Issuu on Google+

Een opvoeddebat...hoe doe je dat?

Opbrengsten van de opvoedestafette Oktober 2009 - oktober 2010

Een onderzoek in opdracht van Ministerie voor Jeugd & Gezin Marcia van Oploo Piet van Santen Marieke Hollander Projectnummer: B3632

Zoetermeer, 16 november 2010


Foto voorkant: Ron van der Kooy

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van Research voor Beleid. Research voor Beleid aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.

2


Voorwoord Een opvoeddebat is een dialoog over opvoeding. Het heeft tot doel dat ouders en andere opvoeders, bijvoorbeeld binnen de school, het kinderdagverblijf of de sportvereniging, kennis en ervaringen over opvoeding uitwisselen of tot een gedeelde visie op de opvoeding komen. Het Ministerie voor Jeugd en Gezin heeft met de opvoedestafette een impuls willen geven aan nieuwe initiatieven voor opvoeddebatten en hoopt hiermee het gesprek over opvoeding structureel op gang te brengen. Research voor Beleid heeft de opdracht gekregen te zorgen voor een optimaal leereffect voor startende opvoeddebatten en vergroting van het doelbereik door ontsluiting van bestaande kennis en eerdere ervaringen. Dit rapport bundelt de kennis en ervaringen die in eerdere opvoeddebatten zijn opgedaan. Het bestaat uit twee delen: het eerste deel geeft een beschrijving van het project ‘de opvoedestafette’ en bevat conclusies over succes- en faalfactoren bij het organiseren van een opvoeddebat. Het tweede deel geeft concrete voorbeelden uit de opvoedestafette en de tips die de verschillende deelnemers hebben gegeven. Het Ministerie voor Jeugd en Gezin en Research voor Beleid hopen met deze bundel nieuwe initiatiefnemers een handreiking te bieden bij het organiseren van een succesvol debat waar zowel ouders als betrokken organisaties baat bij hebben. Marieke Hollander Projectleider

3


4


Inhoudsopgave Deel A: De opvoedestafette

7

1

Inleiding

9

1.1

Beleidscontext

9

1.2

De opvoedestafette

1.3

Initiatiefnemers

2

9 10

Het organiseren van een succesvol opvoeddebat

13

2.1

Hoe bereik je de doelgroep?

13

2.2

Hoe kun je bijdragen aan het verlagen van de drempel van het CJG?

14

2.3

Hoe kun je bijdragen aan het versterken van netwerken?

15

2.4

Conclusie

16

Deel B: Concrete voorbeelden en tips

17

1

Inleiding

19

2

Betrek anderen in de organisatie

21

3

Formuleer een concreet doel

25

4

Voor elk budget is een opvoeddebat mogelijk

29

5

Kies een pakkend thema uit de alledaagse opvoedpraktijk

31

6

Stel ouders centraal

33

7

Laat in het programma ruimte voor improvisatie

35

7.1

Kies een vorm die past bij het doel en de doelgroep

36

7.2

Zoek een gespreksleider die kan prikkelen

39

7.3

Introduceer je thema of stellingen op een pakkende manier

40

7.4

Met aanvullende elementen creĂŤer je een goede sfeer

41

8

Werf via sleutelfiguren

45

9

Zoek een aansprekende locatie

49

10

Kies een handig tijdstip

51

11

Zorg voor borging

53

5


6


Deel A: De opvoedestafette

7


8


1

Inleiding

Dit hoofdstuk behandelt de context en de uitvoering van de opvoedestafette en geeft een overzicht van de opvoeddebatten die hier deel van hebben uitgemaakt.

1.1

Beleidscontext

De eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding van kinderen ligt bij de ouders. Echter, ook de omgeving van het gezin heeft invloed op de opvoeding en kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Dat geldt niet alleen voor professionals zoals leerkrachten, maar ook voor familie, buren en bijvoorbeeld sportcoaches. Het Ministerie voor Jeugd en Gezin benadrukt in haar Gezinsnota 2008 het belang van sociale netwerken rondom het gezin voor de opvoeding van kinderen. Het ministerie baseert zich hierbij onder andere op onderzoek dat het belang van een sociaal netwerk voor de draagkracht van het gezin en het voorkomen van problemen bij jongeren aantoont, alsmede op het briefadvies ‘versterken van de village’ van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Buurtgenoten zouden elkaar en elkaars kinderen moeten kennen, elkaar ondersteunen en zo nodig aanspreken. In de huidige samenleving is het niet vanzelfsprekend dat ouders beschikken over sociale netwerken die hen ondersteunen in de opvoeding. In een motie (22 november 2007) verzocht Kamerlid Sterk de regering dan ook door middel van een nationaal opvoeddebat ouders en andere betrokkenen uit verschillende opvoedmilieus op lokaal niveau te stimuleren met elkaar in gesprek te gaan over de opvoeding. In de Nota Gezinsbeleid is hieraan gehoor gegeven en is opgenomen dat het kabinet Balkenende IV het opvoeddebat, dat al in diverse gemeenten wordt gevoerd, verder stimuleert. De kern van een opvoeddebat is dat ouders met elkaar en met andere opvoeders - bijvoorbeeld binnen de school, het kinderdagverblijf of de sportvereniging - kennis en ervaringen over opvoeding uitwisselen en/of tot een gedeelde visie op de opvoeding komen. Het lokale Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) kan een belangrijke functie vervullen binnen deze dialoog over de opvoeding. De drie doelen die het ministerie aan het opvoeddebat heeft verbonden zijn: 1. het bespreekbaar maken van de opvoeding; 2. het verlagen van de drempel naar het CJG; 3. het versterken van sociale netwerken van opvoeders.

1.2

De opvoedestafette

Het Ministerie voor Jeugd en Gezin heeft met de opvoedestafette een impuls willen geven aan nieuwe initiatieven voor opvoeddebatten en hoopt hiermee het gesprek over opvoeding structureel op gang te brengen. De startconferentie in oktober 2009 vormde de aftrap voor de opvoedestafette: gedurende een jaar kregen verschillende opvoeddebatten telkens extra aandacht en ontvingen ze ondersteuning.

9


Het ministerie stelde een aantal voorwaarden aan deelname aan de opvoedestafette: het doel van de te organiseren activiteiten is ouders/opvoeders met elkaar in gesprek te laten gaan; de vorm dient interactief te zijn, anders dan een voorlichtingsavond; de activiteit is gratis en voor iedereen toegankelijk; het thema dient geen problematische invalshoek te hebben, maar voor iedereen herkenbaar te zijn. Het Ministerie voor Jeugd en Gezin besteedde landelijke aandacht aan de lokale opvoeddebatten, door ze te noemen in persberichten, artikelen en speeches van het ministerie. De minister heeft zelf ook een debat bezocht. Daarnaast kreeg elke deelnemer toegespitst campagnemateriaal zoals posters en flyers en plaatste het ministerie een advertentie in een regionale krant. De ondersteuning door Research voor Beleid van de aan de opvoedestafette deelnemende initiatieven had de vorm van een doorlopend proces met vaste momenten waarop informatie is ingewonnen en overgedragen. De onderzoekers verzamelden gedurende de opvoedestafette alle ervaringen. Deze informatie werd gehaald uit draaiboeken en andere documenten die tijdens de organisatie zijn gebruikt. Daarnaast vond na afloop van elk debat een telefonisch interview met de initiatiefnemer plaats. Centraal stond de wijze waarop het debat was georganiseerd en welke do’s en don’ts hieruit naar voren kwamen. Het ministerie heeft tevens een website ontwikkeld om het opvoeddebat verder te stimuleren. Op deze website konden gemeenten en andere partijen zoals scholen op de hoogte blijven van gevoerde en nog te voeren debatten en zich laten inspireren door goede voorbeelden. Ook waren hier columns van bekende Nederlanders en deskundigen te vinden. De initiatiefnemers konden op het extranet van deze website de ervaringen en tips van eerdere deelnemers terugvinden, net als de verslagen en de foto’s die van elk debat zijn gemaakt. Op deze manier kwam alle informatie direct weer ter beschikking aan de volgende deelnemers aan de estafette, zodat men van ervaringen van eerdere deelnemers kon leren. Elke initiatiefnemer werd bovendien tweemaal gebeld voor ondersteuning, daarnaast was gedurende de hele opvoedestafette een helpdesk beschikbaar waar de initiatiefnemers met vragen terecht konden.

1.3

Initiatiefnemers

In totaal zijn er 20 initiatieven die aan de opvoedestafette hebben deelgenomen. In de periode van oktober 2009 tot oktober 2010 zijn op verschillende plekken in het land debatten georganiseerd. De debatten waren erg verschillend, zowel qua opzet, sfeer als uitkomst. In totaal hebben circa 1.500 ouders, professionals en jongeren actief deelgenomen aan het debat. Circa 1.000 deelnemers zijn zijdelings betrokken geraakt, doordat ze een evenement volgden in de week van de opvoeding (Den Bosch, Ede, Roosendaal). Doelen van initiatieven De redenen om deel te nemen aan de opvoedestafette waren divers. De essentie om meer over opvoeding te spreken werd door elke initiatiefnemer onderschreven. Voor de meesten was dit de eerste keer dat ze een opvoeddebat organiseerden of hadden ze beperkte ervaring. Een kwart van de deelnemers had al veel ervaring, en voor hen was het debat in de

10


opvoedestafette onderdeel van een reeks aan activiteiten. In vrijwel alle gevallen was het CJG betrokken in de organisatie voor het opvoeddebat. Bij eenderde van de debatten was de opening van het plaatselijke CJG de directe aanleiding om een debat te organiseren en daarmee deel te nemen aan de opvoedestafette. Intentie voor vervolg Achteraf was vrijwel elke initiatiefnemer positief over deelname aan de opvoedestafette. De meesten zijn van plan een vervolg te geven aan het opvoeddebat. Welke vorm dit gaat krijgen is vaak nog niet bekend. Een kwart gaat op dezelfde voet verder met het organiseren van activiteiten die zij frequent initiëren. Eenderde van de initiatiefnemers wil het debat volgend jaar herhalen. Deze plannen zijn vrijwel nergens concreet, ook de financiën zijn nog niet zeker. Eenderde is van plan er een frequenter vervolg aan te geven, eventueel in een andere vorm. Tien procent van de initiatiefnemers is (vooralsnog) niet van plan een vervolg aan het opvoeddebat te geven. Overzicht initiatieven Onderstaande tabel laat zien wie de initiatiefnemer was, welke (hoofd)vorm het debat had, en hoeveel deelnemers er waren. Datum

Plaats

Initiatiefnemer

Debat

Deelnemers (schatting)

28-10-09

Stadskanaal

Gemeente en pro-

Interview, panelde-

100 jongeren, ouders

(Leek, Delfzijl)

vincie

bat. Onderdeel van

en professionals

een reeks debatten in de provincie Groningen 4-11-09

Groningen

Kernpartners CJG

Paneldebat als start

160 ouders en profes-

Onderdeel pro-

van een week vd Op-

sionals

gramma opening

voeding

CJG’s 18-11-09

Harderwijk

Kernpartners CJG

Lezing, workshops

75 deelnemers

20 tot 28-

Emmen

ABCG, gemeenten

Emmen: Straatdebat,

Emmen: 50 deel-

11-09

Klazienaveen

onderdeel Week vd

nemers

(Noordenveld,

Opvoeding

Klazienaveen: 50 deel-

Coevorden)

Klazienaveen: Op-

nemers

voedontbijt Beide onderdeel van een reeks debatten in provincie Drenthe 24-11-09

Muiden

Opvoedcoach,

Paneldebat

20 deelnemers

kindertherapeut 3-12-09

20-1-10 21-1-10

Den Haag

Lelystad Utrecht

Stichting Vluchte-

Ouderdiner, interview,

100 professionals en

lingwerk en ande-

paneldebat, work-

ouders

re maatsch. org.

shops

Gemeente, CJG Gemeente

Microdebatten, inter-

100 professionals en

views, paneldebat

ouders

Paneldebat

100 deelnemers

vervolg

11


vervolg tabel Datum

Plaats

Initiatiefnemer

Debat

Deelnemers (schatting)

