Page 1

Een maansverduistering kan zich voordoen wanneer de aarde precies tussen de zon en de maan staat.

maansverduistering: bij volle maan als de maan in de kernschaduw van de aarde staat (tekening niet op ware schaal)

Normaal weerkaatst de maan het zonlicht naar de aarde. Tijdens een maansverduistering bevindt de maan zich in de kernschaduw van de aarde.

De diameter van deze kernschaduw is in de omgeving van de maan groter dan de diameter van de maan zelf, waardoor de maan verduisterd wordt.

Als de maan volledig verduisterd wordt door de kernschaduw is er een totale maansverduistering. Als dit maan gedeeltelijk verduisterd wordt door de kernschaduw is er een gedeeltelijke maansverduistering.

Maansverduisteringen doen zich alleen voor tijdens volle maan, wanneer de maan tegenover de zon staat.

Meer info over maansverduisteringen (alleen ter info...) Niet elke volle maan levert een maansverduistering op. Het vlak waarin de aarde om de zon beweegt (dit is de ecliptica of de jaarlijkse baan van de aarde om de zon) maakt immers een hoek van ongeveer 5,1 ° met het vlak waarin de maan om de aarde beweegt. (zie tekeningen 2.1.7.B) Hierdoor kan een maansverduistering alleen optreden als de maan zich in een ‘knoop’ bevindt. Dit is één van de twee punten waar het vlak van de maan om de aarde het vlak van de aarde om de zon snijdt. Meestal gaat de baan onder- of bovenlangs de schaduwkegel van de aarde. Tijdens een maansverduistering zien we een rode gloed rondom de maan. Het zonlicht dat door de aardatmosfeer dringt is immers rood. Maansverduisteringen zijn waarneembaar vanaf elke plaats op aarde waar het nacht is. Zonsverduisteringen zijn dit niet. (zie verder) In de nacht van dinsdag 20 en woensdag 21 februari 2008 is in de België een totale maansverduistering te zien. Om 02.44 uur vindt de eerste aanraking met de kernschaduw van de aarde plaats. De verduistering eindigt om 06.10 uur. Voor de volgende totale maansverduistering die zichtbaar is in België moeten we wachten tot 15 juni 2011.

2.1.7.C-01

Maansverduistering - filmpje (AVI: 886 Kb - downloaden en bekijken)

FYSICA voor het 3de jaar [2 uur] - 69


Een zonsverduistering (of zoneclips) doet zich voor als het licht van de zon de aarde niet bereikt, omdat de maan zich tussen de zon en de aarde bevindt en een schaduw op de aarde werpt.

zonsverduistering: de maan werpt een schaduwkegel op de aarde; de zon wordt door de maan bedekt (tekening niet op ware schaal)

De maan zit in de weg van het zonlicht en een deel van de aarde wordt bedekt door de kernschaduw en de bijschaduwen die daardoor ontstaan.

Eigenlijk is het niet de zon, maar een gedeelte van de aarde, dat dus verduisterd wordt. De zon wordt door de maan bedekt en lijkt daardoor vanaf de aarde verduisterd te zijn.

De maan werpt voortdurend schaduwen in het heelal. Pas wanneer deze schaduw het aardoppervlak raakt spreken we van een zonsverduistering.

Als een waarnemer zich bevindt in de de kernschaduw van de maan ziet hij een totale zonsverduistering. Bevindt hij zich in de bijschaduw van de maan dan ziet hij een gedeeltelijke zonsverduistering. 2.1.7.D-01

Alles over zonsverduisteringen

Meer info over zonsverduisteringen (alleen ter info...) Niet overal op aarde kan je dus een zonsverduistering meemaken. Een totale zonsverduistering is zelfs eerder zeldzaam. Op 11 augustus 1999 was de laatste totale zonsverduistering in het uiterste zuiden van ons land (Virton) te zien. Op 29 maart 2006 was de laatste gedeeltelijke zonsverduistering in een groot deel van Europa te zien. Op het Griekse eiland Kastelorizo was deze totaal. 2.1.7.D-02

Totale zonsverduistering 29 maart 2006 in Griekenland (YouTube)

De eerstvolgende totale zonsverduistering zal plaatsvinden op 1 augustus 2008 en zal te zien zijn in China, Mongolië, Canada, Groenland en Siberië. In België zullen we ze meemaken als een gedeeltelijke zonsverduistering. Om 12.30 uur zal een kwart van de zon verstopt zitten achter de maan. De eerstvolgende totale zonsverduistering in ons land zal plaatsvinden op 23 september 2090. De zons-en maansverduisteringen (totaal of gedeeltelijk) tot 2100 kan je terugvinden op: 2.1.7.D-03

Toekomstige zons- en maansverduisteringen

Om naar de zon te kijken tijdens een zonsverduistering moet je een eclipsbrilletje dragen. Zo vermijd je beschadiging van je ogen. Het icht van de corona is immers te fel om met het blote oog naar de zon te kijken.

