Page 1

ACHTSTE NUMMER 5 'AARGANG MËt t953

Vincenr van Gogrr i1B81j Mijnwerker uit de Borinage

I

i

Í:i

I Ia

, J

t

l+,

ti!

BEDRUFSTUDSCHRIFT VAN DE NEDERLANDSE SïEENKOI.ENMUNEN


II{HOUI} STËENKOOL No. 5, N{El 1953 Pag.

o

Aangename (en leerzame) making

3

Koninklijkeonderscheidingen

C

kennis-

I3l 132

Hoc moderne nrijnbouwers het onder

water letterlijk cn figuurlijk de knie weten te houden

1a l5J r

Vincenl van ècah schelsíe deze mijnwerker

in April 1881 te Cuesmes, in de Borinage. Ier gelegenheid van zíin honderdsle gehoortedag wordl momenÍeel in /<asiee/

a

nsil oek een belangwekkende tentoot t' ste/iirg geAouden, welke 53 schllaer4en en 57 tekenngen omvai. Beríus Aalieswildtin Hoe

e o

dit nummer (zie pag 140) een biidrage aan oeze groolste der moderne schtlders, die mel zoveel lielde het leven van de miinw'erl<ers in de Borinage heell meegeleeld.

Besclrermingsnrirldelcn voor

den en vingers

han-

137

Land van heuvels en van mijnen

137

,,...,

I)O lJÖ

ían tÍe

dat men zonder de kaarten

m'rjnmeter nooit zekerheid heeft en geen bruikbaar werkplan kan rraken". Aldus lezen wij in de Hellpolierter Bergbauspiesel (l7e eeuw)

t a

c

Omdat Vinccnt van Gogh te goed schilderde, werd hij de grootste schilder van de moderne tijd Jubelend

Flen

in de

Juni-zon

stcrk verhaal over cen

r40

t++ typisch I LC I r \,

geval van laagverdikking en

stij-

len-als-boomsta mmeo

RedtL'lie

e

n athniilistratie :

v. d. Maesenstraat Heerlen Reducteur: Bern. J. Heerlen

M.

2,

O

o.v,S.'ers, gatn aao de slag

§

Aan de prautische vornring van

dc Í(n lJ\-'

e

Even tijd voor. . . . veiligheid de Chemische Bedrijven

in I53

A

Wccr rammelt de

Bekman,

t'usÍemedewtrk'^'i.'"ï?*nltlf:i:'r-n:ïe"" Foto's: Cals, Van Straaten, Driessen en Grubben Lay-out.. M. Verjans

t49

nrijnscholieren wordt roortdurend aandacht besteed en zij wordt aangepast aan de nieuwste inzichten

ideeënbus I55

Adreswijzigingen. l.:lachten omtrent bezorgirrir e.d. gelieve men schrilteliik rnr-.de te delen aau Àrlntini,straïie Steenkool. l/un dt r ll4affenstroot Z,

c

*ll',]ï::':ïl;'iï"',i:,ïï;*,ot 156

t0

§

ffiJll"*i*'oe

Hearltn, of telelonisch op te _geven aan toe.sÍel l, Hooíclhltrailu Staut,rmi.jtrcn (Heerlcn. Bt í l). I3ij adreswijziging gelieve rncn. behalve naatr. volledig adres, werknummer cn berlri.l/'. ook her oudc adres te vermelden.

C

gezinsverzorgsters

Taai-taai io de pap

157

158

r30

)


t

iil:i

it : s

ln de geheel in betonwerk

uitge.

voerde pompenkamer, dic een door-

snede heeít van rond 6 ineter an circa 2 meter boven het nlveau van de 700 meter vèrdíeping op Staats. mijn Emma is geplaatst, staan twee hoofdpompen opgesteld met een capaciteit van 3 kubieke meter per minuut en í hoofdpomp van 6 kubieke meter per minuut. Er is in de pompenkamer nog plaats voor een tweede pomp van 6

WATE RPROBLEMEI\ Drooghouden Yan de mijn geen gemakkelijke opgaYe fl rT tret water in de mijn een geduchte rrund is, die de mijnbouwer voortdull-- rcnd belaagt, is een zaak, die de lezers van ,,Steenkool" ongetwijfeld niet vreemd

in de oren zal klinken. De geoloog, Dr W. F. M. Kimpe schreef in ,,Steenkool", no. 16 van l5 Augustus 1950, een artikel,

waarin hij over mijnwater vrijwel alles vertelde wat er over te vertellen valt. En verder heetl ,,Steenkool" in de afgelopen jaren reeds enkele malen verslag gedaan van plaatselijke gevechten met het water, welke in onze mijnbouw vaak met grote

felheid worden gevoerd. Het mijnwater is en blijft vijand nummer éen ondergronds, ook al bemerkt het overgrote gedeelte der ondergronders van de strijd tegen het natte element maar zeer weinig.

Dat komt omdat de moderne mijnbouwer er met behulp van pompen, waterleidingen en watergoten in geslaagd is het

gevaarlijke water vrijwel overal banden

te

leggen. Eenvoudig

ís

aan deze

opgave niet, maar de drooghouding van de mijn is een zaak van zo groot gewicht,

dat de problemen, welke zich hierbij kunnen voordoen, kost wat kost moeten worden opgelost.

Op de 700 meterverdieping van

de

Staatsmijn Emma is verleden maand een

nieuwe, zeeÍ moderne pompenkamer klaar gekomen, waarvan wij op deze en de volgende pagina's enkele interieurfoto's publiceren. Dit lijkt ons tevens een geschikte gelegenheid de lezers enigermate

in te wijden in de problemen van

de

drooghouding in het algemeen en in die van de Staatsmijn Emma in het bijzonder.

ll/aÍer aan het steengangíront Wie in zijn tuin een put graaft, zal op het punt waar hij de grondwaterspiegel bereikt, in de bodem water aantreffen. Nu bevinden de ondergrondse werken zich een heel eind onder de grondwaterspiegel en op het eerste gezicht lijkt het dan ook onbegonnen werk de mijn droog genoeg te houden om er te kunnen werken.

ln

de practijk valt dit gelukkig meestal

kubieke meter.

De

hooídpompen voeren

het water

omhoog

naar de watergalerij van de 410 nreter ver-

dieping, waarna

de

hooídpompen van deze verdieping het water naar het maaiveld pompen. De in- en uitschakeling van de pompmotoren op de 700 geschiedt door middel van drukknoppen,

welke de grote schakelaars op afstand bedienen. Het schakelen met grote handwielen is hierdoor komen te vervallen. Een bijzonderheíd van de 6 kubieke meter pomp is, dat dit de eerste hoofdpomp is, welke met kogellagers is uitgevoerd in plaats Yan met glijdlagers. De pompenkamer op de 700 is geheel dubbel uitgevoerd. zowel wat betrelt pompen als de benodigde aan- en aívcerleidingen.

nogal mee. In het dekterrein komen namelijk verschillende waterafsluitende lagen voor. Hierdoor kan worden verklaard, dat ook beneden de grondwaterspiegel de bodem min of meer droog kan zijn. Een bekende waterafsluitende laag vormt meestal ook de scheiding van het dekterrein en de steenkoolrots. Jammer

t33


genoeg is dit op de Ëmma nict ovcral het

geval.

Net als in het dekterrein bevihden zich

ook in deze rots gesteentelagen, die goed en lagen die minder goed of helemaal geen water doorlaten, Het doorsnijden van deze lagen kan bepalend zijn voor

de watertoevloed op een zeker punt. Wanneer mcrl

een waterhouden-

-toevallig de laag zou aantrelïen, kan dit

een

plotsellnge grote watertoevloed veroorzaken. Deze toevloed zal, naarmate zo'n

laag verder wordt afgetapt, geleidelijk verrrrinderen.

Maar de

watertoe vloed

houdt zelden helemaal op, Uit het bovenstaande kan men de conclusic trekken, dat men bij het drijven van §teengangen inet de w$tervoerende lagen moet rekening houden, Bij het snijden viin deze lagen moeten maatregelen rvorden getroft'en om al het rtater af te voeren. Tijdig moeten in zo'n geval pomflen rnet voldoende capaciteit worden gepllalst. Wordt warer verwacht, dan zal nleÍl aan het front gewoonllik eerst enkele lange gaten boren welkc kunnen worden algesloten, Wanncer men dan water aanboort kan de watertoevloed door

in, welke dient voor de 2000 Voltvoeding narr het mijnveld. Rechts: Monteur Johan ' §ijstermans draait de hoofdaísluiter dicht van een drie kubieke meterpomp.

in het boorgat indien nodig worden geremd. Dat is vooral nodig in het geval, dat zoveel water komt, dat de pompen

door middel van pompen, welke ter plaatse in de steengang staan opgesteld.

rhiddel van een standpijp rnet afsluiter

het niet nreer kunnen veÍwerken, Door

nriddel van de boorgaten kan het water geleidelijk uit de laag worden afgetapt. Zodra de hoeveelheid voldoende vermin-

derd is, kan men het drijven van

de

steengang voortzetten. Men kan de hoeveelheid water gewoonlijk bepalen aan de hand van de druk van het water, dat uit het boorgat stroomt. De afvoer van het vrijkomende water geschiedt gewoonlijk

ln de schakelruimte schakelt eleitro-technisch opzichter Frans Stalman een olieschakelaar

Hiermee wordt het water in buisleidingen gepompt, waardoor het wordt afgevoerd naar de watergglerrjen in de nabijheid van de schacht Bii het inbouwen van de waterleidingen moet men er alweer mee rekening houden, dat deze groot genoeg ziin om al het water te kunnen verwerken.

