Page 1

Panorama Arnhem

Behalve de vele monumentale gebouwen en bijzondere stadsgezichten (het rode erfgoed) kent Arnhem een opmerkelijk groot aantal bijzondere groene objecten en structuren die eveneens tot het erfgoed gerekend moeten worden. Daarnaast heeft Arnhem een rijk bodemarchief. Onder het maaiveld ligt niet alleen veel informatie opgeslagen over het ontstaan en ruimtelijke ontwikkelingen van de stad, maar ook over de bewoners van onze streken van vóór de tijd dat Arnhem al een stad was. Ook dit zogenaamde ‘bruine erfgoed’ verdient onze blijvende aandacht evenals de bijzondere bruggen, fonteinen, beken en sluizen die we tot het ‘blauwe’ erfgoed rekenen. Maar Arnhem is ook een stad in verandering die te maken heeft met schaalvergroting en verdichting,

keuzen. Er kleven mogelijk ook risico’s aan wanneer de bescherming van monumenten, bodemschatten en cultuurlandschappen in enige mate losgelaten wordt ten gunste van het ontwikkelingsproces. Deze en andere uitgangspunten van het nieuwe erfgoedbeleid zijn daarom voorgelegd aan een aantal onafhankelijke deskundigen. In deze uitgave spreken zij zich in een zestal interviews frank en vrij uit over de sterke en zwakke punten van de concept-nota, de kansen en de bedreigingen. Hun opvattingen vormen de basis voor een bredere discussie over het erfgoedbeleid. De gemeente is van plan de steeds sterker oplevende waardering voor geschiedenis en erfgoed aan te grijpen om vaker met geïnteresseerden hierover in gesprek te raken. Deze speciale uitgave mag daarom gezien worden als een eerste stap op weg naar een actievere communicatie over het erfgoed(beleid) in Arnhem.

met nieuwbouw en sloop en met een groeiend verkeersaanbod en bedrijvigheid. Om te voorkomen dat de verschillende cultuurhistorische tijdlagen van de ontwikkeling van Arnhem straks niet meer goed zichtbaar zijn, is een integraal beleid nodig voor het erfgoed dat inspeelt op deze ontwikkelingen. Het nieuwe erfgoedbeleid is vervat in de conceptnota ‘Panorama Arnhem’. In deze nota wordt de doelstelling van het erfgoedbeleid als volgt geformuleerd: Het nieuwe erfgoedbeleid beoogt een meer expliciete en integrale inzet van de Arnhemse cultuurhistorische kwaliteit binnen het geheel van de stedelijke ontwikkeling en bepleit een beter gebruik van het onderscheidend vermogen van Arnhem. De beschikbare kennis en ervaring op dit gebied kan veel beter worden ingezet,

meer vooraan in projectontwikkelingen en processen en vooral meer kaderstellend. Het is duidelijk dat de gemeentelijke overheid een belangrijke verantwoordelijkheid heeft in het behoud van het erfgoed. Maar de gemeente kan en wil de zorg voor het erfgoed niet alleen dragen en heeft het enthousiasme en de actieve ondersteuning nodig van onder andere de bewoners van de stad, cultuurhistorische organisaties, woningeigenaren, projectontwikkelaars en andere bedrijven. Daarom worden zij ook betroken bij de ontwikkeling van het beleid. De gemeente overweegt om in het erfgoedbeleid het accent te verschuiven van ‘behoud door bescherming’ naar ‘behoud door ontwikkeling’, zodat de cultuurhistorie op een vroeg moment een actieve rol kan gaan spelen in veranderingsprocessen en ontwerp-

Erfgoed Arnhem

Arnhem is een stad met een lange geschiedenis, een gemeente waar twee landschappen – het lage rivierenland en het geaccidenteerde stuwwallandschap – elkaar ontmoeten. Ondanks vele vernieuwingen en verwoestingen, zoals bij de Slag om Arnhem, is de rijke historie van Arnhem nog op vele manieren zichtbaar en voelbaar.

