Issuu on Google+

platform voor jonge dans

in dit nummer: Passerelle in vogelvlucht > Highlights uit het seizoen 2015-2016

Dansen tot je ‘op’ bent > Judith Clijsters over Holding Space

De coaches van Passerelle > Lot Jansen en Darline Deprez aan het woord

Humor binnen hedendaagse dans > Denise Namura en Michael Bugdahn over Pix&Moves

Participatieve kunstenpraktijk > Een gesprek met Bart Rogé van Demos vzw

Passerelle en De Grote Post > Een versnelling hoger


Voorwoord Voorwoord Dag lezer,

Ik kijk de laatste tijd eigenlijk meer naar de ogen dan naar de dansbewegingen. Gek hé? Of toch niet. Laat het me even uitleggen.

Toonmomenten zijn boeiender dan de première. Want op een toonmoment moet een deelnemer die eerste blik Bart Noels, voorzitter

van een publiek ondergaan. Kladwerk wordt werk. Sommigen krijgen daar een kick van, anderen moeten over een drempel. En dan zijn ogen interessant. Die worden neergeslagen, of ze kijken je aan met een mengeling van durf en nieuwsgierigheid. Net die schuchterheid afwerpen, het kunnen rekenen op een groep, durven tonen wat je kan, en tegelijk broos en breekbaar zijn, dat maakt toonmomenten zo heerlijk.

Het gaat om de passie, niet om de pasjes En dan zit je toch op een dag op een première. Na een traject is het tijd om een resultaat te tonen. Met alles erop en eraan. In de Budascoop in Kortrijk of in een theaterzaaltje in Roubaix. In een school in Staden, de Grote Post in Oostende of in de Antwerpse Singel.

Het geroezemoes valt stil als de regie de lichten dooft. Het eerste geluid klinkt door de zaal, de eerste passen worden gezet op de dansvloer. En opnieuw zie ik die ogen. Van ouders die hun kinderen op een podium zien vaak voor het eerst van hun jonge leven. Ouders die verwonderd kijken naar hoe hun kind een droom verbeeldt met armen en benen en een heel lijf.

En ik kijk ook naar die ogen van kinderen en jongeren. Tijdens het dansen kijken ze geconcentreerd en gelukkig vaak ook genietend. En als het applaus klinkt op het einde veranderen de blikken. Die ogen kijken blij, opgelucht, fier en soms verwonderd. Sommigen kijken zelfs achterom, alsof het applaus voor anderen is bestemd. Maar het is toch voor hen. Applaus voor een groep, een verzameling kinderen en jongeren die een weg hebben afgelegd met zichzelf en de anderen.

Dat is Passerelle ten voeten uit. Het gaat bij ons om de passie, niet om de pasjes.

editie oktober 2016 teksten Michaël Janart foto‘s Luc Depreitere, tenzij anders vermeld coverfoto Bahia tijdens het toonmoment Miroir Magique opmaak & druk drukkerij Vandekerkhove coördinatie Pol Coussement, Liesbeth Maes & Sabine Vanhoutte verantwoordelijke uitgever Bart Noels, Neder Mosscher 16, 8500 Kortrijk dank aan de sponsors en overheden die Passerelle een warm hart toedragen en ons structureel steunen

Dankjewel om ons te volgen, om deel te nemen, voor je passie.

Namens de raad van bestuur, Bart Noels voorzitter Passerelle v.z.w.


Passerelle in vogelvlucht In vogelvlucht

Atelier Gnosis

Passerelle seizoen 2015-2016

Sofie Nuyttens danste ooit in het magische Gnosis, een voorstelling die de Italiaanse choreograaf Vincenzo Carta maakte bij Passerelle. In het Atelier Gnosis kreeg Sofie de kans om zelf choreografisch aan de slag te gaan met een groepje dansers en haar eigen interpretatie van de voorstelling te maken. Sofie koos ervoor een versie te maken met negen dansers in plaats van vier. De bedoeling van een atelier is om zich verder te verdiepen in het concept, het materiaal en de choreografie. Het onderzoek en het traject primeren. Het eindresultaat was meer dan af.

De werking van Passerelle is divers. In onderstaand overzicht tonen we aan de hand van enkele projecten en ontmoetingen hoe breed de werking van Passerelle doorheen een jaar wel is. Cultuurdagen

[oktober 2015 - deSingel Antwerpen]

Voor het derde jaar op rij werkte choreograaf Pol Coussement aan een toonmoment voor de Cultuurdagen voor leerkrachten in opleiding. Het toonmoment stond geprogrameerd als ‘good practice’, als voorbeeld van wat je met cultuur kan bereiken bij jongeren. Pol werkte onder meer met een groepje vijfde- en zesdejaars uit de sportafdeling van de Spectrumschool. De meeste jongeren in de groep, zo goed als allemaal jongens, wisten amper wat hedendaagse dans was en hadden er ook niet bepaald interesse voor. Hun enthousiasme groeide in de loop van de repetities en werd uiteindelijk met een staande ovatie beloond. Spectrumschool op de Cultuurdagen voor leerkrachten in opleiding

Kunstendag voor Kinderen

Miroir Magique Kunstendag voor Kinderen met Kim Cras

Time Zone

Carte Blanche met Lot Jansen

[april 2016 - Staden]

Time Zone was een groots opgezet erfgoedproject in Staden en Poelkapelle. In Poelkapelle is een opvangcentrum voor vluchtelingen. De naam Time Zone verwijst naar het historisch aspect van erfgoed en naar de verschillen - al dan niet cultureel - tussen mensen met een ander geboorteland. Vormingswerkers, kunstenaars en leerkrachten gaven hun visie op het thema via graffiti, fotografie, muziek, verhalen, maar ook dans. Passerelle werkte aan een toonmoment met leerlingen uit basisschool ’t Klavertje, waar ook kinderen uit het opvangcentrum les volgen. Het toonmoment draaide om rituelen.

We Can Be Heroes Time Zone met Pol Coussement

[februari 2016 – Wevelgem]

Repetitiemoment van Miroir Magique van Pol Coussement

DKO Koksijde viert

[april 2016 – Molenbeek]

Benny Claeys (directeur ‘t Klavertje): De kinderen hebben mij sterk ontroerd. Ik ontdekte talenten die ik bij een aantal nooit had verwacht. Dit was veel meer dan zo maar een dansproject. Ze hebben grenzen verlegd en een beter inzicht gekregen in zichzelf en in de rest van de groep.

Tijdens de krokusvakantie organiseerde het CC Guldenberg van Wevelgem een soort artistieke speelpleinwerking met keuzeactiviteiten in de namiddag. Eén van die activiteiten was het dansproject Diep in de zee. Samen met Morgane Van Weyenbergh ontdekten de dansertjes de wondere wereld van de diepzee, het diepste en donkerste deel van de oceaan. Hun avontuurlijke, artistieke zoektocht leidde op het einde van de week tot een memorabel toonmoment. Sanne Lonke (CC Guldenberg): Wat me bij blijft van het toonmoment is dat de kinderen genoten van wat ze op het podium brachten. Het was hun voorstelling, waarin ze heel veel inbreng hadden. Heel veel deelnemers wilden op het einde weten wanneer ze dit nog eens zouden kunnen doen.

Carte Blanche

Een maagdelijk wit blad. Dat was Lot Jansen vertrekpunt toen ze voor Passerelle aan de slag ging met het zesde leerjaar van de Sint-Martinusschool in Molenbeek. Geen vooropgesteld thema dus of verhaal, enkel dans en beweging. Het werd een zeer lichamelijke workshop. Het bewegingsmateriaal van de kinderen werd tijdens de laatste twintig minuten op een creatieve manier geknipt en geplakt tot een toonmoment voor de andere klassen van de school.

