Page 1

PANIEK Robin Wubben


PANIEK Robin Wubben

Para Media Groep


www.paramediagroep.nl © 2016 Titel Druk ISBN NUR

Auteur Uitgever Fotografie omslag Vormgeving Eindredactie © 2016

Robin Wubben PANIEK Eerste druk, zomer 2016 978-90-825098-0-9 491 - Sportbiografie Robin Wubben Para Media Groep Mathilde Dusol Ben Mobach, Ariës Grafische Vormgeving Rien Wisse, Het Boekenschap lle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvouA digd of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.


Voorwoord Rolstoeltennisster Aniek van Koot en ik spraken elkaar in de zomer van 2013, een paar weken voor de US Open, voor een video op mijn website ParalympischeSport.nl. We spraken over haar verwachtingen als nummer twee van de wereldranglijst, het feit dat ze samen met Jiske Griffioen een Year Grand Slam kon behalen – de Australian Open, Roland Garros en Wimbledon hadden ze al gewonnen – en hoe de sport in het ‘post-Esther-Vergeer-tijdperk’ veranderd was. Nadat het interview was afgelopen, zaten we nog even na te praten. Aniek vertelde me dat ze het moeilijk had gevonden een tijdje nummer 1 te zijn en ‘de nieuwe Esther’ genoemd te worden. En dat ze in een behoorlijk diep dal was terechtgekomen. Het idee dat zij het moeilijk vond om nummer 1 te zijn, dat ze daar niet heel blij mee was, intrigeerde me. Ik had verwacht dat ze dolgelukkig zou zijn. Als paralympische-sportjournalist was dat ook wat ik altijd meemaakte: sporters die door het dolle heen waren als ze wonnen. Ik zag dat tijdens de Paralympische Spelen van 2012 in Londen en sindsdien is dat beeld tijdens de vele evenementen waar ik als verslaggever bij was niet veranderd. Niet veel later zaten we weer bij elkaar. Ik wilde meer weten over die moeilijke periode. We troffen elkaar op Papendal en toen vertelde ze me haar verhaal: over stress, negativiteit, zichzelf pijnigen 7


en dwangmatig afvallen met shakes en laxeermiddelen. Ik schrok, en schreef het verhaal dat in Helden Magazine gepubliceerd werd. Hoewel ik het verteld had, bleef het in mijn hoofd spoken. Het verhaal in Helden Magazine ging alleen over de zware maanden in 2013. Ik hield het gevoel dat er meer verhaal was dan ik nu van Aniek wist. Ik wilde weten hoe het zover was gekomen; dát wilde ik vertellen. Dus stuurde ik haar in juni 2015 een appje met een nogal vage vraag: ‘Ik heb een idee en wil daar graag met je over van gedachten wisselen.’ Ik voegde eraan toe: ‘Ik vind het in elk geval iets leuks, jij hopelijk ook.’ Opnieuw ontmoetten we elkaar op Papendal. Ze wilde me graag meer vertellen. Wat het ging worden? Ik had op dat moment geen idee. Een boek? Weer een verhaal in een magazine? Of bestond dat verhaal waarvan ik dacht dat het er was helemaal niet? We spraken af om het als een ontdekkingsreis te zien, eigenlijk zoals we dat voor Helden Magazine ook hadden gedaan: we maken tijd vrij en in het slechtste geval is het resultaat dat we een middag goed en gezellig met elkaar hebben gesproken. Drie lange middagen vroeg ik naar haar jeugd, haar handicap, rolstoeltennis, gepest worden op school, de moeilijke periode in 2013, haar familie en vrienden; ze vertelde me alles wat ik maar wilde weten. Af en toe schrok ze zelf van haar openheid. ‘Dat moet je niet opschrijven hoor’, zei ze dan snel. Ze vertelde een open en eerlijk verhaal. Over elk onderwerp wilde Aniek met me praten; niets werd geschuwd of als onbelangrijk afgedaan. Hoewel ze 8


