Issuu on Google+

BEVER.qxd

25-04-2006

10:40

Pagina 24

. C R E A T I E V E

S T E D E N . W E T E N S C H A P .

DEN HAAG, CREATIEVE STAD AAN ZEE Het begrip ‘creatieve stad’ is relatief nieuw voor iedereen in Nederland die betrokken is bij stedelijke ontwikkeling. Vaak wordt dit begrip in één adem genoemd met de Amerikaanse econoom Richard Florida en de boeken die hij over dit onderwerp heeft geschreven. Volgens Florida wordt in de 21ste eeuw menselijke creativiteit de motor van economische groei. De dienstensector en de productiesector worden steeds meer ‘gecreativiseerd’. Creativiteit zit niet alleen in kunstzinnige sectoren of een beperkt aantal hightech bedrijfstakken als informatietechnologie of multimedia, maar is te vinden in alle bedrijfstakken. Steden moeten nadenken over hoe ze de creativiteit van elke individuele burger kunnen aanspreken. Hoe kunnen ze de creativiteit benutten van de mensen die er al wonen, hoe kunnen ze investeren in jonge ondernemers en familiebedrijven, hoe kunnen ze iedereen toegang verschaffen tot politieke en maatschappelijke systemen in plaats van alleen de elite?

i r. Pa t r i c i a E . M . E n g e l b e r t v a n B e v e r v o o r d e

F

lorida is niet de eerste en ook niet de enige die creativiteit als motor van de economie beschouwt. Anderen zoals Jane Jacobs gingen hem voor. In haar boek ‘The Death of Great American Cities’ (1961) bepleit zij de compacte stad waar in een willekeurige buurt zowel gewoond, gewerkt als gerecreëerd kan worden; waar zowel in als rond gebouwen ruimte is voor diversiteit en interactie. Deze vormen volgens haar de belangrijkste voorwaarden voor een florerende economie van een stad. Het begrip creatieve stad is in feite niets anders dan een vernieuwde zienswijze over creativiteit als basis voor de economie van een stad. Door vernieuwend en onorthodox te denken en te werken en met een open mind met elkaar het debat aan te gaan, worden ideeën ontwikkeld en plannen gerealiseerd. In Nederland schieten creatieve steden als paddestoelen uit de grond en geven aan waarom zij zo creatief en bijzonder zijn: modestad, sportstad, culturele hoofdstad et cetera. Ook Den Haag is bezig met City Branding en haar Unique Selling Points: World Legal Capital, Koninklijke stad aan zee, Wéreldstad aan zee. De laatste is het credo van de structuurvisie Den Haag 2020 (medio 2005 vastgesteld door het college van burgemeesters en wethouders). ‘Wéreldstad aan Zee; met die ambitie gaat Den Haag als internationale stad van recht en vrede en als .

Nederlands bestuurscentrum de toekomst tegemoet. Een stad waar wordt geïnvesteerd in kwaliteit en waar mensen graag willen wonen en werken, ondernemen en recreëren.’ Opvallend in de voortdurende Haagse zoektocht naar een nieuw imago is de betekenis van de zee. Den Haag en de zee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de structuurvisie wordt aangegeven dat Scheveningen het drukke, bruisende tweede centrum aan het strand wordt, dat vier seizoenen per jaar aantrekkelijk is voor Hagenaars en toeristen; met Scheveningen Bad en Scheveningen Haven als zwaartepunten en Scheveningen Dorp als kleinschaliger en rustiger cultuurhistorisch gebied daartussen. Hagenezen beschouwen Scheveningen als onderdeel van Den Haag; Scheveningers denken daar anders over: ‘de-Aeg is de oester, mar Scheveninge de paerel. We benne daer grôs op en ‘ope dat ’t zô blêft’. Scheveningen zal echter niet meer blijven zoals het nu is. De hele kuststrook van Scheveningen zal een ingrijpende gedaanteverwisseling moeten ondergaan door de dreiging die van de stijgende zeespiegel uitgaat. Den Haag moet een creatieve oplossing vinden om zijn zwakke schakels in de zeewering te versterken. De Spaanse stedenbouwkundige De Solà-Moralis (die de boulevard van Barcelona heeft ontworpen) heeft een plan gemaakt voor de boulevard van Scheveningen waarin ideeën voor versterking van de zeewering zijn verwerkt. Een ander

2 0 0 6 / 4 5 . 24

.