[januari 2016 – Roubaix]

Al vier jaar werkt Passerelle intens samen met école Jules Michelet in het Franse Roubaix. Dans is er veel gaan betekenen voor de leerlingen. Dat is ook Le Gymnase, de organisatoren van het Franse kinderkunstenfestival Les Petits Pas, niet ontgaan. De klas waarmee Pol Coussement werkte werd zelfs ambassadeur van het festival. De kinderen, amper tien, leidden de nabesprekingen van de voorstellingen, maakten een videoreportage waarin ze choreografen van het festival interviewden en stonden zelf op de affiche met hun voorstelling Miroir.

Diep in de zee

Atelier Gnosis met Sofie Nuyttens

[november 2015 – Kortrijk en Oostende]

Tijdens de Kunstendag voor Kinderen kregen jongens en meisjes tot twaalf jaar in heel Vlaanderen en Brussel de kans om kennis te maken met kunst van allerlei aard: muziek, beeldende kunst, dans, theater, architectuur,… Passerelle tekende present op twee locaties. In De Grote Post van Oostende werkte Lot Jansen met kleuters. In Kortrijk gingen Kim Cras, Darline Deprez en Ines Vandenbroucke aan de slag met kinderen van 6 tot 12 rond Wat is Kunst?! in de BUDAtoren.

[maart 2016 – Kortrijk]

We Can Be Heroes met Groupenfonction

[mei 2016 – Kortrijk]

We Can Be Heroes is een soort playbackvoorstelling. Belangrijk is hoe iedere deelnemer, op zijn unieke manier, de nummers interpreteert. Passerelle nodigde Groupenfonction uit naar aanleiding van de Sinksenfeesten. Bij de deelnemers heel wat jongeren die waren uitgenodigd nadat ze op school al eens hadden kennis gemaakt met Passerelle. Er waren onder meer kinderen uit de école Jules Michelet in Roubaix en leerlingen van de Kortrijkse OKAN-klassen. Volgens Groupenfonction was het één van de beste edities ooit. Zoé Bennet (Groupenfonction): Ik heb in Kortrijk zeer mooie mensen mogen ontmoeten, zowel bij de deelnemers als bij de begeleiders. Iedereen was gemotiveerd en extreem betrokken bij de voorstelling. Er gaat dan ook een aanstekelijk enthousiasme uit van Passerelle, in het bijzonder van artistiek leider Pol Coussement. Het is geweldig om te zien hoe hij samenwerkt met de jongeren, zijn personeel, de stad en hoe hij al die partijen verenigt.

Internationaal amateurdansfestival

[september 2016 – Kortrijk]

Danspunt invites @ Kortrijk is een internationaal dansuitwisselingsproject dat Danspunt organiseerde op 16, 17 en 18 september 2016. Passerelle was gastheer van dienst en verwelkomde 90 deelnemers uit Kroatië, Slovenië, Nederland, Schotland, Tsjechië en België.

[februari 2016 – Koksijde]

De dansafdeling van het Deeltijds Kunstonderwijs in Koksijde vierde dit jaar haar twintigste verjaardag en nodigde ook Passerelle uit op het feest. Kim Cras, Darline Deprez, en Julie Vanhuysse zetten, elk met een klas, een artistiek traject op.

Dit internationaal project focuste zich op de ontwikkeling van de hedendaagse dans bij amateurs. Naast een U-Party, opwarmingssessies, workshops en een voorstelling was er ook een inspiratiemoment waarop Passerelle werd voorgesteld als ‘good practice’.

Diep in de Zee met Morgane Van Weyenbergh Danspunt Invites@Kortrijk, foto Tomaz Crnej


Holding Space Judith Clijsters

Holding Space Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat we gemiddeld negen tot tien uur per dag zittend doorbrengen. Tegelijk beleeft de fitness-hype ongekende hoogtes. Miljarden mensen werken zich dagelijks als gekken in het zweet op loopbanden en crosstrainers. Efficiënt. Gericht. Gestructureerd. In Holding Space verkent Judith Clijsters de breuklijn tussen beide trends.

choreograaf Judith Clijsters, foto Maarten Mellemans Judith Clijsters (°1986, Bree) studeerde af aan the Northern School of Contemporary Dance in Leeds, waarna ze een jaar lang internationaal toerde met Verve, het gezelschap die de school oprichtte voor post-graduaten. Ze danste ook enkele seizoenen voor het Engelse repertoiregezelschap Phoenix Dance Theatre. Na vijf jaar Engeland kwam ze terug naar België. Ondertussen werkt ze al een tijdlang als ‘artist in residence’ voor het Genkse cultuurcentrum C-Mine. In 2012 bracht ze er onder meer Dagbreek met Yentl De Werdt. Op dit ogenblik maakt ze er een nieuwe voorstelling, met als werktitel Bored to Death. Daarnaast werkt Judith samen met Maryam K. Hedayat de videoinstallatie Genderless. Naast eigen performances begeleidt Judith vaak jeugdgroepen, semiprofessionelen en amateurs. Ze behaalde ook een diploma als leerkracht yoga en geeft les. “Voor mij is er niks boeiender dan iemand te helpen om zijn eigen lichaam beter te begrijpen en aan te voelen door zelf te bewegen of te zien hoe iemand anders beweegt.”

Judith Clijsters’ fascinatie voor body-boredome, of lichaamsverveling, gaat al een tijd terug. “Van toen ik ooit een artikel onder ogen kreeg met als titel: ‘zitten is het nieuwe roken’. Het ging over het aantal uren dat we zittend doorbrengen en over hoe onnatuurlijk dat eigenlijk is. Ik ben toen voor mezelf met een chronometer nagegaan hoeveel uren per dag ik zit. Ik was stomverbaasd. Als danser en choreograaf heb ik niet meteen een zittend beroep. Hoewel er mooie dagen tussen zaten, waarop ik maar een uur of drie à vier zat, waren er ook dagen van acht tot negen uren. Als je er op gaat letten, merk je dat het ook zeer verleidelijk is om te gaan zitten. Het wordt overal op een uiterst aantrekkelijke manier aangeboden: stoelen aan de inkom van een bedrijf, bankjes in het park, zetels in een shoppingcentrum,… “

Ook het competitie-aspect binnen de bewegingscultuur en het belang van meten werden onder de loep genomen. “Vanuit een grote verwondering en fascinatie voor de manier waarop sporters stappen tellen, hun tijden chronometreren en minutieus progressie registreren.” Tijdens het creatieproces stond Judith niet alleen. De vijf dansers uit Holding Space waren actief betrokken om zowel inhoudelijk als choreografisch hun inbreng te doen. Karen Lamberts is één van hen. “We hebben serieus veel huiswerk gekregen”, lacht ze, “tientallen boeken, artikels en brochures die aan ons thema gelinkt waren en waar we in konden grasduinen, op zoek naar een eigen invalshoek. Bij de ene lag de focus op mindfulness, bij de andere op energie. Zelf heb ik vooral rond ‘zitten’ gewerkt, de gezondheidsaspecten, risico’s en geschiedenis. Wist je bijvoorbeeld dat het moderne idee van zitten nog maar een flinke honderd jaar oud is? Het was vroeger iets dat vooral voorbehouden was aan de hogere klasse. Gewone werkmensen zaten zelden of nooit neer. Zo’n drastische verandering op zo’n korte tijd, kan toch niet anders dan een hevige impact op ons hebben?”

