{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

Magazine voor actuele Outsider Art

Jaargang 6 nummer 1 mei 2011 prijs â‚Ź 7,95

Thema: naĂŻeve kunst


Voorwoord Dit voorwoord begin ik met een woord van dank aan iedereen die zo positief reageerde op de eerste tien nummers van Out of Art. Uw enthousiasme sterkt ons in het voornemen ook de komende vijf jaar weer tien edities van niveau te realiseren.

Out of Art is een uitgave van Art Moves onder auspiciën van am Foundation en verschijnt twee keer per jaar. Out of Art Prins Hendriklaan 43, 1075 ba Amsterdam Tel. 020-675 63 00 info@out-of-art.nl www.out-of-art.nl Werkgroep Out of Art 11: Frits Gronert, Karin Verboeket en Phia Verstraete Aan dit nummer werkten verder mee: Hans Andringa, James Brett, Vladimir Crnkovic´, Nico van der Endt, Egberdien van Rossum, Bert Schoonhoven, Phil Demise Smith, Cynthia Thumm, Geert Verbeke Samenvattingen: Karin Verboeket Vertalingen: Language Unlimited, Utrecht Vormgeving: Van Rosmalen & Schenk, Amsterdam Druk: Drukkerij Tesink, Zutphen Omslagbeeld: Ilona Schmit, Rapsodie in red, 2008, Olie op doek, 40 x 30 cm Opgave en vragen over abonnementen: Abonnementenland Postbus 20, 1910 aa Uitgeest Tel. 0900 - 226 52 63 Fax 0251 - 310 405 www.aboland.nl Abonnementen worden automatisch op 1 januari verlengd. Opzeggingen dienen 8 weken voor

afloop van de abonnementsperiode in ons bezit te zijn (uitsluitend schriftelijk). Abonnementsprijs in Nederland € 15,- per jaar Subscription inside Europe €22.50 and outside Europe €27.50 Voor verkooppunten zie www.out-of-art.nl

Naïeve kunst, het thema van dit magazine, blijkt een stroming die van invloed was op de klassiek moderne kunst in het begin van de twintigste eeuw. Cynthia Thumm van Museum Charlotte Zander en Vladimir Crnkovic´ van het Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst in Zagreb, leiden het thema in. Het is opmerkelijk dat juist deze naïeve kunst met de ogenschijnlijk eenduidige en eenvoudige beelden veel woorden nodig heeft om helder voor het voetlicht te treden. Wij zijn dan ook bijzonder verheugd met de bijdragen van deze internationale specialisten. Verder aandacht voor de Zeeuwse stilten van Ilona Schmit, het deinende lijnenspel van Elisabeth Gevaert, de vaak groene en soms erotische schilderijen van Willem Westbroek en Het Laatste Avondmaal van Jescika van Overveld dat mysterieuzer oogt dan het is. Bij wijze van experiment verschijnt de rubriek ‘Ik ben ik’ eenmalig in de vorm van een ‘prozaïsch-poëtische collage’ van Phil Demise Smith over de ontwikkeling van de New Yorkse kunstenaar Ross Brodar. James Brett van het Museum of Everything in Londen werd geïnterviewd voor ‘Fascinerende ontmoetingen’ en voor ‘The place to be’ bezochten we de Verbeke Foundation in het Belgische Kemzeke waar kunstenaars tijdelijk kunnen wonen en werken. Cultureel ondernemer Geert Verbeke spreekt over een ‘kunstsite’ die voortdurend in beweging is. In Parijs is de tentoonstelling ‘Sous le Vent de l’Art Brut’ te zien en daarom in ‘Bezocht en bekeken’ een recensie. Tot slot presenteert ‘Eindeloze begeerte’ een portret van de collectie van Egberdien van Rossum, voorheen onder meer galeriehoudster in Curaçao en Amerika. Met onder andere aandacht voor Antilliaanse volkskunst van onder de zon.

Niets uit dit magazine mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt zonder voorgaande toestemming van de uitgever.

Veel leesplezier en alvast een goede zomer gewenst!

© 2011

Karin Verboeket, hoofdredacteur

Out of Art 12 verschijnt december 2011 met een themanummer over non-figuratieve kunst.

2

OUT OF ART MEI 2011

19

16

4


33

28

37 Thema: naïeve kunst

4

Het belang van de naïeve kunst Wie weet nog hoe groot de invloed was van de naïeve kunst op de ontwikkeling van de klassiek moderne kunst? De avantgarde zocht vernieuwing. Cynthia Thumm pleit voor nader onderzoek. Een dringende oproep!

9

Bericht uit Zagreb De Naïeven of naïeve kunst De directeur van het Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst vertelt ons over naïeve kunst en de makers, de Naïeven zelf. Over het exotische, prententieloze en spontane van andere culturen en ‘outsiders’.

16 24 28 33

De steedse sferen van Elisabeth Gevaert Een deinend lijnenspel, een gevoel van onzekerheid en… een wankel evenwicht. Jescika van Overveld Raadsel rond ‘Het Laatste Avondmaal’ Het heeft de schijn van een religieus geïnspireerd schilderij. Niets is minder waar. Ilona Schmit Een diep gevoel van stilte Over harmonieuze beelden van knotwilgen, dijken, elven en schapen en de koninklijke familie. Met rust en harmonie hoog in het vaandel. “In mijn werk moet het altijd voorjaar zijn” Herinneringen aan Willem Westbroek Bij het ophalen aan herinneringen liggen verhalen verscholen over de Rotterdammer Willem Westbroek, die het schilderen zelf eens bestempelde als “een soort van liefde”.

Rubrieken

12

Ik ben ik; Ross Brodar Het innerlijke leven van een outsider Voor deze ene keer een ‘Ik ben ik’ in dichterlijke vorm. All the way from New York.

19

The place to be; Verbeke Foundation, Kemzeke Gedroomde locatie Verslag van een bezoek aan het uitgestrekte terrein van de Verbeke Foundation waar alles altijd in beweging is.

26

Fascinerende ontmoetingen; James Brett “Het draait om het verhaal” Het Museum of Everything in Londen schopt graag tegen ­heilige huisjes in de kunst.

32

Bezocht en bekeken; Sous le vent de l’Art Brut Een selectie van de verzameling van Museum Charlotte Zander. Een positieve recensie. Op naar Parijs!

37

Eindeloze begeerte; Egberdien van Rossum ‘Get a kik out of art’ Over kunst op Curaçao, in ‘Gallery rg’ en nog veel meer. Alles verkocht en verzameld door een veelzijdige dame met smaak.

42 43 44

Agenda English summary Register van kunstenaarsnamen 2006-1 t/m 2011-1 www.out-of-art.nl

OUT OF ART MEI 2011

3


Thema: naïeve kunst tekst: cynthia thumm foto’s: alistair overbruck, keulen

Het belang van de

naïeve kunst De naïeve kunst is een belangrijke stroming binnen de moderne kunst. De doorbraak en de kiem voor het succes lagen in het begin van de twintigste eeuw. Die periode was het tijdperk van de klassieke moderne kunst én van de klassieke naïeve kunst. De avant-garde wilde de kunst verbreden, los van academische stijlen. Daarom richtte men zich op kunstzinnige uitingen van natuurlijke creativiteit, zoals kindertekeningen, volkskunst, niet-Europese kunst, kunst van geesteszieken en naïeve kunst. Kortom, op kunst van mensen die oorspronkelijk geen directe relatie hadden met de gevestigde kunstbeweging, academisch noch avant-gardistisch. De vooruitstrevende, revolutionaire kunstenaars plaatsten de kunst in een nieuw perspectief. Door hun belangstelling voor het vreemde, het andere, het geestelijke, het onbewuste of het primitieve, kwamen de ‘ongeschoolden’ centraal te staan. Autonome beeldentaal