BEVER.qxd

25-04-2006

10:40

Pagina 25

. C R E A T I E V E

S T E D E N . W E T E N S C H A P .

idee dat telkens weer opnieuw opduikt, is om het strand te verbreden door strandopspuiting en op die manier de zeewering te versterken. De zee als inspiratiebron voor creatieve ontwikkelingen; twee toekomstige bouwlocaties die direct en indirect aan zee liggen zijn de haven van Scheveningen en de Binckhorst. De haven van Scheveningen zal de komende decennia een ingrijpende metamorfose ondergaan. Met de vermindering van de activiteiten van de visserijsector op het land (de visverwerking vindt steeds meer op zee plaats) en verhuizing van grote gebruikers rond de haven, komt er ruimte vrij voor nieuwe ontwikkelingen van de wereldstad aan zee. Recentelijk zijn er rond het havengebied nieuwe woningen en kantoren gerealiseerd en nieuwe horecaformules toegevoegd. Ook is gestart met de ontwikkeling van een nautisch centrum; meer ligplaatsen voor zeeschepen worden aangelegd, er komt horeca en bedrijfsruimte bij en hotelappartementen worden gerealiseerd. Direct aan zee, aan de derde haven, ligt het Norfolkterrein. Na hier dertig jaar te zijn gehuisvest, verhuist de Norfolk naar Vlaardingen. De gemeente doet onderzoek naar de mogelijke verplaatsing van de visserijsector van de eerste naar de derde haven (het Norfolkterrein) en invulling van de eerste haven met een mix van wonen en recreatieve voorzieningen. Als dat niet haalbaar blijkt, wordt de second best-optie uitgewerkt: wonen en recreëren op het Norfolkterrein. De gemeente wil grote trekkers realiseren bij de havenhoofden. Gedacht wordt aan een internationaal kunst- en cultureel centrum; een centrum vergelijkbaar met het Institut du Monde Arabe in Parijs. Aan de kant van het noordelijke havenhoofd komt een sportstrand met een stadion voor beach-sporten en andere vrijetijdsvoorzieningen; retail en horeca, maar ook culturele evenementen (zoals musicals en opera) en ‘kidsevents’. Als projectontwikkelaar bij BAM Utiliteitsbouw ben ik betrokken bij de realisering van dit spraakmakende project dat zich op alle lagen van de bevolking richt. Het bedrijventerrein Binckhorst was ooit een gebied dat direct met de zee was verbonden via de grachten van het centrum van Den Haag. Die relatie is er nog steeds, maar slechts indirect door het dempen van het water langs de Haringkade (dichtbij zee). De gemeente heeft recentelijk een intentieverklaring afgesloten met een aantal private partijen om de Binckhorst te herontwikkelen tot een aantrekkelijk woon- en werkgebied. De nieuwe slogan voor dit gebied luidt ‘B@Binckhorst’. Door zijn goede bereikbaarheid ten opzichte van andere Haagse locaties leent de Binckhorst zich uitstekend voor de ontwikkeling van nieuwe stedelijke bedrijvigheid. De gemeente heeft het initiatief genomen voor de upgrading van het gebied door de herontwikkeling van de Caballero Fabriek. Zij is druk bezig om de voormalige sigarettenfabriek en omliggende panden te herontwikkelen tot een vernieuwend centrum voor innovatieve, cul.

