Page 1

! r e t s Paradiso o

tp e m

zondag 9 december 2 012

Beurs van

klein

e uitgevers

Gielijn Escher 2012

35ste JAARGANG — Zondag 9 december 2012 — Van 13.00 tot 17.00 uur — Toegang €3.00

Alauda Publications

Broken Circle/Spiral Hill, juni 1971

Het boek als sculptuur Door Anton de Goede

V

orig jaar voor het eerst op de Beurs voor Kleine Uitgevers: Esther Krop. De door haar opgerichte uitgeverij Alauda Publications bracht onder meer Brieven aan Esther van Arnon Grunberg, brieven van de succesvolle schrijver geschreven lang voordat hij die succesvolle schrijver was. Sterker, de brieven dateren van voor zijn debuut. Hij schreef ze begin jaren negentig, aan Esther Krop zelf. Krop was destijds eerstejaars student op de kunstacademie in Enschede, schreef gedichten die zij, toen dus al, zelf uitgaf. Grunberg wilde iets van haar, zoveel is duidelijk als je de brieven leest, de brieven vertellen een verhaal waar Grunberg nu, blijkens de inleiding, met enige schroom op terugblikt. Het boekje, prima verzorgd, uitstekend geannoteerd, werd in 2011 op verschillende plekken besproken. Wim Noordhoek oordeelde: ‘Wat de brieven zo mooi maakt is de verbetenheid waarmee Arnon probeert tot het meisje door te dringen, juist door haar kinderlijke denkwereld grondig uit te roken.’

berichten

S P E C I A L E E D I T I E T E R G E L E G E N H E I D VA N D E B E U R S VA N 9 D E C E M B E R 2 0 1 2

ja n ni k s

van 13 -17 u toegangsprijs 3 euro

g i e li j n e s c h e r

|

Paradiso, Weteringschans 6, 1017 SG Amsterdam www.paradiso.nl

Dit jaar presenteert Krop, die dat oordeel van Noordhoek niet tegenspreekt, de facsimilé-uitgave van dezelfde titel die haar doet verzuchten: ‘Achteraf gezien had ik misschien voor de in 2011 verschenen handelseditie óók deze facsimilé-uitgave als uitgangspunt moeten nemen: de afbeeldingen van de oorspronkelijke brieven spreken letterlijk boekdelen. De gretig opengescheurde enveloppen heb ik er nu trouwens ook bij afgedrukt.’ We ontmoeten Esther in haar enkele weken geleden ingerichte ‘papiermonsterkamer’, die grenst aan haar werkruimte in Amsterdam-Oost. Eh… een papiermonsterkamer? Esther: ‘Hier heb ik een kast van zes en een halve meter lang met daarin alle papiercollecties die er in Nederland beschikbaar zijn. Inclusief aanverwante zaken: foliedruk, stanzen, pregen, boekbindersmaterialen. Noem het een inspiratiekamer voor grafisch ontwerpers of andere mensen die in papier geïnteresseerd zijn. Die kunnen hierheen komen en ik help ze te vinden wat zij zoeken. Ook heb ik een actief blog, www.monsterkamer.nl, waar gastschrijvers en ik over papier schrijven.’

Waar is dit ooit begonnen? ‘Ik was hiervoor beeldhouwer, maakte enorme installaties met stalen balken van tien meter lang of grote gipsen beelden, fysiek zwaar werk. In 2002 ben ik begonnen als grafisch vormgever en in 2009 startte ik mijn eigen uitgeverij. Deels omdat ik als vormgever meer vrijheid wilde in mijn werk, en ook omdat ik zelf wilde bepalen waar mijn uitgaven verkocht werden. Ik vond het frustrerend om sculpturen te maken waar je dan twee jaar over had nagedacht, die door een handjevol mensen werden gezien en die je dan na twee weken weer moest opruimen. Het was een bevrijding om boeken te maken, objecten die redelijk geprijsd waren en die in principe iedereen kon zien.’ Je keerde de beeldhouwkunst de rug toe? ‘Er zijn meer raakvlakken dan je denkt. Toen ik als ontwerper aan de slag ging raakte ik steeds meer gefascineerd door de uitdrukking van papier. Ik zie het boek als een sculptuur. Hoe het voelt, hoe zwaar het is, of het glanst of niet, hoe de pagina’s omslaan, hoe het gebonden is. Maar in tegenstelling tot een kunstwerk is een boek een massaproduct, je hebt er meerdere van, kunt het mee naar huis nemen.’ Over beeldende kunst gesproken, je gaf ook een monumentaal boek uit over Robert Smithson, waarmee je je status als uitgever bevestigt. Wie was hij ? En hoe kwam je bij dit boek terecht? ‘Robert Smithson is de beroemde Amerikaanse grondlegger van de Land Art. Hij verwierf in de jaren zestig en zeventig een cultstatus in de internationale kunstwereld. Er zijn drie Land Art werken van hem bewaard gebleven en één daarvan, Broken Circle/Spiral Hill (1971) bevindt zich in Emmen in Drenthe. Het werk werd gerealiseerd voor de roemruchte tentoonstelling ‘Sonsbeek buiten de perken’ van Wim Beeren. Dit boek brengt voor het eerst een complete selectie archiefmateriaal samen – foto’s, filmopnamen, tekeningen, teksten en brieven – gerelateerd aan Broken Circle/Spiral Hill, verspreid over verschillende archieven in Nederland en de VS. Het gaat vooral over de hedendaagse relevantie van het oeuvre van Robert Smithson, waarbij zijn werk Broken Circle/Spiral Hill als case study wordt behandeld. Het is een boek dat Trudy van Riemsdijk Zandee, Ingrid Commandeur en ik helemaal zelf geïnitieerd hebben en waarvoor we veel eigen onderzoek hebben gedaan.’

Vind Hans Aarsman, Theodor Adorno, Guillaume Apollinaire, Pietro Aretino, Alain Badiou, André Baillon, Charles Baudelaire, Gert Boel, Louis Paul Boon, Ton den Boon, Emmanuel Bove, Eugène Brands, Wim Brands, Henk Breuker, Paul van Capelleveen, Paul Claes, Johannes Commelin, Serge Daney, Paul van Dongen, Jean Dulieu, Tom Eekman, T.S. Eliot, Gielijn Escher, Eddy Esman, Annaserena Ferruzzi, Jan Fontijn, René Franken, Lies Van Gasse, De God van Nederland, Arnon Grunberg, Jacob Israël de Haan, Rudi Harthoorn, Jos van Hest, A.F.Th. van der Heijden, Jos Houtsma, Wilfried Huet, Maarten Inghels, Dola de Jong, Mike Kelley, Nico Keuning, Diederick van Kleef, Jan Kostwinder, Bart Koubaa, Per Lindberg, Nicol Ljubic, Kurt Löb, Lucebert, Marin Luijendijk, Curzio Malaparte, Tip Marugg, Misha Mengelberg, Maurice Merleau-Ponty, Peter Mertens, Ann Meskens, Geerten Meijsing, Richard Minne, Erwin Mortier, Jaap Nieuwenhuis, Annie van de Oever, Paul van Ostaijen, Olphaert den Otter, Jacq Palinckx, Elvis Peeters, Rianne Petter, Leo Pleysier, Julius De Praetere, René Put, Bernard Quiriny, Jacques Rancière, Bart Rensink, Till Roenneberg, Joep Rozemeyer, Katarina Rudebeck, Anne Suzette Sadolin, Leo Schatz, Friedrich Schiller, Ton Schimmelpennink, Aletta Schreuders, Erik Slachter, Jenny Slatman, Robert Smithson, Rob Smolders, Jan-Paul van Spaendonck, Marian Theunissen, Machtelt van Thiel, Paula Thies, Elisabeth Tonnard, Lies Verdenius, Simon Vestdijk, Ad de Visser, Freddy de Vree, Lodewijk Henri Wiener, Oscar Wilde, Henk Wildschut, Titi Zaadnoordijk en Jevgeni Zamjatin op de Beurs van Kleine Uitgevers 2012!

Statenhofpers

Oernovelle Tonio van A.F.Th. Toen A.F.Th. van der Heijden bij het verschijnen van de requiemroman Tonio zijn favoriete passage in het boek probeerde op te zoeken bleek dat deze niet in het boek terecht gekomen was. De auteur trof de passage uiteindelijk aan als scène in een soort proefnovelle. Deze proefnovelle vormde van meet af aan zijn eigen eenheid. De novelle getiteld ‘Uitverkoren, prozatekst in de toonaard van het requiem Tonio’ die nu door de auteur ‘met ontroerde trots’ alsnog in druk gegeven wordt, kan evenals de requiemroman die eruit voortkwam, gerekend worden tot het aangrijpendste proza uit de Nederlandse literatuur. Bij het uitkomen van de requiemroman Tonio was de auteur niet in staat tot het geven van interviews. Wel gaf hij schriftelijk antwoord op per post aangeleverde vragen. Dit leidde tot een reeks van zes interviews. Vijf hiervan handelen rechtstreeks

Lees verder op p. 2 >

Gerard Unger over Gielijn Escher p. 16

Hier die kont! – p. 10


PAG. 2 • ZONDAG 9 DECEMBER 2012

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM Plantage

Statenhofpers

Gedichten van Oscar Wilde

> vervolg van p. 1 Tonio van der Heijden als Oscar Wilde

Oernovelle Tonio van A.F.Th. (vervolg van p. 1) over Tonio en Tonio. Het zesde, gegeven naar aanleiding van de zestigste verjaardag van de auteur, behelst diens schrijversleven sinds 1972 tot aan het verschijnen van Tonio. Deze teksten kunnen gezien worden als door specifieke vragen of steekwoorden geïnspireerd oorspronkelijk proza. De verhandelingen vormen een uitvoerig commentaar op het ontstaan van de requiemroman en op het bestaan van de schrijver en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich tijdens en na de afronding ervan. Deze verhandelingen, die niet eerder in boekvorm verschenen en veel niet eerder gepubliceerd mate-

riaal bevatten, verschijnen nu tezamen met de oernovelle onder de titel ‘Uitverkoren, verhandelingen over het pantonionisme’ als bibliofiele editie bij de Statenhofpers, de private press van Jaap Schipper te ’s-Gravenhage. De auteur schreef speciaal voor deze uitgave een nawoord. Tonio werd bekroond met zowel de Libris Literatuurprijs 2011 als met de NS Publieksprijs 2012. Van het boek werden reeds 150.000 exemplaren verkocht. De oernovelle verschijnt daarnaast nu in een oplage van 150 door de auteur genummerde en gesigneerde exemplaren. Het werd gedrukt op geschept papier en steekt in een met een door Peter Muller ontworpen bandstempel versierde linnen band.

Voetnoot

Uitgeverij Voetnoot 25 jaar

Hommage aan Baudelaire Uitgeverij Voetnoot viert haar 25-jarig bestaan met de feestelijke bundel Hommage à Baudelaire. Negentig bij de uitgeverij betrokken schrijvers, dichters, vertalers en fotografen maakten – elk vanuit een eigen, persoonlijke invalshoek – een eerbetuiging aan de Franse poète maudit Charles Baudelaire (1821–1867). Vrouwen, Parijs, Brussel, vergankelijkheid en zijn dichtbundel Les Fleurs du mal vormden hierbij belangrijke inspiratiebronnen. In de woorden van Rommert Boonstra: ‘Ach, zo’n waanzinnig kaleidoscopisch boek over liefde, kunst en dood, de drie vermaarde elementen waaruit onze waanzinnige levens zijn opgebouwd, zal wel nooit meer verschijnen.’ Waarom een Hommage à Baudelaire? Voetnoot ging van start met de Nederlandse vertaling van de Kunstkritieken van Baudelaire. Met dit eerbetoon wil Voetnoot het belang benadrukken van deze nog altijd zeer tot de verbeelding sprekende Franse dichter, schrijver en kunstcriticus. Deze door Henrik Barends vormgegeven gelegenheidsbundel voor vrienden en relaties van de uitgeverij is niet in de boekhandel te koop; tijdens de Beurs van Kleine Uitgevers is het boek verkrijgbaar tegen de kostprijs van € 15. Vers van de pers: drie nieuwe titels in de reeks Belgica van Uitgeverij Voetnoot. In deze serie brengt Voetnoot korte verhalen en essays door Vlaamse en Franstalige

tonio van der heijden

Door Jeanine Albronda

In Plantage’s Visumreeks verscheen een tweetalige uitgave van Oscar Wilde’s eerste en enige dichtbundel, Poems uit 1881. Behalve zijn beroemdste gedicht ‘De ballade van Reading Gaol’, dat een derde van deze bundel beslaat, verschenen de gedichten van Wilde niet eerder in een Nederlandse vertaling. ‘De ballade van Reading Gaol’ is het laatste gedicht van Wilde, geschreven in afzondering in Frankrijk en in 1898 in boekvorm gepubliceerd onder het pseudoniem C.3.3. (zijn celnummer). Het stelt het onmenselijke Engelse gevangeniswezen aan de kaak waar Wilde twee jaar doorbracht nadat hij voor sodomie was veroordeeld en waarna de flamboyante estheet en dandy zijn naam, zijn roem, zijn geld en zijn gezin definitief kwijtraakte.   In 1875 reisde hij als student naar Italië en Griekenland en het jaar daarop won hij de Newdigate Prize, een prijs voor studenten van Oxford voor een Engelstalig gedicht met een vastgesteld thema, lengte en vereiste vorm. Het thema was Ravenna, een stad die Wilde op zijn reis had bezocht. Hij beschrijft Ravenna in zijn eerste lange gedicht – in zeven jambes met lyrische bewoordingen – als de plaats waar het Mausoleum van Theodorik staat, waar Dante Alighieri begraven ligt en waar Lord Byron woonde. De geschiedenis van het Romeinse Rijk en het ontstaan van de Italiaanse staat wordt aangehaald en de omliggende natuur wordt uitgebreid beschreven; het is een ode aan een oude maar moderne stad. Een voorbeeld van de geslaagde beslissing van de vertalers Wiebes en Berg om rijm en ritme te bewaren, vindt men hier:   And musing on Ravenna’s ancient name, I watched the day till, marked with wounds of flame The turqoise sky to burnished gold was turned

Oscar Wilde

En denkend aan Ravenna, oud en roemrucht, Keek ik heel lang naar de turkooizen lucht Totdat die rood doorwond tot goud verging Wilde’s uitgebreide kennis van de klassieke literatuur, mythologie, van kunst en ook van de Engelse en Franse literatuur is terug te vinden in zijn poëzie, die om die reden door hem niet welgezinde tijdgenoten bestempeld werd als plagiaat. Hij werd een briljant dichter genoemd, maar door anderen werd zijn bundel als immoreel afgedaan; controverse was zijn door hem zelf verkozen middelste naam. De gedichten gaan over de meest

Babel & Voss

Portret van Charles Baudelaire door Wouter van Riessen

Belgische auteurs: nieuwe teksten van ‘gevestigde’ schrijvers en heruitgaven van overleden maar veronachtzaamde auteurs, alsook werk van schrijvers die aan het begin van hun schrijverschap staan. Zojuist verschenen deel 10: Oradour door Elvis Peeters (genomineerd voor de ako Literatuurprijs 2012), deel 11: Waanzinnen door André Baillon, in de vertaling van Frans Denissen (laureaat Martinus Nijhoffprijs 2012) en deel 12: Een landloper op batterijen door Maarten Inghels. Eerder verschenen in de Belgica-reeks korte verhalen van o.a. Paul van Ostaijen, Erwin Mortier, Bart Koubaa, Bernard Quiriny en Freddy De Vree. Verkoopprijs: tussen € 7 en € 9.

