__MAIN_TEXT__

Page 1

FILAKRANT 20

Gratis jaarkrant voor actieve munten- en postzegelverzamelaars in BelgiĂŤ en Nederland

19

Ja ar ga ng no .8

Lang leve het circus

Nieuw Guinea Stripfiguren op Japanse postzegels Bijzondere penningen Biljetten met een verhaal Mooiste meisje van de klas


2

FILAKRANT 2019


FILAKRANT 2019

3

Voorwoord Waar blijft de tijd? Alweer een jaar voorbij en met veel plezier presenteer ik u Editie 8 van de Filakrant. Allereerst mijn dank aan alle redacteuren die ook dit jaar weer vele leuke artikelen hebben ingezonden. Ook dank aan de adverteerders die met hun bijdrage er voor zorgen dat deze krant zonder subsidie gratis kan worden uitgegeven. Filakrant gaat ook dit jaar weer ver over de grenzen. Vele buitenlanders, ook al lezen ze beperkt Nederlands, nemen de Filakrant mee. We krijgen van hen complimenten over de overzichtelijke beurzen-en veilingagenda en de diversiteit van de artikelen. Onlangs kreeg ik een mail binnen.” Beste mensen, Op de Verzamelbeurs in Utrecht vorige week ontving ik uw zeer lezenswaardige Filakrant. Tegen portokosten wordt een exemplaar toegezonden stond erin vermeld. Hoeveel moet ik overmaken voor de toezending? Bij voorbaat dank. Met vriendelijke groet, “

moeten eerst onderzoek doen voordat ze nog meer beurzen en tentoonstellingen gaan opzetten. Als de organisatie of een bestuur besluit om een beurs te stoppen, dan is dat niet voor niets. De handelaren moeten tijd hebben om weer nieuw materiaal in te kunnen kopen op de veilingen om hun boeken en bakken weer aan te kunnen vullen na een beurs. Laat staan dat ze even moeten bij komen van een drukke beurs. Bezoekers kunnen maar een keer hun geld uitgeven en doen dit niet elke week. Het overvoeren van de markt met evenementen werkt alleen maar een grotere terugloop in de hand. Stamptales Onder de naam van Stamptales spelen zich in toneelzaal van de Veluwehal in Barneveld elk jaar weer geweldige taferelen af. Ook hier is wel een kleine terugval te bekennen. Ondanks dat komen er toch jaarlijks ongeveer 60 kinderen per dag naar Stamptales toe. (Tijdens De Dag van de Jeugdfilatelie in november 2018 in Breda waren zeggen en schrijven 2 kinderen aanwezig. En dat werd ook nog gesubsidieërd). Ja, Stamptales is nog het enige evenement waar nog jeugd intensief bezig is met het verzamelen van postzegels.

Deze bezoeker zag deze krant voor het eerst, heeft hem thuis gelezen en de mail gestuurd. Na telefonisch contact met hem komt hij waarschijnlijk als nieuwe bezoeker naar Barneveld toe om onze beurs te bezoeken en een krant op te halen. Er zijn dus nog vele verzamelaars die net, of opnieuw beginnen met verzamelen. Die mensen moeten we natuurlijk koesteren.

Jeugdige bezoekers uit België, Duitsland en Nederland komen naar Barneveld toe om de hele dag (soms zelfs beide dagen) intensief postzegels bezig kunnen zijn. Waar ze deelnemen aan de workshop albumbladen maken, leren uit welk land brieven verstuurd zijn, die in een kleine tentoonstelling laten zien waar zij toe in staat zijn en die, zeker niet als laatste, aan de veiling deelnemen. Een postzegelveiling die zeer professioneel wordt georganiseerd. Alle kavels liggen voor de jeugdige bezoekers ter inzage en tijdens de veiling worden de kavels nogmaals met de beamer op een groot doek getoond. En het mooie is, de veiling kost de jeugd geen geld, het is gratis. Voor aanvang van de veiling krijgen ze hun veilinggeld (punten).De bekwame veilingmeester en zijn helpers leiden dit alles in goede banen. Om dit in stand te blijven houden wil ik uw aandacht vragen voor het volgende.

V.O.V.V. Beurzen: De Apeldoornse Postzegel en Muntenbeurs in Wijkcentrum het Bolwerk gaat goed. Elke maand hebben wij weer nieuwe bezoekers. De loop zit er nog steeds goed in. Hollandfila is met ingang van dit jaar naar voren geschoven en wordt nu op vrijdag 17 en zaterdag 18 mei 2019 gehouden Eindejaarsbeurs staat als een huis binnen de Benelux. Vaak wordt de vraag gesteld waarom de Eindejaarsbeurs nou niet op een vaste datum plaatsvindt. Het antwoord is eenvoudig: de beurs wordt altijd tussen Kerst en Nieuwjaar gehouden en die verspringen steeds. Dus even opletten op welke dagen de Eindejaarsbeurs is en er niet vanuit gaan dat hij op vaste weekdagen is. Al onze beurzen en jeugdevenementen voeren wij uit zonder een cent subsidie. We moeten helaas constateren dat veel andere beurzen hard achteruit gaan. Of er helemaal mee stoppen! Ook verenigingen zien zich genoodzaakt om er mee te stoppen. Vooral bij bestuurswisselingen, is het moeilijk om lege plekken weer op te vullen met nieuwe bestuurders. Misschien een idee om samenwerking te zoeken met andere partijen of verenigingen in de buurt.

“Evert van de Vlekkert Foundation” In de vorige edities vertelde ik dat de Evert van de Vlekkert Foundation is opgericht om het jeugdevenement Stamptales te kunnen blijven financieren. In 2018 heeft de foundation vele donaties mogen ontvangen. Donaties van materialen die rechtstreeks worden gebruikt tijdens Stamptales, maar ook die geld kunnen genereren voor dit evenement. Alle donateurs wil ik hierbij nogmaals hartelijk danken. Om Stamptales jaarlijks in het programma te kunnen behouden blijft de Foundation afhankelijk van uw donaties.

Helaas is er vaak veel eigenbelang binnen organisaties en/of verengingen. Die zou men aan de kant moeten schuiven om samen een goede toekomst te hebben. Samen sta je sterker. Dan kan er ook meer bereikt worden op het gebied van beurzen en verenigingen. Alles in onze verzamelwereld word minder, zo ook de bezoekers en de handelaren die door de leeftijd besluiten om te stoppen met een beurs te bezoeken of op een beurs te staan. Er komen maar weinig nieuwe bij. Organisaties

Dus standhouders en bezoekers: de Foundation houdt zich aanbevolen voor donaties in materiële en in financiële zin. Bij de organisatiestand tijdens de Eindejaarsbeurs en Hollandfila staat een glazen pot waarin geldige munten en bankbiljetten kunnen worden gedeponeerd. Ook de materiële donaties worden door de organisatie (in haar stand) graag in ontvangst genomen. Wij noteren graag naam, adres en woonplaats van de gulle gever. Zo kunnen wij hen later schriftelijk bedanken.

Inhoud Voorpagina 

1

Voorwoord en inhoud 

3

Nieuw Guinea, ons laatste overzeese gebiedsdeel in de Oost  Gouden jubileum Studiegroep ZWP

5 9

Groenland op de Internationale koloniale tentoonstelling 1931 in Parijs Beursagenda 2019 - Aanvullende beursagenda 2019 - De Beurzen van 2019 - Veilingagenda 2019

Kunt u niet aanwezig zijn tijdens één van deze evenementen en wilt u toch een financiële bijdrage leven dan kunt u dat storten op bankrekening NL30 RABO 0314 8335 79 ten name van de Evert van de Vlekkert Foundation in Apeldoorn. Misschien voor sommige lezers overbodig, maar ik wil het toch aangegeven. Jeugdfilatelie Nederland (JFN) is in 2017 opgeheven. Een deel van de activiteiten valt nu onder Stamps4friends van de KNBF. Men richt zich daar nu vooral op beginnende verzamelaars. Dat kunnen jeugdigen zijn, maar uiteraard verder iedereen die zich gaat bezighouden met een nieuwe hobby: postzegels verzamelen. Als je jonger dan 16 jaar bent, is www.stampkids.nl misschien iets voor jou. Dit is een onlineclub, gratis en voor iedereen. Hier kun je diverse informatie opduiken. Ben je ouder dan 16 jaar, dan vind je er adressen en informatie van postzegelclubs bij jou in de buurt. Ben je geen beginnende verzamelaar meer, maar wil je meer diepgang geven aan het verzamelen of gaan tentoonstellen dan geeft Stamps4friends cursussen: Begeleiding Bij Filatelie (BBF) en Begeleiding Bij Exposeren (BBE). Naast de verschillende jeugdclubs, die helaas in groot tempo zijn verdwenen, zijn er nog slechts twee organisaties die zich officieel met jeugd, jeugdactiviteiten en jeugdbeleid bezighouden. Dat zijn de Evert van de Vlekkert Foundation ten behoeve van Stamptales en het Postzegelwinkeltje van het SamenwerkingsVerband Filatelie, welke laatste haar jeugdclubs in het land financieel en materieel ondersteunt en door gelden te genereren voor het dekken van de kosten voor bijvoorbeeld de bezoeken van de jeugdleiders aan Buiten Schoolse Opvang Organisaties (BSO’s) in het oosten van het land. De Eindejaarsbeurs

Tot slot de wens aan iedere lezer, adverteerder, standhouder, bezoeker en elke vrijwilliger van onze organisatie een fantastisch 2019.

Pamela van de Vlekkert

29-30 / 35-37 31-34

11 13

Gildepenningen, een boeiend verzamelgebied

Victor Hugo, voorvechter van een verenigd Europa 

14

Post uit de grote oorlog

Colombia: Leticia en de Volkenbond 

15

De Wilde paarden in Namibie

Stripfiguren op Japanse postzegels Deel 16

15

Biljetten met een verhaal

48-52

Lang leven het circus

18

Uit de wrakkenkaart van Wight

52-55

Niet te vinden

19

100 jaar Rietdijkveilingen 1919-2019

20-24

Colofon

39-41

Afrika: Westelijke sahara en de muur van schaamte42-43 45-46 47

56

Stripfiguren op Japanse postzegels Deel 17

58-59

Mariënburg24-25

Het Mooiste meisje van de klas

59-63

De tandarts slaat weer eens toe

Verenigingen aan het woord

27-28

Barneveld

Voor de ouderen is er in de zaal een keur aan handelaren en organisaties te vinden waar informatie kan worden verkregen of de verzameling verder kan worden uitgebreid. Voor de jeugdigen is Stamptales hét evenement om samen met leeftijdsgenoten uit Belgie, Duitsland en Nederland jou hobby uit te oefenen.

Om zegels geven luchtpostverzamelaars niet zoveel maar ze zijn gek op een zeldzaam luchtpoststuk Ceuta en Melilla 

Bijzondere Penningen

in

is een evenement voor jong en oud.

44 en 63

V.O.V.V. Redactie V.O.V.V. Postbus 887 7301 BC Apeldoorn Tel.: 055 - 355 86 00 / 06 - 30 718 411 e-mail: organisatie@eindejaarsbeurs.nl Vormgeving: Uitgeverij Stedendriehoek Verspreiding: van 27 dec. 2018 t/m 2019


4

FILAKRANT 2019

Inhaber Stefan Jopke

Handelshaus für Briefmarken und Münzen

www.aix-phila-shop.de Als Fachgeschäft bieten wir Ihnen ein reichhaltiges Briefmarken- und Münzangebot zu sammlerfreundlichen Preisen.

• Ankauf/Verkauf • Briefmarken • Münzen • Gold/Silber

Aix-Phila-Shop Friedensstraße 10 • 41564 Kaarst Tel.: 02131-3687130 • Fax: 02131-3687132 jopke@aol.com • Ebay-Shop: diezacke

WIJ STAAN OP DE VOLGENDE BEURZEN: FILATELIEBEURS HILVERSUM, HOLLANDFILA TE BARNEVELD. POSTEX APELDOORN. EINDEJAARSBEURS TE BARNEVELD.

De nr. 1 in verzamel accessoires voor postzegels, postkaarten, munten en zó veel meer… Albumsystemen

Insteekboeken en –kaarten

Accessoires voor Euromunten

Voordrukalbums Boxen, Koffers en Presentatie Cassettes

Klemstroken

Loepen

Muntcapsules

Pincetten Munthouders

Wij staan op de volgende beurzen: Filateliebeurs Hilversum, Holland Coin Fair, Antwerpfila, Postex Apeldoorn

Nu GRATIS aanvragen!

Meer info’s zijn beschikbaar bij uw winkel van vertrouwen of bij LEUCHTTURM direct. Postfach 1340 · D-21502 Geesthacht · Telefon +49 (0)4152 / 801-0 · Fax +49 (0)4152/801-300 · E-Mail: info@leuchtturm.com · www.leuchtturm.com


FILAKRANT 2019

5

Nieuw Guinea, ons laatste overzeese gebiedsdeel in de Oost Door Han Dijkstra

L

iefhebbers van de postgeschiedenis van Nederlands Nieuw-Guinea (afb. 1) verzamelen de uitgiften van dit gebied voornamelijk op geheel poststuk, waarbij vooral gelet wordt op stempels, tarieven en speciale diensten, zoals expresse en aangetekend.

Indië en werden in dit gebied de Nederlands-Indische frankeerzegels gebruikt (afb. 2). Bij de soevereiniteitsoverdracht van 27 december 1949 werd Indonesië een onafhankelijke republiek. Tot woede van Soekarno bleef het Nederlandse gezag over Nieuw-Guinea echter gehandhaafd. Het moederland wilde Nieuw Guinea geleidelijk naar onafhankelijkheid leiden of

Afb. 4 Sorong 23 februari 1950. Mengfrankering ‘Indonesia’ en ‘Nieuw Guinea’. gelukt, daar Soekarno het als zijn grootste ambitie zag het gebied bij Indonesië te voegen, wat hem uiteindelijk ook is gelukt. De oude Nederlands-Indische postwaarden, ook die met opdruk of inschrift ‘Indonesia’ (1948-1949), bleven overigens tot 1 april 1950 als frankering toegestaan (afb. 4).

zegels met de nieuwe naam waren de Paradijsvogels van 1954, die in drie waarden uitkwamen: 5, 10 en 15 cent (afb. 5). Later kwamen daar twee aanvullingswaarden van 20 cent (1956) en 1 cent (1958) bij.

Afb. 7 De kroonduiven verschenen als aanvullingswaarden in 1959.

In hetzelfde jaar (1954) verschenen ook de eerste waarden van de permanente serie Juliana en

Afb. 1 Kaart van Nederlands Nieuw-Guinea. In dit artikel wordt NieuwGuinea, om precies te zijn westelijk Nieuw-Guinea, in groter verband besproken dan gebruikelijk. De nadruk ligt op de verschillende landsnaam aanduidingen, die in de opeenvolgende perioden zijn gebruikt en die ook op de frankeerzegels voorkomen. Dit aspect wordt dikwijls over het hoofd gezien, maar is bijzonder interessant. Tussen 1950 en 2001 is de landsnaam maar liefst vijfmaal gewijzigd!

samen met Australië, dat de andere (oostelijke) helft van het eiland bestuurde, tot een nieuw land omvormen, dat uit het gehele eiland Nieuw Guinea zou bestaan. Ons laatste overzeese gebiedsdeel in de Oost kreeg als volledige naam ‘Gouvernement van Nieuw Guinea’. De gebiedsnaam op de eerste eigen frankeerzegels, die vanaf 2 januari 1950 in omloop werden gebracht, is ‘Nieuw Guinea’, zonder koppelteken (afb. 3).

Afb. 8 De twee waarden van de uitgifte Nieuw-Guinea Raad (1961) op luchtpostbrief naar Nederland.

Afb. 5 15 januari 1954. De paradijsvogelzegels waren de eerste zegels met inschrift ‘Nederlands Nieuw-Guinea’. 2 Nederlands-NieuwGuinea Bij de bevestiging van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden eind 1954 werd Nieuw-Guinea uitdrukkelijker tot deel van het Koninkrijk der

profil. Opvallend is het relatief grote formaat van deze zegels in vergelijking met de Nederlandse, waarop zij zijn gebaseerd (afb. 6). Dit is vanzelfsprekend een gevolg van de lange gebiedsnaam, die wel duidelijk leesbaar

Afb. 9 Huwelijksjubileum (1962) op luchtpostbrief naar Nederland.

Afb. 2 Hollandia 7 mei 1948. Nederlands-Indische frankeerzegels, met dagtekeningstempel van Australische makelij. 1 Nieuw-Guinea Tot 1949 maakte het westelijk deel van het eiland NieuwGuinea deel uit van Nederlands-

De verklaring van deze nogal sobere aanduiding is dat men Indonesië niet al te zeer wilde tarten. Dit is overigens niet Afb. 6 De Julianazegels en profil van Nederland en Nederlands Nieuw-Guinea gezamenlijk op een nagezonden poststuk, waarmee het verschil in formaat mooi wordt geïllustreerd.

Nederlanden verklaard, zij het niet in volledige gelijkwaardigheid. Dit is de reden dat de naam van het gebied ontbreekt op de Statuutzegels van 1954, die in Nederland, Nederlandse Antillen en Suriname werden uitgegeven. De gebiedsnaam werd nu uitgebreid tot ‘Nederlands-NieuwGuinea’, die men zowel met Afb. 3 Aangetekende brief uit Merauke (1956) gefrankeerd met als zonder koppelteken tussen cijferzegel Van Krimpen en Koningin Juliana en face, ‘Nederlands’ en ‘Nieuw’ kan alle met inschrift ‘Nieuw Guinea’. vinden. De eerste frankeer-

op de postzegels moest komen te staan. De kroonduiven van 1959 (NVPH 54-56) waren de laatste permanente frankeerzegels van Nederlands NieuwGuinea (afb. 7). Behalve de permanente zegels gaf NNG bijzondere uitgiften met en zonder toeslag uit. De bijzondere uitgiften zonder toeslag werden ook als ‘semipermanente’ frankeerzegels gebruikt. Vervolg op pagina 7

Afb. 10 Bestelhuis Mindiptana 5 april 1957. Leprazegels op luchtpostbrief 5-10 gram naar Nederland.

Afb. 11 Eerste-dag-envelop Sociale Zorg 1961 (keverserie).


6

FILAKRANT 2019


FILAKRANT 2019

7

Van de opdrukken bestaan vier typen (afb. 12):

UNTEA I 17 mm lage N alle waarden UNTEA II 17 ½ mm hoge N alle waarden UNTEA III 14 mm kleine opdruk alleen de paradijsvogel- en kroonduifzegels UNTEA IV 19 mm grote opdruk alleen paradijsvogel 1 cent en 10 cent

Het binnenlands brieftarief was 25 cent en het luchtposttarief voor een brief naar Nederland tot 5 gram was 55 cent, vandaar dat de nominale waarden, afzonderlijk of in combinatie, altijd voor deze twee meest voorkomende tarieven geschikt waren (afb. 8, 9). Bijzonder fraai zijn de toeslagzegels die tijdens de twaalf jaar dat Nederlands NieuwGuinea bestond, werden uitgegeven, vooral de Lepra- en

Kinderzegels (afb. 10) en de ook nu nog bij thematische verzamelaars zeer populaire series Sociale Zorg met afbeeldingen van inheemse flora en fauna (afb. 11).

Afb. 22 De hoge waarden met de vogels (1970) op eerste-dag-envelop.

Afb. 17 Opdruk ’Irian Barat’ op Indonesische permanente zegels.

3 UNTEA Eind 1962 werd Nederland gedwongen Nederlands Nieuw-Guinea op te geven en over te dragen aan Indonesië. Deze overdracht vond plaats na een overgangsperiode van Afb. 23 Indonesische zegel (1981) met het provinciewapen van Irian Jaya.

Afb. 18 Hier geen opdruk, maar inschrift ‘Irian Barat’. Nederlandse bedrukking op de envelop doorgehaald.

Afb. 13 Frankering 37 cent voor volgeschreven prentbriefkaart naar Nederland.

Afb. 24 Indonesische zegel (2009) met het provinciewapen van Papua Barat = West Papua.

Afb. 19 Eerste eigen frankeerzegels voor het gebied (1968). naar Nederland.

Afb. 14 Dienstbrief Hoofdbestuur PTT NNG naar de VS.

Afb. 25 Territory of New Guinea (1934); aangetekende brief Salamaua.

Afb. 15 Briefkaart met bijfrankering voor het aanvragen van verzoeknummers.

Temporary Executive Authority. Zij noemden het gebied West New Guinea. Het was de eerste keer dat de VN rechtstreeks het bestuur uitoefende Afb. 20 Nieuwe zegels (1970), met gebiedsnaam afgekort I.B. over een betwist gebied. naar Nederland. Negentien waarden van de oude NNG-frankeerzegels werden overdrukt met ‘UNTEA’. De eerste elf verschenen op 1 oktober 1962, de eerste dag

van het UNTEA-bestuur. Een maand later werden de overige acht waarden uitgegeven. De laatste dag van UNTEA was 30 april 1963: Koninginnedag! Niet bepaald een feestdag toen. Het overdrukproces is een studie op zichzelf waard. Er werd indertijd druk gespeculeerd in deze zegels, daar zij zeer gewild waren bij VN-verzamelaars.

Afb. 21 Brief van Wamena (Baliemvallei) naar Djakarta; kilat = expresse. Afb. 26 Papua (1940); gecensureerde brief naar Londen. Afb. 16 Het speciale Anti-Honger-stempel uit de tweede helft zeven maanden onder direct Dit bestuur werd UNTEA van maart 1963. gezag van de Verenigde Naties. genoemd: United Nations

Vervolg op pagina 9


8

FILAKRANT 2019

Internationale Briefmarken-Messe Essen Die nächsten Termine: • 09.-11. Mai 2019 • 14.-16. Mai 2020 • 06.-09. Mai 2021 mit IBRA 2021 • 05.-07. Mai 2022

FILATELIEBEURS 2019

9.-11. M

ai 2019

19

26 + 27 januari 2019

Deutsche und Europa-Meisterschaft für Thematische Philatelie

DUDOK-ARENA HILVERSUM * Gratis entree * Gratis parkeren * Pal naast station HilversumSportpark

Messe Essen, Halle 1 A EINTRITT FREI! 10-18 Uhr bzw. 10-17 Uhr

www.filateliebeurs.nl

Veranstalter: Jan Billion Messeagentur • Postfach 10 82 54 · 40863 Ratingen Telefon + 49 (0) 2102/5 06 75 · Fax + 49 (0) 2102/89 58 25 info@briefmarkenmesse-essen.de • www.briefmarkenmesse-essen.de

FILAKRANT

20

Verschijnt op 27 dec 2019, gelijktijdig met de 1e dag van de Eindejaarsbeurs

NTAKRFANT ILAKRANT FILAKRA FIL 20

Gratis jaarkrant voor actieve

14

Ja arga ng no.

zamelaars in België en Nederland

munten- en postzegelver

Gratis jaarkra

3

Gratis jaarkrant voor actieve munten- en postzegelverzamelaars in België

en Nederland

nt voor actieve

20

15

Ja argn- en munte postze an gn o. 4

gelverzamela

ars in België

20

16

Ja arg an gn o. 5

en Nederland

FILAKRAN

Eindejaarsbeurs 2013: Record aantal van 5148 Kroningstype betalende bezoekers Australian Lig ht Horse Oost-Indiëvaa rder Gratis jaarkr

ant voor actiev

zijn voor infecties is Omdat patrijzen gevoelig te kweken in gevangendeze soort zeer moeilijk in tegenstelling tot schap. Ook zijn de dieren monogaam. kwartels, fazanten en kippen 14 & 15

De Patrijs Ruud Jansen

van het jaar n Estland werd als vogel Een speci2013 de patrijs gekozen. werd op 7 maart ale postegel hiervoor patrijs is de uitgegeven. De afgebeelde De patrijs grijze of Hongaarse patrijs. perdix) is een of het veldhoen (Perdix van fazanten akkervogel uit de familie (Phasianidae).

I

kEnmErkEn 30 centimeter Een volwassen patrijs is ongeveer de kop is kastanjegroot. Hun poten zijn grijs, hebben bovenbruin evenals de keel. Mannetjes in de vorm van dien een kastanjebruine buikvlek hebben een kleinere een hoefijzer. De vrouwtjes vlek. Voor de rest vlek, de jongen hebben geen mannetjes en vrouwis er weinig verschil tussen fazant). gewone de bij tot tjes (in tegenstelling heide, in moerassen, Ze broeden op het gras, broedperiode is van duinen en lage heuvels. De wijfje legt dan 10 tot eind april tot juni en het De broedduur van 20 eieren in een grondnest. bedraagt 26 dagen de Hongaarse of grijze patrijs dagen kunnen de jon(fazant 24 dagen). Na twee hoofdzakelijk dierlijk gen reeds zelfstandig eten, bladluizen en ander voedsel (mieren, spinnetjes, derde week wordt er klein gedierte). Vanaf de voedsel (planovergeschakeld naar plantaardig tenzaden, graantjes, …).

lEEFgEBiEd die in het overDe patrijs is een standvogel voorkomt, waaronder grote deel van Europa Uitzonderingen zijn in Nederland en België. Noord-Scandinavië en het Iberisch Schiereiland, komen vooral in Zuid-Griekenland. Patrijzen voor, zoals weikleinschalige open terreinen 16 - 23 terreinen met landen, akkers en braakliggende houtwallen of heggen.

11 & 12

Bankbiljetten verzamelen

Wist u

IJslandvlucht Graf Zeppelin 28

Nieuwsgierig??

Kunst of kitsch bankbiljetten

17 - 19

De Lyre op antieke munten

“Eindejaarspenning”

van het Giga jeugdevenement 1e editie Dinos erden we in 2009 nog verrast door de auruss en introducStamptales tijdens de Eindejaarsbeurs. In december 2011 volgde de tie van de inmiddels alom bekende (en gewaardeerde) gratis Filakrant.

W

20 & 21 is al 64 pagina’s. De vernieuwingsnu in de handen houdt

vierde editie die u Eindejaarsbeurs Special voorDe drang van de Eindejaarsbeurs is echter nog lang niet over. Tijdens de de jeugd 2014 zal op 29 december tussen 14.00 en 15.00 uur de uitreiking plaatsvinden van de Eerste EINDEJAARSPENNING.

De Alandse

vlag(en zal) worden aan personen met een grote Een onderscheiding die alleen toegekend kan De Penning is (en/of bijzondere) verdienste in de wereld van de Filatelie en/of Numismatiek. zilver. prestigieus zowel in toekenning als uitvoering. 60 mm doorsnee en van Rijksgekeurd Bijgaand een afbeelding van de voorzijde - en achterzijde van de penning.

en postzegelve

rzamelaars

in België en

Nederland

T

17

FILAKRA

NT

s tijdens Eindejaa

rsbeurs

Tijdens de Eindejaar ment), met jaarlijks sbeurs is Stamptales (ons jeugdeveneeen thema. Dit jaar is dat VOC. Donaties voor de jeugd zijn altijd welkom. afgeven bij de Gaarne deze organisatiestand van de V.O.V.V. dat het op de juiste plek Wij zorgen jaar ku kunt u ook spullen terecht komt. De rest van het in leveren tijdens Postzegel- en de Apeldoor Muntenb nse Bolwerk in Apeldoor eurs in het Wijkcent rum Het n (zie adverten Neem anders tie op pagina contact op met 26). de V.O.V.V. 055-3558600. 11 -

Alles over Roofvogels

FILAKRAN

T

20

Ja arg an gn o. 6

Stamptale

40 - 43

23 - 25

Strijd tegen

het water De Evert va n de Vlekk ert Founda tion t.g.v. Stam mptales I Bankbiljetten en postze

45 - 47

Het muntg van IJsland eld

Pag 14 & 15

Pag 28 & 29

Fiddler on the Roof

13 - 15 Kijk op pag 58

Stripfiguren op Japanse postzegels

Pag 16

34 & 35

Alice in Wonderland

Pag 13

De munten van Valkenburg

Bronnen: Estlandse Post , Wikipedia

Nieuw:

e munten-

Japanse Stripfiguren

15

48

Ludwig Hesshaim er

Munten O.Z.O.

17 - 19

50 & 51

Württemberger Fächerstempels

Dubbele wapenstui vers 24 & 25

Hoedt u voor nama ak!

37 & 38

n de Filakra nt van 2016 nen lezen heeft u kun hoe Stamp De grote tales animator gels is ontstaan. en sponso deze jeugda r voor ctiviteiten Vlekkert. was Evert Evert zorgde van de digde serie voor de postze beno 40op de worksh - 43 gels ten behoeve groot aantal albumbladen en voor van kavels voor de veiling een bekostigde deze zaken . uit de motief met de verkopHij hoek en de en Door hetStripfi guren op koopje overlijd en van Evert scorner. mee hetJapan en daar wegva postzegels zijn de kosten llen van zijn sponse ring, voor de jeugda bijna niet ctiviteiten meer te dekken ties door . Ook de dona 50 standh zijn ernstig & 51 ouders en bezoek teruggelopen ers wij de jeugd blijven stimule. Toch willen zegels te gaan of blijven ren om post Stamptales verzamelen The te Louisiana en en. Daarto wij bij postad bezoek e zullen ministraties, en andere standhouders handelaren pen moete gerichte aanko n doen.

w

28 - 31

Stripfigure n op Japanse postzegels

Wij, de jeugdleid ers van het Postduif uit Wijk bij Duurste eerste uur, De aangesloten de en de jeugdleiders van De Globe, later Samenwerkingsv thans ste best om erband Filatelie, doen ons de jeugdact iviteiten door uiter ten. Behalve onze inzet te zet zijn er ook heel veel

dat u ook kunt adverteren? dat het leuke tarieven zijn? dat u ook redactie kunt insturen? dat de krant full color is? dat deze krant 1 jaar looptijd heeft? dat u hierover informatie kunt krijgen bij onderstaand adres?

Lang eve h e c rcus

N euw Gu ne S p gu en a op apanse pos zege s B zonde e penn ngen B e en m e een ve ha a Moo s e me s e van de k as

19

Kleine advertentie voor verzamelaars en/of verenigingen

F akrant b edt de moge khe d aan voor haar ezers om te adverteren n de vo gende aarkrant Deze komt u t op de 1ᵉ dag van de e nde aarsbeurs 2019 op 27 december Voor een bedrag van € 17 50 kunt u een advertent e p aatsen Voor d t bedrag hee t u een advertent e c q oproep d e een oopt d hee t van een aar ang Max maa 300 eestekens d t s nc us e etters c ers spat es komma s punten S u t ngsdatum van n everen s 31 oktober 2019 D t v m opmaak Stuur uw tekst naar organ sat e@e nde aarsbeurs n De V O V V behoud z ch het recht voor om aangeboden teksten te we geren Beta ng na toezend ng actuur nd en uw advertent e wordt opgenomen Gee aan n we ke rubr ek u uw advertent e opgenomen wenst te z en Aangeboden Gevraagd B eenkomsten Beurzen o D versen

V.O.V.V.- / Filakrant - Postbus 887, 7301 BC Apeldoorn NL, Tel: +31-(0)55 - 355 86 00 / +31-(0)6-30717411. Of stuur een mail: organisatie@eindejaarsbeurs.nl

VO VV


FILAKRANT 2019 Er zit echter veel kaf tussen het koren! Wilt u meer over de achtergronden van deze emissie weten, raadpleeg dan het gedeelte over UNTEA in de ZWP-publicatie ‘Plaatfouten en opdrukafwijkingen NNG en UNTEA 1950-1963’, die nog in voorraad is.

9

bene door de Verenigde Naties zelf geïnstigeerd. Dit stempel werd op alle poststukken uit de tweede helft van maart 1963 aangebracht (afb. 16). 4 Irian Barat Vanaf 1 mei 1963 voerde Indonesië het gezag uit over

Afb. 31 Na 1972 nu Papua New Guinea. Afb. 29 Landsnaam Papua and New Guinea. De landsnaam is nu afgekort tot is de postgeschiedenis van het I.B. (afb. 20, 21). In hetzelfde jaar westelijk deel van Nieuw-Guinea kwamen daar nog twee hoge beschreven. Wat gebeurde er in

Afb. 27 Gebruik Australische frankeerzegels na WO II. Ik laat hier enkele voorbeelden van poststukken gefrankeerd met UNTEA-zegels zien: ansichtkaart, brief en ‘radiokaart’, voor het aanvragen van verzoeknummers bij de

westelijk Nieuw-Guinea. Er verschenen vanzelfsprekend nieuwe frankeerzegels: 20 waarden van Indonesië met overdruk of inschrift Irian Barat (= West Irian) (afb. 17, 18).

Afb. 32 Hoewel niet zichtbaar op de zegels, zijn de dollars en centen vervangen door toea’s en kina’s.

Afb. 30 Papua & New Guinea; aangetekende brief na invoering decimale stelsel.

Afb. 28 Papua & New Guinea: eerste eigen zegels voor de eenheidsstaat.

waarden bij met afbeeldingen ongeveer dezelfde periode in van vogels (afb. 22). het oosten, aan de andere kant van de grens, die midden door Vanaf 1971 tot heden gebruikt het grote eiland loopt? het gebied de reguliere Indonesische frankeerzegels. In “Voor de Tweede Wereldoorlog 1973 wordt de nieuwe naam bestond het oostelijk deel uit Irian Jaya. In 2001 is er weer twee gedeelten (afb. 25, 26). Na een naamsverandering: Propinsi de oorlog werden de gebieden Papua. Later vindt nog een verenigd in een nieuwe staatopsplitsing plaats in Papua en kundige eenheid, die tot 1952 Papua Barat (West Papua). Deze de frankeerzegels van Australië gebiedsnamen treft men overi- gebruikte (afb. 27).” gens alleen aan op Indonesische In 1952 werd het een Australisch zegels met afbeeldingen van kle- mandaatgebied (trust territory) derdrachten, wapens of flora en kreeg het eigen zegels met en fauna uit de verschillende inschrift ‘Papua and New Guinea’ of ‘Papua & New landsdelen (afb. 23, 24). Guinea’. Munteenheid in pon5 Papoea-Nieuw-Guinea den, shillings en penny’s (afb. In de voorafgaande gedeelten 28, 29).

Afb. 33 Expresbrief naar Nederland (1981); de nieuwe munteenheid nu duidelijk aangegeven: 75 t (= toea). In 1966 vond, net als in Australië, de overgang naar het decimale stelsel plaats: $ 1 = 100 cents (afb. 30). In 1972 werd de landsnaam Papua New Guinea, om de eenheid van het gebied te benadrukken (afb. 31). Bij de Engelse benamingen traden geen problemen op met kop-

peltekens, in tegenstelling tot het Nederlandse gedeelte van Nieuw-Guinea. In 1975, het jaar van de onafhankelijkheid, werd de munteenheid omgezet in 1 kina = 100 toea (afb. 32). Vanaf medio 1980 wordt de nieuwe munt nadrukkelijker op de postzegels vermeld (afb. 33).

Ook zijn in de loop der jaren verschillende publicaties uitgegeven, waarvan een aantal nog te koop is. Enkele onderwerpen: posttarieven van NederlandsIndië, censuur NederlandsIndië tijdens de Tweede Wereldoorlog, informatie over stempels, aantekenstroken, plaatfouten en opdrukafwijkingen van Nederlands NieuwGuinea en UNTEA, posttarieven Nederlandse Antillen en gelegenheidsstempels van de Republiek Suriname. De con25,- per bijeenkomsten worden geken- scheidenheid aan artikelen over tributie bedraagt €  merkt door een vriendschap- onze interessegebieden. pelijke en ontspannen sfeer, waardoor zowel ver gevorder- Daarnaast is een enorme hoeden als beginnelingen aan hun veelheid informatie, vooral trekken komen. Tijdens de bij- over stempels, te vinden op de eenkomsten worden o.a. pre- website van ZWP: www.stusentaties gegeven en informatie diegroep-zwp.nl , die dagelijks uitgewisseld. Ook is er altijd wordt aangevuld met nieuwe een veiling met aantrekkelijk meldingen. Een aantal voorbeelmateriaal, die alleen voor leden den hiervan is toegankelijk voor toegankelijk is. iedereen, maar alleen als lid Ons mededelingenblad ver- heeft u toegang tot alle domeiJaarlijks worden vijf bijeenkom- schijnt driemaal per jaar in een nen. Deze site wordt intensief sten gehouden: vier gewone en omvang van plm. 80 pagina’s in geraadpleegd door verzamelaars een clubtentoonstelling. Onze kleur, waarin een grote ver- uit alle delen van de wereld.

jaar inclusief elektronische toezending van alle convocaties, veilinglijsten en mededelingenbladen. Voor meer informatie kunt u terecht bij de informatiestand van ZWP, die altijd aanwezig is tijdens de belangrijkste evenementen: Hollandfila, Eindejaarsbeurs, Postex, Brievenbeurs en Filateliebeurs. U kunt zich ook elektronisch als lid of belangstellende aanmelden via het secretariaat: j.dijkstra50@chello.nl of via www.studiegroep-zwp.nl

Radio Omroep Nieuw Guinea In 1968 verschenen pas de eer(RONG) (afb. 13, 14, 15). ste ‘echte’ eigen frankeerzegels van Irian Barat, speciaal ontworBijzondere uitgiften werden pen voor dit gebied: inheemse tijdens UNTEA niet uitgege- flora en fauna, in acht waarden ven. Er werd slechts een spe- (afb. 19). ciaal stempel vervaardigd voor De laatste eigen serie verscheen de wereldwijde actie ‘World in 1970, met afbeeldingen van Freedom From Hunger’, nota houtsnijwerk in tien waarden.

Gouden jubileum studiegroep ZWP

I

n oktober 2018 vierde de ZWP haar Gouden Jubileum. Alle reden om de studiegroep in deze editie van de Filakrant extra in het zonnetje te zetten. In de vorige Filakrant verschenen artikelen over Nederlands-Indië en de Overzeese Rijksdelen in de West. Daarom komt ditmaal Nieuw-Guinea aan bod, het oorspronkelijke interessegebied van ZWP. ZWP werd in 1968 opgericht als ‘Studiegroep Zuid-West

Pacific’, ten behoeve van filatelisten die geïnteresseerd waren in de postgeschiedenis van het voormalige Nederlands NieuwGuinea en aangrenzende gebieden (Australasia). In 1993 vond een belangrijke uitbreiding plaats door de opneming van Nederlands-Indië, inclusief Indonesië. In 2003 vond verdere uitbreiding plaats, ditmaal door de opneming van de overzeese gebiedsdelen in de West: Nederlandse Antillen en Suriname. Hiermee was ons ideaal verwezenlijkt: een studiegroep voor alle liefhebbers van ‘Tropisch Nederland’, waarin ook de posthistorici van Australië en Papoea-NieuwGuinea nog steeds welkom zijn. Daar de oorspronkelijke naam ‘Zuid-West Pacific’ de lading niet langer dekte, werd een nieuwe naam aangenomen: ZWP. De oude naam blijkt echter onuitroeibaar!


FILAKRANT 2019

Postzegel - Partijenhandel Van Vliet Ugchelseweg 50 7339 CK Ugchelen (Apeldoorn)

Info: Bezoek alleen op afspraak. Tel: 055-5416108 / 06-22997267 Mail: info@pzh-vanvliet.nl Website: www.pzh-vanvliet.nl Al ruim 30 jaar zijn we gespecialiseerd in het verkopen van verzamelingen en partijen postzegels. Onze succesformule is gebaseerd op het verkopen zoals het binnenkomt. Er worden dus nooit betere zegels en/of series uitgehaald of los verkocht. Onze prijsstelling is uiterst gunstig te noemen en komt meestal overeen met veiling inzetprijzen. Ook kunt u bij ons terecht voor een abonnement van landen, motieven en uiteraard voor alle benodigdheden op postzegelgebied.

Wij zijn doorlopend op zoek naar nette collecties en/of partijen. Als u iets aan te bieden hebt kunt u altijd even langskomen of bellen voor een afspraak. Taxaties aan huis zijn ook mogelijk.

POSTZEGELVEILING

’LEOPARDI’ VEILINGAGENDA 2019 2014 Nu ook op internet: www.Leopardi.nl

10

POSTBUS 176 7440 AD NIJVERDAL KANTOORADRES: RIJSSENSESTRAAT 203B 7441 AD NIJVERDAL TELEFOON 0548-655855 FAX nr. 0548-655088 EMAIL info@leopardi.nl

in onze EIGEN VEILINGZAAL, Rijssensestraat 203B te Nijverdal.

•• •• •• •• •• ••

Veiling Veiling 189 219 Veiling Veiling 190 220 Veiling Veiling 191 221 Veiling 192 222 Veiling Veiling 193 223 Veiling Veiling 194 224 Veiling

17 19 januari op januari 15 16 maart op maart 10 11 meimei op op5 juli 6 juli op september 20 21 september op november 15 16 november

Vraag de GRATIS CATALOGUS! Tevens renteloze voorschotten op grotere kollekties. W.V. Leopardi, filatelistisch makelaar en beëdigd taxateur.


FILAKRANT 2019

11

Om zegels geven LUCHTPOSTVERZAMELAARS niet zoveel maar ze zijn gek op een zeldzaam luchtpoststuk. Door W. van der Helm

Zo kunt u ook kijken naar het gebruik van één bepaald zegel voor het betalen van het luchtrecht voor het vervoer van een poststuk op één bepaalde vlucht. (Zie afbeelding 4) Deze speciale postzegel was ook in Nederland verkrijgbaar en moest worden afgestempeld met een Nederlands stempel! Ook kunt u een zegel met opdruk in een verzameling opnemen. De poststukken met een dergelijk zegel zijn vaak relatief voordelig te verkrijgen en geven de mogelijkheid om het gebruik ervan nader te bestuderen. (Afbeelding 5)

Z

o luidde de titel van een groot artikel in een landelijk dagblad op woensdag 9 december 1964. Een verslaggever had een interview met de toenmalige voorzitter van de Nederlandsche Vereniging van Aerophilatelisten ‘De Vliegende Hollander’, Drs. J. Boesman. “Wie in deze vereniging postzegelverzamelaars vermoedt, heeft het glad mis”. Dacht hij misschien aan verzamelaars van postzegels afkomstig van de afgebeelde briefkaart en brief? (Zie afbeeldingen 1 en 2.) Toch hebben deze verzamelaars vaak ook belangstelling voor postzegels en vormen daarmee een thematische verzameling. Afb. 4. Enveloppe met de z.g. Pattist-zegel van een gulden voor de speciale postvlucht van Batavia naar Sydney op 12 mei 1931 met een Fokker F.VIII-3m. “Passagiers durfden in vele landen in het begin niet in de onooglijke vliegtuigjes te stappen. Post mocht wel mee, al werden er dan kopieën van de brieven per zeepost verzonden. Wie garandeerde, dat het vliegtuig ze (deze brieven) ongeschonden op de plaats van bestemming zou afleveren?”

Afb. 7. Air Letter Aérogramme van New Brunswick naar The Hague van 14 juli 1968. Wilt u een heel ander gebied van de aerofilatelie betreden en datgene wat in de bestaande luchtpostcatalogi staat naast u neerleggen, dan is de mogelijkheid om te kijken naar de gebruikte typen vliegtuigen. Zo is er omstreeks 1960 een grote verandering gekomen omdat luchtvaartmaatschappijen van propellervliegtuigen overgingen naar het gebruik van straalvliegtuigen. Een mooi voorbeeld zijn de twee luchtpostbladen van de Verenigde Staten van Noord Amerika. De afzender en de geadresseerde van beide brieven zijn gelijk. Het eerste exemplaar is verzonden op 11 maart 1959 en het tweede op 14 juli 1959. Zie het verschil! (Afbeeldingen 6 en 7) Ook kan men kijken naar de verschillende typen vliegtuigen op postwaardestukken. Als voorbeeld de ‘Havilland Comet’ op een aerogramme van Australië. (Afb. 8)

Afb. 1. Briefkaart van Rotterdam naar ‘s-Gravenhage op 26 november 1923 met een mooi vlagstempel maar als de zegels worden afgeweekt, niet geschikt voor een verzameling.

Afb. 2. Enveloppe met frankering 2 cent verzonden op 22 september 1952.

Afb. 5. Enveloppe met zegel met opdruk van 50 cent. Dit zegel heeft een “gaatje” in de linkerbovenhoek en is als zodanig toch een gaaf exemplaar!

De tekst in het artikel gaat verder met “Luchtpostverzamelaars mogen vaak zeer kostbare postzegels in hun collectie hebben, dat interesseert hen eigenlijk helemaal niet. Neen, deze lieden in hun vereniging met eigen literatuur, eigen catalogi, eigen keurmeesters en veilingen doen hun best de geschiedenis van de luchtvaart in poststukken vast te leggen”. De toenmalige voorzitter was een zeer belangrijk persoon in de wereld van de luchtpostverzamelaars

Postvervoer per vliegtuig werd al in een aantal landen gedaan en in juli 1920 werd dit ook vanuit Nederland mogelijk toen de K.L.M. met gehuurde vliegtuigen van Amsterdam (Schiphol) naar Londen (Croydon) ging vliegen en daardoor kon een poststuk binnen één dag worden overgebracht (Zie afbeelding 3). Een verzameling luchtpoststukken uit deze beginperiode is zeer mooi, maar ook uitdagend vanwege de vele bijzonderheden. Afb. 8. Aerogramme van Kingston, Tasmanië naar ‘s-Gravenhage van 8 december 1964.

Afb. 3. Briefkaart van een Engelsman verzonden naar een vriend in Londen. Behalve het porto van de briefkaart naar het buitenland moest er ook 15 cent luchtrecht worden betaald. en stond mede aan de basis van de stichting van de Fédération Internationale des Sociétés Aerophilatéliques (F.I.S.A.), een internationale vereniging waarbij ook ‘De Vliegende Hollander’ is aangesloten. De meeste leden beginnen als postzegelverzamelaar maar raken door een of andere oorzaak geïnteresseerd in het verzamelen van poststukken en als het vervoer daarvan ook nog per vliegtuig heeft plaatsgevonden, met alle kenmerken daarvan, wordt het verzamelen nog aantrekkelijker. Tot de komst van het internet was het belangrijk dat berichten snel van de afzender naar de geadresseerde konden worden gebracht. Op poststukken binnen Nederland was het begin vorige eeuw normaal dat een poststuk binnen een dag al was bezorgd. Voor bezorging naar het buitenland was de komst van het vliegtuig voor het vervoer van post een uitkomst. Het was wel met vallen en weer opstaan en daardoor zijn er vele verhalen te koppelen aan luchtpoststukken.

Afb. 6. Air Letter Aérogramme van New Brunswick naar ‘s-Gravenhage van 11 maart 1968. Toch biedt het verzamelen van luchtpost veel meer dan de meeste postzegelverzamelaars vermoeden. Een wereldverzameling maken is thans onmogelijk. Dat kon circa 1930 nog wel, er waren toen personen die zo’n verzameling hadden. Gelukkig zijn er veel meer mogelijkheden om met het verzamelen van luchtpost te beginnen. Allereerst zijn er veel meer publicaties beschikbaar (o.a. in de Bondsbibliotheek in Houten) dan circa 50 jaar geleden. Verder houdt ‘De Vliegende Hollander’ regelmatig bijeenkomsten met lezingen en kan men gezellig met elkaar van gedachten wisselen. “De oplettende aerofilatelisten krijgt door een beetje studie een aardige indruk hoe de luchtvaartmaatschappijen door de jaren heen financieel zijn gevaren. Tal van oude poststempels vermelden de namen van “dode” steden. De K.L.M. bijvoorbeeld vloog in de jaren twintig [van de vorige eeuw] op Göteborg. Die plaats verdween uit het net, toen de lijn niet meer lonend was. Het luchtposttarief is van huizenhoog omlaag gevallen. In 1927 moest de afzender van een brief naar Batavia een tientje neertellen. Vorig jaar[1963] vergde een brief naar Djakarta dertig en nu veertig cent”.

Op verschillende tentoonstellingen kunt u prachtige voorbeelden aantreffen van luchtpostverzamelingen. De vereniging organiseerde bijna vanaf de oprichting op 1 januari 1936 en ook tijdens de WOII bijeenkomsten met tentoonstellingen en lezingen. Sinds 1962 wordt ieder jaar een Dag van de Aerofilatelie gevierd met luchtposttentoonstelling. (Zie afbeelding 9) Ook luchtpostverenigingen in andere landen vieren zo’n dag vaak met een tentoonstelling. Dit zijn de gelegenheden om te kijken hoe en waarom (lucht)postzegels zijn gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld: het verzenden van een poststuk naar een persoon ergens op de wereld. (cursief is overgenomen uit het betreffende artikel.)

Afb. 9. Bijzondere enveloppe van de 57ste Dag van de Aerofilatelie.

Nieuw! Verenigingen aan het woord. Zie pagina 44 en 63


12

FILAKRANT 2019


FILAKRANT 2019

13

CEUTA en MELILLA Door Hans Vinkenborg / K.S.P.

A

an de noordkust van Marokko, tegenover Gibraltar en Almeria, liggen de twee Spaanse enclaves Ceuta en Melilla (zie het landkaartje voor een exacte plaatsbepaling, afbeelding 1). Ceuta en Melilla vormen het enige stukje Europese Gemeenschap op het Afrikaanse continent. Met een inwonertal van ruim 70.000 is Ceuta een Spaanse enclave van 18 km² in Marokko, recht ten zuiden van Gibraltar. Melilla, met 60.000 inwoners en een oppervlakte van 14 km², is een Spaanse stad die meer naar het oosten in de richting van Algerije ligt. In dit artikel wil ik u iets meer over de geschiedenis van deze gebie­den vertellen en laten zien dat er in de Spaanse filatelie een aantal malen aandacht aan deze gebieden is ge­schonken.

Melilla werd rond 1496 door de Spanjaarden veroverd en ligt op de plek waar 3 eeuwen vóór Christus het oude Rusaddir lag dat eerder een Fenicische, Carthaagse, Romeinse, Byzantijnse en Berberse handels­nederzetting was. Ceuta wordt voor het eerst in de geschiedenisboeken vermeld in 240 jaar vóór Christus en was later in de Romeinse tijd bekend als havenstad onder de naam Septem Fratres en daarna onder de Arabische naam Sebta of Cibta, waarvan de huidige naam is afgeleid. In de periode van 1415 tot 1580 behoorde Ceuta tot Portugal; daarna ging het in Spaanse handen over die de plaats aanvankelijk als straf­kolonie gebruikte, net als Melilla. Deze overgang naar Spanje werd in 1640 (toen Spanje en Portugal formeel uiteen gingen) door vrije verkie­zingen bevestigd, omdat de bevol­king zich toen unaniem uitsprak vóór Spanje en tegen Portugal. Het werd daarna nog vele malen door de Moren aangevallen en van 1694 tot 1720 zelfs bezet, maar de Moren kregen geen vaste grip op deze enclave.