Water ín galerijen, onder opbroken, enz. Niet alleen aan het íront van steengangen

n wateÍ aan. Op vele andere plaatsen in het mijnveld en op vele treft

rire

verschillende manieren heeft men met

deze lastige klant te maken. Zo zar water steeds toestromen naar diepe punterr. Het

zal zich verzamelen in steenganlen op punten, waar deze vsrzakt zljn: ook in bandgalerijen is dit het geval; verder

leidt.

r31

Al het

water, dat op honderden punten

in de mijn in buisleidingen wordt gepompt, komt uiteindelijk, zoals hogerop reeds vermeld, terecht in de watelgalerij. Een

klein gedeelte van het mijnwater wordt

op diverse plaatsen in

de.

mijn van

de

buisleidingen afgetapt en gebruikt voor stofbestrijdingsdoeleinden en dergelijke. Maar het overgrote gedeelte moet naar de oppervlakte worden gepompt, waar het water o.a. in de wasserij kan worden gebruikt. Nu kennen we droge en natte mijnen, waarbij men dient te weteÍ, dat men een mijn nat noemt. wanneer per etmaal meer

op dergelijke plaatsen ketel- of onderyaterpompen, die werken als er voldoende watel is.

minuut en op de Hendrik l0 kubieke meter. Toch leveren die zes kubieke nleter water per minuut voortdurend

lï'ater in de afbouw De glazen deur, welke de verbinding vormt tuslen de beide ruimten, dient tevens als luchtschot, Pompenkamer en hooídschakelruimte worden teventileerd door middel van een als betonkoker uitgevcerd kanaal, dat naar de uittrékkende schacht lll

Droge en natte mi.inen

losgemaakte steenkoo[. In vergelijking met de watertoevloed op andere mijnen,r 'bijvoorbeeld de Oranje-Nassau-Mijn t en

Meestal gebruikt men

Vanuit de pompenkamer heeít men te allen

pompen moeten plaatsen met het 'doel het water, dat men in die gevallen zoveel mogelijk aftapt, weg te pompen. '

onder opbraken enz. De toevlóed kan gering zijn. maar na verloop van dagen, weken of nog langer zal zich op deze punten zoveel watcr hebben verzameld. dat het verkeer en hr:t transport worden bemoeilijkt of de ventilatieluchtstroom wordt afgesneden. I)erhalve moet men op dergelijke punten pompen plaatsen, om ze te kunnen dlooghouden. VanzelÍ'sprekend kunnen dqze pompen veel kleiner zijn dan die aan het front van sreengangen.

tijde een overzicht over de schak?lruimte.

laag of naar dieper gelegen andere lagen

kunnen verplaatsen. Om op alles voorbereid te zíjn zal men ook hier dus

Ook in de afbouw kan water doordringen. Door spleten in het gesteente kan namelijk water uit hoger gelegen gedeelten naar lager gelegen pijlers stromen. Voortdurend

moet men er dan ook op bedacht zijn, dat zich in oude afgebouwde veldgedeelten water kan verzamelen. Wanneer dit het geval zou zijn, dan zou dit water zich naar dieper gelegen gedeelten in dezelfde

water omhoog moet worden gepompt dan

de Hendrik, kan men de

Staatsmijn Emma tot.de droge mijr,en rekenerr. Per minuut wordt op de2e mtin ,,slechts" 6 kubieke meter water omhoog gepompt ; op de O.N. I is dat I I kubieke meter per.

problemen op. Die problemen zijn zo oud als de mijn oud is, al zijn er toch ook wel punten, welke bijzondere moeilijkheden hebben opgeleverd. Zo stootte men inder.tijd bij het drijven van de tweede Noordelijke steengang West op de 4lQ meter verdieping op verschillende watervoeren-

de lagen, welke in zodanige verbinding staan met het dekterrein, dat uit watervoerend

krijt bestaat. dat

de watertoevloed

op dit punt nooit is verminderd, Nog steeds bedraagt

hij drie kubieke meter per


nrinuut cn hii is nu al

2O

jaren aln

dc

gang. Hoe dieper men op de Ernnra gaat, hoe meer waterproblemen er zullen komen. Tot nog toe werden hoofdzakelilk

lagen ontsloten in een gesteentepakket met weinig watervoerende lugen. Thans staat men echter voor de ontsluiting van het gesteentepakket van dc geologisch diepere lagen, waarin .veel meer watervoerende lagen voorkomen. Zo wordt reeds gedurende br..1na een jaar w.rter algetapt uit een waterhoudende zandsteenbank in de vijlde Zuidelijke steengang West op de 54ó meter verdieping. Wil mcn de laag PlasshoÍsbank kunnen ontsluiten dan zal men door deze zandsteenbank moeten heendringen. Op dit punt zijn reeds nreer dan honderdduizend kubieke meters water afgetapt, maar de toevloed gaat onvernrinderd voort. Over de moeilijkheden in de derde Zuidelijke steengang west op de 410 meter verdieping vertclden wij reeds ín het vorige

numnrer van ,,Steenkool". Ook op

de

700 meter verdieping kunnen we nog van

moele n watervoerende lagen worden doorkruist in de eerste Zuidelijke steengang Wesi en in de tweede Noordelijke steengang West, uaar straks de Heerlerheidestoring zal

alles verwachten. Hier

wordcn gcpasseerd. Terr Noordcn r'i.rn dezc storing zijn watervoerende lagen aanwczig. Cebleken is ook dat het zoutgehalte van het water op dit niveau hoger

is dan van het waler op hoger

waaronr men op deze verdieping een nieuwe pompenkanrer heeft aangelegd,

welke verleden nraand is klaargekomen. Tot nog toe heeft men het op deze verdieping zonder hooÍdpompen gedaan. Dit was n:ogelijk omdat het terrein, waar ontsluiting cn afbouw tot voor kort plaatsvonden. niet watervoerend was. Nu de 700 zÍch snel ontwikkelt doet de noodzaak van grote pompen zich gevoelen. Ziedaar lezer. in grote lijnen een indruk van dc problenren. waarvoor het water de mijnbouwer kan stellen. Ecn troost

blijft er echter en dat is, dat de mijn-

bouwer van heden er dank zij de vooruitgang van de techniek uiteindelijk in slaagt het waterprobleem onder de knie te krijgen en het water in banen te leiden, welke hij zelÍ' voorschrijft. Onze collegö's uit vroegere ecuwen hebben het nooit zover

Nagcn en zeventiÈ hullthouncr:; van Stuatsmiitt Hcndri* l,,gtfu'n

W. Arets, ll, Baaten, A. Bcrg. D. Berger, M. de B. Buunders,

W. ten

Ir J. StuJ]ken

kunnen brengen.

Bru.vn,

Cotc, K. Castelein, N. Cremert,

K. l)alen, J.de Doo1,, J. L,urling:;, H. Frunken, H. A. Franken, 14. Franken, A. Fronssen, A. Gffin, P. Geilen, H. Geelen,

G, Huehers, H. Hendriks. H. Ho.fmeS'er, A, Hellenons, T. Hellemons, S. lrik, 14'. Janssen, J. Janssen, B. Junssen, J. Jacr.ths, H. Kapell, R. KulJ, P, Kosak, G. Koenen, J.

Het overtollite water achter de dam in de tweede Ncordelijke steengang West op de 546 .neterverdiepint van óe Emma wordt afgevoerd door middel van persluchtpompen, welke staan opgesteld in een zogenaamde mijnveldpompenkamer. BankwerkerJoep Mols controleert de aísluiter in de betonnen waterdam,

Kuipcr, T. Koslowicz, H. Lubhe,rs, H. Lanslots, J. Lubbt,rdink, Lusrherg, M. Monse, H, Mertens, G.v. Oosterhout, H. Peeters,

J.

mel goe.l gevtlg hct h<tuwersdiplonat o.f. Het waren : ..1. Eoelke,

gelegen

verdiepingen. Voorlopig is de watertoevloed op de 700 meter verdieping nog gering, maar straks zal deze belangrijk groter worden. Dat is dan ook de reden

J.

Peeters,

A.

H. Ruiken, C.

Peters,

J,

Reumkens,

Pelzer,

J.

Postma,

A.

