoerig bericht. Pharos blijft partijen (landelijk, lokaal, professionals en cliënten) informeren en adviseert over oplossingen. We zullen de komende tijd, in overleg met andere organisaties zoals de knmg, lvg en Mikado, monitoren en zichtbaar maken welke oplossingen gehanteerd worden door organisaties en professionals. We zullen nagaan welke goed of niet goed werken en wat de gevolgen zijn voor de kwaliteit, toegankelijkheid en veiligheid van zorg. Voorts gaan we na hoe de oplossingen zich verhouden tot het kwaliteitskader -de veldnormen voor de inzet van tolken - dat de sector zelf heeft vastgesteld. Neem dus contact met ons op als u op dit gebied zaken door kunt geven. Een ding is duidelijk: het zoeken naar een verantwoorde oplossing voor de tolkenkwestie zal nog wel even doorgaan. Voor informatie doorgeven over tolken, ga naar www.pharos.nl of neem contact op met programma manager Frea Haker. Monica van Berkum Directeur Pharos

van vrouwelijke genitale verminking (vgv)? Zo ja, door wie en hoe? Verschillende sprekers uit binnen- en buitenland gingen op deze vraag in. fsan (Federatie Somalische Associaties Nederland) vertoonde een documentaire over een uitwisselingsprogramma tussen de Egyptische organisatie Better Life Association for Comprehensive Development ( blacd) en de Angels of Change van fsan. blacd zet zich zowel op lokaal als op internationaal niveau in tegen vgv. Door het Nederlands-Egyptische uitwisselingsprogramma kwamen interessante overeenkomsten, maar ook verschillen aan het licht. De aanpak in het ene land werkt niet altijd goed in het andere.

nummer 1 – 2012 p h a x x

|2 1 |


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 22

>>> signaleringen Deze rubriek bevat een selectie uit de publicaties

K. Anujuo ... [et al.]. - In: European Journal of Pu-

die het Informatie- en documentatiecentrum

blic Health (27 Sept. 2011), [5 p.].

(Infodoc) van Pharos heeft verworven. Een volledig overzicht van de nieuwe aanwinsten staat op

ⓦ Fleeing homo phobia: asylum claims related to

www.pharos.nl. Infodoc is van maandag tot en met

sexual orientation and gender identity in Europe

donderdag van 9 tot 12.30 bereikbaar via 030 234

S. Jansen, Th. Spijkerboer. - Amsterdam: coc

98 07. Voor bezoek graag een afspraak maken.

Nederland, Vrije Universiteit Amsterdam, 2011. 86 p.

ongedocumenteerden, illegalen en uitgeprocedeerden

ⓦ Leaving detention ...: a study on the influence

of immigration detention on migrants’ decision-

making processes regarding return M. Kox. - The

Hague: International Organization for Migration (iom), 2011. - 116 p.

ⓦ The development of socio-economic health dif-

ferences in childhood: results of the Dutch longitudinal piama birth cohort A. Ruijsbroek, A.H. Wij-

ga, M. Kerkhof ... [et al.]. - In: bmc Public Health;

ⓦ Migrants in an irregular situation: access to

Jrg 11 nr. 225 (2011).

healthcare in 10 European Union Member States.

- Luxembourg: European Union Agency for Fun-

rokkaans Nederlandse kinderen en jongeren: eind-

92-9192-709-8.

rapportage van een onderzoek naar de aard en omvang van emotionele, gedrags- en andere psy-

asielzoekers en vluchtelingen nieuwkomers algemeen

ⓦ Psychische problemen en stoornissen bij Ma-

damental Rights (fra), 2011. - 68 p. - isbn 978-

chische problemen en stoornissen en risico- en beschermende factoren bij Marokkaans Neder-

Asielzoekers: ziek door trauma's van ver weg

landse kinderen en jongeren M. Adriaanse, L. van

gie & Gezondheid; Jrg. 39 nr. 3 (2011), p. 132-137. -

ⓦ Assessing psychological symptoms in recent

immigrant adolescents S.G. Patel, M.A. Kull. - In:

Domburgh, W. Veling ... [et al.]. - Duivendrecht:

Themanummer Trauma & Cultuur.

