Issuu on Google+

n

Resultaat 2013

n

Kali aardappel en ui

FosfaatefficiĂŤntie Phytophthora n

n

n

n

Rassenonderzoek

Ruwvoerproductie Biologische tarwe

Ziektebestrijding graan Strategie ritnaalden n

n

n

n

App voor aaltjes

n

Resultaat in beeld Onderzoek, feiten en cijfers Akkerbouw

schakel in succes


‘Kennis en innovaties leveren euro’s op’

Inhoud

Veel kansen zien we in de voortschrijdende ontwikkeling en koppeling van digitale systemen. Wij beschikken over die kennis en over modules die digitale informatie op perceelsniveau vertalen naar gerichte adviezen. Met het adviesprogramma NemaDecide kunnen aardappeltelers plaatsspecifiek aaltjes bestrijden. Zo zijn er vele kansen om geld te verdienen, ook voor u. Daarom is mijn advies: informeer bij uw Agrifirm Plant specialist over de nieuwste ontwikkelingen en kennis voor uw teelten en bespreek de mogelijkheden voor implementatie op uw bedrijf. We wensen u een voorspoedig teeltseizoen toe!’ Drees Beekman, algemeen directeur

Hoger kaliadvies voor aardappelteelt De kalinormen en het kaliadvies voor zetmeel- en consumptieaardappelen kunnen met 75 respectievelijk 100 kg/ha omhoog. Dat blijkt uit meerjarig onderzoek van Agrifirm Plant. Zetmeelaardappelen

Hoger kaliadvies voor aardappelteelt

3

Voorkeur voor kaliumsulfaat in Veenkoloniën

4

Rassenonderzoek Agrifirm Plant verbreedt totaalbeeld

4

Met P-coating meer organische bemesting

5

Curatieve middelen beperken Phytophthora

5

Ziektebestrijding in graan voor een beter rendement

6

Betrouwbare strategie tegen ritnaalden

7

Stuur op behoud van bodemvruchtbaarheid

7

Rassenonderzoek biologische tarwe

8

Plaatsspecifiek aaltjes bestrijden

8

Ruwvoerproductie met zo min mogelijk onkruid Bodemdata vertalen naar plaatsspecifiek bekalkingsadvies

2 Resultaat in beeld

Opbrengst en kwaliteit

9 10

Rhizoctonia in consumptie- en zetmeelaardappelen

10

Interview: ‘R&D is er voor alle akkerbouwers’

11

In de zetmeelaardappelteelt wordt terughoudend omgegaan met de kaligift, omdat kali een drukkend effect heeft op het onderwatergewicht. Dit blijkt ook uit ons onderzoek. Met 100 kg extra K zakt het OWG met 10 punten. Anderzijds blijft door kaligebrek de zetmeelopbrengst flink achter. Het is zoeken naar de goede balans. We zien in de resultaten van ons onderzoek voldoende reden de adviesgift met 75 kg/ha te verhogen.

Consumptieaardappelen

Bij consumptieaardappelen in ZuidoostNederland zien we hetzelfde. Tot 400 kg kali/ha blijft de opbrengst oplopen, terwijl de huidige adviesgift 250 kg bedraagt. Dit advies is gebaseerd op een opbrengst van 50 ton/ha (grafiek 1.). Maar in deze regio liggen de opbrengsten op 70 ton/ha en verbruikt een gewas meer kali. Agrifirm Plant verhoogt het kaliadvies met 100 kg om de kaliaanvoer en -afvoer in balans te krijgen.

Monitoringssystemen

Om in het seizoen een extra controle uit te voeren of het gewas over voldoende kali (en stikstof) beschikt, heeft Agrifirm Plant samen met Altic twee controlesystemen ontwikkeld. In de zetmeelteelt kijken we met het Agrifirm Spurway-grondmonster specifiek of de bodem voldoende kali kan leveren. Voor de consumptieteelt is de bemestingsnavigator het meest geschikt. Een grondmonster gecombineerd met een analyse van het plantsap kunnen we ook op uw perceel optimaal sturen op kali, stikstof en mangaan.

Figuur: Opbrengst Fontane bij een oplopende kaligift. (Br

Tabel 1. Zetmeelopbrengst per kaligift. Bron: Agrifirm Plant Kalionderzoek zetmeel 2013.

Grafiek 1. Opbrengst ‘Fontane’ in ton/ha per kaligift te Vredepeel 2013.

K20-gift Veldgewicht (ton/ha) OWG Zetmeel% Zetmeel (ton/ha)

O

46,3

560

23,8

11,0

100

47,6

557

23,6

11,3

175

50,6

541

22,7

11,5

250

51,5

535

22,4

11,5

325

55,2

529

22,1

12,2

400

54,4

539

22,6

12,3

475

58,5

523

21,8

12,8

80 75

Opbrengst (ton/ha)

‘De Nederlandse agrisector staat bekend om haar innovatieve vermogen. Als Agrifirm Plant geloven wij in de waarde van innovatie. In deze speciale editie van Resultaat in beeld voor de akkerbouw dragen wij dat uit.