Alles voor 10 euro! De jonge Amsterdamse uitgeverij Babel & Voss verlaagt de prijzen radicaal: alle nieuwe boeken kosten een tientje. De verlaging wordt ingegeven door het gevoel dat de prijs voor boeken onnodig hoog gehouden wordt. ‘Zo’n lage Hollandse eenheidsprijs is niet alleen eenvoudig en herkenbaar, het is ook niet meer dan een redelijke prijs voor een boek,’ aldus de uitgevers Reinjan Mulder en Daniël van der Meer. ‘Onze prijsverlaging is ook een aanzet tot een cultuurverandering, opdat alle uitgeverijen hun boeken goedkoper maken, mensen eerder een boekwinkel inlopen en iets op de bonnefooi aan-

schaffen, waarmee ook de bestsellercultuur doorbroken kan worden.’ Daar komt bij dat Babel & Voss nadrukkelijk ook de jongere lezersmarkt wil bereiken. ‘Jongeren zijn gewend voor tien euro pockets te kopen, cd’s te dowloaden en films te kijken. Ons tijdschrift Das Magazin heeft vanaf het eerste nummer 6 euro gekost, en we zien dat zo’n scherpe prijsstelling werkt. Het blad heeft binnen een jaar een oplage van 2500 exemplaren, en heeft voornamelijk abonnees van onder de vijfendertig.’ Het eerste boek van dit najaar is een vertaling van Het innerlijk uurwerk van de Duitse chronobioloog Till Roenneberg –

uiteenlopende onderwerpen: het zijn impressies, liefdesgedichten, beelden van Engeland, Italië en Griekenland en mystieke poëzie; heel soms is het thema autobiografisch (zoals ‘Requiescat’ bij de dood van zijn negenjarige zusje Isola) of politiek (zoals ‘Libertatis sacra fames’ waarin hij pleit voor autocratie: Better the rule of One, whom all obey Than to let clamorous demagogues betray. Oscar Wilde schreef gedichten die mede door zijn bekende, laconieke taalgebruik in 2012 nog zeer genietbaar zijn. Gedichten van Oscar Wilde Vertaald door Marja Wiebes en Margriet Berg

‘een prachtig boek van een begenadigd onderzoeker, denker en schrijver’ volgens Russel Foster van de Universiteit van Oxford. Verder dit jaar verschijnen de nieuwe roman van de Duitse schrijver Nicol Ljubic, het debuut van Das Magazinmedewerker Gert Boel en het eerste boek over literatuur in AmsterdamOost. Alles voor 10 euro en kenmerkend vormgegeven door het jonge bureau Studio Vruchtvlees. www.babelenvoss.nl

COLOFON Redactie Jan Dietvorst jand@paradiso.nl Eindredactie Floor Spapens & Jeanine Albronda Met medewerking van Nico de Louw, Peter Mertens, Anton de Goede, Sanne Lohof, Nico Keuning, Mirjam de Veth, Wim Brands, Jeanine Albronda, M.F. Elling, Guus Bauer, Peter van den Broek, Jan Hiddink, Gielijn Escher, Gerard Unger, Jeroen Beghin Vormgeving Piet Schreuders Druk Jan de Jong, oplage 2500


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

ZONDAG 9 DECEMBER 2012 • PAG. 3

ma x kisman

Mycena Vitilis

HET ZIT ZO door Peter Mertens

Vestdijk in Doorn Door M.F. Elling

Het dorp Doorn was voor ons, bewoners van een arbeiderswijk in Utrecht-Oost, het paradijs. Luxe, calme et volupté. Luxe: een villaatje met tuin op die Utrechtse Heuvelrug, dat was de droom van de stadse neringdoende middenstand – misschien, later, als de tijden gunstig bleven, als de zaken goed bleven gaan, met Gods hulp. Calme: een fietsbel van ver gehoord, de vinkenslag en de alarmroep van de merel, en misschien zelfs een nachtegaal (maar dan waren wij alweer met de bus naar huis). Volupté: het dikke tapijt van beukennootjes in de lanen, volle, bolle beukennootjes, voor het oprapen, genoeg voor zakkenvol mee naar huis, waar ze gepeld werden en gebakken in de koekenpan, met een stukje boter wellicht, echte boter voor deze superieure beukennootjes. Later, toen wij op de fiets kwamen, plukten wij er hanenkammen, kilo’s prachtige stevige hanenkammen. Het bos zag er geel van. In dit paradijs woonde en werkte Simon Vestdijk. Het is in het algemeen de vloek van paradijzen dat hun charme niet standhoudt voor wie er dagelijks in verkeren. In zijn Doornse verhalen rept Vestdijk dan ook niet van hanenkammen of beukennootjes. Maar charme is er voor hem gebleven, charme van een verontrustender soort, betovering door ons niet onvoorwaardelijk gunstig gezinde machten. Wie of wat betovert het meisje dat, alleen in het grote huis met haar grootvader, zich zodanig verliest in de beschouwing van de ijsbloemen op de ramen dat zij kleiner en kleiner wordt en ten slotte in deze toverwereld wordt opgenomen? (Ingezonden mededeling)

P& K Uitgeverij Pels & Kemper

Welke macht maakt zich meester van het jonge paartje dat het verlaten prieel binnendringt en daar verdwijnt maar terugkomt – zoiets moet het wel zijn – als een schaar gezonde kabouters die in de tijd van één winter opgroeit tot flinke kinderen, een aanwinst voor de dorpsgemeenschap? Wat is dat voor een sanatorium waarvan de patiënten ’s nachts met lampionnen optochten houden in het bos? En dan het mysterieuze verhaal van de weg die er maar niet in slaagt zichzelf te ontmoeten. Psychologisch-realistischer is het verhaal ‘Drie Vaders’, tenminste op het eerste gezicht. Het is het langste verhaal, het rijkst aan motieven waarvan het onderscheid tussen twee kunstenaarstypen, twee levensvisies zelfs, er een is. Het nauwst verbonden met Doorn, en met Vestdijks biografie, is de beschouwing over Doorn als het dorp van Donar, de Germaanse dondergod en dientengevolge van

e. van moerkerken

mieke vestdijk

T

Beukenlaan in Doorn Inzet: Simon Vestdijk in gezelschap van Menno ter Braak en Eddy du Perron

de laatste Duitse keizer die daar zijn levensavond doorbracht, wat het dorp en zijn inwoners tijdens de Duitse bezetting tot heil strekte, een grappig en instructief verhaal. De bundel begint met twee gedichten, een over de boerderij waar Napoleon nog zou hebben verbleven en het tweede een ontroerende overpeinzing Feuilles mortes dat begint met de prachtige regel Een snik tot glimlach omgelogen... Het zou het motto voor deze bundel kunnen zijn. In het Nawoord verheldert Vestdijks weduwe en toegewijde uitgeefster Mieke Vestdijk verbanden tussen Vestdijks leven en de hier, soms voor het eerst, gepubliceerde verhalen.

Sea Urchin

Mike Kelley’s audiowerk Uitgeverij Sea Urchin uit Rotterdam brengt een eresaluut aan de in januari 2012 overleden kunstenaar Mike Kelley, van wie op 15 december een groot retrospectief wordt geopend in het Stedelijk Museum Amsterdam. Vanaf 2001 distribueert Sea Urchin Mike Kelley’s audio-experimenten, die hij op cd uitbracht op zijn eigen label Compound Annex. Ben Schot van Sea Urchin: ‘Ik heb Mike in 1998 leren kennen toen ik, samen met Ronald Cornelissen, een project rond zijn band Destroy All Monsters organiseerde in Rotterdam. Vanaf die tijd zijn we met elkaar in contact gebleven. Mike vond het prima dat ik zijn cd’s distribueerde en stuurde me altijd proefexemplaren. Soms schreef ik een stukje over een nieuwe uitgave en legde dat dan eerst aan hem voor. Mike was erg kritisch en peperde me al-

tijd in dat de cd’s in de eerste plaats als muziekstukken beschouwd dienen te worden en pas daarna als conceptuele werken. Zijn cd’s lagen hem na aan het hart. Hij hield de prijzen van zijn uitgaven bewust laag en gaf me altijd een goede korting op de inkoop. Ik had net een bestelling voor een paar nieuwe uitgaven geplaatst en het pakje was nog onderweg naar Rotterdam, toen het nieuws van Mike’s zelfmoord bekend werd. Dat sloeg in als een bom. De ondergang van een dergelijk grote en sterke geest heeft de kunstwereld geschokt en aan het denken gezet.’ Bij Sea Urchin zijn op de beurs verkrijgbaar de laatste audio-uitgaven van Mike Kelley’s Compound Annex label, evenals vele vroegere uitgaven en Destroy All Monsters uitgaven. www.sea-urchin.net

TYPP. Titi Wai Pipi. De geschiedenis van Typ gaat terug naar 1986, met het uitbrengen van Typ, typografisch papier. Het allereerste nummer was met schaar en lijm geplakt en gekopieerd, het tweede nog traditioneel gezet en geplakt, latere nummers werden met de eerste Macjes gedtpt. In 1991 waren er plots – en al – uitgaven op diskette: een digitaal font en een heuse op het scherm te beleven poëziebundel, WIMs album. In 1994 volgde een waarachtig webmagazine op www.typ.nl, maar zo’n tien jaar terug was de drang er even af. Geen nieuwe nieuwe media-uitgaven meer, uitgezonderd prikkelende acties op de jaarlijkse Beurs van Kleine Uitgevers, waaronder een heuse muzikale drone in het kader van ‘mind publishing’. Vorig jaar was er dan plots een ‘Talented Young Professional’ als koper van de URL typ.nl. Dat gaf een nieuwe impuls. Zo werd Typ Ttyp, en koos het voor progressief crossmedia uitgeven: een kluwen met zowel een papieren bundel (over geld), een toer langs zaaltjes, een vitaal weblog op ttypp.nl en als klap op de vuurpijl een heuse iPad-app. Daarin werd het drukwerk tot leven gebracht met beweging, geluid en interactie. In een wisselwerking met de andere uitingsvormen. De papieren versie was uitverkocht voor verschijnen, maar in de app store van Apple oneindig op voorraad. Prompt volgde een tweede uitgave op iPad: IJsseloever. TTYPP stond weer volop in de aandacht. De kassa rinkelde. Hoe beviel dat? Kon er wel lekker worden geaaid en geroken aan de uitgaven? Is het niet een knieval voor de winkel van Apple? En ook: hoe deden ze dat? Nou, aaien kan eens te meer, het ruikt hetzelfde als een vers boek, en nog mooier dan een slinkende

stapel boeken is de stijgende curve die een wereldwijd publiek laat zien, ook al reikt die na een jaar nog maar tot 1000 verkochte exemplaren. (Inmiddels is de eerste uitgave geüpdate naar een gratis versie met een extra reclamepagina voor de tweede uitgave. Zo gaat dat: nooit af en nooit op, van hier tot Tokio). En het ging uitgeeftechnisch in 2012, dankzij de samenwerking, en het Adobe uitgeefabonnement van Three Publishers, mét de Folio plug-in gewoon in inDesign. Mertens en Kisman werkten samen met Frederiks, via een online gedeelde Dropbox. Jaja. Zo klaar. En – doe dat ook – in 2013 staat een nieuwe uitgave op stapel: ‘Van poëzie tot beursbericht en broncode. Van beeldverhaal tot naakte kunst en comics. Misschien blijft zelfs de mode niet buiten beeld.’ En dat dan weer zelfs zonder Folio, nu in Apple’s iBooks Author, in een nieuw nummer dat zich voortdurend ververst. Onophoudelijk. Zo kan het en zo moet het; meer is beter. Doe als TtYPp. Hou van Papier; aai het tablet. www.ttypp.nl

(Ingezonden mededelingen)

Jim Shaw & Mike Kelley – Duets: 1975–1976. Improvisaties met Jim Shaw op gitaar en Mike Kelley op slagwerk, met daarin opgenomen experimentele tape loops, tapecollages en primitieve electronica.

E D I T I O N KA PA C O N T E M P O R A RY M I N I AT U R E B O O K S www.atelierluka.be


PAG. 4 • ZONDAG 9 DECEMBER 2012

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM Brumes Blondes

Politieman Crabbendam (tweede van rechts) staat op de eerste rij om zich schoon te wassen door aanwezig te zijn bij de arrestatie van Mussert.

Van Gruting

Bestrijding van het communistisch verzet tijdens de Duitse bezetting

Vuile oorlog in Den Haag Pure nieuwsgierigheid naar de ware toedracht van de arrestatie van zijn vader op 12 augustus 1941 en die van tientallen van diens communistische kameraden was voor Rudi Harthoorn aanleiding tot nader onderzoek. In de nalatenschap van zijn in 1994 overleden vader vond Harthoorn bij diens aanvraag voor een verzetspensioen een in de kantlijn geschreven opmerking ‘Van Soolingen verrader’ en dat bracht hem op het spoor van een verregaande betrokkenheid van de Nederlandse autoriteiten. De grote discrepantie tussen Harthoorns bevindingen na uitgebreid archiefonderzoek en de officiële geschiedschrijving van ’40’45 deed hem verbijsterd en verontwaardigd besluiten tot publicatie van een degelijke en veelomvattende uitgave. Vuile oorlog in Den Haag, uitgegeven door Van Gruting, behandelt de drie fasen van het communistisch verzet gedurende de Duitse bezetting in de regio Den Haag (Leiden, Den Haag, Delft). De ondergrondse organisaties werden telkens opgerold door de Haagse Politie Inlichtingendienst en de Sicherheitsdienst. De samenwerking tussen de inlichtingendiensten en de Gestapo begon al ver voor de Tweede Wereldoorlog; in hun strijd tegen de communisten blijken de inlichtingendiensten een zeer dubieuze rol te hebben gespeeld. Rudi Harthoorn: ‘Bij het uitbreken van de oorlog moest volgens officieel voorschrift het archief van de Inlichtingendienst worden vernietigd, maar dat gebeurde niet of slechts ten dele. Voor deze nalatigheid waren zowel burgemeester De Monchy als (...) verantwoordelijk.’ Omdat De Monchy onder andere vanwege een toegeeflijke houding bij de viering van Prins Bernhards verjaardag op 29 juni 1940 door de Duitsers uit zijn ambt werd gezet, werd deze burgemeester in oorlogstijd na de nederlaag van de nazi’s echter als verzetsheld geëerd. Harthoorn schrijft dat de ge(Ingezonden mededeling)

schiedschrijving over de rol van de communisten in het verzet tot ver na 1945 door wantrouwen en aanhoudende vijandschap zeer nadelig is beïnvloed. Hij bewijst onder meer dat de communisten al ruimschoots vóór de Duitse inval op de Sovjet-Unie in juni 1941 tot verzetdaden kwamen. Zijn inziens is aan deze tendentieuze weergave o.a. de zelfverklaarde communistenhater Lou de Jong debet. Zijn vader kreeg pas een verzetspensioen toen hij zijn lidmaatschap van de Communistische Partij van Nederland opzegde. De gevangengenomen communistische verzetstrijders werden gefusilleerd of verdwenen in de Duitse kampen, met name Buchenwald, Groß-Rosen, Neuengamme en Dachau. Aan de lijdensgeschiedenis van de gevangenen in Groß-Rosen wordt afzonderlijk aandacht besteed. Het werk van Rudi Harthoorn is een indrukwekkend eerbetoon aan de communistische verzetsmensen die veel offers hebben gebracht en daarvoor nooit publieke erkenning hebben gekregen. Een lijst van 256 communistische slachtoffers van de regio Den Haag is in de bijlagen opgenomen. Bij Van Gruting verscheen in 2004 al een door zijn zoon herziene uitgave van de memoires van Willem L. Harthoorn: Verboden te sterven / Het Oranjehotel, kamp Amersfoort, Buchenwald, Groß-Rosen, Dachau, Natzweiler.

foto uit besproken boek

Sensationele vondst in nalatenschap

Postuum debuut van Eugène Brands Willemijn Stokvis, specialist van de Cobrabeweging, deed in 2008 een sensationele vondst in een nalatenschap. Zij ontdekte daarin niet alleen totaal onbekend surrealistisch jeugdwerk (tekeningen, assemblages, fotomontages en collages) van de Cobra-schilder Eugène Brands, maar ook een omvangrijke verzameling verhalen, gedichten, aforismen en essays van zijn hand, die dateren van de periode 1938–1947. Dat de jonge Brands veel heeft geschreven, was zo goed als onbekend gebleven, al heeft hij vlak voor de oorlog enkele gedichten en verhalen gepubliceerd in antireligieuze bladen als De vrijdenker. Maar tijdens de oorlogsjaren, toen Brands moest onderduiken, werd publiceren onmogelijk. Na de oorlog besloot hij zich verder uitsluitend nog aan het schilderen te wijden. Hij vernietigde zijn literaire experimenten van de jaren daarvoor en sprak er nooit meer over. Gelukkig had hij veel van zijn poëzie en verhalen ‘in het net’ overgeschreven voor een jeugdvriend, die in zijn literaire experimenten geïnteresseerd was. Die fraaie afschriften werden door die

Eugène Brands tekent met licht in de duisternis

vriend zorgvuldig bewaard, en in 2008, na zijn dood, kwamen ze eindelijk te voorschijn. Eugène Brands blijkt als schrijver een rasechte voorloper geweest te zijn van de ‘experimentelen’ Lucebert, Elburg en Kouwenaar, die vanaf 1948 de literaire wereld op zijn kop hebben gezet. Brands was toen alweer met heel andere dingen bezig. Hij ontwikkelde zich in die

jaren tot een van de opvallendste Cobra-schilders. De literaire revolutie, die hij zelf intensief had beleefd, had hij voorgoed achter zich gelaten. Tien jaar na zijn dood debuteert Eugène Brands (1913–2002) met twee heel opmerkelijke boeken: Het sterffeest (verhalen) en Sterrenbeelden in het zand (gedichten). Hij verandert daarmee alsnog de geschiedenis van de experimentele poëzie in Nederland. Beide boeken zijn verschenen bij uitgeverij Brumes Blondes te Bloemendaal.

(ingezonden mededeling)

Bas Lubberhuizen

Op adem met De Parelduiker De Parelduiker is bij uitstek het tijdschrift waar vergeten schrijvers weer op adem komen, na jaren onder het stof te hebben gelegen, te zijn vergeten en verguisd. Maar onder het aan Multatuli ontleende motto ‘De Parelduiker vreest den modder niet’ delft De Parelduiker hun leven op en toont hoe ze waren, wat ze schreven en met wie die schrijvers omgingen. Pure literatuurgeschiedenis, gegoten in het spannende verhaal van teruggevonden documenten.

