Page 1

Goede voorbeelden opvoeddebatten 1

Opvoeden in de tussenuren - Leeuwarden....................................................2

2

‘Betrek vaders al vóór de geboorte bij hun kind’ - Amsterdam/Kennemerland.4

3

‘Ouders en school moeten samen optrekken’ - Groningen .............................6

4

Niet praten, maar dóen! - Amersfoort ..........................................................8

5

Opvoedvragen? Ga naar Loes! - CJG Enschede ...........................................10

6

Woonkamer in de buurt - CJG Beijum (Groningen) .....................................12

7

Opvoeden kan iedereen - Groningen.......................................................... 14

8

Week van de Opvoeding - België ............................................................... 16

9

Stichting Mamma weet alles......................................................................18

10 Opvoeden doen we samen - Rotterdam ..................................................... 20 11 ‘Onderhandel met je puber, net als bij je hypotheek’ - Oké-punt Almere ......22 12 Bij ons geen termen als front- en backoffice' - CJG Zaltbommel................... 24 13 Kinderen in beeld - Amsterdam .................................................................26


1

Opvoeden in de tussenuren - Leeuwarden

Wat: Waar: Wanneer: Door:

Ontmoetingscentrum Jonge Ouders Campus Friesland College, Leeuwarden Alle schooldagen (behalve woensdag) van 8:30 tot 16:30 uur Professionals en SPH-studenten van Stenden hogeschool

In het kort − Laagdrempelige ontmoetingsplek op 'school' voor jonge ouders. − Lunchbijeenkomsten over thema’s rondom opvoeding en studeren. − Nadruk op ontmoeting en ervaringen uitwisselen Praten over opvoeding tussen de lessen door: ruim 40 jonge ouders lopen regelmatig binnen bij het Ontmoetingscentrum Jonge Ouders op het Friesland College in Leeuwarden. "En er komen er elke week 1 of 2 bij," aldus een trotse Anneke Kramer, projectleider en coördinator van het ontmoetingscentrum. Signalen Het ontmoetingscentrum is een initiatief van FC Stenden College: een samenwerkingsverband tussen Stenden hogeschool en Friesland College. Anneke Kramer: "In 2008 kreeg we bij Stenden hogeschool duidelijke signalen uit ons netwerk dat veel jonge ouders aanklopten bij jeugdhulpverlening met alledaagse vragen over opvoeden, of praktische problemen rondom de combinatie ouderschap en studeren. Eigenlijk hoorden ze dus niet thuis bij de hulpverlening." Vanuit hun rol als kennisinstituut deed Stenden hogeschool vervolgens onderzoek naar de behoeften van jonge ouders in Friesland. Ontmoetingsplek "Jonge ouders bleken vooral behoefte te hebben aan ‘coaching’ en gerichte informatie. Daar spelen we met het ontmoetingscentrum op in." Dankzij een subsidie van de gemeente Leeuwarden konden ze begin 2010 van start. "Naast SPH-studenten van de Stenden hogeschool, is er altijd een professional aanwezig. En als het nodig is verwijzen we door naar hulpverleningsinstanties. Maar de nadruk ligt op een plek voor ouders om elkaar te ontmoeten. Er staat altijd koffie en thee klaar!" Vertrouwde omgeving Studenten lopen gemakkelijk binnen. Het is immer óp de campus – een vertrouwde omgeving – en geopend tijdens schooluren. Ook niet-studenten zijn welkom. “Door ons brede netwerk zijn we bekend bij allerlei welzijns- en hulpverleningsorganisaties die in contact komen met jonge ouders, en hen laten weten dat wij er zijn.” Lunchbijeenkomsten Paradepaardje van het ontmoetingscentrum zijn de lunchbijeenkomsten, waarvoor ouders zelf thema’s aandragen, zoals ‘voeding’ of ‘kind en tv’. “Wij zorgen dat een deel van de bijeenkomst gevuld is, bijvoorbeeld met een presentatie van een deskundige. Daarna raken ouders vanzelf aan de praat. Ook tijdens workshops of bijvoorbeeld een kledingbeurs creëren we gelegenheid voor een leuk en goed gesprek.”

Pagina 2 van 27


Impact Ouders praten niet alleen, ze geven elkaar ook advies. “Laatst wilde een meisje stoppen met haar studie omdat ze zwanger was. Dan kan ik als social worker wel zeggen dat het belangrijk is om startkwalificaties te hebben, maar dat haalde het niet bij de opmerking van een andere moeder. Die zei: ‘Als je zó denkt, is er altijd wel wat. Straks wil je weer thuis zijn als ‘ie ‘s middags uit school komt. Als je wilt studeren, moet je dat nú doen.’ Dat had pas echt impact.”

Pagina 3 van 27


2

‘Betrek vaders al vóór de geboorte bij hun kind.’ - Amsterdam/Kennemerland

− Cursus voor aanstaande moeders én vaders. − Naast aandacht voor zwangerschap en bevalling ook voorbereiding op het ouderschap. − Nu pilot in Amsterdam en Kennemerland, vanaf 2011 mogelijk in meer gemeenten. ‘Een vader die al vanaf de zwangerschap betrokken is bij zijn kind, blijft vaker betrokken,’ aldus psychologe Noortje Tan. Daarom werkt zij met Aya Crébas en Sylvia Nossent aan een nieuw type cursus die moeders én vaders meer biedt dan de klassieke zwangerschapscursus. ‘Het volgen van een zwangerschapscursus is onderdeel van de geboortecultuur in Nederland,’ vertelt Noortje Tan. ‘Onder meer in Amsterdam werd de zwangerschapscursus aangevuld met bijeenkomsten over ouderschap. Daar was dus al een behoorlijk compleet cursuspakket. De cursus Zwanger, bevallen, een kind! bouwt hierop voort.’ Samenwerking Tan vindt dat er nog meer aandacht moet zijn voor de samenwerking van ouders in de opvoeding. ‘Dat is belangrijk voor het kind, maar ook voor henzelf. Dat betekent dat je vaders al tijdens de zwangerschap moet betrekken, dus ook bij zo’n cursus. Uit gesprekken met professionals en moeders kwam gelukkig heel duidelijk naar voren dat zij er ook zo over denken.’ ‘Gebruikelijk is dat de aanstaande vaders één of twee keer meegaat naar een zwangerschapscursus. Bij onze cursus zijn vaders iedere week welkom. Beide ouders krijgen voorlichting over zwangerschap, bevalling, kraamtijd, borstvoeding en opvoeding. Na de pauze doen de moeders oefeningen, onder andere ter voorbereiding op de bevalling. Voor de vaders is er dan 3 keer een alternatief programma.' Andere insteek De cursusonderdelen voor de papa’s wijken af qua inhoud én insteek. ‘We gaan dieper in op de vaderrol in de opvoeding. En voordat we het hebben over bijvoorbeeld beleving en gevoelens, benaderen we onderwerpen eerst vanuit de wetenschap, met feiten en cijfertjes. Dat spreekt hen aan, dat is lekker concreet.’ Verder is de hele cursus erop gericht om de ouders zelf actief te krijgen. ‘Bijvoorbeeld door middel van oefeningen en werkbladen invullen. De aanstaande vaders vinden het net zo leuk om met een pop en luiers te oefenen als de moeders!’ Opstapje naar CJG Tan ziet de cursus ook als opstapje naar het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). ‘Het is een uitgelezen kans het CJG te introduceren bij nieuwe ouders, een visitekaartje. Dus besteden we er bij de eerste bijeenkomst al aandacht aan.’