De grote opkomst van beide steden op het strookje Afrika dateert uit die tijd toen de herovering van het lberisch schiereiland op de Moren was voltooid. Het Castilliaans vorstenhuis versterkte zijn positie in het westelijk deel van de Middellandse Zee met de vestiging van enkele bruggenhoofden langs de Noord-Afrikaanse kust die dienst deden als militaire uitvalsbasis. Aanvankelijk waren de stadjes Ceuta en Melilla niet meer dan een toevluchtsoord voor Spaanse schepen tegen piraten. Eerst toen de Spaans-Marokkaanse oorlog in 1860 ten einde was, groeide het econo­mische belang van de enclaves en daarmee het aantal inwoners. Het territorium werd uitgebreid en het werd een vrijhandelsgebied dat veel ondernemers van het Spaanse vasteland aantrok. De handel met het Marokkaanse achterland kwam ver­der op gang en in beide steden werd een Spaans garnizoen gevestigd dat op zijn beurt weer aantrekkingskracht had op vrije beoefenaars van dienst­verlenende beroe­pen zoals kleine ambachtslieden, uitbaters en prosti­tuees.

Sinds 1863 is Melilla een Spaanse vrijhaven, terwijl het door de Span­jaarden als een strafkolonie en een militaire legerplaats werd gebruikt waar een divisie is gestatio­neerd. In 1921 bezette Abt el-Krim de stad en wist haar 5 jaar te behouden. Melilla is daarna vooral bekend geworden als de plaats waar in 1936 na een opstand van Spaanse legerofficieren de militaire beweging onder leiding van Franco op gang kwam die uiteindelijk de inlei­ding vormde tot de Spaanse Burgeroorlog. Vroeger behoorde Melilla tot de provincie Almeria en later tot Malaga. Het heeft nog steeds een oude binnenstad die door vestigingsmuren, poorten en torens is omgeven. Het ligt op een schiereiland dat ‘Cabo tres Forcas’ heet (de Drie Galgen Kaap). In Melilla eindigt een spoorlijn die de stad met het Rif Gebergte en het verdere achterland verbindt. Daarom bestaan de tegen­woordige activiteiten naast de visverwerking en fruit- en levens­middelen­industrie uit de overslag van lood, zink en ijzererts

uit de Marokkaanse mijnen. Daarnaast heeft men in Melilla een botenbouw industrie, hout­zagerijen en een belangrijke van grote Spaanse begrotingstekorten wordt overigens weer se­ meelfabriek. Maar het toerisme vormt momenteel de belangrijkste rieus gesproken over opheffing van al die decentrale autonome regeringen omdat het een kostbare geldverslindende organisatie bron van inkomsten. wordt gevonden; daar zijn de decen­ tra­ le regeringen overigens Ceuta behoorde vroeger tot de provincie Cádiz en ligt recht onder nog niet van overtuigd zoals u aan het verzet in de omgeving van Gibral­tar, vlakbij Tanger en Tetuan. De stad ligt op een schiereiland Barcelona (Cata­luña) de laatste jaren heeft kunnen merken. met 7 heu­vels en pieken; de hoogste heet Jebel Sidi Moussa en wordt beschouwd Abila te zijn, een van de twee pilaren van Hercules. In Aan Ceuta en Melilla zelf wordt enkele malen specifieke aandacht de Moorse tijd was het vooral in gebruik als handelsplaats voor geschonken in de Spaanse filatelie. Allereerst komen beide smeedwerk en voor de handel in slaven, goud en ivoor. In Ceuta stadstaten natuurlijk voor in de wapen­serie van 1966; beide zegels is – net als in Melilla - nog steeds een grote Spaanse militaire basis met de wapens zijn hierbij afgebeeld. Het betreft 2 zegels van elk 5 gevestigd en ook deze stad is een handels- en vissershaven. In 1956 peseta’s bekend onder Ed.nrs. 1702 en 1703 (afbeelding 4). Pas veel later, in 1983, komen zowel Ceuta als Melilla voor in de langjarige werd Ceuta tot vrije stad en vrijhaven ver­klaard. serie met toeris­tische afbeeldingen die officieel de serie heet te Later werd de ligging van Ceuta en Melilla aan de periferie van Spanje zijn van ‘landschappen en monumenten’. De zegel van Ceuta (Ed.nr. een groeiend nadeel naarmate de handelsrelatie van de enclaves 2726, frankeerwaarde 16 peseta’s) toont de prachtige voorgevel van met het achterland aan betekenis inboette. Hiervoor was ook de de kathedraal van Ceuta en de zegel van Melilla (Ed.nr. 2727, fran­ bewuste Marokkaanse isolering van beide steden verantwoordelijk. keerwaarde 38 peseta’s) toont de toegangspoort Puerta de Santiago Zo ontwikkel­de zich steeds meer een in zichzelf gekeerde Spaanse die onder­deel uitmaakt van de hiervoor genoemde ommuring van gemeenschap die weinig ophad met de autoriteiten in Madrid en de oude binnenstad (afbeelding 5). met de groeiende Moslim-minderheid die zich zonder officiële papieren in Ceuta en Melilla vestigde. Deze tegenstelling legde de kiem voor oplopende etnische spannin­gen. In de jaren zeventig was de introductie van de nieuwe vreemdelingenwet in Spanje voor veel Moslims aanleiding om zich met geweld tegen de Spaanse hegemonie te verzetten. Het gestook van Marokko in de interne aangelegenheden van de encla­ves, zijnde het laatste bolwerk van Spaans kolonialisme in Afrika, is aan deze rebellie niet vreemd. Spanje gaf evenwel geen politieke krimp en bleek niet van plan om op korte termijn van de steden afstand te doen. Met Marokko hebben de auto­riteiten in Madrid daarna een akkoord gesloten waarin de status quo van Ceuta en Melilla nog Ten­slotte is er begin 1998 opnieuw aandacht aan beide steden eens wordt be­vestigd. geschonken, nu met hele moderne foto-impressies die elk voorzien zijn van de vlag van de stad (afbeelding 6). Deze zegels zijn uitgegeven toen de steden in 1998 autonome entiteiten onder de Spaanse Grondwet zijn geworden, dus met zelfstandig bestuur, etc. Beide zegels hebben een frankeerwaarde van 150 peseta’s. De zegel van Ceuta toont een deel van het in zee uitstekende fort met de dikke stenen muren en torens die onderdeel van het vroegere verdedigingssysteem uitmaakten. De vlag toont het wapen van Ceuta tegen een zwart-witte achtergrond met diagonalen. De zegel van Melilla toont een fraai wit kerkje alsmede de vlag van Melilla tegen een egaal blauwe achtergrond.

Nadat de nieuwe Grondwet in Spanje in 1978 van kracht werd zijn Ceuta en Melilla in 1998 als één van de laatste een autonome entiteit binnen het Spaanse verband ge­worden (afbeelding 2). Door deze constructie wordt gepoogd om een belangrijk deel van de be­ voegd­heden en functies die daarvoor centraal vanuit Madrid werden gecoördineerd, over te dragen aan deze stadstaten. Hetzelfde proces is destijds in gang gezet voor de 17 overige autonome gebieden van Spanje: Andalucía, Aragón, Asturias, Balea­res, Canarias, Cantabria, Castilla-la-Mancha, Castilla-Leon, Cataluña, Comunidad Valenciana, Extrema­dura, Galicia, Madrid, Murcia, Navarra, País Vasco en La Rioja. Elk van deze gebieden heeft sindsdien een eigen regering en decentrale wetgeving en een eigen parlement dat al naar gelang de historie, Cortes, Asamblea, Parla­mento, Diputación of Junta General genoemd wordt.

In de laatste 10 jaar zijn beide enclaves regelmatig in het nieuws omdat veel Afrikaanse (voornamelijk economische) vluchtelingen over de hoge hekken klimmen om in Ceuta of Melilla (en daarmee in Spanje) te belan­ den. Recente verdragen tussen Spanje en o.a. Marokko hebben echter geregeld dat Spanje hen weer kan terugbrengen naar ‘de andere kant van het hek’ zodat zij niet door Spanje worden opgenomen, tenzij die vluchteling een nietEen mooi overzicht van de autonome gebieden binnen Spanje is economische noodzaak voor het vluchten kan aan­tonen. Voorlopig te zien op het eind 1996 uitgege­ven vel “Mapa Oficial del Estado zullen deze enclaves helaas nog niet uit het nieuws verdwijnen. Autonomico” (Ed. nr. 3460, afbeelding 3) waarvan u hierbij een afbeelding aantreft. Links ziet u het wapen van Spanje en rechts Bronvermelding: een landkaart met de auto­ nome gebieden, waarbij onderaan • Zegels uit eigen verzameling; Ceuta en Melilla met hun vlaggen zijn afgebeeld. In de huidige tijd • Informatie en kaartjes van het internet.


14

FILAKRANT 2019

Victor Hugo, voorvechter van een verenigd Europa Door Marcel van Graven

Zo hield hij, als afgevaardigde van Parijs, op 1 maart 1871 in de Franse Nationale Vergadering te Bordeaux een gloedvolle toee Romeinen, Karel de Grote, Napoleon Boneparte spraak (ter gelegenheid van het Vredesverdrag met Duitsland) of Hitler, het waren allen Europese machtswellus- die hij onder groot enthousiasme besloot met een opzienbarende telingen die met geweld en wrede oorlogen meer een- voorspelling.

D

heid in Europa wilden brengen. Maar in de loop van de laatste eeuwen waren er ook beroemde personen of politici, die op vreedzame wijze en via onderhandelingen streefden naar een Europese eenwording. Het waren niet de vechters, maar de VOORVECHTERS van een VERENIGD EUROPA, die hun tijd ver vooruit waren. Op één van deze verlichte geesten willen wij hierna de schijnwerper richten n.l. VICTOR HUGO.

Hauteville Woonhuis van Victor Hugo 

Standbeeld van Victor Hugo 

“………..Laten wij niet langer verdeelde volken zijn, dat wij één verenigde familie zullen zijn – één Republiek. Geen grenzen meer, de Rijn van U en mij. Wij zullen de zelfde Republiek zijn, wij zullen de Verenigde Staten van Europa zijn……….”

Verenigd Europa eik op Hauteville 

VICTOR HUGO werd op 26 februari 1802 in Besançon geboren en was één van Frankrijk’s grootste romanschrijvers en dichters en de overheersende figuur uit de Franse letterkunde. Wereldberoemd werd o.a. zijn sociale roman “Les Misérables”. Hij was ook een getalenteerd schilder en tekenaar (zie zijn pentekening op een zegel van Luxemburg uit 1953).

Wandkleed op Hauteville 

Victor Hugo (1802-1885) Dichter en schrijver Serie zegels ter herinnering aan Victor Hugo’s ballingschap op (gewijzigde waarde en kleur) Frankrijk: 9-5-1938 Guernsey (1855-1870) Guernsey: 6-6-1975

Victor Hugo (1802-1885) Dichter en schrijver Uit: Beroemde personen Frankrijk: 11-12-1933

Victor Hugo (1802-1885) Dichter en schrijver 50e Sterfdag Frankrijk: 30-5-1935

Wegens oppositie tegen keizer Lodewijk Napoleon III moest hij uitwijken naar het eiland Guernsey waar hij jarenlang, van 18551870 als balling woonde in Hauteville. Hij weigerde te profiteren van de aan hem verleende amnestie en keerde pas na de val van het keizerrijk naar Parijs terug. Hij werd als een ware nationale held ingehaald en prompt verkozen voor de Nationale Assemblee.

Portret en handtekening van Victor Hugo op achtergrond Kasteel van Schengen 200e Geboortedag van Victor Hugo (1802-1885) Luxemburg: 14-5-2002 Victor Hugo (1802-1885) Dichter en schrijver Ter gelegenheid van de 200e geboortedag van Victor Hugo heeft Uit: Beroemde personen, DDR: 11-8-1952 Guernsey op 6 februari 2002 een blokje met zes zegels uitgegeven waarop afbeeldingen van figuren uit de wereldberoemde roman “Les Misérables “ door Victor Hugo geschreven tijdens zijn verbanning op Guernsey. Achtereenvolgend: - Victor Hugo met op de achtergrond Guernsey’s hoofdstad St.Peters Port - Javert - Cosette - Cosette en Marius - Valjean - Roman «Les Misérables« en muziekblad van de gelijknamige musical

Victor Hugo (1802-1885) Dichter en schrijver Uit: Weldadigheidsserie, Frankrijk: 16-11-1936

 Victor Hugo (1802-1885) naar een schilderij van Bastien Lepage (1848-1884) Luxemburg: 14-3-1977

Guernsey: 6-2-2002

Pentekening door Victor Hugo van zijn tijdelijke woning in Vianden (1871) Luxemburg: 18-5-1953

Victor Hugo (1802-1885) Dichter en schrijver Uit: Beroemde personen, Frankrijk: 23-2-1985

Een van de politieke denkbeelden die Hugo zijn hele leven zou beijveren, zowel in zijn toespraken als in zijn geschriften, was dat van de toekomstige Verenigde Staten van Europa. Hugo’s tijdgenoten beschouwden dit idee als absurd en utopisch, Frankrijk en Duitsland waren immers erfvijanden.

Maar het zou nog een eeuw duren tot de Europese Staten besluiten om dit idee te realiseren. Nadat hij met diezelfde Nationale Vergadering in botsing kwam was zijn politieke rol uitgespeeld. Na zijn dood op 22 mei 1885 te Parijs werd Victor Hugo niettemin als eerbetoon bijgezet in het Panthéon.


FILAKRANT 2019

15

Colombia: Leticia en de volkenbond Door Hans Vinkenborg/LACA

I

n de dertiger jaren ontstond een geschil over de status van Leticia waarbij de Volkenbond te pas kwam om dit op te lossen. Waarom vertel ik u hierna. Omdat u wellicht niet weet waar Leticia ligt laat ik eerst een kaart zien van Colombia zodat u deze stad kunt plaatsen (afbeelding 1).

omdat de stad aan de Amazone rivier lag had het strategische waarde wegens de toegang tot Brazilië en de Atlantische Oceaan. Het hoorde bij Colombia op grond van een Verdrag uit 1922. Vanuit Peru was Leticia veel makkelijker te bereiken en dus woonden er heel veel Peruvianen. In september 1932 werd de stad dan ook ‘ingenomen’ door inheemse groepen en een legereenheid uit Peru. Vanwege de ligging was het voor het Colombiaanse leger niet eenvoudig om iets tegen deze ‘inname’ te doen. Ze probeerden nog om een aantal bewapende schepen (‘gunboats’) om de noordkust van Zuid-Amerika heen de Amazone op te sturen, maar een ontzet bleek niet mogelijk.

Daarom werd de SCADTA te hulp geroepen, de Sociedad Colombo-Allemana de Transportes Aereo, om troepen naar Leticia te vliegen (afbeelding 2). SCADTA had geen vliegveld nodig want het bezat watervliegtuigen, zoals de afgebeelde Junkers F-13, die konden landen op de iets noordelijker gelegen Rio Putumayo (afbeelding 3).

niet opgelost en een voorlopig bestand werd overeengekomen. Deze expeditie was achteraf bezien de enige militaire actie waar de SCADTA ooit aan heeft meegewerkt. Ondertussen was er een nieuwe sterke man benoemd tot president van Peru, hij was een goede vriend van de president van Colombia. De strijd om het bezit van Leticia was voor beide heren een beschamende vertoning ondanks het feit dat de Peruviaanse bevolking sterk bleef aandringen op overname van de stad. Om hun beider gezicht te redden besloten ze daarom samen om de Volkenbond in te schakelen om een oplossing te bereiken; het bleek achteraf het enige conflict dat de Volkenbond ooit heeft beslecht. In mei 1933 werd een wapenstilstand bereikt waarna in goed overleg door alle partijen in juni 1934 werd besloten dat Leticia bij Colombia moest blijven. Maar wat heeft dit met postzegels te maken? In deze periode had de Volkenbond een vredesmissie gestationeerd in Leticia om de vrede te bewaren en met dat leger is per post gecorrespondeerd. De brief uit Zwitserland die hierbij wordt getoond is gericht aan dhr. GarciaPalacios, de secretaris van de Volkenbond ter plaatse. Op de achterzijde van de brief is dan ook zijn persoonlijke stempel geplaatst ter bevestiging van de ontvangst. De brief is verzonden op 23 maart 1934 vanuit Geneve en per schip naar New York gezonden waarna PanAm de brief naar Barranquilla heeft gevlogen. Op 2 april werd hij daar opgepikt door de SCADTA die hem op 3 april afleverde in Bogota. Waarschijnlijk vloog SCADTA de brief zelf ook door naar Leticia waarmee zij een onregelmatige verbinding in stand hielden. Pas op 7 april kwam de brief aan bij de geadresseerde in Leticia (afbeelding 4).

ook de tekst op de blauwe sticker op de brief. Hierbij moet opgemerkt worden dat post die tot 1932 door SCADTA werd vervoerd gefrankeerd moest worden met speciale postzegels die met een letter het land van herkomst aangaven. Dit was omdat SCADTA geen formeel postvervoerscontract had gesloten met de Colombiaanse (en andere) overheid en dus geen subsidie of vergoeding ontving voor dit vervoer. Die post viel dus buiten de UPU paraplu. Maar op 1 januari 1932 sloot SCADTA alsnog een contract met de regeringen zodat de post vanaf dat moment gewoon gefrankeerd kon worden met postzegels uit het land van herkomst. En omdat de getoonde brief tot de officiële correspondentie behoorde van de Volkenbond mocht deze gefrankeerd worden met 2 dienstzegels van de Volkenbond uit Zwitserland.

Leticia is een kleine Colombiaanse stad bij het drielandenpunt van Colombia, Peru en Brazilië. De stad ligt in het uiterste zuiden van het land, in het departement Amazonas in het Amazone-bekken. De stad heeft ongeveer 35.000 inwoners. Op de kaart ziet u Leticia helemaal onderaan (omcirkeld) als u de kleine lettertje tenminste kunt lezen. Op dat punt raakt Colombia de Amazone rivier en is Leticia ook nog een belangrijke havenstad. Begin 1933 waren er gevechten tussen Colombia en Peru, die beiden het stadje als hun gebied claimden en waar de Volkenbond bij werd Bronvermelding: betrokken. Maar wat was er nu eigenlijk aan • Artikel van dhr. G. Struble uit Copacarta, de hand ? In die tijd was Leticia bijna onmo- De Peruvianen waren in shock dat er begin Uit de voldoende airmail frankering op deze brief het blad van de Amerikaanse Colombia/Panama vereniging. gelijk over land te bereiken vanuit Colombia 1933 plotseling allemaal Colombiaanse soldaten blijkt dat deze route via New York en Bogota wegens de dichte jungle en de bergen. Maar binnenkwamen, maar het conflict werd daarmee door de Volkenbond vaker gebruikt werd, zie • Informatie en afbeeldingen van het internet.

Stripfiguren op Japanse postzegels Door Aimé Van Laarhoven Keroro Gunso De twaalfde serie van de animatie reeks werd uitgegeven op 22 januari 2010. Het blaadje bevat 10 zegels van 80 yen waarop stripfiguren uit de manga en anime “Keroro Gunso” zijn afgebeeld. In de marge van het blaadje staan de belangrijkste figuren, Sergeant Keroro en Fuyuki Hinata.

De afmetingen van het blaadje zijn: Breedte = 140,25 mm, hoogte = 212,5 mm. De afmetingen van de zegels: Breedte = 28,05 mm, hoogte 1 = 36,5 mm en hoogt 2 = 33,5 mm. De oplage bedraagt 1,3 miljoen blaadjes. De stripfiguren op de postzegels zijn: (1) Keroro (2) Hyuuga Huyuki (3) Hyuuga Natsumi (4) Korporaal Giroro (5) Tamama (6) Nishizawa (7) Sabouraud (8) Eerste Sergeant Kururu (9) Dororo Dororo (10) Azumaya Koyuki Keroro Gunso, uitgebracht in het Engels als Sgt. Frog, (Sergeant Kikker) is een manga serie bedacht en getekend door Mine Yoshizaki. De manga werd later voor een TV anime bewerkt en geregisseerd door Junichi Sato. Zowel de anime als de manga zijn komedies die de pogingen volgen van een peloton kikkerachtige buitenaardse wezens die trachten de aarde te veroveren. Sergeant Keroro, de hoofdfiguur, is de leider van het peloton. Hij is echter aan de goodwill van een menselijke familie overgeleverd nadat hij gevangen genomen is toen hij zich wou verbergen in de slaapkamer van de dochter van de familie. In het verhaal wordt Keroro gedwongen om de boodschappen te doen en zinloze klusjes voor het gezin op te knappen nadat zijn peloton zich van hun opdracht heeft teruggetrokken. De serie put haar humor uit een combinatie van woordspelingen, fysieke komedies, situationele ironie en tal van populaire verwijzingen naar vroegere manga’s en anime’s. Vooral ‘Gundam’, ‘Space Battleship Yamato’, ‘Dragon Ball Z’ en ‘Neon Genesis Evangelion’ worden geparodieerd, wat een bonus is voor iets oudere lezers of kijkers. Zowel de manga als de anime zijn beladen met diverse popcultuur verwijzingen. Het verhaal in de manga en anime richt zich op de steeds verslechterende omstandigheden van het ‘Keroro Platoon’. Dit is

Deel 16

een groep van wel twee meter hoge kikkerachtige wezens van de planeet Keron, die voortdurend proberen om de wereld te veroveren maar iedere keer jammerlijk falen. De leider van het peloton, sergeant Keroro, is snel afgeleid en zou liever zijn tijd besteden aan het maken van kunststof ‘Gundam’ modellen en surfen op het internet dan de aarde te veroveren. Dit tot groot ongenoegen van de oorlogszuchtige korporaal Giroro. Afgezien van de luiheid van Keroro is de familie Hinata het grootste opstakel op de weg van hun missie. De familie Hinata heeft hem gevangen genomen en laat hem nu allerlei handenarbeid uitvoeren. Vooral de dochter Natsumi zorgt er voor dat hij constant misbruikt wordt. Naast Keroro zijn er nog vier andere leden van het Keroro peloton die op een bepaalde manier gebonden zijn aan mensen die nauwe kontakten hebben met de Hinata familie.

De manga ‘Keroro Gunso’ is gepubliceerd in Japan door ‘Kadokawa Shoten’ en uitgebracht in het magazine ‘Shõnen Ace’. In 2005 heeft de manga de ‘Shogakukan Manga Award for Children’s Manga’ gewonnen. De Engelse versie is gepubliceerd door ‘Tokyopop’ onder de titel ‘Sgt. Frog’. De anime is geproduceerd door ‘Sunrise’ en is gedurende geruime tijd iedere zaterdag uitgezonden om 10 uur in de morgen door TV Tokyo, Animax en TXN. Daarnaast zijn nog 5 films geproduceerd voor in de bioscoop. In 2006 ‘Keroro Gunso the Super Movie’, in 2007 ‘Keroro Gunso the Super Movie 2’ (Deep Sea Princess), in 2008 ‘Keroro


FILAKRANT 2019

Filakrant eenmalig per post ontvangen: Toezending van Filakrant (ook in grotere aantallen) is alleen mogelijk bij vooruitbetaling van de geldende portokosten. Neem van te voren even contact op met de V.O.V.V. via telefoon nr.: 055-3558600 / 06-30718411 of per e-mail organisatie@eindejaarsbeurs.nl. Betaling op bankrekeningnummer: NL48 RABO 039.31.20.112 t.v.n. V.O.V.V. Apeldoorn. V.O.V.V.

Ondervermelding van Naam, Adres, Postcode en Woonplaats. “We change security in hospitality with an eye for security”

Geïnteresseerd in onze dienstverlening? Gespecialiseerd in exclusieve beurzen!

V.O.V.V.

T: 085 77 33 610 W: www.top-diensten.nl E: info@top-diensten.nl

8 Monate lesen − 6 Monate zahlen! Wir machen Ihnen heute ein ganz besonderes Angebot:

• Sie lesen die DBZ 8 Monate und zahlen nur 6 Monate. • Für nur 84,50 Euro erhalten Sie die DBZ frei Haus geliefert. Also, nicht zögern! Senden Sie uns gleich den Coupon zu. Bitte einsenden an: DBZ / DEUTSCHE BRIEFMARKEN-ZEITUNG, Leser-Service, Postfach 200 251, 37087 Göttingen, Deutschland, oder per E-Mail an: vertrieb@philapress.de

 Ja, ich möchte die DBZ / Deutsche

Briefmarken-Zeitung 8 Monate testen, aber nur 6 Monate bezahlen!

www.deutschebriefmarken-zeitung.de

Alle 14 Tage bringt Sie die DBZ auf den aktuellen Stand: Als große, moderne Fachzeitschrift steht die DBZ für fundierte Berichterstattung aus den wichtigsten Sammelgebieten. Von Neuerscheinung über Thematik bis Postgeschichte und mit besonders hoher Kompetenz bei Marktentwicklungs- und Handelsfragen. Mit vielen topaktuellen Tipps und nützlichen Ratschlägen für Profis und ambitionierte Sammler. Dazu bekommen Sie unsere Extra-Hefte MünzenMarkt, PostverwaltungenSpezial und vieles mehr ...

10001/10

16

Ich möchte die DBZ für mindestens sechs Monate zum Preis von zurzeit 84,50 Euro bestellen und erhalte als Dankeschön zwei Monate gratis. Möchte ich die Zeitschrift danach weiter beziehen, brauche ich nichts von mir hören zu lassen, sonst melde ich mich nach Alle Preise inklusive ges. MwSt. und Versand Erhalt der 10. Ausgabe.

Ja, ich bin damit einverstanden, von der PHILAPRESS Zeitschriften und Medien GmbH & Co. KG weitere interessante Werbeangebote zu erhalten. Bitte informieren Sie mich per Telefon Bitte informieren Sie mich per E-Mail Telefon

E-Mail Ich bestätige, dass die Einwilligung freiwillig erfolgte. Der Nutzung meiner personenbezogenen Daten durch die PHILAPRESS Zeitschriften und Medien GmbH & Co. KG kann ich jederzeit telefonisch unter 0551 / 901-520, schriftlich an PHILAPRESS Zeitschriften und Medien GmbH & Co. KG, Leser-Service, Postfach 200 251, 37087 Göttingen, oder per E-Mail an vertrieb@ philapress.de widerrufen. Weitere Informationen zur Datenverarbeitung finden Sie unter www.madsack.de/dsgvo-info.

Meine Anschrift: Datum Name / Vorname

Straße / Nr.

PLZ

Land

Wohnort

Geburtstag

Unterschrift Sie können die Bestellung binnen 14 Tagen ohne Angabe von Gründen formlos widerrufen. Die Frist beginnt an dem Tag, an dem Sie die erste bestellte Ausgabe erhalten, nicht jedoch vor Erhalt einer Widerrufsbelehrung gemäß den Anforderungen von Art. 246a § 1 Abs. 2 Nr. 1 EGBGB. Zur Wahrung der Frist genügt bereits das rechtzeitige Absenden Ihres eindeutig erklärten Entschlusses, die Bestellung zu widerrufen. Sie können hierzu das WiderrufsMuster aus Anlage 2 zu Art. 246a EGBGB nutzen. Der Widerruf ist an PHILAPRESS Zeitschriften und Medien GmbH & Co. KG, Leser-Service, Postfach 200 251, 37087 Göttingen, Deutschland, zu richten.


FILAKRANT 2019 vs. Keroro Great Sky Duel’, in 2009 ‘Crushing Invasion, Dragon Warriors’ en in 2010 de vijfde film: ‘Creation! Ultimate Keroro, Wonder Space-Time Island’. Alle films werden geregisseerd door Junichi Sato en geproduceerd door ‘Sunrise’. Het Keroro Platoon wordt geleid door sergeant Keroro. De officiële naam van het peloton is: ‘Gama Seiun Dai Gojuhachiban Wakusei Uchu Shinkogun Tokushu Senko Kosaku Butai’ of ‘Gamma Planetary, 58e Planet, Space Invasion Army Special Tactics Platoon’. Terwijl de meeste pelotons dertig tot veertig soldaten bevatten zijn er slechts vijf in dit geval. De initiële opdracht van het peloton was om op een sluipende manier de aarde te verkennen en daarna informatie door te spelen naar het wachtende ‘Keron Invasie Leger’. De vijf leden werden gedropt in de omgeving van Tokyo om de sterkte/zwakte van de Aarde te beoordelen en voorbereidingen te treffen voor de totale overname door het Keron Leger. Keroro verborg zich in het huis van de familie Hinata, maar werd per ongeluk door de kinderen ontdekt in de slaapkamer van de dochter. Hij werd overmeesterd en ontdaan van zijn wapen, de ‘Kero Ball’. Door de gevangenneming van Keroro werd het directe contact met het invasie leger verbroken. Ook het verrassingselement was nu weg en daarom werd onmiddellijk de invasie afgeblazen en tot algehele terugtrekking besloten. Verlaten door het leger en zonder de steun van zijn peloton moet Keroro proberen zijn verspreide soldaten terug te verenigen. Ze moeten als gevangenen proberen hun bewakers te slim af te zijn. Omdat het leger zich heeft teruggetrokken heeft het geen zin meer om de invasie campagne voort te zetten. Daarom nemen ze een nieuwe taak op zich: de bescherming van hun menselijke vrienden, hun thuisbasis en de aarde verdedigen tegen andere buitenaardse indringers. Sergeant Keroro is het hoofdpersonage maar ook de antiheld van het verhaal. Hij en zijn peloton werden naar de aarde gestuurd om inlichtingen te verzamelen om zo de aarde te kunnen veroveren. Ze hebben weinig geluk en maken ook geen vooruitgang om hun doel te bereiken. Ondanks dat hij de leider is van het peloton doet hij zeer weinig en laat al het werk over aan zijn ondergeschikten. Soldaat Tweede Klas Tamama dient Keroro zonder vragen te stellen. Hij wordt afgeschilderd als het schattige en mooie karakter van de manga. Tamama heeft echter een gespleten persoonlijkheid, enerzijds leuk en schattig en anderzijds kan hij razend worden op iets kleins zoals een gewone huisvlieg. Hij is ook jaloers op iedereen die in de buurt komt van de sergeant. Tamama houdt van snacks en snoep. Hij is het nieuwste lid in de planetaire invasie troepen en ook de jongste. Zijn beginnelinge status wordt ook aangegeven door de groene en gele markering op zijn helm en de borst. Dit is het ‘Shoshinsha’ merk dat de nieuwe bestuurders in Japan gedurende één jaar moeten dragen op hun auto’s vooraleer ze hun licentie krijgen. Zijn gespleten persoonlijkheid maakt hem tot een van de belangrijkste wapens van het Keroro peloton.

Korporaal Giroro lijkt wel het enige normale individu in het peloton. Hij is de schutter van de groep en heeft daarbij een dodelijke nauwkeurigheid. Daarnaast is hij ook een uitstekende kok, zeker als het gaat om het koken van zoete aardappelen. Hij is vaak gefrustreerd door de luiheid van Keroro en is uiterst ontevreden over de besluiteloosheid van zijn aanvoerder met betrekking tot de invasie. Giroro is verliefd op Natsumi en deze verliefdheid is ook een probleem met de betrekking tot de invasie. Giroro stond bekend als een ideale pelotonleider: krachtig, strikt no-nonsense in de strijd en ernstig intimiderend. Echter Giroro toont eens in de zoveel tijd een zwakke kant, vooral wanneer het zaken betreffen van zijn jongere broer Garuru. Humor: Hij heeft veel moeite om te eten met behulp van stokjes. Sergeant-majoor Kururu is de ‘intelligence officer’ van het peloton. Kururu is het hoofd van de communicatie in de Keroro Platoon. Hoewel hij een hogere rang heeft dan Keroro, is hij niet de leider van het peloton vanwege zijn onaangenaam en zenuwslopend karakter, waardoor hij de bijnaam ‘Yellow Devil’ (Gele Duivel) kreeg. Hij is somber, verraderlijk, impopulair en sommige hebben een hekel aan hem en zien hem als deprimerend en kwaadwillig. Hij doet de meeste uitvindingen voor het peloton en in weerwil van zijn kwaadaardige natuur hebben deze geen blijvende gevolgen voor het peloton. Kururu houdt van Japanse curry die hij

bij alle gerechten eet. In een aflevering heeft hij er zich zelfs mee gewassen. Kururu is een raar type met vaste patronen in zijn doen en laten en heeft ook een specifieke lach. Hij is goede vrienden met Saburo aan wie hij een pen gaf om zijn erkenning aan haar uit te drukken. Lance Corporal Dororo is het vijfde en laatste lid van het peloton. In feite is hij een ninja en leefde geruime tijd gescheiden van de rest van het peloton. Hij is afgestudeerd als de beste van de Keron moordenaarsploeg. Dororo heette vroeger Zeroro en kende Keroro en Giroro al van in zijn kindertijd. In zijn jeugd werd Dororo vaak misbruikt en mishandeld door Keroro, maar nu als soldaat volgt hij toch diens orders vanwege hun vroegere vriendschap. Door de vorm van misbruiken valt Dororo vaak in een diepe maar tijdelijke toestand van depressie, zijn ‘trauma schakelaar’, maar er is geen blijvend letsel. De Hinata familie

Het tegengestelde van het Keroro peloton is de Hinata familie. De zoon van de familie is Fuyuki Hinata. Hij is geobsedeerd door alle paranormale en bovennatuurlijke dingen. Fuyuki is bevriend met Keroro. Deze vriendschap stuurt altijd de plannen in de war wanneer Keroro de aarde wil laten binnenvallen door het leger. De dochter van de familie is Natsumi Hinata. Zij is getalenteerd in lichamelijke opvoeding en de belangrijkste doorn in het oog van Keroro. Ze dwarsboomt altijd de plannen van Keroro. Zowel als het gaat over de invasie als het maken van ‘Gundam’ schaal modellen. De moeder, Aki Hinata, is een manga redacteur die meent dat dit gebeuren een bron van inspiratie is voor haar nieuwe manga. Aki Hinata is de alleenstaande moeder van Fuyuki en Natsumi Hinata. Ze is het hoofd van het gezin dat leeft met het Keroro Peloton. Haar exacte leeftijd is onbekend, maar ze is vermoedelijk ongeveer 35 jaar oud. De Keronians geloven dat Hinata Aki de sterkste vrouw op Aarde is. Ondanks haar angst voor dieren, voelt ze zich alsof het Keroro Platoon in haar eigen familie is opgenomen. Terwijl Aki geen officiële Keronian partner heeft (omdat geen van de volwassenen Keronians dat doen), is het Kururu die speciale interesse in haar heeft. Om haar te bespioneren heeft hij een camera in haar douche geplaatst. Of dit was met het oog op het bestuderen van ‘de machtigste vrouw op aarde’ of om dezelfde redenen als ieder die haar zo maar wil bespioneren in haar douche laten we in het ongewisse.

Naast deze belangrijke figuren uit de manga en anime zijn er een hele reeks secundaire personages. De belangrijkste hiervan zijn: De steenrijke Momoka Nishizawa en haar butler Paul Moriyama die goede vrienden zijn van de familie Hinata. Momoka is heimelijk verliefd op Fuyuki en probeert op allerlei manieren hem aan zich te binden. Momoka’s Keronian partner is Tamama. Volgens de anime, heeft ze Tamama ‘op straat’ gevonden en hem mee naar haar huis genomen. De platoon makkers van Tamara zijn erg jaloers. Het feit dat beide een gespleten persoonlijkheid hebben is letterlijk een astronomische toeval. Een vriend van het Keroro peloton is Angol Mois, de Heer van Terreur. Hij is ook naar Pokopen (de Keron naam voor Aarde) gezonden om deze te vernietigen, maar wordt nu gedwongen door Keroro om deze mee te verdedigen. Als de aarde vernietigd zou worden zou Keroro geen ‘Gundam’ modellen meer kunnen bouwen…en dat wil hij altijd blijven doen! Andere humanoïde aliens zijn de ruimtedetective Kogoro en zijn zuster Rabbie. Chief Medic Pururu. Pururu verschijnt in de meest recente series als het enige vrouwelijke lid van het grotere Keroro Platoon. Zij is een ‘chief medic’ en een deskundige verpleegkundige. Ze is

17

ook een jeugdvriend van sergeant Keroro, korporaal Giroro, en Lance Corporal Dororo. Ze heeft een energieke en ietwat strenge en koppige persoonlijkheid, maar is ook geweldloos en volwassen, in tegenstelling tot de meeste van de belangrijkste karakters van de serie. Ze is afgestudeerd aan de Keron Militaire Academie op hetzelfde moment als haar jeugdvrienden Keroro, Giroro en Dororo. Het Keroro Dubbel Peloton werd gecreëerd door het Keroro peloton om voor hen op te treden terwijl zij een dagje vrijaf namen. Het Dubbel Peloton is gemakkelijk te onderscheiden van het echte door hun verschillend gevormde ogen en hun ietwat gekrulde voeten. Ook hun resonantie ritueel is iets anders, met inbegrip van de ritmische nadruk op iedere tweede of derde lettergreep, in tegenstelling tot de volledig monotone gezangen van het echte Keroro peloton. Het peloton bestaat uit doublures van Keroro, Giroro, Tamama, Kururu en Dororo. Vader Keroro ( “de Demon Sergeant”). Hij is de vader van Keroro en wordt afgeschilderd als het hoogst gerangschikte lid van het Keron leger. Hij wordt zowel bewonderd en gevreesd door zijn geliefde zoon. In de serie verschijnt hij bijna uitsluitend op vakantie. Hij redde het Keroro Platoon van de ondergang door het geven van een speciale Viper Order. In de serie draagt hij een Hitler snor. Tussen de manga en de anime zijn een aantal opmerkelijke verschillen. De overdracht van manga tot anime is wat onevenwichtig. Sommige anime afleveringen lijken heel sterk op de manga terwijl andere alleen het fundamentele verhaal lenen of zelfs alleen maar gebruiken als uitgangspunt. Misschien wel het meest subtiele verschil is dat in de manga de Aarde wordt aangeduid als ‘Pokopen’, terwijl in de anime het ‘Pekopon’ is geworden. ‘Pokopen’ is een scheldwoord dat door de Japanners gebruikt werd om ‘China’ aan te duiden tijdens de ‘SinoJapanse’ oorlogen. ‘Pokopen’ is nu een verboden woord geworden in TV programma’s door de Japanse communicatie autoriteit. De manga was overwegend gericht op tieners terwijl het taalgebruik in de anime afgezwakt werd tot een aanvaardbaar niveau voor kinderen. In de manga wonen Dororo en Koyuki in een huis naast de Hinata’s terwijl in de anime ze in de bossen wonen bij het landgoed van Momoka. De officiële naam van het peloton is in de manga: ’Gamma Planetary, 58e Planet, Space Invasion Army Special Tactics Platoon’ terwijl het in de anime is: ‘Advance Recon Mission Preparatory Invasion Terror’ platoon of kortweg (A.R.M.P.I.T.)

Mine Yoshizaki is de bedenker en tekenaar van de manga Keroro Gunso. Hij werd geboren op 2 december 1971 in Isahaya, in de Nagasaki prefectuur. Yoshizaki begon zijn carrière met het maken van ‘Döjinshi’ (*) gebaseerd op video games die beroemd waren in begin van de jaren ‘80. Ook werkte hij als assistent van de mangaka Katsu Aki. Zijn eerste publicatie werd een compilatie boek dat gepubliceerd werd in 1989 door Shogakukan. Yoshizaki studeerde aan de Universiteit van Nagasaki. Met het maken van ‘döjinshi’ oefende hij en verbeterde hij zijn tekenvaardigheden van dag tot dag. Yoshizaki zei dat zijn ervaring met het maken van ‘döjinshi’ voor hem de meest kostbare ervaring was die hij ooit gehad had. Het gaf hem de gelegenheid te zoeken naar alle aspecten in de wereld van de manga industrie, van tekening, bewerkingsproces tot productie. Hierdoor kan hij zich richten op een bepaalde branche en al het werk zelf doen in plaats van te werken voor een groot productie bedrijf. Hij is vooral bekend geworden door zijn manga Keroro Gunso die voor het eerst gepubliceerd werd in het Japanse manga magazine ‘Shõnen Ace’. Hiervoor heeft hij, in 2005, de ‘Shogakukan Manga Award voor Kinderen’ gewonnen. (*) Döjinshi zijn zelf gepubliceerde Japanse werken, meestal manga’s of novellen. Ze zijn vaak het werk van amateurs, hoewel sommige professionele kunstenaars er ook gebruik van maken als een manier om materiaal te publiceren buiten de reguliere industrie. Bronnen: Newly issued Japanese postage stamps. Anime News Network: http://animenewsnetwork.com/… JP POST: www.post.japanpost.jp/… Wikipedia - Keroro Gunso - Mine Yoshizaki


18

FILAKRANT 2019

Lang leve het circus! Door Ton Vis

B

van amusement. Het ging om individuen en kleine groepen die optraden en door Europa, Azië en Afrika trokken. Ze verschenen overal waar zich veel mensen verzamelden, zoals op marktplaatsen, feestdagen en bij edellieden thuis. Vanaf de zevende eeuw tot laat in de Middeleeuwen was de jaarmarkt een plaats waar veel artiesten kwamen om al hun kunsten te vertonen, zoals jongleren, beren temmen en vuurspuwen. In een tijd dat het dagelijks leven hard was en weinig vertier en afwisseling bood, waren deze jaarmarkten voor velen een hoogtepunt. Ze werden dan ook massaal bezocht.

egin dit jaar bereikte ons het bericht dat een van de bekendste circusattracties ter wereld, het beroemde Circus Ringling Brothers and Barnum & Bailey, er na 146 jaar mee stopt. Daarmee komt een einde aan ‘The Greatest Show on Earth’, zoals zij zich decennialang aan het publiek presenteerden. Het is een feit dat het bezoek aan het circus jaar na jaar afneemt, het feit dat in veel landen shows en kunstjes met dieren verboden zijn zal daar zeker toe bijgedragen hebben. Vorig jaar ging het in Nederland bekende circus Herman Renz failliet. Het lijkt of het circus als amusement heeft afgedaan, of hebben we dat toch mis? In dit artikel geven we u een korte Het circus zoals geschiedenis we het nu kenvan het fenonen is in het meen ‘circus’.

Het fenomeen circus is al heel oud. Veel van de onderdelen die we in deze tijd in het circus kunnen tegenkomen zoals acrobatiek, gedresseerde dieren en clowns, gaan terug naar het oude Egypte en China. De oudste geschreven bronnen over acrobatiek en jongleren stammen uit het oude Egypte van 2500 voor Christus. In China traden jongleurs en acrobaten op voor het keizerlijke hof. De Grieken deden aan koorddansen. Circus betekent in het Latijn letterlijk cirkel of ring. Het Romeinse circus was echter in het geheel niet te vergelijken met het hedendaagse circus. Het evenement was in de loop der tijd van een sportevenement, waarin soldaten het tegen elkaar konden opnemen in spierkracht en uithoudingsvermogen, in een bloedig spektakel veranderd. Naast de wagenraces, acrobatiek en worstelwedstrijden vonden er gevechten tussen dieren en mensen plaats en vochten gladiatoren op leven en dood. De meeste mensen en dieren die in het circus optraden, kwamen er niet levend vandaan. Hoe wreder en bloediger het spektakel, hoe populairder het was. Eén van de grootste circussen was het Circus Maximus, dat bijna 1000 jaar heeft bestaan. Onder keizer Nero bereikte de wreedheden zijn hoogtepunt. Na de val van het Romeinse Rijk verdween deze vorm van amusement. Desondanks zijn tradities zoals het dresseren van dieren en de parade voor het begin van de voorstelling van de Romeinen afkomstig. In de Middeleeuwen was er nog geen sprake van een georganiseerde vorm

manent circus dat de naam Astley’s Amphitheatre Anglais kreeg. Toen de Franse Revolutie uitbrak, vertrok hij uit Frankrijk en werd het circus door de Italiaan Theater Carré Antonio Franconi werd in (een Venetiaanse Amsterdam edelman) overgespeciaal nomen. Franconi’s voor het zonen, hun vrouwen circusgebouwd en kinderen volgden hem uiteindelijk op. De familie Franconi wordt nog steeds gezien als de oprichter van het Franse circus. Toen Napoleon in 1802 aan de macht kwam, nam Astley het circus weer over. De familie Franconi bouwde hierna een ander circus.

In Londen bouwde Charles Hughes in 1782 het Royal Circus tegenover Astley’s Amphitheatre, naar het Latijnse achttiendewoord circus dat de Romeinen vroeeeuwse Engeland ontstaan. Met ger gebruikten. In de negentiende name de vertoeeuw werd de term circus de algemening van paardne benaming voor deze nieuwe vorm van amusement. Naast zijn circus in rijkunsten was toen erg populair. Philip Astley, een Londen, vestigde Astley uiteindelijk oud sergeant-majoor van de cavalerie nog 18 circussen in heel Europa. Hij en een uitstekende paardendresseur, stierf in 1814. ontdekte dat als hij met zijn paard in een cirkel galoppeerde, hij door de In de negencentrifugale kracht (die ervoor zorgt tiende eeuw dat een voorwerp in een cirkel blijft werden exobewegen in de richting van het middel- tische diepunt) schijnbaar onmogelijke kunstjes ren steeds kon uithalen. populairder. In het begin Exotische dieren De piste werd al waren er werdenkunstjes geleerd veel langer door nog geen paardendresdierentuinen en werden wilde dieren door particuliere eigenaars in groepseurs gebruikt, maar Astley had jes gehouden en tentoongesteld op de ideale piste markten en andere publieke plaatsen. bedacht die Uiteindelijk werden in Engeland en zowel voor een Frankrijk tijgers, leeuwen en olifanten optimale veiligheid van de ruiter zorg- in het circus geïntroduceerd. Eerst de als een goed zicht voor het publiek. werden ze alleen tentoongesteld, later Zijn eerste piste had een doorsnede werden ze gedresseerd om kunstjes van 19 meter. Later maakte hij gebruik te vertonen. Een circus telde niet van een piste met een doorsnede meer mee als het niet tenminste één van 13 meter. Deze is nu nog steeds olifant had. de internationale standaard voor de hedendaagse circussen. Op 9 januari 1768 nodigde hij publiek uit om naar zijn optreden te komen kijken. Tijdens het optreden zwaaide hij met een zwaard, terwijl hij met één voet op het zadel en één voet op het hoofd van het paard stond. Hij ontving veel positieve reacties op zijn optreden. Vervolgens huurde hij ruiters en musici in en ook een clown, genaamd ‘Mr. Merryman’. De Verenigde Staten werden in de In 1770 bouwde hij een dak boven zijn 19e eeuw de leider op het gebied van piste en noemde het bouwwerk, dat de circusinnovaties. In 1825 werd in vlakbij het Westminster Bridge stond, de VS voor het eerst de circustent het Astley’s Amphitheatre. geïntroduceerd door J. Purdy Brown. Hij was de eerste die met zijn circus in In Frankrijk een canvastent optrad en ermee rondtoonde hij zijn reisde. Dit had grote gevolgen voor dressuurkunsten de circuswereld, aangezien men aan koning Lodenu ook bij slecht wijk XV en vesweer kon optretigde in 1782 op de plaats den en dus niet die nu Place de meer seizoensla République gebonden was. heet een perDe Britse paar-

dendresseur Thomas Cooke nam als eerste een circustent vanuit Amerika naar Europa mee. Hiervóór waren circussen in Europa in een permanent gebouw gevestigd. Daar kwam nu verandering in.

aandacht en werd vervangen door gevaarlijke en gewaagde acrobatische kunsten.

De Amerikanen Dan Castelo en William Cameron Coup richtten, gefinancierd door de zakenman en showman P.T. Barnum, in 1875 het P. T. Barnum’s Museum, Menagerie & Circus op. Dit was een combinatie van een reizend circus met een rariteitenkabinet en een freakshow waarin mensen met lichamelijke gebreken, bijzondere lichamelijke kenmerken, ziektes of aandoeningen werden tentoongesteld. Door P.T. Barnum werden freakshows razend populair. Het circus van Barnum was de eerste die drie pistes naast elkaar had. De grootste attractie was echter een reusachtige Afrikaanse olifant, Jumbo, die hij in 1882 kocht van de London Zoo. Ook trad een lilliputter op die hij wereldberoemd maakte, Generaal Tom Thumb.

In Nederland was Circus Herman Renz het langst bestaande circus. Het bestond vanaf 1911 en werd opgericht door Arnold van der Vegt. In Duitsland bestond ook een Circus Renz, en bij een rechtszaak over het gebruik van de naam betoogde Van der Vegt dat de naam R.E.N.Z is, wat staat voor ‘Ras Echte Nederlandse Zwervers’. Onder directeurschap van kleinzoon Nol van der Vegt en zijn vrouw Marina werd Circus Renz in de jaren zeventig bekend in Nederland en succesvol. Het clownsduo Bassie en Adriaan namen in 1978 verschillende tele-

Drie belangrijke innovators van het circus waren de Italiaan Giuseppe Chiarini en de Fransen Louis Soullier en Jacques Tourniaire. Zij introduceerden het circus voor het eerst in Zuid-Amerika, Australië, Zuidoost Azië, China, India, ZuidAfrika en Rusland. De Fransman Louis Soullier was de eerste die in 1866 Chinese acrobaten introduceerde toen hij terugkwam van zijn reizen.

