Page 1

Informatieboekje OPGM |

OriĂŤnterende Propedeuse Gedrag en Maatschappij Informatieboekje 2010 - 2011

1


Colofon Hogeschool Rotterdam Instituut Sociale Opleidingen Museumpark 40 3015 CX Rotterdam ISO frontoffice (derde etage laagbouw) Telefoon: 010 – 794 43 70 / 794 43 41 E-mail: ISO-frontoffice@hro.nl Openingstijden: Maandag t/m donderdag van 08.00 –20.00 uur Vrijdag van 08.00 – 17.00 uur Oriënterende Propedeuse Gedrag en Maatschappij Opleidingsmanager Peter Canrinus Coördinator OPGM Kitt Bosman Studieloopbaancoaches Wilma Visser Harry Manders Hilde Koops Ruud Groenewoud Astrid Delleman Studievoorlichting MH0.0112 Telefoon: 010 – 794 44 00 E-mail: studievoorlichting@hro.nl

| 2

Studenten Service Center (SSC) Voor vragen over inschrijven, uitschrijven en collegegelden en Studielink. Telefoon: 010 – 794 42 00 Balie: tweede etage Hoogbouw Museumpark Kamer MH 02.212 E-mail: studentregistratie@hro.nl Website www.hogeschoolrotterdam.nl http://hint.hro.nl Hogeschool Rotterdam Services Bureau Keuzeonderwijs MH 10.139 Voor vragen over keuzeonderwijs Telefoon: 010 – 794 45 22 E-mail: keuzeonderwijs@hro.nl Website: www.keuzeonderwijs.hro.nl International Office KZ Voor alle vragen over internationaal studeren en stage Telefoon: 010 – 453 60 05 E-mail: international-office@hro.nl Via Hint: International Office Decanaat Voor alle vragen aan de decanen Via Hint: Studentendecanaat


Informatieboekje OPGM | 3

Voorwoord Graag heten we je van harte welkom bij de Oriënterende Propedeuse Gedrag en Maatschappij (OPGM). In deze opleiding bieden we je de mogelijkheid je te oriënteren op de opleidingen Culturele en Maatschappelijke Vorming, Maatschappelijk Werk en Dienstverlening, Pedagogiek en Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Alle vier opleidingen richten zich op het werken met mensen; opleidingen met een sociaal agogisch aspect. Door informatie en oriëntatie zal je een beter beeld krijgen van de vier verschillende opleidingen. Informatie die bedoeld is om je uiteindelijke keuze voor één van deze opleidingen te bepalen, maar die ook nuttig is in de loop van je verdere (studie) loopbaan. Naast lessen en trainingen van verschillende docenten vanuit de diverse opleidingen, betrekt de OPGM ook de studieloopbaancoaches uit de opleidingen waar jij als student later kan instromen. Samen met hen maak je de keuze voor je vervolgopleiding en je toekomstig beroep. Naast de informatie van je studieloopbaancoaches en de docenten krijg je ook informatie van oud-OPGM-studenten en peercoaches die ooit hetzelfde traject liepen als jij nu loopt. De ervaring is dat 98% van de studenten er in slaagt om binnen dit jaar een wel overwogen en beargumenteerde keuze te maken voor één van de vier opleidingen. Wij gaan er van uit dat ook jij hier dit jaar, met behulp van het studieprogramma, je studieloopbaancoach, je medestudenten en peercoaches, succesvol in zal zijn.

Wij wensen je veel succes en veel plezier binnen ons propedeutisch jaar.

Rob Elgershuizen, directeur ISO Eric Bezemer, directielid ISO Peter Canrinus, opleidingsmanager OPGM Kitt Bosman, coördinator OPGM


| 4

Inhoudsopgave Colofon Voorwoord Inhoudsopgave

2 3 4

1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Inleiding Hogeschoolgids Informatieboekje Hint Cursusomschrijvingen

6 6 6 7 7

2. 2.1. 2.2. 2.3.

Organisatorische zaken Lestijden Jaarrooster Communicatie ISO

8 8 8 8

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.

Studiebegeleiding Studieloopbaancoach Studentendecaan Studentzaken Peercoach Studeren met een beperking

4. Missie en bekwaamheden 4.1. Missie 4.2. Bekwaamheden

12 12 12 13 14 14 16 16 17


Informatieboekje OPGM | 5

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6.

Programma Propedeuseprogramma Cursusbeschrijving Bijspijker- en keuzeonderwijs Stage Compensatie en kernvakken Bindend studieadvies

20 21 26 26 27 27 29

6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5.

Overige onderwijsinformatie Tentamens en examens Aanvragen vrijstellingen ISO klachtenwegwijzer Fraude en Plagiaat Kosten van leermiddelen

30 30 31 31 32 33

Bijlagen Bijlage I: Jaarrooster Bijlage II: E-mailadressen docenten

34 34 37


Inleiding | 6

1.

Inleiding

1.1.

Hogeschoolgids

In november 2007 is door het College van Bestuur besloten het studentenstatuut, de studiegids en de Onderwijs Examen Regeling vast te leggen in een overzichtelijk document: de Hogeschoolgids. In de Hogeschoolgids staan alle rechten en plichten conform de WHW (Wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs) opgenomen, welke betrekking hebben op een student. Dit betekent dat het studentenstatuut, studiegids en Onderwijs Examenregeling als aparte documenten zijn komen te vervallen dan wel zijn opgenomen in de Hogeschoolgids voor zover de wet dat vereist. De Hogeschoolgids komt dus in plaats van deze drie genoemde documenten en bevat alle regelingen conform de WHW. Hoofdstuk 10 en 11 van de Hogeschoolgids bevat opleidingsspecifieke informatie over ISO-brede bepalingen en over de afzonderlijke opleidingen binnen het ISO. De Hogeschoolgids kun je vinden op het intranet van de hogeschool ‘Hint’ onder ‘mijn gegevens’.

1.2. Informatieboekje De Hogeschoolgids is een juridisch en lijvig document. De gemiddelde student zal zonder problemen door de studie stromen en zal daarom geen behoefte hebben om de uitgebreide Hogeschoolgids te raadplegen.


De directie van het ISO heeft daarom besloten de studenten naast de Hogeschoolgids op praktische wijze via dit boekje te informeren over het te volgen curriculum en enkele andere belangrijke onderwerpen. Mocht je in een enkel geval als student wel op je rechten willen teruggrijpen dan kan geen rechten ontlenen aan dit informatieboekje en dien je de Hogeschoolgids te raadplegen.

1.3. Hint Je kan alle relevante informatie over je opleiding en de organisatie ervan vinden op Hint, het intranet van de Hogeschool. Verder is op Hint veel hogeschoolbrede informatie te lezen, bijvoorbeeld over inschrijving, uitschrijving, decanaat. Het is aan te raden, ook als het niet echt nodig is, een aantal keren grondig over het intranet te “surfen”.