Pagina 4 van 27


Dit sluit ook aan bij haar visie: hoe eerder je begint met opvoedondersteuning op maat, hoe beter voor het kind. Pilot Op dit moment doen 4 testgroepen in Amsterdam en Kennemerland mee aan de pilot van de cursus Zwanger, Bevallen, een Kind! Deelnemers vullen na elke bijeenkomst een uitgebreid evaluatieformulier in. ‘De reacties zijn positief. Dat je al vóór de geboorte een band kunt opbouwen met je kind, vinden ouders echt een eyeopener. En ze geven aan nog meer te willen weten over hoe ze als partners het ouderschap moeten aanpakken. Gaandeweg groeit bij hen het besef: dit doe je samen.’

Pagina 5 van 27


3

‘Ouders en school moeten samen optrekken’ - Groningen

− Kernwoorden: betrokkenheid, vertrouwen, sociaal netwerk − Ouderkamer, ouderdiner, thema-avonden − Komend schooljaar reeks opvoeddebatten over ‘school en opvoeding’ Betrokkenheid van ouders bij de school én betrokkenheid van ouders onderling zorgt voor betere sociale netwerken. En dus voor een gunstiger opvoedklimaat. Hans Christiaanse – directeur van basisschool de Heerdstee in Groningen – vertelt hoe ‘zijn’ school zich hiervoor inzet. ‘Hoe je het ook bekijkt, op school ben je ook bezig met opvoeding. Je krijgt als leraar een pedagogische opleiding, je bent constant bezig met de vorming van een kind,’ vertelt Christiaanse. ‘Daarom is het belangrijk dat ouders en school samen optrekken.’ Ouderkamer als opstapje Ouderbetrokkenheid op de Heerdstee begint dikwijls in de ‘ouderkamer’. Elke vrijdagochtend zit daar iemand van de directie, én een sociaal verpleegkundige van de GGD die vragen beantwoordt over bijvoorbeeld opvoeding en gezondheid. ‘We nodigen ouders actief uit: “Komt u binnen voor een kopje koffie?” Vaak is de ouderkamer een opstapje naar meer betrokkenheid bij activiteiten op school. Tevens is het een moment voor een ontspannen gesprek. Zo win je vertrouwen om elkaar ook bij problemen aan te durven spreken.’ Ontmoeting Dat principe geldt ook voor ouders onderling. ‘Ik ben ervan overtuigd dat ouders die elkaar al eens hebben leren kennen, eerder bij elkaar aankloppen. Om de kinderen samen te laten spelen, maar ook als er iets is,’ aldus Christiaanse. ‘Onderzoeksrapporten van bijvoorbeeld de Onderwijsraad omschrijven de rol van de school óók als een ontmoetingsplek voor ouders. Insteek is dat je dat als school aanmoedigt en faciliteert. Puur om netwerken te versterken, niet om invloed uit te oefenen. Ik vind dat een heel inspirerende kijk op zaken.’ Ouderdiner Met deze achterliggende gedachte organiseerde Christiaanse op 18 februari 2010 onder meer het ouderdiner. ‘We verwachtten 50 aanmeldingen, maar dat werden er 200! Iedereen bracht zelf eten mee. Gerechten uit allerlei culturen stonden uitgestald op buffettafels, ouders raakten aan de praat.’ ‘Ondertussen vertelde een CJG-coördinator wat het CJG ouders kan bieden. Voor de kinderen waren er activiteiten begeleid door stagiaires van de pabo. Iedereen was enthousiast. Ik hoorde “kunnen we dit vaker doen?” en “fijn dat we elkaar eens hebben leren kennen”.’ Pagina 6 van 27


Problemen voorblijven Op de Heerdstee vinden ook informatieavonden over opvoedthema’s plaats. Net als het stimuleren van contacten tussen ouders, ziet Christiaanse ook deze avonden als een manier om problemen vóór te zijn. ‘Praat over thema’s als alcohol en seks als hun kinderen nog de basisschoolleeftijd hebben. Dan hebben eventuele problemen zich vaak nog niet ontwikkeld. Moedig hen ook aan deze zaken met hun kinderen te bespreken. Wacht niet tot de middelbare school, waar ouders nog moeilijker bereikbaar zijn. Laten we preventief te werk gaan.’

Pagina 7 van 27


4

Niet praten, maar dóen! - Amersfoort

− Kennisuitwisseling over rol vaders en mannen bij opvoeding − Advies over mannen in kinderopvang en onderwijs − Activiteiten voor vaders en hun kinderen Vaderschap op een positieve manier op de kaart zetten, problemen waar vaders tegenaan lopen zichtbaar maken en aanpakken, activiteiten voor vaders en kinderen organiseren. Het Man-kind Centrum in Amersfoort is ambitieus. Dat blijkt wel uit het verhaal van Dennis Grippeling, pedagogisch en educatief medewerker en bestuurslid van het Man-kind Centrum. Op de tweede plaats ‘We moeten niet alleen róepen dat vaders net zo belangrijk zijn als moeders, we moeten er ook naar hándelen,’ aldus Dennis Grippeling. ‘Vaders komen wat ouderschap betreft vaak op de tweede plaats. De oproepen van het consultatiebureau worden vaak alleen naar de moeder gestuurd, en ook basisscholen hebben de neiging om eerst moeder te informeren. Zeker als ouders gescheiden zijn.’ Intakeformulieren Om hier verandering in te brengen, wisselt het centrum informatie en kennis uit over de rol van vaders en mannen in de opvoeding. ‘We zetten breed in, en adviseren over allerlei onderwerpen rondom vaderschap. Laatst had ik bijvoorbeeld een gesprek over intakeformulieren in de kinderopvang. Als ongeveer 1 op de 3 huwelijken strandt, waarom is er op zo’n formulier dan geen plaats voor adresgegevens van béide ouders?’ Mannen voor de klas ‘Ook onderwijs een belangrijk onderwerp. Er werken steeds minder mannen in het onderwijs. Daardoor zijn de lessen en de regels in de klas steeds minder op jongetjes afgestemd. Dat zie je aan hun leerresultaten. Wij organiseren bijeenkomsten voor mannen die leraar zijn of willen worden, en adviseren schoolteams over een manvriendelijker werkklimaat. Zo hopen we meer mannen in het onderwijs te krijgen en hóuden.’ Toekomstplannen Het Man-kind Centrum moet ook een plek worden voor interessante lezingen, ontmoeting, en vooral leuke workshop en activiteiten met vaders en kinderen. Sinds de opening van het centrum (begin 2009) zijn er pas een paar activiteiten geweest, door gebrek aan een vaste ruimte en financiële middelen. Maar voor 2010 staat er heel wat op de agenda. Van een onderzoek naar tienervaders tot een middag schilderen met vaders en hun kinderen in het dierenpark. Geen kopie moedercentrum Belangrijk voor alle Man-kind Centra en Vadercentra is dat hun aanpak moet aansluiten bij mannen, aldus Dennis. ‘Vaders hebben een eigen identiteit, het zijn geen plaatsvervangende moeders. Je kunt dus niet zomaar het concept van een moedercentrum kopiëren en het vadercentrum noemen. Met 10 mannen om de tafel gaan zitten, en eindeloos discussiëren over opvoeding, dat werkt niet. Dat willen we niet.’ Wat werkt dan wel? ‘Gewoon een dagje samen vissen op een boot,

Pagina 8 van 27


of boomhutten bouwen met de kinderen. Je raakt automatisch in gesprek over de kinderen, en dan gaat praten over opvoeden als vanzelf.’

Pagina 9 van 27


5

Opvoedvragen? Ga naar Loes! - CJG Enschede

− − − −

CJG Enschede: CJG met ‘Loes’ als gezicht van en metafoor voor opvoeden. Elke doordeweekse middag inloopspreekuur Ouderloket in de bibliotheek. Grote lokale naamsbekendheid door mediacampagnes.

Bereikt ouders via: Opvoedtelefoon én website voor vragen. O.a. busreclames en posters bij kinderdagverblijven. Tweewekelijks artikel in een huis-aan-huisblad. In Enschede heeft het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) letterlijk een gezicht: 'Loes'. Loes geeft ouders antwoord geeft op alledaagse opvoedvragen. Ze is niet alleen bereikbaar via de opvoedtelefoon en de website, maar ook in de openbare bibliotheek. Neutraal en centraal "Voor de locatie van het Loes-loket - het ouderloket van ons CJG – viel de keuze op de bibliotheek, een neutrale en ook centrale plek," aldus Mevr. Pim van Hulst, verantwoordelijke voor het CJG-beleid vanuit de gemeente. "We wilden vóór alles voorkomen dat het ouderloket geassocieerd zou worden met problemen en ingewikkelde vraagstukken. In de bibliotheek kom je voor de meest uiteenlopende informatie, dus waarom niet voor informatie over opvoeden?" Roze ballon Opvoeders lijken de weg naar Loes goed te vinden. Zowel buiten als ín de bibliotheek hangt dan ook duidelijke bewegwijzering. “Bezoekers herkennen ons vaak direct dankzij de naam Loes en de roze ballon die terugkomt in alle communicatie-uitingen,” legt Loes-coordinator Patricia Doornbos uit: “Veel ouders zien Loes groot uitgemeten op de busreclame, bij sportvelden en op posters bij basisscholen en peuterspeelzalen. Mede dankzij die uitgebreide mediacampagnes was de naamsbekendheid van Loes na een jaar al ruim 50%.” Makkelijk binnenlopen Een ander voordeel van de bibliotheek als locatie is dat het een laagdrempelige locatie is voor allerlei activiteiten. Er worden themabijeenkomsten voor ouders georganiseerd door het CJG, maar ook door bijvoorbeeld het GGZ en andere organisaties. “Je loopt toch makkelijker bij de bibliotheek naar binnen voor een thema-avond, dan bijvoorbeeld bij een hulpverleningsinstantie.” aldus Doornbos. Verder is een excursie naar de bibliotheek een vast onderdeel van de inburgeringscursus, en komen jonge ouders hier met de 'Boekstart'-bonnen die ze krijgen bij het consultatiebureau. “En al die bezoekers maken ook direct met Loes.” Zichtbaar Ook de tweewekelijkse Loes-rubriek in een huis-aan-huisblad en de drukbezochte website zijn krachtige communicatiemiddelen. Van Hulst: “Het is leuk om te zien dat sommige ouders eerst lekker anoniem informatie zoeken op de site, en Pagina 10 van 27


vervolgens de stap zetten om naar het Loes-loket te komen voor meer informatie." "Dat we op veel manieren 'zichtbaar' zijn, en dat de bibliotheek zo'n alledaagse uitstraling heeft, zorgt ervoor dat ouders het Loes-loket als iets heel normaals gaan beleven,� besluit Van Hulst haar verhaal. Het gaat er niet alleen om hoe veel opvoeders we precies zien en spreken. Het gaat er vooral om ook dat praten over opvoeden vanzelfsprekend wordt."