Oude circusposters van het circus Ringling Bros and Barnum & Bailey Na de dood van P.T. Barnum in 1891 werd het circus overgenomen door James Anthony Bailey. Deze reisde van 1897 tot 1902 door Europa met Barnum & Bailey’s Greatest Show On Earth en maakte veel indruk met de enorm grote tent, een speciale circustrein als vervoermiddel en de combinatie van de tentoonstelling van exotische dieren, de freakshow en de circusnummers. Rond de eeuwwisseling naar de twintigste eeuw werd deze grootschaligheid overgenomen door Europese circuseigenaren. De clown nam van oudsher een prominente plaats in bij het circus. Dit veranderde toen de tenten veel groter werden. Het geluid van spraak droeg namelijk niet zo ver in een grote tent. De podiumattributen werden hierdoor veel belangrijker. De paardendressuur kreeg minder

visieseries op met Circus Renz als achtergronddecor, waarbij ze in de weekenden populaire gastoptredens verzorgden. Joop van den Ende startte in 1980 Circus Bassie en Adriaan en betrok het circuspersoneel van Renz dat zich bezighield met de op- en afbouw en het transport van het gehele circus. Circus Renz reisde zelf ook gewoon door. Eind 1982 stopt Van den Ende met Circus Bassie en Adriaan. Op 19 september 2011 verscheen een speciale serie van tien postzegels ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het circus. Naast Circus Herman Renz kent Nederland een rijke circustraditie met vele bekende namen. Begin 20e eeuw waren de bekendste reizende circussen in Nederland de circussen van Leon Kinsbergen (paarden) en Maurits Blanes. Daarnaast zien we in de jaren twintig al namen die we heden ten dage nog in het circus tegenkomen, namelijk Mullens, Renz, Teuteberg en Mikkenie.


FILAKRANT 2019 De bekendste naoorlogse circussen in Nederland waren Circus Van Bever (met de beroemde rijdster Illonka Karoly), Boltini, Mikkenie en Circus Strassburger. De tevens joodse familie Strassburger vluchtte vlak voor de oorlog naar Nederland en zou deze hier overleven met behulp van Frans Mikkenie als zogenaamde ‘interim’. De rol van Toni Boltini (echte naam Wilhelm Akkerman) in de oorlogsjaren was typisch en schimmig. Terwijl sommigen hem altijd als een collaborateur bleven zien - hij trad de hele oorlog gewoon op - bleek dat de eigenzinnige individualist met groot gevaar heel wat niet-arische artiesten in zijn circus verborgen had weten te houden, onder wie de muzikantenfamilie Weiss (Tata Mirando) en clown Miech Teitelbaum. Elly Strassburger zou met haar man Harry Belli tot 1965 ‘circus maken’ in Nederland. Haar man, dompteur, was

vooral bekend van zijn nummer ‘tijger te paard’. In de jaren zestig en zeventig kregen de circussen het, in concurrentie met de televisie, moeilijk. Veel circussen trachtten te overleven door te ‘veramerikaansen’ en ‘verglitteren’. Kleine acts werden opgevoerd met veel visueel geweld en pogingen tot ‘glamour’. Circus Boltini bleef vasthouden aan klassiek circus met toevoeging van

Niet te vinden

nieuwe elementen, zoals het uitnodigen van populaire artiesten uit andere disciplines (Rob de Nijs en Johnny Lion). Hoewel er talloze Nederlandse circussen reisden, behield Boltini eigenlijk een monopolie op de top. De huidige reizende circussen zijn bijna allemaal op een of andere wijze aan Toni Boltini verwant. Of het is familie (zoals Hans Martens, Alberto Althoff) of het zijn oud-werknemers (echtpaar Diks). Uitzondering zijn enkele autonome circusfamilies, zoals van Circus Royal en enige circusbedrijven die zich combineren met facilitair verhuur (Mikkenie, Ritman). De Nederlandse circusfamilies kennen vele kruisverbanden met Duitse, Belgische en Franse circusfamilies. De Nederlandse circuscultuur is in 2013 aangemerkt als Immaterieel Cultureel Erfgoed.

In de jaren zeventig kwam er een ontwikkeling op van circussen die geen dieren gebruikten en moderne optredens met oude invloeden combineerden. Deze ontwikkeling heet het Cirque Nouveau of het Nieuwe Circus. De aandacht ligt hier meer bij de belichting, het verhaal, de persoonlijke karakters, originele muziek en het kostuumontwerp. Een bekend voorbeeld hiervan is het Cirque du Soleil dat in 1986 in Québec (Canada) werd opgericht.

19

mogen circussen in Nederland daarom niet langer met wilde (zoog)dieren rondreizen of optreden. Hoewel het traditionele circus met paarden en olifanten niet meer bestaat, is de aantrekkingskracht van deze amusementsvorm niet minder geworden, getuige de populariteit van bijvoorbeeld het Cirque du Soleil en het Chinese Staatscircus. De focus is nu komen te liggen op acrobatiek, jongleren, dans en andere showelementen, veelal gekoppeld aan een bepaald verhaal of thema. Als u de kans krijgt om een circus in de buurt te bezoeken, aarzel dan niet, het fenomeen ‘circus’ heeft nog altijd niet aan kracht ingeboet.

Het gebruik van wilde dieren in het circus zorgt de laatste jaren voor veel controverse. Veel mensen vinden het niet meer van deze tijd om wilde dieren in het circus te gebruiken. Het wordt gezien als een aantasting van het dierenwelzijn. Vanaf 15 september 2015

Door Paul Gimberg

N

iet altijd bereiken brieven of kaarten hun bestemming. Al vanaf het begin Van het tweede onbestelde poststuk is het vooral het adres dat charme geeft aan de brief. van het postverkeer - tot vandaag de dag - breken postbezorgers overal in de Zoek maar uit postbode, deze brief uit Gerona in Spanje is voor “Der lady wiv der name of (wendy wereld zich het hoofd om te begrijpen waar dat poststuk in vredesnaam naar toe thoms) weeendy wat lib´s inde flat no 7 or 8” . moet, of blijkt de geadresseerde niet (of niet meer) te wonen op het vermeldde adres. Albums zijn te vullen met voorbeelden van postale aanduidingen op poststukken die deze zoektochten en omzwervingen illustreren. Hier komen een tweetal voorbeelden daarvan.

Zo stuurde mevrouw Saunders in september 1895 een briefkaart aan de heer (?) Harding op zijn adres 83 Queens Road, West Croydon, Londen, welke briefkaart tot haar ontstemming terug werd gestuurd met de mededeling “Gone Away” erop. In twijfel of de geadresseerde echt niet meer daar woonachtig was stuurt ze een Reply Card (een Post Card met betaald antwoord) naar het bekende adres met het beleefde verzoek dat ze graag wil weten of de juiste adressering is gebruikt. Ze hoopte natuurlijk het antwoorddeel terug te ontvangen met daarop de melding dat Harding daar nog woont, of dat hij naar dit of dat adres is vertrokken.

(afbeelding “niet te vinden “ 3) De post heeft nog wel twee pogingen gedaan, want er zijn twee parafen met de opmerkingen”N/A” (No address; not applicable?) en uiteindelijk “Gone Away” (om van het probleem af te zijn?). Verder is er flink gerekend aan het strafport van 11 penny voor het ongefrankeerd verzenden (in het groene stempel) dat ook is bijgeplakt. En men is goed los gegaan met stempels en berekeningen om te zorgen dat het stuk terug kon naar Spanje (er is trouwens niets dat aangeeft dat het ook is gebeurd).

(Afbeeldingen “niet te vinden“ 1 en 2) Maar helaas, niets van dat alles. De complete Reply Card komt per kerende post weer naar haar terug, alweer gemerkt met “Gone Away”. Waarschijnlijk heeft de card het adres nooit bereikt en is al door de postbezorger bij het samenstellen van de looproute onderschept, een beetje bezorger kende zijn route. Vervolgens is het adresdeel belast met 1/2 penny voor de kosten van de terugzending van één briefkaart, van het nog steeds aanhangende antwoorddeel was het retourporto immers al betaald. Voor ons filatelistisch geïnteresseerden: tussen 1882 en 1970 verschenen er in Engeland ruim 50 verschillende Reply Cards en geregeld met een aantal varianten daarbinnen. Bij dit type kaart dat mevrouw Saunders gebruikte worden adresdeel en antwoorddeel bij elkaar gehouden door een geplakte linnen strip. Op elk deel is een andere “Die” met het zegelbeeld gebruikt. Het geheel van de Reply Cards vormt een attractief verzamelgebied, waarbinnen ongebruikte sets worden verzameld maar ook gebruikt als losse “heenkaart” en losse “terugkaart”. Er waren internationale afspraken over het gebruik van Reply Cards, dus het is mogelijk om bijvoorbeeld Engelse ”terugkaarten” te verzamelen met buitenlandse afstempelingen.


20

FILAKRANT 2019

Bijzondere penningen

Eeuwfeest van de Universiteit Utrecht 1736

Zilveren penning op het ‘Eeuwfeest van de Universiteit Utrecht’ in 1736, door Johannes Drappentier.

Bij de opening telde de universiteit enkele tientallen studenten en er werkten zeven hoogleraren aan vier faculteiten: de filosofische en de drie hogere faculteiten, de theologische, de juridische en de medische. De universiteit begon in het kapittelhuis bij de Dom. Het huidige Academiegebouw is rond 1890 aan de oorspronkelijke aula van het kapittelhuis gebouwd. Om te zorgen dat er voldoende studenten naar Utrecht kwamen moesten de nodige investeringen worden gedaan. De stadsbibliotheek, ondergebracht in de Janskerk, kreeg de functie van universiteitsbibliotheek. Het Catharijnegasthuis werd in 1636 een academisch ziekenhuis voor de medische faculteit. Er kwam een anatomisch theater en een hortus botanicus op het bolwerk Sonnenborgh.

V

z. Zittende Pallas met Utrechts stadsschild, omgeven door wetenschapsattributen (wettafels, zwaard en weegschaal van de gerechtigheid, globe, pot met planten en een urinaal) ontvangt Hercules - met de pijlbundel, staande op een draak - in de grote zaal van de Universiteit. Op de achtergrond gezicht op de domtoren.

Omschrift: ATRIUM LIBERTATIS TEMPLUM SAPIENTIAE. In de afsnede: MONSTRIS.DOMITIS / ARTES.RECEPTÆ (De zaal der vrijheid is de tempel der wijsheid; nadat de monsters bedwongen waren, zijn de kunsten herwonnen). Kz. Banderol met acht regels tekst: PRIMIS . ACADEMIÆ . TRAIECTINÆ. / SACRIS . SÆCULARIBUS . A.D. XXVII. / MARTII . CI I CCXXXVI . CELEBRATIS. / VOTISQUE . PRO . NOVI . SÆCULI. / FEDICITATE . NUNCUPATIS . CONSULES. / ET . SENATORES . EIUS . CURATORES. LÆTI . FESTI . MEMORIAM . HOC . / MONUMENTO . CONSECRARUNT. (Bij het vieren van het eerste eeuwfeest van de Utrechtse Hogeschool op 27 maart 1736 en het uitspreken van zegenbeden, voor het heil van de volgende honderd jaar, hebben burgemeesters en raadsleden, curatoren van deze hogeschool aan dit blije feest deze penning gewijd). Hierboven het wapen van Utrecht op een stralende zon en de lijfspreuk van de Universiteit: SOL IUSTITIÆ ILLUSTRAT NOS (Zonne der Gerechtigheid, verlicht ons). Onder de Rijngod en de Vechtzwaan met de stad in het verschiet. Zilver 65 mm Lit.: Vervolg van Loon 104; Pietersen 63; Hofstee 1. Deze penning werd geslagen volgens de Vroedschapsresolutie van 16 januari 1736 en in 399 exemplaren uitgedeeld aan leden van de provinciale en stedelijke regering, het Hof van Utrecht, aan de hoogleraren en de predikanten. Het honderdjarig bestaan van de Universiteit Utrecht werd gevierd met een grootse maskerade, een gekostumeerde optocht rond een thema. De maskerade van 1736, met als thema Bacchus, werd georganiseerd door studenten en was een evenement voor de hele stadsbevolking. Op 17 juni 1634 richtte het stadsbestuur van Utrecht op eigen initiatief een zogenaamde Illustere School op. ‘Illustere School’ of ‘Athenaeum Illustre’ was de benaming voor een hoger onderwijsinstituut in de noordelijke Nederlanden, die wel een academische basisopleiding mocht verzorgen maar geen promotierechten bezat. Aan de Illustere School van Utrecht waren in eerste instantie vijf leerstoelen verbonden: geschiedenis, rechten, theologie, filosofie en klassieke talen. Op 26 maart 1636, binnen twee jaar na de opening, werd met goedkeuring van het Provinciale Bestuur de Utrechtse Illustere School omgevormd tot een academie. Bij de stichting van de Universiteit Utrecht hoorde de aanstelling van een rector magnificus. De keuze viel op Bernardus Schotanus (1598-1652), hoogleraar aan de universiteit van Franeker. Tijdens de feestelijke opening kreeg Schotanus de zegels uitgereikt waarmee belangrijke akten en promotiebullen konden worden bezegeld. Op het bijbehorende tasje was het gloednieuwe wapen van de universiteit geborduurd. Dit wapen vormde een verwijzing naar de lijfspreuk van de universiteit: ‘SOL IUSITITAE ILLUSTRA NOS’ (Zonne der Gerechtigheid, verlicht ons).

Logo Universiteit Utrecht De Universiteit Utrecht telt thans zeven faculteiten: Geesteswetenschappen; Recht, Economie, Bestuur en Organisatie; Geowetenschappen; Geneeskunde - onderdeel van het UMC Utrecht; Diergeneeskunde; Sociale Wetenschappen en Bètawetenschappen. Deze zijn verspreid over de stad gehuisvest. De meeste faculteiten zijn gevestigd in De Uithof. Twee grote faculteiten (Geesteswetenschappen en Recht, Economie, Bestuur en Organisatie) zijn gevestigd in de binnenstad. Met meer dan 30.000 studenten is de UU een van de grootste universiteiten van Nederland. Aan de universiteit zijn circa 6.000 medewerkers, waarvan 640 hoogleraren, verbonden. De Universiteit Utrecht biedt bacheloropleidingen, minors en masteropleidingen aan, alsmede promotietrajecten. De ramp met de Harwichboot s.s. Berlin

Schipbreuk van het stoomschip Berlin Vz. Borstbeeld van Prins Hendrik in klein tenue van schout-bij-nacht naar links. Omschrift: HENDRIK PRINS DER NEDERL.H.V.M. (Hendrik, prins der Nederlanden, hertog van Mecklenburg). Kz. Een woeste zee met rechts het gestrande stoomschip “BERLIN” en links twee kleinere schepen, in de verte een vuurtoren. Omschrift: HULDE VAN HET NEDERLANDSCHE VOLK In de afsnede: NATIONALE ORANJE BOND “WAT OOK VALL’ TROUW STAAT PAL”. Medailleur: Jacob Jan van Goor (1874-1956). Fabrikant: Koninklijke Begeer te Utrecht. Signatuur: BU op de rand van de afsnede. Metaal: brons. Diameter: 59,0 mm. Literatuur: KB 719. Van deze penning bestaan afslagen in brons, zilver en goud. Van de bronzen versie bestaan ook exemplaren voorzien van een boloog en ring. In de vroege ochtend van 21 februari 1907 slaat door een plotselinge vloedgolf de s.s. Berlin op het Noorderhoofd bij Hoek van Holland te pletter en vergaat. De stalen veerboot was eigendom van de Great Eastern Railway en onderhield de nog steeds bestaande veerverbinding tussen Hoek van Holland en Harwich vice—versa. Het schip was in 1894 gebouwd bij de Earle’s Shipbuilding & Engineering Co Ltd., in Kingston upon Hull.

Een van de eerste journalisten ter plekke was Jean-Louis Pisuisse (1880-1927), verbonden aan het Algemeen Handelsblad. In 1912 verruilde hij de journalistiek voor een carrière als zanger en cabaretier. Zijn verslagen over de ramp heeft hij later in boekvorm gepubliceerd. We laten de auteur zelf aan het woord: “Het was in den morgen van Donderdag den 23sten Februari 1907, omstreeks half tien, juist toen het dagelijksch bureau-leven - voor zoover men daarvan bij een dagblad spreken kan - een aanvang zou nemen, dat uit Rotterdam een telegram binnenkwam, luidende: Volgens hier in den loop van den morgen ontvangen telegraphische berichten is de inkomende Harwichboot ‘Berlin’ te ongeveer 6 uur op het Noorderhoofd van den Nieuwen Waterweg gestrand. Onmiddellijk werden door sleepbooten en reddingbooten pogingen aangewend om passagiers en bemanning te redden, maar door den vliegenden storm en de hemelhooge zee konden deze het schip niet naderen”. Aan boord waren 96 passagiers - waaronder 19 leden van het Mannheimer Nationaltheater en de Dresdner Semperoper die terugkeerden van een optreden in het Royal Opera House te Londen - en 52 bemanningsleden onder gezag van kapitein John Precious. Toen de s.s. Berlin vanuit Harwich vertrok stormde het al. Met flinke vertraging bereikte het schip omstreeks vijf uur ’s morgens de havenmonding van Hoek van Holland. Door de woeste zee, de harde wind en de sterke onderstromingen werd het schip op de Noordpier geworpen. Er werden vuurpijlen afgestoken. Dit was het signaal voor kapitein G. Jansen om met de reddingsboot ‘President van Heel‘ om in actie te komen. Na diverse pogingen een lijn over te schieten werd een lijn gevangen. Door een grote golf brak het ankertouw en moest de reddingsactie worden gestaakt. De reddingsboot keerde onverrichte zaken terug naar de Berghaven van Hoek van Holland. Omstreeks half acht brak de s.s. ‘Berlin’ in tweeën. Het voorschip verdween in de woeste golven. Het achterschip bleef hangen op de voet van de pier. Noch de teruggekeerde reddingsboot, de inmiddels aangekomen sleepboten en de boten van de loodsdienst konden iets uitrichten. Op vrijdagochtend 23 februari werden opnieuw reddingspogingen ondernomen zonder resultaat. Prins Hendrik was naar Hoek van Holland gekomen en volgde vanaf het dek van het loodsvaartuig ‘Hellevoetsluis’ de reddingswerkzaamheden. Vier zeelieden, die in een aparte sloep gekomen waren, slaagden erin om bij de lichtopstand op de pier te komen en er te blijven. Schipper Berkhout van de ‘Hellevoetsluis’ liet daarop vier vrijwilligers hun voorbeeld volgen. De mannen bereikten de ‘Berlin’, maar de verzwakte passagiers waren niet meer in staat om een lijn te vangen. Een van de redders begaf zich daarop te water om een overboord hangende lijn te grijpen. Dat lukte en deze werd vastgeknoopt aan de lichtopstand op de pier. Via dit touw lukte het elf passagiers om de pier te bereiken. Een jonge vrouw kwam ten val maar werd uit het water gered. Er bleven drie vrouwen, die de oversteek via het touw niet hadden durven maken, op de het dek van de ‘Berlin’ achter. In de nacht van vrijdag op zaterdag besloot Martijn Sperling, schipper van het bergingsvaartuig ‘Van der Tak, samen met zijn neven Leendert en Cornelis Sparling en George Moerkerke, een laatste reddingspoging te wagen. De schipper van de sleepboot ‘Wodan’, J. van Rees, bracht het viertal naar de Noordpier, waar zij na middernacht aankwamen. Wadend door het ijskoude water bereikten zij het wrak. In het duister vonden zij het touw dat die dag eerder was gebruikt en zij knoopten het opnieuw vast aan de lichtopstand van de pier. Martijn klom naar boven en vond de drie vrouwen op het promenadedek. Een voor een werden de vrouwen van boord gehaald. Het 16 jaar oude dienstmeisje Mina Rippler als laatste. Zij stond er op dat haar meesteres voor zou gaan. Een van de vrouwen was er erg slecht aan toe en moest door Cornelis gedragen worden. Uiteindelijk bereikten zij veilig de ‘Wodan’ die om vier uur in de ochtend van zaterdag 23 februari aanmeerde bij de steiger van de Harwich-dienst. Slechts vijftien opvarenden overleefden de ramp. Het bestuur van de Nationale Oranjebond “Wat ook vall, trouw staat pal” te Amsterdam bood Prins Hendrik op 2 maart 1908, namens het Nederlandse Volk, drie penningen (goud, zilver en brons), een oorkonde en een album met namen van de verdronken passagiers en bemanningsleden aan. Thans collectie Koninklijke Verzamelingen inv. PE/H/183 en A51-VIII-4.

Academiegebouw aan het Domplein


FILAKRANT 2019 Nederlandsche Nijverheidstentoonstelling 1928

Nederlandse Nijverheidstentoonstelling Rotterdam Vz. Twee in elkaar grijpende raderen boven stadsplattegrond Rotterdam. Kz. Gezicht op het tentoonstellingscomplex.

verschillende hallen, paviljoens en kiosken om te eindigen aan het begin van het Lunapark. Het Nenijto-terrein was als ware in tweeën gedeeld. Aan de ene kant de statige tentoonstellingsgebouwen, aan de andere kant de feestelijke attracties van het Lunapark. In navolging van de kermisachtige attracties op wereldtentoonstellingen gold het Lunapark als grote publiekstrekker. Mensen uit geheel Nederland moesten door het Lunapark, volgens de organisatie het grootste pretpark ooit op het vastenland van Europa gehouden, aangetrokken worden de Nenijto te bezoeken. Vooral de Rotterdammers profiteerden van het Lunapark. Sinds 1908 was het namelijk verboden geweest een kermis te houden in Rotterdam. Voor 60 cent kon een toegangskaart tot de Nenijto gekocht worden. Voor die tijd geen goedkoop kaartje maar door verlaging van de avondprijs naar 30 cent werd de tentoonstelling toegankelijk voor vele lagen van de bevolking.

Medailleur: Leendert Bolle (1879-1942). Metaal: brons. Diameter: 60.5 mm. De gipsen modellen bevinden zich in de collectie van het Museum Rotterdam inv. 5814A-5814B. Foto: Mevius Numisbooks Int. B.V. te Vriezenveen. Van 26 mei tot en met 30 september werd in Rotterdam de ‘Nederlandsche Nijverheidstentoonstelling 1928’, kortweg Nenijto, gehouden. Doel was om de kwaliteit van de producten te verbeteren en de nationale economie te stimuleren. Het initiatief ging uit van een aantal Rotterdamse ondernemers. De in 1883 te Amsterdam gehouden Wereldtentoonstelling was de laatste nijverheidstentoonstelling die zo groot van opzet was. In 1928 vierde de stad Rotterdam haar 600-jarig bestaan. Te Amsterdam werden dat jaar de Olympische Spelen gehouden. Met organiseren van de Nenijto probeerde Rotterdam het internationaal publiek, dat de Spelen bezocht, naar zich toe te trekken.

Beschermvrouw van de tentoonstelling was Prinses Emma, zij werd op dinsdag 17 juli door het Dagelijks Bestuur ontvangen en maakte een rondwandeling over het tentoonstellingsterrein. In zijn functie als beschermheer was Prins Hendrik bij de opening van de tentoonstelling aanwezig. Later bezocht hij tenminste vier keer het tentoonstellingsterrein. Op dinsdag 11 september bracht het gehele Koninklijke gezin een bezoek. Koningin Wilhelmina, Prinses Juliana en Prins Hendrik deden Rotterdam per boot aan. Op 30 september viel het doek voor de Nenijto. Officieel had de tentoonstelling al op 15 september moeten sluiten, maar door de grote toeloop werd de duur van de Nenijto met twee weken verlengd. Meer dan anderhalf miljoen mensen bezochten tussen 26 mei en 30 september 1928 deze tentoonstelling, terwijl de organisatie maar op 300.000 bezoekers had gerekend.

De nadruk van het tentoongestelde lag dan ook op de handel en industrie die samenhingen met de havenfunctie van Rotterdam. Het woordje ‘internationaal’ achter de naam van de tentoonstelling duidde op buitenlandse inzenders. Aanvankelijk was het de bedoeling om uitsluitend producten uit Nederland en de koloniën tentoon te stellen. Toen echter bleek dat het aantal inzendingen niet toereikend zou zijn, werd al snel het roer omgegooid. In januari 1928 werd het woordje ‘internationaal’ aan de naam Nenijto toegevoegd en kwam er een speciale hal voor buitenlandse inzenders. De meeste deelnemers waren afkomstig uit Rotterdam en omgeving. Het ging dan niet alleen om Nederlandse bedrijven maar ook om buitenlandse bedrijven die een belangrijke vestiging in de omgeving van Rotterdam hadden. Meer dan 1700 bedrijven namen deel aan de Nenijto. Voor de aanvoer van de goederen kon - naast de vrachtwagen ook gebruik worden gemaakt van het spoor. Een goederenemplacement van de Nederlandse Spoorwegen lag namelijk maar enige honderden meters van het tentoonstellingsterrein. Ook kon gebruik worden gemaakt van het schip, de Rotterdamse Schie lag enkele minuten ten noorden van het terrein.

Literatuur: Sjors Heezemans, Nenijto 1928. Een virtuele tentoonstelling van de ‘Nederlandsche Nijverheidstentoonstelling 1928 (internationaal)’ gehouden in Rotterdam. Website: appl.gemeentearchief.rotterdam. nl/Nenijto/

Via groot ingangsgebouw kreeg men de toegang tot het terrein. De grote hoofdallee daar achter leidde de bezoeker langs de

Brons, diameter 59 mm, oplage 153 stuks. Vervaardigd door de N.V. Koninklijke Utrechtsche Fabriek van juweelen, zilverwerken en penningen van C.J. Begeer te Utrecht. Het kanaal De eerste plannen voor een kanaal tussen beide zeeën stammen al uit de 16e eeuw. In 1784 werd het Eider kanaal geopend, geschikt voor schepen tot circa 300 ton. Het was slechts 29 meter breed en tot drie meter diep. Het werd al snel te klein. Kanselier Otto von Bismarck was een voorstander van een groter kanaal, maar slaagde niet zijn plannen hiervoor ten uitvoer te brengen. In 1878 wist Herman Dahlström, een reder en zakenman uit Hamburg, de regering te interesseren voor een kanaal voor zakelijk maar ook militair gebruik. Het kanaal is meerdere keren verbreed.

Tot 1948 droeg het kanaal de naam van keizer Wilhelm I (KaiserWilhelm-Kanal). In het internationale scheepvaartverkeer wordt de Engelse naam Kiel Canal gebruikt. Het kanaal doorsnijdt de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein met als eindpunten Brunsbüttel aan de monding van de Elbe en het noordoostelijker gelegen Kiel, een afstand van 96.8 kilometer. Schepen die van de Oostzee naar de Noordzee, of omgekeerd, varen hoeven nu niet meer om Denemarken. NAMS-HAL In 1871 werd de vennootschap Plate, Reuchlin & Co opgericht door Antoine Plate F.jn en Jhr. Otto Reuchlin, met als doel een rechtstreekse verbinding met Amerika te onderhouden, uitgevoerd met stoomschepen. In 1873 werd de naam gewijzigd in NV Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij (NASM). Vlak hierna, in 1875, werd de Nieuwe Waterweg geopend, waardoor Rotterdam een belangrijke Europese haven kon worden. In deze periode werd New York een vaste bestemming. Omdat in het spraakgebruik de naam ‘Holland-Amerika Lijn’ (HAL) gebruikelijk was geworden, voegde de NASM deze naam op 15 juni 1896 aan haar statutaire naam toe, zodat de vennootschap sindsdien officieel NV Nederlandsch-Amerikaanse StoomvaartMaatschappij ‘Holland-Amerika Lijn’ heet, kortweg HAL. In 1973 werd de naam ingekort tot Holland Amerika Lijn NV, vanaf dat moment zonder streepje tussen Holland en Amerika.

Opening van het Kaiser-Wilhelm-Kanaal In 1886 werd het besluit genomen tot aanleg van een kanaal tussen Brunsbüttel en Kiel-Holteenau. Een verbinding tussen de Noordzee (monding van de Elbe) en de Oostzee (Kieler Förde). Een jaar later startte de bouw en het kanaal werd op 21 juni 1895 door de Duitse keizer Wilhelm II in gebruik genomen.

De s.s. Rotterdam II De trans-Atlantische verbinding Rotterdam-New York bestond van 1873 tot 1978, en speelde een grote rol in de landverhuizingen van Europa naar Amerika. Door de toenemende concurrentie van het vliegtuig op de trans-Atlantische route, werden de passagiersschepen meer en meer voor de cruisevaart benut. Voorzijde Het s.s. Rotterdam van de NV Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij, daarboven de wapens van Duitsland, Kopenhagen, Rotterdam, Kiel en Helgoland. Daaronder het door een meerman en een meermin gehouden wapen van Nederland. Omschrift: HET SS. ROTTERDAM - KAPT. F.H. BONJER / K.N.M.R. PASS NA DE / SLUITSTEENLEGGING / ´T EERST ZONDER / EENIG BEZWAAR / HET KAISER / WILHELM-KANAAL. In de afsnede: 22-23 JUNI 1895 / N.A.S.M. / EXCURSIE KIEL 15-25 JUNI 1895.

Luchtfoto Nenijto-terrein. Foto: Gemeentearchief Rotterdam

In de afsnede links: BAS VETH / INV. Rechts C.J. BEGEER / UTRECHT.

Opening van het Kaiser-Wilhelm-Kanaal in 1895

Prinses Emma ontvangt bloemen bij haar aankomst

Poster Nenijto 1928 door Jaap Gidding (1887-1955)

21

Keerzijde De vlootparade te Kiel omgeven door wapen van Pruisen, hand met palmtak, wimpels, kaart van het kanaal en schilden met zwaard en met Mercuriusstaf.

S.S. Rotterdam De eerste s.s. Rotterdam ging in 1873 in de vaart maar was geen lang leven beschoren. In 1883 leed het schipbreuk. In 1886 volgde de s.s. Rotterdam II, een acht jaar oud schip dat was overgenomen van een Engelse rederij. Het was een van de eerste zeeschepen met elektrisch licht en een koelkast voor eten en dranken. Het bleef tot 1895 in de vaart. Tijdens de openingsfeesten die op 22 en 23 juni 1895 in Kiel werden gehouden voer dit schip, onder gezag van kapitein F.H. Bonjer, als een van de eerste door het Kaiser-Wilhelm-Kanaal. Het vijfde schip met de naam s.s. Rotterdam werd in 1959 in de vaart genomen. Het ligt thans aangemeerd op het Derde Katendrechtse Hoofd te Rotterdam en is toegankelijk voor publiek.


22

FILAKRANT 2019

10 maart 1966

Beatrix en Claus, zich bewust van de levende sentimenten, besloten daarop hun voorgenomen huwelijk in Baarn te laten plaatsvinden. De regering wilde van deze plannen echter niets weten en gelastte het huwelijk in Amsterdam te laten doorgaan. Op 10 maart 1966 vond in het stadhuis van Amsterdam het burgerlijke huwelijk plaats en dezelfde dag werd het huwelijk kerkelijk ingezegend in de Westerkerk. Tijdens de rijtoer met de Gouden Koets werd door Lia en Jaap Zander in de Raadhuisstraat een rookbom ter ontploffing gebracht als protest tegen het huwelijk.

Voorzijde De na elkaar toegewende portretten van Prinses Beatrix en Prins Claus. Hierboven de koningskroon. Aan de onderzijde de tekst 10 MAART / 1966. Een ontwerp van medailleur Joop Hekman. Keerzijde Centraal de Westerkerk te Amsterdam, rechtsboven de wapens van het prinselijke paar. Omschrift; BEATRIX EN CLAUS . PRINSES EN PRINS DER NEDERLANDEN. Een ontwerp van medailleur Willem Vis.

Uit het huwelijk werden drie zoons geboren: Prins WillemAlexander (27 april 1967), Prins Johan Friso (25 september 1968 – 12 augustus 2013) en Prins Constantijn (11 oktober 1969). Prins Claus overleed op 6 oktober 2002. La Real Ordens de las Damas Nobles de la Reina María Luisa

Vervaardigd bij Koninklijke Begeer te Voorschoten. Uitgegeven in: Goud 900/1000: diameter 14 mm gewicht 1.7 gram; 18.5 mm gewicht 3.7 gram; 22 mm gewicht 6.5 gram; 25 mm gewicht 7.2 gram; 30 mm gewicht 13 gram; 38 mm gewicht 30 gram; 38 mm gewicht 50 gram oplage 500 stuks; 50 mm gewicht 90 gram, oplage 250 stuks. In zilver 925/1000: diameter 25 mm gewicht ca. 25 gram; 50 mm, gewicht ca. 50 gram. In brons gepatineerd: 50 mm. Op 10 maart 1966 werd in Amsterdam het huwelijk voltrokken tussen Beatrix Wilhelmina Armgard, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld, geboren op 31 januari 1938 te Baarn en Klaus-Georg Wilhelm Otto Friedrich Gerd von Amsberg, geboren op 6 september 1926 te Hitzacker, Duitsland. Het begon op zaterdag 1 mei 1965, ‘s morgens om negen uur, toen persfotograaf John de Rooy in de struiken rond kasteel Drakesteyn kroonprinses Beatrix voor de lens kreeg. Ze liep stijf gearmd met een onbekende man. De Rooy drukte tweemaal af. Later kreeg hij het paar voor een tweede keer voor de lens. Het paar keek verschrikt op toen ze de motordrive van een fotocamera hoorden en verdween uit zicht. Het zou nog een paar dagen duren voordat de foto wereldkundig werd gemaakt. De Rooy werkte als freelancer voornamelijk voor De Telegraaf en de Haagse Post. Het dagblad De Telegraaf was geïnteresseerd in de foto. Hoofdredacteur J.J.F. Stokvis weigerde echter publicatie. Eerst moest worden uitgezocht wie de onbekende man was waarmee de prinses gearmd rondliep. Aan minister-president mr. Jo Cats (kabinet 14 april 1965 tot 22 november 1969) werd gevraagd wie de persoon was. Hij moest het antwoord schuldig blijven. Ook vice-premier Barend Biesheuvel zei van niets te weten. Zowel de koningin als de prinses hulden zich in zwijgen op de vragen van premier Cals. Op 6 mei 1965 publiceert de Engelse krant Daily Express een van de foto’s van De Rooy, echter zonder daarbij de naam te noemen van de man waarmee de prinses gearmd loopt. Die middag heeft premier Cals contact met mr J.S. Sinninghe Damsté, directeur van de BVD. Sinds de avond van 5 mei weet hij wie de persoon is. Hij wil hem vragen een antecedentenonderzoek te doen. Deze laat weten de naam al een paar maanden te kennen: Claus Georg von Amsberg. Een commissie onder leiding van dr. L. de Jong van het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, onderzocht in opdracht van de regering, het oorlogsverleden van Claus von Amsberg. De uitkomsten van het onderzoek werden als niet belastend beoordeeld. Op 28 juni 1965 werd door Koningin Juliana in een rechtstreekse televisie-uitzending de verloving van Prinses Beatrix met Claus von Amsberg bekend gemaakt.

Voorzijde Buste naar rechts van Maria Louisa Theresia van Parma (17511819), koningin van Spanje 1788-1808. Omschrift: MARIA LUISA REINA AUGUSTA. Onder de buste: G A GIL 1793. Keerzijde De koningin zittend op haar troon overhandigd aan de voor haar geknielde dame de sjerp voorzien van het kleinood van de Orde. Op de achtergrond in het midden vijf dames en een heer die de gebeurtenis gadeslaan. Achter haar een dame met schaal waarop sjerpen liggen en achter haar stoel een bediende. Hierboven in de wolken de Faam met in haar linkerhand een sjerp met het kleinood van de Orde. Omschrift: DISTINGUE* PREMIA* LA* VIRTUD* Y* NOBLEZA* DE* SU* SEXO (Onderscheiding als beloning voor de deugd en adel van zijn geslacht). In de afsnede: RL . ORDEN ESPAÑOLA . DE . DAMAS . NOBLES . DE . LA / REINA . MARIA . LUISA . FUNDADA. Pr. S. M. A. / CONSEQUENCIA . DE . RL . DECRETO . DE . 21 . DE . ABRIL . 1792. Ontwerper Geronimo Antonio Gil (1731-1798). Diameter 56 mm, uitgegeven in zilver en brons. De Koninklijke Orde van Maria Louisa werd op 21 april 1792 ingesteld door koning Karel IV van Spanje (1788-1808) ter ere van zijn echtgenote Maria Louisa. Met de instelling van deze strikt vrouwelijke orde kreeg de koningin de mogelijkheid om adellijke dames voor hun verdiensten te onderscheiden. Het aantal leden bedroeg maximaal 30, veelal afkomstig uit de Spaanse adel, de koningin en prinsessen niet meegerekend. Tussen de 17e - 19e eeuw ontstonden er verschillende damesorden. De meeste ridderorden uit die tijd lieten geen vrouwelijke leden toe. In 1662 werd door keizerin Eleonora (1630-1686), weduwe van keizer Ferdinand III van het Heilige Roomse Rijk (1637-1657) de Orde van de Slavinnen van de Deugd ingesteld. De dames moesten van oude adel zijn en het aantal was beperkt tot 30. In Rusland werd in 1711 door tsaar Peter de Grote (1682-1725) de Orde van de Heilige Catharina ingesteld. De Sint-Elisabeth-Orde werd op 18 oktober 1766 door keurvorstin Elisabeth Maria Aloysia Auguste van Sülzbach (1721-1794) ingesteld als een liefdadige damesorde. Dit zijn slechts drie voorbeelden. Er zijn ca. 45 damesorden. Met de instelling van de Maria-Luisa-Orde beschikte het Spaanse hof over een vergelijkbare onderscheiding.

Toen bekend werd dat het huwelijk in Amsterdam zou plaatsvinden, vonden sommigen dit een belediging aan het adres van de Nederlandse Joden. Deze waren (met name uit Amsterdam dat een grote Joodse gemeenschap kende) tijdens de oorlog naar Duitse concentratiekampen gedeporteerd.

Foto: ANP, beeldnummer 1844226

Tweemaal per jaar werden de dames geacht een kapittel bij te wonen en daar de hand van hun soevereine en Eerste Dame te komen kussen. Zij moesten ook bijzondere aandacht aan de verering van de heilige Ferdinand en aan de verering van de heilige Lodewijk, voorvader van de Bourbons, besteden. Dit betekende dat de orde alleen aan katholieke edelvrouwen verleend kon worden, omdat andersgelovigen deze heiligen niet vereerden. Later werden ook niet katholieke dames van adel toegelaten. In de loop der tijd onderging de orde enkele wijzigingen, opschortingen en zelfs opheffing. Koning Jozef Bonaparte van Spanje hief een aantal Spaanse orden, waaronder de Maria-LuisaOrde in 1808 op. Na de restauratie van de Bourbons werd de orde op 24 november 1816 door de nieuwe koningin, Maria Isabella opnieuw ingesteld. Een decreet van 28 oktober 1851 legde vast dat de dames 300 reales moesten schenken aan de kas van de orde. In dit decreet werd ook vastgelegd dat een benoeming in deze orde moest worden goedgekeurd door de ministerraad. Zij zouden in het vervolg in het “Boletín Oficial del Estado” worden gepubliceerd. Na het aftreden van koningin Isabella II van Spanje heeft de regent, generaal Serrano, de Maria-Luisa-Orde omgedoopt in “La Real Ordens de las Damas Nobles de la Reina María Luisa” Koning Alfons XII van Spanje heeft in zijn decreet van 28 november 1878 vastgelegd dat de “Edele Dames” het kleinood van de orde bij minder plechtige gelegenheden ook aan een klein lint mochten dragen. Tijdens zijn 29-jarige regering heeft hij niet minder dan 235 dames benoemd. In een decreet van de Spaanse Republiek van 24 juli 1931 werd de orde officieel afgeschaft. De graaf van Barcelona, erfgenaam van de verbannen koning Alfons XIII, benoemde in 1941 de prinsessen van zijn huis desondanks tot dames in de MariaLuisa-Orde. Op grond van het in het staatsrecht en in het internationaal recht aanvaarde Ius sanguinem mag een voormalige soeverein of het hoofd van een voormalig regerend huis orden stichten en verlenen. Op dit moment heeft de orde nog steeds een enkele graad, die van “Dama Noble” en is het aantal dames als vanouds beperkt tot dertig, de koningin en de Spaanse prinsessen worden niet meegerekend. Omdat de orde na 1931 nog maar zelden werd verleend, zijn er in het begin van de 21e eeuw bij lange na geen dertig dames meer in leven. Koning Juan Carlos beperkte zich tot drie benoemingen. De lijst van ordedames bevat 1193 vermeldingen. Als 343ste op de lijst staat de naam van Anna Paulowna (1795-1865), de echtgenote van Koning Willem II en Koningin der Nederlanden van 1840-1849. De versierselen Het kleinood is een ingewikkeld uitgevoerd gouden achtpuntig kruis van Malta. Op sommige kruisen zouden kleine gouden ballen op de acht punten zijn bevestigd. Op de vier violet geëmailleerde armen met hun brede witte rand is een gouden ketting gelegd die achter de twee gouden torens in de armen van het kruis langsloopt en bevestigd is aan de halsbanden van twee springende gouden leeuwen. In het centrale ovale medaillon is de heilige Ferdinand binnen een violette ring zonder opschrift geschilderd. Op de keerzijde staat het monogram van de stichteres “ML”. Op de ring staat “ RL. Ordn. Dla. Reina Maria Louisa”.

Foto: Fritz Rudolf Künker GmbH & Co. KG te Osnabrück, Duitsland, veiling 253 (okt. 2014) kavel 1424

De 30 dames moesten maandelijks een ziekenhuis voor vrouwen of een weeshuis bezoeken en jaarlijks een mis voor de gestorven dames van de orde bijwonen. In 1796 kregen de dames - in een op 20 maart getekend decreet - het predicaat “Excellentie”. Op 25 oktober 1800 werd ook een secretaris van de orde benoemd. Men mocht zelf een verzoek indienen om tot ordedame te worden benoemd, oude adel was daarvoor een voorwaarde.

Als verhoging is een gouden, groengeëmailleerde lauwerkrans gebruikt. De krans is met een blauw lint vastgeknoopt. Op deze wijze is het kleinood met het lint verbonden. Het lint is wit met twee brede violette strepen. Men droeg het kleinood niet zoals bij damesorden gebruikelijk is aan een strik op de linkerschouder maar aan een grootlint over de rechterschouder op de linkerheup. Op de heup werd dan een grote, rijk geplooide rozet bevestigd.


FILAKRANT 2019 De afgebeelde penning werd vervaardigd door graveur Jeronimo Antonio Gil (1731-1798). Hij was als stempelsnijder werkzaam in de Munt van Mexico. In 1781 was hij betrokken bij de oprichting van de Academie van de Drie Noble Kunsten van San Carlos die in 1785 Koninklijke goedkeurig kreeg. In 1789 werd Gil benoemd tot muntmeester.

In 1890 wordt een Staatscommissie ingesteld die op onderzoek gaat naar de veiligheidssituatie in de bedrijven. In 1893 opent het ‘Museum van Voorwerpen ter Voorkoming van Ongelukken en Ziekten in Fabrieken en Werkplaatsen’ zijn deuren. De start was mogelijk omdat de tentoonstelling een batig saldo van ƒ 3.500 opleverde en 45 objecten kosteloos voor het toekomstige museum werden verworven.

Tentoonstelling ter bevordering van veiligheid en gezondheid in fabrieken en werkplaatsen te

Amsterdam 1890

In 1895 komt de Staatscommissie uit 1890 met een voorstel dat uitmondt in de Veiligheidswet. In 1901 wordt de ongevallenwet aangenomen. Met de ongevallenwet is de eerste sociale wetgeving een feit. Het zou tot 1919 duren voordat er een volgende belangrijke wet op dit terrein in werking zou treden. Dit is de Invaliditeitswet die minister Talma 1911 voorstelde. In 1914 komt het museum in een nieuw gebouw, ontworpen door Eduard Cuypers, de neef van de ontwerper van Het Rijksmuseum. Het Veiligheidsmuseum kent een gestaag groeiend publiek. Ook de activiteiten worden gaandeweg uitgebreid. In de jaren twintig komen er opleidingen en bedrijfsadviezen bij.

Voorzijde Onder een kroon de wapens van Nederland en Amsterdam versierd met een samengebonden palm- en lauwertak. Omschrift: TENTOONSTELLING TOT BEVORDERING VAN VEILIGHEID EN GEZONDHEID IN FABRIEKEN EN WERKPLAATSEN. AMSTERDAM 1890.

Vanaf 1922 geeft het Veiligheidsmuseum ‘veiligheidsplaten’ uit. Affiches die lange tijd een goed beeld geven van hoe de betrokken mensen werk en veiligheid in die tijd zien. Heden ten dage nog steeds zeer gewaardeerd vanwege de grafische originaliteit en actuele boodschap.

Keerzijde Vrouw met zwaard in de rechterhand en een schild in de linker houdt haar beschermende vleugels boven twee smeden (links) en een man met pikhouweel (rechts). Bijzonderheden Vervaardigd door Koninklijke Utrechtsche Fabriek van Juwelen, Zilverwerken en Penningen C.J. Begeer N.V. te Utrecht. Uitgegeven in zilver en brons, diameter 58.5 mm. Literatuur Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland en Nederlanders betrekking hebbende penningen geslagen van 1864 tot 31 augustus 1898, door W.K.F. Zwierzina, Nr. 869. Van 16 juni tot en met 7 september 1890 werd in het Paleis voor Volksvlijt aan het Frederiksplein te Amsterdam - naar een voorbeeld in Berlijn - ook in Nederland een tentoonstelling op het gebied van de veiligheid in fabrieken en werkplaatsen gehouden. De tentoonstelling was dagelijks geopend van maandag tot en met zaterdag van 10.00-17.00 uur en op zondag van 12.00-17.00 uur, de entree bedroeg ƒ 0,49. Leden van de Maatschappij tot bevordering van Fabrieks- en Handelsnijverheid hadden gratis toegang. De tentoonstelling trok meer dan 1 miljoen bezoekers! De organisatie had in 1889 een verzoek om een subsidie aangevraagd bij het Ministerie van handel en industrie die werd toegekend. Een deel van het geld werd aangewend om in de vele Couranten die Nederland toen rijk was oproepen te plaatsen voor deelname. Hoewel het een nationale tentoonstelling betrof besloot de organisatie deze ook voor buitenlanders open te stellen. Er waren 18 categorieën waarvoor zich deelnemers konden aanmelden. Zo was Groep 5 gereserveerd voor Reddings- en voorzorgsmaatregelen bij en tegen brandgevaar. Groep 11 voor Middelen om de lokalen der fabrieken en werkplaatsen in het algemeen zoveel mogelijk tot niet ongezonde verblijfplaatsen te maken. Groep 12 voor Middelen ter voorkoming van de verstuiving en inademing van prikkelende stofdeeltjes. Wie belangstelling had kon zich aanmelden bij de Secretaris van het uitvoerend comité, adres: Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam.

De zuidelijke gebieden rondom de Zwarte Zee waren vanwege het klimaat zeer geschikt voor landbouw. Nog belangrijker waren de havens die het hele jaar door ijsvrij zijn. Tot dan toe was Sint-Petersburg de enige andere Europese haven van Rusland, die voor een groot deel van het jaar onbereikbaar was door strenge vorst. Na het uitbreken van de oorlog 1768 diende tsarina Catharina de Grote bij de Staten-Generaal een verzoek in om Nederlandse zeelieden te mogen werven voor de Russische vloot. Ondertussen had het Russische leger grote delen van Roemenië en het schiereiland de Krim bezet. In 1772 werd er een wapenstilstand gesloten. Toen in maart 1773 de wapenstilstand af liep ontbrande opnieuw de strijd om de Krim. De Republiek der Zeven verenigde Nederlanden was op dat moment niet in zeeoorlogen betrokken. Een zeeofficier die hogerop wilde komen, kon het beste dienst nemen in het buitenland. Dat deed de in Doesburg geboren kapitein Jan Hendrik van Kinsbergen (1735-1819). In 1771 kwam Van Kinsbergen aan in Sint-Petersburg. Hij werd benoemd tot kapitein-ter-zee tweede klasse. Begin 1772 arriveerde Van Kinsbergen in Izmajil, vlak bij de westkust van de Zwarte Zee. Hij inspecteerde er de Russische vloot, die vanwege de wapenstilstand met de Turken nog niet uitvoer. Op 23 juni 1773 voerde hij het bevel over twee schepen die een gevecht leverde met vier Osmaanse schepen. Na een gevecht van zes uur namen de Osmanen de vlucht. Bij terugkomst op de Krim werd hij gevraagd met een eskader van vier schepen, een kanonneersloep en een brander een Osmaanse invasiemacht tegen te houden. Na een zwaar gevecht koos de zwaar beschadigde Osmaanse vloot het hazenpad en bereikte de haven van Sujuk-Qale. De schade aan de vloot was zo groot dat ze niet meer konden uitvaren. In de zomer van 1774 staakten de Turken de strijd en werd de vrede van Küçük Kaynarca gesloten. De vredesbepalingen waren voor de Russen zeer gunstig. Rusland kreeg grote delen van de noordkust van de Zwarte Zee in handen en het recht op vrije handelsvaart in de Zwarte Zee, inclusief de Bosporus en de Dardanellen. De Krim werd in naam onafhankelijk, maar stond voortaan onder protectie van Rusland.

Nederlands veiligheidsinstituut posters 1950-4 Bij de eerste serie affiches horen ook een aantal dat ontworpen is door de ‘industrieschilder’ H. Heijenbrock (1871-1948). Heijenbrock is een van de weinige Nederlandse schilders die de industrie tot thema koos. In 1953 wordt het Veiligheidsmuseum het Nederlands Veiligheidsinstituut. Er worden cursussen gegeven en persoonlijke beschermingsmiddelen ontwikkeld. Het Instituut krijgt meer en meer te maken met het begrip ‘arbeidsomstandigheden’. De bakermat van deze instelling gaat terug op de tentoonstelling in 1890. Websites: http://www.veiligheidskunde-master.nl/veiligheidsposters.html http://arbo-online.nl/het-begon-met-een-tentoonstelling/ http://www.statengeneraaldigitaal.nl/document/tekst?id=sgd%3Ampeg 21%3A18801890%3A0000002&pagina=239 Annexatie van de Krim door Rusland

Katharina II (1762-1796), bronzen penning op ‘De annexatie van de Krim en Taman’ in 1783, door Timothei Ivanov. Vz. Gekroonde en gelauwerde buste van de tsarina in harnas naar rechts. Omschrift: Б•М•ЕКАТЕРИНА•II•IМПЕРАТ•ИСАМО ДЕРЖ•ВСЕРОССIИС. Kz. Kaart van de Krim en Taman met de namen van steden, rivieren en zeeën. Omschrift: boven langs de rand СΛЂДСТВΙЕ МИРА. In de afsnede de tekst: ПРИСОДИНЕНЪI КЪ РОССIИСКОИ // ИМПЕРIИБЕЗЪ КРОВОПРОΛИIIЯ // АПРЂΛЯ 8 ДИЯ // 1783 ГОΛА. ‘Met Rusland verenigd zonder bloedvergieten’. Uitgegeven in tin, 65.765.9 mm, 85 gram; in brons, 82.8 mm, 217 gram; en in zilver, 84 mm, 717 gram. Goudsche Courant nº 4193 van zaterdag 12 april 1890

23

In 1768 brak er oorlog uit tussen Rusland en het Osmaanse Rijk.