Rollinger,

À. Ritsma. P. Schrijen, P. Smeets,

'ï. Suma, Th, Schelbergen, J. Saho, M. Schlangen, J. Schoonheek, Fr. Sokolov;ski, J, Szarota. J. Theunissen, A. Tilicki, T. Terpstra, 14. Trippen4ee, L. Theunissen, J. Vahsen, A, kts,

G. Vanhooren, l. Verhoren, J. Vromen, J. Vlieger, M. Verhruggen, J. de Vos, J. v. d, Vorsl, ll/. v, Wandelen, R. l41thl',',. P. Droll en J. Leers.

I ll.-r


DL HISTORISCHI] ONTWIKKHLING VAN

DE

MIJÏ{METERIJ Dctor

Ir

M.

C. E. P.

Raeclts

Mijnmeter met waterboussole, waarmede de Noordrichting kon worden bepaald (16e eeuw). tijden is bij hct op kaart brengen van de ondergrondse mijnwerken en bij het aangeven van richtingen en hoogte.n gebruik gemaakt van de land- en

en zich moeten verdiepen in meetkundige vraagstukken. Zo werd hij als regel belast

nrijnkaarten en mijnplannen in ,,Steenkool" no.4 van l95l maakten wij hiervarr reeds melding. Als kaartwerk noemden wij in bovengenoemd artikel dezogenaamde Papyrus van'I'uryn, waarop de goudmijnen van het schiereiland Sinai zijn

zien hieruit het verband met de regerende

Uharschlag mta<'hen ka nn.

vorst onder wiens heerlijke rechlen het bos- en mineraalbezit vlelen. De mijnmeter trad hierbij op als vertrouwensman van de vorst; hij zag toe op een richtig

Vertaling

l. L.l)S in zeer oudc

mijnmeetkunde.

nrathematisch moerÉn schoÍerr

men vindt dit zowel in de Harz als -. in Tyrol terug met het toezicht op de - benodigde mijnhout. \ilij ln het artikel over aanvoer van het

gebruik van beide.

die omstreeks t300 vóór Wanneer in.de achttiende eeuw de techChrislr-rs door de Egyptenaren werden niek tot groteie ontwikkeling komt en de ontgonnen ; als mijnmeetkundig werk _ machine * in de vorm van door watervermeldden wij de driötwatertunnel die raderen aangedreven pompen en dergein de achtste eeuw vóór Christus -rverd lijke haaiintrede dóet, wordt de mèer aangelegd ten behoeve van de water- ontwikkelde mijnmeter uitgestuurd om voorziening van Jeruzalem.' i deze machines te gaan bestuderen en De instrumenten, waarover men in de eventuele plannen te ontwerpen. oudheid beschikte, moeten van eenvoudi- Hel belang van goed meten werd aan ge aard zijn geweest. Eerst veel later zijn het einde vah de zeventiende eeuw in een deze tot grotere ontwikkeling gekomen. geschrift van Balthasar Rösler ,,HellDe geschiedenis en de ontwikkeling van polierter Bergbauspiegel" als volgt vastafgebeeld,

deze ins(rumenten en de mijnmeetkunde gelegd : zrj.n het best bestudeerd in Duitsland ; de Kapitel ;1, par. I. ller sich von clen nrijnmeetkunde. heeft, te oord-elen naar Gruhengehöuden eine rfuhtige l,orstellung de boeken die hienrver in ;r;,;;í,-u, wiil, muss zuerst ttie Messung _d..pu]!r: zijn gcschreven in de l7e en l8e eeuw.lrlin , 'ï-":'' clurchgefiihrt untl in Ahrissen dargestelli alt rrino or:[ rr.t n..i,i" .

*i,àààr.,i-,iJ'"1i. De aanleiding hiervan is mogelijk te naDe,t. Par. 2. Es giht oJimals un tinem Ort so zoeken in hei feit dat in Sakse-n, ïyrol en de Harz de toenmalige mijnbouw, de yiel Nachdenklit:hes, dass tlas tögliche ertsmijnbouw (lood, koper, zink, zilver

I

l, ! I

t. I

en goud). sterk werd aangenroedigd door dr- regerende vorstenhuizen of rle handelshuizen - zoals de grote koopmansfamilie

Fugger

uit

Augsburg

waaraan

de

-. vorsten hun ontginningsrechten verpand-

den

of

Eintbhren nicht ausreicht und dass man nur ouf Grund tler Abrisse dur<'h fortgesetz,tes Nachdenken weirerkommen kann. Par. 3. Viele Bergleute verlassen sich auJ'

das Gti.ick uud vernrciten, ohnc, Murftscheider und

ohne Abrisse h'L'iter zu

kommen, sie erkennen nicht, dlss hran ohne des Morkscheiders Abriss zu keiner Gewissheit kommt uild keinen u,erkstelligen :

Hoofdstuk 3, par.

l

Wie zich van

de

mijnwerken een juist beeld wil vormen moet deze eer§t opgemeten en op kaart hebben gebracht. Par. 2. Men heeft op een bepaald punt

vaak te maken nret zovele zaken die

nader moeten worden bekeken, dat het niet genoeg is wanneer men dagelijks ondergronds gaat, Slechts door geregeld overleg aan de hand van kaarten kan men in zo'n geval tot resultaten komen. Par. 3. Veel mijnontginners vertrouwen op het geluk en menen zonder mijnmeters en kaarten klaar te komen ; zij zien niet

in dat men

zonder de kaarten van de mijnmeter nöoit zekerheid heeft en geen bruikbaar werkplan kan maken.

M celinsÍrumenten In hetzeltde geschrift noemt Rösler de instrumehten die bij de meting in gebruik waren, namelijk ;,die Schnur, der Kompass, die Waage und die Meszlatte". ,,Die Schnàr" (meetband) en meetlat werden

voor de lengtemetingen gebruikt. ,.der

verkochten. Dit blijkt onder andere uit de

door Pr'gÍessor Nehm aangehaalde opdracht, welke

officieel./ door dÈ vorst aan de mijnmeters werd gegeve/n. Nehnr haalt hierbij artikel i99 aan van de Coslarer mi-inwctgeving van omstreeks l3ó0, waarbij de rnijnmeter onder meer ook werd belast n'ret her toezicht op de juiste ontginning. Hij moest er onder

op toezien, dat de veiligheidsfrijlers niet werden aangetast en dat de inkonrsten juist werden besteed, alles ..zu des Berges nutzes", of met andere woorden : ten behoeve van een goede en eqonomische ontginning van de orrder zijn toezicht geplaatste mÍn. andere

Vertrouy'otsntun t,utl (le vorst ln de zesticnde en zerentiende eeuw begrensde tnen het terrein van de mijnmeter meer tot het eigenlijke meetwerk-. Toch blijkt uit de verordeningen van die periode, dat,]ret mijnmererswerk niet uitiluitend iot het meetweik beperkt bleef. EigenliJk Iigt dit ook voor de hand. De mijnmeter was in die tijd immers waarschijnlijk de enige meer theoÍetisch geschoolde

kracht, die bij de mijnontginning werkzaam was. Als basis voor zijn meetkundig werk had hij zich

l3r|

Mijnmeters aan het werk. Naar een tekenihg

in het

,,schwazer Bèrgbuch"'1556.

handschriíc van het


<- ïitelplaat van het boek ,.Geometria Subterrinea oder

Marck-

scheide-Kunst" door Nicolaus Voigteln, waarop mijnmeters en hun instrumenten sraan aígebeeld. Het werk werd uitgegeven

te

Eisleben

in

1713.

gebied. Als illustratie bij dit artikel publiceren wij de voorpagina van een bock van Voigteln. Het eigenlijke mijnmeten krijgt grotere betekcnis op het monlent dat de mijnbouw haar vlucht íeen1t naar de moderne Í)it is aan het begin van de negentiende eeuw. Door de ontwikkeling van de stoonrnrachine krijgen steenkool. ijzer en staal een geheel andere betekenis. Men krijgt behoefte aan goede mijnkaarten. aan de hand waarvan de exploitatie op behoorlijke wijze kan rvorden geleicl. ln Pruisen blijven de mijnmeterstot r95l staatsbeàmbten. Nadien worden zij losgemaakt uit het directe staatsve.band, doch blijven voor wat bet.reft werk en bevoegdheid onder cöntrole van het Staatstoezicht. Een der eeÍste zeer op de voorgrond tredende mijnmeters uit het Ruhrgebied was Johann Ehrenfríed Honigmann, <lie in de jaren 1799 tot l80l de eerste nrijnkaarten vervaaÍdigde in de geest zoals wij die tegenwoordig kennen.

ontwikkeling.

Deze Honignrann was de grootvader van Friedrich en Carl Honignrann, die in 1893.met de Nederlander Sarolea de grondslag legden voor de rnoderne Limburgse mijnindustrie. De moderne techniek bracht steeds meer ijzer en staal in de ondergrondse.werken, hetgeen tot gevolg had, dat de kompas-

Kompass" om de richting en .,die Waage" (waterpas) om de hoogte aan te geven. Voor het meten van de richting was uit-

sluitend het kompas bekend. Eerst veel

later, in de negentiende eeuw, kwamen

andere meetinstruÍnenten tot ontwikkeling, zoals de theodoliet, waarmee men tegen,'l'r:ordig de nrijnmeters steeds erop uit ziet trekken. Het kompas is echter

gedurende enkele eeuwen het enige instrument geweest om richtingen aan te geven en te meten. Wanneer het konrpas ontdekt is, ligt in het duister. Er zijn aan-

duidingen dat de mens omstreeks het jaar 1000 bekend was met hét magnetisme en ziin eigenschappen. Ook bestaan er aanwijzingen, dat het kompas in de dertiende eeuw werd gebruikt bij de scheepvaart op

de Middellandse Zee.

