Issuu on Google+

kredietbemiddeling activiteitenverSlag 2010

FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 1

5/05/11 8:56:17


KREDIETBEMIDDELING • ACTIVITEITENVERSLAG

inHoudStaFel

FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 2

Voorwoord

3

Werking en Organisatie

6

Typologie van de dossiers

9

De openbare steunmaatregelen voor financiering

15

Specifieke situaties

16

Communicatie

24

Kwantitatieve gegevens

28

Vooruitzichten en aanbevelingen

31

Besluit

33

5/05/11 8:56:22


voorwoord Twee jaar kredietbemiddeling bij het KeFiK

De krediet- en de kredietverzekeringsbemiddeling is een opdracht van het Kenniscentrum voor Financiering van KMO (KeFiK vzw). Het is een van de pijlers van het economische herstelplan van de Federale regering en van het federaal KMO-plan, in het leven geroepen door de Minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid, Sabine Laruelle.

De maatregel voor kredietbemiddeling werd in België ingevoerd begin 2009, in een periode van zware financiële turbulenties die de wereldeconomie ei zo na aan het wankelen brachten. Het ging er destijds om effectieve hulp te bieden aan de ondernemers die geconfronteerd werden met financieringsproblemen en er niet in slaagden om deze alleen op te lossen.

België en Frankrijk waren de voorlopers op het vlak van kredietbemiddeling. Al snel werden de maatregelen van deze twee landen door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en door de Europese Commissie erkend als een van de beste praktijken om de gevolgen van de economische en financiële crisis op de KMO te beperken. Dankzij de erkenning en de effectiviteit van de maatregel, hebben ook andere landen zoals Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland en zelfs Japan een systeem van kredietbemiddeling in het leven geroepen waarvan de werking gestoeld is op de Belgische en Franse ervaringen.

Oorspronkelijk moest de kredietbemiddeling een specifieke oplossing bieden voor een bijzonder ernstige conjuncturele situatie. Ondertussen heeft de maatregel zijn waarde bewezen binnen een economische context die stilaan weer op het goede spoor zit. De meeste landen die de bemiddelingsmaatregel ingevoerd hebben, beslisten bovendien om deze te verlengen. In België ligt het structurele karakter van de maatregel voor de hand, niet alleen omwille van de behoeften van de ondernemingen maar ook gezien de verhouding van de kost van de maatregel/voordeel voor de economie.

FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 3

5/05/11 8:56:22


kredietbemiddeling • activiteitenverslag

Sinds de oprichting van de maatregel werden meer dan 500 dossiers behandeld met een slaagpercentage van 60%.

De Bemiddelaar herstelt de relatie tussen de kredietverstrekker en de kredietaanvrager. Dit laatste geldt voornamelijk voor de Zeer Kleine Ondernemingen die vaak onvoldoende gewapend zijn om echt te onderhandelen met hun bank(en). Het gaat ook om het beter bekend maken van de overheidsmaatregelen die de toegang tot krediet vergemakkelijken, zowel voor de aanvragers als voor de verstrekkers.

De Bemiddelaar en de medewerkers van het KeFiK zijn specialisten wat betreft kredieten aan ondernemingen. Ze zijn proactief en creatief en hun adviezen zijn weloverwogen. Op het passende moment bieden ze originele invalshoeken door extra quasi-kapitaal of waarborgen naar voren te schuiven als oplossing. Deze expertise wordt aangevuld met de ervaring en de uitbouw van een netwerk, wat van de Belgische bemiddeling voor kredieten en kredietverzekering een professioneel en effectief instrument maakt ten dienste van de bedrijven en ondernemers.

Dat vertaalt zich in gemiddeld meer dan een dossier per dag dat op het bureel van de bemiddelaar terecht komt. In totaal gaat het al om meer dan 500 dossiers die sinds de oprichting van de maatregel behandeld werden, met een slaagpercentage van 60%. Dit zijn 250 ondernemingen (op 417 afgesloten dossiers) die gevrijwaard bleven en meer dan 2000 voltijds equivalente jobs die konden gered worden. Volledig gratis voor de ondernemingen en met een structuur die strikt afgestemd is op de behoeftes, is de kredietbemiddeling ontegensprekelijk de goedkoopste steunmaatregel voor werkgelegenheid van BelgiĂŤ.

Enig minpunt: de maatregel is bekend bij minder dan 10% van de ondernemingen. Rekening houdend met het belangrijke potentieel aan ondernemingen die de steun van de Bemiddelaar zouden kunnen genieten, zijn er ongetwijfeld tal van ondernemingen die, gezien het gebrek aan toegang tot de juiste informatie, alleen stonden met hun problemen. Zonder de juiste oplossingen voor hun noden dreigt er een verhoogd risico op stopzetting.

We moeten dus de ondernemingen en de kredietverstrekkers blijven informeren over het bestaan van de maatregel voor krediet- en kredietverzeke-

4 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 4

5/05/11 8:56:23


ringsbemiddeling van het KeFiK. Het communicatieaspect is van kapitaal belang indien we alle ondernemingen in beschouwing nemen die zich in een gunstigere economische context willen herpositioneren, willen investeren en uitbreiden.

De financieringsbehoeftes zullen de komende maanden hoogstwaarschijnlijk stijgen. De ondernemingen hebben echter geleden onder de crisis. Dat zal onvermijdelijk gevolgen hebben voor hun financiĂŤle parameters en hun balanssituatie. De eisen van de kredietverstrekkers op het vlak van eigen inbreng worden voortdurend strenger. En binnenkort zullen de akkoorden van Bazel III deze trend nog versterken. In die context heeft de kredietbemiddeling meer dan ooit een rol te vervullen bij het toegankelijk maken van kredieten voor ondernemingen, zodat geen enkele onderneming aan haar lot wordt overgelaten.

FrĂŠdĂŠric LERNOUX Gedelegeerd bestuurder van KeFiK vzw

Chris DAUW Kredietbemiddelaar

5 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 5

5/05/11 8:56:27


01 hoofdstuk 1

Werking en Organisatie 1) Werking Iedere ondernemer die moeilijkheden ondervindt bij het bekomen van een krediet of kredietverzekering, kan terecht bij de Kredietbemiddelaar. De tussenkomst van de kredietbemiddelingsdienst is gratis.

In eerste instantie wordt aan de ondernemer enkel gevraagd om een dossier samen te stellen. Hiervoor moet de ondernemer een formulier invullen en de documenten bezorgen die nuttig zijn voor zijn dossier.

Dat formulier is te vinden op de website van de Bemiddelaar (www.kredietbemidde laar.be). Het gaat om een Word bestand dat moet gedownload, ingevuld en teruggestuurd worden naar de diensten van de Bemiddelaar. Aan de hand van dat document kan de bemiddelingsdienst een diepgaande analyse maken van het dossier en essentiĂŤle informatie verkrijgen (de gegevens van de ondernemer en zijn contactpersoon bij de bank, een uiteenzetting van het probleem, het/de bedrag(en) van het krediet in kwestie, de volmacht tot tussenkomst van de Bemiddelaar, enz.).