Journal of Immigrant and Minority Health; Jrg.

vu Medisch Centrum, Afdeling Kinder- en Jeugd-

13 nr. 3 (2011), p. 616-619.

psychiatrie, 2011. - 66 p.

of juist van heel dichtbij? K. Laban. - In: Psycholo-

Common mental health problems in immi-

grants and refugees: general approach in primary

ⓦ Cultuur en opvoeding L. Eldering. - 6e, herz.

ⓦ Intercultural encounters in counselling and

care L.J. Kirmayer, L. Narasiah, M. Munoz ... [et

ed. - Rotterdam: Lemniscaat, 2011. - 367 p. - (Or-

psychotherapy: communication with the help of in-

al.]. - In: Canadian Medical Association Journal;

tho) 1e dr.: 2002. - isbn 978-90-477-04164.

terpreters M. Wenk-Ansohn, N. Gurris. - In: Tor-

ture; Jrg. 21 nr. 3 (2011), p. 182-185.

Jrg. 183 nr. 12 (6 Sept. 2011), p. e959-e967.

ⓦ Ouders en kinderen samen: meergezinsbehan-

ⓦ Communicable and non-communicable disea-

ses among recent immigrants with implications for

ⓦ Breast and stomach cancer incidence and sur-

primary care: a comprehensive immigrant health

vival in migrants in the Netherlands, 1996-2006

klachten T. Mooren. - In: Psychologie &

approach R. Asgary, R. Naderi, K.A. Swedish ...

M. Arnold, M.J. Aarts, S. Siesling ... [et al.]. - In:

Gezondheid; Jrg. 39 nr. 3 (2011), p. 169-174. -

[et al.]. - In: Journal of Immigrant and Minority

European Journal of Cancer Prevention; Jrg. 20

Themanummer Trauma & Cultuur.

Health; Jrg. 13 nr. 6 (2011), p. 990-995.

nr. 3 (May 2011), p. 150-156.

deling van vluchtelingen met complexe trauma-

ⓦ Comparison of two methods of inquiry for tor-

ⓦ Contributions and challenges of cross-national

ⓦ Ethnic disparities in cardiovascular disease

ture with East African refugees: single query ver-

comparative research in migration, ethnicity and

risk: the distribution of risk factors among Amster-

sus checklist J. Westermeyer, M. Hollifield, M.

health: insights from a preliminary study of ma-

dam residents with a Turkish and Moroccan ethnic

Spring ... [et al.]. - In: Torture; Jrg. 21 nr. 3 (2011),

ternal health in Germany, Canada and the uk S.M.

background J.K. Ujèiè-Voortman. - Amsterdam:

p. 155-172.

Salway, G. Higginbottom, B. Reime ... [et al.]. - In:

J.K. Ujcic-Voortman, 2011. - 202 p. - isbn

bmc Public Health; Jrg. 11 nr. 514 (2011), [13 p.].

9789064645167.

ⓦ The cost of war and the cost of health care: an

epidemiological study of asylum seekers A. Bi-

ⓦ Het land van aankomst maakt verschil: migran-

schoff, K. Denhaerynck, M. Schneider ... [et al.]. -

ten in Engeland gezonder dan in Nederland

In: Swiss Medical Weekly; Jrg. 141 nr. 13252 (11

V. Huijbregts. - In: Mediator; Jrg. 22 nr. 5 (2011),

Oct. 2011).

p. 8-9.

ⓦ Psychosomatiek bij vluchtelingen H. Rohlof. -

ⓦ Improving hiv data comparability in migrant

In: Psychologie & Gezondheid; Jrg. 39 nr. 3

populations and ethnic minorities in eu/eea/efta

(2011), p. 154-158. - Themanummer Trauma &

countries: findings from a literature review and ex-

Cultuur.

pert panel. - Stockholm: European Centre for Dis-

ease Prevention and Control, 2011. - 90 p. - isbn

ⓦ Relationship between post-traumatic stress

978-92-9193-304-4.

kers in the Netherlands Ch. Agyeman, S. Goosen,

ⓦ How do psychosocial determinants in migrant

disorder and diabetes among 105180 asylum see-

|2 2 | phaxx

nummer 1 – 2012


Phaxx 1_2012

28-02-2012

16:42

Pagina 23

women in the Netherlands differ from these among their counterparts in their country of ori-

agenda

gin?: a cross-sectional study V. Nierkens, M.V.

van der Ploeg, M.Y. van Eer ... [et al.]. - In: bmc Public Health; Jrg. 11 nr. 397 (2011), [8 p.].