In geschriften uit

metingen steeds meer aan nauwkeurigheid inboetten. Men zocht derhalve naar nieuwe wegen. Reeds in 1789 had de Hessense hofmécanicien en opticien Breithaupt een instrun"lent ontwikkeld, dat op de tegenbekompassen en gradenbogen, welke waard zijn gebleven, zijn zeer íraai woordige miintheodoliet geleek. Uit deze poging ontstond de bekende, nog beuitgevoerd. Het persoonlijke karakter van slaande instrumentenfabriek Breithaupt de handwerksman, die ze had vervaardigd, komt hierin tot uitdrukking. Tevens in Kassel. Deze 6rma komt omstreeks 1830 nret een enigermate bruikbaar instrument blijkt uit de uitvoering, dat de instrumentmakers nauw verbonden walren met op de markt. Dit instrument wordt door

sterrenkundigen. f)e gradenbogen zijn niet in graden, maar in uren ingedeeld' Een bijzondere uitvoering van het kompas beschrijft Agricola in zijn boek, de ReMetallica, uitgegeven in I556, waarin hii het gehele gebied der mijnbouwkunclige wetenschappen behandelt. Zijn kompas bestaat uit een houten plaat, welke voor-

irct Staatstoezicht echter nog ni!'t

zien is van vijf tot zeven concentrische

doc'r het Pruisische Staatstoezicht erkend

gleuven. Deze gleuven werden

en toegelaten. Sindsdicn hebben instrumen(makerijen

met gekleurde was gevuld. Wanneer nu het instrument was opgesteld en de magneet-

die tijd wordt namelijk gewag

naald ingesteld, dan werd in de rvas de

van de

richting vastgelegd, die was gemeten. Op deze wijze kon men zeven richtingen in

gemaakt zogenaamde walerbous.xtlc. De

magneetnaald was hierbij niet draaiend aangebracht doch op een houten staalje drijvend in een bakje met water. Met

behulp van de waterboussole kon de Noordrichting worden bepaald. Mogelijk vond het kompas in deze vorm reeds toepassing bii de miinbouw in ltalië in de derticnde eeuw. De oudst bekende mijn-

totaal vastleggen. Bovengronds

werden deze richtingen dan overgenomen waarna de ligging van de ondergrondse mijngang ten opzichte van de bovengrondse situatie kon worden bepaald. ln de achttiende eeuw verschenen ver-

schillende boeken

op

mijnmeetkundig

aan-

vaaid. Op last van de regering worden dan dool het StaatstoeTicht uítvocrige proefmetingen gedaan met ais resultaat, dat de rheodoliet wordt gekenschetst als

fijngevoelig en te moeili-ik te bedicnen. Pas in 1864 rverd de theodoliet officieel als mijnmeetkrrndig instrurrent

te

deze instrumenten zeer vervolntaakt. De rniinmeterij heelt zich in alle opzichten rvetenschappelijk ontwikkeld en veldiept. Het vak rni.jnmeten wordt aan diverse hogescholen gedoceerd. ook sinds een,aantal jaren aan de Technische Hogeschool te Delft. De Nederlandse miinmeter Prof. Dr G. J. A. Grorrd heeft deze wetenschap hier op dc hem eigen wijze opgebottrvd en een naam gegeven, welke lot ver buiten de Nederlandse grenzen reikt.

t:tq


TRIOM FTOCHT DER OPRECHTHEID Over geen nutdertt kunstenaur is zoveel'gescht'"rr,, oi, over Vincent van Gogh. Over geen nodt,rn kunstenuar is ook zoveel onzin geschreven. Hierdoor komt het dut me n zich vaak w i.jd e n zijd eeu valse voorstell i ng over V i nce nÍ va n Gogh gevorrnd hee.Ít, Sprcekt men met iemand oter van Goch, dan A<ttrtt men nrc:,stul ,tpoetlig tot de l)evinditrg, rktt nvn;fuh de schildar ulgurrcen wtorstelt al,s een arnrc. t'erlnerste dotnineesztntn die op ccn zeker ogenhlik tun zijn leven uls bij blik.semiuslag zou zijn gaan schilderen. Onderzoekt man ethtei de feiten nauvke urig, dan hli.jkt niets ninder x'aar.

Op dat ogenblik had Vincent, maatschappelijk gezien, de prachtigste kansen. Een van zijn ooms, de rijkste der kunsthandelaars, was ongetrrluwd en zag Vincent reeds in de toekomst als zijn opvolger en erfgenaam. Maar Vincent beging -gezien vanuit het oogpunt ener burgerlijke

maatschappij een kapitale fout. Hij was eerlijk en- vatte zijn beroep hoogst

op. Hij wilde alleen datgene hij overtuigd was. dat het werkelijk kunst was. Meende hij dat de kopcr een slechte smaak lrad, dan wees hi.i de koper dearop en *elke klant neer'nt dat 'l Wirs dc koper

ernstig

verkopen waarvan

een snob, dan zag Vincent henr niet eens staan. Al was hij zijn loopbaan van kunstverkoper met de beste be-

DOOR BË,RTUS AAFJES stamde uit eerr fanrilie die er, \/lN(-ENf VAN COCH Y maltschappelijk gezien, wezen mocht. Een van Vincent's

vcrwanten was in de zeventiende eeuw Thesaurier-Generaal van de Unie. Een ander lid uit de familie Van Cogh was The-

saurier van Zceland. Had dc arlrre Vincent gedurende het overgrote deel van zijn leven een nijpend geldgebrek, de vroegere telgcn van het geslacht behcerden niets minder dan 's [.a nds Schrrtkist. M aar de meest wonderlij ke íiguur uit de familie Van Gogh is nrisschien wel die andere Vincent van Gogh die in het begin van de achttiende eeuw beeldhouwer als beroep opgaf. Hij vcrtrok naar Parijs en maakte daar klinkende munt voor zijn kunst. Zijn kunst is vandaag de dag totaal in vergetelheid gcraakt. Maar het geld dat hij er in de achttiende !'euw mee verdicnde werd voor de tak, waaruit de grote Vincent geboren zou worden, een zegen. Deze tak was nanrelijk in de achttiende ceuw verarmd. Maar zij erfde het kapitaal van de becldhouwer die kinderloos stierf en kon zich hiermee weer snel op de maatschappelijke ladder omhoogwerken, Is er een groter ironie van het lot denkbaar 'l De grote Vincent van Gogh, die zijn werk nirnmer zou kunnen verkopen, dankte voor een goed deel.de mogclijkherlen van zijn opleiding aan een andere kunstenaar Vincenl van Cogh, wiens naarn zich niemand ter wereld meer herinnert, maar die desondanks niet alleen van zijn kunst leven kon, doch ook zi.jn erfgenamen nog met het overschot ervan ruinrschoots gelukkig kon maken. Daar de fan-rilie weer kapitaal kreeg, konden de kinderen weer universilair onderwijs genieten. Als Vincent geboren wordt, is zijn farnilie dan ook alle rminst arm. Zijn vader is een geacht domince irt llrabant. Drie van zijn ooms bezitten bekende kunsthtndcls, zij spelen niet alleen ecn belangrijke rol in de kunstc:entra van het eigen [and, doch ook irr de kunsthandels te Parijs. l-ondcn en Brussel. Nog een andere oont van Vincent is adnrjrairl op de vloot. En Vincent's familie van moederszijde is al virn even goecle komaf.

Vulkaqn met hoge hoed Het wàs waar, Vincent's vader, de Brabantse plattelandsdominee, had een grooÍ gezin en een karig tractement. Maar hij werd op alle mogelijke wijzen bijgesprongen door zijn mecr gefortuneerde broers. Nauwelijks was Vincent van kostschool ol hij werd door een van zijn oonrs in de kunsthandel te werk gesteld. Vier jaar lang was Vincent een correcte kunstverkoper in Den Haag. ledereen was vol lof over hem. Toen hij twintig was werd hij dan ook gepromoveerd, hij kreeg opslag en werd overgeplaatst naar Londen. Negentig gulden per maand verdiende hij daar, voor die tijd een heel bedrag. Hi.j was, al was hij twintig, verplicht een hoge hoed te dragen. .,Want daar

in Londen niet buiten," schrijft hii naar Holland. Verder dan ooit lijkr hij verwijderd van een van zrjn latere zelfportretren. Verder dan een geestesverschijning. Kan men zich Vincent ran (iogh ntet een hoge hoed voorstellen? Het is als cen hoge hoed op een vulkaan. kan men

l'1.0

WANfÍOOp, door Vincent van Gogh (Den

Haag, Dec. 1881-

Sept.1883.)