Toch spreek Judith geen voorkeur uit. “Integendeel”, zegt ze, “De kracht van Passerelle zit hem net in de diversiteit, de openheid voor verschillende leeftijden, ethniciteiten en dansniveaus. Peutertjes die nauwelijks een idee hebben van wat dans is, jongvolwassenen op de grens van een professionele danscarrière, ze zijn allemaal welkom. Die goesting om met iedereen te werken hangt bij Passerelle als het ware in de lucht. Ik heb hier nooit het gevoel dat iets te veel is. Als je een voorstel doet krijg je nooit een ‘ja, maar…’ als antwoord. Ze springen gewoon mee op de kar.“

Goesting die haast tastbaar is

De kracht van Passerelle zit hem in de grote openheid voor verschillende leeftijden, ethniciteiten, dansniveaus, ...

Judith is met Holding Space niet aan haar proefstuk toe bij Passerelle. Al had ze in vorige projecten een iets andere rol. “De voorbije jaren werkte ik telkens als coach, onder meer voor Diep Verdwaald en Vol Vertrouwen, twee jongerenprojecten in C-Mine in Genk, een cultureel centrum op de vroegere site van de mijn van Winterslag. Die projecten waren met tieners die veel minder ervaren waren dan de equipe van Holding Space.

“Dwars tegenover de zit-cultuur”, gaat Judith verder, “staat de fitness-hype en zien we mensen het gebrek aan beweging op een haast obsessieve manier compenseren. Het liefst zo efficiënt mogelijk, door in één uur tijd zo veel mogelijk te doen. Dat bewegen, wat op zich iets natuurlijk is, moet plots ook heel erg ingepland worden en er ontstaat overdreven veel stress rond. Die stress, in combinatie met een lichaam dat verder weinig prikkels krijgt, is volgens mij één van de belangrijke oorzaken voor de burn-outs, bore-outs en andere mentale problemen waarmee zo veel mensen te kampen krijgen.”

Bij Diep Verdwaald werkte ik zelfs met meisjes die nooit hedendaags hadden gevolgd, meisjes met een migratieachtergrond die uit de hiphop kwamen. Bij dat soort projecten hecht ik vooral belang aan het proces: jongeren zien groeien, ze dichter bij zichzelf brengen. Er is dan wel een toonmoment, maar daarin gaat het voor mij veel meer om présence, om wat die jongeren uitstralen, dan om vorm of esthetiek.”

Holding Space is Clijsters’ pleidooi om stil te staan, tegen de trends in, en terug naar ons lichaam te luisteren. “Letterlijk betekent het ruimte houden voor jezelf. We zitten constant te hollen en te haasten, maar zouden ons beter afvragen: heb ik wel zin in die activiteit? Brengt die relatie mij wel iets bij of vreet ze enkel energie? Normaal voel je zo iets lichamelijk aan, maar we zijn dat contact -gedeeltelijk- verloren.”

Bij een artistiek traject als Holding Space ligt dat anders. “Hier voel je toch wel een zekere druk dat je iets moet brengen dat in alle opzichten ‘af’ is”, bekent Judith. “Maar je krijgt er ook de tijd en de middelen voor. Er zijn technici die met je meedenken en een veel sterkere administratieve ondersteuning. Je moet je dus nauwelijks nog iets aantrekken van het praktische en productionele. Het is ook leuk om met amateurs te werken die veel meer ervaring hebben als danser. Ze kunnen fysiek en mentaal een stuk meer aan, wat extra mogelijkheden creëert en je toelaat om sterker op het artistieke te focussen.”

Dansen tot je ‘op’ bent Het fysieke concept van ruimte bewaren of iemand toelaten in jouw ruimte werd één van de uitgangspunten voor het bewegingsmateriaal in Holding Space. “We hebben daar tijdens improvisaties veel rond gewerkt”, zegt Judith, “Ben je gever of volger? Wanneer laat je, tijdens een duet, iets in jouw ruimte toe? Wanneer niet? Een andere belangrijke pijler in ons onderzoek was de lichamelijke uitputting. Wat gebeurt er als je lichaam vanuit stilstand in overdrive gaat? Wat betekent het om lichamelijk volledig ‘op’ te zijn? We hebben dat persoonlijk proberen te ervaren. Wat mij daarin trof, was de manier waarop er plots een knop omslaat in je hoofd. Het verstand gaat op nul en het lichaam neemt over. Je stelt jezelf geen vragen meer, de innerlijke discussie over zin of onzin valt stil. Er is enkel nog beweging.”

Karen Lamberts tijdens de repetities on stage van Holding Space

Passies combineren Niet enkel Judith heeft al een hele geschiedenis bij Passerelle, ook Karen Lamberts is een bekend gezicht. “Ik denk dat ik dit jaar voor de vijfde keer al deelneem aan één van de artistieke trajecten”, zegt ze. “De eerste keer was met Thomas Devens, later met Peter Savel in Fairy Queens en ik zat ook in Castle in the air met Jamie Lee en Stanislav Dobak. Eigenlijk ben ik professioneel danser. Ik ben afgestudeerd aan het Conservatorium van Antwerpen en geef ook les. Maar ik heb nog een andere grote liefde: taal. Ik vertaal uit het Engels en Frans. Ik heb die passies altijd willen combineren. Passerelle is voor mij een geweldige oplossing omdat ik de repetities kan combineren met mijn werk en omdat de projecten mij als danser voldoende uitdaging bieden.” Holding Space zou wel één van Karen’s favoriete projecten kunnen worden. “Net omdat de moeilijkheidsgraad precies goed zit. Het is mentaal uitdagend om mee te zoeken naar nieuwe invalshoeken en ideeën, maar ook fysiek is dit een stevige kluif. Op sommige dansfrases brak ik eerst mijn tanden stuk. Holding Space zit dan ook nog eens conceptueel strak en belooft esthetisch sterk te worden. Voor de repetities moet ik dagelijks tussen Antwerpen en Kortrijk reizen, maar ik doe het altijd met de glimlach.”


De coaches van Passerelle De coaches van Passerelle Het gaat zelden om pasjes, maar om verbeelding en creativiteit Goede coaching is een kwestie van technische vaardigheid en weten hoe je het aan moet brengen. Maar het is meer dan dat. Ook enthousiasme en passie spelen een rol. Dat bewijzen de coaches van Passerelle. Dagdagelijks weten ze kinderen, jongeren en jongvolwassenen te motiveren om hun grenzen te verleggen, talenten te verkennen en een nieuwe taal te ontwikkelen - zélfs jongeren die anders niks hadden met hedendaagse dans. We spraken met Darline Deprez en Lot Jansen. toonmoment Dansba(a)r van Lot Jansen

Darline Deprez startte een tweetal jaar geleden bij Passerelle als coach, maar kende de organisatie al langer. Ze had eerder deelgenomen aan een auditie voor een dansproject met de Lala’s, het choreografenduo Laure Vanborm en Laura Dever.

Ook Lot Jansen heeft fijne herinneringen aan haar eerste samenwerking met Passerelle. “Tijdens mijn opleiding als sociaal-cultureel werkster liep ik stage bij Piazza dell’Arte, een organisatie uit Antwerpen, die naar scholen trok met kunstbussen om samen met leerlingen van het secundaire in een bepaalde discipline een week aan een creatie te werken. Na mijn opleiding SCW heb ik een opleiding dans- en podiumtechnieken gevolgd en later nog een jaartje scenografie. Passerelle vroeg mij voor Spetterletters, een project voor kinderen van de onthaalklas, tot het vierde leerjaar op een basisschool in Wetteren.”

