Page 1

UIT beurs van KLEINE 31ste

POST uit de HEMEL / pag. 11

PA R A D I S O

AMSTERDAM • HOLLAND

ZONDAG 7 DEC 2008

TOEGANG 2,–

GEVERS

BeursBerichten

PARADISO TEL. (020) 6268790 WWW.PARADISO.NL WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

WEYAND

BONS IS 90

ITALIAANSE HOUDT VAN AMSTERDAM

BRIEVEN VAN BRAKMAN PAG. 12

PAG. 7

PAG. 4

PAG. 3

‘CARMIGGELT IS TOTAAL VERGETEN’ PAG. 10

Zijn Uitgevers Eigenlijk Gemankeerde Auteurs? Door Bert Trompenburg

Dit jaar dertig jaar geleden begon Guus Bauer met een eigen uitgeverij. In 1984 verdween hij van het uitgeeffront om op de Beurs van Kleine Uitgevers in 2003 weer op te duiken. Nu, vijf jaar later, is er ineens bij Signatuur, het literaire fonds van Bruna, een roman van zijn hand verschenen. Van wanneer stamt de liefde voor de literatuur? ‘Al van jongs af aan leende ik elke week het maximale aantal boeken bij de bibliotheek. In de vierde klas van de lagere school won ik een regionale opstelwedstrijd met een ‘recensie’ over een boek. Toen ik twaalf was ging ik naar een internaat. Ik had, in vergelijking met de dokters- en diplomatenkinderen, heel weinig zakgeld. Met het maken van samenvattingen van boeken en het schrijven van strafwerk verdiende ik wat bij. Meestal werd ik betaald in natura: een gevulde koek, een frikadel of een zak met drop. In de derde klas had ik voor alle talen al de boeken

BeursBerichten

PARADISOPOSTERS! PAG. 12

EXCLUSIEF

Van links naar rechts Peter de Rijk, Breyten Breytenbach, Guus Bauer

‘voor mijn lijst’ gelezen. In die tijd gemiddeld twintig per taal. Ik was een alfa. Vanaf een jaar of elf schreef ik ook zelf. Helaas had ik toen nog niet de literaire smaak om het aan niemand te laten lezen. De eerste werkjes stencilde ik en in de examenklas liet ik een paar boekjes drukken en binden: een oefening in het uitgeefvak zullen we maar zeggen.’

Je bent heel jong begonnen met uitgeven. Hoe kwam dat zo? ‘Ik was na mijn eindexamen begonnen met het schrijven van, achteraf gezien bombastische, recensies voor een weekblad. De hoofdredacteur had een vriend die iets wilde uitgeven. Ik werkte bij een tijdschriftenuitgeverij met een eigen drukpers. Toen was ik ineens uitgever.’

Van een opmerkelijk fonds. ‘Jij zegt het. Maar ik had toen wel een duidelijke visie. Ik wilde bekende auteurs uitgeven om ook debutanten en minder bekende schrijvers te kunnen brengen. Dus naast bijvoorbeeld Hugo Claus, Gerrit Komrij en Simon Vinkenoog ook Bart Chabot, Diana Ozon, Frans Pointl, René Stoute, Rogi Wieg en Boudewijn Büch. En ik wilde ook het

7 DECEMBER, 15.00 UUR: LITERAIR PROGRAMMA in de kelderfoyer

opkomende fenomeen van de podiumdichters vastleggen. Samen met een kleine platenmaatschappij bracht ik toen cassettebandjes van optredens uit. Een soort voorloper van het luisterboek. Iets te voortvarend want het verkocht niet, behalve Voetbalknieën van Ton Lebbink, een portier van Paradiso.’ Dan verdwijn je ineens om in 2003 weer op te duiken met een nieuwe uitgeverij. Lees verder op pag. 2, kol. 1

P aradiso Zondag 7 december 2008 Van 13.00 tot 17.00 uur Toegang  2,–

DE DEELNEMERS: Hoenderbossche Verzen BookPerfect/ Sherpa Van Gruting ADZ Luister Totemboek Passage Bosbespers Ravenberg Pers ARCO Atalanta Druksel Duizend & Een Piet Schreuders Abraxas De Buitenkant De Berk C.J. Aarts De Weideblik Reservaat Uitgeverij P Editions des Guerres De Gelukkige Vlinder Guus Bauer Coppens & Frenks Serena Libri Vantilt IJzer Pegasus De Ganzenweide Titi Zaadnoordijk Stichting De Roos Kairos Spleen Leida Amstel Ark Amsterdam Bulaaq Sjolsea De Republiek Elletra Editions Saint Jacques Bantammer Black Olive Press Gooibergpers Servo Ergo Pers Wasser im Turm Tortuca Statenhofpers Pampiere Werelt De Grafiekdrukkerij Editerio Tia Libro AFJH Stichting PING Plantage Diederick van Kleef De Klaproos Editions Obscures Basboek Pels & Kemper Parresia Carbolineum Pers Sea Urchin Eigenwerk Kelderuitgeverij Lino Pers S & S Publishers Ta Grammata Bas Lubberhuizen Hellend Vlak Phidias De Idioot Stichting Grotesque Revolver Citroenpers Papieren Tijger Snood Het Gonst Demian Valiz Middernacht Pers VNH


PAG. 2 • ZONDAG 7 DECEMBER 2008

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

Badlezen Door Louis Stiller

E

‘Ik leef voor de literatuur’

‘Ach, je weet hoe zoiets gaat. Een vrouw, kinderen en brood op de plank. Ik werd effectenmakelaar, advertentieverkoper, eigenaar van een drukkerij van plastic cards en beroepsmuzikant. Ik reisde de hele wereld af en belandde uiteindelijk weer in mijn geboortestad. Op 10 oktober 2003 werd ik abusievelijk gearresteerd als verdachte van een dubbele onderwereldmoord. Ik had, net als de dader, een legerbroek aan. In de krant stond: Ex-uitgever verdacht van dubbele moord. Om over de kafkaëske afwikkeling van de kwestie een boek te kunnen schrijven richtte ik stichting ex-Exuitgevers op. Vooruit, dacht ik, ik geef nog wat meer boekjes uit. Kennelijk moest ik de schade inhalen: in het eerste jaar twintig titels van ondermeer Theo van Gogh, Theodor Holman, Jaroslav Seifert en Adriaan Morriën.’

ste twee jaar meer dan tweehonderd bekende schrijvers geïnterviewd. In verband met Amsterdam Wereld Boeken Stad komen er veel naar Nederland. Maar ik vind het ook niet erg om naar Berlijn, Praag, Parijs, Barcelona of Antwerpen te gaan om ze te spreken. Door de vraaggesprekken ben ik anders gaan denken over mijn eigen schrijverij. Soms was een enkele zin al voldoende om me op het juiste spoor te brengen. Daarnaast heb ik al die auteurs mijn tekst in het Duits of in het Engels gegeven. Het heeft een aantal mooie blurbs opgeleverd, ondermeer van Breyten Breytenbach, Václav Havel, György Konrád, Edgar Hilsenrath en Charles Lewinsky. In Nederland heb ik veel steun gehad aan meelezer Thomas Rosenboom. Ik ben erg verheugd met de prachtige uitgave van Signatuur.’

Kun je er van leven? ‘Ik leef voor de literatuur, maar kan er nauwelijks van bestaan. Het valt mee. Vrijheid is een groot goed. Ik schrijf voor een dozijn week- en dagbladen over literatuur en heb veel te danken aan de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Daar presenteer ik een boekenuur op de radio, verzorg lezingen, boekpresentaties en een tweewekelijkse literaire salon. Daarnaast heb in samenwerking met de OBA al vier boeken gemaakt. In het komend jaar verschijnt in een grote oplage een jubileumboek. De bibliotheek bestaat negentig jaar.’

Je roman, De tuinman van niemandsland, is al voor verschijning aan het buitenland verkocht. ‘Ja, dat is het voordeel als je zelf uitgever bent. Ik heb het laten vertalen in het Duits, Engels en Tsjechisch en dit aan uitgeverijen aangeboden. Daarnaast heeft Uitgeverij Signatuur natuurlijk allerlei literaire agenten. Ik ben dus benieuwd wat er allemaal nog gebeurt.’

De laatste tijd ben je steeds in het nieuws als auteur. ‘Misschien zijn de meeste uitgevers en redacteuren eigenlijk wel gemankeerde schrijvers. Mijn boek over mijn ‘contacten’ met de politie is uiteindelijk verschenen bij een middelgrote uitgeverij. Door mijn werk als journalist heb ik in de laat(Ingezonden mededeling)

het, vonden we destijds. Schoon waren ze wel, maar ook naïef.

indelijk, eindelijk. Na vele jaren zeer klein behuisd te zijn geweest, bewoon ik sinds kort een pand met schandalig veel ruimte. Ruime woonkamer en keuken, bibliotheek, rommelkamer, logeerkamer, badkamers, een schuur, nee twee, en – eindelijk, eindelijk – een eigen werkkamer, hoe goed kan een mens het treffen? Eindelijk kon ik al mijn boeken, tijdschriften, computers, cd-roms en dvd’s hun eigen verdiende plekje geven in talloze zelfgetimmerde kasten.

op zilveren schijfjes en lezers konden vanaf hun beeldscherm de interactieve, bewegende, geluidmakende verhalen lezen. Verhalen, bevrijd van het bewegingloze papier.

Een paar doosjes met het opschrift album. Is het al weer vijftien jaar geleden dat de heer Mertens en ik de eerste plannen smeedden voor onze elektrische uitgeverij? Verdomd als het niet waar is. Album zou de firma heten, en we wilden prachtige cdroms, bewegende gedichten en beeldrijmen uit gaan brengen. Een paar jaar later was het zover: Schaman gaat voor goud, Van Ostaijen – elektries en De bewaarmachine kwamen uit

‘Maar kun je het ook in bad lezen?’ Hoe vaak Mertens en ik die vraag naar ons hoofd kregen geslingerd is niet te tellen. Blijkbaar was er een ongelofelijke, nog niet door boekmarketeers blootgelegde behoefte van Nederlanders om in bad te lezen. (Als dat wel zo zou zijn, zou het kunststof omslag immers al lang in zwang zijn gekomen). En een computer mee naar bad nemen, dat kon blijkbaar niet. Onwetenden waren

Omdat ze toch uit de album-doos waren, besloot ik ze weer eens te te ondergaan, die interactieve dromen van destijds. Dat bleek nog niet zo makkelijk. Waar stop je de Van Ostaijenschijf in als computers geen diskettestations meer hebben? En hoeveel sneller gaat een animatie als deze de kloksnelheid van de centrale chip als metronoom gebruikt? ‘Het was verschriklijk: om mij heen / schoot alles op, schokte of beefde,’ zoals dorpsgenoot Vasalis ooit dichtte. Hoe meer ik in de oude nieuwe media dook, hoe bewonderenswaardiger ik die échte oude uitvinding vond. Boek. Handzaam, eenvoudige interface, universeel bruikbaar en je hebt er geen emulator of Waybackmachine voor nodig om hem na jaren weer te kunnen gebruiken. Dat hadden ze destijds moeten zeggen, die badminnende critici van toen.