I De reproducties, die dit ortikel illustreren, z(in olle von tekeníngen uit Vincent's vroege període, Stuk voor stuk leggen ziJ getuígenis of von Vincent's voortdurend begoon ziJn met het lot von de ornlen en ongelukkigen en von zUn onverbloemde voorkeur voor de orbeid en het leven von de eenvoudigendezer ocrrde. De oorspronkeliike tekeningen zijn ruimschoots vertegenwoordígd op de tentoonsteÍling te ftoensbroek.


doelingen begonnen, het werd een groot fiasco. Na zes jaar weÍd hij àls verkoper van kunst ontslagen. Hij was te eerlijk, hij deed het te goed.

De zendeling Niets zou logischer geweest zijn dan dat Vincent op dat ogenblik in de kunst zou zijn gegaan. Hij heeft er ook ongetwijfeld over gedacht. Maar hij kwanr uit een geslacht dat vele geloofsverkondigers had voortgebracht. En zijn dorst en honger naar waarheid en oprechtheid dreven hem naar dat beroep. Hij wilde het evangelie gaan verkondigen zonder water bij de wijn te doen.

is zijn sollicitatiebrielje om hulpprediker te rnogen zijn in Engeland. Het bleef bewaard en ik schrilf er u een enkele zin uit over : ,, Vruagt u, h'auront ik mij aun u uanhevt'el dan is dit tle uangeboren lieJde tot tle kerk en waí de kerk aangaat, die z0 nu eil dan wel eens geslapen heeft, maar Írtch telkens weer wakker werd en, ols ik het, hoe+tel ftrct een gevoel van gtoÍe ongenoegzaamheid en tekortkoming, zeggefi nng : de liefde bt God Hoe ontroerend

en de mensen,"

Dit brielje bleef bewaard onrdat hij een afschrift ervan aan zijn broer Theo zond. En op dat afschrift plaatst hij dan een kanttekening over zichzelf, bedoeld voor zijn broer Theo, die als

VROUW MET WATERKEïEL

WEESMÀNNETJE

volgt luidt : jongen, ah jij de:.e hrief uurt dien dominee lee.st zeg je nisschien : hij is zo kv'aad niet. Maar dat is hi.i x'el. Der* :oals hij is echle r maor zo nu ,,Ní i.jn

an dan eens aan hem."

Vincent gaf waarlijk niet hoog van zichzelf op. En hij was niet de eerste de beste. Hij sprak vloeiend Engels en Frans, had na zijn kostschooltijd wonderbaarlijk veel gelezen, en bewoog zich even gemakkelijk

in

Parijs

als in Londen. Toch kende hij

nog

maar ién ideaal : zendeling zijn onder de werkers, liefst on der de m ij nwerkers.

Zijn ervaringen in de

kunsthandel hadden henr er diep van doordrongen dat de wereld der Íijne luiden vaak een wereld vol oneerlijkheid en zelf-

.:,i:,! ,|.. .

bedrog was. Zijn honger naar eenvoudige oprechtheid dreef hem naar wat toen de laagste klasse was. Hij werd zendeling onder de Belgische mijnwerkers. In de Borinage volgde hij Jezus naar de letter. Hij gaí zija

iËÍ i

kleren en geld weg aan wie armel' was dan hij. Hij gaf alles weg tot hij ten-

I

ffi

slotte de allerarmste was onder de armen. Op zekere dag kwam het

zendelingen-comité in Brussel dat hem naar de Borinage gezonden had, hierachter. Men vond het belachelijk dat een zendeling het leven van Jezus

letterlijk trachtte na te volgen. Weer

BOERÍN Reproducties naar tekeningen

KOFFIEDRINKEND WEESMANNETJE

uit de

verzameling van mevrouw H. Kröller.

werd hii ontslagen en weer omdal hij zijn werk te goed had gedaan, al heette het dan in het rapport van het

synodale evangelisatie-comité dat hi.i niet goed genoeg kon preken. Het rapport spreekt voor zichzelf.

llI


,,Onze heslissing ont

lc dicnsletr uan

ccrliikheid die er hen uit trrgcn straalt. De triomftocht van Vincent's werk door de wereld is de triomftocht van de volsterkte oprechtheid. Een trionrltocht van oprcchtheid die door de eeurven hecn duren zal, maar die Vincent bij zijn leven het'ft moeten afbetalen in jaren van hon-

le

n(ilrcn t'íttt cen jonge Nederlundct, dt lleer Vince nt wrt Cogh, dit: z.irh geroepen nrcende hd erdngelia tc Ycrl't)ttdigeil iil dc Borinage. heeÍi nict de vtuLhtan a/gewtrpen

die n'ij eryan hehhen Yern'ochl. Itud ttij, naos! dc hevondcrcrtswaatlige eigenschappan welkc hi.i legenover zicken ett gcwonlen lentoonspreidde an naasl de

ger en gebrek.

toawi.idirtg t'n le gec'sr ytttt itytJ]'ering wuar' vun hi.i zovale hcv'ii;.en gal \'onileer hi.i :i.in nut'hlen aon hcn ttpoJ.lbrde en hcl Ëru)l§le d<vl van z.i.in Lleran en linne ngoed uon hen aJstond. ook nog le gave van het u'oord he' z.elen, t'elke onilisbaar geuthl moet worden voor iemond die aan het fuxld von een ge' nrce nie slaal, dun n'as mi,inheer Van Gogh

wU hepÖe,ttkett

zear zeker een volwaurrlig evailgelisí !!:eweesl. Muar hij gehruk aan lez.c lauisle gavc kun'

nen wi.j hem rtiet hngar

hondhavcn."

De kunstenaar Nu de kunstenaar Van Cogh wekenlang op het kasteel Hoensbroek in ons midden zal zijn is het goed er ecn ogenblik bij stil te staan waarom Van Gogh uiteindelitl schilder werd. Na zijn nederlaag als zendeling onder de rnijnwerkers kwam hij tot de bevinding dat hem nog slechts éen weg open ble'ef tot de volstrekte eerlijkheid. Die weg was de weg van de kunst. Van de dag af dat hij tot dat inzicht gekomen was heeft hij onafgebroken gete-

M. r. JOPEN Op Zaterdag íÍ April geraakte de 32 iaar oude meester-houwer dd.

RUSTENDE VISSER

schildcr van die dagen kunnen worden.

ken<l en geschilderd.

Mrar hij was alleen ntaar volslrekt eer-

Hij verkondigde gedurende de jaren die hem restten onafgebroken zijn waarheid. Zijn waarheid over het leven. zijn waarheid over de mensen. Dat was de waarheid over het eenvoudige leven, zonder leugen of bedrog. De waarheid van de eenvoudige mensen. Hij vroeg zich geen ogenblik af of iemand het wel mooi vond of niet. Hij

Iijk, en hij

had,als hij dat gewild had, een groot mode-

deed daarom, zoals alle andere dingen die hij gedaan had. ook het schilderen te goed. Het bracht hem geen cent op. Maar juist omdat hij het te goed deed, werd hij de grootste schilder van de moderne tijd. De mensheid is altijd een eeuw achter op het genie. Wanneer vandaag de dag ontelbaren het werk van Van Gogh bewonderen dan is dit om de volstrekte

hulpopzichter M. J. Jopen uit Kerkrade bij het op de schijí leggen van de kabel van de ophaallier van 0P. braak 181 op de 400 meter verdteping van de mijn Willem-SoPhia in de lus van deze kabel bekneld. Aan de bekomen ernstite verwondingen is hij ter plaatse overleden. Meesterhouwer Jcpen was gehuwd en had

één kind. Hij ruste in vrede.

A. W. WALSCHOT Op Donderdag í6 April werd de 5í jaar oude timmerman A. W. Walschot uit Ophoven-Sittard

het

gasscheidingsgebouw

oP

in

het

Stikstofbindingsbedrijí ernstiE gewond toen een houten schot tijdens het transport kantelde en Walschot met het hoofd tussen dit schot en een aísluiter bekneld geraakte. Aa'r

t

+í. i,. :'

_.

,'.;

.

de' bekomen verwondingen is hij kort na het ongeval in het ziekenhuis te Sittard overleden. Timmerman Walschot was gehuwd en had

twee kinderen.

Hij rdste in 5ÍRAATMAKERS (Den Haag, Dec, '188í-Sept" '1883). Verzameling mevr. H. Kröller.

ltl

vrede.


BONT CouàAfikt Voor Uw Íijnrtc bont

cfu\' U,.^»,,L"5 KLÉDING}IAAR

uBNfil]nI Specieel edres Yoor romcröcwa-

ÉNGELSE S1OIFEN

**^"'^^^' t'

ring, rcparaties ;n modarnhqrlnt van

HEERLEN

ÍEL

lluntvÉnn

PERSÉ

M,il§0[

MAAT

VOOR SPECIML ADRES

o* *r,

d

Uw bont

186ó

..