In het laatste nummer van het jaar, dat traditiegetrouw op de dag van Kleine Uitgeversbeurs verschijnt, staat een portret van de vergeten schrijfster en danseres Dola de Jong, die met haar roman En de akker is de wereld (1946) furore maakte in de Verenigde Staten, het land waar zij in 1940 voor de nazi’s, via Tanger, heengevlucht was. De in New York wonende De Jong, een goede vriendin van Leo en Tineke Vroman, maakte als eerste een Engelse vertaling van het dagboek van Anne Frank. Als literair agent bracht zij ook het werk van Nederlandse auteurs onder de aandacht van Amerikaanse uitgevers. Toen naar zijn idee de respons uitbleef vloog Willem Frederik Hermans haar een keer op straat aan: ‘Het is jouw schuld dat mijn boeken niet uitkomen in Amerika!’ Haar naam werd in de jaren vijftig in één adem genoemd met die van Anna Blaman en A.H. Nijhoff vanwege een openhartige roman over een lesbische verliefdheid. Henk Breuker is een andere schrijver die niemand meer kent, maar zijn bekendheid was ook vroeger in Nederland niet groot, al publiceerde hij wel een roman, Kinderen spelen toneel. In Frankrijk echter, waar hij via verzetswerk in de oorlog terecht was gekomen, genoot hij in een kring rond de schrijver Joseph Delteil grote waardering en publiceerde hij een roman die in de Franse pers werd bejubeld: ‘wonderlijke sfeer van Truman Capote, wanhopig en spookachtig als Kafka’. Verder aandacht voor het vergeten Curaçaose tijdschrift De Stoep van Frits van der Molen en Chris Engels (Luc Tournier), voor het verzameld werk en vergeten stukjes van Tip Marugg, de onbekend gebleven relatie van Rik Roland Holst met de grafisch kunstenares Debora Duyvis en het verhaal achter de bronzen kop van Willem Frederik Hermans, verteld door de maakster, Sylvia Willink-Quiël.


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM Huis Clos

Was L.P. Boon gemankeerd cineast? Door Jan Hiddink

Als Willem Ottenspeer eindelijk eens de biografie van W.F. Hermans weet af te ronden, is het te hopen dat er ruimschoots aandacht zal zijn voor Hermans’ bijna levenslange, obsessieve verslaving aan de sigaret. Zoals Hella Haasse al zei: ‘Hermans was een gepassioneerde roker – en het heeft er alle schijn van dat teer en nicotine tot de belangrijkste bouwstenen van zijn schrijverschap hebben behoord.’ Maar of Ottenspeer daarmee uit de voeten kan, is de vraag. Het is immers allemaal in rook opgegaan. We kunnen er slechts naar gissen. Een soortgelijke gedachte dringt zich op bij het lezen van een klein, maar uitzonderlijk informatief boekje, waarin wordt betoogd dat het schrijverschap van de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon in verregaande mate door de vroege cinema is beïnvloed. Boon, wiens honderdste geboortejaar in 2012 wordt herdacht, maakt de vroege dagen van de cine-

Serena Libri

Steden verzamelen door Jeroen Beghin

Uitgeverij Serena Libri heeft de gewoonte in elke uitgave al haar tot nu toe uitgebrachte titels op een rijtje te zetten. Als ik goed tel, zijn dat er zestig sinds 1997. Een tweede telling leert dat ik er daarvan vierenveertig gelezen heb (of toch minstens in de boekenkast staan heb). Ik denk dat ik daarmee een Serena-fan genoemd kan worden. Na vijftien jaar en zestig titels was het tijd voor iets speciaals, moet uitgeefster Annaserena Ferruzzi gedacht hebben toen ze aan De stedenverzamelaar begon. Het werd een bundel van twintig verhalen van evenveel schrijvers over hun eigen stad. Verschillende verhalen waren tot nu toe onuitgegeven. Alessandro Perissinotto bijt het spits af in Turijn om vervolgens via Caterina Bonvicini’s Bologna en Diego De Silva’s Salerno af te zakken naar Sicilië met Elvira Seminara en Giorgio Vasta. Zoals dat gaat met verhalenbundels spreekt het ene verhaal je al

Omslagontwerp: Piet Gerards

ma van dichtbij mee. Eerst als kleine jongen, die rond 1920 werd meegenomen naar filmvoorstellingen die als een vorm van kermisvermaak het toenmalige publiek naar adem deed happen. Cinema stond destijds voor ongekend, intens schokkend vermaak. De operateur draaide doodleuk een film achterstevoren. De zogenaamd stille film werd in de regel begeleid door een kakafonie van levende muziek, gebrul, geschreeuw, ge-

lach. Men deinsde niet terug de bezoekers aan het schrikken te maken op manieren waarbij ook nu nog een zwak gestel aan een attaque ten prooi zou vallen. Geen wonder dat dit op de jonge Boon grote indruk heeft gemaakt. Louis Paul Boon werd een kind van de cinema. Hij bewonderde de avantgarde cinema van Walter Ruttman en zag in Charlie Chaplin een vervolmaking van vertelkunst en filmkunde. Leidde dit nu ook tot De geboorte van Boontje, zoals de titel van het werk van drie kundige academici luidt? Het blijft de vraag. Er zijn uitspraken van Boon waarin hij ernaar hint een gemankeerde filmmaker te zijn. Boon die ging schrijven omdat het maken van film buiten zijn geldelijke bereik lag. Boon ook, die wilde schrijven met het ritme en de montagekunst van de moderne filmtechniek. Het zijn dankbare aanknooppunten. Maar de schrijver en de regisseur, ze hebben een heel verschillend ambacht, hoezeer ze ook elkaar kunnen waarderen. Het schrijverschap van Hermans had er zonder de sigaret anders uitgezien, en mogelijk zelfs niet bestaan. Voor het schrijverschap van Boon en cinema geldt mogelijk hetzelfde. Maar het blijft een dankbare slag in de lucht –niet meer, niet minder. Annie van de Oever, Bart Nuyens en Ernst Bruinsma, De geboorte van Boontje, 2012

meer aan dan het andere. Volgens mij hoort Perissinotto’s ‘Naked sushi’ tot het beste van het boek, want ik kan ook zijn boeken wel waarderen. Aan de andere kant bevestigt Lagioia wat ik na zijn Breng alles terug naar huis ook al wist: ik lust ’m niet. Maar over het algemeen is de kwaliteit van de verhalen goed tot zeer goed. De stedenverzamelaar is een mooie jubileumuitgave. Serena Libri mag er gerust nog eens vijftien jaar bij doen.

Tienstuks

Dorpse rust in rosse buurt In 1947 betrekken Jaap Nieuwenhuis en Paula Thies een hoekhuis op het Oudekerksplein in Amsterdam. Beiden studeren aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Jaap studeert bovendien zang aan het conservatorium. Hun buren blijken vrijwel allemaal van de

(Ingezonden mededeling)

Alain Badiou Theodor Adorno Serge Daney Jacques Rancière Friedrich Schiller bij OCTAVO www.octavopublicaties.nl

prostitutie te leven, wat het jonge paar allerminst verhindert goede vrienden met hen te worden. In ruim vijftig verhalen, geïllustreerd met tekeningen en foto’s, beschrijft Jaap Nieuwenhuis het wel en wee in en om de Amsterdamse rosse buurt direct na de Tweede Wereldoorlog. We beleven mee hoe Jaap bioscoopreclames schildert, hoe Paula de buurtkinderen portretteert en hoe ze samen optreden in de operette in Theater Carré om wat bij te verdienen. We leren enkele kleurrijke types kennen, met namen als ‘Greta Garbo’, ‘Sinterklaas’ en ‘Scharrelaar’. Ook medestudenten als Jan Sierhuis en Jan Wolkers passeren de revue, net als acteur Albert van Dalsum en – héél even – schrijver Jan Arends. Er heerst in die jaren een haast dorpse rust op het plein. De dames (en een heer!) uit ‘het vak’ doen hun werk met een gemoedelijkheid die vandaag de dag ondenkbaar is. Dat Annemarie de Wildt, conservator van het Amsterdam Museum, de inleiding schreef bij de verhalen is niet alleen een teken dat die tijd voorgoed voorbij is; het geeft bovendien aan dat ook deze kleine geschiedenis van grote betekenis is.

ZONDAG 4 DECEMBER 2011 • PAG. 5

Fotoserie van Eadweard Muybridge (1830-1904) in De Poezenkrant #56

Piet Schreuders

Abonneren op de Poezenkrant? Beter van niet! door Sanne Lohof

Soms zeggen dingen aan de randen van je blikveld, die er in eerste instantie niet toe lijken te doen, meer dan dat wat recht voor je neus staat. Hans Aarsman heeft zo’n talent als het gaat om foto’s. Piet Schreuders als het gaat om de verwoording en verbeelding van de liefde voor onze katachtige huisgenoten via De Poezenkrant. Er staat eigenlijk geen nieuws in, maar is zeker niet oninteressant om te lezen. En het heet dan wel De Poezenkrant en gaat ook wel over poezen, maar vaak ook gaat het over andere zaken, waar poezen en poezenliefhebbers een bijrol in spelen. Humor en ironie sijpelen tussen alle berichten en foto’s door, zonder echt direct en bedoeld grappig te zijn. Mensen die De Poezenkrant leuk vinden, hou-

den ook van Wim de Bie, Wim T. Schippers, de Keuringsdienst van Waarde, Kabouter Wesley en de Vereniging ter Bevordering van het Bedreigde Nederlandse woord. Althans, zo is te lezen in de meest recente editie (#56, najaar 2012). Uit De Poezenkrant spreekt liefde. Een liefde voor poezen en poezenliefhebbers, en voor drukwerk en vormgeving. En een liefde voor het niet nuttige, efficiënte of zinvolle. Voor velen ligt de waardering van De Poezenkrant in de aan poezen gerelateerde berichten, maar het verdient ook waardering voor de omtrekkende aanpak van het onderwerp en de daar doorheen schijnende levensopvatting over wat er werkelijk toe doet. Het doet ergens denken aan het anti-lifestyle programma Beter van niet! met Erik van Muiswinkel als G. de Vader. Maar misschien lees ik er nu weer teveel in. In dat geval hier de samenvatting: De Poezenkrant verschijnt onregelmatig sinds 1974, de vormgeving is experimenteel en variabel in formaat en opmaak en de inhoud betreft huiskatten. Iedere editie roept ‘directeur’ P. Schreuders de lezers op om zich vooral niet te abonneren, aangezien de Directie vreest aan niet anders dan administratieve rompslomp toe te komen. Dus doe ons allen een plezier en maak dat ommetje naar de dichtstbijzijnde betere boekhandel (of de stand van Piet Schreuders) waar De Poezenkrant te verkrijgen is. Twee vliegen in één klap. www.poezenkrant.com

(Ingezonden mededeling)

Culturele & Literaire Tijdschriften uit Vlaanderen Brood & Rozen, Cinemagie, De Brakke Hond, Deus ex Machina, De Witte Raaf, DW B, Etcetera, Filmmagie, Gonzo (Circus), Karakter, Kluger Hans, Kunsttijdschrift Vlaanderen, MO*magazine, nY, Oikos, Ons Erfdeel, Poëziekrant, Rekto:verso, Sampol, Spiegel der Letteren, Staalkaart, Streven, Stripgids, Verzin, Zacht Lawijd: CeLT vzw vertegenwoordigt de culturele en literaire tijdschriften uit Vlaanderen. Via CeLT voeren zij samen promotie onder het motto ‘25 tijdschriften maken zich sterk’. Hoe sterk, dat kan met één muisklik worden gecheckt op de virtuele kiosk www.detijdschriften.be. Op deze portaalsite vindt u een korte presentatie van alle tijdschriften met informatie over hun recentste nummer en een link naar de website. De recentste nummers zij te vinden op de stand van CeLT.


PAG. 6 • ZONDAG 9 DECEMBER 2012

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

De Buitenkant

Coppens & Frenks

zijn persoonlijkheid paste. De Haan was vol van tegenstrijdigheid, zijn werk is een poging de paradoxen in het leven te bevatten door deze te beschrijven. Zo vecht hij als homoseksueel en gelovige met God: ‘Mijn zonden zijn zonden van God in mij. Er is geen schuld buiten Gods schuld. Ik dacht te strijden tegen God. Maar God strijdt met zichzelf in mij.’ Gerard Reve dichtte: ‘God is eenzaam en zoekt mij...’ Verscheurdheid blijkt alweer de grondstof van kunstwerken. In het boek zijn ook een aantal documenten afgedrukt waaronder de laatste brief van zijn echtgenote Johanna de Haan-van Maarseveen, waarin zij liefdevol maar verbijsterd en vol onbegrip voor zijn godsdienstigheid aanbiedt hem in Jeruzalem te komen halen. Hoe het haar man verging, las zij bij wijze van spreken in zijn zeer persoonlijke stukken in het Algemeen Handelsblad; hij citeert er zelfs een dreigbrief die hij heeft ontvangen. Haar brief is gedateerd op veertien dagen voor zijn dood. Je vraagt je af of Jacob hem nog gelezen heeft.

Over Emmanuel Bove en L’Amour de Pierre Neuhart door Mirjam de Veth

Jacob Israël de Haan in Arabisch kostuum

In de Knipscheer

Verrassende verhalenbundel Voor het nieuwe culturele seizoen presenteert uitgeverij In de Knipscheer een opmerkelijk literair debuut getiteld Voor de eerlijke vinder, waarin een verzameling verhalen en collages van Ilona Verhoeven bij elkaar komt. De eerste stapel boeken is deze zomer feestelijk onder de mensen gebracht in het Torpedotheater in Amsterdam. De sfeer werd kracht bijgezet door een curieus en bijzonder vrolijk optreden van mondharpist Danibal, gevolgd door een performance van klankkunstenaar Hans van Koolwijk die voor de gelegenheid een van zijn wonderlijke machines naar het theater had meegenomen. Ilona Verhoeven is behalve als schrijver ook actief als tentoonstel-

Emmanuel Bove

fotograaf onbekend

Op 30 juni 1924 werd de Nederlandse schrijver, dichter en publicist Jacob Israël de Haan in Jeruzalem door de zionist Avraham Tehomi vermoord. De Haan, die werd geboren in een orthodox Joods gezin, was na een heftig verloop van geloofsijver tot geloofsafval uiteindelijk tot orthodoxie gekomen en in 1919 naar Palestina verhuisd. Jan Fontijns uitstekende inleiding op een selectie van tien van De Haans feuilletons die gedurende de vijf jaar van zijn verblijf in het Algemeen Handelsblad verschenen laat een zeer complexe persoonlijkheid zien wiens aandriften, aandoeningen, impulsen, ambities en emoties zich nauwelijks laten samenvatten. Tederheid en storm/ De persoonlijkheid van Jacob Israël de Haan, uitgegeven door De Buitenkant, lijkt een uitnodiging tot een volwaardige biografie én de heruitgave van alle 394 stukken die hij in Jeruzalem voor de krant schreef. De Haan was rechtsgeleerde, socialist, zionist, homoseksueel en een decadent romanticus. Hij was ook – en al evenzeer vaak gelijktijdig – provocateur, orthodox gelovige, estheet en een anti-zionist. In het licht van de geschiedenis van de staat Israël en de aanhoudende actualiteit van het conflict met haar omgeving is het boeiend om met een betrokken en nieuwsgierige dichter en journalist het Palestina van 1919 te betreden. De Haan is lyrisch over de schoonheid van het land, hij loopt rond in de wereld van de Torah en het brengt zijn geschiedenis tot leven. Opmerkelijk zijn zijn beschrijvingen van de Arabische bewoners en zijn behoefte om met hen te verkeren en hun karakter en volksaard te begrijpen. Zijn analyse van de politiek is vrij van ideologie en daarom hard en niets verhullend. Het is voorstelbaar dat hierin een van de oorzaken ligt van de agressie die hij bij andere Joodse bewoners van Palestina opriep. Uit zijn stukken komt het land sowieso naar voren als een snelkookpan vol van sociale, religieuze en politieke onrust. Je zou kunnen zeggen dat het land bij

fotograaf onbekend

Tederheid en storm

lingsmaker (recent project is Temporary Local Showroom in enkele voormalige peeskamers op de Amsterdamse Wallen). ISBN: 978-90-6265-696-7 www.indeknipscheer.com www.ilonaverhoeven.nl

Beckett heeft over Bove (1898–1945) gezegd: ‘Il a le sens du détail touchant’ en daarin zit al direct de dubbele kern: Bove is de schrijver van het rake én het ontroerende detail. Hij wil met minimale middelen zo veel mogelijk zeggen en dat doet hij door heel goed te observeren. Zijn beelden zijn sterk, maar hij gebruikt haast nooit een metafoor; ze staan er direct, als shots van een camera. Bove is in zijn kaalheid en met zijn scherpe oog typisch een schrijver voor schilders. Topor en Bram van Velde hebben verhalen van hem geïllustreerd. Bove werd in 1898 in Parijs geboren als Emmanuel Bobovnikoff, zoon van een Russische emigrant en een kamermeisje uit Luxemburg. Zijn vader is een kleurrijk figuur, een charmeur die het gezin, waar inmiddels een tweede zoon is geboren, verlaat voor een gefortuneerde Engelse diplomatendochter en schilderes, Emily Overweg. Zij krijgen een zoon en het nieuwe gezin verhuist naar Genève. Emmanuel mag mee, krijgt uitstekend onderwijs en leeft in een welgesteld milieu, terwijl zijn moeder en broer Léon in Parijs vegeteren op armoedige huurkamertjes. Na het uitbreken van de oorlog wordt Emmanuel naar een kostschool in Engeland gestuurd. Kort daarna ervaart hij aan den lijve dat ‘rien n’est jamais acquis à l’homme’: zijn vader overlijdt en Emily’s fortuin is door de oorlog ineens verdampt. Op zijn achttiende keert hij naar Frankrijk terug en scharrelt aan de zelfkant zijn kostje bij elkaar. Hoewel Bove helemaal niet autobiografisch schrijft, ligt in dat precaire levensgevoel de kern van zijn schrijverschap. Zijn personages bewegen zich voortdurend omhoog en omlaag op de maatschappelijke ladder. Het leven overkomt ze, ze snappen de spelregels niet. Met mededogen en precisie laat hij hun machteloze gekrabbel zien.