Dit bulletin informeert u over de belangrijkste resultaten uit ons onderzoek. Onderzoek dat leidt tot nieuwe kennis en innovaties, waarmee u uw voordeel kunt doen. Of nog beter gezegd: kennis en innovaties leveren euro’s op in uw portemonnee. Omdat verhoging van de akkerbouwinkomens vooral moet komen uit opbrengstverhoging en kwaliteitsproductie, staat ons onderzoek volledig in het teken daarvan. Enkele voorbeelden: in de uienteelt timmeren we aan de weg met koprotonderzoek. Bij brouwgerst is het de uitdaging om – binnen de de strenge bemestingsnormen – het maximale uit de opbrengst en kwaliteit te halen. Dat kan, maar het vraagt een uitgekiende rassenkeuze, een goed gewasbeschermingsplan en maatwerkbemesting. Zo staat elke teelt voor uitdagingen, waarvoor we zelf kennis ontwikkelen en kennis uit ons brede internationale kennisnetwerk halen en doorvertalen naar de regio.

70 65 60 55 50 0

175

250

325

400

Kaligift (kg K2O)/ha

Resultaat in beeld 3


P-coating: meer ruimte voor organische bemesting

Advies is grondspecifiek

Voorkeur voor kaliumsulfaat in Veenkoloniën

Rijenbemesting is een belangrijke maatregel om de fosfaatefficiëntie te verhogen. Omdat fosfaat nauwelijks mobiel is in de bodem, profiteren plantenwortels met name van het fosfaat dat in de wortelzone is neergelegd. Uit meerjarig onderzoek van Agrifirm Plant blijkt dat bij een rijenbemesting plantenwortels het fosfaat 50 tot 70%, effectiever opnemen.

Uien kunnen soms negatief reageren op zout in de kiemfase. Agrifirm Plant onderzocht drie jaar lang de optimale kalivorm in het voorjaar, om het uiengewas op zanddalgronden van kali te voorzien.

E. Valbon/ 3 Valbon/ 6 Ranman T

A. Revus/Infinito/Ranman T

E. Valbon/ 3 Valbon/ 6 Ranman T

F. Valbon/ 3 Valbon + Cert/ Raman T

C. Valbon/Infinito/Ranman T

F. Valbon/ 3 Valbon + Cert/ Raman T

D. Valbon /Infinito/ Canvas + M

K. Revus/ 6 Canvas + Cymox/ Ranman T

D. Valbon /Infinito/ Canvas + M

L. Revus/ 6 Canvas + Cymox/ Ranman T

Grafiek 2. Percentage bladaantasting per behandeling te Lelystad.

Grafiek 3. Percentage bladaantasting per behandeling te Valthermond. 9

30 E/F

25

8

10

C/A/D

% bladaantasting

15

K

6 5 4 3 2

5 1 0

D Valbon / Infinito / Canvas / M E Valbon / Valbon / Ranman T

l 5a ug 8 au g 12 au g 16 au g 22 au g 29 au g 4 se p 11 se p 18 se p

l

ju

29

l

ju

22

l

ju

ju

15

ul

8

1j

15 au g 22 au g 30 au g 6 se p 11 se p 18 se p 23 se p

l

l

au g

6

ju

29

23

ju

l

0

l

% bladaantasting

7 20

A Revus / Infinito / Ranman T C Valbon / Infinito / Ranman T

4 Resultaat in beeld

Phytophthoraproef Valthermond 2013

C. Valbon/Infinito/Ranman T

ju

Voor zaaiuien lagen het afgelopen seizoen verspreid over het werkgebied

Zoeken naar toprassen is belangrijk. Dat doen we in Nederland, maar we schakelen er ook ons internationale kwekersnetwerk voor in. Op die manier verbreden we het aanbod zaaigranen en kunnen we een groeiende stroom van gezonde nieuwe toprassen realiseren.

De laatste jaren onderzoekt Agrifirm Plant de ultieme plaatsing van fosfaat. Door coating van zaaizaad of knollen komt het fosfaat nog dichter bij de plantenwortel te liggen. Onderzoek van Agrifirm

A. Revus/Infinito/Ranman T

ju

Zaaiuien

sen rassen, maar geven wel een indicatie van de opbrengstpotentie en natuurlijk ook een indruk over bijvoorbeeld de vroegheid, grondsoort en regiogeschiktheid. Granen