Erfgoednota van de gemeente Arnhem 2007-2011


Lat erfgoedbeleid mag best wat hoger liggen Arnhem zit met het erfgoedbeleid op de goede weg, maar de lat mag nog wel een stuk hoger gelegd worden. Het Arnhems verleden moet beter zichtbaar worden gemaakt. Particulier initiatief kan daarbij helpen. De Stichting Geldersch Landschap /Geldersche Kasteelen, beheerder van 30 kastelen en 11.000 hectare landschap waaronder een dozijn historische parken, wordt financieel steeds minder afhankelijk van de overheid. “Mede door de openstelling van diverse kastelen en door een groeiend aantal donateurs houden we nu voor ruim tweederde deel onze eigen broek op”, aldus adjunct-directeur Johan Carel Bierens de Haan. Volgens Bierens de Haan vormt dit het bewijs dat particuliere organisaties uitstekend in staat zijn om het erfgoed te restaureren, te beheren en te exploiteren. “Daar zou Arnhem meer gebruik van kunnen maken. De

Rob Dekker, woningcorporatie Vivare

Bescherming moet niet te rigide zijn Bescherming van het bebouwde erfgoed is nodig, maar er moet ook ruimte zijn voor vernieuwing van verouderde en slecht verhuurbare woningen, ook al vallen deze onder het beschermd stadsgezicht. Dat stelt directeur Rob Dekker van woningcorporatie Vivare naar aanleiding van de concepterfgoednota van de gemeente Arnhem. Volgens Rob Dekker spannen de woningcorporaties zich al flink in om ‘pareltjes van de stad’ te behouden en steken ze hun nek uit voor bijvoorbeeld het behoud van monumentale woningen in het

restauratie van Luxor, van de ijskelder in Park Zypendaal en van de historische tuin op Warnsborn zijn allemaal voorbeelden van initiatieven die door particuliere inspanningen van de grond zijn gekomen. Ik zou tegen de gemeente willen zeggen: verzin een model om méér met dat particuliere initiatief te doen. De gemeente stelt de voorwaarden en controleert, maar is geen ondernemer. Particulieren zijn ook beter in staat om geld te genereren. Want geld is er genoeg in dit land; je moet het wel zien te verdienen.” Bierens de Haan ziet vele goede aanknopingspunten in het nieuwe erfgoedbeleid dat Arnhem voorstaat, maar het ambitieniveau mag wat hem betreft nog wel wat omhoog. “De aandacht voor het groene erfgoed is terecht; dat is een speerpunt van Arnhem. Net als onze stichting wil Arnhem natuurbescherming en monumentenbeleid hand in hand laten gaan. Immers het gebouwde en groene erfgoed zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar er zijn nog wat grotere gebaren nodig.” Hij vult aan: “We constateren dat er een goed gerestaureerde groene long in Arnhem ligt die uitstekend wordt beheerd. Maar wat gebeurt er vervolgens? In 1999 hebben we bij het 100-jarig bestaan van park Sonsbeek de Verklaring van Arnhem ondertekend. Daar moeten we wél wat mee gaan doen. De schil van bossen rond Arnhem zou uitgebreid kunnen worden, de aandacht voor rijksmonumenten kan beter, het archeologische erfgoed zou beter onder de aandacht kunnen worden gebracht. Maar het archeologische verleden heeft in Arnhem geen eigen gezicht. En de splitsing van het

gemeentemuseum en het historisch museum heeft van de historische collectie een ondergeschoven kind gemaakt. Kijk in dat opzicht naar wat Nijmegen met het museum het Valkhof te bieden heeft. Het verleden van Arnhem kan heel wat beter zichtbaar worden gemaakt.” Bierens de Haan staat positief tegenover het beginsel van behoud door ontwikkeling, waarbij hij aantekent dat de eerste taak van het erfgoedbeleid is om kwetsbare zaken uit het verleden te redden. “Behouden is niet behoudend. Conserveren is niet conservatief. Onze stichting heeft ook lange tijd vooral moeten werken aan het herstel van de oorlogsschade aan kastelen en landschappen. In een later stadium hebben we het erfgoed open kunnen stellen voor het publiek en meer aandacht kunnen geven aan educatie en het versterken van het draagvlak. Je moet zeker op zoek gaan naar nieuwe functies voor het erfgoed en die zijn, gezien de toenemende belangstelling voor het verleden, absoluut te vinden. Maar blijf streng en houd de rug recht.”