Zodra de bemiddelingsdienst een dossier ontvangt, wordt een brief met ontvangstbewijs naar de ondernemer opgestuurd. Het KeFiK analyseert het dossier grondig. Binnen de vijf werkdagen wordt een eerste maal contact opgenomen om eventuele onduidelijkheden op te helderen. Het is immers belangrijk om een volledig inzicht te hebben van het probleem.

In de meeste gevallen verlopen de contacten per e-mail of per telefoon. Maar er worden eveneens andere vormen van communicatie gebruikt, naargelang van de specifieke behoeftes van het dossier. Voor bepaalde ingewikkelde dossiers is een

6 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 6

5/05/11 8:56:29


01 hoofdstuk 1

ontmoeting tussen de aanvrager en de Bemiddelaar vereist. Dat kan gebeuren in de lokalen van het KeFIK of op om het even welke andere plaats, in Brussel of in de provincie. De bedoeling is om concrete oplossingen te vinden binnen de kortste termijn en met optimaal gebruik van de beschikbare middelen. Om het probleem op te lossen, neemt de Bemiddelaar soms contact op met de bank of elke andere instelling zoals bijvoorbeeld de overheidsinstellingen die de toegang tot kredieten vergemakkelijken. In dat geval vraagt hij voorafgaand het schriftelijk akkoord van de ondernemer. De Bemiddelaar zal trachten om de dialoog tussen de ondernemer en de financiële gesprekspartners, voornamelijk banken, te versoepelen. Hij neemt hierbij altijd een neutrale positie in.

Sinds 2009 heeft de Bemiddelaar een vertrouwensrelatie opgebouwd met de financiële instellingen. Bij de meeste banken beschikt de bemiddelingsdienst over «vaste» contactpersonen via dewelke de betrokken dossierbeheerder kan worden bereikt.

Wanneer dit relevant is, kan de Bemiddelaar de ondernemer naar overheidsmaatregelen verwijzen.

Bepaalde «hopeloze» gevallen kunnen niet efficiënt behandeld worden. In die gevallen is het bekomen van een nieuw krediet onmogelijk en is de weigering van de financiële instelling gerechtvaardigd.

De Bemiddelaar baseert zich op een klassieke financiële analysetheorie waar de basisprincipes van gezond beheer en het nemen van verantwoorde risico’s gelden. Er is bijgevolg geen sprake van om dossiers te verdedigen die onrealistisch of gebrekkig zijn. Ten slotte is het belangrijk te vermelden dat de Kredietbemiddelaar geen enkele dwingende kracht kan uitoefenen op de verschillende financiële instellingen. Hij kan

7 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 7

5/05/11 8:56:29


kredietbemiddeling • activiteitenverslag

niet ingaan tegen de beslissingen die de bankinstellingen nemen. Hij kan zijn succes daarentegen wel afdwingen door het kredietdossier proactief onder de loep te nemen en de verschillende mogelijkheden te bekijken, waarbij het er soms op aan komt de gesprekspartners van de onderneming te overtuigen. Dat vereist natuurlijk een sterke betrokkenheid van de kredietaanvrager.

2) Organisatie Het systeem van bemiddeling door het KeFiK werd opgezet door de Minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid, Sabine Laruelle. De maatregel werd gelanceerd eind februari 2009 met de opdrachtbrief van de Minister. In september 2009 heeft de Minister van FinanciĂŤn Didier Reynders de bemiddelingsopdracht van het KeFiK uitgebreid tot de kredietverzekering. Behalve de opdrachtbrieven bestaat er geen enkel wettelijk of reglementair kader voor de kredietbemiddelingsmaatregel, in tegenstelling tot de ombudsdienst Banken - Krediet - Beleggingen.

De Bemiddelaar heeft echter wel een akkoord met de bankenfederatie Febelfin. Dat akkoord regelt de procedures voor de contacten met de banken en draagt bij aan de goede samenwerking met de financiĂŤle instellingen.

De maatregel voor kredietbemiddeling van het KeFiK is opgebouwd rond de Kredietbemiddelaar Chris Dauw, met een klein team van twee analisten en een halftijdse administratief assistente. Alle informatie over de kredietbemiddeling is beschikbaar op www.kredietbemiddelaar.be

De ondernemingen kunnen het KeFiK contacteren via het gratis nummer 0800/84 426.

8 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 8

5/05/11 8:56:30


02 hoofdstuk 2

Typologie van de dossiers Inhoudelijk stellen we vast dat sinds de oprichting van de kredietbemiddelingsmaatregel er een zekere constante is wat betreft de aard van de problemen die de ondernemers ontmoeten in hun zoektocht naar krediettoegang.

In kwantitatieve termen zien we dat de Bemiddelaar meer en meer complexe aanvragen ontvangt die slaan op bestaande kredieten.

Elke ondernemer kan een beroep doen op de Bemiddelaar, er is geen typeprofiel onderneming dat zijn diensten vraagt. De aanvragen komen zowel van ondernemingen die starten als van ondernemingen die sinds jaren bestaan.

Er zijn verschillende redenen waarom men een beroep doet op bemiddeling. Ze kunnen gegroepeerd worden in vier categorieĂŤn.

1) Nieuwe kredieten Zoals de naam aangeeft, bevat deze categorie alle aanvragen rond nieuwe kredieten. Dat gaat van financiering van een nieuwe onderneming, tot het aanbrengen van bedrijfskapitaal of financiering van een investering in een bestaande onderneming.

In het geval van startende ondernemingen merken we dikwijls dat de rentabiliteit van het project a priori slecht wordt ingeschat. Het buitensporig optimisme en het gebrek aan professionalisme bij het uitwerken van de prognoses spelen dikwijls in het nadeel van de ondernemer. De kredietverschaffer beschikt niet over voldoende betrouwbare en onderbouwde elementen om zijn beslissing te nemen. Dat leidt tot wantrouwen waaruit bijna automatisch een weigering voortvloeit. We hebben hier dus te maken met twee gevallen.

Enerzijds hebben bepaalde projecten duidelijk geen enkele economische rationaliteit. De zwakte van de prognoses weerspiegelt perfect die toestand. De Bemiddelaar moet op dat moment blijk geven van pedagogie en diplomatie om de aanvrager

9 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 9

5/05/11 8:56:33


kredietbemiddeling • activiteitenverslag

duidelijk te maken dat zijn project niet leefbaar is, en dat de beslissing van de kredietverstrekker gerechtvaardigd is. Die rol van «positieve demotivatie» is niet gemakkelijk op te nemen, omdat het niet de bedoeling is om het ondernemersdynamisme in de kiem te smoren, maar de aanvrager wel diets te maken dat een project niet op om het even welke basis kan gerealiseerd worden en tegen om het even welke prijs. Dit geval moet dus deel uitmaken van de vierde categorie, die van «slechte» dossiers.