Coating

Phytophthoraproef Lelystad 2013

Agrifirm Plant onderzoekt als schakel in de keten nieuwe rassen al in een vroeg stadium op landbouwkundige geschiktheid. Dat doen we voor zaaiuien, wintertarwe, wintergerst, zomertarwe, zomergerst en groenbemesters. acht demovelden op acht locaties. Want niet alle gronden zijn te vergelijken met de kleigronden van Lelystad of Colijnsplaat, waar de rassenlijstcijfers op zijn gebaseerd. Ook zijn de groeiomstandigheden in het noorden veelal anders dan in het zuiden. Op de demovelden worden de gangbare rassen vergeleken met veelbelovende nieuwe rassen. Zo krijgen we al vroegtijdig een goed beeld van de kwaliteit van de (nieuwe) rassen onder regionale omstandigheden. Demo’s kunnen geen definitief antwoord geven over de opbrengstverschillen tus-

Alle fosfaat dat door een gerichtere toediening is te besparen, is voor veel akkerbouwers essentieel om de organische stofbalans op peil te kunnen houden. Immers, de extra fosfaatruimte die ontstaat, geeft de mogelijkheid om meer organische stof uit compost of rundveedrijfmest aan te voeren.

De bladaantasting was het heftigst in wel verschil in bladaantasting. In deze kunnen u helpen bij de juiste middelenLelystad met maximaal 25% aantasting proef gaven Ranman Top en Canvas Mankeuze en het juiste spuitmoment. In Valvan het bladoppervlak eind september. cozeb beide een goede knolbescherming . thermond gaf toevoeging van Certain aan Aantasting is vooral te beperken met Valbon een goed effect, waardoor deze curativiteit in de middelenmix in de mix ook op het niveau van Infinito komt. Opbrengst periode eind juli-eind augustus. De objecDe opbrengstverschillen tussen onbehanten A, C en D (zie grafiek 2) laten hierdoor deld en behandeld gewas was aanzienlijk. Knolaantasting de laagste bladaantasting zien. Vooral In Lelystad bedroeg het grootste verschil Loofaantasting juli/sept De knolaantasting is het best te testenLoofaantasting juli/sept het spuitmoment en het -interval bepa17 ton en in Valthermond 3,4 ton zetmeel. op kleigrond. In de proef bij PPO Lelystad len hoeveel curatief middel er nodig is. Een goede Phytophthora-bestrijding hebben we geen verschillen gevonden L=K in de proef in Lelystad Beslissingsondersteunende programma’s leverde dus zeker rendement op. tussen de behandelingen, ook al was er

Rassenonderzoek verbreedt totaalbeeld

Naast deelname aan het officiële rassenonderzoek legt Agrifirm Plant verspreid over het werkgebied meerdere proef- en demovelden aan, waar naast de standaard rassen, nieuwe rassen en veelbelovende buitenlandse rassen worden getoetst. Deze regionale proefvelden verbreden het totaalbeeld en zijn daarmee een goede aanvulling op de rassenlijstcijfers.

Extra fosfaatruimte

Phytophthora blijft een belangrijk aandachtspunt, zeker in de periode van eind juli tot eind augustus. Een infectie ontwikkelt zich dan veelal snel en gaat ten koste van een gezond bladoppervlak, noodzakelijk voor een rendabele productie. Dat zagen wij ook in de proeven van 2013 in Lelystad en Valthermond.

Hebt u vragen of wilt u teeltadvies? Neem contact op met uw specialist.

17

Uit beide onderzoeken komt de volgende conclusie. Onder risico-omstandigheden is kaliumsulfaat in uien een veiligere

Een halve gift ten opzichte van volveldstoediening is dus voldoende.

Curatieve middelen beperken Phytophthora

ul

Meerjarig onderzoek op kleigronden liet

Advisering

meststof dan Kali-60. Op kleigronden is de kans op zoutschade in ui gering en daar handhaven we het advies van Kali-60. Op zeer lichte zavel- of zandpercelen, waar het risico op zoutreactie groter is, heeft een basisgift met kaliumsulfaat de voorkeur.

5j

Kleigrond

eerder invloed zien van de kalivorm. De zoutere Kali-60 gaf wel enkele procenten plantverlies, maar dit had geen effect op de opbrengst. Zelfs bij een dubbele kaligift aan de basis bleef de opbrengst van uien op peil.

12

De slotconclusie van de vergelijking van verschillende kalivormen in uien op proefboerderij Valthermond is helder. Kaliumsulfaat kwam drie jaar achtereen als beste uit de bus en scoort dus beter dan Patentkali of Kali-60. De keuze van de kalivorm aan de basis maakt in het zanddalgebied wel degelijk uit.

toont aan dat door coating planten met nog minder organische mest toch optimaal groeien. Maïs behandeld met de fosfaathoudende coating Iseed en pootaardappelen behandeld met Agrifirm fosfaatcoating kunnen met een met 10 kg gereduceerde fosfaatgift toch optimaal groeien.

De fosfaatnormen worden de komende jaren opnieuw aan­ gescherpt. Dat betekent een verdere beperking van de aanvoer van organische mest. Agrifirm Plant ontwikkelt als antwoord methoden die de fosfaatefficiëntie verhogen. Daarmee ontstaat meer ruimte voor organische meststoffen, zodat akkerbouwers de bodemvruchtbaarheid beter op peil kunnen houden.