Spijkerkwartier, of van het voormalig militair hospitaal Onder de Linden. “Anderzijds liggen we regelmatig met de gemeente in de clinch over de herontwikkeling van ons woningbestand”, zegt hij verwijzend naar de discussies over de sloop van delen van Presikhaaf. “Wij hebben als beheerder van grote aantallen woningen en als maatschappelijk onder-nemer een verantwoordelijkheid voor het erfgoed, maar we dienen er ook zorg voor te dragen dat we woningen blijven aanbieden die voldoen aan de eisen van deze tijd. De portiekflats in Presikhaaf 3 mochten dan een voorbeeld zijn van wederopbouwarchitectuur, bouwkundig waren ze feitelijk een puinhoop. Dan moet je kunnen ingrijpen, dan moet je durven slopen. Die woningen moeten wel leefbaar blijven.” Behoud door ontwikkeling, een van de centrale thema’s in de erfgoednota, is volgens Dekker een goed uitgangspunt, maar hij vraagt zich af of er in het beleid voldoende openingen worden geboden om dit ook werkelijk uit te voeren. “Ik ben absoluut niet voor het loslaten van bescherming. Daarvoor is er in Arnhem al te veel kostbaars verdwenen. Maar als wij bijvoorbeeld in de Geitenkamp constateren dat een flink aantal woningen niet meer aan de huidige eisen

voldoet en steeds moeilijker te verhuren is, wat dan te doen?” Hij geeft zelf het antwoord. “De Geitenkamp is beschermd stadsgezicht, maar ik vind dat je daar toch met een chirurgische precisie een beperkt aantal woningen moet kunnen slopen om er historisch verantwoorde nieuwbouw voor terug te laten keren. Nieuwbouw die goed aansluit bij het karakter van het tuindorp. In Vinex-wijken zie je tegenwoordig dat er al heel fatsoenlijke, historiserende architectuur wordt neergezet. Dat moet in een wijk als De Geitenkamp toch ook mogelijk zijn? Volgens de huidige bepalingen mag je er echter geen steen aan veranderen.” Ook ontwikkelingen als de vraag naar zorg in nabijheid van woningen, vragen volgens Dekker om een minder rigide bescherming van het erfgoed. “Anders hebben we te weinig mogelijkheden voor een gedifferentieerd en aantrekkelijk woningaanbod en verslechtert het leefklimaat in die wijken, hoe mooi ze ook zijn.”

Erfgoed Arnhem

Johan Carel Bierens de Haan, Geldersch Landschap / Geldersche Kasteelen


Wees alert en zet een bewaker naast ons erfgoed Behoud door ontwikkeling is een goede benadering om het gebouwde en ongebouwde erfgoed te beschermen. Maar zet er wel een bewaker naast om te voorkomen dat ondeskundige projectontwikkelaars of architecten het wezenlijke karakter van het erfgoed aantasten. Dat zegt Kees Tak directeur van Tak Architecten, een bureau dat zich voor een belangrijk deel heeft gespecialiseerd in monumentale objecten en restauratie. “Ik ben een warm voorstander van behoud door ontwikkeling. Een monument moet een economische drager hebben, anders is het een verloren object. En ik ben niet zo’n purist die vindt dat je aan een historisch gebouw geen enkel modern element mag toevoegen. Als een monument een goede gebruiksfunctie wil hebben, dan moet er bijvoorbeeld dubbel glas in kunnen en