Het schiereiland werd de thuishaven van de Russische Zwarte Zeevloot totdat de in de Oekraïne geboren Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov (1953-1964) per decreet van 19 februari 1954 de Krim overdroeg aan de Oekraïense Socialistische Sovjet Republiek. Het maakte weinig verschil aan welke republiek het schiereiland behoorde binnen de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepublieken. Het decreet werd op 27 februari 1954 aangekondigd op de voorpagina van Pravda. De geschiedenis herhaalt zich Na het ineenstoren van de Sovjet-Unie in 1991, werd Rusland gedwongen om zijn militaire bases terug te leasen van de Oekraïne. Wanneer - na anti-regeringsprotesten in 2013-1024 - in februari 2014 de prowesterse regering Jatsenjoek in Kiev wordt geïnstalleerd, is dit voor de Russische president Poetin aanleiding om de Krim te bezetten. Voor Rusland is de Krim van groot strategisch belang omdat in Sebastopol de Russische Zwarte Zeevloot is gestationeerd.

Rusland, verzilverde penning op de bezetting van de Krim in opdracht van president Vladimir Poetin. Vz. Portret van president Poetin. Kz. Kaart van de Krim met plaatsnamen. Hierboven het staatswapen van Rusland. Verzilverd, 40 mm. Vervaardigd bij de Art Grani gieterij, Zlato-oest, Oeral


24

FILAKRANT 2019

De Mariënburg

Vervolg van pagina 23 Met de bezetting werd voorkomen dat de Russische marine uit Sebastopol moest vertrekken. Via een referendum kiest de 97% bevolking voor afscheiding van Oekraïne en annexatie met Rusland. Op 16 maart, twee dagen na het referendum, ondertekend president Poetin een document waardoor de Krim weer deel van Rusland wordt.

Door Adriaan van Oosten

E

en beetje Duitslandfilatelist kent de prachtige zegel uit 1924 waarop de Mariënburg staat afgebeeld (afb.1). In dit artikel zullen zowel de geschiedenis van dit imposante kasteel als een vleugje van de postgeschiedenis van de stad Mariënburg aan de orde komen.’

Referentie Ronald Prud’homme van Reine, De Russische verovering van de Krim. Hoe Catharina de Grote met hulp van een Nederlandse kapitein de Krim annexeerde, www.kennislink.nl. De Keteloorlog 8 oktober 1784

1785. Penning van de stad Amsterdam ‘Verdrag van Fontainebleau tussen de Verenigde Provinciën en Frankrijk’, door J. Holtzhey. Vz. Nederlandse maagd met stroomgod Schelde aan haar voeten, vliegende Faam links. Kz. Boven langs de rand een stralende zon met een gevleugelde hoed, mercuriusstaf en bazuin, zes regels tekst en onder langs de rand het wapen van Amsterdam geflankeerd met een drietand en een versierde lans. Opschrift: GRATI ANIMI MONUMENTUM ILLUSTRISSIMIS HUJUS DIFFICILLIMI NEGOTII PRAEFECTIS DICATUM A QUIBUSDAM CIVIBUS MERCATORIBUS AMSTELODAMENSIBUS (Dankbaar gedenkteken illustere moed in de moeilijke onderhandelingen gevoerd door sommige toegewijde prefecten voor burgers en handelaren van Amsterdam), zilver 49 mm, VvL 627. Foto: Heritage Auctions Europe, veiling 38 (mei 2013), nr. 4520

De Mariënburg werd in 1274 gesticht door de ridders van de Duitse Orde, twee jaar later de aangrenzende stad met dezelfde naam. De Duitse Orde was gesticht in 1180 (afb.2) als geestelijke orde. De ridders moesten onder meer de gelofte van kuisheid afleggen en leefden min of meer als monniken. Spotprent op het Verdrag van Fontainebleau waarmee een eind kwam aan de Keteloorlog, de twisten tussen Nederland en de Oostenrijkse keizer Jozef II. In een kamer verdelen de Oostenrijkse keizer en de Franse koning Lodewijk XVI een Hollandse kaas. Frederik van Pruisen komt de kamer binnen en wil ook mee eten van de kaas. De keurvorst van Keulen veegt de kruimels van de tafel. In het onderschrift een uitleg van de voorstelling in het Frans en Duits. Collectie Rijksmuseum RP-P-1909-1617. Foto: Creative Commons

Het verdrag bevestigde de sluiting van de Schelde, maar voorzag in compensatie van 9.500.000 florijnen door de Republiek (waarvan de helft door Frankrijk werd gedragen). Het zorgde verder voor de overdracht van een aantal Staatse gebieden aan de Oostenrijkse Nederlanden, waaronder Fort Lillo, Fort Het Verdrag van Fontainebleau werd op 8 november 1785 Liefkenshoek en het grootste deel van het graafschap Dalhem. gesloten tussen de Oostenrijkse keizer Jozef II (1765-1790) en de Republiek der Verenigde Nederlanden naar aanleiding van de Fort Lillo (destijds een schans) werd in 1578 op instigatie van Keteloorlog. In dit treffen had Jozef II getracht de blokkade van prins Willem van Oranje gebouwd door Antwerpenaren teneinde de Schelde te doorbreken. De Verenigde Nederlanden, gesteund de stad beter te kunnen beschermen tegen een te verwachten door Frankrijk en Pruisen, maakten duidelijk dat ze dit niet zou- Spaanse aanval. Oorspronkelijk opgericht om te helpen bij de bevrijding van het den toestaan. Heilige Land werd de orde later ingezet om in het zuidoosten van het toenmalige Hongarije (nu het zuidoosten van Transsylvanië in Roemenië) de Turken tegen te houden. Vanaf 1232 waren de ridders, op verzoek van Hertog Konrad van Mazovië en met toestemming van Paus en Keizer, ingeschakeld bij het bestrijden en kerstenen van de Prussen in het gebied dat later bekend zou staan als Oost-Pruisen. Ze versloegen de Prussen, veroverden hun hele gebied en stichtten daarin een eigen staat onder leiding van de Hoogmeester van de Duitse Orde. Die was alleen verantwoording schuldig aan de Paus. Het hoofdkwartier van de Orde bevond zich eerst in Venetië, maar werd in 1309 verplaatst naar de Mariënburg. Het kasteel moet er ook in zijn eerste fase al bijzonder imposant uit hebben gezien, maar met de uitbreiding na 1309 was het zonder meer het grootste van Europa.

Fort Liefkenshoek en Fort Lillo op een kaart van Joseph de Ferraris (1726-1814) uit 1775. Afbeelding: Wikimedia Commons Fort Liefkenshoek werd in 1579 gebouwd tegenover het fort Lillo aan de rechteroever, waarschijnlijk in opdracht van de magistraat van de stad Antwerpen. Enkele Oostenrijkse gebieden kwamen onder Staats bestuur: Obbicht en Papenhoven werd gevoegd bij Staats-Opper-Gelre. Elsloo, Oud-Valkenburg, Schin op Geul, Strucht en Schaesberg gingen over naar Staats-Overmaas. De Redemptiedorpen gingen naar Staats-Brabant.

Aankomst van de vier gemachtigden van de Oostenrijkse keizer voor de plechtige overgave van Lillo en Liefkenshoek door de Republiek, volgens de voorwaarden in het Verdrag van Fontainebleau. Gravure uit ca. 1790 door Reinier Vinkeles. Afbeelding: Wikimedia Commons De Keteloorlog (ook wel de Marmietenoorlog genoemd) is de spotnaam van een kort treffen tussen troepen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Oostenrijk op 8 oktober 1784. Dit treffen kreeg de naam Keteloorlog omdat het enige “slachtoffer” een soepketel was.

Tot de Redemptiedorpen behoren de ten westen van Maas gelegen dorpen Falais, Hermal (Hermalle-sous-Argenteau) en Paifve in de huidige Belgische provincie Luik en Veulen, Hopertingen (Hoepertingen), Rutte (Rutten), Rotem, Mopertingen en Nederheim (Nerem) in de huidige Belgische provincie Limburg. In 1454 kwam een aantal steden uit het gebied van de Orde De Bataafse Republiek stond ze op 16 mei 1795 (Verdrag van Den in opstand en onderwierp zich aan de Koning van Polen. De Mariënburg hield stand tot 1466, toen ook het kasteel onder Haag) af aan Frankrijk. diens gezag kwam te staan en bevorderd werd tot Koninklijke Fontainebleau bevestigde dus in grote lijnen de blokkade van de residentie. Dat bleef het tot 1771 toen Frederik de Grote van Schelde zoals vastgelegd in het Verdrag van Münster en werd in Pruisen (afb.3) bij de eerste Poolse deling het “afvallige” stuk van de Oostenrijkse Nederlanden als een grote teleurstelling erva- Pruisen weer terugkreeg, onder de naam West-Pruisen. Hij had ren. Pas in 1839 werd een vrije doorvaart naar de haven van weinig emplooi voor zo’n ouderwetse vesting. Het hele complex dreigde te vervallen en als steengroeve gebruikt te gaan worden, Antwerpen mogelijk. R.H. zoals met zoveel middeleeuwse burchten was gebeurd.


FILAKRANT 2019

maal per dag visumfrei per bus naar Danzig, de dichtstbijzijnde grote stad, reizen. Een dergelijk stempel werd ook gehanteerd in het wat noordelijker gelegen Elbing. In 1926 vierde de stad Marienburg haar 650-jarig bestaan. Dat moest natuurlijk gevierd worden en dat gebeurde onder andere met een van de mooiste Sonderstempel die ik in mijn verzameling heb. U ziet het in afb.9 twee maal op een typische Aan het eind van de achttiende eeuw verscheen echter de jonge architect Friedrich Gilly (afb.4) ter plaatse. Zijn vader was directeur van de Pruisische “Rijksgebouwendienst” en kreeg de opdracht na te gaan wat er met de Mariënburg moest gebeuren: slopen of voor een ander doel bestemmen? De jonge Friedrich benutte de tijd om tekeningen te maken van wat hij in het kasteel zag. Die tekeningen werden vervolgens in Berlijn door Friedrich Frick verwerkt tot gekleurde etsen, die een grote indruk op het publiek maakten. In één klap stond de Mariënburg op de kaart als een uniek voorbeeld van de gotische baksteenbouw en een symbool voor het trotse Pruisische verleden. Slopen was definitief niet meer aan de orde. Integendeel: het kasteel hoorde voorgoed bij het nationale erfgoed. We slaan nu een eeuw over en bevinden ons in de vroege jaren ’20 van de twintigste eeuw. Onder de bepalingen van het Verdrag van Versailles is de Freie Stadt Danzig (FSD) in het leven geroepen. De rivier de Nogat (een zijarm van de Weichsel) vormt nu de grens tussen het uitgebreide Oost-Pruisen en de FSD. De postzegel in afb.1 geeft het beeld van de Danziger kant van de Nogat.

verzamelaars-kaart, gefrankeerd met het drukwerktarief van 3 Pf. En zo komen we weer terug bij de bijna mythische betekenis die de Mariënburg in de Duitse geschiedenis had gekregen. Op een Bildpostkarte uit 1931 (afb.10) vinden we als onderschrift bij de

foto Marienburg, die Burg im Osten, “de burcht in het Oosten”. Die drang naar het Oosten , die in het Derde Rijk onder meer leidde tot de catastrofale inval in de Sovjet-Unie, zien we merkwaardig genoeg ook al terug op een ander noodgeldbiljetje uit juli 1920 (afb.11). Een groep ridders trekt langs de Mariënburg en

Een andere bepaling van Versailles regelde een volksstemming in een groot deel van het bij het Duitse Rijk gevoegde deel van West-Pruisen, het Abstimmungsgebiet Marienwerder. Bij Duitslandverzamelaars zeker bekend. Daarin lag ook de stad Marienburg. We zien daar dus ook de typische Marienwerderpostzegels in gebruik. In afb.5 ziet u Mi-Nr 8 met stempel van Marienburg 1, en nr 3 van Marienburg 2. Interessant is dat er ook een postkantoor Marienburg 3 bestond. Dat lag echter op de westoever van de Nogat en kwam dus onder de FSD te vallen. Dankzij onze Sammlerfreund Ton Hulkenberg kan ik u ook daarvan een afstempeling tonen en wel op Danzig Nr 7 (afb.6). U ziet dat, postaal gesproken, de stad steeds werd aangeduid als Marienburg (Westpr), ook al bestond West-Pruisen strikt genomen helemaal niet meer.

25

in feite een vorm van bedrog. In het Wawelkasteel in Krakau hadden voor de Duitse bezetting recente reconstructies gehangen van vaandels die de Poolse koning in 1410 had buitgemaakt in de door hem gewonnen slag bij Tannenberg . Het leek de Duitsers een aardig plan die vaandels “thuis te brengen” in de Mariënburg, alsof die origineel waren, terwijl al bekend was dat het onjuist was·. Zo gezegd, zo gedaan en de geplande plechtigheid ging gewoon door.

Bij alle geweld van nazisme en oorlog doet het wat merkwaardig aan dat er in Marienburg ook nog filatelisten actief waren. Van een van hen, een zekere Carl Pachroff, is een kaart in mijn verzameling terecht gekomen (afb.14). Op 16 juli 1942 bestelde hij in Frankfurt een aantal postzegels van het Duitse Rijk en frankeerde zijn kaart heel passend met de zegel ter ere van de Dag van de Postzegel van dat jaar. Die 700 jaar Duitse Ostgeschichte klopten wel zo ongeveer. Zoals we gezien hebben begon die “Oostgeschiedenis”, althans voor Pruisen, in 1232. In de laatste jaren van het Derde Rijk kreeg Marienburg nog een nieuwe versie van het stempel. In afb.14 laat Ik u dat zien op een brief die is afgestempeld op 2 januari 1945 (afb.15). Nog in diezelfde maand naderde de opmars van het Rode Leger de Mariënburg. In het Kriegstagebuch des Oberkommandos der Wehrmacht lezen we onder 28 januari: Bei Marienburg Kämpfe um das Schloss en onder 3 februari nog dramatischer: Kämpfe in der Marienburg . Verder wordt het kasteel niet meer genoemd. Het bleef achter als een treurige ruïne.

zingt daarbij in het Nederduits: ‘Naer Ostland willen wir riden, naer Ostland willen wir mee, al over die groene heiden.’ U herinnert zich nu waarschijnlijk uit ons aller Michel Spezial dat de naam Ostland ook werd gekozen voor het Rijkscommissariaat dat de veroverde gebieden in de Baltische Staten en (een deel van) WitRusland bestuurde. Aan het eind van de jaren ’30 kwam in Marienburg een stempel (afb.12) in gebruik met daarop een geharnast ridder voor

De Volksstemming op 11 juli 1920 liep, zoals bekend, uit op een grote overwinning van Duitsland. Van die feestelijke dag kan ik u geen filatelistisch blijk laten zien, maar wel een noodgeldbiljetje (afb.7). Op de ene kant wordt de siegreiche Volksabstimmung gememoreerd en op de andere kant beieren de klokken boven het oude kasteel: deutsch deutsch. Een gevolg van Versailles was dus dat Marienburg plotseling een grensstad was geworden, met douanekantoor en al. De brief waarvan afb. 8 een fragment laat zien, werd op 19 maart 1938 verzonden van Rosenberg (Westpr.) naar Arnhem. Krachtens de deviezenregeling werd de brief in Marienburg zollamtlich geopend, en weer dichtgeplakt met een plakstrook die dat duidelijk maakte. De afstempeling, die hier fungeert als een soort briefzegel, laat nog iets aardigs zien dat in dit verband relevant is. Men kon vanuit Marienburg drie

het witte schild met een zwart kruis van de Duitse Orde. Als onderschrift staat erbij: Die Burg der deutschen Ritter / 700 Jahre Ostgeschichte – weer zo’n suggestief Duits woord dat moeilijk in het Nederlands is te vertalen. In 1940 verscheen ook nog een Sonderstempel ter gelegenheid van de Einholung der Fahnen des deutschen Ritterordens op 19 mei (afb.13). Dit betrof

Na de oorlog begon Marienburg aan een nieuw, Pools bestaan onder de naam Malbork. Toen begon ook het herstel en uiteindelijk de restauratie van het aloude kasteel. Met veel respect voor de geschiedenis van het bouwwerk, zonder verdoezeling van de enorme schade uit 1945. Een briefkaart uit 1977 toont het in volle glorie (afb.16). In 1997 werd de Mariënburg, nu Zamek w Malborku genaamd, op de lijst van Unesco Werelderfgoed geplaatst.


26

FILAKRANT 2019

Ook gek op de natuur? Zoogdierenpostzegels! Nu verkrijgbaar op de Eindejaarsbeurs en op www.collectclub.nl


FILAKRANT 2019

27

De tandarts slaat weer eens toe Door Henk Burgman Afb. 6 Horizontale rij van 10

T

andingsvariëteiten, perforatie- of tandingfouten, perforation flaws, of hoe je dit fenomeen ook wil noemen, Hoe ging dit afbreken nu in zijn werk? Zo als u kunt zien in bovenuitgeschreven zal je er nooit over raken. Er zijn zoveel dingen die, bewust of onbewust, fout kunnen gaan bij staand schema (met dank aan R. & J. Kuin) zijn er vijf verschillende het perforeren van zegels, dat bijna elk postzegel uitgevend land hier wel eens mee geconfronteerd werd of wordt. “type” tandingbruggen of “dubbele tanden” te vinden. Deze zijn terug te vinden in zeven verschillende verticale rijen. Onlangs kreeg ik vragen omtrent missende perforatie gaten bij de IJslandse zegels van het zo genaamde ovaal type en dan wel de zegels die uitgebracht werden in Aur waarden. De zegels van het zelfde type maar dan in Skildingwaarden waren in 1875 reeds ongeldig verklaard voor het frankeren van post. Niet meteen in de pen gaan klimmen want ook ik weet dat zelfs tot eind 1878, ondanks dat de laatste dag van geldigheid definitief op 27-09-1877 gesteld was, deze zegels echt gebruikt bekend zijn. Veel van de overgebleven en ingeleverde Skildingzegels werden later ook nog door de IJslandse post afgestempeld met het Reykjavík stempel van het type C1 en C2 in Lapidar schrift. De éérste zegels in de nieuwe Aur waarden werden officieel op 1 augustus 1876 uitgegeven. Van de meeste waarden werden er in de loop van de tijd meerdere drukken afgeleverd. Dit ter aanvulling van de toch wel krappe voorraad die door de IJslandse post ingekocht was, maar door de langzaam opkomende alfabetisering en de daaruit voortvloeiende drang naar correspondentie achteraf gezien vrij conservatief was ingeschat. De door Ph. Batz ontworpen zegels werden door H.H. Thiele te Kopenhagen, Denemarken in een eenkleurige boekdruk vervaardigd. Het watermerkpapier was het zelfde papier als gebruikt werd voor de op dat moment in Denemarken koerserende Deense zegels. Dus met watermerk Kroon II.

papier van 0,09 - 0,10 mm voor de zegels gedrukt vanaf 1895. Onthoud dat de papier dikte geldt voor de dikte van het papier alleen. De dikte van de aangebrachte drukinkt kan ook nog tot enige verschillen leiden. De kwaliteit van de perforatie is uiteraard niet alleen afhankelijk van het papier. Ook de gebruikte perforator, om zo een tandingmachine maar eens oneerbiedig te noemen, speelt een rol van betekenis. In Kopenhagen had men diverse tandingmogelijkheden. Ten eerste hadden ze een Lijntandingmachine die in dit verhaal geen rol speelt. Ten tweede waren er een aantal kamtandingmachines voorhanden die kortweg K I, K II en K III genoemd worden. K I is voor ons niet van belang. K II werd rond 1885 voorzien van nieuwe perforatienaalden. De diameter, of duidelijker, de dikte van deze nieuwe naalden was minder dan de oude naalden. Makkelijker gezegd de nieuwe naalden waren dunner dan de oude naalden. In het begin van 1889 werd er een derde Kamtandingmachine in gebruik genomen (K III). Deze machine werd gelijktijdig met de K II gebruikt. De oude machine (K I) word gelijkertijd buiten gebruik gesteld. Als in juli/augustus 1895 het nieuwe, dikkere papier in gebruik genomen wordt krijgt de oude machine K II, ja juist.. die met de dunne naalden, het een beetje moeilijk.

De volgorde van perforeren was als volgt. Bij de eerste slag werd de gehele bovenste horizontale zijde samen met elf verticale zijden in één keer geperforeerd. Bij de volgende slag werd de onderste zijde van de bovenste rij (10) zegels geperforeerd plus de elf verticale zijden van de zegels van de tweede horizontale rij. Hierbij is dus de onderste perforatie rij van de eerste rij zegels gelijktijdig de bovenste horizontale zijde van de tweede rij zegels. Dit proces werd dus herhaald tot dat de laatste horizontale rij, dus de onderste zijde van rij tien, geperforeerd was. Als er nu één tand ergens in de kam afbreekt wordt dit vanaf dat moment zichtbaar op de zelfde positie in de rij daaronder. Dus als in zegel twee van de kam de derde (horizontale) pen afbreekt dan zal er een papierbrug ontstaan die niet alleen in de eerste maar ook in de tweede, derde, vierde rij enz. terug te vinden is op exact de zelfde plaats in de perforatie van het betreffende zegel. Als we nog een keer naar de tabel in het vorige nummer kijken moeten we voor de duidelijkheid er in gedachten wel de aantekening bij maken dat het hier gaat om ‘verticale’ velrijen. Om dit zichtbaar te maken zou je een veldeel van deze zegels, waarin deze tandingvariëteit voorkomt, moeten kunnen zien. Helaas ben ik niet in het bezit van zo een veldeel. Wel kan ik u een samengestelde horizontale rij laten zien van de 10 Aur. Afb. 6 Horizontale rij van 10 Hierbij wel een paartje van de 3 Aur met de posities 3 & 4.

Afb. 1 Watermerken Thiele was niet alleen de vervaardiger van IJslandse maar ook van de Deense en Deens West Indische zegels.

Afb. 4 Schematische weergave

Afb. 2 DWI zegels op brief Als we ons beperken tot de drie IJslandse waarden waar we deze missende perforatie kunnen tegenkomen, de 3, 6 en 10 Aur van 1876 met tanding 14 x 13 1/2, dan moeten we in ogenschouw houden dat dit zegels zijn waarvan er meerdere drukken zijn vervaardigd.

De dunnere naalden kunnen het dikkere papier niet meer aan en Afb. 7 2x 3 Aur beginnen enigszins uit het lood te staan, ja.. zelfs te verbuigen. Zo nu en dan werd er met een hamer, of zo iets dergelijks, een klap op de naalden gegeven om ze, letterlijk en figuurlijk gesproken weer in het gareel te krijgen. Dit alles is uiteraard bij een iets nauwkeurigere bestudering van de tanding van zegels die in de desbetreffende periode geperforeerd werden terug te vinden. Uiteindelijk beginnen in de laatste week van augustus 1895 de veel geplaagde perforatiepennen af te breken, los te raken en uit te vallen, K II had Afb. 8 Strip van 4x 6 Aur 14 perforatiepennen per 2 cm in de horizontale lijn en 131/2 pen in de verticale lijn. KIII had een grovere tanding n.l. 12 3/4 pen per De grootste hoeveelheid die ik in mijn verzameling heb is een 2 cm en had ook nog eens stevigere, dikkere, pennen. strip van 4 van de 6 Aur met de positie 1 t/m 4 in de horizontale rij. Een heel apart zegel is het 6 Aur zegel met de 2e perforatie pen gebroken. Echter alleen in de onderste perforatie rij. Zou dit het moment zijn geweest dat deze pen afbrak na het perforeren van de bovenste horizontale perforatie???

Afb. 3 3, 6 en 10 Aur met volledige tanding

Afb. 9 6 Aur met 1x tandingfout

In de loop der jaren zijn hiervoor door de drukkerij meerdere papiersoorten gebruikt. Een van de kenmerken van papier die gebruikt wordt voor postzegels is dat ze een bepaalde dikte moeten (kunnen) hebben. A; niet te dun maar... B; ook niet te dik. De papierdikte loopt bij deze zegels van vrij dun; 0,06 - 0,07 mm, gebruikt in de periode 1873 - 1882/1883 via 0,07 - 0,09 mm, gebruikt in de periode 1883/1884 tot 1891/1892 tot vrij dik

Als we nu naar de totale aantallen kijken en er rekening mee houden dat er, behalve de zegels uit de onbeschadigde verticale rijen, ook nog vellen zijn die door de onbeschadigde, nieuwere, tandingmachine K III zijn geperforeerd, dan denk ik dat er minder dan de geschatte 70% van de zegels een tandingfout hebben. Het afbreken van de pennen gebeurde niet allemaal tegelijkertijd Afb. 5 Positietabel (denk ik). Dus zijn er ook nog vellen die geen of slechts een paar


28

FILAKRANT 2019

zegels met een tandingbrug bevatten. Let wel van deze specifieke hadden en bang waren dat ze bij het afscheuren van de zegels het drie drukken en met deze specifieke K II machine. Zie ook weer geheel aan flarden zouden trekken. Echt een meerwaarde geeft de tabel hier boven dit nu ook weer niet aan het zegel want na het lezen van deze “tip” zullen er ongetwijfeld weer mensen zijn die deze truc gaan De conclusie is dat een honderd procent geperforeerde zegel, toepassen om hun “waardevolle” tandingvariëteit een nog hogere van de desbetreffende druk, moeilijker te vinden is dan een zegel waarde te kunnen toedichten. met ergens een, of eigenlijk moet ik zeggen, twee ontbrekende perforatie gaten Waarom de catalogusprijs voor een “tandeloos” Zoals ik hierboven al verhaalde werden er door H. H. Thiele in zegel hoger is, ligt geheel aan de wens van de, vaak onwetende, dezelfde periode met de zelfde machines en materialen ook de beginnende verzamelaar. Een perfect zegel is voor sommige ver- postzegels van Denemarken en Deens West Indië geproduceerd. zamelaars nog steeds minder waard dan een zegel die een, al of Het zal u dan niet verbazen dat er ook bij deze zegels de zelfde niet, gemanipuleerd (schoonheids)foutje heeft. Ook al zijn er van perforatie onvolkomenheden voorkomen. En wel bij de 4 en 8 de “gemutileerde” zegels meer in omloop dan van 100% getande øre tweekleuren ovaalzegels, de 5, 10 en 20 øre wapentype en enkele zegels van Deens West Indië. zegels. Overigens kunt u zegels met perforatiefouten vinden die in de papierbrug in de onderste en/of bovenste horizontale rij gaatjes zijn aangebracht. Deze gaatjes zijn, meestal, beduidend kleiner dan de normale perforatie gaten. Ik denk, en eigenlijk weet ik het wel zeker, dat dit gaatje met de hand is aangebracht en wel door middel van een speld of naald. Dit werd wel vaker gedaan door mensen of bedrijven die grotere aantallen van deze zegels in voorraad

Echter het zoeken en vinden van Deense en Deens West Indische zegels met deze perforatie “fouten” zal heel wat meer tijd vergen dan deze “makkelijke” IJslandse zegels. Waarom er bij de IJslandse zegels alleen papierbruggen in de horizontale perforatie voorkomen? Ik weet het niet. Bij de Deense ovaalzegels komen wel verticale bruggen voor. Gebruikte bronnen: Interdania ‘79 catalogus; Island - 6 Aur ovaludgave. Door Orla Nielsen. Posthorn (USA) no.140, Nov ‘79; De Engelse vertaling van het bovenstaande artikel. Kol’s Handbuch. NFT no.1 -1979; Tandingen på DK, DWI och Islands Frimärken. Door Lasse Nielsen. Om at samle våben type. Door Oluf Pedersen. De AFA Speciaal en Facit Speciaal catalogi.

Met vriendelijke dank voor het beschikbaar stellen van informatie aan: Johnny Pernerfors van de Föreningen Íslandssmlarna uit Zweden en Roland Daebel van de Duitse Forschungsgemeinschaft Afb. 10 4x DK 20 øre zegels Nordische Staaten e.V.

Adverteren in Filakrant 2019 Werbung machen In der Filazeitung 2019 Advertising at Filanewspaper 2019 Publicité du Filajournal 2019 Redactie artikelen zijn altijd welkom. Ook als ze al eens eerder geplaatst zijn. Niet geadverteerd in Filakrant? Wellicht volgende jaar. Wist u dat u ook voor kleinere beurzen kunt adverteren, zie pagina 8.

Info: V.O.V.V.: +31-(0)-55-3558600 of +31-(0)6-30718411 • organisatie@eindejaarsbeurs.nl


FILAKRANT 2019

29

Groenland op de internationale koloniale tentoonstelling 1931 in Parijs Door John Kuin en Rieneke Kuin-Hulshof Delft 2018

T

ussen de twee wereldoorlogen waren er met name door de afloop van W.O. I behoorlijke spanningen ontstaan tussen de verschillende Europese grootmachten. Net als in het begin van de 20e eeuw werden er wel diverse pogingen ondernomen om middels wereldtentoonstellingen de bewoners van het ene deel een beeld te schetsen van bewoners en mogelijkheden van andere delen van de wereld. Dit om de ontwikkeling en vooruitgang ook buiten de “ontwikkelde landen” op gang te brengen. Maar vooral ook om te laten zien hoe sterk en invloedrijk het moederland was. Met de blik van vandaag is dat kolonialisme heel anders dan in de 30er jaren van de vorige eeuw. Kritische geluiden waren er destijds overigens ook al. Lang niet iedereen was overtuigd van de goede bedoelingen van de kolonisator. Ook toen was al duidelijk dat veel koloniën uitgebuit werden door het moederland. Het algemene beeld van nu is dat de koloniën werden beschouwd als wingewesten die ten behoeve van het moederland natuurlijke rijkdommen dienden af te staan. Destijds was het beeld dat het Westen daar “beschaving” bracht en in ruil daarvoor met de vruchten, kruiden en bodemschatten van de kolonie het moederland verrijkte.

Aan de (wereld)tentoonstelling van 1931 in Parijs ging maar liefst 25 jaar aan planning en voorbereiding vooraf. In 1906 is er al een comité gevormd om planning voor een dergelijk cultureel evenement te gaan organiseren. Het plan was om dat in 1916 te realiseren. De voorbereidingen vroegen echter veel meer tijd. Oorspronkelijk was er in Frankrijk strijd waar de happening plaats moest gaan vinden. Veel steden, met Marseille voorop, vonden dat het niet altijd maar Parijs moest zijn. De inkomsten van dergelijke evenementen verdwenen, tot ongenoegen van veel provinciesteden, altijd maar naar de hoofdstad. Als één van de beste argumenten werd gegeven dat het in Parijs eigenlijk altijd maar regende. Dat was toch geen goede representatie van het weer in de koloniën. In Marseille was het klimaat immers veel beter. Daarnaast was dit ook een veel avontuurlijkere stad en veel meer dan Parijs de poort naar verre landen.

rijke bodem onder het “eeuwige” ijs. Zo bezien is de opwarming van de aarde ook in die zin een bedreiging voor Groenland. Het verdwijnen van het ijs en de kou maakt bodemschatten toegankelijker dan ooit en de drempel voor nieuw kolonialisme kleiner.

Duitsland was na W.O. I haar overzeese gebiedsdelen grotendeels kwijt geraakt met het Verdrag van Versailles en deed dus niet mee. De tentoonstelling leek er een beetje op gericht te wedijveren met het Verenigd Koninkrijk dat slechts met een kleine afdeling was vertegenwoordigd (vnl. de koloniën in het Midden Oosten) in vergelijking met de omvang van haar koloniale rijk. Italië, Portugal, Nederland en de Verenigde Staten waren naast Frankrijk de belangrijkste koloniale deelnemers. Denemarken had met de kolonie Groenland een klein paviljoen in de bossen in het noorden van het terrein en was slechts een (zeer) bescheiden deel van de tentoonstelling.  

Deense kryoliet mijn in Ivigtût.7 Frankrijk was na het Verenigd Koninkrijk de grootste koloniale macht ter wereld, maar was in eigen land oppermachtig aanwezig op haar eigen Exposition Coloniale Internationale in Parijs. Beperkte ruimte was in gebruik door andere Europese landen en als enig niet-Europees land was er ook een perceel gereserveerd voor de Verenigde Staten. Het Amerikaanse gebouw op de expositie was een replica van het huis van George Washington in Mount Vernon, compleet met slaapkamer voor generaal Lafayette. De plaats van de tentoonstelling in Parijs was aan de rand van de stad in het Bois de Vincennes en duurde de hele zomer/herfst van 1931 (van 6 mei t/m 15 november). Voor slechts 3 Francs kon men over de gehele tentoonstelling dwalen en zich onder dompelen in andere culturen. Dat was voor die tijd een bijzondere happening. Op het terrein van maar liefst 500 hectare waren ruim 12.000 mensen betrokken. De kosten over de hele periode zijn geraamd op 285 miljoen Francs, de opbrengsten op 318 miljoen Francs. Belangrijkste bestuurder van de tentoonstelling was Maréchal Lyautey (Commissaire Général de l’Exposition Coloniale.)

Toegangsbiljet voor de tentoonstelling

Amerikaanse afdeling “Mount Vernon” nagebouwd

Men kwam er niet uit. Uiteindelijk organiseerde Marseille, tot ongenoegen van de nationale staat en regering, een eigen koloniale expositie in 1922. Dat weerhield Parijs er overigens niet van de organisatie van het veel grotere evenement wel gewoon door te zetten met wel de steun van staat en regering. Gevolg daarvan was dat veel gebouwen en zaken, die in 1922 in Marseille te zien waren geweest, in 1931 in het Bois de Vincennes in Parijs opnieuw werden opgebouwd zoals veel Afrikaanse hutten en de tempel van Angor Vat.

Kaart van de tentoonstelling met een ongekend grote oppervlakte destijds aan de rand van Parijs (nu in het centrum). De bezoekers van de tentoonstelling kregen een heel park voorgeschoteld met diverse afdelingen waarbij elk land/kolonie zich presenteerde. Dat ging van diorama’s tot compleet nagebouwde tempels, restaurants (met eten uit de betreffende regio), nagebouwde dorpen, ingevlogen natives en een dierentuin met exotische dieren. Natuurlijk kochten de bezoekers van de expositie graag souvenirs als herinnering aan deze dag. Om het evenement te financieren zijn er veel initiatieven bedacht, waaronder natuurlijk het uitgeven van postzegels. Zowel Frankrijk zelf (met 5 zegels) als haar koloniën (een omnibusuitgave van maar liefst 103 zegels uit 26 landen). Vrijwel elk Frans gebied gaf voor deze gelegenheid eigen zegels uit!

Compleet nagebouwde tempel Angor Vat. Waar veel landen lieten zien welke rijkdommen er uit de koloniën werden gehaald, was Denemarken hier de uitzondering op de regel. Het gebouw van Denemarken liet de pogingen zien om Groenland te koloniseren. Diorama’s lieten de Inuit zien met hondensleeën, in een koud en bleek landschap van het grootste eiland ter wereld. Hier was geen sprake van scheepsladingen vol met goud of specerijen zoals kaneel, peper of petroleum. Alleen de harde strijd tegen de elementen, waarbij de Deense regering wetenschappelijke experimenten uitvoerde om het leven op Groenland meer dragelijk te maken voor haar inwoners.   Natuurlijk kende de ontginning van Groenland ook voordelen voor de Denen. De ongelofelijke voordelen van de rijke viswateren, de walvisvaart, de pelshandel en de kryolietmijnen brachten beslist inkomsten voor de Deense staat. Tegenwoordig stellen zelfs veel landen de Deense controle over Groenland (of haar beperkte zelfstandigheid) wederom ter discussie vanwege de

Affice ter promotie van de tentoonstelling. 26 Franse overzeese gebiedsdelen deden mee en er kwamen 33 miljoen bezoekers op de tentoonstelling af. Daarnaast deden naast Frankrijk als koloniale macht zoals gezegd ook andere landen, zij het beperkt, mee. Naast Nederland (met een afdeling Nederlands-Indië) deed Denemarken mee met een afdeling Groenland. Het grote verschil was dat, in tegenstelling tot veel andere delen van de tentoonstelling, het hier niet zo zeer ging om de te winnen rijkdommen van de koloniën, maar meer om het schetsen van het beeld van het land, haar bevolking en de bezigheden in het dagelijks leven in de barre polaire omstandigheden.

Zegels met betrekking tot de tentoonstelling van de Franse gebieden en Frankrijk. Vervolg op pagina 35


30

FILAKRANT 2019

Postzegel- en muntenveilingen B.V.

1919 -2019

Al 100 jaar uw vertrouwen waard.

Rietdijk veilingagenda 2019 Postzegelveilingen  23 t/m 25 april 2019

kijkdagen 2 weken voorafgaand

Muntenveilingen

Kijkdagen 1 week voorafgaand

 4 t/m 6 november 2019  6 juni 2019  13 december 2019

Interesse? Neemt u contact met ons op! We sturen u graag onze veilingcatalogus of informatie over taxatie- en veilingmogelijkheden toe.

Bezoek aan huis? U wilt graag een bezoek op locatie om de mogelijkheden van veiling van uw verzameling te bespreken? Dat kan! Bel: 070- 364 78 31 info@rietdijkveilingen.nl

Postzegel- en muntenveilingen sinds 1919

Noordeinde 41 2514 GC Den Haag Tel.:

+31 070 - 364 78 31

Web:

www.rietdijkveilingen.nl

E-mail:

info@rietdijkveilingen.nl

Live online met de veiling meebieden? Maak nu een account aan!

E-mail naar: info@rietdijkveilingen.nl


FILAKRANT 2019

31

Internationale Beursagenda 2019

Voor deze agenda komen alleen beurzen in aanmerking met een substantieel (en/of internationaal) handelarenaanbod vanaf ca. 50 stands en/of beurzen met een bijzonder karakter Datum

Wat

Waar

Plaats

Info

18 & 19 januari 2019 26 & 27 januari 2019 8 & 9 februari 2019 13 t/m 16 februari 2019 15 & 16 maart 2019 28 febr t/m 2 maart 2019 14 t/m 16 maart 2019 5 & 6 april 2019 13 & 14 april 2019 9 t/m 11 mei 2019 11 mei 2019 29 mei t/m 2 juni 2019 24 t/m 26 mei 2019 17 & 18 mei 2019 19 & 20 july 2019 11 augustus 2019 6 & 7 setember 2019 11 t/m 14 september 2019 21 september 2019 21 september 2019 28 & 28 september 2019 4 & 5 oktober 2019 1 t/m 3 november 2019 24 t/m 26 oktober 2019 22 t/m 24 november 2019 8 december 2019 27 & 28 december 2019 23 t/m 25 november 2018 9 december 2018 27 & 28 december 2018

Yorkshow Stamp & Coinfair Filateliebeurs Hilversum Holland Coin Fair Stampex Sberatel Voorjaar Internationale Briefmarkenmesse Biennale Philatelique Antwerpfila Papermoneyfair Internationale Briefmarkenmesse Filanumis, combinatiebeurs Stockholmia 2019 Veronafil Hollandfila Yorkshow Stamp & Coinfair Zomerbeurs voor verzamelaars Sbêratel Stampex Muntmanifestatie Ansichtkaarten- en Poststukkenmanifestatie Papermoneyfair Antwerpfila Postex nat.tentoonstelling Briefmarkenmesse Sindelfingen Veronafil Int. Muntenbeurs & Coinfair Eindejaarsbeurs/Stamptales Veronafil Int. Muntenbeurs & Coinfair Eindejaarsbeurs/Stamptales

Racecourse Dudok Arena Mercure Hotel Den Haag - Leidschendam Business Design Centre in Islington Hotel Olmpik Congres Messe Munchen Espace Champerret - Hal A Antwerp Expo De Poffermolen Messe Essen Expo Houten Waterfront Congress Centre PVA Expo De Veluwehal Racecourse Lakenhal en Grote Markt PVA Exp Praag Business Design Centre in Islington Expo Houten Expo Houten De Poffermolen Antwerp Expo Omnisport Messe Sindelfingen PVA Expo Sporthal De Vossenberg De Veluwehal PVA Expo Sporthal De Vossenberg De Veluwehal

York (GB) Hilversum (NL) Leidschendam Londen (GB) Praag (CZ) Munchen (D) Parijs (F) Antwerpen (B) Valkenburg (NL) Essen (D) Houten (NL) Stockholm (SE) Veronafil (IT) Barneveld (NL) York (GB) Herentals (B) Praag (CZ) Londen (GB) Houten (NL) Houten (NL) Valkenburg (NL) Antwerpen (B) Apeldoorn (NL) Sindelfingen (D) Veronafila (IT) Herentals (B) Barneveld (NL) Veronafila (IT) Herentals (B) Barneveld (NL)

www.stampshow.net www.filateliebeurs.nl www.hollandcoinfair.nl www.stampex.ltd.uk www.sberatel.info/jaro www.briefmarken-messe.de www.cnep.fr www.fnip.be www.papermoney-maastricht.eu www.briefmarkenmesse-essen.de www.wbevenementen.eu www.stockholmia2019.se www.veronafil.it www.eindejaarsbeurs.nl www.stampshow.net www.numismatica-herentals.be www.sberatel.info/de www.stampex.ltd.uk www.wbevenementen.eu www.wbevenementen.eu www.papermoney-maastricht.eu www.fnip.be www.postex.nl www.briefmarken-messe.de www.veronafil.it www.numismatica-herentals.be www.eindejaarsbeurs.nl www.veronafil.it www.numismatica-herentals.be www.eindejaarsbeurs.nl

Aanvullende Beursagenda 2019

Voor deze agenda komen alleen sterk regionale beurzen in aanmerking en/of beurzen met een bijzonder karakter

16 februari 2019 9 & 10 maart 2019 18 t/m 20 april 2019 4 mei 2019

Postzegelmanifestatie Noord 2019 Novio - Fair De Brievenbeurs Verzamelaarsbeurs met hoofdmoot filatelie

»» De Beurzen

van

Sportcentrum De Hullen O.C. Huisman Sporthal Sportcentrum "de Mammoet" Sportcentrum de Brake

2019 «

Roden (NL) Nijmegen Gouda (NL) Nunspeet

» De Beurzen

www.wbevenementen.eu www.filafair.nl www.sfeg.nl www.wbevenementen.eu

van

2019 ««

Belangrijk voor beursbezoekers:

Controleer altijd voor u gaat of het betreffende evenement wel doorgaat. (b.v.via een website of bel met de organisatie) Beurzen kunnen verschoven worden, hallen kunnen failliet gaan evenals commerciele organisaties. Hoewel het u op alle beurzen kan overkomen dat u tegen niet deugende waren aanloopt is deze kans een stuk groter op beurzen met een volledig vrij toelatingsbeleid van commerciele organisatoren (meestal zonder naambadge). Hoewel van oorsprong niet zo bedoeld hebben veel stichtingen ook commerciele belangen. Anders dan verenigingen kan het bestuur zichzelf fors belonen. Meldt niet deugende handel ten allen tijde bij de organisatie zodat deze maatregelen kan treffen. Zorg voor voldoende kleingeld b.v. voor parkeerautomaten en/of toiletbezoek. Ook is het handig om met gepast geld bij de kassa te betalen. (Pas op, de vermelde entreeprijzen kunnen wijzigen). Als u niet te veel contanten mee wilt nemen controleer dan of pinnen in de nabije omgeving van de beurs mogelijk is. Voorzie tassen, catalogi etc. van uw naam! Als u met de auto bent onthoud dan waar u hem hebt geparkeerd.

26 JANUARI & 27 JANUARI 2019 FILATELIEBEURS HILVERSUM

8 EN 9 FEBRUARI HOLLAND COIN FAIR 2019

Dudok-Arena, Arena 303 in Hilversum 26 januari 10.00 - 17.00 uur 27 januari 10.00 - 16.30 uur Aantal Handelaren: ± 60 Verenigingen e.d.: ± 30

Fletcher Hotel – Weigelia 22, 2262 AB Leidschendam 8 februari 16.00 - 21.00 uur 9 februari 10.00 - 16.00 uur Toegang € 5,-. Aantal Handelaren: ± 15-20 N.V.M.H. Overige stands: ca. 5

Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: ca. 2000 m² Handel: Uitgebreid en kwalitatief hoogwaardig aanbod. De N.V.P.H. neemt als organisatie deel aan de beurs. Sterke punten: Vlakbij station Hilversum Sportpark. Gratis toegang. Gratis parkeren. Mooi restaurant met zitjes. Goed handelsaanbod w.o. veel andere (semi) handelaren. Veel gespecialiseerde verenigingen. Stoelen bij (semi) handel. De 2019 Filakrant gratis af te halen. Plattegrond verkrijgbaar bij ingang. Handelaren zijn kenbaar met badge. Zwakke punten: Weinig stoelen bij N.V.P.H. stands. Te dominant aanwezige promotiestands. Horeca boven, chaotisch en bediening traag. Géén jeugdactiviteiten.

Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: ca. 500 m² Entree: Niet bekend. Handel: Kwalitatief hoogwaardig aanbod, echter uitsluitend N.V.M.H. leden. Sterke punten: Gratis parkeren. Redelijk assortiment. Leuke exposities/presentaties. Koninklijke Munt aanwezig. Zwakke punten: Weinig handelaren.

16 FEBRUARI POSTZEGEL-MANIFESTATIE NOORD 2019 Sportcentrum De Hullen, Centuurbaan Zuid 6, 9301 HX Roden. 10.00 - 16.00 uur. Toegang € 4,-. Jeugd gratis tot 17 jaar. Aantal Handelaren: ± 50 Verenigingen e.d.: ± 5 Organisatievorm: Commercieel Grootte in m²: ca. 1500 m² Handel: Redelijk aanbod met voldoende variatie. Sterke punten: Gratis parkeerplaatsen. Ruime lichte hal. Gezellige en goed betaalbare catering. Stoelen bij de stands. Vrij toelatingsbeleid. Veel goedkope (dubbeltjes) stands. Zwakke Punten: Eigenlijk alleen goed bereikbaar voor N.O.-Nederland. Té vrij toelatingsbeleid. Waardeloze vloerafdekking. Hoge entree voor regionale beurs. Handelaren niet kenbaar d.m.v. naambadge. Bij volle parkeerplaats moet men in de wijk parkeren.


32

FILAKRANT 2019

9 & 10 MAART NOVIO - FAIR 2019

5 & 6 april 2019 - Antwerpfila

18 T/M 20 APRIL 2019 DE BRIEVENBEURS

Nationale tentoonstelling 2019

O.C. Huisman Sporthal

Antwerp Expo, J.van Rijswijcklaan191, B-2020 Antwerpen.(B) 5 april 10.00 - 17.00 uur. 6 april 10.00 - 16.00 uur. Toegang: € 5,Aantal Handelaren: ± 60-70 Verenigingen e.d.: ± 5

Sporthallencomplex de Mammoet, Calslaan 101, 2804 RT Gouda. 18 april: 10.00 - 17.00 uur, 19 april: 10.00 - 17.00 uur. 20 april: 10.00 - 16.00 uur. Toegang en parkeren gratis. Aantal Handelaren: ca. 25-30. Infostands: ca. 5-10

Let op: 10 maart KNBF-Jo Toussainttoernooi, toegang gratis.

Organisatievorm: F.N.I.P Grootte in m²: ca: 3000 m² Handel: Een goed tot zeer goed aanbod met een internationaal karakter.

Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: ca. 1500 m² Handel: Gevarieerd aanbod van brieven, postzegels en een aantal ansichtkaartenhandelaren.

Sterke punten: Handelaren kenbaar met badge. Postzegeltentoonstelling propagandaklasse. Mooie ruime zaal. Gratis parkeren.

Sterke punten: Gemoedelijke sfeer. Een goed en internationaal aanbod. Makkelijk bereikbaar via snelweg. Veel gelegenheid voor gratis parkeren. Weinig promotiestands. Ruim van opzet met voldoende licht. Goed te combineren met een weekendje Antwerpen. Gratis FNIP-nieuws en Filakrant. Handelaren kenbaar d.m.v. badge. Stoelen bij de stands.

Sterke punten: Goed aanbod brieven. Ook buitenlandse handelaren. Ruim van opzet. Goed verlicht. Stoelen bij de stands. Gratis toegang. Gratis parkeren. Elk jaar een thema.

Zwakke punten: Zeer beperkte catering. Te hoge entree voor een regionale beurs. Weinig stoelen bij N.V.P.H. stands.

Zwakke Punten: Halcatering excessief duur. Nauwelijks gespecialiseerde verenigingen/studiegroepen. Bij warm weer slechte luchtverversing. Expohallen zijn eigenlijk aan vernieuwing toe.

13 & 14 APRIL 2019 PAPERMONEY MAASTRICHT

4 MEI 2019 - NUNSPEET

11 MEI 2019 - FILANUMIS Ansichtkaarten & Poststukken manifistatie

Sport- en recreatiecentrum ‘De Brake’, Oosteinderweg 19 te Nunspeet. 09.30 - 15.00 uur. Toegang € 3,-, parkeren gratis. Aantal Handelaren: ± 55

Euretco Expo Center, Meidoornkade 29, 3992 AE Houten. 09.30 - 16.00 uur. Toegang € 4,-. Aantal Handelaren: ± 70 Filatelie en ± 50 Munten Verenigingen: ca. 10

Dennenstraat 25, 6543 JP Nijmegen 9 maart 10.00 - 17.00 uur 10 maart 10.00 - 16.00 uur Toegang € 5,00 Aantal Handelaren: ± 25-30 Overige stands: ± 10-15

Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: ca. 2000 m² Handel: N.V.P.H. neemt deel als organisatie. Ook andere handelaren.

De Poffermolen, Plenkertstraat 50, Valkenburg. 13 april 09.00 - 18.30 uur. Toegang € 12,14 april 10.00 - 16.00 uur. Toegang € 6,Aantal Handelaren: ± 180 Organisatievorm: Commercieel Grootte in m²: ca. 1800 m² Handel: Ruim 180 stands met deelnemers uit ca.70 landen. Van Nw-Zeeland tot Canada, van Singapore tot Zuid-Amerika enz. enz. (voertaal is voornamelijk Engels). De beurs is uitgegroeid tot het grootste evenement ter wereld op het gebied van papiergeld. Sterke punten: Goed bereikbaar. Enorm en gevarieerd aanbod. Redelijke catering met zitjes. Uitsluitend papiergeld en waardepapieren. Ideaal voor een gezellig weekendje Valkenburg. Handelaren kenbaar met badge. Zwakke punten: Betaald parkeren. Door het bijtrekken van zaaltjes en hoekjes. nogal rommelig geheel. Eigenlijk te hoge entrée. Matige halverlichting.

9 T/M 11 MEI 2019 BRIEFMARKENMESSE - ESSEN

Messehaus Süd Halle 1A, Norbertstraße, D-45131 Essen (Duitsland) 9 en 10 mei 10.00 - 18.00 uur 11 mei 10.00 - 17.00 uur Toegang gratis. Handelaren en postagentschappen: ca. 110 Gespecialiseerde verenigingen: ca. 20

Organisatievorm: Commercieel Grootte in m²: ca: 1500 m² Handel: Een beurs met ca. 40 filateliestands aangevuld met andere verzamelgebieden zoals munten en ansichtkaarten. Het aanbod is redelijk. Sterke punten: Ruime en goed verlichte sporthal. Gemoedelijke sfeer. Regionale trekker. Gratis parkeren. Overzichtelijke indeling. Stoelen bij de stands. Zwakke punten: Geen plattegrond en handelaren niet kenbaar. Niet al te veel parkeerplaatsen bij de hal.

Organisatievorm: Commercieel Grootte in m²: ca. 3000 m² Handel: Gecombineerde beurs met zowel filatelie als numismatiek. Sterke punten: Aparte clusters met filatelie en numismatiek. Een mooie ruime en redelijk verlichte zaal. Stoelen bij de stands. Vrij toelatingsbeleid dus ook semi-handel. Het aanbod zal redelijk tot goed zijn. Gratis parkeren. Centraal gelegen. Catering in de zaal. De 2019 Filakrant gratis af te halen. Nette brochure met plattegrond. Zwakke punten: Handelaren niet kenbaar aan naambadge. Door de vele pilaren niet echt overzichtelijk. Gèèn jeugdaktiviteiten.

17 & 18 MEI 2019 - Hollandfila grote inloopstands, geselecteerde semi-handelaren uit binnen- en buitenland, grote uitzoekbergen enz. enz.

De Veluwehal, Nieuwe Markt 6, 3771 CB Barneveld. 17 mei 10.00 - 17.00 uur. 18 mei 10.00 - 16.00 uur. Toegang € 3,-. Jeugd gratis tot 17 jaar. Leden Samenwerkingsverband Filatelie gratis toegang. Aantal Handelaren: ± 90 Verenigingen e.d.: ± 20

Sterke punten: Plattegrond wordt verstrekt. Handelaren kenbaar met badge. Goed verlichte, ruime en overzichtelijke zaal. Veel gespecialiseerde verenigingen. Gezellig restaurant met veel zitjes en betaalbare prijzen. Centraal gelegen en zowel per auto als OV goed bereikbaar. Gratis parkeermogelijkheden in de wijken nabij de hal en de grote parkeerplaats de Vetkamp. Station Centraal op 400 meter. Hal ligt tegen de gezellige dorpskern aan. Veel voorzieningen en banken op loopafstand. Laatste beurs voor de zomerstop. Beurs is volledig self-supporting. (geen sponsoring of subsidies)

Organisatie: Jan Billion, Grootte in m²: ca. 3500 m² Handel: Grote internationale beurs met veel stands. Doordat dit de dichtsbijzijnde beurs met veel postagentschappen is wordt de beurs ook druk bezocht vanuit Nederland. Sterke punten: Gratis toegang. Goed bereikbaar. Mooie entree met roltrappen. Goed licht. Veel postagentschappen. Zwakke punten: Rommelig geheel en daardoor onoverzichtelijk. Beperkt gewone handelaren. Betaald parkeren (prijs valt mee). Te dure catering boven, Beperkte catering beneden. Broodje en koffie zelf meenemen, maar dan helaas wel buiten opeten. Teveel veilinghuizen en materiaalfabrikanten.

Organisatievorm: Vereniging Grootte in m²: ca: 3000 m² Handel: Het aanbod is geweldig. Dit is Nederlands grootste filateliebeurs! Een enorm aantal officiële handelaren waaronder een groot aantal NVPH-leden, buitenlandse handelaren,

V.O.V.V.

Zwakke punten: Betaald parkeren vlakbij de hal. Dagkaart € 6,-. Stands worden slecht aangegeven. Catering is soms traag. Soms te druk bij opening.


FILAKRANT 2019 21 SEPTEMBER 2019 Ansicht-kaarten & Poststukken manifistatie

21 SEPTEMBER 2019 MUNTMANIFESTATIE

28 & 29 SEPTEMBER 2019 PAPERMONEY MAASTRICHT

Euretco Expo Center, Meidoornkade 29, 3992 AE Houten 09.30 - 16.00 uur Toegang vanaf 16 jr. € 5,Aantal Handelaren: ± 100

Euretco Expo Center, Meidoornkade 29, 3992 AE Houten 09.30 - 16.00 uur Toegang vanaf 16 jr. € 5,Aantal Handelaren: ± 135,

De Poffermolen, Plenkertstraat 50, Valkenburg. 28 sept 9.00-18.30 uur Toegang € 12,29 sept 10.00-16.00 uur Toegang €. 6,Aantal Handelaren: ± 180 (zie bespreking 13 & 14 april)

Organisatievorm: Commercieel Grootte in m²: ca. 2000 m² Handel: Internationaal deelnemersveld met een groot aanbod voor de topografische en thematische verzamelaar.

Organisatievorm: Commercieel Grootte in m²: ca. 3000 m² Handel: Nederlands grootste speciaalbeurs voor verzamelaars van munten, penningen en papiergeld.

Sterke punten: Voldoende ruimte. Redelijke verlichting. Stoelen bij de stands. Goede ligging nabij de snelweg. Goed bereikbaar met OV. Veel gratis parkeerplaatsen. Sterke internationaal uitstraling. Catering in de zaal. De 2019 Filakrant gratis af te halen. Nette brochure met plattegrond.

Sterke punten: Voldoende ruimte. Redelijke verlichting. Stoelen bij de stands. Goede ligging nabij de snelweg. Goed bereikbaar met OV. Veel gratis parkeerplaatsen. Verenigngen / promotiestands. Sterke internationaal uitstraling. Catering in de zaal. De 2019 Filakrant gratis af te halen. Nette brochure met plattegrond.

Zwakke punten: Handelaren niet kenbaar aan naambadges. Door de vele pilaren niet echt overzichtelijk

Zwakke punten: Handelaren niet kenbaar aan naambadges. Door de vele pilaren niet echt overzichtelijk

4 & 5 OKTOBER 2019 - ANTWERPFILA

1 T/M 3 NOVEMBER 2019 - POSTEX

Verenigingen e.d.: ± 10

Let op datum!! Antwerp Expo, J.van Rijswijcklaan 191, B-2020 Antwerpen 4 okt.10.00 - 17.00 uur 5 okt.10.00 - 16.00 uur Toegang € 5,Aantal Handelaren: ± 55 Verenigingen e.d.: ± 5

Omnisport Apeldoorn, De Voorwaarts 55, 7321 MA Apeldoorn 1 & 2 nov. 10.00 - 17.00 uur 3 november 11.00 - 16.00 uur Toegang € 5,- p.p., jeugd t/m 17 jaar gratis. Handelaren: ± 50. Verenigingen, promotie e.d: ± 25

Organisatievorm: F.N.I.P Grootte in m²: ca: 3000 m² Handel: Een goed tot zeer goed aanbod met een internationaal karakter.

Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: handel ca. 1800 m², tentoonstelling c.a. 1500 m², verenigingen en promotie. Tentoonstelling en handel: Voor liefhebbers van tentoonstellingen een absolute aanrader. Dit jaar als thema ‘Olympische Spelen’. NVPH-handelaren aangevuld met buitenlandse en overige handelaren.

Sterke punten: Gemoedelijke sfeer. Een goed en internationaal aanbod. Makkelijk bereikbaar via snelweg. Veel gelegenheid voor gratis parkeren. Weinig promotiestands. Ruim van opzet met voldoende licht. Goed te combineren met een weekendje Antwerpen. Gratis FNIP-nieuws en Filakrant 2019. Handelaren kenbaar d.m.v. badge. Stoelen bij de stands. Zwakke Punten: Halcatering excessief duur. Nauwelijks gespecialiseerde verenigingen/studiegroepen. Bij warm weer slechte luchtverversing. Expohallen zijn eigenlijk aan vernieuwing toe.

Sterke punten: Breed aanbod filatelistische producten. Ruime en goed verlichte hal. Goed bereikbaar met openbaar vervoer. Veel gespecialiseerde verenigingen. Handelaren herkenbaar aan naambadge. Dag van de Postzegel. Aandacht voor jeugd. Zwakke punten: Weinig niet NVPH-handelaren aanwezig. Weinig stoelen bij N.V.P.H. stands. Weinig voorzieningen in directe omgeving (wordt langzaam beter). Entree zou lager moeten. Gezien het promotionele karakter van dit evenement zou de toegang eigenlijk gratis moeten zijn.

Last but not least

27 & 28 DECEMBER 2019 EINDEJAARSBEURS

24, 25 & 26 OKTOBER 2019 BRIEFMARKENMESSE SINDELFINGEN

Messe Sindelfingen, Mahdentalstraat 116, D-71065 Sindelfingen. 24 & 25 okt. 10.00 - 18.00 uur. 26 oktober 10.00 - 17.00 uur Handelaren: ± 90 Verenigingen: ± 40 Postagentschappen: ± 30 Organisatie: J. Billion Grootte in m²: ca. 4000 m² Handel: Grote internationale beurs met veel stands. Sterk punten: Veel postagentschappen. Gratis toegang. Grootste Duitse beurs. Zeer internationaal. Veel exclusief materiaal. Zwakke punten: Veel te veel veilingen en albumfabrikanten. Weinig gewone handelaren. Betaald parkeren. Forse reisafstand.

Nederlands meest succesvolle beurs! Tot ver buiten de landsgrenzen bekend en een nog steeds toenemend bezoek uit het buitenland.

als bij Hollandfila. Echter; op deze beurs zijn vaak toch meer en andere stands aanwezig. Vanwege het ruimtegebrek staat deze beurs minder veel grote stands toe. Door het voeren van strenge regels, schitterende banieren en zaalaankleding oogt de beurs fantastisch. De beurs kent ook een apart gesitueerd en redelijk segment met een divers aanbod in munten, penningen en bankbiljetten. Ook een aantal specialisten in ansichtkaarten.

De Veluwehal, Nieuwe Markt 6, 3771 CB Barneveld 27 december 10.00 - 17.00 uur 28 december 10.00 - 16.00 uur Toegang € 3,-. Jeugd gratis tot 17 jaar. Aantal handelaren: ± 110 filateliestands ± 30 munten, bankbiljetten en ansichtkaarten. Verenigingen e.d: ± 20 Organisatievorm: Vereniging Grootte in m²: 3000 m² Handel: Beurs met wachtlijsten en een enorm aantal deelnemers. Voor de filatelie geldt hetzelfde verhaal

33

Sterke punten: Zie Hollandfila: Op deze beurs ook handelaren met penningen, munten, bankbiljetten en ansichtkaarten. Fantastische beurs in een gemoedelijke (kerst) sfeer. Voor de jeugd twee dagen Stamptales. (Zie hiernaast). Filakrant 2020 voor het eerst verkrijgbaar. Tijdens deze beurs wordt het centrum vaak vrij parkeren gemaakt door de gemeente Barneveld. U kunt uw eigen folderpakket samenstellen met een enorme keus aan folders en (vak)bladen. Zwakke punten: Zie Hollandfila. Kan soms echt te druk zijn vooral bij opening. Catering soms traag. Deze beurs trekt veel bezoek, kan parkeerproblemen geven.

STAMPTALES Toneelzaal Veluwehal. Adres en openingstijden: Zie eindejaarsbeurs. Voor iedereen gratis toegang echter het jeugdprogramma is alleen voor jeugd tot 17 jaar. Grootte in m²: ca. 500 m². Het grootste jeugdevenement van de Benelux en misschien wel van Europa. Dit steeds internationaler wordende jeugdevenement wordt gesponsord door de eindejaarsbeurs. Groot en uitgebreid spellencircuit die allemaal iets te maken hebben met postzegels. Schitterende jeugdbladen die de deelnemers in hun eigen stamptalesringband kunnen opbergen. Jeugdleiders vanuit verschillende verenigingen en landen werken nauw samen tijdens dit evenement. (Uniek!) Zelfs voor munten en/of bankbiljetten is er een jeugdprogramma. Jeugdveiling: Elke dag om 14.30 uur wordt afgesloten met een uitgebreide jeugdveiling met prachtige (en best wel dure) kavels.


34

FILAKRANT 2019

Veilingagenda 2019

Voorzover bekend hebben we de volgende veilingen opgenomen in deze lijst. Verklaringen van de afkortingen in de kolom Soort: Pzv = Postzegelveiling / M = Muntenveiling / B = Bankbiljetten

Datum

door wie

19 januari 2019 16 & 16 februari 2019 16 maart 2019 16 maart 2019 22 maart 2019 16&21-23 maart 2019 28 t/ 30 maart 2019 11 april 2019 13 & 13 april 2019 23 t/m 25 april 219 29 & 30 april 2019 11 mei 2019 14 t/m 18 mei 2019 25 mei 2019 7 & 8 juni 2019 6 juni 2019 15 juni 2019 22 juni 2019 6 juli 2019 6 & 7 september 2019 14 september 2019 12-14&21 september 2019 21 september 2019 26 t/m 28 september 2019 4 & 5 oktober 2015 4 t/m 6 november 2019 12 t/m 16 november 2019 16 november 2019 30 november 2019 7 december 2019 13 december 2019 medio december 2019

Leopardi Heritage Auctions Europe Jean eElsen et ses Fils s.a. Leopardi Veilinghuis de Ruiter Corinphila Veilingen B.v. De Nederlandsche Postzegel- & Muntenveiling Corné Akkermans Veilingen B.V. Van Dieten postzegelveiling Rietdijk Veilingen Karel de Geus - veiling Leopardi Heritage Auctions Europe De Nederlandsche Muntenveiling postzegelveiling Rijnmond (o.v.b.) Rietdijk Veilingen Jean eElsen et ses Fils s.a. AA Muntenveiling Leopardi Heritage Auctions Europe Jean eElsen et ses Fils s.a. Corinphila Veilingen B.v. Leopardi De Nederlandsche Postzegel- & Muntenveiling Van Dieten postzegelveiling Rietdijk Veilingen Heritage Auctions Europe Leopardi De Nederlandsche Muntenveiling Jean eElsen et ses Fils s.a. Rietdijk Veilingen postzegelveiling Rijnmond (o.v.b.)

soort veilinglocatie Pzv Pzv M Pzv M P/M Pzv B Pzv Pzv M Pzv B/M M Pzv M M M Pzv Pzv M P/M Pzv Pzv Pzv Pzv M/B Pzv M M M Pzv

Rijssensestraat 203 B Energieweg 7 Tervurenlaan 65 Rijssensestraat 203 B Industrieweg 13 Mortelmolen 3 Leeuwenveldseweg 14 De Polfermolen Bakkerstraat 22 Noordeinde 41 Recreatiecentrum 't Witven Rijssensestraat 203 B Energieweg 7 Leeuwenveldseweg 14 Rotterdam The Hague Airport Noordeinde 41 Tervurenlaan 65 Stadhouderskade 12 Rijssensestraat 203 B Energieweg 7 Tervurenlaan 65 Mortelmolen 3 Rijssensestraat 203 B Leeuwenveldseweg 14 Bakkerstraat 22 Noordeinde 41 Energieweg 7 Rijssensestraat 203 B Leeuwenveldseweg 14 Tervurenlaan 65 Noordeinde 41 Rotterdam The Hague Airport

plaats

informatie

Nijverdal (NL) IJsselstein (NL) Brussel (B) Nijverdal (NL) Klaaswaal (NL) Amstelveen (NL) Weesp (NL) Valkenburg ad Geul Roermond Den Haag (NL) Veldhoven (NL) Nijverdal (NL) IJsselstein (NL) Weesp (NL) Rotterdam Den Haag (NL) Brussel (B) Amsterdam (NL) Nijverdal (NL) IJsselstein (NL) Brussel (B) Amstelveen (NL) Nijverdal (NL) Weesp (NL) Roermond Den Haag (NL) IJsselstein (NL) Nijverdal (NL) Weesp (NL) Brussel (B) Den Haag (NL) Rotterdam

0548 - 655855 030 - 6063944 0032-(0)2-734635 0548 - 655855 0186-746746 020-6249740 0294 - 433020 06-44 812 471 0475 - 563500 070 - 3647957 040- 2123455 0548 - 655855 030 - 6063944 0294 - 433020 010 - 2130986 070 - 3647957 0032-(0)2-734635 020-6261818 548 - 655855 030 - 6063944 0032-(0)2-734635 020-6249740 0548 - 655855 0294 - 433020 0475 - 563500 070 - 3647957 030 - 6063944 0548 - 655855 0294 - 433020 0032-(0)2-734635 070 - 3647957 010 - 2130986

Uw collectie uitbreiden of verkopen? ties! lijvende taxa

Dat doet u bij Veilinghuis De Ruiter.

Gratis en vrijb

Gouden afslag Dukaton 1703 Hamerprijs € 60.500,-

1841. Russia. Gold Medal Hamerprijs €37.000,-

Nederland. 10 gulden. 1898. Hamerprijs € 2.500,-

Nederland. Penning 1675. Hendrik Casimir van Nassau-Dietz. Hamerprijs €1.100,-

> Inbrengen op de veiling

> Kopen op de veiling

Onze deskundige en ervaren taxateurs bepalen vrijblijvend de waarde

Bij Veilinghuis De Ruiter vindt u bijzondere objecten: van voordelig geprijsde

van uw objecten. Dankzij ons internationale koperspubliek realiseert u

items tot unieke topstukken van hoge waarde. Bekijk ons volledige aanbod

hoge opbrengsten. U kunt bij ons terecht met o.a. munten, bankbiljetten,

op onze website.

penningen en postzegels.

Ieder jaar vindt er in maart en oktober een voor- en najaarsveiling plaats.

Kijk voor de exacte data op: www.veilinghuisderuiter.nl

info@veilinghuisderuiter.nl • +31 (0) 186 - 746 746 • Industrieweg 24 • 3286 BW Klaaswaal

Volg ons op facebook facebook.com/veilinghuisderuiter


FILAKRANT 2019

35

Vervolg van pagina 29

Zegels met betrekking tot de tentoonstelling van de Franse gebieden en Frankrijk. Naast de grote hoeveelheid aan postzegels, kwamen er ook veel prentbriefkaarten op de markt. We vermoeden zelfs dat in 1931 in Parijs wereldwijd de meest prentbriefkaarten zijn gemaakt….. Er zijn op internationale verkoopsites werkelijk honderden verschillende prentbriefkaarten te vinden met betrekking tot de koloniale expositie in Parijs in 1931. De kiem voor dit artikel ligt ook bij dergelijke prentbriefkaarten. Voor illustratieve doeleinden bevat onze postzegelverzameling Groenland (ook) een aantal prentbriefkaarten. We hebben er als postzegelverzamelaars nooit specifiek naar gezocht, ze zaten een keer ergens bij en zoals een goed verzamelaar betaamt, gooien we natuurlijk niets weg! Een van die kaarten betrof een zeehondenvanger (huidenjager) staand naast een kajak turend naar een mogelijke prooi. Het feit dat het een foto betrof die het leven in de poolgebieden treffend en sprekend illustreert maakt dit een mooie aanvulling voor de verzameling. Naast de tekst in het Deens (Ung Fanger) stond daaronder de tekst in het Frans (Jeune Chasseur de Phoques). Daar hebben we nooit specifiek de link mee gelegd naar de koloniale tentoonstelling van 1931 in Parijs. Dat werd echter anders toen we een vergelijkbare kaart vonden met een apart stempel achterop.  

Vermeldingen op de achterzijde van de kaarten. Op 1 kaart na (die heeft alleen Deense tekst), zijn alle kaarten dus tweetalig. Op 3 maart 2018 bezochten we de bijeenkomst van de gespecialiseerde filatelistenvereniging Skandinavië. Indien je gespecialiseerd verzamelt, zouden we iedereen aanraden lid te worden van een op dat verzamelgebied gespecialiseerde vereniging. Je komt in contact met mensen die kennis en materialen willen delen en daarmee kan je je verzamelgebied en kennis uitbreiden. Onderdeel van die bijeenkomsten (meestal op zaterdagen en dan 4x per jaar) is vaak een veiling. Naast de vele aangeboden zegels werd onze aandacht dit keer ook getrokken door kavel 614 met de beschrijving: “18 oude (reproducties?) van ongebruikte prentbriefkaarten.”

Het kavel benam ons bijkans de adem tijdens de bezichtiging. Daar ging onze theorie! Van de 18 kaarten in werkelijk sublieme kwaliteit (geen roest) hadden we er slechts 6 al in ons bezit! Alle kaarten waren onmiskenbaar afkomstig van dezelfde (Deens/ Groenlandse) serie, omdat de opmaak en opbouw exact overeen kwam. Geen van deze kaarten in het kavel had echter het stempel Stempel van de Internationale Coloniale Expositie uit 1931 van de expositie. Wel hadden we al enkele “dezelfde” kaarten, te Parijs van het Deens Pavilioen. wel voorzien van het expositiestempel. De verpakking van het Op de achterzijde van sommige (maar niet alle) kaarten. kavel gaf een oude beschrijving van een Deens veilinghuis, echter met een aantal van 27 kaarten. De inzender had dit kavel blijkbaar ooit in Denemarken gekocht, 9 kaarten gehouden en het restant, dat hij of zij kennelijk niet kon gebruiken, in de verenigingsveiling onder gebracht. Na aankoop van dit kavel (waarbij we een behoorlijk bod hadden genoteerd) en dat we slechts een 1 bod boven de startprijs wisten te verwerven, besloten we om de herkomst van deze kaarten uit te zoeken evenals een overzicht te maken om er achter te komen hoeveel (verschillende) van deze kaarten er zijn. Dat leidt tot het volgende overzicht:

Kennelijk heeft Denemarken kaarten met Groenlandse afbeeldingen en thema’s uitgebracht en deze als souvenirs verkocht op de expositie. Toen was de spreekwoordelijke verzamelaar in ons “wakker”. In een aantal jaren troffen we her en der verschillende kaarten aan. Tot begin 2018 hadden we er 8. Ons vermoeden was dat er een setje of mapje van een stuk of 10 of misschien 12 exemplaren van deze kaarten gemaakt was en dat het dus een kwestie zou zijn van zoeken naar enkele ontbrekende stuks. Kennelijk zijn kaarten met deze polaire thema’s populair, want per stuk kosten mooie exemplaren al gauw € 20,- / € 30,-. Het papier waarvan ze zijn gemaakt is erg roest gevoelig, qua kwaliteit is er dus behoorlijk verschil in prijs tussen een gaaf en een exemplaar met gebreken. Mooie exemplaren zijn moeilijk te vinden, ze zijn nu al bijna 80 jaar oud! Herkenningspunten van de Deens/Groenlandse kaarten Alle kaarten zijn fotokaarten waarbij linksonder in de 1e (bovenste) regel een Deense tekst onder de afbeelding staat. Op de 2e (onderste) regel onder de Deense tekst staat de Franse vertaling van de Deense tekst. Rechts onder de foto staat de naam van de fotograaf en achter zijn naam de afkorting “Fot.” van naar wij aannemen (foto). De achterzijde van de kaart is vrij “Basic” voor kaarten uit de 30-er jaren van de 20e eeuw. Naast de tekst Postkort / Carte Postale vinden we een scheidingslijn met links ruimte voor een bericht en rechts ruimte voor een postzegel en 3 adres-lijnen. In de scheidingslijn vinden we de naam van de drukker: “Egmont H. Petersen, Kobenhaven imp.” Een zeer bekende Deense drukker. Rechts onder vinden we de naam van de uitgevende instantie “L’administration du Groenland.” De (nazaten van de) drukker konden ons echter niet verder helpen.

Een 5-tal kaarten uit de Deens/ Groenlandse serie.

Deens/Groenlandse kaarten uitgegeven op de Exposition Coloniale 1931 in Parijs

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34

Aftenstemming i Nordgronland Skib I Vajgattet Gammel Hustype I Grønland Slaeder Paa Hustag Grønlandsk fangerfamilie øjensprogi Grønland De Sovende Mands Fjeld Radiostationen ved Julianehaab Kirkeruin fra Nordbotiden Nordgrønlands Boplads Polareskimoisk Storfanger Fangstlaede Kører Ud Vordende Bjørnejaeger Cap York Køer i Sydgrønland Grondlands fjordlandskabl Ugorsivik Kolonien Angmagssalik Østgronland Faareflik i Sydgr∅nland Paa Hvalfangst Nordgrønlands Fjordlandskab Kajakker i Braending Kajakker paa Saelfangst Isfjelde Angmagssatfangst Teltplads I Godthaabsfjorden Ung Fanger Hjemkommen Fra Fangst Indkøb af Torsk østgrønlaender udenfor sit telt Grønlaendertyper Grønlaendersbørn Fangstslaede kommer hjem Sejlads i Davisstraedet Kvin de med sit Barn i Amaut Cap York Kryolithbruddet ved Ivigtût

Au Déclimn du jour Groenland Nord Vaisseau dans le Vaïgat Acien type de maison Groenlandaise Des Traineaux sur le Toit Chasseur Groenlandais avec sa Famile Langage mimé en Groenland Le mont de L’Homme endormi Station Radioélectrique de Julianehaab Ruine d Église du temps Scandinaves Petit Village; Groenland Nord Grand-Chasseur; Esquimau polaire Départ du Traïneau À Chasse Un Futur Chasseur d’ours, Cap York Des Vaches en Groenland Sud Pasage de Fijord Groenlandais; Ugorsivik La Colonie d’Angmagssalik, Groenland Est Troupeau de Mountons en Groenland sud A La Pêche de la Baleine Paysage de Fiord; Groenland Nord Des Kaïaks dans le brisant Des Kaïaks À la Chasse de Phoques Des Icebergs Pêche du Lodde Camp d Éte dans le fiord de Godthaab Jeune Chasseur de Phoques Retour de la Chasse Achat de Morue Habitant du Groenland est Devant sa Tente Types Groenlandais Enfants Groenlandais Retour du traineau à Chasse Navigation dans le détroit de Davis Femme avec Son Bébé dans “L ‘Amaut Cap York La mine de Cryolithe d’Ivigtût

Avondstemming in Noordgroenland Transportschepen in de baai Oud huis in Groenland Hondensleeen op het dak van het huis Een Groenlandse jagers familie Gezichtsuitdrukkingen in Groenland De berg “slapende mens” Radiostation in Julianehaab Kerkruine in Noord Scandinavishe stijl Klein dorp in Noord Groenland Grote huidenvanger Hondensleeen komen terug van de jacht Een toekomstige jager in Kaap York Koeien in Zuid Groenland Groenlands fjordenlandschap bij Ungorsivik Kolonie Angmagssalik oost Groenland Schaapskudde in zuid Groenland Walvisvangst Fjordenlandschap in Noord Groenland Kajakkers in de branding Kajakkers op huidenjacht IJsschotsen in zee Aan land brengen van de vangst Zomerkamp in het fjord van Godhaab De zeehondenvanger Terugkomst van de huidenjacht Inkoop van de vis Oost Groenlander voor zijn tent Groenlandse typen Groenlandse kinderen Terugkeer van de jacht met hondenslee Navigeren door de straat van Davis Moeder en kinderen in Kaap York Kryolietmijn in Ivigtût

K. Balle Fot A. Bertelsen Fot. A. Bertelsen Fot. A. Bertelsen Fot. A. Bertelsen Fot. A. Bertelsen Fot. A. Bertelsen Fot Danks Radio A.S. Fot. I. Daugaard-Jensen Fot. I. Daugaard-Jensen Fot. C. Harries Fot. C. Harries Fot. Th. N. Krabbe Fot. Th. N. Krabbe Fot. Th. N. Krabbe Fot. Th. N. Krabbe Fot. K.N. Kristensen Fot. J.M. Kruse G. Kristensen Fot. Kr. Lynge Fot. Kr. Lynge Fot. G. Mohrbutter. Fot. John Møller Fot. John Møller Fot. John Møller Fot. John Møller Fot. John Møller Fot. Joh. Petersen Fot. H. Rink Fot. Anno 1865 H. Rink Fot. Anno 1865 J. Sørensen Fot. N.P. Sørensen Fot. Th. Thomsen Fot. H.H. Weidemann Fot.

Vervolg op pagina 37


36

FILAKRANT 2019

Apeldoornse Postzegel- en Muntenbeurs Ca. 20 standhouders staan voor u klaar in een zeer gezellige zaal met schitterend daglicht. Gratis een eerlijke en objectieve taxatie van uw verzameling en/of nalatenschap. Door de ligging tegen het station perfect te bereiken per spoor. Info: 055-3558600 / 06-30718411 of www.eindejaarsbeurs.nl (klik Apeldoorn aan) Goede betaalbare catering Koffie/thee/fris € 1,20 Broodjes v.a. € 1,50 Agenda 2019:

3e zaterdag v.d. maand 16 februari 2019 16 maart 2019 20 april 2019

Zomerstop mei t/m augustus 21 september 19 oktober 16 november

2019 2019 2019

Winterstop t/m januari

N

IS ERE T K A GR /PAR uur NG 5.00 A EG .30-1 O T 9

Locatie: Wijkcentrum Het Bolwerk Ravelijn 55, 7325 NT Apeldoorn

Eigen vervoer: Komende van A1: uit richting Deventer / Amersfoort. Afslag A50 richting Zwolle. Dan afslag 24 Teuge / Apeldoorn. Komende van A50: uit richting Zwolle / Arnhem. Zelfde afslag 24. Richting centrum op de Zutphensestraat (N345) bij de 2e stoplichten rechtsaf. Volg de borden wijkcentrum Het Bolwerk. Openbaar vervoer:

De locatie ligt tegen het treinstation Apeldoorn-Osseveld. (30 meter afstand) Stadsbussen vanaf Apeldoorn station. Bus 5 - Halte Talma Borgh


FILAKRANT 2019 Vervolg van pagina 35 In totaal kennen we nu 34 verschillende kaarten uitgegeven door L’ Administration du Groenland en, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, bedoeld voor verkoop in het Deens/Groenlands paviljoen op de koloniale expositie van 1931 in Parijs. Dat lijkt ons een “onlogisch” aantal kaarten voor een serie. We zijn er lang niet zeker van dat dit ze allemaal zijn. 36 (dergelijke kaarten komen vaak in 12-tallen of veelvouden daarvan voor) lijkt ons een logischer aantal. Ook 40 exemplaren zou best “logisch” kunnen zijn, maar dat vraagt natuurlijk meer onderzoek. Heeft iemand exemplaren die niet in ons overzicht staan? We horen het graag!

Ook t.a.v. het aantal verschillende Franse kaarten met betrekking tot het Deens paviljoen zijn we niet zeker van het aantal, mede omdat de nummering van de verschillende onderdelen onverklaarbaar ver uit een ligt. Er is een kaart met nummer 105, een met nummer 229 en dan zijn er een aantal in de 450’s maar ook een met nummer 480. Toch zijn de opmaak en de kenmerken van deze kaarten evenzo identiek als die van de Deens/Groenlandse kaarten.

37

• Kaartje met een overzicht van de diverse wetenschappelijke expedities; • Het bestuur (L’ administration du Groenland); • De gezondheidszorg; • De natuurlijke bronnen; • De pers, communicatie & alfabetisering; • Wetenschappelijke expedities. Net zoals de prentbriefkaarten, zal ook dit boekje verkrijgbaar zijn geweest in het Deens/Groenlandse paviljoen op de expositie. De kaarten (en dan vooral de Franse) zijn overigens wel in grotere aantallen beschikbaar dan dit documentje. Dat zal zeker te maken hebben met de aantrekkelijke afbeeldingen van de kaarten en natuurlijk de mogelijkheid om kaarten ook daadwerkelijk te verzenden naar familie en vrienden om ze op de hoogte te brengen van het bezoek aan de expositie. In het boekje is geen verwijzing naar de kaarten te vinden.

Met het zoeken naar dergelijke kaarten (vooral online en vaak op Ebay) komen we ook met regelmaat kaarten tegen uitgegeven door de Fransen. Vaak betreft dat de veel grotere afdelingen met betrekking tot de Franse koloniën, maar ook van het Deens/ Groenlandse paviljoen van zowel de buitenzijde als de binnenzijde zijn door de Fransen prentbriefkaarten uitgegeven. Het Deens/ Groenlandse paviljoen bevatte zoals gezegd enkele diorama’s die het leven op Groenland verbeelden. Naast diverse gereedschappen voor de visvangst en de jacht, waren er enkele Inuit onderkomens nagebouwd en een blik op een aantal ijsberen. Zo kreeg de bezoeker een indruk van het leven en werken op Groenland.

Gebruikte prentbriefkaarten van deze series zijn overigens wel veel minder in de handel dan ongebruikte kaarten. De eerste echt gelopen Deens/Groenlandse kaart moeten we nog tegenkomen. Het ligt wel in de lijn der verwachting dat er kaarten vanaf de expositie zijn verzonden. Het zou dan natuurlijk aardig zijn dat die gefrankeerd zijn met de betreffende Franse zegels, voorzien van het Exposition Coloniale stempel 1931 en verzonden naar Denemarken of Groenland. Dat wordt zoeken. Delft 2018 Contact: john@kuin.com Bronnen: Hard copy Yvert catalogus Tome 2, 2018 Prive collectie prentbriefkaarten Le Groenland : Colonie du Danemark notes géographiques historiques et sociales. Expo 1931 Paris World’s Fair Magazine Volume VIII, 4, 1988 Contemporary French Civilization Winter/Spring 1990 Internet: http://www.ebay.com http://www.arthurchandler.com/paris-1931-exposition https://nl.pinterest.com/pin/393924298649122060

Informatieboekje Uitgegeven door Le Commissariat Général de Danemark met teksten van de hand van C.F. Harris, tevens fotograaf van (in ieder geval 2) van de Deens/Groenlandse kaarten, is ten behoeve van de tentoonstelling een boekje verschenen met allerlei wetenswaardigheden over de Deense kolonie Groenland. De volledige titel Le Groenland: Colonie du Danemark notes géographiques historiques et sociales. De tekst van dit boekje is in het Frans en behandelt achtereenvolgens; • De geografie en het klimaat; • De geschiedenis van Groenland; • Hans Egede; • Het Deense monopolie; Een 4-tal kaarten uit de Franse serie. • De bevolking;

     

FFranse kaarten van het pavilioen van Denemarken/Groenland op de Exposition Coloniale van Parijs in 1931 1 2 3 4 5 6 7

105 Pavillon du Danemark, consacré au Groenland 229 Pavillon du Danemark 456 Camp d’hiver au Groenland panorama de L’exposition du Groenland au Pavillon de Danemark 457 Camp d’éte pres d’un fjord Groenlandais panorama de l’exposition du Groenland au pavilion de Danemark 458 Ours Blancs dans un paysage du Groenland oriental panorama de l’expositon du Groenland au Pavillon de Danemark 459 Gallerie du pavillon de Danemark, consacré au Groenland 480 Camp d’hiver a Thule station la plus septentrionale du Groenland panorama de l’exposition du Groenland au pavillon de Danemark

Een aantal van de 34 (ons bekende) verschillende kaarten met Groenlandse thema’s


38

FILAKRANT 2019

STAMPS / COINS / BANKNOTES / MEDALS / POSTCARDS / SECURITIES / VINYL RECORDS

NEW S COL HOW FO LEC TOR R S

S B E R AT E L SPRING

Fri 15. – Sat 16. March 2019 hotel Olympik Congress Prague  www.sberatel.info/jaro

G RIN E H T T GA TRAL S E N G LAR S IN CE PE! E H T R RO END LLECTO RN EU T T A O TE OF C D EAS AN

22. International Fair for Stamps, Coins, Banknotes, Postcards, Minerals and Collecting

PRAGUE

Fri 6. – Sat 7. September 2019 Thu 5. September dealers afternoon

PVA EXPO Prague

General partner

www.sberatel.info/en Partner

On-line partner

Media partner


FILAKRANT 2019

39

Gildepenningen, een boeiend verzamelgebied B

innen het begrip ‘penningen’ hebben heel wat verzamelobjecten een plekje gekregen. Zo kennen we de kunstpenning, de historiepenning, de rekenpenning, de automaatpenning, de vroedschappenning en de gildepenning.

Aan het lidmaatschap van een gilde waren een aantal verplichtingen verbonden. Voor de reformatie was het bijwonen van de mis tijdens naamsdag van de patroonsheilige en het aansluitende diner verplicht. In de kerken hadden de gilden vaak een eigen altaar en werd door het gilde deelgenomen aan processies. Het jaarlijks te betalen lidmaatschap kwam in een kas waaruit onder meer de bediening van het altaar, het verzorgen van de uitvaart en hulp aan Ontstaan van de gilden Met de opkomst van de middenklasse in de steden in de behoeftige gildeleden werd betaald. In de loop der tijd werd het Noordelijke Nederlanden ontstonden vanaf de 13e eeuw, maar geld ook gebruikt als een soort verzekeringsfonds waaruit vanaf vooral in de 16e-17e eeuw, na het voorbeeld in de Zuidelijke de 17e eeuw ook pensioenen werden uitgekeerd. Nederlanden, een aantal gilden. In Nederland hebben circa 2.000 In de tweede helft van de 18e eeuw kwam er van verschillende gilden bestaan. kanten kritiek op het doen en laten van de gilden. Die wisten de boot heel lang af te houden door te wijzen op het feit dat ze ervoor zorgden dat zowel door de consument als aan de producent een rechtvaardige prijs werd betaald en een goede kwaliteit van het product werd gewaarborgd ‘tot nut voor allen’.

Amsterdam, gegraveerde messing penning van het Metselaars-, Steenhouwers-, Leidekkers- en Pompmakersgilde op naam van Jan Hindeman, MrM., aº 1777 den 17 november. MrM = meester metselaar. Collectie: Museum Amsterdam, inv. PA 1194 De patroonsheilige van de edelsmeden, smeden en metaalbewerkers (en muntverzamelaars) is St. Eloy of St. Eligius. Hij was goudsmid en tevens adviseur van de Merovingische koning Dagobert I. Op latere leeftijd werd hij bisschop. Hij wordt daarom meestal in een bisschopsgewaad en een hamer in de hand afgebeeld.

Kijkje in een 17e eeuwse bakkerij De gilden waren vooral actief in grote steden, daar waren voldoende ambachtslieden die hetzelfde beroep uitoefenden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat meeste gildepenningen afkomstig zijn uit Amsterdam en Middelburg, op afstand gevolgd door ’s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Maastricht en Utrecht. Sommige gilden wisten naast een economische macht ook politieke invloed te verwerven. Dat kon zijn in de vorm van een medezeggenschap bij de samenstelling van het stadsbestuur. Hoewel er verschillen zijn in de structuur van een gilde bestond het bestuur van de meeste gilden uit een aantal rijke meesters. De meester stond aan het hoofd van de piramide. Uit hun midden werd een deken gekozen. Daaronder stonden de gezellen en helemaal onderaan de leerlingen. Deze waren over het algemeen uitgesloten van stemming. De gilden hadden dus een zekere autonomie, er bleef echter altijd een oppertoezicht door het stadsbestuur of vorst.

apostel Paulus toen deze in Troas verbleef. Hij is de schrijver van het Evangelie volgens Lucas en de Handelingen. Volgens de legende schilderde Lucas Maria met het kind Jezus naar het leven. Deze voorstelling komt voor op vele altaarstukken van de plaatselijke schildersgilden.

Amsterdam, gegoten messing penning van het gilde van de timmerlieden. Vz: Afbeelding van Maria en Jozef (de schutspatroon der timmerlieden) op de vlucht naar Egypte. Omschrift: De vlucht van Egipten. Kz: Amsterdams stadswapen gehouden door twee met in de afsnede de gegraveerde naam: Herms. van Schouwenburg 1790. Foto: Haffmans Antiek te Utrecht De meeste gildepenning zijn vervaardigd van messing. Goedkoop 1680, gegraveerde messing penning van het Klein binnenlandvaaren duurzaam. Er zijn gegoten exemplaren en exemplaren waar- dersgilde. Vz. Naar links varend zeilschip. Kz. CORNELIS / ENGELEN / V / SPARREDAM. Collectie: Amsterdam Museum, inv. PA 1139 bij de afbeeldingen werd gegraveerd. Een combinatie van beide technieken komt ook voor. Op de gegoten penningen is vaak een blanco plek aanwezig. Deze kon gebruik worden voor het Er zijn ook penningen waarop de attributen van het beroep staan afgebeeld. Bijvoorbeeld een passer, driehoek en een troffel op aanbrengen van een naam of nummer. een penning van het metselaarsgilde. Een vijzel, vaak geflankeerd In het dagelijks leven tot aan de 19e eeuw was het gebruikelijk dat door twee apothekerspotten, geeft aan dat de penning in gebruik een schutspatroon waakte over het welzijn van de stad, gemeen- was bij een gilde van apothekers en drogisten. Op de penningen schap, gilden en andere (overheids)instellingen. Een schutspa- van het kleermakersgilde is vaak een schaar afgebeeld. Op pentroon komt op verschillende gildepenningen voor. ningen van een binnenvaartschipper staat vaak een klein zeilschip.

Lidmaatschapsbewijs van het St. Lucasgilde te Amsterdam voor Jacobus Cip, glazenmaker, uitgereikt op 11 november 1729. Onderaan een groep attributen van de schilderkunst Met een leerling werd vaak een meerjaren contract afgesloten waarbij de meester voor kost en inwoning zorgde. Na afronding van zijn leertijd kon hij een proeve van bekwaamheid afleggen om gezel te worden. Soms werd een bepaald bedrag uitgekeerd als beloning voor zijn diensttijd waarbij voor kost en inwoning een bedrag werd ingehouden. Als er geen numerus clausus was kon iedere christelijke man, die het poorterschap had van een stad, lid worden van een gilde. De kosten voor verkrijgen het burgerrecht waren in de Republiek niet hoog, een paar weken loon. Ook was de leertijd niet zolang als bijvoorbeeld in Engeland, Duitsland of Frankrijk.

1656, gegoten messing penning van het Bakkersgilde te Middelburg. Vz. Bakker schuift het brood in de oven, op de achtergrond een Amsterdam, gegraveerde zilveren penning van het gilde van timmerknecht bezig met het kneden van de broden. Kz. Twee gekroonde lieden. Vz: Afbeelding van Maria en Jozef op de vlucht naar Egypte. gekruiste broodschieters waartussen balans en verschillende soorten Omschrift: 19 Maart 1765 tot overmn Aange Stelt 23 July 1767 Tot Gilde knegtt Aangestelt*. In de afsnede: De Vlúgt Na / Egipten. broodjes. Foto: Schulman B.V. te Amsterdam, veiling 356, kavel 1863 Kz. wapen van Amsterdam gehouen door twee leeuwen. Omschrift: Dirk Múller 27 Octob- / 1761 Mr kastemakr / Geworden. Collectie: Een waar pronkstuk is een penning van het bakkersgilde uit Museum Amsterdam, inv. PA 159 Middelburg. Daarop staat een complete bakkerij op afgebeeld. Op de penning van de lakenkopers uit Middelburg is het interieur van Bij het gilde van timmerlieden, waar vaak aanverwante beroepen een winkel afgebeeld. Dit zijn echter de topstukken binnen het zoals meubelmakers zich hadden aangesloten, was dat St. Jozef. verzamelgebied gildepenningen. Jozef van Nazareth geldt in het christelijke geloof als de pleegvader van Jezus Christus en was timmerman van beroep.

Amsterdam, gegoten messing penning van het Schilders- of St. Lucasgilde 1764. Vz. Os met St. Lucasschild. Kz. Doodshoofd boven versierd schild. Tekst: 1764 / PIETER / SMIT / B (beeldhouwer). Foto: Schulman B.V., veiling 356, kavel 1815 De schilders en beeldsnijders hadden St. Lucas als hun patroon. Johannes en Caspaares Luiken, nr. 52 Metzelaar Lucas sloot zich rond het jaar 50 aan bij het gezelschap van de

1677, gegoten bronzen penning van het zijde- en lakenverkopers en kramersgilde te Middelburg. Voorzijde: Interieur van een lakenwinkel. Omschrift met stadswapen en de namen van de gildebestuurders en/ of (oud)dekens. Ingeslagen nummer 63. Keerzijde: Gekroonde hoed met veer, bril, kaarsensnuiter, een kaart knopen en andere textielattributen. Omschrift met namen van gildebestuurders en/of (oud) dekens. Collectie: Joods Historische Museum, inv. MB02512 Vervolg op pagina 41


40

FILAKRANT 2019

Omnisport De Voorwaarts 55 7321 MA Apeldoorn bereikbaar met: • Trein (station de Maten) • Auto (A50 afrit 24) • Ruime gratis parkeergelegenheid

THEMA Postex® 2019

open: vrijdag 10.00 - 17.00 uur zaterdag 10.00 - 17.00 uur zondag 11.00 - 16.00 uur

Gratis Catalogus Gratis Verrassingstas Gratis Taxaties www.postex.nl

VERVOER

www.facebook.com/ postexapeldoorn www.twitter.com/ postexapeldoorn

ruim 50 handelaren (ook uit buitenland) semi-handelaren Tentoonstelling

GRATIS POSTZEGEL voor elke betalende bezoeker

POSTEX® 2019

Informatie Rolstoel vriendelijk Goede zaalverlichting

KORTINGSBON € 1,00

(niet in combinatie met andere acties)


FILAKRANT 2019

41

Vervolg van pagina 39 Op sommige penningen komt een stadswapen voor, dan is de toewijzing aan een stad niet moeilijk. Op de gildepenningen van Vlissingen staat vaak een - al dan niet gekroonde – fles afgebeeld. Bij penningen uit Amsterdam staat vaak het gekroonde stadswapen gehouden door twee leeuwen. Op een penning van timmerlieden van Harlingen staat het wapen van de stad.

In de Waag te Amsterdam waren verschillende gilden gehuisvest die ieder hun eigen ingang hadden 1654, gegoten bronzen penning van het Scheepmakersgilde te Vlissingen. Vz. Gekroonde fles. Omschrift: Dekens . Pjotor Leynsen . Sÿmon Been. Kz. Schip in aanbouw. Hierboven het Lam Gods, er onder gereedschap. Ingeslagen nummer 83. Omschrift: Overdeken D’Heer Cornelis Lampsins Anº 1654. Collectie: Joods Historisch Museum, inv. MB02519

Behalve ambachtlieden waren er ook gilden waarvan de leden zich bezig hielden met een of andere vorm van dienstverlening. Zo was er in Amsterdam een gilde van makelaars en in Dordrecht een Koopmans of Kramersgilde. Voor het vervoer van goederen naar de waag moest men in Amsterdam gebruik maken van de waagdragers. De waag was heel belangrijk voor Bij het determineren van gildepenningen moest gebruik worden een stad. Op de van buiten de stad aangevoerde goederen gemaakt van de lokale archieven waar, na de opheffing van de moest immers invoer worden betaald. Tevens kon een kwagilden, het gildearchief (al dan niet in goede staat en compleet) liteitscontrole worden uitgevoerd. De huizen werden veelal werd gedeponeerd. verwarmd door het stoken van turf dat door de turfdragers werd bezorgd.

1643, gegoten messingpenning van de Voetboogschutters te ’s-Hertogenbosch. Vz. Sint Joris en de draak. Omschrift: + IN SHARTOGEN :BOSSCHE 1643. Kz. Voetboog met daaronder een wapenschil met kruis. Op de achtergrond een banderol met links nº, rechts nummer niet ingevuld. Omschrift: + DEN GOVDEN : VOOETBOEG. Foto: Schulman B.V. te Amsterdam, veiling 356, kavel 1857 Een paar gilden kozen voor de heilige Sebastiaan. Hij was soldaat en later leider van de Praetoriaanse garde. Toen ontdekt werd dat hij zich tot het christendom had bekeerd werd hij op het Marsveld te Rome met pijlen doorzeefd. Aan deze attributen is hij gemakkelijk te herkennen op schilderijen.

Z.j. (ca. 1700), zilveren penning van de schutters van Hoorn. Vz. Schutter met musket. Omschrift: PRO ARIS AC FOCIS (Voor outer en heerd). Kz. Eenhoorn met wapen het wapen van Hoorn tussen St. Joris en St. Sebastiaan. Foto: Schulman B.V. te Amsterdam, veiling 356, kavel 1859 1612, gegoten messing penning van het Makelaarsgilde te Amsterdam. Vz. Gekroond wapen van de stad gehouden door twee leeuwen. Naast de kroon het jaartal. In de afsnede ingeslagen nummer 404. Kz. Kijkje op de binnenplaats van de Amsterdamse Koopmansbeurs aan het Rokin geopend in 1612. Foto: Heritage Auctions Europe, veiling 42, kavel 5651 Verschillende verzamelaars uit de 19e eeuw hebben een groot aandeel gehad in determineren van de gildepenningen. Mej. M.A.G. de Man publiceerde over de Zeeuwse gildepenningen en de makers. Mevrouw O.N. Keuzenkamp-Roovers beschreef de Friese penningen. Mr. E. Polak bracht de Delftse en Amsterdamse gildepenningen in kaart. Een standaardwerk is nog steeds de publicatie ‘De Noord-Nederlandsche Gildepenningen’ van Mr. J. Dirks uitgegeven te Haarlem in 1878/1879.

1691, gegoten messing penning van het Molenaars- en Olieslagersgilde te ’s-Hertogenbosch. Vz. Johannes de Evangelist in een ketel op het vuur. Omschrift: + DE.VREEDE. SI.ONDER.V.MINBROEDERS. Gegraveerd nummer 16. Kz. Standaardmolen. Omschrift: + DENCKT.OP.HET.OORDEEL. GOTS.1691. Collectie: Nationale Numismatische Collectie – DNB, inv. 1956-0358

1698, gegoten messing penning van de Vettewariers te Middelburg. Vz. Zittende stedenmaagd met hoorn van overvloed en stadswapen. Op de achtergrond vaten, zakken en zeilschepen. Omschrift: DAT WELVAART EN SEGEN SY RYCK EN MILDE. Daaronder gegraveerd nummer /37/. Kz. Weegschaal, kaarsen, hammen enz. Omschrift: BY AL DE LEDEN VAN T VETTEWARY GILDEN. De vettewarier was een handelaar in kruidenierswaren met de nadruk op vette waar zoals boter, spek, olie, kaarten, worst enz. Jaartal in cartouche. Foto: Schulman B.V. te Amsterdam, veiling 352, kavel 1364 De gildepenning was soort identificatiepenning. Bij sommige gilden waren daarnaast nog andere penningen in gebruik. Bij het overlijden van een gildebroeder of familielid was het gebruikelijk dat de uitvaart door het gilde werd geregeld. Om te controleren dat niemand zich aan deze verplichting onttrok werden aanwezigheidpenningen uitgereikt. Deze waren veelal voorzien van een nummer dat correspondeerde met het lidmaatschapnummer. De leden die niet waren komen opdraven konden gemakkelijk worden vastgesteld waarop deze een boete moesten betalen.

In 1694 verscheen in Amsterdam het boek ‘Het menselyk bedryf’, vertoond in 100 Verbeeldingen van Ambachten, Konften, Hanteeringen en Bedryven; met Versen van Johannes en Caspaares Luiken. De prenten en de bijbehorende verzen geven een goede indruk van het dagelijks leven van de ambachtlieden, verenigd in gilden, in de 17e eeuw.

1625, gegoten messing penning van het Kramersgilde van Goes. Vz. Platliggende herenhoed tussen jaartal, daaronder twee pluimen en een paar handschoenen. Kz. Weegschaal boven een vijzel met twee stampers. Daaronder ingegraveerd nummer 53. Foto: Haffmans Antiek te Utrecht Het verzamelen van gildepenningen is een boeiende bezigheid. De verscheidenheid aan onderwerpen is groot. Het aanbod is redelijk terwijl de prijzen – op een paar uitzonderingen na – (nog) niet de pan uit rijzen. Wie van een uitdaging houdt koopt een penning van een ‘onbekende plaats’ en beleefd veel plezier met de jacht naar achtergrondinformatie. T.P.

1636, gegoten messing begrafenispenning van het Smedengilde van Goes. Vz. Draagbaar met kist en kleed. Hierop het jaartal 1636 gedeeld door een gekroonde hamer. Hierboven de tekst: SMEDEGILDE. Kz. Gegraveerd cijfer 4. Voorzien van een pengat. Foto: Schulman B.V. te Amsterdam, veiling 356, kavel 1843

Literatuur Judith Amsenga, Het Nederlandse gildewezen, Historisch Nieuwsblad, 6/2006. E.M. Simonova, De zelfregulering door de gilden in de Lage Landen en de wettelijk geconditioneerde zelfregulering in modern Nederland, Utrecht 2010. L. Minard-Van Hoorebeke, Noord-Nederlandsche Gildepenningen, presentie-, kerk- & armloodjes van de XVe tot de XVIIIe eeuw, Gent 1878. Dr. D.A. Wittop Koning, De penningen der Noord-Nederlandse ambachtsgilden, Amsterdam 1978. Dr. D.A. Wittop Koning, De penningen der Noord-Nederlandse ambachtsgilden, supplement, Amsterdam 1981.

In 1978 verscheen bij de firma Jacques Schulman te Amsterdam het boek ‘De penningen der Noord-Nederlandse ambachtsgilden’ door Dr. D.A. Wittop Koning. Hij bundelde alle informatie uit bovenstaande publicaties en de artikelen die verschenen waren in het Jaarboek voor Munt- en Penningkunde. Dat werd door hem aangevuld met onbekende penningen die hij aantrof in de privé en openbare verzamelingen en stukken die op veilingen en bij de munthandel werden aangeboden. In 1981 verscheen hierop een supplement van de dezelfde auteur.

In grote steden was er een lokale militie die schutterij of schuttersgilde werd genoemd. Deze in de middeleeuwen opgerichte organisaties moesten de stad verdedigen tegen vreemde legers en roversbenden. Verder zorgden zij voor handhaving van de orde bij oproer, brand en hoog bezoek. Een soort combinatie van politie, brandweer en het leger.

De laatste jaren is een groep penningen voorzien van een naam en/of jaartal, die in het verleden het label ‘onbekende plaats’ droegen, toch gedetermineerd. Dit werd mede mogelijk door de vele familiestambomen die tegenwoordig op het internet te vinden zijn.

Veel van de schuttersgilden hadden St. Joris (Saint George) als schutspatroon. Hij wordt meestal als ridder te paard afgebeeld Websites met een zwaard of een lans, waarmee hij de aan zijn voeten lig- Wikipedia - Gilde (Beroepsgroep) Wikipedia – Schutterij (historisch) gende draak doodt.


42

FILAKRANT 2019

Afrika: westelijke sahara en de muur van schaamte Door Ap Koopman

D

e verdeling van de laatste kolonie in Afrika, de Marokkaanse provincies (Tindouf en Béchar) bij Frans Algerije, in Westelijke Sahara (Saharan No Man’s Land), is verband met de vondst van ijzer, mangaan en olie in dat gebied. een van de meest vergeten conflicten.

De verdeling van Afrika Na de (koloniale) Conferentie van Berlijn (1884-1885), waar 15 Europese landen en de VS spraken over de verdeling van Afrika, waren alleen Liberia, Ethiopië, Oranje-Vrijstaat en de Zuid-Afrikaanse Republiek nog onafhankelijk. Deze laatste twee werden na enkele decennia alsnog door het Verenigd Koninkrijk veroverd. In 1900 omvatte Afrika 40 landen waarvan er 36 door een Europees land bestuurd werden. Veel van de interesse ebde daarna weg en men liet de economische activiteiten vooral over aan commerciële bedrijven en het onderwijs aan missionarissen en zendelingen.

Voorafgaand aan de onafhankelijkheidsgolf in Afrika in de 60-er jaren werd op 14 december 1960 resolutie 1514 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen, die voorschrijft dat dekolonisatie moet plaatsvinden in overeenstemming met de vrijelijk tot uitdrukking gebrachte wil en wens van de inwoners van het gebied in kwestie om hen in staat te stellen volledige onafhankelijkheid en vrijheid te genieten. De Verenigde Naties (VN) hadden in 1963 de Spaanse Sahara op de lijst van te dekoloniseren gebieden gezet, maar Spanje hield de boot af. In 1973 werd de guerrillabeweging Polisario (Frente Popular para la Liberatión de Saguia el-Hamra y Rio Oro) opgericht, die acties tegen de Spaanse koloniale troepen ondernam. Daarop gaf Spanje in 1974 aan dat het bereid was in de eerste helft van 1975 een referendum te houden over de politieke toekomst van de Spaanse Sahara. In september van dat jaar stapten Marokko en Mauretanië naar het Internationaal Gerechtshof in Den Haag om hun aanspraken op de Westelijke Sahara te claimen. Spanje beloofde de macht aan het Front Polisario over te dragen. In afwachting van de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof stelde Spanje het referendum uit en kondigde tegelijkertijd aan de Westelijke Sahara in mei 1975 te verlaten.

Spaanse Sahara In het Noordwesten van Afrika maakten voornamelijk Frankrijk en Spanje de dienst uit. In 1884 verklaarde Spanje de Westelijke Sahara (Rio de Oro) tot protectoraat vanwege de rijke voorraden fosfaat. Het Spaanse gebied kreeg in 1958 de naam Sahara Español. Buiten de fosfaatmijnen en de visrijke kustwateren was de Westelijke Sahara van weinig economische waarde en dun bevolkt. De nomadenstammen, Saharawi, stonden vijandig tegenover buitenlandse inmenging en hadden weinig contact met de kleine Spaanse nederzettingen aan de kust. Mede onder druk van Frankrijk werd Spanje gedwongen orde op zaken te stellen tegen In oktober van dat jaar verwerpt het Internationaal Gerechtshof de invallen van Saharaanse nomaden in de omliggende Franse de claims van Marokko en Mauretanië op de Westelijke Sahara koloniën Marokko en Algerije. en bevestigt het recht van de Saharaanse bevolking op zelfbeschikking. Als reactie hierop valt het Marokkaanse leger op 6 Fig. 1 Afrique november 1975 West-Sahara binnen. Tegelijkertijd wordt er een Occidentale Française ‘Groene Mars’ georganiseerd, waarbij 350.000 Marokkanen op 1947 Mi. C11 met gezag van koning Hassan II de Westelijke Sahara binnentrekken. weergave gebied Een mars die jaarlijks herdacht wordt met de uitgave van een Spaanse Sahara postzegel. Fig. 2 España 1961 Mi. 224 afbeelding Spaanse Sahara bij het 25-jarig regeringjubileum van Franco

Fig. 7a+7b Kaart(en) van diverse’ zandwallen’, onderste kaarte de huidige situatie Als gevolg van de ontstane situatie hebben in de loop der jaren vele Saharanen hun toevlucht gezocht in het zuidwesten van Algerije, waar zij in kampen leven. Rond de Algerijnse stad Tindouf liggen vier vluchtelingenkampen, waarvoor Polisario – de met steun van Algerije opgerichte bevrijdingsbeweging – verantwoordelijkheid draagt.

In de koloniale periode heeft zowel Spanje als Frankrijk delen van het huidige Marokko in bezit gehad. In 1956 werd Marokko onafhankelijk en werden de Franse en Spaanse protectoraten (m.u.v. enkele Spaanse enclaves) en Tanger overgedragen aan het koninkrijk Marokko. De situatie veranderde toen na Marokko, ook Mauretanië (1960) en Algerije (1962) onafhankelijk werden. Fig. 4 Marokko 1975 Mi. 820, eerste Groene Mars Op 14 november 1975 Spanje tekent daarop een geheim Akkoord van Madrid, waarbij de Westelijke Sahara wordt opgedeeld tussen Marokko en Mauretanië. Dit akkoord wordt internationaal niet erkend, omdat het ingaat tegen het internationaal recht. Op 26 februari 1976 beëindigt Spanje officieel het bestuur over de Westelijke Sahara, waarop Polisario op 27/02/1976 de Democratische Arabische Republiek Sahara (DARS) uitroept. In 1978 komen Polisario en Mauretanië tot een staakt het vuren en sluiten Mauretanië en de DARS vrede. Mauretanië trekt zijn Fig. 8 Algerije 1976 Mi. 679 troepen terug uit de Westelijke Sahara. Marokko ziet daarop kans solidariteit met de bevolking van de Westelijke Sahara het zuidelijke (Mauretanische) deel van de Westelijke Sahara te annexeren. Interventie VN/oprichting MINURSO (Mission des Nations Unies pour l’organisation du Fig. 5 Mauretanië 1976 Mi. 535 nà de bezetting Référendum au Sahara Occidental) van het zuidelijk deel van de Westelijke Sahara In 1988 presenteren de VN en de OAE (Organisatie van door Mauretanië Afrikaanse Eenheid) een vredesplan voor de Westelijke Sahara. Zowel Marokko als Polisario accepteren dit plan, het zogenaamde ‘Settlement Plan’. Hierin is het houden van een referendum opgenomen onder de oorspronkelijke bevolking van Westelijke Sahara op basis van de volkstelling van 1974. Fig. 6 Mi. 516 uit 1975 die de situatie vóór en nà In september 1991 komen Marokko en Polisario een staakt-het1975 weergeeft vuren overeen. Tevens gaat de VN-missie MINURSO toezicht Fig. 3 ‘Actuele’ kaart NW Afrika houden op het bestand en kiezers registreren. Aanspraken op de Westelijke Sahara Marokko was een oud sultanaat met een dynastie die onafgebro- Zandwallen ken heerste van 1666 tot heden. Het politieke klimaat veranderde Begin 80-er jaren begint Marokko met de aanleg van een eerste door het gedachtengoed van een Groot-Marokko, gebaseerd op verdedigingsmuur. Tussen 1981 en 1986 legt Marokko in totaal historische, pre-koloniale rechten, waarbij de Westelijke Sahara, zes Zandwallen aan, steeds verder naar het zuidoosten. Deze zijn Mauretanië, delen van Algerije, Mali en zelfs Senegal tot Marokko zo’n 3 meter hoog en 5 meter breed, voorzien van prikkeldraad, behoorden. bunkers, mijnenvelden en radarposten met een totale lengte van circa 2700 km. Marokko probeert met deze barrière aanvallen Fig. 9 Sahara OOC Toen Marokko in 1960, tot ongenoegen van het nationalistische van guerrillastrijders van Polisario vanuit Algerije te verhinderen. kamp, de onafhankelijkheid van Mauretanië niet wist tegen te Op dit moment is ca 75% van het gebied bezet door Marokko en R.A.S.D = Sahara Occidental / houden, werden de hakken letterlijk in het zand gezet. Aanleiding 25% in handen van de DARS. 60% van de totale sterkte van het República Arabíca de Sahara hiervoor was de inlijving in 1952 van twee pre-koloniale Marokkaanse leger is in de Westelijke Sahara gestationeerd. Democrática 1990


FILAKRANT 2019

43

Postaal gezien heeft de kwestie Westelijke Sahara interessante postzegels voorgebracht, die als stellingname of propagandamiddel werden gebruikt. Hierbij enkele voorbeelden: Fig. 10 insigne militaire waarnemers MINURSO Fig. 13 Marokko 1990 Mi. 1169

Tussen 1991 en 1995 stromen naar zeggen zo’n 170.000 Marokkanen naar de Westelijke Sahara om zich als kiezer te laten registreren. Daarmee frustreert Marokko het registratieproces. In 1992 wordt het referendum uitgesteld en loopt uiteindelijk in 1995 geheel vast. Het zou een klein boekwerk opleveren om te beschrijven wat er de daaropvolgende 20 jaar is gepasseerd. Diverse VN-gezanten hebben achtereenvolgens met de betroffen partijen onderhandelingen gevoerd en vredesplannen opgesteld. Telkens werden deze getraineerd dan wel onderuitgehaald. Ook de UMA (Unie Arabische Magreb) en de OAE (tegenwoordig Afrikaanse Unie) hebben geen doorbraak kunnen bereiken, laat staan dat men tot een aanvaardbare, rechtvaardige oplossing heeft kunnen bijdragen.

Fig. 11 Haute-Volta, 1970 Mi. 323 t.g.v. de 10de verjaardag van de UNO-verklaring tot dekolonisering geeft de Westelijke Sahara duidelijk weer

Conclusie De grenzen van door Europese kolonisten ingenomen gebieden in Afrika werden tijdens de Conferentie van Berlijn op de tekentafel getrokken. Daarbij ging men voorbij aan bestaande ‘natuurlijke’, vaak etnisch bepaalde grenzen. Gezien het tijdsverloop en de geringe internationale belangstelling sleept dit conflict zich nu al jaren voort zonder enig perspectief op een definitieve oplossing.

Huidige status/toekomst De DARS heeft op dit moment slechts een smalle strook langs de grens met Algerije in haar macht. De grenslijn van het door Marokko bestuurde gebied is de ‘Marokkaanse Muur’. De zetel van de DARS is Tindouf in Algerije, maar het bestuur van het ‘bevrijde’ gebied is gevestigd in Bir Lehlou in het noordoosten van de Westelijke Sahara. Aanvankelijk erkenden 81 landen de Westelijke Sahara als onafhankelijk land. De annexatie door Marokko wordt internationaal niet erkend, maar wordt wel gesteund door leden van de Arabische Liga en 25 andere staten. Hoewel de Westelijke Sahara door Marokko is geannexeerd en grotendeels als deel van zijn eigen territorium bestuurd wordt, erkennen nu nog 43 landen de DARS als soevereine overheid van het land. Daarnaast zijn er 12 staten die de diplomatieke betrekkingen hebben bevroren en 22 die hun erkenning van de DARS hebben ingetrokken – wat aanvechtbaar is, omdat erkenningen in beginsel niet ongedaan te maken zijn. Soedan is het enige Afrikaanse land dat de annexatie van de Westelijke Sahara door Marokko erkend. Onder meer Nederland erkent de Westelijke Sahara nog niet als onafhankelijke staat.

Fig. 14 Algerije 1997 Mi. 1192

Fig. 12 Guinee, 1970 Mi 560 t.g.v. de conferentie van staatschefs van landen rond de rivier de Senegal, die de Westelijke Sahara als een geheel met Marokko toont. Onderstaande zegels geven nog eens de onderlinge propaganda tussen Marokko en Algerije, als bondgenoot van Polisario, weer. Enerzijds om aanspraken als een voldongen feit weer te geven (Marokko), anderzijds om in het buitenland aandacht te vragen voor de vrijheidsstrijd van het Saharaanse volk (Algerije).

Bronnen: • Aat van Gilst & Hans Kooger – ‘Wallen, muren en afscheidingen. Een bijzonder erfgoed’ • Boudewijn Büch – ‘Steeds verder weg’ – hekken, prikkeldraad en kamelen’ • Ser van der Ven – Marokko-Westelijke Sahara etc. • Neue Züricher Zeitung/Arge-Ralf Kraak – ‘Demokratische Arabische Republik Sahara –Staat ohne Souveränität’ • Jan Heijs – ‘De grenzen van Spaans-Sahara, Marokko en Mauretanië schuiven regelmatig’ • Fred van der Kraay - ‘Heeft Afrika nieuwe grenzen nodig?’ • Philatelic Witnesses of Revolutions– Chapter 5: Africa – Sahara Occidental 1990 • documentaire ‘Sons of the Clouds’ Hijos de las Nubes, la últma colonia’ • Div. items internet o.a. Internationaal Gerechtshof, Polisario Komitee, westelijkesahara.org, rijksoverheid.nl

KOERIER

Onafhankelijk maandblad voor verzamelaars van munten, penningen en papiergeld in Nederland en Nederlandstalige daarbuiten. Vaste rubrieken: • Nederland (alles uitgegeven in, voor en met betrekking tot Nederland). • Nieuwe munten en bankbiljetten. • Euronieuws. • Moderne penningkunst. • Agenda bijeenkomsten numismatische kringen. • Agenda verzamel- en ruilbeurzen in Nederland en België. Regelmatig: • Berichtgeving over veilingen en tentoonstellingen. • Numismatische evenementen in Nederland en België. • Nieuws van de numismatische kringen in Nederland en België. Service: • Actuele prijsindex Nederlandse guldenmunten 1815-2001 • Actuele prijsindex Nederlandse euromunten • Actuele prijsindex overige munten (incl. 2 euromunten) • Actuele prijsindex Nederlands Papiergeld 1815-2001 Verder interessante en wetenswaardige artikelen over vele aspecten van het verzamelen van munten, papiergeld en penningen uit binnen- en buitenland. Verschijnt 11x per jaar.

Bezoek onze website: www.muntkoerier.com Op verzoek sturen wij u zonder verplichtingen graag een GRATIS proefnummer toe! De MUNTkoerier Postbus 1044 7301 BG Apeldoorn Tel.: 055 - 521 66 29 e-mail: info@muntkoerier.com


44

FILAKRANT 2019

Nederlandse Vereniging van Postzegelverzamelaars van het Vorstendom Liechtenstein.

jaarlijks uitgegeven. Naast zegels verschijnen er tijdens de kinderpostzegelactie vele andere verzamelwaardige producten zoals prentbriefkaarten, kinderbedankkaarten, affiches etc.

is er niet alleen voor specialisten, maar vooral ook voor de beginnende verzamelaar. Deze voelt zich hier thuis en vindt een helpende hand. De verscheidenheid qua afbeeldingen, gebruikt voor de Scandinavische poststukken, postzegels, stempels en Cinderella’s lenen zich uitstekend voor een thematische verzameling. NFV SKANDINAVIË biedt haar leden: 1) Vier keer per jaar het eigen verenigingsblad Het Noorderlicht, boordevol interessante informatie en wetenswaardigheden. 2) Vier keer per jaar gezellige bijeenkomsten op zaterdagen in Amersfoort, goed bereikbaar met auto en openbaar vervoer. Tijd om met elkaar te praten, te ruilen of een aankoop te doen in de verenigingsveiling. 3) Eigen rondzendverkeer van postzegels. 4) Een commissie nalatenschappen die, als een verzameling bij overlijden verkocht moet worden, informeert en eventueel zorg draagt voor een perfecte afhandeling. 5) Voordelige aanbiedingen van catalogi en boekwerken. 6) Geen inschrijfgeld. 7) Een eigen website : www.nfvskandinavie.com - waar u meer informatie kunt vinden dan dat we u hier kunnen geven.

Het doel van de NVPVL is: “De behartiging van de belangen van de verzamelaars van postzegels van het Vorstendom Liechtenstein in de ruimste zin van het woord en bevordering van de Liechtenstein-filatelie in al zijn facetten”. Wat biedt de NVPVL • Een mededelingenblad “LIECHTENSTEIN”, dat vier keer per jaar verschijnt. Het mededelingenblad bevat naast de filatelie ook informatie over economische, culturele, politieke en toeristische situatie in het land. Frequent worden lezers in staat gesteld te bieden op kavels om tegen gunstige prijzen postzegels van Liechtenstein te kopen. Het mededelingenblad wordt van uit Liechtenstein aan de leden toegezonden. • Tenminste één maal per jaar wordt er een Ledenvergadering en een ledenbijeenkomst in Utrecht of op een nader te bepalen locatie uitgeschreven. • Gratis toezending van brochures met beschrijvingen van nieuwe uitgiften. • Een speciaalabonnement, waarin postzegels, eerstedagenveloppen, maximumkaarten, ect. worden geleverd. Deelnemers hiervan ontvangen de leveringen vier maal per jaar.

De vereniging telt ca. 250 leden, waaronder een tiental buiten Nederland. Meer informatie kunt u vinden op onze website http://www.nfvskandinavie.nl Vereniging voor Kinderpostzegels en Maximafilie

Meer weten? •V  oor informatie: kijk op onze website www.nvpvl.nl

De kinderpostzegels worden al vanaf 1924

Verzamelaars van dat materiaal besloten in 1983, na eerste contacten in 1979, een vereniging op te richten samen met verzamelaars van maximumkaarten vanwege de vele raakvlakken tussen beide verzamelgebieden. De maximafilist heeft als hobby het vervaardigen en verzamelen van prentbrief/ansichtkaarten in combinatie met frankeergeldige postzegels waarbij de postzegel aan de beeldzijde van de kaart geplakt is en er een duidelijke beeldovereenkomst is tussen kaart en zegel. Een toepasselijk stempel zorgt dan voor een maximale overeenkomst tussen kaart. Meer informatie kunt u vinden op onze website www.kindmax.nl

Dé vereniging voor verzamelaars van postzegels, postwaardestukken en postgeschiedenis van Groot-Brittannië, alsmede huidige en voormalige Britse gebieden, landen van het Brits Gemenebest en Ierland. Britannia viert in 2019 haar vijftigjarig jubileum, met onder andere een feestelijke ledenbijeenkomst in september. Onze druk bezochte ledenbijeenkomsten zijn

vier keer per jaar in Nieuwegein. De vereniging heeft grote veilingen met interessant materiaal en een uitgebreid rondzendverkeer. Lid worden? U kunt lid worden van Studiegroep Britannia door een ingevuld inschrijfformulier toe te zenden aan de ledenadministratie. Dit moet per post vanwege de gewenste originele ondertekening. Het lidmaatschap staat open vanaf de 18-jarige leeftijd. De contributie bedraagt € 20 per jaar Het doorlopend lidmaatschap is per kalenderjaar, maar kan op elk gewenst tijdstip ingaan. De eerste contributie zal dan een evenredig jaardeel zijn. Ook heeft Britannia een stand op de voornaamste postzegelbeurzen. U bent daar, en in Nieuwegein op de bijeenkomsten, altijd van harte welkom om verder kennis te maken Meer informatie kunt u vinden op onze website www.sgbritannia.nl.

Filatelistenvereniging Duitsland alweer 30 jaar en heeft ze rond de 200 leden. Doelstelling De Filatelistenvereniging Duitsland stelt zich ten doel: • De vele facetten van de Duitsland-filatelie onder een breder publiek te brengen. • Informatie en kennis over de Duitsland-filatelie uit te wisselen en uit te breiden. • Duitsland-verzamelaars met elkaar in contact te brengen. • De Duitsland-verzamelingen van haar leden te verbeteren. Voor informatie en/of aanmelding als lid kunt u zich wenden tot onze website; https://www.fvduitsland.nl/home/

Filatelie: hét maandblad voor de postzegelverzamelaar Word nu abonnee en ontvang de eerste drie nummers gratis!

Ja,

noteer mij voor een abonnement op maandblad Filatelie (11 nummers per jaar, dus het eerste jaarabonnement omvat 14 nummers) voor de prijs van € 33,10 (Nederland; buitenland op aanvraag)

Na het 14e nummer wordt het abonnement automatisch verlengd, en geldt een opzegtermijn van één maand. U kunt de bon (of een kopie daarvan) sturen naar de hoofdredacteur: René Hillesum, René Hillesum Filatelie, Postbus 7, 3330 AA Zwijndrecht, hillesum@filatelist.com Voorletters + achternaam: ................................................................................................................................................................

Datum:

Straat + huisnr.: ....................................................................................................................................................................................

Handtekening:

Postcode + plaats:

......................................................................................

................................................................................................................................................................................

F i l at e l i e 12 F i l at e l i e 10 F i l at e l i e 8 F i l at e l i e 11 F i l at e l i e 9 g e lv voor postze maandblad

erzamelaar

m m e r s € 4 ,7 5 s • losse nu

2017

za r p o s t z e g e lv e r maandblad voo

maandblad voor postz e g e lv e r z a m e l a a r

n u m m e r s € 4 ,7 5 melaars • losse

2017

e g e lv e r z a m e l a a r maandblad voor postz

maandblad voo r p o s t z e g e lv e r za

s • l o s s e n u m m e r s € 4 ,7 5

2017

melaars • losse n u m m e r s € 4 ,7 5

5 s • l o s s e n u m m e r s € 4 ,7

2017

2017

postexnummer

De Faeröer-eilanden

tijdens WO II

F i l at e l i e augustu s 2017

413

n heen

Muntstelsels door de eeuwe

elie oktober 2017 F i l at

561

Affiches in de belle époque

december 2017 F i l at e l i e

709


FILAKRANT 2019

45

Post uit de Grote Oorlog O

p 11 november 2018 werd herdacht dat honderd jaar geleden een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog. In de landen om ons heen wordt dit conflict nog steeds ‘de Grote Oorlog’ genoemd. Bekijk in een willekeurige Belgische, Britse of Franse gemeente het plaatselijke oorlogsmonument en vergelijk dan eens de aantallen slachtoffers uit 1914-1918 met die uit 1940-1945: dan ziet u waarom.

Internering Een neutrale staat mag geen van de strijdende partijen bevoordelen. Buitenlandse militairen die in Nederland belandden (door vlucht, toeval of desertie) moesten voor de duur van de oorlog vastgehouden worden. Dat gebeurde vooral in zogeheten interneringskampen of interneringsdepots, waarvan de grootste bij Zeist en bij Harderwijk lagen. Veruit de meeste geïnterneerde militairen waren Belgen, maar er waren ook kampen en kampjes voor Britten, Duitsers en personen van andere nationaliteiten. Post van geïnterneerden – voor wie volgens internationale regels portvrijdom gold – is bijna altijd voorzien van het tweetalige stempel ‘Portvrij / Franc de port. / Militaires étrangers / internés dans les Pays Bas’ (afb. 2 en 3).

Afbeelding 5a: Fotobriefkaart van een Belgische militair die deel uitmaakte van de ‘Interneeringsgroep Tilburg’ met het interneringsgroepstempel afgedrukt in paars en het portvrijdomstempel in blauw (februari 1917)

Afbeelding 1a: Mobilisatie-prentbriefkaart uit oktober 1914

Afbeelding 3: Prentbriefkaart uit juli 1916 vanuit interneringsdepot Harderwijk naar een Belgische militair in Nevers (Frankrijk) Sommige geïnterneerde militairen kregen de kans om in Nederland arbeid te verrichten in de land- en tuinbouw of in de industrie. Zij werden in kleine groepen, zogeheten ‘interneringsgroepen’, ondergebracht in de buurt van hun werk. Interneringsgroepen gebruikten soms een eigen afzenderstempel (afb. 4a en 4b). Afbeelding 1b: In de rechterbovenhoek staat ‘Voor militairen gratis verzending’ De herinnering aan de Grote Oorlog leeft. In Groot-Brittannië spelden veel mensen in november een papieren klaproos op hun kleding, het symbool van de strijd in de loopgraven. In Ieper (België) wordt nog elke avond de ‘Last Post’ geblazen voor de slachtoffers van de oorlog. Boeken en tv-series besteden aandacht aan de oorlog. En postadministraties laten geen kans onbenut om hem in beeld te brengen. Je kunt een mooie verzameling aanleggen van alle postzegels met helden, slachtoffers, loopgraven en klaprozen. Maar wie iets verder kijkt, kan ook een verzameling bijeenbrengen van authentieke postale herinneringen aan de Grote Oorlog, zelfs met de nadruk op Nederland. Mobilisatie Nederland behoorde niet tot de strijdende partijen in de Eerste Wereldoorlog. Het land bleef neutraal, maar riep wel honderdduizenden jongens en mannen op om de grenzen te verdedigen. De gemobiliseerden werden ondergebracht in kazernes, in kampen en bij particulieren. Zij verveelden zich over het algemeen stierlijk en verlangden terug naar huis. Af en toe kregen ze verlof en verder schreven ze brieven en kaarten naar familie, vrienden en bekenden. Dat de militairen van lagere rang portvrijdom genoten, heeft zeker geholpen aan de enorme hoeveelheid post die in de jaren 1914-1918 verstuurd is. Als voorbeeld een prentbriefkaart uit oktober 1914 van een in Dinteloord gelegerde militair aan zijn familie in Schiedam. Dergelijke humoristische kaarten werden in grote series uitgebracht. Let op de tekst in de rechterbovenhoek: ‘Voor militairen gratis verzending’ (afb. 1a en 1b).

Afbeelding 5b: Op de beeldzijde poseert de man met zijn hele gezin, onder wie een baby van zeven maanden Afbeelding 4a: Stempel ‘Interneeringsgroep Geldrop’ op de achterzijde van een brief naar Kamp Zeist, oktober 1916

Censuur In tijden van oorlog is informatie van levensbelang. Vrijwel iedere overheid voert dan censuur in, om greep te krijgen en te houden op het berichtenverkeer. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kenden de meeste landen een vorm van postcensuur, die vooral diende om te voorkomen dat de vijand informatie kreeg over troepenbewegingen en zwakke plekken in de landsverdediging. Ook wilde men smokkel en economische spionage tegengaan. Nederlandse censuur werd vrijwel uitsluitend toegepast op post van en naar het buitenland. Het controleren van de inhoud van brieven en kaarten was geen taak voor de posterijen, maar voor militairen, zoals blijkt de gebruikte stempels en sluitstroken (afb. 6 en 7).

Afbeelding 4d: Voorzijde van de brief, die gecensureerd is en gesloten met een strook ‘Geopend door de militaire autoriteit.’; het plakken van de twee postzegels op de brief had de afzender achterwege kunnen laten

Afbeelding 2: Prentbriefkaart uit juli 1916 van interneringsdepot Zeist naar Laaken (België); alle post van Nederland naar het bezette België liep via Duitsland, in dit geval via Aken, waar censuur plaatsvond

Vluchtelingen Het verhaal van de Belgische vluchtelingen maakt na honderd jaar nog steeds veel indruk. In de weken na de Duitse inval overstroomden een miljoen Belgen de zuidgrens van het veilige Nederland. Daar werden ze gastvrij opgevangen en verder het land ingestuurd. De meesten van hen vertrokken na enige tijd weer naar huis, maar anderen brachten de hele oorlog hier door. Belgische gezinnen van wie de vader in Nederland geïnterneerd was, vonden soms woonruimte in de omgeving van zijn interneringsplaats (afb. 5a en 5b).

Afbeelding 6: Sluitstrook ‘Militaire Censuur’ op een brief van Maastricht naar Londen uit december 1914 Vervolg op pagina 46


46

FILAKRANT 2019

Vervolg van pagina 45

Afbeelding 12b: Beeldzijde van de kaart: de Rembrandtlaan in Enschede Afbeelding 7: Stempel ‘Commandant in Zeeland Censuur’ op een briefkaart van Oudenbosch naar Lincoln (GB), februari 1916 Het stempel ‘Censuur gepasseerd’ werd wel door postambtenaren geplaatst. Men ziet het op (buitenlandse) post die in principe voor censuur in aanmerking kwam. Dit stempel betekent niet dat het poststuk gecontroleerd is: postambtenaren mochten absoluut geen post lezen (afb. 8).

Afbeelding 10b: Specificatie van de pakketinhoud op de achterkant van het ontvangstbericht

Afbeelding 8: Stempel ‘Censuur gepasseerd’ op een brief van Glasgow naar Vlissingen uit mei 1916; de brief was al gecensureerd in Engeland en is in Nederland niet opnieuw geopend

Distributie De economische gevolgen van de oorlog waren in Nederland goed merkbaar. De buitenlandse handel zakte in en de verbindingen met de koloniën werden verbroken. Er kwam gebrek aan voedsel en brandstof, waarop de regering besloot een distributiestelsel in te voeren om de schaarse middelen zo goed mogelijk te verdelen. Landelijke en plaatselijke commissies die belast waren met de uitvoering van de distributiewet, zoals de Haagse Brandstoffencommissie, mochten hun correspondentie portvrij versturen (afb. 11).

Afbeelding 13: Prentbriefkaart van een Franse militair vanuit Zevenaar naar zijn familie, januari 1919; afdruk van het portvrijdomstempel in zwart

Rode Kruis en Liefdewerk De zorg voor gewonden en krijgsgevangenen was traditioneel een taak van het Internationale Rode Kruis. Het Belgische Rode Kruis had tijdens de Eerste Wereldoorlog een eigen kantoor in Den Haag (afb. 9).

Afbeelding 14: Posthistorische Studie over internering Afbeelding 11: De Brandstoffencommissie in Den Haag kon haar post portvrij versturen met de aanduiding ‘Uitvoering Distributiewet.’ (februari 1918)

Afbeelding 9: Envelop van het Belgische Rode Kruis in Nederland, verstuurd van Den Haag naar Amsterdam in mei 1918

Terugkeer van de krijgsgevangenen Na vier lange jaren werd de wapenstilstand ondertekend. De militairen mochten naar huis, zowel degenen aan de fronten als de geïnterneerden en de krijgsgevangenen.

De met het Rode Kruis verbonden organisatie ‘Internationaal Liefdewerk voor Krijgsgevangenen en Geïnterneerden in alle landen’ coördineerde de verzending van correspondentie en pakketten. Particulieren konden voedselpakketten sturen naar een onbekende militair en kregen via het ‘Liefdewerk’ een ontvangstbevestiging (afb. 10a en 10 b).

Afbeelding 12a: Prentbriefkaart van een Franse militair vanuit Enschede naar zijn familie, december 1918, met een afdruk van het portvrijdomstempel in blauw; de kaart is ter beschikking gesteld door het ‘Comité voor de ontvangst van Engelse en Franse krijgsgevangenen in Enschede’

Afbeelding 10a: Ontvangstbericht van een voedselpakket, door een Belgische krijgsgevangene uit Duitsland via het ‘Liefdewerk’ in Den Haag verstuurd naar de schenkster in Haarlem (november 1918)

Dat verliep niet altijd even vlot. Er waren bijvoorbeeld Franse militairen die vrijgelaten waren uit Duitse krijgsgevangenkampen en via Nederland de thuisreis wilden aanvaarden. Zij werden aan de Nederlandse grens opgevangen en tijdelijk ondergebracht in kampen, zoals het Quarantainestation Enschede (afb. 12a en 12b) en het Grens-concentratierayon Zevenaar (afb. 13). Natuurlijk schreven zij zo snel mogelijk een kaartje naar huis.

Afbeelding 15: Posthistorische Studie over censuur Verder lezen? De Nederlandse Vereniging van Poststukken- en Poststempelverzamelaars (Po & Po) heeft in haar reeks ‘Posthistorische Studies’ twee boeken uitgegeven over de Grote Oorlog. Het eerste boek is van de hand van Arnold Holleman en heet Internering van buitenlandse militairen in Nederland gedurende de Eerste Wereldoorlog (afb. 14). Het tweede boek werd geschreven door John Dehé en Fons Simons en heeft als titel ‘Een zaak van landsbelang’, Nederlandse postcensuur in de Eerste Wereldoorlog (afb. 15). Alle publicaties van Po & Po zijn te bestellen via publicaties@kpnmail.nl


FILAKRANT 2019

47

Ontsnapt aan de mens

De Wilde Paarden in Namibië Door K. Zegerman

I

Voor- en achterzijde van een gecensureerde brief vanuit Aus, waar veel Duitse militairen gevangen werden gehouden, naar het Internationale Rode Kruis comité in Genève.

n 2009 gaf NamPost drie zegels uit, gewijd aan de wilde paarden in de Namib woestijn. Later dat jaar volgde een aanvullende waarde en in 2016 werden de zegels opnieuw uitgebracht, voorzien van een andere frankeerwaarde. Vóór die tijd, in 1996 was er al filatelistische aandacht geschonken aan de wilde paarden.

In de buurt van de plaats Aus bestaat de kans, dat men er wilde paarden tegen komt. Een groep van 100 tot 150 wilde paarden heeft zich in deze omgeving gevestigd. Ze zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog ontsnapt uit het Zuid-Afrikaanse leger en konden later niet meer gevangen worden, omdat ze zich in een Sperrgebiet bevonden, dat internationaal tot verboden terrein was verklaard in verband met de aanwezigheid van grote hoeveelheden diamanten. In de loop der jaren hebben de paarden zich met succes voortgeplant en zich aangepast aan het leven in de woestijn. Er wordt beweerd, dat de paarden 5 dagen zonder water kunnen. Al kan het aantal dieren in hele droge jaren tot onder de 100 dalen.

te grazen die in paniek op de vlucht sloegen. Omdat de vijandigheden de volgende dagen gewoon verder gingen en het Zuid-Afrikaanse leger de achtervolging op de in de richting van Windhoek terugtrekkende Duitsers moest inzetten, konden de paarden niet allemaal gevangen worden. Ook hadden de gevangen genomen Duitse militairen en sommige Duitse boeren hun paarden vrijgelaten, die zich met de ZuidAfrikaanse paarden vermengd hebben.

thuishoren in het delicate ecosysteem van het park. De indringers nemen n.l. voedsel weg van de andere diersoorten. Voorstanders wijzen dan weer op de historische waarde van de dieren (ze bevinden zich inmiddels al meer dan 100 jaar in het gebied). In 2012 werd de “Namibia Wild Horses Foundation” opgericht, die de populatie in kaart brengt en indien nodig bijstuurt. Intussen is er ook een tweede kudde wilde paarden in het land. Deze werd uitgezet door de eigenaar van het “Norotshame River Resort” Na het einde van de oorlog en de inlijving van nabij de Oranje-rivier. Het betreft hier een Duits-Zuid-West-Afrika bij mandaatgebied van afsplitsing van de populatie bij Garub. Zuid-Afrika was er weer tijd om de paarden achterna te gaan, maar deze keer redde een Garub andere factor de vrijheid van de dieren t.w. de diamanten. De paarden bevonden zich n.l. in z.g. Sperrgebiet, een zône die vanwege de aanwezigheid van kostbare diamanten verboden terrein was voor iedereen die niet voor de mijnbouw maatschappij werkte. Dat gold dus ook voor paardenvangers.

De paarden zijn wild maar zeker niet mensenschuw. Soms komen ze zelfs naar je toe en dan kun je ze gewoon aanraken. Wat je niet moet doen is met je auto voorbij het uitkijkpunt tot aan de waterput rijden. Ga ook niet zelf contact met de dieren zoeken. Soms liggen er etensresten van mensen, die probeerden de paarden te lokken of voeren. Zelf voeren is echter niet aan te raden. Ander eten, zelfs een sinaasappel, kan hun verteringssysteem stevig in de war brengen. Indien je tijdens je bezoek bemerkt, dat de waterput droog staat, neem dan contact op met de uitbaters van het hotel “Klein-Aus Vista” nabij Aus. Die nemen dan de nodige maatregelen. Oorlog in Angola

Mensen, die zich het lot van de paarden hebben aangetrokken, hebben nabij de plaats Garub een drinkplaats aangelegd, zodat dit een plek is waar men ze zeker kan tegenkomen. Overleven in de woestijn Wat was het geval?

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd de Duitse kolonie Duits-Zuid-West-Afrika (het tegenwoordige Namibië) binnengevallen door Zuid-Afrika met het doel de bewoners en militairen met Duitse identiteit op te pakken en te interneren. Bij Garub werd een ZuidAfrikaans kamp opgeslagen waar 10.000 manschappen en 6.000 paarden in ondergebracht werden. De Duitse troepen waren gelegerd in het nabije Aus, maar waren veruit in de minderheid. Nu en dan wisten ze verwarring te zaaien met hun geheime wapen t.w. een vliegtuig. Tot drie keer toe werd het Zuid-Afrikaanse kamp gebombardeerd.

In Garub bevindt zich enkel een toilet en een overdekt uitkijkpunt bij de waterput. De plek bevindt zich langs de B4-asfaltweg tussen Lüderitz en Aus. Vanuit Aus sla je na ongeveer 22 km rechtsaf naar een onverhard pad. Deze weg volg je anderhalve kilometer tot bij het uitkijkpunt. Niet altijd heb je het geluk om de wilde paarden ter plekke aan te treffen. Om eerlijk te zijn is het waarschijnlijker dat er niets te zien is Afhankelijk van de weersomstandigheden bestaat dan dat de paarden er wel zijn. De beste kans de kudde uit ongeveer 100 tot 350 dieren. Ze maak je ’s-morgens vroeg of bij het invallen van bewegen zich vrij in een gebied van 40.000 de avond. hectare rond de waterput van Garub. Deze plek is een voormalig verversingsstation aan de spoorlijn tussen Lüderitz en Aus. De waterput was vroeger een waterpunt voor stoomtreinen. Ondanks die permanente waterbron krijgen de paarden het geregeld zwaar te verduren. Ze hebben ongeveer 7 kilo gras per dag nodig en die hoeveelheid is moeilijk te vinden tijdens lange droogteperioden. In de jaren 90 van de vorige eeuw werd er door de droogte zelfs even voor het voortbestaan van de kudde gevreesd. In 1986 werd de verboden diamanten zône onderdeel van het grote “Namid-Naukluft Nationale Park”.

Bij de verrassingsaanval van 27-03-1915 ontstond er een enorme chaos onder de getroffe- Voor de paarden was dit geen onverdeeld posinen. Op dat moment stonden er 1.700 paarden tieve zaak. De kritiek rees, dat de slokoppen niet

“We change security in hospitality with an eye for security”

Geïnteresseerd in onze dienstverlening? Gespecialiseerd in exclusieve beurzen!

Er circuleren berichten, dat de paarden aan het eind van de burgeroorlog in Angola, die duurde tussen 1975 en uiteindelijk 2002 en waarbij ook Rhodesië en Zuid-Afrika door een grensoorlog in 1978 indirect betrokken werden, door de Zuid-Afrikaanse troepen zouden zijn losgelaten, maar daar is niets over terug te vinden en dat is dus, gezien de moderne oorlogsvoering onwaarschijnlijk. Mocht hier meer over bekend zijn dan hoor ik dat graag.

Bronnen: Internet artikelen Covers en zegels van leden van onze studiegroep.

F.D.C. met daarop de 2009 uitgegeven zegels

T: 085 77 33 610 W: www.top-diensten.nl E: info@top-diensten.nl


48

FILAKRANT 2019

VINCENNES PHILATELIE FRANCE – ANDORRA – MONACO –FDC – ONU COLONIES FRANCAISES – TERRITOIRES D’OURTE-MER HISTOIRE POSTALE – ABONNEMENTS

74/76. Avenue de Paris – 094300 VINCENNES Tel: 01/43.28.67.61 – Fax: 01/43.65.29.43 vincphil@vincphil.fr – www.vincphil.fr AN MEER D

12 5 WINK

EL S

D L E V E BA R N ! S E L L A HEEFT | à bientôt ld a b is b | n see you soo barneveldcentrum.nl/english

- elke elke eerste eerste zondag zondag van van de de maand maand -- -elke eerste zondag van maand -- vrij entree en parkeren zie de voor data op elke eerste zondag van de maand - elkeeerste zondag van de maand vrij entree en parkeren zie voor data op www. zoetelief-denbosch.nl vrij entree entree en parkeren zie voor data op vrij en parkeren zie voor data op vrij entree en parkeren - zie voor data op www. zoetelief-denbosch.nl www. zoetelief-denbosch.nl www. zoetelief-denbosch.nl www. zoetelief-denbosch.nl

instuif & ruilbeurzen ’s-Hertogenbosch

instuif & ruilbeurzen instuif & ruilbeurzen vrij entree en parkeren Instuif & ‘s-Hertogenbosch instuif &Ruilbeurzen ruilbeurzen ’s-Hertogenbosch ’s-Hertogenbosch e zaterdag instuif &2 ruilbeurzen vrij entree en parkeren elke ’s-Hertogenbosch vrij entree en parkeren vrij entree en parkeren

van de maand. vrij entree en parkeren ’s-Hertogenbosch elke 2e zaterdag van de maand elke 2e zaterdag e elke 2 zaterdag vrij entree endata parkeren zie voor op van de maand. Zie voor data op www.hertogpost.nl e www.hertogpost.nl elke van2dezaterdag maand.

van de maand. zie voor data op ‘s-Hertogenbossche Filatelistenvereniging ’s-Hertogenbossche Filatelistenvereniging elke 2e zaterdag

Biljetten met een verhaal

zie voor data op www.hertogpost.nl www.hertogpost.nl van de maand. zie voor data op www.hertogpost.nl’s-Hertogenbossche Filatelistenvereniging ’s-Hertogenbossche Filatelistenvereniging

zie voor data op

’s-Hertogenbossche www.hertogpost.nl Filatelistenvereniging

van Dürnstein is het Stift van Van 1832 tot en met 1856 was hij ’s-Hertogenbossche Direktor des Hofkammer- De andere bezienswaardigheid Filatelistenvereniging Archives. In 1859 verkreeg hij een eredoctoraat van de univer- Dürnstein. De toren van het barokke Augustijnenklooster is van siteiten van Wenen en Leipzig. In 1864 werd hij tot ereburger verre zichtbaar. van de stad Wenen benoemd. Toen hij op 21 januari 1872 in zijn huis aan de Spiegelgasse 21 overleed was hij een gerespecteerd en geliefd schrijver en lid van de rijksraad.

Österreichische Nationalbank, 100 Schilling 2 Jänner 1954 Pick 133

Hij werd begraven op de begraafplaats Währing. Toen deze werd geruimd kreeg hij een eregraf op de begraafplaats Hietzing. De volledige uitgave van zijn werken, gepubliceerd tussen 1909 en 1942, bestaat uit 42 volumes.

De man die op de rechterzijde van het biljet staat afgebeeld is de Oostenrijkse schrijver Franz Grillparzer Seraphicus (17911872). Hij werd op 15 januari 1791 in Wenen geboren uit het huwelijk van advocaat Wenzel E.J. Grillparzer (1760-1809) en Anna Franziska Sonnleithner (1767-1819). Na het doorlopen van het lager en middelbaar onderwijs studeerde hij rechten aan de Universiteit van Wenen. In 1811 studeerde hij af en tot aan 1818 - toen hij voor vijf jaar tot keizerlijke toneeldichter werd aangesteld - had hij diverse baantjes, o.a. als bibliothecaris en kamergeleerde. In 1818 werd hij, vanwege zijn succesvolle toneelstukken De Ahnfrau en Sappho, tot directeur van het Burgtheater benoemd. Grillparzer staat bekend als neuroot. Toen in 1838 zijn komedie Weh dem, der lügt door het publiek slecht werd onthaald, weigerde hij nog langer voor theater te schrijven.

Monument voor Franz Grillparzer in de Volksgarten, Wenen

Türkmenistanyn Merkezi Banky 1 manat 2009 Pick 22

Op de keerzijde van het biljet is een gezicht op het plaatsje Dürnstein afgebeeld. Dürnstein is een dorp in de regio Neder-Oostenrijk. Het dorp ligt aan de Donau en maakt deel uit van de toeristische regio Wachau. Deze vallei strekt zich uit tussen Melk en Krems an der Donau. De regio Wachau staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Dit omdat de regio zo uniek is en omdat de dorpen en de verschillende bezienswaardigheden in Wachau gebouwd zijn in een bijzondere stijl. De Ruïne van Dürnstein dank zijn bekendheid aan het feit dat Richard de Eerste van Engeland er enkele jaren gevangen is gehouden in het kasteel. Tijdens zijn deelname aan de derde kruistocht had hij in Jeruzalem de toenmalige hertog van Oostenrijk beledigd. Op zijn doortocht, op weg naar Engeland, werd hij gevangen genomen. Nadat er een fors losgeld was betaald kwam hij vrij.

Op de voorzijde van het biljet van 1 manat van Turkmenistan staat een portret van Togrul Beg (c. 990-1063), hij wordt gezien als de stichter van de Seltsjoeken dynastie. De toevoeging Beg of Bey is het Turkse woord voor leider. Stamvader van de dynastie was Seltsjoek, de leider van de OghuzTurken. Zijn kleinzoon Togrul verenigde de Turkmeense krijgers van de grote Euraziatische steppe in een federatie van stammen en was hun aanvoeder in de verovering van het oosten van Iran. Na de verovering van Perzië en de hoofdstad van de Abbasiden, Bagdad, stichtte hij in 1055 het Seltsjoeken rijk.