Anderzijds bestaan er «goede» projecten, realistisch en economisch leefbaar, maar waarover niet voldoende is nagedacht en die niet professioneel genoeg zijn voorgesteld om interesse en de goedkeuring van de kredietverschaffer weg te dragen. Hierbij moet de Bemiddelaar de ondernemer ondersteunen om de sterke punten meer te benadrukken, zodanig dat hij een beter opgebouwd dossier krijgt, gebaseerd op solide financiële elementen. Het gaat erom de zaken zo objectief en zo goed mogelijk voor te stellen. Dit is in feite een soort «marketingoperatie» om de kredietverschaffer te overtuigen.

Om een aanvraag als geloofwaardig te kunnen bestempelen, is het belangrijk om onderbouwde prognoses op te stellen die rekening houden met alle kosten eigen aan de goede werking van de onderneming (water, elektriciteit, verwarming, loonkosten, financieringskosten,...). De terugbetalingscapaciteit is een essentieel element. Geen enkele bank zal een krediet toestaan zonder dat de terugbetalingscapaciteit aanwezig is. Bovendien moeten er ook voldoende waarborgen voorzien worden voor de bank.

Concreet analyseert de kredietbemiddelingsdienst het dossier. Hij maakt opmerkingen en adviseert de aanvrager.

10 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 10

5/05/11 8:56:33


02 hoofdstuk 2

2) Bestaande kredieten De Bemiddelaar krijgt meer en meer aanvragen die slaan op bestaande kredieten. In dat geval is de tussenkomst van de Bemiddelaar dikwijls het laatste redmiddel, terwijl de beide partijen al een zwaar verleden kunnen hebben, waarbij het dossier dikwijls in een (prĂŠ)geschillenfase zit. Dat maakt de opdracht bijzonder complex. De tussenkomst van de Bemiddelaar wordt er hierdoor niet minder noodzakelijk om. In die categorie zijn er ook twee typegevallen.

Ofwel weten de ondernemers waar de tijdelijke moeilijkheden zitten betreffende de terugbetaling van hun krediet en/of de betaling van intresten. In dat geval vragen ze om dat krediet te ÂŤherschikkenÂť: dit kan leiden tot een vermindering van de kost, een aanvraag tot vrijstelling en een verlenging van de looptijd van het krediet.

De bedoeling is om een moeilijke periode te overbruggen en de ondernemer zuurstof te geven zodat hij op een gezonde basis voort kan. De Bemiddelaar kan ondersteuning bieden bij de onderhandelingen als hij over solide argumenten beschikt en het bestaan kan aantonen van een degelijke terugbetalingscapaciteit. De kredietverstrekker is immers bijzonder gevoelig voor het onder controle houden van zijn risico en zal slechts zelden aanvaarden om dit te verhogen door faciliteiten toe te staan. Om de kansen op een goede afloop te verhogen is het bovendien belangrijk dat die aanvragen gebeuren voor de opzegging van het krediet.

Ofwel is de situatie onherstelbaar. Op dat moment wil men met de aanvraag een gespreide terugbetaling van het krediet bekomen of de activa op een ordentelijke manier realiseren. In de meeste gevallen gaat het om het bekomen van een aanzuiveringsplan bij de bank of de vrijwillige verkoop van de activa van de klant om uiteindelijk de terugbetaling te vergemakkelijken.

De opzegging van een krediet is een extreem gevoelig onderwerp. Het vertrouwen is immers gebroken en de kredietverstrekker gelooft niet meer in de terugbetalingscapaciteit van de kredietnemer.

11 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 11

5/05/11 8:56:33


kredietbemiddeling • activiteitenverslag

De onderhandeling is bijgevolg veel moeilijker. Soms kan een oplossing worden gevonden op voorwaarde dat de aanvrager bijkomende waarborgen kan leveren of indien hij eigen middelen kan aanbrengen om een gedeelte van het opgezegde krediet terug te betalen. Het is over het algemeen de conditio sine qua non om een akkoord voor een afbetalingsplan te vinden.

En wanneer geen enkele oplossing kan worden gevonden maar er toch nog een perspectief is op continuĂŻteit, kan de Bemiddelaar de aanvrager nog altijd doorsturen naar de advocaat van de onderneming om een aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie in te dienen. Op dat moment stopt de opdracht van de Bemiddelaar zodat een eventuele procedure haar weg kan volgen.

3) Communicatiestop Een typisch geval van geblokkeerde situatie is wanneer de partijen de dialoog stopzetten. De Kredietbemiddelaar moet dan dienst doen als tussenpersoon om de noodzakelijke dialoog tussen de aanvrager en de kredietverschaffer opnieuw op te starten.

Die breuk in de relatie wordt dikwijls veroorzaakt door een verslechtering van de relatie tussen de partijen. Het kan in verband worden gebracht met een moeilijke periode die de onderneming heeft doorgemaakt of met een andere gesprekspartner die de onderlinge vertrouwensrelatie aantast, of beide elementen samen.

Na afloop van een soms sluipend proces, is er een totale communicatiebreuk en een dramatisering van de situatie, waarbij de subjectiviteit de bovenhand neemt. De negatieve spiraal moet dus zo snel mogelijk worden doorbroken door de objectivering van de feiten centraal te plaatsen. De Bemiddelaar speelt hier een cruciale rol als tussenpersoon.

Binnen die categorie bestaan er ook verschillende gevallen. Ofwel vindt het communicatieprobleem zijn oorsprong in het niet naleven van de financiĂŤle verbintenissen door de kredietnemer.

12 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 12

5/05/11 8:56:33


02 hoofdstuk 2

Ofwel heeft de kredietnemer specifieke behoeftes, maar formuleert hij ze niet precies genoeg. De met mondjesmaat geleverde informatie ter ondersteuning van de aanvraag, wat bij grensgevallen een opzettelijke strategie kan zijn, bemoeilijkt heel erg de taak van de kredietverschaffer en heeft over het algemeen een dubbele consequentie: weigering en verslechtering van het vertrouwen.

We stellen ook vast dat bepaalde kredietverschaffers veel tijd nemen om hun weigeringsbeslissing mee te delen. Dat verhoogt de frustratie van de aanvrager aangezien hij met een snellere feedback nog zou kunnen proberen om alternatieven te vinden of zijn dossier zou kunnen herzien om het meer af te stemmen op de vereisten van de bank.

