Issuu on Google+


Colofon Teksten en vormgeving: Patrick Boucneau Foto’s en beeldmateriaal: Patrick Boucneau, Kris Coemans, diverse publicaties ŠPatrick Boucneau, juni 2007

Inhoud Inleiding Over pannen, tichels en kareelen Pannen maken Een korte pannengeschiedenis Op zoek naar de Schulense panovens Over de ovens Transport van pannen was moeilijk Wie waren de Schulense pannenbakkers? Tot slot Bronnen Bedankt 2

3 5 7 9 13 20 23 27 37 38 39

^ BOEKJE PIETER JAN VOS


Inleiding “In de tweede helft van de negentiende eeuw bestaan er als enige plaatselijke industrie een drietal pannen- en brikkenbakkerijen, die een aantal werklieden van het dorp groeperen, doch deze kleine ateliers, die uitstekend handwerk produceerden, waren niet bij machte te concurreren met de meer modern ingerichte ovens en moesten het werk neerleggen bij de aanvang van deze eeuw.” Dit staat te lezen in het boek van Jozef Aerts, ‘Historisch overzicht van de gemeente Schulen’, geschreven in 1968. Dezelfde informatie vind je terug in alle latere publicaties over Schulen. Iedereen maakt gebruik van deze tekst van Jozef Aerts, maar eigenaardig genoeg gaat niemand verder op zoek naar namen en plaatsen. Ook Emiel Buekers vertelt in zijn ‘Historiek van het katholiek onderwijs te Schulen’ weinig meer. Hij vermeldt wel de families Vos en Raymaekers. Het staat vast dat de laatste Schulense pannenbakkerij er in het begin van de 20ste eeuw mee ophield. Er zijn dus nog nauwelijks mensen in leven die persoonlijk betrokken waren of de pannenbakkerijen nog in werking hebben gezien. Om meer te weten te komen over de Schulense pannen en pannenbakkers moet je dus op zoek in archieven en verzamelingen. Gelukkig was er voldoende interessant materiaal beschikbaar om onze zoektocht te starten. Het boek van Aerts was een goed uitgangspunt. Zo beschikken we over de volkstelling van 1796 waarin twee pannenbakkers vermeld staan. Er waren enkele boekjes bekend van de familie Vos waarin de productie en de verkoop van pannen werden genoteerd. Er waren enkele 3


krantenknipsels en een paar oude foto’s van de ruïne van de oude pannenoven in de Pannestraat… We gingen dus verder op zoek en vonden in de loop van het jaar heel wat interessante gegevens die ons meteen een veel concreter beeld geven van de Schulense pannenbakkerijen. De mooiste ontdekking was wel een nog ouder boekje van de familie Vos dat via een afstammeling bij de gemeente terechtkwam. Van een echte pannenindustrie is er in Schulen nooit sprake geweest. De Schulense pannenbakkerijen zijn altijd erg ambachtelijk gebleven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de pannenbakkerij van Loksbergen (Halen) die aan het eind van de 19de eeuw doorgegroeid is naar een echte fabriek. Het is duidelijk dat we nog lang niet alles weten over de Schulense pannenbakkers. Wie verder op zoek gaat, zal zeker nog veel meer informatie vinden. Dat is een kwestie van tijd, maar soms ook van toevalligheden. Er wordt al eens archiefmateriaal vernietigd omdat men de waarde van bepaalde dingen niet juist inschat of omdat men niet weet waar er mee naartoe. Soms gaat er ook materiaal verloren door oorlogssituaties, zoals in dit geval door de ontploffing van die Duitse trein in Schulen… Maar dat is een ander interessant verhaal! Patrick Boucneau Pannestraat, Schulen juni 2007

4


Over pannen, tichels en kareelen Om pannen te bakken is meer technische kennis en vakmanschap nodig dan voor bakstenen. Of ‘karelen’ zoals die vroeger werden genoemd. Ook de grondstof moet van betere kwaliteit zijn. Voor bakstenen volstaat een gewone kwaliteit van leem of klei. Voor ‘tichels’ of daktegels én dakpannen is veel fijnere, vettere klei nodig. Ze zijn dunner en moeten dus ook sterker en waterdicht gebakken worden. De klei die in Schulen werd gedolven was van erg goede kwaliteit en de Schulense pannen waren tot ver in de omgeving bekend. Stenen werden zonder problemen in een veldoven gebakken. Pannen werden ook wel samen met bakstenen in een veldoven gebakken, maar meestal bakte men ze in een kleine houtgestookte oven. Daarin konden de omstandigheden van het bakproces beter worden gecontroleerd. In Schulen werden samen met de pannen ook karelen en tegels gebakken. Dat blijkt uit de registers van de familie Vos, maar ook uit de verkoop van een panoven in 1787 waarbij de verkopers de gebakken pannen, plaveien en stenen voor zich houden en de oven samen met de werkbank en de vormen verkopen. Bakstenen of karelen werden in Schulen nog lang ter plaatse gebakken. Wie stenen nodig had, zocht een perceel waar men liem kon steken en bakte de gedroogde stenen in een veldoven. Nog in 1919 gaf de kerkfabriek van Schulen de toelating om in de Beerbosstraat een perceel te gebruiken voor het ontginnen van leem en het ter plaatse bakken van karelen. 5


^ UITTREKSEL UIT HET KASBOEK VAN DE KERKFABRIEK VAN SCHULEN

De Schulense pannenbakkers bakten zowel ‘rode’ als ‘blauwe’ pannen. De blauwe pannen werden gemaakt door op het einde van het bakproces de zuurstoftoevoer van de oven af te sluiten waardoor de pannen een zwarte metaalglans en kleur krijgen. De luchtopeningen van de oven werden dichtgemaakt en er werd nat elzenhout in de oven gebracht. Behalve de gewone pannen werden er ook andere types gebakken die nodig waren om een pannendak af te werken: vorsten of vorstpannen en lijstpannen. Vorstpannen worden boven op de nok van het dak gelegd, lijstpannen zorgen voor de afwerkingen van de zijkant van het dak. 6


Pannen maken Pannenbakken was seizoensarbeid die bijna altijd gecombineerd werd met landbouw. In principe werd er in het najaar of in de lente leem gestoken of uitgegraven (in Schulen ging het eigenlijk om klei), in het latere voorjaar werden de pannen gemaakt en te drogen gelegd in de droogloodsen en vervolgens, in de zomer en herfst, werd gebakken. Voor het pannenmaken werd de nodige klei voorbereid met de hand of in een kleimolen. Vermoedelijk gebeurde in Schulen alles met de hand… Of met de voeten! In de lijstjes met werknemers staat namelijk ook iemand als ’liemtreder’’ vermeld! Het maken van dakpannen gebeurde op een houten werktafel onder een afdak. Bij een inventaris van de Limburgse panovens staan deze bijna overal vermeld. Bollen klei ter grootte van een pan werden in een raam uitgerold tot de juiste dikte en afmetingen. Deze vlakke kleikoek werd vervolgens door de pannenmaker op een S-vormige mal gebracht waarin plaats voor de neus (of nok) was uitgespaard. De bovenkant van de pan werd met water afgestreken om ze waterdicht te maken. Vervolgens werd de pan omgekeerd op een draaghout en weggelegd op de rekken in de droogloods. <

RAAM, DRAAGHOUT EN MAL

7


DROOGLOODS VOOR DE PANNEN (BOOM)

>

Voor elke taak was er iemand verantwoordelijk. In een boekje van Jozef Vos staat op 23 mei 1885 het volgende vermeld:

’Potter - vormer, Put – liemwerker, Vranken – liemkruier’.

Naar gelang de weersomstandigheden waren de pannen na enkele weken voldoende gedroogd om te worden gebakken. De oven werd vol geladen, afgesloten en aangestoken. Het bakken duurde een drietal dagen. Na afkoeling kon de oven leeggemaakt worden en opnieuw volgeladen. Om blauwe pannen te bakken werd aan het eind van het bakproces nat groen elzenhout in de oven gebracht en werden alle openingen dichtgemaakt. De Schulense ovens werden met hout gestookt. In de boekjes van Vos staan er regelmatig vermeldingen van de aankoop van hout, ook van groen elzenhout. Jozef Vos vermeldt ook uitdrukkelijk of er rode of blauwe pannen werden gebakken of verkocht. Er was een duidelijk prijsverschil: de blauwe pannen waren misschien wel beter waterdicht dan de rode, maar ze hadden blijkbaar vooral een beter ‘imago’. Een blauw pannendak leek immers veel meer op een dak met duurdere natuurleien… Per seizoen werden er heel wat ovens gebakken. In het boekje van Jozef Vos voor het jaar 1885 staat een lijst van zeker 25 baksels. 8


Een korte pannengeschiedenis De vroegste dakbedekking in onze streken, in de Nederlanden, bestond uit organische materialen, zoals hout, stro en riet. Dit ‘weke dak’ was de goedkoopste en meest toegepaste dakbedekking. De Romeinen gebruikten al wel bakstenen en dakpannen, ’tegula’, maar na de Romeinse periode raakte het gebruik van deze bouwmaterialen waarschijnlijk helemaal in onbruik. Pas in de middeleeuwen begon men opnieuw bakstenen te maken. Naar aanleiding van hevige stadsbranden vaardigden de verschillende stadsbesturen vanaf het midden van de 13de eeuw voorschriften uit, die het gebruik van harde, onbrandbare dakbedekkingmaterialen stimuleerden of verplicht maakten. In Vlaanderen en Holland gebruikte men vanaf dan meer en meer daktegels (tichels of tichelen), onder- en bovenpannen of leien. Ook de schouwen moesten voortaan in steen worden uitgevoerd. Zo werd het “weke” dak in de steden stilaan een uitzondering. In het prinsbisdom Luik, waartoe Limburg toen behoorde, gebeurde dit misschien wat later dan in het westen van Vlaanderen. In Hasselt werd het in 1703 verboden daken met stro te dekken ”op pene van affgesmeten en afgetrocken te worden” en kon men subsidie krijgen voor een vierde deel van de kostprijs voor de aankoop van pannen, tichelen of leien (schalies). Daktegels en -pannen waren niet alleen duurder, ze waren soms ook moeilijk te verkrijgen. Bakstenen maken was technisch veel eenvoudiger en vereiste minder kennis.

9


Op het platteland was stro of riet nog heel normaal als dakbedekking. Rond 1840 was slechts één landelijke woning op zeven met pannen bedekt, terwijl stro of riet in de Limburgse steden echt een uitzondering was. Enkel de laagste woningklassen hadden daar nog een strodak. Ook Wuestherk (zoals Herk-de-Stad vroeger heette) had te kampen met verschillende branden. Dat was onder meer het geval in 1590, 1679 en 1780! Rond 1500 ontstond in Vlaanderen en Holland een gegolfde dakpan: de Hollandse of Vlaamse pan. In Vlaanderen werd ze ook de Boomse pan genoemd. Boom was in de 18de en 19de eeuw hét productiecentrum in Vlaanderen. In Limburg en omgeving heeft men het nog steeds over de Schulense pan! Deze gegolfde holle pan was in feite een gecombineerde onder- en bovenpan zoals die tot dan toe had bestaan. Deze nieuwe pannen waren meteen een succes en ze geraakten verspreid tot buiten de Nederlanden. Het belangrijkste voordeel van deze gegolfde holle pan was dat een hard, dicht dak werd gevormd met minder overlapping dan voorheen, waardoor het gewicht van de dakbedekking afnam. Een lichtere dakconstructie volstond.