het ontzettend spannend vond – en waarschijnlijk vindt – dat ik haar verhaal heb opgeschreven, gaf ze me het vertrouwen door overal over te vertellen: ‘Ik ga ervan uit dat je goed omgaat met wat ik je vertel.’ In die gesprekken bleek dat ik de eerste was aan wie ze het verhaal over haar diepe dal in 2013 had verteld, over de extreme maatregelen die ze had genomen: ‘Ik dacht niet: nu ga ik de hele wereld vertellen wat er met me aan de hand is. Maar ik moest mijn verhaal blijkbaar kwijt. Ik wilde het delen en jij was de juiste persoon met de juiste vragen op het juiste moment.’ En zo ging ik zelf een rol spelen in het boek dat ik misschien wel zou schrijven. Zeker toen haar ouders en zus dit gegeven bevestigden: ‘We wisten pas hoe erg het was toen we het verhaal in Helden Magazine lazen.’ Ik hoorde van Aniek het verhaal van een meisje dat opgroeit met een handicap, door medische tegenslag haar been kwijtraakt en bij toeval rolstoeltennis ontdekt. Een meisje dat sneller volwassen wordt dan goed is, moet omgaan met anderhalf been en alle vooroordelen over gehandicapten. Een strijd die ze vooral voert met zichzelf en waarin ze uiteindelijk haar eigen weg vindt. Al snel werd me duidelijk: dit verhaal moet verteld worden. En dus ging ik schrijven.

Robin Wubben, juni 2016

9


Melbourne januari 2013 Game, set and match, miss Van Koot. Two sets to one. Six one, one six, seven five. ‘O, wat erg. Wat was dit slecht. O, o, o. Zes matchpoints verprutst. Zes! Hoe kan ik nou zó de Australian Open winnen? Dat hoort toch veel overtuigender, veel makkelijker te gaan? Zo mag ik me geen kampioen voelen. Ik moet toch makkelijker winnen als ik de beste ben? Helemaal van haar! Nou, nou, knap hoor. Gefeliciteerd? Bedankt. Zo knap vind ik het niet! Ja, het is wel een mooie beker. The Errol Hyde Trophy, lees ik. En ik sta daar nu op als winnares. Als vierde Nederlandse. Esther, Esther, Korie en dan nog zeven keer Esther. Eén keer Sharon tussendoor. Dat heb ik mooi geflikt! Gaaf. Ja, wel gaaf. Straks word ik nog een keer gehuldigd. Op Garden Square, waar alle tennisfans de wedstrijden van de Australian Open op een groot scherm kunnen volgen. Dat plein is het hart van Melbourne Park. Ik word in het zonnetje gezet als enkelspelkampioene, maar ook samen met Jiske, want we hebben het dubbelspel gewonnen. Dat is gaaf. Terwijl we samen op de huldiging staan te wachten, tikt Marc me aan. “Gefeliciteerd Aniek, je bent vanaf maandag de nummer 1 van de wereld!” Ik? Nummer 1? Ik zeg iets van: “O, nou mooi.” Daar ben ik nou helemaal niet mee bezig. Ik wist wel dat het kon als 11


ik dit toernooi zou winnen. Esther heeft al sinds de Paralympische Spelen van vorig jaar niet gespeeld en heeft dus veel punten op de wereldranglijst verloren. Maar ja, als die straks na haar lange vakantie weer begint, wordt ze gewoon weer nummer 1. Dan zijn wij lekker op dreef, winnen we onze toernooitjes en komt zij terug: tik, tik, tik, doei! Dus dat ik nu nummer 1 ben ... Lekker belangrijk. Vanmorgen was het allemaal nog heel ontspannen. Rustig wakker worden, heerlijk ontbijten. Met goede koffie, zoals altijd. Dat heb ik nodig, anders word ik niet wakker. En daarna naar Melbourne Park. Ik geniet van het ritje door de stad naar het tennispark. Melbourne is een wereldstad, maar het voelt ook als een dorp. De mensen zijn vriendelijk, het weer is zalig. Ja, als ik ooit ergens anders wil wonen dan in Nederland, is het wel hier. Ik rol het blauwe hardcourt op van een van de trainingsbanen en ga met Freek inspelen. Eerst minitennis, dan lange ballen, crosshoeken, serveren; we spelen een paar punten en dan moet het goed zijn. Ik berg mijn rackets weer op in mijn tas. Achter me hoor ik ineens, met een fout Duits accent: Jawohl. Aniek von Koot gegen die Sabien. Aus Deutschland. Freek is in de umpirestoel geklommen. Ik moet er vreselijk om lachen, doe het bijna in mijn broek. Vooral omdat hij niet doorheeft dat het microfoontje op die stoel aanstaat. Iedereen op het park kan het horen. Het breekt even de spanning die ik voel voor deze finale. Ik kan hem winnen. In eerdere finales was dat wel anders. Dan stond Esther Vergeer aan de andere kant van het net en wist ik: zilver is het maximaal haalbare. Nu niet. Sabine Ellerbrock moet ik verslaan. Ze is vijftien jaar ouder dan ik. We hebben al 12