Eduard van Vloten, Stichting Archeologie en Historie Polder Meinerswijk

Versterk de beleving van de historie Versterk de beleving van de Arnhemse cultuurhistorie en ontwikkel een goede communicatiestrategie om organisaties en burgers te enthousiasmeren voor het erfgoedbeleid. Zoek daarbij naar een positieve insteek en voorkom dat het erfgoedbeleid louter een defensief instrument wordt. Dat advies geeft Eduard van Vloten, secretaris van de Stichting Archeologie en Historie Polder Meinerswijk. “Er zijn in Arnhem gelukkig vele stichtingen en verenigingen als de onze actief die zich inzetten voor het behoud van het erfgoed. De

een centrale verwarming. Dat zat er vroeger natuurlijk niet in. Maar een gebouw groeit en verandert in de loop der geschiedenis. Waar ik van gruw is als er geforceerd historiserend wordt ingegrepen, als er ineens een 14e eeuwse schouw in een 16e eeuwse boerderij wordt geplaatst. Dat is een falsificatie van de geschiedenis. Een historisch gebouw kan heel goed eigentijdse nieuwe elementen verdragen, al hoeven die van mij niet per se van staal en glas te zijn. Zolang je het verhaal van het object maar begrijpt en kunt blijven vertellen, dan is er heel wat mogelijk om een monument een nieuwe gebruiksmogelijkheid te geven.” Kees Tak werkt momenteel aan de restauratie van het Museum voor Moderne Kunst, de Witte Villa in het Sonsbeekpark, het Huis der Provincie en de Sabelspoort. Hij vindt het van belang dat de juiste deskundigheid wordt ingeschakeld bij het behoud van het erfgoed. “Het risico van behoud door ontwikkeling is dat Jan en alleman met een plan aan kan komen zetten om iets nuttigs te maken van een monument. Maar goed restaureren is een vak apart dat veel kennis vraagt van materialen en technieken. Veel architecten zijn mij wat teveel vormgevers, die voorbij gaan aan een grondige analyse van de ruimtelijke en historische kwaliteiten van een object.” Wat Kees Tak betreft moet er naast ieder monumentaal object bij wijze van spreke een politieman staan om het historisch karakter te bewaken. “Ik bedoel, de overheid moet eigenlijk een beetje paranoia zijn over wat er met het historisch erfgoed gebeurt. Je moet

voortdurend anticiperen op maatschappelijke en economische ontwikkelingen waardoor je tijdig kunt signaleren wanneer er bijvoorbeeld een monumentaal gebouw vrijkomt. Dan heb je de gelegenheid om, vóórdat de projectontwikkelaar op de stoep staat, met hulp van deskundigen goed te kijken wat er met zo’n monument nog mogelijk is. Behoud door ontwikkeling? Prima, maar blijf wel duidelijk en streng.”

mogelijkheden die deze organisaties bieden voor het erfgoedbeleid vind ik nog te weinig terug in de nota. Investeer in deze clubs. Organiseer een netwerk waar allen die zich voor de Arnhemse cultuurhistorie interesseren elkaar treffen. Gebruik ons als klankbord; niet om tegengas te geven maar ter ondersteuning van het beleid”, aldus Van Vloten. “Het belang en de beleving van de geschiedenis is in Arnhem wat minder groot dan bijvoorbeeld in Nijmegen. Er is hier nog wat te weinig trots. We zijn nog wat teveel naar binnen gekeerd, terwijl er zoveel is om trots op te zijn. Natuurlijk, er is ook al veel verdwenen en ik krijg zelf ook geen historische hartkloppingen als ik door het centrum loop. Maar in Angerenstein of in Meinerswijk weer wél. Er ligt een taak om de cultuurhistorische belangstelling naar een hoger plan te tillen.” Van Vloten geeft als voorbeeld de prijsvraag voor de inrichting van het archeologisch veld in Schuytgraaf. Dit archeologische rijksmonument diende vrij van bebouwing te blijven om latere generaties de kans te geven verder onderzoek te doen. Maar op initiatief van onder andere de betrokken ontwikkelingsmaatschappij, zal er een historisch monument verrijzen