PANNENBAKKERIJ IN DE 15DE EEUW (MUSEUM PLANTIJN-MORETUS) >

10


Tot laat in de 19de eeuw, op het platteland zeker nog tot in de 20ste eeuw, lagen de holle pannen op een open dakconstructie. Ze hingen met hun nok (of neus) aan horizontale panlatten die op de sporen of kepers waren gespijkerd. Om binnenregenen en insneeuwen te voorkomen, werd de verbinding tussen de pannen dichtgemaakt, hetzij met stropoppen of ‘wijpen’, hetzij door het invoegen met kalkmortel. Dat laatste was ook veel brandveiliger. Aan het eind van de 19de eeuw drong de mechanisatie ook door in de pannenproductie. Tot dan werd elke pan met de hand gemaakt in een mal. De industrieel vervaardigde pannen bezaten een gelijkmatig en strak uiterlijk en sloten veel beter dan de ambachtelijk gefabriceerde pannen. Door het industriële fabricageproces konden heel wat verschillende types dakpannen gemaakt worden. Deze mechanisatie liet ook toe grote hoeveelheden pannen te produceren. Zo kon men inspelen op de grote vraag naar bouwmaterialen als gevolg van de sterke groei van de 19de eeuwse steden. De regio Kortrijk werd in die periode een belangrijkere productieregio dan Boom. In 1882 kreeg de dakpannenfabrikant François Jorissen uit Loksbergen (Halen) een uitvindersbrevet voor dakpannen met een dubbele sluiting. Vanaf dan werkte het bedrijf allicht als een echte fabriek. De pannenfabriek Jorissen ging uiteindelijk dicht in 1954. De Schulense pannenbakkers hebben nooit de stap naar mechanisatie gezet. Tot op het einde hielden ze vast aan de ambachtelijke productie. In het begin van de 20ste eeuw deden ook nieuwe dakbedekkingsmaterialen hun intrede, zoals de cementsteendakpan. Na de Tweede Wereldoorlog nam de standaardisatie en perfectionering van de dakpan verder toe. In moderne computergestuurde liftovens worden optimaal sluitende pannen geproduceerd. Ook moderne dakbedekkingen worden nu toegepast, zoals betonnen sneldekpannen, golfplaat of bitumineuze materialen. 11


In het begin van de 21ste eeuw moet je hard zoeken naar de oude Schulense pannen. Zelfs in Schulen vind je ze enkel nog op oude boerderijen, achterliggende stallen en in sommige gevallen hergebruikt op gerenoveerde woningenâ&#x20AC;Ś

^ PANNENFABRIEK JORISSEN IN LOKSBERGEN (HALEN), LINKS HET GEBOUW MET DE OVENS, RECHTS TWEE VORMPERSEN

12


Op zoek naar de Schulense panovens De oudste verwijzingen Het is niet duidelijk wanneer er in Schulen werd gestart met het bakken van pannen. Waarschijnlijk werden er al lange tijd tichels (daktegels) en karelen (bakstenen) gebakken. Overal waar leem of klei beschikbaar was, bakte men de stenen ter plaatse in veldovens. De bekendheid van de Schulense pannen doet vermoeden dat er in Schulen zeker al in de 17de eeuw, misschien zelfs in de 16de eeuw, pannen werden gebakken en werden verkocht in een ruime omgeving. Dat was nochtans geen eenvoudige zaak met de beperkte vervoersmogelijkheden van die tijd. Het is in elk geval verbazend dat de oude Vlaamse pannen in heel Limburg als Schulense pannen bekend staan. Zo is er een tekst uit Tongeren uit 1760 waarin iemand de toelating vraagt om op een stuk grond van de stad met een panoven te starten. Hij belooft pannen te zullen bakken die even goed van kwaliteit en niet duurder zouden zijn dan die van Schulen! Wie verder op zoek gaat in archieven zal zeker meer aanwijzingen vinden.

Schulense plaatsnamen Oude plaatsnamen geven soms een idee van de activiteiten die in een dorp plaatsvonden. In het boek van Jozef Aerts staat een erg uitgebreid overzicht van Schulense plaatsnamen afkomstig uit verschillende bronnen. 13


Een aantal namen verwijst naar de activiteiten van steen- of pannenbakkers. In het overzicht wordt telkens ook de datum vermeld van het document waarin deze plaatsnaam voorkomt. Men kan veronderstellen dat de activiteit zelf een stuk ouder is dan de vermelde plaatsnamen.

de Leemkuilen (1619) de Pannen- of Steenoven (1724) de Tichelrij (1680)

Verkoop van een stuk land in 1696 In 1696 werd een stuk land in Schulen verkocht, ‘den Steenhoven’ genaamd! We kregen deze informatie van Ria Lemmens uit Lummen. Het gaat om de samenvatting van een akte uit 1696 van de Schepenbank van Lummen. Blijkbaar werd een terrein verkocht met daarop een steenoven, of waarop voordien een steenoven stond. Er werd betaald met een koe! Hieronder de samenvatting:

Jan Stappers verkoopt aan Maximiliaen Van Scoonbeeck een stuk land in Sculen, genaamd “den Steenhoven”, ongeveer 2 halster land. Het paalt Peeter Stappers 1), die Buijlmansheij 2), ’t Poppelant 3). Verkocht voor 22 pattacons of 88 gulden BBL eens. Er is betaald met een koe geschat op 15 pattacons en de rest met geld. RAH Schepenbank Lummen nr. 88 (1696, 08.11. Folio 150r) 14


Verkoop van een panoven in 1787 In 1787 werd in Schulen een panoven verkocht. Dat blijkt uit de samenvatting van enkele akten uit het notariaat van de Lummense notaris Joannes Josephus Aerts. De stukken dateren van 1786-1787 en gaan over de erfenis en verkoop van een steen- en panoven! We kregen ook deze informatie van Ria Lemmens uit Lummen. Op 25 januari 1786 staat Maria Anna Vander Maesen uit Lummen, weduwe van Michael Reijnders, haar vruchtgebruik van een steen- en panoven in Schulen af aan haar drie kinderen. Blijkbaar is deze oven ook voor de helft eigendom van Nicolaes Bossemans. Op 27 januari stelt de notaris op verzoek van de erfgenamen vast dat hij er ’bezig is met het uitsteken van leem’. Bossemans wil zijn aandeel in de oven niet aan hen verkopen. Op 14 maart 1787 wordt deze steen- en panoven dan verkocht aan een schoonzoon van Maria Anna Vander Maesen, Petrus Bijnens, gehuwd met Catharina Reijnders, en dit voor 3000 gulden. Interessant is ook de vermelding van de volgende passage: “De verkopers reserveren zich alle gebakken pannen, plaveien, stenen en eiken planken. De witte en denneplanken, de banken en vormen, dienende voor meubel, zullen annex zijn aan de panoven.” Blijkbaar werden er in deze oven dus zowel pannen, plaveien als stenen gebakken. In de volkstelling van 1796 staat in ‘De Stap’ het gezin Nicolaes Bosmans-Catherina Schepers vermeld, zijn beroep is pannebakker, ze hebben 5 kinderen. Het gaat dus over een steen- en panoven gelegen in de buurt van de Stapstraat, de huidige Sint-Jorislaan en Leemkuilstraat. Blijkbaar werd deze oven uiteindelijk toch volledige eigendom van Nicolaes Bosmans, of werd hij 15


misschien verder samen uitgebaat. Dat laatste is minder waarschijnlijk. Het gezin Petrus BijnensCatharina Reijnders woont blijkbaar in Lummenâ&#x20AC;Ś In de Limburgse inventaris van pannenbakkerijen van 1841-1844 staat er in de Leemkuilstraat nog steeds een panoven vermeld. Hij is dan eigendom van een zekere Pieter Jan Van Cluysen.

UITTREKSEL UIT DE BUURTWEGENATLAS (CA. 1848), DROOGLOODS VAN DE PANOVEN IN DE LEEMKUILSTRAAT (HOEK HUIDIGE LEEMKUILSTRAAT EN SINT-JORISLAAN) >

16


Limburgse inventaris 18411841-1844 Een interessante bron voor onze zoektocht naar de Schulense pannenbakkers is het artikel ‘De pannenbakkerijen in Limburg 1841-1844’, geschreven door Willem Driesen. Het verscheen in 1980 in het tijdschrift 'Volkskunde'. Het artikel bespreekt de geschiedenis van de pannenindustrie in Limburg en meer concreet in de helft van de 19de eeuw. Het artikel is gebaseerd op een inventaris die werd gemaakt in de jaren 1840 naar aanleiding van de samenstelling van het eerste kadaster. Men heeft in het begin van de 19de eeuw een volledige inventaris gemaakt van alle toenmalige Limburgse 'industrie' met het oog op de opmaak van het kadaster en de invoering van de onroerende belasting (zgn. grondbelasting). Zo bestaat er dus een lijst van alle Limburgse pannenbakkerijen mét de oorspronkelijke beschrijving uit die periode. Daardoor is het meteen ook een interessante aanvulling bij de informatie die terug te vinden is in de buurtwegenatlas (uit 1848) omdat beide documenten gebaseerd zijn op dezelfde informatie. Voor Schulen staan er in de inventaris 4 pannenbakkerijen vermeld: 3 in de Rey en 1 in de Leemkuilstraat! In de Rey. Percelen C96 en 81 (grootte 4a en 4a en 35 ca), VOS Pieter Jan, beroep pannenbakker, eigenaar. Wijziging of afbraak in 1846 en 1879

Bestaet uit enen oven, sterk doortimmerd om er blauwe pannen te kunnen maken en inhoudende 8 à 9000 stuks. De loodswerken in tamelijk goeden staet en zeer uytgebreydt, zijn gelegen op de twee hiertegen gemelde percelen. De pannen dezer gemeente zijn om hare goede hoedheyd be(r)oemd. 17


In de Rey. Perceel C 69 (grootte 8a 30ca), POLLARIS Jan Weduwe, beroep landbouwster, eigenaar. Wijziging of afbraak in 1886.

Den oven van deze fabryk is wel zoo groot als die van het voorgaende (nr. 34) en dienst ook tot het maken van blauwe pannen. De loodswerken in goeden staet, bij den oven gelegen, bieden nagenoeg dezelfde oppervlakte aen. In de Rey. Perceel C 70 (grootte 3 a 80ca), VANCOOSEN Hendrik, landbouwer, eigenaar. Wijziging of afbraak 1846.

Deze pannebakkerij heeft eenen oven van omtrent 8000 pannen en werkt slechts met een tafel. Er worden ook blauwe pannen gebakken, maer de loodswerken zijn weynig uytgebreyd. En tenslotte: In de Leemkuylstraet. Perceel C 448 (grootte 4a 20ca), VAN CLUYSEN Pieter Jan, landbouwer, eigenaar. Wijziging of afbraak 1871.

Pannebakkerij aen de voorgaende gelijk. Op een kaart van Vandermaelen uit de zelfde periode staat er in Schulen twee keer de aanduiding â&#x20AC;&#x2DC;tuileriesâ&#x20AC;&#x2122; . Allicht wou men op deze kaart niet het exacte aantal panovens aangeven.

18


^

UITTREKSEL UIT DE BUURTWEGENATLAS (CA. 1848), LINKS HET EINDE VAN DE HOOGSTRAAT, PANNESTRAAT. DE DROOGLOODSEN VAN DE VERSCHILLENDE PANNENBAKKERIJEN ZIJN DUIDELIJK ZICHTBAAR.

RECHTS DE

19


Over de ovens… Hoe de panovens in Schulen er precies uitzagen, is niet duidelijk. Er zijn tot nu toe geen foto’s of tekeningen van de ovens bekend. Op basis van de ruïne van de laatste panoven in de Pannestraat, enkele oude foto’s en tekeningen kunnen we ons wel een beeld trachten te vormen. Er zijn ook enkele interessante passages in het oude schriftje van Pieter Jan Vos. De eerste is de vermelding van de bouw van een nieuwe panoven in 1856. In de archieven van de provincie Limburg vinden we in 1854 de mededeling terug dat er een vergunning werd gegeven voor de bouw van een nieuwe panoven in Schulen. Waarschijnlijk gaat het over deze nieuwe oven.

