Page 1

09

jaarverslag

Kater na de crisis? FVF houdt het hoofd koeL


Autolei 228 - 2160 Wommelgem Tel.: 03-244 12 80 Fax: 03-216 97 45 E-mail: info@fvf.be www.fvf.be Ciblex: 20901 ATO V.U.: Patrick De Ceuster Autolei 228 2160 Wommelgem Eindredactie: Inne Engels Hoofdredacteur: Patrick De Ceuster Redactie: Paul Baekeland Luc Devlamynck Wim Denkens Marjolein De Wit Leo Gerber Roger Huygens Koen Peeters Walter Raeymaekers Kelly Schamphelaere Christophe Thoen Peter Van Esser Jacques Van Keirsbilck Ontwerp: www.tabeoka.be

2

Lid van de Unie van de uitgevers van de Periodieke Pers


jaarverslag//2009

inhoud Voorwoord 4 1. De makelaar: een profiel 7 2. Makelaars en klanten: tevreden? 8 3. Dossiers 11 3.1. Opleiding en vorming 11 3.1.1. Voortgezette vorming 11 3.1.2. Centraal examen 11 3.1.3. Vorming op het niveau Paritair Comité 11 3.1.4. Brokers Training in beweging 13 3.2. De makelarij in de virtuele wereld 14 3.2.1. Internet Broker Project (IBP) 14 3.2.2. Elektronische facturatie 16 3.3. Europa: van financiële crisis tot een tsunami aan reglementen 17 3.3.1. Prioriteit op de Europese agenda: IMD 2 18 3.3.2. To ‘PRIP’ or not to ‘PRIP’ 19 3.3.3. Overige dossiers op de Europese agenda 19 4. De grenzen van de makelarij: reglementering 21 4.1. Reglementering 21 4.1.1. De Wet op de Verzekeringsdistributie 21 4.1.2. De Wet op de Bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten 21 4.1.3. Statuut Bemiddelaar Consumentenkrediet 22 4.1.4. Statuut Bemiddelaar Hypothecaire Leningen 23 4.1.5. Antiwitwaswetgeving 23 4.2. Sectorale initiatieven 25 4.2.1. Het modelcontract ‘klantenaanbrenger’ 25 4.2.2. Opzeg per e-mail 25 4.3. Initiatieven vanwege FVF 26 4.3.1. Het modelcontract ‘verzekeringssubagent’ 26 4.3.2. Toelichtingsnota VVD / PCP 26 4.4. Commissie voor Onderzoek 27 5. Promotie 30 5.1. Brocom 30 5.2. Het Verzekeringsrendez-vous 2009 32 6. Takken in beweging 34 6.1. Aansprakelijkheid 34 6.2. Arbeidsongevallen 36 6.3. Brand 37 6.4. Levensverzekeringen 38 6.5. Transport 39 7. FVF 40 7.1. Ledenvoordelen 40 7.1.1. De e-bib in volle evolutie 40 7.1.2. Andere informatievoordelen 40 7.1.3. Persoonlijke bijstand 41 7.1.4. Brocom-partnership 41 7.1.5. Financiële voordelen 41 7.2. Structuur 43 7.3. Kerncijfers 45 Bijlagen Bijlage 1: Afvaardiging FVF in diverse sectororganisaties Bijlage 2: Samenstelling Syndicale Kamers Bijlage 3: Samenstelling technische commissies

47 47 49 50

3


VOORWOORD Daarmee houdt de actualiteitswaarde van Galbraith’s analyse niet op. In tegenstelling tot wat de kenners van Wall Street ten tijde van de feiten beweerden, was hij ervan overtuigd dat de crash rechtstreeks aan de basis lag van de Grote Depressie, die tijdens het laatste decennium voor de Tweede Wereldoorlog haar verwoestende effecten zou doen gevoelen in veruit de meeste landen ter wereld. Bij de economen van toen was er echter een grote meerderheid die de invloed van de crash op de depressie minimaliseerde. Vandaar dat ook na 29 oktober 1929, intussen bekend als Black Tuesday, het optimisme nog korte tijd de boventoon bleef voeren. Galbraith daarentegen, toonde via een messcherpe analyse aan dat de crash wel degelijk de rechtstreekse oorzaak was van de depressie. Hij lag immers aan de basis van een contractie van de vraag naar goederen en diensten, verhinderde tijdelijk de normale processen van lenen en investeren, bracht de economische groei tot een stop en lag aan de basis van armoede en toenemende sociale ongelijkheid. “De reële economie onderuit gehaald door het casinokapitalisme”, blokletterde onlangs een Vlaamse krant in een poging om een gebalde beschrijving te geven van de financiële crisis. De woordkeuze was niet complimenteus voor de betrokken croupiers (en dat zijn er nogal wat), maar gaf wél een adequaat zij het verbaal aangedikt beeld van wat werkelijk is gebeurd. In een poging om de crisis te duiden, halen steeds meer commentatoren John Kenneth Galbraith’s ‘The Great Crash’ vanonder het stof. In dat boek, geschreven een kwart eeuw na de feiten, beschrijft de Harvardhoogleraar en latere adviseur van zowel Roosevelt als Kennedy de gebeurtenissen rond de beurscrash in 1929 en de daarop volgende Grote Depressie. De stelling van Galbraith komt hierop neer dat de beurscrash het gevolg was van ongelimiteerd speculeren, dat deze speculaties gebaseerd waren op de overtuiging dat men slapend rijk kan worden en dat de tendens tot herhaling van dergelijke speculatiegolven voor niemand goed is en de economie alleen maar grote schade toebrengt. Galbraith schreef zijn boek in de mening dat het inzicht in de gebeurtenissen van toen de kans op een herhaling ervan kon verminderen. Quod non, hebben we nu moeten ondervinden.

4

Tenslotte citeerde Galbraith nog één bijkomende bron van ellende, namelijk wat hij noemde “the poor state of economic intelligence”. Volgens hem vertoonden de economische adviezen uit die tijd één gemeenschappelijk kenmerk, namelijk dat ze alle zonder uitzondering ertoe geleid hebben dat de situatie nog slechter werd dan ze al was. Men hoeft geen cynicus te zijn om bij het lezen van deze uitspraken onwillekeurig herinnerd te worden aan het bochtenwerk dat zich onveranderlijk afspeelt in economische middens wanneer ze geconfronteerd worden met onzekerheid: zoals zomer en winter elkaar opvolgen in de cyclus der seizoenen, zo wisselen het Keynesiaanse en het monetaristische vrije marktdenken elkaar af in de confrontatie met de economische cycli. De heren Bernanke en Trichet zullen er waarschijnlijk hartkloppingen en ademhalingsstoringen van krijgen, maar de Keynesiaanse roep om deficit spending heeft zelden luider geklonken dan de laatste twee jaar. Ten opzichte van de stelling dat de geschiedenis zich eeuwig herhaalt, zijn er believers en non-believers. Feit is dat de huidige crisis zich in een andere context afspeelt dan deze van de jaren dertig van de vorige eeuw, al was het alleen maar omdat de economie van vandaag zich kenmerkt door veel meer monetaire en institutionele stabiliteit dan toen. Toch belet dit niet dat het lezen van Galbraith’s analyse aanleiding is tot het beleven van meer dan één déjà vu. De minste conclusie waartoe de vergelijking tussen toen


jaarverslag//2009

en nu leidt, is dat bepaalde rechtstreekse gevolgen van een crisis en zeker niet de minste, zich pas ten volle op langere termijn laten gevoelen. De arbeidsmarkt is een voorbeeld van een markt die pas in een tweede fase de effecten van de crisis opvangt. Vandaar dat de meeste waarnemers een desastreuze stijging van de werkloosheidscijfers in 2010 voorspellen. Regressie op de arbeidsmarkt leidt onvermijdelijk tot vermindering van de bestedingen door de gezinnen, wat op zijn beurt alleen maar kan uitmonden in een daling van de vraag naar goederen en diensten. Ook de verzekeringssector, die nu al harde klappen moest incasseren, zal op langere termijn de effecten van de crisis blijven voelen, zowel vanwege de gezinnen als vanwege de ondernemingen. Maar ook de onrechtstreekse gevolgen van de crisis zullen nog lang blijven wegen op de sector en op de makelarij, niet in het minst omdat de door de overheid ter zake genomen maatregelen effecten op lange termijn genereren. Naar analogie van de economie, die naargelang van de economische cycli jojoot tussen Keynesianisme en monetarisme, wisselen in de politieke discussie de thema’s liberalisering en regularisatie elkaar voortdurend af. Dat de balans in de huidige omstandigheden overhelt in de richting regularisatie, is voor iedereen duidelijk. Noch de Europese noch de Belgische overheid kunnen zich de luxe veroorloven om aan de publieke opinie een andere indruk te geven dan een van daadkracht. Vandaar de veelheid aan maatregelen die men neemt, voorbereidt of in overweging neemt en in de meeste voor ons relevante gevallen gaat het daarbij in de eerste plaats om de bescherming van de consument bij de verhandeling van financiële producten. Wie het heeft over de bescherming van de consument, heeft het onvermijdelijk over transparantie, zowel van de verhandelde producten als van de bij de transactie betrokken actoren. De schreeuw om transparantie is onmiskenbaar een neveneffect van de crisis, al dateert de discussie daarover al van lang voor de crisis. Dat het thema hoog scoort op de lijst van politieke prioriteiten, wordt voldoende aangetoond door de afbrokkeling op internationaal niveau van het bankgeheim en het feit dat de bonussen van bankiers besproken worden op het hoogste internationaal niveau denkbaar, namelijk dat van de G20. De roep om transparantie en de vraag naar een adequate

respons daarop lopen als een rode draad doorheen de werking van FVF en dus ook doorheen dit jaarverslag. Verderop in dit verslag vindt de lezer dan ook specifieke informatie over de Europese initiatieven die op til zijn en over de maatregelen die op nationaal niveau genomen zijn of nog genomen zullen worden. Feit is dat FVF zich perfect kan vinden in elke maatregel die bijdraagt tot een doelmatige bescherming van de consument. Dit betekent evenwel niet dat we elk initiatief ter zake kritiekloos accepteren, zeker niet indien zou blijken dat men informatie verwart met overinformatie en bescherming met betutteling. Bovendien blijven we onverminderd het principe level playing field hanteren: de rechten en plichten van alle actoren op de markt dienen op elkaar afgestemd te blijven, wil men niet concurrentievervalsend optreden en daardoor niet alleen voorbijgaan aan het belang van makelaars en maatschappijen, maar ook dat van de consument. Transparantie mag dan bovenaan de politieke agenda staan, voor FVF reikt het belang van de consument verder: uit dit jaarverslag mag o.a. blijken hoezeer we de nadruk leggen op een adequate opleiding voor de makelaar, zowel inzake basisvorming als op het vlak van de voortgezette vorming. Die focus is gebaseerd op onze overtuiging dat een voldoende kennisniveau voor de makelaar een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde is om in het belang van de klant op te treden, zeker als de materie in toenemend complex en variabel wordt. Dat alles maakt deel uit van een lange termijnvisie op het beroep van makelaar. Gegeven de politieke en economische turbulentie waarin de sector zich momenteel bevindt, is het niet altijd even evident om te blijven handelen vanuit een langetermijnvisie. Toch moet dit de ruggengraat blijven van onze beroepsvereniging: een gemeenschappelijke visie op de Vlaamse makelaars als onafhankelijke mannen en vrouwen die in het belang van hun klanten integer en professioneel handelen en waarvan de maatschappelijke meerwaarde door iedereen wordt erkend. Als deze makelaars bovendien in de verwezenlijking van die ambitie de rol erkennen van hun beroepsvereniging en – meer nog – aan hun FVF-lidmaatschap een element van professionele trots weten te ontlenen, dan kunnen het bestuur, de staf en de leden van FVF in koor zeggen: mission accomplished. Patrick De Ceuster directeur

5


6


jaarverslag//2009

DE MAKELAAR: een profiel Omdat alle beetjes helpen, heeft FVF ook in 2009 dankbaar gebruikgemaakt van elke vorm van informatie die bijdraagt tot onze kennis van het profiel van de makelaar. Voorlopig is het wachten op een omvattende, systematische analyse van de morfologie van het beroep, maar de nodige voorbereidingen daartoe worden getroffen. In afwachting daarvan voegen we elk jaar stukjes toe aan de puzzel die, eenmaal volledig, een globaal beeld van de makelarij zal geven. Zowel de tweejaarlijkse enquête van het bureau A.T. Kearney als het jaarverslag van de CBFA bevatten alvast enkele relevante gegevens omtrent het makelaarsberoep. De vragenlijst van A.T. Kearney werd ingevuld door in totaal 350 makelaars, wat ruw geschat neerkomt op een representativiteit van 7%. In het onderzoeksrapport vindt men informatie over: • de verstrengeling in hoofde van de Vlaamse makelaars van verzekerings- en bancaire activiteiten: 2/3 van hen verkopen hypotheekleningen en korte termijn kredieten, bijna de helft oefent bankactiviteiten uit en verstrekt advies in financiële planning; • de dynamische rol die de Vlaamse makelaar speelt op de verzekeringsmarkt: in 2009 bracht één derde van de Vlaamse makelaars veranderingen aan in zijn eigen top-drie van verzekeraars; • de groei van de portefeuille van de makelaars: ondanks de crisis blijkt dat in Niet-Leven zowel de Vlaamse als de Franstalige makelaars de productie in nieuwe zaken hebben zien groeien; in Leven daarentegen ziet bijna 2/3 van de Vlaamse makelaars nieuwe productie ontstaan, terwijl dat het slechts het geval is voor 43% van de Franstalige collega’s; • het gebruik van internet in de makelarij: meer dan de helft van de Nederlandstalige makelaars heeft een eigen website op het internet; bij de Franstaligen is dat iets meer dan een derde;

Ook de gegevens inzake het inschrijvingsregister bij de CBFA bevatten informatie omtrent het profiel van de makelaar. Op 5 februari 2010 waren er 19.896 verzekeringstussenpersonen ingeschreven in het register van de CBFA. De makelaars vormen daarvan de meest representatieve groep met 8.499 afzonderlijke inschrijvingen (= 43%), waarbij resp. 2.551 en 5.948 van de makelaars een inschrijving hebben als natuurlijk persoon en als vennootschap. Opvallend is dat het totaal aantal inschrijvingen in 2009 verminderd is met 13%, wat neerkomt op een nettodaling van 2.996 inschrijvingen. Wanneer men inzoomt op de diverse distributiekanalen, is de daling het meest significant in de categorie agenten en subagenten (respectievelijk 24% en 15%). Bij de makelaars blijft de achteruitgang beperkt tot 3,5%. In hoeverre deze ontwikkelingen veroorzaakt worden door de financiële crisis, kan niet gededuceerd worden uit het cijfermateriaal. Wél stellen we vast dat een en andere mede verklaard kan worden door de massale actualiseringen (lees: gegevens terug te bezorgen aan de CBFA m.b.t. de actualisering van het bestaand inschrijvingsdossier), die de CBFA sinds 2007 heeft opgestart. Alle verzekeringstussenpersonen die niet of onvoldoende reageren vóór een bepaalde datum, worden geschrapt uit de registers van verzekeringstussenpersonen. Het is niet ondenkbaar dat deze actualiseringsbeweging een ‘natuurlijke’ opkuis heeft teweeggebracht van non-actieve of niet-professionele verzekeringstussenpersonen. Ongeveer 25% van de makelaars maken een cumul met het statuut van bankagent (of in heel beperkte mate bankmakelaar), wat nominaal neerkomt op 2.094 bankagenten die tevens makelaar zijn. Het leeuwendeel van deze bankagenten, met name 1.497, zijn collectief (via de principaal) ingeschreven. De resterende groep beheert zijn dossier individueel bij de controledienst.

• het verloop in de makelarij: van de Franstalige makelaars is 30% van plan om in de loop van de komende tien jaar zijn portefeuille van de hand te doen; bij de Nederlandstalige makelaars gaat het om slechts 10%.

7


Makelaars en klanten: tevreden? In dezelfde A.T. Kearney-enquête waarnaar we onder punt 1 al verwezen, werd ook naar de tevredenheid van de makelaars gepeild. In de sector Niet-Leven was Mercator de nummer één in de beoordeling door de makelaars. AG Insurance moest het na goud in 2007 nu stellen met zilver. Men hoeft heus geen bolleboos te zijn om de oorzaak te kennen: deze daling was vrijwel in haar geheel toe te schrijven aan een imagoprobleem. Na Mercator en AG Insurance volgde AXA als derde. Verderop in het peloton viel de sterke stijging op van resp. Allianz, Nateus en Vivium.

Algemene ranking Niet-Leven

AG Insurance maakte in de sector Leven een zelfde evolutie mee als in Niet-Leven, namelijk van de eerste plaats in 2007 naar de tweede plaats in 2009. In het algemeen scoorde AG Insurance beduidend boven het gemiddelde maar ook hier waren de effecten van een imagoprobleem voelbaar. De eerste plaats moest AG Insurance afstaan aan een opvallende klimmer, namelijk Cardif. Nateus kwam in aanmerking voor brons. Verderop in het peloton viel de stijging op van Generali en Mercator en de daling van AXA en Vivium. Een indicator voor de tevredenheid van de klanten zijn de resultaten van de enquête, die in 2008 gehouden werd door de Ombudsman van de Verzekeringen en waarvan de resultaten werden gepubliceerd in 2009. In 2008 ontving de Ombudsman 3.600 klachten, dat is een stijging met 208 eenheden of een stijging van 6% in vergelijking met 2007.

3600 3392 Algemene ranking Leven Individueel 2543 2507 2273 2004

8

2005

2006

2007

Bron: Ombudsman van de Verzekeringen Zakboekje 2008

2008


jaarverslag//2009

De meerderheid van de klachten, meer bepaald 90%, had betrekking op de verzekeringsondernemingen. Van die klachten had slechts 7,58 % betrekking op de tussenpersonen, wat overeenkomt met een stijging van ongeveer 3%. Die stijging was dus aanzienlijk lager dan het marktgemiddelde.

In 2008 heeft de Ombudsman 273 klachten tegenover verzekeringstussenpersonen ontvangen, hetzij 7,58 % van alle klachten die werden ingediend. Het betreft klachten van uiteenlopende aard tegen bepaalde verzekeringstussenpersonen uit de groep van 23.000, die ingeschreven en officieel erkend zijn door de CBFA.

Tussenpersonen 273 264

273

2008

173

59

3268

Datassur

149 134

Verzekeringsondernemingen

2004

2005

2006

2007

2008

Bron: Ombudsman van de Verzekeringen Zakboekje 2008

Bron: Ombudsman van de Verzekeringen Zakboekje 2008

Het beperkte aantal klachten over tussenpersonen vindt volgens de Ombudsman zijn verklaring in de vertrouwensrelatie tussen de verzekerde en zijn verzekeringsbemiddelaar. 78% van het totaal aantal klachten wordt nog steeds ingediend door de verzekerden zelf en heeft hoofdzakelijk betrekking op de tak Auto (22%). Daartegenover staat dat de takken Leven (19%) en Gezondheidszorg (14%) aanzienlijk gestegen zijn. Tot slot: 52% van de ingediende klachten was ook effectief gegrond.

Het aantal klachten tegen tussenpersonen is, zoals eerder vermeld, met 3% gestegen in vergelijking met 2007, terwijl de algemene stijging aan klachten 6% bedraagt. De verhouding tussen de klachten tegen verzekeringstussenpersonen aangesloten bij een beroepsorganisatie (FVF, Feprabel en BVVM) en deze die niet aangesloten zijn, blijft ongeveer identiek aan 2007. Concreet betekent dit dat van de 273 klachten ingediend tegen tussenpersonen, er slechts 71 betrekking hebben op een tussenpersoon aangesloten bij een federatie, hetzij minder dan 2% van het totaal aantal klachten.

In 2007 werd een uitzonderlijke stijging van meer dan 50% van het aantal klachten vastgesteld. Deze stijging werd voornamelijk veroorzaakt door de oprichting van een uniek loket, waarbij de behandeling van alle klachten in de verzekeringssector toevertrouwd werd aan de Ombudsman van de Verzekeringen. In het verleden werd dit gedaan door twee andere bevoegde instanties: de CBFA en de FOD Economie. Aangezien bovendien de gegevens van de Ombudsman systematisch worden vermeld op de inlichtingenfiches die sedert 2006 door de tussenpersonen bij de afsluiting of de aanpassing van een contract verplicht worden gebruikt, heeft de Ombudsman ook een ruimere naambekendheid gekregen.

De meeste klachten worden bij de Ombudsman ingediend door de verzekerden zelf. Het individuele, nauwe contact en de vertrouwensrelatie die tussen de tussenpersoon en zijn klant bestaan, verklaren het lage aantal klachten. De verzekeringstussenpersoon zal vlugger het ongenoegen en de frustratie van zijn klant opmerken en gepast reageren. Dankzij het persoonlijke contact zal hij het geschil vaak in een vroege fase kunnen oplossen.

9


10


jaarverslag//2009

Dossiers 3.1. Opleiding en vorming De materie ‘opleiding en vorming’ heeft zich tot nu toe aangediend in de vorm van twee duidelijk van elkaar onderscheiden thema’s, namelijk dat van de verplichte voortgezette vorming enerzijds en dat van het centraal examenreglement voor de basisvorming anderzijds. Bij FVF zijn we van oordeel dat beide thema’s vroeg of laat geïntegreerd zullen worden in één gemeenschappelijk kader en dat een dergelijke integratie bovendien in het belang is van de makelaar. Zowel het niveau van zijn bekwaamheden als het imago van het beroep kunnen immers alleen maar gebaat zijn bij een goed doordacht opleidingsbeleid.

3.1.1. Voortgezette vorming Nadat de wetgever het principe had vastgelegd van een verplichte bijkomende vorming, stelde zich in 2009 de vraag hoe een en ander op sectorniveau concreet kon worden gemaakt. In het overleg dat daarop volgde, heeft FVF een voortrekkersrol gespeeld, zowel in de opmaak van de gedragsregels die de concretisering van de verplichting beogen, als in de redactie van de FAQ-lijst die de organisatoren van opleidingen wegwijs wil maken in de nieuwe reglementering.

andere woorden een verschuiving van opleidingsplicht naar kennisplicht. Voor alle duidelijkheid: de invoering van een nieuw systeem zal geen enkele invloed hebben op de personen, die nu al erkend zijn als makelaar. Het gaat dus enkel en alleen om de nieuwkomers. De facto zal het systeem hierop neerkomen, dat de kennis van de examinandi getest wordt via een multiple choice-examen dat online wordt afgelegd. Op het ogenblik dat dit jaarverslag wordt geredigeerd, werken tal van experts aan de ontwikkeling van de examenvragen. Niet alleen door onszelf, maar ook door de vertegenwoordigers van de andere geledingen in de sector, wordt de inbreng vanwege de deskundigen die namens FVF optreden zeer gewaardeerd. FVF heeft de invoering van een centraal examensysteem altijd actief gepromoot. De voordelen zijn immers legio: niet alleen garandeert het systeem een objectieve evaluatie van de examinandi, ook zal het op termijn leiden tot een gedynamiseerde opleidingsmarkt. De examenresultaten zijn immers ook indicatoren voor de doelmatigheid van docenten resp. opleidingscentra. Bovendien wordt het nu theoretisch mogelijk om via zelfstudie toegang te verwerven tot het beroep.

3.1.3. Vorming op het niveau Paritair Comité

De verplichte bijscholing is hoe dan ook een materie die FVF van nabij blijft volgen. We zijn namelijk van mening dat het ingevoerde puntensysteem een minimum vastlegt, waaraan de professionele makelaar, bewust van zijn plicht om aan zijn klanten te allen tijde betrouwbare en dus geactualiseerde informatie te geven, dient te voldoen.

3.1.2. Centraal examen Met de invoering van een centraal examen wil men per materie een op sectorniveau algemeen aanvaarde norm invoeren, die de toegang tot het beroep regelt. Dit betekent dat het huidig systeem, waarbij de cursisten aan een erkend opleidingscentrum toegang tot het beroep verkrijgen via een getuigschrift van dit centrum, plaatsmaakt voor een gecentraliseerd systeem. Er is met

CEPOM staat voor Courtier Education Paritaire Opleiding Makelaar. Het is een door werknemers- en werkgeversorganisaties beheerd centrum, dat destijds werd opgericht in de schoot van Paritair Comité 307 (makelarij en verzekeringsagentschappen). Het centrum ontwikkelt een opleidingsaanbod, dat gratis ter beschikking staat van het personeel van de werkgevers die behoren tot dat Paritair Comité.

11


CEPOM biedt kant-en-klare cursussen aan op het vlak van: • • • •

taal (Nederlands, Frans, Engels); klantgerichte communicatie en conflicthantering; informatica; basis verzekeringstechniek.

Vanaf een groepsgrootte van 8 deelnemers is het eveneens mogelijk om opleidingen op maat organiseren. In de loop van 2009 hebben meer dan 1.000 personen, verdeeld over 160 groepen, bij CEPOM een opleiding gevolgd. Dit cijfer zou veel hoger kunnen liggen indien de werkgevers, die via een bijdrage op de loonmassa van hun werknemers de uiteindelijke financiers zijn van het centrum, vaker gebruik

zouden maken van het CEPOM-opleidingsaanbod. Overigens is het centrum niet alleen actief op het vlak van opleiding: sinds oktober 2009 biedt het aan de makelaars ook professionele ondersteuning op het vlak van outplacement. Outplacement is een verzameling van diensten en adviezen die aan ontslagen werknemers, ouder dan 45, worden aangeboden, zodat ze zo snel mogelijk de weg naar de arbeidsmarkt hervinden. Meer specifiek worden ze bijgestaan door een gespecialiseerd bureau, dat de betrokkenen zo optimaal en efficiënt mogelijk begeleidt in hun zoektocht naar een nieuwe baan. Zowel psychologische hulp als logistieke steun en technische begeleiding bij het solliciteren behoren tot de mogelijkheden.

Paritair Comité 307: De bevoegdheden van het paritair comité zijn uiteraard breder dan alleen het domein van de opleiding. Om de arbeidsvoorwaarden in het algemeen voor de periode 2009-2010 vast te leggen, werd een sectorakkoord gesloten. De belangrijkste punten hieruit zijn de volgende: • Door de financiële crisis worden aan alle werknemers voordelen gegeven volgens de graad van tewerkstelling. Zowel in 2009 als in 2010 is dit een eenmalige operatie voor koopkrachtbehoud. Indien de werkgever voor 15.12.2009 geen andere keuze maakte, gebeurt dit d.m.v. ecocheques. • Conform het Interprofessioneel Akkoord is er een verhoging van de vergoedingen voor het openbaar vervoer tot 75%. Voor het traject werk-thuis met een privé-voertuig wordt de huidige vergoeding van 60% bestendigd. Om tot een kaderovereenkomst omtrent telewerk te komen wordt een aparte werkgroep opgericht. • Er werd beslist tot samenstelling van een werkgroep die aan het Paritair Comité voorstellen doet tot aanpassing/actualisering van de bestaande functie-omschrijvingen. Het is niet de bedoeling om tot een andere soort categorieën te komen. Het is wel de bedoeling om alle aangehaalde voorbeelden te moderniseren en aan te passen aan de huidige realiteit (gebruik van internet, online toepassingen van verzekeringsmaatschappijen, …). • Omdat er voor alle sectoren een verbod is op leeftijdsgebonden loonbarema’s (Europese richtlijn 2000/78/ van 27.11.2000), werd in diverse CAO’s het criterium ‘leeftijd’ vervangen door ‘ervaring’.

12


jaarverslag//2009

3.1.4. Brokers Training in beweging Brokers Training heeft in 2009 zijn opleidingsaanbod verder gediversifieerd en uitgebreid. Naast het verzekeringstechnisch basisaanbod werden eveneens sterk gespecialiseerde vervolmakingcursussen ontwikkeld en aangeboden. Ook op het vlak van juridische en fiscale topics, informatica en efficiënt beheer werden programma’s ontwikkeld of verder geoptimaliseerd. Een gloednieuwe website moet ertoe bijdragen dat de communicatie met klant en potentiële klant optimaal verloopt. Met dat doel werden nieuwe flashes en een nieuwe, erg praktische elektronische inschrijvingsmodule ontwikkeld.

De informatica maakt het ook mogelijk dat het secretariaat van Brokers Training een hoog niveau van performantie haalt. Een ISO-certificatie heeft de organisatie zeker geen windeieren gelegd. De zelf opgelegde procedures worden strikt nageleefd en bewaakt. Vandaar ook de hoge kwaliteit van de opleidingen: de docenten worden van nabij opgevolgd, de evaluaties en bijsturingssystemen zijn doordacht, de programma’s zijn het resultaat van diepgaand denkwerk. Dat alles verklaart ook de hoge waardering van de cursisten voor de gevolgde opleidingen. Brokers Training is financieel gezond. De organisatie beschikt over de nodige middelen om in alle onafhankelijkheid de verzekeringssector permanent te voorzien van kwalitatief hoogstaande vormingsprogramma’s.

13


3.2. De makelarij in de virtuele wereld Hoewel het beroep van makelaar zich veelal afspeelt en ook zal blijven afspelen in een reële contacteconomie, is een sterke aanwezigheid in de virtuele wereld toch onontbeerlijk. De combinatie van de traditionele meerwaarden van de makelarij waaronder persoonlijk contact, service en een vertrouwensrelatie met de klant enerzijds en de technologie anderzijds, is een sterke troef die de makelaars kunnen uitspelen.

3.2.1. Internet Broker Project (IBP) Daar waar het jaar 2008 een officieel startschot was voor het ambitieuze sectorproject IBP (Internet Broker Project), werd 2009 het jaar van ‘volle evolutie’, namelijk

het in de praktijk brengen van de sectorale doelstellingen. 2010 wordt dan ook het jaar van de concrete resultaten. Mede dankzij de actieve voortrekkersrol die FVF de laatste jaren heeft gespeeld is dit project duidelijk in een stroomversnelling terechtgekomen. Het centrale, heterogene karakter van de makelaarssite waarbij een makelaar in alle onafhankelijkheid en op een gemakkelijke wijze kan beslissen welke informatie en/of tools op zijn website komen, was van bij de aanvang voor FVF de primaire doelstelling. Dit sectoraal project, dat openstaat voor alle spelers uit de sector (verzekeraars, makelaarsfederaties, softwareleveranciers, Brocom, ...), heeft de duidelijke missie om de makelarij massaal in de virtuele wereld binnen te loodsen. IBP staat voor een verzameling van deelprojecten die elk hun steentje bijdragen tot de realisatie van die concrete missie. Zo werden uiteindelijk de vier deelprojecten geformuleerd, die in onderstaand schema zijn weergegeven en die we verderop één voor één bespreken.

Elektronische Productbeschrijving

Persoonlijke Makelaarssite De Internet-Broker-Projectwerkgroep beschrijft het lastenboek en de normering, te respecteren door WEB-ontwikkelaars.

Iedere verzekeraar levert elektronische productbeschrijvingen aan, zoals bvb. vandaag bestaan op papier: folder, voorwaarden, fiches, …

Elektronische catalogus Link naar pakket of verzekeraar Consultatie van polisportefeuille, schade, … Ieder beheerpakket geeft toegang tot raadpleging van polissen en schades… Ieder verzekeraar kan ook toegang geven aan klant voor contractinformatie zoals in Tak23.

14

Gemeenschappelijke chassis voor makelaarssites Link naar veiligheid

Identificatie Portima ontwikkelt op AS/WEB de noodzakelijke veiligheidsvereisten met betrekking tot identificatie van eindklant, aan wie de makelaar toegang verleent.


jaarverslag//2009

1. De elektronische catalogus In zijn hoedanigheid van netwerkbeheerder heeft Portima in de loop van 2009 een sectorale catalogus gebouwd. De bedoeling hiervan is om de makelaars in staat te stellen om in alle onafhankelijkheid informatie uit de catalogus te plukken en deze vervolgens op de eigen website te plaatsen. Dit instrument is een verzameling van ‘links’, die productinformatie bevatten, alsook banners van verzekeraars, generieke informatie, tools, enz. Bij FVF zijn we van oordeel dat het project pas echt geslaagd is, als de catalogus voor iedereen openstaat, namelijk voor leveranciers van informatie, voor alle makelaars die er informatie uit willen plukken en voor de webleveranciers die hun diensten compatibel willen maken met deze catalogus. FVF roept dan ook alle makelaarsmaatschappijen op om deze catalogus zo spoedig mogelijk te vullen met hun eigen documentatie en/of tools. Brocom van zijn kant kan een belangrijke rol spelen in het leveren van generieke, dus niet gekleurde, algemene informatie over verzekeringen.

2. Consultatie van de klant via het beheerpakket van de makelaar Wanneer de makelaar dit verkiest en indien zijn beheerpakket in die mogelijkheid voorziet, kan de klant toegang krijgen tot het extranet van de makelaar, bv. voor een overzicht van zijn polissen. Deze beschermde omgeving van de makelaar kan op termijn verder worden uitgebreid naar andere tools zoals schadeconsultatie, marketingcommunicatie, contractinformatie bij verzekeraars, enz. De meeste softwareleveranciers hebben deze tool al geïntegreerd binnen hun beheerpakket of zijn hiermee volop bezig.

AS/web dient hier optimaal op in te spelen, uiteraard ten behoeve van alle betrokken softwareleveranciers die via deze technologie tools willen ontwikkelen.

4. Website van de makelaar Brocom is direct betrokken bij dit laatste deelproject, nl. de website van de makelaar. Het doel is om de makelaar de virtuele wereld binnen te loodsen met heterogene websites. De website, als virtuele etalage voor de internauten, wordt ten dele gevoed met informatie die de makelaar haalt uit de elektronische catalogus. Deze informatie wordt dan ook steeds automatisch gesynchroniseerd vanuit die catalogus.

In de loop van 2009 heeft FVF samen met zusterfederatie Feprabel een RfP (Request for Proposal) uitgegeven t.a.v. alle geïnteresseerde webleveranciers. Meer dan tien potentiële leveranciers hebben hun project op basis van deze RfP voorgesteld. Op het einde van 2009 was het aantal gereduceerd tot drie spelers. Het project bevindt zich momenteel in een finale fase en het is de bedoeling om nog tijdens het eerste semester van 2010 de Brocomoplossing te lanceren. Laat het duidelijk zijn: de doelstelling van FVF is om de makelaars op het internet te brengen, hetzij via hun eigen website, hetzij via de Brocom-oplossing. FVF roept de webleveranciers die momenteel reeds in de markt actief zijn, op om hun aanbod compatibel te maken met de bovenstaande deelprojecten van IBP.

3. Veiligheid De toegang tot het extranet van de makelaar moet gedijen in een strikt beveiligde omgeving, waarbij de makelaar de volledige controle heeft over het identificeren van engang verlenen aan zijn klant. De veiligheid moet beantwoorden aan de strenge regels die de CBFA vooropstelt in de bijlage van haar Circulaire d.d. 07.04.2009, met name ‘Gezonde praktijken inzake het beheer van internetbeveiligingsrisico’s’. Het sectorale netwerk

15


DE FVF-STANDPUNTEN GEBUNDELD BINNEN HET INTERNETCHARTER Zoals men weet, heeft FVF eind 2008 haar internetcharter gelanceerd. Dit document bevat alle standpunten van FVF zoals o.a. het centrale karakter en de inhoud van de makelaarssite, de deontologie van de diverse marktspelers en de rol van Brocom, softwareleveranciers en verzekeraars. De Gulden regel 2009 gaat naar het meest makelaarsvriendelijke initiatief van verzekeraars en is gelinkt aan dit internetcharter. Voor de volledigheid komen de criteria die verzekeraars moeten respecteren hieronder nog eens aan bod. Gulden regel 2009: toepassen van het FVF-internetcharter 10 criteria Ik (de maatschappij) verdien de Gulden regel 2009, omdat...: • er een duidelijke verwijzing naar de verzekeringsmakelaar op de homepagina is; • de zoekmotor naar verzekeringsmakelaars duidelijk zichtbaar is op de homepagina; • minimaal alle FVF-leden met een producentennummer in de zoekmotor opgenomen zijn; • de resultaten van de zoekmotor at random en dus niet alfabetisch gerangschikt zijn; • in de zoekmotor, naast de kantoorgegevens van de verzekeringsmakelaar, ook een rechtstreekse link naar diens website opgenomen is; • de sectorale online-catalogus op continue wijze up-to-date gehouden wordt en voorzien wordt van nieuwe productinformatie, banners, links, enz.; • op specifieke productpagina’s geen toegang gegeven wordt tot andere pagina’s met namen van producten of andere verzekeringstussenpersonen als de consument vanuit de website van de verzekeringsmakelaar wordt doorverwezen; • in brede e-campagnes duidelijk verwezen wordt naar de rol van de makelarij; • bij gerichte, specifieke productcampagnes het ‘opt-in’-principe (= keuze voorleggen aan de verzekeringsmakelaar om in de zoekmotor te worden opgenomen) wordt gerespecteerd; • bij een offertemodule op de website aan de consument steeds de naam van zijn verzekeringsmakelaar wordt gevraagd; bij gebrek daaraan wordt de betrokkene doorverwezen naar een zoekmotor van verzekeringsmakelaars. Daarbuiten heb ik ook nog volgende makelaarsvriendelijke initiatieven genomen: Aangezien dit dossier de laatste twee jaar sterk evolueerde, is één van de prioriteiten van FVF om in de loop van 2010 het internetcharter te actualiseren, inclusief de ontwikkelingen rond IBP.

3.2.2. Elektronische facturatie

16

Zoomit, het systeem van e-billing, heeft ook in onze sector zijn intrede gemaakt. Daarom stond dit dossier ook in 2009 vaak op de agenda van FVF. Zoomit leunt trouwens sterk aan bij het concept ‘administratieve vereenvoudiging’, wat we vanuit FVF enkel maar

kunnen toejuichen. Voor de makelaar creëert dit concept onmiskenbare voordelen op het vlak van de efficiency (sneller afleveren van vervaldagbericht, snellere betaling door de klant, sneller en eenvoudiger reconciliatie) en op het vlak van de verzendingskosten. Het Zoomit-concept komt hierop neer, dat de eindklant via deze service de mogelijkheid heeft om facturen van verschillende leveranciers elektronisch te bekijken en te beheren. Bovendien kan de klant met één druk op de knop zijn factuur elektronisch betalen via het systeem van e-banking, wat uiteraard leidt tot een vlottere betaling.


jaarverslag//2009

De sectorale afspraken die in 2008 ter zake waren gemaakt, vonden hun verdere concretisering in 2009. FVF heeft er altijd voor gepleit dat er pragmatische oplossingen komen voor de makelaar die zelf zijn vervaldagberichten verstuurt. Deze technologie mag onder geen enkel beding ertoe leiden dat er een uitgesproken ‘push’ komt naar het model ‘inning verzekeraar’. FVF is van mening dat elke makelaar het recht heeft om de premies van klanten te innen, ongeacht of hij van dit recht gebruikmaakt of niet. Dit recht moet ook in de toekomst toe gevrijwaard blijven, wat meteen ook de reden is waarom FVF de zaak van nabij opvolgt. Ook de privacy dient binnen dit concept gegarandeerd te blijven. Aangezien de bank van de klant een schakel is binnen de Zoomit-ketting, wil FVF ijzersterke waarborgen dat dit systeem voor deze laatste niet uitnodigt tot ‘misbruik’ van de gegevens. Voor de innende makelaar spelen de softwareleveranciers een cruciale rol. In de loop van 2009 hebben verschillende softwareleveranciers hun pakket aangepast aan deze nieuwe technologie, zodat de makelaar vanuit zijn pakket vervaldagberichten kan verzenden via de Zoomit-technologie. Volgens de laatste echo’s zijn CRM en Portima reeds volledig compatibel met Zoomit. We hopen dat de andere softwareleveranciers snel volgen. Voor het gebruik van de nieuwe technologie wordt een prijs betaald. Hier heeft FVF voor haar leden een gunsttarief (0,30 euro excl. BTW per transactie) bedongen. Dit is het laagste tarief op de markt, dat gebaseerd is op grote volumes. Individuele makelaarskantoren kunnen zulke volumes onmogelijk halen. Voor de makelaars die werken volgens het principe ‘inning verzekeraar’, hebben de verzekeraars in 2009 hun projecten gestart teneinde Zoomit in hun facturatiesystemen te implementeren. Dit zal echter niet leiden tot een ‘big bang’ waarbij alle maatschappijen op hetzelfde moment tot de lancering overgaan. Wegens de complexiteit van de eigen informaticatechnologie werkt elke maatschappij immers volgens een eigen planning. Wat betreft de innende makelaar, bevindt het project zich momenteel in zijn finale fase. De technologie is beschikbaar, sommige softwareleveranciers staan klaar, enkel de juridische relaties tussen de betrokken partijen moeten verder worden afgestemd. Die laatste stap is te nemen in 2010.

3.3. Europa: van financiële crisis tot een tsunami aan reglementen Het is een uitgesproken zaak dat 2009 een turbulent jaar voor de financiële markten is geweest. De financiële crisis laat overal haar sporen na, in de ene sector al wat heviger dan in de andere. Zowel op nationaal als op Europees niveau gebruiken de politieke wereld en de consumentenorganisaties deze crisis ten volle om elk segment binnen de financiële wereld zwaarder te reglementeren. Ook de verzekeringssector inclusief de verzekeringstussenpersonen ontsnapt daar niet aan. Het huidig tijdvak bezit alle kenmerken van een post-crisistijdperk, waarbij talrijke actoren op korte termijn ingrijpende structurele veranderingen willen teweegbrengen. Jammer genoeg moeten we vaststellen dat de verzekeringsmakelaar, die alles behalve een rechtstreeks betrokken partij is bij het ontstaan van deze crisis, de pasmunt wellicht een stuk mee zal moeten betalen. Maar zoals Winston Churchill al wist: “Een pessimist ziet een probleem in elke mogelijkheid. Een optimist een mogelijkheid in elk probleem.” Naast potentiële bedreigingen zijn er op Europees niveau ook een aantal uitdagingen. Het is een utopie te denken dat het Europese niveau weinig impact heeft op het macro-economisch werkkader van de Vlaamse verzekeringsmakelaar. In onze sector alleen vindt 90% van de nationale reglementering haar oorsprong in Europese initiatieven. Ook de Belgische actoren gelieerd aan de sector zijn doorheen de jaren geëvolueerd binnen deze context. Zo is FVF al jarenlang actief lid van BIPAR, de Europese federatie voor verzekeringstussenpersonen (meer informatie: zie kader p. 19). Maar ook Assuralia en de CBFA zijn gebundeld op Europees niveau, binnen respectievelijk het CEA en CEIOPS. Kortom: het nationale overlegmodel is grosso modo terug te vinden op het Europese niveau.

17


3.3.1. Prioriteit op de Europese agenda: IMD 2 De IMD, de Europese Richtlijn voor Verzekeringsbemiddeling, is in België omgezet in 2006. België had vergeleken met de andere lidstaten een streepje voor, aangezien onze bestaande Wet op de Verzekeringsdistributie al gestoeld was op een eerdere Europese Aanbeveling, die tevens de inspiratiebron was voor de huidige IMD. Na de implementatie van deze richtlijn in de diverse lidstaten is men overgegaan tot een grondige evaluatie en dit conform de gewoonte van de Europese Commissie om elke wetgeving systematisch te evalueren. De financiële crisis is niet zonder impact gebleven op deze evaluatie. Zo is o.a. het PRIPS-dossier ontstaan en in een stroomversnelling beland (zie verder). Hoewel de verzekeringstussenpersonen op Europees niveau gepleit hadden voor een wettelijke pauze, is het mede door de financiële crisis nu al een zekerheid geworden dat de IMD-richtlijn herzien zal worden en bijgevolg zal evolueren tot een IMD 2. Diverse conclusies van de Europese evaluatie zullen daarbij ongetwijfeld in rekening genomen worden, waaronder o.a.: • de resultaten van het concurrentieonderzoek in mededinging: één van de voornaamste besluiten is dat de verzekeringsmarkt bijzonder competitief is. M.b.t. de makelarij zijn er wel een aantal aandachtspunten die men verder wil onderzoeken. Een daarvan is ‘transparantie’, niet enkel op het

18

vlak van de vergoedingen maar ook transparantie over de rol van de makelaar met vragen zoals ‘wie bent u?’, ‘wat doet u?’, en ‘voor wie?’. Een ander aandachtspunt zijn de potentiële belangenconflicten (bv. een makelaar die werkt voor klant én verzekeraar) die verder worden onderzocht. • een verdere optimalisering van ‘Freedom of Services’. Ten gevolge van de IMD 1 beschikt elke verzekeringstussenpersoon over een Europees Paspoort, waardoor hij grensoverschrijdend kan werken mits een notificatie bij zijn controledienst m.b.t. de landen waarbinnen hij actief wil worden. Volgens het principe ‘home country control’ zal de controledienst van het thuisland de tussenpersoon blijven controleren voor zijn grensoverschrijdende activiteiten. De vraagstellingen ‘wanneer nu juist notificeren?’ of ‘quid de jurisdictie in het buitenland?’ rezen al snel aan de oppervlakte. Tevens stelt men vast dat de controlediensten in een administratieve mallemolen terecht gekomen zijn. Daarnaast overweegt de Europese Commissie met de IMD 2 om tevens: • het toepassingsgebied van de richtlijn te verbreden; • de grijze zone van ‘klantenaanbrengers’ aan te pakken; • administratieve overlast te onderzoeken; • een (beperkte) harmonisering van de kennisvereisten m.b.t. beroep te bewerkstelligen. Voor BIPAR is de totstandkoming van de IMD 2 dé prioriteit van de komende jaren.


jaarverslag//2009

3.3.2. To ‘PRIP’ or not to ‘PRIP’ PRIPs staat voor ‘Package Retail Investment Products’: men beoogt hiermee alle producten met een investeringselement, waaronder ook verzekeringsproducten die momenteel niet door de MiFID geregeld worden. Inzake de reglementering zal er voor deze productengroep wellicht een horizontale benadering zijn t.o.v. de MiFID. Belangrijk in deze context is het feit dat de MiFID (zoals de IMD) ook wordt herzien. Wat het toepassingsgebied van PRIPs betreft, in het bijzonder voor levensverzekeringsproducten, is er nog geen duidelijkheid. De vraag stelt zich hoever de Europese regelgever wil gaan. Voor FVF kunnen verzekeringsproducten die overduidelijk een investeringsfilosofie en dus geen verzekeringsfilosofie nastreven, onder de noemer van PRIPs vallen. Verzekeringsproducten met kapitaalgarantie, groepsverzekeringen, pensioenen en dergelijke gelijkstellen aan PRIPs is voor ons dan weer een stap te ver. In 2010 zal de Europese regelgever wellicht meer nieuws hierover hebben. Het is zo klaar als een klontje dat de ‘vuurbal’ van de financiële crisis blijft doorrollen tot in de verzekeringssector en in ons distributiekanaal, met als gevolg dat dit dossier met verhoogde snelheid ook bij ons terechtkomt. Voor de makelaars zijn er twee prangende uitdagingen: 1. Verzekeringsproducten die onder PRIPs vallen, moeten verzekeringsproducten blijven met de verzekeringstussenpersoon als distributiekanaal. 2. De MiFID (2)-regels die de benchmark zijn voor PRIPs, mogen de eigenheid en de kenmerken van verzekeringsproducten niet ondermijnen. Ook dienen de toekomstige regels voldoende aangepast te zijn aan het macro-economisch werkkader van de verzekeringsmakelaar die PRIPs-verzekeringsproducten distribueert. Een ding is al duidelijk: binnen een aantal jaren komt er in de familie van verzekeringsproducten een onderscheid tussen: • ‘non PRIPS-insurance’ = niet-leven + een deel van levensverzekeringen’ en • ‘PRIPS-insurance’ = levensverzekeringen die volgens de Europese regelgever gecategoriseerd moeten worden als producten met een duidelijk investeringskarakter.

3.3.3. Overige dossiers op de Europese agenda Het voorbije jaar stonden nog enkele belangrijke dossiers op de agenda van BIPAR zoals o.a. Solvency 2, hypothecaire leningen, koppelverkoop, consumentenkrediet en BTW. Dit zijn allemaal dossiers die rechtstreeks of onrechtstreeks en op kortere of langere termijn een invloed zullen hebben op het werkkader van verzekeringstussenpersonen in de markt. Daarnaast volgt BIPAR de nieuwe Europese architectuur voor het toezicht op de financiële sector, waaronder de verzekeringssector, op de voet. Het ‘de Larosière-rapport’ dat gepubliceerd werd op 25 februari 2009, stelde die noodzaak ook duidelijk voorop en dit voornamelijk vanuit de optiek van ‘risk reducing’. Voor BIPAR is het belangrijk dat de nieuwe architectuur rekening houdt met de bijzondere karakteristieken van de verzekeringssector, die uiteraard ten gronde verschilt van andere financiële markten. Voor de komende jaren is onze rol duidelijk, namelijk het op de voet volgen van de Europese ontwikkelingen en via BIPAR maximaal input geven over de makelarij in de Belgische markt.

BIPAR: DE STEM VAN DE MAKELARIJ OP EUROPEES NIVEAU BIPAR, de Europese federatie voor Verzekeringstussenpersonen, bundelt 47 nationale federaties van verzekeringstussenpersonen uit 31 lidstaten. In België zijn FVF, Feprabel en BVVM actief lid van BIPAR. In totaal vertegenwoordigt BIPAR via de nationale federaties ruim 100.000 makelaars en agenten uit heel Europa. BIPAR is de erkende gesprekspartner van alle actoren op Europees niveau die met onze sector in aanraking komen, zoals o.a. de Europese Commissie, CEIOPS, CESR, CEA, enz. Haar kernactiviteit bestaat erin om de vaak complexe dossiers op Europees niveau op te volgen en te verdedigen bij de betrokken partijen. Uiteraard tracht ze om hierbij maximaal rekening te houden met de bestaande marktmechanismen in de diverse lidstaten.

19


20


jaarverslag//2009

De grenzen van de makelarij: reglementering 4.1. Reglementering 4.1.1. De Wet op de Verzekeringsdistributie Door een wet van 31 juli 2009 werd aan de Wet van 27 maart 1995 betreffende de Verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de Distributie van verzekeringen (hierna de ‘Wet op de Verzekeringsdistributie’) een aantal wijzigingen aangebracht, waarvan de belangrijkste hierna worden opgelijst. Antiwitwaswetgeving Om in het register van de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen te worden ingeschreven en die inschrijving te behouden, moet de betrokken tussenpersoon vanaf heden voldoen aan de Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en aan de besluiten ter uitvoering daarvan, voor zover deze wetgeving op hem van toepassing is. Erkend examen Kandidaat-verzekeringstussenpersonen die een aanvraag tot inschrijving in het register van de verzekeringstussenpersonen richten aan de CBFA zullen verplicht worden om te slagen in een door de CBFA erkend examen. Voor de behandeling van deze wijziging verwijzen we naar punt 3.1.2. van dit jaarverslag (p.11). Exit financiële draagkracht De verplichting om de financiële draagkracht te bewijzen aan de hand van een borgstelling of bankgarantie werd geschrapt. Artikel 13 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst, dat eerder reeds uitdrukkelijk van toepassing werd verklaard op elke verzekeringsbemiddeling die onder het toepassingsgebied van de Wet op de Verzekeringsdistributie valt, voorziet immers een beschermingsmaatregel bij insolventie van de verzekeringstussenpersoon. Voor leden die via FVF een borgstelling onderschreven bij Vander Haeghen & C°, kon FVF bekomen dat het te veel betaalde gedeelte van de premie in de loop van 2010 wordt terugbetaald.

Herinschrijving binnen 5 jaar Verzekeringstussenpersonen die al in het register van de verzekeringstussenpersonen werden ingeschreven maar daar vervolgens uit werden weggelaten, dienen niet te bewijzen dat ze voldoen aan de vereisten inzake beroepskennis, wanneer ze binnen de vijf jaar verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven. Deze vrijstelling geldt uiteraard niet voor tussenpersonen die geschrapt zijn geweest uit het register omwille van inbreuken op de vereiste beroepskennis. Ombudsman van de Verzekeringen De Wet op de Verzekeringsdistributie voorziet in het kader van de buitengerechtelijke klachtenregeling thans onder meer uitdrukkelijk dat de tussenpersoon dient in te gaan op elk verzoek om informatie dat hij ontvangt vanwege de Ombudsman van de Verzekeringen. Deze inlassing in de wet is aanvaardbaar, gezien zonder informatieverstrekking aan de Ombudsman van de Verzekeringen de klachten niet effectief kunnen behandeld worden en de verplichte toetreding haar doel derhalve zou missen. Inwerkingtreding van de wetswijziging De wet van 31 juli 2009 is in werking getreden 10 dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad (B.S., 08 september 2009), behoudens voor wat het erkend examen betreft. Het Koninklijk Besluit ter uitvoering van deze wet en ter aanpassing van het bestaande Koninklijk Besluit van 25 maart 1996 wordt in de loop van 2010 verwacht.

4.1.2. De Wet op de Bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten De wet van 31 juli 2009 wijzigde ook de Wet van 22 maart 2006 op de Bemiddeling in banken beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten op een aantal punten. Antiwitwaswetgeving Naar analogie van de verzekeringstussenpersonen dienen thans ook de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten (hierna ook “banktussenpersonen” genoemd) zich te conformeren aan de Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële

21


stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en aan de besluiten ter uitvoering daarvan. Mandaat of volmacht op rekening van eigen handelsvennootschap Vóór de wetswijziging was het voor de banktussenpersoon niet mogelijk om de rekeningen van zijn eigen vennootschappen te beheren. FVF kaartte dit aan bij de CBFA. Dankzij de wetswijziging is het een banktussenpersoon thans niet alleen toegelaten om een mandaat of volmacht te hebben op een rekening van inwonende gezinsleden, maar ook op een rekening van de handelsvennootschap waarvan hij effectief leider is. Schrapping De CBFA krijgt in een aantal bijkomende gevallen de mogelijkheid om een banktussenpersoon te schrappen uit het register, onder meer bij de beëindiging van de samenwerking met de principaal (en na voorafgaande kennisgeving aan de betrokkene) en ingeval van faling van de banktussenpersoon. In werking De wet van 31 juli 2009 is in werking getreden 10 dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad (B.S., 08 september 2009). Het Koninklijk Besluit ter uitvoering van deze wet en ter aanpassing van het bestaande Koninklijk Besluit van 1 januari 2006 wordt in de loop van 2010 verwacht.

4.1.3. Statuut Bemiddelaar Consumentenkrediet Wettelijk kader De verplichte omzetting van de Europese Richtlijn 2008/48/EG tegen 11 juni 2010, alsook de financiële crisis zullen aanleiding geven tot een herziening van de Wet van 12 juni 1991 op het Consumentenkrediet.

22

Het wetsontwerp (van september 2009) tot wijziging van de Wet op het Consumentenkrediet wil enerzijds de Europese Richtlijn 2008/48/EG omzetten en anderzijds de wetgeving afstemmen op de evolutie in het consumentenkrediet, zonder daarbij evenwel de structuur van de bestaande wetgeving fundamenteel te wijzigen. Het statuut van bemiddelaar in consumentenkrediet (hierna ook “kredietbemiddelaar” genoemd) wordt hierbij in het leven geroepen.

De kredietbemiddelaar zal, indien het wetsontwerp wordt goedgekeurd, zich voorafgaandelijk aan het uitoefenen van zijn activiteiten moeten (1) inschrijven bij de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie en (2) aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals onder meer het bezitten van de vereiste beroepskennis en het onderschrijven van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Het is duidelijk dat de ministers Van Quickenborne, Magnette, Reynders en Declerck de consumentenbescherming in deze wensen te verhogen en dat zij daarvoor opteren voor zwaardere verplichtingen en aansprakelijkheden voor kredietgevers en kredietbemiddelaars dan vooropgesteld in de Europese Richtlijn. Belangenverdediging FVF nam deel aan de besprekingen van het wetsontwerp binnen de Hoge Raad voor Zelfstandigen en de KMO en verdedigde in dit dossier een aantal principes: • Het feit dat België zwaardere verplichtingen oplegt aan kredietgevers en kredietbemiddelaars dan andere lidstaten benadeelt de Belgische operatoren en druist in tegen de bedoeling van de richtlijn om een eengemaakte interne markt te realiseren. • Zwaardere informatieverplichtingen opleggen dan voorzien in de richtlijn verhoogt de aansprakelijkheid van de kredietbemiddelaar, is administratief belastend en is bepaald niet bevorderlijk voor de consumenten die door te veel informatie gedesinformeerd worden. • Het is essentieel om een goed evenwicht te bewerkstelligen tussen de rechten en de plichten van alle betrokken partijen. • Er moet gestreefd worden naar een level playing field, waarbij alle actoren op de markt aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen, minstens op het vlak van beroepskennis, professionele geschiktheid en controle. Wil men een gezonde mededinging en een kwalitatief hoogstaande bescherming van de consument, dan mogen occasionele kredietbemiddelaars niet worden uitgesloten uit het toepassingsgebied van de wet. Bovendien moeten alle kredietbemiddelaars onderworpen worden aan een verplichte voorafgaande inschrijving;


jaarverslag//2009

• Gezien de statuten van verzekeringstussenpersoon, tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten en kredietbemiddelaar vaak worden gecumuleerd, is het aangewezen om een harmonisatie te bewerkstelligen van de diverse statuten en één toezichthoudende instantie voor alle tussenpersonen en hun respectievelijke activiteitsdomeinen te voorzien. FVF blijft de verdere evolutie van dit dossier op de voet volgen en zal haar leden stipt op de hoogte houden van de voortgang.

4.1.4. Statuut Bemiddelaar Hypothecaire Leningen Situering Ingevolge de financiële crisis is de herziening van de Wet van 4 augustus 1992 op het Hypothecair Krediet in een stroomversnelling gekomen. In een brief d.d. 13 maart 2009 aan de Raad voor het Verbruik betreurt Minister Magnette dat de Wet op het Hypothecair Krediet niet dezelfde bescherming biedt aan de consument als de Wet op het Consumentenkrediet en dat er in de Wet op het Hypothecair Krediet geen regels zijn opgenomen ter voorkoming van schuldoverlast. De Raad voor het Verbruik werd dan ook verzocht om deze problematiek te onderzoeken in samenwerking met de CBFA, de FOD Economie en experts uit de sector. Belangenverdediging In dit dossier verdedigt FVF een aantal standpunten die voor een groot stuk gelijklopend zijn met de standpunten die de federatie inneemt in het kader van de herziening van de Wet op het Consumentenkrediet:

administratieve doublures vermeden worden. In dat opzicht is FVF voorstander van één reglementering voor de statuten van kredietbemiddelaars in consumentenkrediet en kredietbemiddelaars in hypothecair krediet waarin weliswaar de eigenheden van elke kredietvorm worden behouden. Op basis van het advies dat de Raad voor het Verbruik zal uitbrengen, wordt wellicht een voorontwerp van wet uitgewerkt, waarbij o.a. het statuut van de bemiddelaar in hypothecair krediet in het leven zal worden geroepen. Dit dossier wordt in 2010 dus zeker vervolgd.

4.1.5. Antiwitwaswetgeving Situering In december 2009 werd via een wetsontwerp dat werd aangenomen door zowel de Kamer als de Senaat, een aanzet gegeven tot wijziging van de Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Belangenverdediging De wetswijziging zal tot gevolg hebben dat een aantal documenten die de CBFA destijds in het kader van de antiwitwaswetgeving uitwerkte (met name het reglement van 27 juli 2004 en de circulaire van 22 november 2004), zal moeten worden aangepast. De betrokken beroepsfederaties (FVF, Feprabel, BVVM en Assuralia) en de bevoegde openbare overheden zullen met het oog op deze aanpassingen door de CBFA verder worden geconsulteerd.

• Eenheid van controle: het is aangewezen dat één controle-instantie bevoegd is voor alle tussenpersonen en hun activiteiten. De consument kan op deze manier ook eenvoudig nagaan voor welke statuten een betrokken tussenpersoon is ingeschreven. • Harmonisatie van de verschillende statuten: gezien in de praktijk bemiddelaars vaak verschillende activiteiten van bemiddeling uitoefenen (verzekeringen - bank- en beleggingsdiensten - consumentenkrediet - hypothecair krediet) is het noodzakelijk dat de verscheidene reglementeringen coherent zijn en dat

23


24


jaarverslag//2009

4.2. SECTORALE INITIATIEVEN 4.2.1. Het modelcontract ‘klantenaanbrenger’ Situering De CBFA publiceerde op 20 februari 2009 een mededeling waarin ze duidelijk maakt welke interpretatie ze hanteert om het aanbrengen van verzekeringsklanten door de zogenaamde ‘klantenaanbrenger’ te onderscheiden van de activiteiten van verzekeringsbemiddeling. M.a.w., in welke mate kunnen klantenaanbrengers actief zijn zonder als verzekeringstussenpersoon te moeten worden ingeschreven in het register bij de CBFA? Anderzijds herinnert de mededeling de verzekeringsondernemingen en de verzekeringstussenpersonen eraan dat ze passende organisatorische maatregelen moeten nemen teneinde zich in deze te verzekeren van een correcte naleving van de wetgeving (geschreven instructies regelmatige controles - schriftelijke overeenkomst - enz.). De mededeling van de CBFA kan geraadpleegd worden op de e-bib (http://e-bib.fvf.be, in de rubriek ‘Reglementering’ / ‘Mededelingen CBFA’). FVF stelde voor haar leden in aansluiting op deze mededeling een modelcontract ‘klantenaanbrenger’ op. Essentieel in dit contract zijn de clausules die omschrijven welke activiteiten gekwalificeerd worden als verzekeringsbemiddeling en welke niet. Het contract kan gedownload worden op de e-bib (http://e-bib.fvf.be, in de rubriek ‘Nuttige documenten’ / ‘ Overeenkomsten en contracten’ / ‘Overeenkomst klantenaanbrenger’).

4.2.2. Opzeg per e-mail Situering De ‘overeenkomst opzeggings- en/of medeverzekeringsbrieven in motorrijtuigen, OGR en Brand’ die in 1998 in de schoot van Assuralia werd gesloten teneinde de opzeggingswijzen zoals bepaald in de artikelen 29 en 30 van de Wet van 25 juni op de Landverzekeringsovereenkomst te vereenvoudigen en

de kosten verbonden aan een aangetekende zending, deurwaardersexploot en afgifte tegen ontvangstbewijs te verminderen, werd het afgelopen jaar uitgebreid met de mogelijkheid om een opzeg per e-mail te versturen. Na overleg tussen de makelaarsfederaties en Assuralia werd de overeenkomst ook opengesteld voor de verzekeringsmakelaars, waardoor het ook voor hen mits een aantal voorwaarden, mogelijk wordt om een verzekeringsovereenkomst per e-mail op te zeggen. Aandachtspunten • De opzeg per fax en per e-mail kan enkel aangewend worden voor polissen in BOAR. • De opzeggingstermijn zoals voorzien in de artikelen 29 en 30 van de Wet van 25 juni op de Landverzekeringsovereenkomst dient gerespecteerd te worden. • Alleen het ‘enige en exclusieve faxnummer en e-mailadres’ dat voorkomt in de lijst van toegetreden verzekeringsondernemingen, mag gebruikt worden. Zodra een faxnummer, e-mailadres of naam van een verzekeringsonderneming gewijzigd wordt, stelt Assuralia FVF hiervan op de hoogte. FVF past op haar beurt de lijsten onmiddellijk aan en stelt haar leden hiervan in kennis per e-flash. • De datum van verzending geldt als bewijs van ontvangst. • Beide betrokken verzekeringsondernemingen moeten toegetreden zijn tot de overeenkomst. • De verzekeringsmakelaar zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming in wiens naam de opzeg wordt verstuurd, duidelijk kan geïdentificeerd worden door de verzekeringsonderneming aan wie de fax/e-mail is gericht. De makelaar houdt het origineel van de opzeggingsbrief bij. Ledenservice Op de e-bib (http://e-bib.fvf.be/ in de rubriek ‘Nuttige documenten’ / ‘Opzeg per fax / e-mail’) kunnen de leden in het kader van de opzeg per fax/e-mail een aantal documenten consulteren, waaronder de overeenkomst, de richtlijnen voor de verzekeringstussenpersonen, de lijst van toegetreden verzekeringsondernemingen, de lijst van enige en exclusieve faxnummers en e-mailadressen en een model van opzegbrief.

25


4.3. Initiatieven vanwege FVF 4.3.1. Het modelcontract ‘verzekeringssubagent’ Situering Het afgelopen jaar actualiseerde FVF het reeds bestaande modelcontract ‘verzekeringssubagent’ en hield daarbij in het bijzonder rekening met de aangepaste Wet op de Verzekeringsdistributie en de Wet van 13 april 1995 op de Handelsagentuurovereenkomst. De overeenkomst ‘verzekeringssubagent’ is voor de verzekeringsmakelaar die met subagenten wil samenwerken, een goede basis om de rechten en plichten van de partijen vast te leggen. Aanpassing aan de specifieke kenmerken van het concrete samenwerkingsverband blijft uiteraard noodzakelijk. Ledenservice Het modelcontract alsmede de leidraad bij het contract worden ter beschikking gesteld van de leden van FVF op de e-bib (http://e-bib.fvf.be in de rubriek ‘Nuttige documenten’ / ‘Overeenkomsten en contracten’ / ‘Overeenkomst subagent’).

26

4.3.2. Toelichtingsnota VVD / PCP Situering De termen ‘Verantwoordelijke voor de distributie” (hierna ook ‘VVD’er’) en ‘Persoon in contact met het publiek’ (hierna ook ‘PCP’er’) blijven bij de verzekeringstussenpersonen voor veel verwarring zorgen. FVF heeft enerzijds via een toelichtingsnota een antwoord willen bieden op een aantal vragen: Wat is een VVD’er? Wat is een PCP’er? Hoeveel VVD’ers en PCP’ers zijn er vereist per kantoor? Wat is de vereiste beroepskennis voor een VVD’er? enz. Anderzijds stelt ze haar leden in dit verband drie tabellen ter beschikking: • een overzicht van de belangrijkste verschillen tussen VVD’er en PCP’er; • een overzicht van de vereiste diploma’s/ getuigschriften en beroepservaring naargelang van de categorie verzekeringsmakelaar / verzekeringsagent / verzekeringssubagent; • een overzicht van de beroepskennis ‘antiwitwaswetgeving’. Ledenservice Leden kunnen de toelichtingsnota en de tabellen raadplegen op de e-bib (http://e-bib.fvf.be in de rubriek ‘Reglementering’ / ‘Wet op de verzekeringsdistributie’ / ‘Toelichtingsnota VVD’er en PCP’er’).


jaarverslag//2009

4.4. Commissie voor Onderzoek De Commissie voor Onderzoek, initieel ontstaan naar aanleiding van klachten van makelaars tegen andere makelaars die de spelregels niet naleefden, is inmiddels uitgegroeid tot een echte barometer van de verzekeringsmarkt. Een greep: • inbreuken op de Wet Handelspraktijken; • niet vermelden van CBFA nummer; • weigering van het standaardagentschapscontract; • problemen met plaatsingsmandaten en opzeg; • dual pricing; • misbruik van klantengegevens; • gratis aanbieden van verzekeringen; • misleidende reclame; • eenzijdige wijziging van samenwerkingsvoorwaarden; • niet naleven wettelijke verplichtingen inzake websites; • inbreuken op het internetcharter

Dit alles is maar een selectie uit de diverse marktverstorende elementen die via de Commissie voor Onderzoek worden gedetecteerd of aangebracht worden via FVF leden. Dat de Commissie voor Onderzoek in al deze onderwerpen zeer belangrijk werk verricht om tot oplossingen te komen is een understatement gezien de positieve resultaten die worden geboekt en die onmiskenbaar bijdragen tot het respect voor het statuut van de onafhankelijke makelaar. Het spreekt voor zich dat de aard en het soort van de klachten in de loop der jaren een zekere evolutie hebben ondergaan. De klachten worden vandaag duidelijk zwaarwichtiger en hebben vaker een impact op het geheel van de makelarij, terwijl de nadruk voorheen toch eerder op een individuele invalshoek lag.


Vooral de toenemende tendens om, vooral op onrechtstreekse wijze, te knabbelen aan de onafhankelijkheid van de makelaar, is en blijft een doorn in het oog van de commissie. Het sluiks trachten in te voeren van productieverplichtingen, het proberen aan banden te leggen om verzekeringsproducten te onderschrijven bij de maatschappij naar vrije keuze van de makelaar, het trachten om commissielonen te verminderen via het voorstellen van alternatieve verkoopskanalen voor de makelaar, zijn verschillende initiatieven van verzekeraars die er enkel toe kunnen leiden om de rol van de makelaar uit te hollen. Laat het duidelijk zijn dat de Commissie voor Onderzoek dergelijke zaken niet kan tolereren en derhalve nooit zal nalaten om op gepaste wijze te reageren. Kiezen om samen te werken met de makelaar is immers kiezen voor en respecteren van zijn onafhankelijkheid. Verder blijven verzekeraars nog steeds zondigen tegen het principe dat alle contacten met de klant uitsluitende dienen te verlopen via de makelaar. Enige uitzondering die FVF hierop kan toestaan, zijn de wettelijk verplichte mededelingen die aan de klant moeten gericht worden. De deontologische code is ter zake nochtans zeer duidelijk: alle communicatie met klanten dient te verlopen via de makelaar, tenzij de makelaar aan de verzekeraar daartoe zijn uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven volgens een opt-in systeem. Een eenvoudig principe dat toch moeiteloos moet kunnen nageleefd worden door de verzekeraars, die we hierbij andermaal oproepen om dit ongenuanceerd toe te passen in de praktijk.

28

Dat er voor het aanbieden van verzekeringen diverse distributiekanalen worden aangeboord is inmiddels verworden tot een vast marktgegeven. Dat onduidelijkheid hierbij vaak troef is en soms bewust verwarring wordt gesticht, baart de commissie echter zorgen. Het aanbieden van verzekeringsproducten via autodealers en grootwarenhuizen, het gratis aanbieden van een verzekeringsproduct bij aankoop van een wagen, het creÍren van ongedefinieÍrde collectieve polissen en affinity-groepen, het via Cao’s regelen van verzekeringen, zijn evenveel voorbeelden van hoe de rol van de makelaar te ondermijnen. Ook hier is de boodschap klaar en duidelijk. Verzekeraars moeten er samen met de makelaars voor zorgen dat de geloofwaardigheid van de sector niet in het gedrang komt. Onze sector mag niet verworden tot een sector met een korte termijn strategie. Wanneer we in een recent verleden lezen dat verzekeraars in de rode cijfers duiken en genieten van diverse steunmaatregelen, kan het toch niet zijn dat we vandaag moeten lezen dat verzekeringen via bovenvermelde technieken met grote kortingen tot zelfs gratis, worden aangeboden. Akkoord, ook makelaars hebben hierin een belangrijke rol te spelen. Er moet de klanten duidelijk gemaakt worden dat verzekeringen geen loutere verkoopsproducten zijn, maar diensten en vakmanschap omvatten die een belangrijke service vereisen bij het onderschrijven en bij schade. Maar welk geloofwaardig verhaal kan de makelaar in die context nog brengen als verzekeraars hem niet steunen? Wat de toekomst betreft, kan gesteld worden dat de Commissie voor Onderzoek haar activiteiten uiteraard onverminderd zal verder zetten. De commissie blijft de markt op de voet volgen en uiteraard reageren wanneer nodig. De commissie zal blijven ijveren voor de belangen van de makelaar en dit zo nodig langs gerechtelijke weg afdwingen.


Promotie 5.1. Brocom De promotiecampagne voor de onafhankelijke makelaar zat in 2009 nog maar eens in een stroomversnelling. Met een budget van meer dan 1.300.000 euro voerde Brocom nog meer promotie met nieuwe advertenties en nieuwe beelden, zowel in de geschreven pers als op televisie. Allemaal doelgroepgerichte campagnes naar particulieren en zelfstandigen/KMO’s toe en dit alles meer dan ooit met een duidelijke mediamix. Ook bleef informatie aan de makelaar op het programma staan met een roadshow over belangrijke sectorale thema’s. Geschreven pers In het voorjaar van 2009 was de Brocom-campagne niet weg te slaan uit kranten en magazines. Van het nieuwe beeld, de twee met elkaar verbonden personen, verschenen alleen al in Vlaanderen meer dan 1.200.000 bijlagen. Samen met advertenties, onder andere in Humo en de nationale dagbladen, was de makelaar aanhoudend en prominent aanwezig bij de consument. Brocom voerde een echte imagocampagne die het onafhankelijke karakter van de makelaar verduidelijkt en onder de aandacht brengt. In het najaar van 2009 verschoof deze intussen vertrouwde visual naar het achterplan en dook er binnen hetzelfde concept een nieuwe variant op. Hier een duidelijk statement waarbij het woord ‘advies’ uit de slogan letterlijk bevrijd wordt. De ketting waaraan het vasthing is doorgeknipt. De boodschap blijft dezelfde: ‘de Brocom-makelaar staat voor onafhankelijk advies’. Voor het eerst richtte Brocom zich naast particulieren ook naar zelfstandigen en KMO’s door te adverteren in vakbladen zoals KMO/PME, ZO magazine en de Vlaamse ondernemer. De advertenties zijn dezelfde als die voor particulieren maar met licht gewijzigde boodschap, aangepast aan de lezer.

30

Daarnaast publiceerde Brocom elke maand een publireportage met telkens een ander verzekeringsthema in het Nieuwsblad. Aan de hand van deze informatieve artikels sensibiliseert Brocom de consument en stuurt hij hen naar een makelaar voor deskundig advies.

Radio De gekende radiospots draaiden in het voorjaar van 2009 op volle toeren op alle belangrijke nationale radiozenders. In het najaar waren ze vooral te horen als sponsorspots rond het weerbericht en de verkeersinformatie. Radio heeft een groot bereik en een hoge retentiewaarde en is dus een uitstekend medium om te adverteren. Hoe meer we de spots herhalen, des te meer overtuigen we. Televisie Als kers op de taart verscheen in het najaar de tv-spot op VTM, een animatie van het kettingconcept. Tegen dan had het concept al enige bekendheid opgebouwd door de advertenties in kranten, magazines en de grootscheepse affichecampagne, die bijna gelijktijdig liep. De tv-spot bracht de Brocom-makelaars nog eens extra bij het grote publiek in de huiskamer.


jaarverslag//2009

Daarnaast scoorden www.brocom.be en de zoekmotor steeds beter in de Google ranking dankzij de aangehouden inspanningen van makelaars en maatschappijen om er in hun communicatie steeds meer naar te verwijzen. Indoor & Outdoor In het straatbeeld trok Brocom in november 2009 de aandacht door gigantische affiches (van 20 m2 en 8 m2) op meer dan 530 plaatsen in België aan te brengen.

Daarnaast kregen alle 2300 leden kantooraffiches om de campagnes in hun eigen regio voort te zetten. Dit betekent niet alleen extra zichtbaarheid voor de leden, maar hierdoor neemt ook de impact van de nationale campagne toe.

Internet Ook online leverde Brocom inspanningen. Het is immers de bedoeling om de campagne via zoveel mogelijk verschillende media te voeren om een zo groot mogelijk publiek te bereiken. www.brocom.be werd van een animatie voorzien en banners op www.nieuwsblad.be en www.standaard.be leverden heel wat clicks op. Ook de publireportages werden maandelijks toegevoegd in het online dossier ‘Gerust Verzekerd’ op www.nieuwsblad.be en www.brocom.be.

31


De Brocom-roadshow Hoewel de promotie van het makelaarskanaal dé prioriteit is, laat Brocom niet na de makelaar te informeren. Zo organiseerde Brocom, in samenwerking met FVF, in maart 2009 een roadshow waarbij meer dan 1.300 makelaars en maatschappijmensen ingelicht werden over belangrijke sectorale thema’s. De Brocom-roadshows hebben de afgelopen 3 jaar bewezen dat ze een vaste waarde zijn binnen de sector. Een niet te missen evenement voor makelaars én verzekeraars om op de hoogte te blijven van evoluties in wetgeving, verzekeringen en andere thema's met een impact op de dagdagelijkse werking. Het ledenaantal op nationaal niveau blijft toenemen. In 2007 overschreed Brocom voor het eerst de kaap van de 2.000 makelaars, in 2008 groeide het aantal door tot 2.175 makelaars en in 2009 bereikte men bijna de 2.300 leden. Opvallend hierbij is het constant karakter van het lidmaatschap: geen grote verschuivingen maar een vaste groep van leden die samen en aanhoudend promotie voeren voor een distributiekanaal.

5.2. HET verzekeringsrendez-vous 2009

Meer dan 700 mensen kwamen vrijdag 23 oktober 2009 naar Brussels expo voor een korte maar krachtige editie van het tweejaarlijkse Verzekeringsrendez-vous. De belangrijkste thema’s waren de ontwikkelingen op Europees vlak, de koppelverkoop, de administratieve vereenvoudiging, de elektronische facturatie en het IBP-project. Het evenement kreeg positieve feedback van alle deelnemers en is qua formule zeker een precedent voor toekomstige initiatieven.

Dat komt uiteraard de zichtbaarheid ten goede want bijna alle leden gebruiken het Brocom-logo/visitekaartje in hun communicatie. Materiaal (uithangborden, stickers, visitekaartje, enz.) is nog steeds te verkrijgen of te downloaden via de Brocom-HSP (www.brocom.be/hsp). Zo maakt de makelaar het de consument duidelijk wie die makelaar is, waarover het in de Brocom-campagnes gaat. Ook de maatschappijen begrijpen dat die zichtbaarheid belangrijk is. Zo gebruikt het merendeel van de partnermaatschappijen vandaag het Brocom-label/visitekaartje in hun campagnes, op hun vervaldagberichten of publicaties.

Patrick De Ceuster, directeur van FVF en Patrick Cauwert, CEO van Feprabel

Alain Bijnens neemt de prijs van de wedstrijd in ontvangst

32

Foto’s: Geert Staelens


Takken in beweging 6.1. Aansprakelijkheid De aansprakelijkheidsverzekering is nauw verbonden met het aansprakelijkheidsrecht zelf. Precies dit aansprakelijkheidsrecht heeft gedurende de afgelopen decennia een belangrijke evolutie ondergaan en deze zal zich de komende jaren ongetwijfeld voortzetten. Eerst en vooral zijn de funderingen van het aansprakelijkheidsrecht zelf volop in beweging. De klassieke ‘foutaansprakelijkheid’ moet meer en meer plaats ruimen voor diverse vormen van ‘objectieve’ of ‘risicoaansprakelijkheid’. Niet langer het foutief gedrag maar wel het risicoscheppend gedrag, zelfs zonder enige fout, gaat de basis voor de vergoedingsplicht vormen. Daarnaast zijn ook de maatschappelijke opvattingen rond verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid fundamenteel veranderd. Enkele maanden geleden was er tijdens het zondagmiddagprogramma ‘Rondas’ op radio Klara een debat rond de evolutie in de psychotherapie. Daarbij werd ondermeer geponeerd dat, wanneer pakweg 30-40 jaar geleden iemand schade leed, hij of zij de verantwoordelijkheid daarvoor eerst bij zichzelf zocht. Vandaag willen burgers niet meer zelf opdraaien voor door hen geleden schade. ‘Weg met pech’ is de leuze. Steeds vaker gaat men uitzoeken hoe men de verantwoordelijkheid, zeg dus maar de aansprakelijkheid voor deze schade, op een ander kan afwentelen. Soms tot in het absurde toe. Ten slotte zijn er factoren die de claimcultuur of compensatiecultuur, zoals we die in de Verenigde Staten kennen, ook in West-Europa in de hand werken. De opgang van de rechtsbijstandsverzekering vermindert de financiële drempel om een proces aan te spannen in aanzienlijke mate. De veralgemening van ‘het eigen recht van de benadeelde’ laat bovendien toe de schade-eis rechtstreeks tegen de verzekeraar te richten en dus de eigenlijk aansprakelijke te ontzien.

34

Het aantal verplichte aansprakelijkheidsverzekeringen blijft toenemen. Ook dit werkt de claimcultuur in de hand. Men evolueert van aansprakelijkheidsrecht naar een soort van vergoedingsrecht waarbij, in het kader van de verplichte verzekeringen, het finaal de collectiviteit van verzekerden is, die de last van de schadevergoeding

draagt en niet langer de individueel aansprakelijke. Deze ontwikkelingen kunnen niet zonder gevolg blijven voor de markt van de aansprakelijkheidsverzekeringen, noch voor de verzekeraars, noch voor de verzekeringsmakelaars. Verzekeraars dienen hun bestaande producten aan te passen of nieuwe producten op de markt te brengen die beantwoorden aan de actuele behoeften inzake indekking tegen aansprakelijkheidsrisico’s. Daarbij moet niet alleen aandacht besteed worden aan nieuwe vormen van aansprakelijkheid die door een of andere wetgeving worden ingevoerd. Zelfs indien de klassieke foutaansprakelijkheid enigszins in de verdrukking raakt, dan nog dienen de verzekeraars oog te hebben voor de actuele interpretatie van het foutbegrip door de rechtspraak, een interpretatie die soms eerder een sociale dan wel een juridische dimensie krijgt. Het is duidelijk dat de aansprakelijkheidsverzekering in het algemeen en de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering in het bijzonder een steeds belangrijker plaats gaan innemen in het beheer van de verzekeringsportefeuille van de klanten. De evolutie van het aansprakelijkheidsrecht is nog volop aan de gang. Voor de makelaar gelden dan ook de volgende spelregels indien hij de aansprakelijkheidsverzekeringen in zijn portefeuille efficiënt wil beheren. Kennis van het actuele aansprakelijkheidsrecht Van een makelaar wordt verwacht dat hij zoekt naar de passende oplossing voor de risico’s van zijn klant. Aansprakelijkheidsrisico’s vloeien voort uit het aansprakelijkheidsrecht. Dus zonder een elementaire kennis van dit aansprakelijkheidsrecht kan men de aansprakelijkheidsrisico’s van de klant niet correct inschatten, zeker niet in het domein van de bedrijfs aansprakelijkheidsverzekeringen. Daarbij is het niet voldoende te weten dat er nieuwigheden zijn op het vlak van het aansprakelijkheidsrecht. Kennis van wat ze precies inhouden is al even fundamenteel. Kennis van de diversiteit in de polisvoorwaarden In het domein van de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeringen en dan meer bepaald de BA Onderneming, werkt elke verzekeraar met zijn eigen polisvoorwaarden. Hier is geen sprake van modelpolisvoorwaarden, zoals bv. in het domein van bepaalde zaakschadeverzekeringen. Tot op zekere hoogte vertonen die polisvoorwaarden onder elkaar veel gelijkenis, maar voor specifieke gevallen


jaarverslag//2009

kan de verleende waarborg fundamenteel verschillend zijn. Bij het aanbevelen van deze of gene verzekeraar mag de premie niet de doorslaggevende factor zijn. Het is de fundamentele taak van de makelaar, om bij de vergelijking van offertes, de voorwaarden van de verschillende verzekeraars te analyseren. Op die manier moet de makelaar in staat zijn om aan de klant uit te leggen waarom deze of gene polis beter beantwoordt aan zijn specifieke aansprakelijkheidsrisico’s. Aandacht voor de dynamiek van de onderneming Daarnaast moeten de aansprakelijkheidsverzekeringen beheerd worden in het breder perspectief van de onderneming zelf en niet als een op zichzelf staand verzekeringsproduct. De makelaar moet oog hebben voor de dynamiek van de onderneming, de impact hiervan op de aansprakelijkheidsrisico’s en van daaruit op de wijzigende verzekeringsbehoeften. Daarnaast stelt men vast dat ondernemingen, in het kader van het

beheersen van hun aansprakelijkheidsrisico’s, steeds meer gebruik maken van contractuele clausules van afstand van verhaal of andere vormen van beperking van aansprakelijkheid als risicofinancieringsinstrument. Gezien de mogelijke impact van deze clausules op de aansprakelijkheidsverzekering mag ook dit aspect niet aan de aandacht van de verzekeringsmakelaar ontsnappen. Tenslotte moet ook gedacht worden aan de mogelijke professionele aansprakelijkheid van de makelaar. Een klant die bij een schadegeval vaststelt dat zijn aansprakelijkheidsrisico’s niet correct zijn ingedekt, zal minder dan in het verleden aarzelen om de makelaar hiervoor aansprakelijk te stellen. Vandaar de noodzaak om, zoals nu vaak het geval is bij de zaakschadeverzekeringen, ook de aansprakelijkheidsrisico’s en de daarmee samenhangende verzekeringen op geregelde tijdstippen met de klant door te nemen.

35


6.2. Arbeidsongevallen Wanneer men denkt aan arbeidsongevallen in 2009, denkt men meteen aan de verlaging van de verzekeringstaks en de invoering van de wetgeving betreffende ‘het verzwaard risico’. De taksen op alle verzekeringen arbeidsongevallen werden met terugwerkende kracht verlaagd per 1 januari 2009 van 5,29 % naar 4,97%. Deze verlaging van de RIZIV-bijdragevoet op de premie kwam er ter compensatie van de verhoging met 0,80% van het wettelijk plafond door de welzijnsindex. Gelukkig zat deze taksenverlaging er al geruime tijd aan te komen, zodat de meeste maatschappijen dit proactief reeds hadden voorzien bij de

uitgifte van de kwijtingen van 1 januari 2009. Zoals reeds aangehaald, werd in 2009 ook de wetgeving rond ‘arbeidsongevallen en verzwaard risico’ van kracht. Deze wetgeving kadert in het Federaal Actieplan ter Reductie van Arbeidsongevallen, beter bekend als FARAO. De wetgeving viseert die ondernemingen die een ‘risico-index’ hebben die minimum 10 maal zo hoog is als de risico-index van de sector waartoe ze behoren en dit minimum 2 jaar in een observatieperiode van 3 jaar. Deze risico-index houdt rekening met het aantal ongevallen (frequentie-index) en het aantal dagen tijdelijke arbeidsongeschiktheid (ernst-index) en dit alles in verhouding tot het aantal werknemers. Het is het Fonds van Arbeidsongevallen dat op basis van deze principes jaarlijks de bedrijven aanduidt, die beschouwd worden als een verzwaard risico. Ofschoon de wetgeving in voege trad op 1 januari 2009, had het Fonds voor Arbeidsongevallen tijd tot 30 november 2009 om de lijst met de 100 slechtste bedrijven bekend te maken (in 2010 worden dit er 150 en in 2011 200). Enkel de 100 slechtste van de klas werden dus verplicht om een speciale contributie of forfaitaire ‘preventiebijdrage’ te betalen. Deze bedraagt 3.000 euro voor werkgevers met minder dan 50 werknemers en wordt verhoogd met 2.000 euro per schijf van 50 werknemers met een absoluut maximum van 15.000 euro. Deze contributie moet binnen de 30 dagen gestort worden, zoniet zijn er verwijlinteresten verschuldigd en een maximale opslag van 10 %. Na ontvangst van de contributie moet de betrokken verzekeraar voor 30 juni van het volgende jaar een actieplan met concrete preventiemaatregelen aan het bedrijf voorstellen. De uitvoering van het preventieplan betekent niet per definitie nog een bijkomende hoge kost, maar kadert eigenlijk in het jaarlijkse preventieplan dat men voorheen ook reeds moest opstellen in uitvoering van de Wet Preventie en Veiligheid op het werk. Alleen kan het bedrijf nu rekenen op de onvoorwaardelijke steun van de bevoegde preventiediensten en zal het plan veel meer praktijkgericht moeten opgesteld worden.

36

De lijst van betrokken bedrijven werd eind november van vorig jaar bekendgemaakt, de overeenkomstige contributies werden gevorderd en de verzekeraars zijn bezig met de uitwerking van de preventieplannen, hopelijk met het beoogde resultaat.


jaarverslag//2009

6.3. Brand Steeds meer mensen beslissen om zonnepanelen te plaatsen. Meestal niet alleen uit ecologische overwegingen, maar vaak ook omdat er een mooie besparing op de energierekening kan gemaakt worden. Omdat het geen kleine investering betreft, wordt dikwijls direct gedacht aan een verzekering voor deze panelen. Als blijkt dat dieven interesse beginnen te tonen voor deze panelen, is er meer dan ooit reden om na te denken over deze verzekering. Gebouw of inhoud Er is niet de minste twijfel over de verzekering van zonnepanelen: ze maken deel uit van het verzekerde gebouw en zijn aldus ook verzekerd. De panelen zijn immers vastgemaakt aan het gebouw op zo’n manier dat ze onmogelijk als losstaande inhoud kunnen beschouwd worden. Verzekerde gevaren Elektrisch risico zoals een kortsluiting, een inductie van stroom en een blikseminslag, is ongetwijfeld een potentieel gevaar. Geen enkele moderne polis Brand Woning zal deze panelen uitsluiten in elektrisch risico. De onderdelen en de elektronische componenten zijn in de woningpolis niet uitgesloten, dus verzekerd. Bovendien voorzien veel polissen Woning een nieuwwaardedekking gedurende meerdere jaren. Stormschade Zonnepanelen kunnen niet als lichte materialen beschouwd worden. Ze maken deel uit van het gebouw, dus vallen ze binnen de waarborg stormschade. Even goed geldt voor deze panelen de afdeling hagel, sneeuw en ijsdruk en zoals in het verleden al meerdere keren gesteld werd, is in deze afdeling van de polis de dekking in nieuwwaarde zolang de sleet kleiner blijft dan 30%. De sleetgrens van 20% uit het KB Storm is al lang niet meer toe te passen en dit om meerdere redenen. Diefstal Omdat zonnepanelen deel uitmaken van het gebouw,

komen ze ook in aanmerking bij diefstal van (delen) van het gebouw. Wanneer geplaatste zonnepanelen gestolen worden, is het duidelijk dat een deel van het gebouw ontvreemd werd. Bij de woningverzekering is deze beschadiging van het gebouw verzekerd, ook wanneer de waarborg ‘diefstal inhoud’ niet werd aangeschaft. Het betreft dus een basiswaarborg uit de polis Brand Woning. Het valt te betreuren dat sommige verzekeraars dit standpunt niet willen toepassen op hun KMO-polissen. De motivatie is immers dezelfde, de waarborg zou dus zeker ook in KMO-polissen kunnen verleend worden zonder bijpremie. Helaas is niet iedere verzekeraar hiertoe bereid. Het verzekerde kapitaal, het raster Wanneer op het verzekerde kapitaal de evenredigheid kan toegepast worden, is het nuttig om na te gaan of het kapitaal dat moet verzekerd worden, ook effectief verzekerd werd. Wanneer de herbouwwaarde met ongeveer 25.000 euro zou verhogen door zonnepanelen, zal het kapitaal van de te verzekeren herbouwwaarde ook 25.000 euro hoger moeten worden. Wanneer een polis werd opgesteld in eerste risico, valt na te zien of het verzekerde kapitaal nog voldoende is. Hiervoor kunnen diverse redenen gelden. Misschien kiest de verzekerde wel bewust voor een onderverzekering. Die onderverzekering zal dan met de extra zonnepanelen nog groter worden. Bij veel eenvoudige risico’s en zeker bij de woningen kan mits toepassing van een rooster de verzekerde waarde perfect zijn. De meeste verzekeraars zijn immers bereid om een onbeperkt excedent toe te voegen boven het verzekerde bedrag. Met dit systeem geniet de verzekerde van de volledige herbouwwaarde voor zijn woning (idem dito werkelijke waarde voor de huurder). Na plaatsing van zonnepanelen blijft de verzekerde van dezelfde waarborg genieten. Geen enkel rooster stelt een vraag over zonnepanelen. Dus na plaatsing blijft elk rooster geldig ingevuld met de voordelige gevolgen voor de verzekerde. Panelen bevestigd aan het gebouw maar niet op het gebouw Omdat de panelen met kabels verbonden zijn aan het gebouw en niet van het gebouw verwijderd kunnen worden op een eenvoudige manier, zijn ze als delen van het gebouw te beschouwen, ook al zijn ze niet boven op het gebouw bevestigd. Op die manier gelden voor deze panelen dezelfde zekerheden als voor de klassieke zonnepanelen die op het dak geplaatst worden.

37


6.2. LEVENSverzekeringen De gehele financiële wereld werd in 2009 meegetrokken in een neerwaartse spiraal en besmette de volledige wereldeconomie. De vooruitzichten voor de volgende jaren blijven bijzonder pessimistisch. Winstdelingen zullen zeer laag blijven of zelfs helemaal niet bestaan. Wat we tot voor kort voor onmogelijk hielden, gebeurt: zelfs verzekeringsmaatschappijen kunnen op hun grondvesten daveren. Dit betekent dus niet veel goeds voor de levensverzekeringen in het algemeen. Problem Solving De ondoorzichtigheid van de contracten van levensverzekeringen vormt nog altijd het grootste probleem en toont enkele onnauwkeurigheden van de reglementering. Vooral de uitbetaling op einddatum en zeker en vast de berekening van de winstdelingen geven nogal eens aanleiding tot problemen. Producten en wetgeving De ‘Code op de publiciteit van de levensverzekeringen’ wordt algemeen goed opgevolgd door de Belgische maatschappijen. Er blijft echter een probleem rond de buitenlandse levensverzekeringsmaatschappijen die zich niet gebonden voelen door die code. Bovendien is de publiciteit van nogal wat makelaars die met die buitenlandse maatschappijen werken, niet conform de code.

38

Hoewel de Wet Verwilghen een goede stap is in de juiste richting, is een vervolg heel erg dringend. Het recht op voortzetting van een aantal persoonsverzekeringen is een gevoelige verbetering, maar zonder een vorm van persoonlijk recht op de vergrijzingreserves blijft dit zeer moeilijk. De wetgever moet erop toezien dat de concurrentie tussen de diverse aanbieders gewaarborgd blijft, anders dreigen we in een monopoliesituatie terecht te komen. De Commissie Leven en Persoonlijke Verzekeringen van FVF is reeds een aantal maanden bezig met een grondige marktstudie van de verzekeringen van arbeidsongeschiktheid. Ze is op zoek naar duidelijke antwoorden op deze problematiek. Hoe pakken de verzekeraars dit aan? Wat is de rechtszekerheid na de vernieuwing? Is die verbeterd?

Naast deze opmerking blijven er twee knelpunten rond de financiële infofiches. Vooreerst zou de ‘Code op de publiciteit van de levensverzekeringen’ uitgebreid moeten worden naar alle individuele levensverzekeringen, dus ook naar een aantal producten van de tweede pensioenpijler, zoals het VAPZ en de IPT’s. Steeds meer maatschappijen maken vrijwillig dergelijke fiches op voor VAPZ-producten. Het gebrek aan transparantie voor die producten is sterk aanwezig bij sommige spelers op de markt.

Verschillende verzekeraars werden in het kader van deze studie ondervraagd door FVF en zijn ingegaan op onze vraag naar informatie. We stellen nu al vast dat de Wet Verwilghen blijkbaar niet door alle verzekeraars op dezelfde manier wordt geïnterpreteerd. Hopelijk geeft de studie minstens een aanzet om de bestaande en nieuwe contracten met de nodige kritische geest te bekijken en waar nodig misschien aan de verzekeraar een verduidelijking te vragen.

Ten tweede is het opvallend dat de invulling van de financiële infofiches zo verschillend is. Sommige zijn erg volledig, terwijl andere te wensen overlaten. De richtlijnen daaromtrent zijn te vrijblijvend.

De analyse en de samenvatting van alle antwoorden van de maatschappijen worden in het voorjaar verwacht. Zodra deze studie klaar is, komt die ter beschikking van de leden van FVF.


jaarverslag//2009

6.5. Transport Hoewel deze tak van de verzekeringssector zonder meer een zeer interessante is, worden deze risico’s vaak stiefmoederlijk behandeld door veel makelaars. Het is misschien niet de makkelijkste materie, maar meestal gaat men wel terug naar de ware kern van het verzekeren. Het onderschrijven van bepaalde transportrisico’s is voorbehouden aan een select aantal gespecialiseerde verzekeraars. Deze beperkte groep zorgt bv. voor het opstellen van de beste voorwaarden op het vlak van cargoverzekeringen, de alom geprezen ‘Antwerp Conditions’. Het afgelopen jaar is er niet zo heel veel veranderd in deze verzekeringstak. Wel staan er een heel aantal veranderingen op til. Eerst en vooral wordt momenteel de Belgische zeewet herbekeken. Het spreekt voor zich dat deze herziening ook op het vlak van verzekeringen een aanzienlijke impact zou kunnen hebben. FVF volgt deze herziening uiteraard op, maar het is nog afwachten om te zien wat de rol van de makelaar zal worden.

en continenten waar de verschepers naar kunnen verwijzen. Men spreekt dan van de verschillende ‘rules’ zoals COGSA (Carriage of Goods over Sea Act), Hague-Visby Rules, Hamburg Rules, enz. De meest in het oog springende verandering die op til is, is de opstelling van de nieuwe Rotterdam Rules, die in vervanging zullen komen van de meeste andere voorwaarden. De praktische omzetting van deze afspraken zal een ernstige impact hebben op de aansprakelijkheidsverzekeraars. Zo zal de verjaringstermijn worden verlengd van 1 naar 2 jaar en wordt de aansprakelijkheidsgrens opgetrokken van 2 SDR (Special Drawing Rights) naar 3 SDR per kilo. Ook zullen de goederenbelanghebbenden makkelijker verhaal kunnen uitoefenen. Het spreekt voor zich dat dit zich zal vertalen in het herbekijken van de voorwaarden van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraars.

Tevens zetelt de federatie in de Belgische vereniging van transportverzekeraars, waar actuele thema’s worden besproken en waar we vooral toezien op het belang van de kleinere makelaarskantoren. Hoewel niet heel veel leden actief zijn in deze tak, kan het belangrijk zijn om een tegengewicht te vormen tegen de grote internationale makelaarskantoren. Die hebben immers soms andere belangen dan onze leden, wat overigens niet belet dat er binnen de Belgische vereniging van transportverzekeraars steeds zeer constructief overleg wordt gepleegd. Het is moeilijk te zeggen wat het komende jaar zal brengen. Er staan een aantal belangrijke wijzigingen op til, maar of die al in 2010 kunnen worden doorgevoerd is nog maar de vraag. Toch is er sprake van een zeer belangrijke evolutie. De aansprakelijkheid van de verschillende partijen die deel uitmaken van de transportketen, wordt beperkt door bv. de CMR-voorwaarden voor transport over de weg of de ABAS-voorwaarden voor wat betreft de opslag van goederen. Voor de overzeese transporten zijn er ook verschillende afspraken tussen de landen

39


FVF 7.1. Ledenvoordelen 7.1.1. De e-bib in volle evolutie

Via de link http://e-bib.fvf.be kunnen alle leden van FVF met hun persoonlijke login terecht voor allerlei praktische informatie, standpunten en documenten van FVF. Op de homepagina kunnen documenten via een handige zoekfunctie opgezocht worden. De e-bib beschikt over vier hoofdrubrieken, namelijk belangenverdediging, ledenvoordelen, nuttige documenten en reglementering. Deze interessante informatiebron voor FVF-leden wordt continu up-to-date gehouden en verder uitgebreid. Zo ook in 2009 met o.a. volgende zaken: Nuttige documenten • Het stuk ‘Opzeg per fax’ werd uitgebreid met ‘Opzeg per e-mail’. De lijst met maatschappijen die aangesloten zijn bij de overeenkomst wordt continu up-to-date gehouden. • Onder ‘Overeenkomsten en contracten’, werd naast de ‘overeenkomst klantenaanbrenger’ ook een nieuwe versie van de ‘overeenkomst subagent’ toegevoegd. Reglementering • De ‘Wet op de Verzekeringsdistributie’ werd uitgebreid met een toelichtingsnota omtrent het verschil tussen een VVD’er en een PCP’er. • De ‘Wet op de Landverzekeringsovereenkomst’ werd toegevoegd. Deze wet vormt de basis voor de reglementering inzake landverzekeringen. Ze is van toepassing op alle landverzekeringsovereenkomsten voor zover er door bijzondere wetten niet wordt van afgeweken. • Het ‘Standaardagentschapscontract’ werd uitgebreid met een clausule om problemen en discussies over de toepassing van het ‘refundrecht’ van de verzekeringnemer bij betaling aan de verzekeringsmakelaar door domiciliëring te vermijden.

7.1.2. Andere informatievoordelen FVF-leden hebben continu toegang tot een extranet. Hier worden onder andere alle e-flashes gegroepeerd met daarin cruciale beroepsinformatie over het macro- en micro-economisch werkkader van de makelaar. Bovendien kan men via dit interactief discussieplatform ervaringen uitwisselen met collega’s. Tweemaandelijks ontvangen alle FVF-leden ‘Vrijuit’, een zakelijk magazine waarin dossiers


jaarverslag//2009

van FVF en andere belangrijke topics in de verzekeringssector uitgebreid worden toegelicht.

Indien spelers in de verzekeringssector het niet zo nauw nemen met de geldende wetgeving, kunnen leden een dossier overmaken aan de Commissie voor Onderzoek. Leden krijgen altijd een juridisch advies en indien de commissie oordeelt dat de zaak het algemeen belang dient, zal ze zelf de nodige juridische stappen ondernemen.

7.1.4. Brocom-partnership

Alle FVF-leden kunnen genieten van een Brocompartnership en kunnen zich bijgevolg herkenbaar maken met het Brocom-label. Daarnaast kan men gebruik maken van de Brocom-HSP en meezeilen op de above-the-line campagne die door Brocom gevoerd wordt. FVF-lidmaatschap in combinatie met Brocom-partnership is dan ook een ideale tandem die tot een optimale synergie leidt. Verder kunnen de leden zich registreren op POI, Partners of Insurance Intermediairies, een Europees netwerk van informatie. Dit informatienetwerk werd opgericht op initiatief van BIPAR, het Europees platform voor verzekeringstussenpersonen. Dit platform verschaft interessante informatie over de dossiers op Europees niveau en over de verzekeringsmarkt van elke Europese lidstaat. Tevens heeft men via een zoekmachine toegang tot de gegevens van andere professionele tussenpersonen binnen Europa.

7.1.3. Persoonlijke bijstand Leden kunnen voor hun beroepsgerelateerde vragen dagelijks terecht bij een professionele staf. Voor technische vragen en problemen kunnen leden dan weer steunen op deskundigen van de diverse technische commissies.

7.1.5. FinanciĂŤle voordelen Zoomit FVF heeft exclusief voor haar leden een goedkoop tarief kunnen bedingen. Onderstaande tarieven zijn van toepassing voor het sturen van vervaldagberichten via Zoomit: Indien lid van FVF/Feprabel/Brocom: 0,30 euro zBTW/per aanvaard vervaldagbericht* Indien geen lid van FVF/Feprabel/Brocom: 0,60 euro zBTW/per aanvaard vervaldagbericht* * Een aanvaard vervaldagbericht komt overeen met een vervaldagbericht ontvangen in het programma voor internetbankieren van uw klant en waarbij de laatstgenoemde zijn akkoord heeft gegeven om het te ontvangen via Zoomit.

41


Meer informatie over Zoomit en de inning voor de makelaar vindt u via www.zoomit.be/makelaar en ook in dit jaarverslag (p.16). Polis Beroepsaansprakelijkheid Voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering die door de Wet op de Verzekeringsdistributie verplicht wordt gesteld voor verzekeringstussenpersonen, kunnen leden van FVF terecht bij Chartis Europe. FVF onderschreef er voor haar leden een polis die heel wat voordelen biedt. Zo biedt de polis onder meer een wereldwijde dekking, zijn alle verzekeringstakken automatisch gedekt, kunnen de verzekerings- en bankactiviteiten in ĂŠĂŠn polis opgenomen worden, enz. In 2009 werd de polis bovendien uitgebreid met o.a. een dekking voor het verlenen van eenvoudige fiscale diensten zoals het invullen van belastingaangiftes. Polis Rechtsbijstand Leden die een polis rechtsbijstand wensen te onderschrijven, kunnen dit doen bij Euromex, waarbij FVF een heel interessante rechtsbijstandpolis afsloot voor haar leden. De polis is een ALL RISK-polis, wat inhoudt dat alle niet-uitgesloten juridische geschillen gedekt zijn. Overige kortingen Voor de vaste (en eventueel mobiele) telefonie kunnen leden genieten van voordelige tarieven bij Verizon Business. Ook bij Brokers Training genieten FVF-leden een significante korting. In het kader van de verplichte voortgezette vorming is dit ledenvoordeel meer dan ooit interessant. Alle opleidingen van Brokers Training zijn dan via FVF geaccrediteerd en leveren dus opleidingspunten op. Verder heeft FVF voor haar leden een groepscontract bedongen bij Reprobel inzake reprografie.

42


jaarverslag//2009

7.2. Structuur (toestand op 01/03/2010)

FVF = 7 syndicale kamers

algemene vergadering

raad van bestuur

Federatieploeg Voorzitter: Freddy Boels Ondervoorzitter: Roger Huygens Penningmeester: Leo Gerber Algemene vergadering: Herman Beets • Paul-Emmanuel Casier • Frank De Hainaut • Bernard Delens • Wim Denkens • Pol Erard • Albert Fobe • Johan Geurts • Dirk Gysemans • Thierry Hermanns • Benny Janssis • Lieven Rappé • Geert Staelens • Koen Torfs • Karel Vaes • Stijn Van den Abbeele • Dirk Vandekerckhove • Jan Vangenechten • Paul Van Kerckhove • Lucrèce Vierstraete Raad van bestuur: Frank De Hainaut • Pol Erard • Albert Fobe • Johan Geurts • Dirk Gysemans • Benny Janssis • Lieven Rappé • Dirk Vandekerckhove Advocaat: Mr. Didier Dhaenens Staf Patrick De Ceuster: directeur Christophe Thoen: adjunct-directeur Kelly Schamphelaere: adjunct-directeur Caroline Hofman: administratief verantwoordelijke Inne Engels: communicatieassistente Bart Van Camp: financieel en commercieel medewerker Ellen Flou: administratief medewerker Nicole Van Gorp: ondersteuning secretariaat

43


Belangenverdediging

FVF vertegenwoordiging • Uniprabel • Brocom • Gemengde Opvolgingscommissie • Commissie voor Verzekeringen • BIPAR • CEPOM en Paritair Comité 307 • ANPI • Ombudsdienst Verzekeringen • Hoge Raad voor Zelfstandigen en KMO FVF overleg • Verzekeringsmaatschappijen • Portima (AS/Web) • Softwareleveranciers • Assuralia • Sectoroverleg omtrent verschillende dossiers • CBFA • UNIZO • DIV • Sopharty • Overheid: ministers en hun kabinetten • Verizon business • Binnen- en buitenlandse collegaberoepsverenigingen • Bestuur Controle en Bemiddeling • Raad voor het verbruik • Internet Broker Project (IBP) • Zoomit • Begeleidingscomité CBFA • Commissie ter Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer FVF-commissies • Commissie Aansprakelijkheid • Commissie Arbeidsongevallen • Commissie Auto • Commissie Brand • Commissie Leven en Persoonlijke Verzekeringen • Commissie voor Onderzoek • Commissie Imago FVF operationeel • Brokers Training • Brocom

44


jaarverslag//2009

7.3. Kerncijfers Ledenaantal groeit Jaar Aantal leden 1993

616

2000

810

2001

807

2002

796

2003

797

2004

828

2005

872

2006

944

2007

1011

2008

1090

2009

1124

Aantal FVF-leden die in 2009 intekenden op Rechtsbijstand

353

Beroepsaansprakelijkheid

640

Groepsakkoord Reprobel

1124

45


46


jaarverslag//2009

bijlagen Bijlage 1: Afvaardiging FVF in diverse sectororganisaties Assuralia: werkgroepen m.b.t. centraal examen Subwerkgroep Wetgeving burgerrechterlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand: Meester Didier Dhaenens Subwerkgroep Auto: Lieven RappĂŠ Subwerkgroep Woning / Brand / Technische verzekeringen: Luc Devlamynck Subwerkgroep Gezin / Beroeps- bedrijfsaansprakelijkheid: Jacques Van Keirsbilck Subwerkgroep Antiwitwaswetgeving / Leven particulieren / Gezondheidszorgen / Ongevallen / Leven niet-particulieren: Paul Baekeland Subwerkgroep Transportverzekeringen: Leo Gerber

ANPI Leo Gerber Dirk Gysemans

BegeleidingscomitĂŠ CBFA Patrick De Ceuster Christophe Thoen Roger Huygens

BIPAR Patrick De Ceuster Christophe Thoen Paul Baekeland: Life & Benefits Committee

Brocom Patrick De Ceuster: kernbestuurder Christophe Thoen: bestuurder Freddy Boels: bestuurder Dirk Gysemans: bestuurder

Brokers Training Wim Denkens: voorzitter Jacques Van Keirsbilck: ondervoorzitter Saskia Mannaerts: penningmeester Walter Decoodt: bestuurder-personeelsverantwoordelijke Dirk Gysemans: bestuurder-crisismanager Luc Keppens: bestuurder-marketingverantwoordelijke Alfons Van Dyck: bestuurder Patrick De Ceuster: bestuurder

BVT Leo Gerber Patrick De Ceuster

47


CEPOM Walter Raeymaekers, lid van de Raad van Bestuur Koen Peeters, plaatsvervangend lid Wim Denkens , lid van de Stuurgroep Opleidingen

Commissie voor Verzekeringen Patrick De Ceuster Roger Huygens

Gemengde Opvolgingscommissie (GOC) Patrick De Ceuster Leo Gerber

HOGE RAAD VOOR ZELFSTANDIGEN EN KMO'S Leo Gerber Kelly Schamphelaere

Ombudsdienst van de Verzekeringen Patrick De Ceuster: AV Christophe Thoen: AV / RvB

Paritair Comité 307 Effectieven: Koen Peeters Dirk Gysemans

Plaatsvervangers: Leo Gerber Walter Raeymaekers

Syntra Antwerpen / Brabant Effectieven: Dirk Gysemans

Plaatsvervangers: Leo Gerber

Syntra Oost-Vlaanderen Léon Morel Roger Huygens Frank De Hainaut

Syntra West-Vlaanderen Pol Erard

Uniprabel Patrick De Ceuster Freddy Boels Christophe Thoen

Unizo: sociale commissie Patrick De Ceuster

Verzekeringsjuristen Kelly Schamphelaere

48


jaarverslag//2009

Bijlage 2: Samenstelling Syndicale Kamers Antwerpen

Oost-Vlaanderen 2

Wim Denkens: voorzitter Luc Van Camp: ondervoorzitter Walter Raeymaekers: secretaris Eddy Denolf: penningmeester Lode Baetens: bestuurder Christel Buijsen: bestuurder Leo Gerber: bestuurder Saskia Mannaerts: bestuurder Pim Snyers: bestuurder Jan Suykens: bestuurder Koen Torfs: bestuurder Rik Truyts: bestuurder Fons Van Dyck: bestuurder Lode Rocher: gecoöpteerd lid

Albert Fobe: voorzitter José Van der Cruyssen: ondervoorzitter Thierry Hermanns: secretaris Léon Morel: penningmeester Bernard Delens: ere-voorzitter Harold De Visscher: ere-voorzitter

Vlaams-Brabant en het Brussels hoofdstedelijk gewest Dirk Gysemans: voorzitter Karel Vaes: ondervoorzitter Annie Geers: secretaris Herman Beets: penningmeester Joël Degeest: bestuurder Koen Peeters: bestuurder Erik Vangrunderbeeck: bestuurder

West-Vlaanderen 1 Dirk Vandekerckhove: voorzitter Luc Devlamynck: ondervoorzitter Lieven De Leeuw: secretaris Stefaan Kemseke: penningmeester Edwin Demeyer: bestuurder Joost Missinne: bestuurder Geert Staelens: bestuurder Bart Verduyn: bestuurder

West-Vlaanderen 2 Pol Erard: voorzitter Paul-Emmanuel Casier: ondervoorzitter Germain Claeys: secretaris Pol Erard: penningmeester André Deman: bestuurder

West-Vlaanderen Kuststreek Limburg Johan Geurts: voorzitter Dimitri Delwaide: ondervoorzitter Filip Colson: secretaris Benny Janssis: penningmeester Marcel Caenen: bestuurder Gilbert Nijsten: bestuurder Jan Vangenechten: bestuurder

Lieven Rappé: voorzitter Lucrèce Vierstraete: ondervoorzitter Lieven De Leeuw: secretaris Stefaan Kemseke: penningmeester

Oost-Vlaanderen 1 Frank De Hainaut: voorzitter Roger Huygens: ondervoorzitter Leon Haustraete: secretaris Dirk Lambrecht: penningmeester Freddy Boels: bestuurder Yves Dehaene: bestuurder Fredy Madou: bestuurder Thierry Wauters: bestuurder Walter Decoodt: gecoöpteerd lid

49


Bijlage 3: Samenstelling technische commissies Commissie voor Onderzoek Roger Huygens: voorzitter Didier Dhaenens Erwin Ghesquiere Nicole Gobin Urbain Goossens Luc Oris Kelly Schamphelaere Karel Vaes

Commissie Arbeidsongevallen Peter Van Esser : voorzitter Dirk Lambrecht Fons Van Dyck

Commissie Auto Lieven Rappé: voorzitter Roger Huygens Lode Baetens Ivo Reggers

Commissie Brand Luc Devlamynck: voorzitter Herman Beets Marcel Caenen Joël Degeest Frank De Hainaut Johan Van Hecke Luc Van Camp

Commissie Burgerrechterlijke Aansprakelijkheid Yves Dehaene Fredy Madou Michel Vanheule Peter Van Esser

Commissie Imago

50

Benny Janssis: voorzitter Walter Decoodt Patrick De Ceuster Inne Engels Dirk Gysemans

Fredy Madou Walter Raeymaekers Christophe Thoen

Commissie Leven en Persoonlijke Verzekeringen Paul Baekeland: voorzitter Jan Coupé Ann Vanmechelen René Lecoque Joël Degeest Patrick Tobac Christiaan Pieters Janique Restiaens Christophe Thoen Eric Van den Troost


jaarverslag//2009


FVF Jaarverslag 2009  

FVF publiceert zijn jaarverslag van het jaar 2009

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you