Ondertussen werkte ik mijn studies af als Uitvoerend Danstheater Dansdramaturgie aan de Fontys Dansacademie. Daarna tourde ik een tijdlang met een aantal kleinere dansgezelschappen om dan - eerder toevallig - Pol Coussement weer tegen het lijf te lopen. Hij zocht iemand voor het project Paaseiland voor kinderen van 10 -11 jaar.” Darline nam de opdracht aan met een klein hartje. “Ik was onzeker over die workshopweek”, bekent ze. “Ik heb het dan ook extra goed voorbereid: dansfrasen gemaakt, informatie opgezocht over het Paaseiland Rapa Nui. Het was een beetje overkill, want uiteindelijk is er heel veel uit de kinderen zelf gekomen. Die week is voorbij gevlogen. En het allerleukste: het toonmoment was echt een samensmelting van mijn ideeën met die van de groep. Wat me ook raakte was het grote vertrouwen dat ik kreeg van Passerelle. Ik was met het idee gekomen om het podium vol te stouwen met ballonnen, als knipoog naar die beelden, die kolossale hoofden op Rapa Nui. Andere organisaties zouden de wenkbrouwen fronsen of zeggen dat daar geen budget voor is. Bij Passerelle gingen ze vol enthousiasme in mijn visie mee en zorgden ze ervoor dat die ballonnen er waren tegen het toonmoment.”

Darline Deprez

Het gaat erom dat je vanuit de kinderen vertrekt, vanuit hun beleving en fantasie. Wij stellen wel een thema voor en bieden structuur aan, maar de invulling komt van hen.

Lot Jansen

Lot heeft, vanuit haar ervaring, een visie over cultuureducatie die bijzonder goed aansluit bij die van Passerelle. “Het gaat erom dat je vanuit de kinderen vertrekt, vanuit hun beleving en fantasie. Wij stellen wel een thema voor en bieden structuur aan, maar de invulling komt van hen. Het resultaat is dat een project soms een heel andere richting uitgaat dan wat je had verwacht. Maar dat is net zo mooi. Ik herinner mij dat bij het project Beeldig één van de leerkrachten erg sceptisch was. Hij vond ons niet streng genoeg. Nu is het zo dat we kinderen in onze projecten zo veel mogelijk bewegingsvrijheid geven, letterlijk en figuurlijk. Vaak zie je dan dat hun tong de eerste dagen hard meebeweegt. (lacht) Maar dat is normaal. Ze zijn die vrijheid niet gewoon, maar meestal draaien ze snel bij om dan heel geconcentreerd mee te werken.

Nu, die leerkracht had het daar dus moeilijk mee en riep voortdurend dat het stil moest zijn. Telkens wanneer hij riep, krompen die kinderen zo’n beetje ineen. Uiteindelijk heb ik een element dat voor mij als onaangenaam werd ervaren: nl. het roepen, op een positieve én creatieve manier gebruikt in de voorstelling. Ik heb ze zelf woorden laten scanderen als cue, als een soort teken dus om een bepaalde beweging in te zetten.“

Macht aan de verbeelding Passerelle mag dan wel een dansorganisatie zijn, in haar projecten gaat het zelden of nooit om pasjes. “Neen”, bekrachtigt Darline, “Het gaat om verbeelding, creativiteit, een nieuwe manier om jezelf uit te drukken. Veel kinderen met wie we werken, hebben geen danservaring. Dat hoeft ook niet. We kijken naar wat ze wél kunnen: zingen, verhalen verzinnen, een sport,.. Wat danstechnisch ontbreekt, wordt gecompenseerd met bewegingen die de kinderen zelf maken via oefeningen en assosciaties. Mooi hoeven die niet te zijn. Voor mij zijn originaliteit en authenticiteit veel belangrijker. Het estetische, daar werken we later wel aan. Dat is dan mijn taak, als choreograaf, om die bewegingen bij te werken en in een context te brengen waarin hun betekenis duidelijk en zinvol voor een publiek wordt.” “Heel weinig mensen hebben een idee van wat ik doe bij Passerelle”, lacht Darline. “Ze denken dat ik dansles geef. Maar dat klopt niet helemaal. Ik leer de kinderen geen pirouettes of een grand battement. Ik leer ze de dingen op een andere manier bekijken. En daarin zijn ze stuk voor stuk zeer getalenteerd. Door hun onbevangenheid vind ik kinderen doorgaans zelfs creatiever dan dansers uit het professioneel circuit.”


De coaches van Passerelle De coaches van Passerelle Het gaat zelden om pasjes, maar om verbeelding en creativiteit Thuis bij Passerelle Zowel Lot als Darline werken ook voor andere partners, maar allebei vinden ze Passerelle een beetje thuiskomen. “Het ligt aan kleine dingen”, vertelt Lot, “Bij Passerelle heb ik altijd het gevoel dat ze achter mij staan. Er is een groot vertrouwen: als maker krijg ik carte blanche. Maar tegelijk staan ze klaar van zodra ik vragen heb, zowel educatief, praktisch als inhoudelijk. Ik herinner mij de zomerworkshop Dansba(a)r. Ik had toen de kinderen van het eerste leerjaar, zesjarigen dus, en vond moeilijk een insteek. Na een brainstorm met de kinderen rond dit thema kwamen we niet verder dan feestdrankjes, discoballen, een ‘dansbar’ dus. Het woord Dansba(a)r gaf minder creatieve ideeën en uitspraken van kinderen dan ik gewoon was met deze leeftijd. Het gesprek en overleg met de medewerkers van Passerelle heeft me toen echt wel op weg geholpen om alsnog de juiste invalshoek te vinden.”

“Ik werkte bij ‘Stel dat…’ rond ‘Stel dat we op wolken leven’”, zegt Darline, “en wilde de kinderen letterlijk op wolken doen dansen. Typisch zo’n idee dat simpeler gezegd is dan gedaan. Sabine, die vanuit Passerelle ons ondersteunt, is toen bijgesprongen. Ze heeft zakken vol wol op het podium gesleurd en ondanks de eenvoud werkte dat wonderwel! Weinig organisaties denken zo sterk met je mee.” Passerelle biedt zijn coaches maximale ondersteuning en tijd. “In de projecten waarin je met kinderen een proces doormaakt, is tijd cruciaal”, weet Lot. “Ze krijgen zo veel indrukken te verwerken, dat haspel je niet zo maar in enkele uren af. Van bij de eerste minuut al worden hun verwachtingen van wat dans is in vraag gesteld: neen, ik geef geen hiphop. En ja, ook voetbal kan dans zijn. Sommigen reageren opgelucht, anderen teleurgesteld. Maar allemaal hebben ze even tijd nodig om aan dat idee te wennen en zich open te stellen voor wat we dan wel gaan doen. Passerelle heeft dat goed begrepen door te streven naar meerdaagse projecten, of duurzame partnerships met scholen en organisaties.”