Het komt ook voor dat de exacte weigeringsreden niet wordt meegedeeld of zelfs dat de kredietweigering totaal niet wordt gemotiveerd. De Bemiddelaar probeert dan het dossier te ontcijferen en probeert zich een idee te vormen van de weigeringsredenen. Dat complexe werk is noodzakelijk. Immers, om de kansen op krediettoekenning te laten stijgen, moet het dossier herwerkt worden, en meer bepaald de punten die negatief beoordeeld werden door de kredietverschaffer. Dankzij de nauwe contacten die de Bemiddelaar met die laatste heeft, kan dikwijls de puur formele communicatie worden overstegen en naar een constructiever niveau worden gegaan.

4) Gevallen die ÂŤonbehandelbaarÂť zijn of het worden De Bemiddelaar wordt dikwijls geconfronteerd met extreem moeilijke of zelfs onmogelijke dossiers.

Het gaat hier om slechte dossiers die, bij gebrek aan een duidelijke boodschap naar de aanvrager toe, zouden kunnen uitmonden in oneindige discussies. Niettemin moet er hier ook blijk worden gegeven van pedagogie en moet de beslissing van afsluiting van het dossier worden gemotiveerd.

13 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 13

5/05/11 8:56:33


kredietbemiddeling • activiteitenverslag

Meer verwonderlijk is het wanneer de Bemiddelaar te maken krijgt met een dossier dat aan de basis een goedkeuring zou kunnen meekrijgen van de kredietverstrekker, maar dat door een pertinent gebrek aan interesse vanwege de kandidaat ontlener terecht komt in de categorie van de slechte dossiers. Dat is het geval wanneer de Bemiddelaar geen antwoord krijgt op zijn vragen tot bijkomende informatie die voortvloeien uit zijn eerste analyse op basis van de inlichtingen in het aanvraagformulier. Bij het merendeel van de aanvragen waarbij bijkomende inlichtingen worden gevraagd, geven de ondernemers er een positief gevolg aan en getuigen ze van goede inzet door snel en duidelijk te antwoorden. De ondernemers die niet reageren, en dat ondanks de rappels vanwege de kredietbemiddelingsdienst, zijn niet zo talrijk. Desondanks komt het probleem voldoende voor om te worden aangehaald.

14 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 14

5/05/11 8:56:36


03 hoofdstuk 3

De openbare steunmaatregelen voor financiering De rol van de Bemiddelaar bestaat er ook in om deuren te openen door de tussenkomst van een openbare (co)financieringsinstelling of waarborginstelling te adviseren of te vergemakkelijken (Participatiefonds, Sowalfin, PMV, Brussels Waarborgfonds,...). Het gaat erom een dossier dat niet kredietwaardig is door bijvoorbeeld een gebrek aan eigen middelen of waarborgen, toch aanvaardbaar te maken.

De Initio-leningen van het Participatiefonds en de tussenkomst van de regionale waarborgfondsen behoren tot de favoriete instrumenten van de Bemiddelaar. Dankzij de Initio-lening wordt het bekomen van krediet bij een financiĂŤle instelling gemakkelijker. Het Participatiefonds brengt quasi eigen middelen aan binnen een logica van gedeeld risico 50-50 met de kredietverschaffer. De tussenkomst bedraagt maximum 100.000 euro. De regionale waarborgfondsen vullen van hun kant het gebrek aan waarborgen aan die de aanvrager kan aanbrengen. Dankzij de quasi eigen middelen en de regionale waarborgfondsen daalt het risico van de bank aanzienlijk en verloopt de toekenning van het krediet vlotter.

In theorie hebben de kredietverschaffers veel interesse voor bepaalde kredieten en waarborgen die de openbare instellingen voorstellen (zoals het Participatiefonds en de bovenvermelde Waarborgfondsen). De Kredietbemiddelaar stelt echter vast dat dit in de praktijk niet altijd het geval is. Op lokaal niveau hebben veel bankiers geen weet van die maatregelen of tonen ze weinig enthousiasme om er een beroep op te doen.

15 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 15

5/05/11 8:56:40


04 hoofdstuk 4

Specifieke situaties De kredietsituatie in het kader van de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO)1, de kostprijs van het kaskrediet, de overbewaarborging door de banken en de funding loss zijn vier bijzondere situaties die elk op zich het werk van de bemiddelaar bemoeilijken. Een oplossing hiervoor moet pas op langere termijn worden verwacht.

In de meeste gevallen wordt de rol van de Kredietbemiddelaar herleid tot de rol van bevoorrecht waarnemer. De problemen zijn welbekend. Op initiatief van de minister van KMO en Zelfstandigen heeft het Kenniscentrum voor Financiering van KMO een werkgroep «KeFiK-Banken-Ondernemingen» opgericht. Die werkgroep heeft als doel enerzijds het grondig analyseren van deze specifieke problemen en hun gevolgen voor de toekenning van kredieten aan ondernemingen. Anderzijds wil men pistes tot verbetering trachten naar voren te schuiven of zelfs algemene oplossingen vinden. Het platform «Financiering van ondernemingen», dat werd opgericht door Febelfin, behandelt ook dezelfde verschillende punten. De bewustwording binnen de sector is groot. Het KeFiK en de Kredietbemiddelaar nemen actief deel aan de werkzaamheden van het platform door de inbreng van hun ervaring op het terrein in hun zoektocht naar evenwichtige oplossingen.

In afwachting van deze verbeteringen stapelen de probleemdossiers op het bureau van de Kredietbemiddelaar zich op. Er moet dus snel gehandeld worden.

a. Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen De Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO) trad in werking op 1 april 2009. Ze vervangt het vroegere gerechtelijk akkoord. Deze maatregel kent een groot succes. Ze wordt meer gebruikt dan het gerechtelijke akkoord, vooral door de kleinste ondernemingen.

De wet beoogt meer mogelijkheden te bieden aan ondernemingen die financiële 1) Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen

16 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 16

5/05/11 8:56:41


04 hoofdstuk 4

moeilijkheden ondervinden, maar waarvan de fundamenten hoop bieden op een heropleving. Dankzij de wet kan een onderneming haar schulden bevriezen gedurende een welbepaalde periode. Dat geeft de onderneming ademruimte en laat haar de tijd een herstelplan uit te werken.

In vergelijking met het gerechtelijk akkoord biedt de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen een grotere flexibiliteit dankzij drie types van reorganisatie. Die kunnen na elkaar of gelijktijdig gecombineerd worden. Er is de gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord, de gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord en de gerechtelijke reorganisatie door «overdracht onder gerechtelijk gezag».

De kosten voor de ondernemingen zijn laag. Dat verlaagt de drempel voor de kleinste ondernemingen. De toegang tot die wet is bijgevolg gemakkelijker.

Een ander groot voordeel van de WCO is de beslissingssnelheid van de Rechtbank van Koophandel om een gerechtelijke reorganisatie toe te kennen. Hiertoe moet de ondernemer alle documenten neerleggen die nodig zijn om een beeld van de financiële situatie van de onderneming te schetsen. Na onderzoek van die documenten neemt de rechter een beslissing binnen de acht dagen. In de praktijk is de kans groot op een gunstige beslissing.