achttien keer tegen elkaar gespeeld en zij heeft pas twee keer gewonnen. Daar komt vandaag echt geen verandering in. Na het inspelen volg ik mijn gebruikelijke routine. Een korte voorbespreking. Waar liggen haar zwakke punten, waar moet ik op letten, welke ballen moet ik slaan om haar in de problemen te brengen? Aad kent alle speelsters en hun zwaktes door en door. Wat wil je ook, met zoveel jaar ervaring? Hij is al bijna vijftig jaar tennistrainer en heeft rolstoeltennis in Nederland op de kaart gezet. Daarna verdwijn ik de lockerroom in. Tijd voor mezelf, daar hoef ik niemand bij te hebben. Rackets in orde maken, omkleden, mijn haar doen. En natuurlijk muziek op mijn oren: Spice Girls, Vengaboys, Jan Smit, Mental Theo, Het Foute Uur. Als het maar vrolijk en een tikkie fout is. Dat vind ik heerlijk. Tot ik omgeroepen word. Miss Van Koot, miss Ellerbrock, please report to the players desk for your escort to court. Oef, nu gaat het gebeuren. Nu kan ik niet meer terug. Mijn eerste grandslamfinale die ik echt zou kunnen winnen. Sterker nog, ik vind dat ik m贸茅t winnen. Normaal win ik makkelijk van Ellerbrock. Het is haar eerste finale op een grand slam, ik heb er al drie gespeeld. En verloren, van Esther. Die ervaring moet in mijn voordeel werken. Ik heb een lijstje in mijn tas met punten waar ik op moet letten, voor als het moeilijk wordt. Maar het is niet moeilijk. Het gaat fantastisch. De eerste vier games gaan gelijk op, steeds tot deuce, maar ik sta met 3-1 voor. Het wordt 4-1, weer een deucegame en 5-1. Ik mag zelf serveren en zonder veel moeite 13


haal ik de eerste set binnen. Zou ik dan écht ...? Ik probeer gefocust te blijven, maar verlies de controle over de wedstrijd. Ik lever mijn service in en het staat 3-1 voor Ellerbrock. Ik weet niet hoe ik dit moet omdraaien. Ik heb in wedstrijden wel vaker zo’n moment dat ik de focus kwijtraak, meestal als ik de eerste set gewonnen heb. Maar ik doe niks geks, zij toch ook niet? Langs de baan lijkt iedereen met iets anders bezig te zijn dan met deze wedstrijd. Jiske zit met iemand anders te praten, Aad probeert me nog wel op te peppen, maar ik erger me aan alles. Ook aan zijn goedbedoelde adviezen. Ik ben de weg kwijt, vergeet waar ik mee bezig ben en sla de ballen alleen nog terug. Zonder bedoeling, zonder plan. Ik raak in paniek en weet dat ook tijdens de negentig seconden rust bij een gamewissel niet van me af te schudden. Ik krijg mezelf niet rustig. Het wordt alleen maar erger. Ik ben kwaad. Ik moet dit makkelijk kunnen winnen. Wat is dit nou! Ik sla met mijn racket voor de zoveelste keer op mijn goede been. Opletten Aniek, focussen. En goed tennissen! Niet veel later is het 5-1 en heeft zij drie setpoints. Die speel ik nog weg, maar bij haar vierde kans is het wel raak; de tweede set ben ik kwijt. Pas bij 2-2 in de derde set ben ik er weer een beetje bij. Mijn been doet inmiddels pijn, zo boos ben ik op mezelf geworden. Op de een of andere manier slaag ik erin uit te lopen naar 5-2. Een ruime marge, maar ik stik van de zenuwen. Want nu móét het. Nu moet ik dat laatste punt pakken. Nu moet ik het mooi afmaken. Nu moet ik niet verliezen. Want dan ben ik echt de allergrootste loser. Ik verover mijn eerste matchpoint. Nog één punt. 14


Dan ben ik grandslamkampioen en volg ik Esther op als winnares in Melbourne. Shit. Dat punt lever ik in. En Ellerbrock heeft niks te verliezen. Wint een paar games. Tussendoor krijg ik nog wel wat kansjes om het af te maken. Ik krijg n贸g een matchpoint. En nog een, en nog een. Soms heb je het gevoel dat als je een kans niet pakt, je die ook nooit meer krijgt. Dat gevoel heb ik nu. Deze minuten lijken wel een uur te duren. Pffffff ... Het zal toch niet? Sabine komt terug tot 6-5. En ik krijg weer een matchpoint. Pas bij de zevende poging is het raak. Het is heel onwerkelijk. Hoe kan ik nou op deze manier mijn eerste grandslamtitel winnen? Natuurlijk juich ik even en lach ik. Maar vanbinnen ben ik gesloopt. Op van de zenuwen, van de stress, van de druk die ik mezelf heb opgelegd. Ik voel de tranen al komen. Ja, leuk joh, dat ik die Australian Open heb gewonnen. Maar volgens mij was het gewoon heel slecht. Die avond spelen onze landgenoten Robin Haase en Igor Sijsling de herendubbelfinale tegen de broertjes Bob en Mike Bryan uit Amerika. Iedereen wil dat ik

Sabine Ellerbrock feliciteert Aniek na hun finale.

