Page 1

Beschrijving van de kwalitatieve gegevens. Met onze vraagstelling willen we kijken in hoeverre er de samenhang bestaat tussen digitale vaardigheden en eenzaamheid. Als we kijken naar de uitkomsten van kwalitatieve gegevens, de vier interviews, dan blijkt deze relatie slechts relatief te bestaan. De geïnterviewden gaven allen aan, op expliciete wijze, niet eenzaam te zijn. Echter, er zijn kleine indicatoren aan te wijzen in het interview die wijzen op een relatieve eenzaamheid (impliciete wijze). Een eerste indicator is het gemak om contact te houden via de digitale weg. Zoals er wordt opgemerkt: “Doordat het via de computer gaat, gaat het sneller. Hierdoor heb je vaker met elkaar contact. Doordat je meer informatie krijgt voel je je meer betrokken”. Als senioren digitaal vaardig zijn, kan op deze wijze de eventuele eenzaamheid worden terug gedrongen. Een andere indicator is het gegeven dat een aantal senioren een 'vorm van aanspraak' missen in hun leven. Hoewel dit niet meteen duidt op eenzaamheid, is het wel een relatieve vorm van eenzaamheid, er is een gemis aanwezig in het leven van een senior. Het volgende citaat illustreert deze indicatie. “Ik voel me eigenlijk eenzaam als ik iets wil of iets moet doen of er moeten dingen gebeuren omdat iets kapot is dat je dan op je dooie eentje zit en niet kunt overleggen”. Een laatste indicatie is het gegeven dat alle geïnterviewden mogelijkheden zagen op het gebied van digitale vaardigheden voor senioren en eenzaamheid die hier eventueel mee kan samenhangen. Zoals een geïnterviewde aangeeft: “Ik denk dat dat een goede oplossing is, als je een computer hebt” en een andere geïnterviewde is van mening dat “iemand zou ouderen dan enthousiast moeten maken voor de computer, bijvoorbeeld iemand uit hun omgeving, dan zouden veel ouderen volgens haar zeggen “Jezus, er gaat een wereld voor mij open”. Er is op dat gebied wel iets te winnen”. Tot slot wordt nog opgemerkt door een geïnterviewde dat zij wel digitaal vaardig kan zijn, maar als de vrienden en kennissen dat niet zijn, dit niet helpt tegen eenzaamheid. Deze gezamenlijke indicatoren kunnen wijzen op een relatieve eenzaamheid bij senioren. In het interview geven de respondenten niet in concrete bewoordingen aan dat ze eenzaam zijn, wel geven zij dit indirect aan. Daarom spreken we in deze paragraaf van relatief eenzamen. De interviews over senioren, eenzaamheid en digitale vaardigheden hebben plaatsgevonden met drie vrouwen.


Portret van een relatief-eenzame senior. De dames hebben de leeftijd van 66, 78 en 83 jaar. Van de twee respondenten die alleen wonen is er één weduwe. De derde respondent woont samen met haar echtgenoot. De dagen van de respondenten verlopen ongeveer gelijk; boodschappen en huishoudelijke taken doen, op bezoek gaan en bezoek ontvangen. Er wordt contact onderhouden met familie en vrienden. Wat opvalt bij de oudste respondente is dat ze lid is van veel verschillende clubs. De jongste respondent ontvangt veel vrienden en vriendinnen van alle leeftijden uit binnen- en buitenland. De respondenten van 66 en 83 jaar hebben beiden digitale ervaring. Ze gebruiken hun email voor zakelijke contacten en het e-mailen met familie en vrienden. Dit zijn voornamelijk korte berichtjes. “Doordat je meer informatie krijgt voel je je meer betrokken.”, wordt als belangrijkste voordeel genoemd. Om ècht bij te praten wordt er liever getelefoneerd. Op de computer worden er graag foto’s bekeken en afgedrukt en het internet is een grote bron van informatie. Toch maken alledrie de dames opmerkingen als: “Dan kom ik van iets terug en dan wil ik iets vertellen en dat kan dan niet.” . Daarnaast geven ze aan dat meer sociale contacten wenselijk zouden zijn, dit zou meer mogen zijn. Aanspraak wordt op bepaalde momenten gemist “Ik voel me eigenlijk eenzaam als ik iets wil of iets moet doen of er moeten dingen gebeuren omdat iets kapot is en dat je dan op je dooie eentje zit en niet kunt overleggen.” Dit betekent dat eenzaamheid niet als een constante factor op de personen drukt. Dit kan voorgesteld worden op een continuüm dat begint bij het diepe gevoel van eenzaamheid en eindigt in een gemoedstoestand waar eenzaamheid niet aanwezig is. Dit verschilt per persoon en per situatie. Portret van een niet-eenzame senior. De geïnterviewde betreft een senior van 82 jaar, samenwonend met zijn vrouw. De respondent is al geruime tijd gepensioneerd en geniet elke dag van zijn pensionering. Elke dag wordt als een verrassing gezien. De respondent geeft aan dat elke dag genieten is, met vaste bezigheden zoals een wandeling in de ochtend, een kopje koffie, puzzelen. De niet-eenzame senior is erg tevreden over de sociale contacten. Er komen veel mensen op bezoek en tijdens een wandeling is er ook contact met andere mensen. Een gevoel van eenzaamheid wordt niet ervaren door de respondent. De tevredenheid over de mensen in de omgeving (kinderen, kleinkinderen, broers en zusters) is groot, er komen mensen op bezoek en de respondent onderneemt ook zelf bezoeken aan anderen. De


geïnterviewde stelt dat 'er op uit gaan' en genieten van het leven, een advies kan zijn voor mensen die wel een gevoel van eenzaamheid ervaren. De respondent is niet in het bezit van een computer, de respondent beschikt niet over digitale vaardigheden. De computer speelt geen enkele rol in het leven van de senior. De respondent geeft aan dat hij er de meerwaarde er niet van inziet. De senior is zich er van bewust dat hij wellicht iets mist, maar heeft zelf niet het gevoel dat er een gemis. Vergelijking tussen niet-eenzamen en relatief-eenzamen senioren. De tweedeling tussen niet-eenzamen en relatief eenzamen willen we gebruiken voor ons onderzoek of senioren met digitale vaardigheden minder last hebben van eenzaamheid. De respondent uit de ‘niet-eenzame groep’ heeft geen digitale vaardigheden, evenals één respondent uit de uit de ‘relatief-eenzame groep’. Een overeenkomst tussen beiden groepen respondenten bestaat uit het gegeven dat ze beiden bezigheden of activiteiten in en rondom het huis hebben, er is aanloop van kinderen en ze genieten van contacten met kennissen. Het verschil met de digitaal vaardige respondenten uit de ‘relatief-eenzamen groep' is dat zij met een veel grotere kring om hen heen contacten hebben. Deze contacten bestaan met familie en vrienden uit het buitenland. Daarnaast doet deze groep 'relatief-eenzame' groep respondenten ook aan georganiseerde vrijetijdsbesteding of hebben op vaste dagen afspraken met vriendinnen. De niet-eenzame respondent geeft aan tevreden te zijn over het aantal contacten, al is deze, door het gebrek aan digitale vaardigheden, minder groot. Opvallend is dat de niet digitale senior, het minst eenzaamheid ervaart.

Methodologie  

Proefversie van tijdschrift online

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you