turele en creatieve bedrijvigheid; ruim 10.000 m2, waarvan 70 procent al is voorverhuurd (op het gebied van multimedia, ICT, grafisch ontwerp, reclame, communicatie en architectuur). In 2006 worden de eerste gebouwen opgeleverd; de totale oplevering vindt in 2008 plaats. De grootte van de units varieert van circa 18 tot 250 m2; huren is mogelijk vanaf € 70,- per m2 per jaar. Dit biedt ook aan starters de mogelijkheid om zich hier te vestigen. Voor de herontwikkeling van de Caballeropanden krijgt de gemeente een subsidie van het ministerie van Economische Zaken en een Europese subsidie. De totale investering komt neer op ongeveer € 10 miljoen; daarvan komt € 4 miljoen voor rekening van de gemeente. In de structuurvisie wordt een deel van de Binckhorst een Haagse Westergasfabriek genoemd. Als projectontwikkelaar ben ik intensief betrokken geweest bij de herontwikkeling van de Westergasfabriek in Amsterdam. Het is een ‘broedplaats’, een laboratorium waar de nieuwste vormen van cultuur en leisure ontstaan. Het is een schoolvoorbeeld van publiek-private samenwerking: de gemeente (stadsdeel Westerpark) die het initiatief nam en een visie opstelde voor de herontwikkeling van het gebied en een projectontwikkelaar die deze visie uitbouwde. De herontwikkeling van de openbare ruimte (het park) werd door het stadsdeel gedaan en de ontwikkelaar nam de renovatie van de gebouwen c.q. nieuwbouw voor zijn rekening. Zonder een van beide partijen was het project niet van de grond gekomen. Het project kreeg een eenmalige subsidie van zowel de provincie als het Rijk. De projectontwikkelaar richtte een beheer- & exploitatiemaatschappij op die nu al (het totale project wordt in 2007 opgeleverd) financieel rendement oplevert; financieel succesvolle delen van de Westergasfabriek compenseren delen met een relatief lage huuropbrengst die een avantgardefunctie hebben. Wat is de opgave van een projectontwikkelaar bij dit soort creatieve projecten? Voor mij is dat rekening houden met wat er in het verleden is gebeurd en wat er nu in de omgeving, in de buurt leeft. Ingrijpen in een stukje geschiedenis en uitgedaagd worden om dit verder te brengen en het spannender te maken (in de zin dat het mensen ‘triggert’ om het project te bezoeken), en uiteraard met een financieel succes als resultaat. Als een dergelijk project op langere termijn slechts kan voortbestaan met overheidssteun, heeft het überhaupt geen zin om eraan te beginnen, dan hou je nieuwe creatieve ontwikkelingen tegen. De gemeente c.q. rijksoverheid moet een creatief project in financiële zin los kunnen laten om elders in een stad nieuwe initiatieven te kunnen ontplooien. Financiële afhankelijkheid wil je als ontwikkelaar nooit nastreven. Kan Den Haag een wereldstad aan zee worden en kunnen de twee genoemde herontwikkelingslocaties – de haven van Scheveningen en de Binckhorst – daaraan een positieve bijdrage leveren?

2 0 0 6 / 4 5 . 25

.


BEVER.qxd

25-04-2006

10:40

Pagina 26

. C R E A T I E V E

S T E D E N . W E T E N S C H A P .

Om daar een antwoord op te kunnen geven trek ik een parallel met de Westergasfabriek in Amsterdam. De uitstekende ligging van dat project (grenzend aan het centrum en goed bereikbaar per auto), de bijzondere setting (Rijksmonumenten gecombineerd met nieuwbouw in een nieuw aangelegd park) en de bekendheid die de Westergasfabriek al in bepaalde (inter)nationale kringen had bij aanvang van de herontwikkeling vormden de juiste ingrediënten om van dat project een succes te kunnen maken. Park, cultuur en bedrijvigheid waren de uitgangspunten van de herontwikkelingsvisie. De gemeente als initiator van het geheel en realisator van het park, de projectontwikkelaar als realisator van de bedrijvigheid en cultuur als verbindende factor. De belangrijkste motor is de aantrekkingskracht die het gebied uitoefent op de buurt, de stad en ver daarbuiten, voor jong en oud en verschillende milieus. Om totaal verschillende redenen: een wandeling maken in het park, wijn drinken en lekker eten in het restaurant of een voorstelling bezoeken. En die aantrekkelijkheid wordt versterkt door de tijdelijkheid van events die (naast de vaste voorzieningen) plaatsvinden in de Westergasfabriek, waardoor creativiteit telkens weer opnieuw wordt aangeboord en een constante vernieuwing plaatsvindt; de kunst daarin is om telkens weer de juiste mix tussen cultuur en commercie te vinden. Zowel bij de haven van Scheveningen als bij de Binckhorst is de gemeente initiator van de herontwikkelingsplannen en zijn er private partijen die de plannen nader willen uitwerken en realiseren. Er is één groot verschil: de aantrekkingskracht die de gebieden uitoefenen. De 100-jarige haven die direct verbonden is met de zee vormt al vanaf het ontstaan een aantrekkingskracht uit op mensen uit de omgeving en verder; de Binckhorst is een soort niemandsland met verborgen kwaliteiten waar je alleen komt als je een duidelijk doel voor ogen hebt. De plannen voor het Norfolkterrein zijn gericht op alle lagen in de bevolking, de Caballero Fabriek richt zich op de creatieve bovenlaag. De ontwikkelingsplannen voor de haven roepen veel fellere discussies op dan de plannen voor de Binckhorst. Toch zal de Binckhorst naar mijn idee op termijn ook een gebied worden met een aantrekkelijke mix tussen wonen, werken en recreëren; daarnaast is de bereikbaarheid van dit gebied beter dan die van de haven. In beginsel heeft de haven meer potentie in zich om internationaal publiek aan te trekken en Den Haag als wereldstad aan zee op de kaart te zetten. De Binckhorst heeft echter een vergelijkbare kwaliteit die uitgebuit kan worden: de indirecte verbintenis