ⓦ An occupational therapy approach to the sup-

port of a young immigrant female’s mental health: a story of bicultural personal growth P. Poorema-

mali, M. Östman, D. Persson ... [et al.]. - In: International Journal of Qualitative Studies on Health and Well-being; Jrg. 6 nr. 3 (2011).

ⓦ Sociale en culturele problemen bij het opvol-

gen van leefstijladviezen door allochtone diabetici

Y.J.F.M. Jansen, P.J.M. Uitewaal, A. Wijsman ... [et al.]. - In: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde; Jrg. 155:A3117 nr. 37 (2011), [6 p.].

ⓦ Traumabehandeling na eenmalig seksueel ge-

weld: hoe kan drop-out van Turkse en Marokkaan-

Intercultureel Vakmanschap van pedagogen en psychologen  Psychologen en (ortho)pedagogen werken met kinderen en ouders in een praktijk die steeds diverser is samengesteld. Datum 20 april 2012 Locatie Driebergen-Zeist Meer informatie www.intercultureelvakmanschap.nl

4e Nationaal Congres Opvoedingsondersteuning  Het 4e Nationaal Congres Opvoedingsondersteuning richt zich op de vraag hoe we kennis over ouderschap kunnen gebruiken bij opvoedingsondersteuning. Datum 1 juni 2012 Locatie De Reehorst, Ede Meer informatie www.nji.nl

Nederlands Congres Volksgezondheid 2012  Volksgezondheid 2.0 De toekomst van de volksgezondheid Speciale aandacht voor de volksgezondheidsproblemen van de toekomst Datum 11 t/m 12 april 2012 Locatie Amsterdam Meer informatie www.ncvgz.nl

Slotbijeenkomst ZonMw Diversiteit in het jeugdbeleid  De ZonMw-programma's Diversiteit in het Jeugdbeleid en Vrijwillige inzet voor en door jeugd en gezin presenteren hun resultaten. Datum 14 juni 2012 Locatie Den Bosch Meer informatie www.zonmw.nl

se meisjes worden verminderd? J. Gouweloos,

A.Kremers, A. Sadat ... [et al.]. - In: Psychologie & Gezondheid; Jrg. 39 nr. 3 (2011), p. 175-179. - Themanummer Trauma & Cultuur.

freedom and criminal law] W.M. Limborgh. - Nij-

Choté, 2011. - 192 p. - Proefschrift Erasmus Uni-

megen: Wolf Legal Publishers (wlp), 2011. - x,

versiteit Rotterdam. - isbn 978-94-6169-073-9.

ⓦ Integratie én uit de gratie: perspectieven van

269 p. - Proefschrift Erasmus Universiteit Rotter-

Marokkaans-Nederlandse jongvolwassenen

dam. - Samenvatting in het Engels. - isbn 978-

J. Omlo. - Delft: Eburon, 2011. - 158 p. - isbn 978-

90-5850-678-8.

90-5972-569-0.

Vaderschap 2.0: opvoedingsondersteuning

vrouwelijke genitale verminking

ⓦ Our selves, our daughters: community-based

education and engagement addressing female ge-

ⓦ 21 stralen G. Abdurahman, K. Wesselink. -

voor vaders van nu S. de Hoog

nital cutting (fgc) with refugee and immigrant afri-

[Amsterdam]: Goli Abdurahman: Karin Wesse-

H. Harthoorn, R. Servage - Utrecht: E-Quality,

can women in Winnipeg - 2010-2011: final activity

link, 2011. - 212 p. - 978-94-9019-818-5. - Auto-

2011. isbn nummer: 978-90-73716-25-4.

and evaluation report- Winnipeg, Manitoba:

Sexuality Education Resource Centre (serc),

biografie. Een Koerdische vrouw uit Amsterdam vertelt over haar gevecht tegen borstkanker.

ⓦ Beter begrepen, sneller bereikt: evaluatie van

2011. - 79 p.

het culturele interview en een cursus interculturele

ⓦ Culturele vrijheid en het strafrecht [Cultural

communicatie bij patiënten van De Evenaar S.P.N.

ⓦ Impact of psychological disorders after female

Groen, C.J. Laban. - Beilen: De Evenaar, 2011. - 111

genital mutilation among Kurdish girls in Northern

p.: tab. - isbn 978-90-810293-7-7.