4-2-10

Enschede

Gemeente, CJG

Kinderdebat (1), jon-

240 deelnemers;

gerendebat (2), online

kinderen, jongeren,

debat(3), zaaldebat

ouders, professionals

27-3-10

Alkmaar

Opvoedcafé (3

(4)

en politici

Paneldebat

40 deelnemers

Straatdebat (keuken-

20 deelnemers

(GZ) Psychologen, mediator), CJG 2-6-10

Maastricht

CJG-partners

tafeldebat) 3-6-10

Heerenveen

Gemeente

8-6-10

1 e : Interactieve pre-

15 deelnemers

sentatie lezing, 2 e : Caféopstelling

15-6-10

Houten

CJG, gemeente

Caféopstelling

15 deelnemers

21-9-10

Den Bosch

CJG-partners

Debat met zaal; On-

20 deelnemers

derdeel Week vd Opvoeding met in totaal 46 activiteiten 23/9 en

Roosendaal

CJG, gemeente

5-9/10

Debat, workshops,

50 deelnemers

kringgesprekken. Onderdeel Week vd Opvoeding

29-9-10

Ede

CJG en MDVeluwe

Ontbijtworkshop, ‘s

80 ouders en profes-

avonds caféopstelling.

sionals

Onderdeel Week vd Opvoeding 30-9-10

Ouder-Amstel

Gemeente

Debat

30 deelnemers

11-10-10

Steenwijk

Tactus Versla-

Kringgesprek

15 deelnemers

vingszorg 13-10-10

Westervoort

CJG

2x Paneldebat

Duiven

100 professionals, ouders, basis- en middelbare schoolleerlingen

14-10-10

Leeuwarden

Hogeschool

Paneldebat

70 professionals en ouders

12


2

Het organiseren van een succesvol opvoeddebat

De debatten in de opvoedestafette waren divers van karakter en daarmee divers in uitvoering. De resultaten van de verschillende debatten zijn uiteenlopend, van een klein groepje deelnemers tot een grote opkomst, en van een persoonlijk gesprek tot een informatief paneldebat. Dit hoofdstuk gaat in op de vraag hoe je een succesvol debat kunt organiseren. Het succes van het debat wordt daarbij met name bepaald door de mate waarin de doelgroep is bereikt en de meerwaarde die het debat heeft voor zowel ouders als de betrokken organisaties. Hierbij komen drie aspecten aan bod: 1. Hoe bereik je de doelgroep? 2. Hoe kun je bijdragen aan het verlagen van de drempel van het CJG? 3. Hoe kun je bijdragen aan het versterken van netwerken?

2.1

Hoe bereik je de doelgroep?

Definieer je doelgroep Eerst dient bepaald te worden wie je doelgroep is. Het kan gaan om een specifieke doelgroep - zoals ouders van pubers - of een brede doelgroep waarbij ook grootouders of professionals zijn uitgenodigd. Hierbij is het geformuleerde doel van belang: als je een persoonlijk gesprek wilt hebben, is het beter om geen professionals uit te nodigen omdat dit ouders kan intimideren. Een aantal debatleiders in de opvoedestafette was zich hiervan bewust en heeft expliciet aangegeven dat iedereen gelijkwaardig is en aanwezige professionals uitgenodigd ook als ouder te reageren. Dit bleek niet altijd afdoende: er zijn debatten geweest waarbij achteraf het commentaar was dat het weinig om ouders draaide en waarbij de kans dat ouders zich hebben uitgesproken klein zal zijn. Het kan daarentegen wel waardevol zijn docenten of jeugdhulpverleners uit te nodigen, als je een meer algemeen gesprek wilt hebt over bijvoorbeeld opvoedverantwoordelijkheden. Aansprekend thema Verder is het thema en de verwoording ervan belangrijk. Een thema dat veel mensen aanspreekt, trekt meer mensen. Vermijd daarom onderwerpen die problematiserend zijn, dit is voor een breed publiek niet interessant. Een concreet onderwerp uit de alledaagse werkelijkheid van opvoeden is herkenbaar voor iedereen. Bedenk ook hoe je het thema verwoordt, zo kunnen sommige uitdrukkingen mensen afschrikken. Het woord ‘debat’ kan ouders het gevoel geven dat ze een duidelijke mening moeten hebben, een woord als ‘seksualiteit’ kan ouders ook weerhouden te komen. Werving via sleutelfiguren Om de doelgroep naar het debat te trekken is een goede werving van belang. Hoe meer tijd er is om de boodschap te herhalen en hoe meer kanalen worden benut, hoe groter de kans op een goede opkomst. Een grootschalige wervingsactie als flyeren of een advertentie in de krant maakt dat veel mensen worden bereikt, die echter wellicht niet allemaal tot de doelgroep behoren. Een gerichte actie is over het algemeen effectiever. De benadering loopt hierbij via sleutelfiguren of sleutellocaties, zoals scholen, sportverenigingen of het CJG .

13


Het grote voordeel van het werven via sleutelfiguren is dat zij weten hoe ze het beste de doelgroep kunnen benaderen en dat mensen zich persoonlijk aangesproken voelen. Ga naar de doelgroep toe Niet alleen in de werving is het belangrijk naar de doelgroep toe te gaan. Door het debat te verplaatsen naar een plek waar de doelgroep zich bevindt, is de kans op een goede opkomst groter. Het kan gaan om een debat op school of kinderdagverblijf, maar ook om een debat op straat bij een speelgelegenheid. Ook het tijdstip is bepalend voor de opkomst. Sluit daarom met het tijdstip aan bij de doelgroep, of organiseer activiteiten op meerdere tijdstippen zodat mensen de keus hebben. Kies de vorm afhankelijk van de beoogde opkomst Een debat met een kleine opkomst kan minstens zo leuk zijn als een debat met een grote opkomst. Het is wel handig als het programma flexibel kan inspelen op de hoeveelheid deelnemers. Een caféopstelling waarbij mensen in kleine groepjes met elkaar spreken, is bijvoorbeeld zowel geschikt voor een kleine als voor een grote opkomst. In zijn algemeenheid is de vorm waarin het debat verloopt, een bepalende factor voor het uiteindelijke succes. De vorm bepaalt grotendeels hoe interactief, persoonlijk en informatief het debat is en dient aan te sluiten bij het doel dat is geformuleerd. Kies je voor een informatieve bijeenkomst waarbij ouders van elkaar kunnen leren of kies voor de input van een expert? En wil je dat het een persoonlijk debat wordt of bereik je liever veel mensen in één keer? Het kan verstandig zijn om het de eerste keer niet te groots aan te pakken, maar eerst op kleine schaal ervaring op te doen. Dit hangt uiteraard ook af van de mogelijkheden om vaker dan eenmaal een activiteit te organiseren. Mogelijkheden met een beperkt budget Budget is geen bepalende factor voor het succes van een debat. Met een klein of zelfs geen budget is het mogelijk één of meerdere activiteiten te organiseren. Door de organisatie van het debat zoveel mogelijk te laten aansluiten bij reguliere werkzaamheden, hoeven personele kosten geen deel uit te maken van de begroting voor het debat. Bijkomend voordeel hiervan is dat het debat wordt geïmplementeerd in een bestaande structuur, waardoor de kans op een vervolg groter is. Verder kunnen immateriële bijdragen het opvoeddebat (mede) mogelijk maken, zoals het ter beschikking stellen van een locatie of gratis publiciteit.

2.2

Hoe kun je bijdragen aan het verlagen van de drempel van het CJG?

Het verlagen van de drempel van het CJG kan op verschillende manieren: voorlichting geven over het CJG, mensen subtiel kennis laten maken met de functie van het CJG of mensen expliciet uitnodigen te komen. Uit de debatten blijkt dat een rechtstreekse promotie van het CJG averechts kan werken. Eén van de eerste deelnemers had in het programma een onderdeel opgenomen waarin het CJG en de functie ervan werd toegelicht. Tijdens het debat gaven zowel ouders als jongeren aan geen behoefte aan het CJG te hebben.

14


Een debat voeren over alledaagse opvoedproblemen waarin mensen zich herkennen, kan wel de drempel naar het CJG verlagen. Door tersluiks aan te geven dat ouders met deze vragen ook bij het CJG terecht kunnen, wordt voor de deelnemers het nut concreet. Ouders kunnen door een debat zien dat zij niet de enigen zijn met opvoedvragen en dat je niet een probleemgeval hoeft te zijn om hier hulp bij te zoeken. De aanwezigheid van een CJGmedewerker bij het debat kan dit ondersteunen. Ook is het ook mogelijk om ouders op een meer actieve manier naar het CJG - of de website - te bewegen. Zo is er een debat geweest met een prijsvraag, waarvan het antwoord op de CJG-website werd geplaatst. Dit heeft een piek in het aantal bezoekers voor de website opgeleverd. Ook is in een ander debat een concrete afspraak gemaakt tussen een CJG en een groep moeders om langs te komen. Concluderend kan een opvoeddebat een goede methode zijn om de drempel naar het CJG te verlagen, mits vrijblijvend gebracht. Het effect van een debat is in eerste instantie beperkt: met een debat bereik je maar een beperkt aantal ouders. Tegelijkertijd mag worden verwacht dat voor ouders die eenmaal contact hebben gehad met een CJG, de drempel de tweede keer lager is. Tevens kunnen deze ouders zorgen voor mond-tot-mond reclame richting andere ouders. Hoe dan ook is een opvoeddebat een goede manier om het CJG bij de doelgroep onder de aandacht te brengen.

2.3

Hoe kun je bijdragen aan het versterken van netwerken?

Een opvoeddebat kan niet alleen dienen om contacten tussen ouders te versterken, maar ook tussen ouders en professionals of tussen professionals onderling. Ook de deelnemende organisaties kunnen daardoor blijvend baat hebben bij het opvoeddebat. Bij de meeste debatten waren medewerkers uit meerdere organisaties betrokken, in een aantal gevallen waren dit organisaties die normaliter niet samenwerken. Organisatoren van deze debatten hebben de verwachting uitgesproken dat ook in toekomst vaker zal worden samengewerkt. Een opvoeddebat kan dan ook een goede methode zijn om de banden tussen de organiserende partijen - professionele opvoeders - te versterken. Bij de helft van de debatten was sprake van een mix van professionals en ouders. Bij een dergelijk debat bestaat het risico dat ouders zich geïntimideerd voelen en er een eenrichtingsverkeer vanuit de professionals ontstaat. Toch lijken in de meeste ‘mix‘-debatten beide groepen wel nader tot elkaar te zijn gekomen. Een initiatiefnemer meldt bijvoorbeeld dat de aanwezige professionals konden vernemen dat sommige ouders een zekere ‘angst’ voor professionele hulp hebben. Als professionals zich hiervan bewust zijn kunnen zij op de schroom van ouders anticiperen, waarmee opvoeding onderling meer bespreekbaar wordt. Ook gaf een initiatiefnemer aan dat het voor professionals - die toch gewend zijn één-opéén te ‘zenden’- leerzaam was om een groep ouders elkaar te horen helpen. Een opvoeddebat kan voor de professionals leerzaam zijn om op een andere manier dan gebruikelijk met de doelgroep in contact te komen. De initiatiefnemers in de opvoedestafette hebben zich niet vaak ten doel gesteld om ouders onderling aan elkaar te binden. Toch zijn er twee debatten geweest die hier wel een impuls

15


aan hebben gegeven. Bij het ene gaat het hierbij om concrete afspraken tussen deelnemers om elkaar nog eens te treffen. Het andere debat is een initiatief waarbij debatten werden gevoerd in bestaande groepen, zoals een bijeenkomst voor tienermoeders of een groep van buurtvaders. Deze mensen kennen elkaar goed, en de drempel om met elkaar over opvoeding te praten was daarmee laag. Als je een oudernetwerk wilt laten ontstaan, kun je het beste kiezen voor een kleine maar structurele opzet waarbij ouders in een vertrouwde setting met elkaar over opvoeding kunnen praten. Ook is het aan te bevelen om ouders te betrekken bij de organisatie, zodat er een eigen initiatief kan ontstaan om elkaar onderling te steunen bij de opvoeding.

2.4

Conclusie

Een opvoeddebat is succesvol indien de doelgroep is bereikt en het debat meerwaarde heeft voor zowel ouders als de betrokken organisaties. Voor het bereiken van de doelgroep is het vooral belangrijk dat het debat zoveel mogelijk is afgestemd op deze doelgroep, zowel wat betreft onderwerp en vorm, als ook de locatie en het tijdstip. Ook de werving dient zoveel mogelijk direct gericht te zijn op de doelgroep, zodat potentiĂŤle deelnemers zich persoonlijk voelen aangesproken. De drempel naar het CJG kan het beste worden verlaagd door de doelgroep zelf het nut van het CJG te laten inzien, in plaats het expliciet te promoten. Ook de deelnemende organisaties kunnen blijvend baat hebben van een opvoeddebat. Door meerdere instellingen in de organisatie te betrekken, kan de professionele band (verder) worden aangehaald. Het creĂŤren van een oudernetwerk gaat het beste als ouders zelf betrokken zijn, zodat zij het initiatief kunnen (over)nemen. In alle gevallen is het zinvol na te denken over de borging van de resultaten. Hierbij gaat het niet alleen om debatten onder nieuwe doelgroepen. Door vervolgactiviteiten te organiseren voor dezelfde doelgroep - in het bijzonder de aanwezige deelnemers - kan in nog sterkere mate tot een structurele inbedding worden gekomen. Ook de frequentie van de vervolgactiviteiten is van belang. Hoe vaker en hoe meer activiteiten er rondom opvoeding zijn, hoe groter het doelbereik zal zijn. Het initiatief kan worden overgedragen aan anderen, zodat er een sneeuwbaleffect ontstaat waarbij iedereen die hiertoe de behoefte voelt zich kan aansluiten. De opvoeddebatten in de opvoedestafette zijn een goede eerste aanzet geweest, de mate waarin het zich verder gaat uitrollen zal bepalen in hoeverre het gesprek over opvoeding daadwerkelijk vaker plaatsvindt.

16


Deel B: Concrete voorbeelden en tips

17


18


1

Inleiding

In de hierna volgende hoofdstukken komen tien belangrijke onderwerpen aan bod die niet mogen ontbreken in een draaiboek voor het organiseren van een opvoeddebat: 1)

Organisatie Welke partijen worden betrokken bij de organisatie van het opvoeddebat?

2)

Doel

3)

Financiën

Wat is het doel van het opvoeddebat en hoe kun je dat concreet maken? Welke financieringsbronnen kun je mogelijk gebruiken? 4)

Thema

5)

Doelgroep

Welk thema kies je voor het opvoeddebat? Voor welke doelgroep organiseer je het opvoeddebat? 6)

Programma Welke vorm kies je voor het opvoeddebat, hoe kom je aan een gespreksleider, hoe introduceer je stellingen en hoe zorg je voor een goede sfeer van het opvoeddebat?

7)

Werving Hoe bereik je de doelgroep en maak je ze enthousiast om naar het opvoeddebat te komen?

8)

Locatie Welke locatie kies je uit om het opvoeddebat te laten plaatsvinden?

9)

Tijdstip Wat is een handig tijdstip om het opvoeddebat te voeren?

10) Vervolg Hoe geef je een goed vervolg aan het opvoeddebat? Elk volgend hoofdstuk gaat in op één van deze tien onderwerpen. De belangrijkste beslispunten worden toegelicht, geïllustreerd met concrete ervaringen uit de debatten. Daarnaast zijn de keuzes die de deelnemers hebben gemaakt opgenomen zodat per onderwerp de verschillende mogelijkheden zichtbaar worden. Het gaat hierbij niet om een uitputtende opsomming, maar een verzameling op basis van de debatten uit de opvoedestafette. Onderaan elk hoofdstuk vindt u de tips die de verschillende deelnemers bij verschillende keuzes hebben gegeven.

19


20


2

Betrek anderen in de organisatie

Een opvoeddebat begint met een partij die het initiatief neemt. Het initiatief kan liggen bij de gemeente, al dan niet via het Centrum voor Jeugd en Gezin, maar ook een welzijnsorganisatie of zelfs een particulier kan het initiatief nemen tot het organiseren van een opvoeddebat. Het vormen van een team die de organisatie op zich neemt is de eerste stap. Ede: ‘Opvoeden doe je samen’ (14 oktober 2010) Om het debat lokaal te verankeren en zoveel mogelijk partijen te betrekken, werd er een ‘Edese Week van de Opvoeding’ van gemaakt. Het Opvoeddebat kreeg daarbij de centrale rol. De andere activiteiten in de opvoedweek werden georganiseerd door de betrokken instanties, die zelf zorg droegen voor de organisatie en financiën van deze activiteiten.

Het is verstandig meerdere partijen in de organisatie te betrekken. Ook het CJG of de gemeente - voor zover niet de initiatiefnemer - is handig om in de organisatie te betrekken. Partijen die hebben deelgenomen aan de organisatie van een opvoeddebat zijn: Provincie Gemeente CJG School Bibliotheek Ouders Particulier initiatief Communicatiebureau Multiculturele organisatie Bewonersorganisatie Opbouwwerk Schoolbegeleidingsdienst Welzijns-/maatschappelijke organisatie Verslavingszorg Jeugdzorg Thuiszorg GGD Door met meerdere organisaties samen te werken, kan de onderliggende band worden versterkt. Je kunt de verschillende organisaties ook zelf een activiteit laten organiseren, als onderdeel van één programma. Op deze manier kan elke organisatie op zijn eigen manier zijn eigen doelgroep aanspreken. Inventariseer bij aanvang hoeveel tijd elke partij heeft voor de organisatie. Scholen zijn vaak graag betrokken, maar hebben niet veel tijd over.

21


Den Bosch – Week van de opvoeding (20-24 september 2010) Speciaal voor de opvoedestafette is een werkgroep geformeerd bestaande uit professionals uit plaatselijke instellingen die iets te maken hebben met opvoeding. De initiatiefnemer heeft het gevoel dat de samenwerking in de werkgroep wel aan heeft bijgedragen aan het doel om het netwerk van opvoeders te versterken: de verschillende partijen zijn dichter bij elkaar gekomen. Iedereen weet elkaar nu beter te vinden en is meer van elkaars aanbod op de hoogte. Voor een aantal instellingen zal het contact wel blijvend zijn, voor een aantal ook niet.

Ten tweede kun je door andere partijen in de organisatie te betrekken, direct toegang krijgen tot de doelgroep (zie hoofdstuk 8). Zo kun je via een school de ouders van kinderen in een bepaalde leeftijdsgroep bereiken, via een multiculturele organisatie ouders van allochtone afkomst. Ten slotte is het ook uit praktisch oogpunt handig anderen te betrekken in de organisatie. Hiermee kan het werk worden verdeeld, wat handig is als er voor een uitgebreid programma (zie hoofdstuk 7) wordt gekozen. Begin zo vroeg mogelijk met de organisatie van het opvoeddebat, het kost veel tijd. Mocht de tijd beperkt zijn, dan is het verstandig om het debat niet te groot te maken. Een kleinschalig debat is minstens zo leuk. Het gaat erom mensen met elkaar in gesprek te laten gaan, dit kan in kleine groepjes ook heel goed en zorgt mogelijk voor een opener gesprek. Ga na of iedereen dezelfde doelen voor ogen heeft. Jeugdzorg zal bijvoorbeeld een meer problematiserende insteek hebben dan een kinderopvangorganisatie. Maak ook over de uitvoering onderling heldere afspraken, zodat elke partij weet wat er van hen wordt verwacht. Zorg ten slotte dat helder is wie de secretariële functie op zich neemt, zodat praktische zaken als het opstellen van het draaiboek, de aanschaf van bedankjes en de communicatie wordt geregeld.

Alkmaar: ‘Iedereen kan opvoeden, maar wat vind jij daar nou van?’ (27 maart 2010) De samenwerking tussen het Opvoedcafé en het CJG begon wat stroef, door meningsverschillen tussen het particuliere initiatief en de professionele organisaties uit het CJG. Dit had onder andere te maken met uitgangspunten en doelgroepen. Gaandeweg ging dit steeds beter, alleen dat al maakte het samenwerkingsinitiatief een positieve zaak.

22


Tips uit de opvoedestafette: Begin ruim van te voren, het organiseren van een debat kost veel tijd. Heb je weinig organisatietijd, ga dan voor een beperkt programma en/of een kleine groep. Dat is minstens zo leuk! Ga netwerken. Als je zorgt voor samenwerking, dan hoef je niet alles alleen te doen en heb je via je collega-professionals direct toegang tot je doelgroep. Zorg dat alle organiserende partijen weten wat er van hen wordt verwacht, maak een draaiboek! Inventariseer hoeveel tijd de verschillende partijen hebben voor de organisatie. Door de vergaderingen bijvoorbeeld in de lunch te plannen en er een vergoeding tegenover te stellen, weet je zeker dat iedereen komt. Je kunt de verschillende organisaties ook zelf een activiteit laten organiseren. Wel als onderdeel van het programma, maar onder eigen verantwoordelijkheid en budget. Op deze manier kan elke organisatie op zijn eigen manier zijn eigen doelgroep aanspreken. Bovendien maakt dit de organisatie overzichtelijker, vooral handig als de tijd dringt. Zorg dat iemand de secretariële functie op zich neemt (‘backoffice’): draaiboeken, telefoon bemensen, zorgen dat er badges zijn, boekenbonnen en bloemetjes op tijd bestellen. CJG Maak gebruik van de kennis en professionaliteit van de CJG's. Door het CJG in de organisatie te betrekken kun je het debat direct onder de aandacht van de doelgroep brengen. School Scholen zijn vaak graag betrokken, maar hebben niet veel tijd over om mee te organiseren. Je kunt ook aan een hogeschool denken, bijvoorbeeld de afdeling SPH. Ouders Ouders hebben veel kennis van opvoeden: betrek ze in de organisatie. Benut deze kennis, zonder het ze uit handen te nemen! Particulier initiatief De doelen en uitgangspunten van een particulier initiatief en professionele organisaties kunnen verschillen, maar juist daarom kan samenwerking nuttig zijn. Communicatiebureau Een communicatiebureau kan het bereik vergroten. Er bestaan ook communicatiebureaus gespecialiseerd in het organiseren van debatten, zij kunnen je veel werk uit handen nemen en hebben korte lijntjes naar bijv. (regionaal) bekende presentatoren. Pas wel op voor een overvloed aan ideeën van een communicatiebureau, zorg dat het uitvoerbaar blijft. Jeugdzorg Jeugdzorg behandelt echte probleemgevallen, een opvoeddebat gaat juist over alledaagse opvoedproblemen. Als jeugdzorg mee organiseert, onderzoek dan of de verwachtingen overeenkomen.

23


24


3

Formuleer een concreet doel

Het Ministerie voor Jeugd & Gezin heeft drie hoofddoelen geformuleerd van het opvoeddebat. Deze drie doelen zijn: Het bespreekbaar maken van de opvoeding Het verlagen van de drempel naar het CJG Het versterken van sociale netwerken van opvoeders Lokaal kan hier op verschillende manieren invulling aan worden gegeven, door een of meerdere subdoelen te formuleren. Het is aan de organisatie om een zo concreet mogelijk doel te formuleren, dat gericht kan worden nagestreefd. Verder is het zaak te bedenken op welke termijn je dit doel wilt bereiken. Een lange-termijndoel vraagt om een structurele aanpak; het zal waarschijnlijk niet volstaan enkel een opvoeddebat te organiseren. Probeer je doel zo concreet mogelijk te formuleren, zo kun je meer bereiken. Als je bijvoorbeeld concrete afspraken maakt of de deelnemers iets meegeeft, is het debat minder vrijblijvend en is het effect groter. Het eerste doel is het bespreekbaar maken van de opvoeding. Een debat met ouders draagt hier natuurlijk aan bij, maar je kunt je ook richten op de langere termijn. Zo kunnen lokale bestuurders worden uitgenodigd, waardoor opvoeden een thema op de politieke agenda kan worden en er blijvend aandacht voor is. Concrete voorbeelden van doelen zijn: Goed gesprek dat blijft hangen Concrete afspraken maken met deelnemers Verhoging van aandacht voor opvoeding Toekomstplannen maken om bespreekbaarheid verder te vergroten Lokale politiek koppelen aan opvoeden Ouders bewust maken van opvoedverantwoordelijkheden Harderwijk: ‘Goed opvoeden....maar wat is goed (genoeg)’ (18 november 2009) Het debat is een start van een traject dat in 2010 op lokaal niveau vorm moet krijgen vanuit de op te richten CJG’s. Er zijn vooral professionals, belangenorganisaties en de wethouders uitgenodigd. Achteraf kwamen zeer positieve reacties van twee van de vijf aanwezige wethouders. In samenspraak met de gemeenteambtenaren wordt gekeken hoe hieraan een vervolg kan worden gegeven.

Het tweede doel is het verlagen van de drempel naar het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het rechtstreeks aanprijzen van het nut van een CJG kan een averechts effect hebben. Ouders zullen zich dan niet snel herkennen als hulpvrager, zo bleek tijdens een debat, terwijl uit een debat over opvoedonderwerpen kan blijken dat zij wel opvoedvragen hebben waar een CJG bij kan helpen. Het is wellicht effectiever om het debat over alledaagse opvoedproblemen aan te gaan, en daarbij het CJG aan te bieden als laagdrempelig inlooploket.

25


Voorbeelden van onderliggende doelen die je met een debat kunt nastreven zijn: Helder maken wat een CJG voor ouders en jongeren kan betekenen Verstrekken van informatie over de meerwaarde en dienstverlening van het CJG Groningen: ‘Opvoeden, Hé, hoe doe je dat?’ (4 november 2009) In de provincie Groningen zijn 4 debatten gehouden, die in de stad Groningen was de afsluiting. Mede op basis van ervaringen elders in de regio heeft de organisatie besloten de focus vooral te leggen op de alledaagse opvoedkwesties en niet op het CJG. Het debat moet immers over mensen gaan, niet over organisaties.

Het derde doel is het versterken van sociale netwerken van opvoeders. Dit kan het contact tussen ouders of tussen professionals onderling betreffen, maar ook de verbinding tussen ouders en professionals. Het organiseren van een opvoeddebat met meerdere organisaties samen leidt al tot een versterking van het netwerk van (professionele) opvoeders. Doordat partijen elkaar en elkaars activiteiten leren kennen, weten ze elkaar in de toekomst ook beter te vinden. Je kunt dit doel lokaal invullen door bijvoorbeeld het volgende na te streven: In de wijk laagdrempelig over opvoeden praten Opvoeders met elkaar in contact brengen Gezamenlijke opvoedvisie bewerkstelligen en draagvlak creëren Mogelijkheden voor samenwerking in de opvoeding zoeken Ouders bewust maken dat zij elkaar met kleine vragen heel goed kunnen helpen Ervaringen uitwisselen Den Haag: ‘Opvoeden, een zaak van ons allen’ (9 december 2010) In workshops kregen de deelnemers - ouders, maatschappelijke organisaties, professionals - de opdracht aan de hand van een vooraf vastgesteld vragenlijstje te onderzoeken wat ze elkaar kunnen bieden en hoe ze kunnen samenwerken. Hier zijn een aantal ‘deals’ uit naar voren gekomen, zo zal een groep Afghaanse vrouwen het CJG in Laak gaan bezoeken.

Tips uit de opvoedestafette: Formuleer beoogde resultaten zo concreet mogelijk, des te gerichter kun je ze nastreven. Bedenk of je iets eenmaligs of iets structureel wil organiseren. Dit vereist een andere aanpak. Concrete afspraken maken met deelnemers Door concrete afspraken met de deelnemers te maken blijft het niet alleen bij praten. Bijvoorbeeld door vanzelfsprekendheden te formuleren waar iedereen zich aan houdt. Door de lokale politiek te koppelen aan opvoeden kun je de bestuurders laten zien wat er speelt en zorgen dat opvoeden een thema op de agenda is. Het verlagen van de drempel naar het CJG Probeer een discussie over het nut en noodzaak van het CJG te vermijden, bespreek liever hoe het voor iedereen zo waardevol mogelijk kan worden ingericht. Bereid je voor zodat je in hapklare brokken kunt aangeven wat het CJG voor ouders en jongeren concreet kan betekenen, anders kan de discussie averechts uitpakken. Besteed aandacht aan 1:1-advies voor ouders en jongeren.

26


Je kunt de drempel naar het CJG ook verlagen door als insteek de alledaagse opvoedproblemen te kiezen, en zijdelings aan te geven dat je daarvoor ook naar het CJG kunt gaan. Hiermee zorg je dat de discussie over mensen gaat, niet over organisaties. Het versterken van sociale netwerken van opvoeders Het versterken van sociale netwerken van opvoeders kan gericht zijn op ouders onderling, op professionals onderling of tussen ouders en medeopvoeders. Het samen organiseren van een opvoeddebat leidt tot versterking van de samenwerking tussen (professionele) opvoeders.

27


28


4

Voor elk budget is een opvoeddebat mogelijk

Het verkrijgen van financiering kan lastig zijn, maar hoeft zeker geen beperking te zijn. Ook met kleine budgetten is het mogelijk een debat te organiseren, zij het kleinschalig van opzet. Het gaat erom mensen met elkaar in gesprek te laten gaan, daar hoeft niet veel voor nodig te zijn. Je kunt voor financiering bijvoorbeeld denken aan: De gemeente Eigen budget Provincie Immateriële bijdragen Maastricht: ‘Opvoeddebat Maastricht: keukentafelgesprek’ (2 juni 2010) Er was enkel een keukentafel nodig, waaraan mensen konden aanschuiven om met elkaar in gesprek te gaan over opvoeding. Deze tafel was al in bezit. Verder zijn er wat kosten gemaakt voor koffie, thee en versnaperingen.

De financiering hoeft niet altijd geldelijk te zijn, ook immateriële bijdragen kunnen een opvoeddebat ondersteunen. Dit kan zijn in de vorm van het ter beschikking stellen van een locatie, het gratis verstrekken van eventuele vergunningen of gratis publiciteit. Groot verschil maken personele kosten in de begroting. Als je ervoor kiest de organisatie onder reguliere werkzaamheden te laten vallen, kan een even groot debat met een veel kleiner budget worden georganiseerd.

Den Bosch – Week van de opvoeding (20-24 september 2010) Er was een klein budget beschikbaar uit het CJG-potje voor PR & communicatie. Verder is vanuit het gemeentebudget geld beschikbaar gesteld ter vergoeding voor de 6u die elke instelling in de werkgroep investeerde in gezamenlijk overleg. De andere personele inzet viel feitelijk onder de reguliere werkzaamheden, dus dit was geen aparte kostenpost. In totaal zijn er 46 activiteiten georganiseerd.

Een gemeente is de eerst aangewezen partij om een financiële bijdrage te leveren. De financiering kan afkomstig zijn uit het budget voor Jeugd Algemeen, het activiteitenbudget of de gemeentelijke brede doeluitkeringen. Door aansluiting te zoeken bij het Centrum voor Jeugd en Gezin, kan extra budget vrij komen. De gemeentelijke besluitvorming kan enige tijd in beslag nemen, houd daar in de planning rekening mee.

Heerenveen: ‘Opvoeddebat Heerenveen’ (3 juni 2010, 8 juni 2010) Het debat is vanuit de gemeentelijke financiën betaald. Doordat een koppeling kon worden gemaakt met het Centrum voor Jeugd en Gezin, kwam er wat extra ruimte in het budget.

Ook organiserende partijen of organisaties met een belang bij het debat willen soms een financiële bijdrage leveren. Denk bijvoorbeeld aan een verslavingsinstituut bij een debat over alcoholpreventie.

29


Het is mooi als het lukt om structurele financiering te krijgen, zodat het debat een vervolg kan krijgen. De meeste debatten beginnen klein en bij gebleken succes kan extra financiering vrijkomen, waardoor er grootschalig kan worden ingezet. Den Haag: ‘Opvoeden, een zaak van ons allen’ (9 december 2010) Op de avond van het debat heeft de organisatie te horen gekregen dat ze door kunnen. De gemeente stelt hiervoor een budget beschikbaar, dus het project gaat minimaal nog een jaar door.

Tips uit de opvoedestafette: Probeer een structurele financiële bron te vinden, dan kan het project vervolg krijgen. Als het budget beperkt is, zet het debat dan kleinschalig op. Dit kan net zo leuk zijn en kost minder. Het kan soms even duren voordat bekend is dat budget beschikbaar kan worden gesteld. Hou hier in je planning rekening mee en ga op tijd met de financierende partijen aan tafel zitten! Gemeente Financiering door de gemeente kan vanuit de beschikbare middelen, zoals Jeugd Algemeen of het activiteitenbudget of Alcohol- en drugspreventie. Kijk ook naar gemeentelijke brede doeluitkeringen. Een gemeente komt soms met (meer) budget als duidelijk is dat het debat onderdeel uitmaakt van de landelijke opvoedestafette. Door aansluiting te zoeken bij het CJG kan er meer geld beschikbaar komen. Eigen budget Eén van de medeorganisatoren heeft wellicht ook budget beschikbaar. Je kunt er ook voor kiezen de verschillende organisaties hun eigen activiteit te laten organiseren, op deze manier valt het onder het reguliere budget en hoef je (bijna) geen extra kosten te maken. Provincie Klop in ieder geval ook bij de provincie aan. Immateriële bijdragen Zoek naar immateriële bijdragen, bijvoorbeeld in de vorm van ter beschikking stellen van een locatie, vergunningen, vrijwilligerswerk.

30


5

Kies een pakkend thema uit de alledaagse opvoedpraktijk

De keuze voor het onderwerp van het debat moet weldoordacht worden gemaakt. Zorg dat het onderwerp aansluit bij het doel (zie hoofdstuk 3): gaat het om ervaringen delen, het geven van handvatten voor de opvoeding of om connecties leggen tussen de verschillende opvoeders? Thema’s die in de opvoedestafette zijn gebruikt, zijn: Alledaagse opvoedkwesties Opvoeden, praat er eens over Opvoeden kan iedereen Uitdagingen in de opvoeding in een multiculturele wijk Ervaringen delen over opvoedkwesties Iedereen kan opvoeden Vakanties & kinderfeestjes Opvoeden is ook....samen leuke dingen doen Opvoeden, hoe doe je dat? Opvoeden, wat werkt? Leefstijl Goed opvoeden...maar is het wel goed genoeg? Opvoedstijl Positief opvoeden Opvoeden, geen kinderspel? Pubers Opvoeden doen we samen Opvoeden in de publieke ruimte Opvoeden, een zaak van ons allen? Een positieve insteek die niet problematiserend is, werkt het beste. Voor professionals of beleidsmakers die in hun werk vooral met probleemgevallen te maken hebben, kan dat tijdens het debat een valkuil zijn. Als het onderwerp aansluit bij de beleving van de doelgroep, kan er een enthousiasmerend debat ontstaan. Een concreet onderwerp uit de alledaagse werkelijkheid van opvoeden is herkenbaar voor iedereen en maakt dat men meedoet. Maak ouders direct in het begin duidelijk dat zij zelf de kennis in huis hebben om met elkaar in gesprek te gaan, en dat je daarvoor niet per se een professional hoeft te zijn. Houten: ‘Opvoeddebat Houten’ (15 juni 2010) Het thema bij het opvoeddebat in Houten was het op vakantie gaan met je kinderen en het organiseren van kinderfeesten. Hierbij ging het over de constatering dat ouders (en kinderen) elkaar opjutten tot steeds duurder wordende verjaardagsfeestjes. Een tweede onderwerp was het leuk en betaalbaar houden van vakanties met kinderen, of ze nu 3 jaar zijn of pubers.

Het is ook mogelijk om meerdere thema’s tijdens een debat te bespreken. Zo kan iedereen zich aangesproken voelen en kunnen meerdere leeftijdsgroepen de aandacht krijgen. Houd

31


er rekening mee dat het aantal onderwerpen invloed heeft op de verdieping die je eraan kunt geven. Groningen: ‘Opvoeden, hoe doe jij dat?’ (4 november 2009) Er waren 3 thema’s waarover werd gediscussieerd: opvoedstijl, leefstijl en opvoeden, praat er eens over. Bij elk thema waren twee stellingen geformuleerd, eentje die betrekking heeft op peuters en een die betrekking heeft op iets oudere kinderen. Op deze manier kwamen veel verschillende onderwerpen aan bod voor verschillende doelgroepen, zodat iedereen zich voelde aangesproken.

Verder kun je ook de deelnemers zelf een onderwerp laten kiezen waar zij over willen praten. Dit werkt beter bij kleine groepen dan bij grote groepen. Meer hierover is te lezen in hoofdstuk 7 onder ‘introductie stellingen’.