15


meega. En dan kunnen we daarna mijn overwinning vieren. Ik heb daar geen zin in. Ik wil terug naar mijn hotel, naar bed. Even geen Nederlanders om me heen. Ik wil rust. Ik ben kapot. Ik slaap in een hotel ver weg van iedereen. Stefan verblijft ook in mijn hotel. Hij heeft vandaag zelf de dubbelfinale verloren. Stefan was ooit mijn eerste vriendje. Hij heeft me geleerd hoe mooi het kan zijn om van iemand te houden. En hoe fijn het is als er iemand echt van je houdt. We zijn niet meer samen – hij is inmiddels zelfs al getrouwd – maar we kunnen het nog altijd goed met elkaar vinden. “Wil je een wijntje of biertje doen aan de bar? Ik trakteer vanavond.” Hij zegt ja. Na twee wijntjes ga ik naar bed. Intens gelukkig dat ik deze prestatie heb kunnen vieren met een goede vriend. Het was gezellig. Maar ik ben ook boos. Dat ik slecht gespeeld heb vandaag. Dat mag niet als de nieuwe nummer 1 van de wereldranglijst.’

16


2 Aniek wordt geboren op woensdag 15 augustus 1990. Voor vader Evert-Henk en moeder Edith is de geboorte na een zware, uren durende bevalling een abrupt einde van negen maanden zwangerschap. Geen blijdschap, geen ‘gefeliciteerd’, ‘het is een meisje’ of ‘wat een mooi kind’. Aniek wordt na de geboorte niet bij haar moeder gelegd, maar meteen door de artsen meegenomen. Er is iets mis, zoveel is wel duidelijk. Het is een schok voor beide ouders. Abrupt komt er een einde aan de roze wolk waar ze zolang op hebben gezeten. Waar is Aniek naartoe, wat is er precies mis, Na de geboorte ligt hoe erg is het? Voetstappen op de gang en dan een Aniek een paar dadroge, ongenuanceerde mededeling van de arts: “U gen in een couveuse.

17


heeft een zwaar gehandicapte dochter en of ze ooit kan lopen, weten we niet.” En niet veel later, als Aniek veilig in haar bedje ligt naast moeder Edith, komt een van de zusters nog met een ongetwijfeld goedbedoeld, maar minstens zo ongenuanceerd advies: “Leg er maar een dekentje over, dan zie je het niet.” Aniek wordt geboren met een aantal afwijkingen aan haar rechterbeen. Het is veel korter dan haar linkerbeen en ook is de stand van haar heupen niet goed. Door een stuitligging hebben de artsen in Winterswijk dit niet voor de geboorte op de echo’s kunnen zien. Ook voor het medisch team komen de handicaps als een schok. Doordat Aniek zo vlug is weggehaald en door die opmerking over ‘een dekentje’ is moeder Edith in sneltreinvaart hersteld van de bevalling. Fel reageert ze: “Als ze straks achttien jaar is, kunnen we er toch geen dekentje meer overheen leggen? Wat is dat nou voor iets stoms?” ‘Leg er maar een dekentje over’ blijft jaren later een gevleugelde uitspraak in huize Van Koot als er iets niet goed gegaan is. En dan is er ook nog een eigenwijze kleine teen, die een compleet andere kant op wijst dan zijn vier collega’s. ‘Ik had aan mijn rechtervoet gewoon vijf tenen, maar de kleine teen stond helemaal schuin; die week af van alle andere. En al snel zorgde dat voor problemen. Dus toen ik elf maanden was, is die teen geamputeerd. Dat was de eerste van een hele reeks operaties. Hoewel ik die dag doodziek was van de narcose – dat was bij operaties nooit anders – liep ik een dag later alweer vrolijk rond op een verjaardag bij de buren. Ik liep scheef, maar ik liep wel!’ 18


De eerste weken na de geboorte van Aniek zijn blij, maar zorgelijk. Bij de foto’s in het babyboek staat: “Eerst hebben we gehuild, daarna gelachen en bewonderd.” De eerste weken vertellen Edith en EvertHenk uitgebreid over hun prachtige dochter. Iedereen wil weten wat er nou precies aan de hand is, wat de vooruitzichten zijn, of er iets aan te doen is. Maar na verloop van tijd wordt het verhaal korter en korter.