De Kredietbemiddelaar heeft geen specifieke taak in het kader van die procedure, maar hij wordt regelmatig geconfronteerd met drie essentiële vragen:

• Wanneer moet men de toepassing van de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen vragen?

• Wat zal de houding van de bank(en) zijn nadat een beroep werd gedaan op de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen?

• Hoe moet men een onderneming onder gerechtelijke reorganisatie2 herfinancieren?

De positie van de Kredietbemiddelaar is op zijn minst oncomfortabel. Bovenop de moeilijkheid inherent aan de complexiteit van dit soort dossiers gaat het over een gerechtelijke procedure. Het blijft een open vraag of de Kredietbemiddelaar hieraan moet deelnemen. Kan zijn tussenkomst nuttig zijn? Zo ja, dan zal aandacht moeten gaan naar de middelen die voor deze complexe dossiers vereist zijn. Welk is het belang van de tussenkomst van de bemiddelaar ten aanzien van de algemeen ingenomen posities 2) Een onderneming onder gerechtelijke reorganisatie is een onderneming die een beroep heeft gedaan op de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen en die een gunstige beslissing heeft bekomen bij de Rechtbank van Koophandel.

17 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 17

5/05/11 8:56:41


kredietbemiddeling • activiteitenverslag

door de kredietverstrekkers en welke middelen moet de bemiddelaar inzetten voor de opvolging van deze dossiers? De banken lijken immers geen algemene richtlijn te hebben over hoe ze de situatie moeten beheren wanneer een klant een beroep doet op de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen. Indien dat wel het geval is, communiceren de banken deze richtlijnen niet duidelijk. Een beroep doen op deze wet heeft echter een directe invloed op de relatie bankier-onderneming. Het dossier van de onderneming wordt vaak overgedragen naar een andere dienst, van het type «précontentieux»; de kansen om een herfinanciering van de activa te bekomen zijn bijgevolg erg klein.

De wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen wordt weldra geëvalueerd en de vraag over de financiering van ondernemingen onder gerechtelijke reorganisatie zal hiervan deel uitmaken. De conclusies zullen wellicht heel wat opheldering brengen, onder andere over de rol van de kredietverstrekkers en hun verantwoordelijkheden in het kader van hun relatie met de ondernemingen onder gerechtelijke reorganisatie.

b. De kostprijs van een kaskrediet De kostprijs van een kaskrediet is bijzonder hoog gebleven in België, ondanks een algemene daling van de intrestvoeten eind 2008 (zie grafiek hieronder). 6

Evolutie van de interestvoeten sinds

5

januari 2008

4 3 2 1

15/10/2010

16/09/2010

18/08/2010

20/07/2010

21/06/2010

21/05/2010

22/04/2010

22/03/2010

19/02/2010

21/01/2010

21/12/2009

20/11/2009

22/10/2009

23/09/2009

25/08/2009

27/07/2009

26/06/2009

28/05/2009

28/04/2009

26/03/2009

25/02/2009

27/01/2009

24/12/2008

25/11/2008

27/10/2008

26/09/2008

28/08/2008

30/07/2008

01/07/2008

02/06/2008

02/05/2008

02/04/2008

29/02/2008

31/01/2008

02/01/2008

0 Bron: NBB (Nationale Bank van België)

18 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 18

5/05/11 8:56:42


04 hoofdstuk 4

Volgens de driemaandelijkse barometer van het KeFiK wijzen de ondernemers de te hoge kostprijs van het kaskrediet met de vinger. Van alle indicatoren van de barometer wordt de kostprijs van een kaskrediet het meest negatief gepercipieerd; 74% van de respondenten meent dat de kostprijs hoog, zelfs zeer hoog is. Het kaskrediet is echter een belangrijk financieringsinstrument bij het dekken van de thesauriebehoeftes van de ondernemingen. Het blijft een van de belangrijkste middelen om de kortetermijnbehoeftes te financieren. De kostprijs van het kaskrediet is duidelijk te hoog in vergelijking met de herfinancieringskosten en de risicopremie.

Het is de leefbaarheid zelf van de onderneming die op het spel kan staan. Het klopt dat er gevallen zijn waar het kaskrediet ondoordacht gebruikt wordt door de ondernemers om de behoeftes op middellange en zelfs lange termijn te financieren. Die problemen moeten gepaste antwoorden krijgen, buiten het kaskrediet. In de meeste gevallen gaat het echter wel om het dekken van de thesauriebehoeftes. De barometer toont aan dat de ondernemers, die moeilijkheden ondervinden om een kaskrediet te bekomen, net diegene zijn die een zwakkere kaspositie hadden op het einde van de crisis en er dus ook het meeste nood aan hebben. Wanneer zij het kaskrediet bekomen, gebeurt dit tegen zeer slechte voorwaarden.

De bevraagde ondernemingen door het KeFiK geven aan dat de gemiddelde kostprijs van een kaskrediet oploopt tot 10 of 11% (rekening houdend met de basisrentevoet, de marge, de dossierkosten en de reserveringscommissie). Die rentevoeten worden bovendien bevestigd door een analyse van de rentevoeten toegepast door het merendeel van de banken. Het gaat hier over situaties zonder overschrijding. Voor niet toegestane situaties zijn de rentevoeten nog hoger.

De kredietverstrekkers hebben geen enkel geldig element om het behoud van de buitensporige kaskredietrentevoeten te rechtvaardigen gezien de algemene daling van de kostprijs van het krediet en in een markt waar de referentierentevoeten, die de herfinancieringskosten regelen, historisch laag zijn.

De Bemiddelaar kan trachten de rentevoeten naar beneden te be誰nvloeden, maar we moeten vaststellen dat de banken zeer vaak bij hun standpunt blijven. De bemiddelaar kan ook de onderneming steunen in het bedenken van een optimalisering van de financieringsstructuur, door de instrumenten op langere termijn de voorkeur te geven, zoals de klassieke investeringskredieten of de straight loans. Niettemin blijft 19 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 19

5/05/11 8:56:42


kredietbemiddeling • activiteitenverSlag

het kaskrediet een aangepaste, soepele en efficiënte financieringsformule als het gaat om het financieren van de kortetermijnbehoeftes. Ze moet dan ook toegankelijk blijven met redelijke voorwaarden.