Pagina 11 van 27


6

Woonkamer in de buurt - CJG Beijum (Groningen)

CJG Beijum: − Woonkamer en keuken voor ouders uit de buurt. − O.a. kook- en muzieklessen. − Themagesprekken aan de keukentafel. Bereikt ouders via: − Consultatiebureau. − De fiets op in de wijk. − Website, Hyves en Twitter. − CJG-pagina in de wijkkrant. − Ouderkrant voor en door ouders. Voor ouders in de Groningse wijk Beijum staat de deur naar ‘de woonkamer’ van het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin) altijd wagenwijd open. Een gastvrouw biedt een kopje thee of koffie aan, en voor de kinderen staat het speelgoed klaar. ‘Een herkenbare plek waar mensen zich snel thuis voelen. Laagdrempelig, en niet te clean.’ vertelt Evalien Verschuren, consulent en coördinator van het CJG Beijum. Voorbeeldfunctie ‘Het begon in 2004 met een ‘koffietafel’ in consultatiebureau, omdat ouders in de wijk aangaven behoefte te hebben aan een vaste plek voor informatie en ontmoeting.’ Het jaar daarna kwam er een ‘echte’ woonkamer, waar ouders en opvoeders elkaar elke doordeweekse ochtend kunnen treffen. ‘Niet alleen als plek voor ontmoeting, maar ook als voorbeeldfunctie. Want niet iedereen heeft thuis een gezellige woonkamer met kinderfoto’s aan de wand.’ Goed gesprek aan de keukentafel Zodra in het pand meer ruimte beschikbaar kwam, werd er een keuken gerealiseerd. Ook dit sloot aan op signalen van opvoeders uit de buurt. ‘Veel gesprekken die ik voerde op het consultatiebureau gingen over eten en koken.’ Evalien lacht: ‘En vooral ook over níet eten en níet koken.’ Aan de keukentafel worden gesprekken gevoerd rondom een vooraf vastgesteld thema. ‘De ene keer zijn er 15 ouders, de andere keer loopt er maar 1 persoon binnen. Maar ook met 1 persoon kun je een nuttig en goed gesprek voeren.’ En natuurlijk wordt ook tijdens de wekelijkse kookles voor ouders en kinderen niet alleen over eten gepraat, maar over allerlei onderwerpen rondom opvoeding. ‘Veel ouders praten toch makkelijker terwijl ze lekker bezig zijn.’ Zichtbaarheid Nog steeds komen ouders vaak voor het eerst in de woonkamer na een bezoek aan het consultatiebureau. Daarnaast doet Evalien er veel aan om hun activiteiten onder de aandacht te brengen, bijvoorbeeld via Hyves, Twitter en een CJG-pagina in de wijkkrant. Ook de samenwerking met scholen komt van de grond. Evalien: ‘Ik heb net afgesproken met een basisschool in de buurt dat ik voortaan naar hun maandelijkse ‘meespeelochtend’ kom om contacten met ouders te leggen.’

Pagina 12 van 27


De fiets op De manier waarop Evalien en haar collega’s ouders kennis laten maken met het CJG én met elkaar, is een voorbeeld voor de rest van Groningen. Het is de bedoeling dat de andere wijken hun aanpak overnemen. Dat betekent niet alleen een andere aanpak ín het CJG, maar ook daarbuiten. Evalien fietst namelijk regelmatig een rondje door de wijk. ‘Bij plekken waar veel ouders komen – het winkelcentrum of het speelplein – stap ik even af. Kom ik ouders tegen die ik een tijdje niet heb gezien, dan vraag ik even hoe het met de kinderen is. Of ik zie iemand en denk: hé, jij hebt een jong kindje, maar ik heb jullie nog nooit gezien. Dan knoop ik een gesprekje aan.’

Pagina 13 van 27


7

Opvoeden kan iedereen - Groningen

Er gaat niets boven Groningen! Want ze zijn daar in het hoge noorden toch maar even de eerste in de Estafette van opvoeddebatten. Vorig jaar november werd al een start gemaakt. Dit najaar krijgt het Opvoeddebat een vervolg. Opvoeddebat 14 november 2008 – who and what? − doel: taboe over praten over opvoeden doorbreken − 3 (bekende) sprekers die dit doel op enthousiaste wijze bespreekbaar maken − bioscoopzaal Must See in voetbalstadion Euroborg − 250 bezoekers, 25 stands − voorafgaand aan debat: interviews (Straatpraat) en Vragen en Antwoorden (Q&A’s) in de krant Luchtig Anke Schaafsma is directeur van het advies- en begeleidingscentrum ABCG. Van begin oktober tot half december initieert zij de opvoeddebatten in Groningen en Drenthe. ‘We gaan nu echt de dorpen en de buurtschappen in. Misschien met een speciale bustoer! Om de aandacht van ouders te trekken worden regionale BN’ers ingezet. Namen kan ik nog niet noemen, haha. Maar ze komen er aan! Een opvoeddebat moet leuk, luchtig en toegankelijk zijn. Het opvoeden moeten we zeker niet problematiseren.’ Publiciteit Of het Dagblad van het Noorden (DvhN) net als vorig jaar weer van de partij is, is nog onzeker. Het is onrustig in de krantenwereld. Bezuinigingen enzo. John Geijp, chef Nieuwsdienst bij het DvhN, meldt dat de krant wel betrokken is en blijft bij het onderwerp: 'We zijn een gezinskrant. Opvoeders konden vorig jaar in de krant in gesprek met de professionals van het ABCG. Hartstikke leuk. Lezers misten de rubriek toen ‘ie afgelopen was. Maar bij het Opvoeddebat vorig jaar in de Euroborg miste ik de gewone man. Er waren wel veel deskundigen. Máxima hadden we uitgenodigd, maar was niet in de gelegenheid te komen. En Rouvoet kon niet. Jammer.’ Succes De eigenlijke initiator van het Opvoeddebat vorig jaar – Hans Christiaanse – benadrukt het belang van publiciteit. De directeur van twee basisscholen in de stad Groningen, was eerder directeur in het Friese Boornbergtum. ‘Om de achterstand van dorpsschooltjes onder de aandacht te brengen, heb ik samenwerking gezocht met de Leeuwarder Courant. Dat werkte perfect. Uiteindelijk genereerde het zoveel aandacht dat toenmalig minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven, op bezoek kwam.’ Wisselwerking Ook voor Anke Schaafsma ligt de kracht in de wisselwerking: ‘Dat geldt voor het opvoeden zelf maar ook bij de organisatie van een opvoeddebat. Betrek scholen en jeugdzorginstellingen erbij. En natuurlijk de gemeenten waar Centra voor Jeugd en Gezin staan. Die wisselwerking is zo belangrijk. Je versterkt elkaar.

Pagina 14 van 27


Dat voelde ik vorig jaar ook bij de samenwerking met de school van Hans Christiaanse en het Dagblad van het Noorden. En je kunt dan gewoon meer omdat financieel meer mogelijk is.’

Pagina 15 van 27


8

Week van de Opvoeding - België

Sinds 2005 worden in de Week van de Opvoeding (16 tot 23 mei) overal in Vlaanderen en Brussel activiteiten georganiseerd voor ouders en kinderen. In 2010 stond het thema ‘Opvoeden is samenspel’ centraal. De week startte met het Groot Vlaams Opvoeddebat. ‘Opvoeden is samenspel’ ‘Opvoeden is samenspel’ is op veel manieren uit te leggen: kinderen worden door veel mensen (niet alleen hun ouders) opgevoed, opvoeden is makkelijker als je hulp krijgt van vrienden en familie, en samen spelen is ook belangrijk bij de opvoeding. Aanknopingspunten genoeg voor een breed scala aan activiteiten. Onder meer opvoedwinkels (de Belgische CJG’s) en culturele centra organiseerden lezingen – bijvoorbeeld over positief omgaan met je puber, en gezonde eetgewoonten aanleren bij kinderen - babyborrels, fotowedstrijden en debatten. Opvoeddebat Dit jaar werd de Week van de Opvoeding georganiseerd door het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning (EXPOO). Zij luidden de week in met een opvoeddebat. Aan de gesprekstafel zaten zes ouders met verschillende achtergronden en een aantal professonials. Onderwerp van gesprek: Is praten over opvoeden vanzelfsprekend? Is het makkelijk te praten met andere ouders over opvoeding, of om hen om advies te vragen? Of kloppen ouders dan liever bij leerkrachten of de kinderopvang aan? Voelen ouders zich een minder goede ouders als ze vragen stellen? Oudergroep Een van de ouders vertelt tijdens het debat dat ze als jonge moeder veel steun had aan een moedergroep. De moeders vonden het prettig hun verhaal te doen en opvoedingsvragen met elkaar te bespreken. Daarom bleven ze ook zonder professionele ondersteuning bij elkaar komen. Vader Mustafa heeft eenzelfde soort ervaring met de Marokkaanse vadergroep. Informeel netwerk Patty Debruyckere van de opvoedingswinkel Antwerpen vult aan dat professionele opvoedingsondersteuners het ontstaan van informele groepen kunnen stimuleren. Niet iedereen vindt dat nodig; een andere ouder merkte op dat je met collega’s en vrienden in het café vanzelf al over opvoeding praat, en dat een groep organiseren dus niet nodig is. Toch zijn er gezinnen met weinig familie en vrienden, waarbij een informeel netwerk niet vanzelf groeit. Divers aanbod Het aanbod op het gebied van opvoedondersteuning is in Vlaanderen behoorlijk gegroeid de afgelopen jaren. Naast opvoedingswinkels, is er bijvoorbeeld de website Groeimee.be, de opvoedingstelefoon en zijn er ontmoetingsplaatsen. Het panel is het ermee eens dat er diversiteit in het aanbod moet zijn: professionals die informatie kunnen geven en kunnen begeleiden, maar ook voldoende gelegenheid om ervaringen uit te wisselen met andere ouders. Pagina 16 van 27


Drempel De aanwezige ouders geven aan de weg naar het aanbod wel te vinden, maar dat opvoedondersteuners soms ook zelf op ouders moeten afstappen. Sommige gezinnen leven zo ge誰soleerd dat ze zelf geen hulp (durven) vragen. Voor hen is de drempel naar voorzieningen te hoog. En als er geen geld is om de kinderen in te schrijven op bijvoorbeeld een sportclub, komen ouders daar ook niet met andere opvoeders in contact. Verantwoordelijkheid Daar komt bij dat opvoeding steeds individueler wordt en minder gericht op de maatschappij: gezinnen worden eilandjes. Daaruit ontstaat ook de vraag wie verantwoordelijk is. Zo zijn bijvoorbeeld ouders en scholen zoekende naar wie wat moet bieden in de opvoeding van kinderen. Veel ouders aan de gesprektafel zijn actief in ouderraden en merken op dat de meningen verschillen over pedagogische verantwoordelijkheid en de mate van participatie van ouders op school, zowel tussen ouders onderling, als tussen ouders en schooldirectie. Samenwerken Daarnaast concludeert het panel dat opvoeden zich tegenwoordig afspeelt in een maatschappelijke context waar de druk op kinderen en gezinnen zeer hoog is. Des te meer moeten professionelen uit diverse sectoren met elkaar en met ouders samenwerken.

Pagina 17 van 27


9

Stichting Mamma weet alles

Wanneer je als ouder gezegend bent met een paar ‘schatten’ van (bijna) pubers, verandert opvoeden vaak in onderhandelen. Steeds vaker krijg je argumenten als 'Ja maar, Jamie mag wel tot 2.00 uur blijven' en 'Meike mag wel make-up op naar school', te horen. Op de basisschool was het gemakkelijker, toen kon je bij school of op speelafspraken nog eens overleggen met andere moeders en vaders over hoe zij met bepaalde opvoedzaken omgingen. Maar als de kinderen naar de middelbare school gaan wordt het lastiger: je kind gaat zelfstandig naar school en speelafspraken bestaan niet langer. Hierdoor spreek je andere ouders steeds minder in een periode waarin het juist zo fijn en nuttig zou zijn om met hen te sparren over opvoedvraagstukken. Het verhaal achter ‘Mamma weet alles’ Marina van der Wal en haar mede-initiatiefnemers signaleerden in 2006 hetzelfde probleem. Ouders vinden het lastig de pubertijd van hun kinderen te bespreken, terwijl het tegelijkertijd heel nuttig kan zijn om ervaringen te delen met andere ouders van pubers. Er zijn natuurlijk hulpverlenende instanties die kunnen worden ingeschakeld bij problemen met pubers, maar hierbij kom je snel in een officieel hulpverleningstraject. Voor lastige vragen zoals ‘als mijn zoon straks 16 wordt, moet ik dan bier aanschaffen voor zijn feest?’ vinden de ouders in het algemeen de drempel om naar een instantie te stappen te hoog. Mamma weet alles’ advies voor andere opvoedorganisaties: 1 Denk niet dat je de organisatie snel kunt doen, er gaat altijd meer tijd in zitten dan je oorspronkelijk had gedacht. 2 Leg contact met alle geledingen, dus ga netwerken. 3 Zorg voor samenwerking, dan hoef je niet alles alleen te doen. 4 Realiseer je dat je heel dichtbij mensen komt als het gaat over opvoeden, het is een vorm van intimiteit. Je moet je dan ook, wanneer je met dit onderwerp bezig bent, realiseren dat je allerhande reacties kunt verwachten, van teruggetrokken tot verdedigend tot heel open. Om ouders een blanco adres voor opvoedingsvragen te bieden, werd de Stichting ‘Mamma weet alles’ opgericht. De Stichting heeft als doel om laagdrempelig opvoedadvies te bieden door ouders bij elkaar te brengen en ervaringen te laten delen. Door het creëren van een bondgenootschap tussen ouders van (pre)pubers, gelijk aan het idee van de RMO “It takes a village to raise a child” , kunnen ouders hun kennis bundelen en elkaar helpen. Wel merkt Marina op dat het hierbij gaat om de alledaagse opvoedproblemen, bij zware problemen worden ouders doorverwezen naar de, bij het probleem passende, hulpverlenende instantie. ‘Mamma weet alles’ in de praktijk Sinds de daadwerkelijke start eind december 2008, zijn er in Nederland drie goedlopende regionale ‘Mamma weet alles’-groepen, elk bestaande uit 10 deelnemers die roulerend bij iemand thuis over een bepaald onderwerp praten. Deelnemers betalen € 1,- per bijeenkomst voor koffie en thee. ‘Mamma weet alles’ zorgt voor

Pagina 18 van 27


ondersteuning, zoals foldermateriaal, en waarborgt het kader van de stichting: de groepen moeten voor iedereen toegankelijk zijn en mogen niet als hulpverlening gebruikt worden. De groepen zijn in principe zelfredzaam, maar kunnen terugvallen op de stichting. ‘Mamma weet alles’ communiceert actief via de website, Marina’s column in een regionale zondagskrant en J/M Ouders. Hierdoor weten inmiddels veel ouders ‘Mamma weet alles’ te vinden. Er zijn dan ook al veel aanvragen voor groepen in nieuwe regio’s, waarvan enkelen binnenkort starten. Ouders die interesse hebben in het deelnemen in een van de ‘Mamma weet alles’-groepen of die zelf een groep willen starten kunnen terecht op de website: www.mammaweetalles.nl. Succes van de Mamma’s die alles weten Naast de vele aanvragen voor nieuwe groepen weet Marina van deelnemende moeders dat ze erg positief zijn en dat er binnen hun gezinnen tegenwoordig andere regels gelden. Haar eigen pubers ervaren dat ze minder streng is en vroegen haar onlangs wijsneuzerig 'Komt dit door de mamma’s?'. Bijeenkomsten: Data: Doorlopend Opzet: Regionale groepen van elk ongeveer 10 ouders Locatie: Bij mensen thuis Agenda: 9 april 2010: Symposium voor professionals die werken met 10-15 jarigen 10 april 2010: Puberbeurs voor ouders Toekomst: meer pappa’s betrekken, door oprichten van speciale regionale ‘Pappa weet alles’-groepen

Pagina 19 van 27


10

Opvoeden doen we samen - Rotterdam

Ouders zijn dan wel eindverantwoordelijk voor de opvoeding, iedere volwassene heeft invloed op de ontwikkeling van een kind. Grootouders, buren, leraren, sportcoaches en zelfs de tramconducteur: ze zijn allemaal in meer of mindere mate betrokken bij de opvoeding. In Rotterdam organiseerde de gemeente een maatschappelijk debat over gezamenlijke verantwoordelijkheid en samenwerking in de opvoeding: het project 'Opvoeden doe je samen.' In het kort − 10 ‘opvoedregels’ die Rotterdammers belangrijk vinden − Focus op afstemming, communicatie en vertrouwen − ‘Spelenderwijs’ praten over opvoeding met het Opvoedspel − Blijvend op agenda door o.a. Rotterdams oudernetwerk en regionaal radioprogramma Gezamenlijke opvoedopvattingen Wat verwachten opvoeders en mede-opvoeders van elkaar en hoe kan men elkaar aanspreken op verantwoordelijkheden? Rotterdam organiseerde 42 wijkbijeenkomsten voor ouders en beroepskrachten. Om het gesprek over opvoeding op gang te brengen én om wederzijdse verwachtingen scherper te krijgen. Deze gesprekken resulteerden in 10 zaken rondom opvoeden die ‘alle’ opvoeders in Rotterdam belangrijk vinden, en waar ze elkaar op aan kunnen spreken. Een handige lijst gemeenschappelijke opvattingen om samen te werken aan opvoeding, ongeacht verschillende opvoedstijlen en achtergronden. Van lagerhuis tot opvoedspel Naast de wijkbijeenkomsten, vonden er ‘Lagerhuisdebatten’ plaats over verschillende thema’s. Uit het Lagerhuisdebat over de rol van school bij de opvoeding bleek bijvoorbeeld dat ouders vaak te veel verwachten van leraren op het gebied van opvoeding. Anderzijds denken leraren soms te snel dat ouders weinig interesse hebben in schoolresultaten: ‘Mijn moeder kwam nooit naar ouderavonden. Wat had ze daar moeten doen? Ze sprak geen Nederlands. Maar ze heeft me wel gestimuleerd. Ze vroeg me iedere dag hoe het was op school en heeft me vaak aan mijn huiswerk gezet.’ Ook het Triviant-achtige Opvoedspel dat de gemeente uitgaf, nodigt uit tot praten over opvoeden en lokt inhoudelijke discussies uit. Als ouders en mede-opvoeders het spel samen spelen, worden ook verantwoordelijkheden helder. Vertrouwen Afstemming tussen opvoeders is cruciaal, maar minstens net zo belangrijk is vertrouwen en uitgaan van elkaars positieve bedoelingen. Dat is makkelijker als er al een relatie bestaat tussen ouders en mede-opvoeders, dan als zij elkaar pas spreken op het moment dat er een probleem ontstaat. Investeren in netwerken