Den Nieuwen Panhoven is gezatten in jaer 1856 en de hut in jaer 1857 De hoven kost Van de hand van metsen 30 francs gemaekt door Magril Pakair

20


De tweede interessante vermelding staat op een losse pagina in het schriftje van Pieter Jan Vos. Er staat geen datum vermeld. Het gaat blijkbaar om de afmetingen van een oven, misschien zelfs over dezelfde nieuwe oven.

Plang van den panhoven De moel is breed 3 voet en eenen duim buitekant en binnekant 3 voet en drie duimen en twaelf duimen hoog boven het plavei en acht duimen boog De deur is breed 2 voet en acht duimen en van de binnekant 2 voet en zeve duimen 4 voet en 7 duimen hoog, de (deur)boog 9 duimen 2 voet en onderhalve duim de hoogte tot gelijk het plaveitsel van de deur 7 voet en 9 duimen hoogte van de muer en het welfsel 2 voet en 5 duimen De beschrijving is niet meteen duidelijk. De afmetingen gaan over de moel of opening van de oven, de deur en de totale hoogte. Om de oude lengtematen om te rekenen naar de moderne moet men er van uit gaan dat 1 Luikse voet gelijk is aan 10 duim en aan 29 cm. In dat geval is de moel ongeveer 90 cm breed en 35 cm hoog; de deur 85 cm breed en 140 cm hoog en de muer 240 cm hoog, wellicht is dit de totale hoogte van de oven. De Schulense ovens waren waarschijnlijk vergelijkbaar met de oude ovens die in Loksbergen te zien zijn. Namelijk een oven met een grote vulopening die bij het bakken dichtgemetst werd en ĂŠĂŠn of meer stookopeningen die met een deur werden afgesloten. De verwarming van de 21


ovenruimte gebeurde door een stookruimte onder de ovenruimte. Bij de ruïne in de Pannestraat is niet goed vast te stellen of deze oven ook zo gebouwd was. Waarschijnlijk was dat wel het geval. De oude oven ligt duidelijk hoger dan de omgeving, er zit dus zeker nog een stuk van het bouwwerk onder de grond en er is zelfs nog een rand van de gietijzeren ovendeur zichtbaar! De oven van Raymaekers had een kleine schouw zoals op de oude foto’s te zien is. De oven was aan de buitenzijde versterkt met balken of ijzeren banden. Dat maakte het mogelijk om de sterke temperatuurschommelingen bij het bakken van blauwe pannen te kunnen weerstaan. Uit de inventaris van 1841 krijgen we slechts een beknopte oppervlakkige beschrijving van de Schulense ovens, vooral in functie van de waardebepaling. Over de opbouw en het uitzicht komen we weinig te weten: de oven van Pieter Jan Vos ‘bestaet uit enen oven, sterk

doortimmerd om er blauwe pannen te kunnen maken en inhoudende 8 à 9000 stuks’; de oven van weduwe Jan Pollaris ‘…is wel zoo groot als die van het voorgaende en dienst ook tot het maken van blauwe pannen’; de oven van Hendrik Vancoosen ’…heeft eenen oven van omtrent 8000 pannen en werkt slechts met een tafel. Er worden ook blauwe pannen gebakken’ . ^

22

RUÏNE VAN DE PANOVEN RAYMAEKERS (CA. 1960)


Er zijn in de litteratuur twee types van ovens bekend: de gesloten oven zonder schouw, maar met een geperforeerd tongewelf, de zgn. paeppoven, die reeds in de 17de eeuw werd gebruikt en de Kasseler-oven, een modernere gesloten oven met een hoge schouw. De Schulense ovens behoorden waarschijnlijk tot het oudste type. De oven van Raymaekers had in elk geval een kleine schouw. Over de eventuele levensduur van deze ovens vonden we geen informatie.

^

TYPE GESLOTEN OVEN ZONDER SCHOUW (‘DE PANNENBAKKERIJEN IN LIMBURG 1841-1844’)

<

RECONSTRUCTIE VAN DE OVEN IN DE PANNESTRAAT

23


Transport van pannen was moeilijk Klei, bakstenen en dakpannen zijn erg zware producten. Zoâ&#x20AC;&#x2122;n 2 Ă  300 jaar geleden waren de transportmogelijkheden nog erg beperkt. Men had de keuze tussen vervoer per paard en kar over de weg of per schip over kanalen en rivieren. In het begin van de 18de eeuw was er in Limburg geen enkele gekasseide weg. Bakstenen werden meestal ter plaatse gebakken in veldovens. Pannen waren kostbaarder en werden ook over langere afstanden vervoerd. De transportmogelijkheden bepaalden het succes van de bedrijven. Zo ondervonden de Limburgse pannenbakkerijen al in de loop van de 19de eeuw zware concurrentie van de streek van Boom omdat die over betere verbindingen per trein en per schip beschikten. Dat blijkt uit jaarlijkse beleidsverklaringen van de Limburgse bestendige deputatie uit die tijd. Betere wegen, spoorwegverbindingen en kanalen werden toen ook al van levensbelang beschouwd voor de Limburgse industrie.