C. «OverBeWaarBOrging» al baseren de banken hun beslissing voor de krediettoekenning op de terugbetalingscapaciteit, toch is het aanbrengen van waarborgen een belangrijk element. in de praktijk zijn het vaak de waarborgen die de beslissende factor uitmaken bij krediettoekenning.

bij startende ondernemingen vertrekt men van een wit blad in de relatie met de kredietverstrekker. de onderhandeling is opener, zelfs indien de vraag over de waarborgen op de voorgrond komt. in de andere gevallen duiken de waarborgproblemen op zowel wanneer de onderneming een nieuw krediet vraagt als wanneer zij de looptijd of het bedrag van het krediet wenst te verhogen.

wat betreft de waarborgen brengt de barometer van het keFik eveneens een bijkomende verduidelijking door de graad van ontevredenheid te meten bij ondernemingen. die bedraagt 2,6 op 10 wanneer men de ondernemingen vraagt naar de verhouding tussen de gevraagde waarborgen en het leningbedrag.

perceptie van

3,5

de waarborgen gevraagd

3

door de banken

1,5 1 0,5

Sept. 10

Mei 10

Maart 10

Jan. 10

Nov. 09

Sept. 09

Aug. 09

Juli. 09

Maart 09

Jan.09

0 Dec. 08

Bron : KeFiK-barometer

2

Nov. 08

Negatieve zone (<5/10)

2,5

20 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 20

5/05/11 8:56:43


04 hoofdstuk 4

De Kredietbemiddelaar stelt vast dat de problemen inzake waarborgen vaak verband houden met de waarderingsmethode (verschil in waarde bij normale verkoop of bij gedwongen verkoop). De banken houden slechts rekening met een bepaald percentage van de waarde bij gedwongen verkoop. Bovendien zijn de verschillen tussen de waardeschattingen soms groot, afhankelijk of het de expert van de aanvrager of de kredietverstrekker betreft.

Indien de ondernemingen zelf niet voldoende waarborgen kunnen leveren, kunnen zij een beroep doen op een openbare waarborginstelling (SOWALFIN-SOCAMUT voor WalloniĂŤ; Brussels Waarborgfonds voor Brussel; waarborgregeling PMV voor Vlaanderen). Die waarborgen worden door de bank als serieus en betrouwbaar beschouwd. Het risico op niet invorderbaarheid van de schuld daalt. Men zou kunnen denken dat een dergelijke waarborg leidt tot een vermindering van de risicopremie en van de totale kredietkost. Maar in werkelijkheid is dat zelden het geval. Het nut van de tussenkomsten van een regionaal Waarborgfonds kan dus in vraag gesteld worden.

De Kredietbemiddelaar moet onderhandelingen opstarten rond de grootte en de valorisatie van de waarborgen om consensus te bereiken rond een evenwichtige situatie. Hij kan de tussenkomst van de regionale Waarborgfondsen aanbevelen om een dossier te deblokkeren. Hij kan ook proberen om de aanspreekpartner te veranderen of om de concurrentie te laten spelen tussen kredietverstrekkers, maar in dat geval rijst de gevoelige vraag over de overdracht van waarborgen.

Het typevoorbeeld is een krediet dat werd toegekend enkele jaren voordien, met een onroerend goed als hypothecaire waarborg. Dat krediet werd vervolgens terugbetaald gedurende verscheidene jaren. Op een bepaald moment heeft de onderneming nood aan financiering. Ze vraagt een nieuw krediet aan of een herneming van de omloop. De bank weigert hoewel ze objectief gezien over een ruime marge aan waarborgen beschikt. En ze weigert natuurlijk om de waarborgen, waarover ze beschikt, vrij te geven, ook slechts gedeeltelijk.

Het zal dan in de meeste gevallen moeilijk zijn voor de ondernemer om de gewenste fondsen bij zijn bank te bekomen. Hij zal dus verplicht zijn zich tot een andere bank te wenden om het krediet in omloop over te nemen, met alle directe kosten, zoals de wederbeleggingsvergoedingen, en de indirecte kosten. 21 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 21

5/05/11 8:56:43


kredietbemiddeling • activiteitenverslag

d. De wederbeleggingsvergoedingen (Funding loss) Het gebeurt in sommige gevallen dat de kredietnemer zijn krediet vervroegd wenst terug te betalen. Dat brengt voor de bank een aantal administratieve en financiële kosten met zich mee. Daarvoor rekent ze een vergoeding aan, de zogenaamde wederbeleggingsvergoeding of funding loss. Voor particulieren is de maximale vergoeding wettelijk vastgelegd. Voor ondernemingen is dat echter niet het geval en geldt de contractuele vrijheid.

De economisch-financiële context verantwoordt in beginsel het vragen van een wederbeleggingsvergoeding. Maar het gebeurt vaak dat die wederbeleggingsvergoedingen buitensporig hoog zijn, ook rekening houdend met de huidige conjunctuur van bijzonder lage intrestvoeten.

In de meeste gevallen wordt dit punt slechts oppervlakkig besproken bij het ondertekenen van de kredietovereenkomst. Beide partijen zijn aan het begin van een commerciële relatie en zijn dus weinig geneigd om zich te buigen over de verbrekingsmodaliteiten die op dat moment sterk hypothetisch lijken. Wanneer die breuk zich echter voordoet, is de kredietnemer vaak verrast door de gevraagde bedragen.

Uit ervaring van de bemiddelaar kunnen de gevraagde bedragen variëren tussen 5% en 33% van het openstaande schuldsaldo. De variatie is groot en men moet voorzichtig zijn want de situaties moeten geval per geval bekeken worden, gelet op de invloed van de intrestvoeten en de looptijden. Maar het ondoorzichtige karakter van de contractuele clausules inzake funding loss, ondoorgrondelijke berekeningsmethodes en een gebrek aan uitleg moeten in alle geval onderstreept worden.

De situaties, waarin we funding loss aantreffen, zijn divers. De meest klassieke gevallen zijn deze waarbij de kredietnemer om persoonlijke redenen zijn lening vroegtijdig wenst terug te betalen. Het gaat over het algemeen om gevallen waar de kredietnemer beschikt over een interessanter aanbod van de concurrentie.

22 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 22

5/05/11 8:56:43


04 hoofdstuk 4

De bemiddelaar is bijzonder geïnteresseerd in de hieronder beschreven gevallen.

Wanneer er bijvoorbeeld wederbeleggingsvergoedingen gevraagd worden in geval van opzegging of faillissement, verergeren zij een al zeer moeilijke financiële situatie.

Een nog extremere situatie doet zich voor wanneer de kredietverstrekker de betaling van de wederbeleggingsvergoedingen eist in geval van herziening van de kredietvoorwaarden, zoals bijvoorbeeld een verlenging van de looptijd. Dat is bijvoorbeeld het geval voor een onderneming die vraagt om de looptijd van haar lening te wijzigen van 10 naar 15 jaar. De weerslag voor de bank is miniem. Ze behoudt haar klant en het krediet. Moeilijk dus om een hoge wederbeleggingsvergoeding te rechtvaardigen.

De funding loss heeft een direct effect op de concurrentie tussen kredietverstrekkers omdat dit de mobiliteit van de kredietnemer bemoeilijkt. Het komt bovenop de «immobiliteit» van de waarborgen die de afhankelijkheid van de ondernemingen ten opzichte van hun bank vergroot.