met zee. De Caballero Fabriek ligt zelfs naast het water. Als de verbintenis met zee weer wordt gelegd zou dit de aantrekkingskracht van het gebied vergroten. Niet in de letterlijke zin (door het water bij de Haring-kade weer door te laten stromen naar zee), maar meer in figuurlijke zin: meer betekenis aan het water geven door het te gebruiken voor vervoers- en recreatieve doeleinden. Zorg ervoor dat het water bevaarbaar is met verschillende vaarmiddelen: sloepen, rondvaartboten et cetera. Bij Centraal Station kun je dan kiezen tussen bus, tram en weg- en watertaxi’s; je kunt uitstappen bij halte Haringkade (op vijf minuten loopafstand van zee) of halte Caballero Fabriek en een drankje drinken in het gerenoveerde Ketelhuis met mooi uitzicht op de Binckhorsthaven. Op deze manier haal je de zee in de stad en gaan toeristen ook naar de Binckhorst. Jaarlijks organiseer ik met mijn stichting (Stichting Metropolis) een Zee Event waar de relatie tussen Den Haag en de zee centraal staat. ‘Den Haag, metropool aan zee’ was het thema van het Zee Event dat ik eind vorig jaar organiseerde. Bruikbare, maar ook de meest wilde en onrealiseerbare ideeën om Den Haag te profileren als wereldstad aan zee passeerden de revue. Zoals het ‘inktvismodel’: stadsuitbreidingen in zee van opgespoten zand realiseren in de vorm van de tentakels van een inktvis. Daardoor ontstaan stedelijke fjorden waar veel mensen uitzicht op zee hebben; op de uiteinden kunnen de iconen van de Haagse wethouders worden gerealiseerd. Het Zee Event heeft niet tot doel om de geopperde plannen te realiseren, maar is vooral bedoeld als creatieve ontmoetingsplaats. Mensen uit de vastgoedwereld, gemeente, stedenbouwkundige en architectenhoek, kunstenaarswereld en de ‘straat’ komen hier samen en gaan nieuwe samenwerkingsverbanden met elkaar aan. Of Den Haag daadwerkelijk de Wereldstad aan zee wordt en de herontwikkeling van de haven van Scheveningen en de Binckhorst daarin een belangrijke rol spelen, maakt in feite niet uit. Het streven ernaar zet aan tot nieuwe ideeën en creatieve ontwikkelingen die een krachtige impuls geven aan de economie van deze stad. Bronnen Gemeente Den Haag, notitie broedplaatsen, 2005 Gemeente Den Haag, notitie Creatieve stad Den Haag, 2005 Gemeente Den Haag, Wereldstad aan Zee; structuurvisie Den Haag 2020, 2005. Richard Florida, The Rise of the Creative Class. And How It’s transforming Work, Leisure, Community and Every Day Life, 2002. Richard Florida, The Flight of the Creative Class. The New Global Competition for Talent, 2005. Jane Jacobs, The Death and Life of Great American Cities, 1961. R. Jensen, The Dream Society. How the Coming Shift from Information to Imagination Will transform Your Business, 1999. Creativiteit en de stad; hoe de creatieve economie de stad verandert. Onder redactie van Simon Franke en Evert Verhagen, 2005.

ir. Patricia E.M. Engelbert van Bevervoorde is oprichter van Stichting Metropolis en projectontwikkelaar bij BAM Utiliteitsbouw. .

2 0 0 6 / 4 5 . 26

.


2006, Real Estate Magazine, artikel 'Den Haag, creatieve stad aan zee'