__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1


Leven zonder fianje


LEVEN ZONDER FRANJE Kleine encyclopedie van MalmCdy

samengesteld door K. van Berkel


Voorwoord Sinds het midden van de jaren zestig wordt in de Belgische Ardennen bij het stadje MalmCdy elk jaar een tentenkamp van een week gehouden voor leerlingen van het Ubbo Ernmius Lyceum uit Stadskanaal. De gangmaker van deze kampen was een leraar van die school, de wiskundigeJJ. Sloff, &e zelf al vele jaren in het gebied rond MalmCdy kampeerde. Sloff gaf niet alleen leiding aan de kampen, hij verschafie ieder die het horen wilde ook volop informatie over flora, fauna en geschiedenis van de streek. Met het oog op zijn leefijd heeft lqj zich echter de laatste jaren meer en meer uit de organisatie en de leiding van het kamp teruggetrokken; anderen hebben die taak geleidelijk en inmiddels ook formeel van hem overgenomen. Op CCn punt kon men echter zijn rol niet zo goed overnemen en dat betrofhet doorgeven van allerlei wetenswaardigheden over de omgevingvan MalmCdy. Om daarin te voorzien heb ik, inmiddels ook een van de veteranen, op mij genomen in kort bestek wat informatie over de omgeving van het kamp en het kamp zelfop papier te zetten. Behalve als een service voor de deelnemers aan het kamp moet dit boekje ook gezien worden als een klein eerbetoon aan Sloff, die zo lang de spil van het kamp is geweest en zonder wiens inspanningen er nooit iets van terecht was gekomen. De titel is ontleend aan een bekend kamplied,geschreven en gecomponeerd door Bemhard Wubbels, en geeft enigszins weer vanuit welke inspiratie indertijd de kampen zijn opgezet. Bij de sarnenstelling van dit boekje heb ik van verschillende zijden hulp ondemonden, onder anderen van Jan Sloff zelf, die de geschiedenis van het kamp uit de doeken deed, en van Saskia Wilpshaar, die vanuit haar positie als deelneemster wat suggesties deed. Ik ben ze daarvoor dankverschuldigd, al blijf ik natuurlijk zelfgeheel verantwoordelijk voor eventuele onjuistheden die zijn blijven staan. De informatie heb ik aan verschillende bronnen, mondelinge en schriftelijke, ontleend. Het belangrijkste geschrifi dat ik raadpleegde is R. Collard, V. Bronowski, red., Le Guide du Plateau des Hautes Fagnes (Les Editions de 170ctogone,Brussel 1993).

Klaus van Berkel


Bij de tweede editie De eerste, eenvoudig uitgevoerde oplage van deze 'kleine encyclopedic' is tijdens het kamp van 1994 onder de deelnemers verspreid en kon toen op een gunstig onthaal rekenen. Op- en aanmerkingen die toen en later gemaakt zijn heb ik zoveel mogelijkverwerktin deze tweede en wat haiere editie. Drukfouten zijn verbeterd, op enkele punten is de tekst uitgebreid en aan het geheel zijn enkele illustraties toegevoegd. Deze tweede editie verschijnt in het jaar dat Sloff zeventigjaar wordt en kan worden opgevat als een vejaardagscadeau namens de deelnemers aan al de kampen die hij vanaf het midden van de jaren zestig geleid heef2. Niet alleen voor mij zal gelden dat door deelname aan de door hem georganiseerde karnpen mijn leven een belangrijke wending heefi ondergaan, waarvoor ik hem steeds dankbaar zal blijven.

- In h a I zuiden van Maas en ! gebruikt men de naan door de hoogteli. va meter wordt begm verschillende rivieren De ondergrond ba 500 miljoen jaar geld het Devoon (395 tot kwartsiet; gesteentcn door erosie verdwem hooggebergte, dated in de aardkorst opg schildvormig tot de h Signal de Borrange m lagen zijn bij de vest leisteengroeven aan d Door de relatie* dan in de rest van Bd oktober en mei telt n zelfi 150 vostijgingsregens (regen aan de rand van dc afkoelen) meer n e d per jaar meer dan I( Hautes Fagnes, d6 waarvan 30 met snac Het strengem k h gebied. Vanouds was hadden het over 'A Keltisch wood c k1 is).Het was voormn! door mensenhandzij de papierprodulrtieveen gevormd; k j streken of in het hot gronden (voormmc

Ardennen


f k i n e encyclopedic' is Ppdd en kon toen op gcn die toen en later :me& en wat haiere n is de tekst uitgebreid rb Deze cweede editie n Lm worden opgevat n al dc kampen die hij 6aallem voor mij zal nincrde kampen mijn m o o r ik hem steeds

- In het toeristisch taalgebruik noemt men heel BelgiE ten zuiden van Maas en Sambre de Ardennen, maar in aardrijkskundige zin gebruikt men de naam alleen voor het rniddelgebergte dat aan de noordkant door de hoogtelijn van 300 en in het zuiden door de hoogtelijn van 400 meter wordt begrensd. De Ardennen vormen een schiervlakte waar verschillende rivieren en beken diepe dalen in hebben uitgesleten. De ondergrond bestaat uit oude gesteenten uit het Cambriurn (570 tot 500 miljoen jaar geleden), het Siluur (435 tot 395 miljoen jaar geleden) en het Devoon (395 tot 345 miljoen jaar geleden), voornamelijk leisteen en kwartsiet; gesteenten uit jongere geologische tijdvakken zijn grotendeels door erosie verdwenen. Ooit lag op de plaats van de Ardennen een hooggebergte, dat echter agleet tot zeeniveau, later weer door bewegingen in de aardkorst opgeheven werd, weer a6leet en ten slotte nogmaals schildvormig tot de huidige hoogte opgestuwd werd (hoogste punt is het Signal de Botrange met 694 meter). De ooispronkelijk horizontale steenlagen zijn bij de verschillende verheffingen schuin komen te staan, wat in leisteengroeven aan de Warche goed te zien is. Door de relatief hoge ligging van de Ardennen is het klirnaat er strenger dan in de rest van Belgie. Vooral de winters zijn kouder dan elders; tussen oktober en mei telt men gemiddeld 110 vorstdagen, op sommige plaatsen zelfs 150 vorstdagen. Ook valt er in de Ardennen ten gevolge van de stijgingsregens (regenwolkenuit het westen moeten hun lading lozen als ze aan de rand van de Ardennen gedwongen zijn te stijgen en daardoor afkoelen) meer neerslag dan in de rest van het land; overal in dit gebied valt per jaar meer dan 1000 mm, op sommige plaatsen, bijvoorbeeld op de Hautes Fagnes, zeltl 1400 mm. Men telt gemiddeld zo'n 200 regendagen, waarvan 30 met sneeuw. Het strengere klimaat heefi ook gevolgen voor flora en fauna in het gebied. Vanouds was het gebied bedekt met een dicht woud (de Romeinen hadden het over 'Ardennua sylva', waarbij Ardennua afgeleid is van een Keltisch woord dat hoog betekent en sylva het Latijnse woord voor woud is). Het was voornamelijk beukenwoud, met hier en daar gemengd loofbos; door mensenhand zijn laterveel naaldbomen aangeplant, onder andere voor de papierproduktie. Op de hoogste, koudste en natste gedeelten heefi zich veen gevormd; daar groeien enkele planten die doorgaans alleen in koudere streken ofin het hooggebergte te vinden zijn. Ook de in cultuur gebrachte gonden (voornamelijk grasland, in de zuidelijke gedeelten ook akkerland) Ardennen


kennen hun beperkingen; het groeiseizoen is een maand korter dan elders en naoogsten zijn niet mogelijk. Fruitteelt is vrijwel ahezig in verband met de late nachtvorsten in het voorjaar. De Ardennen zijn van ouds dun bevolkt en vormden een emigratiegebied. De steden zijn bijzonder klein. Bastogne (Bastenaken) met 7000 inwoners en MalrnCdy met 6700 inwoners zijn nog de grootste.

Baraque Michel - Ondanks de slechte begaanbaarheid van het gebied liepen er ook in het verre verleden al handelswegen over het veen. Aan CCn van die handelsroutes, midden in het veen, vestigde zich aan het begin van de negentiende eeuw Michel-Henri Schmitz. Van beroep was Schmitz kleermaker, maar hij was getrouwd met een meisje uit het dorp Jalhay (am de rand van het veen, richting Verviers) en op de grens van de gemeente Jalhay, tegen de grens met MalrnCdy, begon hij een herberg. De overlevering wil dat hij eens verdwaald was in het veen, toen de gelofte deed dat als hij het er levend vanaf zou brengen ter plekke een wijkplaats voor verdwaalden zou stichtten en inderdaad nadien zijn belofie gestand heefi gedaan. Maar het staat we1 vast dat Schmitz de Baraque Michel uit zuiver zakelijke overwegingen heefi gebouwd. Schmitz woonde er al ettelijke jaren, toen hem de gelegenheid werd geboden zijn eenvoudige herberg te vervangen door een meer solide etablissement. In 1819 verdwaalde tijdens de jacht een notabele uit MalrnCdy, de heer De RondchCne, in de mist die in het veen soms plotseling opkomt. RondchCne hoorde echter in de verte het bl&en van de hond van Schrnitz en vond zo weer de weg naar de bewoonde wereld. Uit dankbaarheid stelde hij geld beschikbaar voor de nieuwbouw van Baraque Michel. Aan de voorgevel van het gebouw liet hij een klokje bevestigen dat bij nacht en ontij moest worden geluid om dolenden de weg te wijzen. In 1827 liet hij vlakbij een kleine kapel met daarin een vuurbaken bouwen. Na de dood van RondchCne bleef zijn schoonzoon, de industrieel Fischbach, optreden als begunstiger van Baraque Michel. Hij liet de kapel uitbreiden in de vorm die zij tegenwoordig nog heefi. Het was niet enkel mensenliefde die Fischbach daarbij dreef. Hij had plannen om het hoogveen in cultuur te brengen en experimenteerde a1 met de aanplant van lariksen en het weiden van schapen. De vergrote kapel, spoedig Chapelle Fischbach genoemd, moest de kern worden van een kleine nederzetting van kolonis-

see

..-......*.-.om plr

.-.-.-.- A Y W W

- - - -- O E M -


mamikorter clan elders

-in

verband met

mccn e-itiegebied.

cn)met 7000 inwoners

Cat_

Prhcid van het gebied -ha veen. Aan ken trkh tm het begin van a bcroep was Schmitz Pkha dorpJalhay (am pensvan de gemeente habag. De overleveI& gdofk deed dat als : cen wijblaats voor B b d d k gestand heefi qme Michel uit zuiver

& gckgenheid werd ba een meer solide k sen notabele uit ecRenram plotseling &van de hond van RaddUit dankbaar'mB m q w Michel. dat bij nacht k vijzaL In 1827 liet m h a L WCUI,

Bt industrieel

d d Hij lie-de kapel 6~Hct was niet enkel m nom het hoogveen

van lariksen g C b p d l e Fischbach acaing van kolonis-

I

+ t:

Kaart van de Hautes Fagnes en omgeving


ten. Maar de plannen leidden tot niets; de kapel bleef zonder dorp. Later diende de kapel als bedevaartsoord voor ornliggende dorpen. Baraque Michel zelfwerd in 1856,na de aanleg van de verharde weg van Eupen naar MalrnCdy, een pleisterplaats voor het Pruisische postverkeer en een douanekantoor, totdat de Duitsers in 1886 een paar kilometer zuidelijker, bij de kruising van de weg Eupen-MalmCdy met de weg Xh0fEa.i~Hockai, een nieuw douanekantoor openden (de latere jeugdherberg en tegenwooidige ~ u b e r de ~ ela Fagne). Baraque Michel bleefeen toeristische trekpleister omdat deze plek tot de aanhechting van Eupen-MalrnCdy bij BelgiE in 1919 het hoogste punt van Belgie was (672 m). Men bouwde op die plaats in het veen een ijzeren toren, die enkele jaren geleden is afgebroken.