De situaties, waarbij een wijziging van bank zich opdringt, zijn uiteenlopend. Dat is het geval wanneer de kredietverstrekker de onderneming niet meer wenst bij te staan in haar groeidynamiek, wanneer de onderneming moeilijkheden kent en de bank haar risico niet wenst te verhogen, wanneer de dialoog en/of het vertrouwen verbroken wordt tussen beide partijen, of zelfs wanneer de bank haar globale strategie wijzigt.

De Bemiddelaar pleit voor pragmatische en evenwichtige oplossingen die niet noodzakelijk via een wettelijk en/of reglementair kader van wederbeleggingsvergoedingen moeten gebeuren, maar die zouden kunnen dienen als referentie in de sector.

Er lijkt een bewustwording op te treden van het probleem binnen de sector. Men denkt na over een communicatie over «goede praktijken». De daling van de kosten van wederbelegging zou zeker een impact hebben op het aantal dossiers dat de bemiddelaar met succes afhandelt.

23 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 23

5/05/11 8:56:43


05 HooFdStuk 5

Communicatie volgens de enquête «keFik - Financiering van kmo’s 2010», kent minder dan 10% van de ondernemingen de kredietbemiddelingsdienst van het keFik.

is de KredieTBemiddelingsdiensT BeKend?

KMO's (N=630) Micro ondernemingen (N=275) Brussels gewest (N=99)

(N=aantal respondenten)

Waals gewest (N=258) Vlaams gewest (N=567) Alle ondernemingen (N=924) Bron: KeFiK-enquête KmO-financiering 2010

0%

2,0%

4,0%

6,0%

8,0%

nochtans heeft de bemiddelaar geen moeite gespaard om de informatie op grote schaal te verspreiden. ondernemingen, ondernemersorganisaties, algemene en gespecialiseerde pers, conferenties en beurzen, academische wereld... de bemiddelaar heeft in 2010 op alle mogelijke manieren gecommuniceerd met als orgelpunt het internationaal colloquium in februari over kredietbemiddeling in belgië en Frankrijk.

24 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 24

5/05/11 8:56:46


05 hoofdstuk 5

25 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 25

5/05/11 8:56:50


kredietbemiddeling â&#x20AC;˘ activiteitenverSlag

26 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 26

5/05/11 8:56:58


05 HooFdStuk 5

we moeten dus de ondernemingen en hun vertegenwoordigers blijven informeren over het bestaan van de maatregel, het feit dat het gratis is, de eenvoudige manier van dossierindiening en zijn doeltreffendheid. geen enkele onderneming moet een nadeel ondervinden omdat ze niet weet dat de bemiddelaar van het keFik kan helpen bij het vinden van een oplossing voor haar financieringsproblemen.

Het communicatieaspect is dus van kapitaal belang indien we alle ondernemingen in beschouwing nemen die zich in een gunstigere economische context willen herpositioneren op de markt, die willen investeren en uitbreiden.

Zoals in de inleiding aangehaald, zullen de financieringsbehoeftes de komende maanden hoogstwaarschijnlijk stijgen. de ondernemingen hebben echter geleden onder de crisis. dat zal onvermijdelijk gevolgen hebben voor hun financiĂŤle parameters en hun balanssituatie. de eisen van de kredietverstrekkers op het vlak van eigen inbreng worden voortdurend strenger. en binnenkort zullen de akkoorden van bazel iii deze trend nog versterken.

daarnaast zal er opnieuw gericht gecommuniceerd worden naar de interprofessionele organisaties, die de ondernemingen vertegenwoordigen, alsook naar de professionele organisaties en cijferberoepen en zal hen gevraagd worden de informatie onder hun leden en klanten te verspreiden.

artikels in de algemene pers, publicaties, nieuwsbrieven, krantenartikels, interviews, brochures verspreiden over verschillende professionele organisaties, conferenties in universiteiten,... alle middelen zijn nuttig om de boodschap te verspreiden.

27 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 27

5/05/11 8:57:01


06 HooFdStuk 6

Kwantitatieve gegevens a. vOOrnaamsTe gegevens • 123 miljoen euro in omloop van kredieten behandeld in bemiddeling • 3370 voltijdse equivalenten staan op het spel • 514 ondernemingen in bemiddeling • 9 niet-ontvankelijke dossiers • 417 dossiers afgesloten en 2145 jobs behouden • 60% positief afgesloten dossiers en 77% jobbehoud

B. aard van de mOeilijKheden de problemen die zich het meest voordoen zijn: - nood aan fondsen op korte termijn (38%) bijvoorbeeld: betaling leveranciers - nood aan fondsen op middellange en lange termijn (26%) bijvoorbeeld: materiële investering - opzegging van bestaande kredieten (10 %) - problemen gelinkt aan de opstart van een activiteit (9%) - betalingsachterstallen (8%) bijvoorbeeld: btw, rSZ

aard van de moeilijkheden

2%

7% 9%

Starter

8% 10%

26%

38%

Korte Termijn Middellange/lange termijn Opzegging Achterstal Intrestvoeten Andere

28 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 28

5/05/11 8:57:04


06 HooFdStuk 6

C. TYpOlOgie van de BeTrOKKen Ondernemingen • 98% van de ondernemingen in bemiddeling zijn KMO’s met minder dan 50 werknemers. • Ondernemingen in de handelssector (26%), de dienstensector (16%), de bouwsector (15%) en de horeca (11%) doen het meeste een beroep op de kredietbemiddelaar.

d. OmlOOp van de in Bemiddeling Behandelde KredieTen en evOluTie in de Tijd • De in bemiddeling behandelde kredieten worden als volgt ingedeeld: - van 0 tot € 49.999: 35% - van 50.000 tot € 249.999: 40% - van 250.000 tot € 499.999: 14% - meer dan € 500.000: 11%. • De mediaan van de behandelde dossiers is € 82.800. • Het gemiddelde niveau van de behandelde dossiers is € 270.100.

meer dan 500.000 E

Omloop van de in bemiddeling behandelde kredieten en evolutie in de tijd

van 250.000 tot 499.999 E 02/2009 - 02/2011

van 50.000 tot 249.999 E

02/2009 - 08/2010 02/2009 - 02/2010 02/2009 - 08/2009

van 0 tot 49.999 E 0% 10% 20% 30% 40% 50%

29 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 29

5/05/11 8:57:05


kredietbemiddeling â&#x20AC;˘ activiteitenverSlag

e. verdeling per prOvinCie van de dOssiers in Bemiddeling en evOluTie in de Tijd

85 dossiers 58 dossiers

70 dossiers

49 dossiers 47

50 dossiers

27 dossiers 37 dossiers

43 dossiers 32 dossiers

16 dossiers

02/2009 - 08/2009 02/2009 - 02/2010 02/2009 - 08/2010 02/2009 - 02/2011

90 80 70 60 50 40 30 20 10 Oost-Vlaanderen

West-Vlaanderen

Luxemburg

Henegouwen

Namen

Luik

Limburg

Antwerpen

Vlaams-Brabant

Waals-Brabant

Brussel

0

30 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 30

5/05/11 8:57:10


07 hoofdstuk 7

Vooruitzichten en aanbevelingen Na 2 jaar heeft de maatregel voor kredietbemiddeling van het KeFiK zijn relevantie en doeltreffendheid bewezen. De bemiddeling kent geen enkel wettelijk of reglementair kader waardoor ze heel soepel kan functioneren. Het is ongetwijfeld een van de troeven die men moet behouden. Een reflectie over het kader blijft echter mogelijk, in een optiek van het permanent maken van de maatregel.