Het begin van de dialoog met de naïeve kunst ligt bij Henri Rousseau (1844-1910). Vooral de ontmoeting tussen de beide tegenvoeters Picasso (1881-1973) en Rousseau rond 1906, is een voorbeeld van de koppeling tussen de naïeve kunst en de dynamiek van de avant-garde. Aan de ene kant Picasso, de kunstzinnig begaafde zoon van een schilder die zich zijn leven lang uitsluitend aan de kunst wijdde. Aan de andere kant Rousseau, de eenvoudige douanebeambte die als bescheiden gepensioneerde alleen maar de impuls van zijn kunstzinnige behoefte volgde. Picasso en zijn collega-kunstenaars braken met de salonschilderkunst. Op hun zoektocht naar de creatieve oorsprong van de kunst ontdekten zij het geheel eigen potentieel van Rousseau:

4

OUT OF ART MEI 2011

de zelfstandige ontwikkeling van een autonome beeldentaal vanuit een inwendige noodzaak. Om Rousseau, die regelmatig deelnam aan de Salon des Indépendants, werd publiekelijk geglimlacht. Men vond hem maar een “grapjas”.1 Maar ook de kunst van de avant-garde stuitte op onbegrip. Voor veel moderne, al dan niet opgeleide kunstenaars was het moeilijk geaccepteerd te raken. Na het overlijden van Rousseau ging men in 1911 aan de slag met zijn oeuvre. Robert Delaunay organiseerde een retrospectieve tentoonstelling in de Salon des Indépendants. Wilhelm Uhde, die Picasso, Braque, de fauvisten en de naïeve kunst ondersteunde, schreef een monografie. Bovendien vond in datzelfde jaar ook de door Kandinsky en Marc geïnitieerde


Blaue Reiter tentoonstelling plaats in München, waar voor het eerst werk van Rousseau in Duitsland te zien was. De weerklank van zijn oeuvre en dat van andere naïeven werd overgedragen op kunstenaars, galeriehouders, critici, samenstellers van tentoonstellingen en museumdirecteuren. Zij maakten deze kunstrichting vervolgens met toonaangevende exposities binnen en buiten Europa openbaar. Zo legitimeerden zij hun voortrekkersrol bij een grensoverschrijdende beweging tot vernieuwing van de kunst. Rusland

In Rusland waren het de vooraanstaande kunstenaars van het neo-primitivisme, zoals Mikhail Larionov en Natalja Gontsjarova, die zich richtten op de wortels van hun culturele identiteit. Naast hun interesse in de Russische volkskunst, iconen en luboks (populaire grafiek), ontdekten ze de autodidact Nikolaj Pirosmanashvili (1862-1918) die oorspronkelijk uithangborden schilderde. Zijn werk werd in 1913 in Moskou gepresenteerd tijdens de expositie ‘Schietschijf’, een tentoonstelling die de idealen van de Russische avant-garde dwingend samenvatte. Bij een bezoek aan zijn Kroatische geboortedorp Hlebine ontdekte de in Parijs wonende kunstenaar Krsto Hegedušic´ in 1929 het talent van de schilderende boeren Ivan Generalic´ (1914-1992) en Franjo Mraz (1910-1981). Op uitnodiging van de kunstenaarsgroep Zemlja, een politiek gemotiveerde vereniging met socialistische idealen, exposeerden zij in Zagreb. Hun werk kreeg veel aandacht binnen de Kroatische kunst, omdat sociale privileges hen vreemd waren en omdat ze schilderden zonder enige kunstopleiding. p Henri Rousseau De charme, 1909 Olie op doek, 45,5 x 37,5 cm Collectie Charlotte Zander

OUT OF ART MEI 2011

5


concepten pas sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw gevestigde begrippen geworden. Voor die tijd waren er andere samengestelde termen, zoals schilders van het heilige hart, de neoprimitieven, instinctieve schilders, lokale meesters van de realiteit, zondagsschilders, volkskunst en kunst van de impuls. Enkele later voorgestelde namen zoals primal art (oerkunst) en marginal art (marginale kunst) dekken de lading ook onvoldoende en hebben het dan ook niet echt gehaald. Tegenwoordig omvat het concept van naïeve kunst een groot aantal kunstenaars en werken uit zeer uiteenlopende plaatsen en culturen, met buitengewoon gevarieerde thematische, stilistische en morfologische, vakinhoudelijke en dichterlijke kenmerken. We spreken daarom niet van een strak gedefinieerde artistieke beweging. Niet van een groep kunstenaars of van werken met analoge vormen of van een bepaalde stijl, reeksen thema’s of poëtica. Nee, naïeve kunst bestaat uit een verscheidenheid aan

Emerik Fejes˘ Kathedraal van Milaan, 1966 Tempera op doek, 56 x 65,5 cm Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst, Zagreb

uitermate verschillende individuele creaties, die zich niet onder één noemer laten vangen. De schilders en beeldhouwers verschillen van elkaar in achtergrond, roeping, status en leeftijd. Een ander belangrijk punt is dat zij niet alleen een beperkte kunstopleiding hebben gehad, maar vaak helemaal weinig geschoold zijn, wat overigens niet per definitie iets afdoet aan hun soms hoge natuurlijke intelligentie en grenzeloze verbeelding. Kenmerken

Op visueel niveau bestaan er bepaalde overeenkomsten tussen de naïeve kunstenaars. Zo herkennen we vooral in meer of mindere mate een voortdurend herkenbare behandeling van vorm en ruimte en een verhalende impuls. Dat betekent niet meteen dat realisme als een creatieve aangelegenheid moet worden beschouwd. Het gaat om idiosyncratische figuratie: de schilderijen en beelden bevatten vaak elementen uit de realiteit omdat de kunstenaars niet abstract maar nabootsend vormgeven.

Hoewel naïeve kunst niet is ontstaan als een bewuste reactie op abstracte kunst, hebben het succes en de brede acceptatie ervan in de eerste helft van de twintigste eeuw daar zeker mee te maken. Er is een ‘nieuwe realiteit’ waarneembaar in naïeve kunst, die inderdaad uit randgebieden is ontstaan, maar een succesvol verzet is tegen abstractie. In naïeve kunst zien we ook een anti-academiefiguratie, wat extra in haar voordeel spreekt. Bij dit fenomeen komen zowel naturalistische als realistische beschrijvingen voor en wordt het afgebeelde als teken of symbool gebruikt. Dit duidt op de aanwezigheid van kenmerken van onder andere expressionisme of surrealisme, en ook magisch realisme, het fantastische en het sprookje, vaak met een sterke stilering, een decoratieve impuls en enkele eigenschappen van abstracte expressie. Menselijke fantasieën

Werken van de Naïeven worden altijd herkend aan en gewaardeerd om de spontaniteit, originaliteit

Sava Sekulic´ In de omhelzing van mijn ouders, 1974 Olie op karton, 84 x 60 cm Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst, Zagreb

www.hmnu.org 10

OUT OF ART MEI 2011


Bogosav Zˇivgovic´ Monster van dromen, ca. 1962 Hout, 61 cm hoog Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst, Zagreb

en onschuld ofwel om de meer instinctieve aspecten. Dit wil echter niet zeggen dat naïeve kunst zich tot deze kenmerken laat beperken. Emotie wordt verkozen boven rationalisme en intellectuele speculaties, lyrische ontspanning en romanticisme boven soberheid. Vaak geeft naïeve kunst uitdrukking aan levensvreugde en overwinning van de hoop. Hierin ontdekken we de vergeten natuur en de verloren jeugd, verhalen en dromen, een

levendige verbeelding en eenvoudige menselijke fantasieën, een vergeten verwondering over de wereld en het plezier van motief. Dit zijn werelden van nostalgie en utopie. Maar naïeve kunst is niet alleen een idylle of de kunst van Arcadia en drukt niet uitsluitend vertrouwen in het leven en viering van het leven uit. Ook naïeve kunst kent verborgen verhalen, donkere kanten, associaties met de onderwereld, tragische, symbolische, fantastische en irreële elementen. Intuïtief en direct