N.rr.u.traat HEERLEN H

,,

Schaesͻe.ryo*q 47

Orelie

I{eeilei

32

'

'Íetefoon 30A1..

Trl. í86ó

H. Inkopers van Miininstellin-

€nn

gen en Gezellenhuizen Uw adres voor: Peulvruchten. Rilrttaíclartikclen, Macaroni, Spa3h.tti. §o:pcn, Aroma'3. Goudrcr Blok.r Sm!er-, Edammerkaar. Yeru cn 3ccon. rervecrd vleer. Tom.tcnpuraC. Panecrmeel. Puddln3, Malzcna, Aardappelmcel. lemr, Appcl- cn P€rcnttroop, Chocoladc en SuikerwerLcn.

WEER IETS SPECIAALS

,zo.n

BRENGT §

c7

b

a

Ll)'l'

tqnmocl

U

DE

ï !:ïil §rilI"H til

§"tr§i §l

I

OP !

EETSERYTES GOUDL|TN ó-PEiSooNS

Í'a lï0 tlTlR§ [il'tr0fi[rï

KOFFIESERVIES CRÈME

Crootharrdel in levensmirldelen

T2.PERSOONS

GG.rstraat 79a, Heerlon

llTrl"*0l

Tet. 481-1, b.e.g. 473-1, K. 4440

het beste Aan schefpste noierinsen. in alle bekende

Steeds

ratr,lA KwÀl-lT§lT

g.N

N'ËT TE §UUN.

merkartikelen. Vraagt R!lzigersbezock

in een zonnige

zomerJ&Irolr uit (le pracht-

collectie

van

irffi

I'oto-

srudio

1l

tr;

AKERSTRAAT

Ook

araot. ll" Measrott,tt) . . .

IS ZO'N SCÍIATTIG SCIIOENNE INGEKOCI{T

Wij

brengen de leukste

vanaf

24,

[i Ii

HEERLEN

,,\ Dey'hite Wash" nieuwe geheel metalen

!

zomerschoentjes

{}ru

reeds

f 1t;9iÍ

Sn

el-wasmachi ne

poputaire prijs

voor de 197.50

van..f

zonder wringer

De ideale wasmach ine voor huismoeder'binnen

iedere

het bereik

iedere beurs levert U

van

:

BREKETMAN §

Electro [,et»ouille

LUXE SCHOENEN

Radio's, Koelkasten, StoÍzuigers,

ll[[RtDN - 0ranje ilassaustraat 30

il,1il§TBlCllf -l(leino §taat

g

Wasmachi nes, Verl ichti ngs-

artikelen

Oranie Nnssouslrool 3ó-38 T.l.

ssí<.

H"erlon l.l.rl


Grillige speling der natuur schiep op de Domaniale Mijn een merkwaardig

Iagerr I l-ler is niei de eerste keer dat de,,stcenkool"-lezer deze woorden I-)lKK[: l--, onder de ogcn krijgt. Een aantal jaren geleden hebben wi.i in ons blad Dora I e n

Hendrik I tcn tonele gevoerd, twee pijlers resp. op de rni-in .lulia en op St:latsmijn Emnra. die een meer dan normale laagopening hadden. In Hendrik I bedloeg dezc over de gehele lengte van de pijler zelfs nrecr dan drie meter. ln ons door de natuur slechts karig bedeeld mijngebied bchoren dergelijke dikke lagen tot de grote zeldzaamheden. Plaatselijke laagverdikkingen. u,elke onder andere door overschuiving kunnen zijn ontstaan, komen daarentegen nog wel eens voor. Het goed dertig nteter lange en drie en een halve meter dikkc stuk in pi.jler Dora I op de Julia was er

een voorbeeld van. Een frappant voorheeld van laagverdikking levelt op dit ogcrrblik de Domanialc Mijn. ln een 105 meter lange piiler in laag H. gelegen tussen de J80 en 500 meter verdiepingen, loopt de dikte van de koollaag over een afstand van circa 25 nreter op van eĂŠn meter tot bijna zes meter ! Dit mag zelfs voor de meest doorgewinrerde ondergronder ongeloleliik klinkcn. Maar voor de nrannen van afdeling V van de Domaniale, die djt enornr dikke laagstuk momenteel afbouwcn, is er niets bijzonders meer aan.

De belangstelling van de ondergrontle rs zal onget,ivijleid uitgaan nttar de rr ljzc waarop de albouw van dit dikke laagstuk in de practiik geschiedt. Voor*aarde

I

t1

il

il

t

'1!

Met houten stijlen, waaronder zich meer dan 5 meter lange bomen bevinden, die per stuk meer dan 100 kilogram wegen, wordt het dak in het dikke laagstuk ondersteund. Bij het ,,blazen" van de pijler gaan deze houten reuzen uiteraard in de vulling verloren. Hiertransporteren de houwers Wilhelm van Reenen en Alfred Kalenka een reuzestijl naar de plaats van bestemming.


Houwer Wilhelm yan Reenen dekt de bovenkool aÍ in het zes nreter dikke laagstuk in afdeling H.

voor de àfbouw was natuurlijk, dat de pijler in laag H kon worden ,,geblazen". Met breukpijlerbouw viel hier niets uit te richten. Een ander belangrijk punt was dat men over de nodige ervaren houwers kon beschikken, die met dergelijke moeilijke afbouw konden worden belast. Vooral de ondersteuning van het dak in de hoge pijler stelt zeer speciale eiscn aan het vakmanschap van de nran die ze aanbrengt. Tenslotte slaagde men er slechts met zeer veel moeite in de vereiste houten stijlen

van de grootste lengte te bernachtigen. Precies een jaar geleden werd de pijler met hct dikke stuk in laag H aangetrokken.

Men rekende erop, dat men met

een

flinke laagverdikking te maken zou krijgen. nraar men hud er geen idee van dat het zo erg zou zijn. Al direct bij het begin

werd de pijler in laag H tot langzame pijler bestempeld. Dat betekende, dat de pijler slechts tweemaal in de week in

zijn geheel zou worden omgebouwd. De pandbreedte werd op twee meter bepaald zodat dus per week vier meter kool over de gehele lengte van de pijler zou worden afgebouwd. Zo is het een jaar lang geschied en de resultaten waren zeer be-

vredigend. Dc tegenwoordige dagelijkse gang virn zaken is : dagdienst -..- ontkolen en houttransport ; middagdienst -.- ontkolen en blazend vullen: nachtdienst blazend vullen en ombouwen. Een grote moeilijkheid bij de afbouw van het dikke laagstuk is, dat zich vlak achter de verdikking in de pijler een zogenaamde uitspoeling bevindt. Over een afstand van 20 meter bevindt zich namelijk geen kool maar rsteen. Achter deze uitspoeling zet de laag zich weer normaal voort. Het moeilijke punt bij de afbouw is nu dat door deze steen heen constant een verbinding met de toevoergalerij moet worden

in stand gehouden. ,,Als gevolg van tectonische beweging is de oorspronkelijke laag verdrie- of vervierdubbeld", zo luidt het oordeel van de geologen over de verdikking in

laag H. Maar zo gemakkelijk als ze blijkbaar gevormd is, zo moeilijk is de afbouw v. Aer. ervan. 'ii.j i:]r::1r I l-irj, i,1:11tí"ir yiil ti; tr i f!l.rl'iili :,r irri ,::iÍ:it,:: rt:t.:.r,;L i:r 11r::ir g,;1;1,i,1,l'r1' lr.titr,a.!: il.:io:rtir t1r r:l .tn r-itt't';Í'::::ti,,.tr li.':i ;.it ,.r l:r.it ;:.,:tjt.rr i,r.i t:,rt

It;


Zestig

afgestudeerde

O,V.§.-ers van de Staatsmijnen weiden op I April aan het ondergronds bedrijÍ overgedragen.

Het warcn op .\ruotsmijn Wilhelmina.' Martin v. d.

Ven, Mathieu Jansen, Lt.r

Schuivens, Jozef Huveneers, Hub, Beijer, Hub.

Willems, Wiel Somers. Sjef

Lubin, Louis Marx,

v. d. Looij, Gerrit

Joz-ef

Centen,

Piet Cielen, Antoon Duckers

Jo Kockelkorn, Sjef Blezer. Henk

Henk l)ohmen.

Meijering en Jo Ramakers.

-+

Staatsmiin Wilhelmina

Op Staatsmijn Muurits wa-

ren het : Hub Puts. Huh Koeyvoets,

Laurens

v.

Wim

Emans, Leo

Mulken,

Haagmans, Herman Meeuwissen, Gerard Schroeders,

Bernard Uffink,

As, Herman

Henl

v.

Koopmans. Piet Gerrits, Harm Vegter, Jos Schoones, Cuus Kuipers, Jan Winkelmolen, Jos Hanssen en Rudolf v. Dorsten.

<-

Staatsmijn Maurits

Op Stuatsmijn Emma gin-

gen ondergronds:

Jan

Schaeks, Thei Felling, Al-

bert Pellery, Wim Janssen, Cor Philips, Harrie Berben,

Hein Rutjens, Oerrit Roeleven. Ceert Boneschansker. Zef I)autzenberg, Heini Nas.