De favorietenlijst Darline en Lot hebben ondertussen al tientallen projecten begeleid bij Passerelle. “Het is moeilijk om er één favoriet uit te kiezen”, vertelt Darline, “al zal Paaseiland altijd een speciaal plekje in mijn herinneringen hebben omdat het mijn eerste project was.” Storm Opwaarts was net iets anders dan anders. “Ik heb die workshop twee keer gegeven in cultuurcentrum De Grote Post in Oostende. Alleen al het gebouw is super speciaal: een geslaagde renovatie van een modernistisch postgebouw uit het begin van de jaren vijftig. De indrukwekkende lokettenzaal is nog intact terwijl de binnenkoer hypermodern oogt. Niet alleen het gebouw maar ook de vibes zaten goed. Op de dag van het toonmoment viel het water bij bakken uit de lucht. Toch wilden de kinderen - een groep van 11-12 jaar – per se doorgaan.”

werken ’on stage’ tijdens In Perspectief met Darline Deprez

Een meer dan eervolle vermelding gaat ook naar In Perspectief in de Kortrijkse Budascoop. “Wat ik daar onvergetelijk vond”, zegt Darline, “is dat we een hele week in het theater zelf hebben kunnen repeteren mét technische assistentie. Vanaf de eerste minuut konden we dus al experimenteren met belichting en met de indeling van het podium. Visueel is het één van de mooiste voorstellingen die ik heb mogen maken: midden op de vloer stond een scherm, de dansers dansten in spiegelbeeld zonder elkaar te zien. Er zaten ook een aantal sterke passages tussen waarin we met schaduw werkten… Op zo een manier repeteren is een absolute meerwaarde.“

wie, wat, waar en hoe het bijvoorbeeld zit met de kostuums, terwijl ik dat nog even open wou laten. Maar we hebben daarin een compromis gevonden. En ik moet toegeven dat ik, op mijn beurt, strakker heb leren organiseren. Voor de grootouders was het vooral wennen dat het niet zo maar een dansje was dat de kinderen brachten. Maar ook daarop waren uiteindelijk veel positieve reacties. En dat is wat ik zo straf vond aan dat project: Ik heb het gevoel dat ik een aantal normen en verwachtingen heb kunnen in vraag stellen, zonder iemand daarbij op de tenen te trappen.”

Wanneer we Lot vragen wat haar favoriete projecten waren, grijpt ook zij in de eerste plaats terug naar de workshop waarmee het allemaal begonnen is. “Spetterletters was spannend en uitdagend omdat het zo’n groot project was”, vertelt ze, “met al die leerlingen, op verscheidene locaties in de school. Maar ik vond ook de ontmoeting boeiend, met de kinderen, de leerkrachten en de grootouders voor wie we gingen optreden. De kinderen heb ik snel kunnen overtuigen, door op een doordeweekse dag, onaangekondigd op de speelplaats te gaan dansen, met een ballon. Dat vonden ze zeer intrigerend en toen ik kort daarna in de klas kwam, was het ijs meteen gebroken. Bij de leerkrachten ging het iets moeilijker. Leerkrachten werken in een zeer gestructureerde omgeving en willen altijd snel weten

toonmoment Stel Dat van Darline Deprez Lot Jansen aan het werk tijdens het project Stel Dat

Ik leer de kinderen geen pirouettes of een grand battement. Ik leer ze de dingen op een andere manier bekijken.


Pix & Moves Denise Namura & Michael Bugdahn

Pix & Moves

Er is een grappige synergie tussen de choreografen Denise Namura en Michael Bugdahn. Als de ene iets vertelt, zit de andere vaak instemmend te knikken, alsof ze uit één mond praten. Ze maken elkaars zinnen af. De twee vormen dan ook al tientallen jaren een duo, zowel op de planken als ernaast. Naast werk voor hun eigen Parijse gezelschap, à fleur de peau, maakten ze al choreografieën voor het nationaal ballet van São Paulo, het Bernballet en nu dus ook voor Passerelle. De vertolkers Om tot Pix & Moves te komen vertrokken Michael & Denise vanuit improvisatieoefeningen. Al blijft daar in de uiteindelijke voorstelling weinig van over. “Iedere stap in onze voorstellingen staat uitgeschreven”, zegt Denise. “Je hebt dansers voor wie een choreograaf iemand is die de krijtlijnen uittekent, waarbinnen zij freestylen. Je hebt dansers die vanuit improvisatie een hele voorstelling maken en dan boos zijn dat de choreograaf er zijn naam op plakt. En je hebt de vertolkers, dansers die zich vooral inzetten om de ideeën van de choreograaf zo goed mogelijk tot leven te brengen. Dat laatste type is waar wij het liefst mee werken. Michael Bugdahn

Met Pix & Moves maken Denise en Michael een jarenlang voornemen waar om een voorstelling te creëren rond het werk van de Schots/Canadese cineast Norman McLaren. “McLaren is een bijzonder intrigerende filmmaker die leefde tussen 1914 en 1987”, duidt Michael. “Hij maakte drie soorten films: animatiefilms, abstracte films - vaak met dansers - en ook klassiekere films met echte acteurs in een min of meer realistisch decor. In elke film zit er wel een soort twist, iets irreëels. De rode draad doorheen McLarens’ werk is humor, aandacht voor ritme en muziek, maar ook veel ambachtelijk gecreëerde special effects. Sommige animatiefilms maakte hij bijvoorbeeld door op de pelicule zelf te schilderen of te krassen. Soms maakte hij ook vlekken op de geluidsband om een bepaald effect te creëren. Bijvoorbeeld, in Neighbours gebruikt McLaren een soort stop-motion-techniek avant la lettre. Hij noemde het zelf pixilation. Het is ook van die term dat we de titel van ons stuk hebben gehaald.“

” Wat niet betekent dat de dansers een louter uitvoerende rol hebben. “Integendeel”, zegt Michaël. “Ze zijn onze muze, de drijvende kracht achter onze choreografie. Vandaar ook de improvisatie bij de start van ieder creatieproces. Die dient om dansers vertrouwd te maken met onze bewegingstaal, maar ook - en vooral - om te observeren wie ze zijn. Wanneer we een choreografie maken, proberen we die zo sterk mogelijk op het lijf van onze dansers te schrijven. Hun persoonlijkheid, hun fysieke eigenschappen, maar ook kleine, typische trekjes nemen we in het stuk mee. Het nadeel, vooral binnen ons gezelschap dan, is dat niemand in onze voorstellingen vervangbaar is, of toch zeer moeilijk. Hun karakter zit zo hard ingebakken in het stuk dat je niet zo maar iemand in hun plaats kan zetten.”

Choreografenconcours Groningen Denise en Michael werkten eerder al in België, maar dat is ondertussen twintig jaar geleden. “Vóór Passerelle bestond, nodigde artistiek leider Pol Coussement ons al eens uit om een korte workshop te geven in Kortrijk. Dat was kort nadat we elkaar hadden ontmoet op het choreografenconcours in Groningen. Pol zat toen samen met ons in de finale, met zijn stuk Handen Wassen, de enige voorstelling, nota bene, door amateurdansers. Uiteindelijk hebben wij het concours gewonnen, een gedeelde eerste prijs met nog een andere groep. Na de workshop in Kortrijk zijn we elkaar uit het oog verloren.” Tot enkele jaren geleden. “Michael en ik waren uitgenodigd voor een dansfestival in Brazilië. Toen ik aan het grasduinen was door het programmaboekje van het jaar ervoor zag ik dat Pol er ook te gast geweest was. Ik heb meteen een berichtje gestuurd via Facebook en zo zijn we weer aan de praat geraakt. Ik denk dat hij ons eerst niet goed durfde vragen voor Passerelle omdat we tegenwoordig vaak met grotere, professionele gezelschappen werken. Maar ook projecten met amateurs vinden wij super. We stonden al in scholen, geven regelmatig danstherapie in psychiatrische instellingen, en zo meer. Dat maakt ons werk net zo boeiend. De ene week in een groot theater met 1.200 plaatsen, de week erop in een piepkleine zaal, ik zou het niet anders willen. “

Humor binnen hedendaagse dans deed vroeger vaak de wenkbrauwen fronsen. “De samenwerking met Passerelle is zeer goed meegevallen. Ten eerste omwille van de artistieke vrijheid”, vertelt Michael. “We hebben absoluut carte blanche gekregen om te maken wat we wilden. Bij andere gezelschappen of organisaties moet je vaak rond een thema werken. Dat was hier niet het geval. We konden gewoon onze goesting doen. (lacht) Ook heel plezant is dat je merkt dat hier echt wel een cultuur bestaat rond dans. De dansers waarmee we hebben gewerkt voor Pix & Moves zijn geen professionelen, maar hebben een professionele ingesteldheid, een grote openheid om dingen uit te proberen en bij te leren. Ze namen eerder al eens deel aan andere projecten van Passerelle en ondanks hun leeftijd stralen ze een zekere maturiteit uit. Je voelt dat ze al een en ander hebben ervaren en gezien binnen hedendaagse dans en niet zo gauw uit hun lood te slaan zijn.”

