Page 1

H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE 06|01|2013 – 27|01|2013


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE inhoud context beelden opening 09 | 01 | 2013 werk tentoonstelling openingstekst

zie ook Peter Steutel Hans Overvliet Mon Capitaine

Hans Overvliet

Peter Steutel


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE Context In 1991 maakten Hans Overvliet en Peter Steutel als H.A.P.E.R. hun eerste Zeeuwse tentoonstelling in de Kapel van Hoogelande in Grijpskerke. Na vele jaren van intensieve samenwerking valt H.A.P.E.R. voorlopig fysiek uiteen: Peter Steutel verhuist in 2013 naar ergens in het midden van Nederland. FULL [?] CIRCLE is een tussentijds afscheid. Met dank aan Mon Capitaine Kees de Valk, Harrie Vandevliet, Mariska Duinkerken Tentoonstelling uitnodigingen Peter Steutel, Hans Overvliet selectie Hans Overvliet. Michiel Paalvast, Giel Louws inrichting Hans Overvliet, Giel Louws productie Willy van Houtum fotografie Hetty van Leur, Hans Overvliet, Willy van Houtum, Leo van Kampen Catalogus opmaak: Hans Overvliet


vernissage 06|01|2013

H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE

Peter Steutel


Peter Steutel

H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE

Peter Steutel


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE

Hans Overvliet


Hans Overvliet

H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE

Hans Overvliet


Hans Overvliet

H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE Openingswoord In 1991 maakten Peter Steutel en ik onder het acroniem H.A.P.E.R. in de Kapel van Hoogelande in Grijpskerke onze eerste Zeeuwse tentoonstelling. En nu staan we hier in Mon Capitaine voor een voorlopig laatste. Want Peter verhuist een dezer maanden naar het midden van het land. Een eerste cirkel is rond. Socioloog Ger Peeters opende in de zomer van 1991 die tentoonstelling in de Kapel van Hoogelande met een voordracht uit een gedeelte van een gevonden manuscript van een niet-bestaand boek. De laatste woorden die Peeters daarin vond waren: “Er is niets gebeurd”. Tijdens het selecteren van het werk voor deze tentoonstelling dook ik diep in de beeldarchieven van Peter Steutel en mijzelve en vond tot mijn stomme verbazing een ander klein deel van dit niet-bestaande boek. Ik kon zulks herleiden aan het onmiskenbare handschrift en de idiosyncratische redeneerstijl. Dit wonder wil ik u niet onthouden, dus lees ik hier een gedeelte voor uit dit in menig opzicht nogal bijzondere werk.

De tekst begint midden in een zin: “opnieuw te maken; mentaal en fysiek. Als resultaat van een diepe reflectie kreeg H.A.P.E.R. namelijk langzaam maar zeker het inzicht dat hij telkens de verkeerde weg had gekozen: die van de dingen vinden. Terwijl al zijn vorige ervaringen hem hadden moeten leren dat de dingen hèm vonden. Die paradigmawisseling had hij natuurlijk wel vermoed, maar nooit echt begrepen, laat staan doorleefd. Nu, hier, accepteerde hij dat de vangrail hem wel degelijk stuurde; daar waar hij er altijd van uit was gegaan dat zijn weg een zelfgekozene was. Stilte in H.A.P.E.R.’s hoofd. Dan een eerste vraag. ‘”Op zich een goed begin”’ vond hij. Want zijn gekende reactie tot hiertoe was het formuleren van een volzin, een mogelijk antwoord. De vraag op zich was niet heel spectaculair en nogal omnipotent: ‘”que faire? Opnieuw beginnen? Maar hoe begin je in godsnaam opnieuw? Doe je alles over en kijk je met andere ogen, bijvoorbeeld met gevoelsogen in plaats van met rationele ogen? En wat zijn dat überhaupt: gevoelsogen? Mochten die al bestaan. En dan: in beweging komen? Waar naar toe?


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE De vangrail ligt immers gierend van de lach op je te wachten. Blijven en je bibliotheek opnieuw doorakkeren? Met welke hersens dan? Vanuit welk perspectief: die van de niet-wetende? Hoe vergeet je de dingen?”’ ‘”Fijn’” dacht H.A.P.E.R. ‘”stel je eens een vraag en binnen een paar minuten ben je uitgeluld.’” Fundamentele twijfel overviel hem.” Op deze plaats in het manuscript is een aantal alinea’s onleesbaar doorgehaald. Wel leesbaar is een aantal woordparen in de marge die verderop kennelijk worden uitgewerkt: “reizen - toerisme / leren - weten / niet zoeken vinden / kijken – zien - waarnemen / doen - laten / maken – ondergaan / consistent – inconsequent en één aaneengeschreven, onderstreept woord: keuzebesluitproces.” De lopende tekst - vermoedelijk is er een aantal pagina’s verdwenen - wordt weer leesbaar met: “besloot te gaan. Alleen. Er op vertrouwend dat zijn vrouw, zijn echte vrienden en vriendinnen toch wel in zijn hoofd meereisden. Want die wilde hij niet vergeten. Nooit.