1.4. Cursusomschrijvingen De cursusomschrijvingen (informatie over doel, inhoud, toetsing van de cursussen in de curriculumschema’s) kun je raadplegen via Osiris Student.

Informatieboekje OPGM | 7


Organisatorische zaken | 8

2.

Organisatorische zaken

2.1. Lestijden Er bestaan 14 roosterblokken. Het eerste lesblok begint om 8.30 uur en het laatste eindigt om 22.20 uur. Op vrijdag eindigt het laatste lesblok om 17.20 uur. Een lesuur bestaat uit 50 minuten. Voltijdon足derwijs wordt in eerste instantie overdag aan足geboden. Voltijd eerste en tweede jaarsstudenten worden uiterlijk tot 18.20 uur ingeroosterd. Hogerejaars kunnen eenmaal per week tot 20.20 uur worden ingeroosterd. In weken waarin veel toetsen worden georganiseerd kan incidenteel van ge足noemde lestijden worden afgeweken. Dit geldt in het bijzonder voor herkansingen en voor reguliere toetsen aan het einde van het schooljaar.

2.2. Jaarrooster Het jaarrooster van de Hogeschool is te vinden (bijlage I) in dit informatieboekje en op HINT.

2.3. Communicatie ISO Hieronder vind je een overzicht van de interne communicatiemiddelen en hoe je deze kunt gebruiken.

Contact Bij vragen of problemen is je eerste aanspreekpunt natuurlijk het frontoffice van het Bedrijfsbureau ISO op het informatieplein van de derde verdieping. Betreffende medewerkers kunnen je helpen of doorverwijzen.


Lichtkrant Actuele mededelingen voor studenten worden gemeld op de monitoren en mededelingenborden in de hal van de school op de begane grond en op het informatieplein van de derde verdieping. Daarbij zie je deze ook op je persoonlijke startpagina.

E-mail Je hebt een eigen hogeschool e-mailaccount (studentnummer@student.hro.nl). Het is verplicht je e-mail regelmatig te lezen. Via de e-mail worden berichten verspreid over allerlei belangrijke zaken vanuit de opleiding. Ook kun je docenten mailen. De mailadressen van docenten staan achter in het boekje in bijlage II. N.B. Je kunt deze e-mail ook automatisch laten doorsturen naar je eigen e-mailadres, zodat je zeker weet dat je de informatie binnenkrijgt.

Brieven per post Informatie kan ook per brief naar je huis verzonden worden. Dit betreft meestal serieuze informatie met betrekking tot je studieresultaten. De post wordt verzonden naar het adres dat je bij inschrijving voor je studie hebt opgegeven. Adreswijzigingen dien je per ommegaande door te geven via studielink aan het Studenten Service Center. Dit kan via Hint, dan wel via een vanuit je Hogeschoolmail gestuurde email.

Eigen postmap Voor elke student is een postmap gemaakt. Deze kun je vinden in kasten op het informatieplein. Hierin wordt informatie verspreid die voor jou persoonlijk van belang is. Tevens mag

Informatieboekje OPGM | 9

je deze postmappen gebruiken om je studiegenoten iets mee te delen. Kijk hier dus regelmatig in.

Postvakken medewerkers Op de gang van de derde verdieping vind je ook de postvakken voor de medewerkers van het instituut. Mocht je zaken hebben van dusdanige omvang dat ze niet in het postvak passen, dan kun je dit het beste direct bij de docent inleveren.

Hint Hint is het intranet van de Hogeschool Rotterdam. Hier kun je informatie vinden over de algemene organisatie van de hogeschool, maar ook instituutsinformatie die direct verband houdt met je eigen studie, bijvoorbeeld: boekenlijsten, (toets) roosters, formulieren, informatie van BEB en Studentzaken. Bij het openen van hint kom je eerst terecht op je persoonlijke startpagina. Met behulp van widgets kun je jouw startpagina inrichten. Als je abonnement aanklikt op je startpagina krijg je de informatie specifiek voor jouw opleiding.

N@tschool N@tschool is de elektronische leeromgeving van Hogeschool Rotterdam. In deze omgeving kun je onderwijsmateriaal vinden en onderneem je studie-activiteiten. De meest gebruikte onderdelen van N@tschool zijn de Studieroutes, de Projectomgeving en het Portfolio. Ook de studiehandleidingen kun je op N@tschool vinden. In de introductieweek krijg je via je mail nadere informatie over het gebruik van N@tschool.


Studieroutes In een studieroute kan jouw opleiding of individuele docent onderwijsmateriaal en/of informatie aanbieden. Dit zijn bijvoorbeeld: de modulehandleiding, opdrachten die je kunt downloaden en weer in N@tschool digitaal inlevert, een weekschema, maar ook een complete studiehandleiding die je kunt printen of downloaden. Je hebt bij bepaalde modulen als student de mogelijkheid om in een studieroute deel te nemen aan een forum. Projectomgeving Je zult tijdens je studie regelmatig in groepen moeten samenwerken. De projectomgeving kan dit faciliteren. Je krijgt met je groep een afgeschermde omgeving waarin je onderling documenten kunt uitwisselen, becommentariëren en discussies kunt voeren. Portfolio Tijdens je hele studie krijg je begeleiding van een studieloopbaancoach. In het begin is deze begeleiding intensiever dan tegen het eind van je studie. In je digitale portfolio verzamel je studieproducten waarin je je coach of anderen inzage in kunt geven. Zo weet je coach wat jij aan het doen bent en kunnen jullie samen gericht aan een ontwikkelingsplan werken.

Organisatorische zaken | 10

Op die manier bestaat er ook een omgeving voor docenten, voor studieloopbaancoaches en voor de backoffice. Met OSIRIS Student kun je je cijfers raadplegen, je studievoortgangoverzicht inzien en volgen welke notities en afspraken er gemaakt zijn met je studieloopbaancoach, studentzaken of decaan. Bepaalde functionaliteiten zijn nog in ontwikkeling, maar uiteraard word je op de hoogte gebracht zodra er iets nieuws is te melden. Om je een handje te helpen bij het gebruik van OSIRIS Student vind je een handleiding op Hint. Deze handleiding helpt je stap voor stap bij het gebruik van OSIRIS.

Profielen Het magazine Profielen is het onafhankelijke informatieen opinieblad van Hogeschool Rotterdam en verschijnt tienmaal per jaar. Het blad volgt, beschrijft en analyseert gebeurtenissen en ontwikkelingen binnen de hogeschool en daarbuiten, die voor studenten en medewerkers van belang zijn. Op alle locaties van de hogeschool staan folderrekken waaruit je Profielen gratis kunt meenemen. Profielen is ook digitaal te vinden op http://profielen.hro.nl en tegen betaling van portokosten kun je het blad thuisgestuurd krijgen.

OSIRIS

Nieuwsbrief

Vanaf 1 november 2007 maakt Hogeschool Rotterdam gebruik van OSIRIS als studentregistratiesysteem. Dit pakket ondersteunt instituten bij het vormgeven en inrichten van studentvolgprocessen. OSIRIS Student is de ‘studenttoegangspoort’ van het registratiesysteem OSIRIS dat door Hogeschool Rotterdam wordt gebruikt.