L’Amour de Pierre Neuhart (Uitgave Émile-Paul Frères, 1928) Pierre Neuhart, een handelaar in grind van een jaar of veertig, leidt een goed geordend leven in het naoorlogse Parijs van de jaren twintig. Op een avondje bij een kennis ontmoet hij de veel jongere Éliane. Beiden zien – volstrekt ten onrechte – in de ander iets wat ze bij zichzelf missen: hij is voor haar de welgestelde oudere man die haar kan helpen aan een gedroomde filmcarrière, zij is voor hem de portierster naar een hoger, verfijnder leven dan de stenen waartussen hij dagelijks verkeert. Zij trekt bij hem in en dan begint een tweepersoonshel die hem langzaam te gronde richt. Onopgesmukt, met karige middelen, noteert Bove de ondergang van de hoofdpersoon.

Dankzij Colette debuteert hij in 1924 met Mes amis. Er volgt een productief en succesvol schrijversbestaan in de jaren twintig en dertig. Over erkenning heeft hij niet te klagen; hij telt bewonderaars als Rilke, Beckett en Gide. Maar na zijn dood in 1945 wordt Bove al snel vergeten. Is het omdat de naoorlogse literatuur veel meer behoefte heeft aan zwart-wit dan aan de melancholieke grijstonen van Bove’s werk? In 2002 kwam bij uitgeverij Bas Lubberhuizen Reis door een appartement uit, een bundel korte verhalen samengesteld en vertaald door het Atelier de Traduction d’Amsterdam. Ik vertaalde daarvoor het gelijknamige openingsverhaal. Hoewel de bundel positief werd ontvangen leidde het toch niet op de gehoopte brede herontdekking van Bove in de 21ste eeuw. Jammer, maar geen ramp. Wat goed is wordt toch altijd weer opnieuw opgemerkt. In haar mooie nawoord schrijft Anneke Alderlieste dat een

schrijver als Bove ‘tijdloos blijft ronddobberen op de wijde zee van de literatuur, zo nu en dan even kopje-onder gaat maar altijd weer bovenkomt. Omdat hij schrijft over onmacht, over eenzaamheid en het vluchten in illusies als troost voor de harde werkelijkheid, en we daarin iets van onszelf herkennen.’ Tien jaar na Reis door een appartement ziet uitgeverij Coppens & Frenks tot mijn grote vreugde eindelijk kans Bove opnieuw in de schijnwerpers te zetten door de uitgave van L’Amour de Pierre Neuhart. Daarmee wordt een lang gekoesterde wens gerealiseerd: al in 1998 las ik deze aangrijpende korte roman voor C&F. Wie Bove vertaalt zal zich zijn kale, registrerende toon eigen dienen te maken. Vulwoordjes dienen gemeden te worden. Personages worden vaak getekend door het interieur waarin ze leven, de straten waardoor ze zich begeven. Je oog kan niet genoeg gespitst zijn op de details van de taal.

(ingezonden mededeling)

VNH – Vereniging Nederlandse Handboekbinderijen • Vereniging van professionele kleine en middelgrote handboekbinderijen

Specialisten in boek en papier, waaronder enige restauratoren

Grote verscheidenheid in bindwijzen, materiaalgebruik en vormgeving

Maatwerk: inbinden van een enkel boek tot middelgrote oplagen

Traditioneel en innovatief vakmanschap

Eigen opleiding tot handboekbinder en deskundigheidsbevordering

Kleine uitgeverijen en boekbinders vinden elkaar op www.boekbinder.nl


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

ZONDAG 9 DECEMBER 2012 • PAG. 7

Reservaat

Jan Kostwinder

Jan Kostwinder

door Nico Keuning

toog is een van de polemieken die zijn opgenomen in Het bezinksel van de waarheid. Kenmerkend voor Kostwinder is zijn dwingende stijl. Hij is openhartig en oprecht. In zijn polemische essays rekent hij af met auteurs als Adriaan Morriën, Jean Pierre Rawie en Joost Zwagerman. Het artikel over Raymond Carver is te lezen als een aangrijpend zelfportret: een man die leeft voor de literatuur, terwijl zijn huwelijk en zijn maatschappelijke carrière op instorten staan. Ook uit de hier opgenomen beschouwingen en brieven rijst het beeld op van een gedreven en gekweld schrijver en dichter: ‘Gelukkig tasten mijn psychose-onderdrukkende medicijnen, die ik nog vele jaren zal moeten slikken, mijn schrijftalent niet aan, noch mijn behoefte om te schrijven. Een geluk bij een ongeluk!’ In deze uitgave van een kleine uitgever komen de grote thema’s aan de orde: literatuur, liefde, drank en dood. roeland fossen

Jan Kostwinder (1960–2001) schreef prachtige verhalen (Regenhond), brieven (Brieven aan Willem Alexander) en gedichten (Alles is er nog). Als Bart de Man publiceerde hij polemieken. In de nieuwe uitgave van Reservaat komen ze allen aan het woord: de polemist, de schrijver en de dichter. In het literaire tijdschrift De Zingende Zaag (nr. 15, juni 1992) houdt Kostwinder onder de titel ‘Ode aan de winkeldochters – het witst van het papier’ een pleidooi voor eenvoudige poëzie. Hij schetst een beeld dat nog steeds actueel is. De misère in uitgeversland zal volgens hem op den duur leiden tot ‘poëzieblindheid’, het begin van een ‘negatieve spiraal’: ‘Steeds minder mensen zijn nog in staat om poëzie te lezen. Daarom moet de poëzie weer doorzichtig en eenvoudig tot op het simpele af worden.’ Kostwinder incasseert de hagel aan reacties uit alle hoeken en gaten van de Nederlandse letteren en publiceert in de herfst van 1994 in het kwartaaltijdschrift Parmentier zijn weerwoord, waarin hij met humor zijn ars poëtica op uiterst persoonlijke wijze toelicht. Het be-

Jan Kostwinder Het bezinksel van de waarheid Polemieken, portretten en brieven www.uitgeverijreservaat.nl

Gagarin

De kunstenaars in hun eigen woorden Waarom bent u met Gagarin begonnen? Gagarin is in hoge mate een project van de kunstenaars zelf. Het tijdschrift is opgericht in het millenniumjaar 2000. In de jaren tachtig / negentig van vorige eeuw zijn er in België drie grote musea voor hedendaagse kunst opengegaan, het MuHKA in Antwerpen, het S.M.A.K. in Gent en het MuZEE in Oostende. In het vaarwater van deze musea doken er voor het eerst ook ‘kunstwerkers’ op in de wereld van de kunst. Dat was nieuw. Eén van hen schreef een reeks van drie artikelen in de kunstkrant De Witte Raaf, waarin hij deze drie musea evalueerde. Hij deed dat door lijsten van de kunstenaars in die musea te maken en achter hun naam een botte beoordeling te plaatsen. Hij concludeerde dat een Museum voor Hedendaagse Kunst, die naam waardig, één meesterwerk van Bruce Nauman, één van Vito Acconci en één van Guillaume Bijl in de collectie diende te hebben. Na kennisname van dit artikel besloot ik een tijdschrift op te richten waarin uitsluitend de kunstenaars zélf aan het woord zouden komen. In de periode die voorafging aan deze musea was kunst niet geïnstitutionaliseerd en was zij overal in de stad te vinden. Ik woonde toen in het appartement aan de Plaatsnijdersstraat in Antwerpen waar Eurasienstab (Eurasian Staff, 1967/’68), de schitterende performance van Joseph Beuys, gefilmd werd met de medewerking van de Deense Fluxus-kunstenaar en componist Hennig Christiansen. In die tijd werden er in de onmiddellijke omgeving tal van kunstinitiatieven opgezet door kunstenaars en de nieuwe, baanbrekende galerie Wide

Wilfried Huet als Ai Weiwei

Interview met Wilfried Huet (Gagarin) White Space bevond zich naast de deur. Op het voetpad kon men de jonge Carl André, Gerhard Richter, Lawrence Weiner, Marcel Broodthaers, James Lee Byars, Daniel Buren, Bernd Lohaus, de piepjonge Panamarenko en vele andere kunstenaars tegen het lijf lopen. Waar komt de naam Gagarin vandaan? Het tijdschrift is genoemd naar de Russische kosmonaut Youri Alekseiovitsj Gagarin, de eerste man in de ruimte. Die naam werd gekozen om twee redenen: (1) het is een metafoor voor het soort kunstenaars die in het tijdschrift aan bod komen. Gagarin bekeek de wereld van een afstand en was erop gebrand om te communiceren met de aarde; (2) hij is het moderne equivalent van Icarus, de Griekse mythologi-

sche figuur die te dicht bij de zon vloog. Net als strohfeuer (vuurwerk) vloog hij feestelijk hoog en viel hij laag. Toen Yuri Gagarin tot ‘held van de Sovjetunie’ werd gekroond, moest hij over een eindeloze rode loper stappen om zijn medaille in ontvangst te nemen uit handen van een jubelend Politbu-reau. De sfeer was uitzinnig. Een naar beneden gerichte nieuwscamera bracht een losse schoenveter in beeld die wild van links naar rechts floepte. Zou hij erop trappen en plat op zijn buik gaan, zoals Icarus? Toen ik in 2000 begon met de publicatie van Gagarin voelde het project uiterst kwetsbaar aan. Zou het tijdschrift het eerste nummer overleven? Ik noemde het strohfeuer. Hoe wordt elke editie samengesteld? Gagarin wil een mondiaal kunstenaarstijdschrift zijn. Ik geef er de voorkeur aan om de stukken van de kunstenaars te publiceren in hun oorspronkelijke taal en letterschrift, met toevoeging van een algehele vertaling naar het Engels. Gagarin publiceerde kunstenaarsteksten in o.a. het Albanees, Amharic, Arabisch, Azari, Basaa, Bete, Bulgaars, Cherokee, Chinees, Cyrillisch, geheimschrift, Nederlands, Engels (Amerikaans & standaard), Fins, Frans, Duits, Grieks, Gujarati, Italiaans, Japans, Lets, Pools, Russisch, Samoa, Slovaaks, Spaans, Thai, Transvaals, Turks, etc… In elk nummer komen acht kunstenaars aan bod uit acht verschillende landen. Voor elk nummer wordt een eerste kunstenaar uitgenodigd, daarna een tweede. Zo wordt er een context gecreëerd, dat kan een harmonische of een contrasterende context zijn.

Moeten de kunstenaars rekening houden met parameters of mogen zij volledig hun eigen zin doen? Er zijn bewust geen thema’s en er worden geen parameters meegegeven aan de kunstenaars. Gagarin streeft ernaar om teksten te bundelen die een shortcut naar het werk zouden kunnen zijn, die soms ook iets anders kunnen zijn dan een tekst. Het Gagarin-project is in zijn essentie artistiek. In welke mate is volgens u de waarde van boeken veranderd door het internet? Ik heb gekozen voor de gedrukte versie om een fysiek teken te geven, een teken in de vorm van een concrete en unieke reeks boeken die volledig gewijd zijn aan de publicatie van teksten van kunstenaars uit de eerste decennia van deze eeuw. Het internet is een briljant communicatie- en informatiemiddel, maar het is ook een immense grisaille, een kerkhof voor tal van online teksten. Wat was het meest memorabele moment in al die jaren? Misschien het volgende: toen ik in 2001 Andy Leleisi’uao, kunstenaar & Samoa-activist, uitnodigde voor Gagarin #4, stuurde hij mij onmiddellijk een tekst toe. Maar toen hij later enkele exemplaren van Gagarin ontving, trok hij plots zijn eerste inzending in en stuurde hij mij de volgende brief: The Dead Mango Studio Andy Leleisi’uao, 85 Victoria Street, Onahunga, Auckland, p/f 09 534 455

Door Melissa Jones

ThaNk you aNd AmaziNg. I have nEVer seEn a puBliCAtiOn lIke tHis bEfore. It iS liKe roCking hOrse sHit. nOw feEl whAt I have wrOTe earlier iS noT gooD enoUGh to BE publishEd. I misUnderStoOd thY RolE. I hAd No idEa oF the extEnt Gagarin supPoRted arTisTs aGainst the mainstreAM untIL I BEgAn rEadiNg What yoU senT ME. YoU Guys Are craZy. fanTAstic Wilfried. CoNTiNue to cHallEngE Gagarin spEaks fOr maNy; ConsCiousLy pOlynEsian, A. Leleisi’uao. (Vertaling: ‘Beste Wilfried, ik heb vandaag drie exemplaren van Gagarin ontvangen. Bedankt en verbijsterend. Ik heb nog nooit zo’n publicatie gezien. This is like rocking horse shit (deze uitdrukking komt van de observatie dat hobbelpaarden geen poep kunnen produceren; rocking horse shit is dus iets uitzonderlijk zeldzaams, iets dat eigenlijk niet bestaat). Ik heb nu het gevoel dat wat ik eerder schreef, niet goed genoeg was om gepubliceerd te worden. Ik heb uw rol verkeerd ingeschat. Ik had er geen idee van in welke mate Gagarin kunstenaars ondersteunt die tegen de hoofdstroom in gaan, tot ik begon te lezen wat u mij hebt opgestuurd. Jullie zijn stapelgek. Fantastisch Wilfried. Blijf gaan voor de uitdaging. Gagarin is de stem van velen; Van een bewuste Polynesiër, A. Leleisi’uao.’)

Melissa Jones is Creative Director van DTE

Dear Wilfried,

Studio, 511 West 25th Street, New York. Dit interview is op 19 maart 2012 gepubliceerd

I reCeived the 3 Gagarin coPIes today,

op de website www.dreamtheend.com


In de Knipscheer

Het jaar van de getrouwde man Het jaar van de getrouwde man van Titi Zaadnoordijk, verschenen bij In De Knipscheer, leest als een roman in gedichten. De typerende vrolijke en vrouwelijke toon die we kennen van eerdere bundels zoals Verlangen is een broertje dood (1995) en Wie is die kleine schijtebroek (1993) is behouden. Toch is Het jaar van de getrouwde man serieuzer: niet alleen ruiken kinderen meestal niet naar ambrozijn, de dichter is ouder geworden, een vrouw van middelbare leeftijd. Titi Zaadnoordijks niets verbloemende taalgebruik en haar eeuwige hunkering naar liefde zorgt voor bloedeerlijke poëzie die op het eerste gezicht naïef aandoet. Maar juist die vorm geeft Titi Zaadnoordijk de ruimte waardoor ze haar eigen leven en ook die van haar lezer kan beschrijven.

Werk van Katarina Rudebeck

Katarina Rudebeck

Woorden op het papier ‘Iedereen kan waarnemen hoe een onbeheerde stem/ in het ventilatiesysteem van de bibliotheek/ veroorzaakt dat iedereen in de leeszaal verschrikt in zichzelf kijkt.’ Opnieuw zijn door Katarina Rudebeck een aantal gedichten van de Zweedse dichter Per Lindberg vertaald. Zij heeft deze gedichten gecombineerd met schetsen en ontwerpen voor een tentoonstelling in het CAPC musée d’art contemporain te Bordeaux. Objecten als bouwwerken in een verlaten landschap. In dit nieuwe boek, met de titel Woorden op het papier, proberen beide kunstenaars om met minimale middelen te komen tot de kern. Ieder boek bevat 15 bladen, formaat 21 x 30 cm, en is op Japanse wijze gebonden.

willen verhalen horen over de moeder van Bob den Uyl, maar luisteren naar het oorlogsverleden van een oud-SS’er die pas sinds 1950 in Wiesensteig woont. We hebben iemand gevonden die we niet zochten.’ Nico Keuning is onder andere de auteur van Angst voor de winter, het leven van Jan Arends, Oorlog en pap, de waaiende geest van Johnny ‘the Selfkicker’ van Doorn, De laatste reis, de ballingschapsjaren van Louis-Ferdinand Céline in Denemarken. Een zeker onbehagen, de biografie van Bob den Uyl, werd bekroond met de Mr. J. Dutilhprijs.

cryptische landkaart van het ongerijmde. Lies Van Gasse maakte voor deze uitgave linosneden die een eenheid vormen met de tekst. Het eiland M sluit qua vorm aan bij de grafische gedichten die zij al eerder uitbracht. Het eiland M verschijnt als bibliofiele uitgave in de reeks De Vlaamse Maat. De vormgeving van het boek is van Dick Wessels. Het is een leporello dat zich ontsluit als een landkaart. Aan de lezer om er de weg in te vinden!

De Hitlertafel, gebonden in linnen band,

gina’s. Het is gezet uit de letters Gill en

handgenummerd, gesigneerd, met leeslint

Spectrum. Er is gedrukt in drie kleuren op

werd in een oplage van 75 exemplaren uitge-

Hahnemuhle (omslag) en Zerkall Bütten

geven door Elettra.

(binnenwerk). De oplage bedraagt 75 exem-

� Papieren Tijger

De verdwijning van het middeleeuwse Dorestad is een onopgelost raadsel. In haar tijd was het de belangrijkste metropool in de Lage Landen, in belangrijkheid vergelijkbaar met het Rotterdam van nu. Om onduidelijke redenen is de plaats zoek geraakt: van de stad met 55 kerken is geen spoor meer over. Wat is er gebeurd? Hoe kon zo’n grote plaats kwijtraken? In deze studie, uitgegeven bij Papieren Tijger, worden door Joep Rozemeyer alle bekende gegevens van Dorestad met een loep bekeken, en wordt duidelijk wat er precies gebeurd is. De ontknoping blijkt even verrassend als simpel.

� Het Gonst

Het eiland M Dit is wat we zien: een grijze borst, twee sporen zand,

Men kan niet splijten met de armen, niet bouwen met wat vertakt. Denk aan een oppervlak, te delen met wat tegen de ochtend zwaar is. De rust op het eiland  is onverwacht hinderlijk. Ik zing u met de hand op het hart toe, maar u bent een stip in de verte. Het eiland M, een grafisch gedicht van Lies Van Gasse, vormt een

Elettra

De Hitlertafel In De Hitlertafel reist Nico Keuning in de sporen van Bob den Uyl (1930–1992) door het nieuwe Duitsland. Een reis van München naar Berchtesgaden en de Obersalzberg. ‘Derde dag regen. Radio, kranten en televisie maken melding van Überschwemmungen in het dal. Duitsland tranendal. “Der böse Berg” gaat schuil onder donkere wolken. Het schuldig landschap wordt schoongespoeld. Uit het bos stijgen witte nevelslierten op als schimmen uit een fout verleden.’ Van Nürnberg naar Bayreuth. Een ontmoeting in Wiesensteig, in de Schwäbische Alb. De Wet van Den Uyl is in volle werking: ‘We

Pas versch eerst in chronologische volgorde verzameld. De keuze omvat zelfstandige teksten, programmatoelichtingen en delen van partituren, alsmede proeven van Mengelberg als recensent, bijvoorbeeld over John Coltrane, een stuk uit 1966. Samensteller Erik van den Berg (1956) is redacteur van de Volkskrant. Van 2005 tot 2010 was hij hoofdredacteur van Jazz Bulletin en in de jaren ’80 medesamensteller van de zes afleveringen van het Jazzjaarboek (Van Gennep). In 2009 verscheen van zijn hand bij Thomas Rap de biografie van drummer Han Bennink: De wereld als trommel. 

plaren waarvan er 50 als handelsuitgave zijn uitgebracht. Prijs per exemplaar: € 50 excl. verzendkosten.

Roel Siebrand

ZOAB Op Beurs van Kleine Uitgevers zal Roel Siebrand zijn zojuist verschenen autopublicatie ZOAB (Zeer Origineel Auto Blad) verkopen, wat een eigenzinnige ‘blik’ werpt op de automobiel. Met daarin bijdragen van Hans Aarsman en Hugo ‘Fijne Familie’ Hoes, een reportage over een lelijk motormuseum en verzameling gele auto’s. En nog heel veel meer.

De Carbolineum Pers

Hier met die kont! De Vlaamse Carbolineum Pers presenteert op de Beurs een bijzondere bibliofiele en erotische uitgave. Auteurs Geerten Meijsing en JanPaul van Spaendonck hebben een nieuwe vertaling gemaakt van de Wellustige Sonnetten van Pietro Aretino, een klassieker uit de Westerse erotische literatuur. De titel Naar buiten met die tong! had evengoed Hier met die kont! kunnen zijn, want de anale variant was erg geliefd bij Aretino. Van Spaendonck schreef een heel getrouwe vertaling, Meijsing een veel lossere waarin zelfs prinses Máxima aan het spit gaat. Kunstenaar Jimi Dams maakte bij elk sonnet een erotische tekening.

Verkrijgbaar op de stand van Piet Schreuders

een vale huid, twee kleuren.

www.drukwerkindemarge.org/drukkers/ katarina-rudebeck

Het boek meet 18,5 x 26 cm en bevat 12 pa-

De ontdekking van Dorestad

Prijs € 45,00 (incl. verzendkosten). Oplage 30 genummerde exemplaren.

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

� Huis Clos

Teksten Misha Mengelberg voor het eerst verzameld Bij uitgeverij Huis Clos kwam uit Enkele regels in de dierentuin van componist en pianist Misha Mengelberg (Kiev, 1935), een van Nederlands meest oorspronkelijke muzikale denkers. Muziek en schrijven gingen van meet af aan samen bij Misha Mengelberg. Zijn poëzie en proza, vaak in de geest van Dada en Fluxus, zijn even vindingrijk en vermakelijk als zijn muziek. In deze bloemlezing zijn ze voor het

Tekening van Jimi Dams

Verder drukte De Carbolineum Pers dit jaar Vroeger, een nieuw kort verhaal van Lodewijk Wiener, Een jager in de sneeuw, een exclusief verhaal van Leo Pleysier en het onbekende achttiende-eeuwse liedboek De liefde is gelijck een zee. Vorig jaar – toen de Pers ontbrak op de Beurs – drukte ze onder meer Dit te saamen lustig geklopt. Een onbekend kookhandschrift uit 1704 en Die zaak van prachtdrukken. De briefwisseling tussen Julius De Praetere en L.J. Veen. www.carbolineumpers.be

� De Republiek

Kurt Löb

Pagina’s uit Het eiland M

Op de Beurs presenteert Uitgeverij De Republiek de verhalenbundel Het model en andere verhalen van de in Amsterdam woonachtige beeldend kunstenaar en boekillustrator Kurt Löb. Het kunstenaarsmilieu vormt het decor voor vier bitterzoete verhalen die zich afspelen in de verzonken tijd van het interbellum. De schrijver roept een wereld op waarin de personages in hun

Kurt Löb

zoektocht naar schoonheid en waarheid vaak bedrogen uitkomen en hun illusies verliezen. En waarin de speciale, soms erotisch geladen verhouding tussen de kunstenaar en zijn model een opvallend motief is. Het gebonden boek is rijk geïllustreerd, in full color gedrukt; niet alleen in tekst maar ook in fraaie tekeningen en aquarellen wordt de sfeer van de verhalen door Löb treffend weergegeven. De verhalen verschenen eerder in het Duits en zijn vertaald door Gerda Meijerink.

� Elisabeth Tonnard

Bestaande teksten hergebruikt Elisabeth Tonnard maakt kunstenaarsboeken die veelal gebaseerd zijn op het hergebruik van bestaande teksten en foto’s. In 2012 gaf zij drie nieuwe titels uit. The Man of the Crowd is zowel fotoboek als literair werk. Het is een reflectie op het gelijknamige verhaal van Edgar Allan Poe over een observator-verteller die in London een opmerkelijke oude man op straat ziet en hem schaduwt op een tocht door de stad. In de zomer van 2008 zag Tonnard de oude man uit Poe’s verhaal in een straat in Parijs. The Man of the Crowd bevat alle 56 foto’s die zij van hem nam. Het boek bevat daarnaast tekstbewerkingen gebaseerd op analyses van Poe’s verhaal; parallel aan de fotoreeks wordt het verhaal ook hierbij tot nieuw literair werk gemaakt. Het boek is Engelstalig, telt 48 pagina’s plus een vouwblad en heeft een linnen band. ‘In We Are Small toont Tonnard taalvaardigheid, enige rancune en een vilein gevoel voor humor’, aldus Lise Lotte ten Voorde op Tubelight. We Are Small is een nieuw boek met Tipp-Ex poëzie, de opvolger van Let us go then, you and I uit 2003. Terwijl het laatstgenoemde boek gebaseerd was op een fragment uit een gedicht van T.S. Eliot, is het uitgangspunt voor We Are Small een aan Tonnard gerichte brief. Op elke pagina staat de tekst van deze brief, maar gedeelten zijn bewerkt met Tipp-Ex. Op deze manier worden gedichten onthuld die in beginsel al aanwezig waren in de originele tekst. Het boek is Engelstalig, telt 72 pagina’s en is uitgegeven in een editie van 100 genummerde exemplaren. De dichter spreekt weer maakt ook gebruik van bestaande teksten. Het is een kleine bundel van gedichten die zijn geschreven met

fotograaf onbekend

PAG. 8 • ZONDAG 9 DECEMBER 2012


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

henen (herschikte) dichtregels van Richard Minne (1891–1965). Het boekje bevat acht gedichten en een overzicht van de vindplaatsen van de regels. Volgens Johan Velter op diens sfcdt-blog ‘een Minne-inhet-kwadraat’; volgens Erik Lindner in De Groene Amsterdammer ‘een reanimatie van de poëzie van Richard Minne.’ Voor meer informatie over deze en andere boeken: www.elisabethtonnard.com

Picasso’s portret van Guillaume Apollinaire als geslaagde dichter aan de vooravond van de Eerste wereldoorlog

DRUKsel

Apollinaire’s ‘Zone’ vertaald Honderd jaar geleden verscheen het eerste modernistische gedicht. Paul Claes vertaalde Zone van Guillaume Apollinaire en schreef verklarende noten. Paul Claes: ‘Zone, een van de allereerste avantgardeteksten, is nu een eeuw oud. In de zomer van 1912 schreef Guillaume Apollinaire een lang gedicht dat hij onder de titel ‘Cri’ (Kreet) publiceerde in het decembernummer van het tijdschrift Les soirées de Paris. In 1913 gebruikte hij de tekst als openingsgedicht voor de bundel Alcools. Op de drukproeven veranderde hij de titel in Zone en schrapte hij alle interpunctie. Als model diende ‘Les Pâques à New York’ (Pasen in New York). Het gedicht dat Blaise Cendrars in april 1912 schreef, bestaat uit 205 gepaard rijmende verzen, meestal alexandrijnen, en roept de Verlosser aan in de moderne wereldstad New York. De 155 verzen van Zone zijn qua lengte en rijm onregelmatiger en vertonen een minder uitgesproken religieuze thematiek. Het stadsgedicht van Apollinaire beschrijft de dwaaltochten van de marginale hoofdpersoon door Parijs. Het gedicht vermengt op kubistische wijze diverse ruimtes, tijden en standpunten en wisselt waarnemingen, herinneringen en kwellingen af. Typisch voor die zwevende identiteit is de afwisseling tussen ‘ik’ en ‘jij’: toeschouwer en belever, spreker en toehoorder. De existentiële problematiek van de enkeling in de grootstad doet denken aan Malte Laurids Brigge, de ro-

man die Rainer Maria Rilke enkele jaren daarvoor schreef.’ Het boek verscheen in een oplage van 126 exemplaren en kost 15 euro. Meer informatie op www.druksel.be

� De Klaproos

Een koninklijke uitgave Bij de tentoonstelling Excellent Craft / Huis van Oranje in het paleis Oranienbaum (Duitsland) deze zomer verscheen bij uitgeverij De Klaproos / Le Coquelicot 6 ‘Oranje recepten’ gedrukt in het Nederlands, Frans en Duits. Leiddraad bij de keuze van de recepten was de nog bestaande confiturenkeuken van het paleis en de mogelijkheid dat Henriëtte Catherina, die dit paleis liet bouwen, dit soort recepten kende en gebruikte. De linosneden, houtgravure en polymeerdruk zijn ontleend aan een reststuk behang in het paleis Oranienbaum, het bronzen beeld op het plein voor het paleis, gravures uit Nederlantze Hesperides (1676) van Johannes Commelin en de recepten zelf. De beelden zijn met de hand ingekleurd. De recepten liggen in een handgemaakte doos, 24 x 26 cm en zijn samen gebonden met lint speciaal voor deze uitgave gebreid in het Textielmuseum, Tilburg.

� Kelderuitgeverij

Zamjatins verhalen Jevgeni Zamjatin (1884–1937) heet wel de bekendste van de minder bekende Russische schrijvers. Van hem vertaalde de begin dit jaar overleden nestor van de slavisten

Tom Eekman een aantal nog niet in het Nederlands verschenen verhalen. Zijn bekendste werk Wij kon niet in Rusland gepubliceerd worden, de eerste uitgave verscheen in het Engels in 1924, en een tweede in 1927 in het Russisch in Praag. Dit leidde er uiteindelijk toe dat hij in 1929 uit de Russische schrijversbond werd gezet. Zamjatin overleed in ballingschap in 1937 in Parijs. Tegenwoordig wordt hij beschouwd als een van de grootste Russische schrijvers van de 20ste eeuw, vooral vanwege zijn roman Wij. Dit boek was de inspiratie voor Orwells 1984 en Huxley’s Brave New World. In de provincie en andere verhalen werd lovend besproken in De Volkskrant van 8-9-2012 en in De Morgen van 22-9-2012 door Olaf Tempelman. Een citaat: ‘De eerste novelle In de provincie bestrijkt de helft van deze bundel verhalen, schitterend vertaald en prachtig uitgegeven door de Kelderuitgeverij, die zich toelegt op verdwenen werken uit de geschiedenis van het anarchisme.’ www.kelderuitgeverij.nl

Sjolsea

Positioning the Art Gallery

Strandnihilisme

Onlangs verscheen het boek Positioning the Art Gallery: Het Amsterdamse galeriewezen in een internationale context. Hierin wordt de roemruchte Amsterdamse galeriewereld onder de loep genomen. Het boek gaat in op de geschiedenis van de Amsterdamse galeries vanaf circa 1945 en laat daarbij zien hoe specifiek Amsterdam was, maar ook waar de stad een overkoepelende internationale betekenis had. Aan de hand van teksten van verschillende auteurs en interessant beeldmateriaal door de jaren heen geeft dit boek een goed overzicht van de Amsterdamse galeriewereld én biedt het aanknopingspunten om de positie van de galerie als breder verschijnsel te onderzoeken. En dat het galeriehouderschap voor elke betrokkene iets anders betekent, wordt duidelijk door de talrijke quotes van Amsterdam’s finest.

Uitgeverij Sjolsea heeft bij de Koninklijke Bibliotheek maar liefst 1112 treffers. Dit jaar zijn er 29 nieuwe titels verschenen, uitgaven met originele foto’s van o.a Venetië en Rizzopane, Krakau en Miraculum, Pisa en Siptel. Uitgever en samensteller Bart Rensink kiest zijn onderwerpen ook dichter bij huis: twee plaatselijke titels zijn Amsterdammerlei en Strandnihilisme. Opgewassen zijn tegen de schuivende panelen van een op drift geraakt tijdsgewricht van Ton Schimmelpennink verscheen in maart dit jaar. Later wijdde het NRC een paginagroot artikel aan deze schrijver, zijn boek en de boekhandel. In de reeks Het Luchtkasteel, een tentoonstellingsgids van kunstenaars, verschenen vijf nieuwe afleveringen. In nummer 8 de expositie van Diederick van Kleef, in nummer 11 Anne Suzette Sadolin. De uitgever zelf deed mee aan de laatste expositie, die als ondertitel had: ‘Omdat ik zo verdomd veel van je hou’.

Bernlef door Lies Verdenius

Leo Schatz

Leo Schatz/GrotesQue

In ieder hoofd zit een ander hoofd Een dertigtal recente schilderijen van Leo Schatz vormt de basis voor een boek waarin vier kunstenaars een ontdekkingstocht uitzetten voor kijker en lezer. Dichters Jos van Hest en Machtelt van Thiel lieten zich erdoor inspireren. Grafisch vormgever Frans Lieshout maakte op zijn beurt van deze twee componenten een spannend, nieuw geheel. Drie kunstvormen in één boek, dat telkens opnieuw doet verwonderen. Van 2 december 2012 tot 13 januari 2013 is er in Museum Jan van der Togt in Amstelveen een tentoonstelling van de schilderijen die in het boek zijn opgenomen. In diezelfde periode worden Schatz’ tekeningen geëxposeerd in het Cobra Museum. Leo Schatz is een bijzonder en gerenommeerd schilder. Zijn veelgeroemde kleuren zijn van een betoverende pracht. En al bereikt hij in maart 2013 de leeftijd van 95, hij schildert nog altijd met een grote passie. Elke dag klimt hij de trappen op naar zijn atelier en hij blijft zich vernieuwen. Hij is een angry young man op leeftijd. Op de Beurs zal Leo Schatz aanwezig zijn om te signeren.

Leo Schatz en Stichting GrotesQue in een beperkte, eenmalige oplage van 1001. Het voorwoord is geschreven door Barber van de de klaproos

Valiz

Lies Verdenius

Het boek wordt uitgegeven door Stichting

Les Oranges ingepakt II

ZONDAG 9 DECEMBER 2012 • PAG. 9

Pol; de foto’s zijn gemaakt door Ferry André de la Porte. Het boek telt 132 pagina’s; het formaat is 29 x 30 cm; gebonden in een linnen kaft met stofomslag. Prijs: € 75. ISBN 978-90-815719-0-6

Lies Verdenius heeft dit jaar twee nieuwe kunstenaarsboeken van haar persen laten rollen. Eén ervan memoreert op een bijzondere wijze de onlangs overleden Bernlef. Ter gelegenheid van de tentoonstelling Boundless, die op 21 september opende in het Amsterdams Grafisch Atelier, liet Lies Verdenius zich inspireren door een gedicht van Bernlef voor haar nieuwe uitgave Het vrije veld. Het gedicht met dezelfde titel Het vrije veld ademt een atmosfeer van stilte, leegte en ruimte. De dichtregels ‘Uit de hemel hangen draden, slordig afgehecht’ en ‘bewegend in de wind (want altijd waait het daar)’ deden haar besluiten de wuivende neerhangende takken van een treurwilg als beeld te nemen. De tekst is gezet uit de Bodoni, cursief, 18 pnt. De oplage is18 exemplaren, Japans gebonden, Romeins genummerd en gesigneerd. De prijs is € 200. www.liesverdenius.nl

Parrèsia

Merleau-Ponty: Oog en geest In Oog en geest zet Merleau-Ponty kernachtig zijn ideeën over waarnemen uiteen. De schilderkunst speelt daarbij een belangrijke rol. Door te kijken met de ogen van schilders als Cézanne, Klee en Matisse kunnen we onze vertrouwde wereld in een nieuw licht zien. Uit hun schilderijen spreekt een lichamelijke betrokkenheid, een belichaamd zien. Dit zien impliceert een kritiek op het reductionistische wetenschappelijke denken en is het vertrekpunt voor MerleauPonty’s fenomenologie van de waarneming. Met aansprekende voorbeelden en in een prachtige beeldende taal ontvouwt Merleau-Ponty zijn ideeën over de verhouding tussen lichaam, geest en wereld, perspectief, kleur en beweging. Met een voorwoord van Claude Lefort en een nawoord van Jenny Slatman.

� Extrapool

Work Holiday / Art Prison Extrapool is als culturele instelling actief op drie werkvelden: sound, art en print. Knust is onderdeel van Extrapool en is gespecialiseerd in stencildrukwerk, ook wel risograph of mimeograph genoemd. De werkplaats is opgericht door en voor kunstenaars en biedt de mogelijkheid om je eigen stencilwerk te (laten) maken in een redelijke oplage en prijs. Knust publiceert tevens zelf en nodigt kunstenaars uit om tijdens een verblijf bij Extrapool een uitgave te maken. Vanuit deze (boek)residentieprojecten zijn er twee verschillende series: Art Prison en Work Holiday. Bij een Work Holiday kan een kunstenaar op eigen verzoek een publicatie/boek komen maken in residentie van 3 tot 5 dagen. Het biedt de kunstenaar de gelegenheid en de kans om een publicatie uit te brengen in de bijzondere stencildruktechniek onder begeleiding van Knust/Extrapool. Bij een Art Prison wordt een kunstenaar uitgenodigd om een bijzondere publicatie te komen maken bij Knust/Extrapool. De genodigde kunstenaar laat zich een periode van tien tot veertien dagen ‘opsluiten’ in Extrapool om een gestencilde publicatie te maken onder begeleiding van Knust/ Extrapool. Alle Art Prison-publicaties zijn te koop voor € 25 per stuk.

‘Art Prison’-publicaties: stencildruk


PAG. 10 • ZONDAG 9 DECEMBER 2012

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

Timmer Art Books

Papieren Tijger

Populair repertoire

Zie de mannen vallen Paul van Dongen is vooral bekend van zijn grote tekeningen en etsen van vallende figuren; kluwens van mensen die door de lucht lijken te zweven zijn op een bijna Renaissance-achtige wijze in beeld gebracht. Met een begenadigde techniek brengt hij zijn fascinaties in beeld: vallende figuren, schedels, doornenkronen. Het zijn bekende thema’s in zijn werk, die naast een tekenkundige kwaliteit ook een spiritueel karakter hebben. In het boek Paul van Dongen – etsen, aquarellen, tekeningen, uitgegeven door Timmer Art Books, wordt een overzicht van het werk uit de periode van 1998–2011

getoond, waarin ook veel minder bekend werk van hem valt te ontdekken. Hij toont ons bijvoorbeeld landschappen en zoomt in op de kleine natuur zoals bloemen, insecten, een stuk schors of een samenraapsel van allerlei gewassen. In zijn artikel ‘Een schaduw afwerpen’ plaatst Rob Smolders het werk van Paul van Dongen in kunsthistorisch perspectief. Willem Jan Otten geeft op poëtische wijze zijn persoonlijke visie op het werk van de kunstenaar in een tekst met als titel ‘In den beginne was het streepje’.

Pels & Kemper

Populaire liedjes zijn niet alleen een hedendaags verschijnsel. Ook uit de 19de, 18de, 17de en 16de eeuw kennen we duizenden liedjes waarvan aannemelijk is dat ze tot het populaire repertoire hebben gehoord. In de Hertogin Anna Amalia Bibliotheek in Weimar wordt een handschriftje bewaard waarin rond 1537 iemand uit Zutphen – kennelijk voor eigen gebruik, in een lastig te lezen handschrift, en in een heel eigenzinnige spelling – een kleine vijftig liedjes heeft verzameld en daarnaast zestig spreuken. Jos Houtsma heeft van dit handschrift een nieuwe editie verzorgd, met hertalingen in modern Nederlands en een uitgebreid commentaar. In het laatste deel van dit (bij Papieren Tijger uitgegeven) boek zoomt hij in op twaalf van de in het Zutphens Handschrift opgenomen liedteksten, en vergelijkt die met alle andere teksten die er op een of andere manier mee in verband zijn te brengen. Zijn doel is om meer inzicht te krijgen in de processen die een rol spelen bij het tot stand komen van de soms sterk uiteenlopende verschijningsvormen van populaire liedjes, en met name om ons begrip te verdiepen in de processen van mondelinge en schriftelijke overlevering die daarbij een rol spelen. Houtsma komt tot de conclusie

dat de veranderlijkheid van de liedjes uit de zestiende eeuw en later niet afdoende verklaard kan worden met het begrip ‘oraliteit’. Natuurlijk, het kan niet ontkend worden dat liedjes in de praktijk van de zang aan verandering onderhevig zijn, maar veel van de verschillen tussen versies van liedjes zullen, zoals hij laat zien, eerder op de schrijftafel tot stand zijn gekomen. Het populaire lied is een kunstvorm waarvan veranderlijkheid een basiskenmerk is. Als een lied populair is, leidt dat tot veranderlijkheid, en veranderlijkheid is onmiskenbaar een teken van populariteit. Het is een zienswijze die niet alleen opgaat voor de liedjes die in dit boek aan de orde komen, maar ook voor het populaire lied uit latere tijden, en ook – zelfs in een tijdperk van auteursrechten – voor het populaire repertoire van nu.

Ekstreem

Fans maken blad

Blauwe maandagen

Tekening van Philip Guston

Een algemene kunstgeschiedenis Met Viceversa is Ad de Visser de eerste Neder­landse auteur van een algemene kunstgeschie­denis van deze omvang. In het boek beschrijft hij de geschiedenis van de westerse kunst en archi­tectuur op uitputtende wijze en aan de hand van bijna 3500 afbeeldingen. De auteur heeft daarbij oog voor zowel de grote lijnen als de saillante details en hij toont aan dat de weg die de kunst en architectuur in ruim twintig eeuwen heeft gevolgd nooit een rechte is geweest en zeker niet alleen een voorwaartse. Hij laat op inspirerende wijze zien hoe steeds weer het verleden wordt opge­pakt en hernomen, bepaald door de ken-

nis, de inzichten en de toekomstverwachtingen van dat moment. Viceversa wil een handboek zijn waarin de lezer snel zijn weg kan vinden en van waaruit hij zelf verder op onderzoek kan gaan in de hedendaagse media. De toegankelijkheid van het boek gaat gepaard met een accuratesse in annotatie en bronvermelding die de zorgvuldigheid van wetenschappelijke studies benadert. De begeleidende website biedt de lezer de mogelijkheid de afbeeldingen op groot formaat te bestuderen. www.viceversa-addevisser.nl

Een schrijver maakt teksten, maar als hij goed is levert zijn werk ook tekst op. Blauwe Maandagen: Over leven en werk van Arnon Grunberg, een tijdschrift waarvan onlangs bij uitgeverij Ekstreem het vierde nummer verscheen, is een fanzine. Hoofdredacteur en uitgever Eddy Esman brengt in het tijdschrift zowel achtergrondverhalen over, als oorspronkelijke teksten van Grunberg samen. In deze vierde aflevering gaat het onder andere over zijn bijdrage aan de toneelkunst (als schrijver van de stukken Onze Paus, Van Palermo tot San Francisco, Figuranten en De Hollanders) én als acteur in Thomas Bernards Am Ziel, waarin Grunberg nota bene de bijrol van geslaagde schrijver speelde. Onze Paus werd geschreven op verzoek van de Poolse regisseur Krystyna Meissner, die hoopte daarmee een oorspronkelijke forensische kijk op Polen en haar inwoners te krijgen, maar getuige de afgedrukte brief aan de schrijver teleurgesteld maar beslist de tekst moest weigeren. Het Nederlandse toneelgezelschap Wunderbaum, die het stuk uiteindelijk wel speelde, gaat uitgebreid op de afwijzing in. Cyrus Frisch beschrijft hoe Grunberg in 1989 nog tijdens zijn academietijd in zijn eerste film De kut van Maria terecht kwam: ‘Ten

einde raad vroeg ik enkele dagen voor de opnamen een volslagen onbekende naam uit het verouderde castingbestand van de academie. (Een plastic map met een aantal fotokopieën met daarop handgeschreven namen, lengtes, hobby’s en fotootjes.) Het was een jongen die er grappig uitzag met een enorme neus en een ondeugende glimlach.’ De dvd van De kut maakt deel uit van deze aflevering van Blauwe Maandagen. Vanzelfsprekend biedt het blad ook zicht op de toekomstige bibliofiele krankzinnigheid waarmee elke beroemde auteur gewild of niet te maken krijgt. Vooralsnog gaat het om rode wijn ten bedrage van 24,95 die door Markies Carlos Falcó is gemaakt en gebotteld en om afdrukken van vakantiefoto’s die heel goedkoop op het formaat 28 x 21 cm te bestellen zijn. Op een ervan staat Grunberg ingeklemd tussen een Iraakse kameel (?) en een jihadiste (?) – of slagersdochter – met een vlijmscherp mes in haar opgeheven hand. Onmisbaar voor de sfeer in de club is het leedvermaak om hen die het helemaal met de schrijver hebben gehad. De redactie van Blauwe Maandagen heeft een groot aantal ingezonden brieven aan de Volkskrant en de vpro Gids afgedrukt waarin de schrijver van de dagelijk-

se Voetnoot en de wekelijkse Yasha wordt verketterd en afgekraakt en tevens de hoop wordt uitgesproken dat de arrogante betweter en nihilist zo spoedig mogelijk ontslagen wordt. Je vraagt je af hoe uitgever Esman aan deze documenten gekomen is. Want de publicatie in Blauwe Maandagen geeft deze meelijwekkende klachten tegen literair patholoog-anatoom A. Grunberg als het ware nog een flinke duw na. (Ingezonden mededeling)


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM De Weideblik door Peter van den Broek Open de kooien van de kunst /gedichttekeningen van Lucebert, door Erik Slachter Drukwerk voor anderen, door Paul van Capelleveen Zolang de lijm niet loslaat /Invloeden van Lucebert op de Nederlandse taalschat, door Ton den Boon

D

rie door De Weideblik in 2012 uitgegeven boekjes, mede door omslag en binnenwerk met foto’s van Luceberts atelier, bijzonder aantrekkelijk vormgegeven. Ze gaan over onderwerpen die niet eerder in boekvorm werden behandeld en zijn zeker de moeite waard voor iedereen die in de dichter/schilder is geïnteresseerd. Niettemin is er reden om me over Zolang de lijm niet loslaat kritisch uit te laten. Dat kunst gebruikt wordt voor allerlei doeleinden, is een feit. De melodie van ‘Kortjakje’’ is op een haartje na identiek met het thema van Mozart’s ‘Ah vous dirai je maman’. Ik gun de kleuters hun liedje, al kleeft het wel op een irritante manier aan de betreffende variaties van de componist. Ronduit banaal wordt er met Mozart omgegaan op het moment dat ‘Alla Turca’ (uit de sonate kv 331) als beltoon uit mobiele telefoons klinkt. Pure verkrachting, zou ik willen zeggen. Of vindt u soms dat er sprake is van verrijking van de muzikaliteit in onze cultuur? Breugel is in 250 (1000 voor gevorderden) puzzelstukjes verkrijgbaar. Men hoeft zich niet te vervelen. Frida Kahlo’s lot liegt er ook niet om. Het beeldmateriaal dat er van haar werk op de markt komt lijkt te concurreren met dat van de kinderheld Kuifje. Van haar zag ik luciferdoosjes en zelfs een soort altaartje; Frida Kahlo als cultfiguur. Alsof die vrouw al niet genoeg geleden heeft. Ooit werd mij een stropdas met Mondriaanmotief cadeau gedaan. Welnu, neiging om me op te hangen heb ik zelden, dus weg met dat ding! Wat met de muziek en met de beeldende kunst gebeurt, gebeurt ook met de poëzie. En wat Lucebert betreft brengt Ton den Boon de stand van zaken in beeld. Zoveel mogelijk dichtregels, die inmiddels als aforismen, gevleugelde woorden of als spreekwoord in de taal zijn opgenomen, spoort hij op. Het boekje Zolang de lijm niet loslaat is het resultaat van die speurtocht. De oogst is aanzienlijk. Uit Luceberts gedicht dat begint met ‘Ik tracht op poëtische wijze…’ worden maar liefst vier regels getraceerd die een zelfstandig leven zijn gaan leiden. De schrijver ziet dit als een verrijking van de Nederlandse taalschat. Uit dat gedicht komt: ‘eenvouds verlichte waters’ (waters wordt ook wel vervangen door wateren). Buiten het verband van de poëzie worden deze drie woorden ook wel aangetroffen. Als voorbeeld wordt genoemd: ‘Kwaliteit van wetenschap is voor de wetenschappers onderling een zaak van eenvouds verlichte waters’. Veel vaker wordt uit hetzelfde

gedicht de regel ‘een broodkruimel te zijn op de rok van het universum’ geciteerd. Het voorbeeld dat volgt: ‘Nog niet eens Luceberts beroemde broodkruimel op de rok van het universum. Zo’n broodkruimel is al veel te substantieel’ (dit naar aanleiding van een psalm). Ziehier hoe regels uit een grandioos gedicht op de snijtafel gelegd leiden tot, ja tot wat eigenlijk? Gekoketteer met belezenheid? Een hinderlijke poging erudiet te willen lijken? Of gewoon aanstellerij. Een verrijking van de Nederlandse taalschat? Irritant en lachwekkend is het in ieder geval. Maar hoe meer ingebed in de Nederlandse taalschat, des te beter, begrijp ik van de auteur. Het worden toegevoegd aan de lijst van spreekwoorden is het meest ultieme wat een dichtregel kan overkomen. Onvermijdelijk komen we dan terecht bij ‘alles van waarde...etc.’ Den Boon laat ons weten dat deze regel in de afgelopen tweeëntwintig jaar 762 keer in de krant heeft gestaan, terwijl een Rotterdamse verzekeringsmaatschappij de tekst al dertig jaar geleden in neonletters op de gevel had staan. Een dichtregel misbruikt en verstard tot cliché – de doodsteek voor alle creativiteit. Ik zou zeggen: laat de poëzie met rust. Bedenk uw eigen beeldspraak en vermijd maar liever hergebruik. Want voor je het weet is uw tekst rijp voor de tegeltjesindustrie.

Luc

a i n a m o t r ebe

ZONDAG 9 DECEMBER 2012 • PAG. 11

Wim Brands

I

k stond op de stoep van een kasteel, ik was de marmeren leeuwen aan het begin van de laan al gepasseerd, nu keek ik naar de bel die gloednieuw was. Ik verbeeldde me dat ik het kasteel zou laten leven als ik aanbelde: ik zag een wandtapijt dat zich omtoverde tot animatiefilmpje, omkrullend behang, een gestor­ven kasteelheer die kwiek uit de kelder kwam. Ik schreef er een tekst over. Vol-gens een vriend van mij was het een gedicht. Hij kon me niet uitleggen waarom maar het was een gedicht. Wat doe je met een gedicht, vroeg ik hem. Dat stuur je op naar een literair tijdschrift, zei hij, en dan krijg je het terug met een beleefde afwijzing. Het klonk geruststellend. Ik was vijftien. Ik deed niks. Totdat ik het gedicht vier jaar later terugvond. Ik had het met potlood op een kladblokblaadje geschreven. De letters waren nog leesbaar. Ik stuurde het gedicht op naar Hollands Maandblad. Het werd geplaatst. Omdat ik een mooi idee had voor een boek dat een kleine uitgever zou moeten uitgeven, heb ik naar dat nummer van Hollands Maandblad gezocht. Verdwenen. Wel vond ik latere afleveringen, waarin beslist betere gedichten van me stonden. Ik had het opgegeven om te willen klinken als anderen en hoorde af en toe zelfs – ver weg nog – een eigen stem. Tijdens mijn zoektocht vond ik ook een manuscript terug dat ik in geen eeuwen meer had gezien. Het is geschreven door een jonge dichter. Eind jaren zestig gaf hij het aan een vriend die het mij decennia later leende. Een paar van zijn gedichten waren geplaatst in Tirade, de rest niet. Het geheel wilde maar geen bundel worden. Ik herkende de toon. Het is de toon van de jongemannen die oorspronkelijk willen zijn, maar het zelfde lied zingen. Mijn kasteelgedicht heeft die toon ook. Hij schreef: soms wil ik beleefd zijn en geef vrolijk grijnzend iedereen een hand soms praat ik zelfs urenlang met de ongelofelijke slijmerd die ik altijd overal tegenkom

soms loopt de spoorrails van mijn argeloosheid dood waar de zomer voor de zoveelste keer begint maar als er weer eens oorlog komt hoor ik gelukkig bij de verliezers. Tom Graftdijk heette hij eind jaren zestig. Later werd hij Thomas Graftdijk, die een paar volwassen bundels publiceerde, maar vooral een uitmuntend vertaler werd. Op de Beurs van kleine uitgevers kocht ik enkele jaren geleden een bibliofiel uitgegeven bundel van hem: Laatste gedichten. Gedichten die hij vlak voor hij wreed stierf aan een vriend dicteerde. Hij sprak: o Dood, ik zal je wijsheid missen, de rustige glimlach waarmee je het ondenkbare aan mij voltrekt. Ik heb je altijd een bondgenoot gewaand. Maar nu onze kennismaking een feit is, ben ik vergeten waarom. Als je mij wilde helpen, zou je me alvast bezoeken in de nacht als ik rustig droom in mijn blije waan, en mij niet overvallen met grof inbrekersgereedschap en ruw gevloek, alsof je mijn lijk niet alleen begeert, maar ook haat met de verwoedheid van de bedrogene die zijn laatste goed verkocht heeft voor een zieke koe. M’n mond viel open. Ik zag de weg die hij ging, hoe de aarzelende zoeker naar een stem die stem uiteindelijk vond. En ik nam een besluit. Ik ga een aantal dichters interviewen naar aanleiding van hun eerste (gepubliceerde) gedicht over de weg die zij sindsdien gingen. Over de stemmen die zij vonden. Want zoals Jack Kerouac al zei: the voice is all. p.s. – Over enkele jaren verkrijgbaar op de beurs – waar anders?

IJzer

Malaparte’s Bloed Door Nico de Louw

Curzio Malaparte is een pseudoniem van Kurt Erich Suckert, in 1898 geboren in Prato. Zijn Duitse vader was naar het Toscaanse Prato gekomen om een textielfabriek op te zetten en had daar zijn volbloed Italiaanse moeder gevonden. Al was Malaparte ‘tweebloedig’, Italiaan was hij in hart en nieren. Zijn pseudoniem was, zo zei hij, gebaseerd op het gegeven dat Napoleon Bonaparte ondanks zijn naam beroerd aan zijn einde was gekomen en dat zijn naam Malaparte juist daarom een gelukkige dood in het vooruitzicht stelde. Net onder de 60 overleed hij 1957 in Rome aan kanker: een laat gevolg van het inademen van mosterdgas in de loopgraven van WO I. Of zijn dubbele afkomst zijn ziel heeft verscheurd, weten wij niet. Wel kan met reden verondersteld worden dat hij, waar hij ook was, zichzelf een buitenstaander voelde en van nature de positie van waarnemer innam. Flamboyant als hij was stond hij bekend als extreem nonconformist. Dit gold ook zijn politieke opstelling. Begonnen als aanhanger van de fascistische partij, eindigde hij als communist. Volgens sommigen vindt deze eigenzinnigheid zijn uitdrukking in het be-

roemde huis Casa Malaparte, een bouwkundig hoogstandje op een ontoegankelijk rotspunt van het eiland Capri. Malaparte voerde een scherpe pen, die hem tijdens het interbellum in het Italië van Mussolini naar aanleiding van zijn boek De techniek van de staatsgreep (1931) een lange verbanning naar Lipari opleverde. Naar verluidt leverde dit werk niet alleen de gram op van het Italiaanse staatshoofd, maar ook van het zojuist aangetreden bevriende staatshoofd uit Duitsland. Door tussenkomst van Ciano, minister van buitenlandse zaken en schoonzoon van Mussolini, werd Malaparte voor het begin van de Tweede Wereldoorlog op vrije voeten gesteld, om daarna voor de Corriere della Sera de oorlog te verslaan. Zijn grote bekendheid dankt hij aan Kaputt, waarin hij o.a zijn ervaringen aan het Finse front te boek stelt. Het door Liliane Cavani verfilmde boek De Huid doet verslag van de Amerikaanse opmars vanuit Sicilië tot in Napels en droeg nog verder bij aan zijn naamsbekendheid en verleende hem zelfs een zekere cultstatus. Vanuit bekendheid met die achtergrond en de daarbij behorende verwachtingen zal de lezer die de verhalenbundel Bloed uit 1937 ter

Curzio Malaparte

hand neemt niet licht van zijn verbazing bekomen. De verhalen vormen met elkaar een streng van parels. Met bloed, zegt Malaparte in zijn verantwoording, heeft hij een fascinatie: ‘Allemaal, van de hardste bikkel tot het zachtste ei, zijn we onderhorig aan deze wet: de enige waaraan we echt onderhorig zijn. Het meeste wat we van ons in ons hebben is bloed. In de aderen vonden onze gedachten, onze dromen, onze gevoelens, onze daden hun oorsprong.’ De bloedgroep typeert hij als het enige onveranderlijke element van de mens. Onveranderlijk zelfs na bloedtransfusie. Hij is gefrappeerd door uitkomsten van onderzoek waarin verwantschap tussen bloed van mens en dier aan het licht wordt gebracht. In Bloed roept Malaparte op fenomenale wijze zijn soms wrede maar ook gevoelige jeugd op en voert de lezer Italië binnen ‘zoals het is’ of in elk geval door de buitenstaander

‘Curtino’ doorleefd is. Elk verhaal appelleert aan onze eigen jeugdervaringen, heeft een eigen aroma en dompelt de lezer onder. Eenieder die Italië heeft bezocht ervaart een feest der herkenning, Malaparte’s zinnelijke tekst laat je de vis of bloemen ruiken, bezorgt je de smaak van wijn en voor je geestesoog zie je de Stromboli die hij zelf vanuit Lipari zag bij het schrijven van dit kleinood. Het slotverhaal is een prachtige novelle over een ambtenaar wiens dag in de war raakt op een bijzondere zaterdag in het Rome van het opkomende fascisme. Wij hebben in Werther Nieland van Reve misschien wel de mooiste benadering van jong zijn, met de nieuwsgierigheid, angst en onzekerheid die daarbij horen. De Ita-lianen zullen voor een terugkeer naar de verloren tijd van de jeugd heel goed met Bloed uit de voeten kunnen. Kortom, Malaparte kennen, kun je pas zeggen als je ook Bloed tot je hebt genomen. (Ingezonden mededeling)


PAG. 12 • ZONDAG 9 DECEMBER 2012

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

Monnier

‘Het waait hier altijd’ De nieuwste uitgave van Uitgeverij Monnier is Het waait hier altijd: Station Ulrum 90 jaar. De spoorlijn is verdwenen, maar het monumentale stationsgebouw staat nog fier in de Spoorstraat te Ulrum. Het station heeft vele bewoners gehad en kende vele bestemmingen. Het gebouw bergt dan ook een schat aan anekdotes en verhalen. Het negentigjarig bestaan van het station Ulrum is een mijlpaal en een mooie gelegenheid om dit alles in een boekwerk te bundelen. Het boek bevat beeldmateriaal van historische waarde, dat nog niet eerder gepubliceerd is, en is voor noordelingen, liefhebbers van

Bas Lubberhuizen

Zirimiri Press Fictie en non-fictie uit kleine taalgebieden www.zirimiripress.com

Het waait hier altijd. Station Ulrum 90 jaar. Samenstelling en redactie Robbie Koopmans en Paulien Schreuder, 2012. Prijs € 14,50 Karlien ter Haar, Frits Visser, Rud Brenninkmeijer en Trudy Dijkshoorn, Kamelen met brede voeten, 2011. Prijs € 14,50

Valiz

Poster No 524: Exploring the Contemporary Poster Posters zijn zeer duidelijke grafische uitingen in het dagelijkse publieke domein. Dit is een van de redenen waarom grafisch ontwerpers Rianne Petter en René Put hun onderzoek naar de poster begonnen. Petter en Put hebben drie maanden lang alle affiches verzameld die in de stad Amsterdam verspreid zijn, een totaal van 523 verschillende affiches. Zij hebben deze verzameling nauwgezet bestudeerd en gedeconstrueerd, elementen onderzocht, geïsoleerd en weer opgebouwd. En dit levert interessante resultaten op. De nieuwe ‘poster’ die Petter en Put maakten door alle stukjes mannen- of vrouwenhuid van de affiches samen te voegen geeft een onwerkelijk afstandelijk beeld van iets waar we normaal zo aan gewend zijn. De visuele studies van de ontwerpers leidden tot de creatie van totaal nieuwe beelden die op zijn minst als opmerkelijk kunnen worden omschreven. Wist u bijvoorbeeld dat het focuspunt van de straatposter zich perfect verhoudt tot de gulden snede? Of dat de meeste ontwerpers (onbewust) nog steeds vasthouden aan vaste designafspraken zoals altijd linksboven beginnen? Deze conclusies (en nog veel meer) zijn terug te lezen en zien in het bij Valiz uitgegeven Poster No 524.

Brand!

Geen uitslaande branden of bluswerkzaamheden, maar onwerkelijke stillevens. Op de prachtige, verstilde foto’s van Marin Luijendijk (Ingezonden mededeling)

monumenten en stationsfanaten een ware aanwinst. Met de uitgave van Het waait hier altijd is Monnier zijdelings weer terug op haar oude stiel, de monumentenzorg, zonder het fonds poëzie te verwaarlozen. Na een prachtige recensie van de laatste dichtbundel Kamelen met brede voeten in het Dagblad van het Noorden gaat de verkoop erg goed.

zie je wat er nog over is, beroet, gesmolten of verpulverd. Tussen het verwrongen plastic en de tientallen grijstinten hangt nog een onaangetaste kroonluchter of de kamerplant die het verwoestende werk van het vuur trotseerde. En op de foto’s van Henk Wildschut zie je brandweerlieden op hun kwetsbaarst, net als het alarm afgaat, wakker worden, het moment tussen slaap en actie.

Brand! is een boek dat verscheen ter gelegenheid van de gelijknamige fototentoonstelling in het Amsterdamse Stadsarchief aan de Vijzelstraat ter gelegenheid van het 300 jaar bestaan van de Amsterdamse brandweer (nog te zien tot 6 januari 2013). Het boek Brand!, met een inleiding door Anneloes Verbeke, verschijnt geheel in kleur en is een uitgave van Bas Lubberhuizen.

Lemniscaat / Rietveld

Speeltijd Door Ann Meskens

I

k heb maar een speeltijd van twee jaar. Soms speel ik dat Plato en Aristoteles met me mee de Rietveldacademie binnenlopen. Plato, die in Athene de eerste georganiseerde school van Europa stichtte, de Akademeia. En Aristoteles, die met zijn Poëtica de eerste Westerse verhandeling over kunst schreef. In mijn verbeelding toon ik ze opgetogen mijn school. Het eindigt er altijd mee dat dat Plato woedend wordt, vertwijfeld om schoonheid roept en alle kunstenaars opnieuw wil verbannen. Aristoteles blijft veeleer stil, hij is nieuwsgierig maar ook ontzet en mompelt wat over het nodige ritme en nood aan katharsis. Hij zoekt naar het begin, het midden en het einde alsof die categorieën nog op onze wereld van toepassing zijn. Omdat ze alle twee de kunst nog als mimesis beschouwen, een nabootsing van de werkelijkheid, durft geen van beide met mij de 21ste eeuwse werkelijkheid van Amsterdam in. Het is eigenlijk vooral hier dat ik besef hoe oud ze inmiddels zijn. Ik zou ze anders graag mijn favoriete boekhandel op het Amsterdamse Spui binnenloodsen (snel voorbijgaand aan het standbeeld van het Lieverdje, een beeldhouwwerk in het midden van de agora, gewijd aan een straatschoffie en gesponsord door een tabaksfabrikant, hoe moet ik hen dat uitleggen?). In de boekhandel zou ik hen trots op hun werken wijzen die na meer dan tweeduizend jaar nog altijd te koop zijn. Over de actuele omloopsnelheid van een boek, ongeveer drie maanden, zou ik zwijgen. Voor Aristoteles zou ik een werk van de Italiaanse hedendaagse filosoof Giorgio Agamben kopen, wellicht The man without content, voor mezelf misschien het boek Art’s Claim to Truth van de Italiaanse filosoof Vattimo en voor Plato, tja, misschien iets van Friedrich Nietzsche om te beginnen?

� De Vlaamse filosoof en schrijfster Ann Meskens is writer in residence op de Amsterdamse Gerrit Rietveld Academie. Haar bevindingen zullen worden gepubliceerd door Lemniscaat en Rietveld Publications. Het bovenstaande is een fragment uit haar te publiceren boek The Gray House.


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

werk, bekend als een geweldenaar. Misschien was hij ook om die reden geïnteresseerd in het natuurgeweld van op onze Vaderlandse bodem ontbrekende vulkanen? Hij vertaalde onder meer een Frans epos over de verwoesting van Herculaneum door een eruptie van de Vesuvius (79 na Christus). In Moormanns lezing wordt dat werk gezet naast andere vulkaangedichten, een genre dat in de Barok, Verlichting en vroege Romantiek populair is geweest.

De zingende zaag

Paradisobezoekers opgelet!

100 vrijkaarten voor Bilderdijklezing 2012

Heruitgave van bibliofiele Bilderdijkkist

vignet joost swaarte

Op 21 december 2012 vrezen veel ‘doomsdaygelovigen’ de Apocalyps, maar ware liefhebbers van de literatuur spoeden zich naar de Haarlemse Grote of Sint Bavokerk. Daar geeft prof.dr. Eric M. Moormann om 16.30 uur de vierde Bilderdijklezing getiteld Donder en bliksem boven de Vesuvius, een lezing over vulkanen, eenzaamheid, genialiteit, het genoegen van zelf op ontdekkingsreis gaan en de vruchtbaarheid van het lezen. Dichter en schrijver Adriaan van Dis draagt een pastiche op Bilderdijk voor. De drukbezochte Bilderdijklezingen hebben altijd een cultuurhistorisch of cultuurfilosofisch onderwerp en zijn een eerbetoon aan de wonderlijke alleskunner Willem Bilderdijk, die op 18 december 1831 in zijn woonhuis op de Haarlemse Grote Markt de laatste adem uitblies. Voor de Bilderdijklezing worden altijd een dichter én een geleerde uitgenodigd die hun sporen ruimschoots hebben verdiend in een van de vele vakgebieden waarin Willem Bilderdijk excelleerde. Bilderdijk was behalve dichter ook tekenaar, jurist, medicus, classicus, bouwkundige, arabist, taalkundige en theoloog. Bij de stand van Uitgeverij De Zingende Zaag liggen 100 vrijkaarten voor u klaar

(max. 2 kaarten per persoon). Wie het eerst komt, het eerst maalt! Zoals bij de geboorte van Haarlems ereburger Harry Mulisch de Vesuvius uitbarstte en bij zijn dood de vulkaan Merapi lava en vuur spuugde, ging het sterven van de geniale dichter Bilderdijk ook gepaard met natuurgeweld. Eigenlijk zijn de mythen rond deze grootste 19de-eeuwse bard nog bonter. De dichter werd tijdens zijn sterven, tijdens een hevig onweer boven Haarlem, op verschillende plekken tegelijkertijd gezien. Een vingerwijzing Gods? Zo werd hij door diverse omstanders waargenomen bij de door de bliksem getroffen en in brand geraakte runmolen Het Fortuin. Bilderdijk stond, met een bulderende voordracht van eigen

De Meulder

Om de feestvreugde te verhogen zijn er bij de stand van De Zingende Zaag allerhande Bilderdijkiana te verkrijgen. Maar extra bijzonder is het dat de uitverkochte Bilderdijkkist weer door uitgeverij De Zingende Zaag in productie is genomen. Redactie en vrijwilligers hebben de afgelopen twee maanden vijftig kistjes in elkaar getimmerd. Het gaat om een collector’s item dat in 2006 werd uitgegeven ter gelegenheid van de 175ste sterfdag van Nederlands beste negentiendeeeuwse dichter Willem Bilderdijk. De kist bevat allerlei fraais, zoals een instructie om van je grafkist een camera obscura te maken, een zakje kruiden tegen gonzingen en hoofdpijn (waar Bilderdijk zijn hele leven last van had) en een porseleinen schoteltje met daarop Bilderdijks door hem zelf geschilderde rechteroog. De Bilderdijkkist bevat voorts allerhande met lood gezette nog niet eerder gepubliceerde gedichten en elegieën van onder anderen Piet Gerbrandy, George Moormann, Patty Scholten en Peter van Zonneveld. De kist is zeer rijk gevuld, een waar collector’s item en in het jubeljaar 2006 door NRC Handelsblad uitgeroepen tot de alleropmerkelijkste uitgave van dat jaar. Er geldt een speciale Beursprijs van € 95 (normaal € 125).

ZONDAG 9 DECEMBER 2012 • PAG. 13 Tortuca

TORTUCA IN 2012 Tortuca bestaat sinds 1997 en staat vooral bekend als een poëzietijdschrift. Beter is het om van een poëtisch tijdschrift te spreken. Alle bijdragen, zowel literair als beeldend, getuigen van een sterke hang naar het associatieve, het fijnzinnige, het tijdloze. In 2012 zijn Tortuca 28, 29 en 30 verschenen, alle voorzien van een special: een set kaarten getiteld ‘De Twaalf Machinaties’ van Jacq Palinckx in #28, de plattegrond van de Language & Art Gallery Tour in #29 en een oblong boekje met Nachtschade schilderijen van Olphaert den Otter in #30. Veel vertalers hebben aan deze nummers meegewerkt: Hein Aalders, Bernlef, Arie van der Ent, Ko Kooman, Karol Lesman, Jan H. Mysjkin, Arie Pos, Ard Posthuma, Mariolein Sabarte Belacortu. Ook is dit najaar een nieuw deel verschenen in de Tortuca Cahierreeks. Op initiatief van vertaler Robert Dorsman heeft Tortuca een groot aantal Nederlandse en Vlaamse dichters gevraagd een gedicht te schrijven ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de ZuidAfrikaanse dichteres Antjie Krog. Maar liefst vierenveertig dichters gaven hieraan gehoor, waaronder Adriaan van Dis, Joke van Leeuwen en Ramsey Nasr. Deze verzen zijn samen met alle handschriften gebundeld in een Tortuca Cahier #8, dat op 10 oktober aan Antjie Krog is overhandigd tijdens een feestelijke avond in de Centrale Bibliotheek in Den Haag.

Bilderdijkdiner 2012 U kunt reserveren voor het Bilderdijkdiner dat na de Bilderdijklezing gehouden wordt. Het menu, met authentieke Italiaanse gerechten en wijnen, is geïnspireerd op de Bilderdijklezing. Voor iedere gast is door Willem Kramer (Mercator Press) een met de hand gezette menukaart gedrukt. Tijdens het diner zijn er voordrachten van Adriaan van Dis, Rick Honings, Marita Mathijsen, Eric M. Moormann en Peter van Zonneveld. Ceremoniemeester Ruud Douma brengt een Bilderdijkballade ten gehore en tafelpresident George Moormann vertelt over de beroemde tafelbel van Lodewijk van Deyssel die later nog door Godfried Bomans als voorzittershamer werd gebruikt in de roemruchte Kunstenaarssociëteit Teisterbant. De ‘oerversie’ van Paulus de Boskabouter (1944)

Paulus winterboek herdrukt! Paulus winterboek, Jean Dulieus eerste uitgave uit 1948, is eindelijk herdrukt. Vanwege de chronologie is het boek als voorloper in de reeks Gouden Klassiekers opgenomen; het werd deel 0 (nul) in deze succesvolle serie. Om het voor de lezers in de tijd te plaatsen is er een voorwoord aan toegevoegd, plus twee bijzondere bijlagen met ongepubliceerde Paulusafbeeldingen. Deze bijlagen zijn verdeeld over de twee versies van het boek, de handelseditie en de beurseditie (beperkte oplage van 150 exemplaren). De handelseditie van Paulus winterboek laat in de bijlage vijftien van de allereerste Paulus-tekeningen uit de Hongerwinter zien – de ‘oerversie’ van de boskabouter.

De tafelbel van Bilderdijk

De Lairesse

Kleinste uitgev ? er

In 2009 verscheen bij uitgeverij De Buitenkant (als achtste deel van de Bantammer-reeks) De sleutel van de Rozengracht van Aletta Schreuders. De 225 exemplaren raakten snel uitverkocht, vooral na enthousiaste besprekingen op de vpro-radio en in Het Parool. Aletta de Vries groeide in de jaren vijftig en zestig op in een verre van harmonieus gezin. Haar ouders scheidden, broer Wouter ontspoorde en zelf zocht ze vergetelheid in de wereld van de dans. In De sleutel van de Rozengracht traceert zij haar familiegeschiedenis via vader Philip de Vries (historicus, schoolvriend van Karel van het Reve), moeder Trudi en hun ouders en grootouders: de families De Vries, Theeboom, Lansberg, Joosten en Cohen Henriques. Delen uit de Bantammerreeks worden nimmer herdrukt, omdat ze zijn gehouden aan de vaste oplage van 225. Omdat er naar deze uitgave toch vraag bleef bestaan, is in 2012 de piepkleine ad hoc-uitgever De Lairesse opgericht, die als eerste (en waarschijnlijk tevens als laatste) een nieuwe editie van De sleutel van de Rozengracht aanbiedt, op de Beurs verkrijgbaar op de stand van Piet Schreuders. Gelijktijdig verschijnt nu ook een Engelstalige editie, verrijkt met verklarende voetnoten. ISBN 978-94-6190921-3 (Nederlands)

‘Energie verdeeld’, tekening van Marian Theunissen uit Tortuca #30

ISBN 978-94-6190922-0 (Engels) Prijs: € 19,95

De God van Nederland

Het geheimzinnigste blad van Nederland Het is nauwelijks ergens te koop. Het krijgt nauwelijks enige publiciteit. Er zijn niet meer dan 400 abonnees. En de redactie (Bob Polak en Vic van de Reijt) wil dat allemaal graag zo houden. De God van Nederland is links en elitair. De God van Nederland huivert bij de waan van alle dag. De God van Nederland siddert bij de mening van de middelmaat. De God van Nederland doet alleen wat Zij zelf boeiend vindt. Medewerkers: Gabriël Kousbroek, Siegfried Woldhek, Arthur van Amerongen, Nienke Oldenhuis, San Fu Maltha, Lies Kindt, Renske Jonkman, Edo Landwehr, Oskar Kocken, Jeroen van Merwijk, Barbara Stok, Liesje Schreuders, Ferry André de la Porte, Elise van Iterson, Lieneke Frerichs, Serge R. van Duijnhoven e.a. Losse nummers: 9,95 euro. Jaarabonnement (vier nummers): 30 euro (buitenland: 40 euro). Bankrekening: 49 41 252 t.n.v. Stichting Polak & Van der Kamp / Gebed zonder End. Problemen met overmaken? Bankrekening 490 84 16 t.n.v. B.J. Polak, Amsterdam. Speciale Beurs-aanbieding! De God van Nederland no. 4 met de originele Athenaeum Nieuwscentrum Verkoopsticker. Normaal: 9,95 euro. Speciale Beursprijs: 10,95 euro!


PAG. 14 • ZONDAG 9 DECEMBER 2012

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

De Buitenkant

Alle tinten groen en geel Door Guus Bauer

Gielijn Escher: leven voor affiches Door Gerard Unger

Een goed boek uitgegeven door De Buitenkant, bij een prachtige tentoonstelling in de voorbije zomer in Museum Boijmans van Beuningen, met werk van Gielijn Escher zelf en enkele van zijn idolen: Lucian Bernhard, Ludwig Hohlwein, Julius Klinger en Hans Rudi Erdt. Het boek is geschreven door Mienke Simon Thomas en gaat over het werk van Gielijn Escher in relatie tot zijn voorlopers, tijdgenoten en opdrachtgevers, en over de culturele achtergrond van deze ontwerper, zijn historische kennis en de liefde voor zijn vak. Gielijn is de complete affichemens: hij maakt, plakt en verzamelt ze. En hij spreekt er graag over. Het boek bevat naast zo’n 135 pagina’s met afbeeldingen van het oeuvre van Gielijn ook werk van voorgangers als Nicolaas Wijnberg en Frans Mettes.

Jan us van de n Ei j nd e n

g i e li j n e s ch e r

H

lijk helemaal niet kan schrijven’. Dus et blijft een raadsel waardit is kennelijk wat het publiek wil, om zo veel mensen schrijconcluderen vele concernuitgevers en ver willen worden. Zelfs proberen het na te apen. nu mijn postbus al hoogbejaard is, Ze rijden graag mee op boeken die wordt hij nog volgestouwd met verkooptechnisch zwijnen. ‘Deze ro‘meeslepend’ werk. Een zich dichman is Buwalda-like.’ ‘Voor de lezers ter noemend persoon stuurde van Umberto Eco, Harry Potter én brouwsels met een hoog ik-houNicci French.’ Ze vergelijken hun van-jou-en-blijf-je-trouw-gehalte. nieuwelingen met grote namen. Zo Het begeleidende briefje was kodienden wij al kennis te maken met misch. ‘Alvorens je tot publicatie Guus Bauer de erfgenamen van Nabokov, Swift overgaat, dient het verschuldigde en Kundera. In de sterk verslechterde voorschot ad tienduizend euro De zelfstandige, Nederlandse markt – na Italië en overgemaakt te zijn op mijn rekeonafhankelijke uitgever Spanje het Europese land met de ning.’ Een boekhandelaar gaf onheeft de toekomst! sterkst dalende boekenverkoop – doordacht mijn privé-telefoonvecht iedereen voor een publiciteitsgraantje. nummer aan de wensdichter. ‘Waar blijft m’n Opportunisten heb je natuurlijk overal. Je zou geld?’ Schrijven is een levensinstelling, briest de een hele oogst aardappelen nodig hebben om de clichédraak dwars door de deur van de lege Nederlandse schrijvers de kost te geven, die zo brandkast heen. rond de verschijning van hun nieuwe boek ui De echte schrijver is inmiddels een zonderling terst amicaal met je omgaan. Daarna ben je balgeworden die met een potloodstompje en een last op hun ballonvaart naar atmosferische hoogopschrijfboekje rondslentert, een bedelaar in het ten, waar jij, gewone laagvlieger, natuurlijk niet theater van de slechte smaak, waar uitsluitend welkom bent. Deze scribenten, veelal onder of de wet van de grote getallen geldt. ‘Al een milrond de veertig, beheren niet alleen hun winkeljoen exemplaren verkocht van literaire erotische tje. Ze zetten uitsluitend zichzelf, vaak via het thriller!’ Typisten van dergelijke werkjes hebben net, tot in lengte van dagen in de etalage én in hun ziel verkocht. Al neemt mevrouw Tinto zich alle schappen. (Denk aan de commercial met wel voor haar in, door te verklaren dat ze ‘eigen-

zanger Marco Borsato die een muziekwinkel instapt waar alleen cd’s van de rapper Snoop Dogg verkrijgbaar zijn.) Voor velen is het boek niet meer dan een stuk handelswaar, waarbij het van belang is of de auteur marketable is. Met andere woorden: het liefst een leuk snoetje met een waar gebeurd verhaal. Iemand die lekker bekt dus. Er worden steeds meer ideeënboekjes uitgegeven. Het theater rond het boek behoort toe aan de marketeers. Die weten dondersgoed dat mensen graag aapjes kijken. Boekenkruideniers zien de auteur, en de interviewer al helemaal, als een lastig neveneffect van het product, dat toch handig kan worden ingezet als goedkope, tijdelijke arbeidskracht. De gemiddelde lezer laat zich graag leiden door deze ‘vakmensen’. Bekende Namen worden bekender. Een veilige keuze. De stapels in de boekenhuizen worden hoger en smaller. De diversiteit, een van de basiseigenschappen van de literatuur, verdwijnt hand in hand met de verslechtering van het onderwijs en de vervlakking op cultureel gebied. Er zijn natuurlijk nog steeds bevlogen boekhandelaars. Zij houden, liefdewerk oud papier, de klassieken aan in hun schappen, investeren in een kast met poëzie of geven een zelfstandige deurslenteraar nog eens een kans. Mijn tijd zal het wel duren. Misschien reïncarneren we wel. In dat geval heb ik al die duizenden boeken niet voor niets gelezen. Tenzij je natuurlijk terugkomt als slak, op een bordje met vijf kompanen in veel te veel kruidenboter. Dan liever nog als oester, bedorven wel te verstaan, op een of ander brallerig boekenfeestje.

Demian

Wat lezers in boeken achterlieten René Franken van het Antwerpse Antiquariaat Demian verzamelt al twintig jaar opmerkelijke gedrukte en beschreven papiertjes, foto’s en ander verstrooid papier dat hij vindt in de door hem aangekochte boeken. Verstrooid papier bevat een selectie uit wat lezers in boeken achterlaten, met teksten van een aantal schrijvers en kunstenaars die bij Demian over de vloer komen. Met bijdragen van Benno Barnard, Jeroen Brouwers, Stefan Brijs, Remco Campert, Kees van Kooten, Jeroen Olyslaegers, Josse de Pauw, Mauro Pawlowski, Pjeroo Roobjee en tachtig anderen. 21 x 16 cm. gebonden. Illustraties in kleur. 192p. Prijs € 28

Wereld Kerst Circus: affiche van Gielijn Escher

Gielijn in groepsverband heeft gewerkt, weliswaar anders dan hiervoor bedoeld, maar onder meer samen met zetters en drukkers, met ontwerpers en plakkers als collega’s. Zo’n eenling was hij ook weer niet – wel een eigenwijze man met een onverbiddelijk gevoel voor kwaliteit en een sterke oprechtheid. Het is hopelijk niet waar dat deze soort van ontwerper aan het verdwijnen is. Gielijn mag af en toe

irriteren, maar met hem is het ontwerpen uitgesproken, kleurrijk en uitdagend. Dergelijke eigenschappen heeft het ontwerpen nog altijd nodig. Als samenwerking noodzaak is omdat een ontwerper alleen de opdracht niet kan uitvoeren, dan is de betrokkenheid bij een team van een eigenwijze eenling met kennis, kwaliteit en de durf om prikkelende uitspraken te doen nog steeds belangrijk en inspirerend.

© 19 56 F ilms montsouris

Piet Schreuders

uit besproken boek

Eigenwijze eenling Wat uit dit boek naar voren komt is de waarde van eigenwijsheid, van onafhankelijk denken en handelen, van historische kennis en waardering van vakgenoten. Gielijn is deel van de sterke traditie van het affiche als visuele uitroep, als complete overlap van beeld en boodschap – een fenomeen dat schaars wordt. Als recente berichten over de ontwikkelingen in het ontwerpen kloppen, dan wordt de grafische solist, de eigenwijze eenling een zeldzaamheid en dan is die uit de tijd. In het recente nummer van Items (4/5-2012) schrijft Kees Dorst (p 123): ‘In feite kunnen we de hele evolutie van de ontwerpdisciplines vanaf de Tweede Wereldoorlog beschrijven als een reeks aanpassingen aan een toenemend complexe werkomgeving. We gingen van het idee van de alwetende ontwerper als eenling naar een teamverband.’ Wat veel grafisch en ruimtelijk werk betreft is dit juist. Werken in teamverband is overigens niet alleen een gevolg van toenemende complexiteit, maar ook van steun zoeken bij elkaar, van genoeg hebben van het overdreven individualisme van de voorbije decennia of van de economische noodzaak om middelen te delen. Het boek laat lezen dat ook

Afbeelding in Beurskrant 34

Nummer 21• zomer 2012

Ballonnen boven de rue Vilin

Wanneer komt de nieuwe FURORE? Dat was in ons vorige nummer (december 2011) de prangende vraag. ‘Nummer 21 schijnt “in aantocht” te zijn, maar over de precieze verschijningsdatum daarvan konden wij bij het ter perse gaan van deze krant geen enkele zekerheid krijgen’, heette het in Beursberichten. Afgelopen zomer zag het tijdschrift dan eindelijk het licht. Een speciale editie, 104 pagina’s dik, gewijd aan de Parijse locaties van de klassieke film Le Ballon rouge (1956) van Albert Lamorisse. Het werd jubelend ontvangen: ‘Zoveel aandacht voor het minutieuze getuigt van een schitterende toewijding’ (de Volkskrant). ‘Een fonkelend magazine, typografisch en fotografisch… een anatomie van Le Ballon rouge, zonder iets van de lichtheid van de film te verliezen’ (NRC Handelsblad). ISBN 978-94-6190-836-0. Prijs €15. www.furoremagazine.com

Krant beurs van kleine uitgevers 2012  

Deze krant verschijnt ter gelegenheid van de Beurs van kleine uitgevers in Paradiso.

Advertisement