F Valbon / Valbon / Cert/ Raman T L Revus / Canvas / Cymox / Ranman T (L=K in de proef in Lelystad)

Resultaat in beeld 5


Betrouwbare strategie tegen ritnaalden Ritnaaldenlarven van de kniptor veroorzaken elk jaar weer problemen bij het vermarkten van consumptie- en pootaardappelen. In 2012 en 2013 heeft Agrifirm Plant daarom onderzoek gedaan naar een goede bestrijdingsstrategie.

Ziektebestrijding in graan voor een beter rendement

Ritnaalden zijn op twee momenten te bestrijden: preventief en tijdens de aardappelteelt. Preventief door kniptorvallen te plaatsen in onder andere granen en bij het overschrijden van de schadedrempel door deze te bestrijden. Bij de start van de aardappelteelt kunnen granulaten worden ingezet.

Om graanteelt te laten renderen is een goede ziektebestrijding nood­zakelijk. In 2013 heeft Agrifirm Plant daartoe groeiregulatie- en/of ziekte­bestrijdingsproeven uitgevoerd in wintertarwe, wintergerst en zomergerst. was afgelopen jaar laag. De grafiek van de proef in Uithuizermeeden bij vd Molen laat geen grote verschillen zien tussen de behandelingen, maar wel tussen onbehandeld en behandelde objecten. De aanvulling met Fytofert op T1 en de verschillende T3-bespuitingen gaven een mooi resultaat. De middelen die in grafiek 4 zijn benoemd per behandeling (A t/m L) zijn opvolgend op T1/T2 of T3 uitgevoerd, tenzij anders vermeld.

Septoria, aarfusarium en sneeuwschimmel zijn de probleemziekten in wintertarwe. Met de nieuwe producten zoals Skyway, Adexar en Seguris wordt een belangrijke stap gezet in verbetering van de opbrengst. Deze producten hebben echter wel een extra gebruiksaanwijzing om resistentieontwikkeling te voorkomen. Aanvulling met producten uit andere chemische groepen op T0, T1 lijkt daarom gewenst. Ook onderzoek in Frankrijk en Engeland laat dat zien. In 2013 hebben we dit beproefd met Opus Team; komend seizoen gaan we dat doen met Seguris en Skyway op T1.

kwaliteit Brouwgerst

Naar aanleiding van het probleem dat er vrijwel geen brouwwaardig gerst was in 2011, heeft Agrifirm Plant proeven aangelegd in winter- en zomergerst. Daarin is Resultaten wintertarweproef de invloed van de timing van ziektebestrijIn 2013 is de wintertarweproef uitge"Opbrengst in kg/ ha."ding op de brouwkwaliteit onderzocht. voerd in Uithuizermeeden, Valthermond, De afgelopen twee jaar bleek uit de proeLelystad en Langeweg. De ziektedruk

9.000

11.000

8.800 opbrengst kg/ha

opbrengst kg/ha

Grafiek 5. Opbrengst zomergerst in kg/ha bij verschillende behandelingen te Valthermond.

11.500

9.500 9.000 8.500 80.00

Het kwaliteitsonderzoek in zomergerst op PPO Valthermond liet een verglijkbaar beeld zien als dat bij wintergerst (zie grafiek 5). Ondanks alle moeite die er is gedaan om ziekteproblemen te krijgen: besmet stro uitrijden, een verhoogde hoeveelheid zaaizaad (160 kg/ha), verhoogde N- gift, beregening tijdens afrijping en een uitgestelde oogst. Ook hier zijn op verschillende tijdstippen (T1, T1,5 ,T2 en T3) bespuitingen uitgevoerd. Skyway, Bontima en combinaties van deze producten gaven in 2012 en 2103 wel goede opbrengsten in zowel zomer- als wintergerst. "Opbrengst in kg/ ha."

B

C

D

E

F

G

H

I

J

Behandelingen A 0,75 l Skyway / 0,75 l Skyway / 1 l Prosaro B 0,75 Skyway / 0,75 l Skyway / 1,2 l Soleil C 1,5 l Opus Team / 1,5 l Adexar / 2 l Osiris D 1,0 l Seguris / 0,75 l Skyway E 4,0 l Fytofert S + 1,5 l Opus Team / 0,75 l Skyway F 0,75 l Skyway / 1,5 l Adexar

6 Resultaat in beeld

K

G H I J K L M

L

M

0,75 l Skyway / 1,0 l Skyway 1,0 l Seguris / 1,0 l Seguris 0,6 l Skyway / 1,0 l Skyway T2 1,25 l Skyway T2 2,0 l Adexar 1,5 l Opus Team / 1,0 l Skyway Onbehandeld

in 2012 een goede  bestrijding zien’