dat verwijst naar een ander deel van de geschiedenis van het gebied. Hij doelt op de Poolse luchtlandingstroepen die hier rond de Slag om Arnhem waren gelegerd. “Soms is afdekken de beste oplossing voor een archeologisch monument, maar op deze manier wordt toch recht gedaan aan de genius loci van deze plek. Een prima oplossing die je zo zou kunnen vertalen naar de archeologische vindplaatsen in Meinerswijk.” Ook het Limes-project, de archeologische vindplaatsen langs de grens van het Romeinse Rijk, biedt volgens Van Vloten goede mogelijkheden om de beleving van de Arnhemse historie te versterken. “Grijp dit soort kansen aan. Laat ons investeren in de zaken die echt de moeite van het behouden waard zijn en zet daar vol op in. Andere dingen uit het verleden moeten we los kunnen laten. Ik zie in de nota de aanzetten tot zo’n aanpak, maar hoor toch nog teveel de behoudende toon.”

Erfgoed Arnhem

Kees Tak, architect


Zoek naar nieuwe, levendige functies voor monumenten Erfgoedbeleid moet niet alleen gericht zijn op het behoud van historische waarden. Want een leegstaand monument is de dood in de pot. Ga daarom actief op zoek naar nieuwe functies voor monumenten. Zet het monumentenbeleid in voor de stimulering van een levendige, creatieve stad. Dat is het pleidooi van Wim Lavooij, mededirecteur van stedenbouwkundig adviesbureau SAB en auteur van diverse boeken over de stedenbouwkundige ontwikkeling van Arnhem. “Begrijp me goed, er is in het Arnhemse monumentenbeleid al heel veel bereikt. Na WO II was er weinig waardering voor de bebouwde omgeving. Je kon hier zonder probleem een oud pand slopen, maar o wee als je een boom wilde omzagen. Dat is duidelijk veranderd en de aandacht voor de historische bebouwde omgeving is flink toegenomen. Maar voor mij moet monumenten-

Jandirk Hoekstra, H+N+S Landschapsarchitecten

Neem het historische niet te letterlijk Zoeken naar historische betekenissen in de landschappelijke of stedenbouwkundige omgeving is geweldig, maar je moet je steeds kritisch blijven afvragen; wat wil ik met die historische verwijzing doen? Gebruik de historische achtergrond als inspiratiebron en probeer niet al te letterlijk de geschiedenis in leven te houden of tot leven te brengen. Dat zegt landschapsarchitect Jandirk Hoekstra van H+N+S Landschapsarchitecten die onder meer betrokken is bij de (her)inrichting van het voormalige KEMA-terrein (Arnhem Business Park). Het unieke historische ontwerp van het KEMA-park vormde een duidelijke inspiratie voor de nieuwe

beleid méér zijn dan een puur historische beweging. Monumenten hebben een hoge belevingswaarde. Die kun je inzetten om nieuwe economische dragers voor je stad te vinden. Het gaat wat mij betreft zowel om commerciële als om niet-commerciële activiteiten. Als het maar bijdraagt aan de levendigheid van de stad. Het steekt me echt als ik zie hoeveel historisch belangrijke gebouwen geen duidelijke functie meer hebben. Hoelang heeft het Dudok-pand aan het Willemsplein niet leeggestaan? En wat is de zin van het behoud van de historische kelders in de binnenstad als daar geen duidelijke functie aan gekoppeld is? In mijn ogen moet de gemeente ‘functiemakelaar’ zijn en als een gek door de stad heen rennen om nieuwe gebruikers voor monumenten te zoeken. Er zijn al veel te veel functies vertrokken uit de binnenstad. Er is bijvoorbeeld geen enkele hboinstelling meer te vinden in het centrum. Kleine winkeltjes, stomerijen, dokters, kinderdagverblijven, al die functies houden een stadscentrum levendig Helaas zijn die in de loop der tijd uit het hart van de stad vertrokken.” Lavooij is ervan overtuigd dat het ook economisch haalbaar is monumenten een levendiger karakter te geven. Hij verwijst naar diverse voorbeelden in New York waar in de plint van historische gebouwen kleine ondernemers en niet-commerciële functies een plekje hebben gevonden en zo het straatbeeld levendig houden. “Je moet, economisch gezien, de hoofdprijs niet uit de plint willen halen maar uit de ruimtes daarachter en daarboven. En als er dan achter de gevels flink verbouwd moet worden, moet je daar niet