Naïeve kunst werd ontdekt als gevolg van een interesse in gebeurtenissen ‘buiten de esthetiek’, toen duidelijk werd dat ‘anderen’ ook kunst maakten. Hoewel de kunst van deze ‘anderen’ niet aan de Europese kunstidealen voldeed, werden hierin wel originele en oprechte expressiviteit en oorspronkelijke spiritualiteit waargenomen. Een van de meest kenmerkende eigenschappen van Europese kunst aan het eind van negentiende,

Nikifor Krynica, 1950-1960 Aquarel op papier, 17 x 15,5 cm Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst, Zagreb

Ivan Rabuzin Op de heuvels, 1960 Olie op doek, 69 x 116,5 cm Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst, Zagreb

begin twintigste eeuw was de blik, gericht op verre beschavingen en kunst van ‘primitieve’ volkeren; van Afrika via de warme zuidelijke zeeën, Polynesië en de Stille Oceaan tot beschavingen in het Verre Oosten, met name Japan. Velen waren gecharmeerd van het archaïsche en het exotische, van het simplistische, het pretentieloze, het instinctieve en het spontane van de werken uit die culturen. Dit was de ontdekking van het nieuwe en het ‘andere’. Het markeerde de vluchtroute uit de verzadiging met de West-Europese beschaving, met al haar canons en vooronderstellingen. We herinneren ons dat een van de idealen aan het begin van de twintigste eeuw was om ‘niets te weten’, om ‘als een kind te zijn’, onschuldig en onbelast met kennis en dogma’s. Met de vorderende ontdekking van kinderkunst en vervolgens van het werk van geesteszieken en gehandicapten en tenslotte van diverse vormen van anonieme volkskunst, breidden de werelden van het intuïtieve en het directe zich verder uit. Kunsthistoricus, criticus en museum­professional Vladimir Crnkovic´ is ­directeur van het Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst in Zagreb. Hij ­organiseert tentoonstellingen en publi­­ ceert regelmatig over naïeve kunst.

OUT OF ART MEI 2011

11


Ik ben ik; Ross Brodar tekst: phil demise smith foto’s: jgb design studio new york en scarlett haasnoot

Het innerlijke leven van een outsider Speciaal voor Out of Art schreef Phil Demise Smith vanuit New York over de Amerikaanse kunstenaar Ross Brodar. Omdat hij vindt dat de essentie van een leven alleen in poëzie gevonden kan worden, schreef hij deze ‘Ik ben ik’ in de vorm van een ‘prozaïsch-poëtische collage’. In drie delen wordt de lezer meegevoerd naar het binnenste van Brodar en zijn ontwikkeling tot kunstenaar. Van de noodzaak tot creëren, via de roep om erkenning met zijn straatkunst en de vrachtwagen met kunstwerken op de stoep van de Outsider Art Fair in New York, tot zijn huidige status van “mainstream outsider”. Ook Ross Brodar zelf komt aan het woord. In den beginne

In den beginne is het 1971. Van binnenuit houdt hij een oogje op zichzelf. Alle wegen leiden naar de straat, naar het hart van de stad. Naar de naar adem snakkende stoot zuurstof in de buitenwijken. Als zijn gezin uiteenspat, schreeuwt hij de jonge longen uit het lijf. Dan, als stapsgewijs de momenten zich opstapelen, vermengen, samensmelten en weer loskomen, smeult er diefstal. Stilletjes wegsluipend in het duister. Hij wordt gepakt en gevangen. Weggestuurd naar een plek waar pijn op magische wijze wordt omgevormd tot schilderkunst. Hij wordt gedwongen zijn enthousiasme te

Ross Brodar Selfportrait Acryl op zijdedoek, 244 x 122 cm

12

OUT OF ART MEI 2011


dragen als een kruis, een proces dat vastzet, aan de grond nagelt en zich verankert in de scheppingsdrang. Tot de dag van vandaag draagt hij zijn oeuvre als een tatoeage, vast aan de huid van zijn expressie. In de wetenschap dat hij onwetend is, reikt hij naar het dichtstbijzijnde voorwerp om zijn visie aan vast te plakken. Dat is zijn doel. Zijn ambitie. Om iets te maken van iets en te verkopen aan de wereld. De wereld waarin hij woont. De wereld die hij wil veroveren. Hij glipt die wereld in en uit. Hij gaat naar het raam in hem en naar het raam dat uitkijkt

over straat. Zijn uitzichten komen terecht op deur, wijndoos, schildersdoek, papier. Op alles sterk genoeg voor dat dikke oppervlak: een oppervlak met diepte gebouwd op het moment na moment monteren van de spontane, rauwe waarheid van zijn dagelijks leven. Taal wordt schilderijen, wordt woorden, wordt symbolen voor woorden. Taal wordt tekens die zichzelf en Ross voorstellen. Roger Cardinal schreef eens “De primaire geste van het gebruik van de hand om een indruk op een oppervlak achter te laten is slechts een eerste stap richting een tekens p

Ross Brodar Stolen Huisverf op houten deur, 152,5 x 91,5 cm

OUT OF ART MEI 2011

13


Thema: naïeve kunst tekst: nico van der endt foto’s: clemens boon en harald poppke

De steedse sferen van 16

OUT OF ART MEI 2011


Passagierende matrozen, paraderende prostituees, schuifelende oudjes, ­jengelende kinderen, lonkende kerels en gulzige gasten, zij bevolken de steden van Elisabeth Gevaert, havensteden als Antwerpen en Hamburg, haar eigen leef­milieu van heden en verleden. Sinds lange jaren woont zij weliswaar in een dorp tussen de zacht glooiende heuvels van Sleeswijk-Holstein, maar niet zonder pied-à-terre, hoog boven in een flatgebouw aan de haven van kosmo­politisch Hamburg. En daar beneden de stad zoals ze die graag ziet, in vogelvlucht­perspec­tief als op haar schilderijen, speels en onschuldig maar vol verborgen leven. Intuïtief en spontaan

Elisabeth Gevaert werd geboren in 1935 te Antwerpen in een welgestelde familie. Haar jeugd wordt getekend door verblijf op katholieke internaten onder bewind van strenge nonnen. Op haar veertiende overleed de vader en kwam zij naar eigen zeggen in een wereld van vrouwen terecht, moeder en twee zusters. Jaren later kwam zij in een wereld van m ­ annen terecht, echtgenoot en twee zoons. Echtgenoot Karsten Brunckhorst had zij op de Academie van Hamburg leren ­kennen, waar zij met haar moeder was gaan wonen in 1956. Het onderwijs was echter niet aan haar besteed en zij hield het maar kort vol. Toch bleef zij aanvankelijk op aangeleerde wijze schilderen, tot zij in 1965 uit wanhopige ontevredenheid al het aangeleerde overboord gooide en besloot alleen van zichzelf uit te gaan. Of, zoals ze zegt “Ik begon te spelen en schilderde mijn eigen wereld. Het gaf me voor ’t eerst in mijn leven het gevoel echt iets geschapen te hebben, helemaal op mezelf. Het heeft me nooit meer losge-

laten”. Haar werkwijze zal ook intuïtief en spontaan blijven. “Van plannen is bij mij geen sprake”, zegt zij, “Ik knoei erop los tot ik in de chaos van kleuren en lijnen een beeld ontdek”. Deinend lijnenspel

In de vroege onderwerpen bleef zij dicht bij huis met huiselijke taferelen en scènes in de eigen tuin, naïeve voorstellingen die toen al opvielen door sfeervolle registratie. Wolken pakken zich samen, herfstbladeren vliegen in het rond, het hoge gras buigt onder een naderende storm. Allengs worden de onderwerpen wereldser en de grote stad wordt steeds meer het decor voor de mens en zijn gedragingen, met oog voor detail en met gevoel voor architectuur in beeld gebracht. De straat wordt het toneel waarop de mens zich vermaakt en verplaatst. Zelfs de kleinste figuurtjes krijgen nog een sprekende lichaamshouding. Op een schilderij danst een groepje

Elisabeth Gevaert

de tango in een voetgangersgebied. Op andere schilderijen haasten mensen zich naar stations of dwalen zoekend in de hal naar trein of uitgang. Elisabeth houdt van reizen, het onderweg zijn, het verblijf in hotel en restaurant waar de medemens in een minder alledaagse situatie gadegeslagen kan worden. Dankzij haar buitengewone coloristische vermogen weet zij vooral de sfeer te treffen, een steedse sfeer van warme geborgenheid achter verlichte ramen bij invallende duisternis, of de nostalgie van vergane glorie in chique badplaatsen. In het latere werk verschijnen wat meer interieurs, vaak met een verontrustende leegte maar altijd met enig uitzicht op stad of tuin. Dan zijn de straten wat minder bevolkt en groeit een sfeer van grootstedelijke eenzaamheid die kan doen denken aan het werk van Edward Hopper. Zowel interieurs met betegelde gangen als stedelijke bestratingen vertonen een wat vervormd, deinend lijnenspel, p

Elisabeth Gevaert Tango in de straat, 2004 Olie op board, 62 x 67 cm Collectie kunstenaar

Elisabeth Gevaert Der Matador, 2009 Olie op board, 70 x 66 cm Galerie Hamer, Amsterdam

OUT OF ART MEI 2011

17


Stichting Collectie de Stadshof werden ruim honderd collages, assemblages en apparaten tentoongesteld van bekende outsiders als Willem van Genk (1927-2005), Chris Hippkis (1964), Gerard van Lankveld (1947) en vele anderen. Ook al gaat zijn aandacht niet direct uit naar Outsider Art, misschien kunnen we hem zelf wel de outsider onder de museumdirecteuren noemen? “Dat zou ­kunnen”, glimlacht hij. Tijdelijke werkplekken

Verbeke wil een podium bieden aan zowel beginnende als gevestigde kunstenaars. Naast de mogelijkheid tot exposeren biedt hij hen tijdelijke atelierruimte. Ze kunnen hier werken, eten en overnachten. “Op die manier creëer je groei en beweging op je werkplek.” Een van de gevestigde kunstenaars die hij bewondert is Jan Fabre (1958). De installatie Ik spuw op mijn graf, een hommage aan de kunstzinnige Fransman Boris Vian (1920-1959), bestaat uit honderden (graf)stenen met op een aantal daarvan de naam van een insect. Geboorte- en sterftedata verwijzen naar dichters en filosofen die Fabre bewondert. Hun namen zijn te vinden op een muur.

Elders kleit een jonge kunstenares geconcentreerd aan een sculptuur. Ze heeft haar tentje bij zich en verblijft hier enige tijd. Verbeke wijst op een levend kunstwerk in wording, The Cosmopolitian Chicken van Koen van Mechelen (1965). Zo op het oog lijkt het een gewoon kippenhok met levende kippen, maar niets is minder waar. Elke kip heeft meegedaan aan een kruisings­ project. De Mechelse Koekoek, Redcap, Uilebaard, Mechelse Bresse, Mechelse Dresdner zijn allemaal opgetekend. “Hier wordt niet gestreefd naar raszuiverheid, maar zijn de kippen ijzersterk geworden door de genenvermenging. De kunstenaar toont hier de noodzaak van de multiculturele samenleving aan.” Natuur en kunst

Het valt op: kunstenaars die natuurlijke processen en biotechnologie met elkaar verbinden zijn hier sterk vertegenwoordigd. Neem bijvoorbeeld die petunia in de terracottabloempot waarvan de plant geïnjecteerd is met een gen van de kunstenaar. Een dubbelzijdig glazen schilderij bevat bloed. Het toont aan dat bloed verandert van kleur en substantie al naar gelang de

Sachi Miaychi The Gate, 2010 Hout en cement

22

OUT OF ART MEI 2011


“Onze tentoonstellingsruimte wil geen oase zijn. Onze presentatie is onvoltooid, in beweging, ongepolijst, contradictorisch, slordig, complex, onharmonieus, levend en onmonumentaal, zoals de wereld buiten de museum­ muren”, aldus Geert Verbeke

Linksboven: Christian Bors en Marius Ritiu This one goes out to the ones we loved Papier, schuim, polyester

Linksonder: Stan Wannet De Hondenmepper, 2008 Gemengde techniek

omgevingstemperatuur hoger of lager is. Dat kunst en natuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is ook goed te zien in het werk van Martin uit den Boogaard (1944). Hij ontdekte in zijn laboratoriumatelier dat de elektrische impulsen uit dood organisch materiaal te vertalen zijn naar een computerscherm. Ik kijk nieuwsgierig naar het ontbindingsproces van een inktvislijkje en volg de bijbehorende digitale geluiden en bewegingen op het scherm. Verbeke kocht van deze kunstenaar het werk De verborgen werkelijkheid. Delen van een geslachte koe worden in een installatie van negen glazen kubussen geëxposeerd. Een verwijzing naar Damien Hirst (1944) is snel gemaakt, maar Verbeke vertelt dat Uit den Boogaard al in 1990 zijn eerste dode koe in glazen stolpen plaatste. Volgens diens filosofie is materie voortdurend in beweging, zowel in levende als in dode wezens. Alle stoffen ondergaan onophoudelijk chemische reacties met elkaar, zodat ze blijven veranderen. Dit gebeurt in alle organismen, dus het maken van een wezenlijk onderscheid tussen leven en dood is eigenlijk onmogelijk geworden. Zo bezien bestaat er in principe geen verschil tussen het een of het ander. “Mijn vrouw moest er p

Rechts: Maarten Vanden Eynde Taxonomic Trophies, 2005-heden Hout

OUT OF ART MEI 2011

23


Jescika van Overveld Jescika van Overveld (1969) schildert de wereld altijd in ordelijke lagen. Meestal zijn het schoollokalen of toeristische trekpleisters. Scooters en kleine auto’s scheuren door het landschap. Straatstenen zijn in wiskundige patronen gelegd. Badgasten liggen in rijen van tien te consumeren langs gefantaseerde kusten. Haar perspectief doet denken aan bouwplaten uit de jaren vijftig. Anders dan anders

wel even aan wennen toen ik de dode koe aankocht. Maar ach, na een tijdje was ze er aan gewend”. Dit is iets dat ik me goed kan voorstellen. Op de een of andere manier trekt het aan om naar het ont­bindingsproces te kijken maar tegelijkertijd stoot het af. Een interessant verschijnsel. In de serres waarin bomen en sierplanten worden gekweekt staat het vol met kunstwerken. Het zonlicht in de kas werpt een rode gloed en geeft wat warmte aan deze koude dag. Hier is het goed bivakkeren en dat is ook wel te zien aan de vele tentjes die er staan. Verbeke krijgt een dringend telefoontje en moet weg. Ik neem afscheid van een ondernemend man die zijn passie voor de kunst op unieke wijze deelt. Een ding is zeker, als ik hier nog eens terugkeer staan er weer andere tentjes met andere kunstenaars. Zo blijven zij in de voortdurende beweging die zo noodzakelijk is voor het scheppen van nieuwe objecten en gedachten. Een betere infrastructuur dan die van de Verbeke Foundation kunnen zij zich daarbij niet wensen.

Op het schilderij Het Laatste Avondmaal laat Jescika ons voor de verandering aanschuiven bij dertien kinderen, volwassenen, kabouters? Hun geslacht is onbepaald, al lijken hun lippen gestift en hun groene, blauwe en bruine ogen zorgvuldig opgemaakt. Ze staren. Hun handen met roodgelakte nagels liggen op tafel. Zes gasten hebben een bord met verschillende gerechten, alle in de vorm van het Ying Yang teken. Vijf gasten lijken paaseitjes voor zich te hebben van pure en melkchocolade. Sommigen hebben er zes, sommigen zeven en één heeft er acht. Een persoon heeft een tekst voor zich. Is deze paasmaaltijd religieus bedoeld? Is dit Christus? Of een geschriftgeleerde ? En wie zit naast hem in het roze shirt, zonder bord, zonder eitjes? Is dat misschien de Christusfiguur? Ik zoek Judas en denk deze te vinden in het zwarte shirt. Maar ik twijfel door diegene die wel aan tafel zit, maar niet mee eet. Hij is de enige blonde, een echte outsider. Of is hij dan juist de verlichtende figuur, de gastheer? In de schaal tel ik twaalf grote, beschilderde eieren. Dus…een te weinig. Net als ik denk Judas gelokaliseerd te hebben, zie ik dat iedereen de kleur van zijn hoofddeksel deelt met de kleur van het shirt van zijn buurman. Iedereen,

www.verbekefoundation.com

www.kunstwerkplaats.nl

L.A. Raeven Wild Zone I, 2001 Video

24

OUT OF ART MEI 2011

Jescika van Overveld Het Laatste Avondmaal, 2007 Acryl op doek, 60 x 80 cm Particuliere collectie


Thema: naïeve kunst tekst: bert schoonhoven foto: Jan van Esch

Raadsel rond ‘Het Laatste Avondmaal’ behalve de gast aan het eind van de tafel. De ruimte om de gasten is beschilderd met dertig margrietachtige bloemen; een wel heel symbolisch getal. Immers, Judas verraadde Jezus voor dertig zilverlingen (Mattheüs 26: 15)… Het meest waarschijnlijk lijk het me dan toch dat de blonde man Christus is. Naast hem een apostel die alles op schrift zet. Johannes? De man met het zwarte shirt maakt in elk geval geen deel uit van deze maaltijd. Jescika schilderde een paasmaaltijd en noemde het Het Laatste Avondmaal. Bewust of onbewust zit het barstensvol symboliek, raadsels en ver­ wijzingen. Het allergrootste raadsel is nog

wel dat dit schilderij een week na de opening van onze galerie werd verkocht en cash werd betaald. Maar… het doek is zelfs na diverse telefonische afspraken nooit opgehaald. Bijna twee jaar wacht het nu op zijn rechtmatige eigenaar en ondertussen pieker ik me suf over het hoe en waarom. Nuchtere uitleg

Jescika’s uitleg over het schilderij is verbazend nuchter. Ik heb er veel te veel achter gezocht… “Ik heb zelf helemaal niets met godsdiensten. Het schilderij heet Het Laatste Avondmaal, omdat op de laatste paasdag gegeten wordt. Het is

Pasen, de mensen eten eitjes en eten voedsel. Het zijn mannen en vrouwen die aan tafel zitten. De grote paaseieren staan er voor de sier. Er is een persoon zonder bord want die zit te lezen. De andere persoon leest een paasverhaal voor. Er zijn mensen die hebben gekozen om een maaltijd te eten en anderen hebben gekozen om chocolade eitjes te eten. Er zijn bittere eitjes en er zijn melkchocolade eitjes. Er zijn drie verschillende maaltijden. Twee mensen eten steeds dezelfde maaltijd. Voor de decoratie heb ik de hoedjes en de shirts om en om gedaan. Ze zitten in een tuin vol madeliefjes. Als het verhaal klaar is, eten ze allemaal paaseitjes.”


Thema: naïeve kunst tekst: phia verstraete foto’s: leon hermans

Ilona Schmit (1943) wist op vijfjarige leeftijd al dat artistiek bezig zijn haar gelukkig maakte. In 1973 begon zij te schilderen met olieverf. Anderen bestempelden haar werk als naïef, maar zelf had ze daar nog nooit van gehoord. Al haar inspiratie haalt zij uit het Zeeuwse landschap, dat volgens haar ritme en rust uitstraalt. Ik bezocht haar in Kattendijke aan de voet van de Oosterschelde, waar zij woont en werkt in een monumentale boerenschuur uit 1862.

Ilona Schmit

Zelf gecreëerde wereld

De Zeeuwse lucht is zwaar van de regen en doet mistroostig aan. Ik ben blij dat na de barre fietstocht over de lange Kattendijksedijk het atelier van Ilona warm aanvoelt. Twee honden snuffelen aan mijn natte regenbroek. Ik kijk mijn ogen uit in de oude schuur die vol hangt met grote en kleine naïeve schilderijen, heiligenbeelden, iconen en Boeddhabeelden. Zoutstenen om de lucht te zuiveren en andere lichtjes geven de ruimte een sacrale sfeer. Onder het genot van een kopje thee luister ik naar haar verhaal. Ilona werd geboren in Goslar in Duitsland. Na de oorlog verhuisde het gezin naar Nederland waar het in Soest ging inwonen in de villa van haar opa. In haar jeugd had zij het niet makkelijk. Haar vader stierf aan de gevolgen van het verblijf in een concentratiekamp en haar zusje verongelukte. Ilona’s moeder sprak alleen binnenshuis met haar dochter. Daar buiten was de Duitse taal taboe. Op school was zij kwetsbaar door haar Duitse achtergrond. Als jong kind zat ze veel in de natuur en schilderde en tekende volop. Zelf zegt zij daarover ”Om te overleven kon ik op die manier mijn eigen wereld creëren”. Thuis werd haar creativiteit niet gestimuleerd, behalve door haar oma die haar leerde breien. En de frivole kunstzinnige tante Annie die in haar behoudende familie nogal opviel, was voor haar een voorbeeld van ‘jezelf mogen zijn’. Zoals haar familie van haar verwachtte ging Ilona studeren, ook al wist zij al van jongs af aan dat het niet haar weg was. Ze bleef zich dan ook artistiek uiten. Ze trouwde en kreeg drie kinderen. Na haar scheiding verhuisde ze met haar tweede man die meubelontwerper was, naar het dorpje Kattendijke in Zeeland. Na vier maanden overleed haar echtgenoot plotseling. Deze verdrietige gebeurtenis maakte dat Ilona een moeilijke maar achteraf juiste beslissing nam. Zij wilde niet meer weg van deze plek ook al was het huis een bouwval, beschikte zij over weinig financiële middelen en had zij in haar eentje de zorg voor drie kinderen. De enige manier om geld te verdienen was p

Een diep gevoel van stilte Ilona Schmit Koeien in een bootje, 2010 Olie op doek, 60 x 80 cm

28

OUT OF ART MEI 2011


Ilona Schmit Het engelenhof, 1996 Olie op doek, 200 x 200 cm

OUT OF ART MEI 2011

29


Bezocht en bekeken; ‘Sous le Vent de l’Art Brut’ tekst en foto: frits gronert

De Halle Saint Pierre aan de voet van de Sacré Coeur in Parijs vormt een fantastisch decor voor exposities rond Outsider Art. Deze voormalige markthal herbergt een tentoonstellingsgedeelte, een eenvoudig lunchcafé en een buitengewoon uitgebreide boekwinkel. Tot en met 26 augustus 2011 kan het publiek genieten van een selectie uit de enorme collectie van Museum Charlotte Zander uit Bönnigheim. (zie ook Out of Art , december 2008, pp. 14-20). Onder de titel ‘Sous le Vent de l’Art Brut’ ofwel ‘Onder de rook van de Art Brut’ worden van 49 bekende en voor deze collectie representatieve outsiders, tekeningen en schilderijen getoond. In tegenstelling tot de lichte, hoge ruimten van het Duitse kasteel is hier op de begane grond gekozen voor een sfeer als in de Collection de l’Art Brut in Lausanne (zie ook Out of Art december 2010 pp. 32-35). De schaars verlichte ruimte doet mysterieus aan. Alle grote namen zijn er. Van de hedendaagse Chris Hipkiss tot de klassiekers Wölfli en Henri Rousseau. Interessant zijn bijvoorbeeld de oudere tekeningen van Scottie Wilson, een waar ‘neusje van de

zalm’ uit de Zander collectie. En wat te denken van de bizarre, erotisch-surrealistische wereld van Friedrich Schröder-Sonnenstern? Deze kwetsbare tekeningen die de aandacht van de surrealisten trokken, zien zelden het daglicht en zijn daarom alleen al een bezoek aan Parijs waard. Zijn werk en dat van Sava Sekulic´ en Ilija Bosilj, was in Frankrijk tot nog toe niet zo bekend. Onder het overkoepelende daklicht op de eerste etage hangt onder meer een mooie serie kleine aquarellen van Nikifor, waarin hij het Poolse katholieke leven en de dorpsgezichten van weleer verbeeldt. Hier zijn ook twee schilderijen van Henri Rousseau te zien, de naïef die doordrong tot de collecties van internationale musea. De druk bezochte expositie wordt begeleid door een uitgebreide catalogus met een inleiding van Martine Lusardy, directeur van de Halle Saint Pierrre en curator van de tentoonstelling. In een interview met Miriam Hesse van de Stuttgarter Zeitung vertelt zij over de “revolutionaire manieren” die deze kunstenaars hebben “bedacht om te denken en te schilderen” en over “de eenheid, de kracht en de stoutmoedigheid” van deze particuliere collectie. Allez-y. Op naar Parijs!

www.hallesaintpierre.org

32

OUT OF ART MEI 2011


Thema: naïeve kunst tekst: hans andringa foto’s: leon hermans

“In mijn werk moet het altijd voorjaar zijn”

Herinneringen aan Willem Westbroek

Mijn eerste ontmoeting met het werk van Willem Westbroek (1918-1998) was in 1969 toen ik studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam (tegenwoordig Willem de Kooning Academie). Ik herinner het me als een mooie nazomerdag. Onder de titel De grazige weiden hingen 22 schilderijen op de eerste verdieping van expositiezaal ‘De Doelen’. In het trappenhuis maakte het grote doek Hoog bezoek voor de stier van Potter een verpletterende indruk op mij. Hier was iemand aan het woord die ik begreep, die mijn taal sprak. Ik zag een grote ruimte, waardoorheen zich een pad omhoog slingert tussen bomen. Een vrouw te paard wordt vooraf gegaan door drie muzikanten op weg naar een ontklede koeherder. De echte stier van de schilder Paulus Potter (1625-1654) kende ik van het Mauritshuis in Den Haag. Een verfijnd doek met een prachtige compositie die Westbroek op minutieuze wijze een plek had gegeven met een ondeugende draai. En dat op een ongewoon groot formaat, gezien de andere schilderijen op de tentoonstelling. Zelf ben ik een groot liefhebber van het werk van Henri p Willem Westbroek Poes is moe, 1984 Olie op paneel, 24 x 30 cm

OUT OF ART MEI 2011

33


gooide. Zelfs halfdode kamerplanten probeerde hij weer tot leven te wekken. Verder verzamelde hij curiosa, etnografica en Boeddha’s. Ook bezat hij een zeldzaam geworden schilderspop, die hij zijn “vrouwtje” noemde. Hij sprak haar wel aan met “Wilhelmina” en hij vond haar verstandig want “ze zwijgt, daar houdt ze van”. Iedere vierkante meter werd volgestouwd. Eerst op zijn schip en later in het woonhuis dat hij betrok in het Henkespand. Jarenlang was hij bezig zijn spullen te verhuizen. Planken, stukjes hout, afgedankte meubeltjes, alles kon hem wel eens van pas komen. Ik had eens een oude lijst in mijn atelier staan en vroeg hem of hij die kon gebruiken. “Zeker, zal ik een familieportret voor je schilderen?” en hij vroeg om foto’s van mijn vrouw en kinderen. Het duurde even maar het schilderij kwam er, ingelijst en wel, tegen een geringe vergoeding. Willem was bekend om zijn familieportretten. Hij maakte er zelfs één van André van der Louw, oud burgemeester van Rotterdam. Dicht bij het raam zat hij te werken en sprak ondertussen als de Heilige Antonius hardop met zijn koerende tortels en zijn muizen, waarvan hij altijd dacht dat er maar een was. In de kantlijn van zijn ­schilderijen ontstonden honderden ­tekeningetjes als ideeën en naast zijn bed lag wat hij zijn “krabbelboekje” noemde. Als hij uit een droom wakker werd, krabbelde hij er in. “Ik maak van mijn leven een droom en omgekeerd”. Ook etste hij graag, onder andere Nieuwjaarsprenten met behulp van een tandartsboor. Deze innemende verhalenverteller met zijn onafscheidelijke schipperspetje overleed in 1998 op 79 jarige leeftijd in ­Rotter­dam, de stad die hij ooit eens op een zeewaardig schip dacht te kunnen ­verlaten, zoals hij me ooit toevertrouwde.

Willem Westbroek Schetsen en krabbelboekjes

36

OUT OF ART MEI 2011

Vriend en verzamelaar Joop Gaertman

Toen ik bevriend raakte met de Rotter­ damse verzamelaar Joop Gaertman, kwam ik het werk van Willem weer tegen. Gaertman had Willem leren kennen via Kees Franse. Hij bezit inmiddels een uitvoerige documentatie van veel, met name Rotterdamse, grafici waaronder ook Willem Westbroek met wie hij goed bevriend was. Joop Gaertman is wel “een obsessief verzamelaar” genoemd, iets dat hij zelf beaamt. Hij bewaart en documenteert zelfs de kleinste knipsels voor toekomstige generaties. Met zijn onnavolgbare vertelkunst kan hij Willem Westbroek bovendien opvallend goed tot leven roepen. Ter gelegenheid van Joops tachtigste verjaardag stelde ik uit diens collectie eind 2010 met en voor Museum Rotterdam een tentoonstelling samen met werk van Willem Westbroek. Een selectie van zijn schilderijen en grafiek was samen met voorwerpen uit zijn leven en enkele fotoportretten te zien in Museum De Dubbelde Palmboom in Delfshaven, pal tegenover de plek waar Willems klipper vroeger lag, Hoewel de kunst van Willem Westbroek slechts zelden ter veiling komt, kunnen de velen die al werk van hem bezitten, blijvend wegdromen in zijn oeuvre dat het verdient om in een groot retrospectief getoond te worden, om zo bij een nog groter publiek de bekendheid te krijgen die het verdient. Gebruikte bronnen: mijn eigen herinneringen, het archief van Joop Gaertman en ‘Nederlandse naïeve kunst’ van Joop Bromet en Nico van der Endt, Venlo 1979. Hans Andringa (1948) is beeldend ­kunstenaar en docent aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam.


Eindeloze begeerte; Egberdien van Rossum tekst: frits gronert foto’s: leon hermans

De Rotterdamse Egberdien van Rossum keerde na vele omzwervingen terug naar haar geboortestad. Ze vestigde zich in een van de woontorens waaraan Rotterdam het bekende silhouet te danken heeft. Bij binnenkomst loopt iedereen onmiddellijk door naar het raam om van het weidse panorama te genieten. En hier op de 26e etage zit ik dan met mijn rug naar dat magnifieke uitzicht om binnen intens te genieten van Egberdiens verhalen over het leven, en natuurlijk van haar uitgebreide kunstverzameling.

‘Get a kik out of art’


Dineke van der Geest Zonder titel Hout, 33 x 99 cm Grady Kimsey Zonder titel Hout en keramiek, 30 cm hoog

De grote verhuizing

Deze kleine, elegante vrouw trouwde in 1954 met mr. W.J.J. van Rossum. Een jaar later al vertrok zij met haar man, die een functie had aanvaard als handelsattaché in het Caribische gebied, per boot naar Curaçao. Daar wachtte haar een wel heel ander leven dan ze gewend was als apothekersassistente in Zwitserland, waar ze korte tijd woonde en werkte. Op het kleine eiland waar iedereen iedereen kent, zijn de temperaturen hoog en de flora en fauna overweldigend. In de jaren vijftig waren er nauwelijks trottoirs en liepen de geiten vrij rond tussen de cactussen. Egberdien herinnert zich dat soms een cactusblad aan de staart van zo’n geit vastprikte en

dat ze dan altijd een beetje nostalgisch moest denken aan het Hollandse spel ‘ezeltje prik’. Ook buiten eten was een avontuur door complete mierenkolonies die als je niet oplette, je eten nog vóór jou verorberden. Ze moest wennen aan de recepties en andere formele ontvangsten waar ze samen met haar man verwacht werd. Wel leuk was dat ze in die tijd kon kennismaken met prinses Beatrix die het eiland bezocht. Toch waren al met al die eerste eilandjaren moeilijk. Zij miste haar werk en kreeg geen vergunning om op Curaçao aan de slag te gaan. Eigen galerie

Vanuit haar jeugd herinnert Egberdien

Jose Maria Capricorne Totem Verf, hout, glas, 16 cm hoog

38

OUT OF ART MEI 2011


zich de regelmatige bezoeken met haar vader aan Museum Boijmans Van ­Beunin­gen. Ook in Zwitserland bezocht ze exposities van hedendaagse kunst, vooral in Bazel en Zürich. Tijdens een bezoek aan het Curaçaosch Museum waren zij en haar man zo onder de indruk van een tentoonstelling van de Belgische kunstenaar Mark Verstockt (1930), dat zij besloten een werk van hem aan te kopen. Het was hun eerste kunstaanschaf en er zouden er nog vele volgen. Op het eiland was galerie ‘De Boog’ gevestigd. Toen Egberdien hoorde dat deze zou sluiten zei ze tegen haar man “‘Ik wil een galerie beginnen’. Hij keek me verrast aan en zei ‘werkelijk, wel een goed idee, gewoon doen’”. Zonder enige ervaring was het achteraf gezien een hachelijke onderneming. Maar ze schafte boeken over moderne kunst aan, verdiepte zich in de wereld van het galeriewezen en op 5 oktober 1966 werd ‘Gallery rg’ geopend; een verwijzing naar Van Rossum-De Goede, haar meisjesnaam en niet naar “Reuze Goed of Reuze Gezellig” zoals iemand eens schertsend opperde. Het bleek de start van een lange reeks exposities waarbij de bezoekers zo veel mogelijk werden aangespoord hun eigen conclusies te trekken. De kersverse galeriehoudster hield hen een spiegel voor, toonde nieuwe stromingen en motiveerde

het publiek open te staan voor het nieuwe en het onbekende. Zo was daar bijvoorbeeld haar ervaring met zero. Albert Vogel, een welbekende figuur op Curaçao bezat in Den Haag, samen met Leo Verboom, een galerie onder de naam orez, uiteraard het omgekeerde van zero. Zeer inventief. Hij lanceerde ooit een opening in zijn galerie met volkomen lege, witte muren. Echt zero. Ja, kunst moest toen shockeren. De mensen moesten zelf gaan nadenken. Egberdiens focus was gericht op avantgarde kunst met als specialisaties grafiek en autonome keramiek. De openingen waren drukbezochte happenings, compleet met lezingen en muziek. Via haar man kwam ze in contact met politici die zij graag uitnodigde haar tentoonstellingen te komen openen. Een van de leukste was wel Prof. dr. Bas de Gaay Fortman. Een greep uit de kunstenaars waarvan ze tussen 1966 en 1975 werk liet zien: Kees Okx (1939), Werner Moonen (1940), Jan Montijn (1924), Ru van Rossem (19242007), Pierre van Soest (1930-2001), Aat Verhoog (1933), Guillaume le Roy (19382008) en Michel van Overbeeke (1942). Later volgden tentoonstellingen over naïeve- en volkskunst uit Curaçao. Het verbaast me dan ook niet dat in haar eigen kunstverzameling werk van ‘self taught artists’ als Enrique Olario (1891-1977) en Hipólito Ocalia (1916-1984) is opgenomen.

Omdat het toenmalige kunstklimaat op Curaçao en de andere eilanden van de Nederlandse Antillen toen nog niet van zo’n hoog niveau was, vertrokken succesvolle kunstenaars naar het buitenland. De Curaçaose schilderkunst kreeg in die tijd vooral bekendheid door autodidactische zondagsschilders.

Monique van Os Pieleman Keramiek, 50 cm hoog

Paulus de Groot Beschilderd kastje Aryl op hout, 70 cm hoog

Pam Coffman Zonder titel Gemengde techniek, 50 cm hoog

Ocalia en Olaria

Aan de etnische volkskunstenaar Enrique Ocalia bewaart Egberdien van Rossum goede herinneringen. “In 1972 organiseerde ik een expositie met zijn werk. Wat een vreugde in temperament, kleur en uitbeelding! Het was een feest om bij hem thuis zijn schilderijtjes te komen ophalen. Het ritje door de kunuku (Papiaments voor het landelijke gebied), de aankomst bij zijn huis, de confrontatie met zijn unieke beschilderde, oude auto die ongeveer de ingang van zijn huis blokkeerde en de brievenbus die in de vorm van zijn huis was vervaardigd. En de vreugde waarmee hij en zijn vrouw me begroetten met stevige, bezwete ‘brasa’s’ (omhelzingen). Daarna kon je op je gemak uitzoeken welke werken je wilde meenemen. Hij voegde zaagsel toe aan zijn verf waardoor zijn schilderijen een driedimensionaal aanzicht kregen. Ocalia was een natuur­ talent, geheel authentiek. Ik heb nimmer enig ander werk gezien van een dergelijk p

OUT OF ART MEI 2011

39


Agenda NEDERLAND Amsterdam Amsterdam Outsider Art Nieuwe Keizersgracht 1a www.amsterdam-outsider-art.nl en www.olof-art.nl

D 3 jun – 16 jul 2011 Aeroplanes, balloons and railroads Ism Pure Vision Art Bagagehal van Loods 6

D t/m 28 aug 2011 The Coney Island Amateur Psychoanalitic Society Zoe Beloff, New York, ontwierp een pretpark, gebaseerd op de theorieën van Freud D 1 jul -11 sep 2011 Ovartaci Karakteristiek voor Ovartaci’s werk is zijn fascinatie voor vrouwen

KNSM laan 143

Rotterdam Galerie Atelier Herenplaats

www.beeldendgesproken.nl

Schiedamse Vest 56-58

D 20 - 25 mei 2011 Tentoonstelling Beeldend Gesproken Kunstprijs 2011 Goes Galerie Atelier De Kaai J.A. van der Goeskade 65 www.artoteek.be

www.herenplaats.nl

t/m 19 jun 2011 Down here down under Selectie van Colin Rhodes: werk uit Australië, Nieuw Zeeland en Rotterdam D 1jul – 28 aug 2011 100e jubileum expositie Selectie van de afgelopen 20 jaar Herenplaats-exposities D 9 sep – 6 nov 2011 Wooden pride Finse houten beelden BUITENLAND

D 20 mei – 26 aug De Kaaimannen Werk van alle heren kunstenaars van De Kaai

Brussel, België Art en Marges Museum Rue Haute 312-314 www.artenmarge.be

Haarlem Het Dolhuys Schotersingel 2 www.hetdolhuys.nl

D t/m 31 jul 2011 “Ik en mijn gekte” Dagboektekeningen van Bobby Baker

t/m 5 jun 2011 Gek van Hongarije Werken uit de Reutercollectie D 14 jun – 18 sep 2011 What’s up? Recente ontdekkingen Kemzeke, België Verbeke Foundation Westakker 9190 Kemzeke (Stekene)

D t/m 30 okt 2011 Krijn Giezen Retrospectieve tentoonstelling

42

OUT OF ART MEI 2011

Luik, België Grand Curtius Féronstrée 136 infograndcurtius@liege.be

D t/m 26 jun 2011 Gravures MadMusée collectie

D 31 mei – 5 jun 2011 Mitmach-Aktion Bezoekers breien mee olv het installatie – en performanceduo ‘Das Archiv’ D 5 jun – 25 sep 2011 Gestrickt, gewebt, gehäkelt Art Brut en textiel D 6 – 9 okt 2011 2x2 Outsider Art Forum NRW 2011 Europees Outsider Art platform (www.outsiderartassociation.eu)

Madmusée Parc d’Avroy www.madmusee.be

D t/m 25 jun 2011 Le Temps trouvé Werk van Johan Geenens en Adolf Beutler D 1 jul – 10 sep 2011 Nieuwe aanwinsten Bönnigheim, Duitsland Museum Charlotte Zander

Parijs, Frankrijk La Halle Saint Pierre 2 rue Ronsard www.hallesaintpierre.org

D t/m 26 aug 2011 Sous le Vent de l’Art Brut Tentoonstelling met werk van kunstenaars uit de collectie Museum Charlotte Zander, Bönnigheim (zie ook p. 32)

Hauptstrasse 15

Villeneuve d’Ascq, Frankrijk LaM

www.sammlung-zander.de

1 Allée du Musée

D t/m eind aug 2011 Louis Vivin (1861-1936) en de 2e generatie klassiekers der naïeve kunst in Frankrijk: Ferdinand Desnos (1901-1958), LouisAuguste Déchelette (1874-1969), Jean Eve (1900-1968), René Rimbert (1896-1991) e.a. D t/m 2011 Wolfgang Teucher; Fantastische sculpturen Münster, Duitsland Kunsthaus Kannen Alexianerweg 9 www.kunsthaus-kannen.de

D t/m 29 mei 2011 Symbolen en vlakken Werk van Alfred Olschewski en Gerd Maron uit de collectie van Kunsthaus Kannen

www.musee-lam.fr

D t/m 3 jul 2011 Adolf Wölfli Univers t/m 28 aug 2011 Amicalement Brut; Collectie Eternod en Mermod Lausanne, Zwitserland Collection de l ’Art Brut 11 avenue des Bergières www.artbrut.ch

D 13 mei – 30 okt 2011 Nannetti; ‘colonel astral’ Telepathische inscripties in steen van F.O. Nannetti (1927-1994) Agendagegevens voor Out of Art 12 graag vóór 30 september 2011 mailen naar info@out-of-art.nl o.v.v. ‘Agenda december 2011’


English summary I am who I am; Ross Brodar Phil Demise Smith, New York, wrote ‘a prose poem collage’ about Ross Brodar (1971). In three parts he leads us through Brodar’s development as an artist. In the Beginning “Language becomes paintings, becomes words, becomes symbols for words, become characters that represent themselves and Ross. The Middles, according to Ross himself, became “a life of art: music, film and painting and inventing survival, day by day by night”. In The Present Phil Smith sees “darkness and light colliding and sharing the same walls and openness inside each expression”. Ross Brodar is now considered a “mainstream outsider”. p.p. 12-15 www.rossbrodar.com The place to be; Verbeke Foundation Geert Verbeke converted the l­ocation of his former transport business in Kemzeke, Belgium, into a site for modern art. Since 2007, the Verbeke Foundation has been open to visitors and to artists temporarily working and staying there. This cultural entrepreneur owns an eminent collection of collages and assemblages and with his site he has created an inspiring, animated place that is constantly changing, with special attention being given to such subjects as natural processes and biotechnology. p.p. 19-24 www.verbekefoundation.com

Fascinating encounters; James Brett Filmmaker, collector and businessman James Brett opened the Museum of Everything in North London in 2009. He is averse to the decadence of the modern art scene in London, where

self-conscious characters hold sway. His museum is about collecting and presenting works of artistic value that capture the combination of creativity and biography. The work itself cannot be separated from the story behind it. This is reflected in the sensational and stimulating presentations at the Museum of Everything, which he describes as “a film with different chapters (…) a stringing together of events and situations”. p.p. 26-27 www.museumofeverything.com Visited and viewed; ‘Sous le Vent de l’Art Brut’ La Halle Saint Pierre at the foot of the Sacré Coeur in Paris is the fantastic setting for a temporary exhibition of drawings and paintings by 46 out­ siders from the collection of Museum Charlotte Zander in Germany. It was primarily the work by SchröderSonnenstern, Sava Sekulic´ and Ilija Bosilj that was not yet so well known to the French. Off to Paris this summer! p. 32 www.hallesaintpierre.org

Endless desire; Egberdien van Rossum The multitalented Dutchwoman Egberdien van Rossum opened her own ‘Gallery rg’ on Curaçao in 1966, where for years she organised sensational and popular exhibitions of avant-garde art, naïve art and of the island’s folk art. She collected works of many of the artists whom she ­represented there and, later, elsewhere. This private collection, which also includes Outsider Art, found a place in her Rotterdam apartment block home. p.p. 37-41 Naive art The importance of naive art Cynthia Thumm of the Museum Charlotte Zander in Germany introduces naive art. She convincingly

demonstrates how fruitful the union between regular artists and untrained artists was in the early twentieth century. The author calls on museums with notable collections of naive art to conduct further research into and organise exhibitions about the ­importance that classical naive art played in classical modern art of the early twentieth century. p.p. 4-8 www.sammlung-zander.de

Message from Zagreb; The Naive or Naive Art Vladimir Crnkovic´, director of the Croation Museum of Naive Art in Zagreb, clarifies the concept of Naive art. Emotion is privileged over rationalism and intellectual speculations and lyrical relaxation and romanticism over austerity. We also meet the tragic and the symbolic in the Naive, the fantastic, irreal and somnambulistic. In short, the Naive is composed of an abundance of extremely different individual creations which makes a simple definition impossible. p.p. 9-11 www.hmnu.org Elisabeth Gevaert; Urban ambience According to Galerie Hamer’s Nico van der Endt, many of the paintings by German resident Elisabeth Gevaert (1935) are about the city as the s­ etting for human beings and their behaviour, always painted with an eye for detail and a feel for architecture. Thanks to her extraordinary colouristic talent, she knows how to capture urban ambience in particular. In most of her oeuvre the composition aims to ­create emotional tension, which then arouses the viewer’s fantasy. p.p. 16-18 www.galeriehamer.nl

Jescika van Overveld; Mystery ­surrounds The Last Supper Dutchwoman Jescika van Overveld (1969) usually paints classrooms and tourist sights. The Last Supper, a canvas that is an exception to this rule, ­mystifies us. How should we interpret this Bible story? Enquiring only prompts a matter-of-fact explanation. Jescika has “nothing to do with religion” and simply painted The Last Supper because of the meals and the chocolate eggs that are eaten on the last day of Easter, while someone reads a story aloud. p.p. 24-25 www.kunstwerkplaats.nl A profound feeling of silence; Ilona Schmit In the vast Zeeland landscape (the Netherlands), self-taught Ilona Schmit (1943) creates paintings in an ­unaffected fashion with a colour ­perspective, full of lightness, floral splendour, rows of pollard willows, dykes and animals. “I feel a great responsibility to instil peace and ­harmony in my work. The world is already fast-paced and full of conflict as it is,” says Ilona Schmit. p.p. 28-31 www.ilonaschmit.com

Recollections of Willem Westbroek: “It always has to be spring in my work” Dutch painter Willem Westbroek (1918-1998) may have attended the art academy for a few years, but in the late 1950s he developed a style all of his own. Although he didn’t much like the term ‘naive’, his work can be characterised as such. About refined paintings, paradisiacal settings, i­ nnocence, vice and about the desire to organise a major retrospective of this work. p.p. 33-36

OUT OF ART MEI 2011

43

Profile for Out of Art

Out of Art 2011#1  

Bekijk enkele pagina’s van Out of Art 2011-1. Houd je van kunst met een rafelrandje? Lees dan Out of Art, hét kunstmagazine over hedendaags...

Out of Art 2011#1  

Bekijk enkele pagina’s van Out of Art 2011-1. Houd je van kunst met een rafelrandje? Lees dan Out of Art, hét kunstmagazine over hedendaags...

Advertisement