Handboek voor bajesklanten van incidenten weer dingen gaan roepen over hoe gedetineerden moeten worden behandeld’, begint met drie dichtbedrukte pagina’s met gebruikte afkortingen: van de AAW, de Algemene Arbeidsongeschiktheids Wet tot en met de ZW, de Ziektewet. Wat volgt is een door hoogleraar Gerard de Jonge en advocaat Hettie Cremers ter zake kundig samengestelde bundeling van teksten over de rechtspositie van gedetineerden en de maatschappelijke problemen die er een gevolg van kunnen zijn. Huurachterstand, echtscheiding, schuldsanering, inkomenstenbelasting, beslaglegging, ziekengeld: het lijkt alsof er geen enkel (financieel) levensgebied bui-

ten beschouwing gelaten is. Speciale aandacht wordt in het boek besteed aan de beroepsprocedures die gedetineerden aangaande hun behandeling en opsluiting kunnen beginnen. Daartoe zijn achter in het boek een aantal handige voorbedrukte formulieren en voorbeeldbrieven toegevoegd. Op pagina 138 komt een van de vele uitslagen van een beroep ter sprake: ‘De beslissing van een directeur om een gedetineerde niet toe te staan het weekblad “Aktueel” per post te ontvangen omdat dit een softpornoblad zou betreffen, werd weer niet redelijk geacht door de Beroepscommissie, aangezien hetzelfde blad per inrichtingbibliotheek ook ter uitleen verkrijgbaar was en gedetineerden

Antwerps Liedboek vol poëzie en dronkenlappen

denabeele maakte bij elk liedje een driekleuren houtsnede. Alle exemplaren zijn gebonden in perkament. Eerder in 2008 drukte De Carbolineum Pers Waarde Schmidt, een collectie voorheen ongepubliceerde brieven van de dichter J.H. Leopold aan zijn oud-leerling Frederik Schmidt Degener, en ‘Mijn naam is Tom Lanoye’, de eerste brief van Tom Lanoye aan Hans Warren, uit 1980. Ook deze boeken zijn op de beurs te koop.

Op de beurs presenteert de Vlaamse private press De Carbolineum Pers de uitgave van een Antwerps liedboek uit 1665 dat onlangs op een boekenveiling opdook. Het kleine boekje Den Kemschen Hey-Kreekel bevat 14 liedjes die voor het merendeel onbekend zijn én van hoge kwaliteit. Zo is er een ‘Lof van de Boomgaard’ waarin de onbekende auteur heel beeldend beschrijft welke planten en dieren je er in kan aantreffen, hoe lekker fruit wel is, en waarom iedereen dus een boomgaard zou moeten hebben. Hilarisch is het ‘Nieuw liedeken van de boe-

Als je de omvang van het door Papieren Tijger uitgegeven Bajesboek, handboek voor gedetineerden bekijkt, begrijp je direct dat je er als veroordeelde in een penitentiaire inrichting of verdachte van een misdrijf in een politiecel of in je eigen huis echt geen andere bezigheden bij kunt hebben. In 494 pagina’s wordt beschreven welke rechten en plichten mannen en vrouwen die korter of langer in een huis van bewaring of gevangenis moeten verblijven volgens de wet hebben. Het boek dat volgens de flaptekst ook bedoeld is voor familie, vrienden, raadslieden, gevangenbewaarders en Kamerleden ‘die dit boek dienen te lezen voordat zij naar aanleiding

re kermis’, waarin na stevige drankinname alle mannen van het dorp op de vuist

gaan en nadien ook nog eens hun vrouw afranselen. Kunstenares Isabelle Van-

daarnaast via Canal+ naar (soft) pornofilms kunnen kijken.’ Een leek komt de detaillering in de beschrijving van de omgang met gedetineerden als waanzinnig voor. In het voorwoord schrijven de samenstellers dat deze zesde druk na de vijfde uit 1999 onder andere door de vele uitspraken van beroepscommissies van de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming noodzakelijk is geweest. Voor TBS en jeugddetentie bevelen zij eigen versies van het Bajesboek aan. Het is voorstelbaar dat er van het Bajesboek door zijn omvang en wijdlopigheid een preventieve werking uit kan gaan. Ter zake doende afbeeldingen van sombere gevangenissen zouden dat effect nog aanzienlijk kunnen versterken, maar worden helaas in het Bajesboek 2008 node gemist. (Ingezonden mededeling)

BeursBerichten Nummer 8 Redactie Jan Dietvorst Met bijdragen van Arie van der Schoor, Peter van den Broek, Guus Bauer, Louis Stiller, Aure Straatman, Mui Spondee, Bert Trompenburg, Nico Keuning, Nico de Louw Ontwerp en opmaak Piet Schreuders Druk Jan de Jong Oplage 2500 exemplaren Met dank aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

EXCLUSIEF

Italiaanse houdt van Amsterdam Marta Morazzoni woont vlakbij Milaan, in Gallarate, waar ze filosofie en literatuur doceert aan een gymnasium. Ze schrijft verhalen, romans en toneelkritieken. Ze houdt van fietsen en van Amsterdam. Van Marta Morazzoni verscheen bij Serena Libri ‘Stad van verlangen Amsterdam’. Ieder jaar brengt de Italiaanse een dag of vijf in Amsterdam door, de stad van Anne Frank, Spinoza en Rembrandt. Van de Albert Cuyp, het Begijnhof en de bruine kroegen. Van het Vondelpark met zijn joggers, skeelers en de honden achterop de fiets.

In Rotterdam Een bepaald soort boeken verschijnt te weinig en het boek Rotterdam 1600-1630 behoort zeker tot die categorie. We weten hoe Rotterdam als stad en haven in deze periode groeide, wie de stad bestuurde, waar de Rotterdammers werkten en met welke godsdienstige vraag-

ZONDAG 9 DECEMBER 2007 • PAG. 3

Troje, Homerus & Hector

BeursBerichten

Door Arie van der Schoor

stukken zij zich bezig hielden. Maar hoe zag het dagelijks leven van de bewoners van de Maasstad er uit in dat tijdperk van veelzijdige groei en verandering? Wat speelde zich af op straat en in en rond hun huizen? In Rotterdam 1600-1630 schetst schrijver en onderzoeker Michel Ball een intrigerend beeld van wat Rotterdammers zo’n vier eeuwen geleden bezighield. Met oog voor detail en de mense-

lijke maat laat hij een kleurrijke stoet Maasstedelingen voorbijtrekken. Daarbij wordt dankbaar gebruik gemaakt van de fysieke stedelijke ruimte, uitgelicht met behulp van de kaart van Balthasar Florisz. van Berckenrode uit 1626. Als in een wandeling loopt de auteur door de straten van de nu nog slechts in hoofdlijnen aanwezige stadsdriehoek en ontmoet daar de bewoners. Zijn uitvoerige beschrijvingen van de manier waarop Rotterdammers in die tijd met elkaar omgingen in de meest uiteenlopende situaties, werpen een onthullend licht op het leven van alledag. Geschillen, ruzies, gevechten, afspraken, overeenkomsten en verklaringen werden destijds namelijk opgetekend in notariële akten die in het Gemeentearchief Rotterdam zijn bewaard. De schat aan gegevens over deugden en ondeugden, omgangsvormen, gebruiken en handelwijzen die in deze bewerkelijke bron besloten ligt, is hier toegankelijk gemaakt en verwerkt in Rotterdam 1600-1630.

(Ingezonden mededeling)

‘De Trojaanse Oorlog is al vele malen bezongen en het aantal recente romans is niet gering. Een terugblik vanuit de verliezers is ook al eerder geschreven met name over Cassandra. In dit geval heeft de auteur de held Hector als uitgangspunt genomen. Veel wordt er door Homerus niet over hem verteld. Desondanks weet Guus Houtzager een knap en reëel aandoend verhaal te presenteren. Hij toont de Trojaan als een typische macho, maar wel een met verantwoordelijkheidsgevoel. Op dezelfde manier brengt hij de tragische Andromache, de ijdele Paris en de eerzuchtige Aeneas tot leven. Het verhaal beperkt zich tot een nog kleinere episode dan de Ilias zelf: de periode tussen de dood van Patroclus en de dood van Hector. Hector denkt na

Mannetjes door Mui Spondee

Onlangs publiceerde de stichting TYP de resultaten van een onderzoek naar Klein Uitgeven in Nederland. Het is een tenden- tieus rapport dat niet anders kan worden geduid als een poging van een mislukt uitgever om het verschijnsel te kleineren.

over de strijd, de lust en de noodzaak tot doden, de rol van de goden en (na zijn eigen dood) over de betrekkelijkheid van leven en roem. Een boeiend geschreven verhaal, beeldend van taal, dat aanzet tot denken. Voor liefhebbers van historische romans een lust om te lezen. Royale druk, krappe marges.’ Aldus A.P.G. Spamer van de Nederlandse Bibliotheek Dienst in een recensie van het bij Papieren Tijger uitgegeven boek.

(Ingezonden mededeling)

Er wordt geprobeerd de sociaal culturele rol van de uitgever te bepalen door te stellen dat die ooit centraal in de samenleving was; tussen bankiers, dominees, artsen en staatslieden in. De uitgever zou de notabele schakel tussen kunstenaar en publiek zijn. De vrijheid van pers zou behoren aan degenen die er eentje bezitten, dat maakte de uitgever machtig. Zo zou de uitgever maatschappelijk aanzien verdienen. De kleine uitgever, stelt TYP bij monde van opsteller van het rapport P. Mertens, is een doe-het-zelver die met een boek in de hand groot wil lijken. Met loos cynisme stelt hij dat een kleine uitgever faalt als hij groter wordt, de beste kleine uitgever wordt nog kleiner en verdwijnt in het niets. Dat niets zou inmiddels verwezenlijkt zijn door de opkomst van de nieuwe media, en - stokpaard van Mertens - het internet.

Bril over Dylan ‘Zo wil ik ook wel uitgegeven worden,’ zegt Martin Bril bij een bezoek aan de tafel van de Statenhofpers tijdens de Beurs van 2007. ‘Dat kan,’ zegt uitgever Jaap Schipper. ‘Ik zou wel een Dylanstuk van je willen drukken.’ ‘Dat mag niet, maar wel vijf stukken.’ Nog dezelfde middag kreeg Jaap Schipper de teksten binnen via zijn mail.

binnen het huwelijk komt aan bod. Het boek werd op de handpers gedrukt en met de hand gebonden. Peter Pontiac illustreerde de uitgave met twee full color illustraties en zes zwart/wit tekeningen. Auteur en kunstenaar signeerden het boek dat in twee edities in een totale oplage van 130 exemplaren verschijnt.

De uitgave Man uit de verte bevat zes, niet eerder in boekvorm verschenen teksten over Bob Dylan. Eén stuk werd speciaal voor deze uitgave geschreven en zal niet meer herdrukt worden. In de stukken beschrijft Bril zijn fascinatie voor het fenomeen Bob Dylan vanuit steeds een andere invalshoek. Zo zijn er hoofdstukken over Dylan’s stem, zijn witte hoed maar ook Dylan als een gezamenlijke hobby (Ingezonden mededeling)

De stichting TYP is zelf sinds 1995 op internet aanwezig, en onvindbaar. Waar je zou denken dat zij als aanhangers van de gedachte dat ideeën ook zonder tussenkomst van media kunnen worden overgebracht zouden gloreren staat nu alleen het loze rapport te lezen. Op de Beurs van Kleine Uitgevers gaf TYP vergeefs acte de presence met een onverkoopbaar dik boek met alle aan de stichting verzonden SPAM. Of verkochten ze – onder het motto ‘TYP gaat voor de Massa’ – koffie als uitgave in plaats van een boek. Het vermeende succes betekende een puinhoop van gemorste koffie en al om twee uur een lege stand. Het – digitale – rapport wordt opgeleukt door videobeelden van mannen die bij binnenkomst op de Beurs van Kleine Uitgevers hun tafelkleedjes draperen over hun kraam. Wat Mertens daarmee wil zeggen blijft onzeker. Het beeld is echter treffend en heroïsch. Het toont de kracht en de overwinning van het boek boven de andere media. Een rituele dans voor het boek en tastbare ideeën. De uitgever staat tussen kunst en publiek. Klein, maar niet nietig. Uitgeven is een podium bieden en uitgevers spelen op dat podium de hoofdrol. Dozen worden geopend, er wordt getoond dat ideeën nog altijd het best tastbaar, voelbaar en ruikbaar worden overgedragen middels papier en inkt, in liefderijk uitgeven boeken. Dat tonen de 'mannetjes' van Mertens. En dat is lullig. Hij wil de kleine uitgevers – uitgevertjes noemt hij ze – voor lul zetten, maar met het rapport laat hij zien dat hij dat eerder zelf is. In zijn termen: een lulletje.


PAG. 4 • ZONDAG 7 DECEMBER 2008

Vincent Weyand (1921–1945)

Van der droomen torentrans Vincent Weyand leefde van 1921 tot 1945. Over zijn werk en zijn leven is bij uitgeverij Van Gruting een omvangrijke en uitstekend verzorgde biografie verschenen. Van der droomen torentrans schetst het vooroorlogse kunstenaarsdorp Bergen en vooral the coming of age van een van haar ingezetenen, het vijfde kind van kunstschilder Jaap Weyand en zijn echtgenote Betsy Polak. Zijn jongste broer Olaf geeft een beeld van het familieleven, zijn vriend

Chris Dekker schrijft welke poëzie en klassieke teksten de beide adolescenten dagelijks bezig hield. In zijn levendige relaas blijken de kunstenaars ook gewoon opgewekte en aardige jongens te zijn geweest. Van groot belang in de ontwikkeling van Vincent Weyand’s dichterschap was de ontmoeting met Wolfgang Frommel, de Duitse dichter en intellectueel die in 1939 op de vlucht voor het nazi regime in Nederland terecht was gekomen. From-

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

mel bracht Weyand onder andere in contact met het werk van Stefan George, door wiens aristocratische, mythomane en op klassieke vormen gebaseerde lyrische stijl zijn gedichten beïnvloed zijn. In het boek zijn alle door Weyand vertaalde gedichten van George opgenomen. Daarbij is het complete oeuvre van de Bergense dichter in Van der droomen torentrans afgedrukt. Opeens houden de herinneringen van de tijdgenoten op. Het laatste beeld van Chris Dekker is dat van Vincent die op het perron van een grensstation naar hem zwaait. Het is 11 februari 1944. In Vincent’s Last Chapter, hoofdstuk 7 in het boek, beschrijft Francesca Rheannon, dochter van een van de Bergense vrienden rond Wolfgang Frommel, wat er daarna is gebeurd. Op 27 juli 1944 wordt Vincent Weyand in Ommen gearresteerd. De aanklacht luidt aanvankelijk Arbeitsverweigerung, maar al snel wordt zijn afkomst van tenminste één Joodse grootouder geconstateerd. Als zogenaamde Misling komt hij in het laatste transport uit kamp Westerbork uiteindelijk in Buchenwald terecht. Op 21 februari 1945 sterft hij in het kamp in een tyfusepidemie. Het laatste hoofdstuk in het boek zijn de dagboekaantekeningen van Ad Lysen die in augustus 1944 een cel in de Arnhemse koepelgevangenis met Weyand deelde. Lysen tekende op WC papier het laatste portret dat van de dichter is gemaakt.

De vrije vogel vogelvrij? Door Guus Bauer

Op de Beurs Eigengereide Uitgevers vindt men gelegenheidsuitgevers, maar vooral ook literatuurliefhebbers die vaak verrassende titels op de overvolle markt brengen. Ze hebben geen enorme ‘overhead’ en kunnen dus makkelijker iets uitproberen. Overigens ook niet heel erg makkelijk, want de media zijn genoodzaakt om aandacht te besteden aan de zogenaamde grote namen. Wanneer, o angstbeeld, de vaste boekenprijs verdwijnt wordt de ‘versmalling’ alleen maar groter en zullen veel vrije vogels hun pionierswerk moeten staken. Dan vinden we de Saskia Noorts, de Giphs en de Jan Siebs als kassakraker bij de super. Tot die tijd kunnen we nog genieten van de bijzondere uitgaven van fondsen zoals Elettra, IJzer en Coppens & Frenks. Tijd voor wat vragen aan George Coppens. Een uitgever die zijn bijzonder fraai uitgevoerde banden nog zelf langs de boekhandels brengt.

Hoe ben je begonnen? ‘Het moet ergens in 1981 zijn geweest dat ik over straat liep en ineens de gedachte opvatte om boeken te gaan uitgeven. Ik was in die tijd, tegen heug en meug, in de weer als impresario voor Amerikaanse jazzmusici. Zeer ondankbaar werk. Als fervent lezer veronderstelde ik dat ik genoeg kijk had op literaire kwali-

teit. Een dag later kwam ik de dichter en jazzliefhebber Arie Visser tegen, een klasgenoot van de lagere school in Den Helder. Ik vertelde hem over mijn idee. Hij reageerde enthousiast. Niet lang daarna at ik bij Ton Frenks thuis en stelde hem voor om uitgever te worden. Hij vond het prima. Vervolgens heb ik mij een aantal jaren georiënteerd in het boekenvak. In maart 1985

George Coppens: ‘Ik pik ideeën op van flapteksten’

Amice!

Van de liefde die vriendschap heet is de eerste integrale uitgave van de briefwisseling tussen Willem Kloos en Albert Verwey, met bijzonderheden over alles wat er wel en niet tussen beide leiders van de Beweging van Tachtig is voorgevallen. Diverse verwikkelingen in het persoonlijk leven van de Tachtigers en het oordeel van de correspondenten over de eigen en andermans poëzie passeren

de revue. Het gaat er regelmatig stevig aan toe. Op 12 september 1885 schrijft Kloos aan Verwey: ‘...ik ben vanmiddag wel wat hard geweest, maar ’t is je eigen schuld. Ik kan niet met je omgaan, als je voorgaat mij met die voorgewende kalmte en ironisch hoogheid te behandelen, waaronder je je gekrenkte ijdelheid tracht te verbergen. Dat goedmoedige, quasigoedmoedige lachen met mijn ernst, dat nonchalante over de

verscheen het eerste boek: De rivier Sumida van de Japanse auteur Kafu Nagai. Twee wonderschone, melancholiek getoonzette verhalen. Lees Kafu en je hebt meteen een zwak voor hem. Een buitenstaander, die paste dus meteen in het fonds.’

Béalu; De blinde uil, Sadegh Hedayat; De zeven gekken / De vlammenwerpers, Roberto Arlt; Opera der doden, Autran Dourado; Op Oloop, Juan Filloy; Het zwarte bloed, Louis Guilloux; Storm en echo, Frederic Prokosch, en de eerder genoemde Hermann Ungar.’

Hoe selecteer je die buitenbeentjes? ‘Ik spit de wereldliteratuur door. Literatuurgeschiedenissen van Japan tot Zuid- en Midden-Amerika, van Rusland tot Perzië. Ook pik ik ideeën op van flapteksten, zoals De verminkten van Hermann Ungar, dat ik aantrof op een roman van de in het Duits vertaalde Poolse schrijver, Andrzej Kusniewicz. Ook lees ik soms iets interessants in een weekblad of een krant. Ik noteer alles en doe daarna uitgebreid onderzoek.’

Voorwaar een mooi stel. Zelf was ik erg onder de indruk van De seizoenen van Maurice Pons. De boeken zijn werkelijk perfect uitgevoerd. ‘Ik haal graag W. F. Hermans aan: “Literatuur moet gaan over de plaats van de mens in het universum, niets meer en niets minder.” Dat is wat mij betreft het halve verhaal. Literatuur wordt pas de moeite waard door stilering. Zonder stijl heb je niets. De lezer moet worden betoverd. Stijl, woordkeus, toon en een visie op de wereld zijn de belangrijkste ingrediënten. Hier zoeken wij naar en het is overal te vinden, op alle continenten, in alle tijden. De uitgave moet sporen met de inhoud. Mooi gevergeerd papier, echt gebonden, dus niet ingenaaid of geplakt. Het moet schitterend zijn want er is al zoveel lelijks om ons heen.’

Zijn er titels waar je bijzonder trots op bent? ‘Er is geen titel die ik niet opnieuw zou uitgeven. Er zijn er wel een paar waar ik bijzonder aan gehecht ben. Iemand niemand en honderdduizend, Luigi Pirandello; De solitair, Eugène Ionesco; De ervaring van de nacht, Marcel

dingen heenzien, dat alles kan en wil ik niet verdragen.’ Een van de meer onschuldigde controversen waaruit het temperament van de dichters blijkt is de hooghartige houding van Verwey over de moeilijkheden die Kloos ondervindt bij het vertalen van gedichten van Shelley. Eindeloos en opgewonden wijdt Kloos in de correspondentie uit over het gedrag van water in een whirlpool; met instructieve stroomdiagrammen probeert hij tot de juiste vertaling van de Engelse tekst van een gedicht te komen. Met de opmerking van Verwey dat water altijd naar het laagste punt stroomt maakt hij zich tot woede van zijn vriend van Kloos’ dringende waterbouwkundige exercities af. Vooral Kloos is aan het woord in deze bij Vantilt uitgegeven correspondentie, het zal er mee te maken hebben dat Verwey de aan hem gerichte brieven heeft bewaard, terwijl Willem Kloos een groot aantal van Verwey’s brieven in de brandende haard heeft vernietigd. Soms lijkt het alsof slechts de diverse moeilijkheden met betrekking tot de teruggave van aan elkaar uitgeleende boeken, huisraad en guldens de correspondentie gaande houdt. “Dien stoel , ja, daar ben ik nog het meeste aan gehecht van alles. Het was het eerste voorwerp, dat ik kocht, toen ik 1 September 1879 op kamers ging wonen. En ik had hem bij u laten brengen voor mijn gebruik, zooals gij u herinneren zult: want gij zelf hadt een makkelijken stoel”, schrijft Kloos op 17 december 1890. Maar Albert Verwey en Willem Kloos hadden als vooraanstaande dichters ook een gemeenschappelijk belang; als redacteuren van het tijdschrift De Nieuwe Gids werkten zij met overtuiging aan een nieuw literair manifest. De Nieuwe Gids bestond slechts negen jaar, Kloos’ achtervolgingswaan, depressies en levensangst winnen het van zijn scheppend vermogen. In zijn beruchte wrok- en wraaksonnetten brandt hij zijn vrienden en medestanders af. Maar desondanks valt bijna niemand van zijn bentgenoten de poète maudit en grote voorman van Tachtig blijvend af. De uitstekend door Ilona Brinkman en Rob van de Schoor bezorgde correspondentie met Albert Verwey zet zich daarom tot 1925 voort.

(Ingezonden mededeling)


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

ZONDAG 7 DECEMBER 2008 • PAG. 5

P&K In de prachtige prospectus van de nieuwe uitgever Pels & Kemper worden drie boeken aangekondigd. Naast de novelle De Kijklezer van Oostenrijkste schrijver Albert Ehrenstein en een boek over de schilderkunst van de Ierse Mary Alacoque Waters (afb. onder) is dat De Eetlezer van Helen Saberi en Alan Davidson. Erasmusprijswinnaar Davidson is de auteur van het standaardwerk

The Oxford Companion to Food, uitgebracht door de Oxford University Press in 1999, Saberi schreef een boek over de Afghaanse keuken. De Eetlezer is de cultuurgeschiedenis van trifle, een klassiek calorierijk Engels nagerecht dat in de loop van driehonderd jaar op uiteenlopende plaatsen in de wereld diverse gedaanten aannam. Alan Davidson schreef dat ‘zo-

wel in paleizen als in de kleinste huizen dit tamelijk vulgaire en eenvoudige maar evenzeer aristocratische en complexe maaksel de menselijke smaak bevredigt en tevens een esthetische en emotionele lading bezit als weinig anders dat ons wordt voorgeschoteld. Voor deze eerste Nederlandse vertaling maakte Teun van den Wittenboer de illustraties (afb. boven).

Paul Gellings maakte het gedicht Terugkeer bij het beeld van Jet Schep van Anne Frank. Het staat in de vijfde bundel Water en Vuur / gedichten bij beelden in Amsterdam, uitgegeven door Phidias.

Revolver 138 • Focus op de internationale poëzie. Het lange gedicht ‘The Comedian as the Letter C’ van Wallace Stevens, een icoon van de Amerikaanse lyriek, voor het eerst in het Nederlands! – vertaald en ingeleid door Tom Van de Voorde. Verder een ruime keuze uit nieuw werk van de dichters Adam Zagajewski (Polen), Linda Maria Baros (Roemenië), Robert Gray (Australië), Petr Borkovec (Tsjechië), Bachyt Kenzjejev (Rusland) en Erik Stinus (Denemarken). Nieuwe gedichten van Arjen Duinker, Elisabeth Tonnard, Arnoud van Adrichem en Bart Stouten. Proza van Sus van Elzen. Tekeningen van Leo Reijnders. Revolver 139 • 365 voetnoten voor Joris Gerits. Meer dan 175 auteurs, beeldende kun-

stenaars en andere experts maakten puntige, vaak ludieke voetnoten bij het dagboek 365 dat docent, literatuurbeschouwer en romancier Joris Gerits in het voorjaar van 2007 bij Meulenhof | Manteau heeft gepubliceerd. Bijdragen van onder meer Benno Barnard, Walter van den Broeck, Geert Buelens, Jozef Deleu, Roland Jooris, Marc Kegting, Ivo Michiels, Ramsey Nasr, David van Reybrouck, Matthijs de Ridder en Erik Spinoy. Driemaandelijks tijdschrift Revolver, Ludwig Burchardstraat 35, 2050 Antwerpen – België Bestellen via: gerd.segers@ telenet.be of 00.32.3.219.55.97 • www.revolver-literair.be • Los nummer 12,00 euro bij storting – 8,00 euro tijdens de Paradisobeurs.

Mary Alacoque Waters, Twins with Pink Sash 145 x 155 cm / oil on linen / 2006

Boekgeluk (Book happiness) Het is zelfs onder boekenliefhebbers een goed bewaard geheim: in Den Haag op de Prinsessegracht, loop je op de eerste verdieping van een statig grachtenpand zo de negentiende eeuw binnen. Hier, in het voormalige woonhuis van de baron van Westreenen bevindt zich een van de weinige musea in Nederland waarvan de oorspronkelijke opstelling, die dateert uit de tweede helft van de negentiende eeuw, vrijwel volledig intact is gebleven. Van Westreenen verzamelde niet alleen boeken, maar ook munten, handschrif-

ten en beeldende kunst. In Boekgeluk, samengesteld door Ewoud Sanders zijn vijftig hoogtepunten uit dit bijzondere museum bijeengebracht. In toegankelijk geschreven toelichtingen neemt Sanders de lezer mee naar de passies van de excentrieke aristocraat. De baron was gereserveerd, ongelukkig in de liefde en gek op zijn Engelse honden, maar bovenal was hij een gedreven en alerte verzamelaar die zijn tijd soms ver vooruit was. In zijn testament liet Van Westreenen vastleggen dat er nooit meer iets aan zijn collectie mocht worden toegevoegd, maar gelukkig heeft niemand zich daarvan iets aangetrokken. Sinds 1960 is Museum Meermanno Westreenianum, zoals het officieel heet, op

grote schaal voorbeelden van moderne boekdrukkunst en typografie gaan verzamelen en ook dat aspect komt in het boek ruim aan bod. De vijftig topstukken die zijn uitgekozen zijn onderdeel van een collectie die wereldwijd bezoekers trekt. In Boekgeluk is ook aandacht voor de achterliggende collecties waarvan de hoogtepunten in dit boek als het ware de vooruitgeschoven posten zijn: de uitgeversarchieven, de letterontwerpen, de collectie ex libris, de industriële boekbanden en de grote verzameling bibliografie van M.R. Radermacher Schorer. Boekgeluk is vormgegeven door Joseph Plateau en wordt uitgegeven door De Buitenkant.


PAG. 6 • ZONDAG 7 DECEMBER 2008

Boekjes in het Ido

Engels? Nee! Er is een kleine groep die zich blijft verzetten tegen het opgelegd gebruik van het Engels in de wereld. In hun opinie is het Engels een nationale taal die niet gebruikt mag worden als internationale taal, zeker niet binnen het verenigd Europa. Het Europa van de gelijke culturen en haar principe van gelijkheid van talen dient uit hoofde van eerlijkheid óf alle Europese talen te gebruiken als officiële werktaal, óf een taal te gebruiken die niet tot een van de lidstaten behoort. Kortom, een neutrale taal. Ido is zo’n taal. Het Ido is een taal met een woordenschat samengesteld uit de zogenaamde. GAFHIR-talen, Ido-afkorting voor de zes grootste talen van Europa: Duits, Engels, Frans, Spaans, Italiaans, Russisch en daarnaast Latijn voor wetenschappelijke woorden. Deze vertegenwoordigen ook de kleinere Europese talen, zoals bijvoorbeeld via het Duits en Engels, of Frans. Ook Nederlandse woorden zijn te vinden in het Ido. De grammatica van het Ido is kinderlijk eenvoudig. Net zoals in het Afrikaans gebruikt men bij alle persoonsvormen dezelfde vervoeging: Nederlands – (ik) leer / (jij, hij) leert / (wij, jullie, zij) leren Afrikaans (ek, jy, ...) leer Ido (me, tu, vu, ni, vi,…) lernas, vidas, audas, parolas, etc.

Voor verleden tijd vervangt men de uitgang –as met –is (lernis, vidis, audis, parolis, edc.) Voor toekomende tijd vervangt men de uitgang –as met –os (lernos, vidos, audos, parolos, edc.) Alle letters hebben ieder één vaste uitspraak, waar in de woorden zij ook staan. In deze taal wordt door dezelfde kleine groep Idisten (beoefenaars van het Ido), cultuur gecreëerd door originele werken te schrijven in het Ido alswel literatuur te vertalen naar het Ido. Deze Ido-teksten worden door Idisten in verschillende landen gelezen. Of gezongen. Op internet vindt men diverse opnames gezongen in het Ido. Bijzonder populair is de Rus Igor Vinogradov (ook bekend als iZoommm); luister en zing op Radio Idia Internaciona mee met het prachtige ‘Valso di Boston’. http://es.geocities.com/ krayono/radioidia.html

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

Nieuw literair talent uit alle windstreken Wat doe je als je op het huis van de buren moet passen? Een uit Koerdistan afkomstige familie heeft het maar moeilijk met de vraag van de vakantievierende buren. Vooral als dan ook nog eens de goudvissen doodgaan. Een ander verhaal speelt in Sarajevo in 1991. Een reclameschrijver weet dat hij zijn laatste normale werkdag zal hebben, want er zit onvermijdelijk oorlog in de lucht. Iedereen probeert normaal te blijven en de komende catastrofe te negeren. Op sublieme wijze schrijft hij een verslag over angst. Dit zijn twee voorbeelden van verhalen uit de bundel Een dansje in de regen. Eenentwintig ontluikende literaire talenten, inmiddels allemaal woonachtig in Nederland maar afkomstig uit alle windstreken, stellen zichzelf in dit boek aan het Nederlandse publiek voor. De verhalen handelen over hun contact en ervaringen met autochtone Nederlanders, beschrijven hun verbazing en soms verontwaardiging. Hoewel uiteraard verschillend van toon en stijl zijn de verhalen in Een dansje in de regen allemaal ontroerend. Kader Abdolah verzorgde het voorwoord bij deze uitgave van Passage.

Q

Q Uitgeverij Tipi presenteert op de Beurs de Nieuwe Siebelink. Het boek van Jeroen Siebelink, heeft als titel De Voetbalbelofte: achter de schermen van de jeugdopleiding. Bijna 600.000 jongens en meisjes tot negentien jaar zitten op voetbal. En 3800 van hen volgen de jeugdopleiding bij Betaald Voetbal Organisaties. Zij zijn de voetbalbeloften van de toekomst. Jeroen Siebelink (1968) is journalist en schrijver. Hij voetbalde bij Blauw Geel ’55 in Ede, VOC in Rotterdam, SML in Arnhem en nu bij de senioren van WV-HEDW in Amsterdam. De Voetbalbelofte is zijn debuut. Behalve over sport schrijft de – van huis uit – bedrijfseconoom veel over topmanagers, financiën, marketing & communicatie en maatschappelijke, politieke en culturele onderwerpen. Dat doet hij voor bladen en kranten als Vrij Nederland, NRC Focus, Intermediair, Hollands Diep, DIF, Het Financieele Dagblad, Management Scope, De Pers, Digitaal Bestuur, Communicatie, Miljonair, Tijdschrift voor Marketing, Management & Consulting, Controllers Magazine. Op de Beurs zal Siebelink voordragen uit zijn werk en voor voetballiefhebbers alle vragen beantwoorden over jeugdvoetbal in Nederland.

Recente Rouweler Wolken, ankers van Hannie Rouweler bevat haar meest recente gedichten. Het omslag van het door Hoenderbossche Verzen uitgegeven boek is een zeefdruk van Genoveef Lukassen. In de dichtbundel bevinden zich nog twee zeefdrukken op hun plaats gehouden door acht foto-driehoekjes.

Q

Adembenemend boek Enschede Lidwiene Vermeij werd met haar inzending Bouwopera in Enschede in januari 2007 verkozen tot de eerste stadsdichter van Enschede. In de maanden die volgden schreef zij vele stads-gelegenheids- en vrije gedichten in opdracht en op eigen initiatief. Veel stadsgedichten zijn voorgedragen tijdens bijeenkomsten en manifestaties, het merendeel is verspreid via de Twentsche Courant Tubantia en de website van de gemeente Enschede. Bij uitgeverij Eigenwerk is een selectie van haar stadsgedichten verschenen.

Q

Verstoorde kringlopen Heeft de ouderdom nog toekomst? Kunnen jongeren het zich wel blijvend veroorloven de verwachtingen van de oudere generaties te verwerkelijken? Het zijn de kernvragen van het bij Papieren Tijger verschijnende boek Verstoorde Kringlopen. Een van die verstoringen is volgens Sander Boelens het ongegronde optimisme van de denkbeelden van 1968, die er volgens de in 1956 geboren schrijver/ historicus en methodoloog toe geleid hebben dat er een hufterige samenle-

Nieuw in 2008

Sport is gezond

Q

Op deze beurs presenteert Librerio Tia Libro diverse boekjes in het Ido, waaronder woordenboeken voor wie geïnteresseerd is in het fenomeen Ido, en dichtbundels voor wie graag in gezelschap hardop een of meerdere versregels in deze mooie taal declameert. En voor de geoefenden zijn er leesboeken in het Ido. Dus ‘til rivido’ (tot ziens) bij de verkooptafel van Editerio Tia Libro!

(Ingezonden mededeling)

ving ontstaan is. Sander Boelens is oprichter van het Intergenerationeel Overleg. Het pamflet verscheen als nummer 20 in de serie vlugschriften.

De afgelopen twee maanden hebben de kunstenaars Wilma Koorn & Peter Dejong elkaar met een zekere regelmaat tekeningen toegestuurd. De ontvanger kraste en gumde hier vervolgens in, veranderde delen of reageerde er op met nieuw werk. Het thema stond vast: Adem. Het lijkt in eerste instantie een klein boekje maar als je erdoor bladert blijkt dat je veel pagina’s nog eens naar buiten open kan slaan zodat het boek steeds groter wordt. Bovendien zijn een aantal van de pagina’s in het boek zo met elkaar te combineren dat er weer nieuwe afbeeldingen ontstaan. Tijdens de beurs in Paradiso zal het boekje voor het eerst zelfstandig ademhalen. In het boek is een cd bijgevoegd met daarop het door Iris van der Made geschreven en gezongen nummer ‘Ademtocht’. Oplage 50 exemplaren. Uitgegeven door Hellend Vlak.

Q

Boekenmijn: podium voor Petra Mens De Stichting Boekenmijn, een site waar kleine uitgevers tegen een geringe vergoeding hun fonds kunnen presenteren en aanbieden, geeft elk jaar een aantal aangesloten uitgevers

Pas

de mogelijkheid op de Kleine Uitgeversbeurs acte de presence te geven. Dit jaar is Petra Mens één van de prominente auteurs op de stand van Boekenmijn. Petra Mens geeft cursussen Nieuw Grieks en ontwikkelde daarvoor haar eigen cursusmethode Dát is Grieks Voor Mij! Het portfolio bestaat inmiddels uit twee lesboeken, voor beginners en gevorderden, een antwoordencahier voor zelfstudie en een naslagwerk met ruim 4000 Griekse werkwoorden en de vervoegingen. Bijzonder aan deze cursusmethode is de lage drempel om Nieuw Grieks te leren. De methode wordt inmiddels in heel Nederland gebruikt om Nieuw Grieks te onderwijzen. Op de beurs is Petra Mens aanwezig op de stand van Boekenmijn.

Q

Water in de toren Cornelius H. Brändle is zeefdrukker en boekmaker. Tien jaar geleden heeft hij zijn uitgeverij Edition Wasser im Turm opgericht. Cornelius houdt van boeken en zoekt altijd kunstenaars waar hij mee kan samenwerken. Zijn reizen tussen Berlijn en Amsterdam hebben geresulteerd in drie nieuwe boeken met Nederlandse kunstenaars. Een vierde is in de maak. Zijn boeken presenteert hij in Berlijnse galleries en op de buchmesse in Frankfurt. In Amsterdam zijn zijn boeken te vinden op de Beurs en bij boekhandel Boekie Woekie.

Q

Brieven van Adriaan De Roover aan Herwig Leus Begin jaren tachtig van de vorige eeuw polste Herwig Leus bij Adriaan De Roover naar diens mening over de poëzie van Herman de Coninck. De Roover, die zich sinds 1965 volledig uit de literatuur had teruggetrokken, moest op dat moment antwoorden nog nooit van deze dichter te hebben gehoord. Op uitnodiging van Leus las hij het werk van De Coninck kritisch en schreef zijn leeservaring in een vijftal brieven. Het was blijkbaar nooit de bedoeling dat Leus de brieven zou beantwoorden. Bijzonder aan deze eenzijdige correspondentie is dat de brieven een essay in etappes vormen. De brieven van Adriaan De Roover aan Herwig Leus, geschreven van november 1984 tot januari 1985, verschenen voor het eerst in druk, als eerste deel van een nieuwe bibliofiele reeks: Kleine Correspondenties, een gezamenlijke uitgave van Demian en Het Gonst. In deze reeks verschijnen zowel kortstondige briefwisselingen als episodes uit langdurige briefwisselingen. Het tweede deel wordt binnenkort aangekondigd. De oplage bestaat uit 125 genummerde exemplaren, waarvan er 100 voor de handel zijn bestemd. Alle exemplaren zijn gesigneerd door Adriaan de Roover.

Q


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

verschenen Onbeduidende polka In november 2008 is Onbeduidende Polka verschenen, een uitgave van Het Gonst, de blibliofiele pers van Dick Wessels te Antwerpen. Onbeduidende polka, een gedicht van Paul van Ostaijen werd in 1927 voor het eerst gepubliceerd in Vlaamsche Arbeid. Nadien verscheen het in de Verzamelde gedichten, uitgegeven bij Prometheus/Bert Bakker. De passende illustratie bij het gedicht komt van een zinkcliché dat werd aangetroffen in de resten van wat ooit Drukkerij Arti’ te Antwerpen heette. De tekst werd met de hand gezet uit de Spectrum en Gill en gedrukt op de pers van Het Gonst te Antwerpen. Gebruikte papiersoorten: Zerkall, Hahnemühle en oud-roze Zenith. Het idee en de vormgeving van deze uitgave zijn uiteraard van Dick Wessels. Onbeduidende polka verschijnt in een oplage van 50 genummerde en door de uitgever gesigneerde exemplaren.

Q

koesstvo vormen de schriftelijke neerslag van de lezingen die in 2006 tijdens een symposium over inertie in Sint-Petersburg werden gehouden. Een keur aan deskundigen uit Rusland en Nederland heeft zijn licht laten schijnen op het thema. Onder redactie van E. Hagoort en V. Mazin. Vertaling Thera Giezen en Elena Koetnaja. Inertie en Kunst is een uitgave van Pegasus.

Q

Vreten Editions Saint Jacques geeft dit jaar een nieuwe dichtbundel uit van J.C. Aachenende met de appetijtelijke titel Vreten op Aarde. Het is een in een chic zwart pak gestoken boekje van dezelfde stijl en hetzelfde materiaal als Het Leven is Gezelligheid, de vorige dichtbundel van Aachenende die in 2007 tot de selectie van de 50 Best Verzorgde Boeken hoorde en in die hoedanigheid in de Amsterdamse Openbare Bibliotheek en het Stedelijk Museum werd geëxposeerd. Aachenende’s poëzie ligt goed in het gehoor door het ritme en het vrije gebruik van rijm. Er is een opvallend grote verscheidenheid aan onderwerpen, gedachten en stemmingen- van light verse tot intense lyriek. J.C. Aachenende komt met een onverwisselbaar eigen geluid dat niet schatplichtig is aan het eigentijdse poëtische idioom.

Q

Zwammen

Shakespeare Deel 1 Bij Papieren Tijger verscheen het eerste uit een reeks van vier delen van de complete vertaling door Jan Jonk van het werk van William Shakespeare. Voor het eerst wordt in het Nederlands zijn werk ongecensureerd en volledig gepubliceerd. In deze vertaling van al zijn blijspelen wordt het werk van de Engelse bard vanuit de 16de-eeuwse betekenis vertaald en geïnterpreteerd. Shakespeare wordt bevrijd uit het moderne keurslijf waarin hij de afgelopen eeuwen geperst zat. In deel 2 volgen de koningsdrama’s, in deel 3 de tragedies en in deel 4 de gedichten en het overige toneelwerk.

Q

Inertsjia i Iskoesstvo (Inertie en Kunst) Een bekend thema in de Russische literatuur is het ‘loskomen van vooruitgangsdenken en op een alternatieve, nog onvermoede wijze in het leven staan’. Door ‘bewust met de armen over elkaar te zitten’ wil de ex-ambtenaar in Dostojev-ski’s Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) de basis leggen voor dat loskomen, en hij noemt dat inertie. De bijdragen in de bundel Inertsjia i Is-

De specialiteit van De Ganzenweide is het uitgeven van bibliofiele boeken, bijna uitsluitend als losse katernen. De doelgroep bestaat uit handboekbinders, boekkunstenaars en bibliofielen die hun boeken laten binden naar eigen wens. Inmiddels verschenen teksten van onder andere Elschot, Couperus, Van Schendel. Met de Amsterdamse kunstenares Evelien Kroese maakte drukker/uitgever Rob Koch Zwammen Smullen, een boek waarin teken-, boek- en kookkunst samenkomen. Gebonden kost het boek E 24, in lossen katernen E 8.

een verslag in woord en beeld van een tot nu toe onderbelicht gebleven kunststroming: het Absordasties-Realasme. Daarnaast valt het tamelijk groot uitgevallen (33 x 49 cm!) en in linnen gebonden (niet de) West Side Story te bewonderen – een cabareteske bewerking van de beroemde musical in tekst en prent. Maar zoals gezegd, de man kan meer. De liederen van Van Merwijk worden geroemd voor hun glasheldere teksten en humor. Niet voor niets ontving hij voor Dat vinden jongens leuk de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied van 2006. Op de cd Vrij!, zingt Jeroen van Merwijk een versterkte versie van zijn liederen met rockband Sjako!

Q

Twenty-Five Years Long ago Citroenpers Publishers was only a private press with nice little books for friends. In 1987 a special edition was made for the visually handicapped – The Great Poetry Anthology – in as many as 10.000 copies. On the occasion of its 25th anniversary Citroenpers presents a limited edition artbook with colour prints by the publisher’s youngest son Rogier Walrecht. The director of the Citroenpers being a foutain pen fanatic made a deal with the famous PELIKAN company with resulted in a unique fountain pen as a gift to the friends of the Citroenpers. The yellow PELIKAN M 200 Souverän was made in a unique series of only 1200. Special Beurs price of the edition is E 50.

Druksel

Q

Druksel uit Gent brengt nieuwe uitgaven van Tonnus Oosterhoff, Peter van Lier & Machteld van Buren, Arnoud van Adrichem & Peter van Lier. Dit zijn respectievelijk een verdere exploratie van bewegende gedichten, een bundel met woorden en beelden ter loutering, een road poem en een les Franse filosofie & een essay over hedendaagse poëzie. Elk boek kost 20 euro. Wie de eerste drie boeken bij Druksel aanschaft krijgt het essay Een microspoor in de poëzie: over Gerard Reve van Peter van Lier cadeau.

Q Q

Van Merwijk maakt Rock Vorig jaar verraste Uitgeverij De Republiek op de Beurs van Kleine Uitgevers met het boek Zelf uitgeven!. ‘Kleine uitgevers’ werden geportretteerd met hun belangrijkste publicaties. Voor wie het vorig jaar heeft gemist en meer wil weten van de wereld van het uitgeven en over de uitgevers die op de Beurs staan: het boek is ook op deze Beurs te koop voor E 10,00. De nadruk dit jaar ligt bij de uitgaven rond multitalent Jeroen van Merwijk. Van deze cabaretier, televisie- en radiomaker, kunstenaar en auteur biedt De Republiek een palet van zijn kunnen in boeken en cd’s. Van Merwijk vindt zichzelf allereerst kunstschilder en daar getuigen twee in kleine oplage gemaakte uitgaven van. In de eerste plaats De Groep Malfet,

Jezus, ezel en os Titi Zaadnoordijk is op de Beurs aanwezig met onder andere haar nieuwe kerst-stal-knip-kaarten. Na het Jezuskind, het schaap, de ezel en de os nu ook de drie wijzen, de engel en de herders.

ZONDAG 7 DECEMBER 2008 • PAG. 7

Brieven van Willem Brakman

Af- en aanwezig door Nico Keuning

Tussen 1944 en 2007 schreef Willem Brakman (19222008) honderden brieven in uiteenlopende correspondenties met onder anderen Nol Gregoor, Tom van Deel, Wim Noordhoek en Bart Vervaeck. In De afwezige aanwezige, brieven van Brakman presenteert Gerrit Jan Kleinrensink, aspirant-biograaf van Brakman, een selectie uit talrijke brieven. De brieven aan Noordhoek zijn meer poëtisch dan informatief, eerder lyrisch dan zakelijk en staan daarom dichtbij Brakmans romanproza, waardoor ze op een bijzondere manier bijdragen aan het begrip van het werk van Brakman. Op een ansichtkaart schrijft hij in maart 1999: ‘Beste Wim en Yolande. Jammer maar Venetië heeft weinig van mij kunnen zien. Ik koos voor de spleten, doorkijkjes, gangetjes, scheuren, onderdeurtjes, hofjes, binnenplaatsjes, openstaande kastjes, ramen op een kier en wel gebukt, op handen en voeten, schuifelend langs richels, mij plooiend om hoekjes, gehurkt en sluiks. Zo staarde ik in het vergetene, vergane, ademde oude lucht, drukte schimmen de hand, omhelsde visioenen van het Juno-type, fluisterde excuses en beloften, noemde nog jouw naam en staarde onderwijl in de afgrond der historie.’ Op de correspondentie met Nol Gregoor keek Brakman later met afkeer terug, omdat hij erdoor herinnerd werd aan oude vetes met de man die hem wegwijs had gemaakt in de literatuur en de beeldende kunst. Tom van Deel zag destijds als criticus de waarde van het werk van Brakman. Dat heeft geleid tot een vriendschappelijk contact dat uitmondde in een langdurige correspondentie die literair historisch van groot belang is. De briefwisseling met de Gentse hoogleraar Bart Vervaeck ontleent zijn verdienste aan het onverstoorbaar doorvragen van Vervaeck naar Brakmans poëticale ideeën. Aangezien Brakman zeer geporteerd was van de essays en recensies die Vervaeck over zijn werk schreef, kreeg hun briefwisseling een sterk essayistisch karakter. Brakman aan Vervaeck: ‘Je eerste vraag wat ik versta onder het rationele in de

kunst. Geen traditionele logica natuurlijk, maar een aan het werk immanente, d.w.z. een logica van vormen en de bekendste hiervan zijn natuurlijk: contrast, symmetrie, herhaling, spiegeling etc., maar zeer belangrijk zijn ook de fijner genuanceerde zoals een goed uitgebalanceerde wijdlopigheid, het discontinue wat onder regie gehouden, ook het tempo, bijv. dat het tempo aan het eind van een boek toeneemt, dus geen zijweg en geen beschouwing vlak voor het slot, dat is niets meer of minder dan een vormfout.’ Brakman schreef zijn brieven snel en in één ruk omdat hij het liefst bezig was met zijn eigen werk. Hij schreef ze in de trein, wachtend in een garage, in een wachtkamer, bij het ontbijt of in een ziekenhuisbed. De brieven vertonen de grilligheid van de inval en lijken niet uitvoerig in te gaan op wat de correspondent ter sprake heeft gebracht. Hij putte immer uit grote overvloed. Niet alleen in zijn romans, maar ook in zijn schilderijen, gesprekken en brieven. In feite is er geen onderscheid; zijn beelden en verhalen roepen altijd een uniek universum op dat zijn oorsprong vindt in wat hij noemde ‘een bovennormaal ervaringsleven’. Brakman is taalvirtuoos en beschouwer, verteller en kijker, afwezige aanwezige die ons zijn rijke wereld toont van taal en verbeelding. De brieven verschijnen nu bij uitgeverij Reservaat voor het eerst in druk. Op het omslag en op een van de flappen van deze brievenuitgave zijn een vetkrijttekening en een olieverfschilderij van Brakman in kleur afgebeeld. In het binnenwerk is een aantal facsimiles opgenomen van brieven, ansichtkaarten, tekstfragmenten, krabbels en tekeningen.


PAG. 8 • ZONDAG 7 DECEMBER 2008

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

Godbetert! Poëzie over Offers en Rituelen

Poëtisch missaal met bidprentjes en leeslinten De nieuwste uitgave van De Zingende Zaag getiteld Godbetert! is vormgegeven als een kostbaar bijbeltje. Citaten uit de Bijbel, speciaal voor deze uitgave geschreven gedichten van maar liefst 21 hedendaagse dichters en een prachtige serie moderne bidprentjes vormen een boek dat je een missaal voor gevorderden zou kunnen noemen. Naast verfijnde collages van kunstenaar Luuk Wilmering (De Zeven Werken van Barmhartigheid) bevat het bijbeltje onder meer twee getekende bidprentjes van de hand van dichter/tekenaar Leo Vroman. Hooggestemde boodschappen gericht op gelukzalige eeuwigheid worden in Godbetert! vrijelijk afgewisseld met woorden en beelden die de lezer uitnodigen om nog eens kritisch na te denken over zaken als geloof, ritueel en bijgeloof. Godbetert! laat middels tientallen zorgvuldig uitgekozen en bewerkte krantenfoto’s op indringende wijze zien hoe religie, ondanks haar zalvende woorden, nog steeds werkt als een fragmentatiebom. Bijdragen die daar naar verwijzen zijn bijvoorbeeld Een missie van Ed Leeflang – over militaire missies zoals in Irak en Afghanistan – en Remco Ekkers’ Requiem voor een gemartelde.

Edgar Hilsenrath: ‘Je moet zorgen dat je niets meer voelt’

Een afdaling in de hel

Zolang je nog eisen stelt, ben je niet verloren Door Nico de Louw

Het missaal bestaat uit drie delen. Uit een voor- en achterzijde met twee verschillende titelpagina’s, met op de ene kant de verontwaardiging van de uitroep Godbetert! en op de andere kant de wens van de aanvoegende wijs God betere ’t. In het hart van het missaal bevinden zich bovendien tien katernen betekenisvol wit die uiteraard staan voor Plato’s denken dat al het schone en goede dat wij op aarde kennen slechts een afschaduwing of vage herinnering is van de werkelijke schoonheid die voor ons onkenbaar is. De Volkskrant kende Godbetert! in het boekenkatern Cicero maar liefst vier sterren toe: ‘Wat de gedichten en de beelden in al hun ver-

(ingezonden mededeling)

scheidenheid verbindt, is God als grootste gemene deler, of liever het goddelijke, het zoeken naar het sublieme. Soms leidt dat tot gedichten over religieuze ervaringen – zoals bij Kester Freriks – maar het sublieme kan evengoed gezocht worden in de dood van een kat, de bijna-dood van Pam Emmerik, of deze regels van Henk Pröpper: ‘en god is misschien zo te vatten/met geheugenverlies op twee lange latten’. De bundel is prachtig vormgegeven als een missaal, inclusief twee leeslinten en dertien moderne bidprentjes die, zoals dat vroeger ook met kerkboeken gebeurde, tussen de pagina’s gelegd zijn. Er kan gebeden worden en soms gevloekt.’ De boekjes zijn genummerd en gesigneerd en kosten normaliter 48 euro. De uitgave is in Paradiso met tien euro korting te verkrijgen voor slechts 38 euro. Met de aanschaf van Godbetert! beschikt men voor slechts enkele tientjes over een echt museumstuk. Van 6 december tot 1 maart kan men namelijk in het Kabinet van De Hallen/Frans Hals Museum te Haarlem alle 36 tot nu toe gemaakte Zingende Zagen bewonderen. Godbetert! Poëzie over Offers en Rituelen. Met nieuwe gedichten van 21 dichters: Benno Barnard, Wim Brands, Maria van Daalen, Remco Ekkers, Pam Emmerik, Anton Ent, Piet Gerbrandy, Kester Freriks, Erik Jan Harmens, Peter Holvoet-Hanssen, Anton Korteweg, Ed Leeflang, Peter van Lier, Thomas Möhlmann, George Moormann, Th. van Os, Henk Pröpper, Georgine Sanders, Patty Scholten, Leo Vroman, Menno Wigman. Met bidprentjes van George Moormann, Bas van Vlijmen en Luuk Wilmering.

Het is 1941 en als bondgenoot van Duitsland heeft Roemenië het beheer verkregen over het bezette Transnistrië, gesitueerd in het zuiden van de huidige Oekraïne, toentertijd ook wel het Roemeens Oosten genoemd. In het kader van deze vriendschap entameert de Roemeense leider maarschalk Antonescu energiek een eigen vernietigingspolitiek voor de joodse burgers. De Roemenen doen dit zó voortvarend dat Eichmann het ministerie van Buitenlandse Zaken verzoekt: ‘te stoppen met deze ongeorganiseerde, voorbarige inspanningen om zich van de joden te ontdoen’. De vernietiging van de Duitse joden had namelijk nog voorrang. Temeer omdat de transportmogelijkheden naar Duitsland op dat moment tekortschoten. De Roemenen bedienen zich van razzia’s en drijven joodse mensen treinwagons in die ze net zo lang laten rondrijden totdat alle leven geweken is. ‘Favoriet vervolg was het etaleren van de dode lichamen aan vleeshaken in joodse slagerijen, compleet met een bordje kosher vlees’. Tienduizenden anderen worden gedeporteerd naar getto’s die van voedselvoorziening worden afgesneden. Deze laatste omstandigheid beheerst doen en laten van de joodse protagonisten van Nacht, die in een dergelijk getto terechtkomen en wier lotgevallen wij als lezer tot in de pijnlijkste details kunnen volgen. Hilsenrath spreekt in Nacht slechts één keer van ‘Oostfront’ en van ‘Duitsers’ rept hij al helemaal niet. De Tweede Wereldoorlog vormt weliswaar in deze zwarte roman het decor, maar de schrijver laat beschrijvingen van oorlogshandelingen aan de historici. Niet toevallig. In zijn boek boort Hilsenrath dieper namelijk naar de fundamentele drijfveren van menselijk handelen in extreme omstandigheden. Deze inzet maakt Nacht tot een boek dat van alle tijd is. Voor oorlog kun je hongersnood, een epidemie of andere levensbedreigende rampen invullen. De auteur laat zien dat in geval van grote schaarste en onveiligheid de mens onverbloemd zijn eigen belang najaagt en dat eigenlijk ook wel moet doen om te overleven. Menselijke betrekkingen komen scherp te liggen in zo’n door misdaad gecreëerd milieu en zijn nagenoeg volledig materialistisch van inhoud. In deze microkosmos van voornamelijk slachtoffers haten daklozen de mensen die wèl een dak boven hun hoofd hebben . Deze laatsten hebben weliswaar met moeite een overdekte slaapruimte – soms niet meer dan een trapportaal – kunnen veroveren en ontlopen aldus de nachtelijke razzia’s, maar hebben nooit rust. Ze leven in permanente

angst van hun schamele bezittingen beroofd te worden of een besmettelijke ziekte op te lopen. Het boek is behalve een afdaling in de hel, óók een handleiding hoe in barre omstandigheden aan voedsel te komen. Het getto is niet veel anders dan een concentratiekamp. Overleven doe je succesvoller naarmate je beter weet te ontmenselijken. ‘Je moet zorgen dat je niets meer voelt’. Het uitbreken van gouden tanden of het afsjorren van schoenen van net gekrepeerde medemensen is een paspoort naar voedsel voor weken of een ruilmiddel om andere noodzakelijke behoeften te vervullen. Immers: ‘Zolang je nog eisen stelt ben je niet verloren’. Alleen voor de eigen familie is nog naastenliefde op te brengen en dat levert ontroerende passages op. Met waarden als solidariteit kom je nergens. Sterker nog: er zit een schroefje aan je los als je iets doet voor een ander zonder een wederdienst te verlangen. Het menselijkst in het in Nacht opgevoerde universum zijn de hoeren uit het plaatselijk bordeel. Ook slachtoffers, maar met het gedwongen verkopen van hun lichaam aan politie, militairen en zwarthandelaren, kunnen zij tenminste hun eigen levensbehoeften vervullen. En daardoor toekomen aan het steunen van mensen die – langs de portier heen – erin slagen om hulp te vragen. Het boek van Hilsenrath is belangwekkend en laat weinig illusies over de houdbaarheid van morele waarden in levensbedreigende omstandigheden. Het boek verdient het tot de Europese canon toegelaten te worden, als een relevante bijdrage aan onze collectieve zelfkennis. Al geeft het boek er zelf geen enkele aanleiding toe, het kan opgevat worden als een stimulans om permanent en mondiaal te werken aan menselijke verhoudingen die géén ruimte bieden aan excessen zoals genocide. Nederland draagt in elk geval het zijne bij aan de naamsbekendheid van dit werk. Het is voor ons allen beschikbaar gemaakt door Uitgeverij IJzer en dat verdient lof. Arnon Grunberg scheef het nawoord; bovendien en opvallend genoeg verschenen er in de NRC, De Groene en Vrij Nederland recent en vrijwel tegelijkertijd een bespreking van dit boek. Een afdoende blijk van het belang dat aan dit werk toegekend moet worden. (Citaten in de eerste 3 alinea’s zijn ontleend aan ‘Buiten de muren van het getto’ in Vrij Nederland van 3 december 1994)

Nacht Edgar Hilsenrath Uitgeverij IJzer


PAG. 9

Dandy’s en decadenten Dandy’s en decadenten – ze zijn zo Engels als fish and chips. Het begrip ‘decadentie’ voor een literaire stroming mag een Franse vondst zijn, Baudelaire en zijn navolgers keken naar de Britse eilanden voor hun bronnen. Zij verlustigden zich aan de Engelse dandy’s, de seksuele uitspattingen van Lord Byron en het rebelse atheïsme van Shelley. De betoverende gestalte van de Fatale Vrouw  – wier neerslag in de literatuur weergaloos werd verhaald door Mario Praz – werd voor het eerst in Engeland gesignaleerd: zij was geboren uit het dichterlijk genie van Keats en de masochistische koortsdromen van Swinburne.   In Dandy’s en decadenten van Martin Koomen, uitgegeven door Bas Lubberhuizen wordt het bestaan blootgelegd van een opmerkelijke stroming in de Engelse cultuur en letteren van de laatste twee eeuwen. Het relaas ervan omvat een groot aantal miniportretten van gedoemde en minder gedoemde schrijvers, zoals Kingsley Amis, W.H. Auden, Max Beerbohm, John Betjeman, Christopher Isherwood, Philip Larkin, Evelyn Waugh en Oscar Wilde, maar ook van minder bekende. Daarnaast bevat dit boek een schat aan anekdotes over menselijke neigingen – zelfvernietiging, deviant seksueel gedrag, verslavingen, levensangst – die blijkbaar onuitroeibaar zijn.   Martin Koomen schreef naast een aantal romans en thrillers de bekende en geprezen gidsen over Engelstalige schrijvers in Parijs tussen 1900 en 1944 (De literaten van de Linker Oever) en over de opkomst en ondergang van de Ierse literaire beweging (Het literaire Dublin).

Editions Obscure: Post uit de hemel

(Ingezonden mededeling)

Stel: men komt te overlijden en in de hemel blijkt het mogelijk om post te versturen en formulieren in te vullen. Hoe zou dat in zijn werk gaan? Joost Veerkamp van Editions Obscure liet zijn fantasie de vrije loop. Beambte J. Veerkamp

(Ingezonden mededeling)

www.hanskoekoek.nl


PAG. 10 • ZONDAG 7 DECEMBER 2008

PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

Collectie in de bossen Door Peter van den Broek

T

een zwerftocht door Syracuse stond ik, in een smalle straat waar de unieke klanken van de kathedraal nog goed hoorbaar waren, onverwacht voor het geboortehuis van Elio Vittorini. Terwijl ik de gedenksteen stond te lezen kwamen er twee plusminus zeventienjarigen aangelopen. ‘Assertore di liberta…’ Met lang aangehouden klinkers begonnen ze mij de tekst voor te lezen en staken ze de loftrompet van deze auteur, om vervolgens hand in hand uit het zicht te verdwijnen. Vittorini, een schrijver van twee generaties geleden. De vraag rees wat ‘onze’ zeventienjarigen nog weten van literatuur uit die tijd, van schrijvers als Roland Holst, Slauerhof, Vestdijk. Ik overwoog me op te stellen bij de gedenksteen van de villa waar A. Roland Holst een deel van zijn jeugd doorbracht. Vlakbij bevindt zich een middelbare school, dezelfde waar de dichter destijds de HBS heeft doorlopen. Hier zou het aan zeventienjarigen niet ontbreken. Helaas, de villa bleek geen gedenksteen te hebben. Ik wendde mij tot een docent literatuur. ‘Roland Holst? Die wordt door geen enkele leerling gelezen. De periode wordt wel behandeld, maar namen van schrijvers komen niet ter sprake. Van de vorige generatie schrijvers is Jan Wolkers met Turks fruit nog best populair en ook Hermans’ Nooit meer slapen kom je bij VWO-ers nog wel eens tegen op hun lijst.’ Het klonk alsof ook dit proza binnen een niet al te lange tijd hetzelfde lot als dat van Vestdijk zou zijn beschoren. Als de scholen er geen kans voor zien bij te dragen aan de instandhouding van het literaire erfgoed, wie dan wel? In de bossen van Lage Vuursche, op ruime afstand van het dorp waar de walm van het pannenkoeken bakken nooit helemaal ontbreekt, bevindt zich een kleine uitspanning. Bistro Boschoord is een aan de letterkunde gewijd monument. Het hangt vol met foto’s en handschriften, brieven en gedichten van talloze auteurs uit de vorige eeuw. Een verzameling oude boeken completeert het geheel. Gaat het hier nu over literatuur of toch vooral over de kunst van het koken? Ik vroeg het de 62-jarige Cees Hoog Antink, de man die dit pantheon tot stand bracht. ‘Het is een liefhebberij,’ zegt hij achteloos. ‘Eind jaren zestig, ik was toen zo’n 23 jaar oud, las ik Het sadistisch universum. Toen ontstond mijn belangstelling voor literatuur. Sinds die tijd verzamel ik brieven en andere handschriften. Zeventien jaar geleden begon ik deze gelegenheid.’ ‘Er zijn geregeld gasten die bijdragen aan de verzameling,’ vervolgt hij. Hij toont mij een brief van Hermans: ‘Dat ijdens

(Ingezonden mededeling)

BeursBerichten EXCLUSIEF

MIKE KELLEY: YUMMY PUFFY MOMMY YONI

Cees Hoog Antink

is toch geen gekke ruil.’ Zijn ogen glinsteren. Vervolgens wijst hij mij op een bronzen kop van Gerard Reve. ‘Ook in ruil voor een etentje.’ Dan haalt Hoog Antink een stapel uiterst dunne bundeltjes te voorschijn en toont mij nooit gepubliceerde gedichten van Reve, waaronder deze regels: FILANTROPIE DE LIEFDESSCHRIJVER GERARD REVE HOUDT JONGENS VAN 17 GRATIS IN LEVEN

Hoe zit het met de belangstelling van zeventienjarigen? ‘Die is beperkt, maar uit de meer artistieke hoek is er wel interesse.’ Wordt Carmiggelt nog door hen herkend, vraag ik, wijzend op een grote foto van de man wiens werk ooit voor velen dagelijkse kost was? ‘Helemaal vergeten.’ We lopen naar een wand waarop een foto met gedicht van Gerrit Achterberg prijkt. Kennen ze hem nog? Hoog Antink schudt het hoofd. ‘Wie heeft er nog gehoord van hem, van Roland Holst of van Wim Hazeu?’ Het is een retorische vraag, zoveel is wel duidelijk. Binnenkort vertrekt Hoog Antink naar andere bossen, de bossen van Berlijn. Hij zal zich, zijn roeping getrouw, vestigen pal tegenover de datsja van Brecht. Maar de collectie zal uit Boschoord niet verdwijnen: hij zal – in andere handen weliswaar – blijven voortbestaan.

Voor de hoes van zijn nieuwste CD schilderde Mike Kelley een door de maan verlicht landschap, waarin een roze eenhoorn in haar kont wordt geneukt door een fors geschapen sater. Het vrouwtjesdier (Kelley heeft de traditioneel geslachtloze eenhoorn voorzien van een klein kutje) steigert van angst of plezier terwijl de mond van de sater openvalt van genot. Yummy Puffy Mommy Yoni luidt de titel van de CD met als onderschrift: ‘Mike Kelley performs ethereal melodies on the Alesis QS6.1 electric keyboard’. De CD bevat 26 korte tracks waarin Kelley, met behulp van vrienden en collega’s, de mogelijkheden van zijn synthesizer onderzoekt. Al doende deconstrueert Kelley op speelse wijze de New Age

(ingezonden mededeling)

muziek waarmee bepaalde synthesizer effecten worden geassocieerd. Gezwollen titels als ‘Birth Of The World’, ‘The Epic Dawn’, en ‘Winds Of The Nether Region’ laten geen twijfel bestaan over Kelley’s plan om de New Age binnen te dringen en ten val te brengen. Andere titels verwijzen naar componisten, zoals ‘Vanginus’ (een verbastering van ‘Vangelis’), ‘Emersonian’ (een verwijzing naar het transcendentalisme van de Amerikaanse filosoof Ralph Waldo Emerson en naar de componist Keith Emerson), en ‘Plink Plank Plonk’ (een titel die geleend is van Leroy Anderson’s ‘Plink Plank Plunk’). Eenhoorns en saters zijn niet de enige fantasiewezens die hun opwachting maken op de CD: het nummer ‘The Bowels Of Ghidrah’, een duister gezoem onderbroken door klaaglijke kreten uit de diepte, verwijst naar een driekoppig monster uit een Godzilla film. Het nummer ‘Yummy Puffy Mommy Yoni’ zelf houdt het midden tussen een kinderliedje, een jingle, en een pseudo-religieus spreekkoor, waarin de titel steeds herhaald wordt door een koor dat bestaat uit Molly Fitzgerald, Mary Clare Stevens, en Amy Wong. Het woord ‘Yoni’ betekent trouwens ‘vagina’ in de Kama Sutra. De 26 composities – fraai opgenomen en gemixt door Scott Benzel – laten niets heel van New Age muziek en New Age opvattingen. Daarnaast geven ze blijk van Kelley’s veelzijdigheid en creativiteit als muzikant. Mike Kelley wordt vertegenwoordigd door Sea Urchin Editions uit Rotterdam.

(Ingezonden mededeling)


PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

Hotel

ZONDAG 7 DECEMBER 2008 • PAG. 11

Joppe Rovers

Paradiso in posters De moeder van Willem Oltmans (in ligstoel), ziek te Esneux, 1906. Uit deel 23 (1977-1978) van de Memoires van Willem Oltmans, uitgegeven door Papieren Tijger.

Literair leven in Drenthe, Amsterdam en Groningen Uitgeverij Passage publiceerde dit jaar een drietal boeken waarin op geheel verschillende wijze het literaire leven van achtereenvolgens Drenthe, Amsterdam en Groningen belicht wordt. Drenthe In de nazomer van 2007 liep een stel jonge schrijvers zeven dagen langs de literaire hoogtepunten van Drenthe. Hun observaties, dagboekaantekeningen, gedichten en foto’s werden deze zomer verzameld in het boek Zeuvendaagse. In het voetspoor van 19de-eeuwse voorgangers als Van Lennep en de Podagristen trok het gezelschap door alle uithoeken van de provincie. Vele plekken met een literaire betekenis werden aangedaan, zoals: Schipborg (de Drentse A van Kopland), Roden (het huis van Vasalis), Kamp Westerbork (Etty Hillesum en Jaap Meijer), het Koekangerveld (Max Dendermonde) en Smilde (Jacob Israel de Haan en Carry van Bruggen). H.H. ter Balkt keerde een dag terug naar zijn school in het dorp Zandpol waar hij 1963 tot 1967 onderwijzer was. Zeuvendaagse is zo een gevarieerd en informatief boek over het literaire leven geworden. Het boek heeft een aantrekkelijk uitvoering, een riant formaat en veel illustraties.

Amsterdam Afgelopen zomer vierde Simon Vinkenoog zijn tachtigste verjaardag. Op een paar jaar in Parijs na woonde Vinkenoog zijn hele leven in Amsterdam. Voor zijn verjaardag verscheen als eerbetoon zijn verzameling verhalen en gedichten over Amsterdam: Am*dam/Madmaster. Verhalen en gedichten over de Jordaan uit de jaren vijftig, Provo op het Amstelveld, een literaire tocht door de grachten, zijn geliefde volkstuin in AmsterdamNoord, orerend op het Spui, fietsend langs de Amstel, feestend in Kosmos, Paradiso en de Melkweg. Am*dam / Madmaster toont de wereld van Simon Vinkenoog, al tachtig jaar jong in Amsterdam. Dit boek is uiteraard fraai uitgevoerd, zoals dat bij een verjaardagscadeau hoort: riant formaat, gebonden en voorzien van mooie foto’s. Groningen De journalist Herman Sandman schreef met Arcadia der Poëten een verhandeling over het literaire leven in Groningen, zoals geen enkele andere stad dat kent. Maar er is in Groningen dan de laatste jaren ook veel op literair gebied gebeurd: Groningen heeft de laatste jaren een zekere faam verworven. Er zijn festivals als Doe Maar Dicht Maar, de Poëziemarathon en Dichters in de Prinsentuin. De Martinistad was in 2002 de eerste die een Stadsdichter aanstelde (en die bedacht op zijn beurt weer het concept van de eenzame uitvaarten, inmiddels veelvuldig gekopieerd) en is anno nu decor voor een rijk literair leven. De Volkskrant schreef over

Arcadia der Poëten: ‘Eerbetoon aan de stad die haar sporen op literair ruimschoots heeft verdiend, waar W.F. Hermans schreef en Vasalis in knalrode panty’s rondliep toen dit nog niet in de mode was.’

steeds de gevel siert en in de stad verspreid wordt. Ook de Paradiscoflyers zijn van hun hand, evenals de vondst van de Basslineflyer in filofaxformaat. Vanuit het perspectief van de opdrachtgever komt programmeur Kees Heus aan het woord. Over het spanningsveld tussen vormgevers en opdrachtgevers zegt hij: “Vormgevers als Danny van Dungen, Niels Meulman en Machine, die de vormgeving van Kindred Spirits doet, zijn vaak heel eigenwijs. Ze zijn soms moeilijk om mee te werken, vooral als ze willen breken met alles wat tot dan toe is opgebouwd. Die eigenwijs-

Machine

(vervolg van pagina 12)

heid dreigt dan de continuïteit in gevaar te brengen. Maar het levert soms de mooiste dingen op.” Paradiso Posters 1968-2008, met werk van onder anderen Martin Kaye, Marten Jongema, Max Kisman, Mirjam Unger, Kees Maas,

Ron van Roon, Experimental Jetset, Joppe Roovers, Machine, Hotel, Parra, Maz Weston, Niels Meulman, P.J.Frith en Peter Mertens. Onder redactie van Paradisoprogrammeurs Jan Dietvorst en Jan Hiddink. Uitgeverij De Buitenkant, Amsterdam.

Martin Kaye

Machine

(ingezonden mededeling)

UDEN! Stadsdichter in Opleiding is een feest van kleur en poëzie met twaalf gedichten van kinderen uit de bovenbouw van het basisonderwijs en tien gedichten van de Udense Stadsdichter Maarten van den Elzen. De stadsdichter schreef voor het boek een voorwoord en voegde een plattegrond van het Centrum van Uden bij met daarop de negen locaties waar zich zijn gedichten in de openbare ruimte bevinden. Stadsdichter in Opleiding is een project voor de groepen 7 en

8 van 19 Basisscholen in de Gemeente Uden. Uden schijnt geweldig te zijn. Maar naast city-marketing is er in het gedicht ‘…Ik moet er niet… aan denken…’ bij een naamloos kind van 10 ook sprake van echte dichtersnood. De bijbehorende dichtbundel werd met steun van het BISK (Brabants Instituut voor School en Kunst (Helmond) uitgegeven door Uitgeverij Hoenderbossche Verzen.


Paradiso in posters

Bedrukt papier als cultuur Door Aure Straatman

In november 2008 is Paradiso Posters 1968–2008 bij Uitgeverij De Buitenkant verschenen: veertig jaar concerten van de Amsterdamse rocktempel in beeld. Het boek geeft een overzicht van (een klein deel van) de affiches die ontwerpers in naam van het poppodium hebben geproduceerd, maar ook het verhaal achter de affiches, hun ontwerpers en opdrachtgever en het eeuwige wringen tussen artistiek streven en dwingende deadlines. Wat is er over van veertig jaar concerten in Paradiso? Hoeveel mensen in Nederland lopen rond met mooie herinneringen aan een nacht of avond in Paradiso, luisterend naar hun favoriete artiest of band? Hoeveel liefdes zijn opgebloeid in de oude kerk aan de Weteringschans en hoeveel zijn er gestrand? Tastbaar bewijs van veertig jaar popcultuur is er nauwelijks. Er zijn recensies in het archief van de dagbladen en er zijn ongetwijfeld mensen met verschoten foto’s in hun privécollectie. Met de komst van internet en de digitale cultuur neemt de hoeveelheid beeld toe, maar het is veelal materiaal dat niet door Paradiso zelf in de wereld is gebracht. Posters zijn niet alleen een van de weinige fysieke bewijzen van de concertgeschiedenis van de Amsterdamse poptempel, het is ook een interessant stukje cultuurgeschiedenis. Veertig jaar Paradiso-affiches geeft inzicht in de uitgaanscultuur en het vormgeefproces en laat iets zien van de wereld van de marketing van poppodia, waar de affiche nog altijd een belangrijke, maar omstreden rol in speelt. Affiches zouden niet, of in zeer beperkte mate, bijdragen aan de kaartverkoop. Toch hangt nog steeds de gevel van de rocktempel vol met posters, duiken de posters op in Amsterdamse cafés en op meterkastjes en verdwijnen de affiches die binnen in het pand hangen regelmatig in de zak van een enthousiaste bezoeker. In de veertigjarige bestaanstijd zijn er naar schatting 10.000 affiches gemaakt, waarvan er rond de 600 zijn opgenomen in Para-

(Ingezonden mededeling)

BeursBerichten PARADISO TEL. (020) 6268790 • WETERINGSCHANS 6–8 1017 SG AMSTERDAM

PA R A D I S O

AMSTERDAM • HOLLAND

ZONDAG 7 DEC 2008

TOEGANG 2,–

ZONDAG 7 DECEMBER 2008 • PAG. 12

Bons is 90 O

P de vraag van Paul Hefting hoe grafisch ontwerper Jan Bons op een idee komt, zegt hij: ‘Door andere ideeën weg te laten’. Zo eenvoudig is het dus en zo ziet het werk van Bons (Rotterdam,1918) er ook uit: helder, doelmatig en vooral vanzelfsprekend. Bij uitgeverij De Buitenkant verscheen Jan Bons, ontwerpen in vrijheid waarvoor Paul Hefting een korte biografie schreef bij de film die Lex Reitsma, de ontwerper van het boek over Jan Bons maakte. In een Dik Tromachtige omgeving – een houten schuur aan de rand van Amsterdam – zie je Bons met gescheurd papier bezig aan een ontwerp. Hij werkt er aan zoals hij net terloops

Martin Kaye

diso Posters 1968 – 2008. Maar het is meer dan alleen een plaatjesboek. De vormgevers die de kleurrijke jaren ’70, de ruige jaren ’80 en van dance en hiphop doordrenkte jaren ’90 hebben vormgegeven in concertaffiches beschrijven hun werk, de tijdsdruk waar ze onder werkten, de relatie tot de opdrachtgever en tot de artiesten en hun muziek. De geschiedenis begint bij Engelsman Martin Kaye, die de eerste vaste ontwerper was en de eerste tien jaar affiches voor zijn rekening nam. In de kelder van de poptempel, toen voor een deel zeefdrukkerij,

Ontwerper Jan Bons in 1983

Vrijheid 5 mei 1970

IDFA 1999

En zelfs de bloemen werden geboeid, 1970

met wat spullen in het pittoreske schuurtje heeft gerommeld om wat plaats te maken. Het resultaat is niet meer dan wat gekleurde snippers en een paar woorden op een wit stuk papier. De verwantschap met het werk van Willem Sandberg springt direct in het oog, Jan Bons is een van de weinigen die de scheurtechniek van de jonkheer, grafisch ontwerper en directeur van het Stedelijk Museum heeft

overgenomen. Jan Bons zegt: ‘scheuren is onpersoonlijk en het levert vrijwel altijd een bruikbare vorm op’ . In de film komen naast de meester zelf ook verzamelaars, opdrachtgevers en conservatoren aan het woord. Wat opvalt is dat ze allemaal zonder uitzondering een keurig uitgesproken Nederlands bezigen. Maar precieus, plechtig, elitair of verdomde artistiek

wordt de uitstekend gemaakte film nergens en dat heeft vooral met de ongedwongen en jongensachtige verschijning van Bons zelf te maken. Je kunt je hem goed voorstellen met een grasspriet in de mond niets doend aan de slootkant. Het boek lijkt in zekere zin een korte samenvatting van de film maar zoals bekend doen stilstaande plaatjes het in bewegend beeld niet zo goed. Zijn grafische werk

voor onder andere het IDFA, het Nieuw Ensemble en het Haagse theatergezelschap De Appel staan er ruimschoots in gereproduceerd. Dat het om zogenaamde thumbnails gaat, maakt in het geval van Bons heldere spel met grote vormen niks uit. De combinatie van een slow en een snel medium maakt deze uitgave voor de negentig jarige tot een geslaagde onderneming.

Max Kisman

maakte hij poster na poster. Naast het ontwerpen en drukken, fietste hij ook de stad door om zijn kunstwerkjes op strategische plekken in cafés te hangen. In de opvatting van Kaye moest een poster opvallend, brutaal en vrolijk zijn. De mededeling moest van de muur afgeschreeuwd worden, opdat passanten onmiddellijk hun fiets keerden en rechtstreeks koers zetten naar Paradiso. Rond 1982 namen Marten Jongema – bedenker van de dikke letter ‘P’ – , Max Kisman en de iets later toegetreden Kees Maas het stokje over van de Engelsman.

Experimental Jetset

Zeefdrukruimte werd aangevuld met donkere kamer en Max Kisman bracht het gebruik van de eerste computertechniek in het vormgeefproces in. Het trio kon maar net de steeds groter wordende stroom van concerten en niet-muziekgerelateerde programma’s van beeld voorzien. “Je willen onderscheiden, met weinig middelen iets tot stand brengen en dat ook nog eens in korte tijd: dat was samengevat mijn periode in Paradiso die in 1982 begon. De enorme productie bood eigenaardige mogelijkheden: als er eens wat mislukte, kon je je al een week la-

Experimental Jetset

ter revancheren.”, zegt Jongema. Halverwege de jaren ’90 werd Experimental Jetset aangesteld. Hun experimentele ontwerpen hebben in hoge mate bijgedragen aan de naam van Dutch Design in het algemeen en aan het beeld van Paradiso specifiek. De stad bood in die tijd geen plaats meer aan de overweldigende hoeveelheid dansnachten en bijbehorende posters. Experimental Jetset introduceerde de zo kenmerkende overzichtsposter, die nu nog (Lees verder op pagina 11)

Alweer Geen Poezenkrant? Voor het tweede jaar in successie dreigt uitgever Piet Schreuders verstek te laten gaan op de Beurs voor Kleine Uitgevers. Zelfs voor een nieuw nummer van de onbenullige Poezenkrant beweert deze ‘Directeur’ geen tijd te hebben. Wel schijnt de Pokra-directie deze week eindelijk maar eens de post en bestellingen uit de periode oktober 2007 – maart 2008 in behandeling te hebben genomen.


Krant Beurs van Kleine Uitgevers 2008  

Deze krant verschijnt ter gelegenheid van de Beurs van kleine uitgevers in Paradiso.

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you