altijd te moeilijk over doen. Moet er een neonreclame op van de nieuwe eigenaar? Prima! Zolang het karakter van het gebouw maar herkenbaar blijft. Op die manier hadden we de historische panden naast V&D aan de Velperbinnensingel kunnen behouden en de parkeergarage daarachter kunnen plaatsen. Waarom niet? De discussie over monumenten moet niet alleen gaan over slopen of laten staan, maar over de vraag hoe je het erfgoed in kunt zetten voor een levendige stad, hoe je goede functies aan de gebouwen koppelt en hoe je de belevingswaarde van monumenten kunt vertalen in economische waarde.” De gemeente moet volgens Lavooij ‘selectief streng’ zijn bij het behoud van monumenten. “Zoek per stijlperiode de iconen uit die je wilt behouden en waar iedereen met zijn vingers af moet blijven. Maar probeer niet alles krampachtig overeind te houden. Van de wederopbouwarchitectuur zijn bijvoorbeeld een paar dingen de moeite van het behouden waard. Maar het meeste dat er staat is niet eens wederopbouwarchitectuur, het is gewoon sléchte architectuur. Weg ermee, met al dat spul uit het zuidelijk deel van de binnenstad.”

ontwikkelingen. “Daar staat een aantal mooie gebouwen, goed op hun plek, die uitdrukking geven aan het architectonische principe dat daar is toegepast. Uit vrijwel geen enkel raam heb je uitzicht op een ander gebouw maar zie je hoofd-zakelijk landschap. Fantastisch, dat moet je vervolgens gebruiken als inspiratiebron. Vanuit dit historische gegeven moet je in grote lijnen het perspectief schetsen en dan nieuwe elementen gaan ontwerpen. Dat is dus iets anders dan alles behouden, bevriezen. Natuurlijk moeten er beperkingen zijn en mag je niet zomaar gaan slopen. Maar ik vind het belangrijker dat je de kern, de ziel van zo’n gebied, gebruikt als inspiratiebron voor het nieuwe, dan alles koste wat het kost te conserveren.” Arnhem is gezegend met een aantal forse, groene erfstukken. “Een waardevol landschap moet het hebben van zijn robuustheid, van het grote gebaar. Dan krijg je monumenten als Park Sonsbeek en andere Arnhemse parken. De historie van Arnhem biedt prachtige aanknopingspunten om hierop verder te borduren, maar dat mag dan wel eens met een wat groter gebaar. Maak de ligging van Arnhem op de stuwwal duidelijk. Maak de monumentaliteit van de plattegrond van Arnhem zichtbaar. Kijk bijvoorbeeld

eens naar de bijzondere en gelijk simpele wijze waarop de radialen aansluiten op de singelstructuur. Daar kun je je door laten inspireren. Maar kijk ook eens naar de unieke entrees van de stad via de Amsterdamseweg en Apeldoornseweg. Wat vind je daar nu van terug als je naar de entree in het zuiden van de stad, bij Gelredome kijkt? Dan is opeens dat prachtige, monumentale karakter uit het oog verloren en wordt er louter voor een verkeerstechnische oplossing gekozen. Een oplossing die geheel voorbij gaat aan de historie van Arnhem.”

Colofon Deze krant is een speciale uitgave van de Afdeling Erfgoed van de gemeente Arnhem naar aanleiding van de concept-erfgoednota Panorama Arnhem. Voor meer informatie, reacties of de volledige tekst van de nota kunt u contact opnemen met de Afdeling Erfgoed van de gemeente Arnhem, (026) 377 35 15 of (026) 377 37 12, e-mail: jan.wessels@arnhem.nl. Tekst: Paul Baeten Vormgeving: Paul Glaudemans Druk: Drukkerij De Rijn, Velp

Erfgoed Arnhem

Wim Lavooij, stedenbouwkundige

test panorama  

als magazine

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you