Iraq J.I. Kizilhan. - In: European Journal of Psy-

chiatry Jrg 25 nr 2 (2011), p. 92-100.

ⓦ Ik wil niemand tot last zijn: over stille een-

zaamheid onder oudere migranten in Nederland

ⓦ Out of Eastern Africa: defibulation and sexual

(eindred.) A. van Unen. - Utrecht: forum, 2011. -

function in women with female genital mutilation

30 p. - isbn 978-90-5714-168-3.

E. Krause, S. Brandner, M.D. Mueller ... [et al.]. In: Journal of Sexual Medicine; Jrg. 8 nr. 5 (May

ⓦ Ethnic differences in antenatal care use, quallity

2011), p. 1420-1425.

of care and pregnancy outcomes: the Generation R Study [Etnische verschillen in gebruik en kwaliteit

colofon Phaxx is een uitgave van Pharos – Kennis- en Adviescentrum Migranten, Vluchtelingen en Gezondheid. Jaargang 19, nummer 1/2012 Redactieadres Postbus 13318 3507 lh Utrecht Telefoon 030 234 98 00 Fax 030 236 45 60 E-mail phaxxredactie@pharos.nl

ⓦ Undoing fgm: Pierre Foldes, the surgeon who

van de verloskundige zorg en zwangerschapsuit-

restores the clitoris Hubert Prolongeau - Frank-

komsten Het Generation R Onderzoek] Anushka

furt am Main: uncut/voices press, 2011 - isbn

Arunadebi Choté-Omapersad. - Rotterdam: A.

978-3-9813863-1-8.

Abonnementen Wilt u een abonnement? Ga naar www.pharos.nl, bel: 030 234 98 00 of e-mail: bestel@pharos.nl. Abonnementsprijs 2011 € 18,–. Losse nummers: € 5,– Verschijnt 4 keer per jaar. Hoofdredacteur Claudia Biegel Redactie Naïma Abouri, Marjan Mensinga, Clemy de Rooy, Eindredactionele medewerking Nel van Beelen

Aan dit nummer werkten verder mee Monica van Berkum, Hester van Bommel, Walter Devillé, Eelco Gorter, Karen Hosper, Veronique Huijbregts, Marian Moons, Maria van den Muijsenbergh, Blanchefleur Piksen, Janet Rodenburg , Bram Tuk, Merlijn van Schayk, Simone Schoonings, Rianne Verwijs , Philip van der Walt, Anne Wijers Vormgeving Studio Casper Klaasse

Druk a-d Druk, Zeist Redactiebepalingen De redactie is verantwoordelijk voor de samenstelling van het blad en beslist over plaatsing van ingezonden kopij. De imhoud geeft niet per se de opvatting van Pharos weer. Voor overname van artikelen kunt u contact opnemen met de redactie. issn 0929-9300

nummer 1 – 2012 p h a x x

|2 3 |


Phaxx 1_2012

>>>

28-02-2012

16:43

Pagina 24

pharos trainingen

Interculturele competenties: communicatie rond zorg en ziektebeleving

Pharos heeft jarenlange ervaring met het verzorgen van trainingen voor professionals in gezondheidszorg, preventie en welzijn. Hierbij gaan ervaring en innovatie hand in hand. Sinds 1 september 2011 is het scholingsaanbod van Pharos geaccrediteerd door het kwaliteitsregister v&v. Pharos werkt voornamelijk op aanvraag van opdrachtgevers. Heeft u belangstelling voor een incompany aanbod? U bent dan (per deelnemer) veel voordeliger uit en krijgt bovendien een aanbod op maat voor uw organisatie. Meer informatie: training@pharos.nl, 030 234 98 00.

Wilt u de hulpvragen van migranten beter begrijpen? En uw communicatie met cliënten en mantelzorgers soepeler laten verlopen? Deze training besteedt aandacht aan gebruiken en ideeën rond ziekte en gezondheid, wederzijdse verwachtingen en de communicatie. Datum 6 en 13 juni 2012 Plaats en tijd Utrecht, 09.30-16.30 (6 juni) en 13.30-16.30 uur (13 juni), 3 dagdelen Prijs € 375,– p.p.