Moeder Edith van Koot: “Het was een dreun dat Aniek een handicap had, maar je moet verder. In het begin vertelden we iedereen er heel uitgebreid over, maar langzaam werd dat verhaal steeds korter. Ik had er geen zin in om het verhaal keer op keer te doen. Op een gegeven moment kon ik het in twee zinnen uitleggen.” Aniek groeit op in Dinxperlo, aan de grens met Duitsland, samen met haar twee jaar oudere zus Sanne. Het gezin is hecht, vooral ook door de handicap van Aniek en de onzekerheid daarover. Maar dat Aniek een korter been heeft, hoort erbij. Het is zo. Er wordt niet over gesproken. ‘Spreken is zilver, zwijgen is goud’ blijkt ook voor deze Achterhoekse familie op te gaan. Ziet oe te schikken. Doet er maor zuutjes met hen. Het is wat het is, hier moet je het mee doen en maak er maar het beste van. Laat alles maar zo veel mogelijk langs je afglijden, dan blijft de vrede bewaard en maakt niemand zich zorgen. Hoewel die zorgen er wel zijn. Bij de ouders, familie, vrienden en in de buurt. Maar die zorgen worden niet met elkaar besproken. En al helemaal niet geuit richting de familie. Alles draait in het gezin om tennis. Vader tennist, moeder heeft vroeger tennisles gegeven en samen werken ze als beheerder van Sportcentrum Het 19


Over de auteur Robin Wubben (1979) is een van de best ingevoerde paralympische-sportjournalisten van Nederland. Hij werkt als zelfstandig (camera)journalist. Naast zijn schrijvende werk is hij ook actief met de videocamera als eenmanscameraploeg. Hij verzorgt in die rol het complete videoproces; van script tot montage. Na interviews met paralympische sporters bleef steeds de vraag: ‘Waarom horen we zo weinig over die sport?’ In 2011 begon hij daarom de website ParalympischeSport.nl. In eigen tijd en op eigen initiatief deed hij verslag van de sport, in woord en video. In 2012 was hij in Londen voor het eerst als verslaggever aanwezig tijdens de Paralympische Spelen. Robin is bij de meeste grote paralympische evenementen: EK’s, WK’s en Paralympische Spelen. Hij werkt in opdracht van onder meer NOC*NSF, sportbonden en (regionale) dagbladen. Samen met fotografe Mathilde Dusol vormt hij de Para Media Groep. Samen vertellen zij het paralympische verhaal. Ze bieden sportorganisaties en mediabedrijven een totaalpakket aan verslaggeving. Robin Wubben debuteert met PANIEK als boekenschrijver.

175


‘Terwijl we op de huldiging staan te wachten, tikt Marc me aan. “Gefeliciteerd Aniek, je bent vanaf maandag nummer 1 van de wereld!” Ik? Nummer 1? Ik zeg iets van: “O, nou mooi.” Iedereen wil mijn overwinning vieren, maar ik heb daar geen zin in. Het was toch gewoon heel slecht? Hoe kon ik nou zó nummer 1 van de wereld worden?’ (Januari 2013) PANIEK vertelt het verhaal van rolstoeltennisster Aniek van Koot; een meisje dat opgroeit met een handicap, mede door medische tegenslag haar been kwijtraakt en bij toeval rolstoeltennis ontdekt. Aniek moet allerlei hindernissen overwinnen omdat ze ‘anders’ is en moet leren omgaan met de druk die ze vooral zichzelf oplegt.

Robin Wubben (1979) is een van de best ingevoerde paralympischesport-journalisten van Nederland. Hij doet verslag van de grootste internationale evenementen in tekst en video: EK’s, WK’s en Paralympische Spelen. Hij debuteert met PANIEK als boekenschrijver.

www.paramediagroep.nl

9 789082 509809

Profile for ParaWatcher

PANIEK (voorpublicatie)  

Het boek over rolstoeltennisster Aniek van Koot; een meisje dat opgroeit met een handicap, mede door medische tegenslag haar been kwijtraakt...

PANIEK (voorpublicatie)  

Het boek over rolstoeltennisster Aniek van Koot; een meisje dat opgroeit met een handicap, mede door medische tegenslag haar been kwijtraakt...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded