BM 04 2018

Page 1

OUDERVERENIGING BALANS | JAARGANG 31 | NR.4 | SEPTEMBER 2018

04

informeert & inspireert

BALANS MAGAZINE VOOR OUDERS, ONDERWIJS- EN ZORGPROFESSIONALS

Special! DYSLEXIE BM04�2018

Een nieuw

DYSLEXIEPROGRAMMA

gericht op preventie & hulpmiddelen Een initiatief van BALANS en OCW UTS met alle INS & O in 1 dossier!

ADHD-onderzoeker Sandra Kooij: ‘HOE JONGER BEHANDELD,

‘HU DE DEP, UR UIT!’ BOB (23, PDD-NOS) WOONT ZELFSTANDIG MAAR MET BEGELEIDING

Moeder Francine (ADD) loopt pelgrimstocht voor BalansFonds

HOE BETER’

EN VERDER � WANNEER MAG THUISZITTER LIZA (11, ASS) DOEN WAT VOOR HAAR WERKT? � COLUMNISTE KATJA STIL: ‘WAAROM WILLEN WIJ IETS VAN EEN KIND?’ � BIJ ONS THUIS: ‘DOOR JOP (13, ADHD) KUNNEN WIJ DE HELE WERELD AAN’


INHOUD

10

OUDERS BM04 • 2018 Pagina 16 - 45 DOSSIER: DYSLEXIE

B A L A N S D I G I TA A L . N L FACEBOOK/OUDERVERENIGINGBALANS TWITTER@BALANSDIGITAAL

BIJ ONS THUIS ‘Door Jop kunnen wij de hele wereld aan’ SANDRA KOOIJ OVER ADHD ‘Hoe jonger behandeld, hoe beter!’ PELGRIMSTOCHT Francine legde 580 km af voor het BalansFonds

Ouder Ingrid Billardie Onderwijsjurist Katinka Slump Docent Anton Horeweg Ervaringsdeskundige Ilse Krabben Politicus Paul van Meenen Zorgmanager Katja Stil

ELKE MAAND

8

KINDEREN/JONGEREN THUISZITTER LIZA (11) Wanneer mag Liza doen wat voor haar werkt?

BOB (23) WOONT ZELFSTANDIG

8

46

‘Ik zei tegen mezelf: hup, de deur uit!’

2 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018

Voorwoord Beatrice Keunen Balans Actueel Balans Lobby: dyslexie Q&A: de taalstoornis TOS Boek&Beeld Balans in 't Land Even voorstellen: de redactie BalansAcademy Gepland, service & colofon Word lid van Balans!

DYSLEXIE

49

56

EN VERDER COLUMNS

Special!

10

7 15 45 48 53 59

3 4 6 14 54 60 61 62 63 64

BM04�2018

D

Y

S

L

E

X

I

E

DYSLEXIEPROGRAMMA Gasthoofdredacteuren Ria Kleijnen en Evelien Krikhaar leggen uit wat het stimuleringsprogramma inhoudt HET GEZIN ‘Dyslexie gaat verder dan problemen met lezen’ DE POLITIEK Vier jaar lang extra budget voor preventie en ondersteuning DE WETENSCHAP Aryan van der Leij: ‘Het wordt alleen maar beter voor dyslectici!’ DIGITAAL PLATFORM Alles over dyslexie straks te vinden op één website PLEZIER IN LEZEN Met het juiste materiaal wordt lezen leuk!

16

18

21

24

28

31


VOORWOORD

Gasthoofdredacteuren:

Ria & Evelien

Het werken met gasthoofdredacteuren is inspirerend! De redactie leert van hun kennis en kunde, in dit geval over de leerstoornis dyslexie. Deze BM mochten we zelfs maken met twee gasthoofdredacteuren: Ria Kleijnen en Evelien Krikhaar, kwartiermakers van het door Balans geïnitieerde en door OCW financieel ondersteunde Stimuleringsprogramma Dyslexie.

DE BEGELEIDING 32 Een warm pleidooi voor de remedial teacher VERMIJDINGSGEDRAG 34 ‘Zorg ervoor dat kinderen met dyslexie zich geen uitzondering voelen’

HET ONDERWIJS

36

‘Niet afwachten, meteen samen ingrijpen’

COMORBIDITEIT ‘Dyslexie behandelen is lastig als een andere stoornis overheerst’

41

Het programma is nog maar kort geleden landelijk geïnitieerd, het draait tot 2021, en is gericht op de preventie van dyslexie en op het verbeteren van het aanbod van hulpmiddelen. Vanuit een helicopterview zou je kunnen zeggen dat het programma ein-de-lijk is gericht op het versterken van de positie van onderwijs- en zorgprofessionals, van ouders en daarmee van kinderen met dyslexie. Meer hierover in het dossier vanaf pag. 16, met artikelen die alle betrokkenen bij dyslexie - elk vanuit een eigen rol - motiveren, zelfs bemoedigen! Gaat het over ADD/ADHD dan gelden gelijksoortige ‘principes’ als bij dyslexie: het belang van onderkenning, van vroegdiagnose en het aanbieden van maatwerk. Sandra Kooij, psychiater en vooraanstaand ADHD-onderzoeker, vertelt over de inhoudelijke betekenis van voornoemde principes, maar ook over wat er bij onderdiagnose van ADD/ADHD kan gebeuren in het leven van een kind, en daarmee ook in dat van de ouders. Als laatste haal ik hierbij graag de pelgrimstocht van Francine Postma aan, waarover zij schrijft vanaf pag. 56. Francine: moeder met ADD met twee zoons, Coen (11, ASS) en Jan (8, ADHD). Zij liep afgelopen zomer in Noorwegen een tocht van een kleine zeshonderd (!) kilometer ten behoeve van het BalansFonds. Francine volgt vanaf de BM in december onze vaste columniste Ilse op, van wie we afscheid nemen op pag. 48. Francine en Ilse, grote dank namens de leden van Balans voor jullie positieve inzet. Ten behoeve van onze kinderen is er veel om voor te strijden. Kennis over hun ontwikkelingsproblematiek is daarbij essentieel. Deze BM staat u daarin bij, dit keer waar het gaat om onder meer dyslexie, ADD, ADHD, autisme, McDD, hoogsensitiviteit, TOS en dyscalculie.

KIJK OOK EENS OP: INFORMATIEPUNTDYSLEXIE.NL

Perspectief voor ieder kind. Daar staan we voor.

Beatrice Keunen

Hoofdredacteur Balans Magazine

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 3


ACTUEEL BRAIN-studie Wageningen: onderzoek voeding en ADHD Uit wetenschappelijk onderzoek* is gebleken dat zestig procent van de kinderen met ADHD grote gedragsverbeteringen laat zien na het volgen van een fewfoods-dieet, het zogenoemde RED-dieet. Het RED-dieet is een kortdurend dieet van vijf weken, waarbij alleen een beperkt aantal ‘veilige’ voedingsmiddelen wordt gegeten. Hoe het RED-dieet precies werkt, wordt nu onderzocht door de Wageningen Universiteit (brain-studie.nl). Met behulp van uitgebreid ontlasting- en bloedonderzoek wordt nagegaan of de microbiota, de darmbacteriën, betrokken zijn bij de gevoeligheid van kinderen

voor voeding. De onderzoekers hopen hiermee een simpeler dieet voor ADHD te ontwikkelen. En wie weet kan het dieet zelfs overbodig worden als er meer bekend is over de werking van de darmbacteriën. In de trailer is te horen en te zien wat een dieet kan doen tegen ADHD: ouders, leerkracht en kinderen vertellen hun verhaal. Kijk op YouTube bij 'ADHD en voeding, brain studie'. ○ Heeft u een rechtshandige zoon die minimaal 8 jaar is en nog net geen 11? Meld hem dan aan voor deelname aan de BRAIN-studie. *De Lancet (2011), INCA study: ncbi.nlm.nih.gov/m/pubmed/21296237.

Leeftijdsgrens Jeugdhulp naar 21 jaar Jongeren die te maken hebben met Jeugdhulp hebben vaak ook na hun achttiende verjaardag nog behoefte aan ondersteuning. Omdat ze volgens de wet meerderjarig zijn, vallen deze jongeren vaak in een ‘zwart gat’. Ze mogen bijvoorbeeld niet meer naar hun vaste therapeut. Om daar verandering in te brengen heeft De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid geadviseerd om de leeftijdsgrens voor Jeugdhulp te verhogen naar 21 jaar. MIND, LOC

Jeugd en ook Balans vinden dat een goed idee. Balans heeft haar doelgroep onlangs al opgerekt van 18 naar 23 jaar. In BM komen jongvolwassenen meer aan het woord, onder meer in de rubriek ‘18-23’. In plaats van bureaucratische processen en onnodige schotten, kan de hulp en ondersteuning nog veel meer dan nu aansluiten bij wat jongeren nodig hebben. Het verschuiven van de leeftijdsgrens naar 21 jaar is een eerste – en noodzakelijke – stap in de goede richting. Maar het veranderen van een leeftijdsgrens alleen, is niet genoeg. Er moet ook worden nagedacht hoe de aansluiting op andere vormen van zorg beter kan en wat er nodig is om jongeren in de Jeugdhulp naar volwassenheid te begeleiden. (Bron: mindplatform.nl)

4 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018


ACTUEEL

NVA Autismecongres 2018 vrijdag 9 november • Beatrixtheater Utrecht

Meer weten over de laatste ontwikkelingen op het gebied van autisme? Kom dan naar het NVA Autisme congres op 9 november in het Beatrix Theater in Utrecht!

THERAPIEHOND

ZINVOL BIJ KINDEREN MET ADHD Een nieuw onderzoek, uitgevoerd onder kinderen met ADHD van zeven tot negen jaar, toont aan dat therapiehonden kunnen helpen om (sneller) symptomen van ADHD te beheersen. Kinderen die werden behandeld met door honden ondersteunde interventies (naast traditionele interventies), waren volgens het onderzoek sneller oplettend en hun sociale vaardigheden verbeterden eerder. Bij kinderen met ADHD die alleen traditionele interventies kregen, waren de uiteindelijke uitkomsten vergelijkbaar, alleen lieten die langer op zich wachten: gemiddeld twaalf weken, tegenover acht weken bij de groep die werd behandeld met therapiehonden. In hyperactiviteit of impulsiviteit werden geen belangrijke verschillen tussen de twee groepen gevonden. Het onderzoek is gepubliceerd in de HumanAnimal Interaction Board van de Society of Counseling Psychology. (Bron: dogzine.nl)

Het thema van het congres is Autisme in ontwikkeling! Dit thema wordt benaderd vanuit verschillende invalshoeken. Allereerst is er aandacht voor de ontwikkeling van onze kennis over autisme en veranderende visies op wat autisme ‘is’. Daarnaast gaat het congres over wat een autismediagnose betekent voor je ontwikkelingsperspectief, en wat helpt om de ontwikkeling van mensen met autisme tot bloei te brengen gedurende de diverse levensfases. Belangrijke onderwerpen zoals zorg, onderwijs, relaties en wonen zullen hierbij uitgebreid aan bod komen. De hele dag zijn er lezingen en discussies van prominente wetenschappers én ervaringsdeskundigen. Daarnaast krijgt u alle gelegenheid om onze informatiemarkt te bezoeken. Kortom, een gevarieerde en interessante dag voor iedereen die te maken heeft met autisme!

Voor NVA- en Balansleden geldt een speciaal tarief, met een korting die kan oplopen tot maar liefst honderd euro. De toegangsprijs is inclusief een lunch. Meer informatie en inschrijven via autisme.nl

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 5


ACTUEEL LOBBY

ACTUEEL LOBBY Lobbyen voor goede voorzieningen en erkenning voor de problematiek van gezinnen met kinderen met ontwikkelingsproblematiek. Balans zet zich er reeds drie decennia voor in. Vaak gebeurt de belangenbehartiging achter de schermen. Vanaf nu iedere BM een inkijkje in de Balanslobby.

RECHTER: ‘DYSLEXIE IS EEN PSYCHISCH PROBLEEM’ Volgens een rechter in Zwolle is dyslexie een psychisch probleem. Deze uitspraak kan grote gevolgen hebben voor de hulp die kinderen met dyslexie krijgen van gemeenten. Balanscollega Joli Luijckx zoekt uit wat de consequenties zijn.

De uitspraak van de Overijsselse rechtbank is opmerkelijk omdat voor de invoering van de Jeugdwet in 2014 EED juist een voorwaarde was om in aanmerking te komen voor vergoeding van dyslexiebehandeling. Het ministerie van Volksgezondheid laat weten de uitspraak te willen bestuderen. De kosten voor dyslexiebehandeling zullen als alle gemeenten de behandeling gaan vergoeden namelijk aanzienlijk stijgen. Het aantal kinderen dat ervoor in aanmerking komt, zou kunnen stijgen van 3,6 naar 7,2 procent.

Dyslexie is volgens de rechter een psychisch probleem. En Ondertussen heeft het bestuur van de Stichting Dyslexie dat is goed nieuws. Want dat betekent dat op grond van Nederland (SDN) laten weten verheugd te zijn over de artikel 2.3 van de Jeugdwet de gemeente voor hulp moet uitspraak. Omdat álle kinderen met dyslexie kunnen worden geholpen. En omdat dyslexie als een zorgen voor álle kinderen met dyslexie. Dus niet alleen voor kinderen met ernstige enkelÉLK KIND MET psychische stoornis wordt geduid. SDN: ‘De uitspraak is daarmee in overeenstemming voudige dyslexie (EED). Het betekent dat een DYSLEXIE met de nationale en internationale wetenkind, dat ook nog andere stoornissen heeft, in HEEFT RECHT schappelijke opvattingen over dyslexie. De aanmerking komt voor dyslexiebehandeling. OP uitspraak impliceert dat de behandeling van En die moet volgens de Jeugdwet door de gemeente worden betaald. BEHANDELING dyslexie ook moet worden geplaatst binnen de jeugd-GGZ.’ De rechtszaak tegen de gemeente Zwolle was aangespan- Oudervereniging Balans is benieuwd naar de reactie van het ministerie van Volksgezondheid. Ondertussen vinden nen door de ouders van een tienjarige jongen. De gemeente wilde de dyslexiebehandeling van hun zoon niet vergoeden we het belangrijk dat ouders, scholen en dyslexiehulpomdat hij geen EED heeft. Nu zegt de rechter in deze zaak verleners deze uitspraak van de Overijsselse rechtbank (AK_18_99_tu) dat dyslexie een psychische stoornis is. kennen. Met deze uitspraak in de hand kunnen gemeenten En volgens de Jeugdwet is de gemeente verantwoorde- worden gewezen op hun verantwoordelijkheid voor álle lijk voor hulp aan kinderen met psychische problemen. kinderen met dyslexie.

Balans zorgt voor politieke lobby voor hulpmiddelen bij dyslexie, beter leesonderwijs op scholen, meer handen in de klas, betere ondersteuning voor drukke kinderen, behandeling en vergoedingen voor ADHD, ASS en ODD, herkenning en erkenning van DCD, hoogbegaafdheid en dyscalculie.

6 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018


OUDERCOLUMN INGRID BILLARDIE

‘Ik wil ook opscheppen’

Meestal richten die gesprekken zich op alles wat het kind niet kan, want daar is de hulp bij nodig. Als je iets positiefs zegt, ontstaat al snel het misverstand dat het wel meevalt. Ho, help, denk je dan nog, dat ene ding ging goed, de rest heeft nog wat hulp nodig! De volgende keer kijk je wel twee keer uit, voor je zoiets zegt. De overstijgende vraag is: hoeveel van die negatieve kind-kan-niks-mindset krijgen onze jonge kinderen zelf mee? Hoe vaak horen ze die ‘maar’? Hoe vaak merken ze dat hun ouders, leraren en verzorgers naar hen kijken, op zoek naar dingen die niet goed gaan? Nooit iets leuks over je kind kunnen zeggen, is verschrikkelijk.

NOOIT IETS LEUKS OVER JE KIND KUNNEN ZEGGEN, IS VERSCHRIKKELIJK

Foto©Annette Fauchey

Om hulp te krijgen in onze maatschappij, moet je benadrukken wat niet goed gaat. En dat is jammer. Ook als het om onze kinderen gaat. Regelmatig moet je vertellen en herhalen wat je kind allemaal niet kan. Soms is er wekelijks een gesprek en alle gesprekken hebben een zekere dwang. Doe je ze niet, dan draaien belangrijke raderen niet of stroef.

Ingrid Billardie en haar man zijn de ouders van twee jongens van vijftien en dertien jaar. De oudste heeft de diagnose PDD-NOS, de jongste klassiek autisme. Omdat het lastig bleek om voor een werkgever te werken, is Ingrid boeken gaan schrijven, waaronder De Drakendokter-boeken bij Graviant. Dit is een serie kinderboeken (6-12 jaar) die speciaal geschikt is voor kinderen met autisme. De hoofdstukken zijn kort, het taalgebruik is niet al te complex en de cliffhangers zijn ‘mild’.

Normaal gesproken kunnen ouders opscheppen en dat doen ze ook met veel plezier. ‘Die van mij haalt allemaal tienen! Elke week wordt hij minstens twee keer op een feestje gevraagd! O, en hij lust alles en kan wel vier uur stilzitten in een duur restaurant, zo leuk.’ Opscheppen willen zorgende ouders ook! Over dat lieve, pure. Over hoe netjes ze gisteren at. Over hoe lief hij het speeltje teruggaf aan de baby. Over hoe goed hij die ene game kan spelen. Over hoe lief hij voor zijn broertje is. Dat is goed voor de ouders en het is goed voor de kinderen. Je kijkt anders, zachter naar kinderen waarover net iets fijns is gezegd. De kinderen voelen het als hun ouders, leraren of begeleiders uit een hulpgesprek komen met een positief gevoel.

Daarom vraag ik regelmatig of iedereen aan het einde van een zware ‘moeilijk, moeilijk’ vergadering iets positiefs over het kind in kwestie wil zeggen: ‘En nu afsluiten met iets wat hij heel goed kan.’ Of: ‘Wat kun je over haar vertellen wat zo leuk is dat iedereen het moet weten?’ Niet iedereen is er meteen goed in. Sommige mensen snappen het niet helemaal of hebben een andere definitie van leuk en positief dan ik. Maar daar zeg ik verder niks van. Het gaat erom toch even dat hoofd te draaien naar alles wat wél lukt. Naar iets positiefs. Voor kinderen is dat zó belangrijk om te horen. Dat ze ook dingen kunnen, zonder ‘ja-maar’. Er is hoop en jij bent lief en je mag er zijn. Kom hier, knuffel.

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 7


‘WANNEER MAG LIZA BLIJVEN DOEN WAT VOOR HAAR WERKT?’

8 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018


THUISZITTERS

Twee scholen, en twee keer ging het mis. Hoewel het op de laatste ogenschijnlijk goed ging, viel Liza (nu 11, ASS, McDD) begin 2017 uit na een periode van angst, psychose en stress. Een patroon dat moeder Petra inmiddels herkent: met spiegelgedrag weet Liza lang de schijn op te houden. Met onder anderen een onderwijscoach gaat het de thuiszitter langzaam beter. Maar school en schoolarts willen nu hogere eisen gaan stellen. INTERVIEW: GEERT BORS FOTOGRAFIE: JORIS DEN BLAAUWEN ILLUSTRATIES: LIZA DE BLOK

‘J

e had laatst die voetballertjes in die Thaise grot. Dat is nieuws dat ik van Liza weg probeer te houden, want voor je het weet, heeft ze zelf het idee te stikken in een ondergelopen grot. Het geluid van iets wat van tafel valt, wordt in haar beleving snel: ontvoerders, IS-strijders! McDD - al is het geen DSMdiagnose - beschrijft precies hoe Liza is, bewegend in een wereld van fantasie, angsten en werkelijkheid. De woede is er niet, behalve dat wat zich naar binnen keert. We zijn constant bezig om alles wat te groot wordt, weer klein te maken.

onderwijscoach van dezelfde organisatie, Boba, één cluster-3-juf die van wanten weet. Het klikt met Liza en haar twee uur onderwijs per week wilden we gaan uitbreiden naar vier, én een dagdeel art class. Maar de school waar ze anderhalf jaar geleden is vertrokken, heeft een nieuwe directeur die vindt dat zij niet aan haar zorgplicht voldoet als Liza niet naar school komt. We zitten middenin een onderzoek, onder leiding van een jeugd-/schoolarts, die al heeft laten doorschemeren dat zij Liza’s behandelaars en ons te voorzichtig vindt. Gisteren hebben we een zwaar gesprek gehad. Er kán uitkomen dat we op dezelfde voet verder mogen, met een vrijstelling 11D: een ziekmelding op psychologische gronden, op basis van de leerplichtwet. Of een verplichte terugkeer naar (speciaal) onderwijs en bij weigering een proces verbaal. In het ergste scenario worden wij beschuldigd van verwaarlozing.

Wanneer komt er eindelijk vertrouwen?

Intussen kan Liza heel goed gewenst gedrag vertonen. Met een nieuw persoon tegenover zich begint ze meteen te spiegelen. Het is Liza’s overlevingsmechanisme - haar grootste gave en valkuil tegelijk. Dat patroon hebben we vaak gezien: mensen beginnen enthousiast met ondersteuning en later blijkt het toch moeilijker dan verwacht. Mensen worden dan vaak merkbaar ongemakkelijk en kunnen niet meer bij de juiste hulp. Dat voelt Liza en dan ben je haar kwijt. Eindelijk waren we in rustig vaarwater beland; via Liza’s levensloopcoach kregen we een

Geholpen door een aantal partijen houden we moed. Maar ik denk ook vaak: Wanneer mag Liza blijven doen wat voor haar werkt? Wanneer komt er eindelijk vertrouwen?’ september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 9


BIJ ONS THUIS

‘DOOR JOP KUNNEN WERELD Mirna van Dalfsen (43) vormt na haar scheiding een nieuw gezin met Olaf (40) en haar kinderen Fleur (16, hoogsensitief) en Jop (13, ADHD en hoogsensitief). Sinds drie jaar wonen ze bij elkaar. INTERVIEW: NICOLETTE KUIJLAARS FOTOGRAFIE: JORIS DEN BLAAUWEN

M

irna: ‘De kracht van ons gezin? Dat Jop en Fleur ons verder laten kijken. Naar onszelf én naar de wereld. Ik ben zóveel zachter geworden. Hoe anders ik nu op dingen reageer, hoe beter ik nu naar de kinderen kijk! Het eierverhaal zegt alles: Jop had eitjes voor me gekocht, maar liet ze onderweg vallen. Thuisgekomen bindt hij z’n skeelers onder en gaat terug naar de winkel om nieuwe te kopen. Mijn eerste reactie toen: alle eieren kapot! Nu zal ik zeggen: wat lief dat je terug bent gegaan om nieuwe eitjes te kopen.’ Olaf: ‘Ik ben klassiek opgevoed: dit zijn de regels en daar moet je je aan houden. Als opvoeder wil je dat misschien anders doen, maar stap je toch in dezelfde valkuilen. Jop heeft me uit die comfortzone getrokken. Daardoor kan ik mijn verleden loslaten en op mijn eigen manier met hem omgaan.’ Jop: ‘Dat doet Olaf goed! In het begin hadden we best veel ruzie, nu nog maar één keer in de maand. Ik ken Olaf nu drie jaar en in die drie jaar is er veel gebeurd met

10 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018

mij. Positieve dingen! De scheiding van papa en mama is mijn grote verleden, maar dat heb ik achter me gelaten. Ik hoef er niet meer elke dag om te huilen. In het begin wel.’ Olaf: ‘Wat enorm helpt, is dat we allemaal goed met elkaar op kunnen schieten. Toen ik Jop voor het eerst meenam naar een wedstrijd van PSV, belde zijn vader om ons veel plezier te wensen. Dat was een opluchting voor mij en heel belangrijk voor Jop.’


PORTRET VAN EEN BALANSGEZIN

WE DE REST VAN DE OOK AAN’ feestje zijn, anders werd ik zó onzeker dat ik niet meer naar binnen durfde. Ik laat me ook niet echt horen op school. Soms zegt een leraar: ‘O, Fleur, jij bent er ook nog.’ Ik word hartstikke moe van al die onzekerheid. Gelukkig gaat het dit jaar goed op school en laat ik me ook vaker horen.’ Mirna: ‘We moeten erop letten dat Jop Fleur niet ondersneeuwt, maar ze wordt steeds mondiger.’ Jop: ‘Ik ben hartstikke blij met Fleur! Het lijkt me niet leuk om géén zus te hebben. Ik zit ook steeds vaker bij haar op de kamer. Dan geinen we wat of we zitten gewoon te kletsen. Het gaat beter dan vroeger, toen waren we heel aparte types, nu niet meer.’ Als Mirna terugkijkt naar ‘vroeger’, zegt ze dat ze vooral bezig was met het rustig krijgen en houden van Jop: ‘Fleur kon uren zoet zijn met een leeg yoghurtkuipje, bij Jop vlogen de volle kuipjes over de tafel. Ik heb me vaak boos en onmachtig gevoeld, Jop liet zoveel grensoverschrijdend gedrag zien. Dat probeerde ik eerst met zachte hand op te lossen, door verhaaltjes voor te lezen, hem te masseren, maar als dat niet lukte, volgde al gauw de harde hand. En dat voelde helemaal niet goed.’

BRAMMETJE BAAS

V.l.n.r.: Mirna, Jop, Fleur, Olaf

APARTE TYPES Toen Jop acht jaar was, werd er bij hem ADHD vastgesteld. Bovendien is hij hoogsensitief. De prikkels die hij binnenkrijgt, zet hij om in een hoop bravoure en druk gedrag. Mirna: ‘Ik moest hem met een tuigje vastzetten in de kinderstoel, anders wurmde hij zich eruit.’ Zijn zus Fleur, ook hoogsensitief, laat het omgekeerde gedrag zien. Zij trekt zich terug. Fleur: ‘Vroeger wilde ik als eerste op een

Mirna wijst twee momenten aan waarop ze het negatieve kon omzetten in iets positiefs. Mirna: ‘Je gelooft het niet, maar het eerste moment was toen ik de film Brammetje Baas zag, over die jongen die niet kan stilzitten en zich niet kan concentreren. De moeder in die film zorgde echt voor een eye-opener. Hoe zij omging met Brammetje… Zo wilde ik het ook. Niet lang daarna maakte Jop zelf warme chocolademelk klaar. Mét slagroom. Maar hij knoeide. Melk en slagroom over het kleed en de bank. In plaats van te foeteren, zei ik nu: ‘Hé, goed gedaan! Zullen we samen even alles wegpoetsen?’ Gevolg: in plaats van ruzie, een trotse Jop - en moeder - omdat hij zelf iets had gemaakt.’ Het tweede moment was toen Mirna via een psycholoog iemand kreeg toegewezen die thuis kwam meekijken. ‘Zij heeft mij anders laten kijken naar ons gezin.’

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 11


BIJ ONS THUIS

Olaf: Jop heeft me uit mijn comfortzone getrokken

Olaf: We zijn Jop gaan aanspreken op zijn gevoel. Een schot in de roos

Olaf: ‘En die cursus, voor ouders met strong willed-kinderen, die heeft ons ook geholpen. Naar aanleiding van die cursus zijn we Jop meer gaan aanspreken op zijn gevoel. Een schot in de roos!’

BREAKDANCE Jop is een buitenkind, een rauwdouwer die het liefst in bomen klimt en over sloten springt. School is iets wat móét, niet wat hij wil: ‘Ik zou het liefst op een boerderij de dieren verzorgen. Ik ben gewoon het liefst buiten, een beetje hangen met vrienden en een potje voetballen.’ Jop ging met een havo-advies naar een middelbare school waar hij zijn grote passie, voetballen, kon combineren met school, een LOOT-school. Mirna: ‘Jop is de keeper en dat doet hij goed, steeds beter. Stond-ie in het begin breakdancend in de goal, tegenwoordig staat-ie erin als een prof.’ Olaf: ‘Die sterke wil pakt in de sport heel positief uit. Vier keer in de week trainen en dan nog school? Jop doet het gewoon! Als hij echt kan doen wat hij wil, zijn er weinig problemen, dan heeft hij geen autoriteitsconflict. Wat de trainer zegt, dat doet hij. Als de leraar op school iets zegt, is er vaak een probleem.’ Maar de school bleek te streng, te strikt voor Jop. Hij werd

12 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018


PORTRET VAN EEN BALANSGEZIN

Mirna: Fleur wordt steeds mondiger

steeds bozer en deed niets meer. Daarna volgde er een middelbare school voor bijzonder onderwijs. Daar was het onderwijs weer te los, met veel projecten en samenwerken. Geen succes, waardoor Mirna nu op zoek is naar weer een andere school: ‘Doordat Jop het nut van school niet inziet, doet hij er ook niks voor. Ons onderwijssysteem heeft geen plek voor pientere kinderen die leren door te doen.’

coole cocktails. Als hij iets onder de knie heeft, dan knaltie.’ Door hun ervaringen met Jop, kwamen Olaf en Mirna op het idee een horecaconcept te ontwikkelen voor kinderen zoals Jop. Het idee is nog pril, maar ze zijn enthousiast. Olaf: ‘Leren door te doen, verantwoordelijkheid krijgen, leren commercieel te denken… Misschien lopen er op die manier minder kinderen vast op school en in de maatschappij.’

COOLE COCKTAILS

BLIJVEN DROMEN

Mirna: ‘Ik heb geleerd dat ik concepten die de maatschappij heeft bedacht, moet loslaten. Oké, Jop had een havoadvies, maar misschien is hij op de groenschool beter op z’n plek. Sommige mensen zeggen: geef hem toch een pilletje waar hij rustig van wordt. Waarom? Omdat hij dan beter zou functioneren in een maatschappij die drukte niet accepteert? Dat wil ik niet. Het is een pracht van een jong. Hij moet blijven wie hij is. Ik heb steeds beter geleerd pal voor mijn kinderen te gaan staan.’ Jop: ‘Weet je nog, mam, dat ik steeds dat liedje zong van Dolfje Weerwolfje: Ik ben wie ik ben, ik laat me niet veranderen…’ Olaf: ‘Jop leert door dingen te doen. We hadden een cocktailbar op het sweet sixteen-feest van Fleur. Jop mocht shaken, het werden echt

Mirna en Olaf hanteren thuis geen strikte regels. Mirna: ‘Dat is bijna niet te doen. We hebben voor onszelf wel een strak ochtendritueel, maar Jop doet daar niet aan mee, die doet de dingen op zijn manier en in z’n eigen tempo.’ Olaf: ‘We hebben een steeds betere modus gevonden om het gezin in goede banen te leiden. En wij kunnen door Jop de rest van de wereld ook aan!’ Mirna: ‘Toen Olaf net bij ons woonde, vond ik het belangrijk dat hij een goede band kreeg met de kinderen. Inmiddels heeft ieder z’n rol en plek gevonden en lossen we alles op met z’n vieren. We zijn een volwaardig gezin, waarin ieder op zijn manier met de toekomst bezig is. Ik hoop echt dat Fleur en Jop straks gáán voor hun droom.’ september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 13


KENNISPLEIN LEZERSVRAGEN Van Amber van Straaten uit Alkmaar over ● TOS Kim Vermeulen is logopediste in een logopediepraktijk. Hier werkt ze voornamelijk met kinderen van twee tot zestien jaar. Onder wie kinderen met een TOS, een taalontwikkelingsstoornis. Kim houdt zich in haar werk bezig met de diagnostiek, behandeling en begeleiding van betrokkenen bij het kind.

Q A

1

Mijn dochter van veertien heeft een TOS. Praten gaat moeizaam, maar als mensen zelf veel en snel praten, kan ze het ook moeilijk volgen. Ze durft eigenlijk bijna niets meer te zeggen in het openbaar. Hoe kan ik haar helpen? ‘Een taalontwikkelingsstoornis is een onzichtbare handicap. Mensen kunnen niet zien dat uw dochter moeite heeft met praten of een gesprek moeilijk kan volgen. Kenbaar maken aan uw directe omgeving dat uw dochter daar moeite mee heeft, kan helpen. Dit kan ervoor zorgen dat mensen in jullie omgeving er rekening mee kunnen houden. Als uw dochter dan succeservaringen opdoet, kan dit haar helpen om openbare situaties weer op te zoeken. Daarnaast kunt u ook samen gesprekken voorbereiden, zodat ze weet wat ze zou kunnen verwachten.’

3 2

Wat gebeurt er in haar hersenen? Waarom is voor haar taal zo moeilijk, terwijl ze verder gewoon slim is? ‘Er wordt nog volop onderzoek gedaan naar wat er in de hersenen gebeurt bij kinderen met een TOS. Op dit moment is daar nog geen duidelijk antwoord op te geven. Er is vermoedelijk wel een genetische oorzaak. Kinderen van wie een ouder een TOS heeft, hebben een verhoogd risico op dezelfde stoornis. De intelligentie bij kinderen met een TOS is vaak gemiddeld, omdat het niet samenhangt met een algemene ontwikkelingsstoornis. Maar ook hier is nog geen eenduidig antwoord vanuit onderzoek. Kinderen hebben problemen in de communicatie doordat ze moeite hebben met het begrijpen en/of produceren van taal.’

Voorlezen hebben we toen mijn dochter klein was niet veel gedaan. Kan dat het probleem erger hebben gemaakt? ‘U heeft met de kennis die u had, geprobeerd aan te sluiten bij uw kind. Er zijn meerdere manieren om de taal van uw kind te stimuleren. Op basis van deze gegevens kan ik niet beoordelen of dit van invloed is geweest op het probleem. Wat ik wel weet, is dat voorlezen belangrijk is voor de ontwikkeling van een kind, het stimuleert onder meer de taalontwikkeling. Het is een goede manier om de woordenschat uit te breiden, kennis te maken met taal en de fantasie te stimuleren. Maar naast voorlezen is samen spelen, heel veel benoemen wat je doet, wat er gebeurt en wat je ziet, ook een belangrijke bijdrage aan het stimuleren van de taalontwikkeling.’

Ook een vraag stellen aan een professional? Mail naar: redactie@balansdigitaal.nl 14 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018


COLUMN ONDERWIJSJURIST KATINKA SLUMP

Cijfertjes ‘We gaan hinkelen,’ sprak de mentor toen hij het verschrikte gezicht van de leerling zag. ‘Hinkelen is heel iets anders dan zittenblijven… Je hebt hard gewerkt en sommige vakken doe je zo goed dat je in de vooruit gaat. Voor andere vakken ga je wat extra hulp krijgen omdat je daar nog een sprongetje moet maken… Dat is wat wij op school hinkelen noemen. Hinkelen en scholen dat hoort bij elkaar, al eeuwenlang!’ Dit is een mentor die energie geeft, ook aan mij! Ook dit jaar kreeg ik weer zoveel telefoontjes van ouders over zittenblijven. Kinderen die het tempo even niet kunnen bijbenen. Soms vanwege zware familieomstandigheden, soms omdat zij zelf te kampen hebben met tijdelijke gezondheidsproblemen of met een beperking en soms omdat ze even een time-out nodig hebben. Rigoureus zijn de maatregelen die ik voorbij zie komen. Afstroom naar een lager niveau, ook als er over de capaciteiten van de leerling niet echt twijfel is. Maar ook verwijzing naar het beroepsonderwijs terwijl de leerling nog geen idee heeft wat hij later wil worden. Deze zomer zag ik zelfs een cijferlijst voorbijkomen van een leerling die bleef zitten omdat de cijfers 4,5 en 5,5 door de school naar beneden werden afgerond omdat zij voor de afronding eigen regels hanteren. Leerlingen blijven zitten als de teamvergadering daartoe besluit. Een verslag ontbreekt vaak, en dan is niet duidelijk voor leerling en ouders wat er in de vergadering precies is besproken en wat het standpunt was van de verschillende docenten. Leerling en ouders worden vaak niet gehoord en hebben pas iets in te brengen op een revisievergadering, als zij over het bestaan daarvan door de school al worden geïnformeerd. In ons land hebben we een schoolplicht omdat wij de sociale ontwikkeling van leerlingen op een school heel belangrijk vinden. Gek genoeg worden besluiten over de overgang van een leerling te vaak genomen zonder leerling en ouders te raadplegen. Dan tellen alleen nog de cijfertjes. Pas je binnen de norm dan doe je mee, val je erbuiten dan val je af. Het hoe, wat en waarom en het sociale netwerk van de leerling op school spelen te vaak geen rol.

Onderwijsjurist Katinka Slump geeft in haar columns inzicht in de complexe wet- en regelgeving van het Onderwijsrecht en wat die regels voor gevolgen hebben voor het recht op onderwijs van leerlingen en de rol daarbij van ouders.

PAS JE NIET BINNEN DE NORM, DAN VAL JE AF

Hinkelende overgangsvergaderingen zijn steeds vaker een buitenbeentje. Dit terwijl leren gaat met sprongetjes en strakke overgangsnormen als een keurslijf zijn dat niet elke leerling past. Als leraren kunnen hinkelen, kun je ook met onvoldoendes over. Immers, het gaat erom dat het onderwijs past en dat een kind zich evenwichtig kan ontwikkelen. Het gaat om een kind in Balans! september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 15


Dyslexie Stimu INTRODUCTIE

Special! DYSLEXIE BM04 �2018

ZIE OOK: INFORMATIEPUNTDYSLEXIE.NL

‘U heeft als ouder een belangrijke rol in de ondersteuning van uw kind met dyslexie waar het de cognitieve ontwikkeling aangaat, maar zeker ook in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Beide zijn met elkaar verbonden. U kent vast de inspanningen, de frustraties en gelukkig ook de successen. Oudervereniging Balans heeft in het voorjaar van 2017 bij de staatssecretaris van OCW om aandacht gevraagd voor ontstane tekorten aan kennis, vaardigheden en inzichten ten aanzien van dyslexie binnen het onderwijs. De focus van het ‘Balansplan’ lag daarbij op 1. Preventie van leesproblemen en 2. Het gebruik mogen maken van compenserende hulpmiddelen bij dyslexie. Het ministerie pakte de bal op! En stelde budget beschikbaar voor wat nu heet: het Programma Preventieve & Integrale Aanpak Dyslexie & Hulpmiddelen Onderwijs. Tot eind 2021 maakt dit programma scholen en beleidsmakers bewust van dyslexieproblematiek en ondersteunt het professionals bij het onderwijszorgbeleid met nieuwe inzichten. En u - ouders /verzorgers - wordt daarbinnen als evenwaardige partner voor de school, zorgspecialisten en beleid gezien. Het kerndoel van het Stimuleringsprogramma is: scholen beter in staat stellen om op duurzame wijze systematisch te kunnen werken aan preventie en het op integrale en effectieve manier aanpakken van laaggeletterdheid, leesproblemen en dyslexie.

GASTHOOFDREDACTEUR Dr. Ria Kleijnen is taalkundige en heeft ruim veertig jaar ervaring op het gebied van dyslexie in praktijk (onderwijs én zorg) en wetenschap. Zij was verbonden aan universiteiten en hogescholen en leidde een aantal projecten op dit gebied. Sinds 2015 is zij projectleider Dyslexie in transitie (preventieve ketenzorg dyslexie), waarbij ze inzet op een vruchtbare samenwerking tussen scholen, dyslexie-instituten, ouders en beleidsmakers. Met deze ‘bagage’ vervult zij - samen met Evelien Krikhaar - het inhoudelijk kwartiermakerschap van het Stimuleringsprogramma.

16 | BM 04 | Dyslexie Special | september 2018


leringsprogramma Uitvoerders zijn - naast Balans - Expertisecentrum Nederlands (penvoerder) en het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie, in nauwe samenwerking met andere partnerorganisaties zoals de LBRT, de LBBO, Stichting Dyslexie Nederland en het Landelijk Platform Leidinggevenden in het Passend Onderwijs. Voor ons is het programma geslaagd als u als ouders/verzorgers: • uw kind of jongvolwassene op een passende manier kunt ondersteunen in samenwerking met de school, zorgspecialisten en andere betrokkenen; • kunt beschikken over onafhankelijke en betrouwbare informatie over materialen en (digitale) hulpmiddelen en de wijze waarop u die kunt inzetten of anderen kunt stimuleren deze in te zetten; • met vragen terechtkunt op een digitaal platform (goede voorbeelden en vraagbaak) en bij regionale contactbijeenkomsten.

BM04

DOSSIER

16 - 45 Special MET O.M.:

In het themadossier van deze BM gaan we inhoudelijk in op het programma dat alle betrokkenen wil inspireren en activeren tot effectief en verantwoord handelen, met gebruikmaking van goede kennis, inzichten en voorbeelden die in wetenschap en praktijk voorhanden zijn. Wij als gasthoofdredacteuren ‘leiden’ u graag vanaf deze pagina rond door wat in de praktijk een grote steun in de rug voor uw kind moet worden. Aan de slag!’

PAG.

�GEZINSLEVEN �DE POLITIEK �WETENSCHAP �ICT �ZORG �ONDERWIJS

GASTHOOFDREDACTEUR Drs. Evelien Krikhaar is als senior projectleider werkzaam bij het Expertisecentrum Nederlands (EN), dat gelieerd is aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Als taalwetenschappelijk onderzoeker was zij eerder verbonden aan langlopend onderzoek naar vroege kenmerken van dyslexie in het Dutch Dyslexia Programme. Sinds 2009 is zij als projectleider betrokken bij het Masterplan Dyslexie en de Protocollen Leesproblemen en Dyslexie. Vanuit het EN als penvoerder van het Stimuleringsprogramma heeft zij nu - samen met Ria Kleijnen - de functie van kwartiermaker voor het Stimuleringsprogramma.

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 17


HET GEZIN

Special! DYSLEXIE BM04�2018

Chantal Diemel runt in haar eentje een gezin met vier kinderen: Romy (15), Dave (11), Dominick (10) en Gavin (1). Romy en Dominick hebben dyslexie, Dave zit in de testfase. Ook hebben beide jongens ODD. Dat is ook de reden waarom Dominick in een gezinshuis woont. Chantal: ‘Het is vermoeiend, maar ik heb een mooi gezin.’ INTERVIEW: MARIËLLE VAN BUSSEL FOTO: JORIS DEN BLAAUWEN

18 | BM 04 | Dyslexie Special Special ll september september 2018 2018


DOSSIER DYSLEXIE

Special!

‘Ik wist al sinds groep 3 dat Romy dyslectisch was, maar op school wilden ze er niets mee doen. Pas als ze zeven E-scores haalde met de Cito-toets, mocht ze een testtraject in. Die haalde ze niet. Ook toen ze groep 5 over moest doen, dacht niemand op school aan dyslexie. Toen we van school zijn gewisseld, haalde ze wél de zeven E’tjes. Uiteindelijk werd pas in groep 6 duidelijk dat ze EED heeft, ernstige enkelvoudige dyslexie. VERBLOEMEN Bij Dominick ging het precies hetzelfde. Ik kreeg hem op maandag nooit mee naar school. Soms moest ik hem op zijn sokken meesleuren, met de schoenen in de hand. Pas veel later bleek waarom. Hij had op maandag altijd het vak nieuwsbegrip, met veel teksten en vragen. ‘Dat kan ik helemaal niet,’ zei hij op een dag. Toen ging er een belletje rinkelen: hij wilde niet naar school omdat hij moeite had met lezen. Pas vorig schooljaar heeft hij de diagnose EED gekregen. Dave heeft zijn leesproblemen altijd weten te verbloemen. Hij bleef in groep 6 zitten, en ontwikkelde zich niet meer met spelling. Ik heb toen direct aangegeven dat zijn broer en zus ook dyslectisch zijn. Gelukkig zijn de leerkrachten toen wel meteen in actie gekomen. Hij heeft de diagnose nog niet, maar krijgt al wel de hulp die hij nodig heeft. Anders redt hij het niet. HERHALEN EN UITLEGGEN Het is heftig om drie kinderen op te voeden met dyslexie. Ze hebben alle drie moeite om het overzicht te bewaren of met meerdere dingen tegelijk bezig te zijn. Ik moet dus per kind alles vijf keer herhalen. En tot in den treure dingen uitleggen. Als ik zeg dat Romy haar kamer moet opruimen, lukt dat niet. Ze heeft geen idee waar ze moet beginnen. Dat heeft

met dyslexie te maken, heb ik op internet gelezen. Dyslexie gaat verder dan alleen problemen met lezen of spelling. Daar mag meer aandacht voor komen. Internet is mijn deskundige! Ik heb in al die jaren nooit informatie gekregen van iemand op school, ook niet na de diagnose. Niets. Ik heb alles zelf moeten uitpluizen. Gelukkig ben ik ook iemand die meteen dingen opzoekt, anders had ik niets geweten. Er kwamen veel hulpverleners bij ons in huis voor Dominick en Dave. Alles was gericht op de problemen rondom ODD. Ook zij zijn nooit ingegaan op mijn opmerkingen over mogelijke dyslexie. Of ze zeiden dat de school dat moest oppakken, terwijl die eerst de zeven E’tjes wilden zien. En zo draaiden we in een cirkeltje rond. Terwijl je direct dyslexie-

DYSLEXIE

‘Als Dominick thuis een opdracht van school moest maken, stampte, schreeuwde en vloekte hij’ hulpmiddelen moet inzetten waar het mogelijk is. Zelf heb ik nooit informatie gekregen over hulpmiddelen, dus we gebruiken ze ook niet. Ik had er graag meer over geweten. FRUSTRATIE Ondertussen verergerden de problemen. Als Dominick thuis een opdracht van school moest maken, stampte, schreeuwde en vloekte hij. Niet alleen omdat hij ODD heeft, maar ook omdat hij de lappen tekst niet snapte. Als hulpverleners toen mijn opmerkingen over dyslexie serieus hadden genomen, had dat veel frustratie gescheeld bij Dominick.

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 19


HET GEZIN ‘Internet is mijn deskundige, ik heb alles zelf moeten uitpluizen’ Special! DYSLEXIE BM04�2018

‘Romy was niet zo onzeker geworden als ze veel eerder begeleiding had gekregen’

Eigenlijk geldt dat ook voor Romy. Ook toen is er nooit geluisterd naar mij. Ze hebben haar laten zwemmen, alleen omdat ze die zeven E’tjes niet haalde. Als ze veel eerder begeleiding had gekregen, was ze niet zo onzeker geworden. Het blijven zitten heeft haar gekrenkt. Later, toen ze wél de begeleiding kreeg die ze nodig had, mocht ze zelfs groep 8 overslaan. Nu volgt ze vmbo-kader en is ze na één jaar remedial teaching uitbehandeld. Ze zit nu in het derde jaar en moet zelf aangeven dat haar toetsen voorgelezen moeten worden. Dat is ze op de eerste dag van het schooljaar

vergeten, en vervolgens is dat voor de rest van het jaar niet gebeurd. Je moet dus constant alert zijn en zelf met de vuist op tafel slaan. Dat vreet energie. Negentig procent van de tijd ben ik aan het zorgen voor mijn kinderen. Ik heb jarenlang elke dag een halfuur geoefend met alle drie de kinderen. Nog steeds help ik ze waar ik kan. Nee, ik kom nauwelijks aan mezelf toe. Gelukkig heb ik een moeder die er altijd is als het nodig is, en een vriend die speciaal voor Dave twee dagen per week bij ons is. Een fijn netwerk is hard nodig, alleen zou ik het niet redden.’

Verweven door liefde Chantal Diemel schreef een boek over haar gezinssituatie. Het verhaal begint op haar vijftiende verjaardag en eindigt in het heden. Haar ervaringen met dyslexie, ODD en de uithuisplaatsing van haar zoon komen hierin ruim aan bod. Het boek wordt in het najaar uitgegeven via Pumbo Uitgevers. Volg de laatste ontwikkelingen op Facebook ‘Verweven door liefde’.

20 | BM 04 | Dyslexie Special Special ll september september 2018 2018


DOSSIER DYSLEXIE

‘HET MÓÉT EN KÁN ANDERS’

Special!

DYSLEXIE

Een aflevering van het televisieprogramma Rambam begin 2016, over het gemak waarmee dyslexieverklaringen kunnen worden verkregen, was de aanleiding voor het ministerie van OCW om in actie te komen’. Marjan Zandbergen, senior beleidsmedewerker bij OCW vertelt over de stappen die hierin de afgelopen jaren vanuit het ministerie zijn genomen. KWALITEIT VAN DYSLEXIEVERKLARINGEN ‘De grote aantallen onterechte dyslexieverklaringen hebben als eerste geleid tot een opdracht aan de Universiteit van Amsterdam om verder onderzoek te doen naar de kwaliteit van de dyslexieverklaringen en de professionaliteit van de beroepsgroepen in de zorg en in het onderwijs. We hebben de kwaliteit van de dyslexieverklaringen en de onderliggende rapportages, die nu in omloop zijn, laten onderzoeken. Dat onderzoek is inmiddels binnen en wordt op dit moment bekeken door een aantal experts, waaronder Balans. De resultaten zijn nog niet openbaar, maar binnenkort wordt het rapport met de bevindingen gepubliceerd.’

BREDE VAKINHOUDELIJKE RICHTLIJN DYSLEXIE ‘Daarnaast is met steun van de ministeries van VWS en OCW de ontwikkeling van een brede vakinhoudelijke richtlijn dyslexie (BVRD) gestart door de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) samen met het Nationaal Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD). Deze nieuwe richtlijn moet ervoor gaan zorgen dat de hulpverlening bij dyslexie versterkt wordt, maar ook dat de afspraken tussen alle betrokkenen hierbij transparanter worden. Professionals onderling en leerlingen, ouders, scholen en instellingen weten zo beter wat zij van elkaar mogen verwachten bij de signalering, diagnostiek en behandeling van dyslexie.’

STIMULERINGSPROGRAMMA ‘Als derde heeft het ministerie van OCW in de loop van 2017 aan oudervereniging Balans gevraagd om een voorstel te doen voor de voorlichting over dyslexie en hulpmiddelen aan scholen en instellingen. Dit heeft geleid tot de start van het Programma Preventieve & Integrale Aanpak Dyslexie & Hulpmiddelen Onderwijs. In dit programma werken Balans, het Expertisecentrum Nederlands (EN, penvoerder), het Nationaal Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD), de Stichting Dyslexie Nederland (SDN), de samenwerkingsverbanden passend onderwijs (Netwerk LPO), de Landelijke Beroepsvereniging Remedial Teachers (LBRT) en de Landelijke Beroepsvereniging voor Begeleiders in het Onderwijs (LBBO) met steun van

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 21


DE POLITIEK

Special! DYSLEXIE BM04�2018

OCW samen. Met dit programma wordt voorzien in voorlichting aan scholen, instellingen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs en ouders over hulpmiddelen voor leerlingen met dyslexie. Het programma richt zich ook op de meer preventieve aspecten van goed lees- en spellingonderwijs, waarmee leesproblemen en het risico van laaggeletterdheid en onterechte verwijzing naar de dyslexiezorg kan worden voorkomen. Het programma sluit aan op het Masterplan Dyslexie en de daarin ontwikkelde aanpakken en instrumenten, het accent zal echter sterker dan voorheen liggen op preventie en ondersteunende hulpmiddelen.’ VERWACHTINGEN VAN HET MINISTERIE ‘Met de ontwikkeling van de brede vakinhoudelijke richtlijn dyslexie en het stimuleringsprogramma verwacht het ministerie te voorkomen dat leerlingen onnodig dyslexieverklaringen krijgen. Het ministerie hoopt daarnaast dat aan de leerlingen die daadwerkelijk dyslexie hebben de juiste begeleiding en ondersteuning geboden wordt.’ GOED LEES- EN SPELLINGSONDERWIJS ‘We willen meer gaan inzetten op goed lees- en spellingsonderwijs. En tijdige herkenning van problemen, en daarop adequaat reageren met remediëren. Als dat niet helpt bij een bepaalde groep, moet je die weer tijdig doorverwijzen naar de instellingen die daarvoor zijn.

22 | BM 04 | Dyslexie Special Special ll september september 2018 2018

HET IS VOORAL EEN BEWUSTWORDINGSPROCES Zo scheid je de groep kinderen met lees- en spellingsproblemen die mogelijk komen door hiaten in het onderwijs van kinderen met dyslexie. En als je bij die laatste groep hoort waarbij remediëren niet voldoende helpt, dan krijg je ook de juiste voorzieningen.’ VOORZIENINGEN EN HULPMIDDELEN ‘Over die voorzieningen is op scholen en bij ouders ook nog veel onduidelijkheid. Dus daar willen we goede voorlichting op inzetten. Er moet veel meer gekeken worden naar wat dat specifieke kind nodig heeft. Niet het standaardlijstje van een Daisy-speler, meer tijd en grotere letters. Want het werkt niet bij iedereen hetzelfde. Maar om dat goed aan te pakken, moet een school wel inzicht hebben in wat er nou allemaal mogelijk is. Dus daar gaan we scholen over inlichten.’ SAMENWERKINGSVERBANDEN PASSEND ONDERWIJS ‘We hopen dat samenwerkingsverbanden van scholen goed be-

leid gaan maken op preventie en ondersteuning bij leesproblemen en dyslexie. Sommige samenwerkingsverbanden doen dat al heel goed, maar er zijn er ook bij die er nog nauwelijks mee bezig zijn. En dat goede beleid, dat wil je door heel Nederland terugzien. ' STIMULERINGSPROGRAMMA IN ACTIE ‘Er gaat een tour door Nederland worden gemaakt, langs alle samenwerkingsverbanden van primair en voortgezet onderwijs. Dat zijn er honderdvijftig. Alle scholen langsgaan is niet te doen, dat zijn er namelijk zevenduizend. Tijdens die tour worden lezingen gegeven en er worden workshops ontwikkeld gericht op ouders en op leerkrachten. We hebben bovendien een website die onlangs online is gegaan (informatiepuntdyslexie.nl).’ BEWUSTWORDING 'Hoe scholen precies hun beleid invullen, daarin kunnen wij vanuit het ministerie niets opleggen. Scholen hebben in Nederland een grote autonomie. We kunnen wel zeggen dát ze ondersteuning moeten bieden, maar niet hóé ze dat moeten doen. Het is vooral een bewustwordingsproces over dat het anders móét en anders kán; bij scholen, bij behandelaars en bij ouders.’ Drs. Marjan Zandbergen is senior beleidsmedewerker Directie Voortgezet Onderwijs bij het ministerie van OCW. Dit ministerie financiert het Stimuleringsprogramma Dyslexie via een meerjarige subsidie.


DOSSIER DYSLEXIE

STIMULERINGSPROGRAMMA

Preventieve & Integrale Aanpak Dyslexie & Hulpmiddelen Onderwijs CONTOUREN STIMULERINGSPROGRAMMA DOELSTELLING: Scholen beter in staat stellen om systematisch en duurzaam te kunnen werken aan preventie en het op integrale en effectieve manier aanpakken van leesproblemen, laaggeletterdheid en dyslexie.

WERKWIJZE: Het programma wil alle betrokkenen inspireren en activeren tot effectief en verantwoord dagelijks handelen en tot borging van dat handelen. Dit met gebruikmaking van goede voorbeelden, kennis en inzichten die in wetenschap en praktijk reeds voorhanden zijn.

HET STIMULERINGSPROGRAMMA RICHT ZICH OP PO EN VO EN DE OVERGANGEN DAARTUSSEN voorschools

1 t/m 4 jaar

basisonderwijs gr. 1, 2, 3, 4, 5, 6 gr. 7, 8

voortgezet onderwijs

hoger onderwijs

alle vormen

alle vormen

VOOR HET REALISEREN VAN DE DOELSTELLING BASEERT HET PROGRAMMA ZICH OP 9 ANKERS:

Wat gaan we doen? 1. Primair proces en leraar voorop! Planmatig en doelgericht handelen (continuüm van zorg als organisatorisch model). 2. Preventieve aanpak als hoofdaandachtspunt voor onderwijs én zorg. 3. Integrale en effectieve aanpak van lees- en spellingsonderwijs met ouders en (zorg)specialisten als educatieve partners. 4. Inzet en implementatie van doeltreffende en werkzame programma’s en ict-hulpmiddelen. 5. Opbrengstgericht werken: leerling, groep, school, bestuur, SWV*, gemeenten, regionale netwerken. *SWV: Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs po (N=77) en vo N=75).

Wat is daarvoor nodig? 6. Bewustwording dat het anders móét en kán en de daarbij behorende passende professionalisering. 7. Accent op effectiviteit: ontsluiten van goede voorbeelden met flankerend (praktijk)onderzoek naar ‘wat werkt in de praktijk’. Goede kennis definiëren en verantwoord uitrollen met medewerking van SWV, schoolbesturen, opleidingen en inspectie. 8. Duurzame implementatie met het accent op ontwikkelen van natuurlijke, regionale netwerken met SWV als aanjager. 9. Verankering en borging van de verworvenheden en verantwoordelijkheden ook nadat het programma afgelopen is.

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 23


DE WETENSCHAP

Special! DYSLEXIE BM04�2018

‘Door de techniek krijgen dyslectici het gelukkig steeds makkelijker’ Wat leverde wetenschappelijk onderzoek tot nu toe op voor kinderen met dyslexie? Waar komen we vandaan, waar staan we nu en waar gaan we naartoe? Wat kan en moet er beter in het huidige onderzoek naar dyslexie, en de toepassing van de resultaten in de praktijk? En wat staat docenten, ouders en kinderen te wachten in de (nabije) toekomst? Aryan van der Leij is optimistisch: ‘Het wordt alleen maar beter voor dyslectici.’ INTERVIEW: BRIGIT KOOIJMAN ILLUSTRATIE: JENNY LINDHOUT

De term ‘dyslexie’ bestaat al sinds 1887. Was dat ook het begin van het wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie? ‘In feite wel. De eerste wetenschappers die zich systematisch met dyslexie bezighielden, waren oogartsen. Ouders dachten dat er iets mankeerde aan de ogen van hun kind, omdat het maar niet leerde lezen, terwijl het een normale intelligentie had. Het idee dat dyslexie een visuele afwijking was, blijkt uit de term ‘woordblindheid’, die nog tot in de jaren zeventig werd gebruikt. Toch is al begin vorige eeuw weerlegd dat het om een oogprobleem ging. Ook weer door een oogarts: de Brit James Hinshelwood. Hoewel het daarna nog decennia duurde voor we wisten hoe het precies zat, heeft Hinshelwood in zijn Congenital word-blindness uit 1917 de basis gelegd voor het onderzoek naar dyslexie als specifieke leerstoornis. Dat betekent dat het om een geïsoleerd probleem gaat, los van iemands IQ.’ Toch zijn mensen met dyslexie tot ver in de vorige eeuw voor dom versleten. ‘Dat was zo in het onderwijs, maar opvallend genoeg

24 l| BM 04 l| Dyslexie Special l september 2018

hebben wetenschappers juist lang gedacht dat een normale of zelfs hoge intelligentie een voorwaarde was om van dyslexie te kunnen spreken. Als je moeilijk lerend was of zwakbegaafd, waren de leesmoeilijkheden dááraan te wijten, zo redeneerde men. Maar dat blijkt niet te kloppen. Leerlingen met een lage intelligentie vertonen dezelfde kenmerkende lees- en spellingsproblemen als normaal- of hoogbegaafde leerlingen met dyslexie. En verdienen dus dezelfde benadering. In Nederland was daar al in de negentiger jaren consensus over, maar het heeft tot 2013 geduurd voor in de DSM, het internationale classificatiesysteem voor psychiatrische aandoeningen, waar ook leerstoornissen in zijn opgenomen, de factor intelligentie werd geschrapt.’ Wanneer drong tot het onderwijs door dat dyslexie een leerstoornis is? ‘In Nederland heeft de Stichting Dyslexie Nederland daar een grote rol in gespeeld. Die werd in 1983 opgericht om wetenschappelijke kennis te verspreiden in het veld, met als - maatschappelijk - doel dyslectici


DOSSIER DYSLEXIE

De technologie gaat de komende decennia voor grote verrassingen zorgen

Special!

DYSLEXIE

bij, zoals anderstaligen. Bij hen wordt dyslexie nog steeds niet altijd herkend. Ook onder kansarme leerlingen zijn nog altijd verwaarloosde gevallen, gezien het feit dat binnen de groep leerlingen bij wie dyslexie wordt geconstateerd, kinderen met hoogopgeleide ouders zijn oververtegenwoordigd. Dus nee, die missie is nog niet volbracht.’

te helpen en hen te emanciperen, door ouders van kinderen met dyslexie te informeren en wetenschappelijke kennis door te sluizen naar de scholen. In de stichting waren zowel wetenschappers, onderwijsmensen als ouders vertegenwoordigd. De jaarlijkse tweedaagse congressen van de Stichting Dyslexie trokken destijds, in de jaren tachtig, wel vijftienhonderd bezoekers. Later kwamen er brochures met richtlijnen voor diagnostiek en aanpak.’ Is die missie, de wetenschappelijke kennis over dyslexie verspreiden in het onderwijs, intussen volbracht? ‘Voor een deel wel, maar die kennis breidt zich natuurlijk voortdurend uit, en er komen nieuwe doelgroepen

Wat zijn de afgelopen jaren de belangrijkste doorbraken geweest in het onderzoek naar dyslexie? ‘Ik weet niet of je kunt spreken van ‘doorbraken’. Een aantal ontdekkingen in de afgelopen veertig jaar - sinds de verschijning in 1978 van het standaardwerk Dyslexia: An Appraisal of Current Knowledge van Arthur Benton en David Pearl - zijn van speciaal belang geweest. Dat dyslexie een specifieke leerstoornis is en dat erfelijkheid een rol speelt, zijn de twee voornaamste. Daarnaast heeft de wetenschap ertoe bijgedragen dat er beleid werd ontwikkeld ten aanzien van dyslexie, door bij de overheid de nodige argumenten aan te dragen. Het begrip ‘didactische resistentie’ is daarbij steeds cruciaal geweest. Dat wil zeggen dat het bij dyslexie gaat om leesproblemen die overblijven nadat een leerling intensieve en goede instructie heeft gehad. Aan de invulling van die instructie en de voorwaarden om die duurzaam te implementeren op school, wordt nu hard gewerkt.’

september 2018 |l BALANS MAGAZINE 04 |l 25


DE WETENSCHAP

Special! DYSLEXIE

Als het onderwijs écht goed genoeg was, zouden de preventieprogramma’s al overal worden gebruikt

met leesproblemen die vervolgens overblijven, dat het dus om dyslexie moet gaan. Die inbedding van dyslexie in het algemene thema van laaggeletterdheid staat nog in de kinderschoenen. Hier kan het Programma Preventieve & Integrale Aanpak Dyslexie & Hulpmiddelen Onderwijs - door Balans aangevraagd en gehonoreerd door het ministerie van Onderwijs - een prachtige rol spelen.’

BM04�2018

Wat is uw eigen bijdrage geweest, bijvoorbeeld met het Dutch Dyslexia Programme? ‘Het Dutch Dyslexia Programme begon in 1998. We hebben ongeveer driehonderd baby’s gevolgd tot hun achttiende. Van hen hadden er honderdtachtig dyslexie in de familie, de anderen waren ‘controlekinderen’. We ontdekten onder meer dat kinderen van wie een van de ouders dyslectisch was, 30 tot 35 procent kans hadden om zelf ook dyslexie te ontwikkelen, tegen minder dan vijf procent bij kinderen voor wie dat niet gold. Ook deden we onderzoek naar mogelijke remedies. Uit dat laatste is uiteindelijk het computergestuurde leeshulpprogramma Bouw! voortgekomen, waarmee leesproblemen bij risicoleerlingen in groep 2 tot en met 4 kunnen worden voorkomen, en dat intussen veelvuldig op scholen wordt gebruikt. Dankzij dat preventieprogramma kan twee derde van die kleuters alsnog gewoon leren lezen. Dat geldt niet alleen voor de kinderen die kans lopen op dyslexie, maar ook voor kinderen die van huis uit weinig taalervaring meekrijgen en daardoor de boot dreigen te missen: laaggeletterdheid neemt ook sterk af. Als je dan over doorbraken wil spreken, mag je dit er misschien wel één noemen.’ Welk onderzoek moet in de toekomst nog worden uitgevoerd? Met andere woorden, wat missen we nog aan kennis? ‘Het Nederlandse onderwijs levert elk jaar 25.000 laaggeletterden af van zestien, zeventien jaar. Daar moeten we met zijn allen wat aan doen. Als kinderen moeite hebben met lezen omdat er thuis geen boek in de kast staat, en omdat er misschien een andere taal wordt gesproken, kun je dat oplossen door goed onderwijs. Op die manier sla je twee vliegen in één klap: je verhelpt laaggeletterdheid en je weet bij de kinderen

26 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018

En wat moet nog worden onderzocht als het specifiek gaat om dyslexie? ‘Zoals ik al zei, is er nog altijd onvoldoende bekend over dyslexie bij kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond. Maar uiteindelijk gaat het bij hen ook weer om ‘didactische resistentie’, dat wil zeggen dat ze met goed taal- en leesonderwijs uitgesloten moeten kunnen worden als dyslectici. Duurzame implementatie van preventieve programma’s is de belangrijkste voorwaarde, daar dient het onderzoek zich op te richten.’ Hoe zit het intussen met de verbinding tussen wetenschap en praktijk? ‘Daar valt nog steeds winst te behalen. Dyslexie is dus alleen goed te diagnosticeren als je weet dat een kind kwalitatief voldoende leesonderwijs heeft gehad. Maar als het onderwijs écht goed genoeg was, zouden de preventieprogramma’s natuurlijk allang overal worden gebruikt. Scholen zijn gericht op groepsgewijs onderwijs; duurzame implementatie van speciale, individuele interventies, is bijzonder lastig. In de lerarenopleidingen wordt nog te weinig aandacht besteed aan dyslexie en de bestrijding van laaggeletterdheid, maar het blijkt voor wetenschappers moeilijk om binnen te komen bij de pabo’s.’ Werken wetenschappers van verschillende disciplines onderling genoeg samen? ‘Dyslexiedeskundigen zijn vooral gericht op de individuele leerling, en minder op wat er in de klas gebeurt en hoe dat samenhangt met ondersteuning en aansturing binnen en buiten de school. Bij onderwijskunde is daar juist veel kennis over. Dus als je het hebt over die implementatie in de school, zouden onderwijskundigen heel wat kunnen betekenen.’


DOSSIER DYSLEXIE

Anderstaligen en kansarme leerlingen zijn nog altijd verwaarloosde ‘gevallen’

Wat is er op technologisch gebied ontwikkeld? ‘Het is voor dyslectici de afgelopen twintig jaar een stuk makkelijker geworden, en het zal alleen maar nóg makkelijker worden. Veel websites, in elk geval die van de overheid, kun je laten voorlezen. Je hebt automatische spellingcorrectie. Spraak kan automatisch worden omgezet in geschreven tekst. Van dat soort compenserende middelen zijn er al veel, en er komt alleen maar meer bij. Zo wordt er onderzoek gedaan naar optimale schermlay-out om het lezen te vergemakkelijken. Computerprogramma’s in het onderwijs hebben het enorme voordeel dat ze zonder blikken of blozen iets voor de vierde of vijfde keer uitleggen. Voor een leerkracht is dat veel moeilijker. Die denkt dat die herhaling vervelend is voor het kind, terwijl het natuurlijk vooral vervelend is voor hem- of haarzelf.’ Wat zou nog ontwikkeld kunnen of moeten worden? ‘Het zou me niet verbazen als er in de wat verdere toekomst een microchip wordt ontwikkeld die in je hersenen geïmplanteerd kan worden, zodat het brein sneller de neurologische connecties kan maken waar dyslectici moeite mee hebben, namelijk tussen wat ze zien - letters en wat ze horen - de klank van een woord. Het klinkt science-fictionachtig en het zal niet morgen gebeuren, maar als je bedenkt wat hersenchirurgen allemaal kunnen, nu al, lijkt het me een heel waarschijnlijke ontwikkeling. De technologie gaat de komende decennia nog voor grote verrassingen zorgen, los van alle robots die ons de geletterde wereld door zullen helpen.’ Heeft u op de Denktankdag over het stimuleringsprogramma nog wat nieuws gehoord? ‘Het is heel bijzonder dat Balans die bijna twee miljoen aan subsidie voor het Stimuleringsprogramma Dyslexie

binnen heeft weten te halen. Het betekent dat het ministerie het een goed idee vindt om kennis over dyslexie beter te verspreiden in het onderwijs. Mijn kritische kanttekening tijdens de Denktankdag was: wat gaan we precies uitrollen, moeten we die kennis niet eerst definiëren? Moeten we het bijvoorbeeld over erfelijkheid hebben, kan het onderwijs daar wel iets mee? Naar aanleiding van deze vragen is besloten dat we met een aantal dyslexiedeskundigen bij elkaar gaan zitten om te kijken of we ten behoeve van het onderwijs tot een soort gestandaardiseerd overzicht kunnen komen van wat werkt en wat niet. Als we toch bezig zijn, kunnen we meteen, samen met de ontwikkelaars daarvan, de richtlijnen voor de huidige dyslexieprotocollen in het onderwijs eens tegen het licht houden, en nadenken over zaken als: wat kunnen de pabo’s betekenen? Al met al zijn er mooie dingen gaande, en proef ik een enthousiasme om met zijn allen weer nieuwe stappen te zetten.’

Special!

DYSLEXIE

BESTEL DIT BOEK BIJ

BALANSSHOP .COM

Prof. dr. Aryan van der Leij is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in leesproblemen, in het bijzonder dyslexie. In 2016 verscheen van hem Dit is dyslexie. Achtergrond en aanpak.

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 27


DIGITAAL PLATFORM

Special! DYSLEXIE BM04�2018

‘ALLES OVER DYSLEXIE IS STRAKS OP ÉÉN PLEK TE VINDEN’ Informeren, kennis uitwisselen, trainingen volgen, leertrajecten ontwikkelen. Alles moet mogelijk zijn op het nieuw te ontwikkelen digitale, interactieve platform. Bedoeld voor iedereen die op welke manier dan ook betrokken is bij dyslexie. Marijke van Grafhorst, initiator en voorzitter van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD): ‘Het ultieme doel is het verbinden van doelgroepen en het uitwisselen van kennis’. INTERVIEW: MARIËLLE VAN BUSSEL FOTO'S: GETTY IMAGES Zoveel kennis, zoveel ervaring, zoveel deskundigheid. Versnipperd te vinden op allerlei plekken, zowel digitaal als op papier. Daar moet verandering in komen, vindt Marijke van Grafhorst. En dus wordt een deel van de subsidie die het ministerie van OCW onlangs toekende aan het Programma Preventieve & Integrale Aanpak Dyslexie & Hulpmiddelen Onderwijs besteed aan het ontwikkelen van een digitaal en interactief platform. Het platform moet opgezet worden; de ontwikkelingen zijn te volgen op de website van het Stimuleringsprogramma: informatiepuntdyslexie.nl. Van Grafhorst: ‘Het platform moet alle versnipperde kennis, ervaring, deskundigheid én doel-

28 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018

groepen met elkaar verbinden. Nu is er geen enkele ouder die op de website van een wetenschapper kijkt. En kijkt de wetenschapper weleens op de site van Balans? En de uitgever of praktijkhouder? Het ultieme doel is dan ook het verbinden van doelgroepen en het uitwisselen van kennis. Ik hoop dat op deze manier de wetenschap beter gaat aansluiten op de praktijk. Door bijvoorbeeld te lezen wat er bij de doelgroep leeft. Omdat alles op één plek te vinden is, wordt de drempel verlaagd om eens bij een ander te kijken. Het is slechts één klik op een ander tabblad.’ Van Grafhorst vertelt gedreven over het belang van het nieuwe platform, maar ook over haar achterliggende drijfveren. Ze heeft een voorliefde voor taal. Als theoloog analyseerde ze het Nieuwe Testament op taalniveau. In haar werkende leven houdt ze zich vooral bezig met leesbevordering van laaggeletterden en analfabeten. In die hoedanigheid raakte ze ook betrokken bij het


DOSSIER DYSLEXIE We hebben een onderwijssysteem nodig dat ingericht is conform ons nieuwe digitale tijdperk

NKD. ‘Lezen is zo belangrijk,’ benadrukt ze, ‘het is belangrijk voor het menselijk geluk, maar ook voor de maatschappelijke bijdrage.’ KWALITEIT Het nieuwe platform is dan ook niet alleen bedoeld voor mensen met dyslexie, maar ook voor laaggeletterden. Om zo goed mogelijk af te stemmen op de doelgroepen, vindt Van Grafhorst het essentieel dat de gebruikers zelf worden betrokken bij de ontwikkeling. ‘Ik kijk weleens mee met jongeren en zie dan dat ze andere dingen doen en andere keuzes maken dan iedereen gedacht had. Zeker in het voortgezet onderwijs. Daarom is het zo belangrijk om de gebruikers er zelf bij te betrekken.’ Op het platform moeten alle partijen die betrokken zijn bij dyslexie en laaggeletterdheid de informatie en de ondersteuning kunnen vinden die ze zoeken. ‘Er is ontzettend veel digitaal materiaal ontwikkeld, dus het is een uitdaging om de kwalitatieve materialen eruit te filteren. Als je iets zoekt en vindt, moet je er zeker van zijn dat het kwalitatief goed is.’ Ze noemt understood.org, een voorbeeld van een platform dat aan haar wensen voldoet. ‘Er is ruimte voor alles en iedereen: van leverancier tot een kind met leesproblemen. Het beperkt zich niet tot een interactief platform, maar je kunt er ook tv-series, boeken en games vinden die je helpen om taal te ontwikkelen. Het is dynamisch, aantrekkelijk vormgegeven en er zijn talloze mogelijkheden voor interactie.’ NIEUWE GENERATIE ICT speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van een digitaal, interactief platform. Niet meer dan logisch, vindt Van Grafhorst. ‘We moeten onze oude manier van denken

loslaten en ons richten op dat wat de nieuwe generatie nodig heeft. Voor mijn generatie is ICT een middel, en dat zal ook altijd zo blijven. Maar de kinderen van nu groeien op met robotica, met het bedienen van je beeldscherm via je ogen. Zij vragen zich niet meer af waarom ze de ene advertentie wel op hun scherm krijgen en de andere niet. Dat betekent ook dat hun hersenen de ICT op een natuurlijke manier adapteren. We hebben dus geen onderwijssysteem meer nodig dat ingericht is conform het industriële tijdperk, maar conform ons nieuwe digitale tijdperk.’ Van Grafhorst kan niet wachten om te beginnen met de ontwikkeling van het platform. De eerste gesprekken met de verschillende betrokken partijen moeten nog beginnen. Maar ze is hoopvol, zeker gezien het enthousiasme van de verschillende initiatiefnemers. ‘Het gaat om samenwerken, vertrouwen hebben in elkaar, het open delen van kennis en kunde. We zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het geheel. Organisaties die hun kennis tegen de borst houden, zullen allemaal omvallen.’ Ze gaat ervan uit dat het resultaat binnen drie jaar zichtbaar moet zijn. ‘Maar,’ zegt ze, ‘kinderen veranderen, de wetenschap verandert en ICT verandert. Dus het platform blijft altijd ‘werk in uitvoering’.’

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 29


DIGITAAL PLATFORM WENSEN VOOR HET TE ONTWIKKELEN PLATFORM ○ Kinderen met leesproblemen

‘Kinderen kunnen een eigen leerleesroute ontwikkelen. Ongemerkt, want het programma past zich continu aan, aan de ontwikkeling van het kind. Ze kunnen hun vooruitgang volgen en de eigen grenzen verleggen. Maar ook kunnen ze middelen vinden die als buddy of ruggensteun werken. Dat is fijn voor kinderen van wie de ouders het niet lukt om hen te begeleiden. Via een chat-functie is er de mogelijkheid om vragen te stellen. Het gebeurt allemaal spelenderwijs, er kan zelfs groepsgewijs een boek worden gelezen. Het mooie van ICT is dat het programma onvermoeibaar doorgaat met het positief bekrachtigen van kinderen. Ze horen al zo vaak dat ze niet makkelijk lezen, hier horen ze steeds weer wat ze goed doen: ‘Je hebt er vijf goed’.’

○ Ouders

‘Ouders vinden er alle informatie over lezen en taalontwikkeling. Wat zijn signalen of symptomen van dyslexie? Hoe ziet een normale ontwikkeling eruit? Wat betekent het voor het gezin als je kind dyslexie heeft? Maar ze kunnen ook trainingen volgen en informatie en ervaringen uitwisselen met andere ouders. Ze leren hoe ze op een andere manier met taalontwikkeling kunnen omgaan, zowel didactisch als pedagogisch. En, erg belangrijk: ouders zijn weleens teleurgesteld, omdat ze gehoopt hadden dat hun kind ooit professor zou worden. Er is een training die je leert hoe je verwachtingen bijstelt. Het is een kwestie van attitude veranderen. Ik weet niet of dat gaat lukken, maar we gaan in ieder geval een poging wagen. Verwachtingsmanagement houdt ook in dat ouders weten wat ze wel of niet van het onderwijs kunnen verwachten. Zo creëer je een gedeelde verantwoordelijkheid.’

○ Leerkrachten

‘Behalve de informatie over profielen, protocollen en alles wat met dyslexie en taalontwikkeling te maken heeft, is er de mogelijkheid om webinars met bijvoorbeeld casuïstiek te organiseren. Zelf vind ik het erg belangrijk dat leerkrachten inzicht krijgen in de leefwereld van een kind buiten het schoolgebouw. Als leerkrachten een kijkje nemen op het gedeelte voor kinderen, krijgen ze een veel beter beeld van wat hen bezighoudt. Ook zie je hoe een kind zich verhoudt tot de lesstof. Leerkrachten, maar ook anderen, leren elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden kennen. Zo sluiten de verschillende werelden beter op elkaar aan. Daarnaast doen onderwijsprofessionals kennis op over ict-hulpmiddelen en ondersteuningsmiddelen die buiten het onderwijs worden gebruikt. Hoe sluiten die aan op het onderwijs zelf? Wat kunnen ze van elkaar leren? Zo krijg je een verbreding van de scope waarin de leerkrachten zitten.’

○ Zorgprofessionals

‘Ook hier vindt er uitwisseling plaats van kennis en kunde onderling. Maar minstens zo belangrijk zijn de dwarsverbanden tussen onderwijs- en zorgtrajecten. Als wetenschappers die verbanden kunnen leggen, levert dat voor elk kind een logisch, natuurlijk leertraject op. Nu lopen de trajecten vaak naast elkaar. Hoe kan een kind de taal leren met twee verschillende strategieën?’

○ Bestuurders en beleidsmakers

‘Ook betrokkenen vanuit schoolbesturen, samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs, gemeentes en zorginstellingen kunnen op het nieuwe digitale platform terecht voor informatie en mogelijkheden voor interactie. Ze kunnen er ook voorbeelden vinden van regio’s waar ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid gezamenlijk inhoud geeft aan het onderwijs- en zorgbeleid.’

Marijke van Grafhorst (1960) is theologe en manager voor non-profit organisaties. Ze is voorzitter van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie. Ze is mede-eigenaar van advies- en redactiebureau Duo Decimo, en initieert projecten die maatschappelijke participatie tot doel hebben. Ook is ze ambtelijk secretaris van de Stichting drempelvrij.nl

30 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018


AANGEPAST LEZEN

DOSSIER DYSLEXIE

Plezier in lezen

met het juiste materiaal

Hoe krijg je een kind met dyslexie of leesproblemen aan het lezen? En dan ook nog eens met plezier? Twee pilots van de Koninklijke Bibliotheek laten zien dat ook kinderen met leesproblemen weer plezier kunnen krijgen in lezen, als je maar de juiste materialen inzet!

Special!

DYSLEXIE

TEKST: ANOUK VAN WESTERLOO

Zes procent van de kinderen in groep 4 tot en met 8 heeft dyslexie, en ruim een kwart van de kinderen in die groepen haalt een lage D- of E-score op de Citotoets Begrijpend Lezen. Ondanks een goedgevulde bibliotheek op school, blijken de reguliere kinderboeken die worden aangeboden niet aan te sluiten bij deze groep zwakke lezers. Om daar verandering in te brengen, heeft de Koninklijke Bibliotheek een pilot opgezet: ‘Aangepast lezen en Makkelijk Lezen Plein in de Bibliotheek op school’. Deze pilot was bedoeld om kinderen met leesproblemen binnen de Bibliotheek op school kennis te laten maken met passend materiaal dat hun leesplezier vergroot. Een vervolgpilot onderzocht hoe de materialen het best in school konden worden ingezet.

Gesproken boeken

Veel van de gebruikte materialen zijn niet zozeer ‘leesboeken’, maar eerder ‘luisterboeken’ of ‘gesproken boeken’. Hier werd superboek.nl voor ingezet. In eerste instantie gaf dat idee wat weerstand bij leerkrachten. De focus binnen het leesonderwijs ligt voornamelijk op

technisch en begrijpend lezen. Toch merkten de leerkrachten al snel dat de leerlingen met leesproblemen, door het luisteren naar het verhaal, meer behoefte kregen om zelf te gaan lezen. De kinderen kregen op deze manier toch het plezierige gevoel dat lezen kan geven - dat je wordt meegevoerd door het verhaal - en dat smaakte naar meer. Onder de kinderen waren gesproken boeken van yoleo.nl, waar je tijdens het luisteren tegelijkertijd zelf in mee kon lezen (ook wel karaoke-lezen genoemd), het meest populair.

Lezen is leuk!

Vrijwel alle kinderen, leerkrachten en ouders die meededen aan de pilot zijn enthousiast over de resultaten. Alle leerkrachten (twintig in totaal, verdeeld over vijf scholen) zien toegenomen leesplezier bij de zwakke lezers, van wie veertig procent zelfs vindt dat het leesplezier sterk is toegenomen. ‘Kinderen vragen nu zelf of ze mogen lezen,’ vertelt een van de leerkrachten. Ook weten de leerkrachten nu zelf beter welke materialen ze kunnen inzetten in de toekomst en wat er allemaal beschikbaar is voor deze leerlingen.

Ook de kinderen zelf zijn enthousiast. 82% van hen geeft aan dat ze lezen nu ‘een beetje leuk’ tot ‘heel leuk’ vinden. Vóór de pilot was dat nog 71%. Het percentage kinderen dat lezen ‘helemaal niet leuk’ vindt, halveerde zelfs van tien naar 5%.

GEBRUIKTE MATERIALEN

• Superboek.nl, gesproken jeugdboeken via de jeugdsite van bibliotheekservice Passend Lezen (gratis voor kinderen met dyslexie). • Daisy-roms, gesproken jeugdboeken via de Daisy-speler, te lenen in de bibliotheek of via superboek.nl (gratis voor kinderen met dyslexie). • Yoleo.nl, online luister- en meeleesboeken. • Makkie boeken, van Makkelijk Lezen Plein.

MEER WETEN?

• Verslag van de pilots: tinyurl.com/ leesplezier • Info Bibliotheek op school: kunstvanlezen.nl • Toolkit Lezen en Expertise voor professionals + Opleiding voor leesconsulenten: pro.bibliotheekopschool.nl

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 31


DE BEGELEIDING

Special! DYSLEXIE BM04�2018

‘Ik wil bereiken dat plezier krijgt Mieke Urff ziet het als ze leerlingen met dyslexie begeleidt: met de juiste aanpak zitten ze zo weer op het niveau dat bij ze past. ‘De remedial teacher kan hierbij echt het verschil maken.’ Ze pleit ervoor dat elke school in de toekomst een rt’er in dienst heeft. INTERVIEW: NICOLETTE KUIJLAARS

Wat is precies een remedial teacher? Mieke Urff: ‘Iemand die een leerling op een andere, aanvullende manier ondersteunt als de didactiek in de klas niet afdoende blijkt te zijn. Dus als een docent niet toekomt aan de juiste ondersteuning van een leerling, kan hij de hulp inroepen van een remedial teacher. De rt’er hoeft daarbij niet altijd zélf met de leerling aan de slag te gaan, hij of zij kan ook ondersteuning geven aan de docent. Het is vaak zelfs effectiever om ondersteuning te geven aan bijvoorbeeld een hele vakgroep, dan met één leerling aan de slag te gaan. Dan heeft maar één leerling profijt, terwijl de adviezen en de ondersteuning die docenten kunnen toepassen in een klas voordelig zijn voor alle 25 leerlingen.’

Maken scholen veel gebruik van remedial teachers? ‘Niet genoeg. In het primair onderwijs gaat men ervan uit dat de leerkracht de begeleider is. Als er dan sprake is van dyslexie, dan vindt de begeleiding vaak plaats in dyslexie-instituten. Deze begeleiding wordt

‘HET MOOISTE MOMENT IS ALS JE ZIET DAT HET KWARTJE VALT: O, IS HET ZO EENVOUDIG!’

32 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018

in het basisonderwijs vergoed door het ministerie wanneer er sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED). Die vergoeding geldt niet voor het voortgezet onderwijs. Sommige scholen hebben remedial teachers in dienst en betalen hen met eigen middelen. Hebben scholen deze specialisten niet in dienst, dan zijn ouders aangewezen op dyslexieinstituten of rt-praktijken. De begeleiding van hun kind moeten ze zelf betalen.’

Wat kan een remedial teacher betekenen voor kinderen met dyslexie? ‘Heel veel! Het mooiste moment is als je het kwartje ziet vallen. Als een leerling zegt: o, is het zo eenvoudig! De rt’er kan het verschil maken tussen wel of niet kunnen werken op je eigen niveau. Want dat is toch waar we naar streven, dat elke leerling in een klas zit met leerlingen van zijn niveau. Ook leerlingen met dyslexie. Met de juiste begeleiding kunnen zij gewoon het onderwijs volgen dat bij hen past. Het is zo jammer als een jongere alleen vanwege dyslexie afstroomt naar een lager niveau. Onnodig ook. Wat ook helpt, is dat er iemand is die begrip heeft, die snapt hoe moeilijk het soms kan zijn op school. Mijn streven is niet in de eerste plaats om iedereen aan een voldoende te helpen, maar wel om ervoor te zorgen dat kinderen zich ondersteund voelen. Ik wil bereiken dat een leerling weer plezier krijgt in een vak, met een fijner gevoel in de klas zit en weer vertrouwen heeft in zichzelf.’


DOSSIER DYSLEXIE

een leerling weer in een vak’ Hoe gaat u te werk? ‘Het is belangrijk dat je maatwerk levert, dat je een benadering zoekt die past bij de leerling. Die roept al snel: ik vind álles moeilijk aan grammatica. Dus onderzoek ik eerst wát hij precies moeilijk vindt. Zo bepaal ik waar ik moet instappen en welke oefeningen ik daarbij moet gebruiken. Eén blik in het werkboek maakt ook veel duidelijk: als ik oefeningen zie die niet helemaal zijn gemaakt of er staan incomplete zinnen, dan weet ik dat hij bij dat onderdeel vastliep. In plaats van een leerling meteen heel veel oefeningen te laten maken, gaan we eerst een paar zinnen samen helemaal ontleden: als je die zin ziet, wat doe je daar dan mee, wat wordt er bedoeld met deze zin? Hoe ga je aan het werk? Leerlingen kunnen wel de regels en formules opdreunen, maar weten vaak niet wat ze ermee kunnen en waar ze voor zijn bedoeld. Ik werk ook altijd uit de schoolboeken die in de klas worden gebruikt. Zo hebben leerlingen niet het gevoel dat ze extra werk krijgen, maar wel dat ze lekker zijn opgeschoten.’

Special!

gewoon op de agenda van de schoolleiding moeten staan. En dat kan als er iemand van de leiding écht geïnteresseerd is in de begeleiding van, bijvoorbeeld, dyslectische leerlingen. Laat als directie zien dat je dat serieus neemt en zie de begeleiding niet alleen als een pr-dingetje voor een open dag. Verder moet een rt’er goed zijn opgeleid, dus de tweejarige master hebben gevolgd. Als iemand op een school als remedial teacher wordt aangesteld zonder opleiding, worden het bijlessen, geen begeleidingslessen. Maar al te vaak wordt de begeleiding gedaan door een docent die nog wat taakuren overhad. Dan wordt het dus niet serieus genomen. En het is zo leuk om je te verdiepen in remedial teaching! Ik ben na de opleiding anders les gaan geven, meer gaan nadenken over de structuur van een les, een andere uitleg en een andere benadering van problemen. Een verrijking!’

DYSLEXIE

Moet de remedial teacher een grotere rol krijgen? ‘Zeker! Zoals ik al zei, zou de rt’er niet alleen de leerlingen moeten begeleiden, maar ook de docenten en de vakgroepen. En hij of zij zou veel meer contact mogen hebben met docenten om precies te kunnen weten wat er allemaal van een leerling wordt verwacht in de klas. De docent op zijn beurt kan veel opsteken van een remedial teacher. En: zet jezelf als rt’er stevig neer in een school. Wees bereikbaar, iedereen moet je om advies kunnen vragen.’

Wat kan er beter in de toekomst? ‘Om te beginnen zou elke school minimaal één remedial teacher in dienst moeten hebben. Ik werkte ooit op een school waar voor elk vakgebied een rt’er was aangesteld. Ideaal! Remedial teaching zou

Mieke Urff (59) is dyslexiespecialist en remedial teacher. Ze werkt als productmanager bij Dedicon, een stichting die onder meer passende leesvormen ontwikkelt voor leerlingen met een leesbeperking. Mieke begon haar loopbaan voor de klas, als docente Frans en Engels.

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 33


VERMIJDINGSGEDRAG

Special! DYSLEXIE BM04�2018

‘VERMIJDINGSGEDRAG VERGROOT DE ACHTERSTAND’ Het is volgens dr. Chris Struiksma van groot belang dat leerkrachten voorkomen dat kinderen met dyslexie zich een uitzondering voelen in de klas. Dat kan door systematisch je instructie te intensiveren. INTERVIEW: NICOLETTE KUIJLAARS

Chris Struiksma: ‘Als je wil dat kinderen zich geen uitzondering gaan voelen in de klas, moet je ze, als volwassene, niet tot uitzondering maken. Intensiveer als leerkracht systematisch de instructies voor het zwakste kwart van de klas. Op die manier zijn leerlingen die niet goed meekomen met lezen en schrijven niet meteen dyslecten of probleemgevallen, maar kinderen die even meer uitleg nodig hebben. En die groep wisselt voortdurend: deze periode zit Jan in die groep, de volgende maand Marie. Als na zes tot acht weken blijkt dat Jan de spellingsregels in de vingers heeft, gaat hij uit het groepje en neemt Piet zijn plaats in. Zo eenvoudig kan het zijn. Leerlingen verschillen van elkaar in de snelheid waarmee ze zich nieuwe stof eigen maken. En sommige kinderen hebben meer tijd nodig en meer instructie. Dit wordt ondersteuningsniveau 2 genoemd. Met meer tijd en meer uitleg zijn veel kinderen al

34 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018

‘Als iedereen al kan lezen, behalve jij, dan loopt je eigenwaarde een deuk op’ geholpen. Er blijven dan nog maar enkele leerlingen over die niet alleen in de klas geholpen moeten worden, maar ook daarbuiten. Dat is ondersteuningsniveau 3. VERMIJDINGSGEDRAG Stel je voor: je begint in september vol vertrouwen aan groep 3 en in november, december merk je dat iedereen al aardig kan lezen, behalve jij. Dan loopt je gevoel van eigenwaarde een flinke deuk op. Ik heb gezien welke impact dyslexie kan hebben op kinderen. Dat heeft diepe indruk op mij gemaakt. Een mogelijke reactie kan zijn, dat je alles wat te maken heeft met lezen en spellen gaat vermijden. Als ouders en leer-

krachten hierin meegaan, wordt de achterstand steeds groter. Velen spreken dan van faalangst, maar de definitie van faalangst is dat iemand door de angst taken vermijdt die hij wél aankan. Als een leerling taken is gaan vermijden die hij niet aankan, is het niet juist of in elk geval verwarrend om van faalangst te spreken. Het is vermijdingsgedrag. En als je daarbij aan de gang gaat met een faalangstreductieprogramma en dat programma zou succesvol zijn, dan wordt de leerling bij de eerste de beste poging om weer iets te lezen, meteen weer geconfronteerd met een taak die hij níét aankan. Gevolg: hij faalt weer. In plaats van aan de (faal)angst te werken, is het zaak om aan de leesvaardigheid te werken, zodat de leerling succes ervaart. DE WEG KWIJT Er zijn in het onderwijs een paar momenten waarop de eisen op het gebied van lezen en spellen


DOSSIER DYSLEXIE

Special!

DYSLEXIE

plotseling een stuk hoger worden. De meeste leerlingen reageren daarop door te groeien naar een hoger vaardigheidsniveau. Maar sommigen raken de weg kwijt. Die momenten vinden plaats aan het begin van groep 3, als er met lezen wordt begonnen, in groep 4 als de woorden langer en complexer worden en het tempo omhoog moet, in groep 5/6 als de nadruk meer op spelling wordt gelegd, in groep 7/8 als vooral de leesvaardigheid moet worden toegepast in aanzienlijk langere teksten, bijvoorbeeld bij de zaakvakken, en ten slotte bij de start op het voortgezet onderwijs, als leerlingen moderne vreemde talen gaan leren. Het kan dus voorkomen dat er op de basisschool nog weinig aan de hand was, en dat een leerling pas in de brugklas dyslectisch blijkt te zijn. VERTROUWEN IN DE DOCENT Je zou ook meer ontspannen met toetsen kunnen omgaan. De afleve-

‘Geen probleemgeval, maar een kind dat even meer uitleg nodig heeft’ ring van De Luizenmoeder waarin leerlingen op basis van de toets een ster, een zon of een maan waren, laat zien wat ik bedoel. De kinderen beháálden geen ster, zon of maan, ze wáren een ster, zon of maan. Leerkrachten weten best, ook zonder toetsen, welke leerlingen meer dan gemiddeld aandacht en instructie nodig hebben. Zet in plaats van tweemaal per jaar te toetsen, iedere zes tot acht weken even de leerlingen uit jouw klas denkbeeldig op een rij. Stel vast welke leerlingen het zwakste kwart vormen en geef hen extra instructie en extra leertijd. Dat zullen niet voor ieder vak dezelfde leerlingen zijn.

Deze manier is kindvriendelijker, doeltreffender en kost minder tijd dan weer alle leerlingen een toets geven. Begin hier al mee bij de kleuters. Voorkom op deze manier zoveel mogelijk dat leerlingen een ‘probleemgeval’ worden. Zorg ervoor dat het allemaal niet te zwaar wordt. Hierbij moeten we weer gaan vertrouwen op het oordeel van de leerkracht. Dat geldt ook voor ouders. Vroeger hádden ouders dat vertrouwen, terwijl het nu lijkt alsof ouders en docenten tegenover elkaar staan. Zij zouden vaker hardop tegen elkaar moeten zeggen, dat ze beiden het belang van het kind voorop hebben staan.’ Dr. Chris Struiksma (69) is bestuurslid van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) en van de Stichting Dyslexie Nederland.

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 35


HET ONDERWIJS

Special! DYSLEXIE BM04�2018

‘Niet afwachten, meteen samen ingrijpen’

36 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018


DOSSIER DYSLEXIE In het onderwijs zo snel mogelijk ingrijpen en behandelaren uit de zorg preventief inzetten ziet Ria Kleijnen als gewenste veranderingen. Daar hebben leerlingen met leesproblemen en dyslexie baat bij. Zij vertelt over de stand van zaken in het onderwijs en ook over haar eigen succesvolle project Dyslexie in transitie.

Special!

DYSLEXIE

INTERVIEW: MARIËLLE VAN BUSSEL FOTOGRAFIE: JORIS DEN BLAAUWEN, PETRA NIESSEN (DE FOTOVAKVROUW)

U houdt zich al ruim veertig jaar bezig met het onderwerp ‘dyslexie’. Wat maakt het zo interessant voor u? Ria Kleijnen: ‘Als jong kind heb ik ervaren hoe belangrijk het is om leraren te hebben die je écht zien. Tijdens mijn loopbaan in het onderwijs zijn aardig wat dyslectische leerlingen op mijn pad gekomen. Steeds voelde ik me uitgedaagd om samen met hen en hun ouders uit te zoeken wat helpend zou kunnen zijn. In die periode, de jaren zeventig en tachtig, stond specialistische behandelkennis nog in de kinderschoenen. Vandaar mijn verdiepingstocht daarna, die nu nog steeds voortduurt.’

Er kan van alles beter in het basisonderwijs, als het om de aanpak van leesproblemen en dyslexie gaat. Wat is het belangrijkste? ‘Als we willen dat iedereen zo geletterd mogelijk is, is een goede leerkracht het allerbelangrijkste. Een leerkracht die niet alleen expertise heeft rondom lezen en spelling, maar ook en vooral inlevingsvermogen. Iemand die kritisch kan observeren. En zo gauw een kind dreigt achter te lopen, meteen ingrijpt en niet afwacht.’

Wat bedoelt u met ingrijpen? ‘Stel dat de letterkennis niet goed geautomatiseerd tot stand komt bij een kind, besteed dan in de week dat je bijvoorbeeld de ‘letter b’ behandelt, extra tijd aan die letter. In een instructiegroepje, of met een maatje. Zo voorkom je dat een kind later veel moet inhalen en dat je als leerkracht grotere aanpassingen moet doen. Het gaat dus vaak om een kleine aanpassing op het juiste moment.’

In uw project ‘Dyslexie in transitie’ (zie kader) komt er vrij snel een ICT-programma in beeld, net zoals een zorgprofessional. Is dat niet te veel van het goede? ‘We zetten inderdaad vanaf groep 2 het programma Bouw! in. Leerkrachten staan daar niet allemaal voor open. ‘Kinderen moeten spelen,’ is dan vaak de reactie. Maar onderzoek laat zien dat deze aanpak zeer effectief is. We werken met tutoren, dus met kinderen uit een hogere groep, opa’s, oma’s of ouders, die getraind worden om instructie en adequate feedback te geven. Ik ervaar in de praktijk, dat het menselijke aspect een belangrijke succesfactor is. Kinderen voelen zich helemaal niet zielig. Ze beseffen niet eens dat ze bezig zijn met het aanpakken van een achterstand. Ze werken net als andere kinderen aan taakjes op de computer.’

Wat is de rol van de behandelaar uit de zorg? ‘Bij Dyslexie in transitie stelt de behandelaar samen met de school en de ouders een plan van aanpak op. Duidelijk wordt wie wat gaat doen. In twee periodes van acht weken werkt de behandelaar één keer per week in de klas. De rest van de week zet de leerkracht de interventies voort. Op die manier versterken de behandelaar en de leerkracht elkaar. Ondertussen werkt het kind thuis ook een paar keer per week met Bouw! Na een halfjaar wordt gekeken of de school de leerling verder kan begeleiden of dat de ernst en hardnekkigheid in de richting van dyslexie wijzen. Als dat laatste het geval is, komt de vergoede zorg in beeld.’

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 37


HET ONDERWIJS

Special! DYSLEXIE

DE BEREIDHEID OM JE TE VERDIEPEN IN EEN LEERLING IS ER NIET ALTIJD

BM04�2018

Wat is het effect van deze aanpak? ‘Kinderen in groep 2 krijgen begeleiding, zodat ze een goede start kunnen maken in groep 3. Van de kinderen uit groep 3 en 4 die een gerede kans hebben om doorverwezen te worden naar de dyslexiezorg, houden we de helft uit de zorg. Alleen de juiste kinderen worden naar de zorg verwezen. Daarnaast werpt het ‘interprofessioneel leren’ haar vruchten af. Leerkrachten en behandelaren leren - op de werkvloer - van en met elkaar. Ook heeft deze aanpak een positief effect op laaggeletterdheid, omdat dit ook preventief wordt aangepakt.’

Leerkrachten, scholen en besturen staan niet te springen… ‘Dat zou ik zeker zo niet willen zeggen. Hoewel iedereen het belang van deze preventieve (behandel)aanpak inziet, wordt daar inderdaad nog niet altijd naar gehandeld. Verandering vraagt ook lef in plaats van je te verschuilen achter wetten en regeltjes. Zoals het nu gaat in de (curatieve) dyslexiezorg komt de behandelaar pas in beeld als een kind op de toetsen drie E’s heeft gescoord. In het vroegste geval is dat na anderhalf jaar. Dat is erg laat en dan zijn er vaak al emotionele problemen ontwikkeld. Met de preventieve aanpak blijven kinderen in hun kracht.’

Wat is de rol van de intern begeleiders (ib’ers) hierin? ‘In regionale ib-netwerken bespreken ib’ers nieuwe ontwikkelingen en maken vervolgens een vertaalslag naar hun eigen school. Ze denken mee over hoe preventie vorm te geven en fungeren samen met de directie als aanjager van schoolontwikkeling en schoolbeleid op dit gebied.’

38 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018

En wat doen ze - in het ideale geval - op school zelf? ‘Idealiter ondersteunen en begeleiden ze leerkrachten in de klas op alle ondersteuningsniveaus (niveau 1, 2, 3) en stimuleren onderwijskundige ontwikkeling aan de hand van trendanalyses. Maar dat gebeurt helaas te weinig, omdat ib’ers te veel verschillende taken op hun bordje hebben. Denk aan gedragsproblemen, de impact van vechtscheidingen, meerbegaafdheid, dyslexie- en dyscalculie-problematiek, s(b)o-verwijzingen en de papieren rompslomp daaromheen. Voor de inhoudelijke diepgang hadden we de dyslexiespecialisten, lees- en taalspecialisten en remedial teachers, maar die zijn vrijwel overal wegbezuinigd. Het specialisme verdwijnt, terwijl het zo hard nodig is. Gelukkig kiezen sommige schoolbesturen voor een bovenschoolse voorziening, met inhoudelijke specialisten, die de scholen ondersteunen. Als dat er niet is, komt alles op het bordje van de leerkracht en de ib’er. Dat is écht te veel gevraagd.’

Een behandelaar in de klas kan dan helpen? ‘Vanuit het oogpunt van professionalisering gezien, biedt dit inderdaad kansen. Het is een vorm van ‘training on the job’, zeker als complementair aan de hiervoor genoemde samenwerking een intensief coaching-traject wordt gekoppeld. Dat moet dan wel aansluiten bij de professionaliseringsbehoeften van de leerkracht, ‘meelopen’ in de functioneringscyclus en aansluiten bij de schoolontwikkeling. Ook vraagt dit faciliteiten en ondersteuning van de directie. De extra uren voor de behandelaar als co-teacher moeten ook betaald worden. Echter, het betaalt zich uiteindelijk weer terug.’

Dat moeten gemeentes ook inzien, aangezien zij sinds de transitie verantwoordelijk zijn… ‘In de Westelijke Mijnstreek hebben we in 2015 de gemeente gelukkig kunnen overtuigen om een deel van het innovatiebudget preventief te besteden. Met een evenredige bijdrage van de schoolbesturen hebben we deze aanpak kunnen ontwikkelen. Vanaf 2019 wordt dit structureel, ook dan weer gefinancierd door de gemeente én de schoolbesturen. Als een preventief programma in de eerste jaren van de basisschool zijn werk goed doet, worden de leerlingen met dyslexie er in de onderbouw uitgefilterd. In de


DOSSIER DYSLEXIE

DOOR HET PROJECT DYSLEXIE IN TRANSITIE, WORDEN ALLEEN DE JUISTE KINDEREN NAAR DE ZORG VERWEZEN

bovenbouw is de verdere ontwikkeling van technisch en functioneel lezen belangrijk, evenals begrijpend lezen en leesbevordering. Dan volgt de overgang naar het voortgezet onderwijs.’

Een groot knelpunt is de overdracht naar de middelbare school… ‘Er zou een ‘warme overdracht’ moeten plaatsvinden. De ib’er van de basisschool geeft in een overdrachtsgesprek met de zorgcoördinator van de middelbare school aan wat wel en niet goed werkt voor de leerling. Het mooiste is als dit overkoepelend geregeld is en dus niet wordt overgelaten aan scholen of individuen. Passend onderwijs en het Masterplan Dyslexie hebben hier leidraden voor. Helaas is de praktijk anders. Soms krijgt een middelbare school leerlingen van dertig verschillende basisscholen. Men heeft helemaal geen tijd voor een ‘warme overdracht’. Het komt zelfs voor dat ze zeggen: ‘Laat maar komen, we geven geen stempeltjes en zien wel hoe het gaat’. Maar als er sprake is van dyslexie, dan is dat zo! Als je er niet meteen mee aan de slag gaat, loopt een leerling direct drie maanden achter met alle sociaal-emotionele problemen die daarbij horen. Ik vind die houding onbegrijpelijk.’

Hoe komt het dat er zo mee wordt omgegaan? ‘Docenten in het voortgezet onderwijs zijn veel meer gefocust op hun vak. En minder op problemen. Ik snap dat ergens ook wel, maar tegelijkertijd is het juist zo belangrijk om ook persoonlijke aandacht voor leerlingen te hebben. Gebeurt dat niet, dan mist een aantal leerlingen halverwege het eerste jaar de boot. Verdiep je in je leerlingen. Wie heb je in de klas? Ga met een leerling in gesprek: ‘Ik weet dat jij dyslexie hebt. Wat gaat moeilijk in mijn vak?

Special!

DYSLEXIE IN TRANSITIE

DYSLEXIE

Dyslexie in transitie is een project dat sinds 2015 loopt in de Westelijke Mijnstreek in ZuidLimburg. Het doel is om dyslexiezorg preventiever, integraler, kwalitatiever en kostenbeheersender te maken. Kenmerkend is de samenwerking tussen onderwijs, zorg en ouders. Als er bij een leerling een vermoeden van dyslexie bestaat, wordt er een intensief programma opgezet, waarbij een behandelaar uit de zorg betrokken is. Van meet af worden ouders ‘meegenomen’ en zij ondersteunen thuis. Het werkt preventief en het voorkomt onterechte doorverwijzingen naar de zorg. Leerlingen die al zijn aangemeld voor de zorg, maar bij wie getwijfeld wordt aan de hardnekkigheid van het probleem, krijgen een aantal proefbehandelingen. Ook hier blijken leerlingen soms onterecht in de zorg te zijn terechtgekomen.

Wat kan ik voor je doen? Wat kun jij zélf doen?’ Zo geef je een leerling erkenning, en je zoekt samen naar passende oplossingen. Je neemt de leerling serieus en je maakt hem of haar sterker en zelfstandiger. Het opzetten van een jongerennetwerk werkt ook prima: een groepje leerlingen dat in dezelfde situatie zit en herkenning en steun vindt bij elkaar.’

Dus ook in het voortgezet onderwijs is er een wereld te winnen? ‘Inderdaad, het is ontzettend belangrijk. Natuurlijk verschilt het per school en per individu, maar in het algemeen kun je wel stellen dat hier een grote slag te slaan is. Zeker ook wat lézen betreft. Er zou veel meer aandacht

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 39


HET ONDERWIJS Externe zorg is geen optie meer op het vo?

Special! DYSLEXIE

VERANDERING VRAAGT LEF IN PLAATS VAN JE TE VERSCHUILEN ACHTER WETTEN EN REGELTJES

BM04�2018

moeten zijn (in alle vakken) voor het bevorderen en onderhouden van lezen zowel technisch als begrijpend. Dat geldt niet alleen voor dyslectische leerlingen of leerlingen met leesproblemen, maar voor álle leerlingen.

Hoe belangrijk is ICT in het voortgezet onderwijs? ‘Met het gebruik van ICT en hulpmiddelen in dagelijkse situaties (school en thuis) en stages, kom je een heel eind. Het is van belang dat er een visie achter het gebruik van hulpmiddelen zit, en dat ze niet worden aangeschaft zonder inbedding in het onderwijs- en schoolbeleid. Wat mij betreft moet de inhoudelijke noodzaak altijd leidend zijn. En als dat zo blijkt te zijn, dan moet een hulpmiddel zo snel mogelijk worden ingezet. Niet alleen om te compenseren, maar ook om te optimaliseren en remediëren. Docenten en ouders hebben behoefte aan betrouwbare en onafhankelijke informatie over hulpmiddelen, implementatiemogelijkheden en goede voorbeelden. Leerlingen zelfstandig maken in het gebruik van ICT-hulpmiddelen is ook cruciaal. Al kan het zijn dat een vo-leerling een hulpmiddel zal afwijzen, omdat hij geen uitzondering wil zijn.’

Ria Kleijnen (1954) heeft ruime ervaring in basisen voortgezet (speciaal) onderwijs, hoger onderwijs en in de dyslexiezorg. Sinds 2015 leidt ze het project Dyslexie in transitie. Ze is bestuurslid van Stichting Dyslexie Nederland.

40 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018

‘Zorg kan zeker de school in worden gehaald, maar die wordt niet meer vergoed. Er zijn goede voorbeelden van scholen die dit doen en ook daar ligt het accent op ‘samen professionaliseren’. De jeugd-GGZ komt meestal in beeld als er óók een ander probleem speelt, zoals ADHD, autisme of extreme faalangst.

Er is veel winst te behalen bij de houding van de leerkrachten, zowel in het basis- als voortgezet onderwijs, zegt u. Wat kunnen de pabo’s en lerarenopleidingen hierin betekenen? ‘Heel veel in mijn optiek. Een nauwe samenwerking tussen schoolbesturen en opleiders is belangrijk. De laatste vier jaar gebeurt dat steeds meer, ondersteund door de po- en vo-raad. Als een schoolbestuur besluit een boost te geven aan de professionalisering van leraren - bijvoorbeeld op het gebied van preventie -, dan ontwikkelen ze dit samen met de opleidingen. Het mooie is, dat zittende leerkrachten zo ook leren van aankomende leerkrachten, en andersom. Op deze manier verbinden we opleiden met professionaliseren, en praktijk met theorie.’

Zitten de verschillende betrokkenen nu te veel op eilandjes? ‘Ik zie dit inderdaad als een belangrijk knelpunt. De bereidheid om verder te kijken, om te ontschotten, is nog te klein. Het zal met koudwatervrees te maken hebben. Samenwerken en uitwisselen is essentieel, maar ook complex. Er moet dwars door de schotten heen worden gewerkt: van boven naar beneden en van links naar rechts.’

Tot slot, hoe ziet de dyslexiezorg er over tien jaar uit? ‘Het zou mooi zijn als dyslexie dan gezien wordt als iets wat er gewoon ís. Omgaan met verschillen is ‘routine’ geworden. Leraren realiseren zich - nog meer dan nu - dat ze met hun expertise en mens-zijn het verschil kunnen maken voor kinderen en jongvolwassenen. Samenwerken van professionals uit onderwijs en zorg is gemeengoed en ouders zijn evenwaardige partners in die samenwerking. Van ‘hogerhand’ worden diegenen die het iedere dag moeten DOEN ondersteund en - naar vermogen gefaciliteerd.’


DOSSIER DYSLEXIE

COMORBIDITEIT

‘ENKELVOUDIGE DYSLEXIE KOMT HEEL WEINIG VOOR’ Special!

DYSLEXIE

Kinderen met dyslexie én een andere stoornis, zoals ADHD of autisme, komen vaak niet in aanmerking voor vergoede dyslexiezorg. Eerst moet de ‘comorbide’ stoornis (bijvoorbeeld een concentratieprobleem) voldoende onder controle zijn. Maar kinderen met ‘alleen’ dyslexie zijn zeldzaam. Dyslexiebehandelaar Beatrijs Brand komt ze in de praktijk weinig tegen: ‘Ik zie vaak dat dyslexie niet enkelvoudig is. Dat er ‘randjes’ zijn van comorbiditeit.’ INTERVIEW: ANOUK VAN WESTERLOO

Alleen kinderen met ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) - die dus geen andere problematiek hebben naast hun lees- of spellingsmoeilijkheden - komen in aanmerking voor de vergoedingsregeling. Al bestaan ze wel, kinderen met pure EED zijn

volgens Beatrijs Brand in de minderheid. Veel vaker speelt er ook nog iets anders: ‘En die kinderen hebben echt niet allemaal een officiele diagnose ADHD, ASS, DCD of dyspraxie, maar je ziet vaak wel trekken van concentratieproblemen,

van rigiditeit, van zwakke impulscontrole.’

Faalangst Brand leidt andere behandelaars op in hoe om te gaan met kinderen die dubbele problematiek laten

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 41


COMORBIDITEIT

Special! DYSLEXIE BM04�2018

zien. Want ondanks dat zij officieel niet in aanmerking komen voor de vergoedingsregeling, zijn ze er wel. Brand: ‘Deze kinderen passen niet in het standaardprotocol. Je moet maatwerk leveren. Dus ik leg uit hoe je toch kunt omgaan met kinderen die zich moeilijk kunnen concentreren of die heel star zijn en niets van de behandelaar aan willen nemen. Of met kinderen die faalangst hebben, dat zien we ongelofelijk vaak. Hoe pas je je behandeling daarop aan? Er is ook veel praktische uitwisseling tussen de behandelaars onderling. Ik zie een enorme behoefte aan tips en tricks.’ Leren omgaan met je stoornis is essentieel voor een succesvolle dyslexiebehandeling. Maar binnen alle stoornissen heb je weer ontelbaar veel gradaties. Brand: ‘Als een kind al een andere diagnose heeft, kijken we eerst of die redelijk onder controle is. Is er al psycho-educatie gegeven? Is er een behandelprogramma geprobeerd? Slikt het kind eventueel medicatie? Dus een kind met ADHD én dyslexie, bijvoorbeeld, mag wel in de regeling, mits de ADHD voldoende onder controle is om de dyslexiebehandeling kans van slagen te geven. Als dat namelijk niet zo is, lopen kinderen vaak vast in het dyslexietraject.’

42 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018

‘Als bij een kind een andere stoornis overheerst, kun je met je dyslexiebehandeling niet uit de voeten’

mensen weleens informatie achterhouden, om in de vergoedingsregeling terecht te komen. Dat werkt dit systeem nou eenmaal in de hand. Dan wordt een andere diagnose niet vermeld, of worden concentratieproblemen in de klas verzwegen. Want als je niet in de regeling komt, dan moet je het zelf betalen, of je bent aangewezen op wat de school kan bieden.’

Vastlopen

Verloren tijd

Dat vastlopen gebeurt ook bij kinderen van wie nog geen diagnose bekend is, maar die wél tijdens de dyslexiebehandeling opvallen. Brand: ‘Vaak zijn kinderen (nog) niet gediagnosticeerd met een tweede stoornis en kom je er pas tijdens de behandeling achter dat een kind bijvoorbeeld iedere vlieg voorbij ziet vliegen, zich zo slecht kan concentreren dat het jouw instructie niet eens kan uitluisteren of zo bang is om fouten te maken dat je niet aan behandelen toekomt. En je ziet als dyslexiediagnost een kind maar beperkt. In twee ochtenden het gehele beeld boven water halen, lukt niet altijd. Dus er slippen ook kinderen door. En dat is lastig, want als bij een kind de andere stoornis naast dyslexie zó overheerst, dan kun je met de dyslexiebehandeling niet echt goed uit de voeten.’ Niet alleen de dyslexiebehandeling zelf komt niet uit de verf in zo’n geval, ook de diagnostiek is lastiger. Want het is moeilijk uitpluizen of de leesproblemen komen door dyslexie of door een zwakke concentratie… Brand: ‘Dat is ook lastig. En helaas zien we zelfs dat

En wat is dan het aanbod van de school, voor kinderen met dyslexie én een andere stoornis? In deze tijd van toegenomen werkdruk en passend onderwijs? Volgens Brand komt het er in de praktijk op neer dat veel essentiële tijd verloren gaat. Brand: ‘Voordat je bijvoorbeeld ADHD goed onder controle hebt, ben je zo een jaar verder en ondertussen loopt de leesachterstand alleen maar op. Dat haalt een kind niet zomaar in. De tijd gaat door, het klassikale aanbod gaat door, en de achterstand loopt op.’ Hoe het afloopt met kinderen die géén dyslexiehulp krijgen vanwege een primaire stoornis die in de weg zit, is nauwelijks bekend. Brand ziet ze sporadisch terugkomen in de praktijk, als de problemen beter onder controle zijn, maar soms ook niet. Brand: ‘Het is moeilijk om deze kinderen langere tijd te volgen. Daar hebben we geen systeem voor. Sommige kinderen komen ook bij andere dyslexieinstituten terecht, daar hebben wij geen zicht op. Ik ga er wel vanuit dat niet alle kinderen uiteindelijk de hulp krijgen die ze nodig hebben.


DOSSIER DYSLEXIE

‘Er zijn helaas behoorlijk wat gezinnen waarin geen enkel boek of tijdschrift te vinden is’ Wat je zou willen is dat ieder kind, ongeacht een label, de hulp krijgt die het nodig heeft. Dyslexiedeskundige Aryan van der Leij stelt bijvoorbeeld dat je eindeloos kunt blijven diagnosticeren, maar je zou ook gewoon heel goed onderwijs kunnen geven! Als je dat namelijk doet, kun je kinderen die toch uitvallen, extra hulp bieden. Wie daar niet van opknapt, nog wat extra hulp, en als het dan nóg niet helpt, dan krijg je vergoede hulp buiten de school. Zonder dat er een diagnose wordt gesteld. Want dat is ook wat dyslexie is. Het moet hardnekkig zijn en niet opknappen van hele verstandige hulp. We moeten gaan kijken naar de groep die de hulp het meest nodig heeft, omdat ze aan het maximale aanbod dat er is niet genoeg hebben.’

Maximaal leesonderwijs Maar hoe zorg je ervoor dat het aanbod, dus het leesonderwijs, inderdaad zo maximaal is dat je deze geschetste situatie kunt creëren? Volgens Brand is er actie nodig op verschillende niveaus. Te beginnen op de pabo’s. Brand: ‘Die moeten weer echt didactiek onderwijzen.

Het is nu gericht op competentieprofielen, op zelfsturing. Maar er moeten weer echte leesspecialisten worden opgeleid. De grootste groep kinderen leert min of meer vanzelf lezen. Die kunnen de ‘code kraken’, zoals Anna Bosman (dyslexiedeskundige) zo mooi zegt. Maar hoe leer je het nou aan kinderen bij wie het niet zo vanzelf gaat? Als onderwijsprofessional moet je precies weten wat je die kinderen moet bieden.’ Daarnaast vindt Brand het belangrijk dat juist leerkrachten van groep 2, 3 en 4 extra gaan verdienen. Brand: ‘Daarmee geef je aan hoe belangrijk de leraren in die groepen zijn, want leren lezen en spellen is zo essentieel!' Bovendien moeten scholen volgens Brand hun prioriteiten stellen, zich meer richten op de kernvakken: lezen, schrijven, rekenen. Leraren moeten aan zóveel vakken aandacht geven, zoals goed burgerschap, vaardigheden van de 21e eeuw, omgaan met sociale media, verkeerslessen, zwemmen en al die projecten. De focus is zoek… Brand: ‘Het kost allemaal zoveel tijd. Als je meer op de kernvakken

focust, dan verminderen ook gedragsproblemen. Daar is onderzoek naar gedaan. Als je inzet op goed leesonderwijs neemt het competentiegevoel toe: ik kan iets! Je kan ADHD hebben hoor, dat geloof ik, maar het kan ook zijn dat een kind zijn hoofd er niet bij kan houden, omdat hij niet snel genoeg kan lezen of niet begrijpt wat er staat en dan maar gaat zitten klieren.’

Special!

DYSLEXIE

Toverstaf Scholen en dyslexiebehandelaren zijn nergens zonder de inzet van de ouders. Die zijn volgens Brand ongelofelijk belangrijk in het hele traject. Er moet een goede en open driehoeksverhouding zijn tussen school, ouders en kind. Met als spin in het web de dyslexiebehandelaar. Brand: ‘Zeker bij kinderen met comorbiditeit is zo’n samenwerking van nog groter belang. Korte lijnen, helder communiceren met elkaar. En van ouders verwachten we toch een zekere inspanningsverplichting. Een kind kan het niet alleen. Wij behandelaars hebben helaas geen toverstaf waarmee we het probleem kunnen laten verdwijnen. Het is gewoon heel hard werken en heel veel oefenen. Ouders moeten daaraan meewerken. Door hun kind te helpen, en door thuis de voorwaarden te scheppen die nodig zijn zodat het kind de tijd en de rust heeft

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 43


COMORBIDITEIT

Special! DYSLEXIE BM04�2018

om te oefenen. Maar het begint al veel eerder. Het plezier in boeken moet je stimuleren als ouder. Begin met prentenboeken. Dan wordt er al een zaadje geplant bij een kind. Dit plaatje wil mij iets vertellen. En dan is straks de overgang van plaatjes naar letters minder groot. Er zijn helaas toch behoorlijk wat laaggeletterde en taalarme gezinnen waarin geen enkel boek of tijdschrift te vinden is. Als die kinderen dan ineens in groep 3 met een boek worden geconfronteerd…’ Dyslexie heeft een genetische component maar ook een omgevingscomponent. Ook als je als ouder zelf dyslexie hebt, kun je volgens Brand wel voor een omgeving zorgen waarin lezen wordt omarmd. Brand: ‘Gelukkig zien we ook vaak dat juist ouders die zelf dyslexie hebben, willen voorkomen dat hun kind eenzelfde ellendige schooltijd tegemoet gaat als zijzelf. Dat ze extra gemotiveerd zijn om hun kind te helpen.’

Ouders als co-therapeut Als een kind dyslexie heeft én een andere stoornis, is de rol van ouders

‘Pabo's moeten meer aandacht geven aan leesonderwijs’ dus nog belangrijker, maar ook lastiger. De opvoeding en begeleiding van deze kinderen is complexer, kost meer moeite en inspanning. Het vraagt volgens Brand veel tactisch manoeuvreren van ouders om hun kind aan dat lastige lezen te krijgen. Brand: ‘Als je kind zich niet kan concentreren, of steeds weer boos wordt, zich verzet, dan vraagt dat wel wat van ouders. Je moet bereid zijn om soms de strijd aan te gaan. En dat is niet voor alle ouders weggelegd. Niet iedere ouder durft zo duidelijk te zijn en consequent en helder in zijn of haar opvoedkundige uitstraling dat ze dat bij hun kind voor elkaar krijgen.’ Gelukkig kunnen ouders daar wel bij worden geholpen, bijvoorbeeld door het dyslexie-instituut waar hun kind wordt behandeld. Brand:

‘Als dyslexiebehandelaar heb je ook een coördinerende functie; je behandelt niet alleen het kind, maar communiceert ook met school en met de ouders. Wij hebben bijvoorbeeld een digitaal communicatiesysteem waar iedereen rond het kind in kan. Niet iedereen mag alles lezen natuurlijk, maar dat betekent wel dat je ook ouders heel laagdrempelig kunt ondersteunen. Je kunt tips geven als het even allemaal niet wil lukken. We kunnen de eisen bijstellen als er thuis van alles aan de hand is. En als ouders meekomen naar de behandeling, kun je dingen voordoen. Dan kun je ouders echt inzetten als co-therapeut. Helaas is het niet altijd haalbaar dat ouders erbij zijn, zeker niet als de behandeling op school plaatsvindt midden op de schooldag. Als ouders zelf hun kind moeten brengen en halen naar de behandeling, en erbij blijven, wordt het veel inzichtelijker. Dan zijn ze zich veel meer bewust van de hulp die het kind krijgt en zien ze ook duidelijker dat van hen ook inspanning wordt verwacht.’

Drs. Beatrijs Brand is orthopedagoog en heeft in 2008 de School Psychologische Praktijk opgericht. De SPP is een adviesbureau voor ouders en scholen, gespecialiseerd in diagnostiek van leer- en ontwikkelingsproblemen bij kinderen, en de advisering aan hun ouders en leraren. Brand is daarnaast als hoofdbehandelaar verbonden aan het Dyslexie Collectief. De Richtlijn Comorbiditeit bestaat sinds 2012 en is opgesteld door het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) en het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD). De gehele tekst van de richtlijn is te vinden op: nkd.nl

44 | BM 04 | Dyslexie Special l september 2018


DOSSIER DYSLEXIE COLUMN DOCENT ANTON HOREWEG

De clown van de klas ‘Ik weet dat ik niet goed kon lezen.’ Aan het woord is Vincent, een leerling uit groep 8. Hij wil zijn verhaal graag vertellen. ‘Van de juf moest ik thuis extra oefenen. Dat deed ik braaf. Maar het hielp niks. Ik kreeg vaak ruzie thuis, want ik wilde helemaal niet oefenen. Soms gooide ik kwaad mijn boek door de kamer. Ik ging niet vooruit. Andere kinderen kregen een leesdiploma en ik niet.’ Vincent schuift ongemakkelijk op zijn stoel heen en weer bij deze herinnering. Na een korte aarzeling gaat hij verder. ‘Als ik nu moet voorlezen in de klas, doe ik dat wel, maar ik heb het heel lang verschrikkelijk gevonden. Ik snap niet dat de leerkrachten dat niet begrepen. Ik durfde het zelf niet te zeggen. In het begin dacht niemand aan dyslexie en ik had er zelf natuurlijk nooit van gehoord. Pas in groep 5 werden er onderzoeken gestart. In groep 6 kreeg ik pas echte hulp. Ik ging elke week een uur naar een leesspecialist op een andere school.’ Op mijn vraag hoe hij zich voelde, vertelt hij: ‘Ik schaamde me voor mijn leesprobleem. Ik voelde me ontzettend dom, maar dat liet ik aan niemand zien. Ik deed stoer, om te laten zien dat ik toch wel erg leuk was. Zelfs toen ik had gehoord dat ik dyslexie had, wilde ik niet dat iemand het zou weten.’ Bij leeslessen of vakken waar veel moet worden gelezen, wordt hij, zoals hij zelf zegt, de clown van de klas. Altijd klaar om met ‘grapjes’ de les te verstoIK MOET ER ren. ‘Ik werd het middelpunt van wat ouders en leerkrachten weleens ‘de verkeerde vrienden’ noemen.’ DRIE KEER

ANTON HOREWEG is docent en auteur van het boek Gedragsproblemen in de klas. Hij is ook gedragsspecialist en geeft lezingen op scholen en congressen. Voor BM schrijft hij over zijn belevenissen in de klas. Zie: gedragsproblemenindeklas.nl

ZO HARD VOOR WERKEN

Gelukkig voor Vincent is er in groep 7 eindelijk een leerkracht die hem begrijpt. Hij krijgt voorlopig geen onverwachte ‘leesbeurten’, zodat hij meer ontspannen in de klas kan zitten. Als hij de clown probeert te spelen, volgt aan het eind van de dag de vraag: ‘Wat gebeurde er nu tijdens die les?’ Eerst vindt Vincent dat raar. Hij krijgt geen preek, geen straf en de juf lijkt oprecht geïnteresseerd. De leerkracht vertelt hem zelfs een geheim. Ze heeft zelf ook dyslexie. Omdat het toch gelukt is juf te worden, is dat voor Vincent het bewijs dat dyslexie niet betekent dat je dom bent. ‘Ik moet er drie keer zo hard voor werken dan andere kinderen,’ zegt hij. ‘Maar als de juf het kan, kan ik het misschien ook wel.’ Dat besef en het feit dat de leerkracht hem steunt en snapt, maakt dat zijn gedrag verbetert. Vincent is niet langer de clown van de klas, maar gewoon een vrolijke jongen. VOOR INFO OVER TRAININGEN/LEZINGEN DOOR ANTON HOREWEG: BALANSACADEMY.NL

september mei 2018 | BALANS MAGAZINE 02 04 | 45


‘Ik zei tegen me hup, de Bob van der Lingen (23) heeft ‘de grote stap’ gezet en woont nu een jaar zelfstandig met begeleiding in een verbouwde kerk in Zaandijk. Met gemengde gevoelens, vertelt hij met een e-sigaret tussen zijn vingers (‘dat praat makkelijker’). ‘Na mijn mbo-opleiding gastheerschap op het ROC wil ik een patatzaak beginnen.’ INTERVIEW: RINEKE VAN HOUTEN

‘Hiervoor woonde ik bij mijn moeder, in een rijtjeshuis in Amstelveen. Ik ben blij dat ik de grote stap genomen heb om op mezelf te gaan wonen. Het was een sprong in het diepe, ik wist niet wat me te wachten stond. Je kunt bij moeders thuis blijven wonen tot je dertigste, maar daar schiet je niks mee op. Je moet ook aan jezelf gaan werken. Ik zei tegen mezelf: hup, de deur uit!

Documentaires kijken Ik had bijna een appartement in woongroep Y-Castle op IJburg, in Amsterdam. Het was een grote teleurstelling dat ik daar uiteindelijk toch niet terechtkon. Ik zat bij de laatste twee en de andere jongen was ouder dan

IK ZEG SOMS DINGEN DIE IK ANDERS BEDOEL, DAAR MOET JE DOORHEEN PRIKKEN

46 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018

ik en had daardoor meer rechten. Vervolgens kon ik hier in Zaandijk komen wonen, in een van de appartementen in de Zaandijkerkerk. Wat een bouwval, dacht ik toen ik hier voor het eerst kwam. De verbouwing was nog niet klaar, ha ha! Een kerk zegt me niet zoveel. Ik ben niet gelovig, totaal niet zelfs. Als ik straks eraf ga, ik bedoel: als ik dood ben, wil ik niet worden gecremeerd maar gebalsemd en in een glazen kist worden gelegd. Zodat mijn tattoos op mijn borst en armen zichtbaar blijven. Daar heb ik namelijk heel hard voor gespaard. Ik woon hier nu een jaar en het is allemaal goed voor elkaar. In de woonkamer staan een grote bank, mijn muziekinstallatie en een tv, er is een keuken, badkamer en slaapkamer. Eigenlijk zou een slaapkamer voldoende zijn. Als ik niet werk, lig ik het liefst op mijn bed, gordijnen dicht, laptop open. Dan kijk ik naar documentaires, over Lenin bijvoorbeeld. Dat is mijn ontspanning. Heerlijk man. Koken doe ik niet vaak, ik eet regelmatig bij mijn opa en oma in Zaandam en soms laat ik eten komen. En als ik werk, eet ik op mijn werk. Ik werk bij een restaurant in Amsterdam in de bediening en achter


JONGVOLWASSENEN

zelf: deur uit!’

Bob van der Lingen (23), met zijn opa.

de bar. Dat is mijn tweede huis en ik zal je vertellen waarom. Dat komt door de collega’s. Het maakt niet uit als je een glas laat vallen, het is gewoon gezellig. Iedereen is zichzelf. Soms ga ik na afloop van het werk een biertje drinken met de collega’s.

Prettig gestoord Echt vrienden heb ik hier op het moment niet. Met de onderbuurman had ik een soort van ruzie. Toen bij mij een poos geleden het brandalarm afging vanwege de rook van mijn e-sigaret, hebben we toch weer iets met elkaar gedronken. Ik ben nu een beetje alles aan het herpakken. Volgens mijn moeder ben ik een lieve en vrolijke jongen, te goed af en toe. Mensen maken dan misbruik van mij. Vroeger was het voor drank en sigaretten, nu om een goede tijd te hebben. Ach ja. Ik heb PDD-NOS, noem mezelf prettig gestoord. Ik ga mezelf niet labellen als iemand met autisme, dan plak ik mezelf een etiket op mijn hoofd. Ik zeg het soms wel zodat mensen weten hoe ze met me om moeten gaan. Ik zeg soms dingen die ik anders bedoel, daar moet je doorheen prikken. Ik schaam me niet, maar zeg het liever niet. Iedereen is anders, wat maakt het uit.

Liever naar Amsterdam Hier in de kerk wordt iedereen begeleid door De Heeren van Zorg. Elke woensdag koken en eten we beneden in het kantoortje. Aan andere activiteiten zoals spelletjes en wandelen, doe ik niet zo mee. Ik werk ook vaak hè? Daarna niks doen op mijn bed, dat vind ik het lekkerste. Mijn moeder heeft mij geleerd zo zelf-

standig mogelijk te zijn, zonder pictogrammen of zo. Ik heb mezelf ook dingen aangeleerd en kan bijvoorbeeld heel goed zelf bellen om een ID aan te vragen. Je kunt niet je hele leven een handje vasthouden, je moet het ook een keer zelf doen. Ik wil graag een werkster inhuren, want aan schoonmaken kom ik niet toe. Een paar keer per week komt mijn vaste begeleider, met hem praat ik vooral over mijn financiën, het maken en houden van vrienden en een andere woning. Ik wil in Amsterdam wonen, dichter bij mijn werk en school. Ik woon hier heel mooi, maar wel ver weg. Met de bus en de trein doe ik er drie kwartier over. Bovendien, hoe zal ik het zeggen, Zaandijk is Amsterdam niet. Een studio, een slaapkamer en een badkamer is genoeg. Lekker compact en overzichtelijk. Ik zou ook wel weer bij mijn moeder willen wonen. Ik zal je vertellen: we zijn twee handen op één buik. Ik vind het lekker om alleen te zijn en ook heerlijk om bij haar te zijn. Een mix daarvan eigenlijk. Morgen, als ik klaar ben met werken, ga ik er weer voor een paar nachtjes naartoe. Chillen in de tuin.’

Balans zet zich in voor ouders van kinderen met leer- en gedragsproblemen van 4-18 jaar. Die eindleeftijd is onlangs opgetrokken naar 23 jaar, op grond van wetenschappelijk onderbouwd onderzoek. Daaruit blijkt dat de weg naar zelfstandigheid voor Balanskinderen en -jongeren een langduriger proces is. De stem van deze jongvolwassenen laten we horen in deze rubriek: 18-23.

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 47


COLUMN ERVARINGSDESKUNDIGE ILSE KRABBEN

Van het hoofd naar het hart Sinds kort ben ik begonnen bij een coach. Dennis heeft zich in verschillende stromingen verdiept, in zowel Westerse als Oosterse studies. Bij hem ontdek ik een nieuwe manier van kijken, en mezelf trainen. Zoals kijken naar gedrag en patronen die ik mezelf onbewust als kind aanleerde om te overleven. Ik begin mijn diagnose als coping-mechanisme te zien.

Ilse Krabben (28) kreeg op 15-jarige leeftijd de diagnose ADD. Ze volgde de Internationale Theaterschool in Parijs. Voor BM schrijft Ilse over het omgaan met haar ADD en over de tools die zij zelf hanteert.

Ik groeide op in een gezin met veel onrust en weinig stabiliteit. Om op te groeien en te leren focussen, heb je echter rust nodig. Ik zocht als kind veel afleiding om mezelf te beschermen voor mijn omgeving; om de realiteit niet te hoeven voelen. Vandaag nog merk ik dat het makkelijker is om de hele tijd bezig te zijn. Om niet naar de kern te gaan en te hoeven voelen. Wat ik nu leer is terug te gaan naar het verleden, waaruit ik een tijdlijn maak van kind zijn tot nu, als jongvolwassene. Van daaruit kan ik de patronen leren kennen, die zich vormden. En ook waar ze vandaan komen. Ik leer te luisteren naar mijn gevoel, liefst zonder te oordelen, en daarop te vertrouwen. Ook als ze negatief zijn. Dan probeer ik te voelen waar ik op dat moment behoefte aan heb. Ik vind dat niet altijd makkelijk. Ik ben gewend om in mijn hoofd te blijven zitten. Mijn hoofd probeert zaken op te lossen, te vragen, te denken, te begrijpen... Soms helpt het, maar vaak is het vermoeiend en blokkeert het. In ons hoofd zitten, geeft de illusie dat we iets onder controle hebben. Moeilijker en dapperder is het te geloven dat er niks opgelost hoeft te worden, en om simpelweg naar je gevoel te gaan en daar te blijven. Wat op den duur veel meer rust brengt, omdat we leren vertrouwen op ons innerlijk kompas. Een nieuwe manier van zijn, vraagt om een nieuwe manier van denken. Maar we zijn een heel leven getraind door onze omgeving, school, familie, vrienden en onszelf. Dus het deprogrammeren hiervan duurt even en vraagt om geduld, liefde en vertrouwen. En bijvoorbeeld om iemand als Dennis, die nieuwe inzichten brengt en je in het proces begeleidt. Mijn doel is dat ik mezelf niet meer zoveel werk geef maar dat alles meer vanzelf gaat. En om helemaal oké met mezelf te zijn. Dit kan door te beseffen: alles wat er is, mag er zijn. En de vraag: ‘Wat heb ik nodig’? Het antwoord vind ik door te voelen, en niet te denken.

IK LEER LUISTEREN NAAR MIJN GEVOEL, ZONDER TE OORDELEN

Dit is de laatste column die Ilse voor BM schrijft. We danken Ilse hierbij voor haar inspirerende columns, die werden gekenmerkt door bemoediging, positiviteit en het perspectief van de ander (kunnen) innemen. 48 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018


ADHD

‘Hoe jonger je begint met behandelen, hoe beter voor het kind’ Psychiater en vooraanstaand ADHD-onderzoeker Sandra Kooij schreef zestien jaar geleden het handboek ADHD bij volwassenen. Nu is er een vierde editie, en die is twee keer zo dik. ‘ADHD heeft de afgelopen jaren enorm aan erkenning gewonnen.’ INTERVIEW: RENATE VAN DER ZEE FOTOGRAFIE: GETTY IMAGES

‘Zestien jaar geleden wist bijna niemand dat volwassenen ook ADHD konden hebben. Dat was iets totaal nieuws,’ vertelt psychiater Sandra Kooij. ‘Ik had zeven jaar klinische ervaring en ik was bezig te promoveren op dit onderwerp, maar verder was er in Nederland nog bijna niets als het om ADHD bij volwassenen ging. Daarom benaderde een uitgever mij of ik daar een boek over wilde schrijven. Ik heb toen gewoon opgeschreven wat ik wist.’ Het handboek dat ze toen schreef, is al een paar keer herzien en nu ligt er een vierde editie. ‘Die is twee keer zo dik als de eerste editie. Dat komt doordat onze kennis over ADHD enorm is toegenomen.’ Sandra Kooij is een gedreven onderzoeker op het gebied

van ADHD bij volwassenen die boeiend kan vertellen over haar praktijk en haar opmerkelijke researchprojecten. Met haar onderzoek naar slaapproblemen bij ADHD haalde ze kort geleden nog de internationale pers. Wat zijn de belangrijkste inzichten van de afgelopen jaren? ‘We hebben veel onderzoek gedaan naar de gezondheidsrisico’s die verbonden zijn aan ADHD. Baanbrekend zijn de ontdekkingen op het gebied van slaapproblemen en ADHD. ADHD’ers worstelen vaak met allerlei slaapproblemen, wat verstrekkende gevolgen heeft voor hun gezondheid. Door die slaapproblemen hebben zij bijvoorbeeld ook vaak overgewicht. Als je slaapproblemen hebt, veranderen je eetlusthormonen namelijk en krijg je een grotere eetlust. Je kunt jezelf

ook slechter beheersen als je slaaptekort hebt en dan geef je je makkelijker over aan eetbuien. En als je eenmaal dik bent, kan dat weer allerlei gezondheidsklachten veroorzaken: hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en diabetes. Het slechte slapen kan zelfs bijdragen aan een verhoogde kans op kanker. Maar er is ook goed nieuws: we hebben ontdekt dat melatonine en lichttherapie goed kunnen helpen tegen slaapproblemen bij ADHD. Er is tegenwoordig ook meer kennis over de effectiviteit van allerlei alternatieve behandelingen. Er zijn nogal wat behandelingen waarvan wordt beweerd dat ze helpen. Bepaalde diëten, kruiden, homeopathie, het weglaten van suikers en kleurstoffen uit het

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 49


ADHD

eten, voedingssupplementen, neurofeedback, rustgevende matrassen, speciale brillen, visolie en zelfs zwemmen met dolfijnen. Door deze alternatieve behandelingen zou minder of zelfs helemaal geen medicatie meer nodig

HET BEHANDELEN VAN ADHD GAAT OOK OVER HET VERMINDEREN VAN RISICO’S

50 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018

zijn. Maar uit onderzoek blijkt dat van deze alternatieve behandelingen alleen mindfulness, vitamine D3 suppletie en omega 3-vetzuren iets doen. Deze interventies geven bescheiden effecten te zien. Maar daar moeten we nog veel meer onderzoek naar doen.’ Wat kunnen ouders van kinderen en jongvolwassenen met ADHD leren uit dit boek? ‘Dat het belangrijk is om er vroeg bij te zijn, als je ziet wat de risico’s van ADHD voor de psychische en lichamelijke gezondheid op de lange termijn kunnen zijn. Ouders worstelen vaak met de vraag: moet ik mijn kind al op jonge leeftijd medicijnen geven, is dat wel verstandig? Maar uit ál het onderzoek blijkt dat hoe

jonger je begint, des te beter het voor de ontwikkeling van het kind is. Hoe jonger je begint met behandelen, hoe minder het kind wordt gepest, hoe beter het gaat op school, hoe lager de kans op verslaving, hoe lager de kans op depressies. Als er echt sprake is van ADHD moet je het als ouder serieus nemen, want de gevolgen zíjn serieus. Dat blijkt bijvoorbeeld duidelijk uit Zweedse studies waarbij mensen met en zonder ADHD met elkaar zijn vergeleken en ook ADHD’ers die wel en niet in behandeling zijn. Mensen met ADHD maken bijvoorbeeld meer kans op jong overlijden door ongelukken en meer kans op suïcide. Daar word je toch koud van? Als ADHDkinderen een behandeling krijgen, hebben ze veertig procent minder kans dat ze op enig moment naar een eerste hulp moeten dan kinderen die niet worden behandeld. Volwassen ADHD’ers die worden behandeld, hebben dertig à veertig procent minder kans op een auto-ongeluk. Dat staat helaas niet in de krant, maar dat is wel waar het ook om gaat: het verminderen van die risico’s. En dan zijn er de psychische gevolgen. Als mensen niet weten dat ze ADHD hebben, voelen ze zich hun leven lang onbegrepen. Ze geven zichzelf de schuld van alles wat misgaat. De omgeving denkt vaak dat ze lui, ongemotiveerd of dom zijn. Terwijl dat niet zo is: ze kunnen alleen hun intelligentie niet inzetten op de manier die nodig is om resultaten te behalen.


Wat zijn de gevolgen van ADHD? Vergeleken met mensen die geen ADHD hebben, zien we bij mensen mét ADHD: • dertig tot zestig procent vaker ongelukken (overal en ook in het verkeer) • twee keer zo hoge sterfte door ongelukken • andere psychiatrische stoornissen, zoals depressie, angst, antisociaal en oppositioneel gedrag, slaapproblemen en eetstoornissen, komen vaker voor • verhoogd alcohol- en drugsmisbruik, twee keer zo vaak roken • vaker een internetverslaving • meer suïcidepogingen en suïcides • meer criminaliteit • meer leerproblemen, lager opleidingsniveau, vaker jobhopping, vaker een lager inkomen • vaker riskant seksueel gedrag • twee tot drie keer zo vaak tienerzwangerschappen • vaker gokken of financiële problemen • vaker problemen bij het autorijden • meer conflicten, echtscheidingen en eenzaamheid • meer partnergeweld • veertig tot zeventig procent meer kans op obesitas • obesitas zelf wordt weer geassocieerd met diabetes, hart- en vaatziekten en kanker, wat de levensverwachting bekort

Het krijgen van een diagnose is zo belangrijk voor het kunnen loslaten van het idee dat het allemaal jouw schuld zou zijn. Want dat denk je en dat hoor je telkens weer. Totdat je begrijpt dat wat jij hebt ook bij anderen voorkomt en dat het een hele achtergrond heeft waarbij erfelijkheid en aanleg een belangrijke rol spelen.’ Ouders zijn vaak bang dat hun kind voor de rest van zijn leven een ‘etiket’ met zich meedraagt. ‘Daarom is het voor deze ouders zo belangrijk om te weten wat er met hun kind met ADHD kan gebeuren als het volwassen is.

Grote bevolkingsstudies - onder meer uit Zweden wijzen uit dat mensen met ADHD tijdens periodes van behandeling minder last hebben van hun ADHD, vergeleken met periodes zonder behandeling. Maar ook de negatieve gevolgen van ADHD nemen aantoonbaar af. Tijdens periodes van behandeling zien we: • dertig tot veertig procent minder auto-ongelukken bij volwassenen en veertig procent minder Eerste Hulp-bezoeken bij kinderen • beter rijgedrag • zestig tot zeventig procent minder suïcides • dertig tot veertig procent minder criminaliteit • minder verslaving Bronnen met betrekking tot de genoemde risico’s zijn bekend bij de redactie. Hierbij enkele vernoemd: • The association between attention deficit/hyperactivity disorder and internet addiction: a systematic review and meta-analysis. Wang BQ1, Yao NQ2, Zhou X3, Liu J4, Lv ZT5. • Mortality in children, adolescents, and adults with attention deficit hyperactivity disorder: a nationwide cohort study. Dalsgaard S1, Østergaard SD2, Leckman JF3, Mortensen PB4, Pedersen MG5. • Association Between Medication Use for Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder and Risk of Motor Vehicle Crashes. Chang Z1, Quinn PD2, Hur K3, Gibbons RD3, Sjölander A4, Larsson H5, D'Onofrio BM6. • The relationships between ADHD and social functioning and participation in older adults in a population-based study. Michielsen M1, Comijs HC2, Aartsen MJ3, Semeijn EJ4, Beekman AT2, Deeg DJ2, Kooij JJ5.

Zodat ze goed geïnformeerd zijn en de juiste beslissingen kunnen nemen. Je ziet dat de risico’s tijdens de adolescentie beginnen toe te nemen. Dan is er kans op verslaving, schooluitval, pesten, je niet goed kunnen ontwikkelen, er niet bij horen, verdriet en eenzaamheid. Dat zijn allemaal dingen die voor een adolescent heel zwaar zijn en die beter onder controle te houden zijn als je een goede behandeling krijgt. Het is gewoon nadelig als je pas laat zorg krijgt. Als je vroeg zorg krijgt en leert accepteren dat je dit nu eenmaal hebt en dat je

ermee kunt leren omgaan, dan is dat een veel minder groot drama dan als je pas op je veertigste in contact komt met goede hulp en al veel schade hebt opgelopen. Hoe eerder je begrip krijgt voor wie je bent met je goede en je problematische kanten, hoe beter je je kunt ontwikkelen. Met ontkenning los je een probleem niet op.’ De effecten van ADHD op de lange termijn kunnen ernstig zijn, maar is er ook iets positiefs te melden? ‘Je hoort vaak dat ADHD’ers zo creatief zijn en zo goed out of september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 51


ADHD

ALS MENSEN NIET WETEN DAT ZE ADHD HEBBEN, VOELEN ZE ZICH HUN LEVEN LANG ONBEGREPEN

Sandra Kooij is associate professor psychiatrie bij het VUmc in Amsterdam en hoofd Kenniscentrum ADHD bij volwassenen, verbonden aan PsyQ in Den Haag.

52 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018

the box kunnen denken, maar daar is nog geen wetenschappelijk bewijs voor. Ik kom ze in de praktijk wel tegen, die sociale, charmante, spontane ADHD’ers, open mensen met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Ik heb ze in mijn vriendenkring. Maar niet alle ADHD’ers zijn zo. Ik heb er moeite mee als mensen de creatieve en charmante kanten van ADHD’ers benadrukken om daarmee het punt te maken dat het een voordeel zou zijn om ADHD te hebben. Natuurlijk, je hebt supercreatievelingen met ADHD, zoals de Engelse ondernemer Richard Branson of zwemkampioen Michael Phelps. Dat is fantastisch. Maar die mensen hebben op de een of andere manier een combinatie van steunfactoren gehad waardoor ze veel hebben bereikt in hun leven. En nu verdienen ze zoveel geld dat ze alle steun die ze zich maar kunnen wensen kunnen inkopen. Maar dat zijn de uitzonderingen. Ikzelf zie de hele dag mensen die weinig mogelijkheden hebben, omdat ze geen werk kunnen vinden of weer ontslagen zijn. Dat vind ik triest. Ik ben dan bang dat de meerderheid, die niet kan profiteren van ADHD-creativiteit vanwege hun klachten, nog sterker het gevoel krijgt te falen als we dit soort dingen telkens roepen. Dat vind ik als psychiater niet fair. Ik wil iedereen graag een aai over de bol geven, maar het moet wel kloppen.’

Wat hoopvol stemt, is dat er de afgelopen tijd zoveel bekend is geworden over ADHD. ‘ADHD heeft de afgelopen jaren enorm aan erkenning gewonnen. Overal ter wereld zoeken samenwerkende wetenschappers naar wat ADHD eigenlijk is op neurobiologisch gebied. Kunnen we dat pinpointen? En dan het liefst zo dat we er een test aan overhouden? We willen het liefst gisteren een test, want ADHD staat nog steeds ter discussie in de media en het zou zo fijn zijn als we het objectief zouden kunnen vaststellen. Maar dat blijkt heel ingewikkeld te zijn en voorlopig zijn we nog niet zo ver.’ Komt u over vijf jaar met een nog dikkere editie van ADHD bij volwassenen? ‘Dat zou goed kunnen. Ik blijf geboeid door deze stoornis, ook omdat ADHD zoveel raakvlakken heeft met allerlei andere stoornissen in de psychiatrie. Wat ik ook heel mooi vind, is dat ik tegenwoordig veel contact heb met patiënten over wat zij willen dat er op onderzoeksgebied gebeurt. Zo hebben vrouwelijke ADHD’ers me aangespoord onderzoek te doen naar ADHD en hormonale stemmingswisselingen. Want vrouwen met ADHD blijken vaak meer last te hebben van stemmingswisselingen voor en tijdens de menstruatie. Dat kan zelfs ontaarden in extreme woedeaanvallen en suïcidepogingen. Vrouwen met ADHD zijn sowieso te weinig onderzocht. Zo zijn er veel meer onderzoeksonderwerpen die aandacht behoeven. Dus ja, ik blijf hiermee bezig.’


COLUMN DE POLITIEK PAUL VAN MEENEN (D66)

‘Passend onderwijs: oude bureaucratie is ingeruild voor een nieuwe’ Met 33 jaar ervaring in het onderwijs heb ik gezien hoe belangrijk het is dat alle kinderen een passende plek hebben in de klas. Ook die kinderen die extra ondersteuning nodig hebben omdat ze bijvoorbeeld dyslectisch zijn. Vandaag de dag zie ik veel verkeerd gaan. Waar nu regeltjes en bureaucratie centraal staan, moet het juist weer gaan om de leerling. Daarom moeten we in gesprek over écht passend onderwijs met de ouders, leerlingen en leraren. Het is namelijk juist bij het passend onderwijs dat niet het aanbod, maar de vraag van kinderen en de ouders leidend moet zijn. De school moet maar één doel hebben: het beste onderwijs geven aan elk kind. We werken al vier jaar lang aan het passend onderwijs. En, laten we eerlijk zijn, de resultaten vallen tegen. De oude bureaucratie waar we vanaf wilden, hebben we ingeruild voor een nieuwe bureaucratie. Ouders en kinderen komen knel te zitten. Ouders willen het beste voor hun kinderen, maar ze zien dit niet terugkomen op school. En de kinderen zitten vervolgens nog steeds thuis en krijgen niet het onderwijs waar ze recht op hebben. Als Tweede Kamerlid van D66 ben ik blij met de extra investering van dit kabinet in het onderwijs van maar liefst 1,9 miljard euro per jaar. Het is wel belangrijk dat het geld zoveel mogelijk in de klas terechtkomt, zodat we er echt het onderwijs mee verbeteren. Er blijft nu nog te veel geld liggen bij de besturen dat naar de zorg voor kinderen zou moeten gaan voor passend onderwijs. De onderwijsinspectie concludeert ook dat bij één op de zes besturen de kwaliteit niet op orde is. Te veel besturen hebben als doel om alleen de minimale eisen te halen. Dat moet anders. Niet het onderwijsbestuur, maar schoolteams en directeuren moeten bepalen hoe het geld van de overheid wordt besteed.

Paul van Meenen is sinds september 2012 lid van de Tweede Kamer voor D66. Op zijn achttiende wilde hij docent worden. Inmiddels heeft hij een onderwijsloopbaan achter de rug als leidinggevende, rector en bestuurder in het mbo, hbo en voortgezet onderwijs. Nu is hij Kamerlid, maar nog steeds docent in hart en nieren. Onder zijn portefeuille vallen het primair en voortgezet onderwijs, mbo, hoger onderwijs en wetenschap. Hij geeft het columnstokje door aan Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren.

TE VEEL GELD BLIJFT LIGGEN BIJ DE SCHOOLBESTUREN

Daarom hier ook de oproep voor een ambitieus en actiegericht plan. Elke leerling moet het beste onderwijs krijgen op de plek waar hij of zij zich veilig en fijn voelt. Daarvoor moet de minister niet de bureaucratie, maar de leerlingen, de ouders en leraren als uitgangspunt nemen. Begin hier nu mee. Ook moet het geld direct naar de scholen in plaats van naar besturen. En geef scholen ook nú de ruimte om af te wijken van de regeltjes die in de weg zitten voor de zorg die kinderen nú nodig hebben. Want onderwijs is er niet om de regeltjes te volgen, maar om ervoor te zorgen dat iedereen de beste toekomst kan krijgen. Kinderen moeten niet thuiszitten, ze moeten het onderwijs en de zorg krijgen die ze verdienen. En daar zet ik mij voor in.’

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 53


BESTEL DEZE BOEKEN BIJ

BALANSSHOP .COM

TIPS bij TOS Taalontwikkelingsstoornissen in de klas Praktische handelingsadviezen en tips Auteur: Bernadette Sanders (2017) Uitgeverij: Lannoo Campus Prijs: € 24,99, 1e druk Pagina's: 240 ISBN: 9789401444347

Wat betekent het als je een leerling met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) in je klas hebt? Bernadette Sanders geeft daar antwoord op in haar boek. Sanders is naast orthopedagoog ook cluster 2 ambulant begeleider. Na een beknopte beschrijving van wat een TOS is, gaat de auteur in op het spraak-taalsysteem. Daar neemt ze je als lezer stap voor stap mee in de wereld van de taalstoornissen en ontleedt ze de vaktaal minutieus. Daarna gaat ze in op TOS in relatie tot gedrag, en wat een leerling éigenlijk voor hulpvraag stelt en wat de gevolgen hiervan zijn. In het laatste deel

komen aandachtspunten en tips voor in de klas aan bod. De auteur heeft haar strepen duidelijk in de praktijk verdiend, want ze vult het boek aan met relevante casussen die makkelijk te vertalen zijn naar andere situaties. In begrijpelijke taal vlecht Sanders een brug tussen vakkennis en het handelen in de klas. Sommige delen in het boek (over zoeken naar wat gedrag betekent) zullen ook voorkomen in andere handboeken over gedrags-/leerproblemen, maar dat is nauwelijks een minpunt te noemen. Anders gezegd: een laagdrempelig en doeltreffend boek voor (met name) leerkrachten.

Leerproblemen en visueel functioneren ‘Leerproblemen, in welke vorm zij zich dan ook mogen voordoen, zijn met meer succes op te lossen als het visueel functioneren betrokken wordt bij iedere vorm van studie-ondersteuning.’ Dit is het uitgangspunt en de reden dat de auteurs, een functioneel optoloog en een oud-universitair hoofddocent orthopedagogiek, het boek Visuele informatieverwerking en leerproblemen hebben geschreven. De auteurs behandelen onder meer ‘de werking van de ogen’, ‘executieve func-

54 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018

ties en het visuele systeem’, ‘(optologische) diagnostiek’, ‘het visueel informatieverwerkingsproces’ en ‘het visueel functioneren en leermoeilijkheden’. Het boek bevat tevens tips/oefeningen voor verbetering van de visuele perceptie als basis voor het leren lezen, zoals: het optimaliseren van de leeromstandigheden, het minimaliseren van de visuele inspanning en het oefenen van de fijne en grove motoriek. De missie en mening van de auteurs (over bijvoorbeeld

opvoeden) klinkt soms nadrukkelijk door naast de rode draad dat kinderen vooral heel veel moeten spelen en dat er vaak te onzorgvuldig wordt gediagnosticeerd. Het taalgebruik in het boek is vrij formeel en vaak verhalend van aard. Kortom, dit boek schijnt een spotlight op de vaak onderbelichte sensorisch-motorische componenten van leerproblemen en biedt daarmee (nieuwe) handreikingen om met deze problemen om te gaan.

Visuele informatieverwerking en leerproblemen Auteurs: Roel de Groot & Hans van den Brink Uitgeverij: Cyclus Prijs: € 19,99, 1e druk Pagina's: 149 ISBN: 9789085750598


RECENSIES: ANNONAY ANDERSSON

Dyscalculie: een onbegrepen stoornis ‘Dyscalculie wordt gekenmerkt door ‘een complex geheel aan problemen die gerelateerd zijn aan het rekenen, waarin automatiseringsproblemen een rol spelen, maar ook het gebrek aan strategiekennis. Ook spelen tekorten in getalinzicht en getalkennis een rol. Maar er zijn meer definities en ook veel verschillende instrumenten om dyscalculie mee te diagnosticeren. Dat maakt het onderzoek en begrip ervan zo ingewikkeld.’ Het staat geschreven in Dit is dyscalculie, een handboek geheel gewijd aan het verschijnsel, de herkomst, diagnose, hulp, trends en aanbevelingen voor de toekomst bij dyscalculie. De auteur, Hans van Luit, is hoogleraar diagnostiek. Hij wil met zijn boek onder meer vroege signalering en de deskundigheid

rondom de rekenstoornis bevorderen. De dalende prestaties van Nederlandse kinderen op het gebied van rekenen duidt Van Luit onder meer doordat er te weinig aanbod is gericht op het automatiseren/memoriseren van basisvaardigheden en doordat er veel gekunstelde talige rekentaken in het onderwijs zijn. Hij laat zien wat de verschillen tussen een hardnekkig rekenprobleem en dyscalculie zijn, en beantwoordt ook andere veelvoorkomende vragen over de stoornis. Het vraagt van de lezer enige voorkennis van diagnostiek en wetenschappelijk onderzoek, maar dit veelomvattende, heldere handboek is een meer dan welkome aanvulling op de literatuur over een nog te onbegrepen stoornis. 

Dit is dyscalculie Achtergrond en aanpak Auteur: Hans van Luit (2018) Uitgeverij: Lannoo Campus Prijs: € 29,99, 1e druk Pagina's: 320 ISBN 9789401451093

Verborgen goudmijn bij autisme Brandpunt+ Autisme als verborgen goudmijn Reportage van Josette Kootstra, Elise Spetter & Justus Cooiman Duur: 18 min. Te zien via brandpuntplus. npostart.nl/brandpunt/22-03-2018/ KN_1697524

Ilse Vrijenhoek is 26 jaar. Ze haalde met gemak haar vwo-diploma, om vervolgens op de universiteit wiskunde en biologie te gaan studeren. Daar liep ze echter vast. Ze kreeg een baantje waarbij ze komkommers moest plukken. Zonde van haar talenten, van deze vrouw met autisme. Zij is niet de enige met autisme die tijdelijk of langer vastloopt in deze fase. Meer dan de helft van de mensen met autisme heeft geen betaald werk (aldus Brandpunt+). Gelukkig zijn er plekken waar deze mensen zowel een opleiding kunnen volgen als perspectief hebben op werk. ‘Wil je echt een goede ICT’er, iemand die zich echt onderscheidt, dan moet dat iemand zijn met een vorm van autisme,’ zegt Frans de Bie van IT-Vitae, een gespecialiseerde ICT-opleiding voor jongeren met autisme. De opleiding komt ruim aan bod in deze reportage, die verder laat zien hoe de talenten van deze jongeren kunnen worden ingezet. We zien hoe Ilse start met de opleiding en binnen no time aan de eerste casus zit te werken. Een mooie uitzending, die de lastige fase van jongvolwassenheid bij autisme laat zien en die een licht schijnt op de mógelijkheden van deze jongeren, in plaats van op de ónmogelijkheden. september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 55


Moeder op t h c o t s m i pelgr Journalist Francine Postma (45, ADD), moeder van Coen (11, ASS) en Jan (8, ADHD) en echtgenote van Maarten (41), liep in mei en juni 2018 de Sint Olavsroute door Zweden en Noorwegen. Met haar tocht haalde ze ruim 1800 euro op voor het BalansFonds. In dit artikel blikt ze terug. TEKST EN FOTOGRAFIE: FRANCINE POSTMA

56 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018

‘Hou op met praten, ik word gek van je!’ schreeuwt mijn jongste zoon, zijn handen om zijn oren, zijn ogen stijf dicht, zijn mond vertrokken in een grimas van woede en frustratie. Ik loop de keuken in. In mijn buik voel ik mijn eigen frustratie, mijn onmacht, mijn wanhoop, een knoop die zich langzaam steeds vaster trekt. Terwijl ik rondjes over mijn buik wrijf om die los te masseren, besef ik dat ik dit gevoel totaal was vergeten. Ruim vijf weken lang voelde ik geen frustratie, geen onmacht, geen wanhoop. Niet dat het makkelijk was, om in mijn eentje 580 kilometer te lopen, dwars door Zweden en Noorwegen. Ook tijdens mijn pelgrimstocht heb ik moeilijke momenten gehad. Maar die vallen in het niet bij wat ik nu voel. Ik sluit mijn ogen en keer naar binnen. Langzaam voel ik hoe de knoop ontspant. Na de eerste euforie van het weerzien na vijf weken is iedereen weer zichzelf bij ons thuis. Ik ook. Maar toch is er iets veranderd. Iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Het is alsof ik een deurtje naar een geheime ruimte heb ontdekt.


ADHD/ASS

Wat was het heerlijk om de spanning van elf jaar moederschap los te kunnen laten Een ruimte in mij, die ik kan oproepen wanneer ik maar wil. Erin huist een vriendelijk bos, een eeuwig stromende rivier en onverstoorbare bergen, waar niemand boos tegen me schreeuwt en niemand zich aan me stoort. Waar ik alleen kan zijn in de suizelende stilte en rustig na kan denken. De eerste drie weken van mijn reis miste ik mijn kinderen totaal niet. Ik realiseer me dat dat hard klinkt, maar het is de waarheid. Wat was het heerlijk om de spanning van elf jaar moederschap los te kunnen laten. Om weer vrij te zijn, een individu, dat alleen voor zichzelf hoeft te zorgen en geen rekening hoeft te houden met anderen. Ik kon eten wat en wanneer ik wilde, uren ongestoord mijmeren, voor me uitstaren, luidkeels alle liedjes zingen die in me opkwamen, zonder dat iemand begon te gillen of met z’n ogen te rollen. En zwijgen. Uren zwijgen en luisteren naar de vogeltjes, de bijen, het geritsel van de wind door de bomen, het ruisen van een waterval.

Het Sint Olavspad loopt dwars door Zweden en Noorwegen, van de Botnische Golf naar de Atlantische Oceaan, door glooiende akkers en dichte bossen, langs blinkende meren en donderende watervallen. Ik liep dagelijks tussen de twintig en dertig kilometer en overnachtte bij mensen die langs het pad woonden. Elke dag was het weer een verrassing waar ik terecht zou komen, want meer dan een telefoonnummer had ik niet. Ik heb geslapen in vakantiehuisjes, leegstaande boerderijen, logeerkamers, een atelier aan het water, luxe hotelkamers, jeugdherbergen en zelfs een keer in een spookkasteel. Meestal werd ik opgewacht door een gastheer- of vrouw, die voor me kookte en me mijn bed wees. Soms was ik alleen en moest ik zelf voor mijn eten zorgen. Geen dag was hetzelfde. Soms vertelde ik mensen over mijn leven, als moeder van twee zoons met autisme en ADHD. Dat lokte altijd een reactie uit. Bijna altijd begripvol. Iedereen kende wel iemand in een vergelijkbare situatie. Eén keer zei iemand: september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 57


ADHD/ASS

‘Je kinderen zijn nog zo klein, wat zullen ze je vreselijk missen’. Dat deed wel even pijn. Maar ik herpakte me en zei: ‘Ja, ik mis hen ook. Maar het is ook heel goed voor me om even weg te zijn’. Op een ochtend in een hotel ontmoette ik twee andere pelgrims. Eerst probeerde ik ze te ontwijken, gesteld als ik was geraakt op mijn privacy. Maar toen kwam een van hen naar mij toe. Het bleek een Nederlander die over mijn inzamelactie had gelezen op Facebook. ‘Jij hebt twee zoons met autisme hè?’ zei hij. ‘Ja,’ zei ik, een beetje op mijn hoede. ‘Ik heb er ook zo eentje thuis,’ vervolgde hij. ‘Die is nu twintig en studeert techniek aan de Universiteit van Trondheim. Niet dat het altijd makkelijk is geweest; mijn vrouw en ik hebben heel zware jaren achter de rug. Maar ik wilde je even laten weten dat het niet altijd zwaar hoeft te blijven.’ Het was maar één van de vele bijzondere, leerzame en verrijkende ervaringen die ik had. Voor mijn gevoel kan ik nog jaren teren op deze pelgrimstocht. En ook al miste ik mijn gezin op het eind zo erg dat ik erom moest huilen, toch raad ik iedereen aan om eens een paar weken vakantie te nemen van je gezin. Want het doorbreekt iets. Toen ik terugkwam, keek ik weer met frisse ogen naar mijn dagelijks leven. Besefte ik pas goed, hoe zwaar het eigenlijk is. Voelde ik haarscherp, wat anders moet; wat goed is voor mij. Maar bovenal voelde ik de onvoorwaardelijke liefde voor al mijn mannen, die ondergesneeuwd was geraakt in de dagelijkse strijd, weer tot diep in mijn vezels.

58 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018

De zelfgemaakte cheque t.w.v. € 1.817,- voor het BalansFonds

Francine Postma werkt op dit moment aan een boek over haar pelgrimstocht. francinepostma.nl


COLUMN ZORGMANAGER KATJA STIL

Waar is Wil? Een van de mooiste dingen van mijn werk zijn intakegesprekken. Sommige ontmoetingen ‘trillen’ dagenlang na. Laatst had ik een intake met de ouders en behandelaar van een veertienjarige jongen met autisme. De jongen zelf was er niet bij. Hij vindt dit soort gesprekken verschrikkelijk, hij heeft geen zin in hulpverleners. Na een gedeelte van zijn levensverhaal te hebben gehoord, zei de behandelaar: ‘Deze jongen is niet gemotiveerd’. Zo’n opmerking triggert mij. Motivatie: het gevoel dat je aanzet tot het beginnen en afmaken van een taak. Motivatie begint dus met een gevoel, met een behoefte of een doel van jezelf. Nu zijn er naar mijn mening een aantal zaken die het, voor de kinderen en jongeren die ik ontmoet, soms lastig maken om gemotiveerd te zijn. Het begint al met het vaststellen van een doel. Je moet kunnen bedenken wat jij als mens wil bereiken. Als je dan weet wat je wil bereiken, moet je een plan maken hoe je dit gaat doen. Dit vergt heel wat overzicht, organisatie en keuzes maken. Daarna moet je kunnen overzien welk resultaat eruit voortkomt en of dat wel het resultaat is dat jij wil. En, niet onbelangrijk, het resultaat laat soms op zich wachten, het is er niet meteen. En dan heb je ook nog vertrouwen nodig dat het je lukt. En vervolgens moet je er ook nog echt mee beginnen…

Katja Stil is psycholoog en werkt als zorgmanager bij Leermakers Zorggroep in Den Bosch, een organisatie die zich richt op kinderen en volwassenen met autisme. Zij heeft twee hulpgidsen geschreven voor jongeren: Zelfstandig wonen met autisme en Studeren met autisme. In haar columns schrijft zij over hoe het er in de praktijk in de zorg aan toe gaat.

Voor veel kinderen en jongeren die ik ontmoet, zijn al deze dingen bijzonder moeilijk. We kunnen beter een stap terugdoen, de stap die komt vóór motivatie, en dat is volgens mij wilskracht: de energie waarmee je iets wil. Dat is de kracht die komt van binnenuit. Dat betekent dat je oprecht nieuwsgierig bent naar wat iemand beweegt, of wat iemand blokkeert. Zoek samen met een kind of jongere naar ‘Wil’. Waarom is Wil er niet? Wat houdt Wil tegen? Wat heeft Wil nodig om krachtiger te worden en hoe kunnen we jou daarbij helpen? Daarnaast is het belangrijk dat wij onszelf als ouders en hulpverleners afvragen waarom wij iets willen van een ander.

MOOIE DINGEN HEBBEN TIJD EN GEDULD NODIG

Met mijn kinderen kijk ik vaak samen naar de natuur. Zij laat ons zien dat mooie dingen tijd en geduld nodig hebben. De natuur heeft alle jaargetijden nodig om tot kleurrijke bloemen en lekkere aardbeien te komen. Dit proces van gestage groei is goed om te laten zien. Ten slotte is het als ouders en hulpverleners goed om eerlijk te kijken naar de zaden die jij hebt geplant en de voorwaarden die jij hebt gegeven, en om niet alleen de mooiste en beste oogst te willen. september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 59


ACTIVITEITEN � IN HET LAND

BALANS IN HET LAND Een greep uit het aanbod van activiteiten georganiseerd door vrijwilligers van de regionale afdelingen van Balans. Soms staan evenementen vermeld van Autisme Info Centra van de Nederlandse Vereniging voor Autisme. Kijk voor meer activiteiten ook op balansacademy.nl en op balansdigitaal.nl. ZUID-HOLLAND Thema-avond over Leerrecht & Zorgplicht ‘Weet de school wat het beste is voor mijn kind?’ ‘Wat moet je weten in het belang van je kind?’ De afdeling Rijnland van Balans organiseert, in samenwerking met Ouders & Onderwijs, een gratis bijeenkomst over ‘leerrecht & zorgplicht’. De presentatie is bedoeld voor ouders en belangstellenden. Datum: 27 september 2018. Locatie: de kleine zaal van het Erasmus College, Van Doornenplantsoen 3, Zoetermeer. Tijd: Zaal open vanaf 19.30 uur, lezing van 20.00 tot 20.45 uur, koffie en thee en gelegenheid tot vragen stellen en onderlinge kennis- en ervaringsuitwisseling tussen aanwezigen tot uiterlijk 21.30 uur. Toegang gratis. Gratis parkeren op de parkeerplaats voor de school. Aanmelden en meer informatie bij: info@balansrijnland.nl (Tineke Valentijn).

60 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018

NOORD-BRABANT Informatiemarkt OC Leijpark De oudervereniging van Onderwijscentrum Leijpark in Tilburg organiseert een openbare informatiemarkt voor ouders. Deze wordt gehouden op donderdagavond 4 oktober. De avond zal betrekking hebben op alle zaken die spelen rondom een zorgintensief kind (o.a. zorgwetten, hulpverlening) en is geschikt voor alle ouders met een kind of jongvolwassene die extra ondersteuning en zorg behoeft. De kerngroep Tilburg van Balans is deze avond aanwezig met een informatiestand. Kijk voor meer informatie op OCLeijpark.nl

OVERIJSSEL Themabijeenkomst ‘Autisme bij vrouwen’ Thema-avond van Autisme Info Centrum Steenwijkerland, met spreekster dr. Els M.A. Blijd-Hoogewys (klinisch psycholoog/ psychotherapeut, werkzaam bij INTER-PSY). Datum: dinsdag 2 oktober. Locatie: Zorgboerderij De Maargies Hoeve, Kallenkote 19, 8345 HB Kallenkote. Tijd: 19.30 - 21.30 uur. Zaal open vanaf 19.00 uur. Entree (inclusief 2x koffie of thee): NVA-leden en cliënten Maargies Hoeve € 3,-. Niet-leden € 4,- . Aanmelden: aicsteenwijkerland@gmail.com of tel. 06-24129063.

Save the date: Thema-avond DCD De jaarlijkse thema-avond van Onderwijscentrum Leijpark over DCD wordt in 2019 gehouden op 19 maart. De kerngroep Tilburg van Balans begeleidt deze avond het DCD Ervaringscircuit. Meer informatie volgt in BM en op balansdigitaal.nl

Filmochtenden AIC Steenwijkerland Ook in het seizoen 20182019 organiseert het Autisme Info Centrum Steenwijkerland weer een aantal filmochtenden: 28 september 2018: Deel 3 uit de serie Autisme een leven lang, over ‘jongvolwassenen in studie & werk’.

23 november: speelfilm Mozart and the Whale, over twee mensen met het syndroom van Asperger. 18 januari 2019: Als autisme niet opvalt, over kinderen, jongeren en volwassenen met een moeilijk te herkennen autistische stoornis. 15 maart: Snap je?!, over een 42-jarige man met het syndroom van Asperger. 12 april: Deel 5 uit de serie Autisme een leven lang, over ‘wonen met autisme’. 7 juni: programma nog niet bekend. Adres: AIC Steenwijkerland, Mr. Z. ter Steghestraat 9, Steenwijk. De toegang is gratis. Meer informatie: aicsteenwijkerland@ gmail.com.


ACTIVITEITEN � IN HET LAND

CONTACTPERSONEN VAN BALANS IN DE REGIO FRIESLAND

Theresa Visser balansfriesland@gmail.com 0517-23 15 22

DRENTHE

Balans regio Drenthe ouderverenigingbalans@ gmail.com

OVERIJSSEL

• Kerngroep Deventer Angelique Bergsma angelique2811@gmail.com Facebook: ‘Balans werkgroep Deventer’ • Kerngroep Twente Erna Dogger ernadogger@ziggo.nl Facebook: Oudervereniging Balans Regio Twente

• Kerngroep ZwolleSalland Danielle Bartels 06 - 462 389 57 balanszwolle.salland@ gmail.com

GELDERLAND

• Kerngroep Veluwe Tineke van den Broecke tinekevandenbroecke@ gmail.com

UTRECHT

balansutrecht@gmail.com

NOORD-HOLLAND

• Kerngroep Kennemerland H. Dankelman 06 - 292 007 86 • Kerngroep Amsterdam Jovita Bos balans.groot.amsterdam@ gmail.com

ZUID-HOLLAND

LIMBURG

• Kerngroep Rijnland T. Volkers info@balansrijnland.nl Facebook: balans-afdeling-rijnland • Kerngroep Den Haag Lilian Regeer 06 - 212 684 87 lilianregeer@casema.nl

Gertie van Rhee 045 - 531 18 70 gertievanrhee@gmail.com

FLEVOLAND

balansflevoland@gmail.com Facebook: Balansflevoland

• Kerngroep Rotterdam Corinne Vinks corinnevinks@outlook.com

NOORD-BRABANT

• Kerngroep Den Bosch balansdenbosch@gmail.com Twitter: BalansDenBosch • Kerngroep Tilburg balanskerngroeptilburg@ gmail.com. Facebook: BalansMiddenBrabant

BALANSDIGITAAL . NL FACEBOOK/ OUDERVERENIGINGBALANS TWITTER@BALANSDIGITAAL

REDACTIE BM�EVEN VOORSTELLEN

BEATRICE KEUNEN

ANOUK VAN WESTERLOO

JOLI LUIJCKX

MARTINE MULLER

Hoofdredactie BM

Coördinatie & eindredactie BM, Autisme Magazine & BalansKIDS

Hoofdredactie Autisme Magazine & BalansKIDS Woordvoering Balans & NVA

Interim-manager NVA & Balans

KARIN HORVAT

NICOLIEN VAN DER GUGTEN

JENNY LINDHOUT

Webredacteur balansdigitaal.nl

Vormgeving BM en BALANS corporate

Illustraties BM

JORIS DEN BLAAUWEN Fotografie BM & Autisme Magazine september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 61


BALANSKIDS Hét tijdschrift voor kinderen met leer- en/of gedragsproblemen En hun broertjes, zusjes en vrienden!

Bent u lid van BALANS? Dan kunt u voor € 18,- per jaar een combi-abonnement afsluiten. U ontvangt BalansKIDS bij uw BM. Aanmelden: balansdigitaal.nl of stuur een mail naar: ledenadministratie@balansdigitaal.nl

Najaar 2018 DÉ PLEK VOOR TRAININGEN, WORKSHOPS & LEZINGEN OVER LEER- EN ONTWIKKELINGSPROBLEMEN De Bilt: dinsdag 18 september AUTISME BELEVINGSCIRCUIT Voor iedereen die ‘leven met autisme in onze maatschappij’ op een verhalende manier wil ervaren en beter wil leren kennen. De Bilt: zaterdag 22 september cursus DYSLEXIE EN ENGELS door Carolien Poels Een workshop voor ouders en opvoeders die een kind met dyslexie hebben dat moeite heeft met het leren

�UITGELICHT�

van Engels. Na afloop kun je je kind met dyslexie helpen met het leren van de Engelse taal. De Bilt: woensdag 26 september start cursus ACTief Opvoeden door Denise Matthijssen en Annette Aarts Een cursus voor ouders van kinderen en jongeren met een stoornis in het autismespectrum, vormgegeven op basis van de Acceptatie en Commitment Therapie (ACT). Deze cursus is gericht op de ontwikkeling en invulling van de eigen

ouderrol. Informatie: balansacademy.nl, onder het kopje Cursusaanbod. De Bilt: zaterdag 29 september basistraining BEGRIP VOOR AUTISME Heb je in je dagelijks leven of als professional te maken met autisme? Denk je dat contact tussen jou en degene met autisme beter zou kunnen? Tijdens deze training vergroot je je basiskennis over autisme en krijg je praktische handvatten om mensen met autisme te ondersteunen bij het vinden van hun balans.

HOP - HONEST, OPEN, PROUD door JaapJan Boer LEZING 16 OKTOBER � DE BILT

In deze lezing vertelt JaapJan Boer, projectleider bij Samen Sterk Zonder Stigma, samen met zijn collega Nanette Waterhout, over de methode HOP. Het is een wetenschappelijk bewezen methode die mensen ondersteunt om de voor- en nadelen van openheid rondom een psychische aandoening te (h)erkennen. HOP kent voor iedere doelgroep een eigen variant. Deze lezing zal vooral ingaan op de variant voor ouders van kinderen met een diagnose. Wat deel je wel en wat deel je niet met je omgeving? 62 | BALANS MAGAZINE 04 | september 2018


SERVICE

Balans is de landelijke vereniging voor ouders van kinderen met ontwikkelingsproblemen bij leren en/of gedrag. Balans biedt ouders informatie, contact en belangenbehartiging bij de overheid en partijen binnen zorg en onderwijs.

LID WORDEN?

Lid worden kan eenvoudig via de website balansdigitaal.nl Voordelen voor ouders en professionals uit zorg en onderwijs: • Ontvang het informatieve en inspirerende Balans Magazine (BM). • Exclusieve toegang tot alle informatie op de website. • Contact met andere leden via het forum. • Mogelijkheid van collectieve ziektekostenverzekeringen via Balans. • Aantrekkelijke kortingen op toegang, activiteiten en symposia van Balans. Het lidmaatschap wordt jaarlijks automatisch verlengd. Op de website kunt u inloggen via ‘Mijn Balans’. Hier kunt u uw persoonlijke gegevens beheren. Opzeggen van het lidmaatschap: per e-mail (ledenadministratie@ balansdigitaal.nl ) of schriftelijk en uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van het lidmaatschapsjaar (MEO, Postbus 3071, 1801 GB te Alkmaar).

TARIEVEN

Kosten lidmaatschap - jaarlijks tot wederopzegging: Ouders: € 60,Studenten: € 34,Scholen/gemeenten/(zorg-) instellingen: € 100,Bent u al lid van Impuls & Woortblind, of de NVA, dan krijgt u als nieuw lid of abonnee korting. Abonnement op Balans KIDS (€ 18,-) en/of Impuls & Woortblind Magazine (€ 18,-).

UW PRIVACY & DE ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING (AVG)

Wij registreren uw gegevens als lid of abonnee conform de AVG-richtlijnen. Zie onze privacyverklaring waarin o.a. uw rechten zijn opgenomen, bijvoorbeeld om uw toestemming voor verzending in te trekken (balansdigitaal. nl/privacyverklaring). Bij vragen hierover, mail: info@balansdigitaal.nl

VRAGEN

Heeft u als lid van Balans een inhoudelijke vraag over ontwikkelingsproblemen bij leren en/of gedrag of over (passend) onderwijs, en kunt u deze informatie niet op onze website vinden? Neem dan contact met ons op via het speciale contactformulier van Balans Advies op de contactpagina. Uw vraag wordt dan beantwoord door de deskundige medewerkers van het mailteam. Voor telefonisch consult: kijk op balansdigitaal.nl voor de laatste informatie.

BM

VOLGEND NUMMER

(onderwerpen onder voorbehoud)

BALANS MAGAZINE VOOR OUDERS, ONDERWIJS- EN ZORGPROFESSIONALS

SEKSUALITEIT BM05�2018

ADRESGEGEVENS

Post- en bezoekadres: Weltevreden 4A, 3731 AL De Bilt, Telefoon: 030 225 50 50. E-mail: info@balansdigitaal.nl Website: balansdigitaal.nl

COLOFON

Hoofdredactie: Beatrice Keunen. Gasthoofdredacteuren: Ria Kleijnen, Evelien Krikhaar. Eindredactie: Jurgen Breeman, Anouk van Westerloo. Redactie: Annonay Andersson, Ingrid Billardie, Geert Bors, Mariëlle van Bussel, Riëtte Duynstee, Anton Horeweg, Rineke van Houten, Brigit Kooijman, Ilse Krabben, Nicolette Kuijlaars, Jenny Lindhout, Joli Luijckx, Paul van Meenen, Francine Postma, Katinka Slump, Katja Stil, Anouk van Westerloo, Renate van der Zee. Fotografie: Joris den Blaauwen. Vormgeving: Nicolien van der Gugten Communicatie, Utrecht. Vragen, opmerkingen en/of tips voor de redactie? redactie@balansdigitaal.nl

BM05

Verschijnt in november 2018

�DOSSIER�

SEKSUALITEIT BIJ ONTWIKKELINGSPROBLEMEN Aandacht besteden aan seksualiteit in de opvoeding van kinderen met ontwikkelingsproblemen. Hoe doe je dat als ouder, docent of zorgprofessional? We volgen vaak onze intuïtie en eigen levenservaring. Maar wat kunnen we leren vanuit de wetenschap? Wat kunnen organisaties in het veld ons hierover meegeven? Hoe zorg je er samen voor dat je kind straks als (jong)volwassene zijn of haar gevoelens weet uit te drukken? In ons dossier seksualiteit gaan wij hier uitgebreid op in.

DRUK

Senefelder Misset, Doetinchem.

ADVERTENTIES

Meer informatie over adverteren: Bureau Van Vliet B.V. E-mail: zandvoort@bureauvanvliet.com Telefoon: 023-5714745 Wij benadrukken dat Balans geen verantwoordelijkheid draagt voor de inhoud van de - afgedrukte en bijgesloten - advertenties. Het feit dat wij reclame afdrukken of bijsluiten voor bepaalde producten of diensten, betekent niet dat wij deze bij u aanbevelen. © Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de redactie. ISSN 1872-0560

EN VERDER

MEISJES MET ASS •Waarom wordt autisme bij meisjes zo vaak (te) laat opgemerkt?

CD EN ODD •Arne Popma, hoogleraar forensische psychiatrie, over omgaan met agressieve gedragsstoornissen.

ADHD • Wietolie als remedie? Klinisch farmacoloog Glenn Dumont gaat in op deze ‘alternatieve’ vorm van medicatie.

DYSLEXIE •Een visie op dyslexie vanuit ontwikkelings- en cognitief perspectief door de Britse psycholoog Maggie Snowling.

september 2018 | BALANS MAGAZINE 04 | 63


WIJ ZIJN BALANS

BALANS versterkt de positie van kinderen en jongeren met ontwikkelingsproblemen als ADHD, ADD, dyslexie, autisme, DCD en dyscalculie. Wij zijn een platform voor informatie, kennis, nieuws en belangenbehartiging. Ook zorgen wij voor kennisuitwisseling tussen ouders, onderwijs- en zorgprofessionals & wetenschappers. Perspectief voor ieder kind, dat is waar wij voor staan.

Word lid van BALANS via balansdigitaal.nl/word-lid En profiteer van de volgende voordelen: • Ons inspirerende magazine BM met nieuws, ervarings- en achtergrondverhalen; met tips en informatie over de nieuwste wetenschappelijke inzichten • De Balans Nieuwsbrief (digitaal)

• Gratis of met korting naar lezingen, bijeenkomsten, oudercursussen van de BalansAcademy bij ú in de buurt • Bij uw lidmaatschap: kortingsabonnement op BalansKIDS • Toegang tot het Balansforum WORD NU

BALANS verenigt ouders, onderwijs- en zorgprofessionals & wetenschappers

LID VAN BALANS

BalansKIDS voor kinderen met leer- of gedragsproblemen en hun broertjes, zusjes en vrienden.

Landelijke vereniging voor ouders van kinderen met ontwikkelingsproblemen bij leren en/of gedrag. Weltevreden 4A • 3731 AL De Bilt • T +31 (0)30 225 50 50 • E info@balansdigitaal.nl • W balansdigitaal.nl Facebook/ouderverenigingbalans • Twitter@balansdigitaal