<

24

HET OUDE STATION VAN SCHULEN


Schulen had door zijn ligging aan de Demer een interessante waterweg waarlangs al eeuwenlang transport werd georganiseerd. Het Pakhuis aan de Demer is daarvan een interessante getuige. Dit gebouw was een opslagplaats en stopplaats voor schepen die van de Demer gebruik maakten. In de registers van Jozef Vos staat hierover een opvallende notitie. Op 25 november 1898 staat een levering van pannen vermeld: ”Schoeven, Diest, voor op den Molensteenherberg, 1000 pannen en gevaren tot aan het Pakhuis is 40,50 frank” . Er werd in die jaren nog steeds gebruik gemaakt van transport via de Demer, ook voor het vervoer van dakpannen! Lummenaar Jozef Vanesch werkte als laatste schipper op de Demer tot aan de Eerste Wereldoorlog. Met een trekschuit werd bijna dagelijks naar Diest gevaren en terug. De wegen waren in die tijd alles behalve in goede staat. De nieuwe steenweg Hasselt-Diest werd gepland in 1828, maar werd pas ingehuldigd in de winter van 1838-1839. De lokale wegen waren nog altijd aarden wegen. Over de problemen die dat oplevert zijn er enkele interessante anekdotes. Er is de legende over een heks die de wagens die de pannen moesten vervoeren uit de modder hielp. Ook wordt verteld dat de pannenbakker Raymaekers voor het transport van de pannen een ‘voorpaard’ meegaf omdat de geladen kar niet zou blijven steken in de kuilen en de modder tot aan de Leemkuilstraat (nu Sint-Jorislaan). Van Henri Raymaekers zegt men ook dat hij tijdens zijn burgemeesterschap zorgde voor de aanleg van de Pannestraat tot aan zijn oven, maar ook niet verder… In Schulen werd bovendien ook gebruik gemaakt van de spoorverbinding Hasselt-Diest-Aarschot. Deze lijn werd geopend op 1 juli 1865. Ze werd geëxploiteerd door het privé-bedrijf “Exploitation du Grand-Central Belge”. Pannenbakker Vos leverde pannen aan dit bedrijf, zoals blijkt uit een vermelding op 27 juni 1886 ”Voor de Grand Central 850 blauwe pannen en 10 blauwe vorsten”. 25


In de aankondiging van de openbare verkoop van de panoven van de familie Vos in 1879 staat uitdrukkelijk vermeld dat er een aparte spoorlijn loopt van het station naar het bedrijf: ”eene oude vermaarde pannenbakkerij met oven,

hebbende eene verbindingslinie tot in de statie te Schuelen”.

Behalve een enkele vermelding van een verkoop aan een klant in Luik blijkt uit de boekjes van Jozef Vos echter nergens dat hij ook echt van het vervoer per trein gebruik maakte. In de registers van Jozef Vos kan men eenvoudig nagaan aan wie hij zijn pannen verkocht. We noteerden klanten uit zowat alle omliggende dorpen (Schulen, Herk-de-Stad, Berbroek, Spalbeek, Lummen, Linkhout, Goeslaar, Donk, Geneiken, Zelem, Laren, Vieversel, Meldert, Eversel, Kuringen, Zolder, Schallebroek, Kermt, Stevoort, Halen, Zelk), maar ook uit enkele verderaf gelegen dorpen en gemeenten: Hasselt, Beringen, Coersel, Diest, Schaffen, Rummen, Nieuwerkerken, Tessenderlo, Deurne, Geetbets, Testelt, Olmen, Paal, Luik…

OPENBARE VERKOOP PANNENBAKKERIJ VOS

26

>


Wie waren de Schulense pannenbakkers? pannenbakkers? Op zoek naar de Schulense pannenbakkers ontstaat stilaan een hele lijst met namen. De meesten waren eigenaar van hun panoven. Behalve deze eigenaars-pannenbakkers waren er nogal wat mensen als (seizoens)arbeider bij de pannenproductie betrokken. Er moest leem worden gestoken, leem getreden, pannen gemaakt, ovens gevuld en leeggemaaktâ&#x20AC;Ś

Pannenbakkers Verschillende wat bronnen leveren namen op van Schulense pannenbakkers. Hieronder een overzicht van de belangrijkste. Verkoop van een panoven in 1787:

Michael Reynders en zijn weduwe Maria Anna Vander Maesen uit Lummen, als eigenaars Nicolaes Bossemans als mede-eigenaar en gebruiker De oven werd verkocht aan Petrus Bijnens uit Lummen In 1796 werd door het toenmalige Franse bestuur een volkstelling uitgevoerd. Deze volkstelling wordt besproken in het boek van Jozef Aerts. In het overzicht staan twee pannenbakkers vermeld:

Het gezin Nicolaes Bosmans-Catharina Schepers in De Stap Het gezin Jan Polaris-Elisabeth Cox in de Reu (Rey) 27


Ook Pieter Jan Vos in de Neerstraat, staat in de volkstelling vermeld, maar niet als pannenbakker. In de inventaris van Limburgse panovens die gemaakt werd in 1841-1844 naar aanleiding van de opmaak van het eerste kadaster staan voor Schulen vier pannenbakkers vermeld, nl. drie in de Rey en een in de Leemkuilstraat:

Pieter-Jan Vos, in de Rey, beroep pannenbakker en eigenaar De weduwe Jan Pollaris (Maria Elisabeth Cox), in de Rey, beroep landbouwster en eigenaar Hendrik Vancoosen, in de Rey, beroep landbouwer en eigenaar Pieter Jan Van Cluysen, in de Leemkuylstraet, beroep landbouwer en eigenaar Dezelfde namen vinden we terug als eigenaars van de percelen waarop droogloodsen staan ingetekend in de buurtwegenatlas (1848). Uit de stambomen die we raadpleegden op het internet (via de database van Geneanet) vonden we dat de familie Vos allicht drie generaties pannenbakkers kende, nl. Pieter Jan Vos, zijn zoon Pieter Jan jr. en zijn kleinzoon Jozef Vos. Dat blijkt ook uit de oude boekjes van de familie Vos, waarvan het oudste ergens begint rond 1790. Ook Jan Pollaris en zijn zoon Jan Lambert staan in een stamboom als pannenbakker vermeld. Verder is er Henri Raymaekers, allicht de laatste Schulense pannenbakker, die volgens mondelinge informatie, samen met zijn broer Jozef, en nadien alleen, als pannenbakker actief was in de Pannestraat. Ook bij zijn aanstelling als gemeenteraadslid en als burgemeester (in 1921) staat voor Henri Raymaekers als beroep â&#x20AC;&#x2122;tuileurâ&#x20AC;&#x2122;, of pannenbakker, vermeld. 28


Tenslotte zijn er nog enkele krantenberichten bekend waarin pannen of stenen te koop worden aangeboden. Het is niet duidelijk of het hier om pannenbakkers, dan wel enkel om handelaars gaat.