Pagina 20 van 27


dus: bij het ophalen even een gesprek tussen leerkracht en ouder, af en toe vragen aan de coach hoe het kind zich in een team gedraagt. ‘Als een leerkracht op sporttrainer laat merken dat hij jouw kind echt kent en lief vindt, dan kun je het als ouder best hebben om minder rooskleurig gedrag te bespreken.’ Blijven praten Uit dit project en andere projecten blijkt: communicatie over opvoeden is doorslaggevend voor een gezond opvoedklimaat. Daarbij is opvoeden een leuk en boeiend onderwerp, getuige de levendige gesprekken die het oplevert. Ze blijven in Rotterdam dan ook doorpraten over opvoeding. Diverse wijken gaan door met kleinschalige opvoedgesprekken, en online kunnen ouders terecht bij het Rotterdams Oudernetwerk. Iedere woensdagavond om 19:00 zendt Radio Rijnmond bovendien het radioprogramma ‘Zonder eten naar bed!’ uit. Opvoedradio waar ouders echt iets aan hebben, mede mogelijk gemaakt door de gemeente Rotterdam. Bron: www.rotterdam.nl/opvoeddebat

Pagina 21 van 27


11

‘Onderhandel met je puber, net als bij je hypotheek’ - Oké-punt Almere

Monique Nachbar (53) is opvoedadviseur in het OKé-punt in Almere. En helpt ouders met opvoedvragen. ‘Pubers kunnen heel helder aangeven wat er mis is. Als de puber in kwestie niet aanwezig is bij het eerste gesprek, zit ‘ie zéker bij het tweede gesprek. Ik wil ook zijn kant van het verhaal horen.’ Puberproblemen, wat is er zo leuk aan? ‘Tja. Het werken met pubers is zo uitdagend omdat je ze nog kunt bijsturen. Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Want ze zijn inderdaad soms erg dwars. Maar als je hen op een volwassen manier aanspreekt, kun je heel wat bereiken. En nee, niet bij alle pubers lukt dat. Je hebt ook pubers die onderuit gezakt, met een petje over het hoofd getrokken naar de grond blijven staren. Daar kan ik dan ook weinig mee.' Inloopspreekuur Het OKé-punt, het Centrum voor Jeugd en Gezin in Almere, heeft op 15 locaties een inloopspreekuur voor ouders en jongeren. Ze kunnen binnenlopen voor opvoedvragen. Ook kan er een afspraak gemaakt worden voor een één-op-één gesprek met één van de professionals. Telefonisch bereikbaar is het OKé-punt tijdens kantooruren en natuurlijk is er een website Oképunt.nl. JonginAlmere.nl Jongeren zelf komen niet snel naar een inloopspreekuur. Monique vindt dat niet zo vreemd. ‘Logisch toch? Je wilt als puber daar niet door je buurvrouw worden gezien. Pubers halen hun informatie van internet. De site Jonginalmere.nl is voor ons van groot belang. Die wordt echt goed bezocht. Wij zetten daar flink wat informatie op. Echt veel jongeren maken daar gebruik van. Het is een hippe site van de gemeente Almere, met jongeren in de redactie.’ Tips en adviezen ‘Ikzelf krijg voornamelijk te maken met ouders die vinden dat hun pubers zich niet aan de regels houden, en dus de sfeer in huis verpesten met hun moeilijke gedrag. Voor mij de uitdaging weer ruimte te scheppen in die gezinnen. Als een puber klaagt dat zijn ouders continu in zijn nek zitten te hijgen of hij zijn huiswerk wel maakt, adviseer ik de ouders hun puber wat meer ruimte te geven om zelf die verantwoordelijkheid aan te gaan. Laat die puber zelf zijn huiswerk plannen.’ ‘Daarnaast leer ik ouders onderhandelingstechnieken. Volwassenen blijken vaak wel goed te kunnen onderhandelen als ze een huis kopen; bij hun puberkind blijkt dat een stuk lastiger. Onderhandel met ze als ze vier avonden in de week willen stappen. Vraag wat zijzelf als redelijk zien.’ Grenzen aanleren Monique vindt dat vrouwen die voor het eerst zwanger raken, samen met hun partner een opvoedcursus moeten volgen. ‘Als ouders hun peuters grenzen aanleren, voorkom je problemen later. In die periode wordt de basis gelegd voor

Pagina 22 van 27


een stabiele puberteit. Ouders van peuters moeten weten welke valkuilen hen te wachten staan en hoe je daarmee omgaat. Welke? Nou, dat je bijvoorbeeld geen aandacht moet geven aan de driftbuien van je peuter. Als je ze continu hun zin geeft, worden het onhandelbare pubertjes.’ De opvoedadviseur is zelf moeder van 4 kinderen, die alle 4 de puberteit inmiddels voorbij zijn. ‘En let op. Geen één puber is hetzelfde. Ik dacht bij nummer vier dat ik het nu wel wist. Niet dus. Kant en klare oplossingen bestaan niet.’

Pagina 23 van 27


12

'Bij ons geen termen als front- en backoffice' - CJG Zaltbommel

Hij is enthousiast. En gedreven. Johan Rijcken is nu één jaar werkzaam als beleidsadviseur Jeugd en Volksgezondheid bij de gemeente Zaltbommel. ‘Het CJG in Zaltbommel is er eigenlijk al. Maar goed. 7 oktober mogen de wethouder en ik officieel een lintje doorknippen. Termen als frontoffice en backoffice kom je hier niet tegen. We werken voor mensen, niet voor de managers.’ Het afgelopen jaar is Johan vooral bezig geweest met communiceren. Samenwerken, minder bureaucratie en meer verantwoordelijkheid voor de medewerkers. Dat zijn zijn stokpaardjes. Niet te veel vergaderen Johan zegt het niet met zoveel woorden, maar laat indirect duidelijk weten dat hij van aanpakken houdt. Niet teveel vergaderen graag. Effectief communiceren. ‘Sommige overleggen heb ik opgeheven, anderen samengevoegd. Er zijn in ieder geval geen vergaderingen bij gekomen. Voor mij geen nutteloze praatgroepjes en eindeloos geouwehoer over visie-ontwikkelingen.’ Het opzetten van een CJG is simpel volgens Johan. ‘Ga er op uit. Onderhoud je contacten. Wees aardig. Pas dan krijgen mensen vertrouwen in elkaar.’ De Bus Iedere dorpskern binnen de gemeente Zaltbommel heeft minimaal een inloopspreekuur. Meestal op een basisschool of peuterspeelzaal. En er zijn drie consultatiebureaus. Verbindende factor is “De Bus”. ‘Ons mobiele CJG. Een geweldige vinding’, lacht Johan. ‘Samen met het Jongerenwerk hebben ‘m aangeschaft. Het is niet zo’n mega-ding: met je B-rijbewijs mag je ermee op pad. En we rijden er echt veel mee rond. Het ding is populair. We staan bij evenementen maar we worden ook uitgenodigd door jongeren of jongerenorganisaties om langs te komen.’ Pannaveldje Johan legt uit dat vooral jongeren in de leeftijd van 6 tot 14 jaar zonder gêne de bus inspringen. ‘Ze gaan wii’en of andere computerspelletjes doen. Maar de 14-plussers komen nu ook los. Vooral als we het Pannaveldje meenemen. Dat werkt fantastisch. Er is veel contact tussen leeftijdsgroepen, ze leren op hun beurt wachten en de jongerenwerkers kunnen etterbakkies heel direct op hun gedrag aanspreken.’