Effect van granulaten

De inzet van granulaat is niet altijd afdoende. Beide proefjaren 2012 en 2013 hebben dat laten zien. Dat wordt veroorzaakt door: n de  kwaliteit van het granulaat. Mocap en Experimenteel geven het beste resultaat; n het  groeiseizoen. Bij droge weersomstandigheden komen de ritnaalden laat. De granulaten hebben dan geen werking meer. Ritnaalden krijgen dan vrij spel om de nieuwgevormde knollen aan te tasten; "Aantal boorgaten"

Knollen met 1 of 2 gaten

Knollen met 3 of 5 gaten

30

8.600 8.400 8.200

E

F

Met de aanscherping van de fosfaatgebruiksnormen in 2014 en 2015 worden de mogelijkheden om organische stof aan te voeren verder beperkt. Aanvoer van voldoende effectieve organische stof om de natuurlijke jaarlijkse afbraak te compenseren is noodzakelijk voor het behoud van de bodemvruchtbaarheid. Bij een beperkte fosfaatgebruiksruimte is de hoeveelheid effectieve stof per kilogram fosfaat een belangrijk kengetal bij uw keuze voor een specifieke meststof. Met de sneltest organische stof op de Agrifirm website krijgt u snel inzicht of u in uw bouwplan voldoende effectieve organische stof aanvoert. Als hieruit blijkt dat u een tekort heeft, dan kunt u met de tabel bepalen met welke organische meststof u dit tekort kunt aanvullen.

Tabel 2. Effectieve organische stof per kg fosfaat van een aantal meststoffen.

25

Meststof

20 15

Kg e.o.s. per kg fosfaat

Varkensdrijfmest

10

Rundveedrijfmest

3 20

5

Vleeskuikenmest

15

0

Rundveestalmest

25

7.800 A B C D Behandelingen A Onbehandeld B T1 0,6 l Skyway / T2 0,6 l Skyway C T11/2 0,6 l Skyway / T3 2 l Osiris D T11/2 0,6 l Skyway / T3 0,6 l Skyway E T2 1,5 l Bontima F T1 1,0 l Bontima / T2 1,5 l Bontima

Stuur op behoud van bodemvruchtbaarheid

Advies voor uw perceel? Neem contact op met uw Agrifirm Plant specialist.

Grafiek 6. Aantal boorgaten per behandeling.

35

8.000 A

In de grafiek staan de resultaten van de ritnaaldenproef in 2013 op de Oostwaardhoeve in de Wieringermeer. De Mocaptoepassingen laten net als in 2012 een goede bestrijding zien. De onderzochte monsters, met maximaal 5 boorgaten per 200 knollen, voldoen aan de normen voor consumptieaardappelen.

‘Mocap laat net als 

aantal boorgaten

Grafiek 4. Opbrengst wintertarwe in kg/ha bij verschillende behandelingen te Uithuizermeeden.

10.000

Zomergerst

Mocap de beste

Ziektebestrijding Z Gerst Valthermond 2013 Ritnaaldenproef Oostwaardhoeve 2013

Ziektebestrijdingproef vd Molen 2013

10.500

ven dat chemie niet alleen de oplossing is. Dit onderzoek wordt in 2014 voortgezet.

de rassenkeuze. Er zijn rasverschillen m.b.t. smakelijkheid voor ritnaalden; n de  voorvrucht. Gewassen met veel wortelmassa – bijvoorbeeld oud grasland – zorgen voor veel voedsel voor de ritnaalden, waardoor deze later de knollen nog aanvreten. n 

A B Behandelingen A Onbehandeld B 16 kg/ha Mocap C 26 kg/ha Mocap

C

D

D 20 kg/ha Vydate E Experimenteel F 0,1 kg/ha Actara

E

F

Orgaplus

15

Laco-compost

75

Natuurcompost

185

Resultaat in beeld 7


Plaatsspecifiek aaltjes bestrijden

Rassenonderzoek biologische tarwe Om uit de biologische tarweteelt maximale waarde te halen is de afzet gericht op het baktarwesegment. Momenteel levert alleen Lavett de gewenste bakkwaliteit en blijft gezond tijdens de teelt. Om ook in de toekomst molenaars en maalderijen te voorzien van de gewenste kwaliteit, werkt Agrifirm Plant aan verbetering van het rassenassortiment. Agrifirm Plant test hiervoor op de Broekemahoeve in Lelystad elk jaar biologische winter- en zomertarwerassen. Afgelopen jaar zijn vier zomer- en wintertarwerassen afgevallen vanwege een te lage resistentie tegen gele roest. De gezonde rassen zijn behalve op opbrengst daarna door

‘Twee nieuwe veel- belovende rassen 

worden ook in 2014 gevolgd’

biologisch bakker Kor Pool beoordeeld op bakkwaliteit: korstkleur, korststructuur, kruimkleur, scheuring, geur en smaak, volume, bakaard, malsheid en algemene indruk. Veelbelovende rassen

De nieuwe rassen AF01 en AF02 lieten in 2013 veelbelovende resultaten zien. In 2014 worden ze nauwlettend gevolgd en mogelijk vermeerderd. Goede biobaktarwe levert naar verwachting ook in de toekomst een mooie premie op. Vraag uw specialist nadere informatie over de resultaten van deze proef en het juiste teeltadvies voor uw bedrijf.