Op de keerzijde van het biljet staat het Beyik Saparmyrat Türkmenbasynyň Milli Medeniyet Merkezi (Nationaal Cultureel Centrum van Turkmenistan)


FILAKRANT 2019 Togrul degradeerde de Abbasidische kaliefen tot marionetten en nam het commando over de legers van de kalifaat in militaire offensieven tegen het Byzantijnse Rijk en het kalifaat der Fatimiden in een poging om de grenzen van zijn imperium uit te breiden met het idee de islamitische wereld te verenigen. Samen met zijn broer Chaghri en zijn neef Arslan, die beiden gediend hadden in het leger van de Karachaniden, opende ze een aanval op Ghaznaviden Rijk onder Mahmud van Ghazni, maar werden verslagen.

Op de voorzijde van het 10 pondbiljet, dat in 1991 in omloop kwam, staat linksonder het staatswapen van het baljuwschap Guernsey. Centraal onderin een gezicht op Castle Cornet, ook bekend als Cornet Rock of Castle Rock, het grootste kasteel op het eiland. Rechts hiervan de handtekening van State Treasurer M.J. Brown.

Narodna Banka Srbije 100 dinara 2012 Pick - vgl. 41

Togrul werd gedwongen te vluchten terwijl Arslan in Khurasan terechtgesteld werd. In 1028-1029 veroveren Togrul en zijn broer de steden Merv en Nishapur. Ze vervolgden hun rooftochten naar Boekhara en Balkh en in 1037 werd de stad Ghazni ingenomen. Togrul kreeg in 1038 in de nieuwe hoofdstad Nishapur de titel sultan. Op de hierboven groot afgedrukte keerzijde van het biljet staat rechts de buste van generaal-majoor Sir Isaac Brock, geboren op 6 oktober 1769 te St. Peter Port, de hoofdstad van Guernsey. Daarnaast de voorzijde van Upper Canada Preserved Medal en op de achtergrond scènes uit de Slag om Queenston Heights. Brock ging in 1785 als vaandrig bij het Britse leger. In 1797 werd hij benoemd tot luitenant-kolonel van de 49e Regiment en in 1802 werd hij uitgezonden naar Canada. Hij promoveerde in 1805 tot luitenant-kolonel en in 1811 werd hij generaal-majoor. In 1810 nam hij het commando over alle troepen in UpperCanada (nu Ontario) en in 1811 nam hij ook het civiel bestuur van de provincie over. Met het uitbreken van de oorlog tussen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten in 1812, zette hij zich direct in voor de verdediging van Upper-Canada tegen een Amerikaanse invasie. Miniatuur van de Slag van Dandanakan tussen de Ghaznaviden en de Seltsjoeken in 1040 In 1040 won Togrul overtuigend de Slag van Dandanakan tegen Mahmud’s zoon, Mas’ud. Die werd gedwongen de westelijke provincies te verlaten en vluchtte richting Lahore. Togrul installeerde vervolgens Chaghri in Khorasan als regent om te voorkomen dat de Ghaznaviden het gebied zouden heroveren. Daarna werd overgegaan tot de verovering van het Iraanse plateau in 1040-1044. In 1054 waren zijn troepen in Anatolië in gevecht met de Byzantijnen. Sultan Togrul begon vervolgens een nauwe samenwerking met de kalief in Bagdad om de hegemonie van de Seltsjoeken te legitimeren in de moslimwereld. Om de samenwerking tussen de Seltsjoeken- en Abbasidische dynastieën te verzegelen, trouwde de kalief met een nicht van de sultan en Togrul met de dochter van de kalief.

49

Het bovenstaande biljet - met een afbeelding van de uitvinder en wetenschapper Nikola Tesla (1856-1943)- werd in 2003 voor het eerst uitgegeven. Afgebeeld is de versie uit 2012 met de handtekening van gouverneur Dejan Soskic. In het midden de formule voor de eenheid van magnetische inductie en een elektrische ontlading. Het portret werd ontleend aan een foto uit 1896. Nikola Tesla werd op 10 juli 1856 geboren in Smiljan in de provincie Lika van het toenmalige keizerrijk Oostenrijk, tegenwoordig Kroatië. Hij was de zoon van Milutin Tesla, een ServischOrthodoxe priester en Duka Mandić. Nikola was 5 jaar oud toen zijn begaafde broer Dane, de oogappel van zijn ouders, op 12-jarige leeftijd overleed. Er rustte een zware last op zijn schouders om de hoge verwachtingen van zijn ouders waar te maken. Na de middelbare school te hebben doorlopen studeerde hij natuurkunde, techniek en filosofie aan de universiteiten van Graz en Praag. Aansluitend vond hij in Duitsland en Frankrijk voor korte tijd werk.

Op 15 augustus 1812 wist hij met Britse troepen en Amerikaanse indianen, de stad Detroit op het Amerikaanse leger te veroveren. Hiervoor ontving hij de Order of Bath en de titel “The Hero of Upper Canada”. Zijn naam wordt vaak verbonden met die van de Indianenleider Tecumseh, hoewel de twee mannen maar een paar dagen samenwerkten. De Slag om Queenston Heights, in de buurt van Queenston in de huidige provincie Ontario op 13 oktober, was de eerste grote veldslag in de oorlog van 1812 en resulteerde in een Britse overwinning. De slag werd uitgevochten tussen het leger van Verenigde Staten en New Yorkse militietroepen onder leiding van generaal-majoor Stephen Van Rensselaer en Britse troepen, York vrijwilligers en Mohawks onder leiding van generaal-majoor Isaac Brock en generaal-majoor Roger Hale Sheaffe. Deze nam het bevel over toen Brock tijdens de slag dodelijk werd getroffen.

Gouden dinar van Togrul Beg geslagen te Nishapur in AH440 (1048) Togrul stierf kinderloos in de stad Rayy in het moderne Iran en werd opgevolgd door zijn neef Suleiman. Deze opvolging werd betwist door Mehmed Alp Arslan (ca. 1029 of 1030-1072), de achterkleinzoon van Seltsjoek. Hij wist de macht aan zich toe te trekken en regeerde het Seltsjoeken rijk tot 1072.

Op de keerzijde staan een portretfoto van Nikola Tesla (collectie Nikola Tesla Museum in Belgrado), de tekening van de elektromagnetische motor van Tesla en de “Tesla Duif” In 1884 vertrok hij naar de Verenigde Staten. Nikola kreeg een baan aangeboden bij het onderzoeklaboratorium van uitvinder Thomas Alva Edison (1847-1931). In 1891 werd Tesla Amerikaans staatsburger. Edison, een van de grondleggers van General Electric, kreeg een bepaald probleem met een van zijn uitvindingen niet opgelost en beloofde een flinke beloning uit aan degene die dat voor hem kon doen. Tesla nam de uitdaging aan en vond binnen korte tijd de oplossing. Edison weigerde echter de uitgeloofde beloning te betalen en antwoordde: ‘Je begrijpt onze Amerikaanse humor niet, Tesla!’. Toen Edison weigerde Tesla’s weeksalaris van $18 naar $20 te verhogen nam Tesla ontslag en begon een eigen bedrijf. Hij werd financieel ondersteund door Edison’s concurrent George Westinghouse (1846-1914). Tesla verkocht veertig patenten aan Westinghouse die daarmee het monopolie van Edison’s General Electric kon breken. Het was de tijd van de zogenaamde ‘War of the Currents’, een concurrentiestrijd tussen het wisselstroomsysteem van Westinghouse en het gelijkstroomsysteem van Edison. Mede dankzij Tesla’s verbeteringen in veel componenten van het wisselstroomnet wist Westinghouse deze strijd te winnen. Na enige tijd was Edison zelfs gedwongen om zijn dure en inefficiënte gelijkstroomsysteem te laten varen en ook op wisselstroom over te gaan.

De Slag om Queenston Heights en de dood van generaal-majoor Bock, gemaakt in 1896 door John David Kelly (1862-1958)

Guernsey 10 pounds Z.j. (1991) Pick 54a Tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk liggen voor de kust van de Franse regio Normandië diverse eilanden en eilandjes. Het merendeel hiervan valt bestuurlijk onder de Engelse Kroon en worden daar Channel Islands genoemd. De bekendste zijn Guernsey, Jersey en Alderney. De eilanden behoren niet tot het Verenigd Koninkrijk, maar zijn (net als het eiland Man) autonome bezittingen van de Britse Kroon. Guernsey is het grootste eiland. Sinds 1827 geeft The States of Guernsey eigen papiergeld uit. Vanaf 1921 is er een monetaire unie met het Verenigd Koninkrijk en zijn de biljetten (en de munten) lokale uitgiften van het Britse pond.

Het militair treffen was het gevolg van een Amerikaans poging om een voet aan de grond aan de Canadese kant van de rivier de Niagara te krijgen voordat de winter zou invallen. Deze beslissende slag was het hoogtepunt van een slecht uitgevoerd Amerikaans offensief en wellicht meest historisch significant het verlies van de Britse commandant. Ondanks hun numeriek voordeel en de brede spreiding van de Britse troepen om een invasiepoging te verijdelen, bleken de Amerikanen, die in Lewiston (New York) gestationeerd waren, niet in staat om het grootste deel van hun invasievloot over de Niagara-rivier te zetten vanwege de Britse artillerie en onwil van de kant van de onervaren Amerikaanse militie. Dientengevolge versloegen de Britten de niet-ondersteunde Amerikaanse troepen en wisten zij deze tot overgave te dwingen. Een 56 meter hoge zuil op Queenston Heights in Queenston, Ontario, staat bekend als Brock’s Monument, een herinnering aan de slag en Isaac Brock die hier het leven liet.

Amerikaans Patent 382,279 verleend aan N. Tesla op 1 mei 1888 voor de elektromagnetische motor Vervolg op pagina 50


50

FILAKRANT 2019

Vervolg van pagina 49 Omdat Tesla geen zakenman was, trok hij nooit het maximale profijt van de patenten op zijn uitvindingen. De vergoedingen voor het gebruik van de patenten hadden hem schatrijk kunnen maken. Daarentegen had hij voortdurend problemen met schuldeisers. Toen zijn zakenpartner Westinghouse in financiële problemen geraakte gaf Tesla zijn lucratieve patentrechten op om hem te helpen. In die tijd begonnen Tesla’s patenten net geld op te leveren omdat steeds meer steden een elektriciteitsnet aanlegden waarbij gebruik werd gemaakt van Tesla’s uitvindingen. Zo verloor Tesla bijna al zijn inkomstenbronnen terwijl bij Westinghouse het geld binnenstroomde. Westinghouse Electric Company is wereldwijd nog altijd een van de grootste bedrijven op elektrotechnisch gebied. Vanaf ongeveer 1915 kreeg Tesla geen grote investeerders meer achter zich en raakte hij in de vergetelheid. Vaak werd Tesla uitgenodigd voor wetenschappelijke congressen en andere evenementen, meestal sloeg hij deze af. Zijn laatste jaren verbleef hij in hotel ‘The New Yorker’ in Manhattan, New York waar hij op 7 januari 1943 overleed. Twee dagen na zijn dood van Tesla nam het ‘Office of Alien Property’, namens de regering van de Verenigde Staten alle documenten en bezittingen in beslag. Dit om te voorkomen dat ze in vijandelijke handen zouden vallen. Dat Tesla niet vergeten was door zijn ‘vakbroeders’ bleek bij de uitvaartdienst. Deze werd bijgewoond door talrijke geleerden en ingenieurs.

Zijn politiek van non-raciale, geweldloze verzoening en democratie, kende een grote populariteit. In de westerse wereld was hij een gezien staatsman. Om zijn positie te verzekeren voerde hij in 1972 een eenpartijstelsel in. Daarna ging het langzaam bergafwaarts en in 1990 moest hij onder binnen- en buitenlandse druk het meerpartijenstelsel invoeren. Momenteel wordt het land geregeerd door vice-president Guy Scott na het overlijden van president Michael Sata in een ziekenhuis in Londen in oktober 2014.

De Victoria watervallen Op de grens tussen Zambia en Zimbabwe (voormalige ZuidRhodesië) liggen in de Zambezi rivier de Victoria watervallen. Zij vormen een watergordijn van 1708 meter breed en 108 meter hoog en is daarmee ’s wereld grootste gordijn van vallend water. Per minuut valt er 500 miljoen liter water naar beneden. De Victoria watervallen bestaan feitelijk uit vijf verschillende watervallen. Vier er van liggen in Zimbabwe: The Devil’s Cataract, Main Falls, Rainbow Falls en Horseshoe Falls. Eentje, The Eastern Cataract, ligt in Zambia. In 1989 werden de watervallen door UNESCO tot werelderfgoed verklaard.

Buiten de inheemse Afrikanen waren waarschijnlijk de Arabieren de eerste buitenstaanders die deze watervallen bezochten.

N.Tesla omstreeks 1896 In overeenstemming met zijn testament werd zijn lichaam gecremeerd en werden, na de oorlog, zijn persoonlijke bezittingen, archief van laboratoriumverslagen en correspondentie in 1951 aan zijn neef Sava Kosanovic gestuurd. Op voorstel van de Raad voor Wetenschap en Cultuur werd op 5 december door de Joegoslavische regering besloten de nalatenschap onder te brengen in het Nikola Tesla Museum in Belgrado. Hier is in expositieruimte 3 ook de urn met zijn as te zien. Het Nikola Tesla Museum is gevestigd op het adres Krunska 51 te Belgrado, geopend dinsdag tot en met zondag van 10.00-20.00 uur, website www.nikolateslamuseum.org.

Zijn stoffelijk overschot werd samen met zijn dagboek, door zijn bedienden Chuma en Susi, over meer dan 1.600 km naar de kustplaats Bagamoyo gebracht van waaruit het naar het Verenigd Koninkrijk werd verscheept. In Londen lag zijn lichaam opgebaard in het hoofdkantoor van de Royal Geographical Society op No.1 Savile Row, voordat het werd bijgezet in de Westminster Abbey.

Narodowy Bank Polski 1000 Zlotych 1982 Pick 146 Op de voorzijde van het 1000 zlotych biljet van Polen staat een portret van de grote 16de eeuwse astronoom, wiskundige en econoom Nicolaas Copernicus (1473-1543). Hij werd als Niklas Koppernigk geboren op 19 februari 1473 in de stad Thorn (huidige Torún, Polen) als zoon van een koperhandelaar. Van zijn moeder Barbara von Watzenrode is weinig bekend. Ze overleed eerder dan haar echtgenoot die in 1483 stierf. Niklas werd toen opgevoerd door de broer van zijn moeder, Lucas von Watzenrode, die later prins-bisschop van Ermland werd. In 1491 schreef Copernicus zich in aan de universiteit van Krakau, waar hij theologie, klassieke talen en astrologie / astronomie studeerde. Eind 1496 vertrok hij naar Italië en studeerde kerkelijk en burgerlijk recht aan de Universiteit van Bologna. Hier leerde hij de hoogleraar wiskunde en astronomie Domenico Maria Novara da Ferrara kennen, bij wie hij een kamer huurde. Hij assisteerde hem bij zijn onderzoek en deed zijn eerste waarnemingen. In 1497 werd Copernicus op voordracht van zijn oom aangesteld als kanunnik bij de Maria-Hemelvaartkathedraal van Frauenburg. Pas na afronding van zijn studie werd hij medio 1501 officieel als kanunnik geïnstalleerd. In 1514 bracht Copernicus een klein handgeschreven werkje uit. Het handelt over onder meer het centrum van het heelal en de beweging van hemellichamen en de aarde. In de vroege 1500’s geloofde bijna iedereen dat de aarde het middelpunt van het universum was. Copernicus stelde dat de planeten niet om de aarde, maar om de zon draaien. In gedrukte vorm werd zijn model pas in de Narratio prima (1540) van Rheticus (Georg Joachim de Porris 1514-1574) gepubliceerd.

David Livingstone (1813-1873), een Schotse missionaris en ontdekkingsreiziger in dienst van de London Missionary Society, is van mening dat hij de eerste Europeaan was die op 16 november 1855 de watervallen zag. Livingstone noemde zijn ontdekking ter ere van koningin Victoria van Groot-Brittannië de Victoria Falls, maar de inheemse naam Mosi-oa-Tunya (De rook die dondert) is ook gebruikelijk. De UNESCO erkent beide namen officieel.

Planisphaerium Copernicum Universum Totius Creati Ex Hypothesi Copernicana in Plano, handgekleurde gravure 1661 door Andreas Cellarius In 1543 verscheen in Nürnberg Copernicus’ ”De revolutionibus orbium coelestium” (Over de omwentelingen der hemellichamen). Het boek werd met groot interesse door de toenmalige astronomen ontvangen. De theorie van Copernicus, bekend als de heliocentrische theorie, werd opgenomen in het handboek van de astronomie dat op verschillende universiteiten werd onderwezen.

Zambia Five Pounds z.j. (1964) Pick 3 Toen ik dit biljet voor de eerste keer in handen kreeg moest ik direct terugdenken aan twee lessen op de lagere school, geschiedenis en aardrijkskunde. Het is de afbeelding op de keerzijde die daaraan debet is. Het 5 pondbiljet werd in 1964 uitgegeven door de Bank of Zambia, de nationale bank van de Republiek Zambia. Op 24 oktober 1964 verklaarde Noord-Rhodesië zich onafhankelijk en naam de naam Zambia aan. De oprichter van de United National Independence Party en minister-president van Noord-Rhodesië Kenneth Kaunda (1924) werd de eerste president.

Het David Livingstone monument aan de Zimbabwe kant van de watervallen David Livingstone stierf in 1873 op 60-jarige leeftijd in het dorp van Chief Chitambo in Ilala, ten zuidoosten van het Bangweulumeer, aan malaria en inwendige bloedingen door dysenterie. Zijn hart werd verwijderd en begraven onder een boom in de buurt van de plek waar hij stierf.

Op de keerzijde van het biljet een afbeelding het Copernican heliocentrisch systeem Toch waren er vanuit de stand der toenmalige wetenschap bezwaren tegen de heliocentrische theorie, omdat het model niet helemaal correct was. Het vormde echter een sterke basis voor toekomstige wetenschappers om erop voort te bouwen.


FILAKRANT 2019 Toen Galileo Galilei (1564-1642) de denkbeelden van Copernicus later ging onderbouwen en verbreiden, kwam hij in conflict met de Katholieke Kerk, die in 1616 reageerde door het werk van Copernicus op de Index te plaatsen. Dit werd pas in 1835 opgeheven. De beroemde geleerde Johannes Kepler (1571-1630) verving de cirkelvormige banen door elliptische. De wetten van Kepler beschrijven de posities van de planeten aan de hemel op veel eenvoudigere en nauwkeurigere manier.

In de loop der eeuwen heeft de stad en omgeving meerdere heersers gekend. In de 12e eeuw maakte een van de lokale heersers, de Shirvan Shah Ahsitan I ibn Manuchehr (1160-1196?), Bakoe tot zijn hoofdstad, nadat de oude hoofdstad Shamakha door een aardbeving werd vernietigd. De vestingwerken gaan terug naar deze tijd. Van 1501 tot aan de Ottomaanse verovering in 1578 werd de stad gedomineerd door de Safavids. In 1747 werd de macht door de lokale khans van Baku uitgeoefend die relatief onafhankelijk waren van het Perzische Rijk. In 1797 was de stad onderdeel van het Perzische Rijk na een mislukte Russische militaire expeditie. Van 1804 tot 1813 werd de stad door de Russen bezet en in 1828 onderdeel van het Russische keizerrijk.

Olievelden van Bakoe

Titelblad van de tweede druk van Nicolai Copernici Torinensis De Revolutionibus Orbium Coelestium, Libri VI (Over de omwentelingen der hemellichamen) door Nicolaus Copernicus, Toruń, in zes delen), Bazel, 1566 De gebrekkige theoretische onderbouwing van het begrip zwaartekracht werd later door Isaac Newton afdoende opgelost in zijn gravitatiewet beschreven in “Philosophiae Naturalis Principia Mathematica” dat hij publiceerde op 5 juli 1687. “De revolutionibus orbium coelestium” van Copernicus mag aangemerkt worden als de bakermat van onze huidige wetenschap kosmologie. Copernicus overleed op 24 mei 1543 in Frauenburg, Ermland. Zowel Polen als Duitsland maken aanspraak op hem. Daarbij werden hem 19de-eeuwse nationale etiketten opgeplakt waarin hij zichzelf niet herkend zou hebben.

De olieboom eindigde na de Russische revolutie in 1917. In september 1918 werd Bakoe de hoofdstad van de Democratische Republiek Azerbeidzjan. Op 27 april 1920 marcheerden de Bolsjewistische troepen de stad binnen met als hoofddoel de olievoorraden in handen te krijgen. Bakoe werd de hoofdstad van de Azerbeidzjaanse SSR. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd Azerbeidzjan in 1991 een onafhankelijk staat.

Op de keerzijde van het biljet centraal de kaart van Azerbeidzjan, linksonder de kaart van Europa. Op de achtergrond patronen ontleend aan antieke karpetten. Het biljet werd ontworpen door Robert Kalina en gedrukt bij de Österreichische Banknoten- und Sicherheitsdruckerei (OeBS).

Azerbeidzjan, Azerbaycan Milli Banki, 10 manat 2005, Pick 27 Op de voorzijde van het bankbiljet van 10 manat 2005, dat in maart 2006 in omloop kwam, staat een antieke plattegrond van de ommuurde stad Bakoe. Bakoe is de hoofdstad van de Republiek Azerbeidzjan en het wetenschappelijke, culturele en industriële centrum van de Kaukasus. De ommuurde stad, zoals op het biljet weergegeven met het Shirvanshah paleis en de Maagdentoren, staat sinds het jaar 2000 op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Onder langs de rand een uitbeelding van de Kaspische Zee met drie antieke biremen, oorlogsschepen met twee rijen roeiers en voorzien van een mast met zeil.

51

Oude ansichtkaart eind 19de eeuw met gezicht op de haven van Bakoe Het symbool van de stad is de Maagdentoren, een wachttoren uit de 12e eeuw. Andere bezienswaardigheden zijn de Boulevard van Bakoe, het Fonteinplein, het Shikhovstrand en de olierotsen. Rondom de stad liggen enkele geografische bezienswaardigheden zoals de Yanar Dag (brandende berg), een van de sinds de oudheid brandende natuurlijke aardgasbron langs een heuvel. De naam Azerbeidzjan betekent letterlijk ‘Land van het vuur’, de Yanar Dag is een mogelijke aanleiding hiervan.

Links op het biljet staat een venster met daarin een afbeelding van een gezicht op de haven van Port of Spain, de hoofdstad van Trinidad, gelegen aan de Golf van Paria. Hieronder de tekst: Miscerique probat populous et foedera jungi (Hij hecht zijn goedkeuring aan van de vermenging van de volkeren en hun obligaties van de Unie). Rechts een venster met een gezicht op Scarborough, de hoofdstad van Tobago. Hieronder de tekst: Pulchrior evenit (Zij wordt mooier). Het eiland Trinidad werd ontdekt door Christopher Columbus tijdens zijn derde reis in 1498. Het verhaal gaat dat het eiland zijn naam dankt als dankzegging aan de drie keer dat Columbus, na een lange zeereis, voet aan land zette op de zuidkust. Het zou tot 1532 duren voordat Spanje een gouverneur, Don Antiono Sedeno (gestorven in 1538,) naar het eiland stuurde om er een kolonie te stichten. Aanvankelijk behandelde Sedeno de lokale bevolking met “overweging en rechtvaardigheid”. Door zijn toedoen probeerde de lokale leider Maruana de andere op het eiland woonachtige stammen aan zich te onderwerpen en het kwam tot een stammenstrijd. Pas in 1592 met de stichting van St. Joseph wist men een permanente bezetting te realiseren. Scarborough, de hoofdstad van Tobago, werd in september 1654 door ongeveer 600 Zeeuwse migranten gesticht, als onderdeel van de kolonie Nieuw Walcheren. In 1660 woonden op heel Tobago ongeveer 1500 kolonisten (vooral Zeeuwen en Fransen) en ongeveer 7000 slaven. Tobago werd onder Zeeuwse leiding omgevormd tot een plantagegebied met als belangrijkste exportproducten suiker, rum en cacao.

Op de keerzijde staat een fraaie guilloche met centraal het gekroonde wapen van Groot-Brittannië omhangen met het versierselen van de Orde van de Kousenband en geflankeerd door een gekroonde leeuw links en een eenhoorn rechts. Op Trinidad veranderde de situatie in 1783 met de afgifte van de Cedula of Population, waardoor een katholieke persoon zich op het eiland kon vestigen. Hoewel de katholieken uit vele landen kwamen, waren de Fransen veruit in de meerderheid. Er wordt gezegd dat de kolonie in deze periode Spaans was in naam, maar Frans in alle andere uitingen. Deze kolonisten begonnen met grootschalige landbouwontwikkeling, die op hun beurt de invoer van grote hoeveelheden Afrikaanse slavenarbeid vereiste. Tot dat moment waren slaven relatief schaars op het eiland.

De Maagdentoren De havenstad kan bogen op een rijke geschiedenis dankzij de gunstige ligging aan verschillende historische handelsroutes zoals de Zijderoute. De eerste vondsten van een nederzetting dateren uit 8.000 v.Chr. Gedurende duizenden jaren produceert de regio rond Bakoe olie afkomstig uit natuurlijke bronnen. Ook nu is de haven van Bakoe een belangrijke overslagplaats van het belangrijkste exportartikel, aardolie.

The Government of Trinidad and Tobago, 2 dollars 1st January 1943, Pick 8 Twee grote en een aantal kleine eilandjes in de zuidoostelijke hoek van de Caribische Zee vormen sinds 1976 de Republiek Trinidad en Tobago. Trinidad is het grootste eiland, Tobago is een stuk kleiner.

Gezicht op de haven van Port of Spain Vervolg op pagina 52


FILAKRANT 2019 Vervolg van pagina 51 In 1797 was de oorlog in Europa doorgedrongen in het Caribische gebied. De Britten namen Trinidad zonder een schot in en het eiland werd in 1802 formeel door Engeland bezet. De Britten behielden de Spaanse grondwet, die voorzag voor een gouverneur, een raad van aangestelde adviseurs, bekend als de Raad van Advies en de Cabildo, een verkozen lichaam. In 1834 schaften de Britten de slavernij af. De slavenbezitters moesten nu hun arbeidsbehoeften anders invullen en duizenden immigranten werden naar het eiland gebracht. Sommigen waren van Portugese of Chinese afkomst, maar de meesten kwamen uit India. In 1889 werden Trinidad en Tobago verenigd als een kolonie. De vroege twintigste eeuw zag de ontdekking van olie in Trinidad, wat resulteerde in sterke economische groei en welvaart. Het eiland werd strategisch belangrijk en de Amerikanen vestigende er tijdens de Tweede Wereldoorlog, met toestemming van Engeland, verschillende militaire bases

Voor een ruim assortiment poststukken en postale formulieren betreffende Posthistorie Nederland zie webwinkel

www.posthistorie.nl

Gezicht op de haven van Scarborough richting Bacolet Point Vanaf de jaren ’20 werden er een aantal grondwettelijke hervormingen doorgevoerd. Pas in 1950 werd de wetgevende raad gewijzigd zodat de meerderheid van de leden werd gekozen. De Grondwet van 1950 zorgde ook voor een uitvoerend bestuur en een ministerieel systeem. De aanzet voor zelfregering leidde tot onafhankelijkheid in 1962, na een mislukt experiment, genaamd de Britse West-Indische Federatie. Trinidad en Tobago werden in 1976 een republiek.

E-mail: posthistorie@willempasterkamp.nl

R.H. Literatuur: Lennie M. Nimblett, Massa Day Done: The Republican Constitution of Trinidad and Tobago: Origins and Issues. AuthorHouse 2016. ISBN: 9781504996235.

8 Ausgaben lesen − nur 6 bezahlen! Wir machen Ihnen heute ein ganz besonderes Angebot:

• Sie lesen 8 Ausgaben des BRIEFMARKEN SPIEGEL und bezahlen nur 6 Hefte. • Für nur 45,60 Euro erhalten Sie den BRIEFMARKEN SPIEGEL frei Haus geliefert. Also, nicht zögern! Senden Sie uns gleich den Coupon zu. Bitte einsenden an: PHILAPRESS Zeitschriften und Medien GmbH & Co. KG, Leser-Service, Postfach 200 251, 37087 Göttingen, Deutschland, oder per E-Mail an: vertrieb@philapress.de

 Ja, ich möchte 8 Ausgaben des

BRIEFMARKEN SPIEGEL testen, aber nur 6 Hefte bezahlen!

www.briefmarkenspiegel.de

Möchten Sie stets brandaktuell aus der Welt der Philatelie informiert sein? Suchen Sie Tipps und Anregungen für den Aufbau Ihrer Sammlung? Schauen Sie gern in verwandte Gebiete wie Philokartie und Numismatik? Dann ist der BRIEFMARKEN SPIEGEL Ihre Zeitschrift. Monat für Monat berichtet die Redaktion aus den verschiedensten Bereichen der Philatelie. Gratis erhalten Sie außerdem zu allen wichtigen Sammlermessen die Extra-Hefte MesseMagazin, MünzenMarkt und weitere Sonderveröffentlichungen.

10001/13

52

Ich bestelle sechs Ausgaben des BRIEFMARKEN SPIEGEL zum Preis von zurzeit 45,60 Euro und erhalte als Dankeschön zwei Hefte gratis. Möchte ich die Zeitschrift danach weiter beziehen, brauche ich nichts von mir hören zu lassen, sonst melde ich Alle Preise inklusive ges. MwSt. und Versand mich nach der 5. Ausgabe.

Ja, ich bin damit einverstanden, von der PHILAPRESS Zeitschriften und Medien GmbH & Co. KG weitere interessante Werbeangebote zu erhalten. Bitte informieren Sie mich per Telefon Bitte informieren Sie mich per E-Mail Telefon

E-Mail Ich bestätige, dass die Einwilligung freiwillig erfolgte. Der Nutzung meiner personenbezogenen Daten durch die PHILAPRESS Zeitschriften und Medien GmbH & Co. KG kann ich jederzeit telefonisch unter 0551 / 901-520, schriftlich an PHILAPRESS Zeitschriften und Medien GmbH & Co. KG, Leser-Service, Postfach 200 251, 37087 Göttingen, oder per E-Mail an vertrieb@ philapress.de widerrufen. Weitere Informationen zur Datenverarbeitung finden Sie unter www.madsack.de/dsgvo-info.

Meine Anschrift: Datum Name / Vorname

Straße / Nr.

PLZ

Land

Wohnort

Geburtstag

Unterschrift Sie können die Bestellung binnen 14 Tagen ohne Angabe von Gründen formlos widerrufen. Die Frist beginnt an dem Tag, an dem Sie die erste bestellte Ausgabe erhalten, nicht jedoch vor Erhalt einer Widerrufsbelehrung gemäß den Anforderungen von Art. 246a § 1 Abs. 2 Nr. 1 EGBGB. Zur Wahrung der Frist genügt bereits das rechtzeitige Absenden Ihres eindeutig erklärten Entschlusses, die Bestellung zu widerrufen. Sie können hierzu das WiderrufsMuster aus Anlage 2 zu Art. 246a EGBGB nutzen. Der Widerruf ist an PHILAPRESS Zeitschriften und Medien GmbH & Co. KG, Leser-Service, Postfach 200 251, 37087 Göttingen, Deutschland, zu richten.


FILAKRANT 2019

53

Uit de wrakkenkaart van Wight Door Anton Luijendijk/LACA

D

e allereerste keer dat ik een wrakkenkaart onder ogen kreeg, was die van Terschelling. Nou, daar zag je door de wrakken de zee niet meer, zoveel als er daar eeuwenlang schepen vergaan zijn. En wie weet of er nog meer liggen die nooit zijn opgemerkt. Meestal zijn het vissers, die daarmee te maken hebben, als zij hun netten verspelen door obstakels onder water. Soms ook komen er juist wrakken vrij, als een zandbank, waaronder ze eeuwenlang hebben gelegen geheel verdwenen is (afbeelding 1).

Vorig jaar werd mij een prachtige wrakkenkaart van het aanloopgebied naar Vlissingen aangeboden. Daar sta ik nu regelmatig voor naar te kijken. Daar zie je dan hoe Het Deurloo oostelijk is weg geschoven en hoe daar De Walvischstaart de bevaarbare route heeft overgenomen. Het zand is dus continu in beweging en dat kan je als loods verrassen (afbeelding 2). Rondom Wight is ook nauw vaarwater; maar daar is het doorgaans zeer rotsachtig, dus uiterst gevaarlijk voor de scheepvaart !

daarover, dat er geen andere manier was om aan het natuurgeweld te ontsnappen, dan tegen deze berg van 100 m op te klimmen. Door de hevige stormwind werden de vijf bemanningsleden zo tegen de rotswand aangedrukt, dat zij niet konden vallen en zo konden zij zich in veiligheid stellen (afbeelding 5).

De Campen bleef 350 jaar onaangetast totdat het duikersgilde uit Northampton in juni 1987 op het schip stuitte en ondanks de wispelturige deining, een slecht onderwaterzicht van minder dan een meter en het werken met explosieven om wrakdelen van de klippen af te krijgen, hebben zij heel veel bezittingen van de bemanning kunnen bergen, w.o. 103 baren lood en 8.000 zilveren munten. Geen slecht resultaat!

Het Hollandse zilver en het Spaanse goud Op 12 oktober 1627 vertrok een konvooi van de VOC naar India en Indië, geladen met zilveren daalders en Spaanse matten (afbeelding 6). Op de 14de verzeilden de zeven schepen in een venijnige storm, die hen dwong beschutting te zoeken in de Solent. Twee In 1688 vochten Nederland en Engeland samen tegen Frankrijk schepen waren zo ver landinwaarts, dat zij gedwongen werden en Spanje. De strijd duurde 25 jaar (afbeelding 7). In 1702 bij terugkomst van de verovering van Gibraltar, ontwaarden zij een Eén miskleun en je zit vast en dan heeft je schip enorme bodem- tussen de kalkspitsen van de Needles te varen. Spaanse vloot in de baai van Vigo. Zij vernietigden deze vloot schade. De wrakkenkaart van dit eiland ligt dan ook bezaaid en keerden terug met vijf in beslag genomen schepen afgeladen met rampspoed, want de Zuidwestkust ligt geheel open naar de met goud. Een zware storm in Het Kanaal joeg de vloot uiteen. Atlantische Oceaan. En daar zal het dus vaak spoken bij storm en Twee van de schepen verdwenen. Jaren later gingen er veel ontij (afbeelding 3, grote kaart). praatjes rond over Spaanse matten die gevonden zouden zijn bij Moet je naar Southampton dan kun je – uit de West komend – via Blackgang Chine. Van een wrak van deze schepen is nooit meer de Solent naar binnen, die begint bij de beroemde Needles, maar iets gevonden. die passage is erg nauw en dus niet zonder gevaar. De andere Een triest verhaal speelde zich in november 1898 af toen de ingang is via Spithead, een wat ruimer vaarwater, dat wij altijd galjoot Mathilde bij Blackgang Chine verloren ging. Op 23 novembevoeren om in Portsmouth of Southampton passagiers en lading over te nemen (afbeelding 4). ber van dat jaar stond er op de Zuidwestkust van Wight een zware Zuiderstorm, waardoor 3 schepen daar in de problemen kwamen. Twee ervan slaagden er ternauwernood in de kaap te De Vliegende Draecke (320 ton) kreeg een gat in de bodem en ronden en daarvan vrij te blijven, maar de Mathilde, die al te ver moest op het strand in de Alum baai gezet worden voor repara- onder de kust was verdaagd, werd door de zware deining hoog tie. De Campen (300 ton) had minder geluk en beëindigde haar op het strand geworpen (afbeelding 8). eerste reis door aan de grond te lopen en te zinken in een ondiep gat precies zuidelijk van de middelste Needle. Haar gehele bemanning verliet snel het schip met medeneming van het goud en zilver. Hetzelfde gebeurde op de Vliegende Draecke, zij klommen allen aan boord van de resterende schepen en verlieten ijlings het rampgebied uit vrees door de Engelsen gevangen genomen te worden. Beide schepen brachten aan deze streek heel veel voorspoed. Voordat de autoriteiten een verbod op het betreden van beide schepen hadden uitgevaardigd, waren beide al bijna geheel leeg gehaald. De Vliegende Draecke zou opgelapt en naar Yarmouth op Wight gevaren zijn. Het jaar erop heeft een Hollandse berger de Campen geheel leeg gehaald; 5 kanonnen, 6.660 kg lood en Culver Cliff Het oudste verhaal, waarin een Nederlands scheepje schipbreuk 2.635 munten zijn de autoriteiten overhandigd; maar hoeveel hij leed, was bij Culver Cliff in 1587. Ene Sir John Oglander schreef voor zichzelf had weggelegd?

Vervolg op pagina 55


54

FILAKRANT 2019

Winkel Haarlem, PostBeeld-Megastore Kloosterstraat 17

BRIEVEN EN POSTHISTORIE

* Nederland & gebieden * Aanbiedingen * Zuid Amerika

www.bbfila.com

*

Vernieuwde website * kom langs en vind

specialiteiten: In Haarlem hebben we het beste van filatelistisch Nederland samengebracht. De unieke PostBeeld voorraad is hier nu aangevuld met de voorraden van Medo uit Rotterdam en van de NPMH/Bulterman uit Amsterdam. Door verhuizing van ons kantoor naar een andere locatie hebben we in drie aaneengesloten winkelpanden de grootste postzegelwinkel van Nederland kunnen creëren met een zeer grote wereldvoorraad postzegels (series en los), posthistorie, postwaardestukken, fdc’s, munten, bankpapier, catalogi, handboeken, albums (nieuw en 2e hands) en andere benodigdheden etc. Tevens in deze winkel: honderden laaggeprijsde collecties en partijen, een klein museum geschiedenis v.d. filatelie en voor snuffelaars bakken met poststukken, munten en een grote uitzoekhoek zegels a 10c per stuk.

Winkel Leiden, PostBeeld-de Leidse postzegelhandel, Vrouwensteeg 3

specialiteiten: Klein maar fijn, met een verrassende stock postzegels, Munten en Partijen is er in deze winkel midden in Leiden telkens weer iets nieuws te vinden. Ook altijd wel het een en ander wat (nog) niet op onze internetsite staat.

Kantoor, PostBeeld Emrikweg 26B, 2031 BT Haarlem, tel: 023-5272136 Openingstijden winkels: woensdag t/m zaterdag 10-17u, kantoor: maandag t/m vrijdag 10-17u.

Internet:

www.PostBeeld.nl (webwinkel) www.postzegelblog.nl (magazine) www.freestampcatalogue.nl (catalogus)

Bert Brinkman - Gouda -

e-mail bbfilatelie@planet.nl

Online brieven op: www.bbfila.com

winkel Haarlem

winkel Leiden

kantoor Haarlem

INTERNATIONAL

STAMP FAIR

OOK IN 2019 ZIEN WIJ U GRAAG WEER ONLINE TERUG, OM U VERDER TE HELPEN MET UW VERZAMELING! WWW.COLLECT4ALL.COM

28 Feb. - 2 Mar. 2019 MOC Munich, Germany 24 - 26 Oct. 2019 Messe Sindelfingen, Germany www.briefmarken-messe.de

OF KOM GEZELLIG EEN KEER LANGS BIJ ONZE WINKEL IN DEN HAAG! ELKE ZATERDAG GEOPEND VAN 10-16 UUR ELKE WEEK NIEUW AANBOD! HONDERDEN BOEKEN MET 5-CENT ZEGELS, KOOPJES, ENVELOPPEN EN MEER! ZUIDERPARKLAAN 133, 2574HD, DEN HAAG


FILAKRANT 2019 Vervolg van pagina 53 De bemanning werd in veiligheid gebracht en later werd de lading haver gelost en het schip ontmanteld. Tijdens een latere poging de romp van het schip te bergen, werd deze door een zware golf in stukken geslagen. De nieuwe eigenaar van de romp was zwaar gedupeerd.

55

permitteren een radar en een sperrykompas op hun schepen te installeren. De magnetische kompassen waren erg gevoelig voor bijvoorbeeld de lading ijzer of erts, die wel eens geleid hebben tot grote miswijzingen van het kompas. Bij slecht zicht was je ook erg beperkt bij de plaatsbepaling. Dan moest je het doen met de loding en de positie van tegemoetkomende schepen want de meeste schepen lagen een tegengestelde koers voor op weg naar Land’s End of de oceaan. Als je daar steeds tussen zat werd het als een aanduiding gezien dat je nog op koers lag. ss

Brother George en Witte Zee

zeesleper de

De coaster Volkerak van 337 BRT met een motor van 200 Pk (afbeelding 9) was in december 1951 op weg met een lading porseleinaarde van Cornwall naar Rotterdam. Een dichte mist verhinderde de positiebepaling en op de vroege morgen van 23 december 1951 liep het aan de grond op het strand nabij Blackgang Chine. Vrijwel direct daarna trok de mist plotseling op en zag men de wal. Door de zeegang begon het schip zwaar te stoten; overkomende golven sloegen het stuurhuis (met de scheepspapieren) en de reddingboot overboord.

De presennings (dekkleed van geteerd zeildoek) van het luik scheurden open, waardoor het scheepsruim vol water liep. Om 3.00 uur ‘s morgens werd het schip verlaten met behulp van het wippertoestel, dat door de reddingsploeg van de wal met de grootste inspanning was aangelegd boven spekgladde rotsen met diepe gaten vol water. Alle acht bemanningsleden raakten ongedeerd aan wal.

Gelukkig voor Kapitein Kleyn en zijn bemanning kwam de reddingsboot Earl and Countess Howe direct op hen af. Ook de andere sleepboten kwamen op de Witte Zee af om Kleyn te helpen (afbeelding 14 en 15). De Gatcombe nam acht man van de Witte Zee over en de Abeille nam de onklaar geraakte sleepboot op sleeptouw. Toen de reddingsboot langszij kwam, lag zij diep in het water en was zij moeilijk te sturen. In de deining klapten beide schepen tegen elkaar aan, hetgeen veel schade veroorzaakte aan de stuurboordzij van de reddingboot. Om 21.00 uur was Kleyn de laatste die zijn schip verliet, de dekken stonden toen al onder water. Alle opvarenden werden met de Earl and Countess Howe naar Yarmouth (Wight) gebracht. Om 23.00 uur, vier mijl van Compton, ging de Witte Zee ten onder in een dichte warrelende mist. De andere dag arriveerden nog twee zeeslepers van Smit & Co en de Schelde trok de Brother George van de ondiepte af. Het schip was niet zwaar beschadigd en kon direct naar Rotterdam Op 23 februari 1964 liep ss Brother George vast bij de ingang gesleept worden voor inspectie en reparatie. van de Needles Channel (afbeelding 12). Dit schip was nog een Liberty vrachtschip van 7.303 BRT, gebouwd in 1942. Zij voer in ballast van Manchester naar Rotterdam. In zeer dichte mist raakte het schip ’s morgens om 1.45 uur op de kust bij Brook Ledge bij Wight. Het schip stuurde noodseinen de lucht in.

De eerste sleper die erin slaagde vast te maken was de ‘Red Funnel tug Gatcombe’, maar de sleepkabel schoot los en er zat niets anders op dan het volgende tij af te wachten. Intussen waren de Franse sleper ‘Abeille’ en de Hollandse ‘Witte Zee’ van Smit daar aangekomen en de laatste zou het sleepcontract krijgen, omdat ook de Brother George Rotterdam als thuishaven had. De Witte Zee was een zeesleper van 327 BRT, gebouwd in Overigens werd deze laatste scheepsramp uitvoeriger en exacter 1943 en met een motor van 1.000 Pk (afbeelding 13). ook genoemd in de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart (Nr 24 St.-Crt no. 66) van 5 april 1965. De raad heeft geen enkele aanleiding tot kritiek ten aanzien van de genomen bergingsmaatregelen en stelt dat de betrokkene niet meer risico’s heeft aanvaard dan ten aanzien van een sleepboot bestemd voor bergingsdiensten redelijkerwijs mag worden genomen. Van De motorkoftjalk Albatros (afbeelding 10) met een lading oudschuld van de kapitein aan de ramp is geen sprake ! ijzer op weg van Penzance naar Hull liep op 20 december 1952 Bronvermelding: op het wrak van de Volkerak, die daar ruim een jaar eerder • J. C. Medland, Shipwrecks of the Wight, Isle of Wight 1986. “This gestrand was. De bemanning bestond uit de gezagvoerder, zijn book is dedicated to all those who have risked their lives to save broer en een lichtmatroos. Dit schip was in 1913 gebouwd op those in peril on the sea”. de werf van W. Rubertus te Haren, mat 381 BRT en had een • Afbeeldingen uit eigen verzameling. motor van 80 Pk. • Informatie en sommige afbeeldingen van het internet. Na Startpoint werd het zicht minder, de kapitein liet de log uitvieren en geregeld lodingen uitvoeren die circa 24 meter water gaven. De signalen van Portland Bill en Saint Catharinespoint Er stond een zware deining. Kapitein Kleyn besloot vóór het werden niet gezien noch gehoord. De kapitein dacht dat hij al hoogwater van 20.00 uur een lijn over te schieten naar de oostelijk van Wight was gekomen, maar om 21.30 uur liep het Brother George. Behoedzaam naderde hij de wal totdat hij dicht schip aan de grond en wat later bleek, boven op het wrak van genoeg bij het schip was om de lijn over te schieten. Terwijl de Volkerak, die daar bij Blackgang Chine 12 maanden eerder de lijn gelanceerd werd, kwam er een zeer hoge golf achter de sleper op, die haar met volle kracht trof, net toen de rook van was gestrand. het Schermuly raketpistool in de wind optrok. De golf stortte zich over de sleper heen en spoelde over de voorsteven weg. Het schip slingerde zwaar over bakboord en i.p.v. snel overeind te komen, duurde het even voor zij weer terugkwam in de evenwichtsstand. De sleper was zwaar beschadigd en er zat een gat in haar boeg waardoor het water naar binnen gutste. Kleyn zwaaide zijn schip rond en koerste op The Needles af om daar langsheen de Solent te bereiken om het schip daar op het vlakke strand te zetten. Maar de sleper maakte te snel water ! Twee mijl van Compton riep de Witte Zee op voor hulp.

De drie bemanningsleden werden van boord gehaald en in de vuurtoren (afbeelding 11) ondergebracht, waarna het scheepje door zware zeeën is stuk geslagen. Zulke scheepjes waren vaak eigendom van Groningse reders, die het zich niet konden


56

FILAKRANT 2019

100 jaar Rietdijk veilingen 1919 - 2019 Rotterdam & Den Haag

I

n 1919 richtte postzegelhandelaar John Rietdijk op 19-jarige leeftijd te Rotterdam een veilinghuis op. Hij vestigde zijn bedrijf niet veel later in Den Haag, het filatelistisch centrum van Nederland, waar de firma nog altijd als zelfstandig veilinghuis is gevestigd. Naast kantoren op De Plaats en op Noordeinde 24 kunt u het veilinghuis nu al meer dan 40 jaar vinden op Noordeinde 41 in het voormalige pand van de Slavenburg bank. Bovendien voorzien van een grote kluis wat de veilingheid van uw kostbaarheden garandeert. Postzegelveilingen Destijds werden jaarlijks 4 postzegelveilingen gehouden. Tegenwoordig zijn de veilingen, qua inhoud en omzet groter en is er sprake van halfjaarlijkse postzegelveilingen. Telkens in april en november weten de verzamelaars en handelaren de weg naar het Noordeinde te vinden waar tussen de 2.500 en 3.000 kavels per veiling worden afgeslagen.

oude kastanje, al ouder dan het veilingbedrijf. In 1883 is de boom geplant en in de jaren daarna is deze plek uitgegroeid tot een filatelistisch ruil- en verkoopcentrum. De laatste decennia heeft het internet die taak echter overgenomen. In 1990 heeft de PTT de postzegelboom laten restaureren als eerbetoon aan de vele ruil- en verkooptransacties die er onder hebben plaats gevonden. Oprichting en groei Na oprichting van de firma was de belangstelling voor zijn veilingen zo groot dat John Rietdijk het werk al snel niet meer alleen aankon. Achtereenvolgens werden dhr. Meeder en mevr. Van Bunde aangenomen. Het personeelsbestand zou daarna een kleine vijftig jaar ongewijzigd blijven. In 1928 hield Rietdijk de legendarische Olympiadeveiling, waarin vele topstukken en rariteiten onder de hamer kwamen. Een hamer, die hij trouwens speciaal ter gelegenheid van deze veiling had laten maken en die nog steeds door zijn opvolgers wordt gebruikt. Dit ondanks het feit dat de hamer de sporen van de tand des tijds draagt. Alle kavels bij Rietdijk zijn met behulp van deze hamer verkocht. Oorlogstijd Tijdens de oorlog week John Rietdijk uit naar de Verenigde Staten. Gedurende deze periode werden de veilingen onder steeds moeilijker omstandigheden door dhr. Meeder en mevr. Van Bunde georganiseerd. In de vijftiger jaren was het veilingbedrijf tot een vaste waarde in de filatelie uitgegroeid en kwamen er vele belangrijke collecties onder de hamer.

Benschop trad in dienst voor het behartigen van allerlei zaken op filatelistisch gebied en is momenteel hoofd verkaveling. De veilingen werden in deze periode georganiseerd in het destijds bekende hotel De Gouden Wieken. Muntenveilingen In het begin van de tachtiger jaren werd ook de eerste muntenveiling gehouden. Deze veilingen werden onder leiding van Armand Lichtendahl georganiseerd. Al snel waren deze muntenveilingen een begrip in de numismatische wereld.