Een aantal keer per jaar geeft de opleiding een digitale nieuwsbrief uit met daarin alle actuele belangrijke of interessante informatie.


Informatieboekje OPGM | 11


Studiebegeleiding | 12

3.

Studiebegeleiding

3.1.

Studieloopbaancoach

Alle studenten worden ingedeeld in een basisgroep. Deze basisgroep is gekoppeld aan een studieloopbaancoach (SLC). Met deze studieloopbaancoach zul je gedurende het jaar regelmatig gesprekken voeren. In die gesprekken staat de studievoortgang centraal. Jouw voortgang volgt de studieloopbaancoach middels je studieresultaten die hij/zij kan vinden op Osiris. Daarnaast zal er binnen studieloopbaancoaching gesproken worden over je studiehouding, motivatie, studievaardigheden en studiekeuze. Hierbij wordt o.a. stilgestaan bij de keuzevakken en het bepalen van eventuele deficiĂŤnties. Ook zijn de studieloopbaancoach en je basisgroep je thuisbasis binnen de Hogeschool. Dit is de plek waar je alle vragen die je hebt naar aanleiding van het volgen van onderwijs in eerste instantie kan stellen. Daar kan ook gesproken worden over een mogelijke doorverwijzing naar de studentendecaan, Studentzaken of peercoaching.

3.2. Studentendecaan De studentendecaan is degene die alles weet over de studiefinanciering en hogeschoolbrede voorzieningen. Ook kan de decaan ondersteuning bieden bij psycho-sociale problematiek of studeren met een functiebeperking. De decaan zal altijd met een student in gesprek gaan. Hiervoor kun je per mail een afspraak maken (AfspraakDecaanMU@hro.nl) of gebruik maken van het inloopspreekuur.


Wanneer de problemen structureel en/of ernstig van aard zijn, zal de studentendecaan de student een advies meegeven voor Studentzaken om een onderwijsovereenkomst op te stellen. Het decanaat en Studentzaken overleggen eenmaal per kwartaal met elkaar om de gang van zaken rondom studenten met bijzondere omstandigheden te bespreken. Ook is de studentendecaan behulpzaam bij beroepskeuze-, financiële en huisvestingsproblemen.

3.3. Studentzaken Bij Studentzaken kun je zonder afspraak (van maandag t/m donderdag van 10.00-12.00 uur en van 14.00-16.00 uur) binnenlopen met vragen. Buiten deze tijden kun je op alle werkdagen via de mail een afspraak maken met een van de coördinatoren Studentzaken. Je kunt bij de coördinatoren Studentzaken terecht met de volgende vragen: • bij onduidelijkheden over de studie die niet opgelost kunnen worden door de studieloopbaancoach; • bij vertraging of versnelling van de studie; • als je wilt overstappen naar een andere opleiding; • als er een onderwijsovereenkomst moet worden opgesteld in verband met studeren met een functiebeperking; • als je klachten hebt (zie klachtenregeling Hogeschoolgids); • indien je door omstandigheden niet kunt deelnemen aan een toets; • indien je aan een programma van een andere groep wilt deelnemen.

Informatieboekje OPGM | 13

na gesprek met een decaan om het advies in een onderwijs- of individuele regeling te bestendigen (n.b. niet elk advies van de decaan kan worden ingewilligd).

Bij Studentzaken kennen we onderstaande bezetting en taakverdeling. Coördinatoren Studentzaken: Kitt Bosman maandag t/m vrijdag propedeuse Voor studenten OPGM/CMV/MWD Pedagogiek (voltijd en deeltijd) E-mail: k.bosman@hro.nl, tst. 5340

(propedeuse)

Linette van Hulst maandag, dinsdagochtend, woensdag t/m vrijdag Voor studenten SPH (propedeuse en hoofdfase) E-mail: l.van.hulst@hro.nl, tst. 4368 Sylke Kocken-Kramer dinsdag en donderdag Voor studenten CMV en MWD (hoofdfase) E-mail: s.kocken-kramer@hro.nl, tst. 4391 Astrid van Trigt maandag, dinsdag , donderdag en vrijdag Voor studenten Pedagogiek (hoofdfase) E-mail: a.j.c.m.gommers-van.trigt@hro.nl, tst. 4279

en


Logistiek medewerkers Studentzaken: (voor tussentijds aanvragen van propedeuse/diploma) Snezana Darabasic (SPH) aanwezig: maandag t/m vrijdag tst. 5103 Eugenie de Bode-Loos (Pedagogiek) aanwezig: maandag t/m donderdag tst. 5103 Helga Schop-Lans (MWD en CMV) aanwezig: maandag, dinsdag, donderdag tst. 5339 Wanneer je een specifieke vraag hebt omtrent het werkterrein van één coördinator, kan dit soms overgenomen worden door een collega of de vraag wordt doorgestuurd naar de desbetreffende verantwoordelijke coördinator.

3.4. Peercoach Binnen alle opleidingen kunnen studenten een beroep doen op peercoaches. Dit zijn studenten uit een hoger jaar die je kunnen ondersteunen bij je studie. Het kan gaan om inhoudelijk vragen rondom een bepaalde cursus (tutoring) maar ze kunnen ook een luisterend oor bij problemen zijn of je wegwijs maken binnen Hogeschool Rotterdam (mentoring). Peercoaching is ingeroosterd; dit maakt het mogelijk om op gezette tijden een peercoach te bezoeken.

Studiebegeleiding | 14

3.5. Studeren met een beperking Hogeschool Rotterdam vindt het belangrijk dat studenten met een functiebeperking, zonder (al te veel) studievertraging, hun studie succesvol kunnen afronden. Om belemmeringen hierbij zoveel mogelijk te voorkomen, biedt de hogeschool dan ook ondersteuning in de vorm van regelingen, voorzieningen en individuele begeleiding. Het kan hierbij gaan om aandoeningen van motorische, zintuiglijke of psychische aard maar ook de niet zichtbare aandoeningen als dyslexie, rsi, chronische vermoeidheid, depressie, chronische ziekten e.d.

Procedure Als je studeert met een functiebeperking, moet je dit zo snel mogelijk melden bij de decaan. De decaan zal een gesprek met je voeren en vragen om documentatie (bv. verklaring van huisarts of psycholoog). Daarna overleg je met de coördinator studentzaken van jouw opleiding welke aanpassingen en/ of voorzieningen in het studietraject moeten en kunnen worden getroffen, zodat je de mogelijkheid krijgt om binnen een redelijke termijn af te studeren. Deze afspraken worden in de regel vastgelegd in een onderwijsovereenkomst en een kopie daarvan gaat naar je studieloopbaancoach en de studentendecaan. Indien er ook specifieke regelingen voor afname van toetsen gelden (bv. bij dyslexie), zal het bedrijfsbureau hierover geïnformeerd worden. Als je gedurende het studiejaar met (structurele) problemen te maken krijgt, dien je zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de studentendecaan en zal de procedure als hierboven gevolgd worden.