Andries de Lange, Hugo Viehmann, Michel Starreveld, Johan Robben, Ëmanuel Stroy, Jozef Limpens, Jan v. Roy, Huub Pfeifl'er,

Zef Janssen, Arend Boesveld, Wie I Okrogelnik,

Peler Ververs. Gerrit Heiligers en Hcnk Pirson.

Staatsmijn Emma ii:! alit,f r i;

'1:

'l

i::r'li,:l:i,r i

,

r1

j;:,iP,t

i:ila:]'

-* 1r

i::.,.

1,1,9


Over de opleiding tot miinopzichter aan dè Mijnschool te Heerlen is in ,,Steenkool" a! eerder uitvoerig ge-

liikt ons echter voor een goed begrip yan nevenstaand artikel Eewenst nog eens in het kort samen te vatten hetgeèn lr C. Blankevoort Nzn, directeur van de Mijnschool, in ll,{8 speciaal over de aard en het leerplan van dit instituut publiceerde. ,,De theoretische opleidint tot miin-

&es*fume§d §m d

schreven. Hèt

opzichter aan de Mijnschool is een middelbarc nijverheidsoplelding en staat gelijti mèt de opleiding aan de 1ríiddelbare Technische §cholen in Nederland. De duur van de opleiding be-

draagt vier iaar.

ln het eerste en

tweede leeriaar ziin er tweè en in het derde en vierde lecriaar drie lesdagen

per week. Enkele leervakken op de Mijnschool ziin :

mijnbouwkunde,

mijnreglement, mirnmeten, miinbouwkundige machiner, bouwkunde, electrotechni€k en ortanisatle van het bedriif. De opleiding aan de Miinschool is er speciaal op gericht de leerlingen te trainen in het gebruik van hun ver-

standeliike gaven, Veel betekenis wordt gehecht aan veelvuldig contact tussen leraren en leerlingen en tussen

de leerlingen onderling." Op de dagen, dat er geen les wordt gegeven, werken de Ieerlingen van de Mijnschool op'de mijn, waar zii practisch technisch worden gevormd om hen betër geschikt te maken voor hun

toekomstige taak. Over deze pracsche opleiding in het bedrijf vertelt lnspecteur. M. Walr, gedelegeerde bij de Miinschoo!, in nevenstaand artikel-

I

De practische vorming van de mijnscholier op hct bedrijf, als voorbereiding op zijn toekornstige taak, is zeker even belangrijk als de theoretische opleiding, welke hij op de Mijnschool ontvangt. Het is dan ook begrijpelijk dat de bedrijfsleiding aan deze practische vorming der mijnscholieÍen voortdurend aandacht besteedt en ernaar streeft deze zoveel mogelijk aan te passen aan de allernieuwste inzichten. De opleiding aan de Mijnschool staat geli"ik met die aan de Middelbare Technische Scholen in Nederland. De Mijnschool kent echter geen afgerond practisch leerjaar. Tijdens de vier leerjaren aan de Mijnschool ziin de leerlingen eigenlijk voortdurend bezig aan het practische gedeelte van.hun opleiding. ln het derde leerjaar moeten zij met hun kennis en routine van het ondergrondse werk zover gevorderd zijn, dat zij het houwersexamen met goed gevolg kunnen afleggen. Het leerplan van de Mijnschool schrijft namelijk voor, dat men houwer moet zijn om van het derde naar het vierde leerjaar te kunnen worden bevorderd.

Een onderdeel van het vak, dat de

Trainingsrooster van de mijnscholier is aÍgestemd op ziin toekomstige taak in het bedrijf E candidaten voor de Mijnschool

hebben, voordat zij de school gaan bezoeken, meestal reeds anderhalf à twee jaar ondergronds gewerkt en een adspirant-mijnscholieren-cursus op het bedrijf gevolgd. Tijdens deze adspirantmijnscholierencursus hebben de bedrijfs-

leider, de Chef van de opleiding en de Psychotechnische Dienst, ruimscl'roots de gelegenheid de candidaat te testen op bekwaamheid en karaktereigenschappen. Uit deze testen kan worden afgeleid of de candidaat met goed ge volg de Mijnschool zal kunnen volgen en ofhii over voldoende leiderseigenschappen beschikt om later een goed opzichter te worden.

Tegelilkertijd met zijn theoretische op-

mijnopzichtergoed mcet

beheersen, is het werken volgens mijnbouwkundite tekening. Hier zijn de mijnscholierenjan van der Heijden en Huub Beckers aan de hand van zo'n tekening bezig met het uitzetten van de laad'plaats ten behoeve van opbraak 378 in de 1e Zuidelijke tussensteengang West op de 546 meter verdieping van Staatsmijn Emma. De leiding van het werk heeft de 3e-iaars mijnscholier houwer Frans Welters (geheel rechts).

, -'

Hoe wordt een steentang gedreven ? Onder leiding van

schierhouwer Joep Ritzen (geheel rechts) lopen de míjnscholieren Jan Heuts en Roel van Beele- beiden hulphouwerschool aan het front van de eerste Noord-Westelijke steengang

Oost op de 700 meter verdieping van de Staatsmijn Emma. Hier zijn ze bezig met het boren van schietgaten.

? Een mijnopzichter moet natuurlijk weten hoe de pijlerv' verlichting precies in elkaar zit. ln de electrische werkplaats van de Oranie-Nassau-Mijn I gee{t houwer Johan Bosch.

belast met de revisie van de pijlerverlichting, tekst en uitleg aan postsleper Jac. Geraedts, 2e-iaars mijnscholier.

l;0

leiding aan de Mljnschool, begint mijnscholier

op het bedrijf aan

de zUn

practijk-programnra, zoals dit is vastge-

steld in het leerplan van de school. In totaal heeft hij gedurende de vier jaren van zijn opleiding twaalf honderd dagen ter beschikking van theoretische en practische vornring en wel 400 voorlessen

op de school en 800 voor practijkwerk.

Wanneer men nu aanneemt, dat hij in die

vier jaar 60 dagen verlof heeft en dagen afwezig is

in verband

20

met ziekte-

ongeval, extra verlof, inhaaldagen en excursies, dan blijven voor practijkwerk in het bedrijf nog 800

80

beschikbare werkdagen

in de vier leer-

-

720 dagen

- met het aantal over. Rekening houdend


hangen, moctlijn hangen, storing opnteten

# ffieff

en mijnplannen lezen. De volgorde van

irffffiffi'trffiitffi

de pructische werkzaamheden zoals deze in het trainingsrooster zijn aangegeven, is zoveel mogelijk aangepast aan de volgorde waarin de onderdelen van de nrijnbouwkunde en de aanverwante vak-

?rl,!

jaren van de Mijnsuhool is het practijkwerk in een speciaal trainingsrooster ingedeeld. Voor het eerste leerjaar zijn uitgetrokken : 75 dagen ontkolen in de pijler, l5 dagen omleggen in de pijler en I l5 dagen

voorbereiding van pi.jler, galerijen, enz. De indeling voor het tweede leerjaar is :

54 dagen vullen en blazen. 36

dagen

steunpilaren in de pijler, 32 dagen onder-

houd van stutwerk en spoor, ,16 dagen

beveiliging van steengangön en opbrakèn,

47 dagen ontkolen van dikke Iaag en gemechaniseerde afbouw.

In het

derde

leerjaar is het practijkwerk nog sterker gevarieerd: -19 dagen op- en neerbraken maken en onderhoud, 40 dagen steen-

gangen dri.jven, l-1 dagen mijnmeten, II clagen hooldvervoeraldelingen, 25 dagen electrische aldeling onder- en

bovengronds en 25 dagen werktuigkundige aldeling onder- en bovengronds. Het trainingsrooster van het vierde leerjaar luidt tenslotre als volgt : 27 dagen ont-

sluitings- of voorbercidingswerk volgens mijnbouwkundige tekeningen, l3 dagen veiligheidsdiens(, 24 dagen geologische dienst en stafwerk, l8 dagen ondergronds bedrijfsbureau, accoordstellen en beheer van materialen, 27 dagen ventilatiedienst en 46 dagen dienst doen als schudgootffieester, instructeur en hulp afdelingslpzichter. Elk onderdeel van het trainingsroosteÍ

onlvat nog

wec-r een aantal afgeronde werkzaanrheden. Onr maar een voorbeeld le nen)cn:tijdens de l3 dagen mijnmeten in het derde leerjaar moet de mijnscholier aandacht besteden aan richting verder

ken op de Mijnschool worden onderwezen.