FYSICA voor het 3de jaar [2 uur] - 70


In het deksel van een schoendoos maak je een rechthoekig gat. Over het gat kleef je een stuk doorschijnend papier. Dit kan overtrekpapier, zijdepapier of kalkpapier zijn. Het beste resultaat bekom je met kalkpapier. In de bodem van de schoendoos maak je met een passerpunt een kleine ronde opening. Richt je camera obscura (Lat.: ‘donkere kamer’) nu met het gaatje naar een kaarsvlam. •

Wat zie je in het deksel op het doorschijnend papier? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ........................................................................................

Hoe is dit beeld gericht? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Is het beeld scherp? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Maak nu de opening in de bodem met een potlood iets groter. •

Is het beeld scherper geworden? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Wat is wel veranderd? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Verklaring De kaarsvlam bestaat uit een oneindig aantal lichtpunten(V) die in alle richtingen zeer dunne lichtbundels uitzenden. De ontelbare lichtbundels die in de opening van de camera obscura dringen, komen terecht op het scherm. Het resultaat is een oneindig aantal lichtvlekjes (B) op het scherm. Elk lichtvlekje heeft de vorm van de opening in het deksel. Deze lichtvlekjes overdekken elkaar gedeeltelijk, wat resulteert in een niet scherp beeld. Hoe kleiner de opening, hoe kleiner de lichtvlekjes op het scherm zijn. Een kleinere opening geeft een beeld dat scherper is dan een grotere opening. Het beeld bij een kleinere opening is echter minder helder dan bij een grotere opening, omdat er minder licht kan invallen.

Je maakt dit verschijnsel ook mee wanneer in het bos de zon door het bladerdek schijnt. Op de grond zie je tientallen minuscule zonnetjes afgebeeld. De gaatjes in het bladerdek zijn hier de openingen in deze immense camera obscura. 2.1.7.E-01

Camera obscura (Java-applet)

2.1.7.E-02

Camera obscura (Wikipedia - Nl)

2.1.7.E-03

Hoe bouw je zelf een camera obscura?

FYSICA voor het 3de jaar [2 uur] - 71


Beheers ik volgende stukken van de leerstof? 1

Ik kan beschrijven aan welke voorwaarden moet voldaan zijn om een voorwerp te kunnen zien.

2

Ik weet dat licht als energievorm een aantal effecten kan veroorzaken. Ik kan hiervan een aantal aantal voorbeelden geven.

3

Ik weet dat licht als golfverschijnsel en als een stroom fotonen verklaard kan worden.

4

Ik weet dat licht onzichtbaar is, tenzij het teruggekaatst wordt.

5

Ik kan het verschil uitleggen tussen • lichtbronnen en donkere lichamen; • onafhankelijke en afhankelijke lichtbronnen; • fluorescerende en fosforescerende lichtbronnen; • doorzichtige, doorschijnende en ondoorzichtige lichamen. Ik kan voor elke categorie een aantal voorbeelden geven.

6

Ik weet dat voorwerpen het licht volledig of gedeeltelijk absorberen, doorlaten of terugkaatsen.

7

Ik weet dat wit licht bestaat uit een spectrum van kleuren. Ik kan de belangrijkste kleuren van dit spectrum in de juiste volgorde opsommen.(ROGGBIV)

8

Ik kan uitleggen dat het kleur van een voorwerp afhangt van de golflengte (kleur) van de lichtstralen die teruggekaatst worden door dat voorwerp.

9

Ik kan in een lab werken met een reuterlamp.

10

Ik begrijp dat je een lichtbundel kunt zien als een verzameling van lichtstralen. Ik kan een evenwijdige, een convergerende en een divergerende lichtbundel tekenen.

11

Ik kan beschrijven wat een homogene middenstof is. Ik weet dat het licht zich in een homogene middenstof rechtlijnig voortplant met een constante snelheid.

12

Ik weet dat het licht verandert van richting (breking) bij de overgang van middenstoffen. Ik kan dit verklaren aan de hand van het verschil van de lichtsnelheid in diverse middenstoffen.

13

Ik ken bij benadering de waarde van de lichtsnelheid: c = 300 000 kilometer per seconde.

14

Ik kan uitleggen en tekenen hoe een schaduw ontstaat. Ik ken het verschil tussen kernschaduw en bijschaduw. Ik kan ze aanduiden op een tekening.

15

Ik kan met behulp van een tekening aangeven hoe een schaduw verandert als voorwerp, scherm en lichtbron veranderen van plaats.

16

Ik kan in grote lijnen de bewegingen van aarde en maan t.o.v. de zon beschrijven. Ik kan de verschillende schijngestalten van de maan herkennen en benoemen.

17

Ik kan met behulp van een tekening uitleggen hoe een maansverduistering ontstaat. Ik ken het verschil tussen een totale en een gedeeltelijke maansverduistering. Ik weet dat een maansverduistering zich alleen bij volle maan kan voordoen.

18

Ik kan met behulp van een tekening uitleggen hoe een zonsverduistering ontstaat. Ik ken het verschil tussen een totale en een gedeeltelijke zonsverduistering.

19

Ik kan met behulp van een tekening de werking van een camera obscura uitleggen • bij een grote opening en een onscherp beeld; • bij een kleine opening en een scherper beeld. Ik weet dat het beeld bij een camera obscura omgekeerd is.

FYSICA voor het 3de jaar [2 uur] - 72

Zons- en maansverduistering  

Bijdrage over zons-en maansverduisteringen