Page 1

Het Orgel

Parochiekerk O.L.Vrouw ten Hemel Opgenomen

Overmere


Beknopte en eenvoudige omschrijving van de basisprincipes van een pijporgel.

Deze brochure is een uitgave van het OrgelcomitĂŠ van Overmere. Samenstelling : Lieve Van de Rostyne Met medewerking van Jan Joos en Roger Van de Rostyne Tweede uitgave

De oorspronkelijke uitgave van 1996, was bedoeld om leerlingen van de derde graad lager onderwijs te begeleiden bij hun bezoek aan de tentoonstelling over het orgel. 2


HET ORGEL

Als we de prent bekijken zien we de drie grote delen van het orgel. A. B. C.

De speeltafel De pijpen Het blaaswerk

Bekijken we deze drie delen dan zien we dat het orgel zowel een klavier- als een blaasinstrument is.

3


A. KLAVIERINSTRUMENT Bekijken we de speeltafel van een orgel dan zien we één of meerdere klavieren. Kleine orgels (b.v. huisorgels) hebben maar één klavier. Grote orgels hebben soms 5 klavieren. Een orgel heeft ook twee verschillende soorten klavieren: A. Handklavier(en) - meestal gewoon klavier genoemd of manuaal. Dit klavier is te vergelijken met een pianoklavier. B. Voet– of pedaalklavier (waar de organist op trapt).

SPEELTAFEL Orgelkast

Registers

Klavieren (Manuaal)

Voetklavier (pedaal)

4


Een organist speelt dus gelijktijdig met handen en voeten. In kleinere orgels zit de speeltafel soms ingewerkt in de orgelkast. In grotere orgels (b.v. Overmere) staat de speeltafel los van het orgel.

Soms staat ze zelfs een heel eind verwijderd van het orgel. (B.v. Sint-Baafskathedraal te Gent.) (elektrische tractuur)

5


B. BLAASINSTRUMENT. Pijpen en blaaswerk wijzen er ons op (en dit in tegenstelling met een piano) dat het orgel een blaasinstrument is. Velen namen van blaasinstrumenten , zoals trompetten, bazuinen (metalen blaasinstrumenten) en fluit, fagot, klarinet (houten blaasinstrumenten) vinden wij soms op de registerknoppen van een orgel terug.

De registers zijn knoppen of houten trekstangen die we naast, boven of onder het klavier vinden.

OVER PIJPEN, TONEN EN REGISTERS. Vergelijken we even het orgel met een blokfluit. Door de verschillende gaatjes in een andere combinatie te bedekken krijgt men telkens een andere toon. Pijpen doorboren en de gaatjes afdekken gaat nu eenmaal niet bij een orgel. Vandaar dat men voor iedere toon een andere pijp nodig heeft.

6


Bekijken we nu even wat dit betekent voor het orgel van Overmere Het orgel van Overmere heeft twee klavieren (manualen) en ĂŠĂŠn voetklavier. Aan het onderste klavier zijn 10 registers gekoppeld. (Eigenlijk zou men kunnen zeggen dat men op dit klavier 10 instrumenten kan bespelen.) Aan het klavier erboven zijn nog eens 9 registers gekoppeld (= nog eens negen instrumenten) En in het voetklavier nog eens drie registers. In 1996, na de restauratie is een derde register violoncelle met 20 pijpen bijgevoegd. Dit betekent in totaal 22 registers (=22 instrumenten) en om alle mogelijke tonen van deze instrumenten te kunnen bespelen heeft dit orgel 1194 pijpen. Hoeveel pijpen dit gemiddeld per register betekent moet je zelf maar eens uitrekenen. (In werkelijkheid is het zo dat niet ieder register evenveel pijpen nodig heeft.

7


C. DE BLAASBALG Op de afbeelding hierboven zie je twee mannen die een enorme blaasbalg indrukken. Je begrijpt dat voor zo’n groot instrument zeer veel wind nodig is. In het orgel van Overmere zitten twee blaasbalgen. Een eerste van 2 m x 2 m en een kleinere van 1 m x 1 m. (Totaal : 5 m²). Vroeger moesten die met de voet (of met de hand) bediend worden. Er was toen nog geen elektriciteit en er waren zeker nog geen ventilatoren. Deze blaasbalgen bedienen was een zwaar werk. Naar het einde van de kerkdienst (die vroeger wel eens 2 uur of langer kon duren) werden deze mensen dan ook wel eens moe met het gevolg dat er i.p.v. hemelse klanken, niet veel anders dan een aards gebrom van de organist te horen was. Nu worden de blaasbalgen aangeblazen door ventilatoren. Er zitten nog steeds blaasbalgen in, omdat dit het beste middel is om de druk gelijk te houden. Dus - geen orgeltrappers meer - de windtoevoer is veel gemakkelijker gelijk te houden.

8


D. DE PIJPEN Daarvoor gaan we eens kijken hoe de menselijke stem werkt. Merkwaardig genoeg vinden we heel wat gelijkenissen tussen orgel en stem. A. Blaasbalg Voor onze stem zijn dat de longen. ( De orgeltrappers zijn onze eigen borstspieren.) B. De Lip (lippijpen) en de tong (tongpijpen) Hoe ze werken gaan we straks uitleggen, maar we stellen vast dat ze beiden trillingen veroorzaken waardoor een bepaalde toon ontstaat. VERGELIJKEN WE NU EVEN MET HET STROTTENHOOFD.

9


De lucht komt uit onze longen langs de luchtpijptak naar het strottenhoofd. Dit strottenhoofd is een kraakbeenachtige ring waarbinnen een vlies gespannen is waarin in het midden een smalle spleet is. Als we beginnen spreken persen we de lucht door de smalle spleet zodanig dat het vlies en de omringende lucht gaan trillen. Zo ontstaat een toon (geluid) die wij in onze keel en mond (met behulp van tong, tanden, mondspieren en lippen) gaan vormen en versterken tot klank.

Eigenlijk gebeurt juist hetzelfde in de pijpen van het orgel. Door de trillingen van de lucht (door de lip of de tong) ontstaat een toon. Dit oorspronkelijk geluid wordt versterkt en gevormd door de pijp. Sterkte, toonhoogte enz. zijn afhankelijk van de vorm en de lengte van de pijpen. 10


TWEE SOORTEN PIJPEN Hoe werken ze ? A. LIPPIJPEN

Door het splitsen van de lucht begint de lucht in de pijp te wervelen en te trillen. Door deze trillingen ontstaat geluid. Hetzelfde gebeurt als je blaast over de opening van een lege fles. Door flessen van verschillend formaat te nemen zul je andere tonen krijgen. Je kan de toon ook veranderen door de flesjes gedeeltelijk met water te vullen.

11


B. TONG PIJPEN

De wind blaast op een dun koperen plaatje binnenin de pijp. Hierdoor begint het plaatje te trillen waardoor we een bepaalde toon krijgen. De vorm en de bouw van de pijp bepalen dan de uiteindelijke klank. Wat hier gebeurt kan men best vergelijken met de klank die men krijgt als men een houten lat op een tafel laat trillen.

12


LANGE, KORTE, DIKKE, DUNNE PIJPEN… WAAR ZIT HET VERSCHIL? We zien dat pijpen verschillen in lengte, dikte en vorm. Er zijn ook metalen en houten pijpen. De lengte van de pijpen in het Overmeerse orgel varieert van een tiental centimeters tot de langste baspijp van 5,25 meter. EENVOUDIG GESTELD KUNNEN WE ZEGGEN : A. Dat de pijplengte de toon bepaalt. Hoe korter de pijp, hoe hoger de toon. B. De toonsterkte wordt bepaald door de lipbreedte. C. De doorsnede, vorm, het materiaal van de pijp… bepalen de klankkleur. Toch zullen al deze factoren elkaar beïnvloeden. Je begrijpt dan ook dat orgelbouwer een zeer moeilijk beroep is, dat men slechts kan leren door jarenlange ervaring.

13


E. REGISTERS Bij het begin van deel B schreven we dat het orgel van Overmere 22 registers heeft. (Te vergelijken met 22 instrumenten). Hoe komt het dat wanneer een organist een register kiest, hij die bepaalde klank krijgt? Hiervoor zijn drie verschillende systemen: 1. Mechanische tractuur 2. Pneumatische tractuur 3. Elektrische tractuur Omdat de mechanische tractuur de eenvoudigste is om te bespreken beperken we ons tot deze soort. (fig 1)

14

Register gesloten De wind kan niet naar de orgelpijp


In de windlade, onderaan, zit lucht. (De windlade is verbonden met de blaasbalg.) Deze lucht kan echter niet uit de pijp omdat er tussen de pijp en de windlade een balkje zit dat de wind volledig afsluit. In deze balk is een opening. Als men nu een bepaald register gaat trekken gaat de balk verschuiven zodanig dat de opening in de balk juist onder de orgelpijp komt. Nu kan de wind er wel door en krijgen we een klank. (fig 2) (Fig. 2) Register open De wind kan door de opening in de balk naar de pijp stromen.