Voorkomen van uitbreiding besmetting

Het aardappelcysteaaltje is bovendien een quarantaine-organisme, dat niet aangetoond mag worden op percelen waar pootaardappelen worden geteeld. Granulaat vermindert de vermeerdering van het aaltje, maar dat is niet bij alle rassen even effectief. Met NemaDecide of met Agrifirm Aaltjesadvies is per ras te berekenen wat de invloed is van granulaat op de opsporingskans van de besmetting. Taakkaart granulaat

De App berekent op basis van de bemonsteringsuitslag tot waar de besmetting zich uitstrekt, dus op welke perceelsgedeelten een behandeling met granulaat nuttig is. De taakkaart kan zowel worden uitgevoerd als xml-bericht of als shape-file en komt in het voorjaar van 2014 beschikbaar op de Agrifirm-website.

Gem. Beoordeling

De voorlopige resultaten van de bespuiting op 7 mei (grafiek 7) laat verschillen De Agrifirm Plant ridderzuringproef is zien. De combinatie van Primstar + MCPA aangelegd in Oosterzee (Friesland) met leverde het beste resultaat op. Het beals doel om de optimale combinatie te strijdjingseffect zakt enigszins in de loop vinden tussen bestrijdingstijdstip en van de tijd. Dit is een bekend probleem bij productmix. Alle objecten zijn gespoten de bestrijding van zuring. Om een goede op drie tijdstippen: medio mei, juli en bestrijding te krijgen moet de bespuiting oktober. Om een goed inzicht te krijgen Spuitdatum 7 mei minimaal twee keer uitgevoerd worden. in de effectiviteit werd en wordt de proef op 4 tijdstippen beoordeeld: medio juli, oktober, november en volgend jaar april. Ridderzuring in grasland

Zomertarwe

Gem. Beoordeling

7,3

Lavett

8

AF01

7,8

Septima

7,2

Tataros

6,2

Izzy

5,9

Julius

6,3

AF02

7,9

In grafiek 8 staat het resultaat van de bestrijding van gladvingergras in maïs. De proef laat zien dat aan Calaris en Laudis altijd producten moeten worden toegevoegd om een goede brede werking te krijgen. Voor een goede bestrijding van gladvingergras is Clio noodzakelijk. Alle mixen zonder Clio geven onvoldoende resultaat.

Gladvingergras proef in mais Udenhout 2

Grafiek 7. Percentage doding ridderzuring in grasland. Spuitdatum 7 mei.

Grafiek 8. Percentage doding gladvingergras in maïs. 100

100

80

95 60

90

40 20

30 jul

0

1 okt

12 nov

Exp. Agrichem / Primus

Primstar / Cirran

Exp. Dupont / MCPA

Primstar / MCPA

Primstar Afbeelding 1. Besmettingsgebied. Rood: locatie met gevonden besmetting; Geel: berekening van besmet gebied op basis waarvan granulaattaakkaart wordt aangemaakt.

Gladvingergras in maïs

Ridderzuringproef in grasland Oosterzee 2013

80

Florian

8 Resultaat in beeld

Maïs en gras vormen de basis van het rantsoen van melkvee. Een ruwvoerproductie vrij van onkruiden levert de hoogste opbrengst en voederwaarde. In 2013 heeft Agrifirm Plant daarom proeven aangelegd om de probleemonkruiden haagwinde, ooievaarsbek en gladvingergras in maïs en ridderzuring in gras goed te kunnen bestrijden.

85

Tabel 3. Beoordeling bakkwaliteit winter- en zomertarwe.

Wintertarwe

Ruwvoerproductie met zo min mogelijk onkruid

% doding

Bakkwaliteit

Aaltjes kunnen schade aanrichten in diverse gewassen, maar de mate waarin hangt van verschillende factoren af. De schaderelatie tussen het aardappelcysteaaltje en aardappel is bekend. Met NemaDecide, het door Agrifirm Plant gebruikte aaltjesadviessysteem, is te berekenen of toepassing van granulaat tegen het aardappelcysteaaltje financieel uitkan. Dit kunt u ook zelf berekenen met Agrifirm Aaltjesadvies (www.agrifirm.com/ aaltjesadvies).

Verhoog opbrengst en voederwaarde

% doding

Aaltjes zijn nooit gelijkmatig verdeeld over een perceel. Bestrijding is alleen daar nodig waar het verlies aan opbrengst meer kost dan de toepassing van granulaat. Agrifirm Plant heeft een App laten ontwikkelen voor plaatsspecifieke toepassing van granulaat.