McLaren stond al lang op het verlanglijstje van Denise en Michael omdat ze veel gelijkenissen zien met hun eigen werk. “Humor binnen hedendaagse dans zie je nu wel vaker”, vertelt Denise. Maar dat was ooit anders. “Toen wij eind jaren tachtig dat soort werk brachten, werden er vaak wenkbrauwen gefronst. Voor het overige herkennen we onszelf vooral in het muzikale, het ritmische van McLarens werk. Zijn films waren dikwijls ook zeer choreografisch.“ Annabel Deldaele en Marlies D’Hulst tijdens de repetities

Denise Namura

Denise Namura & Michael Bugdahn Denise Namura (BRA) en Michael Bugdahn (GER) leerden elkaar kennen tijdens hun dansopleiding en vormen sindsdien een onafscheidelijk duo, zowel privé als professioneel. Ze gingen in Parijs wonen en richtten in ’88 het gezelschap à fleur de peau op. À fleur de peau is een Franse uitdrukking en betekent zo veel als ‘zeer gevoelig’. Het gezelschap werkt bewust met een kleine los-vaste groep dansers. “Maximaal zes mensen”, vertelt Denise, “die dan langere tijd aan ons gezelschap verbonden blijven, zodat er een band kan groeien. We werken met mensen, niet met werktuigen. Maar ook: hoe beter we onze dansers kennen, hoe meer we iets kunnen maken dat op hun lijf geschreven is en hoe strakker de voorstelling. Het is zoals met wijn of kaas: ook die worden beter met de jaren.” Denise en Michael maakten ondertussen al een dertigtal voorstellingen, opvallend genoeg ook voor klassieke balletgezelschappen, onder meer dat van São Paulo en van Bern. Michael: “Onze manier van werken is niet klassiek en dat weten die gezelschappen ook. Maar het is net dat avontuur dat hen aantrekt, denk ik.” De voorstellingen van het duo gaan verder dan louter hedendaagse dans, ze bevatten elementen uit het bewegingstheater, teksttheater en de mime. Ook expressie speelt een grote rol in hun werk én humor, zij het dan eerder tragikomedie. Dans is voor Denise en Michael een middel om artistiek onderzoek te voeren naar ‘het lot van de mens’ en over dat onderzoek te communiceren met een breed publiek.


Wie het (dans)schoentje past Mede-eigenaar

Over hoe Passerelle plots participatieve kunstenpraktijk werd

Wie het (dans)schoentje past… Demos vzw is een kenniscentrum dat onderzoekt hoe je kansengroepen nauwer kan betrekken bij cultuur, jeugd en sport. In 2015 publiceerde Demos een Manifest voor participatieve kunstenpraktijk. Demos besloot een aantal culturele praktijken onder de loep te nemen en duidelijk te benoemen wat een participatieve kunstenpraktijk is. Het onderzoek leidde tot vier kernkwaliteiten, waarin Passerelle zich wonderwel herkent. “Een eerste kernkwaliteit van een participatieve kunstenpraktijk is dat ze contextueel is”, vertelt Bart Rogé van Demos, “wat betekent dat je je als artiest of als organisatie vastzuigt in het maatschappelijk weefsel waar je werkt. Dat je na verloop van tijd deel gaat uitmaken van de wijk, de buurt of de stad waar je actief bent.” “Bij Passerelle is dat wellicht het duidelijkst merkbaar in Roubaix”, vertelt artistiek leider Pol Coussement. “Daar werken we ondertussen al vier jaar in een school in één van de meest achtergestelde buurten van Frankrijk. Aanvankelijk was dans iets voor meisjes en vonden ze Pol een rare kwast. Ondertussen is ons jaarlijks project iets waar de kinderen naar uitkijken, zowel de meisjes als de jongens. Twee leerlingen van het afgelopen jaar, een meisje én een jongen, starten dit jaar zelfs met een balletopleiding aan het prestigieuze Ballet du Nord.” “Soms gaat het nog een stapje verder”, vertelt Bart, “en slagen artistieke projecten er in om mensen uit de buurt, die anders nog nooit met elkaar gesproken hebben, te verenigen. Een typisch voorbeeld hiervan is het schoolpersoneel en de buurtbewoners. Veel scholen zijn letterlijk afgesloten van de buurt, met een stevige poort. Ook figuurlijk is het een andere wereld. Binnen de muren gelden regels, normen en codes die heel verschillend zijn dan daar buiten. Artisitieke projecten kunnen die codes doorbreken en brengen leerkrachten en buren op een andere manier samen. Dat creëert openingen om bijvoorbeeld informeel de problemen van de wijk te bespreken.” Een contextuele werking vraagt wel doorgedreven inspanning. “Je komt er niet met een éénmalig project”, zegt Bart. “Je bereikt het enkel via langdurig partnerschap.” Dat is waar ook Passerelle naar streeft. “Het interesseert Passerelle minder om honderd projecten te starten in evenveel scholen”, weet Pol. “Veel liever gaan we voor meer projecten, met meer diepgang, betere kwaliteit en een grotere impact.”

Oumèmah - tijdens Miroir Magique - volgt nu samen met Sabry balletles bij Ballet du Nord (Roubaix)

Kunstelen of knutselen? Dat een kunstenpraktijk artistiek een meerwaarde moet bieden – de tweede kernkwaliteit – lijkt vanzelfsprekend. Alhoewel. “In principe kan iedereen leren dansen, schilderen of acteren”, vertelt Bart. “Daar bestaan technieken voor. Het is gewoon een zaak om die technieken aan te leren. Maar daar gaat het dus niet om. Wij beschouwen een project artistiek als het de verbeelding prikkelt, als het de deelnemers helpt om een andere taal te ontwikkelen. Onze samenleving is zeer verbaal. De kunsten bieden daarin een alternatief: een andere manier om over dingen te praten of om thema’s aan bod te brengen die we anders niet verwoord krijgen. Een artiest graaft ook dieper. Het gaat, kort samengevat, om het verschil tussen kunstelen en knutselen. Knutselen is iets ambachtelijks, iets maken dat in de eerste plaats esthetisch is. Terwijl kunstelen meer vertrekt vanuit het gevoel en vaak opzettelijk buiten de lijntjes kleurt.” “Bij Miroir, één van onze projecten” illustreert Pol, “hadden we even goed kunnen vertrekken vanuit een aantal dansfrasen die ik zou bedacht hebben. Ons uitgangspunt was de spiegel. Daar vallen wel wat bewegingen bij te verzinnen. We hebben een spiegel in de klas gezet en de kinderen gevraagd wat ze daar bij dachten. Vonden ze het leuk om zichzelf zo te bekijken? Was het confronterend? Op basis van hun antwoorden hebben we verder gezocht en pas daarna zijn we hun ideeën gaan vertalen in beweging.” “Daar komt het inderdaad op neer”, knikt Bart. “Verhalen, indrukken en interpretaties verzamelen en omzetten naar iets universeels, dat het publiek raakt.”

Het participatieve aspect, de derde kernkwaliteit, draait om aandeelhouderschap, “om het deel nemen en deel hebben aan de voorstelling waar je als amateur aan meewerkt”, verduidelijkt Pol. “Het leunt aan bij het artistieke. Het is niet de bedoeling dat deelnemers braaf nadoen wat we hen voortonen. Ik ben geen leerkracht. Het is net de bedoeling dat ze in dialoog gaan, hun persoonlijkheid in de weegschaal gooien, hun meningen en ideeën delen, op zo’n manier dat ze mede-eigenaar worden van het eindresultaat.”

“Zelfs persoonlijke progressie kan je niet hard maken in cijfers”, zegt Pol, “al wil ik toch graag geloven dat we een paar jongeren flink op weg hebben gezet. Ik had het daarnet al over die jonge Braziliaan. Maar ik denk ook aan Monica uit Litouwen, uit een andere OKAN-klas. Die heeft ondertussen al meegewerkt aan een video-project van de stad Kortrijk en het buitenschoolse Passerelle-project WeCanBeHeroes. Zij was bovendien ook vrijwilliger tijdens de internationale bijeenkomst van DansPunt die Passerelle mee organiseerde. Dat zijn toch serieuze engagementen voor jongeren die nog maar pas in ons land wonen?”

Ook al hebben deelnemers minder artistieke ervaring, toch worden ze als vol aanzien.

Om jongeren verder te ondersteunen, denkt Passerelle al langer over natrajecten. “Want dat is vaak het probleem”, zegt Pol, “dat je met een project iets in gang zet, om te merken dat er niks op volgt. Jongeren haken af en de vooruitgang die je hebt geboekt, gaat verloren. Na vier jaar werking in Roubaix boek je resultaten maar met een project als WeCanBeHeroes betrek je OKANNERs in nieuwe projecten, contexten en uitdagingen. De goesting blijven prikkelen zet de jongeren aan om aan nieuwe projecten mee te werken of simpelweg hun opgedane ervaringen mee te nemen en te benutten.”

“Basisvoorwaarde voor dat mede-eigenaarschap is gelijkwaardigheid”, vult Bart aan. “Ook al hebben deelnemers minder artistieke ervaring, toch moeten ze als vol worden aanzien.” Wat Passerelle dan ook doet. “Of ik nu met professionelen werk of met amateurs maakt geen verschil”, zegt Pol. “We werken volgens dezelfde methode, vanuit dezelfde vibe. Je neemt hen mee in een traject en soms ontdek je verrassende competenties. Het leukste voorbeeld was enkele jaren geleden met de OKAN-klas uit Kortrijk, een klas voor anderstalige jongeren die pas in België waren. Matheus, een jonge Braziliaan, had vooral oog voor alles wat techniek betrof. Uiteindelijk bediende hij de lichttafel ’on stage’ tijdens de voorstelling en bleek hij een natuurtalent. Nu helpt hij regelmatig als technicus bij andere projecten van Passerelle. Het is een geweldige medewerker, met een enorme focus. Hij schrikt er ook niet voor terug om mij te corrigeren als ik tijdens een voorstelling al eens een verkeerde aanwijzing geef.”

Zelfontplooiing De laatste kernkwaliteit voor een participatieve kunstenpraktijk is het transformatieve, wat slaat op persoonlijke groei. “Op nieuwe talenten die je ontdekt”, zegt Bart “of op meer zelfzekerheid. Het slaat op iets individueels, al kan het onrechtstreeks ook effect hebben op ruimere schaal. Neem nu dat verhaal van Roubaix en die kinderen die naar het Ballet du Nord gaan. Ik kan me inbeelden dat dat ook een boost geeft aan de buurt. Dat de mensen daar een soort trots uit putten. Al valt het natuurlijk moeilijk te meten.”

Alvyn, Monica, Maya & Mohammed tijdens de repetities van We Can Be Heroes

“Zo’n natraject wordt spijtig genoeg onvoldoende door de overheid ondersteund”, zegt Bart, “Impliciet en waarschijnlijk onbedoeld wordt het zelfs tegengewerkt. Culturele organisaties krijgen massaal veel quota opgelegd. Ze moeten x-aantal projecten begeleiden, minstens zo veel jongeren bereiken,… allemaal ‘targets’ die soms in de weg staan van de kwaliteit, de impact en de diepgang van een project. Gelukkig zie ik daar langzamerhand verandering in komen en groeit het besef dat het beter kan. Ik beschouw het als een bijkomende laag in het transformatieve, dat niet enkel de deelnemers groeien en evolueren, maar ook de culturele organisaties én de overheid.”


De Grote Post @ Westerkwartier Passerelle en De Grote Post @ Westerkwartier Een positieve missie vanuit gedeelde frustratie

Het Oostendse Cultuurcentrum De Grote Post heeft een sterke band met Passerelle. Een huwelijk kan je het niet noemen. ‘Friends with benefits’ komt al dichter in de buurt, al laat ook dat net iets te veel ruimte voor interpretatie. Hoe het dan wel zit, vertellen Sara Vanderieck en Jozefien Uittenhove, twee medewerkers van De Grote Post.

Storm Opwaarts in De Grote Post

De Grote Post is een relatief jonge organisatie. Pas vier jaar geleden opende het CC de deuren in het oude, knap gerestaureerde postgebouw van Oostende. De eerste samenwerking met Passerelle kwam er vrij snel, onder meer dankzij Sara Vanderieck. “Ik ben afgestudeerd als theaterregisseur aan het RITCS”, zegt ze, “maar heb daarna altijd binnen hedendaagse dans gewerkt. Ik was onder meer productieleider en assistent bij Les Ballets C de la B. Daarna ben ik bij De Grote Post begonnen, maar werkte ik ook als zelfstandig dramaturge. Het is in die functie dat ik Pol Coussement heb ontmoet, de artistiek leider van Passerelle. Samen met Lisi Estaras en Bérengère Bodin, werkte ik in de Kortrijkse Schouwburg aan Leche, een voorstelling met veertien vrouwen, allemaal getalenteerde amateurs met diverse achtergronden binnen dans. Toen Pol me over Passerelle vertelde, merkte ik meteen sterke raakvlakken met De Grote Post. Eén van mijn belangrijkste taken bij het CC is om bruggen te slaan tussen professionelen en amateurs. Bijvoorbeeld: als muziekgroepen -onlangs nog Aranis- met lokale muzikanten willen werken, dan zoek ik die op. Ik regel een ontmoeting tussen mensen van het amateurtoneel en een professionele scenograaf. Het wegvlakken van die grenzen, tussen professionelen en amateurs, is ook bij Passerelle één van de kernmissies.”