Bayehon, Cascade du - De belangrijkste zijrivier van de Warche voor MalmCdy is de Bayehon. In deze beek bevindt zich ten noorden van de weg van Longfaye naar Ovifat een indrukwekkende waterval, bekend als doe1 van menige wandeling. Deze waterval markeert de plaats waar de beek na aanvankelijk op het veenplateau een gering vervd te hebben gehad, aan de rand van dit plateau vrij plotseling een groter verval krijgt. Door de afivisseling van harde en zachte gesteenten zijn bij deze waterval (maar ook verderop in de beek) soms diepe bassins uitgesleten; in de grotere kan men zelfi zwemmen. Bij de waterval vindt men pyriet, een ijzer-zwavelverbinding die uitkristalliseert in kleine kubusvormige kristallen van zilvergrijze kleur (ook we1 gekkengoud genoemd). Beek - Essentieel voor het kamp is de beek die langs het terrein stroomt (vroeger de Warche, later de Tr6s Marets, sinds 1994 weer de Warche). Men wast zich in de beek, poetste er woeger zijn tanden in, haalt er het water uit waarmee de toiletten worden doorgespoeld, koelt er levensmiddelen in, zwemt erin en houdt er spelletjes in. Ook werkt de beek als straf; als de kreet 'In de beek, in de beek, in de beek' weerklinkt, is het duidelijk dat iemand op zijn nummer gezet moet worden, meestal iemand van de leiding.

Berkel, Gebroeders van - Tot het vaste meubilair van het kamp behoren ook 'de neefjes van Sloff, Klaas, Jacob en Cees van Berkel. De eerste (geboren in 1953) g n g in 1965 voor het eerst met zijn oom mee naar

MalmCdy,nog v d gehouden. De twee a naar MalmCdy getrold Cees als animator vu meer op de achtergrm organisatorischewed Bert Hadderingh, ja kampen. In 1993sob van Berkel zich a1 va omstandigheden had leider van zijn drie ki

BBverc6 - Klein doq Genoemd in een oor betekenis g e w o b van MalmCdy en de n bossen en venen te w van de gemeente M BCvercC, waarvan he 1977 is bij de p m gemaakt en zijn de Ligneuville samengc Bonjean, Albert-Jc nen dichters en rn schoonheid van de Ien aldaar werkzame zijn studententijd sc (toen nog voor sled seling publiceerde E over Baraque Michc de la Fagne' (de zaq nostalgische van de en het alledaagse be de oprichters van voorzitter en later c op Baraque Michd


d c e f d e r dorp. Later

dedorpenm u de verharde weg van rclidKhe postverkeer en m paar kilometer zuidem a de weg Xhofli-aixZaat jeugdherberg en rdbkefeen toeristische rn Enpen-MalmCdy bij 2 m). Men bouwde op k l c jaren geleden is

r pm de Warche voor mmiorden van de weg am2 bekend als doe1 phtn waar de beek na :I d h e n gehad, aan de 4 krijgt. Door de P mmmval (maar ook in ck grotere kan men KZ, ecn ijze!r-zwavelmnigc M e n van

&F k terrein stroomt 94 weer de Warche). mden in, haalt er het

3, kodt er levensmidmkt de beek ah straf-, kJinkt,is het duidelijk 4 iemand van de

an het karnp behoren m Berkel. De eerste : zijn oom mee naar

Malmkdy, nog voordat er kampen van het Ubbo Emmius Lyceum werden gehouden. De twee anderen (een tweeling, geboren in 1958) zijn veel later naar MalmCdy getrokken. Maar zij hebben we1 een duidelijker rol gespeeld: Cees als animator van de groep, Jacob als organisator en karnpbeheerder meer op de achtergrond. Nadat Sloff zich formeel losgemaakt had van het organisatorische werk, zorgde Jacob sarnen met de schoonzoon van Sloff, Bert Hadderingh, jarenlang voor de organisatie en de opbouw van de kampen. In 1993trok hij zich geheel uir het kampwerk terug. Omdat Cees van Berkel zich al veel eerder in verband met wijziging van persoonlijke omstandigheden had teruggetrokken, bleef Klaas van Berkel, nu als begeleider van zijn drie kinderen Eeke, Peter en Anne, weer als enige over. BCverc6 - Klein dorpje op twee kilometer ten noordoosten van Malmkdy. Genoemd in een oorkonde uit de twaalfde eeuw, maar nooit van grote betekenis geworden. In 1887 werden, om conflicten NSSen de inwoners van Malmkdy en de inwoners van omliggende dorpen over het gebruik van bossen en venen te voorkomen, de dorpen rondom MaLmCdy losgemaakt van de gemeente MalmCdy en ondergebracht in de nieuwe gemeente BCvercC, waarvan het gemeentehuis echter in de stad MalmCdy stond. In 1977 is bij de gemeentelijke herindeling deze situatie weer ongedaan gemaakt en zijn de oude gemeenten BkvercC, Malmtdy en BellevauxLigneuville samengevoegd tot de nieuwe gemeente MalmCdy. Bonjean, Albert-Jean-Henri - Aan het eind van de vorige eeuw begonnen dichters en natuurbeschermers belangstelling te krijgen voor de schoonheid van de Hautes Fagnes. ECn van hen was de in Verviea geboren en aldaar werkzame advocaat en schrijver Bonjean (1858-1 939). A1 tijdens zijn studententijd schreef hij gedichten en verhalen waarin hij de Fagne (toen nog voor slechts een gedeelte Belgisch) bezong. Rond de eeuwwisseling publiceerde hij enkele boeken over dit gebied en in het bijzonder over Baraque Michel. De voorkeur van Bonjean, die de bijnaam 'le chantre de la Fagne' (de zanger van de Fagne) kreeg, ging uit naar het pittoreske en nostalgsche van de streek, de legenden die om het gebied waren geweven en het alledaagse bestaan van de mensen die er woonden. Hij behoorde tot de oprichters van de vereniging Les Amis de la Fagne, was de eerste voorzitter en later ere-voorzitter. Deze vereniging, die vanaf 1936jaarlijks op Baraque Michel bij elkaar kwam, richtte daar in 1938 een gedenkteken


voor Bonjean op. Hij wordt erop afgebeeld als 'le chantre de la Fagne en tenue de touriste'. Men moet het monument gaan bekijken om te zien wat men daar indertijd onder verstond. Botrange - Sinds 1919 het hoogste punt van Belgie (694 m), gelegen aan de weg van Baraque Michel naar Robertville. Ter plaatse zijn in het verleden verschillende torens gebouwd, die dienden voor geografisch onderzoek. Een eerste toren (ofivel 'signal') werd in 1803 door de Fransen gebouwd in het kader van hun landrneetkundige werk. De Pruisen bouwden er voor hetzelfde doe1 ook enkele torens, waarvan de laatste, 14 meter hoog, in 1889 gereedkwam (afgebroken in 1925). In 1933bouwden de Belgen een nieuwe, 24 meter hoge toren, met annex een restaurant. Achter dit restaurant ligt nog de merkwaardige Butte Baltia, een kunstrnatig heuveltje van ongeveer zes meter met daarop een stenen tafel waarvan het blad precies op 700 m boven de zeespiegel ligt. Genoemd naar Hoge Commissaris Henri baron Baltia, die tussen 1920 en 1925 voor Belgie het pas verworven Eupen-Malmidy bestuurde. Comfort - In het begin geheel en nu nog altijd vrijwel geheel afwezig in het karnp. Het koude water van de beek, de prirnitieve wc's, de harde houten bankjes en de eenvoudige maaltijden in de open lucht zijn onveranderd hoofdbestanddelen van het kampleven gebleven. De charme van het kamp berust juist op de afwezigheid van comfort, a1 zijn door het introduceren van luchtbedden en dubbeldakstenten we1 enige concessies aan de beschaving gedaan. (Sterker geldt dit op het terrein van de genotsrniddelen, met name snoep, want sinds de introductie van de kampwinkel is de consumptie daarvan sterk toegenomen.) Het idee van de bewuste soberheid (en het vele wandelen) gaat terug op de denkbeelden over zuiverheid, afkeer van de moderne ge'industrialiseerdewereld, natuurbeleving en authentieke persoonlijke contacten die in de eerste decennia van deze eeuw leefden in de Duitse en Nederlandse vrije jeugdbeweging (Wandervogel,Nederlandse Christelijke Studentenvereniging,Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie en dergelijke). Croix des fiances (Kruis der verloofden) - Overal in de Fagne vindt men kruisen die de herinnering vasthouden aan mensen die op die plek in het veen zijn gezakt, in de sneeuw zijn verdwenen of door een ongeluk om

het leven wjn gekon Kruis der Verloofk Baraque Michel. Op de kermis van. Solheid kennis a m I werkte aan de bouw jaar oude, was afkm buurt. Het stel v d c Xhofiaix nog de na dreigende weer en begonnen Franpk c door het veen. Over wat er d m raakte Marie in een buiten bewustzijm 1 is net gestorven en keerde terug, in dc Marie moet weer b vertrokken was en g bereiken. Zij is eshl zitten, in slaap gevaI maart, werd zij claa dagen eerder had m Fagne des Bioleaes streek niet, is v& gevonden was, rich is); haar stoffeli~%a Eau Rouge (R& 1919 de grensvom de rode kleur van I de ondergrond. O j de geringehoevedl de Bayehon en dc stromen, loopt de I en breed dal. Dew belangrijker rivier .


chantre de la Fagne en kkijkm om te zien wat

L (694 m), gelegen aan

T a plaatse zijn in het den voor geo@sch 1 1803 door de Fransen De Pruisen maanmn de laatste, 14 t;53-In 1933 bouwden amex een restaurant. :Bakia, een kunstrnatig men &el waarvan het Gcnoemd naar Hoge r 1925 voor Belgie het

.

geheel afivezig in h e WC's, de harde I & apen lucht zijn De charme mforS al zijn door het 1 4 mige concessies r ba terrein van de t mnodncde van de tnen) Het idee van de g op dc denkbeelden

-=cmld,

natuurEn & aaffe decennia : jmgdbeweging mtigkg, Nederlandse

+

d in de Fagne vindt die op die plek in dooreen ongeluk om

het leven zijn gekomen. Het bekendste is we1 het Croix des fiaixb, het Kruis der Verloofden, bij grenspaal 151, w e e lulometer ten westen van Baraque Michel. Op de kermis van Jalhay kregen in januari 1871 Franqois Reiff en Marie Solheid kennis aan elkaar. Franqois, 32 jaar en afkornstig uit Bastogne, werkte aan de bouw van de stuwdarn in de Gileppe bij Eupen, Maria, 24 jaar oude, was afkomstig uit Xhofiaix en werkte op een boerderij in de buurt. Het stel verloofde zich, maar om te kunnen trouwen moesten in Xhofix nog de nodige papieren in orde gemaakt worden. Ondanks het dreigende weer en de goede raad van de herbergier om niet te gaan, begonnen Franqois en Marie op zaterdag 21januari 1871 aan de overtocht door het veen. Over wat er daarna gebeurde bestaat geen zekerheid. Waarschijnlijk raakte Marie in een sneeuwstorm en door uitputting halverwege de tocht buiten bewustzijn. Franqois raakte in paniek, schreef op een briefje 'Marie is net gestorven en ik ga er ook aan', stopte dat briefje in haar kleren en keerde terug, in de hoop nog de bewoonde wereld te kunnen bereiken. Marie moet weer bij kennis zijn gekomen, gemerkt hebben dat Franqois vertrokken was en geprobeerd hebben het nabijgelegen Baraque Mchel te bereiken. Zij is echter niet ver gekomen. Bij grenspaal151 is ze even gaan zitten, in slaap gevallen en ondergesneeuwd.Pas twee maanden later, op 22 maart, werd zij daar door een Duitse grenswachter aangetroffen. Een paar dagen eerder had men het stoffelijk overschot van Franqois gevonden in de Fagne des Biolettes, in de richting van het dorp Solwaster. Hij kende de streek niet, is verdwaald en toen ook doodgevroren. O p de plek waar Marie gevonden was, richtte men later een kruis op (dat enkele malen vernieuwd is); haar stoffelijk overschot werd begraven in Xhofhix. Eau Rouge (Rotwasser) - Veenbeek ten noorden van MalmCdy die tot 1919 de gens vorrnde tussen Belgie en Duitsland. De naam is ontleend aan de rode kleur van het water, die duidt op de aanwezigheid van ijzeroer in de ondergrond. Opvallend is het verschil tussen de breedte van het dal en de geringe hoeveelheid water die door de beek stroomt. Terwijl de Warche, de Bayehon en de Tr6s Marets door betrekkelijk smalle V-vormige dalen stromen, loopt de Eau Rouge (en de zijbeek Les Ch8dires) door een vlak en breed dal. De verklaring daarvoor is dat de Eau Rouge vroeger een veel belangrijker rivier was. Nadat men in de bovenloop van de Eau Rouge en


de Tras Marets steedormaties had gevonden die verder alleen in de Warche voorkomen, kon men aannemelijk maken dat tot zo'n 60.000 jaar geleden de Warche en de Tr6s Marets niet via BCvercC en Malmtdy ahaterden, maar via de Eau Rouge. De Warche maakte op het punt waar nu de Tr6s Marets deze beek bereikt een bocht naar rechts, stroomde door wat nu het dal van de Tr6s Marets is naar het noorden en waterde, nadat de Tr6s Marets, uit het veen komend, zich bij de Warche had gevoegd, af op de huidige Eau Rouge. De stroomrichting van de beek bij het tweede kampterrein was toen dus omgekeerd!Doorvoortgaande erosie en inslijting van de gesteenten door een beekje dat bij BkvercC ontsprong en bij MalrnCdy in de Warchenne uitrnondde is op een gegeven moment de Warche plotseling 'afgetapt' en werd de koers van deze beek bij BtvercC naar het zuidwesten verlegd; toen bleef d e e n de Tr6s Marea in de Eau Rouge afkateren. Later heefi door inslijting ook de Tr& Marets weer verbinding gekregen met de Warche en werd het contact met de Eau Rouge verbroken. Fijnspar - De verschiuende veengebieden worden omringd door uitgestrekte bossen, overwegend naaldbomen. Oorspronkelijk was het gebied grotendeels bedekt met loofbornen, vooral beuken (op de drogere gronden), elken (meer op leemachtige stukken en hellingen) en berken (vooral op natte delen). Minder talrijk waren de esdoorn (nog veel te zien in het dal van de Warche bij het kasteel Reinhardstein) en de zwarte els (vooral aan de oevers van de beken). Door steeds intensiever gebruik van het bos (voor brandhout, bouwrnateriaal en later ook de produktie van houtskool en papier) waren in de achttiende eeuw nog maar enkele restanten van het oorspronkelijke bos over; voor het overige bestond het bos uit eike- en beukehakhout, met daar tussen vele open plekken. Onder het bewind van de Fransen en de Duitsers is in de eeuw daarna, vooral om economische redenen, voor het eerst een beleid van herbebossing in gang gezet. Men experirnenteerde met verschillende soorten loof- en naaldbomen, maar stuk voor stuk bleken ze ongeschikt. De grove den bijvoorbeeld verloor in een strenge winter zijn top omdat deze doorbrak onder het gewicht van de sneeuw en het ijs; de boom kreeg daardoor een heel @ge en onrendabele vorm (midden op de Fagne is nog een restant van zo'n bos met grove dennen te vinden, Noir Flohay). In 1858 introduceerden de Duitsers echter de fijnspar en deze boom bleek we1 geschikt. In snel tempo is volgens het

I

schaakbordpamn snelgroeiende, geed dornineert nu a1 w omringende gebied verdere bebossing s ingeplant. Als er ma nu ook we1 met ga

De leiding van h a h

Geerts, Chris - Si ettelijke andere la belangrijke rol in Burg, K.H. R<wn geen van deze cone als de natuurkundc met Wil Sloff de k


rdtenin de Warche n 60-000jaargeleden hhddy h e r d e n , rmt wm nu de Tr6s adedoorwatnu het n&, mdu de Trds d gcpocgd, afop de act bij het tweede cka0neeninsljting ; ioutqmmg en bij moment de P beck bij BkvercC k Mrrets in de Eau c T& Marets weer met de Eau

schaakbordpatroon een s o o t deel van de Fagne volgeplant met deze snelgroeiende, goed te exploiteren en weinig eisende boom. De boom domineert nu al meer dan een eeuw het landschap van de Fagne en de omringende gebieden. Na de tweede wereldoorlog is men gestopt met verdere bebossing; sommige gerooide stukken worden ze& niet opnieuw ingeplant. Als er nieuw bos wordt geplant, experimenteert men bovendien nu ook we1 met gemengd bos van naald- en loofbomen.

-

m m i q $ door uitge-

dijk wz het gebied

)P c k drogere

gron-

4)cn M e n (vooral

dtczieninhetdal artt cis (vooral aan amh a bos (voor c oa, houtskool en k~~csonte van n het bet IJQS uit eike- en &habewindvan d an camomische mganggezet. Men Mmmcqmaarstuk Mvcdoor in een kt pwicht van de 6gc en onrendabele smccgrwe dennen DnIoas echter de mpo k volgens het

De leiding van het karnp circa 1978. Voor de groep liggen op de grond Chris Geerts en Jan SloE

Geerts, Chris - Sloff stond er nooit alleen voor. Naast hem hebben nog ettelijke andere leraren van het Ubbo Ernmius Lyceum een min of meer belangrijke rol in de leiding van de karnpen gespeeld, zoals J.C. van der Burg, K.H. Rosman, W. Top en (de laatste jaren) Marga Zondag. Maar geen van deze collega's heeft zozeer zijn stempel gedrukt op het karnpleven als de natuurkunde-leraar C.H. (Chris) Geerts. Terwijl zijn vrouw Hennie met Wil Sloff de keukentent bestierde, liet Geerts de deelnemers van het


karnp kennismaken met flora en fauna van het Warche-dal. Bovendien zorgde hij voor de blaren op de stukgelopen voeten, leerde hij hoeje boven een kampvuur stokbrood kon bakken en voerde hij, soms met Sloff, geestige sketchesuit bij het kampvuur oftijdens de bonte avond. Geerts viel vooral op door zijn sprankelende humor, zijn ondanks een zwakke gezondheid ongeschokte levenslust en een ongezvenaarde kennis op de meest uiteenlopende terreinen.

Hautes Fagnes - Tussen Eupen, Malm6dy en het Duitse Monschau strekken zich de Hautes Fagnes (Hohes Venn, Hoge Venen) uit, een hoogveengebied met een bijzondere flora en 6una Sinds 1919 ligt dit gebied, dat voor een belangrijk gedeelte bebost is, vrijwel geheel in Belgie, daarvoor lag het gedeeltelijk ook in Duitsland. Voor de vorming van het hoogveen is vooral het veenmos (Sphagnum) verantwoordelijk, dat hier in vele soorten voorkomt. De eigenaardige bouw van het plantje maakt dat het veel water kan vasthouden. Het bestaat narnelijk uit twee soorten cellen: de gewone groene cellen die voor de sto%sseling zorgen en daiutussen lege cellen met een verharde wand die water kumen opzuigen. Elk plantje is in staat 10 tot 40 mad zijn eigen gewicht aan water vast te houden. Zo ontstaat een sponsachtige,met water verzadigde bodem die het water kan vasthouden ver boven de grondwaterspiegel (vandaar de naam hoogveen). Het veenmos sterft van onderen af en groeit van boven aan. Door de grote hoeveelheid water in en tussen de veenmossen wordt verhinderd dat de plantenresten die afiterven volledig +ebroken en verteerd worden. Zo groeit het veendek langzaam ornhoog, gemiddeld 1rnm perjaar. Omdat op sommige plekken het veendek 8 3 9 meter dik is (ter vergelijking: het enige nog levende hoogveen in Nederland, het FochteloErveen bij Appelscha, is 1,5 meter dik), neemt men aan dat de veenvorrning zo'n 8000 3 9000 jaar geleden begonnen is. Het begin van de veenvonning viel samen met het begin van het Atlanticum, een t i j d v na de laatste ijsstijd waarin de temperatuur steeg en in onze streken een warm en vochtig klimaat ontstond. Op de plekken die slecht afivaterden, zoals de vrijwel vlakke plateaus van de Ardennen, ontstond toen het eerste veen. Door de strengere klimatologische omstandigheden konden in het veen op de hoogvlakte planten overleven die in lagere gebieden moesten wijken voor het oprukkende warmere klimaat.

De plaatselijke beva vee (rundvee, schqn Polleur zijn nog mdj ten behoeve van dc kwamen daar steeds resulteerde er in 195: werd verklaard (in 1' maakt zelf weer deci Fagnes-Eifel. Op soi nieuwe aanplant plz

Kampliefde - Een gedurende een zeka het nu een kamp of c kop op steken en mi mate zel& van het g achtereenvolgende 1 sen is nog nooit syn delde leefZijd van d karnpliefdes afjgencm

Kampterrein - To werd, gebeurde dit vanuit Bhercb g a sarnenvloeiing van eigendom van de p q ter plaatse, K a l b d van Warche en T r k du Moulin). K a h w de Nederlands H m Omdat vanaf' het o aanleggen van een d: de andere zijde een c kon worden (die h: toen een geallietrd bommenlast moat 1 terrein. Tot en ma


* Bovendien adthij hoeje boven hif. suns

met Sloff, laRad Geerts vie1 lrlrrh een zwakke mzmk kcnnis op de

x: I ~ ~ IMonschau SC Venen) uit, een . Sindr 1919 ligt dit w d1in Belgi&,

-

(Sphagnum)

nt D e eigenaardige thcmden. Het bestaat c d e n die voor de

a vcrharde wand die t 40 rmal zijn eigen msxhige, met water WUI dc grondwater-

n tm Door de grote k vdxkderd dat de aacrd worden. Zo m p a j l u . Omdat op het enige aen bij Appelscha, is n'n 8000 i 9000 jaar g v i d samen met het E ijrscijd waarin de en vochtig klimaat ds de vrijwel vlakke nDoor de strengere n op de hoogvlakte ken voor het opruk-

De plaatselijke bevolking gebruikte het veengebied voor het weiden van vee (rundvee, schapen) en het steken van tud (Bij Mont Rigi in de Fagne Polleur zijn nog turfgaten geconserveerd.) In de negentiende eeuw werden ten behoeve van de papierindustrie grote delen bebost. In onze eeuw kwamen daar steeds meer protesten van natuurbeschermers tegen en dat resulteerde er in 1957in dat een deel van het veengebied tot natuurreservaat werd verklaard (in 1977 uitgebreid tot ruim 4000 ha). Het natuurreservaat maakt zelf weer deel uit van het grensoverschrijdende natuurpark Hautes Fagnes-Eifel. O p sommige plaatsen vindt na het kappen van het hout geen nieuwe aanplant plaats en krijgt het veen nieuwe kansen. Kampliefde - Een gevoelig punt. Overal waar een een groep mensen gedurende een zekere tijd in een afgesloten omgeving gebracht worden, of het nu een kamp of een cruise-schip is, zal het virus van de verliefdheid de kop op steken en zullen zich paartjes vormen die zich in meer of rnindere mate zelfi van het groepsleven afkeren. Of de zomerverliefdheden in de achtereenvolgendekampen vaak geleid hebben tot blijvende verbintenissen is nog-nooitsystematisch onderzocht. Door de daling van de gemiddelde leeftijd van de kampdeelnemers lijkt de laatste jaren het aantal kampliefdes afgenomen te zijn. Kampterrein - Toen in 1966 het eerste Ubbo Emmiuskamp gehouden werd, gebeurde dit op een weiland aan de rechteroever van de Warche, vanuit B6verc6 gerekend even voorbij de laatste steengroeve en de sarnenvloeiing van de Warche en de R u du Coreux. Dit weitje was eigendom van de papierfabriek in MalmCdy, die het verhuurde aan een boer ter plaatse, Kalbusch (die woonde in de watermolen bij de samenvloeiing van Warche en Tr6s Marets en die daar ook een campingdreef, nu Camping du Moulin). Kalbusch verhuurde dit terrein in de zomermaanden weer aan de Nederlands Hervormde Jeugdraad, later ook rechtstreeks aan Sloff C.S. Omdat vanaf het terrein de Warche goed te bereiken was (door het aanleggen van een dam kon er een zwembassin in worden gemaakt) en aan de andere zijde een diepe kuil gelegen was die voor het kampvuur gebruikt kon worden (die kuil was een bomtrechter uit de tweede wereldoorlog, toen een geallieerd vliegtuig tijdens het Ardennenoffensief hier zijn bornmenlast moest lossen) was het terrein bij uitstek geschikt als kampeerterrein. Tot en met 1985 konden de kampen hier terecht. Daarna moest


men uitwijken naar een andere plaats, aangezien de aangescherpte regels van de natuurbescherming kamperen op de oude plek niet meer mogelijk maakte; dat terrein werd volgeplant met naaldbomen. Aan de benedenloop van de TrBs Marets, vlak bij de Camping du Moulin, werd een vervangend terrein gevonden. In 1994 moest ook dit terrein weer opgegeven worden en verhuisde het kamp naar een weiland aan de Warche vlak bij de electriciteitscentrale in BCvercC.

Malmddy - Waar Warche en Warchenne samenvloeien, ligt het stadje MalmCdy. Er wonen ongeveer 6700 mensen, die afhankelijk zijnvan enige industrie (papierfabriek, leerlooierijen) en de dienstensector. Voor de omgeving fungeert MalmEdy als regionaal verzorgingscentrum. De geschiedenis van MalmCdy is nauw verbonden met de abdij die de benedictijnen er in de vroege middeleeuwen stichtten. Remaclus, een monnik uit Frankrijk, kerstende in de zevende eeuw de Ardennen en stichtte in 648 een abdij in MalrnCdy. Twee jaar later stichtte hij nog zo'n klooster in het naburige Stavelot. Beide kloosters bleven nauw met elkaar verbonden en werden altijd door dezelfde abt bestuurd. MalmCdy en Stavelot vorrnden samen een geheel zelfitandig gebied binnen het Duitse rijk. Het gebied behoorde niet tot het prinsbisdom Luik ofde Nederlanden, maar was rechtstreeks afhankelijk van de keizer. Binnen het prinsdom lag het zwaartepunt bij Stavelot: de gemeenschappelijke abt was doorgaans afkornstig uit het klooster te Stavelot en Remaclus werd de beschermheilige van dat klooster. Als beschermheilige van MalmEdy koos men later St. Quirinus, wiens relikwieen uit Rouaan naar de abdij aan de Warche werden gebracht. Rond de abdij ontstond in de loop van de tijd een nederzetting, die vanaf 1007 over een eigen parochiekerk beschikte, gewijd aan St. Gereon. In de vroegmodeme tijd is de stad altijd goed katholiek gebleven; tegen eventuele ketterse neigingen had men in het begin van de zeventiende eeuw de Capucijnen in de stad gehaald, wier kerk nu nog altijd in gebruik is. In 1689 ging de stad grotendeelsis vlarnmen op door toedoen van de Franse soldaten (Negenjarige oorlog), waarbij ook de abdij zwaar beschadigd werd. Het duurde lange tijd voordat de wederopbouw voltooid was. In 1718nammen het nieuwe klooster in gebruik, aan een nieuwe abdijkerk bouwde men tussen 1775 en 1782.

Place Albert in Main

De Franse Rev& verandering voor in 1795 officieel tijdelijk als o w oude k l o o ~ t Steinbach. In 181 die er een parodi kon toen af&brd oude kerk is nn uitgebreide bosx grondslag voor & Inmiddels wan Wenen (1815) q Koninkrijk der l+ Pruisen. M a l m q de eerste we&


pcberpreregelsvan lia meer mogelijk Lmde benedenloop ad ccn vervangend w e n worden Faxhe vlak bij de

des ligt het stadje Mijk zijn van enige -or-

Voor de

Kamlnn m a de abdij die de

en Remaclus, een a de Ardennen en rLfmr hij nog zo'n m rmrw met elkaar mrd- MalmCdy en 1bmaen het Duitse ;ofdt Nederlanden , m ha w o r n lag &It wa doorgaans I&bcdermheilige hms men later St. r& W d e werden

&zarhg, die vand m St Gereon. In de rcn;agen eventuele

.mciende eeuw de a &milt is. In 1689 n& Franse soldaten r d d i g c l werd. Het =In 1718 narnmen j k k b u w d e men

Place Albert in Malrnkdy zoals het er uitzag voor de verwoestingen tijdens de tweede wereldoorlog

De Franse Revolutie en de kornst van Franse troepen betekenden een grote verandering voor abdij, stad en prinsdom. De Fransen lijfden het prinsdom in 1795 officieel in en codsceerden de kloosters. De abdijkerk diende tijdelijk als opslagplaats voor het voer van de paarden. In 1798 werden de oude kloosterbezittingen verkocht aan een inwoner van MalmCdy, Henri Steinbach. In 1818 verkocht hij de kerk weer aan de gemeente Malmtdy, die er een parochiekerk van maakte; de oude parochiekerk van St. Gereon kon toen afgebroken worden, wat in 1821 ook gebeurde (de plaats van de oude kerk is nu een besloten marktplein). Steinbach zelf behield de uitgebreide bossen en landerijen in de omgeving en legde daarrnee de grondslag voor de papierfabriek Steinbach, die nog altijd in bedrijf is. Inrniddels waren de Fransen weer vertrokken. O p het Congres van Wenen (1815) splitste men het oude prinsdom: Stavelot kwarn bij het Koninkrijk der Nederlanden, MalmCdy, hoewel Franstalig, vie1 toe aan Pruisen. Malrntdy bleefDuits tot 1919, toen Duitsland het in de nasleep van de eerste wereldoorlog met de Duitstalige steden Eupen en St. Vith aan


Belgic moest afitaan. Tijdens de tweede wereldoorlog werd dit gebied weer door de Duitsers geannexeerd, maar de bevrijding op 12 september 1944 maakte dat weer ongedaan. Zwaar leed de stad nog onder het Ardennenoffensief dat de Duitse troepen in december 1944 tegen de geallieerden openden. Hoewel de stad in handen bleef van de geallieerden, zorgde een bij vergissing uitgevoerd bombardement van de Amerikaanse luchtmacht er op 23,24 en 25 december voor dat minstens de helft van de oude stad verwoest werd. Het oude MalrnCdy is nog te zien in de Rue La Vaulx en La Haute Vaulx, tegen de voet van de heuvels aan de noordkant van de stad. Mont Rigi - Twee kilometer ten zuiden van Baraque Michel ligt hotelrestaurant Mont Rigi, in 1861-1862 gebouwd op de plaats waar de nieuwe route Eupen-MalmCdy een aftakking zou krijgen naar Sourbrodt en Robertville (en die in 1867 ook werd aangelegd). Eerst heette de herberg naar de eigenaar L'mon Hoen (La maison Hoen), maar enkelejaren na de opening werd op voorstel van de burgemeester van Waimes de chiquere naam Mont Rigi gekozen (naar de bekende berg in Zwitserland). Het hotel is verschillende malen herbouwd. Bij Mont Rigi is sinds 1924 ook een natuurwetenschappelijk onderzoeksstation van de univeniteit van Luik gevestigd, een initiatiefmedevan Lkon Fredericq, die daarmee de studie van de Fagne wilde bevorderen. Monument Fredericq- Op een imposante rots op de westelijke oevervan de Eau Rouge, 'la Combe de Moupas', bracht in 1937 de vereniging Amis de la Fagne een plaquette aan met de beeltenis van Lkon Fredericq, CCn van de eerste natuurbeschermers van Belgie en groot voorvechter van de ongerepte Fagne. Leon Fredericq (1851-1935), geboren in Gent en hoogleraar in de esiologie in Luik sedert 1879, begon zich rond de eeuwwisseling te interesseren voor de bijzondere flora van de Belgische Hautes Fagnes. Vooral het stroomgebied van de Eau Rouge (toen nog de gens met Duitsland) boeide hem bijzonder, omdat hij hier een overblijfiel van de vegetatie uit de ijstijd meende te kunnen aantreffen. Fredericq gaf lezingen, verzorgde excursies, ageerde tegen bebossing en ontginning van het veen en stichtte in 1912 de Ligue belge pour la protection de la nature. In 1931 verhief koning Albert I hem in de adelstand; sindsdien mocht hij zich baron Fredericq laten noemen. Al in 1908 deed de Belgische overheid


d &&ied weer

12 #ptember 1944 d nog onder het k 1944 tegen de m& gallieerden, mmdcSmdk e aaadchelfivande ticnmdeRueLa k de noordkant

=

-

t khchd hgt hotel-

waar de nieuwe

ma S d r o d t en

a haate de herberg r d d e jaren na de

V

h de chiquere

imdmd).Het hotel i d s 1924 ook een liPcrdteit van Luik p m ~de e studie van

mcsdijke oever van &vcmigbgAmis m Frrdericq, 6Cn van mcxvechter van de borcn in Gent en qpn zich rond de a van de Belgische konge (toen nog de bier een overblijfiel d e n Fredericq gaf 5 en ontginning van teaion de la nature. sindsdien mocht hij :Belgsche overheid

Plaquette ter nagedachtenis aan Lion Fredericq bij de Eau Rouge


hem de toezegging dat in de Fagne een natuurreservaat zou worden gesticht, maar pas ver na de dood van Fredericq kwarn men die toezegging na. In 1957 werd er een begin mee gemaakt. Zie ook: Mont Rigi.

Negus, Cabane de - In het veengebied ten westen van de bovenloop van de Tr8s Marets zijn de restanten te vinden van een vroegere veenhut. Oorspronkelijk werd deze hut gebouwd door de Luikse leraar ir. LCon Rinquet (1891-1974), die wegens zijn uiterlijke gelijkenis met de vroegere keizer van Ethiopie de Negus werd genoemd. In 1936 gaf hij om onbekende redenen zijn leraarsbaan plotseling op en vestigde hij zich in een huis in het veen. A1 eenjaar later werd dat huis door blikseminslag verwoest, maar Rinquet bouwde op dezelfde plek toen een eenvoudiger verblijf en bleef daar voortaan in de zomer wonen. In de wintermaanden logeerde hij bij een bevriend boerengezin in XhofEaix. Enige jaren voor zijn dood vestigde hij zich definitief in Xho&aix, zijn hut raakte toen in verval. Een latere herbouw heefi niet lang standgehouden. Oorlogsmonumenten - In verschillende steden en dorpen in de buurt van MalrnCdy (bijvoorbeeld in Malrnkdy zelf rond de abdijkerk en in Xhofiaix bij het begin van de weg naar Mont) trefi men gedenkstenen aan voor 'de gevallenen in' of 'de slachtoffersvan' de beide wereldoorlogen. In Nederland, waar zulke vage aanduidingen ook gebruikt worden, is een nadere precisering niet nodig: iedereen weet we1 aan welke kant de doden zijn gevallen, maar in oostelijk Belgi& houdt men het bij een vage ornschrijving omdat nadere precisering a1 te pijnlijk zou zijn. Vaak zijn de oorlogsslachtoffers namelijk gevallen in Duitse krijgsdienst, niet zelden aan het Oostfiont. O m dat te begrijpen moet men iets van de staatkundige geschiedenis van dit gebied weten. Oostelijk Belgie behoorde v66r de Franse Revolutie tot verschillende staatkundige eenheden: Eupen behoorde tot het hertogdom Lirnburg, MalmCdy maakte deel uit van het prinsdom Stavelot-MalmCdy en St. Vith was een onderdeel van het hertogdom Luxemburg. In 1795 werden de drie gebieden ingelijfd bij Frankrijk, maar in 1815, bij het Congres van Wenen, wees men Eupen, MalmCdy en St. Vith toe aan Pruisen (als compensatie voor een deel van Saksen dat Pruisen was onthouden). Dienstplichtige jongens uit deze streek moesten in de eerste wereldoorlog dus aan Duitse zijde strijden. Na afloop van de oorlog honoreerden de geallieerden bij de

vrede van Versaill aanspraken waren sprong van Eupem MalmCdy), op m ding voor de in de vergroting van d Officieel werd in 1 volksstemming u annexatie zich h o laten inschrijven (I het te begrijpen d; Belgie uitsprak. N het gebied, dat in ( van de Belgische p de Duitse bezeae denstplichtige jor dienen. Aan deze s onomstreden deel . Dui tstalige gemee gemeenschap.

Pouhons des cuv dringt oppervlaka rnineralen en meu het ijzer zorgt vocm bron). Bij de veac het water een be ondergrond wordc naar de oppemlakn van rnineraalwata genoemd en zijn vc Pouhons des cwc!

Puddinggesteeni gesteenten, maar h gebleven. Zo trefi I Xhofti-aix begint e


m m t U M worden m a t die toezegging

M m t Rigi. & bovenloop van veenhut. tsc kzu ir. Leon dsmec de moegere 1936 gaf hij om rlgdc hi^ zich in een r c m i d a a verwoest, odiger verblijf en Pndenlogeerde hij cn voor zijn dood bocn m verval. Een i

lrrrotgae

Cupcn in de buurt k abdijjerk en in I gcdcnkStenen aan d o o d o g e n . In JLt worden, is een e l k lunt de doden ha bij een vage a z i j n Vaak zijn de m5 niet zelden aan m de staadcundige r tot verschillende

@om

Lirnburg, lalmkly en St. Vith 795 werden de drie ~ngresvan Wenen, XI (ah compensatie n). Dienstplichtige d o g dus aan Duitse geaheerden bij de

vrede van Versailles (1919) de Belgische aanspraken op dit gebied. Deze aanspraken waren gebaseerd op historische rechten (de Limburgse oorsprong van Eupen), op taalkundige gronden (het Franstalige karakter van Malmkdy), op economische verlangens (de uitgestrekte bossen als vergoeding voor de in de oorlog geleden schade) en op militaire ovenvegingen (de vergroting van de afitand tussen Luik en de Belgisch-Duitse grens). Officieel werd in 1920 nog een volksraadpleging gehouden, maar omdat de volkssternrning zo georganiseerd was dat alleen de tegenstanders van annexatie zich hoefden te melden en zich in openbare registers moesten laten inschrijven (met de dreiging van represailles van Belgische zijde), valt het te begrijpen dat slechts een uiterst kleine groep zich tegen inlijving bij BelgiE uitsprak. Na een overgangsperiode van vijfjaar (1920-1925) werd het gebied, dat in die tijd ook een apart bisdom vormde, een gewoon deel van de Belgische provincie Luik. In 1940, kort na de Duitse inval, voegden de Duitse bezetters het gebied weer bij Duitsland, wat betekende dat dienstplichtige jongens uit deze streek weer in het Duitse leger moesten dienen. Aan deze situatie kwam een einde in 1944 en sindsdien is dit gebied onomstreden deel van BelgiE. Binnen de Belgische federatie heefi de kleine Duitstalige gemeenschap dezelfde rechten als de Vlaamse en de Waalse gemeenschap. Pouhons des cuves - O p sommige plaatsen in de omgeving van Malrnkdy dringt oppervlaktewater diep het oude gesteente binnen, waar het allerlei mineralen en metalen opneemt (ijzer, mangaan, magnesium, calcium etc; het ijzer zorgt voor de karakteristieke rode kleur van het gesteente rond de bron). Bij de verschillende reacties is ook zwavelwaterstof betrokken, dat het water een bekende geur van rotte eieren geeft. Vanuit de diepe ondergrond worden ook koolzuurverbindingen toegevoegd, die het weer naar de oppervlakte geperste water de belletjes en daarmee ook het karakter van mineraalwater geven. De bronnen worden ter plaatse 'pouhons' genoemd en zijn vooral in de diep uitgesleten beekdalen te vinden, zoals de Pouhons des cuves in de T r b Marets. Puddinggesteente - De ondergrond van Malmkdy bestaat uit harde, oude gesteenten, maar hier en daar zijn resten van jongere gesteenten bewaard gebleven. Zo treft men in een 22 kilometer lange strook die ten zuiden van Xhofti-aix begint en over Malmtdy naar het zuidoosten loopt gesteenten


aan uit het Perm (280 miljoenjaar geleden). In die tijd is een brede sleufin de oudere gesteenten gevuld geraakt met gesteenten die aflcomstig waren uit de Eifel en de latere erosie van het gebied heeft deze sleuf ongemoeid gelaten. Hier trefi men behalve kalksteen ook het zogenaamde puddinggesteente aan, dat bestaat uit een mengsel van harde kiezels (grint) en zachter kalksteen. In deze strook liggen de kalksteengroeve bij Chddes, waar fossielen gevonden kunnen worden, de grotten bij de ontluchtingskokerbij BCverct (Grottes des Nains = Grotten van de dwergen), ontstaan door oplossing van kalksteenlagen in het gebergte, en de kolommen van puddinggesteente in de heuvelwand bij Malmtdy. Door de aanwezigheid van kalk in de bodem komen in dit gebied kalkminnende planten voor die men elders niet zal aantreffen.

Reinhardstein (Rknastkne) - O p de rechteroever van de Warche, 700 meter ten westen van de stuwdam van Robertville, ligt het kasteel Reinhardstein.Op deze strategischeplaats, waar ooit de vier Heemskinderen hun toevlucht zochten, bouwde Reinoud van Waimes in 1354 een kasteel. In het begin van de negentiende eeuw was er niet veel meer dan een niine van over. In de 1965 kocht de Luikse hoogleraar Overloop de niine en hij restaureerde het kasteel in de jaren daarna volgens tekeningen uit de zeventiende eeuw. Voor bezoekers is het kasteel beperkt toegankelijk. Het kasteel wordt omgeven door een natuur- en vogelreservaat, waar zich ook de hoogste waterval van Belgie bevindt (60 m). Rituelen - Het kampleven verloopt elk jaar volgens geijkte patronen met een ritueel karakter. Het corvee, het geforceerde ontwaken, de dagsluiting, de dropping, het kampvuur, alles zou veel minder geslaagd zijn als het niet op een bepaalde manier zou gebeuren. Als iedereen altijd vanzelfwakker zou worden, als van te voren bekend was op welke avond de dropping zou plaatsvinden en als het hele corvee-rooster van tevoren zou worden uitgedeeld en niet steeds aan het eind van de maaltijd als een verrassing zou worden meegedeeld, zou het kamp beter opgeheven kunnen worden. Romeinse weg - In 1932ontdekte pastoorJoseph Bastin, bekend botanist, op geringe diepte in het veen ten oosten van Baraque Michel resten van een oude veenweg: een houten fundering van dragers en dwarsliggers met een plaveisel van steen. Lange tijd is men ervan uitgegaan dat deze weg onder-

deel was van h a Maas met elkaar 7 een naarn die opg en die zoiets betel ten hndering vp eeuw is aangelegd eeuw heefi de we veen. Ook eldexs oude wegen te 1 verlopende roue zeventiende e m sgebieden in de I verharde wegen s merendeels v d

Sloff, Jan - In Stadskanaal een m ontpopte Sloff zic school, die niet J zijn buitenschd A1 sedert 1950 MalmCdy. Eem al van Berkel, vamf Ook ging hij we1 c de filosoof en hi! Koninklijke Nedc autobiografie 1993) herinnert h

Hij was nit steeds in zij pionim van Slo& een a bleek echte toegestoka opdracht & hij ons op a onder zijn 1


ccn brede sleufin

:& d g waren :derdongemoeid

d e puddings Qpint)en zachter bij ChMes, waar h c h q g k o k e r bij n), ontstaan door : U o m m e n van r dc aanwezigheid c phnten voor die

n dc Warche, 700 :, ligt het kasteel

aHeemskinderen m 1354een kasteel. necr dan een niine q v de niine en hij rLmingen uit de e mcgdcelijk. Het waar zich ook

t j b patronen

met ;en,de dagsluiting, t g l zijn als het niet jd vanzelf wakker d de dropping zou rn zou worden #n verrassing zou m e n worden. n,bekend botanist,

chel resten van een rnsliggers met een a deze weg onder-

deel was van het wegenstelsel dat de Romeinse steden aan de Rijn en de Maas met ekaar verbond. Men duidde de weg aan als de Via Mansuerisca, een naarn die opgebouwd is uit Latijnse, Keltische en Germaanse elementen en die zoiets betekent als 'weg op het water'. Recent onderzoek aan de houten findering van de weg heefi uitgewezen dat de weg pas in de achtste eeuw is aangelegd en dus van merovingische oorsprong is. Tot de dertiende eeuw heefi de weg dienst gedaan, daarna is hij overgroeid geraakt door het veen. Ook elders op het plateau van de Hautes Fagnes zijn nog sporen van oude wegen te zien. Zo is er de Voie de fer, een van oost naar west verlopende route even ten noorden van Longfaye die in de zestiende en zeventiende eeuw de ijzermijnen in de Eifel verbond met de nijverheidsgebieden in de Maasvallei. Door de sterke bebossing en de aanleg van verharde wegen sedert het midden van de vorige eeuw zijn de oude routes merendeels verdwenen.

Sloff, Jan - In 1955 kreeg men op het Ubbo Emmius Lyceum in Stadskanaal een nieuwe leraarwiskunde,de dertigjarigeJ.J. SloE A1 spoedig ontpopte Sloff zich als een van de meest markante persoonlijkheden op school, die niet alleen opviel door zijn optreden in de klas, maar ook door zijn buitenschoolse activiteiten. A1 sedert 1950 bracht Sloff zijn vakanties meestal door in de streek rond Malmkdy. Eerst alleen, na zijn huwelijk in 1953 samen met zijn vrouw Wil van Berkel, vanaf 1956 sorns vergezeld van enkele leerlingen van school. Ook ging hij we1 eens in verenigingsverband naar MalmCdy. Zo ontmoette de filosoof en historicus Ger Harmsen hem eens in een kamp van de Koninklijke Nederlandse NatuurhistorischeVereniging in BCvercC. In zijn autobiografie H ~ s t t i j l o o s(Colchicum autumnale). Een levensverhaal (Nijmegen 1993) herinnert hij zich Sloff als volgt: Hij was niet meer een van de jongsten, maar huisde en sliep nog steeds in zijn onaficheidelijke 'Zwerver' van Carl Denig. Met deze pionier van het lichtgewichtkarnperenwas hij al velejaren bevriend. SloK een echte solitair, gold als de beste botanicus in het kamp. Hij bleek echter niet bereid de naarn te zeggen van een plant die hem toegestoken werd. Meestal reikte hij dan zijn flora aan met de opdracht de plant zelfte detennineren. Pas als dat echt niet lukte hielp hij ons op weg. Het hoogtepunt van de kampexcmies was de tocht onder zijn leiding naar de Hautes Fagnes.


In de loop van de jaren vijfiig raakte Sloff ook betrokken bij de kampen die de Nederlands Hervormde Jeugdraad onder andere in de omgeving van MalmCdy organiseerde. Aanvankelijk bivakkeerden die kampen boven op het plateau in een weiland bij het dorpje ChGdes, maar op suggestie van Sloff, die gezien had hoe aardig padvinders kampeerden in het dal van de Warche, vlak bij de steengroeve, verhuisde men in 1958 naar het dal. Sloff werd daar kampbeheerder in 1964. Hoe het daama ging vertelt hij zelf in het door W.H. van der Ploeg geschreven gedenkboek Van Burgerschool tot Ubbo. 75 jaar Ubbo Emmius Stadskanaal (Groningen 1994): Niet alleen hield de Hervormde Jeugdraad daar eigen kampen, maar hij verhuurde ook terrein en materiaal aan andere groepen. De heer Top, in h e tijd schooldekaan en mijn buurman, opperde het idee om het kamp een week te huren voor leerlingen van onze school. Veel leerlingen waren wegens de werkzaamheden van hun ouders in die tijd niet in de gelegenheid met vakantie te gaan. Bovendien hadden we wegens de verbouwingvan de school een langere grote vakantie, die eerder inging. Het idee werd uitgewerkt. De meest geschikte tijd voor zo'n evenement bleek de eerste weekvan de grote vakantie [van 19661 te zijn. En zo vertrok op zaterdagrnorgen om vijf uur een bus met 48 leerlingen en de heer Rosman als begeleider richting MalmCdy. De leiding van dit kamp bestond uit de heer Rosman, de heer en mevrouw Top en mijn vrouw en mij. De twee dames kookten voor de hele groep. Hoewel andere collega's nogal sceptisch waren, werd het kamp onmiddellijk een groot succes en jaar in jaar uit vertrok op een vroege zaterdagochtend eind juni een bus van Sijpkes om weer een nieuwe jaargang naar MalrnCdy te brengen. Slofileef tot 1985 aan school verbonden, niet alleen als leraar wiskunde, maar ook als schooldekaan. Daarnaast werkte hij van 1978 tot 1989 ook nog als vakdidacticus wiskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Van zijn twee kinderen, Jaap en Herrnien, is de laatste nog altijd nauw bij de organisatie van de kampen betrokken. Haar echtgenoot, Bert Hadderingh, is belast met de algemene leiding van het kamp.

Jan Sloff tijdens een FA

a

f

Stuwdam van Rd in de Warche de & ongeveer 63 ha grx plateau door de m d betrekkelijk kleine grootste is die van 4 (vergroot in 1970). werd tussen 1925 gebouwd en later w Warche, 1929-193: Het stuwrneer va in V e ~ e r van s e m De lakenindustrie m 1


bij de kampen die de omgeving van Lrmpenboven op r op suggestie van r in het dal van de i ntu het dal. Sloff g vertelt hij zelf in V a ~ c h o o totl '4): gen lcampen, maar :W

n . De heer ppade het idee om ome school. Veel 1 hrm ouders in die b d e n hadden grote vakantie, m a s t geschikte tijd grate vakantie [van nn vijfuur een bus &eider richting c kRosman, de j- D e twee dames

et kamp onmiddelm vroege zaterdagmwe jaargang naar

ak leraar wiskunde, '8 tot 1989 ook nog roningen. Van zijn lltijd nauw bij de ;Bert Hadderingh,

Jan Sloff tijdens een wandeling aan het eind van de jaren zeventig. Hij is in gesprek met Bert Lotz, achter hem loopt Willem de Jager.

Stuwdamvan Robertville - Ruim 5 kilometer oostelijk van BCvercC ligt in de Warche de grijsgrauwe stuwdam van Robertville, met daarachter een ongeveer 63 ha groot stuwmeer. Doordat de beekdalen rond het veenplateau door de snelle inslijtingeenv-vorm hebben, is het mogelijk met een betrekkelijk kleine dam een groot stuwmeer aan te leggen. De oudste en grootste is die van de Gileppe bij Eupen, aangelegd tussen 1867 en 1878 (vergoot in 1970). Na de aanhechting van Eupen-Malmtdy bij BelgiE werd tussen 1925 en 1929 de stuwdam in de Warche bij Robertville gebouwd en later volgden nog stuwdarnmen bij Butgenbach (ook in de Warche, 1929-1933) en Eupen (in de Vesdre, 1938-1950). Het stuwrneer van de Gileppe was vooral bedoeld om de lakenindustrie in Verviers van een gegarandeerde hoeveelheid schoon water te voorzien. De lakenindustrie in het indertijd nog Duitse Eupen gebruikte namelijk het


water van de Vesdre al. De stuwdam van R o b e d e was de eerste die voor de electxiciteitswinning werd aangelegd. De dam is 54 meter hoog, 182 meter lang en aan de voet 38 meter dik. Het water wordt uit het stuwmeer door een 5,4 kilometer lange buis (waarvan 4,4 km in een tunnel) naar de heuvelrand bovenBCvercC gevoerd, waar het vervolgens naar beneden stort en turbines in beweging brengt. Boven op de heuvelwand staat een lichtgrijze toren die vroeger bekend stond als de 'watertoren', maar die in werkelijkheid een ontluchtingskokeris die voor een gelijkrnatige uitstroom van het water naar de electriciteitscentralemoet zorgen. Het verhaal dat de tunnel waardoor de waterbuis van de stuwdam naar BCvercC loopt vroeger diende als vluchtroute van de abtenvan MalmCdy naar het slot Reinhardstein is een verdichtsel.

Taalgrens - Vlakbij MalmCdy loopt de gens die het gebied van de romaanse talen (het Frans) scheidt van de germaanse talen (het Duits). MalmCdy zelfis hoofdzakelijk Franstalig, maar Eupen in het noorden en St. Vith in het zuiden zijn Duitstalig. Toen Pruisen in 1815op het Congres van Wenen Malmkdy verkreeg, is aanvankelijk niet geprobeerd de stad en de omgeving te verduitsen; het taalnationalisme was in de eerste helfi van de negentiende eeuw nog niet zo sterk ontwikkeld. Na 1860 en zeker na de vestiging van het Duitse keizemjk (1871) probeerde de Duitse overheid echter steeds nadrukkelijker ook in het Franstalige MalmCdy het Duits als de officiele taal in te voeren (germanisering).Een verklaard tegenstander van deze taalpolitiek was pastoor Pietkin van het vrijwel op de taalgrens gelegen veendorp Sourbrodt. Nicolaus-Matthieu Pietkin (1849-1 92 I), geboren in Malmtdy en sedert 1889 pastoor in Sourbrodt, propageerde zoveel mogelijk het gebruik van het Frans, met name in het kerkelijk leven (catechisatie),en maakte ook studie van het Waalse dialect in de omgeving van MalmCdy. Na de aansluitingvanEupen, MalmCdy en St. Vith bij Belgie in 1919 kreeg Pietkin een hoge onderscheiding van de Belgische overheid, hoewel hij verklaarde niet voor Belgie, maar voor de Franse taal te zijn opgekomen. In Sourbrodt is in 1925 door vereerders een monument voor hem opgericht, dat bekroond wordt door de Romeinse wolf die Romulus en Remus zoogt, het symbool van de 'romanitt', de romaanse tad en cultuur. Tijdens de tweede wereldoorlog vernielden Duitse soldaten dit monument, dat zo uitdagend aan de grens met het Duitse taalgebied stond, maar in 1956 is het weer opgericht. Binnen de Belgische federatie nemen

de Duitse gebieden Ostkantons vonm faciliteiten voor dc veldnamen als in voorkomende xm~ is te merken dat FI

Het Monwnn


adc eente die voor Imeter hoog, 182 hnit het stuwmeer mtunnel) naar de rmnbeneden stort vdwand staat een toren', maar die in jbmige uitstroom .H a verhaal dat de d loopt moeger tdotReinbardstein

! i

de Duitse gebieden Eupen en St. Vith een aparte plaats in (deze zogenaamde Ostkantons vormen de Duitstalige gemeenschap), terwijl in MalmCdy ficiliteiten voor de Duitstalige minderheid zijn geschapen. Zowel in de veldnamen ds in de familienamen (bijvoorbeeld de in Xhoaaix veel voorkomende naam Solheid en de in Malmedy bekende naam Steinbach) is te merken dat Frans en Duits hier vanouds door elkaar lopen.

kt gcbied van de

: Pkn

(het Duits).

hb noorden en St. op het Congres van

1

becrd de stad en de

:custc helf? van de 860 en zeker na de de Duitse overheid hnihy het Duits als thtrd tegenstander w d op de taalgrens & (1849-1921), brodt, propageerde I ba kerkelijk leven k a m de omgeving nSt.Vithbij Belgie Bdgixhe overheid, :Fnnse taal te zijn MI monument voor :wolfdie Romulus c romaanse taal en Duitse soldaten dit st taakbied stond. " be federatie nemen

Het Monument Pietkin zoals het er tegenwoordig in Sourbrodt bijstaat

23


CI % I ~ ! A m w aa u a l a v ys? 1 uassw "uapauaq QÂśl! '(~IILP! u a aaoaap q m u a a o q >aau ao n S u e 1 ~ a aaaq on flu laaouaSa1 u p t a y mu~ 'P m s oz 'aAlaM p3amnaaus a p ~ qmaoua2la~ m s 1 nip t a m ' p n s a a *apmkV mmre a p m a uaa uaa l a m ~ oap o I aXy n M M

op-s aa ~ na ~

=nv

aaur s! p t a o a a q nu arp 'sao~a S o y uaa Sq 'uarao1auams u o y n o d n p

nx a p u a L e d l o x a p n x a p EM ' a L e $ u o ~ m a uaprnz u a L - u o r s s a y ~ s ~ -g-rn --N-X g g 3 s d o l a y aaur uaals uaa u a t ! s a J a y L e q w ma pfp a p a m uaals u a a ' L S I 'muaaassuad a q 3 s ! s p ~ d - y 3 s $ p g a p :sawoff s r 0 . 1 ~a p l e e n a f!q a y q ua8Sg ' l a y ~ m a n b w g m a ualsoo u a l ' a n a a~p m a d o o p a a o q a p my -uaS%a-(aa sea pa!qaS J K J J uy s a y 3 a ~ 0 3 s u a I 2alaqaz mo ay3uaSdo ufy e!salaqL e m w m a p-aq J a y l a p u o Mnaa apuaply3e a p tq aTp uauaas ufrz uaa J a m uauals u a y3tquaSana u a sams!afi u a s u a a d a s m a ap u a u a p m p a p a N l a p yfqumo~ aaq uassna uee s u a B a p n o a p uaaaS - g '-'N~-;\I g y p s d o S@ l a m u a u a q -uauaassuaI2 a l a p m y o o ufy l a m '(laurumu%[oa uaa u a d uaa ' g uaa aaur uauals aSoqsueur) u a a & m ( p u e p m a ) u a s p u d u a @ p a uassnl s u a a a p Mnaa apuapuagau a p u! aFp uauats a p u a q q a y praqpuayaq avaaur a a -uf!z uapu? a1 payqa% IKJ u! aFp uauaassuafi alas a p m e uaylaur a1 pa08 ' u a n m payqa%suaB uaa s p n o m a s a & q saaneH a p Jta- s a u o q STOZJ, SI

a

. n e q x p ? S o u u a p a S azap u a l e m ' u a p ~ asaour o ~ u a l t p a a S p q ~ un a n r a p m a u a p p F l a y u! ~ a u a a d amp n~ o aaq u a o L .uapaoqaq aa S u ~ o a s I a a o~ o o aualuaa a p ( p [ p l~a y apuaSa1 u a n f u g a q a p ur) u a p q u a S a l a S ~ a a ysuapfp mo j a o B u ! a u a j d u q aaq uy ~ a u a d u r ! ~ a F uawp& u a u a p a 3 a p u a r t m puayaq y o 0 -1nmdureq aaq iooa 4qp1qaS u e p u r e ~ s u ~ o oa qF plaM s p u o a y s' muapaz al aaur S u q a p m ~slay ap azap u a uaurau aa s ~ a p n o y a~ps d o ure7surooq uaa B u q a p m a~ u o y j o a S m 1 uaa ma u g a q l a y utt m a aluooma'd u a a l a a a v l a u a d r u y ~-uadurey aasraa a p uee Jauratqaap 'pfprao a p a!n aqeaa2 a q 3 q a A w - 9 8 ' a a u a d ~ ~

~

3nlezeq q e ~ uaa z

map ' u a ~ n y d a ? ?IF"' 'h~?u~[emr u a a a u a S a p S uee . n S a 1 a S dozaSoq pas aaq m a put1 p d s yaoq laH (F~H) puoda~ ap u e a plaaqlooa . ( W J ~Jay U! S!rztq u q m %u a a d o o q -9aq P m I v n a 'Srqa!~

- ( a r p n ~ s x n n a 1ooa t ~ puoqpSnal as put papa^) ~ l i \aIp m a p v v ~ 8 u qp p u n q a p rnpuaapuo ufn safpaq a y f q -a%aa - , t p y 'uaqallaunaStz sep ls! Spsn?' s p l a u ' 8 ~ 1 . 8 a ~ a q p S n a fp m a spxapaq3saS a B a o u a p lm asgal uaa - uee p aep luooa u f ~ safpaq z aa!na laq aep - S! 'rag pu!s u a y u t p a 3 ara' q e paq u a a - l a q a q puapnoqaq @ S o u uaa Iapunq azap auoouaa u a a m a s p aaq l a a o l e e w ' ( u e a p p a q l o o a u a a n e p ? tru6I.n~-asam, uapuozaSlaaa p f p p sou l a y ) lapunqualapay a p u1 lysalaa . u a m o y saydurey a F u e a a % y w o s msasox N, s u n 3 m a ' l o o p s'uaataq uo % u q 3 0 q tl a y E M 2661 U I ' ~ a a a p l u a f y p jpo e p q 'arpaq alauoaej u E z o z auay x e f m - ~ 6 6 1mf1ay 1 m a a q d u r e y suoade~=>pa - u a l l e a q UTM e a L

L - -13

@q3s a u e m a a ayp + q u a m a ualods u a ~dS t e p o xooa sleel&q~n~a zm ' u a u r o q p p u

6

.

.