Heb ik het goed uitgelegd? Communiceren met migranten met lage scholing en beperkt Nederlands. In deze training leert u met vragen, informatie en adviezen beter aan te sluiten bij cliënten. Accreditatie voor doktersassistenten en fysiotherapeuten. Datum 7 en 14 juni 2012 Plaats en tijd Utrecht, 13.00-16.30 uur (twee dagdelen) foto: goedele monnens

Prijs €325,– p.p.

Kleurrijk spiegelen in de eerste lijn Spiegelbijeenkomsten met allochtone zorggebruikers Heeft u graag meer zicht op ervaringen en belevingswereld van zorggebruikers met een migrantenachtergrond? Spiegelbijeenkomsten bieden hiervoor een uitermate geschikt podium. Deze brochure beschrijft de methodiek van spiegel-

trainingen maart - juni 2012

bijeenkomsten met migranten aan de hand van ervaringen van Zorggroep Almere. De (gratis) brochure is te down-

Meisjesbesnijdenis, oefenen in gespreksvoering

loaden via www.pharos.nl

Is de kennis over meisjesbesnijdenis paraat, maar voelt u zich nog onvoldoende voorbereid op de praktijk? In deze training kunt u oefenen met een Somalische

>>> nieuwe

uitgave

trainingsacteur. Het Standpunt Preventie vgv voor de jgz biedt hiervoor het kader. Geaccrediteerd voor ajn/AbSg en v&v

smaakelijk!

Datum 29 maart of 24 mei 2012 (één dagdeel)

Receptenboekje Hester van Bommel, Jennifer Vreeken

Plaats en tijd Utrecht, 09.30-13.00 uur

Proeven, ruiken, kijken, voelen, leren, lachen, genieten, spelen, koken. Zomaar wat

Prijs € 195,– p.p.

woorden die te maken hebben met het ervaren van verschillende smaken. Woorden ook die centraal stonden in het project Gezonde en betaalbare voeding voor asielzoekerskin-

Opvoeden, het perspectief van migrantenouders

deren. Sommige smaken zijn lekker, andere juist niet èn smaken verschillen. De kinde-

Wat betekent een ‘goede opvoeding’ voor ouders die zelf in andere omgeving en

ren van de school in het asielzoekerscentrum in Crailo weten er alles van. Dit geldt ook

context zijn opgegroeid? Wat willen migrantenouders hun kinderen meegeven?

voor hun ouders die even enthousiast meededen als de kinderen zelf. Bij sommige sma-

Datum 28 maart 2012

ken kwamen herinneringen aan vroeger bovendrijven, beelden van herkomstlanden.

Plaats en tijd Utrecht, 09.30-16.30 uur

Andere smaken waren onbekend en zijn dat inmiddels niet meer.

Prijs € 295,– p.p. smaakelijk! is een kookboek ge-

Het bespreekbaar maken van kindermishandeling met migrantenouders

maakt voor en door de kinderen van

Hoe je zelfverzekerd en met hart voor de zaak, geweld in migrantengezinnen be-

sultaat van een jaar lang bezig zijn

spreekbaar maakt. Zodat het taboe doorbroken wordt en een begin gemaakt met

met smaak. Wat vind je lekker en

het verbeteren van de veiligheid in het gezin.

wat is gezond? Dat zijn de vragen

Een tweedaagse training die tevens voorbereid op de taken die de ‘Meldcode

die centraal stonden bij het aanle-

Huiselijk geweld en Kindermishandeling’ vanaf 2012 stelt .

veren van recepten voor smaakelijk!

Accreditatie bij bamw en v&v. Inclusief de vereiste basiskennis Meldcode.

2012, 34 pagina’s, bestelnummer

Datum 4 en 11 april, 5 en 12 juni 2012

9P2012.01, € 7,50 via

Plaats en tijd Utrecht 09.30-16.30 uur (tweedaagse training)

www.pharos.nl

Prijs € 465,– p.p.

Doktersassistenten en culturele diversiteit De doktersassistent is het eerste contact op weg naar de huisarts. Met migranten lopen deze contacten niet altijd soepel. Een basiscursus met achtergrondinformatie en praktische tips. Geaccrediteerd door kabiz-nvda (3 punten). Datum 31 mei 2012 Plaats en tijd Utrecht 13.30-16.30 uur Prijs € 145,– p.p.

meer informatie: www.pharos.nl

Asielzoekerscentrum Crailo. Het re-


Phaxx nummer 1/2012