Tips uit de opvoedestafette: Kies een onderwerp dat aansluit bij de beleving van de doelgroep. Eventueel kun je het thema van te voren bij de doelgroep peilen. Kies voor een positieve, niet problematiserende insteek. Dit kan een valkuil zijn van wethouders, beleidsmakers of professionals, die vooral met probleemgevallen te maken hebben. Neem de vraagstellingen van ouders als uitgangspunt. Je kunt ook meerdere thema's op één avond bespreken, zo kan iedereen zich aangesproken voelen. Hierbij kun je ook meerdere leeftijdsgroepen betrekken. Ervaringen delen Laat ouders ervaren dat ze krachtig zijn, zo kun je ze positief bemoedigen in het opvoeden. Zoek naar hulpmiddelen die je aan het begin van het debat kunt gebruiken om duidelijk te maken dat ouders zelf de kennis hebben om met elkaar in gesprek te gaan en ervaringen te delen. Gebruik herkenbare voorbeelden uit alledaagse opvoedkwesties, dat maakt het aansprekend.

32


6

Stel ouders centraal

Voor elk doel geldt dat het uiteindelijk gericht is op de ouders. Soms kan het goed zijn eerst op een hoger niveau in te steken, door bijvoorbeeld sleutelfiguren enthousiast te maken zodat zij het verder uitdragen. Hierbij kun je denken aan professionals uit de zorg of het onderwijs, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties of verenigingen. Muiden: ‘Hulp nodig? Niet gek!’ (24 november 2009) Naast de gezochte contacten en de werving van ouders, bestond de voorbereiding uit het proefdraaien van de bijeenkomst in Naarden en Bussum. Deze proefsessies waren onderdeel van bijeenkomsten voor allochtone en autochtone vrouwen en de onderwerpen van de opvoedcoaches werden hier op subtiele wijze in verweven.

Doelgroepen waar je aan kunt denken, zijn: Ouders Lokale politiek Professionals Vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties Vertegenwoordigers van verenigingen Grootouders/ouderen Vrijwilligers Jongeren Kinderen Ook kan het interessant zijn om meerdere doelgroepen uit te nodigen, zodat bijvoorbeeld ouders en professionals van elkaar kunnen leren. Hierbij is het van belang te zorgen voor een gelijkwaardig gesprek, ouders en professionals zijn immers even deskundig. Het verdient de voorkeur om ouders in de meerderheid te laten zijn, om te zorgen dat zij zich niet geïntimideerd voelen. Eventueel kunnen professionals ook meedebatteren als ouder, wat ze veelal zelf ook zijn. Het uitnodigen van grootouders kan de discussie ook verbreden. Maastricht: ‘Opvoeddebat Maastricht: Keukentafelgesprek’ (2 juni 2010) Ook ouderen zijn uitgenodigd - middels een bon voor gratis koffie - om aan te schuiven aan de keukentafel en mee te praten. Dit was voor alle partijen leuk: de ouderen hadden een leuke tijdsbesteding en konden jonge ouders het perspectief van vroeger geven.

In plaats van een brede discussie met verschillende zienswijzen, kan er ook worden gekozen voor een specifieke doelgroep. Zo kun je ouders van een specifieke leeftijdsgroep uitnodigen, of bijvoorbeeld alleen de vaders. Als je graag beide ouders op het debat wilt hebben, kun je overwegen om kinderopvang te regelen. Of je organiseert een activiteit voor de hele familie, zoals een buurtbarbecue. Een nadeel hiervan kan zijn dat er teveel afleiding is om op dat moment over opvoeding te praten, maar wellicht worden er contacten gemaakt die in de toekomst wel hiervoor worden ingezet.

33


Den Bosch – Week van de opvoeding (20-24 september 2010) Als locatie werd het clubhuis van FC Engelen gebruikt, waarbij de deelnemers vaders van kinderen die bij deze club voetballen, waren. Dit alles vond plaats na een voetbaltraining en gebeurde vrij spontaan, de vaders waren immers toch al aanwezig voor de training en wilden best praten onder het genot van een kopje koffie.

Tips uit de opvoedestafette: Het uitnodigen van meerdere doelgroepen kan het debat verlevendigen. Bovendien kun je hiermee wellicht een grotere opkomst genereren. Als je ouders structureel wilt bereiken, organiseer dan eerst iets voor de sleutelfiguren. Zorg dat er een gelijkwaardig gesprek ontstaat: ouders en professionals zijn even deskundig. Laat ouders bij voorkeur in de meerderheid zijn, dat voorkomt dat ze zich geïntimideerd voelen door de professionals. Let op een evenwichtige verhouding tussen jongeren en ouders, zo is de discussie in evenwicht. Denk om het niveau waarop je insteekt: bij een regionale insteek voelen lokale partijen zich minder aangesproken. Bedenk niet alleen wie je wilt bereiken, maar ook hoeveel mensen. Lokale politiek Door ook lokale politici uit te nodigen, weten zij ook wat er speelt. Professionals Je kunt ook professionals uitnodigen, bijvoorbeeld uit de jeugdzorg maar denk ook aan docenten of kinderleid(st)ers. Professionals kunnen ook als ouder mee debatteren! Het kan handig zijn dit expliciet te melden, zodat ze gedurende het debat kunnen kiezen. Je kunt ook bewust kiezen om professionals uit de hulpverlening er niet bij te betrekken, om te voorkomen dat debatten in de 'probleemhoek' terecht komen. Vertegenwoordigers van verenigingen Bij vertegenwoordigers van verenigingen kun je ook aan een sportvereniging denken. Dit kan ook een leuke eye-opener voor ouders zijn: zij zijn zich niet altijd bewust van de sociale functie die sportverenigingen in het leven van kinderen (en ouders) hebben. Ouders Je kunt ervoor kiezen je te richten op ouders van een bepaalde leeftijdsgroep; bijvoorbeeld peuters, pubers. Ouders van baby’s zijn lastig te bereiken, wellicht omdat ze te druk zijn of omdat zij met hun vragen wel bij het consultatiebureau terecht kunnen. Als je kinderopvang regelt, kunnen beide ouders komen. Voor vaders kan het aantrekkelijker zijn om een activiteit te doen, zoals voetballen en daarna in de kantine napraten. Grootouders/ouderen Het kan leuk zijn ook grootouders/ouderen uit te nodigen, voor alle partijen! Jongeren Het is leuk jongeren erbij te betrekken, zij kunnen erg enthousiasmerend zijn. Kinderen Door een activiteit voor kinderen te organiseren, kun je ook de ouders bereiken. Je kunt bijvoorbeeld basisschoolleerlingen vragen een volwassene mee te nemen, dit werkt erg goed! Kinderen uit groep 6/7/8 kunnen leuk discussiëren, zeker als je ze vooraf een debatcursus geeft.

34


7

Laat in het programma ruimte voor improvisatie

Bij het organiseren van een opvoeddebat kan de neiging bestaan direct het programma in elkaar te zetten. Het is verstandiger eerst een besluit te nemen over de doelgroep en het doel. Als het programma namelijk daarop is afgestemd, is de kans groter dat het opvoeddebat in de smaak valt bij de deelnemers en succesvol is. Het is verstandig om het de eerste keer niet te groots aan te pakken, maar eerst op kleine schaal ervaring op te doen. Een kleinschalig debat kan soms gemakkelijker diepgang opleveren dan een groots aangekleed programma. Deelnemers voelen zich in een kleine groep meer op hun gemak en er is meer ruimte voor doorvragen. Steenwijk - (Z)onder invloed (11-10-2010) Het voordeel van de grootte van deze groep (11 ouders, 3 jongeren en 6 professionals) was dat iedereen meedeed en er veel diepgaander werd gediscussieerd dan in een grotere groep mogelijk was geweest.

Laat in het programma ruimte voor improvisatie. Het kan zijn dat het publiek graag langer doorpraat over een bepaald onderwerp, of dat een ander onderwerp naar voren komt dan van te voren is bedacht. Realiseer je dat het debat voor de doelgroep is georganiseerd, en wees daarom zo flexibel om op hun wensen in te spelen. Probeer om dezelfde reden ook niet alleen maar te ‘zenden’, maar creëer een sfeer waarin een gesprek kan ontstaan. Een goed draaiboek is onmisbaar. Daarin is duidelijk opgenomen wie waarvoor zorgt, in de voorbereiding en tijdens het programma zelf. Denk na over: de vorm (paragraaf 7.1) de keuze van een gespreksleider (paragraaf 7.2) hoe het onderwerp/stellingen worden geïntroduceerd (paragraaf 7.3) welke aanvullende elementen het debat kunnen verrijken of ondersteunen (paragraaf 7.4). Den Bosch – Week van de opvoeding (20-24 september 2010) ‘Maak gebruik van een helder geformuleerd draaiboek met daarin namen per taak, dit zorgt ervoor dat iedereen zich betrokken en verantwoordelijk voelt’.

Den Haag – Opvoeden, een zaak van ons allen (9 december 2009) Door de parallelle setting, tijdens het ouderdiner moesten de avondgasten ook al worden ontvangen, werd het belang van een erg strak draaiboek erg duidelijk.

35


Tips uit de opvoedestafette: Een goed draaiboek is onmisbaar, zeker bij een strak programma. Oriënteer je goed op het doel, het thema en de doelgroep voor je het programma bepaalt. Probeer niet alleen maar te "zenden": laat het echt een gelijkwaardig gesprek zijn. Zorg voor een afwisselend programma. Met goed doorvragen (de diepte in) bereik je meer dan met een zeer aangekleed programma (de breedte in). Een kleinschalig programma kan daarom net zo leuk zijn als een groot opgezet programma. Bereid je voor op allerhande emotionele reacties, in ieder geval daar waar ouders bij betrokken zijn: defensief, gesloten of juist heel openhartig. Wees flexibel in je programma en probeer in te springen op de wensen van je doelgroep. Creëer de goede randvoorwaarden, durf daarna los te laten!

7.1

Kies een vorm die past bij het doel en de doelgroep

De vorm van het debat is bepalend voor het succes. Oriënteer je dan ook eerst goed op het doel, het thema en de doelgroep voordat je een vorm kiest. De vorm bepaalt grotendeels hoe interactief het debat is, hoe persoonlijk het debat wordt, hoe informatief het gesprek kan worden en hoeveel mensen je in één keer kunt bereiken. Bedenk dus goed van te voren wat je belangrijk vindt. Een debat is het meest interactief als kleine groepjes deelnemers met elkaar in gesprek kunnen gaan. Een debat met één of meer rondetafelgesprekken, waarbij thema's eerst in kleine groepjes worden besproken, zorgt ervoor dat iedereen aan het woord komt. Bij een debat met de zaal zijn er vaak wel mensen die goed meedoen, maar tegelijkertijd biedt het veel ruimte om niet actief deel te nemen. Ook de mate waarin de deelnemers openhartig zijn wordt bepaald door de omvang van het debat. Als mensen in een klein groepje kunnen praten, zullen zij sneller hun persoonlijke visie en vragen bespreken. Hierbij speelt nog een tweede factor mee, namelijk in hoeverre de gesprekspartners met elkaar bekend zijn. Een groepje dat elkaar kent en vertrouwt, schroomt minder om over hun persoonlijke opvoedvraagstukken te spreken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij microdebatten of oudernetwerken waarbij ouders op een natuurlijke ontmoetingsplaats of natuurlijk ontmoetingsmoment met elkaar over opvoeden praten. Lelystad – Opvoeddebat Lelystad (20 januari 2010) Er zijn voorafgaand aan het Opvoeddebat een aantal micro-opvoeddebatten gehouden, waarbij ouders op een natuurlijke ontmoetingsplaats of natuurlijk ontmoetingsmoment met elkaar over opvoeden praten. De resultaten zijn afgedrukt in een boekje en vormden input voor het hoofddebat.

De mate waarin een debat informatief is, kan op verschillende manieren worden bereikt. Ook hier kan de omvang van het debat een factor zijn: in kleine groepjes kan er diepgang ontstaan waarbij mensen van elkaar leren. Maar ook debatten met een grotere opzet kunnen heel informatief zijn door informatie van buitenaf in te brengen in de vorm van een lezing of een opdracht in een workshop.

36


Tabel 7.1 laat voor verschillende vormen zien hoe interactief, persoonlijk en informatief een debat kan worden. Ook is weergeven wat de potentiële omvang van een debat is, afhankelijk van de vorm. De tabel laat bijvoorbeeld zien dat een microdebat heel interactief, persoonlijk en informatief is, maar beperkt in omvang. Wil je hiermee veel mensen bereiken, zul je er dus meer moeten organiseren. Met een debat met een panel of een forum kun je veel mensen in één keer bereiken, maar is het weinig interactief en persoonlijk. Uiteraard is vorm niet allesbepalend, maar elke vorm heeft wel zijn eigen beperkingen of juist sterktes. Het is ook mogelijk meerdere vormen te combineren, zoals bijvoorbeeld een lezing gevolgd door workshops of microdebatten gevolgd door een debat met de zaal. Tabel 7.1

Kenmerken van de verschillende vormen Interactief

Persoonlijk

Informatief

Omvang

  

  

  

  

  

  

Een klein groepje mensen die met elkaar in gesprek gaat

  

 

  

In een groep actief aan een opdracht werken

  

 

  

Samen eten en over opvoeden praten

  

 

 

Online met elkaar georganiseerd in debat gaan

  

 

 

  

 

 

 

 

 

  

 

 

  

Voorlichting verstrekken over een bepaald onderwerp

  

  

Geselecteerde vertegenwoordigers die met elkaar in debat gaan

  

  

Microdebat Een debat op kleine schaal in een bestaande groep

Oudernetwerk Een groep ouders die stelselmatig bij elkaar thuis debatteert

Rondetafelgesprek Workshops

Opvoedontbijt of ouderdiner Online debat

Debat op straat Mensen op straat aanspreken over opvoeding

Lagerhuisdebat

Twee groepen die een tegengestelde mening verdedigen

Debat met de zaal Een grote groep mensen in debat via een interruptiemicrofoon

Lezing/interview Debat met panel/forum

Tips uit de opvoedestafette: Oriënteer je goed op het doel, het thema en de doelgroep voor je een debatvorm kiest. In een debat kunnen ouders de neiging hebben niet over zichzelf, maar over problemen van anderen te praten. Hou hier rekening mee bij het bepalen van de vorm en invulling ervan. Wees flexibel in je opzet, als de opkomst anders is dan gedacht kan het wenselijk zijn de vorm daarop aan te passen. Debat met de zaal Het woord 'debat' kan ouders afschrikken, gebruik een alternatief zoals bijvoorbeeld bijeenkomst of dialoog. Je kunt ook de aanwezigen in de zaal met hun 'buurman/-vrouw' in discussie laten gaan over een bepaalde stelling. Rondetafelgesprekken Een caféopstelling, waarbij thema's eerst in kleine groepjes worden besproken, zorgt ervoor dat mensen sneller aan het woord komen. De vorm van rondetafelgesprekken werkt goed bij zowel grote groepen, als bij kleine groepen. Dat is handig als je niet weet hoeveel mensen er gaan komen. Debat met panel/forum Een debat met een panel is vooral leuk om meningen te inventariseren

37


Laat je panel een goede afspiegeling zijn van het publiek. Bereid je erop voor dat het niet eenvoudig is panelleden te vinden. Zorg dat de debaters tijdig bekend zijn en tevoren goed weten welke bijdrage van hen wordt verwacht (briefing). Door het debat een talkshow te noemen, klinkt het wat luchtiger. Het is leuker als het publiek niet alleen maar luistert, maar ook kan meedoen. Lagerhuisdebat Het lagerhuisdebat is een vorm waarin bij elke stelling voor- en tegenstanders met elkaar in debat gaan. Je kunt ook twee verschillende groepen met elkaar in debat laten gaan, bijvoorbeeld ouders versus jongeren. Een Lagerhuisdebat is geschikt voor een scherp debat over concrete stellingen. Microdebatten Microdebatten zijn debatten waar ouders op een natuurlijke ontmoetingsplaats of natuurlijk ontmoetingsmoment met elkaar over opvoeden praten. Bijvoorbeeld buurtvaders, ouderplatform Passend Onderwijs. Door met microdebatten bestaande kleine groepjes te benutten, is de drempel om over opvoeden te praten kleiner omdat mensen elkaar al kennen. Ouderdiner Tijdens een ouderdiner kunnen mensen met elkaar in gesprek komen op een ongedwongen manier. Lezing/interview Door de bijeenkomst te beginnen met een interview, heb je een goede opwarmer. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een ouder met een bijzonder verhaal, een bekend persoon of een wethouder. Als je sprekers een afspiegeling zijn van je doelgroep, dan spreekt het meer aan. Maak een lezing of een interview niet te lang en instrueer de inleider hierover. Het doel is debatteren, niet luisteren! Workshops In workshops kunnen bijvoorbeeld kleine groepjes mensen samen onderzoeken wat ze elkaar kunnen bieden en hoe ze kunnen samenwerken. Ook kun je er een 'doe-workshop' van maken, waarin bijvoorbeeld wordt geĂŤnsceneerd hoe je prettig kunt winkelen met je kind. Debat op straat Marktpleindiscussies: Leuke activiteiten op het marktplein voor kinderen (springkussen, schmink), waarbij de ouders worden aangesproken. Keukentafelgesprekken: Een keukentafel op straat waar iedereen bij kan aanschuiven. Je kunt dit combineren met bijvoorbeeld straatspeeldag. Voordeel van een debat op straat is dat je op een laagdrempelige manier mensen treft in een opvoedsituatie, nadeel is dat de spanningsboog beperkt kan zijn (ca. 10 minuten). Als je een debat op straat organiseert, bedenk dan wel een alternatief voor als het slecht weer is! Opvoedontbijt Een opvoedontbijt op basisscholen kan ook een leuk idee zijn. Leuk voor kinderen, maar ook voor ouders! Online debat Voordeel van een online debat is dat deelnemers vanaf hun eigen locatie kunnen meedoen. Vraag niet teveel deelnemers voor een online debat, 6-7 werkt beter dan 15 mensen. Hou er bij een online debat rekening mee dat niet iedereen snel kan typen. Test bij een online debat van te voren of het technisch allemaal werkt. Je kunt ervoor kiezen het online debat op grote schermen te tonen, zodat anderen het kunnen volgen.

38


7.2

Zoek een gespreksleider die kan prikkelen

Een goede gespreksleider is onontbeerlijk voor een leuk verloop van het debat. Wees daarom kieskeurig bij de keuze voor een gesprekleider. Het is van belang dat een gespreksleider goed kan luisteren, enthousiasmeren en goed kan improviseren. Je kunt onder andere kiezen voor: Iemand uit de organisatie Een professionele gesprekleider Een bekend persoon Theatermaker Het is zeer wenselijk als de gesprekleider begrijpt wat de doelgroep beweegt. Je kunt daarom voor een herkenbaar figuur kiezen, die wellicht zelf ook tot de doelgroep behoort, zoals bijvoorbeeld een rapper voor jongeren, of een voetbaltrainer met kinderen in dezelfde leeftijd als de doelgroep. Hoe ervaren een gespreksleider ook is, het is raadzaam van te voren de verwachtingen door te spreken, ook wat betreft de vorm van het debat. Wie staan er centraal in het debat en moeten dus vooral aan het woord komen en hoe concreet dient de uitkomst van het debat te zijn? Spreek eventueel af om tussentijds even bij elkaar te komen, om te kunnen bijsturen. Den Haag – Opvoeden, een zaak van ons allen (9 december 2009) De initiatiefnemer gaf aan dat ze erg blij was met de gespreksleider. Die had aan de hand van één voorgesprek en een telefonisch gesprek goed begrepen wat het doel was. Namelijk: subtiliteit neerzetten, gewoon met elkaar in gesprek, zonder tegenstellingen. Er was een prettige sfeer, dit kwam later ook terug uit de zaal.

Tips uit de opvoedestafette: Een goede gespreksleider is erg belangrijk voor een leuk verloop van het debat. Zoek een gespreksleider die: - de taal van de doelgroep spreekt - niet vooringenomen is - kan improviseren - goed kan luisteren - kan prikkelen - de algemene lijn kan teruggeven. Instrueer de gespreksleider om te variëren in wie hij/zij na het poneren van de stelling als eerste aanspreekt (dus bijvoorbeeld niet steeds een professional). Het is de taak van gespreksleider om de sprekers concreet te laten zijn, maar het ook algemeen herkenbaar te laten zijn voor de andere aanwezigen. Let bijvoorbeeld op ouders die alleen over hun eigen situatie willen praten of professionals die alleen de probleemgevallen bespreken. Denk vooraf na hoe je ervoor wilt zorgen dat het debat diepgang krijgt, zonder dat te veel te sturen. Dit vergt een zeker improvisatievermogen! Door geld te begroten voor de gespreksleider, kun je een professional aantrekken en daarmee de kans op een goed geleid gesprek vergroten.

39


Bekend persoon Het kan leuk zijn een bekend persoon te vragen die affiniteit heeft met opvoeden en ook als zodanig bekend is. Theatermaker Een theatermaker heeft een groot improvisatievermogen en kan zorgen voor een ontspannen sfeer.

7.3

Introduceer je thema of stellingen op een pakkende manier

Er zijn veel verschillende manieren om het thema of de stellingen in een debat te introduceren. Een eenvoudige manier is om het discussieonderwerp met een projector op een scherm te laten zien, maar het kan ook interactiever: Tentoonstelling Eigen gemaakte of bestaande filmpjes Interactieve sketches Rappers Casus Slagzin Spel

Stadskanaal – Opvoeden, hoe doe je dat? (28 oktober 2009) De stellingen werden geïntroduceerd door de Rapgroep Us, die zelf uit de omgeving komt. Zij kennen het jongerencentrum waar het debat werd gehouden en de jeugd in Stadskanaal en omstreken. De rappers hadden van tevoren de stellingen gekregen en hadden erg leuke teksten gemaakt. Zij wisten een luchtige sfeer te creëren, zelfs ook bij de zware onderwerpen. Dit werkte erg goed en was de investering meer dan waard!

Zo kun je een thema of stelling meer aansprekend maken door het in te leiden met behulp van bijvoorbeeld een casus, filmmateriaal of sketches. Bij een stelling kan dit een goed idee zijn: doordat mensen de context van een stelling kennen, debatteert iedereen over dezelfde situatie. Het kan sneller tot argumentatie komen, doordat feitelijke achtergrondkenmerken van de deelnemers (zoals ‘Hoe oud is het kind? ’Zijn er broers of zussen’?) geen rol spelen. Leeuwarden – Positief opvoeden (14 oktober 2010) Door het feit dat de dramagroep thema’s uitbeeldde, en er een zeer goed gespreksleider was, kwam iedereen aan het woord. De sfeer was ‘laagdrempelig’.

Maar ook de doelgroep kan zelf betrokken worden bij de keuze van het thema of de stelling waarover gesproken gaat worden. Het voordeel is dat de meeste deelnemers zich aangesproken voelen en de kans groter is dat er een levendig debat ontstaat. Het is wel raadzaam het keuzeproces enigszins te sturen, om te voorkomen dat het debat over de keuze van het thema of de stellingen gaat in plaats van over de inhoud ervan.

40


Den Haag – Opvoeden, een zaak van ons allen (9 december 2009) Op twaalf verschillende fotopanelen vertelden gezinnen wat zij belangrijk vinden in de opvoeding. Bijvoorbeeld een Marokkaanse man die vindt dat een vader hoort te weten waar zijn kind mee bezig is, of een moeder die moeite had haar kind los te laten. De deelnemers aan het debat konden een paneel uitkiezen waar zij over wilden discussiëren.

Tips uit de opvoedestafette: Formuleer je stellingen helder. Als je erover wilt stemmen, zorg dan dat de stellingen met 'voor' of 'tegen' zijn te beantwoorden. Kies stellingen waar veel discussie over is; het is het leukst als er evenveel mensen voor als tegen zijn. Tentoonstelling Een tentoonstelling van concrete voorbeelden kun je gebruiken om de deelnemers een onderwerp voor een debat te laten kiezen en de discussie op gang te krijgen. Je kunt ook handzame geplastificeerde kaarten gebruiken waarop herkenbare situaties staan. Eigen gemaakte filmpjes Je kunt jongeren zelf 'hun opvoeding' laten filmen en deze later (met hun ouders) bespreken. Bestaande filmpjes Je kunt ook bestaande filmpjes gebruiken, bijvoorbeeld reclames, nieuwsitems, tvsatire. Werkt leuk bij jongeren! Interactieve sketches Door de doelgroep in te laten grijpen of mee te laten doen met sketches van theatermakers, komt het debat over opvoeden speels tot stand. Rappers Rappers spreken jongeren aan en betrekken hen zo bij de discussie. Rappers kunnen een luchtige sfeer creëren, zelfs bij zwaardere onderwerpen. Casus Je kunt van te voren bepaalde personen uitzoeken om een casus uiteen te zetten, zodat de stelling herkenbaar wordt gebracht. Je kunt hiervoor ook een drama- of theatergroep vragen. Slagzin Je kunt de deelnemers een slagzin laten afmaken, zoals bijvoorbeeld 'Opvoeden is...' en daarover in discussie laten gaan. Dit levert een grote inbreng op. Een spel Het Opvoedingsspel kun je gebruiken voor onderwerpen om de discussie te starten Ook het spel ‘Later als ik groot ben’ (uitgebracht door Ministerie Jeugd en Gezin) kan worden gebruikt om de discussie op gang te brengen.

7.4

Met aanvullende elementen creëer je een goede sfeer

Door ook aandacht te besteden aan de entourage, kan een prettige sfeer ontstaan waarin ruimte is voor het debat. Een aantal mogelijke voorbeelden zijn: Inloop met koffie Avondeten Cabaret/Sketch Informatiemarkt Debatcursus

41


Kinderopvang/-programma Prijsvraag Videofilmen Stemkastjes Mensen worden graag eerst op hun gemak gesteld, dat kan bijvoorbeeld door een inloop met koffie te organiseren. Een cabaretstukje of een sketch aan het begin van de avond kan ook zorgen voor een ontspannen sfeer. Hiermee kan het publiek ook een beetje worden ‘opgewarmd’, waardoor bij de stellingen mensen niet meer schromen te reageren. Enschede – Opvoeden in de publieke ruimte (4 februari 2010) Het kinderdebat was met 85 leerlingen uit groep 6/7, waarvan een deel actief mee debatteerde en de rest vanuit de publieke tribune toekeek. De kinderen mochten hun mening geven over een inleidende theaterscène door middel van een stemkastje, waarna erover werd gediscussieerd. De kinderen waren heel open en durfden alles te zeggen.

Als er een debat tussen kinderen plaatsvindt, kan het leuk en nuttig zijn vooraf een debatcursus te organiseren, zodat het debat in goede banen verloopt. Bovendien maakt het de kinderen gretig, omdat zij het geleerde in praktijk zullen willen brengen. Verder kan het programma worden aangekleed met een prijsvraag, of kan het debat gefilmd worden zodat het ook beschikbaar kan worden gesteld aan mensen die niet aanwezig waren. Drenthe - Opvoeddebatten ABCG Drenthe (18 december 2009) Op de markt spraken CJG medewerkers voorbijgangers aan en stelden hen de eerste twee vragen van het kaartje. Vervolgens spraken deze mensen weer andere voorbijgangers aan met dezelfde vragen en ontstonden er vanzelf gesprekken. Uit alle ingeleverde kaarten werd op het einde een weekendje Centerparks verloot, een goede motivatie om de kaarten in te leveren.

Door bijvoorbeeld stemkastjes te gebruiken, kun je iedereen bij het debat betrekken. Daarnaast is het leuk om voorafgaand aan het debat én na afloop de deelnemers over dezelfde stellingen te laten stemmen, zodat je kunt (laten) zien of meningen door het debat zijn veranderd.

Ouder-Amstel: ‘Alcohol en mijn kind....’ (30 september 2010) De avond was drukbezocht, uit reacties bleek dat de ouders goed geïnformeerd het gemeentehuis verlieten. Ook de stemkastjes bleken erg goed te werken: dit is een zeer geschikt middel om ook de wat stillere ouders een stem in de discussie te geven. Daarbij geeft deze manier van werken onmiddellijk zicht op veranderingen van inzicht en dus hoe de informatie aankomt bij publiek.

42


Tips uit de opvoedestafette: Inloop met koffie Door bijvoorbeeld een middag- of later avondprogramma te beginnen met koffie, creĂŤer je een ontspannen sfeer. Avondeten Een avondprogramma kun je laten beginnen met soep en broodjes, waardoor een ontspannen sfeer ontstaat. Hou rekening met dieetwensen en halal-eten bij een multi-culturele doelgroep. Cabaret/Sketch Cabaret is een goede manier om het publiek 'los te krijgen', bijvoorbeeld voor aanvang van het debat. Maar ook zeker leuk als pauzenummer. Een sketch hoeft niet perse met acteurs te zijn, kan ook met bijvoorbeeld een wethouder! Theater in het debat betrekken is altijd leuk. Zeker voor kinderen, maar ook voor volwassenen. Kinderopvang/-programma Door kinderopvang te regelen kunnen zowel vaders als moeders komen. Doordat de kinderen aan het begin van het programma aanwezig zijn, raken ouders al snel met elkaar over de kinderen in gesprek. Houd rekening met verschillende leeftijden: opvang voor de kleinsten en bijvoorbeeld knutselen voor de iets oudere kinderen. Prijsvraag Je kunt een prijsvraag organiseren, bijvoorbeeld opvoedbingo: een kaart waarop je je eigen antwoorden en diegene die naast je zit moet invullen, inleveren en op de site van het CJG kon je zien of je gewonnen had. Videofilmen Je kunt jongeren de activiteiten laten filmen, zodat zij op een leuke manier worden betrokken en is het debat gelijk vastgelegd. Stemkastjes Door stemkastjes te gebruiken kun je zorgen dat iedereen deelneemt aan het debat. Als je vooraf en na afloop de deelnemers over dezelfde stellingen laat stemmen, kun je zien of ze door het debat van mening zijn veranderd.

43


44


8

Werf via sleutelfiguren

De opkomst voor een debat is een onzekere factor. Een - al dan niet verplichte - aanmelding kan deze onzekerheid inperken, wat vooral handig is als er vooraf dingen moeten worden klaargezet, zoals een avondmaaltijd. Het is belangrijk de werving op tijd te starten, minimaal een maand van te voren. Dit geeft je ook de kans om de boodschap te herhalen, wat de kans vergroot dat mensen komen. Denk goed na hoe je je activiteit omschrijft, het woord ‘debat’ kan bijvoorbeeld mensen afschrikken. Er zijn grofweg twee vormen van werving: een grootschalige inzet of een gerichte actie. Onder een grootschalige inzet valt bijvoorbeeld een advertentie in de plaatselijke krant, een bericht op de radio of huis-aan-huis-flyeren. Hiermee bereik je een grote groep mensen, die wellicht niet allemaal tot de doelgroep behoren, maar door de omvang kun je alsnog genoeg mensen trekken. Voorbeelden zijn: Plaatselijke krant Plaatselijke radio Nieuwsbrief Website Gadgets Flyers/posters Bord bij de ingang debat Sociale netwerken Den Bosch – Week van de opvoeding (20-24 september 2010) Om deelnemers voor de activiteiten te werven werden de media volop ingezet. Drie weken voor aanvang van de week werden advertenties geplaatst met de tekst ‘over twee weken’ en later ‘over een week’, ‘morgen’ tot aan de week zelf.

Een gerichte actie is direct op de doelgroep gericht. De benadering loopt via sleutelfiguren of sleutellocaties, zodat je de doelgroep kunt aanspreken. Zo kun je ouders bereiken via scholen of kinderdagverblijven, maar denk ook aan sportverenigingen of speeltuinen. Ook kun je kijken of het mogelijk is om de gemeentelijke basisadministratie te gebruiken, zo kun je gericht ouders van kinderen in een bepaalde leeftijd uitnodigen. Het grote voordeel van sleutelfiguren is dat zij weten hoe ze het beste de doelgroep kunnen benaderen en mensen zich meer aangesproken voelen. Realiseer je wel dat een benadering via sleutelfiguren meer tijd kost, het kan even duren voordat de boodschap tot de werkelijke doelgroep is doorgedrongen. Mogelijke sleutelfiguren/-locaties zijn: Scholen Kinderdagverblijven Sportverenigingen Bibliotheek Kerk/moskee Speeltuin CJG Gemeente Politie

45


Groningen – Opvoeden, hoe doe jij dat? (4 november 2009) Om de doelgroep ouders en professionals in de stad Groningen te bereiken, werden meerdere kanalen ingezet. Er werd onder andere gecommuniceerd via wijkwebsites en stukjes in de plaatselijke krant, maar uiteindelijk bleek de mond-tot-mond reclame als vanouds het beste te werken.

Bij zowel grootschalige als gerichte werving kunnen publiektrekkers helpen. Je kunt denken aan: bekend persoon leuke tentoonstelling Mocht ondanks alle inspanningen de opkomst beperkt blijven, dan kan het goed zijn je te realiseren dat kleinschalige debatten door de intimiteit minstens zo leuk kunnen zijn als een groot debat. Stadskanaal – Opvoeden, hoe doe je dat? (28 oktober 2009) Het eerste onderdeel van de avond was een interview met wethouders en de projectleiders van het CJG door Janine Abbring, bij de jongeren bekend van TV Noord en de Jakhalzen.

Groningen – Opvoeden, hoe doe jij dat? (4 november 2009) Als publiekstrekker werd een lokale held, Ron Jan, trainer van FC Groningen uitgenodigd.

Tips uit de opvoedestafette: Het kan handig zijn tijdig zicht te hebben op het aantal mensen dat komt en wat hun achtergrond is. Je kunt er daarom kiezen voor een - al dan niet verplichte - aanmelding. Begin op tijd met de werving, minimaal een maand van te voren. Herhaling is belangrijk voor een goede werving. Denk goed na over de omschrijving van je activiteit. Het woord ‘debat’ kan afschrikken, maar bijvoorbeeld ook ‘seksualiteit’. Sleutelfiguren/-locaties Ga op zoek naar sleutelfiguren: zij kennen de weg naar en de taal van de doelgroep. Je kunt bijvoorbeeld vooraf een belronde doen onder sleutelfiguren om gerichte uitnodigingen te doen. Realiseer je dat het even duurt voordat de uitnodiging in de organisatie is doorgedrongen tot het sleutelfiguur. Informele PR is de beste werving, gebruik je netwerk! Als je ouders wilt betrekken, is het belangrijk dat je goed uitlegt dat het echt om hen draait. Scholen Met medewerking van de school kun je hele klassen (en hun ouders) betrekken. Het regelen van vervoer helpt hierbij. Door de stellingen vooraf naar de school te sturen, kunnen leerlingen zich voorbereiden met bijvoorbeeld een opdracht. Als je het debat koppelt aan een ouderavond, kun je ouders bereiken. CJG Kijk bijvoorbeeld of het CJG een emailbestand met geïnteresseerden heeft.

46


Gemeente Je kunt - mits medewerking van de gemeente - de gemeentelijke basisadministratie (GBA) gebruiken om gericht ouders met kinderen in een bepaalde leeftijd uit te nodigen. Plaatselijke krant Bij een plaatselijke krant kun je zowel denken aan een inhoudelijk stuk als aan een advertentie. Je kunt ook met regelmaat (iedere dag of iedere week) een stelling in de krant zetten, dan breng je de discussie alvast op gang. Website Houd er rekening mee dat niet iedereen de weg naar een website weet te vinden. Gadgets Zorg voor een zichtbare gadget, zoals bijvoorbeeld: ballen, ballonnen, toeters, magneetjes, notitieblokjes, pennen. Als je meerdere debatten organiseert, geef dan een gadget mee aan je publiek. Dit versterkt de mond-tot-mondreclame. Flyers/posters Denk goed na over de plaats van uitdelen van flyers, dit bepaalt je publiek. In kleine gemeenschappen kun je ook denken aan huis-aan-huisflyers. Bedenk wel dat je mensen met een ‘Nee-Nee’-sticker op de brievenbus zo niet bereikt. Je kunt er ook voor kiezen wat meer algemene flyers te maken, die je kunt blijven gebruiken ter promotie van bijvoorbeeld het CJG. Zorg voor voldoende flyers! Bord bij de ingang Door een bord bij de ingang van je debat te zetten, kun je tot op het allerlaatste moment mensen trekken. Sociale netwerken Gebruik bijvoorbeeld hyves, facebook of Twitter. Bekend persoon Een bekend persoon uitnodigen werkt altijd goed als publiekstrekker, maar let op de kosten. Een regionaal bekend figuur is ook leuk en waarschijnlijk goedkoper. Probeer in de keuze voor een bekend persoon aan te sluiten bij de doelgroep, bijvoorbeeld rappers bij jongeren. Tentoonstelling Een tentoonstelling met concrete voorbeelden kun je op diverse plaatsen neerzetten, zo kun je veel mensen bereiken.

47


48


9

Zoek een aansprekende locatie

De keuze van een locatie kan ook bepalend zijn voor de opkomst. Een locatie die de doelgroep aanspreekt en goed bereikbaar is, zal eerder mensen trekken dan een anonieme locatie ver weg. Het kan een heel goed idee zijn letterlijk ‘naar de doelgroep’ toe te gaan, door bijvoorbeeld een debat te organiseren in een bestaande samenkomst, zoals een tienermoedergroep. Soms kan het juist wenselijk zijn een neutrale omgeving - zoals de bibliotheek - te kiezen, als je meerdere doelgroepen bij elkaar wilt zetten. Voorbeelden van locaties waar je aan kunt denken zijn: School Buurtcentrum Bibliotheek Theater Raadszaal Jongerencentrum Bij ouders thuis Op straat Clubhuis/sportclub

Maastricht - Opvoeddebat Maastricht: keukentafelgesprek (2 juni 2010) De tafel voor het debat werd opgesteld aan de rand van de straat waarin de Nationale Straatspeeldag werd gehouden. Door de informele en kleinschalige setting was het debat erg toegankelijk.

Let bij de keuze voor de locatie ook op praktische zaken als indeling van de ruimte, akoestiek en de lichtinval. Denk hier ook over na als je de ruimte aankleedt. Zo kun je een panel gelijkvloers midden in de zaal zetten, in plaats van voor op een podium om de afstand met het publiek te beperken. Ook kun je zoeken naar mogelijkheden om het licht te dimmen, waardoor een intiemere sfeer ontstaat. Als er medewerkers van de locatie zelf aanwezig zijn, kunnen zij helpen een goede sfeer te creëren. Zij hebben hier vaak al ervaring mee, het is handig om daar gebruik van te maken.

Lelystad – Opvoeddebat Lelystad (20 januari 2010) Het opvoeddebat werd gehouden in de activiteitenruimte bovenin de nieuwe bibliotheek in Lelystad, een open en lichte ruimte waar het geluid van jonge bibliotheekbezoekers van beneden doordrong. En waar het geroezemoes van de zaal nieuwsgierige bibliotheekbezoekers naar het debat lokte.

Als je van te voren niet weet hoeveel mensen er komen, richt de zaal dan zo in dat mensen elkaar goed kunnen zien en horen onafhankelijk van de opkomst. Door met kleinere groepjes te werken (zoals een rondetafelgesprek), doet het totaal aantal deelnemers er minder toe: dit bepaalt enkel hoeveel groepjes er gaan worden gevormd. In het algemeen geldt dat de zaal beter aan de kleine kant kan zijn dan aan de grote kant, dit komt de sfeer ten goede.

49


Tips uit de opvoedestafette: Kies een voor de doelgroep geschikte, aansprekende en goed bereikbare locatie. Zorg ervoor dat de ingang goed te vinden is. Ga naar de doelgroep toe, in plaats van dat ze naar jou moeten komen. Als je een locatie kiest waar de doelgroep al is, zoals een school, vergroot dat de opkomst. Bij een debat over jongeren kun je bijvoorbeeld kiezen voor een locatie die een sterke associatie heeft met opgroeiende jongeren, zoals een jongerencentrum. Hou bij de keuze van de locatie rekening met zowel een grote als een kleine opkomst. Met name in drukke periodes zoals de decembermaand kunnen mensen hun agenda slecht overzien en kunnen er op het laatste moment nog zowel aan- als afmeldingen komen. Door te zorgen voor een leuke aankleding, kun je de sfeer bepalen. Denk bijvoorbeeld ook aan het dimmen van lichten. Let bij de keuze van de zaal op de akoestiek! Denk ook om achtergrondlawaai, dit kan storend zijn. Denk na over hoe je de stoelen neerzet, laat het aansluiten bij de vorm van het debat. Een U-opstelling kan bijvoorbeeld goed werken. Bij een debat met een panel/forum kun je de gasten gelijkvloers in het midden van de zaal neerzetten, zodat er - letterlijk geen afstand ontstaat. Locatiemedewerkers weten vaak goed hoe je een leuke sfeer kunt krijgen, maak daar indien mogelijk gebruik van! School School kan een laagdrempelige locatie zijn, bijvoorbeeld na een ouderavond. Bibliotheek De bibliotheek is 'neutraal', dat kan een voordeel voor een open debat zijn. Raadszaal Het voordeel van de raadszaal is dat het een debatsetting en -sfeer heeft, met bijvoorbeeld stemkastjes. Jongerencentrum Met een debat in een jongerencentrum kun je tegelijkertijd het centrum op een positieve manier presenteren naar de gemeenschap. Bij ouders thuis Een vertrouwde omgeving zoals bij ouders thuis versoepelt het spreken over opvoeding. Op straat Voordeel van een debat op straat is dat je mensen treft die misschien niet naar een zaaltje zouden komen, nadeel is dat het weersafhankelijk is. Verzin daarom ook een alternatief!

50


10

Kies een handig tijdstip

De periode en het tijdstip waarop het debat plaatsvindt, is ook van invloed op de opkomst. Let er op bij het prikken van een datum en tijdstip wat er in die periode nog meer speelt, zodat je niet concurreert met een ander evenement. Zo zijn juni en december over het algemeen drukke maanden voor scholen en ouders, met veel activiteiten. Ook zijn schoolvakanties vaak niet handig. Daarentegen kun je juist ook heel goed gebruik maken van een speciaal moment of evenement. Zo kun je je aansluiten bij een straatspeeldag, en een toegespitst debat organiseren rond sinterklaastijd. Mogelijke tijdstippen zijn: Doordeweekse ochtend Lunchtijd Doordeweekse middag Doordeweekse avond Zaterdagochtend Zaterdagmiddag Zondag Bedenk van te voren wat een handig tijdstip is voor je doelgroep. Een woensdagmiddag is bijvoorbeeld handig voor ouders en leerkrachten, maar een avond kan ook. Het is ook te overwegen om meerdere bijeenkomsten op verschillende tijdstippen te organiseren, zodat je verschillende doelgroepen kunt aanspreken. Roosendaal - Opvoeden is leuk ;-) (23 september en 5 tot 9 oktober) Het tijdstip van de sessies werd aangepast aan de verschillende doelgroepen. Dus ouders van pubers ’s avonds, moeders overdag in een buurthuis, ouders van kinderen op een kinderdagverblijf ’s avonds, ouders van kinderen van het sociaal cultureelwerk in de ochtend, de activiteiten in de bibliotheek op zaterdag de hele dag.

Denk niet alleen na over het tijdstip waarop het debat aanvangt, maar ook de tijd waarop het eindigt. In de winter is het handig het debat niet te laat op de avond af te sluiten, omdat je dan het risico loopt dat veel mensen eerder weggaan.

Tips uit de opvoedestafette: Organiseer bijeenkomsten op verschillende tijdstippen: ouders zijn drukbezette mensen die een aantal keren per dag een spitsuur kennen. Kijk wat er verder in de periode speelt. Als je het niet tegelijkertijd met andere evenementen plant, dan heb je meer kans op een grote opkomst. Juni is bijvoorbeeld over het algemeen een drukke maand, met veel activiteiten van school en dergelijke. Schoolvakanties zijn sowieso niet handig. Tegelijkertijd kan het juist handig zijn om aan te sluiten bij andere activiteiten (zoals bijvoorbeeld een straatspeeldag), omdat je de doelgroep dan al bij elkaar kunt treffen. Doordeweekse ochtend Als je een debat voor kinderen of jongeren organiseert, is een doordeweekse ochtend een prima tijdstip. Lunchtijd Het voordeel van een debat rond lunchtijd, is dat de meeste (potentiële) deelnemers dan ruimte in hun agenda hebben.

51


Doordeweekse middag Een woensdagmiddag maakt dat ook ouders en leerkrachten kunnen komen. Om ca. 17u haken veel mensen af, dus zorg dat het debat dan is afgerond. Doordeweekse avond Als je ouders en vrijwilligers wilt bereiken, kies dan voor een avond. Plan het debat niet op een koopavond, dan zullen minder mensen komen. Zorg dat het programma niet te laat op de avond eindigt, zeker niet in de winter. Zo voorkom je dat het publiek eerder weggaat. Zaterdagmiddag Op zaterdagmiddag zijn veel mensen 'toch al in de stad' en kun je ze laagdrempelig bij je debat betrekken. In praktijk blijkt dat veel mensen op zaterdagmiddag druk zijn, bijvoorbeeld met boodschappen doen, hou daar wel rekening mee.

52


11

Zorg voor borging

Met het organiseren van een opvoeddebat streef je bepaalde doelen na (zie hoofdstuk 3), de kans op blijvend succes is groter als je van te voren nadenkt over borging van de resultaten. Manieren om het debat te borgen zijn bijvoorbeeld: Gemaakte afspraken nagaan Peilen reacties na afloop (evaluatie) Materiaal meegeven na afloop Nieuwe initiatieven voor opvoeddebatten zoeken Stukjes voor plaatselijke krant of tv Jaarlijks terugkerende activiteit bedenken Gadget bij de geboorteaangifte verstrekken Opvoedvragen per email beantwoorden CJG-gids verspreiden Een actie op de CJG-website starten Een chatbox op de CJG-website organiseren Je kunt ervoor zorgen dat het debat onder de aandacht blijft van de deelnemers. Dit kun je doen door materiaal na afloop mee te geven, naderhand nog eens contact op te nemen of door in de plaatselijke krant op het debat terug te komen. Ook kun je de CJG-website inzetten, en deelnemers bijvoorbeeld ‘lokken’ met een prijsvraag. Een andere mogelijkheid om vervolg aan het debat te geven is proberen het opvoeddebat structureel in te voeren. Je kunt het debat herhalen op een later tijdstip of voor een andere doelgroep. In dit geval kan het een goed idee zijn klein te beginnen en steeds verder uit te bouwen, zo kun je ervaring opdoen en daarvan leren. Heb bij het zoeken van financiering ook oog voor kansen op structurele bijdrages, waardoor herhaling mogelijk wordt. Je kunt ook proberen het initiatief voor het organiseren van een opvoeddebat door te geven. Dit kan aan een andere organisatie zijn, maar je kunt ook aanwezige ouders enthousiasmeren het stokje over te nemen. Op deze manier kun je met een sneeuwbaleffect uiteindelijk veel mensen bereiken. Roosendaal - Opvoeden is leuk ;-) (23 september en 5 tot 9 oktober) Een aantal organisaties is al aan het zoeken naar nieuwe doelgroepen: Welzijnsorganisatie ‘Sterk in Welzijn’ gaat mannen en vrouwengroepen (allochtone-) organiseren, het kinderdagverblijf gaat ouderavonden gebruiken voor dit doel. Het Centrum voor Jeugd en Gezin blijft de debatten initiëren: iedere medewerker heeft nu een wijk toegewezen gekregen. De scholen en peuterspeelzalen worden benaderd met dit doel.

Harderwijk – Goed opvoeden....... maar wat is goed (genoeg)? (18 november 2009) Vanuit de CJG’s gaat begonnen worden met het initiëren van gesprekken op huiskamerniveau, workshops. etc. waarbij drie opeenvolgende aandachtgroepen centraal staan (verspreid over een halfjaar): het jonge kind, de puber en de jongvolwassene.

53


Tips uit de opvoedestafette: Nieuwe initiatieven voor opvoeddebatten Probeer je ervaringen over te dragen aan nieuwe initiatiefnemers. Het is helemaal leuk als je ouders enthousiast krijgt er een vervolg aan te geven! Jaarlijks terugkerende activiteit Zorg voor structurele oplossingen, bijvoorbeeld door financiering vanuit gemeente. Het kan een goed idee zijn klein te beginnen en het steeds verder uit te bouwen. Zo kun je goed ervaringen opdoen en daarvan leren. Gadget bij geboorteaangifte Met een gadget bij de geboorteaangifte (zoals een slabbetje) bereik je nieuwe ouders. Actie op CJG-website Bijvoorbeeld de uitslag van een prijsvraag op de site bekend maken, dit trekt veel mensen naar de site.

54


Research voor Beleid Bredewater 26 Postbus 602 2700 MG ZOETERMEER tel: 079 3 222 222 fax: 079 3 222 212 e-mail: info@research.nl www.research.nl

55


1-opvoeddebat