Claes, magazijn aan de steenweg in Berbroek en fabriek in Schulen (1859) August Vrancken in de Leemkuilstraat (1909)

Arbeiders Volgens de boekjes van de familie Vos blijken er elk seizoen een tiental arbeiders voor de pannenbakkerij Vos te werken. Het gaat dan zowel over het ’liem steken’ als over het maken van pannen en het stoken van de oven. Een voorbeeld:

Van het liem steken van 1885. Begost den 29 maart Lambert Weyens… Tofil Vos… Rikis Thomas… August Ramakers… Joseph Borgers… August Jeleaens… August Vranken… Lambert Pollaris… Francois Demolder… Leonard Vandereydt… Louis Pollaris… 29


De familie Vos De familie Vos was als pannenbakkersfamilie waarschijnlijk het meest bekend in Schulen. Dat is niet zo verwonderlijk want ze waren zeker drie generaties als pannenbakkers actief. Van de familie Vos zijn er enkele interessante registers met betalingen en productiegegevens bewaard gebleven. Het oudste boekje begint ergens omstreeks 1790 en is waarschijnlijk van Pieter Jan Vos en van zijn zoon Pieter Jan jr. De andere registers zijn van de hand van Jozef Vos. Ze beslaan de periode van 1878 tot 1906, allicht het laatste jaar dat het bedrijfje van Jozef Vos pannen bakte. Pieter Jan Vos, waarschijnlijk geboren rond 1760, was gehuwd met Elisabeth Weyens. Ze hadden samen vier kinderen en woonden op het ogenblik van de volkstelling in 1796 in de Neerstraat. Als beroep werd werkman genoteerd.

BETAALBEWIJS VOOR DE JAARLIJKSE HUUR VAN HET HUIS NEERSTRAAT IN HET BOEKJE VAN PIETER JAN VOS

IN DE

30

>


De derde zoon van het gezin, Pieter Jan, werd geboren op 12 februari 1792. Hij was gehuwd met Dymphna Vrancken, geboren op 8 december 1799. Hij was pannenbakker en had zijn panoven op het eind van de Hoogstraat (nu aan de overkant van de spoorlijn Hasselt-Diest). Pieter Jan overleed op 1 juli 1869. Het gezin Pieter Jan Vos telde vier kinderen: Anna Maria, Jozef, Bertine en Henri. Jozef Vos werd geboren op 25 november 1833. Hij huwde met Maria Catharina Smeets. Het gezin telde vier kinderen: Isidoor, Eduard, Eugenie en Henri. Jozef zette het bedrijf van zijn vader verder in de Hoogstraat. Uit een aankondiging blijkt dat de oven van Pieter Jan Vos openbaar verkocht werd in 1879. Dit gebeurde waarschijnlijk om de familie-eigendommen te kunnen verdelen, want het is zijn zoon Jozef die vanaf dan het bedrijf verder zet. De registers van Jozef Vos beginnen ook in het jaar 1879. Hij gebruikt hiervoor een kasboek (‘Memento’ of ‘Agenda de comptoir’ ) van 1877…

< BIDPRENTJE PIETER JAN VOS

31


Jozef Vos combineerde zijn werk als pannenbakker met zijn boerenbedrijf, was gemeenteraadslid en lid van het armenbureel. De familie behoorde in die periode zeker tot de vooraanstaande families van het dorp. Zijn zoon Isidoor Vos werd in 1902 benoemd als gemeentesecretaris in Schulen. Eduard Vos werd priester gewijd in Luik in 1901, was kapelaan in Halen en pastoor in Borgloon. Eugenie Vos trouwde met Frans Aerts, onderwijzer en later schoolopziener (onderwijsinspecteur). Jozef Vos verkocht zijn laatste pannen volgens zijn eigen notities in 1906, hij overleed in het begin van de eerste wereldoorlog op 6 december 1914 en werd 81 jaar oud.

< BIDPRENTJE JOZEF VOS

32


^ PRIESTERWIJDING EDUARD VOS, LINKS VAN HEM JOZEF VOS, ZIJN VADER, RECHTS ZIJN MOEDER MARIA SMEETS (1901)

33


De familie Raymaekers Henri Raymaekers was waarschijnlijk de laatste Schulense pannenbakker. Hij werd geboren op 4 januari 1866 in Lummen. Hij was gehuwd met Hortence Briers. Ze hadden samen 6 kinderen en woonden in de Pannestraat op nummer 209 (Later wordt nummer 237 vermeld. Vroeger werden huizen doorlopend genummerd vanaf het centrum van het dorp. Het gaat over het huis dat nu het nummer 7 draagt). Aanvankelijk baatte hij het pannenbedrijf uit samen met zijn broer Jozef Raymaekers (die woonde in de Leemkuilstraat, nu SintJorislaan), nadien werkte hij alleen verder.

< PANOVEN VAN DE FAMILIE RAYMAEKERS IN DE PANNESTRAAT (CA. 1960)

34


Waarschijnlijk namen ze het pannenbedrijf over van de familie Vancoosen of van de familie Pollaris. Het kan zijn dat op een bepaald moment ook de activiteiten van de familie Vos werden overgenomen. De ru誰ne van de panoven van Raymaekers in de Pannestraat staat op een perceel dat voordien eigendom was van pannenbakker Hendrik Vancoosen. Misschien was Hendrik Vancoosen familie van de grootmoeder van Henri Raymaekers, namelijk Anne Catherine Vancosen. Er zijn momenteel echter geen gegevens die dit zouden kunnen bevestigen. Net als Jozef Vos was Henri Raymaekers actief in de gemeentepolitiek. Hij werd al in 1907 als gemeenteraadslid verkozen en was burgemeester van 1921 tot 1926. Volgens de gegevens van zijn aanstelling als burgemeester woonde hij al voor 1899 in de gemeente. Allicht begon hij dus ook voor die datum met zijn pannenbedrijf in de Pannestraat.