Spreekruimte op het kantoor

Paleis Noordeinde

Catalogi door de jaren heen

Kasten vol collecties Rietdijk veilingen

Postzegelveiling 411

Postzegelboom voor het Paleis Muntenveilingen In juni en december is het de beurt aan de numismaten die op de halfjaarlijkse munt- en penningen- veilingen hun slag hopen te slaan. Deze veilingen kenmerken zich telkens door de grote hoeveelheden gouden en zilveren beleggingsmunten, maar ook antiek, provinciaal en zelfs moderne Euromunten kunt u er vinden. Met name de laatste jaren hebben de 4 veilingen een steeds internationaler karakter gekregen. Inzendingen komen overal vandaan, maar ook verzendingen gaan tegenwoordig de hele wereld over. Postzegelboom De vestigingsplaats van Rietdijk is niet zomaar gekozen. Het Noordeinde is een shoppingdistrict met een prachtige uitstraling en allure. Daarnaast bevindt zich om de hoek van het Noordeinde een filatelistisch icoon. De postzegelboom, een

Munten Veiling 405

Bekende verzamelingen en verzamelaars Vele duizenden verzamelingen van bekenden en minder bekenden zijn door Rietdijk in haar 100- jarig bestaan in de loop der jaren de revue gepasseerd. Vanaf de 20-er jaren in het bekende gele boekje, sinds het millenium in de grote witte catalogus met marmeren band. Winkelvoorraden van de firma’s Ederzeel, Kruithof, Postma en grote collecties zoals die van Snoek-Hurgonje, de collectie Kolonel van Limburg, de collectie Vos, de collectie VoutÊ, de collectie Houtzamer, de collectie Kappelhof, de collectie Ahlen en niet te vergeten zeer recent nog de postzegelcollectie van Harry Mulisch vonden hun weg via ons bedrijf. Zeventiger jaren Tijdens de hoogtijjaren van het postzegels verzamelen groeide Rietdijk gestaag. In 1966 werd het veilinghuis overgenomen door Marius Lichtendahl, oud bankier en enthousiast verzamelaar. Het bedrijf was indertijd naast de Gevangenpoort in het centrum van Den Haag gevestigd. Na de overname ontstond al snel het idee voor een familiebedrijf. In 1971 kwam Hans Lichtendahl, zoon van M.H. Lichtendahl in dienst om de dagelijkse leiding op zich te nemen. Oprichter John Rietdijk bleef tot op hoge leeftijd in het bedrijf werkzaam! Tachtiger jaren Versterking van het team was in 1980 al gevonden. Arie

De veilingzaal Negentiger jaren Dhr. Lichtendahl is in 1990 met pensioen gegaan en in 1990 kwam Paul van Beek bij het bedrijf. Hij werd mede-eigenaar en de compagnon van Hans Lichtendahl. De jaren daarop werden gekenmerkt door vele veranderingen. Het aantal veilingen per jaar werd kleiner, maar de veilingen zelf, vanwege het groeiende aanbod, veel groter. Door het in de loop van de decennia opgebouwde netwerk van contacten en de toepassingen van nieuwe technieken op communicatiegebied, stijgt de omzet van het bedrijf ook na de millenniumwisseling nog steeds. Samenwerking met het Venduehuis der Notarissen Tegenwoordig zoekt Rietdijk veilingcollega’s op. De veilingen werden in de 80-er en 90-er jaren gehouden in het Europa hotel in Scheveningen, kavels moesten gedurende de veilingdagen worden meegenomen. Dat was met name de latere jaren een grote logistieke opgave. Er ontstond behoefte aan een veilingzaal dichter bij kantoor. Na een aantal jaren in de Paleiskerk (om de hoek van


FILAKRANT 2019 kantoor) te hebben geveild, is uiteindelijk gekozen voor het veilen bij de collega’s van het Venduehuis der Notarissen, het oudste veilinghuis van Nederland. Het Venduehuis veilt alle mogelijke zaken, maar eigenlijk geen postzegels en munten. Hierdoor vullen de bedrijven en de dienstverlening elkaar prima aan. Kruisbestuiving Over en weer wordt gebruik gemaakt van elkaars taxatieexpertise. Het pand van het Venduehuis beschikt over goede internetverbindingen en duidelijke presentatiemogelijkheden van de kavels, ondanks dat die kavels tijdens de veiling tegenwoordig allemaal op het kantoor aan het Noordeinde blijven. Na toewijzing in de veilingzaal kunnen klanten de kavels eenvoudig op kantoor aan het Noordeinde afhalen. Tussen de middag- en avondzittingen bestaat de gelegenheid in het centrum van Den Haag met collegaverzamelaars of handelaren gezellig te eten in een van de vele goede restaurants. Meerdere dagen naar de kijkdagen of tijdens de veilingen aanwezig zijn bij ons veilingbedrijf? Dat kan natuurlijk ook, vele goede hotels zijn op loopafstand van ons kantoor beschikbaar. Nieuw millennium Eind 90-er jaren zijn inmiddels twee nieuwe medewerkers aangetrokken. In 1998 is John Kuin in dienst getreden, een jaar later gevolgd door René Roelandse. In 2012 nam oud directeur Hans Lichtendahl na een dienstverband van veertig jaar afscheid van het bedrijf. Tegenwoordig bestaat de directie van Rietdijk uit het driemanschap: Benschop-Kuin-Roelandse. Opgeteld zijn zij met hun drieën al een kleine 70 jaar in dienst van het veilinghuis. Zij vormen het hart van het bedrijf, maar de vier jaarlijkse veilingen zouden onmogelijk zijn zonder de hulp van medewerkers die assisteren bij alle mogelijke werkzaamheden tijdens de drukke kijk- en veilingperioden.

geschiedt op locatie bij mensen thuis of bij notariaten. Daarnaast is het noodzakelijk tijd in te ruimen voor de vele (inter)nationale contacten. Dat gaat meestal via bekende beurzen en bijeenkomsten in binnen- en buitenland.

57

Enkele opvallende uit recente veilingen:

Keiser Zeer recent heeft een ander Haags postzegelicoon “Postzegelhandel G. Keiser & Zoon bv” haar winkelactiviteiten gestopt. Rietdijk veilingen prijst zich gelukkig dat de huidige eigenaar, André Hilgersom, aansluiting heeft gezocht bij ons veilingbedrijf en zijn expertise voor Rietdijk veilingen zal gaan inzetten. Vertrouwde gezichten, een jarenlange klantenrelatie en eerlijk zaken doen, dat staat voorop. Z.A.R. ½ Pound 1892 Proof € 60.000,- * Toekomst Nieuwe medewerkers zijn gevonden om de toenemende omvang van de inzendingen goed te kunnen behandelen. Eind 2018 zijn André Hilgersom en Thomas Andeweg het team van Rietdijk komen versterken. Reeds nu gaat een steeds groter deel van de veiling via online rechstreekse biedingen in de zaal. De hele wereld is met met het veilinghuis verbonden op veilingdagen. Een compleet nieuw en eigen biedsysteem en website zijn hiervoor speciaal ontwikkeld. Het voordeel hiervan is dat er geen sprake is van door te berekenen kosten voor onze bieders. Hoewel het volume in vraag misschien afneemt is er nog steeds behoefte van de markt aan goed materiaal. Betere zegels zijn nog immer zeer in trek. Wij zien de toekomst van het bedrijf, ondanks een krimpende markt, zonnig in. Wel zien wij veel goed materiaal de laatste jaren naar verre buitenlanden vertrekken. De wereld is wat dat betreft figuurlijk gesproken een stuk kleiner geworden. Rietdijk is op die toekomst voorbereid. Postzegels of munten veilen Verzamelaars zijn gelukkige mensen en die worden vaak oud. Daarom is het ook niet zelden het geval dat een verzameling, collectie of partij wordt aangebracht door erven, die zelf weinig kijk op de materie hebben of simpelweg geen tijd hebben om een dergelijke collectie goed te verkopen. Het veilinghuis is dan een prima oplossing. Natuurlijk is er sprake van enige veilingkosten en natuurlijk duurt het even voordat een collectie daadwerkelijk aan de markt wordt gepresenteerd. Maar de verzamelaar of zijn/ haar erven weten één ding zeker: u krijg een faire prijs voor de verzameling. Het blijft echter altijd een kwestie van vertrouwen. Rietdijk bewijst dat vertrouwen inmiddels al 100 jaar. Team van Rietdijk veilingen b.v. Arie Benschop, John Kuin, René Roelandse, André Hilgersom, Thomas Andeweg.

Dienst D41-D43 € 2.700,- *

Dienst D9-D15 Postfris € 7.200,- *

Postbewijs PW1-PW 7 Postfris € 5.400,- *

Danzig serie van 4 munten 1923 Proof € 6.800,- *

Engeland 5 Guineas 1701 PR € 24.000,- *

De veilinghamer die sinds 1928 wordt gebruikt

Het bekende kroonlogo van Rietdijk veilingen. Nederlands Indië Nr. 1 7x op brief naar Den Haag € 35.000,Serie van 22 hulpbankbiljetten uit de veiling van 6 december 2018 inzet € 30.000,-, opbrengst € 81.000,- ! Live biedsysteem in eigen beheer ontwikkeld

Waarborgen voor eerlijk zaken doen Het jaar rond Zes weken per jaar zijn er kijkdagen, acht dagen per jaar is er veiling. Alle overige dagen worden benut voor het zoeken en verwerken van materiaal dat deel uit moet maken van die veilingen. Veel taxaties vinden plaats op kantoor, maar ook een aanzienlijk

*Alle opbrengsten exclusief commissie en kavelgeld


58

FILAKRANT 2019

Stripfiguren op Japanse postzegels 

Deel 17

Door Aimé Van Laarhoven Fullmetal Alchemist De Japanse post (JP Post) heeft op 14 juni 2010 in de serie ‘Animation Hero and Heroine’ het 13de velletje uitgegeven met als titel: ‘Fullmetal Alchemist’. Het velletje bevat 10 zegels van 80 yen met de afbeeldingen van personen en figuren die in de manga en anime belangrijke rollen vertegenwoordigen.

De afmetingen van het velletje zijn: Breedte: 140.25 mm. Hoogte: 212.5 mm De afmetingen van de zegels zijn: breedte = 28,.5 mm, hoogte 1 = 36.5 mm en hoogt 2 = 33.5 mm. Aantal: 1.3 miljoen blaadjes. De afgebeelde personages zijn: (1) Edward Elric (2) Alphonse Elric (3) Riza Hawkeye (4) Roy Mustang (5) Shao Mei (6) May Chang (7) Lin Yao (8) Lenfant (9) Winry Rockbell (10) Den / Edward Elric Fullmetal Alchemist (Hagane no Renkinjutsushi. = Alchemist van Staal), wordt door de fans vaak afgekort als “FMA” of “Hagaren”, is een manga uit 2001 geschreven en getekend door Hiromu Arakawa. Van het verhaal is ook een populaire anime televisie serie gemaakt en daarop aansluitend ook een film. Er bestaan ook diverse spinoff videospellen. Elke maand werd er in Japan een nieuw hoofdstuk van de manga ‘Fullmetal Alchemist’ gepubliceerd in het blad ‘Monthly Shonen Gangan’. Op het eind van 2008 waren er 90 hoofdstukken uitgebracht. Deze zijn tot nu toe gebundeld in 18 ‘tankobon’ of pocketboeken. Het totale verhaal van de manga is reeds in 2001 opgezet volgens een groots plan. Arakawa heeft in een interview enkele jaren terug geschat dat ze de serie kon afronden in zo’n 80 hoofdstukken, maar het zijn er intussen al veel meer geworden. Hoewel de ontknoping dichtbij lijkt is het nog erg onduidelijk wanneer het verhaal zal zijn afgerond. De originele manga serie loopt nog altijd, de anime daarentegen is afgerond. Beide zijn in Japan en in Noord Amerika erg populair. In 2005 en in 2006 werd de Fullmetal Alchemist bij peilingen door Asahi TV verkozen tot de nummer één in de top 100 van de beste anime aller tijden. In februari 2007 won de anime diverse prijzen bij de American Anime Awards. De anime serie mikt op een iets wat serieuzer publiek dan de gemiddelde Japanse tekenfilm. Dit vanwege het doorlopende script en enkele verwijzingen naar de wereldgeschiedenis en hun dictators. Ook vanwege de thematiek, zoals: ‘wat is een ziel?’, ‘wat is het geheugen?’ en ‘in hoeverre heeft het doen van dingen voor anderen een beloning tot gevolg?’ De productie van de 51 delen van de anime serie, die in Japan wekelijks op TV kwam van 4 oktober 2003 tot 2 oktober 2004, was in handen van studio ‘Bones’. Het verhaal houdt zich redelijk aan de manga, maar reeds vanaf het begin is er rekening mee gehouden dat er na deel 26 van de manga geen bestaand verhaal meer zou zijn. Vanaf dat moment loopt het verhaal van manga en anime dan ook uit elkaar. Zelfs niet alle personages zijn gelijk.

Studio ‘Bones’ had uitgebreid contact met Arakawa, de mangaka van de serie, maar die wilde zich uitdrukkelijk niet bemoeien met de aanpassingen voor de anime. Wel eiste ze nadrukkelijk een ander einde dan zij voor de manga gepland had. Volgens haar zijn anime en manga verschillende soorten van expressie. Het slaat nergens op om een verhaal op twee manieren te gaan vertellen als het in beide gevallen toch hetzelfde zou moeten zijn. De serie is internationaal op diverse televisie zenders uitgezonden maar nog niet in België of Nederland.

De film ‘Fullmetal Alchemist; The Conqueror of Shambala’ kwam in Japan uit op 23 juli 2005 en vormt een direct vervolg op de anime serie. De film is net als de anime gemaakt door studio ‘Bones’. ‘The Conqueror of Shambala’ brengt een aantal verhaallijnen uit de anime tot een einde maar voegt er een niet minder controversieel slot aan toe. Edward en Alphonse zijn in twee verschillende werelden terecht gekomen en zoeken een weg om weer bij elkaar te komen. Edward zit in München in 1923 waar de nazi’s langzaam macht beginnen te verwerven. Omdat alchemie hier onmogelijk is, moet hij een andere manier vinden om terug te komen. Via zijn vader en een zigeunermeisje komt hij echter op een politiek beladen spoor. In de andere wereld, het land ‘Amestris’, waarvan sommige denken dat dit het hemelse ‘Shambala’ is, zit Alphonse steeds meer te leren over alchemie om een manier te vinden om zijn broer terug te krijgen. Maar dan wordt zijn stad plots aangevallen door robotachtige wezens… uit die andere wereld. Op 5 april 2009 startte op het Japanse TV kanaal TBS ‘Fullmetal Alchemist Brotherhood’ , een nieuwe reeks anime afleveringen. Deze serie is weer van voren af aan begonnen zodat de kijkers geen voorkennis uit de eerste reeks nodig hebben. Wegens het grote succes brengt de Amerikaanse verdeler ‘Funimation’ vier dagen na elke Japanse uitzending een Engels ondertitelde versie op de markt. Het verhaal speelt in het begin van de twintigste eeuw in en om ‘Amestris’, een fictief land dat sterk op Europa lijkt. De hoofdpersonen zijn twee jongens, Edward Elric (Ed) en zijn jongere broer Alphonse Elric (Al). Hun vader is een alchemist die echter de familie in de steek gelaten heeft. Beide kinderen groeien op in de alchemie, de gave om de structuur van materie te begrijpen, af te breken en dan te reconstrueren in iets anders. In de wereld van de alchemie volgen ze de wet van ‘equivalent exchange’ of de ‘gelijkwaardige ruil’. Dat betekent dat je om iets te krijgen iets van gelijke waarde moet aanreiken. In Amestris is alchemie een zeldzame maar een gewaardeerde wetenschap die zelfs in het leger gebruikt wordt door de zogenaamde ‘State Alchemisten’. Als hun moeder sterft aan een zeldzame ziekte proberen de broers, Ed is 11 en Al 10, naïef als ze nog zijn, om haar met alchemie weer tot leven te wekken. Menselijke transmutatie is in de wereld van de alchemie echter een onvergeeflijke zonde. Er bestaat niets met dezelfde waarde als de ziel van hun moeder, omdat ziel en lichaam nu eenmaal los van elkaar staan. Dat ervaren Ed en Al op tragische wijze: als tol verliest Al zijn hele lichaam en Ed zijn linkerbeen. Om de ziel van Al alsnog te redden offert Ed ook zijn rechterarm op. Hierdoor kan de ziel van Al zich huisvesten in een toevallig aanwezig ijzeren harnas. De ontbrekende ledematen van Ed worden later vervangen door metalen prothesen, de zogenaamde ‘automails’.

Op dit punt beginnen zowel de manga als de anime series. Het voorgaande wordt via flashbacks uitgelegd. De broers horen over

een ‘Philosopher’s Stone’ (Steen der Wijzen), een merkwaardige steen die ervoor kan zorgen dat alchemie ook werkt zonder gelijkwaardige ruil. Deze steen zou ervoor kunnen zorgen dat de broers hun eigen lichaam terugkrijgen. Ze gaan op zoek om deze steen te vinden. De staat doet al een tijdje onderzoek naar de ‘Philosopher’s Stone’ maar je moet een ‘State Alchemist’ zijn om aan die gegevens te geraken. Ed besluit om in dienst van het leger te gaan werken. Hier is hij de jongste ‘State Alchemist’ waarbij hij, omwille van zijn metalen arm en been, de bijnaam ‘Fullmetal Alchemist’ krijgt. Maar er zijn meer mensen op zoek naar de steen. De positie van ‘State Alchemist’ brengt voor Ed helaas ook nieuwe problemen. Zo heeft een seriemoordenaar het specifiek gemunt op alle ‘State Alchemisten’. Daarnaast zijn de collega’s ook niet altijd te vertrouwen. Binnen het leger, waar iedereen zo zijn eigen motieven en belangen heeft, is dat geen gemakkelijk bespreekbare zaak. Ed ontdekt geheimen die teruggaan tot het ontstaan van het land Amestris zelf. Daarnaast wordt hij gevolgd door enkele van de zeven raadselachtige ‘Homunculi’, die genoemd zijn naar de zeven hoofdzonden. De term ‘fullmetal’ is overigens dubbelzinnig. Enerzijds is hij te associëren met de ‘automails’ van Ed en het ijzeren lichaam van Al, maar anderzijds heeft het Japanse woord voor ‘fullmetal’ ook de betekenis van ‘koppig’. Een woordje uitleg over enkele personages van de manga en anime Edward Elric, de ‘Fullmetal Alchemist’, is de jongste ‘State Alchemist’ ooit en de hoofdpersoon van de series. Hij en zijn jongere broer Alphonse reizen de wereld rond op zoek naar de ‘Philosopher Stone’ in de hoop dat ze met zijn hulp kunnen terugkeren naar hun oorspronkelijke lichamen. In hun mislukte poging om hun moeder terug tot leven te wekken verloor Edward zijn linkerbeen terwijl zijn jongere broer zijn hele lichaam verloor. Om Al terug te krijgen ruilde Ed zijn rechterarm en kreeg daardoor de ziel van Al en wist het in een harnas te stoppen. Zo kreeg Ed metalen prothesen, ook wel ‘Automail’ genaamd, voor zijn arm en been. Ed haat zijn vader omdat die de familie verlaten heeft toen ze nog jong waren. Hij haat het om ‘klein’ genoemd te worden en als men dat dan toch doet wordt hij echt woest. Oh ja, hij drinkt nooit melk omdat hij dat eveneens haat.

Alphonse Elric, de jongere broer van Edward, is mislukt om ‘State Alchemist’ te worden. Samen met Ed reist hij de hele wereld rond op zoek naar de ‘Philosopher’s Stone’ in de hoop dat ze hun oorspronkelijke lichamen terug krijgen. Bij de transmutatie van hun moeder verloor Al immers zijn hele lichaam. Zijn ziel zit nu gevangen in een harnas. Hij kan niet voelen of ruiken, voelt geen pijn en kan niet huilen. Alphonse is in tegenstelling tot zijn broer erg kalm en maakt geen ondoordachte beslissingen. Vaak weet hij zijn broer ook te kalmeren als die weer eens woedend geworden is. Roy Mustang, de ‘Flame Alchemist’, is een luitenant in het leger wanneer we hem voor het eerst in de serie zien. Maar wanneer Ed hem voor het eerst ontmoet is hij net gepromoveerd tot kolonel. Aan het eind van de serie is hij Brigade Generaal geworden. Zijn droom is om eens ‘Führer’, de grote baas van gans het leger, te worden. Hiervoor gebruikt hij al zijn ondergeschikte officieren. Hoewel hij trouw blijft aan het leger begint hij, na de dood van zijn beste vriend, te zoeken naar de moordenaar wat hem zijn hoge rang in het leger kost. Winry Rockbell, een ‘automail’ monteur, is van kindsbeen af al bevriend met Ed en Al. Zij heeft samen met haar oma, die ook ‘automail’ monteur is, het been en de arm voor Edward in elkaar gezet en aangebracht. Een ‘automail’ doet heel veel pijn voor degene die hem moet gebruiken omdat alle zenuwen aan het metalen mechanisme verbonden zijn. Winry, Ed en Al blijven erg goede vrienden door de ganse serie. Riza Hawkeye is de meest betrouwbare en liefste ondergeschikte van Roy Mustang. Ze voert veel taken uit waarvoor hij te lui is om ze te doen. Ze fungeert als zijn persoonlijke assistente en beschermt hem tegen alle gevaren die op hem afkomen. Ze


FILAKRANT 2019 spreekt in zijn plaats wanneer zijn stem het laat afweten ten gevolge van zijn emoties. Riza en Roy hebben een hechte relatie. Hij beschouwt haar als de meest dierbare persoon in zijn omgeving. Riza is gespecialiseerd in vuurwapens, met name sluipschutters geweren. Ze kan op grote afstand het doel raken met dodelijke precisie. In de manga heeft Riza een centrale rol terwijl in de anime ze eerder een ondergeschikte figuur is.

Lin Yao is de twaalfde prins van Xing en vertegenwoordigt het Yao volk. Hij ontmoet Edward Elric kort na zijn aankomst in Amestris. Hij is afgunstig op Ed omdat deze jonger en groter is dan hijzelf. Lin is een ervaren zwaardvechter die het hoofd koel houdt in vijandige situaties. Zijn grootste ambitie is om zijn vader op te volgen als de nieuwe keizer van Xing. Hij leeft in de overtuiging dat de macht niet kan worden verkregen zonder de steun van de bevolking. Hij staat erg dicht bij zijn lijfwachten en heeft meer aandacht voor hun veiligheid dan dat van de keizer. May Chang is de zeventiende prinses van Xing en zij vertegenwoordigt de Chang clan. Ze is anders dan Lin Yao. Ze komt naar Amestris zonder lijfwachten. Ze heeft alleen haar huisdier, de kleine panda Shao Mei, bij zich om haar gezelschap te houden. May is vooral bedreven in ‘alkahestry’. Dit is een techniek ontwikkeld in Xing voor medische doeleinden en die vergelijkbaar is met alchemie. Met behulp van twee messen, één bij zichzelf en één bij het beoogde doelwit, worden cirkel transmutaties uitgevoerd. Ze wordt verliefd op Alphonse Elric en helpt hem in zijn zoektocht naar ‘De steen der Wijzen’.

Shao Mei is het huisdier en reisgezel van May Chang. Het is een kleine panda die als welpje gevonden werd en groot gebracht door May. Hierdoor is een sterke band ontstaan tussen de twee. Ze zijn constant samen en Shao boots dikwijls de acties van May na, niet alleen bij het beoefenen van gevechtsporten maar ook bij het toepassen van ‘alkahestry’. Door hun onbekendheid met pandas houden de meeste Amestrians haar foutief voor een kat. Ze speelt een fel beschermende rol voor May Chang en bijt met haar sterke panda kaken iedereen die onwaardig dicht bij haar meesteres komt. Ook Alphonse Elric ontsnapt niet aan haar aanval maar zijn harnaslichaam is ongevoelig voor haar tanden. Hierdoor dwingt Al eerbied en respect af bij Shao Mei. Hiromu Arakawa Hiromu Arakawa is een Japanse mangakunstenares uit Hokkaido. Ze werd geboren in Tokachi op 8 mei 1973. Ze bracht haar jeugd door op een melkboerderij samen met haar vijf zussen. Dit is wellicht de reden waarom ze zichzelf graag portretteert als een gebrilde koe. In de lagere school tekende ze reeds op haar schoolboeken. Na de middelbare school ging ze werken op de boerderij van haar familie maar nam één keer per maand ‘olieverfschilderij’ lessen. Dit deed ze zeven jaar. Gedurende deze tijd heeft ze ook een ‘dojinshi’ manga (zelf gepubliceerde werken) gemaakt met haar vrienden en voor een tijdschrift. ‘yonkoma’ gags getekend. (Yonkoma zijn Japanse gag strips bestaande uit vier panelen).

59

Arakawa begon in de manga industrie als assistent van Hiroyuki Eto, de auteur van ‘Mahojin Guru Guru’. Haar eigen carrière begon ze met de publicatie van ‘Zwerfhond’ in het maandelijkse manga magazine Shönen Gangan in 1999. Hiermee won ze de ‘Shönen Gangan’ Award. In hetzelfde magazine publiceerde ze één hoofdstuk van ‘De Demonen van Shanghai’ in 2000. In juli 2001 publiceerde Arakawa het eerste hoofdstuk van ‘Fullmetal Alchemist’, de manga die haar zowel nationaal als internationaal beroemd zou maken. De serie won in 2004 de ‘Shogakukan Manga Award’. Ze woont momenteel in Tokyo en publiceert nog drie andere manga’s: ‘Raiden18’, ‘Bat van Blue Sky’ en ‘Hero Tales’. In de laatste, ‘Hero Tales’, werkt ze samen met ‘Studio Vlag’ onder de naam Huang Jin Zhou. Hierna volgen nog enkele beroemde uitspraken van haar via de personages van Fullmetal Alchemist. - Het is een wrede en willekeurige wereld, maar de chaos maakt het allemaal zo mooi. - Zelfs als onze ogen gesloten zijn is er een hele wereld buiten onszelf en onze dromen. - Niets is perfect, de wereld is niet perfect. Maar het is aan ons om er het beste van te maken en dat is het wat het verdomd zo mooi maakt. - Het brengt vreugde in het verdriet, overwinning in de strijd, licht naar de duisternis en doden tot leven. Dat is de kracht van het bloedrode juweel dat we ‘The Philosopher stone’ (Steen der Wijzen) noemen. - Maar zelfs dan! We zijn geen duivels, laat staan goden. Wij zijn mensen, we zijn menselijk! - We gaan opnieuw beginnen lopen. We kunnen niet stil staan, weet je. Niet zolang we nog in leven zijn.

Bronnen: Newly issued Japanese postage stamps. Japanse Post: www.post.japanpost.jp/… Anime News Network: http://animenewsnetwork.com/… Wikipedia: - Fullmetal Alchemist - Hiromu Arakawa

Het mooiste meisje van de klas Door Rob van Nieuwkerk (Dai Nippon)

E

én van de meest populaire postzegels onder verzamelaars van Nederlands-Indië is de 10 cent Van Konijnenburg (NvPH 274). Het is niet moeilijk te zien waarom, de zegel is mooi, afstempelingen staan er vaak prachtig afgetekend op en de zegels zijn niet moeilijk te vinden. Voor velen is zij het mooiste meisje van de klas. De zegel komt voor in kleurschakeringen van oranjerood tot rood, in twee typen en meerdere tandingen (fig. 1). Het ontwerp, de proeven, kleuren, typen, tandingen en achtergronden worden in detail beschreven door Giel Bessels in zijn boek over drukkerij Kolff. 4a Langebalkstempel Kolaka, 9.8.41.10-11V

1a Perf 13¼ 1b Type I 274Aa 1c Type I 274Ba 1. De 10 cent Konijnenburg

4b Langebalkstempel Batavia-Centrum, 29.8.41.13

4c Puntvlakstempel Magelang, 23.3.41

1d Type II

De oplage was zeer groot, exacte aantallen zijn niet bekend, maar er zijn waarschijnlijk meer dan 40 miljoen exemplaren gedrukt. Dit was nodig omdat 10 cent het normale tarief was voor een brief (fig. 2) en ook een veel voorkomend tarief op postwissels (fig. 6). Het was ook het tarief voor een briefkaart naar het buitenland, deze ziet men minder vaak (fig. 3).

4d Haltestempel NOTOG

4e Propagandastempel Padang Seint via Radio, 15.9.41

4f Bestelhuisstempel Aekpamienke

Fig. 4. Vooroorlogse stempels op de 10 cent Konijnenburg. Als zegel van puur Nederlands-Indië had de 10 cent Konijnenburg eigenlijk maar een kort bestaan. Het werd meegesleept door allerlei gebeurtenissen in een zeer turbulente periode van onze geschiedenis. Het begin van een turbulent leven (mei 1940 – december 1941) De 10 cent Konijnenburg is meer dan alleen “looks”, posthistorisch gezien heeft dit zegel ook veel meegemaakt. Het begint eigenlijk al op 10 mei 1940 toen Duitsland Nederland binnenviel. Tot die tijd werden de postzegels van Nederlands-Indië in Nederland gedrukt. Maar door de oorlog in Europa was dit niet meer mogelijk en werd besloten om de postzegels in Indië te laten drukken.

2. Brief naar Bandoeng zonder censuur, Bataviacentrum, 7.2.42.

3. Gecensureerde briefkaart naar Amerika, Balikpapan, 9.12.41.

De zegels waren verkrijgbaar op alle postkantoren en bij meeste bestelhuizen en dus is de 10 cent Konijnenburg populair onder stempelverzamelaars. Men vindt de zegels met verscheidene typen langebalkstempels, met propaganda- en bestelhuisstempels, af en toe zelfs met een haltestempel (fig. 4). 5. Kleurproeven met naam NEDERL. INDIË.


60

FILAKRANT 2019

6. Kleurproeven met naam NED. INDIË. Om zo snel mogelijk een dreigend tekort van 5 en 10 cent zegels te verhelpen, kreeg de Topografische Dienst in Batavia de opdracht om het 5 cent Cijfer (NvPH 272) te drukken. Voor de waarden van 10 cent en hoger werd besloten het ontwerp van de in april 1940 uitgegeven Nederlandse Van Konijnenburg serie te gebruiken. Proeven zijn gemaakt met twee verschillende landsnamen in diverse kleuren (fig. 5 en 6). De opdracht hiervoor ging naar N.V. G. Kolff & Co te Batavia. De 10 cent was de eerste waarde die werd gedrukt en de eerste zegels zijn in november 1940 aan het hoofdpostkantoor in Bandoeng geleverd. De eerste afstempeling is bekend van januari 1941. De Duitse invasie van Nederland had ook andere consequenties voor de postdienst in Indië, zoals de invoering van censuur en de mobilisatie van het leger. Post van en naar personen in de strijdmachten moest nu via de veldpost worden verstuurd (fig. 7). 9. Brief met in het rood: Retour afzender alleen Japans en Indonesisch is toegestaan, Bandoeng, 5.4.42.

7a. Postwissel verstuurd per Veldpost, Veldpost Sorteerkantoor D,

7b. Brief van militair naar Buitenzorg, 27 FEB 42.Veldpost Sorteerkantoor B.

De oorlog in Azië nadert (december 1941 – maart 1942) Op 8 december 1941, de dag na de Japanse aanval op Pearl Harbor, verklaarde Nederlands-Indië de oorlog aan Japan. De Japanners hadden al grote delen van Zuidoost-Azië veroverd en naderden Indië. Het werd steeds moeilijker om postverbindingen te handhaven, met als gevolg dat gebieden geïsoleerd raakten en postverbindingen werden verbroken.

10. In blauw geschreven: Retour afzender, de postzegel is niet meer geldig, Djakarta 4.4.43. Zegels met de beeltenis van de koningin werden in mei 1942 verboden, brieven die toch met de 10 cent Konijnenburg waren gefrankeerd werden teruggestuurd (fig. 10). De voorraden op de postkantoren werden teruggestuurd naar het hoofdpostkantoor in Bandoeng en we zien ze niet meer terug, ook niet na de oorlog. Wat er met deze voorraden is gebeurd blijft een raadsel, Misschien zijn ze in rook opgegaan toen Indonesische nationalisten een gedeelte van de stad, inclusief het hoofdpostkantoor, in maart 1946 in brand staken. Een hectisch leven op Sumatra (maart 1942 – oktober 1944) Medio februari landden Japanse paratroepen bij Palembang om de olievelden te veroveren. Nederlandse troepen probeerden zoveel mogelijk olie-installaties onbruikbaar te maken en trokken zich daarna terug. Het verhaal gaat dat op 14 februari, in de paar dagen tussen het vertrek van de Nederlanders en de komst van de Japanners, het hoofdpostkantoor in Palembang werd geplunderd en o.a. postzegelvoorraden zijn buitgemaakt. Om te voorkomen dat gestolen zegels zouden worden gebruikt, werd de opdracht gegeven de postzegels op alle kantoren in de regio van een herkenningsstempel te voorzien. Dit werd gedaan met allerlei middelen, bijvoorbeeld met de zegelring van de postchef, een paraaf of handtekening, een naamstempel, enz. (fig.11). Tot nu toe zijn lokale opdrukken gevonden van 15 van de 20 postkantoren in de regio.

8. Brief uit Dabosingkep, retour afzender omdat de postverbinding was verbroken. In augustus opnieuw verstuurd, maar nu met bezettingszegel van Perak. Deze brief is te bewonderen in het Nationaal Archief in Den Haag. De brief met 10 cent Konijnenburg afgebeeld in fig. 8 werd op 12 februari 1942 gepost op het eiland Singkep, gelegen tussen Sumatra en Singapore, maar verzending naar Sumatra was niet meer mogelijk door de aanvallen van de naderende Japanners. De brief werd teruggestuurd naar de afzender en werd 6 maanden later voor een tweede keer verstuurd, nu met een Japanse bezettingszegel van Perak. Singkep was niet meer Indisch, het was nu Japans-Maleis. Nederlands-Indië capituleerde op 8 maart 1942 en Japan splitste het op in drie autonome gebieden, Java, Sumatra en het Marine Gebied bestaande uit duizenden eilanden strekkend van Borneo tot Nieuw-Guinea. Ieder gebied kreeg zijn eigen postbeleid en de 10 cent Konijnenburg kreeg daardoor drie verschillende “levens”.

11a. Zegelring Arifin Loeboek Linggau

11b. Naamstempel 11c. Zegelring Zakaria LAHAT Tandjong Enim

11d. Paraaf Dahlan Tandjongradja

Een kort leven op Java (maart 1942 - mei 1942). In veel plaatsen werden de postkantoren gesloten tot dat de Japanners volledige controle hadden. Op Java was dat vaak maar voor een paar dagen. Er kwamen al snel nieuwe postreglementen, bijvoorbeeld, men mocht de Nederlandse taal niet meer gebruiken (fig. 9).

Noteer vast: FILAKRANT 2020 27 december 2018

11e. Datumstempel DEC- Kajoeagoeng

11f. Handtekening Roesli Pagaralam

11g. Monogram Mohamad Noor Moeara Klinggi

11. Lokale Palembang opdrukken. Deze opdrukken zijn aangebracht in maart 1942 als gevolg van plundering tijdens een machtsvacuüm. De opdracht is weliswaar door de Japanners gegeven, maar het waren niet Japanse bezettingsopdrukken. Die kwamen drie maanden later.


FILAKRANT 2019

61

De meeste postkantoren op Sumatra heropenden pas in mei/juni 1942. In tegenstelling tot Java werden zegels met de beeltenis van de koningin wel toegestaan mits ze voorzien waren van een Japanse opdruk. Iedere regio gebruikte een eigen opdruk, bijvoorbeeld een kruis in de Westkust, een Japanse vlag in Tapanoeli, en een ster (symbool van het Japanse leger) in Atjeh (fig. 12). Om enige orde te krijgen werd besloten om in januari 1944 een algemene T-opdruk (symbool voor de Japanse postdienst) aan te brengen op o.a. de Konijnenburg zegels.

12a. Westkust Kruis 12b. Tapanoeli vlag 12c. Atjeh ster Nederlands stempel Japans stempel Aloerbili Sidjoen-Djoeng, 2.7.42 Sibolga, 19.4.19 Yubinsyo stempel 12. Japanse opdrukken en stempels gebruikt op Sumatra.

12d. T-opdruk Gebruikt in heel Sumatra

15a/b. Brief gefrankeerd aan de achterkant met 15x 10c Konijnenburg voor het tarief van 150 cent, Palembang 28.4.47.

Vooroorlogse stempels werden in 1943 vervangen met Japanse stempels. Deze hadden de plaatsnaam bovenaan, de datum met een Japanse jaartelling in de middenbalk en de naam van de regio onderaan. In Noord Sumatra werden bestelhuisstempels vervangen met Japanse Yubinsyo (postagentschap) stempels. Soms waren er lokale tekorten aan postzegels, vooral van de hogere waarden. Dit was het geval in Atjeh, waar men soms fantastische frankeringen tegen komt zoals een postwissel met 20x 10 cent Konijnenburg met Atjeh ster opdruk (fig. 13).

Vooroorlogse en Japanse bezettingszegels met Republikeinse opdrukken zijn gebruikt tot in 1948. Een 10 cent Konijnenburg werd nog gebruikt op een postwissel in Koeala Simpang, Atjeh, op 12 januari 1948. Het leven in het Marine Gebied (juli 1942 – augustus 1945) Het Marine Gebied is zeer groot en het duurde lang voor dat meeste kantoren weer open waren. Hier werd besloten dat zegels te overdrukken met Dai Nippon (betekent Groot-Japan, zoals in Groot-BrittanniÍ) en een anker, het symbool van de Marine. Er waren een aantal regionale postkantoren verantwoordelijk voor het overdrukken, dus is er ook een verscheidenheid aan ankeropdrukken (fig. 16). Ook hier werden de vooroorlogse stempels vervangen met Japanse. De stempels waren zonder datum, met bovenaan Dai Nippon en de plaatsnaam in het midden (fig. 16c).

16a. West Borneo

16b. Zuidoost Borneo

16c. Zuid Celebes Kolaka

16d. Kleine Soenda Eilanden

De opdrukken voor Borneo en Celebes waren in januari 1943 al in circulatie, maar andere kleinere eilanden kregen hun ankeropdrukken pas in september 1943. Dat leidde soms tot een lokale opdruk, zoals de Zon-opdruk van Lombok (fig. 17).

13a/b. Postwissel met 20x 10c Konijnenburg met Atjeh ster opdruk, 10x op voor- en achterkant. Japans stempel Koetaradja, 19.2.28 (28.2.1944) In augustus 1944 verscheen een definitieve uitgifte voor Sumatra en werden alle andere zegels per oktober 1944 ongeldig verklaard, dus ook de overdrukte Konijnenburg-zegels. Maar dat was nog niet het einde van het mooiste meisje van de klas. Terug van weggeweest op Sumatra (oktober 1945 – januari 1948) Twee dagen na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 werd de Repoeblik Indonesia uitgeroepen. De nationalisten wisten de Japanners te overtuigen de controle over de PTT aan hen over te dragen en in oktober 1945 begon de PTT Repoeblik Indonesia op Sumatra. Waarschijnlijk omdat men hier tijdens de oorlog gewend was aan zegels met de beeltenis van de koningin, werd besloten om voorraden bezettingszegels met Republikeinse opdrukken te voorzien. En dus komt de 10 cent Konijnenburg weer terug (fig. 14).

17. Postwissel met Lombok Zon-opdruk op 10c Konijnenburg, verstuurd van Ampenan, 26.4.43 (Ricardo collectie - Nationaal Archief). 14a. Repoebelik Indonesia Kruis-opdruk

14b. Rep. Indonesia met ruit T-opdruk

14c. NRI in bol Geen opdruk

14d. REPOEBLIK INDONESIA Banka opdruk

Aan het eind van de oorlog was er veel schaarste en was de inflatie flink toegenomen, met als gevolg dat de Japanners op 15 augustus tariefverhogingen hadden ingevoerd. Het tarief voor een brief werd van 10 cent verhoogd naar 20 cent. De inflatie was dusdanig hoog dat tariefwijzigingen elkaar snel opvolgden. Een brief werd 40 cent op 1 januari 1946 en slechts 11 maanden later, op 1 november, zelfs 150 cent (fig. 15).

Na de capitulatie bleven delen van het Marine Gebied nog lange tijd onder Japanse controle omdat er geen geallieerde troepen beschikbaar waren voor de herbezetting. Dus werden Japanse bezettingszegels soms door gebruikt tot medio april 1946.


62

FILAKRANT 2019

EINDEJAARSBEURS & STAMPTALES Locatie/Location/Ort:

De Veluwehal Nieuwe markt 6

3771 CB Barneveld (NL) 27 - 12 - 2019 10.00 - 17.00 28 - 12 - 2019 10.00 - 16.00 Toegang/Entree/Eintritt/Entrance € 3,- p.p. per dag/Jour/Tag/Day Jeugd/Jeunesse/Jugend/Youth <16 gratis/gratuit/frei/free

27 & 28 DECEMBER 2019 GROTE INTERNATIONALE BEURS GRANDE BOURSE INTERNATIONALE GROSSE INTERNATIONALE MESSE BIG INTERNATIONAL FAIR

AUTO / VOITURE / CAR: A1: Afrit / Sortie / Ausfahrt / Exit 16 Voorthuizen / Harselaar. Volg / Suivre / Folge Barneveld-centrum TREIN / TRAIN / BAHN: 400 m. van station Barneveld-centraal / du gare centraal ab Bahnhof-centraal / from station-centrum

1500 stoelen / chaises / Stühle / chairs Ca. 160 Handelaren / Marchands / Händler / Dealers. Filatelie, munten, bankbiljetten, prentbriefkaarten, verenigingen. Philatélique, monnaie, billets de banque, cartes, groupes d’étude. Philatelie, Münzen, Banknoten, Ansichtskarten, ArGe. Philatelics, coins, papermoney, postcards, studygroups.

27 / 28 DEC 2019 STAMPTALES MEGAJEUGDEVENEMENT

BIG YOUTH EVENT / GROSSES JUGENDTREFFEN / GRANDE RÉUNION JEUNESSE

V.O.V.V. • Postbus 887 • 7301 BC Apeldoorn NL • Tel: (+31)-(0)55-3558600 • (+31)-(0)630-718411 e-mail: organisatie@eindejaarsbeurs.nl website: www.eindejaarsbeurs.nl


FILAKRANT 2019 Nieuw-Guinea (januari 1941 – december 1945)

63

gebied, Digoel en Merauke. Hier werd de 10 cent Konijnenburg dus gewoon gebruikt, veelal op post naar Australië (fig. 18 en 19). Een kort nieuw leven onder hersteld Nederlands gezag (september 1945 – december 1945) Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 waren de vooroorlogse zegels van Indië slechts nog een aantal maanden geldig. Ze werden per 31 december 1945 ongeldig verklaard om te voorkomen dat gestolen zegels zouden worden gebruikt. Mede hierdoor zijn er zeer weinig 10 cent Konijnenburg zegels onder hersteld Nederlands gezag gebruikt (fig. 20).

20a. NICA 20b. NICA 20c. AMACAB TIMOR SOEMBA 14 MAY 46 20. Zegels gebruikt onder hersteld Nederlands gezag.

18. Brief met 3x 10c Konijnenburg en 5c Cijfer naar de Consul Generaal van Nederlands-Indië in Sydney, Australië. Merauke, 17.8.42.

20d. Palembang 2-4-47

Toen Timor in september 1945 door de Australiërs werd bevrijd werden postzegelvoorraden met NICA TIMOR overdrukt. NICA stond voor Netherlands Indies Civil Affairs, een tijdelijk Binnenlands Bestuur. Een opdruk NICA SOEMBA werd in november ook op de zegels van dat eiland aangebracht. Incidenteel komt de 10 cent met en zonder opdruk voor tot ten minste 1947. Dan zijn het ongeldige zegels die getolereerd werden, misschien omdat er op dat moment geen geldige zegels waren, zoals op het AMACAB (Allied Militairy Administration Civil Affairs Branch – opvolger van NICA) postkantoor in Palembang in 1946 (fig. 20). Na 31 december 1945 komt de 10 cent nog één keer officieel terug, nu als portzegel. Door een tekort aan portzegels werden zegels te Makasser overdruk met TE BETALEN PORT (fig. 21).

21a/b. Makasser porten gebruikt te Bonthain en Makasser in 1946.

19. Postpakketadreskaart gefrankeerd met 8x 10c Konijnenburg, naar Melbourne, Australië. Digoel, 12.12.43.

Op 27 december 1949 werd de soevereiniteitsoverdracht getekend en viel het doek voor Nederlands-Indiê. Maar niet voor het mooiste meisje van de klas, die leeft nog altijd in veel collecties in binnen- en buitenland.

Het is Japan niet gelukt om heel Nederlands-Indië te veroveren. In september 1942 werd hun opmars een halt toegeroepen door Australische troepen in Oost Nieuw-Guinea. Dit betekende dat Zuid Nieuw-Guinea onbezet gebied bleef. Er waren slechts twee postkantoren in dit afgelegen

De meeste afbeeldingen in dit artikel zijn niet van de auteur, maar komen uit de collecties van leden van Dai Nippon (www.dai-nippon.nl), o.a. Rob Ackerstaff, Jan Arts, Giel Bessels, Joop Hoogenboom, Bert van Marrewijk, Marc Mellema, Rob de Vreng en Rudolph van Zeijl.

Kontaktgroep Spanje-Portugal (KSP) KSP houdt zich bezig met de filatelie van Spanje, Portugal en haar koloniën. Het verzamelgebied omvat zegels, brieven, stempels etc, maar ook fiscaalzegels en vervalsingen. De vereniging komt 4x per jaar bijeen in Nieuwe Gein en houdt 4 veilingen per jaar en heeft ca. 70 leden. Er worden regelmatig presentaties gehouden door de leden. Het blad ‘Iberia’ verschijnt 4x per jaar en bevat originele artikelen. Voor nadere informatie kunt u kontakt opnemen met tel. nr. 079-361.1910 of op http://www.ksp-iberia.nl

Postzegelkring Latijns-Amerika (LACA)

dingen binnen en naar dit gebied. De vereniging komt 4x per jaar bijeen in De Bilt (NL) en houdt 2 zaalveilingen per jaar en heeft ca. 80 leden. Er worden regelmatig presentaties gehouden en de bijeenkomsten zijn heel levendig. 4x per jaar verschijnt een blad onder de naam ‘Corre(i)o’ waarin veel originele artikelen van de leden zijn opgenomen. Alle bladen en veel informatie zijn verder ook op de website gratis voor leden toegankelijk. De contributie bedraagt € 30,- per jaar voor gewone leden en € 15,- voor electronische leden. Voor nadere informatie kunt u kontakt opnemen met tel.nr. 010-480.2961 of info@laca. nl of www.laca.nl

Filatelistenvereniging zuidelijk Afrika De dertigjarige FVZA (in 1988 opgericht) heeft als verzamelgebieden: Zuid-Afrika, inclusief alle voormalige in dit land gelegen staten; Angola, Botswana, Lesotho, Malawi, Mozambique, Namibië, Swaziland, Zambia en Zimbabwe.

De postzegelkring LACA bestaat al ruim 50 jaar en is gericht op verzamelaars van Midden en Zuid Amerika. Het verzamelgebied omvat De contributie bedraagt € 20,- per jaar. De alle Spaans- en Portugees sprekende landen in FVZA houdt 4 bijeenkomsten per jaar in Tiel dit gebied alsmede Haïti en de scheepsverbin- inclusief een verenigingsveiling. De FVZA geeft

4 maal per jaar een verenigingsblad uit van gewoonlijk 40 bladzijden in kleur op A-4 formaat. Tevens onderhoudt de vereniging een rondzenddienst. Tegen een gereduceerde prijs is een abonnement op het Zuid-Afrikaanse blad “SA Philatelist” te krijgen. Verdere informatie kunt u verkrijgen van dhr. J. Diesveld via e-mail: johandiesveld@gmail.com.

VN-VE Filatelie Lid worden?

Als u meer van onze vereniging wilt weten, een uitnodiging voor een van onze bijeenkomsten wilt ontvangen of nog beter natuurlijk lid wilt worden dan vindt u hieronder onze contact gegevens. VN-VE Filatelie Secretariaat: J.M. (Hans) Snellenberg Website www.vn-ve.eu 4 bijeenkomsten per jaar in het midden van het land, elk met een veiling van ca. 350 kavels. Eigen full-colour bulletin “GRENZENLOOS”, dat 4 x per jaar verschijnt. Deelname aan nieuwtjesdienst. Contacten met verenigingen in binnenen buitenland.

Dé vereniging voor verzamelaars van de thema’s “VERENIGDE NATIES” en “VERENIGD EUROPA”, Al bijna 60 JAAR. U BENT VAN HARTE WELKOM !!!

Welkom bij Studiegroep Zwitserland De Studiegroep houdt zich sinds 1968 bezig met het verzamelen en bestuderen va Zwitserse postzegels, postwaardestukken en al het andere dat met Zwitserland te maken heeft en ons allen zeer boeit. De Studiegroep komt viermaal per jaar in Nieuwengein bijeen en geeft dan ook steeds een nieuw blad uit. Er zijn even zovele veilingen en enkele keren per jaar verzorgt een van de leden een lezing. De uitgebreide bibliotheek van de Studiegroep is ondergebracht in de bondsbibliotheek zodat de boeken en tijdschriften voor een groot publiek beschikbaar zijn. Informatie of lid worden? Kijk dan op www.studiegroepzwitserland.nl


64

FILAKRANT 2019

CORINPHILA POSTZEGELS, PRENTBRIEFKAARTEN EN MUNTEN

UW VERZAMELING IN VERTROUWDE HANDEN

PARTNER IN THE GLOBAL PHILATELIC NETWORK

Verkocht 2017 Corinphila Nederland Hamerprijs excl. opgeld

EUR 55.000

Verkocht 1998 Corinphila Zwitserland Hamerprijs excl. opgeld

EUR 50.000 CHF 55.000

Verkocht 1998 Corinphila Zwitserland Hamerprijs excl. opgeld

EUR 164.000 CHF 180.000

Verkocht 2016 Corinphila Nederland Hamerprijs excl. opgeld

EUR 40.000

CORINPHILA VEILINGEN BV AMSTELVEEN - NEDERLAND INFO@CORINPHILA.NL TEL. +31 - (0)20 - 624 97 40 W W W. C O R I N P H I L A . N L

CORINPHILA AUKTIONEN AG ZÃ&#x153;RICH - ZWITSERLAND WWW.CORINPHILA.CH

CORINPHILA - EEN TRADITIE VAN SUCCES Het enige Nederlandse postzegelveilinghuis met zusterbedrijven in Duitsland, Zwitserland, Hongkong en de Verenigde Staten. Dankzij onze uitgebreide filatelistische kennis, de optimale presentatie en ons internationale netwerk realiseren wij de hoogste prijzen.

Filatelistische partner

UW COLLECTIE IN ONZE VEILING! Graag adviseren wij u bij verkoop van uw verzameling.

Profile for organisatie-eindejaarsbeurs

Filakrant 2019  

Filakrant 2019  

Advertisement