Pagina 24 van 27


Toeter Op de vraag of Johan zelf achter het stuur heeft gezeten, lacht hij. ‘Er zit een fantastische toeter op. Ik heb ‘m gelijk aan mijn collega’s bij het gemeentehuis geshowd. Allemaal naar buiten gestuurd om in en rond de bus een broodje te eten.’ Over Johan Rijcken (40) − Verpleegkundige HBO-V − Afgestudeerd in Gezondheidswetenschappen − Werkte onder meer in de thuiszorg, speciaal voor 0-4 jarigen Over CJG Zaltbommel − Sinds: officiële opening 7 oktober 2009 − Aantal medewerkers: 1 − Regio: gemeente Zaltbommel (26.000 inwoners in 12 dorpskernen) − Uniek: er is een hippe CJG-bus − Website: Jonginzaltbommel.nl Do’s en Don'ts voor CJG's Do’s − Werk met je hart, laat je niet teveel afleiden door visies en strategieën; − Creëer een droombeeld, deel die met anderen en houd daar aan vast; − Ga bij alle fractieleiders langs om je ideeën toe te lichten; − Laat de verantwoordelijkheid waar ‘ie hoort; − Denk en doe ‘out of the box’, het beleidsstuk ‘Jong Zaltbommel’ schreef Johan samen met een journalist. Dont’s − Op je stoel blijven zitten; − Ontwikkel een visie, maar discussier er niet te lang over; − Huur niet klakkeloos interim-managers in; − Stop met ‘jamaar denken’.

Pagina 25 van 27


13

Kinderen in beeld - Amsterdam

Eind 2007 organiseerde de gemeente Amsterdam het opvoeddebat Kinderen in beeld. Aan de hand van foto's van gezinssituaties gingen kinderen op scholen met elkaar in gesprek over de opvoeding thuis. Ouders gingen met elkaar in gesprek in Ouder-Kindcentra, en er vond een stadsdebat plaats over het thema opvoeden met ouders, professionals en bestuurders. De gemeente kreeg hiermee inzicht in hoe Amsterdammers denken over opvoeding. Foto's als basis Kinderen van de basisschool en hun ouders maakten een week lang foto's van opvoedsituaties. Ook ouders van kinderen tot 4 jaar die langs kwamen bij het Ouder- en Kindcentra deden mee. Naar aanleiding van de foto's en een werkboekje met aantekeningen gingen ouders met elkaar en deskundigen in gesprek over opvoeding. Kinderen deden hetzelfde in het klaslokaal. Daarnaast werden ouders op pleinen en markten uitgenodigd om te praten over opvoeding. Zo werd een open situatie gecreëerd om over opvoeding te praten en gesprekken op gang te brengen. De foto’s bleken een goede manier te zijn om het gesprek op gang te brengen. Ze gaven een scherp inzicht in de beleving van dagelijkse opvoedsituaties. Het project werd afgesloten met een stadsdebat met ouders, bestuurders en professionals. TripleP In de gesprekken werd gebruik gemaakt van de basisprincipes van Triple P / Positief Opvoeden. Amsterdam werkt aan de implementatie van Positief Opvoeden / Triple P. In Amsterdam worden 1200 professionals getraind op de verschillende Triple P-niveaus. De methode is via publiekscampagnes bekendgemaakt met onder meer commercials, posters in de stad, een website en foldermateriaal. Daarbij is ook breed bekendgemaakt waar ouders en opvoeders terecht kunnen met vragen. Inzichten − Ouders en kinderen vonden het prettig en zinvol om met elkaar in gesprek te gaan over de eigen opvoedsituatie en te bespreken wat er goed gaat en wat er minder goed gaat. − Ouders vragen niet gemakkelijk uit zichzelf hulp bij de opvoeding of weten de weg er naar toe moeilijk te vinden. Het aanbod is onvoldoende transparant. Ouders die hulp vragen, hebben goede ervaringen en willen daar vaak graag mee doorgaan. − Ouders zijn vaak ontevreden over de opvoeding van andere kinderen, maar durven zich niet met andere kinderen te bemoeien. Er is weinig sociale controle, terwijl ouders hier wel behoefte hebben. − Veel ouders hebben moeite om een goede balans te vinden tussen werk, tijd voor henzelf en aandacht voor hun kind. Vooral alleenstaande ouders hebben het moeilijk vanwege gebrek aan tijd en/of geld. Onderwerpen als samen eten, Pagina 26 van 27


meegaan naar sport, betrokkenheid op school, er zijn na school, komen in dit verband vaak ter sprake. − Veel ouders vinden dat het aanbod aan voorzieningen voor kinderen nog tekort schiet (vooral in de openbare ruimte en in de leeftijdsklassen van 8 tot 12). Tips − Een klassikale benadering werkt goed als je kinderen wilt bereiken. − Schakel scholen vroeg in, zodat ze tijd genoeg hebben om activiteiten in te passen in het lesprogramma, het liefst voor de zomervakantie. Persoonlijk contact is daarbij ook belangrijk. − Denk goed na over wat je wilt bereiken. Wil je bijvoorbeeld uitgangspunten voor het gemeentebeleid uit een gesprek kunnen afleiden, stel dan scherp afgebakende thema’s aan de orde. Anders zijn de uitkomsten te algemeen. Meer informatie www.positiefopvoeden.nl www.dmo.amsterdam.nl

Pagina 27 van 27

goede voorbeelden  

goede voorbeelden