1 1 2 3 4 5 6 7 8 9

2

3

4

5

6

7

8

9

1 l Calaris / 1 l/ha Frontier / 0,1 l Clio / 0,6 l Milagro / 20 gram/ha Peak 0,8 l Sulcogan / 2 l Akris / 0,15 l Clio / 0,25 l Samson 1 Laudis 1,0 l Laudis OD / 1,75 l Akris / 0,5 l Samson 6 OD / 0,15 l Clio 1,0 l Laudis (vl) / 2 l Akris / 0,15 l Clio / 0,25 l Samson 1,5 l Laudis (vl) / 2 l Akris / 0,075 l Clio 0,5 l Laudis OD / 1,75 l Akris / 0,5 l Samson 6 OD / 0,15 l Clio 1,5 l Laudis / 2 Akris / 0,5 l Collage 1,5 l Laudis (vl) / 2 l Akris / 0,25 l Samson Onbehandeld

Resultaat in beeld 9


Bodemdata vertalen naar plaatsspecifiek bekalkingsadvies Als er binnen een perceel plekken zijn waar de gewasgroei achterblijft, wilt u graag bijsturen. Kant-enklare adviezen gebaseerd op betrouwbaar gemeten bodeminformatie helpen hierbij. Agrometius en Agrifirm Plant bieden dit met de dienst ‘Bodemkaarten met advies’ sinds kort aan voor bekalking. De Veris bodemscan van Agrometius meet diverse belangrijke bodemfactoren binnen uw perceel plaatsspecifiek. Zoals pH, organische stof en elektrische geleidbaarheid (EC), wat de basis is voor het berekenen van lutumpercentages. Agrifirm Plant werkt aan de vertaling van deze bodemdata naar strooiadviezen in de vorm van taakkaarten. Deze bestanden sturen de machine aan voor de variabele afgifte van

producten die de groeiomstandigheden voor gewassen verbeteren.

en de hoogste opbrengst bouwplanbreed. Opbrengstverliezen door een te lage pH kunnen immers oplopen tot wel 50%. De optimale waarden rekenen we binnenkort voor in een kaart, die in ontwikkeling is. Agrifirm Plant is daarnaast volop bezig met de ontwikkeling van nog meer plaatsspecifieke adviezen, waaronder voor het variabel strooien van compost en gips.

Bekalkingsadvies

De eerste vertaalslag van bodemdata die is gemaakt naar een plaatsspecifiek advies is het bekalkingsadvies. Op basis van de pH, het organische stofgehalte en de kalkformule berekent Agrifirm Plant de pH-streefwaarde voor een optimale groei

Afbeelding 2 (l) Bodemkaart pH-werkelijk. Afbeelding 3 (r): Bodemkaart pH-streefwaarde.

,9 - 5,4 pH 4 4,7 - 4,8 pH 4,6 - 4,6 pH 4,5 - 4,5 pH 4,3 - 4,4 pH 4,2 - 4,2 pH 3,6 - 4,1 pH

1,53 ha 1,25 ha 1,15 ha 1,37 ha 3,06 ha 0,48 ha 0,56 ha

Min: 3,6 pH Max: 5,4 pH Gem: 4,5 pH

5,2 - 5,4 pH 5,1 - 5 pH 5,0 - 5,0 pH 5,0 - 4 ,9 pH

Min: 5,0 pH Max: 5,4 pH Gem: 5,1 pH

1,93 ha 3,24 ha 4,22 ha 0,00 ha

Rhizoctonia in zetmeelaardappelen Rhizoctonia beïnvloedt de opbrengst en kwaliteit door uitgroeiende sclerotiën op de knol en door besmetting vanuit de grond. Op de PPO-locaties in Rolde en Vredenpeel heeft Agrifirm Plant een onderzoek opgezet naar de optimale behandeling van de knol en grond tegen deze schimmel. De besmetting van de grond door Rhizoctonia is sterk gekoppeld aan de teelt­ frequentie, de zwaarte van de grond en het gehalte organische stof. Gronden met een hoog lutum- en/of organische stof­ gehalte hebben minder problemen. Zetmeelaardappelen

Het onderzoek in Rolde laat zien dat behandelingen van de grond en van knol+grond, een verhoogd aantal stengels geven. Tevens geven alle behandelingen onder de omstandigheden van 2013 een verhoogde zetmeelopbrengst. In jaren met een hogere infectiedruk zijn

10 Resultaat in beeld

de grond- en knol+grondbehandelingen effectiever en geven daardoor veelal ook een meeropbrengst ten opzichte van alleen een knolbehandeling.

ADVIES

Bepaal daarom samen met uw specialist de juiste strategie die past bij uw bedrijfsomstandigheden.

Tabel 4. Rhizoctonia-onderzoek Rolde.