Het is natuurlijk in de bedrijven niet altijd mogelijk om aan deze volgorde geheel de hand te houden. Bij kleinere mijnen met twee à drie mijnscholieren van ecin en dezelfde klasse is dit genrakke-

lijker dan bij grotere mijnèn met bijvoorbeeld 12 tot 15 en nog meer scholieren uit eén klasse. Op rleze grote mijnen zou men moeilijk alle scholieren tegelijk

tewerk kunnen stellen bij het maken van

opbraken

en neerbraken, bij

vullen, enz. Dit

blazend kan helemaal niet wanneer

bij de veiligheidsdienst, de geologische dienst, het stafwerk of de mijnmeters zou moeten te werk stellen. Daarom is aan de leiders van het nlen ze allen tegelijk

progr:lmmawerk in de bedrijven zovcel mogelijk de vrije hand gelaten om naar

eigen inzicht en rekcrring houdend nret de mogelijkheden de volgorde van de practijkwerkzaamheden vast te stellen.

Aan de kool cn op kantoor De werkzaanrheden zoals in het trainingsrooster aangegeven, zíjn in stijgende lijn aangepast aan de bekwaamheden en de routiàe van de jeugdige mijnbouwers. Het begin ligt bij het meest eenvoudige werk aan de kool in verschillende soorten pijlers. Weliswaar zrjn de leerlingen voordat zij deMijnschool gingen bezoeken reeds een of meer jaren ondergronds werkzaam geweest en hebben zij in deze peric,de meestal pijlerwcrkzaamheden verricht. maar toch bli.ift ltct zeer nuttig dat

zij

tijdens de mijnschoolopleiding

nog

verschillende keren in de pijlers worden tewerk gesteld. Doordat zij van hun werk-

zaaniheden fappoÍten moeten rnaken zijn zij gedwongen vele waarnemingen te doen over de inrichting, de organisatie, de accoorden. de prestatie, de vervoermiddelen, de beveiliging en de betimmering van de verschillende pijlers. De werkzaamheden in rte afbouw zijn zeer geva-

rieerd, vooral dank zij de nrechanisalie,

de steeds veranderlijke dak- en vloer-

verhoudingen, de structuur en dikte van de verschillerrde lagen. De winning van steenkool is het doel en daarom het voornaamste onderdeel van de mijnbouw. Zowel in de practijk als bij de lessen op de lVlijnschool wordt dan ook aan de winning bijzondere aandacht besteed. Daar komt nog bij, dat bij de

afbourv de meeste opzichters nodig zijn

;

de aÍgestudeerde mi.jnscholieren worden dan ook doorgaans in de afbouw tewerk

gesteld. Dat neenrt echter niet weg dat het rroodzakelijk is dat de miinscholieren zoveel mogelijk àlle ondergrondse werkzaamlreden en de hiermee in verband staande bovengrondse werkzaamheden

in de practijk

kunnen meemaken. Het

trainingsrooster omvat dan ook tevens

de ontsluiting, de

voorbereidingswerk-

zaamheden, het hoofdver:voer en het onderhoud. Ook zijn practijkwerkzaamheden in de werktuigkundige-, electrotechnische, geologische- en mijnmetersafdeling, werkzaamheden bij de mijnbouwkundige staf. op het bedrijfsbureau en de bedrijt'.sadnrinistratie in het rooster opge-

nomen. Het spreekt vanzell

scholieren in de korte tijd die

dat

zij in

de de

verschillende afdelingen onder- en bovengronds zijn tewerk gesteld. het vak niet als een volleerd en geroutineerd vakman kunnen uitvoeren. Uiteraard zullén zij in de ondergrondse afdelingen beter thuis zijn dan in de bovengrondse afdelingen,

bij de staf of bij de administratie. De bedoeling van de training in de nietondergrondse afdelingen is in de eerste rVertolc op pas. 25)


troep kleine auvermannqkes wipte naar binnen. Zij schaarden zich rondom de ketel, haalden een Iepel uit de zak en

JEUGDSTAD KOOLBERG

begorrnen te smullen. Na de eerste hap al zaten de meesten op de harde brokken te kauwen, De nrannekes keken elkaar eens aan. Dat de pepe"rkoek zo taai wns en

Roole Willem

zo'n rare smaak had, hadden ze nog nooit meegemaakt. Zij spuwden de brokken uit op de groud en ontdekten toen, dat het stukken leer waren. ,,Wie zou ons dat koopje geleverd heb-

en de auvermannekes

ben

In' de buurt van het ,.l)oonderhuske",

Dat hadden de auvermannekes gedaan Uit dankbaarheid zette de smid 'savonds

hoeve.

een hele mand met lekkernijen voor zijn huisdeur om zijn goede helpers eens flink te tracteren. Op de hoeve, waar rooie Willem paardenknecht was, werd iedere avond een ketel rijstepap in de schuur neergezet. Die was

het kasteel van Doenrade, lag een grote

Willem, de roodharige paardenknecht, dip al vele jaren op die boerderij werkte, stond in de verre omtrek bekend als een echte grappenmaker. Hij was ook lid van de schuttcrij. Als er ergens schuttersfeest was, zwaaide hij lustig de vaan van de brbederschap.

Niet ver van de hoeve verwijderd woonde

in,een helling, die geheel met hakhout

en braamstruiken was begroeid, een troep auvermannekes. De bewoners van Doen-

,,lk

?" vroeg een van de auvermannen. weet het.!" riep een ander boos uit.

,,Willem, de rooie paardenknecht, wil ons een poets bakken. Kijk, daar boven zit ie

!"

De

voor

auverman wees omhoog. Allen keken naar de zoldering, Het koninkje der auvermannen sprong op en riep met dreigende stem : .,Wacht, jij deugniet. jou blaas ik het licht uit l" ,,Ptr! Pffl" blies het kereltje en nreteen waren de auvermannekes uit de schuur

de auvermannekes moest koken. Rooie Willem zei, dat hij ervoor zou zorgen, en dacht toen stiekum

De knecht voelde iets raars aan zijn linkeroog. Al wrijvend klom hij langs de

voor de

Nu

auvermannekes.

gebeurde het, dat de boerin en de

meid naar de stad rvarcn. .De boer tegen Willem, dat

hij de rijstepap

bij

zichzelf

:

,,

zei

Een

fijne gelegenheid om die kleine rakkers eens beet te nemen,"

Na de

avondboterham

ging de boer naar

café

in de buurt

een

om

daar met enkele andere

boeren een potje

te

kaarten. Zodra de baas de deur uit was, hing rooie Willem een ketel met melk en ri.ist boven

het haardvuur.

Willem ging op een stoel zitten en roerde van tijd tot tijd mer

verdwenen.

ladder naar beneden. Het eigenaardige gevoel in her oog verdween echter ni!'t. Daarom ging Willenr nraar vlug naar bed. Hij dacht, dat er een stofje in zat en het oog de volgende dag wel weer in orde zou

zijn.

Maar dat was niet het geval.

.

ln

hct

linkeroog was g€en licht meer. Willem moest bekennen. wat hij in die nacht had uitgevoerd. De boer gaf hem een flinke uitbrander en zei, dat hij blij kon zijn, dat

hij nraar met een oog tussen de planken door had gekekc'n, daar hij anders helemaal blind was geweest.

een grote houten lepel

in de

kokende

pap.

Zodra de rijstepap gaar was, moest hij er brokken peperkoek

rade waren goed bevriend met die kleine

kereltjes, die

's nachts door het dorp

gingen om de mensen, die in moeilijkheden waren, te helpen.

Zo had de dorpssmid op zekere dag een erpstige verwonding aan zijn rechterhand gekregen, waardoor hij een tijdlang zijn smidshamer niet . meer kon hanteren. Daar het voorjaar was en de boeren .met het werk op het land moesten beginnen, hadden zij alle werktuigen, die niet in orde waren, bij de smid gebracht om le repareren, Er was dus veel werk in de smidse. De smid zelf zat met de handen in: Ëet haar. Hij kon niets doen en was bang, dat boeren naar een smid buiten het dorp zouden gaan. Zuchtend van zorg ging de man 's avonds naar bed. Maar wie bgschrijft zijn verbazing, toen hij 'si morgens de werkplaats binnenstapte e-l zag, dat alles keurig was gerepareerd!

r58 l

1,' ,1:l

in

doen.

Maar in plaats van de peperkoek uit de kast te pakken ging Willem naar zijn slaapkamer. Daar stonden nog een paar oude laarzen. Die haalde hij naar beneden, sneed ze in stukjes en gooide brokjes leer in de pap. ,,Wat zullen ze moeten kauwen," lachte rlr'illem, toen hij de ketel naar de schuur bracht.

Langs een ladder klom Willem naar de hooizolder, want hij wilde weten, wat de auvermannekes zouden doen, als zij tot de ontdekking kwamen, dat ze gefopt waren.

Nog een hele tijd moest de knecht wachten, voordat het middernacht sloeg op de kerktoren in Doenrade.

,,Nu zullen ze gauw komen," dacht Willem. Hij ging op zijn buik liggen en

loerde voorzichtig naar beneden door een brede spleet tussen de vloerplanken. Nauwelijks lag hij goed' en wel of daar

ging de kleine schuurdeur open.

Een

Deze tekening werd ons toegezonden door W.Engelen, Bloemenweg 84, Sittard.


HEERLEN 160

*

GELEFN

Mei 1953  

60 jaar geleden

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you