993. EIk jaar kent ba 'Knocking on hmphits komen n Wes-Virginia' loont deze bundel Pdfrei' is - dat ocge geschiedenis nm., W.Derge4JN (Nederlandse

ana tin de eerste xx begin van een ;

a mmen en deze

ic boomstam dan

m e n grachten die rcgenbuien (in de aing te behoeden. n tachtig verlaten

q + i e d waren, is tc vbnden zijn. De r& eeuw de grens gc stenen met een rarsscenen. Stenen sen het Koninkrijk n Butgenbach en d e r het bewind xcies in dit gebied van Baraque klgixh-Pruisische h e neen steen met

Rognay en de R u r begroeid is met

naaldbomen, maar in keltische, voor-romeinse tijden gediend heefi als vluchtplaats voor de plaatselijke bevolking. De rots, die aan drie zijden steil ornlaag gaat en slechts van tCn zijde via een kam bereikbaar is (met nog de sporen van enkele droge verdedigingsgrachten),draagt de naam Tschession, die verwant schijnt te zijn met het Latijnse woord castellum (fort).

Viebig, Clara - Toen het gebied van de Hautes Fagnes gedeeltelijk nog tot Duitsland behoorde, is ook in de Duitse literatuur over het leven op het hoogveen geschreven. De belangrijkste roman is Das Kreuz im Venn (Het kmis in het veen) van Clara Viebig, verschenen in 1908. Dit boek is een voorbeeld van de Heimatroman,waarin de verbondenheid met de geboortegrond (Heirnat) een dominante rol speelt. Het boek speelt in een niet bij name genoemde stadje in een dal aan de rand van het veen (het is niet moeilijk er Monschau in te herkennen), het hogerop gelegen veendorp Heckenbroich en het tegen de Belgische grens aan gelegen veen (men zou zich ook kunnen voorstellen dat het speelde in MalrnCdy, Xhofhix en het veen).Hoofdrolspelerszijn de dorpsburgemeester Leykuhlen, de lakenfabrikant uit de stad Schrnolder, diens neefJozef, die een zwak karakter heefi maar we1 de sympathie van de lezer verwerft, de wufie waardin van de stadsherberg Helena, de landraad die Heckenbroich de vooruitgang en een waterleidingwil opdringen, de opzichter Brauer die met een strafkolonie het veen ontgint en Bareb Huesgen, de dochter van een van de armere inwoners van het dorp. Maar de eigenlijke hoofdrolspelerszijn de stad, het dorp en het veen zelf. De stad, met zijn rokende fibriekschoorsteen en luidruchtige stadsherberg, staat tegenover het stille veen, dat in de winter is bedekt met een smetteloos wit sneeuwkleed. In allerlei tegenstellingen wordt dit hoofdgegeven uitgewerkt. Zo staat de fabrikant, die voor het oog van de wereld deugdzaam is maar in het achterkamertje van de herberg de schone Helena ontmoet, tegenover zijn neef, die genoeg heefi van 'de wereld', gegrepen wordt door het verlangen naar het veen en verkiest te wonen in het jachthuis van zijn neef, boven in het veen, en die daarbij vergezeld wordt van de mooie, devote en ingetogen Bareb (tussen beide ontwikkelt zich een onmogelijke idylle). Alles illustreert de hoofdtegenstelling tussen 'daar boven' en 'daar beneden', tussen goed en kwaad. In feite is het veen een metafoor voor het zich afkeren van de wereld van rook en rumoer. Maar Viebig laat zien dat dit voor een deel illusie is. Het veen is in een


Warche - De bd name de Bayeho ontwatert. De la met de Warchem bovenloop is tan komt een diep in ongeveer tussen 1 de beek, die him gesteente, dat mz van het puddmgg breed dal met be de vlakke boven bijvoorbeeld de I Wollegras - Tol zeker het een* plant bloeit v r o q na de bloei wine de wind die o v a zeldzamer planta lichter gele bee (Dactylorchis IIM bloempje van dc Hautes Fagnes.

Wubbels, &aal het Ubbo Emmir schrijver en com ' M & c ~ blues'. ~ grovere stijl hd,

moffraix - v m grootst en het b buurdorpen MOI geleden waren c XhoÂŁ6-aix een he Omslag van Clara Viebig's roman Das Kreuz im Venn


cmherbergzaam A l k e m Bareb, die i haar kinderlijke dmk- Het is haar P

Warche - De belangrijkste rivier van de streek die metal haar zijbeken (met name de Bayehon, de R u du Coreux en de TrBs Marets) de zuidelijke Fagne ontwatert. De loop van de beek tussen de oorsprong en de samenvloeiing met de Warchenne bij Malmkdy kan in drie stukken verdeeld worden. De bovenloop is tamelijk vlak en stroomt door een hoogvlakte. Vervolgens komt een diep ingesneden gedeelte (de karakteristieke V-vormige dalen), ongeveer tussen het stuwmeer van Robertville en de Camping du Moulin; de beek, die hier een relatief groot verval heeft, stroomt hier door hard gesteente, dat maarmoeilijk erodeert. Ten slotte komt de beekin het gebied van het puddinggesteente, waar ook veel zijwaartse erosie mogelijk is en een breed dal met betrekkelijk weinig verval kan ontstaan. Het verschil tussen de vlakke bovenloop en de smalle V-vorrnige dalen is ook zichtbaar bij bijvoorbeeld de Bayehon en de Tr6s Marets. (Zie ook Eau Rouge) Wollegras - Tot de voor het veengebied kenmerkende planten behoort zeker het eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum). Deze biesachtige plant bloeit vroeg in het voorjaar, sorns zeG al in de sneeuw, en produceert na de bloei witte wollepluisjes; vanaf eind mei dansen deze wollepluisjes in de wind die over het veen gaat. Andere voor het gebied typerende, maar zeldzamer planten zijn het intens gele valkruid (Arnica montana), het iets lichter gele beenbreek (Narthecium ossif?agum), de gevlekte orchis (Dactylorchis maculata) en de zevenster (Trientalis europaea). Het witte bloempje van de zevenster is het symbool van het natuurreservaat van de Hautes Fagnes. Wubbels, Bernhard - Gronings liedjeszanger en componist, leerling van het Ubbo Ernmius Lyceum en afgestudeerd in de sociologie in Groningen, schrijver en componist van enige kampliederen, waaronder de bekende 'Malmkdy blues'. Een ander groot 'entertainer' was Bert Kremer, die een grovere stijl had, maar niet rninder populair was.

Xhoffraix - Van de dorpen tussen Malmkdy en het veen is Xhof&aix het grootst en het belangrijkste. XhofEaix telde in 1987 452 inwoners, de buurdorpen Mont en Longfaye respectievelijk 345 en 111 (een halve eeuw geleden waren de venchillen nog veel groter); bovendien heeft alleen XhofEaix een heuse kerk.


met MalrnCdy ovt einde toen X h d gemeente B6verci veel vernieuwingr een omnibus op hi dorp kreeg in dc verbindingen ma In 1968 werd e innam van de n q plein). De moden traditionele aanzil boerderijen, bedc element vormen ( het plaatselijke di; het veen).

Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum)

XhofTi-aix is a1 betrekkelijk oud; net als de twee andere dorpen duikt het voor het eerst op in documenten uit de twaalfde eeuw. Maar pas in de negentiende eeuw maakte het dorp een duidelijke ontwikkeling door. In de Franse tijd werd het een aparte parochie en begon men ondanks de arrnoede te sparen voor een kerk. De rniddeleeuwse kapel (gebouwd in 1484)werd in 1843 afgebroken en in 1850 kon men een eenvoudige, maar volwaardige kerk inwijden, opgedragen aan St. Hubert. Enkele jaren later (1869) bouwde men naast de kerk het convent van St. Vincent, waar drie zusters zich ontfermden over de weeskinderen en het meisjesondenvijs opzetten (in de twintigste eeuw gingen de zusters bejaarden verzorgen en na de o p h e f i g van het convent in de jaren vijfiig heefi de burgerlijke gemeente de bejaardenzorg vooagezet). Aan de eeuwenlange conflicten


met MalmCdy over het gebruik van de woeste gronden kwam in 1887 een einde toen Xho& onderdeel werd van de van Malmkdy losgemaakte gemeente BkvercC. Rond de eeuwwisselingzorgde pastoor Beckrnan voor veel vernieuwingen, zoals een zuivelfabriek, een post- en telegraafkantoor, een omnibus op MalmCdy, een nieuwe school en een nieuwe pastorie. Het dorp kreeg in deze tijd (1891 en 1892) voor het eerste goede wegverbindingen met de buurdorpen. In 1968 werd een geheel nieuwe kerk in gebruik genomen die de plaats innam van de negentiende-eeuwse kerk (waar die kerk stond ligt nu een plein). De modeme vormgeving van de kerk contrasteert duidelijk met het traditionele aanzien van het dorp, waarin de hoge beukehagen om de boerderijen, bedoeld om sneeuw en regen te weren, een karakteristiek element vormen (deze hagen heten 'charrnilles' in het Frans of 'avrules' in het plaatselijke dialect; men ziet ze ook in andere dorpen aan de rand van het veen) .

:dorpen duikt het

pas in de d k e l i n g door. In 1 men ondanks de qd (gebouwd in I auvoudige, maar .Enkele jaren later V i t , waar drie t meijesonderwijs rdcn venorgen en d t de burgerlijke mbnge conflicten

w. Maar


D e Malmkdy blues Is je leven soms een sof? Ga dan gewoon maar naar Jan Sloff. Die haalt je zo uit de puree, hij neemt je mee naar BCvercC. Daar is een plek in de Ardennen, waar je lekker rond kunt rennen. Ik heb de MalmCdy blues. Ik leef hier echt in ain roes, ik wil nog lange nait noar hoes; d'er zitten bloaren aan mien poot'n, dat komt deur 't veule loop'n; d'er zitt'n beesten in 't eet'n, moar 't is nog best te vreet'n. Ik heb de MalmCdy blues. En denk je 's avonds 'arregat, wat zijn m'n kleren zeikenat', dan kun je op 't nachtlijk uur ze we1 weer drogen bij het vuur, dat gaat gepaard met veel kabaal, want dan zingen we allernaal: ik heb de MalmCdy blues. Ik heb de MalmCdy blues, ik heb genoeg van mijn douche; ik wil weer terug in de beek, a1 was het maar voor een week. Ja, ik wil lwen zonder fi-anje, lekker soppen in de Fagne. Ik heb de MalmCdy blues.

Profile for Pascal van der Aa

Leven zonder Franje  

Kleine encyclopedie van Malmédy

Leven zonder Franje  

Kleine encyclopedie van Malmédy

Advertisement