Behandelingen Knolbehandeling Grondbehandeling

Aantal stengels

Zetmeelopbrengst

97

109

105

108

Knol / grondbehandeling

102

107

Onbehandeld

100

100

Oplossingen voor vragen uit de praktijk

‘R&D is er voor alle akkerbouwers’ De mensen van afdeling R&D doen achter de schermen belangrijk werk. Neem Henk Leffers, coördinator van het rassenonderzoek in granen en uien, en Hetty Regeer, projectleider R&D. Beiden vertellen graag wat zij voor klanten doen en betekenen. Henk Leffers’ werk ziet u tijdens open dagen, wanneer u graan- en uienrassen komt beoordelen op hun prestaties. Hij heeft gezorgd voor een goede opzet en uitvoering van de proeven, zodat rassen onderling goed te vergelijken zijn. ‘Agrifirm neemt deel aan het officiële landelijke rassenonderzoek, maar daarnaast leggen we eigen toetsingsvelden aan’, legt Leffers uit. ‘Dat doen we onder meer omdat het aantal locaties van het officiële onderzoek beperkt is en wij het belangrijk vinden in al onze werk­ gebieden rassen te toetsen. Zo sporen we voor alle regio’s en grondsoorten de best presterende rassen op. Verder kunnen we op onze eigen graantoetsingsvelden ook buitenlandse rassen onderzoeken, waarvan we veel verwachtingen hebben. Doet een ras het uitstekend, dan melden we ’m aan voor de rassenlijst of zetten het ras zelf in de markt. Op die manier verbreden we het aanbod zaaigranen en kunnen we een gezonde stroom van nieuwe toprassen realiseren.’ Hetty Regeer richt zich vooral op aaltjes. Ze staat klaar voor vragen of problemen van klanten en van onze (teelt)specialisten over situaties die ze in de praktijk tegenkomen. ‘Ik maak adviezen op maat,

bij aardappelteelt vaak met gebruikmaking van het aaltjesadviesprogramma NemaDecide dat is ontwikkeld met Wageningen UR (PPO en PRI). De adviezen spreek ik door met de specialist en zo komt het bij onze klanten. Momenteel krijg ik vooral veel vragen die voortkomen uit de verscherpte aardappelmoeheidregelgeving.’

‘Voor alle teeltregio’s en grondsoorten

sporen we in eigen

toetsingsvelden de best presterende rassen op’

Heeft Regeer op een vraag geen pasklaar antwoord, dan raadpleegt ze wetenschappelijke literatuur of een deskundige uit het brede kennisnetwerk. ‘Het is heel handig dat we veel contacten hebben met onderzoekers van PPO Lelystad en PRI in Wageningen.’ Regeer verzorgt ook de opleiding en bijscholing voor specialisten over aaltjes. ‘Samen met onze teeltspecialisten bepalen we de accenten, want elke regio heeft specifieke teelten en aandachtspunten.’ Agrifirm Plant heeft inmiddels het plan opgevat om ook voor klanten een aaltjescursus op te zetten, vergelijkbaar met de succesvolle bemestingscursus. ‘Naar verwachting kunnen akkerbouwers er vanaf 2015 aan deelnemen.’

Resultaat in beeld 11


Agrifirm Plant Proeven en demo’s

Vierhuizen

Uithuizermeeden Oudeschip Mensingeweer

Kollummerwaard Haren

Sexbierum

Cocksdorp

Westerbork

Steenwijkerwold Creil Wapse Espel Giethoorn Nagele Tollebeek Zwaagdijk Ens

Slootdorp

Warmenhuizen

Valthermond

Dronten

Lelystad Almere

Nieuw Beerta

Rolde

Oosterzee Julianadorp

Nieuw Scheemda

Zeewolde

Opheusden Werkendam

Colijnsplaat

Drunen

Heesch Vredepeel

Udenhout

www.agrifirm.com/plant

Langeweg

Berendrecht (B)

Wijnandsrade Gulpen

Legenda

Vanggewas

Demo’s 2013

Meststoffen

Precisielandbouw

Wintertarwe Wintergerst Zomertarwe

Rode kool

Sluitkool

Rassen

Zomergerst Japanse haver

Aardappelen Groenbemester Appel

Gewasbeschermingsmiddelen

Vitaliteit

Biologische akkerbouw

Bakkwaliteit

Granen

Grasland

Diverse gewassen

Suikerbiet

Maïs

Prei

Uien

Wortelen

Zaaiuien

Peer

Boomteelt

Gladiool

Hyacint

Lelie

Narcis

Tulp

Zantedeschia

Druifje

Colofon Redactie en vormgeving Agrifirm Plant en GAW ontwerp en communicatie Fotografie Albert Brunsting, Agrifirm Plant Drukwerk TOTdrukwerk

februari 2014

Proeven 2013


Resultaat in beeld akkerbouw 2014