15


Deze balkjes zijn in werkelijkheid brede planken of laden met evenveel gaten erin als er pijpen zijn die er nodig zijn om één bepaald register te kunnen bespelen. (Dus één register met 50 verschillende tonen, heeft 50 pijpen en een lade met 50 openingen erin. (Fig 3) Zo ziet een echte sleeplade er uit.

Een organist kan meerdere registers tegelijkertijd openen. (Hij/zij kan dus meerdere instrumenten tegelijkertijd bespelen.) Het orgel heeft dan ook zijn titel : “KEIZER VAN DE INSTRUMENTEN” niet gestolen.

16


EEN BEETJE GESCHIEDENIS De voorloper van het orgel is de panfluit. We vinden de fluit, of voorlopers ervan terug in bijna alle oude culturen. Andere bronnen vermelden de doedelzak en weer andere de Chinese “Seng� als voorlopers van het orgel. ORGEL : In de bijbel (Genesis 4,21b) vinden we de eerste vermelding van het orgel. Hoe dit instrument werkte en hoe het eruit zag weten we niet.

Koning David te midden van muziekinstrumenten. Op de achtergrond een orgel. 17


GRIEKENLAND. Hier vinden we de eerste afbeelding van een waterorgel. (Hierin zorgde water voor de druk op de blaasbalg) . (ca 240 voor Christus) Terracotta beeldje van een waterorgel, gevonden in Karthago

ROMEINSE RIJK. Afbeeldingen van orgels op Romeinse munten.

18


Orgel van Vitruvius Vitruvius, een Romeins architect, veldheer en ingenieur die leefde tussen 85 en 20 voor Christus maakte een schets van dit orgel

MIDDELEEUWEN Orgel en miniaturen.

Detail uit het�Lam Gods� SintBaafskathedraal Gent

19


VORSTENTIJD

Johan Sebastiaan Bach, misschien wel de grootste componist van orgelmuziek aller tijden, aan het orgel.

20


ORGELRESTAURATIE Een orgel, zeker een orgel als dit van Overmere, is een zeer groot instrument dat zeer robuust gebouwd is. Hierdoor krijg je de indruk dat dit instrument onverwoestbaar is. Niets is echter minder waar. Een orgel heeft enkele zeer belangrijke vijanden.

De belangrijkste zijn: • Grote temperatuurverschillen (hout barst als het te veel

• • • •

blootgesteld is aan schommelingen in de temperatuur. In onze kerk wordt nu, ook tijdens de winter een minimumtemperatuur aangehouden en er is vloerverwarming. Dit is ideaal voor ons orgel!) Stof (zeker bij een restauratie of het herschilderen van de kerk wordt nogal wat stof gemaakt) Vocht (door lekken in het dak . Er is geen enkel houtsoort die tegen vocht kan) Slijtage (dichtingen in de windladen verslijten)

Daarom moet een orgel regelmatig nagezien en herstemd worden. Bij ons gebeurt dit door Stefaan Loncke Eind jaren 90 was ons orgel zo vervallen dat een restauratie noodzakelijk was. Op 7 september 1996 was de restauratie volledig voltooid en werd het orgel terug ingespeeld.

1976

Op werkbezoek bij de restaurateur van ons orgel . Van links naar rechts zie je: Norbert Janssens Lieve Van de Rostyne, Loncke Gabriel, E.H. pastoor Van de Winkel, Roger van de Rostyne, Bertrand Couvreur (de orgelrestaurateur) De fotograaf van dienst , Jan Joos staat er helaas niet bij

21


22


23


Muurplaat met de beschrijving van het orgel. Deze muurplaat vind je terug aan de ingang van de kerk.

Wie meer informatie wenst kan terecht bij : •

www.orgelovermere.be/ Onze eigen website met heel veel informatie. Zowel over de geschiedenis van ons orgel als over de concerten die nu georganiseerd worden.

www.overmere.be/ De Website van de heemkundige kring van Overmere. We verwijzen vooral naar “Het als monument geklasseerde orgel van de O.L.Vrouw , nr 4) Hemelvaartkerk te Overmere” verschenen in het decembernummer van 1990 (Jaargang 8 nr. 4)

www.denderland.be (vooral voor informatie over de fam. Vereecken / Orgelbouwers)

http://realize.be/ancient/orgeln.html (Algemeen over de geschiedenis van het orgel)

www.orgelkunst.be Waarvan het december nummer van 2010 grotendeels gewijd is aan de Vereecken-orgels, met cd-bijdrage waarop ons Overmeerse orgel ook te horen is. Zeer interessant is hier ook de link naar een filmpje op Youtube “Hoe werkt een orgel?”

24

Educatieve brochure 'het orgel'  

Educatieve brochure over het Vereeckenorgel in de Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaartkerk te Overmere. Deze brochure is gemaakt voor leerlingen van...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you