Omdat hij er van uitging dat hij en hen elkaar hadden gevonden. Op z’n minst halfweegs. Hij ging alleen omdat hij zich herinnerde ooit op een berg te hebben gestaan met een oogverblindend uitzicht. Een uitzicht dat zich ook naar binnen opdrong. Langs de ene kant maakte het hem klein en nietig, toch stond hij daar maar op het dak van de wereld met die wereld aan zijn voeten. De tegenstelling loste zich op in zijn hoofd en maakte plaats voor een eerst verwarrende en even later weldadig zijn. Dat verdween op slag toen hij zich tot zijn reisgezel wendde: ‘”Wat een ongelofelijke schoonheid hè?”’ Het overweldigende panorama slonk plots tot een ansichtkaart; dat ene zinnetje opende een beeldbank van andere bergen, al dan niet zelf beleefd of zelf waargenomen. Het maakte hem bewust van het culturele verschil in de Germaanse en Gallische talen: ‘montagner’ versus ‘bergen’, beklimmen versus redden; avontuur versus gevaar. H.A.P.E.R. sleurde zichzelf na het zinnetje ‘”Wat een ongelofelijke schoonheid hè?”’ meteen in zijn eigen plakboek en in zijn Encyclopædia Britannica. Dat was dus niet helemaal de methode: ‘”communicatie on the spot and in the moment is uit den boze’” .


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE Als eerste oefening in het weggaan besloot H.A.P.E.R. een lijst te maken van de benodigde reisspullen. Dat lijstje was natuurlijk afhankelijk van waar het lot hem zou brengen. Stilte: ‘”hoe breng je het lot in je leven binnen?”’ Hij herinnerde zich een boek: The dice. Daarin gaf de hoofdpersoon zichzelf telkens een zestal keuzemogelijkheden en liet de ogen van de dobbelsteen bepalen welke hij uitvoerde. Lijstje mogelijkheden samenstellen dus. Weer stilte: ‘”vanuit welke criteria? Mag de eigen voorkeur een rol spelen binnen de zes mogelijkheden? Betrekken die voorkeuren zich op eerdere ervaringen? Negeren ze ingebouwde veiligheden?”’ H.A.P.E.R. herinnerde zich een wandeltocht op een hoogvlakte in Yemen naar Bayt al Faqih – het huis van de wijze, waar ons woord ‘fakir’, tovenaar, van af is geleid. Het bovenaardse landschap besprenkelt met als forten gebouwde huizencomplexen, opgetrokken uit modder. Het had hem ten diepste verontrust: niets maar dan ook niets herinnerde aan dit landschap, aan deze architectuur, aan deze taal. Geen enkel aanknopingspunt drong zich op.

Een man in een quatveld wenkte hem. H.A.P.E.R. liep naar hem toe en samen liepen ze naar een verderop gelegen huis. Thee. Uiteraard. De man vroeg een van zijn zonen een andere gast te halen. Tot H.A.P.E.R.’s lichtelijke verbazing verscheen een jonge vrouw, naar later bleek een Duitse. Een kunstenaar. Tekenaar. Ze trok al drie maanden in Yemen rond en verbleef sinds een week bij deze familie. Na enige tijd durfde H.A.P.E.R. haar naar haar werk te vragen. ‘”Gibt’s nicht.’” En ze legde uit dat ze nog steeds geen idee had waar ze naar keek, laat staan wat ze zag. Op zijn vraag hoe je naar iets kan kijken zonder te weten wat je ziet volgde een bescheiden ‘”Weiss Ich nicht, ist einmal so.’” H.A.P.E.R. kon op slag zijn verontrusting plaatsen. Een paar uur later keken ze samen naar de opkomende maan. Verwondering, beetje verwarring, oplossend in zijn. H.A.P.E.R. dacht: ‘”Der Mond, la lune, de maan die op de Duits-Franse grens van geslacht verandert.’” En poef, weg zijn. Geen wonder dat hij geen moer zag. Later die reis ontmoette hij in Sa‘dah een Nederlandse. Op een enorme, eeuwenoude, begraafplaats. Ze waren er alleen.


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE De duisternis viel in en de stadsmuren van Sa‘dah tekenden nog één keer die dag hun ronde lijnen in de avondlucht; de eerste lichtjes flikkerden aan, etensgeuren verdrongen het laatste licht. H.A.P.E.R. vergat dit wonderschone beeld vast te leggen, vergat de Nederlandse, vergat waar hij vandaan kwam, vergat waar hij naartoe wilde, vergat wie hij was: hij was in een ander tijd-ruimte besef getreden. ‘”Ik wil hier eeuwig blijven’” dacht H.A.P.E.R. Dat verlangen vermoorde in een honderdste seconde het moment. Met alle gevaren van dien had H.A.P.E.R. als poging tot herinnering een stukje grafsteen naar huis meegenomen, verstopt in spekstenen aardewerk. Maar het hielp niet: verstolde beelden. Het leek alsof er niets gebeurd was. In weerwil “ Hier eindigt dit deel van het manuscript.

zondag 6 januari 2013 Hans Overvliet


H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE


PZC | 10 januari 2013

pers

H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE


06|01|2013 – 27|01|2013

H.A.P.E.R. │FULL [?] CIRCLE

Profile for Peter Steutel

Catalogus HAPER  

Catalogus HAPER  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded