Page 1

Inhoud Pagina 2: Peik Suyling vertelt wat Pal West beweegt om met vijftien jongeren en tien ontwerpers in acht weken twee sloopwoningen in Osdorp onder handen te nemen en vertelt waarom hij kiest voor de weg van de meeste weerstand. Pagina 6 De eerste dag: ontwerpers en jongeren uit Nieuw West maken kennis met elkaar. Pagina 8 t/m 17 De ontwerpers en jongeren bouwen meubels van piepschuim en stoelen van touw, zagen een caravan doormidden en verven een appartement tot Zwartement: een disco en bioscoop. Pagina 19 t/m 21 In het andere appartement wordt op 20 november 2010 in een zinderend draaiende eindshow aan de buitenwereld gepresenteerd wat er tijdens het atelier is beleefd, bedacht en gemaakt. Pagina 22 t/m 39 Diepte-interviews door Yuri en Anne Marijn (twee ontwerpers van het Woonatelier). Daarin is te lezen hoe de ontwerpers en jongeren de twee maanden Woonatelier ervaren hebben. Pagina 40 Wie hierachter zitten.


Daar wordt het leven rijker van Peik Suyling (56) studeerde Industrial Design aan de Gerrit Rietveld Academie, was coördinator van het Design Lab aldaar, en was in 1992 medeoprichter van Young Designers & Industry. Samen met Dennis Lohuis nam hij het initiatief voor Pal West in Amsterdam en Pal Maas in Rotterdam, waarin sinds 2007 vier Modeateliers en twee Woonateliers plaatsvonden. Zij waren samen verantwoordelijk voor het Woonatlier 2010. Yuri Veerman (28) studeerde Grafisch Ontwerpen aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en zit nu op het Sandberg Instituut in Amsterdam waar hij zich richt op zowel de toegepaste als de autonome kant van ontwerpen. Anne Marijn Koppen (25) studeerde Illustratie aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en Textiel aan de Gerrit Rietveld Academie en aan de Kyoto Seika University in Japan. Zij interviewden zij alle ontwerpers, een aantal jongeren en Peik om te onderzoeken hoe zo’n project werkt: wat brengt het teweeg, wat is de meerwaarde en wat zijn de valkuilen? Y, AM Je bent al een tijd bezig met Pal West, zijn er bij dit atelier dingen gebeurd die je nog niet eerder hebt gezien? P Dit atelier was anders dan voorgaande ateliers. Wij dachten dat het wonen en het dromen daarover dichter bij de directe belevingswereld van de jongeren zou liggen. Dat het abstracter bleek te zijn dan bijvoorbeeld het modeatelier heeft enorm veel invloed gehad op het verloop. De ontwerpers hebben dat ook zo ervaren: ‘hadden we maar een eindvorm voor ogen gehad’; dan had je een kompas om op te varen. In eerdere ontwerpteams 2

zag ik een nadrukkelijk zoeken naar consensus. Dit team van ontwerpers was anders, omdat ze een heel duidelijke artistieke ambitie inbrachten. Ze kozen hun vorm, ieder op zijn manier. En dat vond ik leuk. Om ze los, maar ook als team, vanuit een ontzettende eigenheid te zien opereren. Wat de jongeren betreft was het een fijn atelier omdat er niet gesaboteerd werd. Natuurlijk, het was pittig, maar tóch wisten de ontwerpers iedereen te bereiken. Ze hebben alle jongeren bij de lurven gehad. Eén op één contact is een cruciaal aspect geweest. En het heeft tot resultaat geleid. Een behoorlijk commitment tussen individuele ontwerpers en individuele jongeren. Bij het Woonatelier waren er voor het eerst veel jongens. En het zit echt in de persoonlijke aandacht, dat het – met die etterbakjes, zeg maar – zo goed is gegaan en dat het niet tot een clash is gekomen. Dat bewaren van de harmonie in het geheel, dat is zeker een collectief behaald resultaat. Daar waren de ontwerpers met al hun eigenheid dan wèl weer echt een groep. Ze hebben het offensief aangepakt, provocerend. En dat hebben ze vooral met hun eigen, creatieve authenticiteit gedaan; de jongeren triggeren met vormen als de wekelijkse krant1 en Het Kantoor2, en hen hun eigen uitspraken in een ander licht, in een officiële vorm, laten bekijken. In die zin zijn de ontwerpers goed zichtbaar in het geheel: het Zwartement3 bijvoorbeeld was er zonder hun creativiteit niet geweest. Y, AM Als je iemand iets laat bedenken voelt diegene zich belangrijk want hij heeft iets bedacht. Maar soms werkt het het beste om te besluiten: ‘ík bedenk iets, namelijk wij gaan dit zwart verven, en jíj bent de uitvoerder’. Vervolgens ben je de hele dag samen aan het schilderen en levert dat ontzettend mooie gesprekken op. Plus: iemand voelt zich belangrijk,

1 In dit appartement waar muren, ramen, en plafond pikzwart waren geschilderd, werd tijdens de eindshow een voorpublicatie gepresenteerd - een set ansichtkaarten met foto’s van de jongeren en ontwerpers en een beschrijving van hun skills. Na het Woonatelier zijn er hier nog vier bioscoopavonden georganiseerd met zelfgekozen films op groot scherm: Cinema Zwartement.

2 Het proces van elke week werd door Thomas (journalist ter plaatse) en Mattijs (grafisch ontwerper) omgezet tot mini-krant.

3 Het Kantoor ‘Onzin en Andere Zaken’ was een geïmproviseerde kantoorruimte waar jongeren in een bureaucratische setting, aan de hand van in te vullen formulieren, werden ondervraagd. Een detour om informatie te verzamelen en ook om de jongeren aan het denken te zetten: ‘Wat sloeg ergens op?’ ‘Wat sloeg nergens op?’ ‘Welk land bestaat niet?’

3


omdat hij verantwoordelijk is voor de uitvoering. Elke vorm van samenwerking heeft dus een eigen dynamiek en in beide gevallen kan iemand zich gewaardeerd voelen. Beide versies zorgen, als het goed gaat, voor betrokkenheid, voor enthousiasme. P Je hebt geprovoceerd, je hebt maat gegeven, en door die beide tactieken in te zetten heb je de boel in beweging gekregen. En op dát punt ben je vormgever en ben je bezig met je eigen vorm van social design.

Y, AM Waarom werk je graag met ontwerpers? P Omdat ik het zo’n heerlijke diersoort vind. Ontwerpers en kunstenaars zijn in principe naïeve mensen en dat vind ik aantrekkelijk, daar zit ruimte in. Ik kies keer op keer, en nadrukkelijk, voor een gecontroleerde vorm van naïviteit. Ik denk dat de wereld daar behoefte aan heeft, dat het noodzakelijk is om die naïviteit te claimen. Opmerkingen als: ‘we moeten het beter voorbereiden’, en: ‘het moet een beter format hebben’... Dat kan allemaal wel gezegd worden, dat móet gezegd worden, er móet ook gestuurd worden en er móet ook maat gegeven worden, maar ik wil deze processen niet naar de kant van de zakelijkheid trekken. Ik denk dat de reacties die je van de jongeren krijgt, de comments die je het waardevolst vindt, dat die júist in dat domein van de vrijheid zitten. Resultaten, regels, daar gaat het niet om bij deze projecten. Het gaat erom dat mensen elkaar tegenkomen, dat ze dingen doen die ze anders nooit zouden doen. Ik kies er vrij extreem voor om de weg van de meeste weerstand en de naïviteit te bewandelen. Ook al weet ik dat er een heleboel anders kan, ik houd dat als uitgangspunt.

Kan het überhaupt nog op de manier zoals we het het liefste willen: carte blanche, we zien wel wat er gebeurt? Nee: we willen zíen wat er gebeurt. Vanuit die instelling werkt het anders. Dan móet je anders te werk gaan. Het is de vraag of deze vorm behouden kan blijven. Je hebt tijd nodig om de naïviteit tot ontwikkeling te laten komen. Er is minder geld en dus ook minder tijd. Ondanks dat het heel anders zal worden hopen we bij Pal West wel dat we vanuit dezelfde basisprincipes kunnen blijven opereren. Y, AM Hoe meet je in de kunst of iets geslaagd is? Wanneer het niet zozeer om een eindresultaat, maar vooral om het proces gaat? 4

P Het gaat erom wat er na een project overeind blijft. We kijken naar het netwerk dat zich vormt: er zijn individuele relaties gelegd, je ziet potentie en je maakt er gebruik van: Bob en Iris die stage lopen bij Sander, jongeren en ontwerpers die bij een eventueel volgend project weer van de partij zijn. Dat soort dingen houden we in de gaten en als we daarvoor context kunnen creëren, dan doen we dat.

Het gaat ons om met Pal West om de bewustwording: jongeren kiezen in eerste instantie voor een atelier als maatschappelijke stage en komen er vervolgens bewuster en rijker uit. Dat geldt ook voor de ontwerpers: je krijgt een scherper beeld van wat je met je ontwerperschap in de vormgeving van de maatschappij kunt doen. Pal West ervaring voegt iets toe aan je persoonlijke ontwikkeling: dat is meetbaar resultaat. En dan de eindshow: als je ziet wat daar gebeurt, wat er staat en hoe trots de jongeren èn de ontwerpers daarop zijn, dat vind ik een keihard resultaat.

Y, AM Wat is jouw drive om dit soort projecten te organiseren? P Het culturele domein is het domein waar je vanuit idealen in vrij concrete vorm met de wereld bezig kan zijn. Hoewel, als je de wereld wil verbeteren moet je econoom worden, geloof ik. (grinnikt) Ik ben gewoon bloednieuwsgierig naar wat mensen beweegt. Naar wat ze willen en wat ze doen. Ik ben nieuwsgierig naar verandering. Revoluties, dat hoeft niet, wat mij betreft mogen het ook evoluties zijn. Het mag klein, het mag langzaam, zolang er maar sprake is van beweging: ik ben echt doodsbang voor stilstand. Ik kan soms bang zijn dat het allemaal voor niks is, maar dit soort omgevingen bewijzen keer op keer het tegendeel: mensen wíllen bewegen, wíllen iets meemaken, zoeken verbinding met elkaar. Daar wordt het leven rijker van. Ik ken een man die ergens met oud geld op een buiten woont. Die zegt: ‘we heffen het glas, we doen een plas, en laten de zaak zoals die was’. Dát is lethargie. Dát is stilstand. En er zijn vast hele volksstammen die op die manier, rustig en tevreden, prima kunnen leven, maar bij mij veroorzaakt dat paniek. Tussen geboorte en dood ontstaan verbindingen, er gebeuren dingen: plotseling zit je met volslagen vreemden aan een piepschuimstoel te werken of bouw je een ei. Daar doe ik het voor.

5


Wat ze in het Woonatelier, naast het technische verhaal hebben meegekregen? Zelfvertrouwen, denk ik. Anika 6

7


Ontwerpen en maken, dat is in dit geval een smeermiddel voor het sociale gebeuren, voor de ontmoeting met heel andere mensen dan jijzelf. Manon

8

9


Door een groepje jongeren onderdeel te maken van een geheime missie voelen ze zich verantwoordelijk, worden ze enthousiast. Yuri 10

11


Ik hoop dat de jongeren bij het Woonatelier gezien hebben: als je iets wil, als je iets bedenkt, hoe raar ook, dan kun je het maken. Letteke

12

13


Ik ben breder gaan denken, denk ik. Ik zou normaal gesproken bijvoorbeeld geen stoel van touw maken. K端bra

14

15


Het leuke was dat er een heleboel ouders waren die we niet hadden verwacht. En dat er iemand was die zei: ‘dit is de gelukkigste dag van mijn leven’. Letteke 16

17


Mijn moeder was ontzettend onder de indruk, ze vroeg: heb jij dat gemaakt? Sara 18

19


20

21


Gekke ideeën zijn niet gek Anika Ohlerich (36) studeerde kunstgeschiedenis en theaterwetenschappen aan de Universiteit van Keulen en architectuur aan de Gerrit Rietveld Academie. Nu heeft ze haar eigen studio, ARCHETYPISCH, gespecialiseerd in het ontwerpen en inrichten van tentoonstellingen. Twan Mul (27) deed Design for Virtual Theatre and Games aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Op dit moment studeert hij aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Twan schreef en tekende een aantal (zelf uitgegeven) stripboeken. A Bij het Woonatelier hebben de jongeren ervaring opgedaan met nieuwe materialen en apparaten. Ze hebben inzicht gekregen in hoe je iets kunt doen. T En dus zullen ze bepaalde dingen sneller begrijpen en oppakken op het moment dat ze zoiets tegenkomen bij een vervolgopleiding. A Precies, dat ze denken: hoe los ik dit op? O, ik lijm het even; basale dingen die voor ons al heel normaal zijn. Dat praktische aspect, daar zijn ze makkelijker in geworden. Verder denk ik dat de excursies1 echt goed waren. Omdat ze daar naderhand ook aan refereerden: ‘dat heb ik gezien’. Maar conceptueel gezien hebben we minder bereikt dan we hoopten. In het begin hadden de jongeren de vaste overtuiging: Dít kan, dit is normaal, en dát is gek, dus dat kan niet’. Hopelijk is het ons gelukt om dat een beetje los te weken, maar ik vind het moeilijk in te schatten. Ik hoop dat we hun horizon verbreed hebben door te laten zien dat er veel mogelijk is en dat gekke ideeën niet meteen gek zijn. Zoals Miro, met de alien-uitlaatplaats2 (lacht). 22

A De jongeren kregen de kans om samen te werken met andere jongeren, maar ook met professionals. Het maken van graffiti met Yuri en het bouwen met Sander, dat was echt goed. Wat ze in het Woonatelier, naast het technische verhaal, hebben meegekregen? Zelfvertrouwen. De bewustwording: hé, ik kan dit. Er zaten jongeren bij die uiteindelijk met het ontwerperschap aan de slag willen. Maar ik hoop echt dat iemand als Amina, die vast iets heel anders wil worden later, nu óók meer vertrouwen heeft in haar eigen kunnen. Want zij is absoluut slim en getalenteerd, dat zag je - als ze wel een keer iets aan het doen was. (grinnikt) T Maar het blijft lastig inschatten wat blijft hangen en wat niet. A Het los kunnen gaan, kunnen aanklooien met materiaal, dat is gelukt. Maar wat ik oorspronkelijk van plan was - kleine onderzoekjes doen vóórdat je iets maakt - dat werkte totaal niet. T Maar dat is ook de leeftijd. Voor een puber werkt het het beste om een idee meteen uit te voeren. Soms gaat het fout; en dat moet een paar keer gebeuren voordat je inziet dat je ook kunt nadenken voor je aan iets begint. En daar hebben we ze verkeerd ingeschat: wij dachten dat ze al veel verder waren. A Wat wel werkte: ik heb de jongeren een aantal maquettes laten maken. Daarmee zagen ze op een simpele manier wat er allemaal kan; ze kregen een preview. En ook al was dat een tussenresultaat, het leuke was dat ze daar toch erg trots op waren.

1 De ontwerpers en jongeren bezochten Verwoest Huis, een installatie van kunstenares Marjan Teeuwen in de Piet Mondriaanstraat in Amsterdam Nieuw West. Zij brak de wanden, plafonds, vloeren en huisraad zoals keukenkastjes uit een aantal sloopappartementen. Het puin stapelde ze zorgvuldig tegen de muren en ramen. Ook gingen ze naar de Kunstmarkt op het Westergasterrein en kwam een medewerkster educatie van Museum Boijmans van Beuningen langs om te vertellen over de (kunst-) geschiedenis van gebruiksvoorwerpen en meubels.

2 De alien-uitlaatplaats is een uitvinding van Miro. Tijdens het brainstormen werden ‘gekke’ ideeën niet serieus genomen. Schertsend kwam Miro toen met deze vinding, onder het mom: ‘als er treinboot geroepen kan worden, dan roep ik alien-uitlaatplaats.’

A Hiervoor had ik nog nooit met jongeren gewerkt. Ik heb geleerd dat het niet altijd ingewikkeld hoeft, soms moet je de dingen gewoon meteen maken. Met de ervaring die ik nu op zak heb, zou ik het een volgende keer anders aanpakken, veel praktischer,

23


meteen doen. Je stemt je werkwijze af op de mensen waarmee je aan de slag gaat en ik weet nu beter wat effectief werkt met zo’n groep jongeren. T Bij een Modeatelier is aan het begin duidelijk dat er aan het eind een modeshow op een catwalk komt. Als bij de start van ons Woonatelier de vorm van de eindpresentatie duidelijk was geweest, hadden we onze opdrachten erop af kunnen stemmen, ernaar toe kunnen werken. Nu had het project een heel vrije vorm, waarmee ook wij middenin een experiment zaten. Y, AM Een aantal dingen van tevoren weten scheelt frictie, frustratie en vertraging. Je kunt best aan het begin zeggen: ‘Jongens, wat heel belangrijk is als je dit proces ingaat, is zus en zo’. Een goede voorbereiding is essentieel. En die verantwoordelijkheid ligt ook bij ons als ontwerpers. Als je tegen de jongeren zegt: ‘Hier heb je een ruimte, maak er maar wat van’, dan is dat veel te abstract. Wij als ontwerpers zijn gewend om al onze ideeën op niks te projecteren (lacht hardop), en dan denken we dat zij dat ook kunnen. Wij denken: Een oude caravan? O, daar kunnen we dit mee doen, en dat...’ Maar zij denken gewoon: O, een verrotte caravan. Wil je daar een treinboot van maken? Dat kan toch helemaal niet? Ik denk dat we vaker meteen met iets tastbaars op de proppen hadden moeten komen: een treinboot die echt kan varen, en daar een filmpje van maken en laten zien. T Hoewel het de vraag is of je ze daarmee overtuigt, want ze houden vooral van alles wat cool, shiny en MTV is. Het duurde even voor ze inzagen dat wat ze gingen maken niet... MTV zou worden (grijnst). Y, AM Of een project als dit ‘rendabel’ is geweest is moeilijk te zeggen. Het blijft een incident, met allemaal kleine momentopnames die tergend of juist fantastisch zijn. Maar wat wel zo is: de volgende keer dat deze jongeren aan een vergelijkbaar project meedoen weten ze: o ja, dit kan ertoe leiden dat ik in de krant kom. Dat er iets echt gedrukt wordt. Dat er een disco komt. Het vertrouwen in hun eigen kunnen en het vertrouwen in de mogelijkheden met zo’n project, dat is een geweldige basis.

24

Wie bouwt er nou een ei Sander Borsje (33) ontwerpt meubels en interieur onder de naam Splinters. Hij volgde een ontwerpopleiding aan het Hout- en Meubileringscollege. ‘Ik vind het wel mooi dat jullie nu bij mij stage komen lopen. Toch weer anders dan jullie klasgenoten: die gaan naar een tandarts of een advocaat.’ Iris Mayer (15) en Bob van Helden (15) zitten op het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam. ‘Bij Sander gaan we kijken hoe de ontwerppraktijk in het echt werkt.’ S Tijdens het Woonatelier is voor mij bevestigd dat ik graag met groepen werk. Je kijkt samen naar hoe je dingen aanpakt: nou, we kunnen het zo doen, maar we kunnen het ook zo doen. Kennis overbrengen vind ik ontzettend gaaf. Ik wilde vroeger leraar worden, en dat heb ik nog steeds. Ik ben wel blij dat ik het nog niet ben, want ik denk dat het veel leuker is als je een beetje grijs begint te worden (grinnikt). Leren is iets moois. Op school heb je allemaal stoffige leraren en leraressen die je iets proberen bij te brengen, iets wat misschien helemaal niet direct interessant is. Maar er zit altijd wel een leraar tussen die de dingen zó weet te vertellen dat je geboeid bent, dat je wil luisteren.

I We hebben het Woonatelier gedaan als maatschappelijke stage. We konden kiezen: kinderopvang, bejaarden verzorgen... (giechelt), dus dan is Pal West wel echt heel erg leuk. Hoewel ik denk dat ik het niet had gekozen als het geen maatschappelijke stage was geweest. Maar als ik halverwege Pal West had gehoord dat het niet als stage bruikbaar was, dan was ik er wel mee doorgegaan. Denken, ontwerpen, bouwen: ik ben erachter gekomen 25


dat ik het stiekem eigenlijk heel leuk vind. (lacht) B Tijdens zo’n project als dit kom je erachter dat je ideeën werkelijkheid kunnen worden. Nadenken over hoe dingen kunnen zijn doe je natuurlijk altijd. Als je dan ontdekt dat je het ook kan maken, dat is wel echt heel gaaf. En het samenwerken ging ontzettend goed. Nee echt, vóór Pal Penthouse kende ik Iris helemaal niet. We zaten naast elkaar met economie, maar dat was het dan ook. En nu gaan we samen stage lopen bij Sander1. I Hiervóór wilden we al iets met architectuur doen. Aan Islam vroeg ik of hij een creatief beroep zou kiezen. Toen keek hij me aan, zo van: ‘néé!’ (lacht zachtjes). Hij wil geloof ik vliegtuigtechnicus worden of zoiets. Of je het leuk vindt om iets uit te proberen of gekke dingen te maken hangt misschien ook wel af van de cultuur waarin je opgroeit. Dat hij meer is opgevoed zo van: hé, doe eens niet zo gek, dat doen andere mensen ook niet. Terwijl wij denken: Jaaa! Gekke dingen bouwen!’ Ik bedoel: wie bouwt er nou een ei2? (lacht). Als ik het vertelde zeiden mijn vrienden: ‘dat gaat toch nooit lukken.’ Tot de eindpresentatie. Ik had zelf ook nooit verwacht dat die stoel zo groot zou worden. B Dat is eigenlijk het leukste: dat je een heel simpel idee hebt dat als je het uitvoert heel bijzonder wordt omdat het groot is, of mooi.

1 Bij wijze van snuffelstage kijken en werken Bob en Iris begin 2011 een week lang mee in de werkplaats van Sander.

2 Bob en Iris bouwden tijdens het Woonatelier een enorme piepschuim hangstoel in de vorm van een ei.

zo’n project. Maar ook: het daadwerkelijk maken van meubels en objecten. Als ik nu jongeren van het Woonatelier tegenkom merk ik wel dat ze daar trots op zijn: ‘Dit heb ik gemaakt, dit heb ik bedacht’. We moeten eigenlijk een social design-supermarkt beginnen. (grinnikt)

B Ik dacht in het begin dat we het appartement zouden gaan inrichten en dat er iemand zou gaan wonen. Toen dat niet zo bleek te zijn vond ik dat ook prima. Die vrijheid beviel me wel. Maar dat kwam ook omdat Iris en ik met de eistoel bezig waren. Wij hebben binnen het Woonatelier helemaal ons eigen kader gesteld, ons eigen project bedacht. S Tegen een volgende groep ontwerpers zou ik zeggen: ‘Ga vooral meteen als een gek aan de slag’. Niet wachten, meteen doen. Dat. En dat krijg je voor elkaar door zooi te maken, door te zorgen dat er veel materiaal voor handen is om ze te prikkelen. Een mooi voorbeeld daarvan vind ik de tweedehands meubels. Die hebben we de jongeren laten slopen, om ze vervolgens in een andere samenstelling, als grote brokken prefab-lego, weer in elkaar te zetten. Zoiets spreekt tot de verbeelding. Daar kunnen ze wat mee. Bij dit soort projecten is het zaak om snel te denken, dán kun je grote stappen maken. Het inzicht komt later wel. De insteek is: aan de slag met het fenomeen ‘ontwerpen’. Daar kun je lang over nadenken, dan komt er uiteindelijk wat, en dan gaat het waarschijnlijk best goed. Je kunt ook meteen beginnen, fouten maken en weer opnieuw beginnen. Juist dan lukt het om te verdiepen. Ik denk dat je zo in korte tijd een grotere ontwikkeling voor elkaar krijgt.

S Bij het Woonatelier hebben veel jongeren dingen gezien die ze nooit eerder hebben gezien. Dingen die ze waarschijnlijk anders ook nooit zouden tegenkomen, of pas veel later. Ze hebben in elk geval allemaal een stapel kunstboeken doorgekeken en daarin hebben ze de meest uiteenlopende vormen en objecten gezien. Dat zet aan tot denken, dat inspireert: je beeld van hoe je omgeving in elkaar steekt verandert erdoor. Dat vind ik belangrijk aan

26

27


De gelukkigste dag ‘Supermooi, die hele theatrale heisa bij de eindshow. Toch had ik ook graag muurtjes gemetseld met Tugba.’ Letteke Klooster (40) studeerde beeldhouwen in Kampen en vervolgens architectonische vormgeving aan de Gerrit Rietveld Academie. Nu ontwerpt ze tentoonstellingen en interieur. Mattijs Arts (33) deed grafisch ontwerpen aan de Gerrit Rietveld Academie. Nu heeft hij zijn eigen ontwerpstudio Stoepkrijt Ontwerp en is vooral werkzaam in de culturele sector. L Vanuit mijn vakgebied ben ik vooral geïnteresseerd in hoe mensen een ruimte gebruiken. Hoe bewegen ze zich dagelijks door de stad, door hun huis? Niet de stoel, maar de manier waarop je erin gaat zitten maakt je huis tot wat het is. Tijdens het project heb ik met de jongeren onderzocht waar dat ‘m in zit. Wat is het ‘thuisgevoel’ nou precies. Ik hoop dat de jongeren hebben geleerd: als je iets wil, als je iets bedenkt, hoe raar ook, dan kun je het maken. Het zou mooi zijn als ze hebben ontdekt hoe leuk het is om hard te werken aan een piepschuimstoel, bijvoorbeeld. Dat ze denken: ha, dat kunnen we vaker doen. En daarbij is het vertrouwen belangrijker dan de technische kennis. M Dit was spannend. Het was een traject waarin alles mogelijk was. Dat is voor mij als grafisch vormgever interessant, omdat ik altijd met toegepaste dingen bezig ben. Het leuke is: je kunt sturen, maar je hoeft niet meteen concreet te worden. Dat vind ik veel interessanter dan ‘recht op je doel af’. Deze manier van werken haalt je uit je cocon: de denkwijze van de 28

jongeren is voor mij heel ad rem en verfrissend, het confronteert je met je eigen denkkader. Mij geeft dat energie. En omdat het een afgebakend traject is komt er op een gegeven moment een deadline, zo simpel is het. Dan moet je beuken, dan moet er gewerkt worden. Ik hou van dat moment. L Er waren wel veel ontwerpers voor het aantal kinderen, waardoor er ook veel kleine activiteiten ontstonden in plaats van één groot, duidelijk ‘bouwen aan’. De aandacht van de jongeren erbij houden, dat blijft lastig. Bij die caravan1 waren ze verbaasd dat we die echt gingen doorzagen. Dat hadden we vaker moeten doen: zorgen dat er iets geks staat op het moment dat ze binnenkomen. Dan zijn ze meteen wakker.

Het kost tijd om inzicht te krijgen in zo’n groep: pas na een poos weet je een beetje wat ze willen, wat ze kunnen, wie de echt geïnteresseerden zijn. Ik vond het erg goed werken om die jongeren mee te nemen naar de kunstmarkt en naar de sloopwoning2; je leert ze kennen en je verbreedt hun horizon. Het goede van de samenwerking tussen ontwerpers en jongeren vind ik: wij weten hoe je dingen kunt opzoeken en hoe je uitvogelt hoe je iets maakt. Daarbij kunnen we ze helpen, ook als zij komen met iets wat ze bezighoudt. In plaats van een project van tien weken zou ik zo’n jongere eigenlijk het liefst een jaar lang af en toe zien, en dan samen dingen doen en bekijken. Samen bezig zijn, daar gaat het om. Het Woonatelier is veel meer dan alleen maar bouwen. Het is essentieel dat ze vertrouwen krijgen in een ander, dat ze iets van zichzelf herkennen in die ander. Dan kom je de strikte scheiding in het wij en zij denken voorbij.

1 Een oude caravan werd bij wijze van boost voor het creatieve proces - ‘Dit kan dus ook’ - doorgezaagd. De onderkant pendelde tussen de werkplaats op de Notweg en de show in de appartementen. De bovenkant fungeerde als barretje.

2 De ontwerpers en jongeren bezochten Verwoest Huis, een installatie van kunstenares Marjan Teeuwen in de Piet Mondriaanstraat in Osdorp. Zij brak de wanden, plafonds, vloeren en huisraad zoals keukenkastjes uit een aantal sloopappartementen. Het puin stapelde ze zorgvuldig tegen de muren en ramen. Verder keken ze bij de Kunstmarkt op het Westergasterrein.

29


Ik ben tot de conclusie gekomen dat een idee alleen niet genoeg is. Je moet actief zoeken naar een manier om iets voor elkaar te krijgen, om ze bij het onderwerp te betrekken. Maar er waren een heleboel dingen die ècht werkten. Sander die gewoon groot ging bouwen met dat piepschuim, Het Kantoor3. We waren allemaal op zoek naar een manier om die kinderen te triggeren. Geslaagd of niet geslaagd? De eindpresentatie is in elk geval ruimschoots geslaagd. Het leuke was dat er toen een heleboel ouders waren die we niet hadden verwacht. En dat er iemand was die zei: ‘dit is de gelukkigste dag van mijn leven’. Toen bleek opeens dat ook veel van die stoere jongetjes toch thuis heel enthousiast hadden verteld over het Woonatelier. Eigenlijk is het natuurlijk altijd zo: pas als je klaar bent met iets, zie je wat je gemaakt hebt. Maar toch denk ik dat er in dit geval een betere balans moet zijn tussen het experiment, de vrijheid, en weten wat je moet en gaat doen.

M Ik vond het tof dat de jongeren op het eind toch ontzettend trots waren. Ze bedankten ons, er was een gevoel van saamhorigheid: dan is een project geslaagd. Jongeren zijn nou eenmaal geneigd de kat uit de boom te kijken. Op de excursie naar het Westerpark bijvoorbeeld, daar stond een mobiel huis waarmee de kunstenaar de hele wereld over ging. Het wilde er bij hen niet in dat dit huis orkaan-proof is, de wind zou het vast omver blazen en alles. (grinnikt) Eerst veel praatjes en stoerdoenerij dus, maar op de weg terug, in de auto, als ze niet meer met z’n allen zijn, dan komen ineens de vragen: waarom en hoe en wat. Je hoort ze dan bijna denken. Voor mij is dat het bewijs dat het werkt. 30

3 Het Kantoor ‘Onzin en Andere Zaken’ was een geïmproviseerde kantoorruimte waar jongeren in een bureaucratische setting, aan de hand van in te vullen formulieren, werden

Maken is een smeermiddel

ondervraagd. Een detour om informatie te verzamelen en ook om de jongeren aan het denken te zetten: ‘Wat sloeg ergens op?’ ‘Wat sloeg nergens op?’ ‘Welk land bestaat niet?’

Frederike Top (29) studeerde kunst en educatie aan de Hogeschool van Leeuwarden en daarna 3D design aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. ‘Ik was backstage bezig tijdens de eindshow. Superleuk, al die persoonlijkheidjes: Tugba die in volle ernst het licht bediende, Mostafa, die als een volleerd acteur op de meubels hing.’ Manon Juliëtte de Bruijn (35) studeerde 3D design aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. ‘Ja, tijdens de eindshow was het Móstafa die bepaalde wie er bij de boekenkast mocht. Alleen als het hem zinde mocht er ook wel eens iemand anders.’ M Wat het is met het Woonatelier: je bent met een grote groep en iedereen is zijn weg aan het vinden. Dát vind ik interessant. Ik werk veel alleen, en hoewel ik dingen voor andere mensen doe, is dat toch anders. Ik vind het wel humor: je werkt als ontwerper, dat is je baan, en je denkt dat iedereen dat wel kan: ontwerpen. Dan zie je die kinderen kloten, en denk je: nee... (grijnst) gelukkig, het is tòch een vak wat ik doe. Het proces was ontzettend leerzaam. Vanaf het allereerste begin was het wel zo dat ik erin zwom hoor, dat ‘geen grenzen’. Maar uiteindelijk is er toch van alles besloten en bepaald. En dat vind ik leuk. Er is veel vrijheid en samen zoek je naar wat je uiteindelijk wil doen. Ik zou zeker nog een keer mee willen doen met zoiets als het Woonatelier. Juist vanwege de ervaring die ik nu heb opgedaan. Natuurlijk komen er altijd onvoorziene hobbels op je pad, maar dat hoort er gewoon bij. Het wordt saai als het allemaal goed gaat. (lacht) We hebben ontzettend

31


veel geleerd. Je voelt nu eerder aan hoe je de dingen het beste kunt doen, dingen zouden zeker beter kunnen. Wij waren zó zoekende. Dan zaten de jongeren maar weer een beetje te tekenen. Je zou het project naar een hoger plan kunnen tillen: je kunt er véél meer vaart in brengen als je gerichter te werk gaat. Dan kun je de jongeren ècht inspireren. Nu dacht ik af en toe: wij zijn ook maar een stelletje stuntelaars. En dat vond ik tegenover de jongeren niet oké. Want - en ik denk dat mensen zich daar wel eens in vergissen - ze hebben het zo druk, weet je. De meeste kiezen er ook alleen maar voor omdat ze er punten voor kunnen halen. Dat was dan wel weer heel gaaf met die filmavonden1, dat ze dan echt door de barre kou kwamen. De gemiddelde jongere steekt één teen naar buiten en denkt: ik ga niet. Maar ze gingen wel. Dan denk ik: nou, dan is er toch wel wat gebeurd.

F Ik heb ontzettend veel geleerd. Je wordt simpelweg samen in het diepe gegooid. Ja, dat is frustrerend, maar het is ook leerzaam. Niemand wist precies hoe of wat, iedereen was op zoek. En uiteindelijk heb je dan opeens met z’n allen iets gemaakt. Op een bepaalde manier lukt dat altijd. Er komt wel iets. Terwijl ik heus wel een paar keer gedacht heb: ik weet niet of dit wat gaat worden. (grinnikt) Ik geloof dat iederéén dat wel een paar keer heeft gedacht. Maar als het op gang komt, dan is het goed. Of het dan ontwerp-technisch zo geweldig wordt vind ik niet eens zo belangrijk, voor mij gaat het erom dat de jongeren in aanraking komen met kunst, dat ze kunnen proeven wat creativiteit überhaupt is. Maar dat is nog best lastig. Ik bedoel: handvaardigheidles zoals ze die op school krijgen, dat ligt hier honderd kilometer vanaf. En dan moeten ze opeens ‘iets bedenken’. Als je een leeg vel papier voor iemands’ neus legt, dan raken negen van de tien kinderen in

32

1 Na afloop van Pal Penthouse is vier keer een filmavond georganiseerd in het Zwartement; Cinema Zwartement.

2 Eén van de appartementen was verbouwd tot ‘kijkdoos’. Tijdens de eindshow (met licht, muziek en een verrijdbare tribune) kwamen hier op een levensgrote draaischijf alle gemaakte meubels voorbij, met de jongeren als model erin.

paniek: een leeg vel papier? O, kut, ik kan álles doen. M Wij wisten ook niet wat we deden en dat zíen ze. Dus ja, dat is ruim baan geven aan, nou ja, geklooi natuurlijk. Ik bedoel: hoe oud zijn die kinderen? Daar moet je je heel bewust van zijn. Het sluit niet aan om hen die enorme vrijheid te geven, het sluit niet aan om te zeggen: ‘doe maar wat’. Je moet heel scherp inschatten wat ze aankunnen en wat niet. F Het is zoeken naar een ingang. Door te experimenteren kom je op ideeën, daarom had ik touw meegenomen om gekke figuren te maken. Vanuit de abstracte vormen die we maakten met het touw ontstond het idee om een touwstoel te maken. Dán heb je iets voor elkaar gekregen: je bent met niks begonnen, bosjes touw en tape, en uiteindelijk hebben die kids iets gemaakt waar ze normaal nooit op zouden komen.

Enthousiasme, spontaniteit: dat is het halve werk volgens mij, juist voor die kinderen. Uiteindelijk vind ik ook dat we iets heel tofs hebben neergezet: zo’n gek ding2: een doodgewoon appartement ergens midden in Osdorp waar opeens een tribune en een hoogwerker aan vastgeplakt zitten en waar gekleurde lichten en geluid uit komen. De jongeren waren tijdens de presentatie zelf ook ontzettend verrast en verbaasd: ‘Zijn er mensen? O, er zijn écht mensen!’ Je had dat hoofd van Tugba moeten zien. (lacht) De momenten dat ik één op één contact had, en daar was door de kleine groep ook alle gelegenheid voor, heb ik heel erg gewaardeerd. De volgende keer dat je iemand zag had je meteen een betere band. Diegene kénde je, vertrouwde je. En dus kon je ook meer bereiken. M Je kunt het ook zo aanpakken dat je opnieuw begint, en dat je bijvoorbeeld die drie enthousiaste meiden een belangrijke taak geeft binnen dat vervolg, zodat zij ook weer kunnen groeien in hun rol. In feite wil je bij zo’n kort project gewoon lekker samen bezig zijn. Want ontwerpen en maken, dat is een smeermiddel voor het sociale gebeuren, voor de ontmoeting met totaal andere mensen dan jijzelf.

33


Iedereen keek naar ons Kübra Sahin (16) zit op het Caland Lyceum. Haar zwarte hoofddoek zit altijd perfect; het Woonatelier was het enige moment dat die hoofddoek onder piepschuimkorrels en zaagsel zat. Ooit won Kübra een tekenwedstrijd, maar afgezien daarvan was het Woonatelier haar eerste ervaring met het ontwerperschap. Thomas van Huut (21) studeert journalistiek aan de Hogeschool van Utrecht. Hij liep stage bij de Volkskrant. Hier op het Woonatelier zat hij opeens tussen de Acryllic One1 en de zestienjarigen om verslag uit te brengen. T Het Woonatelier was: we zien wel wat er gebeurt. Die benadering was nieuw voor mij, ik heb gezien dat het blijkbaar ook zó kan. Toch vraag ik me af of het voor de jongeren de beste manier was. Natuurlijk: ze hebben leuke middagen gehad, ze hebben dingen gedaan, gezien, gebouwd, die ze anders niet gedaan, gezien of gebouwd hadden. Maar er werd ook veel geklooid en gehangen. Dat kan beter. Aan de andere kant moet je ook niet te streng zijn. Op een gegeven moment moesten twee jongens schetsen maken voor hun houten meubel. Terwijl ze eigenlijk al veel schetsen in de ruimte hadden gemaakt door dat ding gewoon zo of zo te houden. En ik vind, nou ja, dat moet je óók goedkeuren. Dat is óók een schets. Ze denken erover na, en dat is precies wat je wil bereiken. Je wil dat ze de mogelijkheden nagaan, dat ze nadenken voor ze iets uitvoeren. Bij zo’n project als dit moet er naar mijn idee in eerste instantie een kader zijn: een basis aan activiteiten, een soort vangnet eigenlijk, zodat je kunt beginnen. Om daar dan vervolgens ook weer in alle vrijheid vanaf te 34

kunnen stappen. Je moet zorgen dat de jongeren het serieus nemen, maar níet door ze dan opeens tekeningetjes te laten maken. Want moeten, op school moeten ze al genoeg. Dit project loopt buiten school. Het heeft een andere insteek en andere spelregels. Je wilt ze enthousiasmeren, je wilt ze de vrijheid geven, maar zonder dat ze onder de tafel chips gaan liggen eten. K Soms was het onduidelijk wat de bedoeling was. Dan moesten we er zijn om precies twee uur, maar dan was er uiteindelijk toch nog niet echt iets te doen. Dan blijf ik liever thuis (lacht voorzichtig). Maar los daarvan; iedereen kwam iets maken en dat was ontzettend leuk, ook al was er geen duidelijk doel.

1. Acrylic One is een milieuen gebruiksvriendelijk alternatief voor epoxy. Tijdens het Woonatelier werd dit gebruikt om meubels van piepschuim te coaten.

T Ervaring zoals wij die nu hebben opgedaan is een absolute pré. Dan weet je waar je teugels kunt laten vieren en wanneer je moet zeggen: ‘Wacht even jongens, nu gaan we toch echt...’ Bovendien, als je zelf wat beter voor ogen hebt wat je einddoel is heb je automatisch meer gezag. Want wij wisten het nu ook niet, wij stonden ook af en toe met onze handen in het haar. En dat hadden ze door, dat weet ik zeker. K Door het Woonatelier ben ik breder gaan denken. Ik zou normaal gesproken bijvoorbeeld geen stoel van touw maken, maar tijdens zo’n project zie je dat je ook dingen kunt maken met andere materialen dan gebruikelijk. Als er nog een keer zo’n project voorbijkomt zou ik zeker meedoen. Ik vond het allemaal heel leuk bij het Woonatelier en het was ook gezellig. Als ik zelf een thema mag bepalen voor een vervolgproject dan kies ik voor fotografie. Ik doe daar nu bijna niets mee, maar het lijkt me wel interessant om foto’s te maken, daar wil ik graag meer over weten. T Het leuke daarvan is dat je een skill leert. En ieder-

35


een heeft een camera: fotograferen kan overal en altijd. Aan de andere kant is het juist zo goed aan het Woonatelier dat je iets doet wat je thuis nooit zou doen. K Dat is ook wat ik bedoel met breder denken: je ziet dingen die je thuis niet om je heen hebt zoals piepschuim en grote caravans die doorgezaagd worden... (glimlacht) Het verschil is dat je op school veel moet leren, ook dingen waar je niet zelf voor gekozen hebt. Bij dit project is het anders: hier kun je doen wat je wil, hier kun je bedenken en maken wat je zèlf leuk lijkt. Als dit mijn school was, zou ik met veel plezier gaan. Misschien kan het Woonatelier in plaats van wiskunde?

Tijdens de eindshow was ik verantwoordelijk voor het licht. Superspannend. Er kwamen steeds meer mensen en de show begon opnieuw en opnieuw, en werd beter en beter. Mijn moeder kwam kijken met mijn tante en mijn zusje. Ik heb ze telkens verteld wat ik deed en wat ik maakte bij het Woonatelier, maar ze vonden het natuurlijk ontzettend leuk om de show, het eindresultaat, te zien. Ze hebben in die halve caravan gereden. ‘Iedereen keek naar ons’, zeiden ze. Ik heb dit niet als stage gedaan maar gewoon, voor mezelf. Dat maakt ook verschil. Als je stage loopt denk je: ik moet gaan. Voor de punten. Ik hoefde niet te gaan, maar ik ging gewoon. Ik weet nog niet precies wat ik ga studeren, ik vind het lastig om nu al over mijn toekomst te beslissen. Maar: misschien wil ik binnenhuisarchitect worden, dit is namelijk iets wat me echt interesseert.

36

Heb jij dat gemaakt? Sara Laïmouni (15) en Jonathan Cardoso (15) zitten allebei op het Nova College. ‘Jij bent kapot gek, jij!’ Sara laat geen kans voorbij gaan om Jonathan uit te dagen. Jonathan gaat daar heel rustig op in en weet Sara juist op die manier weer op de kast te krijgen. Maar iedereen kan zien dat dit plagen pure liefde is. S Ik vond het Woonatelier interessanter dan andere stages waar ik voor kon kiezen; hier kun je echt zelf iets bedenken. Samen met Amina heb ik een bank gemaakt. We zitten in dezelfde klas, ik heb er bewust voor gekozen om met haar samen te werken want we denken op dezelfde manier. Met Mostafa heb ik ook samengewerkt in het Zwartement1. Ik kende hem niet voor het Woonatelier maar spreek hem nog steeds via Facebook en op MSN. Het belangrijkst bij samenwerken is dat je iemand vindt met wie je goed overweg kunt en dat je elkaar de ruimte geeft om mee te denken. Als iemand de baas speelt, werkt het niet. Bij het Woonatelier heb ik geleerd om naar elkaars ideeën te luisteren en anderen te helpen met je eigen ideeën. Met de ontwerpers kon ik goed overweg, vooral met

1. Eén van de appartementen was verbouwd tot ‘kijkdoos’. Tijdens de eindshow (met licht, muziek en een verrijdbare tribune) kwamen hier op een levensgrote draaischijf alle gemaakte meubels voorbij.

37


de ontwerpers die niet al te serieus deden. Té goed is ook niet goed. (brede glimlach) Juist bij zo’n project als het Woonatelier moet er lol gemaakt kunnen worden. Dan ben ik gemotiveerd, dan krijg ik zin om mee te doen. Hoewel het voor de jongens misschien wél goed is als de begeleiding wat strenger is, anders gebeurt er niks. (lacht) Ik bedoel, iemand zoals Miro, die babbelt teveel, die heeft echt een grote mond. J Ja, in zo’n geval moet je wel streng zijn. Het beste is het om die aan zijn stoel vast te maken, met een stevig stuk plakband over zijn mond. (grijnst) S Het fijnst vond ik het contact met de ontwerpers die tijd voor me namen en naar me luisterden. Dat vind ik eigenlijk nog belangrijker dan het eindresultaat; dat je goed met mensen kunt praten en dat daar ook ruimte voor is. J Met sommige ontwerpers had ik aan het eind echt een band opgebouwd; met Manon bijvoorbeeld, omdat ze Portugees sprak, en met jullie omdat we samenwerkten aan het Zwartement. En omdat het klikte natuurlijk. Dat heb je altijd: met de één klikt het, met de ander niet. Van de jongeren heb ik met iedereen wel een keer samengewerkt. Ook met Bob, die het grootste deel van de tijd toch samen met Iris aan het ei werkte. Dat samenwerken ging goed, alleen met Mostafa ging het even lastig; hij had al precíes bedacht hoe alles zou worden, toen moest er nog wel even overlegd worden. Ook al vond ik zijn ideeën goed hoor. Alles wordt leuker als je het samen doet met iemand die ongeveer net zo denkt als jij. Als het je lukt om zonder geruzie samen iets voor elkaar te krijgen, bedoel ik.

bedoeling is. Omdat we het al een keer mee hebben gemaakt zijn we voorbereid en weten we wat de regels zijn en waar we de vrijheid hebben. Aan het begin was ik nieuwsgierig en had ik zin om iets te maken, te verven, te doen. Ik wou echt wel, maar toen ik naar de Notweg kwam was het niet precies zoals ik verwacht had. Toch besloot ik te blijven omdat het als stage telde. En toen, beetje bij beetje, werd het steeds leuker. Na een maand had ik genoeg punten voor mijn stage, maar ik ben toch gebleven omdat ik het tegen die tijd gewoon heel leuk vond. Van mij mag een volgend atelier op een ander tijdstip: zo na school, als je er al een lange dag op hebt zitten, dan ben je moe en is het lastig om je te concentreren. Maar als jullie me zouden bellen voor een volgend atelier zou ik zeker meedoen. Mijn moeder was ongelofelijk onder de indruk bij de eindshow, ze vroeg: ‘Heb jíj dat gemaakt?’ Ik kneusde die avond trouwens mijn enkel, waardoor ik niet naar de einddisco in het Zwartement kon. Daar baalde ik ontzettend van want daar had ik me zo op verheugd.

Het verschil tussen school en het Woonatelier is vrijheid: op school word je al snel teruggefloten als je even om je heen kijkt. Tijdens het Woonatelier hoef je niet op je plek te blijven: je kunt rondlopen, met mensen praten. Ik ben gemotiveerder als ik die vrijheid krijg. Ik had me voorgenomen: ik ga gewoon kijken en als ik het leuk vind, dan blijf ik. Als ik het niet leuk vind, dan... doei! En toen bleef ik. Want ik vond het leuk, al bij de eerste opdrachten. En langzamerhand werd het leuker en leuker. Aan het begin wist ik helemaal niet wat ik kon verwachten, we hadden alleen die foto van een kaal appartement. Geen idee wat de bedoeling was, maar ik was wel nieuwsgierig. Als er nog een atelier zou komen zou ik graag iets heel bijzonders maken, iets wat niemand maakt. Dat hebben we nu natuurlijk ook wel gedaan, maar het mag nóg gekker van mij. S Ik denk dat we bij een volgend atelier al beter zouden weten wat de 38

39


Colofon Het Pal West Woonatelier is een project van Stichting Pal West Modeatelier, een initiatief van Young Designers & Industry (YD+I) en Woningcorporatie Ymere. Het project kwam tot stand dankzij financiële bijdragen van Ymere, Stichting DOEN, Fonds voor Cultuurparticipatie, Koers Nieuw West/DMO Amsterdam en Stadsdeel Nieuw West Amsterdam. De projectlocaties zijn beschikbaar gesteld door Ymere. www.palwest.net Projectleiding: YD+I (www.ydi.nl); Peik Suyling en Dennis Lohuis Productieleiding: Maike van Eijndthoven (Puck Producties)

Ontwerpteam: Mattijs Arts, Sander Borsje, Manon Juliëtte de Bruijn, Thomas van Huut, Anika Ohlerich, Letteke Klooster Anne Marijn Koppen, Twan Mul, Frederike Top en Yuri Veerman

Jongeren: Kübra Aslan, Jonathan Cardoso, Nesat Gül, Bob van Helden, Miro Khajavi, Celeste Klimamas, Sara Laïmouni Islam Lakehal, Achraf Lakhsim, Amina Lakhsim, Mostafa Lodien Aisha Mahmoud, Iris Mayer, Kübra Sahin en Tugba Sonmez

Met dank aan: Joost Conijn, Titia Daniels, Mark de Graaf, Sjoerd Knibbeler, Karen de Moor, Laura Reiman, Isabelle Scholtemijer en het Pal West Productieatelier Ontwerp en interviews: Anne Marijn Koppen en Yuri Veerman Redactie interviews: Anne Marijn Koppen en Yuri Veerman, YD+I en Mariëtte Wijne Fotografie: Het ontwerpteam, Tomek Whitfield (pag. 18 en 19 boven, pag. 21), Laurence Harms (pag. 20) Quote cover: Mostafa Lodien Druk: SSP; Barry en zijn team April 2011

40


Publicatie Pal Penthouse  

Eindpublicatie van het project Pal Penthouse, Pal West Woonatelier 2010

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you