Daarmee samenhangend heeft de kredietbemiddeling van het KeFiK nooit specifieke financiering ontvangen. Het KeFiK financiert dus deze missie met eigen middelen. Die situatie is slechts aanvaardbaar in de mate waarin de kredietbemiddeling gecreĂŤerd werd als een conjunctuurmaatregel, met initieel de bedoeling om die op het einde van de crisis stop te zetten. De opdracht moet dus nu als dusdanig gefinancierd worden zodat het KeFiK het risico niet loopt deze te moeten uitvoeren ten nadele van zijn studieopdrachten, analyses, opzoekingen en het samenbrengen van de actoren voor bedrijfsfinanciering.

De communicatieaspecten zijn prioritair. Ook indien het KeFiK zijn middelen optimaliseert en blijk geeft van veel voluntarisme, blijven ze toch heel erg afhankelijk van de middelen van het Centrum. Het belang van een grootschalige communicatiecampagne lijkt echter evident. De beslissing voor de heropmaak van de websites van het KeFiK en de Kredietbemiddelaar werd reeds genomen. Intelligente formulieren zullen ter beschikking gesteld worden van ondernemingen die hun dossier rechtstreeks via de website kunnen indienen. Het betreft zowel een communicatieactie als een administratieve vereenvoudiging.

Het KeFiK en zijn Kredietbemiddelaar zullen zich verder blijven mengen in de problematiek gekoppeld aan de wet betreffende de continuĂŻteit van de ondernemingen, aan de kostprijs van het kaskrediet, aan overbewaarborging en aan de funding loss. Het KeFiK zal zijn eigen acties voeren en deelnemen aan alle overlegplatformen. Het zal zijn expertise en zijn terreinkennis inzetten met als enig doel constructieve oplossingen te vinden die bijdragen tot concrete antwoorden voor de ondernemingen en de ondernemers.

31 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 31

5/05/11 8:57:14


kredietbemiddeling â&#x20AC;˘ activiteitenverslag

Ten slotte wenst de Kredietbemiddelaar nog drie specifieke suggesties mee te geven vanuit de â&#x20AC;&#x2DC;bemiddelingspraktijkâ&#x20AC;&#x2122;:

1. Een aanbeveling voor bank en onderneming: sta open voor correcte communicatie!

De bankier moet worden beschouwd als een partner die men regelmatig ontmoet om de evolutie van de onderneming te bespreken, om de strategie uiteen te zetten en de eventuele financieringsbehoeftes op korte, middellange en lange termijn te bekijken. Op dezelfde manier moet de bankier duidelijk zijn verwachtingen en zijn houding ten opzichte van de ondernemingsstrategie uitdrukken.

2. Een aanbeveling voor de onderneming die financieringsproblemen heeft: wacht niet te lang om ze bij de Bemiddelaar aan te kaarten.

De taak van de Bemiddelaar zal des te gemakkelijker zijn wanneer hij kan tussenkomen op het moment dat het probleem opduikt. Het heeft geen zin om te wachten tot de situatie uit de hand loopt en het tot een totale communicatiebreuk komt vooraleer een beroep te doen op de kredietbemiddelingsdienst van het KeFiK.

3. Een vraag aan alle betrokken partijen: doe een inspanning om de bemiddelaar meer bekendheid te geven.

De kredietbemiddeling zorgt voor behoud van de economische activiteit en van jobs. De ondernemers kunnen er gratis een beroep op doen. Het is een effecieve maatregel met eenvoudige indieningsmodaliteiten en procedures aangepast aan de realiteit van de onderneming en de aard van het probleem.

32 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 32

5/05/11 8:57:15


08

Besluit Op 2 jaar tijd is de maatregel voor kredietbemiddeling van het KeFiK een officiĂŤle instelling geworden. De bemiddelaar krijgt dagelijks dossiers waarvoor zijn tussenkomst vaak de laatste hoop is op een oplossing en op het behoud van de onderneming en de werkgelegenheid.

hoofdstuk 8

Opgericht door de federale overheid en gratis ter beschikking gesteld aan ondernemers heeft de bemiddelingsdienst van het KeFiK meer dan 250 ondernemingen van het failissement gered en meer dan 2000 voltijdse equivalenten behouden.

De bemiddelaar beslecht niet de geschillen tussen beide partijen - daarvoor bestaan er andere instanties. Hij zoekt op een neutrale manier naar oplossingen voor de kredietproblemen.

Als tussenpersoon tussen de financiĂŤle instellingen en de ondernemingen die problemen ondervinden met hun krediet beschikt de bemiddelaar over een bijzondere positie. Hij is niet enkel een speler die tussenkomt bij specifieke, vaak zeer complexe situaties, maar ook een bevoorrecht waarnemer.

De impact van de wet op de continuĂŻteit van de ondernemingen op de financiering, vooral op de mogelijkheid om toegang te hebben tot financiering, de hoge kosten van het kaskrediet, de vereisten inzake waarborgen die een rem vormen op de concurrentie tussen de banken en de zeer specifieke problematiek omtrent funding loss zijn allemaal problemen die zo snel mogelijk moeten worden opgelost omdat ze niet alleen een negatieve invloed hebben op de bemiddelingsdossiers, maar ook algemeen omdat ze negatieve gevolgen hebben op de economische activiteit.

Geen enkele onderneming mag aan haar lot worden overgelaten. De te geringe bekendheid van de bemiddeling blijft daarom een belangrijk thema.

33 FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 33

5/05/11 8:57:18


FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 34

5/05/11 8:57:18


FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 35

5/05/11 8:57:18


verantwoordelijke uitgever: FrĂŠdĂŠric lernouX - keFik vZw - ondernemingsnummer 0809 561 802

Kredietbemiddelaar | de Lignestraat 1, 1000 Brussel kredietbemiddelaar@cefip-kefik.be

FOND-11-10211-RapportMediateur NL-030511-eg-r4.indd 36

5/05/11 8:57:19


KEFIK - Kredietbemiddeling - Activiteitenverslag 2010