PANOVEN VAN DE FAMILIE RAYMAEKERS IN DE PANNESTRAAT (CA. 1960)

>

35


Tot in 1921 werd in de officiële documenten als beroep ‘tuilier’, pannenbakker, vermeld. Daarna staat er enkel nog ‘landbouwer’ genoteerd. Mogen we daaruit besluiten dat er zeker tot 1921 pannen werden gebakken in de Pannestraat in Schulen? Misschien wel. Men zegt dat Henri Raymaekers na de eerste wereldoorlog geen klanten meer had voor zijn traditionele Schulense pannen. De familie vertelt dat door het faillissement van de bank van de Boerenbond in 1934, zowat al het spaargeld van de familie verloren ging. Henri Raymaekers stierf kort daarna op 14 april 1936. Veel documenten gingen verloren bij de brand in het huis van de familie Raymaekers bij de explosie van de Duitse munitietrein aan het eind van de tweede wereldoorlog.

<

36

BIDPRENTJE

HENRI (HENDRIK) RAEMAEKERS


TOT SLOT… Hier eindigt voorlopig het verhaal over de Schulense pannen en pannenbakkers. Voorlopig, want het is duidelijk dat er nog veel te (her)ontdekken valt. Bijvoorbeeld: wanneer men in Schulen met het bakken van pannen is begonnen. Of waarom men in Schulen tot het eind op een erg ambachtelijke manier is blijven werken… Met deze brochure willen we iedereen uitnodigen om verder op zoek te gaan naar dit stukje interessante Schulense geschiedenis. We willen ook iedereen uitdagen, en misschien wel in de eerste plaats het gemeentebestuur, om méér te doen met dit stukje lokaal erfgoed. De ruïne van de laatste panoven is dankzij de familie Raymaekers als schapenstal bewaard gebleven. De omgeving van deze laatste panoven in de Pannestraat draagt nog de sporen van de jarenlange ontginning… Misschien moet dit alles bewaard blijven voor de toekomst? Een uitgestippelde fietsroute of wandeling behoort in elk geval tot de mogelijkheden. De prachtige Demervallei in de omgeving van de Rey is immers meer dan de moeite waard. En misschien moet er ook iets gedaan worden om ook de laatste daken met Schulense pannen voor het nageslacht te bewaren? < BOUWVALLIGE LEMEN HOEVE IN DE HEIDESTRAAT (BERBROEK)

37


Bronnen Aerts Jozef, Schulen: historisch overzicht van de gemeente, Uitgeverij Micron Herk-de-Stad (1978) Baillien H., Sprokkelingen over Tongeren en omgeving, 6de reeks, 36, in: Limburg, 51 (1972), p. 223-226 Bonneux Paul e.a., Groot Herk voor de Groote Oorlog 1900-1913, Gemeentebestuur Herk-de-Stad (2006) Buekers Emiel, Historiek van het katholiek onderwijs te Schulen, Buekers Schulen (1989) Claes Marc, De baksteenindustrie in oude prentkaarten, Verzamelkrant Collectie 3, PRC Boom (1987) Coemans Kris, Schulen: beelden van toen, Uitgeverij Het Streekboek (2000) De Niel Paul, Onder de pannen zijn, EMABB Boom (2001) De Somer Patricia, Van klei tot baksteen, Volkskundemuseum Antwerpen (1984) De Vree Joost, De geschiedenis van het pannendak, www.bouwkundeinbeeld.nl Driesen Willem, De pannenbakkerijen in Limburg (B.) 1841 -1844, in: Volkskunde nr. 3 (1981), p. 215 - 239 ExposĂŠ de la situation administrative de la province de Limbourg, Province de Limbourg Hasselt, 1853 en 1854 Leemans Annie e.a., Wuestherck 1567-1667, Wendelenstichting Herk-de-Stad (2005) Linters Adriaan, Industrieel erfgoed in Limburg, Provincie Limburg, Sint-Truiden (1980) Verbeek Gerard e.a., 575 jaar brandweer Hasselt, Stedelijke Brandweer Hasselt (1993) Wellens E., De wateringen van het Schulensbroek, Geschied- en Heemkundige Kring Groot-Lummen (1992)

Websites www.herk-de-stad.be, www.emabb.be, www.geneanet.be, www.mot.be Meer links op onze website: www.pannestraat.be

38


Bedankt… Graag wil ik iedereen bedanken die op de een of andere manier geholpen heeft om dit verhaal over de Schulense pannenbakkers te kunnen vertellen: Anne Milkers, Aimé Vos, Bert Van Doorslaer, Christophe Vanderlinden, de familie Mulkers, de familie Swijsen, de familie Vanaeken, Frans Aerts, Frans Jamar, Jacques Moors, Kris Coemans, Liesbet Aerts, Luc Raymaekers, Ludo Thys, Marcel Derhaeg, Medard Van Acker, Miet Ooms, Nele Rombauts, Patrick Liesenborgs, Paul De Niel, Piet Rymen, Ria Lemmens, Rudo Vanhees, Toon Thijs, Wilfried Ramaekers, Willem Driesen, de inwoners van de Pannestraat en de Reyerstraat… Ik wil deze brochure graag opdragen aan Ernest Mulkers die overleed op 28 januari 2007 en met wie ik kort voor zijn overlijden nog een afspraak had gemaakt voor een babbel over de Schulense pannenbakkers. Een babbel die jammer genoeg niet meer is doorgegaan… Natuurlijk bedank ik ook het gemeentebestuur van Herk-de-Stad die deze publicatie en de activiteiten op 1 juli 2007 heeft mogelijk gemaakt. En mijn huisgenoten bedank ik voor hun geduld…

39



Over Schulense pannen en pannenbakkers