Informatieboekje OPGM | 15


Missie en bekwaamheden | 16

4.

Missie en bekwaamheden

4.1. Missie De OPGM biedt studenten die werkzaam willen zijn binnen het sociale domein, maar nog geen bewuste keuze hebben gemaakt voor een specifieke richting, een oriënterend jaar. Het jaar wordt afgesloten met een propedeutisch getuigschrift dat volwaardig toegang verschaft tot de hoofdfase van één van de sociaal-agogische opleidingen van Hogeschool Rotterdam. Het betreft de bacheloropleidingen CMV, MWD, Pedagogiek of SPH. Binnen de OPGM is het ons doel om studenten: • zich in de breedte te laten oriënteren op het beroepsmatig handelen van professionals in het sociale domein en de diverse beroepen en perspectieven (individu, groep, samenleving) van waaruit zij dit doen; • door reflectie op eigen interesses, vaardigheden en kwaliteiten tot een gefundeerde keuze te laten komen voor een beroepsveld en de specifieke sociaalagogische opleiding die daartoe opleidt; • een basis te bieden om in de toekomst te kunnen samenwerken met andere professionals uit de diverse sociaal agogische beroepsgebieden. In ons handelen staan de volgende uitgangspunten centraal: • Wij willen een attractieve en intensieve lerende omgeving creëren met alle betrokkenen; • Wij vinden onderwijs onze belangrijkste taak. In dit onderwijs staan wij voor professionaliteit;


Wij vinden het belangrijk om ons steeds rekenschap te geven van de actuele ontwikkelingen in het onderwijs, de sociaalagogische beroepspraktijk en de maatschappij. Ook de actuele ontwikkelingen in de stad Rotterdam vinden wij van belang omdat wij er met ons onderwijs en onze hogeschool een nauwe band mee hebben; Wij stellen in de omgang met elkaar de volgende waarden centraal: openheid, respect, wederzijdse verantwoordelijkheid, persoonsgerichte benadering, emancipatie, veiligheid, actieve betrokkenheid en gelijkwaardigheid en we spreken elkaar hierop aan; Ruimte voor diversiteit ervaren wij als vanzelfsprekend.

4.2. Bekwaamheden Een bijzonder kenmerk van het programma van de OPGM is de combinatie van een algemeen sociaal-agogisch deel en de keuze die de student maakt voor een beroepsspecifiek deel. Een deel van het onderwijsprogramma volgen de studenten in les en taakgroepen die algemeen van aard zijn en een deel wordt gevolgd in groepen die op basis van de keuze voor één van de beroepen zijn samengesteld. Door studenten middels het OPGM-programma te stimuleren de verschillen en overeenkomsten tussen de sociaal agogische disciplines te ontdekken, worden twee doelen bereikt: •

Het beroep waar de student uiteindelijk voor kiest, krijgt een duidelijk profiel doordat de bekwaamheden die dit beroep van de student vereist, zich aftekenen tegen die van de andere beroepen.

Informatieboekje OPGM | 17

De onderlinge verwantschap tussen de beroepen wordt zichtbaar, doordat de bekwaamheden gepresenteerd worden als afgeleiden en variaties van de gemeenschappelijke kern van alle vormen van sociaal agogisch werk.

De sociale opleidingen van het Instituut voor Sociale Opleidingen van Hogeschool Rotterdam hebben zich samen ingespannen om de gemeenschappelijke kern van het sociale werk in kaart te brengen en te benoemen, en vervolgens hun eigen beroepen ten opzichte van deze kern te profileren. Dit heeft geresulteerd in een systeem van competentiematrices waarin elk van de betrokken opleidingen haar kernbekwaamheden omschreven heeft tegen de achtergrond van een gemeenschappelijke competentiematrix Social Work. Deze twee-lagige profilering van beroepsbekwaamheden is de basis voor de inrichting van het onderwijsprogramma van de OPGM. Het programma biedt studenten de mogelijkheid om te ontdekken dat het werkveld van de opleidingen CMV, MWD, Pedagogiek, SPH - in al hun onderscheidenheid- ook een gemeenschappelijke sociale gerichtheid hebben, elkaar aanvullen en in het werkveld geregeld op elkaar aangewezen zijn. De competentiematrix Social Work en de vier daarvan afgeleide matrices met de kernbekwaamheden CMV, MWD, Pedagogiek, SPH zijn terug te vinden in de respectievelijke informatieboekjes en op het intranet.


De verschillen en overeenkomsten tussen de beroepen komen als volgt tot uitdrukking in de inrichting van het OPGM-onderwijsprogramma: •

De (sociaal)wetenschappelijke achtergrondvakken en de basale vaardigheidsvakken accentueren de gemeenschappelijke gerichtheid van het sociaal agogische werk. Studenten leren hier dat dit werk gericht is op het beïnvloeden van sociale processen en dat deze ‘procesarbeid’ de beheersing van basale communicatieve vaardigheden vereist. Na de keuze van de student voor één van de beroepen, worden in het beroepsspecifieke deel van kwartaal 3 en 4 (in aparte lesgroepen) de karakteristieke methoden en werkmodellen geleerd, via welke elk van de beroepen haar ‘procesarbeid’ systematiseert, faseert en planmatig uitvoert. In de opdrachten en projecten van het praktijkgestuurde onderwijs onderzoeken de studenten gezamenlijk hoe de gemeenschappelijke richting en doelen van het sociale werk, via verschillende wegen (=methoden) bereikt kunnen worden; welke taakverdeling er hierbij tussen de beroepen bestaat, en welke afstemming en samenwerking tussen hen nodig is om deze doelen te bereiken. In studieloopbaancoaching maken studenten eerst een voorlopige keuze voor één van de beroepen. Vervolgens toetsen zij hun eigen verwachtingen, hun eerder uitgesproken beroepsvoorkeur en hun persoonlijke kwaliteiten aan hun verworven inzicht in de eigenheid van de verschillende beroepen. Zij kunnen hier nu

Missie en bekwaamheden | 18

een zorgvuldige afweging tussen maken, omdat zij het karakteristieke profiel van elk van deze beroepen hebben leren kennen; en wel als een specifieke variatie van de kern van alle vormen van sociaal werk. De keuze om de studie in het tweedejaar voort te zetten binnen één van deze variaties en hier in het verloop van de opleiding een passende stageplaats en een relevant afstudeerproject voor te zoeken, kan de student nu op goede gronden maken.


Informatieboekje OPGM | 19


Programma | 20

5.

Programma


5.1.

Informatieboekje OPGM | 21

Propedeuseprogramma

5.1.1. Curriculumschema OPGM jaar 1

33 stp. 18 stp.

9 stp.

Legenda kerncursus m.b.t. de kwalitatieve BSA-eis cursussen die over meerdere onderwijsperiodes doorlopen keuzeonderwijs

Onderwijsperiode 4

Stp. 2 2 3 3 2 2 2 2 3 2 4 3 3 3 6 10 8 60

Onderwijsperiode 3

Cursuscode OPGTAA02RE OPGJUR01RE OPGCOM08RE OPGPSY02RE OPGCMV02RE OPGMWD02RE OPGPED02RE OPGSPH02RE OPGLIT01RE OPGCOM12RE OPGPR101RE OPGPR201RE OPGPR301RE OPGSLC07RE

Onderwijsperiode 2

Cursusnaam Taalbeheersing Recht Comm. Basis en tweegesprek Psychologie CMV MWD Pedagogiek SPH Literatuuronderzoek Groepsdynamica Project 1 Project 2 Project 3 Studieloopbaancoaching OPGM Keuzevakken Opleidingsspecifieke modulen (kg) Opleidingsspecifieke modulen (pg)

Onderwijsperiode 1

Studentgestuurd

Praktijkgestuurd

Kennisgestuurd

propedeutische fase - vt OPGM VT 1e jaar

Opmerkingen

incl Culturele diversiteit incl Casu誰stiek incl Vergaderen incl Presenteren

incl Social Work 15 stp.

15 stp.

15 stp.

15 stp.


Programma | 22

5.1.2. Curriculumschema OPGM jaar 1 CMV

Legenda kerncursus m.b.t. de kwalitatieve BSA-eis cursussen die over meerdere onderwijsperiodes doorlopen

Onderwijsperiode 4

Stp. 3 2 3 2 4 4 18

Onderwijsperiode 3

Cursuscode CMVAGO01RO CMVDVO01RO CMVCAN01RO CMVOKU01RO ISOSOW01RE CMVSTA01RO

Onderwijsperiode 2

8 stp.

Cursusnaam Agogie Dramatische vorming Cult. Antropologie Overdrachtskunde Project Social Work Stage

Onderwijsperiode 1

Praktijkgestuurd

10 stp.

Studentgestuurd

Kennisgestuurd

propedeutische fase - vt OPGM-CMV

9 stp.

9 stp.


Informatieboekje OPGM | 23

5.1.3. Curriculumschema OPGM jaar 1 SPH

Legenda kerncursus m.b.t. de kwalitatieve BSA-eis cursussen die over meerdere onderwijsperiodes doorlopen

Onderwijsperiode 4

Stp. 3 2 3 2 4 4 18

Onderwijsperiode 3

Cursuscode SPHLPS02RO SPHPED01RO SPHOOM01RO SPHAGO01RO ISOSOW01RE SPHSTA01RO

Onderwijsperiode 2

8 stp.

Cursusnaam Levenslooppsychologie Pedagogiek OriĂŤntatie op het muzische Agogiek Project Social Work Stage

Onderwijsperiode 1

Praktijkgestuurd

10 stp.

Studentgestuurd

Kennisgestuurd

propedeutische fase - vt OPGM-SPH

9 stp.

9 stp.


Programma | 24

5.1.4. Curriculumschema OPGM jaar 1 MWD

Legenda kerncursus m.b.t. de kwalitatieve BSA-eis cursussen die over meerdere onderwijsperiodes doorlopen

Onderwijsperiode 4

Stp. 3 2 3 2 4 4 18

Onderwijsperiode 3

Cursuscode MWDDGC02RO MWDWEW01RO MWDBRS01RO MWDBEP01RO ISOSOW01RE MWDSTA01RO

Onderwijsperiode 2

8 stp.

Cursusnaam Doelgroepen in hun context Werkwijze MWD Beroep en Rechtsstaat Beroep en Persoon Project Social Work Stage

Onderwijsperiode 1

Praktijkgestuurd

10 stp.

Studentgestuurd

Kennisgestuurd

propedeutische fase - vt OPGM-MWD

9 stp.

9 stp.


Informatieboekje OPGM | 25

5.1.5. Curriculumschema OPGM jaar 1 Pedagogiek

Legenda kerncursus m.b.t. de kwalitatieve BSA-eis cursussen die over meerdere onderwijsperiodes doorlopen

Onderwijsperiode 4

Stp. 3 2 3 2 4 4 18

Onderwijsperiode 3

Cursuscode PEDOWK01RO PEDOID01RO PEDASC01RO PEDOIP01RO ISOSOW01RE PEDSTA01RO

Onderwijsperiode 2

8 stp.

Cursusnaam Ontwikkeling v/h jonge kind Opvoeden in diversiteit Aanleren soc. Competenties Opvoeden in probleemsituaties Project Social Work Stage

Onderwijsperiode 1

Praktijkgestuurd

10 stp.

Studentgestuurd

Kennisgestuurd

propedeutische fase - vt OPGM-Pedagogiek

9 stp.

9 stp.


Programma | 26

5.2. Cursusbeschrijving

Introductiecommissie, 2 EC

Informatie over detailgegevens van de cursus is via OSIRIS Student te raadplegen.

De introductiecommissie bestaat uit 20 studenten. Zij verzorgen onder leiding van twee tweedejaars studenten (oud OPGM’ers) de introductiedagen van de aankomende OPGM’ers. In het derde kwartaal wordt gestart met de voorbereiding van deze dagen. De introductiedagen vinden in de eerste week van september plaats. Het doel is dat op een leuke, motiverende wijze een programma van een aantal dagen voor de nieuwe studenten wordt neergezet. Centraal staat dat de groepsvorming van de nieuwe eerstejaars op gang komt en dat de eerstejaars de OPGM kennismaken met elkaar, hun studieloopbaancoach, Hogeschool Rotterdam en onderwijsinhoudelijke thema’s. De studenten uit de introductiecommissie kunnen hun vaardigheden op het gebied van organiseren, creativiteit, samenwerken, flexibiliteit en uithoudingsvermogen testen, uitbreiden en vergroten.

5.3. Bijspijker- en keuzeonderwijs Wordt uitgebreid beschreven op het intranet. Enkele keuzevakken zijn specifiek aan de OPGM verbonden. Het betreft de volgende vakken:

Jaarraad, 2 EC De jaarraad heeft tot doel het optimaal laten functioneren van de Oriënterende Propedeuse Gedrag & Maatschappij. In de jaarraad zijn studenten vertegenwoordigd uit alle (sub) groepen van de OPGM en de coördinator van de OPGM. De jaarraad vergadert ongeveer vijf keer per studiejaar. Aan de orde kan komen: problemen die één of meerdere groepen ervaren, ideeën hoe bepaalde zaken beter geregeld kunnen worden. Dit kan betrekking hebben op de lessen of toetsen, zowel de organisatie als inhoud, of te wel alles waar de studenten binnen de OPGM mee te maken hebben. De coördinator zal na ieder kwartaal de evaluatie van het onderwijs en de toetsing op de agenda zetten. Ook zullen veranderingen zoals de vernieuwing van het curriculum of instituutsbrede onderwerpen op de agenda komen. Deelname aan de jaarraad levert twee studiepunten op. Toetsing: 80% aanwezigheid Eindverslag gemaakt door de groep

Toetsing: voor de vakantie ontvangt de student twee studiepunten bij voldoende deelname (80%) en inzet. Na de introductiedagen volgt bij voldoende inzet, deelname (100%), evaluatie en reflectieverslag het derde en vierde studiepunt.

Voorlichtingscommissie, 2 EC De voorlichtingscommissie bestaat uit studenten die de voorlichting verzorgen aan de aankomende eerstejaars studenten. De commissie is op alle open dagen, open avonden en de proefstudeer dagen van de hogeschool aanwezig en geeft aan individuen en groepen voorlichting over de Oriënterende


Propedeuse Gedrag & Maatschappij. De voorlichting wordt gegeven in samenspel tussen docenten en studenten van de voorlichtingscommissie. De commissie krijgt voorafgaand aan het voorlichting geven, een training van minimaal vier bijeenkomsten waarin alle aspecten van het voorlichten zowel naar vorm als naar inhoud kort aan de orde worden gesteld. Deelnemen aan deze commissie betekent op een creatieve manier de studie waar jezelf mee bezig bent naar anderen toe te vertalen om zo een bijdrage te leveren aan het keuzeproces van aankomende studenten en daar verdien je nog keuzestudiepunten voor ook. Deelname aan de voorlichtingscommissie levert twee studiepunten op.

Informatieboekje OPGM | 27

Het doel van deze activiteit is de contacten tussen de studenten onderling en de contacten tussen de verschillende groepen te bevorderen en te vergroten. Afhankelijk van de kwantiteit van de individuele inzet ontvangt de student één of twee studiepunten. Bij de beoordeling wordt ook de kwaliteit van de uitvoering van de activiteit betrokken Toetsing: Voldoende aanwezigheid (80%) bij de overleggen en uitvoering (100%) van de activiteit. Voldoende inzet. Verslag van de eindevaluatie door de groep en een individueel leerverslag.

5.4. Stage Toetsing: Aanwezigheid bij zowel de lessen als de open dagen, avonden en het proefstuderen, reflectieverslag met aanbevelingen t.a.v. verbetering programma.

Activiteitencommissie, 1 of 2 EC De activiteitencommissie organiseert één of meer activiteiten voor de gehele jaargroep van de OPGM. De studenten zijn zoveel mogelijk een vertegenwoordiging uit alle groepen met een maximum van 12 studenten van de basisgroepen OPGM. Voorbeelden van een activiteit zijn: een feest, een excursie, een kerstviering, een lunch enz. De studenten uit de commissie werken samen aan de voorbereiding van de activiteit, stellen een begroting op en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de activiteit. Dit alles onder begeleiding van een docent.

Alle studenten lopen in het derde en vierde kwartaal stage. Zij dienen zelf te zorgen voor een geschikte stageplek. Goedkeuring moet door de begeleidende docent worden gegeven. Er is in kwartaal drie en vier geen vast moment gereserveerd voor deze stage. Het uitvoeren ervan mag het volgen van het reguliere onderwijs niet belemmeren.

5.5. Compensatie en kernvakken 5.5.1. Compensatie Met ingang van het studiejaar 2010-2011 is er geen compensatieregeling voor zowel de propedeutische fase als de hoofdfase. Voor alle voorgaande cohorten blijft de oude vastgestelde compensatieregeling van kracht.


5.5.2. Kernvakken De instituutsdirectie wijst een aantal kernvakken voor de propedeuse aan. Dit zijn voor de opleiding profilerende vakken. Deze hebben betrekking op kennis, vaardigheden en houding die essentieel zijn voor de beroepspraktijk waarvoor de opleiding opleidt. Deze kernvakken maken deel uit van de kwalitatieve eis van de bindend advies regeling (zie hieronder). In de curriculumschema’s zijn deze vakken geel gekleurd (zie ook Hogeschoolgids hoofdstuk 10.6).

Kernvakken 2010-2011 Er zijn totaal 13 EC aan kernvakken in curriculum van de OriĂŤnterende Propedeuse aangewezen, waarvan acht studiepunten in het algemene gedeelte en vijf studiepunten in elk specifiek opleidingscurriculum. De kernvakken zijn: 1e en 2e kwartaal, alle studenten Cursuscode

Naam

OPGCOM08RE

Communicatie Basis en tweegesprek (3 ec)

OPGTAA02RE

Taalbeheersing (2 ec)

Programma | 28 4e kwartaal, keuze CMV Cursuscode

Naam

CMVOKU01RO

Overdrachtskunde (2 ec)

3e kwartaal, keuze MWD Cursuscode

Naam

MWDDGC02RO MWDWEW01RO

Doelgroepen in hun context (3 ec) Werkwijze MWD (2 ec)

3e kwartaal, keuze Pedagogiek Cursuscode

Naam

PEDOWK01RO

Ontwikkeling v/h jonge kind (3 ec)

4e kwartaal, keuze Pedagogiek Cursuscode

Naam

PEDOIP01RO

Opvoeden in probl.situaties (2 ec)

3e kwartaal, keuze SPH Cursuscode

Naam

SPHLPS02RO

Levenslooppsychologie (3 ec)

1e t/m 4e kwartaal, alle studenten Cursuscode

Naam

OPGSLC07RE

Studieloopbaancoaching OPGM (3 ec)

3e kwartaal, keuze CMV Cursuscode

Naam

CMVAGO01RO

Agogie (3 ec)

4e kwartaal, keuze SPH Cursuscode

Naam

SPHAGO01RO

Agogiek (2 ec)


5.6. Bindend studieadvies Bindend studieadvies (ook wel “bsa” of “afwijzing” genoemd) kan op twee momenten gegeven worden: a. aan het eind van het eerste jaar; b. aan het eind van het tweede jaar. a. Hogeschool Rotterdam hanteert als algemene regel dat je, om met je studie verder te kunnen, tenminste 37 studiepunten moet hebben behaald in het eerste jaar van de propedeuse en moet hebben voldaan aan de kwalitatieve normen (zie voor de concrete kwalitatieve norm de Hogeschoolgids hoofdstuk 10.6). De studiepunten die je haalt voor die kwalitatieve norm mogen worden meegeteld voor die 37 punten. Als je 45 studiepunten of meer hebt behaald is het niet noodzakelijk dat je aan de kwalitatieve norm voldoet om verder te kunnen studeren. Deze 45 punten dienen behaald te zijn uit het aangeboden propedeutische studieprogramma met maximaal 6 studiepunten uit de vrije keuzeruimte. Vrijstellingen tellen hierbij niet mee. b. Als je aan het einde van je tweede jaar van inschrijving je propedeuse nog niet hebt behaald, krijg je alsnog een negatief bsa.

Informatieboekje OPGM | 29


Overige onderwijsinformatie | 30

6.

Overige onderwijsinformatie

6.1.

Tentamens en examens

6.1.1. Tentamenrooster Elk vak wordt afgerond met een tentamen. De tentamens zullen in beginsel in week tien na elk kwartaal worden afgenomen. Het toetsrooster wordt uiterlijk in week drie van het betreffende kwartaal door het bedrijfsbureau via HINT bekend gemaakt.

6.1.2. Bekend maken van resultaten van tentamens en examens Uiterlijk vier weken na afloop van elk tentamen, maar tenminste ĂŠĂŠn week voor de herkansing worden de tentamenresultaten via publicatie door de opleiding bekendgemaakt (vakantieweken tellen niet mee voor deze termijnen). Voor de tentamens na het vierde kwartaal geldt een kortere periode, zodanig dat het recht op herkansen en inhalen behouden blijft.

6.1.3. Herkansingen De gelegenheid tot herkansen wordt alleen geboden indien het resultaat van een eerdere tentamenmogelijkheid tot gevolg heeft dat de eindbeoordeling van de betreffende onderwijseenheid onvoldoende is. Wanneer een thuiswerktoets na de officiĂŤle inleverdatum wordt ingeleverd, geldt het betreffende werk als herkansing. De herkansing kan ook inhouden dat de student een andere thuiswerktoets als vervangende opdracht moet maken, dit ter beoordeling van de docent.


De student krijgt gedurende elk collegejaar (voor 1 september) eenmaal de gelegenheid een tentamen te herkansen (of in te halen). Indien het resultaat dan nog onvoldoende is, heeft de student in het daaropvolgende collegejaar (ongeacht of het vak gewijzigd of uit curriculum verwijderd is) recht om opnieuw deel te nemen aan het tentamen en (indien nodig) herkansingstentamen. Indien het cijfer vervolgens nog steeds onvoldoende is en het vak is gewijzigd/verwijderd, dan zal op basis van de conversietabel vastgesteld moeten worden welke onderwijseenheid aangewezen wordt als vervangend voor het vak en moet de student in het daaropvolgend jaar voldoen aan de eisen die aan deze nieuwe onderwijseenheid en het daarbij behorende tentamen zijn gesteld. De conversietabel is te vinden in de Hogeschoolgids hoofdstuk 10.4. Je kunt bij bureau Studentzaken een toestemmingsformulier voor bijwonen van de lessen ophalen.

6.1.4. Verplichte inschrijving herkansingstentamens Indien een student een schriftelijk schooltenta­men of een huiswerktoets van een ongewijzigd vak wil herkansen, dient hij zich daarvoor in te schrijven in lesweek vijf bij het frontoffice van het instituut. Dit betreft reguliere herkansingen van het huidige jaar, maar ook herkansingen uit voorgaande studiejaren. Inschrijving dient plaats te vinden in hetzelfde kwartaal als dat de herkansing plaatsvindt. De inschrijvingsprocedure voor herkansingen van vakken die niet meer in het huidige cur­riculum voorkomen wordt in het begin van het schooljaar, uiterlijk voor 1 oktober, bekend gemaakt.

Informatieboekje OPGM | 31

6.2. Aanvragen vrijstellingen Als je van mening bent dat je in aanmerking zou kunnen komen voor vrijstelling van een vak en je kunt dat onderbouwen met bewijsmateriaal dan kun je een formulier downloaden van Hint. Hierop staat vermeld aan welke eisen de aanvraag moet voldoen en welke procedure je daarvoor moet volgen. De onderwijsexamencommissie neemt de uiteindelijke beslissing. Het verzoek tot vrijstelling wordt alleen in behandeling genomen als je nog niet aan het tentamen van dat vak hebt deelgenomen.

6.3. ISO klachtenwegwijzer Het kan zijn dat je van mening bent dat je door een bepaalde gebeurtenis binnen of beslissing van de hogeschool in je belang bent getroffen of dat je het niet eens bent met een genomen beslissing. Je kunt dan een klacht indienen (“een verzoek tot het treffen van een voorziening”). Er zijn verschillende organen/commissies binnen de hogeschool waar je met je klacht terecht kunt, afhankelijk van de aard van het probleem. In de Hogeschoolgids (zie Hint) staan in de ‘ bijlage reglement klachtenregeling’, de procedures hiervoor beschreven.


In het kort komt het op het volgende neer: 1. Gaat het om een klacht inzake discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesterij, treiterij of geweld, raadpleeg dan de ‘bijlage klachtenprocedure inzake discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesterij, treiterij, agressie en geweld in de Hogeschoolgids (zie Hint); 2. Heb je klachten over tentamens en examens (beoordeling, studiepunten, organisatie van tentamens/ examens, beschuldiging van fraude), dan kun je je klacht schriftelijk richten aan de examencommissie van ISO. De informatiebalie van ISO kan je daarover verder informeren (zie ook ‘bijlage klachtenreglement’, artikel 3); 3. Als je het niet eens bent met een over jou genomen besluit, dan richt je je klacht aan de instantie die het besluit genomen heeft (in de regel is dat die commissie/ functionaris die het stuk waar jouw bezwaar zich tegen richt, heeft ondertekend); 4. In alle andere gevallen (dus die niet onder 1 t/m 3 vallen) kun je overwegen je klacht bij de instituutsdirectie in te dienen. Volg dan eerst de volgende procedure: bespreek je klacht eerst met de betrokken persoon. Leidt dit niet tot een oplossing, dan kun je daarna de klacht met je studieloopbaancoach bespreken. Leidt ook dit niet tot het gewenste resultaat, dan bespreek je de klacht met de onderwijsmanager en indien ook dat niet tot het gewenste resultaat leidt, dien dan je klacht in bij de directie van ons instituut. Let er in ieder geval goed op dat je je klacht uiterlijk binnen 45 dagen na het gebeurde indient.

Overige onderwijsinformatie | 32

Mocht blijken dat de instituutsdirectie de klacht niet tot tevredenheid heeft afgehandeld, dan kan de student zich schriftelijk wenden tot het College van Bestuur via het Bureau Klachten en Geschillen. Je kunt bij de decaan hulp en advies vragen bij het indienen van een klacht.

6.4. Fraude en Plagiaat Het ISO verstaat onder fraude (Tonkens, 2009): het handelen of nalaten van een student waardoor een juist oordeel over zijn kennis, inzicht en vaardigheden geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt. Daarbij kan het gaan om fraude tijdens tentamens of andere beoordelingssituaties in het kader van een opleiding, maar ook om plagiaat bij scripties en werkstukken. De sancties voor fraude en plagiaat worden bepaald door de onderwijs examen commissie van de opleiding.

6.4.1. Fraude Onder fraude valt onder meer: • tijdens het tentamen spieken. Degene die gelegenheid biedt tot spieken is medeplichtig aan fraude; • tijdens het tentamen in het bezit zijn van hulpmiddelen (voorgeprogrammeerde rekenmachine, mobiele telefoon, boeken, syllabi, aantekeningen etc), waarvan de raadpleging niet uitdrukkelijk is toegestaan; • door anderen laten maken van (delen van) een studieopdracht; • zich voor de datum of het tijdstip waarop het tentamen zal plaatsvinden, in het bezit stellen van de vragen of opgaven van het desbetreffende tentamen;


Informatieboekje OPGM | 33

fingeren van enquête- of interview antwoorden of onderzoekgegevens. •

6.4.2. Plagiaat Van plagiaat is sprake wanneer in een scriptie verslag of ander werkstuk gegevens of tekstgedeelten van anderen overgenomen worden zonder bronvermelding. Om vast te stellen of er eventueel sprake is van plagiaat wordt de volgende checklist gebruikt: • het knippen en plakken van tekst van digitale bronnen zoals encyclopedieën of digitale tijdschriften zonder aanhalingstekens en verwijzing; • het knippen en plakken van teksten van het internet zonder aanhalingstekens en verwijzing; • het overnemen van gedrukt materiaal zoals boeken, tijdschriften of encyclopedieën zonder aanhalingstekens en verwijzing; • het opnemen van een vertaling van bovengenoemde teksten zonder aanhalingstekens en verwijzing; • het parafraseren van bovengenoemde teksten zonder verwijzing. Een parafrase mag nooit bestaan uit louter vervangen van enkele woorden door synoniemen; • het overnemen van beeld-, geluids- of testmateriaal van anderen zonder verwijzing en dit zodoende laten doorgaan voor eigen werk; • het overnemen van werk van andere studenten en dit laten doorgaan voor eigen werk. Indien dit gebeurt met toestemming van de andere student is de laatste medeplichtig aan plagiaat; ook wanneer in een gezamenlijk werkstuk door een van de auteurs plagiaat wordt gepleegd, zijn de andere auteurs medeplichtig

aan plagiaat, indien zij hadden kunnen of moeten weten dat de ander plagiaat pleegde; het indienen van werkstukken die verworven zijn van een commerciële instelling (zoals een internetsite met uittreksels of papers) of die tegen betaling door iemand anders zijn geschreven.

6.5. Kosten van leermiddelen De OPGM start in de eerste onderwijsweek met introductiedagen. Dit is een onderdeel van het curriculum. Van de student wordt hiervoor een bijdrage van € 65,verwacht. Deze kan je voldoen via Hint shop. Naast het reguliere collegegeld voor een voltijd student, moet de student uitgaan van circa € 150,- voor boeken, readers en printkosten per kwartaal.


Bijlagen | 34

Bijlagen Bijlage I: 2010 augustus Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

Jaarrooster

31 1 2 3 4 5 6 7

32 8 9 10 11 12 13 14

33 15 16 17 18 19 20 21

34 22 23 24 25 26 27 28

2010 september Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

1.1

1.2

1.3

1.4

1 2 3 4

36 5 6 7 8 9 10 11

2010 oktober Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

1.5

1.6

1.7

35

39

1 2

40 3 4 5 6 7 8 9

37 12 13 14 15 16 17 18

41 10 11 12 13 14 15 16

38 19 20 21 22 23 24 25

42 17 18 19 20 21 22 23

1.1

35 29 30 31

start collegejaar 2010-2011 last minute inschrijfavond 19:00-21:30 uur

1.5

39 26 27 28 29 30

1.8

43 24 25 26 27 28 29 30

1.9

44 31 Herftstvakantie


2010 november Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

1.9 1.10 1 2 3 4 5 6

45 7 8 9 10 11 12 13

2010 december Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

2.3

2.4

2011 januari Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

44

48

1 2 3 4

49 5 6 7 8 9 10 11

2.6

1

2.1

46 14 15 16 17 18 19 20

2.2

47 21 22 23 24 25 26 27

2.5

2.3

2011 februari Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

48 28 29 30

50 12 13 14 15 16 17 18

51 19 20 21 22 23 24 25

52 26 27 28 29 30 31

2.7

2.8

2.9 2.10

1 2 2 9 3 10 4 11 5 12 6 13 7 14 Nieuwjaarsdag 8 15

3 16 17 18 19 20 21 22

4 23 24 25 26 27 28 29

Informatieboekje OPGM | 35

2e kerstdag Kerstvakantie

1e kerstdag

5 30 31

2011 maart Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag 2011 april Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

2.10

5 1 2 3 4 5

3.1

6 6 7 8 9 10 11 12

3.2

7 13 14 15 16 17 18 19

3.3

8 20 21 22 23 24 25 26

9 27 28

3.4

3.5

3.6

3.7

1 2 3 4 5

10 6 7 8 9 10 11 12

3.7

3.8

3.9 3.10

4.1

9

13

1 2

14 3 4 5 6 7 8 9

11 13 14 15 16 17 18 19

15 10 11 12 13 14 15 16

12 20 21 22 23 24 25 26

16 17 18 19 20 21 22 23

Voorjaarsvakantie

13 27 28 29 30 31

17 24 25 26 27 28 29 30

1e paasdag 2e paasdag

Goede Vrijdag Koninginnedag


2011 me i Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

18 1 2 3 4 5 6 7

4.2

2011 juni Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

4.5

2011 juli Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

4.9 4.10

22

1 2 3 4

26

1 2

4.3

4.4

19 20 21 8 15 22 9 16 23 10 17 24 11 18 25 Bevrijdingsdag 12 19 26 13 20 27 14 21 28

4.6

4.7

4.8

23 24 25 5 12 19 6 13 20 7 14 21 8 15 22 9 16 23 vrijdag na 10 17 24 Hemelvaartsdag 11 18 25

27 3 4 5 6 7 8 9

U.1

28 10 11 12 13 14 15 16

U.2

29 17 18 19 20 21 22 23

4.5

22 29 30 31

meivakantie

4.9

26 26 27 28 29 30

30 24 25 26 27 28 29 30

1e pinksterdag

Hemelvaartsdag

31 31 start zomervakantie voor BO en VO regio Rotterdam

Bijlagen | 36 2011 augustus Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag 2011 september Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag

31 1 2 3 4 5 6

32 7 8 9 10 11 12 13

33 14 15 16 17 18 19 20

34 21 22 23 24 25 26 27

1.1

1.2

1.3

1.4

35

1 2 3

36 4 5 6 7 8 9 10

37 11 12 13 14 15 16 17

38 18 19 20 21 22 23 24

1.1

start collegejaar 2011-

35 2012 28 29 30 31

1.5

39 25 26 27 28 29 30


Bijlage II: Bosman, Kitt Delleman, Astrid Groenewoud, Ruud Koops, Hilde Manders, Harrie Visser, Wilma

E-mailadressen docenten k.bosman@hro.nl a.j.delleman@hro.nl r.groenewoud@hro.nl m.v.t.koops@hro.nl h.g.j.manders@hro.nl w.m.visser@hro.nl

Informatieboekje OPGM | 37


Informatieboekje OPGM 2010-2011  

Informatieboekje OPGM 2010-2011