Het eerste gemeenschappelijke project werd de workshop Storm Opwaarts. “Die workshop heeft enkel maar bevestigd hoe sterk we op dezelfde lijn zitten”, weet Jozefien. “Ik ben als programmator verantwoordelijk voor de publiekswerking, voor alles waar ‘doen’ bij staat: cursussen, workshops, gespreksavonden en zo meer. Wat ik fijn vind aan Passerelle is hun flexibiliteit. Ze maken hun workshops op maat. Daardoor kan je ze gemakkelijk integreren in je programma, naast andere voorstellingen of activiteiten met een bepaald thema. Storm Opwaarts bijvoorbeeld sloot aan bij het Jazzfestival Storm, dat Vrijstaat O bij ons organiseerde. Tijdens het festival stond de muziek van Fulco Ottervanger centraal en dat is ook waar de kinderen toen rond gewerkt hebben. Een ander voorbeeld is een workshop die we volgend jaar zullen doen: de ketting-reactie. De bedoeling is om in de lokettenzaal een reusachtige installatie te bouwen, zoals ze wel eens met dominosteentjes doen: allemaal voorwerpen op een rij, waarvan je het eerste dan omver gooit. Passerelle zal niet aan de installatie zelf meewerken, maar een dansworkshop organiseren die vanuit hetzelfde principe vertrekt. Gezinnen waarvan één kindje graag knutselt en het andere liever danst, zullen zo met hun hele kroost bij ons terecht kunnen.” Ook de laagdrempeligheid bij Passerelle vindt Jozefien een plus. ’”De kinderen moeten geen speciale pakjes aan of pointes. Losse kledij volstaat. Zelfs ervaring hoeft niet bij de meeste workshops, als er maar goesting is en interesse.”

Een versnelling hoger 2017 brengt een nieuw, belangrijk engagement voor Passerelle en De Grote Post. “We schakelen onze samenwerking een versnelling hoger”, zegt Sara, “vanuit de gemeenschappelijke frustratie dat we altijd hetzelfde publiek bereiken met onze workshops hier: kinderen van goed opgeleide, blanke gezinnen. Niet dat we dat een slecht publiek vinden, maar het mag diverser. Pol heeft met Passerelle ondertussen ruime ervaring met kinderen en jongeren uit kansarme buurten. Hij werkt onder andere al vier jaar samen met een schooltje in één van de ruigste buurten in Roubaix. Dans is er veel gaan betekenen. Twee ex-leerlingen zijn zelfs gestart aan de Ballet du Nord. De bedoeling is nu om in de Krokusvakantie een gelijkaardige werking op te starten in het Westerkwartier. Dat is een wijk in Oostende waar ook veel armoede is. Het grootste deel bestaat uit een sociale woonwijk en zowat tachtig procent van de inwoners hebben een migratieachtergrond. Het zijn mensen die vanuit zichzelf nooit zouden binnenstappen in De Grote Post, dus trekken wij naar hen toe.”

“De eerste contacten zijn ondertussen reeds gelegd”, vertelt Jozefien. “We hebben een aantal brugfiguren gesproken die zijn aangesteld door de stad om te bemiddelen in de wijk. Er zijn afspraken gemaakt met de huiswerkklas, waar veel van de kinderen begeleiding krijgen. We willen die mensen inschakelen om voor ons promotie te voeren en te helpen de drempel zo laag mogelijk te houden. Gratis zal de workshop wel niet zijn. Cultuur is iets waardevols waar gerust wat tegenover mag staan, maar we houden de prijs symbolisch laag. Bovendien krijgen de kinderen ’s middags eten. Stilletjes hopen we zo met twee groepjes van vijftien kinderen te kunnen starten.”

Ik ben vaak ontroerd als ik zie hoezeer jongeren zich op hun plek voelen bij Passerelle. Zelfs bij het meest verlegen kind, zie je het zelfvertrouwen groeien, om uiteindelijk te blinken op dat podium. De Grote Post koos Passerelle als partner omwille van haar expertise met kansarme jongeren, maar er zijn nog andere redenen. Sara: “Sowieso wilden we een dansproject, omdat dans iets universeel is en je er geen taal voor nodig hebt. Niet iedereen in de wijk spreekt even goed Nederlands. Maar het zijn toch vooral onze persoonlijke ervaringen die ons overtuigd hebben. Ik ben vaak ontroerd als ik zie hoezeer jongeren zich op hun plek voelen bij Passerelle. Zelfs bij het meest verlegen kind, zie je het zelfvertrouwen groeien, om uiteindelijk te blinken op dat podium.” ”Passerelle leert kinderen een nieuwe taal om zich uit te drukken.”, vult Jozefien aan, “zelfs al zijn ze technisch niet de beste dansers. Ik vind de onervaren dansers, persoonlijk, zelfs nog ‘straffer’ soms. Tijdens Storm Opwaarts bijvoorbeeld hadden we één groepje waar veel kinderen in zaten uit de dansschool en een ander waar bijna niemand van danste. Het toonmoment van de eerste groep was esthetisch knapper, maar dat van de tweede gevoeliger. Het was mooi om te zien hoe eerlijk en kwetsbaar die kinderen zich durfden opstellen.“

Geen touch and go Touch and go-projecten zijn projecten die een sterke, éénmalige impact hebben, om dan even snel weer te verdwijnen als ze gekomen zijn. Dat is niet wat we voor het Westerkwartier gepland hebben. Integendeel. De Grote Post gaat voor een duurzaam engagement. “Dat is volgens ons ook de enige manier waarop je zinvol kan werken in zo’n wijk”, zegt Sara. “Oostendenaars zijn op zich al wantrouwig. In het Westerkwartier geldt dat nog meer. Ik maak me dan ook geen illusies over die eerste workshop. Als het ons effectief lukt om in de Krokusvakantie met twee maal vijftien kinderen te starten en als daarvan drie ouderparen naar het toonmoment komen, dan zal dat een succes zijn. Maar je moet het op langere termijn bekijken. Een vertrouwensband bouw je niet in één week op. Ik reken minstens op een paar jaar voor we ons ultiem doel hebben bereikt: de mensen van het Westerkwartier naar onze reguliere werking leiden.” “Het is inderdaad onwaarschijnlijk hoe belangrijk vertrouwen en persoonlijk

Passerelle is een partner die we kennen, vertrouwen en waarmee we een visie delen. contact is”, zegt Jozefien, “zelfs bij de mensen die ons al langer genegen zijn. Vorig jaar bijvoorbeeld heb ik mij laten vervangen bij de voorstelling van het nieuwe seizoen. We gaan dan soms bij groepjes mensen thuis langs. Maar ik had het druk en er was een stagiaire langs geweest. Die kon dat zeker even goed als ik, maar toch. Er was teleurstelling bij de mensen, puur omdat het niet ‘ons Jozefien’ was, die was langsgekomen.” De Grote Post kiest dus voor duurzaamheid, maar ook voor continuïteit. “Het lijkt mij niet verstandig in zo’n wijk eerst een dansproject op te starten met Pol om een week later theater te gaan doen met Jos”, zegt Sara. “Zo bouw je niks op. Bovendien zijn we dan wel een groot huis, maar eentje met een beperkt budget. We kunnen ons niet veroorloven om constant uit te pakken met nieuwe dingen, waarvan de degelijkheid niet bewezen is. Passerelle is een partner die we kennen, vertrouwen en waarmee we een visie delen. Bovendien blijft Passerelle ook actief met workshops binnen ons gewone aanbod. Als jongeren van het Westerkwartier ooit de stap wagen naar De Grote Post, dan zullen ze dus minstens al één bekend gezicht terugvinden in ons programma.”

Pol Coussement & Darline Deprez in gesprek met een OKAN (OnthaalKlas voor Anderstalige Nieuwkomers)-klas


sfeerbeeld uit een repetitiemoment van Froniètres on stage n.a.v. 10 jaar Passerelle in 2015.

Een bijzonder woord van dank voor Luc Depreitere, die telkens opnieuw de werking van Passerelle treffend in beeld brengt


met de steun van

platform voor jonge dans

Kapucijnenstraat 10 B-8500 Kortrijk +32 56 25 50 77 info@passerellevzw.be www.passerellevzw.be

volg ons op Facebook (account: Passerelle vzw) of bekijk onze filmpjes op YouTube (account: passerellevzw)


Passerelle publicatie 2016